Begroting 2015 September 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Begroting 2015 September 2014"

Transcriptie

1 Begroting 2015 September 2014

2

3 INHOUDSOPGAVE BEGROTING Samenstelling bestuur 4 Leeswijzer 5 Hoofdstuk 1 Inleiding 7 Hoofdstuk 2 Beleidsbegroting Thema s Culturele hoofdstad Transformatie sociaal domein Werkgelegenheidsaanpak Programma s Sociaal Fysiek Veilig Bestuur en middelen Paragrafen Lokale heffingen Weerstandsvermogen Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Meerjaren investeringen 113 Hoofdstuk 3 Financiële begroting Overzicht baten en lasten Overzicht baten en lasten Toelichting op overzicht Uiteenzetting financiële positie Ontwikkeling financiële positie Enkele specifieke onderwerpen Meerjarenraming 139 Alfabetische lijst met afkortingen 140 Bijlagen A. Financiële overzichten 147 B. Verloop reserves en voorzieningen 167 C. Investeringsoverzicht e.v. 171 D. Overzicht subsidies instellingen 179 E. Overzicht van incidentele lasten en baten en structurele 185 stortingen in en onttrekkingen aan reserves F. Monitor bezuinigingen 189 3

4 SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR V.l.n.r. Gemeentesecretaris Hoek, wethouder Ekhart, wethouder Diks, wethouder Feitsma, burgemeester Crone, wethouder Deinum, wethouder Koster, wethouder van der Molen. Burgemeester dhr. Drs. F.J.M. Crone Verantwoordelijk voor: Veiligheid, openbare orde en handhaving Europese/internationale zaken Grote stedenbeleid Gemeentelijke herindeling Public affairs Culturele Hoofdstad 2018 Wethouder dhr. H. van der Molen Portefeuilles: Wijken en dorpen Beheer openbare ruimte Armoedebeleid Jeugdwerkeloosheid Publieke dienstverlening Bedrijfsvoering Wethouder mw. Drs. T. Koster Portefeuilles: Onderwijs Jeugdbeleid Kennis en innovatie Gezondheidszorg Verkeer en Vervoer Wethouder dhr. S. Feitsma Portefeuilles: Financiën Cultuur/Culturele Hoofdstad 2018 Historisch centrum Leeuwarden Stads- en regiomarketing Samenwerkingsagenda provincie Fryslân-gemeente Wethouder dhr. H. S. Deinum Portefeuilles: Economische zaken Economie en innovatie Watertechnologie Ruimtelijke ordening Samenwerking met regiogemeenten Wethouder mw. I. Diks MA Portefeuilles: Duurzame ontwikkeling Recreatie en toerisme Natuur en landbouw Wonen en stedelijke vernieuwing Monumentenzorg Wethouder dhr. A. Ekhart Portefeuilles: Zorg en opvang Integratie Vluchtelingen Werk en inkomen Sport Gemeentesecretaris dhr. mr. R.J. Hoek Verantwoordelijk voor: De gemeentelijke organisatie 4

5 LEESWIJZER De opbouw van de begroting wordt in belangrijke mate voorgeschreven in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en is als volgt: Figuur 1 Hoofdstructuur begroting. Begroting Beleidsbegroting Financiële begroting Thema s Programma s Paragrafen Baten en lasten Financiële positie In hoofdstuk 2 staat de beleidsbegroting. In vergelijking met voorgaande jaren is de beleidsbegroting iets anders ingedeeld. De opzet van de programma s is vereenvoudigd en enkele paragrafen zijn verbeterd. De focus is gericht op het bereiken van de in het collegeprogramma gestelde doelen voor 2017/2018 en of er beleidsinhoudelijke of financiële afwijkingen zijn of dreigen. Uitgangspunt is dat de begrotingsuitvoering voor ongeveer 95% uit reguliere activiteiten bestaat. Dat zijn going concern taken (vermeld in de financiële overzichten met beleidsproducten aan het eind van ieder programma) waar minder politieke sturing op nodig is, zolang er geen essentiële afwijkingen zijn. De Beleidsbegroting bevat nu: 1. Drie grote (financiële) opgaven in deze raadsperiode vervat in drie thema s: Culturele hoofdstad 2018, transformatie sociaal domein en de werkgelegenheidsaanpak. Ieder thema bevat: Een schets van de aanpak Het aandeel van de gemeente daarin (en van anderen) De gemeentelijke middelen die hiermee gemoeid zijn De programma s die hieraan een bijdrage leveren 2. Vier programma s, die zijn afgeleid van het collegeprogramma en de organisatieopzet: Sociaal, Fysiek, Veilig en Bestuur en middelen. Ieder programma bevat: Een kort overzicht van de ambities en speerpunten uit het collegeprogramma voor 2017/2018: Wat willen we bereiken? Een tekstuele toelichting op activiteiten die bijdragen aan de realisatie van ambities en speerpunten: Wat gaan we daarvoor doen in het volgende begrotingsjaar en met wie? Om aan te geven waar de gemeente op afgerekend kan worden en wat de verantwoordelijkheid van anderen is. Daarbij is voor zover mogelijk een relatie aangebracht tussen budgetten en activiteiten. Een raming van baten en lasten op beleidsproducten niveau: Wat gaat dat kosten? De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale baten en lasten per beleidsproduct. 5

6 3. In afzonderlijke paragrafen staan de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Iedere paragraaf is een dwarsdoorsnede van de voorgaande programma s op het gebied van: lokale heffingen; weerstandsvermogen; onderhoud kapitaalgoederen; financiering; bedrijfsvoering; verbonden partijen (aangepast); grondbeleid; Meerjaren investeringen (aangepast). In deze paragraaf staan alle meerjaren investeringen nu bij elkaar. De opzet van hoofdstuk 3 is ongewijzigd. In hoofdstuk 3 staat de financiële begroting met daarop een toelichting. Het overzicht van baten en lasten staat in paragraaf 3.1. De uiteenzetting van de financiële positie staat in paragraaf 3.2. Een totaaloverzicht met voorgenomen bezuinigingen is te vinden in bijlage F. 6

7 1. INLEIDING Nieuwe periode: nieuwe doelen en kader In 2014 heeft Leeuwarden een nieuw college en een nieuwe raad gekregen. Het collegeprogramma Iedereen is Leeuwarden, Ljouwert is eltsenien ( ) vormt de grondslag voor de hele raadsperiode en bevat de te bereiken doelen van de gemeente in 2017/18. Met de meerjarenbegroting is het financieel kader bepaald, waarop komende periode politiek gestuurd wordt. Deze begroting beschrijft wat wij in 2015 voor en met de Leeuwarders gaan doen om de gestelde doelen te bereiken en hoe we dat betalen. Financiële positie en weerstandsvermogen De (meerjaren)begroting 2015 is structureel sluitend. Er is sprake van een gezonde financiële positie en dat is een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering van alle plannen. Er wordt een positief saldo van verwacht in Op grond van diverse actuele ontwikkelingen is de weerstandscapaciteit van de gemeente voor het begrotingsjaar 2015 geraamd op ruim 9,2 mln. Deze omvang is voldoende groot om op basis van de huidige inzichten de geïnventariseerde algemene risico s op te kunnen vangen. Daarnaast is voor de risico s met betrekking tot de decentralisatie van taken op het gebied van zorg, jeugd en participatie een risicobuffer van 9 mln in de Reserve Sociaal domein beschikbaar. Grondexploitatie Rond de grondexploitatie blijven financiële onzekerheden bestaan en wordt nog geen rekening gehouden met sterk economisch herstel op korte termijn. De calculaties worden dan ook voor de komende jaren zeer behoedzaam opgesteld; de verwachte verliezen zijn genomen en zowel de korte als de lange termijn risico s zijn afgedekt. Dit alles neemt echter niet weg dat ook in 2015 de inzet gericht blijft op het verder optimaliseren van de grondexploitaties. Voortgaan op de ingeslagen weg Ondanks voorzichtig economisch herstel blijven financiële onzekerheden bestaan en is voorzichtigheid in het uitgavenpatroon geboden. Bij de begroting 2014 is voor een goede balans tussen waardevolle investeringen en noodzakelijke bezuinigingen gekozen. Er is geen reden om hier op dit moment vanaf te wijken. Het eerstvolgende integraal afwegingsmoment voor herziening van beleid of financieel kader is de tussentijdse evaluatie van het collegeprogramma (voorjaar 2016) en de begroting die daarop volgt, tenzij negatieve financiële ontwikkelingen noodzaken tot eerdere besluitvorming. Zichtbare resultaten in 2015 Er moeten voorbereidingen worden getroffen in aanloop naar de Culturele Hoofdstad In 2015 besluiten we onder andere over de invulling van de Blokhuispoort en wordt het nieuwe havenkantoor in Grou afgemaakt. De ondersteuning op het gebied van (jeugd)zorg en werk moet beter, goedkoper en efficiënter door het dichter bij mensen te organiseren. De gemeente voert hierop de regie en werkt integraal samen met de coöperatie Amaryllis c.q. wijkteams en andere organisaties die actief zijn in het ondersteunen van kwetsbare inwoners. In 2015 wordt de situatie van alle cliënten die maatschappelijke ondersteuning ontvangen, herbeoordeeld. Verder zijn er meer banen nodig, de jeugdwerkeloosheid moet worden aangepakt. De gemeente heeft beperkte mogelijkheden om inwoners aan werk te helpen. Daar waar we invloed kunnen uitoefenen doe we dat. Bijvoorbeeld door leren in combinatie met werken aantrekkelijk te maken, en door lobby-activiteiten in Brussel samen met Smallingerland, Heerenveen en Súdwest-Fryslân. Van de voorgenomen bezuinigingen verwachten we in 2015 in ieder geval de besparing op energielasten van gemeentelijke gebouwen te realiseren. 7

8 Hoe komt de gemeente aan haar geld? Figuur 2 Hoe wordt het geld besteed? Figuur 3 Afnemende lastendruk In een periode waarin opnieuw moet worden bezuinigd, ontzien we de inwoners wat betreft lokale lasten. De tarieven van de onroerendezaakbelasting voor woningen en afvalstoffenheffing stijgen weliswaar in Maar deze stijgingen kunnen worden gecompenseerd door een forse daling van de tarieven bij de rioolheffingen, mede het gevolg van een onttrekking aan de Reserve egalisatie heffingen. Per saldo neemt de lastendruk af met bijna 0,2 mln. Samen maken we Leeuwarden Wij hebben groot vertrouwen in de mensen, bedrijven en maatschappelijke organisatie die actief zijn in onze gemeente. Onze ambitie is samen met hen en de regio Leeuwarden krachtiger en vitaler te maken. Op sociaal, cultureel en economisch gebied staan we voor grote uitdagingen, die zowel kansrijk als risicovol zijn. Uitgaande van de eigen kracht van mensen, doen we een beroep op ieders eigen verantwoordelijkheid en stimuleren we lokale initiatieven die innovatieve oplossingen bieden. Van ons mag verwacht worden dat we met heldere doelen voor ogen koers zetten, de kwaliteit van voorzieningen bewaken en zorgen voor een vangnet van ondersteuning en bescherming voor wie dat nodig heeft. Samen maken we van Leeuwarden een mooie en dynamische gemeente. 8

9 2. BELEIDSBEGROTING Figuur 4 Structuur Beleidsbegroting. Beleidsbegroting Thema s: 1. Culturele hoofdstad 2018, 2. Transformatie sociaal domein en 3. Werkgelegenheidsaanpak Sociaal Fysiek Veilig Bestuur en middelen Cultuur Economie en toerisme Veiligheid Bestuur Jeugd en onderwijs Wonen en milieu Algemene dekkingsmiddelen Sociaal maatschappelijke ontwikkeling Infrastructuur en mobiliteit Werk en inkomen Ruimtelijke ordening Sport Beheer leefomgeving Paragrafen: conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) 9

10 2.1 Thema s Culturele hoofdstad 2018 Uitdaging Op vrijdag 6 september 2013 werd een periode van vijf jaar dromen, zoeken, tasten, brainstormen, hard werken en toenemend vertrouwen in eigen kunnen, beloond met iets wat velen in en buiten Fryslân lange tijd voor onmogelijk hadden gehouden: Leeuwarden werd door de jury namens Nederland uitverkoren als Culturele Hoofdstad van Europa in Een fantastisch resultaat voor stad en provincie, voor de Stichting Kulturele Haadstêd 2018 en voor de honderden enthousiastelingen die door hun tomeloze creativiteit en inzet deze droom werkelijkheid zagen worden. De betekenis van deze uitverkiezing kan moeilijk worden overschat. Een gebied krijgt van een onafhankelijke internationale jury de erkenning dat men een verhaal op tafel heeft gelegd waar niemand omheen kan en dat het waard is om in Europa gehoord te worden. Leeuwarden en Fryslân zijn boven zichzelf uitgestegen en hebben nu de opdracht om die verwachtingen waar te maken. De ontwikkelingen die we voorstaan, moeten bijdragen aan de sociale en economische dimensies van een duurzame samenleving, aan de cultuur en aan de ecologie. Investeringen moeten duurzame resultaten en effecten leveren. Projecten en programma s moeten het verschil maken en zorgen voor structuurversterking op de lange termijn. Uit deze doelstelling volgt een zestal subdoelen (zes E s) waar de gezamenlijke organisatie (gemeente, provincie en stichting) in zijn geheel verantwoordelijk voor is: Event De organisatie van tenminste 41 krachtige evenementen. Europa ( nationaal en Internationaal): Leeuwarden en Fryslân beschikken over een breed en sterk multilateraal netwerk in Europa. Experience (imago): Als spin off ontstaat een integraal aanbod van culturele, ecologische en toeristische ervaringen. Entrepreneurship: Het versterken van het ondernemerschap binnen het domein creativiteit, ecologie en toerisme. Empowerment: Als gevolg van CH2018 zullen vooral kinderen en jongeren blijvend stijgen op de maatschappelijke ladder. Ecologie: Leeuwarden en Fryslân zelfvoorzienend laten worden in hun energiegebruik, innoveren in landbouw en watertechnologie. Aanpak en aandeel gemeente Om dit te bereiken is het noodzakelijk om als stad en provincie de succesvolle samenwerking rondom CH2018 voort te zetten. Drie typen inhoudelijke opgaven zullen door gemeente en provincie én de stichting in gezamenlijkheid en in nauwe samenhang uitgevoerd moeten worden: a. Programma Culturele Hoofdstad 2018 (stichting) De nieuw op te richten stichting ten behoeve van CH2018 heeft duidelijk omschreven taken ten aanzien van het organiseren van de in het Bidbook van LWD2018 genoemde 41 events met bijbehorende activiteiten (bijvoorbeeld Floating Islands, Eleven Fountains en Behind the Front Door). Provincie Fryslân en gemeente Leeuwarden geven opdracht aan de stichting en monitoren de voortgang. 10

11 b. Faciliterend Programma Culturele Hoofdstad 2018 (gemeente/provincie) Het faciliterend programma verzorgt alle activiteiten/projecten die normaliter een overheidstaak zijn, een legacy hebben die de CH2018 overstijgt of qua competentie beter passen bij de overheden en bijdragen aan het succesvol maken van CH2018. Het faciliterend programma bestaat uit 3 delen: 1. Facilitair (ondersteunend aan de stichting): communicatie, lobby, openbare orde en veiligheid, sponsoring, monitoring en evaluatie; 2. Randvoorwaardelijk met duurzaam effect: alles wat gemeente en provincie moeten doen om de uitvoering van de 41 events mogelijk te maken: marketing, fondsenwerving, subsidieloket, monitoring, openbare orde, bereikbaarheid, empowerment, vergunningen, hospitality (deze deelprojecten worden nader uitgewerkt en geconcretiseerd, implementatie vanaf sept a.s.); 3. Infrastructurele voorzieningen die in 2018 in beginsel gereed moeten zijn: Blokhuispoort, Stationsomgeving en Lân van Taal, Kern Grou; Alle projecten die zijn benoemd in het bidbook en niet onder de samenwerkingsagenda vallen. c. Programma Samenwerkingsagenda (gemeente/provincie) Gericht op bereiken van 3 hogere doelen in 2025 (participatie, onderwijs en werkgelegenheid); doelen die gebaseerd zijn op de urgenties achter de kandidatuur voor Culturele Hoofdstad De samenwerkingsagenda pakt door de bestaande beleidsuitvoeringen de drie grootste urgenties van de stad en de regio aan (participatie, onderwijs en werkgelegenheid). Dit door middel van een gezamenlijk vastgesteld programma dat is vastgelegd in de samenwerkingsagenda. Onderscheid wordt gemaakt tussen lopende projecten als Watercampus en Dairy Campus, projecten voor de periode (bijvoorbeeld School als Werkplaats, verduurzaming gebouwde omgeving) en projecten voor de periode (bijvoorbeeld herstructurering, koplopersproject). Financiën Voor de periode 2014 t/m 2019 is een bedrag beschikbaar van 5 mln en daarnaast is binnen de begroting nog eens rekening gehouden met een personele inzet van per jaar in de periode 2014 t/m Relatie met andere programma s Welhaast alle programma s en programmaonderdelen uit de begroting leveren een bijdrage aan het thema Culturele Hoofdstad Het accent ligt bij Sociaal: Cultuur, Jeugd en onderwijs, Sociaal maatschappelijke ontwikkeling, Werk en inkomen en Fysiek: Economie en toerisme, Wonen en milieu, Infrastructuur en mobiliteit, Ruimtelijke Ordening en beheer leefomgeving. 11

12 2.1.2 Transformatie sociaal domein Uitdaging De wijze van zorg en hulp verlenen verandert en het huidige kabinet legt meer taken en verantwoordelijkheden bij de gemeente. Na de Jeugdwet zijn nu ook de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet door de Eerste Kamer vastgesteld. De gemeente wordt als gevolg van de nieuwe Jeugdwet verantwoordelijk voor alle jeugd en opvoedhulp, de jeugdbescherming en jeugdreclassering en de aanpak van kindermishandeling. Ook de jeugd-ggz en de zorg voor kinderen met een lichte verstandelijke beperking worden gemeentelijke verantwoordelijkheden. Wijzigingen in de WMO geeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van mensen met een beperking, de dagbesteding, kort verblijf buitenshuis en het begeleid wonen. De gemeente was al verantwoordelijk voor het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid van bewoners. Door de Participatiewet is er vanaf 2015 geen nieuwe instroom meer in de sociale werkvoorziening. De gemeente organiseert waar nodig zelf vormen van beschut werken. Binnen de wet komen twee nieuwe instrumenten beschikbaar: de voorziening beschut werk en loonkostensubsidie op basis van de loonwaarde. De Wajong staat vanaf 2015 alleen nog open voor jonggehandicapten die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Jongeren die niet aan die criteria voldoen vallen onder de Participatiewet en zijn daarmee aangewezen op de gemeente voor ondersteuning bij de re-integratie naar werk. De overheveling van deze taken gaat gepaard met forse bezuinigingen. De uitdaging is om de nieuwe taken binnen de beschikbare middelen op te pakken, waarbij de meest kwetsbare inwoners van Leeuwarden ondersteuning en zorg blijven krijgen die nodig is. Leeuwarden gaat de ondersteuning en zorg voor inwoners daarom anders organiseren. Met de transformatie van het sociaal domein willen we bereiken, dat mensen zelfredzaam en samenredzaam zijn en zelf de regie over hun leven kunnen behouden. Dat maakt mensen sterker. De aanpak: het Leeuwarder model De zorg wordt beter, goedkoper en efficiënter als we het dichter bij mensen organiseren. De sociale wijkteams vervullen hierin een cruciale rol. Bewoners kunnen in de wijk terecht bij de wijkteams voor ondersteuning op alle gebieden. Door eerder lichte vormen van zorg en hulpverlening in te zetten, hopen we het beroep op dure specialistische zorg en hulpverlening te beperken. Dit betekent dat we inwoners aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Figuur 5 12

13 We gaan meer aansluiten op dat wat er nodig is om mensen zelf eigenaar van hun situatie te laten zijn. Niet het systeem is hierin leidend, maar de mogelijkheden van de bewoners en de wijk. Met de positionering van taken in de wijkteams willen we een ombuiging van de verzorgingsstaat naar meer eigen verantwoordelijkheid bereiken, zodat minder gebruik en afhankelijkheid van dure maatschappelijke en professionele voorzieningen ontstaat. Daarbij hebben we aandacht voor vrijwilligers en mantelzorgers en zorgen voor concrete voorzieningen of activiteiten om hen te ondersteunen. We gaan burgerinitiatieven vrij baan geven om de kracht van de wijk te versterken. We organiseren professionals dichtbij de bewoners. Zij dagen mensen uit zelf of in hun netwerk, oplossingen voor lastige situaties te vinden. Mensen met meerdere problemen vallen niet buiten de boot door bureaucratie en schotten tussen regelingen. Voor bewoners die dit echt nodig hebben, is er een eenduidige, effectieve, niet-bureaucratische toegang tot voorzieningen. Voor het (tijdelijk) gebruik van voorzieningen maken we met mensen heldere afspraken. In het Koersdocument hervorming sociaal domein (2014) is beschreven hoe in samenwerking met het maatschappelijk middenveld de ondersteuning wordt ingericht. De gemeente voert de regie en werkt integraal samen met alle organisaties en instellingen die actief zijn in het ondersteunen van kwetsbare inwoners. We sturen op resultaat en budget. Daarnaast stimuleren we innovaties in de markt en ontwikkelen we een nieuw stelsel van cliëntparticipatie. Inzet wijkteams De Coöperatie Amaryllis is in 2014 opgericht als overkoepelende organisatie voor de sociale wijkteams. De Coöperatie is daarmee verantwoordelijk voor de basisondersteuning. De Coöperatie ontvangt hiervoor subsidie van de gemeente Leeuwarden. Of deze bedrijfsvorm de juiste keuze is moet een evaluatie over twee jaar uitwijzen. De opgave voor de Coöperatie is om kwalitatieve dienstverlening neer te zetten die de maatschappelijke kosten voor zorg en ondersteuning kosteneffectief reduceren, dus beter voor minder. Er is een dekkend netwerk van zeven wijkteams, één dorpenteam en twee jeugd- en gezinsteams in de stad en dorpen opgezet. In 2015 wordt de Coöperatie verder doorontwikkeld en wordt de inzet van de sociale wijkteams geïntensiveerd. (Sociaal: Sociaal Maatschappelijke ondersteuning) Jeugdzorg Kinderen moeten veilig en gezond op kunnen groeien. Opvoeden is eerste instantie een taak van ouders en opvoeders. Zij maken daarbij gebruik van hun eigen netwerk. Gezinnen die dat nodig hebben worden ondersteund. In de buurt bij de sociale wijkteams en de jeugd- en gezinsteams en op de school (school als werk- en vindplaats) is deze ondersteuning beschikbaar. Aanvullende, professionele ondersteuning volgt als de veiligheid van het kind in het geding is en het eigen netwerk onvoldoende mogelijkheden heeft. Uitgangspunt is: één gezin, één plan. Vrijwel de gehele decentralisatie van de jeugdzorg valt onder het Regionale Transitiearrangement. Het transitiearrangement behelst een overgangsregeling voor de afbouw van de bestaande relaties met aanbieders. Daarbij wordt de continuïteit van de hulp aan jeugdigen en ouders die daar recht op hebben gewaarborgd. Het Omvormingsplan zorg voor jeugd Friesland (2014) benoemt de innovatiedoelen van de zorg voor jeugd en de resultaten die gemeenten en zorgaanbieders willen behalen ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Deze innovatiedoelen worden vanaf 2015 gemonitord tussen gemeenten en professionals. (Sociaal: Jeugd & onderwijs) WMO 2015 Wie zorg nodig heeft kan op ondersteuning rekenen. Binnen de WMO zijn hiervoor algemene voorzieningen (voor iedere bewoner toegankelijk) en maatwerkvoorzieningen beschikbaar. 13

14 De zorg die mensen nu ontvangen wordt in 2015 gecontinueerd, maar kan er vanaf 2016 anders uit gaan zien. In 2015 krijgen alle cliënten een herbeoordeling om vanaf 2016 tijdig de zorg te kunnen continueren. Vanaf dat moment komen van rechtswege alle indicaties (met uitzondering van beschermd wonen) te vervallen, waarna de bestaande groep cliënten in het nieuwe regime hun noodzakelijke ondersteuning ontvangen. We vragen cliënten ook of zij vrijwillig al in 2015 over willen gaan naar het nieuwe regime. (Sociaal: Sociaal Maatschappelijke ondersteuning) Participatiewet We stimuleren dat mensen meedoen in wijk en dorp. Participeren binnen de samenleving betekent naar vermogen deelnemen aan die samenleving. Werken is het doel, participeren naar vermogen de norm. Mensen die maatschappelijk actief zijn hebben meer binding met de samenleving en maken bovendien minder gebruik van voorzieningen. De belangrijkste hervormingen binnen het participatiedomein (zoals het afbouwen van de gesubsidieerde arbeid in 2013) zijn in de afgelopen jaren al doorgevoerd. De huidige SW (Sociale Werkvoorziening)-medewerkers blijven hun dienstverband uitvoeren bij de sociale werkvoorzieningsbedrijven. Mensen die vanaf 2015 een beroep willen doen op de SW-regeling vallen vanaf dan onder de Participatiewet. Het SW-beleid wordt in 2015 herijkt. (Sociaal: Werk & inkomen) Regionale samenwerking Voor de taken maatschappelijke opvang/vrouwenopvang, beschermd wonen en huiselijk geweld is Leeuwarden centrumgemeente. Hier zijn goede ervaringen mee opgedaan. In 2014 wordt onderzocht op welke wijze de gemeente als centrumgemeente kan optreden ten aanzien van de inkoop en het beheer van de wettelijk verplichte taken in het kader van de drie decentralisaties. Afhankelijk van de besluitvorming in 2014 wordt deze functie in 2015 verder ingericht. Financiën Voor de nieuwe taken krijgt de gemeente 110 mln van het Rijk. Daar is een Rijkskorting van 13,7 mln in meegerekend. Het beschikbare budget van de gemeente voor het sociaal domein is in 2015 in totaal 180,5 mln. Voor taken die Leeuwarden uitvoert als centrumgemeente ontvangen we bijdragen van deelnemende gemeenten. Een uitgebreide toelichting staat in het Financieel kader drie decentralisaties en Amaryllis (2014). Voor het jaar 2015 worden gemeenten op basis van een historisch verdeelmodel bekostigd voor de nieuwe taken. Vanaf 2016 introduceert het Rijk een nieuw objectief verdeelmodel. In 2015 geldt een overgangsregime waarin de gemeente de huidige zorg moet continueren. Met het overgangsregime en de Regionale Transitie Arrangementen Jeugd is in % van het budget vastgelegd. De resterende 20% van het budget is voor een nieuw regime waarin nieuwe cliënten, en cliënten voor wie de indicatie in 2015 afloopt, worden ondersteund. Keuzes binnen de oplossingsrichtingen om binnen de beschikbare budgetten te blijven zijn in 2015 beperkt, omdat deze alleen mogelijk zijn binnen deze 20% van het budget. Vanaf 2016 zijn er meer keuzemogelijkheden, omdat dan het overgangsregime vervalt (met uitzondering van het beschermd wonen). Deze keuzes worden in 2015 ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Op grond van een risico-inventarisatie is voor het sociaal domein in 2015 een risicobuffer van 9 mln berekend en beschikbaar om risico s en onzekerheden mee op te kunnen vangen (zie paragraaf Weerstandsvermogen). 14

15 2.1.3 Werkgelegenheidsaanpak Uitdaging Leeuwarden is de provinciale banenmotor, economisch trekker en kennis- en innovatiecentrum. De economische crisis laat echter zijn sporen na in de Leeuwarder economie. De werkgelegenheid is in vrijwel alle sectoren afgenomen. Van de Leeuwarder beroepsbevolking is ca. 16% werkzoekend. 80% van de jongeren met een bijstandsuitkering heeft door schooluitval geen of onvoldoende startkwalificatie. De jeugdwerkloosheid in Leeuwarden is groot. Dit hangt nauw samen met het feit dat geheel Noord Nederland (Fryslân, Groningen en Drenthe) in economisch opzicht afhangt van de rest van Nederland. In het noorden zijn meer werklozen (+2%), relatief veel laag opgeleiden en een onevenredig percentage jongeren dat geen aansluiting op de arbeidsmarkt vindt. Werk is eerste prioriteit in het Collegeprogramma , met accent op aanpak van de jeugdwerkloosheid. In deze Collegeperiode moeten er 1000 banen bijkomen, variërend van structureel tot tijdelijk werk. In een Aanvalsplan Arbeidsmarkt-Onderwijs-Economie (AOE) wordt hier verder vorm en inhoud aan gegeven. Figuur 6 Schets van de aanpak De gemeente heeft beperkte mogelijkheden om werk aan te trekken, banen te creëren, werk te behouden, kortom inwoners aan werk te helpen. Daar waar we invloed kunnen uitoefenen en verschil kunnen maken doen we dat. In principe is er een aantal beïnvloedingvelden: - economische stimulering, via relatiebeheer, acquisitie, lobby en projecten - arbeidsmarkt, bevorderen van herintreding en participatie via om-, her- en bijscholing - onderwijs, afstemming vraag en aanbod gevraagde opleiding en competenties, startkwalificaties c.a. - investerings- en bestedingsimpulsen via regelingen en projecten, waaronder ook inkoop, duurzaamheidsbeleid, innovatie en aanbestedingsbeleid. De aanpak om werk te genereren moet primair gericht zijn op de drie eerstgenoemde velden. Daarboven willen wij druk zetten op projecten en activiteiten op het raakvlak van economie, arbeidsmarkt en onderwijs en laatstgenoemde categorie. 15

16 In 2014 zijn we gestart met het programma Arbeidsmarkt-Onderwijs-Economie (AOE); de komende jaren willen we op alle mogelijke manieren zoveel mogelijk jongeren (tot 27 jaar) en andere werkzoekenden (27 t/m 55 jaar) aan het werk te helpen, c.q. zo goed mogelijk voor te bereiden op werk en ondernemen. Belangrijke pijlers van onze werkgelegenheidsaanpak zijn dan ook: het creëren van banen het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Deze aanpak is tevens ter uitvoering van het hoofdprogramma Kennis & Economie van onze Samenwerkingsagenda met de Provincie Fryslân. Creëren van banen Door een samenhangende aanpak (met mogelijke combinaties en cross-overs ) tussen het stimuleren van werkgelegenheid (acquisitie), een regionale arbeidsmarktbenadering (Aanvalsplan Jeugdwerkloosheid, Banenplan Noord Nederland) en projecten (Groen werkt!, inkoop/aanbestedingsbeleid, innovatie) wordt een bijdrage geleverd in de werkgelegenheidsontwikkeling. Via relatiebeheer (bedrijfscontacten, projecten) faciliteren wij bestaande bedrijven ten behoeve van behoud en uitbreiding van werkgelegenheid. Acquisitie van bedrijven is gekoppeld aan de ontwikkeling van clusters die de structuur van de Leeuwarder economie versterken. Speerpunten zijn de sectoren water, zuivel/agrifood, detailhandel/horeca binnenstad en financieel zakelijke dienstverlening. Vooral voor de sectoren water en zuivel/agrifood verwachten we op lange termijn groei. De Watercampus, de Dairycampus en het historische centrum (CH2018) zijn in dit verband enkele troeven. In dit kader wordt daaraan toegevoegd het aantrekken van werk voor lager geschoolden en het stimuleren van ondernemerschap en starters. De werkgelegenheidsaanpak stopt niet bij de gemeentegrens. Regionale samenwerking wordt steeds belangrijker. Op landsdelig niveau (zoals het hieronder uitgelichte Banenplan Noord-Nederland, Regionale Innovatie Strategie), op provinciaal niveau (regionale arbeidsmarktbenadering) en via specifieke samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld binnen F4-verband). Banenplan Noord Nederland Samen met de sociale partners en overheden zet Noord Nederland in op een pakket additionele maatregelen dat het Banenplan Noord Nederland wordt genoemd. In de najaarsbegroting 2015 van het kabinet-rutte wordt in een gezamenlijke lobby financiële ruimte voor specifiek het noorden gevraagd. In de komende 3 á 4 jaren gaan extra maatregelen zorgen voor omzetgroei van het bedrijfsleven en het terugdringen van de werkloosheid. Grofweg bestaan deze maatregelen uit drie onderdelen: 1. Stimuleren van de economie en het creëren van banen: door het beschikbaar stellen van bedrijfsfinanciering kunnen bedrijven investeren en groeien. Het is van cruciaal belang dat Noord Nederland beschikt over voldoende, gekwalificeerde mensen. Het menselijk kapitaal wordt daarom versterkt door een, op te richten, Scholingsfonds Noord Nederland. 2. Reduceren van werkloosheid: door middel van reshoring (terughalen van productie uit lage lonenlanden) en jobcarving/jobcomposing (splitsing van taken binnen functies waardoor mogelijkheden voor lager geschoold personeel ontstaan) kunnen meer mensen toetreden tot de arbeidsmarkt. Een jong voor oud maatregel (Generatiepact genoemd) zorgt voor instroom van jongeren op de arbeidsmarkt, omdat oudere medewerkers een deel van hun baan overdragen aan een jongere. Tenslotte wordt het 16

17 aanbestedingsbeleid in Noord Nederland aangescherpt zodat meer mensen in deze regio een kans krijgen. 3. Optimaliseren randvoorwaarden. Er is meer afstemming tussen alle bestaande plannen en partijen in Noord Nederland. Noord Nederland gaat stevig inzetten op promotie vanuit de regio zowel nationaal als internationaal. Social Return Eind vorig jaar is in VFG verband beleid bepaald ten aanzien van gezamenlijke uitgangspunten Social Return in de arbeidsmarktregio Fryslân. In de loop van 2014 is verdere invulling gegeven aan harmonisatie, kennisdeling en best practices. Tijdens een gezamenlijke sessie met werkgevers, gemeenten en de Provincie Fryslân is besloten om de gezamenlijkheid een extra impuls te geven. Dit werd ingegeven door het feit dat alle partijen gezamenlijke belangen hebben. Deze belangen worden het best gediend door partijen, kennis, best practices en vraag en aanbod op een logische manier aan elkaar te verbinden in de vorm van gezamenlijk coördinatiepunt Social Return. Dit coördinatiepunt wordt bemenst en gefinancierd vanuit zowel de gemeenten als de provincie. Het doel is om de projectagenda van de overheden op elkaar af te stemmen en specifieke pools in te richten met mensen die ingezet kunnen worden op deze projecten. Op deze manier worden duurzaamheid en kwaliteit gewaarborgd. Regionale arbeidsmarktbenadering De regionale werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio Fryslân maakt een stevige ontwikkeling door. Er is meer gezamenlijke focus op arrangementen met werkgevers, het regionaal opschalen van vacatures en het matchen van kandidaten. Wel moet er voortdurend focus worden aangebracht op het matchen van kandidaten op deze vragen van werkgevers. Dit is nog geen automatisme in de regio. Er is in de arbeidsmarktregio Fryslân voor gekozen om het Werkbedrijf (in werking vanaf 1 januari 2015) te stoelen op de bestaande werkgeversdienstverlening. Hiermee maken we efficiënt gebruik van bestaande en werkende structuren. Participatiewet Vanaf 1 januari 2015 treedt de Participatiewet in werking. De gedachte achter de Participatiewet is: één regeling die de Wet werk en bijstand (WWB), Wajong en WSW vervangt. Door de concurrentie tussen regelingen weg te nemen en werkgevers de gelegenheid te bieden om mensen tegen realistische loonkosten aan de slag te laten gaan, krijgen alle uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt betere kansen. Loonkostensubsidie In de Participatiewet wordt het instrument loonkostensubsidie opgenomen. Het doel is hiermee de klantgroep met een arbeidsbelemmering de kans te bieden een baan te vinden en de werkgever deels te compenseren voor de verminderde capaciteit van de werknemer. De hoogte van de loonkostensubsidie wordt afgestemd op de aanwezige loonwaarde; hoe meer loonwaarde hoe minder loonkostensubsidie. Deze nieuwe mogelijkheid verandert de wijze waarop wij het gesprek met werkgevers in de regio aangaan. De hoofdopdracht voor gemeenten wordt om vanuit de te bedienen doelgroep van de Participatiewet zoveel mogelijk loonwaarde in de markt te zetten. Het matchen van vraag en aanbod staat centraal. Loonkostensubsidie wordt het re-integratiemiddel voor mensen met een arbeidsbelemmering en dient een integraal onderdeel te worden van de al ingezette regionale werkgeversbenadering. Verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Het stimuleren van werk in sectoren met enige werkgelegenheidsgroei moet aansluiten bij het onderwijsaanbod in Leeuwarden. In het Uitvoeringsprogramma Arbeidsmarkt & Onderwijs is de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt projectmatig uitgewerkt. 17

18 Integrale kindcentra De Integrale Kindcentra (IKC s) zijn het startpunt van de doorlopende leerlijn: naar voortgezet en hoger onderwijs en uiteindelijk naar een baan. Het IKC is een nieuwe organisatievorm, waarin basisonderwijs, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en buitenschoolse activiteiten voor kinderen samenkomen. Het IKC maakt het mogelijk om de ontwikkeling van kinderen beter te volgen en in een vroegtijdig stadium iets te doen aan eventuele achterstanden. Samen met schoolbesturen, organisaties voor kinderopvang en andere betrokken instellingen werken we aan een dekkend netwerk van IKC s voor de hele gemeente. Kinderen op jonge leeftijd vertrouwd maken met toekomstige arbeidsperspectief Jongeren moeten op school al kennismaken met de praktijk in bedrijven. De University Campus Fryslân speelt hierbij een belangrijke rol. De UCF gaat doorlopende leerlijnen ontwikkelen en stelt relevante kennis beschikbaar aan de samenleving. Terugdringen voortijdig schoolverlaten Om de kansen van jongeren op een startkwalificatie te vergroten, zetten we in op het voorkómen van vroegtijdig schoolverlaten. Projecten als de School als werkplaats en de School als vindplaats gaan we verder ontwikkelen. Voor leerlingen die cognitief geen startkwalificatie kunnen halen, bouwen we De werkschool verder uit. Samenwerking Er wordt samengewerkt met bedrijfsleven en onderwijs om banen te scheppen en werkzoekenden maatwerk te kunnen bieden. Daarnaast zijn er overleg- en samenwerkingsvormen gericht op bredere aanpak van verbetering van de arbeidsmarkt (regionaal platform) en aanpak en financiering van specifieke programma s (Samenwerkingsagenda Provincie Fryslân, Noordelijk banenplan). De voortgang van projecten en acties wordt gemonitord. Financiën Voor de werkgelegenheidsaanpak zijn de volgende budgetten beschikbaar: Economisch beleid, profilering en acquisitie jaarlijks in de periode 2015 t/m 2017; Groen werkt in 2015 en 2016 en in 2017; Economisch participatiefonds dat in 2014 is toegevoegd aan de reserve economisch participatiefonds ter afdekking van de risico s voor het kunnen verstrekken van geldleningen aan de ondernemers van maximaal Aanpak onderwijs & arbeidsmarkt in 2015 en in 2016 en Doorwerking in programma s Diverse programma s binnen deze begroting leveren een bijdrage in de aanpak van AOE. Vooral de programma s Sociaal: Jeugd en onderwijs, Werk en inkomen en Fysiek: Economie en toerisme. 18

19 2.2 Programma s Programma Sociaal Onze activiteiten op het gebied van cultuur, jeugd en onderwijs, sociaal maatschappelijke ontwikkeling, werk en inkomen en sport. Betrokken portefeuillehouders: Andries Ekhart, Thea Koster, Sjoerd Feitsma en Harry van der Molen Wat willen we bereiken? Strategisch algemeen doel Iedereen doet naar vermogen mee. Bewoners, jong en oud. Gemeente. Ondernemers. Maatschappelijke organisaties. Mensen die maatschappelijk actief zijn, hebben meer binding met de samenleving en hebben bovendien minder zorgvoorzieningen nodig. Ambities We doen een beroep op de verantwoordelijkheid van mensen zelf. Ook als zorg en ondersteuning nodig is, stellen we eerst de vraag welke hulp mensen zelf kunnen organiseren. Sociale wijkteams staan elke dag in direct contact met inwoners van Leeuwarden. Zo kunnen we tijdig goede hulp bieden en voorkomen we een te groot beroep op specialistische zorg. Vanuit deze visie op Mienskip stimuleren we wijken en dorpen om initiatief te nemen in hun eigen leefomgeving. Leeuwarden heeft relatief veel huishoudens die moeten rondkomen van een laag inkomen. De hoogte van het inkomen mag de Leeuwarder niet belemmeren in zijn of haar ontwikkeling en deelname aan de samenleving. Via cultuur, vrijetijdsactiviteiten, scholing, zorg, werk en sport werken we aan een integraal beleid voor armoedebestrijding. Om armoede te bestrijden, zetten we nog meer in op preventie, het voorkomen van schulden en lagere woonlasten. Er is speciale aandacht voor mensen die langdurig in armoede verkeren en kinderen. Op weg naar Culturele Hoofdstad 2018 werken we verder aan een levendig cultureel klimaat. Cultuur is het vliegwiel voor het bestrijden van armoede, het bevorderen van participatie, het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs en het vergroten van de werkgelegenheid. Wat gaan we daarvoor doen en met wie? Cultuur 1. De stad een stevige cultuurimpuls geven Een nieuw centrum voor popcultuur in het Harmoniekwartier (opening 2015) Er wordt verder gewerkt aan het samen realiseren van hét centrum voor popcultuur dat de levendigheid en leefbaarheid in de stad versterkt, jongeren 21th century skills meegeeft en Leeuwarden smoel geeft als popstad. Het project is verantwoordelijk voor de inrichting van een organisatiestructuur voor het nieuwe poppodium en initieert de samenwerking tussen poppodium, MBO kunstopleiding D Drive en schouwburg. Versterken van het eigen productieklimaat (muziek, meertaligheid, amateurkunst) Beeldende Kunst en Vormgeving: Het beleid op het terrein van beeldende kunst en vormgeving staat in 2015 in het teken van Leeuwarden Culturele Hoofdstad Met de 19

20 Regeling subsidie beeldende kunst en vormgeving en de Regeling subsidie community art worden initiatieven gesubsidieerd die een bijdrage leveren aan de Mienskip. Daarbij wordt uitvoering gegeven aan het broedplaatsenbeleid, de verdere realisatie van kunstwerken binnen Vrij-Baan en de realisatie van een icoon. Dit beeldbepalende kunstwerk moet gelden als hét unieke herkenningspunt voor Leeuwarden en Fryslân en zou een plek moeten krijgen nabij de Haak om Leeuwarden. Amateurkunst: De Regeling subsidie kleine producties cultuur wordt in 2015 aangepast. Met de aanpassing moet het voor amateurs eenvoudiger worden om een beroep te doen op financiële ondersteuning voor kunstzinnige activiteiten. Meer ruimte geven voor culturele festivals In samenspraak met provincie Fryslân en stichting CH2018 wordt uitvoering gegeven aan het festivalprogramma De aandacht richt zich op het versterken en uitbouwen van de festivals die zich de laatste jaren al bewezen hebben. 2. De bibliotheek toekomstbestendig maken In oktober 2014 neemt de raad een besluit over de toekomstige rol en functie van de bibliotheek. Afhankelijk van de keuzes die de raad maakt, vindt in 2015 de voorbereiding op de transformatie en mogelijk het sluiten van de nevenvestigingen plaats. Er wordt een sociaal plan uitgewerkt, waarbij tevens gekeken wordt wat er nodig is om de bibliotheek van de toekomst vorm te geven. Wie moet er worden omgeschoold? Is er voldoende personeel in huis om de toekomstige uitdaging op de juiste wijze vorm te geven? In principe blijft de financiële jaarschijf in 2015 ongewijzigd, tenzij het Rijk een uitname uit het Rijksgemeentefonds doet ter financiering van een digitale collectie. Als de raad besluit dit één op één door te voeren in de gemeentelijke, lokale subsidie, resulteert dit in een lager subsidiebedrag. 3. Stadsschouwburg Leeuwarden De Harmonie versterken In het collegeprogramma is gedurende de collegeperiode een extra investering van jaarlijks opgenomen voor De Harmonie. Deze incidentele uitzetting van de subsidie dient te leiden tot een sluitende exploitatie. De financiële positie en de uitzetting van de subsidie van De Harmonie wordt gevolgd middels kwartaalrapportages. Van belang is dat de incidentele uitzetting rendeert en resulteert in een structurele verbetering van de exploitatie van de schouwburg. In het najaar van 2015 wordt het effect en de noodzaak van continueren van de extra financiële inzet beoordeeld in relatie tot de dan actuele financiële positie van De Harmonie. In gesprekken over een verdere verzelfstandiging van de schouwburg en een aanpassing van de statuten is een koppeling gemaakt met de ontwikkeling van een BV Podiumkunsten. Aan de realisatie van één nieuwe beheersorganisatie voor het beheer en exploitatie van de theateren popactiviteiten in het Harmoniekwartier (de zogenaamde BV Podiumkunsten) is geen concrete einddatum geplakt. Eerste stap is nu het verwezenlijken van samenwerkingsafspraken (kaartverkoop, planning programma, gebouwenbeheer, financiële administratie, P&O). Op termijn is een doorgroei naar een verdere integratie van bedrijfsonderdelen mogelijk. Aan de Harmonie is meegedeeld dat de gemeente de stichting, mede gelet op de extra bijdrage van , schriftelijk een procedurevoorstel zal doen over het aanpassen van de statuten. 20

21 4. Een nieuwe lokale omroep Het Commissariaat voor de Media heeft de uitzendrechten voor de lokale omroep voor de komende vijf jaar toegewezen aan LEO, de nieuwe lokale omroep in Leeuwarden. LEO opereert vanuit het voormalige filmhuis, pal naast schouwburg De Harmonie. De twee filmzalen zijn daartoe tot studio s omgebouwd. 5. Intensieve samenwerking tussen HCL en Tresoar stimuleren In samenwerking met Tresoar wordt onder meer gewerkt aan het verder digitaliseren en zichtbaar maken van de rijke beeldcollectie van fotograaf Sjoerd Andringa. Vanaf begin januari 2015 is er een gemeenschappelijke expositie van de schilderijen- en tekeningen uit de collectie van Sjoerd Andringa. In het HCL worden de schilderijen en tekeningen getoond met Leeuwarden als thema; in Tresoar de werken met provinciale afbeeldingen. Andere projecten waarbij in 2015 wordt samengewerkt met Tresoar zijn: De manifestatie Maria Louise, prinses van Europa, ter gelegenheid van de herdenking van de 250 e geboortedag van Marijke Meu; Het project Lân van Taal in kader CH2018. Relevante (beleids)nota s Eindrapportage culturele omvorming (2013) Actualisatie Cultuurvuur: Vlammen in nieuwe tijden (2013) Visiedocument culturele omvorming (2011) Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Stadsschouwburg De Harmonie Versterking lokale omroep

