Jaarverslag over het eerste werkingsjaar

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarverslag over het eerste werkingsjaar"

Transcriptie

1 Jaarverslag over het eerste werkingsjaar Programme Office Elektrische Voertuigen

2

3 1 INHOUDSTAFEL OVERZICHT VAN FIGUREN... 5 OVERZICHT VAN FOTO S... 7 INLEIDING... 9 DOELSTELLING VAN DIT DOCUMENT DEEL 1: DE PROJECTSTRUCTUUR DE TERMINOLOGIE IN DE PROEFTUIN OVERZICHT VAN DE VIJF PROEFTUINPLATFORMEN VOORSTELLING VAN HET PROGRAMME OFFICE ELEKTRISCHE VOERTUIGEN (PO-EV) DEEL 2: DE FINALITEIT VAN DE VLAAMSE PROEFTUIN DE FINALITEIT VAN DE VLAAMSE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN HET BREDER KADER VAN ELEKTRISCHE MOBILITEIT ELEKTRISCHE MOBILITEIT VANUIT INNOVATIE EN MARKTINTRODUCTIE PERSPECTIEF DE FINALITEIT VAN DE VIJF PROEFTUINPLATFORMEN LAADINFRASTRUCTUUR ELEKTRISCHE VOERTUIGEN ENERGIE / SMART GRIDS TESTPOPULATIE: VERPLAATSINGSGEDRAG / NIEUWE MOBILITEITSCONCEPTEN DEEL 3: DE LEVENSCYCLUS VAN DE PROEFTUIN DE FASERING VAN DE PROEFTUIN IN HET ALGEMEEN DE STAPPEN IN WERKINGSJAAR DEEL 4: DE DEELNEMERS AAN DE PROEFTUIN DE HOOFDPARTNERS VAN ELK PLATFORM DE PLATFORMPARTNERS DE LEVERANCIERS EN ONDERAANNEMERS DE OPENBARE BESTUREN DE GEBRUIKERS NIEUWE ROLLEN EN OPPORTUNITEITEN DE TESTPOPULATIE DE SELECTIE VAN DE TESTPOPULATIE... 56

4 DE MONITORING VAN HET TESTGEBRUIK DE TESTPOPULATIE EN DE PRIVACY WETGEVING FORMALISERING VAN DE AFSPRAKEN TUSSEN DE DEELNEMERS IN DE PROEFTUIN DEEL 5: DE INFRASTRUCTUUR NA JAAR INLEIDING DE LAADINFRASTRUCTUUR MICROGRID EN DECENTRALE ENERGIEPRODUCTIE ELEKTRISCHE VOERTUIGEN TESTPOPULATIE ICT DE LAADPAAL EN HET BACK OFFICE SYSTEEM (BOS) VAN DE LAADNETWERKOPERATOR INTEROPERABILITEIT VAN LAADINFRASTRUCTUUR ICT, GRIDINTEGRATIE EN ENERGIEDIENSTEN DATALOGGING EN DATAMONITORING DEEL 6: DE ACTIVITEITEN IN JAAR EVA EVTECLAB IMOVE OLYMPUS VOLT-AIR PROGRAMME OFFICE STAKEHOLDERANALYSE EXTERNE COMMUNICATIE DOOR HET PROGRAMME OFFICE EVENEMENTEN GEORGANISEERD DOOR PARTNERS EN DERDEN INTERN OVERLEG EN OPVOLGING BINNEN DE PROEFTUIN DE WEBSITE DEEL 7: DE ONDERZOEKS-EN INNOVATIEPROJECTEN OVERZICHT VAN PROJECTEN ENKELE PROEFTUINPROJECTEN IN DE KIJKER VOORBEELDPROJECT: ELECTRIC VEHICLES AS AGGREGATED FLEXIBLE LOAD USED TO BALANCE THE NATIONAL PORTFOLIO OF A LEADING ENERGY SUPPLIER VOORBEELDPROJECT: ONTWIKKELING VAN EEN DIAGNOSTIC TOOL VOOR ZWAAR ELEKTRISCH VERVOER VOORBEELDPROJECT: OPTIGRID VOORBEELDPROJECT: INNOVATIEF AANBESTEDEN VAN HET FIETSSTATION VAN DE TOEKOMST DE RELATIE VAN DE PROEFTUIN MET ANDERE STAKEHOLDERS

5 3 DEEL 8: DE WERKPUNTEN IN JAAR DE HOMOLOGATIE VAN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN IN BELGIË BEBORDING VAN LAADPLAATSEN WEGMARKERING VAN LAADPLAATSEN DE PLAATSING VAN LAADINFRASTRUCTUUR OP OPENBAAR DOMEIN DE TARIFERING EN INNING VAN LAADBEURTEN INTEROPERABILITEIT VAN LAADINFRASTRUCTUUR DEEL 9: DE INBEDDING IN EUROPESE EN INTERNATIONALE INITIATIEVEN GREEN EMOTION : DEVELOPMENT OF THE EUROPEAN FRAMEWORK FOR ELECTROMOBILITY EMI3 : EMOBILITY ICT INTEROPERABILITY INTEREST GROUP IEA-IA-HEV ENEVATE CONTACTEN MET NEDERLAND CONTACTEN MET BADEN-WÜRTTEMBERG DEELNAME ALS EXPERT AAN HET TIDE-PROJECT DEEL 10: DE VOLGENDE STAPPEN IN DE PROEFTUIN

6 4

7 5 Overzicht van figuren Figuur 1: overzicht van de vijf proeftuinplatformen Figuur 2: situering van de Vlaamse Proeftuin in Vlaanderen in Actie Figuur 3: overzicht van de beleidsmaatregelen op het vlak van elektrische mobiliteit wereldwijd (aangepast op basis van Strukturstudie BW e Mobil 2011, Baden Württemberg auf dem Weg in die Elektromobilität, 2011) Figuur 4: ambitieniveaus op het vlak van elektrische mobiliteit voor 2020 in verschillende Europese landen in Figuur 5: overzicht van de te nemen maatregelen op lidstaatniveau volgens de ontwerprichtlijn Figuur 6: S curve die de adoptie van innovatie door de markt beschrijft volgens E. Rogers Figuur 7: de twee S-curves van elektrische mobiliteit Figuur 8: overzicht van de focuspunten van de vijf platformen op het vlak van laadinfrastructuur en voertuigen Figuur 9: IEC Type 2 stekker Figuur 10: overzicht van de configuratie van een EVA- oplaadeiland Figuur 11: overzicht van de verschillende partners die deelnemen aan de proeftuin Figuur 12: overzicht van nieuwe rollen en taken met betrekking tot het laden Figuur 13: overzicht van nieuwe rollen en taken met betrekking tot het laden Figuur 14: overzicht van de nieuwe marktrollen die in Europese projecten worden omschreven Figuur 15: Overzicht van contracten en afspraken in de proeftuin elektrische voertuigen Figuur 16: overzicht van de geleidelijke uitrol van laadinfrastructuur per maand in de Vlaamse proeftuin (tot 1 maart 2013) Figuur 17: overzicht van de laadplaatslocaties, laadpalen en laadpunten in de Vlaamse proeftuin na het eerste werkingsjaar (toestand 1 maart 2013) Figuur 18: overzicht van de laadinfrastructuurlocaties volgens wegtype Figuur 19: overzicht van de laadpalen in de proeftuin opgesplitst per fabrikant Figuur 20: overzicht van de laadlocaties en laadpalen per platform en per provincie Figuur 21: overzicht van de geplande uitrol van laadinfrastructuur aan treinstations en in Olympussteden Figuur 22: overzicht van de locaties waar EVA laadeilanden plaatste... 71

8 6 Figuur 23: weergave van de werking van een mini-wkk op koolzaadolie Figuur 24: overzicht van de uitrol van voertuigen in de Proeftuin per maand (tot 1 februari 2013) Figuur 25: overzicht van de personen- en bestelwagens in de proeftuin per merk (situatie eind januari 2013) Figuur 26: overzicht van de financieringsbron en van de opsplitsing per platform van de proeftuinvoertuigen (1 februari 2013) Figuur 27: symbolische weergave van het B-to-B platform van Olympus Figuur 28: overzicht van de DEMS software die gebruikt wordt door Siemens in het kader van Volt-Air (bron: Siemens) Figuur 29: userinterface van een smart phone ontwikkeld door UGent voor de proeftuin Figuur 30: overzicht van de technische opleidingspakketten ontwikkeld door Educam Figuur 31: communicatiecampagne van Infrax voor particulieren Figuur 32: overzicht van de stakeholderanalyse van de Proeftuin Figuur 33: het STOP principe toegepast door Stad Antwerpen (Bron: Stad Antwerpen) Figuur 34: aantal bezoeken op de website in Figuur 35: overzicht van de projectideeën op de proeftuin volgens status toestand eind februari Figuur 36: overzicht van de projectideeën tijdens het eerste werkingsjaar volgens initiatiefnemer, projecttype en onderwerp ongeacht het stadium van uitvoering Figuur 37: vraagsturing van EV door REstore aangeboden door EDF Luminus Figuur 38: overzicht van de vereiste karakteristieken van een fietslaadstation Figuur 39: Projectpartners Green emotion Figuur 40: emi3 - ondertekenaars LoI Figuur 41 : IEA-IA-HEV Jaarverslag Figuur 42 : ENEVATE projectpartners

9 7 Overzicht van foto s Foto 1: fietslaadstation voor Blue Bike deelfietsen Foto 2: EVA-oplaadeiland voor fietsen in Blankenberge Foto 3: EVA laadeilanden voor wagens Foto 4: laadpaal enovates (links) en P&V Elektrotechniek (rechts) Foto 5: oplaadpaal bij een imove bedrijf Foto 6: oplaadoplossingen op de bedrijfsparking van Siemens in Huizingen Foto 7: PV- park gekoppeld aan micro grid bij Siemens te Huizingen Foto 8: WKK van de firma E.V an Wingen bij Siemens Foto 9: voertuigen uit EVTecLab Foto 10: de elektrische aandrijflijn van Punch Powertrain Foto 11: elektrische fietsen Blue-Bike Foto 12: de componenten van een laadpaal Foto 13: overzicht van de partijen die in Nederland optreden als laaddienstaanbieder (bron: 83 Foto 14: Inhuldiging van een oplaadeiland in De Panne... Foto 15: overhandiging van het elektrisch voertuig in Oostrozebeke Foto 16: Ford Connect met een elektrische aandrijflijn ontwikkeld door Punch Powertrain in Sint- Truiden Foto 17: brandstofcelbus ontwikkeld door Van Hool Foto 18 imove electric theatre bij Umicore in juni Foto 19: minister Lieten huldigt het Blue bike laadstation in Hasselt in Foto 20: overhandiging van de eerste Volvo C Foto 21: André Bouffioux, CEO Siemens, neemt award in ontvangst Foto 22: Volvo C30 op de eerste Volt-Air gebruikersgroep Foto 23: startmoment Proeftuin in de gebouwen van het Vlaams Parlement Foto 24: provinciebestuur West-Vlaanderen organiseert een praktijkdag Nieuwe Mobiliteit Foto 25: datalogger ontwikkeld door Triphase

10 8 Foto 26: diagnostic tool ontwikkeld door E-trucks Europe en Triphase Foto 27: overzicht van de verschillende verkeersborden die in de Proeftuin worden gebruikt Foto 28: wegmarkering van een publieke laadplaats Foto 29: kennisuitwisseling tussen Vlaanderen en Duitsland Foto 30: promotie van E-Mobil BW, het agentschap voor elektrische mobiliteit en fuel cell technologie Foto 31: B2B gesprekken tussen Belgische en Duitse bedrijven tijdens de handelsmissie

11 9 Inleiding Op 15 juli 2011 keurde de Vlaamse regering, op voorstel van Minister van Innovatie, Ingrid Lieten, vijf proeftuinplatformen voor elektrische voertuigen goed. Het open innovatieplatform "Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen" kwam er om de invoering van elektrische voertuigen in Vlaanderen te versnellen. Bedrijven of organisaties testen innovatieve technologieën, producten, diensten en concepten via een representatieve testpopulatie in een echte leef- en werkomgeving. Het doel is om de innovatie bij te sturen en/of te versnellen en om toekomstige noden te capteren. De vijf proeftuinplatformen baten elk een open real-life testinfrastructuur uit die de basis vormt voor onderzoeks- en innovatieprojecten op het vlak van elektrische mobiliteit. Deze testinfrastructuur bestaat uit een assortiment van verschillende elektrische voertuigen zoals fietsen, scooters, personenwagens, bestelwagens, bussen en vrachtwagens en een ruim aanbod van laadinfrastructuur op openbare wegen, op publiek toegankelijke plaatsen of bij bedrijven en gezinnen thuis. De testinfrastructuur wordt real-life gebruikt en via een achterliggende ICT infrastructuur gemonitord: het zijn burgers of werknemers van bedrijven en lokale besturen die voor hun dagdagelijkse verplaatsingen gebruik maken van de voertuigen en de laadinfrastructuur. De testinfrastructuur wordt ondersteund met een bedrag van 16,5 miljoen EUR overheidsmiddelen. Deze middelen dekken gedeeltelijk de aankoop en installatie van de testinfrastructuur, het projectmanagement en andere werkingskosten van de proeftuinplatformen. De bedrijven die deelnemen aan de proeftuin co-financieren dus ook een belangrijk gedeelte van de investeringen en werkingskosten. Het totale budget van de proeftuin, publieke en private middelen samen, bedraagt derhalve naar schatting meer dan 25 miljoen EUR. De onderzoeks- en innovatieprojecten hebben betrekking op alle facetten van elektrische mobiliteit: Voertuigen : componenten elektrische aandrijflijnen, batterijen, motoren, dataloggers, Laadinfrastructuur : normaal (conductief) laden, snelladen, inductief laden, hoeveel, waar, Energievoorziening : laden met lokaal geproduceerde groene stroom, micro-grids, slim laden, impact op het distributienet, Mobiliteitsconcepten : genetwerkte en gedeelde mobiliteit, ICT : software oplossingen voor interoperabiliteit, verhogen van gebruikerscomfort, Verplaatsingsgedrag en aankoopgedrag van bedrijven en particulieren Niet enkel technologische innovaties, maar ook business modellen en maatschappelijke aspecten zijn belangrijk en kunnen aan bod komen.

12 10 Doelstelling van dit document Dit document werd opgesteld door het Programme Office Elektrische Voertuigen in de periode december januari Het geeft een overzicht van de activiteiten binnen de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen van de periode Dit is een goed moment voor een overzicht omdat eind 2012 elk proeftuinplatform minstens één jaar operationeel is. Dit document omvat geen gedetailleerde onderzoeksresultaten van de innovatie- of onderzoeksprojecten. Deze resultaten worden ten gepaste tijde gepubliceerd door de proeftuinplatformen zelf. Het document omvat een antwoord op 10 vragen: 1. Wat is de projectstructuur van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen? 2. Wat is de finaliteit van de Proeftuin en de vijf Proeftuinplatformen? 3. Wat is de levenscyclus van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen? 4. Wie neemt deel aan de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen? 5. Welke testinfrastructuur staat er na één jaar ter beschikking voor onderzoeks- en innovatieprojecten? 6. Welke activiteiten hebben de Proeftuinplatformen georganiseerd tijdens hun eerste werkingsjaar? 7. Welke onderzoeks- en innovatieprojecten werden reeds opgestart? 8. Welke praktische werkpunten waren er tijdens het eerste werkingsjaar? 9. Hoe werd de Proeftuin ingebed in andere Europese en internationale initiatieven op het vlak van elektrische mobiliteit? 10. Wat kan er verwacht worden van de Proeftuin de volgende twee jaar? Het document is modulair opgebouwd zodat de delen afzonderlijk kunnen worden gelezen of in een andere volgorde kunnen worden geraadpleegd, al naargelang de interesse van de lezer. We raden wel aan om eerst deel 1 te lezen omdat hierin nogal wat terminologie wordt verduidelijkt die ook in de rest van het document voorkomt. De tekst wordt geïllustreerd met foto s uit de Proeftuin (indien niet wordt de bron vermeld).

13 11 Deel 1: de projectstructuur Wat is de projectstructuur van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen? Terminologie: proeftuin, platformen, projecten, gebruikers, testpopulatie Overzicht van de vijf Proeftuinplatformen Voorstelling van het Programme Office

14 12

15 13 Deel 1: de projectstructuur 1. De terminologie in de proeftuin Om de werking van de proeftuin goed te begrijpen is het van belang een aantal sleutelbegrippen juist te kaderen. Hieronder vindt u een beknopte definitie van de termen die in het kader van de Vlaamse proeftuin elektrische voertuigen frequent worden gebruikt. Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen: is een gestructureerde testomgeving waarin bedrijven of organisaties innovatieve technologieën, producten, diensten en concepten kunnen testen gebruik makend van een representatieve groep van individuen (of organisaties), die als testpopulatie worden ingezet in hun eigen leef- en werkomgeving. Het doel is om de innovatie bij te sturen en/of te versnellen en/of om toekomstige noden te capteren en zo innovatie uit te lokken en/of het gebruik van elektrische voertuigen te stimuleren. Vijf Proeftuinplatformen: de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen is opgebouwd uit vijf verschillende Proeftuinplatformen, elk met een eigen finaliteit. Verschillende consortia van bedrijven, onderzoeksinstellingen, non-profitorganisaties en steden/gemeenten werkten een dossier uit dat in 2011 werd ingediend bij IWT voor subsidiëring. De Vlaamse Regering kende uiteindelijk aan vijf consortia middelen toe om een Proeftuinplatform op te zetten nl. EVA, EVTecLab, imove, Olympus en Volt-Air. De toegekende middelen dienen voor het opzetten en in stand houden van de infrastructuur en de algemene werking. Een proeftuinplatform heeft geen rechtspersoonlijkheid maar is een samenwerkingsverband tussen de deelnemende partners. Hoofdpartner & Platformcoördinator: elk platform heeft binnen zijn consortium één bedrijf als hoofdpartner aangeduid. Dit bedrijf is verantwoordelijk voor het algemene platformmanagement en heeft een platformcoördinator aangesteld die optreedt als eerste aanspreekpunt richting IWT en het Programme Office. Programme Office Elektrische Voertuigen (PO-EV): entiteit die is opgericht ter ondersteuning van de verschillende platformen om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken, om de samenwerking tussen de platformen onderling en met de buitenwereld te faciliteren, om overkoepelende resultaten over de platformen heen te verzamelen, Het Programme Office is ook het eerste aanspreekpunt voor het beleid, het IWT en externe stakeholders met interesse in de Proeftuin. IWT: het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, heeft de oproep voor de Proeftuin opgezet en begeleid. IWT staat ook in voor de financiële opvolging van de vijf platformen. Dit alles gebeurt in opdracht van de Vlaamse Regering. Projecten: het uittesten van specifieke innovatieve producten, diensten of concepten gebeurt via projecten. Deze projecten kunnen gebruik maken van de binnen de platformen opgebouwde

16 14 infrastructuur, verzamelde data, kennis,. Deze projecten moeten gefinancierd worden door de projectpartners zelf. Dit kan via eigen financiering of via subsidiekanalen op regionaal, nationaal of Europees vlak. Gebruikers: dit is de groep van bedrijven of organisaties die innovatieve technologieën, producten, diensten en concepten testen en daarbij gebruik maken van de proeftuinplatformen. Het is belangrijk op te merken dat elk platform een open innovatieplatform is wat betekent dat ook derden, die geen partner zijn van het platform, kunnen deelnemen als gebruiker. Zij kunnen gedurende de volledige looptijd van een platform een vraag tot deelname richten aan het platform dat hun interesse wegdraagt. Zo kunnen de gebruikers bijvoorbeeld met eigen middelen investeren in voertuigen en/of laadinfrastructuur en deelnemen aan de onderzoeksprojecten van een platform of data uitwisselen. Derde gebruikers kunnen bijvoorbeeld ook onderzoeksinstellingen zijn die data van één of meerdere platformen gebruiken om eigen onderzoeksprojecten op te starten. Gebruikersgroepen: Elk platform dient minstens 1 keer per jaar een gebruikersgroep te organiseren. Hierop krijgen de gebruikers de kans om de vorderingen binnen het platform op te volgen en om actief mee te denken rond verdere innovatie- of valorisatietrajecten. Testpopulatie: dit zijn de personen die effectief gebruik maken van de infrastructuur (voertuigen, laadinfrastructuur, ) en van de innovatieve producten en diensten binnen een platform. De mensen die deel uitmaken van de testpopulatie testen de voertuigen en/of diensten tijdens hun dagdagelijkse activiteiten. Het kunnen zowel particulieren als werknemers van deelnemende organisaties zijn.

17 15 2. Overzicht van de vijf proeftuinplatformen De proeftuin heeft als voornaamste doelstelling de versteviging van de waardeketen m.b.t. elektrisch rijden in Vlaanderen, en heeft dus primair een economische finaliteit. Daarnaast worden belangrijke bijdragen van de platformen en projecten verwacht tot het bereiken van maatschappelijke doelstellingen. Omdat elektrische mobiliteit zeer veel deelaspecten bevat, is het nuttig dat er meerdere proeftuinplatformen zijn opgestart binnen de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen. Elk platform zal zich toeleggen op een aantal specifieke onderzoeksvragen en heeft zijn eigen focus en finaliteit, waardoor alle aspecten wel ergens aan bod komen. Hier en daar kan er een beperkte overlap zijn, maar dit is positief want hierdoor kunnen soms concurrerende oplossingen of business modellen in de praktijk uitgetest worden waarop de eindgebruiker zijn feedback kan geven. Dit kan het innovatieproces alleen maar versnellen. Maar de vijf platformen zijn grotendeels complementair en kunnen elkaar versterken. Het Programme Office streeft continu naar een optimale synergie tussen de platformen. Elk van de vijf platformen heeft dus een eigen focus en finaliteit. De finaliteit en een meer gedetailleerde beschrijving van de projecten van elk platform komen verder aan bod in dit document in deel 4 en 7. We beperken ons hier tot een beknopte voorstelling van elk proeftuinplatform en hun bijhorend budget. EVA EV TecLab imove Olympus Volt-Air Geleid door Eandis Meer dan 100 voertuigen Meer dan 200 laadpunten in het publieke domein Meer dan 70 gemeenten Investeringssteun : EUR Werkingssteun: EUR Geleid door Punch Powertrain Ontwikkeling van elektrische voertuigen (bussen, bestelen vrachtwagens) in Vlaanderen Technologische innovatie Investeringssteun : EUR Werkingssteun: EUR Geleid door Umicore Meer dan 175 voertuigen Meer dan 300 laadpunten vnl. semi-publieke domein Investeringssteun : EUR Werkingssteun: EUR Geleid door NMBS-Holding Genetwerkte mobiliteit Deelfietsen en deelwagens Investeringssteun : EUR Werkingssteun: EUR Geleid door Siemens Integratie van elektrische voertuigen in voertuigvloten en in het micro grid van bedrijven Investeringssteun : EUR Werkingssteun: EUR Figuur 1: overzicht van de vijf proeftuinplatformen

18 16 3. Voorstelling van het Programme Office Elektrische Voertuigen (PO-EV) De werking van de proeftuin wordt ondersteund door het Programme Office. Deze taak werd door de Vlaamse Regering op 15 juli 2011 toegekend aan het VITO en is op 1 september 2011 van start gegaan. De Proeftuin werd officieel gelanceerd op 29 september 2011 in de gebouwen van het Vlaams Parlement in aanwezigheid van Minister Lieten. Daar werden de vijf platformen en de werking van het Programme Office verder toegelicht in aanwezigheid van 300 geïnteresseerden. Programme Office Elektrische Voertuigen Hieronder vindt u een beknopte oplijsting van de belangrijkste activiteiten van het Programme Office. Meer details komen verder in dit document aan bod. De belangrijkste activiteiten van het Programme Office zijn: Boeretang Mol tel Centraal aanspreekpunt : voor externe bedrijven, voor IWT, voor beleid, Dagelijkse ondersteuning van de 5 platformen via nauwe samenwerking met de platformcoördinatoren Ondersteuning bij opstellen van generieke templates, voorbeeldcontracten, Organisatie van een werkgroep interoperabiliteit rond laadinfrastructuur Organisatie van een werkgroep testpopulatiebeheer Organisatie van een werkgroep data monitoring Faciliteren bij opzetten nieuwe projecten Rapporteren aan het beleid over de voortgang van de proeftuin Opvolgen van de maatschappelijk relevante resultaten van de proeftuinplatformen Opvolgen van internationale ontwikkelingen op het vlak van elektrische mobiliteit en de Vlaamse Proeftuin bekend maken in het buitenland Opstellen en beheren van de website:

19 17 Deel 2: de finaliteit van de proeftuin Wat is de finaliteit van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen? Wat is het breder kader van elektrische mobiliteit? Wat is de finaliteit van elk platform? EVA EVTecLab imove Olympus Volt-Air

20 18

21 19 Deel 2: de finaliteit van de Vlaamse Proeftuin 1. De finaliteit van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen Eén van de zeven doorbraken van de in 2009 vernieuwde Vlaanderen in Actie strategie van de Vlaamse Regering is de realisatie van innovatiecentrum Vlaanderen dat moet zorgen voor meer innovatie in Vlaanderen. Innovatie stimuleert de economie en biedt antwoorden op belangrijke maatschappelijke uitdagingen op het vlak van duurzaamheid, zorg en inclusie. Onderzoekers, bedrijven, middenveld en de overheid werken hiervoor nauw samen. Concreet houdt innovatiecentrum Vlaanderen volgende vier actielijnen in en werden een aantal innovatiekooppunten gedefinieerd. Tegelijkertijd wenst de regering hiermee een aanzet te geven tot de creatie van een geïntegreerd innovatiesysteem over de grenzen van de verschillende beleidsdomeinen heen door het 'systemische' karakter van innovatie centraal te stellen. Dit kan schematisch als volgt worden weergegeven: Figuur 2: situering van de Vlaamse Proeftuin in Vlaanderen in Actie De Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen kadert in knooppunt 5 Duurzame Mobiliteit en Logistiek 1. De Vlaamse Proeftuin wordt ook aangehaald als één van de 21 actiepunten van de resolutie van het vlaams Parlement betreffende het promoten van slimme en groene voertuigen en een slimme en groene voertuigenindustrie van 6 april De initiële doelstelling van de proeftuin elektrische voertuigen is om innovatie en adoptie van elektrische (en plug-in hybride) voertuigen te faciliteren. De Vlaamse regering besliste hiervoor als beleidsinstrument dus een proeftuin in het leven te roepen. 1 Beleidsbrief Wetenschap en Innovatie Beleidsprioriteiten ingediend door mevrouw Ingrid Lieten, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen Media en Armoedebestrijding op 26 oktober 2011.

