Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Elektriciteitsplan Nr. 7 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 7 maart 1989 De vaste Commissie voor Economische Zaken 1 heeft op 22 februari 1989 mondeling overleg gevoerd met de ministervan Economische Zaken over diens brief van 1 februari 1989 ter goedkeuring van het Elektriciteitsplan (Kamerstuk , nr. 6). De minister had zich tijdens het overleg doen vergezellen van mr. drs. C. W. M. Dessens, directeur-generaal van Energie, en drs. H. F. G. Geijzers, directeur Elektriciteit en Kernenergie. De commissie brengt van het gevoerde overleg het volgende beknopte verslag uit, dat is vervaardigd door de Stenografische dienst. VRAGEN EN OPMERKINGEN UIT DE COMMISSIE ' Samenstelling: Leden: Van Dis (SGP), Kombrink (PvdA), Van Amelsvoort (CDA), Braams (WD), Spieker (PvdA), Lansink (CDA), Gerritse (CDA), Van Erp (VVD), Zijlstra (PvdA), Van der Linden (CDA), Van lersel (CDA), ondervoorzitter, Rempt-Halmmans de Jongh (VVD), Groenman (D66), Pronk (PvdA), voorzitter, Schartman (CDA), Tommei (D66), Nijhuis (VVD), Vos (PvdA), Huys (PvdA), G. Terpstra (CDA), Van Gelder (PvdA), Boers- Wijnberg (CDA), Van Rijn-Vellekoop (PvdA), Plv. leden: Leerling (RPF), Rienks (PvdA), Vreugdenhil (CDA), Scherpenhuizen (VVD), Vermeend (PvdA), Van Vli men (CDA), Mateman (CDA), Blaauw (VVD), Lankhorst (PPR), Van Es (PSP), Doelman-Pel (CDA), Van Rey (VVD), Wolffensperger (D66), Schaefer (PvdA), Moret-de Jong (CDA), Engwirda (D66), Schutte (GPV), Wöltgens (PvdA), Verspaget (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA), J H van den Berg (PvdA), Wolters (CDA), Feenstra (PvdA). Mevrouw Boers-Wijnberg (CDA.) had met waardering kennis genomen van de goedkeuringsbrief. De inbreng vanwege de Kamer is daarin grotendeels verwerkt, terwijl nogmaals de wens is beklemtoond om tot een grotere elektriciteitsbesparing te komen, zij het met een kanttekening over de leveringsplicht van de produktiesector. Met meer dan gewone belangstelling zag zij de toegezegde gasnotitie tegemoet. Deze zal van grote betekenis zijn voor het te voeren gasbeleid in samenhang met het uit te brengen nationaal milieubeleidsplan. Onzekerheid signaleerde zij nog over de besluitvorming inzake kernenergie. De verwachting dat een besluit hierover in de loop van 1989 kan worden genomen, is voor de SEP wellicht niet toereikend om bij de opstelling van het volgende elektriciteitsplan met de eventuele inzet van kernenergie rekening te houden. Ten slotte vroeg mevrouw Boers wanneer de Kamer naar verwachting zal worden geïnformeerd over de resultaten van het overleg tussen SEP, Gasunie en Statoil over de inpassing van de Statoil-deal in het Nederlandse gasbeleid. Zal daarbij ook aandacht worden gegeven aan de recente beschouwingen van de Gasunie-directie over de inzet van gas voor ondervuring en wisseling van pariteit? De heer Zijlstra (P.v.d.A.) wilde bij deze gelegenheid alleen aandacht schenken aan de besparingsdoelstelling en niet ingaan op de persberichten dat ook de Gasunie bereid zou zijn een soort Statoil-deal aan te F ISSN SDU uitgeverij 's Gravenhage 1989 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 7

