Industrie en diensten in beeld

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Industrie en diensten in beeld"

Transcriptie

1 Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam Industrie en diensten in beeld Kwantitatieve fase van een SWOTanalyse van de se industrie Notitie Michiel de Nooij Flóra Felsö Barbara Baarsma Amsterdam, april 2004

2 "Het doel der Stichting is het verrichten van economische onderzoekingen, zowel op het terrein der sociale economie als op dat der bedrijfseconomie, ten dienste van wetenschap en onderwijs, mede ten nutte van overheid en bedrijfsleven" (art. 2 der stichtingsakte) SEO-rapport nr. 740 ISBN Copyright 2004 SEO Amsterdam. Alle rechten voorbehouden. Het is geoorloofd gegevens uit dit rapport te gebruiken in artikelen en dergelijke, mits daarbij de bron duidelijk en nauwkeurig wordt vermeld.

3

4 Inhoud 1 Inleiding Probleemstelling Keuzes Keuze van landen Keuze van variabelen Keuze van de sectoren Keuze databronnen Leeswijzer De stand van de economie Omvang van de belangrijkste sectoren Aandeel in de productie Aandeel in de werkgelegenheid Groei Groei van de productie Groei van de werkgelegenheid Productiviteit Concurrentiepositie Export-import ratio Export Netto Export Investeringen in technologie & kennis Investeringen in kapitaal Aantrekkelijkheid van de investeringen Rendementen Arbeidsinkomensquote en het buitenland Directe buitenlandse investeringen Conclusie: een voorzichtige en ruwe SWOT-analyse Bijlage 1 De Industrie in detail B.1.1 Omvang van de industrie B Aandeel in de productie... 95

5 B Aandeel in de werkgelegenheid B.1.2 Groei B Productie B Werkgelegenheid B.1.3 Productiviteit B.1.4 Concurrentiepositie B Export-import ratio B Export B1.4.3 Netto Export B.1.5 Investeringen in technologie & kennis B.1.6 Investeringen in kapitaal B.1.7 Aantrekkelijkheid van de investeringen B Rendementen B Arbeidsinkomensquote B.1.8 en het buitenland...144

6 Figuren en tabellen Tabel 1.1 Potentiële indicatoren... 4 Tabel 1.2 Sectorindelingen... 9 Tabel 1.3 Subsectorindeling van de industrie Figuur 2.1 Ontwikkeling aandeel industriële toegevoegde waarde I Figuur 2.2 Ontwikkeling aandeel industriële toegevoegde waarde II Figuur 2.3 Aandeel toegevoegde waarde in de totale economie 1993 I Figuur 2.4 Aandeel toegevoegde waarde in de totale economie 2000 I Figuur 2.5 Aandeel toegevoegde waarde in de totale economie 1993 II Figuur 2.6 Aandeel toegevoegde waarde in de totale economie 2000 II Figuur 2.7 Aandeel industriële werkgelegenheid in de tijd I Figuur 2.8 Aandeel industriële werkgelegenheid in de tijd II Figuur 2.9 Aandeel werkgelegenheid in de totale economie 1993 I Figuur 2.10 Aandeel werkgelegenheid in de totale economie 2000 I Figuur 2.11 Aandeel werkgelegenheid in de totale economie 1993 II Figuur 2.12 Aandeel werkgelegenheid in de totale economie 2000 II Figuur 2.13 Groei van de industriële productie I Figuur 2.14 Groei van de industriële productie II Figuur 2.15 Groei van de productie I Figuur 2.16 Groei van de productie II Figuur 2.17 Groei van de industriële werkgelegenheid (personen) I Figuur 2.18 Groei van de industriële werkgelegenheid (personen) II Figuur 2.19 Groei van de industriële werkgelegenheid (FTE) I Figuur 2.20 Groei van de industriële werkgelegenheid (FTE) II Figuur 2.21 Groei van de werkgelegenheid (personen) I Figuur 2.22 Groei van de werkgelegenheid (personen) II Figuur 2.23 Groei van de werkgelegenheid (FTE) I Figuur 2.24 Groei van de werkgelegenheid (FTE) II Figuur 2.25 Arbeidsproductiviteitsniveau in Figuur 2.26 Gemiddelde arbeidsproductiviteitsgroei, Figuur 2.27 Ontwikkeling van de industriële export-import ratio I Figuur 2.28 Ontwikkeling van de industriële export-import ratio II Figuur 2.29 Ontwikkeling industriële export t.o.v. productiewaarde I Figuur 2.30 Ontwikkeling industriële export t.o.v. productiewaarde II Figuur 2.31 Export t.o.v. productiewaarde, totale economie 1993 I Figuur 2.32 Export t.o.v. productiewaarde, totale economie 2000 I Figuur 2.33 Export t.o.v. productiewaarde, totale economie 1993 II Figuur 2.34 Export t.o.v. productiewaarde, totale economie 2000 II Figuur 2.35 Ontwikkeling industriële netto export t.o.v. productiewaarde I Figuur 2.36 Ontwikkeling industriële netto export t.o.v. productiewaarde II Figuur 2.37 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, totale economie 1993 I Figuur 2.38 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, totale economie 2000 I Figuur 2.39 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, totale economie 1993 II Figuur 2.40 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, totale economie 2000 II Figuur 2.41 Industriële R&D intensiteit in de tijd I Figuur 2.42 Industriële R&D intensiteit in de tijd II Figuur 2.43 R&D intensiteit in de totale economie 1993 I Figuur 2.44 R&D intensiteit in de totale economie 1999 I Figuur 2.45 R&D intensiteit in de totale economie 1993 II Figuur 2.46 R&D intensiteit in de totale economie 1999 II Figuur 2.47 Distributie van de R&D uitgaven, totale economie 1993 I... 62