22 20 Een proeftuin is een gestructureerde testomgeving waarin bedrijven en organisaties innovatieve technologieën, producten, diensten en concepten kunnen testen. Hierbij maken ze gebruik van een representatieve groep van individuen (of organisaties), die als testpopulatie worden ingezet in hun eigen leef- en werkomgeving. Het doel is om de innovatie bij te sturen en/of te versnellen of om toekomstige noden te capteren om innovatie uit te lokken. In de proeftuin staat innovatie centraal. Zowel innovatie op vlak van nieuwe producten en diensten als op vlak van onderzoek naar nieuwe markt- of businessmodellen komt aan bod. De proeftuin heeft primair een economische finaliteit, waarbij de nadruk ligt op het versnellen van de innovatiecyclus ten behoeve van bedrijven die daarmee economische meerwaarde genereren in de waardeketen van elektrische mobiliteit. Deze economische valorisatie kan zowel bij de platformpartners zelf als bij de externe gebruikers van het platform gegenereerd worden. Daarnaast zal de proeftuin ook een maatschappelijke finaliteit hebben door innovaties met belangrijke maatschappelijke impact te ondersteunen die de adoptie van elektrische voertuigen versnellen. Door het feit dan een proeftuin een open en real life innovatieplatform is, worden de betrokken stakeholders (bedrijven, particulieren, overheden, ) continu geïnformeerd en gestimuleerd om de mogelijkheden van elektrische mobiliteit voor hun eigen leef- en werkomgeving te onderzoeken. De proeftuin creëert een dynamiek van samenwerking, zowel tussen de platformpartners onderling als met de externe stakeholders. De waardeketen van elektrische mobiliteit is zeer complex en vraagt samenwerking die sectoroverschrijdend is voor de industriële partners en die beleidsoverschrijdend is voor de overheden. Elektrische mobiliteit heeft een directe link met innovatie, economie, mobiliteit, leefmilieu & klimaat, ruimtelijke ordening, energie en financiën. Dit brengt ons meteen tot de vraag welke de mogelijkheden zijn voor innovatie in Vlaanderen op het vlak van elektrische mobiliteit en wat het breder kader is waarin de proeftuin elektrische voertuigen doorbraken tracht te realiseren.

23 21 2. Het breder kader van elektrische mobiliteit Ons huidig mobiliteitssysteem, bijna uitsluitend gebaseerd op fossiele brandstoffen, gaat gepaard met tal van negatieve effecten die een directe of indirecte kost veroorzaken voor onze samenleving en de eindgebruikers. De uitdagingen binnen de transportsector zijn immens, denken we maar aan de olieafhankelijkheid en bijhorende prijsfluctuaties, lokale luchtvervuiling en lawaaihinder binnen steden, globale broeikasgasemissies, congestie, Maar er zijn ook nieuwe opportuniteiten bij de transitie naar een duurzamer mobiliteitssysteem. Elektrische mobiliteit in al zijn facetten (fiets, scooter, wagen, truck, bus in totaal nieuwe gebruiksconcepten) kan zeker een rol van betekenis gaan spelen en een impact hebben op bovenvermelde uitdagingen. We overlopen een aantal uitdagingen wat meer in detail. Leefmilieu De sector transport heeft een niet onbelangrijk aandeel in de niet-ets 2 emissies voor Vlaanderen (zo n 34% in 2005). Meer dan de helft van dit aandeel wordt veroorzaakt door personenvervoer over de weg. Ook de Europese Commissie 3 geeft aan dat elektrische voertuigen, in al hun verschillende vormen en toepassingsmogelijkheden, een belangrijke technologie zijn om de vooropgestelde klimaatdoelstellingen in Europa te bereiken. In maart 2011 heeft de Europese Commissie het Witboek Transport voorgesteld. Dit witboek houdt ambitieuze doelstellingen in om tegen 2050 de broeikasgasemissies van het wegvervoer te verminderen met 70 tot 80%. Een massale uitrol van elektrische voertuigen (volledig elektrisch of plug-in hybride) kadert in deze filosofie. Twee belangrijke voordelen van elektrische wagens zijn immers dat ze geen of zeer weinig schadelijke emissies uitstoten (althans tijdens het rijden) en minder lawaaihinder veroorzaken. Dit zijn troeven die in een stedelijke omgeving de leefbaarheid aanzienlijk kunnen verhogen. En laat Vlaanderen nu juist één van de meest verstedelijkte gebieden van Europa zijn, met veelal korte verplaatsingen over een dicht wegennet. Mobiliteit Om problemen zoals congestie aan te gaan, is het van belang om elektrisch rijden te kaderen in een algemener initiatief van duurzame multimodaliteit. Enkel op die manier kunnen we het potentieel van elektrisch vervoer ten volle benutten, d.w.z. door de aansluiting tussen elektrisch vervoer en andere modi (zoals trein, tram, bus) te verbeteren, zullen meer mensen bereid zijn de overstap naar die duurzamere modi te maken. Daarom komen in de proeftuin allerhande elektrische voertuigen aan bod: elektrische fietsen, scooters, personenwagens, bestelwagens, trucks en bussen. Deze elektrische voertuigen zullen ook in verschillende mobiliteitsconcepten uitgetest worden : particulier gebruik, bedrijfswagen, poolwagen, maar ook in deelsystemen zoals Cambio en Blue Bike. De 2 Niet-ETS emissies zijn de broeikasgasemissies (koolstofdioxide, methaan- en lachgas) in de sectoren die niet onder de emissiehandel (Emission Trading Scheme) vallen. 3 European Commission (2011). White Paper - Roadmap to a Single European Transport Area - Towards a Competitive and Resource Efficient System.

24 22 bestelwagens en trucks zullen worden ingezet bij gemeentebesturen en in de transport- en dienstensector. Innovatie, Economie en Energie De Europese Commissie geeft aan dat er nog andere belangrijke redenen zijn, naast de klimaatdoelstellingen en mobiliteitsoverwegingen, om in te zetten op elektrische mobiliteit binnen Europa 4 : Elektrische wagens zijn een belangrijke innovatie met een groot economisch marktpotentieel; elektrische voertuigen zijn een wereldwijd aandachtspunt geworden door het feit dat de technologische ontwikkeling van batterijen en systemen voor energieopslag de markt geopend heeft; Ze kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de prioriteiten van Europa 2020, namelijk dat een economie ontwikkeld moet worden die is gebaseerd op kennis en innovatie alsmede een groenere en meer competitieve economie met een efficiënter gebruik van grondstoffen; Daarnaast zijn er diverse politieke redenen om innovatie op het gebied van (elektrische of hybride) aandrijfsystemen te bevorderen, met name: - verbetering van de energie-efficiëntie en de mogelijkheid hernieuwbare energiebronnen in te zetten (dit kadert onder andere in de doelstelling om tegen 2020 voor transport 10% hernieuwbare energie in te zetten), - de schaarste aan en fluctuerende economische kosten van fossiele energiebronnen, de bevordering van op technologische eminentie gebaseerde innovatie, die ervoor kan zorgen dat de Europese industrie zich herstelt van de huidige economische situatie en meer in het algemeen in de toekomst concurrerend is, Vanuit deze overwegingen wordt er wereldwijd volop ingezet op de ontwikkeling en de uitrol van elektrische mobiliteit. Een overzicht van de inspanningen van de koplopers vindt u in volgende figuur. 4 Europese Commissie (2011). Resolutie van het Europees Parlement van 6 mei 2010 over Elektrische Voertuigen (2011/C 81 E/17), Publicatieblad van de Europese Unie C 81 E(1): 84-89, uitgegeven door =Europese Commissie.

25 23 Figuur 3: overzicht van de beleidsmaatregelen op het vlak van elektrische mobiliteit wereldwijd (aangepast op basis van Strukturstudie BW e Mobil 2011, Baden Württemberg auf dem Weg in die Elektromobilität, 2011) Binnen Europa formuleerden de meeste landen en regio s ambitieuze doelstellingen voor de uitrol van elektrische mobiliteit. Hiernaast vindt u een overzicht van deze ambitieniveaus in 2010, het moment waarop de Vlaamse Regering de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen goedkeurde. Ondertussen werden deze doelstellingen in verschillende landen en regio s naar beneden bijgesteld. Dit heeft onder andere te maken met de economische crisis maar ook met voortschrijdend inzicht over de complexiteit van elektrische mobiliteit vanuit innovatieperspectief. Figuur 4: ambitieniveaus op het vlak van elektrische mobiliteit voor 2020 in verschillende Europese landen in 2010

26 24 In januari 2013 lanceerde de Europese Commissie een voorstel tot richtlijn 5 die de lidstaten opdraagt om actieplannen te ontwikkelen en maatregelen te nemen op het vlak van de vergroening van het transport. Een overzicht van de maatregelen die per lidstaat moeten ontwikkeld worden als de ontwerprichtlijn wordt goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement vindt u hieronder: Figuur 5: overzicht van de te nemen maatregelen op lidstaatniveau volgens de ontwerprichtlijn Voor België wordt in het kader van deze ontwerprichtlijn een doelstelling vooropgezet van laadpunten waarvan er publiek toegankelijk moeten zijn. Hieronder trachten we weer te geven welke uitdagingen er zijn voor een regio die wil starten met elektrische mobiliteit op het vlak van innovatie en adoptie door de consumenten. We geven ook aan waarom een voorwaardenscheppend, flankerend beleid met doelstellingen belangrijk is. 5 Proposal for a directive of the European Parliament and of the Council on the deployment of alternative fuels infrastructure, Meer achtergrondinformatie over het Europese Beleid kan u raadplegen op:

27 25 3. Elektrische mobiliteit vanuit innovatie en marktintroductie perspectief De ontwikkeling en introductie van elektrische wagens is een feit. Meer en meer constructeurs hebben puur elektrische of plug-in hybride voertuigen op de markt gebracht. Toch blijft de vraag ondermaats in de meeste landen. Op zich is dit niet vreemd: naast aandacht voor innovatie is ook aandacht nodig voor de adoptie van nieuwe technologieën door de markt. S-curve theorie Klassiek wordt de adoptie door de markt van nieuwe technologieën weergegeven in een zogenaamde S-curve. Dit concept werd reeds in 1962 beschreven door professor Everet Rogers in zijn boek Diffusion of innovations. Uit zijn onderzoek bleek dat de adoptie van nieuwe technologieën die op de markt komen een lang proces kan zijn en dat de markt van potentiële consumenten of gebruikers altijd als volgt kan worden ingedeeld: Innovators (2.5 % van de consumenten) zullen nieuwe producten in een vroeg stadium willen gebruiken en willen ageren als innovator of trendsetter Early Adopters (13.5 % van de consumenten) zullen openstaan voor innovaties en onder bepaalde voorwaarden willen instappen en nieuwe technologie willen testen Early Majority (34 % van de consumenten) zijn voorzichtiger, ze zullen voor- en nadelen van een instap zorgvuldig afwegen en voor hen is het al dan niet aanwezig zijn van omkaderende infrastructuren en systemen een belangrijke beslissingsfactor. Late Majority (34 % van de consumenten) zijn eerder sceptisch en zullen pas instappen op het moment dat de technologie door een meerderheid van andere consumenten wordt gebruikt. Visibiliteit van de nieuwe technologie en de aanwezige randinfrastructuur is voor hen dus uiterst belangrijk. Laggards (16 % van de consumenten) zijn volgers en zullen enkel een technologie aanvaarden als ze reeds mainstream is. Indien deze verdeling in consumentengroepen, met hun eigen profielen en noden, cumulatief wordt weergegeven in een figuur vormt dit een S-curve.

28 26 Figuur 6: S-curve die de adoptie van innovatie door de markt beschrijft volgens E. Rogers Vanaf de jaren 90 werd deze theorie naar aanleiding van de opkomst van moderne media en telecommunicatie verder verfijnd en uitgediept. Er kwamen ook een belangrijke aantal kritieken 6 op het concept van de S-curve die, vertaald naar de wereld van de elektrische mobiliteit, als volgt kunnen worden samengevat: - Uit onderzoek naar de evolutie van de marktintroductie van nieuwe media zoals printertechnologie of dataopslag (bijvoorbeeld CD-rom), blijkt dat de adoptie door consumenten niet altijd een mooie S-curve volgt maar eerder sprongsgewijs verloopt: naarmate de technologie verbeterd wordt en bijvoorbeeld meer opslagcapaciteit of andere functionaliteiten heeft, zullen meer consumenten in één keer overgaan tot de aankoop. Ook bij elektrische voertuigen is er een evolutie in de performantie van de voertuigen merkbaar en worden er ook op middellange termijn nog aanzienlijke verbeteringen verwacht op het vlak van batterijtechnologie, vermogen waarmee het voertuig laadt (en dus de snelheid om vol te laden) en het bereik van het voertuig. Deze verbeteringen komen ook eerder sprongsgewijs tot stand, bijvoorbeeld bij de introductie van een nieuw voertuigmodel. - De adoptie van de elektrische wagen zal in belangrijke mate afhankelijk zijn van de mate waarin conventionele voertuigen met een brandstofmotor aan vervanging toe zijn. Mensen zullen met andere woorden niet onmiddellijk overgaan tot de aankoop van zulk voertuig als hun huidige wagen nog relatief jong is, ook al behoren ze volgens hun profiel tot de groep van early adopters. De gemiddelde leeftijd van een dieselwagen in Vlaanderen is 6 jaar, die 6 zie bijvoorbeeld het artikel van Ashish Sood & Gerard J. Tellis, Technological Evolution and Radical Innovation, in The journal of marketing, volume 69, juli 2005.

29 27 van een benzinewagen 10,5 jaar 7. De rotatiesnelheid van de voertuigen heeft dus een belangrijke repercussie op het verloop van de S-curve voor de adoptie van elektrische voertuigen. Door de economische groeivertraging en door de belangrijke impact van de crisis op het aankoopgedrag van de consument (verkoop van particuliere voertuigen daalde aanzienlijk in 2012) vertraagt ook de S-curve van de elektrische voertuigen. Daarnaast zullen de performanties van beide type technologieën (elektrisch of klassieke brandstofmotor) op het moment van aankoop ten opzichte van elkaar worden afgewogen. Ook de klassieke voertuigen hebben een eigen S-curve die onderhevig kan zijn aan sprongsgewijze verbeteringen. Het is dus niet zo dat de S-curve van het klassieke voertuig stopt en overgaat in een S-curve voor elektrische wagens. Het valt te verwachten dat beide technologieën geruime tijd naast elkaar zullen blijven bestaan en een verschillende marktontwikkeling zullen doormaken. Via premies of fiscaliteit kan de overheid ingrijpen op de marktadoptie. Eind 2012 zijn de fiscale maatregelen om de particuliere markt van elektrische voertuigen te stimuleren echter stopgezet. - Naast klassieke wagens vormen ook andere vormen van vervoer zoals voertuigen op waterstof een potentieel alternatief voor de elektrische wagen. In de literatuur worden die ook wel rivaliserende technologieën genoemd. Ook deze technologieën hebben een eigen S-curve die een invloed zullen hebben op het verloop van de adoptie van elektrische voertuigen. Ook binnen de categorie elektrische voertuigen onderscheidt men verschillende soorten technologieën zo zijn er puur elektrische voertuigen, plug in hybride voertuigen en zogenaamde range extended elektrische voertuigen. Deze verschillende types hebben ook een eigen S-curve en beïnvloeden elk het algemene beeld dat de consument heeft van elektrisch rijden. In dit kader wordt ook vaak gewaarschuwd voor een zogenaamde technology lock in: een situatie waarbij een bepaalde technologie de overhand krijgt omdat ze bijvoorbeeld gebruik kan maken van schaalvoordelen zonder dat ze qua efficiëntie of performantie beter is dan een andere technologie. - Niet enkel de elektrische voertuigen zijn nieuw, ook de laadinfrastructuur is een nieuwe technologie die merkelijk verschilt van de klassieke tanksystemen voor diesel, benzine of LPG en misschien op het eerste zicht ook iets complexer is en meer planning vergt vanwege de gebruiker : o Hoe laden : snel versus normaal laden, conductief versus inductief o Waar laden : thuis, publiek, semi-publiek o Wanneer laden : een elektrisch voertuig wordt best frequent bijgeladen, wat een ander gedrag veronderstelt dan het klassieke tanken. In feite is er dus sprake van verschillende S-curves die elkaar beïnvloeden maar niet noodzakelijk hetzelfde verloop kennen: een potentiële early adopter voor een elektrisch voertuig is niet noodzakelijk ook een early adopter voor bepaalde laadinfrastructuur en vice versa. 7 FOD Mobiliteit en vervoer, Kilometers afgelegd door Belgische voertuigen in het jaar 2010,

30 28 De Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen en de S-curve Op het moment dat de Vlaamse regering besliste te investeren in een Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen was er zo goed als geen publieke laadinfrastructuur voorhanden en werden er slechts een beperkt aantal voertuigmerken aangeboden. In 2010 waren er in Vlaanderen welgeteld vijf plug in hybride voertuigen en een twintigtal puur elektrische wagenmodellen op de markt. De beide technologieën, elektrische voertuigen én laadinfrastructuur, stonden toen aan het prille begin van de S-curve. Via de proeftuin worden nu een 400-tal voertuigen en meer dan 800 laadpunten in het Vlaamse straatbeeld gebracht. Op zich zijn deze aantallen ruimschoots onvoldoende om de S-curve voorbij het kritische punt te tillen van 40% adoptie (er dan vanuit gaand dat ongeveer 60% van de consumenten zullen volgen als late majority of laggard). Hiervoor zijn bijkomende maatregelen nodig om de vraag te stimuleren. De proeftuin levert wel belangrijke inzichten in de hindernissen die consumenten ertoe aanzetten een afwachtende houding aan te nemen en die zo de S-curve vertragen. De feedback van de testpopulatie en de gebruikers is cruciale input voor de Vlaamse bedrijven die willen innoveren in het domein van elektrische mobiliteit. Voor bedrijven die actief zijn in de nieuwe markt van de elektrische voertuigen en op de nieuwe markt van de laadinfrastructuur zijn er immers verschillende risico s of uitdagingen: de S-curve verloopt zeer traag waardoor er maar na een aantal jaren een terugverdienpotentieel is voor de investeringen. Dit wordt in innovatietermen ook wel de zogenaamde valley of death genoemd: banken en durfinvesteerders achten in zulke situatie de risico's van een investering vaak te groot om met geld over de brug te komen waardoor innovatief ondernemerschap wordt afgeremd en de bedrijven aan concurrentiekracht verliezen ten opzichte van landen waar er wel een technology pull wordt georganiseerd (bijvoorbeeld door de lancering van een programma van overheidsaankopen of door fiscale maatregelen of premies die de vraag stimuleren want de aankoopprijs van elektrische voertuigen vormt een van de grootste barrières op dit moment). de S-curves van laadinfrastructuur en voertuigen zijn niet op elkaar afgestemd waardoor men in een situatie komt waarbij er heel veel laadinfrastructuur wordt geplaatst maar er verhoudingsgewijs te weinig voertuigen zijn die ervan gebruik maken of men komt in een patstelling waarbij mensen niet overgaan tot de aanschaf van een voertuig omdat ze twijfels hebben over de beschikbaarheid van laadinfrastructuur. Hierdoor is er onvoldoende return on investment en zal verdere investering in een bepaalde technologie gestaakt worden. de verschillende rivaliserende technologieën vinden wel innovators en early adopters maar de majority van consumenten blijft wachten op meer duidelijkheid over de hele set van technologieën waardoor geen enkele technologie doorbreekt. Dit punt wordt vaak in verband gebracht met de angst voor een zogenaamde technology lock-in : een bepaalde technologie krijgt de overhand doordat ze schaalvoordelen kan realiseren zonder dat er een aantoonbare meerwaarde (economisch of qua efficiëntie) is ten opzichte van andere technologieën. Dit kan worden omzeild door bijvoorbeeld stimulerende maatregelen te voorzien die gericht zijn op een bepaald effect (bijvoorbeeld voertuigen met lage emissies) zonder daarbij een bepaald type technologie te bevoordelen (technologieneutraal).

31 29 daarnaast zijn er ook soms nieuwe opportuniteiten die de S-curves kunnen beïnvloeden. Elektrische voertuigen kunnen een nuttige rol spelen als flexibele verbruiker bij de introductie van hernieuwbare energie in Vlaanderen. Hier is een duidelijke synergie tussen een gezamenlijke uitrol van hernieuwbare energie en elektrische mobiliteit (smart grids). Dit heeft dan ook direct een positieve impact op de klimaatdoelstellingen. Nieuwe mobiliteitsconcepten zoals genetwerkte en gedeelde mobiliteit op basis van elektrische voertuigen kunnen de adoptie van elektrische voertuigen ook doen toenemen. Elektrische voertuigen passen zeker in een aantal mobiliteitsconcepten zoals car sharing zoals zal uitgetest worden bij Cambio in Vlaanderen maar zoals je ook in grote aantallen kan zien in Parijs (Autolib) of Amsterdam (Car2Go). De S-curves voor elektrische mobiliteit kunnen dan ook als volgt worden weergegeven: Figuur 7: de twee S-curves van elektrische mobiliteit Uit bovenstaande, eerder theoretische beschouwingen, blijkt dat de Vlaamse proeftuin een interessant beleidsinstrument is met tal van aangrijpingspunten op de adoptiecurves van zowel laadinfrastructuur als van de elektrische voertuigen zelf. Toch zullen naast de proeftuin nog een aantal flankerende maatregelen nodig zijn om de doorbraak van elektrische mobiliteit te faciliteren en om bovengenoemde risico s het hoofd te kunnen bieden. Deze beleidsmaatregelen kunnen over meerdere beleidsdomeinen verspreid zijn. De proeftuin kan hier echter telkens ondersteunend werken door input te geven op basis van de bevindingen in de proeftuin: lessons learned, feedback van de testpopulatie, analyse van de data monitoring,. We geven hieronder in tabelvorm weer op welke manier de proeftuin een antwoord kan bieden en welke elementen in feite buiten het bereik van de proeftuin vallen:

32 30 Risico uitdaging of Binnen scope van de Proeftuin Buiten de scope van de Proeftuin S-curve zeer traag verloopt Via bevragingen wordt nagegaan wat de perceptie van de gebruiker is omtrent elektrische mobiliteit De laadinfrastructuur die wordt geplaatst wordt op goed zichtbare plaatsen over heel Vlaanderen geïnstalleerd. Elk proeftuinplatform organiseert ook evenementen die gericht zijn naar een bredere groep van stakeholders (burgers, gemeentebesturen en bedrijven) zodat de aanwezige infrastructuur in de proeftuin regelmatig via verschillende media in de kijker komt. Buiten investering in de voertuigen en laadpunten zijn er binnen de proeftuin geen bijkomende stimuli (subsidies of premies, fiscale maatregelen) voor de aankoop van voertuigen of de plaatsing van laadinfrastructuur. De proeftuin voorziet de uitrol van laadinfrastructuur in functie van de onderzoeksprojecten. Dit is geringer in omvang en kan verschillen van de benodigde uitrol van laadinfrastructuur om de valleys of death te overbruggen. S-curves niet op elkaar afgestemd Verschillende rivaliserende technologieën Door de proeftuin worden bedrijven gesensibiliseerd om zelf te investeren in voertuigen en laadinfrastructuur. Tijdens het eerste werkingsjaar hebben een aantal bedrijven dit gedaan en zij stellen de data over hun verplaatsingen en laadsessies ter beschikking van de proeftuin. Via de proeftuin worden projecten opgestart die in kaart brengen waar, wanneer en hoe vaak mensen laden. Op die manier kan het aanbod van laadinfrastructuur optimaal worden afgestemd op de vraag. Er wordt ook kennis opgebouwd over verschillende types voertuigen en laadsystemen. De proeftuin informeert gebruikers, bedrijven en investeerders over elektrisch rijden. Binnen de proeftuin worden alle verschillende vormen van elektrisch rijden getest en worden zoveel mogelijk verschillende merken en technologieën ingezet. Ook verschillende vormen van laden (inductief en conductief) en traag- en snelladen worden onderzocht. De proeftuin heeft zelf geen invloed op het aanbod van voertuigen (OEM s). De proeftuin concentreert zich in de eerste plaats op elektrische mobiliteit; er worden geen projecten uitgevoerd met betrekking tot voertuigen waterstof (m.u.v. 1 bus) en/of aardgas. Elk van de vijf proeftuinplatformen focust op bepaalde aspecten uit de waardeketen van elektrische mobiliteit en kan wel inzichten aanleveren om de bijkomende maatregelen die buiten de scope van de proeftuin vallen beter te onderbouwen.

33 31 4. De finaliteit van de vijf proeftuinplatformen Elk van de vijf proeftuinplatformen test alle componenten van elektrische mobiliteit: Laadinfrastructuur Voertuigen Energie / Smart Grid integratie De testpopulatie die zich verplaatst en ook gebruik maakt van laaddiensten en mobiliteitsdiensten. Toch heeft elk proeftuinplatform een bepaalde focus zodat er maar beperkte overlap is tussen de vijf platformen. In de tabel hieronder wordt weergegeven wat de focus is van elk platform. Figuur 8: overzicht van de focuspunten van de vijf platformen op het vlak van laadinfrastructuur en voertuigen Op de volgende bladzijden overlopen we stap voor stap, per component, welke onderzoeksvragen in de proeftuin aan bod komen.

