State-of-the-art e-learning. E-learning bezien vanuit technologisch, onderwijskundig, organisatorisch en markt perspectief

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "State-of-the-art e-learning. E-learning bezien vanuit technologisch, onderwijskundig, organisatorisch en markt perspectief"

Transcriptie

1 State-of-the-art e-learning E-learning bezien vanuit technologisch, onderwijskundig, organisatorisch en markt perspectief

2

3 Colofon Verandering: Project referentie: Datum: Versie: 2.0 TI referentie: Bedrijfsreferentie: URL: Toegangsrechten: Status: Redacteur: Bedrijf: Auteur(s): PrE-learn PrE-learn D1 publiek final Janine Swaak Telematica Instituut Martin Alberink, Guido Annokkée, Rogier Brussee, Marjan Grootveld, Henk de Poot, Patrick Strating, Janine Swaak, Mettina Veenstra en Carla Verwijs Synopsis: Dit rapport start met een globaal beeld van de geschiedenis van e-learning, van de didactische meerwaarde van de inzet van e-learning en van kansen van e-learning op organisatieniveau. De conclusie is dat de meerwaarde van e-learning vooral zit in de praktische inzetbaarheid en kostenbesparende aspecten ervan. Na deze onderwijskundige en organisatorische visie, wordt vanuit technisch perspectief uitgebreide overzichten en analyses van e-learning platformen, auteursomgevingen, metadata, architecturen en infrastructuren gepresenteerd. Hier concluderen we dat de huidige e-learning systemen nog verre van perfect zijn, dat openheid, interoperabiliteit en uitwisselbaarheid de belangrijkste criteria zijn voor toekomstige e-learning systemen, en dat de meeste standaarden hiervoor nog in ontwikkeling zijn. Tenslotte wordt vanuit de markt gekeken naar educatieve waardeketens en enkele lopende samenwerkingsprojecten op gebied van e-learning gepresenteerd. De conclusie is dat de onderwijsmarkt complex is. Er zijn vele soorten van producten in omloop en de actoren in het veld spelen vaak verschillende rollen tegelijk. Ons beeld van de initiatieven is dat de sterkste projecten die zijn waarbij schaaleffecten worden bereikt door de technisch niet zo onderlegde docent/coach en leerling/cursist meer mogelijkheden te geven Telematica Instituut Persoonlijk gebruik van dit materiaal is toegestaan. U heeft toestemming nodig van of via het Telematica Instituut (http://www.telin.nl) voor het kopiëren en/of publiceren van dit materiaal voor reclame of promotionele doeleinden of voor het maken van verzamelde werken met als doel verkoop of distributie via servers of lijsten of voor het hergebruik van enig auteursrechtelijk beschermd deel van dit werk in andere werken.

4

5 Voorwoord Op dit moment besteden veel bedrijven in de vorm van kostbare cursussen aandacht aan de opleiding van hun personeel. In de bedrijfsopleidingsector gaat veel geld om: jaarlijks zo n vier tot vijf miljard gulden. Die markt groeit jaarlijks met tien tot vijftien procent. Uit marktonderzoek blijkt dat 75 procent van het Nederlandse bedrijfsleven verwacht dat elektronische leervormen gebruikt zullen gaan worden. De meeste maken nu echter nog gebruik van traditionele leermethoden. In de VS en Canada investeren bedrijven, universiteiten en overheden fors in e-learning. Volgens een Amerikaanse studie van het Masie Center zal dit jaar 92% van de grote bedrijven een vorm van online leren implementeren. Ook andere studies voorspellen booming business in de markt voor online leren voor de komende jaren. Daarnaast heeft de Nederlandse overheid e-learning hoog op de agenda staan. Dit rapport heeft tot doel te inventariseren wat er vandaag de dag te koop is op het gebied van e-learning. Een tweede doel is op basis van deze inventarisatie te beslissen of het Telematica Instituut moet inzetten op e-learning of juist niet. In dit rapport kijken we allereerst waar de voorspellingen van een florerende e-learning markt op gebaseerd zijn. We doen dit door een globaal beeld te geven van de geschiedenis van e-learning en van de technische ontwikkelingen, om vervolgens te kijken wat deze technieken opbrengen. Bij de opbrengsten maken we onderscheid tussen enerzijds de didactische meerwaarde van de inzet van e-learning en anderzijds de kansrijke praktische situaties en kansen van e-learning op organisatieniveau. Na deze onderwijskundige en organisatieblik, zetten we onze technische bril op en geven we overzichten en analyses van e-learning platformen, auteursomgevingen, metadata, architecturen en infrastructuren. Tenslotte pakken we onze marktbril en beschrijven we educatieve waardeketens en enkele lopende samenwerkingsprojecten op gebied van e- learning. PRE-LEARN V

6 6 TELEMATICA INSTITUUT

7 Inhoudsopgave 1 Inleiding: geschiedenis en kansen van e-learning Definitie e-learning Geschiedenis e-learning Didactische voordelen Praktische situaties en kansen op organisatie niveau Praktische situaties Overzicht doelstellingen e-learning Just-in-time, just-in-case, just-enough Kennismanagement Bindmiddel voor hoogopgeleiden Wanneer niet Leercultuur Conclusies Scope en overzicht van dit rapport 25 2 E-learning platformen Wat is een e-learningplatform? Analyse van e-learning platformen Resultaten analyse Tussen de platformen Binnen de platformen Samenvattend Beperkingen van een meta-analyse Conclusies Uitkomsten van meta-analyse van e-learning platformen 33 3 Auteursomgevingen Wat zijn auteursomgevingen? Auteursomgevingen voor educatieve toepassingen Analyse van huidige functionaliteiten van auteursomgevingen Aanleggen van lesmateriaal Exportmogelijkheden Standaarden Kosten Analyse van huidige beperkingen van auteursomgevingen Conclusies Uitkomsten van de meta-analyse van auteursomgevingen 45 4 Metadata Inleiding Metadatastandaarden Dublin Core IEEE LOM EML MPEG Structuur 56 7

8 4.4 Conclusies 57 5 E-learning architectuursystemen Introductie De LTSA De LTSA systeem componenten De LTSA ingevuld De ADL SCORM architectuur De SCORM SCO Het Content Structured Format (CSF) document Metadata De SCORM runtime environment Overzicht belangrijke standaarden Conclusies 69 6 Infrastructuur op scholen, de huidige stand van zaken Inleiding Primair onderwijs Computers en randapparatuur Netwerken Voortgezet onderwijs Computers en randapparatuur Netwerken Software Mogelijkheden van infrastructuur en technologie voor onderwijsdoeleinden Inleiding Beschikbaarheid van computers voor leerlingen Typen computers E-books Randapparatuur Netwerkverbindingen Mobiele terminals en netwerken ICT-technologieën voor onderwijsdoeleinden Voice and video over networks Virtual Private Networks Initiatieven voor ICT op scholen Kennisnet Surfnet Conclusies 80 7 Het Jacobus College te Enschede Introductie Over het Jacobus College Gebruik van ICT Educatieve software Gebruik van het web Kennisnet Wensen, behoeften en voorziene knelpunten Conclusies 86 8 TELEMATICA INSTITUUT

9 7.9 Bijlage: gebruikt interviewschema 86 8 Educatieve waardeketen Een complex veld De educatieve content waardeketen Het veld Regulier onderwijs - actoren en omzet Actoren en Omzet opleidingsmarkt bedrijfsopleidingen De belanghebbenden Waarom inspelen op ICT-ontwikkelingen? Uitdagingen Professioneel onderwijs en bedrijfsopleidingen Regulier onderwijs Conclusie 97 9 Enkele lopende ICT-onderwijsinitiatieven Vespucci VESPUCCI, samenwerking tussen HBO en uitgeverij Discussie over Vespucci Ciao CIAO dienstverlening aan lagere scholen Discussie over CIAO Belle Belle - initiatief vanuit CANARIE Discussie over Belle De Digitale Universiteit Financiering Kansen Kennisnet Kennisnet - Landelijke portal voor scholen Discussie over Kennisnet TeleTOP TeleTOP - ondersteunen van universitaire colleges Discussie over Teletop Conclusies Conclusies Wat hebben we gedaan? E-learning totaaloplossingen Initiatieven Belangrijke onopgeloste problemen Kansen Telematica Instituut Voordelen voor de Nederlandse samenleving Voordelen voor het Telematica Instituut Slotwoord 114 Gebruikte afkortingen 117 Referenties 121 Appendix: WWW-bronnen over e-learning 123 Algemeen 123 9

10 Overheid 124 Basis-/voortgezet onderwijs 125 Hoger onderwijs/universiteit 126 Beroeps-/volwassenenonderwijs 128 Onderzoek 130 Ondersteuning/advies 131 Educatieve uitgeverijen 131 Educatieve software 131 Leer-/ontwikkelomgevingen 132 Educatieve data 135 Standaarden 135 Internationaal TELEMATICA INSTITUUT

11 11

12 12 TELEMATICA INSTITUUT

13 1 Inleiding: geschiedenis en kansen van e-learning We starten dit rapport bij het begin: bij de definitie van e-learning en de geschiedenis van e- learning. Vervolgens kijken we in deze inleiding naar de opbrengsten van e-learning. Bij de opbrengsten maken we onderscheid tussen enerzijds de didactische meerwaarde van de inzet van e-learning en anderzijds de kansrijke praktische situaties en kansen van e-learning op organisatieniveau. We besluiten dit inleidende hoofdstuk met een overzicht van de rest van het rapport. 1.1 Definitie e-learning E-learning staat letterlijk voor elektronisch leren, al beschouwen we niet elke vorm van elektronisch leren als e-learning. Gebruiken van ICT-hulpmiddelen is geen e-learning. Dat wordt het pas, wanneer internettechnologie ingezet wordt voor het overbrengen en de opbouw van kennis en vaardigheden. In dit rapport hanteren we daarom de volgende definitie: E-learning is het gebruik van internettechnologie om educatieve content te creëren, te managen, beschikbaar te stellen, te beveiligen, te selecteren en te gebruiken, om gegevens van de lerenden op te slaan en de lerenden te volgen, en om communicatie en samenwerking mogelijk te maken. Het doel is de overdracht en opbouw van kennis en vaardigheden te ondersteunen, uit te breiden en te flexibiliseren. De e van e-learning staat dus niet voor eenzaam omdat e-learning zowel asynchroon, synchroon als collaboratief (waarin synchroon en asycnchroon elkaar afwisselen) plaatsvinden. Ook staat de e niet voor eigen verantwoordelijkheid. Een coach, docent of instructeur, groepsinteractie en samenwerking met en feedback van een collega of leeftijdsgenoot (peer) maken er een gedeelde verantwoordelijkheid van. De e staat ook niet voor elektronisch boek. Simulaties, animaties, virtuele werkgebieden, discussielijsten etc. worden ook ingezet voor e-learning. Tenslotte staat de e niet voor eenzijdig. Naast gebruik van worden live groepsbijeenkomsten georganiseerd, naast zelfstudie worden groepsdiscussies gemodereerd, naast denken worden dingen gedaan etc. (Wilfred Rubens, KPMG Consulting, 7 juni 2001). Een instructeur kan bijvoorbeeld het Internet gebruiken om een complete cursus of een enkele cursusmodule op te zetten en te geven. Hij kan zelf eenvoudig het materiaal bewerken, er nieuwe voorbeelden of een plaatje of weblink aan toevoegen. Het contact met cursisten wordt onderhouden middels en de cursisten beschikken over een projectruimte op het World Wide Web waarin ze de documenten bewaren waar ze gezamenlijk aan werken. Maar een instructeur kan ook na een klassikale cursusreeks, cursisten stimuleren via een discussielijst praktijkervaringen te laten uitwisselen. 13

14 Voordat we de meerwaarden van e-learning inventariseren, geven we een beeld van de geschiedenis van e-learning. 1.2 Geschiedenis e-learning Het gebruik van computers voor leerdoeleinden is niet nieuw. Vanaf de 60-er en 70-er jaren zijn onderwijskundigen en informatici bezig computers in te zetten voor instructie. In de beginjaren werden voornamelijk mainframecomputers gebruikt en voor het ontwikkelen van instructiemateriaal moest men kunnen programmeren in standaard programmeertalen. Deze programmeertalen waren eigenlijk ongeschikt waren voor dit doel. De eerste specifieke omgeving voor de ontwikkeling van computergebaseerde instructie (CBI), waarin tekst en plaatjes geïntegreerd konden worden, is in die tijd ontwikkeld. De ontwikkelde instructiematerialen waren geschikt voor mainframes. Eind jaren 70 kwamen microcomputers breed beschikbaar. Het duurde echter jaren voordat software ontstond waarmee instructiematerialen gemaakt konden worden die net zo geavanceerd waren als de computergebaseerde instructie van de mainframes. Begin jaren 80 veroverden de Personal Computer van IBM en Apple s Macintosh computer de wereld. De Mac was veel gemakkelijker in gebruik, met de muis, dan de PC en kon overweg met de integratie van multimedia (tekst, plaatjes, geluid). Ondanks de voordelen van de Mac won de personal computer (PC) terrein. Het gebruik van personal computers groeide, met name toen bedrijven systemen gingen ontwikkelen om deze PC s met elkaar te laten communiceren. Eerst werden local area networks (LANs) ontwikkeld om computers die fysiek dicht bij elkaar stonden te verbinden. Vervolgens ontstonden er WANs (wide area networks) die de LANs aan elkaar knoopten en verbonden met fysiek ver gelegen computers. Het Internet, een wereldwijde collectie van LANs en WANs, groeide gedurende de jaren 80. Begin jaren 90 werd een speciaal deel op het Internet gecreëerd: het World Wide Web. Dit was een belangrijke stap: het Internet, dat tot die tijd voornamelijk was gebruikt door regeringen en academische instellingen voor het uitwisselen van tekst, werd een virtuele wereld toegankelijk voor velen. Honderden miljoenen mensen gebruiken Internet om tekst, plaatjes of video uit te wisselen, om informatie op te zoeken, om te shoppen, om communities te vormen en natuurlijk om te leren. Naast het WWW heeft een ander belangrijke ontwikkeling plaatsgevonden: het ontstaan van e-learning platformen. E-learning wordt ondersteund door een e-learning platform. E-learning platformen maken e-learning overzichtelijk en beheersbaar voor een organisatie. Zij ondersteunen het proces van de ontwikkeling van leermaterialen, de aanbieding ervan, de communicatie tussen trainers en cursisten, het toetsen en volgen van cursisten en de organisatie en beheer van het onderwijs (zie ook Droste, 2000). Meestal is de functionaliteit van een e-learning omgeving verdeeld over een auteurs kant (auteursomgeving) en een omgeving die het leermateriaal aanbied, de lerende toetst en volgt, en het contact met een coach mogelijk maakt. 14 TELEMATICA INSTITUUT

15 Professionele en rijpere e-learning platformen bieden geïntegreerde oplossingen aan die een zo groot mogelijk deel van het proces afdekken. Deze integratie heeft voor de ontwikkelaars van het platform het voordeel dat men alle delen goed op elkaar kan afstemmen. Het nadeel van deze aanpak voor de gebruiker is echter dat men vastzit aan de functionaliteit die het e- learning platform biedt, zelfs als men buiten het platform al vergelijkbare of beter functionaliteit in huis heeft. Een duidelijk voorbeeld vinden we bij auteursomgevingen. Zij hebben een bestand in- en export functionaliteit omdat standaard tekstverwerkers en grafische paketen meer functionaliteit en een vertrouwdere omgeving bieden dan degene die de auteurs omgeving zelf biedt. Een ander belangrijk voorbeeld is het web. Het Internet en het World Wide Web hebben de groei van effectieve educatieve software zowel bevorderd als ook geremd. Zij hebben de ontwikkeling geremd door het niet aanbieden van goede gereedschappen, geschikt voor het WWW, om multimediaal instructiemateriaal te maken. HTML en Java, de twee belangrijkste programmeertalen van het web, zijn niet direct geschikt voor educatief materiaal. Terwijl bestaande auteursomgevingen voor instructiemateriaal (zoals Authorware) vaak nog problemen opleveren omdat plug-ins (toevoegingen aan de software) nodig zijn voor de webbrowsers. Internet en het WWW bevorderen de ontwikkeling van goed instructiemateriaal door het toegankelijk maken van het computernetwerk aan zo veel mensen. Het web is in korte tijd tot het universele platform voor de distributie van multimedia materiaal uitgegroeid. Bovendien heeft het een distributiemodel dat goed aansluit bij e-learning: een centrale server met standaard clients, die de mogelijkheid hebben om functionaliteit toe te voegen (met behulp van applets, servlets en scripts). Het gebruik van het web biedt een aantal grote voordelen. Het web is laagdrempelig: makkelijk te gebruiken en goedkoop. Het web wordt ruim toegepast. Er is veel geld en energie gestoken in basistechnologie als webbrowsers en servers, en deze is ruim voorhanden. Aanbieders van andere software zorgen ervoor dat hun applicaties goed met het web kunnen samenwerken (bijv. door HTML en XML te ondersteunen), en zijn veel gebruikers en ontwikkelaars met deze technologie vertrouwd. Het web is van nature geschikt om content (in het bijzonder educatief materiaal) wereldwijd te verspreiden. Wij zien dat e-learning platformen naar het web toe groeien. Enerzijds gaan steeds meer bestaande e-learning platformen het aanbieden van materiaal met behulp van een webbrowser ondersteunen. Anderzijds voorzien wij platformen die hun functionaliteit voor het grootste deel ontlenen aan een webbrowser en bestaande applicaties als tekstverwerkers, communicatie tools en databases. Daarvoor is echter wel het een en ander nodig. In een omgeving waarvan niet alle componenten van een aanbieder komen, is het nodig dat die componenten informatie en functionaliteit op een standaard manier uitwisselen. Voor het web zelf, zijn er vele zulke standaarden (onder andere HTML, XML, Java). In een educatieve omgeving moet het materiaal op een standaard manier worden beschreven, bibliografisch, 15

16 inhoudelijk en didactisch (zogenaamde metadata) gezien. Er moet op een standaard wijze informatie over de cursisten worden bijgehouden en uitgewisseld. Het blijkt verder nuttig om leermateriaal op te bouwen uit herbruikbare, zoekbare modules en deze moeten op een standaard wijze worden verpakt, beveiligd en van rechten worden voorzien. Ook de bijbehorende functionaliteit om iets met deze standaarden te doen moet worden geïmplementeerd. Tenslotte, moet er ook op het web en op deze standaarden gebaseerd educatief materiaal worden ontwikkeld. In dit rapport komen we uitgebreid terug op de technische ontwikkelingen. Samenvattend: e-learning platformen maken e-learning technisch en organisatorisch beheersbaar. Het web aangevuld met een pakket van op de educatieve markt toegesneden standaarden zal vermoedelijk de basis van e-learning platformen gaan vormen. Deze ontwikkeling kan e-learning laagdrempelig en goedkoper maken. Een voorwaarde is dat er voldoende materiaal wordt aangeboden. De technologie komt eraan, maar welke voordelen zijn er werkelijk te behalen met de inzet van deze technologieën? We geven allereerst antwoord op de vraag of er didactische voordelen zijn te behalen met e-learning. Vervolgens bespreken we een scala aan praktische situaties waarin e-learning kansrijk lijkt. Deze situaties koppelen we aan kansen van e- learning op organisatieniveau. 1.3 Didactische voordelen Vanuit didactisch oogpunt zijn extra mogelijkheden voor communicatie en samenwerking tussen individuen of een groep van lerenden van harte welkom. De technieken ondersteunen, flexibiliseren en vergroten leermogelijkheden. Daarom wordt er volop gewerkt aan middelen die geschikt zijn voor het overdragen van leerstof en aan gereedschappen voor het opbouwen van kennis en vaardigheden (zie Kader 1 voor deze twee visies op leren). De nieuwe vorm van leren en lesgeven kent een aantal voordelen. Veel ervan moeten zich echter nog bewijzen en zijn dus speculatief. De didactische meerwaarde (gaan mensen er werkelijk meer of beter van leren) moet nog verder bestudeerd worden. Gelukkig wordt er veel ervaring opgedaan met e-learning. Salomon en Perkins (1996) verwijzen naar dit fenomeen als de Mount Everest -rationale: men beklimt de Mount Everest, omdat hij er is. En zo gebruikt men ook computertechnologie: omdat het er is. In 1980 voorspelde Taylor dat er voor computers een rol was weggelegd voor leren. Ook was hij heel positief over de didactische meerwaarde van computers in het onderwijs. Het blijkt dat de meerwaarde van computergebruik ten opzichte van andere educatieve benaderingen zonder computer, zich moeilijk laat vastleggen. Het blijkt lastig om eenduidige en substantiële positieve educatieve effecten van computers aan te tonen. Kulik en Kulik (1986, 1991) voerden meta-analyses uit van gecontroleerde experimenten, waarin alleen de rol van de computer varieerde. Kulik en Kulik vonden overall slechts een klein effect ten gunste van de inzet van computers. Het effect was niet eenduidig te interpreteren: soms was een boek beter dan de computer, soms ook niet, in sommige gevallen was een instructievideo beter dan een computerles, en dan weer niet, et cetera. 16 TELEMATICA INSTITUUT

17 Visies op leren en de rol van de computer Traditionele instructie behelst gewoonlijk de expliciete overdracht van informatie en de reproductie van de informatie door de lerende of trainee. Lerenden worden uitgenodigd de aangeboden informatie te absorberen. Actieve participatie van de lerende en/of interactie met het leermateriaal speelt vaak geen rol. Uitgangspunt is dat de wereld objectieve informatie bevat, die men moet beheersen om goed te kunnen functioneren. De rol van de computer is hier van een overdrager van informatie en overdrager van de instructie waarin de informatie verpakt is. Tegenstanders van dit objectivisme benadrukken dat mensen de realiteit interpreteren en er zelf een begrip van vormen (b.v. Jonassen, Campbell, Davidson, 1994). Met andere woorden, mensen bouwen zelf hun eigen kennis op. Deze actieve kennisopbouw vormt de kern van het constructivisme (Duffy & Cunningham, 1996). Actieve participatie van de lerende in het leerproces is hier essentieel. De rol van de computer is er een van cognitief gereedschap (b.v. Jonassen & Reeves, 1996). Een cognitief gereedschap versterkt de intellectuele vermogens van mensen en breidt deze vermogens uit (Saljö, 1996). Zo is de kalender voor veel mensen een hulpmiddel bij het onthouden van de datum. Computertechnologie kan een cognitief gereedschap zijn voor een lerende door bijvoorbeeld het rekenwerk voor zijn rekening te nemen. Andere gereedschappen presenteren objecten of data op verschillende manieren (grafieken, simulaties, animaties), maken communicatie tussen mensen mogelijk, of bewaren (tussen)producten van de lerende op een manier waardoor het gemakkelijk terug te vinden is. Wij zien bovenstaande stromingen van objectivisme en constructivisme minder in tegenstelling met elkaar dan de aanhangers van deze paradigma s. Er is een objectieve wereld met bepaalde waarheden die men moet kennen om te overleven en succesvol te zijn. Mensen zijn echter geen sponsen. Leren is een actief, constructivistisch proces. Computers die bijdragen aan het leren van mensen, moeten mensen uitdagen in eigen tempo en actief relevante informatie te zoeken en hier begrip aan te geven, zodat de informatie toepasbaar is in de situatie waarin de lerende verkeert. Kader 1-1. Visies op leren Wat deze meta-analyses beïnvloedt, maar waarvoor niet gecontroleerd wordt in de analyses, zijn de lerenden, variërend van volwassen trainees tot basisschoolleerlingen, de vakken die gegeven worden (aardrijkskunde of taal, vaardigheden of kennis) en de manier waarop de computers worden ingezet (bijvoorbeeld als overdrager van informatie of als cognitief gereedschap ). Een andere kanttekening bij deze meta-analyses is dat het alleen gecontroleerde experimenten bevat. Dat betekent dat de experimenten gericht zijn op één enkel aspect dat wordt onderzocht en de overige variabelen worden onder controle gehouden. Deze situatie is niet vergelijkbaar met de praktijk. Daar speelt bijvoorbeeld niet alleen het leereffect een rol, maar ook of cursisten gemotiveerd de cursus ingaan, de mate waarin cursisten het niveau van de cursus verhoogd hebben etc. De introductie en het gebruik van computers voor leren beïnvloedt de gehele leeromgeving. Indien onderzoekers deze meeromvattende effecten van computers proberen te voorkomen 17

18 (of te negeren) omwille van een gecontroleerd experiment, vergroot dat de kans op teleurstellende resultaten. Toch heeft een meer recente meta-analyse van 36 studies van Liao (1998) positieve effecten aangetoond van hypermedia instructie ten opzichte van traditionele instructie. De hypermedia die Liao onderzocht waren allemaal interactieve vormen van instructie zoals computersimulaties, interactieve multimedia en interactieve video. Computertechnologie heeft een enorme potentie om leren te ondersteunen en leermogelijkheden van mensen uit te breiden. Het onderzoek om de leereffectiviteit te optimaliseren is in volle gang. Belangrijk daarbij is om innovaties mede te baseren op theorieën over leren. Los hiervan zijn de praktische mogelijkheden en kansen van e-learning op organisatieniveau evident. Zij zijn een belangrijke reden voor bedrijven om met e-learning te beginnen. In het navolgende kijken we naar praktische voordelen van e-learning en naar de kansen op organisatieniveau die e-learning met zich meebrengt. 1.4 Praktische situaties en kansen op organisatie niveau De vraag of een groot aantal organisaties reeds winst behaald heeft uit hun investeringen in e- learning, kunnen we helaas nog niet positief beantwoorden. We verwachten ook niet dat dit vandaag of morgen eenduidig in de jaarcijfers terug te vinden zal zijn. Wel menen we dat er praktische omstandigheden zijn waar e-learning kansrijk is en dat er kansen liggen die aantrekkelijk zouden moeten zijn voor organisaties. De kansen hebben we toegelicht met gefingeerde voorbeelden Praktische situaties Alessi en Trollip (2001, p. 6) stellen dat de kans op succes van inzet van computertechnologie groot is in de volgende praktische situaties: wanneer de kosten voor instructie met alternatieve methoden hoger zijn (zoals militaire training); waarbij veiligheid belangrijk is (bijvoorbeeld chemische laboratoria, vliegsimulatoren); waarin het materiaal moeilijk te leren is door andere methoden (abstracte fenomenen die nu gevisualiseerd kunnen worden); waarbij individuele oefening nodig is (woorden leren van een vreemde taal); waarin logistiek een moeizame factor is (experimenten die lang duren kunnen versneld worden); 18 TELEMATICA INSTITUUT

19 waarbij de cursisten speciale behoeften hebben (visueel of auditief gehandicapten die nu kunnen kiezen voor audio of video). De auteurs hebben het over de inzet van computertechnologie. Dit behelst niet per se ook het gebruik van internettechnologie waarmee tijd en afstand overbrugd kunnen worden. Een interessante vraag is of bijvoorbeeld een vliegsimulator via een netwerk te bedienen is: hoe ziet de opstelling er dan uit en welke netwerkeisen gelden er? Het is technisch gezien niet ondenkbaar, maar het stelt hoge eisen aan beeld- en geluidskwaliteit en responsiviteit van het netwerk omdat het een interactieve toepassing behelst. En wat zijn de voordelen bij gebruik van een netwerk in dit specifieke geval? Een andere afbakening van Alessi en Trollip is dat zij zich richten op echte lessituaties. Praktische omstandigheden kunnen ook in een breder perspectief gezien worden. De Gartner Group (http://www4.gartner.com/init) bijvoorbeeld noemt vier algemene situaties waarin bedrijven e-learning kunnen inzetten: Om bedrijfstransformaties te realiseren. Bijvoorbeeld om medewerkers nieuwe competenties te leren of nieuwe producten te introduceren; Bij overnames. Belangrijk is dan de snelheid waarmee de verkoopafdeling de producten van het overgenomen bedrijf opneemt in de eigen logistiek en service; Ondersteuning van innovatie. Bedrijven die veel nieuwe producten lanceren (bv. financiële en farmaceutische bedrijven), moeten hun verkoop- en servicepersoneel snel bijscholen. Is dat eenvoudig, dan zullen ze sneller nieuwe producten opnemen. Vervolgens levert dit weer een competitief voordeel op; After sales. Leveranciers kunnen cursussen aanbieden aan het personeel van hun strategische partners. Bijvoorbeeld: in de autobranche moeten verkopers en servicemonteurs training krijgen bij de introductie van nieuwe modellen. Uit de voorbeeldsituaties van de Gartner Group is niet direct af te leiden wat de meerwaarde is van e-learning ten opzichte van traditionele training. De voordelen van elektronisch materiaal lichten we nu toe Overzicht doelstellingen e-learning Hieronder vindt men een puntsgewijs overzicht van de doelstellingen van e-learning en de voordelen die er te behalen zijn met de inzet van elektronisch materiaal en het gebruik van netwerken. 19

20 meer tijd- en plaatsonafhankelijkheid van leren ( anywhere, anytime ) leertijd (tijdstip en tempo) leerplaats (in-company trainingen, lokalen, Open Leer Centra, werk-/stageplaats, thuis) leren x werken meer flexibiliteit van leren en werken: duaal leren, levenslang leren door koppeling van leren en werken meer transfer van leer- naar werkplek, en vice versa (dus verhoogde effectiviteit van leren, mogelijkheden voor gesitueerd leren) eenvoudiger bedrijfsrelevante content in leertraject in te passen (die aansluit bij de dagelijkse actuele praktijk en innovatie) door omzet van werkplek naar leer-werkplek minder kosten voor werkgever (en hogere kans op baten) op maat kwalitatief hoogwaardiger aanbod dat meer op maat van de individuele cursist met zijn specifieke leerbehoefte is; just-in-time, just enough informatie tegemoet komen aan de verschillen in leerstijl, studietempo, plaats, begeleiding programma (planning en organisatie van het opleidingstraject, de leerinhouden en de structurering van de leerstof) didactiek (individueel, samenwerkend leren, projecten, klassikale instructie) leermiddelen (elektronisch en schriftelijk materiaal) begeleiding van cursisten (afhankelijk van de mate van zelfstandigheid) toetsen (diagnostisch, zelftoetsen, eindtoetsen) digitale leerstof betere toegankelijkheid van leerstof ( anywhere, anytime ) gemakkelijkere distributie van leerstof door gebruik van digitaal materiaal en virtuele werkomgevingen is flexibelere samenstelling van leerstof mogelijk (qua inhoud, actualiteit, en qua samenstellers: docenten, studenten, werknemers, uitgevers) monitoring betere kijk op leervorderingen en resultaten multimedia door gebruik multimedia aantrekkelijker leren door gebruik simulaties: visualisatie van fenomenen die normaal niet zichtbaar zijn, efficiënt en veilig veel oefeningen en experimenten doen 20 TELEMATICA INSTITUUT

21 overige doelstellingen van bedrijven de huidige doelgroep blijven bedienen op hetzelfde niveau, maar tegen geringere kosten (minder werktijd verloren laten gaan, reis- en verblijfkosten reduceren) verkorten inwerktijd nieuwe medewerkers sneller voorbereiden van medewerkers op veranderingen medewerkers binden aan organisatie (door rijke leeromgeving medewerkers, breed ontwikkelen van competenties van medewerkers, (ICT) cursussen aan familie aanbieden, senioren educatie) nieuwe groepen cursisten bedienen stimulans voor de mobiliteit van de werknemer (employability) ondersteunen van het zelfstandiger werken en leren meer mogelijkheden voor bedrijfsoverschrijdend leren en werken (b.v. expertise op afstand inhuren) de koppeling met kennismanagement, HRM: o.a. extra mogelijkheden voor (bestaande) professionele communities in bedrijven bijdrage aan de notie van 'lerende organisatie' verbetering van binding tussen medewerkers en klanten, toegevoegde waarde kunnen bieden aan klanten medewerkers beter voorbereiden op toeleveranciers overige doelstellingen van scholen de huidige doelgroep blijven bedienen op hetzelfde niveau, maar tegen geringere kosten nieuwe groepen cursisten bedienen ondersteunen van het zelfstandiger leren (bijv. een zeker percentage docentonafhankelijk leren bij uitval docent) meer mogelijkheden voor samen leren en schooloverschrijdend leren (b.v. expertise op afstand raadplegen, met ander scholen projecten doen, nieuwe communities opstarten) meer mogelijkheden voor competentiegerichte leertrajecten (door bijv. koppeling van leren en werken) Kader 1-2. Overzicht doelstellingen e-learning In het navolgende worden enkele van deze doelstellingen aan de hand van praktische omstandigheden zijn waar e-learning kansrijk is toegelicht Just-in-time, just-in-case, just-enough Elektronisch lesmateriaal is flexibeler in gebruik dan bijvoorbeeld het materiaal van een videoband of tekstboek. Een trainer past digitale teksten in een handomdraai aan en voorziet ze van een plaatje. Soms is die aanpassing nodig, omdat het niveau van de cursisten verschilt, omdat ze een andere leerstijl hanteren, of omdat andere voorbeelden meer aanspreken. Leerstof kan een vorm die past bij de context of omgeving, zoals een audioversie van een boek, die de bestuurder in de auto beluistert. Flexibel beschikbaar cursusmateriaal heeft ook voordelen voor een organisatie. Het zal het verschil tussen werken en leren verkleinen. Een cursist kan het geleerde meteen toepassen. Een hulpmiddel om zelf te leren is een database, die vergelijkbare problemen beschrijft met de toen gevonden oplossing. Belangrijk is dat die (case) database makkelijk en snel te 21

