C#S?7% ; i A :: - ,; r

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "C#S?7% ; i A :: - ,; r"

Transcriptie

1 C#S?7% I ; i I A :: -,; r

2 JAARBOEK 1978

3

4 IKO JAARBOEK 1978 Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Foundation for Fundamental Research on Matter Stichting Instituut voor Kernphysisch Onderzoek Foundation Institute for Nuclear Physics Research

5

6 Inhoud 6 Formation, purpose and working method 7 Oprichting, doel en werkwijze Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Verslagen werkgemeenschappen/instituten Samenstelling bestuur en directie Natuurkunde in de branding Verslag van het Uitvoerend Bestuur Financieel Verslag Verslag van de FOM-personeelsraad Kernfysica FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica Atoomfysica Metalen FOM-TNO Molecuulfysica Vaste Stof Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica Hoge-energiefysica Speciale commissies Speciale Commissie voor de Theoretische Natuu Speciale Commissie voor de Technische Fysica Trendartikelen 139 Waterstof in metalen 151 Neutrino's in het heelal 157 Atomen in verval 167 Metallische glazen, eigenschappen en toepassingen 179 Personeelsbezetting Stichting Instituut voor Keinphysisch Onderzoek 190 Samenstelling curatorium en directie 191 Verslag van het Curatorium 192 Algemene inleiding 194 Verslag IKO-ondernemingsraad 196 Financieel verslag 200 Onderwerpen van onderzoek, publikaties e.d. 203 Personeelsbezetting 206 Adressen van laboratoria en instituten waar FOM-groepen zijn ondergebracht 207 Lijst van illustraties 208 Colofon

7 Formation, purpose and working method The Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (Foundation for Fundamental Research on Matter) (FOM) was called into existence on April IS, 1946 by prof. dr. G. van der Leeuw, the then Minister of Education, Arts and Sciences, representing as such the State of the Netherlands, prof, dr. H. A. Kramers (acting for himself and on behalf of prof. dr. J. M. W. Milatz), prof. dr. J. Clay, dr. H. J. Reinink and by dr. H. Bruining, secretary of the then Minister-President. As appears from article 2 of the Statutes, the Foundation sets out to promote fundamental scientific research in respect with matter in the Netherlands, this in the general interest as well as in the interest of university education. It tries to achieve this purpose by the stimulation of research in new fields of physics, by the co-ordination of existing research projects and by calling in the help of its institutes and working-groups to the education and training of young physicists. The Foundation performs its operations through the Governing Council, the Executive Board, the Board of Directors and the Committees, the latter leading working-communities called into being by the Governing Council for research work in special fields. Under the competency of the working-communities come the so called working-groups, which arc groups of scientific co-workers and technicians, directed by one or more working-group leaders. The names of these working-communities, to the number of seven, are derived from their fields of research: Nuclear Physics, Atomic Physics, Metals FOM-TNO, Molecular Physics, Solid State Physics, Thermonuclear Research and Plasma Physics, High Energy Physics. From this last working-community the experimental part is separated. It now forms part of the National Institute for Nuclear Physics and High Energy Physics. The FOM-Institute for Atomic and Molecular Physics at Amsterdam maintains relations with the working communities for Solid State Physics, Atomic Physics, Molecular Physics, Thermonuclear Research and Plasma Physics. The FOM-Instilute for Plasma Physics, Rijnhuizen at Nieuv-.:gcin (in the province of Utrecht) as a whole forms part of the working-community Thermonuclear Research and Plasma Physics. For each of these institutes the Governing Council has set up a Policy Committee. Furthermore the Foundation FOM pursues its object by supporting the Stichting Instituut voor Kernphysisch Onderzoek (Foundation Institute for Nuclear Physics Research) (IKO) which was founded on June 29, 1946 by representatives of the FOM Foundation, of the Philips' Gloeilampenfabrieken and of the City of Amsterdam. The Foundation IKO sets out to promote fundamental and applied scientific research in the field of nuclear physics and cognate fields in the Netherlands, in the general interest as well as in that of university education. The Foundation is governed by a Board of Governors. The laboratories are situated in Amsterdam. The central address of the Foundation FOM is its of/ice, in Utrecht, Lucasbolwerk 4 (Tel ).

8 Oprichting, doel en werkwijze De Stichting voor Fundamenteel onderzoek der Materie (FOM) werd 15 april 1946 in het leven geroepen door prof. dr. G. van der Leeuw, de toenmalige Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, als zodanig vertegenwoordigende de Staat der Nederlanden, prof. dr. H. A. Kramers (handelende voor zichzelf en voor prof. dr. J. M. W. Milatz), prof. dr. J. Clay, dr. H. J. Reinink, secretaris-generaal van het Ministerie van O. K. & W., en dr. H. Bruining, secretaris van de toenmalige Minister-President. De Stichting stelt zich, blijkens artikel 2 van de statuten, ten doel: 'de bevordering van het fundamenteelwetenschappelijk onderzoek in Nederland omtrent de materie, in het algemeen belang en dat van het hoger onderwijs'. Zij tracht dit doel te bereiken door het stimuleren van onderzoek op nieuwe gebieden van de natuurkunde, door het coördineren van bestaande onderzoekprojecten, en door haar instituten en werkgroepen in te schakelen bij de opleiding van jonge natuurkundigen. De Stichting verricht haar werkzaamheden door middel van de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Bestuur, de Directie en de Commissie, welke laatste werkgemeenschappen leiden, die door de Raad van Bestuur voor het onderzoek binnen deelgebieden van de natuurkunde in het leven zijn geroepen. De werkgemeenschappen bestaan uit zogenaamde werkgroepen. Dat zijn groepen van wetenschappelijke medewerkers en technici, geleid door één of meer werkgroepleiders. De werkgemeenschappen, zeven in getal, worden genoemd naar hun onderzoekterrein: Kernfysica, Atoomfysica, Metalen FOM-TNO, Molecuulfysica, Vastestoffysica, Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica, Hoge-energiefysica. Van de laatste werkgemeenschap is vorig jaar het experimentele gedeelte afgesplitst, dat nu als de sectie Hoge-encrgiefysica deel uitmaakt van het Nationale Instituut voor Kernfysica en Hoge-energiefysica. Het FOM-lnstituut voor Atoom- en Molecuulfysica te Amsterdam onderhoudt relaties met de werkgemeenschappen voor de Vaste Stof, Atoomfysica, Molecuulfysica en Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica. Het FOM-lnstituut voor Plasmafysica, gelegen op het landgoed Rijnhuizen te Nieuwcgein, maakt als geheel deel uit van de Werkgemeenschap voor Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica. Voor elk van deze instituten heeft de Raad van Bestuur een Beleidscommissie ingesteld. De Stichting FOM streeft verder haar doel na door subsidiëring van de Stichting Instituut voor Kernphysisch Onderzoek (IKO), die op 29 juli 1946 werd opgericht door vertegenwoordigers van de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie, van de N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken en van de Gemeente Amsterdam. De Stichting IKO stelt zich ten doel het fundamenteel en toegepast-wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de kernfysica en daarmede verwante gebieden in Nederland, in het algemeen belang en in het belang van het hoger onderwijs, te bevorderen. De Stichting wordt door een Curatorium bestuurd. De laboratoria zijn in de gemeente Amsterdam gevestigd. Het bureau, gevestigd te Utrecht, Lucasbolwerk 4, is het centrale adres van de Stichting FOM (tel ). IKQ

9

10 F STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE

11 10 Raad van Bestuur Uitvoerend Bestuur Directie prof. dr. J. de Boer, voorzitter prof. dr. P. M. Endt, ondervoorzitter prof. dr. K. W. Taconis, ondervoorzitter prof. dr. J. J. M. Beenakker prof. dr. J. Blok prof. dr. H. Brinkman prof. dr. A. Dymanus prof. dr. J. A. Goedkoop dr. E. F. de Haan prof. dr. D. Harting prof. dr. ir. J. J. J. Kokkedee dr. C. van der Leun prof. dr. J. J. van Loef dr. ir. E. L. Mackor prof. dr. F. van der Maesen D. A. van Meel, vertegenwoordiger TNO prof. dr. ir. B. Okkerse, vertegenwoordiger van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen* prof. dr. L. H. Th. Rietjens dr. ir. D. Thoenes prof. dr. J. Volger prof. dr. H. de Waard prof. dr. ir. W. J. Witteman prof. dr. J. de Boer, voorzitter prof. dr. P. M. Endt, ondervoorzitter prof. dr. K. W. Taconis, ondervoorzitter prof. dr. J. J. van Loef prof. dr. H. de Waard dr. A. A. Boumans, directeur drs. F. R. Diemont, adjunct-directeur dr. C. Ie Pair, adjunct-directeur * Namens prof. Okkerse worden de vergaderingen bijgewoond door dr. R. F. Heyn.

12 11 Natuurkunde in de branding Het afgelopen jaar stond in het teken van 'Bestek '81', de huidige fase in een vele jaren vergend, geleidelijk verlopend proces, waarin ons land probeert een antwoord te vinden op de veranderde sociaal-economische omstandigheden in de wereld. Uiteraard gaat een dergelijk ingrijpend aanpassingsproces het wetenschappelijk onderzoek niet voorbij. Al een aantal jaren beweegt dit onderzoek zich - althans wat FOM betreft - op de 'nullijn' die, en dat moet wèl worden gezien, door zijn krappe definitie van toegestane inflatie- en prijsstijgingscorrecties, reëel een jaarlijkse achteruitgang betekent. Van vele zijden, ook door onze Raad van Bestuur, is gewaarschuwd voor de consequenties van aantasting van het niveau van het onderzoek - in het bijzonder ook van het natuurkundig onderzoek dat aan de wortels van ander onderzoek en van de technologie ligt. Ook in de inleiding van de nota 'Wetenschapsbudget 1979' wordt gesteld dat de economische groei van een land wel voor meer dan 50*10 is toe te schrijven aan wetenschap en technologie: "Achterblijvende technologische ontwikkeling zal leiden tot achterblijvende economische ontwikkeling" (blz. 9). Toch wordt ook in deze nota voorzien dat Bestek '81 zal leiden tot "een geringe aantasting van de onderzoekscapaciteit van iets meer dan l lo" (blz. 34), waarbij echter "wordt verwacht dat de effectiviteit van het onderzoek niet zal dalen door met een intensievere inspanning de beleidsdoelmatigheid te verhogen" (blz. 34). In de toelichting op de rijksbegroting 1979 wordt verder medegedeeld, dat gestreefd zal worden de rijksbijdrage voor ZWO niet te verminderen, waarbij wordt verwacht dat door interne verschuivingen een vergroting van de steun aan de op universiteiten en hogescholen werkzame onderzoeksgroepen kan worden gerealiseerd (blz. 121). Dienovereenkomstig werd ook aan FOM gevraagd de FOM-instituten met een half miljoen gulden te korten, kf 200 hiervan toe te voegen aan het programma Technische Natuurkunde en Innovatie van de FOM-beleidsruimte en de resterende drie ton - als correctie op de nullijn - terug te hevelen naar ZWO. Een en ander krijgt in dit jaarverslag verdere aandacht. Voor een goed beeld van de huidige situatie zijn bovenvermelde gegevens onmisbaar. De problemen die voortkomen uit de handhaving van de nullijn waarop het FOM-onderzoek zich nu al een aantal jaren voltrekt, hebben binnen FOM geleid tot een brede kritische discussie - aan de hand van verschillende beleidsnota's - over de algemene beleidslijnen die onder deze omstandigheden gevolgd moeten worden. Ook hierbij kwam verzet tegen berusting in de nullijn sterk naar voren, vooral omdat deze niet met een lijn van gelijkblijvende activiteit correspondeert. Waar hoogstaand

