De regioraad heeft naar aanleiding van de adviezen van de commissies nog de volgende opmerkingen geplaatst:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De regioraad heeft naar aanleiding van de adviezen van de commissies nog de volgende opmerkingen geplaatst:"

Transcriptie

1 5 STADSREGIO R OTTERDAM Aan de Raden van de regiogemeenten Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders datum ons kenmerk steller telefoon uw kenmerk betreft 4 januari J. Fix (010) Investeringsstrategie Geachte gemeenteraad, geacht college, In 2008 is het rapport Investeringsstrategie stadsregio Rotterdam opgesteld door AT Osborne. Bespreking hiervan in de commissies en de regioraad leidde tot de opdracht de investeringsstrategie uit te werken en te concretiseren langs een financiele lijn en een inhoudelijke lijn. Dit heeft geresulteerd in de voorliggende notitie Investeringsstrategie regio Rotterdam In de regioraad van 16 december 2009 is de Investeringsstrategie aan de orde geweest. De regioraad heeft besloten in te stemmen met de notitie Investeringstrategie regio Rotterdam Tevens heeft de regioraad besloten het omslagstelsel voort te zetten conform de huidige systematiek en uitgangspunten voor tariefstelling van de omslagheffing. De regioraad heeft ook ingestemd met het voorstel de omslagbaten in te zetten voor investeringen in de regionale opgave voor groen, infrastructuur, wonen en economie. Voorts heeft de regioraad in principe ingestemd met de instelling van een Investeringsreserve en na afwikkeling van de aangegane verplichtingen en verantwoording het Omslagfonds (2011), het Fonds Verstedelijking en Stedelijke Vernieuwing (2011) en het Fonds Groen (na 2013) te liquideren. Tenslotte heeft de regioraad voor de opstelling van de begroting 2011 als richting meegegeven dat een nader te bepalen deel van de voeding van de Investeringsreserve wordt afgezonderd in de begroting ten behoeve van procesondersteuning, opdat de Investeringsreserve uitsluitend investeringsmiddelen bevat. De regioraad heeft naar aanleiding van de adviezen van de commissies nog de volgende opmerkingen geplaatst: 1. Bij het bepalen van de investeringsprojecten dient te worden uitgegaan van een gebiedsgerichte benadering. 2. Het is van belang een integrale afweging te maken; daarbij past niet een a priori vastgesteld percentage van de vrij besteedbare middelen voor bepaalde beleidsvelden. 3. Het stellen van prioriteiten dient te gebeuren aan de hand van criteria. Er wordt kennisgenomen van de eerste - grove - prioriteiten en de daarbij gehanteerde criteria. Om die reden acht de regioraad het wenselijk om het woord 'weer' te schrappen in de 3 e regel van onder op pagina 1 van de brief aan de leden van de regioraad d.d. 11 december Wij bieden u nu de Investeringsstrategie ter consultatie aan. Daarvoor zijn de volgende relevante stukken als bijlage bij deze brief gevoegd: Meent106 1 Postbus I 3001 AB Rotterdam I T I F I I I

2 Notitie Investeringsstrategie , versie 18 december Ten opzichte van de notitie, versie 18 november 2009 die in de regioraad voorlag is in 3.2 informatie toegevoegd over aangegane verplichtingen en reserveringen voor investeringen in groen en infrastructuur. Tevens is het voorstel voor prioritering voor Wonen aangepast conform de brief d.d. 11 december 2009 aan de regioraad inzake de Investeringsstrategie Agendapost Investeringsstrategie voor de regioraad van 16 december Brief d.d. 11 december 2009 van het dagelijks bestuur aan de regioraad betreffende de adviezen van de commissies en de reactie van het dagelijks bestuur. Wij verzoeken u ons uw reactie te doen toekcmen voor 1 maart Uw reactie zullen wij betrekken bij de definitieve voorstellen die wi; in juni 2010 aan het algemeen bestuur van de stadsregio zullen voorleggen. Hoogachtend, het dag«luks bestuur van de stadsregio Rotterdam, mr M secretaris. ing. A. Aboutaleb, voorzitter.

3 Investeringstrategie regio Rotterdam Versie 18 december 2009 Investeringsstrategie / / RWE / JF / 16 december 2009

4 Inhoudsopgave Samenvatting en voorlopige conclusies 1. Inleiding 2. De regionale opgave tot Investeringsprioriteiten 3.1 Uitgangspunten 3.2 Groen 3.3 Verkeer en Vervoer 3.4 Wonen 3.5 Economie 3.6 Milieu 4. Het financiele instrumentarium 4.1 Bestaande budgetten 4.2 Voortzetting van het huidige omslagstelsel 4.3 Aanwending van investeringsmiddelen 4.4 Nieuwe financieringsarrangementen 5. Vervolg

5 Samenvatting en voorlopige conclusies In 2008 is het rapport Investeringsstrategie stadsregio Rotterdam opgesteld door AT Osborne. Bespreking hiervan in de commissies en de regioraad leidde tot de opdracht de investeringsstrategie uit te werken en te concretiseren langs een financiele lijn en een inhoudelijke lijn. Daartoe zijn drie werkgroepen geformeerd, bestaande uit ambtenaren van verschillende regiogemeenten en medewerkers van de stadsregio. De drie werkgroepen zijn 1. Omslagstelsel, 2. Optimaliseren van gebruik Externe fondsen en mogelijkheden die de grondexploitatiewet biedt en 3. Prioritering. Deze notitie is het (voorlopige) resultaat. In de notitie wordt de regionale opgave beschreven zoals deze geformuleerd is in het proces van Dialoog 2009 en opgenomen is in "Verbindende kracht: een realistische visie op regionale samenwerking na 2010". De kern is dat de stadsregio zich richt op een duurzame ontwikkeling van ruimte en mobiliteit. De regionale agenda binnen dit fysieke domein is complex en veelomvattend: - de transformatieopgave in de Noordas, - de inpassing van de behoeften van het haven-industrieelcomplex en de versterking van de woon- en landschappelijke kwaliteiten in de Zuidflank, - benutting van de potenties van de locaties aan de rivier, - de doorontwikkeling van knooppunten - de verstedelijkingsopgave voor de periode , - de opgave om de regio duurzaam bereikbaar te houden, de infrastructuur optimaal te benutten en de netwerken voor openbaar vervoer en fiets uit te bouwen, - gezamenlijk een duurzame economische groei bewerkstelligen door onder andere de aanpak van verouderde bedrijfsterreinen, realisatie van nieuwe bedrijventerreien en kantoorontwikkeling, - de ontwikkeling van regioparken, - een regionale aanpak op het gebied van de waterproblematiek (advies commissie Veerman) - uitvoering van de proactieve milieuaanpak. De regionale middelen zijn beperkt. Bestaande subsidies houden op te bestaan (BLS) of nemen in omvang af (ISV, BDU) of zijn tot 2020 nog onzeker (ILG loopt tot 2013). Gelijkertijd vragen partners in de realisering van de regionale agenda financiele participatie van de stadsregio. De stadsregio beschikt slechts over de in het verleden opgebouwde BWS-reserve en (beperkte) rentebaten. De omslagbaten voor de huidige verstedelijkingsperiode zijn geheel belegd met verplichtingen. Dit leidt tot de conclusie dat de voortzetting van een omslagstelsel van essentieel belang is in de realisatie van de regionale agenda. Voorts vergt de samenhang tussen de verschillende projecten een integrate afweging, zowel inhoudelijk als financieel. Dat is een belangrijk argument om een algemene investeringsreserve in het leven te roepen, die gevoed wordt door de omslagbaten, de BWS-reserve en rentebaten. Voor de verdeling van de middelen kan worden aangesloten bij de prioriteringsmethoden en -criteria als urgentie, multiplier, probleemoplossende werking en synergic Hierdoor ontstaat een transparant verdeelmodel, waarbij de koppeling tussen middelen en investeringen goed inzichtelijk is. Bijkomend voordeel is dat de uitvoering van de investeringsstrategie via de verantwoording van de investeringsreserve onderdeel wordt van de P&C-documenten en -cyclus. De middelen van de investeringsreserve voorzien in een aanvulling op geoormerkte budgetten als Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) en Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). De regionale investeringen zullen zelden de financiele dekking van projecten betreffen. Ook zijn de mogelijkheden die de grondexploitatiewet biedt om kostenverhaal op regionaal niveau ten behoeve van regionale doelstellingen toe te passen onderzocht. Die mogelijkheden blijken uiterst beperkt zijn, gegeven de complexiteit en gestelde wettelijke randvoorwaarden. Daarom wordt voorgesteld niet verder op deze weg te gaan en de strategic te richten op ondersteuning van gemeenten om dit instrument op gemeentelijk

6 niveau ten voile te benutten. Hiertoe wordt inmiddels door de stadsregio aan een netwerk gebouwd waar planologen, planeconomen en (nun) adviseurs via kennisdeling de praktijkkennis van grondexploitaties verdiepen. Tevens is verkend of en zo ja welke beleidsdoelen en projecten van de stadsregio Rotterdam in de komende jaren voor Europese, Rijks- of provinciale financiering in aanmerking zouden kunnen komen. Uitgangspunt is dat subsidies nooit een vaste inkomensstroom kunnen en zullen zijn. De verwachting is dat het belang van Europese fondsen in de nabije toekomst (2013) voor Nederland afneemt. Het heeft dus vanuit financieel oogpunt niet zoveel zin om fors te investeren in een Europese lobby richting Brussel en Den Haag. Voorgesteld wordt voor de korte termijn subsidiekansen te benutten in het Europese programma Kansen voor West, gericht op doelstelling 2 Regionale concurrentiekracht en Werkgelegenheid. Sinds juni 2009 is onder regie van Rijk en Randstadregio een werkgroep gestart met de opdracht oplossingsrichtingen aan te d agen voor de financiering van de binnenstedelijke opgave. Onder de titel van Onorthodoxe maatregelen zijn diverse categorieen van maatregelen ge'identificeerd. In paragraaf 4.4 van de bijgaande notitie worden deze (kort) getypeerd De werkgroep rapporteert in mei 2010 De uitkomsten zullen worden betrokken bij de verdere uitwerking en prioritering van :ie regionale investeringsstrategie. Vervolg Na de behandeling van de notitie in de diverse commissies en de besluitvorming in de regioraad wordt de notitie aangeboden voor consultatie aan de regiogemeenten. Parallel aan dit vervolgproces en aanvullend op het gestelde in deze notitie wordt in nauwe samenspraak met de regiogemeenten het komende jaar een nadere invulling gegeven aan de volgende zaken: 1. De investeringsprioriteiten: he; afwegingskader van de diverse investeringsprojecten en - ge:>ieden alsmede de volgorde en fasering; 2. De afstemming van de investeringsstrategie met de processen van Verstedelijkingsafspraken, RVVP en RGSP; 3. De spelregels met betrekking tot de instelling van een investeringsreserve; 4. De afwikkeling van de rechten en verplichtingen van de op te heffen fondsen. Bij de start van de nieuwe bestuurspei iode worden betrokken bestuurders over de voortgang van bovenstaande ge'inforrr eerd.

7 1. Inleiding In 2008 is het rapport Investeringsstrategie stadsregio Rotterdam opgesteld door AT Osborne. Bespreking hiervan in de commissies en de regioraad leidde tot de opdracht de investeringsstrategie uit te werken en te concretiseren langs een financiele lijn en een inhoudelijke lijn. Daartoe zijn drie werkgroepen geformeerd, bestaande uit ambtenaren van verschillende regiogemeenten en medewerkers van de stadsregio. De drie werkgroepen zijn: 1. Omslagstelsel 2. Optimaliseren van gebruik Externe fondsen en mogelijkheden die de grondexploitatiewet biedt 3. Prioritering. De regioraad heeft op 1 juli jl. de rapportage Het omslagstelsel van de stadsregio Rotterdam heden van de werkgroep Omslagstelsel besproken, waarin de werking van het huidige Omslagstelsel, de gemeentelijke bijdragen aan het omslagstelsel en de aanwending van de ontvangen middelen uit het Omslagfonds worden toegelicht. In de bijlage van die rapportage is ook een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in andere regio's projecten van regionaal belang (mede) worden gefinancierd. Deze notitie vormt het (voorlopige) resultaat van de genoemde werkgroepen. De notitie poogt de onderbouwing te geven voor besluitvorming over het nut en de noodzaak van een omslagstelsel en de wijze waarop de komende 10 jaar de omslagbaten worden ingezet. In paragraaf 2 wordt aangegeven wat de regionale opgave behelst, hetgeen recent in het proces van Dialoog 2009 opnieuw is geformuleerd. Paragraaf 3 geeft de argumentatie voor een prioriteitstelling, vanuit de wetenschap dat de oeschikbare overheidsmiddelen niet toereikend zullen zijn om alle ambities uit RR2020 te verwezenlijken binnen de komende 10 jaar. Paragraaf 4 beschrijft het financieel instrumentarium dat de stadsregio kan inzetten voor de realisatie van de regionale opgave, inclusief enkele nieuwe ideeen rond waardecreatie en publiek-private samenwerking die bij gebiedsontwikkeling toegepast zouden kunnen worden. In de slotparagraaf komt het vervolgproces aan de orde.

