Grafieken Economie Hoofdstuk 7

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Grafieken Economie Hoofdstuk 7"

Transcriptie

1 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 1 Inhoud Grafieken Economie Hoofdstuk 7 door ieter Nobels ONDERNEMERSGEDRG BIJ OLKOMEN CONCURRENTIE... 3 GLOBL MRKTEENWICHT... 3 ERSCHUIINGEN N RG- EN NBODCURE (GLOBLE MRKT)... 4 ERSCHUIING N DE NBODCURE... 4 Inelastische vraag... 4 Elastische vraag... 4 ERSCHUIINGEN N DE RGCURE... 4 Inelastische vraag... 4 Elastische vraag... 5 WET N DENNT-KING (GLOBLE MRKT)... 6 Eerste situatie: onelastisch aanbod op Tweede situatie: verschuiving van het aanbod naar SINNENWEBTHEOREM (GLOBLE MRKT)... 8 Gedempte markt... 9 Exploderende markt Zuiver periodieke beweging INDIIDUELE RODUCENT Oorspronkelijke situatie Tweede situatie: toename van het globale aanbod ONDERNEMERSGEDRG BIJ MONOOLIE EENWICHT (KORTE ERIODE) EENWICHT (LNGE ERIODE) Beginsituatie Stap 2: nieuwe korte termijncurven voor optimale lange termijn ONDERNEMERSGEDRG BIJ MONOOLISTISCHE CONCURRENTIE EENWICHT (KORTE TERMIJN) EENWICHT (LNGE TERMIJN) OOR DE INDIIDUELE RODUCENT Eerste situatie Tweede situatie: verschuiving van de vraagcurve ONDERNEMERSGEDRG BIJ SMENWERKENDE OLIGOOLIES: KRTELS EENWICHT IN DE GLOBLE MRKT EENWICHT BIJ DE INDIIDUELE RODUCENT OERHEIDSINGRIJEN IN DE MRKT INDIRECTE BELSTINGEN Situatie zonder indirecte belastingen Situatie met directe belastingen Invloed van de elasticiteit en extremen Invloed op het consumentensurplus Invloed op het producentensurplus LFOND- EN BODEMRIJZEN lafondprijzen... 25

2 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 2 Bodemprijzen... 25

3 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 3 Ondernemersgedrag bij volkomen concurrentie Globaal marktevenwicht 1 Het globaal marktevenwicht ligt in het punt waar de vraagcurve de aanbodcurve snijdt. In het marktevenwicht worden 1 goederen verhandeld tegen een prijs 1. 1 Bij een prijs 2 worden er 2 Overschot goederen aangeboden en 3 goederen gevraagd. Er is dus een overschot van de afstand 2 23 goederen. De aanbieders zullen dus bereid zijn tegen een lagere prijs te verkopen, zodat men uiteindelijk terug in het 3 Tekort marktevenwicht 1 (vorige grafiek) komt Indien de prijs 3 zou zijn, zouden er 5 goederen gevraagd worden en slechts 4 goederen aangeboden. Er is dus een tekort van 45 goederen. De vragers zullen bereid zijn meer te betalen tot de prijs terug in het marktevenwicht 1 (vorige grafiek) komt. Deze grafiek van de globale markt geeft de vraag- en aanbodcurve weer van alle bedrijven die een bepaald goed verkopen.

4 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 4 erschuivingen van vraag- en aanbodcurve (globale markt) erschuivingen leiden tot een nieuwe evenwichtsprijs. De mate van verschuiving wordt bepaald door de elasticiteit. erschuiving van de aanbodcurve Onelastische vraag Oorspronkelijk is de evenwichtsprijs 1. Door de verschuiving van het aanbod naar rechts daalt de evenwichtsprijs naar 2. Door een vlakke (onelastische) aanbodcurve is de prijswijziging eerder klein. Elastische vraag 1 2 Oorspronkelijk is de evenwichtsprijs 1. Door de verschuiving van het 1 aanbod naar rechts daalt de 2 evenwichtsprijs naar 2. Door een steile (elastische) aanbodcurve is de prijswijziging eerder groot. erschuivingen van de vraagcurve Inelastische vraag 2 1 Oorspronkelijk is de evenwichtsprijs 1. Door de verschuiving van de 1 vraag naar links daalt de 2 evenwichtsprijs naar 2. Door een vlakke (onelastische) vraagcurve is de prijswijziging eerder klein.

5 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 5 Elastische vraag 2 1 Oorspronkelijk is de evenwichtsprijs 1. Door de verschuiving van de 1 vraag naar links daalt de 2 evenwichtsprijs naar 2. Door een steile (elastische) vraagcurve is de prijswijziging eerder groot.

6 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 6 Wet van Davenant-King (globale markt) Davenant en King constateerden dan voor sommige bederfbare landbouwproducten een zeer goede oogst voor de producten dikwijls catastrofale gevolgen had voor de inkomsten van de producenten. De prijsdaling was zodanig sterk dat de totale opbrengst ineenschrompelde. Een goede oogst hoeft niet noodzakelijk meer op te brengen: gezien de onelasticiteit van de vraag gaat de prijs bij een goede oogst enorm zakken waardoor de boeren wel meer kunnen verkopen maar wel aan een zo lage prijs dat de opbrengst minder is. Eerste situatie: onelastisch aanbod op We zien een volslagen inelastische aanbodcurve en een inelastische vraagcurve. De marktprijs is 1 waarbij 1 goederen verkocht worden. De totale omzet (1 x 1) wordt voorgesteld door de groen gearceerde oppervlakte. 1

7 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 7 Tweede situatie: verschuiving van het aanbod naar 2 Bij een goede oogst verschuift het aanbod sterk naar rechts, we krijgen dus de nieuwe aanbodcurve 2. Het nieuwe marktevenwicht ligt in (2,2). De totale omzet is 2 x 2 en wordt voorgesteld door de paars gearceerde oppervlakte. Deze overlapt de groene oppervlakte. We zien duidelijk dat de paars gearceerde oppervlakte kleiner is dan de groen gearceerde oppervlakte, hoewel de aangeboden hoeveelheid sterk gestegen is (1 2). Dit komt door de onelastische vraagcurve waardoor de prijs zeer sterk zakte bij een verhoging van het aanbod.

8 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 8 Spinnenwebtheorema (globale markt) Markten waar het aanbod op korte termijn onelastisch is, vertonen op lange termijn vaak cyclische prijsbewegingen (zoals bvb. de landbouw). De prijzen stabiliseren zich dan moeilijk op het evenwichtsniveau. We onderscheiden 3 soorten markten: een gedempte markt, waarbij de prijsschommelingen in de tijd afnemen. Deze situatie zien we wanneer de aanbodcurve steiler is dan de vraagcurve (de richtingscoëfficiënt van de aanbodcurve in absolute waarde groter is dan de richtingscoëfficiënt van de vraagcurve) een exploderende markt, waarbij de prijsschommelingen in de tijd toenemen. Deze situatie zien we wanneer de aanbodcurve vlakker is dan de vraagcurve (absolute waarde rico aanbodcurve < rico vraagcurve) de zuiver periodieke beweging: wanneer de absolute waarde van de richtingscoëfficiënt van vraag- en aanbodcurve aan elkaar gelijk zijn (ze dus even steil zijn)

9 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 9 Gedempte markt Oorspronkelijke situatie 1 Op deze grafiek is de aanbodcurve duidelijk steiler dan de vraagcurve. E1 Het marktevenwicht ligt in het punt 1 E1 (prijs 1 bij een hoeveelheid van 1). 1 erschuiving van de vraagcurve Wanneer de vraagcurve verschuift, wordt in principe een nieuw evenwichtspunt (E2) gevormd. Indien de hoeveelheid op korte termijn niet wordt opgetrokken naar 1 (vb.: de volledige oogst is reeds op markt gegooid, men kan de hoeveelheid pas verhogen bij de volgende oogst een jaar later) zal de prijs echter stijgen naar 2 in plaats van het nieuw evenwichtspunt E2 De vraagcurve verschuift van 1 naar 2. Dit zorgt voor een nieuw evenwicht in E2. De aangeboden hoeveelheid blijft echter 1. Bij deze hoeveelheid zijn de vragers bereid 2 1 meer (2) te betalen, de prijs stijgt.

10 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 10 Nieuwe oogst: het aanbod wordt aangepast aan de nieuwe prijs Gezien de prijs gestegen is naar 2 zullen de aanbieders bereid zijn meer (3) aan te bieden. oor deze hoeveelheid zijn de vragers echter maar bereid een lagere prijs te betalen, waardoor de prijs terug daalt. Op onderstaande grafiek zijn een aantal elementen (1, E1, E2 en 2) weggelaten voor de duidelijkheid. 2 De aanbieders bieden nu goederen aan. Bij een hoeveelheid 3 zijn de vragers echter slechts bereid 3 te betalen. De prijs daalt dus. We zien dat de prijs echter al meer en 1 3 meer naar het evenwicht verplaatst. Op deze manier gaat deze cirkelbeweging door, aangezien de aanbieders telkens een periode achterlopen op het gedrag van de vragers, tot de prijs uiteindelijk het evenwicht bereikt. lgemeen schema 2 F J K G E 2. 3 I L H 1 E

11 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 11 Exploderende markt Bij een exploderende markt is de vraagcurve steiler dan de aanbodcurve. De prijs gaat telkens verder van het centrum weg. Oorspronkelijke situatie De vraagcurve is steiler dan de aanbodcurve. Het evenwicht ligt in E1. 1 E1 1 1 erschuiving van de vraagcurve naar (2) (1) E2 (3) 1 E De vraagcurve verschuift van 1 naar 2. Het nieuwe evenwichtspunt ligt in E2. Het aanbod kan echter niet meteen uitgebreid worden. Ze blijft dus op 1. Bij een hoeveelheid 1 zijn de vragers bereid een prijs 2 te betalen (1). De volgende periode passen de aanbieders hun aanbod aan aan de prijs 2 en produceren dus 2 goederen (2). oor een hoeveelheid 2 zijn de vragers echter slechts bereid 3 te betalen, waardoor de prijs een scherpe daling maakt (3). Het is duidelijk dat de prijs steeds verder van het evenwichtspunt weg gaat.

12 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 12 Zuiver periodieke beweging 2 1 E1 E De vraag- en de aanbodcurve zijn even steil. De vraagcurve verschuift van 1 naar 2. Het aanbod kan niet meteen volgen en blijft op 1. Op de nieuwe vraagcurve zijn de vragers bereid een prijs 2 te betalen voor 1 goederen. De volgende periode passen de aanbieders hun vraag aan aan prijs 2 en produceren dus 2 goederen. De vragers zijn echter slechts bereid een prijs 1 te betalen voor 2 goederen. Deze prijs is terug dezelfde als de oorspronkelijke vraag. De prijs blijft dus telkens de zelfde bewegingen maken.

13 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 13 Individuele producent nalyse gedrag individuele producent: Onderstaande grafieken geven de werking van de globale markt weer in de lange periode. Bij een markt van volkomen concurrentie is de prijs gelijk aan de marginale opbrengst, aangezien elk extra goed verkocht kan worden aan die marktprijs. angezien elk extra geproduceerd goed verkocht wordt met dezelfde prijs, zal de gemiddelde opbrengst per goed ook gelijk blijven. We moeten ook boekhoudkundige winst van economische winst onderscheiden. ls er economische winst is betekent dat dat er meer boekhoudkundige winst is dan mag verwacht worden (er is een groter resultaat op het geïnvesteerde kapitaal dan normaal verwacht mag worden). Oorspronkelijke situatie () (B) 1 2 = MO = GO MK 1 1 C GTK 2 E D qe q1 q Luik () geeft de globale marktsituatie weer, luik (B) die van de individuele producent. De individuele producent op een markt van volkomen concurrentie is een pricetaker. Zijn marginale en gemiddelde opbrengsten zijn dus gelijk aan de prijs (elk goed dat hij extra produceert kan hij verkopen aan de marktprijs) Bij een aanbodcurve 1 wordt een prijs 1 gevormd (het punt waar de vraag- en aanbodcurve elkaar snijden).

14 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 14 De individuele producent bepaalt zijn geproduceerde hoeveelheid aan de hand van het snijpunt van de marginale kostencurve en de marginale opbrengstencurve (= de zwart gestreepte prijsrechte 1). Zijn geproduceerde hoeveelheid is dus q1. oor een geproduceerde hoeveelheid q1 liggen de gemiddelde totale kosten echter lager dan de gemiddelde opbrengst (die gelijk is aan de prijs 1, de gestreepte zwarte rechte). De onderneming maakt dus economische ( boekhoudkundige) winst. Deze economische winst is gelijk aan de afstand EC (ofwel GO - GTK). Tweede situatie: toename van het globale aanbod angezien er economische winst is, zullen er meer bedrijven in de markt stappen om te profiteren van deze economische winst. Het globale aanbod zal dus stijgen: de aanbodcurve verschuift naar rechts. () (B) 1 2 MK 1 1 C GT K 2 2 E D qe q1 q De aanbodcurve zal blijven verschuiven tot er geen economische winst meer is, en de marginale opbrengst van een goed dus gelijk is aan de marginale kosten ervan. De aanbodcurve verschuift naar rechts (2), er wordt een nieuwe prijs 2 gevormd. De marginale opbrengstencurve snijdt nu de marginale kostencurve. Er is geen economische winst meer, er zullen geen nieuwe bedrijven meer bijkomen, de prijs zal dus stabiel op blijven op 2 zolang de globale aanbodcurve dezelfde blijft.

15 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 15 Ondernemersgedrag bij monopolie Evenwicht (korte periode) Optimale output: snijpunt marginale opbrengstencurve en marginale kostencurve. De vraag wordt bepaald door de prijs en de aangeboden hoeveelheid. = GO De vraagcurve van de monopolist is hetzelfde als de GO. Dit is te verklaren doordat de monopolist de enige aanbieder is: de prijs die een vrager wil geven voor een goed is opbrengst voor de monopolist. MO = GO ervolgens tekenen we de MO-curve. Deze begin altijd in het snijpunt van de -as en de vraag-curve en snijdt het midden van het lijnstuk gelegen tussen de oorsprong en het snijpunt van de x-as en vraagcurve. De MOcurve daalt dus 2x zo snel als als de vraagcurve. MO = GO MK GK Daarna tekenen we de GK- en MKcurve. De MK-curve snijdt altijd de GK-curve in zijn minimum.

16 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 16 Gearceerd gedeelte: MO = GO oppervlakte 1CED: totale overwinst MK unt van Cournot: optimale (,) GK 1 C Lijnstuk EC: D E F gemiddelde winst Snijpunt MK-MO: optimale 1 Uit deze grafiek kunnen we een aantal dingen afleiden: De optimale geproduceerde hoeveelheid vinden we in het snijpunt van de MOen de MK-curve (het punt F op de grafiek). Het is duidelijk dat de optimale hoeveelheid 1 is. De optimale prijs zoeken we gewoon door te kijken naar wat de vragers bereid zijn te betalen bij een hoeveelheid 1 op de vraagcurve. Hieruit blijkt dat de optimale prijs 1 is. De optimale combinatie (1,1) noemen we het punt van Cournot (C). De gemiddelde (over)winst (winst per product dus) vinden we door de gemiddelde kosten (GK) af te trekken van de gemiddelde opbrengsten (GO), ofwel grafisch is dit het lijnstuk EC (E is de waarde van GK voor een hoeveelheid 1, C is de waarde van GO voor een hoeveelheid 1 of ook het punt van Cournot) De totale (over)winst is de gemiddelde winst vermenigvuldigd (GO-GK of lijnstuk EC, zie hierboven) met de hoeveelheid (1), ofwel de oppervlakte 1CED.

17 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 17 Evenwicht (lange periode) Beginsituatie Op onderstaande grafiek zijn op de korte termijn curven (MK1 en GK1) de lange termijncurven (MKL en GKL) getekend. angezien we ervan uitgaan dat de vraag constant blijft zijn de vraagcurve en de marginale opbrengstencurve hetzelfde voor de korte en de lange termijn. 1 B GO= MK1 C D GK1 L MKL Op korte termijn is de optimale geproduceerde hoeveelheid 1 en een prijs 1. Op lange termijn echter moeten we kijken naar de lange termijncurven. We zullen L GKL dus onze hoeveelheid moeten aanpassen en voor die hoeveelheid nieuwe korte termijncurven 0 1 MO tekenen. Stap 2: nieuwe korte termijncurven voor optimale lange termijn De eerste korte termijncurves (MK1 en GK1) zijn weggelaten voor de duidelijkheid! GO = MK2 GK2 MKL We zoeken het snijpunt van MKL en MO. In dit punt ligt de optimale geproduceerde hoeveelheid op de lange termijn. We tekenen voor 2 B C D GKL deze hoeveelheid MK2 en GK2 op korte termijn. MK2 moet door het snijpunt van MKL en MO gaan, GK2 s minimum moet op MK2 2 MO liggen. ervolgens bepalen we a.d.h.v. de korte termijncurven de prijs (2) die de vragers willen betalen op de vraagcurve. De totale winst is nu gelijk aan de oppervlakte 2C D B, duidelijk groter dan 1CDB uit de eerste grafiek.

18 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 18 Ondernemersgedrag bij Monopolistische concurrentie Evenwicht (korte termijn) Het evenwicht op korte termijn van de monopolistische concurrentie is hetzelfde als dat van de monopolist op korte termijn. Enkel de vraagcurve zal iets elastischer zijn gezien de concurrentie. Evenwicht (lange termijn) voor de individuele producent Gezien men vrij kan toetreden tot een markt van monopolistische concurrentie zal de overwinst snel verdwijnen. Eerste situatie GTK Deze situatie is dezelfde als bij de monopolistische markt, of de korte termijn situatie. Er is een overwinst van 1 B C MK GTK de oppervlakte 1CB (het gearceerde deel). angezien er overwinst is zullen er meer bedrijven toetreden om van deze overwinst te profiteren. De hoeveelheid wordt bepaald door het 0 1 MO snijpunt MO - MK

19 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 19 Tweede situatie: verschuiving van de vraagcurve 1 2 We gaan ervan uit dat de vraag gelijk blijft. angezien er steeds meer bedrijven toetreden zal vraagcurve van de individuele producent naar links verschuiven en vlakker worden. Dezelfde globale vraag moet namelijk verdeeld worden onder meer producenten, waardoor de individuele vraag dus kleiner wordt. GTK De opbrengsten vallen samen met de kosten, winst is dus 0. Er komen telkens producenten bij tot er geen overwinst meer is (grafisch: wanneer de vraagcurve de GTK-curve 1 2 B C C MK GTK raakt). We tekenen opnieuw de MOcurve op basis van de vraagcurve en bepalen a.d.h.v. het snijpunt met de MK-curve de optimale hoeveelheid. ervolgens zien we dat de vragers 0 MO bereid zijn 2 te betalen voor deze hoeveelheid, wat gelijk is aan onze GTK, winst is dus 0.

20 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 20 Ondernemersgedrag bij Samenwerkende Oligopolies: Kartels Onderstaande grafiek geeft de situatie weer voor een verkoopkartel (productie en prijs kartel) Evenwicht in de globale markt De grafiek is analoog aan die van het monopolie. GTK 1 B 0 C 1 MK GTK MO Evenwicht bij de individuele producent Deze situatie is dezelfde als bij de monopolistische markt. De marginale kostencurve wordt gevormd door de horizontale samentelling van de MKcurves van de individuele producenten. De MO-curve snijdt de vraagcurve in zijn snijpunt met de -as en is dubbel zo steil. Bij een prijs 1 heeft het kartel een maximale winst, gezien de marginale kostencurve de marginale opbrengstencurve snijdt in die hoeveelheid. Het kartel maakt dan een maximale totale winst voorgesteld door de oppervlakte 1CB. MK GK 1 F G 0 Lagere winst door kartel MO C qc B unt van Cournot D MK E q1 GK angezien de individuele producent de afgesproken kartelprijs moet nakomen is hij een prijsnemer en is zijn MO-curve een constante rechte door 1. De producent maakt een maximale winst (lijnstuk DE) bij een hoeveelheid q1, maar aangezien het kartel hem een bepaalde hoeveelheid oplegt (bijvoorbeeld qc) wordt zijn gemiddelde winst beperkt tot het lijnstuk CB. De groen gearceerde oppervlakte 1CBF geeft de totale winst van de producent weer. De blauw gearceerde oppervlakte 1DEG geeft de maximale totale winst weer.

21 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 21 Overheidsingrijpen in de markt Indirecte belastingen Bij een heffing van indirecte belastingen verschuift de aanbodcurve naar links: voor dezelfde hoeveelheid goederen wordt de prijs verhoogd met de indirecte belastingen. De onderneming is echter BTW-neutraal: deze indirecte belastingen vormen voor hem geen kosten. De oorspronkelijke aanbodcurve 1 blijft dus geldig voor de onderneming, terwijl de nieuwe aanbodcurve 2 geldig is voor de consument. Situatie zonder indirecte belastingen 1 Het marktevenwicht wordt gevormd bij een hoeveelheid 1 en een prijs Situatie met directe belastingen Door de indirecte belastingen verschuift de aanbodcurve naar links. Om dezelfde hoeveelheid aan te bieden moet de prijs immers stijgen met de indirecte belastingen 2 1 (de rode gestreepte lijn) De totale indirecte belastingen bedragen 2B3 (het gearceerde gedeelte): de producent krijgt 3 B uiteindelijk 3 voor zijn product, terwijl de consument 2 betaalt, er is 2 1 dus een gemiddelde belasting van 23.

22 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 22 De consumenten betaalden voor de 2 1 invoering van de indirecte D B 2 1 belastingen 1 per product. Nu betalen ze 2. Het deel 12 van de indirecte belastingen (23 of B) wordt dus gedragen door de consumenten. De consumenten dragen de rood gearceerde oppervlakte 2D1 van de totale indirecte belastingen (die voorgesteld wordt door de oppervlakte 2B3 of de rood en geel gearceerde oppervlakte samen) D B 2 1 De producenten kregen voor de invoering van de directe belastingen een prijs 1, nu krijgen ze slechts een prijs 3, gezien de verlaagde verkochte hoeveelheid. De producenten staan dus in voor van de gemiddelde indirecte belastingen. Ze dragen de geel gearceerde oppervlakte 1DB3 van de totale indirecte belastingen (2B3) Invloed van de elasticiteit en extremen In de vorige grafieken was de vraag telkens prijselastisch, waardoor de producent meer van de indirecte belastingen moest dragen dan de consument. Hoe prijselastischer, hoe minder de indirecte belastingen kunnen doorgeschoven worden naar de consument. Mutatis mutandis geldt dat hoe prijsonelastischer de vraag hoe minder de belastingen gedragen worden door de producent. Bij de elasticiteit van het aanbod geldt het omgekeerde.

23 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 23 olslagen onelastische vraag Deze grafiek met een volslagen onelastische vraag illustreert dat de belasting volledig door 1 de consument gedragen wordt: de producent krijgt nog steeds zijn oorspronkelijke 1, terwijl de consument de volledige indirecte 1 belasting moet betalen. olslagen elastische vraag Deze grafiek met een volslagen elastische vraag illustreert dat de belasting volledig door de producent gedragen wordt: de consument betaalt nog steeds zijn oorspronkelijke 1, 2 terwijl de producent slechts 2 krijgt. 1 olslagen elastisch aanbod Deze grafiek met een volsagen elastisch aanbod illustreert dat de belasting volledig door de consument gedragen wordt: de producent ontvangt nog steeds zijn oorspronkelijke 1 terwijl de consument betaalt. olslagen onelastisch aanbod 1 1 = 2 angezien het gaat om een onelastisch aanbod verandert de aangeboden hoeveelheid 1 nooit. De prijs verandert dus ook niet, waardoor de belasting in niet afgewenteld kan worden op de consument. De producent 1 draagt de volledige belasting.

24 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 24 Invloed op het consumentensurplus Z De producenten waren bereid alle 2 1 goederen aan te bieden aan prijs 1, 2 1 E D terwijl de consumenten voor alle 3 B vorige hoeveelheden bereid waren meer te betalen (hogere vraagcurve): 2 1 het consumentensurplus (zie gearceerde blauwe driehoek ZE1). angezien de indirecte belastingen de prijs verhogen, daalt het consumentensurplus met de rood gearceerde oppervlakte 2D1. Invloed op het producentensurplus De consumenten waren bereid alle 2 1 goederen te kopen aan prijs 1, 2 1 E D terwijl de producenten voor alle 3 B vorige hoeveelheden bereid waren een lagere prijs te aanvaarden (lagere Z 2 1 aanbodcurve): het producentensurplus (zie gearceerde blauwe driehoek 1EZ). angezien de indirecte belastingen de prijs die de onderneming effectief ontvangt (1 3) verlagen, daalt het producentensurplus met de geel gearceerde oppervlakte 1DB3.

25 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 25 lafond- en bodemprijzen lafondprijzen Het marktevenwicht ligt hier op een hoeveelheid 1 en een prijs 1. ls de overheid deze prijs te hoog vindt kan ze een 1 M maximumprijs, bvb. M, opleggen. Er is dan een tekort van 23 goederen. Tekort Bodemprijzen M 1 Overschot Het marktevenwicht ligt hier op een hoeveelheid 1 en een prijs 1. ls de overheid deze prijs te laag vindt kan ze een minimumprijs, bvb. M, opleggen. Er is dan een overschot van 23 goederen

Domein D: markt (module 3) havo 5

Domein D: markt (module 3) havo 5 Domein D: markt (module 3) havo 5 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Prijsvorming bij monopolie

Prijsvorming bij monopolie Prijsvorming bij monopolie Wanneer we naar het evenwicht van de monopolist op zoek gaan, gaan we op zoek naar die afzet en die prijs waar de monopolist een maximale winst bereikt (of minimaal verlies).

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel)

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Vrije toe- uittreding Transparante

Nadere informatie

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn:

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn: Competitieve markten van 6 COMPETITIEVE MARKTEN Marktvormen Welke verschilpunten stel je vast als je het aantal aanbieders en het aantal vragers vergelijkt op volgende markten? a/ Wisselmarkt b/ Markt

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Winst = omzet kosten TW = TO TK TO = 2000 TK = 1500 TW = 500 Omzet per product = gemiddelde omzet = prijs = GO TO = 2000 Als afzet is

Nadere informatie

Domein markt: volkomen concurrentie

Domein markt: volkomen concurrentie Domein markt: volkomen concurrentie De markt / het marktmechanisme Vraag-aanbodcurve evenwicht, surplus Elasticiteiten E v p, E v i, E v1 p2, E a p Een van de vele aanbieders Opbrengst Kosten Winst TW

Nadere informatie

Evenwichtspri js MO WINST

Evenwichtspri js MO WINST Volkomen concurrentie Volledige mededinging Hoeveeldheidsaanpassing: prijs komt door Qa en Qv tot stand, individu heeft alleen invloed op de hoeveelheid die hij gaat produceren Veel vragers en veel aanbieders

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Opgave 1 Vraag- en aanbodcurve met consumenten- en producentensurplus. Qv = -0,5p + 10 Qa = 0,5p 2 Qa = Qv Prijs in euro, q in stuks. 1. Teken de

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

Katern 2 Markten en welvaart

Katern 2 Markten en welvaart Katern 2 Markten en welvaart Begrippen budgetlijn = deze lijn geeft de verschillende mogelijkheden van geld uitgeven voor een consument weer ceteris paribus vraaglijn = het verband tussen de prijs en de

Nadere informatie

1 De bepaling van de optimale productiegrootte

1 De bepaling van de optimale productiegrootte 1 De bepaling van de optimale productiegrootte Voor wat zorgen de bedrijven en welk probleem treed zich op? De bedrijven zorgen voor het produceren van goederen en diensten. Er treed een keuzeprobleem

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

1 Markt en marktvormen

1 Markt en marktvormen 1 Markt en marktvormen Wat is het verschil tussen een markt en een marktvorm? Markt= Concrete markt, plaats waar vragers en aanbieders van een bepaald goed elkaar ontmoeten en transacties afsluiten Marktvorm

Nadere informatie

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden.

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden. Module 3 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten: - De concrete

Nadere informatie

Markt. Kenmerken van marktvormen:

Markt. Kenmerken van marktvormen: 1 1 1 Markt 1 3 5 7 9 1 1 1 1 1 hoeveelheid 1 3 5 7 9 Qv Qa nieuw Qa Qv nieuw p Kenmerken van marktvormen: Volkomen concurrentie: Veel aanbieders Homogeen product(mais) Vrije toetreding Alle kennis van

Nadere informatie

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 15

Extra opgaven hoofdstuk 15 Extra opgaven hoofdstuk 15 Opgave 1 Veronderstel dat de oliemarkt wordt beschreven door het onderstaande model (1) q v = 20 p + 16.000 p prijs per vat olie in euro s (2) q a = 20 p q v, q a aangeboden,

Nadere informatie

WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF?

WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF? VRAAG & AANBOD WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF? De vraag naar een product kan bepaald worden door: Ø Een toe of afname van de bevolking Ø Een toe of afname van het inkomen Ø Een toe of afname behoeften

Nadere informatie

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden? 1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?. een daling van het aantal werklozen B. een toename van de emigratie uit het betreffende land. de

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 12

Extra opgaven hoofdstuk 12 Extra opgaven hoofdstuk 12 Opgave 1 In dit hoofdstuk wordt gewerkt met een strakke definitie van het begrip marktvorm, waarna verschillende marktvormen zijn ingedeeld aan de hand van twee criteria. a.

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

H3 Hoe werken markten

H3 Hoe werken markten H3 Hoe werken markten 3.1 Markten marktmechanisme Organisatie door Marktmechanisme Vragers en aanbieders met eigen belang Aanbieders passen aan aan vragers. Soorten markten één, enkele of veel aanbieders

Nadere informatie

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! Opgaven vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn van

Nadere informatie

Kruislingse prijselasticiteit Complementair aanvullend (negatief) Substituut vervangend (positief)

Kruislingse prijselasticiteit Complementair aanvullend (negatief) Substituut vervangend (positief) Prijs Ev = %Δq / %Δ Ev = Geen reactie volkomen rijsinelastisch Ev tussen en -1 Een beetje inelastisch (rimaire, normale goederen) Ev onder de -1 Veel elastisch (luxe goed) Toeassing inelastisch P stijgt

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod Oefening 1: a. Stijging olieprijs blijft beperkt. Je moet een grafiek tekenen waarin je je aanbod naar links laat verschuiven (aanbod daalt) (wegens pijpleidingen die

Nadere informatie

Vraag 1: PRIJSVORMING

Vraag 1: PRIJSVORMING Naam:.. Datum: 03/12/2013 Klas:... Klasnummer: Vak: SEI Leerkracht: K. Wambeke Opdrachtenbundel ( /20) Vraag 1: PRIJSVORMING Een "mp3-speler" wil wel iedereen maar tegen welke prijs? Los hierover de volgende

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. De kosten van belastingen

Hoofdstuk 8. De kosten van belastingen Hoofdstuk 8 De kosten van belastingen Inleiding In dit hoofdstuk gebruiken we de concepten van vraag en aanbod om de effecten van diverse vormen van overheidsbeleid te analyseren. Tegelijk wordt iets gezegd

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 9 Open vragen OEFENING 1 a) Aantal Prijs Totale ontvangst Marginale ontvangst 1 9 9 9 2 8 16 7 3 7 21 5 4 6 24 3 5 5 25 1 6 4 24-1 7 3 21-3 8 2 16-5 9 1 9-7 10 0 0-9 b)

Nadere informatie

Antwoordmodel module 8

Antwoordmodel module 8 Antwoordmodel module 8 Opdracht 1 a. a, c, d, b. Naarmate de prijsafzetlijn steiler loopt, leidt een prijsstijging tot een geringere daling van de gevraagde hoeveelheid. b. Bij een gegeven prijs betekent

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn.

De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn. Examenvragen economie 12 juni 2002. De antwoorden tussen haakjes zijn de antwoorden die wij VERMOEDEN die juist zijn. --------------------------------------------------------------------------------- 1)

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST OVER OMZET, KOSTEN EN WINST De Totale Winst (TW) van bedrijven vindt men door van de Totale Opbrengsten (TO), de Totale Kosten (TK) af te halen. Daarvoor moeten we eerst naar de opbrengstenkant van het

Nadere informatie

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop Antwoorden webquest asdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzx

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11 OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk Open Vragen OEFENING a) i. De vraagcurve van arbeid verschuift naar rechts. ii. Daar we in de korte termijn zijn, kan de kapitaalstock niet worden aangepast aan de stijging

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 13

Extra opgaven hoofdstuk 13 Extra opgaven hoofdstuk 13 Opgave 1 Stel, dat een markt voor product X zich als volgt ontwikkelt. Aanvankelijk zijn er voor dit product veel aanbieders en veel vragers. Na verloop van tijd loopt de vraag

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 2: OEFENINGEN HOOFDSTUK 2: OEFENINGEN. Bij welke marktvorm is de individuele vraag tevens de marktvraag en is het individuele aanbod tevens het marktaanbod? a) Bij een bilateraal monoolie. b) Bij een monoolie. c) Bij

Nadere informatie

A ; B ; C ; D Géén van de alternatieven A, B en C is CORRECT.

A ; B ; C ; D Géén van de alternatieven A, B en C is CORRECT. Vraag 1 De vraagcurve voor herenoverhemden met een zuurstokdesign luidt Q d = 200 P. De aanbodcurve voor herenoverhemden met een zuurstokdesign luidt Q s = 2*P 40. Stel dat de overheid de totale omzet

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 21

Extra opgaven hoofdstuk 21 Extra opgaven hoofdstuk 21 Opgave 1 Wat is het verschil tussen een optimaal beleid en een Pareto-efficiënt beleid? Opgave 2 In de bij deze opgave horende figuur is de vraagcurve van consument A voor recreatiegoed

Nadere informatie

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

De fabricant TV Rama verlaagt de P van zijn kleuren TV s, hun zwart-wit TV s blijven hetzelfde. De prijselasticiteit van TV s is 0.8.

De fabricant TV Rama verlaagt de P van zijn kleuren TV s, hun zwart-wit TV s blijven hetzelfde. De prijselasticiteit van TV s is 0.8. De fabricant TV Rama verlaagt de P van zijn kleuren TV s, hun zwart-wit TV s blijven hetzelfde. De prijselasticiteit van TV s is 0.8. De ontvangsten van: a) kleuren TV s stijgen en die van zwart-wit TV

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Verkenning 1 a De kosten van het onderzoek en het risico dat het mislukt moet worden afgewogen tegen de mogelijke winst als het onderzoek wel lukt en het

Nadere informatie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Module 7 Antwoorden Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Verantwoording 2010, Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust bij SLO. Voor deze

Nadere informatie

T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten

T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten Onvolkomen competitieve markten - 1 van 5 T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten 1. Monopolie 1/ Wanneer spreken we van een monopolie? 2/ Geef enkel voorbeelden van ondernemingen met

Nadere informatie

2 Katern Consumenten en producenten

2 Katern Consumenten en producenten Vwo-katern 2 Consumenten en producenten hoofdstuk 1 Consumenten en producenten 2 Katern Consumenten en producenten hoofdstuk 1 Het gedrag van de consument Opdracht 1 a Bijvoorbeeld via reclame of via prijsacties.

Nadere informatie

Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8

Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8 Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8 De markt, marktsector en particuliere sector het zijn alle drie benamingen die

Nadere informatie

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p).

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). 1. Prijselasticiteit van de vraag De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). %-verandering gevraagde hoeveelheid (gevolg)

Nadere informatie

Samenvatting economie

Samenvatting economie Samenvatting economie Hoofdstuk 1 Economie is de studie over hoe individuen en samenlevingen kiezen om de schaarse hulpbronnen te gebruiken die de natuur en vorige generaties aanbieden. Alle economische

Nadere informatie

Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn?

Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn? Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn? 1 Intro Een onderneming produceert 3 000 eenheden van haar product en maakt daarbij 27 500 euro kosten. De variabele kosten verlopen

Nadere informatie

Colhaize Goede service Lage prijs Goede service (A,8) (6,B) Lage prijs (8,C) (D,5)

Colhaize Goede service Lage prijs Goede service (A,8) (6,B) Lage prijs (8,C) (D,5) raag O de markt voor levensmiddelen zijn twee bedrijven actief, Delruyt en Colhaize. Om otentiële klanten te overtuigen om voor hun winkel te kiezen, kunnen beide bedrijven voor twee strategieën oteren.

Nadere informatie

Aanvullingen vwo Lesbrief Kleding, druk 2012 Hoofdstuk 2

Aanvullingen vwo Lesbrief Kleding, druk 2012 Hoofdstuk 2 Aanvullingen op de vwo-lesbrieven druk 2012 n.a.v. wijzigingen in syllabus door CvE De CvE heeft de syllabus van de commissie Hinloopen aangepast. Helaas heeft ze dat gedaan nadat de methodeschrijvers

Nadere informatie

2.1 De vraag naar spijkerbroeken

2.1 De vraag naar spijkerbroeken 2.1 De vraag naar spijkerbroeken Voorbeeld 1: Q v = -0,10P + 9 met Q v = gevraagde hoeveelheid spijkerbroeken van Petra P = prijs van een spijkerbroek in euro s P 90 80 60 30 0 Q v 0 1 3 6 9 Er is een

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel)

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Concrete markt: vragers, aanbieders, roduct o een beaalde laats. Abstracte markt: vraag en aanbod bealen de rijs (denkmodel) Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Volkomen concurrentie vwo 5 herhaling

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats.

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Concrete markt: vragers, aanbieders, roduct o een beaalde laats. Abstracte markt: vraag en aanbod bealen de rijs (denkmodel) Volkomen concurrentie Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Transarante markt

Nadere informatie

pdf06 KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTINGEN

pdf06 KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTINGEN pdf06 KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTINGEN In de onderstaande getallenvoorbeelden gaan we uit van de aanbodfunctie:. Door aan producenten opgelegde belastingen (bijvoorbeeld accijnzen, invoerrechten, milieuheffingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 9: Monopolie

Hoofdstuk 9: Monopolie Economie, een Inleiding Hoofdstuk 9: Monopolie 1 Monopolie Vorig hoofdstuk: perfecte mededinging Agenten: prijsnemers Vraag- en aanbodzijde Dit hoofdstuk: monopolie Aanbodzijde Eén aanbieder Prijszetter

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 8

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 8 OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 8 Open vragen OEFENING 1 a) We maximaliseren de winst als we er voor zorgen dat de laatst geproduceerde eenheid evenveel kost als ze opbrengt, dat de marginale kost in

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

Samenvatting Economie. Hoofdstuk 00: inleiding.

Samenvatting Economie. Hoofdstuk 00: inleiding. Samenvatting Economie. Hoofdstuk 00: inleiding. Doel van de economische wetenschap. Studeren: overheid betaalt een groot deel van de studiekosten. Bijna alle menselijke handelingen hebben een economisch

Nadere informatie

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 1 Nog niet zo lang geleden had je als boer te maken met een melkquotum. Een melkquotum betekent dat je een maximale hoeveelheid

Nadere informatie

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Sytze Rienstra en Jan van Donkelaar, 15 januari 2010 Er is de laatste tijd bij de beoordeling van projecten voor de binnenvaart veel discussie over

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod Oefening 1: Verklaar bondig waarom de prijzen in onderstaande tekstjes veranderd zijn door middel van een grafiek met vraag- en aanbod(wijzigingen). a. Stijging olieprijs

Nadere informatie

HT3: Vraag en aanbod

HT3: Vraag en aanbod Lkr.: R. De Wever Naam: Nummer: HT3: Vraag en aanbod Klas: 3 ECA1 28 oktober 2016 25 Vraag 1: (6 ptn) Noteer voor elk van onderstaande uitspraken door welke grafiek (1 tot en met 8) ze worden weergegeven.

Nadere informatie

Vraag 11. q 1 MK, MO MK ECONOMIE, EEN INLEIDING 2010 1 - WAAROVER EN HOE SPREKEN ECONOMEN? S. COSAERT, A. DECOSTER & T. PROOST

Vraag 11. q 1 MK, MO MK ECONOMIE, EEN INLEIDING 2010 1 - WAAROVER EN HOE SPREKEN ECONOMEN? S. COSAERT, A. DECOSTER & T. PROOST Vraag 11 MK, MO MK MO Beschouw bovenstaande figuur. De onderneming produceert een hoeveelheid q 1. Beoordeel de volgende uitspraken: I. De onderneming zal haar winst zien toenemen indien ze meer zou produceren.

Nadere informatie

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14 Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open vragen. De meerkeuzevragen staan op pagina 1-6 van deze

Nadere informatie

Lesbrief Markt en Overheid 2 e druk

Lesbrief Markt en Overheid 2 e druk Hoofdstuk 1. 1.15 1.16 1.17 1.18 D C B B De telefoniemarkt 1.19 a. TO = 2q. b. TK = 1,50q + 75.000. c. TO = TK 2q = 1,50q + 75.000 0,50q = 75.000. De break-evenafzet is 75.000/0,5 = 150.000 pennen. d.

Nadere informatie

ANTWOORDEN. Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari Spm1212 Economie & Bedrijf. Woensdag 19 januari uur 17.

ANTWOORDEN. Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari Spm1212 Economie & Bedrijf. Woensdag 19 januari uur 17. Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen ANTWOORDEN Woensdag 19 januari 2011 14.00 uur 17.00 uur Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

Competitieve markten

Competitieve markten Thema 1 Competitieve markten 1.1 Prijsvorming op competitieve markten 1.1.1 Prijsvorming op competitieve markten leidt tot evenwichtsprijs UITWERKINGSTRAJECT Infopunt (p. 9) Voorafgaande opmerking: het

Nadere informatie

pdf04 CONSUMENTEN- EN PRODUCENTENSURPLUS

pdf04 CONSUMENTEN- EN PRODUCENTENSURPLUS pdf04 ONSUMENTEN- EN PRODUENTENSURPLUS ONSUMENTENSURPLUS Het consumentensurplus is het bedrag dat consumenten bereid zijn voor een product te betalen min het bedrag dat de consumenten er werkelijk voor

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 4

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 4 OPLOSSINGEN OEFENINGEN HOOFDSTUK 4 Open Vragen OEFENING 1 a) De Formule: dk. i, waarbij k staat voor aankopen op krediet en i voor de intrestvoet. di k Deze elasticiteit is in principe negatief. Krediet

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Aanvullingen havo Lesbrief Vervoer, druk 2012 Hoofdstuk 5

Aanvullingen havo Lesbrief Vervoer, druk 2012 Hoofdstuk 5 Aanvullingen op de havo-lesbrieven druk 2012 n.a.v. wijzigingen in syllabus door CvE De CvE heeft de syllabus van de commissie Hinloopen aangepast. Helaas heeft ze dat gedaan nadat de methodeschrijvers

Nadere informatie

pdf04 CONSUMENTEN- EN PRODUCENTENSURPLUS

pdf04 CONSUMENTEN- EN PRODUCENTENSURPLUS pdf04 ONSUMENTEN- EN PRODUENTENSURPLUS ONSUMENTENSURPLUS Het consumentensurplus is het bedrag dat consumenten bereid zijn voor een product te betalen min het bedrag dat de consumenten er werkelijk voor

Nadere informatie

Memokaart A01 Rekenen met procenten

Memokaart A01 Rekenen met procenten Memokaart A01 Rekenen met procenten Procent betekent 1% = 1/100 = 0,01 = één honderdste deel 10% = 10/100 = 0,1 = tien honderdste deel Uitdrukken in procenten Jan had tien knikkers en hij heeft er nu elf.

Nadere informatie

Tentamen ANTWOORDEN. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14

Tentamen ANTWOORDEN. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: 1/14 Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen ANTWOORDEN Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open vragen. De meerkeuzevragen staan op pagina 1-6

Nadere informatie

geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola)

geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola) Lesbrief Consument en Producent Hoofdstuk 1 De klant Marktaandeel van een merk: geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola) Afzet

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 14

Extra opgaven hoofdstuk 14 Extra opgaven hoofdstuk 14 Opgave 1 In onderstaand figuur zijn de afzet en de kosten van een autoproducent afgebeeld. De afzetcurve en de marginale-opbrenstcurve zijn respectievelijk de curven CDE en CFGH.

Nadere informatie

H1 Schaarste en ruil. Schaarste. Ruil

H1 Schaarste en ruil. Schaarste. Ruil 1 H1 Schaarste en ruil Schaarste Om in hun behoeften te voorzien hebben mensen middelen nodig. De behoeften van mensen zijn oneindig maar de middelen zijn beperkt. De spanning tussen oneindige behoeften

Nadere informatie

Thema 1 De kern van het ondernemen. Onderzoeksvraag 6 Hoe komt de prijs tot stand? 1 Intro. 2 Probleemstelling. 3 Leerplandoelstellingen.

Thema 1 De kern van het ondernemen. Onderzoeksvraag 6 Hoe komt de prijs tot stand? 1 Intro. 2 Probleemstelling. 3 Leerplandoelstellingen. Onderzoeksvraag 6 Hoe komt de prijs tot stand? 1 Intro 1 Wie bood de tickets van de concerten aan? De organisatie achter Michael Jackson, samen met de O2 arena 2 Wie was vragende partij voor de tickets?

Nadere informatie

Errata Economie: oefeningen

Errata Economie: oefeningen 1 Errata Economie: oefeningen! Deze correcties gelden alleen voor de eerste druk van 2010! p. 11 Hoofdstuk 1 Open Vraag 1 e) We zetten nu voor het jaar 1990 het BBP van de randzone om in dollars. We delen

Nadere informatie

Deeltoets micro-economie propedeuse

Deeltoets micro-economie propedeuse Deeltoets micro-economie propedeuse 20 november 2012 Versie 1 ü Deze toets bestaat uit 14 meerkeuzevragen. ü Op het antwoordformulier dient steeds - met potlood - het correcte antwoord te worden aangestreept.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Economie H5 : Markt & Overheid

Economie H5 : Markt & Overheid 1. De telefoniemarkt Het kan per land verschillen wat de overheid aanbiedt en wat door de bedrijven wordt aangeboden. Dit kan aan de politiek liggen maar ook aan de tijdsperiode. Voorbeelden telefonie,

Nadere informatie

economie havo 2015-II

economie havo 2015-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) verkoopmarkt bij (2) monopolistische

Nadere informatie

wel winst maakte, maar niet de maximale totale winst behaalde? Licht het antwoord toe met vermelding van gegevens uit bron 2.

wel winst maakte, maar niet de maximale totale winst behaalde? Licht het antwoord toe met vermelding van gegevens uit bron 2. Opgave 1 Zó kunnen we niet draaien! De gemeente Kreims verhuurt elk jaar gedurende de kermis alle standplaatsen voor attracties. De prijs per standplaats komt tot stand door een systeem van gesloten verhuur:

Nadere informatie

Met de taxi of met de fiets

Met de taxi of met de fiets Hoofdstuk 2. Met de taxi of met de fiets 2.24 2.25 2.26 2.27 2.28 2.29 2.30 2.31 C B C C B A C A 2.32 1. Variabel. 2. Constant. 3. Variabel. 4. Constant. 2.33 a. Slechts 60%van het aantal gereden kilometers

Nadere informatie

Proefexamen Macro-economie: verbetering

Proefexamen Macro-economie: verbetering Proefexamen Macro-economie: verbetering Deel 1: Drie open vragen op telkens 6 punten. 1. H9 a) Leid wiskundig de Philipscurve af uit de prijszettingsrelatie op de arbeidsmarkt. Verklaar de gebruikte symbolen.

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari 2011. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer:

Tentamen. Tentamen Spm1212 Economie & Bedrijf 19 januari 2011. Spm1212 Economie & Bedrijf. Naam:... Studentnummer: Spm1212 Economie & Bedrijf Tentamen Woensdag 19 januari 2011 14.00 uur 17.00 uur Instructies: Dit tentamen bestaat uit zowel meerkeuze- als open vragen. Er zijn 20 meerkeuzevragen en 2 open vragen. De

Nadere informatie

Kaarten module 4 derde klas

Kaarten module 4 derde klas 1. Uit welke twee onderdelen bestaan de totale kosten? 2. Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 3. Geef 2 voorbeelden van vaste (of constante) kosten. 4. Waar is de totale winst gelijk aan? 5. Geef

Nadere informatie