273. Herzien publicatieregime boetes en dwangsommen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "273. Herzien publicatieregime boetes en dwangsommen"

Transcriptie

1 273. Herzien publicatieregime boetes en dwangsommen Mr. K. FrielinK Met ingang van 1 augustus 2014 is Afdeling Wft (publicatiemogelijkheden van de toezichthouders) op onderdelen sterk gewijzigd als gevolg van de implementatiewet richtlijn en verordening kapitaalvereisten. 1 inleiding Op de oude regeling bestond veel kritiek, met name ook door de restrictieve wijze waarop de wet jarenlang door de rechter werd toegepast. 2 Van een behoorlijke belangenafweging bij de vraag of een bestuurlijke boete of last onder dwangsom openbaar gemaakt mocht worden was geen sprake. Onder het nieuwe regime moet de toezichthouder in bepaalde gevallen kiezen voor geanonimiseerde openbaarmaking, bijvoorbeeld in het geval dat de betrokken partij in onevenredige mate schade zou worden berokkend. De betrokkene doet er dus verstandig aan in de bezwaarfase gemotiveerd aan te geven waarom zijns inziens de openbaarmaking geanonimiseerd zou dienen plaats te vinden. Hierna zal eerst op de oude regeling en daarop uitgeoefende kritiek worden ingegaan. Daarna wordt de nieuwe regeling besproken, gevolgd door vermelding van recente rechtspraak, enkele kanttekeningen bij de nieuwe regeling en tenslotte een aanbeveling voor de praktijk. Het publicatieregime tot 1 augustus 2014 De toezichthouder was gehouden een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete openbaar te maken 1 Deze wijzigingen vloeien voort uit de implementatie van artikel 68 lid 2 van richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, en verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen. 2 Zie onder andere D.R. Doorenbos (2007), Naming & Shaming, Oratie RUN, Deventer: Kluwer; G.P. Roth (2009), De publicatie van boetes door AFM en DNB, in: Ondernemingsrecht 15, p ; en K. Frielink (2013), Openbaarmaking door de financiële toezichthouders, in: Busch D. & M.P. Nieuwe Weme (red.), Christels Koers. Liber Amicorum prof.mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol, Deventer: Kluwer, p nadat het besluit rechtens onaantastbaar was geworden. Er gold een tenzij -regeling: de openbaarmaking diende achterwege te blijven indien die in strijd was of had kunnen komen met het doel van het door de toezichthouder uit te oefenen toezicht op de naleving van deze wet (art. 1:98 Wft-oud). Waar het betreft de meer ernstig geachte overtredingen diende de toezichthouder een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete bovendien na bekendmaking openbaar te maken, zij het niet eerder dan nadat vijf werkdagen waren verstreken na de dag waarop het besluit aan de betrokken persoon bekend was gemaakt (art. 1:97 leden 1 en 2 Wft-oud). Ook te dien aanzien gold de tenzij-clausule. Er was (en is) echter ook de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen direct tot publicatie over te gaan, derhalve zonder de wachttijd van vijf dagen (art. 1:100 Wft). In zijn uitspraak van 11 februari overwoog het CBb dat uit de tekst van artikel 1:97 leden 1 en 4 Wft (oud) voortvloeit dat de toezichthouder (in dat geval: de AFM) verplicht is een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete openbaar te maken, en dat deze openbaarmaking slechts dan achterwege blijft indien die in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door de toezichthouder uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft. Voor een verdere belangenafweging, naast die van lid 4, was naar het oordeel van het College geen plaats. Hier wordt echter vast verwezen naar de hierna te bespreken uitspraak van het CBb van 2 december Eén van de kritiekpunten op de oude regeling was het in de wet opgenomen negatieve criterium: de openbaarmaking kon slechts dan achterwege blijven indien die in strijd was of had kunnen komen met het doel van het door de toezichthouder uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft. Het gaat er immers om of dat doel met de 3 CBb 11 februari 2013, JOR 2013, 110 m.nt. Nuijten. TIJDSCHRIFT FINANCIEEL RECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 2, JUNI 2015 / SDU 39

