Giep Hagoort Oratie 6 juni 2007

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Giep Hagoort Oratie 6 juni 2007"

Transcriptie

1 De creatieve industrie vormt binnen en buiten Nederland in toenemende mate de context voor het cultureel ondernemen van kunstenaars, vormgevers en kunstmanagers. Studies over cultureel ondernemerschap zijn voornamelijk conceptueel en casuïstisch van aard. Theorievorming vindt niet of nauwelijks plaats. In zijn oratie schetst Giep Hagoort een onderzoeksgebied dat deze leemte opvult. Het fundament van het cultureel ondernemen is in zijn benadering het samengaan van de vrijheid van het maken en tonen van kunst én de vrijheid van het ondernemen. Om toonaangevend onderzoek te kunnen verrichten, beoogt Giep Hagoort de oprichting van een European Research and Training Center of Cultural Entrepreneurship (ERTCCE). Giep Hagoort introduceerde in 1992 in Nederland het begrip Cultureel ondernemerschap. Vanaf 2000 is hij lector Kunst en Economie aan de Faculteit Kunst en Economie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In 2006 is Giep Hagoort als eerste hoogleraar Kunst en economie in Nederland benoemd aan de Universiteit Utrecht, Faculteit der Kunsten. Cultureel ondernemerschap Giep Hagoort Oratie 6 juni 2007 Over het onderzoek naar de vrijheid van kunst maken en de vrijheid van ondernemen With Art Management Entrepreneurial Style Giep Hagoort moves to the front ranks of writers on arts and cultural management. Professor Archie Kleingartner, UCLA ISBN/EAN Vakgebied Kunst en economie/cultureel ondernemerschap Universiteit Utrecht Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

2 Cultureel ondernemerschap

3 Cultureel ondernemerschap Giep Hagoort Over het onderzoek naar de vrijheid van kunst maken en de vrijheid van ondernemen Oratie 6 juni 2007 Vakgebied Kunst en economie/cultureel ondernemerschap Universiteit Utrecht Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

4 Tekst Giep Hagoort Inhoud Advies en ondersteuning Joke van den Berg, Derk Blijleven, Annelies Boutellier, Ad van Breugel, Nirav Christophe, Ria Douma, Hans van Dulken, Nelly van der Geest, Remy Harrewijn, Tjaard Horlings, John Huige, Ad Huijsmans, Dorian Maarse, Eva van der Molen, Jacob Oostwoud Wijdenes, Joost Smiers, Marijn van Thiel, Aukje Thomassen, Constance Uitenbogaard, Erik Uitenbogaard, Patricia Verschuuren, Ellis Visch, receptie HKU, team MKB U, INCO. Uitgave: Faculteit der Kunsten - vakgebied Kunst en economie, Universiteit Utrecht/Faculteit Kunst en Economie-Lectoraat Kunst en Economie, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Van deze tekst is een Summary Version verschenen, aan te vragen bij de schrijver. Beide teksten zijn te downloaden via Boekverzorging Erik Uitenbogaard (BNO) Omslag De hoed van luitenant Willem van Ruytenburgh vormt een detail uit de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn. Tijdens de oratie van Giep Hagoort, aangekondigd onder de titel Weg met de Nachtwacht!, hebben verschillende details uit het schilderstuk waaronder deze hoed in een computeranimatie gefigureerd. Vormgeving en titel: Erik Uitenbogaard. Foto achterzijde omslag: Joke van den Berg, Beeldrecht Amsterdam zomer 2007 ISBN/EAN In het kort 7 Aan de lezer 9 Meer over kunst en economie 11 Een verkenning, Cultureel ondernemerschap in fasen 16 De conceptuele fase 24 Van concept naar onderzoek 30 Naar theorievorming over cultureel ondernemerschap 32 Ondernemen 35 Wetenschappelijke dialoog 41 Onderzoeksagenda: een vijfpuntenplan 44 Noten 52 Literatuur 61 Beknopt CV 69

5 In het kort Het vakgebied Kunst en economie van de nieuwe Faculteit der Kunsten aan de Universiteit Utrecht richt zich op de wetenschappelijke bestudering van het cultureel ondernemen binnen de creatieve industrie. Het onderzoeksgebied sluit aan op de praktijk- en onderwijsgebonden studies van het Lectoraat Kunst en Economie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Deze studies zijn conceptueel en casuïstisch van aard maar missen in de regel een meer theoretische grondslag. Het conceptuele Cultureel ondernemerschap is missiegedreven, balanceert tussen culturele en economische waarden en heeft zorg voor de culturele infrastructuur. Vier invalshoeken geven inzicht in het ondernemen als algemeen kennisgebied: innoveren, persoonlijke drive, bedrijfsplanning en overleven. Deze invalshoeken zijn ook herkenbaar in de creatieve industrie. Bij theorievorming gaat het om de vraag naar de fundamenten van een onderzoeksgebied. Twee, op de autonomie-ontwikkeling gerichte, positieve vrijheden zijn te beschouwen als het fundament van cultureel ondernemerschap: de vrijheid van het maken en tonen van kunst én de vrijheid van het ondernemen. In een kunsteconomisch proces komen deze twee vrijheden tezamen. De materiële ondernemingsvrijheid is in dit proces dienstbaar aan de op verbeelding gerichte artistieke vrijheid. Het kunsteconomisch proces zal binnen het nieuwe vakgebied met name aan de hand van interdisciplinair kunst(enaars)onderzoek nader worden uitgediept. Resultaten met betrekking tot analyse, ontwerp en reflectie zijn dienstbaar aan het kunstvakonderwijs (keuzes leren maken in het combineren van twee verschillende vrijheden) en de praktijk (organiseren rond artistieke 7

6 en economische waarden). Het opzetten van een wetenschappelijke dialoog in een lerende en interdisciplinaire context vormt een kernonderdeel van het nieuwe vakgebied. Studenten worden gestimuleerd een bijdrage aan deze dialoog te leveren. Om nationaal en internationaal onderzoek in de nieuwe faculteit te kunnen verrichten, wordt de oprichting van een European Research and Training Center of Cultural Entrepreneurship (ERTCCE) beoogd. Aan de lezer! De tekst, die ik de lezer hier aanbied, is een bewerking van mijn oratie die ik op 6 juni 2007 aan de Universiteit Utrecht gehouden heb. Mijn professoraat betreft het vakgebied Kunst en economie, in het bijzonder Cultureel ondernemerschap. Deze vorm van ondernemen staat in het begin van de 21 e eeuw sterk in de belangstelling al gaan de eerste sporen terug naar prehistorische tijden. In mijn oratie schets ik de fundamenten van het cultureel ondernemerschap. Binnen deze nieuwe discipline zal de nadruk liggen op het onderzoek naar de relatie tussen de vrijheid van het maken van kunst én de vrijheid van het ondernemen. Onderzoek dat nog niet eerder in wetenschappelijke zin heeft plaatsgevonden. Aan het slot van mijn oratie bepleit ik mede om die reden de oprichting van een European Research and Training Center for Cultural Entrepreneurship (ERTCCE). Een dergelijk centrum koestert binnen de creatieve industrie nationale en internationale ambities en toont een grote dienstbaarheid aan praktijk en onderwijs. Bij de voorbereiding en de afronding van deze oratie heb ik van vele kanten steun ontvangen. Mijn grote dank en diepe waardering daarvoor breng ik onder andere tot uiting door vermelding van de namen van de betrokkenen aan het begin van deze publicatie. Het formuleren van de fundamenten voor een wetenschappelijke discipline in ontwikkeling vraagt om een kritische bejegening. Reacties zijn meer dan welkom. Giep Hagoort 8 9

7 In het begin bestond de kosmos uit gas, dat zich langzaam tot een enorme steen vormde. Uit dit kosmische ei kwam een wezen voort, genaamd Pan Gu. De ene helft van de eierschaal bleef boven hem als de hemel, de andere onder hem als de aarde. Achttienduizend jaar lang werkte Pan Gu aan de aarde, totdat deze zijn huidige vorm kreeg. Toen hij tenslotte op wel zeer respectabele leeftijd stierf, werden zijn ledematen de bergen, zijn bloed de rivieren, zijn adem de wind, zijn zweet de regen en zijn stem de donder. Zijn twee ogen werden de zon en de maan, zijn haren de bomen en de planten, en de parasieten in zijn lichaam...de mensheid. Chinese mythe over het ontstaan der dingen De verbeelding is een van de grootste gaven die wij hebben. Ben Okri Ik kan natuurlijk niet uitsluiten, dat mijn vrijwel dagelijkse aanschouwing van moderne kunst toch tot een zekere reflexwerking daarvan op mijn wetenschappelijk werk heeft geleid. Professor mr. P. Verloren van Themaat, Afscheidscollege RUU Meer over kunst en economie 1 Vanaf het moment dat de prehistorische jager-kunstenaar zijn tekeningen in een rotswand aanbracht - nu zo n tot jaar geleden is de mensheid geconfronteerd geweest met de relatie tussen kunst en economie. Hauser heeft opgemerkt dat de jager-kunstenaar over bijzondere gaven beschikte waardoor hij vrijgesteld was van de jacht. 2 Anders gezegd: wie is belast met het vinden van voedsel en wie met de verbeelding? Naarmate de primitieve maatschappij zich ontwikkelt in een landbouwsamenleving en ook in cultureel opzicht voorraadvorming van en handel in symbolen ontstaan, worden de eerste stappen in het cultureel ondernemerschap gezet. In de beperkt onafhankelijke werkplaatsen van de beeldhouwers kunnen de vertegenwoordigers van de goddelijke machthebbers hun grafbeelden bestellen. Later, tijdens de Griekse theaterfestivals, maken de adhoc sponsoren het mogelijk dat duizenden toeschouwers het winnende drama kunnen bezoeken. Vasari laat bij de bespreking van de Renaissance kunstenaars zien dat zij voortdurend hun onderneming draaiende moeten houden aan de hand van opdrachten die in een verfijnd netwerk verkregen worden. 3 Met de komst van Shakespeare, Rubens en Rembrandt komen voorbeelden van een diversiteit in cultureel ondernemerschap naar voren, die tot profijtelijke inkomens zorgt (al kon Rembrandt daarmee moeilijk omgaan 4 ). Aan het begin van de 21 e eeuw zorgt de groei van de creatieve industrie voor een meer maatschappelijke noodzaak van cultureel ondernemerschap: de behoefte aan versterking van het artistiek en 10 11

