Interacties tussen kinderen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Interacties tussen kinderen"

Transcriptie

1 DC 34 Interacties tussen kinderen 1 Inleiding Interacties tussen kinderen dragen bij aan de sociaal- affectieve ontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling. Kinderen maken al vanaf dat zij baby zijn contact met andere kinderen. Zij leren bij het spelen en omgaan met andere kinderen veel. Ze leren bijvoorbeeld sociale vaardigheden en samenwerken, problemen met elkaar oplossen, zich in anderen verplaatsen en met elkaar onderhandelen. Als kinderen en tieners de hele dag in een groep bij elkaar zijn, gebeurt er onderling veel. Zij hebben voorkeuren voor bepaalde kinderen en andere kinderen vinden zij minder aardig. De een maakt gemakkelijk contacten, de ander minder gemakkelijk. De een is een echt groepskind en de ander heeft daar wat moeite mee. Er zijn momenten dat de kinderen plezierig met elkaar omgaan, maar ook momenten dat er ruzie gemaakt wordt. Als pedagogisch medewerker begeleid je deze interacties tussen kinderen. Dat vraagt inzicht in de ontwikkeling; met name de sociaal-affectieve ontwikkeling. Het vraagt ook om inzicht in de processen die zich in een groep afspelen. En als laatste heb je opvoedingsvaardigheden nodig en begeleidingsmethoden die je in staat stellen de interacties tussen kinderen te begeleiden. In dit thema gaan we op al deze aspecten van de interacties tussen kinderen in. De inhoud van dit thema: 2 Interacties 3 Opvoedstijlen 1 SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 1

2 In andere boeken is al veel over deze onderwerpen geschreven. Over de sociaal-affectieve ontwikkeling kun je lezen in het boek Cliënt en Omgeving (de thema s 3 tot en met 8). Over het werken met groepen kun je meer lezen in het boek Methodisch Begeleiden (thema 10) en in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3 (thema 14). Meer informatie over begeleidingsstijlen en begeleidingsmethoden vind je in thema 9 (Begeleidingsstijlen) en 10 (Werken met groepen) in het boek Methodisch Begeleiden. In het boek Pedagogisch Medewerker saw 3 vind je de volgende informatie: Thema 9 Begeleiden bij de ontwikkeling Begeleiden van aspecten van de ontwikkeling (identificatie en vriendschappen) Stappenplan voor de begeleiding van individuele kinderen (voorbeeld hoe de interactie tussen een stil en geïsoleerd kind en een ander kind bevorderd kan worden) Thema 10 Programma s ontwikkelingsstimulering Programma Alternatieve Denkstrategieën (vergroten zelfoplossend vermogen) Thema 11 Opvoeden Wat is opvoeden (sturen, steunen, structuur bieden en stimuleren) Basisregels opvoeden Opvoedstijlen Thema 12 Opvoedingsvaardigheden Veel voorkomende opvoedingsproblemen en de aanpak (begeleiden van de interacties bij ruzie en contactproblemen) Omgaan met gevoelens Regulerend optreden (kinderen leren zelf problemen op te lossen in zes stappen) Thema 13 Gesprekken met kinderen Gesprekken voeren met kinderen (kringgesprekken en de kindervergadering) Thema 14 Hanteren van het groepsproces : Het groepsproces, verkennen (voorbeeld hoe je kinderen met elkaar contact kunt laten maken bij het wennen) : Individuele kinderen betrekken bij het groepsproces (voorbeeld hoe je de interactie tussen een dominant kind en de groep kunt begeleiden. En een voorbeeld hoe je de interactie tussen een kind met een beperking en andere kinderen kunt begeleiden) 2 SAW Digitale Content

3 Thema 18 Kwetsbare kinderen en afwijkend gedrag Mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik Begeleiding (stimuleren van interacties tussen kwetsbare kinderen en andere kinderen Thema 21 Een stimulerende omgeving creëren Inrichten vanuit een pedagogische visie (de invloed van de ruimte op de interactie tussen kinderen: ruimte voor groepsactiviteiten, speelhoeken waar in kleine groepjes samengespeeld kan worden) Inrichten voor verschillende leeftijdsgroepen (Peuters 2 tot 4 jaar spelen vaak wel náást maar nog niet met elkaar. De verticale groep 0 tot 4 jaar moet mogelijkheid bieden voor rust en contact. Alle kinderen boven 4 jaar hebben behoefte aan groepsactiviteiten aan een groepstafel of meerdere kleinere tafeltjes en aan afgescheiden hoeken voor verschillende leeftijdsgroepen) SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 3

4 2 Interacties In deze paragraaf gaan we in op de verschillende manieren waarop een kind contacten legt en onderhoudt en op een aantal aspecten van de interacties tussen kinderen. Interacties: contacten leggen en onderhouden aspecten van de interacties Contacten leggen en onderhouden De interacties tussen kinderen zijn globaal op alle leeftijden hetzelfde maar per leeftijd hebben zij wel vaak een andere intentie of nadruk. Een baby zoekt zelfs al contact met andere baby s, maar een baby heeft nog niet het doel om vriendschap te sluiten. Of het ene kind naast hem ligt of een ander, maakt hem in principe nog niet uit. Een ouder kind of een tiener kiest bewust met wie hij om wil gaan en zet ook meer of minder bewust bepaalde tactieken of strategieën in om het contact te leggen: Kom ook op voetbal, da s gaaf. Bart zit er ook al op. Contacten leggen en onderhouden: veiligheid contacten leggen op verschillende leeftijden 3 4 SAW Digitale Content

5 2.1.1 Veiligheid Kinderen hebben in principe altijd belangstelling voor andere kinderen. Sommige maken echter gemakkelijker contact dan andere. Kinderen gaan pas contacten leggen met andere kinderen als zij zich veilig en vertrouwd voelen. Het zorgen voor die veiligheid en vertrouwdheid is een belangrijke taak van de pedagogisch werker. Lisa is pedagogisch medewerker op de buitenschoolse opvang. Ze vindt kinderen vreselijk leuk. Ze houdt van hun gekke invallen, hun enthousiasme en het rumoer dat zij maken. Ze weet echter ook heel goed dat juist deze eigenschappen onveilige situaties met zich mee kunnen brengen. Kinderen slaan in hun enthousiasme wel eens door; slaan dan net even te hard op de schouder van hun vriend, schoppen de bal te hard en onbesuisd en zien soms het onderscheid tussen plagen en pesten niet meer goed. Dat maakt het voor andere kinderen soms onveilig of minder plezierig. Sommige kinderen trekken zich dan terug en andere stellen zich teweer door over hun eigen grenzen heen te gaan. Ze gaan ook stoer doen en het drukke en onbesuisde gedrag van anderen kopiëren terwijl dat eigenlijk niet bij hen past. Lisa houdt daar bij haar begeleiding rekening mee. Ze hanteert een paar regels die voor alle kinderen duidelijk zijn en hanteert die consequent. Kinderen die van nature druk en soms wat onhandig zijn, benadert ze rustig. Ze stelt duidelijke grenzen aan het gedrag en doet dat op een plezierige en positieve manier. Ze veroordeelt nooit het kind maar het gedrag. Ze bespreekt met hen de consequenties van hun handelen; ook voor andere kinderen. Ze geeft complimenten als ze zelf hun gedrag weten te reguleren. Kinderen die over hun eigen grenzen heen gaan, neemt ze even apart of leidt ze af met een andere activiteit. Ze stelt hen gerust: ze mogen gewoon zichzelf zijn en hoeven niet hetzelfde te doen als de drukke kinderen om erbij te horen. Ze leert hen grenzen te stellen aan zichzelf en die aan de andere kinderen aan te geven. Kinderen die zich terugtrekken, probeert ze meer weerbaar te maken. Ze leert hen hoe ze op een goede manier voor zichzelf op kunnen komen en grenzen kunnen stellen aan wat anderen met hen doen. Ze oefent samen met hen situaties die zich voor kunnen doen en leert hen daarbij zelf oplossingen voor problemen bedenken. (zie het boek Pedagogisch Werk saw 3 thema ) SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 5

6 Je kunt een veilige en vertrouwde omgeving creëren door: daar bij de inrichting van de ruimte rekening mee te houden: afgestemd op het niveau van de kinderen, veilige materialen, hoekjes waar kinderen zich terug kunnen trekken, aparte hoeken en ruimten voor rustig spel en voor druk spel (zie thema 21 Een stimulerende omgeving creëren in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3) met de kinderen een paar duidelijke regels af te spreken over het omgaan met elkaar, de materialen en het spelen en die regels consequent te handhaven (zie thema in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3); een positieve en plezierige sfeer te scheppen door aantrekkelijke activiteiten en spelmaterialen, vooral aandacht te geven aan positieve dingen en positief gedrag en negatief gedrag zoveel mogelijk te negeren (zie thema 12.6 in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3); vriendelijk en toegankelijk te zijn voor alle kinderen, goed te observeren en mogelijke onveilige situaties in fysieke en emotionele zin tijdig te signaleren en aan te pakken; onveilige situaties en voor anderen belastend gedrag met de kinderen te bespreken, hen rustig te wijzen op de consequenties van hun gedrag, die uit te leggen, eventueel met hen te bespreken en afspraken te maken over ander gedrag; zelf het goede voorbeeld te geven door je gedrag naar collega s, kinderen en ouders. 6 SAW Digitale Content