8 2. De regionale opgave De regionale opgave is geformuleeid in onder andere het regionaal structuurplan/provinciaal streekplan RR2020. Met de programma's en projecten die hieraan gerelateerd zijn willen gemeenten, stadsregio en provincie een krachtige ruimtelijk-economische structuurversterking en een belangrijke kwaliteitsverbetering van het woon- en leefmilieu tot stand brengen. In het proces van Dialoog 2009 is vastgesteld dat de regionale agenda tot 2020 de volgende punten bevat: 1. Noordas De stadsregio heeft de ambitie de aantrekkelijke positie van de Noordas te benutten voor het uitbouwen van de kennis- en diensteneconomie en om de aantrekkelijke en gewilde woongebieden in Lansingerland en Rotterdam Noord en Oost verderte versterken. De Noordas bevindt zich in een verstedelijkingsproces, waarbij het gebied transformeert: Van een overwegend agrarische gebied naar een samenhangend natuur- en recreatiegebied dat van be:ekenis is voor een groot deel van de Rotterdamse regio (regiopark Rottemeren, regiopark Delfland, groenzones Noordrand en Berkel-Pijnacker, uitbouw f ets- en wandelpaden); Van een relatief slecht berciikbaar gebied aan de rand van de stad naar een zeer goed ontsloten zone met economische potenties op bovenregionale schaal (A13-16, N471, N209, uitbouw van OV-verbindingen); Van een stedelijk woonmilieu en drie dorpen naar een samenhangend groen woongebied; Van een traditioneel glastumbouwgebied naar een toonaangevende, kennisintensieve pijler van de greenport Zuid-Holland. 2. Zuidflank In de Zuidflank gaat het erom de behoeften van het haven-industrieelcomplex te accommoderen en gelijktijdig de relatie met het deltalandschap, met bijbehorende kwaliteiten voor recreatie en wonen te versterken. In concreto betreft het: de ontwikkeling van nieuwe regionale bedrijventerreinen:brielle en Spijkenisse/Bernisse in de zuidwestflank, Ridderster in de zuidoostflank; herstructurering van bestaande bedrijventerreinen; verbetering van de bereiktiaarheid: onder andere verbreding van de A15, tweede westelijke oeververbinding, A4 tussen Hoogvliet en Klaaswaal; de ruimtelijke inpassing Vein deze nieuwe ontwikkelingen; de versterking van de lancschappelijke en natuur- en recreatieve waarden, waarbij ook een koppeling wordt gelegd met de wateropgave: in de zuidwestflank het groenprogramma Voorne Putten met een omvang van bijna 1800 hectare en in de zuicoostflank het regiopark Usselmonde dat ruim 1600 hectare natuur- en recreatiegebied omvat. In aansluiting op de ontwikkeling van het regiopark wordt n:iuw samengewerkt met de Drechtsteden. 3. Rivierzones Niet voor niets wordt dit gebied het 'goud van de regio' genoemd: benutting van de locaties voor nieuwe stedelijke milieus na herstructurering of transformatie van verouderde bedrijventerreiner geeft kansen voor wonen, werken en recreeren, waarin de Rotterdamse regio ;;ich kan onderscheiden van andere. Tegelijkertijd vervult de rivier met openbaar vervoer te water een belangrijke functie in de ontsluiting van de rivierzones. Een en ander vergt een zorgvuldige planning en ontwerpstrategie in verband met milieueisen. 4. Knooppunten De omgeving van Rotterdam Centraal is een internationaal knooppunt. Daaromheen ligt een ring van kleinere knooppunten met een bovenregionale of regionale functie: Brainpark Centrum, Schieveste, Vijfsluizen,Alexander, Rotterdam Airport en Parkstac. Ze hebben een gunstige ligging voor bedrijven,

9 voorzieningen en woningbouw in hoge dichtheden. Dit brengt met zich mee dat miiieueisen een passende ontwerpstrategie vereisen. De opgave is hier om de investeringen in infrastructuur af te stemmen op de programmatische ontwikkeling, waarbij ongewenste concurrentie tussen de knooppunten wordt voorkomen. De ontwikkeling van de knooppunten zelf is een zaak van de gemeenten. 5. Verstedelijking De opgave is om circa woningen te realiseren, waarvan grofweg tussen de en sloop-vervanging betreft. Binnen de Zuidvleugel is afgesproken dat 80% van deze opgave in bestaand stedelijk gebied (grens 2010) plaatsvindt. De verschuiving van een aanbodgerichte naar een vraaggestuurde benadering vergt een integrale aanpak, waarbij de regiogemeenten afspraken maken over de ontwikkeling van de diverse woonmilieus inclusief de randvoorwaarden en de doelgroepen waarvoor gebouwd wordt. De thema's waarlangs dit gebeurt zijn: trendbreuk in de herstructurering, openbaar vervoer gerelateerde verstedelijking, transformatie rivierzones, centrumontwikkeling en metropolitaan landschap. 6. Bereikbaarheid en mobiliteit Het regionaal verkeer- en vervoerplan ondersteunt de beoogde ruimtelijke, economische en leefbaarheidsontwikkelingen optimaal. De inzet van de stadsregio vertaalt zich in uitvoeringsgericht overleg met de vele partijen die in de regio projecten feitelijk realiseren; de stadsregio zet daarbij gericht de beschikbare financiele middelen in. Via intensief contact met de rijksoverheid spant de regio zich in om bestaande infrastructuur optimaal te benutten en om nieuwe infrastructuur zo te realiseren dat mobiliteit gepaard gaat met een goede inpassing en leefbaarheid. In de periode tot 2020 gaat het er vooral om de interne en externe bereikbaarheid van de zuidelijke Randstad te verbeteren. Het netwerk moet minder gevoelig worden voor verstoringen en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten bereikbaar worden gemaakt. Daarbij is essentieel dat daarin alle modaliteiten vanuit hun sterke kant worden betrokken. Prijsbeleid en ketenbenadering zijn centrale aspecten in de aanpak van de stadsregio. De projecten met een grote betekenis in dit kader, die in realisatie respectievelijk voorbereiding zijn: De infrastructurele maatregelen in de Noordas en de Zuidflank; Onderliggend wegennet: Noordoost, N209, N471, N57, optimalisatie stedelijke wegennetten, aansluitingen hoofdwegennet/onderliggend wegennet; Openbaar vervoer/ spoorvoorzieningen: afronden RandstadRail, ZoRoverbinding, Hoekse lijn, Ridderkerklijn, stations Kethel en Parkstad, spoorcapaciteit Schiedam- Delft en Gouda-Rotterdam, zuidvleugelnet, toegankelijkheid openbaar vervoer, veiligheid en instandhouding netwerken; Ketenmobiliteit: P&R voorzieningen, fietsenstallingsvoorzieningen bij diverse (metro)stations / haltes; Goederenvervoer: spoorcapaciteit, mainportbereikbaarheid multimodaal Duurzame bereikbaarheid: studie Rotterdam VOORuit; 7. Economie en grondbeleid De kernopgaven als herstructurering van bestaande bedrijventerreinen, realisatie van nieuwe bedrijventerreinen en kantoorontwikkeling behoeven een uitvoeringsgerichte aanpak. Bundeling van kennis en capaciteit, het richten van middelen, het in samenhang prioriteren en faseren zijn daarbij cruciaal. In het RR2020 is de herstructureringsopgave vastgelegd. In het meerjarenprogramma Regionaal Herstructurerings- en Ontwikkelingsbureau (RHOB) is de opgave nader ingedeeld naar perioden van uitvoering tot De herstructureringsopgave is een groot maatschappelijk probleem en kent een forse onrendabele top. Ondersteuning in organisatie en uitvoering van de opgaven door gericht inzetten van kennis, expertise en/of projectmanagement is soms ontoereikend. Middelen om gericht obstakels weg te nemen dan wel bij te dragen middels cofinanciering zijn ook van groot belang om voortgang te kunnen krijgen en houden. Voor de periode t/m 2011 zijn de volgende terreinen geprioriteerd, waarbij ook de provinciale UHB-gelden worden gericht op deze terreinen:

10 Agricluster in Barendrecht/Ridderkerk, Spaanse Polder in Rotterdam en Nieuw- Mathenesse in Schiedam. In 2012 en 2013 staat gepland 5 bedrijventerreinen (Noord-West, Hordijk, Schiebroek, Laagjes en Hoogvliet) uit het Meerjarenprogramma in Rotterdam, Groot-Vettenoord in Vlaardingen, Stormpolder in Krimpen aan den IJssel en Wilhelminahaven in Schiedam. In 2014 wordt opnieuw bepaald of de herstructurering van de genoemde terreinen voldoende gevorderd is om ook de herstructurering van andere terreinen te starten. Op dat moment worden tevens de prioriteiten gesteld tot 2020, uit de lijst van betrokken terreinen: Hoofdweg in Capelle aan den IJssel, 's Graveland in Schiedam, 't Woud in Brielle, Hoefslag in Lansingerland, Donkersloot in Ridderkerk, De Kade, De Dijk en Kapelpolder in Maassluis, Kickersbloem 1 in Hellevoetsluis, De Vergulde Hand in Vlaardingen en Halfweg/Molenwatering in Spijkenisse. Ook de ontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen kent stagnatie ten opzichte van de planning. Ook hier word: een procesondersteunende aanpak op maat voorgestaan. Voor wat betreft de inzet met betrekking tot kantoren is en wordt vooral ge'i'nvesteerd in bereikbare knocippuntlocaties en verzorgt de stadsregio de coordinate tussen het prograrrma op de diverse knooppunten. 8. Groen en water Centraal staat hierbij de totstandkoming van een robuuste samenhangende groenblauwe structuur random het stedelijk gebied van de regio, waarbij het in de eerste plaats gaat om recreatiegebieden, duurzaam beheer van deze gebieden en de verbindingen in en tussen deze gebieden alsmede het stedelijke gebied. Het betreft de ontwikkeling van de regioparken Dsselmonde (inclusief Deltapoort), Delfland en de Rottemeren. Daarnaast zijn de volgende opgaven aan de orde: Voorne Putten: Krekenplan, koppeling aan waterberg'rngsopgave en versterking open landschap; Noordrand: groene zone tussen Rottemeren en Delfland; Maasmond: groene zone tussen Maassluis en de kust; Ruimtelijke gevolgen van de waterkwantititeitsopgave; Relatie met het klimaatbeleid; Concretisering van het advies van de commissie Veerman. 9. Milieu De proactiev "Mlieuaanpak is er primair op gericht om de uitvoering van RR2020 zodanig te faciiiteren dat plannen niet als gevolg van milieuaspecten stil komen te liggen. Dat betekent dat in eer zo vroeg mogelijk stadium van de utvoering van de diverse projecten en programma's de milieuaspecten in kaart worden gebracht en een strategie ontworpen wcrdt gericht uit vergroten van de uitvoerbaarheid van het ruimtelijk beleid bij een gelijktijdige verbetering van de milieukwaliteit. De stadsregio ondersteunt de gemeenten hierin onder meer door middel van trainingen, signaalkaart, quick scans voor het doorlichten van ruimtelijke plannen op milieukansen en -knelpuntan. De regionale aanpak luchtkwaliteit behelst de uitvoering van het regionale plan van aanpak luchtkwaliteit, de uitvoering van onderdelen van het regionale en nationale samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit en de monitoring van de uitvoering en de effecten op de luchtkwaliteit. De stadsregio ontvang van VROM tot ,5 mln voor de uitvoering van de plannen. De regionale klimaatagenda ornvat de samenwerking tussen de regionale gemeenten gericht op een reductie van de C02 uitstoot in 2025 van 40 % ten opzichte van In de agenda zijn 13 samenwerkingsprojecten bijeen gebracht die daaraan een bijdrage leveren. De stadsregio faciliteert en ondersteunt de gemeenten bij de uitvoering van die projecten d.m.v de inzet van uren en geld. In de tweede fase wordt verkend op welke wijze in de regio vorm kan worden gegeven aan de klimaatadaptatie. hierin is de wateropgave een centraal thema. Aangesloten wordt bij initiatieven op basis van de aanbevelingen van de Commissie Veerman en bij het Rotterdam Climate Initiative.

