INHOUDSOPGAVE WORD-OMGEVING... 9

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INHOUDSOPGAVE... 2 1 WORD-OMGEVING... 9"

Transcriptie

1 29/11/2010

2 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE WORD-OMGEVING INLEIDING WORD OPSTARTEN GEBRUIKERSINTERFACE Titelbalk Het Lint Tabblad Bestand Werkbalk Snelle toegang Liniaal Tekstgedeelte Schuifbalken Bladerknoppen Statusbalk Snelmenu s De miniwerkbalk Taakvenster VENSTERBEHEER Eén document selecteren Meerdere vensters van één document openen Twee documenten naast elkaar vergelijken Venster sluiten Alle vensters weergeven WEERGAVEN Documentweergaven Wijzigen documentweergave Weergaveopties Zoom Een venster splitsen WORD AFSLUITEN BASISVAARDIGHEDEN INLEIDING EEN DOCUMENT OPENEN Openen Documentformaat Selectie van de map Snel openen (onlangs geopende documenten) EEN NIEUW (LEEG) DOCUMENT AANMAKEN EEN DOCUMENT OPSLAAN Opslaan Document opslaan als Document opslaan in oudere WORD-versie BEVEILIGD DOCUMENT Document beveiligen Beveiligd document openen EEN DOCUMENT SLUITEN SJABLONEN WORD BASIS Regie der Gebouwen INHOUDSOPGAVE - 2

3 2.7.1 Sjabloon gebruiken Sjabloon maken BEWERKINGEN Bewerking ongedaan maken Bewerking opnieuw uitvoeren Bewerking herhalen TEKSTBEWERKING INVOER GEGEVENS EN EINDEREGEL Einde alinea Manueel regeleinde Invoegen & overschrijven Klikken en typen VERPLAATSEN IN DE TEKST Verplaatsen via het toetsenbord Ga naar Verplaatsen met behulp van de muis Paginawissels SELECTEREN VAN TEKST Selecteren met behulp van de muis Selecteren met behulp van het lint Tekstselectie met dezelfde opmaak Uitgebreide selectie (F8) Automatische selectie ganse woorden Selectie ongedaan maken KNIPPEN / KOPIËREN / PLAKKEN Via de opdrachten in het lint Via slepen en neerzetten (Drag-and-drop) Via de opdrachten in het snelmenu Via de sneltoetsen VERWIJDEREN Tekst verwijderen Verwijderingen ongedaan maken HERHALEN OF OPNIEUW Herhalen Opnieuw HET KLEMBORD Een element uit het klembord plakken Alle elementen uit het klembord plakken Een element uit het klembord verwijderen Het klembord leegmaken TEKSTOPMAAK INLEIDING OPMAAKMETHODES Opmaak via het dialoogvenster Lettertype Opmaak via de sneltoetsen Opmaak via de groep Lettertype Opmaak via de miniwerkbalk TEKENOPMAAK Soorten lettertypen Dialoogvenster Lettertype WORD BASIS Regie der Gebouwen INHOUDSOPGAVE - 3

4 4.3.3 Lettertype kiezen Tekenstijl Tekengrootte Tekstkleur Onderlijning Effecten Voorbeeld Proportioneel en niet-proportioneel Hoofdlettergebruik TEKENOPMAAK NA DE SELECTIE VAN TEKST OPMAAK WISSEN OPMAAK KOPIËREN/PLAKKEN GEAVANCEERD Tekenafstand OpenType-functies STANDAARDINSTELLINGEN ALINEAOPMAAK INLEIDING UITLIJNING INSPRINGEN Inspringen m.b.v. het liniaal Inspringen via het dialoogvenster Alinea Inspringen via de groep Alinea REGELAFSTAND Regelafstand via het dialoogvenster Alinea Regelafstand via de groep Alinea AFSTAND TUSSEN ALINEA S Afstand tussen alinea s via het dialoogvenster Alinea Afstand tussen alinea s via de groep Alinea OPSOMMINGSTEKENS & NUMMERING Lijst met opsommingstekens Genummerde lijst Lijst met meerdere niveaus Extra ruimte tussen de opsommingen RANDEN & ARCERING Een kader rond een woord, tekst of alinea Een kader rond een pagina TABSTOPS Soorten Tabstop plaatsen m.b.v. het dialoogvenster Tabs Tabstop plaatsen m.b.v. de liniaal Tabstops met opvulteken Verplaatsen van een tabstop Verwijderen van een tabstop Wijzigen van het type tabstop TEKST BIJEENHOUDEN ALINEAOPMAAK VERWIJDEREN Alineaopmaak verwijderen Teken- en alineaopmaak verwijderen Enkel tekenopmaak verwijderen WORD BASIS Regie der Gebouwen INHOUDSOPGAVE - 4

5 6 PAGINAOPMAAK AFDRUKSTAND & PAGINAFORMAAT Afdrukstand aanpassen via het lint Paginaformaat aanpassen via het lint Afdrukstand aanpassen via het dialoogvenster Pagina-instelling Papierformaat aanpassen via het dialoogvenster Pagina-instelling Pagina-instelling toepassen op MARGES Marges aanpassen via het lint Marges aanpassen via het dialoogvenster Pagina-instelling Meerdere pagina s KOLOMMEN Kolommen definiëren PAGINERING Inleiding Pagina-einde manueel toevoegen Pagina-einde verwijderen KOPTEKST / VOETTEKST Opmaak kop-/voettekst Galerie kop-/voetteksten Kop-/voettekst verwijderen Persoonlijke kop-/voettekst maken Kop-/voettekst afwijkend op eerste pagina Kop-/voettekst verschillend op even en oneven pagina s Ruimte bepalen tussen bladrand en kop-/voettekst (positionering) PAGINANUMMERING SECTIES Document indelen in secties Kop-/voettekst per sectie Verwijderen van een sectie WOORDAFBREKING Automatische woordafbreking Opties woordafbreking Manuele woordafbreking AFDRUKKEN INLEIDING AFDRUKVOORBEELD AFDRUKKEN AFDRUKINSTELLINGEN Printer Instellingen Afdruk recto Sorteren Afdrukstand Papierformaat Marges Pagina s per blad Pagina-instelling THEMA S & STIJLEN WORD BASIS Regie der Gebouwen INHOUDSOPGAVE - 5

6 8.1 INLEIDING THEMA S STIJLEN Wat is een stijl? Een stijl toepassen Snelle stijlen Een stijl aanmaken Stijlcontrole TABELLEN INLEIDING CREATIE Via het dialoogvenster Tabel invoegen Tabel tekenen Via het tabblad Invoegen NAVIGATIE BINNEN EEN TABEL EEN TABEL VERPLAATSEN AFMETINGEN VAN EEN TABEL AANPASSEN (RESIZE) SELECTEREN IN EEN TABEL Selectie van een cel Selectie van een rij Selectie van een kolom Selectie van meerdere niet aan elkaar grenzende cellen Selectie van de volledige tabel Selectie via het lint INVOEGEN VAN RIJEN/KOLOMMEN/CELLEN Invoegen van rijen/kolommen in een tabel Invoegen van rijen/kolommen achteraan een tabel Invoegen van nieuwe cellen in een tabel VERWIJDEREN VAN RIJEN/KOLOMMEN/CELLEN/TABEL Verwijderen van rijen/kolommen Verwijderen van cellen Verwijderen van ganse tabel SAMENVOEGEN EN SPLITSEN VAN CELLEN Samenvoegen van cellen Splitsen van cellen STIJLEN VOOR TABELLEN TABELOPMAAK Kolombreedte aanpassen Rijhoogte aanpassen Uitlijning Gelijkmatig verdelen van rijen en kolommen Automatisch aanpassen Kolomtitels Lijnen bepalen en verwijderen Opvulling cellen bepalen TABELEIGENSCHAPPEN Tabblad Tabel Tabblad Rij Tabblad Kolom Tabblad Cel WORD BASIS Regie der Gebouwen INHOUDSOPGAVE - 6

7 10 AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES INLEIDING AFBEELDINGEN Een afbeelding invoegen Een afbeelding selecteren Vergroten of verkleinen van een afbeelding Verplaatsen van een afbeelding Draaien van een afbeelding De positie van een afbeelding Tekstterugloop MICROSOFT MEDIAGALERIE Een illustratie invoegen ZOEKEN EN VERVANGEN INLEIDING ZOEKEN Het navigatievenster Geavanceerd zoeken VERVANGEN AUTOCORRECTIE Autocorrectie AUTOOPMAAK AutoOpmaak tijdens het typen SPELLING & GRAMMATICA INLEIDING SPELLING EN GRAMMATICA Opties Automatische spellingcontrole tijdens het typen Spellingcontrole manueel uitvoeren (dialoogvenster of pictogram statusbalk) Selectieve spellingcontrole Grammatica WOORDENLIJSTEN Eigen woordenlijst Een woordenlijst toevoegen SYNONIEMEN Synoniemen via snelmenu Synoniemen via het lint OPTIES VOOR WORD (Opslaan Backups) INLEIDING AUTOHERSTEL STANDAARD BESTANDSLOCATIE BACK-UP MAKEN HELPFUNCTIE WORD HELPFUNCTIE OPVRAGEN BLADEREN IN HELP VAN WORD INHOUDSOPGAVE HELP WEERGEVEN WORD BASIS Regie der Gebouwen INHOUDSOPGAVE - 7

8 14.4 ZOEKVAK MICROSOFT OFFICE ONLINE OF NIET? KNOPPEN IN DE WERKBALK SNELTOETSEN FUNCTIETOETSEN SHIFT+FUNCTIETOETS CTRL+FUNCTIETOETS ALT+FUNCTIETOETS ALT+SHIFT+FUNCTIETOETS CTRL+ALT+FUNCTIETOETS WORD BASIS Regie der Gebouwen INHOUDSOPGAVE - 8

9 1 WORD-OMGEVING 1.1 Inleiding Microsoft Word 2010 is het tekstverwerkingsprogramma dat deel uitmaakt van Microsoft Office. Het laat u toe teksten te creëren, fouten te verbeteren, de schikking aan te passen, paragrafen te schrappen of te verplaatsen, een afbeelding toe te voegen, In dit hoofdstuk leren we hoe u WORD moet opstarten. Daarna verkennen we de omgeving. Tenslotte zien we ook hoe u WORD kunt verlaten. 1.2 WORD opstarten WORD 2010 is een pakket dat draait onder Windows XP (service pack 2 of hoger), Windows Vista of Windows 7. In deze handleiding wordt Windows 7 gebruikt. De werking in de andere Windows-versie is analoog, er kunnen wel enkele verschillende optreden in sommige schermafdrukken. Het starten van toepassingen gebeurt vanuit het startscherm in Windows 7. klik op de knop Starten (links onderaan in de taakbalk). Knop Starten klik op de knop Alle Programma s. klik op Microsoft Office. Klik op Microsoft WORD WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 9

10 Het beginscherm van WORD verschijnt: Het is mogelijk dat uw scherm (bovenste gedeelte) er lichtjes anders uitziet. Dit is afhankelijk van de manier waarop u laatst met WORD hebt gewerkt en van enkele specifieke instellingen. Ook de schermresolutie kan leiden tot een andere weergave (icoontjes met of zonder tekst). WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 10

11 1.3 Gebruikersinterface Alle onderdelen van het beginscherm worden hieronder aangeduid. Daarna worden de voornaamste meer in detail besproken. Werkbalk Snelle Toegang Het lint Titelbalk Verticale schuifbalk Tabblad Bestand Tekstgedeelte Liniaal Zoomschuifregelaar Bladerknoppen Statusbalk Weergavesnelkoppelingen Titelbalk Bovenaan vindt u de Titelbalk. In de titelbalk wordt de naam van het document getoond alsook de naam van de toepassing ( Microsoft WORD ). Bij het opstarten van WORD verschijnt er Document1 als documentnaam omdat er nog geen naam werd aangegeven. Zodra u het document opslaat en er een naam aangeeft zal de gekozen naam in de titelbalk verschijnen. Rechts in de titelbalk ziet u een aantal knoppen: Minimaliseren (venster wordt tot een pictogram verkleind) Maximaliseren (venster wordt over het volledig scherm afgebeeld) Verkleinen (bij gemaximaliseerd venster terug in vorig formaat plaatsen) Sluiten (afsluiten van het programma) WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 11

12 1.3.2 Het Lint Bovenaan, onder de titelbalk, hebt u het lint. Het lint bestaat uit een aantal tabbladen: Bestand, Start, Invoegen, Pagina-indeling, Verwijzingen, Verzendlijsten, Controleren en Beeld. Elk tabblad bevat een aantal groepen (vb. tabblad Start : Klembord, Lettertype, Alinea, ). Elke groep staat in een rechthoek en bevat verwante opdrachten. Een opdracht kan een knop, een selectievakje, een menu of een tekstvak waarin u informatie kunt typen, zijn. Opdrachten die lichter worden weergegeven zijn op dat ogenblik niet van toepassing (uitgeschakeld). WORD wijzigt zelf van tabblad op basis van hetgeen waarmee u op dat moment bezig bent. Indien u de muisaanwijzer even boven een opdracht houdt, krijgt u een venstertje met informatie over deze opdracht. Dit noemt men scherminfo. Voorbeeld scherminfo Vet Plaats de muisaanwijzer even boven de knop met de letter B in de groep Lettertype van het tabblad Start. U merkt dat er achter de betekenis van de knop een toetsencombinatie is vermeld (vb. CTRL+B ). In plaats van op de knop te klikken kunt u ook deze toetsencombinatie gebruiken. Deze toetsencombinaties worden sneltoetsen genoemd. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 12

13 Bij heel wat groepen vindt u onderaan rechts een pijltje. Dit pijltje wordt het startpictogram genoemd en opent het dialoogvenster met betrekking tot de groep. Voorbeeld dialoogvenster Lettertype Klik op het startpictogram van de groep Lettertype in het tabblad Start. Het dialoogvenster Lettertype wordt geopend: Het dialoogvenster Lettertype bevat een aantal opdrachten die u ook terugvindt in het lint. Meestal bevat het dialoogvenster echter meer mogelijkheden. Tabbladen Standaard bevat het lint 8 tabbladen. Soms verschijnt er een bijkomend tabblad met groepen en opdrachten die betrekking hebben op de specifieke taak waarmee u bezig bent. Zo n tabblad wordt een contextueel tabblad genoemd. U krijgt bijvoorbeeld het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen Opmaak als u een afbeelding toevoegt (zie volgende afbeelding) of Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen en Hulpmiddelen voor tabellen Indeling als u een tabel opmaakt. Deze contactuele tabbladen verschijnen achteraan het lint. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 13

14 1.3.3 Tabblad Bestand Het eerste tabblad in het lint is Bestand. Dit tabblad biedt een centrale locatie voor alle zaken die u kunt uitvoeren voor een bestand: binnen enkele klikken kunt u uw bestanden opslaan, delen, afdrukken en publiceren. Klik op het tabblad Bestand. - Standaard wordt algemene informatie over het document weergegeven (knop Info ). - Links vindt u een aantal opdrachten zoals Opslaan, Opslaan als, Openen, Sluiten, In de loop van deze handleiding worden deze opdrachten besproken. - Rechts verschijnen er bij de opdrachten Info, Recent, Nieuw, Afdrukken, Opslaan en verzenden en Help meerdere opdrachten met betrekking tot de gekozen opdracht. Druk op de ESC-toets om het tabblad Bestand te verlaten (of op een tabblad). WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 14

15 1.3.4 Werkbalk Snelle toegang De werkbalk Snelle toegang bevindt zich standaard bovenaan links in de titelbalk. De werkbalk bevat standaard de opdrachten Opslaan, Ongedaan maken en Opnieuw. U kunt gemakkelijk knoppen toevoegen of verwijderen. Op deze manier kunt u de opdrachten die u het meeste gebruikt in deze werkbalk plaatsen om sneller te kunnen werken. Klik op het neerwaartse pijltje aan de rechterkant van de werkbalk om de werkbalk aan te passen. De keuzelijst bevat een aantal opdrachten, aangevinkt betekent actief in de werkbalk. Klik op de gewenste opdracht om hem in te schakelen of uit te schakelen. Werkbalk Snelle toegang verplaatsen Wenst u dat de werkbalk onder het lint wordt weergegeven, Klik op het neerwaartse pijltje aan de rechterkant van de werkbalk Snelle toegang. klik dan op Onder het lint weergeven. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 15

16 Opdrachten toevoegen aan of verwijderen van werkbalk Snelle toegang Staat de gewenste opdracht niet in de keuzelijst, dan kunt u een lijst met alle opdrachten opvragen: Klik op Meer opdrachten. Het venster Opties voor Word Werkbalk Snelle toegang wordt geopend: Selecteer in de keuzelijst Kies opdrachten uit: de gewenste lijst. Onder de keuzelijst verschijnen de opdrachten die tot de geselecteerde keuzelijst behoren. Klik op de opdracht die u wenst toe te voegen (vb. Nieuw, Openen ). Klik op de knop Toevoegen. De opdrachten in de Werkbalk Snelle toegang verschijnen in de tabel rechts. U kunt de volgorde van de opdrachten aanpassen: Klik op de opdracht die u wenst te verplaatsen. Klik op de neerwaartse pijl of opwaartse pijl om de opdracht te verplaatsen. Klik daarna op de knop OK om te bevestigen. Nieuw Openen Opslaan Ongedaan maken Opnieuw WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 16

17 U kunt een opdracht ook toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang door met de rechtermuisknop op de gewenste opdracht te klikken en in het snelmenu de optie Toevoegen aan werkbalk Snelle toegang kiezen: WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 17

18 1.3.5 Liniaal Onder het lint bevindt zich de horizontale liniaal en links bevindt zich de verticale liniaal. De horizontale liniaal geeft u de volgende mogelijkheden: marges aanpassen linkermarge rechtermarge links alinea-insprongen wijzigen 1 e regel rechts links midden tabstops instellen rechts decimaal lijntab kolombreedte wijzigen linkermarge linkerkolom rechtermarge linkerkolom & linkermarge rechterkolom rechtermarge rechterkolom Afhankelijk van de weergave van uw document kan de liniaal anders worden getoond (vb. in Afdrukweergave worden beide linialen getoond, in Conceptweergave enkel de horizontale). U kunt de linialen tonen of verbergen: Klik op het tabblad Beeld. Vink het vakje Liniaal aan (tonen) of uit (verbergen) in de groep Weergeven. De linialen kunt u ook in- of uitschakelen door op de knop Liniaal te klikken (deze knop bevindt zich boven de verticale schuifbalk). WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 18

19 1.3.6 Tekstgedeelte Het grootste gedeelte van het scherm in WORD is leeg (wit blad). Dit is de plaats waar u uw tekst kunt intypen. De positie waar u typt wordt aangegeven door een knipperende streepje, de cursor of invoegpositie genoemd. De muisaanwijzer kan verschillende vormen aannemen: muisaanwijzer is gericht op een opdracht muisaanwijzer bevindt zich in tekstgedeelte Wanneer u tekst intypt, dan verdwijnt de muisaanwijzer. Hij verschijnt opnieuw als u met de muis beweegt. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 19

20 1.3.7 Schuifbalken De schuifbalken, rechts en onderaan het scherm, laten u toe het beeld dat u ziet naar boven of onder (rechter schuifbalk) of naar links of rechts (onderste schuifbalk) te verplaatsen. Indien uw pagina in de breedte volledig zichtbaar is dan zal de onderste schuifbalk niet actief zijn. De verticale schuifbalk (rechts) zult u regelmatig gebruiken. U kunt de schuifbalken op verschillende manieren gebruiken: - op het pijltje bovenaan klikken om naar boven te scrollen of op het pijltje onderaan klikken om naar onder te scrollen. - het rechthoekig balkje (schuifknop) in de schuifbalk naar een andere positie verslepen. De schuifbalk stelt de totale inhoud van uw document voor. Sleept u de schuifknop naar het midden van de schuifbalk dan zult u de middelste pagina van uw document zien. Als u op de schuifknop klikt dan verschijnt het actuele paginanummer, zeer handig om vlug naar de gewenste pagina te scrollen. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 20

21 1.3.8 Bladerknoppen Onder de verticale schuifbalk bevinden zich de bladerknoppen. Vorige Bladerobject selecteren Volgende De knoppen Vorige en Volgende zijn afhankelijk van uw keuze van het Bladerobject. Standaard is het ingesteld op Bladeren per pagina. Om een bladerobject te selecteren: klikt u op de knop Bladerobject selecteren. U kunt nu een item kiezen dat u wenst te gebruiken om doorheen uw document te bladeren: Ga naar Zoeken Bladeren per bewerking Bladeren per kop Bladeren per afbeelding Bladeren per tabel Bladeren per veld Bladeren per eindnoot Bladeren per voetnoot Bladeren per opmerking Bladeren per sectie Bladeren per pagina Voorbeeld: Bladeren per afbeelding klik op de knop Bladerobject selecteren. Selecteer de optie Bladeren per afbeelding. Plaats de muisaanwijzer op de knop Vorige er verschijnt Vorige afbeelding. Plaats de muisaanwijzer op de knop Volgende er verschijnt Volgende afbeelding. Klik op de knop Vorige WORD plaatst de cursor juist vóór de vorige afbeelding. Klik op de knop Volgende WORD plaatst de cursor juist vóór de volgende afbeelding. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 21

22 1.3.9 Statusbalk De statusbalk bevindt zich onderaan het WORD-venster. Het bevat informatie die het gebruik van het programma vergemakkelijkt. Standaard ziet u de volgende informatie in de statusbalk: Het paginanummer en het totaal aantal pagina s Het aantal woorden dat het document bevat Spelling- en grammaticacontrole (geen taalfouten, controleren, taalfouten) Taal kofie Weergavesnelkoppelingen Zoomniveau De zoomschuifregelaar U kunt bijkomende informatie in de statusbalk plaatsen: Klik met de rechtermuisknop in de statusbalk. Het menu Statusbalk aanpassen wordt geopend: U kunt een aantal functies in- of uitschakelen door er op te klikken. Op de meeste knoppen in de statusbalk kunt u klikken om bijkomende informatie op te vragen. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 22

23 Snelmenu s Met de rechtermuisknop kunt u een snelmenu oproepen. De menukeuzen in een snelmenu zijn afhankelijk van de plaats waar u het snelmenu oproept. Voorbeeld Klik met de rechtermuisknop op een wit gedeelte waar u tekst kunt intypen. Het volgende snelmenu wordt geopend: Klik met de rechtermuisknop op de knop Plakken. Een totaal ander snelmenu wordt geopend: WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 23

24 De miniwerkbalk Als u tekst selecteert (zie later) en u houdt de muisaanwijzer even op de selectie, dan krijgt u de miniwerkbalk. De miniwerkbalk wordt lichter weergegeven (afbeelding links) maar als u er met de muisaanwijzer over gaat dan wordt deze scherper weergegeven (afbeelding rechts) en kunt u de gewenste opdracht (vet, lettertype, ) kiezen. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 24

25 Taakvenster Een taakvenster bevat een lijst met opdrachten waarvan Office veronderstelt dat u ze misschien nuttig kunt gebruiken bij het uitvoeren van de taak waarmee u bezig bent. Taakvensters verschijnen langs één van de randen van uw beeldscherm. Bepaalde taakvensters (oa. het klembord) worden in alle Office-programma s (WORD, Excel, PowerPoint, ) gebruikt. Voorbeeld: Invoegen van een illustratie. Klik op het tabblad Invoegen. Klik op de knop Illustraties in de groep Illustraties. Het taakvenster Illustraties wordt geopend (rechts op het beeldscherm) In het taakvenster Illustraties kunt u illustraties opzoeken, selecteren, vooraf bekijken en in uw document invoegen. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 25

26 Taakvenster openen WORD beschikt, net als elke andere Office-applicatie, over meerdere taakvensters met elk een eigen lijst aan mogelijkheden. De taakvensters worden automatisch geopend wanneer u bepaalde taken wilt uitvoeren. Taakvenster sluiten Wanneer u een taakvenster niet meer nodig hebt, dan kunt u het taakvenster sluiten door rechts bovenaan op de knop Sluiten van het taakvenster te klikken. Taakvenster verplaatsen Net zoals bij werkbalken kunt u een taakvenster op om het even welke plaats op uw beeldscherm plaatsen. Plaats de muisaanwijzer op de titelbalk van het taakvenster (de muisaanwijzer verandert van pijltje in een kruisje met 4 pijltjes) U houdt de linkermuisknop ingedrukt en sleept het taakvenster naar de gewenste locatie. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 26

27 Sleept u het taakvenster naar één van de zijkanten van uw scherm, dan zal het taakvenster de hoogte tussen het lint en de statusbalk innemen (standaardweergave van een taakvenster). Taakvenster vergroten/verkleinen U kunt de grootte van een taakvenster aanpassen. Klik op de knop Opties voor taakvenster (naast de knop Sluiten ). Selecteer de optie Formaat. De muisaanwijzer verandert in. Pas de grootte van het taakvenster aan door te slepen met uw muis. Klik op de linkermuisknop als u de gewenste grootte hebt bekomen. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 27

28 1.4 Vensterbeheer U kunt in WORD verschillende documenten tegelijkertijd openen. Elk document wordt in een ander venster weergegeven. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 28

29 1.4.1 Eén document selecteren Klik in het venster van het gewenste document (als ze zichtbaar is op uw scherm) of klik op de knop Ander venster in de groep Venster van het tabblad Beeld en selecteer het gewenste document of u houdt de toets CTRL ingedrukt en drukt x-maal op de toets F6 tot het gewenste document actief is of klik op de corresponderende knop van het gewenste document in de Windows-taakbalk Meerdere vensters van één document openen U kunt één document in 2 of meerdere vensters openen. Handig als u een deel van een document wenst te wijzigen zonder het zicht op een ander deel van hetzelfde document te verliezen. Klik op de knop Nieuw venster in de groep Venster van het tabblad Beeld. Er zijn nu 2 vensters met hetzelfde document, ze krijgen de naam Document1:1 (oorspronkelijke exemplaar) en Document1:2 (2 e exemplaar)(zie titelbalk). WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 29

30 1.4.3 Twee documenten naast elkaar vergelijken Selecteer het eerste document dat u wenst te vergelijken (vb. document1). Klik op de knop Naast elkaar weergeven in de groep Venster van het tabblad Beeld. Selecteer in de lijst het document waarmee u het actieve document wenst te vergelijken (vb. document2). Klik op de knop OK om te bevestigen. De twee documenten (document1 & document2) worden naast elkaar getoond. Als u de verticale schuifbalk gebruikt dan verschuiven beide documenten tegelijkertijd. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 30

31 1.4.4 Venster sluiten Klik op de knop Sluiten (rechts bovenaan het venster) of druk op de toetsen ALT + F4. Indien u de laatste wijzigen nog niet hebt opgeslagen, krijgt u een venster met de vraag of u het document wenst op te slaan: Klik op de knop Opslaan om de laatste wijzigingen op te slaan of Klik op de knop Niet opslaan als u de laatste wijzigingen niet wenst op te slaan of Klik op de knop Annuleren om terug te keren naar het document (en het dus niet te sluiten) Alle vensters weergeven Om alle geopende vensters samen weer te geven klikt u op de knop Alle vensters in de groep Venster va het tabblad Beeld. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 31

32 1.5 Weergaven Documentweergaven Er bestaan verschillende mogelijkheden om uw document weer te geven. De standaardinstelling is de Afdrukweergave. De overige documentweergaven zijn Lezen in volledig scherm, Weblay-out, Overzicht en Concept. Afdrukweergave U ziet de tekst, afbeeldingen, tabellen, marges, kop- en voetteksten, net zoals ze er zullen uitzien op papier. Deze weergave is de meest gebruikte. Lezen in volledig scherm Laat u toe om de tekst op het scherm gemakkelijk te lezen. U kunt de grootte van het lettertype vergroten of verkleinen zonder dat dit invloed heeft op het afdrukresultaat. De indeling in pagina s en de schikking van de tekst komt niet overeen met de werkelijke indeling en schikking. Weblay-out Geeft u de lay-out zoals de tekst eruit zal zien op een webpagina. Daarvoor moet u het document dan wel als HTML -document opslaan. Overzicht Hier ziet u de structuur van uw document en kunt u de structuur gemakkelijk wijzigen. Concept Deze weergave gebruikt u als uw pc niet krachtig genoeg is om constant in Afdrukweergave te werken. In deze weergave worden geen afbeeldingen getoond, dit zorgt ervoor dat WORD het document sneller kan opbouwen en tonen Wijzigen documentweergave - via de 5 knoppen in de groep Documentweergaven van het tabblad Beeld of - (sneller) via de 5 knoppen Weergavesnelkoppelingen rechts in de statusbalk. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 32

33 1.5.3 Weergaveopties Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties. Selecteer de rubriek Weergave. Opties voor het weergeven van pagina s - Witruimte weergeven tussen pagina s in Afdrukweergave : Activeer deze optie om de boven- en ondermarges alsook de inhoud van de kop- en voetteksten weer te geven. - Markeringen weergeven : Activeer deze optie om gemarkeerde tekst op het scherm en in afgedrukte documenten weer te geven. - Scherminfo voor document weergeven bij aanwijzen : Activeer deze optie om informatie zoals URL s en opmerkingen weer te geven in gele pop-upvakken. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 33