7 2.1.2 Contacten leggen op verschillende leeftijden Samenspelen is op deze leeftijd dé manier om interacties met elkaar aan te gaan. We laten nu zien hoe kinderen op verschillende leeftijden contact maken met andere kinderen en hoe je dat contact kunt stimuleren. We maken daarbij gebruik van de informatie over samenspelen van peuters en kleuters in het Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar. Contacten leggen op verschillende leeftijden: baby s peuters kleuters kinderen en tieners 4 Baby s Zelfs kleine baby s van 3 of 4 maanden reageren al op andere kinderen. Ook al spelen zij nog niet echt met elkaar, ze maken wel degelijk contact en liggen graag naast een andere baby. Ze vinden het ook leuk om aandacht te krijgen van oudere kinderen en van volwassenen. Ella draait haar hoofd in de richting van Sven. Ze kraait en lacht als hij in haar richting kruipt. Ze beweegt haar armpjes daarbij heen en weer. Als Roos een rammelaar voor haar neus houdt, grijpt ze daarnaar. Als ze fles in beeld krijgt, begint ze murmelgeluidjes te maken en haar armen te bewegen richting de fles. SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 7

8 Je kunt die interacties stimuleren door: de baby zo neer te leggen dat contact met andere kinderen mogelijk is; eenvoudige interacties te stimuleren: een kind de baby een rammelaar te geven of zelf iets van de baby aan te pakken, over en weer geluidjes te laten maken, een liedje voor de baby te zingen, met de handjes te spelen, enzovoort; met baby s van 9 maanden kunnen al imitatiespelletjes gedaan worden: boos kijken, pruillip trekken, samen lachen, armen omhoog doen en de baby doet dat na, iets geven en weer terugvragen. Peuters Peuters letten erg op elkaar. Ze leren door elkaar te imiteren (imitatiespel). Ze dagen ook uit in de hoop dat andere kinderen reageren. Kiekeboespelen zijn hier een voorbeeld van. Peuters van 1 jaar spelen nog veel naast elkaar (parallel spel) en soms even met elkaar (samenspel). Fenna van 18 maanden speelt in de buurt van Jurgen. Ze kruipt hard over de grond en houdt zo nu en dan in. Dan kijkt ze om of Jurgen naar haar kijkt en haar volgt. Lotte van bijna 2 speelt met de blokken. Ze stapelt de blokken op en veegt er dan met haar handjes overheen zodat ze weer omvallen. Dan kijkt ze naar Jantje en begint hard te lachen. Als ze de blokken weer stapelt, krijgt ze de kans niet om ze weer om te slaan want Jantje heeft dat al voor haar gedaan. Lotte vindt dat wel prachtig en stapelt de blokken enthousiast weer op. Jantje wacht vol verwachting af tot hij zijn kans krijgt. Als kinderen van ongeveer 2 jaar elkaar goed kennen, herhalen ze bepaalde spelen met elkaar. Ze zijn in staat te begrijpen wat een ander kind wil. Ze borduren daar dan ook op voort en stemmen hun gedrag op elkaar af. Oudere peuters spelen al langer met elkaar samen en spelen het imitatiespel ook langer. Ze kunnen echter nog niet overleggen over wat ze zullen of kunnen gaan doen. Josien is pedagogisch werker op een peuterspeelzaal. Ze vertelt aan een groepje kinderen van 2 jaar een verhaaltje over een grote beer en een kleine muis. Zodra de grote beer in het verhaal komt, maken de kinderen zware bromgeluiden. Is de muis aan de beurt dan is het gepiep niet van de lucht. Even later maken enkele kinderen bromgeluiden en andere kinderen piepgeluiden. 8 SAW Digitale Content

9 Oudere peuters tussen de 2 en 3 jaar spelen nog meer en langer samen. Het samenspel wordt niet vooraf gepland maar ontstaat spontaan doordat zij op elkaar reageren en elkaar imiteren. Ze improviseren. Zij wisselen het samenspelen en alleen spelen met elkaar af. Ze letten op elkaar, helpen elkaar soms en voegen iets aan elkaars spel toe. Dit spel heet associatief spel: samenspel maar zonder vooropgezet doel, geplande rolverdeling of verdeling van spelmaterialen. Vanuit het verhaaltje van Josien over de grote beer en de kleine muis ontstaat een associatief spel tussen de kinderen. Dat spel kan zich bij peuters van 2 jaar nog iets verder ontwikkelen. De beren kijken dreigend naar de muizen. De muizen kruipen angstig in hun schulp. De grote beren vallen aan en de kleine muizen krimpen in elkaar of proberen zich te verbergen. Kinderen van 3 jaar breiden het imitatiespel (doen-alsof-spel) verder uit. Ze spelen langere verhalen en de rollen zijn uitgebreider. Soms volgen ze elk een andere verhaallijn. Die verhaallijnen kunnen op een gegeven moment ook weer bij elkaar komen. Ze kunnen al beter op elkaar inspelen. Het spel van de beer en de muis zou bij hen als volgt kunnen verlopen. Een kleine muis zoekt een schuilplaats onder de tafel. Grote beer loopt dreigend en brommend rond het holletje. Zo nu en dan doet hij een uitval en dreigt binnen te vallen. Het gepiep wordt dan oorverdovend. Uiteindelijk valt grote beer definitief aan en dringt het hol binnen. Hij slaat zijn klauwen naar kleine muis uit. Die krimpt ineen en het piepen gaat over in een jankend geluid. Grote beer lacht triomfantelijk. Vervolgens valt hij uit zijn rol. Hij gaat naast kleine muis liggen en kijkt om zich heen: mooie hut eigenlijk. Dan kruipt hij naar buiten. Even later is hij terug met het serviesje. Tijd om iets te drinken, vindt hij. Hij schenkt de thee in en geeft het kopje aan kleine muis. Die lust wel een kopje na al die spanning. Kleuters Tegen de kleuterleeftijd spelen kinderen al doelgerichter samen. Ze kunnen vooraf plannen, afspraken maken, rollen verdelen en de verhaallijn bepalen. Taal gaat een belangrijkere rol spelen. Ze overleggen meer en corrigeren elkaars fouten. Er kunnen ook kleine conflicten en ruzies ontstaan over de inhoud en het verloop van het spel. Het spel naar aanleiding van het verhaal van Josien over de beren en de muizen zou bij kleuters als volgt kunnen verlopen. SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 9

10 Rogier identificeert zich tijdens en na het verhaaltje geheel met de grote beer. Hij loopt grommend rond op zoek naar een prooi. Als hij Rick in het vizier krijgt, vraagt hij: Zullen we grote beer en kleine muis spelen? Dan was ik de grote beer en jij de kleine muis. En jij kroop in je hol. Ja, zegt Rick: En dan doen we een doek over de tafel en dan was dat mijn hol. Zo gezegd, zo gedaan. Kleine muis zit in zijn hol en voelt zich daar heel veilig. Totdat grote beer met zijn poot tegen het doek begint te slaan. Kleine muis piept en piept maar grote beer blijft dreigen. Uiteindelijk valt hij het hol binnen en slaat zijn klauwen uit naar kleine muis. Die krimpt jankend ineen en gaat op de grond liggen. Grote beer heeft overwonnen. Hij gaat naast kleine muis liggen uitrusten en kijkt om zich heen. Hij geniet van het licht dat in verschillende kleuren door het doek heen valt. Zullen we een huis maken?, vraagt hij aan Rick: En dan vragen we Rosa of ze moeder wil zijn, en dan was jij kindje en kwam uit school en ik was vader en kwam uit mijn werk. En dan zette ik thee voor jou en voor mama. Nee, zegt Rick: Ik wil vader zijn, want ik was politieman. En dan was jij stout geweest en moest ik jou in de gevangenis zetten. Goed, zegt Rogier: Maar dan was Rosa mijn moeder en die huilde omdat ik in de gevangenis zat en toen mocht ik weer vrij. Voor de interactie tussen kinderen is spel heel belangrijk. Spel stelt hen in staat interacties te oefenen. Tot kinderen 6 á 7 jaar zijn, leren zij zelfs vooral via spel. Spel legt de verbinding tussen de echte wereld en de innerlijke wereld. Het kind krijgt door middel van spel grip op de eigen beleving en op de omgeving. Herhaling is daarbij belangrijk. Spel is ook een uitlaatklep voor emoties en indrukken die zij op doen. Door het uitspelen van de gevoelens en fantasieën zijn kinderen doorgaans beter in staat deze te verwerken en voor zichzelf een evenwicht te vinden. Het spel oefent hen om met gebeurtenissen in de werkelijkheid om te gaan. Ze oefenen rollen, interacties en situaties: vadertje en moedertje, schooltje. Ze leren om te gaan met macht en ervaren het belang van regels en grenzen. Ze praten tijdens het spel over dingen die voor hen van belang zijn. Voor de interactie is taal belangrijk. Door middel van het spel en de omgang met elkaar oefenen zij de taal. Kleuters hebben vooral behoefte aan sensomotorisch of manipulatief spel. Manipulatief spel is spel waarbij zij zelf richting aangeven, zoals in voorbeeld van de grote beer en de kleine muis bij de kleuters. Met sensomotorisch spel oefenen zij en verkennen ze eigenschappen en kenmerken van voorwerpen. Denk daarbij aan kleien, blokken stapelen, puzzelen, het poppenhuis, en dergelijke. Gaandeweg geven zij voorwerpen betekenis en gaan die ook gebruiken als een symbool voor iets anders. Ze laten een pop bijvoorbeeld praten, stout zijn of bang, van een kartonnen doos maken zij een mooi huis en een lange bank wordt omgetoverd tot boot. 10 SAW Digitale Content