34 Laadinfrastructuur Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen is een nieuwe markt, waarin heel wat nieuwe of bestaande marktspelers hun rol aan het zoeken zijn. In dit kader zijn er heel wat vragen open: Waar moeten we laadinfrastructuur plaatsen? publiek, semi-publiek (publiek toegankelijke parkings, ), privaat (bedrijfsparkings of bij particulieren)? Welk type laadinfrastructuur plaatsen? normaal of snelladen, conductief of inductief, voor fietsen/scooters of wagens? Wat zijn de technologische uitdagingen? welke stekkers, hoe realiseert men smart grid compatibiliteit,? Waar moeten we laadinfrastructuur plaatsen? Wat is de problematiek? Vele voertuigen zullen thuis kunnen laden (in garage of op oprit), maar het is nuttig om de batterij telkens als men parkeert bij te laden (vanuit het oogpunt van verhogen van het rijbereik maar ook vanuit het oogpunt van de batterij en mogelijke smart grid integratie). Daarom is een vrij uitgebreid netwerk van laadpunten op publiek en semi-publiek toegankelijk domein nodig (winkels, parkeergarages, parkings, maar bijvoorbeeld ook gemeentewegen). Dit geldt zowel voor personenwagens, bestelwagens als voor elektrische fietsen en scooters. Daarom worden ook vaak laadpalen gecombineerd in een zogenaamd laadeiland dat toelaat verschillende soorten voertuigen op te laden. Het is geen evidente keuze om te bepalen waar (en hoeveel) laadpunten voor elektrische voertuigen moeten geplaatst worden. Wat doet de proeftuin? Aan de hand van monitoring van het laadgedrag op de laadpunten van de proeftuin kan worden nagegaan waar/wanneer geladen wordt. Er wordt ook een project uitgevoerd om op basis van socio-economische gegevens te bepalen hoe groot de behoefte is aan publieke laadinfrastructuur. Welk type laadinfrastructuur plaatsen? Wat is de problematiek? De batterijen van elektrische voertuigen moeten frequent worden geladen. Er bestaan meerdere technische mogelijkheden om batterijen te laden. 1. Batterijwissel: de lege batterij van het voertuig wordt verwisseld in een batterijwisselstation 2. Inductief laden: via een inductieve lus in het wegdek en in de bodemplaat van het voertuig wordt een elektromagnetisch veld opgewekt met een midden frequentie ( khz), zo wordt elektrische energie draadloos overgebracht op het voertuig. 3. Conductief laden: het voertuig wordt via een kabel geconnecteerd met een laadpunt. Verschillende laadpunten kunnen worden gecombineerd in één laadpaal. De meeste laadpalen voorzien laadmogelijkheid voor één of twee voertuigen. De laadpaal wordt soms vergezeld van een zogenaamde Totem die visueel duidelijk maakt dat er laadpunten aanwezig zijn. Momenteel lopen er in Vlaanderen geen pilootprojecten rond batterijwisselstations. Er wordt wel onderzoek verricht in de proeftuin elektrische voertuigen rond inductief laden, maar deze technologie zit nog meer in de onderzoeksfase en wordt nog niet direct in grote aantallen uitgerold. Momenteel is de meest gangbare en mature laadtechnologie die van het conductief laden. De laadinfrastructuur die in de proeftuin wordt geplaatst is conductieve infrastructuur. Puur elektrische

35 33 voertuigen en plug-in hybride voertuigen kunnen, afhankelijk van het verplaatsingsgedrag, verschillende oplaadbehoeften hebben. De voertuigen kunnen ook verschillende types van oplaadmogelijkheden hebben : normaal laden (via AC) of snelladen (via AC of DC). Een AC-laadpunt is een punt waar een ACstroom (wisselstroom) wordt aangeboden. ACladen kan gebeuren via verschillende stekkers. De platformen uit de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen hebben gezamenlijk besloten dat Mode 3 laden met de IEC Type 2 stekker de standaard keuze wordt voor het opladen van elektrische wagens in de publieke oplaadinfrastructuur in Vlaanderen. Figuur 9: IEC Type 2 stekker Het zogenaamde Mode 3 laden combineert een zeer hoge graad van veiligheid met veelzijdige mogelijkheden voor het beheer van het laadproces en de integratie in het smart grid. De Type 2 Mennekes stekker is zowel geschikt voor standaard laden als voor semi-snel laden en is in de meeste Europese landen als standaardstekker aangenomen. De meeste laadpalen zijn daarnaast ook nog uitgerust met een zogenaamde traditionele Schuko stekker die toelaat traag te laden. Een DC-snellaadpunt is een laadpunt waar een DC-stroom (gelijkstroom) wordt aangeboden (snellaadstation) met een vermogen van meer dan 20kW. Naast personenwagens komen er ook elektrische fietsen, scooters, bussen en trucks op de markt. Kortom, meerdere type voertuigen waarvoor verschillende soorten laadinfrastructuur kunnen voorzien worden. Wat doet de proeftuin? In de proeftuin worden verschillende types laadinfrastructuur uitgerold en getest: normaal versus snelladen - EVA, imove, Olympus en Volt-Air: de meeste platformen focussen op het normaal laden via AC. Dit kan wel aan verschillende vermogens zijn gaande van 3,7 kw tot 22 kw. - EVA en imove : snelladen (AC of DC) komt in deze platformen ook aan bod, maar in beperkte aantallen. EVA werkt hiervoor samen met Total Belgium (eigen investering buiten de proeftuin) en binnen imove zal ThePluginCompany 10 snellaadpunten voorzien. conductief versus inductief laden - alle platformen focussen op het conductief laden binnen de proeftuin, dus met een laadkabel. Op termijn kan inductief laden voor personenwagens wel interessant zijn en een aantal constructeurs zijn hiermee gestart, maar deze ontwikkeling zit nog in de ontwikkelingsfase en vormt daarom geen deel uit van de investeringen binnen deze proeftuin. - Inductief laden komt echter wel aan bod binnen EVTecLab voor het opladen van de drie elektrische bussen die in de stad Brugge zullen ingezet worden. Hiervoor zal er tenminste één specifiek oplaadstation worden geplaatst op een stelplaats van De Lijn.

36 34 - Inductief laden zal ook worden onderzocht in het kader van het innovatief aanbestedingsproces binnen Olympus voor de ontwikkeling van het fietslaadstation van de toekomst. fietsen/scooters versus wagens - EVA, imove, Olympus en Volt-Air : plaatsen laadinfrastructuur voor personen- of bestelwagens - EVA en Olympus : plaatsen daarnaast ook laadpunten voor elektrische fietsen en scooters. EVA concentreert zich op private fietsen en scooters die willen laden en Olympus voor geïntegreerde laadsystemen voor deelfietsen.

37 Elektrische voertuigen Wat is de problematiek? Eén van de basisvereisten voor een duurzame mobiliteit is de keuze van het gepaste voertuig in functie van de te maken verplaatsing (zowel voor personen- als goederenvervoer). Dit betekent dat meerdere types van voertuigen nodig zijn: fiets, scooter, personenwagen, bestelwagen, truck, trein, tram, bus, Wat doet de proeftuin? Elk vervoermiddel heeft wel een elektrische variant en binnen de proeftuin komt dit brede gamma dan ook aan bod. Elektrische fietsen : - Olympus : investeert in elektrische fietsen die geplaatst worden in een deelsysteem aan de stations en in deelnemende steden Green Urban Mobiles (GUM s) : - Olympus : Recticel zal in een lopend IWT project een nieuw type elektrisch voertuig ontwikkelen dat binnen Olympus zal worden ingezet. Elektrische scooters en moto s: - Olympus : zal elektrische scooters aanbieden in een deelsysteem aan treinstations. - EVA test een beperkt aantal elektrische moto s van het type Vectrix en V-moto uit. Personenwagens en bestelwagens - EVA, imove, Olympus en Volt-Air : zullen investeren in tal van verschillende merken van elektrische voertuigen die standaard op de markt zijn. - EVTecLab : Punch Powertrain zal 40 standaard Ford Transit Connect voertuigen ombouwen met een zelf ontwikkelde, volledig elektrische aandrijflijn. De voertuigen zullen worden ingezet bij imove en bij EVTecLab. Trucks - EVTecLab : E-trucks Europe zal binnen dit platform, op basis van een DAF chassis, een aantal eigen elektrische trucks ontwikkelen. Bus - EVTecLab : Van Hool zal binnen de proeftuin 3 puur elektrische bussen ontwikkelen (die inductief en conductief kunnen opgeladen worden) en die in de stad Brugge zullen ingezet worden voor de normale dienstverlening van De Lijn. Daarnaast zal er ook één fuel-cell-bus ingezet worden als demonstratievoertuig in de proeftuin.

38 Energie / Smart Grids Wat is de problematiek? Het opladen van elektrische voertuigen kan een grote bijkomende last zijn voor het huidige elektriciteitsnet, maar indien goed op mekaar afgestemd kunnen de elektrische voertuigen ook opportuniteiten bieden. Door de introductie van meer hernieuwbare energie (wind, zon, ) in het elektriciteitsnet is er ook meer behoefte aan decentrale opslagcapaciteit en flexibele verbruikers. Elektrische voertuigen beschikken over een batterij en bieden dus decentrale buffercapaciteit, die kan worden benut op voorwaarde dat het laadproces intelligent kan worden aangestuurd. Door het verbruik van elektriciteit af te stemmen op de onvoorspelbare productie van hernieuwbare energie, kan de impact op het distributienet verlaagd worden. Hierdoor worden er kosten bespaard en wordt de hernieuwbare energie optimaal benut. Dit kan dus een economische en ecologische win/win opleveren. Wat doet de proeftuin? EVA, imove, Olympus en Volt-Air voeren projecten uit die een antwoord bieden op onderzoeksvragen rond energie. EVA : - de publieke oplaadeilanden in het EVA platform zijn allemaal aangesloten op het distributienet via een aansluitkast met een slimme meter en breedband internetconnectie. Op deze manier kan Eandis de impact op het grid in detail onderzoeken. Figuur 10: overzicht van de configuratie van een EVA- oplaadeiland imove : - ook Infrax heeft als distributienetbeheerder interesse in de impact van hun publieke oplaadpunten op het distributienet.

39 37 - daarnaast doen REStore en EDF Luminus onderzoek naar de mogelijkheden om de flexibiliteit van elektrische voertuigen op de energiemarkt te valoriseren. Hiervoor wordt nauw samengewerkt met de bedrijven uit imove die geïnvesteerd hebben in elektrische voertuigen en laadpunten op hun bedrijfsparkings. Olympus : - Infrabel : de integratie van de laadinfrastructuur met de energievoorziening in de stations is een belangrijk onderzoeksonderwerp in Olympus. In de eerste plaats om de mogelijkheden van energiebalancering (grid to vehicle) te onderzoeken. Op langere termijn is het ook interessant om te onderzoeken hoe elektrische voertuigen ook als buffer (vehicle to grid) kunnen dienen voor energieopslag. Gezien de grote variatie in de benodigde energie voor de aandrijving van de elektrische treinen doorheen de dag (spitsuren versus daluren) is de lokale buffering van elektriciteit een belangrijke opportuniteit bij Infrabel. Volt-Air : - Het eerste sublab binnen Volt-Air omvat het microgrid lab dat op de Siemens sites in Huizingen en Anderlecht geïnstalleerd is. Dit bestaat uit hernieuwbare energiebronnen ( m² zonnepanelen), een warmtekrachtkoppelingsysteem van de firma E. Van Wingen en laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. De energiestromen op de bedrijfssite zullen in dit microgrid geoptimaliseerd worden door het Decentralized Energy Management System (DEMS). - Binnen sublab 3 dat vnl. in de regio Kortrijk uitgevoerd wordt bij verschillende bedrijven, zal dit concept van micro grids ook uitgetest worden.

40 Testpopulatie: Verplaatsingsgedrag / Nieuwe mobiliteitsconcepten Wat is de problematiek? De loutere vervanging van wagens met een verbrandingsmotor door elektrische wagens biedt geen oplossing voor een aantal mobiliteitsvraagstukken zoals congestie. Daarom is het nuttig om na te gaan op welke manier elektrische voertuigen op een intelligente manier een oplossing kunnen bieden en ook kunnen bijdragen tot een modal shift naar meer collectief vervoer, vervoer per fiets enz Wat doet de proeftuin? In de proeftuin worden de meeste verplaatsingen gemonitord en wordt de testpopulatie bevraagd. Hierbij wordt aandacht besteed aan verschillende situaties: Voertuigen toegekend aan één vaste testgebruiker (bedrijfswagens) Voertuigen toegekend aan een groep van testgebruikers (poolwagens voor dienstverplaatsingen zowel voor personen als goederen) Voertuigen in een deelsysteem zoals Cambio voor wagens en Blue Bike voor fietsen, deze kunnen gebruikt worden door iedereen die zich abonneert Nieuwe mobiliteitsconcepten worden voornamelijk onderzocht binnen het platform Olympus waar actief onderzoek zal gebeuren rond genetwerkte en gedeelde mobiliteit. Olympus startte in Antwerpen, Gent, Hasselt en Leuven. In deze steden zullen deelauto's (Cambio) en deelfietsen, scooters en GUM s (Blue-bike) aan de stations ter beschikking staan. De gebruiker kan er kiezen voor een elektrische variant. In samenwerking met het Vlaams Instituut voor Mobiliteit, UGent en Transport & Mobility Leuven onderzoeken ze het mobiliteitsgedrag in vier categorieën: Woon-werkverkeer vanaf het station Stadsbezoekers vanaf het station en P+R parkings Lokale verplaatsingen stadsbevolking Dienstverplaatsingen door werknemers lokale bedrijven De testpopulatie binnen de proeftuin bestaat hoofdzakelijk uit werknemers van de deelnemende bedrijven en steden/gemeenten en uit particulieren. Ook in deze context wordt gewerkt met een systematische aanpak. Zo stelt Eandis binnen het EVA platform een elektrisch voertuig gedurende een bepaalde periode ter beschikking van de gemeentebesturen in Eandis werkingsgebied. Aan de gemeentebesturen wordt gevraagd te werken met een beurtrol: het voertuig wordt een aantal weken bestuurd door één vaste werknemer en een aantal weken door verschillende werknemers. Andere voertuigen binnen het EVA platform worden gebruikt voor uiteenlopende toepassingen. In Olympus wordt gewerkt met onder andere Cambiogebruikers en Blue-bike gebruikers die kunnen proefrijden met een elektrisch deelvoertuig. Voor onderzoeksdoeleinden wordt gewerkt met een vaste kern van testgebruikers die diepgaand wordt bevraagd en een veel grotere pool van testgebruikers wiens voertuig ook wordt gemonitord maar die niet deelnemen aan een bevraging.

41 39 De voertuigen die worden (om)gebouwd binnen EVTecLab worden geleverd aan imove, aan gemeentebesturen en aan De Lijn (bussen). Ze worden ook gebruikt voor staddistributie en voor vuilnisophaling (truck). De voertuigen die worden ingezet binnen Volt-Air zijn poolwagens en bedrijfswagens die worden uitgetest door werknemers van verschillende bedrijven. De grootte van de testpopulatie en de selectie van de verschillende onderzoeksgroepen gebeurt door de kennisinstellingen. Representativiteit betekent in dit kader dat een testpopulatie wordt geselecteerd met kenmerken die relevant zijn voor de onderzoeksvragen van een platform. De onderzoeksinstellingen die instaan voor de selectie en de opvolging van het testgebruik zijn: EVA en imove: VUB, iminds Olympus: VIM en TML Volt-Air: VITO

42 40

43 41 Deel 3: de levenscyclus van de proeftuin Wat is de levenscyclus van de proeftuin? De fasering van de proeftuin in het algemeen De activiteiten in jaar 1

44 42

45 43 Deel 3: de levenscyclus van de proeftuin 1. De fasering van de proeftuin in het algemeen Op 15 juli 2011 besliste de Vlaamse regering, op voorstel van de minister voor innovatie, Ingrid Lieten, over te gaan tot de goedkeuring van vijf proeftuinplatformen. De 5 platformen hebben elk een looptijd van 3 jaar. Elk platform kon zijn eigen startdatum zelf kiezen, rekening houdend met volgende criteria : ten vroegste op 1/2/2011 (d.i. de maand van indiening van de subsidieaanvraag bij IWT) en ten laatste op 1/1/2012. De effectieve startdatum van de 5 platformen is dus verschillend: 1/02/2011: Volt-Air 1/07/2011: imove 1/10/2011: EVA 1/01/2012: Olympus 1/01/2012: EVTecLab Het Programme Office, dat ondersteuning biedt aan de platformen en als eerste aanspreekpunt optreedt voor de buitenwereld, is opgestart op 1/09/2011. Een van de eerste acties die het Programme Office i.s.m. de 5 platformen heeft opgezet wat het officiële startmoment van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen op 29/09/2011 in de gebouwen van het Vlaams Parlement. De fasering van elk platform is in volgende blokken samen te vatten (richtwaarde) : Jaar 1 : - opzetten van de juridische vormgeving van het platform : contracten, interne werking, samenwerking Programme Office, gebruikersgroepen, communicatieplan, - aanschaf en installatie van de testinfrastructuur : elektrische voertuigen, laadinfrastructuur, ICT back office voor data collectie, - aantrekken en selectie van de testpopulatie : werknemers deelnemende bedrijven, particulieren, steden en gemeenten - opstart overkoepelende werkgroepen : interoperabiliteit, testpopulatie, data monitoring - uitwerken en indienen van de eerste onderzoeksprojecten; in het eerste jaar zijn dit voornamelijk de projecten vanuit de platformpartners zelf. Deze projecten waren reeds bij het indienen van het subsidiedossier vermeld. Daarnaast heeft het Programme Office een

46 44 projectaanvraagtemplate voor externe gebruikers opgesteld en heeft elk platform een interne beoordelingsprocedure opgesteld om deze externe aanvragen te verwerken. - communicatie : algemene bekendmaking van de opzet van de proeftuin - contacten met Europese initiatieven en projecten, verzamelen van lessons learned in het buitenland, input voor de werkgroepen Jaar 2 Jaar 3 : - operationeel houden van de open testinfrastructuur - focus meer en meer op de data monitoring : loggen van data rond voertuigen, laadgedrag, verplaatsingsgedrag, gebruikersfeedback, - opzetten van bijkomende onderzoeks- en innovatieprojecten - contacten met Europese initiatieven en projecten, verzamelen van lessons learned in het buitenland, input voor de werkgroepen - communicatie : platformen kunnen tussentijds deelresultaten van de data monitoring of onderzoeksprojecten communiceren, timing is afhankelijk van de beschikbaarheid van de data en voor projecten is het niveau van detail te bepalen door de projectconsortia - communicatie zal in jaar 2 en jaar 3 meer en meer op specifieke doelgroepen toegespitst gaan worden : steden/gemeenten, energiesector, mobiliteitssector, automotive, ICT, 2. De stappen in werkingsjaar 1 De stappen uit jaar 1 worden hieronder toegelicht : Juridische vormgeving van elk platform Tijdens de eerste maanden na de opstart werd werk gemaakt van de juridische vormgeving van de platformen: elk platform sloot een subsidieovereenkomst af met IWT. Deze overeenkomst diende door alle platformpartners samen ondertekend te worden. Het Programme Office maakte kennis met alle platformen en de nodige afspraken over samenwerking tussen het Programme Office en het platform werden gedocumenteerd in een gedragscode. De interne werking alsook de aanpak richting communicatie en samenwerking met externe gebruikers werd op punt gezet. Opzetten van de open testinfrastructuur Heel wat inspanningen gingen in jaar 1 naar het opzetten van de open testinfrastructuur. Tijdens het eerste jaar van de proeftuin gingen de platformen over tot de installatie van de laadinfrastructuur bij particulieren, bedrijven en op publiek toegankelijke plaatsen. EVA (Eandis) en imove (Infrax) legden hiervoor ook contacten met de betrokken gemeentebesturen voor de plaatsing van de laadinfrastructuur op gemeentewegen en werd er overlegd met het Agentschap Wegen en Verkeer voor de plaatsing van een aantal laadpalen op gewestwegen. Daarnaast werden ook de voertuigen besteld en in gebruik genomen. EVTecLab bouwt zijn elektrische voertuigen zelf en is in jaar 1 gestart met de studie van de elektrische aandrijflijn en met

47 45 de aankoop van de basisvoertuigen die omgebouwd zijn (Ford Connect bestelwagen en DAF truck). Voor de omgebouwde voertuigen werd in jaar 1 ook de homologatieprocedure bijna volledig uitgevoerd. Naast voertuigen en laadinfrastructuur, werden ook de achterliggende ICT platformen opgezet. De rol van ICT in de proeftuin en in het kader van elektrische mobiliteit wordt verder in dit document toegelicht. Aantrekken en selecteren van de testpopulatie Vervolgens moest voor elk platform een testpopulatie worden gezocht. Er werden contacten gelegd met bedrijven die hun medewerkers als testpersoon inschakelen door hen te laten rijden met een elektrische bedrijfswagen of een poolwagen. Naast bedrijven worden ook particulieren ingeschakeld als testpersoon. Het is belangrijk dat de testpopulatie die wordt geselecteerd een representatieve afspiegeling is van de toekomstige gebruikers van elektrische voertuigen want in de proeftuin willen we zoveel mogelijk leren over hindernissen die nog moeten worden weggewerkt om elektrische mobiliteit ingang te doen vinden in Vlaanderen. Opstart overkoepelde werkgroepen : interoperabiliteit, testpopulatie, data monitoring In jaar 1 zijn een aantal werkgroepen in het leven geroepen die overkoepelend zijn over de 5 platformen heen. Door samen te komen met de 5 platformen tegelijk kunnen onderwerpen die van gemeenschappelijk belang zijn samen aangepakt worden. Onder begeleiding van het Programme Office zijn er 3 werkgroepen opgestart nl. rond interoperabiliteit, testpopulatie en data monitoring. Meer informatie hierover vindt u in deel 6 van dit document bij de activiteiten van het Programme Office. Contact met Europese initiatieven en projecten Deze contacten hebben 2 doelen : enerzijds om onze proeftuin op Europees niveau bekend maken en anderzijds de ervaringen uit Europese initiatieven vertalen naar de activiteiten binnen de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen. De contacten leidden reeds tot talrijke uitwisselingen en tot een handelsmissie naar de regio Baden- Württemberg, een van de grootste proeftuinen voor elektrische mobiliteit in Europa. Gebruikersgroepen Elk platform heeft in 2012 zijn eerste gebruikersgroepen georganiseerd. 25/04/2012 : Olympus 9/05/2012 : Volt-Air 22/06/2012 : imove 19/09/2012 : EVA 18/10/2012 : Olympus 13/12/2012 : EVTecLab

48 46 Communicatie Het Programme Office heeft in Jaar 1 gefocust op de algemene bekendmaking van de opzet van de proeftuin als geheel. Vanaf Jaar 2 zal de communicatie meer toegespitst worden op specifieke doelgroepen : steden/gemeenten, energiesector, mobiliteitssector, automotive, ICT, Elk proeftuinplatform verzorgt daarnaast zijn eigen platformspecifieke externe communicatie (website, events, persmomenten, ). Omdat elk platform een verschillende startdatum en werkplan heeft, volgt deze communicatie een eigen levenscyclus. Er wordt echter steeds getracht om de communicatiemomenten onderling af te stemmen. Meer informatie kan u terugvinden in deel 6. De verschillende fasering van de vijf proeftuinen heeft voor gevolg dat de mijlpalen van elk platform op een verschillend moment vallen. Dit maakt de opvolging en onderlinge afstemming wel iets complexer maar heeft als belangrijk voordeel dat de communicatiemomenten gespreid worden in de tijd. Zo worden de platformen en de externe stakeholders in de mogelijkheid gesteld om de verschillende communicatiemomenten van de verschillende platformen bij te wonen.

49 47 Deel 4: de deelnemers aan de proeftuin Wie neemt er deel aan de proeftuin? De hoofdpartners van elk platform De platformpartners De leveranciers en onderaannemers De openbare besturen Derden die projecten uitvoeren Nieuwe rollen en verantwoordelijkheden De testpopulatie

50 48

51 49 Deel 4: de deelnemers aan de proeftuin 1. De hoofdpartners van elk platform Hieronder vindt u een overzicht van de hoofdpartner van elk platform. De hoofdpartner staat in voor het projectmanagement van het platform en zorgt voor de coördinatie van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van zijn platform. EVA Eandis Eandis wenst, als grootste netbedrijf in Vlaanderen, proactief de impact van het opladen van elektrische voertuigen op elektriciteitsnetten te bestuderen. Bovendien zal Eandis als platformverantwoordelijke van EVA ondersteuning bieden aan steden en gemeenten bij de realisatie van hun klimaatdoelstellingen. Enerzijds participeert Eandis via de installatie van oplaadeilanden. Dit unieke concept kadert binnen de studie van Eandis omtrent een actief en slim beheer van de elektriciteitsnetten. Daarnaast stelt Eandis een aantal elektrische wagens ter beschikking van steden en gemeenten. Het doel van deze uitleenperiodes is tweeërlei. Enerzijds wil het project steden en gemeenten laten kennismaken met elektrische mobiliteit. Anderzijds vormen deze uitleenbeurten onderdeel van een wetenschappelijk onderzoek naar het rij- en verbruiksgedrag, dat permanent wordt geregistreerd. EVTecLab - Punch Powertrain Punch Powertrain is OEM-ontwikkelaar en -producent van continu variabele transmissies (CVT), hybride en elektrische aandrijvingen voor personenwagens. Punch Powertrain streeft ernaar om een vooraanstaande, onafhankelijke aanbieder te zijn van duurzame, innovatieve aandrijftechnologieën voor de automobielindustrie. Vandaag heeft Punch Powertrain naast verschillende Aziatische OEM s ook klanten uit Rusland en de VS in portefeuille. Het bedrijf heeft vestigingen in Sint-Truiden, België en Nanjing, China. imove Umicore Umicore is een wereldleider in de productie van kathodematerialen voor lithium-ionbatterijen die het hart uitmaken van de elektrische wagens. Dankzij haar technologische expertise speelt Umicore een grote rol in alle imove onderzoeksprojecten die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van deze batterijen, bijvoorbeeld met betrekking tot hun autonomie en prestaties in het algemeen. Umicore is ook coördinator van imove. Elektrische wagens passen perfect in het duurzaamheidsprofiel van Umicore. Umicore ontwikkelt en produceert kathodematerialen voor herlaadbare batterijen in elektrische en hybride voertuigen en staat volledig achter de promotie van elektrische wagens via imove. Bovendien zal Umicore de

52 50 batterijen van deze wagens ook op een duurzame manier kunnen recycleren in onze fabriek in Hoboken. Ook de medewerkers worden in dit initiatief betrokken. Olympus NMBS Holding - De NMBS-Holding wil duurzame mobiliteitsoplossingen voorzien en/of faciliteren teneinde de positie van openbaar vervoer t.o.v. privaat vervoer te versterken. Aanvullend en complementair aan het openbaar vervoer werden nieuwe diensten ontwikkeld zoals autodelen (Cambio i.s.m. Optimobil Vlaanderen) en fietsdelen (Blue-bike ism Blue-mobility). Met een deelname in beide ondernemingen ondersteunt de NMBS-holding de shift van auto- of fietsbezit naar auto- of fietsgebruik. Spoorwegstations worden derhalve werkelijke mobiliteitsknooppunten voor mobiliteitsdiensten en spelers op het vlak van genetwerkte mobiliteit. Steden zijn ook belangrijke partners in dit model van genetwerkte mobiliteit vanuit een strategische invalshoek om de verkeersdruk in de stadscentra te verminderen en de levenskwaliteit te verhogen. Daarom zal NMBS-holding samen met Infrabel investeren in gemengde laadinfrastructuur op de stationsparkings en zullen de steden samen met Blue-mobility investeren in publieke fietslaadinfrastructuur in de steden. Een B2B open service hub zal de interactie tussen alle marktspelers op het vlak van genetwerkte mobiliteit faciliteren en nieuwe mobiliteitsdiensten helpen uittesten en realiseren. Volt-Air Siemens Siemens is een technologische topspeler die kan bogen op meer dan 160 jaar geschiedenis. Vandaag realiseert de groep met medewerkers verspreid over 190 landen een jaaromzet van 73,5 miljard EUR. In België en Luxemburg telt Siemens bijna medewerkers, samen goed voor een omzet van zowat 1 miljard EUR. De activiteiten zijn gebundeld in vier Sectoren, zowel internationaal als in België: Industry, Energy, Healthcare en Infrastructure & Cities. Industry is een van s werelds grootste leveranciers van innovatieve, milieuvriendelijke producten, diensten en oplossingen voor industriële klanten. Energy maakt het mogelijk om energie te genereren en te transporteren. Ook het produceren, omzetten, en transporteren van olie en gas behoort tot het portfolio. Healthcare biedt een brede waaier van producten en oplossingen voor de volledige zorgketen uit één enkele bron van preventie en vroege detectie over diagnose tot behandeling en nazorg. Infrastructure & Cities levert innovatieve en groene infrastructuur voor de steden van morgen: technologische totaaloplossingen en systemen voor duurzame mobiliteit, betrouwbare stroomverdeling, intelligente netwerken (smart grids), veilige en energie-efficiënte gebouwen.

53 51 2. De platformpartners Op de volgende bladzijde vindt u een overzicht van de partners per platform. Het gaat telkens om bedrijven uit de energiesector, industriële partners die instaan voor innovatie op het vlak van voertuigtechnologie of batterijtechnologie, bedrijven actief in de laadsector, eigenaren van vloten, kennisinstellingen, mobiliteitsaanbieders en eigenaars of uitbaters van parkeergelegenheden waar de laadinfrastructuur wordt geïnstalleerd zoals bedrijven en gemeentebesturen. Ook andere sectoren die een cruciale rol spelen bij de uitrol van elektrische mobiliteit zijn vertegenwoordigd zoals de telecom- en ICT-sector en bedrijven die consulting en opleiding aanbieden op het vlak van elektrische mobiliteit. Sommige organisaties zijn ook op meerdere vlakken actief. Zo zijn de openbare besturen ook vlooteigenaars en testen zij in het kader van de proeftuin ook elektrische voertuigen uit.