34 Deze opmaakmarkeringen altijd op het scherm weergeven - Tabs: Activeer deze optie om de tabs weer te geven (symbool: ). - Spaties: Activeer deze optie om zachte (symbool: ) en harde (symbool: ) spaties weer te geven. - Alineamarkeringen: Activeer deze optie om alinea-einden (symbool: ), celeinden (symbool: ) en linefeeds (symbool: ). - Verborgen tekst: Activeer deze optie om verborgen tekst weer te geven met een gestippelde onderlijning. - Tijdelijke afbreekstreepjes: Activeer deze optie om afbreekstreepjes weer te geven. Deze streepjes geven aan waar een woord aan het einde van een regel moet worden afgebroken. Tijdelijke afbreekstreepjes worden niet afgedrukt tenzij het woord daadwerkelijk aan het einde van de regel wordt afgebroken. In dat geval wordt het als een gewoon afbreekstreepje afgedrukt. - Objectankers: Activeer deze optie om aan te geven dat een object aan een specifieke alinea is gekoppeld (symbool: ) - Alle opmaakmarkeringen weergeven: Activeer deze optie om alle opmaaktekens weer te geven. Deze optie kunt u snel in- of uitschakelen via de knop Alles weergeven in de groep Alinea van het tabblad Start. Afdrukopties - Tekeningen afdrukken die in WORD zijn gemaakt: Activeer deze optie om alle tekenobjecten af te drukken. - Achtergrondkleuren en afbeeldingen afdrukken: Activeer deze optie om alle achtergrondkleuren en afbeeldingen af te drukken. - Documenteigenschappen afdrukken: Activeer deze optie om de documenteigenschappen op een afzonderlijke pagina af te drukken (laatste pagina). - Verborgen tekst afdrukken: Activeer deze optie om tekst af te drukken die is opgemaakt als verborgen tekst. De stippellijn onder de verborgen tekst (die te zien is op het scherm) wordt niet afgedrukt. - Velden bijwerken voor het afdrukken: Activeer deze optie om alle velden in uw document bij te werken voordat u het document afdrukt. - Gekoppelde gegevens bijwerken voor het afdrukken: Activeer deze optie om alle gekoppelde gegevens in uw document bij te werken voordat u het document afdrukt. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 34

35 1.5.4 Zoom In om het even welke documentweergave kunt u de grootte van uw document op het scherm aanpassen (zoom). Zoom via het tabblad Beeld Klik op de knop In-/Uitzoomen in de groep In-/Uitzoomen van het tabblad Beeld. Het dialoogvenster In-/Uitzoomen wordt geopend: Hier hebt u verschillende keuzes: 200% - 100% - 75% voorgedefinieerde percentages Pagina s: Paginabreedte Tekstbreedte Hele pagina Meerdere pagina s: percentage zelf bepalen (zelf intikken of via pijltjes wijzigen) document wordt in de hele schermbreedte weergegeven document wordt tussen de linker- en rechtermarge weergegeven volledige pagina wordt weergeven selecteer het aantal gewenste pagina s Het dialoogvenster In-/Uitzoomen kunt ook sneller openen door op de knop Zoomniveau (knop die huidige zoompercentage aangeeft) te klikken links van de zoomschuifregelaar in de statusbalk: WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 35

36 Zoom via de zoomschuifregelaar Uiterst rechts in de statusbalk bevindt zich de zoomschuifregelaar. Sleep de knop In-/Uitzoomen van de zoomschuifregelaar naar links om uit te zoomen of naar rechts om in te zoomen. of klik op de knop Uitzoomen van de zoomschuifregelaar tot u het gewenste percentage bereikt hebt. of klik op de knop Inzoomen van de zoomschuifregelaar tot u het gewenste percentage bereikt hebt. Zoom met behulp van de muis (als deze voorzien is van een muiswieltje) U houdt de CTRL-toets ingedrukt en rolt met het muiswieltje voorwaarts op in te zoomen. U houdt de CTRL-toets ingedrukt en rolt met het muiswieltje achterwaarts op uit te zoomen Een venster splitsen Het is mogelijk om het venster waarin een document staat te splitsen in 2 delen, bijvoorbeeld om een bepaald gedeelte van het document altijd zichtbaar te houden terwijl u op een andere plaats tekst wilt aanpassen of als u een deel van een tekst die zich in het begin van uw document bevindt wenst te kopiëren/verplaatsen naar een andere plaats. Klik op de knop Splitsen in de groep Venster van het tabblad Beeld. WORD toont u een horizontale lijn (splitslijn) in het midden van het venster en de muisaanwijzer is veranderd in een horizontale dubbele lijn met een opwaarts en neerwaarts pijltje. Sleep de muisaanwijzer naar de gewenste plaats en klik op de linkermuisknop om te bevestigen. U kunt de splitslijn verplaatsen door er de muisaanwijzer op te plaatsen (zodat u opnieuw muisaanwijzer hebt). als Dubbelklik op de splitslijn om de splitsing ongedaan te maken. Een andere (snellere) manier om het venster te splitsen is door op het horizontale streepje te klikken en naar beneden te slepen tot u de gewenste splitsing hebt. Dit streepje bevindt zich tussen het lint en de knop Liniaal aan de rechterzijde van het venster. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 36

37 1.6 WORD afsluiten WORD afsluiten gaat als volgt: Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop WORD afsluiten (rechts onderaan het venster). Indien de laatste aanpassingen van de geopende WORD-documenten nog niet bewaard zijn, dan zal WORD vragen of u de wijzigingen wilt opslaan: Indien u slechts één WORD-document geopend hebt, dan kunt u WORD ook afsluiten: door op de knop Sluiten te klikken of door op de toetsen ALT+F4 te drukken. WORD BASIS Regie der Gebouwen WORD-OMGEVING - 37

38 2 BASISVAARDIGHEDEN 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk bespreken we de basisvaardigheden: openen, opslaan, beveiligen, sluiten en een nieuw document aanmaken. 2.2 Een document openen Openen Om een eerder gemaakt WORD-document te openen gaat u als volgt te werk: Klik op het tabblad Bestand en kies Openen. of klik op de knop Openen in de werkbalk Snelle toegang (als u deze knop hebt toegevoegd aan de werkbalk) of druk op de sneltoets CTRL+O. Het dialoogvenster Openen verschijnt: U zoekt het gewenste document (eventueel eerst de juiste map kiezen) en u klikt daarna op de knop Openen. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 38

39 2.2.2 Documentformaat Indien u een document wenst te openen, dan worden standaard in het dialoogvenster Openen alle WORD-documenten weergegeven. Dit wordt aangegeven in de keuzelijst rechts naast het veld Bestandsnaam : Alle documenten die behoren tot het gekozen type worden weergegeven in de lijst. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 39

40 2.2.3 Selectie van de map Om een document te openen moet u de map activeren waartoe het gewenste document behoort. Standaard wordt de map Mijn Documenten weergegeven: Het path wordt bovenaan het venster weergegeven: Het is mogelijk om deze map te wijzigen door op de naam van de map te klikken of door op het neerwaartse pijltje te klikken om een lijst met de laatst gebruikte mappen weer te geven. Om de actuele map te vernieuwen klikt u op de knop met de 2 pijltjes In het linkse gedeelte van het dialoogvenster Openen worden een aantal mappen weergegeven waarin u het gewenste document kunt zoeken: Sjablonen: voorgedefinieerde (en zelfgemaakte) sjablonen Favorieten: opgenomen locaties in de lijst van favoriete plaatsen waar uw documenten worden opgeslagen Bibliotheken: groepering van mappen die bijhoudt waar uw documenten zijn opgeslagen Deze computer (of computernaam): toont de verschillende fysische schijven in de computer Netwerk: toegang tot de verschillende netwerkschijven waar gegevens kunnen op worden bewaard WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 40

41 Dubbelklik op de map(pen) tot u de map gevonden hebt waar uw document in staat. Het path naar de map wordt bovenaan weergegeven. Dubbelklik op het gewenste document (rechterkant van het dialoogvenster). WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 41

42 Wenst u één of meerdere niveaus terug te keren in de mappenlijst (vb. map Office 2010 ): klik dan op de naam van de gewenste map in het path (bovenaan het dialoogvenster) of klik op de naam van de gewenste map in de mappenlijst (linkerkant van het dialoogvenster) WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 42

43 2.2.4 Snel openen (onlangs geopende documenten) Documenten waarmee u recent gewerkt hebt, kunt u nog op een andere (snellere) manier oproepen. Deze worden in WORD weergegeven in het tabblad Bestand. Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Recent. Klik op de het gewenste document en het wordt onmiddellijk geopend. Wenst u snel toegang tot enkele onlangs geopende documenten, vink dan het vakje Snel toegang tot dit aantal onlangs geopende documenten aan en bepaal het aantal documenten. Voorbeeld: u wenst snel toegang tot de documenten Voorbeeld1.docx en Voorbeeld3.docx. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 43

44 2.3 Een nieuw (leeg) document aanmaken Om een nieuw document te maken gaat u als volgt te werk: Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Nieuw. Het dialoogvenster Nieuw document verschijnt op het scherm. Indien u een nieuw document wenst aan te maken, vertrekt u steeds van een bepaald basisdocument (= sjabloon). In dat sjabloon zijn al een aantal instellingen voorzien. Het is zelfs mogelijk dat in een sjabloon al tekst is ingegeven. Selecteer het sjabloon Leeg document. Klik op de knop Maken. Er wordt een leeg blad geopend, tevens het sjabloon dat u krijgt als WORD wordt geopend. De sjablonen die standaard bij WORD worden geleverd zijn ingedeeld in een aantal categorieën. U ziet onder andere de categorieën Beschikbare sjablonen en Office.com-sjablonen. De categorieën onder Office.com-sjablonen bevatten sjablonen die u kunt downloaden van het internet. Het gebruik van sjablonen wordt verder in deze handleiding apart behandeld. Een nieuw leeg document aanmaken kan ook via de sneltoets CTRL+N. Daarnaast kunt u ook in de werkbalk Snelle toegang de knop Nieuw één muisklik een nieuw leeg document kunt aanmaken. toevoegen zodat u met WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 44

45 2.4 Een document opslaan Opslaan Nadat u een document hebt gemaakt moet u deze ook nog bewaren op de harde schijf zodat u ze later opnieuw kunt gebruiken. Klik op het tabblad Bestand Klik op de knop Opslaan. Als u voor de eerste maal uw document wenst te bewaren dan verschijnt het dialoogvenster Opslaan als : Windows stelt voor om uw document op te slaan in de map Mijn documenten. Dat ziet u bovenaan in het broodkruimelspoor. U moet dus de map opgeven waar u het bestand wenst te bewaren. Kies de gewenste map. Wenst u een nieuwe map aan te maken ga dan als volgt te werk: Klik op de knop Nieuwe map. Typ de gewenste naam in en druk op de ENTER-toets. (de nieuwe map wordt onmiddellijk geopend) Onderaan in het veld Bestandsnaam kunt u de naam van het bestand invullen. De extensie.docx hoeft u niet in te tikken, WORD zal deze automatisch toevoegen aan de naam van het bestand. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 45

46 In het veld Opslaan als (onder bestandsnaam) kunt u het formaat van het document kiezen. Meestal bewaart u het document als WORD-document, dit betekent dat u het document opmaakt op een manier eigen aan WORD. U kunt het document ook opslaan in een ander formaat (vb. webpagina, vorige versie WORD, sjabloon, ). Klik op de knop Opslaan om het opslaan effectief uit te voeren. U komt terug in het documentvenster en de naam van het document verschijnt in de titelbalk. Een document opslaan kan ook via de sneltoets CTRL+S. Daarnaast kunt u ook in de werkbalk Snelle toegang op de knop Opslaan document op te slaan. klikken om een Eenmaal u een document hebt bewaard zal het dialoogvenster Opslaan als niet meer verschijnen als u de document daarna nog opslaat (na wijzigingen) via de sneltoets CTRL+S of via de knop Opslaan in de werkbalk Snelle toegang. De laatst bewaarde versie wordt dan gewoon overschreven Document opslaan als Indien u een document onder een andere naam wenst te bewaren, moet u de menukeuze Opslaan als gebruiken: Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Opslaan als. Geef een andere naam in het tekstvak Bestandsnaam. Klik op de knop Opslaan. In geval u een bestandsnaam intikt die al bestaat dan zal WORD vragen of u het bestaande bestand wilt vervangen: WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 46

47 2.4.3 Document opslaan in oudere WORD-versie Het kan gebeuren dat u een document (WORD 2010) wenst door te geven aan een collega die nog werkt met een oudere WORD-versie. In dit geval moet u het document opslaan in een ander formaat. Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Opslaan als. Klik op het neerwaartse pijltje van het veld Opslaan als:. Selecteer Word document (*.doc). Klik op de knop Opslaan om het opslaan te voltooien. Als u uw document opslaat als WORD document en u gebruikt functionaliteiten die in WORD 2010 bestaan maar niet in oudere versies, dan krijgt u een waarschuwing (zie voorbeeld): WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 47

48 Indien u het document toch wilt opslaan met een verlies aan functionaliteit, dan klikt u op de knop Doorgaan. Het document kan nu worden geopend in WORD 97, 2000, XP of Merk op dat de naam van het document de extensie doc heeft gekregen. U kunt het document uiteraard ook nog steeds in een latere versie (2007, 2010) openen. OPMERKING: Microsoft Office WORD 2010 maakt gebruik van het nieuwe documentformaat XLM. Dit formaat zorgt er voor dat de grootte van de bestanden aanzienlijk kleiner is en dat het gemakkelijk is om beschadigde en gewijzigde bestanden te herstellen. De nieuwe formaten (.docx en.docm) zijn niet leesbaar in de versies WORD 2000, XP en 2003, tenzij het compatibiliteitspakket voor Office 2010 werd geïnstalleerd. Zolang de migratie naar Windows 7 en Office 2010 niet volledig uitgevoerd is, raden wij u ten stelligste aan om al uw documenten in het formaat WORD document (*.doc) op te slaan, de enige die de gebruikerscompatibiliteit tussen de verschillende versies garandeert. Indien u dit niet doet dan zal een document door u bewaard niet kunnen worden geopend door een gebruiker indien deze niet over minstens de versie 2007 beschikt. Denk hierbij vooral aan uw documenten die moeten worden geopend door personen buiten de Regie die niet beschikken over de laatste versie van de applicatie. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 48

49 2.5 Beveiligd document Document beveiligen U kunt een document beveiligen op niveau van lezen en wijzigen. Open het document die u wenst te beveiligen. Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Opslaan als. Klik op de knop Extra (rechts onderaan naast de knop Opslaan ) Kies in de keuzelijst voor Algemene opties. Het dialoogvenster Algemene opties wordt geopend: Wenst u het document te beveiligen bij het openen: Tik dan een wachtwoord in het tekstvak Wachtwoord voor openen:. Wenst u het document te beveiligen bij het wijzigen: Tik dan een wachtwoord in het tekstvak Wachtwoord om te bewerken. In beide gevallen wordt er nadat u op de knop OK hebt geklikt het dialoogvenster Wachtwoord bevestigen geopend. Tik het wachtwoord nogmaals in en klik op de knop OK om het wachtwoord te bevestigen. Klik op de knop Opslaan om het document te bewaren (met wachtwoord). WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 49

50 2.5.2 Beveiligd document openen Als u een beveiligd document opent dan krijgt u een dialoogvenster die u een wachtwoord vraagt. Bij een beveiligd document voor openen krijgt u het volgende venster: Bij een beveiligd document voor schrijfbevoegdheid wordt volgend venster geopend: Wenst u het document enkel te lezen, klik dan op de knop Alleen-lezen. Opmerking: Indien u het wachtwoord van een beveiligd document niet kent dan kunt u het niet openen als het een beveiligd document voor openen is en niet wijzigen als het een beveiligd document voor schrijfbevoegdheid is. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 50

51 2.6 Een document sluiten Eenmaal uw document is afgewerkt kunt u het document sluiten. U gaat als volgt tewerk: Klik op het tabblad Bestand Klik op de knop Sluiten. Indien het document ondertussen is veranderd, vraagt WORD of u de wijzigingen in het document wenst op te slaan. In dat geval klikt u op de knop Opslaan om de laatste wijzigingen effectief op te slaan, klikt u op de knop Niet opslaan als u de laatste wijziginge niet wenst op te slaan of klikt u op de knop Annuleren om het sluiten uit te stellen. Indien het gesloten document het enige document is die open stond, dan krijgt u nu een leeg scherm. Er is zelfs geen leeg document meer beschikbaar en in het lint krijgt u nog slechts een beperkt aantal mogelijkheden ( Nieuw, Openen ): Indien er nog WORD-documenten open staan, dan wordt één van deze geactiveerd. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 51

52 2.7 Sjablonen Sjabloon gebruiken Een sjabloon is een document met verschillende kenmerken die als basis dient om andere documenten van hetzelfde type te maken. Elk document is gekoppeld aan een sjabloon. Er bestaan voorgedefinieerde sjablonen (geleverd bij WORD) en door de gebruiker gecreëerde sjablonen. Het gebruik van sjablonen om een document te maken laat toe om de paginaopmaak (afdrukstand, marges, kop- en voettekst, ) te verkleinen alsook de opmaak en plaatsing van verschillende tekstelementen (titels, subtitels, alinea s, tabellen, afbeeldingen, ) te definiëren. Standaard wordt een document geassocieerd met het sjabloon Normal. Selecteer het tabblad Bestand. Klik op de knop Nieuw. De lijst met sjablonen verschijnt ( Beschikbare sjablonen ). Er staan sjablonen op uw pc ( Leeg document, Recente sjablonen, Mijn sjablonen, ) maar u kunt ook sjablonen op het internet gaan zoeken ( Office.com-sjablonen ). WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 52

53 Selecteert u een sjabloon die op uw pc staat, dan klikt u op de knop Maken om een nieuw document aan te maken op basis van het gekozen sjabloon. Voorbeeld: sjabloon Leeg document. Selecteer u een Office.com-sjabloon, dan klikt u op de knop Download om een nieuw document aan te maken op basis van het gekozen sjabloon. Voorbeeld: sjabloon Vergaderagenda (onder Agenda ). WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 53

54 2.7.2 Sjabloon maken Het is ook mogelijk om zelf sjablonen te maken. In plaats van een document op te slaan als een WORD-document kunt u uw document bewaren als een sjabloon. Selecteer een sjabloon waar u uw nieuw sjabloon wenst op te baseren. Opmerking Indien u op Mijn sjablonen klikt, dan krijgt u een overzicht van alle sjablonen die uzelf gemaakt hebt. Hier kunt u kiezen tussen een nieuw document of een nieuw sjabloon maken. Selecteer het sjabloon Leeg document. Klik op Nieuw Sjabloon en klik op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 54

55 WORD opent een nieuw document met als naam Sjabloon1. Definieer de kenmerken van uw sjabloon (paginaopmaak, kop- en voettekst, tekst, tekenopmaak, stijlen, ). Deze kenmerken worden automatisch toegepast op alle nieuwe documenten die gebaseerd zijn op dit sjabloon. Selecteer het tabblad Bestand. Klik op de knop Opslaan als. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 55

56 Het dialoogvenster Opslaan als wordt geopend: Typ de naam van het sjabloon in het tekstvak Bestandsnaam:. Klik op de knop Opslaan om te bevestigen. Zorg ervoor dat de naam van uw sjabloon representatief is. Merk ook op dat het bestandstype Word-sjabloon (*.dotx) is (zie keuzelijst Opslaan als: ). Standaard worden zelfgemaakte sjablonen bewaard in de map Sjablonen. Om later te vermijden dat u deze niet meer terugvindt, is het aangeraden om alle zelfgemaakte sjablonen in deze map te bewaren. Zo verschijnen ze ook in de map Mijn sjablonen (tabblad Persoonlijke sjablonen ) als u een nieuw document wenst aan te maken op basis van een sjabloon. U kunt ook onder de map Sjablonen nieuwe mappen creëren (via de knop Nieuwe map ). WORD creëert dan nieuwe tabbladen in de map Mijn sjablonen (naast tabblad Persoonlijke sjablonen ). WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 56

57 Voorbeeld: nieuwe map TQ sjablonen in de map Mijn sjablonen. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 57

58 2.8 Bewerkingen Bewerking ongedaan maken Als een bewerking niet het beoogde resultaat geeft of u hebt een verkeerde bewerking uitgevoerd dan kunt u de bewerking annuleren. Via het toetsenbord: met de sneltoets CTRL+Z. herhaal deze handeling indien u nog andere (vorige) bewerkingen wenst te annuleren Via de werkbalk Snelle toegang : klik op van de knop Ongedaan maken om de laatste bewerking te annuleren. of klik op van de knop Ongedaan maken. Een lijst met de laatst uitgevoerde bewerkingen verschijnt (zie volgende afbeelding). Kies de bewerkingen die u wenst te annuleren. Opmerking: Sommige bewerkingen (zoals Opslaan en Sluiten ) kunnen niet worden geannuleerd. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 58

59 2.8.2 Bewerking opnieuw uitvoeren Indien u een bewerking foutief hebt geannuleerd, dan kunt u deze geannuleerde bewerking opnieuw uitvoeren. Klik in de werkbalk Snelle toegang op de knop Opnieuw bewerking uit te voeren of gebruik de sneltoets CTRL+Y. om de laatste geannuleerde Bewerking herhalen De bewerking Herhalen voert de laatste bewerking opnieuw uit. Hiermee kunt u heel wat tijd besparen als eenzelfde bewerking meerdere malen nodig is. Druk op de functietoets F4 of gebruik de sneltoets CTRL+Y of klik in de werkbalk Snelle toegang op de knop Herhalen. WORD BASIS Regie der Gebouwen BASISVAARDIGHEDEN - 59

60 3 TEKSTBEWERKING 3.1 Invoer gegevens en einderegel Wanneer u tekst invoert dan hoeft u zich geen zorgen te maken over het einde van de regel. WORD beheert zelf de lengte van de regels in functie van de marges (linker en rechter) en springt naar de volgende regel als hij de rechtermarge bereikt heeft. Indien u de marges of de paginagrootte wijzigt, schikt WORD automatisch de tekst op basis van de lengte van de regels. Opmerking: In Weergaveopties wordt uitgelegd hoe u de opmaakmarkeringen kunt weergeven. Om alle opmaakmarkeringen eenvoudig aan- of uit te schakelen klikt u op de knop Alles weergeven in de groep Alinea van het tabblad Start Einde alinea Het einde van een alinea duidt u aan door op de Enter-toets te drukken. WORD duidt het einde van een alinea aan met het symbool Manueel regeleinde Indien u zelf een regeleinde wenst in te voegen houdt u de SHIFT-toets ingedrukt en drukt u op de Enter-toets. WORD duidt een manueel regeleinde aan met het symbool. Een manueel regeleinde is evenwel geen alinea-einde. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 60

61 3.1.3 Invoegen & overschrijven In de modus Invoegen wordt de tekst geleidelijk aan rechts toegevoegd. In de modus Overschrijven wordt de tekst (rechts van de cursor) overschreven. Invoermodus wijzigen klik met de rechtermuisknop op de statusbalk. Klik op Overschrijven om de invoermodus te wijzigen. Invoermodus Invoegen Invoermodus Overschrijven WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 61

62 3.1.4 Klikken en typen Met de functie Klikken en typen kunt u snel tekst, afbeeldingen, tabellen of andere items invoegen in een leeg gedeelte van uw document. Als u in een leeg gebied dubbelklikt, wordt automatisch de alineaopmaak toegepast die nodig is om het item te plaatsen op de plaats waar u hebt geklikt. Standaard is de functie Klikken en typen ingeschakeld. Mocht dit niet het geval zijn, dan kunt u de functie als volgt activeren: Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties. Selecteer de rubriek Geavanceerd. Vink de optie Klikken en typen inschakelen aan (in de groep Opties voor bewerken ). Klik op de knop OK om te bevestigen. Afhankelijk van de positie van de muisaanwijzer, krijgt u een andere opmaak: Muisaanwijzer Toegepaste opmaak Links uitlijnen Centreren Rechts uitlijnen Links inspringen Tekstterugloop links Tekstterugloop rechts WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 62

63 3.2 Verplaatsen in de tekst Verplaatsen via het toetsenbord U kunt in WORD verschillende toetsen gebruiken om doorheen uw document te wandelen : TOETS(EN) CTRL + CTRL + CTRL + CTRL + HOME END PGUP PGDOWN CTRL + HOME CTRL + END CTRL + PGUP CTRL + PGDOWN CTRL + SHIFT + F6 CTRL + F6 ACTIE één teken naar links één teken naar rechts één regel naar boven één regel naar onder - het begin van vorig woord (als cursor vooraan in een woord staat) - het begin van huidig woord (als cursor niet vooraan in een woord staat) het begin van volgend woord - het begin van vorige alinea (als cursor vooraan in de alinea staat) - het begin van huidige alinea (als cursor niet vooraan in de alinea staat) het begin van volgende alinea het begin van de regel het einde van de regel een scherm terug springen een scherm verder springen het begin van het document het einde van het document het begin van vorige pagina het einde van vorige pagina het volgende geopende WORD-document het vorige geopende WORD-document WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 63

64 3.2.2 Ga naar Met behulp van de functie Ga naar is het ook mogelijk om doorheen uw document te bewegen. Deze functie is zeer nuttig als u met grote documenten werkt. U kunt de functie Ga naar activeren: - via de functietoets F5 of CTRL+G of - via de optie Ga naar uit de keuzelijst Zoeken in de groep Bewerken (tabblad Start ) of - door te klikken op de paginanummeraanduiding in de status. Het dialoogvenster Zoeken en vervangen wordt geopend en het tabblad Ga naar is geactiveerd: kies in de keuzelijst ( Ga naar: ) of u wilt bladeren op pagina, sectie, klik op de knop Volgende/Vorige om naar de volgende/vorige pagina, sectie, te bewegen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 64

65 In het veld Paginanummer invoeren: kunt u ook een paginanummer (sectienummer, ) ingeven waarnaar u wenst te springen. De knop Volgende wordt dan vervangen door de knop Ga naar. voorbeeld: Ga naar bladzijde Verplaatsen met behulp van de muis U kunt natuurlijk ook door uw document bladeren met behulp van de muis. Via de (verticale) schuifbalken rechts van het scherm kunt u door uw tekst bewegen. Om de invoegpositie te verplaatsen, moet u in het document klikken. tekst schuift 1 regel omhoog tekst schuift 1 regel omlaag - schuifblokje, verslepen om door tekst te bewegen - wanneer u er op klikt verschijnt het actuele paginanummer - indien u 1x klikt boven het schuifblokje, krijgt u het vorige scherm - indien u 1x klikt onder het schuifblokje, krijgt u het volgende scherm vorige (op basis van bladerobject) bladerobject selecteren (*) volgende (op basis van bladerobject) (*) De werking van de bladerknoppen wordt besproken in Bladerknoppen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 65

66 3.2.4 Paginawissels U ziet de paginawissels op een andere manier in de conceptweergave als in de afdrukweergave. Paginawissel in afdrukweergave U ziet de bladsprong ( grijze ruimte tussen 2 witte bladzijden ) zeer duidelijk. Indien u in de afdrukweergave enkel een dikke lijn ziet, dubbelklik dan op die dikke lijn om bovenstaande weergave te krijgen. Paginawissel in conceptweergave De pagina s worden gescheiden door een puntjeslijn. WORD deelt zelf zijn pagina s in. Als een bepaald stuk tekst niet meer op een pagina kan, neemt hij de volgende pagina. Het kan zijn dat u een stuk tekst op een andere pagina wenst hoewel het vorige blad nog niet vol is. Indien u een paginawissel zelf wenst aan te brengen, druk dan op de toetsen CTRL + Enter-toets. In de conceptweergave ziet u tussen de twee pagina s een regel met de tekst Pagina-einde. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 66

67 3.3 Selecteren van tekst Het selecteren van tekst is één van de basishandelingen in WORD. Een selectie is nodig om een tekstzone te bepalen waarop u een commando wilt uitvoeren Selecteren met behulp van de muis SELECTIE willekeurig stuk tekst woord zin regel meerdere regels alinea meerdere alinea s document meerdere stukken tekst HANDELING - u sleept met de muisaanwijzer over de gewenste tekst of - u plaatst de cursor op de beginpositie, houdt de SHIFT-toets ingedrukt en klikt op de eindpositie u dubbelklikt op het woord u houdt de CTRL-toets ingedrukt en klikt in de zin u klikt in de zone links van de regel (linkermarge), deze zone noemt men de selectiebalk u sleept de muisaanwijzer langs meerdere regels in de selectiebalk - u dubbelklikt in de selectiebalk of - u klikt 3x in de alinea zelf u klikt in de selectiebalk voor de eerste regel van de eerste alinea - u houdt de CTRL-toets ingedrukt en klikt in de selectiebalk of - u klikt 3x in de selectiebalk of - u drukt op de toetsen CTRL+A u selecteert het eerste stuk tekst en houdt de CTRL-toets ingedrukt terwijl u de overige stukken tekst selecteert Selecteren met behulp van het lint Indien u het ganse document wenst te selecteren, kunt u de optie Alles selecteren uit de keuzelijst Selecteren in de groep Bewerken van het tabblad Start kiezen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 67

68 3.3.3 Tekstselectie met dezelfde opmaak Klik met de rechtermuisknop om het woord die de gewenste opmaak bevat. Kies in het snelmenu Stijlen. Selecteer de optie Alle tekst met soortgelijke opmaak (geen gegevens) selecteren. of Selecteer het woord die de gewenste opmaak bevat. Kies de optie Alle tekst met soortgelijke opmaak (geen gegevens) selecteren in de keuzelijst Selecteren uit de groep Bewerken van het tabblad Start. In beide gevallen worden alle teksten met dezelfde opmaak geselecteerd. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 68

69 3.3.4 Uitgebreide selectie (F8) U kunt tekst ook selecteren met behulp van de selectiemodus van WORD. Positioneer de cursor in het begin van de te selecteren tekst. Druk op de functietoets F8. Verplaats de cursor (met de pijltjestoetsen) naar het einde van de te selecteren tekst. x-aantal maal op F8 drukken 2x 3x 4x 5x Resultaat woord wordt geselecteerd zin wordt geselecteerd alinea wordt geselecteerd ganse document wordt geselecteerd Automatische selectie ganse woorden WORD selecteert automatisch het ganse woord als u, bij een selectie van meerdere woorden, een deel van een woord selecteert. Indien u dit niet wenst kunt u dit uitschakelen: Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties. Selecteer de rubriek Geavanceerd. Onder de rubriek Opties voor bewerken ziet u dat de optie Bij selecteren automatisch heel woord selecteren is ingeschakeld. Klik op deze optie om ze uit te schakelen (indien gewenst) Selectie ongedaan maken Indien u tekst hebt geselecteerd, kan u de selectie ongedaan maken door in een niet geselecteerd stuk tekst te klikken of door op een pijltjestoets te drukken. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 69