22 doorzoeken is. Wellicht zal iemand eerst zelf proberen een probleem op te lossen (trial-anderror), of het aan een collega vragen. Lukt het daarna nog niet, dan moet iemand zich realiseren dat meer informatie nodig is. Omdat niemand een werknemer op cursus stuurt, moet die zelf bewust zijn van zijn trainingsbehoeften. De een ziet dat sneller in dan een ander. Taakgericht leren Wasmachinefabrikant Laundor heeft leren en werken geïntegreerd voor zijn reparateurs. Nieuwe werknemers gaan aan de slag na een korte interne opleiding van twee weken. Daarbij komen alle technische problemen aan bod, gedeeltelijk via een elektronische cursus die alle ins en outs van de Laundor machines laat zien. Nu is het niet zo dat nieuwe medewerkers daarna zichzelf maar moeten redden. Men leert in de praktijk. Eerst thuis, waar de machines vanuit de fabriek binnenkomen, en na verloop van tijd bij de klanten. Reparateurs hebben met behulp van een laptop of PDA altijd toegang tot de elektronische cursus, en kunnen een met de cursus geïntegreerde online gevallendatabase raadplegen. Dit systeem helpt ze het probleem te analyseren en op te lossen, bijvoorbeeld door aan te geven welke componenten van oudere machines vervangen kunnen worden door nieuwere. De nieuwe reparateurs beginnen met eenvoudige problemen. Later komen de lastiger gevallen. In de praktijk blijkt binnen een jaar het cursusmateriaal alleen nog als toegang tot de online database te worden geraadpleegd voor de echt moeilijke gevallen. Laundor is tevreden: hun reparateurs maken minder fouten en de interne opleiding is verkort en dat scheelt geld. Kader 1-3. Voorbeeld van e-learning: taakgericht leren Naast de flexibiliteit van elektronisch cursusmateriaal, bieden de e-learning technologieën andere voordelen aan organisaties. Wanneer een organisatie e-learning weet te integreren met de persoonlijke ontwikkeling van mensen en met het interne kennismanagement zijn er extra meerwaarde te behalen Kennismanagement Overheid en bedrijfsleven bereiden zich voor op de kennismaatschappij. Nu computers en machines veel oorspronkelijke taken overnemen, verandert de functie van mensen richting kenniswerker. Die kennis is een schaars en waardevol goed. Actueel houden van kennis is een strategisch bedrijfsbelang omdat innovaties en veranderingen snel doorgang vinden.vandaar dat kennismanagement en de levenslanglerende werknemer een belangrijke rol gaan spelen. 22 TELEMATICA INSTITUUT

23 Intern kennismanagement QQConsult een ICT-consultancy, gebruikt Intranet om hun kennismanagement te organiseren. Na een sceptische start over het ongrijpbare kennismanagement worden de online communities, een best-practices database en de Yellow Pages intussen als bijna onmisbaar ervaren. Marcel Joosten is bezig het projectplan te schrijven van een nieuw project binnen QQConsult. Het is een nogal vooruitstrevend project en Marcel wil dan ook zeker een paar mensen in het project die bepaalde kennis hebben. Hij gebruikt de zoekfunctie in de Yellow Pages om te achterhalen wie binnen QQConsult over de specifieke kennis beschikken. Marcel vindt een aantal namen die hij meeneemt in het resourceplan. Daarnaast is de afspraak binnen QQConsult dat in een team, naast een paar ervaren mensen, ook mensen zitten die juist nog veel te leren hebben. Voor het vinden van die minder ervaren personen gebruikt Marcel ook de Yellow Pages. Nu zoekt hij naar mensen die ervaring op een bepaald gebied op willen doen en die namen neemt hij op in het plan, dat hij de Resource Manager zal voorleggen. Marcels collega Johan worstelt al een tijdje met een vraag, waar hij het antwoord zowel in de boeken als bij zijn naaste collega s niet heeft kunnen vinden. Iemand tipt hem de vraag in de community op het Intranet te plaatsen. Johan kent de community niet zo goed, hij heeft geen tijd zich met al dat geklets bezig te houden. Maar ja, je weet maar nooit, dus hij stuurt de vraag toch maar naar de community. Tot zijn verbazing ziet Johan in de community een discussie ontstaan met zijn vraagstuk als onderwerp. Niemand kan hem het exacte antwoord geven, maar er zijn zoveel ideeën aangedragen, daar moet iets tussen zitten dat werkt! Kader 1-4. Voorbeeld van e-learning: kennismanagement Bindmiddel voor hoogopgeleiden Het aanbod van aanvullende opleidingen is niet alleen noodzakelijk om de bedrijfsprocessen soepel te laten verlopen: soms werkt het aanbod als een bindmiddel om hoogopgeleide werknemers in huis te houden. Concluderend: er is een groeiende noodzaak voor het permanent bijscholen van personeel. E-learning kan het gemakkelijker maken om op die opleidingsbehoefte in te springen en er aan bijdragen dat de kennisontwikkeling van de individuen past bij de kennisontwikkeling waar de organisatie behoefte aan heeft. 23

24 HRM op maat Judith de Groot is HRM-manager bij VinBank, een grote financiële instelling. HRM wordt bij VinBank zeer serieus genomen. Het laatste jaar is flink geïnvesteerd in instrumenten voor de ondersteuning van HRM-activiteiten, waar Judith en haar collega s volop gebruik van maken. VinBank gelooft dat de investeringen zich op termijn weer terugbetalen, in meer tevreden werknemers, die beter op hun plek zitten bij VinBank en zich ontwikkelen zoals ze willen en bij hen en bij de organisatie past. Deze tevreden werknemers zullen VinBank niet snel verlaten en dat is precies wat de directie wil! Judith begeleidt een kleine 120 man en vrouw in hun carrièrepad binnen VinBank. De HRM-instrumenten die ze daarbij gebruikt, maken het mogelijk HRM op maat te leveren. De instrumenten bieden hulp bij het maken van persoonlijke ontwikkelplannen. Deze moeten passen bij het jaarplan van VinBank. Daarnaast zijn de HRMinstrumenten gekoppeld aan het e-learning platform van VinBank. Zo zien de HRM managers wat voor online modules de medewerkers hebben gevolgd, die ze zetten naast de reguliere cursussen. Ze probeert goed zicht te krijgen op wat de medewerkers doen, hun dagelijkse taken, wat ze daarvan leren en wat voor ervaringen ze opdoen. De medewerkers vertellen dit aan haar en zij verwerkt het in het programma. Samen met de medewerkers stelt ze een jaarplan op en met behulp van het HRM-instrument kan Judith monitoren in hoeverre de jaarplannen worden gehaald en of er opleiding nodig is. Op die manier probeert Judith de persoonlijke ontwikkeling van haar personeelsbestand te volgen en te begeleiden. Kader 1-5. Voorbeeld van e-learning: HRM op maat Wanneer niet E-learning kan niet alle didactische vormen vervangen. Motorische en interpersoonlijke vaardigheden zijn moeilijk via de computer te leren, maar kunnen wel geïllustreerd worden (achtergrondinformatie, voorbereidingsdemonstratie op video). Bij teambuilding en communicatietrainingen is het belangrijk gezichtsuitdrukking en lichaamshouding goed waar te nemen, bijvoorbeeld tijdens rollenspelen. Motorische of handvaardigheden, zoals autorijden, een machine bedienen en lassen leert men door de handelingen uit te voeren en liefst meerdere malen te herhalen om de handelingen tot een automatisme te maken. Met de komst van nieuwe mogelijkheden, komen de voordelen van de oude manier soms in een ander daglicht te staan: de medewerker die er even uit is, al zijn aandacht kan richten op het vergaren en uitwisselen van kennis en niet wordt geïnterrumpeerd door het dagelijkse werk. Juist om iets heel nieuws te leren, bijvoorbeeld een nieuwe manier van projectmanagement, is het goed de dagelijkse manier van werken helemaal los te laten. Dit gaat gemakkelijker als de medewerker weg is van de dagelijkse werkplek. 24 TELEMATICA INSTITUUT

25 1.4.7 Leercultuur De gedachte dat alles op rolletjes zal gaan wanneer er het systeem is gekocht, geïnstalleerd en voorzien van een cursusaanbod, is te mooi om waar te zijn. Een e-learning technologie moet daarom op zijn minst inpasbaar zijn in de leercultuur van de organisatie, maar beter is nog dat de technologieën een echte bijdrage leveren aan de lerende organisatie. Enkel het aanbieden van materiaal en tests voldoet niet. Goede e-learning technologieën moeten kennis in de organisatie transparant maken, overdraagbaar en voorzien van nieuwe impulsen van buiten. Veel aanbieders van e-learning platformen hebben dit al begrepen en ontwikkelen platformen die workspaces aanbieden voor projecten en voor communities met communicatiemiddelen als , chat, en discussielijsten. Daarnaast vraagt e-learning van de medewerkers en het management een andere houding tegenover leren. 1.5 Conclusies In deze inleiding hebben we beschreven wat e-learning is, wat de technische ontwikkelingen zijn, wat mogelijke voordelen van e-learning zijn en wanneer e-learning juist niet zo geschikt is. Wij hebben geconcludeerd dat onderzoek naar de didactische waarde in volle gang is. Investeren in e-learning is interessant voor organisatie om het opleidingsaanbod te flexibiliseren, op maat te maken en te koppelen aan intern kennismanagement en HRM. De behaalde winst zal nog niet vandaag of morgen in de jaarcijfers terug te vinden zijn want het betreft een lange termijn investering. De aantrekkelijkheid van de kansrijke praktische situaties en kansen van e-learning op organisatieniveau zijn hoe dan ook evident. 1.6 Scope en overzicht van dit rapport Tot dusver is met een onderwijskundige bril en organisatiebril naar e-learning gekeken. In de rest van dit rapport ligt de nadruk op de technische bril en wordt er nog even door de marktbril gekeken. De hoofdvraag die we trachten te beantwoorden met dit rapport is Wat is er vandaag de dag te koop als men een totaaloplossing voor e-learning wil invoeren? Wij hebben hierbij nog geen onderscheid gemaakt tussen regulier onderwijs en bedrijfsopleidingen. Wel ligt bij de bespreking van het ene onderwerp de nadruk meer op het regulier onderwijs (bijvoorbeeld beschikbare infrastructuur, initiatieven) en bij het andere onderwerp meer op het bedrijfsleven (bijvoorbeeld de kansen van e-learning, besproken in deze inleiding). De volgende onderwerpen komen achtereenvolgens aan bod: In hoofdstuk 2 bespreken we e-learning platformen. Dit zijn technologieoplossingen die de volgende drie functies voor e-learning vervullen: 1. de ontwikkeling van leermaterialen en het aanbieden ervan, 25

26 2. de communicatie tussen trainers en cursisten of medewerkers onderling, 3. de organisatie en het beheer. In hoofdstuk 3 richten we onze aandacht meer specifiek op de ontwikkeling van leermaterialen en bespreken we auteursomgevingen. In hoofdstuk 4 komt het onderwerp metadata aan bod. Metadata geven een korte beschrijving van het materiaal, zoals de auteur, publicatiedatum, keywords en, in het geval van e- learning, bijvoorbeeld didactisch niveau. In hoofdstuk 5 worden e-learning architectuursystemen besproken. Het nut van dergelijke architecturen wordt toegelicht en de LTSA en ADL-SCORM architecturen worden beschreven en op hun waarde geschat. Hoofdstuk 6 kijkt naar de stand van zaken omtrent infrastructuur en naar niet-e-learning specifieke software infrastructuren. Omdat wij in het regulier onderwijs meer beperkingen verwachten op gebied van bandbreedte en middelen om moderne apparatuur aan te schaffen, ligt de nadruk van hoofdstuk 6 op het regulier onderwijs en niet op bedrijfsopleidingen. Hoofdstukken 2 t/m 6 kijken vooral door een technische bril naar e-learning. In hoofdstuk 7 wordt verslag gedaan van een bezoek aan het Jacobus College te Enschede. Deze school is vooruitstrevend in de toepassing van ICT voor onderwijsdoeleinden. De school neemt ook deel aan twee initiatieven voor nieuwe onderwijsvormen waarin het gebruik van ICT een prominente rol speelt. Hoofdstuk 8 kijkt met een marktbril naar de educatieve content waardeketen. De complexiteit van het onderwijsveld wordt hier blootgelegd. In hoofdstuk 9 bespreken we enkele initiatieven, zowel wat kleinschaliger als grootschaliger samenwerkingsprojecten en zowel gericht op e-learning content levering als infrastructuur levering. Hoofdstuk 10 geeft onze belangrijkste conclusies. De Appendix geeft een uitgebreid overzicht van WWW-adressen gerelateerd aan e-learning. Dit overzicht kan niet compleet zijn omdat er iedere dag nieuwe websites over e-learning bijkomen. Ook hebben we niet bij iedere site een beschrijving gegeven. De appendix kan het best beschouwd worden als extra broninformatie. 26 TELEMATICA INSTITUUT

27 2 E-learning platformen Er is reeds een groot aantal systemen of platformen die e-learning in technische zin kunnen ondersteunen en vormgeven. Men noemt deze platformen o.a. leer management systemen ( LMS-en ), educatieve platformen, teleleerplatformen of e-learning platformen. Bronnen noemen een aantal van 120 van dergelijke platformen. Het is een grove schatting omdat bedrijven ook hun eigen platformen bouwen en deze dikwijls niet verder exploiteren. Gegeven dit aanbod rijst de vraag welke platformen geschikt zijn voor welke doeleinden, en of er nog behoefte is aan nieuwe ontwikkelingen. Antwoorden op deze vragen ontstaan wanneer we: een eenduidige definitie gebruiken voor e-learning platform, prototype platformen onderscheiden van professionele platformen, die de pioniersfase voorbij zijn en die een scala aan functionaliteiten bieden, de overgebleven professionele platformen onder de loep nemen. 2.1 Wat is een e-learningplatform? Volgens Droste (Droste 1998/1999; 2000) is een e-learning platform een elektronische leeromgeving (elo) waarin mogelijkheden worden aangeboden voor leren, communicatie en organisatie van leren. In Droste (2000; p. 10) wordt de volgende definitie gehanteerd: de technische voorzieningen (hardware, software en telecommunicatie-infrastructuur) die de interactie faciliteren tussen 1. het proces van leren; 2. de communicatie die nodig is voor het leren; 3. de organisatie van het leren. Met andere woorden, een frequent gehanteerde definitie (Droste, 1998; 1999) van e- learningplatformen gaat er vanuit dat de volgende activiteiten in meer of mindere mate ondersteund worden: ontwikkeling van leerstof/toetsen door ontwikkelaar/trainer/docent en presentatie van cursus/leerstof/ toetsen door trainer/docent communicatie tussen trainer/docent en student/cursist en externen organisatie en beheer door trainer/docent en administratieve organisatie en systeembeheer Men noemt het platformen omdat de techniek in deze omgevingen zo geconfigureerd is dat het mogelijk moet zijn het leren, de communicatie en de organisatie te integreren (Droste, 27

28 2000, p.10). 1 Het woord platform impliceert niet noodzakelijk dat het gesloten systemen zijn. Een gesloten systeem is een systeem waaraan men erg moeilijk functionaliteit en content van buiten het systeem kan toevoegen.momenteel zijn de professionelere platformen gesloten systemen. Deze systemen zijn rijper, maar ook ouder en gaan daardoor van minder basisfuncties uit. Doorgaans zijn totaaloplossingen bedacht van nauw op elkaar aansluitende auteurs-, leer-, communiceer- en organiseeromgevingen, die hun data in een particulier (proprietary) formaat opslaan en uitwisselen. Dit heeft het voordeel dat de ontwerper en implementator een grote mate van controle heeft, maar omdat de markt voor leeromgevingen zeer veel kleiner is dan die voor bijvoorbeeld webbrowsers, is het niet altijd mogelijk de platformen op de laatste stand van de techniek te houden. Grote delen van de functionaliteit van een platform kunnen namelijk worden geleverd door algemeen verkrijgbare componenten zoals tekstverwerkers, webbrowsers of het Internet, dan wel door speciale op e-learning gerichte componenten die door derden worden geleverd. Enkele recentere ontwikkelingen gaan wel in de richting van deze meer componentgebaseerde open systemen. Het doel van deze ontwikkelingen is net als bij de monolithische systemen soms een totaaloplossing, maar ook dikwijls het produceren van optimale deeloplossingen die integreerbaar zijn met deeloplossingen van derden. Een voorbeeld is een platform waar geavanceerde functionaliteiten worden aangeboden voor de communicatie tussen trainers en cursisten en waaraan een aparte auteursomgeving wordt gekoppeld voor de ontwikkeling van lesmateriaal. Een goede basis voor een open platform of component daarvan is dat het is gebaseerd op open standaarden. Een standaard is open, als de specificatie publiek is. Als iedereen zich precies aan de specificatie houdt, kunnen componenten en content die onafhankelijk van elkaar op verschillende systemen ontwikkeld zijn met elkaar samen werken. Ook lesmateriaal moet voldoen aan standaarden wil men het kunnen uitwisselen tussen platformen of componenten. De meeste standaarden zijn echter nog in ontwikkeling. 2.2 Analyse van e-learning platformen BVEnet en Cinop hebben de handen ineengeslagen om het BVE-veld zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen bij de keuze van een e-learning platform. Het resultaat van deze samenwerking is in eerste instantie een site, waarop bestaande informatie (productinformatie, vergelijkend onderzoek) over e-learningplatformen is gebundeld en gekoppeld aan gebruikerswensen en enkele gebruikerservaringen. In 1999 en 2000 zijn uitgebreide analyses gedaan van Blackboard, TopClass, WebCT, Koepel (versie 25), Lotus Learning Space, Virtual Campus, en Global Teach. Globale analyses zijn gedaan (in 2000) van Constructor (versie 1.0), Docent (TM), Enterprise (versie 4.0), Edubox (versie 1.0), HOLO-E (versie 1.0), Ingenium (versie 5.0), TeleTOP (versie 2.3). i 1 Of leren, communiceren en organisatie daadwerkelijk samenhangen bij gebruik van de platformen is echter een andere vraag. 28 TELEMATICA INSTITUUT

29 In de analyse is altijd aandacht afzonderlijk aandacht geschonken aan het leerstof-/toetsdeel, het communicatiedeel en het organisatiedeel. Daarnaast is altijd gekeken naar de aangeboden functionaliteiten vanuit minimaal vijf verschillende rollen: de ontwikkelaar, de docent, de administrator, de systeembeheerder en de student. In enkele gevallen is daarnaast onderscheid gemaakt tussen module-/cursusontwikkelaar en materiaalontwikkelaar. Alle resultaten van de analyses met al de 6 rollen zijn te vinden in Droste (2000). Daarnaast zijn er op de site beschrijvingen maar geen analyses van de platformen Ease, First Class, Merlin, Profes-E, SWIFT internet ontwikkel- en leeromgeving, (in ontwikkeling) en WebCourse in a Box. Een andere speler die educatieve platformen en applicaties in gebruik (voornamelijk) in Canada heeft vergeleken vinden we op Onder deze platformen en applicaties vallen meer omgevingen dan alleen de platformen zoals die gedefinieerd en geëvalueerd zijn door Droste en die minimaal de drie functies van aanbieding lesstof, communicatie en organisatie bevatten. Zelf leggen de auteurs uit dat ze zowel geïntegreerde applicaties als component applicaties evalueren. De geïntegreerde applicaties bieden tools voor drie gebruikersgroepen: studenten c.q. cursisten, docenten c.q. trainers en technische administrateurs. De component applicaties bieden meer gespecialiseerde tools bijvoorbeeld voor de communicatie tussen cursisten en docenten, of voor ontwikkelaars van lesmateriaal (i.e. de auteursomgevingen). Het is mogelijk een groot aantal platformen en tools (in mei 2001: totaal 47 gereviewed en 62 in de pijplijn) te vergelijken op veel aspecten, o.a.: technische specificaties als serviceplatform, cliëntplatform, opschalingmogelijkheden, mogelijkheden voor ontwerpen van instructie en curriculum, mogelijkheden voor kennisopbouw, teambuilding, motivatiebevordering, gebruikersgemak en toegankelijkheid, mogelijkheden voor samenwerken, mogelijkheden voor video- en audiovergaderen, en metadata compliance. Onder de pakketten die geëvalueerd zijn, is een aantal van de internationale pakketten die ook door Droste geëvalueerd zijn: Topclass, WebCT, Docent, Blackboard en Lotus Learning Space. Daarnaast vinden we enkele andere pakketten of geïntegreerde applicaties als Saba Learning Enterprise, WebCourse in a Box, Virtual-U en Vcampus. Tenslotte zijn veel meer gespecialiseerde tools of component applicaties geëvalueerd die meer gericht zijn op één functie in plaats van meerdere, bijvoorbeeld alleen lesstof ontwikkeling zoals Authorware, of vooral kennisopbouw zoals Team Wave, of vooral voor testen van studenten zoals QuestionMark, of vooral ontwikkelen van cursussen en lessen zoals the Learning Manager. Wanneer we de resultaten van de analyse van Droste (2000) vergelijken met de analyses van de geïntegreerde applicaties op dan komen we tot de volgende conclusies (zie Tabel 1 en voor een overzicht van de e-learning platformen in de analyse en de kenmerken waar met name naar gekeken is in deze analyse). 29

30 2.3 Resultaten analyse Tussen de platformen 1. Geen interoperabiliteit tussen beschikbare platformen: Momenteel zijn de professionelere platformen zoals Blackboard, WebCT, Lotus Learning Space, Virtual Campus, TopClass gesloten systemen. De inzet is dan ook om totaaloplossingen op te leveren. Enkele recentere ontwikkelingen gaan wel in de richting van meer componentgebaseerde open systemen. Voorbeelden hiervan zijn Holo-E, Teletop, Docent, Ingenium, Edubox. De inzet van deze ontwikkelingen is dikwijls het produceren van optimale deeloplossingen die integreerbaar zijn met deeloplossingen van derden. 2. Geen mogelijkheden voor uitwisseling van content: Momenteel zijn er nog geen geaccepteerde standaarden. Er zijn wel specificaties en standaarden in ontwikkeling, maar ze zijn nog niet geaccepteerd en in gebruik. Een vraag is of de specificaties en standaarden zowel gemakkelijk in gebruik als toerijkend (zullen) zijn in onderwijskundige settings. 3. Geen mogelijkheden voor het aanleggen van content databases die op een gemakkelijke manier ingezet kunnen worden Binnen de platformen algemeen onduidelijkheid over de toegankelijkheid van het platform via het web (is het platform web-enabled : kan men overal en altijd bij het platform om te kijken, te communiceren en/of materiaal bij te plaatsen en/of te editen) m.b.t. ontwikkeling van cursus/leerstof/toetsen onduidelijkheid over cursusontwikkel-mogelijkheden door trainer/docent (i.p.v. professioneel ontwikkelaar) onduidelijkheid over aanwezigheid van cursus-/lesstofdatabase geen of beperkte mogelijkheid van hergebruik van cursus/lesstof uit database door trainer/docent m.b.t. communicatie geen of beperkte mogelijkheden om videoconferencing op te starten geen of beperkte mogelijkheden om applicaties te delen 30 TELEMATICA INSTITUUT

31 geen of beperkte mogelijkheden voor gemeenschappelijke virtuele werkgebieden voor trainer/docent en studenten/cursisten geen of beperkte presence en awareness in gemeenschappelijk virtuele werkgebieden van trainer/docent en studenten/cursisten m.b.t. organisatie en beheer slechte of geen koppeling naar bestaande legacy informatiesystemen (portfolio s, administratieve systemen, etc) geen ASP mogelijkheden geen/nauwelijks aandacht voor accounting, billing and paying geen/nauwelijks aandacht voor beveiliging geen/nauwelijks aandacht copyrights Samenvattend Er is een tiental complete e-learning platformen die functionaliteiten bieden voor het gehele scala van de ontwikkeling van leermaterialen, voor de aanbieding ervan, voor de communicatie tussen trainers en cursisten, en voor de organisatie en het beheer, en die daadwerkelijk in gebruik zijn. Dit zijn Blackboard, Saba Learning Enterprise, WebCT, Lotus Learning Space, Virtual Campus, TopClass, Docent, Ingenium. In Tabel 2-2 staan de gedetailleerde uitkomsten van de meta-analyse van de meer complete e-learning platformen. Van deze complete platformen houden er vier rekening met standaarden (waaronder metadata), namelijk Blackboard, Docent, Ingenium, en Saba Learning Enterprise. Hierbij moet aangetekend worden dat de standaarden nog in ontwikkeling zijn. Met andere woorden het zijn nog geen 'standaarden maar veeleer specificaties. Hiervan zijn drie systemen componentgebaseerd en open: Docent, Ingenium en Saba Learning Enterprise. 31

32 Platform open standaarden bijzonder waar in gebruik, o.a Blackboard nee IMS betaling op basis van geraadpleegde documenten WebCT nee geen overzichtelijke database met scores van cursisten Saba Learning Enterprise ja IMS AICC SCORM individuele aanmelding en betaling Lotus Learning Space nee geen koppeling intranets en kennismanagement Docent ja IMS AICC online betaling cursussen Virtual Campus nee geen per cursist persoonlijk trainingsplan Ingenium ja IMS AICC uitgebreide presentatie cursistgegevens en -competenties TopClass nee geen cursisten volgen leerroute die door trainer of automatisch aangepast wordt Tabel 2-1. Belangrijkste conclusies van de analyse van e-learning platformen regulier onderwijs (Kennisnet) grote bedrijven verschillende hosts ROC s, bedrijfsleven, hogescholen (o.a. hogeschool Haarlem) grote bedrijven (o.a. Lucent) KPN host Docent Wat daarnaast opvalt, is dat in de professionelere complete platformen nog geen gebruik gemaakt wordt van de nieuwste technologieën. Dit geldt voor alle drie de hoofdfuncties. We noemen de belangrijkste omissies bij elk: ontwikkeling van lesstof: vaak geen database met lesstof en cursusmaterialen waarin gezocht kan worden zodat cursusmaterialen hergebruikt en gemakkelijk aangepast kunnen worden communicatie tussen cursisten en trainers: geen of beperkte mogelijkheden om videovergaderingen op te starten en applicaties zoals Word te delen, geen of beperkte mogelijkheden voor gemeenschappelijke werkgebieden voor cursisten en trainers organisatie en beheer: weinig aandacht voor beveiliging, authenticatie (belangrijk voor examinering!) en copy rights, nauwelijks aandacht voor accounting, billing en 32 TELEMATICA INSTITUUT

33 paying, slechte of geen koppeling met bestaande legacy systemen, geen aandacht voor mogelijkheden van application service provision 2.4 Beperkingen van een meta-analyse Deze meta-analyse van e-learning platformen heeft ons snel een overzicht gegeven van wat er op de markt te koop is. Echter het gebruik maken van de resultaten van analyses van derden geeft ook beperkingen. Zo kan een e-learning platform wel een filosofie of visie op leren hebben bijvoorbeeld competentiegericht leren, leren op maat, de daadwerkelijke realisatie van die visie zal in de praktijk geverifieerd moeten worden. Daarnaast is uit de analyses niet goed af te leiden in hoeverre de e-learning platformen gebruikersvriendelijk zijn, en zo ja voor welke groepen gebruikers, in welke mate de platformen transparant zijn en wat hun look & feel is. Dergelijke aspecten zullen met behulp van de aanschaf van (demo) versies van de platformen en met gebruikersonderzoek in de praktijk onderzocht worden. Dit ligt buiten de scope van dit rapport. 2.5 Conclusies E-learning platformen ontwikkelen zich sterk. De huidige professionele platformen lijken te voldoen aan de eerste behoeften. Echter, geen enkel e-learning platform beschikt over stateof-the-art technologieën voor ondersteuning van alle drie hoofdfuncties van de ontwikkeling en aanbieding van leermaterialen, voor de communicatie tussen trainers en cursisten, en voor de organisatie en het beheer. Bovendien zijn de standaarden voor uitwisselbaarheid en interoperabiliteit nog in ontwikkeling. 2.6 Uitkomsten van meta-analyse van e-learning platformen In Tabel 2-2 staan de gedetailleerde uitkomsten van de meta-analyse van de verst uitontwikkelde e-learning platformen die momenteel op de markt zijn. 33

34 Tabel 2-2. Uitkomsten van meta-analyse van verst uitontwikkelde e-learning platformen e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness Teletop 2.3 comp - cursus voor nee - geen HTML kennis - meest uitgewerkt - geen - nee - nee? nee top.nl groep stud. nodig - opdrachten & standaarden - word, ppt, etc. - beheer - word, ppt, etc. beoordelingen, goede - Lotus Notes, bestanden nee - wensen attachen overz. voor docent Domino Server docent op ja/nee?; wel discussiegroepen cursus niveau en attachments HOLO-E comp - toewijzen ja - materiaal en - registratie welke leerstof - (nog) geen - nee - ja nee omediasy leerstof aan opdrachten gemaakt in door welke cursist gebruikt koppeling met - kleinere delen stems.nl ind. stud. of Word of met auteurstool is extern om hergebruik nee groep worden in bibliotheek - geen toetssysteem en toetssysteem, mogelijk te maken - hergebruik geplaatst en voorzien resultaten administratie- of nee? wel discussiegroepen en leerstof van IMS core volgsysteem attachments elementen - IMS - daarna wordt van - Lotus Notes, materiaal cursus Domino Server gemaakt door ontw. - docent kan alleen per extra materiaal beschikbaar stellen Blackboard geïnt - totaalopl. nee - whizzards voor - IMS - veel ja - ja? nee? Course Info kboard.c - groepen opdrachten, extern - standaard in autorisatie -? 3.0 om cursisten materiaal, tests etc. ontwikkeling voor s mogelijk, geraad- ja (alleen asynchroon) - multi-media materiaal overkoepelende daardoor pleegde (tekst, beeld, geluid) info. over goede docume ja/nee?; wel discussiegroepen 34 TELEMATICA INSTITUUT

35 e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness wordt gezipped en (leer)materialen beveiliging nten en attachments verstuurd (?) gegevens Docent 4.0 comp - instelling ja - templates voor - alle voortgang in database - IMS - nee - nee (host: KPN: ent.com maakt globaal niveau van die met SQL benaderbaar is - AICC - Ilearn4more onderwijs modules, cursussen nee ) voor ind. - leermateriaal zelf rn4more. cursisten wordt buiten platform nee?; wel discussiegroepen en com/ - ontw. mogelijk met elke attachments competentie- webeditor of profielen en auteurstool zelf assessment Ingenium comp - comp ja - ontwikkeling geheel - zeer uigebreide registratie - IMS - - nee? extern 5.0 k2learn.c - instelling buiten systeem en presentatie - afspraken met -? om/ maakt - materiaal met linken - verschil bestaande en SkillSoft, ja, met Ingenium Messenger onderwijs beschikbaar gemaakt gewenste competenties QuestionMarkPer Express voor ind. ception, cursisten Authorware, nee? wel discussiegroepen - online of Toolbook klassikaal - content is gekoppeld aan doelen, competenties 35

