Recente arresten van het EHRM in verband met artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting en informatie) Januari - maart 2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Recente arresten van het EHRM in verband met artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting en informatie) Januari - maart 2011"

Transcriptie

1 Recente arresten van het EHRM in verband met artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting en informatie) Januari - maart 2011 Dirk Voorhoof en Chris Wiersma AM 2011/3, (in druk) Recente arresten van het EHRM in verband met artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting en informatie) Januari - maart 2010 Arrêts récents de la C.E.D.H. se rapportant à l article 10 de la Convention européenne des droits de l homme (liberté d expression et d information) Janvier - mars Barata Monteiro da Costa Nogueira en Patrício Pereira t. Portugal, 11 januari 2011, Appl. no. 4035/08 - Hoffer en Annen t. Duitsland, 13 januari 2011, Appl. nos. 397/07 en 2322/07 - Mouvement raëlien suisse t. Zwitserland, 13 januari 2011, Appl. no /06 - MGN Limited t. het Verenigd Koninkrijk, 18 januari 2011, Appl. no /04 - Mikolajová t. Slowakije, 18 januari 2011, Appl. no. 4479/03 - Menteş (no. 2) t. Turkije, 25 januari 2011, Appl. no /04 - Reinboth e.a. t. Finland, 25 januari 2011, Appl. no /08 - Aydin t. Duitsland, 27 januari 2011, Appl. no /07 - Faruk Temel t. Turkije, 1 februari 2011, Appl. no /05 - Kabanov t. Rusland, 3 februari 2011, Appl. no. 8921/05 - Öztürk (no. 2) t. Turkije, 8 februari 2011, Appl. no /04 - Çamyar en Berktaş t. Turkije, 15 februari 2011, Appl. no /02 - Otegi Mondragon t. Spanje, 15 maart 2011, Appl. no. 2034/07 - Begu t. Roemenië, 15 maart 2011, Appl. no /02 - RTFB t. België, 29 maart 2011, Appl. no /06 - Popa t. Roemenië, 29 maart 2011, Appl. no /03 - Fernandes en Costa t. Portugal, 29 maart 2011, Appl. no. 1529/08 - Siryk t. Oekraïne, 31 maart 2011, Appl. no. 6428/07 en beslissingen inzake Malvoisin t. Frankrijk, 11 januari 2011, Appl. no /10; Donaldson t. het Verenigd Koninkrijk, 25 januari 2011, Appl. no /09; Dritsas t. Italië, 1 februari 2011, Appl. no. 2344/02; Yleisradio Oy e.a. t. Finland, 8 februari 2011, Appl. no /09 en Lopes t. Portugal, 22 februari 2011, Appl. no /09.

2 Het Europees Mensenrechtenhof startte 2011 al meteen met een controversieel arrest in de zaak Barata Monteiro da Costa Nogueira en Patrício Pereira t. Portugal. Tijdens een persconferentie voor de lokale politieke partij Bloco de Esquerda hebben een partijlid en een advocaat, klagers in deze zaak, een politicus van een lokale afdeling van een andere politieke partij beschuldigd van strafbare feiten. Beide klagers zijn in Portugal strafrechtelijk veroordeeld wegens lasterlijke aantijgingen. Ze argumenteerden voor het EHRM dat deze veroordeling een inbreuk was op art. 10 EVRM. De beschuldigingen, die erop neerkomen dat de politieke tegenstander in zijn hoedanigheid als medicus zich via machtsmisbruik persoonlijk zou hebben verrijkt, zijn volgens het Hof d'une extrême gravité en ze missen een overtuigende, feitelijke basis. Het Hof constateert ook dat klagers bewust hebben gekozen voor een persconferentie als platform voor kritiek op hun politieke tegenstander. Dit wijst erop dat ze zich de strekking van de beschuldigingen heel goed realiseerden. De opgelegde boete (1.800 euro) beschouwt het Hof niet excessief in het licht van de omstandigheden en ze heeft geen bovenmatig effet dissuasif op de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting. Met een meerderheid van vier stemmen tegen drie is het Hof van oordeel dat geen sprake is van schending van art. 10 EVRM. Volgens de opinie van de minderheid laat het meerderheidsoordeel van het Hof zich moeilijk inpassen in de traditionele rechtspraak van het EHRM. Deze hecht doorslaggevende betekenis aan de waarde van het politieke debat en benadrukt de grote mate van tolerantie die van politici mag verwacht worden. Het betrof in dit geval een discussie van publiek belang, met weliswaar een zwakke feitelijke basis, maar precies daarover hadden ook de nationale rechters verschillend geoordeeld. Volgens de dissenters had het Hof in dit geval meer nadruk moeten leggen op het belang van de vrijheid van meningsuiting en op de dreiging die in dit soort zaken uitgaat van een strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Ze verwijzen o.a. naar de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (2007/1577), waarin op decriminalisering van laster of andere vormen van aantasting van de eer en goede naam wordt aangedrongen (EHRM 11 januari 2011, Barata Monteiro da Costa Nogueira en Patrício Pereira t. Portugal). Het EHRM laat eveneens de veroordeling overeind van twee activisten die in felle bewoordingen hebben geprotesteerd tegen een ziekenhuis en een arts die abortussen uitvoerde. Hoffer en Annan hebben pamfletten verspreid met o.a. op de voorkant de typering van de arts als moordenaar en op de achterkant de kreet: Damals: Holocaust. Heute: Babycaust. Beide klagers zijn strafrechtelijk veroordeeld voor deze smadelijke uitingen. Het Duitse Grondwettelijk Hof, als hoogste nationale instantie in deze zaak, heeft gesteld te kunnen leven met enkel de algemene kritiek op de praktijk van uitvoering van abortussen, maar doorslaggevende moeite te hebben met de persoonlijke aanval op de arts en vooral met de Holocaust-vergelijking. Het Hof in Straatsburg houdt terdege rekening met de historische en sociale context in Duitsland en kan de Duitse rechters volgen in hun conclusie dat het bekritiseren van de arts als massamoordenaar met de verwijzing naar de Holocaust a very serious violation of the physician's personality rights oplevert. Volgens het Hof hebben de nationale rechters op evenwichtige wijze de in het geding zijnde belangen afgewogen en klagers veroordeeld tot straffen die proportioneel zijn, nl. geldboetes van respectievelijk 150 en 100 euro. De conclusie is dat er geen sprake is van schending van art. 10 EVRM. Nu de procedure voor het Grondwettelijk Hof alleen al bijna zes en een half jaar heeft geduurd, is wel sprake van schending van art. 6 EVRM, in verband waarmee klagers compensatie en schadevergoeding toegewezen krijgen (EHRM 13 januari 2011, Hoffer en Annen t. Duitsland).

3 Hieronder komt het arrest in de zaak Mouvement raëlien suisse t. Zwitserland nog uitgebreid aan de orde. Het EHRM heeft in dit arrest de Zwitserse autoriteiten een ruime margin of appreciation gelaten wat betreft de beoordeling van de (on)toelaatbaarheid van een affichecampagne door een private vereniging in de publieke ruimte. In dit arrest staat de vraag centraal of de Zwitserse autoriteiten voldoende reden hadden om de aanplakking van de affiches in de publieke ruimte te verbieden, enkel en alleen omdat de vereniging op haar website ijverde voor allerlei zaken waarvan de wettelijkheid nogal twijfelachtig was. Binnen het Hof lopen uiteindelijk de meningen uiteen, want zowel over de grootte van de margin of appreciation als over de concrete afweging van de belangen beslist het Hof met een 5/2 stemverhouding. Het Hof is van oordeel dat er geen schending is van art. 10 EVRM. Dit arrest is niet definitief, want op 20 juni 2011 is de zaak naar de Grote Kamer van het Hof verwezen (EHRM 13 januari 2011, Mouvement raëlien suisse t. Zwitserland). Een interessant arrest is zeker dat in de zaak MGN Limited t. het Verenigd Koninkrijk, arrest dat hieronder nog uitgebreid aan bod komt. Het EHRM erkent in dit geval de toelaatbaarheid van de veroordeling van een uitgever van een krant vanwege privacy-inbreuk, al stelt zich wel een probleem met de bijhorende betaling van de proceskosten tot een beloop van meer dan een miljoen Britse pond. De zaak betreft meer bepaald de veroordeling van MGN Limited, uitgever van de krant Daily Mirror, wegens ongeoorloofde inbreuk op de privacy van het Britse topmodel Naomi Campbell. De Engelse rechters verweten MGN onnodig indringende foto s bij het artikel Naomi: I am a drug addict en enkele vervolgartikelen te hebben gepubliceerd. Op de foto s is Campbell te zien in de buurt van de afkickkliniek voor drugsverslaafden die zij heeft bezocht. Het EHRM sluit zich in meerderheid (6 stemmen tegen 1) aan bij de conclusie van (de meerderheid van) het House of Lords dat de publicatie van de foto s en van allerlei details over haar afkicktherapie een inbreuk waren op de privacy van Campbell. Dit rechtvaardigde de veroordeling van MGN Limited. Dat de veroordeling van MGN Limited evenwel ook de betaling impliceerde van de extreem hoge succes fees aan de advocaten van Campbell vindt het Hof niet gerechtvaardigd en vormt op zichzelf een schending van art. 10 EVRM (EHRM 18 januari 2011, MGN Limited t. het Verenigd Koninkrijk). Mikolajová t. Slowakije betreft een klacht over schending van de privacy van klaagster Mikolajová. Een regionaal politiekorps heeft de beslissing om een onderzoek naar vermeende mishandeling van haar man te staken, doorgespeeld aan een verzekeringsmaatschappij. Die beslissing bevat de vermelding dat Mikolajová een strafbaar feit heeft gepleegd. Het onderzoek is evenwel gestaakt aangezien de echtgenoot geen toestemming voor verdere vervolging heeft gegeven. In Mikolajová s ogen vormt deze bekendmaking een schending van het vermoeden van onschuld (art. 6 EVRM) en een ongeoorloofde inbreuk op haar recht op eer en goede naam (art. 8 EVRM). Wat betreft de bescherming van de eer en goede naam in het kader van art. 8 EVRM zet het Hof haar jurisprudentie uiteen: The Court explained its approach to such cases in its judgment in A. v. Norway, no /06, 64, 9 April 2009, holding that in order for Article 8 to come into play, the attack on personal honour and reputation must attain a certain level of gravity and in a manner causing prejudice to personal enjoyment of the right to respect for private life (..). Similarly, in Karakó v. Hungary, no /05, 23, 28 April 2009 the Court considered that reputation had been deemed to be an independent right mostly when the factual allegations were of such a seriously offensive nature that their publication had an inevitable direct effect on the applicant's private life. This has been more recently confirmed by the Court in its judgment in

