Niet-Keynesiaanse effecten van budgettair beleid: een evaluatie voor transitielanden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Niet-Keynesiaanse effecten van budgettair beleid: een evaluatie voor transitielanden"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE Academiejaar Niet-Keynesiaanse effecten van budgettair beleid: een evaluatie voor transitielanden Scriptie voorgedragen voor het bekomen van: Licentiaat in de economische wetenschappen Kris Boschmans Onder leiding van professor Koen Schoors

2

3 Ondertekende Kris Boschmans bevestigt hierbij dat onderhavige scriptie mag worden geraadpleegd en vrij mag worden gefotokopieerd. Bij het citeren moet steeds de titel en de auteur van de scriptie worden vermeld.

4 I Voorwoord Allereerst en bovenal wens ik bij deze Niko Gobbin te bedanken voor het leveren van zowel nuttige ideeën, bronnen als opmerkingen in verband met deze scriptie. Voor zijn hulp bij de praktische uitvoering van het econometrisch onderzoek ben ik ook Koen Inghelbrecht dank verschuldigd. Tot slot zou ik mijn ouders willen bedanken voor hun steun, financieel en nietfinancieel, bij het tot stand komen van deze scriptie en bij mijn universitaire studies in het algemeen.

5 II Inhoudstafel Inleiding... p. 1 Deel 1. Probleemstelling... p. 4 Deel 2. Invloed van en effect op het rentepeil... p. 9 Deel 3. Ricardiaanse equivalentie... p Inleiding... p Standaard Ricardiaans model... p Verschillende tijdshorizonten... p Distortionariteit van belastingen... p Imperfecte kapitaalmarkten... p Geloofwaardigheid/persistentie van beleid... p De no-ponzi games veronderstelling... p Stochastische belastingen... p Stochastische bevolkingsomvang... p Besluit... p. 32 Deel 4. Compositie-effecten... p Empirische bevindingen... p Verklaringen aan de aanbodzijde... p Verklaringen aan de vraagzijde... p Substitutie-effecten... p. 39 Deel 5. Relatie tussen externe factoren en succes budgettair beleid... p Wereldgroei en rentevoet... p Monetair en wisselkoersbeleid... p. 41 Deel 6. Het budgettaire beleid in transitielanden... p Inleiding... p Budgettair en economisch beleid in communistische landen... p. 43

6 III 6.3. Evolutie van het budgettair beleid... p Theoretische verwachtingen... p. 55 Deel 7. Empirisch onderzoek... p Focus van het onderzoek... p Praktische beperkingen... p Gehanteerde methodologie: verantwoording... p Gehanteerde methodologie... p Regressie-resultaten... p. 75 Besluit... p. 83 Lijst van gelezen en geraadpleegde bronnen Bijlage1: Budgettair beleid en economische groei Bijlage 2: Illusoire saneringen in Centraal- en Oost-Europa Bijlage 3: Gebruikt cijfermateriaal en herwerking

7 IV Lijst van figuren en tabellen Tabel 1: Perioden van budgettaire consolidaties... p. 5 Tabel 2: Dynamische effecten van budgettair beleid... p. 35 Tabel 3: Overheidsbudget in OESO-landen, (als % van het BBP)... p. 38 Grafiek 1: Compositie van overheidsuitgaven in OESO-landen, (als % van het BBP)... p. 39 Tabel 4: Overheidsontvangsten als percentage van het BBP... p. 45 Tabel 5: Evolutie van Gini-coefficiënten in transitie- en OESO-landen... p. 48 Tabel 6: Evolutie in de overheidsconsumptie als percentage van het BBP... p. 49 Tabel 7: Evolutie in de investeringsgraad van de overheid als percentage van het BBP... p. 49 Tabel 8: Evolutie in de belastingsontvangsten als percentage van het BBP... p. 50 Tabel 9: Aandeel van de onofficiële economie op het totaal BBP... p. 51 Tabel 10: Omvang van de onofficiële economie in OESO-landen als percentage van het BBP, gemiddelde over de periode p. 52 Tabel 11: Evolutie van het overheidssaldo... p. 53 Tabel 12: Evolutie in de schuldgraad... p. 54 Box 1: Case studie: Pensioenhervormingen in Bulgarije... p. 56 Box 2: Toekomstig budgettair in Hongarije... p. 58 Tabel 13: Driejarenplan van Hongarije... p. 59 Figuur 2: Reëel BBP in 1998 als percentage van het BBP in p. 61 Tabel 14: Kredietverlening aan de private sector t.o.v. het BBP, 1989-'98... p. 63 Box 3: Classificatie en overzicht van transitielanden... p. 65 Tabel 15: Evolutie in de private spaarratio s... p. 69 Tabel 16: Regressie-output voor compositie-effecten... p. 77 Tabel 17: Regressie-output transferten en subsidies met eerste dummy... p. 79 Tabel 18: Regressie-output belastingen met eerste dummy... p. 80 Tabel 19 : Regressie-output transferten met tweede dummy... p. 82 Tabel 20: Czech republic hidden liabilities and true fiscal deficit: Bijlage 2 p. 5

8 1 Inleiding the notion that what used to be called contractionary fiscal policies may in fact be expansionary is fast becoming part of the conventional policy wisdom Need I point out that the answer to the question of how deficit reduction can stimulate the economy is not just academic? It potentially affects the well-being of hundreds of millions of people around the globe. An answer would be a welcome addition to the core of practical macro-economics that we should all believe. Dit citaat van Alan Blinder (1997) geeft het belang goed weer van de onderzoeksvragen die hier opgeworpen worden. Traditionele zienswijzen omtrent het effect van budgettair beleid worden de laatste jaren in toenemende mate in vraag gesteld. De beleidservaringen van een aantal landen gaven aan dat het mogelijk is om budgettaire saneringen door te voeren zonder contractionaire gevolgen, of omgekeerd, dat expansief beleid niet altijd zo expansief is als de heersende economische theorie wel voorspelde. Deze ervaringen hebben aanleiding gegeven tot een herziening van de Keynesiaanse theorie; meer en meer wordt ervan uitgegaan dat, wat traditioneel expansief of restrictief budgettair beleid genoemd wordt, zowel expansieve, als restrictieve gevolgen kan hebben op de economie. Na een uitgebreide probleemstelling (deel een) behandelen we achtereenvolgens de redenen waarom budgettair beleid deze onverwachte effecten kan teweegbrengen. Dit is het theoretisch gedeelte van deze scriptie. Om te bepalen in hoeverre de Keynesiaanse theorie al dan niet altijd opgaat voor transitielanden moet men eerst en vooral een grondig inzicht hebben in de factoren die hiervoor van belang kunnen zijn. Deel twee tot en met vijf beoogt de lezer dit inzicht te verschaffen. In deze delen behandelen we niet alleen de theorie, maar besteden we, waar mogelijk, ook telkens aandacht aan de empirische ondersteuning van deze theorie. In deel twee bespreken we de invloed van budgettair beleid op de rente en van de rente op de budgettaire positie. Rente-effecten spelen namelijk een belangrijke rol in de verklaring van niet-keynesiaanse effecten. Deel drie handelt over de theorie van de Ricardiaanse equivalentie. Deze theorie biedt bepaalde relevante inzichten voor ons werk. Van speciaal belang hier zijn de omstandigheden waarin de Ricardiaanse theorie (en niet de Keynesiaanse)