36 e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness en skillls Global - - leertraject ja - voor docent niet - geen registratie van - geen koppeling - - ja nee Teach ind. cursist eenvoudig materiaal bij resultaten met extern cursist - modulen? leerstof is te plaatsen - wel overzicht welke volgsysteem gekoppeld aan nee gekoppeld - ontwikkelaar koppelt leerstof beschikbaar is voor - geen koppeling doelen en aan doelen, doelen, vaardigheden welke student toetssysteem vaardigheden? nee en skills: skill en leerstof docs in - AICC management database, die daardoor goed structuur heeft - in database zijn modulen samen te stellen tot nieuwe cursus Virtual geïnt - instelling ja - veel technische - per cursist persoonlijk - niet AICC, IMS, - ja -? nee Campus 2.2 com maakt cursus (HTML) kennis nodig trainingsplan, resultaten of CMI - HTML voor ind. - alles in HTML geregistreerd en verg. met gebruik bestanden? nee cursisten templates indiv. doelstelling van - individuele - complexe oefeningen materia nee? wel discussiegroepen en aanmelding zijn in Authorware al (b.v. attachments en betaling gemaakt van - geheel derden) plaats- en tijdonafh. Lotus geïnt - ja - voor ontwikkeling - resultaten testen - niet AICC, IMS, - - ja? nee? Lotus Sametime? 36 TELEMATICA INSTITUUT

37 e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness Learning s.com/ho totaaloplossin aparte client nodig - portofolio met resultaten of CMI -? Space 2.5 me.nsf/w g - eenvoudig met en cursussen per student - niet LLS ja (gebruikt door docenten en elcome/l - invulformulieren ontwikkelaars?) earnspac leermateriaal multimedia materiaal e ontwikkeling aan te bieden ja; gemakkelijk shared - gebruik - docent kiest uit workspaces aan te maken en databanken materialen die ontw. gezamenlijk opdrachten te gemaakt heeft doen; pres & awa? - docent ordent materiaal en voorziet materiaal van (didactische?) informatie - whizzard helpt docent materiaal aan te passen - ook whizzard voor studenten om opdrachten te maken WebCT 1.3 geïnt - op nee - HTML pagina s m.b.v. - inlog data - niet AICC, IMS, - nee - nee? nee ct.com zichzelfstaan externe editor - bezoek aan cursus of CMI - cursus de cursussen - pres. met tekst, video onderdelen onderdelen? nee door groepen en geluid mogelijk - database met student gevolgd - geen koppeling met scores en statistieken en nee?; wel discussiegroepen en - (zelf) elektronische middelen grafieken attachments toetsing buiten systeem mogelijk 37

38 e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness TopClass geïnt - groepen ja/ - aanpasbaarheid - goed zowel per individu - niet AICC, IMS, - nee nee 3.1 systems. cursisten nee leerstof door docent is als per groep of CMI com volgen instelbaar; afweging - docent en auto feedback nee bepaalde leerstof ordening en mogelijk leerroute aanpasbaarheid - docent en auto nee?; wel discussiegroepen en - HTML met aanpassing leerroute attachments mogelijkheden voor mogelijk tekst, beeld, video - geen PDF, Aware, Streaming audio en video mogelijk - upload functie: automatische check van alle linken EduBox 1.0 comp - instelling ja - materiaal wordt buiten - individueel profiel - XML, EML, IMS, - - ja? nee box.nl maakt platform ontwikkeld in - alle voortganggegevens IEEE - modules?, EML onderwijs Word met EML pagina s? ja, extern voor ind. sjabloon, dan conversie cursisten naar EML nee? of extern? - EML - of gebruik XML-editor - op maat zoals Framemaker, dan individuele meteen in EML student Constructor comp - geen IMS - ja Constructor 38 TELEMATICA INSTITUUT

39 e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness (Fontys moet op eigen extern Contract) netwerk worden geïnstalleerd nee? of extern? Profes-e - community - - ja: een nee (SPC group) es-e.nl concept bibliotheek met - een content leerstof & een nee management content systeem om management nee? cursussen, systeem onderdelen, -? toetsen te maken en te wijzigen Saba comp -aanbieden geen eigen ontwikkel ADL, SCORM, cursus- nee nee Learning a.com complete en omgeving AICC, IMS, RDF- sen on- nee Enterprise open XML line nee applicatie betalen - instelling werkgroep draagt maakt cursus bij aan RDF-XML voor ind. implementatie van cursisten IMS metadata - individuele standaard aanmelding en betaling 39

40 e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness - zelftoetsing Virtual U geint nog volop in geen IMS nee nee ual- ontwikkeling compliance nee u.cs.sfu. vooral veel tips nee ca/vuweb /VEEngli sh/ 40 TELEMATICA INSTITUUT

41 3 Auteursomgevingen 3.1 Wat zijn auteursomgevingen? The Maricopa Centre for Learning and Education 2 definieert authoring als programming by non-programmers. Uitvoeriger is Webopedia 3. Duidelijk is dat authoring niet per se educatieve toepassingen impliceert. Veelal blijken het algemene ontwikkelsystemen voor multimedia te zijn, al dan niet speciaal voor het WWW. In de bijlage is dat aangegeven, waarbij de opsomming van niet-educatieve systemen zeer beperkt is. Overigens bestaat de indruk dat een omgeving als educatief wordt gepresenteerd zodra bepaalde soorten oefeningen zoals multiple choice geïntegreerd zijn: didactiek gereduceerd tot het toetsen van kennis. 3.2 Auteursomgevingen voor educatieve toepassingen Naast e-learning platformen bestaan er ook aparte auteursomgevingen voor de ontwikkeling van educatieve inhoud. In een auteursomgeving creëert de docent op zijn PC de studieeenheden, compleet met tekst, beeld en geluid. In de praktijk wordt de scheiding tussen e- learning platform en auteursomgeving niet door iedere producent even strikt wordt gehanteerd. Zo vindt men enerzijds op zichzelf staande auteursomgevingen als Director en EasyGenerator; studie-eenheden die hiermee ontwikkeld zijn, kunnen bijvoorbeeld met de beheersfuncties van Ingenium of Docent gecombineerd worden. Deze integratiemogelijkheid is in de volgende tabel met open aangegeven. Anderzijds biedt onder andere datzelfde Docent, maar ook Click2Learn diverse componenten voor de diverse functies aan, zodat men binnen één platform alles kan ontwikkelen. Een opvallende tussenvorm betreft het aanbod aan leerlingvolgsystemen. Diverse producenten van auteursomgevingen bieden namelijk een component met tracking-mogelijkheden aan, zonder dat sprake is van een compleet e- learning platform. To help identify a real CBT [Computer Based Training] authoring system, look for features such as: test question generation, response judging (exact match, spelling allowance, phonetic match, word search, anticipated incorrect), automatic scoring, feedback, user log on and log off with password, user bookmarks (so users can resume where they left off), user comments, network (LAN) support, user rostering, class o a program that helps you write hypertext or multimedia applications. Authoring tools usually enable you to create a final application merely by linking together objects, such as a paragraph of text, an illustration, or a song. By defining the objects' relationships to each other, and by sequencing them in an appropriate order, authors (those who use authoring tools) can produce attractive and useful graphics applications. Most authoring systems also support a scripting language for more sophisticated applications. The distinction between authoring tools and programming tools is not clear-cut. Typically, though, authoring tools require less technical knowledge to master and are used exclusively for applications that present a mixture of textual, graphical, and audio data. 41

42 scheduling, Computer-Managed Instruction (CMI) data collection, data analysis and report generation. 4 Daarnaast valt op dat alle auteurssystemen hulpmiddelen voor vormgeving bevatten, terwijl het de vraag is of de vakdocent de aangewezen persoon hiervoor is. Ondanks deze variatie is het onderscheid tussen auteursomgeving en e-learning platform zinvol, omdat in veel gevallen de docent het eigenlijke lesmateriaal samenstelt, terwijl voor organisatie en voortgangscontrole een ICT-medewerker verantwoordelijk is. De docentontwikkelaar(s) en de beheerder werken dan ieder in hun eigen omgeving, waarbij deze wel compatibel moeten zijn. 3.3 Analyse van huidige functionaliteiten van auteursomgevingen Aanleggen van lesmateriaal Aan sommige systemen ligt een metafoor of structuurprincipe ten grondslag, zoals een boek (InSystem en Toolbook II), een stroomdiagram (Authorware en Coursebuilder), een stapel kaarten (Hyperstudio) of een tijdbalk (Director). Of dit de gebruiker helpt, hindert dan wel neutraal is, is vermoedelijk een kwestie van smaak en persoonlijke ervaring met software. In veel auteursomgevingen kiest de gebruiker een template voor de lay-out van en de navigatie binnen zijn cursus. Doorgaans wordt ook de indeling in hoofdstukken en paragrafen daarmee vastgelegd. Vervolgens kan de gebruiker met drag-and-drop de leseenheden ontwikkelen: hij ordent het materiaal door een passend icon voor een tekst, plaatje, of meerkeuzevraag etc. op de juiste plaats in de structuur te trekken. Media worden in principe buiten de auteursomgeving geproduceerd, omdat bij voorbeeld gespecialiseerde grafische programma s veel meer kunnen dan de grafische tools binnen een auteursomgeving, zo die al voorhanden zijn. Het is dus belangrijk dat auteursomgevingen ruime importmogelijkheden hebben voor o.a. opgemaakte tekst, pixel- en vectorplaatjes, video en audio. Wie voor het WWW ontwikkelt, is bovendien momenteel nog gediend met een programma waarin hij streaming-opties kan instellen zoals wanneer de bandbreedte te gering is, laat dan videobeelden uitvallen, zodat tenminste de spraak in orde blijft. Als een gebruiker iets anders wil dan met de visuele templates en icons mogelijk is, is programmeren de volgende stap. Diverse systemen bieden scripting-mogelijkheden; deze lopen uiteen van u kunt in uw vertrouwde HTML-omgeving content ontwikkelen 5 tot programmeertalen waarmee de gebruiker de functionaliteit van het systeem zelf kan uitbreiden 6. Doorgaans zijn de scriptingtalen specifiek voor een bepaalde auteursomgeving en zijn ze beperkter, robuuster en daardoor eenvoudiger te leren dan klassieke programmeertalen. Omdat het programmeeraspect de learning curve van de systemen o (vergelijk het overzicht van e-learning platformen) 6 bij voorbeeld Authorware, Director en Toolbook II 42 TELEMATICA INSTITUUT

43 niettemin sterk beïnvloedt, hangt de keuze van een auteursomgeving ook van de voorkennis van de beoogde gebruiker(s) af. Deze overweging kan zelfs leiden tot het gebruik van een algemene auteursomgeving, d.w.z., zonder educatieve elementen, indien men daar voor andere toepassingen al veel ervaring mee heeft opgedaan. Overigens is vergaande personalisatie zij het van leerlingen door de docent, zij het van de docent zelf zonder scripting slecht voorstelbaar Exportmogelijkheden Dit is een belangrijk aspect, waar de informatie van producenten en leveranciers niet altijd voldoende specifiek is. De gebruiker lijkt met alle producten resultaten te kunnen bereiken die web-enabled zijn, maar dat betekent niet altijd hetzelfde. EasyGenerator noemt zichzelf bij voorbeeld internetgebaseerd, terwijl Everest als browser dienst doet. In het ideale geval betekent web-enabled, dat de docent materiaal ontwikkelt dat hij probleemloos op een webserver kan zetten. Cursisten roepen het dan op met een standaardbrowser, maken de opgaven en voegen antwoorden en werkstukken aan het materiaal toe. Voor verdergaande vormen van interactie, zoals het uitwisselen van informatie met andere cursisten, is het e-learning platform verantwoordelijk. In praktijk variëren de resultaten. Is export in HTML-formaat genoeg, of moet het minstens DHTML of Java zijn? Volgens Authorware zijn hun producten geschikt voor PC, CD, WWW en LAN, terwijl Toolbook II als alternatief voor (D)HTML zijn Neuron-plug-in voor browsers aanbiedt. De Neuron-versie kan meer, maar de gedachte dat leerlingen thuis plugins moeten installeren om content te kunnen bekijken, is niet aantrekkelijk. Of cursisten hun werk eveneens op de server kunnen zetten, hangt van de e-learning platformen af Standaarden Evenals bij de e-learning platformen wordt bij enkele auteursomgevingen, namelijk Authorware, EasyGenerator en Toolbook II, vermeld dat ze zich aan de AICC-standaard 7 houden Kosten Bij de kostenramingen moet de gebruiker denken aan de kosten voor de aanschaf van het auteurssysteem: hoeveel licenties? de gewenste omvang en de aanschaf van het e-learningplatform, indien dit van dezelfde producent komt, plus aanpassingskosten indien van een andere leverancier. de aanschaf van andere softwarepakketten voor de bewerking van beeld, video etc. tenzij de doorgaans beperkte tools in de auteursomgeving voldoen. licenties voor leerlingen: hoeveel? Eventueel plug-ins? de aanschaf of de ontwikkeling van content de ontwikkelingstijd: hoeveel mensen hoeveel weken? o 7 Maar zie de waarschuwingen in 43

44 scholing van de docentontwikkelaar en support 3.4 Analyse van huidige beperkingen van auteursomgevingen Mede door de versmelting van auteursomgevingen en e-learning platformen is vaak onduidelijk over welke voorkennis een ontwikkelaar moet beschikken: kan iedere vakdocent met het systeem werken, of is er een programmeur nodig? Geen van de auteursomgevingen lijkt aandacht aan metadata te besteden. O.a. Profes-e (zie het overzicht van e-learning platformen) biedt leerlingen expliciet de mogelijkheid om woorden in teksten te zoeken, maar kennelijk gaat de ondersteuning van zoekbehoeften niet verder. Thematisch enigszins verwant is de mogelijkheid die men in Director als ontwikkelaar heeft, om markeringen (cue points) in audiomateriaal aan te brengen, zodat men andere acties en gebeurtenissen daarmee kan synchroniseren. In hoeverre lesmateriaal eenvoudig herbruikbaar is, is niet duidelijk. Natuurlijk heeft de docent-ontwikkelaar de beschikking over de gebruikte media en kan hij die opnieuw inzetten, maar het ziet er niet naar uit, dat hij bij aanpassingen door het systeem wordt ondersteund of dat leerlingen het materiaal anders kunnen rangschikken. 3.5 Conclusies Er zijn diverse serieuze auteursomgevingen. Compatibiliteitsproblemen zullen het minst optreden bij systemen die deel uitmaken van een open e-learning platform. Wie geen behoefte heeft aan traditionele oefeningen zoals meerkeuzevragen en over enige programmeerervaring beschikt, hoeft de keus niet tot educatieve auteursomgevingen te beperken. Wanneer het mogelijk wordt, educatieve content van metadata te voorzien, zal dit een duidelijke voorsprong betekenen voor auteursomgevingen die hier rekening mee houden. 44 TELEMATICA INSTITUUT

45 3.6 Uitkomsten van de meta-analyse van auteursomgevingen Auteursomgevingen voor educatieve toepassingen: (Blackboard, Docent, Edubox, Ingenium en Profes-e zijn in het overzicht van e-learning platformen opgenomen.) Tabel 3-1. Uitkomsten van meta-analyse van auteursomgevingen voor educatieve toepassingen Naam URL Voorhanden Oefeningen Principe Scripting Standaarden Kennis Exportformaten Open Tracking Gebruik Extra Prijs Authorware built-in logic, hot spot, hot object, Flow-chart Mogelijk + nodig AICC 2.0 Grote PC,CD,web, LAN ja ja Rapid Compatibel $2860, macromedia interactivity, true-false, multiple learning prototyping met $800.com/softwa data tracking, choice, drag and curve Macromedia- educ. re/authorwa and templates drop, short answer, producten re/ single answer Click2Learn Assistant is multiple-choice, Boek. in Instructor AICC Behoorlijk (D)HTML, Java of ja Ja, met WBts, CBTs Ass/Ins Toolbook II: click2learn.c deelverzameling true/false, mogelijk + nodig Neuron plug-in Ingenium op CD-ROM t$1500 Instructor, om/products van Instructor. /$2500 Assistant, /instructor.h Ingenium is e- fill-in-the-blank etc. ; Ingenium tml learning platform, ook Ingeniu voor o.a. m? Authorware Coursebuilder o.a. essay questions Flow-chart Mogelijk Oogt playing over ja $500, iscoverysyst eenvoudig Internet in educ ems.com/pa aanmaak o.a. PRE -LEARN 45

46 Naam URL Voorhanden Oefeningen Principe Scripting Standaarden Kennis Exportformaten Open Tracking Gebruik Extra Prijs ges/cb- Soft.HTML Dazzler Oogt Export in HTML en ja Deluxe- Site weinig azzlersoft.c eenvoudig voor Javaplayer versie wel actueel om/visitors_ index.htm Easygenerator navigatie, multiple choice, drag- AICC Oogt internetgebaseer ja nee Kennisnet (Nederlands) asygenerato interface, &-drop e.d. eenvoudig d r.nl/nl/defa informatiesjablo ult.htm nen, feedbackscherm en, hulpfiguurtjes, toetsen Hyperstudio Card stack Ziet er niet naar uit Lastige Geen yperstudio.c metafoor trendsetter ;-) om/ InSystem Boek Mogelijk Onduidelijk WBT: Everest Ja, met Veel snap-on $2000 Everest (Win), nsystem.co serves *as* the INSTRUCT components +$100 Summit (DOS) m/everest.ht browser 0 voor m admin MockingBird Templates, test MC, True/False, Fill Mogelijk Onduidelijk Ja, met 46 TELEMATICA INSTITUUT

47 Naam URL Voorhanden Oefeningen Principe Scripting Standaarden Kennis Exportformaten Open Tracking Gebruik Extra Prijs BigEZ mockingbird factory In The Blank, TErms&tra.com/ Matching, Graphic de TenCore encore.com/ LAS90.htm ouderwets Taai $500 Tabel 3-2. Uitkomsten van meta-analyse van auteursomgevingen zonder educatieve opzet Naam URL Voorhanden Principe Scripting Kennis Exportformaten Open Gebruik Extra Prijs Director 8.5 Timeline Mogelijk en nodig Behoorlijke learning Shockwave-plugin nodig ja Demo s, presentaties, Animaties, $929, /software/director/ curve indien stand-alone WWW compatibel educ met o.a. Authorware mbed Objecten Mogelijk maar niet C++, Java WWW, entertainment Grafisch mbdframe1.html nodig sterk; attractief MediaForge event-driven; scenes $500 ebpages/prod/mf/ and backgrounds are related through hierarchical parentchild links PRE -LEARN 47

48 Naam URL Voorhanden Principe Scripting Kennis Exportformaten Open Gebruik Extra Prijs Mediator Templates etc. Flow-chart Beperkt mogelijk; voor DB is SQL nodig Bescheiden DHTML, exe (?) presentaties $400 Neobook /nbw.html Beperkt mogelijk $200 Tabel 3-3. Uitkomsten van meta-analyse auteursomgevingen zonder educatieve opzet en overwegend kant-en-klare producten voor educatieve toepassingen Naam URL Type AMT learning solutions Educatieve applicaties Astound Web Conferencing met Conferencing and Learning Server Auraline E-marketing Content-e Systeem om on-line aan dezelfde Office-documenten te werken; wordt als auteursomgeving gepresenteerd Courseware Comp. Educatieve applicaties Diskcomm Lesmateriaal op CD-rom, door docent aanpasbaar; verbinding met Internet Dreamweaver Web authoring (Macromedia heeft een coursebuilder extension) Emblaze Wireless Content Partnership Program 48 TELEMATICA INSTITUUT

49 Naam URL Type Flash Web authoring, vnl. animaties Formula MM authoring, gratis Framemaker For publishing long, content-rich documents across multiple channels Ishell2 MM authoring Katabounga MM authoring KEI Edu-pakket Educatieve applicaties Magenta II MM authoring, OO-programming MetaCard Rapid application development environment MMD MMD combines multimedia, database and full text retrieval Motivate 3D game development system Ebiss Web authoring Eloquent Web-based communication solution Radbuilder Ontwikkelingsomgeving voor rapid development op diverse platformen PRE -LEARN 49

50 Naam URL Type Scala broadcast multimedia software Slim show Niet per se educ Storyspace Writing environment Superlink Niet per se educ TencoreNet Internet technologie, geen erfenis van Tencore merkbaar 50 TELEMATICA INSTITUUT

51 4 Metadata 4.1 Inleiding Metadata geven een korte beschrijving van het materiaal, zoals de auteur, publicatiedatum, keywords en, in het geval van e-learning, bijvoorbeeld didactisch niveau. Metadata spelen een belangrijke rol bij het zoeken naar informatie. Onder informatie verstaan wij hier met name digitale multimedia informatie: een combinatie van tekst, afbeeldingen, geluid, animaties en/of video. Een gebruiker kan zoeken met als doel snel specifieke informatie te vinden om de gevonden informatie meteen te lezen, bekijken of beluisteren (om er zelf iets van te leren of om bepaalde opdracht uit te kunnen voeren). Een andere mogelijkheid is dat de gebruiker de informatie letterlijk of in bewerkte vorm hergebruikt voor het creëren van een (multimedia) document voor hemzelf of voor een (groep) andere gebruiker(s). Voor het zoeken naar digitale informatie kan een gebruiker de hulp van een zoekmachine, zoekfunctie of een index inschakelen. Een belangrijke rol van metadata is het mogelijk maken van het automatisch zoeken naar een specifieke informatie-eenheid, bijvoorbeeld op basis van de vervaardiger (auteur, muzikant, tekstschrijver, filmmaker), de titel, een (aantal) keyword(s), of de vervaardigingdatum. Een andere rol is het versnellen van het zoekproces binnen een informatie-eenheid (i.e. contentgebaseerd zoeken). Metadata voorkomt dat de gehele informatie doorlopen moet worden op zoek naar een bepaalde zoekterm (bijvoorbeeld keyword, opeenvolging van een aantal woorden). Voor het doorzoeken van een tekst is contentgebaseerde metadata niet strikt noodzakelijk. Denk aan de zoekfunctie van tekstverwerkers. Hierbij wordt de tekst woord voor woord doorlopen. Zolang een document geen extreme vormen aanneemt, blijven de zoektijden zeer acceptabel, en is het dus niet nodig de belangrijkste keywords als metadata op te nemen. Alleen als de gebruiker in staat gesteld moet worden te zoeken naar bepaalde gebeurtenissen of concepten, bijvoorbeeld Irene die Mark kust of een gezellig feest (zonder dat het feest expliciet gezellig genoemd wordt in de tekst) is contentgebaseerde metadata wenselijk voor tekst. Het is namelijk erg lastig om automatisch betekenissen van teksten af te leiden. Bovendien kan het met de huidige stand van de techniek niet foutloos en is het erg tijdrovend. Vanwege het laatste punt verdient het aanbeveling de betekenis van een tekst offline af te laten leiden door een mens of een machine en om te zetten in metadata. Voor video, animaties en afbeeldingen ligt het nog gecompliceerder. Het zoeken op basis van keywords levert geen één op één match op, zoals dat bij tekst het geval is. Voor zo n één op één match zou gezocht moeten worden op basis van het plaatje of het stukje video of animatie dat de gebruiker zoekt. Als de gebruiker dat tot z n beschikking zou hebben zou hij er niet naar zoeken, behalve misschien om de context van een specifiek stukje video of animatie te achterhalen. Het zoeken naar zo n exacte match is technisch mogelijk maar zeer tijdrovend. Het zoeken naar een vergelijkbaar plaatje of fragment op basis van een voorbeeld is lastiger omdat de term vergelijkbaar nogal ambigue is. Vergelijkbaar qua vorm, kleur, achtergrondgeluiden (voor video)? En is een plaatje van een bal vergelijkbaar met een plaatje van een cirkel? Het afleiden van gebeurtenissen en PRE -LEARN 51

52 concepten uit afbeeldingen en video is over het algemeen nog veel lastiger dat het afleiden van gebeurtenissen en concepten uit tekst. Er zal dus voor afbeeldingen, video en animaties over het algemeen de voorkeur gegeven worden aan het handmatig toekennen van tekstuele metadata. Eventueel kan de mens ondersteund worden door de techniek bij het creëren van metadata. Geluid bestaat er in verschillende categorieën: spraak, muziek, overige geluiden (bijv. ontploffing, blaffende hond, motorgeronk). Voor het herkennen van geluiden zijn er vele technische mogelijkheden, die overigens vrijwel nooit perfect werken en in veel gevallen verre van perfect zijn: spraakherkenning, muziekcategorisatie etc. Ook voor het zoeken in geluid verdient het handmatig toekennen van metadata de voorkeur. Wederom kan de techniek in een ondersteunende rol ingezet worden. 8 Behalve voor het automatisch zoeken in multimedia content is metadata ook nuttig voor het automatisch creëren van (gepersonaliseerde) multimediadocumenten. Hiervoor is het van groot belang dat er binnen informatie-eenheden (boek, hypertext, video, multimediadocument) kleinere eenheden onderscheiden worden (hoofdstukken, secties, plaatjes, scènes, shots, frames), zodat er ook aan subeenheden metadata toegekend kan worden. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld op basis van taal, auteur, keywords, concepten, niveau automatisch op maat gemaakte documenten gecreëerd worden, die bestaan uit onderdelen van een of meerdere originele documenten. Samenvattend zijn er dus twee verschillende processen waarbij metadata van belang zijn: automatisch zoeken naar informatie en automatische personalisatie van informatie. Verder hebben we tot nu toe twee typen metadata onderscheiden: content identificatie metadata, waar multimediadocumenten als geheel beschreven worden en content descriptie metadata waarmee kleinere eenheden binnen documenten beschreven worden. 4.2 Metadatastandaarden Metadatastandaarden zijn nodig voor het op grote schaal bruikbaar maken van metadata. Het is voor een zoekmachine namelijk lastig te achterhalen dat met het attribuut creator in sommige gevallen hetzelfde bedoeld wordt als met het attribuut auteur of author. Bij metadatastandaarden zien we dat sommige standaarden zich met name richten op content identificatie en anderen meer op content descriptie. We bespreken hier kort drie metadatastandaarden (in ontwikkeling): De Dublin Core, IEEE LOM (Learning Object Metadata) en MPEG-7. Daarnaast bespreken we een onderwijsmodelleertaal waarin metadata een prominente rol speelt: EML (Educational Modelling Language). IEEE LOM en EML zijn ontwikkeld voor het onderwijsdomein. Dublin Core is een generieke metadatastandaard ontwikkeld voor content identificatie op het web. MPEG-7 is een metadatastandaard voor content descriptie van audiovisueel materiaal. k 8 Door het combineren van technieken voor beeld, geluid en/of tekst kunnen overigens aanzienlijk betere indexeringsresultaten behaald worden, bijv. in het geval van een video met ondertiteling. 52 TELEMATICA INSTITUUT

53 4.2.1 Dublin Core De Dublin Core is een van de oudere metadatastandaarden 9. Het is een generieke contentbeschrijvingsstandaard, d.w.z. de Dublin Core is niet ontwikkeld voor een specifiek domein (bijv. medisch, onderwijs), waardoor de standaard gebruikt kan worden voor het zoeken in uiteenlopende domeinen. Dit maakt de Dublin Core bij uitstek geschikt voor zoeken op het web. Oorspronkelijk is de Dublin Core ontwikkeld om auteurs van webdocumenten de mogelijkheid te bieden om hun content op eenvoudige wijze te voorzien van nuttige metadata. Maar al snel heeft de Dublin Core de aandacht getrokken van professionele bronbeschrijvingsgemeenschappen (bijv. musea, overheden en bibliotheken). Mede hierdoor is de Dublin Core de meest geaccepteerde metadatastandaard ter wereld geworden. De Dublin Core bestaat uit de volgende vijftien basiselementen: Title (titel): Een naam voor de bron Creator (vervaardiger): Persoon of instantie die primair verantwoordelijk is voor het maken van de content van de bron Subject (onderwerp): Het onderwerp van de content van de bron Description (beschrijving): Een beschrijving van de content van de bron Publisher (uitgever): De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het beschikbaar maken van de bron Contributor (contribuant): Een persoon of instantie die bijdragen heeft geleverd aan de content van de bron Date (datum): Een datum geassocieerd met een gebeurtenis in de levenscyclus van de bron Type (type): Het soort van content of het genre van de content van de bron Format (formaat): De fysieke of digitale manifestatie van de bron Identifier (identificatiecode): Een onambigue referentie naar de bron een bepaalde context Source (bron): Een referentie naar een bron waarvan de huidige bron is afgeleid Language (taal): Een taal van de intellectuele content van de bron Relation (relatie): Een verwijzing naar een gerelateerde bron k 9 PRE -LEARN 53

54 Coverage (bereik): Het verspreidingsgebied van de bron Rights (rechten): Informatie met betrekking tot de rechten omtrent de content Voor veel doeleinden voldoen de basiselementen van de Dublin Core niet. De Dublin Core is echter uitbreidbaar. Dit betekent dat voor specifieke domeinen nieuwe elementen toegevoegd kunnen worden. In de volgende sectie komt de IEEE LOM standaard voor het onderwijsdomein. Ook deze standaard is gebaseerd op de Dublin Core IEEE LOM IEEE LOM (Learning Objects and Metadata) is een metadatastandaard in ontwikkeling. Deze standaard wordt specifiek voor het onderwijs ontwikkeld. Twee belangrijke onderwijsprojecten, het Amerikaanse IMS 10 -project en het Europese ARIADNE 11 - project, hebben gezamenlijk de basis gelegd voor deze toekomstige standaard. Het doel van de standaard is om het zoeken, evalueren, verwerven en gebruiken van educatieve objecten mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor leerlingen en instructeurs. Het basisschema van IEEE LOM bevat negen categorieën van attributen: General (Algemeen): Contextonafhankelijke eigenschappen van de bron. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Title (titel), Language (taal), Description (beschrijving) en Keywords. LifeCycle (levenscyclus): Eigenschappen gerelateerd aan de levenscyclus van de bron. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Version (versie), Status en Date (datum). MetaMetaData: Eigenschappen van de beschrijving i.p.v. van de bron. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Language (taal), Metadata Scheme (metadataschema) (bijv. LOM-1.0) en Date (datum). Technical: Technische eigenschappen van de bron. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Format (formaat), Size (grootte) en Location (locatie). Educational: Educatieve of pedagogische eigenschappen van de bron. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Interactivity Type (interactiviteittype), Intended end user role (beoogde rol van de eindgebruiker), Typical Age Range (beoogde leeftijdscategorie), Learning Resource Type (type bron, bijv. oefening, narratieve text, simulatie, examen, experiment) en Context (bijv. basisonderwijs). Rights: Voorwaarden voor het gebruik van de bron. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Cost (kosten) and Copyright en Other Restrictions (overige restricties). Relation: Eigenschappen van de bron in relatie tot andere bronnen. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Kind (soort, bijv. IsPartOf, Requires, IsRequiredBy, IsBAsedOn) en Resource (bron) k 54 TELEMATICA INSTITUUT

55 Annotation: Commentaar op het educatieve gebruik van de bron. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Person (persoon) en Description (beschrijving). Classification: Beschrijving van een karakteristieke eigenschap van de bron door entries in classificaties. Voorbeelden van attributen van deze categorie zijn Purpose (doel (van de classificatie van het object), bijv. Skill Level of Security level) and Source (bron: naam van het classificatiesysteem). IEEE LOM bevat verschillende elementen die gemapt kunnen worden op de Dublin Core metadataset (zie Tabel 4-1). DC.Identifier DC.Title DC.Language DC.Description DC.Subject DC.Coverage DC.Type DC.Date DC.Creator DC.OtherContributor DC.Publisher DC.Format DC.Rights DC.Relation 1.3:General.CatalogEntry. 1.1:General.Identifier is currently a reserved term, as there is no specified method for the creation of a globally unique identifier. 1.2:General.Title 1.4:General.Language 1.5:General.Description 1.6:General.Keywords or 9:Classification with 9.1:Classification.Purpose equals Discipline or Idea. 1.7:General.Coverage 5.2:Educational.LearningResourceType 2.3.3:LifeCycle.Contribute.Date when 2.3.1:LifeCycle.Contribute.Role has a value of Publisher :LifeCycle.Contribute.Entity when 2.3.1:LifeCycle.Contribute.Role has a value of Author :LifeCycle.Contribute.Entity with the type of contribution specified in 2.3.1:LifeCycle.Contribute.Role :LifeCycle.Contribute.Entity when 2.3.1:LifeCycle.Contribute.Role has a value of Publisher. 4.1:Technical.Format 6:Rights 7:Relation DC.Source 7.2:Relation.Resource when the value of 7.1:Relation.Kind is IsBasedOn. Tabel 4-1. Dublin Core Mapping (ontleend aan LOM Draft 6) De bedoeling van IEEE LOM is een basisschema te specificeren waarop voortgebouwd kan worden bij toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld om automatische, aanpasbare planning van leerobjecten door software agenten mogelijk te maken. IEEE LOM is nog geen officiële standaard, alhoewel de specificatie inmiddels redelijk stabiel is EML Het doel van EML (Educational Modelling Language) is zoals de naam al doet vermoeden het modelleren van onderwijs. EML is dus geen metadatastandaard. De taal is ontwikkeld door de Open Universiteit als basis voor het leerplatfom Edubox. Een belangrijk onderdeel van deze op XML gebaseerde taal is het metadataschema. Andere voorbeelden van elementen binnen EML zijn Role (bijv. learner, staff), Content en PRE -LEARN 55