8 MEER OVER KUNST EN ECONOMIE MEER OVER KUNST EN ECONOMIE cultureel organisatievermogen. Veel is nog van pioniershand binnen dit betrekkelijk nieuw terrein met zijn karakterstieken creativiteit, digitalisering en innovatie. Enkele recente gegevens maken duidelijk hoe omvangrijk deze groei echter is, bijvoorbeeld in de regio Utrecht. 5 In de periode is het aantal banen in de creatieve sector bijna verdubbeld. Het aantal banen is nu 8.484, ruim 4 % van het totaal aantal banen. Creatieve bedrijven vormen ruim 13% van de totale bedrijvigheid. In totaal groeit het aantal vestigingen in Utrecht in de periode met 50%, de groei van het aantal vestigingen in de creatieve sector komt uit op 200%. Maar ook elders zien we deze groei, zoals onlangs in een rapport van de EU duidelijk is geworden. 6 Binnen de EU was in 2003 de steeds groter wordende bijdrage van de creatieve sector aan het gezamenlijk product 2.6 %, en is deze sector de als prominent te boek staande voedselindustrie (1.9%) en chemie (2.3%) voorbijgestreefd. De groei is niet alleen kwantitatief, ook inhoudelijk zien we een forse ontwikkeling. De traditionele westerse cultuur moet het podium meer en meer delen met cultuuruitingen van niet-westerse aard op grond waarvan weer nieuwe stijlen en genres ontstaan. Over deze inhoudelijke complexiteit van de creatieve bedrijvigheid moge het aantal muziekstijlen als illustratie gelden. In totaal telt Wikipedia in alfabetische volgorde 150 stijlen. 7 Zo vinden we onder de J de stijlen Jazz, Jazzrock, Jive, Jumpstyle, Jumpcore en - last but not least - Jodelen. En elke stijl heeft een eigen keten van creatie, productie, distributie en beleving, met eigen makers, vertolkers en liefhebbers. Welke betekenis heeft nu het universitaire vakgebied Kunst en economie, in het bijzonder gericht op Cultureel ondernemerschap binnen deze historische en actuele context? Die vraag staat centraal in deze oratie. De naam kunst en economie is in 1999 door toedoen van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (afgekort HKU), in nauwe samenspraak met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ingevoerd in het landelijke CROHO-register. Opname was noodzakelijk om de toenmalige, samengstelde studierichting kunst- en mediamanagement de formele opleidingsstatus te geven. 8 Studenten die binnen de HKU de opleiding kunst en economie volgen, worden erkend opgeleid voor organisatiefuncties in de creatieve industrie, op bachelor- en masterniveau. Inmiddels is ook een Faculteit Kunst en Economie opgericht, naast de faculteiten Muziek, Theater, Beeldende Kunst en Vormgeving, en Kunst, Media & Technologie. Met deze faculteiten wordt samengewerkt om het cultureel ondernemerschap te verankeren in het reguliere curriculum. In 2000 is binnen de HKU het Lectoraat Kunst en Economie ingesteld met het oog op kenniscreatie en kenniscirculatie van het cultureel ondernemerschap. 9 Van dat lectoraat ben ik de verantwoordelijke lector. De naam kunst en economie suggereert een bredere focus dan alleen de organisatie van culturele beroepspraktijken, kunstinstellingen en creatieve bedrijven (het microniveau). Registratie in het CROHO-register geeft de HKU evenwel de mogelijkheid onderwijsprogramma s te ontwikkelen gericht op macro-vraagstukken binnen de creatieve industrie. Hierbij kan gedacht worden aan opleidingen arbeidsmarktbeleid, macrofinanciering en intellectueel eigendom. 10 In het buitenland wordt de naam Art and Economics vooral gehanteerd voor het macro-economisch onderzoek waarbij de aandacht uitgaat naar de economische betekenis van kunst en cultuur, het cultuursubsidiebeleid van de overheid, culturele consumentenvoorkeuren, werkgelegenheid, en de relatie tussen cultuur en wereldhandel. 11 De onderzoekers hebben eigen netwerken en beschikken over eigen wetenschappelijke vakbladen. 12 Het vakgebied Kunst en economie is in 2006 door de Universiteit Utrecht gevestigd vanwege haar samenwerking met de HKU. Vanuit deze samenwerking is een nieuwe Faculteit der Kunsten ontstaan. De nieuwe faculteit geeft de mogelijkheid om met name kunstenaar-onderzoekers te doen promoveren, ook in het domein kunst en economie. In mijn oratie zal ik de contouren schetsen van het nieuwe vakgebied, dat ook hier in het bijzonder gericht zal zijn op cultureel ondernemerschap. Ik zal beginnen met een toelichting op het begrip 12 13

9 MEER OVER KUNST EN ECONOMIE Cultureel ondernemerschap. Vervolgens wil ik een verkenning plegen langs de fundamenten van het begrip Cultureel ondernemerschap waarin het kunst maken én het ondernemen centraal staan, om ten slotte uit te komen op een onderzoeksprogramma Cultureel ondernemerschap. MEER OVER KUNST EN ECONOMIE In deze oratie hanteer ik de volgende concepten, daarbij aansluitend op mijn eerdere publicaties. 13 Kunst is een verzamelnaam voor de producten die kunstenaars en vormgevers maken en die het resultaat zijn van een creatief-artistiek proces. Deze producten bezitten vanuit een kunstbedrijfskundig optiek een aantal karakteristieken: individuele creativiteit als grondslag voor productie; creatie is meer idee- dan vraaggericht; in de creatiefase is er een neiging tot l art pour l art; in de creatie- en productiefase is rationalisatie van het werkproces beperkt mogelijk, de basisinvesteringen zijn niet of nauweljks terugverdienend; productvernietiging vindt niet plaats behoudens artistieke motieven; smaakmakers zijn dominant in productoordelen; intellectueel eigendom geeft een beperkte bescherming en inkomen maar neigt tot monopolievorming. 14 Meer specifiek voor de podiumkunsten geldt dat voorraadvorming van voorstellingen naar hun aard niet kan plaatsvinden en dat opvoering én beleving tegelijkertijd plaatsvinden. Creatieve producten als deel van kunst die door toedoen van technologie ontstaan (gaming, video, film) maken een massafabricage mogelijk maar kennen als regel een snelle doorlooptijd. Cultuur is een verzamelnaam voor kunst en vormgeving en de daaraan verbonden producten als cultureel erfgoed en cultuureducatie. Cultuurbeleid is de zorg van de overheid voor deze cultuur (in de lijn van de opvattingen van Boekman, gericht op instandhouding van, ontwikkeling van en deelname aan culturele waarden 15 ). We spreken van de creatieve industrie als een verzamelnaam voor de sectoren 1. kunst en cultuur, 2. media en entertainment, en 3. creatieve dienstverlening, binnen de keten creatie-productiedistributie-beleving. 16 Cultureel ondernemerschap slaat op het ondernemen binnen de diverse disciplines of op het gebied van cross overs. Indien het ondernemen vanuit de creatieve industrie gericht is op het samenbrengen van creatieve en niet-creatieve sectoren wordt gesproken van creatief ondernemerschap. 17 Duidelijke termen bevorderen het inzicht in de te bestuderen vraagstukken, al blijft ook het niet altijd gelijkluidende professionele woordgebruik aanwezig. We spreken van een Hogeschool voor de Kunsten maar qua onderwijs en onderzoek functioneert een dergelijk instituut als een academie voor de creatieve industrie. Een zelfde verschijnsel doet zich internationaal voor bij het begrip art management dat een veel bredere reikwijdte heeft dan het management van (gesubsidieerde) kunst en cultuur; ook de organisatie van creatieve bedrijvigheid van architectenbureaus, vormgevers en intermediaire instellingen valt eronder. Met een dergelijk woordgebruik moet rekening gehouden worden wil men niet met het wetenschappelijk onderzoek in een ivoren toren terecht komen

10 EEN VERKENNING, CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN FASEN Een verkenning, Cultureel ondernemerschap in fasen Bij het positioneren van het begrip Cultureel ondernemerschap heb ik gebruik gemaakt van Van Riemsdijk s inleiding over de dilemma s in de bedrijfskundige wetenschap. 18 Deze jonge wetenschap heeft na de Tweede Wereldoorlog een sterke groei doorgemaakt en de behoefte om stil te staan bij de ontwikkeling van die wetenschap wordt alom gevoeld. Ook de oratie van Verweel, over Organisatiestudies, heb ik geraadpleegd omdat deze een denklijn aanreikt om nieuwe wetenschapsgebieden te positioneren. 19 Vanuit deze overwegingen vertrekkend, en rekening houdend met het gegeven dat cultureel ondernemerschap nog nauwelijks wetenschappelijk is bestudeerd, heb ik voor het schetsen van het begrip Cultureel ondernemerschap gekozen voor een indeling in drie fasen: 1. een pioniersfase, waarin een verschijnsel op de tafel van de onderzoekende professional belandt en een eerste, open verkenning plaatsvindt; 2. een conceptuele fase die gericht is op het onder woorden brengen van het verschijnsel en waarbij concepten in de praktijk getoetst worden; en 3. een theoretische fase. In die laatste, derde fase ontstaat een behoefte om de grondslagen scherper in beeld te brengen, gekoppeld aan een meer expliciete uitwerking van te hanteren onderzoeksmethoden. Een set van samenhangende uitspraken, vervat in een geaccepteerd theoretisch raamwerk, typeert zo n derde fase. Overigens door paradigmawisselingen - of de dreiging ervan - is een dergelijk raamwerk per definitie altijd in beweging. De pioniersfase vangt in Nederland aan met een in 1981 gehouden speciale studiedag met als titel De dag van de Kunstondernemer. 20 Veranderingen in de positie van de kunstsubsidiërende overheid en de daarmee gepaard gaande wens tot verzakelijking van de not for profit sector vormen de aanleiding van de studiedag. Het evenement blijkt een schot in de roos want er komen honderden belangstellende kunstdirecties, kunstenaars en beleidsmakers naar Tiel waar deze dag gehouden wordt. Op de dag zelf staan nut en noodzaak van management, marketing, personeelsbeleid en scholing voor de gesubsidieerde kunstensector centraal. Gevolg is onder meer dat een managementcursus Podiumkunsten voor directies wordt ontwikkeld, de eerste in ons land. Vervolgens maken in 1984 Joost Smiers en ik een start met een eenjarige cursus Kunstmanagement, Kunstbemiddeling en Kunstbeleid voor het middenkader en die in Utrecht en Amsterdam jarenlang aangeboden wordt. 21 Docenten uit beide cursussen zouden later bijdragen leveren aan het in 1990 verschenen Handboek Management Kunst en Cultuur (onder auspiciën van de HKU). 22 In 1992 draagt mijn eerste leerboek over kunstmanagement de titel Cultureel ondernemerschap. 23 Het boek verschaft kennis over organisatievormen in de culturele sector en geeft aan dat ondernemerschap, in de zin van het benutten van nieuwe kansen en afstand nemen van subsidiegevers, een wenkend perspectief biedt. Vooral hecht ik belang aan het onder eigen verantwoordelijkheid ontwikkelen van een strategisch kunstmanagement met een open oog voor de eigen, steeds in verandering zijnde omgeving. Als basisreferenties voor het managementdeel gebruik ik de organisatietypologie van de Canadees Mintzberg en het algemeen managementoverzicht van zowel Keuning en Eppink als van de Amerikaan Griffin 24. Bij het ondernemerschap gaat het in mijn boek om een gedrevenheid voor de kunst als ankerpunt voor de kunstmanager. Ook de begrippen risico nemen en innoveren krijgen een plaats. Het management als discipline wordt door mij als té rationeel, té formeel gezien hetgeen niet de vereiste kwaliteiten zal opleveren om wat organisatie betreft de kunst te dienen. Voor een bedrijfskundige schets van ondernemerschap raadpleeg ik de inzichten van met name Drucker (over innovatie en marketing als ondernemingsfuncties), Chakraborty (over creating goodness), Kets de Vries (over ondernemersgedrag) en Cornwall en Perlman (over persoonlijk commit