2 gaan. Tijdens het mondeling overleg op 14 december en 16 januari jl. (kamerstuk , nr. 3) had hij al erop gewezen dat de door Kamer en minister gewenste besparingsdoelstelling van 20% niet past in de aanbevelingen van het Brundtland-rapport. Dit geldt dan zeker voor de door de SEP voorgestane besparingsdoelstelling van 13%. Als de minister staat voor de door hem onderschreven doelstelling van 20%, behoort hij deze ook aan de SEP op te leggen en derhalve de SEP te verzoeken een nieuw elektriciteitsplan op te stellen waarin wordt uitgegaan van deze doelstelling. In het geval de minister van mening mocht zijn dat de door de SEP gekozen doelstelling van 13% juist is, behoort hij dat aan de Kamer mede te delen, of extra maatregelen en regelingen te treffen waardoor toch een besparing van 20% wordt gehaald. Andere keuzemogelijkheden zag de heer Zijlstra niet. Hij begreep daarom niet hoe de minister in de goedkeuringsbrief heeft kunnen schrijven dat enerzijds de doelstelling van 20% wordt gehandhaafd, maar anderzijds toch de doelstelling van 13% wordt geaccepteerd. De minister ondergraaft daarmee zijn eigen besparingsbeleid. Ook de oproep aan de SEP om maximaal bij te dragen aan verdergaande energiebesparing vond de heer Zijlstra onbegrijpelijk. De SEP is toch een producentenorganisatie die alleen maar de wensen van de markt kan volgen? Hoe zou de SEP dan aan die oproep gevolg moeten geven? Een juister adres om deze oproep aan te richten zou, zo meende hij, de organisatie van distributiebedrijven zijn. Ten slotte wees hij op de zinsnede in de brief dat tot een bijstelling kan worden gekomen in het volgende elektriciteitsplan voor het geval de besparingen inderdaad hoger blijken te zijn dan waarmee in het nu goedgekeurde plan rekening is gehouden. Hij trok hieruit de conclusie dat de minister zijn eigen beleid niet serieus neemt. De minister behoort er immers zelf voor te zorgen dat de besparingsdoelstelling van 20% wordt gehaald, zo nodig door aanvullende maatregelen te nemen. Met de genoemde zinsnede probeert de minister kennelijk onder die ling uit te komen. De heer Zijlstra vond dat geen geloofwaardig handelen. Nu het elektriciteitsplan is goedgekeurd, kon hij niet anders dóen dan vaststellen dat de minister op het punt van de elektriciteitsbesparing niet staat voor hetgeen is afgesproken. De heer Braams (V.V.D.) uitte waardering voor de goedkeuringsbrief, waarbij hij overigens aantekende dat vanuit de kamer al eer, aantal jaren wordt gewezen op de ernst van de milieuproblemen, dus niet pas na het verschijnen van het rapport «Zorgen voor morgen». Ook hij was benieuwd naar de maatregelen die in het nationaal milieubeleidsplan zullen worden aangekondigd ter zake van emissies van elektriciteitscentrales, in het bijzonder wat de uitstoot van kooldioxyde betreft. Hij wees er daarbij op dat vervanging van Nederlands gas door Noors gas uit milieu-oogpunt geen verbetering betekent. Wel betekent vervanging van geplande poederkoolcentrales door KV/STEG-centrales een verbetering, althans ten aanzien van de vaste reststoffen en de emissie van zwaveldioxyde. Ten aanzien van de emissie van stikstofoxyden betekent een dergelijke vervanging slechts een bescheiden bijdrage en voor de emissie van kooldioxyde maakt het vrijwel niets uit. Omdat het volgende elektriciteitsplan zal zijn gebaseerd op de Elektriciteitswet en in die wet bepaalde data zijn voorgeschreven, zal er spoedig duidelijkheid moeten komen over de uitgangspunten voor het volgende plan. Snelheid is dan ook geboden met de gasnotitie, het nationaal milieubeleidsplan en de discussie over kernenergie. Voorts informeerde ook de heer Braams naar de voortgang van het overleg tussen SEP, Gasunie en Statoil over de inpassing van de Statoildeal in het Nederlandse gasbeleid. Ten slotte wees hij op persberichten, waaruit blijkt dat in de samen- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 7 2

3 leving misverstanden leven over de effecten van elektriciteitsbesparing. Onlangs nog had hij de stelling gelezen dat het gebruik van zuiniger lampen een aantal elektriciteitscentrales overbodig zou maken. Daar is echter geen sprake van, omdat voor de verlichting van alle woningen in Nederland ongeveer één centrale voldoende is. Ook had hij gemerkt dat hier en daar de onjuiste indruk is ontstaan dat door een besparing met 20% ook het aantal centrales met 20% zou kunnen worden teruggebracht, of dat windenergie een aantal centrales overbodig zou maken. Windenergie kan echter niet tot een vermindering van de vermogensbehoefte leiden, zoals al in het mondeling overleg van 14 december en 16 januari jl. is gebleken. De heer Braams drong dan ook aan op goede voorlichting ter zake. In dit verband verzocht hij de minister te bevorderen dat de Kamer inzicht krijgt in de VROM-enquête ter zake. Mevrouw Rempt-Halmmans de Jongh (V.V.D.) wees erop dat met het kolenvergassingsdemonstratieproject in Buggenum grote technische en financiële risico's worden genomen. Omdat ook de leverancier van deze installatie belangrijke vruchten van dit demonstratieproject kan plukken, bepleitte zij dat deze risico's niet alleen door de SEP, maar ook door de leverancier worden gedragen. Zorgvuldige afspraken tussen de SEP en de leverancier hierover leken haar nodig. Zij zou het er in ieder geval niet mee eens zijn als eventuele extra kosten van dit project, uitgaande boven de nu door de SEP geraamde kosten, in de pooling zouden worden ondergebracht en dus ten laste zouden komen van alle verbruikers van elektriciteit. Voor zover tegenvallers niet door de leverancier worden gedragen, zouden ze ten laste moeten komen van de reserves waarover de SEP en de aangesloten produktiebedrijven beschikken. Voorts vroeg mevrouw Rempt in het volgende elektriciteitsplan meer duidelijkheid te geven over de levensduur van centrales, uit bedrijfseconomisch oogpunt, en de mogelijkheden voor particulieren om voor langere tijd (een aantal jaren) stroom te importeren. Vervolgens merkte zij op dat de investeringskosten voor nieuwe centrales de belangrijkste factor zijn voor de hoogte van de elektriciteitstarieven. De brandstofkosten zijn in dat opzicht van veel minder belang. Er bestaat bij de Kamer en het ministerie echter nauwelijks inzicht in die investeringskosten, mede omdat de SEP geen financieringsplan heeft overgelegd. Zij drong erop aan dat op dit punt meer informatie wordt verstrekt. Ten slotte verzocht zij de minister spoed-te betrachten bij het afgeven van vergunningen voor koppelverbindingen in het noordoosten van het land, voor zover het ministerie daarbij is betrokken. De heer Tommei (D66) toonde zich in grote lijnen tevreden over de goedkeuringsbrief. De vanuit de Kamer gemaakte opmerkingen zijn erin verwerkt en de beide aangenomen moties zijn uitgevoerd. Onduidelijk was voor hem nog wat wordt bedoeld met het verzoek aan de SEP om medewerking bij het behalen van de besparingsdoelstelling. Gaat het hier bij voorbeeld ook om het gebruik van de bij elektriciteitsopwekking vrijkomende warmte voor stadsverwarming? Is de minister bereid in overleg met de SEP plannen hiervoor op te stellen? Verder was voor hem nog niet geheel duidelijk of met de passage over windenergie wordt bedoeld dat ook de produktiesector een taak in dezen heeft. Enigszins verbaasd was de heer Tommei over de aandacht die de minister van de SEP vraagt voor milieu-effecten. De SEP heeft, zo meende hij, meer aandacht voor die effecten dan de minister, gezien diens opstelling ten aanzien van de Hemwegcentrale. Bovendien is de SEP gekomen met het idee van de invoer van Noors gas. Als de SEP dat niet had gedaan, zou in het plan zijn voorzien in de bouw van twee nieuwe poederkoolcentrales, met alle effecten op het milieu van dien. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 7 3