70 3.4 Knippen / Kopiëren / Plakken Om een stukje tekst (selectie) te verplaatsen of kopiëren bestaan er verschillende mogelijkheden: - via de opdrachten in het lint - via het slepen en neerzetten - via de opdrachten in het snelmenu - via sneltoetsen Via de opdrachten in het lint De opdrachten (knoppen) bevinden zich in de groep Klembord van het tabblad Start : Verplaatsen Selecteer de tekst dat u wenst te verplaatsen. Klik op de knop Knippen in de groep Klembord van het tabblad Start. Positioneer de invoegpositie op de gewenste plaats. Klik op de knop Plakken in de groep Klembord van het tabblad Start. Kopiëren Selecteer de tekst dat u wenst te kopiëren. Klik op de knop Kopiëren in de groep Klembord van het tabblad Start. Positioneer de invoegpositie op de gewenste plaats. Klik op de knop Plakken in de groep Klembord van het tabblad Start Via slepen en neerzetten (Drag-and-drop) Verplaatsen Selecteer de tekst dat u wenst te verplaatsen. Sleep (linkermuisknop ingedrukt houden) de selectie naar de gewenste plaats. Kopiëren Selecteer de tekst dat u wenst te kopiëren. Houd de CTRL-toets ingedrukt en sleep (linkermuisknop ingedrukt houden) de selectie naar de gewenste plaats. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 70

71 3.4.3 Via de opdrachten in het snelmenu Eerste mogelijkheid Selecteer de tekst dat u wenst te verplaatsen (of kopiëren). Klik met de rechtermuisknop op de selectie. Kies Knippen (of Kopiëren ) in het snelmenu. Klik op de invoegpositie op de rechtermuisknop. Kies Plakopties Opmaak van bron behouden in het snelmenu. of Kies Plakopties Alleen tekst behouden in het snelmenu. OPMERKING Wanneer u de muisaanwijzer op één van de Plakopties -knoppen plaatst, dan krijgt u een livevoorbeeld van de bron die u wenst te plakken zonder dat deze al geplakt werd. Zo ziet u vóór het plakken het resultaat. Tweede mogelijkheid Selecteer de tekst dat u wenst te verplaatsen (of kopiëren). Sleep de selectie met de rechtermuisknop naar de gewenste plaats. Laat de rechtermuisknop los. Het volgende snelmenu verschijnt: Kies Hierheen verplaatsen (of Hierheen kopiëren ) in het snelmenu. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 71

72 3.4.4 Via de sneltoetsen Verplaatsen Selecteer de tekst dat u wenst te verplaatsen. Druk op de toetsen CTRL+X (knippen). Positioneer de invoegpositie op de gewenste plaats. Druk op de toetsen CTRL+V (plakken). Kopiëren Selecteer de tekst dat u wenst te kopiëren. Druk op de toetsen CTRL+C (knippen). Positioneer de invoegpositie op de gewenste plaats. Druk op de toetsen CTRL+V (plakken). WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 72

73 3.5 Verwijderen Tekst verwijderen Tekst wissen kunt u op verschillende manieren: TOETS(EN) Delete Backspace CTRL + Delete CTRL + Backspace OMSCHRIJVING het karakter juist na de invoegpositie wordt gewist Het karakter vóór de invoegpositie wordt gewist - het volgende woord wordt gewist of - de resterende karakters worden gewist (als de invoegpositie zich in een woord bevindt) - het vorige woord wordt gewist of - de vorige karakter worden gewist (als de invoegpositie zich in een woord bevindt) U kunt ook eerst de tekst selecteren en daarna op de Delete-toets drukken Verwijderingen ongedaan maken Hebt u tekst verwijderd die toch niet mocht verwijderd worden, geen nood. De verwijderde tekst kunt u nog terug oproepen met behulp van de knop Ongedaan maken in de werkbalk Snelle toegang of met de sneltoets CTRL+Z. De scherminfo van de knop Ongedaan maken past zich automatisch aan, aan de actie die werd uitgevoerd. Bijvoorbeeld Ongedaan maken Wissen, Ongedaan maken Vet, Soms kunt u een bewerking niet ongedaan maken, er verschijnt dan Ongedaan maken onmogelijk. Wenst u meerdere bewerkingen ongedaan te maken, open dan het menu Ongedaan maken door op het neerwaarts pijltje naast de knop Ongedaan maken te klikken. U krijgt dan een lijst met alle uitgevoerde bewerkingen. Vervolgens selecteert u de bewerking tot waar u alle bewerkingen wenst ongedaan te maken. Meerdere bewerkingen ongedaan maken kunt u ook door meerdere keren op de sneltoets CTRL+Z te drukken. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 73

74 3.6 Herhalen of opnieuw Herhalen De laatst uitgevoerde bewerking kunt u met de opdracht Herhalen toegang opnieuw uitvoeren of met de sneltoets CTRL+Y. in de werkbalk Snelle De scherminfo van de knop Herhalen past zich, net als deze van de knop Ongedaan maken aan, aan de meest recente bewerking. Als u de meest recente bewerking niet kunt herhalen (bv. de opdracht Opslaan ) verschijnt er Herhalen onmogelijk Opnieuw Wanneer u een bewerking ongedaan maakt met de opdracht Ongedaan maken opdracht Herhalen in de opdracht Opnieuw., verandert de Voorbeeld U hebt een stukje tekst in het vet geplaatst en vervolgens deze opmaak weer verwijderd met de opdracht Ongedaan maken. U kunt de tekst opnieuw vet maken door op de opdracht Opnieuw te klikken. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 74

75 3.7 Het klembord Het klembord is een bufferzone van Windows die elk gekopieerd item ontvangt. Het laat toe om meerdere teksten en afbeeldingen vanuit Office-documenten (of andere programma s) te kopiëren en te plakken in een andere Office-document. De items blijven in het klembord bewaard totdat u het Office-programma verlaat of totdat u de items via het deelvenster Klembord verwijdert. Het deelvenster Klembord kan maximaal 24 items bevatten. Openen van het deelvenster Klembord : Klik op het startpictogram van de groep Klembord van het tabblad Start. Het deelvenster Klembord wordt geopend (standaard aan de linkerkant van het venster): WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 75

76 De verschillende gekopieerde items worden in een lijst weergegeven, gesorteerd in volgorde van uitvoering (het laatst gekopieerde item staat bovenaan, het voorlaatste op de 2 e positie, ) Elk item bevat: o (vooraan) een icoontje die het doelprogramma aangeeft o een deel van de tekst of de miniatuurafbeelding Met behulp van de verticale schuifbalk kunt u (indien nodig) de volledige lijst met gekopieerde items doorbladeren Een element uit het klembord plakken Positioneer de invoegpositie op de gewenste plaats. Klik in het klembord op het item dat u wenst te plakken. Het item verschijnt op de gewenste plaats Alle elementen uit het klembord plakken Positioneer de invoegpositie op de gewenste plaats. Klik op de knop Alles plakken (bovenaan het klembord). Alle items uit het klembord verschijnen op de gewenste plaats in omgekeerde volgorde van verschijning in het klembord (het laatste item eerst, het eerste item laatst) Een element uit het klembord verwijderen Ga met de muisaanwijzer op het item staan die u wenst te verwijderen. Het gekozen item wordt aangeduid in een rechthoek met aan de rechterkant een neerwaarts pijltje. Klik op het neerwaarts pijltje. Selecteer de optie Verwijderen Het klembord leegmaken Klik op de knop Alles wissen (bovenaan het klembord). WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTBEWERKING - 76

77 4 TEKSTOPMAAK 4.1 Inleiding De tekenopmaak kan worden bepaald: - tijdens de invoer van tekst: door de tekenopmaak vanaf de invoegpositie in te stellen OF - na de invoer van tekst: door de ingevoerde tekst te selecteren en op de selectie een opmaak in te stellen. OPMERKING: Indien er geen selectie gebeurd is maar de invoegpositie situeert zich in het midden van een woord, dan wordt de gekozen tekenopmaak voor het ganse woord ingesteld. Soorten opmaak in WORD - Tekenopmaak Deze opmaak heeft betrekking op het lettertype, de tekengrootte, de tekstkleur, enz. De meeste mogelijkheden zijn terug te vinden in het tabblad Start groep Lettertype en het dialoogvenster Lettertype. Tekenopmaak wordt in dit hoofdstuk besproken. - Alineaopmaak Deze opmaak heeft betrekking op het uitlijnen van tekst, de regelafstand, enz. Deze mogelijkheden vindt u terug in het tabblad Start groep Alinea en het dialoogvenster Alinea. Alineaopmaak wordt in hoofdstuk 5 besproken. - Sectieopmaak De sectieopmaak wordt voornamelijk gebruikt als u verschillende kop- of voetteksten in een document wenst te plaatsen. Sectieopmaak wordt in hoofdstuk 6 besproken. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 77

78 4.2 Opmaakmethodes Er bestaan verschillende methodes om een tekst op te maken, hierna worden ze besproken: Opmaak via het dialoogvenster Lettertype selecteert u de gewenste tekst. klikt u op het startpictogram van de groep Lettertype. Het dialoogvenster Lettertype wordt geopend: Gedetailleerde uitleg over dit venster ziet u in 4.3 Tekenopmaak Opmaak via de sneltoetsen Het dialoogvenster Lettertype kunt u ook openen via de sneltoets CTRL+D. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 78

79 4.2.3 Opmaak via de groep Lettertype In de groep Lettertype van het tabblad Start vindt u de meest gebruikte opdrachten om tekst op te maken. Lettertype (keuzelijst via ) Tekengrootte (keuzelijst via ) Lettertype vergroten Lettertype verkleinen Hoofdlettergebruik (zie ) Opmaak wissen Vet Cursief Onderlijning (keuzelijst via ) Doorhalen Subscript Superscript Teksteffecten (keuzelijst via ) Tekstmarkeringskleur (keuzelijst via ) Tekstkleur (keuzelijst via ) Opmaak via de miniwerkbalk Als u een stukje tekst selecteert, dan verschijnt er rechts bovenaan de selectie een miniwerkbalk waar enkele opdrachten voor tekenopmaak (en alineaopmaak) beschikbaar zijn. Ga met de muisaanwijzer over de miniwerkbalk en selecteer de gewenste opmaak WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 79

80 4.3 Tekenopmaak Soorten lettertypen De lettertypes die in Windows het meest gebruikt worden zijn de TrueType-lettertypen. Dit zijn lettertypen die zowel gebruikt worden voor op het scherm als op de printer. TrueType-lettertypen zijn schaalbaar, u kunt ze in alle groottes gebruiken. Ze worden gratis bij Windows meegeleverd. Naast TrueType-lettertypen bestaan er ook nog Schermlettertypen (specifiek voor schermen) en Printerlettertypen (specifiek voor printers) Dialoogvenster Lettertype Klik op het startpictogram van de groep Lettertype (tabblad Start ). Het dialoogvenster Lettertype wordt geopend: Het dialoogvenster Lettertype bevat 2 tabbladen: Lettertype en Geavanceerd. We overlopen de opties voor beide tabbladen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 80

81 4.3.3 Lettertype kiezen U gebruikt de verticale schuifbalk om het gewenste lettertype te zoeken en te selecteren of u tikt de eerste letters van het gewenste lettertype in het tekstvak totdat het lettertype bovenaan de lijst verschijnt en u selecteert het lettertype. Lettertype +Hoofdtekst & +Koppen? U kunt in Word ook een bepaald thema kiezen. Dit thema bevat een lettertype, een aantal kleurinstellingen, U ziet dat +Hoofdtekst geselecteerd is. Een thema bevat een lettertype voor de hoofdtekst en voor de kopteksten, deze lettertypen worden voorgesteld door +Hoofdtekst en +Koppen. Het thema Kantoor (standaard gebruikt in WORD) is het lettertype in beide gevallen Calibri. In een ander thema kunnen dat andere lettertypen zijn. (zie hoofdstuk 8. Stijlen Tekenstijl 4 mogelijke tekenstijlen: Standaard, Cursief, Vet en Vet Cursief Tekengrootte In het vak Punten kunt u de grootte van het lettertype bepalen. De grootte wordt uitgedrukt in punten. Eén punt is gelijk aan 1/72 inch (1 inch = 2,54cm). U gebruikt de verticale schuifbalk op de gewenste puntgrootte op te zoeken en te selecteren of u tikt de puntgrootte zelf in. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 81

82 4.3.6 Tekstkleur Klik op het neerwaartse pijltje om de beschikbare kleuren te tonen. Een kleurenpalet wordt geopend: Klik op de gewenste kleur. Bij onvoldoende kleuren kunt u via Meer kleuren een grotere kleurenkeuze bekomen: WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 82

83 4.3.7 Onderlijning Klik op het neerwaarts pijltje om de beschikbare onderstrepingsstijlen te tonen. Geen de tekst wordt niet onderlijnd een voorbeeld Alleen woorden enkel de woorden van de tekst worden onderlijnd (de spaties niet) een voorbeeld Enkel de tekst wordt onderlijnd met een enkele lijn een voorbeeld Dubbel de tekst wordt onderlijnd met een dubbele lijn een voorbeeld Dik de tekst wordt onderlijnd met een dikke lijn een voorbeeld Meerdere vormen van - stippen - streepjes - golfjes een voorbeeld een voorbeeld een voorbeeld WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 83

84 4.3.8 Effecten Vink het gewenste effect aan. Doorhalen de tekst wordt doorstreept voorbeeld Dubbel doorhalen de tekst wordt dubbel doorstreept voorbeeld Superscript de tekst komt wat hoger te staan en is wat kleiner m 2 Subscript de tekst komt wat lager te staan en is wat kleiner H 2 O Klein kapitaal de tekst wordt in kleine hoofdletters weergegeven VOORBEELD Hoofdletters de tekst wordt in hoofdletters weergegeven VOORBEELD Verborgen tekst (*) de tekst wordt niet getoond, klik op de knop Alles weergeven en de verborgen tekst wordt met stippellijn onderlijnd (*) (*) Verborgen tekst De opmaak Verborgen tekst kunt u gebruiken om commentaar toe te voegen aan uw document die tijdens het lezen of afdrukken niet zichtbaar is. Uzelf kunt het commentaar wel zien ( Alles weergeven ) en afdrukken ( Afdrukopties Verborgen tekst afdrukken ). Extra teksteffecten kunnen ingesteld worden aan de hand van de knop Teksteffecten onderaan het dialoogvenster. Klik op de knop Teksteffecten. Het dialoogvenster Teksteffecten opmaken wordt geopend. Links kiest u het gewenste teksteffect ( Tekstopvulling, Tekstkader, ) en rechts verschijnen dan verschillende parameters van het gekozen teksteffect die u kunt instellen naar wens. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 84

85 WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 85

86 4.3.9 Voorbeeld Onderaan het dialoogvenster Lettertype wordt in het vak Voorbeeld de gekozen lettertypeinstellingen getoond zodat u, indien nodig, nog wijzigingen kunt aanbrengen alvorens te bevestigen Proportioneel en niet-proportioneel Een niet-proportioneel lettertype is een lettertype waarbij elke letter evenveel plaats in beslag neemt: een i neemt evenveel plaats in als een w. Bij een proportioneel lettertype neemt een letter zoveel plaats in als hij nodig heeft. Niet-proportioneel (vb. Arial) Proportioneel (vb. Courier New) voorbeeld voorbeeld WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 86

87 Hoofdlettergebruik Geselecteerde tekst die in kleine letters is weergegeven kunt u met één bewerking omzetten naar hoofdletters en omgekeerd. Selecteer de tekst die u wenst om te zetten. Open de keuzelijst Hoofdlettergebruik in de groep Lettertype van het tabblad Start. Dit zijn de mogelijkheden: Zoals in een zin De eerste letter wordt in een hoofdletter geplaatst, de overige letters in kleine letters. kleine letters Alles wordt in kleine letters weergegeven. HOOFDLETTERS Alles wordt in hoofdletters weergegeven. Alles met Beginhoofdletter omkering letters Sneltoets De eerste letter van elk woord wordt in een hoofdletter weergegeven, de overige letters in kleine letters. De hoofdletters worden kleine letters, de kleinen letters worden hoofdletters. Indien u een selectie hebt gemaakt en u klikt op de sneltoets SHIFT+F3, dan wordt de selectie achtereenvolgens omgezet in Alles beginhoofdletter, Hoofdletters en kleine letters. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 87

88 4.4 Tekenopmaak na de selectie van tekst Tekenopmaak hoeft niet noodzakelijk op voorhand ingesteld te worden. U kunt een lettertype, tekengrootte, ook achteraf instellen. U selecteert de tekst waarvan u de opmaak wenst aan te passen. U past de gewenste opmaak toe (zoals u punt 4.3 Tekenopmaak hebt gezien). 4.5 Opmaak wissen Opmaak wissen kunt u met behulp van de knop Opmaak wissen het tabblad Start. in de groep Lettertype van Selecteer de tekst waarvan u de opmaak wenst te verwijderen. Klik op de knop Opmaak wissen. 4.6 Opmaak kopiëren/plakken Als u een tekst of titel een bepaalde opmaak hebt gegeven, dan kunt u deze opmaak naar een andere tekst of titel kopiëren met behulp van de knop in de groep Klembord van het tabblad Start. Selecteer de tekst (of een stukje) waarvan u de opmaak wenst te kopiëren. Klik op de knop Opmaak kopiëren/plakken. De muisaanwijzer is veranderd: Selecteer de tekst (of een stukje tekst) waar u de opmaak wenst te kopiëren. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 88

89 4.7 Geavanceerd Het tabblad Geavanceerd van het dialoogvenster Lettertype bevat een aantal geavanceerde parameters: WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 89

90 4.7.1 Tekenafstand Schaal Tekenafstand Positie Afspatiëring voor lettertypen karakters breder of smaller maken - tekens dichter of verder van elkaar plaatsen - de ruimte tussen de karakters wordt hierdoor beïnvloed boven of onder de (standaard) horizontale positie plaatsen Sommige paren letters lenen zich toe dat de spatie tussen de letters kleiner is (vb. W & A, V & A) Voorbeelden Schaal Tekenafstand Positie Afspatiëring voor lettertypen 100% voorbeelden 90% voorbeelden Standaard Verbreed met 3 punten Standaard Verhoogd met 6 punten Standaard voorbeelden v o o r b e e l d e n xxx voorbeelden xxx voorbeelden WATERVAL 8 punten en meer WATERVAL OpenType-functies Door de OpenType-lettertypeondersteuning kunt u deze speciale lettertypen importeren en gebruik maken van de functies die daarbij horen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 90

91 4.8 Standaardinstellingen Indien u WORD (voor het eerst) opstart, hebt u standaard het lettertype Calibri met een tekengrootte van 11pt. U kunt een ander lettertype kiezen maar toch blijft het standaardlettertype voor het document Calibri en standaardtekengrootte 11pt. Wenst u een ander standaard een ander lettertype en/of een andere tekengrootte, ga dan als volgt te werk: Klik op de startpictogram van de groep Lettertype van het tabblad Start. Het dialoogvenster Lettertype wordt geopend. Selecteer het tabblad Lettertype. Selecteer het gewenste lettertype, tekengrootte, Klik op de knop Als standaard instellen (links onderaan). WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 91

92 Het volgende venster verschijnt: 2 mogelijkheden: - Alleen dit document? : de huidige instellingen worden de standaardinstellingen enkel voor het document waaraan u op dit moment werkt. - Alle documenten gebaseerd op de sjabloon Normal.dotm? : de huidige instellingen worden de standaardinstellingen voor het document waaraan u op dit moment werkt en ook de standaardinstellingen voor elk document dat vanaf dit ogenblik gebaseerd is op de sjabloon Normal.dot. De sjabloon Normal.dot is de sjabloon Leeg document die u meestal kiest als u een nieuw document start en is ook de sjabloon die WORD gebruikt als u het pakket opstart. De instellingen die u dus wijzigt in Normal gelden voor alle nieuwe documenten die u in WORD aanmaakt op basis van dit sjabloon. Klik op de knop OK om te bevestigen of klik op de knop Annuleren om de bewerking te annuleren. WORD BASIS Regie der Gebouwen TEKSTOPMAAK - 92

93 5 ALINEAOPMAAK 5.1 Inleiding Alineaopmaak heeft betrekking op de opmaak van een ganse alinea. Een alinea is elke stuk tekst dat eindigt met de alineamarkering. WORD biedt u verschillende mogelijkheden: uitlijning, inspringen, afstand, tabstops, Wanneer u een nieuw document opent in WORD dan worden de volgende standaardinstellingen gebruikt: linkse uitlijning, eenvoudig inspringen, tabstops om de 1,25cm, WORD bewaart de opmaak van een alinea samen met het -teken. Als u een alinea een bepaalde opmaak geeft en u drukt op het einde van de alinea op de Enter-toets, dan krijgt de nieuwe alinea dezelfde opmaak als de vorige alinea. Het tabblad Start bevat de groep Alinea waar de meest gebruikte opdrachten beschikbaar zijn: Om over alle opdrachten voor alineaopmaak te beschikken klikt u op het startpictogram groep Alinea. Dit opent het dialoogvenster Alinea : van de WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 93

94 5.2 Uitlijning WORD stelt 4 types uitlijning voor: links, centreren, rechts en uitvullen. U vindt deze 4 mogelijkheden ook terug in het lint (tabblad Start, groep Alinea ): Links uitlijnen De tekst heeft enkel links een strakke kantlijn. Centreren De tekst wordt gecentreerd t.o.v. het midden van een regel. De tekst heeft dus geen strakke linker- of rechter kantlijn. Rechts uitlijnen De tekst heeft enkel rechts een strakke kantlijn. Uitvullen De tekst wordt links- en rechts uitgelijnd (dus een strakke linker- EN rechterkantlijn). Enkel de laatste regel van de alinea (de regel waarin op de Enter-toets is gedrukt) wordt niet uitgelijnd. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 94

95 5.3 Inspringen In documenten moet u een gedeelte van een tekst dikwijls laten inspringen. In WORD kunt u dit op verschillende manieren: via het liniaal, via het dialoogvenster Alinea of via opdrachten in de groep Alinea (tabblad Start ) Inspringen m.b.v. het liniaal Indien u een alinea op een bepaalde manier wenst in te springen, kunt u deze selecteren of u kunt de invoegpositie in de alinea plaatsen. Daarna sleept u de inspringmarkeringen naar de juiste plaats. Eerste regel inspringen: de eerste regel begint op de aangegeven positie, de volgende regels komen opnieuw tegen de linkermarge Verkeerd-om inspringen: weergave van de positie van de 2 e en volgende lijnen van de alinea. Verplaatsen door het driehoekje te verslepen. Links inspringen (alle regels): beide driehoekjes verplaatsen door het vierkanten blokje (onderaan) naar de gewenste positie te slepen. Inspringen rechtermarge: rechtermarge laten inspringen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 95

96 5.3.2 Inspringen via het dialoogvenster Alinea Klik op het startpictogram van de groep Alinea (tabblad Start ). Selecteer het tabblad Inspringingen en afstand. Geef een waarde in de velden Links en Rechts. Inspringen Speciaal De optie Speciaal wordt gebruikt voor de eerste regel van de alinea. Hier hebt u 3 mogelijkheden: (geen) Eerste regel Verkeerd-om De eerste regel van de alinea wordt niet ingesprongen en start bij de linkermarge. De eerste regel van de alinea wordt ingesprongen. De overige regels van de paragraaf beginnen opnieuw van de linkermarge. De eerste regel van de alinea wordt niet ingesprongen, de overige regels wel. sneltoets CTRL+T activeert ook Verkeerd-om, sneltoets CTRL+SHIFT+T heft Verkeerd-om op. Voorbeelden Inspringen Speciaal (geen) Eerste regel Verkeerd-om WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 96

97 5.3.3 Inspringen via de groep Alinea De groep Alinea van het tabblad Start bevat 2 knoppen: Inspringing verkleinen. Inspringing vergroten. U kunt de grootte van de inspringing instellen. Dit kunt u in de groep Alinea van het tabblad Pagina-indeling : WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 97

98 5.4 Regelafstand Regelafstand via het dialoogvenster Alinea In het tabblad Inspringingen en afstand van het dialoogvenster Alinea vindt u ook de opties met betrekking tot de afstand tussen de regels van een alinea. Bij regelafstand hebt u 6 mogelijkheden: Enkel - De normale afstand tussen 2 regels. - De afstand (in centimeters of punten) wordt bepaald door de gekozen tekengrootte. - Indien de tekengrootte 12 punten is dan zal de afstand iets groter zijn dan bij een tekengrootte van 10 punten. Indien u in een regel een kleine afbeelding opneemt, wordt de afstand ook iets groter 1,5 regel U krijgt een halve regel witruimte extra tussen 2 regels. Dubbel U krijgt een ganse regel witruimte extra tussen 2 regels. Ten minste Exact Meerdere - U kunt een minimum afstand opgeven. - Deze kan vergroot worden indien er bv. een subscript of superscript voorkomt. - U kunt de juiste afstand opgeven. - Indien deze te klein is, kunnen er tekens van opeenvolgende regels zijn die elkaar overlappen. - U kunt een precieze regelafstand opgeven. - Vb. 1,3 betekent dat u een regelafstand wenst die 1,3x groter is dan de enkele regelafstand. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 98

99 5.4.2 Regelafstand via de groep Alinea De groep Alinea van het tabblad Start beschikt ook over de knop Regelafstand. Klik op de knop Regelafstand in de groep Alinea van het tabblad Start. Hier ziet u enkele waarden die u kunt kiezen. Indien u een andere waarden wenst, klik dan op de keuze Opties voor regelafstand en u krijgt het dialoogvenster Alinea (zie 5.4.1) waar u zelf een regelafstand kunt vastleggen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 99

100 5.5 Afstand tussen alinea s Afstand tussen alinea s via het dialoogvenster Alinea In het tabblad Inspringingen en afstand van het dialoogvenster Alinea vindt u de opties met betrekking tot de afstand tussen alinea s. Hier kunt u opgeven hoeveel ruimte WORD moet laten vóór en na de alinea. U kunt natuurlijk ook een extra keer op de Enter-toets drukken om meer ruimte tussen alinea s te laten maar hier kunt u echter zeer precies een afstand opgeven in punten (1 punt = 1/72 ste van een inch, 1 inch = 2,54cm) Afstand tussen alinea s via de groep Alinea In de groep Alinea van het tabblad Start kunt u de afstand voor een alinea invoegen of de afstand na de alinea verwijderen. U kunt de grootte van de afstand instellen. Dit kunt u in de groep Alinea van het tabblad Paginaindeling : Indien u de keuze Opties voor regelafstand kiest, krijgt u het dialoogvenster Alinea (zie 5.5.1). WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 100

101 5.6 Opsommingstekens & nummering Een alinea kunt u in de vorm van een lijst met opsommingstekens of genummerde lijst opmaken. Voorbeelden Inhoudstafel Inleiding Voorstelling Conclusie Vragen Inhoudstafel 1. Inleiding 2. Voorstelling 3. Conclusie 4. Vragen Lijst met opsommingstekens Genummerde lijst Lijst met opsommingstekens Een lijst met opsommingstekens maken Klik op het neerwaartse pijltje van de knop Opsommingstekens in de groep Alinea van het tabblad Start. Een volgende selectiescherm wordt geopend: Bovenaan verschijnen de Onlangs gebruikte opsommingstekens (als u al een opsommingsteken gebruikt hebt). Onder Bibliotheek Opsommingstekens vindt u de overige opsommingstekens. U kunt ook zelf een nieuw opsommingsteken definiëren via de laatste menukeuze. Kies het gewenste opsommingsteken. Typ uw tekst in. Druk (op het einde van het opsommingsteken) op de Enter-toets. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 101

102 U krijgt een nieuwe regel met het gekozen opsommingsteken. Herhaal totdat u alle opsommingen hebt ingetypt. De lijst met opsommingstekens beëindigen Druk 2x op de Enter-toets na het laatste opsommingsteken of Druk 1x op de Enter-toets na het laatste opsommingsteken. Klik op de knop Opsommingstekens in de groep Alinea van het tabblad Start. Opsommingsteken wijzigen Indien geen van de voorgestelde opsommingsteken aan uw wensen voldoet, dan kunt u zelf een nieuw opsommingsteken definiëren. Klik op het neerwaartse pijltje van de knop Opsommingstekens in de groep Alinea van het tabblad Start. Klik op Nieuw opsommingsteken definiëren. Het dialoogvenster Nieuw opsommingsteken definiëren wordt geopend: Klik op de knop Symbool om een ander teken te selecteren of Klik op de knop Afbeelding om een afbeelding als opsommingsteken te selecteren of Klik op de knop Lettertype om een ander teken te selecteren op basis van een lettertype die speciale tekens bevat (vb. lettertype Wingdings ). WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 102

103 Als u op de knop Symbool klikt, opent WORD het volgende dialoogvenster: Hier kunt ook het lettertype wijzigen. Selecteer het gewenste symbool en klik op de knop OK om te bevestigen. Een alinea zonder opsommingsteken tussenvoegen Indien u na een regel met opsommingsteken een regel wenst zonder opsommingsteken, druk dan op SHIFT+Enter op het einde van de regel met opsommingsteken. U krijgt een nieuwe regel zonder opsommingsteken maar met inspringing tot onder de tekst van de vorige regel. Voorbeeld: Dit is de 1 e regel met een opsommingsteken. Dit is de 2 e regel zonder opsommingsteken. Dit is de 3 e regel met een opsommingsteken. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 103