11 EEN VERKENNING, CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN FASEN ment met een organisatie, profit of not for profit). 25 De opsomming veronderstelt wellicht een systematische aanpak van de relatie management en ondernemerschap. Die benadering komt pas later. Hoewel ik als eerste de term Cultureel ondernemerschap in het Nederlandse taalgebied introduceer, blijkt later dat de term Cultural entrepreneurship al in Amerika was opgedoken in onderzoek van Dimaggio naar aanleiding van 19 e eeuwse culturele initiatieven van een welvarende Amerikaanse stadselite. 26 Deze initiatieven waren erop gericht om eigen podia te vestigen voor de Europees georiënteerde hoge kunsten zoals klassieke muziek. Na de publicatie van mijn boek is het begrip Cultureel ondernemerschap 27 steeds meer in de belangstelling gekomen van trainers, opleiders en consultants al heeft in hun praktijken lang in woord en daad het accent gelegen op het ambachtelijk management van culturele organisaties, summier aangelengd met inzichten uit de meer algemene managementliteratuur. Veranderingen in de omgeving van culturele organisaties door de introductie van budgetfinanciering, de eerder genoemde verzakelijking van het overheidsbeleid, het reduceren van inkomenssubsidies voor kunstenaars, vragen gaandeweg om een professioneel organiseren van kunst en cultuur, kortom van een praktisch doordacht kunstmanagement. Deze professionalisering heb ik onder andere beschreven in het in 2003 verschenen boek Kunstmanagement en Engagement, Wim Warmer een profiel, waarbij ik de loopbaan van de ondernemend kunstmanager Wim Warmer afzet tegen de ontwikkelingen in het culturele veld. 28 In deze pioniersfase krijgt kunstmanagement een eigen herkenning. Daarbij gaat het om een expliciet geformuleerd strategisch kunstmanagement en het op orde hebben van de functies financiën, marketing, personeel en projectplanning. Ook een bewustzijn omtrent het hanteren van een leiderschapsstijl treedt op. 29 Hoewel het denken in managementtermen binnen kunst en cultuur noodzakelijk is, gezien de behoefte aan professionele organisaties, blijft een meer systematische verkenning van het verschil tussen management en ondernemerschap uit, ook in mijn eigen publicaties. En dat is tevens het geval bij Noordman die in zijn eerste EEN VERKENNING, CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN FASEN boek Kunstmanagement hoe bestaat het? uit 1989 een groei- en ontwikkelingsmodel schetst, geënt op de artistieke en zakelijke bedrijfsvoering. 30 Dit boek is praktijkgericht maar is vanwege het ontbreken van een theoretisch fundament minder geschikt om de begrippen van kunstmanager en cultureel ondernemer te kunnen doorgronden. Het toepassen van managementmodellen is van belang voor de aanpak van organisatievragen, maar management als mainstream is een theorie die zich impliciet ontwikkelt aan de hand van grootschalige processen. 31 Met name Amerikaanse uiteenzettingen zijn gericht op concernverhoudingen, globale strategieën, en uitgebreide organisatiestructuren met verschillende managementlagen. Arbeidsdeling voltrekt zich in divisies, en coördinatie wordt gedomineerd door een hiërachie van hoofdkantoor, staven en afdelingen, de organisatiecultuur is daarbij top down georiënteerd. Voor een basisbegrip van management is de sluimerende grootschaligheid geen probleem, immers strategievorming, organisatieontwerp en leiderschap zijn te beschouwen als de drie centrale kennisdomeinen. Maar als het gaat om het doordenken van managementvraagstukken in een specifieke sector, en in dit geval de culturele sector, dan ontstaan grote problemen op het vlak van diagnose, ontwerp en reflectie. 32 Immers, binnen de culturele bedrijfsvoering kennen we naast de eerder genoemde specifieke productkarakteristieken ook en vooral kleinschalige organisatievormen, een minimale verticale differentiatie (het aantal managementlagen), een informele organisatiecultuur en een primair proces (scheppend of herscheppend) dat gedomineerd wordt door een artistiek, sterk normatief oordeel. Kunstmanagement is in dit verband weliswaar een toepassing van het algemene management, maar kent in die toepassing ook eigen waarden zoals mijn promotieonderzoek uit 1998 heeft laten zien. 33 Dat het opkomend managementdenken in de culturele sector zich ook uitdrukkelijk buiten Nederland aandient waarbij ook hier cultureel ondernemerschap fragmentarisch of geheel niet aan de orde komt, blijkt uit de verschillende periodieken en handboeken die in die tijd verschijnen. 34 Byrnes verzamelt in zijn boek Management and 18 19

12 EEN VERKENNING, CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN FASEN the Arts allerhande algemene managementmodellen die hem voor kunstinstellingen bruikbaar voorkomen. 35 Radbourne en Fraser en later Stevenson beschrijven de organisatie van het cultureel veld in Australië en zien in navolging van DiMaggio vooral Cultural Entrepreneurship als een private financiering van de cultuur. 36 Vanuit het zelfde continent verschijnt evenwel een onderzoek onder de titel The Entrepreneurial Arts Leader van Rentschler. 37 Dit onderzoek betreft niet een uiteenzetting van vraagstukken rond kunstmanagement of ondernemerschap maar de vraag welke mangementkwaliteit een cultureel leider moet hebben in een omgeving die (cultuurpolitiek, economisch, maatschappelijk) sterk aan verandering onderhevig is. Vanwege de noodzaak van creativiteit en innovatie (in programmering en financiering) is de conclusie - mede gebaseerd op empirisch materiaal - dat ondernemerschap voor de hand ligt en minder management en beheer of tegenovergesteld aan deze twee artistieke bevlogenheid. Chong zet zijn leerboek Arts Management thematisch op en maakt daarin ook op bescheiden wijze plaats voor Cultural Entrepreneurship waarin hij aan de hand van voorbeelden het cultureel ondernemerschap reserveert voor kunstenaar-ondernemers die marktgericht zijn. 38 In dat verband noemt hij met name de bekende Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol. Ook ziet Chong binnen de culturele sector ruimte voor een meer sociaal georiënteerd ondernemerschap. In Ierland verschijnt From Maestro to Manager met veel aandacht voor het ondernemingsduo marketing en innovatie, maar in de competentieprofielen komen we het ondernemerschap als zodanig niet meer tegen. 39 In het Duitse taalgebied verschijnen voornamelijk cultuurpolitiek gerichte handboeken waarin de relatie maatschappij, management en kunst uitgediept wordt maar geen ruimte is voor cultureel ondernemerschap. 40 Een in 2007 verschenen boek van Mandel Die neuen Kulturunternehmer lijkt radicaal met deze traditie te breken. De schrijfster breekt een lans voor cultureel ondernemerschap met een grote mate van onafhankelijkheid en creativiteit teneinde snelle veranderingen in de creatieve economie het hoofd te kunnen bieden. Traditioneel kunstmanagement gericht op overheidsfinanciering voldoet niet meer. 41 Recent verschenen publicaties over kunstmanagement in Midden en Oost Europa - vaak een reflectie op de veranderingen na de val EEN VERKENNING, CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN FASEN van de Berlijnse Muur in leggen geen verband met het ondernemerschap in de cultuur. 42 De drie promotie-onderzoeken op het gebied van kunstmanagement, die in deze fase in Nederland verschijnen, illustreren de oriëntatie op algemene managementbenaderingen en stellen cultureel ondernemerschap slechts zijdelings of impliciet aan de orde. Mijn eigen interdisciplinair promotie-onderzoek over interactieve strategievorming in de culturele sector, bij Annemieke Roobeek in 1998 afgerond, speelt achteraf bezien verschillende rollen. 43 Deze rollen zijn: 1. theorievorming binnen het vraagstuk van strategisch kunstmanagement met als bronnen Ansoff, Mintzberg, Roobeek en Prahalad 44 ; 2. binnen die theorievorming dilemma s formuleren tussen culturele waarden en managementwaarden met als uitkomst een zevental culturele sporen vooral gebaseerd op Boorstin en Hauser 45 ; 3. afscheid nemen van de grootschalige wereld van management op zoek naar meer adequate, interactieve vormen van kunstmanagement, 46 Een longitudinale case study naar de interactieve strategievorming bij de Toneelgroep Amsterdam maakt deel uit van dit promotieonderzoek. Wat het ondernemerschap betreft ga ik wel in op de ondernemingsconfiguratie van Mintzberg met als conclusie dat ondernemend artistiek leiderschap een dominant element is in het proces van strategievorming, maar een uitwerking naar de culturele organisatie als zodanig blijft achterwege. In het zelfde jaar verschijnt het proefschrift Kunstmarketing van Boorsma. 47 Het belang van dit proefschrift is dat het een wetenschappelijk kader schept voor het begrijpen van relaties tussen met name de toneelkunsten en hun (toekomstige) bezoekers. Tevens verschaft het onderzoek praktijkkennis voor het ontwikkelen van een op de kunsten toegepast marketingbeleid. Hiervoor is opgemerkt dat Drucker marketing ziet als één van de twee ondernemingsfuncties, maar Boorsma slaat die richting niet in. Integendeel, zij lijkt ondernemerschap economisch te identificeren met de Neoklassieke vrije markt. Veeleer zoekt ze de positionering van marketing in een sociaal-economische netwerkbenadering met het accent op relaties van actoren ten opzichte van vraag en aanbod

13 EEN VERKENNING, CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN FASEN In 2001 publiceert Bos haar proefschrift over de verzelfstandiging van rijksmusea. 48 Als theoretisch vertrekpunt neemt ze het autonomiseringsmodel van Kastelein, waarin de toenemende mate van autonomie van organisaties verbonden is met een toenemende passendheid van de organisatie in haar omgeving. De effectiviteit van die organisatie kan daardoor toenemen. Vanuit dit bestuurskundige model is het nog maar een kleine stap om ondernemerschap als besturingsfilosofie bij een grotere autonomie in te passen. Maar vanwege het bestuurskundige organisatieraamwerk van Kastelein wordt deze stap door Bos niet gedaan. Ook is haar literatuurkeuze dienovereenkomstig; relevante conceptuele en wetenschappelijke bronnen over kunstmanagement als zodanig of over bedrijfskunde zijn nagenoeg niet geraadpleegd. We kunnen concluderen dat in de eerste proefschriften over culturele organisaties zoektochten naar adequate modellen centraal staan met het oog op een professionalisering van het management van culturele organisaties. En dat is ook de focus van het beroepsveld. De onderzoeksresultaten kunnen zeker gaan in de richting van een explicitering van het cultureel ondernemerschap, maar doen dit niet. Het doek Cultureel ondernemerschap staat op de ezel maar het linnen laat slechts nog een leeg vlak zien. 49 EEN VERKENNING, CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP IN FASEN buitenland voorwerp van debat is. In 2000 signaleren Evard en Golbert aan de hand van aantallen publicaties en trainingsprogramma s de opkomst van kunstmanagement als op zijn minst een subdiscipline van het algemeen management. 50 De vraag of sprake is van een zelfstandige discipline durven zij nog niet (positief) te beantwoorden, daarvoor is hun benadering te kwantitatief. Dewey stelt in een artikel uit 2004 in hetzelfde tijdschrift, dat door de grote veranderingen in de culturele sector, internationaal, economisch, cultuurpolitiek en financieel, het traditionele kunstmanagement (Arts Management) transformeert in een strategisch cultureel bestuur (Cultural Administration). 51 Een dergelijk bestuur wordt gekenmerkt door een dominant veranderingsmanagement gericht op interactie, identiteit, audience development en gemengde financiering. Wellicht is debat hier een te sterk woord want reacties zijn nagenoeg uitgebleven. 52 Ik ben zelf nog te veel bezig met een specifiek te formuleren strategisch kunstmanagement in het verlengde van mijn boek uit 1992, Boorsma is in de ban van een netwerkgerichte toneelmarketing en Bos ziet in een effectieve relatie met de omgeving de bestemming van musea in Nederland. In deze (los van elkaar staande) onderzoeken ligt ook het einde van de pioniersfase besloten. De vraag is rond de eeuwwisseling of uiteindelijk een algemeen raamwerk van kunstmanagement zal ontstaan of dat het Cultureel ondernemerschap zijn professionele en academische plaats zal weten in te nemen. Typerende vragen die een conceptuele fase inluiden. Twee artikelen uit de International Journal of Arts Management verdienen in deze afronding volledigheidshalve nog vermelding. Zij laten zien dat de ontwikkeling naar een specifiek kunstmanagement zij het los van de beschouwingen rond ondernemerschap - ook in het 22 23