9 2 de werkelijkheid waarschijnlijk het beste zal benaderen. Daarom bespreken en evalueren we de assumpties die aan de grondslag liggen van het Ricardiaanse model. Verder is de compositie van een budgettaire aanpassing door verschillende auteurs naar voren geschoven als bepalend voor de transmissie van budgettair beleid op de economie. Deze compositieeffecten zijn dan ook het onderwerp van het vierde deel van deze thesis. In deel vijf tenslotte richten we onze aandacht op externe factoren, vanuit het buitenland of vanuit de monetaire overheid, waarop de budgettaire beleidsvoerder weinig invloed op kan uitoefenen, maar die het succes van zijn beleid wel mee bepalen. Centraal- en Oost-Europese economieën zijn het voorbije decennium een erg interessant onderzoeksdomein geworden. De overgang van een vrijwel volledig geplande economie naar een vrije markteconomie is volstrekt onuitgegeven in de geschiedenis. De desbetreffende landen stonden, en staan nog steeds, voor een moeilijke opdracht. Eén van de moeilijkheden die overwonnen dienen te worden situeert zich op het budgettaire vlak. In de meeste landen hebben grote deficits zich opgestapeld bij de omvorming naar een markteconomie. Om deze deficits weg te werken waren, en zijn nog steeds, grote saneringsinspanningen noodzakelijk. De manier waarop dit het minst pijnlijk kan is uiteraard van groot belang voor deze landen en hun inwoners. Ettelijke van de honderden miljoenen mensen wiens welzijn beïnvloed wordt door het budgettair beleid, aldus Blinder, woont immers in transitielanden. Desondanks is dit, bij ons beste weten, het eerste systematische onderzoek naar niet-keynesiaanse effecten in transitielanden. Deel zes gaat over de theoretische verwachtingen omtrent de effecten van budgettair beleid in transitielanden en over de evolutie van het budgettair beleid bij de overgang van een geplande naar een vrije markteconomie. Transitielanden hebben bepaalde, grotendeels gemeenschappelijke, karakteristieken, zeker als men zich enkel concentreert op de Centraal- Europese en Baltische republieken. De kenmerken worden besproken voor zover ze relevant zijn voor ons onderzoek. Het zevende en laatste deel tenslotte betreft de empirische analyse. Voornamelijk uit pragmatische redenen hebben we geopteerd voor het uitvoeren van een aantal OLS-schattingen, gebruil makende van paneldata. Tot slot volgt een kort besluit.

10 3 Lange termijn groei-effecten van budgettair beleid zijn een interessant onderzoeksdomein, maar vallen grotendeels buiten het bestek van dit werk. In bijlage 1 wordt er evenwel kort ingegaan op deze langetermijnimplicaties, omdat deze relevant kunnen zijn voor de reactie op korte termijn van het publiek en de financiële markten op het voeren van een zeker beleid. Bijlage 2 handelt over de tekortkomingen van het (structureel) overheidsdeficit om de werkelijke budgettaire positie van een land in te schatten en in het bijzonder voor transitielanden met het oog op een potentiële toetreding tot de EU en muntunie. Bijlage 3 tenslotte betreft een kort overzicht van de gebruikte data; waar we deze vandaan gehaald hebben en hoe deze verwerkt is.

11 4 Deel 1. Probleemstelling Onderstaande tabel geeft de resultaten weer van een aantal (39) saneringen in 19 OESOlanden in de periode Eerst en vooral moet gespecificeerd worden wat we precies verstaan onder een sanering. Verschillende auteurs stellen immers verschillende definities voorop. Hier wordt een sanering gedefinieerd, in overeenstemming met Heylen en Everaert (2000), als een proces van tenminste twee opeenvolgende jaren waarbij het cyclisch gezuiverde primair tekort (CAPB) elk jaar afneemt en in totaal met tenminste 2 procentpunt 1. Daarenboven werd nog vereist dat de CAPB in het eerste jaar met op zijn minst 0,25% verbetert. Uiteraard zijn deze cijfers in grote mate arbitrair; er zijn geen echte theoretische redenen waarom dit cijfer niet wat hoger of lager mag zijn. Een groot verschil voor wat we willen aantonen maakt dit evenwel niet. Succes wordt afgemeten aan de evolutie van de bruto schuldgraad ten opzichte van het BBP.?GD is het verschil tussen de bruto schuldgraad in het beginjaar van de budgettaire sanering en de bruto schuldgraad in het tweede jaar na het eindjaar van de sanering. 1 Ofschoon het cyclisch gezuiverde saldo theoretisch gezien (en zeker voor wat betreft onze doelstellingen) een duidelijk superieure maatstaf (ten opzichte van het niet-gezuiverde saldo) is om het structurele overheidsbeleid na te gaan, moeten we er voorzichtigheidshalve aan toevoegen dat de praktische berekening van dit begrip met vrij substantiële moeilijkheden verloopt. Er zijn immers verschillende berekeningsmethodes om het structurele overheidstekort te schatten, waarbij het resultaat afhankelijk is van de gebruikte methode. Een overzicht of bespreking van deze methodes zou ons te ver voeren; hiervoor verwijzen we naar de paper van Brunila, Hukkinen en Tujula (1999). Uit hun onderzoek blijkt wel dat de methode toegepast door de OECD (wiens cijfermateriaal gebruikt is) relatief betrouwbaar te noemen is en evoluties, zoals een structurele verbetering van het saldo van zoveel over zoveel jaar, grotendeels terug te vinden zijn ongeacht de concrete berekeningswijze.