13 12 FOM natuurkundig onderzoek de basis vormt voor een heel spectrum van andere onderzoeksgebieden en voor de technologie, wordt handhaving van een hoog niveau van fundamenteel natuurkundig onderzoek als de voornaamste onderzoekstaak van FOM beschouwd. Van groot belang werd hierbij geacht de ontwikkelingen van het technisch-fysisch onderzoek dat juist ook in het innovatieproces een grote rol speelt. Met alle middelen wordt dan ook getracht het niveau van het onderzoek zo hoog mogelijk te houden. In verschillende werkgemeenschappen worden nieuwe en voor continuering ingediende onderzoeksprojecten door binnen- en buitenlandse experts beoordeeld en van commentaar voorzien alvorens deze in de commissies van de werkgemeenschappen

14 Natuurkunde in de branding 13 tegen elkaar worden afgewogen. Ook in het kader van de beleidsruimte vindt aan de hand van protocollen met beoordelingen door experts, door een telkens wisselende, breed samengestelde jury een diepgaande beoordeling van de ingediende voorstellen plaats. Door een en ander worden met grote zekerheid alléén de beste projecten gehonoreerd, zodat aan de terecht gestelde eis van grootst mogelijk rendement van de middelen stellig is voldaan. Wel moet men hierbij grote waardering hebben voor de bereidheid van onze onderzoekersgemeenschap in dit gehele proces telkens haar medewerking te verlenen en zo een bijdrage tot verhoging van het niveau willen leveren. De hieraan gegeven energie mag niet worden onderschat. Ook bij de 'output' - bij het refereeën van het eindresultaat, de wetenschappelijke publikatie die aan een wetenschappelijk tijdschrift wordt aangeboden - wordt weer opnieuw van het oordeel van deze gemeenschap, ditmaal door de redactie van het tijdschrift, gebruikgemaakt. Een en ander illustreert nog eens in welke mate dit onderzoek ook een sociaal gebeuren is. Ik wil dit cursief je niet besluiten zonder ook melding te maken van een ander aspect van het FOM-gebeuren, dat ons speciale zorgen geeft. De maatschappelijke relevantie van het onderzoek heeft bij FOM altijd grote aandacht gehad. Ik hoef bij wijze van voorbeeld alleen maar te verwijzen naar de rol die FOM heeft gespeeld bij het ontstaan van het Reactor Centrum Nederland, thans het ECN. Ook de opzet van ons Instituut voor Plasmafysica in het vroegere Rijnhuizen kwam duidelijk voort uit ons maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel dat Nederland bij het zoeken naar nieuwe thermonucleaire-energiebronnen niet mocht achterblijven en dat hierbij met vrucht kon worden gebruikgemaakt van de wetenschappelijke tradities die in ons land op het gebied van de plasmafysica bestonden. Dit laboratorium is uitgegroeid tot een centrum van internationale naam, hetgeen wel blijkt uit het feit dat Euratom (voorkeur)steun verschaft aan vrijwel het gehele onderzoeksprogramma. Nu echter het onderzoek vanuit de fundamentele onderszoeksfase is gekomen in een ontwikkelingsfase, waarbij grotere doelgerichte projecten nationaal en internationaal moeten worden opgezet, blijft men in Nederland dit onderzoek nog steeds als zuiver wetenschappelijk onderzoek kenmerken, dat niet wegens zijn 'maatschappelijke relevantie' - zijn potentiële verdiensten voor de energievoorziening - een aparte behandeling vereist. Zelfs de Nederlandse bijdrage tot het Europese JET-project moet uit het 'gewone' programma worden bekostigd. De consequenties die voor de Stichting ontstaan uit internationale beslissingen en uit de gevolgen van de inflatie zijn steeds moeilijker te verwerken. Het lijkt dan ook niet onwaarschijnlijk dat hiervoor in de naaste toekomst de hoogste aandacht wordt gevraagd. J. de Boer

15

16 15 Verslag van het Uitvoerend Bestuur 1. Algemene beschouwingen Het merendeel van de onderzoekingen die in het kader van FOM plaatsvinden is van fundamentele aard en ligt op het gebied van de natuurkunde. Daaronder bevindt zich in toenemende mate ook technisch-fysisch onderzoek. Daarnaast vindt in het kader van FOM bovendien radiochemisch onderzoek plaats. Het onderzoek wordt uitgevoerd in enkele, voornamelijk door FOM gefinancierde, instituten en in een aantal eveneens door haar gefinancierde werkgroepen daarbuiten. Deze laatste zijn gehuisvest bij universiteiten, hogescholen en enkele andere instellingen. Onderzoekingen, die op een zelfde deelgebied van de natuurkunde liggen, zijn gebundeld in een werkgemeenschap. Er zijn zeven van deze werkgemeenschappen, genoemd naar hun gebied van onderzoek: kernfysica, atoomfysica, metalen, molecuulfysica, vaste stof, thermonucleair onderzoek en plasmafysica, theoretische hoge-energiefysica. Deze bundeling beoogt in de eerste plaats het opstellen en uitvoeren van een gezamenlijk programma door de werkgroepen en instituten, die deel uitmaken van zo'n werkgemeenschap. Door het overleg tussen de leidinggevende fysici, dat daaruit voortvloeit, draagt deze bundeling echter ook bij tot de coördinatie van natuurkundig onderzoek dat buiten FOM-verband bij de universiteiten en hogescholen wordt uitgevoerd. Naast werkgroepen bij universiteiten e.a. financiert FOM enkele instituten. Het oudste is het Instituut voor Kernphysisch Onderzoek (IKO) te Amsterdam, dat onder beheer staat van de Stichting IKO, die vrijwel geheel door FOM wordt gesubsidieerd en geadministreerd. Het zal de sectie Kernfysica gaan vormen van het Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge-energiefysica (NIKHEF). Het experimentele onderzoek op het gebied van de hoge-energiefysica bij universiteiten en FOM in respectievelijk Amsterdam en Nijmegen, alsmede in Nederlandse teams bij buitenlandse versnellers, is gebundeld in de sectie Hoge-energyfysica van dit NIKHEF. Van het gebouw voor deze sectie, dat in Amsterdam in aanbouw is, kwam een gedeelte gereed. Het experimentele onderzoek op het gebied van de kernfysica en hoge-energiefysica bij universiteiten, hogescholen en FOM is bijeengebracht in een nationaal plan voor dit gebied van onderzoek. Het leeuwedeel van dit onderzoek is geconcentreerd in drie centra: het eerder genoemde IKO te Amsterdam, het Kernfysisch Versneller Instituut te Groningen, dat door de Rijksuniversiteit aldaar en FOM samen wordt gefinancierd en beheerd en het Robert J. Van de Graaff-laboratorium van de Rijksuniversiteit te Utrecht waar FOM een van haar grote werkgroepen heeft. Het FOM-Instituut voor Plasmafysica, gevestigd op het landgoed Rijnhuizen te Nieuwegein, is het Nederlandse centrum voor thermonucleair onderzoek en maakt deel uit van de Werkgemeenschap voor Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica. Het FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica te Amsterdam heeft banden met verschillende werkgemeenschappen. Elk van deze instituten heeft nauwe relaties met verschillende universiteiten. Hun onderzoekingen zijn via werkgemeenschappen of langs andere weg gecoördineerd met die van universitaire groepen. Hun directeuren en andere stafleden zijn veelal door bijzondere of buitengewone leerstoelen aan universiteiten verbonden, studenten kunnen er als onderdeel van hun opleiding een stage doorbrengen en doctorandi kunnen er onderzoek verrichten waaruit een proefschrift kan

17 Vertegenwoordigd* n/of Imancie'ende msunti» Rijksuniversiteit Groningen NV Philips' Gloeilampen fabrieken Gemeente Amsterdam Umvkrsitwt van Amsterdam Kalhofmkc Universiteit Nijmegen Ministerie Econom Zakan Raad van Bastuw Uitvoerend Bestui DIM Bestuur»- en a adviescollege» C-WGM Karnfysica Onderz»O Plasmafys lain super* gaswarvtl W*t«nsch Progumnu CommiiM Natuurkunde Jury's Atoomfysica Bcteidsru.mt# contm. valuate Natuurkunde Gebruikt* afkortingen - C-WGM - Commissi* van de Werkgemeenschap : BC - Beleidscommissie: SC - Speoale Commissie oóo OR - Ondernemingsraad Niet aangegeven zijn subcommissies, ingesteld door een commissie: Werkgemeenschappen ORGANISATIE SCHEMA FOM Bovenst* rij instantie» d'c >n bastuu's- af adviescolleges Zijn vertegenwoordigd en/of onderzoek financieren Daaronder oesluurs- en adviescolleges Een verbindingslijn duidt aan dat een instantie in zo'n college 15 vertegenwoordigd «n/al NIKHEF etend ond&rzoek (mede) financier! 'est (h on zon! aal) - commissies die behoren lot de interne structuur I van een instituut: * ad hoc-commissies