7 Figuur 2.48 Distributie van de R&D uitgaven, totale economie 1999 I...63 Figuur 2.49 Distributie van de R&D uitgaven, totale economie 1993 II...64 Figuur 2.50 Distributie van de R&D uitgaven, totale economie 1999 II...65 Figuur 2.51 Ontwikkeling industriële investeringen I...67 Figuur 2.52 Ontwikkeling industriële investeringen II...67 Figuur 2.53 Investeringen, totale economie 1993 I...68 Figuur 2.54 Investeringen, totale economie 2000 I...69 Figuur 2.55 Investeringen, totale economie 1993 II...70 Figuur 2.56 Investeringen, totale economie 2000 II...71 Figuur 2.57 Ontwikkeling industriële kapitaalbeloning...73 Figuur 2.58 Ontwikkeling industriële kapitaalbeloning...73 Figuur 2.59 Winst t.o.v. de omzet, totale economie 1993 I...74 Figuur 2.60 Winst t.o.v. de omzet, totale economie 2000 I...75 Figuur 2.61 Winst t.o.v. de omzet, totale economie 1993 II...76 Figuur 2.62 Winst t.o.v. de omzet, totale economie 2000 II...77 Figuur 2.63 Industriële Arbeidsinkomensquote I...78 Figuur 2.64 Industriële Arbeidsinkomensquote I...79 Figuur 2.65 Arbeidsinkomensquote, totale economie 1993 I...80 Figuur 2.66 Arbeidsinkomensquote, totale economie 2000 I...81 Figuur 2.67 Arbeidsinkomensquote, totale economie 1993 II...82 Figuur 2.68 Arbeidsinkomensquote, totale economie 2000 II...83 Figuur 2.69 In- en uitstroom buitenlandse investeringen,...85 Figuur 2.70 Netto uitstroom investeringen I...85 Figuur 2.71 Netto uitstroom investeringen II...86 Figuur 2.72 Netto vorderingen op het buitenland I...86 Figuur 2.73 Netto vorderingen op het buitenland II...87 Figuur 2.74 Netto uitstroom gerelateerd aan toegevoegde waarde...87 Figuur 2.75 Netto uitstroom gerelateerd aan toegevoegde waarde...88 Figuur 2.76 Netto vorderingen op het buitenland gerelateerd aan toegevoegde waarde...88 Figuur 2.77 Netto vorderingen op het buitenland gerelateerd aan toegevoegde waarde...89 Figuur 2.78 Gemiddelde in- en uitstroom van investeringen in per sector, Figuur 2.79 Bestemming van se investeringen en de afkomst van buitenlandse investeringen in...91 Schema 1.1 SWOT-kader...93 Schema 1.2 Het kader ingevuld: Een helikopterview over de industrie...93 Figuur B.1 Aandeel toegevoegde waarde industriële subsectoren 1993 I...96 Figuur B.2 Aandeel toegevoegde waarde industriële subsectoren 2000 I...97 Figuur B.3 Aandeel toegevoegde waarde industriële subsectoren 1993 II...98 Figuur B.4 Aandeel toegevoegde waarde industriële subsectoren 2000 II...99 Figuur B.5 Aandeel werkgelegenheid industriële subsectoren 1993 I Figuur B.6 Aandeel werkgelegenheid industriële subsectoren 2000 I Figuur B.7 Aandeel werkgelegenheid industriële subsectoren 1993 II Figuur B.8 Aandeel werkgelegenheid industriële subsectoren 2000 II Figuur B.9 Groei van de productie, industriële subsectoren I Figuur B.10 Groei van de productie, industriële subsectoren II Figuur B.11 Groei van de werkgelegenheid (personen), industriële subsectoren I Figuur B.12 Groei van de werkgelegenheid (personen), industriële subsectoren II Figuur B.13 Groei van de werkgelegenheid (FTE), industriële subsectoren I Figuur B.14 Groei van de werkgelegenheid (FTE), industriële subsectoren II Figuur B.15 Arbeidsproductiviteitsniveau in Figuur B.16 Gemiddelde arbeidsproductiviteitsgroei, Figuur B.17 Export-import ratio industriële subsectoren 1993 I Figuur B.18 Export-import ratio industriële subsectoren 2000 I...113

8 Figuur B.19 Export-import ratio industriële subsectoren 1993 II Figuur B.20 Export-import ratio industriële subsectoren 2000 II Figuur B.21 Industriële export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 1993 I Figuur B.22 Industriële export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 2000 I Figuur B.23 Industriële export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 1993 II Figuur B.24 Industriële export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 2000 II Figuur B.25 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 1993 I Figuur B.26 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 2000 I Figuur B.27 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 1993 II Figuur B.28 Industriële netto export t.o.v. productiewaarde, industriële subsectoren 2000 II Figuur B.29 R&D intensiteit industriële subsectoren 1993 I Figuur B.30 R&D intensiteit industriële subsectoren 1999 I Figuur B.31 R&D intensiteit industriële subsectoren 1993 II Figuur B.32 R&D intensiteit industriële subsectoren 1999 II Figuur B.33 Distributie van de R&D uitgaven, industriële subsectoren 1993 I Figuur B.34 Distributie van de R&D uitgaven, industriële subsectoren 1999 I Figuur B.35 Distributie van de R&D uitgaven, industriële subsectoren 1993 II Figuur B.36 Distributie van de R&D uitgaven, industriële subsectoren 1999 II Figuur B.37 Investeringen t.o.v. de toegevoegde waarde, industriële subsectoren 1993 I Figuur B.38 Investeringen t.o.v. de toegevoegde waarde, industriële subsectoren 2000 I Figuur B.39 Investeringen t.o.v. de toegevoegde waarde, industriële subsectoren 1993 II Figuur B.40 Investeringen t.o.v. de toegevoegde waarde, industriële subsectoren 2000 II Figuur B.41 Winst als percentage van de omzet, industriële subsectoren 1993 I Figuur B.42 Winst als percentage van de omzet, industriële subsectoren 2000 I Figuur B.43 Winst als percentage van de omzet, industriële subsectoren 1993 II Figuur B.44 Winst als percentage van de omzet, industriële subsectoren 2000 II Figuur B.45 Arbeidsinkomensquote, industriële subsectoren 1993 I Figuur B.46 Arbeidsinkomensquote, industriële subsectoren 2000 I Figuur B.47 Arbeidsinkomensquote, industriële subsectoren 1993 II Figuur B.48 Arbeidsinkomensquote, industriële subsectoren 2000 II Figuur B.49 Gemiddelde in- en uistroom van investeringen, industriële subsectoren,

9

10 1 1 Inleiding 1.1 Probleemstelling In de media wordt gesteld dat de industrie in een aantal jaren grotendeels uit zou verdwijnen. Het zou dan met name gaan om de verplaatsing van de industrie (en R&D activiteiten) naar Midden- en Oost-Europa respectievelijk Azië. Deze uitspraken lijken niet altijd even genuanceerd en zijn niet altijd even goed onderbouwd. Omdat de industrie van groot belang is voor de samenhang van de economie en voor het concurrentievermogen, is het van groot belang dat deze geconstateerde tendens met onderzoek wordt onderbouwd dan wel gerelativeerd. Bij de EZ-begrotingsbehandeling van 2004 is de motie-slob aanvaard. 1 Hierin wordt de regering verzocht om een industriebrief uit te brengen waarin per industriële sector aandacht wordt besteed aan de kansen en bedreigingen en hoe hierop door de overheid in samenwerking met bedrijfsleven en de kennisinstellingen zal worden ingespeeld. De constatering van de bovengenoemde tendens is een belangrijke achterliggende factor bij het opstellen van de industriebrief. Om aan het verzoek van de motie-slob te kunnen voldoen, is allereerst inzicht in de internationale positie van de se economie nodig. De probleemstelling van het onderzoekstraject dat als basis zal dienen voor de industriebrief luidt als volgt: Bepaal voor een aantal nader te bepalen sectoren van de se economie de sterktes en zwakten van en kansen en bedreigingen voor hun concurrentiepositie. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, wordt er een SWOT-analyse uitgevoerd. 2 Vooruitlopend op de SWOT-analyse is in deze notitie eerst een kwantitatieve analyse uitgevoerd. Het doel van de kwantitatieve fase van de SWOT-analyse is om data te 1 Tweede Kamer, vergaderjaar , XIII, nr SWOT is een Engelstalige afkorting die in het s staat voor een methode om sterke en zwakke punten, en kansen en bedreigingen voor een organisatie of sector in kaart te brengen. Het SWOT-instrument kent enkele nadelen. De analyse wordt voor een deel bepaald door persoonlijke meningen en inzichten van de geënquêteerden. Voor de een is een bedreiging een kans, terwijl die voor de ander een bedreiging is: a pessimist is a person who sees a calamity in an opportunity, and an optimist is one who sees an opportunity in a calamity. Het is dan ook van groot belang dat een onafhankelijke onderzoeker de analyse zo objectief mogelijk houdt. Dit kan bijvoorbeeld door goed te kijken naar wie wat zegt (een CEO kijkt anders tegen arbeidskosten aan dan een human resource manager). Daarnaast is het van belang om argumenten te kunnen wegen met objectief cijfermateriaal. Deze notitie levert dit cijfermateriaal.

