Solution Builder. Installation & Configuration Guide

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Solution Builder. Installation & Configuration Guide"

Transcriptie

1 Solution Builder Installation & Configuration Guide

2 2015, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook en evenmin worden opgeslagen in een databank met als doel een terugzoek mogelijkheid te verschaffen aan derden zonder voorafgaande toestemming van Eddon Software B.V. Eddon Software B.V. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer Add-on Solution Builder Artikel software BSE101 Behorende bij release vanaf Datum Auteur Ute van Riel - van Fessem / Bregje Elemans Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 2 van 127

3 Inhoudsopgave 1 Uitgangspunten en randvoorwaarden Systeemeisen server en client Benodigde rechten Afhankelijkheden andere applicaties Technische uitgangspunten Benodigde licenties Functionele uitgangspunten Samenvatting installatie en configuratie Installatie Solution Builder Voorbereiding Internet Explorer Add-on Maatwerkmenu SE Installatie software Bijwerken database Installatie op bestaande Synergy-omgeving Benodigde velden voor Time & Billing Configuratie Solution Builder Beveiliging in Synergy Benodigde rol Enabling add-on solutions Benodigde functierechten Add-on toegang via Add-on Maatwerkmenu SE Add-on rollen via Add-on Maatwerkmenu SE Onderhoud Add-on Maatwerkmenu Onderhoud instellingen Installatie licentiesleutel Algemeen Onderhoud groepen Algemeen Beveiliging Monitor en Menu Onderhoud statussen Onderhoud secties Veld Knop Onderhoud lijsten Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 3 van 127

4 4.8 Onderhoud velden Ja/Nee velden Afbeelding velden Bedrag velden Datum / Periode velden Hyperlink velden Label velden Breedte en hoogte Automatische breedte Automatische hoogte Automatische breedte en hoogte Icoon Kleur velden Lijst velden Nummer velden Tijd Wiskundig Opmerking velden Breedte en hoogte Automatische breedte Automatische hoogte Automatische breedte en hoogte Icoon Referentie velden Tekst velden Onderhoud knoppen Onderhoud overzichten Koppeling overzichten Onderhoud tabbladen Onderhoud functierollen Onderhoud van entiteittypes Aanmaken nieuw entiteittype Algemeen Beveiliging Templates en kopiëren van een entiteittype Inrichten entiteittype Statussen Vervolgstatussen Functierollen Grafische overzichten Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 4 van 127

5 5.3 Lay-out entiteittype Onderhoud rijen Beveiliging instellen Veldafhankelijke zichtbaarheid Onderdelen verplaatsen naar een andere rij Knoppen rij Velden rij Toevoegen secties Monitor Toevoegen velden Overzichten rij Tabbladen rij Beveiliging Beveiligingsniveau Rol Functierecht Manager / Lid Deployment Geavanceerde configuratie Werken met templates Werken met labels Onderhoud triggers Onderhoud Koppelingen Voorbeelden van knoppen en hyperlinkvelden Verwijzing naar Synergy URL Voorbeeld: Aanmaken nieuwe medewerker via een knop Verwijzing naar MS Word Merge Add-on SE Verwijzing naar externe URL Reguliere expressies Invullen van een Nederlandse postcode Invullen van een adres Voorbeelden van tabbladen Tabblad op basis van een publieke zoektemplate Tabblad op basis van een URL MS Reporting Services Integrator rapportage in tabbladen Achterhalen parameters Definiëren publieke zoektemplates Entiteiten uitwisselen via Exact Entity Services Configuratie exporteren en importeren Exporteren Importeren Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 5 van 127

6 10 Entiteiten synchroniseren met Exact Globe Benodigde Synergy instellingen Toevoegen velden bij entiteittypen Standaard entiteittype opgeven Entiteiten exporteren naar Exact Globe SQL Job Proxy instellen in SQL Geplande Taak Uitlezen XML-bestanden via ASImport Globe-projecten importeren in Synergy-entiteiten Troubleshooting Bekende meldingen Overlappende nummerreeks Vreemde tekens in velden Verwijderen onderdelen Selectie in een referentieveld Verplichte velden bij entiteittype Veld bestaat al Standaard entiteittype opgeven Standaard functierol opgeven Gereserveerde code bij aanmaken entiteit wordt niet vrijgegeven Niet toegestaan om referentieknop toe te voegen Niet voldoende rechten bij deployment Problemen met (standaard) projecten DLL-bestanden geblokkeerd Termen onderhouden Nieuwe term toevoegen Talen toevoegen Technische eigenschappen Databasetabellen Bijlage I - Meest gebruikte parameters I.1 Verzoeken I.2 Documenten Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 6 van 127

7 Inleiding De Solution Builder is een zeer uitgebreide add-on gemaakt voor Exact Synergy Enterprise. Met deze add-on bent u in staat om onbeperkt entiteiten toe te voegen aan Synergy Enterprise. U kunt zelf entiteitkaarten samenstellen met een onbeperkt aantal velden, knoppen, overzichten en tabbladen. Met deze add-on bent u dus in staat om Synergy volledig aan te passen aan uw wensen en eisen. Het toevoegen van bedrijfs- en branchespecifieke processen wordt hiermee zeer eenvoudig gemaakt. Solution Builder vervangt de standaard projectmodule van Synergy en breidt de functionaliteit verder uit. Hierbij worden de standaard projecten omgezet naar entiteiten binnen Solution Builder. Solution Builder biedt u de mogelijkheid om naast projecten ook andere typen entiteiten aan te maken. U krijgt hierbij de beschikking over uitgebreide opties om de entiteiten volledig naar uw eigen wensen in te richten met behulp van knoppen, velden, tabbladen, etc. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 7 van 127

8 1 Uitgangspunten en randvoorwaarden 1.1 Systeemeisen server en client Voor de server(s) en clients zijn de standaard systeemeisen voor Exact Synergy Enterprise van toepassing. Deze zijn te vinden in document op de Exact Customer Portal. 1.2 Benodigde rechten Voor de installatie zijn de volgende rechten van belang: System administrator (om de database te kunnen updaten en initialiseren) Synergy administrator (om rechten/rollen aan te maken) 1.3 Afhankelijkheden andere applicaties Om een of meerdere add-ons te kunnen configureren en/of gebruiken moet men ook het Add-on Maatwerkmenu SE hebben geïnstalleerd. Voor bepaalde functionaliteit dient MS Word Merge Add-on SE geïnstalleerd te zijn. Voor bepaalde functionaliteit dient MS Reporting Services Integrator SE geïnstalleerd te zijn. LET OP: U dient altijd de recente commerciële versie van de bovengenoemde add-ons te installeren. 1.4 Technische uitgangspunten Er is bij de ontwikkeling gebruik gemaakt van de Software Development Kit (SDK) voor Exact Synergy Enterprise. Deze werkwijze zorgt ervoor dat de add-on zoveel mogelijk onafhankelijk van de standaard software kan functioneren. Hierdoor wordt het eenvoudiger om een update van de standaard software uit te voeren. Ondanks dat dient u toch contact met uw partner op te nemen wanneer u een update wilt uitvoeren naar een nieuwere versie van Exact Synergy Enterprise. 1.5 Benodigde licenties Module YA Enabling add-on solutions role in de Exact Synergy Enterprise licentie. Voor de Solution Builder is een licentiesleutel van Eddon vereist. 1.6 Functionele uitgangspunten Er wordt gebruik gemaakt van de standaard oplossing van Exact Synergy Enterprise vanaf batch 249. Eventueel kan dit uitgebreid worden met andere add-ons en maatwerk. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 8 van 127