18 Verslag van het Uitvoerend Bestuur 17 \ \ voortkomen. Het FOM-lnsti tuut voor Atoom- en Molecuulfysica, het FOM-Instituut voor Plasmafysica, het IKO en het KVI hadden in 1978 tezamen van FOM 612 personeelsplaatsen, waarvan 208 voor wetenschappelijke medewerkers en een budget van 65 miljoen gulden, waarvan 57 miljoen voor exploitatie. Buiten deze werkgroepen waren er in werkgroepen met tezamen van FOM 320 personeelsplaatsen, waarvan 233 voor wetenschappelijke medewerkers en een totaal budget van 25 miljoen gulden. Het bureau beschikte over 44 personeelsplaatsen, de kosten zijn omgeslagen over de instituten en werkgemeenschappen. De werkgroepen zijn gehuisvest bij de Rijksuniversiteiten te Groningen, Leiden en Utrecht, de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit te Amsterdam, de Katholieke Universiteit te Nijmegen, de Technische Hogeschool te Delft, Eindhoven en Enschede, het ECN te Petten en CERN te Genève. Ze worden in het algemeen geleid door hoogleraren of lectoren van de desbetreffende universiteit of hogeschool en maken meestal deel uit van een grotere groep in het betrokken laboratorium waarin universitair en FOM-personeel samenwerken. Uiteraard zijn hierbij ook studenten en promovendi betrokken. Uit het voorgaande volgt dat het totale FOM-budget voor exploitatiekosten en investeringen in miljoen gulden beliep. Daarvan stelde de Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) 86 miljoen beschikbaar. Euratom droeg 3 miljoen bij in de kosten van het thermonucleaire onderzoek. Uit verschillende andere bronnen waaronder het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, het Ministerie van Economische Zaken, het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en de NV Philips' Gloeilampenfabrieken kwam in totaal nog 1 miljoen beschikbaar. De onderwerpen van onderzoek waaraan de instituten en werkgroepen in 1978 hebben gewerkt zijn elders in dit jaarboek vermeld. Hetzelfde geldt voor de 257 publikaties in de internationale wetenschappelijke vakliteratuur en de 36 proefschriften van FOM-medewerkers die in 1978 verschenen en waarin de resultaten van hun onderzoek zijn neergelegd. In de volgende paragrafen van dit verslag wordt nader ingegaan op de bestuurlijke en organisatorische aspecten van het werk. Om daarbij een beeld te geven van de organisatiestructuur van FOM is een organisatieschema bijgevoegd. 2. De financiële situatie De Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek kende aan het begin van het jaar aan de Stichting FOM een exploitatiesubsidie toe van ƒ , waarvan / werd geacht te zijn bestemd voor personeelskosten tot een salarisniveau dat 3,2 /o boven dat van 1 augustus 1977 lag. Voor loonronden en verhogingen van sociale lasten die daar bovenuit gingen werd een suppletoir subsidie van / aangevraagd. In het subsidie was voor incidentele loonkostenstijgingen een compensatie van l'/o over het aan personeelskosten toegerekende deel en voor prijsstijgingen een compensatie van 4% over de rest opgenomen. Het subsidie bevatte voorts in verband mei vroeger gedane toezeggingen een accres van / voor de sectie Hoge-energiefysica van het NIKHEF, maar er was tevens een algemeen decres van f toegepast. Om in 1978 over een beleidsruimte van redelijke omvang te kunnen beschikken was medio 1977 besloten elke vrijkomende personeelsplaats voor de tijd van drie maanden te blokkeren en het aantal plaatsen waarover de werkgemeenschappen en instituten beschikten met 15 in te krimpen; daarvan werd in het vorig jaarverslag reeds melding gemaakt. In het begin van 1978 kon worden geconstateerd dat deze drastische operatie tot het beoogde resultaat had geleid. Er kon een beleidsruimte van ƒ worden uitgetrokken. Het tijdelijk blokkeren van vrijkomende personeelsplaatsen kon worden beëindigd. Een ernstige financiële tegenslag was dat in de loop van 1978 kwam vast te staan dat FOM de Nederlandse bijdrage aan het Europese kernfusieproject JET voor haar rekening diende te nemen zonder daarvoor in haar subsidie compensatie te ontvangen. Hierop wordt in paragraaf 3.2. nader ingegaan. Het investeringssubsidie voor grote apparatuur werd vastgesteld op ƒ Als zesde termijn voor de investeringsgelden, die voor 1978 nodig werden geacht voor de bouw van de versneller met behuizing voor de sectie Kernfysica van het NIKHEF, werd ƒ aangevraagd. In paragraaf 4 van het vorig jaarverslag werd melding gemaakt van het overleg tussen O en W, ZWO, FOM en IKO over de financiering van het basisinstrumentarium, dat nodig is om met de versneller onderzoek te kunnen verrichten. Dit overleg leidde begin 1978 tot overeenstemming. In het kader daarvan stelde het Ministerie van O en W een aanvullend investeringssubsidie ter beschikking van ƒ voor 1978 en ƒ voor De Nederlandse Organisatie ZWO voegde daaraan, ten laste van de eigen middelen 1977 ƒ en 1978 ƒ toe. De afspraak hield voorts in welke bedragen FOM in elk van de jarap,1978 t/m 1981 uit eigen middelen als extra bijdrage vdw de kosten van dit instrumentarium ter beschikking zou stellen.

19 18 FOM Naast de eerder genoemde subsidies stelde ZWO in 1978 / beschikbaar voor de voortzetting van een project op het gebied van energiegelieerd onderzoek. In het FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica vindt een onderzoek plaats over de laminaire supersone gas wervel. Dit project wordt gefinancierd door het Ministerie van O en W, dat via ZWO in 1978 ƒ voor dit doel ter beschikking stelde. Voorts verleende het Ministerie van O en W, ten behoeve van reizen in het kader van samenwerking met CERN een bijdrage van totaal / Naast subsidies van O en W en ZWO heeft FOM nog enkele andere bronnen van inkomsten. De belangrijkste daarvan is de Commissie van de Europese Gemeenschap, waarmee FOM samenwerkt in het kader van een associatiecontract (Euratom-FOM) op het gebied van plasmafysica en kernfusie. De daaruit voor 1978 voortvloeiende baten worden geraamd op ƒ Het Ministerie van Economische Zaken verleende steun voor een drietal projecten op het gebied van de technische fysica die in het kader van de beleidsruimte 1978 werden gehonoreerd. Deze bijdrage beliep voor 1978 / Het FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica voert in samenwerking met het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (R1V) onderzoekingen uit die betrekking hebben op identificatie van kleine hoeveelheden biologisch materiaal door middel van fysische technieken. Het RIV zegde hieraan in 1978 een bijdrage ter grootte van ƒ toe. De NV Philips' Gloeilampenfabrieken verleende een bijdrage van ƒ in de kosten van het onderzoek over de implantatie van ionen in vaste stof in het FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica. Op het terrein van het Instituut voor Kernphysisch Onderzoek is een ontwikkelingsgroep van genoemde NV gehuisvest. Deze verleent aan IKO een jaarlijkse vergoeding voor kosten van dienstverlening alsmede een bijdrage voor aankoop van apparatuur. In 1978 waren deze vergoeding en bijdrage tezamen ƒ Tot slot moet worden opgemerkt dat ook dit jaar nog geen zekerheid werd verkregen over een structurele compensatie in het subsidie van de kostenverhogingen die voortvloeien uit de eind 1973 vervallen mogelijkheid om bij invoer van wetenschappelijke apparatuur vrijdom van invoerrechten en omzetbelasting te krijgen en uit de invoering van de onroerend-goedbelasting. Wel ontving FOM over de jaren 1974 t/m 1977 ter compensatie van de vervallen vrijdom een bedrag van ƒ Wetenschapsbeleid en onderzoekbeleid in FOM 3.1. Beleidsruimte In paragraaf 3.2. van het jaarverslag 1976 werd melding gemaakt van het principebesluit van de Raad van Bestuur otn technisch-fysisch onderzoek in het FOM-programma op te nemen. Met de uitvoering van dit voornemen werd in het kader van de beleidsruimte 1978 een begin gemaakt. Deze beleidsruimte werd niet alleen zoals voorheen opengesteld voor aanvragen op het gebied van de fundamentele natuurkunde, maar ook voor het indienen van voorstellen voor technisch-fysische projecten. Voor de beleidsruimte 1978 werden in totaal 77 aanvragen ontvangen, waarvan 58 werden ingediend voor het gewone programma, 21 voor het programma technische natuurkunde en 2 voor beide. Van de 58 aanvragen die voor het gewone programma werden ingediend werden er twee uit de beoordelingsprocedure genomen. Eén omdat het project niet in het FOMprogramma paste en één omdat de aard van het voorstel het wenselijk maakte eerst internationaal expertadvies in te winnen. Onder de 56 overige bevonden zich 40 nieuwe projecten en 16 vervolgaanvragen. Van de 40 nieuwe werden er 11 gehonoreerd en 29 afgewezen. Van de 16 vervolgaanvragen werden 9 gecontinueerd en 7 beëindigd. Onder de 21 aanvragen die voor het programma technische natuurkunde werden ingediend, bevonden zich 19 nieuwe projecten en 2 vervolgaanvragen. Van deze 21 werden er 9, waaronder de 2 vervolgaanvragen, gehonoreerd en 12 afgewezen. De gehonoreerde projecten konden op drie na bij bestaande werkgroepen worden ondergebracht. Drie projecten op het gebied van de technische fysica pasten niet in een van de bestaande werkgemeenschappen. Ze werden als drie nieuwe werkgroepen (TF I, TFII en TF III) buiten de werkgemeenschappen onder de supervisie van de Speciale Commissie voor de Technische Fysica (SCTF) geplaatst. De SCTF werd gemachtigd voor alle gehonoreerde technisch-fysische projecten gebruikerscommissies in het leven te roepen met dien verstande dat dit voor projecten die onder een werkgemeenschap ressorteren in overleg met de commissie van die werkgemeenschap dient te geschieden. Drie technisch-fysische projecten, ondergebracht bij het FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica, de werkgroep VS-E en de nieuwe werkgroep TF I, worden door de Minister van Economische Zaken bekostigd Beleid op langere termijn Aan de groei van de omvang van de natuurkundebeoefening, die lange tijd als vanzelfsprekend werd ervaren, is in de loop van de laatste tien jaar geleidelijk