4 the case of Polanco Torres and Movilla Polanco v. Spain, no /06, 40, 21 September 2010 ( 55). Het Hof merkt op dat in dit geval de gewraakte aantasting van de eer en goede naam niet algemeen is verspreid in de media of bekendgemaakt in het kader van een openbaar besluit of rechterlijk oordeel. Maar Mikolajová heeft wel degelijk hinder ondervonden nu de verzekeringsmaatschappij haar heeft gevraagd om vergoeding van de kosten, waarbij verwezen is naar de beslissing van de politie. Omdat zij niet officieel is vervolgd en er dus van een bewezen crimineel feit geen sprake is, kan deze aantasting van haar reputatie vanwege de beslissing niet aan het handelen van Mikolajová zelf worden gekoppeld. Omdat niets belet dat de politie deze informatie over Mikolajová blijft doorspelen aan derden en Mikolajová daartegen blijkbaar niets kan ondernemen, is het Hof van oordeel dat er reputatieschade is voor klaagster, reputatieschade die door Slowakije onvoldoende kan gerechtvaardigd worden. Het Hof concludeert tot schending van art. 8 EVRM (EHRM 18 januari 2011, Mikolajová t. Slowakije). Vier arresten, waarin op klachten tegen Turkije is geoordeeld, betreffen telkens opnieuw zware sancties in Turkije, zowel gevangenisstraffen als bijkomende boetes en inbeslagname van publicaties over PKK-gerelateerde onderwerpen, die in het kader van anti-terrorisme wetgeving zijn opgelegd. Menteş (no. 2) t. Turkije, betreft de strafrechtelijke veroordeling tot 10 maanden gevangenisstraf vanwege deelname aan verschillende demonstraties en verklaringen aan de pers over de veroordeling van PKK-leider Öcalan en het gevangeniswezen in Turkije. Het EHRM benadrukt het gebrek aan motivering door de Turkse autoriteiten van Mentes veroordeling: La Cour souligne le fait que la requérante n'a pas eu, dans la procédure à l'issue de laquelle elle a été condamnée pour propagande, la possibilité de connaître et de contester les raisons de la limite apportée à son droit à la liberté d'expression, dans la mesure où l'arrêt de condamnation ne contenait aucune information quant au contenu des propos sur la base desquels elle a été condamnée ( 51). Het Hof vindt unaniem dat de opgelegde straf een schending van art. 10 EVRM oplevert (EHRM 25 januari 2011, Menteş (no. 2) t. Turkije). Faruk Temel was hoofd van de provinciale jeugdafdeling van de politieke partij Halkın Demokrasi Partisi (Democratische Volkspartij, afgekort HADEP). Op een partijcongres in 2003 heeft hij een persverklaring afgelegd waarin hij protesteerde tegen de militaire interventie van de VS in Irak en de eenzame opsluiting van Abdullah Öcalan. De Turkse autoriteiten hebben zijn verklaringen beschouwd als terroristische propaganda en Temel veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf en een forse geldboete. Volgens het Hof was de veroordeling van Temel niet noodzakelijk in een democratische samenleving. De Turkse rechters hebben de teksten van Temel immers gebrekkig in ogenschouw genomen, met verwaarlozing van de context waarin ze te situeren zijn: Elles ont limité leur interprétation à une seule partie du texte. En particulier, elles n'ont porté aucune attention aux termes employés dans cette déclaration prise dans son ensemble ni tenu compte de la qualité ou de la personnalité du requérant, du lieu et du contexte dans lesquels la déclaration litigieuse avait été lue et des destinataires du message. Aussi, au vu de ses constatations quant au contenu de la déclaration en cause, la Cour ne souscrit pas à l'appréciation des juridictions nationales ayant abouti à la condamnation du requérant pour propagande au profit d'une organisation terroriste à raison de la lecture par l'intéressé de la déclaration litigieuse ( 61). Het Hof concludeert unaniem tot schending van artt. 10 en 6 EVRM (EHRM 1 februari 2011, Faruk Temel t. Turkije).

5 Öztürk heeft de Turkse autoriteiten in 2003 tevergeefs verzocht om opheffing van de inbeslagname van een partij boeken in toepassing van de wetgeving in Turkije die de verspreiding van separatistische propaganda verbood. In relatie tot deze feiten heeft Öztürk ook bijna anderhalf jaar in de gevangenis gezeten. De boeken waren door het bedrijf van Öztürk uitgegeven. Dat de wetgeving in 2003 was veranderd leverde onvoldoende aanleiding voor de Turkse rechters om de boeken terug vrij te geven. Bij de hoogste instantie had Öztürk de aanklager nog wel aan zijn zijde die considered that rejecting the applicant's request on account of the assumption that the contents of the books might be unlawful, rather than examining the substance of the applicant's request in the light of the legal developments, was not in accordance with the law and procedure ( 12). Ook voor het Hof in Straatsburg is de motivering van de handhaving van de inbeslagneming te vaag: Having regard to the absence of any references to specific domestic law provisions and the wording employed by the national courts, the Court finds that the interference with the applicant's right to freedom of expression was not prescribed by law. This conclusion makes it unnecessary to examine whether the other requirements of paragraph 2 of Article 10 were complied with ( 27). Unaniem stelt het Hof een schending vast van art. 10 EVRM (EHRM 8 februari 2011, Öztürk (no. 2) t. Turkije). Çamyar en Berktaş, klagers in deze zaak, zijn de auteur en de uitgever van een boek over het gevangeniswezen in Turkije. In 2001 zijn zij vervolgd voor het uiten en verspreiden van propaganda voor een illegale gewapende organisatie, TIKB. Beiden zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van bijna vier respectievelijk vier en een half jaar. Omdat Çamyar niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld, werd zijn gevangenisstraf wel omgezet in een geldboete. Het Straatsburgse Hof kan in het gewraakte boek weinig passages ontdekken die meer dan vijandig zijn qua teneur en het ziet in deze passages geen daadwerkelijke oproep tot geweld. Overigens lijkt het er op dat ook de Turkse rechters niet echt een oproep tot geweld in het boek hebben kunnen lezen : Moreover, while the Government argued that the book incited hatred and hostility and praised terrorist crime, the domestic courts did not rely on the arguments that are now adduced by the Government to justify the interference in question. In other words, the national courts did not make reference to any specific passages or pages of the book which could be regarded as incitement to hatred or violence, but rather based the applicants' conviction on a review of the book as a whole ( 41). De door de Turkse autoriteiten aangevoerde redenen voor de veroordeling van klagers zijn volgens het Hof niet voldoende. Het Hof concludeert unaniem tot een schending van art. 10 EVRM (EHRM 15 februari 2011, Çamyar en Berktaş t. Turkije). Naar aanleiding van de presidentsverkiezingen in Finland van 2000, is een campagnemanager, O.T., meerdere malen onderwerp geweest van artikelen die zijn gepubliceerd in de Finse krant Ilta-Sanomat. Op klacht van O.T. zijn de verantwoordelijke hoofdredacteur en journalist strafrechtelijk veroordeeld wegens aantasting van het privéleven van O.T. Bij het Hof in Straatsburg is deze kwestie eerder aan de orde gekomen in een arrest waarin een schending van art. 10 EVRM is vastgesteld (EHRM 12 oktober 2010 Saaristo e.a. t. Finland, A&M 2011/2, ). Ditmaal maakte O.T. bezwaar tegen de verslaggeving in de krant Helsingin Sanomat over de hierboven genoemde Finse strafzaak. De uitgever van laatstgenoemde krant, Helsingin Sanomat Oy, de verantwoordelijke hoofdredacteur, Janne Sakari Virkkunen en journalist Susanna Helena Reinboth zijn vanwege de verslaggeving over deze rechtszaak strafrechtelijk

6 veroordeeld tot betaling van boetes (totaal euro) en een schadevergoeding die deels O.T. s advocaatkosten omvat (ca euro). De Finse strafrechter heeft klagers verweten in deze verslaggeving opnieuw de volledige naam van de campagnemanager te hebben genoemd, terwijl in de rechtszaken die onderwerp waren van de verslaggeving nu juist was bepaald dat de mediaaandacht een ongeoorloofde inbreuk op haar privé-leven vormde. Het argument van Reinboth e.a. dat de informatie in hun gewraakte artikel reeds publiek was als gevolg van het openbaar karakter van de rechtspraak en door andere verslaggeving, en dat het publiek het grondwettelijke recht heeft hierover informatie te ontvangen, heeft bij de nationale rechters onvoldoende gewicht in de schaal gelegd. Hierover gaat de klacht bij het EHRM, in het kader van artt. 7 en 10 EVRM. Het Hof merkt op dat de feiten in de artikelen van klagers niet ter discussie staan. De strafzaak waarover klagers hebben geschreven en waarop de door hun prijsgegeven informatie over O.T. is gebaseerd, is door de rechters niet onder geheimhouding uitgesproken. Het betreft de informatie die ook aan de orde was in de hierboven aangehaalde zaak Saaristo e.a. t. Finland. In deze zaak heeft het Hof toen geoordeeld dat de informatie van publiek belang was. De informatie was dus reeds bekend en O.T. heeft volgens het Hof als campagnemanager van een presidentskandidaat rekening te houden met dergelijke mediaaandacht. Gelet op de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (2007/1577), waarin op decriminalisering van laster wordt aangedrongen, zijn volgens het Hof de opgelegde straffen als reactie op de inbreuk op O.T. s privacy niet verenigbaar met de vrijheid van meningsuiting van klagers in de context van deze zaak. Unaniem is het Hof van oordeel dat er een schending is van art. 10 EVRM (EHRM 25 januari 2011, Reinboth e.a. t. Finland). In Duitsland is de PKK een verboden organisatie sinds Begin van deze eeuw is er een campagne opgezet om opheffing van dit verbod en de rechten van de Koerden te promoten. Deel van de campagne was de verspreiding van een verklaring, waarin expliciet ook namens de ondertekenaars werd verklaard dat deze aanhangers van de PKK waren en hiervoor de volle verantwoordelijkheid wensten te nemen. Aysel Aydin heeft zich ingezet voor het verzamelen van handtekeningen voor deze verklaring en ze heeft aan de Berlijnse openbaar aanklager een dossier met enkele honderden ondertekende verklaringen overhandigd. Ook heeft ze in het kader van deze campagne geld ingezameld dat ze gedoneerd heeft aan een deelorganisatie van de PKK. Zij is hiervoor strafrechtelijk veroordeeld tot een geldboete van euro. De Duitse rechtscolleges hebben wel het recht van Aydin erkend om stelling in te nemen voor opheffing van het PKK-verbod: een dergelijk standpunt kadert in de vrijheid van meningsuiting. Maar haar actie ging verder en haar obstructie tegen de handhaving van het PKK-verbod wettigde volgens de Duitse strafrechter wel degelijk de veroordeling van Aydin. Het Grondwettelijk Hof heeft op zijn beurt benadrukt dat het PKK-verbod verenigingsactiviteiten wil voorkomen. Beschouwende meningen over het verbod die hiermee eventueel gepaard gaan, doen op zich niet af aan het bestaan van een crimineel feit onder dit verbod. In die zin komt volgens het Grondwettelijk Hof de vrijheid van meningsuiting pas op de tweede plaats. Het EHRM stelt voorop dat niet ter discussie staat of het Aydin toegestaan is een bepaalde opinie te uiten. De vraag is of de strafrechtelijke veroordeling in verband met het verlenen van steun aan de verboden organisatie PKK, een schending van art. 10 EVRM oplevert. Over de wet op basis waarvan de PKK is verboden en het erbij aansluitende verbod om een dergelijke organisatie te steunen, merkt het Hof op dat by imposing criminal liability on anyone who,...by pursuing an activity,...contravenes an enforceable prohibition under section 18 sentence 2, is couched in

7 rather broad terms. It notes, however, that the Federal Court of Justice, in its pilot decision given on 27 March 2003 (..), confirmed its earlier case-law that a person contravened an enforceable prohibition if his activity made reference to the banned activity of the association and was conducive to those activities. The acts had to be actually suited to producing an advantageous effect in regard to the banned activities. The Court considers that this interpretative case-law was sufficiently precise to make the consequences of her action foreseeable for the applicant. The Court is therefore satisfied that the applicant's conviction was prescribed by law within the meaning of Article 10 2 of the Convention ( 57). Het Hof is van oordeel dat de nationale rechters de noodzakelijkheid van de veroordeling van Aydin voldoende hebben onderbouwd. Aydin is met name verweten onderdeel te zijn geweest van een grootschalige campagne die door PKK-leiders is opgezet en dat zij op persoonlijk initiatief een donatie aan een PKK-afdeling heeft gedaan. Het Hof sluit zich aan bij de interpretatie van de nationale rechters dat haar steunbetuiging aan de PKK meer was dan de uiting van een mening omtrent de opheffing van het PKK-verbod. Het Hof concludeert: By way of conclusion, the German courts ruled out that the declaration could be interpreted in a different way which did not call for criminal liability. Having regard to the thorough examination by the domestic courts, the Court does not consider that the interpretation they gave to the applicant's statement was contrary to her rights under Article 10 of the Convention ( 61). De rechters die Aydin hebben veroordeeld hebben volgens het Hof voldoende rekening gehouden met de vrijheid van meningsuiting als verzachtende factor in de beoordeling van Aydin s schending van het verbod, en de opgelegde straf is daarbij niet buitenproportioneel. Met zes stemmen tegen één wordt geen schending van art. 10 EVRM geconstateerd. De afwijkende stem van een van de Straatsburgse rechters is sterk gekant tegen de conclusie van de meerderheid over de rol van de vrijheid van meningsuiting in de uitspraken van de Duitse rechters. De Bulgaarse rechter, Zdravka Kalaydjieva, begrijpt de logica van de meerderheid niet en stelt in so far as the majority was convinced that in view of this interpretation the applicant was not convicted for an act committed in exercising her freedom of expression within the ambit of Article 10 of the Convention, a conclusion that this provision was not applicable to the circumstances of the case might have been more appropriate to meet their views. Ervan uitgaande dat er wel sprake is van een beperking van de vrijheid van meningsuiting, had de meerderheid volgens de dissenting opinion meer twijfels moeten hebben over de vereisten die de Duitse wetgeving stelt aan de uitspraken van de nationale rechters en het resultaat hiervan. Deze stelt: I am far from convinced that the interference with the applicant's rights under Article 10 was prescribed by law, or that the (national) courts have sufficiently taken account of the applicant's right to freedom of expression in the course of the criminal proceedings against her (EHRM 27 januari 2011, Aydin t. Duitsland). Het EHRM heeft geoordeeld dat een doorhaling van het lidmaatschap bij de Russische orde van advocaten als ultieme sanctie in de zaak Kabanov t. Rusland niet door de beugel kan in het kader van artt. 6 en 10 EVRM. Deze doorhaling zou in verband staan met de door Kabanov geformuleerde kritiek op de rechters die hem eerder van een rechtszaak hadden gehaald waarin hij als strafrechtadvocaat heeft opgetreden. De sanctie vindt het Hof buiten proportie en daarom in strijd is met art. 10 EVRM: "The Court notes that the domestic authorities decided to disbar the applicant. This cannot but be regarded as a harsh sanction. The applicant s conduct reflects a lack of respect for the judges of the Regional Court. Nonetheless, whilst they were discourteous, his comments were aimed at and limited to the manner in which the judges were trying the case, in particular as regards his removal from the position of legal counsel representing Mr R. in the