2 openbaarmaking wordt gediend. En in het bijzonder of dat doel wordt gediend door de belanghebbende met naam en toenaam te noemen. Welk doel is ermee gediend om openbaar te maken dat X BV tot twee jaar geleden niet over de vereiste vergunning beschikte en dus handelde in strijd met de wet, maar sindsdien wel over een vergunning beschikt? In de literatuur werd dan ook gepleit voor een Onder het oude regime was een beroep op de eerder genoemde tenzij-clausule niet bijzonder kansrijk regeling die voorziet in een volwaardige belangenafweging. De zeer beperkte discretionaire bevoegdheid van de toezichthouders en daaruit voortvloeiende beperkte toetsing door de rechter werden als onwenselijk ervaren. Deze discussie werd mede ingegeven door de vraag of de publicatie van een bestuurlijke boete of last onder dwangsom nu wel of niet een punitief karakter heeft. Volgens de MvT niet. 4 Het CBb oordeelde dat in het midden kon worden gelaten of de openbaarmaking moet worden aangemerkt als een punitieve sanctie. 5 Met enkele andere schrijvers is door mij gesteld dat het punitieve element onlosmakelijk met de openbaarmaking is verbonden. Uit dat standpunt vloeit dan onder meer voort dat het wettelijke systeem zou moeten voorzien in een belangenafweging, waarbij ook de belangen van de betrokken partij een serieus te nemen factor zijn. Op 2 december 2014 deed het CBb een opmerkelijke uitspraak. 6 Het CBb stelde eerst vast dat naar huidige jurisprudentie (van het CBb zelf) voor een verdere belangenafweging dan genoemd in artikel 1:97 Wft (oud) geen plaats is. Maar vervolgens ging het CBb om waar het betreft overtredingen van een op de MiFID gebaseerde norm: Gelet evenwel op de bedoeling van de wetgever om de MiFID-richtlijn in de Wft te implementeren, is er aanleiding om de art 1:97 en 1:98 Wft richtlijnconform toe te passen. Dit betekent, anders dan in eerdere uitspraken is geoordeeld (bijvoorbeeld de uitspraak van 11 februari 2013, «JOR» 2013/110), dat moet worden getoetst of het besluit van AFM om tot publicatie over te gaan geen onevenredige schade toebrengt aan de adressaat van het boetebesluit. Dit betekent voorts, gelet op de formulering van art. 51, derde lid, MiFID-richtlijn, dat AFM bij iedere voorgenomen openbaarmaking van een maatregel of sanctie wegens schending van een in de MiFID-richtlijn opgenomen verplichting, in het kader van de daarbij te verrichten belangenafweging moet toetsen of zodanige publicatie geen onevenredige schade toebrengt aan de betrokken partijen. Aangezien het belang van de toezichthouder bij publicatie slechts wijkt voor het belang van de betrokken partijen in geval van onevenredige schade, dient het in zodanig geval om een individuele, bijzondere situatie te gaan, waarbij de door de financiële onderneming als gevolg van de publicatie te verwachten schade zodanig uitzonderlijk is dat het belang van de bescherming van de markt daarvoor moet wijken. Deze uitspraak is gewezen met toepassing van het tot 1 augustus 2014 geldende publicatieregime. In haar noot geeft Nuijten aan dat sprake is van een bijzondere keuze, omdat er volgens het CBb een afweging moet plaatsvinden waarvoor het destijds bestaande wettelijke kader volgens datzelfde CBb niet alleen geen grondslag bood, maar zelfs geen ruimte gaf. Het blijft gissen waarom het CBb ondanks de breed gedragen kritiek in de literatuur op zijn eerdere uitspraken pas in een zo laat stadium is omgegaan. Onder het oude regime was een beroep op de eerder genoemde tenzij-clausule niet bijzonder kansrijk. Publicatie werd in veel gevallen wel voorkomen, omdat de voorlopige voorzieningenrechters vooral beoordeelden of naar hun voorlopig inzicht de boete onrechtmatig was opgelegd dan wel of de hoogte van de boete in wanverhouding stond tot de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid. Wat het oude recht betreft wordt hier tenslotte verwezen naar de uitspraak van het CBb van 22 januari De zaak betreft een medewerker van een handelshuis die informatie inzake Fortis heeft verspreid waarvan in de ogen van de AFM een onjuist of misleidend signaal uitging. Aan de medewerker en het handelshuis zijn boetes opgelegd. Wat betreft het handelshuis is tot openbaarmaking van het boetebesluit overgegaan. Uit de nadien gevolgde publiciteit was echter ook voor iedereen duidelijk om welke medewerker het ging. Het handelshuis heeft in het boetebesluit berust; de medewerker niet. Het boetebesluit ten aanzien van de medewerker is vervolgens vernietigd. Hij was echter ook opgekomen tegen het besluit tot openbaarmaking van de aan het handelshuis opgelegde boetes, en kon dat ook omdat hij voldoende rechtstreeks in zijn belang was getroffen. Het College overweegt dat aan het oordeel dat aan een medewerker van een handelshuis ten onrechte bestuurlijke boetes zijn opgelegd, niet de gevolgtrekking kan worden verbonden dat de aan het handelshuis opgelegde boetes ten onrechte zijn gepubliceerd. Het College stelt voorts vast dat het boetebesluit inzake het handelshuis niet is aangevochten en derhalve rechtens onaantastbaar is. Publicatie van het onherroepelijk geworden boetebesluit kan de medewerker dan ook niet voorkomen, nog los van het feit dat het hier nog slechts ging om een aankondiging van een voornemen. 4 Kamerstukken II, 2005/06, , nr. 19, p CBb 11 februari 2013, JOR 2013, 110 m.nt. Nuijten. 6 CBb 2 december 2014, JOR 2015, 43 m.nt. Nuijten. 7 CBb 22 januari 2015, JOR 2015, 108 m.nt. Doorenbos. 40 SDU / NUMMER 2, JUNI 2015 TIJDSCHRIFT FINANCIEEL RECHT IN DE PRAKTIJK

3 Het CBb zag geen reden om te bepalen dat de AFM een rectificerende advertentie zou moeten plaatsen op haar website alsmede in enkele dagbladen. In zijn afweging heeft het College betrokken dat de AFM naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank reeds heeft besloten om het boetebesluit met betrekking tot de medewerker van haar website te verwijderen en daarbij een toelichtende tekst heeft geplaatst waarin naar de uitspraak van de rechtbank is verwezen. Het nieuwe publicatieregime Met ingang van 1 augustus 2014 geldt een nieuw publicatieregime. Voor openbare waarschuwingen geldt (en gold) dat de toezichthouder die kan uitvaardigen in de gevallen in de wet genoemd (art. 1:94 lid 1 Wft). Indien nodig, aldus de wet, kan de toezichthouder de overwegingen die tot die waarschuwing hebben geleid vermelden. Een veel voorkomend geval is de openbare waarschuwing voor aanbieders van financiële producten die niet over de vereiste vergunning beschikken. Het woord kan duidt op een discretionaire bevoegdheid. De uitoefening van die bevoegdheid is in eerste instantie ter beoordeling van de toezichthouder zelf. De waarschuwing mag echter uitsluitend worden gegeven indien deze vanuit een oogpunt van preventie gerechtvaardigd is, derhalve noodzakelijk is ter bescherming van de markt. Met ingang van 1 augustus 2014 is lid 2 aan artikel 1:94 Wft toegevoegd. Daarin is bepaald dat de toezichthouder een openbare waarschuwing kan uitvaardigen ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 1:80a Wft of van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens het Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen of de verordening kapitaalvereisten, indien die overtreding in boetecategorie 3 valt (art. 1:81 lid 2 Wft), en is begaan door een bank of een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten. Voor de uitoefening van de bevoegdheid een waarschuwing op grond van dit lid uit te vaardigen geldt de hiervoor genoemde begrenzing evenzeer: de waarschuwing moet noodzakelijk zijn ter bescherming van de markt. De toezichthouder is ingevolge het eerste lid van artikel 1:97 Wft verplicht besluiten tot het opleggen van bestuurlijke boetes openbaar te maken. In het eerste lid van artikel 1:97 Wft is bepaald ter zake van welke overtredingen een boete (vroegtijdig) openbaar wordt gemaakt. De toezichthouder moet een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete voorts openbaar maken wanneer dat besluit onherroepelijk is geworden. Dat geldt ook voor de uitkomst van een bezwaar of beroep als dat aan het besluit is voorafgegaan (art. 1:98 lid 1 Wft). Ingevolge het eerste lid van artikel 1:99 Wft geldt de verplichting tot openbaarmaking eveneens voor een last onder dwangsom. De belangrijkste wijziging is te vinden in artikel 1:97 lid 4 Wft, welk lid van overeenkomstige toepassing is bij de verplichting tot openbaarmaking als vastgelegd in het eerste lid van de artikelen 1:98 en 1:99 Wft. In bedoeld lid 4 is vastgelegd dat openbaarmaking van het besluit in zodanige vorm geschiedt dat het besluit niet herleidbaar is tot afzonderlijke personen, indien voorafgaand aan openbaarmaking door de toezichthouder kan worden vastgesteld dat bij volledige openbaarmaking: a. bekendmaking van de persoonlijke gegevens van de natuurlijke persoon aan wie de boete is opgelegd onevenredig zou zijn; b. betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend; c. een lopend strafrechtelijk onderzoek zou worden ondermijnd; of d. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht. Met inachtneming van artikel 1:97 lid 4 Wft moet de toezichthouder de indiening van een bezwaar of de instelling van een beroep tegen een boetebesluit, alsmede de uitkomst van dat bezwaar of beroep, zo spoedig mogelijk bekend maken (art. 1:97 lid 5 Wft). Dit geldt evenzeer wanneer het een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom betreft (art. 1:99 lid 1 Wft). Wordt het besluit vernietigd dan zal de toezichthouder niet alleen die vernietiging bekend moeten maken, maar ook het oorspronkelijke besluit moeten verwijderen. Dat laatste om te voorkomen dat onvolledige raadpleging van de website van de toezichthouder tot een verkeerde beeldvorming leidt. De bekendmaking van de vernietiging moet naar mijn mening op zodanige wijze plaatsvinden dat die minimaal evenveel aandacht kan trekken als de oorspronkelijke publicatie. De belanghebbende kan er in aanvulling daarop voor kiezen om zelf aan de vernietiging de nodige publiciteit te schenken. In de MvT wordt opgemerkt dat de toezichthouder onder het nieuwe regime verplicht is tot openbaarmaking over te gaan. Niet is vereist dat het besluit eerst rechtens onaantastbaar is geworden. Op die verplichting bestaan geen wettelijke uitzonderingen, al zullen de voorlopige De toezichthouder is ingevolge het eerste lid van artikel 1:97 Wft verplicht besluiten tot het opleggen van bestuurlijke boetes openbaar te maken voorzieningenrechters net als onder het oude recht in de eerste plaats de rechtmatigheid en de proportionaliteit van de boete beoordelen. De gewijzigde regeling schrijft voor dat onder omstandigheden de openbaarmaking zodanig moet plaatsvinden dat het besluit niet herleidbaar is tot afzonderlijke personen. Ofwel: geanonimiseerd. Er is dus sprake van een andersoortige en verdergaande (individuele) belangenafweging dan onder het oude recht. Wat betreft de natuurlijke persoon moet er (mede) op grond van artikel 68 lid 2 sub a Richtlijn 2013/36/EU vanuit worden gegaan dat de toezichthouder verplicht is vooraf te beoordelen of de bekendmaking onevenredig zou kunnen zijn. TIJDSCHRIFT FINANCIEEL RECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 2, JUNI 2015 / SDU 41