22 Jeugd en onderwijs 1. Uitvoering taken Jeugdzorg Met ingang van 1 januari 2015 start de uitvoering van Jeugdzorg onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. De uitvoeringsplannen daarvoor zijn gereed, met de instellingen zijn afspraken gemaakt over de levering en bekostiging van diensten waarbij uitgangspunt steeds is: een eenvoudiger systeem van indicatiestelling en het zoveel mogelijk inzetten van betere en efficiënte zorg, dicht bij de mensen. Ook in 2015 loopt de pilot jeugd- en gezinsteams. Het betreft School als Werkplaats en School als Vindplaats (2015), twee jeugd- en gezinsteams als onderdeel van het sociale wijkteam en een afzonderlijk jeugd- en gezinsteam (tot mei 2016). 2. Gelijke ontwikkelkansen voor de jeugd creëren Veilig en kwalitatief goed onderwijs met gelijke kansen voor iedereen Door het realiseren van een dekkend netwerk van Integrale Kindcentra (IKC s), het versterken van doorgaande leerlijnen, de inzet van School als Werkplaats en School als Vindplaats in voortgezet onderwijs en MBO, de stimulering van HBO en UCF wordt een kwalitatief hoogstaand onderwijsniveau in Leeuwarden e.o. nagestreefd. Onderwijsinstellingen stimuleren om lokale maatschappelijke stages te organiseren De meeste scholen hebben besloten, ondanks het feit dat maatschappelijke stages niet meer door het Rijk verplicht zijn, om maatschappelijke stages te blijven uitvoeren. De gemeente faciliteert dat door zelf stageplaatsen beschikbaar te stellen en de mogelijkheden daarvoor bij gesubsidieerde instellingen en bedrijfsleven te stimuleren. Een integrale aanpak voor cultuur, sport en zorg maken Jongeren moeten zich cognitief, sociaal, cultureel en fysiek kunnen ontwikkelen. IKC s voorzien daarin bij uitstek en bevorderen daarmee in goede samenspraak met ouders burgerschapszin en mienskipsgevoel. Daarmee krijgen kinderen en jongeren ook gelijke ontwikkelingskansen. Het Vlekkenplan van de besturen Primair Onderwijs is voor de gemeente uitgangspunt bij het realiseren van IKC s. De IKC s worden gefinancierd uit reguliere onderwijshuisvestingsmiddelen, budget leerlingenzorg. 3. Verbeteren aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Voor het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is in 2015 naast de aanwending van bestaande middelen extra beschikbaar. Voor de bestaande aanpak en een nieuwe aanpak zijn en worden projectbeschrijvingen opgesteld. Een aantal elementen daaruit is: School als Vindplaats en School als School als Werkplaats verder ontwikkelen School als Werkplaats en School als Vindplaats (die overigens ook uitstekend passen in de omvorming van het sociaal beleid) worden uitgerold over het gehele voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Daarmee is een succesvolle aanpak van problemen bij jongeren in een zeer vroeg stadium een feit. De effecten daarvan op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten zullen navenant zijn. De werkwijze wordt zo een standaardaanpak binnen het onderwijs. Met de schoolbesturen zijn afspraken over de invoering gemaakt. Aanjaagfinanciering vindt plaats met middelen Onderwijsachterstandenbestrijding en eigen middelen van betrokken scholen. Daarna vindt reguliere bekostiging plaats door het onderwijs, zo nodig gebruik makend van de middelen van 22

23 de Samenwerkingsverbanden (op grond van de invoering Passend Onderwijs met ingang van augustus 2014). De Werkschool verder uitbreiden De pilot Werkschool is eind 2014 geëvalueerd en afgerond. De resultaten zitten vooral in de kracht van de aanpak die gericht is op het geleiden van leerlingen uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs en het Praktijkonderwijs naar een duurzame arbeidsplaats. In het kader van ESF (Europees subsidiefonds op het gebied van werkgelegenheid) is de Werkschoolaanpak ook prominent verankerd. Met het onderwijsveld zijn daarover afspraken gemaakt. De Werkschool wordt naast ESF door gemeente (P-budget) en scholen gecofinancierd. Relevante (beleids)nota s Koersdocument hervorming sociaal domein, onderdeel Zorg voor Jeugd (2014) Beleidsplan zorg voor jeugd (2014) Omvormingsplan zorg voor jeugd Friesland (2014) Kompas transitie Jeugdzorg (2013) Regionaal transitie-arrangement Jeugdzorg Fryslân (2013) Nota Onderwijshuisvesting in Nieuwe Tijden (2012) Kadernota Harmonisatie kinderopvang, peuterspeelzalen, VVE (2011) Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Aanpak onderwijs & arbeidsmarkt

24 Sociaal maatschappelijke ontwikkeling 1. Verdere ontwikkelingen uitvoering WMO-taken In 2014 is het Koersdocument transitie sociaal domein vastgesteld. De verdere uitwerking is vastgelegd in het beleidsplan WMO, de Verordening WMO 2015, een uitvoeringsplan WMO en de beleidsregels WMO. Daarnaast wordt er in 2015 nog ingezet om de samenwerking gemeente en zorgverzekeraar verder te ontwikkelen en uit te bouwen, er worden meer algemene voorzieningen ontwikkeld en er wordt beleid ontwikkeld op het gebied van verbinding wonen, zorg en welzijn. Verder wordt in 2015 nieuw beleid ontwikkeld en uitgevoerd op het gebied van maatwerkvoorzieningen en willen we de indicatiestelling verder vereenvoudigen. Inzet Sociale wijkteams Er is een dekkend netwerk aan wijkteams verdeeld over het Leeuwarder grondgebied. Inwoners kunnen bij een wijkteam terecht voor ondersteuning op alle leefgebieden. De wijkteams gaan ook zelf op mensen af en werken daarmee preventief, om dreigende escalaties te voorkomen. De wijkteams voeren nieuwe en gewijzigde taken uit op het gebied van niet alleen WMO maar ook participatie en jeugdzorg. De implementatie van die taken loopt gefaseerd. Er wordt geëxperimenteerd met jeugd- en gezinsteams. De ervaringen hiermee worden gemonitord. De ervaringen van Mienskipssoarch met de uitvoering van WMO-taken zijn samen met MO-zaak passend geïmplementeerd en worden in 2015 doorontwikkeld. Taken op het gebied van participatie draagt de gemeente in 2015 over aan de wijkteams. Er wordt ook geïnvesteerd in een goede samenwerking tussen de wijkteams, specialisten, ketenpartners, bewoners, vrijwilligers etc. door het maken van goede afspraken of het uitvoeren van pilots. Zo is er een pilot voor een goede samenwerking tussen de wijkteams en Fact-teams van de GGZ en VNN. Voor (dreigende) escalaties wordt een pool van werkers ingericht waar een beroep op gedaan kan worden. Uitvoeringsprogramma regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling In 2014 wordt er een regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld en deze wordt in 2015 zowel lokaal als regionaal uitgewerkt in de vorm van uitvoeringsprogramma s. 2. Nieuw stelsel van cliëntparticipatie ontwikkelen In 2014 is een nieuw stelsel van cliëntparticipatie ontwikkeld dat vanaf 1 januari 2015 van kracht wordt. 3. Burgerinitiatieven faciliteren en stimuleren via o.a. het Mienskipsfonds Ook in 2015 staan we open voor initiatieven op het gebied van burgerkracht. Burgerkracht is een ontwikkeling waarbij bewonersgroepen problemen die zij ervaren op een eigen manier willen oplossen met of zonder hulp van de overheid. Deze ontwikkeling sluit aan bij de gemeentelijke visie op de 3D s en de doorontwikkeling van de coöperatie Amaryllis. De rol die wij als gemeente hebben is wisselend per initiatief. Soms hebben we een faciliterende rol en soms hebben we een stimulerende rol om bewonersparticipatie te ontwikkelen in lijn met het nieuwe Mienskipsfonds (waarvoor extra beschikbaar is in 2015), wijkondernemerschap, Big Society, Empowerment en het Wijken- en Dorpenbeleid. 24

25 4. Wijken en dorpen In het Collegeprogramma is structureel geld beschikbaar gesteld voor de accommodatiebeheerders van de wijkcentra Nijlân, Knooppunt, MFC Westenkwartier, Bilgaard en Heechterp Schieringen. Daarnaast is er voor de beleidsregel Activiteiten buurt-, wijk- en dorpshuizen geld beschikbaar gesteld voor de wijkcentra in Aldlân, Oranjewijk, Molenpad, KIO en Cambuursterhoek en de nieuwe dorpshuizen. 5. Terugbrengen opvangvoorzieningen naar de kerntaak Mensen in de maatschappelijke opvang moeten zo snel mogelijk de weg terugvinden naar meer reguliere huisvesting en ondersteuning met als doel om zoveel mogelijk zelfstandig te wonen. De ambulante begeleiding wordt in 2015 waar mogelijk overgedragen aan de sociale wijkteams. De opvangvoorzieningen kunnen zich daardoor vooral richten op hun kerntaak: bad, bed, brood en resocialisatie. Met resocialisatie wordt bedoeld dat iemand tijdens verblijf in de opvang wordt klaargestoomd voor zelfstandig wonen met een goede overdracht naar woonbegeleiding. Urgent is dat de opvang deze kerntaak in de vangnetfunctie kan blijven uitvoeren in goede samenwerking met de wijkteams en andere samenwerkingspartners zoals Fact-teams. De toekomstvisie is steeds meer toe te werken naar zelfstandig wonen en minder naar voorzieningen. In 2015 wordt ervaring opgedaan met housing first om voor de toekomst op door te ontwikkelen. In deze visie zit ook een onderzoek naar efficiencyverbetering, waarbij gedacht kan worden aan crisisopvangvoorzieningen, inloopvoorzieningen en andere taken. Relevante (beleids)nota s Koersdocument hervorming sociaal domein, onderdeel WMO 2015 (2014) Richtinggevende kaders drie decentralisaties en doorontwikkeling Amaryllis (2013) Regionaal kompas Leeuwarden/Fryslân voor de WMO-prestatievelden 7, 8 en 9 (2012) Uitvoeringsprogramma Zwerfjongeren (2012) Beleidsplan WMO 2013 (2012) Koers maatschappelijk vastgoed (2012) Beleidsnota Maatschappelijk nuttig werk (2011) Veranderagenda WMO (2010) Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Mienskipsfonds Wijken en dorpen (exploitatie en activiteiten dorpshuizen)

26 Werk en inkomen 1. Focussen op sociale deelname en participatie als hefboom Mensen die maatschappelijk actief zijn, hebben meer binding met de wijk en samenleving. Bovendien maken ze minder gebruik van voorzieningen. We stimuleren dat mensen meedoen in de wijk. Wie deelneemt aan maatschappelijke activiteiten bouwt mee aan sociale netwerken. Anderen kunnen daar weer een beroep op doen. Meedoen zien we dus ook als investering in menselijk en maatschappelijk kapitaal. De uitvoerders (waaronder sociale wijkteams en de gemeente) hebben een belangrijke rol in de cultuurverandering bij cliënten. Hier ligt, zeker in het uitdragen van de visie participeren als hefboom veel missiewerk. Het belang van werken en actief zijn, moet worden ingezien, (conform het motto werken is het doel en participeren de norm ) ondanks het feit dat men hier mogelijk niet direct financieel op vooruit gaat. Projecten als de Kracht van Leeuwarden en de Boostprojecten moeten hier aan bijdragen. We houden werkzoekenden voor dat werk naar werk leidt en flexwerk een opstap kan zijn naar duurzame uitstroom. Het uitgangspunt is werk boven uitkering. Hier gaan we duidelijk over communiceren. 2. Bevorderen van herintreden en participatie wijkgericht, lokaal en regionaal Ondernemerschap stimuleren Gevestigde, startende, arbeidsongeschikte, oudere en beëindigende ondernemers worden ondersteund. We geven daarbij extra ruimte aan het integraal startersbeleid door zelfstandig ondernemerschap in de wijkaanpak expliciet te faciliteren. Daarnaast wordt bekeken of er regelluw en met gebruikmaking van de mogelijkheden vanuit de Participatiewet extra mogelijkheden kunnen worden aangeboord tot het versterken en instandhouden van ondernemerschap. Mensen met een arbeidsbelemmering geschikter maken voor participatie en werk Samen met de sociale partners en de Friese gemeenten gaan we een Werkbedrijf vormen om mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te helpen bij reguliere werkgevers of via beschut werk. Hierover gaan we concrete afspraken maken. Verschillende (nieuwe), maar ook bestaande instrumenten gaan we in dit regionale Werkbedrijf in onderlinge samenhang beoordelen en inrichten. Werkzoekenden regionaal matchen op vacatures We gaan fors inzetten op het concreet vormgeven van een vergaande regionale samenwerking. Het regionale Werkbedrijf vervult hierin een spilfunctie. De samenwerking is gericht op het effectiever acteren in de arbeidsmarktregio. Vanuit het regionale Werkbedrijf wordt deze regionale samenhang in praktijk gebracht. Dit richt zich vooral op werk en participatie. Eén van de belangrijkste opgaves hierin is om mensen richting de arbeidsmarkt te bewegen door vraag en aanbod (op regionaal niveau) bij elkaar te brengen. De Sociale Werkvoorziening anders inrichten We werken er naartoe dat de sociale werkvoorziening op verantwoorde wijze (versneld) wordt afgebouwd tot de omvang van beschut werken in de zin van de Participatiewet. Hierbij hanteren we als leidend principe een proces van beheersing en fasering. De inzet is, dat de krimp met ongeveer 67% van de huidige omvang in 2019/2020 gerealiseerd zal zijn. 26

27 3. Armoedebestrijding Armoede bestrijden door lagere woonlasten Onder minima zijn de woonlasten een steeds groter onderdeel van de maandelijkse uitgaven. De kosten nemen toe door verlaging van de huurtoeslag, stijging van de huurprijzen en hogere energiekosten. Daar staat niet altijd een toename van het inkomen tegenover. Dit maakt het terugdringen van de woonlasten van belang. De lastenverlichting wordt bereikt door verduurzaming van de woningen en energiebesparende interventies. Het betreft veelal fysieke maatregelen die verder toegelicht worden in het programma Fysiek: Wonen en milieu. Schulden voorkómen ( extra in 2015) Voorkomen is beter dan genezen. Er wordt gestreefd naar het verbeteren van de effectiviteit van de interventie op het terrein van preventie. Bij gezond financieel gedrag gaat het om het in balans brengen van inkomsten en uitgaven, het optimaal gebruik maken van voorzieningen en sparen om onvoorziene uitgaven te kunnen opvangen, zodat achterstanden worden voorkomen. Onnodige maatschappelijke kosten als gevolg van schulden moeten worden voorkomen. De preventie wordt planmatig opgepakt en is verwoord in een preventieplan. De preventieaanpak richt zich op de vroegsignalering en reguliere preventieactiviteiten. Er is specifiek aandacht voor de groepen die steeds vaker financiële problemen hebben: jongeren, inwoners die met een inkomensterugval te maken hebben, WWB-ers en ondernemers. Er wordt gericht gecommuniceerd en geadviseerd over belangrijke life-events, zoals baanverlies en echtscheiding. In de aanpak worden zoveel mogelijk mensen uit dezelfde doelgroep ingezet (denk hierbij bijvoorbeeld aan een project voor en door jongeren). We gaan door met de aanpak vroegsignalering. Ook blijven we met de sociale wijkteams en Ping inzetten op het bieden van laagdrempelig financieel advies en begeleiding. Speciaal voor jongeren wordt er aansluiting gezocht bij het Stedelijk informatie- en adviespunt voor jongeren, om ook daar financieel advies te bieden. Curatieve schuldhulpverlening 2015 en verder ( ) Een belangrijke pijler van de visie Schuldhulpverlening (2011), welke past binnen het Leeuwarder model van het sociaal domein, is het herinrichten van de curatieve schuldhulpverlening en het verlagen van de kosten. Het optimaliseren van de herinrichting van de curatieve schuldhulpverlening wordt voortgezet. In 2015 worden de eerstelijnstaken binnen de particuliere curatieve schuldhulpverlening bij de sociale wijkteams belegd ( ). De aanpak voor de curatieve schuldhulpverlening voor de (ex)ondernemers blijft gehandhaafd ( ). Om een goede prijskwaliteitverhouding te realiseren voor de curatieve schuldhulpverlening wordt in 2015 een aanbestedingstraject opgestart. Optimaliseren vangnet/minimaregelingen Met de minimaregelingen wordt een vangnet geboden aan de bewoners die tijdelijk en soms ook langere tijd gebruik moeten maken van de gemeentelijke voorzieningen. De afgelopen jaren is duidelijk geworden wat werkt en vooral niet werkt binnen de minimaregelingen. Daarnaast zijn er van Rijkswege ook maatregelen getroffen die het noodzakelijk maken om de minimaregelingen aan te passen en keuzes te maken over de inrichting van het vangnet. Voor 2015 wordt er een verdere slag gemaakt in de deregulering en worden er wijzigingen aangebracht in de minimaregelingen en het vangnet. Uitvoering kindpakket monitoren Kinderen moeten zich optimaal kunnen ontwikkelen ongeacht het gezinsinkomen. Daarom is in 2014 het kindpakket ingesteld. In 2015 wordt het Kindpakket voortgezet en worden afhankelijk van de resultaten van 2014 en de mate van effectiviteit eventueel andere accenten gelegd ten aanzien van de invulling van het kindpakket. Hiervoor is extra beschikbaar in Belangrijke partners in de uitvoering van het kindpakket zijn de fondsen (Jeugdsportfonds, Jeugdcultuurfonds, 27

28 stichting Leergeld) en de wijkteams. Met hen maken we afspraken over de uitvoering van het kindpakket. Deze partijen ontvangen van de gemeente subsidie voor de uitvoering van het Kindpakket. Samenwerkingsafspraken met partners in convenant vastleggen Bij de armoedebestrijding zijn vele partijen betrokken. Een aantal van deze partijen ontvangen voor hun activiteiten binnen de armoedeaanpak een financiële ondersteuning van de gemeente. Met de belangrijkste partijen die tot het netwerk behoren worden samenwerkingsafspraken gemaakt die moeten leiden tot meer effectiviteit van de armoedeaanpak. In 2015 worden de afspraken vastgelegd in een Armoedepact. Relevante (beleids)nota s Koersdocument hervorming Sociaal domein, onderdeel Participatie (2014) Ontwikkelprogramma Armoede (2013) Herstructurering Sociale Werkvoorziening Fryslân (2012) Beleidsnota In eigen Hand, schuldhulpverlening nieuwe stijl (2011) Visie dienstverlening Werkplein (2011) Kadernota Handhaving sociale zekerheid (2009) Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Schuldhulpverlening Armoedebeleid (kindpakket)

29 Sport 1. Meer sport en bewegen stimuleren Buurtsportcoaches stimuleren sport en beweging op scholen, in dorpen en wijken In deze raadsperiode worden de buurtsportcoaches breder ingezet. In 2015, 2016 en 2017 organiseren de coaches activiteiten voor basisschoolleerlingen en jongeren zowel binnen schools als in het naschoolse, ondersteunen zij sportverenigingen en gaan zij beweegactiviteiten voor bewoners in de wijk uitvoeren. Dit laatste is een nieuwe taak, waarvoor zij aansluiten bij de sociale teams in de gemeente. In 2015 worden onder meer de mogelijkheden van inzet binnen de Integrale Kindcentra onderzocht. Het doel van de coaches is om zoveel mogelijke inwoners van onze gemeente aan het sporten en bewegen te krijgen. Het bewegen is een doel op zich bijvoorbeeld door het leren van nieuwe vaardigheden. En ook een middel: door het bewegen en sporten meedraaien in de samenleving, bevorderen van maatschappelijke participatie en bijdrage aan een goede gezondheid. Werkzoekenden werkervaring laten opdoen bij sportclubs De gemeente heeft een voortrekkersrol in het verbinden van sport en participatie/arbeidsmarkt. In 2014 is hiervoor een intentieverklaring Sport en Arbeidsmarkt ondertekend door NOC NSF, Team Sterk, UWV en de gemeente Leeuwarden. In 2015 worden in dit kader projecten als Talentencentrum en LacFrisia (een wijk-praktijkvereniging) voortgezet. 2. Beheer en onderhoud accommodaties Vaststellen nieuw sportaccommodatiebeleid Als gevolg van de herindeling met het noordelijk deel van de voormalige gemeente Boarnsterhim moet het sportaccommodatiebeleid worden geharmoniseerd. Omdat het beleid hierop in beide gemeenten verschillend was (onder andere ten aanzien van tarieven en onderhoud) wordt in 2015 een nieuw sportaccommodatiebeleid aan de raad aangeboden. De volgende elementen worden hierin opgenomen: o meer eigen verantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid van sportverenigingen: de mogelijkheden hiertoe worden in 2014 onderzocht en uitgewerkt o harmonisatie van tarieven voor het gebruik van sportaccommodaties o inventarisatie en oplossing van acute knelpunten o ontwikkelingen in sport en bewegen en consequenties daarvan voor kwantiteit en kwaliteit van sportaccommodaties Door vaststelling van het nieuwe sportaccommodatiebeleid kan de gemeente Leeuwarden in de komende jaren beschikken over voldoende basisvoorzieningen om haar bewoners te laten sporten en bewegen. Relevante (beleids)nota s Sport- en beweegbeleid : Samen werken aan sport en bewegen in de gemeente Leeuwarden (2012) Evaluatie combinatiefuncties Leeuwarden (2012) Herijking relatie gemeente BV Sport (2005) 29

30 Wat mag het kosten? Programma Saldo programma Rekening Begroting Begroting Begroting Bedragen x Begroting Begroting (lasten -/- baten) Cultuur Jeugd en onderwijs Sociaal maatschappelijke ontwikkeling Werk en inkomen Sport Totaal saldo Toelichting substantiële mutaties 2015 t.o.v. 2014: Het Rijk heeft de middelen voor de nieuwe taken op het gebied van WMO en Jeugdwet incidenteel gefinancierd in Vanaf 2016 introduceert het Rijk een nieuw objectief verdeelmodel. Bedragen x Cultuur Lasten Baten Saldo Kunst en cultuur Historisch Centrum Leeuwarden Totaal Jeugd en onderwijs Lasten Baten Saldo Leerlingenzorg Onderwijsachterstandbestrijding Volwasseneneducatie Hoger onderwijs Zorg voor de Jeugd Kinderopvang Totaal Sociaal maatschappelijke ontwikkeling Lasten Baten Saldo Opvang en zorgverlening Ouderen- en gehandicaptenzorg Totaal Werk en inkomen Lasten Baten Saldo Arbeidsmarkt en sociale integratie Inkomensvoorziening Lijkbezorging Sociale integratie achterstandgroepen Armoedebestrijding Totaal Sport Lasten Baten Saldo Sport en ontspanning Totaal

31 Impuls Sociale Investeringen (ISI) Bedragen x ISI Totaal

32 2.2.2 Programma Fysiek Onze activiteiten op het gebied van economie en toerisme, wonen en milieu, infrastructuur en mobiliteit, ruimtelijke ordening en beheer leefomgeving. Betrokken portefeuillehouder(s): H. Deinum, H. van der Molen, T. Koster en I. Diks Wat willen we bereiken? Strategisch algemeen doel Een krachtig en aantrekkelijk Leeuwarden en een klimaat dat stad, regio én mensen in beweging brengt. Doelstellingen Iedereen de ruimte. Met elkaar willen we een levendige en bereikbare gemeente realiseren. Zorgen voor dorpen en wijken waar mensen nu en later duurzaam kunnen leven. Om dit te bereiken investeren we verder in de versterking van de binnenstad, het Stationsgebied en Grou. Samen met woningcorporaties en huiseigenaren verduurzamen en verbeteren we de bestaande woningvoorraad in de gemeente om betaalbaarheid en woonkwaliteit te waarborgen. En we investeren in de kwaliteit van de leefomgeving, de infrastructuur en bereikbaarheid; onder meer via het programma Vrij-Baan. Bovendien werken we aan een klimaat dat stad en regio in beweging brengt. Wat gaan we daarvoor doen en met wie? Economie en toerisme 1. Banen creëren via relatiebeheer en acquisitie Het relatiebeheer (accountmanagement) is gericht op alle bedrijven in Leeuwarden met meer dan 25 werknemers. Het beoogt de bestaande bedrijven te faciliteren en uitbreiding c.q. behoud van werkgelegenheid te stimuleren. Bedrijfscontact, thema- en clusterbijeenkomsten en projecten vormen de inhoud. Acquisitie is gericht op de speerpunten water en melk, financiële dienstverlening en binnenstad. Daarnaast heeft het aantrekken van werk voor lager geschoolden prioriteit. Uitvoering en aanpak worden vastgelegd in het acquisitieplan. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente wordt gebruikt om de regionale werkgelegenheid te stimuleren. Dat gebeurt door informatie te verstrekken via relatiebeheer en accountmanagement, voorlichting over de aanbestedingskalender en social return. 2. Banen creëren via regionale samenwerking In samenwerking met de F4-gemeenten Met de gemeenten Smallingerland, Heerenveen en Súdwest-Fryslân wordt samengewerkt in F4 1 - verband. Basis is een uitvoerings- en een ontwikkelagenda voor de jaren 2014 en F4 staat voor 4 Friese gemeenten. 32

33 Voor ontwikkeling en uitvoering is in totaal jaarlijks beschikbaar. Hiermee worden ook lobby-activiteiten en Brusselse contacten gefinancierd. Extra capaciteit voor uitvoering wordt geleverd door de gemeente Heerenveen. 3. Economische innovaties Wij geven uitvoering aan het topsectorenbeleid van Nederland en concentreren ons op water en zuivel. Innovatie van onze economie is een gezamenlijke opgave van gemeente, bedrijfsleven en kennisinstellingen in Leeuwarden. Ook de bewoners spelen een steeds prominentere rol bij innovaties. In het kader van onder andere de Noordelijke RIS-strategie hebben we als gemeente een heldere positie samen met de kennisinstellingen, bedrijven en andere overheden ingenomen. We willen ons profileren op de volgende zaken, wanneer het economische innovatie betreft: 1. Leeuwarden Capital of Water Technology: hoofdopgaaf kenniswerkers in Leeuwarden/Fryslân en Dairy Valley: hoofdopgaaf: Leeuwarden is in 2020 hét internationale competence centre voor agrofood van Europa met topopleidingen in de Dairy keten, plus specialisaties in Health en Applied Sustainability. 3. Leeuwarden CH2018 hoofdopgaaf: stad die bottum up innovaties faciliteert en verder brengt, dit doen we op een vraag gestuurde wijze. Met deze thema s sluiten we aan op Europese en Regionale ondersteuningsmogelijkheden en ook zijn er op de Leeuwarden campussen en daarbuiten diverse partijen die werken aan deze ambities. In 2015 gaan we gezamenlijk met diverse partijen hier nader invulling aan geven. Belangrijke concrete acties die we in de periode 2015 gaan oppakken zijn (niet limitatief): 1. Ondersteuning van de doorstart van de Inqubator Leeuwarden (broedplaatsfunctie voor start-ups) en ondersteuning van (pre)starters. 2. Ondersteuning van innovaties door leningen vanuit het participatiefonds voor MKB-bedrijven (totaalomvang 1,25 mln). 3. Samenwerking versterken rond de Dairy spelers in samenwerking met de provincie en Van Hall-Larenstein (regionale overheid, bedrijvigheid en onderwijs/kennis). 4. Versterking van de samenwerking tussen overheid en de watercampus-spelers en het bedrijfsleven door samen met de provincie en watercampuspartijen de governance te versterken verhuur van vierkante meters en acquisitie van watertechnologie-bedrijvigheid op de watercampus is daarbij een belangrijke concrete actie. 5. Faciliteren van bottom-up initiatieven indien deze passen bij onze speerpunten (Dairy, Watertechnologie en CH2018 economische bottum-up innovaties); als deze werkgelegenheidseffecten opleveren en indien we als gemeente toegevoegde waarde bieden ten opzichte van het initiatief. 6. Faciliteren van innovatie en verhuur en verkoop van (bedrijfs)ruimten op de Watercampus en Dairy Campus (vooral Newtonpark IV en III). 4. Het vestigingsklimaat versterken Marketing De economische marketing van Leeuwarden ondersteunt de acquisitie, de speerpunten (water, melk, detailhandel Binnenstad en financieel zakelijke dienstverlening) en het innovatiebeleid. Voor wat betreft water(technologie) richt de gemeente zich vooral op acquisitie, de vermarkting van de Watercampus (2 e fase) en eventsgericht op de economische doelgroep. De Wateralliantie en Wetsus verzorgen het overige spectrum. Voor food en melk is een marketingaanpak in voorbereiding (samen 33

34 met partners: provincie, onderwijs, Dairy Campus en gemeente Heerenveen). Marketing en communicatie van Groen werkt! vormt onderdeel van het programma dat samen met de Provincie Fryslân wordt uitgevoerd. Voor de financiële dienstverlening zijn resp. worden afzonderlijke marketingproducten ontwikkeld (toepassen van het Buck-model 2 ). De vermarkting van de Binnenstad loopt mee in de gemeentelijke stadsmarketing, met accent op Beste Binnenstad, evenementen, CH2018 en social media. Beïnvloeden omvang en kwaliteit huisvestingsaanbod bedrijven De beïnvloeding van de omvang en kwaliteit van het huisvestingsaanbod van bedrijven is uitgesplitst naar detailhandel, kantoren en overige bedrijfshuisvesting. Acties en instrumenten die we toepassen zijn o.a. een instrument voor het verbeteren van de vastgoedwaarde voor eigenaren, verduurzaming verbeteren door kennis te delen en toepassingsgericht onderzoek i.c.m. Groen werkt! en het stimuleren en faciliteren van transformatie van het areaal kantoor- en bedrijfsruimte. Ontwikkelen nieuw aanbod De leegstand van winkels is geëvalueerd. In het najaar van 2014 wordt gesproken over de follow-up van de aanpak. Het beleid ten aanzien van kantoren en bedrijventerreinen is vastgelegd in twee notities, die najaar 2014 worden besproken in de Raad. Ten aanzien van kantoren ligt er het vraagstuk van leegstand. Met de Provincie Fryslân en de F4-gemeenten vindt overleg plaats over het schrappen van plancapaciteit, d.w.z. de ruimte die in bestemmingsplannen zit voor kantoren verminderen. In 2015 wordt nader onderzoek gedaan naar de invoering van een leegstandverordening. Ander vraagstuk betreft de veroudering van het kantorenbestand. Hiernaar is onderzoek uitgevoerd om na te gaan wat de omvang van het probleem is en welke rol de gemeente kan spelen om te stimuleren dat tijdig het juiste aanbod op de juiste plaats aangeboden kan worden. Enige locaties voor nieuwbouw in Leeuwarden zijn het stationsgebied en de Overijsselselaan. Op het vlak van de overige bedrijfshuisvesting wordt eveneens afstemming nagestreefd in provinciaal- en F4-verband. Aanleiding vormt de actualisering van de bedrijventerreinenmonitor van de Provincie Fryslân. Naast profilering van de locaties wordt de ontwikkeling van Newtonpark III voorbereid. 5. Het voor bedrijven aantrekkelijk maken om te investeren in projecten op het gebied van water, energie, agrifood, toerisme en binnenstad Naast acquisitie, marketing en versterking van het vestigingsklimaat wordt het investeren in Leeuwarden aantrekkelijk gemaakt door participatie- en financieringsinstrumenten in te zetten (groen innovatiefonds, arbeidsmarktmaatregelen, regelingen Wurkje Foar Fryslân), door multiplierwerking van investeringsprojecten (Stationsgebied, Harmoniekwartier, Blokhuispoort) in de stad en door gebruik te maken van de positieve flow die is ontstaan rond CH2018 en tenslotte door gericht beleggers te interesseren voor het investeren in Leeuwarden. 6. Duurzame ontwikkeling en watertechnologie stimuleren via Groen Werkt! We gaan aan de slag langs de volgende lijnen: A. Watertechnologie innovatie-aanpak & internationalisering B. Dairy samenwerking & innovatieprojecten C. Gebouwde omgeving D. Duurzame mobiliteit (groen gas en elektrische mobiliteit) E. Overige duurzame energieprojecten en groen innovatiefonds 2 Buck-model is een model voor vergelijking van vestigingsplaatsen. 34

35 De provincie en gemeente stellen in 2014 een gezamenlijke projectopdracht op die concrete invulling geeft op projectniveau. Uitvoering hiervan start in De provincie draagt van 2014 t/m 2018 jaarlijks bij aan de aanpak Groen Werkt! De gemeente doet in 2015 een bijdrage van , aangevuld met personele inzet. Innovaties (A en B) De aanpak Groen Werkt! heeft overlap en geeft deels invulling aan de economische innovaties. Wij richten daarnaast een subsidiefonds in voor zowel bewoners als bedrijven en kennisinstellingen. Dit zijn twee transitiefondsen die partijen ondersteunen bij de realisatie van (innovatieve) verduurzamingsprojecten. Deze hebben een respectievelijke omvang van en Gebouwde omgeving (C) Hiervoor verwijzen wij naar het programma Fysiek, onderdeel wonen en milieu. Duurzame mobiliteit (D) Ook in 2015 is de regeling voor duurzame mobiliteit van kracht, waarbij de gemeente vooral het rijden op groen gas stimuleert met een subsidiebedrag op de aanschaf. Met het structureel uitrollen van een elektrische laadinfrastructuur wordt elektrisch rijden gestimuleerd. Eetbare stad (E) Leeuwarden profileert zich op het gebied van Stadslandbouw. We willen een goede gastheer zijn en staan open voor praktische initiatieven, stimuleren educatie en faciliteren symposia en congressen door het beschikbaar stellen van ruimte. We hebben een programma opgesteld voor een tijdsperiode van 3 jaar ( ). Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande initiatieven. We starten een onderzoek naar de herintroductie van schooltuinen en stellen in samenwerking met Hogeschool Van Hall-Larenstein een programma op. Leeuwarden is in 2015 Hoofdstad van de Smaak. Dit hanteren we als vliegwiel om de productie- en consumptiemarkten van streekproducten uit te bouwen en ketens te starten. 7. Stad én regio meer in de schijnwerpers zetten In 2015 willen we de positieve trend die heerst na uitverkiezing CH2018, Serious Request en andere successen voortzetten. Meer bezoekers die langer blijven en die bovendien hun positieve ervaring over Leeuwarden delen met hun (online) netwerk. Gerichte marketing (focus), succesvolle productmarkt combinaties. Wij zetten in op: - gastvrijheid (in lijn Gastvrij Grou); - informatievoorziening (online en offline); - productontwikkeling: evenementen/attracties (trekken/ontwikkelen, citydressing o.a. in de vorm van bloembakken, vlaggen en digitaal welkom); - imago Leeuwarden (online marketing, beïnvloeden sociale netwerken/doelgroepen, free publicity via social media (twitter, apps, etc.); - acquisitie (zakelijk toerisme/congressen). Alle inzet is erop gericht om Leeuwarden klaar te stomen voor Jaarlijks minimaal 2 evenementen, van (inter)nationale allure ( altijd wat te doen ), elk jaar gastvrijer. Binnen de positionering Leeuwarden is CH2018, blijven de sterke merken van Leeuwarden binnenstad en water centraal staan. Er wordt nauw samengewerkt met de nieuwe regiomarketingorganisatie en CH2018 (op relevante thema s) en ondernemers (Platform Marketing Binnenstad, Toeristisch Netwerk, 35

36 ondernemersnetwerk Grou). De rol van de gemeente verschuift steeds meer naar faciliteren, verbinden en als katalysator fungeren. 8. Verkoop niet-strategisch vastgoed Onder de noemer niet-strategisch vastgoed vallen objecten die de gemeente in eigendom heeft, maar die vanuit historisch perspectief geen toegevoegde waarde hebben, niet (meer) nodig zijn voor de bedrijfsvoering van de gemeente en niet langer dienen ter ondersteuning van de gemeentelijke organisatie. Objecten die onder deze noemer vallen worden in principe afgestoten, tenzij ze rendabel worden geëxploiteerd c.q. een positieve bijdrage leveren aan de gemeentelijke begroting. De marktontwikkelingen in de afgelopen jaren hebben het afstoten van deze objecten bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Daarbij komt nog dat de objecten veelal staan op locaties die minder tot niet courant zijn. Bovendien zijn de meeste objecten, ondanks de locatie, verhuurd. De markt lijkt zich te herstellen. Om van die ontwikkeling te kunnen meeprofiteren gaan we in 2015 onderzoeken, liefst samen met marktpartijen (bijvoorbeeld makelaars, woningbouwcorporaties, ontwikkelaars) op welke wijze en tegen welke investeringen de objecten (of de locaties) voor potentiële kopers aantrekkelijk kunnen worden gemaakt. 9. Onderzoek verkoop erfpachtpercelen We gaan in 2015 een onderzoek opstarten naar de (on)mogelijkheden van de verkoop van erfpachtpercelen. Daarbij wordt niet alleen helder in beeld gebracht wat de baten van die verkoop kunnen zijn (incidenteel), maar ook welke gevolgen de verkoop heeft voor de huidige structurele opbrengsten uit de erfpachtcanons. Overigens is het op dit moment voor de erfpachthouders al mogelijk om die erfpacht af te kopen en daarmee eigenaar te worden van het erfpachtperceel. Van deze mogelijkheid wordt incidenteel gebruik gemaakt. 10. Besluiten over beste invulling Blokhuispoort De besluitvorming over de invulling van de Blokhuispoort vindt naar verwachting in het najaar van 2014 plaats. Relevante (beleids)nota s Uitvoeringsprogramma duurzame energie provincie Fryslân (2013) Uitvoeringskader watertechnologie provincie Fryslân (2013) Aanpak slim met energie en water (2011) Kantorenmonitor (2012) Regionaal bedrijventerreinplan (2011) Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden (2014) Nota s Grondbeleid Leeuwarden en Boarnsterhim (2012) Evaluatie evenementenbudget (2011) 36

37 Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Economisch beleid, profilering & acquisitie Groen werkt! Toerisme, marketing & evenementen Economische Participatie: Krediet verlenen leningen Risicoreservering in reserve economische participatie 400 Ontwikkeling Blokhuispoort: Krediet ontwikkeling Blokhuispoort Kapitaallasten krediet ontwikkeling Blokhuispoort

38 Wonen en milieu De kaders van de woningmarkt zijn nog altijd sterk in beweging. Zowel de waardeontwikkeling van woningen, woonbehoeften, financiering en consumentenvertrouwen als wet- en regelgeving (bijvoorbeeld rond corporaties en zorg) zijn aan veranderingen onderhevig en moeilijk voorspelbaar. Dit maakt dat we frequenter beleid en vooral de uitvoering moeten actualiseren en verfijnen. In deze periode worden de nota Wonen en de prestatieafspraken met de corporaties op onderdelen bijgesteld. Daarbij krijgen we per 2015 te maken met nieuwe Rijkskaders waardoor onder meer de prestatieafspraken met corporaties een meer verplichtend karakter krijgen. Dit brengt weliswaar veranderingen, in Leeuwarden wordt al langer in de lijn van deze kaders gewerkt. 1. Verbeteren en verduurzamen bestaande woning voorraad Verbeteren en verduurzamen bestaande woningvoorraad huursector wooncorporaties Met de corporaties worden onze afspraken over het (energetisch) verbeteren van hun woningvoorraad zoals vastgelegd in het Leeuwarder Bestek uitgevoerd. Verduurzamen mag daarbij niet leiden tot hogere woonlasten. De afspraak is renovatie van 425 woningen per jaar met 2 label stappen (Leeuwarder Bestek). We gaan met de corporaties onderzoeken hoe we een hogere ambitie voor de renovatieopgave kunnen bereiken. Daarbij worden de ervaringen en leerpunten uit het voorbeeld van de renovatie bij Bilgaard (Slim en Snel) met externe financiering en andere landelijk trajecten (stroomversnelling) gebruikt. Verbeteren en verduurzamen bestaande woningvoorraad particuliere eigenaren Vanuit het energieloket Slim Wonen in Leeuwarden stimuleren we kwaliteit en marktgroei. Met het project energiebesparing in de gebouwde omgeving streven we naar een versnelling van de autonome woningverbeteringen (420 renovaties per jaar met een 20-40% verlaging van energie, behouden van 40 banen, uitgelokte investering van 1,2 mln). Maatregelen om deze doelstellingen te halen zijn: - Mee te werken met initiatieven vanuit de regionale bouw- en vastgoedsector zoals vereniging SLIM ( Samenwerking met 30 lokale bouwbedrijven). - Ondersteunen van wijken en wijkambassadeurs. 5-6 wijken krijgen extra ondersteuning van koplopers (van onderop). Cursussen in samenwerking met NHL voor wijk-ambassadeurs (30 deelnemers). - Faciliteren in financiering waar de markt niet kan/wil. De effectiviteit van de duurzaamheidslening wordt gemonitord en innovatieve financieringsvormen worden onderzocht in samenwerking met de provincie. Energieneutrale renovatiepakketten en financieringsmogelijkheden worden ontwikkeld in samenwerking met de bouwkolom, wijken en financiers. In 2015 is de ambitie om 20 woningen energieneutraal te renoveren (10 Leeuwarden, 10 rest van Fryslân) in samenwerking met de regio. Onze samenwerkingsverbanden versterken onze energiebesparingsactiviteiten. Zo is Leeuwarden in coördinator voor alle Friese gemeentes voor inzet van ondersteuningsgelden van de VNG voor de regionale energiebesparingsaanpak. Onderzoek staat van onderhoud van de bestaande woningvoorraad De ervaringen van afgelopen twee jaar rondom de constructieve veiligheid van balkons hebben geleerd dat er onvoldoende inzicht is in de staat van onderhoud van de bestaande woningvoorraad. 38

39 Er zijn in de jaren van wederopbouw veel woningen gebouwd. Deze gebouwen vergen kwalitatieve aandacht (onderhoud, renovatie); een deel van dat vastgoed raakt zelfs aan het eind van de levenscyclus waardoor vervangende nieuwbouw een scenario vormt. Voorbeelden hiervan zijn: balkonproblematiek, funderingsproblematiek (paalrot), loszittende kopgevels van flatgebouwen, asbest, elektra- en gasinstallaties. Deze problemen raken de publieke veiligheid. Eigenaren zijn daarvoor verantwoordelijk. Onze ervaring is dat zij zich niet altijd bewust zijn van bepaalde problematiek. Onderzoek is nodig om inzicht te krijgen in de staat van onderhoud, zodat bepaald kan worden wat de te treffen maatregelen zijn en wat de rol van de gemeente daarin kan zijn. Rond bijvoorbeeld de balkonproblematiek is naast de klassieke toezichthoudende rol ook naar eigenaren al initiërende, stimulerende en adviserende inbreng geleverd. Deze vernieuwing vraagt alertheid, flexibiliteit en intensieve aandacht van onze organisatie. Het inspectierapport over de brand aan De Kelders vormt mede aanleiding om de werkwijze rond brandveiligheid van panden nogmaals kritisch te bezien. We nemen samen met Brandweer, eigenaren en stakeholders zoals corporaties en Leeuwarden Studiestad extra preventieve maatregelen. Dat gaat vooral om meer voorlichting voor- en advies aan eigenaren en gebruikers. Naast het uitdrukkelijker activeren en stimuleren van anderen komen we met voorstellen voor een projectmatige aanpak met intensievere controles in de binnenstad. Dat doen we integraal en proportioneel en op basis van de criteria: ouderdom van de panden, bereikbaarheid, functiemenging (werken/wonen) en bewonerskarakteristieken. Steekproeven moeten uitwijzen of er grootschaliger dan wel structureel anders moet worden geopereerd. Extra aandacht voor energiebesparing en lastenverlichting minima (armoedebestrijding) Bij het verbeteren en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad gaat het vaak om investeringen in fysieke maatregelen. Naast en parallel aan onze activiteiten om dit te stimuleren (zie hierboven) geven we meer aandacht aan de groep minima die minder of niet in staat is om financieel te investeren. Dit willen we bereiken door de eerder uitgevoerde activiteiten te evalueren en diverse nieuwe maatregelen te onderzoeken en waar deze effectief zijn opnieuw uit te voeren. Hieronder valt o.a. voorlichting over bewust omgaan met energie, aandacht voor woonlastenbeperking in renovatieplannen van de corporaties, opleiding van energie-inspecteurs (werk/participatie trajecten) en training van wijk-ambassadeurs (in samenwerking met de NHL cursus hoe verduurzaam ik mijn woning ) en innovatieve financieringsarrangementen. Ook vanuit de 6-wijkenaanpak krijgt dit onderwerp aandacht. We maken inwoners bewust van de onderhoudsbehoefte van een woning en de bijbehorende kosten. Tevens worden vanuit deze wijkaanpak particuliere initiatieven gericht op het onderhouden van de woningen, in combinatie met energiebesparende maatregelen, ondersteund. Zo wordt op dit moment nauw samengewerkt met het bestuur van een vereniging van eigenaren waarin 132 grondgebonden woningen zijn verenigd, om te komen tot een meerjarenonderhoudsrapportage waarin woonlasten (energie + onderhoud) een belangrijke rol spelen. 2. Passende nieuwbouw Stimuleren van bouwers en ontwikkelaars duurzaam goed en goedkoop te bouwen Bruto productie Voor 2015 verwachten we een bruto productie van meer dan 500 woningen uitgaande van een groeiende bevolking (sinds 2003 is de bevolking jaarlijks met ca. 600 toegenomen). Hiervan zijn er in ieder geval zo n 160 in de gereguleerde huur. Het segment van de vrije sectorhuur groeit in belang. 39

40 Studentenhuisvesting Voldoende en kwalitatief hoogwaardige studentenhuisvesting is voor een studentenstad als Leeuwarden noodzakelijk. We implementeren met onze partners (o.a. corporaties, stichting Leeuwarden Studiestad en particulieren) in 2015 een digitaal loket, waarbij studenten toegang krijgen tot het aanbod in deze markt. Nieuwe woonvormen en initiatieven Incidenteel ontvangen we vragen rondom nieuwe woonvormen. Indien mogelijk worden deze initiatieven ondersteund. Waar dit kan, verlenen we medewerking aan nieuwe woonvormen en (lokale/coöperatieve) initiatieven. We verwachten een 2- of 3-tal van dergelijke experimenten te kunnen begeleiden. Samenwerking We werken samen met de provincie aan het uitvoeren van haar aanvalsplan voor de Friese woningmarkt. Ook in 2015 blijven we met marktpartijen in gesprek over wie wat kan en gaat bijdragen aan het optimaal functioneren van de woningmarkt. We overleggen regelmatig met partners uit het bestaande relatienetwerk Platform wonen. Duurzame woningen: energiebesparing en lastenverlichting Ook in de nieuwbouw zetten we in op verlaging van woonlasten door lagere energiekosten. We beoordelen nieuwe initiatieven op energielastenquote. In de Zuidlanden wordt bij het te ontwikkelen buurtschap Wiarda ingezet op woningen die zo weinig mogelijk en alleen elektrische energie verbruiken: all electric. Op het Sint Bonifatiuspark worden 28 energie neutrale woningen gebouwd. Uitvoeringsprogramma wonen en zorg Rond wonen en zorg wordt het contact met de stakeholders geïntensiveerd. De opgave op dit gebied wordt in beeld gebracht. Daar vloeit vervolgens, rekening houdend met een ieders rol en verantwoordelijkheid, een uitvoeringsprogramma uit voort. Versterken cultureel erfgoed door archeologie en monumentenzorg Een geactualiseerde erfgoednota met uitvoeringsprogramma is gereed in Enkele in het oog springende herbestemmings- en restauratieprojecten in de binnenstad staan op het programma: van het monumentale complex van de oude Fries Museumpanden (Kanselarij, Eijsingahuis c.a.), het Nieuw Sint Anthonygasthuis en de vroegere HCL-panden aan de Grote Kerkstraat. Monumentenzorg draagt ook in belangrijke mate bij aan het herstel van historische gevels in aanloopstraten met de subsidie Binnenstad Boppe. Het historische kleurgebruik in de binnenstad krijgt in de komende jaren bijzondere aandacht. Naast het vervolmaken van de bestaande monumentenlijst wordt in het nieuwe grondgebied gestart met de inventarisatie van potentiële gemeentelijke monumenten. De archeologische waardenkaart van dat grondgebied wordt eveneens verfijnd en opgewaardeerd. In het najaar wordt een (2 e ) monumentenmarkt georganiseerd. Het onder- en bovengrondse cultuurhistorische erfgoed wordt verder ontsloten en gepromoot. Daarbij wordt steeds vaker gebruik gemaakt van digitale mogelijkheden (via QR-codes op panden, te downloaden wandelingen e.d.). De kwaliteit en waardering van ons erfgoed worden mede met het oog op CH2018 maximaal in de etalage gezet. 40