11 Spel vervult een grote rol in de persoonlijkheidsontwikkeling. Het bevordert de zelfstandigheid en zelfredzaamheid omdat het voortdurend een beroep doet op competenties als actief zijn, initiatieven nemen, communiceren, samenwerken, plannen maken, oplossingen voor problemen bedenken, enzovoort. Spel heeft hierdoor niet alleen een relatie met de sociaal-affectieve ontwikkeling maar ook met de cognitieve. Je kunt het spel, de ontwikkeling en de interactie tussen peuters en kleuters stimuleren door: competenties te stimuleren als actief zijn, initiatieven nemen, communiceren, samenwerken, plannen maken, oplossingen voor problemen bedenken, enzovoort. een rustige maar uitnodigende omgeving te creëren waarin kinderen zelf op onderzoek uit kunnen gaan en elkaar op kunnen zoeken als zij dat willen; in te gaan op de pogingen van het kind om met jou of een kind te spelen door bijvoorbeeld het kopje thee aan te pakken of het boekje dat voorgelezen moet worden; hen met hun spel op weg te helpen: willen jullie de verkleedkleren gebruiken of als jullie in die hoek gaan spelen, word je niet zo gestoord ; hen te helpen conflicten en problemen op te lossen (zie thema 12.4 in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3); gespreksvaardigheden in te zetten (zie thema 13 in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3); rustige en drukkere momenten af te wisselen zodat kinderen tot rust kunnen komen, ze over kunnen schakelen op iets anders en de concentratie optimaal blijft. Voorbeelden van pedagogisch handelen om het spontane contact te steunen zijn Heel vaak de namen van de kinderen noemen, zodat ze elkaar kennen en zich gekend voelen. Emoties van kinderen spiegelen en benoemen. Benoemen wat je ziet (huilen, stampvoeten). Benoemen wat je aan emoties denkt te zien (verdriet, boosheid), vragen of dit klopt. Kinderen uitdrukkelijk te betrekken bij troosten en elkaar helpen. Kinderen eenvoudige regels leren, zoals: om de beurt en elkaar geen pijn doen. En gedrag uitleggen: Yoran is fijn aan het puzzelen, hij wil niet dat jij hem nu helpt. Zullen we dan een andere puzzel uitkiezen? Begeleiden van spelende kinderen door erbij te gaan zitten en rustig aanwijzingen geven door voorzeggen en voordoen: Kom we gaan het samen even vragen. Aicha, Dalano wil heel graag het groene potlood even hebben, hè, Dalano? De leidster helpt het spel te reguleren en leert hen spelregels zonder het spel over te nemen of dood te slaan. SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 11

12 Kinderen en tieners Veel van bovenstaande is natuurlijk ook van toepassing op oudere kinderen en tieners. Hieronder leggen we de nadruk op wat specifiek voor oudere kinderen en tieners van belang is. Kinderen en tieners móeten veel. Ze worden een beetje geleefd in een kant-en-klare omgeving. Denk maar aan de tv die veel aan staat, het veelvuldige computergebruik, de overvolle winkels, het onderhouden van contacten via de computer of de mobiel, de vol geplande vrije tijd met sport, clubs, muzieklessen, enzovoort. Hierdoor blijft er weinig tijd en ruimte over die door de kinderen zelf ingevuld moet worden. Er is dus ook weinig ruimte om zelf te onderzoeken en contacten te leggen. In deze context spelen de interacties tussen kinderen en tieners zich af. Kinderen leggen en onderhouden contacten met leeftijdgenoten in een virtuele wereld van technologische ontwikkelingen. Dit vraagt veel van het onderscheidingsvermogen van kinderen: wat is goed en wat niet, waar leg ik grenzen, welke invloed heeft dit op mij en welke gevolgen heeft dit voor mij, wat wil ik wel en wat niet, enzovoort. Het vraagt in feite om als een volwassene te oordelen, zich niet teveel laten beïnvloeden en eigen keuzes maken. Door de druk vanuit de peergroup en omdat kinderen nog onvoldoende tot ontwikkeling zijn gekomen, is dit moeilijk. De begeleiding van de interacties tussen kinderen en tieners is dan ook veel gericht op het ontdekken van het eigen ik, onderscheid leren maken tussen wat zij wel en niet willen, de eigen sterke kanten leren ontdekken, zelfvertrouwen opbouwen, problemen oplossen, leren nee zeggen tegen dingen die zij niet willen en eigen keuzes maken. Vriendschapsrelaties spelen een belangrijke socialiserende rol op deze leeftijd. In vriendschappelijke relaties leren zij contacten te leggen en te onderhouden en leren zij op een aanvaardbare manier omgaan met emoties, frustraties, ruzie en agressie. De interacties tussen kinderen die vriendjes van elkaar zijn, zijn meer interactief en meer emotioneel expressief dan tussen kinderen die geen vriendjes zijn. Ze letten meer op billijkheid en zijn wederkeriger bij het stellen van grenzen en regels. Ze zijn energieker in het exploreren van materialen en bronnen. Het ziet ernaar uit dat vriendschap een basis vormt voor zowel competitie als coöperatie, tenminste tussen schoolkinderen. De conclusie mag wel luiden dat vriendschap een onmisbare ervaring is voor de voorbereiding op het functioneren in de verschillende sociale netwerken in de samenleving. (Uit: Ontwerpen van interculturele lessen van Miep Kramer-van Walderveen en Mariëtte Kruithof) 12 SAW Digitale Content

13 Je kunt kinderen en tieners op de volgende manier begeleiden bij hun interacties: Je geeft hen de kans participerend te leren; dat wil zeggen dat zij samenwerken en spelen met andere kinderen en tieners en met de begeleiders. Je betrekt hen bij de organisatie van activiteiten en het verzorgen van de ruimte en de materialen. Je maakt hen mede verantwoordelijk voor de goede sfeer door samen met hen afspraken te maken en regels te stellen. Je bevordert de betrokkenheid op elkaar, het wederzijdse begrip en respect voor elkaar en andere zienswijzen door individuele gesprekken te voeren en onderwerpen in de groep bespreekbaar te maken. Je bevordert hun zelfredzaamheid bij het oplossen van problemen. Je geeft zelf het goede voorbeeld door de manier waarop je met hen en je collega s omgaat. SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 13

14 2.2 Aspecten van de interacties We bespreken de volgende aspecten van de interacties. Aspecten van de interacties: imiteren rollenspel emotieregulering doelgerichtheid en vasthoudendheid oplossen van problemen en ruzie Imiteren Kinderen leren door te imiteren. Door imiteren leren kinderen de basale principes van communicatie. Als kinderen geïmiteerd willen worden, nemen zij hier het initiatief voor. Initiatief nemen behoort tot de basis van communiceren. Door een ander te imiteren maken kinderen duidelijk dat ze het andere kind begrijpen. Ze bevestigen de boodschap van de ander. Ook dat is een belangrijk principe van communicatie. Pedagogisch handelen om het imiteren te steunen en stimuleren zijn Eenvoudige spontane imitatiespelen steunen en versterken. Bijvoorbeeld als een kind stoeltjes op een rijtje zet en anderen gaan meedoen, zeggen: Wat maken jullie een mooie trein. Of de pedagogisch medewerker gooit een bal heen en weer; om de beurt naar 1, 2 of 3 kinderen. Als ze zich terugtrekt gaan de kinderen soms door; of ze beginnen later spontaan zonder pedagogisch medewerker met dit imitatiespel. Hetzelfde kan met om beurten geluiden nadoen, heen en weer rennen of springen van een bankje. Imitatiespel dat regelmatig herhaald wordt geeft houvast aan de kinderen. Ze weten wat van hen verwacht wordt. Hierdoor kunnen ook 2-jarige kinderen aan het samenspel meedoen. De pedagogisch medewerker begint een imitatiespel met een nieuw of teruggetrokken kind. Zo leert het kind de imitatieprincipes van: initiatief nemen nadoen herhalen beetje anders nadoen herhalen. Vaak komen andere kinderen kijken of meedoen, zodat het nieuwe of verlegen kind kan oefenen met de leidster dichtbij. Tijdens de verzorgmomenten imitatiegrapjes te maken; of zelf met het kind te communiceren via imitatie. Veel liedjes met bewegingen zijn ook imitatiespelletjes. 14 SAW Digitale Content