20 Verslag van het Uitvoerend Bestuur 19 een eind gekomen. De problemen die daaruit voortvloeien werden in het jaarboek 1976 kort aangeduid. Ze vormden aanleiding tot een reeks besprekingen, die tot doel hadden het Uitvoerend Bestuur een basis te verschaffen voor een beleidsnota aan de Raad van Bestuur. Deze beleidsnota, die in het jaarboek 1977 werd aangekondigd, kwam in het voorjaar van 1978 gereed. In deze nota worden aan de hand van een vijftal onderwerpen die in de voorgaande discussie aan de orde waren geweest, enkele beleidslijnen aangeduid waarlangs voorlopig zou moeten worden gewerkt. De volgende uiteenzetting beoogt hiervan een indruk te geven. De stagnatie in de groei heeft reeds geleid tot kritischer beoordeling, scherpere selectie, tal van besnoeiingen en vele afwijzingen ook van op zichzelf genomen goede voorstellen. Om te vermijden dat dit gepaard gaat met groeiende kritiek van betrokkenen op de gang van zaken en toenemende interne spanningen is veel wijsheid, overleg en geduld nodig. FOM hoeft evenwel niet te berusten in een hantering van de nullijn. In de eerste plaats omdat gebleken is dat wat de overheid daaronder verstaat niet overeenkomt met een gelijkblijvende hoeveelheid activiteiten, in de tweede plaats omdat er allerlei nieuwe ontwikkelingen zijn die extra middelen en mankracht vergen. In dit verband kan bijvoorbeeld worden verwezen naar het programma voor technische natuurkunde en de ontwikkeling van het NIKHEF. Het handhaven van een hoog onderzoeks- en opleidingsniveau in de natuurkunde is voor het handhaven van een gezonde hoogwaardige industrie, vooral door het ter beschikking komen van voor hun taak berekende onderzoekers, van grote betekenis. Inkrimping van het fundamentele onderzoekprogramma zou daarom funest zijn. In dat licht gezien is er geen aanleiding tot verlegging van het accent. Wel is het nodig het tot nu toe in de tweede geldstroom slechts zwak tot ontwikkeling gekomen technisch-wetenschappelijk onderzoek meer reliëf te geven. Het programma voor technische natuurkunde is daartoe een aanzet. Het vormt een poging het researchpotentieel van universiteiten en hogescholen meer dan in het verleden te betrekken bij het innovatieproces. Het onderzoekbeleid zal erop gericht moeten blijven het beste onderzoek te selecteren. Het mechanisme van de vergelijkende beoordeling dat daartoe in de afgelopen jaren is ontwikkeld, zou in stand moeten worden gehouden en waar nodig verbeterd, zowel in de beleidsruimte als binnen het kader van de werkgemeenschappen. Momenteel participeren het IKO, dat als sectie K in het NIKHEF zal opgaan en de sectie H van het NIKHEF nog niet in de beleidsruimte. Het is echter de bedoeling na de opbouwfase ook het NIKHEFprogramma via de beleidsruimte in competitie met de rest van de natuurkunde te brengen. Er zal naar worden gestreefd dat op den duur van de exploitatiebegroting van FOM ongeveer lo /o via de beleidsruimte wordt gedistribueerd. In de instituten waarvoor FOM (mede)- verantwoordelijkheid draagt staat de opbouw van de personeelsformatie naar functie-inhoud en de daarbij behorende salarisrang primair. Deze instituten dienen een formatie-opbouw te hebben waarbij doorlopen naar hogere rangen niet automatisch en ook niet alleen op grond van de kwaliteit van de betrokkene kan geschieden. De functie, die wordt vervuld, bepaalt de rang. Iedere salarisrang kan een eindrang zijn, Door de stagnatie in de groei zullen afgestudeerde en gepromoveerde onderzoekers meer dan vroeger de research verlaten. Er is echter niet voldoende aanleiding om tijdelijke posities in permanente om te zetten. Wel werd aanvaard dat het aantal tijdelijke 'post-doc' aanstellingen in vergelijking tot de situatie van enkele jaren geleden relatief enigszins kan toenemen. Het nationaal ontwikkelingsplan voor de kernfysica en hoge-energiefysica bestreek het tijdvak 1971 t/m In het vorig jaarboek werden de hoofdlijnen geschetst van het vervolgplan voor de jaren 1978 tot Voor de kernfysica zou de uitvoering hiervan een jaarlijks accres van 2"a (1 /o vereisen, voor de hoge-energiefysica een verdere groei naar het in 1983 te bereiken plafond van het oorspronkelijk voor 1978 vastgestelde plafond van 10 miljoen gulden per jaar (uitgedrukt in guldens). Het ZWO-bestuur deelde mee waardering te hebben voor de evaluatie van het kernfysisch onderzoek die een van de grondslagen van dit vervolgplan vormt. Naar de mening van het ZWO-bcstuur dient de kernfysica echter niet bevoordeeld te worden boven andere onderdelen van de natuurkunde binnen FOM. Daarom wordt het voor de uitvoering van dit plan nodig geachte jaarlijks accres van 2 1/ 2 <) /o moeilijk haalbaar geacht. Dit was voor het Uitvoerend Bestuur aanleiding de Commissie van de Werkgemeenschap voor Kernfysica te vragen welke consequenties dit voor de uitvoering van het plan met zich zou meebrengen. De commissie overwoog verschillende alternatieven. Dit leidde tot een advies dat neerkomt op een jaarlijkse flexibele aanpassing van het bestaande plan aan de beschikbare middelen. Langs deze weg wil de commissie zo veel mogelijk van het plan realiseren, zij het in een tempo dat lager zal liggen dan zij voor wenselijk houdt. Het Uitvoerend Bestuur kon zich met dit advies verenigen. Het blijft derhalve het drie-centra-plan steunen, zij het dat dit jaarlijks aan de beschikbare middelen zal moeten worden aangepast. Het Uitvoerend Bestuur besloot de Raad van Bestuur dienovereenkomstig te adviseren.

21 20 FOM De Minister van O en W stelde het subsidie-accres voor dehoge-energiefysica voor het jaar 1979 vast op M/ 1,4 en deelde aan ZWO en FOM mede dat overeenkomstige accressen van M/ 1,2 in 1980 en M/ 0,6 in 1981 (alle bedragen in 1978-guldens) afhankelijk zouden zijn van een nadere beslissing door de Ministerraad. Indien deze accressen zouden worden toegekend dan zou daarmee naar de mening van O en W in 1981 het eindniveau zijn bereikt. Dit eindniveau zou derhalve Mf 3,2 boven het niveau 1978 liggen, maar nog M/ 3,1 onder het door FOM berekende plafond. Ter voorbereiding van de bedoelde Ministerraadsbeslissing stelde de directeur van de sectie H van het NIKHEF, prof. dr. A. N. Diddens, een nota op, getiteld 'De ontwikkeling van de sectie H van het NIKHEF'. Het Interimbestuur van de sectie H onderschreef dit rapport. Het besloot de temporisering t/m 1981 te aanvaarden, maar was wel van mening dat na 1981 verdere groei naar het oorspronkelijk overeengekomen plafond zou moeten kunnen plaatsvinden. Het Uitvoerend Bestuur kon zich met deze conclusie verenigen en stelde ZWO hiervan op de hoogte. Het wees daarbij op de ingrijpende gevolgen van een verlaging van dat plafond met 14*/t mede in verband met de Nederlandse investeringen in CERN. In het begin van dit jaar vroeg ZWO globaal aan te geven welke belangrijke beleidsvoornemens en ontwikkelingsplannen in gevaar zouden komen bij toekenning van een subsidie voor 1979 dat reëel 2<>/o lager zou zijn dan dat verstrekt voor Daarop werd geantwoord dat al die voornemens die bij gelijkblijvend subsidie met heel veel moeite en na ingrijpende beslissingen nog juist kunnen worden gerealiseerd, bij een subsidieverlaging onmiddellijk in gevaar komen: de beleidsruimte, de technische fysica, het basisinstrumentarium voor de versnellerhallen van de sectie K van het NIKHEF. Voorts zou bij een subsidieverlaging de uitvoering van het plan voor de sectie H van het NIKHEF, waarvoor een subsidie-accres nodig is, in gevaar komen. Deze zogenaamde 'min 2<Yo-excercitie', de nota meerjarencijfers, de technische natuurkunde en de grote investeringen vormden onderwerp van een informatief gesprek tussen het Z WO-bes tuur en het Uitvoerend Bestuur van FOM, dat in februari plaatsvond. Dit gesprek was een van de aanleidingen tot het opstellen van een investeringsnota. Deze nota beoogt een schema te presenteren voor realisatie van investeringsplannen binnen het niveau dat in de relatie tot in het verleden geïnvesteerde bedragen en de hoogte van het huidige exploitatiesubsidie als adequaat mag worden beschouwd. De nota geeft een beredeneerde schatting van dit investeringsniveau. Deze komt uit op 11 miljoen gulden per jaar (in 1977-guldens) voor vervanging en vernieuwing zonder uitbreiding. De nota geeft een overzicht van de plannen waarvoor bij FOM gelden zijn aangevraagd en waarvoor FOM om ze te kunnen realiseren op haar beurt investeringssubsidies moet aanvragen, alsmede van de plannen die wel in FOM zijn besproken maar waarvoor de benodigde investeringsgelden niet door haarzelf worden aangevraagd. Vervolgens wordt een financieringsschema gegeven waarin binnen het genoemde niveau zijn ingepast: de FOMplannen, zij het met enige beperking en temporisering, alsmede een 50%-toerekening aan de andere plannen, waarmee de betekenis van deze andere plannen voor het FOM-onderzoek tot uitdrukking wordt gebracht. Deze investeringsnota die de jaren 1978 t/m 1983 bestrijkt werd tezamen met de nota meerjarencijfers 1980 t/m 1984 bij ZWO ingediend. Met betrekking tot het kernfusie-onderzoek valt in aansluiting op het vorige jaarverslag het volgende mee te delen. Het associatiecontract tussen Euratom en FOM, dat betrekking heeft op de jaren 1976 t/m 1980, werd begin 1978 getekend. In de loop van het jaar werd de overeenkomst tussen FOM en ECN die tot doel heeft hun onderzoekingen op het gebied van beheerste kernfusie en daarmee verbandhoudende plasmafysica en technologie, te coördineren in het kader van de Europese samenwerking op dit terrein, eveneens getekend. Het programma voor het FOM-Instituut voor Plasmafysica voor de jaren 1978 t/m 1980 werd vastgesteld. Het omvat onder meer de drie experimentele projecten waarop het instituut zich reeds een aantal jaren heeft geconcentreerd. In het vorig jaarboek werd melding gemaakt van het besluit van de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap met betrekking tot het JET-project en van de overgangsregeling die Euratom aan de geassocieerde instellingen voorlegde. Met het oog op de daaruit voortvk eiende financiële consequenties legde FOM deze op haar beurt voor aan ZWO en O en W. Het antwoord hierop leidde tot de volgende conclusies. De Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap richt een gemeenschappelijk onderneming op die het JET-project uitvoert. De met Euratom op het gebied van kernfusieonderzoek geassocieerde instellingen worden uitgenodigd aan deze gemeenschappelijke onderneming deel te nemen. FOM zal de Nederlandse deelnemer zijn. Zij moet de kosten daarvan zelf betalen, krijgt er geen extra subsidie voor, maar kan wel trachten een deel op ECN te verhalen. Op grond van deze conclusies werd de overgangsregeling aanvaard. De statuten voor de gemeenschappelijke onderneming en de daarbij behorende overeenkomst tussen Euratom en de geasso-