14 DE CONCEPTUELE FASE De conceptuele fase Hij is econoom, PvdA-politicus en binnen de politieke arena eind jaren negentig van de vorige eeuw toe aan iets anders. Van der Ploeg, over hem hebben we het hier, krijgt het staatssecretariaat cultuur en media in het tweede kabinet Kok ( ) toegeworpen. Hij introduceert het begrip Cultureel ondernemerschap binnen de context van cultuurbeleid, daarbij de opkomst van de creatieve industrie betrekkend. 53 Op allerlei terreinen wil de nieuwe staatssecretaris de subsidieafhankelijkheid verminderen, eigen inkomsten vergroten en de relatie met de samenleving versterken door vooral nieuwe publieksgroepen (jongeren, allochtonen) aan te trekken. De staatssecretaris spreekt in dat verband over de invoering van commerciële technieken binnen het raamwerk van een ondernemende samenleving. Het beeld van de ondernemende samenleving ontleent de staatssecretaris aan een voorstudie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit Om zijn ideeën kracht bij te zetten publiceert hij de nota Ondernemende cultuur waarin duidelijk gemaakt wordt dat het stimuleren van de dynamiek van het ondernemen onderdeel dient te zijn van de overheidszorg voor kunst en cultuur. 55 De nota richt zich vooral op kunstenaars, programmeurs en producenten. De aan de overheid gelinieerde fondsen dienen ondernemerschap te stimuleren en dat geldt ook voor de kunstvakopleidingen. Nieuwe institutionele initiatieven worden aangekondigd. Opvallend is dat het management van culturele organisaties als zodanig buiten het gezichtsveld van de staatssecretaris is gebleven, behoudens enkele opmerkingen over cultural governance (toezicht cultureel besturen). Cultureel ondernemerschap is in zijn opzet vooral gericht op het verstevigen van de relatie tussen kunst en publiek. Maar de toon is gezet en de richting bepaald: cultureel ondernemerschap is een nieuwe toetssteen van cultuurbeleid. Hoe is daar vanuit het veld op gereageerd? Omdat cultuurbeleid in de praktijk voornamelijk als subsidiebeleid wordt gezien, maakt de staatssecretaris veel stemmen los, blijkens onder andere de reacties in het vaktijdschrift voor cultureel en creatief ondernemen MMNieuws. We kunnen de reacties als volgt in kaart brengen: 1. Managementconsultants proberen greep te krijgen op het begrip Cultureel ondernemerschap en passen hun bestaande schema s aan. Stichting Kunst en Zaken publiceert een managementmodel dat culturele organisaties kunnen gebruiken om de zaken goed op orde te krijgen richting overheid. 56 Ook het Handboek Cultuurbeleid publiceert een overzicht van mogelijkheden en komt na een verkenning van het begrip tot de conclusie dat cultureel ondernemers zich vooral moeten opstellen als gewone ondernemers en zich een bedrijfskundig instrumentarium moeten eigen maken Directies van culturele organisaties doen ook een duit in het zakje en benadrukken vooral het belang van een blijvende betrokkenheid van de overheid als financier. Daarnaast zetten zij zich steeds meer in voor een actief sponsorbeleid Intermediaire organisaties als fondsen en ondersteuningsinstituten, publiek en particulier, vertalen het nieuwe concept naar hun financieringsvoorwaarden en verlangen cijfers omtrent alternatieve vormen van financiering en publieksbereik. 59 Er zijn ook missers te melden die voor een deel een blokkering inhouden van het verder concretiseren van cultureel ondernemerschap op mesoniveau. Zo is de op cultureel ondernemerschap georiënteerde Stichting Kunst en Meerwaarde met als kernactiviteit de matching van publiek en privaat geld, door de Raad voor Cultuur negatief geadviseerd hetgeen voor deze stichting einde oefening betekent. 60 Een ander voorbeeld is de speciaal op de cultuur gerichte participatiemaatschappij PAKC die vanwege gebrek aan rendement wordt opgeheven Lagere overheden nemen het concept op in hun eigen cultuur

15 DE CONCEPTUELE FASE beleid, waaronder bijvoorbeeld de gemeente Utrecht met het beleidsissue Diversiteit, Integratie en Cultureel ondernemerschap in de wijken Kennisinstellingen vertalen het begrip naar nieuwe onderzoeksactiviteiten, cursussen, seminars en symposia. Ook komt een meer academisch debat op gang. Zo geven in 1999 in een reactie op de staatssecretaris Klamer en Velthuis vanuit de Erasmus Universiteit Rotterdam aan dat cultureel ondernemerschap vooral gericht moet zijn op innovaties en niet zo zeer op een commercialisering van het management zoals dit in hun ogen wordt voorgestaan door de staatssecretaris. 63 Een andere bijdrage komt van Langeveld die twee scenario s schetst voor toekomstig cultuurbeleid: de ondernemende samenleving (accent op markt) en de ingetogen samenleving (accent op pluriformiteit). 64 Aangezien Langeveld geen substantiële bronnen over het ondernemerschap raadpleegt, blijft het ondernemende scenario enigszins in de lucht hangen. Er zijn ook andere blinde vlekken, bijvoorbeeld bij de Raad voor Cultuur in zijn recente advies over cultuurbeleid Innoveren, Participeren! waarin de noodzaak van het ondernemerschap (of juist niet) geheel niet aan bod komt (ondanks een eerder geformuleerd advies van het Innovatieplatform in deze richting). 65 Onderzoeksnotities van het CBS over de creatieve industrie lijden aan hetzelfde euvel. 66 Overigens is het selectieve gebrek aan aandacht voor het cultureel ondernemen geen typisch Nederlandse aangelegenheid. De Europese Commissie, die in oktober 2006 een rapport over de culturele en creatieve sector laat verschijnen, gaat in haar aanbevelingen geheel voorbij gaat aan de alom gevoelde noodzaak van ondernemerschap. 67 En heel opvallend: in het prominente boek van de Amerikaan Florida over de ontdekking van de dynamiek van de creatieve klasse wordt geen relatie gelegd met de ondernemende kleinschalige bedrijvigheid die achter deze dynamiek schuil gaat. 68 Hetzelfde kan gezegd worden van Landry, de ontwerper van het populaire concept van De creatieve stad. 69 Intussen maakt de instelling van het HKU-lectoraat kunst en economie in 2000 een meer geconcentreerde aanpak van het cultureel ondernemerschap mogelijk. Ondanks dat we nog niet toe zijn aan DE CONCEPTUELE FASE een overzichtelijke theorie en een duidelijk methodologie, is in deze conceptuele fase wel een verzameling publicaties ontstaan mede vanwege het Masters Program Art Management (MA AM voorheen Art and Media Management in a European Context, MA AMMEC, beide gevalideerd door de Open University in het VK). Vanuit deze kenniscreatie is mede met steun van Van Dulken een conceptueel kader ontworpen, dat als volgt kan worden omschreven. 70 Cultureel ondernemerschap is het leiden van een culturele organisatie vanuit drie kenmerken: 1. Het formuleren van een richtinggevende culturele missie, 2. Het balanceren en handelen tussen culturele en economisch waarden, 3. De zorg hebben voor een culturele infrastructuur. In dit concept vormen de culturele waarden het vertrekpunt. Het management inclusief het realiseren van inkomsten is noodzakelijk voor de realisering van de culturele missie en een externe betrokkenheid moet bijdragen aan een vitale, culturele omgeving. Het kader is gedurende een aantal jaren in een inductief-deductief proces ontstaan en draagt daardoor theoretische en empirische elementen in zich. Het concept leidt onder andere tot de methodiek van Cultural Business Modeling (CBM) waarbij empirisch onderzoek is gedaan naar alternatieve inkomstenbronnen. 71 Ook is een nieuw gebied rond culturele bedrijvigheid gedefinieerd: het Cultureel MKB dat de gezamenlijke culturele en creatieve bedrijfsvoering in een regio in kaart brengt en een gezicht geeft naar burgers, bedrijven, instellingen en overheden. 72 Ook wordt op systematische manier onderzoek gedaan naar intercultuele competenties van cultureel ondernemers. 73 Wat de manier van kenniscreatie en kennisdeling betreft is een nieuwe, flexibele leervorm StratLab ontwikkeld die tegemoet komt aan een behoefte binnen de creatieve industrie aan informeel netwerkleren. StratLab is een internovatief en mobiel kennislaboratorium en toepasbaar voor studenten en creatieve professionals. 74 Het beeld is eerst compleet indien we ook aandacht besteden aan de bezwaren die van verschillende kanten tegen cultureel ondernemerschap zijn ingebracht

16 DE CONCEPTUELE FASE Een tweetal bezwaren kan worden genoemd, elk met een eigen achtergrond: 1. De cultureel-normatieve benadering: kunst en cultuur enerzijds, en management en economie anderzijds zijn niet te verenigen. Economie en management beogen rationele processen gericht op massaficatie en winstbejag die tot aantasting en vervlakking van de intrinsieke, verbeeldende waarde van de kunst leiden. Dit type bezwaren heeft zijn historische, filosofische en artistieke wortels. Vroege voorlopers in deze kritiek zijn vooral te vinden in de personen Horkheimer, Adorno en Benjamin. 75 Opgemerkt moet worden dat de houdbaarheid van de bezwaren sterk ter discussie staat. Hedentendage is sprake van een grote culturele diversiteit en ondanks het bestaan van enkele grote culturele conglomeraten waartegen onder andere Smiers publiekelijk ageert 76 - blijken kunst en cultuur vitaal genoeg om onafhankelijk te blijven. Ook de onlangs geuite kritieken die het Wereldmuseum Rotterdam, op weg naar een eigentijds museaal cultureel ondernemerschap te verduren heeft gehad, horen in deze categorie thuis. 2. De mechanisch-economische benadering. In deze benadering heeft kunst geen bijzondere plaats in de relatie kunst, ondernemerschap en management. Kunst is te vervangen door welk product dan ook: management is een proces dat waardenvrij kan worden toegepast. Probleem is dat deze benadering zich onvoldoende rekenschap geeft van de eerder genoemde grootschaligheid van het management. Maar bovenal miskent ze het onafhankelijke creatieve proces dat aan kunst en cultuur ten grondslag ligt hetgeen met zich meebrengt dat telkenmale een uniek product ontstaat, hoe opdrachtgebonden de creatie ook is. 77 De praktijk heeft uitgewezen dat die uniciteit eigen organisatiebenaderingen verlangt. Zo zijn in de Rotterdamse beleidspraktijk pogingen ondernomen om culturele instellingen geheel af te rekenen via een kwantitatief System of Planning and Controle, maar moest men deze pogingen opgeven omdat cultuur niet kwantitatief inhoudelijk te meten was. Wat restte was het vergaren van cijfers aan de hand van niet-culturele indicatoren als financiën en publieksaantallen. Het pleidooi voor een puur zakelijk directeur DE CONCEPTUELE FASE als hoofd van een schouwburg, van de kant van de directeur van de culturele koepelorganisatie VSCD, laat zien dat ook in de culturele sector zelf sporen van de mechanisch-economische benadering aangetroffen kunnen worden. 78 Voor beide typen bezwaren geldt dat ze in feite een sterk polemisch karakter dragen. Toch moeten ze serieus genomen worden omdat deze manieren van zien ons behulpzaam kunnen zijn bij het formuleren van eigentijdse critical issues omtrent de plaats van kunst en cultuur binnen de context van de creatieve industrie. En bij het reflecteren op nieuwe praktijken van cultureel ondernemerschap

