Beelden van biologische kwaliteit concept

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Beelden van biologische kwaliteit concept"

Transcriptie

1 Beelden van biologische kwaliteit concept Analyses en beelden van grond, blad en vrucht bij tomaat Werkpakket 1c C. van der Lans, T. Goorts & M. Kersten (PPO Glastuinbouw) M. Huber, P. Doesburg en G.J. van der Burgt (LBI) S. Hoekstra (BLGG) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Businessunit Glastuinbouw PPO nr December 2004

2 2004 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. is niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen die kunnen ontstaan bij gebruik van gegevens uit deze uitgave. Projectnummer: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Businessunit Glastuinbouw Adres : Kruisbroekweg 5, Postbus 8 : 2670 AA Naaldwijk Tel. : Fax : Internet : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 2

3 Inhoudsopgave pagina 1 INLEIDING MATERIAAL EN METHODEN Ras, teeltwijze en monstertijdstip Monstername en analyses Verloop van de proef ACHTERGRONDEN BEELDENVORMENDE METHODEN Chroma s Kristallisaties Vergelijking tussen kristallisaties en chroma s Andere beelden vormende methoden RESULTATEN Eerste ronde (27 september) Grondanalyses Grondchroma s Bladanalyses Vruchtanalyses Kristallisaties Tweede ronde (19 oktober) Grondanalyses Bladanalyses Vruchtanalyses Kristallisaties Beoordeling chroma s van blad en vrucht (eerste en tweede ronde) Correlaties tussen parameters DISCUSSIE CONCLUSIES LITERATUUR BIJLAGE 1 RAPPORT VAN IERSEL BIJLAGE 2 REEKS VOOR INSCHALING TOTALE INDRUK BODEMCHROMA BIJLAGE 3 BEELDEN BLAD EN VRUCHT CHROMA S (1 E RONDE) BIJLAGE 4 UITKOMST BEOORDELING BLAD EN VRUCHTCHROMA S BIJLAGE 5 VOORBEELD VRUCHTCHROMA S LUBKE Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 3

4 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 4

5 1 Inleiding Om de meerwaarde van biologisch product en de beleving door de consument te versterken, zoekt de sector naar mogelijkheden om ook andere positieve associaties, zoals Gezondheid, Sociaal en Kwaliteit beter te benadrukken. Dit project is een vooronderzoek met beperkte tijdsduur. Het onderzoek is gefinancierd door de stichting Agro Keten Kennis, in het kader van het co innovatieprogramma Professionalisering biologische afzetketens en is uitgevoerd door de kennisinstellingen PPO Glastuinbouw, Louis Bolk Instituut en het Landbouw Economisch Instituut en als vertegenwoordigers van het bedrijfslevende Natuur Winkel Organisatie, EOSTA en BLGG. Doel van het onderzoek is na te gaan of het haalbaar is om de kwaliteit van biologisch AGF met behulp van beelden vormende methoden naar consumenten te communiceren. Een aantal kwekers gebruikt nu al chromatografie beelden (chroma s) om de gezondheidstoestand en kwaliteit van de organische stof (humusgehalte) van de grond vast te stellen. Een andere beelden vormende methode, kristallisatiepatronen, wordt door het LBI toegepast om de productkwaliteit van landbouwproducten te beoordelen. De beelden vormende methoden hebben de aantrekkelijke eigenschap dat ze in plaats van een cijfermatig resultaat een beeld opleveren. Er worden dus geen enkelvoudige fysische, biologische en chemische eigenschappen geanalyseerd, maar er wordt een totaalbeeld gevormd. De ketenpartijen NWO, EOSTA en Verbeek zien kansen om zulke beelden in te zetten om de productkwaliteit bij de consument te visualiseren. In dit project willen we onderzoeken of deze beelden en de informatie over het achterliggende concept het contact met de vaste klanten en inkopers kan verstevigen, en tevens de aandacht zal trekken van nieuwe bezoekers aan natuurwinkels, veelal behorende tot de light users. Doel van het project Het doel is om vast te stellen of, en op welke wijze, de Beelden Vormende Methoden een commercieel relevante bijdrage kunnen leveren aan de verkoop bevordering van biologische AGF producten. Het project richt zich allereerst op de chroma s en kristallisaties. Doel van het deelproject (Uitvoeren analyses en evaluatie resultaten, WP1c) Het doel van dit deelproject is te onderzoeken of er een samenhang is tussen gangbare analysemethoden en nieuwe methoden als chroma s en kristallisatiebeelden. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 5

6 2 Materiaal en methoden 2.1 Ras, teeltwijze en monstertijdstip Tabel 1 Overzicht van gehanteerde code, geteelde rassen, teeltwijze, bodemgegevens en bedrijfsgegevens. De monstername was op 27 september en 18 oktober. Code Ras Teeltwijze Bodem Bedrijfsnaam Plaats A Aromata biologisch Zware zavel tot lichte klei Van Dijk Schalkwijk B Cedrico biologisch Zware zavel De Koning Tinte C Roma biologisch Onbekend Maassen Luttelgeest D Vienna biologisch Zandig leem Verbeek Velden E Aromata gangbaar Substraat Arkenbout Brielle F Classy Biologisch Onbekend Van Schie Ens 2.2 Monstername en analyses Per ronde werden voor elke herkomst in totaal 70 vruchten uit één kas verzameld en verdeeld in een monster van 30 voor PPO, Naaldwijk (smaak, refractie: Verkerke & Kersten, 2000; Verkerke et al., 2001) en 4 monsters van elk 10 vruchten voor resp.: 1 Analytico (Heerenveen) voor %DS, Vitamine C, ph, Zetmeel (Analytico, 2003); 2 BLGG (Naaldwijk) voor hoofd en sporenelementen analyse; 3 Van Iersel (Biezenmortel) voor chroma s (Van Iersel, 2004); 4 LBI (Driebergen) voor kristallisatiebeelden (drie laboratoria, 2004). Van dezelfde planten werden twee bladmonsters genomen volgens de normale BLGG instructies voor blad onderzoek aan jong volgroeid blad. Deze bladmonsters werden in een open plastic zak bewaard en opgestuurd naar BLGG Naaldwijk (hoofd en sporenelementen) en naar Van Iersel, Biezenmortel (chroma s, nitraat, Brix, EC, ph). Uit dezelfde kas werden drie grondmonsters genomen volgens de BLGG instructies voor reguliere kasgrond. Bij herkomst E (gangbare teelt) werd geteeld op steenwol. Daarom kon bij deze herkomst geen grondmonster genomen worden. In de plaats daarvan werd een steenwolvocht / drainwatermonster genomen. De grondmonsters werden verstuurd naar BLGG (Naaldwijk) voor reguliere kasgrond analyses, naar BLGG (Oosterbeek) voor bepaling van de humuswaarde en naar Van Iersel (Biezenmortel) voor chromaanalyse. Van de gangbare teelt op steenwol kon geen grondchroma worden gemaakt. De beoordeling van de grondchroma s werd uitgevoerd door Van Iersel; de chroma s van blad en vrucht werd uitgevoerd door Lübke in Oostenrijk. Hierbij zijn ook de gegevens van de refractie en nitraatgehalte meegestuurd. Bereiding Chroma s Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 6

