Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: BASISINVENTARISATIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: BASISINVENTARISATIE"

Transcriptie

1 Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: BASISINVENTARISATIE Doel veehouder (bedrijfsvoering) Aant. melkkoeien Datum: UBN: Aant. ligboxen Aant. m 2 ligruimte Naam veehouder: Staltype grupstal/ligbox/overig Beoordeeld door: Beweiding in zomer nee/beperkt/onbeperkt Gesloten bedrijfsvoering ja/nee Melksysteem automatisch / melkstal Diergezondheidsstatus Rollend jaargemiddelde MPR Uitslag Digiklauw: Belangrijkste probleem: Infectieus 1 Niet Infectieus 2 Anders Mortellaro Zoolbloedingen Tyloom Stinkpoot Zoolzweer Overige aandoeningen TKO Witte lijn probleem Slechte locomotie Voor infectieuze en niet-infectieuze klauwaandoeningen worden verschillende risicofactoren nader onderzocht (enkele zijn voor beide van belang). Voor de overige aandoeningen zijn alle risicofactoren van belang. De meest belangrijke zijn vetgedrukt: Infectieus Hygiëne van de loopvloeren Lig patroon melkkoeien Staan en stress Insleep infectieuze aandoeningen Versleep infecties binnen het bedrijf Voetbad management Stalklimaat en weerstand Monitoring klauwgezondheid Klauwverzorging en behandeling Fokkerij Niet-infectieus Lig patroon melkkoeien Staan en stress Monitoring klauwgezondheid Klauwverzorging en behandeling Fokkerij Toestand van de stalvloer Paden en entree van weilanden Koeverkeer in de stal Opdrijven van koeien Transitiemanagement en voeding Indien uit de uitslag van Digiklauw blijkt dat de voorkomende klauwaandoeningen niet vooral infectieus of nietinfectieus zijn dan wordt aanbevolen eerst alle risicofactoren op hoofdlijnen te beoordelen en vervolgens gericht verder uit te diepen. 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 1 van 23

2 Risico inventarisatie DEEL 1: Infectieuze aandoeningen Bij infectieuze aandoeningen komen als mogelijke oorzakelijke risicofactoren primair hygiëne (in de zin van aan- of afwezigheid van mest en vocht), in- en versleep, het gebruik van voetbaden, ventilatie/stalklimaat en ten slotte weerstand in aanmerking. Verder dient de behandelmethode (inclusief het bekappen) kritisch te worden beoordeeld en kan aandacht worden besteed aan fokkerijmaatregelen. Als de hygiëne te wensen over laat dient ook het liggen en staan te worden meegenomen (primair de groen gearceerde criteria). De opzet is zodanig dat eerst wordt ingeschat welke van deze risicofactoren in een concrete situatie aan de orde zijn (de geel gearceerde criteria), en vervolgens kan per factor door middel van een meer gedetailleerdere beoordeling nader worden uitgezocht wat de oorzaak van de knelpunten is. Hierop kunnen de te adviseren maatregelen worden gebaseerd. DEEL 2: Niet-infectieuze aandoeningen Bij niet-infectieuze aandoeningen komen als mogelijke oorzakelijke risicofactoren primair huisvesting en voeding in aanmerking. Bij voeding is met name de transitieperiode cruciaal. Indien weidegang wordt toegepast dan dienen ook de kavelpaden te worden beoordeeld. Verder speelt het koeverkeer rond het melken een rol. Net als bij infectieuze aandoeningen hebben daarnaast de behandelmethode en fokkerij invloed. Daarom richt de inventarisatie voor niet infectieuze aandoeningen zich vooral op de genoemde risicofactoren. Als veel stabelasting een probleem lijkt is het verstandig om de toestand van de stalvloer volledig te beoordelen. De opzet is zodanig dat eerst wordt ingeschat welke van deze risicofactoren in een concrete situatie aan de orde zijn (de geel gearceerde criteria), en vervolgens kan per factor door middel van een meer gedetailleerdere beoordeling nader worden uitgezocht wat de oorzaak van de knelpunten is. Hierop kunnen de te adviseren maatregelen worden gebaseerd. 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 2 van 23

3 Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: INFECTIEUZE AANDOENINGEN HYGIENE VAN DE LOOPVLOEREN Mest in de looppaden is een bron van bacteriële infecties voor aandoeningen als stinkpoot en Mortellaro. Daarnaast geeft contact met mest verweking van het klauwhoorn en daardoor meer slijtage en daarmee wordt de kans op klauwhoorn aandoeningen als witte lijn en zoolzweer vergroot. Het is daarom van het grootste belang om contact met mest maximaal te beperken. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre hygiëne een risicofactor is op het bedrijf. No Beoordelingscriterium (wat en hoe) Interpretatie risico 1 Bevuiling van de achterpoten met mest volgens de hygiënescorekaart van UGCN: een achterpoot is vuil indien de huid tussen de kroonrand en de hak deels met mest is bedekt (meer dan een incidentele spat). Beoordeel de poten van minimaal 25 dieren en bepaal dan het percentage poten wat als vuil is beoordeeld: t/m 20% vuil is goed, >20 tot 50% is matig en >50% is problematisch. Indien de looppaden schoon zijn en de klauwen niet vuil dan kunnen de volgende vragen worden overgeslagen. 2 Is er een mestschuif of mestrobot en zo ja wat is dan de frequentie (#keren/dag) waarmee deze schuift (ook handmatig schuiven in mogelijk)? 3 Is na passage van de mestschuif of mestrobot de vloer schoon? (hoe goed werkt de mestschuif) 4 Is er een ophoping van een mestlaag van > 2.5 cm dik aan de uiteinden van de vloeren? 5 Zijn er delen van de loopvloer waar de mest niet door de schuif of robot wordt verwijderd? Zo ja, worden deze dan handmatig schoongemaakt en hoe vaak/dag gebeurd dat? (norm: minimaal 2*daags) 6 Dikte van de mest: score mestconsistentie volgens de methode van website UGCN Hoog: slechte hygiëne Normaal: matige hygiëne Laag: goede hygiëne of <12*/dag Normaal: ja, 12*/dag Laag: ja, >12*/dag Normaal: matig Laag: goed Normaal/laag: nee, minder vaak dan de norm Normaal: ja, volgens de norm of vaker Laag: nee Hoog: score 1-2 Normaal: score 3 Laag: score 4-5 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 3 van 23

4 Indien de hygiëne als risicofactor is ingeschat moet vervolgens ook aandacht worden besteed aan het ligpatroon en staan en stress, omdat die factoren dan indirect invloed kunnen hebben op het optreden van infectieuze aandoeningen. Deze factoren hebben een meer directe invloed op het optreden van nietinfectieuze aandoeningen. 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 4 van 23

5 LIGPATROON MELKKOEIEN Het achterliggende risico is dat de koeien als gevolg van te weinig liggen (norm: 12 tot 14 uur/dag) en dus veel staan klauwaandoeningen oplopen. Ook belemmert veel staan het herstel van aangetaste klauwen. Veel staan kan worden voorkomen door voldoende beschikbaarheid van goede comfortabele ligplaatsen. Dit wordt met behulp van onderstaande criteria beoordeeld. 1a 1b 2a 2b In stallen met ligboxen: aantal boxen/aantal koeien. Wijze van beoordelen: tellen aantal boxen en aantal melkgevende koeien op het moment van beoordeling. De benodigde gegevens staan op het formulier basisinventarisatie. In potstallen/vrijloopstallen: ligruimte per koe Wijze van beoordelen: opmeten ligruimte en tellen aantal dieren wat van die ruimte gebruik kan maken als ligruimte. De benodigde gegevens staan op het formulier basisinventarisatie. Tijd nodig om te gaan liggen. Minimaal 6 niet-kreupele dieren moeten beoordeeld worden. De handeling begint met het buigen van het carpaalgewricht en eindigt zodra het dier ligt en de voorpoot onder lichaam heeft weggetrokken. Cow Comfort Index (% van de dieren in de ligboxen die ook daadwerkelijk liggen): Tel dit bij voorkeur 2 uur voor het melken, en in ieder geval niet vlak rond het melken of voeren. Dit criterium is een alternatief voor criterium 2a (niet beide doen!) 3 Percentage dieren met hakbeschadigingen (mogelijk gevolg van niet goed uitgevoerde ligboxen) (zie Koesignalen, Jan Hulsen) Hoog: <1 (10% overbezetting) Normaal: 1.1 box/koe, Laag: >1.2 box/koe (10% onderbezetting) Hoog: <5.4 m 2 /koe Normaal: m 2 /koe Laag: >6.6 m 2 /koe Hoog: >6 s Normaal: 5 6 s Laag: 5 s Hoog: <80% Normaal: 80-90% Laag: >90% Hoog: > 15% Normaal: 5-15% Laag: <5% 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 5 van 23

6 Indien het ligcomfort onvoldoende lijkt kan dit nader worden beoordeeld met de volgende criteria (bij de beoordeling is uitgegaan van HF-koeien van 650kg): 4 Kwaliteit ligbed: knietest, minstens 5 boxen testen Beoordeel de hardheid van het ligbed als hard, normaal of zacht Hoog: hard Normaal: niet hard of zacht Laag: zacht 5a Maatvoering: lengte ligbed Hoog: <175 cm Laag: 180 cm 5b Maatvoering: lengte ruimte voor de ligbox waar de koe de kop kan wegsteken tijdens opstaan en gaan liggen Hoog: <70 cm Laag: >100 cm 5c Maatvoering: boxbreedte Hoog: <110 cm Laag: >120 cm 6a Boxafstelling: hoogte schoftboom Hoog: <110 cm Laag: >120 cm 6b Boxafstelling: diagonale afstand boxrand schoftboom Hoog: <200 cm Laag: >210 cm Indien er in de stal verschillende soorten ligboxen voorkomen, neem deze dan allemaal mee in de beoordeling. Raadpleeg bij twijfel een huisvestingsdeskundige. Dit wordt tevens aangeraden indien geconcludeerd wordt dat aanpassingen aan de ligplaatsen wenselijk zijn. Verder kan het optreden van enkele abnormaliteiten worden beoordeeld met de volgende criteria (dit is echter niet zinvol als bovenstaande beoordelingen al goede aanwijzingen hebben opgeleverd voor knelpunten): 7 Liggen er koeien op de roosters/looppaden? Laag: nee 8 Welk percentage van de dieren komt hard in aanraking met boxconstructies tijdens het gaan liggen of heeft beschadigingen aan de rug als gevolg hiervan? 9 Welk percentage dieren ligt geheel of gedeeltelijk met de achterhand buiten de boxen? Hoog: >30% Normaal: 20-30% Laag: 20% Hoog: >5% Normaal: 3-5% Laag: 3% 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 6 van 23