11 Samengevat bevat de regionale agenda een groot scala aan activiteiten binnen het fysieke domein, waarin de stadsregio acteert vanuit verschillende rollen. Voor de Investeringsstrategie zijn van belang de rollen: Verdeler van financiele middelen Facilitator van gebiedsontwikkeling Ondersteuner van gemeenten bij de uitvoering van programma's en projecten Smedervan publiek-private allianties Belangenbehartiger en 'lobbyist' voor de regio bij rijk en provincie.

12 3. Investeringsprioriteiten 3.1 Uitgangspunten De investeringsprioriteiten zijn afgeleid van de strategische doelen van de stadsregio, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Aan de hand van de volgende criteria c.q uitgangspunten is een eerste schifting te maken van de projecten die in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage van d;> stadsregio uit de Vrij' besteedbare middelen: 1. Het gaat om een project van bovenbkaal belang. Dit houdt in dat de beoogde effecten van de ontwikkeling de gemeente overstijgen. Dit kan aan de orde zijn wanneer wordt samengewerkt met andere gemeenten, waarbij ook gedacht kan worden aan een premie op samenwerking. De betreffende ontwikkeling draagt tevens zichtbaar bij aan de uitvoering van de regionale agenda ; 2. De urgentie van de ontwikkeling /het project wordt breed gedeeld; 3. De bijdrage betreft cofinanciering: rret name rijks- en provinciale investeringen vergen cofinanciering. De bijdrage is noodzakelijk voor realisatie. Ergo: zonder een bijdrage komt de uitvoering niet of veel te laat (naar inening van het bestuur) tot stand; 4. Met de bijdrage worden andere gewcnste investeringen losgetrokken van andere overheden en/of marktpartijen en private investeerders: het multipliereffect; dit kan zichtbaar zijn in concrete effecten bijvoorbeeld in bouw van aantallen woningen voor een specifieke doelgroep, vergroting van be zoekersaantallen of behouden dan wel vergroten van de werkgelegenheid. 5. De focus is om te investeren in de rjmdvoorwaarden voor een aantrekkelijk vestigingsmilieu voor wonen en werken. Dat betekent dat geen generieke subsidies (bijvoorbeeld een bedrag per gebouwd:: woning) worden verstrekt. Wel kan sprake zijn van gebiedsspecifieke investeringen, waar een integrale opgave aan de orde is. 6. Er is sprake van synergie. De ontwikkeling kent een samenhang met andere projecten. Dit kan aan de orde zijn bij een gebiedsgerichte aanpak. Nota Bene: De stadsregionale investeringen voorzien in een aanvulling op geoormerkte budgetten als Investeringsbudget Landelijk Gebied (3-G) en Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). De regionale investeringen zullen zelden de financiele dekking van projecten betreffen. 3.2 Groen Uitgangspunt bij dit voorstel is dat doer de vergaande verstedelijking die bovendien voor het grootste deel binnenstedelijk gerealiseerd gaat worden de druk op de open ruimte in de steden steeds groter wordt en de druk op de open ruimte om de grote steden eveneens. Het is dus voor het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit en een ruimtelijke omgeving waarin mensen en bedrijven zich willen vestigen van groot belang dat die buitenstedelijke gebieden op orde komen en blijven. Dat leidt tot de volgende prioriteiten voor groen: - Noordas/Common Green, omdat met het sluiten van de groene zone aldaar niet alleen een robuust groen (natuur en recreatie)gebied ontstaat dichtbij het verstedelijkte gebied van de regio (Rotterdam en Lansingerland), maar omdat daarmee ook de verbinding tot stand gebracht wordt tussen de regiorale parken/landschappen: Delfland en Rottemeren. In verband met het verhogen van de bruikbaarheid is hier tevens een prioriteit het investeren in de stad-landverbindingen (ecologische, recreatieve en ontsluitende) voor diverse modaliteiten : lopen, fietsen, kanoen, ov-bereikbaarheid en autobereikbaarheid in combinatie met goede overstappunter. Die verbindingen moeten niet alleen de Noordas betreffen, maar ook de verbindingen met Rottemeren en Delfland. 10

13 - Oost-IJsselmonde, omdat met het sluiten van de groene zone aldaar een verbinding tot stand gebracht kan worden tussen de 600 PMR ha, de landinrichting en de voornemens voor de Deltapoort. Hiermee ontstaat ook aan de zuidkant een robuuste groene structuur dichtbij het verstedelijkte gebied van de regio (Rotterdam, Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk). Wat de stad-landverbindingen betreft geldt hier hetzelfde als bij de Noordas. - Voorne Putten, omdat het belangrijk is in het licht van ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving en vestigingsklimaat het open gebied van de regio open te houden. Dat betekent prioriteit voor het Krekenplan. Hiermee kan de metafoor "tuin van de regio" nadere invulling krijgen, zeker als een en ander in relatie tot landelijk wonen en andere ruimtelijke ontwikkelingen wordt gebracht. Bovendien kan hiermee de recreatieve druk op de kust verlicht worden. Dat wil overigens niet zeggen dat er in de rest van de regio niets meer gebeurt, maar dat de regionale investeringen met voorrang hiervoor moeten worden ingezet. Aandachtspunt is nog dat de regio er waarschijnlijk in gaat slagen een slordige 2300 ha uitvoeringsgereed te hebben in Dat betekent dat alle planologische en financiele hobbels genomen moeten zijn. Hier en daar zal nog wel een tekort(je) optreden, waarbij het Omslagfonds/Investeringsreserve wordt ingezet voor projecten die in de prioritaire gebieden liggen. Voor de overige gebieden zullen andere oplossingen gezocht moeten worden. Om een en ander in het juiste perspectief te plaatsen volgt hierna een overzicht van de reserveringen en aangegane verplichtingen voor groen. Geraamde inkomsten en uitgaven fonds groen per 15 december 2009 In de periode wordt geraamd (meerjarenraming 2007) dat het Fonds Groen als volgt wordt gevuld: De financiele middelen die uit het Omslagfonds beschikbaar komen voor groen worden ondergebracht in het Fonds Groen. Daartegenover staan een aantal reeds aangegane verplichtingen: project PMR Hoeksepark Strypse wetering Schieveen Landscheidingspark Reservering Landscheidingspark Groenzone Oranjebuitenpolder totaal ,32 3,70 5, ,35 1,3 15,7 18, ,38 0,50 1,66 3, ,41 1, ,43 1,66 1,00 1,00 5, ,46 1, ,49 1,00 2, ,52 1,66* 1,52 totaal 11,36 1,3 0,5 3,32 19,4 1,0 1,0 38,88 Daarbij dient te worden aangetekend dat de laatste reservering voor Schieveen (2013) niet wordt gefinancierd uit dit budget, maar dat daarvoor t.z.t. andere bronnen worden gezocht. Een en ander leidt tot de volgende opbouw van reserves c.q. tekorten inkomsten uitqaven reserve ,34 5,02 1, ,35-3, ,68 3,54 0, ,20 1,41 6, , ,49 11

14 Van de reserve in 2010 moet nog de verplichting voor PMR over 2011 t/m 2013 worden betaald. Dat betekent een reserve van 7,49-4,48 = 3,01 miljoen. Verder is in 2009 een reservering voor de Oranjebuitenpclder gemaakt ter grootte van 1,2 miljoen. Daarmee reduceert het reserve tot 1,31 miljoen. 3.3 Verkeer en vervoer Voor de investeringen in de infrastructuur door de stadsregio is de belangrijkste stroom financiele middelen geregeld via de BD.J Verkeer en vervoer. In de periode komt via de BDU ongeveer 3,5 miljarcl ter beschikking, bij gelijkblijvend rijksbeleid. Inclusief beschikbare gereserveerde BDU-middelen voor grotere langlopende infrastructuurprojecten is derhalve ong-;veer 3,8 miljard aan dekking beschikbaar voor in hoofdlijnen: investeringen in infrastructuur, exploitatie van het openbaar vervoer en de instandhouding van railinfrastructuur. Voor de investeringen in nieuwe infrastructuur sec is het aandeel in de dekking ongeveer l,l miljard. Het ambitieprogramma Infrastructuur van het uitvoeringsprogramma van het RVVP vergt in genoemde periode tenminste 1,7 miljard, waarmee een dekkingstekort ontstaat van tenminste 600 miljoen. Dit tekort stacit nog los van nieuwe (nog niet geprogrammeerde) infrastructuurprojecten die bijvoorbeeld voortvloeien uit de MIRT-verkenningen Rotterdam Vooruit, Haaglanden en Antwerpen-Rotterdam. De verwachte opbrengst van de omsla<]baten is in de periode ongeveer 100 miljoen. Het dekkingstekort van de infr astructuurinvesteringen overstijgt deze middelen. Derhalve is gezocht naar een adequate inzet van de beschikbare omslagmiddelen in de mcbiliteitssfeer. Het voorstel is om bij de inzet van beschikbare middelen te prioriteren in investeringen in infrastructuur, die bij de ontwikkeling van locaties de bereikbaarheid daarvan op bovenlokaal niveau verbetert. Hieronder een overzicht van projecten met een globale schatting van benodigde middelen: 1. Bleizo: Verlengde Laan van Mathenesse + knooppuntvoorzieningen (P+R, fiets, bus) 2. Reijerwaard/Dierenstein: IJsselmondseknoop 3. Alexander, Capelle XL, Nesselande: Hoofdwegplein/Hoofdweg-Alexanderlaan 4. Schieveste: 's Gravelandseweg en t-orvathweg/tjalklaan 5. Locaties Maassluis w.o. Dijkpolder in samenhang met ontsluiting Maasland: Netwerkversterking en herorientatie acinsluitingen A20 6. Rivieroevers Vlaardingen: Marathon.veg, Vijfsluizen 7. Spaland: Ketenmobiliteit bij station Kethel Het totale investeringsniveau bedraagt circa 150 miljoen. Afhankelijk van tempo en omvang van instroom van middelen zou de stadsregio kunnen bijdragen aan genoemde projecten in voornoemde volgorde. De voor verkeer en vervoer aangegeven mogelijke prioriteiten voor de Investeringsreserve zijn in het RIVV niet gedekt. Deze aangegeven prioriteiten zijn niet het complete beeld van infrastructuur inveseteringen die voor de integrale opgaven in ons gebied van belang is. In het RIW wordt bijvoorbeeld op Voorne-Putten een bedrag van 48 mln besteed aan de Harmsenbrug, Hartelcorridor en de kruising N57/N218. Voor de Noordas is 30 mln voorzien voor de verbreding van de N209 en is RandstadRail (inclusief ZoRo-bus) een cruciale investering. Voor het complete overzicht van financieel gedekte projecten wordt verwezen naar het realisatieprogramma van het RIVV Voor het dekkingsvraagstuk van de BD'J zal de stadsregio streven naar vergroten van de instroom van beschikbare middelen van rijkszijde, via BDU of projectspecifieke subsidising, door beperking van de uitstroom van BDU-middelen naar diverse bestedingscategorieen, waaronder de grootste, het Openbaar Vervoer, dan wel door fasering of afstel van bijdragen de uitstroom van middelen in evenwicht houden met de beschikbaarheid daarvan. 12

15 3.4 Wonen In net beleidsveld wonen is de realisatie van de sociale opgave, of beter gesteld de doelstelling om een betere spreiding van de sociale woningvoorraad te bewerkstelligen ter ontlasting van het hoog verstedelijkte gebied een prioritaire opgave die op regionaal niveau invulling moet krijgen. Daarnaast is sprake van een grootschalige herstructurering en vernieuwing van de bestaande voorraad in het bestaand (groot)stedelijk gebied en van transformatie in diverse regiogemeenten. De ISV3 bijdrage voor de periode is een doeluitkering die hiervoor in ieder geval moet worden ingezet. Die bijdrage is echter in omvang beperkt ( 12,7 miljoen). Het feit dat ook de rijksoverheid geen lumpsum bijdrage verstrekt voor het realiseren van de woningbouwopgave leidt tot de noodzaak om tot prioriteiten te komen en te beoordelen in welke mate er door de stadsregio aanvullende middelen beschikbaar kunnen worden gesteld voor de uitvoering van de opgave. Voorgesteld wordt om hieraan de volgende voorwaarden te verbinden: - de stadregio financiert mee aan een bepaalde gebiedsontwikkeling, wanneer er buiten het grootstedelijk gebied extra huurwoningen bovenop de autonome lokale behoefte in de sociale sector worden toegevoegd en wanneer deze ontwikkeling deel uitmaakt van gebied waarin herstructurering of transformatie van bestaand stedelijk gebied aan de orde is; - de gemeenten, die een overmaat aan woningen in de sociale sector hebben, waar tevens een opgave is van herstructurering / transformatie kunnen aanspraak maken op een bijdrage uit de Investeringsreserve. Rotterdam en Schiedam worden hiervan uitgesloten in verband met de rechtstreekse ISV-bijdrage; - de gebiedsontwikkeling moet passen binnen de thema's uit het gebiedsdocument Verstedelijking ; - dat bij herstructurering en nieuwbouwplannen zichtbaar aandacht is besteed aan eisen van duurzaamheid en klimaat, (b.v. energiebesparing, terugdringen geluidhinder, e.d.). 3.5 Economie Herstructureringen zijn complex, vragen een lange adem, specifieke kennis en ervaring en voldoende financiele armslag. De opgave van het 'Regionale Herstructurerings- en Ontwikkelingsbureau' (RHOB) omvat: - Komen tot het daadwerkelijk uitvoeren van de geprioriteerde herstructureringen; - Toepassen van de SER-ladder met als belangrijk element: waar mogelijk verder intensiveren van het ruimtegebruik; - Optimaliseren van de afstpmming van de herstructurering met de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen conform RR2020. Uitgangspunt bij de prioriteiten voor economie is aan te sluiten op de recent gestarte aanpak in het kader van het RHOB en de herstructureringsopgave. Naast coordinate en gerichte projectondersteuning in de vorm van projectmanagement en kennisontwikkeling en -deling worden projecten ook in beperkt mate ondersteund middels cofinanciering. Hierbij wordt de programmavolgorde RHOB gehanteerd waarbij tot 2013 Agricluster Barendrecht/Ridderkerk, Spaanse Polder in Rotterdam en Nieuw-Mathenesse in Schiedam aan de orde zijn. In 2013 wordt opnieuw bepaald of de herstructurering van deze terreinen voldoende gevorderd is om ook de herstructurering van andere terreinen te starten. Op dat moment worden tevens de prioriteiten gesteld tot 2020, uit de lijst van betrokken terreinen: Albatros in Capelle a/d IJssel, 't Woud in Brielle, Kickersbloem 1 in Hellevoetsluis, Rodenrijs in Lansingerland, Kapelpolder en Kade en de Dijk in Maassluis, Donkersloot in Ridderkerk, 's Gravenland en Haventerrein in Schiedam, Spijkenisse, Vergulde Hand in Vlaardingen en Hoefweg in Lansingerland. Om in aanmerking te komen voor cofinanciering dient te worden voldaan aan het principe dat alle betrokken partijen bij de herstructurering (naast provincie en gemeente, ook de ter plaatse gevestigde bedrijven ) financieel participeren. 13

16 3.6 Milieu De stadsregio investeert tot nu toe niet zelf in milieuvoorzieningen: die slaan bij andere partijen neer: wegbeheerders, corporat es, projectontwikkelaars, bedrijven. Dat moet ook zo blijven. Wei moet er procesgeld besciikbaar blijven om gemeenten (en eventueel ook andere partijen) te ondersteunen in eer zo duurzaam mogelijke ontwikkeling. In dat opzicht is het dienstig als aan stadsregi :>nale investeringen in infrastructuur, bedrijventerreinen en wat al niet de voorwaarde van duurzaamheid wordt verbonden. Zo kan een goede relatie tot stand worden gebracht met thema's als klimaatverandering, verbeteren luchtkwaliteit en terugdringcn geluidhinder. 14

17 4. Het financiele instrumentarium 4.1 Bestaande budgetten De stadsregionale middelen zijn afkomstig uit diverse bronnen: > Brede Doel Uitkering (BDU) voor verkeer en vervoer: jaarlijkse uitkering door V&W van circa 350 miljoen, waarvan 70% voor de exploitatie van het openbaar vervoer. Het restant dient te worden aangewend voor de aanleg van regionale infrastructuur met een investeringsbedrag tot 250 miljoen. Naar verwachting blijft de BDU bestaan, maar wordt het uitkeringsniveau naar beneden bijgesteld als gevolg van de huidige economische recessie. Daarnaast blijft de indexering van rijksbijdragen sinds jaar en dag achter bij de daadwerkelijke kostenontwikkeling van infrastructuur en blijkt de BDU niet toereikend voor de noodzakelijk geachte investeringsprojecten. > Besluit Locatiegebonden Subsidies (BLS) voor woningbouw: deze bijdrage van VROM is een prestatiesubsidie voor de bouw van woningen (exclusief Kop van Zuid) voor de periode De subsidie wordt gestort in het Fonds Verstedelijking en Stedelijke Vernieuwing. Vanaf 2010 wordt deze subsidie niet meer verstrekt. > Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV): dit budget is voor de periode 2005 t/m 2009 door de provincie aan de stadsregio overgedragen ten behoeve van investeringen in stedelijke vernieuwing in regiogemeenten, die niet rechtstreeks op grond van de wettelijke regeling in aanmerking komen voor een ISV-subsidie. Alleen Rotterdam en Schiedam hebben een eigen ISV-budget. Voor de periode 2010 t/m 2014 betreft het een subsidie van 12, 7 miljoen. Dit is exclusief een budget voor de aanpak van geluidsbelaste woningen ( ) en exclusief het bodembudget (dit is al geheel belegd met de sanering van de zogeheten Humane spoedlocaties). De provincie heeft het voornemen om wederom dit budget aan de stadsregio te delegeren. > Besluit woninggebonden subsidie (BWS): dit betreft een financiele reserve van de stadsregio die in de loop der jaren is ontstaan uit vrijvallende middelen van de VROMsubsidie en de recente afkoop voor woningbouwprojecten in bestaand stedelijk gebied. De uitvoering van de BWS regeling is binnenkort afgerond. De financiele reserve bedraagt ruim 50 miljoen en wordt de komende jaren ingezet voor de uitvoering van noodzakelijk geachte regionale projecten. > Omslagbijdragen: het betreft een jaarlijks gei'ndexeerde heffing per 'Begonnen woning' en per woningequivalent. In 2009 bedraagt de heffing 1351,96. In totaal zal vanaf 1995 tot en met 2009 circa 186 miljoen aan omslagheffing door gemeenten zijn opgebracht. Sinds 2005 wordt 55% van de omslagbaten ingezet voor regionale infrastructuur en 45% voor groen. 4.2 Voortzetting van het huidige omslagstelsel Het huidige omslagstelsel vindt zijn oorsprong in het besef dat "de regio de komende tien jaar voor een aanzienlijke eigen financiele opgave wordt gesteld wat betreft het realiseren van de regionale plannen voor infrastructuur en groen. Het in te stellen regionaal omslagfonds zal slechts een van de financieringsbronnen zijn voor deze opgave, maar wel een cruciale" (citaat uit het Financieel Scenario Vinex, november 1994). In feite geldt deze argumentatie nog steeds, zij het dat er voor meerdere beleidsvelden een regionale opgave ligt. De inkomsten uit omslagheffing zijn een essentiele schakel om de uitvoering van regionale projecten mogelijk te maken, temeer nu rijksbijdragen verlaagd worden of geheel komen te vervallen. Daarnaast verlangen externe financiers als provincie, rijk en Europa, maar ook andere publiekrechtelijke instellingen steeds meer een eigen bijdrage van de initiatiefnemers. Het Omslagfonds voldoet bij uitstek aan de behoefte van "eigen regionale financiering". 15

18 In combinatie met een gedragen prioriteitstelling van projecten van regionaal oftewel bovenlokaal belang is een omslagstelsel een relatief eenvoudig instrument dat slagvaardig en effectief de realisatie van regionale projecten (mede) bevordert. Vertrekpunten voor een Meerjarenraming Omslagfonds Uitgangspunt voor een eerste inschatting van de financiele mogelijkheden is dat de huidige systematiek van omslagheffing wordt gecontinueerd. Dit betekent dat het Omslagfonds niet negatief mag staan. Ueffing vindt alleen plaats over nieuwbouw van woningen en niet over toevoegingen anderszins. Er vindt geen verrekening plaats met onttrokken woningen. Ook de heffing over woningequivalenten blijft onveranderd. Net als in de Verstedelijkingsafspraken over zijn er nu geen nieuwe grote uitleglocaties, waarvoor het dubbele ta ief zou moeten gelden. De ontwikkeling van de grote uitleglocaties zal in belangrijke mate zijn gerealiseerd, zodat in de nieuwe periode de heffingen worden berekend op het enkelvoudige tarief. Alleen de locatie Noordrand III zal nog niet 100% af zijn. Voor deze grote uitleglocatie is de omslag echter in 2005 afgekocht. De nog te realiseren woningen tellen wel mee in de nieuwe periode. Maar er worden geen inkomsten in het Omslagfonds gerealiseerd. Door de nadruk op binnenstedelijk bou.ven op moeilijke locaties zal de winstgevendheid van de grondexploitaties afnemen. Daarnaast bestaat er een tendens steeds meer aan de markt over te laten. Het belang van ee i samenwerkingsovereenkomst met private partijen neemt hierdoor toe. Echter de mogelijkheden van doorberekenen van de omslagheffing aan de private partijen zijn behoorlijk belemmerd door de nieuwe Grondexploitatiewet. Alleen gemeentel jke kosten die rechtstreeks te maken hebben met de te ontwikkelen locatie, kunnen worcen verhaald op de private partners. Regionale omslagheffing wordt hier niet toe gerekend. Kostenverhaal blijft waarschijnlijk wel mogelijk op minnelijke basis met wederzijds goedvinden. Anders dient de omslagheffing uit andere gemeentelijke bronnen te worden betaald. De mogelijkheden van cofinanciering door het rijk worden tegelijkertijd beperkt. Al met al is er daarom weinig tot geen ruimte voor een extra verhoging van het heffingsbedrag. De verhoging blijft dan beperkt tot de jaarlijkse indexering op basis van de Index Investeringen vaste activa Overheid. Raming inkomsten Voor de periode wordt vooialsnog uitgegaan van een taakstelling van woningen. Een deel van deze woningen kunnen worden gerealiseerd door toevoegingen anderszins. De uitvoering van de herstructureringsopgave met veel hoog-niveau renovatie zal de eerste jaren nog voortduren. Het aantal toevoegingen anderszins zal daarom de eerste jaren nog substantieel zijn. In de meerjarenraming 2008 is geconstateerd dat uitgegaan kan worden van 500 toevoegingen anderszins per jaar. De jaarlijkse indexatie van de heffings:>ijdrage wordt gecontinueerd. Vooralsnog kan worden uitgegaan van een gemiddelde stijging van 1% per jaar. Ten behoeve van de raming van de inkomsten wordt uitgecaan van een gemiddeld heffingsbedrag van per woning of woningequivalent. Voorgesteld wordt ten behoeve van de berekening van de inkomsten uit woningbouw rekening te houden met woningen, waarover omslag berekend kan worden. De inkomsten worden zodoencie berekend op x = In RR2020 is de beleidsintentie gecontinueerd dat per jaar m2 kantoorruimte wordt toegevoegd inclusief herontwikkeling ter plaatse en per jaar netto 50 ha bedrijventerrein. De realisatie is sterk afhankelijk van de economische ontwikkeling. In werkelijkheid worden per jaar ca. 20 ha netto bedrijventerrein gerealiseerd. De inkomsten zouden daarom geraamd kunnen worcen op /100 x = :>0 en /100 x = , tezamen 4,2 miljoen per jaar. Echter, het uitgiftetempo van nieuwe bedrijventerreinen en kantoorlocaties is conjunctuurgevoelig, terwijl dit de grondslag is van de omslagheffing. Het ontbreekt verder aan betrouwbare statistieken waaruit concrete ervaringsgegevens zijn af te leiden. 16