22 Verslag van het Uitvoerend Bestuur 21 cieerde instellingen alsmede de ondertekening van deze overeenkomst door alle partijen, kwam in de loop van het jaar tot stand. De kosten van JET worden voor 8O /o door de Europese Gemeenschap gedragen. Het gastland (Engeland) neemt lo /o voor zijn rekening. De overige 10% wordt jaarlijks omgeslagen over de met Euratom geassocieerde instellingen naar rato van het desbetreffende associatiebudget. Het FOM-aandeel in deze kosten is van de orde van een half miljoen gulden per jaar. Nederland is het enige land in de Europese Gemeenschap dat deze kosten op de geassocieerde instelling verhaalt en er geen afzonderlijke middelen voor ter beschikking stelt, hetgeen door FOM in hoge mate wordt betreurd. In het kader van de studies die verbandhouden met de plaats van de fysica in de samenleving kwam dit jaar een rapport gereed, getiteld 'Elektronenmicroscopie in Nederland, overzicht en evaluatie van 40 jaar speur- en ontwikkelingswerk in een technisch-fysisch specialisme' Organisatie van de wetenschapsbeoefening In de vorige jaarverslagen werd reeds melding gemaakt van de in 1975 door de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen ingestelde werkgroep de zogenaamde werkgroep RWO-overleg - die tot taak heeft een ontwerp te maken voor het samenspel tussen eerste en tweede geldstroom en voor het uitwerken van het voorstel om ZWO te laten uitgroeien tot de in de nota Wetenschapsbeleid voorgestelde RWO. Deze werkgroep bracht in 1978 haar eerste eindrapport uit. Het handelt over de organisatie en financiering van het universitaire onderzoek en de organisatie van de RWO. De toekomstige positie van de instituten die in het kader van de tweede geldstroom worden gefinancierd zal in een volgend rapport aan de orde komen. In het vorige jaarboek werd naar aanleiding van het interimrapport van de werkgroep opgemerkt dat FOM zich in grote lijnen kon verenigen met de door de werkgroep geschetste opzet. Nu deze op een aantal punten nader is uitgewerkt is er plaats voor enige kritiek die tot uiting komt in het FOM-commentaar, met name met betrekking tot de volgende punten. De RWO krijgt terecht tot taak op alle terreinen van wetenschappen een actief beleid te voeren. Wel moet goed worden onderzocht of methode en organisatievormen die voor de natuurwetenschappen zijn ontwikkeld voor alle wetenschapsgebieden de meest geëigende zijn. De voorgestelde structuur bergt het gevaar in zich van een te sterk centralisme. Dit bezwaar kan worden ondervangen wanneer het voorzittersoverleg een reële inhoud krijgt. De basisstructuur die een 15-tal afdelingen omvat, maakt een goede aansluiting bij de huidige situatie mogelijk. Wel dient uniformiteit te worden vermeden. Het eigen karakter en de bijzondere structuur van de thans bestaande stichtingen mogen niet onnodig te niet worden gedaan. Uniformiteit moet ook worden vermeden bij het onderbrengen van onderzoek in werkgemeenschappen. Het RWO-rapport onderstreept te weinig het belang van eenheid, van beleid, bestuur en beheer per afdeling van voldoende omvang. Om deze eenheid te bereiken is binnen de RWO een spreiding van verantwoordelijkheden nodig, die ook tot uiting moet komen in de wijze waarop het bureau wordt georganiseerd. Dit betekent dat grote afdelingen over een eigen bureau zullen moeten beschikken, wat niet wegneemt dat gezamenlijke huisvesting van de verschillende bureaus in één kantoorgebouw gewenst is. De samenvoeging van natuur- en sterrenkunde samen met de technische natuurkunde in één afdeling wordt door FOM toegejuicht. De driedeling van de eerste geldstroom die bedoeld is als berekeningsschema voor het bepalen van de omvang van de eerste geldstroom heeft in het RWO-rapport het karakter gekregen van compartimentalisering met barrières tussen de verschillende deelstromen. Daarmee ontstaat het gevaar van bureaucratisering en verkeerde besluiten op administratieve gronden die vreemd zijn aan de behoeften van het onderzoek. Voorts kan de wenselijke verhouding tussen eerste en tweede geldstroom voor de verschillende wetenschapsgebieden variëren. Zij is afhankelijk van de mate van bereidheid om het onderzoek te onderwerpen aan de beoordeling en prioriteitenstelling door de tweede geldstroomorganen. Zelfs voor de natuurkunde is een relatieve versterking van de tweede ten opzichte van de eerste geldstroom nog gewenst wanneer gestreefd wordt naar een zo doelmatig mogelijk aanwenden van de schaarse middelen. Absolute restricties ten aanzien van de looptijd van projecten en bijdragen aan infrastructuur uit de tweede geldstroom zijn echter uit den boze. De praktijk heeft bewezen dat flexibiliteit kan samengaan met een beleid dat in bijzondere gevallen steun van institutionele aard mogelijk maakt. Het RWO-rapport besteedt te weinig aandacht aan de plaats van het universitaire onderzoek met betrekking tot problemen in de samenleving. In de RWO-organisatie moeten mogelijkheden worden opengehouden om bij sommige onderdelen van het programma andere departementen dan uitsluitend O en W bij de besluitvorming te betrekken. Ook zal een bemoeienis van de RWO met toegepast universitair onderzoek intensivering van de contacten met TNO vereisen. De in het rapport beschreven structuur van de RWO is aanvaardbaar als streefmodel waarop nog belangrijke variaties mogelijk zouden moeten zijn. FOM pleit voor een geleidelijke overgang naar de nieuwe organisatiestructuur. Met de invoering van sommige veranderingen zou reeds een begin moeten worden gemaakt.

23 22 FOM Bij het opnemen van technische natuurkunde in het FOM-programma heeft zich de vraag voorgedaan of voor het onderbrengen van projecten op dit gebied een werkgemeenschap voor technische fysica zou moeten worden opgericht. Overwogen werd dat zo'n werkgemeenschap een tamelijk inhomogcen karakter zou krijgen. Bovendien bleek in de praktijk dat het merendeel van de aanvragen op dit gebied in bestaande werkgemeenschappen kon worden ondergebracht. Slechts voor drie projecten was dit niet het geval. Om deze redenen werd besloten vooralsnog geen werkgemeenschap voor technische fysica in het leven te roepen doch de drie bedoelde projecten onder de supervisie van de Speciale Commissie voor Technische Fysica te plaatsen. De Contactgroep Technische Halfgeleiderfysica en -Elektronica, bestaande uit onderzoekers die op dit gebied werkzaam zijn, gaf de wens te kennen nadere aansluiting bij FOM te verkrijgen. Ook hier deed zich de vraag voor of het oprichten van een nieuwe werkgemeenschap voor dit gebied van onderzoek gewenst zou zijn. Het Uitvoerend Bestuur overwoog dat het beleid van FOM er de laatste twintig jaar op gericht is geweest dat een werkgemeenschap een gebied van de fysica bestrijkt en zich niet beperkt tot een bepaalde techniek. Daar komt bij dat onderzoek op het onderhavige gebied tal van aanrakingspunten heeft met de Werkgemeenschap voor de Vaste Stof en ook met dat van de Werkgemeenschap 'Metalen FOM-TNO'. Dit was aanleiding om de commissies van deze beide werkgemeenschappen om advies te vragen. De inhoud van deze adviezen, de overwegingen van het Uitvoerend Bestuur en het overleg met de contactgroep leidde tot een aantal afspraken waarvan de belangrijkste hier kort worden weergegeven. De contactgroep beslist zelf over haar samenstelling. FOM is bereid de contactgroep bij te staan door het verlenen van secretariaatshulp en administratieve steun. De contactgroep krijgt geen eigen budget. Aanvragen voor projectsteun kunnen op de gebruikelijke wijze worden ingediend. Met betrekking tot voorstellen voor onderzoek op het desbetreffende gebied zal FOM het advies van de contactgroep inwinnen. Voortgangsverslagen van onderzoek op het gebied van halfgeleiders zullen tussen de contactgroep en de betrokken werkgemeenschappen worden uitgewisseld. Voor steun uit de O en W-sfeer zal de contactgroep zich niet rechtstreeks doch slechts via FOM tot de subsidiegever wenden. In het kader van de organisatie van de wetenschapsbeoefening kan tot slot nog worden gewezen op de totstandkoming van de overeenkomst tussen FOM en ECN op het gebied van kernfusie-onderzoek waarover in paragraaf 3.2. reeds werd bericht en op de totstandkoming van een overeenkomst tussen FOM. IKO en VU met betrekking tot onderzoek bij de nieuwe 300 MeVversneller. Hierop wordt in paragraaf 4 nader ingegaan. 4. Instituten en werkgroepen In paragraaf 1 van dit verslag werd reeds gewezen op de nauwe relaties die elk van de door FOM gefinancierde instituten met verschillende universiteiten heeft en op de banden van deze instituten met de werkgemeenschappen waardoor deze instituten in belangrijke mate bijdragen tot de coördinatie van het natuurkundig onderzoek in Nederland. De relatie tot de universiteiten werd dit jaar nog versterkt door de benoeming tot bijzonder hoogleraar van dr. M. J. van der Wiel, adjunct-directeur van het FOM-Instituut voor Atoom- en Molccuulfysica, aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, dr. H. de Kluiver, groepsleider bij het FOM-Instituut voor Plasmafysica, aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en dr. A. N. Diddens, directeur van de sectie H van hét NIKHEF, aan de Rijksuniversiteit te Leiden. De band met de werkgemeenschappen wordt geïllustreerd door de volgende feiten. Het FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica is vertegenwoordigd in de Commissies van de Werkgemeenschappen voor Atoomfysica, Molecuulfysica, Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica en het huisvest een onderzoek van de Werkgemeenschap voor de Vaste Stof en een werkgroep van de Werkgemeenschap voor Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica. Het FOM-Instituut voor Plasmafysica maakt deel uit van de Werkgemeenschap voor Thermonucleair Onderzoek en Plasmafysica en het is vertegenwoordigd in de Beleidscommissie voor het FOM-Instituut voor Atoomen Molecuulfysica. Het 1KO, de toekomstige sectie K van het NIKHEF, is een van de drie centra in het nationale plan voor de kernfysica. Het is vertegenwoordigd in de Werkgemeenschap voor Kernfysica en het heeft een nauwe samenwerking met de vakgroep Kernfysica van de Vrije Universiteit waarmee het door een overeenkomst is verbonden. De sectie H van het NIKHEF omvat al het Nederlandse onderzoek op het gebied van de experimentele hoge-energiefysica en heeft nauwe banden met de betrokken vakgroepen van de Universiteit van Amsterdam en de Katholieke Universiteit Nijmegen, waarmee het door een overeenkomst tussen deze twee universiteiten, FOM en IKO verbonden is. Het Kernfysisch Versneller Instituut te Groningen wordt door FOM en de Rijksuniversiteit Groningen samen gefinancierd en beheerd, het maakt deel uit van de Werkgemeenschap voor Kernfysica en het is een van de drie centra in het nationale plan voor kernfysica. In het vorig jaarboek werd melding gemaakt van het plan om het project flashpyrolyse, dat in het FOM- Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica in samenwerking met het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid wordt uitgevoerd, met ingang van 1978 als werkgroep