7 STAAN EN STRESS Bij het voerhek, de drinkwaterbakken en in de wachtruimte voor het melken, worden vooral ranglage dieren gedwongen om staand te wachten. Dieren moeten hier rustig kunnen staan (zonder stress) en het is belangrijk deze tijd zoveel mogelijk te beperken om zodoende de (piek)belasting van de klauwen te beperken. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat of de dieren te maken hebben met meer dan normale belasting. 1 Staan koeien dagelijks langer dan 1 uur/keer in de wachtruimte voor het melken? Zo ja, is dat op een harde of zachte vloer? 2 Hebben ranglage dieren (bijv. vaarzen) meer problemen dan ranghoge dieren? (rangorde is niet goed objectief te bepalen, vraag de veehouder om een inschatting), op harde vloer Normaal: korter dan 1 uur of in een wachtruimte met zachte vloer Laag: korter dan 1 uur/keer en op een zachte vloer Normaal: nee Laag: nee, minder Indien er aanwijzingen zijn dat dieren veel stabelasting of stress ondervinden kan dit nader worden beoordeeld met de volgende criteria: 3a 3b Beschikbaarheid voer: breedte vreetplaatsen Bij variabele breedte kleinste breedte noteren; als er geen zijdelingse afscheiding is ga dan uit van 70 cm/vreetplaats. Beschikbaarheid voer: aantal vreetplaatsen/koe Tel het totale aantal vreetplaatsen voor de melkkoeien en bepaal het aantal dieren in de melkgevende koppel. Houd bij de beoordeling rekening met de voermethode en de melkmethode, zie de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). Norm: melkmethode Voermethode melkstal AMS* Beperkte groepsvoedering Onbeperkte groepsvoedering onbeperkte voorraadvoedering * = automatisch melksysteem of melkrobot Hoog: <65 cm Normaal: cm Laag: >75 cm Hoog: 90% van de norm Normaal: tussen 90 en 110% van de norm Laag: >110% van de norm 3c Kunnen de koeien aan het voerhek voer selecteren? 3d Zijn de hoogte van de onder- en bovenbuis van het voerhek zodanig dat de dieren goed bij het voer kunnen (onderbuis maximaal 50 cm en bovenbuis minimaal 150 cm boven peil vloer achter voerhek)?. 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 7 van 23

8 4 Beschikbaarheid drinkwater: De norm is: - bij toepassing van enkelvoudige drinkers (bijv. sneldrinkers): >= 3 cm/koe & minimaal 1 drinkbak per 15 melkkoeien; - bij toepassing van lange troggen waar meerdere dieren tegelijkertijd kunnen drinken: >= 7 cm/koe & minimaal 1 drinkbak per 20 melkkoeien 5 Worden er krachtvoerboxen gebruikt, en zo ja kunnen die worden afgeschermd? 6 Breedte van de vloer achter het voerhek. Norm: voerhek muur 3,50-4,00 voerhek - ligboxen (1 of 2 rijige stal) 3,50-4,00 voerhek - ligboxen (3 of meerrijige stal) 4,00-4,50 Hoog: <10% onder de norm Normaal: op de norm Laag: >10% boven de norm Hoog: niet afsluitbare krachtvoerboxen Normaal: afsluitbare krachtvoerboxen Laag: geen krachtvoerboxen Hoog: < norm Normaal: op de norm Laag: > norm 7 Breedte overige loopgangen. Norm: ligboxen ligboxen Hoog: < norm 3,00-3,50 Normaal: op de norm doorgang vreetgedeelte liggedeelte 2,20-2,70 Laag: > norm doorgang met drinkbak 3,00-3,50 8 Komt het voor dat dieren meer dan 1 uur in een separatiestal verblijven waar ze niet kunnen liggen? 9 Staan koeien regelmatig langer dan uur vast aan het voerhek? 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 8 van 23

9 INSLEEP INFECTIEUZE AANDOENINGEN Infectieuze aandoeningen (met name BVD) kunnen de weerstand van de veestapel verminderen en zodoende de kans op klauwaandoeningen vergroten. Besmettelijke klauwaandoeningen kunnen ook rechtstreeks worden ingesleept. Het minimaliseren van de kans op insleep is daarom een relevant aandachtspunt. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre insleep van infectieuze aandoeningen een risicofactor is op het bedrijf. 1 Is er sprake van regelmatige aankoop van vee (melkkoeien of een fokstier?) of worden er keuringen bezocht? Zo ja, worden de aangevoerde dieren dan gecontroleerd op besmettelijke (klauw) aandoeningen en/of wordt rekening gehouden met de gezondheidsstatus van het herkomstbedrijf? 2 Komt direct diercontact met buurtbedrijven voor (bijv. door uitbraak van vee of contact over de draad )? 3 Wordt er consequent gebruik gemaakt van bedrijfskleding en laarzen voor professionals? Hoog: aankoop, geen controle Normaal: incidenteel aankoop, wel controle Laag: gesloten bedrijfsvoering VERSPREIDING INFECTIES (m.n. MORTELLARO) BINNEN HET BEDRIJF Dit risico heeft betrekking op verspreiding van de besmetting van de ene diergroep naar de andere. Het gaat daarbij met name om direct contact van drachtige pinken met besmette droge koeien en contact van jongvee met mest van besmette koeien via een mestschuif en/of besmet schoeisel. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre verspreiding van Mortellaro binnen het bedrijf een risicofactor is. 1 Komen bij het jongvee infectieuze klauwaandoeningen voor? Indien dit onbekend is, maar bij vaarzen komt het geregeld voor dan wordt aangeraden het jongvee te controleren. 2 Gaat de mestschuif of mestrobot ook van melkkoeien naar jongvee? 3 Worden de juiste overige preventieve maatregelen om verdere versleep te voorkomen inmiddels genomen? Normaal: onbekend Laag: nee 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 9 van 23

10 VOETBAD MANAGEMENT Het correcte gebruik van voetbaden is een zeer nuttig strategisch instrument ter preventie van infectieuze klauwaandoeningen (m.n. Mortellaro, stinkpoot en tussenklauwontsteking). Een verkeerd gebruikt voetbad kan echter een negatief effect hebben. Het baden moet altijd gedaan worden in combinatie met extra hygiëne, regelmatig preventief klauwverzorgen, acuut behandelen van ernstige pijnlijke plekken etc. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre het al dan niet gebruiken van voetbaden een risicofactor is op het bedrijf. 1 Worden regelmatig voetbaden toegepast bij de melkkoeien? 2 Worden droge koeien en/of pinken regelmatig door het voetbad geleid? 3 Wordt het voetbad op de juiste manier gebruikt? Indien niet bekend is hoe het voetbad wordt toegepast dan wordt aangeraden de onderstaande vragen langs te lopen. Normaal: onbekend Laag: ja 4 Zijn de klauwen erg vuil voorafgaand aan het voetbaden? 5 Kunnen koeien over of langs het voetbad stappen? (lengte < 2m.) 6 Is het niveau van de vloeistof < 10-12cm nadat alle dieren zijn gepasseerd? 7 Is de vloer voorbij het voetbad voldoende schoon? 8 Wordt het voetbad indien nodig voldoende vaak ververst (na max koepassages; ook bij gebruik van een AMS omdat iedere keer vuil/mest in het bad kan komen)? 9 Wordt gebruik gemaakt van een effectief middel in de juiste concentratie? Normaal/laag: ja/nvt 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 10 van 23

11 STALKLIMAAT EN WEERSTAND Een slecht stalklimaat kan op verschillende manieren invloed hebben op klauwgezondheid. Daarnaast vergroot een slechte weerstand de kans op het optreden van infectieuze klauwaandoeningen. Deze factoren komen met name voor beoordeling in aanmerking indien er geen meer directe oorzaken kunnen worden aangetoond. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre stalklimaat en weerstand risicofactoren zijn op het bedrijf. 1 Hoe is het klimaat in de stal (temperatuur, luchtvochtigheid, geur, stof) 2 Voer de UGCN Weerstands-check uit: is er aanleiding tot verdere beoordeling van de weerstand? 3 Bepaald de Weerstands-index volgens het protocol van UGCN Hoog: slecht/matig Normaal/laag: goed Zie uitslag MONITORING KLAUWGEZONDHEID Gegevens over klauwaandoeningen bij het bekappen, al dan niet in combinatie met gegevens van bekapte kreupele koeien, kunnen de veehouder en erfbetreders inzicht geven in bepaalde seizoenspatronen in het optreden, risico factoren en mogelijke oorzaken. Ook kunnen hiermee effecten van genomen maatregelen worden ingeschat. Door regelmatig (bijv. iedere 2 weken) scoren van de locomotie (10-15 min/60-80 koeien) kunnen klauwaandoeningen vroegtijdig opgespoord worden en kan worden voorkomen dat ze pas worden ontdekt als de dieren klinisch kreupel zijn. De mate waarin monitoring wordt toegepast wordt met de onderstaande criteria beoordeeld. 1 Klauwaandoeningen worden systematisch geregistreerd (bijvoorbeeld met Digiklauw). 2 De klauwgezondheid wordt na iedere koppelbekapping of minimaal 2* per jaar systematisch geëvalueerd. 3 Locomotie scoren wordt regelmatig (1x/2-3 weken) gedaan. Een alternatief is het gebruiken van hulpmiddelen zoals stappentellers. Normaal: incidenteel Laag: ja 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 11 van 23