54 52 Proeftuinplatform EVA imove EVTecLab Olympus Volt-Air Distributienet- Eandis Infrax Infrabel beheerder Energieleverancier EDF Luminus Elexys Energiediensten REstore Siemens E.Van Wingen Voertuigtechnologi e Batterijtechnologie Federauto Umicore Punch Powertrain Punch Powertrain E-trucks Europe Van Hool Triphase Emrol Recticel Volvo Cars Laadsector Vlootbeheerders Mobiliteitsdiensten, collectief vervoer Blue Corner enovates Artexis Cofely Services Ghistelinck IKEA Belgium Manus SOWEPO P&V Elektrotechniek ThePluginCompany Janssen Pharmaceutica Delhaize Group Ernst&Young Autorijschool Hendriks Bombardier BeCharged (*) Siemens Cambio Blue Bike VAB Fleet&Driver Care De Lijn NMBS Holding Blue Mobility Optimobil Vlaanderen (Cambio) Bramasole Kennisinstellingen VUB, UGent VUB, Flanders Drive, i.s.m. iminds Openbare besturen, parkeerbedrijven Brasschaat Brecht Edegem Mortsel Knokke Brugge Gent Turnhout West- Vlaanderen Oost- Vlaanderen Prov.Antwerpen Interparking Antwerpen GAPA VUB iminds Flanders Drive VIM,TML UGent iminds VUB KULeuven Gent Hasselt Leuven Antwerpen Westlease KHLim Energyville (KUL,VITO) Kortrijk Telecommunicatie, Telenet Belgacom Syntigo (*) Powerdale ICT Consulting, 4IS opleiding Educam Figuur 11: overzicht van de verschillende partners die deelnemen aan de proeftuin (*) via onderaanneming of aanbesteding

55 53 3. De leveranciers en onderaannemers Elk proeftuinplatform doet ook beroep op andere bedrijven dan de partnerbedrijven voor bijvoorbeeld de levering van voertuigen en de levering van laadinfrastructuur. Binnen de proeftuin worden bewust zoveel mogelijk verschillende merken en types van voertuigen getest, om een zo breed mogelijk ervaring op te bouwen. Ook worden er verschillende merken van laadpalen geplaatst, deels omdat de aanschaf via openbare aanbestedingen verloopt maar deels ook bewust om interoperabiliteit verder uit te testen. Zo coördineerde Olympus een overheidsopdracht voor de installatie van fietslaadinfrastructuur in de Olympus steden en voor de installatie van gemengde laadinfrastructuur in de stations. Deze infrastructuur wordt in beide gevallen geleverd door de firma BeCharged. De ontwikkeling van de B2B open service hub gebeurt door Syntigo in onderaanneming van NMBS-holding en Infrabel. 4. De openbare besturen Naast de gemeentebesturen en provinciebesturen die als partner betrokken zijn binnen een platform, werken er heel wat andere besturen mee doordat ze bijvoorbeeld concessies verlenen voor de plaatsing van laadinfrastructuur op gemeentewegen of omdat ze voertuigen uittesten als testgebruiker. 5. De gebruikers Elk proeftuinplatform is een open innovatieplatform. Dit betekent dat derden die innovatie- en onderzoeksprojecten willen uitvoeren of hun steentje willen bijdragen tot de projecten die de platformpartners uitvoeren, kunnen toetreden tot een platform. Zulke derde partijen worden in het proeftuinjargon ook wel de gebruikers van de proeftuin genoemd. In oktober 2012 trad de firma Lidl toe tot het EVA-platform. Lidl investeerde zelf in laadinfrastructuur op de parkings van twee Lidlfilialen. Deze laadpalen voor zowel fietsen, scooters als wagens worden gevoed door zonnestroom via PV-installaties op de daken van de supermarkt. De laadgegevens van de laadinfrastructuur worden ter beschikking gesteld van EVA voor verdere verwerking. Ook The Brussels Airport Company nam het initiatief om een aantal laadplaatsen te voorzien in Zaventem. Het proefproject liep van juni tot november 2012 en was een samenwerking tussen The Brussels Airport Company, Sheraton, Opel, ThePluginCompany en Blue Corner. Het project heeft het debat rond elektrische mobiliteit op de luchthaven helpen opstarten en The Brussels Airport Company heeft van in het begin aangegeven dat ze haar ervaringen met de Proeftuinen wil delen. The Brussels Airport Company is er ook van overtuigd dat de unieke context van de luchthaven de mogelijkheid biedt om verder onderzoek uit te voeren rond laden en smart grid applicaties en de ontwikkeling en gebruik van aangepaste elektrische voertuigen.

56 54 Andere organisaties die toenadering zochten tot de platformen waren o.a. Mondo vzw, Verstraete en Nissan. Zo zal Nissan samenwerken met bijvoorbeeld het EVA platform op het vlak van bijkomende DC snelladers als aanvulling op de bestaande laadeilanden. 6. Nieuwe rollen en opportuniteiten Elektrische mobiliteit geeft aanleiding tot nieuwe processen zoals het ter beschikking stellen van laadplaatsen op publiek toegankelijke plaatsen en de verwerking van betalingen. Deze nieuwe rollen die ontstaan in het kader van het laden van voertuigen worden hieronder weergegeven: Figuur 12: overzicht van nieuwe rollen en taken met betrekking tot het laden In de praktijk zien we dat verschillende bedrijven actief zijn in het laadgebeuren en één of meerdere rollen op zich nemen. Zo kan een laadplaatsaanbieder een privaat bedrijf zijn maar bijvoorbeeld ook een overheid. Sommige bedrijven nemen ook meer dan één rol op of organiseren zich in een groep van bedrijven die de verschillende facetten aanbieden. In het volgend overzicht geven we weer wie welke rol zoal opneemt (wat niet uitsluit dat nog nieuwe invullingen en business modellen kunnen ontstaan).

57 55 Figuur 13: overzicht van nieuwe rollen en taken met betrekking tot het laden De manier waarop de verschillende rollen worden georganiseerd binnen een regio worden ook wel het marktmodel genoemd. Deze marktmodellen krijgen in de verschillende Europese regio s langzaam vorm en komen in feite bottom-up tot stand door de positionering en afspraken van de verschillende spelers in de markt. Hieronder vindt u een figuur van het internationale emi3-project dat ook een gelijklopende opsplitsing geeft als in de Vlaamse proeftuin wordt weergegeven. Figuur 14: overzicht van de nieuwe marktrollen die in Europese projecten worden omschreven

58 56 7. De testpopulatie Binnen de proeftuin wordt gewerkt met een "real-life testpopulatie. Dit betekent dat de voertuigen zoveel mogelijk worden ingezet voor normale, dagelijkse verplaatsingen. Dus niet als demovoertuig op bijvoorbeeld een circuit of afgesloten testdomein. De bedoeling is zoveel mogelijk te leren over de hindernissen die zich voordoen en over de leerervaring en perceptie van de testpopulatie De selectie van de testpopulatie De testpopulatie binnen de 5 platformen bestaat hoofdzakelijk uit werknemers van bedrijven (bijvoorbeeld de werknemers van de vlootbeheerders in figuur 4), gemeentepersoneel maar ook particulieren (bij imove en Olympus). Particulieren konden zich aanmelden als kandidaat testgebruiker van een personenwagen bij imove via een website (opgelet : is momenteel niet meer actief). De werving van testgebruikers ging gepaard met een groots opgezette mediacampagne. In totaliteit schreven meer dan 3000 burgers zich in. Daaruit werden door de VUB viermaal een vijftigtal gezinnen geselecteerd op basis van een aantal socio-demografische parameters, teneinde een zo gedifferentieerd mogelijk testpubliek te verkrijgen. Deze gezinnen werden telkenmale door Infrax uitgerust met een elektrisch voertuig en een laadpunt bij hen thuis. De testgebruikers kregen zo gedurende 10 weken de gelegenheid om te proeven van elektrisch rijden. De derde sessie is net voor de kerstvakantie beëindigd. Begin januari 2013 start de vierde en laatste groep testgezinnen. Alle wagens zijn uitgerust met GPS tracking en alle laadpalen worden op kwartierbasis gecontroleerd en gemeten. Gedurende twee weken houden de gebruikers ook een "mobiliteitsdagboek" bij. Alle vergaarde traject- en verbruiksgegevens worden op dit moment verwerkt en bijgehouden in de imove-database. Ook Olympus heeft in 2012 een selectieprocedure gelanceerd voor de werving van testgebruikers voor de verschillende vervoersmodi (elektrische fietsen en elektrische wagens in een eerste fase, elektrische scooters en GUMs in een later stadium). Dit gebeurde via een oproep via de pers en via om in de vier Olympus steden testgebruikers aan te trekken. Ondertussen hebben reeds een 600-tal personen zich kandidaat testgebruiker gesteld. Uit deze populatie zullen door TML gebruikersprofielen geanalyseerd worden waarrond dan de kerntestgebruikers geselecteerd zullen worden. Deze kerntestgebruikers zullen gedurende de looptijd van de Olympus proeftuin intensief opgevolgd en bevraagd worden De monitoring van het testgebruik De meeste testvoertuigen worden gemonitord. Ook vanuit de laadinfrastructuur worden er gegevens over het laden opgeslagen voor onderzoeksdoeleinden. De onderzoeksinstellingen bevragen de testgebruikers ook over hun ervaringen via bijvoorbeeld enquêtes. Dit maakt het mogelijk het verplaatsingsgedrag en de technische karakteristieken van het voertuig op te volgen. Er wordt ook informatie opgeslagen over het laden. De mate van detail van deze opvolging verschilt per platform en is afhankelijk van de onderzoeksprojecten die binnen elk platform worden uitgevoerd.

59 De testpopulatie en de privacy wetgeving Uiteraard is de verzamelde data gevoelige informatie op het vlak van privacy. Het Programme Office informeerde hieromtrent bij de Commissie voor de Bescherming van de Private Levenssfeer (CBPL). Elk platform moet bij het beheer de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen en moet voldoen aan de vereisten van de regelgeving op het vlak van de privacy en meer bepaald het beheer van persoonsgegevens. Concreet rusten op de verantwoordelijke binnen elk platform voor de verwerking van persoonsgegevens volgende verplichtingen: De kwaliteit van de gegevensverwerking garanderen; De verwerking aangeven bij de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer; Informatie verstrekken aan de betrokkene; De beveiliging en de vertrouwelijkheid van de gegevensverwerking waarborgen. Daarnaast moet er ook specifieke aandacht worden besteed aan de manier waarop persoonsgegevens worden gebruikt voor onderzoeksprojecten. Elk platform zal hiervoor een specifieke procedure moeten hebben en dit per onderzoeksproject regelen met de derden die het project uitvoeren. Krachtens de privacywet dienen de persoonsgegevens toereikend, ter zake en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt. Er moet dus duidelijk gemotiveerd worden waarom bepaalde specifieke gegevens zoals bijvoorbeeld de leeftijd van de gebruiker of de gezinssituatie relevant of noodzakelijk zijn voor het onderzoek. Het Programme Office ontwikkelde een self assessment vragenlijst voor de platformen. Elk platform ging samen met de onderzoeksinstellingen na op welke manier de privacy geregeld wordt en maakte daaromtrent afspraken.

60 58 8. Formalisering van de afspraken tussen de deelnemers in de proeftuin Het opzetten van een open real-life testinfrastructuur waarin een uitgebreide testpopulatie dagdagelijks gebruik maakt van innovatieve producten en diensten, is geen evidentie. Ten eerste zijn er zeer veel bedrijven bij de opzet van de proeftuin betrokken. Zeker in het domein van elektrische mobiliteit komen deze bedrijven dan ook nog eens uit totaal verschillende sectoren, elk met een eigen cultuur en dynamiek : voertuigindustrie, energiemarkt, ICT, mobiliteit, lokale overheden, Deze sectoren worden in de proeftuin elektrische voertuigen allemaal samengebracht en zullen intens moeten samenwerken om succesvol te zijn. Innovatie staat centraal wat direct ook betekent dat er aandacht moet zijn voor eigendomsrechten, Ten tweede is een proeftuin een real-life gebeuren met een real-life testpopulatie. Deze personen zullen tijdens de proeftuin gemonitord worden zodat er ook aandacht moet zijn voor privacyaspecten ed. De testpopulatie maakt ook gebruik van infrastructuur die niet noodzakelijk hun eigendom is, dus hier moeten ook goede afspraken vastgelegd worden rond gebruik als goede huisvader, verzekering, Bij laadinfrastructuur die op publiek domein geplaatst wordt, dienen concessies opgesteld te worden met de steden en gemeenten etc. Ten derde is de proeftuin deels gefinancierd door de overheid wat inhoudt dat een deel van de opgebouwde kennis nuttig moet zijn voor de maatschappij en het beleid. Naast de economische valorisatie, die sowieso nuttig is voor de deelnemende bedrijven, dient er aandacht te zijn voor de meer maatschappelijke resultaten die naar buiten kunnen gebracht worden. Ten vierde is de proeftuin een open testinfrastructuur wat betekent dat er steeds externe partijen ( gebruikers ) zich kunnen aanmelden om samen te werken met het platform (projecten). Hiervoor dienen er ook afspraken vastgelegd te worden om de manier van samenwerken vast te leggen. Kortom, binnen een proeftuin dienen er tal van afspraken/overeenkomsten/contracten tussen de betrokken partijen vastgelegd te worden. Sommige overeenkomsten kunnen deels gestandaardiseerd worden, andere zijn soms echt maatwerk. Hieronder volgt een (niet exhaustief) overzicht van een aantal contracten in gebruik binnen de Proeftuin (zie ook onderstaande figuur) : De partners binnen elk platform sloten een samenwerkingsovereenkomst af. Omdat het platform zelf geen rechtspersoonlijkheid heeft sloot IWT tijdens het eerste werkingsjaar van de proeftuin een contract per platform af dat door alle partners samen ondertekend moest worden. De gebruikers die toetreden tot het platform maken deel uit van de gebruikersgroep en tekenen het reglement van orde van de gebruikersgroep. Dit reglement van orde geeft de rechten en plichten van de gebruikers ten opzichte van het platform weer. Individuele afspraken over het gebruik van infrastructuur of voor de uitwisseling van data voor een onderzoeksproject worden geregeld in een projectovereenkomst. Het Programme Office heeft met de hoofdpartner van elk proeftuinplatform een gedragscode afgesloten. In dit document wordt verduidelijkt wat de proeftuinplatformen mogen verwachten van het Programme Office.

61 59 De projectstructuur en de soorten contracten worden weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 15: Overzicht van contracten en afspraken in de proeftuin elektrische voertuigen

62 60

63 61 Deel 5: de infrastructuur na jaar 1 Welke testinfrastructuur is na 1 jaar beschikbaar voor het uitvoeren van onderzoeks-en innovatieprojecten? Laadinfrastructuur Micro gridkoppeling en decentrale energieproductie Elektrische voertuigen Testpopulatie ICT

64 62

65 63 Deel 5: de infrastructuur na jaar 1 1. Inleiding Elk proeftuinplatform heeft een aantal generieke bouwstenen voor het opzetten van een open testinfrastructuur: elektrische voertuigen, laadinfrastructuur, dataloggers, ICT platformen, Deze testinfrastructuur wordt real-life gebruikt door een testpopulatie. In dit deel van het jaarverslag wordt beknopt toegelicht wat de stand van zaken is op vlak van de infrastructuur begin Deze statistiek is een overzicht van : de infrastructuur gefinancierd door de proeftuin: voertuigen, laadinfrastructuur, dataloggers, zonnepanelen, WKK, de infrastructuur die niet rechtstreeks gefinancierd werd via de proeftuin maar die wel relevant is voor de onderzoeksactiviteiten : - infrastructuur ingebracht door de proeftuinpartners op eigen budget (en waar logging op gebeurt) - infrastructuur vanuit Europese of andere projecten die formeel gelinkt werden aan een proeftuinplatform. Dit heeft het voordeel dat gegevens tussen de proeftuin en het project worden uitgewisseld waardoor de dataset over laadgegevens of verplaatsingsgegevens verbreedt.

66 64 1. De laadinfrastructuur Elk proeftuinplatform heeft laadinfrastructuur want de elektrische voertuigen moeten natuurlijk ergens kunnen opgeladen worden. De focus en de bijhorende onderzoeksvragen kunnen per platform wel verschillend zijn. Het ene platform is misschien enkel een gebruiker van de laadinfrastructuur, terwijl een andere platform hier net diepgaand onderzoek op wil doen om te onderzoeken hoe de uitrol van laadinfrastructuur best kan gebeuren : welk marktmodel, hoe zit het met gebruikersacceptatie, wat de impact op het grid is, Vragen genoeg om in de proeftuin verder te onderzoeken. De uitrol van laadinfrastructuur startte geleidelijk begin 2012 en kende vanaf het voorjaar 2012 een gestage groei tot 172 locaties eind februari In de figuur hieronder wordt duidelijk hoe de aangroei gespreid was over de verschillende maanden. Het merendeel van de laadlocaties (159) zijn gesubsidieerd binnen de proeftuin. Een aantal (13) werd ingericht door partners in de proeftuin maar gefinancierd met eigen middelen of via andere projecten. Deze laadlocaties zullen ook binnen de proeftuin worden gemonitord. Figuur 16: overzicht van de geleidelijke uitrol van laadinfrastructuur per maand in de Vlaamse proeftuin (tot 1 maart 2013) Er wordt zowel laadinfrastructuur geplaatst voor wagens als ook voor elektrische fietsen en scooters. 16 laadlocaties zijn uitsluitend voorzien voor fietsen en scooters en 93 locaties zijn uitsluitend uitgerust voor wagens. Op 63 locaties met laadinfrastructuur kan men zowel fietsen als personenen bestelwagens laden. Dit is mogelijk omdat op deze locaties meerdere laadpalen werden geplaatst. Soms is het ook nodig om op één locatie meerdere laadpalen specifiek voor wagens te voorzien zoals op een bedrijfsparking of een supermarkt waar meerdere wagens gelijktijdig laden. Het aantal laadpalen bedraagt dus een veelvoud van het aantal laadlocaties. De meeste laadpalen beschikken ook over twee of meerdere laadpunten (of stopcontacten). Hierdoor bedraagt het totaal aantal laadpunten een veelvoud van het totaal aantal locaties waar kan worden geladen. Volgende grafiek geeft een overzicht van de situatie in de Vlaamse proeftuin begin In de volgende figuur vindt u een overzicht van het aantal laadlocaties en van het aantal laadpalen dat op deze locaties beschikbaar is. Er wordt ook aangegeven of het gaat om laadpalen

67 65 voor fietsen/scooters of voor personenwagens/bestelwagens. Ook het totaal aantal laadpunten wordt in dezelfde figuur weergegeven. Figuur 17: overzicht van de laadplaatslocaties, laadpalen en laadpunten in de Vlaamse proeftuin na het eerste werkingsjaar (toestand 1 maart 2013) In totaal werden in de proeftuin 334 laadpalen geïnstalleerd (waarvan 261 gesubsidieerd werden binnen de proeftuin): 114 voor fietsen/scooters en 220 voor wagens. Deze laadpalen zijn uitgerust met 862 laadpunten (455 voor fietsen en 407 voor wagens). Een aantal laadpalen voor wagens staan op plaatsen die niet publiek toegankelijk zijn. Het kan gaan om een afgesloten bedrijfsparking of om een laadpaal die door imove bij testgezinnen thuis werd geïnstalleerd. Momenteel zijn van de 407 laadpunten voor wagens 289 laadpunten toegankelijk voor het publiek. Dit laatste getal zal in de loop van 2013 stijgen omdat imove de laadpalen die in 2012 bij gezinnen stonden zal verplaatsen naar publiek domein in De situatie die hierboven wordt weergegeven is dus een momentopname. De volgende figuur geeft weer waar de laadlocaties werden ingeplant.

68 66 Figuur 18: overzicht van de laadinfrastructuurlocaties volgens wegtype De laadlocaties werden ingericht door de verschillende platformen en ze werden uitgerust met palen van verschillende fabrikanten om ook de interoperabiliteit te kunnen bestuderen en testen. Figuur 19: overzicht van de laadpalen in de proeftuin opgesplitst per fabrikant Zoals reeds eerder werd toegelicht, spitst elk platform zich toe op specifieke onderzoeksvragen en heeft elk platform een eigen mijlpalenplan. Zo startte EVA met de uitrol van laadeilanden op openbaar domein, vooral in de provincie West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams- Brabant. Op zo n laadeiland worden laadpunten voor fietsen en wagens geconcentreerd aangeboden. imove concentreerde zich het eerste jaar op de plaatsing van individuele laadpalen bij burgers en bedrijven, voornamelijk in Limburg. Hierdoor waren zij actief op relatief veel verschillende locaties. Dit wordt weerspiegeld in de cijfers over de laadlocaties en laadpunten van elk platform en in de geografische spreiding van de laadlocaties en laadpunten over de provincies.

69 67 Figuur 20: overzicht van de laadlocaties en laadpalen per platform en per provincie Eind januari 2013 wordt 74% van de geïnstalleerde laadlocaties permanent gemonitord door de platformen. Op basis van deze meetgegevens kan een eerste beeld worden gegeven van het gebruik van de laadinfrastructuur. Als we de eerste meetgegevens over 2012 extrapoleren, stellen we vast dat op laadplaatsen waar wagens kunnen laden er gemiddeld 15 laadbeurten per maand werden geregistreerd en op laadlocaties waar fietsen kunnen laden er gemiddeld 11 laadbeurten per maand werden opgetekend. Deze eerste monitoringdata zijn uiteraard sterk afhankelijk van de momenten waarop de laadinfrastructuur in gebruik werd genomen (als dit op het eind van de maand is wordt toch een hele maand meegerekend) en ook van de snelheid waarmee de voertuigen in de proeftuin in gebruik werden genomen (zie verder). Daarom moeten deze eerste meetgegevens met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. In de loop van 2013 zouden meer volledige meetgegevens ter beschikking moeten zijn die een beter beeld geven van het gebruik. Uit een eerste analyse blijkt evenwel dat het gebruik van de laadinfrastructuur voor wagens een min of meer stabiel verloop kent per maand in 2012 terwijl er een grote variantie is voor de laadbeurten van fietsen: in de lente en zomer wordt veel frequenter geladen dan in de herfst- en wintermaanden. Deze cijfers zullen in 2013 vollediger en dus ook een betrouwbaarder beeld geven voor verdere analyse. Hierna gaan we verder in detail in op de laadinfrastructuur van elk platform.

70 68 Olympus Het is een technische en functionele uitdaging om een publiek e-blue-bike deelsysteem met een automatisch fietslaadstation te ontwerpen waar gebruikers op een makkelijke manier een e-bluebike kunnen ontlenen én waar de e-bike ook gemakkelijk opgeladen kan worden. Blue-mobility, het bedrijf achter de Blue-bike deelfietsen, organiseerde in opdracht van de vier Olympus steden een openbare aanbesteding voor dergelijke fietslaadstations en bijpassende e -Bluebikes. De opdracht werd gegund aan het Vlaamse bedrijf BeCharged en volgens planning werden de laadstations en e- bikes begin oktober2012 in gebruik genomen. De laadstations en de e-bluebikes worden een uitbreiding van het bestaande Blue-bike systeem, waardoor elke klant kan kiezen tussen een gewone fiets of een elektrische fiets. Foto 1: fietslaadstation voor Blue Bike deelfietsen Een laadstation bestaat uit meerdere laadpunten. Het gaat concreet om drie fietslaadstations in Hasselt, één in Antwerpen en drie in Gent. Deze laatste laadstations werden ook uitgerust met telkens twee laadpunten voor private elektrische fietsen. Deze stations zijn eigendom van het stadsbestuur en worden beheerd door Blue Mobility. De locaties van de laadstations in de stad werden zorgvuldig bestudeerd. Daarnaast zullen er zullen ook steeds e-bikes ter beschikking zijn bij de fietspunten van volgende treinstations: Olympus lanceerde daarnaast in 2012 ook de innovatief aanbestedingsvraag om het fietslaadstation van de toekomst te laten ontwikkelen (zie blz 123 voor een beschrijving van dit project). Deze laadstations zullen eveneens ingeschakeld worden binnen Blue-bike. In uitbreiding van dit aanbod rolt de NMBS Holding samen met BeCharged ook elektrische auto-, fiets en scooterstations uit aan 34 treinstations in België. Deze uitrol is gestart begin 2013 in de 4 Olympus steden en zal volledig afgerond zijn midden De laadeilanden aan de stations zijn eigendom van NMBS-holding en Infrabel en worden beheerd door B-parking. Hieronder vindt u een overzichtskaartje met de volledige Olympus infrastructuur, die in 2012 en 2014 verder zal worden gerealiseerd.

71 69 Figuur 21: overzicht van de geplande uitrol van laadinfrastructuur aan treinstations en in Olympussteden

72 70 EVA EVA focust heel sterk op laadinfrastructuur in het publieke domein. In de periode februari 2012 januari 2013 plaatste EVA in totaal 65 oplaadeilanden van de voorziene 71 laadeilanden, verspreid over gans Vlaanderen. De uitrol is dus bijna volledig uitgevoerd en zonder onoverkomelijke hindernissen verlopen. Eén oplaadeiland bestaat meestal uit zes laadpunten voor elektrische fietsen en twee laadpunten voor elektrische personenwagens of bestelwagens. Soms wordt in overleg met het gemeentebestuur een andere configuratie geplaatst. Automobilisten met een elektrisch voertuig hebben de keuze om bij zo n oplaadeiland op te laden met een klassiek stopcontact op een voeding van 16 ampère, ofwel met een aangepast stopcontact op 32 ampère, naargelang van de technische specificaties van hun voertuig. Op 32 ampère is een lege autobatterij gemiddeld in één tot twee uur opgeladen. Foto 2: EVA-oplaadeiland voor fietsen in Blankenberge Elektrische fietsen en scooters kunnen met zes tegelijkertijd opladen. Afhankelijk van de toestand van de batterij zullen ze 30 minuten tot vier uur nodig hebben om de batterij volledig op te laden. Foto 3: EVA laadeilanden voor wagens

73 71 In ieder oplaadpunt werd een Telenet Hotspot geïntegreerd. Zo kunnen de bestuurders hun mails beantwoorden, Facebook checken of de krant online lezen tijdens het opladen. Via een vaste internetlijn in de aansluitkast voorziet Telenet connectiviteit tussen de oplaadpaal en zijn achterliggend beheersystemen. De meeste van deze oplaadeilanden staan op een gemeentelijk domein in het werkingsgebied van Eandis. De laadplaatsen van EVA worden uitgebaat door Blue Corner BVBA (een zogenaamde laaddienstaanbieder) en zijn geen eigendom van de gemeente. Binnen de oplaadeilanden worden soms bewust meerdere merken van laadpalen gecombineerd om interoperabiliteit aan te tonen. Zo worden er binnen EVA oplaadeilanden, naast laadpalen van enovates, ook laadpalen van P&V Elektrotechniek geplaatst. Foto 4: laadpaal enovates (links) en P&V Elektrotechniek (rechts) De laadeilanden van EVA die reeds werden geplaatst worden weergegeven op bijgevoegde kaart. Figuur 22: overzicht van de locaties waar EVA laadeilanden plaatste De rode laadpunten zijn 3 snellaadpunten die in het EVA platform werden ingebracht door TOTAL. De gele laadpunten zijn 2 laadpunten bij Lidl filialen (in Sint Niklaas en in Mariakerke). Deze rode en gele laadpunten zijn extra bovenop de gesubsidieerde laadeilanden (groene). Zij werden met private middelen gefinancierd.