9 2 Samenvatting installatie en configuratie Stapsgewijs dienen de volgende stappen uitgevoerd te worden voor een correcte werking van de Solution Builder. Per stap staat aangegeven of deze verplicht of optioneel uitgevoerd moet worden en de betreffende paragraaf voor meer informatie staat vermeld. 01 Installeer Exact Synergy Enterprise Verplicht 02 Lees Exact licentie in Verplicht 03 Maak nieuwe database aan of open bestaande database Verplicht 04 Installeer Add-on Maatwerkmenu SE Verplicht 05 Installeer Solution Builder Paragraaf 3.3 Verplicht 06 Voer deployment uit Paragraaf 3.4 Verplicht 07 Verleen de juiste rechten Paragraaf 4.1 Verplicht 08 Lees Solution Builder licentiesleutel in Paragraaf Verplicht Importeer Solution Builder configuratie Paragraaf 9.2 Optioneel 09 Aanmaken entiteitgroepen Paragraaf 4.4 Verplicht 10 Definiëren statussen Paragraaf 4.5 Verplicht 11 Definiëren secties Paragraaf 4.6 Optioneel 12 Definiëren lijsten Paragraaf 4.7 Optioneel 13 Definiëren velden Paragraaf 4.8 Optioneel 14 Definiëren knoppen Paragraaf 4.9 Optioneel 15 Definiëren zoektemplates Paragraaf 8.9 Optioneel 16 Definiëren overzichten Paragraaf 4.10 Optioneel 17 Definiëren tabbladen Paragraaf 4.11 Optioneel 18 Definiëren functierollen Paragraaf 4.12 Optioneel 19 Aanmaken entiteittypes Paragraaf 5.1 Verplicht 20 Toevoegen statussen aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 21 Toevoegen knoppen aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 22 Toevoegen veldsecties aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 23 Toevoegen monitor aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 24 Toevoegen velden aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 25 Toevoegen overzichten aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 26 Toevoegen tabbladen aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 27 Toevoegen functierollen aan entiteittypes Paragraaf Optioneel 28 Stel grafische overzichten in voor entiteittypes Paragraaf Optioneel 29 Maak één of meerdere triggers aan Paragraaf 8.3 Optioneel 30 Definieer labels en voeg deze toe aan entiteittypes Paragraaf 8.2 Optioneel 31 Definieer koppelingen en voeg deze toe aan entiteittypes Paragraaf 8.4 Optioneel 32 Voer deployment uit Hoofdstuk 7 Verplicht Exporteer Solution Builder configuratie Paragraaf 9.1 Optioneel 33 Stel synchronisatie in met Exact Globe Hoofdstuk 10 Optioneel Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 9 van 127

10 3 Installatie Solution Builder 3.1 Voorbereiding Internet Explorer Bij gebruik van de add-on kan het voorkomen dat het erop lijkt dat wijzigingen van een update niet goed doorgevoerd worden. Oude functionaliteiten worden dan bijvoorbeeld geladen, waardoor u onterecht foutmeldingen kunt krijgen of bepaalde configuraties niet beschikbaar heeft. Bij het aanroepen van een webpagina worden gegevens opgeslagen op de client. Dit zorgt ervoor dat Internet Explorer de volgende keer de pagina sneller kan openen. Dit wordt vooral gedaan met JavaScripting, waar de add-on ook gebruik van maakt. Wijzigingen in het JavaScript (de add-on) die op de server hebben plaatsgevonden, worden door de client dan niet herkend en geladen. Om alle wijzigingen van een update van de add-on correct tot uw beschikking te krijgen, is het daarom noodzakelijk om op de clients de instellingen in Internet Explorer aan te passen. Internet Explorer zal nu iedere keer bij het benaderen van een Synergy-pagina deze direct van de server laden. Zo opent u altijd de meest up-to-date versie van de webpagina. Ga op de clients in Internet Explorer naar Extra Internetopties en open tabblad Algemeen. Klik bij Browsergeschiedenis op Instellingen en selecteer de optie Elke keer als ik de webpagina bezoek. Klik op OK, nogmaals op OK en start Internet Explorer opnieuw op om de instellingen te activeren. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 10 van 127

11 3.2 Add-on Maatwerkmenu SE Voor een correcte werking van de add-ons dient het Add-on Maatwerkmenu SE geïnstalleerd te worden. Het Add-on Maatwerkmenu is een aparte installatieset en voegt het Add-on menu toe aan Synergy. Hiervandaan kunnen meerdere add-ons en maatwerkonderdelen worden aangeroepen. 3.3 Installatie software De add-on dient op de server geïnstalleerd te worden waar ook Exact Synergy Enterprise staat. Door middel van het bestand CSSetup_NL.exe kan de set-up van de add-on opgestart worden. LET OP: Voor het installeren dienen alle gebruikers Synergy te verlaten. Ook eventuele achtergrondprocessen dient u tijdelijk te stoppen. Bij Installatie soort wordt gekozen voor CD installatie Bij Lokale installatiedirectory moet worden gekozen voor de directory waar Synergy in geïnstalleerd staat. Door te kiezen voor OK wordt de installatie gestart. Het volgende scherm verschijnt. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 11 van 127

12 Door te kiezen voor Ja wordt de installatie verder uitgevoerd. Wanneer de installatie voltooid is, wordt het onderstaande scherm getoond. LET OP: Wanneer u Solution Builder gebruikt in meerdere databases (bijvoorbeeld voor testdoeleinden), dient u voor elke database een aparte installatie uit te voeren in aparte mappen. Dit om te voorkomen dat er installatie- en databasebestanden door elkaar worden gehaald bij het uitvoeren van de deployment (meer over deze functionaliteit in hoofdstuk 7). 3.4 Bijwerken database Na het installeren van de add-on moet de database opnieuw geïnitialiseerd worden. Hierom zal automatisch worden gevraagd bij het opstarten van Synergy. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 12 van 127

13 Tevens dient een deployment te worden uitgevoerd, in ieder geval na een update van Solution Builder op een bestaande omgeving. Meer informatie over de deployment vindt u in hoofdstuk 7. Door te kiezen voor Bijwerken wordt het initialiseren van de database en de deployment uitgevoerd. De instellingen bij het onderdeel Login zijn afhankelijk van de beveiligingsinstellingen van de Synergy-database. Iedere database dient apart bijgewerkt te worden. 3.5 Installatie op bestaande Synergy-omgeving Wordt Solution Builder geïnstalleerd op een bestaande Synergy Enterprise omgeving, waarbij al gebruik gemaakt wordt van projecten, dan wordt er bij de installatie automatisch een conversie uitgevoerd. Bestaande projecten worden omgezet naar een standaard meegeleverd entiteittype Project. De velden van de projecten worden gekopieerd naar de nieuwe entiteitvelden. De betreffende tabellen in de database worden gevuld. LET OP: Nadat u de installatie heeft gedaan, dient u ALTIJD een deployment uit te voeren (zie hoofdstuk 7). Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 13 van 127

14 De standaard Synergy-menuopties voor projecten worden verwijderd en zijn vervangen door de menuopties van Solution Builder. De menuopties zullen automatisch worden toegevoegd voor alle gebruikers. Wanneer u echter de standaard menuopties had toegevoegd, kan er een foutmelding verschijnen: Dit heeft ermee te maken dat de menuopties nog in de cache van uw internetbrowser kunnen staan. In dit geval klikt u op Voorkeuren en voegt u handmatig de menuopties toe. Vanaf versie 6 van Solution Builder kan het voorkomen dat de optie Project uit Voorkeuren is verdwenen voor de gebruikers. Dit heeft te maken met een bepaald back-upbestand dat niet is aangemaakt in de voorgaande versies. Om dit probleem op te lossen, dient u een update van Synergy Enterprise uit te voeren. Wanneer bij de Instellingen de optie Standaard project entiteittype wordt gebruikt is aangevinkt, kan de definitie van entiteittype Project niet aangepast worden. Bij het openen van een projectentiteit wordt de standaard projectkaart van Synergy Enterprise (ProCard.aspx) geopend. LET OP: Standaard Project is wel omgezet naar een entiteittype. Wanneer u de optie Standaard project entiteittype wordt gebruikt uitvinkt, heeft u de mogelijkheid om naast de standaard velden eigen gedefinieerde velden en/of andere onderdelen zoals tabbladen en knoppen uit Solution Builder toe te voegen aan Project. Er geldt dan de Solution Builder functionaliteit voor dit entiteittype en functierecht is benodigd om projectentiteiten te mogen bewerken. Een gebruiker opent vervolgens een projectentiteit als entiteitkaart (CSNOBEntEntityCard.aspx). Vinkt u de optie Standaard project entiteittype wordt gebruikt weer aan, dan zal het entiteittype nog steeds te bewerken zijn, maar u ziet hier niets van op de projectkaart (ProCard.aspx wordt immers geopend). LET OP: Om na conversie en de optie Standaard project entiteittype wordt gebruikt uitgevinkt gebruik te kunnen maken van projecten, dienen de juiste rechten te zijn verleend aan de gebruikers. Zie paragraaf 4.1 voor meer informatie. Naast de standaard projecten zijn ook alle standaard projectoverzichten na de conversie gewoon beschikbaar via Projecten Overzichten. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 14 van 127