12 BEHANDELING EN KLAUWVERZORGING Het is belangrijk dat kreupele koeien zo snel mogelijk een adequate behandeling krijgen. Regelmatig op de juiste manier preventief klauwverzorgen (bekappen) voorkomt niet alleen klauwaandoeningen en kreupelheid maar draagt er ook toe bij dat aanwezige aandoeningen minder ernstig zijn op een volgend moment van preventieve klauwverzorging. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre behandeling van aandoeningen of preventieve klauwverzorging risicofactoren zijn op het bedrijf. 1 Verdachte koeien worden altijd binnen 24 uur na begin van de verdenking onderzocht en zo nodig behandeld. Indien nee: ga verder met 1a 1a De veehouder heeft goede voorzieningen om kreupele koeien te separeren en te behandelen? 2 Het percentage herhalingsgevallen volgens Digiklauw is: (norm nog vast te stellen) Indien veel herhalingsgevallen: ga verder met 2a en 2b 2a 2b Er wordt gebruik gemaakt van een in overleg met de dierenarts of klauwverzorger opgesteld behandelplan voor klauwaandoeningen Het effect van behandelingen wordt systematisch geëvalueerd door de erfbetreders 3 Er wordt minimaal tweemaal per jaar preventieve klauwverzorging toegepast 3a 3b 3c De ingehuurde klauwverzorger is gediplomeerd en neemt regelmatig deel aan bijscholing (zie de website van de Vereniging voor rundveepedicure De veehouder en/of medewerkers die zelf bekappen hebben minder dan 5 jaar geleden deelgenomen aan een cursus klauwverzorgen. Als onderdeel van de preventieve klauwverzorging worden de klauwen van vaarzen 4-6 weken voor afkalven gecontroleerd en zo nodig preventief bekapt. Bij koeien gebeurt dit aan het begin van de droogstand. Hoog: veel Normaal: gemiddeld Laag: weinig 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 12 van 23

13 FOKKERIJ Hoewel de erfelijkheidsgraden voor de verschillende aandoeningen niet erg hoog zijn kan er door verbetering van de genetische aanleg op langere termijn wel degelijk aan verbetering van klauwgezondheid worden gewerkt. Ook van belang is om nakomelingen van koeien met veel of hardnekkige aandoeningen niet aan te houden. Aan de hand van de onderstaande criteria kan worden ingeschat in hoeverre genetica een risicofactor is voor klauwaandoeningen op het bedrijf. 1 Wordt bij de stierkeuze rekening gehouden met fokwaarden voor klauwgezondheid? 2 Wordt bij het aanhouden van vaarskalveren rekening gehouden met de klauwgezondheid van de moeder? 3 Wat is de gemiddelde fokwaarde voor klauwgezondheid van de vaders van de huidige veestapel? Hoog: < 95 Laag: >105 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 13 van 23

14 Uniforme adviesaanpak klauwgezondheid COMPLETE RISICOINVENTARISATIE: NIET INFECTIEUZE AANDOENINGEN LIGPATROON VAN MELKKOEIEN Het achterliggende risico is dat de koeien als gevolg van te weinig liggen (norm: 12 tot 14 uur/dag) en dus veel staan klauwaandoeningen oplopen. Ook belemmert veel staan het herstel van aangetaste klauwen. Veel staan kan worden voorkomen door voldoende beschikbaarheid van goede comfortabele ligplaatsen. Dit wordt met behulp van onderstaande criteria beoordeeld. 1a 1b 2a 2b In stallen met ligboxen: aantal boxen/aantal koeien. Wijze van beoordelen: tellen aantal boxen en aantal melkgevende koeien op het moment van beoordeling. De benodigde gegevens staan op het formulier basisinventarisatie. In potstallen/vrijloopstallen: ligruimte per koe Wijze van beoordelen: opmeten ligruimte en tellen aantal dieren wat van die ruimte gebruik kan maken als ligruimte. De benodigde gegevens staan op het formulier basisinventarisatie. Tijd nodig om te gaan liggen. Minimaal 6 niet-kreupele dieren moeten beoordeeld worden. De handeling begint met het buigen van het carpaalgewricht en eindigt zodra het dier ligt en de voorpoot onder lichaam heeft weggetrokken. Cow Comfort Index (% van de dieren in de ligboxen die ook daadwerkelijk liggen): Tel dit bij voorkeur 2 uur voor het melken, en in ieder geval niet vlak rond het melken of voeren. Dit criterium is een alternatief voor criterium 2a (niet beide doen!) 3 Percentage dieren met hakbeschadigingen (mogelijk gevolg van niet goed uitgevoerde ligboxen) Hoog: <1 (10% overbezetting) Normaal: 1.1 box/koe, Laag: >1.2 box/koe (10% onderbezetting) Hoog: <5.4 m 2 /koe Normaal: m 2 /koe Laag: >6.6 m 2 /koe Hoog: >6 s Normaal: 5 6 s Laag: 5 s Hoog: <80% Normaal: 80-90% Laag: >90% Hoog: > 15% Normaal: 5-15% Laag: <5% 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 14 van 23

15 Indien het ligcomfort onvoldoende lijkt kan dit nader worden beoordeeld met de volgende criteria (bij de beoordeling is uitgegaan van HF-koeien van 650kg): 4 Kwaliteit ligbed: knietest, minstens 5 boxen testen Beoordeel de hardheid van het ligbed als hard, normaal of zacht Hoog: hard Normaal: niet hard of zacht Laag: zacht 5a Maatvoering: lengte ligbed Hoog: <175 cm Laag: 180 cm 5b Maatvoering: lengte ruimte voor de ligbox waar de koe de kop kan wegsteken tijdens opstaan en gaan liggen Hoog: <70 cm Laag: >100 cm 5c Maatvoering: boxbreedte Hoog: <110 cm Laag: >120 cm 6a Boxafstelling: hoogte schoftboom Hoog: <110 cm Laag: >120 cm 6b Boxafstelling: diagonale afstand boxrand schoftboom Hoog: <200 cm Laag: >210 cm Indien er in de stal verschillende soorten ligboxen voorkomen, neem deze dan allemaal mee in de beoordeling. Raadpleeg bij twijfel een huisvestingsdeskundige. Dit wordt tevens aangeraden indien geconcludeerd wordt dat aanpassingen aan de ligplaatsen wenselijk zijn. Verder kan het optreden van enkele abnormaliteiten worden beoordeeld met de volgende criteria (dit is echter niet zinvol als bovenstaande beoordelingen al goede aanwijzingen hebben opgeleverd voor knelpunten): 7 Liggen er koeien op de roosters/looppaden? Laag: nee 8 Welk percentage van de dieren komt hard in aanraking met boxconstructies tijdens het gaan liggen of heeft beschadigingen aan de rug als gevolg hiervan? 9 Welk percentage dieren ligt geheel of gedeeltelijk met de achterhand buiten de boxen? Hoog: >30% Normaal: 20-30% Laag: 20% Hoog: >5% Normaal: 3-5% Laag: 3% 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 15 van 23

16 STAAN EN STRESS Bij het voerhek, de drinkwaterbakken en in de wachtruimte voor het melken, worden met name ranglage dieren gedwongen om staand te wachten. Dieren moeten hier rustig kunnen staan (zonder stress) en het is belangrijk deze tijd zoveel mogelijk te beperken om zodoende de (piek)belasting van de klauwen te beperken. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat of de dieren te maken hebben met meer dan normale belasting. 1 Staan koeien dagelijks langer dan 1 uur/keer in de wachtruimte voor het melken? Zo ja, is dat op een harde of zachte vloer? 2 Hebben ranglage dieren (bijv. vaarzen) meer problemen dan ranghoge dieren? (rangorde is niet goed objectief te bepalen, vraag de veehouder om een inschatting), op harde vloer Normaal: korter dan 1 uur of in een wachtruimte met zachte vloer Laag: korter dan 1 uur/keer en op een zachte vloer Normaal: nee Laag: nee, minder Indien er aanwijzingen zijn dat dieren veel stabelasting of stress ondervinden kan dit nader worden beoordeeld met de volgende criteria: 3a 3b Beschikbaarheid voer: breedte vreetplaatsen Bij variabele breedte kleinste breedte noteren; als er geen zijdelingse afscheiding is ga dan uit van 70 cm/vreetplaats. Beschikbaarheid voer: aantal vreetplaatsen/koe Tel het totale aantal vreetplaatsen voor de melkkoeien en bepaal het aantal dieren in de melkgevende koppel. Houd bij de beoordeling rekening met de voermethode en de melkmethode, zie de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). Norm: melkmethode Voermethode melkstal AMS* Beperkte groepsvoedering Onbeperkte groepsvoedering onbeperkte voorraadvoedering * = automatisch melksysteem of melkrobot Hoog: <65 cm Normaal: cm Laag: >75 cm Hoog: 90% van de norm Normaal: tussen 90 en 110% van de norm Laag: >110% van de norm 3c Kunnen de koeien aan het voerhek voer selecteren? 3d Zijn de hoogte van de onder- en bovenbuis van het voerhek zodanig dat de dieren goed bij het voer kunnen (onderbuis maximaal 50 cm en bovenbuis minimaal 150 cm boven peil vloer achter voerhek)?. 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 16 van 23

17 4 Beschikbaarheid drinkwater: De norm is: - bij toepassing van enkelvoudige drinkers (bijv. sneldrinkers): >= 3 cm/koe & minimaal 1 drinkbak per 15 melkkoeien; - bij toepassing van lange troggen waar meerdere dieren tegelijkertijd kunnen drinken: >= 7 cm/koe & minimaal 1 drinkbak per 20 melkkoeien 5 Worden er krachtvoerboxen gebruikt, en zo ja kunnen die worden afgeschermd? 6 Breedte van de vloer achter het voerhek. Norm: voerhek muur 3,50-4,00 voerhek - ligboxen (1 of 2 rijige stal) 3,50-4,00 voerhek - ligboxen (3 of meerrijige stal) 4,00-4,50 Hoog: <10% onder de norm Normaal: op de norm Laag: >10% boven de norm Hoog: niet afsluitbare krachtvoerboxen Normaal: afsluitbare krachtvoerboxen Laag: geen krachtvoerboxen Hoog: < norm Normaal: op de norm Laag: > norm 7 Breedte overige loopgangen. Norm: ligboxen ligboxen Hoog: < norm 3,00 - Normaal: 3,50 op de norm doorgang vreetgedeelte - liggedeelte 2,20 - Laag: 2,70 > norm doorgang met drinkbak 3,00-3,50 8 Komt het voor dat dieren meer dan 1 uur in een separatiestal verblijven waar ze niet kunnen liggen? 9 Staan koeien regelmatig langer dan uur vast aan het voerhek? 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 17 van 23