4 Wat betreft de geanonimiseerde openbaarmaking op grond van het feit dat de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar gebracht zou kunnen worden, kan bijvoorbeeld worden gedacht aan systeemrelevante banken die door openbaarmaking het risico van een bankrun lopen. Deze categorie is niet hiertoe beperkt. De vraag is echter wel of het risico van het in gevaar brengen van de stabiliteit De toezichthouder is ingevolge het eerste lid van artikel 1:97 Wft verplicht besluiten tot het opleggen van bestuurlijke boetes openbaar te maken van het financiële stelsel alleen zit in het feit dat niet-geanonimiseerd wordt gepubliceerd. De (aard en omvang van de) overtreding zelf kan dat risico immers ook in zich bergen, waarbij niet (per se) relevant hoeft te zijn wie zich daaraan schuldig heeft gemaakt. Waarschijnlijk zal de toezichthouder het in een dergelijk geval dan ook niet snel op een boete of last onder dwangsom laten aankomen. De eerste rechtspraak In meerdere uitspraken is inmiddels geoordeeld dat de wijzigingen met onmiddellijke werking van kracht zijn geworden en dat niet is voorzien in overgangsrecht. Zowel AFM als DNB moesten na 1 augustus 2014 op bezwaar beslissen, maar lieten na dat te doen met toepassing van de nieuwe regeling. In het kader van de hierna kort te bespreken voorlopige voorzieningenprocedures is door de rechtbank wel het juiste toetsingskader toegepast. In zijn uitspraak van 29 september overwoog de rechter dat zonder concretisering, die ontbrak, niet kan worden aangenomen dat enkel tijdsverloop publicatie van het boetebesluit onrechtmatig maakt. In deze zaak werd voorts overwogen dat met de publicatie van het boetebesluit uitsluitend het belang van de normoverdracht werd gediend en dat het vermelden van de naam van verzoekster, alsmede van andere gegevens die tot haar en haar beleidsbepalers herleidbaar zijn, geen concreet doel dienen. Die afweging lijkt mij juist. Indien het openbaar maken van de naam en andere tot personen (betrokken bij de belanghebbende) herleidbare gegevens geen concreet doel dient, levert dat per definitie onevenredige schade op voor die belanghebbende. In zijn uitspraak van 17 oktober bevestigt de voorlopige voorzieningenrechter dat de voorvragen van het oude wettelijke regime nog steeds moeten worden gesteld en beantwoord. De rechter moet dus allereerst de rechtmatigheid van (in dit geval) het boetebesluit 8 Vrz. Rb Rotterdam 29 september 2014, JOR 2014, 304 m.nt. A.C. Beijering- Beck en V.H. Affourtit inzake Vof vs AFM. 9 Vrz. Rb Rotterdam 17 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9271 inzake Verzoeker vs AFM. Zie ook Vrz. Rb Rotterdam 17 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9269 inzake Verzoeker vs AFM. beoordelen. De toezichthouder is ingevolge het eerste lid van artikel 1:97 Wft verplicht besluiten tot het opleggen van bestuurlijke boetes openbaar te maken.wat betreft de hoogte van de opgelegde boete geldt volgens de rechter als uitgangspunt dat pas tot schorsing van de beslissing tot openbaarmaking wordt overgegaan als de hoogte van de boete naar het oordeel van de voorzieningenrechter in wanverhouding staat tot de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid. Blijkens de uitspraak van 19 december biedt het nieuwe vierde lid van artikel 1:97 Wft, anders dan het oude lid, geen ruimte om openbaarmaking van boetebesluiten achterwege te laten. Het rechtszekerheidsbeginsel staat hieraan volgens de rechter niet in de weg, aangezien onder het oude recht openbaarmaking van boetebesluiten in beginsel slechts achterwege bleef indien die in strijd was of zou kunnen komen met het doel van het door de toezichthouder uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft. Het nieuwe recht schrijft een verdergaande (individuele) belangenafweging voor. Ik teken daarbij aan dat de rechtmatigheid van de boete in deze zaak niet ter discussie stond. Zou de rechter in deze zaak wel over dat punt hebben moeten oordelen en tot het (voorlopig) oordeel zijn gekomen dat de boete niet rechtmatig zou zijn opgelegd, dan had publicatie reeds op die grond achterwege moeten blijven. In de zaak van Delta Lloyd tegen DNB 11 ging het om de verplichting tot openbaarmaking van een bestuurlijke boete opgelegd voor overtreding van een bepaling die bij het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Bbbfs) beboetbaar is gesteld met (thans) tariefnummer 3 (art. 1:97 lid 1 onder b Wft). Het ging hier om de beweerdelijke overtreding van artikel 3:10 lid 1 Wft en artikel 3:17 lid 1 Wft. Tot 1 augustus 2014 waren deze overtredingen beboetbaar gesteld met tariefnummer 2, daarna met tariefnummer 3 (art. 10 van het Bbbfs). En dat maakt, zoals Nuijten in haar noot ook constateert, een groot verschil: een boetebesluit wegens overtreding van de genoemde artikelen werd tot 1 augustus 2014 alleen openbaar gemaakt als het besluit al dan niet na rechterlijke toetsing onherroepelijk was geworden, maar sinds 1 augustus 2014 wordt het boetebesluit gepubliceerd nadat de boete is opgelegd, zelfs als bezwaar of beroep wordt ingesteld. Omdat in deze zaak tariefnummer 2 van toepassing was ten tijde van de verweten overtredingen kon artikel 1:97 lid 1 onder b Wft geen grondslag bieden voor het besluit tot openbaarmaking. De nieuwe regeling is weliswaar met onmiddellijke werking van kracht geworden, maar niet voor zover dit ten nadele van de belanghebbenden werkt. Het punitieve element dat in de openbaarmaking besloten ligt laat ook geen andere uitkomst toe. 10 Vrz. Rb Rotterdam 19 december 2014, JOR 2015, 45 m.nt. K. Frielink inzake ECC Southeast Asia Retail Bonds vs DNB. 11 Vrz. Rechtbank Rotterdam 29 januari 2015, JOR 2015, 75 m.nt. S.M.C. Nuijten inzake Delta Lloyd vs DNB. 42 SDU / NUMMER 2, JUNI 2015 TIJDSCHRIFT FINANCIEEL RECHT IN DE PRAKTIJK