15 2.2.2 Rollenspel Net als het imitatiespel is het rollenspel belangrijk voor de ontwikkeling. Rollen- of doenalsof spel is imiteren van rollen of gedrag van een dier of mens. In het rollenspel wordt van de concrete situatie een denkbeeldige situatie gemaakt. Kinderen laten in het rollenspel hun beeld van de werkelijkheid zien. Dat is om de volgende reden belangrijk voor hun ontwikkeling. Rollenspel is goed voor de ontwikkeling Inzicht in sociale situaties Kinderen spelen de rollen na zoals zij die waarnemen. Typisch moedergedrag, vadergedrag, de poes, de hond, de dokter. Ze vergroten hun greep op de werkelijkheid door opeenvolgende handelingen van belangrijke situaties na te spelen. Bijvoorbeeld: koken, tafeldekken, eten. Kinderen leren zo ook om hun gedrag op elkaar af te stemmen. Emoties en ervaringen verwerken Kinderen spelen situaties die voor hen belangrijk zijn, ouders die weggaan en terug komen; doktersbezoek, ziek zijn. Door het spelen kunnen ze hun emoties uiten en een plek geven. Ze leren hoe ze ermee kunnen omgaan. Rollenspel heeft ook een andere emotionele functie. In hun spel kunnen kinderen wensen en verlangens bevredigen die in de werkelijkheid buiten hun bereik liggen. Bijvoorbeeld groot, sterk en machtig zijn als ridder, draak of moeder. Nadenken over situaties en ervaringen Kinderen leren tijdens het rollenspel na te denken over gebeurtenissen die op dat moment niet in werkelijkheid plaatsvinden. Dit wordt gezien als een voorloper van het abstracte denken. Volwassenen denken in hun hoofd; iets wat ons dwars zit kan eindeloos in ons hoofd malen. Dreumesen en peuters malen niet, maar herhalen situaties door ze heel vaak uit te spelen in rollenspel. Controleren van emoties en beheersen van het eigen gedrag Bijvoorbeeld Micha. Micha is soms heel erg wild en moeilijk om greep op te krijgen. Maar als je vraagt wat wil kleine beer?, wordt Micha rustig. Hij gaat zijn favoriete kleine beer-rol spelen en geeft kopjes. Micha kan zichzelf niet sturen of stoppen. Maar als hij een rol speelt, kan hij zijn gedrag wel sturen. Hij stuurt zichzelf dan door een idee (hoe hij denkt dat kleine beer doet). Rollenspel is de eerste vorm van vrije wil: het kind laat zich niet sturen door impulsen in het hier en nu, maar handelt volgens zijn of haar ideeën (= vrije wil). SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 15

16 Praten tijdens het rollenspel Kinderen leren met taal te onderhandelen over rollen: Jij was de moeder, ik was de vader. Voorbeelden van pedagogisch handelen om rollenspel te steunen of stimuleren zijn: Het inrichten van de poppen- of verkleedhoek en autohoek. Door bepaalde kleding of voorwerpen te geven passend bij een thema waar de kinderen mee bezig zijn worden bepaalde rollenspelen ontlokt. Ingaan op initiatieven van kinderen. Veel dreumesen beginnen met de pedagogisch werker een kopje thee aan te bieden : aannemen! Verhalen vertellen en voorlezen en er met de kinderen over praten. Deze verhalen vaak herhalen. Dit vergroot de scriptkennis van kinderen. Dat is de kennis van opeenvolgende handelingen. Het vergroot ook de neiging tot uitspelen van de verhalen. Samen met de peuters een verhaal spelen. Dit is een combinatie van verhaal vertellen en samen bijhorende bewegingen maken en emoties uitdrukken: lopen als de kleine dwerg, lopen als de reus, oei... wat zal er nu gebeuren... Het rollenspel een nieuwe impuls geven. Bijvoorbeeld door even mee te spelen en een boodschap te doen in de winkel Emotieregulering Emotieregulering is het kunnen omgaan met en onder controle krijgen van je emoties. Kinderen leren dit tijdens het opgroeien met behulp van hun opvoeders. We gaan in op de emotieregulering en de manier waarop je daarbij kunt begeleiden. We halen de emotieregulering bij jongere en oudere kinderen uit elkaar. Jongere kinderen Jonge kinderen reageren direct als ze door iets worden geraakt. Zonder ouders en pedagogisch werkers zijn kinderen overgeleverd aan hun eigen emoties als ze sterk geprikkeld worden. Sommige manieren om emoties te beïnvloeden ontdekken kinderen zelf. Bijvoorbeeld troost vinden door duimzuigen, beer of doekje. Ook hebben jonge kinderen de aangeboren neiging om nare prikkels te mijden. Als je weggaat van iets dat jou een naar gevoel geeft, voel je je beter. Jonge kinderen weten al intuïtief dat afleiding nare gevoelens doet vergeten. Ze gaan met hun auto spelen en lijken zich af te sluiten. Of ze willen gaan slapen op een rustig plekje, weg van de andere kinderen of mensen. Kinderen vanaf 4 jaar kunnen al bewust naar afleiding zoeken als ze zich rot voelen. 16 SAW Digitale Content

17 Pedagogische middelen om kinderen manieren te leren om hun eigen emoties te reguleren Beperk het aantal duidelijke regels voor het samenspelen De regels die gehanteerd worden, worden door de pedagogisch werkers vaak herhaald en uitgelegd. De nadruk ligt op regels voor wat de kinderen wèl horen te doen. Stoppen van gedrag dat niet mag is voor jonge kinderen veel moeilijker dan het opvolgen van aanwijzingen voor goed gedrag. Kinderen aanmoedigen om tegen zichzelf te praten Samen met het kind zeggen Nee, dat doen we niet. Onze regel is niet slaan. Wat doen we wel? Kind, samen met de pedagogisch werker: Zeggen wat je wilt. Nog een of twee jaartje verder en het kind kan nee zeggen tegen zichzelf en het kan tegen zichzelf zeggen wat het wèl moet doen. Dat noemen we zelfregulering van emoties en zelfsturing van gedrag. Alert reageren op het vraagkijken van kinderen Vaak voelen kinderen zelf aan wanneer iets niet helemaal in de haak is. Als kinderen onzeker zijn, kijken ze je vragend aan. Ze proberen van je gezicht af te lezen wat ze horen te voelen. Als je daar alert op reageert, leert het kind jou te gebruiken als morele gids. Een klein knikje of een blik van jou kan dan genoeg zijn om het kind te helpen om ongewenst gedrag te stoppen. Kinderen een time out geven Dit sluit aan bij de eigen neiging van kinderen om nare prikkels te mijden. Als kinderen boos en overstuur zijn, kan dit heel goed werken. Belangrijk is dat je duidelijk én rustig en vriendelijk blijven. De time out is geen straf. Je zorgt voor een plekje waar het kind rust kan vinden en laat het terugkomen in de groep als het weer tot rust is gekomen. Op den duur gaan kinderen vaak zelf een time out nemen als ze het nodig hebben. Verwoorden van het gevoel van binnen Volwassenen hebben veelal het idee dat ze eerst een gevoel van binnen hebben en waarnemen, en daarna handelen. Bij jonge kinderen ligt dat waarschijnlijk anders. Bij jonge kinderen valt het emotioneel handelen en waarnemen samen. Ze handelen boos voordat ze zich bewust boos gevoeld hebben. Doordat je kinderen leert om hun gevoelens te benoemen, wordt het automatisch handelen doorbroken. Er ontstaat een denkpauze tussen de prikkel de situatie die emoties oproept - en het automatisch emotioneel handelen. Met heel jonge kinderen kun je al zoeken naar een gezamenlijke oplossing. De denkpauze van het praten geeft ook ruimte om stil te staan bij de gevoelens van de andere kinderen. Natuurlijk werkt dat niet als een kind zeer geëmotioneerd is. Maar wel in iets rustiger situaties. Esmee wil ook met de poppen spelen. En jij ook. Zullen we kijken of er nog een andere pop is? SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 17