15 3.5.1 Benodigde velden voor Time & Billing Wanneer u gebruik wilt maken van de Time & Billing budgetfunctionaliteit, is het aan te raden dat met de standaard projecten (optie Standaard project entiteittype wordt gebruikt aangevinkt) te doen. Wilt u de functionaliteit echter ook op Solution Builder entiteiten gebruiken, dan dienen vanaf batch 245 van Synergy Enterprise een aantal velden toegevoegd te worden aan het entiteittype. Deze velden worden standaard meegeleverd met de installatie van Solution Builder. Indien ze niet aanwezig zijn, kunt u ze handmatig aanmaken. In paragraaf 4.8 staat beschreven hoe u velden aanmaakt. LET OP: Bij alle velden dient bij Tabelnaam PRProject ingevuld te worden en de Naam dient gevuld te worden zoals in de volgende tabel. Naam Label Type veld Opmerkingen Billable Factureerbaar Ja/Nee-veld In standaard Synergy heet dit veld Uren en kosten registreren op dit project en is alleen beschikbaar wanneer het een Intern project betreft. HourBilling Facturering Referentieveld Stel als Referentie de optie Artikelen in. BillingCurrency Factuur valuta Referentieveld Stel als Referentie de optie Valutasoorten in. Dit veld is verplicht. Geef een Standaardwaarde mee, bv. EUR. InvoiceTo Factuur voor Lijstveld LET OP: Geen letters gebruiken in de code van de lijst INVOICETO Invoice to. Deze lijst dient de volgende waardes te bevatten: 0 Geen factuur 1 Relatie 2 Dealer 3 Moederbedrijf UseNewPlanning Nieuw planning Ja/Nee-veld scherm gebruiken CostBudget Kosten budget Bedragveld IDInvoiceAccount Factuur voor Referentieveld Stel als Referentie de optie Relaties in. Vul Selectie met: c.cmp_type in ( C, R ) IDOrderAccount Besteld door Referentieveld Stel als Referentie de optie Relatie in. Vul Selectie met: c.cmp_type in ( C, R ) InvoiceGrouping Factuurvoorstel regelgroepering Lijstveld LET OP: Geen letters gebruiken in de code van de lijst INVOICEGROUPING. Deze lijst dient de volgende waardes te bevatten: 0 Geen 1 Project / Artikel 2 Project / Artikel / Omschrijving 3 Project / Leverbaar / Artikel 4 Project / Leverbaar / WBS regel / Artikel 5 Project / Leverbaar / WBS regel / Artikel / Omschrijving 6 Project / Medewerker / Artikel 7 Project / Medewerker / Artikel / Omschrijving 8 Project / Medewerker / Leverbaar / Artikel 9 Project / Medewerker / Leverbaar / WBS regel / Artikel 10 Project / Medewerker / Leverbaar / WBS regel / Artikel / Omschrijving ProjectType Lijstveld Deze lijst dient de volgende waardes te bevatten: F Vast I Intern P Productie H Nacalculatie T Training Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 15 van 127

16 4 Configuratie Solution Builder 4.1 Beveiliging in Synergy Benodigde rol Enabling add-on solutions Alle medewerkers die gebruik moeten kunnen maken van Solution Builder, dienen gekoppeld te zijn aan de licentierol Enabling add-on solutions op niveau Bedrijf. Koppel hiervoor allereerst een willekeurige licentierol aan de medewerkers, waarmee bepaald wordt op welke Synergy-portal (ESS, CRM, etc.) ze kunnen inloggen. Hierna kunt u de rol Enabling add-on solutions koppelen aan de gebruikers op niveau Bedrijf. Voor meer informatie over de rollenstructuur binnen Exact Synergy Enterprise verwijzen wij u naar documenten en op de Exact Customer Portal Benodigde functierechten Bij de installatie van Solution Builder zijn automatisch een aantal nieuwe functierechten aangemaakt. Deze zijn te vinden via het menupad Systeem Inrichting Beveiliging: Functierechten. Bovenstaande functierechten moeten gekoppeld worden aan een rol. Automatisch zorgt Synergy ervoor dat standaard de rol Administrator Solution Builder mag onderhouden en gebruiken. Door functierecht te koppelen aan bepaalde rollen en die rollen vervolgens te koppelen aan medewerkers, kunt u zelf bepalen wie er verantwoordelijk is voor de inrichting van de add-on. Na opnieuw inloggen, kan de medewerker de add-on verder onderhouden. Functierecht geeft aan hoeveel gebruikers entiteiten mogen aanmaken en/of bewerken. De manier waarop gebruikers gekoppeld worden en toegang krijgen tot Solution Builder, regelt u via het Add-on Maatwerkmenu (zie paragraaf 4.1.3). Met functierecht bepaalt u welke medewerkers rechten krijgen om entiteiten in Solution Builder te mogen importeren via de Import Wizard. Functierechten en zijn bedoeld voor het in bulk wijzigen en aanmaken van entiteiten. Met functierechten en kunt u Solution Builder entiteiten via het Exact Entity Framework lezen en bewerken. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 16 van 127

17 4.1.3 Add-on toegang via Add-on Maatwerkmenu SE In Solution Builder worden licenties uitgegeven om gebruik te kunnen maken van de add-on. De toegang wordt geregeld door gebruikers te koppelen in een onderhoudsscherm van het Add-on Maatwerkmenu. Ga naar Add-on Inrichting Add-on Menu: Add-on toegang en een overzicht verschijnt van de add-ons waarvoor gebruikers toegang moeten kunnen krijgen. U ziet hoeveel gebruikers er in de licentie zitten en hoeveel gebruikers er gekoppeld zijn. Klik op de betreffende add-on. Klik op de knop Nieuw en een pop-up verschijnt, waarin de medewerkers geselecteerd kunnen worden. Is een medewerker geselecteerd, dan wordt deze direct toegevoegd aan de lijst gebruikers. Ook de koppeling is direct actief, mits de medewerker actief is binnen Synergy. Door op het vinkje te klikken in de kolom Koppeling actief, wijzigt deze in een kruisje en wordt de koppeling gedeactiveerd. Een gebruiker kan ook uit de lijst worden verwijderd door hem aan te vinken en op de knop Verwijderen te klikken. Een andere manier om medewerkers toegang te verlenen is door op de knop Toewijzen te klikken. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 17 van 127

18 Vink de medewerkers aan die u toegang wilt geven en klik op de knop Toewijzen om de instelling te activeren. Alle gebruikers in Synergy dienen nog wel gekoppeld te worden aan de rol Enabling add-on solutions naast rollen als ESS, CRM, Professional en dergelijke (zie paragraaf 4.1.1) Add-on rollen via Add-on Maatwerkmenu SE Vanaf Exact Synergy Enterprise batch 248 heeft Exact een wijziging doorgevoerd in de licentiestructuur rondom CRM-rollen. Vanaf deze versie is het niet meer mogelijk om aan een gebruiker met een CRM-rol andere functierechten te koppelen dan een door Exact beperkte reeks. Om aan CRM-gebruikers toch functierechten in de verschillende add-ons te kunnen koppelen, is er in het Add-on Maatwerkmenu SE de mogelijkheid om zogenaamde add-on rollen toe te kennen. U gaat hiervoor naar Add-on Inrichting Add-on Menu: Add-on rollen of naar Systeem Inrichting Beveiliging: Rollen. In het overzicht ziet u alle gedefinieerde rollen in de Synergy-omgeving. Uiteraard heeft u de mogelijkheid om eigen rollen te definiëren. In de kolom Systeemrol leden kunt u de rollen koppelen, zoals u dat ook op diverse andere plaatsen in de programmatuur kunt doen. In de kolom Add-on rol leden kunt u specifiek voor CRM-, ESS-, Customer Portal- en Reseller Portal-gebruikers de add-on rollen koppelen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 18 van 127