4 Ook was de heer Tommei enigszins verbaasd over de passage in de brief inzake een goede kostenbewaking van het kolenvergassingsdemonstratieproject in Buggenum. Hij vond dat niet stroken met de geest van de Elektriciteitswet, waarin is gekozen voor een overheid op afstand. Mevrouw Rempt maakt het, zo meende hij, zelfs nog bonter door de risicoverdeling bij dit project te willen voorschrijven. Ten slotte vroeg de heer Tommei zich af, op welke uitgangspunten de SEP het volgende elektriciteitsplan zal moeten baseren. De minister stelt zich immers niet positief op ten opzichte van gasinzet voor ondervuring. Klassieke poederkoolcentrales kunnen uit milieu-overwegingen niet meer worden gepland, maar over de mogelijkheden van KV/STEG bestaat voorlopig nog geen zekerheid. Bovendien kan de SEP ook niet rekenen op een besluitvorming in de loop van 1989 over de eventuele inzet van kernenergie. Zou de SEP dan maar moeten kiezen voor nog meer stroomimport? De heer Tommei zou dat een vluchtweg vinden. Meer gasinzet voor ondervuring (uit milieu-overwegingen overigens zeer aan te bevelen) leek hem dan ook onontkoombaar. De heer Van Dis (S.G.P.) toonde eveneens waardering voor de goedkeuringsbrief. Hij vroeg of al overleg met de SEP gaande is over de wijze, waarop zij uitvoering denkt te geven aan de in de brief opgenomen kanttekeningen. Voorts pleitte hij voor een meer actieve rol van de minister op het vlak van energiebesparing, in het bijzonder om in overleg met het bedrijfsleven te bereiken dat bedrijven zoveel mogelijk overgaan op minder energie-intensieve produktieprocessen. Ten slotte onderschreef hij de stelling van mevrouw Rempt dat de risico's van het kolenvergassingsdemonstratieproject mede door het betrokken bedrijfsleven gedragen dienen te worden. Ook het bedrijfsleven zal er immers voordeel van ondervinden, als kolenvergassing een werkbare optie blijkt te zijn. De heer Lankhorst (P.P.R.) had graag gezien dat het elektriciteitsplan was afgekeurd, maar hij was niet verbaasd over de goedkeuringsbrief, mede gezien de opstelling van de meeste andere fracties. Wel beschouwde hij de brief als een gemiste kans, zeker nu zelfs de minister verwacht dat naar aanleiding van het nationaal milieubeleidsplan ingrijpende maatregelen genomen zullen moeten worden. Wat zullen de consequenties daarvan overigens zijn voor het nu goedgekeurde elektriciteitsplan? De heer Lankhorst vreesde in de komende jaren nog vele keren te moeten horen, dat uit een oogpunt van continuïteit van bestuur niet meer teruggekomen kan worden op nu genomen besluiten. Hetzelfde is immers betoogd in de discussie over de brandstofinzet voor de Hemwegcentrale, terwijl ook bij voorbeeld bij aan te leggen rijkswegen steeds wordt gesteld dat de besluitvorming al in een zodanig vergevorderd stadium is dat niet meer van aanleg kan worden afgezien. Als op die weg wordt doorgegaan, zullen over enkele jaren nog veel ingrijpender maatregelen moeten worden genomen dan die, welke nu al noodzakelijk zijn. De heer Lankhorst betreurde het dat de minister in de goedkeuringsbrief niet heeft gewezen op het minderheidsstandpunt over energiebesparing van de Algemene Energieraad. De minister had hiermee een steun in de rug gehad om de SEP te bewegen tot verdergaande maatregelen op dit vlak. Ten slotte stelde de heer Lankhorst vast dat de SEP in het volgende elektriciteitsplan geen rekening zal kunnen houden met de inzet van kernenergie, nu de minister niet heeft toegezegd dat de besluitvorming hierover in de eerste helft van 1989 zal zijn afgerond. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 7 4