41 3. Stevige wijkaanpak De aanpak van de aandachtswijken via de 6-wijkenaanpak (in Oud-Oost, Valeriuskwartier, Schepenbuurt en Nylân) is tot eind 2016 vastgelegd in de prestatieafspraken met de corporaties Elkien en WoonFriesland. De aanpak Heechterp-Schieringen is tot 2018 vastgelegd in afspraken met Rijk en corporaties. Gezien ook de lange termijnen die het vraagt om weer stabilisatie en daarna vooruitgang in de wijken te bewerkstelligen zetten wij de beide aanpakken door. Wel vindt er in overleg met de beide corporaties een (beperkte) heroriëntatie plaats op de 6-wijkenaanpak voor de periode 2015 t/m Belangrijkste basis van de financiering blijven de beschikbaar gestelde ISV-3 middelen voor de 6-wijkenaanpak door de gemeente. Verkend wordt of uit andere bronnen aanvullende financieringen mogelijk zijn, vooral voor de wijkprojectgroepen en hun zorg voor de actuele, dagelijkse leefbaarheidsproblemen in de wijken. Ook voor de periode 2015 t/m 2017 willen wij in de aandachtswijken werken met Wijkactieplannen. De aanpak van woonoverlast is een speerpunt (zie programma Veilig). Ook het stedelijk opererende huurteam (als controleur van de huurprijzen van kamerbewoning) blijft in 2015 vanuit de wijkaanpak gehandhaafd, evenals de aanpak particulier bezit in Oud-oost. 4. Inzameling afval In 2015 evalueren we het afvalbeleid en worden nieuwe maatregelen voorgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde landelijke doelstellingen (de landelijke ambitie is verder aangescherpt van 60-65% in 2015 naar 75% in 2020). De scheidingsdoelstelling voor Leeuwarden ligt op 60% aan het eind van deze collegeperiode. In 2015 verwachten we met de huidige maatregelen op 58% uit te komen. Dat is een prima resultaat gemeten naar gemeenten met een vergelijkbaar stedelijk karakter. Mede dankzij een goed functionerende nascheidingsinstallatie en zeer efficiënte en vanuit milieuoogpunt effectieve verbrandingsoven ligt het gerealiseerde scheidingspercentage op koers. Ook inzamelproeven die we in onze stad organiseren, zoals in Zuiderburen evenals bijzetprojecten, dragen bij aan het realiseren van onze doelen. In de zomer van 2015 vindt een tussenevaluatie plaats van de proef in Zuiderburen. In 2015 starten we een tweede inzamelproef. Het zo veel mogelijk faciliteren van herbruikbare deelstromen vormt daarbij het uitgangspunt. Met het oog op service en kostenreductie werken we samen met buurgemeenten. Bewoners kunnen nu al terecht op dichtbijgelegen milieustraten in andere gemeenten. Het openstellen van de milieustraat in Grou voor de inwoners van de gemeente Heerenveen is voor ons enerzijds van belang vanuit kostenoogpunt. Anderzijds hebben we hiermee een doorbraak geleverd in de grensoverschrijdende samenwerking tussen gemeenten m.b.t. milieustraten. Onlangs zijn we een project met andere Friese gemeenten gestart om te onderzoeken hoe grensoverschrijdende samenwerking kan leiden tot een betere dekking van milieustraten over de Provincie Fryslân, zodat de afvalscheiding verbetert en de kosten omlaag gaan. In 2015 worden op basis van de onderzoeksresultaten verdere stappen in de samenwerking verwacht. 5. Verbeteren bodemkwaliteit De afspraken met het Rijk (bodemconvenant) worden herzien. De belangrijkste huidige afspraken, en deze blijven naar verwachting intact, zijn: - Spoedlocaties met humane (gezondheids)risico s aangepakt in 2015; - Locaties met risico s voor milieu of ecosysteem bekend in 2015 en voor 2020 gesaneerd/aangepakt. 41

42 De gemeente Leeuwarden ligt goed op koers voor deze operatie. Programma s en formatie zijn afgestemd op deze beheersfase. Met de uitbreiding van het grondgebied van de gemeente Leeuwarden zijn locaties in dit betreffende gebied, die voorheen onder het bevoegd gezag van de provincie vielen, overgeheveld. Van een aantal van die locaties moet nog blijken of en in welke mate er sprake is van verontreiniging en eventuele risico s. Op basis van onderzoek daarnaar worden in 2015 het programma en budget herijkt. Relevante (beleids)nota s Nota Wonen (2012) Leeuwarder bestek: samenwerkingsafspraken tussen Elkien, Woonfriesland en gemeente Leeuwarden voor de periode 2012 t/m 2016 (2012) Afvalbeleid (2012) 42

43 Infrastructuur en mobiliteit 1. Leeuwarden Vrij-Baan Reconstructie stadsring De reconstructie van de stadsring is onderdeel van het programma Leeuwarden Vrij-Baan. Door de toenemende mobiliteit wordt de functie van de stadsring steeds belangrijker. De stadsring moet niet alleen voorzien in een goede doorstroming, maar moet ook veilig en representatief zijn. Ook in 2015 worden werkzaamheden aan de stadsring uitgevoerd. a. Europaplein en Valeriusstraat/-plein In juli 2014 heeft de Raad het definitieve ontwerp van het Europaplein met een turborotonde en drie tunnels voor voetgangers en fietsers vastgesteld. In 2015 wordt gestart met de uitvoering. In aansluiting op het Europaplein volgt de uitvoering van de Valeriusstraat/-plein waarover de gemeenteraad in mei 2013 een realisatiebesluit heeft genomen. In 2015 wordt de uitvoering van de Valeriusstraat/-plein verder voorbereid. b. Julianalaan In mei 2013 heeft de gemeenteraad ook het realisatiebesluit voor de Julianalaan genomen. In 2014 is het ontwerp verder uitgewerkt tot een Definitief Ontwerp (DO). In 2015 wordt de uitvoering van de Julianalaan ter hand genomen. Voor de reconstructie van de Julianalaan is een budget beschikbaar van in totaal 6 mln. 2. Veilig op de fiets Wijzigen voorrangssituatie rotondes in en rond Camminghaburen Waar dat mogelijk is binnen grenzen van veiligheid en bereikbaarheid, is er voor gekozen om fietsers en voetgangers voorrang op rotondes te geven. Dit is zo vastgelegd in de Richtingwijzer Fiets. Dit betekent dat op rotondes in en rond de woonwijken de fietsers en voetgangers voorrang krijgen op het autoverkeer. De automobilist is hier te gast. Op basis van deze uitgangspunten worden in 2015 de volgende rotondes in en rond Camminghaburen aangepast: Kalverdijkje/Egelantierstraat; Camminghaburg/Oenemastate; Grovestins/Frittemastate. De kosten voor dit project worden geraamd op totaal Vrijliggend fietspad Leechlân fase 2 (tussen Greate Kritewei en Warten) In 2014 is de aanleg van fase 1 van het vrijliggend fietspad Leechlân van start gegaan. Het gaat hierbij om het gedeelte tussen Grou en Greate Kritewei. Als logisch vervolg op deze 1 e fase van het fietspad is begonnen met de eerste voorbereidingen voor de realisatie van het gedeelte tussen de Greate Kritewei en Warten. Tot deze 2 e fase behoort ook het nemen van snelheidremmende maatregelen op het gehele weggedeelte Leechlân tussen Grou en Warten. Deze maatregelen zijn nodig ter ondersteuning/benadrukking van het 60 km/uur regime dat hier geldt. De kosten voor de 2 e fase van het fietspad en voor de snelheidremmende maatregelen worden geraamd op totaal 2,1 mln. De dekking voor dit project is nog niet rond. In het investeringsprogramma is een reservering opgenomen voor een gemeentelijke bijdrage van Realisatie van het project is daarom pas na 2015 aan de orde. 43

44 3. Parkeren In 2015 wordt het parkeerbeleidsplan Evenwicht in parkeren uit 2004 geactualiseerd. In de actualisatie wordt onder andere het parkeerbeleid van de voormalige gemeente Boarnsterhim op de situatie Leeuwarden afgestemd. In de actualisatie wordt ook ingegaan op de ontwikkelingen op parkeergebied, zoals digitalisering en tariefdifferentiatie. Relevante (beleids)nota s Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan (GVVP), (2011) Fietsbeleidsplan Richtingwijzer Fiets (2011) Evenwicht in parkeren, parkeerbeleidsplan gemeente Leeuwarden (2005) Rondje Stad, basisontwerp stadsring (2008) Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Fietspad Grou-Warten tweede fase: Krediet fietspad 574 Kapitaallast krediet fietspad

45 Ruimtelijke ordening 1. De binnenstad versterken Ook in 2015 krijgt de binnenstad onze volle aandacht. Wij zijn kandidaat voor de Beste Binnenstad 2015 en daarvoor worden er ook in 2015 nog allerlei maatregelen getroffen, zoals het bloemenproject bij de invalswegen en aan de stadsbruggen, het vernieuwen van de voetgangersbewegwijzering, intensieve handhaving van reclamebeleid, etc. Wij werken daarbij actief samen met het Leeuwarder Ondernemers Fonds, het Verenigd Bedrijfsleven Leeuwarden, het wijkpanel en andere stakeholders. De uitvoering van projecten, zoals het Harmoniekwartier, draagt bij aan de versterking van de aantrekkingskracht van de binnenstad. Een belangrijk herinrichtingsproject dat in 2015 wordt uitgevoerd, is het Schoenmakersperk. Hierdoor wordt in dit voor toeristen belangrijke gebied (Prinsentuin, Natuurmuseum, Jacobijnerkerk, tuin Sint Anthonygasthuis) de ruimtelijke kwaliteit aanzienlijk verbeterd. Wij kiezen voor een toekomstbestendige binnenstad. De wijze waarop we dit gaan doen is afhankelijk van de uitkomsten van het brede overleg met de Raad over de binnenstad in het najaar van Leeuwarden wordt steeds meer een evenementenstad en deze evenementen spelen zich vaak af in de binnenstad. Door deze evenementen slim te programmeren en te lokaliseren willen wij meer traffic in de winkelstraten genereren, zodat ook winkeliers van het evenementenpubliek profiteren. Wij zetten ons beleid ten aanzien van het sterker maken van een winkelprofiel per straat voort. Ook ten aanzien van dit onderwerp zijn wij afhankelijk van de uitkomsten van het najaarsdebat van Gebiedsvisie Oostelijk deel van de stad De oostelijke binnenstad bestaat uit drie delen: het gedeelte Tweebaksmarkt/Turfmarkt, het Speelmanskwartier en het gebied rond de Amelandsstraat ten oosten van de Voorstreek en ten noorden van de Tuinen. In 2015 gaan in het gebied Tweebaksmarkt/Turfmarkt veel bouwprojecten van start: de transformatie van de Blokhuispoort, de bebouwing op de eind 2014 in gebruik genomen parkeergarage van het provinciehuis, de nieuwe invulling van de panden van het voormalige Fries Museum, waaronder de Kanselarij, voor onderwijsdoeleinden. Daarnaast worden door particuliere investeerders panden aangepakt. In Post Plaza wordt het aantal hotelkamers uitgebreid en het voormalige pand van het Leger des Heils aan de Tuinen wordt verbouwd tot woningen. Het tweede deelgebied betreft het gebied rond de Amelandsstraat. In dit gebied wordt gekoerst op een geleidelijke transformatie, waarbij het voortouw ligt bij de pandeigenaren. In 2015 zal worden verkend op welke wijze de planontwikkeling op het parkeerterrein Amelandsstraat in gang gezet kan worden. Het derde deelgebied is het Speelmanskwartier. Hiervoor stelt de gemeenteraad naar verwachting in het laatste kwartaal van 2014 een ontwikkelvisie vast. Ook worden in 2015 voorstellen aan de Raad voorgelegd om het aantal kleine woningen en kamerverhuurpanden te reguleren en er wordt een herinrichtingsplan voor de Nieuweburen opgesteld. 45

46 3. Vervolg Kloppend Hart In 2015 wordt gestart met woningbouw op het Doelenpleintje, één van de uitvoeringsprojecten van de eerste reeks projecten van Kloppend Hart. Voor drie andere projecten (herontwikkeling plan Beversport aan de Voorstreek, herontwikkeling hoek Baljéestraat en herontwikkeling KPN-complex) staan binnen de gemeente alle lichten op groen, maar deze projecten zijn afhankelijk van particulier initiatief. In 2014 zijn er nieuwe projecten volgens de Kloppend Hart methodiek tot uitvoering gebracht. Omdat het initiatief daarvan bij de markt ligt, kunnen er nog geen concrete projecten voor 2015 worden aangegeven. Wel worden in 2015 de nieuwbouw van de Fryske Akademy en de nieuwbouw van het Sint Anthonygasthuis afgerond. Aansluitend wordt ook het Schoenmakersperk heringericht en wordt gestart met de verbouw van de monumentale hoofdgebouwen van zowel Sint Anthonygasthuis als de Fryske Akademy. In 2015 ondergaat de Groeneweg met 3 nieuwbouwprojecten (Doelenpleintje, Fryske Akademy, Sint Anthonygasthuis, herinrichting Schoenmakersperk) dus een metamorfose. 4. Herinrichten Stationsgebied In 2015 vindt de uitwerking plaats van het ontwikkelkader voor het Stationsgebied dat naar verwachting begin 2015 wordt vastgesteld. Deze uitwerking bestaat uit het opstellen van een investeringsvoorstel, waarover gemeenteraad en Provinciale Staten moeten beslissen en zonodig ook de directies van NS en Prorail. Simultaan wordt gewerkt aan de planologische procedures en het voorbereiden van de aanbesteding. Als alle lichten op groen staan, kan in 2016 worden gestart met de realisatie. In 2015 komt 3 mln beschikbaar voor de gemeentelijke bijdrage in de aanpak van het Stationsgebied. Na 2015 komt 1 mln beschikbaar vanuit de gereserveerde middelen programma Infrastructuur t.b.v. het Stationsgebied. Uitgangspunt hierbij is de ambitie om de aanpak van het Stationsgebied gereed te hebben voor de start van het jaar 2018 waarin Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa is. Het ontwikkelkader is een ambitieus plan: voor voetgangers wordt er een rode loper gelegd tussen station en binnenstad, het busstation wordt vernieuwd, het fietsparkeren wordt opgelost op een ruimtelijk goede manier en de verkeersafwikkeling van bus, auto, fiets en voetganger wordt aangepakt. Bij al deze ingrepen besteden wij veel aandacht aan de ruimtelijke kwaliteit en de ruimtelijke samenhang. 5. Positie Grou als watersportdorp versterken Voor Grou wordt een gedeeld perspectief ontwikkeld in overleg met de stakeholders, lokale organisaties en actieve individuen. Grou is het watersportdorp in het hart van het waterrijke midden van Fryslân en biedt een belangrijke toegevoegde recreatieve waarde voor de stad Leeuwarden. Het doel is om de kwaliteiten van Grou te versterken en meer zichtbaar te maken, zodat het een aantrekkelijk dorp blijft voor wonen, werken en recreëren. De drie dragers van het gedeelde perspectief zijn: 1. Watersport centrum Grou voor CH2018 en verder. 2. Aantrekkelijk dorpshart vanaf de wal en het water. 3. Verbinding stad en platteland: onderlinge complementariteit. In de jaarschijf 2015 is een bijdrage aan dit project opgenomen van 1,5 mln. In de loop van het najaar van 2014 worden de prioritaire projecten, die dienend zijn aan het gezamenlijke perspectief 46

47 in overleg met de lokale betrokkenen nader ingevuld. Vooruitlopend hierop is al een deel van het bedrag geoormerkt voor de herinrichting rondom de verplaatsing van de Poiesz in Daarnaast investeert de gemeente in het afmaken van het Waterfront met een nieuw havenkantoor annex sanitaire voorzieningen en completeren van de steigers. 6. Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl implementeren Met het budget voor Gebiedsontwikkeling van wordt ingespeeld op zowel overheids- als particuliere initiatieven. Gebiedsontwikkeling kent op elke plek weer eigen uitdagingen, zodat het om maatwerk gaat. Dit vraagt dan ook om actieve inzet van derden wat betreft het benutten van kansen en de inzet op kwaliteit. Relevante (beleids)nota s Kloppend Hart, bouwen aan de binnenstad: inspiratieboek en resultatenboek Structuurvisie Boarnsterhim 2018 (2010) Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Herinrichting Stationsgebied: Krediet herinrichting Kapitaallast herinrichting Gebiedsontwikkeling Grou: Krediet gebiedsontwikkeling Kapitaallasten gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl

48 Beheer leefomgeving 1. Slim en duurzaam onderhouden openbare ruimte Onderhoud anders organiseren, intensiever samenwerken, schaalvergroting en uitbesteding In 2015 wordt het in 2014 gestarte onderzoek gecontinueerd over hoe het onderhoud anders georganiseerd kan worden, hoe er intensiever kan worden samengewerkt met gemeenten, provincie en waterschap en wat de mogelijkheden van schaalvergroting en uitbesteding zijn. Concrete activiteiten vinden dan plaats vanaf 2016 (vanaf dit jaar is in het collegeprogramma de bezuiniging opgenomen). Waar we onderdelen al anders kunnen organiseren in 2015, gaan we dit doen. Voorbeeld is het per 1 januari 2015 overnemen van het rioolbeheer c.a. voor de gemeente Leeuwarderadeel. Deze vervroegde samenwerking vloeit voort uit het beëindigen van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen de gemeente Leeuwarderadeel en Aquario. Waar dit leidt tot effecten op de begroting wordt dit in de jaarrekening 2015 opgenomen. Wijken, buurten en dorpen meer betrekken bij onderhoud openbare ruimte In 2015 starten we pilots, waarbij we een deel van het onderhoud van de openbare ruimte uitvoeren in samenwerking met wijken en dorpen. Het werkpakket bestaat onder andere uit het wieden van onkruid, het vegen van goten en het opruimen van zwerfafval. Problematiek zwerfafval gericht aanpakken We betrekken wijken, buurten, dorpen en andere partijen meer bij het onderhouden van de openbare ruimte. Specifieke aandacht gaat uit naar activiteiten die uiteindelijk kunnen leiden tot meer verantwoordelijkheidsbesef en een gedragsverandering ten aanzien van zwerfafval. Zo zijn er ieder jaar grote schoonmaakacties in wijken met medewerking van onder andere wijkpanels, bewoners, scholen en Skrep. Voor 2015 staat een dergelijke actie in ieder geval in Heechterp/Schieringen op het programma. In totaal worden er een 17-tal activiteiten verricht, allen in samenwerking met diverse partijen (bijvoorbeeld adoptie aantal waterpartijen door Parktijkonderwijs Pieter Jelles, jaarlijkse Himmelwike, kerstbomenacties, beloning goed gedrag in de vorm van de Gouden Grijper). Er is tot 2022 een jaarlijkse extra bedrag beschikbaar van ca uit het Verpakkingsconvenant. In 2015 voegen we aan het pakket maatregelen nieuwe initiatieven toe. Gifvrije heetwatermethode in de gehele gemeente In 2014 is door het college besloten om de overeenkomst met Fryslân Miljeu in eerste instantie met een jaar te verlengen en ook de heetwatermethode direct in het toegevoegde deel van Boarnsterhim toe te passen. De bedoeling is om de overeenkomst met Fryslân Miljeu in 2015 te vervolgen. Daarnaast worden er in 2015 in (delen van) een paar grotere wijken, te weten Westeinde, Bilgaard en Heechterp-Schieringen proeven gedaan om onderhoudstaken bij bewonersbedrijven onder te brengen. Daarbij wordt de onkruidbestrijding op verharding ook betrokken. De totale kosten van de heetwatermethode van (voor het gehele grondgebied) worden gedekt binnen de begroting. 2. Aanpakken en preventie achterstallig onderhoud Boarnsterhim (Noord) In het collegeprogramma is voorzien in het beschikbaar stellen van extra incidentele middelen (2014: 1 mln en 2015: 1 mln) voor het wegwerken van achterstanden. Dit naast de bezuinigingsopgave Slim en duurzaam onderhouden openbare ruimte. In 2015 wordt een voorstel voorgelegd over het toekomstig beheer in de gemeente Leeuwarden. Enerzijds als opgave uit de harmonisatie van beleid, anderzijds als gevolg van de mogelijkheden die de beschikbaar gestelde 48

49 structureel beheer- en onderhoudsmiddelen binnen deze collegeperiode bieden en de inzet hiervan in relatie tot wettelijke taken en ambities (basis/hoog). Dit voorstel moet uitsluitsel geven over de visie, beleidskeuzes en financiële consequenties voor de lange(re) termijn op het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. 3. Ondersteuning bewonersgroepen en lokaal initiatief Ondersteunen actieve bewonersorganisaties (wijkpanels en dorpsbelangen) We doen een beroep op de inzet van alle Leeuwarders. Voor de wijkpanels van de zes ISV3-wijken is er vanaf 2015 (als de ISV-periode afloopt) weer een eigen wijkbudget beschikbaar ( ), zoals ook de andere wijken en dorpen dat kennen. De dorpsbelangen in de dorpen die sinds 1 januari 2014 bij Leeuwarden horen, krijgen structureel de beschikking over een eigen budget ( ). Ondersteunen nieuwe bewonersinitiatieven We zien dat er steeds meer initiatieven door bewoners worden ontwikkeld die bijdragen aan de leefbaarheid van wijken en dorpen en de participatie van de bewoners. Die initiatieven komen deels vanuit de bestaande bewonersorganisaties, maar in toenemende mate ook vanuit andere bewoners en bewonersgroepen. Wij zijn er van overtuigd dat de leefbaarheid van wijken en dorpen en de participatie van hun bewoners het best tot hun recht komen bij plannen en initiatieven vanuit eigen kring. We willen die plannen en initiatieven als gemeente een steun in de rug geven. We hebben daarvoor van oudsher al verschillende mogelijkheden, variërend van aandacht, inzet van deskundigheid en reguliere budgetten tot en met speciale fondsen en subsidieregelingen op beleidsterreinen. Voor lang niet alle bewonersinitiatieven bieden die mogelijkheden een oplossing. Daarom is het Mienskipsfonds in het leven geroepen. In het Programma Sociaal: Sociaal maatschappelijke ontwikkeling wordt hier nader op ingegaan. Relevante (beleids)nota s BOR in Beeld (2001, evaluatie 2009) Spraakmakende bomen (2008) Groenkaart Leeuwarden (2008) Uit de verf: eindevaluatie pilotproject integrale aanpak graffiti-overlast (2004) Verbreed gemeentelijke rioleringsplan ( , verlengd t/m 2014) Een klantgerichte warenmarkt (2012) Oog voor reclame (2010) Meer openbaar groen, minder regels (2011, evaluatie 2014) Beleidsplan openbare verlichting: Het donker belicht (2011) Verbetering Gebiedsgericht werken (2004) Kadernota handhaving (2014) Extra inzet structureel/incidenteel Bedragen x Omschrijving Heetwatermethode onkruidbestrijding Extra onderhoud nieuw grondgebied Onderhoudsmiddelen Wijken en dorpen (wijk- en dorpspanelbudgetten)

50 Wat mag het kosten? Saldo programma Rekening Begroting Begroting Begroting Bedragen x Begroting Begroting (lasten -/- baten) Economie en toerisme Wonen en milieu Infrastructuur en mobiliteit Ruimtelijke ordening Beheer leefomgeving Totaal saldo Toelichting substantiële mutaties 2015 t.o.v. 2014: Economie en toerisme De toename betreft in hoofdzaak de middelen voor nieuw beleid in het kader van Economisch beleid, profilering en acquisitie ( ), Groen werkt ( ) en Toerisme, marketing en evenementen ( ). Wonen en milieu De storting in de reserve ISV van 2,8 mln is met ingang van 2015 vervallen. Beheer leefomgeving Een toename van wordt veroorzaakt door de overheveling van het onderdeel Schoonhouden wegen en pleinen van Wonen en milieu. In het kader van areaaluitbreidingen zijn de onderhoudsbudgetten voor de verschillende kapitaalgoederen in totaal toegenomen met Bedragen x Economie en toerisme Lasten Baten Saldo Economisch beleid Vastgoedbeheer Toerisme Grondzaken Totaal Wonen en milieu Lasten Baten Saldo Stadsvernieuwing Inzameling afval Bodem en geluid Omgevingsvergunning (WABO) Milieubeleid Overige huisvesting Beleid ISV Woningmarktbeleid Kwaliteit gebouwde omgeving Bouw- en milieutoezicht Cultuurhistorisch beheer Handhaving omgevingsrecht Totaal Infrastructuur en mobiliteit Lasten Baten Saldo Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Verkeer en vervoer

51 Infrastructuur en mobiliteit Lasten Baten Saldo Openbaar vervoer Parkeren Totaal Ruimtelijke ordening Lasten Baten Saldo Ruimtelijke ordening Geometriebeheer Totaal Beheer leefomgeving Lasten Baten Saldo Reiniging verhardingen Waterwerken Spoorlijnen Verkeersmaatregelen Straatverlichting Kunstwerken Verhardingen Riolering Zwerfvuilbestrijding Voorzieningen honden Wijkaanpak Buitenreclame Begraafplaatsen Speelplaatsen Kermissen Recreatievaart Recreatiegebieden Openbaar groen IJswegen Standplaatsen Markten Totaal

52 2.2.3 Programma Veilig Verantwoordelijke portefeuillehouder(s): burgemeester Ferd Crone Wat willen we bereiken? Strategisch algemeen doel In Leeuwarden weet en voelt iedereen zich veilig. Criminaliteit, overlast, (georganiseerde) misdaad en veiligheidsrisico s worden aangepakt. De openbare orde en veiligheid wordt gehandhaafd en op naleving van vigerende regelgeving wordt toezicht gehouden. Doelstellingen We willen een gastvrije, veilige en open gemeente zijn. Samen staan we voor de uitdaging om onze gemeente veilig te maken én te houden. Dit is nauw verbonden met de verantwoordelijkheid die bewoners voor hun eigen omgeving willen nemen. Iedereen heeft een taak om de eigen omgeving schoon en leefbaar te houden, zodat de kans op vandalisme en criminaliteit kleiner wordt. Denk aan deelname aan Burgernet, het preventief signaleren van onveilige situaties en het inbraakwerend maken van de eigen woning. De gemeente geeft een goed vervolg aan het veiligheidsbeleid van de afgelopen vier jaar. Hiervoor is naast de reguliere middelen jaarlijks beschikbaar. Deze middelen worden zowel preventief als repressief ingezet. Extra aandacht gaat niet alleen uit naar het bestrijden van de criminaliteit, zeker ook naar de maatschappelijke voorwaarden voor sociale veiligheid. De gecombineerde persoonsgerichte aanpak van dwang, drang, zorg en hulpverlening, bestuurs- en strafrecht in het Veiligheidshuis Fryslân in goede samenwerking met de sociale wijkteams speelt hierbij een cruciale rol. Ook wordt opnieuw prioriteit gegeven aan de veiligheid rondom betaald voetbal en evenementen, onder meer door de inzet van straat- en fancoaches, gemeentelijke toezichthouders, de aanpak van woonoverlast en gericht cameratoezicht in de binnenstad. Relevante (beleids)nota s Kadernota handhaving fysieke leefomgeving en veiligheid (2014) Meerjarenbeleidsplan Veiligheidsregio Fryslân (2012) Extra inzet incidenteel Bedragen x Omschrijving Veiligheidsbeleid

53 Wat gaan we daarvoor doen en met wie? 1. Terugdringen criminaliteit en overlast Verminderen van overlast door een persoonsgerichte aanpak Openbare orde verstoring, overlast, maar ook criminaliteit en geweld zijn vaak te herleiden naar problemen van persoonlijke aard: ruzies, twist, drank- en/of drugsproblematiek, psychiatrische problematiek etc. Overlastgevende en/of criminele jeugd manifesteert zich vaak in groepen waarbij het gedrag een exponent is van onderliggende problematiek. Bij de persoonsgerichte aanpak staat maatwerk centraal. Deze aanpak gaat uit van: één persoon, één plan en één coördinator. Een breed palet aan partijen is betrokken bij de aanpak: politie-, en justitie-instellingen voor de strafrechtelijke aanpak, het Veiligheidshuis Fryslân (VHF) voor de drang/dwang en zorgcomponent, de sociale wijkteams, zowel van belang bij vroegsignalering als bij de escalatie, de taskforce jeugdoverlast, straatcoaches en toezichthouders, maar ook ouders c.q. verzorgers bij de aanpak van de jeugdproblematiek. De bijdrage vanuit het veiligheidsdomein aan de totaalaanpak bedraagt op jaarbasis Daarnaast is nog een post onvoorzien van beschikbaar voor de aanpak van incidenten. Verminderen van overlast door een groepsgerichte en gebiedsgerichte aanpak In Leeuwarden is sprake van woonoverlast, jeugdoverlast en drugsoverlast. De inzet op het verminderen van overlast is naast de persoonsgerichte aanpak, ook op groepen en gebieden gericht. Bij de aanpak wordt gebruik gemaakt van straatcoaches, de taskforce jeugdoverlast, politie, het Openbaar Ministerie (OM), de expertise van het VHF, het Meldpunt Overlast en de sociale wijkteams. Buurtbemiddeling en sociale wijkteams worden ingezet om problemen vroegtijdig op te lossen. Mocht de preventieve aanpak niet helpen, dan wordt opgeschaald naar de drang en dwang aanpak die indien nodig met hulpverlening wordt gecombineerd. Gebiedsverboden c.q. samenscholingsverboden worden opgelegd aan notoire overlastveroorzakers. In 2015 rollen we de aanpak in de Vlietzone voor de bestrijding van woonoverlast uit naar andere wijken met vergelijkbare problemen. Het veiligheidsdomein draagt bij aan deze inzet op overlast. Daarnaast stimuleren we bewoners actief mee te kijken naar verdachten en verdachte situaties te melden via Burgernet. Dit kost op jaarbasis. Verbeteren veiligheid in de binnenstad De criminaliteit en overlast in de binnenstad wordt verminderd door de persoonsgerichte, groepsgerichte en gebiedsgerichte aanpak en geschiedt in samenwerking met private partijen. - Intensief toezicht en handhaving door politie en gemeente (toezichthouders en beveiligingsorganisaties) - Cameratoezicht wordt gecontinueerd - Initiatieven van ondernemers worden gestimuleerd en gefaciliteerd - De bijzondere wetten (prostitutie-, coffeeshop- en horecabeleid) worden strikt uitgevoerd De veiligheidskosten binnenstad bedragen Verminderen aantal woninginbraken Het aantal woninginbraken moet afnemen. Samen met politie, Openbaar Ministerie en het VHF is een persoonsgerichte aanpak opgezet gericht op de plegers. Heling wordt aangepakt en buurtpreventieteams worden gefaciliteerd. 3 De bedragen die per paragraaf worden genoemd, zijn exclusief de kosten voor fte s ambtelijk personeel dat wordt ingezet. 53

54 Bewoners hebben eveneens een rol in de aanpak. We maken hen alert op verdachte omstandigheden, stimuleren de meldingsbereidheid en het nemen van preventieve maatregelen om huis en erf te beschermen. Naast Rijksbijdragen kost deze aanpak alsmede deels de bijdrage aan het VHF (totaal ). 2. Bestrijden georganiseerde criminaliteit Conform de nationale veiligheidsagenda worden zowel bestuursrecht als fiscaal recht en strafrecht ingezet om georganiseerde en ondermijnende criminaliteit aan te pakken. Speerpunt in ons beleid is de aanpak van: Drugspanden (handel en hennepteelt) Mensenhandel Malafide huiseigenaren Outlaw Motor Gangs De aanpak is multidisciplinair ingericht. Samen met politie, OM, belastingdienst en het Regionaal Informatie en Expertisecentrum georganiseerde criminaliteit (RIEC) worden verdachte zaken onderzocht en een plan van aanpak uitgevoerd. Daarnaast worden expertise en best practices uitgewisseld binnen het samenwerkingsverband van de Politie Eenheid Noord Nederland. In 2015 worden informatiebijeenkomsten georganiseerd om de eigen gemeentelijke organisatie bewust te maken van het mogelijk ongewenst faciliteren van criminele organisaties. De kosten bedragen per jaar (dit is de Leeuwarder bijdrage aan het RIEC). 3.Waarborgen veiligheid bij evenementen en wedstrijden SC Cambuur Goede samenwerking en wisselwerking tussen het veiligheidsdomein en de private partijen is een voorwaarde voor de veiligheid. Veiligheidsorganisatie bij evenementen Het veilig verloop van het toenemende aantal grote evenementen vraagt om een professionele en daadkrachtige organisatie. Crowdmanagement is een van de belangrijkste instrumenten. Hier wordt de komende jaren in geïnvesteerd. De veiligheid op het evenemententerrein is de verantwoordelijkheid van de organisator, de veiligheid in de openbare ruimte is de verantwoordelijkheid van de burgemeester van Leeuwarden. Openbare orde risico s bij wedstrijden SC Cambuur verkleinen SC Cambuur is verantwoordelijk voor de veiligheid van en in het stadion, de burgemeester waakt over de openbare orde en veiligheid buiten het stadion. De inzet van fancoaches, zowel preventief als onderdeel van de ketenaanpak, wordt gecontinueerd. Daarnaast worden fysieke maatregelen getroffen om het stadiongebied veilig te maken. De kosten voor de realisatie van voetbalveiligheid bedragen

55 Wat mag het kosten? Saldo programma Rekening Begroting Begroting Begroting Bedragen x Begroting Begroting (lasten -/- baten) Veiligheid Totaal saldo Bedragen x Veiligheid Lasten Baten Saldo Integraal veiligheidsbeleid Rampenbestrijding Totaal

56 2.2.4 Programma Bestuur en middelen Betrokken portefeuillehouder(s): Ferd Crone, Harry van der Molen en Sjoerd Feitsma Wat willen we bereiken? Strategisch algemeen doel Het bestuur van Leeuwarden is transparant, effectief en kenmerkt zich door overtuigend optreden en enthousiaste samenwerking. Ambities We investeren in een sterke lokale democratie als basis voor een dynamische samenleving. Inwoners betrekken bij politieke besluitvorming is daarbij het uitgangspunt. Een andere rolverdeling tussen gemeente en inwoners is nodig. Dit vraagt om een andere inzet van politiek en ambtenaren. We werken toe naar een gemeente die mensen, organisaties, samenwerkingsverbanden en buurtinitiatieven ruimte biedt en stimuleert om samen leven vorm te geven. Daar wordt de komende periode aan gewerkt. Veel economische en maatschappelijk vraagstukken spelen niet alleen in Leeuwarden, maar ook op andere plaatsen in de regio. Een gezamenlijke aanpak met provincie en gemeenten biedt dan meer kans op succes. Leeuwarden is voor meerdere onderwerpen centrumgemeente. Bestuurlijk worden hierover afspraken gemaakt en vastgelegd. In 2018 wordt Leeuwarden naar verwachting samengevoegd met Leeuwarderadeel en delen van omliggende gemeenten. Relevante (beleids)nota s Stadsvisie Leeuwarden, fier verder! (2008) Collegeprogramma gemeente Leeuwarden , Iedereen is Leeuwarden (2014) Samenwerkingsagenda Leeuwarden-Provincie (2013) Streekagenda Noordwest Fryslân (2013) Extra inzet incidenteel Op cultureel, sociaal en economisch gebied staat de gemeente voor grote uitdagingen. Het betreft veelal nieuwe taken met grote verantwoordelijkheden. Daarom is de omvang van het college de komende periode uitgebreid van 4 naar 5,6 fte, verdeeld over 6 wethouders. Bedragen x Omschrijving Bestuur

57 Wat gaan we daarvoor doen en met wie? Bestuur 1. Andere invulling rol bestuur en politiek Sturen op wat we belangrijk vinden en ruimte geven In de veranderende samenleving is de gemeente Leeuwarden volop bezig met het onderwerp Andere overheid. De grootste opgaven zitten in het vergroten van de slagvaardigheid van de gemeente en ons vermogen om in netwerken te opereren en samen met anderen tot een resultaat te komen. Samen met partners tot resultaten komen vraagt van politiek en bestuur: sturen op wat we belangrijk vinden (hoofddoelen en eindbeelden) en ruimte geven aan hoe dat vorm krijgt (o.a. door back-up te geven aan de gemeentelijke netwerkspelers). In veel bestaande en nieuwe projecten ontwikkelen we deze nieuwe werkwijze en rolverdeling in 2015 en verder. Voorbeelden van die projecten zijn: Mienskipsfonds, Kloppend hart, burgerkracht binnen de 3 decentralisaties, initiatieven openbare ruimte, realisatie ijshal, pilots wijkondernemerschap, en Empowerment (samen met de provincie Fryslân, als faciliterend project voor Culturele hoofdstad 2018). Inwoners meer betrekken bij politieke besluitvorming (Raad 3.0) De samenleving verandert en als logisch vervolg hierop passen ook de werkwijze en het besluitvormingsproces van de gemeenteraad zich hierop aan. Een deel van de inwoners wil meer invloed op de directe woon- en leefomgeving en neemt hiertoe initiatieven. Het is de uitdaging voor de raad om hieraan meer ruimte te geven. Uit betrokkenheid en verantwoordelijkheid problemen (helpen) oplossen, maar niet overnemen. Daartoe wordt in 2015 veel ruimte voor dialoog met inwoners gecreëerd. Bij de start van een beleidsontwikkelingsproces gaat de raad zich uitspreken over de inrichting van dat proces; en in haar controlerende rol vergewist de raad zich ervan of de aspecten burgerparticipatie en representatie voldoende en op een juiste wijze zijn nageleefd en uitgevoerd. Ook in de voorbereidingsfase van gemeenteraadsbesluiten wordt meer tijd ingeruimd voor inbreng van inwoners, stakeholders en deskundigen. Dit gebeurt in een zogeheten Forum als onderdeel van het Politiek podium elke maandagavond in het stadhuis. In de loop van 2015 worden de ervaringen gevolgd. Na een jaar worden de nieuwe werkwijze en het besluitvormingsproces geëvalueerd en kunnen er vervolgconclusies getrokken worden. 2. Regionale bestuurlijke samenwerking Samenwerken aan het versterken van de noordelijke economie Op Noord Nederlandse schaal wordt samengewerkt met de hoofdsteden van de drie Noordelijke provincies. Samenwerking is gericht op innovatie, het versterken van de noordelijke economie en in het verlengde daarvan het richten van de lobby. Deze stedelijke samenwerking past binnen de bredere samenwerking binnen SNN. SNN behartigt de belangen van Noord Nederland in Den Haag en Brussel als het gaat om financiële bijdragen uit belangrijke (Europese) ondersteuningsprogramma s. Gezamenlijke lobby voor Culturele Hoofdstad 2018 Het kader voor de samenwerking met de provincie Fryslân is de samenwerkingsagenda Op basis hiervan worden projecten gezamenlijk voorbereid en uitgevoerd, die bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. Kern van de samenwerkingsagenda is de Culturele Hoofdstad De provincie en het bestuur van Leeuwarden voeren hiervoor een gezamenlijke lobby. 57

58 Samenwerken aan een gemeenschappelijke economische agenda Met 3 Friese gemeenten (Heerenveen, Smallingerland en Súdwest-Fryslân) en de provincie werkt het bestuur van Leeuwarden, in de zogeheten F4-gemeenten, samen aan een gemeenschappelijke economische agenda. Voorbereiden samenvoeging met Leeuwarderadeel Met de gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel wordt een herindeling voorbereid per 1 januari Hiervoor wordt een herindelingsontwerp opgesteld dat uitmondt in een definitief herindelingsadvies aan de minister van Binnenlandse zaken in Uitbreiding van de centrumgemeenteregeling naar meer gemeenten In ontwikkeling is de positie van Leeuwarden als centrumgemeente. Met een aantal Friese gemeenten is een centrumgemeenteregeling ingesteld waarbij Leeuwarden de ondersteuning op ICT-gebied voor deze gemeenten uitvoert. Een uitbreiding van de centrumgemeenteregeling naar meer gemeenten in het noorden van Fryslân wordt voorbereid. Voor de samenwerking in het sociale domein is een centrumgemeenteregeling in voorbereiding waar alle Friese gemeenten aan kunnen deelnemen. Het gaat hier om de samenwerking die door het Rijk verplicht is gesteld. 3. Landelijke bestuurlijke netwerken In de VNG is Leeuwarden bestuurlijk vertegenwoordigd: in 4 inhoudelijke commissies en in het bestuur van de VNG. Via deze kanalen wordt door de bestuurders een bijdrage geleverd in de belangenbehartiging van de gemeenten. Een ander bestuurlijk platform is de G32; ook hier is Leeuwarden bestuurlijk actief. Samenwerking gebeurt binnen de sociale en fysieke pijler. Nieuw is dat er op thema s wordt samengewerkt. De G32 worden benut voor de lobby rond onderwerpen die te maken hebben met de positie van grotere gemeenten. 58

59 Algemene baten en lasten 1. Financieringen en beleggingen Beheer deelnemingen De gemeente heeft aandelen in een aantal vennootschappen. Onder de noemer Beheer deelnemingen zijn enerzijds de toegerekende rentelasten over de boekwaarde van de aandelen opgenomen en anderzijds de verwachte dividendopbrengst. Saldo van de financieringsfunctie De investeringen die door de gemeente gedaan worden brengen een vermogensbeslag met zich mee. Om dit vermogensbeslag te kunnen financieren, trekt de gemeente vreemd vermogen aan of zet zij haar reserves en voorzieningen in. In beide gevallen brengt dit rentekosten met zich mee (te betalen rente aan derden c.q. bespaarde rente van reserves en voorzieningen). Deze rentekosten worden via de methodiek van de renteomslag toegerekend aan de investeringen en op deze wijze ten laste van de desbetreffende programma s gebracht. Voor de begroting 2015 wordt een renteomslag gehanteerd van 3,5%. Na de toerekening van de rente via de methodiek van de renteomslag aan de diverse programma s resteert altijd een saldo (= renteresultaat). Het renteresultaat wordt veroorzaakt doordat in de financieringsbehoefte gemiddeld tegen een hoger of lager rentepercentage wordt voorzien, dan het rentepercentage dat aan de investeringen wordt toegerekend. Dit renteresultaat komt tot uitdrukking in dit deelbudget. Voor de begroting 2015 komt het renteresultaat uit op een batig saldo van Bespaarde rente Dit deelbudget betreft de bespaarde rente over reserves, voorzieningen en vooruit ontvangen bedragen van overheidslichamen die zijn begroot. De rentetoevoegingen aan de bestemmingsreserves en Algemene Reserve komt tot uitdrukking bij de algemene baten en lasten (mutaties reserves). 2. Gemeentefonds De algemene uitkering uit het Gemeentefonds beoogt gemeenten voldoende eigen middelen te verstrekken om haar taken uit te voeren. De omvang van het Gemeentefonds is gekoppeld aan de omvang van de Rijksbegroting met een aantal correcties. Nadat de omvang van het Gemeentefonds is vastgesteld wordt dit vervolgens verdeeld over de gemeenten op basis van zogenaamde objectieve verdeelmaatstaven. Deze verdeelmaatstaven moeten ertoe leiden dat iedere gemeente eenzelfde voorzieningenniveau in stand kan houden. De actuele ontwikkeling van de algemene uitkering voor de gemeente Leeuwarden wordt geschetst in paragraaf Ontwikkeling financiële positie. 3. Onvoorzien In de tweede helft van 2014 wordt een nieuwe Financiële verordening van de gemeente Leeuwarden aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd. Artikel 4 lid 4 van deze Financiële verordening schrijft voor dat in de begroting een bedrag van 1,10 per inwoner moet worden opgenomen voor incidentele onvoorziene uitgaven. 59

60 4. Stelposten c.a. Het begrote batig saldo van ( aan begrote negatieve lasten (dus baten) aan begrote baten) is het resultaat van: 1. een als stelpost opgenomen opbrengst van 2,5 mln in verband met nog te realiseren taakstellingen uit het collegeprogramma (vooral een aanbestedingsvoordeel); 2. een als stelpost opgenomen verwachte uitkering van 1,1 mln in verband met voorfinanciering van de herindeling gemeente Boarnsterhim; 3. een als stelpost opgenomen last van 1,0 mln in verband met toekenning van extra middelen in het collegeprogramma voor onderhoud nieuw grondgebied; 4. de via de algemene uitkering ontvangen middelen voor taakmutaties, decentralisatie- en integratie-uitkeringen worden in eerste instantie altijd als stelpost in de begroting opgenomen. In de begroting 2015 gaat het om een bedrag van 0,9 mln; 5. tot slot is een stelpost opgenomen van voor kapitaallasten openbare ruimte ISV; 6. diverse Kleinere posten: Algemene baten en lasten Onder de algemene baten en lasten worden naast de rentetoevoegingen (zie toelichting onder 1 bespaarde rente) alle overige stortingen en onttrekkingen aan de reserves opgenomen. Verder komen op dit onderdeel de concernoverhead, zorg voor voormalig personeel en saldi van kostenplaatsen tot uitdrukking. 6. Algemene belastingen Voor toelichting op de algemene belastingen wordt verwezen naar paragraaf Lokale heffingen. 60

61 Wat mag het kosten? Saldo programma Rekening Begroting Begroting Begroting Bedragen x Begroting Begroting (lasten -/- baten) Bestuur Algemene baten en lasten Totaal saldo Toelichting substantiële mutaties 2015 t.o.v. 2014: Als gevolg van de decentralisatie van taken op het gebied van WMO, Jeugd- en Participatiewet, worden de betreffende middelen toegevoegd aan het Gemeentefonds. De budgetten WMO en Jeugdwet zijn op basis van historische uitgaven inmiddels overgeheveld naar het Gemeentefonds. Hierdoor stijgen de baten onder algemene lasten en baten met 100 mln ten opzichte van het jaar daarvoor. Omdat in 2016 een nieuw objectief verdeelmodel wordt ingevoerd is alleen in 2015 met deze verhoging van de algemene uitkering rekening gehouden. Onder de begrote algemene uitkering is nog geen rekening gehouden met de overheveling van middelen voor Participatie. Bedragen x Bestuur Lasten Baten Saldo College van B&W Gemeenteraad Totaal Algemene baten en lasten Lasten Baten Saldo Financieringen en beleggingen Gemeentefonds Onvoorzien Stelposten c.a Algemene baten en lasten Werken voor derden Algemene belastingen Burgerzaken Totaal

62 2.3 Paragrafen Lokale heffingen Deze paragraaf gaat over het tarieven- en kwijtscheldingsbeleid van gemeentelijke belastingen en overige heffingen a Algemeen De totale opbrengst aan belastingen en overige heffingen bedraagt in 2015 circa 59 mln. Dit bedrag komt overeen met ongeveer 12% van de totale gemeentelijke baten. In tabel 1 zijn de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven: Tabel 1 Opbrengsten lokale heffingen Bedragen x Omschrijving heffing Rekening 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 Algemene heffingen (programma Algemene dekkingsmiddelen) Onroerendezaakbelastingen Precariobelasting Subtotaal Bestemmingsheffingen (overige programma s) Afvalstoffenheffing Rioolheffingen Begraafrechten Hondenbelasting Leges Burgerzaken Parkeerbelastingen Marktgelden Leges omgevingsvergunning Overige heffingen (m.n. leges) Subtotaal Totaal generaal b Tarieven gelijktijdig met begroting vaststellen Aan de in deze begroting opgenomen belastingopbrengsten liggen bepaalde aannames rond de hoogte van de tarieven ten grondslag. De belastingtarieven en het tarievenbeleid worden daarom gelijktijdig met de begroting vastgesteld. Op die manier vormen de tarieven integraal onderdeel van de politieke discussie rondom de begroting. De formele vaststelling van de tarieven gebeurt bij het vaststellen van de belastingverordeningen in de raad van december. Het accent ligt dan op de fiscaal-juridische aspecten c Tarievenbeleid algemeen Het tarievenbeleid voor 2015 ziet er als volgt uit: Uitgangspunt voor de tarieven 2015 zijn de tarieven 2014 gecorrigeerd voor inflatie. Afhankelijk van de aard van de belasting wordt 1,3% inflatiecorrectie toegepast (overwegend prijsgevoelige heffingen, zoals de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffingen, precariobelasting en hondenbelasting) of 1,1% (overwegend loongevoelige heffingen, zoals leges, begraafrechten, bruggelden, havengelden, marktgelden en veergelden). Eventuele extra verhogingen worden expliciet in deze paragraaf voorgelegd. 62