18 Leren gebruikmaken van rollenspel Als kinderen weten wat er van ze verwacht wordt, kunnen ze een rol spelen en eigen gedrag en emoties controleren. De rol van konijn of kleine beer geeft houvast om eigen directe impulsen te controleren. Het geeft een kind ook de gelegenheid om andere kinderen te wijzen op hoe een rol vervuld moet worden. Dit helpt kinderen om zich de bijbehorende gedragingen eigen te maken Leren van goede manieren Iedere cultuur en ieder gezin heeft manieren om om te gaan met grote emoties. Als het goed is, helpen vaste goede manieren om gevoelens uit te drukken. Ze bieden bescherming als emoties ons dreigen te overweldigen. Het ritueel van handje geven, helpt als een kind heel erg verlegen is en niet weet wat hij of zij moet doen met een vreemde. Je kunt samen met de kinderen manieren bedenken om mee te leven met een ziek kind in de groep, om te troosten of om het weer goed te maken na een fikse ruzie. Oudere kinderen en tieners Emotieregulering bij oudere kinderen en tieners gaat vaak over ruzies, de controle over de emoties verliezen en emoties verdringen of niet uiten. Staan we ten opzichte van kinderen nog tolerant tegenover driftbuien en ongecontroleerde reacties, van oudere kinderen en tieners verwachten we dat zij hun emoties zelf onder controle kunnen houden. We verwachten dat zij zich in een ander in kunnen leven, dat zij rekening houden met de emoties van anderen en flexibel en tolerant zijn in de omgang met elkaar. Kinderen en tieners moeten echter nog steeds veel leren en komen steeds voor nieuwe situaties en ontwikkelingen te staan die zij opnieuw moeten leren beheersen. In de pubertijd treden dan ook nog eens grote lichamelijke en psychische veranderingen op die dit niet altijd gemakkelijk maken. De opvoeding van oudere kinderen en tieners is erop gericht het zelfsturend vermogen te vergroten en de zelfdiscipline te vergroten. Hoe kunnen zij op een goede manier contacten leggen en hoe kunnen zij op een goede manier kinderen eventueel afwijzen? Wat zijn prettige omgangsvormen en hoe ga je om met afwijzingen en teleurstellingen in het contact? Hoe laat je andere kinderen in hun waarde en accepteer je afwijkende houdingen en meningen? Hoe houd je jezelf staande en bescherm je je eigen persoonlijkheid als de druk om je aan te passen vanuit de peergroup groter wordt? Vroeger groeiden kinderen meer beschermd op. De gedragsregels waren strikter en kinderen en tieners dienden te gehoorzamen. Dat gaf veel bescherming maar maakte kinderen ook onzelfstandiger. Nu verwachten we dat kinderen zelf denken, zelf grenzen verkennen en vaststellen. Dat gaat echter niet vanzelf. Enige begeleiding daarbij is gewenst. 18 SAW Digitale Content

19 Bij emotieregulering gaat het om de eigen emoties en die van anderen, de effecten daarvan en het proces van regulering (hoe houd ik mezelf onder controle). Dit laatste gaat over wat je op die momenten denkt en over wat je dan doet. Er zit dus een cognitieve component aan en een gedragscomponent. Op die twee vlakken ligt ook jouw aanpak. Je spreekt kinderen en tieners aan op hun gedrag (de uiting) en je hebt aandacht voor de processen die zich in hun hoofd afspelen die tot dat gedrag leiden. Je doet dat op twee manieren: preventief en reactief. Bij de reactieve aanpak reageer je nadat er iets is voorgevallen. Je bedenkt dan een oplossing zodat het probleem is opgelost; oftewel je blust het brandje. Bij de preventieve aanpak breng je kinderen denkstrategieën bij die zij in kunnen zetten om problemen op te lossen en vóór te zijn. Je geeft hen inzicht in sociale en emotionele processen en bevordert sociaal gedrag. Preventief werken heeft het voordeel dat het op langere termijn de kinderen houvast geeft en in staat stelt hun eigen problemen op te lossen. Maar uiteraard blus je ook brandjes zoals in onderstaande voorbeelden. De reactieve aanpak Brechje en Ralf staan aan elkaar te trekken en te duwen omdat zij beide achter de computer willen zitten. Job komt met een rood boos hoofd op de opvang. Hij smijt zijn rugzak in de hoek en ploft op de bank neer. Daar blijft hij boos voor zich uitkijken. Alice voelt zich duidelijk niet prettig op de opvang. Ze is stil en teruggetrokken, zoekt weinig contact met andere kinderen en zit al te vaak maar wat voor zich uit te kijken. Over de reactieve aanpak is in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3 veel geschreven. Voor de reactieve aanpak verwijzen we daarom daarnaar. Over hoe je kunt reageren bij problemen als ruzie, pesten, druk gedrag en contactproblemen kun je bijvoorbeeld meer lezen thema 12 (Opvoedingsvaardigheden). Daarin kun je ook lezen hoe je kinderen kunt helpen om in zes stappen hun eigen problemen op te lossen. In thema 9.5 lees je hoe je een stappenplan kunt maken voor de begeleiding van individuele kinderen. We gaan nu door met de preventieve aanpak. De preventieve aanpak In thema 11 in het boek Pedagogisch Medewerker saw 3 kun je lezen hoe je vriendschappen kunt stimuleren en preventief opvoedmiddelen in kunt zetten als een regel stellen en afspraken maken. Er zijn vele preventieprogramma s ontwikkeld die de emotieregulatie en het vergroten van het zelfregulerend vermogen als onderwerp hebben. Van enkele is de SAW DC 34 Interacties tussen kinderen 19

20 werkzaamheid in de praktijk middels onderzoek aangetoond. Het programma PAD is er daar een van: Programma Alternatieve Denkstrategieën. Dat programma is ook heel goed in de kinderopvang toe te passen. In het boek Pedagogisch Medewerker saw 3 wordt dit al genoemd in thema We werken die aanpak hier verder uit. Als je kinderen vraagt waarom ze zich negatief gedragen, dan zoeken ze de oorzaak vaak in het gedrag van de ander: híj deed dit of dat. Maar waar het werkelijk om gaat is wat het kind zelf voelt en denkt, want dát gaat aan het ongewenste gedrag vooraf. Probeer het kind daarom anders te leren denken. Laat het inzien dat het zélf kan kiezen wat het gaat doen, dat het zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Als je je aandacht daarop richt, help je kinderen zich hiervan bewust te worden. Het gaat erom dat kinderen steeds duidelijker gaan zien dat zij meer en meer verantwoordelijk worden voor de keuzes die zij zelf maken. Ze kunnen bijvoorbeeld bij conflicten en problemen kiezen voor: passief gedrag: weglopen, niets doen, huilen, enzovoort; agressief gedrag: vechten, schelden, spugen, enzovoort; actief gedrag: hulp vragen, zeggen dat iets je niet zint, over leggen, enzovoort. Door uitgebreid in te gaan op de mogelijke gevolgen van het zelf kunnen kiezen voor ander gedrag, kun je kinderen stimule ren om voor elke sociale context een passende en effectieve keuze te maken. Het programma PAD bestaat uit vier belangrijke pijlers: zelfbeeld zelfcontrole emoties probleemoplossing 6 20 SAW Digitale Content

Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje.

Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje. 1-1. HET PROBLEEM Pesten en plagen worden vaak door elkaar gehaald! Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje. Als je gepest bent, heb je ervaren dat pesten

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes)

toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes) 1 Omgaan met en uiten van eigen gevoelens en ervaringen toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes) laat non-verbaal zien dat hij/zij iets niet wil (bijv. slaat fles weg, draait hoofd als

Nadere informatie

PAD-handboek voor ouders en verzorgers

PAD-handboek voor ouders en verzorgers PAD-handboek voor ouders en verzorgers Voorwoord Geachte ouders/verzorgers, Dit is een handboek bij het PAD-leerplan. PAD staat voor Programma Alternatieve Denkstrategieën. Om kinderen en ouders uit te

Nadere informatie

Observatielijst Groepsfunctioneren

Observatielijst Groepsfunctioneren Observatielijst Groepsfunctioneren Toelichting De Observatielijst Groepsfunctioneren is verdeeld in twee leeftijdscategorieën: kinderen tot 1,5 jaar en kinderen ouder dan 1,5 jaar. Met de lijst wordt de

Nadere informatie

Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3

Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3 1. Omgaan met jezelf, met en met volwassenen Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3 Zelfbeeld Sociaal gedrag belangstelling voor andere kinderen, maar houden weinig rekening met de ander

Nadere informatie

Doelstellingen van PAD

Doelstellingen van PAD Beste ouders, We kozen er samen voor om voor onze school een aantal afspraken te maken rond weerbaarheid. Aan de hand van 5 pictogrammen willen we de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen

Nadere informatie

Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering.

Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering. Bij SNAP leren we ouders en kinderen vaardigheden om problemen op te lossen en meer zelfcontrole te ontwikkelen. Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering. SNAP (STOP

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home Pedagogisch beleidsplan Kid@home Pedagogisch beleidsplan Inhoud: 1. Inleiding 2. Pedagogische visie 3. Verzorging 4. Emotionele veiligheid 5. Persoonlijke competenties 6. Sociale competenties 7. Normen

Nadere informatie

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Creatief en flexibel toepassen van Triplep Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Programma Overzicht Kennismaking Persoonlijke werving van ouders Een goede relatie opbouwen met de ouders

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Achtergrondinformatie

Achtergrondinformatie Achtergrondinformatie opdracht 1, module 2, les 7 Vriendschappen Vriendjes spelen een belangrijke rol in het leven van een kind. Kinderen spelen met elkaar en maken plezier. En vriendjes leren van elkaar.

Nadere informatie

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0 2 Deel 1 Beïnvloeden van gedrag - Zeg wat je doet en doe wat je zegt - 3 Interactie Het gedrag van kinderen is grofweg in te delen in gewenst gedrag en ongewenst gedrag. Gewenst gedrag is gedrag dat we

Nadere informatie

Het spel der democratische opvoeding Wat vooraf ging: Aan de hand van de 4 pijlers deden de ambassadeurs van Triodus samen goed voor later en de werkgroep wat iedere kindwijzerorganisatie deed, inventariseren!