11 2 Hoofdstuk 1 verzamelen, te ordenen en te presenteren, waardoor een globale kwantitatieve schets ontstaat van de internationale positie van de diverse sectoren waaruit de se economie bestaat. Deze notitie brengt verslag uit van de resultaten van de zoektocht naar cijfermateriaal. De voornaamste bron van de gegevens die hieronder worden gepresenteerd zijn de verschillende bestanden van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), zoals de OECD-indicatoren database, STructural ANalysis (STAN) database, de Analytical Business Enterprise Research and Development database (ANBERD), en de International Direct Investment database. Terwijl de OECD-bronnen het voordeel hebben dat de data goed vergelijkbaar zijn, hebben zij het nadeel dat de gegevens niet altijd heel recent geactualiseerd zijn. Er is steeds met de meest recente cijfers gewerkt. Toch kwam het er in de praktijk op neer dat de meeste reeksen niet verder dan de periode gaan. Door OECD-bronnen te raadplegen was een internationale vergelijking mogelijk. Er is echter een trade-off tussen internationale vergelijkbaarheid en de lengte van de reeksen. De internationale vergelijking gebeurt in deze notitie systematisch in twee stappen. Eerst worden de se gegevens vergeleken met die van (I) een zestal vergelijkbare landen en vervolgens met die van (II) een viertal landen die een bedreiging zouden vormen voor de se industrie. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf Keuzes Bij het verzamelen en ordenen van cijfers moeten altijd een aantal keuzes worden gemaakt; omdat de beschikbare cijfers geen volledig beeld geven is de SWOT-analyse in hoofdstuk 3 slechts gedeeltelijk ingevuld. In deze paragraaf wordt beschreven welke keuzes zijn gemaakt en worden deze keuzes toegelicht. De keuze van de landen waartegen wordt afgezet staat beschreven in paragraaf 1.2.1, de keuze van de variabelen in paragraaf 1.2.2, de keuze van de sectoren in paragraaf 1.2.3, en tenslotte staan de geselecteerde databronnen beschreven in paragraaf Keuze van landen Om de ontwikkeling van de se economie in het algemeen en de industrie in het bijzonder te begrijpen, is het nodig om deze ontwikkeling te vergelijken met de ontwikkeling in andere landen. Er is hierbij gekozen om de ontwikkeling in met twee soorten landen te vergelijken:

12 Inleiding 3 I. Een aantal westerse landen die qua niveau van ontwikkeling vergelijkbaar zijn met. Het gaat hierbij om de grotere EU landen (Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk), Japan en de Verenigde Staten. Aan deze landen is Finland toegevoegd, omdat het recent een sterke technologische ontwikkeling lijkt door te maken die sterk gerelateerd is aan de ontwikkeling van de ICT-industrie. II. Een aantal landen die een bedreiging zouden vormen voor de se industrie. Hierbij is gekozen voor de Oost-Europese landen Hongarije, Polen en Tsjechië, en het Aziatische Zuid Korea. Bij de keuze voor deze landen speelt een aantal aspecten een rol. Ten eerste zijn al deze landen lid van de OECD, waardoor er relatief veel informatie beschikbaar is die ook in voldoende mate vergelijkbaar lijkt. Ten tweede is ervoor gekozen om de se ontwikkeling niet met aggregaten van landen (zoals EU-15 en EU-25 of MOE-landen) te vergelijken, maar met afzonderlijke landen. De reden hiervoor is dat bij te veel landen in deze aggregaten gegevens ontbreken. Hierdoor zal een aggregaat vaak van samenstelling wisselen. Veranderingen in de tijd en verschillen met het basisland kunnen dan worden veroorzaakt door verschillen in de samenstelling van een aggregaat. vergelijken met een groep landen geeft daardoor een helderder beeld in de verschillen in economische structuur en ontwikkeling. Ten derde zijn alleen landen gekozen waarvoor relatief veel informatie beschikbaar is. Zo leek het aanvankelijk interessant om ook Slowakije te bestuderen. De beperkte gegevens lieten dit echter niet toe Keuze van variabelen Om de stand van de se industrie en diensten sectoren te beschrijven kan in principe naar heel veel indicatoren gekeken worden. In Tabel 1.1 staan alle potentiële indicatoren weergegeven, zoals die aanvankelijk met de opdrachtgever zijn opgesteld. Per indicator is aangegeven waarom deze wel of niet interessant is, wat eventuele problemen zijn en waarom deze al dan niet in het vervolg van deze notitie is opgenomen. Tevens wordt bij de in deze notitie opgenomen indicatoren verwezen naar de paragrafen waar deze indicator wordt besproken. 3 Bij de bestudering van de arbeidsproductiviteit is in verband met de beperkte beschikbaarheid van data gewerkt met een andere set landen (zie paragraaf 2.3).

13 4 Hoofdstuk 1 Tabel 1.1 Indicator Omvang van de industrie Gewerkte uren per sector Groei Arbeidsproductiviteit Potentiële indicatoren Omschrijving en eventuele vindplaats De omvang van de industrie (en de verschillende deelsectoren daarbinnen) geeft een beeld van hoe belangrijk het onderwerp is. De gedachte hierachter is dat een grote sector meer aandacht verdient dan een kleine sector. Grootte is op twee manieren te bepalen, namelijk: het aandeel in de productie en het aandeel in de werkgelegenheid. Bij werkgelegenheid kan weer naar twee indicatoren worden gekeken: totale werkgelegenheid in personen en totale werkgelegenheid in uren. In principe is het beter om naar de gewerkte uren te kijken. Sectoren waar veel parttimers werken, lijken anders te klein in het aandeel werkgelegenheid in personen. Het nadeel is dat voor veel sectoren en landen de gewerkte uren niet (goed) geregistreerd zijn. Vanuit praktische overwegingen is daarom gekozen voor het aandeel in de werkgelegenheid in personen. Vindplaats: paragraaf 2.1 en B.1.1 Het aantal gewerkte uren per sector geeft weer in welke mate er full- dan wel parttime gewerkt wordt (vergelijking binnen een land) en het geeft een beeld van hoelang er gewerkt wordt ten opzichte van andere landen (bij vergelijking tussen landen). Deze cijfers zijn hier niet weergegeven, omdat ze te vaak ontbreken in de bestanden van de OECD. De groei van een sector geeft een beeld van hoe goed het met een sector gaat. Een sector met een hoge groei presteert beter dan een sector met een lage groei. Hierbij worden zowel de groei van de productie als die van de werkgelegenheid gepresenteerd. Deze cijfers moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden, omdat de cijfers niet altijd eenduidig hoeven zijn. Een voorbeeld kan dit verhelderen. Het kan zijn dat de productie en de productiviteit van een sector hard groeien, per saldo kan de werkgelegenheid dan dalen. Op korte termijn heeft dit nadelen voor de werknemers die ontslagen worden in die sector, terwijl de werknemers en eigenaren die actief blijven in die sector hun inkomen zien stijgen. Door de stijging van de productiviteit, draagt deze sector op lange termijn bij aan de stijging van de welvaart. Vindplaats: paragraaf 2.2 en B.1.2 De arbeidsproductiviteit geeft aan hoeveel per eenheid arbeid wordt geproduceerd. Het eenvoudigste is om te kijken naar productie per werkende. Dit geeft echter een onderschatting van de productiviteit voor de landen waar men relatief weinig werkt, zoals. De productie per werkende kan laag zijn, terwijl de productie per uur hoog is. De productie per werkende suggereert dan dat betere, buitenlandse technologie kan leiden tot een productiestijging. Echter de hoge productie per gewerkt uur laat dan zien dat betere technologie niet zo eenvoudig van andere landen valt over te nemen als het eerst leek, omdat de eigen techniek al erg goed is. Deze indicator vergt enkele complexe bewerkingstappen die binnen de