19 Wanneer u op een getal in de kolom Add-on rol leden klikt, krijgt u in eerste instantie een overzicht van alle gebruikers in de betreffende rol: Met de knop Nieuw voegt u een nieuwe gebruiker toe. Door middel van de knop Toewijzen kunt u via een browser meerdere gebruikers tegelijkertijd toewijzen aan de add-on rol. Ook kunt u via de medewerkerkaart add-on rollen toevoegen en wijzigen. Op een medewerkerkaart is hiervoor een aparte sectie Add-on rollen toegevoegd. Middels de knop Toevoegen koppelt u de medewerker aan een add-on rol. NB: Het is functioneel mogelijk om bestaande systeemrollen te koppelen aan gebruikers met een CRM-rol. Echter, deze functierechten worden niet gebruikt in de add-ons. Het toevoegen van deze rollen als add-on rol heeft ook geen impact op de standaard functionaliteit van Synergy. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 19 van 127

20 4.2 Onderhoud Add-on Maatwerkmenu Klik in het topmenu op Add-on. De eerste keer dat een administrator dit doet, zal er gevraagd worden om de inloggegevens. Vul uw gegevens in en klik op Bewaren. Dit is een eenmalige handeling en het wordt aangeraden dit onder het administrator account uit te voeren. Hiermee wordt het add-on menu aangepast wanneer er een wijziging (update of toevoeging) heeft plaatsgevonden in de add-ons. Na het bijwerken, zal Add-on Inrichting er als volgt uitzien: U heeft hier de mogelijkheid om nieuwe entiteittypes aan te maken en deze volledig naar eigen wens in te richten. Ook kunt u de inrichting van entiteittypes exporteren vanuit bijvoorbeeld uw testomgeving en importeren in uw productieomgeving. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 20 van 127

21 4.3 Onderhoud instellingen Nadat de add-on voor Synergy is geïnstalleerd moeten er een aantal instellingen ingevuld worden. De instellingen zijn te onderhouden via het menupad Add-on Inrichting Solution Builder: Instellingen Installatie licentiesleutel Voor een correcte werking van deze add-on is het noodzakelijk een licentiesleutel in te voeren. De licentiesleutel wordt via een tekstbestand verstrekt door uw leverancier. LET OP: De sleutel dient te worden aangeleverd in een tekstbestand. Direct kopiëren en plakken in een leidt tot een verminkte sleutel. Het tekstbestand heeft de volgende naamgeving: License_1709_Solution Builder_[Naam klant in Exact]_[Einddatum]_[Aantal gebruikers].txt. Als u dit bestand opent met Kladblok, ziet u bijvoorbeeld onderstaande (fictieve) licentiesleutel: De licentiesleutel is te onderhouden via het menupad Add-on Inrichting Solution Builder: Instellingen. U kopieert de licentiesleutel vanuit het tekstbestand en in de instelling Algemeen: Licentiesleutel. LET OP: De licentiesleutel dient via Internet Explorer ingevoerd te worden. Bij andere browsers kan het voorkomen dat sommige tekens niet herkend worden en de licentiesleutel verminkt wordt. Zonder deze licentiesleutel zal Solution Builder niet functioneren. Zodra men bijvoorbeeld probeert een entiteit aan te maken, zal een foutmelding worden getoond. U kunt de add-on alleen gebruiken in uw eigen Synergy-omgeving: de licentiesleutel wordt namelijk uitgegeven op naam zoals die in uw Exact Synergy Enterprise licentie is vastgelegd. In de volgende gevallen wordt een foutmelding getoond: 1. Verlopen van de einddatum. Dit geldt voornamelijk voor proeflicenties. 2. Foutieve / verminkte licentiesleutel. Indien de licentiesleutel ontbreekt of niet overeenstemt met de gegevens uit uw Exact licentie, wordt hier melding van gemaakt. 3. Overschrijding van het maximum aantal Solution Builder gebruikers. Het aantal gebruikers is het aantal personen dat een rol heeft waaraan functierecht is gekoppeld. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 21 van 127

22 4.3.2 Algemeen Licentiesleutel Solution Builder licentiesleutel, zie paragraaf Standaard project Deze instelling is ter voorkoming dat u Solution Builder licenties moet entiteittype wordt gebruikt aanschaffen (functierecht , zie paragraaf 4.1.2) om gebruik te kunnen maken van de standaard project functionaliteiten van Synergy Enterprise. Wanneer deze optie is aangevinkt, wordt bij het openen van een projectentiteit de standaard projectkaart van Synergy Enterprise geopend. Toon entiteiten in factuuroverzicht Standaard entiteittype Verzoektype werkstroom Waarden: Aan = entiteittype Project niet aan te passen en standaard projectkaart (ProCard.aspx) van Synergy wordt geopend. Uit = entiteittype Project aan te passen met functierecht en entiteitkaart (CSNOBEntEntityCard.aspx) wordt geopend. Met deze instelling stelt u de beveiliging van entiteiten veilig bij het opvragen van een overzicht van projectfacturen. Via de standaard pagina Project Overzichten Verzoeken: Projectfacturen kunt u entiteiten te zien krijgen die u volgens Solution Builder beveiliging niet zou mogen zien. Standaard staat de instelling aangevinkt en is de standaard pagina doorgeschakeld naar Logistiek Overzichten Factuur: Facturen. Daarin zijn alleen verzoeken te zien die u mag zien en entiteiten waar u geen rechten voor heeft zijn hiermee afgeschermd. Waarden: Aan = Logistiek Overzichten Factuur: Facturen Uit = Project Overzichten Verzoeken: Projectfacturen Wanneer u importeert vanuit Exact Globe naar Synergy kunt u een van de gedefinieerde entiteiten selecteren als standaard type. Meer informatie hierover vindt u in hoofdstuk 10. Hiermee krijgt u de mogelijkheid om entiteiten vanuit de werkstroom te kunnen aansturen. Bij (vervolg)statussen kunt u opgeven dat automatisch een verzoek aangemaakt dient te worden (zie paragrafen en ). Welk verzoektype dat standaard dient te zijn, stelt u in bij instelling Verzoektype werkstroom. Bij de (vervolg)status kunt u deze instelling overrulen. Standaard wordt verzoektype 0 Task gebruikt, maar u kunt een eigen verzoektype definiëren. Minimaal dienen de velden Medewerker, Omschrijving en Project zijn toegevoegd en dient een vervolgstap te zijn ingesteld. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 22 van 127

23 4.4 Onderhoud groepen Verschillende entiteiten kunnen verzameld worden onder een entiteitgroep. Een entiteitgroep is de hoogste verdeling binnen de entiteiten. Deze wordt gebruikt om binnen Solution Builder een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van entiteittypes. Ook kunt u binnen een entiteitgroep een template maken voor nieuw aan te maken entiteittypes. Hiervoor definieert u aparte entiteittypes, die u als template koppelt aan de groep. Ga naar Add-on Inrichting Solution Builder: Groepen : Er verschijnt een overzicht van alle bestaande groepen. Groep PROJECT Project is standaard aangemaakt bij de installatie van Solution Builder. U heeft hier de mogelijkheid om nieuwe groepen aan te maken via de knop Nieuw Algemeen U dient verplicht een waarde in te vullen bij de velden met een. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 23 van 127