56 Activity. De metadata beschrijft de verschillende onderdelen van het gemodelleerde onderwijs. Bijvoorbeeld, de studie-eenheid, de activiteit, de activiteitstructuur, de video, de audio, het kennisobject en het leerdoel kunnen metadata toegekend krijgen. De titel (Title) is het enige verplichte metadataelement. Optionele beschrijvende elementen zijn: Creator (bijv. auteur), Description, Keywords, Copyright, Study-load (bijv. in studiepunten of studie-uren), Objecttype (bijv. curriculum), Supplied (specificeert of een object wordt aangeboden in een bepaalde omgeving), Contributor (iemand die een bijdrage heeft geleverd aan de specificatie), History (registratie van veranderingen in de loop der tijd), Status (huidige status van een object), Creation-date, Date-last-change, Min-completion-time, Max-completion-time en Meta (generiek model voor andere metadataspecificaties). Onder het laatste element biedt EML dus de mogelijkheid metadata in te voeren volgens een andere metadataspecificatie (al dan niet een standaard). EML wordt in dit hoofdstuk genoemd omdat het nergens anders in dit document aan de orde komt en omdat wij het EML/Edubox-initiatief zien als een goede Nederlandse bijdrage aan het e-learning domein MPEG-7 MPEG-7 is een metadatastandaard die zich richt op de beschrijving van multimediainformatie. Het Telematica Instituut is intensief betrokken bij het standaardisatieproces, onder andere bij het mappen van andere standaarden zoals de Dublin Core op elementen van MPEG-7. De standaard zou in het najaar van 2001 gereed moeten zijn. MPEG-7 bevat naast Dublin-Core-achtige elementen die toegesneden zijn op audiovisuele informatie onder andere mogelijkheden om structuur aan te brengen in audiovisuele informatie. Dit laatste houdt in dat audiovisuele content gesegmenteerd kan worden op basis van temporele en/of spatiële aspecten (zie ook Sectie 4.3). 4.3 Structuur In de Dublin Core en IEEE LOM wordt geen aandacht besteed aan de structurering van content. Beide standaarden zijn bedoeld voor identificatie van content. Dit impliceert dat de standaarden niet bedoeld zijn voor het zoeken binnen documenten. Daarom speelt het structureren van documenten geen rol. MPEG-7 is bedoeld voor content beschrijving. Daarom wordt er binnen MPEG-7 veel aandacht besteed aan het structureren van audiovisuele content op basis van temporele en/of spatiële aspecten. Op deze manier kan er bijvoorbeeld aan de scène van 10 minuten en 11 seconden tot 14 minuten en 45 seconden metadata toegekend worden. MPEG-7 besteedt geen aandacht aan het structureren van teksten. Er wordt vertrouwd op talen als HTML en XML voor het aanbrengen van structuur in teksten (bijvoorbeeld hoofdstukken en secties) maar ook voor het aanbrengen van links. Standaarden als Dublin Core en IEEE LOM kunnen gebruikt worden als content beschrijvingsstandaarden door de structureringsaspecten te lenen van MPEG-7 en XML/HTML. Voor contentgebaseerd zoeken in educatieve content zou dus een combinatie gemaakt moeten worden van MPEG-7 en IEEE LOM. 56 TELEMATICA INSTITUUT

57 Ook content packaging standaarden zoals IMS content packaging worden gebruikt om structuur aan te brengen in educatief materiaal. Verschillende educatieve objecten (bijvoorbeeld plaatjes, hoofdstukken, secties, animaties) kunnen stuk voor stuk worden voorzien van metadata en kunnen verpakt worden tot grotere gehelen die op hun beurt ook weer van metadata voorzien kunnen worden. De grotere gehelen kunnen op meerdere manieren georganiseerd worden, bijvoorbeeld hiërarchisch of als semantisch netwerk. 4.4 Conclusies Metadata is van belang voor drie doeleinden: het zoeken naar een document, het zoeken binnen een document en tailoring van documenten. Er zijn de afgelopen jaren verschillende metadatastandaarden ontwikkeld en aan een aantal wordt nog gewerkt. Ook binnen het onderwijsdomein wordt er een metadata standaard ontwikkeld: IEEE LOM. De specificatie is inmiddels redelijk gestabiliseerd, maar het is nog geen officiële standaard. Omdat IEEE LOM zich niet expliciet richt op audiovisuele content zou het nuttig kunnen zijn om gebruik te maken van onderdelen uit de audiovisuele standaard in ontwikkeling, MPEG-7. PRE -LEARN 57

58 58 TELEMATICA INSTITUUT

59 5 E-learning architectuursystemen 5.1 Introductie Het begrip e-learning is iets waar velen iets anders onder verstaan, maar voor dit deel zal de volgende definitie worden aangehouden. E-learning is een proces waarbij kennis en vaardigheden worden overgedragen of opgebouwd, en waarbij Informatie- en Communicatie Technologie (ICT) wordt gebruikt ter ondersteuning. Merk op dat deze definitie niet in tegenspraak is met de definitie in 1.1. De definitie van dit hoofdstuk neemt wel een andere insteek: een insteek die beter past bij de uitleg en analyse van architecturen. De intentie van deze definitie is dat het onderwijskundige en psychologische proces het primaire proces is. Een andere intentie van deze definitie is dat ze aangeeft dat e-learning een spectrum heeft met als ene limiet het gebruik van geen enkele ICT technologie 12, en als andere limiet de scène in de film Matrix waarbij de heldin zich in een virtuele wereld bevindt en door het downloaden van een helikopterpilootmodule en enig hoofdschudden leert vliegen. Het limietgeval aan de onderkant van het spectrum is waarschijnlijk relevanter dan dat aan de bovenkant. Juist omdat e-learning een essentieel menselijke component heeft, is het wat moeilijk te vangen in het soort rigide structuren dat nodig is voor softwarearchitecturen. Leren is bovendien zelfs voor een menselijk proces ingewikkeld, en een proces dat op vele wijzen kan plaats hebben. Niettemin is de LTSC (learning technology standards committee, een van de vele IEEE-commissies vrijwel klaar met een ontwerp van een referentiearchitectuur voor leertechnologie, de LTSA (learning technology systems architecture (http://www.edutool.com/ltsa/). Er wordt in getracht die abstracte processen en componenten te identificeren die in een e-learning systeem relevant zijn voor het ontwerpen van softwaresystemen. Het is expliciet niet bedoeld als een leertheorie. Ons zijn geen andere projecten van deze aard bekend. De zin van een dergelijke architectuur is de volgende. Aan de ene kant vormen abstracte componenten goede kandidaten voor een decompositie van een te implementeren softwaresysteem. Dit is een belangrijke stap bij het ontwerp van een systeem. De abstracte componenten en processen die in de LTSA worden geïdentificeerd kunnen een zeer verschillende implementatie hebben, en in verschillende e-learning systemen kunnen heel verschillende accenten gelegd worden. De pretentie van een referentiearchitectuur is dat ze voldoende abstract en algemeen is, om, binnen haar toepassingsgebied, de basis te vormen voor vrijwel elke zinvolle concrete systeemarchitectuur. Aan de andere kant hoor je aan een referentiearchitectuur te kunnen zien waar de kritieke interfaces tussen componenten liggen. Immers, het ideaal van een softwarearchitectuur is om het systeem te verdelen in delen die behalve elkaars interface niets van elkaar weten. Componenten die dezelfde interface aanbieden zijn dan (in theorie) uitwisselbaar. Dit maakt zulke interfaces goede kandidaten voor standaardisatie. Goede standaardisatie k 12 Het nut van het beschouwen van zulke limietgevallen is dat het begrippenapparaat een grotere algemeenheid geeft en bovendien een duidelijk verband legt met meer traditionele vormen van onderwijs. PRE -LEARN 59

60 maakt het mogelijk om componenten onafhankelijk van elkaar te ontwikkelen. Vaak ontstaat een markt voor zulke componenten, zodat ze van de plank gehaald kunnen worden, en niet iedereen het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. Als hergebruik voldoende belangrijk is om de kosten en moeite van het standaardiseren te dekken, zorgt het voor kostenverlaging en/of een grotere functionaliteit. Als we een metafoor gebruiken: lego is een schoolvoorbeeld van een systeem waarvan de functionaliteit wordt bepaald door de mogelijkheid componenten te combineren. Elk voor zich hebben de componenten slechts een geringe functionaliteit. De flexibiliteit van lego is het gevolg van het hardnekkig vasthouden aan een goed gekozen rigide standaard interface : de bekende lego noppen met een vaste grootte op een vaste afstand van elkaar. Mutatis mutandis laat deze beschouwing ook het grote belang zien van het identificeren van componenten en processen die niet alleen binnen, maar ook buiten de leertechnologie te onderkennen zijn. Het betekent immers dat de interface van deze componenten kan aansluiten op standaarden die buiten de directe leertechnologie context liggen, en die dus door meer aanbieders worden ondersteund. Voor leertechnologie zijn dit vooral de componenten die door webtechnologie met alle omliggende standaarden zoals HTML en XML kunnen worden ondersteund, en diegene die een grote hardware- en software-infrastructuur nodig hebben zoals een netwerk. 5.2 De LTSA De LTSA-referentiearchitectuur voor e-learning systemen bestaat uit een aantal lagen die van boven naar beneden een afnemende mate van abstractie vertonen. Voor de referentiearchitectuur is laag 3 het belangrijkst. Het is de enige die gestandaardiseerd is en die we hier zullen beschrijven. In deze laag worden de systeemcomponenten van een e-learning systeem beschreven evenals hun onderlinge relatie, d.w.z. welke data ze uitwisselen. De LTSA is een procesmodel, d.w.z. dat belangrijke systeemcomponenten processen zijn, die min of meer onafhankelijk en parallel plaats kunnen hebben. Het is echter duidelijk de intentie van de auteurs dat deze processen corresponderen met functies die in het systeem worden geïmplementeerd, hetzij door een software systeem, hetzij door een mens. Er kunnen goede redenen zijn om meerdere processen binnen een softwaresysteem (of mens) plaats te laten hebben of juist om een proces te verdelen over meerdere softwarecomponenten. De metafoor die de auteurs zelf gebruiken is een stereo-installatie. De radio-ontvangst en versterking processen kunnen door één discrete component worden uitgevoerd (een tuner/versterker: twee processen in een component), of omgekeerd kan de digitaal-analoog conversie van een CD-speler in de versterker plaats vinden om de signaal/ruis verhouding te verbeteren zoals je soms in peperdure stereoinstallaties ziet (een proces verdeeld over twee componenten) De LTSA systeem componenten In het volgende diagram zijn de componenten van het LTSA-systeem aangegeven. 60 TELEMATICA INSTITUUT

61 Multimedia Learner Entity Behavior Delivery Learning Content Learning Resources Locator Interaction Context L o c a t o r Catalog Info Query Learning Preferences Coach A s s e s s m e n t (history) Performance/ Preferences (new) Evaluation Performance (current) Learner Records Figuur 5-1. De LTSA systeem componenten; overgenomen van 1999 Edutool.com De LTSA systeemcomponenten zijn: Processen (ovalen): Learner Entity, Evaluation, Coach, Delivery. Opslagplaats (rechthoeken): Learner Records, Learning Resources. Informatie stromen (pijlen): Learning Preferences, Behaviour, Assessment Information, Performance and Preference Information (3x), Query, Catalog Info, Locator (2x), Learning Content, Multimedia, Interaction Context. Wat opvalt is de terugkoppel lus in dit diagram: een lerende krijgt leermateriaal aangeboden, maar wegens de onbetrouwbaarheid van een menselijke lerende moet er getoetst worden of de informatie wel juist is overgekomen. Welk materiaal vervolgens wordt aangeboden, hangt van deze toets af. De auteurs van de standaard zien dit als hetgeen wat een leerproces onderscheidt van bijvoorbeeld een multimedia-entertainmentsysteem of een decision-support-systeem. Er wordt overigens wel opgemerkt dat het beschouwen van een leersysteem als een controle- en feedbacksysteem een oversimplificatie is. We bespreken nu de componenten kort. Welke daarvan in de praktijk het belangrijkste zijn, hangt van de situatie en de implementatie af. Het is zelfs mogelijk dat in een leersysteem enkele componenten helemaal niet voorkomen. Hoewel de processen (ovalen) en opslag plaatsen (rechthoeken) het meest dominant in het plaatje aanwezig zijn, spelen de informatie stromen (pijlen) een net zo grote rol. In het bijzonder komen de informatie stromen, of beter gezegd de dataformaten als eerste in aanmerking voor standaardisatie. De learner entity is een abstractie van een menselijke lerende. Het zal meestal een enkele lerende representeren, maar het kan ook een groep van lerenden zijn, die individueel of in een groep leren. In een klassikale lessituatie kan het bijvoorbeeld zinvol zijn om de hele klas als een learner entity op te vatten. Het Coach proces kan in een e-learning systeem door een mens worden waargenomen, maar veelal ook door de computer of een combinatie daarvan. Dit is omdat voor het doel van de LTSA workflow management de belangrijkste taak van de Coach is. De Coach onderhandelt met de Learner Entity over de uit te voeren leertaak (Learning Preferences). PRE -LEARN 61

62 Dan krijgt de Coach de huidige stand van zaken van de lerende (Assesment) en wordt de stand van zaken uit het verleden opgevraagd (Performance and Preference Information) uit de Learner Records. Binnen het Coach proces wordt nu een beslissing genomen over het aan te bieden leermateriaal. Het kan daarbij nodig of wenselijk zijn om opnieuw te onderhandelen met de Learner Entity (via Learning Preferences) waarbij eventueel ook de zojuist verkregen beoordeling (Assesment) kan worden medegedeeld. Het beslissingsproces resulteert in een Query op het leermateriaal (Learning Resources) die een lijst met informatie over (hopelijk) relevant leermateriaal oplevert (Catalog Info oftewel learning object meta data). Aan de hand van de Catalog Info wordt dan definitieve beslissing genomen over welke leerstof aan te bieden is, of wordt eventueel een nieuwe query uitgezet. Uiteindelijk resulteert dit in een Locator (filenaam, URL, boektitel, ISBN-nummer) voor het leermateriaal. De Coach kan ook informatie over al deze beslissingen (die uiteindelijk de lerende betreffen) in de Learner Records bijhouden. Het Evaluation proces is verantwoordelijk voor het omzetten van het gedrag (Behaviour) van de Learner Entity in voor het systeem zinvolle gegevens. Een heel basaal voorbeeld is dat een muisklik door het evaluatieproces wordt omgezet in antwoord c van vraag 7. In een minder basaal voorbeeld wordt het gedrag verder geëvalueerd en bijvoorbeeld omgezet in een waarderingscijfer. Het evaluatieproces heeft een context waarin het deze evaluatie moet uitvoeren: het proces weet welk leermateriaal is aangeboden (Interaction Context), hoe de lerende in het verleden heeft gepresteerd (Performance) en wat de Coach van de Learner Entity verwacht (strikt genomen alleen als deze dat in de Learner Records heeft bijgehouden - ook via Performance). Het evaluatieproces kan de huidige performance in de Learner Records bijhouden en wegschrijven in de Learner records (Performance (current)). Uiteindelijk geeft het evaluatieproces een beoordeling van het gedrag van de Learner Entity (Assesment) aan de Coach. Hoe vaak deze beoordeling gedaan wordt en wat hij precies inhoudt, hangt helemaal van de situatie af: variërend van een iedere milliseconde voor de joystick van een flightsimulator tot na vele jaren voor een universiteitsgraad. Het Delivery proces kan op basis van de Locator, die van de Coach afkomstig is, een stuk learning content ophalen en dit multimediaal aan de Learner presenteren. Een goed voorbeeld is een webbrowser die voor de URL een HTML-pagina ophaalt en deze vervolgens multimediaal presenteert. De reden om dit proces op te delen, is dat het typisch een grote technische infrastructuur vraagt en dat de benodigde interfaces typisch niet afhankelijk van een bepaalde leertechnologie zijn en dus gebruik kunnen maken van andere standaarden De LTSA ingevuld Omdat de LTSA-architectuur nogal abstract is, identificeren we (een aantal) LTSAcomponenten in een aantal leeromgevingen Klassiek klassikaal onderwijs Dit is een limietvoorbeeld omdat er geen ICT-componenten aan te pas komen. We gaan de componenten in het diagram min of meer met de klok mee identificeren. Learner Entity: de leerlingen in de klas. 62 TELEMATICA INSTITUUT

63 Behaviour: het maken van proefwerken door leerlingen Evaluation: het opstellen en beoordelen van proefwerken door de leraar Assessment: cijfers die de leerlingen hebben gehaald Learner records: het boekje waarin de leraar de proefwerkcijfers van zijn leerlingen bijhoudt Coach process: het leiden van de klas door de leraar, i.h.b. het vaststellen wat er als volgende op het lesprogramma moet komen Learning Resources: de schoolboeken van de leerlingen en de kennis van de leraar in zijn hoofd Locator: de opdracht om hoofdstuk 3 te lezen Delivery: voor schoolboeken het openslaan van het boek bij hoofdstuk 3. Voor de kennis van de leraar: deze mondeling en op het schoolbord presenteren. In beide gevallen: het maken van de aantekening dat hoofdstuk 3 behandeld is, om dit te gebruiken bij de evaluatie Interaction context: de aantekeningen over wat behandeld is Multimedia: de schoolboeken en de live presentatie van de leraar. Natuurlijk speelt binnen een echte klas veel meer dan het maken van proefwerken en het openslaan van boeken. Waar het binnen de LTSA om gaat, is dat binnen een model van het proces wat je met een elektronisch in plaats van papieren systeem wilt ondersteunen, je de LTSA-processen en componenten inderdaad ziet terugkeren. Wat we ook terugzien, is dat verschillende processen (in dit geval het Coach proces, het Evaluation proces en het Delivery proces) door één en dezelfde persoon kunnen worden gedragen. Niettemin blijkt ook in dit voorbeeld dat het inderdaad om verschillende processen gaat: het is niet ongebruikelijk dat leerlingen door anderen worden geëvalueerd dan door de leraar die de lessen verzorgt (denk bijv. aan het centraal schriftelijk eindexamen), of dat de leraar die lesgeeft, niet het lesprogramma vaststelt (bijv. omdat dit in overleg met een hele vaksectie gebeurt) Een computer cursus op het web Er zijn op het web vele online-cursussen te vinden die computer gerelateerde kennis overdragen, bijvoorbeeld omtrent programmeertalen. Een mooi voorbeeld vormen de cursussen op op het gebied van HTML, XML e.d. Het is een verzameling webpagina s met navigatiestructuur (previous, next en de titels van de verschillende pagina s) en een aantal multiple choice vragen. Er is ook de mogelijkheid om te experimenteren met bijvoorbeeld Javascript door voorgegeven scriptjes te editten en ze dan te laten uitvoeren. Learner Entity: de websurfer Behaviour: het invullen van de multiple choice vragen en de edits van de scriptjes Evaluation: het systeem telt aantal goed bij mutiple choice vragen en laat op verzoek zien welke je fout hebt gedaan, de javascript interpreter evalueert (d.w.z. interpreteert) het veranderde scriptje en laat het resultaat zien Learner records: het systeem houdt bij welke pagina s je al gezien hebt en welke vragen van de multiple choice je goed en fout hebt gedaan Coach: ook de websurfer, hij bepaalt zelf wat hij als volgende wil doen. Hij doet dat (nemen we aan) op basis van de feedback die hij krijgt, i.h.b. kan hij zien welke pagina s hij al gehad heeft Learning resources: de website Catalog info: de navigatie buttons PRE -LEARN 63

64 Query: er schijnt geen zoekmachine te zijn dus dit vervalt Locator: de click op de navigatiebutton Delivery: het weergeven van de HTML-pagina s door de webbrowser Een vlucht simulator Veel van de standaardisatie-aanzetten voor e-learning komen uit de luchtvaartindustrie (AICC ). Eén van de redenen is dat de levensduur van vliegtuigen lang is en dat het noodzakelijk is dat er op een gestandaardiseerde manier getraind moet worden. Voor een vluchtsimulator is het zinvol twee parallelle LTSA-architecturen te onderscheiden: één voor de vluchtsimulator zelf, en één die het leerproces met de vluchtinstructeur beschrijft (dit verschilt van wat er in de Draft staat). Voor de simulator zelf: Learner Entity: de piloot Behaviour: Het totaal aan reacties zoals joystickbewegingen, switches die omgezet worden, kortom alles waarmee het gesimuleerde vliegtuig bestuurd wordt. Verder de cockpit gesprekken Evaluation: het simulatieproces dat dit interpreteert als gesimuleerde thrust, ailerons, en landingslichten e.d. Verder wordt (waarschijnlijk) alles opgeslagen om een playback-mogelijkheid te hebben, inclusief de cockpit gesprekken Assesment: de thrust, flapbewegingen enz. Coach: Het proces dat thrust, flapbewegingen e.d. omrekent in bewegingen van het vliegtuig Locator: gesimuleerde positie en oriëntatie van het vliegtuig Delivery: ten eerste het berekenen hoe de gesimuleerde bewegingen zich vertalen in wat de piloot ziet, en ten tweede het visualiseren van die omgeving en het bewegen van de simulator Learning resources: het geheel aan hardware en software dat deel van de simulator uitmaakt Voor het leerproces: Learner Entity: de piloot Behaviour: alles wat de flight instructor kan zien, dus de gesimuleerde instrumenten, de gesimuleerde omgeving en dat wat hij zinvollerwijze uit de playback kan halen. Verder de cockpit gesprekken waar de instructor direct naar meeluistert. Evaluation: het beoordelingsproces van de flight instructor. Coach: door de flight Instructor: het beslissen welke gesimuleerde vlucht moet worden gevlogen of eventueel of de vlucht moet worden af gebroken. Delivery: het vluchtsimulatieproces Learning Resources: de vluchtsimulator 5.3 De ADL SCORM architectuur Het Department of Defense (DoD) in de VS is genoodzaakt grote hoeveelheden personeel op te leiden en beschikt over een ruim budget. In november 1997 heeft het samen met White House Office of Science and Technology Policy (OSTP) het ADL (Advanced Distributed Learning) initiatief gestart met als doel overal en altijd beschikbaar kwaliteitsonderwijs te kunnen bieden op basis van het web en off the shelf technologie. Vanaf het begin is de strategie geweest om bestaande technologieën en standaarden te integreren, en de samenwerking aan te gaan met belangrijke partners als 64 TELEMATICA INSTITUUT

65 het IMS, AICC, IEEE-LTSC en het Europese Ariadne project. Ook de samenwerking met ontwikkelaars is niet vergeten en er is gezorgd voor mailinglists en websites. Verder zijn de leiders van het project zeer effectief geweest in het verzamelen van politiek draagvlak. Ook andere departementen hebben zich bij het initiatief aangesloten en het ADL geldt per presidentieel decreet als de leider van een algemeen e-learning initiatief binnen de Amerikaanse regering. Het ADL heeft de SCORM standaard (Sharable Content Reference Model) opgeleverd. De standaard is net de experimenteerfase ontgroeid. Het is vooral te zien als een envelop om een aantal reeds bestaande standaarden van IMS, AICC en IEEE samen met een standaard-api voor een leermanagementsysteem (LMS). SCORM SECTION 2: Content Aggregation Model 2.2 Meta-data Dictionary (from IEEE) SECTION 3: Run-Time Environment 3.4 Data Model (from AICC) 2.3 Content Structure Format (derived from AICC) (External Ref) Meta-data XML Binding Best Practice (from IMS) 3.2 Launch, 3.3 Communication API (from AICC) Figuur 5-2. De SCORM als een collectie standaarden; overgenomen van ADL initiative In de SCORM wordt multimedia-leermateriaal gestructureerd in aparte, geheel op zichzelf staande pakketjes (SCO s, Sharable Content Objects), die weer in hiërarchisch gestructureerde blokken worden samengevoegd. Welke SCO s worden aangeboden, en in welke volgorde, is neergelegd in een apart XML-document, het zogenaamde Content Structured Format (CSF) (of het analoog daarvan in de IMS packaging standaard). Metadata, zowel (inhouds-) technische als ook van didactische aard, kan dan op alle aggregatieniveaus worden toegevoegd. SCORM gebruikt de speciaal voor educatieve toepassingen bedoelde IEEE LOM metadata standaard, maar lijkt ook alle ruimte open te laten voor het gebruik van andere metadata standaarden. Het eigenlijke aanbieden van de SCO s gebeurt door het leermanagementsysteem (LMS) en een standaard webbrowser, aan de hand van het CSF document. Het LMS houdt ook de vorderingen van de lerende bij, en kan de over de lerende opgeslagen informatie gebruiken om de volgorde en het aanbod aan te passen. Deze opzet is gekozen om enerzijds content gemakkelijk herbruikbaar te maken en op de lerende af te stemmen, en anderzijds een totale leeromgeving als standaard webapplicatie mogelijk te maken. Om de verbreiding van de SCORM te vergroten biedt het ADL op haar website een referentie implementatie van het leermanagementsysteem aan in de vorm van Javaservlets. Deze implementatie is duidelijk alleen bedoeld voor demodoeleinden, maar zou als een basis kunnen bieden voor verdere implementatie. Daarnaast is er een SCORM compliance test, en een aantal voorbeeld SCORM-cursussen met onderwerpen die variëren van afsluitkranen tot pensioenplannen. PRE -LEARN 65

66 5.4 De SCORM SCO Het Scalable Content Object (SCO) is de kleinste contenteenheid die door het leermanagementsysteem kan worden bijgehouden. Het is daarom ook de kleinste logische herbruikbare eenheid van een stuk leermateriaal binnen de SCORM-architectuur. Een SCO is bedoeld als kleinere eenheid dan een les die in een keer kan worden aangeboden. Een enkele afbeelding kan bijvoorbeeld een goede kandidaat voor een SCO zijn, omdat het een in zichzelf afgesloten geheel is en goede kandidaat is voor hergebruik. Een SCO is collectie van een of meer stukken media zoals XML/HTML, audio, video, gegevens, en eventueel scripts (een asset). Metadata wordt apart gehouden: de combinatie van SCO en de bijbehorende metadata gaat in een aparte container, de tagged SCO. Een SCO mag niet zelf refereren aan andere SCO s. Dit is om te voorkomen dat een SCO teveel afhangt van de context en daarmee minder goed herbruikbaar wordt. Het in de juiste volgorde brengen van stukken leermateriaal is de exclusieve taak van leermanagementsysteem in combinatie met een Content Stucture Format document. Omdat een SCO wel toegang tot heeft tot het LMS via een API van Javascript-calls is het mogelijk hyperlinkachtige structuren tussen SCO s te maken terwijl het LMS toch bij kan houden wat de weg van de lerende door het materiaal is. De communicatie van een SCO met het leermanagementsysteem gaat via een set Javascript-calls. Deze calls vormen uitsluitend een standaard interface naar het eigenlijke leermanagementsysteem dat aan de serverzijde zit en bijvoorbeeld als een verzameling Java-servlets kan worden geïmplementeerd. Een SCO is verplicht zich aan de SCORM runtime environment te houden (minimaal in staat zijn het LMS te vinden, te initialiseren, en zich weer af te melden). Figuur 5-3. Een tagged SCO; overgenomen van ADL initiative SCO s kunnen worden samen gepakt tot grotere blokken (blocks) die zelf ook weer hiërarchisch in blokken kunnen zijn gestructureerd. Deze blokken zijn bedoeld als meer didactische eenheden. Zoals op elk aggregatieniveau kunnen blokken van metadata worden voorzien Het Content Structured Format (CSF) document Het CSF-document is een XML-document dat de hiërarchische structuur van het leermateriaal beschrijft, en de volgorde waarin de blokken en SCO s moeten worden 66 TELEMATICA INSTITUUT

67 aangeboden. Het CSF-document bevat zelf alleen referenties naar de SCO s en naar de bijbehorende metadata. Het CSF-document is LMS-onafhankelijk, en maakt het daarmee mogelijk om content geschreven voor LMS A te gebruiken voor LMS B. Het is niet noodzakelijk dat leermanagementsystemen het CSF intern als organisatiemedium gebruiken. De CSF is niet hetzelfde als een content packaging technologie: packaging is het fysiek samenbundelen van alle content (inclusief de media assets) en er een paklijst (manifest) bijstoppen om het te kunnen versturen van het ene LMS naar het andere. De CSF is waarschijnlijk een overgangsverschijnsel omdat de IMS content packaging standaard de taak van de CSF kan overnemen. Zowel de IMS packaging standard alsook de ADL-CSF zijn aangepast zodat er een uniform structuurformaat kan ontstaan. Het ADL heeft aangegeven op het IMS packaging systeem over te willen gaan. Figuur 5-4. Een tagged Content Aggregation met referenties aan tagged blocks en SCO s; overgenomen van ADL initiative Metadata De SCORM gebruikt hetzelfde metadatamodel als het IMS Learning Resource Meta Data Information model, de bijbehorende XML-binding en het model van best practices. Deze metadatastandaard bouwt voort op de IEEE LOM. De LOM standaard heeft Dublin core elementen en een aantal educatieve elementen. Zie verder sectie De SCORM runtime environment De SCORM run time environment is gebaseerd op de AICC CMI001 guidelines for interoperability. Het heeft als verantwoordelijkheid een consistent systeem te leveren voor het starten van SCO s, onafhankelijk van het onderliggende LMS. De run time API is een set Javascript-calls (hoewel er ook sprake is van overgang op een SOAP-gebaseerd model). De API laat een transactiemodel toe waarbij data met het LMS wordt uitgewisseld. De Javascript-API s communiceren aan de clientside met een API-adapter. Deze adapter kan dan data uitwisselen in een formaat en protocol naar keuze met het LMS aan de serverzijde die het eigenlijke werk doet. PRE -LEARN 67

68 Het is de verantwoordelijkheid van de LMS-server om de SCO s in de juiste volgorde te starten. In het SCORM-model wordt slechts een SCO tegelijk gestart. Het LMS moet ook voor navigatie zorgen en het CSF-document interpreteren, dit omdat het bepaalt welke SCO gestart moet worden. Tenslotte mag het LMS de vorderingen van de leerling bijhouden. Hierdoor kan het LMS het leeraanbod personaliseren. Web Browser Web Browser Sharable Content Object (SCO) API LMS Client API Adapter Implemented as a Java Applet Sharable Content Object (SCO) API LMS Client API Adapter Implemented in JavaScript SCO Launch Protocol must be HTTP LMS Server(s) LMS Client/Server Protocol Implemented as HTTP SCO Launch Protocol must be HTTP LMS Server(s) LMS Client/Server Protocol Implemented as HTTP Data Persistence Java Servlets or Java Server Pages (JSPs) Web Server Data Persistence Active Server Pages (ASP) COM Web Server Figuur 5-5. Twee typische voorbeelden van een SCORM LMS client/server achitectuur; overgenomen van ADL-initiative 5.5 Overzicht belangrijke standaarden Tabel 5-1 geeft een overzicht van belangrijke standaarden en bijbehorende functionaliteiten. 68 TELEMATICA INSTITUUT