19 In voorgaande meerjarenramingen is daarom uitgegaan van een vast bedrag per jaar, te weten 3,4 miljoen per jaar. Dit komt overeen met net gemiddelde van de afgelopen elf jaar. Hierbij past de kanttekening dat met name in de eerste jaren boven het gemiddelde werd opgehaald. In de laatste zes jaar varieert het bedrag tussen 3,2 miljoen en 2,3 miljoen per jaar. Rekening houdend met de huidige economische crisis is er voor gekozen ook in de nieuwe periode uit te gaan van een vast bedrag van 3,0 miljoen inkomsten uit woningequivalenten per jaar. De inkomsten worden zodoende geraamd op 10 x = Op basis voortzetting van het bestaande beleid zou in de komende 10 jaar periode circa aan omslag opgehaald kunnen worden. Voor de bestedingsruimte is het noodzakelijk rekening te houden met vertragingen in zowel de woningbouw als in de bouw van woningequivalenten. Daarom wordt bij de berekening uitgegaan van een vergelijkbare risicobuffer van 10 a 15% van de totaal geraamde inkomsten als in de periode , dat wil zeggen een bandbreedte van 12 miljoen tot 19 miljoen. Op deze wijze wordt de nieuwe bestedingsruimte berekend op 101 miljoen tot 108 miljoen. 4.3 Aanwending van investeringsmiddelen Huidige methodiek en verdeling Momenteel worden de ontvangen omslagbijdragen in een apart fonds gestort, het Omslagfonds. Vanuit het Omslagfonds vindt vervolgens een verdeling plaats naar de beleidsterreinen groen (45%) en verkeer en vervoer (55%). Binnen de betreffende sectoren worden vervolgens sectoraal prioriteiten gesteld. Aangezien vanaf 2010 de projecten die in aanmerking komen voor een bijdrage van de stadsregio integraal op basis /an de in paragraaf 3.1 geformuleerde uitgangspunten worden geprioriteerd is dit niet meer wenselijk. Nieuwe methodiek en verdeling Voorgesteld wordt om een algemene investeringsreserve in het leven te roepen. Voor de verdeling van de middelen, die in de algemene investeringsreserve worden gestort, kan worden aangesloten bij de eerder genoemde prioriteringsmethoden en -criteria. Hierdoor ontstaat een transparant verdeelmodel, waarbij de koppeling tussen middelen en investeringen goed inzichtelijk is. Bijkomend voordeel is dat de uitvoering van de investeringsstrategie via de verantwoording van het investeringsfonds onderdeel wordt van de P&C-documenten en -cyclus. De voeding van de algemene investeringsreserve zal plaatsvinden vanuit de volgende bronnen: 1. Conform de besluitvorming van de regioraad op 21 mei 2008 worden de vrij beschikbare middelen gestort in de investeringsreserve. Belangrijkste onderdeel hiervan is de BWS-reserve. Daarnaast moet worden onderzocht in hoeverre er bij de overige bestemmingsreserve sprake is van vrije ruimte. Ook deze vrije ruimte zal in de algemene investeringsreserve worden gestort. 2. De jaarlijkse omslagbijdragen worden in de algemene investeringsreserve gestort. 3. Na afwikkeling van de aangegane verplichtingen en verantwoording worden het Omslagfonds (2011), het Fonds Verstedelijking en Stedelijke Vernieuwing (2011) en het Fonds Groen (na 2013) geliquideerd en de resterende middelen overgeheveld naar de algemene investeringsreserve. De middelen uit het FVSV en FG blijven wel gelabeld voor wonen respectievelijk groen. Spelregels beheer investeringsreserve Voor het beheer van de investeringsreserve en de allocatie van de middelen zullen spelregels moeten worden opgesteld. Het ligt het meest voor de hand om deze spelregels vast te leggen in een verordening. Deze verordening regelt de voeding en het beheer van de Investeringsreserve. De verordening biedt ook het algemene kader voor uitgaven ten laste van de reserve. Hierbij wordt aangesloten op de in hoofdstuk 3 van de notitie aangegeven investeringsprioriteiten en -uitgangspunten. 17

20 4.4 Nieuwe financieringsarrangementen De huidige situatie leidt tot de noodzaa< om ook te verkennen welke nieuwe dan wel elders succesvolle arrangementen inge:;et zouden kunnen worden om de regionale ontwikkelingsopgave van een duurzaam financieel fundament te voorzien. Grondexploitatiewet Per 1 juli 2008 is de (nieuwe) wet op d<: ruimtelijke ordening (Wro) c.a. de grondexploitatiewet in werking getrede i. De Grondexploitatiewet bevat instrumenten - om in het geval de grond niet in eigendom is bij de gemeente - de kosten van de inrichting van de openbare ruimte op purticulieren te verhalen en eisen te stellen aan de particuliere grondexploitatie. Rechtszekerheid en de aanpak van free riders zijn daarbij leidend. Onderzocht is in hoeverre het verruimde grondexploitatie-instrumentarium in financiele zin kan bijdragen aan de regionale opgaven. Conclusies ten aanzien van de Grondexploitatiewet in relatie tot regionale ambities zijn: 1. Kostenverhaal geschiedt: door de overheden die op basis van de Wro bevoegd zijn tot het nenen van ruimtelijke besluiten. De stadsregio heeft in dat verband geen bei'oegdheden. 2. De opbrengst van het kostenverhaal voor de gemeente zal, als het wetsvoorstel goed werkt, kunnen toenemen. Dit komt enerzijds door de uitbreiding van verhaabare kosten en anderzijds door het verplichtende karaktervan het (publi;>krechtelijke) kostenverhaal. Schaduwzijde is echter dat - in ieder ge v/al in de Rotterdamse regio - ten gevolge van de verstedelijkingsstrategie van de Zuidvleugel de winstgenererende locaties schaarser zullen worde i. Het is een reele veronderstelling dat bij veel ontwikkelingen niet kan worden voldaan aan het vereiste van een dragende grondexploitiitie. 3. De grondslag voor kostenverhaal is - ten minste - een (intergemeentelijke) structuurvisie. Deze dient dus door meerdere gemeenten te worden vastgesteld. 4. De koppeling aan de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit is in de praktijk lastig op een regionale schaal. Het vergt een redelijk gedetailleerde beschrijving van de projecten. 5. Regionale toepassing v;an verevening tussen grondexploitaties leidt wellicht tot uitholling viin draagvlak voor de bestaande bijdrage aan het omslagstelsel. Daarnaast bestaat de tendens steeds r leer aan de markt over te laten. Het belang van samenwerking met private partijen neemt hierdoortoe. Echter de mogelijkheden van doorberekenen van de omslagheffing can de private partijen zijn behoorlijk belemmerd door de nieuwe Grondexploitatiewet. Alleen gemeentelijke kosten die rechtstreeks te maken hebben met de te ontwikkelen ocatie, kunnen worden verhaald op de private partners. Regionale omslagheffing wordt hier niet toe gerekend. Kostenverhaal blijft waarschijnlijk wel mogelijk op minnelijke basis met wederzijds goedvinden. Anders dient de omslagheffing uit andere gemeentelijke bronnen te worden betaald. De mogelijkheden van cofinanciering door het rijk worden tegelijkertijd beperkt. Dit alles leidt tot de conclusie dat de mogelijkheden die de grondexploitatiewet biedt om kostenverhaal op regionaal niveau ten behoeve van regionale doelstellingen toe te passen uiterst beperkt zijn, gegeven de complexiteit en gestelde wettelijke randvoorwaarden. Het ligt dan ook voor de hand om daar wa^ir nodig gemeenten te ondersteunen om dit instrument op gemeentelijk niveau ter voile te benutten. Hiertoe wordt inmiddels door de stadsregio aan een netwerk gebouv.'d waar planologen, planeconomen en (hun) adviseurs via kennisdeling de praktijkl:ennis van grondexploitaties verdiepen. Subsidies als aanvullende financieringsbron Er is verkend of en zo ja welke beleidsdoelen en projecten van de stadsregio Rotterdam in de komende jaren voor Europese, Rijki;- of provinciale financiering in aanmerking zouden kunnen komen. Uitgangspunt is dat subsidies nooit ee i vaste inkomensstroom kunnen en zullen zijn. 18

Nota Fondsen Ruimtelijke Ontwikkelingen

Nota Fondsen Ruimtelijke Ontwikkelingen Nota Fondsen Ruimtelijke Ontwikkelingen 1 november 2009 M. Roobol / P. Bakker Openbare Werken en Ruimtelijke Zaken 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Inleidend 3 1.2 Aanleiding 3 1.2 Leeswijzer 4 2 Huidige

Nadere informatie

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Inleiding Stedelijke herontwikkeling Voor de ruimtelijke ontwikkeling van Utrecht is de Nieuwe Ruimtelijke Strategie opgesteld die in 2012 door de Raad

Nadere informatie

Nota Reserves, Voorzieningen en Fondsen

Nota Reserves, Voorzieningen en Fondsen Nota Reserves, Voorzieningen en Fondsen 1. Inleiding Periodiek worden de reserves en voorzieningen aan een herijking onderworpen. Het doel van deze nota is om het algemeen bestuur uitgebreid te informeren

Nadere informatie

Investeren in ontwikkelingen. De reserve ontwikkelingsinvesteringen nader beschouwd.

Investeren in ontwikkelingen. De reserve ontwikkelingsinvesteringen nader beschouwd. Investeren in ontwikkelingen De reserve ontwikkelingsinvesteringen nader beschouwd. B&W 11 februari 2003 1. INLEIDING 1.1. Algemeen In de notitie Ruimte voor ontwikkelen van de ruimte voorstel tot het

Nadere informatie

Raadsinformatiebrief B&W vergadering 23 oktober 2012

Raadsinformatiebrief B&W vergadering 23 oktober 2012 Raadsinformatiebrief B&W vergadering 23 oktober 2012 Steller : J. Bosma Telefoonnummer: (0343) 565839 E-mailadres : jan.bosma@heuvelrug.nl Onderwerp : Voortgang haalbaarheidsonderzoek gebiedsontwikkeling

Nadere informatie

Alternatieve locaties Hoeksche

Alternatieve locaties Hoeksche Alternatieve locaties Hoeksche Waard Nieuw Reijerwaard / Westelijke Dordtse Oever Nota Ruimte budget 25 miljoen euro (11 miljoen euro voor Nieuw Reijerwaard en 14 miljoen euro voor Westelijke Dordtse Oever)

Nadere informatie

Aanbieden notitie A16 corridor en Rotterdam University Business District. De VVD, CDA en Leefbaar Rotterdam verzoeken het college daarom:

Aanbieden notitie A16 corridor en Rotterdam University Business District. De VVD, CDA en Leefbaar Rotterdam verzoeken het college daarom: Verzoek VVD, CDA en Leefbaar Rotterdam Aanbieden notitie A16 corridor en Rotterdam University Business District De A16 is voor de Metropoolregio en de Randstad een belangrijke verbinding met Antwerpen,

Nadere informatie

Camiel Eurlings, minister van Verkeer en Waterstaat en Bas Verkerk, regiobestuurder van het Stadsgewest Haaglanden

Camiel Eurlings, minister van Verkeer en Waterstaat en Bas Verkerk, regiobestuurder van het Stadsgewest Haaglanden Capaciteitsuitbreiding spoor Den Haag - Rotterdam Doel Baanvak Den Haag Rotterdam geschikt maken om te voldoen aan de toenemende vraag naar spoorvervoer en tegelijkertijd het aanbod aan openbaar vervoer

Nadere informatie

INVENTARISATIE BEDRIJVENTERREINEN REGIO ROTTERDAM

INVENTARISATIE BEDRIJVENTERREINEN REGIO ROTTERDAM INVENTARISATIE BEDRIJVENTERREINEN REGIO ROTTERDAM G.H. van der Wilt en W.H.M. van der Zanden Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) maart 2006 In opdracht van Stadsregio Rotterdam en Ontwikkelingsbedrijf

Nadere informatie

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0 Criteria Naam en nummer Soort Instellingsdatum Besluitvorming Nut en noodzaak Functie Doel Ambtelijk beheerder Voeding Toelichting B0442003 Reserve Cofinancieringsfonds Kennis en innovatie Bestemmingsreserve

Nadere informatie

Bijlage 5. Concept overeenkomst Uitvoeringsafspraken Verkeer en Vervoer Gemeente. Stadsregio 2004 tot en met 2007

Bijlage 5. Concept overeenkomst Uitvoeringsafspraken Verkeer en Vervoer Gemeente. Stadsregio 2004 tot en met 2007 Bijlage 5 Concept overeenkomst Uitvoeringsafspraken Verkeer en Vervoer Gemeente. Stadsregio 2004 tot en met 2007 De Partijen A. De gemeente, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet, te dezen vertegenwoordigd

Nadere informatie

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Rucphen, 7 november 2012 INHOUD; 1. Procedure 2. Ingediende zienswijzen 3. Inhoud zienswijzen en inhoudelijke

Nadere informatie

As Leiden - Katwijk. Plan van Aanpak. Provincie Zuid-Holland Regio Holland Rijnland. 13 september 2004

As Leiden - Katwijk. Plan van Aanpak. Provincie Zuid-Holland Regio Holland Rijnland. 13 september 2004 As Leiden - Katwijk As Leiden - Katwijk Plan van Aanpak Provincie Zuid-Holland Regio Holland Rijnland 13 september 2004 Het gebied De opgave komt uit: - Programma van Afspraken ( 2002, Duin&Bollenstreek,

Nadere informatie

Nadere toelichting Op 15 april 2010 presenteert de Rekenkamercommissie Noordoost Fryslân (RKC) haar rapport inzake het grondbeleid in Achtkarspelen.