74 72 imove In 2012 lag de focus bij imove op het plaatsen van laadinfrastructuur bij particulieren en op bedrijfsparkings. Laadinfrastructuur in het publieke domein komt aan bod vanaf Particulieren imove plaatste laadinfrastructuur in de garage thuis bij 50 testgezinnen die gedurende 10 weken gebruik maken van een elektrisch voertuig. Na deze 10 weken wordt de laadpaal verwijderd en geplaatst bij een volgende groep van 50 testgebruikers. Foto 5: oplaadpaal bij een imove bedrijf Bedrijfsparkings Bij de deelnemende bedrijven in imove werd in 2012 laadinfrastructuur geplaatst om de elektrische bedrijfsvloot op te laden. Deze bedrijfsparkings zijn meestal enkel toegankelijk voor werknemers en bezoekers van het bedrijf. Deze laadinfrastructuur speelt ook een rol in de energiediensten die REStore bestudeert in het kader van imove (zie verder). Publiek toegankelijk domein In het kader van het imove platform is ThePluginCompany begin 2013 gestart met de uitrol van een netwerk van DC snelladers. De locaties waar deze DC snelladers staan zullen zeer binnenkort officieel worden aangekondigd. De snelladers worden uitgerust met telkens 2 mogelijke aansluitingen: CHAdeMO en COMBO2 (CCS = Combined Charging System). De CHAdeMO standaard wordt vooral gebruikt in elektrische voertuigen zoals de Nissan LEAF, Mitsubishi imiev, Peugeot Ion en Citroën C- Zero. Daartegenover hebben o.a. de Duitse en US autoconstructeurs de CCS standaard voorgesteld die een combinatie toelaat van DC en AC laden. De CCS standard wordt verwacht rond midden 2013 en de snelladers binnen de proeftuin zullen dus ook uitgerust worden met deze CCS. Deze snelladers zullen alle de mogelijkheid hebben om ook via SMS, smartphone en QR-code een oplaadsessie te starten. Alle DC snelladers communiceren rechtstreeks met de backoffice van ThePluginCompany via OCPP.

75 73 Volt-Air Volt-Air heeft een beperkt aantal laadpalen geplaatst op de parkings van bedrijven die meewerken aan de proeftuin. Sublab 1 : Siemens: 6 palen in Huizingen en 3 palen in Anderlecht. Sublab 2 : Volvo: 2 palen in Sint-Agatha Berchem Sublab 3 : Telkens 1 laadpaal bij diverse bedrijven in: Harelbeke (2), Gent (2), Zwevegem, Brugge, Antwerpen, Harelbeke, Evergem, Kortrijk en Kuurne (5). De laadplaatsen van Volt-Air zijn dus semi publiek toegankelijk (enkel voor werknemers en voor bezoekers van een deelnemend bedrijf) en worden uitgebaat door de verschillende bedrijven. Foto 6: oplaadoplossingen op de bedrijfsparking van Siemens in Huizingen

76 74 2. Microgrid en decentrale energieproductie Uniek binnen Volt-Air is dat de laadinfrastructuur van Siemens in Huizingen gekoppeld wordt in een micro grid. Dit betekent dat de energie die de laadpalen leveren aan de batterijen in Volt-Air wagens veelal ter plaatse wordt gegenereerd in Huizingen door een groot park van PV-panelen ( m²) en een warmtekrachtkoppeling (mini-wkk) van platformpartner E. Van Wingen. Bij een WKK wekt men tegelijkertijd warmte en kracht op. Die kracht is afkomstig van een verbrandingsmotor die een generator aandrijft die het mogelijk maakt om zo elektriciteit op te wekken. De vrijgekomen warmte wordt bij een WKK niet gewoon uitgestoten en verloren, maar geïnjecteerd in de warmtevoorziening van bijvoorbeeld gebouwen. Een WKK kan zowel worden door aardgas, biogas, lpg, puur plantaardige olie (PPO) of met stookolie. Figuur 23: weergave van de werking van een mini-wkk op koolzaadolie (bron website E.Van Wingen) Via de WKK-installatie van Volt-Air bij Siemens in Huizingen wordt koolzaadolie omgezet in groene warmte en in elektriciteit die geleverd wordt aan de laadpalen op de bedrijfsparking. De monitoring en het uittesten van de controle algoritmes die moet zorgen voor balancering van het micro grid is een belangrijk project binnen de proeftuin. Door de inschakeling van slimme laadinfrastructuur in een smart grid zou een overbelasting van het elektriciteitsnet kunnen worden vermeden op het ogenblik dat bestuurders hun elektrische wagens s avonds en overdag gelijktijdig inpluggen. Foto 7: PV- park gekoppeld aan micro grid bij Siemens te Huizingen Foto 8: WKK van de firma E.V an Wingen bij Siemens Ook binnen Olympus worden testen gepland met een koppeling van laadinfrastructuur met de energiesystemen van Infrabel (die de stations en treinen van stroom voorzien).

77 75 3. Elektrische voertuigen In oktober 2012 werd de kaap van 200 elektrische personenwagens, bestelwagens en scooters in de Vlaamse Proeftuin bereikt. In het najaar 2012 werd dit aantal nog uitgebreid met een negentigtal elektrische fietsen van Blue Bike. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de uitrol van de voertuigen in de proeftuin. Figuur 24: overzicht van de uitrol van voertuigen in de Proeftuin per maand (tot 1 februari 2013) In totaal waren er op 1 februari 2012 in de proeftuin 210 vierwielers (personenwagens en bestelwagens), vier moto s en 89 e bikes in gebruik. Omwille van onderzoeksdoeleinden werd een zo n ruim mogelijk gamma van modellen en merken ingezet. In de figuur hieronder vindt u een overzicht van de verschillende personen-en bestelwagens die worden ingezet binnen de proeftuin. Figuur 25: overzicht van de personen- en bestelwagens in de proeftuin per merk (situatie eind januari 2013)

78 76 Deze voertuigen zijn ten dele gesubsidieerde voertuigen binnen de proeftuin (enkel het verschil in aankoopprijs tussen een elektrisch voertuig en een conventioneel voertuig wordt gesubsidieerd binnen de proeftuin), maar ook soms gefinancierd met eigen middelen of ingebracht in de proeftuin via een gesubsidieerd project. imove beschikt momenteel over de grootste vloot (121 wagens). Van deze vloot is de grote meerderheid volledig elektrisch. Het imove platform en haar partners engageerden zich bij de aanvraag om ook 44 niet-gesubsidieerde wagens in te zetten voor de proeftuin. EVA heeft tot nu toe minder voertuigen in gebruik dan initieel voorzien. Stad Gent zal binnen EVA nog een vijftiental wagens in gebruik nemen in 2013 en ook andere partners binnen EVA moeten in totaal nog een vijftiental bijkomende wagens bestellen. Het Volt-Air platform stelt onder andere via Westlease leasewagens als bedrijfswagen ter beschikking van werknemers van bedrijven. Omwille van de ongunstige regeling voordelen alle aard, waarbij de werknemers zelf een bijdrage moeten betalen gebaseerd op de catalogusprijs van het proeftuinvoertuig, konden tot nu toe niet alle gebudgetteerde testwagens in dit platform geplaatst worden. Volgende figuur geeft een overzicht van de financieringsbron en van de opsplitsing van de aanwezige voertuigen tussen de proeftuinplatformen. Figuur 26: overzicht van de financieringsbron en van de opsplitsing per platform van de proeftuinvoertuigen (1 februari 2013) Een deel van de voertuigen van imove zijn omgebouwde voertuigen door EVTecLab. De ombouw werd uitgevoerd met technologie van en bij Punch Powertrain in Sint Truiden. Zij worden in bovenstaande statistiek gerapporteerd als imove voertuig. Daarnaast wordt binnen EVTecLab ook volop gewerkt aan de bouw van drie elektrische bussen en twee elektrische trucks.

79 77 Foto 9: voertuigen uit EVTecLab Foto 10: de elektrische aandrijflijn van Punch Powertrain

80 78 Foto 11: elektrische fietsen Blue-Bike Naast deze voertuigen zijn er ook bijna honderd e-bikes die worden uitgetest door Blue bike gebruikers binnen Olympus. Deze e-bikes werden eind 2012 in gebruik genomen zodat de eerste resultaten in 2013 kunnen worden verwacht. Ze worden over heel Vlaanderen ingezet. Vanuit mobiliteitsoogpunt kan het gebruik van e bikes interessant zijn omdat ze een zogenaamde modal shift kunnen ondersteunen van verplaatsingen met de klassieke wagen naar verplaatsingen met de fiets. Het KpVV in Nederland heeft het potentieel geanalyseerd van de e-bike biedt voor het woon-werk verkeer naar alle grote steden van Nederland. Hieruit blijkt dat per afstandsklasse de toename varieert. Tussen 2,5-5 km is de verwachte groei bijvoorbeeld 10% en dat loopt op tot 38% in de klasse km. Deze groei is afgezet tegen de huidige modal split. Rekening houdend met inwoneraantallen is een inschatting gemaakt van het potentieel van de e-bike op het aandeel fietsverkeer. Voor Schiphol betekent dat een totale toename van het fietsgebruik van meer dan 20%. Het groeipotentieel voor e-bikes is het grootst in stedelijke regio s, dus wanneer er meerdere steden of grote plaatsen binnen de 15km cirkel liggen. De potentiële toename van het fietsgebruik als gevolg van de e-bike wordt voor de gemeente Groningen, die hieraan niet voldoet, toch nog geschat op ongeveer 5%.

81 79 4. Testpopulatie De testpopulatie kan onderverdeeld worden in verschillende groepen al naargelang het gebruik dat ze maken van de voertuigen: Particulieren: burgers die gebruik maken van elektrische voertuigen voor hun dagelijkse verplaatsingen Werknemers die gebruik maken van een bedrijfswagen: dit gebruik is vergelijkbaar met dat van particulieren. Een bijzonderheid is evenwel dat in de proeftuin meestal het bedrijf in kwestie laadinfrastructuur voorziet op de parking van het bedrijf. Voor particuliere burgers die een voertuig uit de proeftuin gebruiken is dit niet het geval, zij kregen een laadpaal thuis geïnstalleerd. Het laadgedrag van beide groepen zal dus verschillen. Werknemers die gebruik maken van een poolwagen voor dienstreizen. Ook hier worden de voertuigen voornamelijk op de bedrijfsparking geladen. We onderscheiden qua gebruik twee types gebruik: dienstreizen die geen vast patroon vertonen en leverdiensten met een min of meer vast routepatroon (bijvoorbeeld vaste postrondes, servicerondes ). Bij een aantal bedrijven kunnen de werknemers de poolwagens ook in het weekend reserveren voor privaat gebruik. Het is immers de bedoeling binnen de proeftuin de vloot optimaal te benutten en zoveel mogelijk gegevens over het laden en over de verplaatsingen te meten en te analyseren. De poolwagens van Stad Antwerpen kunnen in het weekend gebruikt worden door Cambiogebruikers. Dit brengt ons meteen bij een vierde categorie gebruikers. Gebruikers van deelvoertuigen kunnen elektrische fietsen (Blue Bike) en elektrische wagens (Cambio) ontlenen op verschillende plaatsen. Om bevragingen van dit gebruik mogelijk te maken werd aan alle bestaande klanten van deze systemen gevraagd zich in te schrijven voor het testen van elektrische voertuigen. Bij imove en EVA werd een oproep gelanceerd om testpersonen te selecteren. In totaal meldden mensen zich aan als kandidaat testpersoon. Uit deze groep werden 221 personen geselecteerd die in 2012 ook effectief gedurende enkele weken deelnamen aan het proefproject. Via poolwagens die bij bedrijven in gebruik werden genomen kregen in totaal meer dan werknemers de kans een rit uit te voeren met een elektrisch voertuig. De meeste verplaatsingen worden, minstens gedurende een bepaalde periode, gemonitord. De voertuigen worden daartoe uitgerust met dataloggers. In totaal ontving het Programme Office geaggreerde monitoringdata per maand van de platformen over 54% van de actieve vloot personen en bestelwagens. Dit resulteerde in volgend overzicht (dit overzicht omvat geen gegevens over elektrische fietsen of moto s):

82 80 Gemiddeld werd met een elektrisch voertuig uit de proeftuin zo n 11,52 km per rit afgelegd. Een rit wordt binnen de proeftuin gedefinieerd als een aaneengesloten verplaatsing waarbij het voertuig niet langer dan 15 minuten stilstaat. Een korte stop van vijf minuten in C wordt dus niet meegerekend, als men via C van A naar B rijdt. De gemiddelde verplaatsingsafstand per rit ligt iets lager dan de gemiddelde verplaatsingsafstand die bijvoorbeeld gerapporteerd wordt in het onderzoek verplaatsingsgedrag van de Vlaamse Overheid. Daarin legt een autobestuurder gemiddeld in 2010 zo n 13,25 km per verplaatsing af met een conventionele wagen 8. Gemiddeld rijden de proeftuinvoertuigen op jaarbasis tot nu toe in de proeftuin ook minder (6.687 km) dan een gemiddelde conventionele wagen in Vlaanderen ( km per jaar). De cijfers op jaarbasis die in het overzicht hierboven worden weergegeven zijn geëxtrapoleerde maandgegevens van wagens die werden gemonitord (bijna geen enkele wagen reed tijdens 2012 ook 12 maanden omdat de uitrol veelal pas in het voorjaar 2012 begon). Als we het totaal maken van maximale km die door een voertuig werden afgelegd in een bepaalde maand over een geheel van 12 maanden dan blijkt dat een aantal voertuigen ook intensiever wordt ingezet. Het totaal van de maximale maandkilometrages over 12 maanden getotaliseerd bedraagt km. Het feit dat wagens in de proeftuin, volgens de eerste monitoringdata, gemiddeld kleinere afstanden op jaarbasis afleggen dan conventionele voertuigen kan vooral worden verklaard door het feit dat de wagens in de proeftuin niet elke dag worden gebruikt; eerder dan door het feit dat ze voor veel kortere afstanden dan normaal zouden worden ingezet. De eerste kwalitatieve feedback van de testpopulatie kan als volgt worden samengevat: Auto s rijden vlot, goed, comfortabel en stil. Het geruisloos rijden vraagt wel een grotere alertheid van de bestuurder in de dorpskern. Beperkte bereik leidt soms tot stress, in de zin van gaat het mij nog lukken om mijn geplande afstand af te leggen of terug te keren? Er is eenvoudiger en goedkopere infrastructuur nodig voor bedrijfsparkings. Identificatie van de gebruiker zou veel eenvoudiger en/of duidelijker moeten, evenals de weergave van de status van de laadpaal (display?). Er zou een automatische vrijgave moeten gebeuren na het stoppen van de lading of na deconnectie van de auto afmelding per kaart is overbodig. Kilometerstanden zouden moeten gecollecteerd worden als er een identificatieprocedure gebruikt wordt voor het starten van de lading (zoals bij benzine tankkaarten via input op klavier als het niet rechtstreeks van de wagen kan komen. Bestuurder zou laadmodus zelf moeten kunnen beïnvloeden/bepalen ipv. via automatisch profiel Meer focus op de uitrusting van bedrijfs- en private parkings (incl. stations, luchthavens, warenhuizen, sportcomplexen, vakantiecentra, grote appartementsgebouwen, kantoorcomplexen enz waar mensen per stop meerdere uren verblijven) 8 Onderzoek Verplaatsingsgedrag,

83 81 Uit bevragingen die Volt-Air deed bij medewerkers bleek dat zij vóór de eerste rij-ervaring met een elektrisch voertuig heel wat vragen hebben, inzake bedrijfszekerheid, autonomie, veiligheid, thuisladen, beschikbaarheid, enz. De zogenaamde Range anxiety vormt daarbij veruit het grootste obstakel om de eerste stap naar het elektrisch voertuig te zetten. Na gebruik van een elektrisch voertuig vermindert de range anxiety. Meer dan de helft van de gebruikers van Volt-Air Sub-Lab1 verklaarde vóór het eerste gebruik een grotere range anxiety te hebben, dan wanneer ze de eerste rit achter de rit hadden. Uit eerste ervaringen blijkt dat bij poolwagens een accuraat reservatiesysteem echt wel onontbeerlijk is. De gebruikers moeten vooraf niet enkel een wagen kunnen reserveren maar moeten zich er ook van kunnen vergewissen dat de wagen wel degelijk volgeladen zal (kunnen) zijn bij vertrek. Ten opzichte van een reservatiesysteem voor gewone voertuigen is een degelijke inschatting van de tijdstippen van vertrek en terugkeer, het benodigde bereik en de state of charge van de batterij op het moment dat de wagen ingeleverd wordt, belangrijk. De duurtijd tussen de terugkeer en het moment van een nieuwe ontlening zijn bijvoorbeeld ook belangrijke parameters in een onderzoek dat door TML werd uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Overheid om het potentieel van elektrisch rijden voor de vloot van vier entiteiten van de Vlaamse Overheid in te schatten.

84 82 5. ICT Elektrische mobiliteit vergt innovatie op het vlak van voertuigen, batterijen en laadsystemen. Tal van nieuwe producten en diensten zullen ontwikkeld worden en ICT is hierbij een belangrijke enabler. Om al deze hardware efficiënt te kunnen laten werken is er heel wat innovatie nodig op het vlak van softwaretoepassingen om deze componenten zonder problemen te laten functioneren, te diagnosticeren, onderling te laten samenwerken, enz. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de software in een voertuig, batterijmanagementsystemen en software die gebruikers bij laadpalen identificeert en die bijvoorbeeld ook de betaling van laadbeurten ondersteunt. Binnen de proeftuin wordt ongeveer 1,5 miljoen EUR geïnvesteerd in ICT-ontwikkeling. Ook de communicatie tussen het voertuig, de laadpaal en de zogenaamde back office waar de gebruiksgegevens worden verwerkt, is gebaseerd op nieuwe ICT-oplossingen. We denken bijvoorbeeld aan vehicle to grid communicatie, communicatie tussen de laadpaal en de back office, interfaces die bijvoorbeeld real life aangeven of een bepaalde laadpaal bezet is of vrij is enz De uitbouw van de laadinfrastructuur die over Vlaanderen verspreid is, biedt ook opportuniteiten voor ICT met andere toepassingsmogelijkheden dan de elektrische mobiliteit. Een goed voorbeeld hiervan is de WIFI hotspot waarmee de EVA-laadeilanden door Telenet werden uitgerust: via deze WIFI kunnen mensen internet of hun mails raadplegen terwijl hun wagen aan het opladen is. Tal van bijkomende apps kunnen ontwikkeld worden om het gebruikerscomfort te verhogen. Ook de intelligente integratie van elektrische voertuigen in het elektriciteitsnet vergt laadmanagementsystemen en bijhorende datauitwisseling. Het elektriciteitsnet van de toekomst is sowieso meer en meer gebaseerd op ICT. Uit internationale roadmaps en e-mobiliteitsplannen blijkt dat het potentieel van de innovatie op het vlak van ICT dan ook bijzonder hoog wordt ingeschat en zeker geen randfenomeen is. Om een overzicht te geven van de realisaties en ontwikkelingen tijdens het eerste jaar van de proeftuin gaan we hierna beknopt in op volgende ICT aspecten : 1. De laadpaal en het back office systeem (BOS) van de laadnetwerkaanbieder 2. Interoperabiliteit van laadinfrastructuur 3. Toepassingen om multimodaal elektrisch verkeer en mobiliteitsdiensten mogelijk te maken a. Apps b. Reservatietools c. Het B to B platform van Olympus 4. ICT, gridintegratie en energiediensten 5. Datalogging en datamonitoring Enkele van deze ICT-ontwikkelingen maken ook het voorwerp uit van onderzoeks- of innovatieprojecten binnen de proeftuin. Verder in dit document (Deel 7: de onderzoeks-en innovatieprojecten) wordt er dan ook meer uitvoerig ingegaan op de scope en realisaties van de projecten in kwestie.

85 De laadpaal en het back office systeem (BOS) van de laadnetwerkoperator. Een laadpaal omvat heel wat meer technologie dan enkel de connectoren of stopcontacten en de behuizing. De foto hieronder van een laadpaal uit de Vlaamse proeftuin toont de componenten van een laadpaal. De laadpaal communiceert onder andere met het back office systeem van de laadnetwerkoperator. In dit back Officesysteem worden de specificaties bewaard van de laadinfrastructuur (welke palen baat de operator uit, waar staan ze, welke capaciteit hebben ze, met welke connectoren zijn ze uitgerust, enz ). Ook de specificaties over de laadtransacties op het laadnetwerk worden vanuit de laadpaal doorgegeven aan de back office (wanneer wordt geladen, hoelang is iemand geconnecteerd en hoelang wordt effectief geladen, hoeveel vermogen wordt er geleverd, enz.). Op basis van deze informatie kunnen analyses worden gemaakt van de laadtransacties. De laaddienstaanbieder heeft deze informatie van de laadnetwerkoperator nodig om de laadbeurten te kunnen factureren aan zijn klanten als die niet werken met een prepaid pa sje. Om laadbeurten te kunnen doorrekenen of factureren tussen klanten van verschillende aanbieders en ook om de laadpalen vrij te geven voor gebruikers van een ander netwerk (bijvoorbeeld een testgebruiker van imove die wil laden bij EVA) is er een actuele databank van gebruikers- of klantgegevens of een uitwisseling nodig tussen alle verschillende laaddienstaanbieders en netwerkoperatoren. Foto 12: de componenten van een laadpaal In Nederland werd er geopteerd om één centraal register te creëren van alle gebruikers die zich hebben geregistreerd bij de verschillende laaddienstaanbieders in Nederland. De Nederlandse laaddienstaanbieders of bedrijven die in Nederland laaddiensten willen aanbieden of gebruiken moeten met dit centrale register afspraken maken en hun eigen back offices afstemmen op de vereisten van dit centraal identificatie register (CIR). Hieronder vindt u een overzicht van de bedrijven die in Nederland optreden als laaddienstaanbieder en pasjes verspreiden. Foto 13: overzicht van de partijen die in Nederland optreden als laaddienstaanbieder (bron: Indien er niet gewerkt wordt met een centraal register moeten de laaddienstaanbieders onderling bilaterale afspraken maken over gegevens- uitwisseling. Daarnaast moeten de laaddienstaanbieders ook afspraken maken met de laadnetwerkoperatoren want zonder een gegevensuitwisseling over de laadbeurten is facturatie niet mogelijk. Momenteel worden in de Vlaamse proeftuin afspraken gemaakt in de werkgroep interoperabiliteit. Ook Olympus werkt faciliterend op dit vlak door de ontwikkeling van een B to B platform. Deze twee initiatieven worden hieronder verder toegelicht.

86 Interoperabiliteit van laadinfrastructuur Omdat er in Europa (en ook in Vlaanderen) meerdere laaddienstaanbieders en meerdere laadnetwerkoperatoren zijn, zal er onderling een uitwisseling moeten plaatsvinden van gebruikersgegevens om de eindgebruiker een zo uitgebreid en eenvoudig mogelijke toegang te bieden tot de verschillende diensten van de verschillende aanbieders. Hiervoor worden er in Europa meerdere marktplaatsen voor elektrische mobiliteit opgericht die een zo neutraal mogelijke en faciliterende rol opnemen om afspraken rond interoperabiliteit vast te leggen. De afspraken hebben betrekking op welke data de verschillende marktpartijen beschikbaar stellen en in welk formaat, op welke manier of via welke protocols ze worden uitgewisseld. Deze afspraken vormen een onderdeel van de interoperabiliteit die nodig zal zijn om een open markt te creëren van verschillende laaddienstaanbieders en laadnetwerkoperatoren in Europa. Interoperabiliteit betekent in feite dat heterogene systemen van verschillende makelij, toch met elkaar kunnen praten of gegevens uitwisselen zonder grote menselijke tussenkomst. Interoperabiliteit zal op verschillende niveaus moeten worden bewerkstelligd om dit te realiseren: binnen de proeftuin, in Vlaanderen, in België met de andere gewesten en op Europees niveau. Om Europese interoperabiliteit, of op zijn minst interoperabiliteit met de buurlanden te garanderen, wordt er in de proeftuin ook energie gestoken in de opvolging van Europese werkgroepen en ontwikkelingen rond datauitwisseling en interoperabiliteit. Het Programme Office volgt projecten op die trachten dit op Europees niveau te regelen of te standaardiseren zoals Green emotion en emi3 (zie verder) en geeft deze informatie door aan de platformpartners. Deze opvolging is cruciaal, niet enkel om te garanderen dat buitenlandse elektrische autotoeristen in de toekomst ook probleemloos kunnen laden in Vlaanderen maar ook om te garanderen dat oplossingen, tools en infrastructuur die hier door Vlaamse bedrijven worden ontwikkeld conform zijn met de vereisten die op termijn in de Europese markt zullen gelden. In het kader van internationale samenwerking kon de proeftuin het eerste jaar een aantal successen noteren.zo traden Blue Corner (EVA platform) en BeCharged (leverancier van Olympus) toe tot de Treaty of Vaals. In Vaals (het symbolische drielandenpunt) ondertekenden 8 aanbieders van oplaadpunten voor elektrische voertuigen uit 7 landen een verdrag over de uitwisseling van data. De oplaadaanbieders zijn ESB ecars (IRL), BeCharged en BlueCorner (B), MOBI-E (P), Estonteco (Lux), Vlotte (AT), e-laad.nl (NL) en ladenetz.de (D). Op die manier zullen de houders van een laadpas van deze aanbieders zonder moeilijkheden aan een laadpaal van een andere aanbieder in een ander land kunnen opladen. De kosten zullen met het systeem worden doorgefactureerd naar het thuisland waar de pashouder zijn oplaadpas heeft. Zo ontstaat een internationaal systeem van e-roaming, naar voorbeeld van de roaming overeenkomsten in de gsm-wereld. In Vaals werd ook een European Clearing House opgericht dat de gegevens tussen de verschillende internationale partners cleart. Het unieke aan clearing.net is dat het een open platform. Ook het protocol voor de datauitwisseling, OCHP (open clearing house protocol) is een open standaard. Het koppelen op dit systeem vanuit de eigen systemen van potentieel toetredende partijen kan eenvoudig gerealiseerd worden via open en gedocumenteerde SOAP/XML-interfaces. Het hele systeem werkt dan ook als een soort Global Phone Book waarin aan de hand RFIDtechnologie in de pasjes en palen de facturatiegegevens automatisch worden uitgewisseld. Meer technische details over het open protocol vindt u naast andere informatie op

87 Toepassingen om multimodaal elektrisch verkeer en mobiliteitsdiensten te ondersteunen Er zijn verschillende toepassingen die een vlot gebruik van laadinfrastructuur, deelvoertuigen maar ook van andere modi mogelijk maken. Hieronder geven we drie toepassingen weer die in het kader van de proeftuin tijdens het eerste jaar werden ontwikkeld. 1. Apps We verwachten ook dat in de toekomst allerhande diensten zullen mogelijk zijn zoals de status van een laadpaal van op afstand raadplegen of een laadpaal reserveren. Om dit mogelijk te maken zijn er gebruikersinterfaces nodig die de toegang tot de gegevens in de back office van de laadnetwerkbeheerders faciliteren. Telenet heeft de EVA-laadinfrastructuur opgenomen in de Telenet Hotspot locator voor ios. Die toont je de dichtstbijzijnde Telenet Hotspots in België en Luxemburg en stelt je in staat om ook de EVA oplaadeilanden te lokaliseren (op ipad is dit ook op kaart).zo worden ook een aantal functionaliteiten beschikbaar voor gebruikers zoals een link naar Google Maps waarmee je een route naar de hotspot kan uitstippelen, via filters kan je ook andere locaties toevoegen aan je keuze zoals wegrestaurants, luchthavens, hotels, treinstations enz. 2. Reserveringstools Naast gebruikersinterfaces voor het brede publiek zijn er ook systemen nodig om bijvoorbeeld de elektrische vloot van een bedrijf optimaal te beheren. Tijdens het eerste jaar van de proeftuin hebben verschillende bedrijven de elektrische voertuigen in hun interne reserveringstools geïntegreerd of werden specifieke reserveringstools ontwikkeld. Deze tools zijn noodzakelijk om een elektrische mobiliteit binnen een bedrijf tot een succes te maken: de gebruiker van een poolwagen wil niet enkel zeker zijn dat het voertuig beschikbaar is maar wil ook zeker zijn dat de batterij volgeladen is en dat het bereik voldoende zal zijn voor de geplande verplaatsing. Ook moet op het moment van reservatie duidelijk zijn of op het punt van bestemming probleemloos zal kunnen worden geladen. Dit is een aspect dat niet is opgenomen in klassieke vlootplanningstools. 3. Het B to B platform van Olympus In het kader van interoperabiliteit wordt er tussen partijen afspraken gemaakt om gegevens met betrekking tot het laden uit te wisselen tussen verschillende bedrijven die actief zijn in de laadsector. Systemen als e-clearing.net en het OCHP protocol faciliteren de communicatie tussen de back offices van laadnetwerkoperatoren. Om elektrische mobiliteit te faciliteren is er niet enkel informatieuitwisseling nodig tussen back offices van laadnetwerkoperatoren maar is er ook informatieuitwisseling nodig tussen verschillende dienstenaanbieders die zich bijvoorbeeld toeleggen op mobiliteitsdiensten. Ook hier zijn er tal van spelers zoals openbare vervoersbedrijven zoals NMBS en De Lijn, bedrijven die deelvoertuigen aanbieden zoals Cambio en Blue Bike, bedrijven die reizen of uitstappen aanbieden (al dan niet met elektrisch vervoer enz ). Enkel via uitwisseling van informatie tussen deze bedrijven wordt een integraal aanbod naar de gebruikers toe mogelijk. Stel bijvoorbeeld dat iemand momenteel een weekendje weg wil boeken met Vlaanderen Vakantieland. Om naar de bestemming te reizen maakt de toerist gebruik van de trein. Het traject tussen het station en het hotel wordt afgelegd met een elektrisch Cambiovoertuig. Ter plaatse

88 86 worden daguitstapjes aangeboden per e-scooter. Dit weekendje is niet zo virtueel als het misschien lijkt: alle elementen worden momenteel aangeboden op de markt en kunnen apart geboekt worden. Dit vergt echter heel wat planningswerk en de reiziger zal verschillende interfaces moeten doorlopen en bij verschillende organisaties tickets moeten kopen of reservaties maken. Om in de toekomst het aanbod dat door publieke organisaties maar ook door private bedrijven wordt aangeboden veel toegankelijker en laagdrempeliger te maken heeft Olympus het initiatief genomen om binnen de proeftuin elektrische voertuigen te werken aan een open B-to-B platform. Het ICT platform is een B to B of business to business platform omdat het de interoperabiliteit tussen verschillende bedrijven en organisaties ondersteunt. Het is een open platform omdat het volgens open standaarden door Syntigo, een partner in Olympus wordt ontwikkeld en dienstenaanbieders (binnen of buiten Olympus) ervan gebruik kunnen maken. Figuur 27: symbolische weergave van het B-to-B platform van Olympus Om na te gaan wat de verwachtingen en eisen van de bedrijven om hun diensten over zulk platform ook actief aan te bieden heeft Olympus aan iminds de opdracht gegeven de businessmodellen in kaart te brengen.