14 Inleiding 5 Indicator Kapitaalintensiteit Totale factor productiviteit Export-import ratio Export t.o.v. bruto productie Netto export t.o.v. bruto productie Omschrijving en eventuele vindplaats gestelde onderzoeksruimte niet mogelijk waren. Daarom zijn data uit een eerder verschenen studie van EZ in deze notitie opgenomen. Vindplaats: paragraaf 2.3 en B.1.3 De kapitaalintensiteit geeft weer hoeveel kapitaal (machines, gebouwen, enz.) er gebruikt wordt om tot een bepaalde productie (toegevoegde waarde) te komen. (Eventueel kan de kapitaalintensiteit ook worden uitgedrukt als kapitaal per werkende.) De kapitaalintensiteit is een mogelijk verklaring voor een hoge of lage arbeidsproductiviteit. Een sector met een hoge kapitaalintensiteit levert meestal een hogere arbeidsproductiviteit dan een sector met een lage kapitaalintensiteit. Gegevens over kapitaal ontbraken in de STAN-database; in deze notitie ontbreken daarom gegevens over de kapitaalintensiteit. De Totale Factor Productiviteit (TFP) geeft weer hoeveel arbeid en kapitaal samen produceren, hierdoor geeft de TFP een beeld van de kwaliteit van de gebruikte technologie in een sector. Doordat naast arbeid kapitaal wordt gebruikt om de productie te verklaren, geeft dit een beter beeld van de gebruikte technologie dan de arbeidsproductiviteit. Door het ontbreken van de kapitaalcijfers in de STAN-database is het hier niet mogelijk de TFP te berekenen. In paragraaf 2.3 wordt dit uitgebreider besproken. De export-import ratio geeft aan of een sector een comparatief voordeel heeft. Een sector met een hoge export-import ratio (groter dan 1) exporteert meer dan het importeert, en heeft dus een comparatief voordeel. Vindplaats: paragraaf 2.4 en B.1.4 De export ten opzichte van de productie geeft aan hoe belangrijk het buitenland en een goede internationale concurrentiepositie is voor de betreffende sector. De export is hier gerelateerd aan de bruto productie omdat beide gemeten zijn als prijs keer hoeveelheid. Het alternatief was om de export te relateren aan de toegevoegde waarde, maar dan zijn beide niet meer op een vergelijkbare manier gemeten (Toegevoegde waarde is prijs maal hoeveelheid minus de waarde van de ingekochte grondstoffen, m.a.w. toegevoegde waarde is de bruto productie minus het verbruik). Vindplaats: paragraaf 2.4 en 3.4 De netto export is de export minus de import. Dit is wederom gerelateerd aan de bruto productie (voor de reden, zie Export t.o.v. de productie, hierboven). Dit geeft aan of een sector per

15 6 Hoofdstuk 1 Indicator Export van sector als aandeel in de voor die sector relevante wereldhandel Investeringen in R&D Investeringen in kapitaal Rendement Omschrijving en eventuele vindplaats saldo meer exporteert dan het importeert of omgekeerd. Wederuitvoer 4 speelt hierbij (als het goed is) geen rol meer. Wederuitvoer van goederen is, als het goed is, reeds uit de export en import cijfers verwijderd. Mocht dit niet zo zijn dan valt de wederuitvoer in de export weg tegen de wederuitvoer in de import. Vindplaats: paragraaf 2.4 en B.1.4 De export van een sector ten opzichte van de relevante wereldhandel geeft net als de export-import ratio inzicht in of een sector een comparatief voordeel heeft of niet. Het berekenen van de relevante wereldhandel is, ten opzichte van de hierboven vermelde exportmaatstaven, relatief gecompliceerd en daarom buiten deze notitie gelaten. Hoe meer er in Research en Development (R&D) wordt geïnvesteerd, hoe groter de technologische ontwikkeling vermoedelijk is. In dat geval zal vermoedelijk ook de toename van de welvaart groter zijn. Omdat R&D een proces met veel onzekerheid is, is het niet zeker dat een sector (of het land) met veel R&D investeringen ook de sector (of het land) is met de grootste technologische ontwikkeling, maar dat is wel waarschijnlijk. Vindplaats: paragraaf 2.5 en B.1.5 De investeringen in kapitaal geven aan hoe aantrekkelijk deze sectoren volgens investeerders zijn. Veel investeringen wijzen op een gunstig beeld. Naast een maat voor het succes van een sector, zijn investeringen ook productief. Investeringen komen de productie en de arbeidsproductiviteit in de jaren na de investeringen ten goede. Hierbij is alleen gekeken naar de aanschaf en constructie van nieuwe kapitaalgoederen (machines en gebouwen); overnames zijn niet in de cijfers opgenomen. De overname van een fabriek door een ander bedrijf komt de productie en de productiviteit immers niet ten goede. Een overname is een positieve investering voor de koper, maar een even grote negatieve investering voor de verkoper: het saldo voor de samenleving is een investering van nul. Vindplaats: paragraaf 2.6 en B.1.6 Het rendement in een sector geeft een beeld van de aantrekkelijkheid van een bepaalde sector in een bepaald land voor ondernemers om in te investeren. Ondernemers investeren op basis van het verwachte rendement. Omdat dit niet bekend is, kan dit benaderd worden met het 4 Wederuitvoer zijn goederen die in zijn ingevoerd en het land in (vrijwel) onbewerkte staat weer verlaten. Wel moeten deze goederen in eigendom worden overgedragen aan een se ingezetene. Indien geen sprake is van eigendomsoverdracht spreekt men van doorvoer (Zie

16 Inleiding 7 Indicator Omschrijving en eventuele vindplaats gerealiseerde rendement. Het beste zou zijn om dit uit te drukken per eenheid kapitaal, omdat dit de indicator is op basis waarvan investeerders (geacht worden) hun investeringsbeslissingen te nemen. Omdat de kapitaalgoederenvoorraad niet bekend is in de STAN-database, is dit niet mogelijk en is het rendement in deze notitie uitgedrukt als percentage van de toegevoegde waarde. Het nadeel hiervan is dat de kapitaalintensievere sectoren een hoge waarde krijgen, en dus onterecht erg aantrekkelijk lijken om in te investeren. Deze maat is daarom vooral geschikt om sectoren tussen landen te vergelijken. Vindplaats: paragraaf 2.7 en B.1.7 Arbeidsinkomensquote De arbeidsinkomensquote geeft weer hoeveel van de toegevoegde waarde van een sector aan arbeid wordt uitgekeerd. Hoe hoger deze waarde is hoe minder toegevoegde waarde er over blijft om kapitaal te belonen en hoe onaantrekkelijker investeringen in een sector lijken. Of investeringen daadwerkelijk niet interessant zijn, hangt onder andere af van hoeveel kapitaal er reeds geïnvesteerd is en de concrete investeringsplannen. Vindplaats: paragraaf 2.7 en B.1.7 Directe buitenlandse investeringen Deze cijfers geven een beeld van de aantrekkelijkheid van een bepaalde sector in een bepaald land voor ondernemers om in te investeren. Vindplaats: paragraaf 2.8 en B.1.8 Aantal bedrijven Toe- en uittreding van bedrijven Arbeidskosten per sector Het aantal bedrijven (gerelateerd aan bevolkingsomvang) zou een beeld van de economische ontwikkeling kunnen geven. Vermoedelijk is dit niet heel informatief, omdat deze cijfers lastig te interpreteren zijn. Een voorbeeld verduidelijkt dit punt. Stel dat er twee, qua beroepsbevolking even grote landen zijn, de een met 100 en de ander met 50 bedrijven. Als de bedrijven in het land met de 50 bedrijven twee keer zo groot zijn, dan is het erg lastig aan te geven met welk land het beter gaat. Vanwege het lage informatieve gehalte van deze indicator, is deze niet opgenomen in deze studie. Het aantal nieuwe en verdwijnende bedrijven geeft een beeld van hoe dynamisch een sector of land is. Een sector met een hoge dynamiek is vermoedelijk in staat om zich sneller aan te passen aan veranderende omstandigheden dan een nietdynamische sector. (Dynamiek kan eventueel ook in kaart worden gebracht door te kijken naar het aantal ontslagen en nieuwe banen per sector.) Niet opgenomen in deze notitie. Een van de aspecten die een rol speelt bij de vraag of een land of sector aantrekkelijk is om in te investeren, is de prijs van arbeid. Hoe hoger de arbeidskosten in een land of sector zijn, hoe minder aantrekkelijk het is om daar te investeren, tenzij dit door andere aspecten wordt gecompenseerd. Zo kan een sector met hoge arbeidskosten toch aantrekkelijk zijn, als de werknemers in dat land of sector hoog opgeleid zijn. Hier zijn

17 8 Hoofdstuk 1 Indicator Opleidingsniveau per sector Aantal bedrijven per sector in buitenlandse handen Omschrijving en eventuele vindplaats de arbeidskosten per werknemer niet uitgerekend. De Arbeidsinkomens Quote geeft echter een idee van de hoogte van de arbeidskosten per sector. Hoe hoger het opleidingsniveau in een sector is, hoe productiever de werkenden in die sector naar verwachting zullen zijn. Binnen het kader van deze notitie was het niet mogelijk dit verder uit te werken, omdat deze data niet via de OECD toegankelijk zijn en koppeling van meerdere databestanden gegeven het tijdsbestek niet tot de mogelijkheden behoorde. Verder is het uitrekenen van hoeveel een hoger opleidingsniveau bijdraagt aan hogere productiviteit mogelijk, maar gecompliceerd. Het aantal bedrijven in buitenlandse handen geeft aan wie het voor het zeggen heeft in een sector en of industriebeleid wel zin heeft. Een sector met grotendeels bedrijven in buitenlandse handen vereist vermoedelijk ander beleid dan een sector met vooral se bedrijven. Gegevens hierover ontbreken echter in de STAN-database, waardoor we deze indicator niet in het onderzoek hebben kunnen opnemen. Vatten we de bovenstaande tabel samen, dan komen we tot de volgende acht gekozen indicatoren: (1) omvang van de industrie, (2) groei, (3) productiviteit, (4) internationale concurrentiepositie, (5) investeringen in technologie en kennis, (6) investeringen in kapitaal, (7) aantrekkelijkheid van investeringen en (8) directe buitenlandse investeringen. Zowel hoofdstuk 2 als bijlage 1 volgt deze indeling Keuze van de sectoren In deze notitie worden twee soorten sector-indelingen gebruikt: een onderverdeling van de totale economie in hoofdsectoren; een onderverdeling van de industrie in subsectoren. Tabel 1.2 en 1.3 geven deze indelingen weer. In iedere tabel is weergegeven wat de in deze notitie gebruikte aanduiding is, wat de aanduiding in de STAN database is en welke SBI code deze sector heeft. In de tabellen zijn de sectoren die in deze rapportage aan bod komen opgenomen. In deze rapportage zijn niet alle sectoren die in de STAN dataset zijn opgenomen beschreven. De cijfers voor deze sectoren zijn echter wel opgenomen in een separaat aan de opdrachtgever aangeleverd databestand (Excel file). Bij de keuze van beide indelingen speelt een aantal tegenstrijdige aspecten een rol. Ten eerste is het nuttig om zoveel mogelijk sectoren, subsectoren en sub-subsectoren op te nemen om een zo gedetailleerd mogelijk beeld te geven. Anderzijds is het niet raadzaam om te veel sectoren op te nemen, omdat er anders te veel informatie in iedere grafiek zou komen te

18 Inleiding 9 staan en deze onleesbaar zou worden. In de aan het Ministerie van Economische Zaken aangeleverde databestanden zijn wel alle sectoren opgenomen. Verder legden de data soms beperkingen op. Van sommige reeksen zijn geen gegevens bekend voor bepaalde sectoren. Zo ontbreken soms de gegevens over landbouw en mijnbouw. De sectoren die in tabel 1.2 en 1.3 zijn genoemd, worden in de figuren van hoofdstuk 2 en bijlage 1 weergegeven, tenzij er voor de betreffende sector voor die indicator geen gegevens beschikbaar zijn. Tabel 1.2 Sectorindelingen Aanduiding in deze notitie STAN aanduiding SBI-code Landbouw Agriculture, hunting, forestry and fishing Mijnbouw Mining and quarrying Industrie Total manufacturing Energie en water Electricity, gas and water supply Bouw Construction 45 Groot- en detailhandel Wholesale and retail trade; repairs Horeca Hotels and restaurants 55 Vervoer Transport and storage Post en communicatie Post and telecommunications 64 Financiële dienstverlening Financial intermediation Onroerend goed.real estate activities 70 Zakelijke dienstverlening Openbaar bestuur (incl. soc. Verz.).renting of machinery and other equipment and other business activities Public admin. and defence; compulsory social security Onderwijs Education 80 Gezondheids- en welzijnszorg Health and social work

19 10 Hoofdstuk 1 Tabel 1.3 Subsectorindeling van de industrie Aanduiding in deze notitie STAN aanduiding SBI-code Voedings- en genotmiddelen Food products, beverages and tobacco Textiel en textielproducten Textiles, textile products, leather and footwear Houtindustrie Wood and products of wood and cork 20 Papier, uitgeverijen en drukkerijen Aardolie industrie Pulp, paper, paper products, printing and publishing.coke, refined petroleum products and nuclear fuel Chemische basisproducten.chemicals and chemical products 24 Rubber en kunststof.rubber and plastics products 25 Glas en aardewerk Other non-metallic mineral products 26 Basismetaal.basic metals 27 Metaalproducten.fabricated metal products, except machinery and equipment Machine-industrie.machinery and equipment, n.e.c Elektrotechnische industrie.electrical and optical equipment Transportmiddelenindustrie Transport equipment Overige industrie en recycling Manufacturing n.e.c; recycling Keuze databronnen In deze notitie worden alle ontwikkelingen met OECD-data beschreven. 5 Dit heeft als voordeel dat de cijfers relatief goed vergelijkbaar zijn, omdat zoveel mogelijk dezelfde definitie is gebruikt. Naast internationale vergelijkbaarheid en de lengte van de reeksen is de mogelijkheid om de gegevens op sector (of subsector) niveau uit te splitsen een doorslaggevende voordeel van de OECD-bestanden. Het werken met OECD-bestanden heeft echter ook nadelen, omdat sommige onderzoeksvragen met deze bestanden niet te beantwoorden zijn. Zo beschikt Eurostat waarschijnlijk over gegevens over de opleidingsniveaus van de werknemers per sector. Dit kan verschillen in productiviteitsniveaus tussen landen verklaren. Ook andere databronnen zijn niet gebruikt. Voorbeelden van mogelijk aanvullende informatiebronnen zijn de Wereldbank en het Groningen Growth and Development Centre. Bestanden van deze instellingen zijn niet gebruikt omdat het koppelen van de databestanden veel tijd zou kosten, hetgeen binnen de korte doorlooptijd van dit onderzoek niet mogelijk was. Hoeveel informatie hierdoor blijft liggen, is lastig te zeggen. Enerzijds ontbreken hierdoor bepaalde bronnen, maar anderzijds putten alle internationale organisaties die data verzamelen, uit dezelfde (nationale) statistieken waardoor de verschillende internationale statistieken elkaar overlappen. 5 Daarom is niet bij elke figuur, tabel en grafiek een bronvermelding opgenomen.

20 Inleiding 11 Tevens is ervoor gekozen om de informatie beperkt te houden tot harde statistische informatie. Gegevens uit enquêtes, zoals in het World Competitiveness Yearbook van het Zwitserse International Institute for Management Development (IMD), zijn hier buiten beschouwing gelaten. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de verschillende indicatoren op sectorniveau met elkaar vergeleken. In de bijlage gaan wij een stap dieper, waarbij de subsectoren van de industrie in detail worden beschreven. In zowel hoofdstuk 2 als in de bijlage gaat het om dezelfde indicatoren (en dezelfde opbouw), maar in hoofdstuk 2 staat de positie van de totale industrie in de economie centraal, terwijl de bijlage de subsectoren behandelt waaruit de industrie bestaat. In hoofdstuk 3 staat een voorzichtige en ruwe SWOT-analyse. Deze analyse fungeert als samenvatting en conclusie van het onderzoek. Vanwege de leesbaarheid van de notitie zijn niet alle door SEO verzamelde data beschreven. In een separaat aangeleverd Excel bestand zijn op een gedetailleerder niveau data beschikbaar. In deze notitie worden twee soorten figuren weergegeven: 1. Lijnfiguren die een ontwikkeling over meerdere jaren weergeven. 2. Staafdiagrammen die vergelijking tussen landen mogelijk maakt door voor één jaar de situatie in meerdere landen weergeven. Om de ontwikkeling in de tijd weer te geven zijn steeds twee staafdiagrammen naast elkaar afgebeeld (meestal een voor 1993 en een voor 2001). Om deze staafdiagrammen naast elkaar weer te kunnen geven is soms een witte bladzijde ingevoegd (hierbij uitgaande van een dubbelzijdige afdruk). Vaak zijn de gegevens eerst bewerkt, voordat een grafiek gemaakt is. Dit is gedaan om de vergelijkbaarheid tussen landen te verbeteren en om de gegevens informatiever te maken. Zo is de export uitgedrukt als percentage van de bruto productie om aan te geven welke sector of welk land relatief veel exporteert ten opzichte van de omvang van die sector. Zonder deze bewerking zal een sector in een groot land meer exporteren dan dezelfde sector in.

Trends in de industrie 2004

Trends in de industrie 2004 Trends in de industrie 2004 Michiel de Nooij Joost Poort Onderzoek in opdracht van Stichting Industriebeleid en Communicatie (SIC) Amsterdam, december 2004 SEO-rapport nr. 779 ISBN 90-6733-281-X Copyright

Nadere informatie

Gedetailleerde vergelijking van de stijging van de loonkosten per branche in België en de drie buurlanden

Gedetailleerde vergelijking van de stijging van de loonkosten per branche in België en de drie buurlanden Bijlage/Annexe 1 DEPARTEMENT STUDIËN Gedetailleerde vergelijking van de stijging van de loonkosten per branche in België en de drie buurlanden In deze nota wordt beoogd een vergelijking te maken tussen

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Productie en toegevoegde waarde

Productie en toegevoegde waarde Productie en toegevoegde waarde De totale productiewaarde van de farmaceutische sector bedraagt 6,70 Mia EUR in 2012 (e), wat neerkomt op 4,5 % van de totale industriële productie, en groeit op lange termijn

Nadere informatie

Productie en toegevoegde waarde

Productie en toegevoegde waarde Productie en toegevoegde waarde De totale productiewaarde van de farmaceutische sector bedraagt 7,71 Mia EUR in 2011 (e), wat neerkomt op 5 % van de totale industriële productie, en groeit op lange termijn

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage

ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage Deze bijlage bevat enkele tabellen met aanvullend cijfermateriaal behorend bij de publicatie ICT, kennis en economie 2012. De tabellen zijn per hoofdstuk

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010

Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010 Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010 1. Inleiding Globalisering is een onderwerp dat regelmatig in het maatschappelijke debat opduikt. Het gaat dan om de gevolgen van de internationale economische

Nadere informatie

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 M200410 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 Exportthermometer Jolanda Hessels Kees Bakker Zoetermeer, november 2004 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 In 2003 laat de export

Nadere informatie

Buitenlandse investeringen door het MKB

Buitenlandse investeringen door het MKB M00408 Buitenlandse investeringen door het MKB Toenemende investeringen in lagelonenlanden of op kousenvoeten naar buurlanden? Jolanda Hessels Maarten Overweel Zoetermeer, 13 oktober 004 Buitenlandse investeringen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Vergelijking tussen sectoren (In (Aandeel procenten) arbeidsplaatsen in procenten)

Vergelijking tussen sectoren (In (Aandeel procenten) arbeidsplaatsen in procenten) Staat van 2014 Sectorstructuur In welke sectoren is sterker vertegenwoordigd dan het s gemiddelde? Zakelijke diensten (16,5%), Informatie en Communicatie (6,5%), Financiële instellingen (4,5%) Vergelijking

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Eindexamen economie havo 2011 - I

Eindexamen economie havo 2011 - I Opgave 1 AWBZ-zorgen Havo-leerling Dick besluit voor economie een profielwerkstuk te maken over de stijgende uitgaven van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Hieronder staan drie delen van

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel

Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel M200515 Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel Exportthermometer drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, januari 2006 Exportprestaties en exportpotentieel van de industrie, de

Nadere informatie

Werkgelegenheid in Twente. Jaarbericht 2014

Werkgelegenheid in Twente. Jaarbericht 2014 Werkgelegenheid in Twente Jaarbericht 214 Inhoudsopgave 1. Ontwikkeling werkzame personen en vestigingen (groei / afname) Ontwikkeling naar sectoren 2. Ontwikkeling naar sectoren Ontwikkeling naar branches

Nadere informatie

AANVULLEND AANVRAAGFORMULIER VERIFICATIE volgens de EMAS-VERORDENING. RvA-F006-4-NL

AANVULLEND AANVRAAGFORMULIER VERIFICATIE volgens de EMAS-VERORDENING. RvA-F006-4-NL AANVULLEND AANVRAAGFORMULIER VERIFICATIE volgens de EMAS-VERORDENING RvA-F006-4-NL Naam aanvragende organisatie : Registratienummer (indien aanwezig) : Gevestigd te : Datum aanvraag : Naam aanvrager :

Nadere informatie

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 1. Samenvatting en conclusies De Nederlandse uitvoerwaarde is in 2013 met 1,0% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2012 tot 433,8 miljard euro. De bescheiden

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

Sociaal-economische kerngegevens

Sociaal-economische kerngegevens Sociaal-economische kerngegevens voor de vervaardiging van aardappelproducten Deze folder is voor werknemers en werkgevers in: de aardappelproductensector. De folder geeft een beeld van sociaal-economische

Nadere informatie

M200612. Positieve exportontwikkeling zet door. Exportthermometer 2006. drs. S.C. Oudmaijer

M200612. Positieve exportontwikkeling zet door. Exportthermometer 2006. drs. S.C. Oudmaijer M200612 Positieve exportontwikkeling zet door Exportthermometer 2006 drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, november 2006 Exportthermometer Het gaat goed met de Nederlandse export, zowel in het grootbedrijf als

Nadere informatie

E-commerce in de industrie 1

E-commerce in de industrie 1 E-commerce in de industrie 1 Vincent Fructuoso van der Veen en Kees van den Berg 2 Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) door industriële bedrijven ligt in vergelijking met andere

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN Integrale versie 2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN In vergelijking met de vorig jaar gepubliceerde reeksen 2 over de kapitaalgoederenvoorraad (KGV) en de afschrijvingen zijn er drie methodologische aanpassingen

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Conjunctuurenquête Nederland. Vierde kwartaal 2015

Conjunctuurenquête Nederland. Vierde kwartaal 2015 Conjunctuurenquête Nederland Vierde kwartaal 15 Ondernemers positiever over werkgelegenheid 16 Voorwoord Dit rapport geeft de belangrijkste uitkomsten van de Conjunctuurenquête Nederland van het vierde

Nadere informatie

Nederlandse exportgroei houdt aan

Nederlandse exportgroei houdt aan M200712 Nederlandse exportgroei houdt aan Exportthermometer 2007 drs. B.H.G. Jansen Zoetermeer, oktober 2007 Nederlandse exportgroei houdt aan Net als in de voorgaande jaren realiseert het Nederlandse

Nadere informatie

M201218. Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland

M201218. Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland M201218 Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, november 2012 Relatief veel snelgroeiende bedrijven in Nederland In deze rapportage

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 10 april 2014 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1 Bedrijfsopleidingen in de 1 M.J. Roessingh 2 Het aantal bedrijfsopleidingen dat een werknemer in de in 1999 volgde, is sterk gestegen ten opzichte van 1993. Ook zijn er meer opleidingen gaan volgen. Wel

Nadere informatie

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0 Prognose IMF voor Midden-Europa en de Balkan Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en in september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen

Nadere informatie

Leasingmarkt in Nederland Marktcijfers 2014

Leasingmarkt in Nederland Marktcijfers 2014 Leasingmarkt in Nederland Marktcijfers 2014 Nederlandse Vereniging van Leasemaatschappijen NVL Samengesteld door: Peter-Jan Bentein, Secretaris 31 maart 2015 Versie 1.0 (Leden) Productievolume Productievolume

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN. Conjunctuurindicatoren

21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN. Conjunctuurindicatoren 21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN Conjunctuurindicatoren Kalender voor het uitbrengen van de indicatoren... 5 Afzetprijsindexen (basis 2000 = 100) September tot oktober 2007... 6 Indexen van

Nadere informatie

Meeste Nederlandse werkgevers houden personeelsbestand op peil in vierde kwartaal 2011 Manpower Arbeidsmarktbarometer Q4 2011

Meeste Nederlandse werkgevers houden personeelsbestand op peil in vierde kwartaal 2011 Manpower Arbeidsmarktbarometer Q4 2011 PERSBERICHT EMBARGO TOT DINSDAG, 13 SEPTEMBER 2011, 00.01 UUR Contact: Irene Bieszke ManpowerGroup Nederland +31 (0) 6 41 05 96 62 irene.bieszke@manpower.nl Meeste Nederlandse werkgevers houden personeelsbestand

Nadere informatie

Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen

Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen Gemeente Enschede 2002-2006 Centrum voor Beleidsstatistiek Frank van der Linden, Mariëtte Goedhuys-van der

Nadere informatie

Internationale handel in goederen van Nederland 2012

Internationale handel in goederen van Nederland 2012 Webartikel 2013 Internationale handel in goederen van Nederland 2012 Wiel Packbier 11-11-2013 gepubliceerd op cbs.nl Samenvatting De internationale handel in goederen is in 2012 wederom minder hard gegroeid.

Nadere informatie

SIC Industriemonitor. najaar 2003. Natasja Brouwer Michiel de Nooij Marc Pomp

SIC Industriemonitor. najaar 2003. Natasja Brouwer Michiel de Nooij Marc Pomp SIC Industriemonitor najaar 2003 Natasja Brouwer Michiel de Nooij Marc Pomp Onderzoek in opdracht van de Stichting voor Industriebeleid & Communicatie Amsterdam, november 2003 Stichting voor Economisch

Nadere informatie

De productiviteitsparadox in Nederland in de jaren negentig

De productiviteitsparadox in Nederland in de jaren negentig In: Economisch Statistische Berichten, 1 december, p. 974-976 De productiviteitsparadox in Nederland in de jaren negentig De vertraging van de Nederlandse productiviteitsgroei in de jaren negentig kan

Nadere informatie

M200719. Een 'directe buitenlandse investering' is méér dan investeren alleen. Buitenlandse investeringen door MKB-bedrijven

M200719. Een 'directe buitenlandse investering' is méér dan investeren alleen. Buitenlandse investeringen door MKB-bedrijven M200719 Een 'directe buitenlandse investering' is méér dan investeren alleen Buitenlandse investeringen door MKB-bedrijven drs. R.M. Braaksma dr. J. Meijaard Zoetermeer, november 2007 Een 'directe buitenlandse

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Utrecht

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Utrecht De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

EUROPESE ZORGVASTGOED MARKT Strategie en haalbaarheid zorgvastgoedfonds

EUROPESE ZORGVASTGOED MARKT Strategie en haalbaarheid zorgvastgoedfonds EUROPESE ZORGVASTGOED MARKT Strategie en haalbaarheid zorgvastgoedfonds 4 juni 2008 Ingrid Hulshoff Portfolio Manager Healthcare ING Real Estate Investment Management 1. AGENDA EN INTRODUCTIE 1. AGENDA

Nadere informatie

WERKGELEGENHEID REGIO WATERLAND 2012

WERKGELEGENHEID REGIO WATERLAND 2012 1.1 Arbeidsplaatsen De regio Waterland telt in totaal 61.070 arbeidsplaatsen (dat zijn werkzame personen). Daarvan werkt 81 procent 12 uur of meer per week (49.480 personen). Het grootste deel van de werkgelegenheid

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Nederland in Europese systemen en netwerken Internationale Concurrentiepositie van de Noordvleugel van de Randstad

Nederland in Europese systemen en netwerken Internationale Concurrentiepositie van de Noordvleugel van de Randstad Nederland in Europese systemen en netwerken Internationale Concurrentiepositie van de Noordvleugel van de Randstad Mark Thissen Aanleiding: Verzoek EZ De vernieuwende ruimtelijk-economische visie op de

Nadere informatie

TRENDBEELD INVESTERINGEN IN GELDERLAND

TRENDBEELD INVESTERINGEN IN GELDERLAND TRENDBEELD INVESTERINGEN IN GELDERLAND De investeringen (inter)nationaal vergeleken De kapitaalgoederenvoorraad in een land of regio wordt geleidelijk opgebouwd door de jaarlijkse investeringen. De investeringen

Nadere informatie

Arbeidsmarktprognoses Noord-Holland 2012

Arbeidsmarktprognoses Noord-Holland 2012 Arbeidsmarktprognoses Noord-Holland 2012 t.b.v. Monitor Arbeidsmarkt en Onderwijs Provincie Noord-Holland IJmuiden, 23 november 2012 Arjan Heyma www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Belangrijkste

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2012

De agrarische handel van Nederland in 2012 De agrarische handel van Nederland in 2012 1. Opvallende ontwikkelingen Totale wereldhandel in agrarische producten groeit voor tweede opeenvolgende jaar met ruim 10% Nederlandse agrarische export groeit

Nadere informatie

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao.

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Zaida Lake Inleiding Via de media zijn de laatste tijd discussies gaande omtrent de plaats die de buitenlandse arbeidskrachten

Nadere informatie

Een Werkende Arbeidsmarkt

Een Werkende Arbeidsmarkt Een Werkende Arbeidsmarkt Bas ter Weel 16 mei2014 Duurzame inzetbaarheid Doel Langer werken in goede gezondheid Beleid gericht op Binden: Gezondheid als voorwaarde voor deelname Ontbinden: Mobiliteit als

Nadere informatie

Vierde kwartaal 2013. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Limburg

Vierde kwartaal 2013. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Limburg Vierde kwartaal 2013 Conjunctuurenquête Nederland Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête Nederland

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Werkgelegenheidsonderzoek 2010 2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek

Nadere informatie

Bedrijvigheid & werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant. Tabellenboek Vestigingsregister 2014

Bedrijvigheid & werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant. Tabellenboek Vestigingsregister 2014 Bedrijvigheid & werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant Tabellenboek Vestigingsregister 2014 1 Bedrijvigheid en Werkgelegenheid in Zuidoost-Brabant Tabellen- en trendboek Vestigingenregister 2014 juni 2015

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en Midden-Brabant

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en Midden-Brabant De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets

Nadere informatie

JONGE MOEDERS EN HUN WERK

JONGE MOEDERS EN HUN WERK AMSTERDAMS INSTITUUT VOOR ARBEIDSSTUDIES (AIAS) UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM JONGE MOEDERS EN HUN WERK Onderzoek op basis van de Loonwijzer Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren,

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Gesubsidieerd zaken doen in Duitsland. Effecten van NIOF subsidies en een nadere analyse van het vermarkten van producten binnen dat kader

Gesubsidieerd zaken doen in Duitsland. Effecten van NIOF subsidies en een nadere analyse van het vermarkten van producten binnen dat kader Gesubsidieerd zaken doen in Duitsland Effecten van NIOF subsidies en een nadere analyse van het vermarkten van producten binnen dat kader Inhoudsopgave 1. Inleiding 3. Analyse 3 3. Inzicht in Noord-Nederlandse

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 9 december 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkgelegenheid commerciële sector daalt. Minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkgelegenheid commerciële sector daalt. Minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB02-196 26 september 2002 9.30 uur Werkgelegenheid commerciële sector daalt Voor het eerst sinds 1994 is het aantal banen van werknemers in commerciële bedrijven

Nadere informatie

9. Werknemers en bedrijfstakken

9. Werknemers en bedrijfstakken 9. Werknemers en bedrijfstakken Niet-westerse allochtonen hebben minder vaak een baan als werknemer vergeleken met autochtonen. De positie van de tweede generatie is gunstiger dan die van de eerste generatie.

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2014-01-31 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie 2011-2012: Economische terugval in 2012 verschilt per gewest Het Instituut voor de nationale rekeningen

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

ALGEMEEN MARKTONDERZOEK In Spain, Nederland, Engeland, Tsjechië en Bulgarije.

ALGEMEEN MARKTONDERZOEK In Spain, Nederland, Engeland, Tsjechië en Bulgarije. 2013-1-ES1-LEO05-66586 SENDI - Special Education Needs and Disability Inclusion ALGEMEEN MARKTONDERZOEK In Spain, Nederland, Engeland, Tsjechië en Bulgarije. Dit project werd gefinancierd met steun van

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 4

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 4 ECONOMISCHE MONITOR EDE 20 / 4 De Economische Monitor geeft een beeld van de economie van de gemeente Ede in de afgelopen periode van 2008 tot 20. De Economische Monitor is verdeeld in twee delen: Het

Nadere informatie

5 Opstellen businesscase

5 Opstellen businesscase 5 Opstellen In de voorgaande stappen is een duidelijk beeld verkregen van het beoogde project en de te realiseren baten. De batenboom geeft de beoogde baten in samenhang weer en laat in één oogopslag zien

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: EXAMEN: HAVO 2001-II De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen

Nadere informatie

Nieuwsbrief Zeeuwse arbeidsmarktmonitor Nummer 5: december 2015

Nieuwsbrief Zeeuwse arbeidsmarktmonitor Nummer 5: december 2015 Nieuwsbrief Zeeuwse arbeidsmarktmonitor Nummer : december 2 Zeeuwse ondernemers blijven gunstig gestemd Winstgevendheid bouwondernemers pas volgend jaar op peil Krapte aan personeel in sectoren ICT en

Nadere informatie

Arbeidskosten per eenheid product

Arbeidskosten per eenheid product Arbeidskosten per eenheid product CPB Achtergronddocument, behorend bij: MEV 2012 September 2011 Martin Mellens CPB Memo Aan: Belangstellenden Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM

Nadere informatie

Vacatures in de industrie 1

Vacatures in de industrie 1 Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek

Werkgelegenheidsonderzoek Monitor Ruimtelijke Economie Uitkomsten Werkgelegenheidsonderzoek Provincie Utrecht 2011 (Voorlopig) Januari 2012 Afdeling Mobiliteit, Economie en Cultuur Inleiding In de periode april t/m september 2011

Nadere informatie

Analyse ontwikkeling leerlingaantallen

Analyse ontwikkeling leerlingaantallen Analyse ontwikkeling leerlingaantallen Naar aanleiding van de 1 oktobertelling 2014 heeft VGS Adivio weer een korte analyse uitgevoerd waarbij onderzocht is in hoeverre de leerlingaantallen onderhevig

Nadere informatie

Concurrentiepositie Nederlandse Maakindustrie

Concurrentiepositie Nederlandse Maakindustrie Concurrentiepositie Nederlandse Maakindustrie Amsterdam, mei 2008 In opdracht van Stichting voor Industriebeleid en Communicatie Concurrentiepositie Nederlandse Maakindustrie Ruud Dorenbos Omer Sheikh

Nadere informatie

Resultaten ICT Barometer over conjunctuur, bestedingen/budgetten en ICT Indicator augustus 2009. Jaargang 9 25 augustus 2009

Resultaten ICT Barometer over conjunctuur, bestedingen/budgetten en ICT Indicator augustus 2009. Jaargang 9 25 augustus 2009 Resultaten ICT Barometer over conjunctuur, bestedingen/budgetten en ICT Indicator augustus. Jaargang 9 25 augustus DISCLAIMER: de kleine lettertjes De ICT Barometer, een onderzoek van Ernst & Young, is

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Coen in het kort. Inhoud rapportage. Toelichting. Provincie Limburg. Negatief beeld bij alle indicatoren

Coen in het kort. Inhoud rapportage. Toelichting. Provincie Limburg. Negatief beeld bij alle indicatoren Conjunctuurenquête Nederland I rapport eerste kwartaal 212 Inhoud rapportage COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting Hoe staat het Nederlandse

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

Monitor Bedrijvenaanbod Amerstreek 2013. Aanbod bedrijfs-, kantooren winkelruimte

Monitor Bedrijvenaanbod Amerstreek 2013. Aanbod bedrijfs-, kantooren winkelruimte Monitor Bedrijvenaanbod Amerstreek Aanbod bedrijfs-, kantooren winkelruimte Monitor Bedrijvenaanbod Amerstreek Aanbod bedrijfs-, kantoor- en winkelruimte Mede door de prima ligging en gunstige regionale

Nadere informatie

Conjunctuurenquête voorjaar 2013

Conjunctuurenquête voorjaar 2013 Conjunctuurenquête voorjaar 2013 Vereniging FME-CWM, Zoetermeer, februari 2013 Kasper Buiting, beleidsadviseur Onderzoek en Economie www.fme.nl Vereniging FME-CWM, Zoetermeer, februari 2013 Alle rechten

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud 4 e editie Economische monitor Voorne PutteN Opzet en inhoud In 2010 verscheen de eerste editie van de Economische Monitor Voorne-Putten, een gezamenlijk initiatief van de vijf gemeenten Bernisse, Brielle,

Nadere informatie