5 ANTWOORD VAN DE MINISTER De gasnotitie zal, zo verwachtte de MINISTER, in de loop van maart a.s. verschijnen. In deze notitie zal ook worden ingegaan op de voortgang van het overleg tussen Gasunie, SEP en Statoil over inpassing van de Statoil-deal in het Nederlandse gasbeleid. Hij ging ervan uit dat dit overleg tot het door hem gewenste resultaat zal leiden. Overigens vond hij dat partijen zich niet meer in het openbaar over een en ander behoren uit te laten, maar eerst onderling tot overeenstemming moeten zien te komen. Zeker gezien de positie van de Gasunie leek het hem ordelijker als partijen nu eerst wachten tot de gasnotitie aan de kamer is aangeboden. Zijns inziens heeft de commercieel directeur van de Gasunie in een recent interview voor zijn beurt gesproken. Partijen worden overigens bij de opstelling van de gasnotitie geraadpleegd. De bewindsman verwachtte voorts nog steeds dat in de loop van 1989 een beslissing over de eventuele inzet van kernenergie zal worden genomen. Hij was het niet eens met de stelling dat de 13% besparingsdoelstelling die de SEP hanteert, niet past in het Brundtland-rapport. In het vorige mondeling overleg had hij al uiteengezet dat het elektriciteitsplan 1989/1998 de toets van de kritiek van dit rapport kan doorstaan. De besparingsdoelstelling van 20% nam hij nog steeds zeer serieus, maar hij had geaccepteerd dat de SEP overeenkomstig het advies van de Algemene Energieraad voor planningsdoeleinden uitgaat van 13% voor de groei van het elektriciteitsverbruik, gezien de verplichting van de SEP op het vlak van een ongestoorde levering van elektriciteit. Deze doelstelling van 13% komt overeen met het midden-scenario van het Centraal Planbureau, waarin is uitgegaan van een hogere economische groei (3%) en hogere besparingen. Ook is het heel goed mogelijk om in een volgend elektriciteitsplan alsnog uit te gaan van een besparingsdoelstelling van 20%. In ieder geval hield de minister vast aan de doelstelling van 20%. De maatregelen om deze doelstelling te bereiken, zijn al eerder met de kamer besproken en hij had toegezegd de hierover ingediende motie te zullen uitvoeren. Voorts zag hij goede mogelijkheden voor de SEP om te voldoen aan de oproep om zich in te zetten voor energiebesparing. Zo kan de SEP bij investeringsbeslissingen het rendement van nieuw te bouwen centrales zwaar laten wegen, terwijl ook te denken valt aan het zoveel mogelijk beperken van transportverliezen en het ruimte geven aan decentrale opwekking van elektriciteit. Daarnaast is het voor de SEP mogelijk om steeds de meest efficiënte centrales te laten draaien. In die zin is de oproep aan de SEP bedoeld. De minister wees erop dat een KV/STEG-centrale een behoorlijke reductie oplevert van de uitworp van stikstofoxyden vergeleken met een poederkoolcentrale, namelijk van ongeveer 50%. Ook ten aanzien van de uitworp van zwaveldioxyde is sprake van een belangrijke reductie. Voor de uitworp van kooldioxyde is er inderdaad weinig verschil. Ten slotte levert een poederkoolcentrale het lastig te verwerken vliegas op, terwijl het glasachtige residu van een KV/STEG-centrale beter te verwerken is. Hij beaamde dat centrales niet overbodig worden door het gebruik van zuiniger lampen. Wel geldt ook hier dat alle beetjes helpen. Hij zegde een actieve participatie van zijn kant in de voorlichting op dit vlak toe. Daarnaast zei hij bereid te zijn, zijn collega van VROM te verzoeken de VROM-enquête aan de Kamer toe te zenden. De minister achtte het vanzelfsprekend dat de SEP zal onderhandelen met leveranciers van de kolenvergassingsinstallatie in Buggenum over de beperking van de risico's. Omdat het om een demonstratieproject gaat, kan geen absolute zekerheid worden geboden, maar uiteraard zullen de SEP en de leveranciers er alles aan doen om de kosten zo laag mogelijk Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 7 5