Nadere toelichting Op 15 april 2010 presenteert de Rekenkamercommissie Noordoost Fryslân (RKC) haar rapport inzake het grondbeleid in Achtkarspelen. Aan de Gemeenteraad Raad Status 3 februari 2011 Besluitvormend Onderwerp Advies controlecommissie over rapport Rekenkamercommissie inzake grondbeleid Punt no. 6 Korte toelichting De controlecommissie heeft

Nadere informatie

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST concept DECEMBER 2003 GEMEENTE DIENST STEDELIJKE ONTWIKKELING CONCEPT versie december 2003 1 Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling Met medewerking van: Dienst Stadsbeheer Ingenieursbureau Den

Nadere informatie

Bestuurlijke programmaopdrachten 2009-2010 Regio Groningen-Assen

Bestuurlijke programmaopdrachten 2009-2010 Regio Groningen-Assen Bestuurlijke programmaopdrachten - Regio Groningen-Assen stuurgroep 22 juni Bijlage 3 Bestuurlijke programmaopdrachten.doc Bestuurlijke programmaopdracht bereikbaarheid Verbetering en waarborging bereikbaarheid

Nadere informatie

Brainport Eindhoven/ A2-zone (Brainport Avenue)

Brainport Eindhoven/ A2-zone (Brainport Avenue) Brainport Eindhoven/ A2-zone (Brainport Avenue) Nota Ruimte budget 75 miljoen euro voor Brainport Eindhoven en 6,8 miljoen voor ontwikkeling A2-zone Planoppervlak 3250 hectare (Brainport Eindhoven) Trekker

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT. een regionaal budgethouderschap stedelijke vernieuwing wenselijk is,

ONTWERPBESLUIT. een regionaal budgethouderschap stedelijke vernieuwing wenselijk is, BIJLAGE ONTWERPBESLUIT De Regioraad van de stadsregio Rotterdam, overwegende dat ; een regionaal budgethouderschap stedelijke vernieuwing wenselijk is, de regioraad op 23 juni 2004 het regionaal beleidskader

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad, 1. Gevraagd raadsbesluit Bij de herontwikkeling van Bergwijkpark Noord te streven naar een multifunctioneel gebied

Aan de gemeenteraad, 1. Gevraagd raadsbesluit Bij de herontwikkeling van Bergwijkpark Noord te streven naar een multifunctioneel gebied RAADSVOORSTEL Nr.: 07-39 Onderwerp: Rapportage Bergwijkpark Noord Diemen, 1 mei 2007 Aan de gemeenteraad, 1. Gevraagd raadsbesluit Bij de herontwikkeling van Bergwijkpark Noord te streven naar een multifunctioneel

Nadere informatie

prov.nc,eholland 12 SEP 2016 ^ VOORBLAD Deo,/bijlage Afd. Geme Provincie Zuid-Holland Productnr. Geachte ontvanger,

prov.nc,eholland 12 SEP 2016 ^ VOORBLAD Deo,/bijlage Afd. Geme Provincie Zuid-Holland Productnr. Geachte ontvanger, prov.nc,eholland Afd. Geme Deo,/bijlage Productnr. 12 SEP 2016 ^ VOORBLAD Provincie Zuid-Holland Postadres Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070-441 66 11 www.zuid-holland.nl Gemeenteraad

Nadere informatie

Eindrapportage en eindafrekening van het BLS Vinac-fonds

Eindrapportage en eindafrekening van het BLS Vinac-fonds Vergadering: AB 13 april 2011 Agendapunt: 9 Nummer: ABV 6 Portefeuillehouder: Ir. B. Emmens Contactpersoon: B. Jansen Doorkiesnummer: 070 7501 678 Den Haag, 16 maart 2011 Aan het algemeen bestuur Eindrapportage

Nadere informatie

PEILING. TITEL Funglijbaan sportcomplex Hogekwartier

PEILING. TITEL Funglijbaan sportcomplex Hogekwartier PEILING Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 4922934 Aan : Gemeenteraad Datum : 10 maart 2015 Portefeuillehouder : Wethouder J.C. Buijtelaar TITEL Funglijbaan sportcomplex Hogekwartier PEILPUNT Wij

Nadere informatie

ONTWERP-RAADSVOORSTEL VAN BenW AAN DE RAAD VOOR 22 december 2011

ONTWERP-RAADSVOORSTEL VAN BenW AAN DE RAAD VOOR 22 december 2011 1 ONTWERP-RAADSVOORSTEL VAN BenW AAN DE RAAD VOOR 22 december 2011 OPSTELLER VOORSTEL: J. Wiffers AFDELING: Ontwikkeling PORTEFEUILLEHOUDER: M. Waanders Agendapunt: No. /'11 Dokkum, 15 november 2011 ONDERWERP:

Nadere informatie

DORDRECHT. Aan. de gemeenteraad

DORDRECHT. Aan. de gemeenteraad *P DORDRECHT Retouradres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT Aan de gemeenteraad Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT T 14 078 F (078) 770 8080 www.dordrecht.nl Datum 4 december 2012 Begrotingsprogramma

Nadere informatie

1.10 Programma 10 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

1.10 Programma 10 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 1.10 Programma 10 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Portefeuillehouder: mevrouw J.A. de Vries Baten en lasten Bedragen x 1.000 Realisatie 2011 2012 2013 2014 2015 2016 - Baten 10.1 Provinciefonds

Nadere informatie

Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013

Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013 rotterdam.nl/onderzoek Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013 Onderzoek en Business Intelligence Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013 G.H. van der Wilt Onderzoek en Business

Nadere informatie

Datum: 02 juli 2013 Portefeuillehouder: De heer R. Windhouwer

Datum: 02 juli 2013 Portefeuillehouder: De heer R. Windhouwer Raadsvoorstel Raadsnummer: 2013-057 Registratiekenmerk: Onderwerp: Haalbaarheidsonderzoek Voorzieningen Nijkerkerveen - fase 2 Korte inhoud: De gemeente heeft een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren

Nadere informatie

Convenant Versterking Samenwerking Verkeer en Vervoer

Convenant Versterking Samenwerking Verkeer en Vervoer Convenant Versterking Samenwerking Verkeer en Vervoer 1 december 2014, eindversie ten behoeve van de ondertekening door de vertegenwoordigers van het het openbaar lichaam Stadsregio Amsterdam, de gemeenten

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.2

RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.2 RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.2 Raadsvergadering van 25 februari 2010 Onderwerp: Uitbreiding personele capaciteiten in verband met verwezenlijking van de activiteiten en taken in het kader van de rioleringszorg

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

b Onvermijdelijk Er moeten keuzes worden gemaakt ten aanzien van de investeringsportefeuille.

b Onvermijdelijk Er moeten keuzes worden gemaakt ten aanzien van de investeringsportefeuille. gemeente Eindhoven Raadsnummer Inboeknummer 12BST02184 Beslisdatum B&W Dossiernummer RaadsvoorstelMeerjaren Investeringsprogramma 2013 na MKBA Inleiding De gemeente Eindhoven wil blijvend investeren in

Nadere informatie

Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013

Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013 rotterdam.nl/onderzoek Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013 Onderzoek en Business Intelligence Monitor bedrijventerreinen stadsregio Rotterdam 2013 G.H. van der Wilt Onderzoek en Business

Nadere informatie

NR. GEMEENTEBESTUUR UITGEEST. Nota / advies van: Mw. mr. J. (Jelly) Beentjes Behandelende afdeling: Ruimte Datum: 22-03-2012

NR. GEMEENTEBESTUUR UITGEEST. Nota / advies van: Mw. mr. J. (Jelly) Beentjes Behandelende afdeling: Ruimte Datum: 22-03-2012 GEMEENTEBESTUUR UITGEEST Nota / advies van: Mw. mr. J. (Jelly) Beentjes Behandelende afdeling: Ruimte Datum: 22-03-2012 NR. TITEL: (concept) Regionaal Actie Programma (RAP) KORTE PROBLEEMSTELLING/ONDERWERP:

Nadere informatie

*1518441* Statenvoorstel

*1518441* Statenvoorstel Statenvoorstel ** Aan Provinciale Staten Onderwerp Zomernota 2013 Besluitvormingsronde Statendag 25 september 2013 (ov) / 16 oktober 2013 Agendapunt 1. Beslispunten 1. De Zomernota 2013 vast te stellen;

Nadere informatie

GEMEENTE LOPIK VOORSTEL. Raadsvergadering d.d. 21 november 2006 Nr. : 10. Aan de raad van de gemeente Lopik.

GEMEENTE LOPIK VOORSTEL. Raadsvergadering d.d. 21 november 2006 Nr. : 10. Aan de raad van de gemeente Lopik. VOORSTEL GEMEENTE LOPIK Raadsvergadering d.d. 21 november 2006 Nr. : 10 Aan de raad van de gemeente Lopik. Onderwerp: Ontwikkelingsplanologie/Verevening Behandelend ambtenaar: J.C. van Kats Voorstel: 1.

Nadere informatie

Agendapunt: Meppel, Onderwerp: Vaststellen Grondexploitatie Winkelcentrum Oosterboer

Agendapunt: Meppel, Onderwerp: Vaststellen Grondexploitatie Winkelcentrum Oosterboer Agendapunt: Meppel, Aan de Gemeenteraad. Raadsvoorstel nr. Onderwerp: Vaststellen Grondexploitatie Winkelcentrum Oosterboer Voorgesteld besluit 1.) De grondexploitatie Winkelcentrum Oosterboer (conform

Nadere informatie

Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam

Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam thema; financiering van de woningmarkt Ik ben blij dat ik deze bijeenkomst kan bijwonen

Nadere informatie

Meerjarenprogramma Ambitiedocument 2016-2020

Meerjarenprogramma Ambitiedocument 2016-2020 Meerjarenprogramma Ambitiedocument 2016-2020 Agribusiness Economie & Logistiek Recreatie & Toerisme maandag 15 juni 2015, bijeenkomst voor raadsleden Naar een nieuw Programma Jaar 2011-2014 2015 2015 2015

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijk Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 3 december 2002 Nummer voorstel: 2002/197

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijk Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 3 december 2002 Nummer voorstel: 2002/197 Voorstel aan de raad Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijk Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 3 december 2002 Nummer voorstel: 2002/197 Voor raadsvergadering d.d.: 17-12-2002 Agendapunt: 17 Onderwerp:

Nadere informatie

VERZONDEN - 4.11.13 uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 1101231 31 oktober 2013

VERZONDEN - 4.11.13 uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 1101231 31 oktober 2013 gemeentebestuur,..,.. r^fw Postbus 15 PURMEREND JSj 1440 AA Purmerend V telefoon 0299-452452 telefax 0299-452124 Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Team Economie Aan de gemeenteraad van Purmerend VERZONDEN

Nadere informatie

Titel / onderwerp: Flexibel Meerjaren Programma 2016-2021 Rijn- en Veenstreek als toeristische trekpleister

Titel / onderwerp: Flexibel Meerjaren Programma 2016-2021 Rijn- en Veenstreek als toeristische trekpleister Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders Raadsvoorstel Portefeuillehouder: F. Buijserd Opgesteld door: Gert-Jan Pieterse, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Grondbedrijf Besluitvormende

Nadere informatie

Concept Convenant Voorraadbeheersing en Afstemming Werklocaties Flevoland. 1. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere,

Concept Convenant Voorraadbeheersing en Afstemming Werklocaties Flevoland. 1. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, Concept Convenant Voorraadbeheersing en Afstemming Werklocaties Flevoland Partijen: 1. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, 2. Het College van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