69 Tabel 5-1. Overzicht belangrijke standaarden en functies Belangrijke Standaarden ADL SCORM AICC AGR 06 guidelines AICC AGR 010 guidelines Dublin core IEEE LOM IMS metadatastandaard IMS packaging standaard MPEG Functie Pakket van standaarden: gebaseerd op kleine herbruikbare pakketjes leermateriaal. Bouwt voort op AICC data model en run time guidelines, IEEE LOM en IMS metadata standaard, en IMS packaging standard (binnenkort) Richtlijnen voor hoe een filegebaseerd leermanagementsysteem moet communiceren met een systeem dat leerresultaten bijhoudt. Hetzelfde maar dan voor webgebaseerde systemen Een algemeen verbreide standaard voor bibliografische metadata als titel, auteur, keywords en auteursrechten Een internationale standaard voor leermateriaal die voortbouwt op de Dublin Core. Heeft ook didactische elementen zoals het niveau van het leermateriaal Een metadatastandaard die voortbouwt op IEEE LOM en bovendien duidelijke richtlijnen geeft hoe deze standaard in XML te implementeren is Standaard voor het hiërarchisch structureren en samen pakken van educatief materiaal Pakket standaarden voor multimedia. Bijvoorbeeld voor gecomprimeerde video s (MPEG 1 en 2), multimedia metadata (MPEG 7) en rights-management (MPEG 21) 5.6 Conclusies De LTSA architectuur is een zeer algemene proces architectuur voor e-learning systemen. Het is bedoeld als hulpmiddel voor het ontwerpen van een systeem voor het consumeren van educatieve content. Door de algemeenheid van de architectuur is deze breed toepasbaar, en maakt deze duidelijk waar het zinvol is om interfaces te standaardiseren. Aan de andere kant is de architectuur weer zo algemeen dat er nog (minstens) een laag aan concretiseren nodig is voor je een functionele architectuur voor een gegeven e-learning systeem hebt. Een inzicht wat de LTSA architectuur biedt is het belang van een feedback loop in het leerproces, en de rol van de Coach daarin. Het Coach proces besluit op basis van een Evaluation proces en input van de lerende wat de content is die een lerende in de volgende stap zal worden aangeboden. Het Coach proces moet dus door een planning en workflow management functie worden gedragen. De ADL-SCORM is een verzameling standaarden die het mogelijk maakt om educatieve content in onafhankelijke herbruikbare en zoekbare eenheden op te delen, die over het web kunnen (maar niet moeten) worden gedistribueerd. Het belangrijkste ontwerp criterium is dat de SCORM het mogelijk moet maken om content van verschillende aanbieders op verschillende leersystemen te kunnen gebruiken. Een ander belangrijk design criterium is dat de standaard zowel technisch als politiek breed gedragen moet worden. Technisch bouwt de SCORM voort op bestaande standaarden van de AICC voor het volgen van lerenden, op de IEEE-LOM en IMS metadata standaarden, en de IMS packaging standaard voor het verpakken van de educatieve standaard. De SCORM PRE -LEARN 69

70 voegt daar een API voor een Leer Management Systeem (LMS) aan toe. Dit LMS heeft als taak de in kleine stukjes opgedeelde documenten als een coherent document aan de gebruiker te presenteren, en de voortgang van de lerende bij te houden. De standaard laat vrij of dit op een intelligente gepersonaliseerde manier gebeurt of dat domweg de volgorde van het document wordt aangehouden. De LMS implementeert dus het Coach proces in de LTSA architectuur. Politiek lijkt het ADL initiatief ook succesvol omdat het met vele partijen samenwerkt en vanuit de Amerikaanse regering (vooral het Department of Defense) ondersteund wordt. 70 TELEMATICA INSTITUUT

71 6 Infrastructuur op scholen, de huidige stand van zaken 6.1 Inleiding Op het gebied van infrastructuur is het tegenwoordig zo dat praktisch op elke plek een aansluiting op Internet kan worden gerealiseerd en dat gebruik kan worden gemaakt van mobiele telefonie. Dit heeft echter alleen nog betrekking op applicaties met een lage bandbreedte. Wel is het zo dat momenteel allerlei ontwikkelingen plaatsvinden om in de nabije toekomst op steeds meer plaatsen aansluitingen te kunnen verzorgen met een hogere datasnelheid, zowel via vaste als via mobiele netten. Op dit moment is het erg afhankelijk van factoren zoals locatie of dergelijke aansluitingen met een hoge bandbreedte gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is het op scholen vaak een probleem om over de middelen te beschikken om er voldoende moderne computers op na te houden. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de stand van zaken wat betreft de aanwezigheid van ICT-hulpmiddelen voor onderwijsdoelen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Deze gegevens zijn afkomstig uit de ICT-monitor 13 : een systeem van periodieke gegevensverzameling voor het in kaart brengen van de ontwikkelingen op het gebied van ICT in het onderwijs. Dit systeem is ontwikkeld door het OnderzoekCentrum Toegepaste Onderwijskunde van de Universiteit Twente. Naast de in dit hoofdstuk vermelde gegevens bevat de ICT-monitor gegevens over het specifieke computergebruik op scholen, beleid, benodigde kennis en vaardigheden van docenten en leerlingen en een perspectief op de toekomst (voor wat betreft ICT-gebruik, niet qua infrastructuur). 6.2 Primair onderwijs Computers en randapparatuur In de afgelopen twee jaar is de beschikbaarheid van computervoorzieningen in het basisonderwijs sterk verbeterd. Basisscholen beschikken voor onderwijsdoeleinden gemiddeld over één computer per twaalf leerlingen. Steeds meer scholen zijn in het bezit van moderne randapparatuur zoals kleurenprinters, scanners en CD-writers. Tweederde van de scholen heeft toegang tot Internet. De verschillen tussen kleine en grotere scholen in dit opzicht zijn zo goed als verdwenen. Bijna eenderde van deze computers is uitgerust met een moderne pentiumprocessor. Het merendeel heeft een ouder type processor, meestal een 486-processor. Het grote aantal verouderde computers is voor steeds meer basisscholen een belemmering bij het computergebruik. Bijna alle leraren in het basisonderwijs uit de groepen 1 tot en met 8 werken in enige mate met computers. In het basisonderwijs wordt de computer het meest gebruikt voor het oefenen van leerstof. In de bovenbouw wordt de computer ook veel gebruikt voor het k 13 ICT-monitor homepage: PRE -LEARN 71

72 schrijven van documenten en het maken van werkstukken. De afgelopen tijd is het gebruik van ICT voor het verzamelen van gegevens toegenomen. Daarbij wordt vooral gebruik gemaakt van Internetbestanden en gegevens op CD-ROM. De inzet van ICTtoepassingen is meestal gericht op de Nederlandse taal, rekenen en aardrijkskunde. Maar liefst 92% van de leerlingen heeft thuis een computer, waarbij de computervoorzieningen van de leerlingen thuis vaak moderner zijn dan die op school! Ongeveer 90% van de scholen beschikt over een tiental computers die geschikt zijn voor programmatuur die om kan gaan met bewegende videobeelden. Bijna alle scholen hebben een tiental computers met een CD-ROM drive. 80% van de scholen beschikt over een kleurenprinter, 50% over een scanner en een klein gedeelte over randapparatuur zoals een CD-writer of een digitale camera Netwerken Het afgelopen jaar is het percentage scholen met een Internetaansluiting verdubbeld van 38% naar 67%. Tegelijkertijd is het gemiddeld aantal computers per school dat toegang heeft tot Internet gestegen van twee naar vijf. Van de basisscholen heeft 28% een intern netwerk. Op zo n intern schoolnetwerk zijn gemiddeld dertien computers aangesloten. Voor externe verbindingen wordt op de meeste scholen gebruik gemaakt van ISDNverbindingen of een analoog modem. Slechts 17% beschikt over een kabelaansluiting of een aansluiting op Kennisnet. 6.3 Voortgezet onderwijs Computers en randapparatuur In het voorjaar van 2000 was er in het voortgezet onderwijs 1 computer per 13 leerlingen die voor onderwijsdoeleinden gebruikt kon worden. Drievierde van de apparatuur was uitgerust met pentiumprocessoren. Vrijwel alle scholen hadden voorjaar 2000 de beschikking over computers uitgerust met CD-rom s en multimedia computers die om kunnen gaan met bewegende beelden en geluid. Dit aantal is sinds 1998 sterk gestegen. Zo n 25% van de scholen beschikt over een klein aantal laptops. 75% van de scholen kan beschikken over een scanner, kleurenprinter, beamer en CDwriter. Ongeveer de helft van de scholen heeft een digitale camera. Apparatuur voor videoconferencing was nauwelijks aanwezig Netwerken Vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs zijn uitgerust met een intern computernetwerk. 92% van de scholen hebben de mogelijkheid via Internet te communiceren met computers buiten de school. 38% van de scholen zijn aangesloten op Kennisnet. 37% van de scholen beschikt over een eigen Internetserver. Voor externe communicatie wordt op de meeste scholen gebruik gemaakt van een ISDNverbinding. Ongeveer eenderde van de scholen heeft een permanente high-speed verbinding via de kabel. 72 TELEMATICA INSTITUUT

73 Bij minder dan vijf procent van de scholen is het mogelijk is om van buiten de school toegang te krijgen tot het netwerk van de school. 77% van de leerlingen en 83% van de leraren kunnen gebruik maken van het World Wide Web. Voor zijn deze percentages 41% respectievelijk 58%. Over andere functionaliteit zoals chatten, nieuwsgroepen, real video en audio en beschikking over aparte schijfruimte heeft tussen de 25 en 50% van de leerlingen en leraren de beschikking. Het zelf plaatsen van websites is slechts aan 2% van de leerlingen en leraren voorbehouden Software Voor de volgende vakken was in 2000 software aanwezig op meer dan 75% van de scholen in het voortgezet onderwijs: Nederlands, de vreemde talen, wiskunde, informatiekunde, aardrijkskunde, natuurwetenschappelijke vakken en techniek. Voor meer dan 60% van de scholen betreft het de vakken geschiedenis/staatsinrichting, economie/handelskennis/recht en verzorging. Voor de andere vakken zijn de percentages scholen met software lager. 6.4 Mogelijkheden van infrastructuur en technologie voor onderwijsdoeleinden Inleiding In dit hoofdstuk worden de gegevens over ICT-infrastructuur op scholen uit het vorige hoofdstuk met elkaar in verband gebracht en trends op het gebied van ICT-infrastructuur besproken, alsmede van de mogelijke waarde van infrastructuurtechnologieën voor onderwijsdoeleinden. Delen van dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de ICT-monitor 14 en Nijland Beschikbaarheid van computers voor leerlingen Zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs is er een computer beschikbaar per ongeveer twaalf leerlingen voor onderwijsdoeleinden. Dit houdt in dat computergebruik voor onderwijsdoeleinden op veel plekken mogelijk is, maar in beperkte mate aangezien deze hoeveelheid computers in het onderwijs toch nog bescheiden is en het nog niet mogelijk maakt dat leerlingen veelvuldig van een computer gebruik kunnen maken bij de lessen. Het zal in ieder geval nog enige tijd duren voordat hiervoor op de meeste scholen een voldoende aantal computers beschikbaar is. Vanwege de grote hoeveelheid computers waarmee het computerpark nog zal moeten worden uitgebreid, de snelle veroudering van computers en de bescheiden middelen van scholen is het de vraag of het binnen enige jaren wel zo ver zal komen. Een voorlopig gebruik van computers als extra hulpmiddel bij de lessen ligt meer voor de hand dan gebruik als essentieel onderdeel van lessen. k 14 ICT-monitor homepage: 15 Nijland, R.: Onderwijs overal; lang leve het Internet?, TWA Silicon Valley, PRE -LEARN 73

74 6.4.3 Typen computers Verreweg het meest in zwang voor ICT-toepassingen zijn al enige jaren Pc s. Ten aanzien van Pc s kan onderscheid worden gemaakt tussen Pc s met een pentiumprocessor die een hoge verwerkingscapaciteit hebben en Pc s met een Intel 486-, 386- of 286- processor met een aanzienlijk lagere verwerkingscapaciteit. Pc s met pentiumprocessor zijn noodzakelijk voor multimediatoepassingen, dat wil zeggen toepassingen waarin gebruik wordt gemaakt van video, grafische afbeeldingen en geluid. Voor de langzame Pc s geldt dat ze eigenlijk niet goed kunnen worden gebruikt voor multimediatoepassingen. Ze zouden nog wel kunnen worden gebruikt voor communicatie gebaseerd op tekst zoals of chatten of voor tekstverwerken zonder al te veel grafische inhoud. Uit de gegevens van de ICT-monitor blijkt duidelijk dat in het basisonderwijs nog niet beschikt kan worden over veel snelle Pc s, wat zonder meer een belemmering is voor multimediatoepassingen. In het voortgezet onderwijs is de situatie veel beter, aangezien driekwart van de Pc s daar een pentiumprocessor heeft. Naast Pc s zijn ook laptops of notebooks goed te gebruiken als terminal. Hun capaciteiten zijn vergelijkbaar met die van Pc s, aangezien moderne laptops net zo veel verwerkingscapaciteit en geheugen te bieden hebben als snelle Pc s met pentiumprocessor. Ook de beeldschermen van laptops zijn tegenwoordig van goede kwaliteit. De aanschafprijs van laptops liggen typisch zo n duizend gulden hoger dan voor Pc s, terwijl ze wat minder handig uitbreidbaar zijn met extra interfaces of randapparatuur. Aangezien computers voor onderwijstoepassingen toch typisch gebruikt worden binnen de fysieke omgeving van de school ligt grootschalig gebruik van laptops voor onderwijsdoeleinden op korte termijn niet voor de hand. De PDA s, Personal Digital Assistants, zijn de laatste jaren op de markt gekomen als een compacte draagbare computer met functionaliteit zoals een elektronische agenda en een adressenboek. Behalve als een geavanceerde organiser hebben PDA s weinig te bieden voor specifieke onderwijsdoeleinden E-books Een bijzonder type elektronische hulpmiddelen die in de Verenigde Staten op sommige scholen al gebruikt worden zijn de e-books. Dit zijn platte apparaten met het formaat van een schrijfblok waarin elektronica zit voor de opslag van complete boeken en lesaantekeningen. Informatie kan in e-books worden opgeslagen door een verbinding tot stand te brengen met een PC, een ander e-book via bijvoorbeeld Bluetoothtechnologie of een wireless LAN. Aantekeningen kunnen worden gemaakt met een speciaal geschikte pen. Opgeslagen informatie kan worden doorzocht. E-books kunnen eenvoudig overal mee naar toe worden genomen, waarbij de leerling een grote hoeveelheid informatie ter beschikking staat, zelfs leerstof uit voorgaande jaren. E-books bieden veel functionaliteit in een handzaam apparaat en het concept zou van grote waarde kunnen zijn voor onderwijsdoeleinden. 74 TELEMATICA INSTITUUT

75 6.4.5 Randapparatuur Voor het kunnen uitwisselen van multimediale informatie is een CD-ROM speler nodig. Vrijwel alle scholen beschikken hiervoor over enkele CD-ROM drives. Ook randapparatuur om computers te kunnen gebruiken in combinatie met informatie en afbeeldingen op papier, zoals scanners en (kleuren)printers, is normaal gesproken onmisbaar en bijna alle scholen beschikken daar dan ook over. Beamers zijn dun gezaaid, hoewel deze zeer goed gebruikt zouden kunnen worden voor de presentatie van een les. CD-writers zijn ook maar op een gedeelte van de scholen aanwezig. Het is ook minder duidelijk wat deze in lessen zouden kunnen betekenen. Voor archivering van bijvoorbeeld werkstukken van leerlingen zijn ze wellicht nuttig Netwerkverbindingen Interne netwerken Zoals uit ICT-monitor blijkt hebben vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs een intern netwerk tegenover zo n 25% van de basisscholen. Een intern netwerk kan in de eerste plaats gebruikt worden voor communicatie tussen leraren onderling, zoals uitwisseling van elektronische leerstof, tussen leerlingen, zoals bij samenwerking in groepen aan opdrachten of werkstukken, of tussen leraren en leerlingen voor het al dan niet collectief verstrekken van planningen, opdrachten of aanwijzingen. Op dit moment zijn interne netwerken - Local Area netwerken vooral gebaseerd op Ethernetverbindingen met een capaciteit van 10 Megabit per seconde. Deze bandbreedte maakt veelvuldige interne uitwisseling van tekst en plaatjes mogelijk. Geavanceerde Local Area Netwerken zijn echter in opkomst: over enkele jaren kan een LAN uitgerust met Gigabit Ethernet een capaciteit in de orde van 1 Gigabit per seconde bieden, waardoor het geschikt zou worden voor veelvuldige uitwisseling van multimediainformatie, waaronder video. Het afgelopen jaar heeft Gigabit ethernet als LAN-technologie zijn intrede gedaan in de metropolitan area networks (MANs) en wide area networks (WANs). Het gevolg hiervan is dat kosten die normaal voor LANs worden gehanteerd ook op MANs en WANs van toepassing raken. Gigabit ethernet is zowel goedkoop als snel. Voorwaarde voor Gigabit ethernet is een infrastructuur gebaseerd op glasvezelnetwerken. Een aantal aangesloten scholen beschikt reeds, of zal binnenkort beschikken over een glasvezelaansluiting op Kennisnet Internet Toegang tot Internet kan worden verkregen via verschillende soorten communicatiekanalen. De capaciteit tussen de verschillende typen verbindingen loopt nogal uiteen. De capaciteit van Internet via een telefoonlijn is maximaal zo n 33 kilobit per seconde. Via een ISDN-telefoonlijn kan de capaciteit maximaal 128 kilobit per seconde bedragen. Deze verbindingen kunnen eigenlijk alleen goed gebruikt worden voor de uitwisseling van tekstbestanden. De capaciteit van ADSL, een hoge-snelheid Internetverbinding via een telefoonlijn, bedraagt maximaal ongeveer 1 Megabit per seconde evenals een Internetverbinding via PRE -LEARN 75

76 een televisiekabel. Deze capaciteiten maken uitwisseling van afbeeldingen mogelijk, maar geen real-time videotoepassingen. Van de scholen in het voortgezet onderwijs heeft 92% een aansluiting op het Internet tegen 67% van de basisscholen. Met het tempo waarin deze cijfers omhoog zijn gegaan de afgelopen jaren lijkt het erop dat over een of twee jaar vrijwel geen school meer zal zijn verstoken van Internetaansluiting. Wel is het zo dat op dit moment de meeste scholen een langzame aansluiting hebben met hooguit de capaciteit van een ISDN-verbinding Mobiele terminals en netwerken Sinds enige jaren is de technologie van mobiele informatie-uitwisseling voor een breed publiek beschikbaar. Afgezien van de analoge autotelefoonnetwerken begon het allemaal met mobiele telefonie via het digitale GSM-netwerk. Mobiele GSM-telefoons hebben een bandbreedte van 9.6 kilobit per seconde en kunnen worden gebruikt voor telefoongesprekken tussen twee personen en voor SMS-berichtjes: korte tekstberichten van ten hoogste 160 lettertekens. Deze bandbreedte is zeer laag; alleen toepassingen als en faxverkeer kunnen over het GSM-netwerk plaatsvinden. Wel zou GSM binnen het onderwijs kunnen worden gebruikt voor het doorgeven van organisatorische berichtjes naar buiten de schoolmuren, zoals het onverwacht uitvallen of wijzigen van lessen. Een jaar geleden kwam WAP-technologie ter beschikking. Hiermee werd het mogelijk om basisinternetfunctionaliteit te verkrijgen in een mobiel netwerk. De bandbreedte van een WAP-netwerk is echter te laag voor toepassingen met afbeeldingen. Het is wel geschikt voor eenvoudige transacties. Het is de vraag of WAP-technologie voor onderwijsdoelen zinvolle toepassingen heeft. [UT-pilots] Inmiddels is er een aantal standaarden die voorzien in mobiele communicatietechnologie met (veel) meer bandbreedte. GPRS is een op GSM gebaseerde standaard waarmee tot 114 kilobit per seconde aan informatie kan worden verstuurd. De volgende technologiestap is die naar UMTS. Deze mobiele communicatietechnologie verschaft een maximale bandbreedte van 2 Megabit per seconde, voldoende voor mobiele Internettoepassingen en videobeelden. Het zal nog enige jaren duren voordat UMTStechnologie ter beschikking komt. Het is de vraag of er in het regulier onderwijs een groot toepassingsgebied voor UMTStechnologie zich zal voordoen. Veel onderwijsactiviteiten spelen zich binnen de school af. Het is te verwachten dat de mogelijkheden voor leerlingen om vanuit huis in te loggen op het netwerk van school meer ter beschikking zal komen de komende jaren. Dit zal het gebruik van vaste Pc s voor onderwijsdoeleinden ook op andere plaatsen mogelijk blijven maken. Het meest zwaarwegend is echter dat breedbandige mobiele netwerken de komende tijd eenvoudigweg nog niet beschikbaar zullen zijn. 76 TELEMATICA INSTITUUT

77 6.4.8 ICT-technologieën voor onderwijsdoeleinden Inleiding In dit hoofdstuk worden de belangrijkste technologieën op ICT-gebied globaal besproken die niet onder infrastructuurtechnologieën vallen, alsmede de betekenis die deze technologieën kunnen hebben voor onderwijsdoelen en de voorwaarden waaronder ze daarvoor toepasbaar worden Het World Wide Web en Op het WWW kunnen zeer veel gegevens, al dan niet verrijkt met multimediale componenten, worden gedistribueerd en opgevraagd. Het is eenvoudig te benaderen via een browser. Het opvragen van tekstuele informatie vraagt weinig bandbreedte, voor grafische toepassingen of video of audio is meer bandbreedte nodig en kan een ISDNverbinding niet meer volstaan. De diverse zoekmachines die het Internet rijk is, maken het mogelijk om gegevens op het web te traceren. Het web kan op deze wijze als digitale bibliotheek worden gebruikt voor het zoeken naar informatie Chatrooms Een chatroom is een plaats op het Internet waar mensen kunnen samenkomen om met elkaar te praten. De gesprekken worden allemaal gevoerd met behulp van het toetsenbord. Een chatroom kan als ondersteuning fungeren voor discussies. Leerlingen kunnen aan andere leerlingen of aan docenten vragen stellen. Daartoe moeten ze wel gelijktijdig aanwezig zijn in de chatroom. De benodigde bandbreedte is beperkt. Chatrooms kunnen zinvol zijn in situaties waarbij leerlingen en docenten op afstand van elkaar zitten Webconferencing systems Een webconferencingsysteem brengt de participanten samen in een virtuele omgeving, waar presentaties kunnen worden gegeven en gediscussieerd kan worden. Ook dit type systemen kan leerlingen en docenten op afstand van elkaar met elkaar in contact brengen. Dergelijke omgevingen vragen wel aanzienlijke bandbreedte als afbeeldingen worden uitgewisseld Virtuele gemeenschappelijke werkruimtes In virtuele gemeenschappelijke werkruimtes kunnen personen die daartoe geautoriseerd zijn bestanden plaatsen, wijzigen en verwijderen, al dan niet via Internet. Extra functionaliteiten kunnen worden toegevoegd, zoals het plaatsen van berichten en het plannen van vergaderingen. Dit kan een handig hulpmiddel zijn bij educatie, omdat leerlingen op deze wijze gezamenlijk aan een opdracht of een project kunnen werken Streaming audio en video De mogelijkheid om via netwerken audio- en videobestanden te verspreiden zonder eerst het complete audio- of videobestand te downloaden wordt streaming audio en video PRE -LEARN 77

78 genoemd. Streaming audio en video wordt al mogelijk gemaakt door daarvoor ontwikkelde applicaties, maar ze vereisen wel hoge bandbreedte. Binnen intranetomgevingen is de bandbreedte vaak toereikend en kan deze technologie al met succes worden gebruikt. Met streaming audio en video maakt het mogelijk om audio- en videobestanden bij lessen te betrekken zonder dat zeer veel geheugen voor opslag vereist is en de vraag naar bandbreedte zeer groot wordt op momenten dat iedereen tegelijk bestanden download Voice and video over networks Veel aandacht op het gebied van voice and video over networks gaat uit naar voice and video over IP-gebaseerde netwerken, zoals Intranetten en Internet. Het praten met elkaar via een netwerk (voice over network) kan worden gebruikt als goedkope - vervanging van de telefoon. De technische mogelijkheden zijn er al, maar de problemen zijn net als bij streaming audio en video te vinden in de beschikbare bandbreedte en de kwaliteit van de verbinding. Wil men full screen video ontvangen van goede beeldkwaliteit (MPEG-1), dan dient er rekening te worden gehouden met 2 Megabit per seconde per videostroom. Bij massaal gebruik is dit een belasting voor de infrastructuur en de lokale netwerken Virtual Private Networks Een Virtual Private Network is een afgeschermd deel van Internet. De afscherming vindt niet fysiek plaats, zoals nu met onder andere Kennisnet het geval is, maar door configuratie van het netwerk waardoor het voor externe partijen niet mogelijk is om tot de informatie in het VPN door te dringen. Deze vorm van afscherming is beter dan een fysieke afscherming: de ontwikkeling van Internet gaat zo snel dat er zeer veel waardevolle informatie op te vinden is die buiten bereik ligt in het geval van een fysiek afgeschermd netwerk. Met een VPN kunnen eigen gegevens naar believen afgeschermd worden voor de buitenwereld, terwijl ze toch toegang geven tot die van anderen. Virtual Private Networks zullen naar verwachting een belangrijke technologie vormen voor toekomstige onderwijsdomeinen. 6.5 Initiatieven voor ICT op scholen Kennisnet Bureau Kennisnet, onderdeel van de directie ICT van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, heeft geprobeerd de blik op de toekomst te richten met het initiatief Kennisnet. Kennisnet 16 is een goed beveiligd, gesloten netwerk dat (met name) voor primair en secundair onderwijs is bedoeld en waarop in een later stadium ook het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie een plek vinden. Het onderwijs vindt op Kennisnet allerlei interessante en relevante informatie. Door Kennisnet worden allerlei partijen verbonden: scholen, onderwijsgerelateerde instellingen (CITO, SLO, etc.), culturele instellingen (musea, bibliotheken etc.) en andere relevante bronnen voor het onderwijs. Aan de ene k 16 Kennisnetportaal, en Verwijs, C. et al., Migratie Kennisnet-2, Telematica Instituut, 2001, https://extranet.telin.nl/docuserver/dscgi/ds.py/get/file-11958/rapport2.doc 78 TELEMATICA INSTITUUT

79 kant is er de portal site [3], die toegang geeft tot diverse informatiebronnen. Aan de andere kant worden diensten aangeboden waar scholen gebruik van kunnen maken, zoals voor alle leerlingen, discussiegroepen, kringen waarin actief gediscussieerd en overlegd kan worden over allerlei zaken, door leerlingen, docenten en ook ouders, en diensten die betrekking hebben op beheeraspecten. Hieraan ligt een infrastructuur ten grondslag die scholen en instellingen via de kabel met elkaar verbindt en waarmee beveiligd toegang wordt verkregen tot Internet. De doelgroep van Kennisnet bestaat uit een aantal groepen, namelijk: docenten, leerlingen (opgesplitst in kids en scholieren), ouders en managers. Wanneer alle scholen zijn aangesloten op Kennisnet, een proces dat in volle gang is, vinden circa 2.5 miljoen gebruikers hun weg naar Kennisnet. Kennisnet is een dynamische omgeving die sterk in ontwikkeling is. Kennisnet houdt zich ook bezig met de vraag hoe zijn toekomst eruit zal zien, rekening houdend met ontwikkelingen op technologiegebied. Hierbij is technologieontwikkeling een belangrijk aandachtspunt, maar het gebruik in de onderwijspraktijk mag niet over het hoofd worden gezien. Kennisnet is opgezet als één groot intranet met één (gefilterde) koppeling naar Internet. In Amsterdam staat een centrale firewall waarlangs al het externe Kennisnetverkeer loopt. Deze centrale sluis was aanvankelijk een belangrijke taak toebedeeld, omdat de privileges van alle Kennisnetgebruikers via een koppeling met LDAP en chipkaarten daarmee geregeld zouden moeten worden. Nu die koppeling met LDAP en chipkaarten technologisch niet haalbaar blijkt is de centrale firewall overbodig geworden. Daarnaast wordt in de praktijk niet gefilterd en is de firewall in principe transparant. Daarmee is dusdanig van de oorspronkelijke opzet afgeweken dat het beter is daar (geheel) vanaf te stappen. Een alternatief is scholen een Internetaansluiting aan te bieden en de verantwoordelijkheid van filtering en beveiliging decentraal bij de scholen te leggen. Deze keuze heeft een aantal consequenties. Met het opheffen van de centrale firewall komt een groot deel van de beveiliging decentraal bij de scholen zelf te liggen. De routers van de instellingen nemen de taak van de centrale firewall over. Het huidige beheer van de routers ligt bij de kabelbedrijven. Bij de overstap van een centrale firewall naar decentrale lokale firewalls op routers komt dan een groot deel van de beheerlast op beveiligingsgebied bij de kabelbedrijven te liggen. Deze beheerklus komt eveneens bij de instellingen zelf te liggen (zie ook beheerdiensten ). Daarnaast is het met name voor docenten en leidinggevenden van belang een aansluiting van de thuiswerkplek op Kennisnet te hebben. Daardoor kunnen zij ook vanaf thuis bijvoorbeeld de lezen, communiceren met collegae, de website van de school onderhouden en het leerlingbegeleidingssysteem bekijken en bijwerken. Kennisnet zou moeten voorzien in deze behoefte door allereerst een aantal thuiswerkpilots op te starten (via telefonie, kabel of ADSL) en vervolgens een landelijke dienst op dit gebied aan te bieden. Volgende stap is dit niet alleen te beperken tot docenten en leidinggevenden, maar ook de leerlingen te voorzien van een thuiswerkaansluiting, zodat Kennisnet ook vanaf huis gebruikt kan worden bij het maken van het huiswerk. Voor de ontvangst van streaming media thuis is op dit moment overigens alleen ADSL geschikt. Kennisnet heeft hiermee meer de functie van een extranet gekregen, hetgeen een logisch netwerk is van verschillende netwerken die via Internet met elkaar kunnen communiceren. Daarbij biedt Kennisnet diensten die alleen voor gebruikers beschikbaar zijn. PRE -LEARN 79

80 6.5.2 Surfnet Het initiatief Surfnet heeft als doel in Nederland onderwijsinstellingen als universiteiten, hogescholen en onderzoekscentra via Gigabit ethernet op een netwerk, het SURFnetnetwerk, aan te sluiten. Vanaf begin 2001 is het mogelijk om een Surfnetverbinding te krijgen met een capaciteit van 1 Gigabit per seconde. Surfnet is bedoeld voor het hoger onderwijs en daaraan gelieerde instellingen. Voor verbindingen met zulke hoge snelheden is een glasvezelnetwerk nodig. 6.6 Conclusies Volgens de gegevens uit de ICT-monitor zijn de meeste scholen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs voorzien van een aantal computers met moderne randapparatuur. Ook heeft de meerderheid van de scholen toegang tot Internet, zij het via een langzame verbinding. Vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs beschikken over een lokaal netwerk. Scholen hebben op grote schaal kennis gemaakt met educatieve software. Hoewel er dus door vrijwel alle scholen een begin is gemaakt met de toepassing van ICT-middelen in het onderwijs zijn de beschikbare middelen op veel scholen in het algemeen bescheiden en betreft het vaak verouderde apparatuur die wel geschikt is voor toepassingen gebaseerd op tekst maar niet voor videobeelden. De stand van de techniek op ICT-gebied biedt echter veel mogelijkheden voor toepassing in lessen op scholen. Van bijzondere betekenis hiervoor zijn het gebruik van het World Wide Web om informatie te zoeken, het gezamenlijk op afstand kunnen werken via een computernetwerk en het gebruik van educatieve software voor lessen. 80 TELEMATICA INSTITUUT