17 VAN CONCEPT NAAR ONDERZOEK Van concept naar onderzoek Nu het begrip Cultureel ondernemerschap - ook conceptueel - in toenemende mate tot de actualiteit van alle dag behoort en het managementdenken als zodanig onderdeel is geworden van de professionele routine van de culturele bedrijfsvoering, dringt de behoefte aan diepgaander theorievorming zich als vanzelf op. Het begrip Cultureel ondernemerschap dient nu onderzocht te worden om zowel de op de achtergrond gebleven theoretische elementen in kaart te brengen als de beroepspraktijk en het onderwijs van nieuwe, meer robuuste ondersteunende inzichten te voorzien. De conceptuele fase heeft weliswaar veel inzichten opgeleverd op grond waarvan vaak kortlopend onderzoek kon worden gedaan (en waarbij studenten in hun laatste studiefase zich kranig hebben geweerd), maar ook wordt duidelijk dat de conceptuele fase door gebrek aan theoretsiche verdieping niet langer tot verrijking van inzichten leidt en onvoldoende funtioneert als denkraam voor verder (empririsch) onderzoek. En zo komt de vestiging van het vakgebied kunst en economie, gericht op cultureel ondernemerschap aan de Universiteit Utrecht op een passend wellicht intrigerend moment. Maar ook elders in Nederland is men tot de ontdekking gekomen dat cultureel ondernemerschap een universitaire discipline in opkomst is. Met behulp van de VandenEnde Foundation is in 2005 de leerstoel Cultureel Ondernemerschap en Management opgericht en in de Faculteit der Economische Wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam ondergebracht. 79 Aan de Erasmus Universiteit Rotterdam is er vanuit de leerstoel Economie van kunst en cultuur een Master Program Cultural Economics and Cultural Entrepreneurship ontwikkeld. 80 De twee initiatieven maken duidelijk dat een wetenschappelijke dialoog van start kan gaan. Van belang is in dat verband een working paper van de Rotterdamse leerstoelhouder uit 2006 over cultureel ondernemerschap als een eerste aanzet om het begrip boven het conceptuele niveau uit te tillen, al ontbreken in deze poging verbanden met Nederlandse bronnen. 81 De paper bevat een inventarisatie van losse fragmenten over het economisch begrip ondernemerschap en probeert een brug te slaan naar het cultureel domein tussen markt en staat. In deze benadering is de cultureel ondernemer een ondernemer die vanuit een positie van commitment met de derde (sociale) sfeer (tussen markt en staat) bijdraagt aan de kunsten als common good. Het economische komt hierbij op het tweede plan. Mijn observaties met betrekking tot de buitenlandse situatie zijn deze. Hier is nog evident sprake van een pioniersfase. De brede belangstelling voor mijn boek Art Management Entrepreneurial style, verschenen in 2000 als de opvolger van Cultureel ondernemerschap uit 1992, illustreert dit. 82 Er is een grote behoefte om het professioneel management van culturele instellingen en kunstenaarsinitiatieven op een rij te krijgen. Toch intrigeert ook in het buitenland zij het nog zeer bescheiden - de entrepreneurial spirit van waaruit kunstmanagement wordt benaderd en worden staf en de kerndocenten vanuit Utrecht gevraagd om lezingen, trainingen en seminars te verzorgen over cultureel ondernemerschap. De onlangs door het lectoraatsprogramma C MKB uitgegeven boek Read This First, een handboek over de groei en ontwikkeling van cultureel en creatief ondernemerschap, bevestigt deze prille belangstelling. Aan het boek hebben dertig professionals uit de internationale praktijk als schrijver deelgenomen, waaronder tien uit Utrecht

18 NAAR THEORIEVORMING OVER CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP Naar theorievorming over cultureel ondernemerschap De conceptuele kennis en onderwijservaringen die vanuit het Utrechtse zijn opgedaan, leiden tot de behoefte een meer fundamentele benadering te ontwikkelen. Ontwikkelen wil in dit verband zeggen onderzoek doen naar de grondslagen van het maken en tonen van kunst en in samenhang daarmee het onderzoek naar ondernemerschap. Met het oog op deze theorievorming zullen we de diepere lagen met behulp van bestaande wetenschappelijk kennis aanboren. Deze kennis ligt primair op het vlak van kunst, cultuur en creativiteit enerzijds en op het vlak van economie, management en ondernemerschap anderzijds. Een dergelijke aanpak vraagt om een interdisciplinaire benadering (ik kom daar later nog op terug). Mijn oriëntering concentreer ik in eerste aanleg op het maken van kunst. Bij academische uiteenzettingen rond cultuur en creativiteit inclusief de wijze waarop deze zijn georganiseerd, wordt het maakproces van kunst in scheppende of herscheppende betekenis met het oog op ontdekking en verdieping als uitgangspunt, model, metafoor of analogie genomen. Het is niet gewaagd te veronderstellen dat wanneer het gaat om de bestaansvormen van (westerse) creativiteit en de processen die daaraan ten grondslag liggen, de namen van kunstenaars als Michelangelo, Leonardo da Vinci, Shakespeare, Rubens, Rembrandt, Bach, Mozart, Vincent van Gogh, Picasso, Frank Zappa tot de algemene verbeelding spreken. Het maken van kunst veronderstelt een artistiek proces. Voor het doordenken van dit proces is de vraag van belang of we ons nu in een soort black box bevinden (denk aan Karel Appel s uitspraak ik rotzooi maar een beetje an ). Of dat we kennis kunnen aanwenden om te begrijpen wat artistieke creativiteit vermag. Een gezaghebbend onderzoeker is hier Csikszentmihalyi die de aanwezigheid van creativiteit en het creatief proces ziet als een resultaat van drie aan elkaar verbonden delen die in een voortdurende wisselwerking tot elkaar staan. 84 De drie onderdelen van dit zogenaamde stelselmodel zijn: 1. Er is een vakgebied waarop men werkzaam is, 2. Binnen het vakgebied functioneert een veld in de vorm van een kring van beoordelaars, opdrachtgevers, critici, etc., en 3. De creatieve mens die via zijn creativiteit het proces in gang zet. Wat de creatieve mens - en in ons geval de kunstenaar - betreft spelen bijzondere competenties een rol die in essentie neerkomen op de vaardigheid om te gaan met wat Csikszentmihalyi complexiteiten noemt en tegenstrijdigheden in zich dragen waarmee de echt creatieve mens bij uitstek weet om te gaan. Voorbeelden van die complexiteiten zijn het enerzijds abstract kunnen denken maar tegelijkertijd oog hebben voor het detail, enerzijds zeer gedreven zijn maar toch ook weer objectief. De kunstenaar is in dit omgaan met complexiteiten niet een enkeling maar een veelheid. De ontwikkeling van die competentie staat in nauw verband met het kunnen begrijpen en vergaren van kennis van het betrokken stelselmodel. Van belang is in deze benadering dat het veld, (de beoordelaars, opdrachtgevers) zelf competent zijn. In zijn uitleg geeft Csikszentmihalyi voorbeelden van het niet-competent zijn en die slaan bijna alle op het aan banden leggen van creativiteit door machtspolitieke organen, bijvoorbeeld door kerkelijke machten, communistische regiems of fundamentalistische groepingen. Competent zijn binnen het veld heeft derhalve ook te maken met de aanwezigheid van een besef van vrijheid van de creatieve mens. 85 Csikszentmihalyi werkt dit thema niet verder uit maar voor het artistieke proces, dat in de kern een verbeeldingsproces is, is dit essentieel. Het promotie-onderzoek van Blokland uit 1991 met als titel Vrijheid, autonomie en emancipatie geeft een nader inzicht in de betekenis van het vrijheidsbegrip. 86 Blokland neemt het vrijheidsidee 32 33

19 NAAR THEORIEVORMING OVER CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP van de filosoof Berlin als vertrekpunt. Dit vrijheidsbegrip kent een negatieve en een positieve uitwerking. Negatieve vrijheid staat voor het onbelemmerd uitoefenen van je vrijheid, positieve vrijheid stelt je in staat om meester te worden én te zijn over je eigen bestaan. De positieve vrijheid is actief en gaat uit van de keuzemogelijkheden die een individu daadwerkelijk hanteert, en staat tegenover het negatieve vrijheidsbegrip om niet gehinderd te worden. De negatieve vrijheid is passief, zijnde de mogelijkheid hebbend van het kiezen. De kern van de positieve vrijheid wordt bij Blokland gevormd door de autonomie van het individu; autonomie-ontwikkeling stelt het individu in staat te leren alternatieven af te wegen en daadwerkelijk keuzes te doen, in interactie met zijn omgeving. En in de ruimte tussen negatieve vrijheid enerzijds en autonomie-ontwikkeling anderzijds krijgt het individu door zijn handelen een eigen identiteit. Deze benadering betekent dat vrijheid van het maken van kunst een betekenisvol proces is dat bijdraagt aan zowel het kunnen doen van artistieke keuzes als het verkrijgen van een artistieke identiteit, en in mijn woorden van een eigen artistiek handschrift. 87 In het verlengde van het doen van artistieke keuzes ligt ook het levenslang schilderen, beeldhouwen, ontwerpen, theatermaken, muziek maken, enzovoort, als leerproces. En daaraan verbonden: het organiseren, tonen en spreiden van kunst en cultuur. Om deze inhoudelijke betekenis van artistieke keuzes en identiteit is het culturele in het cultureel ondernemerschap dan ook niet een min of meer toevallig bijvoeglijk naamwoord. Het culturele is richtinggevend voor hetgeen binnen en buiten het artistiek-creatieve proces ondernomen gaat worden. De vrijheid van de kunstenaar kunst te maken, in negatieve zin de ruimte hebben, en in positieve zin werken aan de eigen autonomie-ontwikkeling, vormt daarmee een belangrijk fundament voor het cultureel ondernemen. 88 Ondernemen Vervolgens dient de vraag naar het kenmerkende van het ondernemen in het begrip Cultureel ondernemerschap zich aan. Met betrekking tot de literatuur over ondernemerschap zijn vier invalshoeken aan te geven wat ondernemen is, elk met een eigen signatuur: economisch, psychologisch, bedrijfskundig en biologisch. 89 De vier invalshoeken zijn: 1. Ondernemen is innoveren. De grondlegger van deze economische benadering is Schumpeter die bekendheid kreeg door Innovatie te zien als een Process of Creative Destruction, het vernietigen van bestaande producten en/of processen en/of werkvormen door het scheppen van nieuwe. 90 Deze innovatie kan in zijn ogen uitsluitend gerealiseerd worden door gedreven ondernemers en niet door managers. Een kanttekening moet hierbij worden gemaakt. Er is geen ene Schumpeter, er zijn er meer al gaat het om dezelfde persoon. Schumpeter 1 heeft in 1911 (en niet in 1934 toen zijn boek Theorie der Wirtschaftlichen Entwicklung in het Engels verscheen) in reflectie op grote Duitse industriëlen het proces van innovatie bestudeerd en gesignaleerd dat de industriële sector, waaronder de staalindustrie, met het oog op kostenreductie voortdurend moet vernieuwen. Schumpeter 2 heeft in dertig jaar later - in Capitalism, Socialism and Democracy aangegeven dat ondernemen = innoveren nog steeds valide is, maar nu veel minder nadrukkelijk. De uitleg over Destructieve Creativiteit is nu kernachtig gezegd een managementbenadering waarbij grote ondernemingen de oorspronkelijke persoonlijke ondernemingsrol om te innoveren als routine hebben overge

