Moniïoring von ommoniol< mef korsfmossen. in Noord-Brobonl

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Moniïoring von ommoniol< mef korsfmossen. in Noord-Brobonl"

Transcriptie

1 Moniïoring von ommoniol< mef korsfmossen in Noord-Brobonl

2 Moniïoring von ommoniok mel korstmossen in Noord-Brobont Provincie Noord-Brobonl. Diensl WMV, oídeling Lucht, Geluid en Milieumelingen m.m.v. Diensl RNV, oídeling Ruimlelijke 0rdening Builengebied C.M. von Herk Provincie Noord-Brobont '1996

3

4 D ensl WI\,4V, aíd. Luchl. Geluio er I\,liheumetrngen Diênsl RNV, afd. Ruimtelijke Ordening Buiiengebied Provincie Noord-Brabant Monitoring van ammoniak met korstmossen in Noord-Brabant C.M. van Herk 1996

5

6 INHOUDSOPGA\.E Voorwoord Leeswijzer Conclusies en aarbevelingen 1 INLEIDING 7 9 1l 13 t.l t Mogelijkheden van monitoring van antmoniat Monitoritrg met behulp van korstmossen DE RELATIE TUSSEN KORSTMOSSEN EN AMMONIAK Het atmosferische gedrag van anmoniak De interactie tussen ko$tmossen en Íunmoniak BRUIKBAARHEID ALS BIOMONITOR VOOR AMMONIAK Probleemschets Multipele regressie Discussie Conclusies TOELICHTING OP DE IGARTBIJLAGEN NIW EN AIW Betekenis van de kaarten Wijze waarop de kaarten tot stand gekometr zijn wat uit de kaarten blijkt Lardelijke positie van Noord-Brabant INVLOED VAN AMMONIAK OP NATUURGEBIEDEN Werkwijze Resultaten eir corclusies KoNekwenties voor het beleid Slotwood LITERATUUR 13 l7 2l 2l J Jó Bijlagen: l methodiekverantwoording verklaring van de afgekorte sooínamen het aantal vondsten en de presenties vaí de in Noord-Brabant aangetroffen kotstmossen vergelijking van de in Noord Brabant aangetroffen korstmossen met die in Gelderland en Friesland/Drenthe korsbèossamentelling bossen korsínossamenstelling op heidevelden kaartbijlagen NIW eí AIW

7

8 voorwoord IÍr dit rapport worden de resultatetr behandeld van een ondeeoek naar de invloed van aínmoniak op het natuurlijk milieu. Als indicator voor ammoniak zijn op bomen groeiende konftnossen gebruikt. Het onderzoek is vericht om de effecten van de vermindering in uitstoot van arnmoniak in de toekomst te kunnen gaan volgen (monitoren). De methode maakt het ook mogelijk om op plaatselijk niveau ve$chillen in anlmoniakbelasting na te gaan. Voorlopig zijn vier delen var Noord-Bmbant gekarteerd: het Peelgebied, de agglomeratie Eindhovel, de Kempen en een stuk vatr West-Bnbant. Het ondezoek is uitgevoerd tussen 15 april en 15 oktober Reeds eerder hebben gelijksoortige karteringen plaats gevonden in Overijssel, celderland, Drcnthe en Friesland. Omdat de toegepaste methodiek het zelfde is, zijn de resultaten onderling vergelukbaar. Het voomemen is om hiema ook het rcsterende deel vaii Noord-Brabant te kaíeren. Dan zal ook eelr vergelijking gemaakt worden met oude gegevens uit 1973, er zullen berekeningen gepresentegrd worden m.b.t. de responstijd op ammoniak, en ammoniakindicatiekaarten 211en ook gemaald worden m.b.v. een GIS (Geografisch Informatie Systeem). Het project werd begeleid door dhr. F. Esmeijer (dierxt WMV, afd. LGM) en dhr. p. van Oeffelt (dienst RNV, afd. ROB). craag dank ik hen voor de opbouwende inbrcng. Een dankwoord wil ik ook dchten aan dhr. H.F. vart Dobben (IBN, Wageningen) en dhr. J.W. Erisman (RIVM, Bilthoven) voor de levering van rcsp. WHEN-gegevens en gegevens m.b.t. luchtverolteiniging. Niek Joanknecht en Thom Kuyper dank ik voor hun bruikbare kritiek op het concept rapport. Veder wil ik een ieder danken die mij heeft geholpetr bij de huisvesting, het vinden van geschilile bomen, deteminatieproblemen, de dataverwerking, de intelpretatie van de gegevens en de rapportage, speciaal André Aptroot, Maarten Brand, pieteí van den Boom, Arien van lperen, Corrie vatr lperen, Frank van de laar, Ifo Spier en Chris Venderbos. Kok van Herk Goudvink WK Soest '1

9

10 LEESWIJZER In de inleiding wordt aangegeven welke plaats monitoring met korstmossen in kan nemen als beleidstoetsend instlument bij de amrnonialaroblematiek. Ook wordt de onderzoeksmethode kort toegelicht. ln hoofdstuk 2 wordt behandeld welk gedrag ammoniak in de atmosfeer heeft en waar etr in welke vorm depositie opbeedt. Dit wordt vergeleken met algemene wetmatigheden met betekking tot het voorkomen van ammoniakminnende korstínossen. In hoofdstuk 3 wordt nagegaal of de gehanteerde graadmeten voor ammoniakvercffieiniging (NIW en AIW) zuivere indicatoíel ziin voor ammoniak. In hoofdstuk 4 worden de milieukwaliteiten in de gekarteerde delen van Noord-Brabant besproken aan de hand van de aangetoffen hoeveelheden aomoniakminnende en aímoniakmijdende ko$tmossen (resp. NIw en AIw). In hoofdstuk 5 wordt nagegaan of gebieds- of objectgericht danwel geoedek beleid zinvol is bij de veiligstelling van natuugebieden. 9

11 10

12 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Met behulp van aínmoniakmiffrende en ammoniaknijdende korctmossen is in 1993 het arnmoniakprobleem in vier delen van Noord-Brabant gedetailleerd in kaart gebracht. In de twee kleurenbijlagen is dit weergegeven (resp. NIW en AIW). Van de onderzochte gebieden is het Peelgebied ongetwijfeld het sterkst met ammoniak veroníeidgd. Hier liggen uitgestrekte gebieden waar ammoniakmijders niet meer voorkomen, terwul in plaats daanan ammoniakniffdars massaal aanwezig zijn. In geen ander gebied ilr Nederland is tot nu toe met behulp van ko$tmossen een velluiling met ammoniak van een enigzins vergelijkbare omvang waargenomen (zie tabel 4.1). In delen van de Kempen is er ook sprake van eeír ernstige ammoniakveronteiniging, maaf gemiddeld is de situatie hier duidelijk beter dan in het Peelgebied. De gekarteerde delen van West-Bnbant zijlr rclatief goed, vooral rond Bergen op Zoom en Roosendaal; naar het oosten (onder Breda) wodt de situatie echter weer slechter. Ook relatief gunstig is de situatie in delen van de agglomemtie Eindhoven; hier en bij Bergen op Zoom zijn soorten gevonden met een hoge gevoeligheid voor ammoniak (zie frg. 3.1). Uit een vergelijking met eerder gekadeerde deletr van Nederland blijkt dat zwaar met ammoniak belaste gebieden in Noord-Brabant aadzienlijk meer voorkomen dan elde$ in het land (fig. 4.1, 4.2). Het voorkomen van anmoniakminnende en anmoniatmijdende soorten in Noord-Blabalrt vertoont zeer duidelijke overcenkomsten met de luchtconcertraties ammoniak die door het RM berckend zijn met behulp van de veebezening (vergelijk NIW kaarr met fig. 1.3a). Met behulp van figuur 2.9 kunnen NlW-waarden in luchtconcentraties omgerekend worden. E n belangrijk onderscheid met de gegevens yan het RM is echter dat met korstmossen veel kleinsahaliger ve$chillen in belasting afgelezen L:unnen worden. Dit maald het beter mogelijk om locaal te beoordelen of een aanvullend ammoniakbeperkeírd beleid zinvol is of niet. Ook maakí dit her mogelijk om na te gaan welke maaíegelen de depositie op natuurgebieden zal doen verminderen. Uit het onderzoek blijkt dat de totale omvang van de ammoniakemissie, zuidwestelijk van bossen en heidevelden, is zeer bepalend is voor de aanwezige ammoniakmí[ende en aíunoniakdjdende korsínossen in het betreffende natuurgebied (zie par. 5.2). De afstand van die aírmoniakbroímel tot het natuurgebied is minder belangrijk. Ook is de omvang var de emissies die zich in andere windrichtingen van het natuuíerrcin voordoen minder belang4jk (zie tabel 5.1). Het is dus zinvol om bij maatregelen in relatie tot natuurgebieden te letten op de overheersende windrichting. Ook blijkt hieruit dat aanullend beleid gedcht op een zonering rond Íratuugebieden niet zinvol is, als er sprake is van een hoge achiergrondbelasting. Een hoge achtergrondbelasting mag verwacht worden als zich op eetr afstand tot ca. 15 km. een grote hoeveelheid intensieve veehouderij met een hoge emissie bevindt, wat uit de Ntw-kaart af te lezen valt. Hoewel met korctmossen rond boerderijen gewoonluk scherye gradiënten in ammoniak waargenomen worden (fig. 2.7), is het niet zinvol hie! het ardmoniakbeleid al te zeer op af te steínmen omdat kwetsbare naflrur met een hoge gevoeligheid voor ammoniak doorgaans niet binnen de turbulentiewolk (fig. 2.3) rond de boerdedj wordt aatgetroffel. 11