81 7 Het Jacobus College te Enschede 7.1 Introductie Dit is het verslag van een interview dat is afgenomen met een ICT-coördinator van een middelbare school in Enschede. Deze school is vooruitstrevend in de toepassing van ICT voor onderwijsdoeleinden. De school neemt ook deel aan twee initiatieven voor nieuwe onderwijsvormen waarin het gebruik van ICT een prominente rol speelt. Het doel van het interview was om een indruk te krijgen van de huidige stand van zaken van ICT-gebruik op een middelbare school die daar ruime aandacht aan besteedt, om inzicht te krijgen in hun bevindingen, ervaren knelpunten, hun behoeftes en verwachtingen op dit gebied voor de komende tijd. 7.2 Over het Jacobus College Het Jacobus College is een school voor alle vormen van middelbaar onderwijs vmbo, havo en vwo - en is een van de scholen die is aangesloten bij de Stichting Carmelcollege. Het is een voorhoedeschool die nu ook bezig is met het opzetten van het initiatief School2000 (voor leerlinggestuurd onderwijs, zie verderop) en die participeert in de ontwikkeling van het initiatief 21e Carmelschool waarin leerprocessen centraal worden gesteld en het onderwijs vakoverstijgend is in een compleet nieuw opgezette school, ingericht naar de behoeftes van het nieuwe onderwijs. Op 1 augustus 2001 gaat het Jacobus College fuseren met het Ichthus College te Enschede (waarna het Bonhoeffer College gaat heten). De nieuwe school zal dan 4800 leerlingen hebben en 350 docenten die verspreid zitten over 6 locaties. Door invoering van het zogenaamde Studiehuis, waarbij zelfwerkzaamheid van leerlingen in projecten een prominente plaats inneemt, is er voor middelbare scholen veel veranderd. In het schoolgebouw zijn projectruimtes ingericht voor het gezamenlijk werken aan projecten, stilteruimtes voor zelfstudie en computerlokalen voor het werken met computers. Het Studiehuis is nu alleen nog in de bovenbouw gerealiseerd. Onderwijsassistenten hebben in deze onderwijsvorm hun intrede gedaan. Deze zorgen voor toezicht op de werkzaamheden van leerlingen en kunnen helpen bij problemen en algemene vragen over de stof. Leerkrachten houden de regie over het onderwijs, de voortgang en de beoordeling. In het Studiehuis zijn voor leerlingen tussenuren in het rooster ingebouwd die besteed moeten worden aan taken voor het Studiehuis, die de leerlingen echter naar eigen inzicht mogen besteden. In het begin kostte dit grote moeite en leidde dit tot een puinhoop. Het Jacobus College wil met ingang van het schooljaar de onderwijsvorm van het Studiehuis ook in de onderbouw gaan realiseren om leerlingen al heel vroeg te leren hun eigen werkzaamheden te plannen. De volgende overwegingen, ook in het Studiehuis, hebben aanleiding gegeven tot het initiatief School 2000 : - De leerling heeft te veel contacturen (instructie-uren door docenten) per dag; de indruk is dat volstaan kan worden met minder, met name voor vakken waar leerlingen goed in zijn. PRE -LEARN 81

82 - Door het aantal uren klassikaal lesgeven te verminderen kan meer aandacht worden geschonken aan de leerlingen die moeite hebben met een bepaald vak. Deze hebben daarvoor vaak betrekkelijk weinig begeleiding van de docent nodig en krijgen dan toezicht van onderwijsassistent. - Veel onderwerpen lenen zich goed voor uitvoering in projectvormen. In projecten leren leerlingen samenwerken en bovenal leren ze van elkaar. Daarnaast vraagt het om een actieve houding van leerling in plaats van achterover leunen tot het uur voorbij is; hier wil het Jacobus College de leerlingen ook eerder in trainen dan in het Studiehuis in de bovenbouw. - Toepassing van de BBL methode: staat het niet in het Boek, weet je Buurman het ook niet, dan pas naar Leerkracht. Aan het initiatief van de 21e Carmelschool lag voor de Stichting Carmelcollege de vraag ten grondslag hoe een school zou moeten worden ingericht als je niet gebonden bent aan de bestaande situatie op scholen. Met andere woorden: hoe kan het nieuwe leren gestalte krijgen, welke eisen stelt dat aan de vaardigheden van docenten, welke hulpmiddelen zijn daarbij nodig, wat voor gevolgen heeft dit voor de vorming van klassen of groepen, hoe zou het ideale schoolgebouw eruit moeten zien? Ideeën hierover zijn in een plan gevat en er is geld beschikbaar om het plan uit te voeren. De plannen voor realisatie voorzien in de aanwezigheid van veel computers die leerlingen en leraren overal op school bereikbaar maken, een gebouwarchitectuur die voorziet in grotere zalen en een grote collegezaal zodat theorie zo in een keer aan alle klassen kan worden gegeven, en een persoonlijk leerplan voor iedere leerling in termen van de te behalen toetsen in een jaar. De 21e Carmelschool zal fungeren als een laboratorium voor het Nederlandse voortgezet onderwijs. De school zal starten in augustus Klassen en vakken verdwijnen; leerlingen worden ondergebracht in 'stamgroepen' van 50 leerlingen en het onderwijs wordt vakoverschrijdend. 7.3 Gebruik van ICT Het gebruik van ICT varieert heel erg per vak. In informaticalessen is het gebruik groot, maar de methode is verouderd en er wordt weinig gebruik gemaakt van Internet. De verschillen in vaardigheden tussen leerlingen zijn groot, hier moet goed en flexibel mee worden omgegaan (van elkaar leren, instaptoets afnemen, zelf aan de slag laten gaan). Veel leerlingen hebben thuis al aardig leren omgaan met computers als ze op school komen. Het meeste gebruik van ICT-middelen bij het onderwijs vindt plaats bij natuur- en scheikunde, zoals het pakket IP-coach voor het uitbeelden van technische processen. Een specifieke docent Engels op school is erg enthousiast: hij heeft voor elk leerjaar ondersteunende elektronische leerstof ontwikkeld. Voor talen zijn talenpracticumprogramma s aanwezig. Wat betreft het gebruik van ICT-middelen hangt veel af van het initiatief van specifieke docenten. Veel docenten hebben angst voor ICT en weinig tijd. Daarnaast ontbreekt bij hen het inzicht in de betekenis die ICT-middelen kunnen hebben voor verschillende vakken. Voor veel docenten, met name degene met minder ervaring op dit gebied, is dit 82 TELEMATICA INSTITUUT

83 niet duidelijk; deze docenten gaan ook niet uit zichzelf op zoek naar software. Voor hen is de introductie van ICT-hulpmiddelen voor hun vak zodoende verwarrend en lastig. Enkele jaren geleden hebben de docenten op school de gelegenheid gekregen om een interne training te volgen voor het opdoen van elementaire ICT-vaardigheden, zoals omgaan met veel gebruikte applicaties voor tekstverwerking en spreadsheets. Hier was erg veel belangstelling voor, maar de stap om ICT-hulpmiddelen in lessen toe te passen wordt slechts door een aantal enthousiaste docenten genomen. De school legt de keuze hiervoor bij de docenten zelf; er wordt verwacht dat de interesse vroeg of laat groter wordt en de drempels lager, en ook dat leerlingen om toepassing van computers bij lessen gaan vragen. Er is echter bovenal behoefte aan auteursomgevingen die door docenten eenvoudig bediend kunnen worden met hanteerbare keuzemogelijkheden voor het bereiden van elektronische leerstof. Veel docenten maken zelf materiaal, op papier (stencils). Er is bij docenten behoefte aan elektronisch overhoringmateriaal in de vorm van toetsen en kwisjes. Nu wordt dat wel gedaan, maar het is nog wel een gedoe omdat de antwoorden beslist niet zichtbaar mogen zijn, bijvoorbeeld door de broncode te bekijken. Communities zijn niet zo bekend bij docenten. Een enkele docent maakt gebruik van de Kringen op Kennisnet, maar het meeste overleg gebeurt met collega s op school. Daarnaast hebben docenten vaak hun eigen netwerk in vakgebied, hiermee mailen. De Stichting Carmelcollege heeft een speciaal ICT-netwerk, met name van ICTcoördinatoren (en een aparte voor systeembeheerders). De school heeft twee Intranetten: een voor educatief gebruik met alle educatieve software erop en een voor administratief gebruik waar alleen docenten toegang toe hebben. Het educatieve netwerk is vaak traag, met name als het studiehuis vol zit. Er is een ADSL verbinding naar o.a. de bibliotheek. Bij het gebruik van computers door leerlingen kan door docenten gebruik worden gemaakt van een programma waarmee de activiteiten van de individuele leerling op het beeldscherm kunnen worden gevolgd, overigens zonder dat de leerling het merkt. Een docent kan kiezen welke leerling te volgen en kan het scherm overnemen om uitleg te geven. Een leerling kan zo om hulp vragen. In een nieuwe versie van programma kunnen meerdere schermen tegelijk worden gevolgd. De Stichting Carmelcollege stelt een leerlingvolgsysteem beschikbaar voor de aangesloten scholen. Idealiter worden deze gekoppeld aan het jaarplan of rooster, maar voor de realisatie hiervan worden nog wel wat praktische drempels voorzien. Hulpmiddelen voor samenwerken via een computernetwerk voor documentbeheer en ondersteuning van overleg op afstand zijn nog niet aanwezig. Hiervoor worden echter vele mogelijkheden gezien voor het onderwijs, zodat bijvoorbeeld virtuele projectruimtes voor leerlingen gerealiseerd kunnen worden. Het gebruik van Powerpoint is wel toegenomen, met name door leerlingen. Er is echter maar 1 beamer op school aanwezig, dus presenteren voor lessen is vooralsnog een probleem. PRE -LEARN 83

84 7.4 Educatieve software Veel van de beschikbare softwareprogramma s zijn te breed en gaan niet diep genoeg. Goede programma s die een specifiek onderwerp goed behandelen zijn duur. Ten aanzien van educatieve software is het gewenst dat dit zich meer op het vak richt en minder speelse elementen bevat. Voor de vreemde talen zijn wel goede programma s te vinden, waarmee bijvoorbeeld ook de uitspraak kan worden geoefend. Op het gebied van educatieve software is er met name behoefte aan overzicht en demo s, zodat het voor een school gemakkelijker wordt om beslissingen te nemen over de aanschaf hiervan. Het toevoegen van het oordeel van docenten die pakketten reeds hebben gebruikt voor hun lessen zou hierbij erg nuttig zijn: een catalogus kan geen informatie over toepasbaarheid geven. Hiervoor moet een programma in de praktijk worden uitgeprobeerd. Zonder dat wordt het niet aangeschaft. Veel educatieve software uit de Verenigde Staten is kwalitatief goed, maar Engelstalig. Voor de hogere onderwijsvormen zou dit geen probleem hoeven zijn. Als Nederland voor uitgevers een te kleine markt is, mogen producten best in het Engels, als dat markt verruimt. De vraag is echter hoe de school daartegen aankijkt. Alleen is het lastig om een overzicht te krijgen wat beschikbaar is; dit is voor Nederlandstalige software al een probleem, dus wereldwijd nog meer. De heer Rauch blijft op hoogte van de stand van zaken van educatieve software door het vele dat scholen wordt toegestuurd als demo s en door ICT-beurzen te bezoeken. Indien mogelijk wordt aan andere scholen gevraagd wat hun ervaringen zijn met bepaalde programma s. 7.5 Gebruik van het web Voor elk vak is door het Jacobus College een webpagina gemaakt. Slechts enkele docenten houden de internetpagina s van hun vak bij. Op deze pagina s staan met name linken naar andere bestaande pagina s die van toepassing zijn. De rest doet de heer Rauch zelf wat hem veel werk geeft. Ook de uitwerkingen van de examens worden door het Jacobus College op Internet gepubliceerd (waar het enkele jaren geleden uitgebreid de pers mee heeft gehaald). De geschiedenissite heeft vorig jaar een prijs gewonnen als beste onderwijssite van Nederland. Een docent Engels heeft met Thinkquest meegedaan, met een site over de Whitbread race. Op deze pagina is voor elk leerjaar passende stof opgenomen. Bij het vak CKV (Culturele en kunstzinnige vorming) is onder andere een overzicht te vinden van voorstellingen, waarvoor leerlingen zich kunnen inschrijven (per jaar staat er een voorstelling verplicht op het programma). Mededelingen over roosterwijzigingen zijn ook op de webpagina van scholen te vinden en worden daar geplaatst door de roostermaakster. Leerlingen voor vakken in het wilde weg laten zoeken op Internet werkt niet. Docenten moeten aangeven waar leerlingen informatie vandaan moeten halen. Mooi zijn de natuurkundetoepassingen met behulp van applets die op Internet zijn te vinden, dit is echt ideaal. 84 TELEMATICA INSTITUUT

85 7.6 Kennisnet Als voorhoedeschool is het Jacobus College verplicht aangesloten op Kennisnet. Kennisnet heeft echter qua inhoud niets te bieden en wordt dan ook nergens voor gebruikt, terwijl er door de scholen wel betaald moet worden voor de aansluiting! Elders op het web wordt meer en up-to-date informatie gegeven, zoals op verschillende startpagina s. 7.7 Wensen, behoeften en voorziene knelpunten Voorzien wordt dat na de fusie het beheer voor zo n grote school een probleem zal worden. Enerzijds wordt er gelijkheid nagestreefd qua beschikbaarheid van ICThulpmiddelen voor de verschillende onderwijsvormen, anderzijds heeft bijvoorbeeld het VMBO specifieke programma s nodig zoals ontwerpprogramma s die duur zijn en om krachtige computers vragen. Hierdoor kun je binnen de organisatie ook nog scheve ogen krijgen voor een op zich rechtvaardige verdeling. De omvang van de organisatie zou een probleem kunnen worden; er komen te veel schakels en er raken te veel mensen bij betrokken. ICT kan veel mogelijkheden bieden om de zwakke leerlingen extra aandacht te geven, met name op het gebied van de talen. Aan goede leerlingen zou verrijkingsstof kunnen worden geboden, maar hiervoor is niets beschikbaar. Van de kant van ouders komen niet vaak met opmerkingen of advies ten aanzien van het gebruik van ICT op school. Wel komt vaak naar voren dat ze vinden dat de openingstijden van het studiehuis te kort zijn, dit gaat namelijk al voor vijf uur dicht. Er is echter niet genoeg geld om onderwijsassistenten hiervoor te betalen. De Internetsite van het Jacobus College trekt wel veel aandacht: hier krijgt de school van ouders veel reacties op. De toekomstverwachting voor de inzet van ICT in het onderwijs is erg laag. Het grootste probleem zijn de uiterst krappe budgetten voor ICT-middelen. Wat betreft systeembeheer is er veel werk te doen, maar er blijft veel liggen vanwege het tekort aan personeel. Alleen al zaken als sabotage van Pc s door bepaalde leerlingen tijdens de lessen (bestanden worden weggegooid) is een groot probleem dat systeembeheerders veel werk bezorgt. Voor effectief ICT-gebruik voor lessen moeten docenten ook dit soort problemen kunnen aanpakken. Nu zorgen een paar enthousiaste leerlingen voor de beveiliging van het schoolnetwerk tegen het binnenhalen van twijfelachtige bestanden van buiten. Apparatuur veroudert snel en moet over een tijdje weer vervangen worden. De Stichting Carmelcollege reserveert wel geld, maar de praktijk is dat er veel andere noden te lenigen zijn. De heer Rauch zou voor de continuïteit van het gebruik van ICT binnen de schoolmuren de garantie willen dat infrastructuur (zowel materiaal als mankracht) minstens up-to-date wordt gehouden. Verder is het nut van ICT voor het onderwijsprogramma van docenten nog niet goed duidelijk. Dit moet voor hen duidelijker kunnen worden gemaakt. De ICT-vaardigheden PRE -LEARN 85

86 van docenten kunnen verbeterd worden: uiteindelijk moet een docent de controle hebben over computers en de toepassing ervan tijdens de lessen. De heer Rauch is wel van mening dat ICT zeer veel mogelijkheden biedt voor toepassingen in het onderwijs. Zelfs complete lessen zouden via een computer kunnen worden gegeven. Binnenkort vindt er een experiment plaats met lesstofvervangend ICT-gebruik, waarbij de docent aangeven wat hij wil realiseren met ICT-middelen. Hiertoe worden ontwikkelstudiemiddagen georganiseerd waarin aandacht wordt gegeven aan de afwisseling van klassikaal en PC-onderwijs. Binnenkort wordt Teletop in gebruik genomen als gevolg van een contract met UT, waardoor het gebruik voor de school gratis wordt. Dit zal voor veel docenten een grote omschakeling betekenen. 7.8 Conclusies Door het Jacobus College, een vooruitstrevende school voor de inzet van ICT-middelen bij het onderwijs, wordt erkend dat ICT van grote betekenis kan zijn voor het onderwijs. Duidelijk belemmerende factoren voor de invoering van ICT in het onderwijs zijn de krappe budgetten, het tekort aan personeel, de bescheiden ICT-vaardigheden van docenten en de tijd die docenten kunnen of willen vrijmaken voor het gebruik van ICT bij de lessen. De precieze betekenis van ICT voor invoering in het regulier onderwijs is voor docenten in het algemeen niet duidelijk. Het aanbod van educatieve software is overweldigend, maar het is niet eenvoudig om te bekijken welke pakketten echt goed zijn en waarvoor ze precies kunnen worden gebruikt in lessen. Gezien deze situatie zouden voor Telematica Instituut de beste kansen weleens kunnen liggen bij nieuwe onderwijsinitiatieven zoals de genoemde School 2000 en de 21e Carmelschool. Binnen dit soort initiatieven wordt er geld en gelegenheid beschikbaar gesteld voor gebruik van ICT bij de nieuwe onderwijsvormen waardoor veel van de genoemde praktische problemen niet optreden. 7.9 Bijlage: gebruikt interviewschema Algemene onderwerpen voor het gesprek Waarom wordt er op het Jacobus College gebruik gemaakt van ICT-hulpmiddelen voor onderwijsdoelen? Wordt er op het ook gebruik gemaakt van educatieve software? Indien ja, waarom? Hoe laat de huidige stand van zaken voor wat betreft ICT-gebruik voor onderwijsdoelen op het Jacobus College zich beschrijven? Welke ervaringen hiermee zijn positief en welke minder? Wat voor aanbevelingen volgen hieruit wat u betreft? Welke wensen bestaan er op het Jacobus College ten aanzien van nieuwe mogelijkheden van ICT en educatieve software voor toepassing in het onderwijs? 86 TELEMATICA INSTITUUT

87 Toepassing van ICT-hulpmiddelen algemeen Op welke wijze worden op het Jacobus College ICT-hulpmiddelen gebruikt voor: Het aanbieden van lesstof aan leerlingen. Betreft dit een deel van de les of aanvullende lesstof? Indien het aanvullende lesstof betreft, hoe groot is die aanvulling ongeveer (in uren of procenten)? Betreft het met name een bepaald type lessen, een bepaald type leerlingen, zoals de goede of juist de minder goede, of degenen die met name geïnteresseerd zijn in elektronische lesstof? Welke docenten verzorgen deze lessen? Is er sprake van een voorkeur voor de toepassing van ICT-hulpmiddelen door docenten die daarvoor met name interesse hebben of docenten van bepaalde vakken? Het vervaardigen van lesstof. Wordt er voor lesdoeleinden gebruik gemaakt van bijvoorbeeld Powerpoint slides, Word documenten of webpagina s? Wordt er gebruik gemaakt van simulatieprogramma s, bijvoorbeeld bij de technische vakken? Wordt er gebruik gemaakt van multimediaal lesmateriaal? Indien ja, worden hier ontwikkelomgevingen voor gebruikt? Uitwisseling van informatie betreffende de lessen tussen leerlingen onderling, docenten onderling, of leerlingen en docenten. Gaat het daarbij om schoolzaken of ook andere zaken? Toegang tot de bibliotheek of mediatheek. Maken van huiswerk. Toetsen en bekend maken en bijhouden van toetsresultaten. Aankondigingen betreffende de inhoud van lessen, roosterwijzigingen, afwezigheid van docenten en andere schoolzaken. Elektronische planningen, bijvoorbeeld voor een project of werkstuk, door docenten of leerlingen. Leerlingvolgsystemen. Communicatie of uitwisselingen met ouders van leerlingen. Amusement zoals chatten of spelletjes, of edutainment. Groepenvorming met als doel informatie of ervaringen uit te wisselen, bijvoorbeeld groepen leerlingen die samen aan een werkstuk of een project werken of die een PRE -LEARN 87

88 bepaalde interesse hebben, of groepen docenten die ervaringen uitwisselen over het verzorgen van hun onderwijs, al dan niet met elektronische hulpmiddelen. Voor welke onderwijsactiviteiten is naar uw idee het gebruik van ICT-hulpmiddelen met name nuttig? Welke aspecten van de huidige ICT-hulpmiddelen worden voor onderwijsdoeleinden met name als krachtig ervaren? Hoe kunnen deze het meest effectief worden ingezet? Waarvoor heeft toepassing van ICT-hulpmiddelen in het algemeen minder of geen enkele waarde? Welke wensen worden er gekoesterd ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van ICT-hulpmiddelen en ICT-gebruik op scholen? Welke verwachtingen heeft u ten aanzien hiervan? Hoe ziet het ICT-beleid van uw school er voor de komende tijd uit? Het World Wide Web Wordt er voor lesdoeleinden gebruik gemaakt van het World Wide Web? Zo ja, op welke manier? Worden bijvoorbeeld vragen of structuur aan websites toegevoegd? Zo ja, zijn hier templates voor in gebruik? Is het gebruik door leerlingen vrijblijvend of onderdeel van het lesprogramma? Educatieve software Op welke wijze wordt er gebruik gemaakt van educatieve software? Welke vakken en welke specifieke onderdelen betreft dit? Van welke partijen wordt educatieve software betrokken? Wordt educatieve software van derden onveranderd gebruikt? Of wordt het aangepast? Zo ja, door wie? Hoe wordt aangekeken tegen de beschikbaarheid en de kwaliteit van de beschikbare software? Waar zijn educatieve softwaretoepassingen met name nuttig voor en waarvoor zeker niet? Welke eisen worden gesteld aan educatieve softwarepakketten op het gebied van inhoud, bediening en functionaliteit? In welke mate wordt dat door de huidige pakketten gerealiseerd? 88 TELEMATICA INSTITUUT

89 Wat zijn met name tekortkomingen? Vindt er onderlinge uitwisseling tussen docenten plaats over het gebruik van educatieve software? Hoe worden beslissingen genomen over de aanschaf hiervan? Beschikbaarheid ICT-hulpmiddelen Hoeveel Pc s zijn er beschikbaar per leerling en per docent? Wat is een indruk van de hoeveelheid tijd die leerlingen achter een PC doorbrengen? Wat is een indruk van het percentage leerlingen en docenten dat thuis een PC heeft? Kunnen leerlingen en docenten thuis inloggen op het netwerk van school? Op welke manier wordt leerlingen en docenten ICT-vaardigheden bijgebracht? Hoeveel budget is er per leerling beschikbaar voor de aanschaf van ICThulpmiddelen en educatieve software? Op welke manieren wordt dat gefinancierd? Participatie in initiatieven ter bevordering van ICT-gebruik Is het Jacobus College aangesloten op Kennisnet? Voor welke schoolactiviteiten biedt Kennisnet in uw ervaring met name ondersteuning? Welke functionaliteit zou men graag toegevoegd zien? Wat zijn uw ervaringen met het gebruik van Kennisnet? Zijn er andere initiatieven ter bevordering van het gebruik van ICT-hulpmiddelen op scholen waaraan u deelneemt? Is er naast wellicht Kennisnet samenwerking tussen het Jacobus College en andere scholen? Zo ja, hoe ziet dit eruit? Op welk (organisatie)niveau speelt deze samenwerking? Stimulering gebruik ICT-hulpmiddelen Welke factoren of omstandigheden bepalen naar uw idee het enthousiasme van leerlingen en docenten voor het gebruik van ICT-hulpmiddelen en educatieve software? Hoe kunnen deze gerealiseerd worden? Overige vragen Is er een duidelijk onderscheid in het gebruik van ICT-hulpmiddelen tussen bepaalde onderwijsvormen, zoals binnen het studiehuis en daarbuiten? Welke toepassingen wil het Jacobus College in de nabije toekomst realiseren voor het gebruik van ICT-hulpmiddelen? Wat zou daarbij een goede introductiemethode zijn? PRE -LEARN 89

90 Welke plannen bestaan er momenteel voor toepassing van ICT-hulpmiddelen en educatieve software in het initiatief School 2000? 90 TELEMATICA INSTITUUT

91 8 Educatieve waardeketen Een beknopt, leesbaar overzicht van de e-learning markt door PriceWaterhouseCoopers is te vinden in het businessplan van de Digitale Universiteit, Bijlage C (http://www.ou.nl/info-alg-consortium/businessplan doc). De belangrijkste waarnemingen van dit rapport zijn dat e-learning een emerging market is met vele beloften. Ook is een verschuiving merkbaar in de Westerse economie van middelen naar mensen. Voor veel bedrijven is internet intussen een bedrijfskritische schakel geworden, waardoor de verwachting gerechtvaardigd is dat internet voor trainings- en opleidingsdoeleinden op termijn een cruciale plaats zal innemen. Andere belangrijke trends die door internet worden bevorderd en die in dit rapport worden genoemd zijn de globalisering van de opleidingsmarkt, en de mogelijkheden voor outsourcing door het Application Service Provisioning concept. 8.1 Een complex veld Het marktgebied van onderwijs is complex. Een reden hiervoor is dat de producten die aangeboden worden divers van aard zijn. Niet alleen wordt content of informatie aangeboden, maar ook applicaties en platformen. Ieder voor zich kunnen deze producten weer gekoppeld zijn aan didactische modellen of een bepaalde infrastructuur. Tweede complicerende factor is dat sommige actoren een dubbelrol hebben, bijvoorbeeld docenten in de rol van gebruiker en in de rol van auteur van onderwijskundig materiaal. Voeg daar nog eens aan toe de rol van aanbieders van technische infrastructuur en de rol van de overheid, en het is duidelijk dat een complex samenspel van commerciële en maatschappelijke belangen ontstaat. 8.2 De educatieve content waardeketen Het is belangrijk te beseffen dat educatief materiaal kan bestaan uit informatie, maar ook uit applicaties en combinaties daarvan. Immers, als het gaat over de oktoberrevolutie kan een aanbieder teksten en video s beschikbaar stellen, maar ook een beoordelingssysteem met vraagstukken, of een platform dat beide combineert. Ook generieke softwarepakketten, zoals tekstverwerkers en spreadsheets, kunnen in dit licht gezien worden als pakketjes functionaliteit. We noemen een pakketje dat voor onderwijsdoelen ingezet kan worden in dit kader een educatieve component. Met deze versimpeling kunnen we de educatieve waardeketen schetsen als 1. het creëren van het educatieve basismateriaal, 2. het toevoegen van de juiste schil van omschrijvingen, zodat gezien kan worden hoe het materiaal kan worden gebruikt (metadata), 3. het distribueren van deze component 4. en tenslotte het gebruiken van de component door de eindgebruiker. In het onderwijs is de eindgebruiker vaak weer als auteur betrokken bij het creëren van educatief materiaal. PRE -LEARN 91

92 Content usage create Edu-Content production $$ Educontent Edu-material Edu-Content deployment Figuur 8-1. De educatieve content waardeketen 8.3 Het ve ld Een gebruikelijke verdeling van de onderwijsmarkt is in regulier en professioneel onderwijs: 1. Regulier onderwijs Scholen (primair/secundair) Beroepsonderwijs Hoger onderwijs 2. Professioneel onderwijs Bedrijfsopleidingen Volwasseneneducatie Reg ul ie r ond e rwij s - a cto r en en o mzet Een overzicht van belangrijke actoren: Ministerie van Onderwijs Cultuur & Wetenschappen Onderwijsinstellingen (scholen/beroepsonderwijs/hoger onderwijs) OBD s (Onderwijsbegeleidingsdiensten) VLPC, Landelijke pedagogische centra, KPC, CPS, APS SLO, CITO Lerarenopleidingen: ULO s, Pedagogische Faculteiten (NLO s) Vakbonden & Bestuursorganisaties Educatieve Uitgeverijen, brancheorganisatie = GEU, onderdeel van Nederlands Uitgeversverbond, NUV Overige zakenrelaties cq dienstverleners: IT-branche, automatisering, meubilair, bouw, Melkunie, enz. 92 T E L E M A T I C A I N S T I T U U T

93 Mln Dfl in 1999 Netto Bruto Omzet Marktaandeel Cons Fl Wolters-Noordhoff % 193 Malmberg % 133 Thieme/Meulenhoff 95 19% 127 EPN 70 14% 93 Nijgh/Versluys 40 8% 53 Zwijsen 25 5% 33 Bekadidact 15 3% 20 Overige 20 uitgevers 15 3% 20 Totaal % 673 Tabel 8-1 Omzet Nederlandse Educatieve Uitgeverijen (het betreft hier 90 tot 95% van de werkelijke schoolboeken omzet). Bron: Joop van Dalen Actoren en Omzet opleidingsmarkt bedrijfsopleidingen Een overzicht van actoren bij professionele opleidingen: Contractonderwijs: HBO s, Universiteiten, Open Universiteit, ROC s; derde geldstroom Particuliere opleiders: ISBW, Elsevier, PBNA, LOI, ROI, Interlingua, Schoevers, Randstad, ROVC, Scheidegger Branche organisaties: zoals SOM, ECABO, NCD, BOB, NIBE, VAM, SVB, VEV, SMA, NIVRA, CVK, enz Consultancy & Training: De Baak, Schouten & Nelissen, Krauthammer, Boertien, Rijntraining en nog 1000 firma s Opleiding als deel ICT producten: o.a. IBM, Microsoft, SAP, Cap Gemini, Origin, Logica Interne bedrijfsopleidingen: KPN, Philips, Chemische industrie, Banken en Verzekering, Auto-industrie, enz PRE -LEARN 93

94 Opleidingsmarkt bedrijfsopleidingen in Nederland Schatting Omzet 2000 Contractonderwijs HBO s, Universiteiten, Open Universiteit, ROC s; derde geldstroom 200 Particuliere opleiders ISBW, Elsevier, PBNA, LOI, ROI, Interlingua, Schoevers, Randstad, ROVC, Scheidegger Branche organisaties zoals SOM, ECABO, NCD, BOB, NIBE, VAM, SVB, VEV, SMA, NIVRA, CVK, enz Consultancy & Training De Baak, Schouten & Nelissen, Krauthammer, Boertien, Rijntraining en nog 1000 firma s Opleiding als deel ICT producten o.a. IBM, Microsoft, SAP, Cap Gemini, Origin, Logica Interne bedrijfsopleidingen KPN, Philips, Chemische industrie, Banken en Verzekering, Autoindustrie, enz - Derving arbeidsopbrengst ( manjaar) Totale Kosten in Nederland Mln Tabel 8-2. Omzet onderwijsmarkt in Nederland (bron : Joop van Dalen). Ruwe schatting van omvang. Typerend is dat in het reguliere onderwijs vaak sprake is van een groot aantal studenten/leerlingen, met een laag budget per leerling. Het gaat hierbij dus vooral om de grote aantallen. In het professioneel onderwijs, met name bij bedrijfsopleidingen, is daarentegen vaak sprake van kleine aantallen leerlingen, maar met een hoog budget per leerling. Bedragen van gulden per leerling per dag zijn daarbij geen uitzondering. 8.4 De belanghebbenden Wie hebben belang bij wat in onderwijsland speelt? Een opsomming (zie hieronder) leert al gauw dat iedereen belanghebbende is bij onderwijs. 1. Maatschappij leerlingen docenten overheid burgers bedrijven (vanuit behoefte aan gekwalificeerd personeel) Bedrijven uitgevers: boeken, films, methoden hardwareleveranciers: computers softwareleveranciers: leerplatformen, spreadsheets, databases, monitoring software infrastructuurleveranciers: netwerken, telecom aanbieders van professioneel onderwijs: leerinstituten, bedrijfstrainingen 94 TELEMATICA INSTITUUT