20 ONDERNEMEN nomen. Kortom: ondernemen is nu bij Schumpeter niet per definitie altijd exclusief innoveren. Zij vormen in de ogen van Drucker, die dicht staat bij de ideeën van Schumpeter, twee aparte disciplines. 91 Innovatie is niet meer en niet minder een specifiek economisch instrument voor de ondernemer. 2. De tweede invalshoek is de psychologische benadering van de persoon van de ondernemer die in met name de Amerikaanse literatuur als de nieuwe held van het management is opgestaan. Model staat de Amerikaan Jack Welch van General Electric waarbij men op zoek gaat naar bijzondere eigenschappen om deze te doen incorporeren in de onderneming. 92 Een andere invalshoek binnen dit psychologische veld wordt gekozen door Kets de Vries, die de individuele manager op de divan laat plaatsnemen om te achterhalen waar blokkades kunnen worden opgeruimd om als ondernemer te kunnen functioneren. 93 Ook in de organisatietypologie van Mintzberg komen we deze ondernemer tegen, die vanuit een dominante machtspositie zowel strategievorming, organisatieontwerp als persoonlijk leiderschap in zich heeft De derde, meer bedrijfskundig georiënteerde invalshoek betreft de betekenis van het ondernemerschap in het starten van nieuwe bedrijven of het ondernemen van activiteiten in bestaande organisaties (hetgeen in navolging van Pinchot III intrapreneurship genoemd wordt. 95 ). Wanneer het gaat om eigen initiatieven wordt het accent gelegd op het voor eigen risico drijven van een onderneming. 96 Intrapreneurship accentueert het stimuleren van ondernemingsgeest in afzonderlijke afdelingen. In beide situaties wordt gewerkt aan marktpositionering, klantrelaties en financiering, waaraan een op groei en ontwikkeling gerichte bedrijfsplanning ten grondslag ligt. 4. De vierde invalshoek wordt qua beelden ontleend aan de biologie: een survival of the fittest. 97 Je verkeert als routine-organisatie in een sterk veranderende omgeving die je tot strategisch ondernemen dwingt op straffe van ondergang van je organisatie of beroepspraktijk. SWOT-analyses helpen niet langer; waar het op aankomt is meebewegen, aanpassen en binnen een natuurlijke selectie aldoende ondernemend overleven. ONDERNEMEN De vier invalshoeken, die het ondernemerschap duiden als (1) innoveren, (2) persoonlijke drive, (3) bedrijfsplanning en (4) overleven, kunnen zonder moeite geïllustreerd worden aan de hand van voorbeelden uit de culturele en creatieve praktijk. De noodzaak tot innovatie komen we tegen in mijn proefschrift waar ik de veranderingen bij Toneelgroep Amsterdam beschrijf. Binnen de culturele sector is overigens niets zo problematisch als het pleiten voor innovatie aangezien in de beleving van creatieve professionals in hun werk een voortdurend proces van vernieuwing gaande is. 98 Ook de held van de ondernemer kennen we in de culturele sector met namen als theatermaker Rufus Collins, oud-zakelijk leider van het Nederlands Danstheater Carel Birnie, oud-directeur van het Concertgebouw Martijn Sanders, entertainmentycoon Joop van den Ende en oud-voorzitter van het college van bestuur van de HKU Bert Groenemeijer. Maar ook eigentijdse varianten zijn te noemen: architect en Harvardprofessor Rem Koolhaas, beeldend kunstenaar Joep van Lieshout, modeontwerper Marlies Dekkers en DJ Tiësto kunnen tot deze categorie gerekend worden. De meer bedrijfskundige benadering, de derde invalshoek, is terug te vinden in het zelfstandig ondernemerschap van artiesten, theatermakers, vormgevers, beeldend kunstenaars en overige professionals die rondom hun creatieve kernkwaliteiten een zelfstandige beroepspraktijk, individueel of in een groep, opbouwen als de meest adequate organisatievorm. De opleidingen van deze professionals kennen om die reden allerlei praktijkgerichte activiteiten omtrent bijvoorbeeld het maken van een ondernemingsplan en het ontwikkelen van ondernemingsvaardigheden. 99 Tenslotte de vierde invalshoek: de omgeving dwingt tot een meer ondernemende houding. Deze benadering is vanwege de subsidiereducties en een sterk concurrerende vrijetijd- en sponsormarkt in bijna alle sectoren van kunst en cultuur te vinden, profit en not for profit. Bij een groep middenmanagers van de blibliotheken werd deze vierde invalshoek als het meest dominant genoemd, veel minder scoorden de persoon van de bibliotheek-ondernemer of het ondernemerschap als bron van innovatie. De branche zelf werd in het geheel niet genoemd. Overigens ten onrechte want de eerste open

ENTANGLE - Nieuwsbrief

ENTANGLE - Nieuwsbrief INHOUD Projectachtergrond 1 Projectomschrijving 2 Partners 3 Kick ck-off meeting in Brussel 4 Rethinking Education 4 Contactgegevens en LLP 5 ENTANGLE vindt zijn oorsprong in de dagelijkse praktijk binnen

Nadere informatie

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Competentie 1: Creërend vermogen De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Concepten voor een ontwerp te ontwikkelen

Nadere informatie

CKV Festival 2012. CKV festival 2012

CKV Festival 2012. CKV festival 2012 C CKV Festival 2012 Het CKV Festival vindt in 2012 plaats op 23 en 30 oktober. Twee dagen gaan de Bredase leerlingen van het voortgezet onderwijs naar de culturele instellingen van Breda. De basis van

Nadere informatie

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de doelstellingen, eindkwalificaties en opbouw van de Masteropleiding Filosofie & Maatschappij.

Nadere informatie

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren. Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende

Nadere informatie

Congres Logistiek Slim verbinden! Tien jaar Lectoraat Logistiek: terug- en vooruitblik

Congres Logistiek Slim verbinden! Tien jaar Lectoraat Logistiek: terug- en vooruitblik Congres Logistiek Slim verbinden! Tien jaar Lectoraat Logistiek: terug- en vooruitblik Stef Weijers, Lector Logistiek en Allianties, HAN 31 januari 2013 Anno 2012 In Logistiek is 15% van de bedrijven wel

Nadere informatie

Van de macht van management naar de kracht van leiderschap

Van de macht van management naar de kracht van leiderschap Van de macht van management naar de kracht van leiderschap Inez Sales Juni 2011 INHOUDSOPGAVE Leiderschap... 3 1. Leiderschap en management... 4 2. Leiderschapstijl ten behoeve van de klant... 5 3. Leiderschapstijl

Nadere informatie

9. Gezamenlijk ontwerpen

9. Gezamenlijk ontwerpen 9. Gezamenlijk ontwerpen Wat is het? Gezamenlijk ontwerpen betekent samen aan een nieuw product werken, meestal op een projectmatige manier. Het productgerichte geeft richting aan het proces van kennis

Nadere informatie

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013 Tilburg University 2020 Toekomstbeeld College van Bestuur, april 2013 Strategie in dialoog met stakeholders Open voor iedere inbreng die de strategie sterker maakt Proces met respect en waardering voor

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN STICHTING OPEN 1 1. INLEIDING Voor u ligt het beleidsplan

Nadere informatie

Ruimte creëren. kennis, p. 17). De oplettende lezer ziet dat in het schema van deze negen aspecten deze ruimte wordt aangeduid met de woorden

Ruimte creëren. kennis, p. 17). De oplettende lezer ziet dat in het schema van deze negen aspecten deze ruimte wordt aangeduid met de woorden VERSLAG REACTIE 20 Over vermeende tegenstellingen die irrelevant zijn In het stuk van Piet van der Ploeg Pabo s varen blind op constructivisme (zie artikel op pagina 13) worden veel tegenstellingen geschetst.

Nadere informatie

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs Tijdschrift voor Didactiek der β-wetenschappen 22 (2005) nr. 1 & 2 53 Oratie, uitgesproken op 11 maart 2005, bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Professionalisering in het bijzonder in het onderwijs

Nadere informatie

Vragen pas gepromoveerde

Vragen pas gepromoveerde Vragen pas gepromoveerde dr. Maaike Vervoort Titel proefschrift: Kijk op de praktijk: rich media-cases in de lerarenopleiding Datum verdediging: 6 september 2013 Universiteit: Universiteit Twente * Kun

Nadere informatie

Profielschets. Ondernemende school

Profielschets. Ondernemende school Profielschets Ondernemende school Scholen met Succes Postbus 3386 2001 DJ Haarlem www.scholenmetsucces.nl info@scholenmetsucces.nl tel: 023 534 11 58 fax: 023 534 59 00 1 Scholen met Succes Een school

Nadere informatie

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten Systeemdenken De wereld waarin ondernemingen bestaan is bijzonder complex en gecompliceerd en door het gebruik van verschillende concepten kan de werkelijkheid nog enigszins beheersbaar worden gemaakt.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Competentieprofiel Instituut voor Interactieve Media Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Aangepast in maart 2009 Inleiding De opleiding Interactieve Media

Nadere informatie

Aardige jongens waren we

Aardige jongens waren we Aardige jongens waren we Ondernemende studenten en een vernieuwende faculteit dertig jaar later Huibert de Man (docent 1977-1988) Terugkijken Livet skal leves forlæns, men forstås baglæns (Søren Kierkegaard,

Nadere informatie

De ontwikkeling en toepassing van games voor gezondheid. Een verkenning van de Nederlandse situatie in internationaal perspectief

De ontwikkeling en toepassing van games voor gezondheid. Een verkenning van de Nederlandse situatie in internationaal perspectief De ontwikkeling en toepassing van games voor gezondheid Een verkenning van de Nederlandse situatie in internationaal perspectief HKU, Applied Games R&D programma Lector Jeroen van Mastrigt In opdracht

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Mode Maastricht verbindt, ontwikkelt en etaleert.

Mode Maastricht verbindt, ontwikkelt en etaleert. Mode Maastricht verbindt, ontwikkelt en etaleert. Onze missie Waar wij voor staan Door het versterken van de signatuur van de Maastrichtse mode- en designsector in combinatie met de sterke reputatie

Nadere informatie

RICHES Renewal, Innovation and Change: Heritage and European Society

RICHES Renewal, Innovation and Change: Heritage and European Society This project has received funding from the European Union s Seventh Framework Programme for research, technological development and demonstration under grant agreement no 612789 RICHES Renewal, Innovation

Nadere informatie

Geachte collega's, beste studenten,

Geachte collega's, beste studenten, College van Bestuur Geachte collega's, beste studenten, Na de hectische weken met de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis, hebben we een moment van bezinning ingelast. Wij hebben tijd genomen

Nadere informatie

Aandacht voor jouw ambitie!