63 Bij vorenstaande tariefsaanpassing geldt een aantal uitzonderingen: Bij alle heffingen waar een relatie is tussen het gebruiken van een bepaalde voorziening/dienst en het betalen voor deze voorziening/dienst geldt een wettelijke maximumgrens van 100% kostendekking (afvalstoffenheffing, rioolheffingen, begraafrechten, bruggelden, havengelden, marktgelden, veergelden en leges). Bij deze heffingen mogen de tarieven dus nooit zo hoog zijn dat de opbrengsten hoger zijn dan de kosten. Indien wettelijk het tarief is gemaximaliseerd, wordt het maximaal mogelijke tarief gehanteerd (paspoort- en rijbewijsleges bijvoorbeeld) d Lastendruk 2015 In het collegeprogramma is een verhoging van de onroerendezaakbelastingen voor woningen in 2015 opgenomen. Daarbij is aangegeven dat de verwachting was dat deze stijging gecompenseerd kon worden met een daling van de tarieven bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. Deze tariefdalingen moesten mogelijk zijn op basis van kostendalingen en de inzet van de fors opgelopen standen van de Reserve egalisatie heffingen. De totale lastendrukontwikkeling van de drie genoemde heffingen ziet er in bedragen voor 2015 als volgt uit: Tabel 2 Verhoging OZB-woningen in pakket A bezuinigingen Verhoging OZB-woningen als gevolg financieel technische maatregelen rioolheffing/afvalstoffenheffing in pakket A van Totale lastenverhoging OZB-woningen Daling lasten rioolheffing door nieuw rioleringsplan en extra bijdrage Reserve egalisatie heffingen Stijging lasten afvalstoffenheffing Saldo daling (-/-) of stijging (+) lastendruk In percentages van de tarieven 2015 t.o.v betekent dit het volgende (exclusief 1,3 % inflatiecorrectie): OZB woningen + 4,3 % Afvalstoffenheffing + 2,5 % Rioolheffingen-gebruikers -/- 1,3 % Rioolheffingen-eigenaren -/- 18,6 % Conclusie op grond van bovenstaande is dat de lastendruk per saldo met bijna 0,2 mln afneemt. Ook rekening houdend met inflatie is er sprake van een lichte daling zowel voor particulieren als bedrijven. Dat is een gemiddelde situatie, bijvoorbeeld voor woningen met een hoger dan gemiddelde WOZ-waarde zal de daling groter zijn. De stijging van onroerendezaakbelasting en afvalstoffenheffing wordt meer dan gecompenseerd door een forse daling van de tarieven bij de rioolheffingen. De tariefdaling van de rioolheffing wordt mogelijk gemaakt door een daling van kosten op grond van het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan Er is voor gekozen om vooral de tarieven van de rioolheffingen voor eigenaren te verlagen, omdat dit ook de groep is die de verhoging van de OZB betaalt. Daarnaast stijgen tegen de verwachting de kosten van de afvalinzameling. Dit wordt veroorzaakt door de invoer door het Rijk van een nieuwe verbrandingsbelasting op restafval per 1 januari. Verwachting is dat conform het collegeprogramma voor de jaren 2016 en 2017 de tarieven van de drie grote gemeentelijke belastingen op het niveau van 2015 gehandhaafd kunnen blijven. Voor de periode daarna zijn verhogingen voor afvalstoffenheffing en rioolheffing waarschijnlijk wel nodig omdat dan de Reserve egalisatie heffingen uitgeput is. 63

64 Jaarlijks worden tal van onderzoeken gepubliceerd over de lokale lastendruk. Een van de bekendste onderzoeken is: Kerngegevens belastingen grote gemeenten van het onderzoeksinstituut COELO (verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen). In het betreffende onderzoek over 2014 wordt Leeuwarden gekwalificeerd als een gemeente met relatief lage woonlasten in verhouding tot de andere grote gemeenten. Zie ook In onderzoeken naar lasten voor het bedrijfsleven wordt Leeuwarden over het algemeen als bovengemiddeld gekwalificeerd. Dit komt vooral door de hoge tarieven voor de OZB niet-woningen e Uitvoering Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) Op grond van de Wet WOZ wordt jaarlijks de economische waarde van de onroerende zaken in Leeuwarden bepaald en vervolgens meegedeeld aan de belanghebbenden. Voor het belastingjaar 2015 geldt als waardepeildatum 1 januari Op basis van de uitkomsten van de taxaties tot dusverre wordt voor 2015 bij de woningen uitgegaan van een waardedaling van -5,9 % en bij de niet-woningen van een waardedaling van -6,8 %. Zie ook tabel 3 voor het verloop over de afgelopen jaren. Tabel 3 Waardeontwikkeling WOZ-waarde t.o.v. voorgaande jaren Woningen - 2,9% - 2,5% - 5,0-5,8% - 5,9% Niet-woningen - 2,5% - 3,7% - 4,3-7,0% - 6,8% 2.3.1f Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB bestaat uit drie afzonderlijke belastingen: een belasting voor de gebruikers van niet-woningen; een belasting voor de eigenaren van niet-woningen; een belasting voor de eigenaren van woningen. Bij de berekening van de tarieven OZB wordt van bepaalde vaste verhoudingen uitgegaan. Hiermee wordt beoogd om een stabiele lastendruk te bevorderen en daarmee de acceptatiegraad van de lokale belastingen. Tussen het gebruikers- en eigenarentarief is een vaste verhouding van 1 : 1,25. Daarnaast is er een vaste verhouding tussen het aandeel van de woningen en de niet-woningen in de totale opbrengst. Met deze laatste verhouding wordt voorkomen dat verschillen in waardeontwikkeling tussen woningen en niet-woningen leiden tot verschillen in ontwikkeling van de belastingdruk. Tabel 4 Vaste verhoudingen opbrengsten OZB Woningen 40,3% 40,3% 41,5% 43,3% 44,9% Niet-woningen 59,7% 59,7% 58,5% 56,7% 55,1% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Tabel 5 Ontwikkeling tarieven OZB (% stijging t.o.v. vorig jaar exclusief inflatie) Omschrijving Woningen 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 4,3% Niet-woningen 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Bij de stijgingen en dalingen van de tarieven in tabel 5 is geen rekening gehouden met de aanpassing van de tarieven als compensatie van de wijzigingen in de WOZ-waarde. In geval van een waardestijging worden de tarieven verlaagd; in geval van een waardedaling verhoogd. Dit heeft echter geen gevolgen voor de reële belastingdruk (opbrengst OZB blijft ongewijzigd). 64

65 Ondernemersfonds Met ingang van 2009 is een ondernemersfonds in Leeuwarden ingesteld. Dit houdt in dat de tarieven van de OZB voor de niet-woningen in heel Leeuwarden met 5,5% extra verhoogd zijn en dat de meeropbrengst ( in 2015) volledig in een door de ondernemers zelf beheerd fonds gestort wordt. Dit fonds kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de bekostiging van de Sinterklaasintocht. In 2011 heeft een evaluatie van het Ondernemersfonds plaatsgevonden. Op grond van deze evaluatie is begin 2012 door de gemeenteraad besloten de bekostiging van het Ondernemersfonds in de huidige vorm (5,5% opslag op de OZB) voort te zetten tot en met Eind 2016 vindt opnieuw een evaluatie plaats en wordt op basis van deze evaluatie een besluit genomen voor de periode 2017 en verder g Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing dient ter bestrijding van de kosten van het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Hier is sprake van een wettelijke inzamelplicht. In tabel 6 zijn de tarieven afvalstoffenheffing van de voorgaande jaren en de voorgestelde voor 2015 weergegeven: Tabel 6 Ontwikkeling tarieven afvalstoffenheffing Bedragen in Omschrijving Stijging 2015 t.o.v Eenpersoonshuishouden 194,08 175,52 170,06 162,14 168,35 3,83% Meerpersoonshuishouden 252,30 263,28 255,09 243,21 252,53 3,83% Bij de tariefdifferentiatie tussen één- en meerpersoonshuishoudens bestaat sinds 2012 een vaste verhouding van 1 : 1,5. De stijging van het tarief wordt voornamelijk veroorzaakt door de landelijke invoer van de zogenaamde verbrandingstax. Vanaf 2015 wordt de afvalstoffenbelasting niet alleen meer geheven op afval dat wordt gestort, maar ook op afval dat wordt verbrand. Hierdoor stijgen de lasten met In 2014 is een bedrag van onttrokken aan de Reserve egalisatie heffingen ter egalisatie van de tarieven. Voor 2015 wordt een bedrag van onttrokken aan deze reserve, daardoor stijgen de tarieven per saldo met Naar verwachting bedraagt de stand van de reserve eind ,5 mln. De verwachting is dat de tarieven de komende jaren op het huidige niveau gehandhaafd kunnen blijven h Rioolheffingen De kosten voor riolering worden aan de bewoners in rekening gebracht via drie afzonderlijke rioolheffingen: een belasting voor de gebruikers van woningen; een belasting voor de gebruikers van niet-woningen; een belasting voor de eigenaren van woningen en niet-woningen. Bij de kostentoerekening van de rioolheffingen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 100% kostendekkendheid. Basis van de kosten is het Gemeentelijk Rioleringsplan ; eigenaren nemen 47% van de te verhalen kosten van het riool voor hun rekening en de gebruikers 53%; binnen het gebruikersdeel nemen de woningen 66% van de kosten voor hun rekening en nietwoningen 34%. 65

66 De voorgestelde tarieven rioolheffingen zien er als volgt uit: Tabel 7 Ontwikkeling tarieven rioolheffingen Rioolheffingen Tarief 2011 Tarief 2012 Tarief 2013 Tarief 2014 Tarief 2015 %-daling 2015 t.o.v Eigenaren % van de WOZ-waarde 0,05754% 0,06127% 0,06545% 0,07047% 0,06157% - 12,6% Gebruikers woningen EPHH 59,22 60,05 60,95 60,95 60,95 0,0% Gebruikers woningen MPHH 88,83 90,08 91,43 91,43 91,43 0,0% Gebruikers niet-woningen (=> 10 m3) Gebruikers niet-woningen (< 10 m3) 190,47 193,14 196,04 196,04 196,04 0,0% 63,43 64,32 65,28 65,28 65,28 0,0% De tarieven voor 2015 zijn gebaseerd op het concept-grp zoals dat eind 2014 ter vaststelling wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Op basis hiervan zijn de tarieven 2015 voor de gebruikers gelijk gebleven ten opzichte van De tarieven voor de eigenaren daarentegen zijn gedaald ten opzichte van 2014 ter compensatie van de stijging van de OZB. Deze daling is mogelijk omdat in het concept-grp de lasten voor de vervangingen lager zijn dan in het vorige GRP door levensduursverlenging en risicogestuurd beheer. Ook is in 2015 een onttrekking meegenomen van aan de Reserve egalisatie heffingen. Eind 2015 bedraagt de stand van deze reserve naar verwachting 3 mln. De reserve wordt de komende jaren ingezet ter egalisatie van de tarieven. De verwachting is dat de tarieven de komende jaren op het huidige niveau gehandhaafd kunnen blijven. Als gevolg van verschillende gerechtelijke uitspraken, worden een aantal niet-woningen (lees: zorginstellingen) nu als woning aangemerkt. Het gevolg hiervan is dat dergelijke objecten ook voor de OZB moeten worden aangeslagen voor het lagere tarief van een woning. Ook de gebruikersaanslag rioolheffingen moet anders worden berekend. Tot op heden wordt de hoogte van de gebruikersaanslag rioolheffingen van een niet-woning berekend aan de hand van het waterverbruik. Op grond van de huidige Verordening rioolheffingen kan er in de nieuwe situatie alleen een aanslag voor een meerpersoonshuishouden worden opgelegd. Dit betekent een aanzienlijk opbrengstverlies. Om die reden wordt aan de Verordening rioolheffingen een nieuw tarief toegevoegd. Dit tarief houdt in dat een woning met een waterverbruik van 251 m3 of meer, toch een tarief voor het daadwerkelijk waterverbruik in rekening gebracht krijgt: per volle eenheid waterverbruik van 251 m3 of meer wordt, gelijk aan niet-woningen, een vast bedrag extra in rekening gebracht. De instellingen waar het hier om gaat worden dan op soortgelijke wijze aangeslagen als in de jaren dat deze objecten als niet-woning werden aangemerkt i Hondenbelasting De hondenbelasting wordt geheven van de houder van een hond. In Leeuwarden wordt de hondenbelasting als bestemmingsheffing geheven, waarbij de hondenbelasting dient ter dekking van de kosten voor hondenvoorzieningen (vervuiler betaalt). Eventuele overschotten of tekorten op het product Hondenvoorzieningen worden verrekend met de Reserve egalisatie heffingen. De stand van deze reserve was begin 2014 ca Na onttrekking van een bedrag van uit de Reserve egalisatie heffingen hoeven de tarieven 2015 alleen met de inflatie (1,3%) te worden aangepast. Voor 2016 en verder zullen de tarieven waarschijnlijk extra verhoogd moeten worden. Ook in 2015 wordt weer intensief gecontroleerd op het hondenbezit. Behalve voor het dekken van de kosten van de hondenvoorzieningen wordt de hondenbelasting gebruikt als instrument om het aantal honden te reguleren. Om die reden is sprake van een progressief tarief. 66

67 De volgende progressie wordt gehanteerd: tweede hond: 1,5 maal het tarief van de eerste hond; iedere volgende hond: 2 maal het tarief van de eerste hond; voor kennels geldt 3 maal het tarief van de eerste hond. In tabel 8 is de ontwikkeling van de tarieven over de afgelopen jaren aangegeven: Tabel 8 Ontwikkeling tarieven hondenbelasting Bedragen in Omschrijving Stijging 2015 t.o.v Eerste hond 68,72 68,55 68,42 66,13 66,99 1,3% Tweede hond 103,08 102,83 102,63 99,20 100,49 1,3% Iedere volgende hond 137,44 137,10 136,84 132,26 133,98 1,3% Kennel 206,16 205,65 205,26 198,39 200,97 1,3% 2.3.1j Precariobelasting Het verschil in tarieven voor standplaatsen in Leeuwarden en voormalig Boarnsterhim is erg groot. In 2015 wordt het standplaatsenbeleid geharmoniseerd en geactualiseerd. Ook worden hierbij de tarieven aangepast. Mogelijk is het gewenst onderscheid te maken in verschillende gebieden voor de tarieven. Omdat het verschil erg groot is en er afstemming plaats moet vinden met de standplaatshouders wordt voorlopig het oude tarief van Boarnsterhim gevolgd en opgenomen in de tarieventabel. Hier is een inflatiecorrectie op toegepast van 2,3%: 1,0% voor 2014 en 1,3% voor k Leges In 2010 zijn de legestarieven Energie en waterverbruik bij evenementen voor het laatst berekend op basis van de daadwerkelijke in rekening gebrachte kosten door derden en jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het uitgangspunt is dat in deze leges zoveel mogelijk de gemaakte kosten worden doorbelast. De laatste jaren zijn er de nodige wijzigingen in de facturering van energiekosten en landelijke heffingen op energie geweest. Daarom is voor 2015 niet de inflatiecorrectie toegepast, maar zijn de tarieven opnieuw berekend. Deze uitgevoerde inhaalslag ten opzichte van de afgelopen 5 jaren heeft ertoe geleid dat er sprake is van een eenmalig hogere tariefstijging dan waarvan via de normatieve inflatiecorrectie voor 2015 sprake zou zijn geweest. Daarmee wordt aansluiting gevonden bij de daadwerkelijk benodigde in rekeningstelling van deze kosten met ingang van Hierbij wordt opgemerkt dat van de door te belasten vaste kosten per periode wordt vastgesteld wat de kosten per dag zijn. Enkel deze kosten per dag worden in de dagtarieven meegenomen. De stijging van de kosten per aansluiting van een eendaags evenement heeft te maken met de hiervoor beschreven wijzigingen in de door te belasten tarieven. In het tarief stroom per dag per aansluiting zit het grote verschil met de vorige vaststelling in de manier waarop de transportkosten van de netwerkbeheerder worden doorbelast. In het verleden gebeurde dat op basis van verbruik, maar nu gebeurt dat op basis van capaciteit van de aansluiting. Deze nieuwe methodiek heeft grote gevolgen, want de meeste aansluitingen hebben een hoge capaciteit en hiermee fors hogere transportkosten dan in het verleden. De heffingskorting per dag wordt in mindering gebracht op de kosten. In het tarief stroom per KWh is de Energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie opgenomen. Deze worden naar verbruik in rekening gebracht. Op 2 september 2014 heeft het college besloten de hardheidsclausule toe te passen bij de berekening van de teruggave van de bouwleges, na intrekking van een bouwaanvraag met een zeer hoge bouwsom. Normaal gesproken wordt bij intrekking van de bouwaanvraag 50% van de bouwleges teruggegeven. Grote bouwaanvragen dragen relatief veel bij aan de opbrengst van de bouwleges ten opzichte van de kleine bouwaanvragen. Maar in dit geval was het resterende bedrag onbillijk in 67

68 relatie met de verrichtte werkzaamheden. Daarom wordt er in de raad van december 2015 een voorstel gedaan om te komen tot een meer redelijke teruggave structuur l Begraafrechten In het kader van de harmonisatie met Boarnsterhim is aan het begin van het jaar 2014 één verordening begraafrechten met tarieventabel vastgesteld, waarbij de verordening en tarieventabel van Leeuwarden als basis hebben gegolden. De tarieven in voormalig Boarnsterhim lagen op een gemiddeld hoger niveau dan in Leeuwarden. Het gelijk trekken met de tarieven van Leeuwarden heeft voor 2014 tot een geaccepteerd incidenteel tekort geleid. Om dit tekort voor de toekomst te nivelleren is het noodzakelijk dat de algemene tarieven voor het begraven, grafrecht, bijzetten van asbussen en soortgelijke activiteiten met meer dan de prijsinflatie worden verhoogd. De algemene tariefsverhoging is daarom 5 %. Dit geldt niet voor de tarieven voor de overige dienstverlening, zoals catering. Die tarieven zijn al kostendekkend, hierbij is de reguliere inflatiecorrectie van 1,1 % toegepast m Veergelden In Leeuwarden wordt eens in de 3 à 5 jaar het tarief voor de bruggelden aangepast. In verband met contante betaling is het van belang te werken met ronde bedragen. Naar analogie van deze werkwijze worden nu ook de tarieven voor veerpont De Burd aangepast. Sinds 2010 heeft er geen indexering plaatsgevonden en heeft er ook geen tariefsverhoging plaatsgevonden als gevolg van de btw-verhoging van 19% naar 21%. De indexeringspercentages van de afgelopen jaren waren als volgt: ,4% ,4% ,1% ,4% ,1% Voor de contante betaling voor de bedragen één overzetting en retouroverzetting heeft een afronding plaatsgevonden op 0,10. Dit betekent een inhaalslag van gemiddeld 5,7% voor de jaren 2011 tot en met Voor het bedrag van het abonnement vindt een eenmalige inhaalslag plaats. Dit bedrag wordt de komende jaren meegenomen bij de jaarlijkse indexering. In verband met de inhaalslag van de indexering voor een periode van 5 jaren is de verhoging van het btw- tarief niet meegenomen n Marktgelden Het tarief voor het gebruik van elektra wordt in een periode van 3 jaar meer kostendekkend gemaakt. Gedurende de periode van 2014 tot en met 2016 wordt het tarief jaarlijks met 15% verhoogd. In de tarieventabel wordt de mogelijkheid opgenomen om het gebruik in te delen in een lagere klasse indien aantoonbaar energiezuinige verlichting en/of apparaten worden gebruikt o Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is aan wettelijke regels gebonden. Strenger toepassen van deze regels is toegestaan, ruimhartiger toepassen niet. Ook kan de gemeente zelf bepalen welke belastingen al dan niet voor kwijtschelding in aanmerking komen. Het beleid van de gemeente Leeuwarden is er altijd op gericht geweest om de wettelijke kwijtscheldingsmogelijkheden zo optimaal mogelijk te benutten. Daarnaast streeft de gemeente er naar de kwijtscheldingsregeling zo eenvoudig mogelijk voor de bewoners toe te passen. 68

69 Sinds 2012 wordt er precariobelasting in rekening gebracht bij eigenaren van woonschepen en woonwagens. Voor deze belasting kon nog geen kwijtschelding worden aangevraagd. Gelet op het beleid van de gemeente behoort dit met ingang van 2015 ook tot de mogelijkheden. In Leeuwarden is kwijtschelding mogelijk van: OZB woningen, rioolheffingen woningen en afvalstoffenheffing (met uitzondering van de extra container) en met ingang van 2015 ook precariobelasting voor woonschepen en woonwagens. Tabel 9 Kwijtgescholden belastingbedragen per belastingsoort per jaar Bedragen in Belastingsoort Rekening 2011 Rekening 2012 Rekening 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffingen Hondenbelasting n.v.t. n.v.t. Precariobelasting n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. p.m. Totaal

70 2.3.2 Weerstandsvermogen In deze paragraaf staat in welke mate de gemeente in staat is om onverwachte gebeurtenissen (risico s) met een financiële impact op te vangen (met de weerstandscapaciteit) a Aanleiding en achtergrond De gemeente Leeuwarden vindt het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering te beheersen. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico s nu en de risico s gerelateerd aan investeringen in een goede verhouding staan tot de weerstandscapaciteit van de gemeente Leeuwarden. Om inzicht in de risico s van de gemeente te verkrijgen wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. De resultaten daarvan komen in deze paragraaf aan de orde. De geïnventariseerde risico s worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit zodat een uitspraak gedaan kan worden over het weerstandsvermogen van de gemeente Leeuwarden b Samenhang risicopositie gemeente Leeuwarden en totale weerstandscapaciteit Aangezien de weerstandscapaciteit uit een aantal componenten bestaat die ieder voor zich bedoeld zijn voor bepaalde groepen risico s, is in figuur 7 schematisch de samenhang weergegeven tussen de totale risicopositie van de gemeente Leeuwarden en de totale weerstandscapaciteit: Figuur 7 Totale risico positie Risico s Grondexploitaties Risico s Zuidlanden Algemene risico s Risico s 3 decentralisaties Risico overige Grondexploitaties Korte termijn risico Zuidlanden Lange termijn risico Zuidlanden Algemene Reserve Reserve Sociaal domein Reserve Grondbeleid Resultaat Grondexploitatie Zuidlanden Totale Weerstandscapaciteit 70

71 Voor de risico s in verband met de decentralisatie van taken op het gebied van zorg, jeugd en participatie is besloten om een aparte risicoreserve in het leven te roepen: de Risicoreserve Sociaal domein. Deze risico s komen voorlopig ook in deze paragraaf aan de orde. Het is de bedoeling dat in de volgende begrotingen de risico s op het terrein van de decentralisaties op een andere, meer geëigende plek in de begroting aan de orde komen. Verder komen in deze paragraaf de algemene risico s aan de orde. In paragraaf Grondbeleid worden de risico s van de grondexploitaties uitgebreid behandeld en afgezet tegen de daarvoor beschikbare weerstandscapaciteit. Voor inzicht in de samenstelling van het risicoprofiel van de grondexploitatie wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Bij het inventariseren van de risico s grondexploitaties is onderscheid gemaakt tussen de risico s van de grondexploitatie Zuidlanden en de risico s van de overige grondexploitaties. De risico s van de grondexploitatie Zuidlanden zijn vervolgens gesplitst in risico s op korte termijn ( ) en op lange termijn ( ). Dit is gedaan omdat voor deze drie groepen risico s binnen de grondexploitaties twee onderdelen van de totale weerstandscapaciteit beschikbaar zijn. De risico s op lange termijn van de grondexploitatie Zuidlanden kunnen en moeten worden opgevangen ten laste van het verwachte resultaat van die grondexploitatie. Voor de korte termijn risico s van Zuidlanden en voor de risico s van de overige grondexploitaties is de Reserve grondexploitatie als weerstandscapaciteit beschikbaar. Er is dus in dit verband ook belangrijk onderscheid tussen enerzijds de weerstandscapaciteit die bestaat uit de Algemene Reserve (AR) en de Reserve grondexploitatie en anderzijds het resultaat van de grondexploitatie Zuidlanden. De genoemde reserves zijn daadwerkelijk per direct beschikbaar voor de korte termijn risico s en kunnen daarom ook bij elkaar opgeteld worden. Het resultaat van de grondexploitatie Zuidlanden moet nog in de periode gerealiseerd worden en kan dus niet samengevoegd worden met de genoemde reserves en is ook alleen beschikbaar voor de lange termijn risico s van de grondexploitatie Zuidlanden. Daarom is het resultaat grondexploitatie Zuidlanden in figuur 7 door middel van een stippellijn gekoppeld aan de totale weerstandscapaciteit. Risico s verbonden aan de majeure projecten maken geen deel uit van de bovengeschetste totale risicopositie. Deze risico s worden geïdentificeerd en beheerst binnen de betrokken projectaanpak en budgettair afgedekt binnen de betrokken projectbegroting c Resultaten risicoanalyse De geïnventariseerde risico s zijn verwerkt door het simulatieprogramma van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). In figuur 8 worden de uitkomsten van die simulatie weergegeven. 71

72 Figuur 8 Totale risico positie Risico s Grondexploitaties Risico s Zuidlanden Algemene risico s Risico s 3 decentralisaties Risico overige Grondexploitaties Korte termijn risico Zuidlanden 5,47 mln 9,00 mln 3,71 mln 5,45 mln Lange termijn risico Zuidlanden 10,00 mln Algemene Reserve 9,10 mln Reserve Sociaal domein 9,00 mln Reserve Grondbeleid 9,10 mln Resultaat Grondexploitatie Zuidlanden 10,45 mln Totale Weerstandscapaciteit Algemene risico s Ten aanzien van de algemene risico s is uit de simulatie als resultaat gekomen dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat voor die risico s een weerstandscapaciteit van 5,47 mln voldoende is. De in totaal 11 algemene risico s die zijn geïnventariseerd staan in tabel 10 weergegeven. De risico s staan in volgorde van invloed op het berekende totale bedrag van de algemene risico s. Ten opzichte van de risico-inventarisatie in de jaarrekening 2013 hebben zich de volgende veranderingen voorgedaan. Er zijn twee risico s verdwenen, namelijk: - Ongunstige uitspraak Sita/van Gansewinkel De gevreesde ongunstige uitspraak is uitgebleven. De rechter heeft de eisen van Sita/van Gansewinkel afgewezen en daardoor is het risico komen te vervallen. - WMO: risico van budgetoverschrijding Het doorvoeren van de maatregelen uit de Veranderagenda WMO hebben resultaat gehad. In 2014 is het budget niet overschreden; het budget is in control. Om die reden is voor 2015 het risico afgevoerd. De resterende risico s zijn bijna allemaal risico s die al vaker in de inventarisatie naar voren zijn gekomen. In deze inventarisatie is het risico Garantstellingen en leningen, dat in de jaarrekening 2013 nog als één risico werd gezien, in twee afzonderlijke risico s geknipt. 72

73 Het volgende risico is niet nieuw, maar is voor het eerst meegenomen in de risico-inventarisatie: - FLO rechten voormalig gemeentelijk Brandweerpersoneel Dit is het grootste risico dat naar voren is gekomen in de inventarisatie. In de rangorde van de overige risico s is niet veel veranderd, enkele risico s zijn van plaats verwisseld. 73

74 Tabel 10 Overzicht algemene risico s Nr. Gebeurtenis Kans Max Opmerking Invloed Maatregel 1 (-) 2 (1) 3 (2) FLO rechten van voormalig gemeentelijk brandweerpersoneel 90% De omvang van de voorziening voormalig gemeentelijk brandweerpersoneel wordt op dit moment gesteld op 5,7 mln. Daar staat tegen over dat het jaarlijkse budget voor deze kosten kan vrijvallen. Gerekend over de hele nieuwe collegeperiode is dat ongeveer 2 mln. Dit betekent dat we een risico lopen van ca. 3,7 mln. Leningen 40% De gemeente heeft voornamelijk in het kader van economisch beleid een aantal leningen verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen. Indien deze personen niet aan de verplichtingen voldoen, dan loopt de gemeente risico. Onderstaand een overzicht van de leningen en een risico inschatting. Dit samen leidt tot een gewogen gemiddelde voor de leningen. Deelneming CV Blitsaerd Naam WTC St. Parkeergarages SPL/VVV St. Proloog TOTAAL Bedrag lening 2,55 mln 5,20 mln 0,10 mln 1,50 mln 9,35 mln 75% De gemeente Leeuwarden is bij het vaststellen van de koepelovereenkomst met vastgoed de Friesche Wouden overeengekomen dat beide stille vennoten 2,2 mln als vermogen inbrengen. In 2011 is als gevolg van liquiditeitsproblemen de storting conform de koepelovereenkomst geeffectueerd. Wegens deze problemen is de waardering van deze storting met 1,1 mln afgewaardeerd. Het maximale risico betreft nu 49,86% Er is overleg gestart met de Veiligheidsregio Fryslân met als doel om de overgang van FLO rechten van voormalig gemeentelijk brandweerpersoneel zonder incidentele financiële lasten voor de gemeente Leeuwarden te laten plaatsvinden maar de daarvoor beschikbare structurele middelen aan te wenden. 21,37% Het risico ontstaat zodra een privaatrechtelijke persoon niet meer kan bijsturen en dien ten gevolge ook niet meer aan de verplichtingen jegens gemeente kan voldoen. Bij tijdig bericht kan de gemeente over het algemeen gaan meesturen en nader onheil voorkomen. Als tegenmaatregel bezoeken accounthouders nu frequenter de rechtspersonen aan wie de lening is verstrekt met als doel de meest actuele informatie te krijgen. Voor bijzondere trajecten zoals Proloog en het WTC Expo is een team van mensen samengesteld die de ontwikkelingen nauwgezet volgen en onderhandelen met onder andere de bank, afdeling bijzonder beheer. 12,41% De korte termijn vooruitzichten voor de woningbouwproductie zijn onveranderd ten opzichte van 2013 en dus niet rooskleurig. De focus ligt op afronding van Project A (westelijk deel van het projectgebied). De kosten baten analyse voor Project B laat op dit moment nog een positief saldo zien van 2,3 mln. 50% van dit resultaat is voor de 74

75 Nr. Gebeurtenis Kans Max Opmerking Invloed Maatregel 4 (-) 5 (3) 6 (4) Overschrijding budget bijstandsuitkeringen 2015 dan 1,1 mln. 80% Bij de vaststelling van de begroting 2013 is het budget voor bijstandsuitkeringen structureel opgeplust met Bij de vaststelling van de begroting 2014 is het budget voor bijstandsuitkeringen incidenteel voor de jaren 2013 t/m 2015 opgeplust met Voor 2015 is dus afgedekt. Op basis van de toegekende meerjarige aanvullende uitkering (MAU) , rapportage MAU over 2013 en de actuele Rijksbeschikking op het budget voor Leeuwarden, heeft de gemeente een 'eigen risico' van 3,5 mln. Er is een gerede kans op een tekort met een bandbreedte (inclusief het opgepluste bedrag) van 0 tot Leegstand 50% De gemeente verhuurt een aantal objecten. Zodra een object voor langere tijd niet meer wordt verhuurd ontstaat een risico. Veelal wordt gewerkt met langjarige contracten waarmee het risico beperkt Niet verzekerde objecten of onvoldoende verzekerd tegen schade van eigendommen blijft. Indien de situatie van langdurige leegstand oploopt dan loopt ook de boekwaarde op waardoor er een grotere druk op de exploitatie komt. 5% Hoewel zeer klein, bestaat de kans dat gemeentelijke eigendommen niet voldoende zijn verzekerd dan wel dat ondanks een verzekering de verzekeringsmaatschappij niet tot uitkering overgaat. De inschatting is gebaseerd op een percentage van het totale bestand. De laatste jaren lijkt dit door gemeente. Dit betekent dat wij op basis van de huidige kosten baten analyse 1,1 mln en daarmee ons aandeel in het vermogen terug ontvangen. 5,99% Leeuwarden heeft een MAU en de eerste rapportage MAU over 2013 is in juni door het college vastgesteld. Leeuwarden ligt op koers om te voldoen aan de ambitie zoals in het MAU-verbeterplan is geformuleerd. 3,34% Indien er sprake is van langdurige leegstand wordt eerst gekeken of het probleem binnen de totale vastgoedportfolio kan worden opgelost, of dat de lasten tijdelijk kunnen worden verlaagd door de inzet van vastgoedprotectie. Indien deze maatregelen niet voldoende soelaas bieden ontstaat een risico dat de vastgoedportfolio overstijgt. 0,94% Conform de richtlijnen worden jaarlijks de verzekerde waarden van de objecten geïndexeerd (CBS). Daarnaast is in de verzekeringspolis een clausule opgenomen voor vergeten objecten waardoor er geen risico wordt gelopen dat achteraf een object onverzekerd is geweest. 75

76 Nr. Gebeurtenis Kans Max Opmerking Invloed Maatregel 7 (5) 8 (1) 9 (7) Niet realiseren geraamde inkomsten OZB aangescherpte controles en groter bewustzijn prima te gaan en is het de laatste 4 jaar niet voorgekomen. 5% Er wordt een uitgebreid en verfijnd calculatiemiddel gehanteerd t.b.v. de raming van de OZB-inkomsten. Toch zullen er altijd verschillen zijn tussen de raming en de OZB-opbrengsten. Dit is een beperkt risico (5% van de totale OZB-opbrengst van 26 mln). Garantstellingen 20% De gemeente heeft voornamelijk in het kader van economisch beleid een aantal garantstellingen verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen. Indien deze personen niet aan de verplichtingen voldoen, dan loopt de gemeente risico. Onderstaand een overzicht van garantstellingen per product met een risico inschatting. Dit samen leidt tot een gewogen gemiddelde van de garantstellingen. Misbruik, diefstal, vernietiging en vernieling van apparatuur, informatie en documenten Garantiestellingen Naam Bedrag Cambuur Hegie Vastgoed Ien en Mien TOTAAL % Ondanks alle beveiligingsmaatregelen bestaat er een kleine kans op misbruik, diefstal, vernietiging en vernieling van apparatuur, informatie en documenten waardoor financiële schade kan ontstaan. 0,89% De raming wordt op basis van nacalculaties 2 keer in het jaar, bij de TURAP en jaarrekening bijgesteld. 0,82% Het risico ontstaat zodra een privaatrechtelijke persoon niet meer kan bijsturen en dan ook niet meer aan de verplichtingen kan voldoen. Bij tijdig bericht kan de gemeente over het algemeen gaan meesturen en nader onheil voorkomen. Als tegenmaatregel bezoeken accounthouders nu frequenter de rechtspersonen aan wie de garantstelling is verstrekt met als doel de meest actuele informatie te krijgen. 0,37% Generieke IT controls waaronder de back-up & recoveryprocedures, uitwijkprocedures en fysieke beveiliging (pasreaders en beveiligingspersoneel in de stadshal). In 2012 zijn extra maatregelen getroffen waaronder nieuw camerasysteem (preventief) en extra pasreaders in de stadshal ter verscherping van de beveiliging (de rest van de ruimte al afgesloten). Bij diefstal wordt direct een melding gemaakt waarna onderzoek volgt. Verder user-controls aanwezig, bv. Inloggen 76

77 Nr. Gebeurtenis Kans Max Opmerking Invloed Maatregel 10 (6) 11 (10) Verslechterende verhouding tussen kosten en opbrengsten bouwleges Hogere dan geraamde rentekosten 10% De legesopbrengsten zijn op peil. Dit wordt veroorzaakt enerzijds door een correctie op de legestarieven en ten tweede doordat een groot aantal majeure projecten een omgevingsvergunning hebben aangevraagd. Middels het sturen op kosten (flexibele schil) beweegt dit product goed mee met de markt. Een mogelijke verslechtering van de markt in 2014 kan dit beeld verstoren. 50% De post rentekosten kent in de praktijk een grillig verloop. Verschillen in verwachte en werkelijke rente en de onzekerheden rondom de voorspelbaarheid van kasstromen beïnvloeden deze post. met gebruikersnaam en wachtwoord dat periodiek gewijzigd wordt. Ondanks al deze beheersmaatregelen bestaan er restrisico's. 0,29% De kosten worden door gebruik te maken van de flexibele schil zo laag als mogelijk gehouden. Exogene factoren zoals minder bouwaanvragen is niet op te sturen, je kan er slechts op reageren door minder personeel in te zetten. In 2015 zijn een aantal grote civiele projecten gepland. De verwachting is dat de legesopbrengsten binnen de begroting zullen bewegen. 0,01% Eind 2012 zijn de richtlijnen voor de renteberekening en inflatie geactualiseerd. Met deze actualisering is de voorspelbaarheid van de rentekosten in zekere mate toegenomen. Een van de belangrijkste wijzigingen is, dat bij nieuwe projecten rente wordt toegerekend. Voor bestaande projecten blijft bij wijze van overgangsregeling de bestaande situatie (geen rentetoerekening) gehandhaafd. Als gevolg van deze maatregel is de kans van optreden van overschrijding van de rentekosten aanzienlijk terug gebracht. Toch blijft er gelet op onbeïnvloedbaarheid van de rentestand altijd een zeker restrisico bestaan. 77

78 Risico s 3 decentralisaties De risico s met betrekking tot de decentralisatie van taken op het gebied van zorg, jeugd en participatie zijn in Richtinggevende kaders drie decentralisaties en doorontwikkeling Amaryllis (2013) aan de orde gekomen. Tabel 11 Overzicht risico s decentralisatie Nr. Risico Kans Max 1 Onzekerheid van kostenraming (overgangseffect). Er is nog niet een volledig beeld van het overgangsregime door het ontbreken van informatie van aanbieders en onvoldoende inzicht in cliëntgegevens. Na vaststelling van het financieel kader blijft het maximaal verwachte tekort ca. 5 mln. 2 Preventieve maatregelen hebben niet het gewenste effect. Verwachtingen over eigen kracht bewoners vallen tegen (nul-de lijn). De gewenste afname van doorverwijzing naar tweede lijn wordt niet gerealiseerd en er is een grotere zorgvraag dan waarmee rekening is gehouden. 3 De inkoopcontracten bevatten juridische onjuistheden/onduidelijkheden. De concept raamcontracten van het overgangsregime zijn gereed en de bestekken voor het nieuwe regime zijn in ontwikkeling. Ten opzichte van het financieel kader is de kans bijgesteld en het maximale bedrag aangepast. 4 De gemeente slaagt er niet in om goede automatiseringssystemen in te voeren. Gevolg is overschrijden lever- en doorlooptijden. De informatiebehoefte verschilt zo van de huidige omgeving dat deze niet tijdig is te leveren. Er draaien (te)veel verschillende systemen. De ICT kost meer dan voorzien. De beschikbaarheid van gegevens is van onvoldoende kwaliteit. 5 Professionals kunnen hun werk niet optimaal doen. Dit heeft te maken met teveel protocollering, onvoldoende medewerkers met de gewenste capaciteiten. Verlies aan expertise door leegloop bij zorgverleners (door onzekerheid). Gemeente heeft onvoldoende expertise en/of capaciteit. 80% % % % % Deze risico s zijn in het risicosimulatieprogramma ingevoerd met als resultaat dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat een weerstandscapaciteit van 9 mln toereikend is voor het opvangen van de financiële gevolgen van deze risico s d Weerstandsvermogen De actuele risicopositie is in totaal 5,47 mln. Die risico s moeten opgevangen kunnen worden door de aanwezige weerstandscapaciteit, voornamelijk in de vorm van de AR. Alvorens in te gaan op de gewenste omvang van de AR in relatie tot de risicopositie, is het nuttig om alle functies van de AR in herinnering te roepen: a. De AR is bedoeld voor het afdekken van algemene risico s. Door het aanhouden van een reserve voor dit doel wordt voorkomen dat het beleid (drastisch) moet worden aangepast als één of meer risico s zich in de werkelijkheid voordoen. Aldus wordt de stabiliteit en rust in het uitvoeren van beleid gecreëerd. De AR is dus een risicoreserve. b. De AR is bedoeld voor het verwerken van de jaarlijkse begrotingsresultaten. De gemeente Leeuwarden is gehouden om een structureel sluitende meerjarenbegroting vast te stellen. Dit betekent dat de structurele uitgaven en inkomsten in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming minimaal aan elkaar gelijk moeten zijn. Begrotingstekorten en overschotten in de jaarschijven daaraan voorafgaand worden verrekend met de AR. Ook dit zorgt voor rust en stabiliteit omdat hierdoor geen bezuinigingen hoeven te worden doorgevoerd mocht in enige jaarschijf voorafgaand aan de laatste een begrotingstekort ontstaan. De AR is dus ook een egalisatiereserve. c. De AR dient bovendien als buffer voor het opvangen van diverse onvoorziene kosten die niet als een risico kunnen worden bestempeld of simpelweg niet als zodanig zijn herkend. Als er 78

79 bijvoorbeeld iets voorgefinancierd moet worden of een bepaalde uitgave in tijd naar voren of naar achteren schuift. De AR fungeert dan in een begrotingsjaar als smeermiddel. Als beleidsuitgangspunt geldt dat de verhouding tussen de risico s en de weerstandscapaciteit 1,5 zou moeten zijn. Ofwel dat de AR 1,5 keer zo groot moet zijn als de uitkomst van de risicosimulatie. Toepassing van deze norm betekent, dat weerstandscapaciteit 8,2 mln zou moeten bedragen. Het werken met een overdekking, moet gezien worden als een extra veiligheidsklep. Hierdoor zal het weerstandsvermogen, ook wanneer daar een fors beroep op wordt gedaan, minder snel c.q. in mindere mate onder het absolute minimum dalen. Daardoor ontstaat wat meer rust en ruimte om het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau te krijgen. Met absoluut minimum wordt bedoeld het berekende minimaal benodigde weerstandsvermogen voor het eerstvolgende jaar, afgezien van de overdekking. Het werken met een norm voor het weerstandsvermogen die hoger ligt dan de uitkomst van de risicoanalyse werkt dus in zekere zin stabiliserend. In de praktijk van het risicomanagement wordt de volgende classificatie gebruikt als het gaat om de beoordeling van de ratio tussen de aanwezige weerstandscapaciteit (beschikbare reserves) en de uitkomst risicoanalyse: Ratio Betekenis >2.0 Uitstekend ruim voldoende Voldoende Matig onvoldoende <0.6 ruim onvoldoende De ratio van 1,5 bevindt zich dus aan de onderkant van de klasse die als ruim voldoende wordt aangemerkt en lijkt daarmee een evenwichtige norm (niet te krap, niet te ruim). De actuele risicopositie van 5,47 mln moet dus om te beginnen worden afgezet tegen de meest actuele prognose van de AR. Voor de begroting 2015 wordt de stand van de AR voor de periode geraamd op 9,1 mln. In de begroting is nog een post Onvoorzien opgenomen van 0,1 mln die ook aangemerkt kan worden als weerstandscapaciteit. Het totaal van deze twee (AR 9,1 mln + post Onvoorzien 0,1 mln) bedraagt 9,2 mln en zit dus 1,0 mln boven het streefniveau dat voor het weerstandsvermogen is gedefinieerd (1,5 x 5,47 mln = 8,2 mln). Daarmee komt de beschikbare weerstandscapaciteit uit op het gewenste niveau van 1,5 maal de actuele risicopositie en kan daarmee als ruim voldoende worden gekwalificeerd. 79

80 2.3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf geeft een dwarsdoorsnede van het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen (gebouwen, wegen, riolering, etc.). Het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties worden hier genoemd a Beheersystematiek Op gezette tijden worden er inspecties/inventarisaties uitgevoerd, op basis waarvan de onderhoudsplanning steeds wordt bijgesteld en wordt geoptimaliseerd. De resultaten uit de inspecties/inventarisaties zijn gebruikt: als input voor het collegeprogramma en de daarin opgenomen ambities en afwegingen; voor aanpassingen in middelen (bijvoorbeeld voor speelvoorzieningen structurele beheer- en onderhoudsmiddelen); voor wijzigingen/bijstellingen in de bedrijfsvoering; voor structurering van het proces areaaluitbreidingen b Omvang van het te onderhouden areaal Om inzicht te bieden in de onderhoudsopgave van de gemeente wordt in tabel 12 aangegeven wat de omvang van het te onderhouden areaal en de bijbehorende financiële middelen zijn. Tabel 12 Bedragen x Begroting 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 Te onderhouden areaal in 2015 Onderhoud wegen Onderhoud van ca. 652 ha verharding Riolering Onderhoud van ca. 540 km riool Onderhoud van ca inspectieputten Schoonmaken van ca straatkolken Reinigen van ca. 100 km riool Vervangen van ca. 8,0 km riool Kunstwerken 37 beweegbare bruggen 485 vaste bruggen, tunnels, viaducten en steigers Water 13,6 km walmuren 27,6 km zware walbeschoeiing 55,1 km lichte walbeschoeiing 460 ha wateroppervlak (meren, kanalen en vaarten) 215 km (berm)sloot Groen Groene Ster (ca. 400 ha), Froskepôlle (ca. 13 ha), Lwd. Bos (ca. 110 ha), Hempenser Bos (110 ha), Diverse locaties bos voormalig Boarnsterhim (ca. 5 ha) Gras ca. 227 ha Gazons ca. 163 ha Beplanting ca. 117 ha

81 Te onderhouden areaal in 2015 Bomen ca Begroting 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 Reiniging verhardingen Schoonhouden wegen en pleinen Onkruidbestrijding op ca. 258 ha Zwerfvuilbestrijding Zwerfvuilbestrijding op 356 ha Totaal Ten behoeve van een goed beheer van onze kapitaalgoederen zijn er voorzieningen ingesteld voor een aantal kapitaalgoederen. Te weten voor het oud Leeuwarder deel : rioleringen, verhardingen, civiele kunstwerken, openbare verlichting, speelvoorzieningen en waterwegen/baggeren. Hierdoor wordt er een betere meerjarige borging ingebouwd voor het beschikbaar houden van de noodzakelijke middelen voor het uitoefenen van goed rentmeesterschap op deze kapitaalgoederen. Hiervoor zijn in het collegeprogramma, naast de outsourcingsopgave, structurele bezuinigingen opgenomen, van in 2016 en in 2017 (i.c. duurzaam slimmer onderhoud). Voormalig Boarnsterhim (Noord) Uit de diverse inventarisaties van het areaal in voormalig Boarnsterhim (Noord) is gebleken dat er sprake is van fors achterstallig onderhoud in de openbare ruimte. Een deel hiervan is weggewerkt in het kader van de artikel 12 procedure, waarvoor door het Rijk middelen beschikbaar zijn gesteld. Inmiddels is duidelijk dat de beschikbare/gereserveerde middelen voor het wegwerken van de achterstanden onvoldoende groot zijn. In het collegeprogramma is dit benoemd en zijn hiervoor extra middelen gereserveerd. Het betreft hier een bedrag van structureel voor instandhouding en 2 x 1 mln incidenteel voor achterstallig onderhoud. Ook met de inzet van deze middelen zo is de verwachting is nog geen sprake van het op peil kunnen brengen/houden van de toegevoegde arealen als gevolg van de herindeling met Boarnsterhim. Er wordt in 2014 en 2015 gezocht naar een optimum voor het gehele grondgebied van de gemeente Leeuwarden. Daarnaast wordt in 2014 en 2015 de harmonisatie van beleid t.a.v. beheer en onderhoud kapitaalgoederen vormgegeven. Enerzijds ingegeven door een noodzakelijke harmonisatie als gevolg van de herindeling met Boarnsterhim, anderzijds ingegeven door de beschikbaarheid aan middelen voor alle kapitaalgoederen en de input hiervoor uit het collegeprogramma. Voor 2016 e.v. moeten op basis van deze gegevens keuzes worden gemaakt voor de te volgen beheer- en onderhoudsstrategie voor de komende jaren, om zo te komen tot de meest optimale inzet van middelen in relatie tot de toekomstige kwaliteit van de openbare ruimte en de hierin aanwezige kapitaalgoederen. Opties als risico gestuurd beheer c.q. onderhoud en/of gedifferentieerd onderhoud zijn hierbij te onderzoeken mogelijkheden. De diverse onderdelen van de openbare ruimte worden onderhouden in overeenstemming met de vastgestelde kwaliteitsniveaus bij Beheer Openbare Ruimte (BOR) in Beeld. Vanaf 2006 vinden er op gezette tijden schouwrondes plaats om te kijken of de afgesproken kwaliteit ten aanzien van het verzorgende deel in de praktijk ook wordt gehaald. In het toegevoegde deel van Boarnsterhim is als kwaliteitsniveau voor de gehele openbare ruimte basis afgesproken, dit wordt vooralsnog voortgezet. 81