6 te houden. Hij voelde er niet voor de SEP voor te schrijven op welke manier in deze gehandeld moet worden, omdat hij alle vertrouwen had in de onderhandelingsbekwaamheid van de SEP. Bovendien geldt hier inderdaad dat de overheid op afstand behoort te blijven. Overigens zag hij geen andere mogelijkheid dan de kosten van dit demonstratieproject in de pooling te betrekken. De SEP beschikt zelf nauwelijks over reserves en als de reserves bij de produktiebedrijven worden aangesproken, moeten deze later toch weer worden aangevuld uit de elektriciteitstarieven. De bewindsman merkt op dat de investeringen die moeten worden verricht ter uitvoering van het elektriciteitsplan, in grote lijnen bekend zijn. De precieze financiële conseqenties van te verrichten investeringen komen in de loop van de tijd aan de orde, aan de hand van de plannen voor specifieke centrales. Die plannen worden echter niet door de SEP alleen, maar te zamen met de afzonderlijke produktiebedrijven opgesteld. Een beslissing erover wordt in laatste instantie dan ook niet op centraal niveau, maar in de diverse aandeelhoudersvergaderingen genomen. Daarbij is er een grote betrokkenheid van de lagere overheden. Ook toonde de bewindsman de bereidheid om mee te werken aan eventuele plannen van de SEP voor gebruik van de thermische restwarmte, bijvoorbeeld voor stadsverwarming. Het is echter aan de SEP en de afzonderlijke produktiebedrijven zelf om het initiatief tot dergelijke plannen te nemen. Hij zegde toe te zullen bevorderen dat vergunningen voor koppelverbindingen zo spoedig mogelijk worden verleend. Voorts meende hij dat ook de produktiesector een taak heeft ter zake van bevordering van windenergie. In dit verband wees hij op het proefwindpark van de SEP in Sexbierum. In antwoord op een desbetreffende vraag merkte hij verder op dat de NOVEM al contacten onderhoudt met diverse doelgroepen uit het bedrijfsleven, teneinde energie-zuiniger produktieprocessen te bevorderen. De minister erkende dat nog geen zekerheid bestaat over een aantal uitgangspunten voor het volgende elektriciteitsplan. Met het oog hierop is indertijd ook de gasnotitie toegezegd. Stroomimport zag hij overigens niet als een vluchtweg. Bovendien past stroomimport in het Brundtlandrapport als de geïmporteerde stroom elders in Europa met minder milieubelasting wordt opgewekt dan in Nederland mogelijk zou zijn geweest. Hij was bereid de SEP te verzoeken in het volgende elektriciteitsplan nadere informatie te geven over de mogelijkheden van stroomimport. Hij had het niet nodig geoordeeld in de goedkeuringsbrief nog eens specifieke aandacht voor het minderheidsstandpunt van de Algemene Energieraad te vragen. De adviezen van deze raad zijn immers openbaar en bevatten de meerderheids- en minderheidsstandpunten. Ten slotte wees hij in antwoord op enige opmerkingen van de heer Lankhorst erop dat het in tal van sectoren, maar zeker ook in de energiesector, nodig is aan betrokkenen voor een langere periode zekerheid te verschaffen. Anders kan geen planning worden gemaakt en komen investeringen niet tot stand, terwijl bovendien het afsluiten van milieu-convenanten ernstig wordt bemoeilijkt. Discussie in tweede termijn Mevrouw Boers-Wijnberg (CDA.) hechtte grote waarde aan een goede kostenbewaking en afspraken met leveranciers over risicospreiding bij het demonstratieproject in Buggenum. Zij vroeg de minister bij de goedkeuring van elektriciteitstarieven de door SEP en leveranciers ter zake gemaakte afspraken te toetsen. De heer Zijlstra (P.v.d.A.) was niet tevreden over de beantwoording Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 7 6

7 van zijn opmerkingen over elektriciteitsbesparing. Hij vroeg nog of de minister de analyse van de SEP op grond van het gedetailleerde onderzoek naar de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik, zoals aangegeven in bijlage I van het elektriciteitsplan, al dan niet onderschrijft. De heer Tommei (D66) wees erop dat het hanteren van een besparingsdoelstelling van 13% in plaats van 20% alleen kan leiden tot de totstandkoming van enige overcapaciteit. Het gaat dan uitsluitend om een financiële kwestie, niet om een daadwerkelijke besparing. Met het oog hierop zag hij geen reden om de goedkeuring van het elektriciteitsplan af te wijzen. Overigens hield hij de minister aan de doelstelling van 20%. De heer Lankhorts (P.P.R.) had er begrip voor dat betrokkenen zekerheid moeten hebben alvorens tot grote investeringen te kunnen besluiten, maar juist daarom had hij liever gezien dat eerst het nationaal milieubeleidsplan was behandeld en pas daarna het elektriciteitsplan. Hij bleef vrezen dat hij nog tot ver in de jaren negentig te horen zal krijgen dat uit een oogpunt van continuïteit van bestuur niet meer teruggekomen kan worden op al genomen beslissingen, ook als die uit milieu-oogpunt achterwege zouden moeten blijven. De Minister merkte op dat bij goedkeuring van elektriciteitstarieven (in het bijzonder het landelijk basistarief) de daaraan ten grondslag liggende financiële gegevens worden beoordeeld. In die zin is er derhalve sprake van een toetsing. Voorts merkte hij op dat goedkeuring van het elektriciteitsplan niet inhoudt dat ook met ieder detail wordt ingestemd. De SEP heeft zelf studies verricht waarvan de uitkomsten ten dele niet geheel overeenkomen met de CPBN-analyse. Hij liet deze studies voor rekening van de SEP zelf. Ten slotte bevestigde hij dat in het elektriciteitsplan rekening is gehouden met een zekere mate van overcapaciteit. Uit een oogpunt van voorzieningszekerheid leek hem dat verantwoord. Het was voor hem in ieder geval geen reden om het plan af te keuren, mede omdat iedere twee jaar tot bijsturing kan worden gekomen. De voorzitter van de commissie, Pronk De griffier van de commissie, Koppen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 7 7