Nadere informatie

VROLIJKE VRIENDEN SOCIALE VAARDIGHEDEN KINDEREN MET GEBREK AAN VANUIT WELKE ERVARING POSITIEF OUDERSCHAP: FOCUS OP VERZET TEGEN RIDICULE REGELS

VROLIJKE VRIENDEN SOCIALE VAARDIGHEDEN KINDEREN MET GEBREK AAN VANUIT WELKE ERVARING POSITIEF OUDERSCHAP: FOCUS OP VERZET TEGEN RIDICULE REGELS SOCIALE VAARDIGHEDEN VROLIJKE VRIENDEN Kinderen sociale vaardigheden leren door middel van spel Bewust zijn van je gedrag Goed luisteren Wederkerigheid Goede observeren Non verbale communicatie Verbale

Nadere informatie

PESTPROTOCOL DE BOOG. Koudenhovenseweg Zuid 202 5641 AC Eindhoven T: 040-2811760 E: deboog@skpo.nl

PESTPROTOCOL DE BOOG. Koudenhovenseweg Zuid 202 5641 AC Eindhoven T: 040-2811760 E: deboog@skpo.nl PESTPROTOCOL DE BOOG Pestprotocol De Boog Dit pestprotocol heeft als doel voor De Boog: Alle kinderen moeten zich op school veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1 30 Veiligheid en welbevinden Kees (8) en Lennart (7) zitten in de klimboom. Kees geeft Lennart een speels duwtje en Lennart geeft een duwtje terug. Ze lachen allebei. Maar toch kijkt Lennart even om naar

Nadere informatie

PESTPROTOCOL OBS DE BONGERD. Pestprotocol obs de Bongerd

PESTPROTOCOL OBS DE BONGERD. Pestprotocol obs de Bongerd PESTPROTOCOL OBS DE BONGERD Pestprotocol obs de Bongerd Pesten is een probleem dat in alle geledingen van de maatschappij voorkomt. Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem

Nadere informatie

5 pedagogisch medewerkers

5 pedagogisch medewerkers 5 pedagogisch medewerkers In dit hoofdstuk gaan we in op de pedagogisch medewerker. Zij heeft grote invloed op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen in de opvang. Door individuele interactie met

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderdagverblijf de Harlekijn

Pedagogisch beleid Kinderdagverblijf de Harlekijn 1 Inhoud Inleiding... 3 Visie Kinderdagverblijf de Harlekijn... 4 Een gevoel van emotionele veiligheid en geborgenheid bieden... 5 Veiligheid en geborgenheid... 5 Persoonlijke competentie... 7 Ieder kind

Nadere informatie

Als opvoeden even lastig is

Als opvoeden even lastig is Als opvoeden even lastig is Hoe pak je dat dan aan? Soms weet ik niet meer wat ik moet doen om hem stil te krijgen. Schattig? Je moest eens weten. Hoezo roze wolk? Mijn dochter kan af en toe het bloed

Nadere informatie

1.1. Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving

1.1. Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving Pedagogisch Beleidsplan 1.1. Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving Een veilige en vertrouwde omgeving is de basis van waaruit een kind zich kan gaan ontwikkelen. Het is dus belangrijk dat

Nadere informatie

Beleid Kanjertraining op De Meeander

Beleid Kanjertraining op De Meeander Beleid Kanjertraining op De Meeander Voor u ligt het beleidsstuk Kanjertraining. We hopen dat het zicht geeft op wat we doen op school en waar we voor staan. Kanjertraining is meer dan een lesmethode.

Nadere informatie

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen 1. Kijkt veel naar andere kinderen. 1. Kan speelgoed met andere kinderen 1. Zoekt contact met andere kinderen 1. Kan een emotionele

Nadere informatie

PESTPROTOCOL DE SCHELP

PESTPROTOCOL DE SCHELP PESTPROTOCOL DE SCHELP Pestprotocol De Schelp Dit pestprotocol heeft als doel voor de De Schelp: Alle kinderen moeten zich op school veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door

Nadere informatie

INHOUDSTAFEL I ONTWIKKELEN: EEN LEVENSLANG PROCES 19. Voorwoord 13. Pictogrammen 14. Doelstellingen 15

INHOUDSTAFEL I ONTWIKKELEN: EEN LEVENSLANG PROCES 19. Voorwoord 13. Pictogrammen 14. Doelstellingen 15 INHOUDSTAFEL Voorwoord 13 Pictogrammen 14 Doelstellingen 15 I ONTWIKKELEN: EEN LEVENSLANG PROCES 19 A Wat is ontwikkeling? 21 1 Definitie en kenmerken 21 1.1 Definitie 21 1.2 Algemene kenmerken van ontwikkeling

Nadere informatie

Pedagogisch Beleid. Nanny Association

Pedagogisch Beleid. Nanny Association Pedagogisch Beleid Nanny Association Rijen, juni 2006 Inhoud Inleiding 1. Nanny Association 2. Profiel nanny 3. Functie- en taakomschrijving 4. Accommodatie en materiaal 5. Ouderbeleid 6. Pedagogische

Nadere informatie

Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week

Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week onderbouw Les 1 Online Dit ben ik! Besef van jezelf Forming Ik kan mezelf voorstellen aan een ander. Ken je iemand nog niet? Vertel hoe je heet. Les 2 Online Hoe spreken we dit af? Keuzes maken Norming

Nadere informatie

Dit PESTPROTOCOL heeft als doel:

Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen

Nadere informatie

Achtergrond informatie:

Achtergrond informatie: Pestprotocol Inleiding Voor u ligt het pestprotocol van de Koningin Wilhelminaschool. Met behulp van dit protocol willen wij het pestgedrag binnen de school voorkomen en indien nodig aanpakken. In onze

Nadere informatie

Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt. Verslavingspreventie Mondriaan

Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt. Verslavingspreventie Mondriaan Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt Verslavingspreventie Mondriaan Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Alle ouders hebben het beste voor met hun kinderen. Ouders vragen

Nadere informatie

Verbindingsactietraining

Verbindingsactietraining Verbindingsactietraining Vaardigheden Open vragen stellen Luisteren Samenvatten Doorvragen Herformuleren Lichaamstaal laten zien Afkoelen Stappen Werkafspraken Vertellen Voelen Willen Samen Oplossen Afspraken

Nadere informatie

Kinderen op bezoek op de intensive care

Kinderen op bezoek op de intensive care Kinderen op bezoek op de intensive care Handreiking voor ouders mca.nl Inhoudsopgave Hoe vertel ik mijn kind(eren) dat zijn/hun vader, moeder of ander familielid ernstig ziek op de IC ligt? 1 Hoe bereid

Nadere informatie

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les 8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil

Nadere informatie

Bijlage 1 Thema 1. De helppagina van een tijdschrift

Bijlage 1 Thema 1. De helppagina van een tijdschrift 98 De helppagina van een tijdschrift Bijlage 1 Thema 1 Ik ben een meisje van 10 jaar en zit in groep 6. Wij zijn in nieuwe groepjes gezet en nu zit ik tegenover een meisje waar ik me heel erg aan erger.

Nadere informatie

1 Het sociale ontwikkelingstraject

1 Het sociale ontwikkelingstraject 1 Het sociale ontwikkelingstraject Tijdens de schoolleeftijd valt de nadruk sterk op de cognitieve ontwikkeling. De sociale ontwikkeling is in die periode echter minstens zo belangrijk. Goed leren lezen,

Nadere informatie

GEDRAGSPROTOCOL. (anti pestgedrag) Basisschool De Boomgaard Dieren

GEDRAGSPROTOCOL. (anti pestgedrag) Basisschool De Boomgaard Dieren GEDRAGSPROTOCOL (anti pestgedrag) Basisschool De Boomgaard Dieren Mei 2014 Gedragsprotocol de Boomgaard I. Doel van dit gedragsprotocol: Alle kinderen van De Boomgaard moeten zich veilig voelen, zodat

Nadere informatie

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen. Bijlage 11 Voorbeeld informatie VHT: Bouwstenen voor geslaagd contact Informatie Video - hometraining Belangrijke begrippen initiatieven herkennen volgen ontvangstbevestiging beurt verdelen leidinggeven

Nadere informatie

PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN 0 4 JAAR

PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN 0 4 JAAR PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN 0 4 JAAR Inhoudsopgave Inleiding... 3 Kinderen... 4 Ik ben ik en jij bent jij... 4 Veiligheid... 4 Vertrouwde relaties... 4 Structuur en voorspelbaarheid... 5 Een gezonde omgeving...

Nadere informatie

nijntje stoelendans spelregels

nijntje stoelendans spelregels nijntje stoelendans spelregels 1 nijntje stoelendans voor: vanaf: speelduur: 2+ spelers 1 jaar 15 min. Een volwassene plaatst twee AAAbatterijen in het compartiment aan de onderkant van de muziekdoos.