13 Deze vinden we op grotere afstand en daar blijkt juist de cumulatieve belasting, die in een groot gebied wordt opgebouwd, van belang te zijr. In een groot deel van de ptovincie, vooml in het oosten, kan daarom alleen een krachtig generiek beleid een oplossing bieden voor het behoud en he$tel van de daar aanwezrse natuurwaarden. E n zonatie rond natuugebieden zal vooral hier weinig effecrief zijn. Een objecrgedcht beleid zal alleefl plaatselijk in het westen van de ptovincie en hier en daar in de regio Eindhoven zinvol zijn. In het algemeefl gelat dai dit nuttig is als er sprake is van een lage achtergrondbelasting en tevens emissie kort op een natuugebied. Voorkomende gevallen zijn uit de NTW-kaaÍ af te lezen. Een gebiedsgericht beleid kan eventueel zinvol zijn als een groot nahlurgebied onder druk staat van één duideluk omgrensde veehoudedjconcentmtie zuidwistelijk daarvan. Naarmate andere gebieden meer bijdragen aan de achteígrondbelasting ve aagt het nut. Een eveníreel nuttig effect van een gebiedsgedcht beleid is eveneens uit de Nlw_kaart af te leiden. Vootal in West-Brabant en in de Kempen is dit het geval. Als voorbeeld wordt een probleemgebied bij Hilvarenbeek genoemd (par. 5.3). Uit. een shtistische analyse van de NfW en AIw blijkt dat deze gmadmeters zuivere indicatoren zijn voor aírunoqiak. VooÍal de NTW is goed bruikbaar voor biomonitoring van het ammoniakpíobleem. Fên beïnvloeding van de resultaten door aldere verzuretrde stoffen zoals zwaveldioxide teedt niet op. Biomoni_toring-.van het ammoniakprobleem met ko$tlliossen biedt de mogelijkheid om op eeír snelle, efficiënte en telatief goedkope manier via natuureffecten aan iniormatie over milieueffecten komen. Aanbevolen wordt om over 5 jaar een herhalingsondezoek uil te voerel. In de IpO_ handleiding voor regionaal ammoniakbeleid (januari 1993, Ipo_project Atglz}) is aangegeven dat biomonitodng van de effectiviteit van het landelijk generiek en aanwllend regionaal aínnoniakbeleid met behulp van ko$tmossen zinvol is. 12

14 I INLEIDING Het milieubeleid van de overheid is erop gericht om voor het jaar 2000 de ardmoniakuitstoot in de landbouwsector aanziedlijk te beperken. Om infomatie over de omvang van het prcbleem te velzamelelr zijn de laatste jaren diverse provincies in het noorden en oosten van het land overgegaan tot kaíeritrgen met behulp van korstmossen (Van Dijk, 1988, Van Herk, 1990, 1991a, 1993a). Deze hadden als hoofddoel gebieds en objectgedchte informatie te verzamelen over de opfedelde aínmoniakbelastingen. Daamaast werd nagegaan of het mogelijk is korsttrossen te gebruiken om de vermindedng van de ammoniakbelasting in de tijd te volgen. In Ínvolging van die provincies heeft in Noord- Bmbant in 1993 een gedeeltelijke kartering plaatsgevonden. De gevoeligheid van kontmossen voor luchtverolíeidging is algcmeen bekend gewoden rond 1950 (Barkman, 1958). Toen werd opgeme*t dat veel korstínossen waren verdwenen bij industriecenfa en grote steden als gevolg van de uitstoot van zwaveldioxide. Pas h 1980 bleek dat soílmige kontmossetr tevens gevoelig zijn voor annoniak (Van der Knaap, 1980). Anderc soorten bleken juist beter te groeien onder invloed van aírírorfak. De reeds uitgevoerde provinciale kaíeringen zijn in belangrijke mate gebaseerd op het gedrag van de laatste groep sooíeo. Deze ammoniakmimende soorten laten zich het best bestuderen met de eik als gastheer (fig. 1.1). Ook het onderhavige ondezoek heeft plaats gevonden met behulp van eiken. Provincies die eerder korctmossenonderzoek hebben uitgevoerd zun Ufecht, Overijssel, Gelderland, Drenthe en FrieslaÍrd. De provincie Utrecht heeft een meetnet wat operationeel is sinds 1979: dit wordt iedere 5 jaar opgenomen (zie Aptoot, 1989). Het meetnet is niet speciaal op aímoniak gedcht. Bij de overige prcvincies staat de relatie met ammoniak wel centlaal. De provincies Gelderland en Overijssel hebben in 1994 een herhalingsondezoek uit gevoerd. Verder gaat het tot nu toe om éénmalige karteringen. Ir Zuid-Holland, Nood-Holland en Flevoland zijn karteringen door derden uitgevoerd (Van der Knaap & Van Dobben, 1987, Aptroot, 1992, Bremer, 1990). Hoewel bij de meeste provincies vooralsnog dus geen sprake is van monitodng, is er bjj de opzet steeds wel rekening mee gehouden dat dit in de toekomst mogelijk moet zijn. In de IPO-handleiding voor regioíraal ammoniakbeleid (januari 1993, IPO-project A19/20) is aangegeven dat biomonitoring vall de effectiviteit van het landelijk generiek en aanlullend regionaal amroniakbeleid met behulp van ko$tnossen zinvol is. De thads uitgevoede basiskartering in Noord-BÍabant moet gezien worden als een aarvet tot monitoring. In navolging van de meetnetten van de provincies Utrecht en Gelderland lijkt in het vervolg-haject een opnameftequentie van één maal in de vijf jaar voldoende. 1.1 Mogelijkheden van monitoring yan anmoniak Bij de meeste luchtverontíeinigende stoffen is monitoring mogelijk door periodiek of permanent metingen te venichten van gasvormige concentraties of immissies op meetstations. Door het RM gebeurt dit onder meer voor zwaveldioxide en stikstofoxiden. Bij aíunoniak heeft dit niet geleid tot bevrcdigende rcsultaten omdat ammoniak ruimtelijk en temporeel gezien een uitent grillig gedrag heeft. 13

15 Fig. 1.1 Overzicht van het koístmossenonderzoek gericht op monitoring van ammoniak in Noord- en Oost-Nederland tot 1992, met vermeldine van het jaar van onderzoek. Al het onderzoek heeft plaatsgevonden met dp eik als ga5theer. N 77V, uz ffi l f' ( 14