Aandacht voor jouw ambitie! Aandacht voor jouw ambitie! ROC Rivor is hét opleidingscentrum van regio Rivierenland. Wij bieden een breed scala aan opleidingen, cursussen en trainingen voor jongeren en volwassenen. Toch zijn we een

Nadere informatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie De logica van lef, discipline en communicatie Theoretisch kader voor organisatieontwikkeling Tonnie van der Zouwen, maart 2007 De gelaagdheid in onze werkelijkheid Theorieën zijn conceptuele verhalen met

Nadere informatie

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden

Nadere informatie

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant'

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' 'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' OPROEP VANUIT DE VRIJETIJDSSECTOR Opgesteld door: Vrijetijdshuis Brabant, TOP Brabant, Erfgoed Brabant, Leisure Boulevard, NHTV, MKB, BKKC, Stichting Samenwerkende

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding en adviesvraag

Samenvatting. Aanleiding en adviesvraag Samenvatting Aanleiding en adviesvraag In de afgelopen jaren is een begin gemaakt met de overheveling van overheidstaken in het sociale domein van het rijk naar de gemeenten. Met ingang van 2015 zullen

Nadere informatie

Samenvatting aanvraag

Samenvatting aanvraag Samenvatting aanvraag Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing Nieuwe opleiding is): Nieuw Ad programma Nieuwe hbo master Nieuwe joint degree 1 Verplaatsing bestaande opleiding Nevenvestiging

Nadere informatie

4D organisatieontwikkeling & opleiding presenteert. Alumnidagen 2014. datum thema leiding

4D organisatieontwikkeling & opleiding presenteert. Alumnidagen 2014. datum thema leiding 4D organisatieontwikkeling & opleiding presenteert Alumnidagen 2014 TGI-verdieping aan de hand van vijf thema s De alumnidagen zijn bedoeld voor iedereen die in de afgelopen jaren een TGI-basisopleiding

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 9

Samenvatting. Samenvatting 9 Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen

Nadere informatie

Bestuurssecretaris en...

Bestuurssecretaris en... het Zijlstra Center for Public Control and Governance www.hetzijlstracenter.nl Bestuurssecretaris en... Oriëntatie op de functie bestuurssecretaris het Zijlstra Center for Public Control and Governance

Nadere informatie

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel prof.dr. Hans Strikwerda Met reviews door: prof. dr. Arnoud Boot mr. drs. Atzo Nicolaï drs. Michiel Muller prof. dr. Eric Claassen dr. René Kuijten prof. dr.

Nadere informatie

Beleidsplan 2013 en verder Stichting Bestuurlijke Diversiteit Nederland

Beleidsplan 2013 en verder Stichting Bestuurlijke Diversiteit Nederland Beleidsplan 2013 en verder Stichting Bestuurlijke Diversiteit Nederland Inhoudsopgave pagina 1. Inleiding 1 2. Missie & Kernwaarden 2 3. Actuele situatie 3 4. 2013 en verder 3 Stichting Bestuurlijke Diversiteit

Nadere informatie

vijf debatten over het strategische en publieke belang van kunst en cultuur als basis voor nieuwe vormen van leefbaarheid, zorg en welzijn

vijf debatten over het strategische en publieke belang van kunst en cultuur als basis voor nieuwe vormen van leefbaarheid, zorg en welzijn noteer in je agenda: 3 maart, 31 maart, 21 april, 19 mei en 16 juni 2015 vijf debatten over het strategische en publieke belang van kunst en cultuur als basis voor nieuwe vormen van leefbaarheid, zorg

Nadere informatie

Leiderschap in Turbulente Tijden

Leiderschap in Turbulente Tijden De Mindset van de Business Leader Leiderschap in Turbulente Tijden Onderzoek onder 175 strategische leiders Maart 2012 Inleiding.. 3 Respondenten 4 De toekomst 5 De managementagenda 7 Leiderschap en Ondernemerschap

Nadere informatie

IMPRESSIE WORKSHOP 4. praktijkgericht juridisch onderzoek. G.A.F.M. van Schaaijk

IMPRESSIE WORKSHOP 4. praktijkgericht juridisch onderzoek. G.A.F.M. van Schaaijk IMPRESSIE WORKSHOP 4 praktijkgericht juridisch onderzoek G.A.F.M. van Schaaijk AANKONDIGING VAN EEN NIEUW BOEK: PRAKTIJKGERICHT JURIDISCH ONDERZOEK DOOR GEERTJE VAN SCHAAIJK Verwachte verschijningsdatum:

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad Profilering derde graad De leerling heeft in de eerste en de tweede graad de gelegenheid gehad om zijn of haar interesses te ontdekken. Misschien heeft hij of zij al enig idee ontwikkeld over toekomstige

Nadere informatie

FULL-TIME MASTER MASTER IN HET MANAGEMENT ONDERSCHEID JEZELF MET EEN PRAKTIJKGERICHTE MANAGEMENTOPLEIDING

FULL-TIME MASTER MASTER IN HET MANAGEMENT ONDERSCHEID JEZELF MET EEN PRAKTIJKGERICHTE MANAGEMENTOPLEIDING FULL-TIME MASTER MASTER IN HET MANAGEMENT ONDERSCHEID JEZELF MET EEN PRAKTIJKGERICHTE MANAGEMENTOPLEIDING COMBINEER MANAGEMENT- KENNIS MET PRAKTISCHE MANAGEMENTVAARDIGHEDEN Deze Master in het Management

Nadere informatie

Stichting voor toegepaste filosofie. culturele dienstverlening voor organisaties en instellingen. Beleidsplan 2013-2017. Inleiding

Stichting voor toegepaste filosofie. culturele dienstverlening voor organisaties en instellingen. Beleidsplan 2013-2017. Inleiding Stichting voor toegepaste filosofie culturele dienstverlening voor organisaties en instellingen Beleidsplan 2013-2017 Inleiding Onze ambitie richt zich niet alleen op het onderwijs, maar ook op de culturele

Nadere informatie

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg Zorg om de zorg Menselijke maat in de gezondheidszorg Prof.dr. Chris Gastmans Prof.dr. Gerrit Glas Prof.dr. Annelies van Heijst Prof.dr. Eduard Kimman sj Dr. Carlo Leget Prof.dr. Ruud ter Meulen (red.)

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK

DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK Over de morele identiteit van het beroep en het belang van morele oordeelsvorming Jaarcongres NVMW (10-11-2011) Ed de Jonge INTRODUCTIE: thematiek en spreker

Nadere informatie

Voor het programma van de opleiding gelden geen aanvullende toelatingsvoorwaarden.

Voor het programma van de opleiding gelden geen aanvullende toelatingsvoorwaarden. Opleidingsspecifiek deel Art.2.1 toelatingseisen opleiding Toelaatbaar tot de opleiding is de bezitter van een Nederlands of een buitenlands diploma van hoger onderwijs die aantoont te beschikken over

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad Profilering derde graad De leerling heeft in de eerste en de tweede graad de gelegenheid gehad om zijn of haar interesses te ontdekken. Misschien heeft hij of zij al enig idee ontwikkeld over toekomstige

Nadere informatie

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING:

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING: beeldende vorming De DOELSTELLING van de -opdrachten & De BEOORDELING: Doelstellingen van de opdrachten. Leren: Thematisch + procesmatig te werken Bestuderen van het thema: met een open houding Verzamelen

Nadere informatie

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Organisatie De Open Universiteit (OU), opgericht in 1984, is de jongste universiteit

Nadere informatie

Ron Bormans Voorzitter CvB Hogeschool Rotterdam. Bestuur Vereniging Hogescholen Lid Commissie Veerman

Ron Bormans Voorzitter CvB Hogeschool Rotterdam. Bestuur Vereniging Hogescholen Lid Commissie Veerman Ron Bormans Voorzitter CvB Hogeschool Rotterdam Bestuur Vereniging Hogescholen Lid Commissie Veerman Hoger beroepsonderwijs Het ongedelfde goud Twitter: @Ronbormans1 Mail: Ron.Bormans@HR.nl Nederland

Nadere informatie

Afgeronde onderzoeksprojecten Lectoraat Zorg voor Mensen met een Verstandelijke Beperking (periode 2008 2012)

Afgeronde onderzoeksprojecten Lectoraat Zorg voor Mensen met een Verstandelijke Beperking (periode 2008 2012) Afgeronde onderzoeksprojecten Lectoraat Zorg voor Mensen met een Verstandelijke Beperking (periode 2008 2012) In de periode 2008-2012 heeft het Lectoraat Zorg voor Mensen met een Verstandelijke Beperking

Nadere informatie

Leer ze omgaan met onzekerheid. Nils de Witte - StudentsInc

Leer ze omgaan met onzekerheid. Nils de Witte - StudentsInc Leer ze omgaan met onzekerheid Nils de Witte - StudentsInc Programma en introductie Leer ze omgaan met onzekerheid verkennende discussie en ideeën nils de witte wat bedoel ik met onzekerheid waarom is

Nadere informatie

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012 I would rather design a poster than a website Aldje van Meer, oktober 2012 Deze uitgave is een samenvatting van de lezing 'I would rather design a poster than a website tijdens het Nationaal Symposium

Nadere informatie

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A.

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. ter Haar Samenvatting In dit proefschrift is de aard en het

Nadere informatie

Stichting Geschiedenis Fysiotherapie

Stichting Geschiedenis Fysiotherapie Beleidsplan Stichting Geschiedenis Fysiotherapie 2014-2019 Opgesteld door het Bestuur van de SGF. Geaccordeerd per:2 juni 2014 Beleidsdocument 2014-2019 Stichting Geschiedenis Fysiotherapie Page 1 Inleiding

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

SKPO Profielschets Lid College van Bestuur

SKPO Profielschets Lid College van Bestuur SKPO Profielschets Lid College van Bestuur 1 Missie, visie SKPO De SKPO verzorgt goed primair onderwijs waarbij het kind centraal staat. Wij ondersteunen kinderen om een stap te zetten richting zelfstandigheid,

Nadere informatie

Achtergrondinformatie Leerstijlen en Werkvormen

Achtergrondinformatie Leerstijlen en Werkvormen Achtergrondinformatie Leerstijlen en Werkvormen Marjoleine Hanegraaf (NMI bv) & Frans van Alebeek (PPO-AGV), december 2013 Het benutten van bodembiodiversiteit vraagt om vakmanschap van de teler. Er is

Nadere informatie

Abstract Waaier van Merken Een inventarisatie van branding in de Nederlandse gesubsidieerde theatersector Margriet van Weperen

Abstract Waaier van Merken Een inventarisatie van branding in de Nederlandse gesubsidieerde theatersector Margriet van Weperen Abstract Waaier van Merken Een inventarisatie van branding in de Nederlandse gesubsidieerde theatersector Margriet van Weperen Bachelorscriptie Kunsten, Cultuur en Media Rijksuniversiteit Groningen Begeleider:

Nadere informatie

BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG

BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG STUDENTEN DOEN UITSPRAKEN OVER DE ACADEMISCHE WERELD, HET VAKGEBIED EN HET BEROEPENVELD.. onderzoek niet zo saai als ik dacht werken in

Nadere informatie

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties Sociale innovatie Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties DATUM 1 maart 2014 CONTACT Steef de Vries MCC M 06 46 05 55 57 www.copertunity.nl info@copertunity.nl 2 1. Wat is sociale

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad De leerling heeft in de 1ste en de 2de graad, de gelegenheid gehad zijn/haar interesses te ontdekken en heeft misschien al enig idee ontwikkeld over toekomstige werk- of studieplannen. Vaardigheden, inzet,

Nadere informatie

Internationale kansen voor het MKB: HBO slaat een brug. Louise van Weerden Enschede, 12 Juni 2013

Internationale kansen voor het MKB: HBO slaat een brug. Louise van Weerden Enschede, 12 Juni 2013 Internationale kansen voor het MKB: HBO slaat een brug Louise van Weerden Enschede, 12 Juni 2013 Achtergrond Communicatiewetenschap, Universiteit Groningen, Concordia University Montreal Onderzoek intercultureel

Nadere informatie

Veranderen als avontuurlijke tocht. PBLQ Jaap Boonstra 25 november 2013

Veranderen als avontuurlijke tocht. PBLQ Jaap Boonstra 25 november 2013 Veranderen als avontuurlijke tocht PBLQ Jaap Boonstra 25 november 2013 Opbouw Veranderen als avontuurlijke tocht Wat is er gaande in de wereld om ons heen Zijnswaarde en publieke waarde PBLQ Professionele