82 2.3.3c Wegen Het streefdoel om de staat van de verhardingen voor de gehele stad op kwaliteitsniveau basis te onderhouden conform kwaliteitskeuzes BOR in beeld geldt ook voor Het wegennet van de gemeente Leeuwarden omvat globaal 6,5 mln vierkante meter verharding. Onderhoud aan een dergelijk wegennetwerk vergt een gedegen meerjarenplanning. Het huidige beheersysteem XEIZ Wegen voorziet erin om een vijftal jaren vooruit te kijken wat betreft de uit te voeren werkzaamheden, waarbij de eerste twee jaren gedetailleerd kunnen worden vastgesteld. Op basis hiervan wordt jaarlijks de planning grotendeels vastgesteld bij de begroting. Dit betekent dat in het betreffende jaar slechts voor een klein deel kan worden ingesprongen op bijzondere situaties van schade, bijvoorbeeld als gevolg van vorst en gladheidbestrijding. Het uitgangspunt is dat werk met werk moet worden gemaakt. Dit betekent dat in voorkomende gevallen diverse werkzaamheden worden gecombineerd. Zo worden bijvoorbeeld herinrichtingen van bepaalde straten zo mogelijk gecombineerd met de vervanging van de riolering. In de praktijk wordt dan bekeken hoe door verschuiving het meest efficiënt gewerkt kan worden. Daarnaast wordt ernaar gestreefd om zoveel mogelijk overlast te voorkomen (bijvoorbeeld het opbreken van meerdere straten in één wijk). Beleidskader: - Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan (GVVP) (2011) - Evaluatie BOR in Beeld (2009) - relevante beleidsnota s voormalig Boarnsterhim 2.3.3d Riolering Eind 2008 is het verbrede Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) door de raad vastgesteld. Accenten in dit GRP zijn: het op een verantwoorde wijze scheiden van vuil en (relatief) schoon water, het zogenaamde afkoppelen ; aandacht voor de grondwaterproblematiek. Het GRP heeft een verbreding gekregen, omdat de gemeente via de Waterwet/wet gemeentelijke watertaken ook zorgplichten voor de behandeling van afstromend hemelwater en het (ondiepe) grondwater heeft gekregen. Ook moet, waar nodig, rekening gehouden worden met de Kader Richtlijn Water. Binnen het GRP is de vervanging en het onderhoud van de riolering geregeld. De eerstkomende jaren wordt er circa 8 km riolering per jaar vervangen. Door de civieltechnische werken en andere activiteiten in de openbare ruimte zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen en in te plannen, wordt getracht de (verkeers-)overlast te beperken en de middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit houdt bijvoorbeeld in dat wegreconstructie- en rioleringswerkzaamheden voor zover mogelijk gecombineerd uitgevoerd worden. Soms leidt dit tot het doorschuiven of vervroegen van rioleringsprojecten. In verband met de herindeling met een Boarnsterhim (Noord) is de looptijd van het huidige GRP 2012 verlengd tot en met In 2014 wordt een GRP voor de gehele nieuwe gemeente opgesteld, voor de periode Naast de reguliere activiteiten wordt in dit GRP ook aandacht geschonken aan de opgave, voortvloeiend uit het Nationaal Bestuursakkoord Water, om te komen tot beperking van de uitgaven in de (afval)waterketen. Landelijk is dit bepaald op 380 mln ( minder meerkosten ) structureel in 2020 (t.o.v. de prognoses). Voor Fryslân is deze opgaaf bepaald op minimaal 12 mln, waarvan voor de Friese gemeenten 7,7 mln. De nadere verdeling, en daarmee de taakstelling voor Leeuwarden, hiervan moet nog worden bepaald. Mede om deze taakstelling deels op te vangen wordt er in het nieuwe GRP aandacht besteed aan het risico gestuurd beheer van de riolering. Beleidskader: - Verbreed gemeentelijke rioleringsplan , verlengd t/m 2014 (2008) - relevante beleidsnota s voormalig Boarnsterhim 82

83 2.3.3e Water, kademuren, bruggen e.d. De gemeente heeft een onderhoudsplicht om watergangen en -partijen te baggeren. Daarnaast kan sprake zijn van de noodzaak van saneringen als het gaat om vervuild slib. In de afgelopen periode zijn een aantal baggerprojecten uitgevoerd. Bij de vaststelling van het baggeruitvoeringsprogramma is afgesproken dat er voor de periode daarna duidelijkheid moest zijn over de overdracht c.q. de overname van het stedelijke waterbeheer door Wetterskip Fryslân. Na een moeizaam proces om te komen tot afstemming, zijn inmiddels de uitgangspunten voor overdracht bepaald. Volgens de huidige planning vindt in 2015 de overdracht van het beheer en (de kosten van) onderhoud van het stedelijk water naar Wetterskip Fryslân plaats. Opgemerkt wordt dat in 2014 al de overdracht van het vaarwegbeheer naar de provincie Fryslân heeft plaats gevonden. Ook na de overdracht van vaarwegen en stedelijk water is, weliswaar veel minder dan nu het geval is, de gemeente nog verantwoordelijk voor het onderhoud (hekkelen en baggeren) van een aantal watergangen, zoals de binnenstadsgrachten, het Nieuwe Kanaal en bermsloten. Tot en met 2015 sluiten de beschikbare financiële middelen, zowel qua dagelijks beheer als baggerprogramma aan bij de onderhoudsverplichtingen van de gemeente Leeuwarden. Zodra de contouren van de overdracht Stedelijk water duidelijk zijn, kan een plan voor het structurele onderhoud van de resterende gemeentelijke watergangen worden gemaakt en kunnen de organisatorische en financiële consequenties duidelijk worden gemaakt van de beide overdrachten. Een keer in de 5 jaar vinden inspectierondes civieltechnische kunstwerken plaats, waarbij de kunstwerken op veiligheid en technische staat worden gecontroleerd. Zo wordt inzicht verkregen in de staat van de kunstwerken. Als er tekortkomingen worden vastgesteld, volgen zo nodig nog gedetailleerde onderzoeken. De consequenties van de inspecties worden vertaald naar de meerjarenplanning met uitvoeringsmaatregelen, waarna ook de financiële gevolgen kunnen worden aangegeven. Verwezen wordt naar de inleiding met betrekking tot risico gestuurd beheer en gedifferentieerd onderhoud. De onlangs nieuw verschenen landelijke normen voor constructieve veiligheid bieden mogelijkheid te differentiëren in de mate van constructieve veiligheid. De differentiatiemogelijkheid wordt bepaald door het wel of niet intensief gebruiken van een civiel kunstwerk. Er wordt nu gekeken in hoeverre deze norm inpasbaar is voor Leeuwarden met als doel middels conserverend onderhoud kosten te besparen. Met de toevoeging van het noordelijke deel van Boarnsterhim zijn er 44 vaste en 12 beweegbare bruggen bij gekomen. Beleidskader: - relevante beleidsnota s voormalig Boarnsterhim 2.3.3f Groen In de opgestelde groenbeheerplannen zijn, op basis van visies, eenmalige maatregelen of omvormingen voorgesteld. De groenwerkzaamheden vormen, naast andere bronnen, ook de input voor de integrale werkplanning van de verschillende onderdelen in de openbare ruimte. De organisatie is hierbij zodanig ingericht dat de werkzaamheden in het kader van buurtonderhoud en leefbaarheid in de bedrijfsvoering groen zijn geïntegreerd. In 2014 is de lijst met monumentale en waardevolle bomen opnieuw geactualiseerd. Particuliere eigenaren van monumentale bomen hebben een aanbod gekregen om gebruik te maken van de kennis van gemeentelijke bomendeskundigen voor inspecties en klein onderhoud. Op het moment van actualisatie van de bestemmingsplannen worden de monumentale bomen hierin opgenomen. 83

84 In 2015 wordt het beleid op het gebied van monumentale en waardevolle bomen geharmoniseerd met het beleid in de voormalige gemeente Boarnsterhim. De storm van 28 oktober 2013 heeft veel schade aangericht aan bomen. De totale schade beloopt ca. 915 gevelde bomen. In 2014 hebben wij besloten een herplantplan te realiseren in de omvang van éénmalig Dit is als onontkoombare uitgave meegenomen in deze begroting (bijlage A Financiële overzichten III). Daarmee is sprake van een doelmatige en acceptabele herplant mogelijkheid, gegeven de financiële positie en mogelijkheden binnen de begroting van In 2015 (en 2016) vindt met inzet van deze middelen en in afstemming met bewoners/wijken/buurten herplant plaats. Er is al invulling gegeven aan een ombuiging op het gebied van onkruidbestrijding op verhardingen en ombouw van groen. Op basis van een evaluatie in 2013 én het collegeprogramma is besloten om in 2014 door te gaan met de heetwatermethode. Eind 2014 wordt besloten hoe dit de komende jaren wordt vervolgd. De ombouw van groen richt zich vooral op verouderd groen, waarbij een beter aanzicht én goedkoper beheer wordt nagestreefd. In 2015 wordt een aanvang gemaakt met de reconstructie en ombouw van het groen in Camminghaburen-Noord. Buurt- en wijkbewoners worden bij deze planvorming betrokken. Het slagen van dit project hangt mede af van het draagvlak in de wijk. Ook wordt in 2015 gekeken naar een optimalisatie van het maaibeleid en harmonisatie met het beleid van de voormalige gemeente Boarnsterhim. Bij de uitvoering wordt eveneens gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden met andere partijen. Vanaf 2015 wordt gestart met de planvorming en herplant van bomen die door de najaarsstorm van 2013 zijn omgewaaid. De herplant vindt plaats binnen de hiervoor afgesproken kaders. De herplant plannen worden opgesteld in overleg met de buurtbewoners en wijkpanels. Met betrekking tot de burgerinitiatieven en bewonersbedrijven in relatie tot onderhoud wordt verwezen naar het programma Fysiek: Beheer leefomgeving. Relevante beleidsnota s: - Meer openbaar groen, minder regels (2011) - Evaluatie BOR in Beeld (2009) - Bomenbeleidsplan Bomen beheren met beleid (1999) - relevante beleidsnota s voormalig Boarnsterhim 2.3.3g Gebouwen Er zijn ongeveer 210 objecten (exclusief onderwijs) in beheer en onderhoud. Hiervan is ongeveer m² voor eigen gebruik (Stadhuis, Stadskantoor, Historisch Centrum Leeuwarden, pand Groeneweg 3 Stadstoezicht). Voor eigen gebruik wordt bovendien nog ca m² van derden ingehuurd. Naast deze gebruiksobjecten worden ca. 90 kunstwerken verspreid over de gemeente beheerd en onderhouden. In 2015 komt het beheer en onderhoud van ca. 25 gymlokalen erbij. Tabel 13 Typering objecten Gemeentelijk Vastgoed (objecten die in gebruik zijn bij gemeentelijke 23 organisatieonderdelen) Sociaal-cultureel Vastgoed (Buurthuizen, MFC, Harmonie e.d.) 40 Woningen 18 Sport objecten (was- en kleedruimtes en sporthallen) 38 Gymzalen 25 Overige objecten 66 Totaal

85 Van de genoemde objecten vallen er ca. 30 onder de categorie Rijks- of gemeentemonumenten. Het regulier onderhoud, zowel kleinschalig als grootschalig, wordt bepaald op basis van meerjaren onderhoudsplanning, gebaseerd op gebouwinspecties volgens de NEN 2767 systematiek. De eerste inspecties zijn eind 2008 uitgevoerd. In 2011 is, volgens de planning gestart met de herinspectie van de gebouwen om de actuele onderhoudsstaat vast te leggen. Deze herinspectie wordt in 2015 voortgezet. Volgens plan worden in 2015 de laatste gebouwen opnieuw geïnspecteerd. Daarmee zijn alle gegevens weer up-to-date. De gebouwinspecties worden periodiek (eens per drie jaar) herhaald, zodat de onderhoudsbehoefte van de objecten wordt gecontroleerd en de meerjarenplanning wordt geactualiseerd naar de onderhoudsbehoefte van de vastgoedportefeuille. De verzamelde gegevens zijn ingevoerd in het beheersysteem, van waaruit meerjaren onderhoudsprogramma s (MJOP s) worden gegenereerd. Een MJOP is een hulpmiddel voor het bepalen van het uitvoeringsprogramma van het betreffende dienstjaar. In 2015 worden de navolgende objecten opgeleverd en aan het gemeentelijk bezit toegevoegd: Watercampus De Watercampus wordt een toonaangevend internationaal technologiecentrum en bestaat uit het kennisinstituut Wetsus en daarnaast nog een aantal bedrijven dat zich bezig houdt op het terrein van watertechnologie. Het gebouw heeft een omvang van ca m2 bruto vloeroppervlakte. Het gebouw wordt in 2015 in exploitatie genomen. De investering van in totaal 27,2 mln wordt deels met subsidie van het programma Koers Noord en Pieken in de Delta bekostigd. De netto investeringskosten worden geactiveerd. De totale exploitatielast inclusief kapitaallasten, onderhoudslasten, zakelijke lasten eigenaar en beheerslasten wordt gedekt uit huuropbrengsten. Er is een huurovereenkomst met Wetsus gesloten voor de huur van m2 bruto vloeroppervlakte. Voor het bedrijfsverzamelgebouw is circa m2 verhuurbare vloeroppervlakte beschikbaar. Harmoniekwartier Het Harmoniekwartier wordt een centrum voor alles wat met pop- en jongerencultuur te maken heeft. Hiervoor is een plan ontwikkeld voor een nieuw poppodium dat invulling geeft aan de Leeuwarder popcultuur en daarnaast onderdak biedt aan het Friesland College voor de opleiding voor podiumkunsten (D' Drive). Het streven is dat vanaf het schoolseizoen 2015/2016 het Harmoniekwartier in gebruik wordt genomen. De geraamde investering wordt voor een deel gedekt uit incidentele middelen, waaronder subsidie vanuit het programma Koers Noord. De netto investering wordt geactiveerd. De exploitatielast inclusief kapitaallasten, onderhoudslast en zakelijke lasten eigenaar, wordt gedekt uit huurinkomsten. De huurovereenkomst met het Friesland College is inmiddels getekend. Elf-stedenhal De Elf-stedenhal wordt de nieuwe ijshal van de gemeente Leeuwarden. Deze wordt gerealiseerd op het voormalige Philipsterrein achter het WTC. Er is gekozen voor een Design, Build, Maintain en Operate aanbesteding. Operate bestaat in dit geval uit het leveren van energie. Met deze aanbestedingsvorm wordt er optimaal gebruik gemaakt van de creativiteit van de markt. Het wordt een gebouw waaraan hoge eisen aan duurzaamheid worden gesteld. Daarnaast is een belangrijk speerpunt om efficiënt en duurzaam met energie om te gaan. Het facilitaire gebouw wordt energie neutraal en de ijshal wordt zo duurzaam mogelijk. Oplevering vindt plaats in juni 2015, zodat per september 2015 in de nieuwe hal geschaatst kan worden. 85

86 2.3.4 Financiering Deze paragraaf gaat over het financieringsbeleid van de gemeente en het daaraan gerelateerde risicobeheer a Inleiding Bij financiering gaat het primair om het tegen zo laag mogelijke kosten aantrekken van financiële middelen in geval van een financieringstekort of het tegen zo hoog mogelijke vergoeding uitzetten van gelden in geval van een financieringsoverschot. Een en ander moet uiteraard gebeuren tegen aanvaardbare risico s. De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) geeft hier regels voor en spreekt van een prudente financiering. De meest elementaire uitgangspunten rond de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Financiële verordening van de gemeente. Deze uitgangspunten zijn nader uitgewerkt in een door het college vastgesteld Financieringsbesluit. Nog dit jaar zullen deze stukken worden geactualiseerd. In Leeuwarden is al sinds een aantal jaren sprake van een financieringstekort (niet te verwarren met een begrotingstekort). Dat wil zeggen dat er -ondanks een sluitende begroting- een tekort is aan liquide middelen, bijvoorbeeld doordat er omvangrijke investeringsuitgaven gedaan moeten worden. Om toch alle betalingen te kunnen uitvoeren die het uitvoeren van de voorgenomen begroting met zich meebrengt, moet er dus geld geleend worden. Daar is niets mis mee, omdat immers alle uitgaven (waaronder de rente voor geleende gelden) gedekt zijn door middel van de bij wettelijk voorschrift sluitende begroting b Uitgangspunten renteontwikkeling in de begroting In de begroting 2015 is rekening gehouden met 3,5% rente voor aan te trekken langlopende geldleningen en 2,0% voor kortlopende financiering. Aan een aantal investeringen is een vast rentepercentage toegerekend. Deze investeringen hebben een hoger rentepercentage waardoor in de afgelopen jaren het omslagpercentage, het interne rentepercentage waarmee de rentekosten worden omgeslagen, kon worden verlaagd. Van een van deze investeringen, de grondexploitatie van de Zuidlanden is het vaste rentepercentage voor 2015 verlaagd van 4,15% naar 3,65 %. Het gevolg hiervan is dat het omslagpercentage is gestegen van 3,25% in 2014 naar 3,5% in Deze wijziging is in overeenstemming met de richtlijnen die de provincie Fryslân hanteert bij haar toezicht op de gemeentebegroting. Bij de berekening van het rente-omslagpercentage wordt ook rekening gehouden met de zogenaamde bespaarde rente van reserves en voorzieningen. Het aanhouden van reserves en voorzieningen betekent immers dat er minder geleend hoeft te worden en dat er dus ook minder rente betaald hoeft te worden. De op deze wijze bespaarde rente wordt wel toegerekend via de omslagpercentage aan de investeringen. Deze werkwijze heeft geen gevolgen voor het begrotingsresultaat. Dat geldt niet voor het deel van de bespaarde rente dat aan de reserves wordt toegevoegd, die leiden per saldo tot een last in de begroting. In het kader van de bezuinigingen is het deel van de bespaarde rente dat aan reserves wordt toegevoegd echter aanzienlijk teruggebracht. Voor de precieze werkwijze wordt verwezen naar de Richtlijnen rente en inflatie zoals die door ons college zijn vastgesteld c Renterisicobeheer Onder renterisico wordt verstaan de gevoeligheid van de financiële positie van de gemeente voor renteschommelingen. Voorkomen moet worden dat de gemeente in financiële problemen komt in het geval de rente stijgt. Dit risico kan beperkt worden door de financieringsbehoefte zoveel mogelijk te spreiden over de jaren heen, zodat al te grote fluctuaties van de rentekosten voorkomen worden. De mate waarin deze spreiding aanwezig is, wordt uitgedrukt in de zogenaamde renterisiconorm. In de Wet FIDO is het renterisico bepaald op 20% van het begrotingsvolume. In tabel 14 wordt de renterisiconorm voor de komende jaren weergegeven. 86

87 Tabel 14 Renterisiconorm en renterisico (per 1 januari van het betreffende jaar) Bedragen x 1 mln a Renteherziening op vaste schuld o/g 0,0 0,0 0,0 0,0 1b Renteherziening op vaste schuld u/g 0,0 0,0 0,0 0,0 2 Netto renteherziening (1a-1b) 0,0 0,0 0,0 0,0 3 Aflossingen 29,8 29,8 29,4 26,5 4 Rente risico (2+3) 29,8 29,8 29,4 26,5 5 Begrotingsvolume 464,1 464,1 464,1 464,1 6 Het normpercentage 20,0 20,0 20,0 20,0 7 Rente risiconorm (5*6/100) 92,9 92,9 92,9 92,9 8. Ruimte (+) (7-4) +63,1 +63,1 +63,5 +66,4 Uit tabel 14 blijkt dat de gemeente Leeuwarden ruimschoots binnen de renterisiconorm blijft. Vooralsnog worden op dit terrein dan ook geen specifieke acties overwogen. Uiteraard is het renterisico ook afhankelijk van de schuldpositie. In hoofdstuk 3 (paragraaf 3.2.2) wordt specifiek ingegaan op dat onderwerp. Ook blijft de vlottende schuld binnen de vastgestelde kasgeldlimiet. Bij een begrotingsomvang van 464,1 mln bedraagt de toegestane kasgeldlimiet 8,5% van dit bedrag ofwel 39,4 mln. Dit is het maximale bedrag dat met kort geld mag worden gefinancierd d Kredietrisicobeheer op verstrekte gelden Van de uitgezette gelden kan het volgende overzicht worden gegeven. Tabel 15 Verstrekte geldleningen Bedragen x 1 mln Risicogroep Met/zonder (hypothecaire) zekerheid Restantschuld in euro s op Restantschuld in euro s op Woningcorporaties met garanties WSW Zonder 2,0 1,5 Overige toegestane instellingen (volgens Zonder 28,8 28,7 de Wet FIDO) Totaal 30,8 30,2 Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw garant staat en de overige leningen ondergebracht zijn bij ondernemingen met een goede kredietwaardigheid kan het risico als minimaal worden beschouwd. Verder zijn er voor 28,7 mln leningen aan en aandelen in op afstand gezette bedrijven welke voorheen tot de gemeente behoorden dan wel voortvloeien uit gemeentelijke activiteiten. Hier zitten leningen bij met een aanzienlijk risicoprofiel. Zie hiervoor verder paragraaf Weerstandsvermogen. Informatie over deze bedrijven is opgenomen in paragraaf Verbonden partijen e Intern liquiditeitsbeheer De betrouwbaarheid van de liquiditeitsprognoses wordt vooral bepaald door de liquiditeitsprognoses van de investeringen. De voortgang van investeringen kan echter sterk beïnvloed worden door externe factoren, zoals milieu effect rapportages en bezwaarprocedures. Bij de huidige vrij stabiele renteontwikkeling zijn de financiële risico s ten gevolge van misschattingen in het investeringstempo beperkt. 87

88 2.3.4f Financieringsstrategie Bij de financiering van de gemeentelijke activiteiten en investeringen wordt uitgegaan van integrale financiering. Dat wil zeggen dat steeds gekeken wordt naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling (lange rente hoger dan de korte rente) wordt eerst maximaal met kort geld gefinancierd. Pas wanneer de kasgeldlimiet (de limiet die aangeeft wat maximaal kort gefinancierd mag worden) wordt genaderd, wordt overgegaan tot het aantrekken van middelen op lange termijn. De termijn wordt daarbij bepaald door de lange termijn financieringsplanning. Voor het jaar 2015 wordt verwacht dat 75 mln aan geldleningen moet worden opgenomen. In de Financiële verordening Leeuwarden 2010 is bepaald dat het college gemachtigd is tot 25% van het begrotingsvolume aan langlopende geldleningen aan te trekken. Voor 2015 is dit bedrag dus 464,1 mln x 0,25 116,0 mln. De geraamde opname van 75 mln valt hier onder. Tabel 16 Mutaties portefeuille opgenomen leningen Omschrijving Bedrag in mln euro s Gemiddelde rente Stand op 1 januari ,5 3,70% Invloed op gemiddelde rente Nieuwe leningen 75,0 3,50% -0,03% Reguliere aflossingen -29,8 3,70% -0,01% Vervroegde aflossingen 0 0,00% 0,00% Renteaanpassing (oud percentage) 0 0,00% 0,00% Renteaanpassing (nieuw percentage) 0 0,00% 0,00% Stand per 31 december ,7 3,66% -0,04% 2.3.4g Schatkistbankieren Vanaf eind 2013 is schatkistbankieren ingevoerd. Gemeenten, provincies en waterschappen zijn verplicht hun tegoeden bij het Rijk onder te brengen. De tegoeden van de lagere overheden komen op de staatsbalans te staan en mogen van de staatsschuld worden afgetrokken, waardoor het financieringstekort van het Rijk lager wordt. Voor Leeuwarden heeft dit nauwelijks effect op de rentelasten h Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF) Deze wet is per 1 januari 2014 in werking. De Wet HOF regelt onder meer dat de Rijksoverheid en de decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning leveren om het overheidstekort binnen de grenzen van de Europese doelstellingen te brengen en te houden. Het aandeel van elke gemeente in het overheidstekort wordt uitgedrukt in het zogenaamde EMU-saldo. De gemeente heeft administratieve maatregelen genomen om dit EMU-saldo op eenvoudige wijze te kunnen volgen. Vooralsnog zijn er geen sancties verbonden aan het overschrijden van het maximaal toegestane EMU-saldo door een individuele gemeente. 88

89 2.3.5 Bedrijfsvoering Deze paragraaf geeft inzicht in de bedrijfsvoering van de gemeente Leeuwarden a Inleiding De bedrijfsvoering is primair een verantwoordelijkheid van het college. Het college ziet het dan ook als haar taak om te zorgen dat de organisatie de veranderende rol van de overheid uitdraagt en faciliteert. Van een overheid die zich ontfermt over maatschappelijke problemen en vraagstukken en daartoe beleid en voorzieningen ontwikkelt, transformeert de gemeente naar een overheid die ruimte biedt aan maatschappelijke initiatieven en deze stimuleert en faciliteert. Deze beweging naar een andere overheid vraagt om transformatie van de gemeentelijke organisatie. Met deze transformatie van de gemeentelijke organisatie wil het college ook een bijdrage leveren aan een gezonde financiële huishouding. In het nieuwe collegeprogramma is daarom, bovenop bestaande bezuinigingsopgaven, opnieuw een taakstelling op de bedrijfsvoering van 1,1 mln opgenomen b Uitgangspunten bedrijfsvoering Belangrijke uitgangspunten voor de relatie met bewoners, bedrijven en instellingen, zijn onverkort van toepassing op onze organisatie en de bedrijfsvoering: samenwerken, niet alleen binnen de organisatie, maar ook met bewoners en hun vertegenwoordigers zoals wijk- en dorppanels, instellingen, bedrijven en collega overheden; ondernemerschap (in de organisatie heet dat persoonlijk leiderschap) staat voor een organisatiecultuur waarin professionals verantwoordelijkheid nemen en verantwoording afleggen over hun activiteiten en prestaties; vertrouwen, levert niet alleen een goede en inspirerende werksfeer op waarin professionals zich gewaardeerd weten en beter presteren, het levert ook een bijdrage aan de zo noodzakelijke vermindering van regel- en controledruk. Zonder vertrouwen, is ondernemerschap onmogelijk c Wat willen we bereiken? Het college bouwt, samen met management en medewerkers aan een compacte en lenige organisatie waarin mensen het beste uit zichzelf kunnen en willen halen, die in staat is om de ambities van het (nieuwe) collegeprogramma te helpen realiseren en die adequaat kan inspelen op Rijksbeleid en maatschappelijke vraagstukken. Daarbij streeft het college naar: Een plattere organisatie, waarbij verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd. Meer ruimte voor professionals, minder leidinggevenden. Efficiënte inrichting van de werkprocessen. Een organisatie die integraal werkt én denkt d Verbetering van de bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Personeelsbeleid Het gemeentelijke personeelsbeleid moet bijdragen aan het realiseren van onze ambities. Het bevorderen van de interne mobiliteit en de instroom van jonge medewerkers, middels het traineeprogramma zijn daarbij belangrijke speerpunten. Herijking van functie- en loongebouw, met minder en bredere functies moet eveneens een bijdrage leveren aan onze uitgangspunten van de bedrijfsvoering: samenwerken, ondernemerschap en vertrouwen. 89

90 Shared Servicecentrum Leeuwarden Na de aanloopfase, waarin de gemeentelijke bedrijfsvoering zoveel mogelijk is ondergebracht in het Shared Servicecentrum Leeuwarden (SSL) en de inrichting is afgerond, start het SSL per 2015 als nieuwe organisatie-eenheid. Het SSL ondersteunt niet alleen haar interne afnemers optimaal, maar ook de externe afnemers. Zo zal vanaf 2015 de ICT-dienstverlening aan de gemeenten het Bildt, Franekeradeel en Menameradiel in de vorm van een centrumgemeenteconstructie gestalte krijgen. Decentralisaties sociaal domein Vanaf 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor taken op het gebied van zorg, jeugd, en participatie. Met de overdracht van deze taken staat de gemeente voor de uitdaging om in de toekomst een veel grotere groep bewoners te bedienen en dat te doen met veel minder middelen. Dit vraagt ook om regionale samenwerking. Door als gemeenten gezamenlijk op te trekken wordt het mogelijk om krachten te bundelen en efficiënter en effectiever de relatie met de instellingen in te vullen. In deze samenwerking gaat de gemeente Leeuwarden mogelijk de rol van centrumgemeente vervullen. Publieke dienstverlening Om de besparing op de publieke dienstverlening te realiseren, worden de processen voor dienstverlening nog efficiënter ingericht, waarbij de verdere ontwikkeling van de digitale dienstverlening wordt betrokken. Daarnaast zal de website van de Gemeente Leeuwarden in 2015 worden vervangen en zal het gebruik van het dienstverleningsloket in Grou worden gemonitord. Blijven presteren met minder middelen Vermindering overhead Om adequaat te kunnen functioneren binnen de context van de faciliterende overheid, moeten verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd en ruimte gegeven worden aan gemeentelijke professionals. Hierdoor is minder overhead nodig. Zowel in het management als in de ondersteuning wordt de overhead teruggebracht. Leeuwarden heeft de ambitie om te gaan behoren tot de koplopergroep van vergelijkbare organisaties. Personele krimp De komende jaren staan in het teken van de realisatie van in het oude collegeprogramma opgenomen bedrijfsvoeringstaakstelling en de realisatie van de nieuwe taakstelling op de bedrijfsvoering van 1,1 mln. Deze taakstellingen moeten beiden in 2017 zijn gerealiseerd. Deze bezuinigingen en de daarmee gemoeide personele krimp, zal leiden tot boventalligheid. Uitbesteding In 2015 onderzoeken we de verdere mogelijkheden van uitbesteding van gemeentelijke taken. Dit moet leiden tot een compacte, flexibele organisatie. 90

91 2.3.6 Verbonden partijen Deze paragraaf gaat over de verbonden partijen. In deze paragraaf wordt inzicht verschaft in, en informatie verstrekt over, alle partijen waar de gemeente bestuurlijke en financiële banden mee onderhoudt. Inzicht hierin is relevant omdat: verbonden partijen direct of indirect belast (kunnen) zijn bij de uitvoering van beleid dat door de gemeente aan verbonden partijen is overgedragen; daarmee gemeentelijke middelen gemoeid zijn en financiële risico s worden gelopen a Definitie verbonden partijen Van een verbonden partij is sprake als het gaat om een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeenten zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake wanneer de gemeente zeggenschap heeft door een vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht. Het financiële belang betreft het bedrag dat de gemeente aan de verbonden partij ter beschikking heeft gesteld en dat zij kwijt is in geval van een faillissement van de verbonden partij, respectievelijk het bedrag waarvoor de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Instellingen waarmee alleen een subsidierelatie is aangegaan zonder dat het hiervoor beschreven bestuurlijk en financieel belang aanwezig is, vallen buiten de definitie van verbonden partij. Binnen de gemeente Leeuwarden kan een driedeling worden gemaakt in soorten van verbonden partijen, namelijk de privaatrechtelijke samenwerking via een stichting en vereniging, de privaatrechtelijke samenwerking via een participatie in een vennootschap (NV, BV, CV, VOF, PPS) en de publiekrechtelijke samenwerking via een gemeenschappelijke regeling. Dezelfde indeling wordt hierna bij de toelichtingen per verbonden partij aangehouden b Kadernota Visie en beleid met betrekking tot de verbonden partijen van de gemeente Leeuwarden zijn vastgelegd in de Kadernota Verbonden Partijen (2007). In de nota wordt een aantal richtinggevende uitgangspunten geformuleerd voor beleid, beheer en toezicht. Daarnaast geeft de kadernota een afwegingskader voor het aangaan, volgen en beëindigen van deelnemingen. De basisfilosofie voor de keuze zich bestuurlijk en financieel tegenover een derde te verbinden van de gemeente Leeuwarden luidt als volgt: in een verbonden partij wordt alleen deelgenomen als daarmee de uitvoering van het gemeentelijk beleid is gediend; deelname in een privaatrechtelijke rechtsvorm geschiedt alleen als onderzocht en gemotiveerd is dat de uitvoering van beleidsvoornemens beter gediend is met ene publiekrechtelijke rechtsvorm dan met een publiekrechtelijke rechtsvorm c Governance verbonden partijen Omdat de uitvoering van een aantal taken plaats vindt via het instrument verbonden partijen, betekent dit dat op afstand een publieke taak wordt uitgevoerd. Hiervoor is gekozen omdat blijkbaar een verbintenis met een andere partij een duidelijk aantoonbare meerwaarde oplevert ten opzicht van het alternatief van het zelf doen. Het college blijft ook in dit geval verantwoordelijk en aanspreekbaar voor de realisatie van de doelstellingen. Daarbij moet een evenwicht gevonden worden tussen de verantwoordelijkheid aan de ene kant en het op voldoende afstand blijven van de verbonden partij aan de andere kant, omdat de voordelen in termen van doelmatigheid en doeltreffendheid van dit instrument anders wel eens verloren kunnen gaan. Tegelijk gaat het om besteding van publieke middelen waarbij doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid belangrijke criteria zijn. Om hierin een balans te vinden komt het begrip good governance hier om de hoek kijken. Governance gaat over het scheppen van waarborgen om de doelstellingen van de gemeente op een zo adequaat mogelijke manier te realiseren en daarover de raad zodanig te informeren dat zij haar 91

92 eigen kaderstellende en controlerende rol hierbij kan vervullen. Governance in relatie tot verbonden partijen gaat dan om: de sturing (sluiten de doelen van de verbonden partij aan op de gemeenschappelijke doelstellingen); de beheersing (de kwaliteit van de maatregelen en procedures die ervoor moeten zorgen dat de doelen ook nagestreefd blijven en gerealiseerd worden); het toezichthouden (worden belangrijke veranderingen en ontwikkelingen bij de verbonden partij tijdig gesignaleerd); de verantwoording (is er dusdanig inzicht in prestaties en effecten dat hierover een oordeel mogelijk is). Sturing en toezicht zijn vooral de (deel) processen waarop de gemeente zich concentreert. Beheersing en verantwoording zeggen iets over de kwaliteit van governance bij de verbonden partij zelf d Beleidsvoornemens inzake herijking eigen governance De gemeente Leeuwarden heeft met de kadernota en een aantal uitvoeringsdocumenten haar eigen governance-instrumentarium opgebouwd. Door het toegenomen maatschappelijk belang van good governance is het wenselijk dit eigen instrumentarium zo nu en dan kritisch tegen het licht te houden en zo nodig te actualiseren. Uit een laatste ambtelijke evaluatie zijn in dit verband een aantal aanvullingen/aanpassingen geformuleerd. Het huidige afwegingskader dat gebruikt wordt voor de vraag wanneer en in welke mate we de samenwerking met externe parten zoeken willen we verbeteren door gebruik te gaan maken van een beslisboom. Een beslisboom kan bijdragen tot het maken van een beter gemotiveerde keuze met betrekking tot de vraag of er een samenwerkingsverband moet worden aangegaan en welke vorm dan het meest geschikt is (een samenwerkingsverband hoeft niet in alle gevallen ook een verbonden partij te zijn!). Verder wordt de huidige kadernota ook op andere onderdelen geactualiseerd. De vernieuwde kadernota wordt medio 2015 aan de raad aangeboden. Eén van de afspraken in de huidige nota is dat per verbonden partij een risico en beheersprofiel wordt opgesteld zodat iedere partij een toezichtarrangement op maat heeft. Deze profielen worden opnieuw beoordeeld. Wij willen daarbij ook vooral kijken naar de kwaliteit van governance van de verbonden partij zelf (accent op de deelprocessen beheersen en verantwoorden). Regelmatig contact met counterpart binnen de verbonden partij of met een vertegenwoordiger van het toezichthoudend orgaan wordt daarom een belangrijk punt. Voorts willen we de kwaliteit van de informatie in deze paragraaf verbeteren. Daarbij onderkennen wij dat vanuit bestuurlijke en financiële overwegingen de informatiebehoefte groter is naarmate er sprake is van een verbonden partij met een hoog risicoprofiel. Daarom is er een indeling gemaakt van de verbonden partijen naar een hoog en laag risico voor de gemeente. Dit kunnen risico s zijn vanuit een politiek/bestuurlijk perspectief, een financieel perspectief of vanuit beide. Verder is afgesproken dat van een selecte groep van verbonden partijen met een aanzienlijk bestuurlijk en financieel belang en/of een hoog risicoprofiel, de toegevoegde waarde jaarlijks wordt herbeoordeeld. Ook bij belangrijke veranderingen en ontwikkelingen bij de verbonden partij is dit het geval. Daarbij ligt de nadruk op in hoeverre de bestuurlijke toegevoegde waarde, de beheersing en de risico s nog met elkaar in evenwicht zijn e Informatie eisen volgens Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De BBV heeft in 2013 de eisen die aan de paragraaf verbonden partijen wordt gesteld uitgebreid. Volgens artikel 15 lid 1 van het BBV bevat de paragraaf tenminste: de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting; de beleidsvoornemens betreffende verbonden partijen; de lijst van verbonden partijen. 92

93 Deze lijst welke feitelijk een overzicht biedt van alle verbonden partijen staat aan het einde van deze paragraaf onder het kopje g. Per verbonden partij wordt daarbij, volgens een vast model, de gegevens vermeldt die de BBV voor deze lijst voorschrijft. In de lijst is de volgende informatie opgenomen per verbonden partij: - risicoprofiel ( hoog of laag) - naam en vestigingsplaats - relatie met programma - de rechtsvorm van de verbonden partij - doel van de verbonden partij (= openbaar belang) - de te realiseren begrotingsdoelstellingen door de verbonden partij (=gemeentelijk belang) - de visie op de verbonden partij in relatie tot het gemeentelijk belang - bestuurlijk belang van de gemeente (zeggenschap, stemverhouding) - financieel belang van de gemeente (aantallen aandelen, lening, bijdrage) - financiële kerngegevens van de verbonden partij 4 (eigen en vreemd vermogen, resultaat) - (indien sprake van hoog risicoprofiel) namen van de directeur, resp. bestuur of RvC/RvT 2.2.6f Bijzonderheden met betrekking tot de verbonden partijen met een hoog risicoprofiel Hiervoor is al opgemerkt dat we de informatie over de verbonden partijen willen verbeteren. Naast de lijst verbonden partijen volgt daarom hieronder uitgebreidere informatie per verbonden partij die valt in het risicoprofiel hoog. Voor deze informatie zijn er, anders dan bij de lijst, geen vormvereisten. Al naar gelang de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan of naar verwachting zich zullen voordoen, wordt hier o.a. gerapporteerd over mogelijke wijzigingen in visie en beleid van de gemeente ten aanzien van de verbonden partij, de uitkomsten van de periodieke herbeoordelingen, wijzigingen in toezichtarrangementen, wijzigingen in bestaande risico s of het optreden van nieuwe risico s etc. De focus ligt dus op governance kwesties vanuit het perspectief van de controlerende taak van de raad. Zo hopen we met deze verdieping van de informatie de raad het inzicht te geven dat zij nodig heeft voor deze taak. A. Bijzonderheden Stichting Cultureel Centrum De Harmonie De Harmonie is gevoelig voor de conjunctuur en de gevolgen van de economische crisis hebben dan ook hun sporen nagelaten. Tot en met 2013 heeft De Harmonie een groot deel van haar reserves moeten aanwenden om de tekorten af te dekken. In het collegeprogramma is gedurende de collegeperiode een extra investering van jaarlijks opgenomen voor De Harmonie. Van belang is dat de incidentele uitzetting rendeert en resulteert in een structurele verbetering van de exploitatie van de schouwburg. In de beschikking rond de subsidieverlening 2014 is dan ook opgenomen dat de een incidentele uitzetting betreft die dient te leiden tot een sluitende exploitatie 2014 en moet bijdragen aan een structurele verbetering van de exploitatie van de schouwburg. Het jaar 2014 laat weer een opwaartse lijn zien, zakelijk markt, horeca en voorstellingen trekken aan. Vooralsnog is voorzichtigheid geboden met betrekking tot te verwachten exploitatieresultaten in 2014 en verder. De financiële positie en de uitzetting van de subsidie van De Harmonie worden gevolgd met kwartaalrapportages. In het najaar van 2015 wordt het effect en de noodzaak van continueren van de extra financiële inzet beoordeeld in relatie tot de dan actuele financiële positie van De Harmonie. In gesprekken over een verdere verzelfstandiging van de schouwburg en een aanpassing van de statuten is de stand van zaken nu dat aan De Harmonie is meegedeeld dat de gemeente, mede gelet op de extra bijdrage van , de stichting schriftelijk een procedurevoorstel zal doen over het aanpassen van de statuten. 4 Omdat de laatst bekende informatie vaak uit de jaarrekening t-1 voorhanden is mag in de begroting t+1 deze informatie worden aangehouden. In deze begroting wordt waar relevant deze gedragslijn aangehouden. 93

94 B. Bijzonderheden Stichting Proloog De gemeente Leeuwarden past vanaf 2011 een verscherpt toezicht toe op Proloog. De maatregelen omvatten onder meer: verplichting van Proloog om naast de statutaire verplichtingen (goedkeuring begroting en jaarrekening door de Raad) tussentijds informatie te verstrekken over de financiële stand van zaken en de ontwikkelingen. In 2013 en 2014 zijn per kwartaal tussentijdse rapportages aan de gemeente verstrekt. De inspectie van het onderwijs heeft in mei 2011 aangegeven de ontwikkelingen binnen Proloog te willen volgen op basis van (periodiek) te verstrekken informatie. Proloog is toen geplaatst op een lijst met namen van scholen/instellingen, die een financieel toezicht arrangement hebben dan wel een hoog risico daarop hebben. In december 2012 heeft de inspectie de beslissing genomen om Proloog met ingang van 2013 in de categorie verhoogd risico te plaatsen. (was: hoog risico ) Dit is een verbetering ten opzichte van De verplichtingen over de informatieverstrekking aan de inspectie blijven gehandhaafd. Na de acties die per 2011 zijn genomen is Proloog erin geslaagd om per 2012 uit de rode exploitatiecijfers te komen. De financiën blijven aandacht vergen gezien de dreigende krimp in leerlingenaantallen. Het verscherpt gemeentelijk toezicht op Proloog blijft gehandhaafd, ook omdat Proloog de verplichting heeft om op termijn tot aflossing te komen van de gemeentelijke kredietfaciliteit. C. Bijzonderheden WTC Beheer BV Het WTC wordt gefinancierd door de Rabobank en de Gemeente Leeuwarden. De omvang van de exploitatie en het netto resultaat is al enkele jaren te beperkt om de zware financieringslast op het vastgoed te kunnen dragen. Door seizoensfaciliteiten (Rabobank) kan het WTC de exploitatie voortzetten en daarbij tegelijk zoeken naar meer renderende beurzen en het verder verlagen van de operationele kosten. Dit alles leidt frequent tot liquiditeitszorgen die regelmatig (circa 6x per jaar) met de stakeholders (bank en gemeente) worden gedeeld. Tijdens deze overleggen wordt met de directie en RvC afgesproken welke maatregelen moeten worden getroffen om de actuele risico s te beheersen. Gelet op dit hoge risicoprofiel is dus de sturing zeer kort cyclisch gemaakt. Het concrete risico voor de gemeente zou zich voordoen indien WTC niet langer aan haar verplichtingen kan voldoen, of de bank stopt met financieren. Op regelmatige basis wordt de commissie op de hoogte gesteld door het college van b&w. D. Caparis NV en Sociale Werkvoorziening Fryslân Caparis Caparis NV (de uitvoerende organisatie namens de gemeenschappelijke regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân) krijgt in de komende jaren volop te maken met de gevolgen van de invoering van de Participatiewet. De toegang tot de WSW is hiermee afgesloten door het Rijk en dat betekent dat de groep mensen waarvoor Caparis NV werk moet vinden steeds kleiner wordt en van samenstelling verandert. De gevolgen hiervan voor de bedrijfsvoering mogen niet onderschat worden. Caparis NV staat voor de taak om op een zo rendabel en soepel mogelijke wijze werk te organiseren voor een kleiner wordend personeelsbestand. Dit moet tegelijkertijd binnen de (nieuwe) beleidskaders van de opdrachtgevende en tevens aandeelhoudende gemeenten. Vragen die hierbij spelen zijn bijvoorbeeld of er naast de afbouw van de uitvoering van de WSW voor Caparis NV een rol weggelegd is bij de uitvoering van nieuwe instrumenten uit de Participatiewet. Een groot risico hierbij voor Caparis NV is: onvoldoende helderheid en duidelijkheid van de kant van de opdrachtgevende en tevens aandeelhoudende gemeenten over welke kant het op moet met het bedrijf terwijl één ontwikkeling autonoom doorgaat: de krimp van het personeelsbestand. Uiteraard heeft Caparis NV daarnaast te maken met de normale bedrijfsrisico s: veranderende marktomstandigheden, verwerving van voldoende passende opdrachten en de economische ontwikkeling. 94

95 In de afgelopen periode is door Caparis NV veel energie gestoken in het verbeteren van de bedrijfsvoering en dus ook in het beheersen van deze risico s. Dat lijkt succes te hebben want het operationele resultaat is de in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Sociale Werkvoorziening Fryslân In 2015 is geen sprake meer van nieuwe instroom in de WSW en lopen naar schatting meer dan 75 tijdelijke aanstellingen van WSW 'ers uit Leeuwarden af. Voorlopig is besloten om deze tijdelijke aanstellingen niet automatisch om te zetten in aanstellingen voor onbepaalde tijd. Het college en de gemeenteraad van Leeuwarden hebben in 2011 besloten tot versnelde afbouw van de Sociale werkvoorziening. Leeuwarden wil geen nieuwe structurele activiteiten via de gemeenschappelijke regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân ontplooien die als vervanging kunnen gaan dienen voor de huidige activiteiten. Ook bij het opzetten van het beschut werk in de zin van de Participatiewet is de gemeente Leeuwarden niet voornemens om dit bij de uitvoerende organisatie Caparis in zijn huidige vorm (via de gemeenschappelijke regeling) onder te brengen. E. Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) De FUMO was per operationeel. De bedrijfsvoering van het oorspronkelijke bedrijfsplan uit 2012 is gebaseerd op uit te voeren wettelijke milieutaken en vrijwillig door gemeenten overgebrachte plustaken voor een bepaald aantal inrichtingen. In de begroting voor 2015 wordt echter uitgegaan van een beduidend lager aantal inrichtingen. De voortdurende crisis in de bouw leidt bijvoorbeeld tot een fors lager aantal aanvragen voor bouw- en woningtoezicht. Daarnaast vielen door bijstelling van de norm (de commissie Raap) bij verschillende deelnemers een flink aantal inrichtingen af. Deze daling en de daarmee direct verband houdende daling van de hoeveelheid werk en de daarvoor noodzakelijke formatie heeft gevolgen voor de robuustheid van de FUMO en voor het uurtarief, omdat de totale kosten over minder productieve uren moeten worden verdeeld. En daarmee is er sprake van een verhoogd risico. De inzet van de FUMO is vooralsnog om de boventalligheid op te lossen door het binnenhalen van extra werk. Al eerder is de raad geïnformeerd over de formatie voormalig MAD-personeel en een eventueel resterend risico voor de gemeente Leeuwarden. Na vaststelling van de jaarrekening FUMO 2014 zou een aanvullende verrekening kunnen volgen. In de zienswijze op de begroting FUMO 2015 hebben we kenbaar gemaakt dat volgens ons verrekening dient plaats te vinden op basis van de afspraken uit de gemeenschappelijke regeling FUMO. Volgens deze regeling dient Leeuwarden in geval van verliezen bij te dragen naar rato van de begrote bijdrage per deelnemer. Op basis van de begroting FUMO 2015 is ons aandeel ca. 5.4%. F. Bijzonderheden deelneming Blitsaerd De gemeente Leeuwarden is bij het vaststellen van de koepelovereenkomst met vastgoed de Friesche Wouden overeengekomen dat beide stille vennoten 2,2 mln als vermogen inbrengen. In 2011 is als gevolg van liquiditeitsproblemen de storting conform de koepelovereenkomst geëffectueerd. Wegens deze problemen is de waardering van deze storting met 1,1 mln afgewaardeerd. Het maximale risico betreft nu dan 1,1 mln. De korte termijn vooruitzichten voor de woningbouwproductie zijn onveranderd ten opzichte van 2013 en dus niet rooskleurig. De focus ligt op afronding van Project A (westelijk deel van het projectgebied). De kosten/baten-analyse voor Project B laat op dit moment nog een positief saldo zien van 2,25 mln. 50% van dit resultaat is voor de gemeente. Dit betekent dat wij op basis van de huidige kosten/baten-analyse 1,1 mln en daarmee ons aandeel in het vermogen terug ontvangen. 95