104 Opsommingstekens via het snelmenu U kunt ook een snelmenu openen om een lijst met opsommingstekens te creëren. Klik met de rechtermuisknop op een nieuwe regel. U krijgt een analoge keuzelijst zoals de keuzelijst in het lint: Selecteer het gewenste opsommingsteken of definieer een nieuw opsommingsteken. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 104

105 5.6.2 Genummerde lijst Het maken van een genummerde lijst verloopt analoog aan het maken van een lijst met opsommingstekens. Een genummerde lijst maken Klik op het neerwaartse pijltje van de knop Nummering in de groep Alinea van het tabblad Start. Een volgende selectiescherm wordt geopend: Bovenaan verschijnen de Onlangs gebruikte nummeropmaak (als u al een nummering gebruikt hebt). Onder Bibliotheek Nummering vindt u de overige nummeringen. U kunt ook zelf een nieuwe nummering definiëren via de laatste menukeuze. Kies de gewenste nummering WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 105

106 Typ uw tekst in. Druk (op het einde van de nummering) op de Enter-toets. U krijgt een nieuwe regel met de gekozen nummering. Herhaal totdat u alle nummeringen hebt ingetypt. De lijst met nummeringen beëindigen Druk 2x op de Enter-toets na het laatste nummering. of Druk 1x op de Enter-toets na het laatste nummering. Klik op de knop Nummering in de groep Alinea van het tabblad Start. Nummering wijzigen Indien geen van de voorgestelde nummeringen aan uw wensen voldoet, dan kunt u zelf een nieuwe nummering definiëren. Klik op het neerwaartse pijltje van de knop Nummering in de groep Alinea van het tabblad Start. Klik op Nieuwe nummeropmaak definiëren. Het dialoogvenster Nieuwe nummeropmaak definiëren wordt geopend: Selecteer de gewenste stijl en klik op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 106

107 Een alinea zonder nummering tussenvoegen Indien u na een regel met nummering een regel wenst zonder nummering, druk dan op SHIFT+Enter op het einde van de regel met nummering. U krijgt een nieuwe regel zonder nummering maar met inspringing tot onder de tekst van de vorige regel. Voorbeeld: 1. Dit is de 1 e regel met een nummering. Dit is de 2 e regel zonder nummering. 2. Dit is de 3 e regel met een nummering. Nummering via het snelmenu U kunt net zoals met opsommingstekens een snelmenu openen om een genummerde lijst te creëren. Klik met de rechtermuisknop op een nieuwe regel. U krijgt een analoge keuzelijst zoals de keuzelijst in het lint: WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 107

108 5.6.3 Lijst met meerdere niveaus Deze lijst laat u toe om een presentatie met meerdere niveaus te creëren in plaats van slechts 1 niveau zoals de 2 vorig besproken lijsten ( Lijst met opsommingstekens en Genummerde lijst ). Klik op de knop Lijst met meerdere niveaus in de groep Alinea van het tabblad Start. Het volgende selectiescherm wordt geopend: Selecteer de gewenste lijst met meerdere niveaus (bv. 2 e model in Lijstbibliotheek ) Typ de gewenste tekst voor de 1 e regel 1 e niveau Wenst u een niveau verder te springen, druk dan op de TAB-toets. Wenst u een niveau terug te springen, druk dan op de SHIFT+TAB-toets. Om de nummering te beëindigen, klikt u op de knop Nummering in de groep Alinea van het tabblad Start. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 108

109 5.6.4 Extra ruimte tussen de opsommingen Indien u een lege regel tussen de genummerde items wenst, ga dan als volgt te werk: Druk op de Enter-toets op het einde van een regel met een genummerd item. WORD plaatst een nieuw opsommingsteken. Druk op de toets Backspace. U krijgt nu een lege regel. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 109

110 5.7 Randen & arcering De functie Randen en arcering laat u toe om - alinea s (volledig of gedeeltelijk), afbeeldingen, tabellen alsook pagina s te voorzien van randen; - arceringen te definiëren.. Deze functie is toegankelijk via de knop in de groep Alinea van het tabblad Start. WORD heeft enkele randen voorgedefinieerd in een keuzelijst (onderrand, bovenrand, linkerrand, rechterrand, geen rand, alle randen, buitenrand, binnenranden, ) Deze keuzelijst geeft als knopinfo de laatst gekozen optie (vb. u hebt het laatst een onderrand gebruikt, dan verschijnt er Onderrand als knopinfo). Indien deze voorgedefinieerde randen niet voldoen aan uw eisen, dan kunt u via de opties Randen en arcering zelf de lijnstijl, lijnkleur, lijndikte, bepalen. Hierna worden de opties uitgebreid besproken. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 110

111 5.7.1 Een kader rond een woord, tekst of alinea Selecteer het woord, de tekst of de alinea( s) waarrond u een rand wenst te plaatsen. Klik op de knop in de groep Alinea van het tabblad Start. Selecteer de optie Randen en arcering. Selecteer eventueel het tabblad Randen. Het dialoogvenster Randen en arcering wordt geopend: - Er zijn 5 types van randen standaard aanwezig in WORD (zie rubriek Instelling ): Geen Kader Schaduw Drie-D Aangepast Er wordt geen kader getrokken rond de alinea (of alinea s). Er wordt een kader met overal dezelfde dikte rond de alinea getrokken. Er wordt een kader rond de alinea getrokken, de onder- en rechterzijde van het kader zijn echter dikker zodat u het effect van een schaduw krijgt. U creëert een driedimensionale randopmaak. U krijgt het effect van een venster of een fotokader. U kunt een aangepast kader maken met behulp van Voorbeeld rechts in het dialoogvenster. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 111

112 - In plaats van gebruik te maken van de eerste 4 voorgedefinieerde kaders, kunt u het kader ook zelf instellen. In het vak Voorbeeld kunt u per lijn aangeven of u ze wenst te plaatsen of niet. Indien u op een zijde klikt, plaatst WORD er een lijn of verwijdert ze de lijn als er al één staat. - In de keuzelijst o Stijl kiest u het type lijn dat u wenst te gebruiken (volle lijn, stippellijn, ); o Kleur kunt u een lijnkleur instellen; o Dikte geeft u de lijndikte op. U kunt per lijn een andere stijl, kleur en/of dikte opgeven. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 112

113 - Toepassen op: Wanneer u een woord of een deel van een alinea hebt geselecteerd die u wenst te voorzien van een rand, dan selecteert WORD in de keuzelijst Toepassen op: (rechts onder Voorbeeld) standaard de optie Tekst. U kunt, indien nodig, ook de optie Alinea selecteren als u toch de volledige alinea wenst te voorzien van een rand. Wanneer u niets of de volledige alinea hebt geselecteerd dan krijgt u in de keuzelijst Toepassen op: van het dialoogvenster Randen en arcering enkel de optie Alinea. - Afstand tot tekst U kunt de afstand van de rand tot de tekst aanpassen (enkel toepasbaar op alinea s). Klik op de knop Opties (rechts onderaan). WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 113

114 Het dialoogvenster Opties voor randen en arcering wordt geopend: Pas de Afstand(en) tot de tekst aan en druk op de knop OK om te bevestigen. Voorbeeld In deze alinea is slechts één woord voorzien van een kader. In deze alinea is een deel van de tekst voorzien van een kader. Deze alinea is volledig voorzien van een kader. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 114

115 5.7.2 Een kader rond een pagina Naast een kader rond een woord, tekst of alinea kunt u in WORD ook een kader rond een volledige pagina (of een sectie) plaatsen. Plaats de muisaanwijzer in de gewenste sectie. Klik op de knop in de groep Alinea van het tabblad Start. Selecteer de optie Randen en arcering. Selecteer het tabblad Paginarand. Definieer de gewenste parameters (analoog aan de werkwijze voor alinea s). Selecteer in de keuzelijst Toepassen op: welk deel van het document (volledig of de actuele sectie) moet worden omkaderd. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 115

116 De plaats van het kader te definiëren Klik op de knop Opties (dialoogvenster Randen en arcering tabblad Paginarand ) Het dialoogvenster Opties voor randen en arcering wordt geopend: Pas de gewenste marges (boven, onder, links, rechts) aan. Duid aan of de plaatsing van het kader op basis van de rand van de pagina of op basis van de tekst moet worden gebaseerd ( Meten vanaf: ). Klik op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 116

117 5.8 Tabstops Tabstops laten u toe om automatisch elementen uit te lijnen in kolommen over verschillende regels. De tabstops worden weergegeven in de liniaal. De liniaal wordt geassocieerd met één alinea Soorten WORD biedt u 5 verschillende types tabstops. Links uitlijnende tab Tab voor centreren Rechts uitlijnende tab Decimale tab Lijntab Instellen van de beginpositie van tekst die vervolgens van links naar rechts wordt weergegeven terwijl u typt. Instellen van de positie van het tekstmidden. Terwijl u typt wordt de tekst op deze positie gecentreerd. Instellen van het rechteinde van de tekst. Terwijl u typt wordt de tekst naar links verplaatst. Uitlijnen van getallen rond een decimale komma. Ongeacht het aantal cijfers waaruit de getallen bestaan, de decimale komma blijft op dezelfde positie staan. Geen positionering van tekst maar invoeging van een verticale balk op de tabpositie. Voorbeelden Linkse tab Rechtse tab Lijntab Centertab Decimale tab Word Word Word Word ,2 1,2 1,2 1,2 99,99 99,99 99,99 99,99 Indien u zelf geen tabstops definieert dan plaatst WORD standaard tabstops elke 1,25cm. Deze tabstops worden in de liniaal weergegeven met kleine streepjes en hebben hetzelfde effect als een links uitlijnende tab. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 117

118 5.8.2 Tabstop plaatsen m.b.v. het dialoogvenster Tabs Selecteer één of meerdere alinea s waarin u tabstops wenst te gebruiken. Klik op het startpictogram van de groep Alinea in het tabblad Start. Het dialoogvenster Alinea wordt geopend: Klik op de knop Tabs (links onderaan). WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 118

119 Het dialoogvenster Tabs wordt geopend: Selecteer het gewenste type (rubriek Uitlijnen ). Geef de positie in (tekstvak Tabpositie ). Klik op de knop Instellen op de tabstop effectief te definiëren Tabstop plaatsen m.b.v. de liniaal Selecteer één of meerdere alinea s waar u de tabstops wenst te gebruiken. Klik op het tabstop-type (helemaal links in de liniaal) tot de gewenste tabstop verschijnt. Klik in de liniaal op de plaats waar u de geselecteerde tabstop wenst te plaatsen. Het tabstop-teken verschijnt in de liniaal en de standaard tabstops (kleine streepjes) verdwijnen rechts vanaf de nieuwe tabstop. Voorbeeld (links uitlijnende tabstop op 5 cm): De standaard tabstops (kleine streepjes) op 1.25cm, 2.5cm en 3.75cm zijn verdwenen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 119

120 5.8.4 Tabstops met opvulteken Het is mogelijk om de ruimte(s) tussen tabstops op te vullen met tekens. U hebt daarbij de keuze uit stippellijn, streepjeslijn of onderlijning. Opvultekens worden onder andere gebruikt in inhoudsopgaves waarbij een opvulteken wordt geplaatst tussen de tekst en het paginanummer. Voorbeeld: rechts uitlijnende tabstop met opvulteken op positie 15cm WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 120

121 5.8.5 Verplaatsen van een tabstop Om een tabstop te verplaatsen sleept u de tabstop in de liniaal naar een andere positie in de liniaal Verwijderen van een tabstop Om een tabstop te verwijderen sleept u de tabstop in de liniaal naar het document (buiten de liniaal). of dubbelklikt u op de tabstop. Het dialoogvenster Tabs wordt geopend. selecteert u de tabstop die u wenst te verwijderen. klikt u op de knop Wissen. klikt u op de knop OK om te bevestigen. U kunt ook alle ingestelde tabstops in één keer wissen door op de knop Alles wissen te klikken Wijzigen van het type tabstop Om het type van een tabstop te wijzigen dubbelklikt u op de tabstop. Het dialoogvenster Tabs wordt geopend. selecteert u het gewenste type. klikt u op de knop Instellen op het type te wijzigen. klikt u op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 121

122 5.9 Tekst bijeenhouden Indien u een document maakt van meerdere bladzijden, is het soms wenselijk dat bepaalde tekstfragmenten worden samengehouden op één bladzijde. WORD biedt een aantal mogelijkheden betreffende Tekstdoorloop. Positioneer de invoegpositie in de alinea die u wenst samen te houden. Klik op de startpictogram van de groep Alinea in het tabblad Start. Selecteer het tabblad Tekstdoorloop (in het dialoogvenster Alinea ). WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 122

123 De verschillende mogelijkheden worden op een rijtje geplaatst: Zwevende regels voorkomen PAGINERING De laatste regel van een alinea die boven aan een pagina staat of de eerste regel van een alinea die onder aan een pagina staat wordt een zwevende regel genoemd. Om dit te voorkomen schakelt u deze optie in. Bij volgende alinea houden Voorkomt pagina-einden tussen alinea s. Regels bijeenhouden Voorkomt pagina-einden midden in een alinea. Pagina-einde ervoor Voegt een vast pagina-einde in vóór een alinea. UITZONDERINGEN VOOR OPMAAK Regelnummers onderdrukken Regelnummers worden niet weergegeven bij de geselecteerde alinea s. Deze optie heeft enkel een effect indien u opteert om regelnummers te plaatsen. Niet afbreken Indien u gekozen hebt voor het automatisch afbreken van woorden, dan wordt dit met deze optie onderdrukt voor de geselecteerde alinea s. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 123

124 5.10 Alineaopmaak verwijderen Alineaopmaak verwijderen Plaats de invoegpositie in de alinea waarvan u de opmaak wenst te verwijderen. Klik op de knop Opmaak wissen in de groep Lettertype van het tabblad Start. De alineaopmaak is verwijderd (de tekenopmaak niet). Om enkel de alineaopmaak te verwijderen kunt u ook de toetsencombinatie CTRL+SHIFT+N gebruiken Teken- en alineaopmaak verwijderen Selecteer de alinea waarvan u de opmaak wenst te verwijderen. Klik op de knop Opmaak wissen in de groep Lettertype van het tabblad Start. De alineaopmaak EN de tekenopmaak is verwijderd Enkel tekenopmaak verwijderen Selecteer het deel van de alinea waarvan u de tekstopmaak wenst te verwijderen. Klik op de knop Opmaak wissen in de groep Lettertype van het tabblad Start. Enkel de tekenopmaak is verwijderd. U kunt ook de toetsencombinatie CTRL + spatiebalk gebruiken. WORD BASIS Regie der Gebouwen ALINEAOPMAAK - 124

125 6 PAGINAOPMAAK 6.1 Afdrukstand & paginaformaat De afdrukstand bepaalt hoe de tekst op een bladzijde wordt afgedrukt. In WORD zijn er 2 mogelijkheden: Staand (standaard) of Liggend. Het paginaformaat is standaard ingesteld op het formaat A4 (21cm x 29,7cm) Afdrukstand aanpassen via het lint Klik op de knop Afdrukstand in de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Kies de gewenste afdrukstand Paginaformaat aanpassen via het lint Klik op de knop Formaat in de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Kies het gewenste (voorgedefinieerde) papierformaat. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 125

126 6.1.3 Afdrukstand aanpassen via het dialoogvenster Pagina-instelling Klik op het startpictogram van de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt geopend. Selecteer het tabblad Marges. Kies de gewenste afdrukstand (rubriek Afdrukstand ). Klik op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 126

127 6.1.4 Papierformaat aanpassen via het dialoogvenster Pagina-instelling Klik op het startpictogram van de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt geopend. Selecteer het tabblad Papier. Kies het gewenste papierformaat (in de rubriek Papierformaat ). Wenst u zelf een formaat te definiëren, pas dan de breedte en de hoogte aan (via de pijltjes) of typ zelf de gewenste afmetingen in de corresponderende velden Breedte: en Hoogte: Als het zelf ingestelde formaat teveel afwijkt van een voorgedefinieerd formaat, dan wijzigt het papierformaat automatisch naar Aangepast formaat. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 127

128 Voorbeeld Aangepast formaat Pagina-instelling toepassen op Met de keuzelijst Toepassen op: (links onderaan het dialoogvenster Pagina-instelling ) kunt u bepalen waarop de instellingen moeten worden toegepast. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 128

129 Opties keuzelijst Toepassen op: Heel document Geselecteerde tekst Vanaf dit punt Geselecteerde secties Deze sectie Indien de wijziging op het volledige document moet worden toegepast. Indien de wijziging enkel op de geselecteerde tekst moet worden toegepast. In dit geval plaatst WORD automatisch een sectie-einde vóór en na de selectie. Indien de wijziging van de invoegpositie moet worden toegepast. In dit geval plaats WORD automatisch een sectie-einde vóór de invoegpositie. Indien de wijziging enkel op de geselecteerde secties moet worden toegepast. Indien de wijziging enkel op de sectie waar de invoegpositie zich bevindt moet worden toegepast. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 129

130 6.2 Marges De marges vormen de lege ruimte tussen de randen van het papier. In WORD worden de marges standaard op 2,5cm ingesteld maar u kunt ze zelf aanpassen Marges aanpassen via het lint Klik op de knop Marges in de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Kies de gewenste (voorgedefinieerde) marges. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 130

131 6.2.2 Marges aanpassen via het dialoogvenster Pagina-instelling Klik op het startpictogram van de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt geopend. Selecteer het tabblad Marges. Stel de boven- en ondermarge in alsook de linker- en rechtermarge. De Rugmarge (en Positie van rugmarge ) kunt u gebruiken indien u bij een document extra ruimte wilt creëren voor het nieten of inbinden. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 131

132 6.2.3 Meerdere pagina s In de keuzelijst Meerdere pagina s kunt u instellen of de marges moeten gespiegeld worden. Dat kan interessant zijn indien u een boek schrijft en de bladzijden aan beide zijden bedrukt worden. De velden Links en Rechts worden respectievelijk vervangen door Binnenkant en Buitenkant. Daarnaast kunt u ook instellen dat u twee pagina s per vel papier wilt afdrukken (papierbesparend maar kleinere tekst). De velden Boven en Onder worden respectievelijk vervangen door Buitenkant en Binnenkant. Tenslotte kunt u ook opgeven of u een katern wilt afdrukken. WORD voegt in dat geval een middenvouw toe. De optie Vellen per boekje: wordt toegevoegd. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 132

133 Voor gewone documenten kiest u voor de standaardwaarde Normaal. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 133

134 6.3 Kolommen U kunt uw tekst in de vorm van kolommen weergeven. WORD beheert automatisch de verdeling van de tekst in verschillende kolommen. Als een kolom volledig is dan wordt de tekst verder gezet bovenaan de volgende kolom. Indien er slechts een gedeelte van de tekst in kolommen is verdeeld dan vormt dat gedeelte een sectie en beschikt dusdanig over specifieke opmaakkenmerken (zie 6.7 Secties ) Kolommen definiëren Plaats de invoegpositie in de sectie die u in een kolom wenst te plaatsen. of Selecteer de tekst die u in een kolom wenst te plaatsen (WORD zal in dit geval zelf sectie-einden plaatsen). Via het lint Klik op de knop Kolommen in de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Kies het aantal kolommen. De kolommen worden onmiddellijk gecreëerd. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 134

135 Via het dialoogvenster Kolommen Klik op de knop Kolommen in de groep Pagina-instelling (tabblad Pagina-indeling ). Selecteer de optie Meer kolommen. Het dialoogvenster Kolommen wordt geopend: Kies één van de voorgedefinieerde formaten (zone Vooraf ingesteld ). of Typ het aantal gewenste kolommen in de zone Aantal kolommen (of maak gebruik van de pijltjes om het aantal in te stellen). Kolommen met gelijke kolombreedte (voorbeeld: 3 kolommen) Plaats het aantal kolommen op 3. Vink de optie Gelijke kolombreedte aan. Pas (eventueel) de breedte van de kolommen aan (via het veld Breedte van kolom 1). Pas (eventueel) de afstand tussen de kolommen aan (via het veld Afstand van kolom 1). WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 135

136 Kolommen met verschillende kolombreedte (voorbeeld: 2 kolommen, breedtes: 8cm & 5cm) Plaats het aantal kolommen op 2. Vink de optie Gelijke kolombreedte af. Pas de breedtes van de kolommen aan (via de respectievelijke velden Breedte ). Pas de afstand tussen de kolommen aan (via het veld Afstand ). Klik op de optie Lijn ertussen indien u een verticale lijn tussen de kolommen wenst. Vink de optie Nieuwe kolom beginnen indien u wenst dat de geselecteerde selectie in een nieuwe kolom begint. Selecteer de gewenste optie Toepassen op: (zie 6.1 Afdrukstand en papierformaat ). Klik op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 136

137 6.4 Paginering Inleiding Het aantal lijnen van een pagina wordt bepaald door de grootte van de marges en de verschillende opmaakparameters. WORD beheert zelf de bladsprongen en herschikt ze automatisch bij elke aanpassing (automatische paginering). In de normale modus worden automatische pagina-einden weergegeven met een horizontale stippellijn. In ieder geval hebt u de mogelijkheid om zelf de positie te bepalen waar uw tekst op een volgende pagina moet worden geplaatst en dit door het invoegen van handmatige pagina-einden Pagina-einde manueel toevoegen Om een handmatig pagina-einde toe te voegen: Positioneer u op de plaats waar u het pagina-einde wenst te plaatsen. Via het lint: Klik op de knop Pagina-einde in de groep Pagina s (tabblad Invoegen ). Via het toetsenbord: Druk op de toetsen CTRL + Enter-toets. Als de functie Alles weergeven (tabblad Start groep Alinea ) geactiveerd is, dan verschijnt er een stippellijn op het einde van de vorige pagina om een pagina-einde te signaleren Pagina-einde verwijderen U kunt enkel de handmatige pagina-einden verwijderen. Positioneer u op de pagina-einde of selecteer de pagina-einde. Druk op de Delete-toets. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 137

138 6.5 Koptekst / Voettekst Een koptekst wordt gebruikt om een vaste tekst op elke pagina bovenaan af te drukken, een voettekst om een vaste tekst op elke pagina onderaan af te drukken. U hoeft ze slechts één keer in te geven. Normaal geldt een kop- en/of voettekst voor het ganse document maar in WORD is het echter mogelijk om verschillende kop- en voetteksten aan te brengen. In dat geval moet uw document ingedeeld zijn in secties (zie 6.7 Secties ). U kunt een kop- en voettekst ook verschillend maken voor de oneven en even pagina s. Kop- en voetteksten kunnen samen voorkomen. In een kop- en voettekst kunt u niet alleen tekst of een paginanummering opnemen maar ook bv. afbeeldingen Opmaak kop-/voettekst De opdrachten met betrekking tot kop- en voetteksten vindt u terug in de groep Koptekst en voettekst van het tabblad Invoegen. Klik op de knop Koptekst of de knop Voettekst. Kies de optie Koptekst bewerken of Voettekst bewerken. of Dubbelklik op de witruimte o bovenaan de pagina (voor een koptekst) of onderaan de pagina (voor een voettekst). De kop- of voettekst wordt geactiveerd: WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 138

139 Er wordt ook een nieuw (contextueel) tabblad geopend, namelijk Ontwerpen (Hulpmiddelen voor kopteksten en voetteksten). In dit tabblad vindt u verschillende hulpmiddelen om kop- en voetteksten te maken en om te navigeren tussen de verschillende kop- en voetteksten. U kunt nu de gewenste gegevens (tekst, afbeelding, ) in de kop- of voettekst invoeren. Om het bewerken van kop- of voettekst te beëindigen: dubbelklikt u in het gedeelte van de pagina buiten de zone van de kop- en voettekst. Wenst u aanpassingen aan te brengen aan uw opgemaakte kop- of voettekst: dubbelklik dan in de zone van de kop- of voettekst. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 139

140 6.5.2 Galerie kop-/voetteksten Indien u op de knop Koptekst of Voettekst klikt in de groep Koptekst en voettekst van het tabblad Invoegen, dan verschijnt er een keuzelijst (voorgedefinieerde kop- en voetteksten). WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 140

141 Selecteer een koptekst uit de galerie (bv. Aantrekkelijk ). De tekst van het document wordt nu lichter weergegeven en de gekozen koptekst wordt geactiveerd: Links bovenaan krijgt u een tijdelijke aanduiding waarin u zelf tekst kunt ingeven ( *Geef de titel van het document op+ ). Rechts bovenaan krijgt u een tijdelijke aanduiding waarin u de datum kunt ingeven ( *Kies de datum+ ). Klik op de tijdelijke aanduiding links (titel). Typ de gewenste tekst in. Klik op de tijdelijke aanduiding rechts (datum). Klik op het neerwaartse pijltje (kalender verschijnt). Selecteer de gewenste datum. Dubbelklik in het gedeelte van de pagina buiten de zone van de koptekst om de koptekst te verlaten. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 141

142 6.5.3 Kop-/voettekst verwijderen Als u een kop- of voettekst wenst te verwijderen, kunt u de tekst in de kop- of voettekst selecteren en op de Delete-toets drukken. U kunt ook de keuzelijst Koptekst of Voettekst in het lint gebruiken: Koptekst verwijderen via het lint Klik op de knop Koptekst in de groep Koptekst en voettekst van het tabblad Invoegen. Kies Koptekst verwijderen. De koptekst is verwijderd. Voettekst verwijderen via het lint Klik op de knop Voettekst in de groep Koptekst en voettekst van het tabblad Invoegen. Kies Voettekst verwijderen. De voettekst is verwijderd. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 142

143 6.5.4 Persoonlijke kop-/voettekst maken U hebt een eigen kop- of voettekst gemaakt die u later nog wenst te gebruiken (bv. koptekst met logo, naam en adres van uw bedrijf). Uw persoonlijke kop- en voettekst kunt u bewaren in de galerie Kopteksten of Voetteksten. Maak uw eigen koptekst. Selecteer de volledige koptekst. Klik op de knop Koptekst in de groep Koptekst en voettekst. Kies Selectie opslaan in de galerie Kopteksten. Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken wordt geopend: Typ de naam van uw koptekst in het veld Naam:. Wijzig eventueel de andere zones zoals u wenst. Klik op de knop OK om te bevestigen. Als u op de knop Koptekst klikt in de groep Koptekst en voettekst dan staat uw zelf ontworpen koptekst in de galerie Kopteksten (u kunt op dezelfde manier persoonlijke voetteksten maken en bewaren in de galerie Voetteksten ). WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 143

144 6.5.5 Kop-/voettekst afwijkend op eerste pagina Als u op het eerste blad van uw document geen (of afwijkende) koptekst en/of voettekst wenst af te drukken (bv. het eerste blad is een titelblad), dan kunt u dit instellen. Activeer de koptekst (of voettekst). Vink het selectievakje Eerste pagina afwijkend aan in de groep Opties van het tabblad Ontwerpen. De koptekst en voettekst voor de eerste pagina wordt als volgt aangeduid: Vanaf de tweede pagina worden kop- en voettekst als gewone kop- en voettekst aangeduid: WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 144

145 6.5.6 Kop-/voettekst verschillend op even en oneven pagina s Naast de functie Eerste pagina afwijkend kunt u in WORD ook verschillende kop- en voetteksten voor de even en de oneven pagina s instellen. Deze functie wordt meestal toegepast bij boeken of drukwerken die aan beide zijden van het blad bedrukt worden. Activeer de koptekst (of voettekst). Vink het selectievakje Even en oneven pagina s verschillend aan in de groep Opties van het tabblad Ontwerpen. De koptekst en voettekst voor de oneven pagina s wordt als volgt aangeduid: De koptekst en voettekst voor de even pagina s wordt als volgt aangeduid: WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 145

146 6.5.7 Ruimte bepalen tussen bladrand en kop-/voettekst (positionering) WORD plaatst de boven- en ondermarge van een blad op 2,5cm. De kop- en voetteksten komen in deze marges en staan standaard ingesteld op 1,25cm. Deze instelling kunt u wijzigen. Activeer de koptekst (of voettekst). In de groep Positie van het tabblad Ontwerpen kunt u de positie van kop- en voettekst wijzigen: U kunt de positie van de kop- en voetteksten ook instellen via het dialoogvenster Pagina-instelling : Selecteer het tabblad Pagina-indeling. Klik op het startpictogram van de groep Pagina-instelling. Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt geopend. Selecteer het tabblad Indeling. Naast de positie van de kop- en voettekst kunt u hier ook de functies Even en oneven verschillend (zie 6.5.6) en Eerste pagina afwijkend (zie 6.5.5) aanpassen. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 146

147 6.6 Paginanummering U kunt paginanummers bovenaan (in de koptekst) of onderaan (in de voettekst) uw document invoegen. De paginanummering kunt u instellen voor een volledig document of per sectie. Selecteer het tabblad Invoegen. Klik op de knop Paginanummer in de groep Koptekst en voettekst. Hier kunt u kiezen waar u de paginanummering wenst te plaatsen: - Boven aan de pagina - Onder aan de pagina - In de linker- of rechtermarge - Op de huidige positie Selecteer de gewenste nummering (bv. Onder aan pagina ). Kies een paginanummering uit de galerie (bv. Dikke lijn ). De gekozen paginanummering wordt in de voettekst toegevoegd (paginanummering is immers een speciaal geval van kop- en voetteksten). Verder kunt u de opmaak van de paginanummering aanpassen: Klik op de knop Paginanummer in de groep Koptekst en voettekst van het tabblad Invoegen. Selecteer de optie Opmaak paginanummers. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 147

148 Het dialoogvenster Opmaak voor paginanummer wordt geopend: Selecteer het formaat van de nummering (cijfers, Romeinse cijfers of letters): Kies de optie Doorlopend vanaf vorige sectie zodat de nummering doorloopt op basis van de laatste pagina van de vorige sectie OF Duid het nummer aan vanaf welk de paginanummering moet beginnen ( Beginnen bij: ). Klik op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 148