7 Bereiding kristallisaties van vruchten Eerst werden passende concentratie verhoudingen tussen tomatenextract en een oplossing van koperchloride oplossing bepaald. In totaal werden twee concentraties geanalyseerd, 755/170 en 620/140. Deze afkortingen betekenen: 755 mg tomatenextract gemengd met 170 mg koperchloride oplossing. Voor de extractie wordt sap van tomaten 1 op 1 verdund met gedestilleerd water van 25 0 C. Na 30 minuten extractietijd (shaker, 180 rpm), wordt het extract gefiltreerd over een 110 micron nylon filter. Hierna wordt het filtraat toegevoegd aan de koperchloride oplossing. Incubatie vindt overnacht plaats in een kristallisatiekast (T=30.0 o C; RV=50%), volgens een gestandaardiseerde methode, waarbij vijf beelden worden geproduceerd. In het hoofdstuk Resultaten wordt per monster één beeld getoond; de beoordeling is gebaseerd op de beoordeling van alle beelden van het monster. De beelden zijn in de resultaten gerangschikt van kwalitatief beter (score 1) naar minder goed (score 6) (Andersen, 2001). Analyse resultaten De caleidoscopische aard van de verschillende typen data laat geen factoranalyse toe. Hiervoor zijn minimaal herhalingen nodig. Voor de bodemanalyses, de plantsap analyses en de analyses aan droge stof van vruchten is gekeken of de data binnen de range zitten die staat in de brochures die door PPO zijn uitgegeven. Deze brochures bevatten streefwaarden voor grond en van sap en droge stof van plantaardig materiaal (Van den Bos et al. 1999; De Kreij et al. 1992; Baas et al., 1993). De smaakgegevens zijn vergeleken met het smaakniveau in de monsters die al enige jaren door zaadbedrijven, handel en telers bij PPO wekelijks worden ingestuurd en in kwaliteitsklassen kunnen worden verdeeld (Verkerke, 2003) en de voor het project Biokas verzamelde gegevens (Kersten en Van den Bos, 2004). Hierbij geldt als vuistregel dat een verschil van drie punten op een schaal van door een panel nog kan worden geproefd, e.e.a. afhankelijk van de aard en de variatie in de aan het panel aangeboden producten. Verschillen kleiner dan drie punten kunnen in het algemeen niet beoordeeld worden als verschillend in smaak (Verkerke, 2003). De chroma s en kristallisatiebeelden zijn door deskundigen van Lübke, Van Iersel en LBI beoordeeld (zie verder bij Hoofdstuk 3). De beoordelingen van de grondchroma s staat samengevat in de resultaten en is volledig afgebeeld in Bijlage 1. Het deelrapport over kristallisaties is ook afzonderlijk gepubliceerd als Huber en Doesburg (2004). De resultaten uit dat deelrapport zijn in het huidige verslag samengevat en gerangschikt als de data van de andere partners. 2.3 Verloop van de proef In de tweede ronde deed herkomst C niet meer mee om de kosten te reduceren. Verder is er in de tweede ronde geen humus bepaald, geen chroma van grondmonsters bepaald en is het monster vruchten van A bij LBI verongelukt voor er een kristallisatieproef kon worden uitgevoerd. Ondanks allerlei pogingen is het toch niet gelukt de monsters onder de door PPO voorgestelde code (A F) bij de deelnemende laboratoria te krijgen. Dit is proeftechnisch minder goed als er monsters ook visueel moeten worden beoordeeld. Ook is er meer informatie dan alleen de chroma beelden naar Oostenrijk gestuurd. Dit is weliswaar de standaard procedure bij het beoordelen door Lubke, maar in dit project was het eigenlijk de bedoeling dat de beoordeling puur visueel zou gebeuren, zonder voorkennis van andere parameters. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 7

8 3 Achtergronden beeldenvormende methoden 3.1 Chroma s Principe Deze methode is oorspronkelijk ontwikkeld voor beoordeling van grond, en later uitgebreid naar beoordeling van compost en product (Pfeiffer, 1959). Afhankelijk van het product wordt sap of een extract gemaakt; voor bodems en compost betreft het een natronloog extract. De rondfilters worden geprepareerd met zilvernitraat. De te onderzoeken vloeistof trekt vanaf het midden van het filter naar de randen waarbij door filtering een scheiding van stoffen ontstaat. Na droging en uitontwikkeling van het zilvernitraat wordt een specifiek patroon zichtbaar. Deze patronen zouden zeggingskracht hebben over kwaliteitseigenschappen van het product. Werking De chroma's zijn tot op zekere hoogte fysiek te verklaren. Het gaat om scheiding van verschillende fracties (zwaardere fracties worden minder ver meegenomen door het watertransport dan lichtere). Eenvoudig gesteld zijn rijker gestructureerde beelden rijker aan diverse inhoudsstoffen. Voor bodems en compost is dit uitgezocht. Er bestaat er een goed verband tussen het beeld en de aard van de humusachtige verbindingen. Zo kan een ongerijpte compost onderscheiden worden van een gerijpte doordat de gerijpte compost meer gestabiliseerde (en grotere) humusachtige stoffen heeft, hetgeen in het chroma tot uitdrukking komt in een donkerder kleuring in het centrum. De ongerijpte compost heeft meer kleinere humusverbindingen die meer naar de rand van het chroma doorstromen. Voor producten zal grotendeels hetzelfde werkingsprincipe gelden, namelijk scheiding op basis van vorm, grootte en diversiteit van oplosbare en gesuspendeerde inhoudsstoffen. Figuur 1 Voorbeeld van een chroma van grond. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 8