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-21 800 IX B Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk IX B (Ministerie van Financiën) voor het jaar Nr. 25 VERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting voor het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XIII Ministerie van Economische Zaken Nr. 19 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 22 oktober 1984 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20 443 Wijziging van de Colportagewet Nr. 5 VOORLOPIG VERSLAG Vastgesteld 2 mei 1988 De vaste Commissie voor Economische Zaken 1 brengt als volgt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21 300 V Vaststelling van de begroting van de uitgaven en van de ontvangsten van hoofdstuk V (Ministerie van Buitenlandse Zaken) voor het jaar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Rijksbegroting voor het jaar 1987 19 700 Hoofdstuk V Ministerie van Buitenlandse Zaken Nr. 28 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 20

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20400 Lasopleidingen Nr. 5 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 1 september 1988 De vaste commissie voor Onderwijs en Wetenschappen 1

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 16773 Aanschaffingsbeleid en Innovatie Nr. 15 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 17 januari 1989 De vaste Commissie voor Economische

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 20 808 Inkomensbeleid 1989 Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 28 oktober 1988 De vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1 heeft

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011) G VERSLAG VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 55 BRIEF VAN DE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22152 Voorlichtingscampagnes van het Rijk Nr. 3 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 1991 De Commissie voor de Rijksuitgaven 1 legt over dit rapport

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1983-1984 Rijksbegroting voor het jaar 1984 18100 Hoofdstuk XIII Departement van Economische Zaken Nr. 59 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 8 december 1983 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 18 386 Besluit afbreking zwangerschap Nr. 29 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 30 mei 1988 De vaste Commissie voor de Volksgezondheid 1 heeft onderstaande

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XIV (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 16 154 Bouw van een haven in de westelijke Sahara Nr. 1 1 Samenstelling: Portheine (VVD), Mommersteeg (CDA), Van Thijn (PvdA), Van Rossum (SGP). Wolff

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting voor het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XIII Ministerie van Economische Zaken Nr. 105 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 19

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20391 Buitenlandse militaire dienstplicht Nr. 2 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 17 december 1987 De vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Datum Uw kenmerk Ons kenmerk In behandeling bij DIR/DB (0162)

Datum Uw kenmerk Ons kenmerk In behandeling bij DIR/DB (0162) Aan de fracties van VVD en PvdA de heer A.J.H. Wijers, mevrouw C.P.W. Bode-Zopfi Datum Uw kenmerk Ons kenmerk In behandeling bij DIR/DB d.bosmans@oosterhout.nl (0162) 48 91 03 Onderwerp Vragen ex art.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting voor het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XIV Ministerie van Landbouw en Visserij Nr. 99 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19801 Binnenmilieu Nr. 3 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 10 juni 1987 De vaste Commissie voor Milieubeheer 1 heeft op 2 april 1987

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 februari 2000 Rapportnummer: 2000/036

Rapport. Datum: 2 februari 2000 Rapportnummer: 2000/036 Rapport Datum: 2 februari 2000 Rapportnummer: 2000/036 2 Klacht Op 27 augustus 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw Z. te 's-gravenhage, met een klacht over een gedraging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 17554 Beleid inzake het starten van een (eigen) bedrijf Nr. 24 ' Samenstelling: Leden: Salomons (PvdA), voorzitter, Van der Linden (CDA), Van Erp

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 026 Reductie CO 2 -emissies Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19465 19905 Verslag van de Algemene Rekenkamer over 1985 Verslag van de Algemene Rekenkamer over 1986 Nr. 25 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 15 637 Casinospelen Nr. 2 Het vroegere stuk is gedrukt in de zitting 1978-1979 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de heer Voorzitter

Nadere informatie

CR 12/2440 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.

CR 12/2440 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. CR 12/2440 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Huurovereenkomst tot stand gekomen of niet? Klager is een uit het buitenland terugkerende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 18039 Sportbeleid Nr.7 De vroegere stukken zijn gedrukt in de zitting 1982-1983 en in het vergaderjaar 1983-1984 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 33 327 Wijziging van verschillende wetten in verband met de vereenvoudiging van de uitvoering van deze wetten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1991-199 300 VIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk VIII (Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen) voor het jaar199

Nadere informatie

Notitie. Gemeente Utrecht. Georg Huith en Robin Aerts. Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn. 1 Inleiding

Notitie. Gemeente Utrecht. Georg Huith en Robin Aerts. Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn. 1 Inleiding Notitie voor Gemeente Utrecht cc van Georg Huith en Robin Aerts datum 10 maart 2016 betreft Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn zaaknr 11002455 1 Inleiding 1.1 U verzocht ons een second opinion

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20 529 Het bevolkingsvraagstuk en bevolkingsbeleid binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 6 september

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

OORDEEL. van de Regionale toetsingscommissie euthanasie voor de regio ( ) betreffende de melding van levensbeëindiging op verzoek

OORDEEL. van de Regionale toetsingscommissie euthanasie voor de regio ( ) betreffende de melding van levensbeëindiging op verzoek Oordeel : zorgvuldig Samenvatting: Na het verstrijken van bijna twee jaar na het bezoek van de consulent aan patiënt was een - desnoods kort - tweede bezoek noodzakelijk geweest. Echter, arts en consulent

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 134 Wijziging van enige onderwijswetten inzake samenwerkingsscholen Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 19 april 2010 Het voorstel van wet wordt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 13 419 Eurocontrol Nr. 16 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 6 februari 1980 De vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat' heeft op 28 november

Nadere informatie

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde.