Monitor sociale woningvoorraad stadsregio Rotterdam

Monitor sociale woningvoorraad stadsregio Rotterdam Monitor sociale woningvoorraad stadsregio Rotterdam Monitor sociale woningvoorraad stadsregio Rotterdam G.H. van der Wilt en W.H.M. van der Zanden Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) April 2012

Nadere informatie

h.ebels(&gemeentelangediik.ni en (in cc.) s.appeiman(d~c~emeenteiangediik.nl

h.ebels(&gemeentelangediik.ni en (in cc.) s.appeiman(d~c~emeenteiangediik.nl gemeente Langedijk Urhahn Urban Design Tav. de heer S. Feenstra Laagte Kadijk 153 1O18ZD AMSTERDAM Datum 17 maart 2015 B P/PEZ/SA Afdeling/team Uw brief/nummer Inlichtingen bi1 Onderwerp Bijiage(r) De

Nadere informatie

Agenda van de commissie Bestuurlijke Organisatie, Communicatie en Middelen d.d. 10 december 2009 10.00 uur

Agenda van de commissie Bestuurlijke Organisatie, Communicatie en Middelen d.d. 10 december 2009 10.00 uur Commissie BOC&M vergadering 10 december 2009 15 juni 2009 Agenda van de commissie Bestuurlijke Organisatie, Communicatie en Middelen d.d. 10 december 2009 10.00 uur 1. Opening en Mededelingen. 2. Verslag

Nadere informatie

Inspiratieboek. beeldkwaliteitsplan oeververbinding Krimpen-Ridderkerk

Inspiratieboek. beeldkwaliteitsplan oeververbinding Krimpen-Ridderkerk Inspiratieboek beeldkwaliteitsplan oeververbinding Krimpen-Ridderkerk Datum 9 november 2011 Inhoud Pagina Toelichting 1 Aanpak 2 Analyse ruimte 3 Analyse verkeer 4 Integrale visie 5 Drie oplossingsrichtingen

Nadere informatie

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 *ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-26406/DV.14-396, afdeling Ruimte. Sellingen, 11 december 2014 Onderwerp: Vaststellen Nota OOR (Onderhoud van de Openbare

Nadere informatie

MEMO AAN DE GEMEENTERAAD

MEMO AAN DE GEMEENTERAAD MEMO AAN DE GEMEENTERAAD Aan T.a.v. Datum Betreft Van Ons kenmerk Bijlagen CC De gemeenteraad 8 juni 2011 Beantwoording vragen carrousel Binnenland Het college 100467 Controller Directie Paraaf Datum Geachte

Nadere informatie

(010)2673094. 31 mei 2010. Gemeenteraadsfractie GroenLinks de heer A. Bonte Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM. J.B. Groeneveld

(010)2673094. 31 mei 2010. Gemeenteraadsfractie GroenLinks de heer A. Bonte Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM. J.B. Groeneveld STADSREGIO Gemeenteraadsfractie GroenLinks de heer A. Bonte Postbus 70012 3000 KP datum ons kenmerk steller telefoon uw kenmerk betrefl 31 mei 2010 69367 J.B. Groeneveld (010)2673094 Schriftelijke vragen

Nadere informatie

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage 11 november 2003 Nr. 2003-19.448, EZ Nummer 38/2003 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake aandelenoverdracht en baanverlenging van Groningen Airport Eelde N.V.

Nadere informatie

Convenant betreffende een financiële impuls ten behoeve van de Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid (2012-2015).

Convenant betreffende een financiële impuls ten behoeve van de Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid (2012-2015). Convenant betreffende een financiële impuls ten behoeve van de Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid (2012-2015). - Preambule - Partijen, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, handelend

Nadere informatie

14 juli 2009 52883 P. van Osnabrugge (010)4172909

14 juli 2009 52883 P. van Osnabrugge (010)4172909 STADSRECI ROTTERDAM Aan: De gemeenteraden van de gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke Regeling stadsregio Rotterdam datum o is kenmerk steller telefoon LW kenmerk betreft 14 juli 2009 52883

Nadere informatie

NOTITIE COLLEGES BESLUITVORMING AFSPRAKEN KWALITEIT BEDRIJVENTERREINEN REGIO GRONINGEN-ASSEN

NOTITIE COLLEGES BESLUITVORMING AFSPRAKEN KWALITEIT BEDRIJVENTERREINEN REGIO GRONINGEN-ASSEN NOTITIE COLLEGES BESLUITVORMING AFSPRAKEN KWALITEIT BEDRIJVENTERREINEN REGIO GRONINGEN-ASSEN Notitie voor: Colleges van B&W van de deelnemers aan het regionaal programma Bedrijventerreinen van de Regio

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Nieuw tarieven- en subsidiestelsel sport. Aan de raad, Onderwerp Nieuw tarieven- en subsidiestelsel sport

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Nieuw tarieven- en subsidiestelsel sport. Aan de raad, Onderwerp Nieuw tarieven- en subsidiestelsel sport RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 23-06-2011 11-063 Onderwerp Nieuw tarieven- en subsidiestelsel sport Aan de raad, Onderwerp Nieuw tarieven- en subsidiestelsel sport Gevraagde beslissing 1. Instemmen

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad, Onderwerp: Voorgestelde besluit: Inhoud:

Aan de gemeenteraad, Onderwerp: Voorgestelde besluit: Inhoud: Vergadering: 16 mei 2006 Agendanummer: 10 Status: bespreekstuk Behandelend ambtenaar H. Vlessert, 0595-447794 E-mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. H. Vlessert) Aan de gemeenteraad, Onderwerp: Aanleg van

Nadere informatie

Foech ried/kolleezje: De raad is bevoegd middelen beschikbaar te stellen voor de realisatie van plannen van het college.

Foech ried/kolleezje: De raad is bevoegd middelen beschikbaar te stellen voor de realisatie van plannen van het college. Riedsútstel Ried : 16 april 2014 Status : Opiniërend/Besluitvormend Eardere behandeling : Informerend d.d. 3 april 2014 Agindapunt : 9 Portefúljehâlder : J. Lammers Amtner : T.A. Rijpkema Taheakke : -

Nadere informatie

Informatienota KENNISNEMEN VAN: Neerijnen

Informatienota KENNISNEMEN VAN: Neerijnen Datum : 16 december 2013 Van : College Bijlagen : Onderwerp : Financiën Kulturhus Haaften Zaak- / Docnummer : 06/09892 KENNISNEMEN VAN: Financiële tussenstand Kulturhus Haaften Inleiding Op 11 februari

Nadere informatie

Blijvend geld en aandacht nodig voor Nationale landschappen, Provincies doen meer dan het Rijk

Blijvend geld en aandacht nodig voor Nationale landschappen, Provincies doen meer dan het Rijk Nationale landschappen: aandacht en geld nodig! 170610SC9 tk 7 Blijvend geld en aandacht nodig voor Nationale landschappen, Provincies doen meer dan het Rijk De Rekenkamer Oost-Nederland heeft onderzoek

Nadere informatie

Beleidsregel Besluit locatiegebonden subsidies 2005 voor de stedelijke regio Emmen

Beleidsregel Besluit locatiegebonden subsidies 2005 voor de stedelijke regio Emmen Beleidsregel Besluit locatiegebonden subsidies 2005 voor de stedelijke regio Emmen (geconsolideerde versie, geldend vanaf 13-12-2007 tot 21-6-2011) Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële

Nadere informatie

De Stimuleringsregeling goedkope koopwoningen stand van zaken per 1 november 2009. 1. Inleiding. 2. Doel van de goedkope koop-regeling

De Stimuleringsregeling goedkope koopwoningen stand van zaken per 1 november 2009. 1. Inleiding. 2. Doel van de goedkope koop-regeling Provincie Noord-Brabant De Stimuleringsregeling goedkope koopwoningen stand van zaken per 1 november 2009 1. Inleiding Voor de voortgang en continuïteit in de woningbouwproductie is het van belang dat

Nadere informatie

Bestuursovereenkomst voor het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam

Bestuursovereenkomst voor het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam De publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente (NAAM) te dezen krachtens volmacht van de burgemeester (NAAM) rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder (PORTEFEUILLE EN NAAM) op grond van het besluit

Nadere informatie

Datum voorstel Datum raadsvergadering Bijlagen Ter inzage 17 juli 2012 17 juli 2012 1 5 vertrouwelijke bijlages

Datum voorstel Datum raadsvergadering Bijlagen Ter inzage 17 juli 2012 17 juli 2012 1 5 vertrouwelijke bijlages Raadsvoorstel Agendapunt: 16 Onderwerp risicomanagement grondexploitaties Datum voorstel Datum raadsvergadering Bijlagen Ter inzage 17 juli 2012 17 juli 2012 1 5 vertrouwelijke bijlages Aan de gemeenteraad,

Nadere informatie

Het verhogen van het vermogen van het Regionaal Ontwikkelbedrijf (ROB) Land van Heusden en Altena C.V. met een bedrag van 1.080.000 Volgnr.

Het verhogen van het vermogen van het Regionaal Ontwikkelbedrijf (ROB) Land van Heusden en Altena C.V. met een bedrag van 1.080.000 Volgnr. Onderwerp Het verhogen van het vermogen van het Regionaal Ontwikkelbedrijf (ROB) Land van Heusden en Altena C.V. met een bedrag van 1.080.000 Volgnr. 2013-001 Portefeuillehouder wethouder B. de Peuter

Nadere informatie

Landschap Waterland AB 26-06-2009 Agendapunt 5: jaarrekening 2008 BIJLAGE 1: BESTUURSSAMENVATTING JAARREKENING 2008 1. ONDERDEEL WATERLAND

Landschap Waterland AB 26-06-2009 Agendapunt 5: jaarrekening 2008 BIJLAGE 1: BESTUURSSAMENVATTING JAARREKENING 2008 1. ONDERDEEL WATERLAND Landschap Waterland AB 26-6-29 Agendapunt 5: jaarrekening 28 BIJLAGE 1: BESTUURSSAMENVATTING JAARREKENING 28 1. ONDERDEEL WATERLAND 1.1. Beleidsuitgangspunten 28 onderdeel Waterland De gemeenschappelijke

Nadere informatie

Groengebied Amstelland AB 10-11-2011 Agendapunt 9 eerder door het bestuur behandelde notities over rol en positie GGA BIJLAGE 1 DISCUSSIENOTITIE

Groengebied Amstelland AB 10-11-2011 Agendapunt 9 eerder door het bestuur behandelde notities over rol en positie GGA BIJLAGE 1 DISCUSSIENOTITIE Groengebied Amstelland AB 10-11-2011 Agendapunt 9 eerder door het bestuur behandelde notities over rol en positie GGA BIJLAGE 1 DISCUSSIENOTITIE Bestuurlijke begeleidingsgroep Visie Amstelland Aantal bijlagen:

Nadere informatie

W. Hofman / J. Bekkink PF Mu

W. Hofman / J. Bekkink PF Mu SAMENVATTING RAADSVOORSTEL CASENUMMER BEHANDELEND AMBTENAAR SECTOR PORT. HOUDER 10G201434 418149 / 418149 ONDERWERP Ombuiging contract M-kwadraat. W. Hofman / J. Bekkink PF Mu AGENDANUMMER BELEIDSPROGRAMMA/BELEIDSLIJN

Nadere informatie

Gooi en Vechtstreek: Meer ruimte voor bedrijventerreinen, overleg met ondernemersverenigingen

Gooi en Vechtstreek: Meer ruimte voor bedrijventerreinen, overleg met ondernemersverenigingen 22 april 199797-000527 concept-nota Hoofdlijnen ruimtelijk beleid regio Gooi en Vechtstreek Gooi en Vechtstreek: Meer ruimte voor bedrijventerreinen, overleg met ondernemersverenigingen Het bebouwde deel

Nadere informatie

Hengelo, Hart van Zuid

Hengelo, Hart van Zuid Hengelo, Hart van Zuid Nota Ruimte budget 14,5 miljoen euro Planoppervlak 50 hectare Trekker Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ROC van Twente Internationale potentie

Nadere informatie

Kredietaanvraag programmamanagement Waarderpolder. Aan de Raad der gemeente Haarlem

Kredietaanvraag programmamanagement Waarderpolder. Aan de Raad der gemeente Haarlem Raadsstuk B&W datum Sector/Afd Reg.nr(s) Onderwerp 241/2007 6 november 2007 SO/bd 2007/145135 Kredietaanvraag programmamanagement Waarderpolder Aan de Raad der gemeente Haarlem Inleiding Het bedrijvenpark

Nadere informatie

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 1. Inleiding In de regio Kennemerland (inclusief de gemeente Haarlemmermeer) hebben de gemeentelijke bestuurders een