12 5 Tabel 1: Perioden van budgettaire consolidaties Land Periode? CAPB? GD Land Periode? CAPB? GD Oostenrijk ,09 7,41 Ierland ,7 33, ,28 8, ,16-19, ,6 10, ,69-20,67 België ,58 26,7 Italië ,23 4, ,09-2, ,38 17,03 Canada ,09 11, ,9 15, ,15 19,33 Japan ,67 14, ,89-0,81 Nederland ,53 20,6 Denemarken ,34-9,68 Noorwegen ,68-2,05 Finland ,64 4, ,48-4, ,24 5,67 Portugal ,13 11,21 Frankrijk ,51 2,83 Spanje , ,29 5, ,12 19,85 Duitsland ,08 3,14 Zweden ,65 5, ,49 12, ,8 0, ,75 19, ,52-17,77 Griekenland ,19 18, ,18-2, ,27 18,2 U.K ,37 6, ,52 22,48 U.S ,35-3, ,25-1,76 BRON: Heylen en Everaert 2000 We bemerken, verrassend genoeg, dat in veel gevallen de saneringsoperatie volledig mislukt is. In 27 van de 39 gevallen neemt de schuldgraad (GD) toe na de sanering en in sommige gevallen zelfs vrij sterk. Enkel in de andere gevallen kan men spreken van een succes, hoewel dit succes in heel wat gevallen vrij bescheiden te noemen valt. Slechts in vier periodes is de schuldgraad verbeterd met meer dan vijf procentpunten. Indien men uitgaat van Keynesiaanse theorie is dit resultaat evenwel niet zo verwonderlijk als op eerste gezicht wel mag lijken. In het geval van een overheidssanering zou de economische activiteit immers terugvallen door een daling van de geaggregeerde vraag. Dit gebeurt ofwel op directe wijze, bij een daling van de overheidsconsumptie en/of -investeringen, ofwel op indirecte wijze. Wanneer de overheid opteert voor een belastingsverhoging of lagere transfertuitkeringen als middel tot bezuiniging betekent dit dat er een daling van het beschikbaar inkomen, en aldus van de private consumptie zal optreden Deze daling in consumptie kan dan nog versterkt worden door een terugval in de investeringen, vanwege de lagere afzetmogelijkheden. Dit noemt men het accelerator-mechanisme ( Heylen, 1999). Voor een budgettaire expansie geldt precies de omgekeerde redenering. Hier is de theoretische verwachting dat een budgettaire versoepeling geen spectaculaire toename van de schuldgraad als gevolg heeft.

13 6 Een opvallende en in de vakliteratuur veel besproken sanering waarin budgettaire omslagen onverwachte, dat wil zeggen niet-keynesiaanse gevolgen heeft gehad betreft de Ierse consolidatie van Ierland zag zijn budgettair tekort sterk toenemen vanaf eind jaren 70 tot een schuldgraad van 87%. Een eerste poging om deze schuld af te bouwen werd ondernomen in Twee jaar later was het primair structureel tekort 2 afgebouwd met maar liefst 7 procentpunt, voornamelijk door hogere belastingen. Resultaat was dat de schuldgraad niet daalde, maar sterk toenam en dit vooral door een sterk verslechterende conjunctuur en daling van de private consumptie, geheel volgens Keynesiaanse voorspelling. Desondanks vond er een tweede stabilisatiepoging vond plaats in 1987, na de vorming van een nieuwe regering onder Charles Haughey. Deze minderheidsregering hield weinig rekening met politieke gevoeligheden en snoeide vooral in de uitgaven. Opnieuw daalde het primair structureel saldo met ongeveer 7 procentpunt. In tegenstelling met de vorige stabilisatie ging er dit keer een opmerkelijk sterk expansionair effect uit van deze budgettaire operatie. Dankzij de sterke economische groei in de daaropvolgende jaren nam de schuldgraad af en dit voor het eerst in bijna 20 jaar (Giavazzi en Pagano, 1990 a). De Deense budgettaire contractie van 1982 vormt een ander succesverhaal. Door een combinatie van hoge renteniveaus en zware primaire tekorten steeg de schuldgraad van 29% begin 1980 tot 65% einde De toen nieuw gevormde conservatieve regering nam zich voor om, door middel van draconische maatregelen, de staatsfinanciën terug gezond te maken. Het cyclisch gezuiverd saldo verbeterde met een ronduit spectaculaire 10 procentpunt. De gevolgen voor de economie waren hoogst opmerkelijk: in de periode groeide de economie met gemiddeld 3,6% dankzij een forse toename van de private consumptie en vooral de investeringen (Giavazzi en Pagano, 1990 a). 2 Aangezien de budgettaire overheid (noch de monetaire overheid voor een klein land als Ierland) veel invloed kan uitoefenen op rentevoeten is het primaire saldo een betere benadering om de budgettaire positie in te schatten. Wijzingen in de interestbetalingen ten gevolge van (internationale) rentewijzingen worden op deze manier niet meegerekend bij de bepaling van het discretionair beleid.

14 7 Deze specifieke gevallen tonen aan dat de Keynesiaanse theorie niet altijd en overal hoeft op te gaan. Het zijn dergelijke eigenaardige waarnemingen die hebben geleid tot een min of meer nieuw onderzoeksdomein binnen de macro-economie; de theorie van expansionary contractions en contractionary expansions. Om dit te begrijpen is het belangrijk om het verschil goed te kennen tussen het gewone (al dan niet primaire) overheidssaldo en het cyclisch gezuiverde overheidssaldo. Dat laatste is, zoals de naam zelf aangeeft, gezuiverd van conjuncturele factoren en is een schatting van hoeveel het overheidstekort (of -overschot) zou bedragen bij een normale bezetting van de productiefactoren. Een wijziging in dit saldo is met andere woorden enkel en alleen het gevolg van een discretionaire politiek van de overheid, zoals bijvoorbeeld een belastingsverhoging. De invloed van automatische stabilisatoren wordt als het ware weggezuiverd. Het effect van een belastingsverhoging op het cyclisch gezuiverde saldo is met andere woorden ondubbelzinnig positief. Het overheidssaldo, zoals bekend uit het nieuws, wordt berekend als de overheidsschuld gedeeld door het BBP en wordt beïnvloed door de evolutie van het Bruto Nationaal Product. Een belastingsverhoging, om terug te grijpen naar het eenvoudige voorbeeldje, heeft aldus een dubbelzinnig effect, in die zin dat deze invloed uitoefent op de groeivoet van het BBP. Daarenboven zal een verslechtering van deze groei leiden tot een minderinkomst voor de staatskas en voor extra uitgaven, bijvoorbeeld door minder werknemersbijdragen en meer werkloosheidsvergoedingen. Om dit ietwat formeler weer te geven, beschouwen we een vergelijking die de dynamiek van de overheidsschuld beschrijft:?gd = -PB + (r-g)gd -1, waarbij GD staat voor de schuldratio van de overheid, PB voor het primaire overheidssaldo (dit is vóór aftrek van de rentelasten en ten opzichte van het BBP), r voor de reële rente (op overheidspapier) en g tenslotte voor de reële groeivoet van de economie.