Nadere informatie

1. Voorwaarden voor het aanpakken van pesten.

1. Voorwaarden voor het aanpakken van pesten. Protocol pesten 1 Voorwoord Pesten is een probleem dat in alle geledingen van de maatschappij voorkomt. Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien

Nadere informatie

Ontdek je kracht voor de leerkracht

Ontdek je kracht voor de leerkracht Handleiding les 1 Ontdek je kracht voor de leerkracht Voor je ligt de handleiding voor de cursus Ontdek je kracht voor kinderen van groep 7/8. Waarom deze cursus? Om kinderen te leren beter in balans te

Nadere informatie

VOORBEELD UIT HET PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN. VEILIGHEID EN GEBORGENHEID BIEDEN - BABY S

VOORBEELD UIT HET PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN. VEILIGHEID EN GEBORGENHEID BIEDEN - BABY S VOORBEELD UIT HET PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN. VEILIGHEID EN GEBORGENHEID BIEDEN - BABY S ALGEMEEN: EMOTIONELE EN FYSIEKE VEILIGHEID BABY S Het pedagogisch beleidsplan geeft de grenzen (pedagogisch medewerker/kindratio

Nadere informatie

Communiceren met kinderen: een andere benaderingswijze M.C. Franken en C. de Sonneville-Koedoot 1

Communiceren met kinderen: een andere benaderingswijze M.C. Franken en C. de Sonneville-Koedoot 1 Communiceren met kinderen: een andere benaderingswijze M.C. Franken en C. de Sonneville-Koedoot 1 Deel I: Het kind bevestigen Dit document bestaat uit twee delen. In dit eerste deel wordt uitgelegd hoe

Nadere informatie

WAT IS MOEILIJK GEDRAG?

WAT IS MOEILIJK GEDRAG? OMGAAN MET MOEILIJK GEDRAG WAT IS MOEILIJK GEDRAG? Brainstorm An Coetsiers Kinderpsycholoog/gedragtherapeut www.depraatdoos.be IS HET GEDRAG MOEILIJK GEDRAG? Voorbeeld gedragsdagboek Individueel bepaald

Nadere informatie

Pestprotocol Prakticon

Pestprotocol Prakticon Pestprotocol Prakticon Pesten op school Hoe ga je er mee om? Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.

Nadere informatie

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen.

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen. Groep 1, 2 1. Hallo, hier ben ik! 2. Prettig kennis te maken Kinderen leren elkaar beter kennen en ontdekken verschillen en overeenkomsten. 3. Samen in de klas Over elkaar helpen, geholpen worden en afspraken

Nadere informatie

Schoolkind. Kind op de basisschool. Een rustige ontwikkeling tussen driftige peuter en dwarse puber!?!

Schoolkind. Kind op de basisschool. Een rustige ontwikkeling tussen driftige peuter en dwarse puber!?! Schoolkind Oorspronkelijke tekst Hilde Breet Wilma Poot Illustraties Harmen van Straaten Uitgave: januari 1998 Herziene uitgave: maart 2010 Het is toegestaan deze folder in ongewijzigde vorm te multipliceren

Nadere informatie

Stellingen en normering leerlingvragenlijst

Stellingen en normering leerlingvragenlijst Stellingen en normering leerlingvragenlijst Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs 2.0 juli 2012 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys ZIEN!PO leerlingvragenlijst 2.0 Stellingen

Nadere informatie

Kanjerbeleid. Doelstelling Voor de kinderen hebben we als doel dat ze zoveel mogelijk als volgt over zichzelf denken:

Kanjerbeleid. Doelstelling Voor de kinderen hebben we als doel dat ze zoveel mogelijk als volgt over zichzelf denken: Kanjerbeleid Inleiding Op de obs Stegeman werken we sinds januari 2012 met de kanjertraining. Voor u ligt het beleidsstuk Kanjertraining. We hopen dat het zicht geeft op wat we doen op school en waar we

Nadere informatie

Wenbeleid Kinderopvang/BSO Het Kinderparadijs

Wenbeleid Kinderopvang/BSO Het Kinderparadijs Wenbeleid Kinderopvang/BSO Het Kinderparadijs Kinderdagverblijf/BSO Het Kinderparadijs 1 januari 2016 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. De eerste kennismaking... 5 3. Het afscheid... 7 4. De gehele periode van

Nadere informatie

Hoe je je voelt. hoofdstuk 10. Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld:

Hoe je je voelt. hoofdstuk 10. Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld: hoofdstuk 10 Hoe je je voelt Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld: zenuwachtig wakker worden omdat je naar school moet, vrolijk

Nadere informatie

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan De zorg en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking moet erop gericht zijn dat de persoon een optimale kwaliteit

Nadere informatie

Observeerbare Termen. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid 2

Observeerbare Termen. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid 2 1 Observeerbare Termen Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid Leeftijdscategorie De kinderen worden opgevangen in een schone en veilige omgeving. 2 4 jaar 1. De leidster instrueert kind

Nadere informatie

Lesbrief. groep 1-4. bij de verteltheatervoorstelling. Winnie de Poeh: het verhaal van Kanga en Roe. door Marjo Dames / Sterk-Verhaal

Lesbrief. groep 1-4. bij de verteltheatervoorstelling. Winnie de Poeh: het verhaal van Kanga en Roe. door Marjo Dames / Sterk-Verhaal Lesbrief groep 1-4 bij de verteltheatervoorstelling Winnie de Poeh: het verhaal van Kanga en Roe door Marjo Dames / Sterk-Verhaal 1 Voorbereiding Samen met uw groep gaat u naar de Verteltheatervoorstelling

Nadere informatie

DEEL 1. WERKBOEK 5 Eigen keuze. 2015 Monique van Dam YOU: De keuze is aan jou!

DEEL 1. WERKBOEK 5 Eigen keuze. 2015 Monique van Dam YOU: De keuze is aan jou! DEEL 1 1 WERKBOEK 5 Eigen keuze Inhoud 2 1. Hoe zit het met je keuzes? 3 2. Hoe stap je uit je automatische piloot? 7 3. Juiste keuzes maken doe je met 3 vragen 9 4. Vervolg & afronding 11 1. Hoe zit het

Nadere informatie

Kinderen, lief maar. Wegwijzer Steenwijk Woensdag 12 november Carolien Boschma en Sjoukje Huisman Centrum voor Jeugd en Gezin

Kinderen, lief maar. Wegwijzer Steenwijk Woensdag 12 november Carolien Boschma en Sjoukje Huisman Centrum voor Jeugd en Gezin Kinderen, lief maar. Wegwijzer Steenwijk Woensdag 12 november Carolien Boschma en Sjoukje Huisman Centrum voor Jeugd en Gezin Opzet van de lezing Welkom Inleiding Theorie, tips en adviezen over opvoeden

Nadere informatie

ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag

ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag SOCIALE EN EMOTIONELE ONTWIKKELING: ZELFBEELD EN SOCIAAL GEDRAG Leerlijnen Kerndoelen 1.1. Jezelf presenteren 1.2. Een keuze

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

Anti pestprotocol OBS DE BOUWSTEEN

Anti pestprotocol OBS DE BOUWSTEEN Anti pestprotocol OBS DE BOUWSTEEN Anti pestprotocol Pagina 1 Dit pestprotocol heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Nadere informatie

Pestprotocol de Esdoorn

Pestprotocol de Esdoorn Pestprotocol de Esdoorn Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen November 2009 Door regels en

Nadere informatie

Pestprotocol BS de Kersenboom

Pestprotocol BS de Kersenboom Pestprotocol BS de Kersenboom Doel Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen

Nadere informatie

Observatielijst Puk & Ko

Observatielijst Puk & Ko Observatielijst Puk & Ko Naam van de peuterspeelzaal:.. Naam van het kind:.... Naam van de leidster:.... Ingevuld op: l e observatie:...... 2 e observatie:... 3 e observatie:.... 4 e observatie:.... (1/4)

Nadere informatie

Pestprotocol OBS Mathenesse Januari 2010

Pestprotocol OBS Mathenesse Januari 2010 Pestprotocol OBS Mathenesse Januari 2010 Doelstelling Alle leerlingen moeten zich in hun basisschoolperiode vrij en veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken

Nadere informatie

Ik ben een heel klein muisje

Ik ben een heel klein muisje Ik ben een heel klein muisje Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS Ik ben een heel klein muisje: het lied... 3 De muziekopname... 3 Activiteiten per leeftijd: Baby s... 4 Massagespel... 4 Speelgoed... 4 Muisje

Nadere informatie

PROTOCOL TEGEN PESTEN

PROTOCOL TEGEN PESTEN PROTOCOL TEGEN PESTEN Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken. Het probleem dat pesten heet: De piek

Nadere informatie

De Inner Child meditatie

De Inner Child meditatie De Inner Child meditatie copyright Indra T. Preiss volgens Indra Torsten Preiss copyright Indra T. Preiss Het innerlijke kind Veel mensen zitten met onvervulde verlangens die hun oorsprong hebben in hun

Nadere informatie

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL Stationsstraat 81 3370 Boutersem 016/73 34 29 www.godenotelaar.be email: directie.nobro@gmail.com bs.boutersem@gmail.com HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL 1. Het standpunt van de school: Pesten is geen

Nadere informatie

4 Denken. in het park een keer gebeten door een hond. Als Kim een hond ziet wil ze hem graag aaien. Als

4 Denken. in het park een keer gebeten door een hond. Als Kim een hond ziet wil ze hem graag aaien. Als 4 Denken In dit hoofdstuk vertellen we hoe jij om kan gaan met je gedachten. Veel gedachten maak je zelf. Ze bepalen hoe jij je voelt. We geven tips hoe jij jouw gedachten en gevoelens zelf kunt sturen.