18 TOESTAND VAN DE STALVLOER (INCL WACHTRUIMTE) Onregelmatige stalvloeren kunnen beschadiging van het klauwhoorn geven; m.n. draaien en afwenden op onregelmatige vloeren wordt genoemd als risico voor witte lijn problemen. Hak en klauwbeschadigingen kunnen ook het gevolg zijn van uitglijden of slippen. Vooral bij een hoge stabelasting is ook de hardheid van de stalvloer een belangrijk criterium. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre de toestand van de stalvloer een risicofactor is op het bedrijf. 1 Zijn er onregelmatige of beschadigde vloerdelen, losse steentjes/beton en/of obstakels zoals een mestketting of hoekkatrollen van de mestschuif? (norm: geen beschadigingen of obstakels) 2 Hoe is de begaanbaarheid van de loopvloer (hebben de dieren voldoende grip om niet uit te glijden als ze om hun eigen as moeten draaien)? Hoog: slecht Normaal/laag: goed 3 Zijn er scherpe delen aan de roosters of vloerdelen?? 4 Wordt er gebruik gemaakt van rubber op de vloer in de loopgangen of in de wachtruimte? Hoog/normaal: nee Laag: ja PADEN EN ENTREE VAN WEILANDEN Paden met puin kunnen beschadiging geven van het klauwhoorn en de tussenklauwhuid. Tussenklauwontsteking kan het gevolg zijn. Bij veel plassen kan het hoorn ook verweken en is het vatbaarder voor beschadiging en infecties. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre de route van en naar de weilanden een risicofactor is op het bedrijf. Bij bedrijven die geen weidegang toepassen kan dit onderdeel worden overgeslagen. 1 Zijn er delen bij met bijv. gestort puin waar de dieren overheen moeten, plassen die lang blijven staan of komen losse steentjes en/of scherpe randjes op de paden voor? 2 Zijn er steile afstapjes, scherpe bochten of vernauwingen in de toegangspaden? 3 Hebben de paden/doorgangen in verhouding tot de koppelgrootte voldoende breedte? De norm is 5 m voor koppels tot 120 koeien, 5.5 m voor koppels van 120 tot 250 koeien, 6 m voor koppels van 250 tot 350 koeien, 6.5 m voor 350 tot 450 koeien en >6.5 m voor meer dan 450 koeien. 4 Hoe ver moeten de dieren dagelijks gemiddeld lopen van en naar de weide op een harde ondergrond? 5 Hoe goed is de waterafvoer van kavelpaden bij hevige regenval? Hoog: < norm Normaal: norm Laag: > norm Hoog: >1 km Normaal: 5 1 km Laag: <5 km Hoog: slecht Normaal/laag: goed 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 18 van 23

19 KOEVERKEER IN DE STAL Vooral nauwe uitgangen en scherpe bochten kunnen scheurtjes in de witte lijn veroorzaken. Nauwe passages en blinde gangen dwingen koeien tot het maken van scherpe draaiingen en onverwachte bewegingen als zij bijv. besprongen worden door een dominante tochtige koe. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre het koeverkeer in de stal een risicofactor is op het bedrijf. 1 Zijn er hoge op- of afstapjes (bijv. bij (melk) staluitgangen) waar dieren dagelijks langs moeten? 2 Zijn er scherpe bochten bij in- of uitgang van de melkstal? 3 Zijn er doodlopende delen in de stal?, meerdere Normaal: een enkele Laag: nee OPDRIJVEN VAN KOEIEN Belangrijk is koeien zoveel mogelijk zelf het tempo te laten bepalen en niet op te jagen. Dit voorkomt het verstappen en/of uitglijden. Onderzoek heeft aangetoond dat koeien zelf de meest toegankelijke delen van het pad kiezen en kijken waar ze de voorpoten neerzetten. De achterpoten worden bij een normale gang zoveel mogelijk in de afdrukken van de voorpoten geplaatst Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre het opdrijven van koeien voor het melken een risicofactor is op het bedrijf. 1 Wordt er gebruik gemaakt van een opdrijfhek in de wachtruimte 2 Wordt er bij het ophalen van koeien vanuit de weide gebruik gemaakt van honden of voertuigen (bijv. een oude auto of een quad); wordt hierbij ook het zgn. liften van de koppen gezien? 3 Kunnen de koeien als ze vanuit de stal worden opgehaald voor het melken in hun eigen tempo lopen? Normaal/laag: nee/nvt 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 19 van 23

20 TRANSITIEMANAGEMENT EN VOEDING De periode aansluitend aan het afkalven is voor koeien en vooral vaarzen erg stressvol. Nieuwmelkte dieren moeten zich aanpassen aan een nieuw dieet, langere periodes staan (wachtruimte en voerhek), soms veranderde huisvesting (strohok naar roosters) en introductie in een nieuwe koppel. Dieren zijn in deze periode extra vatbaar voor aandoeningen. Daarom is de voeding en verzorging in de transitieperiode van cruciaal belang voor de rest van de lactatie. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre het transitiemanagement een risicofactor is op het bedrijf. 1 Wat is het percentage dieren met melkziekte? Streefwaarde: <5% Norm: < 10% 2 Wat is het percentage dieren wat aan de nageboorte blijft staan? 3 Wat is het percentage dieren met een baarmoederontsteking? 4 Wat is het percentage dieren met een melkeiwitgehalte <3% 0-60 dagen na afkalven? 5 Wat is het percentage dieren met een vetgehalte > 5.5% 0-60 dagen na afkalven? Streefwaarde: < 4% Norm: <10% Norm: < 5-10% Hoog: >15% Normaal/laag: 15% Norm: < 15% Normaal/laag: 15% 6 Wat is het percentage verse koeien met onvoldoende pensvulling (score 2)? Hoog: >10% Normaal/laag: 10% 7 Hoe groot is de daling van de conditiescore na afkalven? Hoog: > 1 punt Normaal/laag: <1 p 8 Hoe is de mestscore/verteringsscore Zie Indien bovenstaande criteria aanleiding geven tot nadere beoordeling dan kunnen de volgende punten worden gecontroleerd: 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 20 van 23

21 9 Wordt er gebruik gemaakt van een aparte vaarzengroep? 10 Wordt er wat betreft het voeren gebruik gemaakt van verschillende droogstandsgroepen en een verse en oudmelkte (> 120 dagen?) groep? 11 Worden de droogstaande dieren op de juiste wijze gehuisvest? 12 Is er op het bedrijf een goed beleid m.b.t. het toevoegen van dieren vanuit de afkalfstal en/of ziekenstal? 13 Voldoet het rantsoen voor de verschillende groepen (droogstaand, vers en oudmelkt) afgezien van de mineralen aan de behoeftenormen 14 Voldoet het rantsoen voor de verschillende groepen (droogstaand, vers en oudmelkt) wat betreft mineralen aan de behoeftenormen (let op: ook ruwvoer bevat mineralen!) 15 Hebben de dieren de hele dag beschikking over voldoende vers ruwvoer? Zo ja, hoeveel restvoer wordt dagelijks voor de koeien verwijderd (Norm: grote kruiwagen van 40 L per 100 koeien)? Normaal: alleen onderscheid binnen droogstandsgroep Laag: ja of onjuist beleid /onbekend of te kort restvoer, voldoende restvoer 16 Wordt de krachtvoergift na afkalven goed opgebouwd? Hoog: te snel 17 Wordt er geschimmeld ruwvoer gevoerd? MONITORING KLAUWGEZONDHEID Gegevens over klauwaandoeningen bij het bekappen, al dan niet in combinatie met gegevens van bekapte kreupele koeien, kunnen de veehouder en erfbetreders inzicht geven in bepaalde seizoenspatronen in het optreden, risico factoren en mogelijke oorzaken. Ook kunnen hiermee effecten van genomen maatregelen worden ingeschat. Door regelmatig (bijv. iedere 2 weken) scoren van de locomotie (10-15 min/60-80 koeien) kunnen klauwaandoeningen vroegtijdig opgespoord worden en kan worden voorkomen dat ze pas worden ontdekt als de dieren klinisch kreupel zijn. De mate waarin monitoring wordt toegepast wordt met de onderstaande criteria beoordeeld. 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 21 van 23

22 1 Klauwaandoeningen worden systematisch geregistreerd (bijvoorbeeld met Digiklauw). 2 De klauwgezondheid wordt na iedere koppelbekapping of minimaal 2* per jaar systematisch geëvalueerd. 3 Locomotie scoren wordt regelmatig (1x/2-3 weken) gedaan. Een alternatief is het gebruiken van hulpmiddelen zoals stappentellers. Normaal: incidenteel Laag: ja BEHANDELING EN KLAUWVERZORGING Het is belangrijk dat kreupele koeien zo snel mogelijk een adequate behandeling krijgen. Regelmatig op de juiste manier preventief klauwverzorgen (bekappen) voorkomt niet alleen klauwaandoeningen en kreupelheid maar draagt er ook toe bij dat aanwezige aandoeningen minder ernstig zijn op een volgend moment van preventieve klauwverzorging. Aan de hand van de onderstaande criteria wordt ingeschat in hoeverre behandeling van aandoeningen of preventieve klauwverzorging risicofactoren zijn op het bedrijf. 1 Verdachte koeien worden altijd binnen 24 uur na begin van de verdenking onderzocht en zo nodig behandeld. Indien nee: ga verder met 1a 1a De veehouder heeft goede voorzieningen om kreupele koeien te separeren en te behandelen? 2 Het percentage herhalingsgevallen volgens Digiklauw is: (norm nog vast te stellen) Indien veel herhalingsgevallen: ga verder met 2a en 2b 2a Er wordt gebruik gemaakt van een in overleg met de dierenarts of klauwverzorger opgesteld behandelplan voor klauwaandoeningen 2b Het effect van behandelingen wordt systematisch geëvalueerd door de erfbetreders 3 Er wordt minimaal tweemaal per jaar preventieve klauwverzorging toegepast 3a 3b 3c De ingehuurde klauwverzorger is gediplomeerd en neemt regelmatig deel aan bijscholing (zie de website Vereniging voor Rundveepedicures De veehouder en/of medewerkers die zelf bekappen hebben minder dan 5 jaar geleden deelgenomen aan een cursus klauwverzorgen. Als onderdeel van de preventieve klauwverzorging worden de klauwen van vaarzen 4-6 weken voor afkalven gecontroleerd en zo nodig preventief bekapt. Bij koeien gebeurt dit aan het begin van de droogstand. Hoog: veel Normaal: gemiddeld Laag: weinig 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 22 van 23