9 Een chroma van grond bestaat uit vier zones. Er wordt verondersteld dat uit elke zone een bepaald kwaliteitsaspect is af te lezen. A: Buitenste zone: Geeft de humustoestand van de bodem weer. Geeft de toestand van de organische stof weer. Gaat het om verse onafgebroken organische stof of betreft het humus. Deze rand dient lichtbruin / beige te zijn er moeten wolkjes aanwezig zijn voor een goede humusvorm en humustoestand. Verse niet omgezette of verbrandde organische stof uit zich in een donker bruine rand in deze zone. B: Middelste zone: Geeft een beeld van het bodemleven. Deze rand dient stekelig en voldoende breed te zijn. Is deze rand smal en bevat deze geen scherpe tanden, dan is het microleven in deze compost of grond niet of nauwelijks ontwikkeld. C: Binnenste zone: Geeft de doorluchting en het vochtvasthoudend vermogen van de bodem weer. Hiermee wordt de structuur bedoeld die door microorganismen wordt gebouwd en niet door machines. Er dienen duidelijke radiaalljnen aanwezig te zijn. Dit zijn lijnen die van het midden van het chroma naar buiten lopen. Als deze lijnen niet aanwezig zijn, is de doorluchting van de grond en hiermee het vochtvasthoudend vermogen niet op orde en zal deze grond waarschijnlijk verdicht zijn. Bij een compostchroma is dit tevens een indicatie voor de luchtigheid waarmee de compost is gemaakt (aërobe compostering). D: Centrale zone: Geeft een beeld van de algemene bodemvruchtbaarheid. Deze zone moet wit van kleur zijn voor een goede bodemgesteldheid. Is deze bruin of donker van kleur, dan is de bodemgesteldheid verstoord. Tabel 2 Interpretatie van chroma s van grond (naar Van Iersel, 2004) Zone Beoordeelde aspect Is een afgeleide beoordeling van Algemeen Totale indruk Zie bijlage 1 Toelichting bij scores 1 12 Centrale zone Kleur bodemgesteldheid donker of bruin gemiddeld wit, dwz. goede bodemgesteldheid Formaat te klein te groot goede verhouding tot andere zones Binnenste zone doorluchting vasthoudend vermogen van grond slecht gemiddeld goed Middelste zone Stekeligheid en breedte van zone maat van het bodemleven stompe vage tanden redelijke spitse tanden, smalle zone spitse tanden, goede brede zone Buitenste zone Onderlinge verhouding zones Humus organische stof omzetting in humus verse org. stof Vorm humusvorm geen humus wolkjes org. half omgezet redelijke humuswolkjes Kleur humusopbouw slecht redelijk goed Verhouding zones onderlinge verhouding vocht, bodemleven en humus Overgang zones bodembalans geen vloeiende overgang omgezet in humus veel wolkjes in patroon = goede humusvorm en toestand slecht redelijk goed, dwz goede bodembalans van vocht, bodemleven en humus redelijke overgang vloeiende overgang, dwz goede bodembalans Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 9

10 Beoordeling Beoordeling is mogelijk in vier kwaliteitscategorieën op basis van een referentiereeks (goed, gemiddeld, matig, slecht) of, gebaseerd op de beoordeling door verschillende personen op grond van gestandaardiseerde kenmerken (Tabel 2). De methode is toepasbaar voor grond en compost, maar ook voor blad en vrucht. De methode is relatief goedkoop ( 50). Er moet nog verdere standaardisatie plaats vinden en er kunnen nog geen grote aantallen monsters verwerkt worden (Van Iersel, 2004). Naast een beoordeling per zone op enkele aspecten, wordt ook de onderlinge verhouding van de zones ten opzichte van elkaar beoordeeld en de overgang tussen de verschillende zones. Ook wordt een overall beoordeling uitgevoerd op een schaal van 112 (Van Iersel, 2004). Referentiemateriaal Voor een beperkt aantal voedingsmiddelen is referentiemateriaal aanwezig bij Lübke, Oostenrijk, maar het moet nader bekeken worden hoe wetenschappelijk betrouwbaar dit materiaal is. Voor deze voedingsmiddelen zou een beoordeling gegeven kunnen worden in klassen. Voor andere voedingsmiddelen zullen nog referentiereeksen opgebouwd moeten worden. Deze zullen gerelateerd moeten worden aan andere kwaliteitsbeoordelingen. Voor deze producten kunnen aan chroma s nog geen absolute beoordelingen gegeven worden. 3.2 Kristallisaties Principe De kristallisatie methode is in de jaren dertig van de vorige eeuw ontwikkeld vanuit de visie dat levende organismen naast inhoudsstoffen, ook een innerlijke structuur hebben, die samenhangt met de teeltwijze en ontwikkeling van een organisme. De kristallisatie methode wordt verondersteld deze innerlijke structuur zichtbaar te maken in het kristallisatiepatroon. Het gaat dus minder om inhoudsstoffen en meer om innerlijke samenhang, coherentie en integriteit. Er wordt verondersteld dat het ontstane beeld zeggingskracht heeft over de innerlijke kwaliteit of vitaliteit van het product. De kristallisaties worden bereid door het mengen van sap, extract of andere vloeistof van een product met koperchloride. Dit mengsel wordt op een gestandaardiseerde manier uitgekristalliseerd. De voedingskristallisatie methode heeft zich ontwikkeld tot een methode die voornamelijk toegepast is door de biologischdynamische en biologische landbouw en de antroposofische gezondheidszorg. In samenwerking met Universiteit Kassel (Duitsland) en BRAD (Denemarken) heeft het LBI in de periode 2002/2004 gewerkt aan de standaardisering van de methode en de validering van de beoordelingen aan verschillende voedingsproducten (Andersen, 2001; Kretschmer, 2003; Drie instituten, 2004). Werking De fysieke verklaring voor het patroon van uitkristallisering van het koperchloride is niet bekend. Uiteraard is er een interactie tussen de inhoudsstoffen en het koperchloride, maar een verklaring zoals bij de chroma's is niet te geven. Achtergrond van de beoordeling De visuele beoordeling van de voedingskristallisaties is gebaseerd op een 14tal textuele en structurele morfologische criteria. In algemene zin wordt verder het beeldvormend vermogen beoordeeld. Het beeldenvormend vermogen is gedefinieerd als de mate waarin het sap de koperchloride naar z'n hand kan zetten en overwinnen. Bij een goede beeldvorming wordt ook beoordeeld op de begrippen Groei, Differentiatie en Integratie, dit aansluitend bij de betreffende levensprocessen en hun onderlinge integratie. Vegetatieve (groei)kenmerken tonen zich onder andere in de grootte van het doorvormde beeldoppervlak en de mate van het voorkomen van zijnaalden. Differentiatie (structuur en rijpings) kenmerken tonen zich daarentegen onder andere in de uitgesprokenheid van het beeldcentrum, de regelmatigheid van de vertakkingsstructuur en de mate van gevormdheid van de hoofdnaaldbanen en vertakkingen. Integratie in een levend product duidt op de mate van evenwicht tussen beide genoemde levensprocessen. Een kristallisatiebeeld wordt geacht een goede kwaliteit te tonen als de vegetatieve en differentiatie kenmerken in het beeld beide in voldoende mate én evenwichtig aanwezig zijn. Beoordeling is mogelijk in vier kwaliteitscategorieën op basis van een referentiereeks (goed, gemiddeld, matig, slecht). De methode is nog duur ( 475 per analyse), maar de prijs zou omlaag kunnen. Er kunnen Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 10