24 Bij de sectie Algemeen vult u een Code in voor de entiteitgroep. Daarnaast is het belangrijk om een Omschrijving (Enkelvoudig) + Term ID en Omschrijving (Meervoudig) + Term ID op te geven. Binnen Synergy zullen de omschrijvingen op verschillende plekken verschijnen, waarbij u de juiste benamingen zult willen zien. Zo kunt u bijvoorbeeld een opleiding kaart openen, maar u kunt ook zoeken op opleidingen. Termen definieert u via Add-on Inrichting Termen: Zoeken. De nummers kunt u vervolgens gebruiken in de Term ID -velden (eventueel zoekt u ze op via de link Zoeken ). Voor het werken met termen verwijzen wij u naar hoofdstuk 12. Met de Status geeft u aan of de betreffende groep Actief is. Na verloop van tijd kunt u entiteitgroepen en/of -typen op Verborgen zetten. Er kan dan nog wel gezocht worden op entiteiten, maar er is geen invoer van nieuwe entiteiten meer mogelijk. Of u zet een groep op Inactief, waarmee de gehele groep niet meer wordt weergegeven in de menu s. U kunt met de optie Types sorteermethode aangeven op welke wijze u bij het aanmaken van een nieuwe entiteit de entiteittypes van de groep wilt sorteren. U heeft de keuze uit Geen, Alfabetisch of Vaste index. De optie Geen staat standaard geselecteerd. Kiest u voor Alfabetisch, dan worden de beschikbare entiteittypes alfabetisch gesorteerd op de omschrijving. Met de optie Vaste index bepaalt u zelf de volgorde. U geeft dan per entiteittype een Sorteerindex aan bij de inrichting van het entiteittype entiteit (zie paragraaf 5.1.1). Als er een template entiteittype is gedefinieerd, kunt u deze aan een groep koppelen door op het loepicoon te klikken bij Template. De gekoppelde template dient daarbij als basis voor ieder nieuw entiteittype dat wordt aangemaakt binnen deze groep. Meer over het aanmaken van templates staat beschreven in paragraaf 8.1. Met de optie Toon PSA functionaliteit worden in de menuopties <entiteitgroep> Invoer, Overzichten en Inrichting de standaard menupaden van Exact Synergy PSA toegevoegd: Wanneer er in een entiteitgroep slechts één entiteittype is gedefinieerd, kunt u er met de instelling Sla het keuzemenu over zodra men maar uit 1 entiteittype kan kiezen aangevinkt voor zorgen dat bij het aanmaken van een entiteit binnen die groep u meteen in het invoerscherm voor een entiteit uitkomt. U hoeft dan dus niet eerst nog het entiteittype te kiezen. Als een entiteit een hoger beveiligingsniveau heeft dan dat van de leden, zal de entiteit voor de leden toch niet te zien zijn. Door de optie Controleer entiteiten op beveiligingsniveau bij leden uit te vinken, zorgt u ervoor dat de entiteit voor de leden altijd wel te zien is. LET OP: Afhankelijk van overige beveiligingsinstellingen kunnen entiteiten toch niet te zien zijn. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 24 van 127

25 Wanneer ondergeschikten manager zijn van entiteiten, krijgt hun manager de entiteiten ook in zijn zoekresultaten en overzichten te zien. Wilt u dat niet, dan kunt u de optie Toon entiteiten waar ondergeschikten manager zijn uitvinken. LET OP: Hiermee zal niet meer specifiek gezocht worden op entiteiten waarbij ondergeschikten manager zijn. Afhankelijk van overige beveiligingsinstellingen kunnen entiteiten toch te zien zijn. Bij de optie Maximale zoekresultaten paginagrootte kunt u aangeven hoeveel entiteiten er maximaal op een zoekpagina getoond mogen worden. Door het instellen van een maximumwaarde kunt u voorkomen dat gebruikers bij zoekresultaten hoge aantallen opvragen, zoals Wanneer het veld leeg is, wordt de standaardwaarde van de gebruiker gebruikt. Vult u een waarde in die kleiner is dan de standaardwaarde van de gebruiker, dan wordt de ingevoerde maximumwaarde gebruikt. Vult u een waarde in die groter is dan de standaardwaarde van de gebruiker, dan wordt de standaardwaarde van de gebruiker aangehouden. De gebruiker behoudt de mogelijkheid om een totaaloverzicht van alle entiteiten op te vragen door op de zoekpagina gebruik te maken van de iconen ALT A - Exporteer alles of ALT P - Print alles. Met de opties Entiteitcode snelzoek-operator en Omschrijving snelzoek-operator bepaalt u op welke manier er gezocht moet worden via het linker navigatiemenu op zowel de entiteitcode als de omschrijving van een entiteit. U heeft de keuze uit Gelijk aan, Begint met of Bevat. Ook kunt u de opties leeg laten, er wordt dan willekeurig gezocht op wat u in het zoekveld invult. U heeft de mogelijkheid om via Bladeren een Pictogram te Uploaden. Voor het beste resultaat adviseren wij een vierkante afbeelding te gebruiken van maximaal 32x32 centimeter en maximaal 2000 KB. Voer een deployment uit en start uw browser opnieuw op, om het pictogram in te laden. Het icoon is vervolgens te zien in bijvoorbeeld de monitor op een relatiekaart. Nadat de afbeelding is ingeladen, heeft u de mogelijkheid om hem weer te Verwijderen door middel van een vinkje Beveiliging Bij Beveiliging: Aanmaken geeft u in het Beveiligingsniveau en Functierecht aan welke gebruikers binnen deze groep entiteittypes mag definiëren. Zorg ervoor dat de betreffende gebruikers minimaal dit beveiligingsniveau en functierecht hebben. Door de optie Toon de Nieuw knop op de zoekpagina aan te vinken, komt voor gebruikers in zoekschermen de Nieuw -knop tot hun beschikking. Daarmee kunnen ze nieuwe entiteiten aanmaken. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 25 van 127

26 4.4.3 Monitor en Menu Zodra u op Bewaren heeft geklikt en u opent de groep opnieuw, dan komen de opties Monitor: Relatie, Monitor: Contactpersoon, Monitor: Artikel en/of Monitor: Medewerker tot uw beschikking. Hiervoor dient u wel entiteittypes binnen de groep te hebben aangemaakt en de betreffende referentievelden op de entiteittypes hebben staan. Ook de optie Menu: Mijn werk, aanmaken & zoeken komt tot uw beschikking. U heeft de volgende instellingsopties bij elke monitor en bij het menu: Door Tonen aan te vinken wordt de entiteitgroep getoond in de Monitor op de betreffende kaart in Synergy. Vinkt u Tonen aan bij Menu: Mijn werk, aanmaken & zoeken, bepaalt u dat de entiteitgroep getoond wordt in het linker navigatiemenu. Deze optie heeft ook betrekking op de Monitor in de HRM Ik -widget op de startpagina (zie hoofdstuk 1 in de User Guide Solution Builder ). Koppelt u een rol via het loepicoon bij Beveiliging en bepaalt u via het uitklapmenu het niveau, dan geeft u aan welke gebruikers de groep kunnen zien in de Monitor op de verschillende kaarten of in het linker navigatiemenu. Om de gegevens in de monitor te kunnen tonen, moet Solution Builder weten in welk veld op het entiteittype de koppeling gelegd is. Vul daarom verplicht een referentieveld in bij Veld. Bij Standaard parameters wordt automatisch de koppeling getoond. NB: In de monitor van een relatie en/of contactpersoon worden ook de entiteiten getoond, waarbij de relatie en/of contactpersoon is gekoppeld onder de knop Contactpersonen op de entiteitkaart. Bij Modus heeft u de volgende keuzemogelijkheden: Standaard Zoeken Hiermee heeft u de mogelijkheid om entiteiten te zoeken via alle mogelijke velden op de entiteitkaart(en). U kunt de zoekcriteria aanpassen via het -icoon rechtsboven. Alleen bij Monitor: Medewerker en Menu: Mijn werk heeft u slechts een beperkt aantal standaard zoekcriteria tot uw beschikking, welke u niet kunt aanpassen. Alleen beschikbaar bij Monitor: Medewerker en Menu: Mijn werk. Hiermee heeft u de mogelijkheid om entiteiten te zoeken via alle mogelijke velden op de entiteitkaart(en). U kunt de zoekcriteria aanpassen via het -icoon rechtsboven. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 26 van 127

27 Template Kiest u hiervoor, dan komt de optie Template erbij: In het uitklapmenu selecteert u een vooraf gedefinieerde publieke zoektemplate (zie paragraaf 8.9). U kunt vervolgens extra Parameters toevoegen, eventueel met behulp van de knoppen Toevoegen. Het overzicht geeft een beperkt aantal zoekcriteria op basis van de gekozen zoektemplate. Wanneer er slechts één entiteit is aangemaakt binnen de entiteitgroep, dan kunt u ervoor zorgen dat deze entiteit direct vanuit de monitor of het menu wordt geopend, zonder eerst het entiteitenoverzicht te tonen. Vinkt u daarvoor de optie Open entiteit bij 1 resultaat aan. 4.5 Onderhoud statussen Binnen Solution Builder kunnen een onbeperkt aantal statussen worden vastgelegd. Met een status bepaalt u voor een entiteit van bijvoorbeeld type Dossier dat hij Toe te wijzen, In behandeling of Afgehandeld is. Bij de inrichting kunt u per entiteittype vervolgens vastleggen welke statussen er voor entiteiten van dit type gebruikt mogen worden. U kunt de verschillende statussen aan meerdere entiteittypes koppelen. Ga naar Add-on Inrichting Solution Builder: Statussen (de statussen in bovenstaande schermafdruk zijn standaard aangemaakt bij de installatie van Solution Builder), klik op Nieuw en vul een Code en Omschrijving + Term ID in. De omschrijving is de tekst die op de knop op de entiteitenkaart zal verschijnen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 27 van 127

28 Als standaardwaarde bij Standaard projectmodule status zal Actief worden weergegeven, maar via het uitklapmenu kunt u zelf een keuze maken. Een nieuwe status is altijd een koppeling naar een status van een standaard Synergy project. Een nieuw aan te maken status zal op de achtergrond dus altijd terug te herleiden zijn naar een van de vier standaard statussen van Synergy. In paragraaf staat beschreven hoe u grafische overzichten kunt inrichten en waar deze voor dienen. Ook bij de status dient u een aantal instellingen te doen. Bij Kleur klikt u op het -icoon om in de pop-up de randkleur te selecteren voor het blok van het entiteittype met deze status in het grafische overzicht. Klik de gewenste kleur aan om deze te selecteren. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 28 van 127

29 Met de optie Toon in grafisch overzicht bepaalt u of entiteiten met deze status in de grafische overzichten worden getoond of niet. U heeft een keuze uit de volgende opties: Ja Nee Te tonen dagen Entiteiten worden altijd getoond. Entiteiten worden nooit getoond. Entiteiten worden slechts een beperkte tijd getoond. Wanneer u deze optie kiest, komt een extra veld beschikbaar waarin u het aantal dagen kunt invullen. Bijvoorbeeld: Afgelopen contracten toont u nog een maand lang (30 dagen) in de grafische overzichten om enige historie in het diagram te kunnen zien. Na die maand worden de entiteiten verborgen. In de bij Veld medewerker statuswijziging en Veld datum statuswijziging gekoppelde velden van de entiteitkaart wordt bijgehouden welke medewerker er op welke datum de entiteit naar de betreffende status heeft gewijzigd. Indien u ook gebruik maakt van deze velden op de (vervolg)status van het entiteittype zelf, gelden de instellingen van het entiteittype boven deze instellingen. Zie hiervoor paragraaf en Nadat een status is opgeslagen en gekoppeld aan entiteittypes, worden de entiteittypes waaraan de status is gekoppeld weergegeven in onderdeel Gebruikt op entiteittypes. Wanneer u vanuit dit onderdeel klikt op een entiteittype, komt u direct in het overzicht van gekoppelde statussen aan het entiteittype. Meer informatie over het koppelen van statussen aan entiteittypes, kunt u vinden in paragraaf Onderhoud secties Ga naar Add-on Inrichting Solution Builder: Secties om nieuwe secties aan te maken voor de verschillende entiteittypes. Klik op Nieuw om een nieuwe sectie aan te maken. U dient verplicht een Code en Omschrijving + Term ID in te vullen. De omschrijving zal bij de betreffende sectie op de entiteitkaart verschijnen. Per sectie kunt u ook een Beveiligingsniveau instellen. Gebruikers die minimaal dit beveiligingsniveau hebben, zullen deze sectie op de entiteitkaart kunnen zien. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 29 van 127

30 Kies ook het Type sectie. U heeft hierbij de keuze uit Veld en Knop Veld Een sectie van type Veld is een onderdeel van een entiteitkaart en is bedoeld om de kaart een bepaalde lay-out mee te kunnen geven. Zo kunt u bijvoorbeeld alle velden voor de adresgegevens voor een evenement onderbrengen onder de sectie Locatie Knop Met een sectie van type Knop heeft u de mogelijkheid om meerdere (gelijksoortige) knoppen te groeperen. In eerste instantie wordt de gedefinieerde knopsectie op de entiteitkaart getoond. Zodra de knopsectie wordt ingedrukt, worden direct daaronder alle gekoppelde knoppen in de betreffende sectie getoond. Zie paragraaf 4.9 voor meer informatie over het definiëren van knoppen. Na Bewaren van de sectie opent u de knopsectie opnieuw: Nu kunt u middels de knop Nieuw (1) gewenste knoppen toevoegen vanuit de pop-up. Vinkt u gekoppelde knoppen aan, dan kunt u deze ook weer Verwijderen uit de sectie. Door middel van de pijliconen (2) bepaalt u de volgorde van de knoppen. Nadat u een sectie heeft opgeslagen, ziet u onderaan de sectiedefinitie een overzicht Gebruikt op entiteittypes. Hierin ziet u of een sectie is toegevoegd aan entiteittypes. Vanuit dit overzicht klikt u direct door naar de aan een entiteittype toegevoegde sectie met velden of knoppen (zie paragraaf ). Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 30 van 127

31 4.7 Onderhoud lijsten In paragraaf wordt beschreven hoe lijstvelden aangemaakt kunnen worden. Lijstvelden zijn uitklapmenu s met voorgedefinieerde waarden. Deze waarden worden vastgelegd in zogenaamde lijsten, die u aanmaakt via Add-on Inrichting Solution Builder: Lijsten. Zodra u op Nieuw klikt, dient u allereerst een Code en Omschrijving + Term ID in te vullen. Eventueel kunt u opgeven of deze lijst een Moeder heeft. Dit is ook weer een lijst die u vooraf heeft aangemaakt. Na bewaren en opnieuw openen van de lijst krijgt u de mogelijkheid om de waarden toe te voegen via de knop Nieuw (1). U ziet nu ook de waarden die al eerder zijn toegevoegd met de eventueel bijbehorende Moederwaarde. Door middel van de pijliconen kunt u de volgorde van de lijstwaarden wijzigen. Vink de waarden aan en u kunt ze Verwijderen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 31 van 127

32 U geeft aan de lijstwaarde een code mee en een Omschrijving + Term ID. Tevens dient u de waarde te activeren door Actief aan te vinken. Als Actief is uitgevinkt, zal deze waarde niet meer verschijnen bij gebruik van de lijst op een entiteitkaart. Wanneer er een moederlijst is gekoppeld, dient u bij de nieuwe waarde ook een Moederwaarde in te vullen. Bijvoorbeeld: U wilt op uw entiteitkaart kunnen aangeven of het vastgoed particulier of zakelijk betreft en om wat voor soort object het gaat. U maakt een lijst Type object aan, met waarden particulier en zakelijk, die u vervolgens als moeder koppelt aan de lijst Soort object, met waarden woonhuis, appartement, kantoorpand, winkelpand, etc.. Tevens heeft u bij een waarde de mogelijkheid om een Label -veld en Document te koppelen. Hiermee kunt u in een statisch veld bijvoorbeeld de keuringseisen voor een woonhuis tonen op de entiteitkaart. Meer informatie over het gebruik van labels, vindt u in paragraaf 8.2. Klik in het overzicht op de waarde en dan de knop Verwijderen om de waarde uit de lijst te verwijderen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 32 van 127

33 4.8 Onderhoud velden In het overzicht Add-on Inrichting Solution Builder: Velden kunt u alle beschikbare velden onderhouden. Wanneer u op het icoon bij het veld Naam klikt, kunt u wisselen tussen de zoekopties Bevat, Gelijk aan en Begint met, waarna u een waarde kunt invullen om het veld op te zoeken. Door de optie Actief aan te vinken, worden alleen actieve velden in de lijst getoond. U kunt er ook voor kiezen om door middel van het aanvinken van de opties bij Type een selectie te maken van een of meerdere veldtypes. Met Alles selecteren vinkt u alle soorten types tegelijkertijd aan of uit. Klik altijd op de knop Tonen of Actualiseren om de daadwerkelijke selectie weer te geven. Door op de vink- of kruisiconen in de kolom Actief te klikken, deactiveert respectievelijk activeert u de velden. Dit kan alleen als de velden niet zijn gebruikt bij entiteittypes. Middels de knop Nieuw kunt u een onbeperkt aantal nieuwe velden aanmaken. U dient allereerst een selectie te maken uit de verschillende veldtypes. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 33 van 127