15 8 Als we deze vergelijking herschrijven bekomen we:?gd = -CAPB*Y /Y CCPB + (r-g)gd -1 met : CAPB*Y /Y + CCPB = PB In deze vergelijking expliciteren we de kanalen waarop reële outputgroei invloed heeft op de schuldgraad. Y /Y is de ratio van potentieel op gerealiseerd reëel BBP (meestal wordt het potentieel BBP aangeduid als Y*, wat echter verwarring kan opwekken met het gebruikte teken voor vermenigvuldiging). CAPB betreft het cyclisch gezuiverd saldo in procent van het potentieel BBP. CCPB is de cyclische component van het primair saldo. In hoogconjunctuur zal deze component groter zijn. Bovendien zal g groter zijn in een economische hausse, waardoor (r-g)*gd-1 en dus ook de schuldgraad zal dalen zonder discretionaire ingrepen van overheidswege. Er bestaat dan ook een vrij sterke relatie tussen BBP-groei en de wijziging in de schuldgraad (Heylen en Everaert, 2000). Verder valt de invloed van de reële rente op in deze vergelijking. Indien deze rente hoger is dan de groei van de economie (r>g) is een positief primair saldo vereist om de schuldratio constant te houden. Bij een lage(re) rente daarentegen is een lager tot zelfs negatief primair saldo consistent met schuldstabilisatie. Zoals eerder gezegd neemt de traditionele stroming binnen de economie aan dat het gunstige effect van een belastingsverhoging domineert en aldus een stabilisering van de ratio schuld/bbp in de hand werkt. Aan de basis van deze zienswijze ligt de veronderstelling dat de negatieve gevolgen van een contractie niet al te sterk zijn, wat op zijn beurt voornamelijk afhangt van de evolutie van de private vraag. Indien deze sterk zou terugvallen kan het restrictieve overheidsbeleid net een tegenovergesteld effect dan bedoeld werd, bereiken. Indien de private vraag zich zou handhaven of zelfs zou toenemen heeft het beleid succes. Omgekeerd is het ook niet onmogelijk dat een expansief budgettair beleid een recessie met zich meebrengt. Cruciaal in deze scriptie is na te gaan wanneer budgettair beleid dergelijke vanuit traditionele theorie onverwachte resultaten genereert of met andere woorden onder welke omstandigheden budgettaire politiek niet-keynesiaanse gevolgen ten gevolge heeft en onder welke omstandigheden dit waarschijnlijk niet het geval is.

16 9 We willen bij deze benadrukken dat we niet ontkennen dat budgettair beleid meestal de verwachte (dit is Keynesesiaanse) gevolgen heeft. Getuige hiervan is het relatief groot aantal mislukte saneringen. Dit sluit aan de andere kant echter niet uit dat niet-keynesiaanse effecten -eventueel door een redelijk uitzonderlijke samenloop van omstandigheden- wel degelijk kunnen optreden. Deel 2. Invloed van en effect op het rentepeil Crowding-in-effecten worden onderschreven door Keynesianen en worden aldus over het algemeen niet of weinig besproken in de literatuur over niet-keynesiaanse effecten. Toch lijkt een bespreking wel degelijk nuttig omdat dit een eerste argument vormt waarom een fors restrictief beleid 3 geen al te zware gevolgen hoeft te hebben op de conjunctuur. Vooraleer dieper in te gaan op de vraag wanneer budgettair beleid -laat ons zeggen, een expansie- succes kent, bespreken we kort de traditionele theorie. Belastingsverlagingen leiden tot een stijging van de geaggregeerde private consumptie. Gewenste private besparingen stijgen aldus minder dan het beschikbare inkomen toeneemt, zodat de totale gewenste nationale besparingen afnemen. Nationale besparingen bestaan immers uit zowel de besparingen van de overheids- als van de privésector. Hogere rentevoeten zijn vereist om evenwicht te herstellen tussen investeringen en gewenste nationale besparingen. Dit leidt dan tot lagere investeringen en op termijn een kleinere kapitaalstock in de economie. Deze analyse geldt enkel voor een gesloten economie. Kleine, open economieën zouden niet geconfronteerd worden met een renteverhoging, doch wel met een toename van buitenlandse schuld 4 Bij een 3 Over het algemeen gaan we in deze scriptie uit van de gevolgen van saneringsbeleid, voornamelijk omdat het gros van de wetenschappelijke literatuur dit ook doet. Kijken we in dit verband maar naar de aandacht die er is uitgegaan van de Ierse en Deense (zie supra). Expansief beleid zal hoogstwaarschijnlijk analoge, doch omgekeerde effecten tot gevolg hebben. Alesina en Ardagna (1998) is één van de weinige studies die ook periodes van expansief beleid onderzoekt en zij bekomen grotendeels dezelfde, maar omgekeerde resultaten. Een andere reden waarom we voornamelijk aandacht hebben voor contractieve perioden is omdat transitielanden, waarop we onze bevindingen op proberen te toetsen, budgettair meestal op de rem hebben gestaan in onze steekproefperiode. 4 Ook deze situatie kan nauwelijks als bijzonder benijdenswaardig worden beschouwd. Een grote buitenlandse schuld, uiteraard gepaard gaande met grote uitgaande kapitaalstromen, wordt over het

17 10 stabilisatiebeleid gebeurt net het omgekeerde waardoor de negatieve effecten alleszins ten dele kunnen worden gecompenseerd (Barro, 1990). Een lagere rente zal, naast een toename van de investeringen (vanwege de lagere investeringskost die een rentedaling impliceert), ook een vermogenseffect veroorzaken (wat een eerder neoklassiek dan Keynesiaans argument is). Vooral via de stijging van aandelenkoersen, wat een rentedaling meestal tot gevolg heeft, zou het vermogen van een groot deel van de bevolking toenemen, een consumptiestijging tot gevolg hebbend. Diverse empirische consumptiemodellen wijzen inderdaad uit dat vermogen een significante, doch kwantitatief beperkte, invloed uitoefent op consumptie op korte termijn (Tan en Voss, 2000). Andere mogelijke positieve gevolgen van een rentedaling (zoals het zogenaamde kredietkanaal) zijn uitgebreid beschreven, maar vallen buiten het bestek van deze scriptie. Voor een grondige en duidelijke beschrijving van de belangrijkste transmissiemechanismen van monetaire factoren op de reële economie verwijzen we ondermeer naar Mishkin (1996). Over het algemeen gaat men er evenwel van uit dat de baten van lagere rente zich predominant manifesteren in een toename van investeringen. Getuige hiervan de werkelijke investeringsboom die is vastgesteld in talrijke landen waar men, grotendeels hierdoor succesvol genoemde, saneringen heeft doorgevoerd. Gemiddeld bedroeg de groeivoet van ondernemingsinvesteringen in succesvolle saneringen 0,36% de twee jaar vóór de budgettaire aanpassing en maar liefst 5,24% de eerste 2 jaar na de inspanning. Bij minder geslaagde saneringen bedragen deze groeivoeten respectievelijk 4,59% en 0,29% (Alesina, Ardagna, Perotti en Schiantarelli, 1999). Hierbij moet nog worden gezegd dat de gevolgen van crowding-in-effecten tevens afhangen van het wisselkoersregime van het land in kwestie. Dalende rentevoeten zullen, redenerend volgens een standaard Mundell-Fleming-model een uitstroom van kapitaal veroorzaken en zo een neerwaartse druk op de munt. In een vlottend wisselkoersregime heeft dit een depreciatie en aldus extra exportmogelijkheden tot gevolg. In een vast wisselkoersregime daarentegen leidt dit tot muntverdediging en geldverkrapping, waardoor de laagconjunctuur nog wordt versterkt (Heylen, 1997). algemeen als weinig wenselijk aanzien, al was het maar vanwege de sterke kwetsbaarheid ten aanzien van wisselkoersevoluties.