stichting voor fundamenteel onderzoek der materie stichting instituut voor kemphysisch onderzoek

stichting voor fundamenteel onderzoek der materie stichting instituut voor kemphysisch onderzoek stichting voor fundamenteel onderzoek der materie stichting instituut voor kemphysisch onderzoek is Aangeboden door de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie en de Stichting Instituut voor Kemphysisch

Nadere informatie

jaarboek'76 stichting instituut voor

jaarboek'76 stichting instituut voor i S stichting instituut voor jaarboek'76 JAARBOEK 1976 Aangeboden door de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie en de Stichting Instituut voor Kernphysisch Onderzoek. With the compliments of

Nadere informatie

JAARBOEK 1979. Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Foundation for Fundamental Research on Matter

JAARBOEK 1979. Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Foundation for Fundamental Research on Matter JAARBOEK 1979 JAARBOEK 1979 Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Foundation for Fundamental Research on Matter Stichtin g Instituut voor Kernphysisch Onderzoek Foundation Institute for Nuclear

Nadere informatie

IKD JAARBOEK 1980. Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Foundation for Fundamental Research on Matter

IKD JAARBOEK 1980. Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Foundation for Fundamental Research on Matter Il Ml 5i '*" JAARBOEK 1980 1 JAARBOEK 1980 IKD Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie Foundation for Fundamental Research on Matter Stichting Instituut voor Kernphysisch Onderzoek Foundation

Nadere informatie

Jaarboek '83 STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE

Jaarboek '83 STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE Jaarboek '83 STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE Een magnetische lens van de axiale injector van het cyclotron van het Kernfysisch Versneller instituut te Groningen. Op de bladzijden 2 en

Nadere informatie

Treden die lijken te leiden naar het Natuurkundig Laboratorium der Vrije Universiteit te Amsterdam.

Treden die lijken te leiden naar het Natuurkundig Laboratorium der Vrije Universiteit te Amsterdam. NL90C0861-863 Treden die lijken te leiden naar het Natuurkundig Laboratorium der Vrije Universiteit te Amsterdam. Jaarboek '81 Jaarboek '81 STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE FOUNDATION

Nadere informatie

Huygens Institute - Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW)

Huygens Institute - Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW) Huygens Institute - Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW) Citation: R.H. Siemssen, Levensbericht H. Brinkman, in: Levensberichten en herdenkingen, 1994, Amsterdam, pp. 13-16 This PDF was

Nadere informatie

Jaarboek 1986. ^JSttëP* STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE NL9CC0876-877. j yj yj u u

Jaarboek 1986. ^JSttëP* STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE NL9CC0876-877. j yj yj u u Jaarboek 1986 STICHTING VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK DER MATERIE NL9CC0876-877 ^JSttëP* j yj yj u u Een artist's impression van een metaaloppervlak dat onder hoogvacuqm met atomen wordt beschoten Afgebeeld

Nadere informatie

Leraar in onderzoek. Exacte Wetenschappen. Onderzoeksprogramma voor wis- en natuurkundedocenten

Leraar in onderzoek. Exacte Wetenschappen. Onderzoeksprogramma voor wis- en natuurkundedocenten Exacte Wetenschappen Leraar in onderzoek Onderzoeksprogramma voor wis- en natuurkundedocenten Den Haag, mei 2010 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Inhoud 1 Inleiding 3 2 Doel 4 3

Nadere informatie

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM Regeling studiefaciliteiten duurzame inzetbaarheid Vastgesteld bij besluit nr. 2015cb0168 van het College van Bestuur op 18 mei 2015 Deze regeling treedt in werking per 1 juni 2015 en vervangt de Regeling

Nadere informatie

Besluit van 2 maart 1994, houdende vaststelling van een reglement van orde voor de ministerraad*

Besluit van 2 maart 1994, houdende vaststelling van een reglement van orde voor de ministerraad* Besluit van 2 maart 1994, houdende vaststelling van een reglement van orde voor de ministerraad* Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 378 Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van

Nadere informatie

Regeling begeleiding studenten universitaire lerarenopleidingen

Regeling begeleiding studenten universitaire lerarenopleidingen OCenW-Regelingen Bestemd voor: c universiteiten met een universitaire lerarenopleiding. Algemeen verbindend voorschrift Datum: 19 oktober 1999 Kenmerk: WO/B-1999/16107 Datum inwerkingtreding: zie artikel

Nadere informatie

Rapport ad hoc-commissie Wetenschappelijke Integriteit Tilburg University

Rapport ad hoc-commissie Wetenschappelijke Integriteit Tilburg University Rapport ad hoc-commissie Wetenschappelijke Integriteit Tilburg University Prof. Dr. Ton Hol, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht (voorzitter) Prof. Dr. em. Léon de Caluwé (VU) (tevens consultant) Dr.

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016 De Colleges van Bestuur van: GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016 de Erasmus Universiteit Rotterdam; de Radboud Universiteit Nijmegen; de Rijksuniversiteit Groningen;

Nadere informatie

Een lantaarnpaal voor Transitorium III, gelegen in het universitaire complex "De Uithof", van de Rijksuniversiteit Utrecht. Op de bladzijden 2 en 21

Een lantaarnpaal voor Transitorium III, gelegen in het universitaire complex De Uithof, van de Rijksuniversiteit Utrecht. Op de bladzijden 2 en 21 Jaarboek '82 Een lantaarnpaal voor Transitorium III, gelegen in het universitaire complex "De Uithof", van de Rijksuniversiteit Utrecht. Op de bladzijden 2 en 21 wordt vervolgens meer afstand genomen.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 15 637 Casinospelen Nr. 2 Het vroegere stuk is gedrukt in de zitting 1978-1979 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de heer Voorzitter

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen: [naam appellant], wonende te [naam woonplaats], appellant,

Uitspraak in de zaak tussen: [naam appellant], wonende te [naam woonplaats], appellant, Zaaknummer: 2009/025 Rechter(s): mrs. Nijenhof, Lubberdink, Borman Datum uitspraak: 19 oktober 2009 Partijen: Appellant tegen Technische Universiteit Delft Trefwoorden: Erkenning bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

College van Gedeputeerde Staten statenvoorstel. Aan Provinciale Staten, PS2008MME13-1 -

College van Gedeputeerde Staten statenvoorstel. Aan Provinciale Staten, PS2008MME13-1 - PS2008MME13-1 - College van Gedeputeerde Staten statenvoorstel Datum : 6 mei 2008 Nummer PS : PS2008MME13 Afdeling : ECV Commissie : MME Registratienummer : 2008int221948 Portefeuillehouder : Ekkers Titel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 180 Besluit van 8 april 2014 tot wijziging van het Besluit Nationale Unesco Commissie inzake de nieuwe Koninkrijksverhoudingen, de uitvoeringspraktijk

Nadere informatie

besluit voor de procedure voor de instelling van leerstoelen en de benoeming van gewoon en bijzonder hoogleraren de volgende regeling vast te stellen:

besluit voor de procedure voor de instelling van leerstoelen en de benoeming van gewoon en bijzonder hoogleraren de volgende regeling vast te stellen: Procedureregeling instelling leerstoelen en Het college van bestuur, gehoord de decanen, besluit voor de procedure voor de instelling van leerstoelen en de benoeming van gewoon en bijzonder hoogleraren

Nadere informatie

BESTUURSOVEREENKOMST Culturele Hoofdstad 2018

BESTUURSOVEREENKOMST Culturele Hoofdstad 2018 Beslisdocument Investeringdsdossier 2018 BIJLAGE 3 BESTUURSOVEREENKOMST Culturele Hoofdstad 2018 Concept van 12 april 2012 Partijen: 1. de provincie Noord-Brabant, zetelend te s-hertogenbosch, te dezen

Nadere informatie

GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES

GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES November 2006 1 GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES PRINCIPES I. Naleving en handhaving van de code Het bestuur 1 en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland -

Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland - Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland - Het doel van de Regels topsectoren en innovatie (VITGETOPINNO2014) is het stimuleren van projecten binnen de prioritaire Programma's Topsectoren

Nadere informatie

. De Stichting verstrekt opdrachten aan zij, vormt stuurgroepen. en studieéomlnissi(!s voor onderwerpen die zij in opdracht geeft.