5 enkele kanttekeningen Een punt van discussie blijft het punitieve element dat in een openbare waarschuwing of openbaarmaking van een boete of last onder dwangsom besloten ligt. Blijkens de MvT 12 bij de oude regeling is de publicatie van een bestuurlijke boete (art. 1:97 Wft) of last onder dwangsom (art. 1:99 Wft) niet punitief van aard. Deze stelling is naar mijn mening onjuist en misleidend. Ter gelegenheid van de wetswijziging heeft de wetgever zich over dit punt niet uitgelaten. De rechter in de periode daarna wel. In zijn uitspraak van 17 oktober overweegt de rechter dat de publicatie van een boetebesluit volgens vaste rechtspraak geen punitief karakter heeft. Daaraan wordt toegevoegd dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het nieuwe artikel 1:97 Wft voor verzoeker gunstiger is, omdat de tenzij-clausule in de oude bepaling in de praktijk nauwelijks betekenis had, terwijl openbaarmaking op grond van het nieuwe artikel 1:97 Wft, anders dan voorheen, in bepaalde gevallen in geanonimiseerde vorm moet plaatsvinden. De toevoeging zegt uiteraard niets over de vraag of openbaarmaking ook punitief van aard is. Het CBb overwoog in zijn uitspraak van 11 februari dat in het midden kan worden gelaten of de openbaarmaking moet worden aangemerkt als een punitieve sanctie. Het CBb deed dat in navolging van de rechtbank. Wat is nu vaste rechtspraak? Hoe dit ook zij, het punitieve element ligt per definitie in een niet-geanonimiseerde openbaarmaking besloten en dus bestaat steeds het risico dat de artikelen 6 EVRM en 14 IVBPR worden geschonden. De rechter behoort aan dat feit eenvoudigweg niet voorbij te gaan. In dat verband moet ook worden genoemd dat tegen de door de toezichthouders toegepaste sancties niet in twee voorlopige voorzieningeninstanties beroep openstaat. De publicatieplicht kent naast de thans daarin opgenomen belangenafweging nog een belangrijke begrenzing. Door diverse voorzieningenrechters is in het verleden een aantal zogenoemde voorvragen ontwikkeld op basis waarvan werd beoordeeld of publicatie überhaupt kon worden toegestaan. Zo werd publicatie reeds verboden indien naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter sprake was van een onterecht opgelegde boete of van een boete die naar het oordeel van de voorzieningenrechter in wanverhouding staat tot de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid. Deze voorvragen zijn blijkens de genoemde rechtspraak nog immer relevant. En terecht. Ook onder het nieuwe publicatieregime ligt het bepaald niet voor de hand dat publicatie wordt toegestaan indien (ernstige) twijfels bestaan over de rechtmatigheid van (de hoogte van) de boete. Ook dit nieuwe publica- tieregime heeft niet tot doel om (naar voorlopig inzicht van de rechter) onterecht opgelegde boetes te publiceren. Het doel van het door de toezichthouder uit te oefenen toezicht op de naleving van de wet moet immers steeds in gedachten worden gehouden. Bovendien heeft de voorzieningenrechter op grond van artikel 1:101 Wft nog steeds de bevoegdheid om een publicatieverbod op te leggen. De wetgever heeft deze bepaling immers niet aangepast. In de leden 2 en 3 van artikel 1:101 Wft wordt inzake de niet-openbare behandeling overigens uitsluitend over een publicatieverbod gesproken. Op dit punt is sprake van een omissie van de wetgever. Het moet ervoor worden gehouden dat ook ingeval de rechter een geanonimiseerde publicatie heeft bevolen, deze artikelen van overeenkomstige toepassing zijn. In alle gevallen zal de toezichthouder die reeds tot (niet-geanonimiseerde) publicatie is overgegaan, deze dienen te verwijderen en waar van toepassing moeten vervangen door een geanonimiseerde publicatie. Als een besluit wordt vernietigd dan zal de toezichthouder niet alleen die vernietiging bekend moeten maken, maar ook het oorspronkelijke besluit van de website moeten verwijderen. Denkbaar is echter dat aan de belanghebbende zodanig onevenredige schade is toegebracht, dat de rechter extra eisen stelt aan de toezichthouder. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het bevel tot het (al dan niet aan met name genoemde media) doen uitgaan van een persbericht met een voorgeschreven inhoud. Aanbeveling voor de praktijk In de huidige regeling is bepaald dat onder omstandigheden de openbaarmaking zodanig moet plaatsvinden dat het besluit niet herleidbaar is tot afzonderlijke personen. Ook dit nieuwe publicatieregime heeft niet tot doel om (naar voorlopig inzicht van de rechter) onterecht opgelegde boetes te publiceren Ofwel: geanonimiseerd. De belanghebbende doet er dan ook verstandig aan reeds in de bezwaarfase aan te geven op welke grond(en) zijn naam en andere gegevens niet openbaar zouden dienen te worden gemaakt. De toezichthouder kan immers alleen rekening houden met die belangen die haar bekend zijn. over de auteur Mr. Karel Frielink is advocaat/partner bij BZSE Advocaten Curaçao. 12 Kamerstukken II, 2005/06, , nr. 19, p Vrz. Rechtbank Rotterdam 17 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9268 inzake A vs AFM. 14 CBb 11 februari 2013, JOR 2013, 110 m.nt. Nuijten inzake A vs AFM. TIJDSCHRIFT FINANCIEEL RECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 2, JUNI 2015 / SDU 43