23 FOKKERIJ Hoewel de erfelijkheidsgraden voor de verschillende aandoeningen niet erg hoog zijn kan er door verbetering van de genetische aanleg op langere termijn wel degelijk aan verbetering van klauwgezondheid worden gewerkt. Ook van belang is om nakomelingen van koeien met veel of hardnekkige aandoeningen niet aan te houden. Aan de hand van de onderstaande criteria kan worden ingeschat in hoeverre genetica een risicofactor is voor klauwaandoeningen op het bedrijf. 1 Wordt bij de stierkeuze rekening gehouden met fokwaarden voor klauwgezondheid? 2 Wordt bij het aanhouden van vaarskalveren rekening gehouden met de klauwgezondheid van de moeder? 3 Wat is de gemiddelde fokwaarde voor klauwgezondheid van de vaders van de huidige veestapel? Hoog: < 95 Laag: >105 4a- Risicoinventarisatie compleet GoK Pag 23 van 23

BASISINVENTARISATIE. Achtergrondinformatie beoordeling risicofactoren klauwgezondheid

BASISINVENTARISATIE. Achtergrondinformatie beoordeling risicofactoren klauwgezondheid BASISINVENTARISATIE Achtergrondinformatie beoordeling risicofactoren klauwgezondheid Basisinventarisatie Voor een systematische aanpak van klauwgezondheid is het belangrijk dat zowel de bevindingen als

Nadere informatie

Klauwgezondheid. studiegroepen december 2010. 24-12-2010 DAP van Waard tot Klif

Klauwgezondheid. studiegroepen december 2010. 24-12-2010 DAP van Waard tot Klif Klauwgezondheid studiegroepen december 2010 1 Indeling presentatie Belang van klauwgezondheid Verschillende klauwaandoeningen Stinkpoot Mortellaro Tussenklauwontsteking Bevangenheid Zoolzweer Wittelijnproces,

Nadere informatie

Klauwverzorging. Les 1

Klauwverzorging. Les 1 Klauwverzorging Les 1 Klauwverzorging Klauwverzorging Inhoud: - herkennen van klauwziekten - hoorngroei - ziektebeeld beschrijven maatregelen nemen onderhoud gereedschap funktioneel pedicuren Duur: 8 dagdelen

Nadere informatie

Na volledig invullen van de enquête neemt een assistente of uw bedrijfseigen dierenarts contact met u op om een afspraak te maken voor het BGP 2017.

Na volledig invullen van de enquête neemt een assistente of uw bedrijfseigen dierenarts contact met u op om een afspraak te maken voor het BGP 2017. Inleiding Beste veehouder/ veehoudster, Binnenkort bent u weer toe aan de update van uw BGP en BBP! Om zoveel mogelijk uit uw BGP te halen en kosten zo laag mogelijk te houden verzoeken we u vriendelijk

Nadere informatie

Agrarische Bedrijfsverzorging. Digiklauw. Meer grip op klauwgezondheid

Agrarische Bedrijfsverzorging. Digiklauw. Meer grip op klauwgezondheid Agrarische Bedrijfsverzorging Digiklauw Meer grip op klauwgezondheid De gezondheid van de klauwen is een goede graadmeter voor de gezondheid van uw veestapel. Een goed beeld verkrijgen van het verloop

Nadere informatie

Weerstands-check: snelle beoordeling van de weerstand in de transitieperiode

Weerstands-check: snelle beoordeling van de weerstand in de transitieperiode Weerstands-check: snelle beoordeling van de weerstand in de transitieperiode Naam veehouder Naam dierenarts Datum Voeding Conditie droogstand De gemiddelde conditie bij afkalven is meer dan 3,5: [Toelichting:

Nadere informatie

Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland

Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Claw Health in Dairy Cows in the Netherlands Chapter 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 - Chapter 10 - Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Subtitel: Epidemiologische aspecten van verschillende klauwaandoeningen

Nadere informatie

Invullijst Koekompas

Invullijst Koekompas Invullijst Koekompas 1. Melken: a. Tanklokaal - schoon & opgeruimd ja / nee - tanktemperatuur 3-4 C ja / nee - voorkoeler aanwezig ja / nee - melkwacht in functie ja / nee - vulling tankmelk na 1 e melkmaal

Nadere informatie

Klauwgezondheid melkvee

Klauwgezondheid melkvee WUR Livestock Research Klauwgezondheid melkvee Wijbrand Ouweltjes, WUR Livestock Research Onderdeel Wageningen UR, contract research Voorlopers: Praktijkonderzoek, IVO, IVVO, Spelderholt Globale structuur:

Nadere informatie

AOC Terra Hereweg 99 9721AA Groningen 050-5297800

AOC Terra Hereweg 99 9721AA Groningen 050-5297800 Dit arrangement over huisvesting van melkvee bevat de volgende onderwerpen; welzijn, vloeren, ligboxen, voerhekken, waterbakken, klimaat en ventilatie, licht, melksystemen, stalsystemen en stage opdrachten

Nadere informatie

Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company. Evaluatie

Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company. Evaluatie Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company Evaluatie Conclusie Happy Cow Project: april 2013 Happy Cow Project succesvol afgesloten! Bijna alle deelnemers hebben reeds

Nadere informatie

Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014. Bart Geurts Dierenarts

Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014. Bart Geurts Dierenarts Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014 Bart Geurts Dierenarts Indeling presentatie Antibioticabeleid Waarom zijn de richtlijnen ontwikkeld? Waar zijn de richtlijnen op gebaseerd? Wat zijn de nieuwe richtlijnen?

Nadere informatie

Transitie transparant? management zoals rantsoen, huisvesting en comfort moet goed zijn, dat corrigeer je niet met een brok.

Transitie transparant? management zoals rantsoen, huisvesting en comfort moet goed zijn, dat corrigeer je niet met een brok. Transitie transparant? De transitieperiode van melkkoeien is een veelbesproken onderwerp waar veel (meer) aandacht voor is. Iedereen heeft er zijn eigen systeem en methoden voor en er is veel over te lezen

Nadere informatie

Protocol klauwaandoeningen

Protocol klauwaandoeningen Protocol klauwaandoeningen Algemeen In het algemeen kan gesteld worden dat de mate van problemen afhankelijk is van de voeding, huisvesting en het stalklimaat. Met andere woorden: hoe schoner en droger

Nadere informatie

Klauwbehandelingen. De behandeling van klauwaandoeningen

Klauwbehandelingen. De behandeling van klauwaandoeningen HOOFDSTUK 3 De behandeling van klauwaandoeningen bestaat uit bekappen, wonden en infecties behandelen, en verpleging van het rund. Een goede preventie vermindert het aantal behandelingen. Reageer doeltreffend

Nadere informatie

Matrassen voor de ligboxen

Matrassen voor de ligboxen Informatiefolder versie oktober 2013 Matrassen voor de ligboxen Een diepstrooiselbed is onmiskenbaar nummer één voor een goed ligcomfort. Maar wat als diepstrooisel geen optie is? Wij hebben verschillende

Nadere informatie

Duurzaamheid en Koesignalen. Nico Vreeburg dierenarts en stallenbouwadviseur Vetvice

Duurzaamheid en Koesignalen. Nico Vreeburg dierenarts en stallenbouwadviseur Vetvice Duurzaamheid en Koesignalen Nico Vreeburg dierenarts en stallenbouwadviseur Vetvice www.vetvice.nl Cow- SIGNALS Barn- DESIGN Future Farming Wat doet de Vetvice groep? Team Vetvice team, Stallenbouwadviseurs

Nadere informatie

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Januari 2013 Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Herman van Schooten (WUR-LR) Hans Dirksen (DMS) Januari 2013 Inleiding

Nadere informatie

De melkrobot. Automatisch melken betekent niet dat de koeien minder aandacht nodig hebben. Integendeel, het vraagt om veel meer koegericht management.

De melkrobot. Automatisch melken betekent niet dat de koeien minder aandacht nodig hebben. Integendeel, het vraagt om veel meer koegericht management. HOOFDSTUK 6 Automatisch melken betekent niet dat de koeien minder aandacht nodig hebben. Integendeel, het vraagt om veel meer koegericht management. 78 Op bedrijven met een melkrobot komen de koeien uit

Nadere informatie

Initiatief: Financiering: Uitvoering:

Initiatief: Financiering: Uitvoering: Initiatief: Financiering: Uitvoering: COLOFON Initiatief: LTO Nederland NZO Financiering: PZ Uitgever: Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. (GD) Uitvoering: GD HASKennisTransfer/ HAS Den Bosch Druk: DPS,

Nadere informatie

Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid. Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. Klauwaandoeningen Spiegel voor Management

Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid. Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. Klauwaandoeningen Spiegel voor Management Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid UDV Onderwijsdag 9 november 2016 Dairy Campus Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. De gemiddelde koe in Nederland leeft 5,7 jaar Belangrijkste redenen

Nadere informatie

Koematrassen en rubbermatten

Koematrassen en rubbermatten Koematrassen en rubbermatten Huber N20/25 rubber op rol De comfortabele rubbermatten N20 (20 mm dik) en N25 (25 mm dik) zijn met grote en kleine noppen uitgevoerd. Deze noppen zorgen ervoor dat de rubbermatten

Nadere informatie

Voergang één zijde krachtvoerautomaten. veel weidegang, simpele huisvesting. Via selectiepoorten bijvoergedeelte

Voergang één zijde krachtvoerautomaten. veel weidegang, simpele huisvesting. Via selectiepoorten bijvoergedeelte FamilieKudde Toelichting ontwerpen familiekudde Er zijn 6 ontwerpen voor familiekudde gemaakt. Deze zijn ontworpen in samenwerking met melkveehouders, adviseurs, onderzoekers en een architect. De ontwerpen

Nadere informatie

100-dagenaanpak. 365 dagen resultaat

100-dagenaanpak. 365 dagen resultaat 365 dagen resultaat > gezonde koeien > goede productie > gemakkelijk werken U wilt als melkveehouder dat uw koeien vlot afkalven, gezond opstarten, goed produceren en weer gemakkelijk drachtig worden.