. De Stichting verstrekt opdrachten aan zij, vormt stuurgroepen. en studieéomlnissi(!s voor onderwerpen die zij in opdracht geeft. Het.döel de Stichting Bouwresearch is. het bevorderen, subsidiëren en coördineren van het wetenschappelijk onderzoek en de opleiding ten behoeve van de bouwnijverheid.. [art. 2 van de statuten van de Stichting

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. De secretaris-generaal

EUROPEES PARLEMENT. De secretaris-generaal EUROPEES PARLEMENT De secretaris-generaal NOTA TER ATTENTIE VAN DE LEDEN VAN HET BUREAU 7.12.2004 Betreft: Behoefte aan kantoor- en opslagruimte in Brussel Pand aan de Wiertzstraat 30/50 - huur van 2 verdiepingen

Nadere informatie

Regeling nevenwerkzaamheden Tilburg University

Regeling nevenwerkzaamheden Tilburg University Regeling nevenwerkzaamheden Tilburg University vastgesteld door het CvB met instemming van het Lokaal Overleg op 20 april 2006 Het College van Bestuur van Tilburg University, overwegende dat: betaalde

Nadere informatie

Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden zorgdrager minister van BZK, beleidsterrein Nationale Ombudsman over de periode

Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden zorgdrager minister van BZK, beleidsterrein Nationale Ombudsman over de periode Aan De Staatssecretaris van Onderwijs, en Wetenschappen P/a de algemene rijksarchivaris Postbus 90520 2509 LM s-gravenhage Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden zorgdrager minister van BZK,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Regeling nationale EZ-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Regeling nationale EZ-subsidies wordt als volgt gewijzigd: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 46243 17 december 2015 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 december 2015, nr. WJZ / 15166404, houdende

Nadere informatie

Life Sciences & Health TKI 2015

Life Sciences & Health TKI 2015 Life Sciences & Health TKI 2015 TKI LSH Match regeling voor publiek-private samenwerking Oproep tot het indienen van aanvragen voor de TKI- regeling voor de Topsector Life Sciences & Health 1. Regeling

Nadere informatie

Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015)

Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015) Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015) Hieronder volgt een overzicht van de stappen in de formele procedure die uiteindelijk wordt afgesloten door

Nadere informatie

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam Het doel van de Stichting is het coördineren, stimuleren en begeleiden van speurwerk op het gebied van de bouwvoorbereiding, de bouwtechniek en de bedrijfstechniek in de bouwnijverheid, alsmede de verbreiding

Nadere informatie

Commissiereglement NBA

Commissiereglement NBA Commissiereglement NBA 1. Grondslag 1.1 Dit reglement kent als grondslag artikel 11, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep. Daarin is bepaald dat het bestuur de NBA bestuurt. 2. Overwegingen

Nadere informatie

Stichting Kunst in het Kerkje Velp/Grave

Stichting Kunst in het Kerkje Velp/Grave Bestuurs- reglement Stichting Kunst in het Kerkje Velp/Grave 1/9 BESTUURSREGLEMENT Stichting Kunst in het Kerkje Velp/Grave Het bestuur van de Stichting Kunst in het Kerkje, gevestigd te Grave, besluit

Nadere informatie

Geheimhoudingsverklaring en disclaimer Selectie- en verkoopprocessen NS Stations V&O. NS Stations Legal

Geheimhoudingsverklaring en disclaimer Selectie- en verkoopprocessen NS Stations V&O. NS Stations Legal Geheimhoudingsverklaring en disclaimer Selectie- en verkoopprocessen NS Stations V&O NS Stations Legal GEHEIMHOUDINGSVERKLARING/DISCLAIMER Selectie- en verkoopprocessen NS Stations V&O Inzake object voormalig

Nadere informatie

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg Nieuwsflits Inhoud Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg 1. Adviesrapport bureau HHM is openbaar gemaakt Pagina 1 2. Conclusies en advies HHM voor toekomst Pagina 1 3. Kamerbrief

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1980-1981 16815 Toelatingscriteria numerus fixus-studierichtingen voor het studiejaar 1981-1982 Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN KV JURIDISCHE DIENSTVERLENING. Artikel 1: Definities

ALGEMENE VOORWAARDEN KV JURIDISCHE DIENSTVERLENING. Artikel 1: Definities ALGEMENE VOORWAARDEN KV JURIDISCHE DIENSTVERLENING Artikel 1: Definities a. KV: KV Juridische Dienstverlening gevestigd en kantoorhoudende te Nijmegen. b. Cliënt: contractspartij van KV; iedere natuurlijke

Nadere informatie

STATUTEN Stichting Adelante Zorg met ingang van 28-7-2015

STATUTEN Stichting Adelante Zorg met ingang van 28-7-2015 21500421 sr / 59065 STATUTEN Stichting Adelante Zorg met ingang van 28-7-2015 STATUTEN: NAAM EN ZETEL Artikel 1. De stichting is genaamd: Stichting Adelante Zorg. Zij heeft haar zetel te Heerlen. DOEL

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Zitting 1982-1983 Nr. 51 16106 Wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, de Wet universitaire bestuurshervorming 1970 en de Wet van 12 november 1975, Stb.

Nadere informatie

Uw kenmerk GVM/Vz/2109630 Dossier/volgnummer 55807A-038

Uw kenmerk GVM/Vz/2109630 Dossier/volgnummer 55807A-038 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw dr. E. Borst-Eilers Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG Bijlagen Een Inlichtingen bij Uw kenmerk GVM/Vz/2109630 Dossier/volgnummer 55807A-038 G. van

Nadere informatie

BESTUURSOVEREENKOMST Culturele Hoofdstad 2018

BESTUURSOVEREENKOMST Culturele Hoofdstad 2018 BESTUURSOVEREENKOMST Culturele Hoofdstad 2018 Concept van 1 februari 2012 Partijen: 1. de provincie Noord-Brabant, zetelend te s-hertogenbosch, te dezen vertegenwoordigd door prof. dr. W.B.H.J. van de

Nadere informatie

VIJFDE NOTA VAN WIJZIGING. Ontvangen. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

VIJFDE NOTA VAN WIJZIGING. Ontvangen. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 31 996 Regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten)

Nadere informatie

Huishoudelijk Reglement van de Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren ( VOI E )

Huishoudelijk Reglement van de Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren ( VOI E ) Huishoudelijk Reglement van de Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren ( VOI E ) INHOUDSOPGAVE OVERWEGINGEN ALGEMEEN 1. Definities 2. Het lidmaatschap CONTRIBUTIEREGELING

Nadere informatie

Verklaring van belangen

Verklaring van belangen Verklaring van belangen Algemeen Titel(s) Voornaam Prof. dr. Frans G.M. Tussenvoegsels Achternaam Afdeling (Voor externe experts, wilt u aangeven voor welke afdeling van het CBG u werkt) Functienaam Omschrijving

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 2.6, eerste lid, en 7.4a, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Gelet op de artikelen 2.6, eerste lid, en 7.4a, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; CONCEPT Besluit van tot wijziging van onder meer het Bekostigingsbesluit WHW in verband met wijziging van de bekostiging van de universiteiten per 2005 Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs,

Nadere informatie

Agendanummer: Begrotingswijz.:

Agendanummer: Begrotingswijz.: Agendanummer: Begrotingswijz.: CS1 Notitie samenwerking en spreiding kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en primair Onderwerp : onderwijs 'Een stap in het bundelen van krachten' Kenmerk: 10/0025968 Aan de

Nadere informatie

Bestuurscode Prins Bernhard Cultuurfonds

Bestuurscode Prins Bernhard Cultuurfonds Bestuurscode Prins Bernhard Cultuurfonds Preambule Bij het opstellen van onderhavige bestuurscode is uitgegaan van de richtlijnen die zijn vastgesteld door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) in het

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard!

Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! > www.vrom.nl Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! 2e Tender Waddenfonds 8 september tot en met 17 oktober 2008 Investeren in het waddengebied is de moeite meer dan waard! 2e Tender

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121

GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121 GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121 Burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis; gezien de instemming van de plaatselijke commissie voor georganiseerd overleg; besluiten: vast te stellen de volgende: VERORDENING,

Nadere informatie

Ten behoeve van het Stimuleringsfonds voor de Pers

Ten behoeve van het Stimuleringsfonds voor de Pers Controleprotocol Ten behoeve van het Stimuleringsfonds voor de Pers April 2010 Dit rapport heeft 9 pagina s controleprotocol Inhoudsopgave 1 Algemeen 1 1.1 Inleiding 1 1.2 Uitgangspunten 2 1.3 Doel en

Nadere informatie

Procedureoverzicht Promotietraject (Promotiereglement 2015)

Procedureoverzicht Promotietraject (Promotiereglement 2015) overzicht Promotietraject (Promotiereglement 2015) Hieronder volgt een overzicht van de stappen in de formele procedure die uiteindelijk wordt afgesloten door de openbare verdediging van het proefschrift.

Nadere informatie

Stimulering Europees Onderzoek

Stimulering Europees Onderzoek Call for proposals Stimulering Europees Onderzoek 2015 Den Haag, juli 2015 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Achtergrond 1 1.2 Beschikbaar budget 1 1.3 Geldigheidsduur

Nadere informatie

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 30 318 Voorstel van wet tot aanpassing van en verbeteringen in diverse wetten in verband met de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede enkele andere correcties (Aanpassings-

Nadere informatie

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht 2015 1 INHOUD Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Definities... 3 Artikel 2 Wettelijke

Nadere informatie

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 60.771/3 van 30 januari 2017 over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 en het Subsidiebesluit

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 17949 30 juni 2014 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 24 juni 2014, nr. WJZ / 14104796, tot wijziging

Nadere informatie

Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten van Stichting Vocallis.

Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten van Stichting Vocallis. BESTUURSREGLEMENT Vastgesteld door het bestuur op 6 mei 2015. Hoofdstuk I. Algemeen. Artikel 1. Begrippen en terminologie. Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten

Nadere informatie

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW)

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) 14 november 2014 2 PROGRAMMA ESFRI Roadmap, wat is het en waar doen we het voor? Roadmap 2016 Verschillen met vorige Schets

Nadere informatie

Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden beleidsterrein Waarborgen van platina, gouden en zilveren voorwerpen over de periode

Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden beleidsterrein Waarborgen van platina, gouden en zilveren voorwerpen over de periode Aan De Staatssecretaris van Onderwijs, en Wetenschappen P/a de algemene rijksarchivaris Postbus 90520 2509 LM s-gravenhage Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden beleidsterrein Waarborgen van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 536 Besluit van 24 oktober 2011, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van het bepaalde in artikel 5a.11,

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT bij Stichting VU-VUmc (Dhr. L.M. Bouter) Plaats: Utrecht Bestuursnummer: 75792 Onderzoeksnummer: 276697 Datum onderzoek: najaar 2014 Datum vaststelling: 28 april

Nadere informatie

Raadsvergadering (besluitvormend) 0 van 29 april 2003 Agendapunt 9. Wijziging IZA Nederland regeling/fusie werkorganisatie IZA/VGZ

Raadsvergadering (besluitvormend) 0 van 29 april 2003 Agendapunt 9. Wijziging IZA Nederland regeling/fusie werkorganisatie IZA/VGZ Raadsvergadering (besluitvormend) 0 van 29 april 2003 Agendapunt 9 Onderwerp: Wijziging IZA Nederland regeling/fusie werkorganisatie IZA/VGZ Schiermonnikoog, 22 april 2003 Aan de Gemeenteraad Toelichting

Nadere informatie

rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies

rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies de jonge akademie rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies samenvatting De afgelopen jaren hebben de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW),

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34071 26 november 2014 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 november 2014, nr. WJZ / 14185380, tot wijziging

Nadere informatie

I nventarisatie onderzoeksinstellingen in de bouwnijverheid. r(br Stichting Bouwresearch. Copyright SBR, Rotterdam

I nventarisatie onderzoeksinstellingen in de bouwnijverheid. r(br Stichting Bouwresearch. Copyright SBR, Rotterdam I nventarisatie onderzoeksinstellingen in de bouwnijverheid 158 r(br Stichting Bouwresearch rapporteurs: ir. M. G. M. Nelissen mw. J. Haverkamp Twijnstra Gudde NV Inventarisatie onderzoeksinstellingen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 februari 2000 Rapportnummer: 2000/036

Rapport. Datum: 2 februari 2000 Rapportnummer: 2000/036 Rapport Datum: 2 februari 2000 Rapportnummer: 2000/036 2 Klacht Op 27 augustus 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw Z. te 's-gravenhage, met een klacht over een gedraging

Nadere informatie

Stimulering Europees Onderzoek

Stimulering Europees Onderzoek Call for proposals Stimulering Europees Onderzoek 2016 Den Haag, oktober 2016 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Achtergrond 1 1.2 Beschikbaar budget 1 1.3

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1974-1975 13 412 Protocol van de regeringsconferentie Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, van 20 en 21 mei te Paramaribo, en de conclusies van het

Nadere informatie

Overzicht aangesloten instellingen

Overzicht aangesloten instellingen Overzicht aangesloten instellingen - A - Academisch Medisch Centrum (AMC) Academisch Ziekenhuis Maastricht Amarantis Onderwijsgroep Amphia Ziekenhuis Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten ArtEZ Astronomische

Nadere informatie

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Soort document Algemeen verbindend voorschrift Datum 30 oktober 2000 Kenmerk PO/PJ-2000-37542 Datum inwerkingtreding zie

Nadere informatie

Nota van B&W. Onderwerp Kredietafwikkeling Stadsdeelhart Schalkwijk. B&W-besluit:

Nota van B&W. Onderwerp Kredietafwikkeling Stadsdeelhart Schalkwijk. B&W-besluit: Onderwerp Kredietafwikkeling Stadsdeelhart Schalkwijk Nota van B&W Portefeuille J. Nieuwenburg Auteur Alex Jansen Telefoon 5113661 E-mail: a.jansen@haarlem.nl SO/PM Reg.nr. 2007/215162 Bijlage A B & W-vergadering

Nadere informatie

Satuten van het Broederschap der Notariële Studenten te Leiden

Satuten van het Broederschap der Notariële Studenten te Leiden Satuten van het Broederschap der Notariële Studenten te Leiden Naam, Zetel en Doel. Artikel 1. De vereniging draagt de naam: 'Broederschap der Notariële Studenten te Leiden' en is opgericht op twintig

Nadere informatie

Rapport. Afwijzing kwijtscheldingsverzoek. Datum: 23 december 2014 Rapportnummer: 2014/223

Rapport. Afwijzing kwijtscheldingsverzoek. Datum: 23 december 2014 Rapportnummer: 2014/223 Rapport Afwijzing kwijtscheldingsverzoek Datum: 23 december 2014 Rapportnummer: 2014/223 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat de directeur van de Belastingdienst op 16 juni 2014 haar beroep tegen de

Nadere informatie

4. Bij voorkeur zal de raad van toezicht van Stichting P60 bij de werving van nieuwe toezichthouders buiten het eigen netwerk zoeken.

4. Bij voorkeur zal de raad van toezicht van Stichting P60 bij de werving van nieuwe toezichthouders buiten het eigen netwerk zoeken. REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Opgesteld door de voorzitter op 25.03.2013 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 27.05.2013 te Amstelveen HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit

Nadere informatie

Het doel van de Research- en developmentaftrek (RDA) is het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling door het Nederlandse bedrijfsleven.

Het doel van de Research- en developmentaftrek (RDA) is het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling door het Nederlandse bedrijfsleven. Research- en developmentaftrek Het doel van de Research- en developmentaftrek (RDA) is het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling door het Nederlandse bedrijfsleven. Algemene informatie Aanvraagtermijn:

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. Geachte Voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. Geachte Voorzitter, Directie Regionale Zaken De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 21 december 2006 DRZ. 2007/256 30 januari 2007

Nadere informatie

Huygens Institute - Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW)

Huygens Institute - Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW) Huygens Institute - Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW) Citation: H. Brinkman, Levensbericht H. de Vries, in: Jaarboek, 1960-1961, Amsterdam, pp. 298-301 This PDF was made on 24 September

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 3714 25 januari 2017 Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie Het bestuur van stichting Fonds

Nadere informatie

: Nieuw belastingstelsel

: Nieuw belastingstelsel A L G E M E E N B E S T U U R Vergadering d.d. : 7 september 2011 Agendapunt: 7 Onderwerp : Nieuw belastingstelsel KORTE SAMENVATTING: In het Bestuursakkoord Water is overeengekomen dat de waterschappen

Nadere informatie

koepelorganisatie voor vrouwenhulpverlening en

koepelorganisatie voor vrouwenhulpverlening en gemeente Eindhoven Gemeentelijke Gezondheidsdienst Raadsbijlage nummer 265 Inboeknummer OOU002750 Beslisdatum B&W 5 december 2000 Dossiernummer 049.212 Raadsbijlage Voorstel tot het vaststellen van het

Nadere informatie

Datum 20 december 2013 Betreft Antwoorden op vragen van het lid Klaver over belangenverstrengeling hoogleraren financiële sector

Datum 20 december 2013 Betreft Antwoorden op vragen van het lid Klaver over belangenverstrengeling hoogleraren financiële sector >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Onderzoek en Wetenschapsbeleid IPC 4100 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

onderzoeksopzet effecten van subsidies

onderzoeksopzet effecten van subsidies onderzoeksopzet effecten van subsidies september 2010 1 inleiding Het toekennen van subsidies is voor de gemeente een belangrijk middel om zijn doelen te realiseren. Dit kunnen doelen zijn op het terrein

Nadere informatie

AKKOORD TUSSEN DE REGERING VAN DE STAAT ISRAËL DE VLAAMSE REGERING INZAKE DE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING IN DE INDUSTRIE

AKKOORD TUSSEN DE REGERING VAN DE STAAT ISRAËL DE VLAAMSE REGERING INZAKE DE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING IN DE INDUSTRIE AKKOORD TUSSEN DE REGERING VAN DE STAAT ISRAËL EN DE VLAAMSE REGERING INZAKE DE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING IN DE INDUSTRIE AKKOORD TUSSEN DE REGERING VAN DE STAAT ISRAËL EN

Nadere informatie

HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE

HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE Vastgesteld door de RvC op 10 maart 2010 1 10 maart 2010 INHOUDSOPGAVE Blz. 0. Inleiding... 3 1. Samenstelling... 3 2. Taken en bevoegdheden... 3 3. Taken betreffende

Nadere informatie

Postbus 948 4600 AX Bergen op Zoom. Stichting Sociaal Fonds Essent

Postbus 948 4600 AX Bergen op Zoom. Stichting Sociaal Fonds Essent Postbus 948 4600 AX Bergen op Zoom Stichting Sociaal Fonds Essent Reglement 2014 Algemeen Artikel 1 1. De Stichting Sociaal Fonds Essent heeft blijkens artikel 3 van de statuten ten doel financiële steun

Nadere informatie

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies; Besluit: Artikel I

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies; Besluit: Artikel I Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van houdende wijziging van de Subsidieregeling donatie bij leven in verband met verlenging van de werkingsduur en actualisering De Minister

Nadere informatie

in het geschil tussen: de medezeggenschapsraad van het A College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR gemachtigde: mr. E.J.M.

in het geschil tussen: de medezeggenschapsraad van het A College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR gemachtigde: mr. E.J.M. S AMENV ATTING 08.023 / 104010 Interpretatiegeschil VO - artikel 4 lid 3, artikel 21 lid 2 en artikel 2 jo 11 onder h WMS m.b.t. de medezeggenschapsstructuur, de procedure van vaststelling van medezeggenschapsdocumenten,

Nadere informatie

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken; Tijdelijke regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 september 2016, nr. MBO/1051808, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende middelen ten behoeve van een voorziening

Nadere informatie

kenmerk 752842 De ondergetekenden:

kenmerk 752842 De ondergetekenden: Verlengd Convenant inzake de Samenwerking tussen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Financiën, d.d. Vil april 2015 kenmerk 752842 De ondergetekenden: - Namens de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13672 27 mei 2013 Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Nadere informatie

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden Bijlage 1 bij ledenbrief ECCVA/U201201556 Bijlage 1 CAR Teksten A Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden HOOFDSTUK 17 OPLEIDING EN ONTWIKKELING Ontwikkeling en mobiliteit

Nadere informatie

TOELICHTING OP DE AGENDA VOOR DE JAARVERGADERING VAN KONINKLIJKE DSM N.V. TE HOUDEN OP 31 MAART 2004

TOELICHTING OP DE AGENDA VOOR DE JAARVERGADERING VAN KONINKLIJKE DSM N.V. TE HOUDEN OP 31 MAART 2004 TOELICHTING OP DE AGENDA VOOR DE JAARVERGADERING VAN KONINKLIJKE DSM N.V. TE HOUDEN OP 31 MAART 2004 TOELICHTING OP AGENDAPUNT 2 De Raad van Bestuur zal een toelichting geven op het jaarverslag van de

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Regeling Subsidieverlening

Regeling Subsidieverlening Regeling Subsidieverlening Toelichting voor het opstellen van een begroting bij het aanvragen van subsidie Voor subsidieaanvragers en de financiële administraties 1. Waarvoor wordt subsidie verleend? Het

Nadere informatie