95 bedrijven (vanuit de rol van afnemers professioneel onderwijs) Waarom inspelen op ICT-ontwikkelingen? Door de toenemende bandbreedte en kwaliteit van internet, wordt internet steeds meer het kanaal voor communicatie ( , voice/video over IP) en voor distributie van content en producten. Het is vanzelfsprekend dat daarom ook in de onderwijsmarkt steeds nieuwe initiatieven opduiken die de nieuwe mogelijkheden willen uitbuiten. Hieronder geven we een aantal drivers voor de verschillende actoren in de onderwijsmarkt. Ook zijn enkele bekende internetangsten genoemd, die juist een anti driver zijn voor ICT-investeringen. Overheid maatschappij roept om ICT-gekwalificeerde schoolverlaters tekort aan leerkrachten Nederland moet een hightech kennismaatschappij worden Onderwijsinstellingen tegemoetkomen aan steeds grotere eisen ouders en leerlingen opvangen tekort aan leerkrachten concurrentie met andere scholen up-to-date lesmateriaal aanbieden leerlingen met techniek laten kennismaken wens tot didactische vernieuwing vrees voor systeembeheertaak vrees voor oncontroleerbare kosten Uitgevers materiaal/content op meerdere manieren uitbuiten (nieuwe markten) niet achterblijven bij concurrenten, en/of vrees voor internationale concurrentie efficiënter produceren vrees voor verlies controle over content (illegaal kopiëren) Bedrijven elektronisch dingen leren die praktisch niet te leren zijn of praktisch te duur zijn (simulatie) sneller toegang tot het nieuwste, up-to-date lesmateriaal sneller dus goedkoper leren (online, op de werkplek) werken aan persoonlijke ontwikkeling werknemer (secundaire arbeidsvoorwaarden, strijd om gekwalificeerd personeel) vrees voor beveiligingsproblemen Leveranciers verkoop netwerken verkoop computers verkoop generieke software en platformen Uit bovenstaande blijkt dat de motieven weliswaar zeer verschillend zijn, maar dat het aantal (verschillende) motieven groot genoeg is om investeringen in ICT te begrijpen. PRE -LEARN 95

96 8.6 Uitdagingen Uit de kwantitatieve gegevens blijkt dat in het professioneel onderwijs het meeste geld omgaat. Dit pleit ervoor initiatieven te ontplooien in deze markt. Echter, reguliere onderwijsmarkt is nog steeds dermate omvangrijk en heeft dermate grote weerslag op de samenleving, dat deze niet bij voorbaat uitgesloten moet worden. Vandaar dat we over beide domeinen een korte discussie voeren Professioneel onderwijs en bedrijfsopleidingen Op grond van het cijfermateriaal lijkt de grote uitdaging bij professioneel onderwijs te zitten in het terugdringen van de kosten, met name gerelateerd aan afwezigheidsuren. Op grond van de drivers uit de voorgaande paragraaf gaat het daarbij gaat het om een tweetal grote onderzoeksvragen c.q. uitdagingen. 1. Terugdringen van afwezigheidskosten (efficiëntieverbetering) De centrale vraag is hierbij welke bijdrage e-learning kan bieden om deze enorme verliespost terug te dringen. Daarbij mag niet vergeten worden dat wat hier verliespost genoemd wordt (afwezigheidsuren voor cursussen), in de praktijk ook vaak een sociale en dus organisatorische functie heeft. Concrete vragen voor een e-learning project vallen hieronder, zoals: wat voor infrastructuur heb je nodig? welk leren is geschikt voor elektronisch leren? hoe kun je effectief en efficiënt leren op afstand invullen? keuze of ontwikkeling van juiste e-learning platform 2. Inbedding van leren in de organisatie, d.w.z. kennismanagement De centrale vraag hierbij is hoe e-learning een bijdrage kan leveren aan het bereiken van de bedrijfsdoelen. Dit is sterk gerelateerd aan rol van leren in bedrijven in het algemeen, en dus aan kennismanagement. De onderzoeksvraag is vooral hoe het ICT-aspect de positie van leren in de organisatie verandert. Concrete onderzoeksvragen voor een project zijn welke organisatorische rol vervult leren voor bedrijven, en hoe verandert dat door ICT? welke systemen bestaan er voor de ondersteuning van kennismanagement, en zijn deze ook geschikt voor teleleren? in hoeverre maak je gebruik van kennisdatabases, en in hoeverre van cursussen? hoe regel je access tot kennissystemen (mobiel/vast, telecom infrastructuur)? Regulier onderwijs Ook in het reguliere onderwijs is een (subjectieve) selectie te maken wat de grote issues zijn. Nederland inrichten als kennisland, met name op gebied van ICT Het opvangen van het tekort aan leerkrachten het aanpassen van het onderwijs aan de steeds sneller veranderende vraag naar kennis (met name op ICT-gebied); sneller toegang tot up-to-date lesmateriaal. Deze vragen zijn samen te nemen als de vraag: welke onderwijstransformatie zal het onderwijs in de toekomst moeten ondergaan om aan de maatschappelijke vragen te 96 TELEMATICA INSTITUUT

97 beantwoorden? Dit is echter nog te algemeen om als leidraad voor een onderzoeksproject te dienen. Wel zijn deelproblemen te noemen die passen in bovenstaand plaatje. Welke infrastructuur (hardware, netwerken) is in het reguliere onderwijs de beste keuze, gezien beperkte middelen? Hoe kun je het beheer van netwerken, servers, pc s, en software regelen? Hoe kun je als onderwijsinstelling optimaal gebruik maken van educatieve content op internet, zonder de eigen identiteit te verliezen? Hoe kun je het tekort aan leerkrachten opvangen door e-learning? Is een platform denkbaar/maakbaar dat voldoet voor bovengenoemde doelen en dat aan eisen voor compatibiliteit, interoperabiliteit en gebruiksgemak voldoet? 8.7 Conclusie Gezien de doelstellingen van het Telematica Instituut zijn zowel in het reguliere onderwijs als in het professioneel onderwijs goede onderzoeksvragen te formuleren. De keuze van een targetsector voor een e-learning project hangt daarom sterk af van de financieringsmogelijkheden voor één of meerdere van de bovengenoemde grote vragen. Op grond van de hierboven geschetste (versimpelde) beeld van de professionele onderwijsmarkt ligt samenwerking met Kennismanagement het meeste voor de hand. Als het gaat om de reguliere onderwijsmarkt lijkt het focusgebied Content Engineering op dit moment het meeste raakvlak met e-learning te hebben. PRE -LEARN 97

98 98 TELEMATICA INSTITUUT

99 9 Enkele lopende ICT-onderwijsinitiatieven In dit hoofdstuk bespreken we zes initiatieven waarmee overheden, onderzoeksinstituten, technologieaanbieders, uitgevers en - last but not least - onderwijsinstellingen zelf proberen om e-learning in praktijk te brengen. Hierbij is sprake van een initiatief voor contentlevering (Vespucci), infrastructuur levering (CIAO, TeleTop), en twee ambitieuze projecten (BELLE en Digitale Universiteit), die op grote schaal de mogelijkheden van breedband internet willen uitbuiten, met name om ook mondiaal een vooraanstaande positie in te nemen.vijf van de zes gekozen voorbeelden zijn Nederlandse initiatieven, een initiatief is Canadees. We laten met onze selectie de e-learning initiatieven van het Amerikaanse Internet 2 en UCAID dus buiten beschouwing. De lezer kan hiervan via Internet uitstekende overzichten vinden. Ook in EU verband is er veel aandacht voor e-learning. Het Ariadne project werd al genoemd in hoofdstuk 4 over standaarden. Een ander grootschalig Europees initiatief is het Prometeus project. Dit project brengt men kennis en informatie bij elkaar overuitwisselbaarheid van educatief materiaal, beoordelingscriteria en certificatiemogelijkheden, best practices en interoperabiliteit van aangeboden diensten. Prometeus biedt ook een forum om projecten te demonstreren. De Prometeus website (http://www.prometeus.org) is zeer de moeite van het bekijken waard. Daar is ook de reeks zeer lezenswaardige newsletters te vinden die sinds december 2000 maandelijks worden uitgegeven. Deze Prometeus newsletters kunnen als online tijdschrift op e- learning gebied kunnen worden beschouwd. In Nederland heeft TNO tenslotte een nieuw initiatief TOP in de steigers staan (http://go.to/top.tno). TNO heeft kennis en expertise op het gebied van spraak-, taal-, database-, en agenttechnologie en heeft aan de andere kant ruime ervaring met training en opleiding. Het plan in het TOP project is om deze kennis te bundelen. Omdat er thans nog geen publieke activiteiten van start zijn gegaan, hebben we TOP nog niet opgenomen in onze lijst van voorbeelden. De voorbeelden die we gekozen hebben, hebben met elkaar gemeen dat sprake is van samenwerkingsprojecten waarbij de consortiumpartners specialistische inbreng hebben op het gebied van uitgeven, van onderwerpkennis, van systeembeheer, van onderwijskundige kennis (Vespucci, CIAO, Belle, TeleTop, Kennisnet) of waarbij een krachtenbundeling ontstaat (Digitale Universiteit). 9.1 Vespucci VESPUCCI, samenwerking tussen HBO en uitgeverij Vespucci is een opleidingsgerichte leermiddelendatabase en wordt ontwikkeld voor in eerste instantie vier opleidingen in het hoger beroepsonderwijs: Technische Bedrijfskunde, Personeel & Arbeid, Bedrijfseconomie en Management Economie & Recht. De Vespucci-proef is een vierjarige samenwerking tussen Fontys Hogescholen en Wolters Noordhoff. Daarnaast onderhoudt de Raad van Advies contacten met instanties PRE -LEARN 99

100 als het Vernieuwingsfonds HBO, het Ministerie van OC&W, de Europese Unie en instanties op het gebied van de infrastructuur in het onderwijs. De proef loopt nu 3 jaar. De doelgroep betreft dus studenten die redelijk gemotiveerd zijn om iets te leren. Het doel van Vespucci is om de studenten zoveel mogelijk te laten werken met via Internet aangeboden lesmateriaal. Het aantal cursussen waarvoor digitaal lesmateriaal beschikbaar is gemaakt groeit gestaag, al is er nog weinig gepubliceerd over hoe docenten en leerlingen Vespucci ervaren. Uit de wel beschikbare bronnen (Wolters Noordhoff en de Vespucci-website) wordt duidelijk hoe Vespucci werkt en wat het toekomstbeeld van Vespucci is. Men werkt in het project met lesmateriaal dat eigenlijk geheel systematisch is geproduceerd als zoals elektronische leermiddelen moeten zijn. Men stelt: een lesboek moet al de nodige structuur bevatten om helder en bruikbaar te zijn. Dat neemt alleen toe wanneer het elektronisch lesmateriaal betreft, omdat daar de kans om de weg kwijt te raken groter is. Als een gevolg zijn dus de eenheden van (her)gebruik kleiner in het Vespucci systeem dan met een willekeurig boek. De Vespucci-database bevat gedidactiseerde informatie en kan ontsloten worden door een leeromgeving die speciaal voor het gebruik van Vespucci is ingericht. Er wordt gebruik gemaakt van een leerplatform van het bedrijf Three Ships Enterprises Vespucci bevat leerstof met vragen (reproductie-, begrips- en toepassingsvragen), opdrachten en projecten. Aan de leerstof zijn multimediale elementen toegevoegd als video s en animaties. De inhoud van de database sluit aan bij het beroeps- en opleidingsprofiel zoals dit voor de meeste opleidingen in het landelijk opleidingsoverleg is vastgesteld. Dit heeft consequenties voor de wijze waarop materiaal uiteindelijk veranderd en verbeterd kan worden. Het materiaal kan gepaard worden aan door de docent zelf ingebracht materiaal, het materiaal wordt ieder jaar ge-update. En het materiaal is in stukjes te genieten. Dit heeft het grote voordeel dat de leerling geen boeken of hoofdstukken hoeft aan te schaffen die niet bij zijn opleiding horen. In zoverre is het materiaal dus meer op een specifieke opleiding gericht. Het materiaal heeft de typische korrelgrootte van een aantal colleges. Men spreekt over bouwblokken, omdat het mogelijk is het materiaal op allerlei wijzen samen te stellen. Men heeft om de kwaliteit te waarborgen de opleidingsdirecteuren de rol gegeven om de algemene curriculumlijnen uit te zetten. Daarna zijn de inhoudsdeskundigen aan het werk gezet om materiaal te verzamelen. Zij leveren ruw tekst- en beeldmateriaal aan dat door de uitgever om precies te zijn, door beeldschermschrijvers van de Werf wordt geredigeerd. Deze aanpak heeft het voordeel dat een zekere uniformiteit ontstaat. Door de vrijheid die men heeft om aan Vespucci nog zaken (in een andere kleur) toe te voegen, kan men het standaardlesmateriaal aanvullen met eigen inzichten. Het lijkt dat Vespucci nagenoeg in de pas loopt met wat normaliter de wijze van werken bij het ontwikkelen van lesmaterialen is. Het grote verschil is dat de gedwongen winkelnering met Wolters Noordhoff sterk voor de hand ligt omdat zij in feite een monopolie houden op het lesmateriaal. De vraag of dit in de praktijk gaat werken is belangrijk. Want alleen als voldoende scholen in de toekomst aan deze werkwijze meedoen, kan het ook een rendabele methode zijn. Wat dat betreft is het veelzeggend dat 100 TELEMATICA INSTITUUT

101 de grote Fontys-collegeorganisatie meedoet. Dat geeft meteen vrij veel gewicht aan de Vespucci-proef. Werkelijk genuanceerde uitspraken over Vespucci zijn moeilijk te vinden om dat er weinig openheid is over de wijze waarop het lesmateriaal uiteindelijk gestalte heeft gekregen. Wel geeft men aan voor de toekomst veel verwachtingen te koesteren van het nader opleuken van materiaal met video. Dat geeft dus impliciet aan, dat dat nu nog niet sterk ontwikkeld is. Wat al wel ontwikkeld is, is het klikken op alternatieven en in het algemeen de mogelijkheid om moduletjes over te slaan en modules in een zelf gekozen volgorde te volgen. Hoe deze ICT-ondersteunde lessen genoten worden is onduidelijk: gaat het om zelfstudie, is het een rode draad waarlangs de onderwijsgevende zijn lessen voorbereidt en geeft, en is er de mogelijkheid om opdrachten uit te voeren? Dat is allemaal redelijk onduidelijk Discussie over Vespucci Vanuit het uitgeversuitgangspunt is het belangrijkste dat men een zekere controle wil houden over de digitale content, die immers het kapitaal van de uitgever is, zeker in de beleving van de uitgever. Het is een interessante vraag, of daar ook echt de meerwaarde van uitgevers ligt. In feite zijn ze niet zelden de moderatoren die het bevorderen dat mensen die iets te zeggen hebben stem krijgen en dat verhalen, overzichten, lesmateriaal vorm krijgt. In zoverre bieden uitgevers vooral meerwaarde, terwijl hetgeen ze uitgeven niet hun unieke eigendom is. Het moge duidelijk zijn dat op dit moment uitgevers betaald worden voor het gebruik van uitgaven. Daarom ook is men zo fel op eventuele schending van auteursrechten, want deze rechten zijn het enige waar de uitgever voor betaald wordt. Dit kan in de toekomst veranderen, en het zou interessant zijn om de kansen van proefprojecten op dit terrein te zien. Dan zou er dus veel meer sprake zijn van een betaling tijdens het leveren van de uitgeversinspanning, waarna het opgeleverde materiaal in het publieke domein terechtkomt. Dat is bijvoorbeeld de wijze waarop wetenschap in de regel bedreven wordt. Ze wordt uitgevoerd met gemeenschapsgeld en de resultaten van de wetenschap vloeien terug naar diezelfde gemeenschap. Du moment dat je de wetenschap geheel stoelt op private financiering, zal deze financier zijn recht willen doen laten gelden op wat er bedacht en uitgezocht is. Door ICT is het mogelijk flexibel om te gaan met de betaling en de betaling niet vooruit te schuiven tot het moment dat een hele lesmethode klaar is, maar de uitgever te betalen terwijl hij aan de lesmethode werkt terwijl dezelfde lesmethode ook al gebruikt kan worden. Zo werken nu onderwijsontwikkelaars vaak als ze op projectbasis verbonden zijn aan onderwijsinstellingen. Dat zou een nieuw business model kunnen worden voor de uitgever van de toekomst, en ten gevolge daarvan zouden uitgevers dan meer de aandacht kunnen richten op de communities en vormen van samenwerking waarin het lesmateriaal tot stand komt en de verschillende vormen waarin het lesmateriaal gebruikt wordt. Nu is veelal sprake van een winkeltje met een aantal titels, een catalogus waarvan de leerling of de school op een gegeven moment de boeken bij wijze van spreken per PRE -LEARN 101

102 bladzijde of per welk gebruikscriterium ook kan gebruiken. Ons inziens is het wel een vooruitgang dat de leerlingen eventueel online toegang hebben tot veel uitgebreidere informatie en dat ze altijd toegang hebben tot die informatie als ze toegang hebben tot Internet, maar de didactische meerwaarde, het gans andere dat ICT-ondersteund lesmateriaal zou kunnen bieden, blijft bij deze methode wat onderbelicht. 9.2 Ciao CIAO dienstverlening aan lagere scholen Het CIAO-project (Computers In het Amsterdamse Onderwijs) is een project van Gemeente Amsterdam, UvA, Stichting ABC, SARA, ABN AMRO, SUN Microsystems, en schoolbesturen en scholen in de omgeving Amsterdam. Doel van het project is de Amsterdamse basisscholen te ondersteunen bij de invoering van ICT. CIAO installeert een computernetwerk, onderhoudt dat en geeft cursussen, begeleiding en advies. CIAO is in 1997 van start gegaan op initiatief van de gemeente Amsterdam. Met ingang van 2000 nemen er 60 basisscholen deel. In 2005 moeten alle Amsterdamse scholen voor primair en voortgezet onderwijs zijn aangesloten. De gemeente Amsterdam is initiatiefnemer en belangrijkste financier van CIAO. Het project wordt gezien als een van de impulsen om het Amsterdams onderwijs kwalitatief te verbeteren. Voor de onderwijskundige toepassingen en het mogelijk maken daarvan zijn in het project betrokken: de Amsterdamse Schoolbegeleidingsdienst (ABC), de Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA), de Hogeschool IPABO (IPABO), de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU). De technische realisatie van CIAO wordt verzorgd door SARA, expertisecentrum op het gebied van computer- en (inter)netwerktechnologie. De CIAO-proef is geheel Internet-enabled. De link geeft een goed beeld van de in CIAO gevolgde aanpak. Het project beoogt een duurzame invoering van computers in scholen waarbij veel aandacht gaat naar de manier waarop scholen, docenten en leerlingen daarbij geholpen en betrokken worden. CIAO gaat er vanuit dat men vooral van elkaar moet leren. Dan beklijft het en kan de computer ook in de toekomst zinvol gebruikt worden. CIAO biedt scholen enerzijds een hosting dienst aan, zodat scholen ontslagen worden van systeem- en applicatiebeheer. Anderzijds richt CIAO zich op het scouten en onderwijskundig inklaren van informatiebronnen, leermiddelen en educatieve toepassingen. Het uitgangspunt is steeds de complementaire functie die ontwikkeld lesmateriaal moet hebben gegeven de mogelijkheden die het World Wide Web van zichzelf al biedt. Zo wordt er uitgegaan van interessante informatie die kinderen op het Internet kunnen raadplegen (websites), waarbij ze een opdrachtkaart mee krijgen. Dr. Henk Sligte van de UVA, projectleider van de onderwijskundige toepassingen, schrijft hierover het volgende: Het Internet is gigantisch, maar heel veel informatie draagt niets bij aan het verbeteren van het basisonderwijs. Hoogstens leren de leerlingen te zoeken, en te leren dat lang niet alles te vinden is. Sommige WWW-sites lijken wel heel interessant voor het primair onderwijs. Die sites zijn hier ingehangen in de vaken vormingsgebieden die we gebruiken om het onderwijs te ordenen. De meeste 102 TELEMATICA INSTITUUT

103 sites zijn niet gemaakt voor het primair onderwijs. Maar ze kunnen wel worden 'gedidactiseerd'. Tevens ondersteunt CIAO projecten waarin computers voor onderwijs gebruikt kunnen worden. De onderwijsprojecten zijn gevarieerd van vorm en indrukwekkend door de combinatie van betrachte eenvoud en fraaie resultaten. Zo heeft een van de deelnemende scholen in een CIAO-project een webjaarboek gemaakt waarin leerlingen die in het laatste jaar van de basisschool zitten, aangeven wat ze voor toekomstplannen hebben. In praktische zin biedt CIAO deelnemende scholen de volgende faciliteiten: Hardware: leasing van netwerkcomputers (1 per 20 leerlingen) met 17 inch beeldschermen, randapparatuur (printer, scanner) en twee servers Desgewenst aanpassing van verouderde of tweede kans computers Software: levering en installatie van alle benodigde systeemsoftware, beheersprogramma s en applicatieprogramma s Aanleg van het netwerk en de externe verbindingen (ISDN, ASDL of kabel) Onderhoud van het netwerk en regelmatige updating van de software Cursussen voor leerkrachten op verschillende niveaus, begeleiding en advisering Werkgroepen en bijeenkomsten met collega s Het CIAO-Handboek en de CIAO-Nieuwsbrief De scholen betalen hiervoor een abonnementsprijs die 85% bedraagt van het geld dat zij van OCW krijgen voor ICT-gebruik. Ze sluiten een driejarig contract af met CIAO Discussie over CIAO CIAO biedt aan de deelnemende scholen een aantal oplossingen en stelt zich dus op als service provider. In dit opzicht liep CIAO vooruit op de ontwikkelingen van Kennisnet. Wie is aangesloten op CIAO kan met een network computer toegang krijgen tot Internet en tot de CIAO-pagina's die speciaal geschikt zijn voor docenten, voor leerlingen, voor geïnteresseerde ouders, voor schoolleiders. Alles is zoveel mogelijk openbaar. Dat delen van informatie en ervaringen maakt het CIAO project tot een community in de ware zin van het woord, waar sommige scholen een voorloperrol hebben waar andere scholen weer van kunnen leren. Dit heeft ook het 2001 Smithsonian Computerworld Honors Program vastgesteld, dat aan projectleider Joke Dorrepaal de Honors Medallion uitreikte op 8 april 2001 in San Francisco. 9.3 Belle Belle - initiatief vanuit CANARIE Het Canadese Belle project (Broadband Enabled Lifelong Learning Environment) is bedoeld om interesse te wekken voor Internet-enabled lesmateriaal. BELLE valt onder het Canadese CANARIE programma (vgl. GigaPort). Het doel van BELLE ($3.4 million shared-cost) is om een prototype educatieve object repository te bouwen. PRE -LEARN 103

104 Om lesmateriaal on-line beschikbaar te maken moet je enerzijds zorgen voor technische oplossingen voor het maken, beschrijven, beheren en kunnen zoeken van het materiaal. Anderzijds moet je organiseren dat er lesmateriaal wordt gemaakt en dat het materiaal van voldoende kwaliteit is. Gedurende twee jaar onderzoekt BELLE critical aspects of building object repositories. Het project onderzoekt en ontwikkelt een standaard (metadata) voor het kunnen doorzoeken van een dergelijke onderwijsrepository, hoe kwaliteitschecks op educatieve content kan plaatsvinden, en bouwt aan een testbed infrastructuur voor client learning omgevingen. In het Belle project ligt de nadruk nog sterk op het realiseren van de technische oplossingen. De multimedia worden ondermeer met IBM Digital Library technologie ontsloten. In Belle wordt een beschrijvingsstandaard afgesproken om goede herbruikbaarheid te garanderen. Men werkt met twee (waarschijnlijk redundante) server sites en elf client sites waar uiteindelijk 2000 studenten in de komende 2 jaar van het beschikbaar gestelde lesmateriaal gebruik zullen maken. Vanaf de elf sites kunnen gebruikers studenten en docenten ook met elkaar technisch hoogwaardig conferencen. Het lesmateriaal wordt programmatisch ontwikkeld. Er zijn 7 teams actief, die zich tot doel hebben gesteld om bestaand materiaal voor Belle te ontsluiten. Tevens wordt een aantal bronnen beschikbaar gesteld die reeds geschikt zijn voor het Internet. Kwaliteitsborging wordt gerealiseerd doordat de teams onderling middels peer review elkaars materiaal beoordelen. De effectiviteit van het lesmateriaal zal worden geëvalueerd door de leerprestaties van studenten die met het systeem werken te meten. Het consortium wordt geleid door Netera Alliance en omvat: Banff Centre for the Arts McGill Faculty of Medicine Northern Alberta Institute of Technology (NAIT) Sheridan College University of Alberta University of British Columbia University of Calgary Faculty of Medicine University of Calgary Learning Commons University of Lethbridge Vancouver Film School Discussie over Belle De idee achter de Belle aanpak is dat met een toenemend aantal participanten steeds meer en dus waardevoller lesmateriaal beschikbaar komt. Wat echter niet wordt uitgewerkt is de mogelijkheid om buiten het programma om als docent of student lesmateriaal te 104 TELEMATICA INSTITUUT

105 veranderen of lesmateriaal toe te voegen. Productie en consumptie zijn gescheiden gehouden, zo lijkt het althans uit de beschrijving. Zoals Belle past in het CANARIE programma, zou een project mogelijk zijn binnen het GigaPort. Ook aan Nederlandse hogescholen, die nu niet bij breedband dataverkeer betrokken zijn, worden de mogelijkheden van Next Generation Internet dan concreter. 9.4 De Digitale Universiteit De Digitale Universiteit wil het toonaangevende centrum in Nederland worden voor het ontwikkelen en exploiteren van hoger onderwijs in een elektronische leeromgeving en voor het implementeren van innovaties in het hoger onderwijs. De Digitale Universiteit richt zich in de business-to-business markt op zowel instellingen van hoger onderwijs (binnen én buiten het consortium) als bedrijven. Aan dit consortium wordt deelgenomen door: Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit, Universiteit Twente, Open Universiteit Nederland, Fontys Hogescholen, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool van Utrecht, Ichthus Hogeschool en Saxion Hogescholen Financiering De consortiumdeelnemers brengen een substantiële, vaste jaarlijkse financiële bijdrage in. Dit betekent dat de universiteiten jaarlijks elk fl3 miljoen bijdragen en de hogescholen elk fl1 miljoen. Verder wordt een subsidie van OC&W gevraagd van fl70 miljoen, voor de eerste vier jaar voor de activiteiten van het Ontwikkel- en expertisecentrum. Het consortium is gesloten tot 2003, daarna kunnen nieuwe partners onder voorwaarden toetreden Kansen Dit initiatief is van groot belang voor het Telematica Instituut vanwege de grootschaligheid. Parallelle, concurrerende initiatieven kunnen erdoor worden weggedrukt. De Digitale Universiteit gaat fungeren als paraplu voor een groot aantal ontwikkelprojecten, waarin het TI een actieve rol zou kunnen spelen als projectuitvoerder. 9.5 Kennisnet Kennisnet - Landelijke portal voor scholen De idee achter kennisnet is een beveiligde en gecontroleerde toegang tot internet voor lager en middelbaar onderwijs. De breedte van de doelgroep geeft al wel aan dat veel neerkomt op het oppakken van initiatieven door scholen binnen deze onderwijstypen. Kennisnet is dus in de eerste plaats een portal waarin aan deelnemers mogelijkheden worden geboden. Deze mogelijkheden worden gestaag uitgebreid. Scholen die worden aangesloten op Kennisnet krijgen een gefilterde toegang tot Internet. Zo wordt het mogelijk leerlingen te beschermen voor kwalijke Internetsites. Een korte zoektocht op Kennisnet leert dat vuilbekkerij in de discussielijsten van Kennisnet niet wordt tegengehouden en het met de bescherming van de leerlingen in de praktijk dus tegenvalt, getuige onderstaande screenshot. PRE -LEARN 105

106 Figuur 9-1. Screenshot van Kennisnet Kennisnet richt zich op vijf doelgroepen: Kind basisschool (4-12) pret en edutainment Scholier vooral middelbare schoolvakken, cultuur, media en discussies Docent ingedeeld naar klassen en vakken. Manager vooral gericht op beleidsstukken en onderwijsnieuws Ouder vooral over opvoeding van het kind De toegang tot media is erg aardig geregeld. Leerlingen krijgen toegang tot informatiebronnen zoals kranten, TV-journaals, en de Nederlandse Persdatabank. Dit is zonder meer positief. We zien ook dat kranten op hun websites speciaal aandacht schenken aan scholieren. Daarnaast heeft iedereen (in praktijk met name docenten en managers) de mogelijkheid om deel te nemen in kringen. Kennisnet maakt voor de kringen gebruik van het Blackboard systeem, dat voor elk vak (of cursus) een standaard portal biedt met de activiteitenkalender, mededelingen en informatie over cursussen en deelnemers en waarin men samen materiaal kan ontwikkelen, beoordelen, aanpassen en beschikbaar stellen. De meeste van deze kringen zijn ontoegankelijk zonder password, waardoor de drempel om iets met kringen te gaan doen hoog blijft. Op de scholierenportal bieden scholen elkaars leerlingen voorbeeldlessen, links, en levendige beschrijvingen van projecten. Op de docentenportal biedt de overheid voorbeelden aan de docenten in het kader van het project praktische opdrachten. Ze hoopt daarmee de ICT-deskundigheid van docenten te bevorderen met het oog op het Studiehuis Discussie over Kennisnet Wat erg ontbreekt in Kennisnet is een algemene oriëntatie op zaken die voor een landelijk netwerk belangrijk zijn. Welke scholen doen mee in Kennisnet? Waar vind je hun website? Welke activiteiten (in kringen) lopen er die ook voor buitenstaanders interessant kunnen zijn? De algemene attitude is nog niet erg naar buiten gericht, zodat vooral de basisstructuur van Kennisnet en minder de inhoud de aandacht trekt. De inhoud 106 TELEMATICA INSTITUUT

Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO

Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 1 / 14 Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 2010 Kennisnet.nl Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 2 / 14 Samenvatting Scenario s voor Leren op

Nadere informatie

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Helder &Wijzer Mijn opdrachten In een kort, blended programma In het kort Voor wie docenten/trainers die blended opdrachten willen leren ontwerpen en ontwikkelen

Nadere informatie

Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs

Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs Verkenning rondom mogelijkheden, meerwaarde en aandachtspunten 27 januari 2011 NOT Academie Presentatie: Arnout Vree a.vree@avetica.nl www.avetica.nl

Nadere informatie

1. Introductie...3 2. Verleden...4 2.1 De ENIAC... 4 2.2 ARPANET... 6

1. Introductie...3 2. Verleden...4 2.1 De ENIAC... 4 2.2 ARPANET... 6 DEEL 1 E-LEARNING IN DE TIJD 1. Introductie...3 2. Verleden...4 2.1 De ENIAC... 4 2.2 ARPANET... 6 3. Heden... 10 3.1 Voor- en nadelen van e-learning...10 3.1.1 Voordelen van e-learning...10 3.1.2 Nadelen

Nadere informatie

Massive Open Online Courses voor de professionele ontwikkeling van medewerkers. Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com

Massive Open Online Courses voor de professionele ontwikkeling van medewerkers. Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com Massive Open Online Courses voor de professionele ontwikkeling van medewerkers Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com EMMA Pilots MOOCs Meerdere talen #EUMoocs Aggregator http://europeanmoocs.eu/

Nadere informatie

Welkom. TOP-leren. Programma. Wat is Blended learning. Waarom blended learning. Onderdelen blended learning. Mixen (70-20-10) Ontwerpstappen

Welkom. TOP-leren. Programma. Wat is Blended learning. Waarom blended learning. Onderdelen blended learning. Mixen (70-20-10) Ontwerpstappen Mareen van Londen van de Beek Opleidingskundige & e-learningadviseur www.kies-advies.nl Welkom Mareen van Londen Opleidingskundige & (e)learning adviseur Blended learning design Interne adviseur Externe

Nadere informatie

Minimumstandaard ICT, ten aanzien van. - voorzieningen binnen de school. - de medewerkers

Minimumstandaard ICT, ten aanzien van. - voorzieningen binnen de school. - de medewerkers Minimumstandaard ICT, ten aanzien van - voorzieningen binnen de school - de medewerkers DDS, januari 2011 Inleiding In dit document wordt de minimum standaard voor ICT beschreven. Alle DDS scholen streven

Nadere informatie

Scholingsgids ANBO Academie 2015. Voor actieve vrijwilligers van ANBO

Scholingsgids ANBO Academie 2015. Voor actieve vrijwilligers van ANBO Scholingsgids ANBO Academie 2015 Voor actieve vrijwilligers van ANBO Inhoudsopgave 1. Voorwoord... 3 2.... 4 3. Aanbod... 5 3.1 Workshop Welkom bij ANBO... 5 3.2 Instructiebijeenkomst Ledenadministrateur...