149 6.7 Secties Sommige opmaakelementen zoals marges, afdrukstand, kolommen, enz. zijn standaard bepalend voor gans het document. Om dit euvel te omzeilen biedt WORD de mogelijkheid om secties te definiëren. Secties kunnen een eigen marges hebben, als ook een eigen kop- en voettekst, afdrukstand, een aantal kolommen verschillend aan de rest van de tekst, paginaranden, notities en eindepagina s. Elke sectie kan ook zijn eigen paginanummering hebben. Eigenlijk zijn secties echte documenten binnenin uw document Document indelen in secties Positioneer de invoegpositie op de plaats waar u een nieuwe sectie wenst in te voegen. Selecteer het tabblad Pagina-indeling. Klik op de knop Eindemarkeringen in de groep Pagina-instelling. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 149

150 In het gedeelte Sectie-einden ziet u de verschillende soorten secties. Volgende pagina Om een nieuwe sectie op een nieuwe pagina te laten beginnen. Doorlopend Om een nieuwe sectie op dezelfde pagina van de vorige sectie te laten beginnen. Laat toe om op dezelfde pagina verschillende opmaken of een ander aantal kolommen in te stellen. Even pagina Om een nieuwe sectie op de volgende even pagina te laten beginnen. Oneven pagina Om een nieuwe sectie op de volgende oneven pagina te laten beginnen. Kies (bijvoorbeeld) Volgende pagina. WORD heeft een nieuwe pagina ingevoegd. U ziet niet dat er een sectie-einde is toegevoegd. Dat ziet u wel in de Conceptweergave. Klik op de knop Concept rechts onderaan in de statusbalk. U merkt nu op het scherm een dubbele lijn met de tekst Sectie-einde (volgende pagina) Als u in de Afdrukweergave de sectieaanduiding wenst te zien dan kunt u deze activeren in de statusbalk: Klik met de rechtermuisknop in een leeg gedeelte in de statusbalk. Selecteer de optie Sectie U krijgt nu de aanduiding van de sectie in de statusbalk: WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 150

151 6.7.2 Kop-/voettekst per sectie Normaal geldt een kop- en voettekst voor het ganse document. Indien uw document opgedeeld is in secties, dan kunt u een kop- en voettekst per sectie definiëren. Voorbeeld: Een (leeg) document met 2 pagina s, pagina 1 behoort tot sectie 1 en pagina 2 behoort tot sectie 2. Sectie 1 heeft als koptekst Inhoudstafel en sectie 2 krijgt Hoofdstuk 1 als koptekst. Open een leeg document ( CTRL+N ). Klik op de knop Eindemarkeringen in de groep Pagina-instelling (tabblad Paginaindeling ). Selecteer de optie Volgende pagina. Typ de tekst Inhoudstafel in de koptekst van pagina 1 Momenteel is de zopas ingetikte koptekst voor uw volledig document van toepassing (standaard). Op pagina 2 ziet u rechts in de koptekst de vermelding Zelfde als vorige staan. De koptekst in sectie 2 mag niet dezelfde zijn als deze in sectie 1, dus moet de koptekst losgekoppeld worden van de vorige sectie. Klik op de knop Aan vorige koppelen in de groep Navigatie (tabblad Ontwerpen ). De tekst Zelfde als vorige is verdwenen. U kunt nu een nieuwe koptekst (vb. Hoofdstuk 1 ) ingeven. Deze koptekst geldt dan voor de huidige en volgende secties. Wenst u dezelfde koptekst toch te gebruiken, dan kunt u de koppeling terug tot stand brengen: Klik op de knop Aan vorige koppelen in de groep Navigatie van het tabblad Ontwerpen. U krijgt het volgende bericht waarop u dan Ja antwoordt: WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 151

152 6.7.3 Verwijderen van een sectie Klik op de knop Concept rechts onderaan in de statusbalk ( Conceptweergave). Positioneer de invoegpositie net vóór de dubbele lijn (indicatie Sectie-einde ). Druk op de Delete-toets. De tekst die tot de verwijderde sectie behoorde, behoort nu tot de vorige sectie. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 152

153 6.8 Woordafbreking Het is vaak nuttig, om een beter evenwicht van de tekst te verzekeren en om buitensporige onregelmatigheden langs de marges te vermijden, woorden af te breken op het einde van een regel. In WORD noemt men dit Woordafbreking Automatische woordafbreking WORD beschikt over een procedure die automatisch woorden afbreekt en koppeltekens invoegt tijdens de invoer van tekst zonder tussenkomst van de gebruiker. Klik op de knop Afbreken in de groep Pagina-instelling van het tabblad Pagina-indeling. Selecteer de optie Automatisch Opties woordafbreking Klik op de knop Afbreken in de groep Pagina-instelling van het tabblad Pagina-indeling. Selecteer de optie Opties voor woordafbreking. Het dialoogvenster Woordafbreking wordt geopend: WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 153

154 We overlopen de verschillende mogelijkheden: Woorden in document automatisch afbreken Hoofdletterwoorden afbreken Afbreekzone Opeenvolgende afbreekstreepjes beperken tot: Handmatig Alle woorden worden automatisch afgebroken. Woorden die volledig in hoofdletters zijn getypt worden automatisch afgebroken. Deze zone bepaalt welke woorden worden afgebroken. Ze geeft de ruimte vanaf de rechtermarge weer waar woorden worden afgebroken. Een woord dat binnen deze ruimte komt, wordt afgebroken indien het niet meer in zijn geheel op de regel kan. Hoe kleiner deze zone, hoe meer woorden er dus afgebroken worden, de rechtermarge ziet er dan minder rafelig uit. Met deze optie kunt u bepalen op hoeveel opeenvolgende regels een woord mag afgebroken worden. Indien u op deze knop klikt, doorloopt WORD het document en het toont bij elk woord dat in aanmerking komt om te splitsen, een dialoogvenster met de verschillende posities van het afbreekstreepje. vb. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 154

155 6.8.3 Manuele woordafbreking Indien Word een woord slecht splitst, kunt u zelf handmatig splitsen. Positioneer de invoegpositie op de plaats waar de handmatige woordafbreking moet starten of selecteer het woord of het tekstblok waar u woordafbreking wenst op uit te voeren. Klik op de knop Afbreken in de groep Pagina-instelling van het tabblad Pagina-indeling. Kies de optie Handmatig. Duid de plaats van het afbreekstreepje aan door op de gewenste plaats te klikken (of behoud de voorgestelde positie). Klik op de knop Ja om te bevestigen. of Klik op de knop Nee om het actuele woord niet te splitsen. WORD BASIS Regie der Gebouwen PAGINAOPMAAK - 155

156 7 AFDRUKKEN 7.1 Inleiding Eenmaal uw document is ingevoerd en opgemaakt, zult u het waarschijnlijk ook willen afdrukken. Indien u in de vorige versies van WORD (2000, 2003, 2010) een afdrukvoorbeeld wou alvorens af te drukken, dan moest u dit zelf vragen. In WORD 2010 gebeurt het afdrukvoorbeeld automatisch. 7.2 Afdrukvoorbeeld Klik op het tabblad Bestand. Klik op de knop Afdrukken. U krijgt toegang tot de afdrukfuncties EN het afdrukvoorbeeld wordt ook getoond. Onderaan de pagina hebt u toegang tot de pagina s voor het afdrukvoorbeeld: WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 156

157 7.3 Afdrukken Klik op de knop Afdrukken om uw document effectief af te drukken: WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 157

158 7.4 Afdrukinstellingen Bij het afdrukken is het mogelijk om een reeks parameters in te stellen. Elke reeks parameters is toegankelijk via een keuzelijst. De lijst met parameters toont in feite de toegepaste parameters indien u het document naar de printer stuurt Printer Laat toe om - de printer te kiezen die uw document moet afdrukken; - een printer toe te voegen (als de gewenste niet in de lijst voorkomt); - het document naar een bestand af te drukken. De link Eigenschappen van de printer geven toegang tot de instellingen van de printer. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 158

159 7.4.2 Instellingen Hieronder vindt u alle geselecteerde parameters voor de afdruk. Klik op het neerwaartse pijltje (rechts in de knop) om een keuzelijst met opties te openen. Elke optie bevat een beknopte uitleg. In het blok Eigenschappen van het document is het mogelijk om bepaalde informatie met betrekking tot uw document af te drukken, de laatste drie opties kunnen aangevinkt worden: - Afdrukken van de opmerkingen; - Afdrukken van de onpare pagina s; - Afdrukken van de pare pagina s. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 159

160 7.4.3 Afdruk recto Opent de lijst met opties op basis van de geselecteerde printer: Sorteren In geval u meerdere exemplaren wenst af te drukken. - 1,2,3 1,2,3 1,2,3 : eerste exemplaar wordt volledig afgedrukt vóór het tweede exemplaar. - 1,1,1 2,2,2 3,3,3 : pagina 1 wordt volgens het aantal exemplaren afgedrukt, daarna pagina 2, dan pagina 3, enz Afdrukstand Kies hier in welke stand uw document moet worden afgedrukt: WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 160

161 7.4.6 Papierformaat Hier bepaalt u op welk papierformaat uw document moet worden afgedrukt: WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 161

162 7.4.7 Marges Bepaal hier de linker-, rechter-, boven- en ondermarge Pagina s per blad Hier kunt u het aantal pagina s per blad papier instellen (tot maximum 16 pagina s per blad). WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 162

163 7.4.9 Pagina-instelling Als u op de optie Pagina-instelling klikt dan opent u het dialoogvenster Pagina-instelling die alle voorgaande instellingen groepeert. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFDRUKKEN - 163

164 8 THEMA S & STIJLEN 8.1 Inleiding Microsoft Office helpt u bij het opmaken van uw documenten met behulp van thema s en stijlen. Een thema bevat een verzameling van kleuren, lettertypes en effecten (lijnen en opvuleffecten). Een thema laat toe om documenten eenzelfde opmaak te geven over verschillende Office-toepassingen heen. Een Word-document, een Excel-rekenblad en een PowerPoint-presentatie kunnen gebruik maken van eenzelfde thema. Een stijl is een verzameling van opmaakkenmerken voor één of meerdere tekens of alinea s. In plaats van de verschillende opmaakkenmerken telkens opnieuw te moeten toepassen kunt u een stijl toepassen. Alle opmaakkenmerken worden dan in één handeling toegepast. 8.2 Thema s Elk document heeft een thema. U vindt de thema s terug in de groep Thema s van het tabblad Pagina-indeling. Klik op de knop Thema s in de groep Thema s van het tabblad Pagina-indeling. De keuzelijst Thema s wordt geopend. WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 164

165 Als u de muisaanwijzer op een ander thema houdt, dan wordt de opmaak van de tekst gewijzigd (live voorbeeld). Kies het gewenste thema. U merkt dat het lettertype, de kleuren voor de titels, tabellen en kleuren in afbeeldingen veranderd zijn. U kunt de kleuren, het lettertype en de effecten voor een thema aanpassen. U kunt de nieuwe combinatie dan als een nieuw thema opslaan. WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 165

166 8.3 Stijlen Wat is een stijl? De functie Stijlen laat u toe om opmaak te automatiseren voor bepaalde delen van uw tekst. Eén stijl bevat verschillende karakteristieken van alinea- en tekenopmaak. Met Stijlen kunt u de opmaak van uw teksten aanzienlijk versnellen en zorgen voor consistentie van uw verschillende documenten. Indien u bv. voor een titel een andere kleur, een ander lettertype, een andere lettergrootte, gebruikt, kunt u dit in een stijl onderbrengen. U past nadien de stijl toe op een nieuwe titel en alle opmaakkenmerken worden in één beweging toegepast. Maar er is meer. Indien u achteraf de stijl wijzigt, dan worden de wijzigingen onmiddellijk in alle titels waar u de stijl gebruikt hebt, toegepast. De stijlen zijn toegankelijk via het tabblad Start. Om de lijst met stijlen te openen: klikt u op het startpictogram van de groep Stijlen in het tabblad Start. De lijst Stijlen wordt geopend: WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 166

167 Identificatie stijlen Alinea s Tekens Alinea s en Tekens De stijlen zijn gekoppeld aan het document of sjabloon waarin ze gemaakt werden maar het is mogelijk om stijlen van verschillende sjablonen of documenten samen te voegen. Standaard wordt de stijl Standaard gebruikt Een stijl toepassen Selecteer de gewenste tekst. Klik op het startpictogram van de groep Stijlen in het tabblad Start. De lijst met stijlen wordt geopend: Stijlen zonder voorbeeldweergave (vakje Voorbeeld weergeven niet aangevinkt) Stijlen met voorbeeldweergave (vakje Voorbeeld weergeven aangevinkt) De gebruikte stijl wordt blauw omkaderd (zie vorige illustraties). Kies in de lijst de gewenste stijl die u wenst toe te passen. WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 167

168 8.3.3 Snelle stijlen Een document is gebaseerd op een sjabloon. Een sjabloon bevat een thema. Een thema bepaalt een aantal voorgedefinieerde snelle stijlen. U vindt deze stijlen in het tabblad Start. Selecteer de gewenste tekst. Selecteer het tabblad Start. De groep Stijlen bevat knoppen met voorbeelden van opmaak. Dit zijn de snelle stijlen, u kunt deze stijlen snel toepassen. Afhankelijk van uw schermresolutie zijn er een aantal snelle stijlen zichtbaar of ziet u enkel de knop Snelle stijlen. Enkele Snelle stijlen zichtbaar Enkel de knop Snelle stijlen zichtbaar Klik op de knop Meer van de Snelle stijlen (als enkele snelle stijlen zichtbaar zijn) of Klik op de knop Snelle stijlen (als enkel de knop Snelle stijlen zichtbaar is). Een lijst met verschillende snelle stijlen wordt geopend: Klik op de gewenste stijl. De gekozen stijl wordt onmiddellijk op de geselecteerde tekst toegepast. Opmerking De knop Snelle stijlen kunt u ook aan de werkbalk Snelle toegang toevoegen. WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 168

169 8.3.4 Een stijl aanmaken Selecteer de gewenste tekst. Klik op het startpictogram van de groep Stijlen in het tabblad Start. Klik op het icoontje Nieuwe stijl (links onderaan). WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 169

170 Het dialoogvenster Nieuwe stijl maken uit opmaak wordt geopend: Tik de naam van de stijl in het vak Naam: Wijzig eventueel de opmaak van de stijl met behulp van de knoppen of klik op de knop om de verschillende dialoogvensters voor opmaak te openen: Vink het vakje Toevoegen aan de lijst Snelle stijlen aan (zodat de stijl direct toegankelijk is via de knop Snelle Stijlen in de groep Stijlen van het tabblad Start. Klik op de knop OK om te bevestigen. WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 170

171 8.3.5 Stijlcontrole U kunt nagaan welke stijlen u hebt gebruikt met het dialoogvenster Stijlcontrole. Klik op het startpictogram van de groep Stijlen in het tabblad Start. Klik op de knop Stijlcontrole (links onderaan, middelste knop). Hier krijgt u de alinea- en tekenopmaak: WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 171

172 De tekenopmaak wordt hier Opmaak op tekstniveau genoemd. Voor beide opmaken is er een standaard-stijl: Standaard voor alinea s en Standaardalinea-lettertype voor tekens. Deze twee stijlen zijn steeds in een document aanwezig. Indien u een nieuw document opent dan zijn deze twee stijlen actief. Vanuit dit venster kunt u de concrete opmaak weergeven: Klik op de knop Opmaak weergeven (links onderaan). Klik op een deel van de tekst waarvan u de opmaak wenst te kennen. Het dialoogvenster Stijlcontrole en het taakvenster Opmaak weergeven geven onmiddellijk de stijlen en opmaak weer. Het taakvenster Opmaak weergeven bevat een aantal hyperlinks. Via deze hyperlinks (bv. Lettertype, Uitlijning, ) kunt u gemakkelijk de overeenkomstige dialoogvensters openen. Tip Het taakvenster Opmaak weergeven kunt u ook openen via SHIFT+F1. WORD BASIS Regie der Gebouwen THEMA S & STIJLEN - 172

173 9 TABELLEN 9.1 Inleiding WORD 2010 biedt de gebruiker een krachtige tabelfunctie. Tabellen zijn in veel gevallen zelfs gemakkelijker dan kolommen (zie 6.3 Kolommen ) of tabs. Een tabel bestaat uit een aantal genummerde (1,2,3, ) rijen en een aantal genummerde (A, B, C, ) kolommen. De knooppunten in een tabel worden cellen genoemd. In deze cellen kunt u tekst, getallen, afbeeldingen, plaatsen. U kunt een tabel opmaken met één van de tabelstijlen die WORD standaard heeft. U kunt de tabel ook zelf opmaken of anders indelen. 9.2 Creatie Via het dialoogvenster Tabel invoegen Klik op de knop Tabel in de groep Tabellen van het tabblad Invoegen. Selecteer de optie Tabel invoegen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 173

174 Het dialoogvenster Tabel invoegen wordt geopend: WORD stelt u een tabel voor met 5 kolommen en 2 rijen. U kunt deze aantallen naar wens aanpassen (zelf waarde intikken of via de pijltjes de waarde wijzigen). Opties bij Werking van AutoAanpassen Vaste kolombreedte AutoAanpassen aan inhoud AutoAanpassen aan venster De breedte van elke kolom is gelijk. U kunt een breedte opgeven of WORD zelf de breedte laten bepalen. In het laatste geval wordt de tabel over de volledige breedte van het blad geplaatst. De breedte van elke kolom wordt aangepast aan de breedte van de tekst die u erin plaatst. De afmetingen van de tabel worden automatisch aangepast zodat de tabel in het venster van een browser past. Deze instelling geldt enkel indien u het document bewaart als HTML-document. De optie Dimensies voor nieuwe tabellen opslaan zorgt ervoor dat de instelling die u opgeeft de standaard tabeldefinitie wordt. Plaats het aantal kolommen op 2. Klik op de knop OK om de tabel in te voegen. U krijgt een tabel met twee kolommen en twee rijen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 174

175 Als de knop Alles weergeven geselecteerd is, dan ziet u ook de eindecelmarkeringen en einderijmarkeringen. Als de invoegpositie in een tabel staat, dan krijgt u ook de bijkomende tabbladen Ontwerpen en Indeling. Deze tabbladen geven u extra mogelijkheden voor het werken met tabellen Tabel tekenen Een optie die weinig gekend is in WORD die toelaat om een tabel direct te tekenen met de muis en de opmaak daarna uit te voeren waarbij u veel tijd bespaart voor het maken van ingewikkelde tabellen. Klik op de knop Tabel in de groep Tabellen van het tabblad Invoegen. Selecteer de optie Tabel tekenen. De muisaanwijzer verandert in een potlood Positioneer de muisaanwijzer op de plaats waar u de linkerbovenhoek van de tabel wenst. Houd de linkermuisknop ingedrukt en sleep de muisaanwijzer naar de plaats waar u rechterbenedenhoek wenst. Nu hebt u de omtrek van de tabel getekend (= een tabel met één rij en één kolom). Positioneer de muisaanwijzer op de linkerzijde (of rechterzijde) van het kader en sleep naar de andere zijde (horizontale lijnen om de rijen te definiëren). Positioneer de muisaanwijzer op de bovenzijde (of onderzijde) van het kader en sleep naar de andere zijde (verticale lijnen om de kolommen te definiëren). WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 175

176 Positioneer de muisaanwijzer in één van de 4 hoeken van een cel en sleep naar de tegenoverliggende hoek (diagonale lijnen). Om de functie Tabel tekenen af te sluiten: klikt u op de knop Tabel tekenen in de groep Randen tekenen van het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen (of drukt u op de ESC-toets ). Gum De knop Gum (tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen - groep Randen tekenen ) laat u toe om lijnen te wissen. Klik op de knop Gum. Klik op de lijn die u wenst te wissen. Om de functie Gum af te sluiten: klikt u op de knop Gum (of drukt u op de ESC-toets ). Voorbeeld Onderstaande tabel werd met de muis getekend en nam slechts een dertigtal seconden in beslag. Als u deze tabel op de klassieke manier maakt zult u daar toch een tiental minuten voor nodig hebben WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 176

177 9.2.3 Via het tabblad Invoegen Selecteer het tabblad Invoegen. Klik op de knop Tabel in de groep Tabellen. Sleep met de muisaanwijzer in het kader Tabel invoegen om het aantal rijen en kolommen te bepalen. De titel van het kader Tabel invoegen verandert in Tabel van a x b met a het aantal rijen en b het aantal kolommen (bv. 3 x 4: tabel van 3 rijen en 4 kolommen). Als het aantal gewenste rijen en kolommen bereikt is, klikt u op de linkermuisknop om de tabel in te voegen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 177

178 9.3 Navigatie binnen een tabel Om de invoegpositie te verplaatsen in een tabel (= veranderen van cel) volstaat het om met de muisaanwijzer in de gewenste cel te klikken. Naast het gebruik van de muis kunt u ook via het toetsenbord navigeren in een tabel. U kunt de meeste toetsen en toetsencombinaties gebruiken die u anders in een document gebruikt. Er zijn een aantal speciale toetsencombinaties om te navigeren binnen een tabel. TAB SHIFT + TAB ALT + HOME ALT + END ALT + PGUP ALT + PGDOWN Naar de volgende cel Naar de vorige cel Eén rij naar boven Eén rij naar beneden Eén teken vooruit Eén teken achteruit Naar de eerste cel van de rij Naar de laatste cel van de rij Naar de eerste cel van de kolom Naar de laatste cel van de kolom OPMERKINGEN Het gebruik van de TAB-toets in een tabel heeft dus een andere betekenis. Indien u een tab-sprong wenst te maken in een tabel dan moet u de toetsencombinatie CTRL+TAB gebruiken. Als u in de laatste cel van de laatste rij op de TAB-toets drukt, dan voegt WORD automatisch een lege rij toe aan uw tabel. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 178

179 9.4 Een tabel verplaatsen U kunt een tabel binnen uw document verplaatsen als een object. Plaatst de muisaanwijzer in de tabel die u wenst te verplaatsen (de invoegpositie hoeft niet in de tabel te staan). Het symbool (= verplaatsingsgreep) verschijnt in de linkerbovenhoek van de tabel. Klik met de linkermuisknop op het symbool en sleep de tabel naar de gewenste plaats. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 179

180 9.5 Afmetingen van een tabel aanpassen (resize) Om de afmetingen van een tabel proportioneel aan te passen, gaat u als volgt te werk: Plaatst de muisaanwijzer in de tabel die u wenst te verplaatsen (de invoegpositie hoeft niet in de tabel te staan). Het symbool verschijnt in de rechterbenedenhoek van de tabel. Plaats de muisaanwijzer op het symbool tot die verandert in het symbool. Klik met de linkermuisknop (symbool verandert in ) en sleep tot de gewenste grootte bekomen wordt. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 180

181 9.6 Selecteren in een tabel Indien u in een tabel werkt, moet u een onderscheid maken tussen het selecteren van cellen en het selecteren van de tekst in cellen. Tekst in een cel selecteren kunt u op de gebruikelijke manier (zie 3.3 Selecteren van tekst ). Eén of meerdere cellen, één of meerdere rijen/kolommen of een volledige tabel kunt u met de muis of via het lint selecteren Selectie van een cel Plaats de muisaanwijzer in de linkerbenedenhoek van de cel die u wenst te selecteren tot de muisaanwijzer verandert in een zwarte pijl. Druk daarna op de linkermuisknop en de cel is geselecteerd: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 181

182 9.6.2 Selectie van een rij Positioneer de muisaanwijzer links van de rij die u wenst te selecteren tot de muisaanwijzer verandert in een witte pijl die schuin naar boven wijst. Druk daarna op de linkermuisknop en de volledige rij is geselecteerd: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 182

183 9.6.3 Selectie van een kolom Positioneer de muisaanwijzer boven de kolom die u wenst te selecteren tot de muisaanwijzer verandert in een neerwaartse zwarte pijl. Druk daarna op de linkermuisknop en de volledige kolom is geselecteerd: Selectie van meerdere niet aan elkaar grenzende cellen Selecteer de eerste gewenste cel. Houd de CTR-toets ingedrukt en selecteer de volgende gewenste cellen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 183

184 9.6.5 Selectie van de volledige tabel Er bestaan enkele mogelijkheden om een volledige tabel te selecteren: of of of Klik in de tabel. Klik op de verplaatsingsgreep. Plaats de muisaanwijzer links van de eerste rij (muisaanwijzer wordt ). Sleep de muisaanwijzer naar beneden tot aan de laatste rij. Selecteer de eerste rij. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en selecteer de laatste rij. Selecteer de eerste cel. Houd de SHIFT-toets ingedrukt en selecteer de laatste cel (= in laatste rij en laatste kolom) Selectie via het lint U kunt een rij, kolom of een volledige tabel ook selecteren met behulp van de keuzelijst Selecteren in de groep Tabel van het tabblad Indeling. Plaats de invoegpositie in de tabel. Open de keuzelijst Selecteren (in de groep Tabel van het tabblad Indeling ): Klik op de gewenste optie. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 184

185 9.7 Invoegen van rijen/kolommen/cellen Eenmaal een tabel opgemaakt is, gebeurt het vaak dat er nog rijen, kolommen of cellen moeten worden toegevoegd Invoegen van rijen/kolommen in een tabel Plaats de invoegpositie in een cel vóór of na de rij/kolom waar u een rij/kolom wenst in te voegen. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen - Indeling. Selecteer één van de volgende opdrachten uit de groep Rijen en kolommen : OPDRACHT COMMANDO Een rij boven de cel toevoegen Hierboven invoegen Een rij onder de cel toevoegen Hieronder invoegen Een kolom links van de cel toevoegen Links invoegen Een kolom rechts van de cel toevoegen Rechts invoegen Invoegen van rijen/kolommen achteraan een tabel Plaats de invoegpositie in de laatste cel (laatste rij en laatste kolom) van de tabel. Druk op de TAB-toets. Een nieuwe rij is toegevoegd. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 185

186 9.7.3 Invoegen van nieuwe cellen in een tabel Selecteer een groep cellen waar u rechts of boven cellen wenst in te voegen. Klik op het startpictogram van de groep Rijen en kolommen. Het dialoogvenster Cellen invoegen wordt geopend: Selecteer de optie Cellen naar rechts verplaatsen om de geselecteerde cellen naar rechts te verschuiven. of Selecteer de optie Cellen naar beneden verplaatsen om de geselecteerde cellen naar onder te verschuiven. Klik op de knop OK om te bevestigen. Opmerking Het dialoogvenster Cellen invoegen laat ook toe om een hele rij of hele kolom in te voegen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 186

187 9.8 Verwijderen van rijen/kolommen/cellen/tabel Net als het toevoegen van rijen/kolommen komt het verwijderen van rijen/kolommen ook regelmatig voor Verwijderen van rijen/kolommen Selecteer de rij(en) of de kolom(men) die u wenst te verwijderen. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Verwijderen in de groep Rijen en kolommen. Kies de optie Rijen verwijderen of Kolommen verwijderen : WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 187

188 9.8.2 Verwijderen van cellen Selecteer de cellen die u wenst te verwijderen. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Verwijderen in de groep Rijen en kolommen. Kies de optie Cellen verwijderen. Het dialoogvenster Cellen verwijderen wordt geopend: Kies Cellen naar links verplaatsen of Cellen naar boven verplaatsen. Klik op de knop OK om te bevestigen Verwijderen van ganse tabel Indien u de ganse tabel wenst te verwijderen, Selecteer dan de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Verwijderen in de groep Rijen en kolommen. Kies de optie Tabel verwijderen. Opmerking Indien u de tabel selecteert en op de DELETE-toets drukt dan wist u de inhoud van de tabel. De tabel blijft bestaan. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 188

189 9.9 Samenvoegen en splitsen van cellen Samenvoegen van cellen Aangrenzende cellen (zowel in een rij als in een kolom) kunnen samengevoegd worden. Voorbeeld: we voegen de cellen van de eerste rij samen (tabel met 5 rijen en 4 kolommen) Maak een tabel van 5 rijen en 4 kolommen. Selecteer de eerste rij van de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Cellen samenvoegen in de groep Samenvoegen. De 4 cellen van de eerste rij zijn tot één cel verenigd: U kunt ook cellen samenvoegen die tot eenzelfde kolom behoren: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 189

190 9.9.2 Splitsen van cellen Net zoals u cellen van eenzelfde rij of kolom kunt samenvoegen, kunt u ook een cel splitsen ineen aantal kolommen of rijen. Voorbeeld: we splitsen de eerste rij in drie kolommen (tabel van 4 rijen en 1 kolom). Maak een tabel van 4 rijen en 1 kolom. Selecteer de eerste rij. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Cellen splitsen in de groep Samenvoegen. Het dialoogvenster Cellen splitsen wordt geopend: U moet nu het aantal kolommen en rijen geven waarin de geselecteerde cel moet gesplitst worden. Typ 3 in het veld Aantal kolommen. (aantal rijen = 1 is ok). Klik op de knop OK om te bevestigen. De cel wordt in 3 gesplitst. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 190

191 U kunt ook een kolom splitsen in meerdere rijen. Voorbeeld: een tabel met 1 rij en 4 kolommen, 1 e kolom splitsen in 3 rijen Maak een tabel met één rij en 4 kolommen. Selecteer de eerste kolom. Klik op de knop Cellen splitsen in de groep Samenvoegen van he tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Het dialoogvenster Cellen splitsen wordt geopend: Typ 1 in het veld Aantal kolommen. Typ 3 in het veld Aantal rijen. Klik op de knop OK om te bevestigen. De eerste kolom is gesplitst in 3 rijen: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 191

192 9.10 Stijlen voor tabellen U kunt uw tabellen op een bepaalde manier opmaken. U kunt dit volledig zelf instellen of gebruik maken van de stijlen die WORD u ter beschikking stelt in de galerie tabelstijlen. Klik in een cel van de tabel. Selecteer he tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen. In de groep Stijlen voor tabellen ziet u de galerie met stijlen. Klik op de knop Meer om een volledig overzicht te krijgen van de galerie stijlen. De galerie met stijlen wordt geopend: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 192

193 Als u met de muisaanwijzer op een stijl plaatst, dan ziet u onmiddellijk dat de opmaak van de tabel verandert (live voorbeeld). Merk ook op dat u een rechts onderaan de lijst met stijlen een greep met drie puntjes hebt. U kunt het menu met de galerie met stijlen met de greep verkleinen of vergroten, handig als het menu uw tabel grotendeels bedekt zodat u het live voorbeeld niet voldoende kunt zien. Kies één van de stijlen (bv. Gemiddelde arcering accent 1 ) De tabel ziet er nu als volgt uit: U kunt deze stijl nog aanpassen in de groep Opties voor tabelstijlen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 193

194 Betekenis Opties voor tabelstijlen (aan de hand van een voorbeeld) - Tabel: - Opties: - Betekenis: Optie Veldnamenrij Totaalrij Gestreepte rijen Betekenis De eerste rij van de tabel wordt extra benadrukt. U geeft aan dat dit de TITEL rij is. Voorbeeld: donkere tint en lettertype=wit. De laatste rij van de tabel wordt extra benadrukt. U geeft aan dat dit een TOTAAL rij is. Voorbeeld: dubbele lijn en lettertype=vet. De rijen worden beurtelings gemarkeerd. Voorbeeld: beurtelings witte en blauwe rijen. Eerste kolom Laatste kolom Gestreepte kolommen De eerste kolom van de tabel wordt extra benadrukt. Voorbeeld: lettertype=vet De laatste kolom van de tabel wordt extra benadrukt. Deze kolom kan bv. totalen bevatten. Voorbeeld: lettertype=vet (= gemiddelde van de 3 vorige kolommen). De kolommen worden beurtelings gemarkeerd (zie gestreepte rijen ). Voorbeeld: niet geactiveerd. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 194

195 9.11 Tabelopmaak Kolombreedte aanpassen Het is mogelijk om de breedte van een volledige kolom aan te passen maar ook van één enkele cel of van een groep cellen binnen dezelfde kolom. De kolombreedte kunt u aanpassen via het dialoogvenster Tabeleigenschappen, door de randen te slepen, met behulp van de liniaal en met behulp van een opdrachtknop (lint). Dialoogvenster Tabeleigenschappen selecteer de gewenste kolom (of kolommen). klik op de knop Eigenschappen in de groep Tabel van het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Het dialoogvenster Tabeleigenschappen wordt geopend. Activeer het tabblad Kolom. Wijzig de kolombreedte in het veld Voorkeursbreedte (intikken of via de pijltjes aanpassen). Klik op de knop OK om te bevestigen (of op de knop Vorige kolom of Volgende kolom om andere kolommen aan te passen). WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 195

196 Randen slepen Plaats de muisaanwijzer op de lijn, rechts van de kolom die u wenst aan te passen zodat de muisaanwijzer verandert in twee verticale streepjes met links en rechts een pijl. Houd de linkermuisknop ingedrukt (er verschijnt een verticale stippellijn) en sleep de lijn naar de gewenste positie (naar links=kolom, naar rechts=verbreden). Als u de breedte van een kolom op deze manier aanpast dan wijzigt de breedte van de tabel niet. De breedte van de kolom rechts van de aangepaste kolom wijzigt, de breedte van de overige kolommen niet. Voorbeeld: we verkleinen de breedte van de 2 e kolom. breedte 3 e kolom: vergroot breedte 4 e kolom: ongewijzigd breedte tabel: ongewijzigd Indien u de SHIFT-toets inhoudt tijdens het slepen, dan - wijzigt de breedte van de tabel wel; - wijzigt de breedte van de kolommen rechts van de geselecteerde kolom niet. Indien u de CTRL-toets inhoudt tijdens het slepen, dan - wijzigt de breedte van de tabel niet; - wordt de breedte van de kolommen rechts van de geselecteerde kolom gelijkmatig aangepast. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 196

197 Met behulp van de liniaal Plaats de muisaanwijzer op de kolomindicator van de gewenste kolom zodat de muisaanwijzer verandert in een horizontale streep met 2 pijltjes. Houd de linkermuisknop ingedrukt (er verschijnt een verticale stippellijn) en sleep de lijn naar de gewenste positie (naar links = versmallen, naar rechts = verbreden). Als u de breedte van een kolom op deze manier aanpast dan wijzigt de breedte van de tabel wel. De breedte van de overige kolommen niet. Indien u de SHIFT-toets inhoudt tijdens het slepen, dan - wijzigt de breedte van de tabel niet; - wijzigt de breedte van de kolommen rechts van de geselecteerde kolom wel; - wijzigt de breedte van de overige kolommen niet. Indien u de CTRL-toets inhoudt tijdens het slepen, dan - wijzigt de breedte van de tabel niet; - wordt de breedte van de kolommen rechts van de geselecteerde kolom gelijkmatig aangepast. Met behulp van een opdrachtknop Plaats de muisaanwijzer in de gewenste kolom(men). Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op het op- of neerwaarts pijltje bij Tabelkolombreedte of typ de gewenste kolombreedte in. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 197

198 Rijhoogte aanpassen Standaard wordt de rijhoogte bepaald aan de hand van de inhoud van de grootste cel van de rij. Het is echter mogelijk om de rijhoogte aan te passen. De rijhoogte kunt u aanpassen via het dialoogvenster Tabeleigenschappen, door de randen te slepen, met behulp van de liniaal en met behulp van een opdrachtknop (lint). Dialoogvenster Tabeleigenschappen selecteer de gewenste rij (of rijen). klik op de knop Eigenschappen in de groep Tabel van het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Het dialoogvenster Tabeleigenschappen wordt geopend. Activeer het tabblad Rij. Wijzig de rijhoogte in het veld Hoogte opgeven (intikken of via de pijltjes aanpassen). WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 198

199 Kies in de keuzelijst Rijhoogte uit Ten minste of Exact : Vink het vakje Rij eventueel splitsen bij nieuwe pagina aan indien gewenst. Vink het vakje Rij als veldnamenrij herhalen bovenaan op iedere pagina indien gewenst. Klik op de knop OK om te bevestigen (of op de knop Vorige rij of Volgende rij om andere rijen aan te passen). Randen slepen Plaats de muisaanwijzer op de lijn, onder de rij die u wenst aan te passen zodat de muisaanwijzer verandert in twee horizontale streepjes met boven en onder een pijl. Houd de linkermuisknop ingedrukt (er verschijnt een horizontale stippellijn) en sleep de lijn naar de gewenste positie (naar boven = rijhoogte verkleinen, naar onder = rijhoogte vergroten). Met behulp van de liniaal (verticaal) Plaats de muisaanwijzer in de tabel. In de verticale liniaal verschijnen de scheidingslijnen: Sleep de scheidingslijn naar de gewenste plaats (bv. rijhoogte eerste rij vergroten): WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 199

200 Met behulp van een opdrachtknop Plaats de muisaanwijzer in de gewenste rij(en). Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op het op- of neerwaarts pijltje bij Tabelrijhoogte of typ de gewenste kolombreedte in Uitlijning Standaard wordt een tabel links uitgelijnd. Om de uitlijning binnen een tabel aan te passen gaat u als volgt te werk: Plaats de muisaanwijzer in de gewenste cel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. In de groep Uitlijning hebt u de keuze uit 9 uitlijningen. Hier kunt u ook de tekstrichting en celmarges aanpassen: Kies de gewenste uitlijning. Linksboven Gecentreerd boven Rechtsboven Linksmidden Centreren Rechtsmidden Linksonder Gecentreerd onder Rechtsonder Linksboven Gecentreerd boven Rechtsboven Linksmidden Gecentreerd Rechtsmidden Linksonder Gecentreerd onder Rechtsonder WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 200

201 Gelijkmatig verdelen van rijen en kolommen Bij een tabel waarbij rijen niet even hoog zijn of kolommen niet even breed, kunt u achteraf de rijen en/of de kolommen gelijkmatig verdelen. Selecteer de volledige tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op knop Rijen verdelen in de groep Celformaat. De rijen hebben nu allemaal dezelfde rijhoogte. Klik op de knop Kolommen verdelen in de groep Celformaat. De kolommen hebben nu allemaal dezelfde kolombreedte. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 201

202 Automatisch aanpassen U kunt de kolombreedte automatisch aanpassen aan de inhoud van de tekst in de kolom. U kunt de kolombreedte instellen op basis van de venstergrootte of deze terugzetten naar het gebruik van een vaste kolombreedte tussen de marges van het document. Voorbeeld: Plaats de muisaanwijzer in de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de optie Inhoud van AutoAanpassen in de groep Celformaat. Resultaat: Klik op de optie Venster AutoAanpassen in de groep Celformaat. Resultaat: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 202

203 Kolomtitels U kunt de eerste rij(en) herhalen op de volgende pagina s indien uw tabel meerdere pagina s in beslag neemt. U moet de invoegpositie hiervoor in de eerste rij plaatsen of de rij selecteren. Selecteer de eerste rij van uw tabel (die moet op elke pagina herhaald worden). Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Open de keuzelijst Gegevens. Klik op de knop Veldnamenrijen herhalen. De eerste rij wordt op de volgende pagina( s) herhaald. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 203

204 Lijnen bepalen en verwijderen Standaard voegt WORD lijnen toe aan een tabel. U kunt deze lijnen aanpassen qua kleur, dikte en stijl. U kunt de lijnen ook verwijderen. Lijnen bepalen Selecteer de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen. Open de keuzelijst Randen in de groep Stijlen voor tabellen. Kies Randen en arcering. Het dialoogvenster Randen en arcering wordt geopend: Dit dialoogvenster wordt uitvoerig besproken in 5.7 Randen en arcering. Kies in de zone Toepassen op: de zone waarop uw selectie moet worden uitgevoerd: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 204

205 Lijnen verwijderen Selecteer de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen. Open de keuzelijst Randen in de groep Stijlen voor tabellen. Kies Geen rand. Rasterlijnen Als u alle lijnen hebt verwijderd dan krijgt u enkel nog rasterlijnen. Deze worden niet afgedrukt. Het is mogelijk dat u ook geen rasterlijnen ziet. Dit kan namelijk ingesteld worden in WORD: Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen. Open de keuzelijst Randen en arcering in de groep Stijlen voor tabellen. Klik op de optie Rasterlijnen weergeven (als deze niet geselecteerd is). of Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de optie Rasterlijnen weergeven in de groep Tabel (als deze niet geselecteerd is). WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 205

206 Tabel met alleen rasterlijnen: Opvulling cellen bepalen De cellen van een tabel kunt u een vulling toekennen. Selecteer de eerste rij van een tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Ontwerpen. Klik op de knop Arcering in de groep Stijlen voor tabellen. Kies een kleur (bv. Blauw, Accent 1, lichter 60% ) De eerste rij van de tabel ziet er als volgt uit: WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 206

207 9.12 Tabeleigenschappen Heel wat van de eigenschappen van een tabel kunt u aanpassen in het dialoogvenster Tabeleigenschappen. U kunt dit dialoogvenster oproepen via: - de knop Eigenschappen in de groep Tabel van het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling of - het startpictogram van de groep Celformaat in het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling Tabblad Tabel Selecteer de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Eigenschappen in de groep Tabel. Het dialoogvenster Tabeleigenschappen wordt geopend: Klik op het tabblad Tabel (indien deze niet actief is). WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 207

208 - Grootte: Bepaal de voorkeursbreedte van de tabel in centimeters of als percentage t.o.v. de bladzijde. - Uitlijning: Standaard plaatst WORD een tabel links op het blad. U kunt de tabel links, gecentreerd of rechts. Bij Uitlijnen links kunt u de positie opgeven door een waarde op te geven bij Vanaf links inspringen:. - Tekstterugloop: U kunt de tekst rond de tabel laten lopen. Bij de optie Rondom kunt u met behulp van de knop Plaatsing de positie opgeven Tabblad Rij Selecteer de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Eigenschappen in de groep Tabel. Het dialoogvenster Tabeleigenschappen wordt geopend: Klik op het tabblad Rij (indien deze niet actief is). WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 208

209 - Grootte: Bepaal de hoogte via het veld Hoogte opgeven. In de keuzelijst Rijhoogte hebt u de keuze uit Ten minste en Exact. - Opties: U kunt hier opgeven of de rijen eventueel gesplitst mogen worden bij een nieuwe pagina. Tevens kunt u bij de eerste rij instellen dat u de eerste rij wenst te herhalen bovenaan iedere pagina. - Vorige rij / Volgende rij: U kunt de hoogte van individuele rijen bepalen. Als u de ganse tabel hebt geselecteerd, dan geldt de instelling voor alle rijen. Indien u slechts één of meerdere rijen hebt geselecteerd, dan worden enkel deze opgemaakt Tabblad Kolom Selecteer de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Eigenschappen in de groep Tabel. Het dialoogvenster Tabeleigenschappen wordt geopend: Klik op het tabblad Kolom (indien deze niet actief is). WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 209

210 - Grootte: Bepaal de breedte via het veld Voorkeursbreedte. - Vorige kolom / Volgende kolom: U kunt de breedte van individuele kolommen bepalen. Als u de ganse tabel hebt geselecteerd, dan geldt de instelling voor alle kolommen. Indien u slechts één of meerdere kolommen hebt geselecteerd, dan worden enkel deze opgemaakt Tabblad Cel De tekst bevindt zich standaard bovenaan elke cel. In het tabblad Cel kunt u dit wijzigen. Selecteer de tabel. Selecteer het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen Indeling. Klik op de knop Eigenschappen in de groep Tabel. Het dialoogvenster Tabeleigenschappen wordt geopend: Klik op het tabblad Cel (indien deze niet actief is). - Grootte: bepaal de breedte via het veld Voorkeursbreedte. - Verticaal uitlijnen: U kunt een cel Boven, Gecentreerd of Onder uitlijnen. WORD BASIS Regie der Gebouwen TABELLEN - 210

211 10 AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES 10.1 Inleiding Soms kan het wel eens nuttig zijn om een plaatje tussen uw teksten te voegen. In WORD kunt u in uw document afbeeldingen plaatsen. De afbeeldingen die u in uw document plaatst, kunnen komen uit een pakket (bij WORD worden er een aantal afbeeldingen meegeleverd). Het kan ook een digitale foto zijn. Microsoft biedt u op het internet nog heel wat bijkomende afbeeldingen aan. In dit hoofdstuk worden enkele voorbeelden gegeven met betrekking tot het invoegen van afbeeldingen en illustraties Afbeeldingen Een afbeelding invoegen Plaats de invoegpositie op de plaats waar u een afbeelding wenst in te voegen. Klik op de knop Afbeelding in de groep Illustraties van het tabblad Invoegen. Het dialoogvenster Afbeelding invoegen wordt geopend: WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 211

212 Standaard opent Windows de map Afbeeldingen. In de map Voorbeelden van afbeeldingen bevinden zich enkele afbeeldingen die meegeleverd zijn door WORD. Afbeeldingen kunnen in verschillende formaten op schijf zijn opgeslagen. De extensie geeft dit formaat aan. In de keuzelijst rechts naast het tekstvak Bestandsnaal kunt u nagaan welke formaten (*.emf, *.wmf, ) WORD kan inlezen. Klik op de map Voorbeelden van afbeeldingen. Selecteer het gewenste bestand (bv. Pinguins.jpg ). Als u op de knop Invoegen klikt, dan voegt u de afbeelding in uw document. Klikt u op het neerwaartse pijltje naast deze knop, dan verschijnt er een keuzelijst. Deze keuzelijst biedt u de mogelijkheid om enkel een koppeling te leggen naar het bestand waarin de afbeelding is opgenomen. (optie Koppelen aan bestand ). De afbeelding wordt in dat geval niet opgenomen in uw document. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 212

213 U kunt ook kiezen voor de optie Invoegen en koppelen. In dat geval voegt u de afbeelding in maar creëert u ook een koppeling. Als de afbeelding later wijzigt, dan worden de wijzigingen ook in uw WORD-document getoond. Klik op Invoegen om de afbeelding in uw WORD-document in te voegen. De afbeelding is nu ingevoegd in uw document. Er is een contextueel tabblad bijgekomen, nl. Hulpmiddelen voor afbeeldingen - Opmaak. De opdrachten in dit tabblad hebben betrekking tot afbeeldingen Een afbeelding selecteren Als u een ingevoegde afbeelding wenst aan te passen (vergroten, verkleinen, verplaatsen,...) dan moet u de afbeelding eerst selecteren. Klik op de afbeelding om de afbeelding te selecteren. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 213

214 Vergroten of verkleinen van een afbeelding Als u de afbeelding hebt geselecteerd, krijgt de afbeelding een kader met 8 formaatgrepen (4 ronde in de hoekpunten en 4 vierkante op de zijden). Als u de muisaanwijzer op één van de formaatgrepen plaatst, verandert de muisaanwijzer in een dubbele pijl. U kunt de afbeelding vergroten of verkleinen door te slepen. Indien u een hoekpunt versleept, blijft de verhouding tussen breedte en hoogte constant. Indien u een formaatgreep versleept die zich op de zijde bevindt (dus niet in een hoekpunt), wordt de afbeelding vervormd. Verklein de afbeelding (bijvoorbeeld) tot ongeveer de helft van de oorspronkelijke grootte. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 214

215 Verplaatsen van een afbeelding U kunt een afbeelding verplaatsen door ze naar een andere plaats te slepen. U selecteert de afbeelding en sleept de afbeelding naar de gewenste plaats Draaien van een afbeelding Naast de 8 formaatgrepen krijgt u bovenaan ook nog een bijkomend groen bolletje (afbeelding 1), de draaigreep genoemd. Met de draaigreep kunt u de afbeelding draaien. Afbeelding 1 Afbeelding 2 Plaats de muisaanwijzer op het groen bolletje. De muisaanwijzer verandert in een zwart gedraaid pijltje (afbeelding 2). Beweeg de muisaanwijzer naar rechts om de afbeelding met wijzerzin te draaien of beweeg de muisaanwijzer naar links om de afbeelding tegen wijzerzin te draaien. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 215

216 De positie van een afbeelding U wilt de naam en de adresgegevens rechts naast de afbeelding plaatsen. Dit kunt u met de opdrachten Positie en Tekstterugloop in de groep Schikken van het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen Opmaak. Selecteer de afbeelding. Klik op de keuzelijst Positie in de groep Schikken van het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen Opmaak. Standaard komt de afbeelding in de tekst, alsof het tekst is (in tekstregel), op de plaats waar u de afbeelding hebt ingevoegd. Indien u de tekst rond de afbeelding wilt laten lopen, kiest u één van de opties uit Met tekstterugloop. Kies Linksboven met tekstterugloop om kader. De afbeelding bevindt zich nu linksboven de tekst. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 216

217 Indien het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen Opmaak niet geselecteerd is, kunt u het natuurlijk selecteren via het lint. Indien u dubbelklikt op een afbeelding, wordt de afbeelding geselecteerd en wordt ook het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen Opmaak geselecteerd Tekstterugloop U kunt bepalen hoe de tekst en de afbeelding zich tot elkaar gedragen (tekstterugloop). Een WORDdocument bestaat eigenlijk uit verschillende lagen. U hebt de tekstlaag waarin u de tekst typt. Voor en achter de tekstlaag hebt u ook nog een tekenlaag waar u afbeeldingen, illustraties, kan plaatsen. De kop- en voettekst komen op een aparte laag terecht. Klik op de keuzelijst Tekstterugloop in de groep Schikken van het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen Opmaak. U hebt de volgende mogelijkheden: In tekstregel Om kader Contour Standaard komt de afbeelding in de tekstlaag, alsof het tekst is, op de plaats waar u de afbeelding hebt ingevoegd. Rond de afbeelding wordt een denkbeeldig kader getrokken. De tekst loopt hier rond. Indien de afbeelding zich links tegen de marge bevindt, komt de tekst enkel rechts. De tekst komt rond de eigenlijke afbeelding. Transparant De tekst loopt door in de open ruimten van de afbeelding. Boven en onder Achter tekst Voor tekst Rond de afbeelding wordt een denkbeeldig kader getrokken die zo breed is als de marge. De tekst komt enkel boven en onder de afbeelding. De afbeelding komt in de tekenlaag achter de tekst te liggen. Deze mogelijkheid kan gebruikt worden om een watermerk te maken. De afbeelding komt in de tekenlaag voor de tekst te liggen. De tekst onder de afbeelding kunt u niet meer lezen. Kies de gewenste optie. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 217

218 10.3 Microsoft Mediagalerie Een illustratie invoegen Via de aparte toepassing Mediagalerie biedt Microsoft heel wat illustraties. De illustraties zijn onderverdeeld in een aantal categorieën. Het laat u ook toe om nieuwe afbeeldingen toe te voegen, afbeeldingen te verwijderen, Plaats de invoegpositie op de gewenste plaats. Klik op de knop Illustratie in de groep Illustraties van het tabblad Invoegen. WORD opent het taakvenster Illustraties : De afbeeldingen die samen met WORD of Office geïnstalleerd zijn, zijn gecatalogiseerd. Elke afbeelding heeft één of meerdere trefwoorden en op basis van deze trefwoorden kunt u zoeken naar een afbeelding. Typ (bijvoorbeeld) het woord gebouw in het tekstvak Zoeken naar:. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 218

219 In de keuzelijst Resultaten moeten zijn: kunt u opgeven naar wat u op zoek bent. Klik op de keuzelijst Resultaten moeten zijn:. Schakel Illustraties in en schakel de overige mediatypen uit. Klik op de knop Starten op de zoekactie te starten. Plaats de muisaanwijzer op de gewenste afbeelding (bv. het blauwe gebouw). WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 219

220 Er verschijnen enkele trefwoorden, de grootte van de illustratie alsook het bestandstype: Klik op het neerwaartse pijltje. Er verschijnt een keuzelijst: Klik op Invoegen in de keuzelijst. De afbeelding wordt in het document geplaatst. De rest van de tekst schuift naar onder. De afbeelding is standaard ingevoegd als In tekstregel. WORD BASIS Regie der Gebouwen AFBEELDINGEN & ILLUSTRATIES - 220

221 11 ZOEKEN EN VERVANGEN 11.1 Inleiding U hebt een document gemaakt en wenst een bepaald woord terug te zoeken maar u weet niet meer waar het juist in de tekst voorkwam. WORD biedt u een zoek- en vervangfunctie. U kunt zoeken naar een bepaald woord maar ook naar een bepaalde opmaak of een symbool. U kunt woorden, opmaak, vervangen door een ander woord, andere opmaak, WORD biedt u de mogelijkheid om fouten die u dikwijls maakt automatisch te laten verbeteren (AutoCorrectie). Tekstfragmenten die u vaak gebruikt kunt u met een afkorting ingeven Zoeken Het navigatievenster Met de zoekfunctie kunt u zich op een woord, een tekstfragment of een bepaalde opmaak positioneren. Klik op de knop Zoeken in de groep Bewerken van het tabblad Start. Het zoekvenster Navigatie wordt geopend (standaard aan de linkerkant van uw document). WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 221

222 Als u op het vergrootglas (of het neerwaartse pijltje) klikt dan krijgt u toegang tot verschillende opties: Klik op de optie Opties. Het dialoogvenster Zoekopties wordt geopend: Deze zoekopties laten u toe om uw zoekopdracht te verfijnen door opties aan- of uit te vinken en opties standaard te definiëren door op de knop Als standaard instellen te klikken: WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 222

223 Typ de eerste letters van het te zoeken woord in het veld Document doorzoeken. Voorbeeld: we zoeken naar de term Office We tikken Office in het veld Document zoeken. WORD stelt u automatisch een lijst voor met de gevonden termen, alsook de omliggende woorden. Het eerste gevonden woord in de lijst is gemarkeerd in uw document (gele markering). In het navigatievenster krijgt u een lijst met alle gevonden termen. Als u op één van de gevonden termen klikt, dan springt u onmiddellijk naar de plaats in het document waar deze term staat. U kunt uw zoekterm vervolledigen door één of meerdere letters toe te voegen en zo preciezer uw doel te vinden. We krijgen 18 overeenkomsten, wat wij nog te veel vinden. Door aan de zoekterm 2 toe te voegen (om Office 2010 te zoeken) komen we al heel wat dichter bij het beoogde resultaat: Nu hebben we nog slechts 4 overeenkomsten. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 223

224 Geavanceerd zoeken Naast het navigatievenster kunt u ook meer geavanceerd zoeken via het dialoogvenster Zoeken en vervangen. U kunt het dialoogvenster als volgt openen: Klik op de knop Bewerken in het tabblad Start. Klik op het neerwaartse pijltje van de optie Zoeken. Klik op de optie Geavanceerde zoeken Het dialoogvenster Zoeken en vervangen wordt geopend: Dit venster bevat 3 tabbladen: Zoeken, Vervangen en Ga naar. Het eerste tabblad Zoeken wordt hierna uitvoerig besproken, het tweede tabblad Vervangen wordt in 10.3 Vervangen besproken en het derde tabblad Ga naar werd besproken in 3.2 Verplaatsen in een tekst. Klik op de knop Meer >> om een uitgebreider dialoogvenster te krijgen: WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 224

225 Zoeken naar: Markering voor lezen Hier kunt u de tekst (max. 255 tekens) plaatsen waarnaar u wenst te zoeken. Hoofd- of kleine letters is niet van belang. Met het neerwaartse pijltje kunt u eerder opgezochte termen opnieuw opvragen. Schakel de optie Alles markeren in deze keuzelijst in als het te zoeken woord in de tekst wenst te markeren. U kunt de markering ongedaan maken door de optie Markering wissen in deze keuzelijst te selecteren. Zoeken in Hier kunt u bepalen of u in het hoofddocument, in de kop- en voetteksten of in de tekstvakken van het hoofddocument wilt zoeken. Volgende zoeken U zoekt naar de volgende term waar uw zoekterm in voorkomt. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 225

226 Zoekrichting Identieke hoofdletters/kleine letters Heel woord Jokertekens gebruiken Bij benadering (Engels) Alle woordvormen zoeken (Engels) Identieke begintekens Identieke eindtekens Interpunctie negeren Spatietekens negeren Opmaak Hier bepaalt u in welke richting WORD moet zoeken. WORD doorzoekt: - het ganse document ( Alles ). - vanaf de cursor tot einde van document ( Omlaag ) - vanaf de cursor tot begin van document ( Omhoog ) Standaard maakt WORD geen onderscheid tussen hoofdletters en kleine lettres. Met deze optie wordt er wel een onderscheid gemaakt. Standaard kan de zoekterm dat u ingeeft een deel van het woord dat in het document voorkomt. Met deze optie moet het woord in zijn geheel voorkomen. Met deze optie kunt u gebruik maken van jokertekens:? voor één willekeurig teken en * voor 0,1 of meerdere tekens. Met deze optie zoekt u naar woorden die hetzelfde klinken als de zoekterm. Optie geldt enkel voor Engelse woorden. Bij Engelse teksten kunt u met deze optie zoeken naar woordvormen (bv. alle woordvormen van het werkwoord learn. Selecteer deze optie als de tekens die u zoekt enkel in het begin van een woord mogen voorkomen. Selecteer deze optie als de tekens die u zoekt enkel in het einde van een woord mogen voorkomen. Deze optie zorgt dat WORD bij het zoeken een punt, komma, negeert. Deze optie zorgt dat WORD bij het zoeken spaties negeert. Hier kunt u zoeken naar een tekst met een specifieke opmaak. De mogelijke opties zijn: - Lettertype - Alinea - Tabs - Taal - Frame - Stijl - Markeren Speciaal Geen opmaak Hiermee kunt u speciale codes (bv. tab-teken) zoeken. Indien er van een vorige zoekactie nog opmaakcodes in het tekstvak staan, kunt u deze verwijderen met deze knop. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 226

227 11.3 Vervangen Met het tabblad Zoeken in het dialoogvenster Zoeken en vervangen zoekt u naar een bepaalde tekst, opmaak, speciaal teken, Het tabblad Vervangen gaat een stap verder. U zoekt een tekst, opmaak, en u kunt deze vervangen door een andere tekst, andere opmaak, Klik op de knop Vervangen in de groep Bewerken van het tabblad Start. of Druk op de sneltoets CTRL+H. Het dialoogvenster Zoeken en vervangen wordt geopend en het tabblad Vervangen is geselecteerd: U krijgt hetzelfde dialoogvenster als bij Zoeken. Bijkomend hebt u het tekstvak Vervangen door: waarin u de tekst kunt typen die in de plaats moet komen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 227

228 Voorbeeld: We vervangen Office 2007 door Office Druk op de sneltoets CTRL+HOME (om bovenaan uw document te positioneren) Typ in het tekstvak Zoeken naar: de tekst in die u wenst te vervangen (bv. Office 2007 ). Typ in het tekstvak Vervangen door: de tekst die in de plaats moet komen (bv. Office 2010 ). Klik op de knop Volgende zoeken om het zoeken te starten. Klik op de knop Vervangen om de gevonden term te vervangen. of Klik op de knop Alles vervangen om alle gevonden termen te vervangen of Klik op de knop Volgende zoeken om de volgende gevonden term te zoeken zonder de actueel gevonden term te vervangen. of Klik op de knop Annuleren om het zoeken te stoppen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 228

229 11.4 AutoCorrectie Indien u vaak dezelfde fouten typt kunt u deze automatisch laten verbeteren door WORD. U kunt deze fouten laten opnemen in een lijst. Tevens kunt u in deze lijst afkortingen opnemen en ze laten vervangen door een woord of volledige uitdrukking Autocorrectie Selecteer het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties. Het dialoogvenster Opties voor Word wordt geopend. Klik op de knop Controle. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 229

230 Klik op de knop AutoCorrectie-opties. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 230

231 Het dialoogvenster AutoCorrectie wordt geopend: Knoppen voor AutoCorrectie-opties weergeven Twee beginhoofdletters corrigeren Zinnen met hoofdletter beginnen Tabelcellen met hoofdletter beginnen Namen van de dagen met een hoofdletter Onbedoeld gebruik van capslock corrigeren Tekst vervangen tijdens typen Instellen of de knop AutoCorrectie-opties moet worden weergegeven als WORD automatisch een wijziging doorvoert. WORD wijzigt de tweede hoofdletter in een kleine letter (bv. HEt is wordt Het is ) WORD wijzigt de eerste letter van het eerste woord na een punt in een hoofdletter. WORD wijzigt de eerste letter van het eerste woord in een tabel in een hoofdletter. WORD wijzigt de eerste letter van een naam van een dag in een hoofdletter. Als de Capslock ongewild is ingeschakeld wijzigt WORD de eerste kleine letter in een hoofdletter en de overige hoofdletters in kleine letters. (bv. het IS GOED wordt Het is GOED ). Indien u WORD een bepaalde tekenreeks automatisch wilt laten omzetten in een andere tekenreeks, moet deze optie ingeschakeld zijn. Daaronder vindt u de mogelijke fouten en afkortingen. Als u de tekst links intypt, dan word deze automatisch omgezet door de tekst rechts. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 231

232 Voorbeeld: Als u rdg" intypt moet WORD deze vervangen afkorting door Regie der Gebouwen. Typ rdg in het veld Vervang:. Typ Regie der Gebouwen in het veld Door:. Klik op de knop Toevoegen. Als u nu rdg intypt, dan wijzigt WORD het automatisch door Regie der Gebouwen. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 232

233 11.5 AutoOpmaak AutoOpmaak tijdens het typen Indien u een tekst typt, maakt WORD deze in sommige gevallen automatisch op. Voorbeelden: - rechte aanhalingstekens ("") worden gewijzigd in gekrulde aanhalingstekens ( ) - breuken (1/2) door breuktekens (½) - rangtelwoorden (3de) door superscript (3 de ) - De verschillende opties AutoOpmaak tijdens het typen vindt u terug in het dialoogvenster AutoCorrectie : Selecteer het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties (het dialoogvenster Opties voor Word wordt geopend). Klik op de knop Controle. Klik op de knop AutoCorrectie-opties (het dialoogvenster AutoCorrectie wordt geopend). Selecteer het tabblad AutoOpmaak tijdens typen. Alle opties worden op de volgende pagina s verduidelijkt. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 233

234 Vervangen tijdens typen "Rechte aanhalingstekens" door gekrulde aanhalingstekens Breuken door breuktekens *vet* en _cursief_ door echte opmaak Internet- en netwerkpaden door hyperlinks Rangtelwoorden (1ste) door superscript Afbreekstreepjes (--) door gewoon streepje ( ) Indien u tekst tussen rechte aanhalingstekens (") plaatst dan wijzigt WORD ze in gekrulde aanhalingstekens ( ) Indien u de breuk 1/2 of 1/4 typt, wijzigt WORDT dit in ½ of ¼. Indien u tekst typt tussen 2 sterretjes wordt deze vet afgebeeld, Indien u tekst typt tussen 2 onderstrepingstekens wordt deze cursief afgebeeld. Indien u een internetadres of een netwerkpad intypt, dan wijzigt WORD dit in een hyperlink. De hyperlink wordt in blauw en onderstreept weergegeven. Indien u een rangtelwoord intypt (bv. 1ste, 2de) dan wijzigt WORD dit automatisch in de notatie met superscript (1 ste, 2 de ) Indien u een afbreekstreepje intypt, wijzigt WORD dit automatisch in een em-streepje. Toepassen tijdens typen Automatische opsommingstekens Randlijnen Ingebouwde kopstijlen Automatisch genummerde lijst Tabellen Indien u een alinea begint met een afbreekstreepje ( - ), een sterretje ( * ) of het groter-dan teken ( > ), gevolgd door een spatie of tab, dan veronderstelt WORD dat u een lijst met opsommingstekens wenst te maken en wordt deze opmaak gebruikt. Indien u 3 of meer afbreekstreepjes (-), onderstrepingstekens (_) of gelijkheidstekens (=) typt en u drukt op de Enter-toets, dan wordt er respectievelijk een dunne, dikke of dubbele horizontale lijn getrokken. Indien u enkele woorden op een regel plaatst en u drukt 2x op de Enter-toets, dan maakt WORD automatisch een titel van de tekst. Indien u een alinea begint met een getal of een letter gevolgd door een punt, dan converteert WORD dit naar een genummerde lijst. Als u een aantal plustekens en afbreekstreepjes typt, dan maakt WORD daar een tabel van. Bv verticale lijnen van de tabel - horizontale lijnen van de tabel WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 234

235 Automatisch tijdens typen Begin van item in lijst opmaken zoals voorgaand item Linker- en eerste inspringing bij tabs en backspaces instellen Opmaakprofielen definiëren op basis van opmaak Indien u een lijst maakt, dan kijkt WORD hoe u het begin van een item in de lijst opmaakt en gebruikt dezelfde opmaak voor de volgende items. Bv. het eerste woord in het eerste item is vet opgemaakt, het eerste woord in de volgende items zal automatisch in het vet opgemaakt worden. Indien u een regel wilt laten inspringen, kunt u op de Tab-toets drukken. De inspringing verkleinen kunt u door op de Backspace-toets te drukken. Indien u een tekst op dezelfde manier opmaakt als een stijl, dan kent WORD een stijl toe aan de tekst. WORD BASIS Regie der Gebouwen ZOEKEN EN VERVANGEN - 235

236 12 SPELLING & GRAMMATICA 12.1 Inleiding Indien u een tekst schrijft kunt u deze door WORD tegelijkertijd laten controleren op spelling en grammatica. U kunt ook wachten met deze controle en laten uitvoeren als uw tekst volledig af is. WORD gebruikt woordenlijsten om de spelling te controleren. Woorden die u zelf veelvuldig gebruikt maar niet in de woordenlijst zijn opgenomen kunt u in een eigen woordenlijst plaatsen. U kunt in WORD ook synoniemen van een woord opzoeken Spelling en grammatica Opties WORD controleert standaard de spelling tijdens het typen van uw tekst. De grammaticacontrole is standaard niet ingesteld. Als de automatische spellingcontrole ingeschakeld is, worden woorden waarvan WORD denkt dat ze foutief zijn, door een rood golflijntje onderstreept. Als de automatische grammaticacontrole ingeschakeld is en u maakt, volgens WORD, een grammaticale fout, dan wordt deze met een groen golflijntje onderstreept. Deze lijntjes worden niet afgedrukt. U kunt de automatische spelling- en grammaticacontrole in- of uitschakelen: Selecteer het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties. Het dialoogvenster Opties voor Word wordt geopend. Klik op de knop Controle. WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 236

237 Onder Bij het corrigeren van spelling in Microsoft Office-programma s komen een aantal instellingen voor die gelden voor de verschillende Office-programma s. Tijdens spelling- en grammaticacontrole in Word geeft u een aantal algemene instellingen met betrekking tot de spelling- en grammaticacontrole die enkel geldt voor WORD. In Uitzonderingen voor: kunt u ervoor opteren om de spelling- en grammaticacontrole voor het huidige document uit te schakelen of voor alle nieuwe documenten. WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 237

238 Automatische spellingcontrole tijdens het typen De automatische spellingcontrole is ingeschakeld. U typt een tekst en WORD duidt onmiddellijk de spellingfouten aan (rood golflijntje). Voorbeeld: Typ de tekst WORD controleert standaart de spelling tijdens het typen van uw tekst. Het woord standaard is foutief ingetypt, WORD duidt de fout aan met een rood golflijntje. Klik met de rechtermuisknop op het woord standaart. U krijgt in het snelmenu een aantal alternatieven voor het foutieve woord: Selecteer één van de suggesties (bv. standaard ). WORD wijzigt het woord standaart in standaard. Indien WORD geen suggesties vindt, krijgt u de melding (geen spellingsuggesties). WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 238

239 of Kies Negeren als u het woord wilt laten staan zoals u het bet ingetypt. of Kies Toevoegen aan woordenlijst als u het woord wilt laten staan en het wordt toegevoegd aan een persoonlijke woordenlijst. of Kies Spelling om het dialoogvenster Spelling- en grammaticacontrole te openen (zie Spellingcontrole manueel uitvoeren ) Spellingcontrole manueel uitvoeren (dialoogvenster of pictogram statusbalk) Als de spellingcontrole niet standaard is ingeschakeld kunt u WORD uw document volledig laten controleren op spellingsfouten. WORD doet dit niet feilloos en is niet perfect maar vermijdt wel dat er onbestaande woorden (bv. typpen) in uw document komen te staan. Selecteer het tabblad Controleren. Klik op de knop Spelling- en grammaticacontrole in de groep Controle. Het dialoogvenster Spelling- en grammaticacontrole: wordt geopend: WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 239

240 Het dialoogvenster Spelling- en grammaticacontrole kunt u ook oproepen via sneltoets F7. In het vak Niet in woordenlijst toont WORD het foutieve woord in het rood. In de keuzelijst Suggesties geeft WORD enkele mogelijke juiste woorden. Dit zijn tevens dezelfde woorden als in het snelmenu (als u op het foutieve woord klikt met rechtermuisknop). Selecteer het correcte woord ( standaard ) en klik op de knop Wijzigen of Typ de wijziging in het bovenste vak en klik daarna op de knop Wijzigen. Met de knop Alles wijzigen zal WORD bij een volgend voorkomen van standaart dit woord automatisch veranderen in standaard. De knop AutoCorrectie voegt een woord toe aan de lijst met woorden die automatisch worden gecorrigeerd. Dus als u de volgende keer het woord standaart intikt dan zal WORD dit automatisch wijzigen in standaard. Als het selectievakje Grammatica controleren aangevinkt is, dan controleert WORD zowel de spelling als de grammatica. Wenst u de spellingcontrole te stoppen, klik dan op de knop Annuleren. Indien u uw document op spellingsfouten wenst te controleren, kunt u ook naar de volgende spellingsfout gaan door op de aanduiding in de statusbalk te klikken. WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 240

241 Selectieve spellingcontrole U kunt de spellingcontrole ook op een gedeelte van uw document toepassen. U selecteert in dat geval dit gedeelte en klikt op de knop Spelling- en grammaticacontrole in de groep Controle van het tabblad Controleren. Indien de selectie is gecontroleerd, vraagt WORD of u ook de rest van het document wenst te controleren: Grammatica WORD kan dus ook de grammatica van uw document onderzoeken. Verwacht echter geen mirakels, de grammaticacontrole is niet feilloos WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 241

242 12.3 Woordenlijsten WORD gebruikt geïnstalleerde woordenlijsten bij de spelling- en grammaticacontrole. WORD maakt ook één aangepaste woordenlijst aan waarin de woorden komen die u zelf toevoegt. U kunt zelf meerdere bijkomende woordenlijsten aanmaken Eigen woordenlijst WORD maakt standaard een woordenlijst CUSTOM.DIC aan waarin het de woorden plaatst die u in uw eigen woordenlijst wenst toe te voegen. Selecteer het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties. Het dialoogvenster Opties voor Word wordt geopend. Klik op de knop Controle Klik op de knop Aangepaste woordenlijsten. WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 242

243 Het dialoogvenster Aangepaste woordenlijsten wordt geopend: U kunt de inhoud van deze woordenlijst bewerken: Selecteer de woordenlijst CUSTOM.DIC. Klik op de knop Woordenlijst bewerken. De woordenlijst CUSTOM.DIC wordt geopend: U kunt woorden - toevoegen: typ het woord in het vak Woord(en) en klik op de knop Toevoegen - verwijderen: (selecteer het woord in Woordenlijst en klik op de knop Verwijderen. WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 243

244 Een woordenlijst toevoegen U kunt zelf nieuwe woordenlijsten maken. Klik op de knop Nieuw in het dialoogvenster Aangepaste woordenlijsten : Tik de naam van uw woordenlijst in het tekstvak Bestandsnaam. Klik op de knop Opslaan. U krijgt nu twee woordenlijsten. WORD doorzoekt alle woordenlijsten bij een spellingcontrole. Als u woorden toevoegt aan de woordenlijst, dan voegt u die woorden toe aan de standaardwoordenlijst. Wenst u een andere woordenlijst als standaardwoordenlijst, selecteer dan de woordenlijst en klik op de knop Standaard wijzigen (in het dialoogvenster Aangepaste woordenlijsten ). WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 244

245 12.4 Synoniemen WORD biedt de gebruiker een module Synoniemen aan. Als u in een document meermaals hetzelfde woord gebruikt kan het handig zijn om eens een ander woord te gebruiken Synoniemen via snelmenu Voorbeeld: u wenst het woord regelmatig in uw tekst te vervangen door een synoniem. Klik met de rechtermuisknop op het woord regelmatig. Kies in het snelmenu Synoniemen. Naast enkele synoniemen bevat de lijst ook enkele antoniemen (tegengestelden). Selecteer het gewenste woord (bv. gestaag ). Het woord regelmatig wordt onmiddellijk gewijzigd in gestaag. WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 245

246 Synoniemen via het lint U kunt de synoniemenlijst ook oproepen via het lint. Voorbeeld: u wenst het woord regelmatig in uw tekst te vervangen door een synoniem. Plaats de invoegpositie op het woord regelmatig. Selecteer het tabblad Controleren. Klik op de knop Synoniemenlijst in de groep Controle. WORD opent het taakvenster Onderzoeken : WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 246

247 Het geselecteerde woord staat in het tekstvak Zoeken naar:. In het vak Synoniemenlijst een aantal synoniemen: gelijkmatig en geregeld met telkens enkele woorden eronder. Indien u de muisaanwijzer op een woord plaatst, krijgt u een keuzelijst. Indien u de keuze Invoegen maakt, wordt het gekozen woord ingevoegd. Plaats de muisaanwijzer op het woord gestaag. Klik op het neerwaartse pijltje om de keuzelijst te openen. Kies de optie Invoegen. Het woord regelmatig is vervangen door het woord gestaag. WORD BASIS Regie der Gebouwen SPELLING & GRAMMATICA - 247

248 13 OPTIES VOOR WORD (Opslaan Backups) 13.1 Inleiding WORD biedt u een aantal mogelijkheden om de omgeving waarin u werkt aan te passen. Heel wat van deze mogelijkheden bevinden zich onder de knop Opties voor Word in het tabblad Bestand. In de vorige hoofdstukken hebben al kennis gemaakt met enkele opties. Hier volgen er nog een paar. Selecteer het tabblad Bestand. Klik op de knop Opties. Het dialoogvenster Opties voor Word wordt geopend. Klik op de knop Opslaan. WORD BASIS Regie der Gebouwen OPTIES VOOR WORD (Opslaan Backups) - 248

249 13.2 AutoHerstel WORD kan uw documenten waaraan u werkt op geregelde tijdstippen bewaren. Standaard doet WORD dat om de 10 minuten. U ziet dit bij de optie Elke minuten AutoHerstelgegevens opslaan. Als WORD of uw pc om één of andere reden vastloopt en u start WORD terug op dan opent WORD in dat geval automatisch het bestand waaraan u bezig was. U bent dus hooguit een 10-tal minuten uw werk kwijt. Selecteer de optie Elke minuten AutoHerstel-gegevens opslaan (als dit niet het geval is). U merkt de map waarin WORD deze (tijdelijke) bestanden bewaart: Opmerking Deze optie zorgt er enkel voor dat u een reservekopie hebt als WORD of uw computer uitvalt. Dit houdt dus niet in dat u uw document niet meer zelf moet opslaan want als u WORD normaal afsluit worden de AutoHerstel-bestanden gewist Standaard bestandslocatie De eerste keer dat u Opslaan kiest, geeft WORD u een lijst met bestanden uit de map Documents. De map Documents verwijst eigenlijk naar de map D:\data\%gebruikersnaam%\Mijn Documenten ). Deze map werd bij de creatie van de gebruiker aangemaakt zodat tijdens de back-up-procedure al uw documenten op de server terecht komen. WORD BASIS Regie der Gebouwen OPTIES VOOR WORD (Opslaan Backups) - 249

250 13.4 Back-up maken WORD biedt u ook de mogelijkheid om een reservekopie van uw documenten bij te houden. Indien u voor de tweede maal een document bewaart, dan wordt het eerste document overschreven. En dat ben u dan kwijt. Soms kan het nuttig zijn dat u de vorige versie van een document kunt opvragen. Selecteer de categorie Geavanceerd. Zoek met behulp van de schuifbalken de rubriek Opslaan. De optie Altijd back-up maken is standaard niet geselecteerd. Selecteer de optie Altijd back-up maken in de rubriek Opslaan. Voorbeeld: u hebt het bestand Doc1.docx éénmaal opgeslagen, vanaf de tweede maal wenst u een reservekopie (back-up). De tweede maal dat u uw document bewaart, wordt het oorspronkelijke document Doc1.docx hernoemd tot Back-up van Doc1.wbk. Het document dat u nu bewaart krijgt de naam Doc1.docx. Als u het oorspronkelijke document (= Back-up van Doc1.wbk ) dus nog nodig hebt, kunt u het terug opvragen. Als u het document Doc1.docx voor de derde maal bewaart dan gaat Back-up van Doc1.wbk verloren, wordt Doc1.docx hernoemd tot Back-up van Doc1.vbk en bevat het bestand Doc1.docx de laatste wijzigingen. WORD BASIS Regie der Gebouwen OPTIES VOOR WORD (Opslaan Backups) - 250

251 14 HELPFUNCTIE WORD 14.1 Helpfunctie opvragen WORD beschikt over een uitgebreide helpfunctie. U kunt de helpinformatie oproepen via de knop Help het lint) OF via de functietoets F1. (rechts in de balk met de tabbladen van Klik op de knop Help (of druk op de functietoets F1 ). Het startscherm van Help voor Word bevat 2 groepen: Aan de slag met Word 2010 en Bladeren door de ondersteuning voor WORD Elke groep bevat een aantal hyperlinks. WORD BASIS Regie der Gebouwen HELPFUNCTIE WORD - 251

252 14.2 Bladeren in Help van WORD Klik op de hyperlink Alles weergeven onder Bladeren door de ondersteuning voor WORD U krijgt een overzicht van Categorieën. Klik op de hyperlink Help-informatie opvragen. WORD BASIS Regie der Gebouwen HELPFUNCTIE WORD - 252

253 U krijgt een (alfabetische) lijst met verschillende onderwerpen. U merkt dat u in de werkbalk van het venster de knop Vorige kan gebruiken, u kunt dus naar het vorige helpvenster terugkeren. Klikt u eenmaal op de Vorige dan wordt de knop Volgende ook toegankelijk. Zo kunt u navigeren in de sequentie van helpvensters die u oproept. U kunt ook steeds terugkeren naar het startscherm met de knop Start in de werkbalk. Merk ook op dat u in uw helpvensters informatie van het internet krijgt. Dit ziet u door de melding Verbonden met Office.com rechts onderaan. WORD BASIS Regie der Gebouwen HELPFUNCTIE WORD - 253

254 14.3 Inhoudsopgave Help weergeven De helpschermen van WORD zijn ingedeeld in boeken. U kunt de inhoudsopgave weergeven en bladeren in het boek. Klik op de knop Inhoudsopgave weergeven in de werkbalk. U krijgt links een aantal categorieën met helponderwerpen voorafgegaan door het pictogram van een boek. U kunt een boek openen door te klikken op de hyperlink bij het boek. Klik (bv.) op de hyperlink Aan de slag met Word WORD BASIS Regie der Gebouwen HELPFUNCTIE WORD - 254

255 Voor de meeste onderwerpen staat er een vraagteken. U krijgt bij deze onderwerpen een helpscherm met informatie. Voor de hyperlink Stap over naar Word 2010 staat een instructeur. Als u op deze hyperlink klikt, krijgt u een online training. Om de inhoudsopgave te verbergen, klikt u op de knop Inhoudsopgave verbergen Zoekvak Eén van de snelste manieren om hulp te vragen in WORD, is via het Zoekvak. Het zoekvak bevindt onder de werkbalk. Typ (bijvoorbeeld) tabel invoegen in het zoekvak. Druk op de Enter-toets of op de knop Zoeken. WORD BASIS Regie der Gebouwen HELPFUNCTIE WORD - 255

256 U krijgt een aantal resultaten. U kunt een onderwerp selecteren en op de hyperlink klikken om het onderwerp te lezen. Klik (bijvoorbeeld) op Een tabel toevoegen of verwijderen. WORD BASIS Regie der Gebouwen HELPFUNCTIE WORD - 256

257 14.5 Microsoft Office Online of niet? De helpschermen van WORD worden op het internet voortdurend bijgewerkt. Indien u dus gebruikt maakt van deze helpinformatie, krijgt u steeds de meeste actuele informatie. Dat is uiteraard enkel praktisch indien u beschikt over een continue en snelle internetverbinding. Indien u niet wenst dat WORD de informatie van het internet haalt, kunt u dit instellen. Klik op het neerwaartse pijltje naast de knop Zoeken. Het volgende menu wordt geopend: U kunt kiezen of u zoekt in de helpschermen op het internet ( Inhoud op Office.com ) of dat u de helpschermen op uw computer raadpleegt ( Inhoud op deze computer ). Kiest u Inhoud op Office.com dan kunt u zoeken in Alle Word, Help voor Word, Word Sjablonen, Word Training en Developer Reference. Kies (bijvoorbeeld) voor Help voor Word onder de kop Inhoud op deze computer. De zoekactie beperkt zich nu tot de informatie op de harde schijf van uw computer. Links onderaan ziet u Help voor Word en rechts onderaan het helpvenster ziet u de tekst Offline. U kunt deze instelling ook wijzigen via de knop Verbindingsstatus rechts onderaan. Klik op de knop Verbindingsstatus (de knop met de tekst Offline ). WORD BASIS Regie der Gebouwen HELPFUNCTIE WORD - 257

Hoofdstuk 2 Basiskennis... 1-23 Muistechnieken... 1-23 Windows Verkenner... 1-24

Hoofdstuk 2 Basiskennis... 1-23 Muistechnieken... 1-23 Windows Verkenner... 1-24 Module 1 Basisvaardigheden Hoofdstuk 1 De Fluent Interface... 1-9 Lint... 1-9 Backstage... 1-12 Knopafbeeldingen in het lint... 1-15 Werkbalk Snelle toegang... 1-15 Scherminfo... 1-15 Miniwerkbalk... 1-16

Nadere informatie

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Starten met Word 2007 15

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Starten met Word 2007 15 INHOUD Ten geleide 13 1 Starten met Word 2007 15 1.1 Word 2007 starten 15 1.2 Het documentvenster 16 1.2.1 De titelbalk 16 1.2.1.1 De Officeknop 17 1.2.1.2 De werkbalk Snelle toegang 20 1.2.1.3 De titelbalk

Nadere informatie

Inhoud Basiscursus. Word 2010 NL-NL

Inhoud Basiscursus. Word 2010 NL-NL Inhoud Basiscursus Word 2010 NL-NL Hoofdstuk 1 De Fluent Interface... 1-5 Lint... 1-5 Backstage... 1-8 Knopafbeeldingen in het lint... 1-11 Werkbalk Snelle toegang... 1-12 Scherminfo... 1-12 Miniwerkbalk...

Nadere informatie

1/3 OFFICE 2007 WORD. Microsoft. Roger Frans. campinia media vzw

1/3 OFFICE 2007 WORD. Microsoft. Roger Frans. campinia media vzw OFFICE 2007 Microsoft cd-rom met 1/3 WORD Roger Frans campinia media vzw Frans, Roger Word 2007 1/3 / Roger Frans; Geel: Campinia Media vzw, 2007; 228 p; index; 25 cm; gelijmd. ISBN: 97890356.1218.1; NUGI

Nadere informatie

Word 2010 1/3. Roger Frans. met cd-rom. campinia media vzw

Word 2010 1/3. Roger Frans. met cd-rom. campinia media vzw Word 2010 1/3 Roger Frans met cd-rom campinia media vzw Frans, Roger Word 2010 1/3 / Roger Frans; Geel: Campinia Media vzw, 2010; 246 p; index; 25 cm; gelijmd. ISBN: 97890356.1253.2; NUGI 854; UDC 681.3.06

Nadere informatie

Word 2010: rondleiding

Word 2010: rondleiding Word 2010: rondleiding Microsoft Word is in de eerste plaats een tekstverwerkingsprogramma, maar er is meer. Men kan standaardbrieven, memoranda, fax, enveloppen, etiketten, en andere types van documenten

Nadere informatie

Afdrukken in Calc Module 7

Afdrukken in Calc Module 7 7. Afdrukken in Calc In deze module leert u een aantal opties die u kunt toepassen bij het afdrukken van Calc-bestanden. Achtereenvolgens worden behandeld: Afdrukken van werkbladen Marges Gedeeltelijk

Nadere informatie

Beknopte handleiding. Uw bestanden beheren Klik op Bestand om uw Word-bestanden te openen, op te slaan, af te drukken en te beheren.

Beknopte handleiding. Uw bestanden beheren Klik op Bestand om uw Word-bestanden te openen, op te slaan, af te drukken en te beheren. Beknopte handleiding Microsoft Word 2013 ziet er anders uit dan de vorige versies. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u sneller vertrouwd raakt met het programma. Werkbalk Snelle toegang

Nadere informatie

Europees Computer Rijbewijs. Module 3. Word 2010. 2010 Instruct, Postbus 38, 2410 AA Bodegraven - 1 e druk: november 2010 ISBN: 978 90 460 0609 2

Europees Computer Rijbewijs. Module 3. Word 2010. 2010 Instruct, Postbus 38, 2410 AA Bodegraven - 1 e druk: november 2010 ISBN: 978 90 460 0609 2 Europees Computer Rijbewijs Module 3 Word 2010 2010 Instruct, Postbus 38, 2410 AA Bodegraven - 1 e druk: november 2010 ISBN: 978 90 460 0609 2 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

Uitgeverij cd/id multimedia

Uitgeverij cd/id multimedia Computer Basis boek Office 2010 Word, Excel & PowerPoint Korte inhoud Inhoudsopgave 5 Voorwoord 13 Deel 1 Werken in Office 2010 15 Deel 2 Aan de slag met Word 2010 47 Deel 3 Aan de slag met Excel 2010

Nadere informatie

Europees Computer Rijbewijs. Module 3. Word 2007. 2008 Instruct, Postbus 38, 2410 AA Bodegraven - 1 e druk: september 2008 ISBN: 978 90 460 0491 3

Europees Computer Rijbewijs. Module 3. Word 2007. 2008 Instruct, Postbus 38, 2410 AA Bodegraven - 1 e druk: september 2008 ISBN: 978 90 460 0491 3 Europees Computer Rijbewijs Module 3 Word 2007 2008 Instruct, Postbus 38, 2410 AA Bodegraven - 1 e druk: september 2008 ISBN: 978 90 460 0491 3 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

Afspraken. Typ Dit moet je letterlijk intypen in het tekstvak Naam.

Afspraken. Typ Dit moet je letterlijk intypen in het tekstvak Naam. Inleiding Word 2013 1/3 is een cursus over het tekstverwerkingspakket Microsoft Word 2013. Het tekstverwerkingspakket maakt deel uit van de bundels Office 2013 en Office 365. In beide bundels zijn ook

Nadere informatie

Migreren naar Word 2010

Migreren naar Word 2010 In deze handleiding Microsoft Microsoft Word 2010 ziet er heel anders uit dan Word 2003, dus deze handleiding is zodanig samengesteld dat u vrijwel gelijk aan de slag kunt. Lees verder als u meer wilt

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 11

Inhoudsopgave. Inleiding 11 Inhoudsopgave Inleiding 11 1. Starten met Word 13 1.1 Word starten 14 1.2 Het lint 15 1.3 Het lint aanpassen 16 1.4 Werkbalk Snelle toegang aanpassen 18 1.5 De liniaal 20 1.6 Miniwerkbalk 20 1.7 Livevoorbeeld

Nadere informatie

Word 2013 Snelstartgids

Word 2013 Snelstartgids Microsoft Word 2013 ziet er anders uit dan de vorige versies. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u sneller vertrouwd raakt met het programma. Pagina 1 van 6 Wanneer u Word 2013 voor het eerst

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE Ms Word 2013

INHOUDSOPGAVE Ms Word 2013 Inhoudsopgave Ms Word 2013-1 INHOUDSOPGAVE Ms Word 2013 Inleiding... 11 Overzicht van de functietoetsen... 12 DEEL 1 Eenvoudige tekstverwerking... 13 1 Ms Word starten... 13 2 De schermonderdelen... 14

Nadere informatie

Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Beginners 2007. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl Eerste druk: augustus 2012

Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Beginners 2007. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl Eerste druk: augustus 2012 Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Beginners 2007 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer info@serasta.nl Eerste druk: augustus 2012 ISBN: 978-90-817910-3-8 Dit boek is gedrukt op een papiersoort

Nadere informatie

10. Pagina-instellingen

10. Pagina-instellingen 10. Pagina-instellingen Voordat u begint met het schrijven van een document in het programma Writer, is het raadzaam eerst te bepalen hoe het er uiteindelijk uit moet komen te zien. In deze module leert

Nadere informatie

Deel 1: PowerPoint Basis

Deel 1: PowerPoint Basis Deel 1: PowerPoint Basis De mogelijkheden van PowerPoint als ondersteunend middel voor een gedifferentieerde begeleiding van leerlingen met beperkingen. CNO Universiteit Antwerpen 1 Deel 1 PowerPoint Basis

Nadere informatie

2.14 Achtergrondinformatie... 51 2.15 Tips... 54

2.14 Achtergrondinformatie... 51 2.15 Tips... 54 Inhoudsopgave Voorwoord... 9 Nieuwsbrief... 9 Introductie Visual Steps... 10 Wat heeft u nodig?... 10 De website bij het boek... 11 Uw voorkennis... 11 Bonushoofdstukken... 12 Hoe werkt u met dit boek?...

Nadere informatie

Deel 1 Werken in Office 2007 15. Deel 2 Aan de slag met Word 2007 45. Deel 3 Aan de slag met Excel 2007 131

Deel 1 Werken in Office 2007 15. Deel 2 Aan de slag met Word 2007 45. Deel 3 Aan de slag met Excel 2007 131 Computer Basis boek Office 2007 Word, Excel & PowerPoint Korte inhoud Inhoudsopgave 5 Voorwoord 13 Deel 1 Werken in Office 2007 15 Deel 2 Aan de slag met Word 2007 45 Deel 3 Aan de slag met Excel 2007

Nadere informatie

BASIS TEKSTBEWERKING deel 2

BASIS TEKSTBEWERKING deel 2 BASIS TEKSTBEWERKING deel 2 Opslaan en openen. Opslaan. Om een tekst document te kunnen bewaren, zult u het moeten opslaan op de harde schijf van uw computer. Het blijft daar dan net zo lang staan tot

Nadere informatie

Via het tabblad Pagina-indeling, groep Pagina-instelling kun je de afdrukstand en het papierformaat instellen.

Via het tabblad Pagina-indeling, groep Pagina-instelling kun je de afdrukstand en het papierformaat instellen. SAMENVATTING HOOFDSTUK 9 Pagina-indeling, de Pagina-instelling Via het tabblad Pagina-indeling, groep Pagina-instelling kun je de afdrukstand en het papierformaat instellen. Klik op de knop Afdrukstand

Nadere informatie

Excel 2010, H1 HOOFDSTUK 1

Excel 2010, H1 HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 1 Excel opstarten en afsluiten EXCEL kan worden opgestart via. Als EXCEL al vaker is gestart kun je direct op Microsoft Office EXCEL 2010 klikken. Typ anders in het zoekvak de eerste letters

Nadere informatie

Office 2010 is in vele opzichten niet meer te vergelijken

Office 2010 is in vele opzichten niet meer te vergelijken Het nieuwe smoeltje van Office 2010 Otto Slijkhuis Office 2010 is in vele opzichten niet meer te vergelijken met Office 97. In 1996 werd Office 97 geïntroduceerd met als intern versienummer 8. Nu 13 jaar

Nadere informatie

2.12 Een document opslaan als... 48 2.13 Oefeningen... 50 2.14 Achtergrondinformatie... 51 2.15 Tips... 54

2.12 Een document opslaan als... 48 2.13 Oefeningen... 50 2.14 Achtergrondinformatie... 51 2.15 Tips... 54 Inhoudsopgave Voorwoord... 9 Nieuwsbrief... 9 Introductie Visual Steps... 10 Wat heeft u nodig?... 10 De website bij het boek... 11 Uw voorkennis... 11 Bonushoofdstukken... 12 Hoe werkt u met dit boek?...

Nadere informatie

Internet Explorer 7 (IE7)

Internet Explorer 7 (IE7) Internet Explorer 7 (IE7) 1. HET VENSTER Het venster van Internet Explorer 7 ziet er als volgt uit: Het venster bestaat uit volgende onderdelen: De knoppen Volgende en Vorige. Adresbalk hierin vullen we

Nadere informatie

Een tabel is samengesteld uit rijen (horizontaal) en kolommen (verticaal). Elk vakje uit een tabel is een cel.

Een tabel is samengesteld uit rijen (horizontaal) en kolommen (verticaal). Elk vakje uit een tabel is een cel. Module 14 Tabellen Een tabel invoegen Een tabel tekenen Verplaatsen en selecteren in een tabel Een tabel opmaken Veldnamenrij herhalen Rijen en kolommen toevoegen en verwijderen Tekst converteren naar

Nadere informatie

Met Office 2013 vertrouwd raken

Met Office 2013 vertrouwd raken Met Office 2013 vertrouwd raken 1 In dit hoofdstuk leer je hoe je DDe Office-omgeving verkent DDMet Office-bestanden werkt DDNiet-opgeslagen bestanden en versies herstelt DDe gebruikersinterface aanpast

Nadere informatie

Fred Beumer. Guus Mul. Digitaal Leerplein. Hollandridderkerk, Ridderkerk

Fred Beumer. Guus Mul. Digitaal Leerplein. Hollandridderkerk, Ridderkerk Word 2010 titel Klikmee Word 2010 eerste druk juni 2010 auteur webdesign zetwerk druk Fred Beumer Guus Mul Digitaal Leerplein Hollandridderkerk, Ridderkerk Digitaal Leerplein Postbus 50, 6990 AB Rheden

Nadere informatie

Migreren naar Access 2010

Migreren naar Access 2010 In deze handleiding Het uiterlijk van Microsoft Access 2010 verschilt aanzienlijk van Access 2003. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u niet te veel tijd hoeft te besteden aan het leren werken

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. beginnen met excel

HOOFDSTUK 1. beginnen met excel HOOFDSTUK 1 beginnen met excel Inleiding Voor het betere rekenwerk in de bedrijfseconomie worden spreadsheets (rekenbladen) gebruikt. In dit hoofdstuk leer je omgaan met algemene basisbewerkingen in Excel:

Nadere informatie

Algemene basis instructies

Algemene basis instructies Inhoud: Algemene basis instructies... 2 Pictogrammen en knoppen... 2 Overzicht... 3 Navigeren (bladeren)... 3 Gegevens filteren... 4 Getoonde gegevens... 5 Archief... 5 Album... 5 Tabbladen en velden...

Nadere informatie

Microsoft Office 2003

Microsoft Office 2003 Computer Basis boek Microsoft Office 2003 Word, Excel en PowerPoint Korte inhoud Inhoudsopgave 7 Voorwoord 15 Deel 1 Werken in Office 2003 17 Deel 2 Word 2003 43 Deel 3 Excel 2003 117 Deel 4 PowerPoint

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010

Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010 Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010 1.0 Introductie Excel helpt om data beter te begrijpen door het in cellen (die rijen en kolommen vormen) in te delen en formules te gebruiken om relevante berekeningen

Nadere informatie

PowerPoint 2010: rondleiding (deel 1)

PowerPoint 2010: rondleiding (deel 1) PowerPoint 2010: rondleiding (deel 1) Met PowerPoint kan men voorstellingen maken door middel van dia's die zijn gevuld met teksten, afbeeldingen, films, grafieken en geluiden. PowerPoint is een uitstekend

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 11

Inhoudsopgave. Inleiding 11 Inhoudsopgave Inleiding 11 1. Starten met Word 13 1.1 Word starten 14 1.2 Het lint 15 1.3 Het lint aanpassen 16 1.4 Werkbalk Snelle toegang aanpassen 18 1.5 De liniaal 20 1.6 Miniwerkbalk 20 1.7 Livevoorbeeld

Nadere informatie

Een korte handleiding door Frederic Rayen

Een korte handleiding door Frederic Rayen Een korte handleiding door Frederic Rayen Van installeren tot het gebruik P a g i n a 2 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Hoe AbiWord version 2.8.6 installeren?... 4 Schermonderdelen... 5 Uitleg bij elke werkbalk...

Nadere informatie

Het is af en toe niet om aan te zien hoe sommige

Het is af en toe niet om aan te zien hoe sommige Tabellen in Word 2010 Otto Slijkhuis Het is af en toe niet om aan te zien hoe sommige Word-gebruikers met teksten omgaan. In plaats van het invoegen van een tabel om gegevens keurig in een overzicht te

Nadere informatie

Formulieren maken. U kent ze waarschijnlijk wel, die notitieblokjes voor het noteren van een telefoongesprek.

Formulieren maken. U kent ze waarschijnlijk wel, die notitieblokjes voor het noteren van een telefoongesprek. Les 14 Formulieren maken In deze les leert u een hoe u met velden een invulformulier voor een telefoonnotitie maakt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van velden, secties en beveiliging. Daarvoor moet wel een

Nadere informatie

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker De tekstverwerker De tekstverwerker is een module die u bij het vullen van uw website veel zult gebruiken. Naast de module tekst maken onder andere de modules Aankondigingen en Events ook gebruik van de

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Microsoft Word

Hoofdstuk 1. Microsoft Word Handleiding Hoofdstuk 1. Microsoft Word... 2 Vet, cursief en onderstreept... 2 Opslaan van een bestand... 2 Afsluiten van een bestand... 2 Definitief Verwijderen van een bestand... 2 Beginnen met nieuw

Nadere informatie

Voordat u aan de slag gaat met de meer ingewikkelde

Voordat u aan de slag gaat met de meer ingewikkelde Kennismaken met Word 2010 1 Voordat u aan de slag gaat met de meer ingewikkelde functies van Word 2010, is het belangrijk dat u weet hoe het programma gestart en afgesloten wordt. Daarnaast maakt u in

Nadere informatie

Windows 8, Windows 8.1, deel II

Windows 8, Windows 8.1, deel II Windows 8, Windows 8.1, deel II Opstarten op bureaublad Daar we toch de gewoonte hebben om via het bureaublad te werken, is het misschien handig om de PC te laten opstarten op het bureaublad in plaats

Nadere informatie

Microsoft Publisher 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies, dus hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u zo snel mogelijk aan de slag kunt.

Microsoft Publisher 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies, dus hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u zo snel mogelijk aan de slag kunt. Aan de slag Microsoft Publisher 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies, dus hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u zo snel mogelijk aan de slag kunt. Werkbalk Snelle toegang Voeg uw favoriete

Nadere informatie

Inhoud. Onbegrensd - Initiatiecursus computergebruik WINDOWS VISTA 1

Inhoud. Onbegrensd - Initiatiecursus computergebruik WINDOWS VISTA 1 Inhoud Hoofdstuk 1 - Microsoft Word Office 2007 2 1.1 Inleiding 2 1.2 Word openen 2 1.3 De werkbalken instellen 4 1.4 Een tekstblad tonen 4 1.5 Een tekst intypen 5 1.6 Een tekst of tekstdeel selecteren

Nadere informatie

Word 2013 (N/N) : Texte en néerlandais sur la version néerlandaise du logiciel

Word 2013 (N/N) : Texte en néerlandais sur la version néerlandaise du logiciel Gebruikersomgeving Word 2013 opstarten en afsluiten 7 Het lint gebruiken/beheren 9 Bewerkingen ongedaan maken, herstellen of herhalen 10 Verborgen opmaaksymbolen weergeven of verbergen 11 Het beeld in-

Nadere informatie

Ergonomisch Advies: Sneltoetsen

Ergonomisch Advies: Sneltoetsen Ergonomisch Advies: Sneltoetsen Departement Bestuurszaken Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming (GDPB) Boudewijnlaan 30 bus 44 1000 Brussel Tel. 02 553 01 22 - Fax 02 553 49 55 gdpb@bz.vlaanderen.be

Nadere informatie

Microsoft Office 2010 heeft een overvloed aan mogelijkheden,

Microsoft Office 2010 heeft een overvloed aan mogelijkheden, Met Word 2010 aan de slag De belangrijkste functies Otto Slijkhuis Microsoft Office 2010 heeft een overvloed aan mogelijkheden, opdrachten en instellingen. Het is niet de bedoeling om die allemaal hier

Nadere informatie

Basiskennis van Word

Basiskennis van Word Basiskennis van Word Word is een krachtige toepassing voor tekstverwerking en opmaak. Om deze toepassing zo doeltreffend mogelijk te kunnen gebruiken, hebt u eerst enige basiskennis nodig. In deze zelfstudie

Nadere informatie

Sneltoetsen. Inhoud. Inleiding

Sneltoetsen. Inhoud. Inleiding Sneltoetsen Inhoud 1. Inleiding 2. Sneltoetsen in Windows 3. Sneltoetsen die in de meeste programma s kunnen worden gebruikt 4. Sneltoetsen bij het typen van tekst 5. Sneltoetsen Internet Explorer 6. Sneltoetsen

Nadere informatie

Sneltoetsen. 1. Inleiding

Sneltoetsen. 1. Inleiding Sneltoetsen Inhoud 1. Inleiding 2. Sneltoetsen in Windows 3. Sneltoetsen die in de meeste programma s kunnen worden gebruikt 4. Sneltoetsen bij het typen van tekst 5. Sneltoetsen Internet Explorer 6. Sneltoetsen

Nadere informatie

SG ANKER CONCRETE INVULLING LEERLIJNEN ICT

SG ANKER CONCRETE INVULLING LEERLIJNEN ICT SG ANKER CONCRETE INVULLING LEERLIJNEN ICT Computervaardigheden Gebruik muis K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 bewegen met de muis slepen met de muis (L-muisknop ingedrukt houden) enkel klikken met L-muisknop

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave - 3

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave - 3 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Stations, mappen en bestanden 9 1.1 Naar de verkenner 9 1.1.1 Beeld 9 1.1.2 Het actieve station 10 1.2 Structuur van een station 11 1.2.1 Mappen en bestanden 11 1.2.2 Bestanden

Nadere informatie

1. Kennismaken met Impress

1. Kennismaken met Impress 1. Kennismaken met Impress In deze module leert u: 1 Wat Impress is; 2 Impress starten; 3 Een nieuwe presentatie maken; 4 Instellingen van Impress wijzigen; 5 Opslaan en openen. 1 Wat is Impress? OpenOffice.org

Nadere informatie

(635N) WORD 2010 MODULAIR

(635N) WORD 2010 MODULAIR (635N) WORD 2010 MODULAIR Naast het standaard aanbod, biedt Cevora ook modulaire incompany-opleidingen van halve dagen aan. Binnen een incompany-opleiding zijn de inhouden van de verschillende standaardopleidingen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Deel 1 - Word 15

Inhoudsopgave. Deel 1 - Word 15 Inhoudsopgave Voorwoord... 9 Nieuwsbrief... 9 Introductie Visual Steps... 10 Wat heeft u nodig?... 10 Uw voorkennis... 11 De volgorde van lezen... 11 Hoe werkt u met dit boek?... 12 Website... 13 Toets

Nadere informatie

Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren

Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren Inleiding Voor u ziet u de handleiding van TYPO3 van Wijngaarden AutomatiseringsGroep. De handleiding geeft u antwoord geeft op de meest voorkomende vragen. U krijgt inzicht in het toevoegen van pagina

Nadere informatie

Uw TEKSTEDITOR - alle iconen op een rij

Uw TEKSTEDITOR - alle iconen op een rij Uw TEKSTEDITOR - alle iconen op een rij Hieronder ziet u alle functionaliteiten van uw teksteditor onder elkaar ( op alfabetische volgorde). Afbeelding (zie foto) Bestanden (zie link) Broncode Citaat Documenten

Nadere informatie

DOCUMENT SAMENSTELLEN

DOCUMENT SAMENSTELLEN Pagina 168 7 In dit hoofdstuk gaat u een nieuwsbrief maken met behulp van een sjabloon. De artikelen die in de nieuwsbrief worden opgenomen zijn al geschreven. U hoeft de tekst alleen nog naar de juiste

Nadere informatie

Het Wepsysteem. Het Wepsysteem wordt op maat gebouwd, gekoppeld aan de gewenste functionaliteiten en lay-out van de site. Versie september 2010

Het Wepsysteem. Het Wepsysteem wordt op maat gebouwd, gekoppeld aan de gewenste functionaliteiten en lay-out van de site. Versie september 2010 Het Wepsysteem Het Wepsysteem is een content management systeem, een systeem om zonder veel kennis van html of andere internettalen een website te onderhouden en uit te breiden. Met het Content Management

Nadere informatie

Vakrapport (Access XP)

Vakrapport (Access XP) Vakrapport (Access XP) J. Gantois Evaluaties bijhouden in een elektronisch rekenblad is een heel logische operatie. Wanneer je echter iedere leerling afzonderlijk op de hoogte wil brengen van zijn scores

Nadere informatie

Zorg er voor, dat u met een nieuw leeg document werkt in de Afdrukweergave.

Zorg er voor, dat u met een nieuw leeg document werkt in de Afdrukweergave. Opdracht 1 Basisdocument (instellingen) Zorg er voor, dat u met een nieuw leeg document werkt in de Afdrukweergave. N.B.: In de afdrukweergave zullen alle plaatjes weergegeven worden; in de conceptweergave

Nadere informatie

Een eerste kennismaking

Een eerste kennismaking 27-2-2006 1 W erkstukken m a ken m et Po w erpo int Een eerste kennismaking PowerPoint is het presentatieprogramma van Microsoft waarmee we informatie, d.m.v. dia s, op een duidelijke manier kunnen presenteren.

Nadere informatie

3. Opmaak van documenten

3. Opmaak van documenten 57 3. Opmaak van documenten In sommige teksten is het overzichtelijker om schema s en opsommingen te gebruiken. In Word kunt u deze opmaak gemakkelijk toepassen met behulp van tabstops en opsommingstekens.

Nadere informatie

Word 2010 in 15 stappen

Word 2010 in 15 stappen Omschrijving Volledige progressieve training Word 2010 in 15 stappen (15 modules, 155 rubrieken) Duur 18:05 Inhoud 1. Leer Word kennen, vul een simpele tekst aan Leer Word kennen en voer uw eerste handelingen

Nadere informatie

Office LibreOffice Tekstdocument gebruiken

Office LibreOffice Tekstdocument gebruiken offfice_libreoffice_tekstdocument_gebruiken/05-03-15/pag 1/6 Office LibreOffice Tekstdocument gebruiken vooral Als een tekstdocument ook zal worden gebruikt op een computer zonder LibreOffice dan kan dit

Nadere informatie

Aan de slag. Zie meer opties Klik op deze pijl om meer opties te bekijken in een dialoogvenster.

Aan de slag. Zie meer opties Klik op deze pijl om meer opties te bekijken in een dialoogvenster. Aan de slag Microsoft PowerPoint 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies, dus hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u zo snel mogelijk aan de slag kunt. De benodigde opdrachten zoeken Klik op een

Nadere informatie

MS Publisher. Module 0. tccbk00228. MS Publisher, versie 2000 (NL) Nummer: 228 (11062002) The Courseware Company

MS Publisher. Module 0. tccbk00228. MS Publisher, versie 2000 (NL) Nummer: 228 (11062002) The Courseware Company MS Publisher Module 0 tccbk00228 MS Publisher, versie 2000 (NL) Nummer: 228 (11062002) The Courseware Company Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar worden gemaakt door middel

Nadere informatie

PowerPoint Basis. PowerPoint openen. 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office

PowerPoint Basis. PowerPoint openen. 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office PowerPoint Basis PowerPoint openen 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office Klik op Microsoft PowerPoint 2010 Wacht nu tot het programma volledig is opgestart.

Nadere informatie

Ledenlijsten + etiketten maken

Ledenlijsten + etiketten maken Ledenlijsten + etiketten maken Eerst wordt uitgelegd hoe je een ledenlijst (van alle clubleden of leden per lesjaar) kan opvragen en bewerken en nadien hoe je met deze lijst etiketten kan maken. De ledenlijst

Nadere informatie

De studenten beschikken bij aanvang doorgaans over de volgende vaardigheden:

De studenten beschikken bij aanvang doorgaans over de volgende vaardigheden: 2. Basismodule Word Met Word aan de slag Een tekstverwerkingsprogramma is een softwarepakket dat ons in staat stelt om teksten en tekstelementen te genereren en te verwerken. Deze syllabus heeft de bedoeling

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: De Word Gebruikersinterface

Hoofdstuk 1: De Word Gebruikersinterface Hoofdstuk 1: De Word Gebruikersinterface 1.0 Inleiding Word 2007 introduceerde de nieuwe Lint interface die de tot dan toe gebruikte menu s en werkbalken verving. Dit was een drastische wijziging. In Word

Nadere informatie

Powerpoint 2013 Snelstartgids

Powerpoint 2013 Snelstartgids Aan de slag Microsoft Powerpoint 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies. Daarom hebben we deze handleiding samengesteld om de leercurve zo kort mogelijk te maken. Pagina 1 van 9 Aan de slag Wanneer

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Deel 1 Word 13

Inhoudsopgave. Deel 1 Word 13 Inhoudsopgave Voorwoord... 7 Nieuwsbrief... 7 Introductie Visual Steps... 8 Wat heeft u nodig?... 8 Uw voorkennis... 9 De volgorde van lezen... 9 Hoe werkt u met dit boek?... 10 Website... 11 Toets uw

Nadere informatie

bla bla Documenten Gebruikershandleiding

bla bla Documenten Gebruikershandleiding bla bla Documenten Gebruikershandleiding Documenten Documenten: Gebruikershandleiding publicatie datum vrijdag, 06. februari 2015 Version 7.6.2 Copyright 2006-2013 OPEN-XCHANGE Inc., Dit document is intellectueel

Nadere informatie

Central Station. CS website

Central Station. CS website Central Station CS website Versie 1.0 18-05-2007 Inhoud Inleiding...3 1 De website...4 2 Het content management systeem...5 2.1 Inloggen in het CMS... 5 2.2 Boomstructuur... 5 2.3 Maptypen... 6 2.4 Aanmaken

Nadere informatie

Microsoft word 2003. http://www.gratiscursus.be/

Microsoft word 2003. http://www.gratiscursus.be/ Inleiding Dit document is bedoelt voor leerlingen die snel een aantal basishandelingen met word willen leren zonder veel tekst door te lezen. Dit document is gebaseerd op materiaal van de website: http://www.gratiscursus.be/

Nadere informatie

Een toekomst voor ieder kind. www.altra.nl

Een toekomst voor ieder kind. www.altra.nl Een toekomst voor ieder kind www.altra.nl Excel Tips en trucs Knippen/kopiëren Kolommen verplaatsen Het is handig om de kolommen met de module en locatie als eerste twee in het overzicht te hebben. Selecteer

Nadere informatie

Mini Word-cursus. Paginanummers. Opmaakprofielen. Inhoudsopgave

Mini Word-cursus. Paginanummers. Opmaakprofielen. Inhoudsopgave Mini Word-cursus Paginanummers Opmaakprofielen Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Inleiding 3 Paginanummering 4 Kopteksten en voetteksten 5 Opmaakprofielen 6 Opmaakprofielen toepassen 6 Opmaakprofielen

Nadere informatie

1. OpenOffice.org downloaden en installeren 13 1.1 Downloaden en installeren... 14 1.2 Achtergrondinformatie... 20 1.3 Tips... 21

1. OpenOffice.org downloaden en installeren 13 1.1 Downloaden en installeren... 14 1.2 Achtergrondinformatie... 20 1.3 Tips... 21 Inhoudsopgave Voorwoord... 7 Nieuwsbrief... 7 Introductie Visual Steps... 8 Wat heeft u nodig?... 8 Uw voorkennis... 9 Hoe werkt u met dit boek?... 10 De volgorde van lezen... 11 Website... 11 Toets uw

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Basiskennis... 1-21 Muistechnieken... 1-21 Windows Verkenner... 1-22

Hoofdstuk 2 Basiskennis... 1-21 Muistechnieken... 1-21 Windows Verkenner... 1-22 Inhoudsopgave Module 1 Basisvaardigheden Hoofdstuk 1 De Fluent Interface... 1-7 Lint... 1-7 Backstage... 1-10 Knopafbeeldingen in het lint... 1-13 Werkbalk Snelle toegang... 1-14 Scherminfo... 1-14 Miniwerkbalk...

Nadere informatie

INSTRUCT Samenvatting Basis PowerPoint, H6 SAMENVATTING HOOFDSTUK 6. Galerie voor diagrammen:

INSTRUCT Samenvatting Basis PowerPoint, H6 SAMENVATTING HOOFDSTUK 6. Galerie voor diagrammen: SAMENVATTING HOOFDSTUK 6 Diagram invoegen Via de menukeuzen Invoegen, Diagram of met Galerie voor diagrammen: open je het venster Er zijn 6 verschillende diagrammen: 1. Organigram 2. Cyclusdiagram 3. Radiaaldiagram

Nadere informatie

Aan de slag. Meer opties Klik op deze pijl om meer opties in een dialoogvenster te zien.

Aan de slag. Meer opties Klik op deze pijl om meer opties in een dialoogvenster te zien. Aan de slag Microsoft PowerPoint 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies. Daarom hebben we deze handleiding samengesteld om de leercurve zo kort mogelijk te maken. Vinden wat u zoekt Klik op een linttabblad

Nadere informatie

Microsoft Office Tekstdocument alle systemen

Microsoft Office Tekstdocument alle systemen Microsoft Office Tekstdocument alle systemen Inleiding In deze les wordt het maken van een tekst document met gebruikmaking van Microsoft Office Word behandeld. (Het gaat hier om één van de oudere versies).

Nadere informatie

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland Handicom Symbol for Windows Image Manager (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland Inhoud Inleiding... 2 1. Image Manager hoofdscherm...3 1.1 Onderdelen van het venster...3 1.2 Het scherm veranderen...3 1.2.1

Nadere informatie

Je ziet het ontwerpscherm voor je. Ontwerpen is actief en dat zie je aan de linkeronderkant van je scherm net boven de taakbalk.

Je ziet het ontwerpscherm voor je. Ontwerpen is actief en dat zie je aan de linkeronderkant van je scherm net boven de taakbalk. Inhoudsopgave frontpage 2003... 2 een thema gebruiken... 4 afbeeldingen op de pagina zetten... 5 knoppen maken... 8 knoppen maken in linkerframe... 10 een tabel maken... 12 opdrachten... 14 een fotopagina

Nadere informatie

PowerPoint 2010 in 12 stappen

PowerPoint 2010 in 12 stappen Omschrijving Volledige progressieve training PowerPoint 2010 in 12 stappen (12 modules, 123 rubrieken) Duur 14:21 Inhoud 1. Leer PowerPoint kennen en maak uw eerste dia's Ontdek PowerPoint en voer uw eerste

Nadere informatie

Deel 2 Gevorderd gebruik

Deel 2 Gevorderd gebruik 2 Deel 2 Gevorderd gebruik 2.1 Meer over opmaakprofielen In Deel 1 Basisopleiding heb je al vernomen dat opmaak hoofdzakelijk via het taakvenster Stijlen en opmaak ingesteld wordt. 2.1.1 Een nieuw opmaakprofiel

Nadere informatie

Vergelijkingseditor 2007

Vergelijkingseditor 2007 Vergelijkingseditor 2007 Wiskunde Module 1a Wiskunde en ICT 1 WISKUNDE EN ICT Tijdens de lessen wiskunde op deze hogeschool met de laptop moet je ook voor wiskunde de laptop zinvol gebruiken. Dat dit niet

Nadere informatie

Gebruikershandleiding XOPUS XML-editor

Gebruikershandleiding XOPUS XML-editor Gebruikershandleiding XOPUS XML-editor Versie: 0.3 Wijzigingsbeheer Versi Datum e 0.1 0.2 0.3 31-12-2012 02-01-2013 06-03-2013 Omschrijving Auteur(s) Initiële versie Wijzigingen nav review Jeroen van Hemert

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Deel 1 Word 2010

Inhoudsopgave. Deel 1 Word 2010 Inhoudsopgave Voorwoord... 9 Nieuwsbrief... 9 Introductie Visual Steps... 10 Wat heeft u nodig?... 10 Verschillende versies... 11 Uw voorkennis... 11 Hoe werkt u met dit boek?... 12 De volgorde van lezen...

Nadere informatie

1. Gebruik van de online tekstverwerker op de schoolwebsite.

1. Gebruik van de online tekstverwerker op de schoolwebsite. 1. Gebruik van de online tekstverwerker op de schoolwebsite. Stap 1: aanmelden op de schoolwebsite Gebruik je gebruikersnaam zoals in SchoolOnline. Stap 2: ga naar jouw leerjaar in het menu bovenaan. Klik

Nadere informatie

Gebruik. Wanneer u FreeMind opent, krijgt u het volgende scherm:

Gebruik. Wanneer u FreeMind opent, krijgt u het volgende scherm: FreeMind Starten FreeMind is een gratis programma om een mindmap te maken. Je kan Freemind gratis downloaden op je computer. Om FreeMind te downloaden surf je naar: http://freemind.nl.softonic.com/download.

Nadere informatie

Invoegen... 8 Invulpunt... 9 Nieuwe bouwsteen maken... 9 Bouwsteen opslaan... 10. Wijze van werken in Outlook... 11 Informatie...

Invoegen... 8 Invulpunt... 9 Nieuwe bouwsteen maken... 9 Bouwsteen opslaan... 10. Wijze van werken in Outlook... 11 Informatie... ProDoc Bouwstenen voor Word & Outlook 2007 Inhoud Kopiëren bestanden... 2 Hoofdmap Bouwstenen... 2 Bouwsteen.dotm... 2 Installatie Bouwstenenmodule onder Word 2007... 3 Installatie Bouwstenenmodule onder

Nadere informatie

bla bla Documents Gebruikershandleiding

bla bla Documents Gebruikershandleiding bla bla Documents Gebruikershandleiding Documents Documents: Gebruikershandleiding publicatie datum maandag, 14. september 2015 Version 7.8.0 Copyright 2006-2013 OPEN-XCHANGE Inc., Dit document is intellectueel

Nadere informatie

Handleiding Visio 2010. www.dubbelklik.nu

Handleiding Visio 2010. www.dubbelklik.nu Handleiding Visio 2010 www.dubbelklik.nu Deze handleiding is onderdeel van Dubbelklik, een lesmethode Technologie, ICT/ Loopbaanoriëntatie en Intersectoraal Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

PDF XCHANGE EDITOR Waarom PDF XHCANGE Editor?

PDF XCHANGE EDITOR Waarom PDF XHCANGE Editor? PDF XCHANGE EDITOR PDF XHCANGE editor is een programma om PDF bestanden te lezen en te bewerken. Deze handleiding is geschreven voor versie 5.5 van PDF XCHANGE editor. Als je een andere versie gebruikt

Nadere informatie