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184...

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184... Page 1 of 6 JOR 2013/309 CBB, 14-08-2013, 13/396, ECLI:NL:CBB:2013:160 Overtreding van art. 4:23 Wft, Publicatie van de opgelegde boete, Afwijzing verzoek tot schorsing van publicatie totdat in hoger beroep

Nadere informatie

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan:

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan: - 1 - Beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Matrix Asset Management B.V. als bedoeld in artikel 1:80 van de Wet op het financieel toezicht Gelet op artikel 1:80, 1:81, 1:98 en 3:72,

Nadere informatie

Publicatie JOR 2013 afl. 4 Publicatiedatum 05 april 2013 College. CBB Uitspraakdatum 11 februari 2013

Publicatie JOR 2013 afl. 4 Publicatiedatum 05 april 2013 College. CBB Uitspraakdatum 11 februari 2013 JOR 2013/112 CBB, 11-02-2013, AWB 10/1084, LJN BZ1866 Bemiddeling zonder vergunning, Bestuurlijke boete en openbaarmaking boetebesluit, Besluit tot openbaarmaking kan pas worden genomen nadat de boete

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet handhaving consumentenbescherming, de Wet op de economische delicten en het Wetboek van strafvordering in verband met de implementatie van Verordening

Nadere informatie

Besluit tot openbaarmaking

Besluit tot openbaarmaking Besluit als bedoeld in artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur Zaak: OB/001 Kenmerk: 00.061.063 Openbaarmaking onder kenmerk: Besluit tot openbaarmaking Besluit tot openbaarmaking van de besluiten

Nadere informatie

Bijlage 3: Openbare versie. Global Marketing Solutions B.V. t.a.v. de directie ------------------------------------- -------------------------------

Bijlage 3: Openbare versie. Global Marketing Solutions B.V. t.a.v. de directie ------------------------------------- ------------------------------- Bijlage 3: Openbare versie Aangetekend verstuurd MBVO Strikt vertrouwelijk Global Marketing Solutions B.V. t.a.v. de directie ------------------------------------- ------------------------------- Datum

Nadere informatie

http://www.legalintelligence.com/documents/14498405?srcfrm=bas...

http://www.legalintelligence.com/documents/14498405?srcfrm=bas... Page 1 of 7 JOR 2015/42 CBB, 20-11-2014, AWB 13/184, ECLI:NL:CBB:2014:455 Bestuurlijke boete wegens overtreding art. 4:23 lid 1 Wft, Beboeting normadressaat staat los van mogelijk aan feitelijk leidinggevende

Nadere informatie

De vroegtijdige publicatie van boetes door de AFM en DNB

De vroegtijdige publicatie van boetes door de AFM en DNB De vroegtijdige publicatie van boetes door de AFM en DNB mr. G.P. Roth en mr. drs. M.R. Hosemann* Trefwoorden: bestuurlijke boete, publicatie, art. 1:97 Wft, handhaving AFM 1. Inleiding * Guido Roth en

Nadere informatie

I Reikwijdte begrip beleggingsobject, Publicatieverbod.

I Reikwijdte begrip beleggingsobject, Publicatieverbod. Informatie JOR 2010/159 Rechtbank Rotterdam, 08-04-2010, AWB 10/897 VBC-T2 Aanbieden beleggingsobjecten zonder vergunning, Bestuurlijke boete, Reikwijdte begrip beleggingsobject, Publicatieverbod. Aflevering

Nadere informatie

bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke lus, Vervolg op Rb. Rotterdam 1 december

bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke lus, Vervolg op Rb. Rotterdam 1 december JOR 2013/74 Rechtbank Rotterdam, 17-01-2013, AWB 12/1512, AWB 12/1913 Overtreding van 4:19 lid 2 Wft en art. 51a lid 1 BGfo, Onevenwichtige reclame, Opgelegde bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke

Nadere informatie

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Inleiding Op 24 november 2014 heeft de CRvB de eerste uitspraak gedaan over boetes

Nadere informatie

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; Besluit van de deken in het arrondissement Oost-Brabant van 11 mei 2016 tot vaststelling van de beleidsregel handhaving Wwft 2016 in het arrondissement Oost- Brabant De deken van de orde in het arrondissement

Nadere informatie

1. Verloop van de procedure

1. Verloop van de procedure Besluit van de Consumentenautoriteit op de bezwaren van Scheer & Foppen Elektro Speciaalzaken B.V. tegen het besluit van de Consumentenautoriteit van 26 mei 2011, met kenmerk CA/NCB/559/19. 1. Verloop

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en lijst II, dan wel

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en II, dan wel aangewezen

Nadere informatie

meteen nadat het besluit daartoe is genomen, anderzijds de bevoegdheid van de AFM om in één uitzonderlijk geval van openbaarmaking af te zien.

meteen nadat het besluit daartoe is genomen, anderzijds de bevoegdheid van de AFM om in één uitzonderlijk geval van openbaarmaking af te zien. JOR 2008/273 Rechtbank Rotterdam, 21-07-2008, reg.vbc 08/2634-NIFT, LJN BD8270 Handelen met voorwetenschap, Overtreding mededelingsverbod van art. 5:57 lid 1a Wft, Bestuurlijke boete, Toetsingskader, Voorlopige

Nadere informatie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

DEEL III. Het bestuursprocesrecht DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel

Nadere informatie

3.3 Openbaarmaking Het ontsluiten van informatie op zodanige wijze dat een ieder de betreffende informatie kan inzien.

3.3 Openbaarmaking Het ontsluiten van informatie op zodanige wijze dat een ieder de betreffende informatie kan inzien. Bijlage 33 bij circulaire Care/AWBZ/14/10c Beleidsregel Openbaarmaking handhavingsbesluiten, Wobbesluiten en beslissingen op bezwaar De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is op grond van de Wet marktordening

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Ede (Gelderland)

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Ede (Gelderland) Registratienummer Afdeling Ede, 25565 Samenleving en beleid 10 februari Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede; gelet op artikel 18a, van de Participatiewet, artikel 20a van de

Nadere informatie

Page 1 of 5 JOR 2014/331 Rechtbank Rotterdam, 01-10-2014, ROT 14-6066, ECLI:NL:RBROT:2014:8023 Overtreding van art. 5:20 Awb, Last onder dwangsom, De vordering van materiaal op grond van een wettelijke

Nadere informatie

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Besluitvorming Toezicht Sancties Rechtsgebied bestuursrecht oktober 2011 Rechtsgebied bestuursrecht Verhoudingen tussen bestuursorgaan/belanghebbende - stelt het bestuur is staat

Nadere informatie

Cliënten met behoudend beheer portefeuille. "Ken uw cliënt" principe.

Cliënten met behoudend beheer portefeuille. Ken uw cliënt principe. Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBROT:2010:BN9487 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:rbrot:2010:bn9487 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 30 09 2010 Datum

Nadere informatie

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Spoorwegwet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Spoorwegwet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Spoorwegwet. Nummer 200043 / 5.B603 Betreft

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE ZEEVANG

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE ZEEVANG BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE ZEEVANG Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeevang, Gelet op artikel 18a van de Wet werk en bijstand, artikel 20a van

Nadere informatie

Rubriek \ Bank-en effectenrecht College Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam

Rubriek \ Bank-en effectenrecht College Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam Informatie JOR 2011/85 Rechtbank Rotterdam, 13-01-2011, AWB 10/5116 VBC-T2 Last onder dwangsom, Overtreding, Wet handhaving consumentenbescherming, Publicatie kern besluit tot lastopiegging AFM, Voorlopige

Nadere informatie

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 5 januari 1994 Partijen : Appellanten tegen Christelijke Hogeschool Noord-Nederland Trefwoorden : bevoegdheid voorzitter

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar Beslissing op bezwaar Kenmerk: 26146/2011014629 Betreft: beslissing op bezwaar inzake het besluit tot publicatie van het besluit betreffende het leveren van programmagegevens van de landelijke publieke

Nadere informatie

Pagina. 1 Verloop van de procedure. Besluit Openbaar. Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: Datum: 9 juni 2016

Pagina. 1 Verloop van de procedure. Besluit Openbaar. Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: Datum: 9 juni 2016 Pagina 1/5 Muzenstraat 41 2511 WB Den Haag Postbus 16326 2500 BH Den Haag T 070 722 20 00 F 070 722 23 55 info @acm.nl www.acm.nl www.consuwijzer.nl Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: 15.0327.31.1.07

Nadere informatie

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen 76 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen De gemeente De Ronde Venen kan tegen overtreders met meerdere verschillende sanctiemiddelen, al dan

Nadere informatie

ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100

ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Modelverordening elektronische kennisgeving uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100 bijlage(n)

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 202 Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar Stichting Algemene Programma Raad (APR) p/a Hellingman Bunders advocaten t.a.v. mr. M. Bunders Postbus 75401 1070 AK AMSTERDAM Datum Onderwerp 18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007;

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 september 2014

betreft: [klager] datum: 8 september 2014 nummer: 14/794/GA betreft: [klager] datum: 8 september 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 Instantie Datum uitspraak 19-03-2013 Datum publicatie 19-03-2013 Zaaknummer 21-000368-12 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGRO:2009:BH3578,

Nadere informatie

CONCEPT MEMORIE VAN TOELICHTING 20 juni 2016

CONCEPT MEMORIE VAN TOELICHTING 20 juni 2016 CONCEPT MEMORIE VAN TOELICHTING 20 juni 2016 ALGEMEEN DEEL Inleiding Dit wetsvoorstel beoogt meer transparantie mogelijk te maken ten aanzien van de werking van de financiële markten en van het toezicht

Nadere informatie

Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs

Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs Sanctiebeschikking Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs Sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 6, eerste

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005;

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 1, tweede lid, en 29a, tweede lid, van

Nadere informatie

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd: Directie Financiële Markten Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 15 augustus 2007 FM 2007-01901 M Onderwerp Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling invoering Wft De Minister van Financiën, Gelet

Nadere informatie

Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015

Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015 Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015 De directeur van het cluster Werk en Inkomen, Gelezen het voorstel van 23 januari 2015; gelet op artikel 18a van de Participatiewet; besluit:

Nadere informatie

Aflevering Rubriek College Datum

Aflevering Rubriek College Datum Informatie JOR 2011/153 Rechtbank Rotterdam, 24-03-2011, AWB 10/3507 BC-T2, UN BP9381 Bemiddeling zonder vergunning, Beroep tegen boete en aanwijzing AFM, Criminal charge, Matiging boete wegens overschrijding

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

2. Bij brieven van 9 mei en 11 september 2008 en per van 12 september 2008 heeft StudieBoeken.com de gevraagde informatie verstrekt.

2. Bij brieven van 9 mei en 11 september 2008 en per  van 12 september 2008 heeft StudieBoeken.com de gevraagde informatie verstrekt. Sanctiebeschikking Kenmerk: BVB-006686-mvk Betreft: prijsstelling bij verkoop studieboeken Sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 6, tweede lid, van

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein;

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein; Gelet op artikel 18a van de Participatiewet, artikel 20a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

- 1 - BESLUIT de Nederlandsche Bank NV (hierna: DNB) het navolgende.

- 1 - BESLUIT de Nederlandsche Bank NV (hierna: DNB) het navolgende. - 1 - Gelet op de artikelen 3:5, eerste lid, 1:72, eerste lid, en 1:79 van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft) en de artikelen 3:2, 3:4, tweede lid, 3:46, 4:8, tweede lid, 5:16, 5:20, eerste

Nadere informatie

6. Bij brief van 3 september 2010 (kenmerk: 20445/2010013654) heeft het Commissariaat Haspro Agri verzocht aanvullende informatie te verstrekken.

6. Bij brief van 3 september 2010 (kenmerk: 20445/2010013654) heeft het Commissariaat Haspro Agri verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Sanctiebeschikking Kenmerk: 25593/2012001256 Betreft: handelwijze inzake het boek Henk Angenent, een onbegrepen doordouwer Sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat)

Nadere informatie

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ GEMEENTE LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2015

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ GEMEENTE LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2015 1 Het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg; gezien het collegevoorstel Beleidsregels, nadere regels en bijbehorende besluiten WMO, Jeugdwet en Participatie Wet d.d. 9 december 2014; gelet op artikel

Nadere informatie

Naming & shaming. Juridische aspecten van actieve openbaarmaking van inspectieresultaten door de NVWA

Naming & shaming. Juridische aspecten van actieve openbaarmaking van inspectieresultaten door de NVWA Naming & shaming Juridische aspecten van actieve openbaarmaking van inspectieresultaten door de NVWA Barbara Mutsaers Advocaat bij AKD advocaten en notarissen Food Law Event Openbaarmaking Actieve openbaarmaking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 299 Wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met de introductie van de bestuurlijke boete Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur

mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur Gemeenschappelijke Dienst Directie Juridische Zaken AJBZ mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur Telefoon 070 339

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Beleidsregels Bestuurlijke boete WWB, IOAW, IOAZ en Bbz-2004 Versie 2013

Beleidsregels Bestuurlijke boete WWB, IOAW, IOAZ en Bbz-2004 Versie 2013 Beleidsregels Bestuurlijke boete WWB, IOAW, IOAZ en Bbz-2004 Versie 2013 HOOFDSTUK I ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. WWB: de Wet werk en bijstand; b. IOAW:

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3698-22 Betreft zaak: natuurlijke persoon Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste

Nadere informatie

Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor.

Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor. Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor. Klagers kopen een appartement dat volgens de verkoopbrochure een woonoppervlak heeft van 71 m². De opmeting van

Nadere informatie

5. Met e-mail van 12 maart 2014 is door KPN nog een overzicht verstrekt met het huidige zenderaanbod van Digitenne.

5. Met e-mail van 12 maart 2014 is door KPN nog een overzicht verstrekt met het huidige zenderaanbod van Digitenne. Besluit Kenmerk: 619878/623042 Betreft: Ontheffingsverzoek artikel 6.14d van de Mediawet 2008 Besluit van het Commissariaat voor de Media betreffende het verzoek van KPN B.V. om ontheffing van de doorgifteverplichting

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak Essentie uitspraak: Indien in een inrichting meerdere overslag- of laad- en losgedeelten aanwezig zijn, mag per overslag- of laad- en losgedeelte maximaal 10.000 kilogram gevaarlijke stoffen tijdelijk

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3478

ECLI:NL:CRVB:2014:3478 ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)

Nadere informatie

Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer JuZa-001597-ibo

Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer JuZa-001597-ibo AANTEKENEN NOS - RTV t.a.v. het bestuur Sumatralaan 45 1217 GP HILVERSUM Datum Onderwerp 3 maart 2005 beslissing op bezwaar NOS-EK Schaatsen Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer JuZa-001597-ibo

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 2011001 33/1/V6. Datum uitspraak: 20 april 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT 98/4586 AKW U I T S P R A A K in het geding tussen: de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij beslissing

Nadere informatie

LJN: BQ3835, Rechtbank Rotterdam, AWB 10/3724 BC-T2 en AWB 10/4165 BC-T2

LJN: BQ3835, Rechtbank Rotterdam, AWB 10/3724 BC-T2 en AWB 10/4165 BC-T2 LJN: BQ3835, Rechtbank Rotterdam, AWB 10/3724 BC-T2 en AWB 10/4165 BC-T2 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 04-05-2011 10-05-2011 Bestuursrecht overig Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

Inleidster. Kantoorintroductie. Ellen Timmer, 30 november 2009 1. Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten

Inleidster. Kantoorintroductie. Ellen Timmer, 30 november 2009 1. Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten Inleidster Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten I: www.pellicaan.nl E: ellen.timmer@pellicaan.nl Kantoorintroductie Pellicaan Advocaten: Advocatuur nieuwe stijl Arbeidsrecht Ondernemingsrecht

Nadere informatie

Tweede Nota van Wijziging. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: A Artikel I, onderdeel A, komt te vervallen.

Tweede Nota van Wijziging. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: A Artikel I, onderdeel A, komt te vervallen. 32261 Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg onder andere in verband met de opneming van de mogelijkheid tot taakherschikking Tweede Nota van Wijziging Het voorstel van wet

Nadere informatie

REGLEMENT BELEGGINGEN VAN BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN VAN CORIO N.V.

REGLEMENT BELEGGINGEN VAN BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN VAN CORIO N.V. REGLEMENT BELEGGINGEN VAN BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN VAN CORIO N.V. De Raad van Commissarissen heeft in overleg met de Raad van Bestuur het volgende Reglement vastgesteld 1 I. Inleiding 1.1 Dit reglement

Nadere informatie

De publicerende toezichthouder

De publicerende toezichthouder De publicerende toezichthouder mr. F.M.A. t Hart mr. E.J. van Praag Wie schrijft die blijft Verschillende uitingen Wettelijk voorgeschreven uitingen Niet wettelijk voorgeschreven uitingen Onderzoeken naar

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y..

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y.. No. CvB 2013/10 HET COLLEGE VAN BEROEP van het Nederlands Instituut van Psychologen heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep

Nadere informatie

JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 135 PW),

JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 135 PW), JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 Pensioenfonds, Beleggingsbeleid moet in overeenstemming zijn met prudent-person regel (art. 135 PW), Invulling norm door pensioenfondsen,

Nadere informatie

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 2960/ 24 Betreft zaak: Abegg - CZ Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot ongegrondverklaring van het tegen zijn

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve07001320 200700456/1. Datum uitspraak: 11 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: vennootschap onder firma Chinees Japans Specialiteitenrestaurant A., gevestigd

Nadere informatie

de overige vereisten wordt voldaan. Vervolgens zal worden ingegaan op mogelijke gevolgen van de schending van artikel 1:20 onderdeel a Wft.

de overige vereisten wordt voldaan. Vervolgens zal worden ingegaan op mogelijke gevolgen van de schending van artikel 1:20 onderdeel a Wft. MEMO Inzake : Parkstad Limburg / ADVIES Dossiernr. : 2016015 Van Aan : mr. R.E.A. Ruiter : Drs. V. Delheij - GR Parkstad Limburg Datum : 16 september 2016 Deze memo wordt geschreven in het kader van risicobeoordeling.