Nadere informatie

De dagelijkse praktijk

De dagelijkse praktijk HOOFDSTUK 2 Elke groep rundvee binnen het bedrijf vraagt om een eigen aanpak. Ook als het gaat om klauwmanagement. Inzicht in de specifieke succesmaatregelen en risico s van verschillende groepen helpt

Nadere informatie

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven Samenvattend rapport 1 ENQUÊTE 1.1 Opstellen van de enquête In kader van het demo-project verantwoord gebruik van antibiotica in de

Nadere informatie

landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE KB

landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE KB Examen VMBO-KB 2015 gedurende 200 minuten landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE KB Het examen landbouw en natuurlijke omgeving CSPE KB bestaat uit twee deelexamens

Nadere informatie

Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen

Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen Inhoud presentatie Dierziekten: ontwikkelingen BVD en IBR Uiergezondheid: kengetallen omtrent droogstandstherapie Vruchtbaarheid: nieuwe benadering

Nadere informatie

Besmet met IBR. Congres Gezonde melkveehouderij 10-11-2015. En hoe nu verder? copyright Gezondheidsdienst voor Dieren 1. Inhoud presentatie IBR

Besmet met IBR. Congres Gezonde melkveehouderij 10-11-2015. En hoe nu verder? copyright Gezondheidsdienst voor Dieren 1. Inhoud presentatie IBR Besmet met IBR En hoe nu verder? Drs. Frederik Waldeck, dierenarts Congres Gezonde melkveeh Zwolle, 10 november 2015 Inhoud presentatie IBR Stand van zaken Besmet: hoe komt het, wat is het? Aanpak Boerderij,

Nadere informatie

Mastitis is gewoon irritant

Mastitis is gewoon irritant Mastitis is gewoon irritant Yvette de Geus Introductie Dierenartsenpraktijk Krommerijnstreek in Schalkwijk Boerinnenclub Zoönose kennisnetwerk Antibiotica 1 Programma workshop uiergezondheid Introductie

Nadere informatie

Verantwoord antibioticumgebruik en selectief niet-droogzetten

Verantwoord antibioticumgebruik en selectief niet-droogzetten Verantwoord antibioticumgebruik en selectief nietdroogzetten Een studie in opdracht van Lami uitgevoerd door de Universitaire Landbouwhuisdieren Praktijk (ULP) Juli 2012 1 Inhoud Introduktie... 3 Opzet

Nadere informatie

Omgaan met gehoornd vee

Omgaan met gehoornd vee Omgaan met gehoornd vee Anne en Anneke Koekkoek zijn van mening dat horens bij koeien horen en dat onthoornen niet in alle gevallen noodzakelijk is. Dit is in het verleden wel gedaan. Bovendien vinden

Nadere informatie

Nieuwe ontwikkelingen. Veel onderzoek. Wat kunt u verwachten? Wat kost mastitis. Theorie en praktijk ( /koe/jaar) Economie van diergezondheid

Nieuwe ontwikkelingen. Veel onderzoek. Wat kunt u verwachten? Wat kost mastitis. Theorie en praktijk ( /koe/jaar) Economie van diergezondheid Nieuwe ontwikkelingen Economie van diergezondheid Henk Hogeveen Leerstoelgroep Bedrijfseconomie, Wageningen Universiteit Departement Gezondheidszorg Landbouwhuisideren, Universiteit Utrecht Antibiotica

Nadere informatie

Het effect van de Groene Vlag Vloer ( Comfort Slat Mat ) op de klauwgezondheid van melkvee

Het effect van de Groene Vlag Vloer ( Comfort Slat Mat ) op de klauwgezondheid van melkvee Het effect van de Groene Vlag Vloer ( Comfort Slat Mat ) op de klauwgezondheid van melkvee Samenvatting van een praktijkonderzoek op 8 Nederlandse melkveebedrijven Periode bedrijfsbezoeken: juli en augustus

Nadere informatie

Klauwgezondheid. CONO Kaasmakers Thematraject Huisvesting 4 november Gerrit Hegen, rundveedierenarts

Klauwgezondheid. CONO Kaasmakers Thematraject Huisvesting 4 november Gerrit Hegen, rundveedierenarts Klauwgezondheid CONO Kaasmakers Thematraject Huisvesting 4 november 2014 Gerrit Hegen, rundveedierenarts Risico factoren Klauwgezondheid Wat zijn volgens jullie risico factoren voor Klauwgezondheid?? 2

Nadere informatie

Klauwsignalen. Succesfactoren voor klauwgezondheid. Jan Hulsen. De vier succesfactoren voor een uitstekende klauwgezondheid:

Klauwsignalen. Succesfactoren voor klauwgezondheid. Jan Hulsen. De vier succesfactoren voor een uitstekende klauwgezondheid: Jan Hulsen groeide op op een boerenbedrijf met melkvee en vleesvarkens. Na ruim drie jaar met veel plezier als landbouwhuisdierenarts gewerkt te hebben, legde hij zich toe op training en advisering van

Nadere informatie

Esdonk 8, Gemert. Onderbouwing grondgebonden karakter. Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Bedrijfsopzet Esdonk 8, Gemert

Esdonk 8, Gemert. Onderbouwing grondgebonden karakter. Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Bedrijfsopzet Esdonk 8, Gemert Onderbouwing grondgebonden karakter Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Onderbouwing grondgebonden karakter rundveehouderij Esdonk 8 - Gemert 1 INHOUD 1 Inleiding 3 2 Locatie 4 3 Beschrijving van de inrichting

Nadere informatie

Mag het een liter méér zijn?

Mag het een liter méér zijn? Arbeidsvriendelijke stalconcepten voor melkvee SBB Agro Bouwadvies Arbeidsvriendelijke stalconcepten Inhoud Inplanting van gebouwen looplijnen Bouwen in functie van gezonde koeien Arbeidsbesparende technieken

Nadere informatie

Maximaal weidegras. Stripweiden A-B-A. Graslandkalender. Gras Arbeidsgemak Weidevakmanschap Melkproductie. Max. 2 koeien per ha

Maximaal weidegras. Stripweiden A-B-A. Graslandkalender. Gras Arbeidsgemak Weidevakmanschap Melkproductie. Max. 2 koeien per ha Maximaal Gras Arbeidsgemak Weidevakmanschap Melkproductie Max. 2 koeien per ha 2 kg ds bijvoeding per dag/koe 13 kg ds opname vers gras Stripweiden 18 uur weiden Stripweiden A-B-A Voorbeeld bij 120 koeien,

Nadere informatie

18-2-2013. Bacterie schematisch. Een bacterie is resistent. Oorzaak resistentie wereldwijd. Resistentie verkrijgen. Antibiogram. Matig & juist gebruik

18-2-2013. Bacterie schematisch. Een bacterie is resistent. Oorzaak resistentie wereldwijd. Resistentie verkrijgen. Antibiogram. Matig & juist gebruik % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % Broilers Slaughter pigs Veal calves Dairy cattle -- Themabijeenkomst Antibioticumbeleid en de (on-)mogelijkheden

Nadere informatie

DeLaval Focus. Deze Focus wordt u aangeboden door:

DeLaval Focus. Deze Focus wordt u aangeboden door: DeLaval Focus Deze Focus wordt u aangeboden door: Schoon en droog Ook verkrijgbaar als big bag van 500 kg Bacteriën hebben water, voedsel en een temperatuur van 20-40 graden nodig om te groeien en verdubbelen

Nadere informatie

Grip op Klauwen. Quickscan

Grip op Klauwen. Quickscan Grip op Klauwen Quickscan L.P.J.G van Beek J.J.B Groosman G.C.P Huijben Begeleiders: M van Barneveld (Hogeschool Has Den Bosch) G.C.P.M van Laarhoven (ZLTO) C.W.C.M Vermeer (ZLTO) Derdejaars periferie

Nadere informatie

Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company. Evaluatie

Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company. Evaluatie Happy Cow Project i.s.m. Rabobank Maas en Waal en CowSignals Training Company Evaluatie Conclusie Happy Cow Project: april 2013 Happy Cow Project succesvol afgesloten! Bijna alle deelnemers hebben reeds

Nadere informatie

Ontwerpen voor Systeeminnovatie De Familiekudde

Ontwerpen voor Systeeminnovatie De Familiekudde Ontwerpen voor Systeeminnovatie De Familiekudde een oplossing voor een natuurlijke en duurzame melkveehouderij Inhoudsopgave 1. Het concept 2. Ervaringen in de praktijk Dit onderzoek is een samenwerking

Nadere informatie

Kengetallen. E-13 Voortplanting

Kengetallen. E-13 Voortplanting Kengetallen E-13 Voortplanting Inleiding Op melkveebedrijven wordt jaarlijks een aanzienlijke schade geleden als gevolg van een niet optimale tussenkalftijd en een voortijdige afvoer van koeien die niet

Nadere informatie

Arbeidsefficiëntie op melkveebedrijven

Arbeidsefficiëntie op melkveebedrijven Arbeidsefficiëntie op melkveebedrijven Leader+ project Sterk met Melk Inhoud Verschillen in arbeidsefficiëntie Bedrijfsomvang Specialisatie Melken Voeren Veeverzorging Jongvee Teelten Onderhoud machines,

Nadere informatie

Valacon-Dairy v.o.f. Duurzaam melkvee. Het waarom en hoe. Willem van Laarhoven 23 november

Valacon-Dairy v.o.f. Duurzaam melkvee. Het waarom en hoe. Willem van Laarhoven 23 november Duurzaam melkvee Het waarom en hoe. Willem van Laarhoven 23 november 2010 www.duurzaammelkvee.nl 1 . Onderzoeks- en adviesbureau voor duurzaam melkvee. Richt zich op de economische, ecologische en maatschappelijk

Nadere informatie

Voorwoord. Nieuwsbrief Demoproject Gezonde klauwen op stal. Mei In dit nummer: Projectpartners: Beste lezer,

Voorwoord. Nieuwsbrief Demoproject Gezonde klauwen op stal. Mei In dit nummer: Projectpartners: Beste lezer, Projectpartners: Mei 2016 Nieuwsbrief Demoproject Gezonde klauwen op stal Voorwoord Beste lezer, In het kader van het ADLO demonstratieproject Gezonde klauwen op stal bezorgen we u een tweede nieuwsbrief.

Nadere informatie

Vragen en opdrachten. Vragen bij de wikiwijspagina Jongveeopfok

Vragen en opdrachten. Vragen bij de wikiwijspagina Jongveeopfok Vragen en opdrachten Vragen bij de wikiwijspagina Jongveeopfok Vragen bij boekje Jongvee blz 4 t/m 7 (Bekijk voor het maken van vraag 1 t/m 11 Wikiwijs: Jongvee opfok, hoofdstuk Introductie jongvee opfok.)

Nadere informatie

BVD aanpak in de praktijk. Pauline Athmer DAP Nijkerk-Wellensiek

BVD aanpak in de praktijk. Pauline Athmer DAP Nijkerk-Wellensiek BVD aanpak in de praktijk Pauline Athmer DAP Nijkerk-Wellensiek Inhoud presentatie Even voorstellen Waarom BVD? De BVD drager Hoe kom je aan BVD? Hoe kom je er weer vanaf? BVD aanpak in onze praktijk Enkele

Nadere informatie

Controle. Klauwaandoeningen scoren en noteren tijdens het koppelbekappen, Wat wil je weten: Score klauwaandoeningen (bij koppelbekappen).

Controle. Klauwaandoeningen scoren en noteren tijdens het koppelbekappen, Wat wil je weten: Score klauwaandoeningen (bij koppelbekappen). HOOFDSTUK 4 Je meet regelmatig of de klauwen gezond zijn. En je meet of de omstandigheden onder controle zijn, zodat de klauwen ook morgen en overmorgen gezond zijn. In het ideale geval weet de veehouder

Nadere informatie

diergezondheid HOOFDSTUK 4 152 DEEL 2: DIERGEZONDHEID DEEL 2: DIERGEZONDHEID 153

diergezondheid HOOFDSTUK 4 152 DEEL 2: DIERGEZONDHEID DEEL 2: DIERGEZONDHEID 153 diergezondheid Iedere veehouder wil gezonde dieren, want gezonde dieren produceren meer, geven meer arbeidsplezier, kosten minder geld en veroorzaken minder werkdruk. De gezondheid en het welzijn van de

Nadere informatie

Project Kwaliteitsmanagement voor de melkveehouderij

Project Kwaliteitsmanagement voor de melkveehouderij Tussentijdse resultaten Project Kwaliteitsmanagement voor de melkveehouderij Doel Het ontwikkelen van een kwaliteitssysteem waarmee de melkveehouder de kwaliteit van de productiewijze van melk en de kwaliteit

Nadere informatie

Ligboxen. Grootvee. Z-120 ligbox, afm. 195 cm x schoftboomhoogte 120 cm. 55010.040 ZK-135 ligbox, afm. 205 cm x schoftboomhoogte 135 cm. 55010.

Ligboxen. Grootvee. Z-120 ligbox, afm. 195 cm x schoftboomhoogte 120 cm. 55010.040 ZK-135 ligbox, afm. 205 cm x schoftboomhoogte 135 cm. 55010. Ligboxen Grootvee Ligbox ZK-135 De ligboxen ZK-135 en Z-120 zijn ontwikkeld met het oog op de koe. Ze bieden de koe een maximum aan comfort en vrijheid met veel ruimte voor opstaan en liggen. De box geeft

Nadere informatie

Nieuwsbrief Rundvee December 2016

Nieuwsbrief Rundvee December 2016 Nieuwsbrief Rundvee December 2016 Inhoud: 1. IBR en BVD vrij worden na tankmelkonderzoek 2. Aanpassingen BGP en BBP 3. BVD- virus-sneltest 4. Procapen in plaats van Penstrep-ject bij operaties 5. Nieuwe

Nadere informatie

DeLaval Focus. Deze Focus wordt u aangeboden door:

DeLaval Focus. Deze Focus wordt u aangeboden door: Focus Deze Focus wordt u aangeboden door: Celgetal attentieweken Celgetal attentieweken Proactive & Blockade: excellente mastitispreventie door optimale desinfectie Uiercrèmes: Mintcream voor betere doorbloeding,

Nadere informatie

Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid

Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid Inleiding Klauwaandoeningen en kreupelheid vormen samen met mastitis en verminderde vruchtbaarheid de belangrijkste bedrijfsgezondheidsproblemen in de Nederlandse

Nadere informatie

Bijlage. Investeringslijst. Investeringsplan 2012. bij Aanvraag Investeringen in integraal duurzame stallen en houderijsystemen GLB.

Bijlage. Investeringslijst. Investeringsplan 2012. bij Aanvraag Investeringen in integraal duurzame stallen en houderijsystemen GLB. Bijlage Investeringsplan 2012 bij Aanvraag in integraal duurzame stallen en houderijsystemen GLB Dit formulier hoort bij uw subsidieaanvraag voor in integraal duurzame stallen en houderijsystemen. U gebruikt

Nadere informatie

dierenartsenpraktijk Het Zuidenveld

dierenartsenpraktijk Het Zuidenveld dierenartsenpraktijk Het Zuidenveld Verslag bedrijfsbezoek studiegroep DBID over Voeding en Diergezondheid op 15 september 2009 bij VOF Westerhof, Holthe 37 E, Beilen. Bedrijfskarakteristiek: Melkveebedrijf

Nadere informatie

PRAKTIJKBLAD ASBEST SANEREN MET LEVENDE HAVE IN DE STAL

PRAKTIJKBLAD ASBEST SANEREN MET LEVENDE HAVE IN DE STAL PRAKTIJKBLAD ASBEST SANEREN MET LEVENDE HAVE IN DE STAL Dit Praktijkblad is opgesteld door: Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Leeg- en schoon opleveren voor aanvang sanering 4 3. Melkrobot en vee in de stal

Nadere informatie

GEREALISEERDE PROJECTEN

GEREALISEERDE PROJECTEN GEREALISEERDE PROJECTEN Eco-Vloer toegepast in de wachtruimte van de nieuwe ligboxenstal van Nico en Corina Van Vliet in Schipluiden, Nederland. De koeien lopen de wachtruimte, die onder 3% helling ligt,

Nadere informatie

Dierenartsenpraktijk Tweestromenland Rundveedierenartsen. Maarten Adamse Jos Giesen David Speksnijder

Dierenartsenpraktijk Tweestromenland Rundveedierenartsen. Maarten Adamse Jos Giesen David Speksnijder Dierenartsenpraktijk Tweestromenland Rundveedierenartsen Maarten Adamse Jos Giesen David Speksnijder Achtergrond richtlijn Maarten Adamse Achtergrond AB reductie Prof. Jaap Wagenaar Praktische tips rondom

Nadere informatie

Sterk met Melk. Brugse Ommeland en Meetjesland

Sterk met Melk. Brugse Ommeland en Meetjesland Sterk met Melk Brugse Ommeland en Meetjesland Dit verslag is geschreven in het kader van het project Sterk met Melk. Contact: Diane Schoonhoven, Leader+ project Sterk met Melk, 09 376 97 38, www.meetjesland.be/sterkmetmelk

Nadere informatie

Jongvee opfok. Vragen en opdrachten bij bundel Jongvee

Jongvee opfok. Vragen en opdrachten bij bundel Jongvee Jongvee opfok Vragen en opdrachten bij bundel Jongvee 1 Planning: Datum Huiswerk 29 / 31 jan Af vragen hoofdstuk 1 af t/m vraag 20 5 / 7 feb Af vragen hoofdstuk 1 vanaf vraag 21 t/m hoofdstuk 2 vraag 10

Nadere informatie

VeeManager Uw veestapel eenvoudig in de hand

VeeManager Uw veestapel eenvoudig in de hand VeeManager Uw veestapel eenvoudig in de hand Mario Willen Guido Boogaerts Behoeften melkveehouderij zonder quotum Efficiënte productie Informatie van de veestapel Informatie van de (attentie) -koe Gebruiksgemak

Nadere informatie

Werkblad: Gezondheidskenmerken

Werkblad: Gezondheidskenmerken Werkblad: Gezondheidskenmerken 1) Zet een koe vast aan het voerhek of aan het halster. Beoordeel vervolgens de onderstaande gezondheidskenmerken. a. Koe nummer: b. Leeftijd: c. Lactatiestadium: d. Ras:

Nadere informatie

landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE BB

landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE BB Examen VMBO-BB 2015 gedurende 240 minuten landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Bij dit examen horen een uitwerkbijlage en

Nadere informatie

Resultaten van een veldproef met betrekking tot neonatale kalverdiarree

Resultaten van een veldproef met betrekking tot neonatale kalverdiarree Auteur: Vanessa Meganck Inleiding Resultaten van een veldproef met betrekking tot neonatale kalverdiarree Voor het vermijden van diarree bij de jongste kalfjes dient er een evenwicht gevonden te worden

Nadere informatie

Robot & Weiden. Resultaten enquête 3

Robot & Weiden. Resultaten enquête 3 Robot & Weiden Resultaten enquête 3 Inleiding Inhoudsopgave De deelnemers van Robot & Weiden beantwoorden driemaal een enquête met als doel in kaart te brengen hoe zij omgaan met de combinatie melken met

Nadere informatie

Insemineren, de praktijk

Insemineren, de praktijk Hoofdstuk 6 Insemineren, de praktijk Het bronstig zien van de koe Bronst waarnemen is een vak. Koeien geven veel verschillende signalen af bij bronst. Daarbij verschilt de bronst van koe tot koe. Gemiddeld

Nadere informatie

Vetcorrectie Op basis van het voorgaande kan de NO berekend worden zonder een eventuele vetcorrectie.

Vetcorrectie Op basis van het voorgaande kan de NO berekend worden zonder een eventuele vetcorrectie. Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde Inleiding Na elke monstername wordt voor alle melkkoeien op het bedrijf een Netto Opbrengst (NO) berekend. De NO geeft het gecorrigeerde rendement van een

Nadere informatie

Oriënterend onderzoek naar twee nieuwe klauwhoornaandoeningen in Nederland.