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Center for Organisation Development in Hospitals

Center for Organisation Development in Hospitals instituut Beleid & Management Gezondheidszorg Center for Organisation Development in Hospitals Het Center for Organisation Development in Hospitals is een samenwerkingsverband van het instituut Beleid

Nadere informatie

In twee dagen een jaar verder

In twee dagen een jaar verder In twee dagen een jaar verder The 48 hrs by Laboratorivm Met The 48 hrs introduceert Laboratorivm een nieuwe methode om binnen 48 uur een diepgaande merkstrategie te ontwikkelen, inclusief creatieve vertalingen

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad Profilering derde graad De leerling heeft in de eerste en de tweede graad de gelegenheid gehad om zijn of haar interesses te ontdekken. Misschien heeft hij of zij al enig idee ontwikkeld over toekomstige

Nadere informatie

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Code of Conduct Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Welke uitgangspunten geven richting aan ons gedrag? INLEIDING De Code of Conduct is het kader voor gedrag en reflectie voor medewerkers en studenten

Nadere informatie

Business Continuity Management conform ISO 22301

Business Continuity Management conform ISO 22301 Business Continuity Management conform ISO 22301 Onderzoek naar effecten op de prestaties van organisaties Business continuity management gaat over systematische aandacht voor de continuïteit van de onderneming,

Nadere informatie

Case Development Centre

Case Development Centre Case Development Centre Toepassing van cases in het onderwijs Kenniscentrum Innovatief Ondernemerschap Hoe kan Rotterdam bestaande kennis op nieuwe wijze inzetten om de innovatiegraad van de industrie

Nadere informatie

Cultuureducatie in het basisonderwijs

Cultuureducatie in het basisonderwijs Cultuureducatie in het basisonderwijs Gemeente Westland Nulmeting Inleiding Teneinde aan het einde van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) vast te kunnen stellen wat de bereikte resultaten

Nadere informatie

Toetsplan Bacheloropleiding Kunsten, Cultuur en Media 2014-2015

Toetsplan Bacheloropleiding Kunsten, Cultuur en Media 2014-2015 Toetsplan Bacheloropleiding Kunsten, Cultuur en Media 2014-2015 JAAR 1 semester 1 Blok 1 Blok 2 titel code week 1-7 colleges Introduction to Audiovisual Culture continue toetsing, wekelijks verschillende

Nadere informatie

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Jouw ervaring Neem iets in gedachten dat je nu goed kunt en waarvan je veel plezier hebt in je werk: Vertel waartoe je in staat bent. Beschrijf

Nadere informatie

DUURZAAMHEID IN FINANCIERING VAN DE BIBLIOTHEEK VAN DE TOEKOMST. 12 november 2015

DUURZAAMHEID IN FINANCIERING VAN DE BIBLIOTHEEK VAN DE TOEKOMST. 12 november 2015 DUURZAAMHEID IN FINANCIERING VAN DE BIBLIOTHEEK VAN DE TOEKOMST 12 november 2015 PERSOONLIJK REISVERHAAL Prof. Mr. Dr. Giep Hagoort, dean van de Amsterdam School of Management Drs. Astrid Vrolijk-de Mooij

Nadere informatie

ECSD/U201402324 Lbr. 14/092

ECSD/U201402324 Lbr. 14/092 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft leren over cultureel ondernemen uw kenmerk ons kenmerk ECSD/U201402324 Lbr. 14/092 bijlage(n) 2 (separaat

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

WAARDEN BEWUST ONDERNEMEN

WAARDEN BEWUST ONDERNEMEN WAARDEN BEWUST ONDERNEMEN EEN NIEUW SOORT ONDERNEMERSCHAP RESULTAAT KOERS VISIE PERSOONLIJK LEIDERSCHAP MEERWAARDE & RENDEMENT WAARDEN BEWUST WAARDEN BEWUST ONDERNEMEN ANNO 2013 Waarden Bewust Ondernemen

Nadere informatie

MASTERCLASS BELEIDSANALYSE EN BELEIDSBEOORDELING TRANSPARANTIE EN VERANTWOORDING IN DE PUBLIEKE SECTOR

MASTERCLASS BELEIDSANALYSE EN BELEIDSBEOORDELING TRANSPARANTIE EN VERANTWOORDING IN DE PUBLIEKE SECTOR PROFESSIONAL LEARNING & DEVELOPMENT EXECUTIVE EDUCATION MASTERCLASS BELEIDSANALYSE EN BELEIDSBEOORDELING TRANSPARANTIE EN VERANTWOORDING IN DE PUBLIEKE SECTOR MASTERCLASS BELEIDSANALYSE EN BELEIDSBEOORDELING

Nadere informatie

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Mobile meets Social: de volgende stap voor mobile marketing

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Mobile meets Social: de volgende stap voor mobile marketing Onderzoeksopdracht Crossmedialab Titel Mobile meets Social: de volgende stap voor mobile marketing Probleemomgeving De exponentiële opkomst van smart phones, met als (voorlopige) koploper de iphone van

Nadere informatie

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD ILS Nijmegen Mei 2009 Voorwoord: Dit voorstel voor een competentieprofiel van de spd is ontworpen op verzoek van de directies van ILS- HAN en ILS-RU door de productgroep

Nadere informatie

Cleo-Patria. vrouwen- en buurtstudio s. in het kort

Cleo-Patria. vrouwen- en buurtstudio s. in het kort Cleo-Patria vrouwen- en buurtstudio s in het kort Cleo-Patria vrouwen- en buurtstudio s Cleo-Patria staat voor een concept dat inmiddels op ca. 10-15 locaties succesvol is en wordt toegepast. De doelstelling

Nadere informatie

Functieprofiel Young Expert

Functieprofiel Young Expert 1 Laatst gewijzigd: 20-7-2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Ervaringen opdoen... 3 1.1 Internationale ervaring in Ontwikkelingssamenwerkingsproject (OS)... 3 1.2 Nieuwe vaardigheden... 3 1.3 Intercultureel

Nadere informatie

strategische agenda en activiteiten De verbeelding en de macht

strategische agenda en activiteiten De verbeelding en de macht strategische agenda en activiteiten De verbeelding en de macht Inleiding: dwarsverbanden tussen kunst en wetenschap Verwondering, fascinatie, nieuwsgierigheid, passie voor zowel de wetenschapper als de

Nadere informatie

Strategische Issues in Dienstverlening

Strategische Issues in Dienstverlening Strategische Issues in Dienstverlening Strategisch omgaan met maatschappelijke issues Elke organisatie heeft issues. Een definitie van de term issue is: een verschil tussen de verwachting van concrete

Nadere informatie

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland Advies van de Commissie Gedragscode

Nadere informatie

3 academische bachelor- en masteropleidingen. 3 instellingen in de Associatie K.U.Leuven. in de Beeldende Kunsten

3 academische bachelor- en masteropleidingen. 3 instellingen in de Associatie K.U.Leuven. in de Beeldende Kunsten studiegebied studiegebied O P L E I D I N G E N I N A S S O C I A T I E K. U. L. 3 instellingen in de Associatie K.U.Leuven 3 academische bachelor- en masteropleidingen Sint-Lucas Beeldende Kunst Gent

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

Brabantse aanpak Cultuureducatie met Kwaliteit

Brabantse aanpak Cultuureducatie met Kwaliteit Brabantse aanpak Cultuureducatie met Kwaliteit Hoe breng je meer lijn en structuur in je cultuureducatie en hoe werk je gericht aan de persoonlijke (creativiteits)- ontwikkeling van leerlingen? Basisscholen

Nadere informatie

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Om in aanmerking te komen voor een subsidie tussen 25.000 en 65.000 euro moet een project aan de volgende criteria voldoen: 1. het project

Nadere informatie

Samen vormgeven aan de toekomst

Samen vormgeven aan de toekomst Policy Design Studio Samen vormgeven aan de toekomst Sinds het voorjaar van 2015 brengen wij de Policy Design Studio in praktijk. Een kansgerichte manier om de toekomst tegemoet te treden. Wij raken steeds

Nadere informatie

Modulebeschrijvingen Master Learning & Innovation 2016-2017

Modulebeschrijvingen Master Learning & Innovation 2016-2017 Modulebeschrijvingen Master Learning & Innovation 2016-2017 1 Inhoudsopgave Veranderen in het perspectief van leren als bouwsteen... 3 Innovatief Ontwerpen van Onderwijs... 4 Digitaal leren innoveren...

Nadere informatie

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen;

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen; Henk MassinkRubrics Ontwerpen 2012-2013 Master Leren en Innoveren Hogeschool Rotterdam Beoordeeld door Hanneke Koopmans en Freddy Veltman-van Vugt. Cijfer: 5.8 Uit je uitwerking blijkt dat je je zeker

Nadere informatie

Kwaliteitszorg onderzoek

Kwaliteitszorg onderzoek Kwaliteitszorg onderzoek met de methode sci_quest/eric 1 Opzet workshop Ervaringen Hogeschool Utrecht met validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek (vko) Uitgangspunten methodiek sci_quest/eric Vragen

Nadere informatie

HU GERICHT IN BEWEGING

HU GERICHT IN BEWEGING HU GERICHT IN BEWEGING Organisatieontwikkeling HU het verhaal - versie maart 2016 - Agenda Waar komen we vandaan? Waarom gaan we veranderen? Wie willen we zijn? Hoe gaan we dit bereiken? Wat verandert

Nadere informatie

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf Format samenvatting aanvraag Opmerking vooraf Mocht u de voorkeur geven aan openbaarmaking van de gehele aanvraag in plaats van uitsluitend onderstaande samenvatting dan kunt u dat kenbaar maken bij het

Nadere informatie

Managementvoorkeuren

Managementvoorkeuren Toelichting bij de test Business Fit-ality Lange Dreef 11G 4131 NJ Vianen Tel: +31 (0)347 355 718 E-mail: info@businessfitality.nl www.businessfitality.nl Business Fit-ality Met welk type vraagstuk bent

Nadere informatie

1. We willen doorgaan met behoud en versterking van de kwaliteiten van de IJsseldelta

1. We willen doorgaan met behoud en versterking van de kwaliteiten van de IJsseldelta Resultaten Advies en Initiatiefraad Nationaal Landschap IJsseldelta 29 november 2013 Nationaal Landschap IJsseldelta is in verandering. Transitie noemen we dat. We bereiden ons voor op een andere manier

Nadere informatie

NIDAP Informatie 02042015 / Audits NIDAP. Opleidingsmarktonderzoek. Informatie over onze onderzoeksdiensten NIDAP 2015

NIDAP Informatie 02042015 / Audits NIDAP. Opleidingsmarktonderzoek. Informatie over onze onderzoeksdiensten NIDAP 2015 Opleidingsmarktonderzoek Informatie over onze onderzoeksdiensten 2015 1 Introductie Inleiding In dit korte document staat algemene informatie over onze opleidingsmarktonderzoeken. Tevens wordt dieper ingegaan

Nadere informatie

SAMENVATTING ONDERZOEKSRAPPORT Cultuurmarketing: kunst en kunde

SAMENVATTING ONDERZOEKSRAPPORT Cultuurmarketing: kunst en kunde SAMENVATTING ONDERZOEKSRAPPORT Cultuurmarketing: kunst en kunde Onderzoek en advies rondom de inrichting van het activiteitenprogramma van Cultuurmarketing september 2012 september 2013. Onderzoek uitgevoerd

Nadere informatie

Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis

Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis Afgestudeerden van de opleiding hebben de onderstaande eindkwalificaties bereikt: I. Kennis Basiskennis en inzicht: 1. kennis van en inzicht in het

Nadere informatie