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde. Taxatie. Onjuiste Taxatiewaarde. Belangenbehartiging opdrachtgever. Ongepast optreden. Klager en zijn (ex-)echtgenote hebben beklaagde in het kader van hun echtscheiding gevraagd hun woning te taxeren.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 665 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie Nr. 41 BRIEF

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,

Nadere informatie

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Emissiekentallen elektriciteit Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Notitie: Delft, januari 2015 Opgesteld door: M.B.J. (Matthijs) Otten M.R. (Maarten) Afman 2 Januari

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Provincie Noord-Holland. Publicatiedatum: 23 september 2014. Rapportnummer: 2014 /124

Rapport. Rapport over een klacht over de Provincie Noord-Holland. Publicatiedatum: 23 september 2014. Rapportnummer: 2014 /124 Rapport Rapport over een klacht over de Provincie Noord-Holland. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapportnummer: 2014 /124 20 14/124 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Klacht T evens klaagt hij erover dat

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 20 202 32 68 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met de introductie van DNA-verwantschapsonderzoek

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 februari 2007 Rapportnummer: 2007/021

Rapport. Datum: 1 februari 2007 Rapportnummer: 2007/021 Rapport Datum: 1 februari 2007 Rapportnummer: 2007/021 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Koninklijke Marechaussee op 20 april 2005 aan zijn moeder een noodpaspoort heeft verleend, afgaande op informatie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 23 900 X Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 1995 Nr. 86 BRIEF VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1983-1984 17370 Taak en functie van de PTT met betrekking tot informatieen telecommunicatietechnologie Nr. 4 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 19 april 1984 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XVI Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Nr. 157 1 Samenstelling: Leden: Nypels

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/332

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/332 Rapport Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/332 2 Klacht A. De klacht van verzoeker werd als volgt geformuleerd: Verzoeker klaagt erover dat de Centrale organisatie werk en inkomen Zaandam zijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 702 Verslagen van de Commissie voor de Verzoekschriften Nr. 115 BRIEF VAN DE COMMISSIE VOOR DE VERZOEKSCHRIFTEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 Rijksbegroting voor het jaar 1986 19200 Hoofdstuk XIII Ministerie van Economische Zaken Nr. 59 LIJST VAN ANTWOORDEN 1 Ontvangen 4 maart 1986 1

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22300X111 Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XIII (Ministerie van Economische Zaken) voor het jaar1992

Nadere informatie

SAMENVATTING. 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO

SAMENVATTING. 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO SAMENVATTING 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO Een vader klaagt dat de IB'er zonder indicatie en overleg onjuiste informatie heeft verschaft aan het AMK en aan de logopedist en de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 223 Evaluatie Wet medezeggenschap op scholen Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

De leerkracht klaagt er eveneens over dat het schoolbestuur onvoldoende is ingegaan op haar grieven.

De leerkracht klaagt er eveneens over dat het schoolbestuur onvoldoende is ingegaan op haar grieven. Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (mr. R. van de Water, drs. D.J. Duyvis, R.C.A. Wilcke) Uitspraaknr. 06.027 Datum: 6 juli 2006 Re-integratie na ziekte: afwijking directeur advies arbodeskundige leerkracht

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 239 Stimulering duurzame energieproductie Nr. 62 BRIEF VAN HET PRESIDIUM Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 449 Nederlandse corporate governance code (Tabaksblat code) A Herdruk VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 24 november 2004 In de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 Rijksbegroting voor het jaar 1988 20200 Nota over de toestand van 's Rijks financiën IMr. 44 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 24 februari 1988 De commissie

Nadere informatie

SAMENVATTING. de heer A te B, ouder van C, een leerling op de regionale scholengemeenschap D, klager

SAMENVATTING. de heer A te B, ouder van C, een leerling op de regionale scholengemeenschap D, klager SAMENVATTING 105724 - Klacht over schorsing; VO Een vader klaagt erover dat de school zijn zoon op onjuiste gronden heeft geschorst en voor deze schorsing geen eenduidige reden heeft aangevoerd. De school

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen erover dat de Dienst Wegverkeer (RDW) hen met de zinsnede "met de Eigen Verklaring gaat u naar een (Arbo-)arts voor een medisch onderzoek" bij brief van 10 augustus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 28 165 Deelnemingenbeleid rijksoverheid Nr. 187 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 6 mei 2015 De commissie voor de Rijksuitgaven en de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22011 Hoofdlijnen van een nieuwe uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen Nr. 15 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 3 september

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en Blok houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid Nr. 36 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 275 Besluit van 18 mei 1995, houdende vaststelling van maatstaven die bij het in artikel 7a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1999 2000 Nr. 49d 26 498 Wijziging van de Algemene bijstandswet in verband met de evaluatie van de bijstandsverlening aan zelfstandigen BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 19258 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet (gelijkstelling niet-gehuwde personen met gehuwden of echtgenoten) Nr. 8 EINDVERSLAG Vastgesteld 13

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 Rapport Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Commissie van beroep ingevolge artikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 zijn administratief

Nadere informatie

Een onderzoek naar de beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering van opgelegde belastingaanslagen.

Een onderzoek naar de beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering van opgelegde belastingaanslagen. Rapport Geen aftrek (extra) kosten huishoudelijke hulp Een onderzoek naar de beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering van opgelegde belastingaanslagen. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 25 097 Structuurverandering elektriciteitssector Nr. 24 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

CO 2 Reductie doelstellingen

CO 2 Reductie doelstellingen CO 2 Reductie doelstellingen Gebr. Griekspoor BV Innovatief Proactief Duurzaam Betrokken Nieuw-Vennep 5 november 2013 Dilia van der Want. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21442 Aandelenvervreemding Eurometaal Nr. 2 1 Samenstelling: Leden: Stemerdink (PvdA), Gualthèrie van Weezel (CDA), Frinking (CDA), ondervoor zittter,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Rijksbegroting voor het jaar 1987 19700 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (onderdeel Milieubeheer)

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358 Rapport Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011 Rapportnummer: 2011/358 2 Klacht Verzoekster klaagt erover, dat de gemeentesecretaris

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk IX B Ministerie van Financiën Nr. 10 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 28 oktober 1988 De vaste Commissie

Nadere informatie

2017D05509 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2017D05509 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2017D05509 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de Minister van Economische Zaken voorgelegd over de brief d.d.

Nadere informatie

Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar.

Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. In het kader van het uit elkaar gaan van klager en zijn partner moet de gemeenschappelijke woning getaxeerd

Nadere informatie

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs 28 november 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1983-1984 17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies Nr. 27 De vroegere stukken zijn gedrukt in

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 34 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2015 W VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

2011D36661 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2011D36661 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2011D36661 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Financiën hebben enkele fracties de behoefte om over de brief van de minister van Financiën d.d. 7 juni 2011 over

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19395 Het comptabele bestel, de administratie en de financiële informatievoorziening in de rijksdienst Nr. 12 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 294 Interpellatie van het lid Kant inzake de eigen bijdrage AWBZ Nr. 8 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan

Nadere informatie

Rapport. Publicatiedatum: 15 oktober 2014. Rapportnummer: 2014 /139. 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6

Rapport. Publicatiedatum: 15 oktober 2014. Rapportnummer: 2014 /139. 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Rapport Publicatiedatum: 15 oktober 2014 Rapportnummer: 2014 /139 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Rapport Een onderzoek naar de titel op grond waarvan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110

Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie

Nadere informatie

SAMENVATTING. 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO

SAMENVATTING. 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO SAMENVATTING 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO Een ouder klaagt erover dat de school haar onvoldoende heeft geïnformeerd over

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Holding UVI Z. ..'s-gravenhage, 29 april 1999. Ons kenmerk 98\0202.4. Onderwerp Gebruik persoonsgegevens

R e g i s t r a t i e k a m e r. Holding UVI Z. ..'s-gravenhage, 29 april 1999. Ons kenmerk 98\0202.4. Onderwerp Gebruik persoonsgegevens R e g i s t r a t i e k a m e r Holding UVI Z..'s-Gravenhage, 29 april 1999.. Onderwerp Gebruik persoonsgegevens Met excuses voor de vertraging stelt de Registratiekamer u graag op de hoogte van haar oordeel

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 33 226 Oprichting door de Staat der Nederlanden van een vereniging naar Nederlands recht ter ondersteuning van het internationale collectief «Initiative

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

SAMENVATTING Klacht over niet rechtsgeldige inschrijving, niet meewerken aan uitschrijving en inadequate informatievoorziening; BVE

SAMENVATTING Klacht over niet rechtsgeldige inschrijving, niet meewerken aan uitschrijving en inadequate informatievoorziening; BVE SAMENVATTING 105425 - Klacht over niet rechtsgeldige inschrijving, niet meewerken aan uitschrijving en inadequate informatievoorziening; BVE Klager klaagt erover dat de school zijn dochter heeft ingeschreven

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 20 890 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (gelijke behandeling van mannen en vrouwen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

Medewerker interne dienst. Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse

Medewerker interne dienst. Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse Werkt gedurende langere periode nauwkeurig en zorgvuldig, met oog voor detail, gericht op het voorkómen van fouten en slordigheden, zowel in eigen als andermans

Nadere informatie

LANDELIJKE KLACHTENCOMMISSIE VOOR HET KATHOLIEK ONDERWIJS

LANDELIJKE KLACHTENCOMMISSIE VOOR HET KATHOLIEK ONDERWIJS LANDELIJKE KLACHTENCOMMISSIE VOOR HET KATHOLIEK ONDERWIJS Advies Klachtnummer 2015 Z-14 11 september 2015 Leerling heeft niet de nodige begeleiding gekregen. De school heeft zich zelfs schuldig gemaakt

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 25 887 Derde Nationaal Milieubeleidsplan Nr. 18 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 6 mei 1999 De vaste commissie voor Economische Zaken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1981-1982 Rijksbegroting voor het jaar 1982 17100 Hoofdstuk XIII Departement van Economische Zaken Nr. 149 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 2 september

Nadere informatie

Datum 17 februari 2014 Onderwerp Beantwoording kamervragen gevolgen van beperken rechtsbijstand voor rechtsbescherming in vreemdelingenzaken

Datum 17 februari 2014 Onderwerp Beantwoording kamervragen gevolgen van beperken rechtsbijstand voor rechtsbescherming in vreemdelingenzaken 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie