CONTOUREN VAN EEN NIEUWE WRAKINGSREGELING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "CONTOUREN VAN EEN NIEUWE WRAKINGSREGELING"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD CONTOUREN VAN EEN NIEUWE WRAKINGSREGELING Decryptiebevel en nemo tenetur De Cookiewet Goedwillende hackers P JAARGANG FEBRUARI

2 Where privacy meets compliancy De dagelijkse praktijk van privacy vraagstukken is veelomvattend. Hoe gaat uw organisatie om met persoonsgegevens? Van uw medewerkers, van uw klanten. Dat u hier zeer veel waarde aan hecht is vanzelfsprekend. Maar hoe waarborgt u dit? En hoe gaat u in 2014 de wijzigende wet- en regelgeving implementeren in uw organisatie? Benieuwd naar hoe Brunel uw organisatie kan helpen? Let s meet op brunel.nl

3 Inhoud Vooraf Mr. C.E. Drion Wat is iets? Wetenschap Prof. mr. I. Giesen Prof. mr. F.G.H. Kristen Mr. L.F.H. Enneking Dr. L. van Lent Op weg naar een nieuwe wrakingsprocedure Meer legitimiteit en minder oneigenlijk gebruik Vaak is een weloverwogen SLINGER aan het RECHT aangewezen, maar niet zelden is de BESTE rechtsontwikkeling JUIST een GEBREK NEDERLANDS JURISTENBLAD CONTOUREN VAN EEN NIEUWE WRAKINGSREGELING Decryptiebevel en nemo tenetur De Cookiewet Goedwillende hackers P JAARGANG FEBRUARI Focus D.A.G. van Toor LL.M. B.Sc. Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel eraan Pagina Praktijk Mr. G.H.G.M. van Berkel Alweer aanpassing cookiewet voorgesteld: beter ten halve gekeerd In VERSCHILLENDE landen beoogt men MISBRUIK en ONEIGENLIJK gebruik van Met de CRITICI kan worden gesteld dat MEER winst MOGELIJK was door Opinie Mr. drs. M.A.P. Timmerman Goedwillende hackers, responsible disclosure en strafrecht de WRAKINGSREGELING tegen te gaan door een vorm van SANCTIONERING Pagina 470 het scheppen van DUIDELIJKHEID over de RECHTSPOSITIE van de goedwillende HACKER Pagina 484 Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 528 Als bij ernstige gevallen een AFWEGING kan worden gemaakt om een inbreuk op het NEMO-TENETUR beginsel te rechtvaardigen dan BEGEVEN wij ons op een HELLEND vlak Pagina 478 Er is GEEN specifieke wettelijke VERPLICHTING, op grond waarvan ADVOCATEN in het kader van de kwaliteitscontrole INZAGE moeten GEVEN in DOSSIERGEGEVENS Pagina 522 De OPTA is JUDGE en JURY tegelijk Pagina 482 Cloud computing vraagt om een HERBEZINNING op wat SOEVEREINITEIT betekent Het RECHT om VERGETEN te worden werd VERWELKOMD, maar bij de in een NETWERKENDE samenleving Pagina 524 toepassing worden GROTE PROBLEMEN voorzien. Pagina 519 Omslag: Wayne Lockwood, Images.com/ Corbis

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen (vz.), Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Richard H. Happé, belastingrecht, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 300 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw), extra gebruiker 80 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 80 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 30. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). Each of the debtors is jointly and severally liable for compliance with all the provisions of this loan agreement And now in Dutch* Het Juridisch-Economisch Lexicon Uw instrument voor een accurate vertaling van juridische en economische teksten Nu ook Engels-Nederlands! * Ieder van de schuldenaars is hoofdelijk verbonden voor de nakoming van het geheel uit hoofde van deze overeenkomst van geldlening Online product Altijd actueel lemmata Ruim voorbeeldzinnen Samensteller: Aart van den End, Gateway Woordenboeken Meer informatie of bestellen?

5 Vooraf 383 Wat is iets? 8 Uit de natuurkunde weten we, ik zeg het zonder enige kennis te pretenderen en dus waarschijnlijk behoorlijk incorrect, dat deeltjes soms als stoffelijk zijn te beschouwen (bijvoorbeeld in de zin dat zij massa hebben) en soms niet. Ook weten we dat sommige deeltjes niet eenduidig aan een plaats zijn te koppelen, maar dat hen slechts met een bepaalde mate van waarschijnlijkheid een plaatsaanduiding kan worden gegeven. In het recht houden we niet van dergelijke nieuwlichterij en houden we het graag simpeler. Zoals artikel 3:1 BW het zegt: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten, waaruit in het licht van de verdere omschrijvingen in de artikelen 3:2 (zaken) en 3:6 (vermogensrechten) onder meer voortvloeit dat bij de toepassing van ons burgerlijke recht iets niet én een zaak én een vermogensrecht kan zijn of dat een goed zou kunnen bestaan uit iets dat noch een zaak noch een vermogensrecht is. Dat zou een mooie (jan)boel worden! Toch verschijnen er zo nu en dan, meestal door middel van rechtspraak, scheuren in dit bouwwerk en dat leidt, begrijpelijk, tot commotie. Een voorbeeld daarvan bieden de stevige observaties van Dick van Engelen 1 naar aanleiding van het arrest van het HvJEU inzake UsedSoft/ Oracle. 2 Hij spreekt van een ravage die wordt aangericht in onze goederenrechtelijke porseleinkast en bepleit een herziening van ons gesloten goederenrechtelijk stelsel. 3 Het gaat in die zaak om de goederenrechtelijke status van (tweedehands) software en, met name om de vraag of op (niet stoffelijke) software eigendomsrechten kunnen gelden omdat software gelijk te stellen is aan een zaak, een vraag die het HvJEU in positieve zin beantwoordt. 4 In Nederland is de Hoge Raad nog niet zover, maar er is wel inmiddels bepaald dat de kooptitel (Titel 7.1 BW) van toepassing is op een overeenkomst gericht op het verschaffen van standaardsoftware voor een niet in tijd beperkte duur tegen betaling van een bepaald bedrag, ongeacht of sprake is van aanschaf op een gegevensdrager of door middel van een download, kort gezegd, omdat een zodanige overeenkomst ertoe strekt iets te verschaffen dat individualiseerbaar is en waarover feitelijke macht kan worden uitgeoefend. De Hoge Raad bepaalt echter nadrukkelijk dat hiermee geen beslissing wordt gegeven over de goederenrechtelijke aard van software. Eerder had de Hoge Raad reeds uitgemaakt dat art. 7:17 BW (non-conformiteit) van toepassing kan zijn op goodwill bij de verkoop van een onderneming, ook indien goodwill niet zou kwalificeren als een zaak of een vermogensrecht. Het laat zich nog bezien hoe de ontwikkelingen verder zullen gaan. Is denkbaar dat iets in de ene hoek van ons civiele recht als een zaak geldt, terwijl het in een andere hoek wordt behandeld als een vermogensrecht? Of is het zo dat er naast zaken en vermogensrechten nog andere ietsen vatbaar worden geoordeeld voor een behandeling door het recht als een goed? Of zijn er weer andere routes denkbaar, bijvoorbeeld door analogische toepassing van bepaalde regels? Wie het meent te weten, hij of zij neme het woord. Het zijn, hoe dan ook, interessante tijden, daar waar het recht wordt uitgedaagd door nieuwe maatschappelijke of technologische concepten die om inpassing dan wel aanpassing vragen. Dan moeten soms grenzen overschreden worden of bestaande onderscheidingen worden uitgebreid of genuanceerd. En laten we eerlijk zijn, it s happened before. In 1919 zagen we het openbreken van het recht op het gebied van de onrechtmatige daad. Later volgden vele andere grensoverschrijdingen. Contracten traden buiten hun oevers in relatie tot contractueel betrokken derden (die dan bijvoorbeeld bescherming konden krijgen onder de paraplu van exoneratieclausules) en sommige derden werden juist een contractuele (of precontractuele) omgeving binnen gezogen. Nieuwe figuren (zoals ongerechtvaardigde verrijking en bijzondere zorgplichten) konden onder bepaalde voorwaarden hun intrede doen. Publiekrechtelijke normen vonden toepassing in het privaatrecht en vice versa. Redelijkheid en billijkheid fungeerden als multi-functioneel correctiemechanisme en flexibel aanvullingsinstrument en zij vonden voorts een vrije rol bij uitlegvraagstukken. Mensenrechten vloeiden over naar het vermogensrecht en zelfs naar het ondernemingsrecht. En zo zal wellicht ook de grens tussen verbintenissenrecht en goederenrecht verder vervagen of anders worden getrokken. Het recht wordt door dit soort grensoverschrijdingen genuanceerder, minder hoekig en ronder, zou je kunnen zeggen. Maar daarmee ook minder rechtlijnig, digitaal en voorspelbaar. En dus bepaald ook kritisch te bejegenen, zeker in tijden waarin door rechters oude schoenen worden weggegooid, terwijl de nieuwe nog worden aangepast en het volstrekt onzeker is of zij zullen bevallen. Het belang van de rechtszekerheid mag nooit uit het oog worden verloren, zomin als buiten zicht mag verdwijnen dat er grenzen zijn aan wat een rechter vermag. Vermetelheid, bescheidenheid, creativiteit en wijsheid, zij alle vooronderstellen elkanders bestaansrecht. Vaak is een weloverwogen slinger aan het recht aangewezen, maar niet zelden is de beste rechtsontwikkeling juist een gebrek eraan. Oftewel: niets is (soms ook al heel) wat. Coen E. Drion 1. Dick van Engelen, Twee voor de prijs van één, NJB 1012/38, p Hij signaleert in de rechtspraak van de Hoge Raad soortgelijke openingen als die welke volgens hem volgen uit het genoemde arrest van het HvJEU. Op strafrechtelijk terrein signaleert hij twee zaken van 31 januari 2012 (Belminuten en Diefstal virtuele goederen) en een van 17 april 2012 (Telecom credit). Op civielrechtelijk terrein wijst hij op de beide zaken van De Beeldbrigade van 27 april 2012, LJN BV1301 en LJN BV1299, NJ 2012/293/ HvJEU 3 juli 2012, C-128/ Zie de reactie op Van Engelen van de zijde van R.M. Wibier en J. Diamant, alsmede het naschrift van Van Engelen, beide in NJB 2012/40, p e.v. 4. Zie over dit arrest ook mijn Vooraf Tweedehands software, NJB 2012, p Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 384 Wetenschap Op weg naar een nieuwe wrakingsprocedure Meer legitimiteit en minder oneigenlijk gebruik Ivo Giesen, François Kristen, Liesbeth Enneking en Leonie van Lent 1 Wrakingsverzoeken worden steeds vaker ingediend, maar níet vaker gehonoreerd. Dit suggereert dat het middel oneigenlijk wordt ingezet. De effectiviteit van de regeling komt echter onder druk te staan als miskend wordt dat deze een correctiemechanisme is voor uitzonderlijke gevallen. Oneigenlijk gebruik knaagt derhalve aan de fundamenten van onze rechtspleging. Auteurs maken een rechtsvergelijkende analyse van de wrakingsprocedures in een tiental andere rechtsstelsels als inspiratie ter verbetering van het eigen recht. Uit deze analyse vloeien een aantal aanbevelingen voort met betrekking tot mogelijke contouren voor een aangepaste Nederlandse regeling. De contouren van deze nieuwe wrakingsregeling bevatten aan de ene kant prikkels om het oneigenlijk gebruik te temperen terwijl tegelijkertijd de legitimiteit van het instrument, en daarmee het maatschappelijk draagvlak, wordt vergroot. 1. Inleiding De rechterlijke macht ligt onder het maatschappelijke vergrootglas. De maatschappij wil meer en meer weten over de rechterlijke macht en over de individuele leden ervan, en wil meer inzicht in de werking van de rechterlijke macht. Tegelijkertijd is de eeuwenlang als natuurlijk gegeven veronderstelde autoriteit, gezag en legitimiteit van diezelfde rechterlijke macht aan erosie onderhevig, zo lijkt het. Beeldbepalende zaken, vooral strafzaken als de zaak-wilders, de Klimop-zaak en de zaak-robert M., met uitgebreide media-aandacht dragen hieraan bij. 2 Dat de rechter onbevangen en onbevooroordeeld tot zijn beslissing komt, één van de kernwaarden van de rechtspraak in Nederland, wordt minder voetstoots aangenomen. De mogelijkheid van wraking van de rechter is hét instrument dat de rechtszoekende burger benutten kan om uiting te geven aan twijfel over de rechterlijke onpartijdigheid in zijn zaak. Onder andere op basis van Utrechts onderzoek is recent duidelijk geworden dat de wrakingsregeling de laatste jaren steeds vaker benut wordt, met name in eerste aanleg. 3 Bauw heeft vervolgens een aantal plausibele verklaringen daarvoor aangevoerd: mondiger burgers, publieke meningsvorming, polarisatie, meer empathie bij rechters, actievere rechters en meer unus-rechtspraak. 4 Anderen wijzen op de toegenomen assertiviteit en betere kennis van advocaten. 5 Het aantal toegewezen verzoeken is echter (met een uitschieter) redelijk stabiel gebleven. Concreter: in de vele tienduizenden civiele procedures die in 2009 gevoerd werden, werden in totaal 48 verzoeken tot wraking ingediend, waarvan er (slechts) vier slaagden. 6 Het feit dat wrakingsverzoeken wél vaker worden ingediend maar níet vaker worden gehonoreerd, suggereert dat de regeling ook steeds vaker oneigenlijk wordt benut. Wraking als vorm van manipulatie, schreef Asser toen hij eenzelfde trend signaleerde. 7 Daarbij wijst hij er tevens op dat advocaten hiertoe steeds meer gedwongen worden door hun cliënt; hier geldt waarschijnlijk voorbeeld doet volgen. 8 Dergelijk oneigenlijk gebruik ondermijnt in elk geval op de langere termijn de wrakingsregeling zelf en is daarmee ongewenst. De effectiviteit van de wrakingsregeling kan onder druk komen te staan als wordt miskend dat de wrakingsregeling een correctiemechanisme is voor uitzonderlijke gevallen om een fundamentele waarde de rechterlijke onpartijdigheid te waarborgen. Oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling knaagt derhalve aan de fundamenten van onze rechtspleging. Voor de rechterlijke macht is dat een onwenselijke situatie en voor de rechtsstaat, en dus de burger zelf, ook. Logisch dat wraking, de wrakingsregeling en het toegenomen gebruik ervan op de rechterlijke werkvloer, in de dagelijkse omgang tussen collega s, gespreksonderwerp is. 9 En het is niet alleen gespreksonderwerp. De rechterlijke macht reageert op de ontwikkelingen. Er wordt intern nagedacht over hoe om te gaan met wraking en er zijn volgens een landelijk model wrakingsprotocollen opgesteld. 10 In zeer bijzondere gevallen wordt een andere organisatie van de beoordeling van een wrakingsverzoek toegepast, namelijk behandeling door rechters uit een andere rechtbank. 11 Bovendien is het onderwerp, met name door 466 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

7 het toegenomen aantal wrakingsverzoeken, het vermoeden van oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling en het veranderende beeld van de burger over de rechterlijke macht en de onpartijdigheid van de rechter, hoog op de beleidsagenda van de Raad voor de rechtspraak (verder: Rvdr) komen te staan. Daar heeft het geleid tot de vraag of wrakingsverzoeken in Nederland op een meer adequate en efficiënte manier zouden kunnen worden georganiseerd en zo ja, op welke wijze. Ter beantwoording van deze vraag heeft de Rvdr in het voorjaar van 2012 zowel een empirisch onderzoek als (daaraan voorafgaand) een juridisch inhoudelijk onderzoek uitgezet naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure. 12 Laatstgenoemd onderzoek behelsde een rechtsvergelijking met wrakingsprocedures in verschillende andere rechtsstelsels. De hiervoor geschetste problemen die aanleiding gaven tot de onderzoeksvraag zijn immers niet uniek Nederlands. Het rechtsvergelijkende onderzoek, dat werd uitgevoerd door de Universiteit Utrecht, behelsde een quick scan van de wrakingsprocedures in een tiental andere rechtsstelsels (België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Spanje, de VS en Zwitserland) gevolgd door een nadere bestudering van twee daarvan (Frankrijk en Zwitserland). Uit deze vergelijkende analyse, ingezet als bron van inspiratie om nieuwe ideeën op te doen ter verbetering van het eigen recht, vloeiden een aantal aanbevelingen voort met betrekking tot mogelijke contouren voor een aangepaste Nederlandse wrakingsregeling. Deze aanbevelingen, welke primair opgesteld werden vanuit het (interne) perspectief van de noodzaak tot een verbeterde adequatie en efficiëntie van de wrakingsregeling als zodanig, 13 zullen hierna worden geschetst (paragrafen 3 en 4). Daaraan voorafgaand volgt een beknopte schets van de huidige Nederlandse wrakingsprocedure De Nederlandse wrakingsprocedure Partijen bij een civielrechtelijk, strafrechtelijk of administratiefrechtelijk geding voor een Nederlandse rechter mogen verwachten dat hun zaak beoordeeld wordt door een rechter die neutraal is zowel ten opzichte van het onderwerp in geding, als ten opzichte van de betrokken partijen. Dit vloeit onder meer voort uit het in art. 6 EVRM neergelegde recht op berechting door een onpartijdig gerecht. Dit recht kan worden afgedwongen door een verzoek tot wraking van een partijdig veronderstelde rechter. Uitgangspunt is evenwel dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is (althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is). 15 Als alternatief voor en ter voorkoming van wraking kan een rechter zelf verzoeken zich te mogen verschonen (de formele verschoning; die overigens weinig voorkomt) dan wel gebruik maken van de mogelijkheid tot informele verschoning, waarbij de rechter zich voorafgaand aan of, in uitzonderingsgevallen, tijdens de zitting terugtrekt en de zaak overdraagt aan een collega. Verder wordt reeds bij de toedeling van zaken aan rechters al rekening gehouden met mogelijke problemen ten aanzien van de onpartijdigheid. 16 Procedures voor zowel wraking als (formele) verschoning zijn vastgelegd in verschillende wettelijke regelingen en verder uitgewerkt in een aantal landelijke richtlijnen vastgesteld door de rechterlijke macht alsook in wrakingsprotocollen opgesteld door iedere rechtbank en ieder gerechtshof zelf. De wrakingsprotocollen laten ruimte voor een eigen invulling door het desbetreffende gerecht. De huidige wettelijke regeling inzake de wraking van Auteurs dam 18 april 2011, LJN BQ1648). In de Klimop-zaak was sprake van een succesvolle wraking, zie Rb. Haarlem, 4 april 2011, LJN BQ0083, terwijl in de zaak-robert M. het wrakingsverzoek is afgewezen, zie Rb. Amsterdam 14 maart 2012, LJN BV8737. satie/publicaties-en-brochures/researchme- moranda/documents/rm pdf (hierna Van Rossum e.a. 2012). 7. Zie W.D.H. Asser, De gewraakte gerechtigheid, TCR 2011, p Idem W.F. Korthals Altes, Ons wrakingssysteem moet overboord, NJB 2012/1761, afl. 30, p en Knapen Ook het omgekeerde komt geregeld voor: cliënten die na weigering van hun advocaat een wrakingsverzoek in te dienen, dit op eigen houtje doen, zie Van Rossum e.a. 2012, p. 78 en Zie in dit verband het verslag van het jaarcongres van de NVvR (K.G.F. van der Kraats, Het droomschip heeft de bestemming nog niet bereikt, Trema 2011, p. 375), alwaar ook gewag wordt gemaakt van een gevoelen dat misbruik wordt gemaakt van de wrakingsregeling. 10. Zie Aanbeveling wrakingsprotocol gerechtshoven en rechtbanken (november 2006), gepubliceerd op <http://www.rechtspraak.nl/procedures/landelijke-regelingen/algemeen/documents/ ModelWrakingsprotocolPer2007.pdf> (hierna: Aanbeveling wrakingsprotocol), Zoals in de zaak-wilders en zie infra paragraaf Zie voor het empirisch onderzoek: Van Rossum e.a en supra noot 1 voor het juridisch inhoudelijk onderzoek. 13. In het eerdergenoemde empirisch onderzoek staat het externe perspectief (de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de wrakingsregeling) centraal. Zie Van Rossum e.a Voor een meer gedetailleerde bespreking van de Nederlandse wrakingsprocedure zie het onderzoeksrapport (supra sternoot), p Vergelijk HR 18 november 1997, NJ 1998, 244, r.o Zie, in meer detail: P.M. Langbroek, Toedeling van zaken en rechterlijke integriteit in de Nederlandse gerechten, in: J.B.J.M. ten Berge en A.M. Hol (red.), De onafhankelijke rechter, Den Haag: BJu 2007, p De auteurs zijn allen werkzaam bij de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en/of het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Deze bijdrage steunt in belangrijke mate op een door ons in opdracht van de Raad door de rechtspraak geschreven onderzoeksrapport: I. Giesen, F. Kristen, L. Enneking, E. de Kezel, L. van Lent, P. Willemsen, De wrakingsprocedure Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure, Research Memoranda nr. 5, jrg. 8, Den Haag: Raad voor de rechtspraak, december 2012, <http://www.rechtspraak.nl/organisatie/publicaties-en-brochures/researchmemoranda/documents/rm pdf>. 3. L. Chrit & R.L. Venneman, Wraking en de legitimiteit van de Rechterlijke Macht. Een evaluatie van het wrakingsinstituut, Trema , p E. Bauw, Wat te denken van wraking, AA , p Zie ook M. Kuijer, aant. 1 op art (suppl. juni 2006), in: A.L. Melai & M.S. Groenhuijsen e.a. (red.), Het wetboek van strafvordering, Deventer: Kluwer (losbladig). 5. M. Knapen, Advocaten ontdekken wraking, Advocatenblad nr. 1, 13 januari Zie voor meer empirische informatie W. van Rossum, J. Tigchelaar, P. Ippel, Wraking bottum-up Een empirisch onderzoek, Research Memoranda nr. 6 jrg. 8, Den Haag: Raad voor de rechtspraak, december 2012, Noten 2. In de zaak-wilders werd een eerste wrakingsverzoek toegewezen (Rb. Amsterdam 22 oktober 2010, LJN BO1532) en een tweede verzoek afgewezen (Rb. Amster- NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap rechters is sinds 1994 vastgelegd in art Rv voor de civielrechtelijke procedure, art Sv voor de strafrechtelijke procedure en art. 8:15-8:18 Awb voor de bestuursrechtelijke procedure. In lijn met de wens van de wetgever om een eenvormige wrakings-/verschoningsregeling te creëren, zijn de bepalingen in deze regelingen vrijwel identiek voor de drie rechtsgebieden. 17 Wanneer een partij bij een rechtsgeschil meent dat er sprake is van feiten of omstandigheden die reden geven om te vrezen dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is, kan hij een verzoek tot wraking indienen tegen ieder van de rechters die de zaak behandelen. 18 Dat wrakingsverzoek moet concrete feiten en omstandigheden naar voren brengen waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kan worden afgeleid. De door de rechterlijke macht zelf opgestelde Leidraad onpartij- 468 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

9 Vanaf 1994 gaat de wettelijke regeling uit van een open wrakingsgrond: (...) feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden digheid van de rechter 19 geeft, tezamen met relevante rechtspraak van het EHRM, de betrokken partijen en rechters een indicatie wanneer sprake kan zijn van (een te vermijden schijn van) partijdigheid. Een verzoek tot wraking wordt ter terechtzitting (en dus in beginsel in het openbaar) behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter van wie wraking is verzocht, geen zitting heeft. 20 In bijzondere gevallen kan een wrakingskamer worden geformeerd waarin rechters of raadsheren uit een ander gerecht van gelijke aard zitting hebben (zoals in de zaak-wilders). 21 De wet stelt enkele formele vereisten aan een wrakingsverzoek; niet naleving daarvan kan leiden tot nietontvankelijkheid van het verzoek. 22 De wet kent niet langer een cumulatieve of uitputtende opsomming van feiten en omstandigheden op grond waarvan het vermeend ontbreken van de (schijn van) rechterlijke onpartijdigheid door een wrakingsverzoek aan de orde gesteld kan worden; vanaf 1994 gaat de wettelijke regeling uit van een open wrakingsgrond: (...) feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (zie art. 36 Rv, 512 Sv en 8:15 Awb). Wanneer de indruk bestaat dat misbruik wordt gemaakt door de betrokken partijen van het wrakingsinstrument, bijvoorbeeld waar dezelfde partij herhaaldelijk een verzoek tot wraking indient tegen ofwel dezelfde ofwel opeenvolgende rechters, dan kan de (meervoudige) wrakingskamer bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. 23 Na een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak aangehouden totdat op het wrakingsverzoek is beslist. 24 Het wrakingsverzoek heeft derhalve schorsende werking. De rechter van wie wraking is verzocht kan in de wraking berusten. 25 In geval van berusting wordt geen onderzoek meer verricht naar de gegrondheid van het wrakingsverzoek. De betreffende rechter neemt niet meer deel aan verdere behandeling van de zaak. Berust de betreffende rechter niet in de wraking, dan begint na schorsing van behandeling van de zaak de behandeling ter (in beginsel openbare) terechtzitting van het verzoek tot wraking. 26 De daartoe ingestelde meervoudige kamer beslist zo spoedig mogelijk (binnen twee weken) schriftelijk en gemotiveerd over het verzoek tot wraking, eventueel na horen van de verzoeker en/of de rechter van wie wraking is verzocht. Deze beslissing wordt onverwijld in het openbaar uitgesproken en aan de verzoeker, de andere partijen en de rechter van wie wraking was verzocht medegedeeld. 27 Daarna wordt de behandeling in de zaak hervat, al dan niet in nieuwe samenstelling. De wet bepaalt dat tegen de beslissing op een verzoek tot wraking in beginsel geen rechtsmiddel openstaat. 28 Echter, blijkens de parlementaire geschiedenis kan dit appèlverbod in civielrechtelijke geschillen onder omstandigheden worden doorbroken. 29 Een dergelijke uitzondering is voor het strafrecht niet door de Hoge Raad aanvaard. 30 Daarnaast kan de partij die het verzoek tot wraking heeft ingediend in het kader van een hoger beroep of cassatie tegen de eindbeslissing in de hoofdzaak ook de beslissing op het wrakingsverzoek ter discussie stellen. 31 Tot slot bestaat nog de mogelijkheid van een klachtenprocedure op de voet van art. 26 Wet RO Elementen van inspiratie uit buitenlandse rechtsstelsels Uit het onderzoek naar de kenmerken van de wrakingsprocedures in de onderzochte landen komt een aantal vernieuwende elementen naar voren. Dat zijn de elementen waarmee de desbetreffende wrakingsregelingen zich onderscheiden van de Nederlandse wrakingsregeling. Deze elementen leveren een aantal denkrichtingen op voor mogelijke aanpassingen van de Nederlandse wettelijke wrakingsregeling en het wrakingsprotocol. Daarmee kan beter worden voldaan aan enerzijds de belangen van de rechtspraak en anderzijds de belangen van partijen en 17. Kamerstukken II 1991/92, nr. 3, p Art. 36 Rv, art. 512 Sv respectievelijk art. 8:15 Awb. 19. Gepubliceerd op <http://www.rechtspraak.nl/procedures/landelijke-regelingen/algemeen/documents/ leidr aadonpartijdigheidvanderechter.pdf>. 20. Art. 39 lid 1 Rv; art. 515 lid 1 Sv; art. 8:18 lid 1 Awb. 21. Zie voor een bijzonder geval Aanbeveling wrakingsprotocol, 5.5. Zie ook Bauw 2011, p Zie het onderzoeksrapport, p (supra noot 1). 23. Art. 39 lid 4 Rv, 516 lid 4 Sv, 8:18 lid 4 Awb. Van een dergelijke bepaling zal in de beslissing op het wrakingsverzoek melding worden gemaakt, zie recent nog HR 3 februari 2012, LJN BV2739. re: MvT Parlementaire Geschiedenis Herziening Rv, p Zie ook: HR 22 januari 1999, NJ 1999, 243, r.o Zie voor het bestuursrecht ABRvS 13 maart 2001, /2; ABRvS 1 augustus 2007, /1 en ABRvS 29 april 2008, /1; JB 2008/138. Aanbeveling wrakingsprotocol, 9.6. Zie voor het strafrecht Kuijer, aant. 10 op art. 515 (suppl. 163, oktober 2007), in: Melai & Groenhuijsen e.a. Zie voor het bestuursrecht, bijvoorbeeld ABRvS 28 augustus 1997, H Zie ook ABRvS 9 augustus 2006, /1, en ABRvS 1 augustus 2007, / Kamerstukken II 1991/92, nr. 3, p 114. Zie over de verhouding tussen de wrakingsprocedure en de klachtrechtprocedure, M.I. Veldt, Het EVRM en de onpartijdige strafrechter, Arnhem: Gouda Quint 1997, p Art. 37 lid 5 Rv, 513 lid 5 Sv, 8:16 lid 5 Awb. 25. Art. 38 Rv, 514 Sv, 8:17 Awb. 26. Zie verder Aanbeveling wrakingsprotocol, Art. 39 lid 3 Rv, 515 lid 3 Sv, 8:18 lid 3 Awb. 28. Art. 39 lid 5 Rv, 515 lid 5 Sv, 8:18 lid 5 Awb. 29. Zie voor wat betreft de civiele procedu- 30. HR 14 juni 2005, LJN AT Indien de desbetreffende beslissing niet in stand kan blijven wegens een schending van het (uit art. 6 EVRM voortvloeiende) fundamentele recht op behandeling van de zaak door een onpartijdige rechter. Zie bijvoorbeeld: HR 16 januari 2009, NJ 2009, 562; HR 9 juli 2008, LJN BD Zie ook NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap de samenleving. De vernieuwende elementen zijn hieronder schematisch weergegeven. 33 Een aantal daarvan komt hierna verder aan bod; voor de overige verwijzen wij naar het rapport. Financiële sancties? Allereerst valt op dat men in verschillende landen (Frankrijk, Zwitserland, België, Italië en Spanje) misbruik en oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling beoogt tegen Uit het onderzoek naar de kenmerken van de wrakingsprocedures in de onderzochte landen komt een aantal vernieuwende elementen naar voren te gaan door een vorm van sanctionering. Die sanctionering bestaat uit het verbinden van financiële gevolgen aan misbruik of oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling, namelijk een geldboete en/of een veroordeling in de proceskosten (van het wrakingsincident). De mogelijkheid van een geldboete en/of veroordeling in de proceskosten staat bijvoorbeeld in Zwitserland open bij misbruik en oneigenlijk gebruik. 53 In Frankrijk is het evenwel niet gekoppeld aan een dergelijk criterium. Daar moet in strafzaken een verzoeker wiens wrakingsverzoek ongegrond wordt verklaard, worden veroordeeld tot betaling van een geldboete tussen 75 en In civiele zaken kan een boete tot worden opgelegd; het is dan een bevoegdheid van de rechter die het wrakingsverzoek heeft afgewezen die ruimte laat voor het opleggen van een passende boete. Ook in België kan een boete worden opgelegd bij een kennelijk niet-ontvankelijk verzoek, in Italië kan eveneens een (beperkte) 55 boete worden opgelegd bij afwijzing van het wrakingsverzoek en in Spanje bij een wrakingsverzoek te kwader trouw. 56 Een dergelijke vorm van sanctionering is het overwegen waard. De wetenschap voor betrokkene dat er ook voor hem iets (een financiële sanctie) op het spel staat, zal de verzoeker allicht een prikkel geven om niet al te lichtzinnig naar de mogelijkheid van wraking te grijpen. Daar staat uiteraard tegenover dat zo n financiële sanctie een te groot afschrikkend effect zou kunnen sorteren. Daarmee zou een te grote drempel kunnen worden opgeworpen voor de reële wrakingsverzoeken alsook de twijfelgevallen. Een financiële sanctie 57 zal dus niet zo hoog mogen zijn dat er geen effectief rechtsmiddel resteert en een midden moeten vinden tussen prikkelen en afschrikken. Het is mogelijk om die reden dat de boete in Zwitserland Zwitserse frank bedraagt (ongeveer 1 665) en Zwitserse frank bij recidive (ongeveer 4 162) en in Frankrijk maximaal 750 in strafzaken 58 en maximaal in civiele zaken. Dit zijn bedragen waaruit niet direct een doelstelling van leedtoevoeging spreekt, maar die wel hoog genoeg zijn om een betrokkene ertoe te bewegen zich vooraf goed rekenschap te geven van wat zijn beweegredenen zijn bij zijn wrakingsverzoek. Vermeldenswaard is nog dat in Spanje de boete kan oplopen tot 6 000, maar alleen kan worden opgelegd ingeval van een afgewezen wrakingsverzoek waarbij sprake is van kwade trouw. Hier heeft een dergelijk hoge boete wel degelijk een bestraffend karakter. Elementen van inspiratie /Landen Be Den Du En Fr It Oost Sp VS Zw Ondertekening van wrakingsverzoek door een x x gekwalificeerd advocaat Geldboete en/of proceskostenveroordeling x x 34 x x x x Beoordeling door hogere rechter x x 35 x x x 36 x 37 x 38 x 39 Korte, vaste termijnen x x x x x Limitatief opgesomde ( gesloten ) wrakingsgronden x x x x Combinatie van open en gesloten gronden x 40 x x x x x Spoedeisende handelingen mogen verricht worden x 41 x x x x (evt. door vervangende rechter) Behandeling voortzetten (en evt. proceshandelingen later overdoen); geen schorsende werking x x 42 x 43 x 44 x 45 Wraken van geheel college x Ontvankelijkheidsoordeel (evt. door instructie- x 46 x x x rechter) Plicht tot verschoning x x x x x x x x x x Rechtsgevolg aan te laat indienen ( waiver ) x x x x Affidavit (eed) x Afzonderlijk rechtsmiddel tegen de wrakingsbeslissing (incl. cassatieberoep) x 47 x 48 x 49 x x 50 x 51 x 52 x x Tabel 1: Schematisch overzicht van elementen van inspiratie uit diverse rechtsstelsels 470 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

11 Voor een proceskostenveroordeling naast of in plaats van een boete, zoals bijvoorbeeld in Zwitserland in strafzaken mogelijk is, geldt de voorgaande afweging onverkort, waarbij uiteraard ook rekening moet worden gehouden met het cumulatieve effect als een proceskostenveroordeling naast een boete komt. Het is niettemin nuttig om specifiek ook de mogelijkheid van een veroordeling in de proceskosten te bezien, maar wat ons betreft dan vooral voor civiele en bestuursrechtelijke procedures (in strafzaken kan de mogelijkheid van een boete goed worden ingepast en volstaan) en met name voor wat betreft de proceskosten in de hoofdzaak (en niet enkel de kosten van het wrakingsincident), want dat betekent dat ook in dergelijke procedures een instrument voorhanden is om de lichtvaardig wrakende partij op de vingers te tikken. Het gevolg is wel dat de wederpartij in de oorspronkelijke zaak dan profiteert van de mislukte wraking (via de proceskostenveroordeling van de oneigenlijke wraker in de hoofdzaak), en er geen genoegdoening komt voor de Staat of de rechter in kwestie. Echter, wrakingskosten zijn als het ware systeemkosten voor de rechterlijke macht. Om een afweging van belangen in het individuele geval mogelijk te maken, dient het opleggen van een financiële sanctie naar onze mening een discretionaire bevoegdheid te zijn die toekomt aan de wrakingsrechter. Voor een wettelijk vastgelegde, van rechtswege (verplicht) op te leggen financiële sanctie voelen wij niets. Het is de wrakingsrechter die bij uitstek in het individuele geval en rekening houdend met alle omstandigheden van het geval (waaronder interne belangen van procespartijen alsook maatschappelijke belangen, zoals de aandacht die een zaak in de media krijgt) maatwerk kan leveren door een toegesneden boete op te leggen en/of proceskostenveroordeling uit te spreken of daarvan af te zien. Op die wijze kan de rechter bijvoorbeeld ook verdisconteren dat een wrakende partij die zonder gemachtigde of anderszins deskundige bijstand procedeert, wellicht uit onwetendheid of een overdaad aan emoties tot een rauwelijks wrakingsverzoek komt. Gelet op de zojuist genoemde doelstelling van een financiële sanctie ligt een criterium van oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling voor de hand als ingangsvoorwaarde voor de bevoegdheid om een financiële sanctie te verbinden aan een rauwelijks gedaan wrakingsverzoek. Dit criterium dient een wettelijke basis te hebben. Het lijkt ons vervolgens aan de rechtspraktijk om in de concrete omstandigheden van het geval aan te Om een afweging van belangen in het individuele geval mogelijk te maken, dient het opleggen van een financiële sanctie naar onze mening een discretionaire bevoegdheid te zijn die toekomt aan de wrakingsrechter geven wanneer een bepaald wrakingsverzoek moet worden beschouwd als een oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling. Bij wijze van voorbeeld kan vermeld worden dat in Duitsland en Oostenrijk onnodig tijd rekken gezien wordt als een vorm van als oneigenlijk gebruik. Voorts beschouwt de Duitse wetgever het doen van een wrakingsverzoek voor het nastreven van procedurevreemde doelen ( verfahrensfremde Zwecke ) als oneigenlijk gebruik. Dit geldt overigens alleen in strafzaken. In Spanje geldt een wrakingsverzoek te kwader trouw als oneigenlijk gebruik. Verder kan ook gedacht worden aan wrakingsverzoeken die volgen op onwelgevallige inhoudelijke beslissingen (bijvoorbeeld het afwijzen van een verzoek tot het horen van een getuige), herhaalde wrakingsverzoeken van hardnekkige klagers en wrakingsverzoeken gericht tegen (een rechter uit) de wrakingskamer. Hierbij aansluitend kunnen we vaststellen dat de huidige wettelijke wrakingsregeling reeds enkele aanknopingspunten biedt waarop kan worden voortgebouwd voor het bepalen van wat oneigenlijk gebruik omvat. In het huidige art. 37 lid 4 Rv, art. 513 lid 4 Sv en art. 8:18 lid 4 Awb wordt immers al gesproken over een volgende verzoek dat niet in behandeling wordt genomen tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn aan te wijzen (dat kan als zodanig al een niet-ontvankelijkheidsgrond zijn). En art. 515 lid 4 Sv kent, net als art. 39 lid 4 Rv en art. 8:18 lid 4 Awb, een expliciete anti-misbruikregeling door te bepalen dat in geval van misbruik een volgend verzoek niet in behandeling hoeft te worden genomen. Wie beoordeelt? Een hogere rechter In Frankrijk (en overigens ook in België) geschiedt de behandeling en beoordeling van de wrakingszaak door 33. De betreffende elementen zijn niet in een specifieke volgorde weergegeven. 34. Het betreft één zaak waarin het High Court zelf tot deze sanctie op een oneigenlijk wrakingsverzoek is gekomen. 35. Alleen in zaken over sociale verzekeringen en werkloosheidsverzekeringen. 36. Tenzij wraking van een appelrechter of cassatierechter; dan wordt het wrakingsverzoek beoordeeld door het desbetreffende gerecht, zij het door een andere kamer. 37. Enkel in civiele zaken en bij afwijzing. 38. In enkele specifieke gevallen, zie nader het landenrapport. 45. In strafzaken en mogelijk onder omstandigheden ook in civiele zaken. 46. In strafzaken. 47. Enkel cassatie. 48. Enkel tegen een afwijzing. 49. In civiele zaken en in strafzaken in de vorm van een vereenvoudigde procedure. 50. Enkel in civiele zaken via beroep in cassatie. 51. Enkel cassatie. 52. In civiele zaken ingeval van een afwijzing. 53. Men noemt dat böse oder mutwillige Prozessführung, zie hoofdstuk 4 van het rapport. 54. Tenzij het een afgewezen verzoek tot wraking van een rechter van de Cour de cassation in een strafzaak betreft; in dat geval kan de boete oplopen tot Van maximaal De boete kan tussen 180 en bedragen. 57. Deze zal toevallen aan de Staat, niet aan eventuele wederpartijen. 58. En als het gaat om wraking een rechter van het Cour de cassation tot In strafzaken bij de open wrakingsgronden, in civiele zaken al naar gelang het kantonale recht dat bepaalt, en in bestuursrechtelijke zaken, tenzij het een besluit van een Kollegialbehörde betreft. 40. In strafzaken. 41. Op verzoek van een partij en na beoordeling door de voorzitter van het gerecht. 42. In strafzaken. 43. Alleen bij vermeend oneigenlijk gebruik (vertraging) in civiele zaken. 44. In strafzaken. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap een hoger geplaatste rechter die daartoe is aangewezen. In Zwitserland gebeurt dat ook in strafzaken in de gevallen dat de zogenoemde open wrakingsgronden zijn ingeroepen; bij de formele wrakingsgronden volgt geen toetsing. In civiele zaken kan het kantonale recht een hogere rechter aanwijzen als het wrakingsgerecht. In federale bestuursrechtelijke zaken wordt het wrakingsverzoek ofwel behandeld door een hogere instantie, ofwel bij een besluit door een Kollegialbehörde door hetzelfde orgaan. In Italië maakt de wrakingsregeling onderscheid tussen soorten zaken. In strafzaken beoordeelt het hof van beroep de wrakingsverzoeken tegen een rechter uit de rechtbank; andere gevallen (i.e. een wrakingsverzoek tegen een appelrechter en een cassatierechter) worden door een andere kamer van hetzelfde gerecht beoordeeld. Evenzo in civiele zaken, en dan over de gehele linie. Ten slotte voorziet ook de Spaanse wrakingsregeling in bepaalde gevallen in een beoordeling van het wrakingsverzoek door een hogere rechter. In Nederland gaat de discussie op dit moment over de vraag of een wrakingskamer van een andere rechtbank of een ander hof moet worden ingeschakeld als er op het niveau van een rechtbank of hof een wrakingsverzoek komt. Dat levert horizontale spreiding op. In navolging van Frankrijk, België en deels Zwitserland, en overigens deels ook Italië en Spanje, bepleiten wij een verticale spreiding, dat wil zeggen om omhoog in de keten te kijken. De extra afstand en extra autoriteit die de hogere rechter geniet, kan op het vlak van maatschappelijke aanvaardbaarheid goed uitpakken, zo menen wij. De rechtspraak als geheel laat dan zien dat gestelde schendingen van het fundamentele recht van berechting door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, serieus worden genomen en dat de organisatie een mogelijk eigen tekortschieten op consciëntieuze wijze beoordeelt. Het enkele feit dat een hogere rechter dan het optreden van een lagere rechter beoordeelt laat de rechtzoekende en de samenleving dan zien dat het wrakingsverzoek zorgvuldig en met autoriteit en gezag wordt behandeld. Ook het interne perspectief speelt hier mee. In het geval de hogere rechter het wrakingsverzoek afwijst, kan de lagere rechter hierin een stevige bevestiging zien van de juistheid van zijn optreden. Zijn positie om de zaak vervolgens inhoudelijk af te doen, is daarmee door de hogere rechter bekrachtigd. En dat draagt weer bij aan de aanvaardbaarheid van diens uitspraak voor partijen en samenleving. Wijst de hogere rechter het wrakingsverzoek daarentegen toe, dan geeft een hiërarchisch hoger geplaatst instituut een duidelijk signaal af naar de desbetreffende rechter dat zijn optreden niet aanvaardbaar is geweest. Daar kan die rechter en de rechtspraak als organisatie van leren. Voor de efficiëntie maakt het in wezen weinig uit wie de wraking beoordeelt: deze beoordeling kost rechterlijke tijd, ongeacht wie die tijd besteden moet, hoewel het salaris van een raadsheer natuurlijk wel iets hoger ligt dan dat van een arrondissementsrechter. Organisatorisch maakt het bovendien ook niet uit of de zaak nu naar een andere rechtbank of naar een van de hoven gaat, zeker niet als op reistijd kan worden bespaard door moderne technieken als telehoren te benutten. Omwille van eenduidigheid en duidelijkheid, met name vanuit het externe perspectief van maatschappelijke aanvaardbaarheid, verdient het aanbeveling om in elk geval binnen een rechtsgebied een uniforme regeling te treffen waarin wrakingsverzoeken steeds door een hogere rechter worden beoordeeld, tenzij het een wrakingsverzoek tegen een rechter van het hoogste rechtscollege betreft, De extra afstand en extra autoriteit die de hogere rechter geniet, kan op het vlak van maatschappelijke aanvaardbaarheid goed uitpakken zoals de Hoge Raad. In dat geval dient een andere kamer van dat hoogste rechtscollege over het wrakingsverzoek te beslissen. 59 Termijnen? Eveneens vanuit het perspectief van efficiëntie valt op dat verschillende landen korte, strakke termijnen verbinden aan verschillende onderdelen en stadia van hun wrakingsprocedures. Deze termijnen kunnen zich richten tot de verzoeker of tot het wrakingsgerecht en zien op verschillende onderdelen: - Degene die een wrakingsverzoek overweegt, dient dat verzoek binnen een bepaalde termijn in te dienen op straffe van niet-ontvankelijkheid (Frankrijk en Zwitserland, waarbij de termijn is gekoppeld aan het bekend worden van de wrakingsgrond voor verzoeker; zie ook België, Spanje en Italië); - Verzoeker dient binnen een bepaalde, korte termijn de vernietigbaarheid in te roepen van proceshandelingen en uitspraken waaraan de gewraakte rechter heeft meegewerkt (Zwitserland); - Het wrakingsgerecht dient de wrakingsprocedure binnen een bepaalde termijn te behandelen. Dat kan worden gerealiseerd door i) wettelijk voor te schrijven binnen welke termijn de gehele wrakingsprocedure moet zijn afgerond, ii) een bepaalde summiere, snelle (al dan niet schriftelijke) procedure voor te schrijven (Zwitserland) of iii) de verschillende proceshandelingen en -stadia aan termijnen te binden (Frankrijk); - Het vervangen van de gewraakte rechter in het desbetreffende college (Frankrijk, Italië). Sommige termijnen zijn in dagen gesteld en hebben een fataal karakter. Andere termijnen behelzen een beperkte beoordelingsmarge, zoals het vereiste om onverwijld na kennisneming van de wrakingsgrond het wrakingsverzoek in te dienen. En voor weer andere termijnen wordt met een beroep op art. 6 EVRM betoogd dat die moeten kunnen worden gerelativeerd. Voor alle termijnen geldt dat zij een vlotte behandeling en afhandeling van het wrakingsverzoek beogen. Dat ligt ook voor de hand; een wrakingsverzoek betekent dat de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid ter discussie wordt gesteld en dat dient niet te lang boven de 472 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

13 desbetreffende procedure te hangen. Voorts zijn strakke termijnen van belang ingeval een wrakingsverzoek of -procedure schorsende werking heeft. Onnodige vertraging van de procedure door het wrakingsverzoek moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Gelet op deze overwegingen vinden wij het niet meer dan vanzelfsprekend dat ook in Nederland termijnen worden gesteld. 60 Daarbij kan bovenstaande indeling van onderdelen waaraan termijnen zijn gebonden, alsmede de aanduiding van soorten termijn, tot inspiratie dienen. Voorts kan in de uitvoering ook een voortvarende behandeling worden gerealiseerd. Overal moeten teams stand by staan om een wrakingsverzoek te kunnen afwikkelen, in beginsel de eerste of tweede werkdag na het wrakingsverzoek, met een behandeling van de zaak op die dag, en een uitspraak de dag of twee dagen daarna. Dat is een kwestie van efficiënt handelen waarmee het maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak wordt gediend. Formele en/of open wrakingsgronden? Een stroomlijning van de wrakingsregeling worden voorts verwezenlijkt door een net andere vormgeving ervan. In navolging van de wrakingsregelingen van Frankrijk en Zwitserland, alsook België, Spanje en Italië, kan worden gewerkt met een (al dan niet limitatieve) opsomming van een aantal wrakingsgronden. Een dergelijke opsomming van wrakingsgronden leidt snel(ler) tot duidelijkheid. Dat dient de efficiëntie en is tevens van belang voor de justitiabele en de maatschappelijke acceptatie van de wrakingsprocedure omdat snel duidelijkheid wordt verkregen. Tegelijkertijd bergt dit wel het gevaar in zich dat er geen recht kan worden gedaan aan een individueel, toevallig net niet geregeld geval. Voor die situaties kan, in navolging van bijvoorbeeld de Zwitserse wrakingsregeling, een vangnet worden gecreëerd door een open, algemeen geformuleerde wrakingsgrond, zoals die thans in de Nederlandse wrakingsregeling reeds bestaat met wraking ( ) op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (zie art. 36 Rv, 512 Sv en 8:15 Awb). Aan een opsomming van wrakingsgronden kunnen twee soorten gevolgen worden verbonden. Allereerst kunnen de wrakingsgronden dan tevens de gronden zijn waarop de rechter zichzelf moet verschonen (bijvoorbeeld in Zwitserland, maar ook Spanje, alwaar de optie van verschoning stevig benadrukt wordt), en waarop deze eventueel bij gebrek van een verschoning kan worden gewraakt. Ten tweede heeft men onder meer in Zwitserland gedifferentieerd in de procedure die volgt op de gestelde aanwezigheid van een bepaalde wrakingsgrond. Er is een wrakingsprocedure voor een open grond als vooringenomenheid of de onpartijdigheid kan redelijkerwijs worden betwist. Een dergelijke wrakingsprocedure kan schriftelijk zijn, doch ook mondeling en op tegenspraak gevoerd. Voor de zogenoemde formele gronden, bijvoorbeeld dat er een familieband tot in een bepaalde graad bestaat, is er dan geen procedure. Dergelijke formele gronden zijn evident en vergen geen uitvoerige behandeling in een wrakingsprocedure. Met een dergelijke gedifferentieerde wijze van afdoening van een wrakingsverzoek kan een relevant deel 61 van de wrakingsverzoeken zeer vlot worden afgedaan. Het maakt de wrakingsprocedure als geheel efficiënt en flexibel, alhoewel dit de regeling ook complexer maakt. Schorsende werking van het verzoek? Naar Nederlands recht wordt (vooralsnog) de behandeling van de onderliggende zaak wordt geschorst gedurende de wrakingsprocedure. 62 Dat kan ook anders. Men kan er bijvoorbeeld voor kiezen in Frankrijk doet men dat in civiele zaken waarin elk wrakingsverzoek leidt tot een volledige schorsing van de procedure om als er spoed bij is, ambtshalve door de rechtbank een nieuwe rechter te laten aanstellen die de nodige (onderzoeks)maatregelen beveelt. Aldus kunnen de effecten van de schorsende werking van het indienen van een wrakingsverzoek worden gemitigeerd, en kan worden voorkomen dat een verzoeker de wraking als vertragend instrument in gaat zetten. De rechter heeft zo een instrument in handen om daarop te (kunnen) reageren. Dat is vanuit efficiëntie-overwegingen zonder meer bepleitbaar. Er dient uiteraard ook maatschappelijk draagvlak voor te vinden zijn, maar daar verwachten wij geen problemen. Het gaat hier immers om een correctiemechanisme op de schorsende werking van een wrakingsverzoek. Nog een stap verder gaat het om de behandeling van de zaak gewoon voort te zetten na een wrakingsverzoek, om geen schorsende werking te accepteren. Frankrijk en Zwitserland kennen deze mogelijkheid. In Frankrijk leidt het indienen van een wrakingsverzoek in strafzaken niet tot een schorsing van het strafproces, al mag de strafrechter wel daartoe overgaan. In Zwitserland (en Spanje) heeft een wrakingsverzoek in strafzaken in elk geval geen opschortende werking en in Zwitserland wordt voor civiele en bestuursrechtelijke zaken aangenomen dat dit doorgaans eveneens het geval is. In Duitsland geldt dat laatste ook voor civiele zaken. En in Oos- Een wrakingsverzoek betekent dat de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid ter discussie wordt gesteld en dat dient niet te lang boven de desbetreffende procedure te hangen 59. Zie voor verdere bespreking van de vraag of behandeling door een hogere rechter voor elk van de drie rechtsgebieden zou moeten gelden, of bijvoorbeeld alleen in strafzaken (gezien de belangen van verdachten, slachtoffers en samenleving die specifiek bij deze zaken spelen en de (media)aandacht die ze kunnen krijgen) het onderzoeksrapport (supra noot 1). geling reeds, zie bijv. art. 513 lid 1 Sv, 37 lid 1 Rv en 8:16 lid 1 Awb. 61. Zo laten Van Rossum e.a. 2012, p. 53 zien dat wraking op grond van functionele betrokkenheid van de rechter in 64 van 641 zaken voorkomt. 62. Dat wil niet zeggen dat de zittingsrechter altijd onmiddellijk al zijn werkzaamheden moet staken, zie bijvoorbeeld HR 10 januari 2012, LJN BR Dat gebeurt in de huidige wrakingsre- NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Wetenschap tenrijk heeft het wrakingsverzoek geen schorsende werking ingeval van vermeend oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling (bijvoorbeeld als de wraking als vertragingstactiek dient). 63 Motiveringseisen? Indien eenmaal een beslissing op een wrakingsverzoek is genomen, rijst nog de vraag of deze beslissing moet worden gemotiveerd. Een motivering heeft namelijk de functies van inscherping, explicatie en controle. 64 Zwitserland kent een bijzondere regeling voor de motivering van de beslissing op het wrakingsverzoek. In strafzaken dient deze beslissing te zijn gemotiveerd, terwijl de beslissing in civiele en bestuurszaken in beginsel niet hoeft te worden gemotiveerd, tenzij één van de partijen binnen tien dagen om een motivering verzoekt dan wel wanneer het, in civiele zaken, gaat om een wrakingsbeslissing die bij het Bundesgericht kan worden aangevochten. In deze gevarieerde regeling ziet men een afweging tussen de functies van motiveren en efficiëntie. In strafzaken wordt kennelijk aan de explicatiefunctie richting samenleving meer gewicht toegekend dan in civiele en bestuursrechtelijke zaken. Voorts wordt in civiele zaken de controlefunctie gediend als er een rechtsmiddel openstaat, want dan wordt een motivering verlangd. Vanuit het oogpunt van efficiëntie valt wel wat voor de Zwitserse regeling te zeggen indien deze wordt gecombineerd met een stelsel van formele en open wrakingsgronden. Ingeval van toepasselijkheid van een formele wrakingsgrond waarbij geen of een beperkte wrakingsprocedure wordt gevolgd voor de vaststelling daarvan, kan worden volstaan met de wrakingsbeslissing zelf. Een motivering daarvan voegt vanuit de idee van explicatie weinig toe; een formele grond is in zichzelf evident en berust op de wet. Mochten partijen nog een beperkte motivering wensen, dan zou daarin op hun verzoek kunnen worden voorzien, vergelijkbaar met de Zwitserse wrakingsregeling; zodoende wordt de legitimiteit van de procedure gediend. Een dergelijke combinatie van formele wrakingsgronden met een differentiatie in het motiveringsvereiste voor alle soorten zaken (bestuurs-, civiel- en strafrechtelijke) maakt een vlotte(re) afdoening van een wrakingsverzoek mogelijk zonder al te veel afbreuk te doen aan de verschillende functies van motiveren. Rechtsmiddelen? Is eenmaal een beslissing op een wrakingsverzoek genomen, dan rijst ook nog de vraag of tegen deze beslissing een afzonderlijk rechtsmiddel moet openstaan. In Frankrijk en Spanje is die vraag negatief beantwoord, hoewel cassatieberoep (in Nederlandse termen is dat óók een rechtsmiddel) soms (in civiele zaken in Frankrijk) wel nog open staat. In Zwitserland kent men daartegen wel een afzonderlijk rechtsmiddel tegen de wrakingsbeslissing. Datzelfde geldt in een of andere vorm voor de andere rechtsstelsels. Qua draagvlak voor de wrakingsregeling zou een dergelijke mogelijkheid van controle binnen de rechterlijke kolommen ook wenselijk kunnen zijn. Daar staat tegenover dat het weinig efficiënt is om na een uitspraak in de wrakingszaak nog een rechtsmiddel te moeten afwachten; het zorgt voor verdere vertraging van de behandeling van de hoofdzaak. Voor zover er behoefte zou bestaan aan een apart rechtsmiddel tegen een afwijzing van het wrakingsverzoek, zal die behoefte minder zijn ingeval de behandeling van het wrakingsverzoek door een hogere rechter geschiedt, zoals wij hier hebben bepleit. Daar komt nog bij dat er een alternatief voorhanden is ingeval de beslissing op het wrakingsverzoek in het reguliere hoger beroep in de hoofdzaak mee kan worden genomen, zoals dat in Nederland mogelijk is. Langs die weg is er in wezen dus ook nu al een (verkapt) rechtsmiddel beschikbaar. Wanneer er echter gekozen zou worden voor de introductie van een boete of een proceskostenveroordeling bij een oneigenlijk wrakingsverzoek, lijkt een expliciete toekenning van een rechtsmiddel, direct te richten tegen die (afwijzende) beslissing bij een hogere instantie, vanuit de gedachte van rechtsbescherming voor de justitiabele voor de hand te liggen. Efficiëntie moet dan even Volstaan kan worden met het introduceren van een rechtsmiddel tegen afwijzende beslissingen op wrakingsverzoeken waarbij een financiële sanctie is opgelegd pas op de plaats maken. Dat alles tezamen betekent dat volstaan kan worden met het introduceren van een rechtsmiddel tegen afwijzende beslissingen op wrakingsverzoeken waarbij een financiële sanctie is opgelegd; meer is niet nodig vanuit het perspectief van de burger. 4. De contouren van een nieuwe wrakingsregeling Op basis van de resultaten van de vergelijkende analyse kan worden nagedacht over concrete maatregelen ter verbetering van de Nederlandse wrakingsregeling. In deze paragraaf schetsen wij de contouren van een nieuwe wrakingsregeling, mede aan de hand van de argumenten en de afwegingen zoals die in de vorige paragraaf naar voren zijn gebracht. Vooraf dient nog te worden vermeld dat wij net als de wetgever in België, Nederland en Zwitserland in het algemeen voorstander zijn van zoveel mogelijk harmonisatie binnen de procesrechtstelsels. (a) Wij zien ruimte voor een sterkere nadruk op de plicht van elke rechter om problemen te voorkomen door zichzelf tijdig voor aanvang van een procedure, direct na toewijzing van een zaak, te verschonen. 65 Dat zou, vanuit maatschappelijk perspectief, de legitimiteit van de huidige mogelijkheden om de onpartijdigheid van de rechter te kunnen laten toetsen, versterken. Die extra nadruk op wat wij een plicht tot verschoning zouden willen noemen, geldend voor alle soorten procedures, is o.a. in Spanje, Italië en Engeland bekend en is voor de hand liggend in het licht van onze tweede 474 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

15 voorstel. Het betreft hier overigens naar de aard (slechts) een morele plicht voor de rechter; zij vergt immers steeds een eigen afweging door de rechter. (b) Wij bepleiten de (her)introductie van enkele formele, vastomlijnde wrakingsgronden, omdat die gronden snel en eenvoudig te toetsen zijn. Denk aan verwantschap, financiële betrokkenheid, functionele betrokkenheid. Het draagvlak voor dergelijke formele gronden kan worden gezocht door deze in de wet neer te leggen. Een piepsysteem gekoppeld aan de toedeling van zaken kan er in andere dan bulkzaken of zeer spoedeisende procedures in principe voor zorgen dat de rechter meteen na ontvangst van de zaak toetst of hij of zij deze zaak wel kan doen. Aansluitend bij de aard van deze formele wrakingsgronden kan er vervolgens worden gekozen voor een korte, schriftelijke procedure waarin de aanwezigheid (of bij hoge uitzondering de afwezigheid) van een formele wrakingsgrond wordt vastgesteld door de wrakingskamer, in beginsel zonder nadere motivering. Het gebruik van formele wrakingsgronden met een vlotte en efficiënte vaststelling verschaft snel duidelijkheid, voorkomt vertraging en geeft zekerheid, zowel aan de betrokken rechter als aan de justitiabele. (c) Naast die formele gronden blijft het Nederlandse systeem gewoon werken met een algemene open grond, zoals nu reeds in de wet verankerd. (d) Als de rechter zichzelf niet verschoont, en/of na een wrakingsverzoek niet daarmee kan instemmen, dan volgt wat ons betreft geen automatische schorsing van de zaak meer, maar wordt het geding gewoon voortgezet. Daarmee is de efficiëntie in twee opzichten gediend, want het geding loopt geen vertraging op en het ontneemt de prikkel om te wraken teneinde de procedure te vertragen. 66 Wij realiseren ons dat dit een voorstel is dat vergaande consequenties heeft, hoewel elders ook al soortgelijke inzichten gangbaar zijn. Wil men toch vasthouden aan schorsende werking, dan moet er minst genomen een voorziening komen om die schorsende werking te mitigeren en aldus ook oog te hebben voor de efficiëntie. Indien spoed in de behandeling of een beslissing in de hoofdzaak is vereist, mede gelet op de belangen van de wederpartij en/ of de samenleving, of (nadere) onderzoeksmaatregelen noodzakelijk zijn of sprake zijn van oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling, dan moet de schorsende werking kunnen worden ontzegd. (e) Als het wrakingsverzoek slaagt, wordt als logische consequentie daarvan (een deel van) het geding overgedaan (op kosten van de staat). Dit zet weliswaar druk op de rechter om zich bij twijfel te verschonen, en het geschil niet te beslechten, maar op een terrein waarop elke schijn vermeden moet worden, is dat veeleer een pluspunt dat tot meer draagvlak kan leiden. Ten aanzien van de stappen (d) en (e) verdient nog opmerking dat voor vooral civiele zaken, maar wellicht ook wel bestuursrechtelijke zaken, de noodzaak van niet schorsen wellicht minder gewichtig is dan in strafzaken, omdat de zitting daar minder belangrijk is. Immers, omdat een groot deel van de procedure schriftelijk verloopt, zal er bij een redelijk snelle wrakingsbeslissing (zoals die nu al bestaat) nauwelijks vertraging optreden. Echter, nu ook bij een mondelinge behandeling of pleidooi een wraking kan worden verzocht, is er geen reden om hier een principieel onderscheid te maken. (f) Het wrakingsverzoek wordt beoordeeld door een hogere rechter, en niet langer door een wrakingskamer van dezelfde rechtbank of hof. 67 De legitimiteit van de regeling is daarmee beter gewaarborgd. Dat betekent dat het hof wordt ingeschakeld voor wrakingsverzoeken op het niveau van de rechtbank, dat de Hoge Raad wordt ingezet voor de hoven en voor alle hoogste rechters. 68 (g) Verschillende onderdelen in de wrakingsregeling moeten aan termijnen worden gebonden. Voor het indienen van een wrakingsverzoek kan worden vastgehouden aan het vereiste dat zodra de feiten of omstandigheden voor wraking bij verzoeker bekend zijn geworden, het wrakingsverzoek moet worden gedaan. Dit dan op straffe van niet-ontvankelijkheid. De behandeling van het wrakingsverzoek dient vervolgens binnen korte termijn te worden afgerond. Omdat er overal vaste wrakingskamers bestaan, die ook permanent stand by zijn, is een oordeel op korte termijn van twee tot vier dagen heel wel mogelijk. Dat past ook bij de efficiency die in het huidige tijdsgewricht hoort te worden bereikt. (h) Als tegenwicht voor de toegenomen druk op rechters en om justitiabelen te prikkelen om geen oneigenlijke/vertragende verzoeken in te dienen, dient er uit oogpunt van efficiëntie bij wet een boete voor de wrakende partij, dan wel een proceskostenveroordeling, te worden geïntroduceerd bij een oneigenlijk wrakingsverzoek. De wrakingsrechter komt een discretionaire bevoegdheid toe tot het opleggen van een 63. Een belangrijke variant is dat de tijdens de wrakingsperiode verrichte proceshandelingen later worden overgedaan als blijkt dat de wraking terecht was (Frankrijk, Oostenrijk). Het systeem is er dan dus één van vernietigbaarheid van proceshandelingen, gekoppeld aan een termijn. 64. Zie verder het onderzoeksrapport (supra noot 1). gronden zoals opgenomen in de Leidraad Onpartijdigheid van de rechter. Van Rossum e.a. 2012, p. 53, vinden aanwijzingen dat de huidige praktijk van informele verschoning goed werkt. 66. In Van Rossum e.a. 2012, p. 95 en 99 geven de rechters aan de vertraging van de hoofdzaak het vervelendste aspect van de wraking te vinden. Toch zijn zij, evenals de advocaten, niet voor het afschaffen van de schorsende werking. Rossum e.a. 2012, p. 95, 100 en 116, laten zien dat dit voorstel bijval krijgt vanuit de advocatuur en de rechterlijke macht alsmede onder de bevolking op steun kan rekenen. 68. Binnen de Hoge Raad kan een andere kamer van dat college de wrakingsbeslissing nemen, zodat bijvoorbeeld de strafkamer over de wrakingsverzoeken in civiele zaken oordeelt. Een dergelijke regeling is niet ongewoon, zie bijvoorbeeld Italië. 67. Deze keuze sluit aan bij de in een Algemeen Overleg bij motie (nr. 136) geuite wens van de Tweede Kamer, zie <http://www. tweedekamer.nl/kamerstukken/verslagen/ verslag.jsp?vj= &nr=54>, en Kamerstukken II 2011/12, , nr Zie ook M. Hertogh, Een betere klachtenprocedure vergroot het vertrouwen in de rechtspraak, NJB 2012/650, afl. 11, p Van 65. Daarbij kan worden aangesloten bij de NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Wetenschap dergelijke financiële sanctie (boete en/of proceskostenveroordeling) teneinde in de concrete omstandigheden van het geval, gegeven ook de hoedanigheid van de wrakende partij en de vraag of deze rechtsbijstand genoot, een passende sanctie te kunnen opleggen. De boetebedragen moeten van zodanige aard zijn dat zij oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling afremmen, maar geen leed toevoegen door hun hoogte of door de combinatie met een proceskostenveroordeling. 69 Daarnaast kan in het kader van het tegengaan van oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling bij wet worden voorzien in een regeling van onmiddellijke niet-ontvankelijkheid bij oneigenlijk gebruik van de wrakingsregeling, als een duidelijke, vooraf kenbare en vaststaande sanctie. 70 (i) Een afzonderlijk rechtsmiddel tegen de wrakingsbeslissing is niet altijd nodig, bijvoorbeeld omdat bezwaren tegen de wrakingsbeslissing kunnen worden meegenomen in een eventueel principaal (cassatie)beroep. Voorts zal de behoefte aan een afzonderlijk rechtsmiddel geringer zijn bij aanvaarding van stap (f), de beoordeling van het wrakingsverzoek door een hogere rechter. Dat biedt reeds sterke rechtsbescherming aan de verzoeker. Een afzonderlijk rechtsmiddel is daarentegen wel zijn plaats wanneer een boete en/of proceskostenveroordeling na een oneigenlijk wrakingsverzoek kan worden opgelegd (stap h). (j) Enige differentiatie in de wrakingsprocedure is op zijn plaats, en wel door een procedure die twee varianten kent. Allereerst een op snelheid en efficiëntie gerichte procedurevorm voor een wrakingsverzoek dat kennelijk ongegrond is na een toets door de daartoe aangewezen wrakingskamer van de voorwaarden voor een wrakingsverzoek (zoals de tijdige indiening), in combinatie met een toets aan de lijst van formele wrakingsgronden. Dat leidt tot hetzij een niet-ontvankelijkheid van het verzoek, hetzij de vaststelling dat een formele wrakingsgrond al dan niet van toepassing is. In dat laatste geval wordt het verzoek gegrond dan wel ongegrond verklaard en volgt in beginsel geen motivering van de wrakingsbeslissing. Dat geldt evenzo voor de beslissing waarbij het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens niet voldoen aan de formele eisen. (k) Blijkt dat het wrakingsverzoek ontvankelijk is omdat het aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoet, en dat (mede) een beroep wordt gedaan op een open wrakingsgrond, dan volgt als tweede variant een volledige behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer. Deze procedure is uitvoeriger, met de mogelijkheid van wisseling van standpunten door partijen, en mondt uit in een vanuit de idee van legitimiteit en maatschappelijke aanvaardbaarheid wenselijk geachte gemotiveerde beslissing op het wrakingsverzoek. 5. Afsluitend Met het voorgaande resteert enkel nog de vraag tot welke concrete resultaten deze voorgestelde, herijkte wrakingsregeling zal leiden. Het is natuurlijk onmogelijk om in de toekomst te kijken. Daardoor zijn bepaalde feitelijke gevolgen van onze keuzes vooralsnog noodzakelijkerwijs onzeker, en verdient deze regeling een evaluatie en empirische toets over enige tijd. Maar wij denken wel dat de hier geschetste contouren van een nieuwe wrakingsregeling aan de ene kant de prikkel om de wrakingsregeling oneigenlijk te gebruiken stevig zullen temperen (kernwoorden: boetes en proceskostenveroordelingen; geen schorsende werking), terwijl tegelijkertijd de legitimiteit van het instrument, en daarmee het maatschappelijk draagvlak, wordt vergroot (kernwoorden: eerder verschonen; oordeel van hogere rechter), met daaraan gekoppeld een vergroting van de efficiëntie (kernwoorden: formele en open wrakingsgronden met differentiatie in procedure; strakke termijnen; niet steeds een afzonderlijk rechtsmiddel). Dat zijn volgens ons precies de elementen die een nieuwe wrakingsprocedure zou moeten behelzen. 69. Vergelijk ook Van Rossum e.a. 2012, p Dit strookt met de wens van de rechterlijke macht zoals verwoord in het rapport van Van Rossum e.a. 2012, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

17 Focus 385 Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel Dave van Toor 1 Minister Opstelten wil een nieuwe strafbepaling om verdachten te verplichten versleutelde (kinderporno) bestanden te ontsleutelen. Het voorstel om bij het niet-meewerken aan dit zogenoemde decryptiebevel een gevangenisstraf van maximaal twee jaar op te kunnen leggen, lijkt gezien de mate van dwang onverenigbaar met art. 6 EVRM. Inleiding De opsporing en berechting van kinderporno blijft de maatschappelijke en juridische gemoederen bezighouden. In 2000 bracht Koops de resultaten van het eerste onderzoek naar de mogelijkheid om verdachten te verplichten versleutelde kinderpornobestanden te ontsleutelen naar buiten. 2 Onlangs werd het vervolgonderzoek gepubliceerd. 3 Hierin wordt geconcludeerd dat het rechtens mogelijk is de verdachte het bevel te geven zijn digitale bestanden te ontsleutelen. Concreet betekent dit dat een verdachte kan worden gedwongen wachtwoorden van digitale bestanden aan justitie te geven. Dit bevel zou worden gegeven onder bedreiging van twee tot drie jaar gevangenisstraf wanneer niet wordt meegewerkt. Minister van Veiligheid en Justitie Opstelten heeft in een brief aan de Tweede Kamer inmiddels laten blijken een voorkeur te hebben voor het opnemen van de bevelsbevoegdheid in het Wetboek van Strafvordering en een afzonderlijke strafbepaling voor het niet voldoen aan het decryptiebevel in het Wetboek van Strafrecht. 4 Hij kiest voor een afzonderlijke bepaling omdat hij de strafmaat van art. 184 Sr (niet voldoen aan wettelijk bevel) te laag vindt. In deze bijdrage zal ik bij een aantal onderdelen van dit onderzoek kanttekeningen plaatsen. Ten eerste wordt Koops opvatting dat het nemoteneturbeginsel voornamelijk bescherming biedt tegen het afgedwongen verkrijgen van bepaald bewijs besproken. Ten tweede wordt de conclusie dat het mogelijk is een medewerking onder strafdreiging te creëren die het nemo-teneturbeginsel niet schendt besproken. Op grond van beide onderdelen zal ik concluderen dat de door Koops voorgestelde en door minister Opstelten omarmde decryptieregeling onverenigbaar is met het nemo-teneturbeginsel. Het nemo-teneturbeginsel In zijn onderzoek beschrijft Koops dat de kern van het nemo-teneturbeginsel ligt in de verklaringsvrijheid die verdachte bezit en dat daarnaast de verdachte voornamelijk wordt beschermd tegen intellectuele inspanning. 5 Een intellectuele inspanning is vereist als het gevorderde bewijs alleen afhankelijk van de wil van de verdachte kan worden verkregen. Bij een vaag of ruim geformuleerde vordering om documenten te verkrijgen, dient de verdachte zelf te bepalen welke documenten nu precies onder de vordering vallen. Hierbij is intellectuele inspanning vereist. Terwijl bij een heel specifieke vordering van één document dat op een bij de autoriteiten bekende plek ligt er alleen een fysieke inspanning is vereist om het document over te dragen. Het nemo-teneturbeginsel lijkt hiermee te worden gezien als beginsel dat bescherming biedt tegen het verkrijgen onder dwang van bewijs dat in de kern een verklaring is. Hierbij maakt het niet uit of de verklaring mondeling wordt afgelegd of dat de verklaring inhoudt dat documenten worden overgedragen na een open en/of vage vraagstelling. 6 Om te beoordelen of de hierboven beschreven kern van het nemo-teneturbeginsel wordt geschonden door een afgedwongen medewerking worden volgens Koops door het EHRM vier factoren genoemd: 1) de aard en mate van dwang; 2) het gewicht van het publieke belang in de opsporing en vervolging van het strafbare feit; 3) aanwezigheid van relevante waarborgen; 4) de manier Auteur Noten 2. B-J. Koops, Verdachte en ontsleutelplicht: hoe ver reikt nemo-tenetur?, Deventer: Kluwer B-J. Koops, Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel: Nopen ontwikkelingen sinds 2000 tot invoering van een ontsleutelplicht voor verdachten?, Tilburg: Universiteit van Tilburg de plaats waar de documenten liggen geen uitgemaakte zaak is. Koops 2012, p In de Amerikaanse rechtspraak en literatuur over het nemo-teneturbeginsel wordt gesproken over testimonial evidence versus non-testimonial fysical evidence. Zie US Supreme Court 20 juni 1966, 384 U.S. 757 (1966), (Schmerber vs. California). 1. D.A.G. van Toor LL.M. B.Sc. studeerde Nederlands recht (LL.M.) en Psychologie (B.Sc.). Hij is als docent/promovendus verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit. Hij doet dissertatie-onderzoek naar de grondslagen van het strafprocesrecht. 4. Kamerstukken II 2012/13, , nr. 68, p Hierbij verwijst Koops naar de zaken Funke en J.B. van het EHRM en Amerikaanse jurisprudentie over het nemo-teneturbeginsel. Het zou hierbij gaan om het vorderen van documenten waarvan het bestaan en NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Focus waarop het afdwongen materiaal wordt gebruikt. 7 Mijns inziens zit er een innerlijke tegenstrijdigheid in Koops opvatting over het nemo-teneturbeginsel en het gebruikte beoordelingsschema. In de literatuur wordt namelijk de vraag opgeworpen of het nemo-teneturbeginsel een means-based of material-based beginsel is. 8 Beschermt het nemo-teneturbeginsel tegen ongeoorloofde middelen om bewijs te verkrijgen (means-based) of tegen het verkrijgen van bepaald bewijs (material-based)? Koops ziet het nemo-teneturbeginsel (ten minste impliciet) als material-based. Het nemo-teneturbeginsel biedt bescherming tegen verkrijgen van bepaald bewijs. De verklaringsvrijheid is de kern, en verder biedt het bescherming tegen intellectuele inspanning. Als bij ernstige gevallen een afweging kan worden gemaakt om een inbreuk op het nemo-teneturbeginsel te rechtvaardigen dan begeven we ons op een hellend vlak Opmerkelijk is dat in de vier factoren, hierboven genoemd, die het EHRM beschrijft 9 en waar Koops zijn conclusie op baseert enkel een means-basedcriterium is opgenomen (de aard en mate van dwang gebruikt bij het verkrijgen van het bewijs). Binnen het beoordelingsschema van het EHRM speelt het type bewijs alleen indirect een rol, namelijk bij het beoordelen van de aard en mate van dwang. Dus in het onderzoek van Koops wordt het nemoteneturbeginsel voornamelijk bekeken als material-based, maar in de vier criteria die Koops in navolging van het EHRM formuleert voor de beoordeling van de vraag of het nemo-teneturbeginsel geschonden is, wordt gebruik gemaakt van means-basedcriterium. Mogelijk speelt deze innerlijke tegenstrijdigheid tussen de beschrijving van het beginsel en de beoordeling van de rechtvaardiging van inbreuken op het beginsel een rol bij het feit dat mijns inziens de navolgende conclusie van Koops, gezien de jurisprudentie van het EHRM, onhoudbaar is. Gevangenisstraf voor niet-meewerken In de beoordeling van de vraag of het decryptiebevel (het gedwongen afstaan van wachtwoorden) in strijd is met het nemo-teneturbeginsel wordt het volgende geconcludeerd: Al met al betekent dit dat een substantiële strafdreiging die enigermate effectief zou kunnen zijn om verdachten tot medewerking te prikkelen (waarbij gedacht kan worden aan 2-3 jaar gevangenisstraf als maximum) alleen verenigbaar is met het nemo-teneturbeginsel als de hoge mate van dwang in sterke mate wordt gecompenseerd door andere waarborgen. De wettelijke regeling en de toepassing daarvan zullen zich moeten beperken tot ernstige gevallen (in abstracto en in concreto), er zal een afgewogen stelsel van procedurele waarborgen moeten zijn, en de rechter zal terughoudend moeten zijn bij het daadwerkelijk opleggen van straf voor de weigering of het daadwerkelijk gebruiken van ontsleuteld materiaal als bewijs. 10 Ik zal hieronder aandacht besteden aan de volgende punten: 1) de factor het belang bij opsporing, vervolging en berechting van ernstige strafbare feiten en; 2) het verkrijgen van bewijs onder bedreiging met twee of die jaar gevangenisstraf. Hoewel het gewicht van het publieke belang in de opsporing en vervolging van het strafbare feit in Jalloh als factor wordt genoemd waarmee rekening moet worden gehouden, 11 komt deze factor in de jurisprudentie na Jalloh niet meer terug. 12 Ook wordt bij het uiteen zetten van de algemene beginselen door het EHRM in het Jalloharrest deze factor niet genoemd als algemeen uitgangspunt. 13 Het is derhalve ten minste onzeker of deze factor (nog steeds) meegewogen moet worden bij de beoordeling van schendingen van het nemo-teneturbeginsel. Daarnaast lijkt het mij dat het EHRM in Jalloh niet heeft bedoeld dat het gewicht van het publieke belang ten nadele van de verdachte kan worden gebruikt. In die zaak gaat het om het bezit van 0,2 (!) gram cocaïne. Het gewicht van het publieke belang bij opsporing en berechting van bagateldelicten is minimaal. In zulke zaken wordt zo interpreteer ik de woorden van het EHRM sneller een schending van mensenrechten aangenomen. Dit maakt ook duidelijk waarom het EHRM deze factor niet bij de algemene beginselen heeft besproken, maar enkel noemt bij het oordeel over de concrete casus. Ook wijst het EHRM in Saunders expliciet op het feit dat het nemo-teneturbeginsel bij elk strafbaar feit dient te gelden: the right not to incriminate oneself, [applies] to criminal proceedings in respect of all types of criminal offences without distinction from the most simple to the most complex. 14 Zou de uitleg die Koops aan Jalloh geeft wel aannemelijk en geldend recht zijn, dan zou mijns inziens terughoudend moeten worden omgegaan met het gebruik van deze factor. Als bij ernstige gevallen 15 een afweging kan worden gemaakt om een inbreuk op het nemo-teneturbeginsel te rechtvaardigen (als de procedurele waarborgen in orde zijn) 16 dan begeven we ons op een hellend vlak. Dit zou namelijk impliceren dat er ook ruimte bestaat voor grove inbreuken op het zwijgrecht en het nemo-teneturbeginsel bij terrorisme of moord. Dat zijn immers zwaardere strafbare feiten dan het bezit van kinderporno. En zou in een tikkende bomsituatie dat toch ook zeker als ernstig geval moet worden gezien martelen mogelijk moeten zijn als daar een rechterlijke machtiging (als procedurele waarborg) voor is verkregen? Als laatste wil ik het voorstel om een afzonderlijke strafbepaling te creëren waarin het niet voldoen aan het decryptiebevel strafbaar wordt gesteld met een gevangenisstraf van twee of drie jaar 17 problematiseren. Mij lijkt het opleggen (dus niet de enkele strafdreiging) van een gevangenisstraf van enkele maanden al zonder twijfel onverenigbaar met art. 6 EVRM. In de zaak Quinn, een ter- 478 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

19 ImageZoo/Corbis rorismezaak waarin van de verdachte een beschrijving van zijn activiteiten gedurende enkele dagen werd gevergd, wordt het opleggen van zes maanden gevangenisstraf voor het niet-meewerken aan het onderzoek gezien als vorm en mate van dwang die het nemo-teneturbeginsel schendt. 18 Het ging in deze zaak om een ernstiger strafbaar feit (terrorisme versus kinderporno) en om een gevangenisstraf van kortere duur dan het voorgestelde maximum bij het decryptiebevel (zes maanden versus twee jaar). Het lijkt mij daarom boven elke twijfel verheven dat het voorstel omtrent het decryptiebevel de Straatsburgse toets niet kan doorstaan. Afsluiting Bezien vanuit de jurisprudentie van het EHRM beschermt het nemo-teneturbeginsel de verdachte tegen ongeoorloofde wijzen van bewijsgaring. Het opleggen van een gevangenisstraf is naar zijn aard al een zware vorm van dwang. Het voorstel om bij het niet-meewerken aan het decryptiebevel een gevangenisstraf van maximaal twee jaar op te kunnen leggen, lijkt mij gezien de mate van dwang onverenigbaar met het art. 6 EVRM. Deze aard en mate van dwang kan mijns inziens zeker niet worden gerechtvaardigd door het publieke belang bij opsporing en berechting van kinderpornozaken. 7. Koops 2012, p. 86. Deze vier factoren volgen uit EHRM 11 juli 2006, NJ 2007, 226, r.o. 117 (Jalloh vs. Duitsland) /02 (O Halloran & Francis vs. het Verenigd Koninkrijk). feiten (zoals kinderporno) onder wordt verstaan. 16. Koops 2012, p Koops 2012, p EHRM 21 december 2000, EHRC 2001, 18, r.o. 59 (Quinn vs. Ierland). 9. Zie EHRM 11 juli 2006, NJ 2007, 226, r.o. 117 (Jalloh vs. Duitsland). 13. EHRM 11 juli 2006, NJ 2007, 226, r.o. 100 (Jalloh vs. Duitsland). 8. M. Redwayne, Rethinking the Privilege Against Self-Incrimination, Oxford Journal of Legal Studies 2007, 2, p Zie ook D. van Toor, Natuur in de mens; het schuldige geheugen, NJB 2011/2147, afl. 42, p. 10. Koops 2012, p EHRM 11 juli 2006, NJ 2007, 226, r.o. 46 (Jalloh vs. Duitsland). 14. EHRM 17 december 1996, NJ 1997, 699, r.o. 74 (Saunders vs. het Verenigd Koninkrijk). 12. Zie E. Myjer, dissenting opinion, onder EHRM 29 juni 2007, appl.nrs / Ik neem aan dat daar ernstige strafbare NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 386 Praktijk Alweer aanpassing cookiewet voorgesteld: beter ten halve gekeerd Godfried van Berkel 1 Sinds 1 januari wordt de internetter bij elke site die hij wil bezoeken geconfronteerd met de vraag of hij cookies accepteert: de Cookiewet is in werking getreden. Deze toevoeging aan de Telecommunicatiewet gaat echter verder dan gevergd door de Richtlijn burgerrechten. Met een amendement heeft de Tweede Kamer een kop op deze Europese regeling gezet om een koppeling met de Wet bescherming persoonsgegevens tot stand te brengen. De expliciete toestemming die daardoor verplicht is gesteld, maakt het onmogelijk voor de branche om tot een goed werkende standaard te komen voor een do not track-functie. De op 5 juni 2012 in werking getreden toevoeging van art. 11.7a aan de Telecommunicatiewet, in het spraakgebruik beter bekend als de cookiewet, is al weer voorwerp van discussie. D66-kamerlid Kees Verhoeven wil aan bezwaren uit de praktijk tegemoet komen door nóg een soort cookies te reguleren, naast de al door de wet geregelde technische cookies en trackingcookies. De Minister van Economische Zaken heeft inmiddels laten weten ruimte te zien om de wet op die manier toe te passen. 2 Hoe zat het ook alweer? Nagenoeg alle websites plaatsen cookies kleine bestandjes met daarin doorgaans een unieke code op bijvoorbeeld de computer of smartphone van de gebruiker. Dat kan om een louter functionele reden zijn, zoals het koppelen van een winkelwagentje aan de juiste gebruiker (technische cookies), maar ook om statistieken te verzamelen over het gebruik van de website (analytische cookies). Een derde toepassing is het in kaart brengen van het surfgedrag van de gebruiker om hem bijvoorbeeld te kunnen benaderen met aanbiedingen die passen bij zijn voorkeuren. Het is vooral deze laatste toepassing van cookies, veelal tracking genoemd, die de Europese wetgever ertoe heeft gebracht om het gebruik van cookies te reguleren. De indieners van het amendement hebben dan al politiek gescoord, terwijl de (rechts)praktijk met de brokken blijft zitten Dit is gebeurd door middel van de Richtlijn burgerrechten (2009/136/EG), die de zogeheten eprivacyrichtlijn (2002/58/EG) wijzigt. De Richtlijn burgerrechten vereist voor het plaatsen van cookies die niet een louter technisch doel dienen geïnformeerde toestemming van de gebruiker. Zulke toestemming hoeft niet per se expliciet te zijn, maar kan ook besloten liggen in een gedraging zoals het zonder protest verder bezoeken van een website. De cookiebepaling uit de Richtlijn burgerrechten is in Nederland omgezet in art. 11.7a van de Telecommunicatiewet. Daarin is dankzij een amendement van PVV en PvdA een dubbele bodem aangebracht, die het plaatsen van cookies met als doel het verzamelen, analyseren of combineren van surfgedrag voor onder meer commerciële doelen aanmerkt als verwerking van persoonsgegevens in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Langs deze ingewikkelde omweg hebben de indieners van het amendement bereikt dat voor tracking-cookies geen gewone toestemming, maar ondubbelzinnige toestemming een begrip uit de Wbp is vereist. In de praktijk wordt dat uitgelegd als een actieve, expliciete bevestiging, bijvoorbeeld door op ja of ok te klikken na voldoende ingelicht te zijn over de toepassing van de cookies. Het impliciet blijk geven van toestemming door ondanks de waarschuwing de site te bezoeken wordt als onvoldoende beschouwd. Overigens is de bepaling die het gebruik van cookies koppelt aan de Wbp pas op 1 januari jl. in werking getreden om de markt de tijd te geven procedures aan te passen. Spanning tussen Europees en nationaal recht De nieuwe regeling werd door de Eerste Kamer op het allerlaatste moment en met tegenzin aangenomen. Dat had vooral te maken met het amendement van PVV en PvdA. Bij omzetting van Europese regelgeving naar natio- 480 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 08

WRAKINGSPROTOCOL RECHTBANK BREDA vastgesteld door het bestuur van de rechtbank in zijn vergadering van 8 februari 2007

WRAKINGSPROTOCOL RECHTBANK BREDA vastgesteld door het bestuur van de rechtbank in zijn vergadering van 8 februari 2007 WRAKINGSPROTOCOL RECHTBANK BREDA vastgesteld door het bestuur van de rechtbank in zijn vergadering van 8 februari 2007 1. Inleiding Dit protocol is gebaseerd op de Aanbeveling inzake afhandeling wrakingsverzoeken

Nadere informatie

Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag

Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag De rechtspraak Wrakingsprotocol gerechtshoven Amsterdam & Den Haag pagina 1 van 14 Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag Vastgesteld op 27 maart 2014 (hof Amsterdam)

Nadere informatie

WRAKINGSPROTOCOL GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Per 1 januari 2013

WRAKINGSPROTOCOL GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Per 1 januari 2013 WRAKINGSPROTOCOL GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Per 1 januari 2013 1. Inleiding Dit protocol is gebaseerd op de Aanbeveling inzake afhandeling wrakingsverzoeken van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T

Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T Rolnummer 4792 Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 4, 2, en 6, 2, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE AUTEURSRECHTEN per 15 maart 2012

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE AUTEURSRECHTEN per 15 maart 2012 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE AUTEURSRECHTEN per 15 maart 2012 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf;

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Artikel 1 - Geschillencommissie

Artikel 1 - Geschillencommissie Reglement Geschillencommissie inzake de kwaliteit van Marktonderzoek zoals bedoeld in artikel 21 lid 2 van de statuten van de MarktonderzoekAssociatie MOA vastgesteld door het Bestuur van de MOA op 11

Nadere informatie

REGLEMENT TUCHTCOMMISSIE MAKELAARDIJ

REGLEMENT TUCHTCOMMISSIE MAKELAARDIJ REGLEMENT TUCHTCOMMISSIE MAKELAARDIJ Vastgesteld door de algemene ledenvergadering van VastgoedPRO op 12-11-2013, op grond van het bepaalde in de statuten van VastgoedPRO. Ingaande per 1-1-2014. Begripsomschrijving

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

REGLEMENT 3.683.BD/BJZ PROTOCOL PROCESBESLUIT EN VERTEGENWOORDIGING IN RECHTE

REGLEMENT 3.683.BD/BJZ PROTOCOL PROCESBESLUIT EN VERTEGENWOORDIGING IN RECHTE 3.683.BD/BJZ PROTOCOL PROCESBESLUIT EN VERTEGENWOORDIGING IN RECHTE Vastgesteld bij collegebesluit van 19 juni 2007, nr. 6a. Datum bekendmaking: 27 juni 2007. Datum inwerkingtreding: 28 juni 2007. Gemeenteblad

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE VvE MANAGEMENT voor de zakelijke markt per 1 april 2013

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE VvE MANAGEMENT voor de zakelijke markt per 1 april 2013 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE VvE MANAGEMENT voor de zakelijke markt per 1 april 2013 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ZORGINSTELLINGEN Per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ZORGINSTELLINGEN Per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ZORGINSTELLINGEN Per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting: de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 175 Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie

Nadere informatie

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T Rolnummer 4418 Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 301, 2, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van

Nadere informatie

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam De besturen van de rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. een klacht:

Nadere informatie

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 9 MEI 2013 Herengracht 551 Contactpersoon: 1017 BW Amsterdam Ellen Soerjatin T 020 530 5200 E ellen.soerjatin@steklaw.com

Nadere informatie

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels;

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels; 10 november 2009 REGLEMENT STICHTING TUCHTRECHTSPRAAK MEDIATORS Artikel 1 Definities In dit reglement wordt verstaan onder: Stichting: Aangesloten Instelling: Mediator: Gedragsregels: Klachtenregeling:

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

Reglement Geschillencommissie Arbodiensten

Reglement Geschillencommissie Arbodiensten Reglement Geschillencommissie Arbodiensten Definities Artikel 1 In dit Reglement wordt verstaan onder: a. Commissie: de Geschillencommissie Arbodiensten; b. Boaborea: de branchevereniging van dienstverleners

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

REGLEMENT TUCHTRECHTSPRAAK van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH)

REGLEMENT TUCHTRECHTSPRAAK van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH) REGLEMENT TUCHTRECHTSPRAAK van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH) A. ALGEMENE BEPALINGEN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: NVH of Vereniging: De Nederlandse

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 MEI 2008 C.05.0223.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.05.0223.F AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. B. P., 2. AXA BELGIUM, naamloze

Nadere informatie

BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle

BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle Het bevoegd gezag, zijnde het College van Bestuur van de Openbare Rechtspersoon Openbaar

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

Wie kan klagen? Een persoon of organisatie die gebruik maakt of heeft gemaakt van de diensten van een regionale ondersteuningsstructuur (ROS).

Wie kan klagen? Een persoon of organisatie die gebruik maakt of heeft gemaakt van de diensten van een regionale ondersteuningsstructuur (ROS). KLACHTENREGELING ROS-COLLECTIEF Inleiding Indien personen of organisaties een klacht willen indienen die betrekking heeft op (medewerkers van) een regionale ondersteuningsstructuur (ROS), dan dient men

Nadere informatie

AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING

AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING I. Introductie 1. De toekenning van billijke genoegdoening is geen automatisch gevolg van de vaststelling door het Europees Hof voor

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak.

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak. ECLI:NL:HR:2013:1157 Uitspraak 12 november 2013 Strafkamer nr. 11/04366 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE STICHTING PAARD 11 december 2013

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE STICHTING PAARD 11 december 2013 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE STICHTING PAARD 11 december 2013 Inhoudsopgave Afdeling 1: Algemene Bepalingen Afdeling 2: Geschillenbeslechting Bindend Advies Afdeling 3: Slotbepalingen Reglement geschillencommissie

Nadere informatie

Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG tot politieke keuze cassatierechter Den Haag, 4 april205 No. 25./4/ME/ds PRESIDENT VAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer) 5 juli 1993 *

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer) 5 juli 1993 * BESCHIKKING VAN 5. 7.1993 ΖΑΛΚ T-S4/91 DEP komst van een advocaat soms zijn nut hebben voor het verloop van de precontentieuze procedure, toch zijn de honoraria voor de in de precontentieuze fase verrichte

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

Klachtenprocedure Stadsregiotaxi September 2010

Klachtenprocedure Stadsregiotaxi September 2010 Klachtenprocedure Stadsregiotaxi September 2010 Inhoud: Hoofdstuk I : Klachtenprocedure Stadsregiotaxi Hoofdstuk II : Procedure Geschillencommissie Stadsregiotaxi Hoofdstuk III : Begrippen Hoofdstuk IV

Nadere informatie

Reglement voor Klachtenbehandeling

Reglement voor Klachtenbehandeling Reglement voor Klachtenbehandeling Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 25 t/m 28 de Gedragscode van NOLOC, zoals vastgesteld door de algemene ledenvergadering. Algemeen Artikel 1 Dit Reglement voor

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005;

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 1, tweede lid, en 29a, tweede lid, van

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ALGEMEEN

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ALGEMEEN REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ALGEMEEN per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beslissing van 21 december 2004 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 328.2002 van: [ ], wonende te [ ], klager,

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Ministerie van Veiligheid en Justitie anders in Ministerie van Veiligheid en Justitie Aan de Koning sector Straf- en sanctierecht Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www. rijksoverheid. nh/venj Contactpersoon Mr.

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014 Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 13/00066 21 augustus 2014 uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X], wonende te [Z], belanghebbende tegen de uitspraak in de

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 11 maart 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Schorsing na faillissement en terugverwijzing naar een lagere rechter Alternatieve causaliteit Lastgeving Tussentijds

Nadere informatie

KLACHTAFHANDELING BIJ AANBESTEDEN. 10-6-2014 Corsanummer: 14.038637

KLACHTAFHANDELING BIJ AANBESTEDEN. 10-6-2014 Corsanummer: 14.038637 KLACHTAFHANDELING BIJ AANBESTEDEN Standaard voor klachtafhandeling I. Inleiding Waarom een standaard voor klachtafhandeling bij aanbestedingen? In het kader van een aanbestedingsprocedure kan het voorkomen

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT E.I. Bouma 1 Inleiding In de praktijk komt het regelmatig voor dat de werkgever de kantonrechter verzoekt

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

lid van de vereniging : een aspirant-lid, gewoon lid dan wel buitengewoon lid van de vereniging;

lid van de vereniging : een aspirant-lid, gewoon lid dan wel buitengewoon lid van de vereniging; Reglement Tuchtzaken Het Reglement Tuchtzaken is laatstelijk gewijzigd en vastgesteld op 15 juni 2011 door het besluit van de algemene ledenvergadering Algemeen Preliminair Begripsomschrijving Voor de

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE CENTRALE ANTENNE INRICHTINGEN

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE CENTRALE ANTENNE INRICHTINGEN REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE CENTRALE ANTENNE INRICHTINGEN per 1 oktober 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184...

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184... Page 1 of 6 JOR 2013/309 CBB, 14-08-2013, 13/396, ECLI:NL:CBB:2013:160 Overtreding van art. 4:23 Wft, Publicatie van de opgelegde boete, Afwijzing verzoek tot schorsing van publicatie totdat in hoger beroep

Nadere informatie

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Dit reglement geldt in aanvulling op het bepaalde in de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 c.q. in aanvulling op de Wet Dieren (nadat de daarin

Nadere informatie

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen.

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl Besluit inzake de verklaring omtrent de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

Reglement van Tuchtrechtspraak NOAB

Reglement van Tuchtrechtspraak NOAB Reglement van Tuchtrechtspraak NOAB IN EERSTE AANLEG Artikel 1 De aspirant- en de gewone leden van NOAB zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen. a) ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met de

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE REIZEN per 1 april 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE REIZEN per 1 april 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE REIZEN per 1 april 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Het hoger beroep is gericht tegen een uitspraak op verzet ten aanzien waarvan normaal gesproken geen hoger beroep openstaat.

Het hoger beroep is gericht tegen een uitspraak op verzet ten aanzien waarvan normaal gesproken geen hoger beroep openstaat. Geachte heer / mevrouw, Namens [ ] stel ik hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 maart 2014 (bijlage 1). De in beroep reeds overlegde volmacht is eveneens op onderhavig

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 08/5117 WWB 08/5118 WWB U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante) en [appellant] (hierna: appellant), beiden wonende te Amsterdam,

Nadere informatie

Klachtenreglement ActiefTalent

Klachtenreglement ActiefTalent Klachtenreglement ActiefTalent Algemene bepalingen Artikel 1 Definities a. ActiefTalent: Stichting ActiefTalent; b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; c. Klacht: een bij de Klachtencommissie ingediend

Nadere informatie

PROCEDUREREGELING VAN DE KAMER VAN BEROEP VAN DE CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART

PROCEDUREREGELING VAN DE KAMER VAN BEROEP VAN DE CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART - 45 - Bijlage 4 PROCEDUREREGELING VAN DE KAMER VAN BEROEP VAN DE CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART Overeenkomstig artikel 45 ter van de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868, zoals laatstelijk

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG per 1 oktober 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG per 1 oktober 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG per 1 oktober 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting: de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Lid van de vereniging, waarover een klacht is ingediend. Een natuurlijk persoon waarover een lid tot curator, bewindvoerder of mentor is benoemd.

Lid van de vereniging, waarover een klacht is ingediend. Een natuurlijk persoon waarover een lid tot curator, bewindvoerder of mentor is benoemd. Voor Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren gelden wettelijke eisen en verplichtingen. Deze zijn neergelegd in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van artikel 1:383/435/452, zevende lid, BW

Nadere informatie

HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620. Noot van M.J.

HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620. Noot van M.J. HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620 Noot van M.J. Borgers 1. De tenlastelegging in de hierboven afgedrukte zaak is toegesneden

Nadere informatie

KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO

KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO Preambule Het bestuur van de Stichting Nederlandse Orde voor Beroeps Coaches (NOBCO) heeft besloten een klachtenprocedure in het leven te roepen en heeft daarvoor het

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 september 2014

betreft: [klager] datum: 8 september 2014 nummer: 14/794/GA betreft: [klager] datum: 8 september 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

Begripsomschrijving. Samenstelling en taak GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS

Begripsomschrijving. Samenstelling en taak GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS Begripsomschrijving Artikel 1 Beroepscode Commissie Consument Erkend Hypotheekadviseur Geschillencommissie Hypothecaire

Nadere informatie

AFASIE VERENIGING NEDERLAND - KLACHTENPROTOCOL geldend per december 2011

AFASIE VERENIGING NEDERLAND - KLACHTENPROTOCOL geldend per december 2011 Vooraf De vereniging met rechtspersoonlijkheid: Afasie Vereniging Nederland, hierna te noemen: AVN, wenst hierbij een protocol voor het indienen en de afhandeling van klachten over onder meer handelingen,

Nadere informatie

Aangenomen en overgenomen amendementen

Aangenomen en overgenomen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie Datum 20 december 2011 Betreffende wetsvoorstel: 32045 Wijziging

Nadere informatie

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 OPGAVE 1 (34 punten) Vraag 1.1 (5 punten) Er staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open. Het voorbereidingsbesluit van artikel

Nadere informatie

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Artikel 15.20, schade komt in aanmerking voor vergoeding vanwege het niet langer op grond van een milieubeheer mogen uitoefenen van een activiteit. Casus en uitspraak Een exploitant

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal. Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE --- Zfw

JURISPRUDENTIE --- Zfw vorige home jurisprudentie jur. Zfw Zfw sz-wetten overige wetten zoeken JURISPRUDENTIE --- Zfw LJN: AY4168 Instantie: Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak: 04-07-2006 Soort procedure: hoger beroep

Nadere informatie