18 11 Naast het traditionele crowding-in-effect hebben andere bepaalde auteurs geopperd dat de risicopremie naar beneden zou kunnen gaan door een overheidssanering, ongeacht de assumptie van een open of gesloten economie. Dit gaat dan vooral op indien de budgettaire positie als bijzonder precair werd beschouwd door de financiële marktpaticipanten (Giavazzi en Pagano 1990 b). Een groter surplus (of een lager tekort) wordt dan gezien als een signaal van de overheid, waardoor de kans op hogere inflatie (door monetaire financiering of een default ) verkleint. Dit is vooral gunstig voor landen met een vaste wisselkoers. Verder neemt men aan dat belastingsdistorties (zie infra) proportioneel toenemen met het belastingsniveaus, waardoor de deadweight loss op de maatschappij afneemt naarmate een onhoudbare evolutie eerder wordt aangepakt (Caselli, Giovannini, Lane, 1999). Het moge duidelijk zijn dat de theorie een rentedaling voorspelt bij een restrictief beleid 5. Nochtans lijken de cijfers deze veronderstelling niet te ondersteunen. Om Barro bijvoorbeeld te citeren: there is little evidence from U.S. time series that verifies a positive effect of temporary government purchases on real interest rates (Elmendorf, 1996). Elmendorf (1996), samen met andere onderzoekers, hebben erop gewezen dat, idealiter, niet de relatie tussen budgettair beleid en rentevoeten onderzocht moet worden, maar wel de relatie tussen verwachtingen omtrent budgettair beleid en rentevoeten. Om de OECD (1996) hieromtrent te citeren: expectations are important: the extent to which consolidation had been foreseen, expectations as to the durability of consolidation, and the likely impact of consolidations on actual and expected inflation and interest rates will all influence financial market behaviour. Overigens hebben ook zij in hun onderzoek gemengde resultaten teruggevonden wat betreft de causale relatie tussen budgettair beleid en interestvoeten. 5 Niet alleen Keynesiaanse, maar ook neoklassieke theorie voorspelt een rentedaling bij restrictief beleid. Voor zover dit beleid tijdelijk is delen zelfs Ricardianen (waarover later meer) deze visie (Elmendorf, 1996). Het is des te eigenaardiger dat er zo weinig empirische steun te vinden valt voor

19 12 Aangezien private agenten aangenomen worden vooruit te kijken en verwachtingen te incorporeren in haar gedrag, is de relatie tussen het verwacht budgettair beleid en interestvoeten evenwel de meest relevante vanuit theoretisch oogpunt. Om deze verwachtingen te concretiseren maakte Elmendorf (1996) in zijn onderzoek gebruik van informatie van het Amerikaanse parlement. Deze maakte een heel aantal wetten om de Amerikaanse schuld af te bouwen, die gezien worden als keerpunten van het te verwachten beleid. De hypothese dat verwachte budgettaire evoluties geen invloed hebben op rentevoeten wordt verworpen met een significantieniveau van 1%. Nieuwe informatie die de verwachtingen bijsturen in de richting van een strenger beleid leidde over het algemeen tot een daling van de reële rente. Informatie die de verwachtingen in omgekeerde zin beïnvloedt zorgde dan weer voor een stijging van de reële rentevoeten in een meerderheid van de gevallen (Elmendorf, 1996). VAR-analyse biedt een alternatieve manier om rekening te houden met verwachtingen van budgettair beleid en niet zozeer met het beleid zelve (wat niet onbelangrijk is gezien de lange lags die bijna onvermijdelijk verbonden zijn aan het in de praktijk brengen van budgettair beleid). Ook deze analyse bevestigt de theorie grotendeels; zware deficits gaan meestal hand in hand met dalende nationale besparingen en stijgende rentevoeten (Doménech, Taguas en Varela, 2000). Restrictief budgettair beleid sorteert dus niet alleen een direct effect op de overheidsfinanciën, maar ook een indirect, via de rente op overheidsobligaties. Deze effecten lijken van sterk nietlineaire aard te zijn. Naarmate de schuld toeneemt zal een verbetering van het primair surplus van één procentpunt leiden tot een daling van de rente met ongeveer 30 basispunten in een land met een zware schuldenlast, waar de daling naar schatting slechts 3 basispunten bedraagt voor landen waar de schuldratio 10% bedraagt. Dit wordt toegeschreven aan de meer dan proportionele daling van de risicopremie en inflatieverwachtingen naargelang de schuldgraad. Het zijn dus net die landen waarbij een gegeven renteverlaging de gunstigste gevolgen heeft op de overheidsfinanciën 6 die profiteren van de sterkste rentedalingen dankzij saneringen iets waarover nagenoeg consensus bestaat bij macro-economen (meestal is consensus binnen deze discipline immers niet ver, maar erg ver te zoeken). 6 De rentelasten zullen 10 maal zo hoog zijn (ten opzichte van het respectieve BBP) voor een land met een schuldgraad van 10% dan voor een land met een schuldgraad van 100%. Een daling van twee