Nadere informatie

Pestprotocol PCBS Willem van Oranje

Pestprotocol PCBS Willem van Oranje Pestprotocol PCBS Willem van Oranje Dit PESTPROTOCOL heeft als doel: Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen Door regels en

Nadere informatie

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl Door: Jan van den Brand Inleiding Ik krijg veel vragen van hondeneigenaren. Veel van die vragen gaan over de omgang met en de training van de hond. Deze vragen spitsen zich dan vooral toe op: Watt is belangrijk

Nadere informatie

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld.

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Zelfbeeld Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Een kind dat over het algemeen positief over zichzelf denkt, heeft meer zelfvertrouwen.

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding. Als je een peuter en tussen 3 en 5 jaar bent. Als je een kleuter en tussen 6 en 8 jaar bent

Inhoudsopgave. Inleiding. Als je een peuter en tussen 3 en 5 jaar bent. Als je een kleuter en tussen 6 en 8 jaar bent Kind-In-Zicht Inhoudsopgave Inleiding Als je een peuter en tussen 3 en 5 jaar bent Als je een kleuter en tussen 6 en 8 jaar bent Als je een tiener en tussen 9 en 12 jaar bent Als je een puber en tussen

Nadere informatie

KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek 1e rapport: Datum gesprek 2e rapport: KIJK! 1-2 Bazalt Educatieve Uitgaven www.bazalt.

KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek 1e rapport: Datum gesprek 2e rapport: KIJK! 1-2 Bazalt Educatieve Uitgaven www.bazalt. KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek : Datum gesprek : KIJK! Lijst 1. Basiskenmerken Een kind dat lekker in zijn vel zit, zal zich goed en vlot ontwikkelen. Het is van nature nieuwsgierig

Nadere informatie

Spelen en bewegen met uw peuter www.cjggooienvechtstreek.nl

Spelen en bewegen met uw peuter www.cjggooienvechtstreek.nl regio Gooi en Vechtstreek Spelen en bewegen met uw peuter www.cjggooienvechtstreek.nl n Spelen en bewegen met uw peuter In de leeftijd van één tot vier jaar maken kinderen een grote ontwikkeling door op

Nadere informatie

Pedagogisch beleid. kinderdagverblijf

Pedagogisch beleid. kinderdagverblijf Pedagogisch beleid kinderdagverblijf maatwerk kinderopvang voor elk gezin Voorwoord Dit pedagogisch beleid is met het doel geschreven om duidelijkheid te geven aan de inhoud van een pedagogisch beleidsplan.

Nadere informatie

INFORMATIE KINDEREN IN ROUW 0-3 JAAR STICHTING STERRENKRACHT

INFORMATIE KINDEREN IN ROUW 0-3 JAAR STICHTING STERRENKRACHT INFORMATIE KINDEREN IN ROUW 0-3 JAAR STICHTING STERRENKRACHT Voorwoord Beste ouders/verzorgers, Deze informatie is bedoeld om antwoord te geven op vragen als: Hoe ga ik om met het verdriet, angst of boosheid

Nadere informatie

Teamconferentie Berseba regio Ede

Teamconferentie Berseba regio Ede Teamconferentie Berseba regio Ede Even voorstellen Steef Post (1957) SDP Advies coaching teamcoaching / training mediation 19-3-2014 Conflicten in de klas 2 Opbouw Intro Bemiddelen in een conflict basisprincipes

Nadere informatie

Januari 2013. Pestprotocol Basisschool de Schrank

Januari 2013. Pestprotocol Basisschool de Schrank Januari 2013 Pestprotocol Basisschool de Schrank Inhoudsopgave 1. Waarom heeft de Schrank een pestprotocol 3 2. Pesten op school 3 3. Signalen van pesten 4 4. Oorzaken van pesten 4 5. Rollen bij pesten

Nadere informatie

De opvoedingsdriehoek. Ann Li Thuisbegeleider bij Feniks www.feniks-opvoeding.org

De opvoedingsdriehoek. Ann Li Thuisbegeleider bij Feniks www.feniks-opvoeding.org De opvoedingsdriehoek Ann Li Thuisbegeleider bij Feniks www.feniks-opvoeding.org Een woord vooraf Wat is normaal? Ieder kind is anders 1 op 4 sociale interacties bij kinderen onder 5j is agressief Ongeveer

Nadere informatie

Iedereen is hier oké!

Iedereen is hier oké! INLEIDING PESTPROTOCOL Iedereen is hier oké! alle kinderen moeten zich in onze basisschool veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen

Nadere informatie

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS WWW.PESTWEB.NL DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS Kinderen en jongeren willen je hulp, als je maar (niet)... Wat kinderen zeggen over pesten Kinderen gaan over het algemeen het liefst met hun probleem naar hun

Nadere informatie

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol)

4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. (Zie verderop in dit protocol) ANTI PEST PROTOCOL Er gelden drie uitgangspunten: n 1. Wij gaan met respect met elkaar om. 2. Wij pesten niet. 3. Wij accepteren niet dat er gepest wordt. Pesten op school. Hoe gaan we hier mee om? Pesten

Nadere informatie

BREDE MARIA SCHOOL REUSEL

BREDE MARIA SCHOOL REUSEL BREDE MARIA SCHOOL REUSEL Pedagogisch beleid Brede Mariaschool Visie De Brede Mariaschool werkt vanuit een visie waarbij het welbevinden van de aan de Brede Mariaschool toevertrouwde kinderen centraal

Nadere informatie

Samen spelen en samenleven Hoofdstuk 17

Samen spelen en samenleven Hoofdstuk 17 180 HOOFDSTUK 17 Elly Singer Samen spelen en samenleven Een moeder van een wenkind zit te kijken naar een groepje twee- en driejarige kinderen. Shaka komt op haar af met een bakje in zijn hand. Water zegt

Nadere informatie

Leerjaar 4, 8 jaar. Leerjaar 5, 9 Jaar

Leerjaar 4, 8 jaar. Leerjaar 5, 9 Jaar ARRANGEMENTKAART SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING / SOCIAAL GEDRAG SO- AFDELING Standaarden Rafael Leeftijd 5 6 7 8 9 10 11 12 Gevorderd 25% 5 5 6 6 7 7 8 9 Voldoende 75% 3 3 4 4 5 5 6 6 Minimum 90% 1 2

Nadere informatie

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Inhoudsopgave Welkom Blz. 3 Wat zijn baby- en kindergebaren? Blz. 4 Voordat je begint Blz. 5 De eerste gebaren Blz. 6 & 7 Gebaren- tips Blz. 8 Veel gestelde

Nadere informatie

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel. 4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,

Nadere informatie

Pedagogisch werkplan BSO De Toermalijin het Rooster

Pedagogisch werkplan BSO De Toermalijin het Rooster Pedagogisch werkplan BSO De Toermalijin het Rooster 1. De locatie BSO De Toermalijn het Rooster bevindt zich in de wijk Zuidbroek in Apeldoorn. De locatie heeft 2 basisgroepen waar kinderen in de leeftijd

Nadere informatie

Voor wie zijn de kind-jongere trainingen bedoeld? Hulpaanbod

Voor wie zijn de kind-jongere trainingen bedoeld? Hulpaanbod Voor wie zijn de kind-jongere trainingen bedoeld? - Normaal begaafde kinderen van 4 tot 13 jaar, woonachtig in de regio Gelderland-Zuid, die in hun gedrag signalen afgeven die mogelijk duiden op een problematische

Nadere informatie

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG ALS EEN HOND DREIGT OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDEN DIE DREIGEN. JE KUNT

Nadere informatie

Pestprotocol Jansenius de Vriesschool Juni 2011

Pestprotocol Jansenius de Vriesschool Juni 2011 Pestprotocol Jansenius de Vriesschool Juni 2011 Doelstelling Alle leerlingen moeten zich in hun basisschoolperiode vrij en veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels

Nadere informatie

Pestprotocol obs De Meerwaarde

Pestprotocol obs De Meerwaarde 1 Pestprotocol obs De Meerwaarde Dit pestprotocol heeft als doel: Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken

Nadere informatie

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Info Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Inhoud INHOUD 1. Waar gaat het over 3 2. Aanraken 4 3. Hoe noem jij dat? 5 4. Baas over

Nadere informatie

Gevoelens uitbeelden. lesblad 1a. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. les. les

Gevoelens uitbeelden. lesblad 1a. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. les. les 8 Gevoelens uitbeelden Je hebt een mooie vaas laten vallen. Je cavia is doodgegaan. 9 Inhoud De De leerlingen leren dat er verschillende soorten gevoelens zijn, hele fijne maar ook hele vervelende. Gevoelens

Nadere informatie