11 nog geen grote aantallen monsters verwerkt worden. Referentiemateriaal Er is beperkt referentiemateriaal aanwezig. Voor alle voedingsmiddelen zullen referentiereeksen opgesteld moeten worden om tot beoordeling in klassen te kunnen komen. 3.3 Vergelijking tussen kristallisaties en chroma s Beide methoden zijn ver genoeg uitontwikkeld om reproduceerbare beelden te genereren. Beide methoden zijn gevoelig voor de omgevingsfactoren luchtvochtigheid en temperatuur. Voor de kristallisaties is hiervoor gestandaardiseerd protocol en apparatuur ontwikkeld, voor chroma s nog niet. Verder zijn beide methoden gevoelig voor de manier waarop een sap, extract, waterige oplossing of suspensie gemaakt wordt. Ook dat vraagt om standaardisatie, onder andere om vergelijkingen in de tijd mogelijk te maken. Chroma's worden door diverse laboratoria binnen en buiten Nederland gemaakt; voor kristallisaties zijn momenteel de drie genoemde laboratoria actief. De standaardisering en validering van de kristallisatiemethode is verder dan die van de chroma's. Er wordt gezocht naar beelden die zeggingskracht hebben over kwaliteit. Beide methoden hebben die ambitie, waarbij de chroma's momenteel al een ruimere toepassing hebben (met name in grond en compost) dan de kristallisaties, maar waarbij de kristallisaties verder zijn in standaardisatie en validering. Beide methoden kunnen onderscheid maken tussen producten van verschillende herkomst en/of kwaliteit waarbij vergelijking nu al mogelijk is. Beide methoden kennen voorbeelden van beeldbeoordeling waarbij "biologisch" beter is dan "gangbaar" en omgekeerd. 3.4 Andere beelden vormende methoden Stijgbeelden: dit is methodisch verwant aan rondfilter methode waarbij de oplossing/suspensie niet vanuit het midden naar de randen van het filtreerpapier beweegt maar in het verticale vlak van beneden naar boven migreert. Er is geen principieel verschil tussen stijgbeeld en rondfilter, en de beelden kunnen in consumentenbeleving een zelfde rol vervullen. In de validatie van de drie Europese laboratoria voor kristallisaties zijn stijgbeelden deels parallel meegenomen, wat een methodische validatie heeft opgeleverd. Biofotonen: een product wordt in een lichtdichte box enige tijd blootgesteld aan bestraling met wit licht of geselecteerde golflengtes. Na de belichting straalt het product licht (fotonen) uit. De intensiteit en het verloop van de uitstraling zegt iets over de kwaliteit. De hypothese is dat een product met hoge kwaliteit een hoge innerlijke coherentie heeft en daarmee in staat is over langere tijd fotonen uit te stralen. Deze methode levert data op en niet een direct of afgeleid beeld. Er kunnen wel beelden mee gemaakt worden. Een relatie met kwaliteit is afwezig. Spectral imaging: maakt gebruik van licht van specifieke golflengtes om aanwezige maar voor het oog niet zichtbare verschillen aan te tonen. Dit kan een direct beeld opleveren. Relaties met kwaliteit zijn nog niet bekend. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 11

12 4 Resultaten 4.1 Eerste ronde (27 september) Grondanalyses Tabel 3 Hoofdelementen (mmol/liter) in grond. Bedrijf NH 4 K Na Ca Mg NO 3 Cl SO 4 HCO 3 P Si A Aromata < B Cedrico < C Roma < D Vienna E Aromata (G) < F Classy < Tabel 4 Spoorelementen (mol/liter) in grond. Bedrijf Fe Mn Zn B Cu Mo A Aromata <0.1 B Cedrico <0.1 C Roma <0.1 D Vienna <0.1 E Aromata (G) F Classy <0.1 Tabel 5 EC (ms/cm), ph en humuswaarde in grond. Bedrijf EC ph humuswaarde A Aromata B Cedrico C Roma D Vienna E Aromata (G) F Classy De gegevens van E kunnen niet worden vergeleken met de andere data, want deze zijn afkomstig van steenwolvocht/drainwater en niet van een 1:2 volume extractie van grond. De Kgehalten van B, C en F zijn erg laag; de NO3 gehalten van B, D en F zijn erg laag. E heeft een erg hoge EC en hoge gehalten aan de meeste elementen (Na en Cl, behalve K) en een hoge ph. Borium is laag bij B, C en F en hoog bij E; de EC bij B en D is aan de lage kant. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 12

13 4.1.2 Grondchroma s Tabel 6 Inschaling van de grondchroma s. Verantwoording en alle afbeeldingen: zie Van Iersel (2004) en Bijlage 1. Centrale Zone Binnen Middel Buitenste zone overgang zones Totale indruk kleur formaat humus vorm kleur verhouding overgang A B C D E F De volgorde in kwaliteit van de grond, gebaseerd op de gegevens in Tabel 6, is: F D B C A. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 13