Oriënterend onderzoek naar twee nieuwe klauwhoornaandoeningen in Nederland. Onderzoeksrapport Oriënterend onderzoek naar twee nieuwe klauwhoornaandoeningen in Nederland. Teenpuntnecrose Niet-herstellende wittelijnaandoening In opdracht van: Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer

Nadere informatie

Farm management Stalontwerp voor geautomatiseerd melken

Farm management Stalontwerp voor geautomatiseerd melken Farm management Stalontwerp voor geautomatiseerd melken www.lely.com innovators in agriculture 2 Lely Holding S.à r.l. Geen enkel deel van deze publicatie mag worden gekopieerd of gepubliceerd via druk,

Nadere informatie

Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat

Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat - Eindrapportage aan de provincie Drenthe - Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat Projectbeheerder: ETC Adviesgroep Mevr. I. Rameijer i.rameijer@etcnl.nl

Nadere informatie

Door: Marco Arink. 1 Zandligboxen

Door: Marco Arink. 1 Zandligboxen Door: Marco Arink 1 Zandligboxen Inhoud 1 Aanleiding... 4 2 Ligboxen en koecomfort... 5 2.1 Belangen van koecomfort... 5 2.2 Ligboxen... 6 2.3 Koeien en zand... 9 2.3 Soort zand... 10 3 Consequenties voor

Nadere informatie

DeLaval waterdrinkbakken Meer water betekent meer melk

DeLaval waterdrinkbakken Meer water betekent meer melk DeLaval waterdrinkbakken Meer water betekent meer melk 2 Meer water betekent al haar drinkbehoeftes kennen Verhoogde wateropname verbetert de melkproductie Melk bestaat uit bijna 90% water, dus het is

Nadere informatie

SimHerd - oefeningen. Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016

SimHerd - oefeningen. Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016 SimHerd - oefeningen Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016 Je gaat nu oefeningen maken met het SimHerd model. Je gaat scenarios analyseren en aan de hand daarvan vragen beantwoorden. 1. www.simherd.com,

Nadere informatie

Nedap RealTime Tochtdetectie Halslabel

Nedap RealTime Tochtdetectie Halslabel Nedap Tochtdetectie Nedap Tochtdetectie Visuele tochtdetectie op grote bedrijven is lastig Het is niet efficiënt en onvoldoende betrouwbaar. Met Nedap Tochtdetectie is het mogelijk om grote melkveestapels

Nadere informatie

Voor een duurzame toekomst

Voor een duurzame toekomst Voor een duurzame toekomst Complete leverancier van bewezen kwaliteit Den Boer Beton is een flexibele en marktgerichte organisatie en decennia lang een begrip onder professionals in de agrarische sector.

Nadere informatie

HANDLEIDING STROHOKKEN DROGE EN VERSE KOEIEN

HANDLEIDING STROHOKKEN DROGE EN VERSE KOEIEN HANDLEIDING STROHOKKEN DROGE EN VERSE KOEIEN Drs. Rens van Rossum, keuze co-schap Faculteit der Diergeneeskunde Utrecht. Begeleider namens Vetvice: drs.msm. Jan Hulsen. Rens van Rossum & Vetvice BV, december

Nadere informatie

Polylatex. De indringing was voor de test bijna net zo groot als er na. Een - -~- blauwgroene - -~-~- PVC topmat, die bovenop 12 3.7 15.

Polylatex. De indringing was voor de test bijna net zo groot als er na. Een - -~- blauwgroene - -~-~- PVC topmat, die bovenop 12 3.7 15. Het is verstandig om in de boxen gehakseld stro te strooien. Zo zijn de boxen goed schoon te houden. Zaagsel kan ook, zolang het van een goede kwaliteit is. De ene koematras is de andere niet. Uit onderzoek

Nadere informatie

Aflammeren in tijden van Q-koorts

Aflammeren in tijden van Q-koorts Aflammeren in tijden van Q-koorts Enkele adviezen: Laat bij het aflammeren geen mensen uit risicogroepen toe Draag tijdens het aflammeren speciale werkkleding: overall, rubberen laarzen en handschoenen

Nadere informatie

Robot & Weiden. Resultaten enquête 1

Robot & Weiden. Resultaten enquête 1 Robot & Weiden Resultaten enquête 1 Inleiding Inhoudsopgave De deelnemers van Robot & Weiden beantwoorden driemaal een enquête. Het doel is het in kaart brengen hoe zij omgaan met de combinatie melken

Nadere informatie

20-4-2012. Afwegingskader Opstallen - Weiden. Stichting Weidegang (missie) Programma

20-4-2012. Afwegingskader Opstallen - Weiden. Stichting Weidegang (missie) Programma Afwegingskader Opstallen - Weiden Symposium Lekker Buiten: Outdoor Animal Husbandry De kracht en uitdagingen van het buiten houden van vee 19 april Wageningen Ir. Q.G.W. (René) van den Oord sr. adviseur

Nadere informatie

Magnesium in drinkwater voor weidende droge koeien

Magnesium in drinkwater voor weidende droge koeien Magnesium in drinkwater voor weidende droge koeien J. Zonderland (ROC Bosma Zathe) K. Kalis (Gezondheidsdienst voor Dieren in Noord-Nederland) Als weidende koeien krachtvoer krijgen of als koeien op stal

Nadere informatie

Melkkwaliteit en management. Gerrit Hegen

Melkkwaliteit en management. Gerrit Hegen Melkkwaliteit en management Gerrit Hegen KoeKompas KoeKompas Historie en toekomst Wat houdt KoeKompas in? Wat zijn de voorwaarden om KoeKompas te mogen uitvoeren? KoeKompas Historie: Ontwikkeld door dierenartsen

Nadere informatie

MaxXfan Hittestress bij melkkoeien Waardoor wordt het veroorzaakt en wat kunt u eraan doen?

MaxXfan Hittestress bij melkkoeien Waardoor wordt het veroorzaakt en wat kunt u eraan doen? Hittestress bij melkkoeien Waardoor wordt het veroorzaakt en wat kunt u eraan doen? Geschreven door: Raymond van Benthem In opdracht van: Inleiding Bij een comfortabele temperatuur presteert rundvee het

Nadere informatie

PirDAP Regiobijeenkomst. Beter adviseren vanuit de duurzaamheidsmonitor

PirDAP Regiobijeenkomst. Beter adviseren vanuit de duurzaamheidsmonitor PirDAP Regiobijeenkomst Beter adviseren vanuit de duurzaamheidsmonitor Betsie Krattley Rundvee dierenarts September 2016 Universitaire Landbouwhuisdieren Praktijk (ULP) Sinds 1 april 2009 Fusie: Buitenpraktijk

Nadere informatie

Wie ben ik? Rendementsverbetering in bedrijfsbegeleiding. Wat kunt u verwachten. 1 Economisch adviseur

Wie ben ik? Rendementsverbetering in bedrijfsbegeleiding. Wat kunt u verwachten. 1 Economisch adviseur Rendementsverbetering in bedrijfsbegeleiding Een paar startpunten voor discussie Wie ben ik? Boerenzoon, 45 melkkoeien Studie veeteelt, LandbouwUniversiteit Wageningen Epidemiologie Economie (lange termijn

Nadere informatie

De aanpak van rotkreupel in België Tussentijds verslag

De aanpak van rotkreupel in België Tussentijds verslag De aanpak van rotkreupel in België Tussentijds verslag 1. Inleiding en duiding Rotkreupel is een zeer besmettelijke en uiterst pijnlijke ontsteking van de tussenklauwhuid bij schapen. Ze wordt veroorzaakt

Nadere informatie

Compoststal in Amerika; 2 keer per dag bewerken Gedroogde mest stal in Israël ( de wei in de stal )

Compoststal in Amerika; 2 keer per dag bewerken Gedroogde mest stal in Israël ( de wei in de stal ) Een greep uit nieuwe ontwikkelingen huisvesten van melkvee Huisvesting van melkvee staat momenteel sterk in de belangstelling bij melkveehouders, beleid en het onderzoek. Vanuit verschillende onderzoekprojecten

Nadere informatie

Werkingsprincipe DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM

Werkingsprincipe DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM Nummer systeem Naam systeem BWL 2010.35.V3 Ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif Melk- en kalfkoeien ouder

Nadere informatie

DierenArtsenCentrum Noordwolde Najaar 2011

DierenArtsenCentrum Noordwolde Najaar 2011 DierenArtsenCentrum Noordwolde Najaar 2011 Beste paardeneigenaar, De avonden zijn alweer langer, dat betekent dat het hoognodig tijd is voor de paarden najaarsnieuwsbrief van DAC Noordwolde. Afgelopen

Nadere informatie

Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen

Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen Er valt veel te winnen met een langere levensduur Henk Hogeveen Lange levensduur is goed...... gevolg van betere gezondheid... gevolg van betere vruchtbaarheid... minder jongvee nodig minder kosten minder

Nadere informatie

68 melkkoeien (incl vaarzen), 21 pinken, 24 kalveren Vervangingspercentage 29 %

68 melkkoeien (incl vaarzen), 21 pinken, 24 kalveren Vervangingspercentage 29 % 2. OMZET EN AANWAS De bedrijfseconomische berekening van de omzet en aanwas is een verhaal apart. Hieronder zal dat aan de hand van een voorbeeldberekening worden duidelijk gemaakt. 2.2 Voorbeeldbedrijf

Nadere informatie

Klauwproblemen en vruchtbaarheid 2013

Klauwproblemen en vruchtbaarheid 2013 Klauwproblemen en vruchtbaarheid 2013 Marcel Van Aert Vakdierenarts rundvee Praktijkassistent vakgroep voorplanting, verloskunde en bedrijfsdiergeneeskunde Normale klauwen Steile wandhoorn( 75 mm) Hoge

Nadere informatie

Streven naar een goed producerende koe met lange levensduur

Streven naar een goed producerende koe met lange levensduur Melkveebedrijf van nu naar... Streven naar een goed producerende koe met lange levensduur Efficiënte jongveeopfok: ALVA laag vervangings % + impact mestbeleid Preventief management: risico s vermijden

Nadere informatie

Wat wil de koe? Veterinaire Vee Fokkers Club De Uithof 7 april 2014 Gerrit Hegen.

Wat wil de koe? Veterinaire Vee Fokkers Club De Uithof 7 april 2014 Gerrit Hegen. Wat wil de koe? Veterinaire Vee Fokkers Club De Uithof 7 april 2014 Gerrit Hegen Wat wil de koe? Moet de koe zich schrap zetten in de duurzame zuivelketen? Kringloopwijzer. KoeKompas is. Vervanger Periodiek

Nadere informatie

Vaarzenmastitis verbeter de rentabiliteit van de next generation. Sofie Piepers, DVM, PhD. M-team UGent

Vaarzenmastitis verbeter de rentabiliteit van de next generation. Sofie Piepers, DVM, PhD. M-team UGent Vaarzenmastitis verbeter de rentabiliteit van de next generation Sofie Piepers, DVM, PhD Vaarzenmastitis Intramammaire infecties vóór kalven Gevolgen na kalven: Klinische mastitis Subklinische mastitis

Nadere informatie

Robot & Weiden. Resultaten enquête 2

Robot & Weiden. Resultaten enquête 2 Robot & Weiden Resultaten enquête 2 Inleiding Inhoudsopgave De deelnemers van Robot & Weiden beantwoorden driemaal een enquête met als doel in kaart te brengen hoe zij omgaan met de combinatie melken met

Nadere informatie