96 2.2.6g Lijst van de verbonden partijen 5 Stichtingen en verenigingen Stichting Cultureel Centrum De Harmonie te Leeuwarden Programma Sociaal: Cultuur Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoel-stellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Hoog De stichting De Harmonie beheert en exploiteert de gemeentelijke schouwburg in de stad Leeuwarden. Zij programmeert en distribueert een gevarieerd aanbod aan theater- en muziekvoorstellingen. Tevens ondersteunt de stichting een aantal festivals en speciale culturele projecten en verhuurt zij zaalruimten aan uiteenlopende organisaties en instellingen. Met haar activiteiten levert de stichting De Harmonie een bijdrage aan begrotingsdoelen die in het programma Cultuur zijn opgenomen. Dit betreft bijvoorbeeld het ontwikkelen van het cultureel bewustzijn van bewoners, het zorgen van een sterke culturele basisinfrastructur en het aanbieden van een breed geschakeerd cultureel aanbod. De visie van de gemeente ten aanzien van deze verbonden partij is dat op deze wijze de uitvoering van de hiermee verbonden taken zo goed als mogelijk is gediend. Het bestuur van de stichting wordt benoemd door de gemeente. Bestuursbesluiten met belangrijke financiële gevolgen hebben de goedkeuring nodig van het college. De gemeente is gehouden eventuele exploitatietekorten met een bijdrage te dekken. In 2013 bedroeg deze bijdrage Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december Naam directeur Naam voorzitter bestuur jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij (na gemeentelijke bijdrage van ) (na gemeentelijke bijdrage van ) A. Oostvogel S. Jansen Stichtingen en verenigingen Stichting Kredietbank Nederland (KBNL) te Leeuwarden Programma Sociaal: Werk en inkomen Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties Laag De stichting Kredietbank Nederland is een kredietbank die mensen met financiële problemen helpt. De belangrijkste diensten die de bank in dit verband aanbiedt zijn o.a.: sociale kredietverlening, schuldhulpverlening, inkomensbeheer, preventie en beschermingsbewind. Een ander openbaar belang dat gediend wordt is de uitoefening van het toezicht op de bank door de gemeente op basis van de Wet op het Financieel Toezicht. Voorkoming en bestrijding van armoede is ook in het belang van de gemeente. Om die reden participeert de gemeente in de kredietbank. 5 Een aantal verbonden partijen dat nog wel in de vorige begroting was opgenomen ontbreekt in deze begroting in de lijst verbonden partijen, omdat ze zich in een fase van liquidatie bevinden of al ontboden zijn en tevens vanuit risicoperspectief niet meer relevant zijn. Deze partijen zijn: 3 plus BV, Kenniscampus Leeuwarden BC/CV, de Milieuadviesdienst en de OLAF (= Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Friesland; deze organisatie verkeert momenteel in slapende toestand). 96

97 Stichtingen en verenigingen Stichting Kredietbank Nederland (KBNL) te Leeuwarden Programma Sociaal: Werk en inkomen verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Daarnaast voert de kredietbank in het kader van het gemeentelijk minimabeleid de schuldhulpverlening uit op basis van de gemeentelijke visie dat de positie en taken van de toenmalige gemeenschappelijke kredietbank Friesland versterkt diende te worden. De gemeente heeft de bevoegdheid om 2 leden in de Raad van Toezicht te benoemen. Verder dient de gemeente de begroting en de jaarrekening goed te keuren van de kredietbank. Veel gemeenten waar de kredietbank actief is financieren de kredietbank met langlopende leningen. De gemeente heeft 1,3 mln uitgeleend. Dit bedrag heeft de bank weer uitgeleend aan de inwoners van de gemeente Leeuwarden. Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij Stichtingen en verenigingen Stichting Proloog te Leeuwarden Programma Sociaal: Jeugd en onderwijs Risicoprofiel Openbaar belang Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoel-stellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Hoog De instandhouding van het openbaar basisonderwijs. Volgens de onderwijswetgeving is de gemeenteraad verantwoordelijk voor het doen geven van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in de gemeente. Vanwege de slechte financiële situatie bij Proloog is er vanaf juni 2011 een verscherpt toezicht vanuit de gemeente op Proloog. Daarnaast heeft de gemeente tijdelijk een toezichthouder gehad in het bestuur van proloog. De Raad heeft aangegeven vanwege de voortdurende zorgelijke financiën van Proloog opnieuw weer een toezichthouder in het bestuur te willen. Een voorstel tot inrichting hiervan volgt. De gemeente heeft een tijdelijk overbruggingskrediet verstrekt aan de stichting van 1,5 mln. Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december Naam directeur Naam voorzitter bestuur jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij A. Helder K. Hoftijser 97

98 Vennootschappen WTC Beheer BV te Leeuwarden Programma Fysiek: Economie en toerisme Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Hoog Het stimuleren van de economie en werkgelegenheid door middel van het organiseren en faciliteren van beurzen en congressen. Het WTC draagt bij aan de economische profilering van de gemeente Leeuwarden. Verder draagt het WTC indirect bij aan het creëren van werkgelegenheid. De gemeente neemt niet bestuurlijk deel. Wel heeft zij statutair instemmingsrecht bij belangrijke bestuursbesluiten. De gemeente heeft een lening van en een vordering van als gevolg van opgeschorte betalingen (o.a. voor rente en aflossing). Financiële kerngegevens Stand 1 juni Stand 31 mei jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen 2011/ / jaar jaarresultaat verbonden partij 2011/ / Naam directeur J. Spoelstra (interim tot medio 2015) Naam voorzitter RvC W. Sierksma Vennootschappen a. Ontwikkelingsmaatschappij Westergo BV te Harlingen b. Ontwikkelingsmaatschappij Westergo CV te Harlingen Programma Fysiek: Economie en toerisme, Infrastructuur en mobiliteit Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Laag Bestuurlijk belang BV Zeggenschap 10% Bestuurlijk belang CV Zeggenschap 5,85% Financieel belang BV Aandelenkapitaal Financieel belang CV Financiële kerngegevens BV Duurzame economische ontwikkeling van de industrie en zeehaven in Harlingen onder meer door het verwerven van daartoe bestemde gronden. Voorts het initiëren en intensiveren van de samenwerking van de provincie met gemeenten en bedrijven in de Westergozone (gemeenten Leeuwarden, Menaldumadeel, Franekeradeel en Harlingen). Economische profilering van stad en regio. In 2012 heeft GS van Fryslân besloten uit te stappen uit de regeling, daarmee is ontbinding aanstaande. Financieel heeft dit geen effecten voor de gemeente Leeuwarden, wel moet worden beoordeeld of de doelstellingen op het gebied van economische profilering in voldoende mate blijven behouden. Commanditair kapitaal (boekwaarde is niet geactiveerd) Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen

99 Vennootschappen a. Ontwikkelingsmaatschappij Westergo BV te Harlingen b. Ontwikkelingsmaatschappij Westergo CV te Harlingen Programma Fysiek: Economie en toerisme, Infrastructuur en mobiliteit Financiële kerngegevens CV jaar jaarresultaat verbonden partij 2013 gegevens opgevraagd Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij gegevens opgevraagd Vennootschappen Parkeergarages Leeuwarden CV te Leeuwarden Programma Fysiek: Infrastructuur en mobiliteit Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoel-stellingen) en de gemeentelijke visie hierop Laag Bestuurlijk belang Zeggenschap bedraagt 50% Financieel belang Het in eigendom verwerven, behouden, beheren en exploiteren van parkeergarages in Leeuwarden en in het bijzonder de parkeergarages Klanderij, Oldehoofsterkerkhof, Hoeksterend en Zaailand. In de nabije toekomst wordt daar de parkeergarage aan de Oosterstraat aan toegevoegd. Voorzien in een adequate hoeveelheid toegankelijke overdekte parkeervoorzieningen, primair voor de binnenstadsbezoekers. Hierbij is een (financieel evenwicht) tussen parkeergarages aan de rand van de binnenstad en het hart van de binnenstad. Dit evenwicht helpt om aanloopverliezen van nieuwe garages op te vangen met bestaande garages. Tevens voorzien de parkeergarages in reductie van ongeoorloofd parkeren in de openbare ruimte. Het resultaat van de parkeergarages CV wordt conform statuten verrekend met de het commanditair kapitaal van de gemeente in de CV. Het commanditaire kapitaal van de gemeente bedraagt op 31 december Ter financiering van de parkeergarage Zaailand heeft de gemeente een lening verstrekt aan de Parkeergarages Leeuwarden BV waarvan het restant op 31 december ,2 mln bedraagt. Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij

100 Vennootschappen Afvalsturing Friesland NV te Leeuwarden (handelsnaam Omrin) Programma Fysiek: Ruimtelijke ordening Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoel-stellingen) en de gemeentelijke visie hierop Laag Afvalsturing Friesland richt zich op de nascheiding van herbruikbare materialen uit huishoudelijk afval. Daarvoor ontvangt zij afvalstromen van ondermeer de gemeente Leeuwarden. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid gaat als het gaat om het verwerken van huishoudelijk afval op een efficiënte en milieuvriendelijke manier. Tevens is de doelstelling van de gemeente om met een goede afvalscheiding (ook bij de bron) de verwerkingskosten laag te houden Om deze doelstellingen te bereiken wordt de uitvoering door Afvalsturing Friesland NV uitgevoerd. De Reststoffen Energiecentrale (REC) die door Afvalsturing in 2011 is gestart beschikt over een grote capaciteit die naast de scheiding van afvalstromen zorgt voor acceptabele verwerkingskosten. Dit gewenste effect wordt teruggezien in de lokale heffingen. Bestuurlijk belang De zeggenschap bedraagt 12% Financieel belang Aandelenkapitaal Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij Vennootschappen NV Fryslân Miljeu te Leeuwarden (handelsnaam Omrin) Programma Fysiek: Ruimtelijke ordening Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoel-stellingen) en de gemeentelijke visie hierop Laag Inzameling van (huishoudelijk) afval De gemeente heeft een wettelijke taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Dit in de breedste zin van het woord. De operationele taak van deze inzameling wordt gedaan door Fryslân Miljeu. Het gemeentelijk belang is om op deze manier, naast adequate afvalinzameling, ook het daarbij behorende tarief dat wordt doorbelast aan bewoners onder controle te houden. Bestuurlijk belang De zeggenschap bedraagt 50% Financieel belang Aandelenkapitaal Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij 100

101 Vennootschappen BV Sport te Leeuwarden Programma Sociaal: Cultuur, Jeugd en onderwijs, Sport Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Laag Uitvoering van het gemeentelijk sportbeleid met als strategisch doel: een sportieve, gezonde en leefbare samenleving. De BV Sport beheert en exploiteert de gemeentelijke sportaccommodaties en voert een breed scala aan activiteiten uit om de doelstellingen van het gemeentelijk sportbeleid te realiseren. Zeggenschap als aandeelhouder De gemeente Leeuwarden is enig aandeelhouder van de BV Sport. Het geplaatst aandelenkapitaal bedraagt Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij Vennootschappen Caparis NV te Drachten Programma Fysiek: Ruimtelijke ordening Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Hoog Caparis NV is het bedrijf waar mensen met een WSW-indicatie werken. Caparis NV werkt in opdracht van de GR SW Fryslân. Bij Caparis NV werken mensen met een WSW-indicatie. Caparis heeft de opdracht om de (arbeids)mogelijkheden van WSW-ers te ontwikkelen en zo goed mogelijk te benutten. Als moet binnen het eigen bedrijf maar als kan daarbuiten. Deze opdracht moet bovendien binnen de financiële kaders van de WSW uitgevoerd worden. Zeggenschap als aandeelhouder De gemeente Leeuwarden bezit aandelen ofwel een belang van 22,12%. Het geplaatst aandelenkapitaal bedraagt Het financieel belang bedraagt dientengevolge Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december Naam directeur Naam voorzitter RvC jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij P. Glas R. Veenstra 101

102 Vennootschappen NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag Programma Bestuur en middelen: Algemene baten en lasten Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Laag De BNG is de bankier van en voor overheden alsmede instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de bewoners. De BNG is de huisbankier van de gemeente. Daarnaast deelt de gemeente mee in een eventuele dividenduitkering op grond van de aandelen die de gemeente in de BNG bezit. Zeggenschap als aandeelhouder De gemeente Leeuwarden bezit aandelen (geplaatst en volgestort aandelenkapitaal van de BNG bedraagt aandelen). Het dividend over 2013 bedroeg 1,27 per aandeel. Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen mln mln mln mln mln mln jaar jaarresultaat verbonden partij mln mln Vennootschappen: Attero BV (voorheen Essent Milieu Holding NV) te Den Bosch Programma Bestuur en middelen: Algemene baten en lasten Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Financiële kerngegevens Laag Attero richt zich op afvalverwijdering en afvalverwerking. Daartoe vallen o.a. activiteiten zoals het recyclen van afval in energie en herbruikbare grondstoffen, het composteren van organisch afval, exploiteren van stortplaatsen en logistieke activiteiten. Attero beschikt over een eigen nascheidingsintallatie en afvalenergiecentrale. Verder neemt de BV deel in vennootschappen die op dit vlak actief zijn. Attero is het voormalig milieubedrijf van Essent. Bij de verkoop van de aandelen Essent NV is het milieubedrijf afgesplitst en is de gemeente medeaandeelhouder geworden van dit bedrijf. Gezamenlijk met de andere aandeelhouders wordt de deelneming verkocht als het moment hiervoor gunstig is. Er is geen directe relatie tussen de activiteiten van de verbonden partij en de gemeentelijke begrotingsdoelstellingen. Zeggenschap als aandeelhouder (0,11 % op basis van de aandelenverhouding) Aantal aandelen stuks. Op 27 mei 2014 zijn alle aandelen in het kapitaal van Attero gekocht door een private equity fund. In verband met deze verkoop ontvangt de gemeente voor haar deel van de aandelen in Attero een bedrag van Niet opgenomen wegens het ontbreken van relevante gezien het geringe financiële en bestuurlijke belang. 102

103 Vennootschappen: Enexis Holding NV te Rosmalen Programma Bestuur en middelen: Algemene baten en lasten Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Laag Enexis is als onafhankelijk netwerkbeheerder verantwoordelijk voor aanleg, onderhoud, beheer en ontwikkeling van transport- en distributienetten voor elektriciteit en gas in Nood-, Oost- en Zuid Nederland. In deze context voert zij taken op grond van de Elektriciteitswet en de Gaswet. Enexis is het voormalige netwerkbedrijf van Essent. Bij de verkoop van de aandelen Essent NV is het netwerkbedrijf afgesplitst en is de gemeente medeaandeelhouder geworden van dit bedrijf. Met haar stemrecht als aandeelhouder kan de gemeente een (geringe) invloed uitoefenen op de dienstverlening en tarieven. Daarnaast deelt de gemeente als aandeelhouder mee in een eventuele dividenduitkering. Er is geen directe relatie tussen de activiteiten van de verbonden partij en de gemeentelijke begrotingsdoelstellingen. Zeggenschap als aandeelhouder (0,11 % op basis van de aandelenverhouding). Financieel belang Financiële kerngegevens Aantal aandelen stuks Niet opgenomen wegens het ontbreken van relevante gezien het geringe financiële en bestuurlijke belang. Vennootschappen: Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV te Den Bosch Programma Bestuur en middelen: Algemene baten en lasten Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Financiële kerngegevens Laag Bij de verkoop van Essent aan RWE heeft de rechter verboden dat Essent het 50% belang van Essent in de Elektriciteitsproductiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) mee te vervreemden. (EPZ is een groot energieproductiebedrijf waar ook de kerncentrale van Borssele toebehoort). Het belang van Essent is daarna verzelfstandigd en de aandelen van dit belang worden sindsdien gehouden door deze BV waarvan de aandelen op hun beurt weer gehouden worden door de voormalige publieke aandeelhouders van Essent. De vennootschap heeft als special purpose vehicle ten doel alle financiële transacties rondom de verkoop van Essent verder af te handelen. Er is geen directe relatie tussen de activiteiten van de verbonden partij en de gemeentelijke begrotingsdoelstellingen. Zeggenschap als aandeelhouder (0,11 % op basis van de aandelenverhouding) Aantal aandelen stuks Niet opgenomen wegens het ontbreken van relevante gezien het geringe financiële en bestuurlijke belang. 103

104 Vennootschappen a. Blitsaerd Beheer BV te Drachten b. CV Blitsaerd te Drachten Programma Fysiek: Wonen en milieu, Ruimtelijke ordening Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Hoog Woningbouw in het hogere segment. Voor een evenwichtige woningvoorraad heeft de gemeenteraad in 2003 (en 2005) besloten tot het aangaan van een PPS waarmee marktpartijen het hogere segment bedienen. Hierbij zijn kaders vastgesteld voor een maximum van 400 woningen. De gemeente is alleen commanditaire vennoot in de CV en aandeelhouder van de BV. Bestuurlijk belang BV Zeggenschap als aandeelhouder (50%) Bestuurlijk belang CV Zeggenschap als commanditair of stille vennoot (49%) Financieel belang BV Aandelenkapitaal Financieel belang CV Financiële kerngegevens BV Financiële kerngegevens CV Naam directeur Commanditair kapitaal De cijfers per 31 december 2013 zijn in concept en nog niet vastgesteld in de AVA. Stand 1 januari jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen Stand 31 december vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij Stand 1 januari jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen Stand 31 december vreemd vermogen jaar H. Wind jaarresultaat verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen De Marrekrite te Leeuwarden Programma Fysiek: Economie en toerisme, Infrastructuur en mobiliteit Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Laag Aanleg en onderhoud aanlegvoorzieningen watersport, onderhoud fietsknooppunten. De gemeente Leeuwarden heeft tot doel de voorzieningen op het gebied van watersport en het onderhoud van fietsknooppunten op een goed niveau te houden. Hieronder valt ook het verwijderen van afval op de recreatieplaatsen. Een beleidsvoornemen dat vele andere gemeenten en ook de provincie hebben. Om dit beleid uniform gestalte te geven nemen deze partijen deel in de gemeenschappelijke Marrekrite die uitvoerend is voor de beleidsvoornemens. 104

105 Gemeenschappelijke regelingen De Marrekrite te Leeuwarden Programma Fysiek: Economie en toerisme, Infrastructuur en mobiliteit Bestuurlijk belang Financieel belang Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder (stemverhouding: 1 / 20) Jaarlijkse bijdrage Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen Hûs en Hiem te Leeuwarden Programma Fysiek: Wonen en milieu Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotings-doelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Laag Het objectief en onafhankelijk laten toetsen van bouwvoornemens. De gemeente heeft tot doel kritisch te zijn op bouwvoornemens die effect hebben op het aanzien van de stad. Dit geldt ook voor vele andere gemeenten. Om die reden neemt de gemeente deel in een onafhankelijk toetsing- en beoordelingsorgaan die bouwvoornemens toetst op architectonische waarde en inpassing in de omgeving. Sinds kort is de kan bepaling van toepassing waarmee de Rijksoverheid beoogt dat gemeenten zelfstandig (dus niet via een extern orgaan) mogen toetsen. Hiervan zijn beschermde stads- en dorpsgezichten uitgezonderd. De gemeente heeft zich vooralsnog niet uitgesproken of de KAN bepaling actief zal worden toegepast. Vertegenwoordiging in zowel het dagelijks als algemeen bestuur Elke gemeente in Friesland heeft 1 stem (stemverhouding: 1 / 24) Verrekening resultaat naar rato inwoneraantal Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden Programma Sociaal: Sociaal maatschappelijke ontwikkeling Programma Veilig Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Laag De Veiligheidsregio Fryslân, bestaande uit de GGD, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en de Brandweer Fryslân, is een gemeenschappelijke regeling van alle Friese gemeenten en verzorgt de wettelijke taken op het gebied van veiligheid en gezondheid voor alle inwoners van Fryslân. 105

106 Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden Programma Sociaal: Sociaal maatschappelijke ontwikkeling Programma Veilig Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Uitvoering van wettelijke taken, zoals bepaald in de Wet Publieke gezondheid (WGP) en de wet Veiligheidsregio. De beleidsvoornemens van de Veiligheidsregio Fryslân zijn vertaald in de begroting 2015 van de Veiligheidsregio, waarin met de komst van de regionale brandweer onderscheid wordt gemaakt in drie programma s: gezondheid, crisisbeheersing en brandweer. Aansluitend hierop is de governance aangepast door het instellen van twee gelijkwaardige bestuurscommissies, te weten gezondheid en veiligheid. Bestuurlijk belang Elke gemeente in Friesland heeft 1 stem (stemverhouding: 1 / 24) Financieel belang Ongeveer 10 mln Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten Programma Sociaal: Werk en inkomen Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Hoog Beleidsontwikkeling en uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening. In 2015 is geen sprake meer van nieuwe instroom in de Wsw en lopen naar schatting meer dan 75 tijdelijke aanstellingen van Wsw 'ers uit Leeuwarden af. Voorlopig is besloten om deze tijdelijke aanstellingen niet automatisch om te zetten in aanstellingen voor onbepaalde tijd. Het college en de gemeenteraad van Leeuwarden hebben in 2011 besloten tot versnelde afbouw van de sociale werkvoorziening. Leeuwarden wil geen nieuwe, structurele activiteiten via de gemeenschappelijke regeling ontplooien die als vervanging kunnen gaan dienen voor de huidige activiteiten. Vanaf 1 januari 2008 is er sprake van vertegenwoordiging in zowel het dagelijks als algemeen bestuur (stemverhouding: 1 / 8 ) Mogelijke bijdrage ter verrekening van ene nadelig resultaat (via Caparis NV) Financiële kerngegevens Stand 1 januari Stand 31 december Naam voorzitter bestuur jaar eigen vermogen vreemd vermogen eigen vermogen vreemd vermogen jaar jaarresultaat verbonden partij (eventueel saldo loopt via de exploitatie van Caparis NV) (eventueel saldo loopt via de exploitatie van Caparis NV). E. van Esch (voorzitter dagelijks en algemeen bestuur) 106

107 Gemeenschappelijke regelingen Fryske Utfieringstjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Leeuwarden Programma Fysiek: Wonen en Milieu Risicoprofiel Openbaar belang (doel verbonden partij) Gemeentelijk belang (activiteiten en prestaties verbonden partij in relatie tot de eigen begrotingsdoelstellingen) en de gemeentelijke visie hierop Bestuurlijk belang Financieel belang Financiële kerngegevens Naam directeur Hoog Het doen uitvoeren van diverse handhavingstaken. Het betreft hier een RUD (Regionale Uitvoeringsdienst). Het effectief uitvoeren van vergunning en handhavingstaken door expertise in de Provincie Friesland te bundelen binnen een uitvoeringsorgaan. Het taakgebied is primair de complexere en risicovolle bedrijven, waarbij ook een bovenlokale handhavingsaanpak nodig is. Secundair kan de FUMO aanvullende taken op verzoek van de deelnemers uitvoeren. Met uitzondering van de zogenaamde OWO gemeenten, nemen alle gemeenten, de provincie en het Wetterskip in Friesland deel in de FUMO. De gemeente Leeuwarden streeft correcte handhaving en vergunningverlening na, de FUMO voert uit. Vertegenwoordiging in zowel het dagelijks als algemeen bestuur (stemverhouding: 1 / 23 ) Verrekening resultaat naar rato van de begrote afname in enig jaar (ligt rond de 5,4%) De dienst is gestart op 1 januari Daardoor nog geen financiële cijfers bekend M. van der Wal 107

108 2.3.7 Grondbeleid Deze paragraaf gaat over het grondbeleid van de gemeente en over het opvangen van de risico s van grondexploitaties a Kaders van het grondbeleid In de nota Grondbeleid (2012) zijn de kaders van het grondbeleid vastgelegd. Leeuwarden kent een actieve grondpolitiek. Aan de hand van een tweetal thema s, ontwikkelen en beheren, wordt het grondbeleid voor de komende jaren uitgevoerd. Daarbij bepalen de marktvraag en het woningbouwprogramma de mogelijkheden tot ontwikkeling. Locaties die vooralsnog niet in ontwikkeling worden genomen, krijgen een tijdelijke invulling waarbij deze invulling een meerwaarde heeft voor de directe omgeving b Visie op het Grondbeleid De woningmarkt heeft zowel te maken met een transitie als met de gevolgen van de economische stagnatie. De transitie van de woningmarkt houdt in dat er en een groeiende vraag naar huren is en een groeiende vraag naar stedelijk wonen. De transitie wordt ondersteund doordat (potentiële) woningkopers meer eigen vermogen moeten meebrengen. Koopstarters blijven daardoor vaker langer in een (sociale) huurwoning wonen. De groeiende vraag naar stedelijk wonen, betekent dat een groeiend deel van toevoegingen in bestaand bebouwd gebied plaatsvinden. Het betreft vaker dan voorheen functieverandering en bijvoorbeeld toevoegingen in de binnenstad. Drijvers achter deze laatste beweging zijn een veranderende samenstelling van de bevolking, met een groeiend aantal jonge en kleine huishoudens en een stabiliserend aantal gezinnen. Het relatieve belang van nieuwbouw in uitleglocaties wordt hierdoor op termijn geringer. Het effect van de economische stagnatie op de woningmarkt lijkt langzamerhand af te nemen. Het aantal verkopen kent weer een stijgende lijn, maar ligt nog beduidend onder pre-crisisniveau. Het prijsniveau van verkochte woningen is in reële termen terug op het niveau van het einde van de vorige eeuw. Een terugkeer naar forse prijsstijgingen lijkt niet te verwachten, gelet op de aangescherpte leenregels en het slechts geringe koopkrachtherstel. Tot recent waren de corporaties een grote partij op de nieuwbouwmarkt. Hun rol is aan het afnemen. De corporaties concentreren zich in toenemende mate op sloop en vervangende nieuwbouw en op het verduurzamen van het bestaande bezit. Momenteel zijn het commerciële marktpartijen die een groter deel van de toevoegingen in de sociale huur voor hun rekening nemen. Deze partijen richten zich vrijwel geheel op locaties in de bestaande stad. De markt voor geliberaliseerde huur neemt eveneens toe, met verkenningen van en voor partijen die zich op deze markt bewegen. Voor de vrije sector ligt nog een potentiele marktvraag in de uitleg, maar blijft wel een noodzakelijk segment in onze programmering. Het huidige en de toekomstige vraag naar sub urbane groene woonmilieus overstijgt het aanbod zodanig dat doorontwikkeling van (vooral) De Zuidlanden nodig blijft om de midden en hogere inkomens aan de stad te binden. Deze marktontwikkeling wordt zoveel mogelijk toegepast in lopende en in de eventueel nieuwe grondexploitaties. De kantorenmarkt is structureel aan het veranderen. Dit heeft enerzijds te maken met de huidige crisis en anderzijds met een afvlakkende werkgelegenheidsgroei. Ook trends zoals duurzaamheid, concentratie van kantooractiviteiten en flexibel werken hebben hun impact op de vraag naar kantoorruimte. Kwaliteit, multifunctionaliteit (voorzieningenniveau) en (dubbele) bereikbaarheid (auto en openbaar vervoer) van kantoorlocaties worden steeds belangrijker. Hoewel het percentage leegstand onder het landelijk gemiddelde ligt en Leeuwarden het ook in vergelijking met plaatsen in de regio redelijk goed doet is de verwachting dat er in de toekomst minder behoefte is aan kantoorruimte. Het prijsniveau van kantoren zakt en dit gaat nog even door de komende jaren. Veel leegstaande kantoorpanden in Leeuwarden zijn verouderd. Dit heeft zowel met de kwaliteit van het pand als de ligging te maken. Waar het nog mogelijk is gaan vastgoed eigenaren hun panden opknappen en verduurzamen. Voor de andere verouderde kantoorpanden ontstaat vervangingsvraag. 108

109 Voor Leeuwarden wordt deze vervangingsvraag tot 2020 op ca m2 bruto vloeroppervlakte geschat. Gelet op de onzekerheden in de aannames wordt uitgaan van een bandbreedte van m2 tot m2. Hiervoor zijn de mogelijkheden in Leeuwarden de komende jaren toereikend in zowel binnenstedelijk, omgeving stationsgebied en in de kantorenhaak, als buitenstedelijk langs de Overijsselselaan. Ook bij bedrijventerreinen is er sprake van leegstand en dalende prijzen. Ook hier is de verwachting dat deze tendens nog even voortduurt. Net als bij kantoren is ook hier sprake van verduurzaming. Toch is de verwachting dat er ook behoefte is aan vervangende nieuwbouw. Door de leegstand in kantoorgebouwen op deze terreinen is er geen perspectief, zo blijkt uit landelijk onderzoek. In Leeuwarden zijn ook veel verouderde en slecht onderhouden bedrijfspanden. Daarnaast zijn er weinig middelgrote bedrijfsgebouwen beschikbaar. Herindeling Met ingang van 2014 zijn uit de voormalige gemeente Boarnsterhim de plannen Grut Palma (woningbouw) en Frisia (bedrijventerreinen) toegevoegd aan de grondexploitatie. De in de rapportage voortgang hercalculaties/grondexploitaties 2014 gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals die door de gemeente Leeuwarden worden gehanteerd. Woningbouw Door de stagnatie in de woningbouwproductie richt het grondbeleid zich samen met het woonbeleid op maatregelen om de productie op gang te houden. Nog niet in ontwikkeling genomen gronden worden later ontwikkeld dan bij de verwerving aangenomen. Het wordt steeds belangrijker om te kijken waar de gemeentelijke prioriteiten liggen. Voor de woningbouw liggen die in kleine huishoudens, sturen op planaanbod en een stabiel evenwicht aan de onderkant van de woningmarkt. Voor uitleglocaties heeft de gemeente jaren een actieve verwervingspolitiek gevoerd. De grootste uitleglocatie is de Zuidlanden waar maximaal woningen zijn gepland. De op 31 maart 2011 vastgestelde structuurvisie vormt de basis voor de bouw van de woningen, kantoren en voorzieningen. Binnen dat kader is de flexibiliteit in de planontwikkeling vergroot ten opzichte van het Masterplan 2003: kleinere deelprojecten, meer inspelen op actuele woningvraag en specifieke woonwensen ( niches in de markt), meer kansen voor lokale en regionale bouwers, corporaties en vrije kavels. De ontwikkeling van de Zuidlanden verloopt langzamer dan voorzien, voor 2015 wordt verwacht dat er 70 woningen worden verkocht, daarnaast wordt in 2015 gestart met de bouw van een supermarkt. Bij de planontwikkeling van het uitleggebied Blitsaerd is de samenwerking gezocht met een marktpartij in de vorm van een gezamenlijke exploitatiemaatschappij. De verkoop van kavels verloopt traag. In totaal zijn tot dusver ruim 100 van de in totaal 400 te realiseren woningen gerealiseerd in Blitsaerd. In verband met de tegenvallende verkopen, wordt eerst deelproject A afgerond, voordat er werkzaamheden in deelproject B plaatsvinden. In de bestaande stad is de Stedelijke vernieuwing in de Vrijheidswijk bijna afgerond. Het laatste deelgebied: Tolhuizen verloopt echter moeizaam. Een aantal andere binnenstedelijke locaties wordt in het samenwerkingsverband met marktpartijen aangepakt. Voor het westelijk gelegen terrein van de locatie Bakker Postma wordt samen met een marktpartij momenteel nog gezocht naar de ontwikkelmogelijkheden. Op het oostelijk gelegen terrein van de locatie Bakker Postma zijn 22 huurwoningen gerealiseerd. Ontwikkeling van woningbouw in de dorpen vindt plaats bij Wirdum, Wytgaard en Wergea. Het gaat om totaal 230 woningen, waarvan de kavels gefaseerd uitgegeven worden. Bedrijventerreinen In het verleden zijn genoeg agrarische gronden verworven om op termijn te ontwikkelen als bedrijventerrein. Deze uitbreiding van bedrijventerreinen is gepland aan de westkant van de stad en op langere termijn in Nieuw Stroomland. Door het vaststellen van een structuurvisie en een MER is het aanbod van bedrijventerreinen voor de lange termijn planologisch gewaarborgd. Regionaal 109

110 vindt er afstemming plaats in het aanbod van de bedrijfsterreinen. Door het toepassen van de SERladder wordt het (her)gebruik van bestaande bedrijventerreinen gestimuleerd. Omdat de gemeente Leeuwarden al langere tijd terughoudend is in het aanleggen van nieuwe bedrijventerreinen, is de voorraad direct uitgeefbare bouwpercelen in onze gemeente niet overdreven groot. Op basis van conclusies over de vraag-aanbodsituatie, het advies van STEC over de vraag naar grotere kavels en hogere milieu categorieën en het voorzichtig aantrekken van de markt, wordt de realisatie van Newtonpark 3 voorgesteld. De ontwikkeling vindt niet op de traditionele wijze plaats. Concreet betekent dit dat er geen gedetailleerd bestemmingsplan wordt vastgesteld, geen infrastructuur wordt aangelegd en vooraf geen verkaveling wordt bepaald. De vraag vanuit het bedrijfsleven wordt hiermee leidend en bepaalt uiteindelijk mede hoe Newtonpark 3 zich ontwikkelt. Actief grondbeleid De huidige grondvoorraad is ruim voldoende om de doelstellingen ten aanzien van woningbouw en bedrijventerreinen te realiseren. Actief grondbeleid blijft het uitgangspunt, maar richt zich vooral op uitvoering. Strategische verwervingen blijven slechts incidenteel aan de orde c Resultaatbepaling grondexploitatieprojecten Jaarlijks worden alle grondexploitaties volledig herzien. De relatie van de grondexploitaties met de Reserve grondexploitaties is volgens een aantal regels vastgelegd. Deze staan vermeld in de nota Grondbeleid d Reserve grondexploitaties De Reserve grondexploitaties dient om de risico s in de grondexploitatie op te vangen. Ten gunste van de reserve worden de positieve exploitatieresultaten gebracht. Indien er sprake is van verwachte negatieve resultaten wordt een voorziening verliesgevende complexen gevormd ten laste van de Reserve grondexploitaties. Ook kan de reserve worden aangewend voor afwaardering van gronden. De Reserve grondexploitaties vormt dus de weerstandscapaciteit voor de risico s in de grondexploitaties. Het bepalen van de omvang van de risico s sluit aan bij de werkwijze die ook voor paragraaf Weerstandsvermogen wordt gebruikt. De risico s worden afgezet tegen de hoogte van de reserve. De hercalculaties die naar 1 januari 2014 geactualiseerd zijn (zie ook nota Rapportage voortgang hercalculaties/grondexploitaties 2014 ) leveren het volgende beeld op: tussentijdse winstneming: rekening houdend met de regels van tussentijdse winstneming kan er uit de grondexploitaties Leeuwarden Oost en Vrijheidswijk Tolhuis totaal 0,68 mln toegevoegd worden aan de Reserve grondexploitaties. Dit vindt in 2014 plaats. positieve resultaten: op waarde van laten de grondexploitaties een positief resultaat zien van 3,9 mln. Dit resultaat komt in de komende jaren ten gunste van de Reserve grondexploitaties. In dit bedrag is al rekening gehouden met de tussentijdse winstnemingen van 2014 ( 0,68 mln). negatieve resultaten: de exploitaties Grut Palma, Wytgaard, Businesspark 4, Newtonpark 4 en Frisia hebben een nadelig resultaat. Hiervoor is in 2014 ten laste van de Reserve grondexploitaties de voorziening negatieve complexen aangevuld met 3,3 mln tot een bedrag van 6,7 mln. De gronden die nog niet in ontwikkeling zijn genomen worden jaarlijks beoordeeld op boekwaarde versus marktwaarde. In 2014 zijn de rentelasten van Newtonpark 3 met afgewaardeerd. In tabel 17 staat een overzicht van de lopende grondexploitaties in

111 Tabel 17 Overzicht lopende grondexploitaties in 2015 Bedragen x Verwacht resultaat Looptijd op waarde WONINGBOUWLOCATIES voordelig nadelig 19 Vrijheidswijk Tolhuis Vrijheidswijk Centrum Grut Palma Wirdum Hikkemieden Wytgaard uitbreiding De Zuidlanden (totaal) Totaal woningbouw BEDRIJVENTERREIN 70 Sportvelden Hemrik (FVC) Businesspark Newtonpark fase Frisia Totaal bedrijventerrein TOTAAL GENERAAL De resultaten zijn vermeld op waarde per 1 januari Dat wil zeggen dat de waarde van het resultaat teruggerekend is naar die datum. In tegenstelling tot vorig jaar is het resultaat van de Zuidlanden als geheel opgenomen in tabel 17. Tabel 18 Verwachte ontwikkeling Reserve grondexploitaties Bedragen x Omvang Reserve grondexploitaties per 1 januari Rentemutaties Afdrachten Algemene Reserve / SIOF Resultaten grondexploitaties Afwaardering gronden + overigen e Risicobeheer Om te kunnen beoordelen of de weerstandscapaciteit voldoende is om de risico s op te kunnen vangen en of afroming van de Reserve grondexploitaties mogelijk is, is een analyse gemaakt van deze risico s. De omschreven risico s zijn een inschatting per 1 januari Meerdere malen per jaar worden deze opnieuw bepaald, omdat de kans waarmee het risico zich kan voordoen kan wijzigen, er meer inzicht is verkregen in het risico, of het risico door maatregelen is beperkt. Ook dit jaar is weer aangesloten bij de systematiek die is gehanteerd voor paragraaf Weerstandsvermogen. In die systematiek wordt over alle risico s ook een totaalkansberekening gemaakt, omdat niet alle risico s zich tegelijkertijd voor doen. Deze systematiek onderscheid twee soorten risico s, te weten kortlopende risico s (periode tot 4 jaar) en langlopende risico s (periode van 5 tot 10 jaar). Het risico voor de kortlopende risico s is bepaald op totaal 9,1 mln waarvan 5,4 mln uit De Zuidlanden komt. De risico s op lange termijn (Zuidlanden) zijn geraamd op 10 mln. Deze risico s worden door het resultaat en de post onvoorzien opgevangen. 111

112 De belangrijkste kortlopende risico s zijn: Milieu Dit betreft o.a. geluidschermen langs het spoor, geluidscontouren en hoogspanningsmasten binnen een plangebied. De risico s kunnen een nadelig effect hebben op de ontwikkeling van de grondexploitatie. Deze risico s maken onderdeel uit van het risicoprofiel van De Zuidlanden. Haalbaarheid verkoopprijzen Het risico bestaat dat de geraamde opbrengsten van grondexploitaties lager uitvallen dan geraamd. Ook kan a.g.v. de Haak uitgifte verlies optreden. Als risico wordt daarom 10% van de geraamde verkopen berekend. Gronden in voorraad Voor de ontwikkeling van bouwlocaties zijn diverse gronden aangekocht waarvan Newtonpark 3 de grootste voorraad heeft. Vooralsnog is de veronderstelling dat ontwikkeling niet vóór 2016 plaatsvindt. In de verwachte ontwikkeling van de Reserve grondexploitaties is met dit risico rekening gehouden. Strategische verwervingen De strategische verwervingen (Oldegalileën, Snekertrekweg en Zalen Schaaf) kunnen door de huidige markt later ontwikkeld worden dan in de haalbaarheidsberekening aangenomen was. In 2011 zijn deze aankopen naar verwachte opbrengstwaarde af gewaardeerd. Hiermee is het vertragingsrisico gereduceerd. Er resteert nog een risico (ca. 2,0 mln) dat deze locaties minder op brengen dan verwacht. Voor de ontwikkeling van het Harmoniekwartier en de daarmee samenhangende risico s van een onrendabele top is rekening gehouden in de projectopzet. Bouwclaims Ten behoeve van het verwerven van gronden zijn in het verleden bouwclaimafspraken gemaakt. Dat wil zeggen dat in ruil voor het verkopen van de grond aan de gemeente de ontwikkelaar bouwrechten krijgt. Indien de gemeente niet tijdig aan deze verplichting voldoet, is de gemeente in een aantal gevallen een compensatiebedrag verschuldigd. De gemeente loopt achter bij het gemiddeld aantal aan te bieden woningen, bovendien worden door de marktomstandigheden locaties minder snel ontwikkeld. Er zijn nieuwe afspraken met bouwclaimhouders gemaakt waarbij de looptijd is verlengd tot Marktrisico s/vertraging De marktrisico s hangen samen met de conjuncturele ontwikkelingen. De rente-nadelen die hierbij optreden zijn afhankelijk van het geïnvesteerde vermogen. Voor de bepaling van dit risico is uitgegaan van de rente-nadelen die optreden bij een vertraging van 2 jaar. Het risico komt hiermee op 0,34 mln. De vertragingseffecten van De Zuidlanden zijn in het totale risicoprofiel van dit project opgenomen. Op basis van de risico-inventarisatie volgens de NAR-systematiek bedragen de lopende risico s op korte termijn inclusief De Zuidlanden 9,1 mln. Met een stand van de Reserve grondexploitaties van 9,1 mln kan geconcludeerd worden dat de weerstandscapaciteit voldoende is. De lange termijn risico s in De Zuidlanden bedragen 10 mln. De buffer in de grondexploitatie Zuidlanden wordt gevormd door de netto contante waarde van 2,67 mln plus de post onvoorzien van 7,78 mln. De buffer is daarmee toereikend voor lange termijn risico s. Ten behoeve van de negatieve grondexploitaties uit voormalig Boarnsterhim is in ,4 mln onttrokken aan de Algemene Reserve. 112

113 2.3.8 Meerjaren investeringen In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste investeringen en de stand van het Strategisch investerings- en ontwikkelingsfonds (SIOF). In bijlage C Investeringsoverzicht 2015 e.v. zijn voor het eerst alle investeringen samengebracht in één bijlage a Toelichting Investeringsprogramma 2015 Programma Sociaal Jeugd en Onderwijs De totale investering bedraagt binnen dit programmaonderdeel bedraagt circa 2,4 mln. Het betreft diverse investeringen in vooral onderwijshuisvesting en 1 e inrichtingskosten (onderwijsleerpakketten en meubilair). Programma Fysiek Economie en toerisme In diverse grondexploitatiegebieden worden in 2015 investeringen gedaan in de infrastructuur. Het gaat hierbij veelal om het bouwrijp of woonrijp maken van (deel)gebieden. De meeste van deze werkzaamheden worden verricht in De Zuidlanden (vooral in Jabikswoude en Wiarda). Of er in Newtonpark 3 in 2015 daadwerkelijk gebieden bouwrijp worden gemaakt is nog niet zeker. Dit is afhankelijk van de specifieke vraag naar dit bedrijventerrein; wel wordt Newtonpark 3 planologisch gereed gemaakt. Verder wordt er binnen dit programmaonderdeel nog voor ongeveer 6,7 mln in vastgoed geïnvesteerd. De investering van 3,9 mln in het Poppodium Harmoniekwartier is hiervan de grootste. Daarnaast is rekening gehouden met een gemeentelijke investering van 2 mln in de ontwikkeling van de Blokhuispoort. Infrastructuur en mobiliteit In het kader van Leeuwarden Vrij-Baan gaat het om de volgende investeringen. De uitvoering van de reconstructie van de Julianalaan start in De provinciale bijdrage voor dit project van 2 mln wordt in 2015 opgevraagd. De dekking van het gemeentelijk aandeel in de kosten komt grotendeels uit de stelpost infrastructuur. Vanuit het SIOF wordt bijgedragen in de kosten van de Julianalaan. Deze onttrekking is conform het realisatiebesluit Julianalaan van 27 mei De reconstructie van de Valeriusstraat/-plein wordt dit jaar verder voorbereid. De daadwerkelijke uitvoering start in Er is van uitgegaan dat een deel van de toegezegde provinciale subsidie voor dit project in 2015 beschikbaar komt. Evenals voorgaande jaren zijn in 2015 middelen geraamd voor algemene werkzaamheden Leeuwarden Vrij-Baan die niet zijn toe te rekenen aan de projecten. Het gaat hierbij vooral om werkzaamheden op het gebied van communicatie, programmering en het accountmanagement van projecten die niet door de gemeente worden uitgevoerd. Naast deze investeringen staan de volgende investeringen in de overige infrastructuur gepland. Bij een drietal rotondes in Camminghaburen krijgen de fietsers voorrang. Deze aanpassing van de voorrangsregeling past in het uitvoeringsprogramma van Richtingwijzer Fiets. Langs de verbindingsweg tussen Grou en Warten (het Leechlân) wordt een vrijliggend fietspad aangelegd. Dit gebeurt in twee fasen. De uitvoering van de eerste fase is in 2014 gestart. Voor de tweede fase is in de begroting een reservering opgenomen. Dit bedrag is onvoldoende om de uitvoeringskosten van deze tweede fase te dekken. Uitvoering is daarom pas aan de orde op het moment dat de financiering van dit project volledig is geregeld. Voor het oplossen van infrastructurele knelpunten in de dorpen die vanaf 1 januari 2014 onderdeel van de gemeente zijn gaan uitmaken, is in 2015 een reservering van opgenomen. Inzet van deze middelen gebeurt op basis van een nadere prioritering van de aanpak van de problemen 113

114 op verkeersgebied die door de verenigingen van dorpsbelang zijn aangedragen en die door de gemeente in deze dorpen zijn gesignaleerd. Om snel kleine aanpassingen op het gebied van openbaar vervoer, verkeersveiligheid en infrastructuur te kunnen oplossen, worden jaarlijks in de begroting stelposten opgenomen. Dit is voor 2015 ook het geval. Ruimtelijke ordening Voor de versterking van de kwaliteiten van Grou worden diverse maatregelen genomen. Deze zijn gebaseerd op de gebiedsvisie Grou en het daaraan gekoppelde programma. Voor de gemeentelijke cofinanciering van maatregelen uit dit programma is vanaf ,5 mln aan extra middelen beschikbaar. Voor de revitalisering van het Stationsgebied worden extra middelen vrijgemaakt. In 2015 is in de begroting 3 mln opgenomen als dekking van de gemeentelijke cofinanciering voor dit project. De uitvoering staat gepland voor de periode Beheer leefomgeving Binnen dit programmaonderdeel valt de vervanging van rioleringen. Dit gebeurt op basis van een rioleringsprogramma. De programmering van de vervangingen in 2015 is nog gebaseerd op het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan waarvan de looptijd is verlengd tot de vaststelling van het nieuwe GRP. Het gaat in totaal om een investeringsvolume van 2,0 mln in De uitvoering van de rioleringswerkzaamheden wordt afgestemd met reconstructies en met onderhoudswerkzaamheden. Verder zijn er binnen dit programmaonderdeel nog diverse, zeer uiteenlopende investeringen gepland. Het gaat daarbij vooral om de vervanging van bijvoorbeeld auto s en ander materieel. In totaal is hier naar verwachting 1,4 mln mee gemoeid in Programma Bestuur en middelen In 2015 wordt voor 0,6 mln aan vervangingsinvesteringen in de ICT gepleegd. Het totaal aan investeringen komt daarmee in 2015 dan uit op 32,4 mln. De dekking hiervan bestaat uit een aantal onderdelen en die komen in de volgende paragraaf aan de orde b Dekking Investeringsprogramma 2015 De dekking van de kosten van het investeringsprogramma worden in tabel 19 per programma weergegeven: Tabel 19 Programma Fysiek Programma Sociaal Programma Bestuur en middelen Totaal Grondexploitaties Vrijval kapitaallasten Begrotingsmiddelen infra: - stelpost inframiddelen mee- en tegenvallers incidentele middelen Stationsgebied gebiedsontwikkeling Grou fietspad Leechlân 2 e fase Provincie Fryslân Reserve SIOF Openbaar vervoer

115 Programma Programma Programma Totaal Fysiek Sociaal Bestuur en middelen Voorziening riolering Totaal De infrastructurele maatregelen worden uit verschillende bronnen gedekt. Vanuit de algemene middelen komt jaarlijks een stelpost infrastructuur beschikbaar ter dekking van de eigen gemeentelijke bijdrage in deze maatregelen. Voor 2015 is uit de stelpost infrastructuur dekking beschikbaar voor een investeringsvolume van ruim 2,4 mln. Daarnaast is nog een saldo van voorhanden uit het programma Infrastructuur 2014 dat in 2015 wordt ingezet. Bij de uitvoering van de stadsringprojecten Fietstunnel Oostergoplein, Heliconweg e.o. en Fietstunnel Julianalaan zijn meevallers opgetreden die opnieuw als dekking worden ingezet. Een deel van deze meevallers is al eerder gebruikt in de jaarlijkse programma s infrastructuur. In 2015 wordt het nog restende deel van de meevallers, te weten 1,3 mln, ingezet als dekking voor de stadringprojecten. Vanuit de algemene middelen is voor 2015 daarom dekking aanwezig voor een gemeentelijke bijdrage in investeringen ten bedrage van Van dit bedrag wordt in gebruikt voor projecten en infrastructurele werkzaamheden. Het nog overblijvende bedrag van wordt ingezet voor de dekking van maatregelen ná Voor de gebiedsontwikkeling Grou, de revitalisering van het Stationsgebied en de tweede fase van het fietspad tussen Grou en Warten komen in 2015 incidenteel middelen beschikbaar. De kosten van de infrastructurele maatregelen in de inbreidings- en uitbreidingsgebieden waarvoor een grondexploitatie is opgezet, worden ten laste gebracht van de betreffende exploitaties. De rioleringswerkzaamheden worden gedekt uit de rioolheffing en uit de Voorziening Riolering. Het gaat hierbij om de vervanging van rioleringen en om beheer en onderhoud. Dekking voor de stelpost voorzieningen openbaar vervoer wordt gevonden in de Voorziening Openbaar Vervoer. In 2015 wordt bij de provincie toegekende subsidie opgevraagd voor de projecten Julianalaan en Valeriusstraat/-plein. Voor de Julianalaan wordt rekening gehouden met uitbetaling van het gehele bedrag; bij de Valeriusstraat/-plein gaat het om een voorschot. Totaal gaat het hierbij om een bedrag van 2,5 mln dat in 2015 als provinciale subsidiebijdrage wordt opgevraagd c Voeding en Stand SIOF In het kader van het collegeprogramma zijn er wijzigingen in het SIOF doorgevoerd. In het kort komen die neer op het volgende: a. Het geraamde saldo 2014 ad. 1,5 mln is ingezet voor het dekken van incidentele intensiveringen uit het collegeprogramma. b. De bijdrage uit het SIOF van 3,9 mln voor de realisatie van het Harmoniekwartier is komen te vervallen; de vrijvallende ruimte wordt eveneens ingezet voor het dekken van de incidentele uitzettingen uit het collegeprogramma. Na verwerking hiervan alsmede van de daadwerkelijk onttrekkingen resteert een saldo van ultimo Dit saldo ontstaat o.a. doordat geplande onttrekkingen doorschuiven naar latere jaren waardoor meer inflatievergoeding toegevoegd wordt aan het SIOF dan eerder was voorzien. In tabel 20 staan de mutaties in het SIOF. 115

116 Tabel 20 Mutaties in SIOF Beginstand Voeding in 2014 Inflatie Stadsvernieuwingsfonds Grote Stedenbeleid Ontwikkelingsfonds Storting vanuit ontwikkelingsdeel Totaal voeding Reserveringen in 2014 (door de raad vastgesteld) Stedelijke Economie Gebiedsontwikkeling Wielengebied University Campus Fryslân Watercampus Dairy Campus Culturele Hoofdstad Valeriusplein/Julianalaan Kalverdijkje Bijdrage Incidentele uitzettingen Collegeprogramma Totaal reserveringen Tussenstand 31 december 2014/1 januari Voeding in 2015 Inflatie Terugstorting bijdrage Harmoniekwartier Totaal voeding Totaal reserveringen 2015 (door de raad vastgesteld) University campus Fryslân Bijdrage Incidentele uitzettingen Collegeprogramma Totaal reserveringen Tussenstand 31 december 2015/1 januari Totaal reserveringen 2015 (door de raad vastgesteld) University campus Fryslân Bijdrage Incidentele uitzettingen Collegeprogramma Totaal reserveringen Eindstand 31 december

117 3. FINANCIËLE BEGROTING 3.1 Baten en lasten Overzicht van baten en lasten Tabel 21 Overzicht exclusief mutaties reserves Bedragen x Rekening 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 Programmaonderdelen Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten SOCIAAL Cultuur Jeugd en onderwijs Sociaal maatschappelijke ontwikkeling Werk en inkomen Sport FYSIEK Economie en toerisme Wonen en milieu Infrastructuur en mobiliteit Ruimtelijke ordening Beheer leefomgeving VEILIG BESTUUR EN MIDDELEN Bestuur Algemene baten en lasten Totaal vóór mutaties reserves Tabel 22 Mutaties reserves Bedragen x Rekening 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 Programmaonderdelen Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten SOCIAAL Cultuur Jeugd en onderwijs Sociaal maatschappelijke ontwikkeling Werk en inkomen Sport FYSIEK Economie en toerisme Wonen en milieu Infrastructuur en mobiliteit Beheer leefomgeving VEILIG

118 Rekening 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 Programmaonderdelen Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten BESTUUR EN MIDDELEN Bestuur Algemene baten en lasten Totaal mutaties reserves Tabel 23 Begrotingsresultaat Bedragen x Rekening 2013 Begroting 2014 Begroting 2015 Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Stand begroting voor mutaties reserves Mutaties bestemmingsreserves Sluitend maken begroting met Algemene Reserve Stand begroting na mutaties reserves Toelichting op het overzicht van baten en lasten In het overzicht van baten en lasten (tabel 21) zijn de bedragen exclusief de beschikkingen over en onttrekkingen aan reserves vermeld. Het totaal daarvan is het begrotingsresultaat vóór bestemming. Vervolgens zijn de beschikkingen over en de stortingen in de reserves vermeld (tabel 22). In tabel 23 wordt het begrotingsresultaat weergegeven. Uit tabel 23 blijkt dat er in 2015 sprake is van een netto begrotingssaldo van positief. Dit bedrag wordt gestort in de Algemene Reserve. Zie bijlage E voor een overzicht van incidentele lasten en baten en een overzicht van structurele stortingen en onttrekkingen aan reserves. 118

119 3.2 Uiteenzetting financiële positie Ontwikkeling financiële positie In deze paragraaf wordt de ontwikkeling van de financiële positie geschetst vanaf het moment dat de begroting 2014 en het collegeprogramma Iedereen is Leeuwarden , is vastgesteld. Daarbij is rekening gehouden met o.a. de uitkomsten van de Gemeentefondscirculaires en de uitzettingen en inkrimpingen van de diensten a Vertrek- en eindpunt Uitgangspunt voor het bepalen van deze financiële positie vormt de eindpositie van de begroting 2014, de uitkomsten van de septembercirculaire alsmede de bezuinigingen en intensivering op grond van het collegeprogramma. Op grond hiervan ontstaan de volgende uitgangsposities: Tabel 24 Bedragen x Structureel meerjarenperspectief Totaal Saldo voorgaand jaar Primitieve begroting Septembercirculaire 2013 en begrotingsafspraken Collegeprogramma Stand 31/ Tabel 25 Bedragen x Ontwikkeling Algemene Reserve Stand 31/ Op grond van de uitkomsten van het collegeprogramma was sprake van een structureel overschot van in de jaarschijf 2018 (tabel 24). De laagste stand van de Algemene Reserve bedroeg 13,0 mln in 2014 (tabel 25). Het vertrekpunt voor de nieuwe beleidsplanperiode is gebaseerd op bovenstaande eindposities van het collegeprogramma. De effecten uit de meicirculaire 2014 en de nagekomen mee- en tegenvallers leiden tot een aangepast financieel perspectief ten opzichte van de prognoses in het collegeprogramma. Per saldo resulteert in 2018 een structureel overschot van Daarnaast wordt door diverse actuele ontwikkelingen de stand van de Algemene Reserve voor het begrotingsjaar 2015 geraamd op ruim 9,1 mln. Zie tabel 32 voor de ontwikkeling van de Algemene Reserve in één oogopslag. In de begroting is nog een post Onvoorzien opgenomen van 0,1 mln die ook aangemerkt kan worden als weerstandscapaciteit. Ten opzichte van de geïnventariseerde risico s op grond van de NARsystematiek, is sprake van een surplus van 1,0 mln ( 9,2 mln noodzakelijke weerstandscapaciteit van 8,2 mln). In de volgende paragrafen worden de effecten en mutaties nader toegelicht b Ontwikkelingen na vaststelling van de begroting 2014 e.d. Sinds behandeling van de (meerjaren)begroting , heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die het voorgaande financiële beeld hebben gewijzigd. Deze ontwikkelingen kunnen worden onderverdeeld in: mutaties in de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds; mee- en tegenvallers aangedragen door de diensten; Hieromtrent brengen wij u het volgende onder de aandacht. 119

120 3.2.1c Ontwikkelingen Gemeentefonds De belangrijkste component van de algemene middelen wordt gevormd door de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. De ontwikkeling van dit fonds heeft daardoor grote invloed op de gemeentelijke financiën. Belangrijke documenten waarin het Rijk de gemeenten informeert over de hoogte van de algemene uitkering zijn de mei- en septembercirculaire. De meicirculaire is gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk. Het is de schakel tussen Haagse ontwikkelingen en de vertaling naar de gemeentelijke begroting en beleid. Bij het verschijnen van de Miljoenennota van het Rijk in september wordt een septembercirculaire opgesteld, waarin gemeenten worden geïnformeerd over eventuele veranderingen die na de Voorjaarsnota van het Rijk zijn opgetreden en die gevolgen hebben voor de ramingen van de gemeenten. Met betrekking tot het Gemeentefonds zijn de volgende ontwikkelingen voor onze gemeente van belang: A. Loon- en prijsontwikkelingen Het accres van het Gemeentefonds is jaarlijks bedoeld voor de bekostiging van de volume ontwikkeling (areaal e.d.) en de compensatie van nominale ontwikkelingen (lonen en prijzen). De nominale uitgangspunten voor onze gemeente worden o.m. gebaseerd op cijfers van het Centraal Planbureau en de veronderstellingen in de Gemeentefondscirculaires. Op grond hiervan wordt getracht de loon- en prijsontwikkeling vooraf zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Afwijkingen tussen de ramingen en realisatie komen echter voor. Deze afwijkingen worden door het toepassen van een verfijnde nacalculatie hersteld. Voor het opmaken van de begroting 2015 gaan we uit van: Tabel 26 Nominale ontwikkelingen in procenten Loonontwikkeling in begroting ,07 1,5 1,5 Prijsontwikkeling in begroting ,8 1,5 1,5 De VNG en de vakbonden hebben tot op heden nog geen definitief akkoord bereikt over een nieuwe CAO. Het CAO akkoord liep tot en met 31 december Ten behoeve van een nieuw CAO-akkoord wordt in onze begroting rekening gehouden met een CAO-ruimte. Deze is totaal 3% (2013 tot en met 2015: 1% per jaar). Daarnaast wordt voor de nieuwe jaarschijf 2015 rekening gehouden met 0,5% sociale-premiedruk stijging (totaal voor 2015 dus 1% + 0,5% = 1,5%). Voor de periode na 2015 wordt ook rekening gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daartoe wordt binnen de algemene uitkering een reservering gepleegd van 1,5% per jaar. Voor de loon- en prijsontwikkelingen worden de vakdiensten gecompenseerd. Ten opzichte van de gemeentebrede reservering voor lonen en prijzen is voor 2014 en 2015 sprake van een structureel voordeel van (zie tabel 30 nr. 2). Daarnaast wordt de ozb-opbrengst jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie. Dit geeft voor 2015 een meeropbrengst van structureel (zie tabel 30 nr. 3). B. Mutaties in de verdeling van het Gemeentefonds Het Gemeentefonds wordt verdeeld op basis van zo n 60 indicatoren. Hierbij is vooral van belang hoe de aantallen inwoners, woonruimten, bijstandsgerechtigden, leerlingen enz. van Leeuwarden zich ontwikkelen ten opzichte van de landelijke ontwikkelingen. Nemen onze aantallen harder toe dan landelijk dan neemt de Gemeentefondsuitkering voor Leeuwarden ook toe en andersom. De lokale prognoses binnen Leeuwarden zijn in het voorjaar bijgesteld naar de laatste inzichten. Vooral de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden heeft de laatste jaren een forse impact. Sinds het ontstaan van de crisis laat het aantal bijstandsgerechtigden grote schommelingen zien, wat het zowel voor het Rijk als voor gemeenten moeilijk maakt om goede voorspellingen te doen. Inmiddels 120

121 is gebleken, dat het aantal bijstandsgerechtigden ten opzichte van eerdere aannamen binnen het Gemeentefonds, aanzienlijk is gestegen. Het gevolg hiervan is, dat de Gemeentefondsuitkering voor Leeuwarden toeneemt. Ook het aantal inwoners, het aantal woningen en het aantal leerlingen nemen op grond van de laatste prognoses toe. De te verwachten Gemeentefondsuitkering stijgt per saldo in 2018 met 2,838 mln (zie tabel 30 nr. 4). C. Jaarschijf 2018 en diversen Aan de meerjarenraming van de gemeentebegroting wordt ten opzichte van vorig jaar een nieuwe jaarschijf toegevoegd i.c Voor deze jaarschijf wordt voor het berekenen van de hoogte van de algemene uitkering, de meest actuele uitkeringsfactor gehanteerd. Hierin zijn ook de accressen inbegrepen waar zowel de loon- en prijsstijgingen, als de kosten van areaal uitbreidingen voor onze gemeente uit gecompenseerd moeten worden. Door de trap op trap af systematiek is door Rijksbezuinigingen echter sprake van een daling van de uitkeringsfactor, hetgeen in 2018 een nadeel geeft van 1,418 mln (zie tabel 30 nr. 5). Daarnaast houden we rekening met het reserveren van inflatie voor de nieuwe jaarschijf Met inachtneming van een verlaging van de reservering voor inflatie in de jaren daarvoor (van 1,75% naar 1,5%) is van sprake van een daling van de algemene uitkering van 1,601 mln (zie tabel 30 nr. 6). Verder is sprake van een geringe daling van de algemene uitkering in verband met de inbreng van de voormalige gemeente Boarnsterhim. De verhoging van de algemene uitkering als gevolg van de herindeling met Boarnsterhim is oorspronkelijk globaal geraamd op een toename van 9,3 mln. Op basis van concrete maatstaf gegevens van het ministerie van BZK en onze eigen aannamen ontstaan nog enige financiële mutaties. Per saldo is sprake van een neerwaartse bijstelling van (zie tabel 30 nr. 7). Tenslotte wordt door het Rijk de tijdelijke suppletie-uitkering OZB geleidelijk afgebouwd. Dit geeft een nadeel van (zie tabel 30 nr. 8). D. Meicirculaire 2014 De meicirculaire 2014 is een bijzondere en zeer belangrijke circulaire. Naast de normale informatie over de ontwikkeling van het accres en de taakmutaties, worden gemeenten geïnformeerd over de gevolgen van het groot onderhoud aan het verdeelstelsel van het Gemeentefonds. En uiteraard ook over de budgetten voor de uitvoering van de Jeugdwet en de WMO. Dit alles vindt plaats per 1 januari Helaas zijn de budgetten van de Participatiewet niet meegenomen in de meicirculaire. Voor onze gemeente geeft de meicirculaire 2014 op hoofdlijnen de volgende financiële ontwikkelingen (zie tabel 27). Per saldo is in 2018 sprake van een structureel voordeel van (zie tabel 30 nr. 9). Tabel 27 Bedragen x Algemene mutaties: Totaal voorgaand jaar Mutaties in omvang van het fonds (accres) Vervallen stelpost n.a.v. begrotingsakkoord Mutaties in verdeling van het fonds Overheveling buitenonderhoud schoolgebouwen Nationaal uitvoeringsprogramma e-overheid Centralisatie inkoop E-boeken Uitkomst Groot Onderhoud Suppletie-uitkering Groot Onderhoud Totaal

122 Met betrekking tot de vorenstaande financiële mutaties wordt het volgende opgemerkt: 1 Mutaties in de omvang van het fonds De algemene uitkering groeit mee respectievelijk daalt mee met de Rijksuitgaven ( samen trap op en trap af). Het accres voor 2014 wordt ten opzichte van de raming in de septembercirculaire 2013 neerwaarts bijgesteld. In 2015 en volgende jaren neemt de omvang van het fonds toe, omdat de Rijksuitgaven stijgen. Dit komt ondermeer door hogere loon- en prijsstijgingen. Per saldo is de uitkomst voor onze gemeente 1,870 mln positief (structureel) in Vervallen stelpost begrotingsakkoord (herfstakkoord 2013) Door het kabinet zijn vorig jaar in oktober nadere afspraken gemaakt met de fracties van D66, ChristenUnie en SGP over de Rijksbegroting 2014 e.v. Deze afspraken hadden een positieve doorwerking op het Gemeentefonds. Onze gemeente heeft indertijd op deze ontwikkeling in de financiële positie geanticipeerd. De gevolgen van het begrotingsakkoord zijn nu daadwerkelijk in de meicirculaire verwerkt (zie mutatie onder 1), waardoor de stelpost van 1,0 mln structureel kan vervallen. 3 Mutaties in de verdeling van het fonds (2) De mutaties op deze regel hebben vooral betrekking op de bijstelling van de lokale aantallen van de maatstaven die worden gebruikt voor de verdeling van de algemene uitkering, zoals inwoners, bedrijfsvestigingen, belastingcapaciteit e.d. Per saldo resulteert dit in 2018 in een gering voordeel van Overheveling buitenonderhoud schoolgebouwen Met ingang van 2015 gaat de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen voor primair onderwijs (PO) en scholen voor speciaal onderwijs (SO) over van gemeenten naar schoolbesturen. Om die reden wordt er landelijk een bedrag van 158,8 mln uit het Gemeentefonds gehaald, dat de schoolbesturen voortaan ontvangen van het Ministerie van OCW. Voor onze gemeente betekent dit een korting van 1,053 structureel. Deze korting wordt in onze gemeente gedeeltelijk gecompenseerd door het wegvallen van de jaarlijkse storting van in de voorziening voor buitenonderhoud van schoolgebouwen (zie ook mee- en tegenvallers dienst Welzijn). 5 Nationaal uitvoeringsprogramma e-overheid Met ingang van 2011 zijn ten behoeve van het Nationaal Uitvoeringsprogramma e-overheid (NUP) door het Rijk via het Gemeentefonds middelen voorgefinancierd. De middelen worden in 2015 via het Gemeentefonds uitgenomen en terugbetaald voor een bedrag Daarnaast worden in 2015 gelden ten laste van het Gemeentefonds gebracht in verband met de ICT ondersteuning die het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) gaat bieden aan de gemeenten. Voor onze gemeente betekent deze uitname structureel. 6 Centralisatie inkoop E-boeken In 2011 is besloten om de inkoop van E-boeken door bibliotheken te centraliseren. Daarbij hoort ook een uitname uit de algemene uitkering, omdat de lokale bibliotheken deze taak niet meer uit gaan voeren. De uitname vindt plaats met ingang van 2015, als de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen in werking treedt. Gezien de al voorgenomen structurele taakstelling van in verband met de herinrichting van de bibliotheekfunctie in 2017 (collegeprogramma ), is de onderhavige taakmutatie op grond van het voorzichtigheidsprincipe, vooralsnog ten laste van het algemeen gebracht. 7 en 8 Uitkomst groot onderhoud verdeelstelsel en suppletie-uitkering Met ingang van 2015 wordt een groot deel (eerste tranche) van het verdeelstelsel van het Gemeentefonds gewijzigd. Een nieuwe berekening was nodig, omdat de bestaande verdeling scheef 122

123 gegroeid was ten opzichte van de werkelijke kosten die gemeenten maken voor de diverse taakgebieden. Daarnaast moest een oplossing worden gevonden voor de definitiewijzigingen in het kader van de Wet BAG met gevolgen voor recreatiewoningen en capaciteit bijzondere woongebouwen. Met ingang van 2015 worden clusters (taakvelden) logischer ingedeeld. Als gevolg van het groot onderhoud wijzigt de omvang van het Gemeentefonds niet. Wel ontstaan voor individuele gemeenten herverdeeleffecten. Voor onze gemeente pakt het groot onderhoud positief uit en geeft een structurele meeropbrengst van Omdat de herverdeeleffecten door middel van een suppletie-uitkering worden gespreid over 2 jaren, wordt voor het jaar 2015 nog in mindering op onze Gemeentefondsuitkering gebracht. De tweede tranche van het groot onderhoud vindt plaats in de loop van 2014/2015. Dan worden onder meer de clusters Werk & Inkomen en Volkshuisvesting onderzocht. Uiteraard leidt ook deze herijking van het fonds tot herverdeeleffecten en dus financiële risico s. In de meicirculaire van 2015 worden daarvan de uitkomsten voor 2016 e.v. verwacht. E. Taakmutaties, Integratie- en decentralisatie-uitkeringen De omvang van het Gemeentefonds verandert niet alleen als gevolg van het accres e.d., maar ook als gevolg van taakmutaties, integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Het staand beleid van onze gemeente is, dat kortingen worden doorgegeven aan de diensten. Het is aan de dienst om, via een B&W-nota aan te tonen dat zij de korting niet kan opvangen. Aanvullende/positieve bedragen worden gereserveerd en na formele besluitvorming, verwerkt in de budgetten van de diensten. De financiële gevolgen van de onderstaande taakmutaties e.d. (tabel 29) zijn dan ook budgettair neutraal in het resultaat verwerkt (=geen invloed op het financieel meerjarenbeeld). Met ingang van 2015 krijgen gemeenten belangrijke verantwoordelijkheden op het gebied van zorg, jeugd en participatie. De middelen worden vanaf 2015 voor drie jaar verstrekt via een integratieuitkering. Er is daarmee geen sprake van een Deelfonds sociaal domein. Er is voor een integratieuitkering gekozen, zodat de middelen voor de termijn van drie jaar zichtbaar kunnen blijven op de Gemeentefondsbegroting, maar ook omdat de termijn van drie jaar nadrukkelijk is bedoeld als overgangstermijn. Het kabinet wil de middelen vanaf 2018 via de algemene uitkering verstrekken. Aan de integratie-uitkering zijn geen bestedingsvoorwaarden verbonden. Dit betekent dat de middelen behorend bij de nieuwe taken WMO 2015, Jeugdwet en Participatiewet, zoals die per 1 januari 2015 gelden, vrij te besteden zijn voor gemeenten. Dit geeft gemeenten maximale vrijheid om, binnen de kaders van de wetgeving, eigen afwegingen te maken. Voor 2015 zijn de budgetten WMO en Jeugdwet nog gebaseerd op historische uitgaven. In 2016 wordt een objectief verdeelmodel ingevoerd. Voor de WMO wordt hierover in de septembercirculaire 2014 mededeling gedaan. Voor de Jeugdwet is de verwachting dat het objectieve verdeelmodel in december 2014 gereed is. Een en ander betekent dat er in 2016 sprake is van herverdeeleffecten. Voor de Participatiewet staan nog geen budgetten in de meicirculaire. Er wordt gewerkt aan een nieuw verdeelmodel. In de septembercirculaire 2014 worden naar verwachting de definitieve bedragen voor onze gemeente bekend gemaakt. De huidige WMO (voor met name huishoudelijke hulp) maakt overigens geen onderdeel uit van de nieuwe integratieuitkering. Conform het regeerakkoord wordt voor 2015 een korting toegepast van landelijk 465 mln (was oorspronkelijk 975 mln). In tabel 28 worden de mutaties weergegeven die het gevolg zijn van de meicirculaire. De mutaties zijn opgedeeld in een tweetal rubrieken en worden zo nodig toegelicht. 123

124 Tabel 28 Bedragen x Maatregel meicirculaire A Integratie- en decentralisatie-uitkeringen 1 Jeugd 2015 Leeuwarden Jeugd 2015 Boarnsterhim WMO alle gemeenten WMO centrumgemeente Integratie WMO correcties tabel Maatschappelijke opvang 2014 en Maatschappelijke opvang 2015 ophoging AWBZ Decentralisatie uitkering vrouwenopvang Vrouwenopvang ophoging AWBZ Mantelzorgondersteuning verbeteren Decentralisatie prov. taken VTH Mutatie invoeringskosten dec. Jeugdzorg Decentralisatie uitkering gezond in de stad nieuwe aanvulling Decentralisatie uitkering gezond in de stad oud vervallen Aanpassing budget combinatiefunctionarissen Aanpassing budget Centra Jeugd en Gezin 10 B 17 Taakmutaties Intensivering armoedebeleid 70 mln landelijk (extra t.o.v. 8 ton) Intensivering armoedebeleid 20 mln landelijk Implementatie- en uitvoeringskosten WWB Individuele studietoeslag Waterschapsverkiezingen Uitvoeringskosten participatiewet Totaal = budgetkorting / + = budgettoevoeging Toelichting: 1 t/m 9 Diverse integratie- en decentralisatie-uitkeringen m.b.t. sociaal domein. De onderhavige bedragen zijn inzet van het sociaal domein en maken onderdeel uit van het raadsvoorstel Financieel kader drie decentralisaties en Amaryllis, waarover de raad al separaat heeft besloten. 10 Mantelzorg Er zijn voor 2014 extra middelen beschikbaar gesteld om een betere ondersteuning van mantelzorgers te realiseren. 124

125 11 Decentralisatie provinciale taken VTH Vanwege de overdracht van taken aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), komt extra geld beschikbaar. 12 Invoeringskosten decentralisatie Jeugdzorg De verdeling van deze decentralisatie-uitkering wordt periodiek geactualiseerd. Voor het jaar 2014 zijn extra middelen beschikbaar gesteld. 13 en 14 Gezond in de Stad In het kader van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) ontvangen gemeenten met wijken en buurten met een relatief hoge achterstandsproblematiek GIDS-gelden. Gemeenten kiezen op basis van de lokale en aanwezige problematiek voor hun eigen aanpak. De opzet van het stimuleringsprogramma is te komen tot een samenhangende integrale aanpak van gezondheidsachterstanden op gemeentelijk niveau, die aansluit bij de behoefte van de gemeente. 15 en 16 Combinatiefunctionarissen en Centra voor Jeugd en Gezin De verdeling van deze decentralisatie-uitkeringen wordt periodiek geactualiseerd. Dat is de oorzaak van deze mutaties. 17 en 18 Intensivering armoedebeleid In de decembercirculaire 2013 zijn voor de intensivering van het armoede- en schuldenbeleid voor het jaar 2014 en volgende extra middelen aangekondigd. Voor een bedrag van zijn onderhavige middelen in het collegeprogramma ingezet. Op grond van de daadwerkelijke financiële vertaling, komt in de meicirculaire voor 2014 e.v. structureel extra beschikbaar. Daarnaast komt met ingang van structureel beschikbaar in verband met de landelijke ophoging van het budget (van 70 mln naar 90 mln). Per saldo komt t.o.v. de al ingezette middelen van nog beschikbaar ( ). 19 Implementatie- en uitvoeringskosten WWB Voor de implementatie en uitvoeringskosten van de Wet Maatregelen Wet Werk en Bijstand en enkele sociale verzekeringswetten wordt een toevoeging gedaan aan de algemene uitkering. Het wetsvoorstel is ingediend bij de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding van deze wet is Individuele studietoeslag In het kader van de Participatiewet is de individuele studietoeslag geïntroduceerd. Dit is een nieuwe vorm van aanvullende inkomensondersteuning die onder bepaalde voorwaarden aan studerenden wordt verstrekt die niet in staat zijn met voltijdsarbeid het wettelijk minimumloon te verdienen. De gemeente stelt hier regels voor op en bepaalt zelf de hoogte en de frequentie van de ondersteuning. In de bedragen is compensatie begrepen voor uitvoeringskosten. 21 Waterschapsverkiezingen Gemeenten krijgen door de nieuwe Wet aanpassing waterschapsverkiezingen in 2015 voor het eerst een rol bij het organiseren van deze verkiezingen, die samenvallen met de verkiezingen voor Provinciale Staten. De extra kosten als gevolg van het combineren van beide verkiezingen wordt gecompenseerd door een toevoeging aan de algemene uitkering. 22 Uitvoeringskosten participatiewet Omdat vanaf 2015 de toegang tot de Wajong wordt beperkt, gaat er een nieuwe groep mensen met arbeidsvermogen onder de Participatiewet vallen. Voor de uitvoeringkosten die op deze nieuwe groep betrekking heeft worden extra middelen aan de algemene uitkering toegevoegd. 125

126 3.2.1d Mee- en tegenvallers diensten Met betrekking tot de uitkomsten van de mee- en tegenvallers is op dit moment over de gehele beleidsplan periode sprake van een totaal nadeel van (zie tabel 30 nr. 10). De kosten van areaaluitbreidingen maken daar een substantieel onderdeel vanuit. Per saldo is sprake van een uitzetting van bijna Dit wordt zichtbaar in de component grijs. De toename in areaal voor grijs (verhardingen en civiele kunstwerken) wordt vooral veroorzaakt door de overdracht van wegen van Provincie en Rijk naar de gemeente (Overijsselse weg, Hendrik Algraweg, Harlingerstraatweg-Oost). In 2013 is hierover bestuurlijke overeenstemming bereikt. De uitwerking van de gemaakte afspraken wordt met een koepelovereenkomst in 2014 definitief bekrachtigd. Overigens wordt bij het toevoegen van areaal (grijs, groen en blauw) als uitgangspunt het kwaliteitsniveau gehanteerd, dat met de gemeenteraad is afgesproken voor vergelijkbare gebieden. Voor de technische staat van verharding geldt het niveau basis. Voor de technische staat van groen en voor verzorging geldt voor de binnenstad, kantorenhaak en parken het niveau hoog en voor de overige gebieden het niveau basis. Verder is ten opzichte van 2014 het voorcalculatorische rente-omslagpercentage verhoogd van 3,25 naar 3,5%. Per saldo een nadeel van Tenslotte valt door de overdracht van het buitenonderhoud van gemeenten naar scholen de jaarlijkse storting in de voorziening buitenonderhoud vrij. Het betreft een bedrag van Voor een nadere toelichting op de diverse structurele mee- en tegenvallers van de diensten wordt kortheidshalve verwezen naar bijlage A Financiële overzichten II e Nieuw financieel meerjarenperspectief A. Structureel meerjarenbeeld: Na het verwerken van de mutaties in de algemene uitkering, de mee- en tegenvallers van de diensten e.d., ziet de financiële positie er als volgt uit. Er wordt voor de jaarschijf 2018 een overschot verwacht van De meerjarenraming is: Tabel 29 Bedragen x Structureel meerjarenperspectief Eindstand 31/ De uitkomst van in 2018 kan samenvattend als volgt worden verklaard: Tabel 30 Bedragen x Saldo startpositie (zie tabel 24) Resultaat inflatie-compensatie diensten Inflatiecorrectie OZB Mutaties in de verdeling van het Gemeentefonds Raming nieuwe jaarschijf 2018 Gemeentefonds Reservering inflatie Uitkomst invoegen uitkering Gemeentefonds Boarnsterhim Suppletie-uitkering OZB Uitkomsten meicirculaire Saldo mee- en tegenvallers diensten -742 Totaal

127 B. Incidenteel meerjarenbeeld Na het verwerken van de incidentele mee- en tegenvallers (zie bijlage A Financiële overzichten III) is het meerjarenbeeld van de Algemene Reserve als volgt: Tabel 31 Bedragen x Ontwikkeling Algemene Reserve Eindstand 31/ De stand van de Algemene Reserve wordt voor het begrotingsjaar 2015 geraamd op 9,180 mln. Ten opzichte van de prognoses op grond van het collegeprogramma (voorjaar 2014) kunnen de nieuwe uitkomsten als volgt worden verklaard: Tabel 32 Bedragen x Analyse ontwikkeling Algemene Reserve Prognose voorjaar 2014 o.b.v. collegeprogramma Nieuw stand Mutatie reserve positie: Verschillen analyse: A Vrijval storting in voorziening voormalig personeel B Storting in Reserve Sociaal domein C Storting in Reserve Grondexploitatie D Incidentele mee- en tegenvallers (zie voor specificatie: bijlage A) E Mutatie exploitatie i.v.m. vereffening begrotingssaldi F Rente G Diversen w.o. boekwaarde verkoop panden 407 H Doorwerking van afname reserve positie vanuit Totaal Er is sprake van een aantal substantiële mutaties die onderstaand kort worden toegelicht: Vrijval storting in voorziening voormalig personeel De verhoging van de Algemene Reserve komt tot stand, omdat een begrote storting van 3,0 mln in de voorziening arbeidsgerelateerde kosten niet ten laste van de Algemene Reserve is gebracht, maar ten laste van het rekeningsresultaat Omdat de onttrekking aan de Algemene Reserve niet meer nodig is valt 3,0 mln vrij. In de raadsbrief t.b.v. het raadsdebat begroting 2014/ Collegeprogramma , is een en ander nader toegelicht. Storting in Reserve Sociaal domein Op grond van een risico-inventarisatie is voor het sociaal domein in 2015 een risicobuffer nodig van 9,0 mln. In de raadsbrief Financieel kader drie decentralisaties en Amaryllis, is daartoe een uiteenzetting gedaan. Daaruit blijkt dat een bijdrage van 4,5 mln ten laste van de Algemene Reserve noodzakelijk is. Storting in reserve grondexploitatie In de raadsbrief Rapportage voortgang grondexploitaties 2014, is gemotiveerd dat ten laste van de reserve grondexploitaties een extra voorziening getroffen moet worden voor verliesgevende grondexploitaties. De Reserve Grondexploitaties is niet toereikend om het totaal van de risico s op te vangen m.b.t. de negatieve resultaten bij o.a. de grondexploitaties van Grut Palma, Frisia en Newtonpark IV. Er is daardoor een tekort aan weerstandscapaciteit van 3,4 mln in de Reserve Grondexploitaties. Gelet op de afspraak, dat de Reserve Grondexploitaties de risico s moet kunnen 127

128 opvangen, is voorgesteld om 3,4 mln ten laste van de Algemene Reserve over te hevelen naar de Reserve Grondexploitaties. Voor nadere analyse of de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is om de financiële gevolgen van onverwachte gebeurtenissen (risico s) op te vangen, wordt verwezen naar paragraaf Weerstandsvermogen f Conclusie Hiervoor zijn de effecten van o.a. de meicirculaire e.d. op het financiële beeld voor de komende meerjarenperiode geschetst. Het is verheugend te constateren dat alle jaarschijven sluiten. Voor de laatste jaarschijf 2018 is op dit moment sprake van een gering overschot van De omvang van de Algemene Reserve bedraagt in het jaar 2015 ruim 9,1 mln. Deze omvang is (samen met de post Onvoorzien van 0,1 mln) voldoende groot om op basis van de huidige inzichten de geïnventariseerde algemene risico s op grond van de NAR-systematiek, op te kunnen vangen. Voor wat betreft onze structurele en incidentele begrotingspositie is derhalve sprake van een solide en gedegen financiële huishouding. Ondanks voorzichtig economisch herstel, blijven er financiële onzekerheden bestaan en is voorzichtigheid geboden. In deze tijden van bezuinigingen is de opgave dan ook, om de nieuwe ambities genoemd in het collegeprogramma Iedereen is Leeuwarden ten uitvoer te brengen. 128

129 3.2.2 Enkele specifieke onderwerpen In deze paragraaf van de beschouwingen over de financiële positie wordt aandacht besteed aan enkele specifieke onderwerpen a Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën; de schuldpositie De VNG heeft in 2013 het rekenmodel Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën gepubliceerd. De test beoogt inzicht te verschaffen in de houdbaarheid van de gemeentefinanciën bij grote financiële tegenslagen. Kan een gemeente in die omstandigheden nog aan zijn schuldverplichtingen voldoen met instandhouding van de noodzakelijke publieke voorzieningen? Door de gemeenteraad is bij een aantal gelegenheden aangedrongen op het uitvoeren van de genoemde houdbaarheidstest en in deze paragraaf komt de uitvoering van Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën aan de orde. Maar eerst wordt kort de context geschetst waarbinnen deze test geplaatst moet worden: de beheersing van de schuldpositie van de gemeente Leeuwarden. Beheersing van de schuldpositie Het beheersen van de schuld van gemeentelijke overheden is o.a. naar aanleiding van de wet Houdbare Overheidsfinanciën in de belangstelling komen te staan. In de notitie Schuld onder Controle is uitvoerig op dit onderwerp ingegaan. Daarbij is ook aan de orde gekomen waarom het beheersen van de schuld noodzakelijk is: een te hoog opgelopen schuld kan betekenen dat het problematisch wordt om een reëel sluitende begroting te blijven realiseren, vooral als er sprake is van een, al dan niet plotseling, scherp verslechterende financiële situatie. De test van de VNG probeert op die vraag een antwoord te geven: is de schuld te hoog opgelopen waardoor bij een forse financiële tegenslag de financiële positie van de gemeente onhoudbaar wordt? Dat wil zeggen: de schuld loopt ongecontroleerd op ondanks de maximale benutting van de door de test berekende bezuinigingsmogelijkheden. De test is dus gericht op de vraag wat er gebeurt bij een slechtweerscenario. De test leent zich minder goed voor het voorspellen/ramen van de schuldpositie op basis van de meerjarenbegroting en de bijbehorende investeringsvoornemens. Voor een dergelijke raming is iets anders nodig dan de test: een balansprognose. Bij de conclusies naar aanleiding van de test komen we hierop terug. De testopzet De Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën bestaat op hoofdlijnen uit drie onderdelen waarbinnen de volgende gegevens ingevoerd moeten worden: a. de basis: allerlei start- en basisgegevens over de inkomsten, uitgaven, de balans en overige kenmerken van de gemeente Leeuwarden; b. de financiële tegenslag: de mate van terugval in de inkomsten en de stijging van de uitgaven; c. de tegenmaatregelen: hoeveel bezuinigingen worden doorgevoerd als reactie op de financiële tegenslag. Na invoering van de gegevens rekent de test vervolgens uit wat er met de schuldpositie van de gemeente gebeurt over een periode van 10 jaar. In de test zitten allerlei veronderstellingen ingebouwd die niet aangepast kunnen worden: inflatie, groei van de inkomsten, noodzakelijke vervangingsinvesteringen, renteontwikkeling etc. etc. Kort samengevat: Basisgegevens -> financiële tegenvallers -> de tegenmaatregelen -> rekenwerk jaar 1 t/m 10 -> effect op de schuldpositie op middellange termijn (10 jaar). De ontwikkeling van de schuldpositie van de gemeente wordt in de test geschetst aan de hand van de ontwikkeling van de netto schuldquote. Dit kengetal is in de eerdere notitie Schuld onder Controle uitvoerig toegelicht. 129

130 Tenslotte moet nog opgemerkt worden dat de test nog niet uitontwikkeld is en dat dus de uitkomsten met de nodige voorzichtigheid beoordeeld moeten worden. De in te voeren gegevens De basisgegevens die ingevoerd moeten worden zijn in het kader van deze notitie minder van belang. Het gaat hierbij om gegevens die rechtstreeks uit onze begroting, balans en jaarrekening overgenomen kunnen worden. Een belangrijk gegeven dat wel ingevoerd moet worden maar niet direct uit onze P&C-documenten kan worden gehaald zijn de uitgaven voor de geplande investeringen in combinatie met de doorloop van investeringen uit voorgaande jaren. Deze gegevens zijn niet standaard opgenomen in de genoemde documenten. De gegevens die ingevoerd moeten worden met betrekking tot de financiële tegenvaller en de reactie daarop in de vorm van een bezuiniging willen we hieronder kort toelichten. Deze in te voeren gegevens vormen in feite het door te rekenen scenario. Het gaat daarbij om de volgende gegevens of variabelen: a. de terugval van de inkomsten in de eerste twee jaar in procenten. Vanaf het derde jaar rekent de test met een niet aan te passen inkomstendaling van 7,5%; b. de tegenvaller in de uitgaven, eveneens in de eerste twee jaar. Vanaf het derde jaar rekent de test met een tegenvaller in de uitgaven van 2%; c. de terugval in de inkomsten uit grondexploitaties in de eerste twee jaar. Hierbij moet worden aangetekend dat bij de basisgegevens voor vier jaar de eigen prognose van opbrengsten van de grondexploitaties moet worden ingevoerd. Hier gaat het om de tegenvaller, de terugval ten opzichte van die prognose. Vanaf het vijfde jaar rekent de test met een eigen verkoopopbrengst gebaseerd op de ingevoerde basisgegevens; d. er is de mogelijkheid om de uitkomst van de opbrengst grondexploitaties vanaf 2018 te corrigeren zodat deze in overeenstemming kan worden gebracht met de eigen prognose. Door middel van deze gegevens wordt de financiële tegenslag ingevoerd waar de test verder mee rekent. Welke percentages ingevoerd moeten worden is afhankelijk van de eigen inschatting van wat er aan financiële rampspoed over ons kan komen. Uiteraard volgt op deze financiële tegenslag een reactie: bezuinigingen en/of belastingverhoging. In de test moeten daarom de ook de volgende variabelen ingevoerd worden: e. de benutting van het ombuigingspotentieel. De test gaat er van uit dat het ombuigingspotentieel 5% bedraagt van het totaal van de uitgaven dat als basisgegeven is ingevoerd. Er kan vervolgens aangegeven worden voor hoeveel procent dat potentieel benut wordt c.q. benut moet worden. Hierbij moet nog de volgende kanttekening geplaatst worden. Het ombuigingspotentieel wordt berekend over de uitgaven die zijn ingevoerd als basisgegeven. Het gaat daarbij om de uitgaven exclusief afschrijving, rente en vóór bestemming reserves. Dit betekent bijvoorbeeld dat het verlengen van afschrijvingstermijnen of het versneld afschrijven van kapitaalgoederen (balanssanering) niet als bezuinigingen worden gezien. Ook het verlagen van stortingen in reserves zijn geen bezuinigingen volgens de test. Het gaat dus in de test om het verlagen van uitgaven; f. het verhogen van de belasting door de onbenutte belastingcapaciteit aan te spreken. De zogenaamde onbenutte belastingcapaciteit wordt o.a. gebruikt in de artikel 12 procedure; g. de bezuinigingen op de investeringen exclusief de investeringen in grondexploitaties. Het resultaat is afhankelijk van de omvang van de investeringen die eerder bij de basisgegevens zijn ingevoerd; h. de ruimte die nodig is voor nieuw beleid. Dit is feitelijk een negatieve bezuiniging. Het is duidelijk dat wat bij e t/m h ingevoerd kan worden vooral afhankelijk is van de politiekbestuurlijke reactie op de financiële tegenslag. 130

131 Het invullen van de gegevens resulteert vervolgens een aantal grafieken. Naast het verloop van de netto schuldquote wordt ook de netto schuld per inwoner berekend. Het slechtweer-scenario Het kiezen van de in te voeren waarden voor de diverse variabelen is natuurlijk enigszins arbitrair. Dat arbitraire karakter kan wat beteugeld worden door onderscheid te maken tussen de twee groepen van variabelen die in gevoerd moeten worden: de financiële tegenvaller en de tegenmaatregelen. In het vervolg van deze paragraaf zullen deze variabelen ingevuld worden. Bij het kiezen van de waardes is steeds uitgegaan van het meest ongunstige slechtweer-scenario. Twee variabelen die betrekking hebben op de financiële tegenslag werken toe naar een percentage waar de test zelf verder mee werkt: een terugval in de inkomsten met 7,5% en een uitgaventegenvaller van 2%. In de twee jaar daaraan voorafgaand kunnen zelf percentages ingevoerd worden. Er kan dan bijvoorbeeld gekozen worden voor een situatie waarin de terugval in inkomsten klimt of daalt naar 7,5% en de uitgaventegenvaller resp. stijgt of daalt naar 2%. In het eerste geval is sprake van een iets gunstiger verloop. In het slechtweer-scenario daalt de inkomstentegenvaller naar de testwaarde van 7,5%. Er is gekozen voor een daling van 12,5% in het eerste jaar en 10% in het tweede jaar. De uitgaventegenvaller volgt dat beeld: in het eerste jaar een tegenvaller van 4% en in het tweede jaar 3%. De terugval in de inkomsten uit grondexploitaties in de eerste twee jaar is eveneens een kwestie van kiezen. In de basisgegevens is vrij vergaand (dat wil zeggen: voor een reeks van jaren) de eigen raming van de opbrengsten ingevoerd en het gaat dus om een terugval ten opzichte daarvan. In een slechtweer-scenario is het meest reëel dat de terugval een stijgend verloop heeft en dat de vraag snel en substantieel uitvalt. De terugval in de inkomsten uit grondexploitaties gaat in het slechtweer-scenario via een halvering van de vraag (opbrengst) in het eerste jaar naar een volledige vraaguitval in het tweede jaar. Het slechtweer-scenario wordt vervolgens compleet gemaakt door de correctie op de modelmatig berekende grondopbrengsten vanaf Veel gemeenten gaan er, net als wij, van uit dat de resultaten van de grondexploitaties vanaf 2018 weer zullen verbeteren. In het slechtweer-scenario blijft deze correctie achterwege. Tabel 33 Samenvatting slechtweer-scenario slecht weer terugval inkomsten ,5% terugval inkomsten ,0% tegenvaller uitgaven % tegenvaller uitgaven % val inkomsten grondexploitaties % val inkomsten grondexploitaties % correctie opbrengsten grondexploitaties vanaf mln Het zal duidelijk zijn dat als op deze ontwikkelingen geen beleidsmatige reactie volgt de schuldpositie onhoudbaar wordt. Zonder ingrepen zou de netto schuldquote in een doorgaande lijn tot 200% stijgen. Die stijgende lijn kan omgebogen worden door maatregelen te treffen: bezuinigen en/of inkomsten verhogen. 131

132 Voor invulling van de omvang van de tegenmaatregelen kan uitgegaan worden van twee mogelijke politiek-bestuurlijke opvattingen: een hogere of een lagere schuldaversie. Een hogere schuldaversie is er dan op gericht om de financiële tegenslag zodanig bij te sturen dat de schuldpositie aan het einde van de testperiode weer in de buurt komt van de beginsituatie. Bij een lagere schuldaversie is een netto schuldquote die het einde van de testperiode hoger is dan aan het begin aanvaardbaar. In het scenario dat hier gepresenteerd wordt is de lat hoog gelegd: de netto schuldquote moet weer terug naar het startniveau. Om dat te bereiken kan er in de test aan de vier knoppen gedraaid worden die hiervoor al eerder zijn genoemd: - de benutting van het berekende ombuigingspotentieel - de onbenutte belastingcapaciteit gebruiken - de investeringen exclusief de grondexploitaties verlagen - ruimte maken voor nieuw beleid (negatieve bezuiniging) Twee van deze knoppen zijn bij het uitvoeren van de test op 0 gezet. Het verhogen van de belastingen binnen de normen van de test is voor de gemeente Leeuwarden niet relevant omdat er naar de artikel 12 norm geen sprake is van onbenutte belastingcapaciteit. Ter wille van de eenvoud is er ook van uit gegaan dat er geen ruimte voor nieuw beleid noodzakelijk is. Voor het realiseren van het gewenste verloop van de netto schuldquote, de begin- en eindwaarde gelijk, moet dan dus aan de resterende twee knoppen gedraaid worden: bezuinigen op de uitgaven en op de investeringen waarbij uiteraard verschillende combinaties mogelijk zijn binnen bepaalde onderen bovengrenzen. Als niks bezuinigd wordt op de investeringen dan moet 88% van het ombuigingspotentieel op de uitgaven benut worden; worden de investeringen helemaal stop gezet dan kan volstaan worden met een benutting van 57% van het ombuigingspotentieel. In tabel 34 zijn de diverse gegevens uit het voorgaande opgenomen: Tabel 34 nsq begin = nsq eind slechtweer + maatregelen terugval inkomsten ,5% 12,5% terugval inkomsten ,0% 10,0% tegenvaller uitgaven % 4% tegenvaller uitgaven % 3% val inkomsten grondexploitaties % 50% val inkomsten grondexploitaties % 100% correctie opbrengsten grondexploitatie vanaf mln 0 mln onbenutte belastingcapaciteit 0 mln 0 mln structurele ruimte extra uitgaven 0 mln 0 mln benutting ombuigingspotentieel 88% 57% ombuiging investeringen excl. grondexploitaties 0% 100% 132

133 In de onderstaande grafiek wordt het verloop van de netto schuldquote (de lijn) en van de netto schuld per inwoner (de staafjes) weergegeven bij de combinatie 50% ombuiging op de investeringen en de dan noodzakelijke benutting van het ombuigingspotentieel van minimaal 73%. Om een indruk te geven om wat voor bedragen het dan gaat: het benutten van 73% van ombuigingspotentieel betekent een bezuiniging van 12,6 miljoen structureel ten opzichte van uitgaven die in de test zijn ingevoerd. Figuur 9 De conclusies Na van dit alles kennis te hebben genomen is de vraag natuurlijk welke conclusies hier uit getrokken moeten worden. Uit de test blijkt dat het binnen de kaders van de test haalbaar is om na een forse financiële tegenvaller de schuldpositie naar de beginsituatie terug te brengen. Binnen het denkraam van de test is er bij de gemeente Leeuwarden dus sprake van houdbare gemeentefinanciën: de stijgende schuldontwikkeling kan door bezuinigingen omgebogen worden. Er moet daarvoor uiteraard fors gesneden worden in de uitgaven en/of de investeringen maar de schuldpositie is niet zodanig dat deze ondanks die bezuinigingen toch oploopt. Zoals al eerder aangegeven kan in de test de eigen meerjarenraming niet doorgerekend worden. De test is gericht op het doorrekenen van een slechtweer-scenario. Het effect van de voorgenomen beleidsmaatregelen zoals die in meerjarenbegroting zijn opgenomen op de schuldpositie kan dus met behulp van deze test niet worden bepaald; dat is ook niet het doel van de test. Voor het beheersen van de schuldpositie is het echter wel van belang om het effect van het wijzigen van het (voorgenomen) beleid op de schuldpositie te kunnen vaststellen. Ook daar is door de gemeenteraad om gevraagd: inzicht in de schuldontwikkeling als gevolg van de keuzes die gemaakt worden in het kader van de vaststelling van de begroting en de daarmee samenhangende investeringen. Om dat te kunnen is het noodzakelijk om de begroting, te vertalen in een prognose van de balans. Het verschil tussen de test en balansprognose laat zich het beste illustreren aan de hand van het volgende voorbeeld. In de test zijn de uitgaven voor de voorgenomen investeringen voor 2014 en 2015 verwerkt. In 2015 hebben die een piek door de afspraken die enkele jaren geleden zijn gemaakt met de provincie over de betalingen voor de investeringen in de bereikbaarheid van Leeuwarden en het RSP-pakket. Uit de test blijkt dat de schuld oploopt maar dat is in de test het resultaat van die piek in de investeringsuitgaven én van de gevolgen van het slechtweer-scenario. Wij willen echter naar toe een situatie waarin de schuldontwikkeling in beeld 133

134 wordt gebracht als gevolg van de beslissingen die in het kader van begroting hebben plaatsgevonden zonder dat dit vermengd wordt met een slechtweer-scenario. Maar uit het voorbeeld wordt ook duidelijk dat het sturen op de schuldontwikkeling in het licht van de vaststelling begroting complexer kan zijn dan op het eerste gezicht lijkt. De beslissingen over bijvoorbeeld de Haak om Leeuwarden, de aquaducten, de Westelijke invalsweg e.d. zijn een aantal jaren geleden genomen maar de daadwerkelijke uitgaven vinden in 2014 en vooral 2015 plaats. De schuldontwikkeling in 2015 is dus een gevolg van besluiten uit 2009 of eerder. Dit alles brengt ons tot de volgende conclusies met betrekking tot de resultaten van de Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën: 1. De Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën van de VNG kan gebruikt worden om na te gaan of de ontwikkeling van de schuldpositie reden tot zorg geeft. Er is geen reden voor zorg zolang door middel van benutting van het bezuinigingspotentieel binnen de kaders van de test de schuldontwikkeling bijgestuurd kan worden naar het startniveau. 2. Het resultaat van de test geeft aan dat de schuldpositie van de gemeente Leeuwarden geen aanleiding tot zorg is. In een slecht-weer-scenario kan door middel van bezuinigingen die qua omvang binnen de kaders van de test blijven, de ontwikkeling van de schuld naar een dalend verloop omgebogen worden zodat deze uitkomt op het niveau van de beginsituatie. 3. Voor het beheersen van de schuldpositie is het noodzakelijk om op basis van de (meerjaren)begroting ook een prognose van de balans op te stellen. Langs deze weg kan bij de jaarlijkse bepaling van de financiële positie naast een sluitende exploitatie geleidelijk aan ook, indien nodig, gestuurd worden op een beheersbare schuldontwikkeling. De test is minder geschikt als aanvullend sturingsinstrument bij het beoordelen van de financiële positie en het opstellen van de meerjarenraming. Het jaarlijks werken met balansprognoses biedt, zoals gezegd, wel mogelijkheden om tot de gewenste sturing op schuldpositie te komen. Wij zullen daarom opdracht verstrekken aan de ambtelijke dienst om een dergelijke werkwijze te ontwikkelen zodat met in gang van de begroting 2016 een start gemaakt kan worden met deze nieuwe werkwijze. Daarnaast kan -bijvoorbeeld als onderdeel van de paragraaf weerstandsvermogen- de test periodiek toegepast worden om inzicht te krijgen in de gevoeligheid van onze schuldpositie voor tegenvallende economische ontwikkelingen. Tenslotte wordt hieronder nog kort de schuldpositie van de gemeente Leeuwarden weergegeven op basis van gegevens tot en met de jaarrekening De schuldpositie 2013 In vervolg op de notitie Schuld onder Controle wordt de schuldpositie van de gemeente Leeuwarden geschetst aan de hand van de kengetallen netto schuldquote en de voorraadquote. De netto schuldquote is in 2013 uitgekomen op 84,4% 6 en dat is ten opzichte van 2012 een lichte stijging. De voorraadquote is ook gestegen ten opzichte van 2012 en iets meer dan de netto schuldquote waardoor de schuld (als percentage van de inkomsten) die niet gerelateerd is aan de grondvoorraad is gedaald ten opzichte van In figuur 10 is het (nieuwe) verloop van de netto schuldquote, de voorraadquote en het saldo van die twee weergegeven: 6 De netto schuldquote is over de reeks van jaren lager dan in de notitie Schuld onder Controle is gepresenteerd. In eerdere berekeningen werden de voorzieningen als schuld meegenomen maar in de laatste versie van de test worden de voorzieningen tot het eigen vermogen gerekend en niet tot de schulden. Om de aansluiting met de test te behouden zijn bij de berekening van de schuldquote de voorzieningen daarom niet meer meegeteld met de schulden. Daardoor daalt de netto schuldquote met enkele procentpunten over de reeks van jaren. 134

135 Figuur b Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Onder deze verplichtingen moet worden verstaan de aanspraken van het huidige dan wel het voormalige personeel op (toekomstige) uitkeringen. Op grond van de gemeentelijke boekhoudvoorschriften mag voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen alleen een voorziening worden gevormd als zij van jaar op jaar een sterk wisselende omvang hebben. Per 1 januari 2015 zijn voor het opvangen van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen de volgende financiële middelen beschikbaar: Tabel 35 Bedragen x Soort verplichting Omvang Opgenomen voorziening in exploitatie per Voorziening arbeidsgerelateerde kosten 7 : Pensioenen voormalige bestuurders Wachtgeld voormalige bestuurders 220 Uitkeringen FPU 22 Uitkeringen voormalig personeel Wachtgeld flankerend beleid n.v.t. 29 Overgangsregeling voormalig brandweerpersoneel n.v.t c De financiering De betaalde rente aan derden en de bespaarde rente op het eigen vermogen en de voorzieningen wordt, onder aftrek van de ontvangen rente, toegerekend aan de investeringen. De omslagrente die wordt gehanteerd voor de toerekening van rente aan de investeringen en de bespaarde rente op reserves en voorzieningen bedraagt 3,5%. Voor enkele investeringen wordt een afwijkend 7 De voorziening pensioenen voormalige bestuurders is bij de jaarrekening 2013 toegevoegd aan de voorziening arbeidskosten gerelateerde voorzieningen. In de bedragen voor pensioenen voormalige bestuurders en wachtgeld voormalige bestuurders zijn tevens opgenomen de verplichtingen ten aanzien van voormalige bestuurders van de gemeente Boarnsterhim. 135

Begroting 2015 September 2014

Begroting 2015 September 2014 Begroting 2015 September 2014 INHOUDSOPGAVE BEGROTING Samenstelling bestuur 4 Leeswijzer 5 Hoofdstuk 1 Inleiding 7 Hoofdstuk 2 Beleidsbegroting 9 2.1 Thema s 10 2.1.1 Culturele hoofdstad 10 2.1.2 Transformatie

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst op 20 mei over Samenwerkingsagenda gemeen te Leeuwarden en provincie Fryslân Lwd. KH18

Informatiebijeenkomst op 20 mei over Samenwerkingsagenda gemeen te Leeuwarden en provincie Fryslân Lwd. KH18 provinsje fryslân provincie fryslân postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 telefoon: (058) 292 59 25 telefax: (058) 292 51 25 b 1 Provinciale Staten van Fryslân www.fryslan.nl provincie@fryslan.nl

Nadere informatie

Het sociaal domein. Renate Richters Els van Enckevort

Het sociaal domein. Renate Richters Els van Enckevort Het sociaal domein Renate Richters Els van Enckevort Om te beginnen vijf stellingen Zijn ze waar of niet waar? - 2 - Stelling 1 Ongeveer 5% van de jeugdigen in Nederland heeft met (een vorm van) jeugdzorg

Nadere informatie

De bibliotheek actief in het sociale domein. Veranderende wetten en de rol van de bibliotheek daarbij

De bibliotheek actief in het sociale domein. Veranderende wetten en de rol van de bibliotheek daarbij De bibliotheek actief in het sociale domein Veranderende wetten en de rol van de bibliotheek daarbij Programma Wetten op een rij: Wet Langdurige Zorg (Wlz) Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo

Nadere informatie

Kadernota Sociaal Domein. Managementsamenvatting. Kadernota Sociaal Domein. Managementsamenvatting DOEN. wat nodig is. Managementsamenvatting -

Kadernota Sociaal Domein. Managementsamenvatting. Kadernota Sociaal Domein. Managementsamenvatting DOEN. wat nodig is. Managementsamenvatting - Kadernota Sociaal Domein Managementsamenvatting Kadernota Sociaal Domein Managementsamenvatting DOEN wat nodig is Managementsamenvatting - 1 - Kadernota sociaal domein 2 Doen wat nodig is De gemeente Almere

Nadere informatie

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Inleiding Uit onze gemeentelijke armoedemonitor 1 blijkt dat Leeuwarden een stad is met een relatief groot armoedeprobleem. Een probleem dat nog steeds

Nadere informatie

Naar nieuw Jeugd-, Onderwijs- en Zorgbeleid

Naar nieuw Jeugd-, Onderwijs- en Zorgbeleid Naar nieuw Jeugd-, Onderwijs- en Zorgbeleid Het gemeentelijke beleid is in beweging. De decentralisaties in het sociale domein brengen nieuwe taken voor gemeenten met zich mee én bieden ruimte om de zaken

Nadere informatie

F4-GEMEENTEN. Manifest voor de vorming van een nieuw provinciaal coalitieakkoord. Versterk Economie en Werkgelegenheid

F4-GEMEENTEN. Manifest voor de vorming van een nieuw provinciaal coalitieakkoord. Versterk Economie en Werkgelegenheid LEEUWARDEN SÚDWEST-FRYSLÂN SMALLINGERLAND HEERENVEEN Versterk Economie en Werkgelegenheid Manifest voor de vorming van een nieuw provinciaal coalitieakkoord SAMEN WERKEN AAN EEN SLAGVAARDIG FRYSLÂN 2 3

Nadere informatie

Visie Participatiewet

Visie Participatiewet Visie Participatiewet Zoveel mogelijk burgers doen mee en voorzien in hun eigen inkomen Regio Alkmaar 06-11-2013 Kern Participatiewet Opgebouwd uit WWB, WSW en WAJONG Geen nieuwe instroom in WSW Gemeente

Nadere informatie

DECENTRALISATIES SOCIAAL DOMEIN. Raadsvoorstellen 2014

DECENTRALISATIES SOCIAAL DOMEIN. Raadsvoorstellen 2014 DECENTRALISATIES SOCIAAL DOMEIN Raadsvoorstellen 2014 Presentatie: 11-12 12-20132013 Planning raadsbesluiten Beleidskader (nieuwe Wmo en Jeugdwet): januari 2014 Transitiearrangement Zorg voor Jeugd: :

Nadere informatie

Begroting 2016 gemeente Leeuwarden September 2015

Begroting 2016 gemeente Leeuwarden September 2015 Begroting 2016 gemeente Leeuwarden September 2015 Inhoudsopgave Begroting Samenstelling van het bestuur... 2 Leeswijzer... 3 1. Inleiding...5 2. Beleidsbegroting...8 2.1 Thema s... 9 2.1.3 Culturele hoofdstad

Nadere informatie

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Opdrachtgever: Hans Tanis, Wethouder Onderwijs Auteurs: Hans Erkens en Diana Vonk Datum: 9 oktober 2013 Inleiding 1.1. Aanleiding

Nadere informatie

Transitieavond Maandag 16 april 2012 19.30 uur 22.00 uur. 1.Inleiding 2.Jeugdzorg 3.AWBZ 4.WWNV

Transitieavond Maandag 16 april 2012 19.30 uur 22.00 uur. 1.Inleiding 2.Jeugdzorg 3.AWBZ 4.WWNV Transitieavond Maandag 16 april 2012 19.30 uur 22.00 uur 1.Inleiding 2.Jeugdzorg 3.AWBZ 4.WWNV Kabinet Rutte Gemeenten zijn in staat de eigen kracht en de mogelijkheden van burgers en hun sociale netwerk

Nadere informatie

Bestuursopdracht beleidsplan zorg voor jeugd (2015-2019)

Bestuursopdracht beleidsplan zorg voor jeugd (2015-2019) Bestuursopdracht beleidsplan zorg voor jeugd (2015-2019) Heerenveen, juli 2013 Bestuursopdracht beleidsplan Zorg voor jeugd gemeente Heerenveen 1.Aanleiding De zorg voor de jeugd valt vanaf 2015 onder

Nadere informatie

Transitie sociaal domein Haarlem Basisinfrastructuur, subsidies en inkoop

Transitie sociaal domein Haarlem Basisinfrastructuur, subsidies en inkoop Transitie sociaal domein Haarlem Basisinfrastructuur, s en Piet Haker Platform Netwerk Vrijwilligerswerk 13 mei 2014 2 Aanleidingen transitie Nieuwe taken voor gemeenten per 2015 Decentralisatie Awbz Decentralisatie

Nadere informatie

Raadsvergadering van 14 maart 2013 Agendanummer: 9.1. Onderwerp: Inrichting stelsel Zorg voor jeugd (transitie jeugdzorg)

Raadsvergadering van 14 maart 2013 Agendanummer: 9.1. Onderwerp: Inrichting stelsel Zorg voor jeugd (transitie jeugdzorg) RAADSVOORSTEL Verseon kenmerk: 386736 Raadsvergadering van 14 maart 2013 Agendanummer: 9.1 Onderwerp: Inrichting stelsel Zorg voor jeugd (transitie jeugdzorg) Verantwoordelijk portefeuillehouder: A. Grootenboer-Dubbelman

Nadere informatie

Welkom. Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht

Welkom. Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht Welkom Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht Inhoud Inrichting werkwijze wijkteams Leeuwarden Verdieping in schuldhulpverlening Verdieping

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Veranderingen in de zorg

Informatiebijeenkomst Veranderingen in de zorg Informatiebijeenkomst Veranderingen in de zorg Welkomstwoord Wethouder Homme Geertsma Wethouder Erik van Schelven Wethouder Klaas Smidt Inhoud Doel & programma bijeenkomst Veranderingen in de zorg Visie

Nadere informatie

1 van 5. Registratienummer: Bijlage(n) 2 Onderwerp. Beleidsplan Participatiewet. Middenbeemster, 30 september 2014. Aan de raad

1 van 5. Registratienummer: Bijlage(n) 2 Onderwerp. Beleidsplan Participatiewet. Middenbeemster, 30 september 2014. Aan de raad VERG AD ERING GEM EENT ER AAD 20 14 VOORST EL Registratienummer: 1150476 Bijlage(n) 2 Onderwerp Beleidsplan Participatiewet Aan de raad Middenbeemster, 30 september 2014 Inleiding en probleemstelling Gemeenten

Nadere informatie

PARTICIPATIE: ÓÓK IN OOST-GRONINGEN!

PARTICIPATIE: ÓÓK IN OOST-GRONINGEN! PARTICIPATIE: ÓÓK IN OOST-GRONINGEN! DOELEN VAN PARTICIPATIEWET ALLEEN TE HALEN ALS RIJK, PROVINCIE, GEMEENTEN, ONDERWIJS EN SOCIALE PARTNERS GEZAMENLIJK AAN DE SLAG GAAN! DE PARTICIPATIEWET IN OOST-GRONINGEN:

Nadere informatie

Rv. nr.: B&W-besluit d.d.: B&W-besluit nr.:

Rv. nr.: B&W-besluit d.d.: B&W-besluit nr.: RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 13.0014 B&W-besluit d.d.: 5-2-2013 B&W-besluit nr.: 13.0048 Naam programma +onderdeel: Jeugd en onderwijs Onderwerp: Transitie zorg voor de jeugd: visie jeugdhulp en informatie Aanleiding:

Nadere informatie

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, 2011 1

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, 2011 1 Werk, inkomen & sociale zekerheid www.departicipatieformule.nl, 2011 1 Inhoudsopgave Wet Wajong (sinds 2010)... 3 Wet Werk en Bijstand (WWB)... 5 Wet investeren in jongeren (Wij)... 6 Wet Sociale Werkvoorziening

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG Datum 20 december 2011 Onderwerp Raadsbrief: Sociale structuurvisie Categorie B Verseonnummer 668763 / 681097 Portefeuillehouder De heer Rensen en de heer

Nadere informatie

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET)

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) BOB 14/001 BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) Aan de raad, Voorgeschiedenis / aanleiding Per 1 januari 2015 worden de volgende taken vanuit het rijk naar de gemeenten gedecentraliseerd:

Nadere informatie

Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder

Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder Gemaakt Genop 10/29/2014 12:17:00 PM Gemeente Noordoostpolder 29 oktober 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 1.1. Achtergrond... 3 1.2.

Nadere informatie

De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen. Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012

De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen. Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012 De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012 Waar gaan we het over hebben? 1. Waarom decentraliseren? 2. Decentralisatie Jeugdzorg 3. Decentralisatie

Nadere informatie

Presentatie Nuenense buurt- en wijkverenigingen 17 november 2014 Wethouder Paul Weijmans, portefeuillehouder coördinatie Transities

Presentatie Nuenense buurt- en wijkverenigingen 17 november 2014 Wethouder Paul Weijmans, portefeuillehouder coördinatie Transities De drie transities Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet Presentatie Nuenense buurt- en wijkverenigingen 17 november 2014 Wethouder Paul Weijmans, portefeuillehouder coördinatie Transities Nieuwe verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Stadskanaal: Samen met de burger Integraal beleidskader Sociaal Domein

Stadskanaal: Samen met de burger Integraal beleidskader Sociaal Domein Stadskanaal: Samen met de burger Integraal beleidskader Sociaal Domein Versie: 31 maart 2014 1. Inleiding: Wij kunnen ons in Nederland gelukkig prijzen met een van de sterkste sociale stelsels ter wereld.

Nadere informatie

Pagina 1 van 5 Versie Nr.1 Registratienr.: Z/14/004375/12040

Pagina 1 van 5 Versie Nr.1 Registratienr.: Z/14/004375/12040 Pagina 1 van 5 Versie Nr.1 Afdeling: Beleid Maatschappij Leiderdorp, 9 oktober 2014 Onderwerp: Beleidsplan Participatiewet Aan de raad. Beslispunten 1. Ter uitvoering van de Participatiewet het Beleidsplan

Nadere informatie

Informatie over stand van zaken vorming Regionaal Werkbedrijf Zuidoost-Brabant. 3 februari 2015

Informatie over stand van zaken vorming Regionaal Werkbedrijf Zuidoost-Brabant. 3 februari 2015 Informatie over stand van zaken vorming Regionaal Werkbedrijf Zuidoost-Brabant 3 februari 2015 Inhoud presentatie Aanleiding Participatiewet Sociaal Akkoord en Regionale Werkbedrijven Uitgangspunten RWB

Nadere informatie

Visie en uitgangspunten (1)

Visie en uitgangspunten (1) Visie en uitgangspunten (1) Iedereen moet kunnen meedoen als volwaardig burger en bijdragen aan de samenleving. Participatiewet streeft naar een inclusieve arbeidsmarkt, voor jong en oud, en voor mensen

Nadere informatie

11 Stiens, 21 oktober 2014

11 Stiens, 21 oktober 2014 11 Stiens, 21 oktober 2014 Raadsvergadering: 13 november 2014 Voorstelnummer: 2014/ 74 Portefeuillehouder: Cees Vos Behandelend ambtenaar: Jitske Bosch E-mail: j.bosch@leeuwarderadeel.nl Telefoonnr. :

Nadere informatie

De decentralisatie van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) gaat vooral vorm krijgen via de sociale wijkteams en dorpsdagvoorziening.

De decentralisatie van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) gaat vooral vorm krijgen via de sociale wijkteams en dorpsdagvoorziening. Raadsinformatiebrief Onderwerp: Drie decentralisaties Informatie voor de raad, ter kennisgeving. Burgemeester en wethouders van Bergen, De secretaris, De burgemeester, Datum, oktober 2013. Samenvatting

Nadere informatie

Presentatie voor de gemeenteraad van Haarlem. Jaarverslag en jaarrekening 2013

Presentatie voor de gemeenteraad van Haarlem. Jaarverslag en jaarrekening 2013 Presentatie voor de gemeenteraad van Haarlem Jaarverslag en jaarrekening 2013 Algemeen: P&C cyclus Algemeen: verantwoording Terugkijken Wat hebben we bereikt? Wat hebben we gedaan? Wat heeft het gekost?

Nadere informatie

Een hoop nieuwe verantwoordelijkheden. Decentralisaties in het Sociaal Maatschappelijk Domein

Een hoop nieuwe verantwoordelijkheden. Decentralisaties in het Sociaal Maatschappelijk Domein Louis Litjens - Projectdirecteur Ramon Testroote - Wethouder Louis Louis Litjens Ramon Testroote - Wethouder Ramon Testroote Litjens - Projectdirecteur Projectdirecteur Wethouder Een hoop nieuwe verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Werk, inkomen & sociale zekerheid versie 2013 www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Inleiding... 3 Participatiewet, geplande invoerdatum 1 januari 2014... 4 Wet Wajong (sinds 2010)... 6 Wet Werk

Nadere informatie

INFORMATIEPAKKET. voor dienstverleners met betrekking tot de marktverkenning van de gemeente Leeuwarden binnen het Sociaal Domein

INFORMATIEPAKKET. voor dienstverleners met betrekking tot de marktverkenning van de gemeente Leeuwarden binnen het Sociaal Domein INFORMATIEPAKKET voor dienstverleners met betrekking tot de marktverkenning van de gemeente Leeuwarden binnen het Sociaal Domein Gemeente Leeuwarden Maart 2014 Blad 2 Blad 3 Algemene informatie Deze informatie

Nadere informatie

Agenda. 1. Opening 2. Mededelingen 3. Verslag vorige vergadering 4. Presentatie uitvoering taken sociaal domein 5. Vragen

Agenda. 1. Opening 2. Mededelingen 3. Verslag vorige vergadering 4. Presentatie uitvoering taken sociaal domein 5. Vragen Agenda 1. Opening 2. Mededelingen 3. Verslag vorige vergadering 4. Presentatie uitvoering taken sociaal domein 5. Vragen Presentatie Uitvoering taken Sociaal domein Onderwerpen 1. Vaststelling verordeningen,

Nadere informatie

Hervorming Langdurige Zorg. Rian van de Schoot expert wijkgericht werken Vilans

Hervorming Langdurige Zorg. Rian van de Schoot expert wijkgericht werken Vilans Hervorming Langdurige Zorg Rian van de Schoot expert wijkgericht werken Vilans Hervorming langdurige zorg Waarom? 1. Meer voor elkaar zorgen 2. Betere kwaliteit ondersteuning en zorg 3. Financiële houdbaarheid

Nadere informatie

De wereld van het sociaal domein. Raadsbijeenkomst 28 januari 2014 Eerste bespreking beleidsplannen en De Verbinding

De wereld van het sociaal domein. Raadsbijeenkomst 28 januari 2014 Eerste bespreking beleidsplannen en De Verbinding De wereld van het sociaal domein Raadsbijeenkomst 28 januari 2014 Eerste bespreking beleidsplannen en De Verbinding Presentatie: Bestaat uit twee onderdelen : Inhoudelijk Financieel Wat komt er op ons

Nadere informatie

Ontwikkelingen in het sociale domein

Ontwikkelingen in het sociale domein Ontwikkelingen in het sociale domein Wat zijn de gevolgen van de decentralisaties September 2013 Welkom De 3 decentralistatie in het sociale domein AWBZ naar Wmo Participatiewet Jeugdwet De 3 decentralistatie

Nadere informatie

Regionaal en lokaal Beleidskader Transitie Jeugdzorg Route Zuidoost 2014-2018

Regionaal en lokaal Beleidskader Transitie Jeugdzorg Route Zuidoost 2014-2018 Bijlage 2 bij raadsvoorstel inzake Lokaal en regionaal beleidskader voor jeugdzorg. Samenvatting Regionaal en lokaal Beleidskader Transitie Jeugdzorg Route Zuidoost 2014-2018 Inleiding Op 1 januari 2015

Nadere informatie

Lange termijn agenda voor de gemeenteraad periode 2011-2014

Lange termijn agenda voor de gemeenteraad periode 2011-2014 Lange termijn agenda voor de gemeenteraad periode -2014 Eerste periode 2013 Planning Portefeuille November 2013 Notitie Verkeersveiligheid 4 e kwartaal 2012 Koster SOB/ROI Informerende brief naar de raad

Nadere informatie

RAADSBERICHT (voor de leden van de raad en de algemene raadscommissie)

RAADSBERICHT (voor de leden van de raad en de algemene raadscommissie) RAADSBERICHT (voor de leden van de raad en de algemene raadscommissie) Van Aan : het college van burgemeester en wethouders : de raads- en commissieleden Datum : 23 juni 2015 Nr. : 2015-66 Portefeuillehouder:

Nadere informatie

De Wmo en de decentralisaties

De Wmo en de decentralisaties De Wmo en de decentralisaties Presentatie Alice Makkinga Adviseur programma Aandacht voor Iedereen Inhoud Landelijk programma Aandacht voor iedereen Belangrijke maatschappelijke trends? Belangrijkste wettelijke

Nadere informatie

Maatschappelijke ondersteuning. November 2014 Dirk van der Schaaf, wethouder van Spijkenisse

Maatschappelijke ondersteuning. November 2014 Dirk van der Schaaf, wethouder van Spijkenisse Maatschappelijke ondersteuning November 2014 Dirk van der Schaaf, wethouder van Spijkenisse Drie decentralisaties per 2015: - Jeugdwet - Wmo 2015 - Participatiew Achtergrond decentralisaties Overzichtelijk

Nadere informatie

Scenario Participatiewet 2013-2016 Iedereen doet mee, niemand aan de kant

Scenario Participatiewet 2013-2016 Iedereen doet mee, niemand aan de kant Scenario Participatiewet 2013-2016 Iedereen doet mee, niemand aan de kant Inzet MEEWERKEN tegenprestatie naar vermogen optima forma Uitgangspunten: Huidige beleidsuitspraken Vraagstelling: Is dit betaalbaar

Nadere informatie

Kwaliteit. 1 Inleiding. 2 De wettelijke voorwaarden. 2.1 Jeugdwet

Kwaliteit. 1 Inleiding. 2 De wettelijke voorwaarden. 2.1 Jeugdwet Kwaliteit 1 Inleiding Wat is kwaliteit van zorg en wat willen we als gemeenten samen met onze zorgaanbieders ten aanzien van kwaliteit afspreken? Om deze vraag te beantwoorden vinden twee bijeenkomsten

Nadere informatie

Voorbereiden door krachten te bundelen... 2. Visie op nieuwe taken... 2. Vernieuwingen in welzijn, (jeugd)zorg en werk... 2

Voorbereiden door krachten te bundelen... 2. Visie op nieuwe taken... 2. Vernieuwingen in welzijn, (jeugd)zorg en werk... 2 Nieuwsbrief sociaal domein, #1 Vernieuwing welzijn, (jeugd)zorg en werk Inhoud Voorbereiden door krachten te bundelen... 2 Visie op nieuwe taken... 2 Vernieuwingen in welzijn, (jeugd)zorg en werk... 2

Nadere informatie

Raadsvoorstel 26 september 2013 AB13.00685 RV2013.058

Raadsvoorstel 26 september 2013 AB13.00685 RV2013.058 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel 26 september 2013 AB13.00685 RV2013.058 Gemeente Bussum Vaststellen nota 'Naar een lokale transitieagenda sociaal domein (2013-2015)'

Nadere informatie

De Wmo en de decentralisaties

De Wmo en de decentralisaties De Wmo en de decentralisaties Presentatie Alice Makkinga Adviseur programma Aandacht voor Iedereen Inhoud Landelijk programma Aandacht voor iedereen Belangrijke maatschappelijke trends? Belangrijkste wettelijke

Nadere informatie

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013 Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen 8 mei 2013 Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord Eind april presenteerde staatssecretaris Van Rijn zijn plannen voor hervorming van de langdurige zorg. Daarbij

Nadere informatie

Met elkaar voor elkaar

Met elkaar voor elkaar Met elkaar voor elkaar Publiekssamenvatting Oktober 2013 1 1 Inleiding Met elkaar, voor elkaar. De titel van deze notitie is ook ons motto voor de komende jaren. Samen met u (inwoners en beroepskrachten)

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Aanvullend krediet implementatie Sociaal Domein in Bunnik 2014. Aan de raad,

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Aanvullend krediet implementatie Sociaal Domein in Bunnik 2014. Aan de raad, RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 17 juli 2014 14-066 Onderwerp Aanvullend krediet implementatie Sociaal Domein in Bunnik 2014 Aan de raad, Onderwerp Aanvullend krediet implementatie Sociaal Domein

Nadere informatie

Presentatie De nieuwe WMO. Raimond de Prez Wethouder Zorg en Wijken

Presentatie De nieuwe WMO. Raimond de Prez Wethouder Zorg en Wijken Presentatie De nieuwe WMO Raimond de Prez Wethouder Zorg en Wijken Inhoudsopgave 1. De nieuwe WMO in Delft 2. De Delftse toegang tot zorg en ondersteuning Positie toegang: basis maatwerk vangnet Vangnet/

Nadere informatie

Afdeling: Beleid Maatschappij Leiderdorp, 30 oktober 2014 Onderwerp: Re-integratieverordening. Aan de raad. Participatiewet

Afdeling: Beleid Maatschappij Leiderdorp, 30 oktober 2014 Onderwerp: Re-integratieverordening. Aan de raad. Participatiewet Pagina 1 van 6 Versie Nr.1 Afdeling: Beleid Maatschappij Leiderdorp, 30 oktober 2014 Onderwerp: Re-integratieverordening Aan de raad. Participatiewet Beslispunten *Z00288A120 E* 1. Vast te stellen de Re-integratieverordening

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Kadernota decentralisaties sociaal domein. Van transitie naar transformatie

Kadernota decentralisaties sociaal domein. Van transitie naar transformatie Kadernota decentralisaties sociaal domein Van transitie naar transformatie Juni 2014 PAGINA 2 VAN 12 1. Inleiding In het sociale domein voltrekt zich in hoog tempo een aantal fundamentele veranderingen.

Nadere informatie

Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim Hoddenbagh wim.hoddenbagh@vng.nl

Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim Hoddenbagh wim.hoddenbagh@vng.nl Datum 27 oktober 2010 Onderwerp Feiten en cijfers transitie jeugdzorg Telefoonnummer 070-3738602 Feiten en cijfers transitie jeugdzorg Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim

Nadere informatie

Oktober 2013. Participatiewet; kansen in samenwerking

Oktober 2013. Participatiewet; kansen in samenwerking Oktober 2013 Participatiewet; kansen in samenwerking In 1952 gaat de Gemeentelijke Sociale Werkvoorzieningsregeling (1950) gelden voor het opzetten van speciale werkplaatsen voor gehandicapten. Gehandicapten

Nadere informatie

Informatieavond Beleidsstukken Wmo 2015 en Jeugdwet

Informatieavond Beleidsstukken Wmo 2015 en Jeugdwet Informatieavond Beleidsstukken Wmo 2015 en Jeugdwet Woensdag 20 augustus 2014 Programma Welkom en inleiding Voorstellen sprekers Beleidsstukken Jeugdwet Beleidsstukken Wmo 2015 Jeugdwet wetgeving Invoering

Nadere informatie

Aan het college van burgemeester en wethouders van de 27 Friese gemeenten

Aan het college van burgemeester en wethouders van de 27 Friese gemeenten Aan het college van burgemeester en wethouders van de 27 Friese gemeenten Onderwerp Aanpak decentralisaties Sociaal Domein en rol VFG Kenmerk 13.027 Contact J. Holwerda, 058-2334051, jholwerda@vfg-fryslan.nl

Nadere informatie

Uitgegeven: 25 juni 2010

Uitgegeven: 25 juni 2010 1 Uitgegeven: 25 juni 2010 2010, no. 43 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN Besluit van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 22 juni 2010, no. 896248, Afdeling Zorg en Welzijn, betreffende de Vaststelling van

Nadere informatie

Naar een stad die werkt Benen op tafel bijeenkomst. 14 juni 2011 Jan Lagendijk Marc Bevers

Naar een stad die werkt Benen op tafel bijeenkomst. 14 juni 2011 Jan Lagendijk Marc Bevers Naar een stad die werkt Benen op tafel bijeenkomst 14 juni 2011 Jan Lagendijk Marc Bevers PROGRAMMA Participatie, reintegratie en werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt Een serieuze opgave van hoge

Nadere informatie

Presentatie Participatiewet & Wijzigingen Wwb. Commissie Samenleving Brielle

Presentatie Participatiewet & Wijzigingen Wwb. Commissie Samenleving Brielle Presentatie & Wijzigingen Wwb Commissie Samenleving Brielle Inhoud Presentatie Doelen participatiewet Uitgangspunten participatiewet Samenwerking Consequenties invoering participatiewet Wijzigingen Wwb

Nadere informatie

Voorstel aan de gemeenteraad van Oostzaan

Voorstel aan de gemeenteraad van Oostzaan Onderwerp: Regelingen regionaal Participatiewet Oostzaan Invullen door Raadsgriffie RV-nummer: 14/84 Beleidsveld: Werk en inkomen Datum: 26 november 2014 Portefeuillehouder: M. Olij Contactpersoon: Corina

Nadere informatie

Nieuwe koers brede school

Nieuwe koers brede school bijlage bij beleidsvoorstel Brede Talentontwikkeling in de Kindcentra 28 mei 2013 Nieuwe koers brede school (november 2012) 1. Waarom een nieuwe koers? De gemeente Enschede wil investeren in de jeugd.

Nadere informatie

Zorgkantoor Friesland Versmalde AWBZ (Wlz)

Zorgkantoor Friesland Versmalde AWBZ (Wlz) Zorgkantoor Friesland Versmalde AWBZ (Wlz) & De Friesland Zorgverzekeraar Toewijsbare Wijkverpleegkundige Zorg (Zvw) Niet-toewijsbare Wijkverpleegkundige Zorg (Zvw) Inhoud Presentatie Hervormingen Langdurige

Nadere informatie

Participatiewet / Wsw. Raadsinformatieavond - 3 juli 2013

Participatiewet / Wsw. Raadsinformatieavond - 3 juli 2013 Participatiewet / Wsw Raadsinformatieavond - 3 juli 2013 Bespreekpunten Wat is de huidige situatie in Wwb en Wsw? Wat zijn de belangrijkste contouren van de Participatiewet? Welke effecten heeft de Participatiewet

Nadere informatie

Presentatie t.b.v. studiedag 16 mei 2013

Presentatie t.b.v. studiedag 16 mei 2013 Presentatie t.b.v. studiedag 16 mei 2013 Mezelf even voorstellen Een verkenning op hoofdlijnen van de raakvlakken tussen Passend onderwijs en zorg voor jeugd Met u in gesprek Samenwerken! Doelstelling

Nadere informatie

Onderwerp : Strategisch beleidskader Werk en Inkomen 2015-2018

Onderwerp : Strategisch beleidskader Werk en Inkomen 2015-2018 Raadsvoorstel Raadsvergadering d.d. : 28 april 2015 Agendapunt : 8 Portefeuillehouder : mw. M.A. de Visser Onderwerp : Strategisch beleidskader Werk en Inkomen 2015-2018 B&W besluit d.d. : 7 april 2015

Nadere informatie

Om het kind. Hervorming zorg voor de jeugd in Amsterdam

Om het kind. Hervorming zorg voor de jeugd in Amsterdam Om het kind Hervorming zorg voor de jeugd in Amsterdam . OCW Aanval op de uitval, RMC, plusvoorziening: 320 mln Onderwijsachterstanden-beleid (incl VVE): 249 mln SO, VSO, rugzakjes, praktijk ond en leerwegonder

Nadere informatie

Structuur regionale samenwerking in Regio Rivierenland

Structuur regionale samenwerking in Regio Rivierenland Structuur regionale samenwerking in Regio Rivierenland Gemeenteraden Ambitiebepaling, kaderstelling en controle op hoofdlijnen van beleid Besluiten over meerjarenprogramma s speerpunten Besluiten over

Nadere informatie

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Gemeente Noordoostpolder 19 augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 2. groep... 4 3. en en uitgangspunten... 5 3.1.

Nadere informatie

uitstroombevordering

uitstroombevordering Wat willen we bereiken? Omschrijving: Het verlagen van de instroom en bevorderen van de uitstroom van bijstandsgerechtigden. Preventie: het voorkomen van de instroom van het aantal bijstandsgerechtigden.

Nadere informatie

Eerder en Dichtbij. Projectplan

Eerder en Dichtbij. Projectplan Eerder en Dichtbij Projectplan Bussum, augustus september 2012 1. Inleiding De pilot Eerder en Dichtbij is een verlening van de eerste pilot Meer preventie minder zorg. Het doel van de pilot was oorspronkelijk

Nadere informatie

Aan: de gemeenteraad Vergadering: 23 juni 2014

Aan: de gemeenteraad Vergadering: 23 juni 2014 Aan: de gemeenteraad Vergadering: 23 juni 2014 Onderwerp: Kwaliteitseisen ten behoeve van opdrachtgeven in het sociaal domein Agendapunt: STATUS RAADSVOORSTEL Raadsbesluit. Wij stellen U voor om: 1. In

Nadere informatie

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom?

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Het ministerie van VWS heeft wee websites in het leven geroepen die hierover uitgebreid informatie geven www.dezorgverandertmee.nl en www.hoeverandertmijnzorg.nl

Nadere informatie

Kadernota Participatie en Inkomen. Raadsinformatieavond 14 januari 2014

Kadernota Participatie en Inkomen. Raadsinformatieavond 14 januari 2014 Kadernota Participatie en Inkomen Raadsinformatieavond 14 januari 2014 Opbouw 1. Urgentie/aanleiding 2. Gekozen insteek en proces 3. Drieledige veranderstrategie a. Versterken bedrijvigheid en stimuleren

Nadere informatie

Paragraaf Decentralisaties

Paragraaf Decentralisaties Paragraaf Decentralisaties Per 1 januari 2015 zijn de decentralisaties in het sociaal domein realiteit geworden. Belangrijke taken op het gebied van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en participatie

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Koers in het sociale domein. Maatschappelijke participatie kaderstelling Koers in het sociale domein

Raadsvoorstel. Koers in het sociale domein. Maatschappelijke participatie kaderstelling Koers in het sociale domein Titel Nummer 14/63 Datum 21 augustus 2014 Programma Fase Onderwerp Maatschappelijke participatie kaderstelling Gemeentehuis Bezoekadres Kerkbuurt 4, 1511 BD Oostzaan Postadres Postbus 20, 1530 AA Wormer

Nadere informatie

De visie in de Wmo beleidsnota sluit aan bij landelijk en regionaal ontwikkelingen. ( SHEET 1)

De visie in de Wmo beleidsnota sluit aan bij landelijk en regionaal ontwikkelingen. ( SHEET 1) Presentatie raad Wmo beleidsnota 2013-2016 Inleiding Ik presenteer u de Wmo beleidsnota voor de periode 2013-2016. De nota is in een turbulente tijd tot stand gekomen. Landelijk wijzigt het beleid bijna

Nadere informatie

Raadscommissievoorstel

Raadscommissievoorstel Raadscommissievoorstel Status: Voorbereidend besluitvormend Agendapunt: 4 Onderwerp: Transformatie jeugdzorg Regionaal projectplan Datum: 10 december 2012 Portefeuillehouder: Jhr. M.R.H.M. von Martels

Nadere informatie

TransformatieSociaalDomein

TransformatieSociaalDomein . TransformatieSociaalDomein Uitgangspunten van de gemeente Eijsden-Margraten en de 5 andere Heuvellandgemeenten Behandeld door : Mevr. M.M. Aarts Uw brief van : Bijlage(n) : Geen Uw kenmerk : Ons kenmerk

Nadere informatie

Stelselherziening Jeugdzorg. Platform Middelgrote Gemeenten

Stelselherziening Jeugdzorg. Platform Middelgrote Gemeenten Stelselherziening Jeugdzorg Standpunten van het Platform Middelgrote Gemeenten 12 april 2011 I. Aanleiding Een belangrijk onderdeel van het bestuursakkoord tussen Rijk en gemeenten is de stelselherziening

Nadere informatie

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015 Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking Wat verandert er in de zorg in 2015 De zorg in beweging Wat verandert er in 2015? In 2015 verandert er veel in de zorg. Via een aantal

Nadere informatie

Wmo bijeenkomst PIANOo Zwanet van Kooten

Wmo bijeenkomst PIANOo Zwanet van Kooten De drie transities Wmo bijeenkomst PIANOo Zwanet van Kooten Inhoud presentatie - Inleiding - Decentralisatie AWBZ-begeleiding - Wet werken naar vermogen - Decentralisatie jeugdzorg - Samenloop transities:

Nadere informatie

Sociaal domein. Decentralisatie AWBZ-Wmo. Hoofdlijnen nieuwe Wmo KIDL 27-11-2014. H. Leunessen, gem. Landgraaf 1. Wmo / Jeugzorg / Participatiewet

Sociaal domein. Decentralisatie AWBZ-Wmo. Hoofdlijnen nieuwe Wmo KIDL 27-11-2014. H. Leunessen, gem. Landgraaf 1. Wmo / Jeugzorg / Participatiewet Sociaal domein Wmo / Jeugzorg / Participatiewet Wat verandert er per 1 januari 2015? Hoofdlijnen nieuwe Wmo Wmo 2007: 1. Welzijnswet 2. Wet voorzieningen Gehandicapten 3. Hulp bij het Huishouden (HbH)

Nadere informatie

De Wet werken naar vermogen, een nieuwe weg in de sociale zekerheid!

De Wet werken naar vermogen, een nieuwe weg in de sociale zekerheid! De Wet werken naar vermogen, een nieuwe weg in de sociale zekerheid! De maatschappij en overheid veranderen. De kern van de verandering is de omslag van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving.

Nadere informatie

2012 actuele begroting op 31-12-12

2012 actuele begroting op 31-12-12 WMO 4 e berap Bestuurlijke samenvatting Landelijke ontwikkelingen bij de overheid hebben in voor nogal wat wijzigingen, maar ook onzekerheid gezorgd. Zo werd besloten dat de overgang van Begeleiding naar

Nadere informatie

Ontwikkelingen in de jeugdzorg. Deventer, 1 juni 2012 Jos Baecke, lector sturing in de jeugdzorg

Ontwikkelingen in de jeugdzorg. Deventer, 1 juni 2012 Jos Baecke, lector sturing in de jeugdzorg Ontwikkelingen in de jeugdzorg g Deventer, 1 juni 2012 Jos Baecke, lector sturing in de jeugdzorg Presentatie ti Evaluatie Wet op de jeugdzorg (2009) Contouren nieuwe stelsel Marktanalyse in het kader

Nadere informatie

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio.

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio. Startnotitie Dagactiviteiten Huidige situatie In de huidige uitvoering van dagactiviteiten is een onderscheid in drie segmenten : dagactiviteiten voor jeugd, volwassenen en ouderen. Zij worden gescheiden

Nadere informatie

Beleidsplan Participatiewet. Berkelland 2 0 1 5-2 0 1 8

Beleidsplan Participatiewet. Berkelland 2 0 1 5-2 0 1 8 Beleidsplan Participatiewet Berkelland 1 2 0 1 5-2 0 1 8 Meer doen met minder geld 2 Dienstverlening van binnen naar buiten 1. Eigen kracht (sociaal netwerk) 2. Algemene voorzieningen 3. Maatwerkvoorzieningen

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Groningen Een van de 35 van Nederland

Arbeidsmarkt Groningen Een van de 35 van Nederland Arbeidsmarkt Groningen Een van de 35 van Nederland https://www.youtube.com/watch?v=k1cwrsjoquq Werk in Zicht is een samenwerkingsverband tussen 27 gemeenten (23 Groninger en 4 Drentse gemeenten), UWV en

Nadere informatie

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY INLEIDING Met ingang van 1 januari 2015 krijgen gemeenten een groot aantal taken overgeheveld, de zogeheten decentralisaties AWBZ-Wmo, de Jeugdwet en de

Nadere informatie

AF D R U K V OO R B E EL D B E S T U U R L IJ K BE H AN D E L VO O R S TEL

AF D R U K V OO R B E EL D B E S T U U R L IJ K BE H AN D E L VO O R S TEL AF D R U K V OO R B E EL D B E S T U U R L IJ K BE H AN D E L VO O R S TEL Vaststelling Beleidsplan Transitie Sociaal Domein 2015-2016, de deelbeleidsplannen Jeugd, Participatiewet en WWB maatregelen,

Nadere informatie

De Participatiewet. Raad op Zaterdag Den Haag, 21 september 2013. Edith van Ruijven

De Participatiewet. Raad op Zaterdag Den Haag, 21 september 2013. Edith van Ruijven De Participatiewet Raad op Zaterdag Den Haag, 21 september 2013 Edith van Ruijven De participatiewet Naar een inclusieve arbeidsmarkt jobcoach No risk polis Compensatie lagere productiviteit (loonkostensubsidie)

Nadere informatie