14 4.1.3 Bladanalyses Tabel 7 Hoofdelementen (mmol/kg ds) in blad. Bedrijf K Na Ca Mg N S P A Aromata B Cedrico C Roma D Vienna E Aromata (G) F Classy Tabel 8 Percentage droge stof en spoorelementen (mol/kg ds) in blad. Bedrijf % DS Fe Mn Zn B Cu Mo A Aromata <15 B Cedrico C Roma D Vienna E Aromata (G) F Classy <15 Tabel 9 Refractie ( Brix), EC (ms/cm), ph, Kalium (mmol/l) en Nitraat (mmol/l) in bladsap. Bedrijf R EC ph K NO 3 A Aromata B Cedrico C Roma D Vienna E Aromata (G) F Classy De K gehalten in sap zijn laag; dit komt mogelijk door de hoge Cagehalten. De K gehalten in droge stof zijn laag bij C en F; het Ca gehalte is bij alle herkomsten vrij hoog. Het P gehalte is laag bij B, C en F. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 14

15 4.1.4 Vruchtanalyses Tabel 10 Analyse van hoofdelementen (mmol/kg ds) in de vrucht. Bedrijf K Na Ca Mg N S P A Aromata B Cedrico C Roma D Vienna E Aromata (T) F Classy Het N gehalte is laag bij herkomst B; het K gehalte is laag bij herkomst C; het Ca gehalte is vrij hoog bij alle herkomsten Tabel 11 Analyse van spoorelementen (mol/kg ds) in de vrucht. Bedrijf Fe Mn Zn B Cu Mo A Aromata <15 B Cedrico <15 C Roma <15 D Vienna <15 E Aromata (G) F Classy <15 Tabel 12 Refractie ( Brix), percentage droge stof, berekende smaak op een schaal van 0 100; EC (ms/cm), ph, analyse op Kalium (mmol/l) en Nitraat (mmol/l) in sap; % vocht en gehalte vitamine C (mg / kg versgewicht). Bedrijf R %DS smaak EC ph K NO3 % vocht Vit C A Aromata B Cedrico C Roma D Vienna E Aromata (G) F Classy vruchten nog groenoranje; 2 vruchten zacht en gescheurd; in alle vruchten was zetmeel aanwezig. Vienna en Cedrico zijn het best in smaak, direct gevolgd door Classy. Roma is duidelijk minder van smaak. Aromata gangbaar verschilt niet in smaak van Aromata biologisch. Het vitamine C gehalte is het hoogst bij Cedrico, gevolgd door Vienna, Classy en Aromata (gangbaar). Roma en Aromata (biologisch) hebben het laagste vitamine C gehalte. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 15

16 4.1.5 Kristallisaties Concentratie 620 / 140 B Cedrico F Classy C Roma E Aromata (G) A Aromata D Vienna Figuur 1 Kristallisatiebeelden bij concentratieverhouding van tomatenextract:koperchlorideoplossing 620:140 B (Cedrico) toont een zeer goed doorvormd en evenwichtig beeld. Er is een sterke dominantie van het beeldcentrum in combinatie met een regelmatige en bewegelijke beeldstructuur waarneembaar. De hoofdnaaldbanen zijn goed aangezet en ruim bezet met zijnaalden. F (Classy) heeft een groot, vol beeld met een krachtige doorvorming. Groei gerelateerde aspecten zijn redelijk dominant aanwezig. C (Roma) heeft een goede doorvorming maar toont zich als een hard en star beeld. De naaldbezetting is laag. Differentiatie gerelateerde aspecten lijken zich hier het sterkst te manifesteren. E (Aromata, G) vormt zeer grote, volle beelden. De doorvorming is redelijk. Groei gerelateerde aspecten hebben hier duidelijk de overhand A (Aromata) toont een redelijk doorvormd doch onregelmatig beeld. Naaldbanen zijn vrij kaal en star. D (Vienna) toont zich als een klein beeld met afbraaktekens. De zijnaald bezetting is laag, daarnaast worden veel plaatselijk verdunde naaldstructuren waargenomen. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 16

17 Concentratie 755 / 170 B Cedrico F Classy C Roma E Aromata (G) A Aromata D Vienna Figuur 2 Kristallisatiebeelden bij concentratieverhouding van tomatenextract:koperchlorideoplossing 755:170 B (Cedrico) toont zich ondanks het geringe beeldvormend vermogen toch als een evenwichtig gevormd beeld. De hoofdnaaldbanen, die slechts in de periferie als uitlopers zichtbaar zijn, zijn regelmatig gevormd en bezet met zijnaalden. F (Classy) toont een redelijke aanzet tot het doorvormen van de dichte kristalstructuur die in het centrum aanwezig is. De uitlopers naar de periferie zijn dicht bezet met zijnaalden en van een wat onregelmatige structuur. C (Roma) heeft een minimale bezetting met zijnaalden van de perifere uitlopers. Samen met de aanwezigheid van plaatselijk uitgedunde kristalstructuren resulteert dit wederom in een hard en star beeld. Deze plaatselijk verdunde naaldstructuren worden in tomatenverouderings reeksen gevonden bij verouderde en overrijpe tomaten. E (Aromata, G) geeft een vrij groot beeld met een gering beeldvormend vermogen. Er zijn slechts weinig uitlopers naar de periferie waarneembaar. A (Aromata) toont een zeer gering beeldvormend vermogen, met een zeer gering aantal uitlopers naar de periferie. D (Vienna) toont een geringe doorvorming. Er komen plaatselijk zeer veel verdunde kristalstructuren voor in combinatie met een onregelmatige beeldstructuur. Deze karakteristieken worden in verband gebracht met veroudering. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 17

18 Conclusies Op basis van beide concentraties gerangschikt in de volgorde zoals weergegeven, van kwalitatief beter naar minder goed : B (Cedrico), F (Classy), C (Roma) E (Aromata, G), A (Aromata), D (Vienna) E (Aromata gangbaar) vertoont meer groei gerelateerde aspecten dan A (Aromata biologisch). Bij de concentratie 620 / 140 zijn de meeste monsters in staat een redelijk doorvormd beeld te vormen. Met de concentratie 755 / 170 kunnen slechts enkele monsters, en dan nog slechts in geringe mate, het beeld doorvormen. Dit uit zich in het voorkomen van gedrongen beelden met zeer dichte naaldstructuren in het centrum en slechts enkele uitlopers naar de periferie. Bij de concentratie 755 / 170 zijn Classy, Cedrico en Roma nog het best in staat de koperchloride te doorvormen. Het beeldvormend vermogen van de E (Aromata, G) A (Aromata) en D (Vienna) is in deze concentratie zeer zwak. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 18

19 4.2 Tweede ronde (19 oktober) Grondanalyses Tabel 13 Hoofdelementen (mmol/liter) in grond. Bedrijf NH 4 K Na Ca Mg NO 3 Cl SO 4 HCO 3 P Si A Aromata < B Cedrico D Vienna < < E Aromata (G) < F Classy < Het K gehalte is vrij laag bij herkomst B en F Tabel 14 Spoorelementen (mol/liter) in grond. Bedrijf Fe Mn Zn B Cu Mo A Aromata B Cedrico <0.1 D Vienna <0.1 E Aromata (G) F Classy <0.1 Het B gehalte is vrij laag bij herkomst B en F Tabel 15 EC (ms/cm) en ph in grond. Bedrijf EC ph A Aromata B Cedrico D Vienna E Aromata (G) F Classy De EC is vrij laag bij herkomst B Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 19

20 4.2.2 Bladanalyses Tabel 16 Hoofdelementen (mmol/kg ds) in blad. Bedrijf K Na Ca Mg N S P A Aromata B Cedrico D Vienna E Aromata (G) F Classy Tabel 17 Percentage droge stof en spoorelementen (mol/kg ds) in blad. Bedrijf % DS Fe Mn Zn B Cu Mo A Aromata <15 B Cedrico <15 D Vienna E Aromata (G) F Classy Tabel 18 Refractie ( Brix), EC (ms/cm), ph, Kalium en Nitraat (mmol/l) in bladsap. Bedrijf R EC ph K NO 3 A Aromata B Cedrico D Vienna E Aromata (G) F Classy De K gehalten in droge stof zijn laag bij herkomst B en F; het Ca gehalte is bij alle herkomsten vrij hoog, met name bij herkomst B en F. Het P gehalte is laag bij herkomst B en F. De K gehalten in sap zijn laag. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 20

21 4.2.3 Vruchtanalyses Tabel 19 Analyse van hoofdelementen (mmol/kg ds) in de vrcuht. Bedrijf K Na Ca Mg N S P A Aromata B Cedrico D Vienna E Aromata (G) F Classy Tabel 20 Analyse van spoorelementen (mol/kg ds) in de vrucht. Bedrijf Fe Mn Zn B Cu Mo A Aromata <15 B Cedrico <15 D Vienna E Aromata (G) F Classy <15 Tabel 21 Refractie ( Brix), percentage droge stof, berekende smaak op een schaal van 0 100; EC (ms/cm), ph, analyse op Kalium en Nitraat (mmol/l) in sap; % vocht en gehalte vitamine C (mg / kg versgewicht). Bedrijf R %DS Smaak EC ph K NO 3 % vocht Vitamine C A Aromata B Cedrico D Vienna E Aromata (G) F Classy E: kleurschaal 7 (licht); andere herkomsten: kleurschaal 8 10 (rood); Zetmeel in alle vruchten afwezig Cedrico en Classy zijn het best van smaak. Vienna is ook goed van smaak, maar duidelijk minder dan de eerste twee. Er is geen verschil tussen de biologisch of gangbaar geteelde Aromata. Het vitamine C gehalte is het hoogst in Cedrico en Classy, gevolgd door Aromata (gangbaar). Vienna en Aromata (biologisch) hebben het laagste vitamine C gehalte. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 21

22 4.2.4 Kristallisaties Concentratie 620 / 140 F Classy B Cedrico E Aromata (G) D Vienna Figuur 3 Kristallisatiebeelden bij concentratieverhouding tomatenextract:koperchloride oplossing van 620:140 F (Classy) toont zich als het sterkst doorvormde beeld. Naaldbanen zijn krachtig aangezet, bevatten een redelijke hoeveelheid zijnaalden en nemen een bewegelijke, organische vorm aan. Het beeld van B (Cedrico) vertoont een toegenomen koperchloride dominantie vergeleken met F (Classy). De beeld doorvorming is minder dan bij F (Classy). De hoofdnaaldbanen die nog enigszins zichtbaar zijn, zijn redelijk kaal. Het beeld van E (Aromata) is vrijwel geheel koperchloride gedomineerd. Slechts enkele dunne uitlopers naar de periferie zijn waarneembaar. Het beeld van D (Vienna) lijkt sterk op dat van E (Aromata, G). De beeldgrootte is echter kleiner. Daarnaast komen veelvuldig plaatselijk uitgedunde naaldstructuren voor. Deze plaatselijk verdunde naaldstructuren worden in tomatenverouderings reeksen gevonden bij verouderde en overrijpe tomaten. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 22

23 Concentratie 755 / 170 F Classy B Cedrico E Aromata (G) D Vienna Figuur 4 Kristallisatiebeelden bij concentratieverhouding tomatenextract:koperchloride oplossing van 620:140 Het beeld van F (Classy) is zeer goed doorvormd, de hoofdnaaldbanen zijn krachtig aangezet. Het beeld toont zich echter vrij hard en star. B (Cedrico) heeft een minder sterk beeldvormend vermogen. De gestiek neigt naar teer en zacht. De hoofdnaaldbanen zijn goed bezet met zijnaalden. E (Aromata, G) toont een zeer gering beeldvormend vermogen. Dit uit zich in gedrongen beelden met zeer dichte naaldstructuren in het centrum, en slechts enkele dunne uitlopers naar de periferie. Het kristallisatiebeeld van D (Vienna) lijkt sterk op dat van E (Aromata, G). Het beeld van E is echter iets meer gedifferentieerd door de aanwezigheid van meer uitlopers, dan het beeld van D. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 23

24 Conclusies kristallisaties Alle monsters hebben met de concentratie 620 / 140 moeite om de koperchloride te doorvormen. Er zijn bij alletwee de concentraties twee groepen onderscheidbaar: F en B tonen een veel sterker beeldvormend vermogen dan E en D. De monsters worden bij beide concentraties gerangschikt in de volgorde van kwalitatief beter naar minder goed : F (Classy), B (Cedrico), E (Aromata, G), D (Vienna) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 24

25 4.3 Beoordeling chroma s van blad en vrucht (eerste en tweede ronde) Alle chroma s van blad en vrucht zijn als zeer zwak beoordeeld. Ze tonen geen duidelijk ontwikkelde structuren. Er zijn geen duidelijke stralen (Zapfen) ontwikkeld. Er waren ook geen enzymlijnen zichtbaar. Er zijn twee voorbeelden van een goede en een slechte chroma van tomaat naar Nederland gestuurd. Verder geeft het lab een oordeel over nitraatwaarden en brixgehalte. Met gaat er van uit dat een brix waarde van 8 9 goed is en 4 5 slecht. Het lab geeft aan dat chroma s van vrucht en blad bij tomaat enkel gemaakt kunnen worden aan materiaal dat geoogst is tussen juli tot september. Alleen in die periode kunnen planten voldoende energie opnemen en deze in vitamine en enzymen omzetten. In de rest van het jaar is er onvoldoende zonne en warmteenergie om zinvolle chroma s te kunnen maken. 4.4 Correlaties tussen parameters Met de beschikbare data is geprobeerd correlaties te vinden tussen verschillende parameters. Dit was geen eenvoudige zaak. Voedingscijfers lenen zich eigenlijk niet voor zo een transformatie naar rangvolgorde, omdat hierbij geldt dat de elementen boven een bepaald minimumniveau moeten uitkomen; alles hoger dan die waarde is in het algemeen in orde. Een overmaat van bepaalde elementen hoeft dus niet schadelijk te zijn. Verder moeten bepaalde elementen (zoals kalium en calcium) in een bepaalde verhouding aanwezig zijn en moet de ionenbalans in orde zijn. Een en ander staat uitgebreid gedocumenteerd in Baas et al. (1993) en wordt hier niet herhaald. Ook mogen de voedingscijfers van het gangbare bedrijf (E) niet worden meegenomen in een correlatie analyse, omdat die data op een geheel andere manier zijn verzameld (zie Materiaal en Methoden). Verder bleek dat niet alle analyses in alle twee de rondes waren uitgevoerd en dat de blad en vruchtchroma s niet bruikbaar waren voor een correlatie, want ze waren alle als slecht beoordeeld. Uiteindelijk zijn enkele parameters geselecteerd, zijn de data getransformeerd in een rangvolgorde en is de Spearman rang correlatie en hun significatie berekend volgens Siegel & Castellan (1988). De degelijkheid van deze aanpak staat uiteraard ter discussie, maar gegeven de kwaliteit en de hoeveelheid van de data leek het ons toch de minst slechte manier om meer uit deze gegevens te halen. De projectpartners worden hierbij gevraagd hun mening in de discussie te laten klinken. Tabel 22 In een rangvolgorde getransformeerde data van geselecteerde parameters van de twee monsternames. g, b, v = grond, blad en vrucht. Parameters: CH = chroma (van grond), HW = humuswaarde, R = refractie, S = smaak, VC = vitamine C gehalte, K = kristallisatiebeelden. 1 = hoge score, 6 is lage score. CH HW % DS R EC R % S EC VC K DS g g b b b v v v v v V 1 e keer A B C D E F e keer A B D E F Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 25

26 Tabel 23 Correlaties tussen parameters, eerste monsterdatum. Als de correlatie significant is staat deze vetgedrukt (p < 0.05). CH g HW g % DS b R b EC b R v % DS v S v EC v VC v K v CH g * HW g 0.67 * % DS b * R b * EC b * R v * % DS v * S v * EC v * VC v * K v * De uitslagen van de grondchroma s zijn significant gecorreleerd met het percentage droge stof en de refractie in de vrucht. De uitslagen van de kristallisaties zijn significant gecorreleerd met EC in het blad. Het percentage droge stof in het blad is significant gecorreleerd met de refractie in het blad. Vitamine C gehalte is significant gecorreleerd met de smaak. De EC in de vrucht is significant gecorreleerd met de refractie in de vrucht. Tabel 24 Correlaties tussen parameters, tweede monsterdatum. Als de correlatie significant is staat deze vetgedrukt (p < 0.05). CH g HW g % DS b R b EC b R v % DS v S v EC v VC v K v CH g * HW g - * % DS b - - * R b * EC b * R v * % DS v * S v * EC v * VC v * K v * De uitslagen van de kristallisaties zijn significant gecorreleerd met het vitamine C gehalte in de vrucht. De uitslagen van de kristallisaties zijn ook significant gecorreleerd met de EC in het blad, maar omgekeerd als in de eerste serie metingen: de beste kristallisatiepatronen corresponderen nu met de laagste EC. De EC in het blad in het blad is significant gecorreleerd met het vitamine C gehalte in de vrucht. De refractie in het blad is significant gecorreleerd met het percentage droge stof in de vrucht. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 26

27 5 Discussie Kristallisaties De monsters van de eerste ronde werden gescoord van kwalitatief beter tot minder goed in de volgorde: B, F, C, E, A, D. In de tweede ronde was de volgorde F, B, E, D. De gangbare Aromata (E) scoorde in de eerste ronde beter dan de biologische (A) door de aanwezigheid van meer groei gerelateerde aspecten. Grondchroma s Er waren de eerste keer duidelijke verschillen in chroma s. De bedrijven die Classy en Vienna teelden hadden de beste overall beoordeling. Een vergelijking met gangbaar was niet mogelijk omdat er van het gangbare bedrijf (teelt op steenwol) geen chroma was gemaakt. Chroma s van blad en vrucht Alle chroma s werden als slecht beoordeeld. Verder blijkt dat er alleen goede chroma s kunnen worden gemaakt van vruchten die in de zomerperiode worden geoogst. Deze twee aspecten lijken ons een handicap als zulke beelden gebruikt zouden moeten worden in de marketing. De interpretaties van de refractiewaarden van tomaat vanuit Oostenrijk lijken overigens niet helemaal realistisch. Een brixwaarde van 9 wordt door hen goed genoemd, maar die wordt zelfs in de best smakende vruchten niet gehaald. Trostomaten op de Europese markt scoren tussen de 4 en 6 punten Brixwaarde (documentatie Rijk Zwaan, lopend smaakonderzoek PPO). In cherrytomaten kunnen de waarden wel hoger liggen. Reguliere kwaliteitsparameters De klassieke kwaliteitsparameters zijn de sensorische parameters als houdbaarheid, uiterlijk en smaak. Achterliggende intrumenteel meetbare parameters hiervoor zijn o.a. het percentage drogestof en de refractie van vruchten. Het PPO smaakmodel (Verkerke, 2003) gebruikt o.a. deze en andere achterliggende parameters om de smaak te berekenen en biedt hiermee een alternatief voor (dure) smaakpanels, waarbij het bijkomende voordeel is dat er veel meer gegevens kunnen worden verzameld en dus geanalyseerd. Het smaakmodel baseert zich o.a. op inhoudstoffen, maar gaat verder dan dat: er wordt ook rekening gehouden met textuur aspecten die het mondgevoel tijdens het kauwen beinvloeden. Houdbaarheid en uiterlijk zijn in dit onderzoek niet geanalyseerd; smaak is wel onderzocht. Het is bekend dat rassenkeus een grote invloed heeft op de uiteindelijk gerealiseerde smaak (Kersten & Van den Bos, 2004). De hier gevonden resultaten wijken in dit opzicht dan ook niet af van de eerder gevonden uitkomsten. Vienna, Classy en Cedrico zijn goed van smaak; Aromata iets minder. De verschillen tussen gangbaar en biologische Aromata zijn klein. Er zijn kleine, maar geen wezenlijke nuanceverschillen in dit beeld tussen de eerste en de tweede monsterdatum. Correlaties tussen parameters Het is erg lastig op grond van de verzamelde data een uitspraak te doen over verbanden tussen de parameters. Bij de eerste monstername valt de correlatie op tussen de bodemchroma s en de smaak. Uit eerder onderzoek is bekend dat de bodem en de EC een effect hebben op de smaak, maar dat het raseffect in het algemeen veel groter is (Kersten & Van den Bos, 2004). Het hoeft dus niet om een oorzakelijk verband te gaan. Bij de tweede monstername zijn zo weinig data verzameld die gecorreleerd kunnen worden, dat de uitkomsten van de correlaties niet erg stevig lijken. Uit deze analyses kunnen dus eigenlijk nog geen gefundeerde uitspraken gedaan worden. De resultaten kunnen wellicht wel een blauwdruk opleveren hoe in het vervolg naar dit soort verbanden kan worden gezocht. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 27

28 6 Conclusies De chroma s van blad en vrucht lijken door hun slechte kwaliteit en hun gebrek aan onderling verschil in dit stadium niet bruikbaar voor consumenten onderzoek. De opgestuurde beelden uit Oostenrijk zijn wellicht wel bruikbaar. Zowel chroma s van grond en kristallisaties leveren verschillende beelden tussen herkomsten op. Deze zijn daardoor in principe wel bruikbaar voor consumentenonderzoek. De totaalindruk van bodemchroma s is gecorreleerd met het percentage droge stof en de refractie in de vrucht. Er is geen verband gevonden tussen kristallisatiebeelden en smaak. Bij de tweede monsterronde was de rangvolgorde van de kristallisatiebeelden gecorreleerd met de rangvolgorde van Vitamine C gehalte. Verbanden tussen klassieke kwaliteitsparameters en beeldenvormende methoden zijn door dit onderzoek niet duidelijker geworden. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 28

29 Literatuur Analytico Specificatie analysemethoden Analytico Food B.V. RvA. Reg. Nr: L 154 (2003). Andersen, J. O. Development and application of the biocrystallisation method. PhD Thesis. Biodynamic Research Association, Denmark, Report no.1 (2001). Baas, R et al. Bemesting. Vakblad voor de bloemisterij Plus 49a (10 december 1993). Bos, A. L. van den, C. de Kreij & W. Voogt Bemestingsadviesbasis grond. Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente (1999). Huber, M. & Doesburg, P. Beelden van kwaliteit. Tomaten kristallisaties oktober november Uitgave Louis Bolk Instituut (2004). Kersten, M. & A. van den Bos Rassenkeus effectiefste smaakverbetering Biologische tomaat. Groenten & Fruit 5: (2004). Kreij, C. de, Sonneveld, C., Warmenhoven, M.G., Straver, N.A. Normen voor gehalten aan voedingselementen van groenten en bloemen onder glas. Voedingsoplossingen in de glastuinbouw 15. Proefstation voor Tuinbouw Onder Glas (1992). Kretschmer, S. Establishing a scientific method according to the principles of sensory analysis for the visual evaluation of crystal pictures derived from copper chloride crystallisation, Master Thesis (D2 Diplomarbeit), University of Kassel, Germany (2003) Pfeiffer, E.E. A qualitative Chromatographic method for the determination of biological factors. Bio Dynamics 50, 215 (1959). Siegel, S. & N.J. Castellan Nonparametric statistics for the behavioural sciences 2 nd Ed. McGrawHill, New York (1988). University of Kassel, Louis Bolk Instituut, Biodynamic Research Association Denmark Validation and standardization of the biocrystallization method: development of a complementary test to asses qualitative features of agricultural and food products, Triangle report no.1 (2004). Van Iersel Chromarapportage door Van Iersel Compost (2004). Verkerke, W. Monitoring tomato flavour in the complete distribution chain. Acta Hort. 600: (2003). Verkerke, W. & Kersten, M. The role of fruit texture in flavour of tomato and sweet pepper. In: Spatz, H.C., Speck, T. (Eds.), Proceedings 3rd Plant Biomechanics Conference Freiburg 2000, pp Thieme, Stuttgart (2000). Verkerke, W., Kersten, M. & Van der Lugt, G.G Monitoring brand homogeneity of tomato flavour. Acta Hort. 566: (2001). Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 29

30 Bijlage 1 Rapport Van Iersel Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 30

31 Bijlage 2 Reeks voor inschaling totale indruk bodemchroma Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 31

32 Bijlage 3 Beelden blad en vrucht chroma s (1 e ronde) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 32

33 Bijlage 4 Uitkomst beoordeling blad en vruchtchroma s Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 33

34 Bijlage 5 Voorbeeld vruchtchroma s Lubke Ter illustratie twee beelden van vruchtchroma van tomaat: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. 34