Nadere informatie

Blended Learning met Canvas. De complete e-learning oplossing voor opleidingsinstituten

Blended Learning met Canvas. De complete e-learning oplossing voor opleidingsinstituten Blended Learning met Canvas De complete e-learning oplossing voor opleidingsinstituten Als opleider weet u als geen ander hoe belangrijk het is om kennis snel en succesvol over te dragen. Daarnaast wilt

Nadere informatie

Informatieavond Byod onderwijs

Informatieavond Byod onderwijs Informatieavond Byod onderwijs Inhoud De maatschappij, onderwijs, de school, de leerling in 2013 Onderzoek van Kennisnet ICT op Canisius Uitgevers en leermateriaal Canisius en laptopondersteund onderwijs

Nadere informatie

PLANON E-LEARNINGSERVICE. Breid uw kennis van Planon uit met realtime toegang tot innovatieve e-learningcursussen

PLANON E-LEARNINGSERVICE. Breid uw kennis van Planon uit met realtime toegang tot innovatieve e-learningcursussen PLANON E-LEARNINGSERVICE Breid uw kennis van Planon uit met realtime toegang tot innovatieve e-learningcursussen De Planon e-learningservice biedt onder meer de volgende modules: Algemene e-learning Domeinspecifieke

Nadere informatie

Whitepaper. Veilig de cloud in. Whitepaper over het gebruik van Cloud-diensten deel 1. www.traxion.com

Whitepaper. Veilig de cloud in. Whitepaper over het gebruik van Cloud-diensten deel 1. www.traxion.com Veilig de cloud in Whitepaper over het gebruik van Cloud-diensten deel 1 www.traxion.com Introductie Deze whitepaper beschrijft de integratie aspecten van clouddiensten. Wat wij merken is dat veel organisaties

Nadere informatie

Communiceren in zakelijke omgevingen

Communiceren in zakelijke omgevingen Communiceren in zakelijke omgevingen Slimmer communiceren Communiceren in zakelijke omgevingen Slimmer communiceren Vodafone december 2010 Leefritme heeft een belangrijke invloed op de relatie tussen mensen

Nadere informatie

CEL. Bouwstenen voor een elektronische leeromgeving

CEL. Bouwstenen voor een elektronische leeromgeving CEL Bouwstenen voor een elektronische leeromgeving FACTSHEET CEL VERSIE 1.0 DECEMBER 2001 CEL - Bouwstenen voor een elektronische leeromgeving Inhoudsopgave Wat is CEL? 1 Uitgangspunten 1 De eindgebruiker

Nadere informatie

Achtergrond:uitgangspunt 11/20/2012. ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs

Achtergrond:uitgangspunt 11/20/2012. ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs 1 ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs Prof. dr. T. Schellens Leen Casier Veerle Lagaert Prof. dr. B. De Wever Prof. dr. M. Valcke 2 ENW-project Professionaliseringspakket

Nadere informatie

Verkenning Next DLO VU. Overzicht Alternatieve Systemen

Verkenning Next DLO VU. Overzicht Alternatieve Systemen Verkenning Next DLO VU Overzicht Alternatieve Systemen Onderwijscentrum VU Amsterdam 8 oktober 2009 2009 Vrije Universiteit, Amsterdam Overzicht Alternatieve Systemen 2 Auteur Opdrachtgever Status Versie

Nadere informatie

Video Conferencing anno 2012

Video Conferencing anno 2012 White paper Video Conferencing anno 2012 +31 (0) 88 121 20 00 upc.nl/business Pagina 1 van 8 Video Conferencing De behoefte aan video-vergaderen groeit. Mensen gaan steeds flexibeler om met de begrippen

Nadere informatie

M2DESK BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het?

M2DESK BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het? BESCHRIJVING M2DESK Wat is het? De M2Desk is een leerlingtafel waar een computer in geïntegreerd is. Met behulp van twee knoppen kan een computer uit het tafelblad geklapt worden. Tegelijk verschijnt een

Nadere informatie

Research & development

Research & development Research & development Publishing on demand Workflow ondersteuning Typesetting Documentproductie Gespecialiseerd document ontwerp Web ontwerp en onderhoud Conversie Database publishing Advies Organisatie

Nadere informatie

Dataportabiliteit. Auteur: Miranda van Elswijk en Willem-Jan van Elk

Dataportabiliteit. Auteur: Miranda van Elswijk en Willem-Jan van Elk Dataportabiliteit Auteur: Miranda van Elswijk en Willem-Jan van Elk Cloud computing is een recente ontwikkeling die het mogelijk maakt om complexe ICTfunctionaliteit als dienst via het internet af te nemen.

Nadere informatie

A2Campus; de eerste stap naar online leren

A2Campus; de eerste stap naar online leren A2Campus; de eerste stap naar online leren Wie zijn wij Waarom A2? Het is een klein bedrijf, de lijnen zijn kort. Er wordt snel gehandeld. En we wilden een eenvoudig, maar functioneel systeem. Hermine,

Nadere informatie

Onderzoeksvaardigheden 2

Onderzoeksvaardigheden 2 Performance van Phonegap Naam: Datum: april 2012 Studentnummer: 0235938 Opleiding: CMD Docenten: Pauline Krebbers Modulecode: MEDMO101DT Modulenaam: Onderzoeksvaardigheden 2 / Media & Onderzoek Inhoudsopgave

Nadere informatie

Acrobat 8 voor marketingprofessionals

Acrobat 8 voor marketingprofessionals Acrobat 8 voor marketingprofessionals Colin van Oosterhout Business Development Manager Acrobat Monique Engelaar Marketing Manager Acrobat Adobe Systems Benelux 2006 Adobe Systems Incorporated. All Rights

Nadere informatie

VIDEO-CONFERENCING IN DE NETWERKSCHOOL: ONDERZOEK EN AANBEVELINGEN

VIDEO-CONFERENCING IN DE NETWERKSCHOOL: ONDERZOEK EN AANBEVELINGEN VIDEO-CONFERENCING IN DE NETWERKSCHOOL: ONDERZOEK EN AANBEVELINGEN 1 De Netwerkschool ROC Nijmegen onderzocht de toepassingsmogelijkheden van videoconferencing in de Netwerkschool. Er werd zowel marktonderzoek

Nadere informatie

ARCADIS Imagine the result E-learning bij de implementatie van een DMS

ARCADIS Imagine the result E-learning bij de implementatie van een DMS ARCADIS Imagine the result E-learning bij de implementatie van een DMS 1 Agenda Korte introductie ARCADIS Document management als pijler van programma Digitaal samenwerken Doelstellingen (opleiding, support,

Nadere informatie

Masterclass. SharePoint 2010 in het Onderwijs

Masterclass. SharePoint 2010 in het Onderwijs Masterclass SharePoint 2010 in het Onderwijs Masterclass SharePoint 2010 in het Onderwijs De driedaagse Masterclass SharePoint 2010 in het Onderwijs heeft als doel deelnemers kennis en vaardigheden bij

Nadere informatie

CaseMaster CRM Customer Relationship Management

CaseMaster CRM Customer Relationship Management CaseMaster CRM Customer Relationship Management CaseMaster CRM Meer omzet uit uw bestaande of nieuwe relaties halen of een klantprofiel samenstellen doormiddel van een analyse op het aankoopgedrag en vervolg

Nadere informatie

Factsheet((NL)( Intranet,(Extranet,(Social(&(more

Factsheet((NL)( Intranet,(Extranet,(Social(&(more Multi Enterprise Social Network Platform 10 redenen om mee te doen Factsheet((NL)( Intranet,(Extranet,(Social(&(more Intranet, Extranet, Social Organiseer mensen en informatie op natuurlijke wijze TransportLAB

Nadere informatie

knkpublishing Microsoft Dynamics De flexibele, innovatieve uitgeverijsoftware Nieuwe kansen in een veranderende media wereld

knkpublishing Microsoft Dynamics De flexibele, innovatieve uitgeverijsoftware Nieuwe kansen in een veranderende media wereld De flexibele, innovatieve uitgeverijsoftware INTEGRATIE CONTINUE INNOVATIE WORKFLOW ONDERSTEUNING ABECON-CONSULTANCY OVER ABECON Microsoft Dynamics Nieuwe kansen in een veranderende media wereld Standaard

Nadere informatie

Masterclass SharePoint Online. in het onderwijs. APS IT-diensten, Utrecht Pagina 1

Masterclass SharePoint Online. in het onderwijs. APS IT-diensten, Utrecht Pagina 1 Masterclass Office 365 - SharePoint Online in het onderwijs APS IT-diensten, Utrecht Pagina 1 Office 365 in het onderwijs Microsoft Office 365 biedt besturen en scholen de unieke mogelijkheid om samenhang

Nadere informatie

Zelftest Java EE Architectuur

Zelftest Java EE Architectuur Zelftest Java EE Architectuur Document: n1218test.fm 22/03/2012 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INLEIDING BIJ DE ZELFTEST JAVA EE ARCHITECTUUR Nota:

Nadere informatie

Dynamic Publishing on Demand in Social Networks. R.M.G Dols Morpheus Software 2006

Dynamic Publishing on Demand in Social Networks. R.M.G Dols Morpheus Software 2006 Dynamic Publishing on Demand in Social Networks R.M.G Dols Morpheus Software 2006 Introductie Roger Dols Morpheus Software Onze expertise is het beheersbaar maken van kennis door toepassing van 2e generatie

Nadere informatie

Elektronische leeromgeving en didactiek. Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens

Elektronische leeromgeving en didactiek. Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens Elektronische leeromgeving en didactiek Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens Programma Wat is een ELO? Voorbeelden Didactiek en ELO Voorbeelden leeractiviteiten in een ELO Functionaliteiten

Nadere informatie

BeheerVisie ondersteunt StUF-ZKN 3.10

BeheerVisie ondersteunt StUF-ZKN 3.10 Nieuwsbrief BeheerVisie Nieuwsbrief BeheerVisie 2015, Editie 2 Nieuws BeheerVisie ondersteunt StUF-ZKN 3.10 BeheerVisie geeft advies MeldDesk App Message Router MeldDesk Gebruikers Forum Nieuwe MeldDesk

Nadere informatie

e-leren in een KMO, kan dat?

e-leren in een KMO, kan dat? e-leren in een KMO, kan dat? Mathy Vanbuel ATiT mathy.vanvuel@atit.be Overzicht Kennismaking Wat is e-leren, Waar komt e-leren vandaan en waar gaan we naartoe? e-leren in de praktijk voorbeelden De 9 geboden

Nadere informatie

Open & Online. De (mogelijke) rollen van bibliotheken. Onderwijs

Open & Online. De (mogelijke) rollen van bibliotheken. Onderwijs Open & Online De (mogelijke) rollen van bibliotheken Onderwijs Enthousiasme om mee te werken aan het onderzoek De opkomst hier vandaag Vragen en nieuwsgierigheid Leidraad met vragen opgesteld Telefonische

Nadere informatie

Academy4learning. Trainingsaanbod 2015-2016

Academy4learning. Trainingsaanbod 2015-2016 Academy4learning Aan de slag met Academy4learning Welkom bij Academy4learning! Met praktijkgerichte trainingen en workshops ondersteunen we docenten en medewerkers bij de invoering en het gebruik van digitaal

Nadere informatie

Informatieavond laptoponderwijs

Informatieavond laptoponderwijs Informatieavond laptoponderwijs Inhoud De maatschappij, onderwijs, de school, de leerling in 2012 Onderzoek van Kennisnet ICT op Canisius Uitgevers en leermateriaal Canisius en laptopondersteund onderwijs

Nadere informatie

Microsoft Excel. It s all about Excel - VBA

Microsoft Excel. It s all about Excel - VBA X Microsoft Excel Stap in de wereld van Visual Basic for Applications (VBA) binnen het Microsoft Office programma Excel. Leer hoe deze programmeertaal precies in elkaar zit en hoe u deze in de dagelijkse

Nadere informatie

Masterclass SharePoint 2013 in het onderwijs

Masterclass SharePoint 2013 in het onderwijs Masterclass SharePoint 2013 in het onderwijs APS IT-diensten Utrecht Pagina 1 SharePoint 2013 in het onderwijs SharePoint 2013 biedt onderwijsorganisaties de unieke mogelijkheid om samenhang aan te brengen

Nadere informatie

Belastingdienst Academie, Moodle en toekomstige ontwikkelingen. Mei 2012 Richard Dorland

Belastingdienst Academie, Moodle en toekomstige ontwikkelingen. Mei 2012 Richard Dorland Belastingdienst Academie, Moodle en toekomstige ontwikkelingen. Mei 2012 Richard Dorland 1 Opzet Organogram Taken Academie en uitgangspunten Positionering Moodle Implementatie Moodle Opleiding & Moodle

Nadere informatie

Stichting Innovatief Onderwijs Nederland

Stichting Innovatief Onderwijs Nederland Stichting Innovatief Onderwijs Nederland ONTZORGT SCHOLEN OP ICT De ION QuickScan heeft als primair doel om scholen voor te bereiden op digitalisering van het onderwijs binnen. U kunt direct met de resultaten

Nadere informatie

Uw online leerplatform. Slimmer leren

Uw online leerplatform. Slimmer leren Uw online leerplatform Slimmer leren Leer slimmer Blijf vitaal bent een succesvolle organisatie. U past U zich aan nieuwe omstandigheden aan. U wilt dat uw medewerkers inspelen op die veranderingen. Daarom

Nadere informatie

Uitslag marktonderzoek van de Nederlandse SCORM markt

Uitslag marktonderzoek van de Nederlandse SCORM markt Uitslag marktonderzoek van de Nederlandse SCORM markt Datum: 27 december 2010. Mark van de Haar mark@edia.nl Edia Pagina 1 van 12 Inhoudsopgave Uitslag marktonderzoek van de Nederlandse SCORM markt...

Nadere informatie

Handout PrOfijt. - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Mike Nikkels / Olav van Doorn

Handout PrOfijt. - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Mike Nikkels / Olav van Doorn Handout PrOfijt - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Auteur(s): Mike Nikkels / Olav van Doorn 1 Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave... 2 2 Inleiding... 3 3 Algemeen... 3 4 Visie op PrOfijt... 4 5 Techniek...

Nadere informatie

Learning- Business-Models

Learning- Business-Models Masterclass Learning- Business-Models Hans-de-Zwart- -Marcel-de-Leeuwe- -Ruud-Smeulders Overeenkomst? $100,%Kobe%(Japan)% William&Bruce&Cameron& Vragen! PollEv.com/ele2013 Hoe-beoordeeltu-de-waarde?

Nadere informatie

Leerscenario Kata-App (werktitel) Raymond Stoops Hogeschool Utrecht. Analyse. Inleiding. Doelstellingen

Leerscenario Kata-App (werktitel) Raymond Stoops Hogeschool Utrecht. Analyse. Inleiding. Doelstellingen Leerscenario Kata-App (werktitel) Raymond Stoops Hogeschool Utrecht Analyse Inleiding Bij het beoefenen van karate zijn er meerdere trainingsvormen. Een individuele trainingsvorm is de kata, waar een vast

Nadere informatie

On-line Communicatietool Ict op School

On-line Communicatietool Ict op School On-line Communicatietool Ict op School Rapport 2 Output van kwalitatieve marktonderzoek basisschool Kwalitatief marktonderzoek ten behoeve van de ontwikkeling en toetsing van een online communicatietool

Nadere informatie

Dag van de Trainer. Gaat online leren ten koste van verbinding?

Dag van de Trainer. Gaat online leren ten koste van verbinding? Dag van de Trainer Gaat online leren ten koste van verbinding? Marion Reijerink 10 jaar ABN AMRO Trainer sinds 2005 Online trainer sinds 2010 Opleidingen in VS Nu: directeur atsync Trainer van het jaar

Nadere informatie

Technologie en Interactie 3.2: software architectuur

Technologie en Interactie 3.2: software architectuur Technologie en Interactie 3.2: software architectuur Manual IAM-TDI-V2-Technologie en Interactie. Jaar 0809 blok 2 Oktober 2008 Fons van Kesteren 1/8 Inhoud Technologie en Interactie 3.2: software architectuur...

Nadere informatie

Eindrapportage Interactieve Leerlijnen. www.dnsleerroutes.net. Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010. Kennisnet.

Eindrapportage Interactieve Leerlijnen. www.dnsleerroutes.net. Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010. Kennisnet. Eindrapportage Interactieve Leerlijnen versie datum 1 / 7 Eindrapportage Interactieve Leerlijnen www.dnsleerroutes.net Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010 Kennisnet.nl www.dnsleerroutes.net

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Stichting NIOC en de NIOC kennisbank

Stichting NIOC en de NIOC kennisbank Stichting NIOC Stichting NIOC en de NIOC kennisbank Stichting NIOC (www.nioc.nl) stelt zich conform zijn statuten tot doel: het realiseren van congressen over informatica onderwijs en voorts al hetgeen

Nadere informatie

Innovatie support gids

Innovatie support gids Innovatie support gids Uw gids naar resultaat 1 Uw gids naar resultaat Innovatief duurzaam drukwerk Het drukwerk van deze gids is uitgevoerd in waterloos offset met inkt op plantaardige basis, dit resulteert

Nadere informatie

Whitepaper. Outsourcing. Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 1/6. www.nobeloutsourcing.nl

Whitepaper. Outsourcing. Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 1/6. www.nobeloutsourcing.nl Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 1/6 Inhoud Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 3 Relatie tussen ICT en 3 Outsourcen ICT: Wat? 3 Cloud Services 3 Service Level Agreement 3 Software

Nadere informatie

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Klantgerichtheid Selecteren van een klant Wanneer u hoog scoort op 'selecteren

Nadere informatie

Onbeperkt leren. NTI-Eega Businesscase en Discussie

Onbeperkt leren. NTI-Eega Businesscase en Discussie Onbeperkt leren NTI-Eega Businesscase en Discussie Voorstellen Drs. Erik Steenwelle MM Directeur NTI Zakelijk NTI Zakelijk 071-7501040 06-33324391 erik.steenwelle@nti.nl Programma Ontwikkelingen in de

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

TENCompetence: infrastructuur

TENCompetence: infrastructuur TENCompetence: infrastructuur voor de competentieontwikkeling van individu, team en organisatie in Europa. Presentatie Dr. Marlies Bitter-Rijpkema, Open Universiteit Nederland. Horeca Branche Instituut,

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

Green Shipping. Hoe kan het Nieuwe Leren hier een bijdrage aan leveren?

Green Shipping. Hoe kan het Nieuwe Leren hier een bijdrage aan leveren? Green Shipping Hoe kan het Nieuwe Leren hier een bijdrage aan leveren? & Welkom! Introductie De automobielsector als benchmark Tools, functionaliteiten en voordelen: Virtual Classroom Training - VCT Video-based

Nadere informatie

Online samenwerken: discussie 1

Online samenwerken: discussie 1 Online samenwerken: discussie 1 in hoeverre zijn Hall s criteria door Nestor vervuld (of überhaupt van belang)? grote beschikbaarheid: geschikt voor verschillende soorten gebruikers scaleerbaarheid: toepasbaar

Nadere informatie

De stille revolutie van technologie

De stille revolutie van technologie De stille revolutie van technologie Jeroen Krouwels Leren in de zorgsector van de 21e eeuw WAT WILLEN WE IN ONZE INSTELLING? Doelstelling leren en ontwikkelen binnen XXXXX als Leerhuis: Van functie- en

Nadere informatie

Opleidingskunde,Training & Human Development

Opleidingskunde,Training & Human Development Opleidingskunde, Deze flyer over praktijkleren bij de bacheloropleiding Opleidingskunde beschrijft informatie over de volgende onderwerpen: Inhoud: 1. Het beroep 2. Deskundigheidsbevordering van medewerkers

Nadere informatie

Vragenlijst vergelijking teleleerplatformen (de meeste vragen zijn met ja/ nee te beantwoorden) Productnaam:

Vragenlijst vergelijking teleleerplatformen (de meeste vragen zijn met ja/ nee te beantwoorden) Productnaam: Vragenlijst vergelijking teleleerplatformen (de meeste vragen zijn met / nee te beantwoorden) Productnaam: Versie: Algemeen Studywiser Het teleleerplatform kan het leerstof/ toetsdeel, het communicatiedeel

Nadere informatie

ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 3. DOELEN...4 4. PLAN VAN AANPAK...4 5. EVALUATIE EN TERUGKOPPELING...5

ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 3. DOELEN...4 4. PLAN VAN AANPAK...4 5. EVALUATIE EN TERUGKOPPELING...5 ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 2.1 ICT-VISIE...3 2.2 AMBITIE VAN DE RSG...3 3. DOELEN...4 3.1 LEREN OVER COMPUTER...4 3.2 WERKEN MET COMPUTER...4 3.3 LEREN DOOR MIDDEL VAN COMPUTER...4

Nadere informatie

Peter de Haas peter.dehaas@breinwave.nl +31655776574

Peter de Haas peter.dehaas@breinwave.nl +31655776574 Peter de Haas peter.dehaas@breinwave.nl +31655776574 business context Innovatie Platform Klantinteractie Klantinzicht Mobiel Social Analytics Productiviteit Processen Integratie Apps Architectuur Wat is

Nadere informatie

Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met

Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met Trainerscursus deel 1 Open Universiteit / CELSTEC 10-1-2013 1 1 Leermiddelen Taak van private sector of toch (deels) publiek? Wet gratis schoolboeken (scholen

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Innovaties in e-learning. Jos Herkelman

Innovaties in e-learning. Jos Herkelman Innovaties in e-learning What s new? Jos Herkelman Wat is er al bereikt? N@Tschool! v11 Overzicht ; eenvoud ; open ; sneller werken Betere informatievoorziening i i i rondom inloggen Portaalfunctionaliteit:

Nadere informatie

Op naar 2025. Vivian Clement

Op naar 2025. Vivian Clement Op naar 2025 Vivian Clement Veel is nog onzeker, een ding staat vast, de studenten van 2025 zijn nu al met leren begonnen Vandaag aandacht voor Ontwikkelingen Impact op het onderwijs Werkvormen ONTWIKKELINGEN

Nadere informatie

The Courseware Company BV Postbus 394 3500 AJ UTRECHT Tel: 030 2399 090 Fax: 030 2399 091 www.courseware.nl BTW: 80.63.88.407.B.

The Courseware Company BV Postbus 394 3500 AJ UTRECHT Tel: 030 2399 090 Fax: 030 2399 091 www.courseware.nl BTW: 80.63.88.407.B. Articulate Studio 13 PRO Algemeen Maak snel e-learningmodules, quizzen en andere interactieve content met een auteurstool waarmee je meteen aan de slag kunt! Onderdelen Studio PRO Articulate Studio PRO

Nadere informatie

Soms geeft de begeleidende informatie misleidende informatie; doet de applicatie niet wat hij belooft te doen.

Soms geeft de begeleidende informatie misleidende informatie; doet de applicatie niet wat hij belooft te doen. Inhoud Als er leerdoelen gehaald moeten worden moeten we als docent wel enige zekerheid hebben omtrend het effect van een interactieve multimediale applicatie. Allereerst moet de applicatie beken worden

Nadere informatie

1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren.

1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren. Stellingen doelen 1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren. 3. Instructielessen maken voor het

Nadere informatie

Visieworkshop Zuyd Hogeschool

Visieworkshop Zuyd Hogeschool Visieworkshop Zuyd Hogeschool VANUIT ONDERWIJSVISIE NAAR EEN VISIE OP DLWO Harry Renting Lianne van Elk Aanleidingen programma Mogelijkheden van SURFconext Web2.0 applicatie vrij beschikbaar Ontwikkelingen

Nadere informatie

De voordelen van Drupal

De voordelen van Drupal Drupal is een open source Content Management System (CMS). Daarnaast kun je Drupal zien als een framework, dit betekent dat je modules (oftewel mini-applicaties) kunt implementeren in je installatie van

Nadere informatie

De motor van de lerende organisatie

De motor van de lerende organisatie De motor van de lerende organisatie Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn

Nadere informatie

FOOTBALL BUSINESS FUNDAMENTALS

FOOTBALL BUSINESS FUNDAMENTALS ONLINE 2015-16 CURSUS FOOTBALL BUSINESS FUNDAMENTALS MAAK VAN JE PASSIE VOOR VOETBAL JE BEROEP De cursus is een goede introductie in het voetbalmanagement, want het helpt je om verschillende situaties

Nadere informatie

atworkshops Live online & interactief Experts in live, online & interactief leren en samenwerken

atworkshops Live online & interactief Experts in live, online & interactief leren en samenwerken atworkshops Live online & interactief Experts in live, online & interactief leren en samenwerken Hoe zorg je er in deze turbulente tijden voor dat mensen zich blijven ontwikkelen en relevant blijven voor

Nadere informatie

Marktinventarisatie ELO s in het VO

Marktinventarisatie ELO s in het VO Marktinventarisatie ELO s in het VO Voorwoord Omdat we bij itslearning onze dienstverlening continu willen verbeteren, hebben we onderzoek laten doen naar het gebruik van elektronische leeromgevingen (ELO

Nadere informatie

21st Century Skills Training

21st Century Skills Training Ontwikkeling van competenties voor de 21 e eeuw - Vernieuwend - Voor werknemers van nu - Met inzet van moderne en digitale technieken - - Integratie van social media - Toekomstgericht - Inleiding De manier

Nadere informatie

Het nieuwe leren. Het Nieuwe Leren Concurrentie analyse

Het nieuwe leren. Het Nieuwe Leren Concurrentie analyse Het nieuwe leren Het Nieuwe Leren Concurrentie analyse Conclusies (I) Het Nederlandse begrip Het nieuwe leren is niet zo n bekend begrip, is vooral gefocused op onderwijs. Het nieuwe leren wordt vooral

Nadere informatie

hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier 30 mei 2001 hogeschool rotterdam w.v.ravenstein

hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier 30 mei 2001 hogeschool rotterdam w.v.ravenstein hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier 30 mei 2001 hogeschool rotterdam w.v.ravenstein Hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier juni 2001 Doelen De drie voornaamste doelen op lange termijnen,

Nadere informatie

De complete oplossing voor uw kadastrale informatievoorziening.

De complete oplossing voor uw kadastrale informatievoorziening. De complete oplossing voor uw kadastrale informatievoorziening. Foto: Mugmedia Het Kadaster gaat de levering van kadastrale informatie ingrijpend vernieuwen. Het huidige proces van verwerken van kadastrale

Nadere informatie

Regeling ontwikkelen en gebruiken van streaming media in het MBO projectplan Drenthe College 5 maart 2007

Regeling ontwikkelen en gebruiken van streaming media in het MBO projectplan Drenthe College 5 maart 2007 1 / 5 Regeling ontwikkelen en gebruiken van streaming media in het MBO Projectplan Auteur(s) Versienummer Datum Hilbert van der Duim Margriet Dunning en Jan Bos Willem Karssenberg 1.0 5 maart 2007 2 /

Nadere informatie

Boost uw carrière. Zo kiest u de MBAopleiding die bij u past. Deze whitepaper is mede mogelijk gemaakt door

Boost uw carrière. Zo kiest u de MBAopleiding die bij u past. Deze whitepaper is mede mogelijk gemaakt door Boost uw carrière Zo kiest u de MBAopleiding die bij u past Deze whitepaper is mede mogelijk gemaakt door Introductie Update uw kennis De wereld om ons heen verandert in een steeds hoger tempo. Hoe goed

Nadere informatie

INNOVATIEPROGRAMMA ONDERWIJS OP MAAT PROJECT: PROEFTUIN

INNOVATIEPROGRAMMA ONDERWIJS OP MAAT PROJECT: PROEFTUIN INNOVATIEPROGRAMMA ONDERWIJS OP MAAT PROJECT: PROEFTUIN ACTIVITEITENPLAN 2015 WWW.SURF.NL/ONDERWIJS Innovatieprogramma Onderwijs op Maat Project: Proeftuin 2 INHOUD 1. Proeftuin 3 1.1 Doelen 3 2. Werkwijze

Nadere informatie

Omzeil het gebruik van mappen en bestanden over Wiki s en het werken in de 21 e eeuw

Omzeil het gebruik van mappen en bestanden over Wiki s en het werken in de 21 e eeuw Omzeil het gebruik van mappen en bestanden over Wiki s en het werken in de 21 e eeuw In de whitepaper waarom u eigen documenten niet langer nodig heeft schreven we dat het rondmailen van documenten geen

Nadere informatie

Aan de slag met het Business Model Canvas

Aan de slag met het Business Model Canvas 1 Aan de slag met het Business Model Canvas De Wereld van de Ondernemer Gerard Aaftink November 2014 2 Inhoud Deel 1: Het Business Model Canvas Het Business Model Canvas Wat is het? Hoe werkt het? Hoe

Nadere informatie

Kennismanagement. HiP Consulting Carla Bastiaansen

Kennismanagement. HiP Consulting Carla Bastiaansen Kennismanagement HiP Carla Bastiaansen Redenen om eens te praten over kennis We groeien snel en ik kan niet snel genoeg goede mensen binnenkrijgen en opleiden. Cruciale kennis en expertise wandelt de deur

Nadere informatie

We zijn op de goede weg!

We zijn op de goede weg! Interview met etutor Hans Troost, School of Education Hogeschool INHOLLAND Door Pieter Swager, Lectoraat elearning, december 2005 We zijn op de goede weg! Het gesprek met Hans Troost vindt plaats op de

Nadere informatie

Deltion Scense. 8 December 2010

Deltion Scense. 8 December 2010 Deltion Scense 8 December 2010 Wie Wat - Waar Regionaal Opleidingscentrum in Zwolle (ROC) 16.000 jongeren en volwassenen beroeps onderwijs op middelbaar niveau 1.200 mensen in onderwijsgevende en ondersteunende

Nadere informatie

Overheid & ICT. Bezoek onze stand D015 in de Jaarbeurs in Utrecht van 24-26 april 2012.

Overheid & ICT. Bezoek onze stand D015 in de Jaarbeurs in Utrecht van 24-26 april 2012. home introductie easyconference easycomfort scheduling over ons contact Overheid & ICT. Bezoek onze stand D015 in de Jaarbeurs in Utrecht van 24-26 april 2012. Met één klik brengt u iedereen die u wilt

Nadere informatie

Make it work! Virtuele mobiliteit in internationale stages integreren: een snelgids

Make it work! Virtuele mobiliteit in internationale stages integreren: een snelgids Make it work! Virtuele mobiliteit in internationale stages integreren: een snelgids Wat? Internationale stages worden steeds belangrijker in de context van de internationalisering van hoger onderwijs en

Nadere informatie

Docenten die hun onderwijs meer willen afstemmen op de individuele verschillen tussen leerlingen en hun leeropbrengst willen vergroten.

Docenten die hun onderwijs meer willen afstemmen op de individuele verschillen tussen leerlingen en hun leeropbrengst willen vergroten. 1. Differentiëren Onderzoeken welke manieren en mogelijkheden er zijn om te differentiëren en praktische handvatten bieden om hiermee aan de slag te gaan. Vervolgens deze kennis toepassen in de praktijk

Nadere informatie

Professionalisering ontwikkelteam NID Duaal

Professionalisering ontwikkelteam NID Duaal Professionalisering ontwikkelteam NID Duaal Heerlen, 4 oktober 2011, Hogeschool Zuyd, Heerlen Dr. Bert Hoogveld, Open Universiteit, CELSTEC Drs. Diny Ebrecht, Open Universitieit, CELSTEC. Visionen für

Nadere informatie

Productplan Leerwijzer.info

Productplan Leerwijzer.info Productplan Leerwijzer.info Inhoud Inleiding:... 3 Missie:... 3 Visie:... 3 Juridische vorm:... 4 Partnership:... 4 De concurrentie de baas blijven.... 4 Borging kwaliteit en continuïteit.... 5 Financieel....

Nadere informatie

Unicomedia biedt een totaal oplossing voor narrowcasting en adviseert over hardware, implementatie en beheer van deze netwerken.

Unicomedia biedt een totaal oplossing voor narrowcasting en adviseert over hardware, implementatie en beheer van deze netwerken. Retail Digital Signage heeft zich in verschillende vormen effectief bewezen om doelgericht met consumenten te communiceren. Digitale media wordt ingezet om merkenherkenning te ondersteunen, winkel promoties

Nadere informatie

LEERACTIVITEIT IJs verkopen op straat Ent-teach Module 6 Project management

LEERACTIVITEIT IJs verkopen op straat Ent-teach Module 6 Project management LEERACTIVITEIT IJs verkopen op straat Ent-teach Module 6 Project management Beschrijving van de leeractiviteit Voor de volgende opdracht zullen de studenten plannen* hoe ze gedurende een week ijs gaan

Nadere informatie