20 13 (Caselli, Giovannini, Lane, 1999). Het moge duidelijk zijn dat op deze manier een virtueuze cirkel kan ontstaan die saneringen heel wat minder pijnlijk kan maken dan algemeen aangenomen. Er zij aldus redenen om aan te nemen dat budgettaire saneringen succesvoller zullen zijn indien de overheid een hoge schuldgraad heeft. Een andere factor die de daling van de risicopremie gunstig beïnvloedt betreft de (verwachte) persistentie en geloofwaardigheid van de saneringsoperatie. McDermott en Wescott (1996) hebben aangetoond dat timide, aarzelende en weinig aangehouden saneringsinspanningen minder succes kennen dan sterke aanhoudende verbeteringen in het structurele saldo. Eén van de aangehaalde redenen is dat de risicopremie slechts beduidend zal dalen indien men gelooft dat het risico echt is gedaald. Enkel geloofwaardige signalen dat het de overheid menens is, zullen in staat zijn de rente sterk naar beneden te drijven en aldus positieve effecten op consumptie en investeringen teweeg te brengen. Aangezien investeringen en de aankoop van duurzame consumptiegoederen langetermijnprojecten zijn, zullen ze vermoedelijk vooral reageren op wijzingen in de langetermijnrente en de verwachtingen omtrent de toekomstige kortetermijnrente. De grootte en duur van een sanering vormt dus waarschijnlijk eveneens een succesfactor. procentpunten van de rente op overheidsobligaties zal hierdoor een veel beperktere invloed hebben op het overheidssaldo van het eerstgenoemde land (de jaarlijkse interestbetalingen zullen hier slechts dalen met 0.2% van het BBP ten opzichte van een daling van 2% in het land met de hoge schuldgraad).

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context CRB 2016-0510 SR/LVN 03.02.2016 Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context 2 CRB 2016-0510 Overzicht groei sinds 1996 Onder invloed van de conjuncturele

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

De macro-economische vooruitzichten voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan

De macro-economische vooruitzichten voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan Economie en onderneming De macro-economische vooruitzichten 2006-2012 voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan Meyermans, E. & Van Brusselen, P. (2006).

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

De Europese schuldencrisis heeft aangetoond dat een zeer hoog niveau

De Europese schuldencrisis heeft aangetoond dat een zeer hoog niveau Chapter 6 Samenvatting (Dutch summary) De Europese schuldencrisis heeft aangetoond dat een zeer hoog niveau van de staatsschuld kan leiden tot oplopende rentelasten die economisch herstel tegengaan. In

Nadere informatie

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten)

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) VERSIE DEEL : Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 8 punten). Veronderstel een economie waar drie goederen worden geproduceerd. Alles wat in een jaar

Nadere informatie

Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen

Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen Seminarie voor leerkrachten, 26 oktober 2016 Ruben Schoonackers Bruno Eugène INTERN Departement Studiën Groep Overheidsfinanciën Structuur van

Nadere informatie

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten)

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) 1. De grafiek hieronder geeft de participatiegraad voor Nederland, de V.S. en de 12 kernlanden

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2013-2045

Nadere informatie

Overheid en economie

Overheid en economie Overheid en economie Overheid en economie Het aandeel van de overheid in de economie, de overheid als actor en de overheid op regionaal niveau, een verkenning Inleiding Het begrip economische groei komt

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Debt Sustainability Analysis (DSA)

Debt Sustainability Analysis (DSA) BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Debt Sustainability Analysis (DSA) Een analyse naar de kwetsbaarheid van de Surinaamse Staatsschuld in 2014-2018 Malty Dwarkasing Sarajane Omouth

Nadere informatie

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Europese Commissie - Persbericht Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Brussel, 05 mei 2015 De economie in de Europese Unie profiteert dit jaar van een

Nadere informatie

HOOFDSTUK 21: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 21: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 21: OEFENINGEN 1 In een gesloten economie zonder overheid, en waar de ondernemingen niet afschrijven noch winst reserveren, geldt : BNP = Y = consumptie + investeringen, BNP = Y = consumptie

Nadere informatie

Macro-economie examenvragen

Macro-economie examenvragen Macro-economie examenvragen Deel II 1. Indien de reële productie en het arbeidsaandeel constant blijven, dan kan het aantal tewerkgestelde personen van het ene jaar op het andere slechts toenemen indien.

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Inflatie is de stijging van het algemeen prijspeil. De jaren 70 en 80 van de vorige eeuw waren periodes van relatief hoge inflatiecijfers in West-Europa, terwijl lage inflatie en deflatie

Nadere informatie

Lesbrief Europa 2 e druk

Lesbrief Europa 2 e druk Hoofdstuk 1. 1.13 1.14 1.15 1.16 A A B D Waar produceren? 1.17 a. Door loonmatiging dalen de productiekosten en kunnen de prijzen dalen. Dan verbetert de internationale concurrentiepositie en zal de export

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 Nota over de toestand van s Rijks Financiën Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2014-2050

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten CPB Notitie Datum : 7 april 2004 Aan : Projectdirectie Administratieve Lasten Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten 1 Inleiding Het kabinet heeft in het regeerakkoord het

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 Sarajane Marilfa Omouth Paramaribo, juni 2015 1. Inleiding De totale

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen: een econometrische analyse

De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen: een econometrische analyse De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen Steunpunt Beleidsrelevant onderzoek Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen:

Nadere informatie

Bijlage: Technische invulling Stabiliteit en Groeipact verdrukt onbedoeld publieke investeringen

Bijlage: Technische invulling Stabiliteit en Groeipact verdrukt onbedoeld publieke investeringen Bijlage: Technische invulling Stabiliteit en Groeipact verdrukt onbedoeld publieke investeringen In deze bijlage wordt uiteengezet waarom en op welke wijze de huidige methodiek uit het Stabiliteit en Groei

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)

Nadere informatie

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Employee Benefits Institute 1. Welke zijn de nieuwe rentevoeten die AXA Belgium waarborgt

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Macro-economie voor AEO (225P05) Voortgangstoets

Macro-economie voor AEO (225P05) Voortgangstoets Faculteit Economie en Bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam Macro-economie voor AEO (225P05) Voortgangstoets December 2008 1. Zorg dat er niets op je tafel ligt behalve deze vragenbundel (plus een lijst

Nadere informatie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie TENTAMEN inclusief antwoorden Vaknaam : Macro-economie voor Bedrijfseconomie Vakcode : 330091 Datum tentamen : donderdag 16 mei 2013 Duur tentamen : 3 uur Docent : Dr. B.J.A.M. van Groezen ANR : 649627

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk - 24 februari 2015 Jan Smets A. De stand van

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis

De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis De besparingen van Amerikaanse gezinnen bereikten vlak voor de crisis een naoorlogs dieptepunt. Na de crisis moeten huishoudens fors

Nadere informatie

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011 Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 3 oktober Grote Recessie was geen Grote Depressie Wereldhandel Aandelenmarkt 9 8 7 8 VS - S&P-5 vergelijking met crash 99 Wereld industriële