16 Betouwbarc uitspmken over de ammoniakbelasting of de afname daarvan zijn daardoor alleen mogelijk indien zeer grote aantallen meetstations geinstalleerd worden *. Om in de ontstane lacune te voorzien heeft het RM een computermodel ontwikkeld waarmee de ammoniak-concentraties en -deposities berekend kunnen worden op grond van meitelling-gegevetrs (Asman& Van Jaa$veld, 1990a,b). Dit computermodel, het zogenaamde TREND model, houdt behalve met dieraantallen, ook rekening met atmosfedsche processen en landschapsshuktuur. Fíguur 1.3a laat de met het model berekende luchtconcenftaties van aínnoniak zien voor geheel Nederland. Het is ook mogeliik om met modelberekeningen de grootte vao de reductie van de uitstoot en de vermindering van de depositie te becijferen op grond van emissiebeperkende maatregelel (Oudshoom, e.a, 1991). Dit wodt ook wel indirekte monitodng genoemd. Bij de provincie is thans een geautomatiseerd informatiesysteem in ontwikkeling waarmee deze vemndedngen inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Tot op heden is het de enige manier om srcl rcsultaten van inspanningen af te L:unnen lezen. Het probleem van alle getroemde berekeningen is, dat toetsing aan de praktijk bijna niet mogelijk is. Er blijít dus een onzekerheid bestaa[ of het gerealiseeíde milieueffect iírderdaad even groot is als becijferd. Ook is het een belangdjk knelpunt dat de rcducties berekend worden met behulp van cijfemateriaal wat door de landboulvsector zelf aangereikt wordt. Biomonitodng van korstmossen biedt de mogelijkieid om op een snelle, efficiènte en relatief goedkope manier via natuueffecten aan informatie over milieueffecten te komen. Belang jk aspect is dat de verkregen infomatie onafhankelijk van indirecte modtoring rot stand komt, zodat beide idformatiestromen satnen een zekere meerwaarde hebben. Verder komt het gehele haject van agrarische bedrijfsvoering tot aan nahtureffect (fig. 1.2) beter in beeld. De fysisch chemische waamemingen nemen op dit traject eetr tussenpositie in. ti Het traject van bedrijfsvoering tot natuureífect en het aangrijpingspunt van diverse vormen van monitorins. INDIRECTE MONITORING {prowincte) - bêdlijfsvoêiing errixeie FYSISCrI/CIIEMISCHEMONITORING {Rr\t!{)- i*"i*ut. _ tj BToMoNITORING (píovinciê) na tuuí: f f êc t ') ReceÍellk is besloten dat TNO in drie RoM-gebieden in Nede.lmd (PeelgebiÈd, Celdersè Valei en Fnese Woudeh) neringen &n annonia*luchtconceniraiies uit saatvoeen. 15

17 Fig. 1.3a De ammoniak-concentratie in de lucht in Nederland in 1988 (in microgram per m3, bron: RIVM). isolijnen Fig. 1.3b De ammon ium-concentratie in de lucht in Nederland in 1988 (in microgram per m3, bron: RIVM). isolijnen 3.O 4.O 5.O O l6

18 Momelteel zijn geen andere planten of dieren bekend waaraan de respons op verslechtering maar ook verbetedng van de luchtkwaliteit zo snel en eenduidig zichtbaar is als bij ko6tmossen. Verwacht mag worde[ dat ftl ongeveer vier jaar de samenstelling en kwantiteit valr de daaívooí gebruikte soorten in evenwicht is met een nieuw optredetrde ammoniakbelasting. KoNtmosondezoek heeft dus het nadeel dat rcsultaíen van inspaírningen niet onmiddellijk afgelezel kunnen worden. Daar staat tegenover dat elke beleidsinspaming uiteindelijk tot doel heeft dat de milieu- en natuurkwaliteiten zelf verbeteren. De onderke.ning dat een zekere traagheidsfactor daarbij een rol spgelt is cruciaal. De srclheid waarmee resultaten in de natuur zichtbaar worden is dus ook een belansdik beleidstoetsend instrument. 1.2 Monitodng met behulp van korstmossen Plantel en di rel leven in een wisselwerking met hun omgeving. Dit betekent dat zij reagereír op o.a. tempemtuur, vocht en licht, maar ook op milieuveronheinigingen. Bij korstmossen is dit niet anders dan bij andere organismen. Toch hebben korstnossen een aantal eigenschappen die hen bij uitstek geschjld maken voor monitoring van ammoniak: l. Ko$onossen hebben geen wortels en geen opperhuid; dit betekent dat opgeloste of gasvormige stoffen olgehinderd het weefsel larrmen bimendringen; 2. Korstmossel leven direkt of indirckt van de stoffen die van naturc in de lucht zltterl:, 3. Korstmossen kwmen exteme wisselingen iír temperatuur of voahttoestand (droogte) goed verdragen; Concurentie tussen korstinossoorten onderling is nauwelijks van belang; De vempreiding van de meeste soorten is zeer efficiënt; waar het milieu geschikt is kometr zij dus ook voor; Kontmossen zrjír Diet zeldzaam; zij worden oveml in het ag$risahe cultuurlandschap gevonden. Desalniettemin dient men te realiseren dat een voor 100 % zuivere indicator voor slechts één milieufactor niet bestaat. Het is daarom belangrijk zicht te krijgen op een aantal zaken die de indicaliefi.mcrie kan beinvloeden: Welke soorten zijn wel bruikbaaí en welke sooíen zijn niet bruikbaar als indicator voor ammoniak? Hoe wordt zo optimaal mogelijk een ammoniak-indicatie parameter berekend uit het voorkomen van de gekozen indicatorsoorten? Welke storende factoren l<uruien interferercn en daarmee de indicatie beihvloeden? Is het mogelijk met standaardisaties of correctiefactoren storende inteferentles ulr te sluiten? Het zou op deze plaats te ver voeren om uitgebreid op deze wagen in te gaan. Vooral iír hoofdstuk 3 wordt wel ingegaan op bovenstaande problemen. De antwoorden op deze vragen vonnen de basis van keuzes die gemaakt zijn en die bepalend zuír voor de opzet en uitvoering van het ondeeoek: l7

19 Fig. 1.4 De onderzochte delen van Noord-Brabant. Per kaartvierkant van 5 x 5 kmz is weergegeven hoeveel monsterpunten onderzocht zijn. 18

20 1. Het ondezoek beperlrte zich tot het voorkomen van korstmossen op de stam van zomereiken (Quercus robur). 2. De karteringen zijn uitgevoerd doot modsterpunten met tien representatieve bomen te ondezoeken op sooftensamenstelling hoeveelheid per soort. 3. Gemiddeld zijn 6 à 7 monsterpunten per kaartvierkant van 5 x 5 km' ondezocht om de ruimtelijke variatie in voldoende mate te dekken. De monstetpurten liggen dan ongeveer 2 km uiteen. 4. Buiten bosgebieden zijn alleen ydjstaande bometr met een hoog opgesnoeide stam en een vrije luchtcirculatie onderzocht. 5. Nitrofiele Indicatie lvaarde (NIW) wordt gebruikt als belangrijkste anmoniak indicatie parameter; hiedn komt het voorkomen van een aantal anmoniakminnende komtnossoorten per monsterpunt tot uitdrukkiírg. o. Om ook vergelijkingen met andere provincies te kunnen maten is de methode nagenoeg gelijk aan die bij eerder ondezoek in Overijssel, Gelderland, Drenthe en Friesland (Van He*, 1990, 1991a, 1993a). In figuur 1.4 is zichtbaar welke delen vatr Noord-Brabant ondeêocht zijn. Het betrefr zowel licht- als zwaarbelaste gebieden, zodat een min of meer reprcsentatieve steekproef van de provincie genomen is. Het ligt in het voonemen om hiema ook de rcstercnde delen van de provincie te ka eren (m.u.v. het rivierengebied, waar onvoldoendeiken staan). De verzamelde gegevens zijn onder meer in verband gebracht met anmoniak- en anmoníumsulfaat-luchtconcentraties, welke door het RIVM berekend zijn met het TREND-model en met geinterpoleerde zwaveldioxide concentíaties van RM-meetstations. Toegepast zijn diveme statistische rekenmethoden onder andere partiéle corelatie en multipele regressie. De methodische details worden besproken in bijlage 1. 19