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Raadsbijlage Voorstel over de besteding van de opbrengst van de verkoop aandelen Bouwfonds

gemeente Eindhoven Raadsbijlage Voorstel over de besteding van de opbrengst van de verkoop aandelen Bouwfonds r p gemeente Eindhoven Concernstaf Raadsbijlage nummer 135 Inboeknummer OOQ001816 Beslisdatum BBrW 30 mei 2000 Dossiernummer 022.305 Raadsbijlage Voorstel over de besteding van de opbrengst van de verkoop

Nadere informatie

Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten

Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten Toelichting sleutelprojecten programma Stad en Regio 2012-2015/17 1 1 Inlichtingen bij dhr. A.J.H.P. Elferink, (026) 3599756, e-mailadres a.elferink@gelderland.nl

Nadere informatie

Raadsstuk. 1. Inleiding. 2. Voorstel aan de raad. 3. Beoogd resultaat. 4. Argumenten en kaders

Raadsstuk. 1. Inleiding. 2. Voorstel aan de raad. 3. Beoogd resultaat. 4. Argumenten en kaders Raadsstuk Onderwerp: Instrumenten voor een projectoverstijgende aanpak van de stedelijke wateropgave Reg.nummer: 2009/211207 1. Inleiding De afgelopen vijftig jaar is Haarlem enorm gegroeid. Weilanden

Nadere informatie

Subsidieverordening voorziening laadpalen op eigen terrein

Subsidieverordening voorziening laadpalen op eigen terrein Subsidieverordening voorziening laadpalen op eigen terrein Het algemeen bestuur van de stadsregio Rotterdam, gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 7 november 2012; gelet op de gemeenschappelijke

Nadere informatie

dhr. J. Ophoff - Financiën 1. Bestuur

dhr. J. Ophoff - Financiën 1. Bestuur RAADSVOORSTEL status: B Agendapunt: 14 Onderwerp: Wavin-gelden Commissie: 30-1-, nr. 5 Raadsvoorstel: 7-2-, nr. 132 Portefeuillehouder : Beleidsterrein: Programma: dhr. J. Ophoff - Financiën 1. Bestuur

Nadere informatie

Raadsvergadering, 2 februari 2010. Voorstel aan de Raad. Onderwerp: Economisch Actie Programma

Raadsvergadering, 2 februari 2010. Voorstel aan de Raad. Onderwerp: Economisch Actie Programma Raadsvergadering, 2 februari 2010 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Economisch Actie Programma Nr.: 369 Agendapunt: Voorbespreking & 15 Datum: 19 januari 2010 Onderdeel raadsprogramma: Portefeuillehouder:

Nadere informatie

Datum : 26 april 2005 Nummer PS 2005ZCW04 Dienst/sector : R&G/RLU Commissie ZCW. Bijlage(n): diversen (zie blz. 7)

Datum : 26 april 2005 Nummer PS 2005ZCW04 Dienst/sector : R&G/RLU Commissie ZCW. Bijlage(n): diversen (zie blz. 7) S T A T E N V O O R S T E L Datum : 26 april 2005 Nummer PS 2005ZCW04 Dienst/sector : R&G/RLU Commissie ZCW Registratienummer : 2005REG001129i Portefeuillehouder J. van Bergen Titel : Bestuursovereenkomst

Nadere informatie

Projectplan Waterfront Schiedam

Projectplan Waterfront Schiedam Projectplan Waterfront Schiedam Versie 4 februari 2008 Projectplan Waterfront Schiedam Deel 1 De herstructurering van Nieuw-Mathenesse Inhoud 1. Inleiding 2. Projectorganisatie en bemensing 3. Werkorganisatie

Nadere informatie

Raadsvoorstel 2011.0004280 Financiën en saneringsovereenkomst bodem Utochtkade Zwanenburg

Raadsvoorstel 2011.0004280 Financiën en saneringsovereenkomst bodem Utochtkade Zwanenburg 7 gemeente onderwerp Portefeuillehouder Steller Collegevergadering Raadsvergadering Haariemmermeer Raadsvoorstel 2011.0004280 J.C.W. Nederstigt S. van Rouendal (023 567 74 59) 8 februari 2011 1. Wat willen

Nadere informatie

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Afweging

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Afweging Collegevoorstel Inleiding De Brabantste Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) heeft aangeboden om de gemeenten Waalwijk, Heusden en Loon-op-Zand te faciliteren in de samenwerking op ruimtelijk-economisch vlak.

Nadere informatie

Rv. nr.: B&W-besluit d.d.: B&W-besluit nr.:

Rv. nr.: B&W-besluit d.d.: B&W-besluit nr.: RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 13.0014 B&W-besluit d.d.: 5-2-2013 B&W-besluit nr.: 13.0048 Naam programma +onderdeel: Jeugd en onderwijs Onderwerp: Transitie zorg voor de jeugd: visie jeugdhulp en informatie Aanleiding:

Nadere informatie

Vervolg en gebiedsproces WBP 5

Vervolg en gebiedsproces WBP 5 Vervolg en gebiedsproces WBP 5 1 Inleiding Het WBP5 strategisch deel ligt voor. Hiermee is het WBP 5 niet af, maar staat het aan het begin van het gebiedsproces en het interne proces om tot een uitvoeringsprogramma

Nadere informatie

Geachte heer Van Aartsen en heer Aboutaleb

Geachte heer Van Aartsen en heer Aboutaleb Aan de voorzitter van de stadsregio Rotterdam en de voorzitter van het stadsgewest Haaglanden Potsbus 12600 2500 DJ DEN HAAG Datum: Ons kenmerk: Afdeling: Contactpersoon: Uw brief van: Onderwerp: 4-09-2012

Nadere informatie

Komen overeen zich in te spannen dat de volgende stappen genomen worden: 1. standpunt Bevoegd Gezag (ministers van VROM en VenW) 2009

Komen overeen zich in te spannen dat de volgende stappen genomen worden: 1. standpunt Bevoegd Gezag (ministers van VROM en VenW) 2009 1. A4 Delft-Schiedam doel Doel van het project A4 Delft-Schiedam is de problemen rond bereikbaarheid, leefbaarheid (inclusief externe veiligheid) en verkeersveiligheid tussen Rotterdam en Den Haag zo veel

Nadere informatie

2015-686 HERZIEN. Spelregelkader EU-cofinanciering

2015-686 HERZIEN. Spelregelkader EU-cofinanciering 2015-686 HERZIEN Spelregelkader EU-cofinanciering Voorgestelde behandeling: - Statencommissie Financiën, Cultuur, Bestuur en Economie op 9 september 2015 - Provinciale Staten op 23 september 2015 - fatale

Nadere informatie

Toepassing van de ladder in Provincie Zuid-Holland

Toepassing van de ladder in Provincie Zuid-Holland Toepassing van de ladder in Provincie Zuid-Holland Seminar, Ladder voor duurzame verstedelijking: lessen uit de praktijk, 10 maart 2015 Willemien Croes Wat is de Ladder voor Provincie Zuid- Holland? Instrument

Nadere informatie

documentnr.: INT/C/16/24902 zaaknr.: Z/C/16/27528 Raadsvoorstel

documentnr.: INT/C/16/24902 zaaknr.: Z/C/16/27528 Raadsvoorstel *Z01633AB306* documentnr.: INT/C/16/24902 zaaknr.: Z/C/16/27528 Raadsvoorstel Onderwerp : Jaarrekening 2015 en begroting 2017 ODBN Datum college : 21 juni 2016 Portefeuillehouder : G.M.P. Stoffels Afdeling

Nadere informatie

Beoogd effect Informeren van de raad over de financiële situatie van de gemeentelijke huisvesting en correcte invulling van het budgetrecht.

Beoogd effect Informeren van de raad over de financiële situatie van de gemeentelijke huisvesting en correcte invulling van het budgetrecht. Raadsvoorstel Agendanummer: Datum raadsvergadering: 2 oktober 2014 Onderwerp: Financiën huisvesting Gevraagde Beslissing: Te besluiten om: 1. In te stemmen met de aanpassingen in de financiële kaders voor

Nadere informatie

Beëindigingsovereenkomst convenant Westlandse zoom

Beëindigingsovereenkomst convenant Westlandse zoom Ontwerp Beëindigingsovereenkomst convenant Westlandse zoom De colleges van burgemeester en wethouders van: 1. de gemeente Den Haag, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd blijkens mandaatbesluit / machtigingsbesluit

Nadere informatie

Financiën, ruimtelijke Ordening & Gemeentelijke Organisatie 2.6 Voor de Lelystedeling

Financiën, ruimtelijke Ordening & Gemeentelijke Organisatie 2.6 Voor de Lelystedeling Voorstel aan de raad Nummer: B11-20215 Portefeuille: Programma: Programmaonderdeel: Financiën, ruimtelijke Ordening & Gemeentelijke Organisatie 2.6 Voor de Lelystedeling 2.6.3 Financiën Steller: R. van

Nadere informatie

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Kosten

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Kosten Algemene doelstelling Accommodatiebeleid Maatschappelijk Vastgoed In stand houden en ontwikkelen van maatschappelijk vastgoed die de sociale infrastructuur versterkt, gekoppeld aan een optimale spreiding

Nadere informatie

Onderwerp : Beschikbaar stellen krediet IBAproject

Onderwerp : Beschikbaar stellen krediet IBAproject Aan de Gemeenteraad Raad Status 26 maart 2009 Besluitvormend Onderwerp Beschikbaar stellen krediet IBAproject Punt no. 15b Korte toelichting Het voorstel dat voor u ligt is gebaseerd op de uitkomsten van

Nadere informatie

Nota van B&W. Onderwerp Afsluitend krediet woonrijpmaken Monacopad

Nota van B&W. Onderwerp Afsluitend krediet woonrijpmaken Monacopad Onderwerp Afsluitend krediet woonrijpmaken Monacopad Nota van B&W Portefeuille J. Nieuwenburg Auteur Mevr. I.M.C. Vlugt Telefoon 5113679 E-mail: i.vlugt@haarlem.nl SO/PM Reg.nr. 226228 Te kopiëren: A,B,C,D

Nadere informatie

B en W voorstel. 13int03024. Onderwerp Voorstel tot budgetoverhevelig jaarrekening 2013

B en W voorstel. 13int03024. Onderwerp Voorstel tot budgetoverhevelig jaarrekening 2013 G E M E E N T E B O R N E B en W voorstel 13int324 Onderwerp Voorstel tot budgetoverhevelig jaarrekening 213 Samenvatting voorstel Het college van B&W verzoeken in te stemmen met het overhevelen van budgetten

Nadere informatie

Onderwerp Aanvullend krediet t.b.v. renovatie basisschool De Regenboog

Onderwerp Aanvullend krediet t.b.v. renovatie basisschool De Regenboog Raadsvoorstel Agendapunt: Onderwerp Aanvullend krediet t.b.v. renovatie basisschool De Regenboog Datum voorstel Datum raadsvergadering Bijlagen Ter inzage 28 mei 2014 8 juli 2014 Activiteitenplan+ kostenraming

Nadere informatie

Vergadering d.d.: 14 mei 2009 agendapunt: 9. Onderwerp: Vaststelling jaarverslag/jaarrekening 2008

Vergadering d.d.: 14 mei 2009 agendapunt: 9. Onderwerp: Vaststelling jaarverslag/jaarrekening 2008 RAADSVOORSTEL Vergadering d.d.: 14 mei 2009 agendapunt: 9 Onderwerp: Vaststelling jaarverslag/jaarrekening 2008 Portefeuillehouder: College datum: 6 mei 2009 Samengevat voorstel 1. Het jaarverslag 2008

Nadere informatie

Gewijzigd Raadsvoorstel

Gewijzigd Raadsvoorstel Gewijzigd Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: 1077115 Sliedrecht, 6 augustus 2013 Onderwerp: Kruispunt Ouverture met toe- en afrit A15 Beslispunten 1. In te stemmen met het

Nadere informatie

Agenda voor de vergadering d.d. 1 juli 2015 van het algemeen bestuur van de stadsregio Rotterdam

Agenda voor de vergadering d.d. 1 juli 2015 van het algemeen bestuur van de stadsregio Rotterdam Algemeen Bestuur vergadering 1 juli 2015 Agenda voor de vergadering d.d. 1 juli 2015 van het algemeen bestuur van de stadsregio Rotterdam NB. Vergadering begint om 16.00 uur Locatie zaal Staal WTC Rotterdam

Nadere informatie