Nadere informatie

De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing

De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing Seminarie voor leerkrachten, 26 oktober 2016 Stefan Van Parys Bruno Eugène INTERN Departement Studiën Groep Overheidsfinanciën

Nadere informatie

Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten

Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten Thema-analyse Belfius Research Februari 2016 Inleiding De rente staat op een historisch laag niveau. Voor een 10-jarig krediet betaalt de Belgische

Nadere informatie

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel Page 1 of 6 Gepubliceerd op DeWereldMorgen.be (http://www.dewereldmorgen.be) De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel en aan wat? door Phi-Rana di, 2013-11-12 15:45 Phi-Rana Er wordt vaak gezegd

Nadere informatie

ECONOMIE IN TIJDEN VAN MONETAIR EXPANSIEVE POLITIEK

ECONOMIE IN TIJDEN VAN MONETAIR EXPANSIEVE POLITIEK ECONOMIE IN TIJDEN VAN MONETAIR EXPANSIEVE POLITIEK Geert Gielens, Ph.D. hoofdeconoom 19 mei 2015 Agenda Het verschil met vorig jaar De euro zone De VS De ECB & haar beleid Besluit 2 Het verschil met vorig

Nadere informatie

Debt Sustainability Analysis (DSA)

Debt Sustainability Analysis (DSA) BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Debt Sustainability Analysis (DSA) Een analyse naar de kwetsbaarheid van de Surinaamse Staatsschuld in 2013-2017 Malty Shanti-Devi Dwarkasing

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

Kentering op de Europese woningmarkten

Kentering op de Europese woningmarkten Na een hausse die twaalf jaar duurde, is nu in de meeste Europese landen waaronder Nederland een afvlakking van de huizenprijsstijging te zien. In enkele landen dalen de prijzen zelfs. Een belangrijke

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II 4 Antwoordmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Dat economie in essentie geen experimentele wetenschap is maakt de econometrie tot een onmisbaar

Nadere informatie

Barometer kinesitherapie 2013

Barometer kinesitherapie 2013 Barometer kinesitherapie 2013 Ingevolge de nomenclatuurhervorming van 2002, lag het uitgavenniveau voor kinesitherapie in 2003 op het laagste niveau sinds 1991. Vanaf 2004 beginnen de uitgaven opnieuw

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige Samenvatting Een economische schok is een drastische verandering in het evenwicht of de continuïteit van een systeem. De wereld wordt gekenmerkt door een veelheid van schokken. En elke schok lijkt de economie

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen I en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 2 juni 3.3 6.3 uur 2 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-I

Eindexamen economie 1 vwo 2004-I Opgave 1 Dollarisering in Latijns Amerika In veel landen in Latijns Amerika circuleert naast de eigen valuta de Amerikaanse dollar. De dollar is door de jaren heen in dit deel van de wereld de meest stabiele

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 169 Nederlandse samenvatting Het vakgebied internationale bedrijfskunde houdt zich bezig met de vraagstukken en de analyse van problemen op organisatieniveau die voortkomen uit grensoverschrijdende activiteiten.

Nadere informatie

3 Effect van varianten zoals door de VROM-raad gevraagd

3 Effect van varianten zoals door de VROM-raad gevraagd belastingsderving (saldo HRA en EWF) tot 13,8 miljard doen toenemen in 2011. Daarbij is geen rekening gehouden met het drukkende effect van de rentestijging op de prijs van de woningen. 3 Effect van varianten

Nadere informatie

Recente geschiedenis van de Belgische overheidsfinanciën

Recente geschiedenis van de Belgische overheidsfinanciën Recente geschiedenis van de Belgische overheidsfinanciën Seminarie voor leerkrachten, 26 oktober 2016 Luc Van Meensel Patrick Bisciari Departement Studiën Groep Overheidsfinanciën DS.16.08.374_NL Structuur

Nadere informatie

Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen.

Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen. Verhoging tabaksaccijnzen : meer inkomsten en minder rokers PERSBERICHT Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen. In België werden er in 2009 11.617 miljoen sigaretten

Nadere informatie

VISIE COVERVERHAAL NIEUWE STUDIE SCHUIFT 16 MILJARD NAAR VOREN

VISIE COVERVERHAAL NIEUWE STUDIE SCHUIFT 16 MILJARD NAAR VOREN NIEUWE STUDIE SCHUIFT 16 MILJARD NAAR VOREN De klassieke Vlaams-Waalse geldstromen zijn met ongeveer 6 miljard euro per jaar al zeer hoog. Tellen we er ook de transfers via de rentelasten op overheidsschuld

Nadere informatie

HET COBB-DOUGLAS MODEL ALS MODEL VOOR DE NUTSFUNCTIE IN DE ARBEIDSTHEORIE. 1. Inleiding

HET COBB-DOUGLAS MODEL ALS MODEL VOOR DE NUTSFUNCTIE IN DE ARBEIDSTHEORIE. 1. Inleiding HET COBB-DOUGLAS MODEL ALS MODEL VOOR DE NUTSFUNCTIE IN DE ARBEIDSTHEORIE IGNACE VAN DE WOESTYNE. Inleiding In zowel de theorie van het consumentengedrag als in de arbeidstheorie, beiden gesitueerd in

Nadere informatie

Macro-economische uitdagingen ten gevolge van de vergrijzing

Macro-economische uitdagingen ten gevolge van de vergrijzing Macro-economische uitdagingen ten gevolge van de vergrijzing Gert Peersman Universiteit Gent Seminarie VGD Accountants 3 november 2014 Dé grootste uitdaging voor de regering Alsmaar stijgende Noordzeespiegel

Nadere informatie

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei CPB Notitie 22 december 2014 CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid en economische groei Uitgevoerd op verzoek van de vaste commissie Financiën van de Tweede Kamer CPB Notitie

Nadere informatie

De schuldratio van de gemeente Drimmelen is laag.

De schuldratio van de gemeente Drimmelen is laag. Startpunt van de houdbaarheidstest is de beginbalans van het lopende boekjaar. Hiervan worden alle bezittingen op de linkerzijde van de balans en de schulden op de rechterzijde van de balans in ogenschouw

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

Nieuw rapport Europese Commissie: onze pensioenen zijn wél betaalbaar

Nieuw rapport Europese Commissie: onze pensioenen zijn wél betaalbaar Nieuw rapport Europese Commissie: onze pensioenen zijn wél betaalbaar Studiedienst PVDA Kim De Witte 1 Meer actieven in verhouding tot niet-actieven tot 2040... 2 1.1 Demografische versus economische afhankelijkheidsratio...