21 20

22 2 DD RELATIE TUSSEN KORSTMOSSEN EN AMMOMAK 2.1 Het atmosferische gedrag van ammoniak Ammoniak (NHr) is een gas dat voomamelijk vdjkomt bij ontleding van dierlijke mest. Io een waterig milieu gedraagt het zich als een base. Pas als de stof in de bodem terecht komt draagt het bij aan de verzuring doordat nitdficerende bacteriën het daar omzetten in salpeteeuur (HNO,. F-en deel van de ammoniak ondergaat in de atínosfeer al chemische verandedngen alvorcns het gedeponeerd wordt. Het reageert naínelijk gemakkelijk met zwavelzuur (HrSO4), dat in de aínosfeer gevormd is door oxidatie van zwaveldioxide (SOr. Er ontstaat dan ammoniumsulfaat (NII4)rSOJ. Als gevolg daaraan is ammonium (NHat) een belatrgrijke component in zwevende stofdeeltjes en nee$lag (fig. 1.3b). De som van NH, en NIIa* wordt ook wel NH^ genoemd. Ammooiak en ammonium worden zowel in droge als in natig vorm gedeponeerd. Bij droge depositie komen aí[noniak- of ammoníumsulfaat-moleculen door werr'elingen van de lucht in botsing met obstakels op het aardoppervlak, waama adsorbtie opheedt. In het tweede geval heedt depositie op tijdens nee$lag-periodes (regen, mist, rijp, ijzel). ti1.2.1 De cumulatieve depositie vanaí de bron tot de aangegeven afstand van de bron (X-as) voor verschillende vormen van NH" depositie uitgedíukt als fractie van de emissje. Op oneindig grote afstand van de bron is de som van de cumulatieve deposities geli.jk aan 1; alles is dan immers gedeponeerd. (naar Asman & Van Jaarsveld, 1990a) + díy NH3 -'.- dry NH4 --ê_- wel. wet NHs NH4 o, 0.Í (I) 6 E 't02 ro3 1d downwindistance (m) 2l

23 Natte depositie is eet veel efficiênter verwijdedngsproces dan droge depositie (Asman& Van Jaarsveld, 1990a). Na 1 uul rcgen is namelijk al ca. 'lo% van de stoffen uit de lucht verwijderd. Natte depositie vindt echter slechts in 5-10% van de tijd plaats. In fig. 2.1 is weergegeven welk deel van de emissie in welke vorm gedeponeerd wordt als functie van de afstand tot een bron met eelr hoogte van lm. De afstanden zijn gebaseerd op het TREND-model. Uir fig. 2.1 blijkt duidelijk dat NH* zowel tot locale depositie (droge depositie van amrnoniak) als tot depositie op grotere afstand van de bron (bijdrage van ammonium aan depositie van NH*) aadleiding geeft. Uit fig. 2.1 blijkt echter ook dat depositie van droge en natíe ammoniak zeker niet beperkt blijft tot de dirckre omgeving van de boededj. De bepalingen in de,richtlijr Ammoniak en Veehouderij 1991 (Anon, 1991) zijn in hoge mate gestoeld op het idee dar juist in de omgeving van de boederij de depositie hoog is. Deze chtlijn gold tor voor kort als toetssteen voor het verstrekteír van Hinderwetveruunninsen. Uit fig. 2.1 valt af te lezen dat van de lotale emissie trlna ldz, binnen 100 m van de bron als droge ammoniak neerslaat. Op 1 km. afstand is dit opgelopen toï orgeyeeí 2O%, terwijl dit op l0 km. ruim 30% bedraagt. Pas op een afstaírd van 100 km. neemt de totale depositie niet noemenswaardig meer toe. Deze be&aagt dan 44% yaí de geêmitteerde ammoniak. De resterende geëmitteerde ardmoniak wordt gedeponeerd als natte ammoniak (6%)- d.roge ammonium (74%) e\ natte alnmonium (36%). Deze dde componetrren beginnen pas na 10 IÍn. een substantiêle bijdrage aan de depositie te vormen. Dat dicht bij de bron de depositie van droge arnmoniak rclatief hoog is, komt doordat de nog zeer weinig verdunde ammoniak-pluim over de grond scheert: men staat dan als het ware in de "schoo6teen" (Asman& Van Jaarsveld, 1990a). In frg. 2.3 is dit zichtbaar. Il fig. 2.1 wordt geen rekening gehouden met de geaardheid van het landschap. Zo is de droge depositie op bossen en andere ruwe landschappen zoals stedelijk gebied aanzienlijk hoger dan op open polderland. Dit komt doodat een grotere ruwheid vàn het landschap_ pelijke oppervlak meer wervelingen (turbulenties) veroorzaakt. De drose dedositiesnelheld (vd) is daardoor op bos gemiddeld genomen twee maal zo groot als op grasland. Voor de Íratie depositie maal<t het niet uit. IÍr fig. 2.2 is dit gegeven nader uitgewerkt. Bij een gemiddelde luchtconcentratle (c) van 12 microgram anmoniak per m3 en een depositiesnelheid 0,012 m. per sec. bedraagt de jaarlijkse droge depositie van ammoniak (F) 45 kg. per hectare op grasland (vd: F/ct. Bij dezelíde luchtconcentratie bedmagt de depositie op bos 90 kg. per hectare. Overigens moet opgemerkt worden dat de luchtconcentratie arnmoniak in bossen onder het konendak aanzielijk lager is dan daarboven (fig. 2.3). Dit komt dooídat het kronendak als een zeer efficiènte filter werkt. Dit feit is van belang bij de interpretatie van de korstmosgegevens. 2.2 De interactie tussen korstmossen en ammoniak KorstÍnossen komen in ons cultuurlandschap op veel plaatsen voor, vooml op eell stenige ondergrond, zoals dakpanne[, murcn en tegels. VerdeÍ vinden we ze veel od boomschols_ Tn bossen. heidevelden ed sruifzadden komen ze voor od de srond. Dit onderzoek beperk zich tot de ko$rmossen op de schois vad de zomereik. Om de invloed van aínnoniak goed te L:unnen bestuderen bleek het wedselijk de korsrmossen op 22

24 slechts één substraat te bekijken. De zomereik is hiervoor het meest geschikt omdat de boom een wijde verspreiding heeft, een lange omlooptijd heeft, de schois vat natwe zuur is, en een grcte soortenrijkdom aan korstmossen herbergt (zie bijlage 2 en 3). I_ater in dit hoofdstuk wordt behandeld waarom een zure schors belansriik is. Fig.2.2 De verschillen in depositie (F) van droge ammoniak (NH.) op bos en op grasland bij een gelijke luchtconcentratie (c: 12 microgram per m'). De verschillen in depositie ontstaan door verschillen in droge depositiesnelheid (v/ als gevolg van wervelingen in de lucht (v, - F/c). Deze wervelingen worden veroorzaakt door de'ruwheid, van het Iandschap. tlyg/n3 vd:o,o2rí m/s n f V q a rr frr I t {*_j"./t t fl u4,0,0,. -7" V.,.t t.t oh- NHi WEILAND --':--r Bos tlskg/hi/j" DÉPOStÍtE DRo6E NH3 (F) 9ó ks llp,ljr 23

25 tig.2.3 Boven: Een ammoniakpluim, zoals deze benedenwinds kan worden waargenomen bij een veehouderijbedrijf. Op enige.afstand van de boerderij raakt de pluim door wewelingen in de lucht verdund en komt de luchtconcentratie weer in de buuít van de achtergrondbelasting. Onder: De hoeveelheid ammon iakminnende korstmossen, die benedenwinds van een veehouderijbedrijf op de stam van eiken aangetroífen wordt, uitgedrukt in de \lw {NitroÍiele Indicatie Wadrdej. wjndrichtlns - afstand tot bedrijf Kontmossen worden gewoonlijk ingedeeld in dde oecologische soortgroepeít nítroí))ten (arnmoniakminnaars), acidoíyten (zuurminnaars), en neutrofyten (een rcstgíoep). Nitroflten worden op eíken aarrgeíroffer- op plaatsen waar ammoniakvenmiling op_ getreden is; van nature komen zij daarcp nict voor. Er zln soorten die op eikeschors reeds bij een geringe venuiling verschijnen (bijv. physcia tenellq); eí zijn ook soorten die pas verschijnen als de vervuiling zeer ernstig ís (bijv. phaeophlscía nigricans). De graad van vervuiling waarbij zij verschijnen wordt de drenpel genoemd. Bij de drcmpel_ waarde is de betreffende soort gewoonlijk slechts in ldeine hoeveelheden aanwezig. Bij hogere ammoniakbelastingen wordt de soort gewoonlijk dominanter. In fig. 2.4 is dit voor een aantal niíofylen zichtbaar gemaakr

26 Een maat voor het cumulatieve voorkomen van nitrofytetr is de Nitofiele Indicatie Waarde (NI1V); deze wordt per monsterpunt bepaald eo wordt in dit npport gebruikt om de ammoniakvenmiling in een getal uit te kurmen drukken (zie bijlage 1). De NIW is dus hoger naarrnate de aomoniakvenuiling $oter is. Doordat de NIW op een groot aantal soorten gebaseerd is en ook de hoeveelheid per soort meeweegt, is het een rclatief gevoelige maat. De exacte wijze waarop de interactie tussen ammoniak en nitrofytel plaats vindt wordt later in deze pangraaf behandeld. Fig.2.4 Het voorkomen van diverse soorten nitrofyten (ammon iakminnaars) bij verschillende graden van ammon iakvervu iling. De graad van vervuiling waarbij zij verschijnen wordt de drempel genoemd. Naarmate de ammoniakbelasting hoger is wordt de soort gewoonlijk dominanter. Physcia tenella, Xanthoria polycarpa en X. candelaría komen bij zeer hoge belastingen weer iets minder voor (naèr Van Herk, l99jd). I t l I, r n n f l l l l l l l l l l l r r r ii ronttro"iu p.ty"u.pu llllllllllllllllllllm r \nnthori..nndetària candeldriêlla vitellina Phaêophyscia órbiculdris Lecdno.d dispersa (incl. hàbeni) C.ndeLariÊlla reflêxa CandêLariêlla au.ellr Pha.ophyscid nié.icàns I P nn4inu -":Bud ''luo'd d ",lin"la Í,r'rrÉl 't/ I I I I I I hoge drempel I I I I I I I I v i I I I I I I I I I I I J i I I I I I I I I I I i lage drempel I 'rl lt t i tl L] o = o- 25

27 Fis.2.5 N itroíyten begroeiing op eikeschors. AÍgebeeld zijn de korstmossoorten Xanthoria parietina (Croot dooiermos), Physcia adscendens (CroÍ kroesmos), Phaeophyscia orbicularis (Rond schaduwmos), Lecanora chlarotera (Witte schotelkorst) en Buellia punctata (Vliegestrontjesmos). Alle soorten zijn in mindere of meerdere mate ammoniakminnend. Deze samenstelling komt algemeen voor in geheel Brabant (Nederlandse namen volgens Aptroot & Van Herk, 1994). Acidofylen zijn korstmossen die van een zuul schorsmilieu houden. Gebruikelijk is het om eerl zuur milieu te associëren met venariling, maar bij koístmossen op eiken is dit niet zo. We zaqen namelijk al eerder (par. 2.1) dat ammoniak in de bodèm pas een ver_ zurende invloed heeft. Voor die tijd, en dus ook op boomschors, gednagt aínnoniak zich als een base- Aangezien eikeschon van nature zuur is (ph 4,5), horcn acidoryten daarop van nature te groeien. Onder invloed van ammoniak verdwijnen zij, omdat ammoniak de schors te basisch voor ze maakt. Niet alle acidofyten veralwijnen even snel. De maximale tolerantie voor ammoniak verschilt vatr soon ror soort. Een maat voor het cumulatieve voorkomen van acidofyten is de Acidofiele Indicatie ]Vaarde (AJW) Deze wordt ook per monsterpunt bepaald en op een gelijksoorige wijze berckend als de MW. De AIW is hoger naarmate de ammoniakveryuiling lager is. Voorbeelden van nitro Tten- en acidot tenbegrceiingetr zijn zichtbaar in reip. figuur 2.5 en 2.6. Voorbeelden van de versprciding van een nihoryt (phaeophjscía orbicularis) en een acidofyt (Ítpogjmnia tubulosa) in de onderzochte delen van Bnbant zijn te zien in fig}w.1: Hieman is duidelijk te zien dat nitroryten en acidofyten een tegengesteld getuag hebben. 26

Monitoring van ammoniak met korstmossen in Friesland in 2003

Monitoring van ammoniak met korstmossen in Friesland in 2003 Monitoring van ammoniak met korstmossen in Friesland in 2003 adviesbureau voor biodiversiteitsonderzoek In opdracht van de Provincie Fryslân en het ROM-project zuidoost Friesland Monitoring van ammoniak

Nadere informatie

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

De Wilde appel is bedreigd

De Wilde appel is bedreigd Vlaams Driemaandelijks tijdschrift over natuurstudie & -beheer december 2008 jaargang 7 nummer 4 Verschijnt in MAART, JUNI, SEPTEMBER EN DECEMBER Natuur.focusToelating gesloten verpakking Afgiftekantoor

Nadere informatie

5 Water, het begrip ph

5 Water, het begrip ph 5 Water, het begrip ph 5.1 Water Waterstofchloride is een sterk zuur, het reageert als volgt met water: HCI(g) + H 2 0(I) Cl (aq) + H 3 O + (aq) z b Hierbij reageert water als base. Ammoniak is een zwakke

Nadere informatie

Meetresultaten verzuring 1 HET MEETNET VERZURING

Meetresultaten verzuring 1 HET MEETNET VERZURING ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Meetresultaten verzuring //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten Joost Wesseling Inhoud: Doorsneden door de luchtkwaliteit Concentraties: de laatste decennia; EU normen; Nederland in de EU. Luchtkwaliteit en gezondheid.

Nadere informatie

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004.

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004. Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004. 1 In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt over de periode vanaf 1 januari tot 1 juli 2004.

Nadere informatie

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO Gesloten vragen 1. Carolien wil de zuurgraad van een oplossing onderzoeken met twee verschillende zuur-baseindicatoren en neemt hierbij het volgende waar: I de oplossing

Nadere informatie

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling RIVM/DCMR, december 2013 Roet is een aanvullende maat om de gezondheidseffecten weer te geven van

Nadere informatie

*Inkomende post 3368 %PAGE%

*Inkomende post 3368 %PAGE% WISCAT-pabo inhoud Inleiding Afnames studiejaar 201 1-2012 Kandidaten studiejaar 201 1-2012 Trends tot en met 2 3 8 11 pagina 1 I 13 WISCAT-pabo. J Inleiding In deze rappodage zullen de toetsresultaten

Nadere informatie

Technische Universiteit Eindhoven Tentamen Thermische Fysica II 3NB65. 15 augustus 2011, 9.00-12.00 uur

Technische Universiteit Eindhoven Tentamen Thermische Fysica II 3NB65. 15 augustus 2011, 9.00-12.00 uur Technische Universiteit Eindhoven Tentamen Thermische Fysica II 3NB65 15 augustus 2011, 9.00-12.00 uur Het tentamen bestaat uit drie, de hele stof omvattende opgaven, onderverdeeld in 15 deelopgaven die

Nadere informatie

LOG Montfort - Maria Hoop

LOG Montfort - Maria Hoop LOG Montfort - Maria Hoop Notitie Milieuruimte Definitief Gemeenten Roerdalen en Echt-Susteren Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 8 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2

Nadere informatie

Behoort bij schrijven no. 689.865

Behoort bij schrijven no. 689.865 Behoort bij schrijven no. 689.865 Ex. no.,2-c VERKIEZING TWEEDE KAMER 1963 - PSP Bij de ruim 70,000, door de PSP in maart 1962 gewonnen t.o.v. 1959» voegden zich op 15 mei jl. die van nog bijna 8.000 kiezers.

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT Naam: Klas: Datum: 1 Situering van het biotoop Plaats: Type water: vijver / meer / ven / moeras/ rivier / kanaal / poel / beek / sloot / bron Omgeving: woonkern / landbouwgebied

Nadere informatie

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Zwevende stof vormt een complex mengsel van allerlei verschillende deeltjes, en speelt een belangrijke rol

Nadere informatie

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit.

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit. Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling/RIZA Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II Vmbo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II 1. Bouw van materie 2. Verbranding 3. Water, zuren en basen 4. Basis chemie voor beroep

Nadere informatie

Indicator 10 Lucht. ) en fijnstof (PM 10

Indicator 10 Lucht. ) en fijnstof (PM 10 Indicator 1 Lucht Gezonde lucht is uiteraard van levensbelang voor mens en dier en plant. Dus is ook luchtkwaliteit van belang voor een duurzame samenleving. De Europese Unie heeft normen vastgesteld voor

Nadere informatie

RBOI-Rotterdam B.V. Stikstofdepositieonderzoek. bedrijventerrein Oosteind

RBOI-Rotterdam B.V. Stikstofdepositieonderzoek. bedrijventerrein Oosteind RBOI-Rotterdam B.V. Stikstofdepositieonderzoek bedrijventerrein Oosteind INHOUDSOPGAVE blz. 1. ACHTERGROND 1 2. UITGANGSPUNTEN 3 2.1. Beoordelingsmethode 3 2.2. Beoordelingslocaties 5 3. RESULTATEN

Nadere informatie

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer NO, NO2 en NOx in de buitenlucht Michiel Roemer Inhoudsopgave Wat zijn NO, NO2 en NOx? Waar komt het vandaan? Welke bronnen dragen bij? Wat zijn de concentraties in de buitenlucht? Maatregelen Wat is NO2?

Nadere informatie

TB Verdubbeling N33 Stikstofdepositieonderzoek

TB Verdubbeling N33 Stikstofdepositieonderzoek TB Verdubbeling N33 Stikstofdepositieonderzoek Stikstofdepositie Rijkswaterstaat directie Noord-Nederland april 2012 Definitief TB Verdubbeling N33 Stikstofdepositieonderzoek Stikstofdepositie dossier

Nadere informatie

Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit Wettelijk kader In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te

Nadere informatie

de weerstandscoëfficiënt van de bochten is nagenoeg onafhankelijk van het slangtype.

de weerstandscoëfficiënt van de bochten is nagenoeg onafhankelijk van het slangtype. TNO heeft een onderzoek naar de invloed van een aantal parameters op de wrijvings- en weerstandscoëfficiënten van DEC International -slangen en -bochten uitgevoerd (rapportnummer 90-042/R.24/LIS). De volgende

Nadere informatie

De waterconstante en de ph

De waterconstante en de ph EVENWICHTEN BIJ PROTOLYSEREACTIES De waterconstante en de ph Water is een amfotere stof, dat wil zeggen dat het zowel zure als basische eigenschappen heeft. In zuiver water treedt daarom een reactie van

Nadere informatie

Ontwikkeling kernkwaliteiten Nationale Landschappen

Ontwikkeling kernkwaliteiten Nationale Landschappen Ontwikkeling kernkwaliteiten Nationale Landschappen Conclusie De variatie tussen de 20 Nationale Landschappen is groot, zoals blijkt uit de nulmeting van de kernkwaliteiten. Hoofdfiguur Figuur 1. Nationale

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011 TNO-rapport TNO-060-UT-12-01634 Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 11 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus 80015 3508 TA Utrecht www.tno.nl

Nadere informatie

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011 Ammonium in de Emissieregistratie?! Natuurlijke processen, antropogene bronnen en emissies in de ER Bert Bellert, Waterdienst Ammonium als stof ook in ER??: In kader welke prioritaire stoffen, probleemstoffen,

Nadere informatie

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld.

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld. Achtergrondinformatie voor achterbanberaad milieubeleid regio Eemsdelta Het milieubeleid omvat veel onderwerpen. Teveel om in één keer allemaal te behandelen. Op basis van onze ervaringen in de regio en

Nadere informatie

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4 Rapport Luchtkwaliteit 2012 Doetinchem Oktober 2013 INHOUD 1. Inleiding... 4 2. Algemeen... 5 2.1 Wet luchtkwaliteit... 5 2.2 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit... 5 2.3 Bronnen van luchtverontreiniging...

Nadere informatie

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland Utrecht, januari 2010 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Professionele Bachelor Agro- en Biotechnologie Groenmanagement

Professionele Bachelor Agro- en Biotechnologie Groenmanagement Professionele Bachelor Agro- en Biotechnologie Groenmanagement EPIFYTISCHE LICHENEN ALS BIO-INDICATOR VOOR AMMONIAK EN ZWAVELDIOXIDE IN MIDDEN-LIMBURG Specialisatie: natuur- en bosbeheer Interne promotor

Nadere informatie

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1 Provinciale weg N231 Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit Afdeling Openbare Werken/VROM drs. M.P. Woerden ir. H.M. van de Wiel Januari 2006 Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant Informatiebijeenkomst Fijnstof Jos van Lent, provincie Noord Brabant Overzicht presentatie Omvang problematiek Brabantse aanpak Saneringsopgave Voorkomen nieuwe overschrijdingen Voorlichting & stimulering

Nadere informatie

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Luchtvervuiling in Nederland in kaart Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage 2013 Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage

Nadere informatie

Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek

Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlage 1 Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlagel Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bodemopbouw en Geohydrologie Inleiding In deze bijlage wordt

Nadere informatie

Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij

Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij Carin Rougoor en Frits van der Schans CLM Onderzoek en Advies Achtergrond Begin juli 2014 heeft staatssecretaris Dijksma het voorstel voor de

Nadere informatie

inbreng en heeft als gevolg minder scaling (kalkafzetting in de vorm van calciumcarbonaat).

inbreng en heeft als gevolg minder scaling (kalkafzetting in de vorm van calciumcarbonaat). Mest verwerken Dierlijke mest is vaak vloeibaar en bevat onder andere ammoniak en ammoniumzouten. Men kan uit deze drijfmest ammoniumsulfaat maken dat als meststof kan dienen. Omdat de prijs van kunstmest

Nadere informatie

4.3. Fijn stof en NO 2

4.3. Fijn stof en NO 2 geurgevoelige objecten in het buitengebied, die volgens de Wgv beschermd moeten worden, is dus 8,0 Ou en voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom is deze 2,0 Ou. De geuremissie van het bedrijf

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 januari 2005.

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 januari 2005. Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 januari 2005. In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt over de jaren 2003 en 2004. De notitie is als

Nadere informatie

Esdonk 8, Gemert. Onderbouwing grondgebonden karakter. Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Bedrijfsopzet Esdonk 8, Gemert

Esdonk 8, Gemert. Onderbouwing grondgebonden karakter. Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Bedrijfsopzet Esdonk 8, Gemert Onderbouwing grondgebonden karakter Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Onderbouwing grondgebonden karakter rundveehouderij Esdonk 8 - Gemert 1 INHOUD 1 Inleiding 3 2 Locatie 4 3 Beschrijving van de inrichting

Nadere informatie

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit 73 Bijlage L Indicatieve bepaling effect alternatieven N 377 op luchtkwaliteit Inleiding De provincie Overijssel is voornemens de N 377 Lichtmis Slagharen (verder

Nadere informatie

H o e v e r d e r m e t b e s t e m m i n g s p l a n n e n v o o r h e t l a n d e l i j k g e b i e d n a d e

H o e v e r d e r m e t b e s t e m m i n g s p l a n n e n v o o r h e t l a n d e l i j k g e b i e d n a d e H o e v e r d e r m e t b e s t e m m i n g s p l a n n e n v o o r h e t l a n d e l i j k g e b i e d n a d e u i t s p r a a k v a n d e R a a d v a n S t a t e o v e r h e t b e s t e m m i n g s p

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012 TNO-rapport TNO 2013 R11473 Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus 80015 3508 TA Utrecht www.tno.nl

Nadere informatie

arme grond, rijke natuur NAtuur & Milieu 1 Arme grond, rijke natuur Programmatische Aanpak Stikstof herstelt Natuur

arme grond, rijke natuur NAtuur & Milieu 1 Arme grond, rijke natuur Programmatische Aanpak Stikstof herstelt Natuur arme grond, rijke natuur NAtuur & Milieu 1 Arme grond, rijke natuur Programmatische Aanpak Stikstof herstelt Natuur 2 NAtuur & Milieu Arme grond, rijke natuur Arme grond, rijke natuur NAtuur & Milieu 3

Nadere informatie

OPDRACHT NEDERLAND: EEN LICHT LAND IN DE WERELD

OPDRACHT NEDERLAND: EEN LICHT LAND IN DE WERELD OPDRACHT In het kader van de vijfde Nacht van de Nacht op 24 oktober 2009, is een onderzoek uitgevoerd naar wat het donkerste gebied van Nederland en ook wat het donkerste gebied van elke provincie is.

Nadere informatie

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). Figuur 1.

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). Figuur 1. Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). (Steekproef 2006-03/18, ISSN 1871-269X) Inleiding Voor De Lange, Bureau voor Stedebouw

Nadere informatie

pagina 1 18 onderwerp Factsheet Loonwerk 2010 aan Sectorcommissie Loonwerk Documentnummer 20111098N datum 29 november 2011 van Daniella van der Veen

pagina 1 18 onderwerp Factsheet Loonwerk 2010 aan Sectorcommissie Loonwerk Documentnummer 20111098N datum 29 november 2011 van Daniella van der Veen pagina 1 18 aan Sectorcommissie Loonwerk onderwerp Factsheet Loonwerk 2010 Documentnummer 20111098N van Daniella van der Veen datum 29 november 2011 Inleiding Het Colland Bestuursbureau voert jaarlijks

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Inleiding en planbeschrijving In Netersel is in de huidige situatie een speelterrein gelegen (zie figuur 1). Dat speelterrein is deels binnen het plangebied

Nadere informatie

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567 van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567 Onderwerp Nederland meest vervuilde land van Europa Aan de leden van Provinciale Staten

Nadere informatie

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling........................................................................................ H. Mulder, RIKZ, juni

Nadere informatie

Nico-Dirk van Loo en Mark Wilmot Taakgroep AERIUS + monitoren. Cursus AERIUS

Nico-Dirk van Loo en Mark Wilmot Taakgroep AERIUS + monitoren. Cursus AERIUS Nico-Dirk van Loo en Mark Wilmot Taakgroep AERIUS + monitoren Cursus AERIUS Programma Wat is AERIUS? Doelstelling Fase III Welke informatie zit er in AERIUS Introductie gebruikersinterface Lunch Gebiedsgericht

Nadere informatie

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt. In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt.

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt. In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt. Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt. De notitie is als volgt ingedeeld: 1. Samenvatting 2. Achtergrond

Nadere informatie

BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum besluit : 21 augustus 2015 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998-2015-004219 - gemeente Ede Activiteit

Nadere informatie

Toetsing Fijn stof wijziging bestemmingsplan Garderenseweg 158a Speuld, gemeente Ermelo

Toetsing Fijn stof wijziging bestemmingsplan Garderenseweg 158a Speuld, gemeente Ermelo Toetsing Fijn stof wijziging bestemmingsplan Garderenseweg 158a Speuld, gemeente Ermelo Opdrachtgever Peter van den Brink Tel.: 06-226 889 01 Uitvoering Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer

Nadere informatie

Lessen over Cosmografie

Lessen over Cosmografie Lessen over Cosmografie Les 1 : Geografische coördinaten Meridianen en parallellen Orthodromen of grootcirkels Geografische lengte en breedte Afstand gemeten langs meridiaan en parallel Orthodromische

Nadere informatie

Oostroute Lelystad Airport

Oostroute Lelystad Airport Oostroute Lelystad Airport In opdracht van: Natuur en Milieu Flevoland en Staatsbosbeheer To70 Postbus 43001 2504 AA Den Haag tel. +31 (0)70 3922 322 fax +31 (0)70 3658 867 E-mail: info@to70.nl Door: Ruud

Nadere informatie

Voorbeeld regressie-analyse

Voorbeeld regressie-analyse Voorbeeld regressie-analyse In dit voorbeeld wordt gebruik gemaakt van het SPSS data-bestand vb_regr.sav (dit bestand kan gedownload worden via de on-line helpdesk). We schatten een model waarin de afhankelijke

Nadere informatie

Concrete begrenzing EHS en GHS in het plangebied Voorste Stroom te Tilburg

Concrete begrenzing EHS en GHS in het plangebied Voorste Stroom te Tilburg Concrete begrenzing EHS en GHS in het plangebied Voorste Stroom te Tilburg Opdrachtgever: gemeente Tilburg Maart 2009 Antonie van Diemenstraat 20 5018 CW Tilburg 013-5802237 Eac@home.nl Pagina 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum besluit : 22 september 2015 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998-2015-006833 - gemeente Woudrichem Activiteit

Nadere informatie

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013 ZUREN EN BASEN Samenvatting voor het HAVO versie mei 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Algemeen 3. Zuren 4. Basen 5. Het waterevenwicht 6. Definities ph en poh 7. ph BEREKENINGEN 7.1. Algemeen 7.2. Water

Nadere informatie

Landschappelijke inpassing t.b.v. uitbreiding loonwerkbedrijf te Eldersloo

Landschappelijke inpassing t.b.v. uitbreiding loonwerkbedrijf te Eldersloo Landschappelijke inpassing t.b.v. uitbreiding loonwerkbedrijf te Eldersloo Landschapsbeheer Drenthe Landschapsbeheer Drenthe maakt deel uit van een samenwerkingsverband van twaalf provinciale organisa

Nadere informatie

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim

Nadere informatie

Plaggen ten behoeve van natuurontwikkeling. Fosfaatverzadiging als uitgangspunt

Plaggen ten behoeve van natuurontwikkeling. Fosfaatverzadiging als uitgangspunt Plaggen ten behoeve van natuurontwikkeling Fosfaatverzadiging als uitgangspunt fosfaatverzadigingsindex (PSI) Plaggen en fosfaatverzadiging van de grond Plaggen is een veelgebruikte methode om de voedingstoestand

Nadere informatie

De Marke III te Hengevelde

De Marke III te Hengevelde Onderzoek geurhinder veehouderijbedrijven De Marke III te Hengevelde Gemeente Hof van Twente Datum: 26 november 2013 Projectnummer: 120218 Auteur: Projectleider: Project: SAB Postbus 479 Projectnummer:

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek

Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Postbus 4481 Telefoon: 0900-0227 (0,50 p/m) 6401 CZ Heerlen E-mail: infoservice@cbs.nl LAWAAI EN STANK IN DE PROVINCIE Henk Swinkels De door de Nederlanders ervaren geluidsoverlast

Nadere informatie

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Rapportage 2011. Samenvatting Amsterdam

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Rapportage 2011. Samenvatting Amsterdam Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Rapportage 2011 Samenvatting Amsterdam 2 3 Stand van zaken luchtkwaliteit 2011 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) In 2015 moet Nederland

Nadere informatie

24 uurgemiddelden, mag max. 35 maal per kalenderjaar overschreden worden

24 uurgemiddelden, mag max. 35 maal per kalenderjaar overschreden worden Logo MEMO Aan : Rob Kramer, DHV Van : Harrie van Lieshout, Alex Bouthoorn, DHV Dossier : BA6360-101-100 Project : N219A Nieuwerkerk a/d IJssel Betreft : Toets luchtkwaliteit Ons kenmerk : HL.BA6360.M02,

Nadere informatie

Zware metalen in grondwater

Zware metalen in grondwater Zware metalen in grondwater Janneke Klein 1204148-003 Deltares, 2011 Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Probleemstelling 1 1.2 Doelstelling 1 2 Methode 2 2.1 Voorgaand onderzoek 2 2.2 Gebruikte dataset 2 2.3 Dataverwerking

Nadere informatie

Een zeer lage Rijnafvoer, nog geen problemen met de watervoorziening.

Een zeer lage Rijnafvoer, nog geen problemen met de watervoorziening. Watermanagementcentrum Nederland Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) Droogtebericht 2 mei 2011 Nummer 2011-04 Een zeer lage Rijnafvoer, nog geen problemen met de watervoorziening. Afgelopen

Nadere informatie

Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept

Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept a Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Colofon Deze samenvatting is een uitgave van de

Nadere informatie

Woningmarktcijfers Nederland derde kwartaal 2008

Woningmarktcijfers Nederland derde kwartaal 2008 Woningmarktcijfers Nederland derde kwartaal 2008 In dit kwartaalbericht van Woningmarkcijfers.nl de volgende onderwerpen: - prijsontwikkelingen en transacties september - prijsontwikkelingen en transacties

Nadere informatie

Analyse ontwikkeling leerlingaantallen

Analyse ontwikkeling leerlingaantallen Analyse ontwikkeling leerlingaantallen Naar aanleiding van de 1 oktobertelling 2014 heeft VGS Adivio weer een korte analyse uitgevoerd waarbij onderzocht is in hoeverre de leerlingaantallen onderhevig

Nadere informatie

Conjunctuurenquête Nederland. Vierde kwartaal 2015

Conjunctuurenquête Nederland. Vierde kwartaal 2015 Conjunctuurenquête Nederland Vierde kwartaal 15 Ondernemers positiever over werkgelegenheid 16 Voorwoord Dit rapport geeft de belangrijkste uitkomsten van de Conjunctuurenquête Nederland van het vierde

Nadere informatie

Akoestische achteruitgang stille wegdekken afhankelijk van verkeersintensiteit!!

Akoestische achteruitgang stille wegdekken afhankelijk van verkeersintensiteit!! Akoestische achteruitgang stille wegdekken afhankelijk van verkeersintensiteit!! Christiaan Tollenaar M+P Leo Visser Provincie Noord-Holland Samenvatting Dat stil asfalt na verloop van tijd steeds meer

Nadere informatie

De twee snelheidsconstanten hangen op niet identieke wijze af van de temperatuur.

De twee snelheidsconstanten hangen op niet identieke wijze af van de temperatuur. In tegenstelling tot een verandering van druk of concentratie zal een verandering in temperatuur wel degelijk de evenwichtsconstante wijzigen, want C k / k L De twee snelheidsconstanten hangen op niet

Nadere informatie

Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief

Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk dossier D0582A1001

Nadere informatie

al/a ^ Doe, nr: Class, nr.; Ingek.: 2 3 OKT 2015 A'delir r

al/a ^ Doe, nr: Class, nr.; Ingek.: 2 3 OKT 2015 A'delir r al/a ^ accountants en adviseurs PROVINSJE FRYSLAN Doe, nr: Class, nr.; Ingek.: 2 3 OKT 2015 A'delir r Ban. door; i Aid. Hoofd r.w6,.m«k

Nadere informatie

Stikstofdepositieberekening

Stikstofdepositieberekening BIJLAGE X Stikstofdepositieberekening FF 1817-5-RA-007-BY10 X.1 Blad1 Nox-emissie Economische ontwikkelingszone Oudevaart-Zuid Emissie inrichting Vezet / Kramer c.s. (inclusief verkeer) Hectare 7,5 kg/ha/jaar

Nadere informatie

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO versie december 2014 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Wat is een buffer? 3. Hoe werkt een buffer? 4. Geconjugeerd zuur/base-paar 5. De ph van een buffer De volgende

Nadere informatie

KRW- doelen voor de overige wateren in Noord- Brabant: een pragma:sche uitwerking

KRW- doelen voor de overige wateren in Noord- Brabant: een pragma:sche uitwerking KRWdoelen voor de overige wateren in NoordBrabant: een pragma:sche uitwerking Frank van Herpen (Royal HaskoningDHV), Marco Beers (waterschap Brabantse Delta), Ma>hijs ten Harkel en Doesjka Ertsen (provincie

Nadere informatie

[Hanssen, 2001] R F Hanssen. Radar Interferometry: Data Interpretation and Error Analysis. Kluwer Academic Publishers, Dordrecht 2001.

[Hanssen, 2001] R F Hanssen. Radar Interferometry: Data Interpretation and Error Analysis. Kluwer Academic Publishers, Dordrecht 2001. Hoe werkt het? Beeldvormende radar maakt het mogelijk om dag en nacht, ook in bewolkte omstandigheden, het aardoppervlak waar te nemen vanuit satellieten. De radar zendt duizenden pulsen per seconde uit,

Nadere informatie

Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode

Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Natuurwaardenkaart Voor het inventariseren van de natuurwaarden van Heemstede zijn in het rapport Natuurwaardenkaart van Heemstede Waardering van

Nadere informatie

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie Postbus 299-4600 AG Bergen op Zoom + 31 (0)164 212 800 nieuwesluisterneuzen@vnsc.eu www.nieuwesluisterneuzen.eu Rapport Vlaams

Nadere informatie

De aanvullende tandzorgverzekering Samenvatting Bijna iedereen heeft een aanvullende verzekering Aanvullend verzekerd voor: 2006 2007

De aanvullende tandzorgverzekering Samenvatting Bijna iedereen heeft een aanvullende verzekering Aanvullend verzekerd voor: 2006 2007 Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Judith de Jong, Marloes Loermans, Marjan van der Maat, De aanvullende tandzorgverzekering, NIVEL, 2008) worden gebruikt.u

Nadere informatie

Achtergrondartikel grondwatermeetnetten

Achtergrondartikel grondwatermeetnetten Achtergrondartikel grondwatermeetnetten Wat is grondwater Grondwater is water dat zich in de ondergrond bevindt in de ruimte tussen vaste deeltjes, zoals zandkorrels. Indien deze poriën geheel met water

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = 140.650 en Y = 447.600.

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = 140.650 en Y = 447.600. Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van Ontwikkelingsverband Houten C.V. voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de bouw van een parkeerkelder onder het nieuw realiseren

Nadere informatie

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis 1 QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis Opdrachtgever: A.C. Dingemans Heilleweg 21 4524 KL Sluis Opgesteld door: ZLTO Advies Cereshof 4 4463 XH

Nadere informatie

alfa Doe. nr.: Class, nr. Ingek.: 2 3 OKT 2015 Afdqling. Afdeling Stêd en Plattelan Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN

alfa Doe. nr.: Class, nr. Ingek.: 2 3 OKT 2015 Afdqling. Afdeling Stêd en Plattelan Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN alfa accountants en adviseurs Het College van Gedeputeerde Staten van Afdeling Stêd en Plattelan Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN PROVIN8JB PRY6LAN Doe. nr.: Class, nr. Ingek.: 2 3 OKT 2015 Afdqling. Böli.

Nadere informatie

Analyse Megastallen en Megabedrijven 2005, 2010 en 2013

Analyse Megastallen en Megabedrijven 2005, 2010 en 2013 Analyse Megastallen en 2005, 2010 en 2013 Edo Gies, m.m.v. Han Naeff en Jaap van Os Alterra Wageningen UR 12 februari 2015 Inleiding Milieudefensie wil inzicht in de ontwikkelingen van het aantal megastallen

Nadere informatie

Eco-hydrologische aspecten van beheer op landschapsniveau; Duinvalleien op de Waddeneilanden

Eco-hydrologische aspecten van beheer op landschapsniveau; Duinvalleien op de Waddeneilanden Eco-hydrologische aspecten van beheer op landschapsniveau; Duinvalleien op de Waddeneilanden Ab Grootjans, Rijksuniversiteit Groningen/ Radboud Universiteit Nijmegen E-mail; A.P.Grootjans@rug.nl Groenknolorchis

Nadere informatie

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt 1 Aanpak analyse van de loterijmarkt 1. In het kader van de voorgenomen fusie tussen SENS (o.a. Staatsloterij en Miljoenenspel) en SNS

Nadere informatie

3 november 2014. Inleiding

3 november 2014. Inleiding 3 november 2014 Inleiding In 2006 publiceerde het KNMI vier mogelijke scenario s voor toekomstige veranderingen in het klimaat. Het Verbond van Verzekeraars heeft vervolgens doorgerekend wat de verwachte

Nadere informatie

Vergelijking in de tijd (Soortenrijkdom) Akkers Moerassen

Vergelijking in de tijd (Soortenrijkdom) Akkers Moerassen Staat van 2014 Soortenrijkdom Wat is de gemiddelde kwaliteit van de soorten rijkdom in zes biotopen? Voor de vulling van deze zijn gegevens gebruikt van de vlakdekkende inventarisaties in het buitengebied

Nadere informatie

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Utrecht, juli 2011 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Archeologietoets. locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle

Archeologietoets. locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle Archeologietoets locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle Archeologietoets Locatie Kerkstraat 57, Riel projectleider: B. van Spréw Datum: 13 oktober 2006 Uitgevoerd in opdracht van SAB Eindhoven contactpersoon:

Nadere informatie