Nadere informatie

Datum 14 maart 2014 Ons kenmerk DT-EKr Pagina 1 van 9. Betreft

Datum 14 maart 2014 Ons kenmerk DT-EKr Pagina 1 van 9. Betreft Aangetekend verstuurd Openbare versie Staten Assurantiën B.V. T.a.v. de beleidsbepaler(s) van de onderneming Postbus 5 3454 ZJ DE MEERN Datum 14 maart 2014 Pagina 1 van 9 Betreft Last onder dwangsom Geachte

Nadere informatie

Datum 30 januari 2014 Ons kenmerk DT-EKr-14010984 Pagina 1 van 8. Betreft

Datum 30 januari 2014 Ons kenmerk DT-EKr-14010984 Pagina 1 van 8. Betreft Aangetekend verstuurd Openbare versie All @ Home B.V. T.a.v. de beleidsbepaler(s) van de onderneming Stellingmolen 46 1703 TH HEERHUGOWAARD Datum 30 januari 2014 Pagina 1 van 8 Betreft Last onder dwangsom

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 Rapport Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Commissie van beroep ingevolge artikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 zijn administratief

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 76519-HHSc/132.09. Aanwijzing publicatie sterftecijfers 9 mei 2014

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 76519-HHSc/132.09. Aanwijzing publicatie sterftecijfers 9 mei 2014 Aangetekend Amphia Ziekenhuis Raad van Bestuur [ ] Postbus 90158 4800 RK BREDA Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E info@nza.nl I www.nza.nl Behandeld

Nadere informatie

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar Beslissing op bezwaar Kenmerk: 23275/2011003181 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake de NCRV Family Matters Het Commissariaat voor de Media, gezien het besluit van 6 juli 2010, kenmerk 18438/2010010882,

Nadere informatie

Datum 14 maart 2014 Ons kenmerk DT-EKr Pagina 1 van 8. Betreft

Datum 14 maart 2014 Ons kenmerk DT-EKr Pagina 1 van 8. Betreft Aangetekend verstuurd Openbare versie Mevrouw E.J. Berghuis - van Bremen h.o.d.n. EBVB Financiële Diensten & Planning Postbus 104 2630 AC NOOTDORP Datum 14 maart 2014 Pagina 1 van 8 Betreft Last onder

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 2 februari 2015

betreft: [klager] datum: 2 februari 2015 nummer: 14/3322/GA en 14/3394/GA betreft: [klager] datum: 2 februari 2015 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van bij

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346 Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt

Nadere informatie

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daarbij heeft zij onder meer het volgende overwogen:

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daarbij heeft zij onder meer het volgende overwogen: Bankgarantie De Nederlandsche Bank (CvBb) DomJur 2007-330 College van Beroep voor het bedrijfsleven Zaaknummer / rolnummer: AWB 06/888 Datum 26 juni 2007 Uitspraak in de zaak van: en A, handelende onder

Nadere informatie

Besluit. A. Verloop van de procedure. Kenmerk: 622422/624024 Betreft: verzoek om openbaarmaking

Besluit. A. Verloop van de procedure. Kenmerk: 622422/624024 Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit Kenmerk: 622422/624024 Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) betreffende het verzoek van Broadcast Newco Two B.V. (hierna: verzoeker)

Nadere informatie

Datum 30 januari 2014 Ons kenmerk DT-EKr-14011035 Pagina 1 van 8. Betreft

Datum 30 januari 2014 Ons kenmerk DT-EKr-14011035 Pagina 1 van 8. Betreft Aangetekend verstuurd Openbare versie Nederlandse Associatie van Financiële Deskundigen B.V. T.a.v. de beleidsbepaler(s) van de onderneming Postbus 19 2450 AA LEIMUIDEN Datum 30 januari 2014 Pagina 1 van

Nadere informatie

Aangetekend verstuurd De heer W. De Jong h.o.d.n. De Jong Verzekeringen Haarsterweg VB MARUM

Aangetekend verstuurd De heer W. De Jong h.o.d.n. De Jong Verzekeringen Haarsterweg VB MARUM Aangetekend verstuurd De heer W. De Jong h.o.d.n. De Jong Verzekeringen Haarsterweg 13 9363 VB MARUM Datum 28 januari 2013 Pagina 1 van 8 Betreft Last onder dwangsom Geachte heer De Jong, De Autoriteit

Nadere informatie

Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht [B] AFM DomJur 2011-831 Rechtbank Rotterdam Zaak-/rolnummer: AWB 11/3976 VBC-T2 Datum: 1 december 2011 Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van

Nadere informatie

REGLEMENT VOORKOMING MARKTMISBRUIK Obligaties Koninklijke FrieslandCampina N.V.

REGLEMENT VOORKOMING MARKTMISBRUIK Obligaties Koninklijke FrieslandCampina N.V. REGLEMENT VOORKOMING MARKTMISBRUIK Obligaties Koninklijke FrieslandCampina N.V. In dit Reglement worden een aantal termen regelmatig gebruikt in een bepaalde betekenis. Deze termen, waarvan de beginletter

Nadere informatie

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 Datum uitspraak: 16-02-2011 Datum publicatie: 25-02-2011 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak

Nadere informatie

JOR 2008/274 Rechtbank Rotterdam, 03-09-2008, reg.nr. VBC 08/2846-ZWI Overtreding van openbaarmakingsplicht van art. 5:59 lid 1 Wft, Bestuurlijke boete, Toetsingskader, Afwijzing verzoek om voorlopige

Nadere informatie

Datum 18 maart Ons kenmerk JZ Pagina 1 van 5. Telefoon

Datum 18 maart Ons kenmerk JZ Pagina 1 van 5. Telefoon Bijlage Openbare versie beslissing op bezwaar Aangetekend met bericht van ontvangst Kristal Advies t.a.v. de heer ---------------- ------------------------------ --------------- UTRECHT Datum 18 maart

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79 van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79 van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 1528/899 Betreft zaak: Wegener - [leidinggevende D] Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79

Nadere informatie

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie: LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW Datum uitspraak: 23-09-2010 Datum publicatie: 13-12-2010 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Naming en shaming op grond van de Wet op het financieel toezicht

Naming en shaming op grond van de Wet op het financieel toezicht Naming en shaming op grond van de Wet op het financieel toezicht Mr. A.C. Bajerinfl-Beck* - 1 Inleiding 55 2 Publicatiemogelijlcheden en-verplichtingen van de ABM en DNB 57 2.1 Inleiding 57 2.2 De openbare

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 41742 25 november 2015 Regeling van de Minister van Financiën van 16 november 2015, 2015-0000018448, directie Financiële

Nadere informatie

Bevindingen De bevindingen van het CBP luiden als volgt:

Bevindingen De bevindingen van het CBP luiden als volgt: POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Zorgverzekeraar DATUM 27 februari 2003 CONTACTPERSOON

Nadere informatie