34 Voor elk veldtype (behalve voor type Label ) gelden de volgende instellingen: Voordat u een veld kunt gebruiken binnen entiteittypes, moet deze geactiveerd worden door de optie Actief aan te vinken. Geef een eenduidige Naam op voor dit veld. Deze naam zal bij het koppelen van dit veld aan de entiteittypes in de selectieschermen verschijnen. LET OP: Een eenmaal aangemaakt veld kan na deployment NIET worden verwijderd. Zolang er nog geen deployment is uitgevoerd, kunnen nieuw aangemaakte velden nog worden verwijderd door deze te openen, op de knop Verwijderen te klikken en te bevestigen in de pop-up middels de knop OK. Na een deployment kunt u een veld alleen nog deactiveren. Deactiveren kan alleen wanneer het veld niet (meer) wordt gebruikt in een entiteittype. Indien een veld is gedeactiveerd, wordt het veld uit de repository verwijderd, maar blijft deze in de database bestaan. Bij onderdeel Database worden de Kolomnaam en Repository naam automatisch voorgevuld aan de hand van de ingevulde Naam. De kolomnaam is de naam voor de kolom in de databasetabel die is ingevuld bij veld Tabelnaam. De repository naam is de naam voor de property in de businesscomponent in de repository. U kunt deze gegevens desgewenst wijzigen, maar dit komt niet ten goede aan de eenduidigheid en is dus niet aan te raden. Bij Tabelnaam geeft u aan in welke databasetabel dit veld opgeslagen moet worden. Automatisch is hier de standaard databasetabel voor dit type velden ingevuld, waarmee tijdens de deployment dit veld als kolom wordt toegevoegd aan de tabel. U kunt hier desgewenst een eigen tabelnaam invullen. Dit is alleen van toepassing als de naam de maximale recordlengte voor het veld in de databasetabel overschrijft. Tijdens de deployment wordt dan een nieuwe tabel aangemaakt in de database. LET OP: Zorg ervoor dat u de naamgeving van de velden correct invult, omdat u de velden na deployment niet meer kunt verwijderen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 34 van 127

35 U kunt Index aanvinken om dit veld op te nemen in de index. Hiermee wordt de performance verbeterd voor velden waar u vaak op zoekt en krijgt u sneller resultaten. Met het instellen van Log heeft u de mogelijkheid om loggegevens bij te houden. Als er waardes in de velden op een entiteitkaart wijzigen, kunt u via Systeem Overzichten Log: Gegevens dan achterhalen wie er welke wijzigingen heeft uitgevoerd. U kunt kiezen uit de volgende opties: Nee Bijwerken Toevoegen + Bijwerken Er worden geen loggegevens bijgehouden voor dit veld. Loggegevens worden bijgehouden wanneer bestaande waardes in het veld worden gewijzigd. Loggegevens worden bijgehouden wanneer nieuwe waardes in het veld worden ingevuld en/of bestaande waardes worden gewijzigd. In de sectie Standaardwaarden kunt u door middel van de optie Labelmodus aangeven hoe om moet worden gegaan met het label van een veld. U heeft de volgende drie opties: Geen Leeg Tonen Het label van het veld wordt weggelaten. De inhoud van het veld wordt hierdoor links uitgelijnd (1). Er wordt een lege waarde getoond op de positie van het label van het veld. Hierdoor blijft de uitlijning van de veldinhoud behouden (2). Het label van het veld wordt getoond in de eerste kolom van de sectie (3). Deze optie staat standaard geselecteerd. U kunt de opties voor Labelmodus ook toepassen op regels met gecombineerde velden. Als u bijvoorbeeld een adresveld en huisnummerveld op één regel heeft staan, kunt u het label van het huisnummerveld onderdrukken. Normaliter staat het label Adres / Huisnummer op de kaart. Door de optie Leeg te selecteren voor de labelmodus van het veld Huisnummer, zorgt u ervoor dat vooraan alleen Adres komt te staan (4). U dient vervolgens een standaard Label + Term ID mee te geven aan dit veld. Deze waarde zal op de entiteitkaart verschijnen wanneer dit veld gekoppeld wordt. Bepaal door middel van het Beveiligingsniveau welke gebruikers dit veld mogen zien. Deze waarde geldt als standaard. Bij het toevoegen van dit veld aan een entiteittype kunt u de waarde nog wijzen. U kunt deze waarde ook leeg laten. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 35 van 127

36 Nadat u het veld heeft opgeslagen, ziet u onderaan de velddefinitie een overzicht Gebruikt op entiteittypes. Hierin ziet u of een veld is toegevoegd aan entiteittypes. Vanuit dit overzicht klikt u direct door naar de entiteitgroep, het entiteittype of de veldenrij van het entiteittype waaraan het veld is toegevoegd (zie paragraaf 5.3.3). Per veldtype zijn er nog specifieke instellingen mogelijk, die hieronder per type verder beschreven zullen worden Ja/Nee velden Voor ja/nee-velden gelden geen andere mogelijkheden dan de standaard instellingen. Wel is bij een ja/nee-veld altijd de mogelijkheid om een Standaardwaarde mee te geven Afbeelding velden Voor een afbeeldingveld kunnen alleen een aantal specifieke waardes worden ingesteld. Bepaal bij Miniatuur grootte (HxB) de hoogte en breedte in pixels voor toegevoegde afbeeldingen op de entiteitkaart. Afbeeldingen die groter zijn dan deze afmetingen, zullen aangepast worden aan de ingestelde waardes. Geef tevens een Maximale bestandsgrootte in KB op, die afbeeldingen maximaal mogen hebben om te kunnen uploaden naar de entiteitkaart. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 36 van 127

37 4.8.3 Bedrag velden Bij een bedragveld kunt u kiezen of er een valuta moet worden gekoppeld of niet. Vink hiervoor de optie Valuta aan of uit. Voor beide opties kunt u een Standaardwaarde invullen. Ook bepaalt u hoeveel Decimalen er gebruikt worden voor ingevulde waardes. Bij een bedragveld kunt u een Berekening uitvoeren tussen twee andere velden. Hiervoor kunnen reeds aangemaakte bedrag- of nummervelden worden gekozen. U kunt hier, anders dan bij een nummerveld, alleen een wiskundige berekening uitvoeren (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen of een percentageberekening). LET OP: Wanneer beide berekeningvelden een valuta hebben, moeten de valuta hetzelfde zijn. Is dat niet het geval, dan zal uitkomst 0 in het resultaatveld worden ingevuld. De valuta uit de berekening wordt naar het resultaatveld overgenomen. Er wordt alleen rekening gehouden met de valuta als het resultaatveld ook een valuta heeft Datum / Periode velden U kunt bij Type ervoor kiezen of dit veld een Datum, Tijd of een combinatieveld van Datum + tijd is. Ook kunt u een Datumtraject kiezen, waarbij u de mogelijkheid krijgt een Datumveld 2 te selecteren om het traject vast te leggen. In het onderhoud van de entiteit zullen deze twee velden samen als één veld worden gepresenteerd. LET OP: Vul de dubbele punt in tijdvelden handmatig toe, dus 10:00. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 37 van 127

38 Als Standaardwaarde kunt u, afhankelijk van het gekozen type, een van de mogelijke opties invullen: Geen Huidig Overige Er is geen waarde ingevuld bij het aanmaken van een entiteit. Automatisch wordt de huidige datum en/of tijd voorgevuld bij het aanmaken van een entiteit. Automatisch wordt een vaste zelfgedefinieerde datum en/of tijd voorgevuld bij het aanmaken van een entiteit. De waarde die u invult Plus extra dagen zorgt ervoor dat de huidige datum plus of min dit aantal dagen wordt voorgevuld bij het aanmaken van een entiteit Hyperlink velden Bij Type geeft u op of bij het aanklikken een -bericht aangemaakt of direct een nieuwe URL geopend moet worden. In het veld Standaardwaarde vult u het web- of mailadres in. Wanneer u Omschrijving aanvinkt, heeft u de mogelijkheid om in een apart veld de omschrijving te plaatsen die wordt getoond. Hierbij wordt de hyperlink zelf gevolgd op het moment dat de link wordt aangeklikt. Ook kunt u ervoor zorgen dat gebruikers de bestemming (het web- of mailadres) zelf nog kunnen wijzigen door de optie Bestemming is bewerkbaar aan te vinken. Bepaal voor Type URL middels Open link in nieuw scherm of de webpagina in het huidige scherm of in een nieuw scherm geopend moet worden. U kunt ook nog Parameters meegeven. Zo kunt u bijvoorbeeld ervoor zorgen dat een URL gecompleteerd wordt of het onderwerp voor een mail al is voorgevuld. Een voorbeeld voor mailparameters is:?subject=[omschrijving], waarmee de waarde uit een omschrijving-veld van de entiteit overgenomen wordt in het omschrijving-veld van de nieuwe mail. Veelgebruikte mailtoparameters zijn Subject, CC en BCC (zie voor meer informatie op internet bijvoorbeeld ). In paragraaf 8.8 staat beschreven hoe u parameters vanuit Synergy-pagina s kunt achterhalen. In paragraaf 8.5 staat beschreven hoe u verschillende links kunt definiëren. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 38 van 127

39 4.8.6 Label velden Door middel van labelvelden kan op de entiteitkaart statische tekst uit een document getoond worden op basis van een keuze uit een lijstveld. Zo kunt u bijvoorbeeld een standaard vragenlijst tonen bij het indienen van een incident. Meer informatie over het gebruik van labels, vindt u in paragraaf 8.2. Een labelveld kent geen onderdeel Database en optie Standaardwaarde. U kunt alleen specifiek opgeven wat het Type voor dit veld is. U heeft in het uitklapmenu de volgende opties: Breedte en hoogte Bij Type Breedte en hoogte heeft u de Rijhoogte en Kolombreedte voor dit veld op Automatische breedte Bij Automatische breedte geeft u alleen de Rijhoogte op. Met deze optie wordt de kolombreedte aangepast aan de breedte van de sectie waarin het veld is opgenomen. Tevens zal bij het aanmaken of bewerken van een entiteit het label van het labelveld niet weergegeven worden op de entiteitkaart Automatische hoogte Met Automatische hoogte geeft u alleen de Kolombreedte op. De hoogte wordt automatisch aangepast aan de hoeveelheid tekst in het labelveld Automatische breedte en hoogte De optie Automatische breedte en hoogte is een combinatie van de opties Automatische breedte en Automatische hoogte. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 39 van 127

40 Icoon Kiest u voor de optie Icoon, dan krijgt u bij het aanmaken of bewerken van een entiteit een link (icoon) waarmee in een apart scherm het gekoppelde document wordt geopend Kleur velden Voor kleurvelden gelden geen andere mogelijkheden dan de standaard instellingen. Wel is bij een kleurveld altijd de mogelijkheid om een kleur als Standaardwaarde mee te geven. Wanneer u geen kleur heeft gekozen, staat er een schuine rode streep om het onderscheid mogelijk te maken tussen leeg en wit Lijst velden Lijstvelden zijn op de entiteitkaart uitklapmenu s met voorgedefinieerde waarden. Deze waarden zijn opgenomen in een zogenaamde lijst, die u vooraf dient aan te maken. Meer hierover staat beschreven in paragraaf 4.7. Onder Specifiek wordt een koppeling gelegd naar een voorgedefinieerde lijst. Hierna kunt u een Standaardwaarde kiezen voor de gekoppelde lijst. Wanneer er een sublijst aanwezig is, kan ook daar een standaardwaarde voor gekozen worden Nummer velden U kunt een Standaardwaarde meegeven aan velden van dit type. Deze standaardwaarde wordt voorgevuld wanneer een entiteit wordt aangemaakt van een type waaraan dit veld is gekoppeld. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 40 van 127

41 Precisie is het aantal cijfers dat je in dat veld mag gebruiken voor de komma. Geef daarnaast het aantal Decimalen op dat in dit veld gebruikt mag worden achter de komma. Een nummerveld kan gebruikt worden om een Berekening uit te voeren tussen twee andere velden. Hiervoor kunnen reeds aangemaakte bedrag- of nummervelden worden gekozen. Er zijn twee soorten berekeningen die u kunt uitvoeren: Tijd Een berekening van tijdseenheden werkt alleen met datumvelden. Bij een berekening van deze soort kan gekozen worden voor de volgende resultaten: Wiskundig Voor het uitvoeren van wiskundige berekeningen als optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen of het berekenen van percentages. Een berekening van deze soort werkt alleen met twee nummer- of bedragvelden. Indien met meer velden gerekend moet worden, kan dat met tussenvelden gerealiseerd worden. Bijvoorbeeld: Sommatie van veld 1, 2, 3 en 4 Resulteert in: 1. Sommatie van veld 1 en veld 2 opslaan in veld 5 2. Sommatie van veld 3 en veld 4 opslaan in veld 6 3. Sommatie van veld 5 en veld 6 wordt dan veld 7 Zodra een berekening is gebruikt in een veld, wordt dit veld een zogenaamd resultaatveld en kan de automatisch ingevulde waarde niet handmatig worden aangepast. LET OP: Er wordt geen rekening gehouden met volgordebepaling door wiskundige regels. Zorg er dus voor dat de betreffende velden in de juiste volgorde op elkaar aansluiten. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 41 van 127

42 Bijvoorbeeld: Veld 1 x (Veld 2 + Veld 3) Resulteert in: 1. Sommatie van veld 2 en veld 3 opslaan in veld 4 2. Vermenigvuldiging van veld 1 en veld 4 wordt dan veld Opmerking velden Een opmerkingveld kent geen Standaardwaarde. U kunt alleen specifiek opgeven wat het Type voor dit veld is. U heeft in het uitklapmenu de volgende opties: Breedte en hoogte Bij Type Breedte en hoogte heeft u de Rijhoogte en Kolombreedte voor dit veld op. Ook bepaalt u of er een knop Tijdstempel getoond moet worden. LET OP: Wanneer u de optie Tijdstempel uitvinkt, krijgt u ook geen mogelijkheid om de toetsencombinatie [ALT]+[T] te gebruiken Automatische breedte Bij Automatische breedte geeft u alleen de Rijhoogte op en bepaalt u of de knop Tijdstempel wordt getoond. Met deze optie wordt de kolombreedte aangepast aan de breedte van de sectie waarin het veld is opgenomen. Tevens zal bij het aanmaken of bewerken van een entiteit het label van het opmerkingveld niet weergegeven worden op de entiteitkaart Automatische hoogte Met Automatische hoogte geeft u alleen de Kolombreedte op. De hoogte wordt een vaste standaard waarde. Het is bij deze optie niet mogelijk om een tijdstempel-knop te gebruiken Automatische breedte en hoogte Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 42 van 127

43 De optie Automatische breedte en hoogte is een combinatie van de opties Automatische breedte en Automatische hoogte Icoon Kiest u voor de optie Icoon, dan krijgt u bij het aanmaken of bewerken van een entiteit een link (icoon) waarmee een apart scherm wordt geopend. In dat scherm kunnen de opmerkingen geplaatst worden. De tijdstempel-knop is al automatisch opgenomen in het pop-up scherm. Vinkt u Toon de tekst als deze er is aan, dan zal de tekst die in het opmerkingveld is geplaatst tijdens het bewerken van een entiteit direct getoond worden. Geef daarom een Rijhoogte en Kolombreedte op en bepaal of de Tijdstempel knop getoond wordt Referentie velden Referentievelden zijn bedoeld om een koppeling te kunnen maken met andere standaard of zelfgedefinieerde entiteiten binnen Synergy. Bij het aanmaken van een veld van dit type, kunt u kiezen uit verschillende entiteiten: Wanneer u als referentie Contactpersonen selecteert, krijgt u extra de mogelijkheid om een Relatie te kiezen. