Inbouw- en bedieningshandleiding EB Pneumatisch regelventiel Type en type Type Type

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8015. Pneumatisch regelventiel Type 3241-1 en type 3241-7. Type 3241-1. Type 3241-7"

Transcriptie

1 Pneumatisch regelventiel Type en type Type Type Fig. 1 Ventiel type 3241 met aandrijving type 3271 en aandrijving type 3277 Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8015 Uitgave April 2004

2 Inhoudsopgave Inhoud Blz. 1 Constructie en werking Samenbouwen ventiel-aandrijving Montage en instelling Voorspanmogelijkheid bij membraanstang uitgaand Ventiel en aandrijving met verschillende nom. slagen Inbouw Inbouwpositie Steldrukleiding Filter, bypass Testaansluiting Bediening Onderhoud Ventiel in standaard uitvoering Stopbuspakking Zitting en/of klep Ventiel met isoleerdeel of metaalbalgafdichting Stopbuspakking Klep Zitting Metalen balg Weer samenbouwen Vervangen van manchet resp. afdichtring Materiaalmarkering Beschrijving typeplaten Informatie bij de leverancier Opmerking: De niet elektrische aandrijvingen en stelventieluitvoeringen hebben volgens de ontstekingsgevaaranalyse, conform EN : 2001 par. 5.2, ook bij zelden optredende bedrijfsstoringen geen eigen potentiële ontstekingsbron en vallen daarom niet onder de richtlijn 94/9/EG. Voor de aansluiting op de potentiaalvereffening moet par. 6.3 van de EN :1977 VDE 0165 deel 1 worden aangehouden. 2 EB 8015

3 Veiligheidsinstructies Algemene veiligheidsinstructies het regelventiel mag alleen door vakkundig en geschoold personeel, rekening houdend met de erkende regels der techniek, worden ingebouwd, in bedrijf worden genomen en worden onderhouden. Daarbij moet worden gewaarborgd, dat personeel of derden niet in gevaar komen. De in dit voorschrift opgenomen waarschuwingen, vooral v.w.b. de inbouw, de inbedrijfname en het onderhoud, moeten absoluut worden aangehouden. De regelventielen voldoen aan de eisen van de Europese richtlijn 97/23/EG. Bij ventielen die zijn voorzien van de CE-markering, geeft de CE-conformiteitsverklaring uitkomst over de gekozen beoordelingsmethode. De betreffende conformiteitsverklaring staat op aanvraag ter beschikking. Voor een correct gebruik moet worden gewaarborgd dat het regelventiel alleen daar wordt toegepast, waar de bedrijfsdruk en de temperaturen die waarden, welke ten grondslag lagen aan de bestelling, niet overschrijden. Voor schade die ontstaat door extern krachten of andere externe invloeden is de leverancier niet verantwoordelijk.! Gevaren die kunnen ontstaan aan het regelventiel door het medium, de bedrijfsdruk, de steldruk en bewegende onderdelen, moeten met daarvoor geschikte maatregelen worden voorkomen. Deskundig transport en correcte opslag van het regelventiel is een absolute voorwaarde. Belangrijk! Bij de inbouw en onderhoudswerkzaamheden aan het regelventiel moet worden gewaarborgd, dat het betreffende deel van de installatie drukloos wordt gemaakt en afhankelijk van het medium ook wordt geleegd. Afhankelijk van het toepassingsgebied moet het ventiel voor aanvang van de werkzaamheden worden afgekoeld of opgewarmd naar omgevingstemperatuur. Bij werkzaamheden aan het ventiel moet worden gewaarborgd, dat de pneumatische voeding en het regelsignaal zijn onderbroken resp. vergrendeld, om gevaar door bewegende onderdelen van het regelventiel te voorkomen. Bij regelventielen die zijn uitgevoerd met voorgespannen aandrijfveren moet bijzonder voorzichtig te werk worden gegaan. Deze aandrijvingen zijn met een sticker gemarkeerd en ook herkenbaar aan de drie verlengde schroeven aan de onderkant van de aandrijving. Bij werkzaamheden aan het ventiel moet eerst de kracht van de veervoorspanning worden opgeheven. EB

4 Opbouw en werking 1 Opbouw en werking De pneumatische regelventielen type en type bestaan uit het enkelzittings doorgangsventiel type 3241 en de pneumatische aandrijving type 3271 of type Dankzij het modulaire systeem kunnen de aandrijvingen eenvoudig worden vervangen en een standaard uitvoering kan gemakkelijk worden omgebouwd naar een uitvoering met isoleerdeel of metaalbalgafdichting. Bij het microventiel is in het ventielhuis in plaats van de klep/zitting-combinatie een micro-binnenwerk ingebouwd. Het ventiel wordt doorstroomd in de richting van de pijl, waarbij de stand van de klep (3) de doorstroming door de klepzitting (1) bepaalt. Het verstellen van de klep (3) volgt door verandering van de op het membraan van de aandrijving werkende steldruk (nom. signaalbereik). Klep (3) en membraanstang (8.1) zijn via de koppeling (7) verbonden en door de veerbelaste ringpakking (4.2) afgedicht. Veiligheidspositie Afhankelijk van de opstelling van de drukveren in de aandrijving heeft het regelventiel twee verschillende veiligheidspositie: Membraanstang door veer uitgaand Bij vermindering van de steldruk of bij uitval van de voeding bewegen de veren de membraanstang naar beneden en sluiten het ventiel. Het ventiel wordt geopend bij toenemende steldruk tegen de veerkracht in. Membraanstang door veer ingaand Bij vermindering van de steldruk of bij uitval van de hulpenergie bewegen de veren de membraanstang naar boven en openen het ventiel. Bij een toenemende steldruk sluit het ventiel tegen de kracht van de veren in. 2 Samenbouwen van ventiel en aandrijving In plaats van de eenvoudige pneumatische aandrijving kan ook een aandrijving met extra handbediening of een elektrische aandrijving worden opgebouwd. Een pneumatische aandrijving (met of zonder handbediening) kan worden vervangen door een pneumatische aandrijving van een andere grootte. Wanneer bij de combinatie ventielaandrijving het slagbereik van de aandrijving groter is dan die van het regelventiel, wordt door de leverancier het verenpakket zodanig voorgespannen, dat de slagen weer overeenstemmen. 2.1 Montage en instelling Indien het ventiel en de aandrijving niet zijn samengebouwd of indien bij een ventiel de oorspronkelijke aandrijving door een ander type of andere grootte moet worden vervangen, ga dan als volgt te werk: 1. Draai op het ventiel de contramoer (6.2) en de koppelingsmoer (6.1) los. Klep met klepstang vast in de zittingring drukken, dan de koppelings- en contramoer naar beneden draaien. 4 EB 8015

5 Samenbouwen van ventiel en aandrijving Aandrijving type Ventielbehuizing 1.1 Moeren 1.2 Vlakke pakking 2 Zittin 3 Klep 4.1 Veer 4.2 Pakking 5 Bovendeel ventiel 5.2 Draadbus 5.3 Slagindicatieplaat 6 Klepstang 6.1 Koppelingsmoer 6.2 Contramoer 6.3 Juk (DN 200 en 250) 7 Koppeling 8 Aandrijving 8.1 Membraanstang 8.2 Moer Regelventiel type 3241 Mikrostelelement 15 Klepstang 16 Klep 17 Zittinghuis 18 Veer 19 Zittingmoer Fig. 2 Doorsnedetekening EB

6 Samenbouwen van ventiel en aandrijving Aandrijving type Ventielhuis 1.1 Moer 1.2 Vlakke pakking 2 Zitting 3 Klep 4.1 Veer 4.2 Pakking 5 Bovendeel ventiel 5.2 Draadbus 5.3 Slagindicatieplaat 6 Klepstang 6.1 Koppelingsmoer 6.2 Contramoer 6.3 Juk (DN 200 en 250) 7 Koppeling 8 Aandrijving 8.1 Membraanstang 8.2 Moer Fig. 3 Doorsnedetekeningen type en huis DN 200 en EB 8015

7 Samenbouwen van ventiel en aandrijving 2. Op de aandrijving (8) de koppelingsdelen van de koppeling (7) en de slagmoer (8.2) verwijderen. Slagmoer over de klepstang schuiven. 3. Aandrijving op bovendeel ventiel (5) plaatsen en met slagmoer (8.2) vastschroeven. 4. Nom. signaalbereik (resp. signaalbereik met voorgespannen veren) en de werkingsrichting van de aandrijving aflezen van de typeplaat van de aandrijving (bijv. 0, bar en membraanstang uitgaand ). De onderste waarde (0,2 bar) van het signaalbereik komt overeen met de in te stellen aanvangswaarde voor het signaalbereik, de bovenste (1 bar) met de in te stellen eindwaarde. Het werkingstype (veiligheidspositie) membraanstang uitgaand of membraanstang ingaand is bij de aandrijving type 3271 d.m.v. FA of FE gemarkeerd en bij de aandrijving type 3277 door een overeenkomstig symbool op de typeplaat. 5. Bij een aandrijving met membraanstang uitgaand de onderste membraankameraansluiting met de steldruk belasten, die overeenkomt met de signaalbereik-aanvangswaarde (bijv. 0,2 bar). Bij een aandrijving met membraanstang ingaand de bovenste membraankameraansluiting met de steldruk belasten, die overeenkomt met de signaalbereik-eindwaarde (bijv. 1 bar). 6. Koppelingsmoer (6.1) met de hand verdraaien, tot deze de membraanstang (8.1) aanraakt; dan ca. 1/4 slag verder draaien en deze stand met de contramoer (6.2) borgen. 7. Koppelingsdelen van de koppeling (7) plaatsen en vastschroeven. Slagindicatieplaat (5.3) uitrichten op de top van de koppeling. Demontage-instructies aandrijving: Bij de demontage van een aandrijving met membraanstang uitgaand en vooral bij uitvoeringen met voorgespannen veren moet de onderste steldrukaansluiting vooraf met een druk worden belast, die iets hoger ligt dan de onderste waarde van het nom. signaalbereik (zie typeplaat aandrijving), om de ringmoer los te kunnen maken. 2.2 Voorspanmogelijkheid bij Membraanstang uitgaand Om een grotere stelkracht te realiseren kunnen de veren met 12,5 % (120 en 240 cm 2 ) resp. tot max. 25 % (vanaf 350 cm 2 ) van de slag resp. het nom. signaalbereik worden voorgespannen. Voorbeeld: Wanneer bij een signaalbereik van 0, bar een voorspanning van bijv. 0,1 bar wordt gewenst, dan verschuift het signaalbereik met 0,1 bar naar 0,3 tot 1,1 bar (0,1 bar komt overeen met een voorspanning van 12,5 %). Bij de instelling van het ventiel moet nu als aanvangswaarde voor het signaalbereik een steldruk van 0,3 bar worden ingesteld. Het nieuwe signaalbereik van 0,3...1,1 bar moet absoluut als nom. signaalbereik met voorgespannen veren op het typeplaatje worden vermeld. EB

8 Samenbouwen van ventiel en aandrijving 2.3 Ventiel en aandrijving met verschillende nom. slagen Aandrijving membraanstang uitgaand Belangrijk! Bij ventielen, waarvan de slag kleiner is dan de nom. slag van de aandrijving, moeten altijd voorgespannen veerbereiken worden toegepast. Voorbeeld: Ventiel DN 100 met nom. slag 30 mm en aandrijving 1400 cm 2 met nom. slag 60 mm, nom. signaalbereik 0, bar. 1. De voor de voorspanning benodigde steldruk moet boven de met een halve aandrijfslag (30 mm) overeenkomende steldruk van 1,2 bar (bereik 1, bar) op 1,6 bar worden ingesteld. 2. Koppelingsmoer (6.1) verdraaien, tot deze de membraanstang aanraakt. 3. Stand m.b.v. de contramoer borgen en de koppeling monteren zoals eerder in par.2.1 beschreven. 4. Het voor het gemonteerde regelventiel geldende signaalbereik van 1,6... 2,4 bar op de typeplaat van de aandrijving = Wanneer een ventiel met een overgedimensioneerde aandrijving wordt gecombineerd (nom. slag aandrijving groter dan nom. slag ventiel) kan altijd alleen de eerste helft van het nom. signaalbereik van de aandrijving worden gebruikt. Voorbeeld: Ventiel DN 100 met nom. slag 30 mm en aandrijving 1400 cm 2 met nom. slag 60 mm, nom. signaalbereik 0, bar. Bij een halve ventielslag resulteert een bruikbaar signaalbereik van 0,2...0,6 bar. Opgelet! Aandrijvingen, die zonder ventiel al door de leverancier zijn voorgespannen, zijn met een sticker gemarkeerd. Bovendien ziet men aan de onderste membraanschaal drie verlengde bouten met moeren zitten. Deze zijn bedoeld voor het gelijkmatig afbouwen van de veervoorspanning bij demontage van de aandrijving. Aandrijving membraanstang ingaand Belangrijk! Voorspannen van de aandrijfveren is bij membraanstang ingaand niet mogelijk! 8 EB 8015

9 Inbouw 3 Inbouw 3.1 Inbouwpositie De inbouwpositie is willekeurig, maar bij ventielen vanaf DN100 heeft verticale inbouw met aandrijving naar boven de voorkeur. Dit om onderhoudswerkzaamheden te vergemakkelijken. Bij ventielen met isoleerdeel of metalen balg of bij aandrijvingen zwaarder dan 50 kg moet een geschikte ondersteuning of ophanging voor de aandrijving worden voorzien. Opgelet! De inbouw van het ventiel moet trillingsvrij en spanningsloos worden uitgevoerd. De leiding voor de inbouw van het ventiel zorgvuldig doorspoelen. Belangrijk! Regelventielen, die conform NACE MR 0175 worden toepgepast, mogen niet in de isolatie van de leiding worden opgenomen. 3.2 Steldrukleiding Steldrukleiding bij ventiel met aandrijving membraanstang uitgaand op de onderste, bij ventiel met aandrijving membraanstang ingaand op de bovenste membraanschaal aansluiten. 3.3 Vuilfilter, bypass Het verdient aanbeveling, voor het regelventiel een SAMSON-vuilfilter type 2 in te bouwen. Om tijdens onderhoudswerkzaamheden de installatie niet uit bedrijf te hoeven nemen, verdient het aanbeveling, voor het vuilfilter en na het regelventiel een afsluitventiel in te bouwen en een bypass aan te = 3.4 Testaansluiting Wanneer e r bij de uitvoering met metaalbalg-afdichting (fig. 6) op de bovenste flens een testaansluiting (G 1/8) aanwezig is kan daar de lekdichtheid van de balg worden gecontroleerd. Vooral bij vloeistoffen en stoom verdient het aanbeveling daar een geschikte lekkage-indicatie aan te sluiten (bijv. contactmanometer, afvoer naar open vat of kijkglas). 4 Bediening (bijv. omkeren van de werkingsrichting enz.) Zie hiervoor het inbouw- en bedieningsvoorschrift voor pneumatische aandrijvingen EB 8310 voor type 3271 en EB 8311 voor type Bij aandrijving type 3277 bevindt zich de onderste aansluiting aan de zijkant op het juk van de onderste membraanschaal. EB

10 Onderhoud - vervangen van onderdelen 5 Onderhoud - vervangen van onderdelen Het regelventiel is vooral bij de zitting, klep en stopbus onderhavig aan natuurlijke slijtage. Afhankelijk van de toepassingsomstandigheden moet dit met regelmatige tussenpozen worden gecontroleerd, om al voor mogelijke storingen preventieve maatregelen te kunnen nemen.wanneer er lekkage naar buiten toe optreedt, dan kan de stopbus of, bij metaalbalguitvoeringen, de metalen balg defect zijn. Wanneer het ventiel niet juist afdicht dan kan de afsluiting worden beïnvloed door vervuiling of andere vreemde delen tussen de zitting en de klep of door beschadigde afdichtranden. het verdient aanbeveling de onderdelen te demonteren, grondig te reinigen en indien nodig te vervangen. Opgelet Bij montagewerkzaamheden aan het regelventiel moet het betreffende deel van de installatie absoluut drukloos worden gemaakt en afhankelijk van het medium ook worden geleegd. Bij hoge temperaturen moet afkoeling tot omgevingstemperatuur worden afgewacht. Omdat ventielen niet vrij zijn van dode ruimten, moet er rekening mee worden gehouden dat er nog mediumresten in het ventiel aanwezig kunnen zijn. Dat geldt vooral voor ventieluitvoeringen met metalen balg of isoleerdeel. Het verdient aanbeveling, het regelventiel te demonteren uit de leiding. Belangrijk: Bij alle werkzaamheden aan het ventielhuis, moet eerst de steldruk worden afgeschakeld, de steldrukleiding worden verwijderd en de aandrijving worden gedemonteerd. Belangrijk! Passende zitting- en speciale gereedschappen en de voor de montage benodigde aandraaimomenten zijn in de EB 029 (oud WA 029) opgenomen, deze kan via internet onder e00290de.pdf worden opgeroepen. Aandrijving demonteren: 1. Koppeling (7) verwijderen en slagmoer (8.2) afschroeven. Daarvoor bij een aandrijving met membraanstang uitgaand en vooral bij uitvoeringen met voorgespannen veren de aandrijving vooraf met een druk belasten, die iets hoger ligt dan de onderste waarde van het nom. signaalbereik (zie typeplaat aandrijving).zodat de slagmoer losgemaakt kan worden. 2. Aandrijving van bovendeel van het ventiel wegnemen. 10 EB 8015

11 Onderhoud - vervangen van onderdelen 5.1 Ventiel in standaard uitvoering Stopbuspakking 1. Huismoeren (1.1) losmaken en bovendeel ventiel (5) met klepstang en klep van behuizing afnemen. 2. Koppelings- en contramoer (6.1, 6.2) van de klepstang afschroeven. 3. Draadbus (5.2) van de stopbus uitdraaien en klepstang met klep uit het bovendeel van het ventiel trekken. 4. Alle stopbusonderdelen met geschikt gereedschap uit de pakkingruimte trekken, beschadigde onderdelen vervangen. Maak de pakkingruimte zorgvuldig schoon. 5. Vlakke pakking (1.2) en afdichtende oppervlakken in het huis en op het bovendeel zorgvuldig reinigen. 6. Alle pakkingonderdelen plus de klepstang (6) met smeermiddel (bestelnr ) bestrijken. 7. Klepstang met klep in het bovendeel ventiel schuiven Pakking 4.1 Veer 4.2 PTFE-ringpakking resp. pakkingringen 4.3 Ring 5 Bovendeel 5.2 Draadbus 6 Klepstang 6.3 Juk Fig. 4 Stopbuspakking EB

12 Onderhoud - vervangen van onderdelen 8. Nieuwe vlakke afdichtring (1.2) in het huis plaatsen, bovendeel ventiel voorzichtig op het ventielhuis plaatsen en met moeren (1.1) bevestigen. 9. De stopbusonderdelen voorzichtig over de klepstang in de pakkingruimte schuiven. Let daarbij op de juiste volgorde. Draadbus (5.2) inschroeven en vastdraaien. 10. Contramoer (6.2) en koppelingsmoer (6.1) los op de klepstang schroeven. 11. Aandrijving monteren en het aanvangsen eindwaardebereik voor het signaalbereik instellen zoals in hoofdstuk 2.1 beschreven Zitting en/of klep Het verdient aanbeveling, bij het vervangen van zitting en klep ook de stopbuspakking (4.2) te vervangen. Bij het vervangen dezelfde procedure als in par beschreven, uitvoeren. Klep: In plaats van de oude klep een nieuwe klep met klepstang plaatsen. Eventueel kan ook de oude klep worden gebruikt, nadat deze is nabewerkt. Klepstang voor het plaatsen met smeermiddel (bestelnr ) insmeren. Nabewerken van de klep Lichte beschadigingen aan de afdichtranden van de klep kunnen worden verwijderd via nadraaien. Bij zachtafdichtende kleppen is nabewerken slechts tot de maat x mogelijk en alleen bij ventielen met een zittinggat groter dan 12 mm. Vanaf een zittinggat 63 mm kan de gehele afdichtring indien nodig worden vervangen (de klepdelen zijn geschroefd). Zitting: Zitting (2) met de passende zittingsleutel (zie EB 029) uitschroeven. Nieuwe zitting (of eventueel weer de oude zitting na een nabewerking of grondige reiniging) op schroefdraad en afdichtconus met smeermiddel (bestelnr ) bestrijken en inschroeven. Uitvoering microventiel Bij deze uitvoering kan het complete microstelelement met een steeksleutel (SW27) uit het ventielhuis worden geschroefd en aansluitend voor reinigingsdoeleinden worden gedemonteerd. Bij beschadiging van afzonderlijke onderdelen moet het micro-stelelement compleet worden vervangen. 3 Fig. 5 Zachtafdichtende klep 3 Zittinggat x [mm] 12 0, , , ,5 12 EB 8015

13 Onderhoud - vervangen van onderdelen 5.2 Ventiel met isoleerdeel of metaalbalgafdichting Stopbuspakking 1. Koppelings- en contramoer (6.1 en 6.2) van de klepstangverlenging (6.3) afschroeven en de draadbus (5.2) van de stopbus uitdraaien. 2. Moeren (5.4) verwijderen en bovendeel (5) voorzichtig over de klepstangverlenging wegnemen. 3. Alle stopbusonderdelen met geschikt gereedschap uit de pakkingruimte trekken, beschadigde onderdelen vervangen. Maak de pakkingruimte zorgvuldig schoon. 4. Vlakke pakking (5.5) in het tussenstuk (12) verwijderen en afdichtende oppervlakken zorgvuldig reinigen. 5. Alle onderdelen en de klepstangverlenging met smeermiddel (bestelnr ) bestrijken. 6. Nieuwe vlakke pakking (5.5) in het tussenstuk plaatsen, bovendeel voorzichtig over de klepstangverlenging op het tussenstuk plaatsen en met moeren (5.4) bevestigen. 7. De stopbusonderdelen voorzichtig over de klepstangverlenging in de pakkingruimte schuiven. Let daarbij op de juiste volgorde. Draadbus (5.2) inschroeven en vastdraaien. 8. Contramoer (6.2) en koppelingsmoer (6.1) los op de klepstang schroeven. 9. Aandrijving monteren en het aanvangsen eindwaardebereik voor het signaalbereik instellen zoals in hoofdstuk 2.1 beschreven Klep Bij vervanging van de klep met de Bei stopbuspakking (4.2) worden gecontroleerd, of nog beter, volgens par. 5.1 worden vervangen. DN 15 t/m 150: Voor het uitschroeven van de klep (6) uit de klepstangverlenging (6.3) is het noodzakelijk, dat op het uitstekende schroefdraad van de verlenging twee moeren als tegenhouder worden geschroefd. Opgelet! Om beschadiging bij de metaalbalguitvoering (bij de isoleerdeeluitvoering vervalt de balg) te voorkomen, moet er absoluut op worden gelet, dat er geen draaimoment op de balg, welke aan het tussenstuk is vastgeschroefd, wordt uitgeoefend. Het verdient aanbeveling klemgereedschap (WA 029) te gebruiken. 1. Moeren (1.1) verwijderen. 2. Tussenstuk (12) samen met klepstangverlenging, klepstang en klep van het ventielhuis afnemen. 3. Vlakke pakking (1.2) en afdichtende oppervlakken in het huis en op het tussenstuk zorgvuldig reinigen. 4. Op de opgeschroefde moeren van de klepstangverlenging een sleutel plaatsen als tegenhouder. Klepstang met geschikt gereedschap vastklemmen en uit de verlenging schroeven. EB

14 Onderhoud - vervangen van onderdelen Moeren 1.2 Vlakke pakking 3 Klep 3.5 Spanring 3.6 Flens 3.7 Schroeven 4.2 Pakking 5 Bovendeel 5.2 Draadbus 5.4 Schroeven 5.5 Vlakke pakking 6 Klepstang 6.1 Koppelingsmoer 6.2 Contramoer 6.3 Klepstangverlenging 6.4 Borgring 6.5 Moer (DN 15 t/m 150) 6.6 Metalen balg 6.7 Afdichtring 6.8 Afdichtring (DN 200 /250) 11 Testaansluiting DN 15 tots 150 (smeedstalen huis) DN 200 en 250 (met stromingsverdeler) 1.2 Fig. 6 Uitvoering met metalen balg en isoleerdeel 14 EB 8015

15 Onderhoud - vervangen van onderdelen Voorzichtig! De verlenging met de daaraan gelaste balg niet verdraaien. 5. Klepstangeinde (6) van de nieuwe of oude, nabewerkte klep (3) met smeermiddel (bestelnr ) bestrijken. Controleer of de beide borgringen (6.4) nog in de klepstangverlenging (6.3) aanwezig zijn, dan de klepstang vast in de klepstangverlenging (6.3) schroeven (aandraaimoment 50 Nm bij Ø 10 en 88 Nm bij Ø 16 mm). Zie voor verdere montage par DN 200 und 250: 1. Moeren (1.1) verwijderen. 2. Tussenstuk (12) samen met klepstangverlenging, klepstang en klep van het ventielhuis afnemen. 3. Vlakke pakking (1.2) en afdichtende oppervlakken in het huis en op het tussenstuk zorgvuldig reinigen. 4. Bouten (3.7), spanring (3.5) en flens (3.6) verwijderen. 5. Klep van klepstang afschroeven, voor tegenhouden klemgereedschap gebruiken, zodat de op de klepstang gelast metalen balg niet kan worden verdraaid. 6. Nieuwe klep met spanring en flens op de klepstang schroeven. Zie voor verdere montage par Bij de isoleerdeeluitvoering vervallen de onderdelen 3.5, 3.6 en 3.7. Klep (3) en klepstang (6) zijn één deel Zitting Zitting (2)zoals in par beschreven, vervangen Metalen balg DN 15 tot 150: 1. Klep (3) met klepstang (6) uit de klepstangverlenging (6.3), zoals bij het vervangen van de zitting in par beschreven, uitschroeven. 2. Moer (6.5) met SAMSON-steeksleutel (zie EB 029) uitschroeven. 3. Klepstangverlenging met daaraan gelaste metalen balg (6.6) uit het tussenstuk (12) trekken. 4. Afdichtoppervlakken op tussenstuk schoonmaken. 5. Nieuwe balg in tussenstuk schuiven en moer (6.5) vast inschroeven. Opgelet! In geen geval de balg verdraaien. 6. Controleer, of de beide borgringen (6.4) nog in de klepstangverlenging (6.3) aanwezig zijn. Schroefdraad van de klepstang met smeermiddel (bestelnr ) insmeren en klepstang vast in de klepstangverlenging (6.3) schroeven (aandraaimoment 50 Nm bij 10 mm en 80 Nm bij 16 mm klepstangdiameter). EB

16 Onderhoud - vervangen van onderdelen DN 200 und 250: 1. Klep (3) conform par van de klepstang afschroeven en metalen balg (6.6) samen met de klepstang (6) naar bovenuit het tussenstuk (12) trekken. 2. Afdichtring (6.7) vervangen en nieuwe klepstang met balgdeel (6.6) plaatsen. 3. Klep opschroeven en met spanring (3.5), flens (3.6) en schroeven (3.7) borgen Opnieuw samenbouwen 1. Nieuwe vlakke pakking (1.2) in het huis plaatsen, tussenstuk (12) op het ventielhuis (1) plaatsen en met moeren (1.1) bevestigen. 2. Nieuwe vlakke pakking (5.5) in het tussenstuk plaatsen, bovendeel ventiel (5) op het tussenstuk plaatsen en met schroeven (5.4) en moeren bevestigen, aandraaimomenten volgens de EB 029 aanhouden. 3. Draadbus (5.2) vastdraaien. 4. Contramoer (6.2) en koppelingsmoer (6.1) op klepstangverlenging (6.3) resp. klepstang los opschroeven. 5. Aandrijving monteren en het aanvangsen eindwaardebereik voor het signaalbereik instellen zoals in hoofdstuk 2.1 beschreven. 5.3 Vervangen van de manchet resp. afdichtring bij drukontlaste klep 1. Koppelings- en contramoer (6.1, 6.2) van de klepstang afschroeven. 2. Huismoeren (1.1) losmaken en bovendeel ventiel (5) met klepstang (6) voorzichtig afnemen. 3. Draadbus (5.2) van de stopbus uitdraaien en klepstang met klep (3) uit het bovendeel van het ventiel trekken. 4. Vlakke pakking (1.2) en afdichtende oppervlakken in het huis en op het bovendeel zorgvuldig reinigen. bij DN 40: 5. Pakking (4.2), ring (4.3) en veer (4.1) met geschikt gereedschap uit de pakkingruimte trekken, beschadigde delen vervangen. 6. Bus (3.2) uitdrukken en manchet (3.1) vervangen. Pakkingruimte zorgvuldig schoonmaken. 7. Bus (3.2) met smeermiddel (bestelnr ) insmeren en indrukken. 8. Pakkingonderdelen, klepstang (6) en loopoppervlakken van de manchet (3.1) tevens met smeermiddel insmeren. 9. Klepstang met klep in het bovendeel ventiel schuiven. 16 EB 8015

17 Onderhoud - vervangen van onderdelen Overige montage: 10. Vlakke pakking (1.2) in het huis plaatsen, bovendeel ventiel (1.1) voorzichtig op het ventielhuis plaatsen en met moeren (1.1) bevestigen, aandraaimomenten volgens de EB 029 aanhouden. 11. De stopbusonderdelen over de klepstang in de pakkingruimte schuiven. Let daarbij op de juiste volgorde. 12. Draadbus (5.2) inschroeven en vastdraaien. 13. Contramoer (6.2) en koppelingsmoer (6.1) los op de klepstang schroeven. 14. Aandrijving monteren en het aanvangsen eindwaardebereik voor het signaalbereik instellen zoals in hoofdstuk 2.1 beschreven DN DN 40 DN 65 en DN 100 t/m Klep 3.1 Manchet, afdichtring 3.2 Bus 3.3 Ring 3.4 Schroef 6 Klepstang DN 200 t/m 250 Fig. 7 Drukontlaste klep EB

18 Materiaalmarkering Bij DN 50 t/m 150: 5. Schroef (3.4) met borging en ring (3.3) verwijderen. Manchet (3.1) vervangen. 6. Ring (3.3) plaatsen. Schroef (3.4) met borging plaatsen en vast inschroeven. 7. Pakkingonderdelen, klepstang (6) en loopoppervlakken van de manchet (3.1) met smeermiddel (bestelnr ) insmeren. 8. Klepstang met klep in het bovendeel ventiel schuiven. Verdere samenbouw zoals bij DN 40 punt 10 t/m 14 beschreven. Bij DN 200 en 250: 5.Schroef (3.4) met borging verwijderen. 6. Ring (3.3) optillen en manchet resp. afdichting (3.1) vervangen. 7. Ring (3.3) plaatsen. Schroef (3.4) met borging plaatsen en vast inschroeven. 8. Pakkingonderdelen, klepstang (6) en loopoppervlakken van de manchet (3.1) met smeermiddel (bestelnr ) insmeren. 9. Klepstang met klep in het bovendeel ventiel schuiven. Verdere samenbouw zoals bij DN 40 punt 10 t/m 14 beschreven. 6 Materiaalmarkering Geleidebus, zitting en klep zijn als volgt gemarkeerd: Geleidebus (groef op eindvlak) Geen groef: Spits uitgestoken groef: Vlak uitgestoken groef: Hastelloy Zitting Materiaalnr. is ingeslagen of gegraveerd. Bij stellitering is st ingeslagen. Klep Groef onder klepstangschroefdraad: Geen groef: Spits uitgestoken groef: Twee spits uitgestoken groeven: Vlak uitgestoken groef: Hastelloy Bij andere materialen wordt het materiaalnummer of de identificatie ingegraveerd. Bij stellitering is st ingegraveerd. Afmetingen en gewichten van de ventieluitvoeringen zijn opgenomen in specificatieblad T 8015/ 18 EB 8015

19 Beschrijving typeplaten 7 Beschrijving typeplaten 1 Evt. CE-markering of identificatie: art. 3, par. 3 2 Evt. nummer keuringsinstantie, fluidgroep en categorie 3 Typecodering 4 Veranderingsindex regelventiel 5 Materiaal 6 Bouwjaar 7 Nom. doorlaat: DIN: DN, ANSI: Size 8 Toegestane bedrijfsoverdruk bij kamertemperatuur DIN: PN, ANSI: CL 9 Opdrachtnummer met wijzigingsindex 10 Positie opdracht 11 Doorstroomcoëfficiënt: DIN: K VS -waarde, ANSI: C v -waarde 12 Karakteristiek: % equiprocentueel, Lin lineair, DIN: A/Z open/dicht, ANSI: O/C 13 Afdichting: ME metaal, ST gestelliteerd, Ni vernikkeld PT zachtafdichtend met PTFE, PK zachtafdichtend met PEEK 14 Drukontlasting: DIN: D, ANSI: B 15 I of III stromingsverdeler 1 Typecodering 2 Revisie-index 3 Effectief oppervlak 4 Werkingsrichting: FA membraan uitgaand FE membraan ingaand 5 Slag 6 Nom. Signaalbereik (veerbereik) 7 Nom. Signaalbereik met voorgespannen veren Fig. 8 Typeplaten ventiel inks en aandrijving rechts 8 Informatie bij de leverancier in geval van vragen wordt om de volgende informatie gevraagd: Opdrachtnummer Type, fabricagenummer, nom. doorlaat en uitvoering van het ventiel Druk en temperatuur van het medium Doorstroming in m 3 /h Nom. signaalbereik van de aandrijving (bijv. 0, bar) Is er een vuilfilter ingebouwd Inbouwtekening EB

20 SAMSON MEET- EN REGELTECHNIEK BV Postbus 290 (Signaalrood 10) NL AG ZOETERMEER Tel Fax EB 8015 S/Z

Pneumatische stoomomvormer Type 3281-1 en type 3281-7 Type 3286-1 en type 3286-7. Fig. 1 Type 3281-1. Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8251 NL

Pneumatische stoomomvormer Type 3281-1 en type 3281-7 Type 3286-1 en type 3286-7. Fig. 1 Type 3281-1. Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8251 NL Pneumatische stoomomvormer Type 3281-1 en type 3281-7 Type 3286-1 en type 3286-7 Fig. 1 Type 3281-1 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8251 NL Uitgave September 2003 Inhoudsopgave Inhalt Seite 1 Constructie

Nadere informatie

Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351

Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351 Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351 Fig. 1 Type 3351 1. Constructie en werking Het pneumatische regelventiel type 3351 bestaat uit een open-/dichtventiel en een membraanaandrijving,

Nadere informatie

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8048 NL. Pneumatisch regelventiel Type 3249-1 en type 3249-7

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8048 NL. Pneumatisch regelventiel Type 3249-1 en type 3249-7 Pneumatisch regelventiel Type 3249-1 en type 3249-7 Fig. 1 Regelventiel type 3249-7 in Ball-body-uitvoering, met aandrijving type 3277 en geïntegreerde klepstandsteller Fig. 2 Regelventiel type 3249-7

Nadere informatie

Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type type Type A type A Type B type B

Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type type Type A type A Type B type B Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type 42-14 type 42-18 Type 42-24 A type 42-28 A Type 42-24 B type 42-28 B Type 42-24 A Type 42-28 A figuur 1 Verschildrukregelaar 1. Constructie en werking De verschildrukregelaar

Nadere informatie

Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 Pneumatisch regelventiel type 3335-1

Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 Pneumatisch regelventiel type 3335-1 Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 Pneumatisch regelventiel type 3335-1 Figuur 1 Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 1. Constructie en werking Het pneumatische regelventiel bestaat uit het met

Nadere informatie

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2183 NL. Veiligheidstemperatuurbewaking (STW) met veiligheidsthermostaat type 2403 K

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2183 NL. Veiligheidstemperatuurbewaking (STW) met veiligheidsthermostaat type 2403 K Veiligheidstemperatuurbewaking (STW) met veiligheidsthermostaat type 2403 K Veiligheidsthermostaat Regelthermostaat Fig. 1 Veiligheidstemperatuurbewaking type 2436 K/2403 K met regelthermostaat type 2430

Nadere informatie

AK 45 Gebruiksaanwijzing 810532-00

AK 45 Gebruiksaanwijzing 810532-00 AK 45 Gebruiksaanwijzing 810532-00 Opstart-aflaatklep AK 45 Doorstroomdiagram 1000 800 600 500 400 1 300 Doorstroming [kg/h] 200 100 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 0,8 1 2 Verschildruk [bar] 1 Maximale doorstroomhoeveelheid

Nadere informatie

Reduceerventiel voor stoom type 39-2

Reduceerventiel voor stoom type 39-2 Reduceerventiel voor stoom type 39-2 figuur 1 type 39-2 1. Constructie en werking Het reduceerventiel bestaat in wezen uit het ventielhuis met zitting, klepstang met klep en balg en de aandrijving met

Nadere informatie

GESTRA. GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16. Gebruikershandleiding 818581-00 Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16

GESTRA. GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16. Gebruikershandleiding 818581-00 Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16 GESTRA GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16 Gebruikershandleiding 818581-00 Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16 1 Inhoud Belangrijke instructies Blz. Toepassing... 4 Veiligheidsinstructies... 4 Gevaar... 4 DGRL

Nadere informatie

Temperatuurregelaar zonder hulpenergie Model 43 Temperatuurregelaar type 43-1 type 43-2

Temperatuurregelaar zonder hulpenergie Model 43 Temperatuurregelaar type 43-1 type 43-2 Temperatuurregelaar zonder hulpenergie Model 43 Temperatuurregelaar type 43-1 type 43-2 Toepassing Regelaar voor stadsverwarmingsinstallaties, warmtegeneratoren, warmtewisselaars en andere huistechnische

Nadere informatie

Drukregelaar zonder hulpenergie Universele drukreduceer type 41-23

Drukregelaar zonder hulpenergie Universele drukreduceer type 41-23 Drukregelaar zonder hulpenergie Universele drukreduceer type 41-23 Toepassing Drukregelaar voor gewenste waarden van 5 mbar tot 28 bar Ventielen in nom. doorlaat DN 15 t/m 100 Nom druk PN 16 t/m 40 Voor

Nadere informatie

Pneumatisch regelventiel type en type Afb. 1 Type Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8055 NL

Pneumatisch regelventiel type en type Afb. 1 Type Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8055 NL Pneumatisch regelventiel type 3253-1 en type 3253-7 fb. 1 Type 3253-1 Inbouw- en bedieningshandleiding Uitgave oktober 2003 Inhoudsopgave Inhoud 1 Constructie en werking...............................

Nadere informatie

Pneumatische aandrijvingen 1000, 1400, 2800 en 2 x 2800 cm² Type 3271

Pneumatische aandrijvingen 1000, 1400, 2800 en 2 x 2800 cm² Type 3271 Pneumatische aandrijvingen 1000, 1400, 2800 en 2 x 2800 cm² Handbediening type 3273 Toepassing Slagaandrijving, vooral voor aanbouw op SAMSON ventielen model 240, 250 en 280 Membraanoppervlak 1000 tot

Nadere informatie

Magneetventielen type 3963

Magneetventielen type 3963 Inbouw- en bedieningsvoorschrift Magneetventielen type 3963 Fig. 1 Algemeen De instrumenten mogen alleen door vakpersoneel dat bekend is met de montage, de inbedrijfname en het bedrijf van dit product,

Nadere informatie

Uitvoeringen. Bijbehorende overzichtsblad T 5800 Bijbehorende typebladen aandrijvingen T 8340, T 8331 T , T 5857, T 5824, T 5840

Uitvoeringen. Bijbehorende overzichtsblad T 5800 Bijbehorende typebladen aandrijvingen T 8340, T 8331 T , T 5857, T 5824, T 5840 Elektrische regelventielen Type 3260/5857, 3260/5824, 3260/5825, 3260/3374, 3260/3274 Pneumatische regelventielen Type 3260/2780, 3260/3372, 3260-1, 3260-7 Driewegventiel type 3260 Toepassing Als meng-

Nadere informatie

Model 240 Pneumatisch regelventiel type en type Doorgangsventiel type 3241

Model 240 Pneumatisch regelventiel type en type Doorgangsventiel type 3241 Model 240 Pneumatisch regelventiel type 3241-1 en type 3241-7 Doorgangsventiel type 3241 Toepassing Regelventiel voor de procestechniek en de installatiebouw Nom. doorlaat 15 t/m 300 Nom. druk PN 10 t/m

Nadere informatie

GESTRA Steam Systems AK 45. Gebruiksaanwijzing Opstart-aflaatklep AK 45

GESTRA Steam Systems AK 45. Gebruiksaanwijzing Opstart-aflaatklep AK 45 GESTRA Steam Systems Gebruiksaanwijzing 810532-01 Opstart-aflaatklep Inhoud Belangrijke instructies Blz. Correcte toepassing...4 Veiligheidsinstructies...4 Gevaar...4 Opgelet...4 DGRL (richtlijnen voor

Nadere informatie

Model 240 Pneumatisch regelventiel type en type

Model 240 Pneumatisch regelventiel type en type Model 240 Pneumatisch regelventiel type 3244-1 en type 3244-7 Fig. 1 Regelventiel type 3244-1 Fig. 2 Regelventiel type 3244-7 1. Constructie en werking De pneumatische regelventielen type 3244-1 en type

Nadere informatie

Drukregelaar zonder hulpenergie. Drukreduceer type Drukreduceer type Inbouw- en bedieningshandleiding EB 2520 NL

Drukregelaar zonder hulpenergie. Drukreduceer type Drukreduceer type Inbouw- en bedieningshandleiding EB 2520 NL Drukregelaar zonder hulpenergie Drukreduceer type 2405 Drukreduceer type 2405 Inbouw- en bedieningshandleiding Uitgave mei 2010 Inhoudsopgave Inhoud 1 Constructie en werking.......................... 4

Nadere informatie

BK 45 BK 45U. Gebruikershandleiding 810450-01 Condenspot BK 45, BK 45U

BK 45 BK 45U. Gebruikershandleiding 810450-01 Condenspot BK 45, BK 45U BK 45 BK 45U Gebruikershandleiding 810450-01 Condenspot BK 45, BK 45U 1 Inhoudsopgave Belangrijke instructies Pagina Toepassing...6 Veiligheidsinstructie...6 Indeling conform artikel 9 richtlijn voor drukapparaten...6

Nadere informatie

BK 46 Gebruikershandleiding 810725-00

BK 46 Gebruikershandleiding 810725-00 BK 46 Gebruikershandleiding 810725-00 Condenspot BK 46 1 Doorstroomdiagram 2 1 Capaciteit PMX Fig. 1 1 2 Maximale doorstroomsnelheid van heet condensaat voor de BK 46 Maximale doorstroomhoeveelheid van

Nadere informatie

GESTRA. GESTRA Steam Systems BK 212. Inbouwhandleiding Condenspot BK 212

GESTRA. GESTRA Steam Systems BK 212. Inbouwhandleiding Condenspot BK 212 GESTRA GESTRA Steam Systems BK 212 Inbouwhandleiding 818515-00 Condenspot BK 212 1 Doorstroomdiagram 2 Doorstroming [kg/h] 1 Verschildruk [bar], betrokken op atmosferische druk Fig. 1 1 Maximale capaciteit

Nadere informatie

UBK 46. Gebruiksaanwijzing Thermische condensaatafvoerregelaar UBK 46

UBK 46. Gebruiksaanwijzing Thermische condensaatafvoerregelaar UBK 46 UBK 46 Gebruiksaanwijzing 810531-00 Thermische condensaatafvoerregelaar UBK 46 Doorstroomhoeveelheden, openingstemperaturen Bedrijfsoverdruk [bar] 1 2 4 8 12 16 20 26 32 Openingstemperatuur bij default-instelling

Nadere informatie

GESTRA Steam Systems BK 15. Gebruikershandleiding 810837-01. Condenspot BK 15, DN 40-50

GESTRA Steam Systems BK 15. Gebruikershandleiding 810837-01. Condenspot BK 15, DN 40-50 GESTRA Steam Systems BK 15 Gebruikershandleiding 810837-01 Condenspot BK 15, DN 40-50 Inhoudsopgave Belangrijke instructies Blz. Toepassing...4 Veiligheidsinstructie...4 Gevaar...4 Opgelet...4 DGRL (richtlijnen

Nadere informatie

GESTRA MK 36/51. Installatie instructies 810838-00 Condenspot MK 36/51

GESTRA MK 36/51. Installatie instructies 810838-00 Condenspot MK 36/51 GESTRA MK 36/51 Installatie instructies 810838-00 Condenspot MK 36/51 Toepassing De condenspot MK 36/51 alleen voor afvoer van condensaat uit stoom toepassen. Veiligheidsinstructie Het apparaat mag uitsluitend

Nadere informatie

Model 42 Volumehoeveelheidsregelaar Type 42-36

Model 42 Volumehoeveelheidsregelaar Type 42-36 Model 42 Volumehoeveelheidsregelaar Type 42-3 Figuur 1 Volumehoeveelheidsregelaar type 42-3 1. Constructie en werking De hoeveelheidsregelaar type 42-3 is be - doeld om de doorstroming op een voorafge

Nadere informatie

Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 NL S019-FLN S 6 DN eco Uitgave 08/2008 NEN 2559

Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 NL S019-FLN S 6 DN eco Uitgave 08/2008 NEN 2559 Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Servicevoorschrift Pagina 2 van 6 Tek.nr. S 6 DN eco 1 Borgpen 142 101 2. Drukindicator 501 817 3. Spindel met 142 082 0-Ring 4. Ventiel met 140 423 zeskant moer 5. 0-Ring

Nadere informatie

Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16

Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16 36 Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 6 VVG... Armatuur brons CC9K (Rg5) DN 5...DN 0 k vs 5...25 m 3 /h Vlak afdichtende buitendraadaansluiting G B volgens ISO 228/ Koppelingsets ALG 2 met draadaansluiting

Nadere informatie

GESTRA. GESTRA Steam Systems NRG 26-21. Montagehandleiding 810070-01 GESTRA Niveau-elektrode NRG 26-21

GESTRA. GESTRA Steam Systems NRG 26-21. Montagehandleiding 810070-01 GESTRA Niveau-elektrode NRG 26-21 GESTRA GESTRA Steam Systems NRG 26-2 Montagehandleiding 80070-0 GESTRA Niveau-elektrode NRG 26-2 NRG 26-2 Afmetingen NRG 26-2 NRG 6- G 3 /4 G 3 /4 G 3 /4 warmteisolatie ketelwand voorlansflens DN 00 DN

Nadere informatie

GESTRA Steam Systems VK 14, VK 16. Gebruikershandleiding Kijkglazen Vaposkop

GESTRA Steam Systems VK 14, VK 16. Gebruikershandleiding Kijkglazen Vaposkop GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16 Gebruikershandleiding 818584-01 Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16 Inhoud Belangrijke instructies Blz. Toepassing...4 Veiligheidsinstructies...4 Gevaar...4 Opgelet...4 DGRL

Nadere informatie

Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Test- en hervulhandleiding

Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Test- en hervulhandleiding Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Servicevoorschrift Pagina 2 van 6 Nr. Omschrijving S 2 DF 1 Borgpen 142 101 2. Drukindicator 501 816 3. Spindel met O-ring 142 082 4. Ventiel met 140 435 bevestigingsmoer

Nadere informatie

Nokkenas vervangen (M52TU / M54 / M56)

Nokkenas vervangen (M52TU / M54 / M56) 11 31 001 Nokkenas vervangen (M52TU / M54 / M56) Benodigd speciaal gereedschap: 00 9 250 11 2 300 11 3 240 11 3 244 11 3 250 11 3 260 11 3 292 11 4 220 11 6 150 11 6 180 (zo nodig inlaat- of uitlaatzijde)

Nadere informatie

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8546 NL. Drukregelaar type Type op klepstandsteller Type met filterhuis

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8546 NL. Drukregelaar type Type op klepstandsteller Type met filterhuis Drukregelaar type 78 Type 78- op klepstandsteller 7 Type 78- met filterhuis Type 78- op aandrijving 7 Fig. Drukregelaar type 78 Inbouw- en bedieningsvoorschrift B 8 NL Uitgave september Inhoudsopgave Inhoud

Nadere informatie

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding Bedienings- en montagehandleiding Woord vooraf Deze handleiding geeft inzicht in de werking, de montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. U dient zich tijdens plaatsing en montage

Nadere informatie

GESTRA. GESTRA Steam Systems BB...1 BB...2. Inbouwhandleiding 810836-00. Dubbele terugslagklep BB 1..., BB 2...

GESTRA. GESTRA Steam Systems BB...1 BB...2. Inbouwhandleiding 810836-00. Dubbele terugslagklep BB 1..., BB 2... GESTRA GESTRA Steam Systems BB...1 BB...2 Inbouwhandleiding 810836-00 Dubbele terugslagklep BB 1..., BB 2... 1 Inhoudsopgave Belangrijke instructies Blz. 2 Toepassing... 8 Veiligheidsinstructie... 8 Gevaar...

Nadere informatie

NRG 16-36 NRG 16-36. Gebruiksaanwijzing 810530-00. Niveau-electrode NRG 16-36

NRG 16-36 NRG 16-36. Gebruiksaanwijzing 810530-00. Niveau-electrode NRG 16-36 NRG 16-36 Gebruiksaanwijzing 810530-00 Niveau-electrode NRG 16-36 Alle afmetingen in mm Ketelwand G 1 1 /2 DN 100, PN 40 DN 50 20 1500 100 14 10 NW 20-5 90 Bijv. reduceerstuk K 88,9 x 30 x 3,2 Figuur 1:

Nadere informatie

TECHNISCHE HANDLEIDING

TECHNISCHE HANDLEIDING Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...

Nadere informatie

NRG NRG NRG Montagehandleiding Niveau-elektrode NRG 16-12, NRG 17-12, NRG 19-12

NRG NRG NRG Montagehandleiding Niveau-elektrode NRG 16-12, NRG 17-12, NRG 19-12 Montagehandleiding 810094-01 Niveau-elektrode,, ,, Afmetingen 1 Ventilatiegat altijd op het hoogste punt zo dicht mogelijk bij de ketelwand Alle maten in mm ketelwand DN 50 1 > 80 20 < 1500 Fig. 1: Beschermbuis

Nadere informatie

GESTRA. GESTRA Steam Systems BK 15. Gebruikershandleiding 810837-00. Condenspot BK 15, DN 40-50

GESTRA. GESTRA Steam Systems BK 15. Gebruikershandleiding 810837-00. Condenspot BK 15, DN 40-50 GESTRA GESTRA Steam Systems BK 15 Gebruikershandleiding 810837-00 Condenspot BK 15, DN 40-50 1 2 Inhoudsopgave Belangrijke instructies Toepassing... 6 Veiligheidsinstructie... 6 Gevaar... 6 Toekenning

Nadere informatie

Driewegafsluiters met flens, PN40

Driewegafsluiters met flens, PN40 4 482 Driewegafsluiters met flens, PN40 VXF61... DN15 en 25 DN40...150 Driewegafsluiters met flens, PN40 Toepasbaar als meng- of verdeelafsluiters DN15...150 mm DN15 en 25: gietstaal GS-C 25 N DN40...150:

Nadere informatie

VTB 200 Vlinderkleppen

VTB 200 Vlinderkleppen VTB 200 Vlinderkleppen Adres http://www.vapo.nl Vapo Techniek BV Esp 258 5633 AC Eindhoven Nederland T: +31(0)40 248 10 00 F: +31(0)40 248 10 40 E: vapo@vapo.nl Inhoudsopgave Algemene kenmerken 3 Condities

Nadere informatie

UNA 23 UNA 25 UNA 26 UNA 27

UNA 23 UNA 25 UNA 26 UNA 27 GESTRA Steam Systems UNA 23 UNA 25 UNA 26 UNA 27 Gebruikershandleiding 810556-03 Condenspot UNA 23, UNA 25, UNA 26, UNA 26h RVS, UNA 27h Inhoudsopgave Belangrijke instructies Blz. Toepassing...4 Veiligheidsinstructie...4

Nadere informatie

Adapters en verloopmoeren van metaal

Adapters en verloopmoeren van metaal Adapters en verloopmoeren van metaal Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Gegevens over de bedieningshandleiding...3 1.3 Andere

Nadere informatie

MK 45 MK 45 A RVS. Gebruikershandleiding Condenspot MK 45, MK 45 A

MK 45 MK 45 A RVS. Gebruikershandleiding Condenspot MK 45, MK 45 A MK 45 MK 45 A RVS Gebruikershandleiding 810406-01 Condenspot MK 45, MK 45 A 1 Inhoudsopgave Belangrijke instructies Blz. Toepassing...7 Veiligheidsinstructie...7 Gevaar...7 Conformiteit met de EU richtlijnen

Nadere informatie

Driewegafsluiters met buitendraad, PN16

Driewegafsluiters met buitendraad, PN16 4 463 Driewegafsluiters met buitendraad, PN6 VXG4... Driewegafsluiters met buitendraad, PN6 Brons Rg5 DN5...50 mm (/2...2 ) k vs,6...40 m 3 /h Slag 20 mm Uit te rusten met servomotoren SQX..., SKD... en

Nadere informatie

Driewegkranen PN10 met buitendraad

Driewegkranen PN10 met buitendraad 4 233 SERIE 02 Driewegkranen PN10 met buitendraad VBG31... Driewegkranen PN10 met buitendraadaansluitingen Gietijzer GG-20 / GG-25 DN20... DN40 mm k vs 6,3... 25 m 3 /h Draaihoek 90 Buitendraadaansluitingen

Nadere informatie

GESTRA Steam Systems CB 1..., CB 2... Inbouwhandleiding Terugslagkleppen

GESTRA Steam Systems CB 1..., CB 2... Inbouwhandleiding Terugslagkleppen GESTRA Steam Systems CB 1... CB 2... Inbouwhandleiding 818650-00 Terugslagkleppen CB 1..., CB 2... Inhoud Belangrijke instructies Correcte toepassing...8 Veiligheidsinstructies...8 Gevaar...8 Indeling

Nadere informatie

Bedrijfsvoorschriften

Bedrijfsvoorschriften 1 Inhoud 2 Inleiding 2 2.1 Gebruiksdoel 2 2.2 Toepassingsgebied 2 2.3 Te ontraden gebruik 2 3 Veiligheid 2 4 Transport en opslag 2 5 Installatievoorschriften 2 5.1 Plaatsing 2 5.2 Inbouw in leidingwerk

Nadere informatie

HINDLE. Hindle Ultra-Seal kogelkranen Handleiding voor gebruik, installatie en onderhoud. www.pentair.com/valves. Inhoud 1 Opslag/bescherming 1

HINDLE. Hindle Ultra-Seal kogelkranen Handleiding voor gebruik, installatie en onderhoud. www.pentair.com/valves. Inhoud 1 Opslag/bescherming 1 HINDLE Ultra-Seal kogelkranen met zwevende kogel bieden een superieure afdichting downstream en naar de atmosfeer, zowel in gereduceerde als met volledige doorlaat. Inhoud 1 Opslag/bescherming 1 2 Installatie

Nadere informatie

(zie afbeelding 3) 39-49 Nm (65 mm) 39-49 Nm (57 mm) (zie afbeelding 3) 39-49 Nm (60 mm) 29-39 Nm (11 mm)

(zie afbeelding 3) 39-49 Nm (65 mm) 39-49 Nm (57 mm) (zie afbeelding 3) 39-49 Nm (60 mm) 29-39 Nm (11 mm) 1 Montagehandleiding versnellingsbak demontage en montage Standaard NISSAN; TERRANO II (R20); 2.7 TDi 4WD Aanwijzing(en) De motor is in de lengterichting gemonteerd met aangeflenste overbrenging en daarmee

Nadere informatie

GESTRA Steam Systems BK 37 BK 28 BK 29. Gebruikershandleiding 818718-00. Condenspot BK 37, BK 28, BK 29 BK 37 ASME, BK 28 ASME, BK 29 ASME

GESTRA Steam Systems BK 37 BK 28 BK 29. Gebruikershandleiding 818718-00. Condenspot BK 37, BK 28, BK 29 BK 37 ASME, BK 28 ASME, BK 29 ASME GESTRA Steam Systems BK 37 BK 28 BK 29 Gebruikershandleiding 818718-00 Condenspot BK 37, BK 28, BK 29 BK 37 ASME, BK 28 ASME, BK 29 ASME Inhoud Belangrijke instructies Blz. Correcte toepassing...4 Veiligheidsinstructies...4

Nadere informatie

APPENDAGES. Safety Valves. - ½ x ½. Safety by PenTec APPENDAGES

APPENDAGES. Safety Valves. - ½ x ½. Safety by PenTec APPENDAGES Safety Valves - ½ x ½ Safety by PenTec APPENDAGES APPENDAGES DUCO VeiligheidsVentielen en DUCOBoilerventielen Toepassing DUCO Veiligheidsventielen en DUCO Boilerventielen worden toegepast voor de beveiliging

Nadere informatie

Standmelder Type 4748

Standmelder Type 4748 Standmelder Type 4748 Fig. 1 Type 4748 1. Constructie en werking De standmelder type 4748 is bedoeld voor het toekennen van de ventielstand (slag) aan een analoog uitgangssignaal van 4...20 ma. Wanneer

Nadere informatie

NRGT 26-1 NRGT 26-1 S. Gebruiksaanwijzing 810342-00 Niveau-elektrode NRGT 26-1, NRGT 26-1 S

NRGT 26-1 NRGT 26-1 S. Gebruiksaanwijzing 810342-00 Niveau-elektrode NRGT 26-1, NRGT 26-1 S NRGT 2-1 NRGT 2-1 S Gebruiksaanwijzing 8102-00 Niveau-elektrode NRGT 2-1, NRGT 2-1 S Afmetingen 17 17 7, 2 9 10 10 2 2 7 1 2 G ¾ Fig. 1 Fig. 2 2 Functionele componenten A B D C E F Fig. Fig. G ¾ DIN 228

Nadere informatie

Wormwielkasten GS 40.3 - GS 125.3. Bedieningsinstructies. Registratienr. certificaat 12 100 4269 DIN ISO 9001/ EN 29001

Wormwielkasten GS 40.3 - GS 125.3. Bedieningsinstructies. Registratienr. certificaat 12 100 4269 DIN ISO 9001/ EN 29001 Wormwielkasten GS 40.3 - GS 125.3 Bedieningsinstructies DIN ISO 9001/ EN 29001 Registratienr. certificaat 12 100 4269 Wormwielkasten GS 40.3 - GS 125.3 Bedieningsinstructies Geldigheid bedieningsinstructies:

Nadere informatie

Installatie & Onderhoudsinstructies 10-2015

Installatie & Onderhoudsinstructies 10-2015 Installatie & Onderhoudsinstructies 1 10-2015 VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen.

Nadere informatie

Handleiding. Geha heeft veel aandacht besteed aan de veiligheid en betrouwbaarheid van de geleverde onderdelen.

Handleiding. Geha heeft veel aandacht besteed aan de veiligheid en betrouwbaarheid van de geleverde onderdelen. Handleiding Woord vooraf Het doel van deze handleiding is de gebruiker een inzicht te geven in de werking, montage en het onderhoud van de door Geha geleverde onderdelen. Voordat u begint met de plaatsing

Nadere informatie

Bedrijfsvoorschriften DN 40-100

Bedrijfsvoorschriften DN 40-100 1 Inhoud 2 Inleiding 2 2.1 Gebruiksdoel 2 2.2 Toepassingsgebied 2 2.3 Te ontraden gebruik 2 3 Veiligheid 2 4 Transport en opslag 2 5 Installatievoorschriften 2 5.1 Plaatsing 2 5.2 Inbouw in leidingwerk

Nadere informatie

LRG 12-2. Gebruiksaanwijzing 810557-00 Geleidbaarheidselektrode LRG 12-2

LRG 12-2. Gebruiksaanwijzing 810557-00 Geleidbaarheidselektrode LRG 12-2 LRG 12-2 Gebruiksaanwijzing 810557-00 Geleidbaarheidselektrode LRG 12-2 Aansluitschema LRR 1-10 (Modus SLH) LRG 12-2 Spuiklep 510 Fig.1 2 Functionele elementen 69 MAX 70 C % MAX 95 % IP 20 50 129 GESTRA

Nadere informatie

KEYSTONE. CompoSeal-vlinderafsluiters, ringtype Handleiding voor installatie & onderhoud. www.pentair.com/valves. Lees deze instructies zorgvuldig

KEYSTONE. CompoSeal-vlinderafsluiters, ringtype Handleiding voor installatie & onderhoud. www.pentair.com/valves. Lees deze instructies zorgvuldig KEYSTONE Lees deze instructies zorgvuldig Dit symbool geeft belangrijke mededelingen en veiligheidsinstructies aan. Beoogd gebruik De afsluiter is bedoeld om uitsluitend te worden gebruikt in toepassingen

Nadere informatie

KE(A) / KF(A) / KL(A) SPIRA-TROL TM 2-wegregelkleppen (EN / ASME)

KE(A) / KF(A) / KL(A) SPIRA-TROL TM 2-wegregelkleppen (EN / ASME) TIS02471 CHBEn04 3.1.1.021 SPIRATROL TM 2wegregelkleppen (EN / ASME) Omschrijving SPIRATROL is een tweeweg regelklep met enkele zitting en met de mogelijkheid een kooi te plaatsen volgens de EN en ASME

Nadere informatie

Alwa-Kombi-4 (IN)REGELVENTIEL VOOR WARM TAPWATER CIRCULATIESYSTEMEN MET ONDERSTEUNING VOOR THERMISCH DESINFECTEREN TOEPASSING KENMERKEN CONSTRUCTIE

Alwa-Kombi-4 (IN)REGELVENTIEL VOOR WARM TAPWATER CIRCULATIESYSTEMEN MET ONDERSTEUNING VOOR THERMISCH DESINFECTEREN TOEPASSING KENMERKEN CONSTRUCTIE Alwa-Kombi-4 (IN)REGELVENTIEL VOOR WARM TAPWATER CIRCULATIESYSTEMEN MET ONDERSTEUNING VOOR THERMISCH DESINFECTEREN PRODUCTINFORMATIEBLAD TOEPASSING Alwa-Kombi-4 wordt toegepast als (in)regelventiel voor

Nadere informatie

Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken

Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken Madas type EVO/NC Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken Aansluiting schroefdraad G3/8, G1/2 of G3/4 Maximale inlaatdruk 200 mbar Temperatuur bereik - 15 o C tot + 60 o C, energiebesparende versie -

Nadere informatie

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL Elektrische Infrarood Verwarming Model 93485 Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL 1 Algemene veiligheidsinstructies LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING Alvorens de radiateur in bedrijf te nemen, moet u deze gebruiks

Nadere informatie

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies HANDLEIDING Sesame Thermoplastic Tank Technologies INSTALLATIE- EN GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD 1. ALGEMEEN 3 2. BELANGRIJK 3 3. INSTALLATIE EXPANSIEVAT 4 4. GEBRUIK EXPANSIEVAT 5 5. VERVANGEN LUCHTCEL 5

Nadere informatie

Onderhoudshandleiding 2A en 2AN. Pneumatische Cilinders. Hydraulics. Hydraulics. Onderhoudshandleiding. Juni 2002. Bulletin HY07-0910-M2/NL

Onderhoudshandleiding 2A en 2AN. Pneumatische Cilinders. Hydraulics. Hydraulics. Onderhoudshandleiding. Juni 2002. Bulletin HY07-0910-M2/NL Bulletin Pneumatische HY07-0910-M2/NL Cilinders Serie 2A en 2AN 2A en 2AN Juni 2002 Pneumatische Cilinders 1 Overzicht van de onderdelen Afb. 1 Opengewerkte doorsnede van de cilinder Copyright 2002, Parker

Nadere informatie

HANDLEIDING. Installatie Bediening Onderhoud. Valtek MaxFlo 3 Regelkleppen. Handleiding MaxFlo 3 - VLDEIM7001-03 08.06

HANDLEIDING. Installatie Bediening Onderhoud. Valtek MaxFlo 3 Regelkleppen. Handleiding MaxFlo 3 - VLDEIM7001-03 08.06 HANDLEIDING Valtek MaxFlo 3 Regelkleppen Installatie Bediening Onderhoud 1 INHOUDSOPGAVE 1 ALGEMENE INFORMATIE 2 INSTALLATIE 3 SNELLE CONTROLE 4 PREVENTIEF ONDERHOUD 5 DEMONTAGE VAN DE KLEP 6 MONTAGE VAN

Nadere informatie

Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, of GreensPro 1200 greensrol

Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, of GreensPro 1200 greensrol Form No. 338-643 Rev A Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, 44906 of 44907 GreensPro 00 greensrol Modelnr.: 7-5899 Modelnr.: 7-5907 Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË

Nadere informatie

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies 1 2 Inhoud 1. Veiligheidsinstructies... 3 2. Gebruik volgens de voorschriften... 4 3. Omschrijving... 4 4. Toepassingstabel... 4 5. Montage... 4 5.1 Omschrijving van de onderdelen... 5 5.2 Meeneemring

Nadere informatie

URN 2. Gebruiksaanwijzing 810537-00 Netvoedingsapparaat URN 2

URN 2. Gebruiksaanwijzing 810537-00 Netvoedingsapparaat URN 2 URN 2 Gebruiksaanwijzing 810537-00 Netvoedingsapparaat URN 2 Afmetingen / functionele elementen 128,5 169 30,01 (6TE) Fig. 1 A C B MAX 70 C MAX 95 % Fig. 2 2 Legenda A B C 32-polige klemmenstrook LED bedrijf

Nadere informatie

KEYSTONE. Vlinderkleppen PremiSeal Figuur 38 Handleiding voor installatie & onderhoud. www.pentair.com/valves. Lees deze instructies zorgvuldig

KEYSTONE. Vlinderkleppen PremiSeal Figuur 38 Handleiding voor installatie & onderhoud. www.pentair.com/valves. Lees deze instructies zorgvuldig KEYSTONE Lees deze instructies zorgvuldig Dit symbool geeft belangrijke mededelingen en veiligheidsinstructies aan. Mogelijke gevaren: negeren van voorschriften, oneigenlijk gebruik van het product, onvoldoende

Nadere informatie

TRG 5-53 TRG 5-54 TRG 5-55 TRG 5-57

TRG 5-53 TRG 5-54 TRG 5-55 TRG 5-57 GESTRA GESTRA Steam Systems TRG 5-53 TRG 5-54 TRG 5-55 TRG 5-57 NL Nederlands Gebruiksaanwijzing 810199-01 Temperatuursensor TRG 5-53, TRG 5-54, TRG 5-55, TRG 5-57 Inhoud Belangrijke instructies Blz. Correcte

Nadere informatie

Smoorkleppen PN6, PN10, PN16

Smoorkleppen PN6, PN10, PN16 4 136 Smoorkleppen PN6, PN10, PN16 VKF46... Smoorkleppen voor inbouw tussen flenzen Nominale druktrappen PN6, PN10, PN16 Voor inbouw tussen flenzen PN6, PN10, PN16 volgens ISO7005 Dichtsluitend volgens

Nadere informatie

LAVENA NL D...1 I...5 N...9 GR...13 TR...17 GB...2 NL...6...10 CZ...14 RUS...18 F...3 S...7 PL...11 H...15 SK...19 E...4 DK...8 UAE...12 P...

LAVENA NL D...1 I...5 N...9 GR...13 TR...17 GB...2 NL...6...10 CZ...14 RUS...18 F...3 S...7 PL...11 H...15 SK...19 E...4 DK...8 UAE...12 P... 32 064 LAVENA LAVENA NL D...1 I...5 N...9 GR...13 TR...17 GB...2 NL...6...10 CZ...14 RUS...18 F...3 S...7 PL...11 H...15 SK...19 E...4 DK...8 UAE...12 P...16 94.684.231/ÄM 206150/09.06 Inhoud Geachte klant,

Nadere informatie

Glijringpakking dubbelwerkend, overeenkomstig DIN EN 12756

Glijringpakking dubbelwerkend, overeenkomstig DIN EN 12756 Serie SCK MONTAGE- EN GEBRUIKSAANWIJZING Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Glijringpakking dubbelwerkend, overeenkomstig DIN EN 12756 Bewaren voor toekomstig gebruik! Deze gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

DEFENDER BRANDSTOFSYSTEEM - Benzine 19

DEFENDER BRANDSTOFSYSTEEM - Benzine 19 DEFENDER BRANDSTOFSYSTEEM - Benzine 19 7. De korte veer verwijderen. 8. Alle componenten reinigen in paraffine. 9. Het pomphuis onderdompelen in benzine en de pompbuis uitblazen met gecomprimeerde lucht.

Nadere informatie

Ribbelbuis voor zonnesystemen 2 in 1

Ribbelbuis voor zonnesystemen 2 in 1 Voor de installateur Montagehandleiding Ribbelbuis voor zonnesystemen 2 in Flexibel slangsysteem DN6 voor zonnesystemen Flexibel slangsysteem DN20 voor zonnesystemen Art.-nr. 302 46 Art.-nr. 302 47 BEnl

Nadere informatie

Documentatie. Pneumatisch bediende kogelkranen

Documentatie. Pneumatisch bediende kogelkranen Documentatie Pneumatisch bediende kogelkranen 1. Inhoudsopgave 2. 3P8300 Pneumatisch bediende 2-weg 2-delige MSV kogelkraan 3 2.1 Technische data 3 3. P8305 Pneumatisch bediende 3-weg MSV kogelkraan 7

Nadere informatie

Drukregelaar type 4708

Drukregelaar type 4708 Drukregelaar type 478 Toepassing Drukregelaar voor de voeding van pneumatische meet-, regelen besturingsinrichtingen met constante druk Bereik gewenste waarde,,6 bar (3... 4 psi) of,... 6 bar (8... 9 psi)

Nadere informatie

Onderhoudsvrije strangregelafsluiter met zachte dichting voorzien van volumestroom- en temperatuursensor PN 16 DN 15-200 DN 250-350

Onderhoudsvrije strangregelafsluiter met zachte dichting voorzien van volumestroom- en temperatuursensor PN 16 DN 15-200 DN 250-350 Documentatieblad R 7128.1/2-51 BOA-Control IMS Onderhoudsvrije strangregelafsluiter met zachte dichting voorzien van volumestroom- en temperatuursensor met flenzen PN 16 DN 15-200 DN 250-350 onderhoudsvrije

Nadere informatie

Montage- en gebruiksaanwijzing

Montage- en gebruiksaanwijzing Montage en gebruiksaanwijzing Cooper Safety BV Postbus 3397 4800 DJ Breda Nederland Tel. +31 (0)76 750 53 00 Fax +31 (0)76 587 14 22 www.coopersafety.nl Pagina 1 1. Algemene opmerkingen 1.1 Korte beschrijving

Nadere informatie

Onderhoudsinstructies

Onderhoudsinstructies 1 Onderhoudsinstructies 10-2015 VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen. Uw garantie

Nadere informatie

Aanvullende handleiding. Connector ISO voor niveaudetectiesensoren. Document ID: 30380

Aanvullende handleiding. Connector ISO voor niveaudetectiesensoren. Document ID: 30380 Aanvullende handleiding Connector ISO 4400 voor niveaudetectiesensoren Document ID: 30380 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Voor uw veiligheid. Correct gebruik... 3.2 Algemene veiligheidsinstructies... 3.3 Veiligheidsinstructies

Nadere informatie

Inbouwhandleiding Pagina 22. Wijnklimaatkast EWTdf 1653 / 2353 / 3553

Inbouwhandleiding Pagina 22. Wijnklimaatkast EWTdf 1653 / 2353 / 3553 Inbouwhandleiding Pagina 22 Wijnklimaatkast NL 7085 507-00 EWTdf 1653 / 2353 / 3553 Leveringsomvang Etiketten 2 st. - EWT 1653 4 st. - EWT 2353 8 st. - EWT 3553 Bevestigingshoek Afdekking Afdekking Afstandshouder

Nadere informatie

Handleiding revisie verdamper Koltec VG392 / Necam Mega

Handleiding revisie verdamper Koltec VG392 / Necam Mega Handleiding revisie verdamper Koltec VG392 / Necam Mega 1. Demontage Met de demontage van de verdamper beginnen we met de voorzijde. Draai eerst de 2 korte boutjes die naast de uitgang van de verdamper

Nadere informatie

PRS 9. Gebruiksaanwijzing Programmaschakelaar PRS 9

PRS 9. Gebruiksaanwijzing Programmaschakelaar PRS 9 PRS 9 Gebruiksaanwijzing 810534-00 Programmaschakelaar PRS 9 Afmetingen / Overzicht PRS 9 Test 128,5 169 30,48 (6TE) Fig. 1 A B C D E PRS 9 I H G F Test J Fig. 2 MAX 95 % IP 10 MAX 70 C 2 Legenda A B C

Nadere informatie

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat KNX. Lichtsterkteregelaar Mini Best. nr. : 2210 00. Bedieningshandleiding

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat KNX. Lichtsterkteregelaar Mini Best. nr. : 2210 00. Bedieningshandleiding Best. nr. : 2210 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële

Nadere informatie

Aanvullende handleiding. Connector Harting HAN 7D. Voor continu metende sensoren. Document ID: 34457

Aanvullende handleiding. Connector Harting HAN 7D. Voor continu metende sensoren. Document ID: 34457 Aanvullende handleiding Connector Harting HAN 7D Voor continu metende sensoren Document ID: 34457 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Voor uw veiligheid 1.1 Correct gebruik... 3 1.2 Niet toegestaan gebruik...

Nadere informatie

Reparatie. Reparatie. 1.1 Vervangen van schakelkabels bij eendelige asring

Reparatie. Reparatie. 1.1 Vervangen van schakelkabels bij eendelige asring . Vervangen van schakelkabels (0,9mm specialerohloff kabel). Vervangen van schakelkabels bij eendelige asring Bij vervanging van versleten of geknapte schakelkabels moeten twee mogelijke asringversies

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter 1 1.0 Ontvangstcontrole Controleer alle onderdelen op transportschade. Indien er sprake is van transportschade waarschuw dan onmiddellijk de vervoerder. Transportschade valt niet onder de garantie. De

Nadere informatie

Documentatie. 2/2 weg magneetventiel G 1/8'' - G 2'' Type M(O)... 24V=, M(O)... 220V

Documentatie. 2/2 weg magneetventiel G 1/8'' - G 2'' Type M(O)... 24V=, M(O)... 220V G 1/8'' - G 2'' Type M(O)... 24V=, M(O)... 220V 1. Inhoudsopgave 1. Inhoud...1 2. Technische specificaties...1 3. Schema van onderdelen...2 4. Ventiel-typen...2 5. Functie types...3 6. Waarschuwingen...3

Nadere informatie

Technische Documentatie Geïntegreerde Vorkversteller

Technische Documentatie Geïntegreerde Vorkversteller Technische Documentatie Geïntegreerde Vorkversteller Rel.1.3 del 01/01/2010 Pag.1/15 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 2. Omschrijving en werkwijze 4 3. Montage instructie 5 3.1 Montage vorken op ISO-Armdrager

Nadere informatie

GESTRA Steam Systems LRG 16-4. Nederlands. Gebruiksaanwijzing 810101-03. Geleidbaarheidselektrode LRG 16-4

GESTRA Steam Systems LRG 16-4. Nederlands. Gebruiksaanwijzing 810101-03. Geleidbaarheidselektrode LRG 16-4 GESTRA Steam Systems LRG 16-4 NL Nederlands Gebruiksaanwijzing 810101-03 Geleidbaarheidselektrode LRG 16-4 1 Inhoud Belangrijke instructies Blz. Correcte toepassing...4 Functie...4 Veiligheidsinstructies...5

Nadere informatie

Montage- en bedieningshandleiding Modules hydrauliques DN 25

Montage- en bedieningshandleiding Modules hydrauliques DN 25 Montage- en bedieningshandleiding Modules hydrauliques DN 25 2013/05 994436010DeD01-mub-nl V04 1 Art.nr. 100020167x Versie V04 Stand 2013/05 Vertaling van de originele handleiding Technische wijzigingen

Nadere informatie

Vloerverwarmingsverdeler I.6.2. Vloerverwarmingsverdeler

Vloerverwarmingsverdeler I.6.2. Vloerverwarmingsverdeler I.6.2 Alle componenten van de SCHÜTZ vloerverwarmingsverdeler zijn optimaal op elkaar afgestemd, zetten de systeemgedachte in combinatie met de verdelerkasten consequent voort en zijn toepasbaar bij vloerverwarmingsen

Nadere informatie

Nederlands. Montage zie blz. 33. Veiligheidsinstructies. Symboolbeschrijving Gebruik geen zuurhoudende silicone! Safety Function (zie blz.

Nederlands. Montage zie blz. 33. Veiligheidsinstructies. Symboolbeschrijving Gebruik geen zuurhoudende silicone! Safety Function (zie blz. Nederlands Veiligheidsinstructies Bij de montage moeten ter voorkoming van knel- en snijwonden handschoenen worden gedragen. Het douchesysteem mag alleen voor het wassen, hygiënische doeleinden en voor

Nadere informatie

Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00

Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00 OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DD-ST-150/160-CCS Kruisrails Lees de handleiding beslist voordat u de machine de eerste keer gebruikt. Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Geef het apparaat

Nadere informatie

Overzicht. Inhoudsopgave

Overzicht. Inhoudsopgave 1 13 3 4 1 11 13 M+P-11A-0349 Overzicht 1. Beschermdop. Kogelkop 3. Vergrendelingskogel 4. Arrêteerkogel (voor vergrendeling). Knop. Stop. Sleutel 11. Rode markering op knop 1. Witte markering op kogelkop

Nadere informatie

Installatiehandleiding (montage aan een dragende muur)

Installatiehandleiding (montage aan een dragende muur) Populierenlaan 59, 1911 BK Uitgeest Telefoon 0251-316482 Fax 0251-314043 Email: mail@sanmedi.nl Website: www.sanmedi.nl Installatie handleiding Lift 03 Type A (opbouw) / CLA Installatiehandleiding (montage

Nadere informatie

7 DAFTrucks sruurhuts

7 DAFTrucks sruurhuts 7 DAFTrucks sruurhuts 9065.9066 U/E R KPLAATS I N STRU KTI ES Het overdrukventiel heeft tot taak om de maximum oliedruk in het systeem te beperken om te voorkomen dat bepaalde onderdelen in het systeem

Nadere informatie