8 course of the criminal proceedings and the judges refusal to act on his request for supervisory review. Having regard to the above, the Court is not persuaded by the Government s argument that the applicant s disbarment was commensurate with the seriousness of the offence, considering the alternatives available. Accordingly, it is the Court s assessment that such a penalty was disproportionately severe for the applicant and was capable of having a chilling effect on the performance by lawyers of their duties as defence counsel. The Court s earlier finding of the procedural unfairness in the disbarment proceedings (..) serves to compound this lack of proportionality. This being so, the Court considers that the domestic authorities failed to strike the right balance between the need to protect the authority of the judiciary and the need to protect the applicant s right to freedom of expression. The Court accordingly holds that Article 10 of the Convention has been breached by reason of the disproportionate sanction imposed on the applicant ( 55-59) (EHRM 3 februari 2011, Kabanov t. Rusland). Volgens de Spaanse strafwet is belediging van de Spaanse koning strafbaar. Tijdens een persconferentie heeft Otegi Mondragon de koning, die op bezoek was in de Baskische regio, bekritiseerd. Hij verweet de koning in zijn hoedanigheid als hoogste autoriteit van de Spaanse politie verantwoordelijk te zijn voor de onrechtmatige detentie van een groep journalisten. Op basis hiervan is Otegi Mondragon veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Gedurende deze periode is aan hem ook zijn stemrecht ontzegd. De veroordeling hield verband met uitingen gedaan als woordvoerder van de linkse, Baskische politieke partij Sozialista Abertzaleak. Het EHRM houdt met name rekening met deze hoedanigheid bij de beoordeling van de klacht van Otegi Mondragon over zijn veroordeling, in het kader van art. 10 EVRM. Dat de Spaanse koning als hoogste ambt binnen de Spaanse staat een zekere mate van immuniteit geniet en als neutraal in het politieke debat wordt beschouwd, mag volgens het Hof een open debat over zijn functie niet in de weg staan. Daarbij speelt wel de vraag in welke mate de uitingen van Otegi Mondragon de individuele waardigheid van de persoon van de koning raken. Deze laatste vraag was voor de nationale rechters een netelige kwestie waarover grote verdeeldheid bestond in deze zaak. Het Hof considère qu'en l'espèce les propos litigieux ne mettaient pas en cause la vie privée du roi (..) ou son honneur personnel, et qu'ils ne comportaient pas une attaque personnelle gratuite contre sa personne (..). Elle note aussi que pour le Tribunal supérieur de justice du Pays basque, les déclarations du requérant ont été prononcées dans un contexte public et politique, étranger au «noyau ultime de la dignité des personnes» (..). La Cour observe par ailleurs que ces propos ne mettaient pas non plus en cause la manière dont le roi s'était acquitté de ses fonctions officielles dans un domaine particulier ni ne lui attribuaient une quelconque responsabilité individuelle dans la commission d'une infraction pénale concrète. Les formules employées par le requérant visaient uniquement la responsabilité institutionnelle du roi en tant que chef et symbole de l'appareil étatique et des forces qui, selon les dires du requérant, avaient torturé les responsables du journal Egunkaria ( 57). Het Hof vind de opgelegde straf ook bijzonder fors en het concludeert unaniem dat er een schending is van art. 10 EVRM (EHRM 15 maart 2011, Otegi Mondragon t. Spanje). Het EHRM heeft nog eens benadrukt, in lijn met eerdere jurisprudentie, dat art. 10 EVRM van belang is wanneer justitiële autoriteiten zich publiekelijk uitlaten over actuele strafrechtelijke onderzoeken. Wel gelden gezien de belangen zoals beschermd door art. 6 EVRM, die door Begu in zijn klacht tegen Roemenie zijn ingeroepen, bijzondere eisen in deze context: La Cour reconnaît que l'article 6 2 ne saurait empêcher, au regard de l'article 10 de la Convention, les

9 autorités de renseigner le public sur des enquêtes pénales en cours, mais il requiert qu'elles le fassent avec toute la discrétion et toute la réserve que commande le respect de la présomption d'innocence (..). Elle rappelle également qu'une campagne de presse virulente est dans certains cas susceptible de nuire à l'équité du procès, en influençant l'opinion publique et, par là-même, les jurés appelés à se prononcer sur la culpabilité d'un accusé (...) ( 127). Volgens het Hof levert de publieke aandacht in dit geval, als gevolg van een teleconferentie door de Roemeense premier, evenwel geen problemen op. Begu heeft verder geklaagd over de kwaliteit van het handelen van justitie in verband met het proces waarbij hij in zijn hoedanigheid als officier van justitie op verdenking van het aannemen van smeergeld veroordeeld is tot 2 jaar celstraf. Dit levert wel schending op van art. 5 EVRM en art. 1 Protocol no. 1 bij het EVRM (EHRM 15 maart 2011, Begu t. Roemenie). In België zal voortaan het grondwettelijke verbod van preventieve censuur (art. 25 Gw.) met meer zorg moeten in acht genomen worden, ook als het gaat om audiovisuele media. Dat is althans de belangrijkste conclusie die volgt uit het arrest in de zaak RTBF t. België, arrest dat hieronder grondiger wordt toegelicht. Unaniem beslist het EHRM dat een uitzendverbod van een aangekondigde televisiereportage als een vorm van preventieve maatregel geen voldoende steun vindt in de Belgische wetgeving en daarom in strijd is met art.10 EVRM (EHRM 29 maart 2011, RTFB t. België). In twee arresten maakt het Hof nog maar eens duidelijk dat scherpe kritiek in de pers op rechters verregaande bescherming kan genieten in toepassing van art. 10 EVRM. In de zaak Cornelia Popa is in Roemenië een journaliste veroordeeld tot een strafrechtelijke boete en betaling van schadevergoeding in verband met een journalistiek artikel van haar hand met de titel La juge C.C. récidive dans des jugements stupéfiants, waarbij ook een foto van de rechter was geplaatst. Volgens het EHRM was de kritiek van Popa gericht op het professioneel functioneren van de rechter in kwestie en betrof het een zaak van publiek belang. Het gewraakte artikel bevatte een mengeling van waardeoordelen en feitelijke beweringen, overigens met enige mate van overdrijving. Volgens het Hof ontbrak er een besoin social impérieux om tot veroordeling van Popa over te gaan. Het Hof concludeert tot schending van art. 10 EVRM (EHRM 29 maart 2011, Popa t. Roemenie). Volgens Fernandes en Costa, beiden advocaat, was er in Portugal op het einde van vorige eeuw sprake van klassenjustitie. Dit stond in een artikel van hun hand in de krant Publico. Aanleiding voor hun standpunt was het ontslag van rechtsvervolging van een Portugese rechter. De aantijging van corruptie ten aanzien van deze rechter was nl. in een civiele rechtszaak onrechtmatig bevonden. De advocaten zijn door de Portugese rechterlijke instanties veroordeeld tot betaling van euro schadevergoeding wegens laster. Het Hof oordeelt dat er een schending is van art. 10 EVRM. Hoewel van advocaten een zekere discretie verwacht mag worden, is in dit geval door Fernandes en Costa voldoende zorgvuldig gehandeld (EHRM 29 maart 2011, Fernandes en Costa t. Portugal). In de zaak Siryk t. Oekraïne zitten verschillende aspecten verwezen die ieder op zich als een schending van art. 10 EVRM kunnen beschouwd worden. Zowel de kwaliteit van de wetgeving als de staving van de noodzakelijkheid van de inbreuk op de vrijheid van meningsuiting laat volgens het EHRM te wensen over. Siryk is door de burgerlijke rechter veroordeeld wegens

10 laster in een brief, en tot betaling van schadevergoeding. In de brief, gericht aan de belastingdienst, had Siryk geklaagd over de leiding van de academie waar Siryk s zoon studeerde. Haar klachten kwamen neer op beschuldigingen van incompetentie en corruptie. Anders dan de rechters in Oekraïne, benadrukt het Hof in Straatsburg dat de brief niet in de openbaarheid is gebracht door Siryk. Haar aantijgingen betroffen een klacht per brief die enkel was gericht aan de verantwoordelijke overheidsdienst. Het Hof beschouwt dit als het geëigende kanaal in een rechtsstaat voor een dergelijke klacht. Siryk s kritiek op een publieke functionaris is in deze context acceptabel. De nationale rechters hebben onvoldoende duidelijk gemaakt welke delen van de brief als waardeoordelen geen bewijs behoefden. De wetgeving op basis waarvan Siryk uiteindelijk is veroordeeld is volgens het Hof te vaag, waardoor voor Siryk de gevolgen van haar handelen onvoldoende voorzienbaar waren. Unaniem concludeert het Hof tot schending van art. 10 EVRM (EHRM 31 maart 2011, Siryk t. Oekraïne). Tenslotte kan ook nog melding te worden gemaakt van een aantal beslissingen van het EHRM omtrent klachten waarin art. 10 EVRM is ingeroepen. In elk van deze beslissingen werd de klacht evenwel afgewezen wegens manifest ongegrond. Malvoisin t. Frankrijk betreft een klacht over de civielrechtelijke veroordeling in Frankrijk van klaagster wegens onzorgvuldigheid in berichtgeving over handel in Egyptische kunst. Malvoisin heeft volgens de nationale rechters een bekende kunstexpert onterecht in verband gebracht met een strafzaak in Egypte. De klacht is volgens het Hof manifest ongegrond aangezien de redenering van de nationale rechters niet onredelijk voorkomt en de opgelegde sancties niet onrechtvaardig lijken (EHRM 11 januari 2011, Malvoisin t. Frankrijk). De beslissing in de zaak Donaldson t. het Verenigd Koninkrijk is een apart geval, mede wegens de specifieke context in Noord-Ierland. In deze zaak roept een gevangene het recht in om zijn mening te uiten via het dragen van een symbool, de paaslelie, een Iers-republikeins symbool. Donaldson, die in deze zaak heeft geklaagd, werd met interne reglementen over het dragen van symbolen geconfronteerd toen hij buiten zijn cel, waar hij een straf van 12 jaar uitzit, een zogenaamde Easter Lily op zijn kleding droeg. Op basis van de Northern Ireland Prison Service Standing Orders was het dragen van emblemen buiten de eigen cel van een gevangene niet toegestaan. In de penitentiaire inrichting waar Donaldson verbleef gold enkel een uitzondering voor the wearing of shamrock on St Patrick s Day and the wearing of poppies on Remembrance Day as these emblems were deemed to be non-political and non-sectarian if worn at the appropriate time. Voor de overtreding van deze reglementen heeft Donaldson drie dagen celarrest gekregen. Hij heeft in Straatsburg geklaagd dat er geen legitiem doel was gemoeid met deze beperking, dan wel dat de maatregel niet noodzakelijk was in de zin van art. 10 EVRM. Het Hof houdt rekening met de Noord-Ierse sentimenten: The Court recognizes that in the present case the significance of the Easter lily will be relevant to any assessment of the necessity of the interference. It notes that in Northern Ireland many emblems are not simply an expression of cultural or political identity but are also inextricably linked to the conflict and can be viewed as threatening and/or discriminatory by those of a different cultural, political or religious background. Consequently, the public display of emblems can be inherently divisive and has frequently exacerbated existing tensions in Northern Ireland. Therefore, as cultural and political emblems may have many levels of meaning which can only fully be understood by persons with a full understanding of their historical background, the Court accepts that