89 ICT, gridintegratie en energiediensten Naast ICT voor het laden en voor genetwerkte mobiliteit zijn er ook ICT toepassingen nodig om de integratie van laadinfrastructuur op het elektriciteitsnet optimaal te laten verlopen. Binnen het Volt-Air platform werd een innovatieve software oplossing van Siemens gepiloteerd in Vlaanderen: Decentralized Energy Management System (DEMS). Deze software oplossing laat toe decentrale energiesystemen optimaal aan te sturen. De toepassing stuurt alle componenten van het micro-grid en ook de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen aan en stemt ze af op bijvoorbeeld ook de weersverwachtingen, gewenste temperaturen enz Meer informatie over deze oplossing vindt u op Figuur 28: overzicht van de DEMS software die gebruikt wordt door Siemens in het kader van Volt-Air (bron: Siemens) Naast de software die toelaat de werking van micro grids en virtual power plants operationeel aan te sturen en te optimaliseren, kan er ook gebruik worden gemaakt van ICT en algoritmes om demand side management te doen. In de energiemarkt moeten vraag en aanbod van energie in evenwicht zijn om een overbelasting van het elektriciteitsnet, of in het ergste geval black-outs, te vermijden. Binnen imove worden er projecten uitgevoerd waarbij elektrische voertuigen actief worden ingezet in dit kader. De firma REStore, een Vlaamse KMO die actief is als demand side aggregator heeft hiervoor specifieke software ontwikkeld (zie verder blz 118 voor een toelichting over dit project).

90 Datalogging en datamonitoring De ICT-applicaties die hierboven worden toegelicht zijn toepassingen die nodig zijn voor de operationalisering van elektrische mobiliteit in het dagelijkse leven. Deze toepassingen worden in de proeftuin ontwikkeld, opgestart en/of toegepast en zullen ook na de einddatum van de proeftuin verder worden onderhouden of gebruikt. Specifiek voor de proeftuinwerking (en begrensd tot de duurtijd van de proeftuin) is het gebruik van ICT in het kader van datalogging en datamonitoring. De verplaatsingen en laadbeurten die in het kader van de proeftuin gebeuren worden voor een groot deel gemonitord. Dit betekent dat via een on board unit in het voertuig, via software in de laadpalen, via smart phones of andere hulpmiddelen bij testgebruikers, informatie wordt ingewonnen over de verplaatsingen en over de laadbeurten. Elk platform heeft hiertoe een eigen monitoringarchitectuur opgezet en zelf de nodige databanken geïmplementeerd. Hierboven een foto van zulke on board unit (of datalogger in een voertuig) die ontwikkeld is bij Triphase en die in de EVTecLab voertuigen wordt ingebouwd. Deze datalogger registreert gegevens van de CAN-bus van het voertuig (motorstromen en vermogens, pedaalstand, foutcodes, ), de GPS coordinaten (coordinaten, tijdssignalen, ), en technische gegevens over de batterij (state of charge, ). Hiermee kan een grondige analyse gebeuren op het voertuig ( voor meer informatie over deze datalogger zie blz 120). Ook de Olympus deelfietsen van Blue bike zijn uitgerust met een datalogger. Dit is een GPS- (16 kanalen) en tweeband GSM/GPRS-modems (klasse 10) die bijkomende gepersonaliseerde applicaties toelaten. De datalogger moet op een eenvoudige manier op de elektrische publieke deelfietsen geplaatst kunnen worden, voldoende robuust zijn om weer en wind te kunnen doorstaan, het verplaatsingsgedrag (via GPS-coördinaten) van de fiets in real-time kunnen opvangen en de data in real-time draadloos kunnen doorsturen naar een centrale database. De informatie die wordt gecapteerd en opgeslagen in de verschillende databanken van de platformen kan naderhand worden gebruikt om onderzoeksprojecten te voeden. Omdat de Vlaamse proeftuin een open innovatieplatform is, kunnen de data ook ter beschikking worden gesteld van onderzoeksinstellingen of bedrijven die niet rechtstreeks aan de proeftuin deelnemen, weliswaar

91 89 onder bepaalde voorwaarden en mits naleving van de noodzakelijke maatregelen inzake privacy (zie deel over projecten). Naast de uitbouw van databanken en de installatie van datalogging in voertuigen en palen werd er in het kader van de proeftuin ook geïnvesteerd in de ontwikkeling van apps die toelaten deze monitoring en ook de bevraging van de testpopulatie op een efficiënte en gebruiksvriendelijke manier uit te voeren. Hiernaast ziet u een afbeelding van de smartphone toepassing die ontwikkeld werd door UGent en die wordt toegepast in EVA, Olympus en imove. Figuur 29: userinterface van een smart phone ontwikkeld door UGent voor de proeftuin

92 90

93 91 Deel 6: de activiteiten in jaar 1 Welke activiteiten hebben de platformen en het programme office georganiseerd in het eerste werkingsjaar? EVA EVTecLab imove Olympus Volt-Air Programme Office

94 92

95 93 Deel 6: de activiteiten in jaar 1 1. EVA De werking van EVA was gedurende het eerste werkingsjaar erg visibel omwille van de talrijke communicatie- en persmomenten. We geven hieronder een beknopt overzicht van de voornaamste activiteiten het eerste jaar. Opstart van het EVA platform EVA ging van start in het najaar 2011 en organiseerde een eerste officieel kick off moment bij de EVA-partner Educam op 24 oktober Tijdens de eerste maanden werd werk gemaakt van de uitrol van 65 publieke laadeilanden in verschillende Vlaamse gemeenten. Elk gemeentebestuur in het Eandiswerkingsgebied krijgt bovendien de kans gedurende een aantal weken een elektrisch voertuig uit te proberen. Om de werking van het EVA platform toe te lichten aan de deelnemende gemeenten organiseerde EVA begin 2012 een aantal roadshows in verschillende provincies. In totaal schreven 32 gemeenten zich in. Tijdens de roadshow werd de werking van EVA toegelicht en konden de besturen kennismaken met de laadinfrastructuur en een aantal voertuigen. Ook voor de industriële partners een interne kick-off vergadering georganiseerd. Ontwikkeling van modulaire opleidingspakketten De testpopulatie van het gemeentepersoneel kreeg de mogelijkheid om een opleiding over elektrisch rijden te volgen bij Educam, partner van het EVAplatform. Educam werkte samen met Federauto en andere EVApartners een volledig opleidingspakket uit voor technici, pechverhelpers, lesgevers en een aantal andere doelgroepen die beroepshalve met elektrische voertuigen in aanraking komen. Figuur 30: overzicht van de technische opleidingspakketten ontwikkeld door Educam Voor meer info: zie

96 94 Inhuldiging van de laadinfrastructuur Per laadeiland werd ook een officieel inhuldigingsmoment georganiseerd waarbij de werking van het laadeiland in samenwerking met het lokaal bestuur aan de pers en het brede publiek werd bekendgemaakt. Foto 14: Inhuldiging van een oplaadeiland in De Panne Foto 15: overhandiging van het elektrisch voertuig in Oostrozebeke Publiekstrekker: EVA on the beach Om elektrische voertuigen bekend te maken bij een breder publiek werd in juli 2012 in drie kustgemeenten een event georganiseerd: EVA on the Beach. Deze events vonden plaats onder een stralende zon en konden rekenen op een ruime belangstelling van honderden toeristen die langskwamen voor een testrit of meer uitleg over elektrische voertuigen. Aan de hand van een ecologisch en elektrisch mobiliteitsdorp konden badgasten, toeristen en bewoners verschillende elektrische voertuigen testen of informatie bekomen over de aankopen het gebruik van een elektrisch voertuig. Eandis organiseerde ook een wedstrijd onder de aanwezigen via facebook. De winnaar mocht een elektrisch voertuig gedurende langere tijd testen. De roadshow kreeg telkens ondersteuning van de lokale stad of gemeente. Zo testte burgemeester Lippens van Knokke zelf de Renault Twizy, die het stadsbestuur in 2012 in het kader van EVA in gebruik nam. De sfeerbeelden van die dag kan u consulteren op

97 95 2. EVTecLab EVTecLab ging van start op 1 januari Hierrond vindt u meer over de activiteiten van EVTecLab gedurende het eerste jaar. Ontwikkeling van elektrische aandrijflijnen in Limburg In de eerste fase wordt gefocust op de ontwikkeling van de elektrische aandrijflijnen bij de 3 voertuigconstructeurs in het platform, Punch Powertrain (Sint-Truiden), Van Hool (Koningshooikt) en E-trucks europe (Lommel). Bij Punch Powertrain worden Ford Transit Connect bestelwagens met een verbrandingsmotor omgebouwd tot een puur elektrisch voertuig om de aandrijflijn te testen. Deze bestaat uit een zelf ontwikkelde transfercase, SR-motoren en een batterijpakket met sturings- en beveiligingscomponenten. Bij E-trucks europe worden 2 DAF trucks omgebouwd naar volledig elektrisch aangedreven trucks en bij Van Hool zijn 3 bussen in opbouw die van een volledig elektrische aandrijflijn voorzien worden. Deze voertuigen zullen in 2013 in het straatbeeld worden gebracht. Ook de componentleveranciers Triphase, Emrol en Bombardier zijn volop bezig met de ontwikkeling van hun onderdelen. De datalogger van Triphase en de conductieve lader van Emrol werden reeds succesvol getest in de Ford Transit Connect EV. Op het inductief laadstation van Bombardier zijn ondertussen ook de eerste testen uitgevoerd. De eerste Ford Transit Connect EV met een aandrijflijn van Vlaamse makelij was te zien op het imove event in juni 2012 bij Umicore. De eerste Ford Transit Connects EV die binnen EVTecLab worden ontwikkeld zullen immers binnen imove worden ingezet. De homologatie van deze voertuigen was een complex administratief proces (zie verder De homologatie van elektrische voertuigen in België)De homologatie van elektrische voertuigen in België en liet een hele tijd op zich wachten. Na intensief overleg met FOD Mobiliteit werden de eerste wagens eind 2012 uitgeleverd. Foto 16: Ford Connect met een elektrische aandrijflijn ontwikkeld door Punch Powertrain in Sint-Truiden

98 96 Inzet van de Vlaamse brandstofcelbus op internationale fora Naast de bestelwagens, trucks en bussen die hun elektrische energie uit batterijcellen halen, wordt er in EVTecLab ook een elektrische brandstofcelbus ontwikkeld, deze wordt. momenteel reeds ingezet als demonstratievoertuig. Deze bus was onder andere te zien, als voorbeeld van Vlaamse technologie, in Stuttgart tijdens de handelsmissie naar Baden-Württemberg (zie verder Deel 9 Hoofdstuk 6: Contacten met Baden-Württemberg). Foto 17: brandstofcelbus ontwikkeld door Van Hool Organisatie van de eerste gebruikersgroep In december 2012 organiseerde EVTecLab ook haar eerste gebruikersgroep bij Punch Powertrain in Sint Truiden. Tijdens dit event kwamen de ontwikkelingen op technologisch vlak uitgebreid aan bod. Volgende punten werden gepresenteerd: Samenwerking tussen de verschillende partners Specificaties van de voertuigen (afmetingen, range, gewichten, snelheden, ) Technische details (SR Motor, brandstofcel, inductief laden, ) Batterijpakket (samenstelling, vermogen,...) Planning Homologatie traject (Erkenning als constructeur, typekeuring, validatieprocedure) Gelogde data Ook een bezoek aan de EVTecLab werkplaats en een testrit met de Ford Connects stonden op het programma. In totaal namen 16 bedrijven aan deze informatieve namiddag deel.

99 97 3. imove Ook imove organiseerde in het eerste werkingsjaar verschillende events om de werking van het proeftuinplatform aan de verschillende stakeholders voor te stellen. Een aantal van deze events worden hieronder in de kijker geplaatst. Testdag: Infrax schrijft geschiedenis in Bokrijk In maart 2012 werden 45 elektrische wagens (Renault Fluence en Kangoo) geleverd aan Infrax. Na de sleuteloverhandiging ging de volledige vloot de weg op, richting het openluchtmuseum Bokrijk waar Infrax op zondag 4 maart een testdag organiseerde voor haar klanten. Daarvoor werd een beroep gedaan op de studenten van de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg), de weggebruikers van morgen die op die manier even konden proeven van elektrische mobiliteit. Tijdens de testdag, die uitgebreid werd aangekondigd bij een breder publiek, konden geïnteresseerden kennismaken met de auto s. Zo n 200 gezinnen werden weerhouden als testpersoon na een wedstrijd. Via een parcours van zo n vijf kilometer konden de gezinnen op een leuke manier kennismaken met de nieuwe technologie. Jean-Paul Peuskens, voorzitter van domein Bokrijk vat het als volgt samen: We stellen onze infrastructuur hiervoor graag ter beschikking. Het zal een unieke ervaring zijn, want het museum is nog gesloten voor het publiek. Zo kunnen de testrijders ten volle genieten van het parcours en ervaren hoe stil een elektrische auto rijdt. Ook die rust en hun milieuvriendelijk karakter hebben elektrische auto s met Bokrijk gemeen Figuur 31: communicatiecampagne van Infrax voor particulieren

100 98 22 juni 2012: The-electric drive-in theatre Op 22 juni 2012 organiseerde imove een grootschalig evenement op de fabriekterreinen van Umicore in Olen. Tijdens dit evenement werden een groot deel van de elektrische wagens die dan op Vlaamse wegen rondreden verzameld. De aanwezigen konden vanuit deze wagens de speeches en presentaties volgen. Minister voor Innovatie Ingrid Lieten lichtte het innovatiebeleid met betrekking tot elektrische mobiliteit nader toe. Vervolgens presenteerden een aantal partners uit het imove platform de eerste realisaties van imove. Nadien konden de aanwezigen interessante projectideeën en mogelijkheden bespreken tijdens een netwerkreceptie. Foto 18 imove electric theatre bij Umicore in juni 2012

101 99 4. Olympus Olympus organiseerde in 2012 verschillende evenementen waarbij stakeholders werden samengebracht om ideeën en kennis uit te wisselen over de uitdagingen die er zijn als men elektrische voertuigen in een multimodaal landschap en in deelsystemen wil inschakelen. Zo werden twee gebruikersevents georganiseerd en één Advisory Board. Via een procedure innovatief aanbesteden die Olympus met de steun van IWT lanceerde werden bedrijven bovendien gestimuleerd om een creatieve insteek te leveren en mee na te denken over geïntegreerde elektrische fiets uitleenstations van de toekomst. In het kader van deze procedure werden enkele infosessies, werkvergaderingen en een slotevenement georganiseerd. Hieronder wordt de inhoud van deze evenementen en infomomenten samengevat. Alle evenementen werden bij een breed publiek van geïnteresseerde bedrijven bekendgemaakt en stonden open voor iedereen die interesse heeft bij de werking van Olympus. Procedure innovatief aanbesteden Sinds mei 2012 is Blue-mobility, samen met de NMBS-holding, De Lijn en de 4 Olympus steden trekker van een proces van innovatief aanbesteden voor het fietslaadstation van de toekomst (voor meer informatie over innovatief aanbesteden zie: Van mei tot september 2012 hebben alle partners overlegd met de geïnteresseerde bedrijven en kennispartners over deze uitdaging en meer specifiek over de technologische innovaties die op dit terrein wenselijk zijn. Hieruit bleek snel dat er zich op twee fronten innovatieve behoeften opdringen: enerzijds op het vlak van het laden van publieke e-bikes en anderzijds op het vlak van het beveiligen van deze publieke e- bikes. Aan geïnteresseerde consortia werd gevraagd om uitgaande van deze twee focuspunten een concept uit te werken. Uit de ingediende en goed bevonden innovatieve concepten zullen finaal twee concepten geselecteerd worden om tot een prototype ontwikkeld te worden. Foto 19: minister Lieten huldigt het Blue bike laadstation in Hasselt in De officiële oproep voor deze conceptontwikkeling werd gelanceerd op het slotevent van 25 september 2012 in Hasselt. Tijdens dit slotevent werd aan geïnteresseerde bedrijven een platform geboden om hun producten en diensten aan te bieden. Er was eveneens een netwerkevent. Het slotevent werd gecombineerd met de inhuldiging van een e-bluebike fietsstation in Hasselt.

102 100 Gebruikersgroep Tijdens het eerste werkingsjaar organiseerde Olympus twee gebruikersgroepen, op 25 april en 18 oktober De gebruikersgroepen werden opgevat als informatieve sessies met een brainstormgedeelte om onder andere toepassingsmogelijkheden van het B to B ICT-platform te bedenken dat Olympus bouwt en ter beschikking zal stellen van ieder bedrijf dat mobiliteitsdiensten wil ontwikkelen en aanbieden. Advisory Board Naast de gebruikersgroepen startte Olympus ook een Advisory Board op. Doelstelling van dit initiatief is om alle stakeholders op het vlak van elektrische mobiliteit (met focus op gedeelde en genetwerkte mobiliteit) rond de tafel te brengen en gezamenlijk de nodige stappen en beslissingen te nemen die de uitrol van elektrische mobiliteit kunnen faciliteren. De advisory board bekijkt dit vanuit een meer strategisch oogpunt en ook op een langere termijn dan de gebruikersgroepen waarbij de focus meer ligt op lopende projecten gedurende de looptijd van de proeftuin. Tijdens de eerste vergadering in mei 2012 kon deze Advisory board rekenen op een ruime belangstelling: vertegenwoordigers van zowel bedrijven als overheden. Er werd besproken dat een aantal stappen nodig zijn om het Advisory Board als orgaan verder invulling te geven: - De scope dient verder afgebakend: m.n. actiegericht en platform overstijgend zoeken naar synergiën tussen partners maar wel met focus op de doelstellingen van het Olympus platform: d.i. hoe kan dit bijdragen tot de realisatie van genetwerkte mobiliteit? - De rol van de overheidsactoren dient ook verduidelijkt te worden: m.n. waarnemers ipv deelnemers. Het advies van de advisory board dient verder in de geijkte organen met de overheid besproken te worden. - Ter voorbereiding van een volgende board vergadering zijn een aantal themagerichte initiatieven nodig: bijv. inzake standaardisering (laadinfrastructuur, identificatie), markmodellen,

103 Volt-Air Volt-Air is het platform dat het eerst van start ging. Volt-Air organiseerde in 2012 een aantal evenementen die hieronder worden toegelicht. Overhandiging van de eerste Volvo s C30 binnen Volt-Air In september 2011 werden de eerste drie Volvo s C30 overhandigd binnen Volt-Air. Volvo is een partner binnen het Volt-Air platform. De elektrische Volvo C30 is een belangrijk onderdeel van de ambitieuze elektrificatiestrategie van Volvo Cars," zegt Bart Crols, managing director van Volvo Cars Belgium. De Volvo C30 Electric bevindt zich nu nog in een prototypefase. Volvo wil een paar honderd proefexemplaren verkopen aan fleetklanten, zoals overheden en bedrijven, om zowel het concept als de markt uit te testen, en de resultaten zijn zeer belovend." Op dit ogenblik wordt de auto gedeeltelijk in Gent gebouwd; de elektrische motor en batterijen worden in Zweden ingebouwd. "Puur-elektrische aandrijving is het meest aangewezen voor compacte modellen zoals de C30," aldus Geert Bruyneel, gedelegeerd bestuurder van Volvo Cars Gent. "Dat betekent dat de fabriek in Gent een goede kans maakt als het model geïndustrialiseerd wordt. Het proeftuinproject van Siemens biedt ons de kans om de C30 Electric langdurig te testen. De Volvo C30 Electric benadert mobiliteit vanuit een duurzaam oogpunt. Het is dan ook bemoedigend dat Siemens de voertuigen in het wagenpark integreert voor dagelijks gebruik. Siemens werkt met Volvo samen om technologie te testen voor de productie van elektrische auto s. Het strategisch partnership richt zich vooral op de ontwikkeling van elektrische aandrijf- en oplaadsystemen. Foto 20: overhandiging van de eerste Volvo C30 Innovatie van Volt-Air beloond tijdens de Belgian Business Awards for the Environment (BBAE) Het sublab van Siemens haalde op 26 oktober 2011 de 3de plaats tijdens de Belgian Business Awards for the Environment (BBAE), een initiatief van Business & Society Belgium met de steun van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). De Belgian Business Awards for the Environment belonen groene product-, diensten of procesinnovatie ontwikkelt in België, die een concrete en reproduceerbare toepassing hebben gevonden. Foto 21: André Bouffioux, CEO Siemens, neemt award in ontvangst

104 102 Siemens organiseert Let s switch on the future Op 17 april 2012 kon het talrijk opgekomen publiek kon na een aantal interessante voordrachten over het belang van innovatie in het nieuwe elektriciteitstijdperk, kennismaken met de opzet van het Volt-Air platform bij Siemens in Huizingen. André Bouffioux, CEO van de Siemens Groep België- Luxemburg, belemtoonde het belang van Volt-Air en de proeftuin in zijn geheel om de energie- en klimaatuitdagingen van de toekomst op een multi-disciplinaire manier aan te pakken. Elektrisch rijden vormt hierin een belangrijke rol en via het onderzoek op microgrids kan het opladen van elektrische voertuigen geoptimaliseerd worden. Naast de reeds aanwezige zonnepanelen werd op 17 april ook de mini-wkk van de firma E. Van Wingen, partner in Volt-Air, op de site van Siemens Huizingen ingehuldigd. Eerste gebruikersgroep Op 9 mei 2012 organiseerde Volt-Air een eerste gebruikersgroep in de faculty club in Leuven. Tijdens dit evenement werd de opzet van de sublabs gepresenteerd en werd een oproep gelanceerd naar geïnteresseerde bedrijven om gezamenlijk met Volt-Air partners projecten op te starten. Nog tot februari 2014 zullen verschillende bedrijven en onderzoeksinstellingen immers gebruik kunnen maken van de huidig uitgerolde software, hardware, dataverwerkingsystemen en gebruikersgroep. Deze bundeling van krachten zou er dan ook moeten voor zorgen dat er een bundeling kan komen van inzichten van gebruikers, mogelijkheden en knelpunten. Foto 22: Volvo C30 op de eerste Volt-Air gebruikersgroep

105 Programme Office Voor het programme office stond in 2012 de bekendmaking van de Vlaamse proeftuin in het binnenen buitenland centraal. Het programme office overlegde dan ook met de platformen op welke evenementen en beurzen de proeftuin naar buiten kon treden. Soms werd een individuele vertegenwoordiging van bedrijven uit de proeftuin afgevaardigd, soms traden de platformen als proeftuinplatform naar buiten en in een aantal gevallen werd gezamenlijk beslist dat het programme office de volledige proeftuin vertegenwoordigde. Bij de evaluatie of de proeftuin al dan niet naar buiten treedt wordt een zorgvuldige afweging gemaakt: - Wat is de finaliteit van het evenement? - Past het in de planning van de proeftuin, kunnen bepaalde verwezenlijkingen worden getoond of doelgericht kennis uitgewisseld? - Naar welke doelgroep of zogenaamde stakeholders richt het event zich? Zijn dit belangrijke stakeholders voor de Vlaamse proeftuin? 6.1. Stakeholderanalyse Om een evenwichtige spreiding van de communicatieacties te bereiken, werden een overzicht gemaakt van de betrokken stakeholders. Bij de communicatieplanning werd telkens nagegaan welke doelgroep op welke manier best wordt bereikt. Daarnaast werd er ook nagegaan op welke manier de proeftuin zo veel mogelijk aansluiting kan vinden met andere organisaties die actief zijn op het vlak van innovatie, valorisatie en de adoptie van elektrische mobiliteit. Verschillende evenementen en presentaties werden uitgevoerd in nauwe samenwerking met VIM, Flanders DRIVE, Smart Grids Flanders, FIT, de Vlaamse innovatiecentra, en andere Het overzicht van stakeholders met een overzicht van hun belang bij de proeftuin vindt u in volgend overzicht.

106 104 Figuur 32: overzicht van de stakeholderanalyse van de Proeftuin

107 Externe communicatie door het Programme Office Hieronder geven we eerst een volledig overzicht van de externe communicatiemomenten van de Vlaamse proeftuin tijdens het eerste werkingsjaar, vervolgens worden enkele evenementen nader toegelicht. Deze communicatiemomenten hebben meerdere doelen : algemene bekendmaking van de proeftuin, opzet en doel van de proeftuin toelichten om externe stakeholders te informeren hoe ze kunnen samenwerken met de platformen via bijkomende projecten, verspreiden van resultaten, Enkele openbare besturen die deelnemen in de proeftuin namen in 2012 het initiatief om zelf grootschalige evenementen of persmomenten op te zetten om elektrische mobiliteit bekend te maken bij een breder publiek. Omdat de voortrekkersrol en de voorbeeldfunctie van deze besturen erg belangrijk zijn voor de adoptie van elektrische mobiliteit zijn dit belangrijke evenementen die we graag in de kijker plaatsen.

108 106

109 107 Hieronder worden enkele evenementen nader toegelicht: Startmoment van de Proeftuin in de gebouwen van het Vlaams Parlement Foto 23: startmoment Proeftuin in de gebouwen van het Vlaams Parlement Op 29 september 2011 vond in het Vlaams Parlement te Brussel het officiële startmoment voor de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen plaats. Dit startmoment bestond uit een namiddag waarop geïnteresseerden meer informatie konden bekomen over de opzet van de proeftuin. Van dit startmoment werd dan ook dankbaar gebruik gemaakt want er waren maar liefst 300 inschrijvingen. Het startmoment was er niet enkel om geïnteresseerden meer informatie te geven, maar was er ook om te werken. De platformcoördinatoren zaten hiervoor tijdens de middag samen om nog enkele concrete zaken te bespreken voor het verdere verloop van de proeftuin. Dit was de eerste echte kans voor een grondigere onderlinge kennismaking. Na de vergadering werden de eerste gasten door de platformcoördinatoren ontvangen. Ook minister Ingrid Lieten was vanaf 13u30 aanwezig om de gasten te verwelkomen. Dit gebeurde buiten aan de hoofdingang van het Vlaams Parlement waar er voor deze gelegenheid een aantal elektrische wagens waren geplaatst. De aanwezigen konden een korte testrit maken met de wagens en ook kennismaken met laadinfrastructuur. Tijdens een plenaire sessie die geopend werd door minister Lieten, werd de werking van de vijf platformen en de werking van het Programme Office toegelicht. Het startmoment werd afgesloten met een netwerkreceptie, waarbij de aanwezigen ook de 5 standen van de platformen konden bezoeken voor verdere uitleg.

110 Evenementen georganiseerd door partners en derden Stuurgroepen Nationaal Masterplan op initiatief van de FOD Economie De FOD Economie organiseert sinds het najaar 2011 een nationaal stakeholder platform rond elektrische mobiliteit. Hierop zijn de betrokken actoren zoals de federaties, belangenverenigingen en de drie gewesten vertegenwoordigd. FOD Economie vroeg aan het Programme Office deel te nemen aan deze stuurgroepvergaderingen om zo de ervaringen uit de Vlaamse Proeftuin te kunnen delen met de deelnemers. Voorwerp van de eerste stuurgroepvergaderingen was de uitwerking en ondertekening door de sector van een Nationaal Masterplan Elektrische Mobiliteit. Dit Masterplan omvat analyses en aanbevelingen om te komen tot een uitrol en volledige adoptie van elektrische mobiliteit in heel België. De aanbevelingen bestrijken 13 actiedomeinen: Actie 1: Gecoördineerd & geïntegreerd nationaal beleid Actie 2: Financiële (fiscale) maatregelen Actie 3: Easy mobility incentives Actie 4: Maatregelen met betrekking tot de laadinfrastructuur Actie 5: Energievoorziening verzekeren Actie 6: Maatregelen met betrekking tot batterij Actie 7: Ondersteuning R&D en demonstratieprojecten Actie 8: Opleiding & training Actie 9: Rol van de overheid als launching customer Actie 10: Administratieve vereenvoudiging Actie 11: Communicatie & sensibilisering Actie 12: Business-modellen Actie 13: Stimuleren elektrische voertuigvloten Het plan werd in 2012 overhandigd aan de staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit. De Ecomobiliteitsdag bij Technopolis Op zondag 1 april 2012 organiseerde Technopolis een themadag rond eco-mobiliteit voor gezinnen. De families konden een uitgebreide beurs bezoeken en testritten maken met elektrische voertuigen. Ook het Programme Office was vertegenwoordigd met een beursstand. Provincie West-Vlaanderen (EVA) organiseert een Praktijkdag Nieuwe Mobiliteit Foto 24: provinciebestuur West-Vlaanderen organiseert een praktijkdag Nieuwe Mobiliteit Op dinsdag 11 september 2012 organiseerde provincie West-Vlaanderen i.s.m. de POM en Mobimix de Praktijkdag Nieuwe Mobiliteit. Deze praktijkdag omvatte alles wat een gemeente of organisatie moet weten over elektrisch rijden maar ook over CNG, LNG, hybride technologieën... Het dagprogramma was gericht naar lokale besturen, het avondprogramma naar bedrijven.

111 109 Ook het Programme Office en verschillende partners uit de proeftuinplatformen deelden hun kennis met de talrijk opgekomen geïnteresseerden. Zo waren er presentaties over de ervaringen die werden opgebouwd binnen Olympus en EVA. Stad Antwerpen (Olympus) organiseert Zot van E Eind september 2012 organiseerde de Stad een persmoment waarop haar vlootbeleid werd toegelicht. Stad Antwerpen heeft een vloot van zo n dienstvoertuigen en tuigen. Sinds enkele jaren zet het stadsbestuur in op een doorgedreven vergroening van deze vloot. Het is daarbij niet enkel de bedoeling door meer eco-vriendelijke modellen maar vooral ook het volledige verplaatsingsgedrag van het stadspersoneel te herzien. De Stad ontwikkelde op basis van een kosten- /batenanalyse de STOP-regel: eerst Stappen, dan Trappen, vervolgens Openbaar Vervoer en pas als laatste (elektrische) Personenwagens gebruiken: Figuur 33: het STOP principe toegepast door Stad Antwerpen (Bron: Stad Antwerpen) De Stad verving een aantal personenwagens en utilitaire voertuigen door elektrische modellen en introduceerde ook het unieke concept van gedeelde mobiliteit: binnen Olympus heeft de Stad een aantal elektrische voertuigen in gebruik genomen (Nissan Leaf) die buiten de diensturen ook ter beschikking staan van particuliere Cambiogebruikers.

112 Intern overleg en opvolging binnen de proeftuin Naast de externe communicatieactiviteiten die werden georganiseerd door de platformen en/of het Programme Office en de events waaraan de Vlaamse Proeftuin deelnam, waren er ook talrijke interne overlegmomenten en vergaderingen. Het programme office organiseerde een aantal werkgroepen waarin alle platformen kennis kunnen uitwisselen rond bepaalde thema s en afspraken kunnen maken over de gezamenlijke aanpak van bepaalde problematieken. Thema s die overkoepelend werden aangepakt zijn testpopulatiebeheer, interoperabiliteit van laadinfrastructuur en datamonitoring. Werkgroep interoperabiliteit Om laadinfrastructuur, die door verschillende partijen wordt geplaatst, zo open en uniform mogelijk toegankelijk te maken voor de eindgebruikers dienen een aantal afspraken gemaakt te worden. Deze afspraken zijn zowel op technisch als op commercieel vlak vast te leggen. Binnen de proeftuin wensen we over de 5 platformen heen afspraken rond interoperabiliteit vast te leggen. Tegelijk dienen we natuurlijk ook de initiatieven buiten de proeftuin (zowel in Vlaanderen, onze buurlanden tot op Europees niveau) op te volgen. In de eerste fase werd de werkgroep interoperabiliteit opgestart met de platformcoördinatoren van elk platform. In een latere fase werd deze werkgroep uitgebreid met de verschillende laadpaalleveranciers en service providers in de platformen. In jaar 1 heeft de werkgroep interoperabiliteit o.a. werk gemaakt van een aantal technische afspraken. Zo is er een keuze gemaakt van het type stekker dat we in de laadpalen op het publieke domein als de-facto standaard binnen de proeftuin zien. Ook op vlak van RFID-readers voor de identificatie en authenticatie van gebruikers bij de laadpaal zijn de eerste afspraken vastgelegd. Ultieme doelstelling is dat de eindgebruikers zich geen zorgen hoeven te maken over de stekkers en de pasjes die toegang verschaffen tot de laadinfrastructuur: een testrijder van platform A moet zonder problemen of hindernissen kunnen laden bij platform B. Naast een aantal technische afspraken dienen er ook nog meer organisatorische en commerciële afspraken vastgelegd te worden om deze onderlinge interoperabiliteit te verwezenlijken. Dit zal in 2013 verder bekeken worden. Ook hier kijkt de werkgroep interoperabiliteit over de grenzen heen, om ervaringen uit het buitenland te capteren. In de werkgroep zijn dan ook regelmatig experten uitgenodigd als gastspreker. Onder andere met de UK en zeker met Nederland is al heel wat interactie geweest. Daarnaast volgt het Programme Office ook 2 Europese projecten op (Green emotion en emi3) die een sterke link hebben met interoperabiliteit. Meer informatie is terug te vinden in hoofdstuk 9. Werkgroep Testpopulatie Binnen Vlaanderen zijn een aantal proeftuinen lopende, zowel op vlak van ICT (het Vlaamse Proeftuin Platform - VPP) als op vlak van elektrische voertuigen (de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen). Elke van deze proeftuinen heeft zijn specifieke inhoudelijke doelstellingen, maar een gemeenschappelijk kenmerk is dat zij allen gebruik maken van een testpopulatie die nieuwe producten en diensten in een reallifeomgeving gaan testen.

113 111 De Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen en het Vlaams Proeftuin Platform hebben daarom een gezamenlijke infosessie georganiseerd in 2012 waarin beide proeftuinen mekaar beter konden leren kennen en waarbij vooral de partners die zich actief met de testpopulatie bezig houden hun manier van aanpak en een deel van de ervaringen konden delen. Het uiteindelijke doel van de werkgroep testpopulatie is dus enerzijds de informatie uitwisseling maar anderzijds ook het detecteren van (gemeenschappelijke) aandachtspunten voor de toekomst waarop gezamenlijk of bilateraal kan samengewerkt worden. Werkgroep Data Monitoring Elk platform heeft zijn uitrol van infrastructuur grotendeels achter de rug en is gestart met de data monitoring. Bij het indienen van het subsidiedossier heeft elk platform een werkplan opgezet, waarin ook de opzet van het data monitoring systeem in vastgelegd : welk type dataloggers gebruiken (GPS, CAN, )? welke parameters loggen ( data segregation list )? welke platformpartner is verantwoordelijk voor wat? welke onderzoeksvragen wil het platform met de verzamelde data beantwoorden? Binnen de werkgroep data monitoring komen de 5 platformen samen (alle platformpartners betrokken bij de data logging) om enerzijds ervaringen uit te wisselen en anderzijds om in detail op te lijsten welke data er allemaal gelogd wordt per platform en welke data over de 5 platformen heen gemeenschappelijk is. Elk platform heeft zijn specifieke onderzoeksvragen en zal dus op bepaalde aspecten meer in detail meten dan een ander platform bv meer op voertuig niveau of op laadinfrastructuur niveau of op verplaatsingsgedrag niveau, Een deel van de data zal dus overlappend zijn en kan geaggregeerd worden gecommuniceerd, terwijl een ander deel van de data misschien specifiek is voor één platform. Randbemerking : alle proeftuinpartners en Programme Office hebben wel een wishlist van te beantwoorden onderzoeksvragen en van interessante datavelden (top-down), maar het meten moet in de praktijk natuurlijk ook technisch en economisch haalbaar zijn binnen de werkingsbudgetten van het platform. Een data parameter is niet altijd technisch meetbaar (vb. geen toegang tot de CAN-bus van een bepaalde voertuig) of de meetkosten kunnen zeer hoog zijn. Deze afweging moet telkens gemaakt worden. Indien een bepaalde onderzoeksvraag niet kan beantwoord worden met de huidige opzet van data monitoring in het platform, kan dit misschien in een bijkomend onderzoeksproject opgenomen worden.

114 De website Het PO-EV stond ook in voor de ontwikkeling van een website over de Vlaamse Proeftuin. Deze website werd in de loop van 2012 verder op punt gesteld en omvat naast een voorstelling van de vijfplatformen bijvoorbeeld ook nieuws over evenementen van de proeftuin. Ook dit jaarverslag is elektronisch downloadbaar op deze site. In 2012 werd deze site zo n keren geraadpleegd door unieke bezoekers. De figuur hieronder geeft de frequentie van de raadplegingen weer: Figuur 34: aantal bezoeken op de website in 2012

115 113 Deel 7: de onderzoeks-en innovatieprojecten Welke projecten hebben de platformen in het eerste werkingsjaar opgestart? Soorten projecten Enkele proeftuinprojecten in de kijker Initiatieven in Vlaanderen buiten de proeftuin

116 114

117 115 Deel 7: de onderzoeks-en innovatieprojecten 1. Overzicht van projecten Elk proeftuinplatform heeft een aantal onderzoeksen innovatieprojecten opgestart. Deze projecten kunnen onderverdeeld worden in verschillende categorieën naargelang de aard en het voorwerp van het innovatie- en ontwikkelingsproject. In een aantal gevallen gaat het om een nieuw project dat vanuit de proeftuin werd geïnitieerd maar in een aantal gevallen gaat het om lopende projecten die worden gelinkt of gevoed met data uit de proeftuin. Een aantal projecten zijn interne projecten die worden opgestart door platformpartners onderling 9, maar omdat de proeftuin een open innovatieplatform is, kunnen ook derden gebruik maken van de infrastructuur en/of monitoringsdata van een platform en hiervoor een project definiëren. Zowel voor interne als voor externe projecten is er binnen elk proeftuinplatform een aanvraag- en evaluatieprocedure. Hierbij zal elk platform een aantal criteria in overweging nemen zoals bijvoorbeeld : Projectidee moet passen binnen de focus en de doelstellingen van het platform in kwestie Geen belangenvermenging met de bestaande industriële partners van het platform Potentieel hebben om een toegevoegde waarde te zijn (valorisatie) voor het platform en de Vlaamse regio Praktische haalbaarheid tot inpassing van het project in het platform Belangrijke opmerking : dit document omvat geen gedetailleerde onderzoeksresultaten van de innovatie- of onderzoeksprojecten. Deze resultaten worden ten gepaste tijde gepubliceerd door de proeftuinplatformen zelf zodat zij kunnen bepalen welke delen confidentieel en welke delen publiek beschikbaar zijn. 9 De elektrische cart die hierboven wordt weergegeven is ontwikkeld door Flanders Drive en werd onder andere tentoongesteld op de gezamenlijke beursstand van Flanders Drive en PO-EV op de Technologietag in Stuttgart.

118 116 Tijdens het eerste werkingsjaar van de proeftuin werden een zestigtal projectideeën gedefinieerd. Op dit moment bevinden deze ideeën zich in verschillende stadia: het kan gaan om prille ideeën die nog verder moeten worden gescoopt tot projectideeën die reeds concreter zijn. De grafiek hieronder geeft daarvan een overzicht. Figuur 35: overzicht van de projectideeën op de proeftuin volgens status toestand eind februari 2013 Van bij de opstart van de proeftuin waren er tal van projectideeën. Deze projectideeën moeten echter vaak nog eerst uitgewerkt worden tot een volwaardige business case met een duidelijke scope, een valorisatiepotentieel en een mijlpalenplan en financieel plan. Aangezien via de proeftuin geen subsidies worden verschaft voor de uitvoering van projecten moeten de initiatiefnemers op zoek naar financiering voor de uitvoering van hun project. Bepaalde projecten worden opgestart met eigen middelen, ze vinden subsidie via de reguliere subsidiekanalen of ze blijven soms ook in dit stadium steken. Een aantal projecten startten reeds door maar van een aantal projectideeën werd ook snel duidelijk dat er op zich geen business case is. Dit zijn vaak projecten die eerder een maatschappelijke finaliteit hebben en niet onmiddellijk gericht zijn op de ontwikkeling van een vermarktbaar product of dienst. In de opstartfase van de proeftuin mogen we ons dus niet blind staren op het absolute aantal projectideeën die er zijn. Het is een proces waarbij de meeste projectideeën nog door een funnel moeten om ze verder te toetsen op haalbaarheid en om prioriteiten te stellen. Een deel van de projectideeën zal dus ook nooit volledig door deze funnel gaan, maar het aantal toont wel aan dat er voldoende ideeën zijn. Begin 2013 waren 18 projecten effectief in uitvoering. Dit zijn vooral projecten die vooraf reeds door de projectpartners gedefinieerd waren of die reeds waren opgestart en aanhaakten aan de proeftuin. Hieronder vindt u meer informatie over de relatie van de projecten met de proeftuin, het type projectidee (dit kan uiteenlopen van derden die een contract sluiten met proeftuinpartners om bijvoorbeeld met eigen activa deel te nemen aan de proeftuin tot een Europees onderzoeksproject met verschillende partners en het onderwerp van het projectidee voor alle zestig projectideeën (ongeacht het stadium waarin ze zich bevinden).

UNIFORME LAADSTEKKER VOOR PUBLIEKE OPLAADINFRASTRUCTUUR ELEKTRISCHE VOERTUIGEN

UNIFORME LAADSTEKKER VOOR PUBLIEKE OPLAADINFRASTRUCTUUR ELEKTRISCHE VOERTUIGEN PERSMEDEDELING VAN VICEMINISTER-PRESIDENT INGRID LIETEN VLAAMS MINISTER VAN INNOVATIE, OVERHEIDSINVESTERINGEN, MEDIA EN ARMOEDEBESTRIJDING 25 mei 2012 UNIFORME LAADSTEKKER VOOR PUBLIEKE OPLAADINFRASTRUCTUUR

Nadere informatie

DE VLAAMSE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN CARLO MOL PROGRAMME OFFICE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN

DE VLAAMSE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN CARLO MOL PROGRAMME OFFICE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN DE VLAAMSE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN SMART GRIDS SUMMERSCHOOL, 20 JUNI 2012, BRUSSEL CARLO MOL PROGRAMME OFFICE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN 17/06/2012 1 Deze Proeftuin kwam er om de invoering

Nadere informatie

VMx studiedag mobiliteit. Een toekomst voor elektrische mobiliteit in Vlaanderen

VMx studiedag mobiliteit. Een toekomst voor elektrische mobiliteit in Vlaanderen VMx studiedag mobiliteit Een toekomst voor elektrische mobiliteit in Vlaanderen 05/09/2013, Leuven Carlo Mol Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen Agenda» Elektrische Mobiliteit : Wat? Waarom? Wie?

Nadere informatie

Olympus Proeftuin elektrische voertuigen

Olympus Proeftuin elektrische voertuigen Olympus Proeftuin elektrische voertuigen WAAROM IS ELEKTRISCHE MOBILITEIT BELANGRIJK VOOR NMBS-HOLDING? Koen Van De Putte, NMBS-Holding NMBS-Holding, motor van genetwerkte mobiliteit...stimuleert de samenwerking

Nadere informatie

Welkom. Wase Klimaattop. Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen

Welkom. Wase Klimaattop. Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Welkom Wase Klimaattop Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen 2 Wase Klimaattop_14 oktober 2016 Situering initiatief duurzame mobiliteit Doelstellingen

Nadere informatie

VDL Groep. Kracht door samenwerking. Heavy duty waterstoftoepassingen. Menno Kleingeld

VDL Groep. Kracht door samenwerking. Heavy duty waterstoftoepassingen. Menno Kleingeld VDL Groep Kracht door samenwerking Heavy duty waterstoftoepassingen Menno Kleingeld VDL Groep No-nonsens Nederlands familiebedrijf Met name gericht op de maakindustrie Wim van der Leegte: Boegbeeld Nederlandse

Nadere informatie

Eindrapport Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen

Eindrapport Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen Eindrapport Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen Programme Office Elektrische Voertuigen www.proeftuin-ev.be 1 INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL... 1 VOORWOORD VAN DE REDACTIE... 5 DOELSTELLING VAN DIT DOCUMENT...

Nadere informatie

Aanleg elektrisch laadeiland te Brasschaat

Aanleg elektrisch laadeiland te Brasschaat Aanleg elektrisch laadeiland te Brasschaat studiedag elektrische wagens en voertuigen 31 mei 2012 Katherine Van de Velde (duurzaamheidsambtenaar gemeente Brasschaat) Historiek Beleidsverklaring Bruisend

Nadere informatie

3. Hoeveel tankstations in Vlaanderen beschikken thans over een vergunning voor CNG-levering? Graag een overzicht per provincie.

3. Hoeveel tankstations in Vlaanderen beschikken thans over een vergunning voor CNG-levering? Graag een overzicht per provincie. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 282 van MARTINE TAELMAN datum: 20 april 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE Alternatieve

Nadere informatie

Duurzame dienstmobiliteit. Geert Biesemans directeur voertuigencentrum

Duurzame dienstmobiliteit. Geert Biesemans directeur voertuigencentrum Duurzame dienstmobiliteit Geert Biesemans directeur voertuigencentrum Nood aan verduurzaming externe factoren opwarming van de aarde stijgende prijs en eindigheid brandstoffen binnen koolstofeconomie fiscaliteit

Nadere informatie

Welkom. Elektrische Voertuigen in Actie. Praktijkdag Nieuwe Mobiliteit Provinciehuis Boeverbos, Brugge 11 September 2012

Welkom. Elektrische Voertuigen in Actie. Praktijkdag Nieuwe Mobiliteit Provinciehuis Boeverbos, Brugge 11 September 2012 Welkom Elektrische Voertuigen in Actie Praktijkdag Nieuwe Mobiliteit Provinciehuis Boeverbos, Brugge 11 September 2012 Waarom elektrische voertuigen? In Vlaanderen : 3,7 miljoen voertuigen 3,1 miljoen

Nadere informatie

Tussentijds verslag midden 2014

Tussentijds verslag midden 2014 Tussentijds verslag midden 2014 Programme Office Elektrische Voertuigen www.proeftuin-ev.be 1 INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL... 1 OVERZICHT VAN FIGUREN... 3 BIBLIOGRAFIE... 4 INLEIDING... 5 DOELSTELLING VAN

Nadere informatie

De auto van de toekomst is voor vandaag

De auto van de toekomst is voor vandaag De auto van de toekomst is voor vandaag Woensdag 7 mei 2014 Belgian Platform on Alternative Transport Fuels #8 Agenda 1. Inleiding 2. Belgische cijfers over de markt en het park 3. Andere Europese landen

Nadere informatie

Tweede jaarverslag 2013

Tweede jaarverslag 2013 Programme Office Elektrische Voertuigen www.proeftuin-ev.be 1 2 3 INHOUDSTAFEL OVERZICHT VAN FIGUREN... 7 INLEIDING... 9 DOELSTELLING VAN DIT DOCUMENT... 10 DEEL 1: DE WAARDEKETEN VAN ELEKTRISCHE MOBILITEIT...

Nadere informatie

Future EV Services. Flanders Smart Grids School 2013, october 9. ElectroMobility Consulting

Future EV Services. Flanders Smart Grids School 2013, october 9. ElectroMobility Consulting Future EV Services Flanders Smart Grids School 2013, october 9 ElectroMobility Consulting Luc LEBON Juni, 2013 1 ONTWIKKELING VAN DE EV MARKT Bijdrage elektromobiliteit aan duurzame samenleving Diepgaande

Nadere informatie

Welkom Elektrische voertuigen 6 juli 2011

Welkom Elektrische voertuigen 6 juli 2011 Welkom Elektrische voertuigen 6 juli 2011 Agenda Project elektrische voertuigen Eandis Impact op netwerk elektriciteit Deelname proeftuin EVA 2 6 juli 2011 Technische gegevens voertuigen ( 1 ) 4 FIAT FIORINO

Nadere informatie

Met de betrachting de vergroeningseffecten van de hervormde BIV te monitoren, wens ik volgende vragen te stellen.

Met de betrachting de vergroeningseffecten van de hervormde BIV te monitoren, wens ik volgende vragen te stellen. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 319 van JORIS VANDENBROUCKE datum: 17 juni 2016 aan BART TOMMELEIN VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE Hervorming

Nadere informatie

SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST

SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST E u r o p e s e Commissie INFORMATIESYSTEEM VOOR STRATEGISCHE ENERGIETECHNOLOGIEËN SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST http://setis.ec.europa.eu Europese Commissie Informatiesysteem voor strategische

Nadere informatie

IWT TETRA-PROJECT NANOGRIDS IN DE PRAKTIJK. Startvergadering 25/03/2013 15u Geel

IWT TETRA-PROJECT NANOGRIDS IN DE PRAKTIJK. Startvergadering 25/03/2013 15u Geel IWT TETRA-PROJECT NANOGRIDS IN DE PRAKTIJK Startvergadering 25/03/2013 15u Geel Eestermans Bart Lector - Onderzoeker Thomas More Kempen Kenniscentrum Energie 1 Smart Grid Microgrid Nanogrid WHAT'S IN A

Nadere informatie

Vlaamse Complementariteit. SET5Y Ronnie Belmans

Vlaamse Complementariteit. SET5Y Ronnie Belmans Vlaamse Complementariteit SET5Y Ronnie Belmans EnergyVille en Campus EnergyVille EnergyVille = samenwerking tussen VITO, KUL en IMEC in onderzoek, ontwikkeling en valorisatie Geïmplementeerd via samenwerkingsovereenkomsten

Nadere informatie

Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak

Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak KIvI Jaarcongres Sustainable Mobility,6 november 2013 Pieter Tanja Leefbaarheid en gezondheid in stad en regio verkeersveiligheid geluidoverlast

Nadere informatie

Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst. Brussel, 27 februari 2013

Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst. Brussel, 27 februari 2013 Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst Brussel, 27 februari 2013 Inhoud 1. Health & Care fonds zorgt voor kritische massa en multiplicatoreffect (Urbain Vandeurzen)

Nadere informatie

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren,

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren, Vrijdag 10 september 2010 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Comité van de Regio s Resource Efficient Europa Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau,

Nadere informatie

Rol van de 17 imove partners en belang van imove voor hun organisatie

Rol van de 17 imove partners en belang van imove voor hun organisatie Rol van de 17 imove partners en belang van imove voor hun organisatie Belgacom / Mobile For De Belgacom Groep is een actieve partner die volop investeert in elektrische voertuigen (28 ondertussen) met

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren als een regio

Nadere informatie

uitgroeien tot een Vlaamse, Europese en internationale topregio met economische creativiteit als concept voor meer welvaart en welzijn in de regio.

uitgroeien tot een Vlaamse, Europese en internationale topregio met economische creativiteit als concept voor meer welvaart en welzijn in de regio. Flanders Smart Hub 1. Waarom dit project? 2. Wie maakt deel uit van dit project? 3. Vanwaar komt de naam? 4. Het vertrekpunt van het project 5. Actiedomeinen 6. Wat zijn onze doelstellingen? 7. Logistiek

Nadere informatie

VOORSTELLING. Het is in deze geest en met deze wil dat het Verbond van Belgische Ondernemingen

VOORSTELLING. Het is in deze geest en met deze wil dat het Verbond van Belgische Ondernemingen VOORSTELLING VAN HET CHARTER " "EV EVOLUTION TO ELECTRICAL VEHICLES" ( EV. TO E.V. ). ) INLEIDING Het vervoer over de weg is momenteel een bron van vervuiling wegens uitstoot in de lucht en geluidshinder.

Nadere informatie

Duurzame mobiliteit vandaag Kristof Corthout Product Manager Sustainable Mobility

Duurzame mobiliteit vandaag Kristof Corthout Product Manager Sustainable Mobility Duurzame mobiliteit vandaag Kristof Corthout Product Manager Sustainable Mobility Groene mobiliteit: een complementair verhaal Aantal km 0 0 0 2 0 Complementariteit! Aantal km 0 0 1 5 0 Complementariteit!

Nadere informatie

Duurzame mobiliteit in de stad Klimaatavond Eindhoven Klimaatavond Eindhoven

Duurzame mobiliteit in de stad Klimaatavond Eindhoven Klimaatavond Eindhoven Duurzame mobiliteit in de stad TNO Sustainable Transport & Logistics 2 Inhoud De uitdaging Veel om uit te kiezen: het palet aan mogelijke oplossingen Niet of-of maar en-en: bijdragen van heel veel oplossingen

Nadere informatie

TAXI S. voor duurzame mobiliteit. De taxisector vandaag en morgen. Pierre Steenberghen, G.T.L. Conferentie E-taxi, Antwerpen 14 november2016

TAXI S. voor duurzame mobiliteit. De taxisector vandaag en morgen. Pierre Steenberghen, G.T.L. Conferentie E-taxi, Antwerpen 14 november2016 TAXI S voor duurzame mobiliteit De taxisector vandaag en morgen Pierre Steenberghen, G.T.L. Conferentie E-taxi, Antwerpen 14 november2016 G.T.L. Nationale Groepering van Taxiondernemingen en van diensten

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Elektrisch Rijden in Nederland: het beleid

Elektrisch Rijden in Nederland: het beleid Elektrisch Rijden in Nederland: het beleid Julia Williams 27 Januari 2015 2 Elektrisch Rijden: Een brede innovatie (transportmiddelen, energie, smart grids, gedrag etc.) die vooral plaatsvindt in de markt.

Nadere informatie

E-car sharing in Zuid - Limburg

E-car sharing in Zuid - Limburg E-car sharing in Zuid - Limburg Visie en toepassing in Zuid Limburg Waarom e-car sharing in Zuid-Limburg? Waarom dit e-car sharing project? o Doorbraak van e-mobility in minder dicht bevolkte gebieden

Nadere informatie

Tussentijds verslag midden 2013

Tussentijds verslag midden 2013 Tussentijds verslag midden 2013 Programme Office Elektrische Voertuigen www.proeftuin-ev.be 1 INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL... 1 OVERZICHT VAN FIGUREN... 3 INLEIDING... 5 DOELSTELLING VAN DIT DOCUMENT...

Nadere informatie

Ministerie van Economische Zaken

Ministerie van Economische Zaken DOORBRAAKPROJECT ICT EN ENERGIE Routekaart doorbraakproject ICT en Energie Ministerie van Economische Zaken Rapport nr.: 14-2884 Datum: 2014-10-15 SAMENVATTING ROADMAP Het kabinet wil dat de uitstoot van

Nadere informatie

PRESENTATIE studiedag Leefmilieu Brussel Maandag 8 juni, 2015. Vlootbeheer en elektrische mobiliteit bij Stad Gent

PRESENTATIE studiedag Leefmilieu Brussel Maandag 8 juni, 2015. Vlootbeheer en elektrische mobiliteit bij Stad Gent 10/06/2015 PRESENTATIE studiedag Leefmilieu Brussel Maandag 8 juni, 2015 Vlootbeheer en elektrische mobiliteit bij Stad Gent Lies Helsloot, Service en Logistiek Departement FM Stad Gent 13 Departementen

Nadere informatie

Impact Cloud computing

Impact Cloud computing Impact Cloud computing op de Nederlandse zakelijke markt De impact van Cloud Computing op de Nederlandse zakelijke markt De economische omstandigheden zijn uitdagend. Nederland is en bedrijven informatietechnologie

Nadere informatie

Cijfers Elektrisch Vervoer

Cijfers Elektrisch Vervoer Cijfers Elektrisch Vervoer (t/m 31 mei 2013) Dit overzicht geeft een indruk van de ontwikkeling van elektrisch vervoer in Nederland. Het wordt maandelijks samengesteld door Agentschap NL, in opdracht van

Nadere informatie

EEN ELEKTRISCHE WAG E N? D E P R O S,

EEN ELEKTRISCHE WAG E N? D E P R O S, EEN ELEKTRISCHE WAG E N? D E P R O S, D E C O N T R A S E N D E P R E M I E S. Elektrische wagens zijn in. De We vertellen u alles wat u moet media hebben er de mond van vol, weten over elektrische wagens.

Nadere informatie

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020 OP EFRO OOST-NEDERLAND 2014-2020PRESENTATIE KENNISPARK, 23 APRIL 2014 JOLANDA VROLIJK, PROGRAMMAMANAGER EFRO OP EFRO Oost-Nederland 2014-2020 Inhoud presentatie 1. Inleiding Europese Fondsen: cohesie beleid

Nadere informatie

TITEL Deelname regionale aanbesteding van oplaadpunten voor elektrische auto s.

TITEL Deelname regionale aanbesteding van oplaadpunten voor elektrische auto s. RAADSVOORSTEL Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 4562162 Aan : Gemeenteraad Datum : 17 december 2013 Portefeuillehouder : Wethouder J.C. Buijtelaar Wethouder C. van Eijk Agendapunt : B&W-vergadering

Nadere informatie

Het nieuw industrieel beleid: - een korte review -de rol van Agentschap Ondernemen

Het nieuw industrieel beleid: - een korte review -de rol van Agentschap Ondernemen Het nieuw industrieel beleid: - een korte review -de rol van Agentschap Ondernemen Industrie in Vlaanderen blijft belangrijk 40 % Vlaamse toegevoegde waarde (15% BBP) 70 % O&O uitgaven 80 % Vlaamse export

Nadere informatie

Van bouwsector naar woonsector

Van bouwsector naar woonsector Van bouwsector naar woonsector donderdag - 24 04 2014-12:23 Van bouwsector naar woonsector De bouw ondergaat vandaag een grote transformatie: naar een sector die inspeelt op de behoefte aan betaalbare

Nadere informatie

Gedachtewisseling. over het eerste jaarverslag van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen. Verslag

Gedachtewisseling. over het eerste jaarverslag van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen. Verslag stuk ingediend op 2035 (2012-2013) Nr. 1 6 mei 2013 (2012-2013) Gedachtewisseling over het eerste jaarverslag van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen Verslag namens de Commissie voor Economie,

Nadere informatie

Green Deal Focusgebied Provincie Brabant

Green Deal Focusgebied Provincie Brabant Green Deal Focusgebied Provincie Brabant Ondergetekenden: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, ieder handelende in

Nadere informatie

William Meerschaut PR & Communication Manager Hyundai Belux

William Meerschaut PR & Communication Manager Hyundai Belux William Meerschaut PR & Communication Manager Hyundai Belux Pionier Hyundai is pionier in onderzoek en ontwikkeling waterstoftechnologie en toepassingen. Hyundai ECCOV Hybride elektrische driewieler

Nadere informatie

Algemene presentatie. Informatiebijeenkomst Adviseurs Openbaar Vervoer Rotterdam, 13 maart 2011

Algemene presentatie. Informatiebijeenkomst Adviseurs Openbaar Vervoer Rotterdam, 13 maart 2011 Informatiebijeenkomst Adviseurs Openbaar Vervoer Rotterdam, 13 maart 2011 Algemene presentatie Alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot deze presentatie berusten bij de Stichting Zero Emissie

Nadere informatie

Loont kiezen voor Cleantech innovatie?

Loont kiezen voor Cleantech innovatie? Loont kiezen voor Cleantech innovatie? Investeren in Cleantech biedt de mogelijkheid om economische meerwaarde te creëren in combinatie met milieuvoordelen. Een Cleantech productiemodel dient in staat

Nadere informatie

Cijfers Elektrisch Vervoer

Cijfers Elektrisch Vervoer Cijfers Elektrisch Vervoer (t/m 30 april 2015) Dit overzicht geeft een indruk van de ontwikkeling van elektrisch vervoer in Nederland. Het wordt maandelijks samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend

Nadere informatie

Inspiratie- en referentieprojecten ontwerpopdracht transporttechniek-ecostad

Inspiratie- en referentieprojecten ontwerpopdracht transporttechniek-ecostad Inspiratie- en referentieprojecten ontwerpopdracht transporttechniek-ecostad Verplaatsingen in Vlaanderen vandaag (2007) Dagelijks gebruik transportmiddel of enkele keren per week 89% de auto 48% de fiets

Nadere informatie

Vloeibaar aardgas - Liquid Natural Gas (LNG) Voordelen en uitdagingen. Jan Van Houwenhove 3 December 2015

Vloeibaar aardgas - Liquid Natural Gas (LNG) Voordelen en uitdagingen. Jan Van Houwenhove 3 December 2015 Vloeibaar aardgas - Liquid Natural Gas (LNG) Voordelen en uitdagingen Jan Van Houwenhove 3 December 2015 Agenda Cryo Advise Aardgas - eigenschappen Voordelen Uitdagingen Cryo Advise advies voor LNG systemen

Nadere informatie

Kansen en uitdagingen voor elektrisch wegvervoer

Kansen en uitdagingen voor elektrisch wegvervoer Kansen en uitdagingen voor elektrisch wegvervoer 30 september 2009 WTC Rotterdam Ir. Klaas Strijbis, Lid groepsdirectie Movares klaas.strijbis@movares.nl tel. 030 265 3003 www.movares.nl/elektrischrijden

Nadere informatie

Elektrisch rijden is de toekomst

Elektrisch rijden is de toekomst Elektrisch rijden is de toekomst Duurzaam onderweg in Rotterdam www.rotterdam.nl/elektrischrijden Elektrisch rijden neemt een vlucht. Er rijden steeds meer elektrische voertuigen rond. Een positieve ontwikkeling

Nadere informatie

Welkom. Elektrische Voertuigen in Actie. Studiedag Elektrische Mobiliteit Provincie Antwerpen 31 mei 2012

Welkom. Elektrische Voertuigen in Actie. Studiedag Elektrische Mobiliteit Provincie Antwerpen 31 mei 2012 Welkom Elektrische Voertuigen in Actie Studiedag Elektrische Mobiliteit Provincie Antwerpen 31 mei 2012 Waarom elektrische voertuigen? In Vlaanderen : 3,7 miljoen voertuigen 3,1 miljoen personenwagens

Nadere informatie

s-hertogenbosch, juni 2013 Samenwerkingsovereenkomst Brabantse Pilot Publieke Laadinfrastructuur Provincie Noord-Brabant en Enexis

s-hertogenbosch, juni 2013 Samenwerkingsovereenkomst Brabantse Pilot Publieke Laadinfrastructuur Provincie Noord-Brabant en Enexis Samenwerkingsovereenkomst Brabantse Pilot Publieke Laadinfrastructuur Provincie Noord-Brabant en Enexis INHOUD 1. Inleiding 2. Pilot laadinfrastructuur Brabant 3. Overwegingen 4. Doelstellingen 5. Gefaseerde

Nadere informatie

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2015

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2015 1 Beknopte samenvatting van de Inventaris hernieuwbare energiebronnen Vlaanderen 2005-2015, Vito, september 2016 1 Het aandeel hernieuwbare energie in 2015 bedraagt 6,0 % Figuur 1 groene stroom uit bio-energie

Nadere informatie

TKI Tender en programmalijnen Switch2SmartGrid. Programmalijnen en speerpunten 2014

TKI Tender en programmalijnen Switch2SmartGrid. Programmalijnen en speerpunten 2014 TKI Tender en programmalijnen Switch2SmartGrid Programmalijnen en speerpunten 2014 Programmalijnen en aandachtspunten 1. Energiemanagement voor fleibiliteit van energiesysteem 2. Informatie en control

Nadere informatie

Economie, innovatie en duurzaamheid zijn van

Economie, innovatie en duurzaamheid zijn van Inter-Steunpunten Transitieplatform Economie, innovatie en duurzaamheid zijn van belang in transport Hilde Meersman, Cathy Macharis, a Christa Sys, Eddy Van de Voorde, Thierry Vanelslander, Ann Verhetsel

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Greenbridge wetenschapspark incubator demonstrator

Greenbridge wetenschapspark incubator demonstrator Greenbridge wetenschapspark incubator demonstrator - faciliteert de ontwikkeling/optimalisatie van uw technologie - helpt uw energietechnologie succesvol in de markt zetten voor (startende) bedrijven:

Nadere informatie

Knelpunt 1: Elektrisch rijden wordt fiscaal zwaarder belast dan rijden op fossiele brandstoffen

Knelpunt 1: Elektrisch rijden wordt fiscaal zwaarder belast dan rijden op fossiele brandstoffen Inbreng Nuon voor de Ronde Tafel Elektrisch Rijden 9 juni 2016, Kamercommissie voor Economische Zaken Contact: alied.wessels.boer@nuon.com of joris.hupperets@nuon.com Samenvatting Randvoorwaarde voor elektrisch

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

1.6 Alternatieve aandrijving

1.6 Alternatieve aandrijving 1.6 Alternatieve aandrijving In deze paragraaf worden alternatieve aandrijvingen behandeld. Er wordt dieper ingegaan op elektrische aandrijving waarbij batterijgestuurde aandrijving en aandrijving door

Nadere informatie

STARTDOCUMENT. 1. De kracht van samenwerking. 2. Waarom een NWP

STARTDOCUMENT. 1. De kracht van samenwerking. 2. Waarom een NWP STARTDOCUMENT 1. De kracht van samenwerking Deltalinqs Energy Forum, Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Amsterdam, Havenbedrijf Eemsmond, Energy Valley, Stichting Zero Emissie Busvervoer, RAI Platform

Nadere informatie

WELKOM. 1 April 2014. Roadshow CARamba - Duurzame mobiliteit

WELKOM. 1 April 2014. Roadshow CARamba - Duurzame mobiliteit WELKOM 1 April 2014 Agda Waarom is duurzame mobiliteit zo belangrijk? Duurzame mobiliteit is e complemtair verhaal Oplossing duurzame mobiliteit Zet de eerste stap naar e duurzaam beleid 2 April 2014 Mobiliteit

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie oktober 2014 In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren

Nadere informatie

De consument kiest zelf, grip op eigen energiedata!

De consument kiest zelf, grip op eigen energiedata! De consument kiest zelf, grip op eigen energiedata! HelloData een service van MPARE MPARE faciliteert standaardisatie van energiedata. Maatschappelijk doel: versnellen energietransitie. HelloData: maatschappelijke

Nadere informatie

Fleetclub van 100. Welkom

Fleetclub van 100. Welkom Fleetclub van 100 Welkom Fleetclub van 100 Welkom Michel Dudok Manager Fleetsales & Leasing Doel van deze workshop Na afloop van de workshop bent u op de hoogte van De achtergronden, techniek en actuele

Nadere informatie

Elektrisch rijden begint. met de uitrol van elektrische laadpalen

Elektrisch rijden begint. met de uitrol van elektrische laadpalen Elektrisch rijden begint met de uitrol van elektrische laadpalen & Van Europese richtlijn tot Vlaams beleidskader (/2) EU richtlijn (204/94 /EU) Beleidskader marktontwikkeling van milieuvriendelijke energie

Nadere informatie

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen -

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen - De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn l - Uitdagingen & oplossingen - DG Energie 22 juni 2011 ENERGIEVOORZIENING NOG AFHANKELIJKER VAN IMPORT Te verwachten scenario gebaseerd op cijfers in 2009 in % OLIE

Nadere informatie

Logistieke toepassingen van waterstof binnen Colruyt Group

Logistieke toepassingen van waterstof binnen Colruyt Group Logistieke toepassingen van waterstof binnen Colruyt Group Ludo Sweron 29 februari 2012 slide 1 Visie duurzaam ondernemen Colruyt Group Samen duurzaam meerwaarde creëren door waardengedreven vakmanschap

Nadere informatie

Roadmap Smart Grids Mar$jn Bongaerts Frits Verheij 12 februari 2014

Roadmap Smart Grids Mar$jn Bongaerts Frits Verheij 12 februari 2014 1 Roadmap Smart Grids Mar$jn Bongaerts Frits Verheij 12 februari 2014 Inhoud 2 1. Innovatietafel aanloop naar TKI Switch2SmartGrids 2. Actieplan Duurzame Energievoorziening link naar E-akkoord 3. Toekomstbeelden

Nadere informatie

Elektrisch rijden in de praktijk

Elektrisch rijden in de praktijk We gaan elektrisch vooruit! Een impuls voor elektrisch vervoer in Rotterdam Elektrisch rijden in de praktijk Klimaatprobleem? Google earth januari 2009 Rotterdam Climate Initiative Als stad met wereldhaven

Nadere informatie

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST NOORD-NEDERLAND: PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST PROEFTUIN ENERGIE- TRANSITIE REGIONALE PARTNER IN DE EUROPESE ENERGIE UNIE Noord-Nederland is een grensoverschrijdende proeftuin

Nadere informatie

E-bike : regelgeving & evolutie bekeken vanuit de fietssector en mobiliteitsmarkt

E-bike : regelgeving & evolutie bekeken vanuit de fietssector en mobiliteitsmarkt + E-bike : regelgeving & evolutie bekeken vanuit de fietssector en mobiliteitsmarkt Philippe Decrock, directeur studiedienst (federatie FEDERAUTO, FEDERVELO- FEDERPROCYCLE) + AANDACHTSPUNTEN E-bikes Elektronisch

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

Antwoord van minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 14 oktober 2013)

Antwoord van minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 14 oktober 2013) AH 233 2013Z16375 van minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 14 oktober 2013) 1 In hoeverre klopt de raming van 20.000 elektrische auto s in Nederland aan het eind van 2013, zoals gesteld in het

Nadere informatie

Project Transumo A15 Van Maasvlakte naar Achterland Innovatie input TU Delft

Project Transumo A15 Van Maasvlakte naar Achterland Innovatie input TU Delft Project Transumo A15 Van Maasvlakte naar Achterland Innovatie input TU Delft Satish K. Beella, René van Someren september 2008 Inhoudsopgave Introductie 3 Schematisch overzicht transportpreventie (goederen)

Nadere informatie

Introductie in Energie- & Industriesystemen TB141E - Hoorcollege 9 - Toekomstige Energie & Industriesystemen

Introductie in Energie- & Industriesystemen TB141E - Hoorcollege 9 - Toekomstige Energie & Industriesystemen Introductie in Energie- & Industriesystemen TB141E - Hoorcollege 9 - Toekomstige Energie & Industriesystemen Dr. ir. Émile J. L. Chappin Challenge the future 1 Mondiale uitdagingen Spanning tussen toename

Nadere informatie

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol?

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Dr. Jos Delbeke, DG Klimaat Actie, Europese Commissie, Universiteit Hasselt, 25/2/2014 Overzicht 1. Klimaat en energie: waar

Nadere informatie

Titel presentatie. Subtitel: sprekers X, Y, Z. ELMO@work (Multimodale) ELektrische MObiliteit voor werkgerelateerde verplaatsingen

Titel presentatie. Subtitel: sprekers X, Y, Z. ELMO@work (Multimodale) ELektrische MObiliteit voor werkgerelateerde verplaatsingen ELMO@work (Multimodale) ELektrische MObiliteit voor werkgerelateerde verplaatsingen Titel presentatie Subtitel: sprekers X, Y, Z Persconferentie 27 oktober 2015: toelichting resultaten VIM, UGent, Traject

Nadere informatie

Activiteiten van leveranciers van biobrandstoffen, ontwikkelingen en toekomstverwachtingen

Activiteiten van leveranciers van biobrandstoffen, ontwikkelingen en toekomstverwachtingen Activiteiten van leveranciers van biobrandstoffen, ontwikkelingen en toekomstverwachtingen Eric van den Heuvel 18 maart 2015 Presentatie tijdens het Truck van de Toekomst evenement - Hardenberg Inpakken

Nadere informatie

Beschouwingen over de invoering van smart metering in Brussel

Beschouwingen over de invoering van smart metering in Brussel Compteurs évolués Beschouwingen over de invoering van smart metering in Brussel Michel Quicheron Seminarie BRUGEL 1 april 2009 01/04/2009 1 Samenvatting 1. De slimme meter (smart meter): definitie, wettelijke

Nadere informatie

1. Hoeveel van de projecten die werden goedgekeurd werden inmiddels uitgevoerd?

1. Hoeveel van de projecten die werden goedgekeurd werden inmiddels uitgevoerd? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 67 van JORIS POSCHET datum: 23 oktober 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Bovenlokale sportinfrastructuur - Evaluatie Het wegwerken

Nadere informatie

DE TRANSITIE NAAR LEUVEN KLIMAATNEUTRAAL 2030

DE TRANSITIE NAAR LEUVEN KLIMAATNEUTRAAL 2030 DETRANSITIENAAR LEUVENKLIMAATNEUTRAAL2030 Wetenschappelijkeindrapport Februari2013 Colofon Auteurs:HanVandevyvere,PeterTomJones,JanAerts Medewerkers:JohanEyckmans,ClaraVerhelst,EvelienWillaert,ElkeFranchois,WimVerheyden,

Nadere informatie

1. In het kader van de mogelijke verdere ondersteuning van het lokale milieubeleid zouden bijkomende maatregelen worden onderzocht.

1. In het kader van de mogelijke verdere ondersteuning van het lokale milieubeleid zouden bijkomende maatregelen worden onderzocht. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 532 van MARTINE TAELMAN datum: 6 maart 2015 aan JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN OMGEVING, NATUUR EN LANDBOUW Ondersteuning lokale besturen - Elektrische voertuigen Binnen de

Nadere informatie

Duurzame energie in balans

Duurzame energie in balans Duurzame energie in balans Duurzame energie produceren en leveren binnen Colruyt Group I. Globale energievraag staat onder druk II. Bewuste keuze van Colruyt Group III. Wat doet WE- Power? I. Globale energievraag

Nadere informatie

In de beleidsnota Economie, Werk en Innovatie 2014-2019 deelt de minister met betrekking tot het SALK-rapport onder meer mee:

In de beleidsnota Economie, Werk en Innovatie 2014-2019 deelt de minister met betrekking tot het SALK-rapport onder meer mee: SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 145 van MARTINE TAELMAN datum: 24 november 2014 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Automobielindustrie Subsidiëring De automobielindustrie

Nadere informatie

Innovatie in zorg. Prof.Dr. Dominique Verté

Innovatie in zorg. Prof.Dr. Dominique Verté Innovatie in zorg Prof.Dr. Dominique Verté 1. Achtergrond België = 10 e oudste land ter wereld België Vlaams Gewest Brussels H. Gewest Waals Gewest Totaal 60-plus 22,99% 24,11% 18,44% 22,41% Totaal 80-plus

Nadere informatie

Logistieke uitdagingen en kansen binnen Horizon 2020

Logistieke uitdagingen en kansen binnen Horizon 2020 Logistieke uitdagingen en kansen binnen Horizon 2020 Martin Bakker, november 2013 Samenvatting Het nieuwe kaderprogramma voor onderzoek & innovatie van de Europese Unie, Horizon 2020, geeft een breed scala

Nadere informatie

Markstudie naar kleine windturbines in Vlaanderen

Markstudie naar kleine windturbines in Vlaanderen Markstudie naar kleine windturbines in Vlaanderen September 12, 2012 Deze marktstudie werd uitgevoerd in samenwerking met Gfk Significant uit Leuven. 1 Gemeenten van de 308 Vlaamse gemeenten werden geïnterviewed.

Nadere informatie

Energiedag voor lokale besturen VVSG. Heidi Lenaerts 26/10/2011

Energiedag voor lokale besturen VVSG. Heidi Lenaerts 26/10/2011 Energiedag voor lokale besturen VVSG Heidi Lenaerts 26/10/2011 Agenda 1. Huidig energiesysteem + evoluties 2. Wat zijn smart grids? 3. Link naar gebruikers & gebouwen 4. Wie is Smart Grids Flanders? Huidig

Nadere informatie

Handleiding PLATFORMEN VOOR DE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN

Handleiding PLATFORMEN VOOR DE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN Handleiding PLATFORMEN VOOR DE PROEFTUIN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN Versie 22/12/2010 Koning Albert II -laan 35, bus 16 B-1030 Brussel Tel.: +32 (0)2 432 42 00 Fax: +32 (0)2 432 43 99 E-mail: proeftuinev@iwt.be

Nadere informatie

Innovatief Aanbesteden. FOD Economie 30 maart 2011. De overheid als actieve innovatiestimulator

Innovatief Aanbesteden. FOD Economie 30 maart 2011. De overheid als actieve innovatiestimulator Innovatief Aanbesteden De overheid als actieve innovatiestimulator FOD Economie 30 maart 2011 Christophe Veys Procurement Legal Advisor & Programme Coordinator PoI Flanders Innovatie stimuleren door subsidies

Nadere informatie

TNO draagt bij aan de oplossing van verschillende complexe maatschappelijke vraagstukken op terreinen als energievoorziening, watermanagement,

TNO draagt bij aan de oplossing van verschillende complexe maatschappelijke vraagstukken op terreinen als energievoorziening, watermanagement, TNO draagt bij aan de oplossing van verschillende complexe maatschappelijke vraagstukken op terreinen als energievoorziening, watermanagement, landbouw, gezondheidszorg, mobiliteit, veiligheid en bouw.

Nadere informatie

Document: Energiemanagementplan

Document: Energiemanagementplan Energiemanagementplan Certificering op CO 2 -prestatieladder CO 2 -prestatieladder Niveau 3 Auteur(s): Mevrouw C.K. Kloens De heer H. Hooftman De heer D. Slothouber 12 september 2014 Definitief rapport

Nadere informatie

Peter den Biesen Energie Transitie Groep

Peter den Biesen Energie Transitie Groep Peter den Biesen Energie Transitie Groep Het kan anders: persoonlijker, duurzamer en met partners! Energie is niet voorbehouden aan grote bedrijven! Groot geen garantie voor goed en goedkoop Kansen voor

Nadere informatie

Eandis smart metering uitdaging en uitrol

Eandis smart metering uitdaging en uitrol Eandis smart metering uitdaging en uitrol Agenda 2 Visionair Seminarie 2010 10 05 Eandis Cijfers Eandis actief in 239 gemeenten 1.5 milljoen LP gasaansluitingen 2.5 milljoen LV elektriciteitsaansluitingen

Nadere informatie

Open Standaarden voor Lokale Overheden

Open Standaarden voor Lokale Overheden Open Standaarden voor Lokale Overheden OSLO 3.0 ENGAGEMENTSVERKLARING Ondergetekenden, De Vlaamse ICT Organisatie vzw (hierna genoemd V-ICT-OR vzw), gevestigd te 9160 Lokeren, Mosten 13 Industriezone E17-3,

Nadere informatie

Toelichting EC Green Paper Lighting the future Accelerating the deployment of innovatives lighting technologies

Toelichting EC Green Paper Lighting the future Accelerating the deployment of innovatives lighting technologies Toelichting EC Green Paper Lighting the future Accelerating the deployment of innovatives lighting technologies Catherine Lootens KAHO Sint-Lieven Laboratorium voor Lichttechnologie Groen Licht Vlaanderen

Nadere informatie