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II Opgave 1 CAO-overleg: loon of werk? Bij de CAO-onderhandelingen voor een komend jaar in de industrie wordt uitgegaan van de volgende prognose: inflatie 2,3% stijging arbeidsproductiviteit in de industrie

Nadere informatie

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt 1 Aanpak analyse van de loterijmarkt 1. In het kader van de voorgenomen fusie tussen SENS (o.a. Staatsloterij en Miljoenenspel) en SNS

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN Integrale versie 2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN In vergelijking met de vorig jaar gepubliceerde reeksen 2 over de kapitaalgoederenvoorraad (KGV) en de afschrijvingen zijn er drie methodologische aanpassingen

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11 OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk Open Vragen OEFENING a) i. De vraagcurve van arbeid verschuift naar rechts. ii. Daar we in de korte termijn zijn, kan de kapitaalstock niet worden aangepast aan de stijging

Nadere informatie

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Wynand van de Ven en Erik Schut Wederreactie op Douven en Mannaerts In ons artikel in TPEdigitaal (Van de Ven en Schut 2010) hebben wij uiteengezet

Nadere informatie

Folkert Buiter 2 oktober 2015

Folkert Buiter 2 oktober 2015 1 Nuchter kijken naar feiten en trends van aardbevingen in Groningen. Een versneld stijgende lijn van het aantal en de kracht van aardbevingen in Groningen. Hoe je ook naar de feitelijke metingen van de

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Variant voor verdeling toegestane tekort tussen Rijk en lokale overheid Op verzoek van het Ministerie van Financiën

Variant voor verdeling toegestane tekort tussen Rijk en lokale overheid Op verzoek van het Ministerie van Financiën CPB Notitie 10 oktober 2012 Variant voor verdeling toegestane tekort tussen Rijk en lokale Op verzoek van het Ministerie van Financiën Aan: Overleg Ministerie van Financien en lokale overheden Centraal

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Op de gegevens voor de top 10% van 1999

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Rekeningen van de overheid 2013 Inhoud van de publicatie De rekeningen van de Belgische overheid worden opgesteld volgens de definities van het

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Januari 2012 Jan van Nispen Inleiding Sinds 2008 zijn woorden zoals crisis, financieringsproblemen, waarborgen en bailouts niet meer uit de

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

0. Wat is Macro-economie? 1. Totale Productie ( Aggregate Output ) 2. Werkloosheid 3. Prijsstijging (Inflatie) 4. Wegwijzer = Structuur cursus

0. Wat is Macro-economie? 1. Totale Productie ( Aggregate Output ) 2. Werkloosheid 3. Prijsstijging (Inflatie) 4. Wegwijzer = Structuur cursus Economie De basis 0. Wat is Macro-economie? 1. Totale Productie ( Aggregate Output ) 2. Werkloosheid 3. Prijsstijging (Inflatie) 4. Wegwijzer = Structuur cursus Slide #2 2.0 Wat is macro-economie Slide

Nadere informatie

Advies. Tussentijds advies over het begrotingsbeleid van de Vlaamse gemeenschap

Advies. Tussentijds advies over het begrotingsbeleid van de Vlaamse gemeenschap Brussel, 16 juni 2009 160609_Begrotingsadvies 2009_ tussentijds Advies Tussentijds advies over het begrotingsbeleid van de Vlaamse gemeenschap 2009 2014 Inleiding Volgens de gebruikelijke procedure brengt

Nadere informatie

Standpunten Beetsma t.b.v. TK hoorzitting op 18 november 2014

Standpunten Beetsma t.b.v. TK hoorzitting op 18 november 2014 Standpunten Beetsma t.b.v. TK hoorzitting op 18 november 2014 De situatie: Situatie: consumenten prijsinflatie in Eurozone gedaald van 0.4% op jaarbasis in augustus naar 0.3% in september, laagste niveau

Nadere informatie

Propedeusecursus Macro-economie (6011P0025) Proeftentamen 2

Propedeusecursus Macro-economie (6011P0025) Proeftentamen 2 Faculteit Economie en Bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam Propedeusecursus Macro-economie (6011P0025) Proeftentamen 2 Lente 2013 1. Zorg dat er niets op je tafel ligt behalve deze vragenbundel (plus

Nadere informatie

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers Moedige overheden Stille kampioenen = ondernemingen Gewone helden = burgers Vaststellingen Onze welvaart kalft af Welvaartscreatie Arbeidsparticipatie Werktijd Productiviteit BBP Capita 15-65 Bevolking

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

Naam: Nummer: HT6: Werkloosheid

Naam: Nummer: HT6: Werkloosheid Naam: Nummer: Klas: 3 ECA HT6: Werkloosheid Lkr.: R. De Wever 11 maart 2015 30 Vraag 1: (6 ptn) Leg volgende begrippen uit: a. Frictiewerkloosheid Frictiewerkloosheid is de korte periode van werkloosheid

Nadere informatie

Bouwaanvragen. Opbrengst bouwleges

Bouwaanvragen. Opbrengst bouwleges Kwartaalrapportage 1. Inleiding Vorig jaar werd Nederland geconfronteerd met de kredietcrisis. In eerste instantie werd nog gedacht dat dit probleem zich zou beperken tot de VS. Niets blijkt minder waar.

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

Macro-economie voor AEO (225P05) Tentamen 1

Macro-economie voor AEO (225P05) Tentamen 1 Faculteit Economie en Bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam Macro-economie voor AEO (225P05) Tentamen 1 Januari 2009 1. Zorg dat er niets op je tafel ligt behalve deze vragenbundel (plus lijsten met

Nadere informatie

Tentatieve berekening van de bijdrage van vermogensvolatiliteit aan consumptievolatiliteit

Tentatieve berekening van de bijdrage van vermogensvolatiliteit aan consumptievolatiliteit Tentatieve berekening van de bijdrage van vermogensvolatiliteit aan consumptievolatiliteit CPB Achtergronddocument Jasper Lukkezen en Adam Elbourne Maart 2015 3 Samenvatting In dit document maken wij een

Nadere informatie

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE VRIJDAG 16 DECEMBER UUR

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE VRIJDAG 16 DECEMBER UUR SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE VRIJDAG 16 DECEMBER 2016 15.30-17.00 UUR SPD Bedrijfsadministratie Algemene economie vrijdag 16 december 2016 B / 12 2016 NGO-ENS B / 12 Opgave

Nadere informatie

HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN 1. Antwoord met juist of fout op elk van de onderstaande beweringen. Geef telkens een korte a) Indien een Amerikaans toerist op de Grote Markt van Brussel een Deens bier drinkt,

Nadere informatie

Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis

Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis Jan Smets 29ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, Gent, 19 november 2010 DS.10.09.340 Het Europees

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 samengevat 3 h4 samengevat 4 wat moet weten 5 Begrippen 6 & 7 Links 7 Test je

Nadere informatie