11 Contracting States must enjoy a wide margin of appreciation in assessing which emblems could potentially inflame existing tensions if displayed publicly. ( 28). Het Hof vindt het aannemelijk dat bij paramilitaire gevangenen bepaalde symbolen een sfeer van conflicten en spanningen kunnen oproepen. De redenen voor de beperking van Donaldson s vrijheid van meningsuiting waren volgens het Hof relevant en voldoende om tot de gewraakte beslissing te komen. De maatregel was ook proportioneel gelet op het beoogde doel, namelijk het voorkomen van wanordelijkheden in de gevangenis. Ook nu Donaldson in een afgescheiden vleugel met mederepublikeinen verbleef, maakt de specifieke context in Noord-Ierland de beperking in het licht van de omstandigheden voor het Hof begrijpelijk: First, the Court recalls that it could not be excluded that a prisoner in a segregated wing would come into contact with other prisoners and that this happened most frequently in the visiting hall. It would be expected that Easter Sunday and Easter Monday would be popular days for prison visits and it is therefore likely that there would be an increased chance of segregated prisoners coming into contact with other prisoners on those days. Secondly, the Court observes that the Equality Commission in Northern Ireland recommended that political or sectarian emblems should not be exhibited in the workplace so as to ensure that no worker would feel under threat on account of his or her religion or political opinion. Throughout the conflict in Northern Ireland, prison officers have routinely been targeted by paramilitaries. In particular, a significant number have been harassed, threatened, physically attacked and murdered by paramilitaries. The Court therefore accepts that prohibiting the wearing of emblems by paramilitary prisoners was necessary to ensure a working environment for them free of the insignia of either side directly linked to the conflict. Finally, the Court recognises that if the prison service were to permit segregated prisoners to wear emblems while integrated prisoners were prohibited from doing so, such a policy could potentially raise an issue under Article 14 read together with Article 10 ( 32). Voor het EHRM is de klacht in het kader van art. 10 EVRM daarmee onmiskenbaar ongegrond. Dat andere symbolen wel waren uitgezonderd van het algemene verbod op het dragen van emblemen in de gevangenis, leidt volgens het Hof niet tot problemen, juist vanwege de ruime beoordelingsvrijheid die de nationale autoriteiten in dit geval toekomt: As indicated above, the Contracting States must enjoy a wide margin of appreciation in assessing which emblems could potentially inflame existing tensions if displayed publicly and which should not. Accordingly, the Court accepts the domestic court s finding that prisoners wishing to wear a poppy on Remembrance Sunday were not in an analogous position to the applicant. It therefore finds the complaint under Article 14 read together with Article 10 of the Convention to be manifestly ill-founded and would reject it under Article 35 3 and 4 of the Convention ( 39) (EHRM 25 januari 2011, Donaldson t. het Verenigd Koninkrijk). Dritsas e.a. t. Italië betreft een confrontatie tussen G8-demonstranten uit Griekenland en de politie in Italië die de demonstraten na aankomst in het land hardhandig hebben opgepakt en per boot hebben weggebracht. Bij het EHRM gaan de klachten van de demonstranten onder andere over schending van artt. 10 en 11 EVRM. Het Hof behandelt de klacht wat betreft art. 10 EVRM in het kader van art. 11 EVRM, dat als lex specialis het kader bepaalt. Het Hof kan begrijpen dat er speciale veiligheidsmaatregelen golden rond de G8-conferentie. In samenhang met de vaststelling van de omstandigheid dat de demonstranten manifest hebben geweigerd hun identificatiedocumenten te tonen, beschouwt het Hof de uitzetting van de demonstranten proportioneel ten opzichte van het beoogde doel. De klachten zijn manifest ongegrond (EHRM 1 februari 2011, Dritsas t. Italië).

12 In de zaak Yleisradio Oy e.a. t. Finland zijn klagers een omroeporganisatie, een hoofdredacteur en een redactielid die strafrechtelijk veroordeeld zijn vanwege een televisieprogramma waarin details over een incest-zaak zijn gegeven. Voor deze gegevens gold een geheimhoudingsplicht. Evenals de nationale rechters vindt het Hof het problematisch dat klagers een veroordeelde vader in beeld hebben gebracht met zijn volledige naam. Het Hof takes note of the careful balancing exercise made by the Supreme Court between the two basic conflicting rights, namely that of freedom of expression and the right to private life (..). The Court finds convincing the Supreme Court s conclusion that the important message of the programme could have been brought to the public, without stripping it of its weight, even if both fathers had appeared incognito. In the Court s view the applicants contention about inadequate reasoning of that court as to the question of criminal liability does not raise an issue under the Article 10. For the Court, what is decisive is that the Supreme Court gave relevant and sufficient reasons for the necessity of sanctioning the applicants, and did so in application of the Court s case-law under Article 10 of the Convention. Het Hof heeft erkend dat binnen de Raad van Europa wordt aangedrongen op afschaffing van strafwetgeving die dreigt met gevangenisstraf in zaken van aantasting van de eer en goede naam of bij schending van iemands privacy. In de context van de voorliggende zaak zegt het Hof hierover: As to the severity of the sanctions imposed, the Court observes that the second and the third applicants were tried and convicted in criminal proceedings and faced the possibility of a prison sentence being imposed on them. In the context of freedom of expression, such measures have been found problematic in cases concerning defamation, but also as regards infringements of privacy (..). The Court accepts, however, that in a case like the present one, where a domestic court has already taken measures to protect the identity of the under-aged complainants, the State cannot be reproached for applying proportionate criminal sanctions to punish a breach of their privacy. The Court has been particularly attentive to the possible chilling effect on the media of any interference by the State with freedom of expression. However, for the reasons advanced by the Supreme Court and discussed above, the Court considers that the interference at issue cannot be interpreted as inhibiting in any way the free flow of information by the media on matters of public interest. Op basis van deze overwegingen concludeert het Hof dat de klacht manifest ongegrond is, geen inbreuk dus op art. 10 EVRM (EHRM 8 februari 2011, Yleisradio Oy e.a. t. Finland). Lopes is een rechter die door een advocaat is zwartgemaakt in de media. Het ging daarbij om aantijgingen over de professionaliteit van de rechter. Het EHRM zet eerst de principes uiteen die voortvloeien uit de vereiste afweging tussen het recht op eer en goede naam zoals beschermd door art. 8 EVRM en het recht op vrije meningsuiting in het kader van art. 10 EVRM. Volgens het EHRM zijn de nationale rechters tot een evenwichtige afweging gekomen ten gunste van de advocaat die de beschuldigingen tegen klager heeft geuit: Enfin et surtout, la Cour constate que les juridictions internes ont examiné soigneusement la demande du requérant à la lumière des principes qui se dégagent de la jurisprudence de la Cour en matière de liberté d expression. Elles ont estimé que les propos dont se plaint le requérant s inscrivaient dans le cadre d un sujet relevant de la liberté d expression de la partie adverse et qu il n y avait pas eu atteinte au droit à la personnalité du requérant, en l absence d un élément illicite ayant causé un tort moral quelconque. Van een schending van art. 8 EVRM is daarom geen sprake: Rien ne permet de conclure que les juridictions portugaises ont dépassé la marge d appréciation, lorsqu elles ont relativisé le poids du droit à la protection de la vie privée du requérant, au sens de l article 8,

13 dans la mise en balance des intérêts concurrents de la partie adverse, au regard de l article 10 de la Convention (EHRM 22 februari 2011, Lopes t. Portugal). 1. EHRM (1 ste Sectie) 13 januari 2011 MOUVEMENT RAËLIEN SUISSE t. ZWITSERLAND In dit arrest staat de vraag centraal of de autoriteiten in Zwitserland de vereniging Mouvement raëlien suisse hadden moeten toelaten om door middel van een postercampagne in de publieke ruimte hun ideeëngoed te verspreiden. Een dergelijke vraag is nog niet eerder beoordeeld in het kader van art. 10 EVRM, hoewel het vraagstuk wel enig verband houdt met de arresten Women on waves e.a. t Portugal van 3 februari 2009 (Appl. no /05) en Appleby t. het Verenigd Koninkrijk van 6 mei 2003 (Appl. no /98). Het betrof in deze twee gerelateerde zaken, anders dan deze nieuwe zaak, de vrijheid van expressie en de toegang tot de territoriale wateren en de expressievrijheid in een warenhuis dat privé-eigendom was. Voor het Hof is de problematiek in deze zaak evenwel nieuw, en wel hierom: 50. La Cour estime que la présente affaire est particulière dans le sens où elle pose la question de savoir si les autorités internes devaient permettre à l'association requérante la diffusion de ses idées par le biais de sa campagne d'affichage, et cela par la mise à disposition du domaine public. La Cour n'a jusqu'à présent pas eu l'occasion de se prononcer sur cette question. Seuls ont été examinés, sous l'angle de l'article 10, l'usage d'un espace public et ouvert, à savoir la mer territoriale (..), et l'usage du domaine appartenant à une personne privée (..). De mate waarin deze zaken verschillen is een belangrijk punt dat de hier oordelende kamer van de eerste sectie van het EHRM verdeeld houdt. Finaal is er ook verdeeldheid over de noodzakelijkheid van de beperkende beslissing van de Zwitserse politie die aanleiding was tot de klacht in Straatsburg. Dit heeft geleid tot een dissenting opinion van twee van de zeven rechters. De meerderheid heeft geconcludeerd dat art. 10 EVRM niet is geschonden. Op nationaal niveau was voor de Zwitserse politie en de rechterlijke instanties een affiche van de Mouvement raëlien suisse, de nationale afdeling van de vanuit Genève opererende Raëlienbeweging, onacceptabel vanwege potentiële verstoring van de publieke orde en moraal. Aan de nationale afdeling van de beweging (hierna: de vereniging) is het recht onthouden om een postercampgane te voeren, waarover de vereniging een klacht heeft ingediend bij het EHRM, art. 9 en art. 10 EVRM inroepend. Gezien alle aandacht die de poster met deze rechtszaken krijgt, is de inhoud ervan op zichzelf beschouwd opvallend niet-controversieel. Enkele stereotypische afbeeldingen van wat buitenaardse wezens en UFO s moeten voorstellen, gaan gepaard met de tekst Le Message donné par les extra-terrestres. La science remplace enfin la religion. Onder de laatste zin staat een verwijzing naar de website van de beweging. Op die verwijzing naar de website is door de autoriteiten in Zwitserland uiteindelijk veel nadruk gelegd. De inhoud van de poster was niet zozeer doorslaggevend, als wel de reputatie van de beweging die geassocieerd wordt met controversiële ideeën over buitenaards leven, klonen, rasveredeling, pedofilie en incest. Zo stond de beweging bekend als voorstander van géniocratie, een staatsvorm met

14 alleen de intelligentste van de bevolking als hoogste regeerders. In enkele publicaties worden kinderen omschreven als objet sexuel privilégié. In verband met klachten hierover, zijn leden van de beweging in aanraking geweest met justitie. De website verwees verder onder andere naar de website van Clonaid, een aanbieder van diensten op het gebied van klonen van mensen. Menselijk klonen is een activiteit die door de Zwitserse federale grondwet wordt verboden. De impact van de poster, met name door verwijzing naar de website van de beweging waarop het Raëlien-ideeëngoed is terug te vinden, werd daarmee te problematisch. Opvallend is het argument van de Zwitserse federale rechter die stelt dat de Zwitserse overheid, wanneer het gaat om de publieke ruimte, een legitiem belang heeft om te voorkomen dat zij de indruk wekt de betreffende opinies te ondersteunen of tolereren. Als argument is ook aangehaald dat de vereniging andere verspreidingsmiddelen ter beschikking stonden: 14. (..) En l'espèce, l'intérêt public ne consiste pas seulement à limiter la publicité donnée au site de l'association [requérante], compte tenu des réserves exprimées ci-dessus à propos de l'ordre et de la moralité publics. Il s'agit plus encore d'éviter que l'etat ne prête son concours à une telle publicité en mettant à disposition une partie du domaine public, pouvant laisser croire ainsi qu'il cautionne ou tolère les opinions et les agissements en cause. De ce point de vue, l'interdiction d'affichage est propre à atteindre le but visé. Pour le surplus, la mesure critiquée par la requérante est limitée à l'affichage sur le domaine public. L'association [requérante] demeure libre d'exprimer ses convictions par les nombreux autres moyens de communication à sa disposition (..). Gelijk de Zwitserse overheid, vindt ook het EHRM dat bij het verlenen van een toestemming of het controleren van een toelating voor een postercampagne, de nationale autoriteiten erover moeten kunnen waken dat bepaalde uitingen niet aan de overheid zelf worden toegerekend. Het arrest laat aan de Zwitserse autoriteiten in deze context een ruime margin of appreciation. Het Hof overweegt: 52. Lorsqu'il est saisi d'une demande d'autorisation d'usage accru ou privatif du domaine public, ou lorsqu'il contrôle les modalités d'usage d'une concession, l'etat doit néanmoins tenir compte du contenu idéal de la liberté d'expression et de son importance dans une société démocratique. Cela étant, la Cour estime qu'il convient, en l'espèce, de procéder à une balance des intérêts en jeu, soit d'une part celui de l'association requérante à véhiculer ses idées et, d'autre part, celui des autorités à protéger l'ordre public et à prévenir des infractions. La Cour partage l'avis du Gouvernement selon lequel l'acceptation d'une campagne d'affichage pourrait laisser croire qu'il cautionne ou pour le moins tolère les opinions et les agissements en cause. Dès lors, elle est prête à admettre que la marge d'appréciation des autorités internes dans l'examen de la nécessité d'une mesure est plus large dans ce domaine (voir, a contrario, l'affaire Women and Waves et autres, précitée, 40). Het Hof houdt rekening met de op de poster genoemde website van de Raëlien-beweging en met het feit dat de internetsite vrij te raadplegen was, ook door minderjarigen. Hierdoor wegen de bezwaren van de autoriteiten in Zwitserland tegen de promotie van de inhoud van de website nog zwaarder ( 54). De overwegingen van de nationale rechters over de problematische onderwerpen die op de site zijn terug te vinden noemt het Hof soigneusement motivé ( 55).

15 De bestaande aantijgingen van seksuele handelingen met minderjarigen door leden van de beweging, neemt het Hof ernstig, hoewel het erkent niet te kunnen vaststellen of deze feiten zijn bewezen ( 56). De associatie met de website van Clonaid is problematisch gezien het grondwettelijk verbod op menselijk klonen ( 57). Onder verwijzing opnieuw naar de twee eerder genoemde, gerelateerde arresten van het Hof, oordeelt de meerderheid dat het aan de vereniging opgelegde verbod proportioneel is nu enkel verspreiding van de poster in de publieke ruimte is verboden. Aan de vereniging, die op zich niet verboden is in Zwitserland, staan diverse andere middelen ter beschikking voor de verspreiding van haar gedachtengoed ( 58). Volgens de meerderheid in dit arrest hebben de Zwitserse autoriteiten hun margin of appreciation niet overschreden en was het verbod noodzakelijk gezien de omstandigheden in dit geval. Zij concluderen dat geen sprake is van schending van art. 10 EVRM ( 59-60). Twee van de zeven rechters zijn van oordeel dat wel sprake is van schending van art. 10 EVRM. Zij vinden dat deze zaak zich onderscheidt van het arrest Appleby t. het Verenigd Koninkrijk. Waar het in de zaak Appleby een vraag omtrent toegang tot privé-eigendom betrof, gaat het in de Raëlien-zaak om de publieke ruimte. Daarbij gaat het ook niet om de afbakening van positieve verplichtingen vanwege de overheid met een weerslag op private rechtsverhoudingen. Meer gelijkenis ziet de minderheid met de zaak Women on waves e.a. t Portugal, wat hen tot een andere conclusie brengt dan die van de meerderheid: Nous considérons qu'il aurait été plus correct de suivre l'approche adoptée par la Cour dans l'affaire Women On Waves et autres, où elle a estimé que la marge d'appréciation est plus étroite s'agissant des obligations négatives découlant de la Convention (..). De minderheid vindt het problematisch dat een niet verboden organisatie verhinderd wordt zijn ideeëngoed te promoten door middel van een affiche die zelf geen strafbare of verboden inhoud bevat. Volgens hen is het onverenigbaar met de art. 10-jurisprudentie van het Hof en met de beleidsdocumenten van de Raad van Europa ter promotie van het gebruik van nieuwe technologieën, dat uit vrees voor ongewenste associatie met een controversiële, maar niet verboden, website, de toegang tot de publieke ruimte aan de postercampagne met websiteverwijzing wordt ontzegd. Maar finaal is dat dus niet de meerderheidsopvatting van het Hof, want die stelt geen inbreuk vast op art. 10 EVRM. Het verzoek van Mouvement raëlien suisse tot verwijzing naar de Grote Kamer was, op het moment van de redactie van deze rubriek, in behandeling bij het panel van vijf rechters, in toepassing van art. 43 EVRM. Ondertussen raakte bekend dat de zaak naar de Grote Kamer is verwezen. 2. EHRM (4 de Sectie) 18 januari 2011 MGN Limited t. het Verenigd Koninkrijk Deze zaak vindt haar oorsprong in de publicatie in de Daily Mirror van een aantal artikelen en foto s die rapporteerden dat supermodel Naomi Campbell in behandeling was voor

16 drugverslaving. De artikelen onthulden dat Campbell deelnam aan bijeenkomsten van Narcotics Anonymous (NA), terwijl ze voordien straal ontkend had drugs te gebruiken. Naast bijkomende informatie over het opzet van NA en het verloop van de bijeenkomsten, bevatten de artikelen ook enkele foto s van Naomi Campbell. Op één foto stond Campbell als centrale figuur in een kleine groep, met als toelichting bij de foto dat ze net een NA-bijeenkomst had bijgewoond. De foto was genomen door een persfotograaf die zich verdoken had opgesteld. Ondanks een ingebrekestelling door de advocaat van Campbell wegens schending van de privacy en de eis om geen confidentiële of private gegevens over haar te publiceren, verschenen ook de daaropvolgende dagen nog enkele artikels in de Daily Mirror over de therapie en drugverslaggeving van het Britse topmodel. Campbell eiste een schadevergoeding van MGN Limited, de uitgever van de Daily Mirror, wegens schending van haar privacy. Ze haalde haar gelijk in eerste aanleg (High Court), maar die beslissing werd verworpen in beroep (Court of Appeal). Finaal haalde Campbell toch haar gelijk bij het House of Lords. Alle rechters van het House of Lords waren het er wel over eens dat het publiek het recht had om geïnformeerd te worden over het feit dat Campbell de publieke opinie misleid had door te beweren dat ze geen drugs nam. Het bericht over haar drugsverslaggeving op zich was dus geen schending van de privacy. De meerderheid van het House of Lords was evenwel van oordeel dat de publicatie van de bijkomende informatie over de therapie die ze volgde, inclusief de foto s, niet gerechtvaardigd was en Campbell s privacyrechten schond. Campbell kreeg hiervoor een schadevergoeding toegewezen van Britse Pond. Aangezien het de zaak had verloren, diende MGN Limited naast de schadevergoeding ook de proceskosten van Campbell te betalen, een som die dreigde op te lopen tot boven het miljoen Britse Pond, mede door de zogenaamde Conditional Fees Arrangements (CFA), een systeem waarbij de eiseres een contract afsluit met haar advocaten waarin bedongen kan worden dat zij recht hebben op bijkomende success fees. In deze zaak kwam dit erop neer dat de advocaten van Campbell recht hadden op een bijkomende vergoeding ter waarde van % van de gemaakte juridische kosten (365,000 Britse Pond voor de procedure voor het House of Lords). MGN Limited was van mening dat de zeer hoge success fees disproportioneel waren en een chilling effect hadden op de vrije meningsuiting. Het House of Lords was evenwel van oordeel dat het CFA-systeem niet strijdig was met art. 10 EVRM, hoewel het enige reserve formuleerde bij de onevenredige consequenties ervan.

17 In Straatsburg protesteerde de uitgever van de Daily Mirror niet enkel tegen de veroordeling wegens inbreuk op de privacy, hij voerde ook aan dat de success fees die moesten betaald worden aan de advocaten van Campbell onevenredig waren en alleen daarom al strijdig waren met art. 10 EVRM. Voor dit deel van de klacht kregen MGN Limited en de tabloid de Daily Mirror opvallende steun vanuit de NGO-wereld. Een reeks NGO s, waaronder Society Justice Initiative, Media Legal Defence Initiative, Index on Censorship, the English PEN, Global Witness en Human Rights Watch, voerden in hun third party intervention aan dat het CFAsysteem bedreigend is voor NGO s en kleine mediagroepen die slechts over beperkte financiële middelen beschikken. Zij argumenteerden dat van het CFA-systeem een chilling effect uitgaat, omdat NGO s en alternatieve of kleinschalige media vaak betrokken zijn in projecten van onderzoeksjournalistiek of rapporteren over zaken met een belangrijke maatschappelijke impact. Een libel-case in het Verenigd Koninkrijk die kan uitdraaien op een veroordeling met daaraan gekoppeld het betalen van de success fees, kan de financiële strop betekenen voor de veroordeelde NGO, het magazine, het nieuwsplatform of de online-publicatie in kwestie. Voor wat de eerste klacht betreft oordeelde het EHRM dat er sprake was van een conflict tussen de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) van de Daily Mirror en het recht op respect voor privéleven (art. 8 EVRM) van Naomi Campbell. Omdat het de botsing betrof van twee Verdragsrechten kende het Hof, in navolging van eerdere rechtspraak, een ruime beoordelingsmarge toe aan de lidstaat. De nationale autoriteiten, en met name de nationale rechtscolleges worden immers geacht beter geplaatst te zijn dan het Hof om te bepalen of er sprake is van een pressing social need die de inmenging in één van beide Verdragsrechten kan rechtvaardigen ( 142 en 150). Het EHRM vond uiteindelijk geen voldoende redenen om zijn oordeel in de plaats te stellen van dat van de meerderheid van het House of Lords ( 150). Integendeel, het Hof vond de redenering van het House of Lords overtuigend, o.a. rekening houdend met het feit dat de foto s opzettelijk (en heimelijk) waren genomen en dat de artikels bijkomende en private informatie bevatten over de therapie van Campbell. Daartegenover stond de, volgens het Hof, beperkte nieuwswaardigheid van de publicatie van deze bijkomende informatie, in het bijzonder omdat aan het algemeen belang reeds was tegemoet gekomen door de publicatie van de kernfeiten over Campbell s drugverslaving en de behandeling ervan ( ). Het Hof concludeert dat er geen enkele reden was om zijn eigen oordeel in de plaats te stellen van dat van het House of Lords. Art. 10 EVRM was bijgevolg niet geschonden. Unaniem is het Hof niet op dit punt. Eén rechter vindt de argumentatie van de meerderheid niet overtuigend. De dissenting Judge Thór Björgvinsson verbaast er zich er over dat het Hof in MGN Limited niet is overgegaan tot een eigen beoordeling van de fair balancing, verwijzend naar een reeks arresten waarin het Hof net wel tot een dergelijke eigen beoordeling is overgegaan en geweigerd heeft om het oordeel van de nationale autoriteiten als doorslaggevend te beschouwen. Thór Björgvinsson merkt ook op dat het arrest in MGN Limited voor een verkeerde invalshoek en daarom voor een verkeerde argumentatie kiest: het is niet de noodzakelijkheid van de publicatie van de foto of van de aanvullende informatie die moet aangetoond worden, het is de overheidsinmenging die pertinent en overtuigend moet gemotiveerd worden in functie van de noodzakelijkheid in een democratische samenleving wegens een ernstige bedreiging van een ander recht. En die noodzakelijkheid is volgens Thór Björgvinsson niet aangetoond, vooral ook omdat hij het onderscheid tussen de legitieme rapportering van het originele nieuwsfeit en de aanvullende publicatie van de ontoelaatbare bijkomende informatie al te gekunsteld vindt. Hij beklemtoont: I agree that the public interest test was correctly applied when the majority

18 found that the publication of the original story was in the public interest. However, its finding that the publication of the additional material was not is difficult to justify. I find this distinction in principle between the original story and the supplementary material to be unconvincing. Maar dat is dus niet het standpunt van de meerderheid van het Hof dat wel degelijk de veroordeling van de Daily Mail wegens inbreuk op de privacy gerechtvaardigd vindt, in overeenstemming met art. 10 EVRM. In de meerderheidsopvatting is vooral benadrukt dat the publication of the additional material was found not necessary to ensure the credibility of the story, the applicant itself accepting that it had sufficient information without the additional material to publish the articles on the front page of its newspaper. Nor was it considered that there was any compelling need for the public to have this additional material, the public interest being already satisfied by the publication of the core facts of her addiction and treatment ( 151). De meerderheidsopvatting van het EHRM sluit nadrukkelijk aan bij de meerderheidsopvatting van het House of Lords : the relevancy and sufficiency of the reasons of the majority as regards the limits on the latitude given to the editor's decision to publish the additional material is such that the Court does not find any reason, let alone a strong reason, to substitute its view for that of the final decision of the House of Lords (..) ( 155). De conclusie luidt dan ook: In such circumstances, the Court considers that the finding by the House of Lords that the applicant had acted in breach of confidence did not violate Article 10 of the Convention ( 156). Met betrekking tot de success fees oordeelde het Hof anders. Ook hier stelde het vast dat er sprake was van een conflict tussen twee Verdragrechten, met name tussen art. 10 en art. 6 EVRM ( 199), maar in dit geval vond het Hof de argumentatie van de Britse autoriteiten niet overtuigend. Het Hof aanvaardde dat de CFAs en de success fees weliswaar een legitiem doel nastreefden, nl. het verzekeren van een zo wijd mogelijke toegang tot juridische bijstand in burgerlijke zaken ( 197). Essentieel in de beoordeling van het Hof is de vaststelling dat het CFA-systeem reeds sinds 2003 het voorwerp uitmaakt van langdurige publieke consultaties, waarbij fundamentele tekortkomingen zijn gesignaleerd ( 203). Het Hof wees erop op dat een specifiek gevolg van het systeem, de cherry picking door advocaten in mediazaken, ervoor zorgde dat het beoogde doel - eenieder toegang tot de rechter bieden - finaal toch niet bereikt werd ( 215). Bovendien werd in een specifieke studie aangetoond dat hetzelfde doel kon bereikt worden zonder de excessen van het CFA-systeem, dat immers een te grote financiële impact heeft op de verwerende partijen ( 215). De minister van justitie had ook reeds een wetsontwerp ingediend, waarin de maximum success fee drastisch beperkt werd van 100% naar 10% van de juridische kosten ( 215). Hoewel het parlement de wet nog niet aangenomen had, was toch duidelijk dat de omvang van de fouten in het systeem zeer ernstig was en dat het CFA-systeem een negatieve impact had op de persvrijheid. Deze vaststellingen lieten het Hof toe de toepassing van het CFA-systeem in deze zaak te toetsen aan art. 10 EVRM, zonder afbreuk te doen aan de nochtans brede margin of appreciation die de Verdragstaten toekomt in kwesties van sociaaleconomische aard : the Court considers that the depth and nature of the flaws in the system, highlighted in convincing detail by the public consultation process, and accepted in important respects by the Ministry of Justice, are such that the Court can conclude that the impugned scheme exceeded even the broad margin of appreciation to be accorded to the State in respect of general measures pursuing social and economic interests ( 217). Het Hof oordeelde

19 finaal dat art. 10 EVRM geschonden was door de disproportionele aard van de te betalen success fees ( 219). 3. EHRM (2 de Sectie) 29 maart 2011 RTBF t. BELGIË Dit arrest is reeds in Auteurs & Media onder de aandacht gebracht in de rubriek Actualiteit (AM 2011/2, ) en wordt ook van een commentaar voorzien door Francois Jongen en Eduard. Cruysmans in een volgend nummer van Auteurs & Media. Daarom wordt in deze rubriek volstaan met een korte situering en toelichting. In essentie beslecht dit arrest een jarenlang aanslepende discussie in de Belgische rechtspraak en rechtsleer, nl. de vraag of het verbod van preventieve censuur geldt voor alle media, dan wel enkel een garantie biedt voor de drukpers, en dus niet voor radio en televisie. Het staat klaar en duidelijk, al sinds 1831, in de oorspronkelijke versie van de Belgische grondwet: "La presse est libre; la censure ne pourra jamais être établie." De meer recente Nederlandstalige versie van art. 25 Gw. formuleert het als volgt: "De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd". Analoog waarborgt art. 19 Gw. aan eenieder het recht op vrijheid van meningsuiting, behoudens bestraffing, achteraf dus, van de misdrijven die bij de uitoefening van de expressievrijheid zijn gepleegd. Al decennia lang blijkt de rechtspraak moeite te hebben om het verbod van censuur en het verbod van preventieve maatregelen ook toe te passen op de audiovisuele media. Steevast wordt verwezen naar eerdere cassatierechtspraak volgens dewelke de vrijheid van drukpers, zoals door art. 25 Gw. bepaald, niet van toepassing zou zijn op uitzendingen van televisie aangezien zij geen vormen van meningsuiting zijn door middel van de gedrukte geschriften. Deze amputatie van het grondwettelijk verbod van preventieve censuur werd verantwoord met een verwijzing naar de term 'drukpers' in art. 25 Gw. 'Drukpers' is een enger begrip dan 'pers', dat geen betrekking heeft op de uitzendingen van radio en televisie. Voor radio en televisie geldt bovendien een stelsel van voorafgaande erkenning of vergunning, waardoor deze media niet passen in de klassieke waarborgen die wel gelden voor de printmedia, zo was de redenering. Ten gevolge van deze houterige interpretatie van de grondwet was er niets dat zich verzette tegen een rechterlijk verbod, na procedure in kort geding, van een aangekondigd televisieprogramma. In toepassing van art. 584 Ger.W. kan de kort gedingrechter immers 'bij voorraad' uitspraak doen in zaken die hij spoedeisend acht, bijvoorbeeld ter voorkoming van een ernstige bedreiging van het recht op privacy (art. 22 Gw.) of van het recht op eer en goede naam (o.a. in toepassing van art.1382 BW). Een aangekondigd boek of een artikel in een krant of tijdschrift kan evenwel ten gevolge van de artikelen 19 en 25 Gw. niet preventief verboden worden door de rechter. Er moet minstens eerst enige verspreiding of openbaarmaking zijn alvorens een rechterlijk bevel een einde kan maken aan de verdere openbaarmaking of verspreiding, anders zou er sprake zijn van door de grondwet verboden censuur. Wat bij de printmedia dus niet kan, kon volgens de rechtspraak wel bij de audiovisuele media: zelfs zonder dat de rechter de precieze inhoud van een uitzending kent, kan hij verbod opleggen tot uitzending van een televisieprogramma.

20 Het overkwam de VRT meerdere keren, onder meer met een aflevering in de reeks 'De Nieuwe Orde' van Maurice De Wilde, met een aflevering van 'Koppen' en met een verkiezingsdebat in aanloop naar de verkiezingen. Ook VTM/Telefacts werd met een uitzendverbod geconfronteerd. Het overkwam ook de RTBF enkele keren en dus ook toen het in de reeks 'Au nom de la loi' een programma aankondigde over medische blunders en zich daarvoor onder meer baseerde op krantenberichten waarin een neurochirurg in opspraak was gekomen. Een aantal patiënten van de neurochirurg werd gecontacteerd, alsook een reeks andere personen uit de medische wereld. Ook de neurochirurg zelf werkte mee aan de voorbereiding van het programma. Maar kort voor het programma op antenne zou gaan eiste de arts via kort geding een uitzendverbod, een vordering die prompt door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel werd toegewezen. Korte tijd later bevestigde het hof van beroep te Brussel het uitzendverbod, nadat overigens de RTBF bevel was opgelegd om het programma vooraf door het hof te laten viseren. Ook hiertegen protesteerde de RTBF tevergeefs. Ultiem bevestigde het Hof van Cassatie in 2006 het rechterlijk verbod, nogmaals benadrukkend dat het verbod van censuur geen toepassing kende voor televisie-uitzendingen. In Straatsburg beklaagde de RTBF zich over deze gang van zaken, vooral aanvoerend dat het uitzendverbod, dat immers een inmenging was van overheidswege in de expressievrijheid van de RTBF, in strijd was met de Belgische grondwet en niet voorzien was bij wet. Volgens de RTBF bieden de algemene bepalingen betreffende de bevoegdheid van de kort gedingrechter (art. 584 Ger.W.), noch de basisregels inzake de civiele aansprakelijkheid (artt BW) of de bescherming van de privacy (art.22 Gw. en art. 8 EVRM) een voldoende wettelijke basis om via de rechter op preventieve wijze de visie van een aangekondigd televisieprogramma te eisen om dit dan vervolgens, wegens vermeende schending van de eer en goede naam van bepaalde personen, preventief te verbieden. Een rechterlijk verbod tot uitzending van een televisieprogramma is volgens de RTBF niet voorzien bij wet, zodat deze overheidsinmenging niet voldoet aan één van de drie basisvoorwaarden van art.10 EVRM dat de expressievrijheid zonder inmenging van overheidswege waarborgt. Het Europees Hof is het eens met deze stelling van de RTBF. Het arrest bevat een indrukwekkende bloemlezing van beslissingen in kort geding, waarin de ene keer wel, de andere keer niet een preventieve maatregel via de kort gedingrechter in strijd wordt geacht met de grondwet of als strijdig wordt beoordeeld met art. 10 EVRM wegens onvoldoende wettelijke basis ( 39-60). Bovendien heeft zowel de Raad van State als het Grondwettelijk Hof (toen nog Arbitragehof) zich duidelijk verzet tegen enige vorm van preventieve censuur door de rechter. Met een te algemene en vage wettelijke basis en een totaal versnipperde rechtspraak ter legitimatie van een uitzendverbod enerzijds, en een expliciet verbod van censuur in de grondwet anderzijds, kan nog moeilijk worden volgehouden dat er voldoende rechtszekerheid was om het gewraakte uitzendverbod van het RTBF-programma te legitimeren. Hoewel art. 10 EVRM zelf geen preventieve maatregelen uitsluit, heeft het EHRM in eerdere rechtspraak duidelijk gemaakt dat het strenge eisen stelt aan alle vormen van voorafgaande controle, hetgeen een bijzonder strikt afgebakend wettelijk kader veronderstelt: "Ces restrictions préalables doivent s'inscrire dans un cadre légal particulièrement strict quant à la délimitation de l'interdiction et efficace quant au contrôle juridictionnel contre les abus éventuels" ( 105). Dit sluit aan bij de bezorgdheid van het Hof over vormen van preventieve censuur: La Cour a maintes fois souligné

Raadsman bij het politieverhoor

Raadsman bij het politieverhoor De Nederlandse situatie J. Boksem Leuven, 23 april 2009 Lange voorgeschiedenis o.a: C. Fijnaut EHRM Schiedammer Parkmoord Verbeterprogramma Motie Dittrich: overwegende dat de kwaliteit van het politieverhoor

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1984 Nr. 146

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1984 Nr. 146 87 (1970) Nr. 4 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1984 Nr. 146 A. TITEL Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken; 's-gravenhage,

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 41 (1996) Nr. 3 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2013 Nr. 29 A. TITEL Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de

Nadere informatie

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47 pagina 1 van 5 Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen? Bekijk dan de online versie Nieuwsbrief NRGD Editie 11 Newsletter NRGD Edition 11 17 MAART 2010 Het register is nu opengesteld! Het Nederlands Register

Nadere informatie

Themamiddag formeel belastingrecht Belastingdienst & NVAB. Agenda. EHRM 15 maart

Themamiddag formeel belastingrecht Belastingdienst & NVAB. Agenda. EHRM 15 maart Themamiddag formeel belastingrecht Belastingdienst & NVAB Het horen van getuigen (EHRM 15 maart 2016, nr. 39966/09, Gillissen) Ruud Lemmen, Belastingdienst GO Maastricht Marlijn Mokveld, Wladimiroff Advocaten

Nadere informatie

VOORSTEL TOT STATUTENWIJZIGING UNIQURE NV. Voorgesteld wordt om de artikelen 7.7.1, 8.6.1, en te wijzigen als volgt: Toelichting:

VOORSTEL TOT STATUTENWIJZIGING UNIQURE NV. Voorgesteld wordt om de artikelen 7.7.1, 8.6.1, en te wijzigen als volgt: Toelichting: VOORSTEL TOT STATUTENWIJZIGING UNIQURE NV Voorgesteld wordt om de artikelen 7.7.1, 8.6.1, 9.1.2 en 9.1.3 te wijzigen als volgt: Huidige tekst: 7.7.1. Het Bestuur, zomede twee (2) gezamenlijk handelende

Nadere informatie

ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM

ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM Read Online and Download Ebook ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM DOWNLOAD EBOOK : ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK STAFLEU

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Voorzorg is niet onredelijk. WF Passchier Gezondheidsraad en Universiteit Maastricht

Voorzorg is niet onredelijk. WF Passchier Gezondheidsraad en Universiteit Maastricht Voorzorg is niet onredelijk WF Passchier Gezondheidsraad en Universiteit Maastricht Kindermobieltjes en voorzorg Child warning over mobile phones Parents should ensure their children use mobile phones

Nadere informatie

Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelij

Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelij Collectief Inclusief Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelijking De internationale context

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1992 Nr. 135

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1992 Nr. 135 10 (1986) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1992 Nr. 135 A. TITEL Briefwisseling tussen de Nederlandse en de Britse bevoegde autoriteiten ter uitvoering van artikel 36, derde

Nadere informatie

Kennerschap en juridische haken en ogen. Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici Amsterdam, 10 juni 2016 R.J.Q. Klomp

Kennerschap en juridische haken en ogen. Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici Amsterdam, 10 juni 2016 R.J.Q. Klomp Kennerschap en juridische haken en ogen Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici Amsterdam, 10 juni 2016 R.J.Q. Klomp De Emmaüsgangers () Lucas 24, 13-35 Juridische haken en ogen Wat te doen als koper

Nadere informatie

De Hoge Raad moet om! Over het recht minderjarige slachtoffers in zedenzaken te ondervragen

De Hoge Raad moet om! Over het recht minderjarige slachtoffers in zedenzaken te ondervragen This is a postprint of De Hoge Raad moet om! Over het recht minderjarige slachtoffers in zedenzaken te ondervragen Wilde, B. de Nederlands Juristenblad, 2009(44/45), 2885-2886 Published version: no link

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4 COUR DE JUSTICE BENELUX COPIE CERTIFIEE CONFORME A L'ORIGINAL VOOR EENSLUIDEND VERKLAARD AFSCHRIFT BRUXELLES, LE BRUSSEL De Hoofdgriffier van het Benelux-Gerechtshof: Le greffier en chef de la Cour^fê

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 23 (2011) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2013 Nr. 238 A. TITEL Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld;

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 1 (1953) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Aanvullend Protocol bij de op 21

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2009 Nr. 37

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2009 Nr. 37 41 (1997) Nr. 4 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2009 Nr. 37 A. TITEL Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen; Straatsburg,

Nadere informatie

Analyse EHRM 9 juli 2013, Vinter e.a. v. het Verenigd Koninkrijk. Feiten

Analyse EHRM 9 juli 2013, Vinter e.a. v. het Verenigd Koninkrijk. Feiten Analyse EHRM 9 juli 2013, Vinter e.a. v. het Verenigd Koninkrijk Feiten De klagers in deze zaak (Vinter, Bamber en Moore) zijn in resp. 2008, 1986 en 1996 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens

Nadere informatie

Treaty Series No. 15 (2014) Exchange of Notes

Treaty Series No. 15 (2014) Exchange of Notes Treaty Series No. 15 (2014) Exchange of Notes between the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland and the Kingdom of the Netherlands relating to the Convention on Legal Proceedings in Civil

Nadere informatie

2010 Integrated reporting

2010 Integrated reporting 2010 Integrated reporting Source: Discussion Paper, IIRC, September 2011 1 20/80 2 Source: The International framework, IIRC, December 2013 3 Integrated reporting in eight questions Organizational

Nadere informatie

Examenreglement Opleidingen/ Examination Regulations

Examenreglement Opleidingen/ Examination Regulations Examenreglement Opleidingen/ Examination Regulations Wilde Wijze Vrouw, Klara Adalena August 2015 For English translation of our Examination rules, please scroll down. Please note that the Dutch version

Nadere informatie

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. modifiant la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. modifiant la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées DOC 54 2141/007 DOC 54 2141/007 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE 11 januari 2017 11 janvier 2017 WETSONTWERP tot wijziging van de wet van 22 maart 2001

Nadere informatie

Legislation in the Netherlands against (sexual orientation) discrimination

Legislation in the Netherlands against (sexual orientation) discrimination Legislation in the Netherlands against (sexual orientation) discrimination Kees Waaldijk, Universiteit Leiden, July 2001 (www.emmeijers.nl/waaldijk) Constitution General Equal Treatment Act Penal Code

Nadere informatie

DE ELECTORALE RAAD VAN SINT MAARTEN,

DE ELECTORALE RAAD VAN SINT MAARTEN, Tweewekelijkse officiële uitgave van Sint Maarten Jaargang 2015, nummer 25 27 November, 2015 P a g i n a 32 Beschikking nummer: 3/2015 Datum: 19 november 2015 DE ELECTORALE RAAD VAN SINT MAARTEN, Gelezen:

Nadere informatie

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN DOC 50 0321/002 DOC 50 0321/002 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE 6 januari 2000 6 janvier 2000 WETSONTWERP betreffende het ontslag van bepaalde militairen en de

Nadere informatie

Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008

Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008 Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008 SPILINDEX 110,51 INDICE-PIVOT 110,51 Tegemoetkomingen aan personen met een handicap Allocations aux personnes handicapées (Jaarbedragen) (Montants annuels)

Nadere informatie

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant Vragenlijst in te vullen en op te sturen voor de meeloopochtend, KABK afdeling fotografie Questionnaire to be filled in and send in before the introduction morning, KABK department of Photography Stuur

Nadere informatie

PRESTATIEVERKLARING. Nr NL

PRESTATIEVERKLARING. Nr NL PRESTATIEVERKLARING Nr. 0072 NL 1. Unieke identificatiecode van het producttype: injectiesysteem fischer FIS V 2. Beoogd(e) gebruik(en): Product Lijm anker te gebruiken in beton Beoogd gebruik Voor bevestigen

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2004 Nr. 15. Europees Sociaal Handvest, met Bijlage; Turijn, 18 oktober 1961

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2004 Nr. 15. Europees Sociaal Handvest, met Bijlage; Turijn, 18 oktober 1961 35 (1961) Nr. 6 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2004 Nr. 15 A. TITEL B. TEKST Europees Sociaal Handvest, met Bijlage; Turijn, 18 oktober 1961 De tekst van het Handvest is geplaatst

Nadere informatie

TOELICHTING OP FUSIEVOORSTEL/

TOELICHTING OP FUSIEVOORSTEL/ TOELICHTING OP FUSIEVOORSTEL/ EXPLANATORY NOTES TO THE LEGAL MERGER PROPOSAL Het bestuur van: The management board of: Playhouse Group N.V., een naamloze Vennootschap, statutair gevestigd te Amsterdam,

Nadere informatie

BENELUX JUNIOR WINNER

BENELUX JUNIOR WINNER Chaque année, il y aura une exposition organisée avec l octroi du titre de BENELUX WINNER dans chacun des 3 pays du Benelux (donc 3 expositions par an) en collaboration avec les sociétés canines nationales.

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

LONDEN MET 21 GEVARIEERDE STADSWANDELINGEN 480 PAGINAS WAARDEVOLE INFORMATIE RUIM 300 FOTOS KAARTEN EN PLATTEGRONDEN

LONDEN MET 21 GEVARIEERDE STADSWANDELINGEN 480 PAGINAS WAARDEVOLE INFORMATIE RUIM 300 FOTOS KAARTEN EN PLATTEGRONDEN LONDEN MET 21 GEVARIEERDE STADSWANDELINGEN 480 PAGINAS WAARDEVOLE INFORMATIE RUIM 300 FOTOS KAARTEN EN PLATTEGRONDEN LM2GS4PWIR3FKEP-58-WWET11-PDF File Size 6,444 KB 117 Pages 27 Aug, 2016 TABLE OF CONTENT

Nadere informatie

Rapport. Datum: 4 mei 2007 Rapportnummer: 2007/086

Rapport. Datum: 4 mei 2007 Rapportnummer: 2007/086 Rapport Datum: 4 mei 2007 Rapportnummer: 2007/086 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de officier van justitie te Groningen op 10 februari 2006 heeft geweigerd haar een kopie te verstrekken van de foto

Nadere informatie

VRAGENLIJST ONTWERP DESIGN LAW TREATY

VRAGENLIJST ONTWERP DESIGN LAW TREATY VRAGENLIJST ONTWERP DESIGN LAW TREATY In de bijlage vindt u de ontwerpartikelen betreffende de Design Law Treaty (DLT), en het ontwerpprocedurereglement, in haar versie van december 2012. Het DLT heeft

Nadere informatie

Collège des procureurs généraux. College van Procureursgeneraal. Bruxelles, le 17 février 2016 Brussel, 17 februari 2016

Collège des procureurs généraux. College van Procureursgeneraal. Bruxelles, le 17 février 2016 Brussel, 17 februari 2016 Collège des procureurs généraux College van Procureursgeneraal Bruxelles, le 17 février 2016 Brussel, 17 februari 2016 CIRCULAIRE N 03/2016 DU COLLÈGE DES PROCUREURS GÉNÉRAUX PRÈS LES COURS D APPEL OMZENDBRIEF

Nadere informatie

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. relative à l enregistrement abusif des noms de domaine

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. relative à l enregistrement abusif des noms de domaine DOC 50 1069/002 DOC 50 1069/002 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE 17 oktober 2002 17 octobre 2002 WETSONTWERP betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen

Nadere informatie

HANDBOEK HARTFALEN (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM

HANDBOEK HARTFALEN (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM HANDBOEK HARTFALEN (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM READ ONLINE AND DOWNLOAD EBOOK : HANDBOEK HARTFALEN (DUTCH EDITION) FROM BOHN Click button to download this ebook READ ONLINE AND DOWNLOAD

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2009 Nr. 121

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2009 Nr. 121 37 (1997) Nr. 3 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2009 Nr. 121 A. TITEL Protocol inzake gecombineerd vervoer over binnenwateren bij de Europese Overeenkomst inzake belangrijke internationale

Nadere informatie

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Jean-François CATS Inhoud van de uiteenzetting Nieuwe opdrachten van het auditcomité ingevoerd door de Audit Directieve en het Audit Reglement

Nadere informatie

Aanvraagformulier. Aansprakelijkheidsverzekering. Particulieren

Aanvraagformulier. Aansprakelijkheidsverzekering. Particulieren Aanvraagformulier Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren Rialto. Tóch verzekerd BELANGRIJK: toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht Als aanvrager / kandidaat-verzekeringnemer bent

Nadere informatie

it would be too restrictive to limit the notion to an "inner circle" in which the individual may live his own personal life as he chooses and to exclude therefrom entirely the outside world not encompassed

Nadere informatie

De dokter aan de digitale schandpaal

De dokter aan de digitale schandpaal 'Recht en Onrecht in de Specialistenpraktijk' De dokter aan de digitale schandpaal mr. Niels van den Burg n.vandenburg@kbsadvocaten.nl Tel. (030) 21 22 868 Programma Zwarte lijsten, waarderingssites en

Nadere informatie

Davide's Crown Caps Forum

Davide's Crown Caps Forum pagina 1 van 6 Davide's Crown Caps Forum A Forum for Crown Cap Collectors Zoeken Uitgebreid zoeken Zoeken Forumindex Crown Caps Unknown Caps Lettergrootte veranderen vriend Afdrukweergave Gebruikerspaneel

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 28 (1980) Nr. 7 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2011 Nr. 95 A. TITEL Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst; (met Protocol en Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Antwoord van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 juni 2016)

Antwoord van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 juni 2016) AH 2770 2016Z09136 Antwoord van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 juni 2016) Vraag 1 Heeft u kennisgenomen van de voortgangsrapportage van de 'road map visum liberalisatie Turkije',

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 133

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 133 63 (1961) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1993 Nr. 133 A. TITEL Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen en

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2011 Convention collective de travail du 27 juin 2011

Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2011 Convention collective de travail du 27 juin 2011 Paritair Comité voor de bedienden van de nonferro metalen non ferreux Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2011 Convention collective de travail du 27 juin 2011 Tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven

Nadere informatie

Van Commissionaire naar LRD?

Van Commissionaire naar LRD? Van Commissionaire naar LRD? Internationale jurisprudentie en bewegingen in het OESO commentaar over het begrip vaste inrichting (Quo Vadis?) Mirko Marinc, Michiel Bijloo, Jan Willem Gerritsen Agenda Introductie

Nadere informatie

AN URBAN PLAYGROUND AFSTUDEERPROJECT

AN URBAN PLAYGROUND AFSTUDEERPROJECT AN URBAN PLAYGROUND 2005 Het vraagstuk van de openbare ruimte in naoorlogse stadsuitbreidingen, in dit geval Van Eesteren s Amsterdam West, is speels benaderd door het opknippen van een traditioneel stadsplein

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt: nummer: 14/1038/GA betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond.

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond. Opgaven in Nederlands. Alle opgaven hebben gelijk gewicht. Opgave 1 Gegeven is een kasstroom x = (x 0, x 1,, x n ). Veronderstel dat de contante waarde van deze kasstroom gegeven wordt door P. De bijbehorende

Nadere informatie

MONITEUR BELGE Ed. 3 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE Ed. 3 BELGISCH STAATSBLAD 30611 SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES [C 2015/03204] 26 MAI 2015. Arrêté royal déterminant le modèle de la formule de déclaration en matière d impôt des sociétés pour l exercice d imposition 2015 (1) PHILIPPE,

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 28893 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE N. 2008 1822 [C 2008/09406] 2 JUNI 2008. Ministerieel besluit tot vaststelling van de lijst met punten voor prestaties verricht door advocaten belast met gedeeltelijk

Nadere informatie

B1 Woordkennis: Spelling

B1 Woordkennis: Spelling B1 Woordkennis: Spelling Bestuderen Inleiding Op B1 niveau gaan we wat meer aandacht schenken aan spelling. Je mag niet meer zoveel fouten maken als op A1 en A2 niveau. We bespreken een aantal belangrijke

Nadere informatie

10-11-2014. Beeld: Sunside, Flickr, CC-BY 2.0. Het recht met rust gelaten te worden

10-11-2014. Beeld: Sunside, Flickr, CC-BY 2.0. Het recht met rust gelaten te worden Beeld: Sunside, Flickr, CC-BY 2.0 Het recht met rust gelaten te worden 1 Verwerking van persoonsgegevens PERSOONSGEGEVENS Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geidentificeerde of identificeerbare

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt: nummer: 14/1062/GA betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1999 Nr. 27

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1999 Nr. 27 57 (1998) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1999 Nr. 27 A. TITEL Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika

Nadere informatie

VERKLARING VAN WOONPLAATS

VERKLARING VAN WOONPLAATS 5000-NL Bestemd voor de buitenlandse belastingdienst VERKLARING VAN WOONPLAATS Verzoek om toepassing van het belastingverdrag tussen Frankrijk en 12816*01 De belastingplichtige geeft in dit vak de naam

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96 53 (1970) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1989 Nr. 96 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland betreffende het internationale

Nadere informatie

Mei 2010. Netwerk Vlaanderen vzw

Mei 2010. Netwerk Vlaanderen vzw Achtergrondnota bij de reactie van Minister van Financiën Reynders in het Federaal Parlement op 3 maart 2010 n.a.v. meerdere parlementaire vragen over de «lijst met bedrijven die betrokken zijn bij de

Nadere informatie

Annotatie bij EHRM 21 juli 2015 (Satakunnan Markkinapörssi Oy & Satamedia Oy / Finland),, , nr. 4. Door: mr. drs. B.

Annotatie bij EHRM 21 juli 2015 (Satakunnan Markkinapörssi Oy & Satamedia Oy / Finland),, , nr. 4. Door: mr. drs. B. Annotatie bij EHRM 21 juli 2015 (Satakunnan Markkinapörssi Oy & Satamedia Oy / Finland), European Human Rights Cases, 2016-1, nr. 4. Door: mr. drs. B. van der Sloot 1. De zaak Satakunnan Markkinapörssi

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

30548 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD

30548 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD 30548 MONITEUR BELGE 16.04.2009 BELGISCH STAATSBLAD F. 2009 1369 SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE, SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE ET ENVIRONNEMENT [C 2009/24134] 8 AVRIL 2009. Arrêté ministériel

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1983 Nr. 100

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1983 Nr. 100 56 (1974) Nr. 3 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1983 Nr. 100 A. TITEL Verdrag inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences, met bijlage; Genève, 6 april 1974 B. TEKST De Engelse

Nadere informatie

Duurzaam projectmanagement - De nieuwe realiteit van de projectmanager (Dutch Edition)

Duurzaam projectmanagement - De nieuwe realiteit van de projectmanager (Dutch Edition) Duurzaam projectmanagement - De nieuwe realiteit van de projectmanager (Dutch Edition) Ron Schipper Click here if your download doesn"t start automatically Duurzaam projectmanagement - De nieuwe realiteit

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 15.07.2014 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 15.07.2014 MONITEUR BELGE 53805 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C 2014/31492] 10 JUNI 2014. Ministerieel besluit tot vaststelling van de typeinhoud en de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de energieaudit opgelegd door het Besluit

Nadere informatie

EU Data Protection Wetgeving

EU Data Protection Wetgeving Fundamentals of data protection EU Data Protection Wetgeving Prof. Paul de Hert Vrije Universiteit Brussel (LSTS) 1 Outline -overzicht -drie fundamenten -recente uitspraak Hof van Justitie Recht op data

Nadere informatie

Grande enquête IPCF - Grote enquête BIBF

Grande enquête IPCF - Grote enquête BIBF 1 Grande enquête IPCF - Grote enquête BIBF Pression fiscale, médias sociaux ou encore législation anti-blanchiment : les comptables-fiscalistes nous disent tout! Fiscale druk, sociale media en witwaswetgeving

Nadere informatie

Privacy in de zorg. Een primer over de wettelijke kaders rondom persoonsgegevens. Christiaan Hillen. Security consultant bij Madison Gurkha

Privacy in de zorg. Een primer over de wettelijke kaders rondom persoonsgegevens. Christiaan Hillen. Security consultant bij Madison Gurkha Privacy in de zorg Een primer over de wettelijke kaders rondom persoonsgegevens. Christiaan Hillen Security consultant bij Madison Gurkha Waarom deze presentatie: Duidelijkheid scheppen Allemaal dezelfde

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 8 februari 2010

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 8 februari 2010 FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Toets Inleiding Kansrekening 1 8 februari 2010 Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als je een onderdeel

Nadere informatie

61190 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE

61190 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 61190 BELGISCH STAATSBLAD 12.09.2016 MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE [C 2016/11363] 1 SEPTEMBER 2016. Koninklijk besluit tot goedkeuring van het zesde beheerscontract

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 25.09.2015 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 25.09.2015 BELGISCH STAATSBLAD 60077 SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES [C 2015/03324] 18 SEPTEMBRE 2015. Arrêté royal déterminant les modèles des formules de déclaration en matière de cotisations spéciales visées à l article 541 du Code

Nadere informatie

L.Net s88sd16-n aansluitingen en programmering.

L.Net s88sd16-n aansluitingen en programmering. De L.Net s88sd16-n wordt via één van de L.Net aansluitingen aangesloten op de LocoNet aansluiting van de centrale, bij een Intellibox of Twin-Center is dat de LocoNet-T aansluiting. L.Net s88sd16-n aansluitingen

Nadere informatie

Introductie in flowcharts

Introductie in flowcharts Introductie in flowcharts Flow Charts Een flow chart kan gebruikt worden om: Processen definieren en analyseren. Een beeld vormen van een proces voor analyse, discussie of communicatie. Het definieren,

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1982 Nr. 98

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1982 Nr. 98 21 (1982) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1982 Nr. 98 A. TITEL Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Israël houdende

Nadere informatie

Aangepast strafrecht de rol van leeftijd en ontwikkeling

Aangepast strafrecht de rol van leeftijd en ontwikkeling Aangepast strafrecht de rol van leeftijd en ontwikkeling Prof. mr. T. (Ton) Liefaard SWR-conferentie, 27 september 2014 Opbouw 1. Leeftijdsgrenzen in het strafrecht Welke leeftijdsgrenzen kennen we en

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Interaction Design for the Semantic Web

Interaction Design for the Semantic Web Interaction Design for the Semantic Web Lynda Hardman http://www.cwi.nl/~lynda/courses/usi08/ CWI, Semantic Media Interfaces Presentation of Google results: text 2 1 Presentation of Google results: image

Nadere informatie

Working with Authorities

Working with Authorities Working with Authorities Finding the balance in the force field of MUSTs, SHOULDs, CANs, SHOULD-NEVERs, CANNOTs Jacques Schuurman SURFnet-CERT Amsterdam, 24 February 2006 Hoogwaardig internet voor hoger

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2009 Nr. 89

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2009 Nr. 89 7 (2008) Nr. 7 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2009 Nr. 89 A. TITEL Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Somalië betreffende

Nadere informatie

BELGISCHE KAMER VAN CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS

BELGISCHE KAMER VAN CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DOC 54 1730/002 DOC 54 1730/002 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE 13 april 2016 13 avril 2016 WETSONTWERP tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende

Nadere informatie

UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education

UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education *0535502859* DUTCH 0515/03 Paper 3 Speaking Role Play Card One 1 March 30 April 2010 No Additional

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 12 (1974) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2010 Nr. 202 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek tot het

Nadere informatie

Document préparé par Marie Spaey, en collaboration avec Pauline de Wouters. Novembre 2009.

Document préparé par Marie Spaey, en collaboration avec Pauline de Wouters. Novembre 2009. . Déclaration environnementale Document préparé par Marie Spaey, en collaboration avec Pauline de Wouters. Novembre 2009. Définition dans le cadre de Clé Verte Dans le cadre de l éco-label Clé Verte, l

Nadere informatie

NGI Vision Debat

NGI Vision Debat NGI Vision 2030 Debat Résultats que nous voulons obtenir Les sources authentiques de données géographiques sont des données de qualité et mises à jour, à disposition comme «données ouvertes». Les services

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158 14 (1987) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1987 Nr. 158 A. TITEL Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme Amsterdam Masterclass 22 June 2017

Ius Commune Training Programme Amsterdam Masterclass 22 June 2017 www.iuscommune.eu INVITATION Ius Commune Masterclass 22 June 2017 Amsterdam Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to participate in the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers,

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1996 Nr. 261

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1996 Nr. 261 83 (1995) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1996 Nr. 261 A. TITEL Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Libellé: ABO GROUP ISIN: BE0974278104 Code Euronext: BE0974278104 Mnémonique: ABO

Libellé: ABO GROUP ISIN: BE0974278104 Code Euronext: BE0974278104 Mnémonique: ABO Augmentation du nombre d'actions en circulation PLACE: AVIS N : DATE: 22/12/2014 MARCHE: Augmentation du nombre d'actions en circulation Euronext fait connaître que 1 actions nouvelles émises par, immédiatement

Nadere informatie

Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (met Uitvoeringsreglement en Protocollen); München, 5 oktober 1973

Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (met Uitvoeringsreglement en Protocollen); München, 5 oktober 1973 56 (1973) Nr. 7 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1985 Nr. 81 A. TITEL Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (met Uitvoeringsreglement en Protocollen); München, 5 oktober

Nadere informatie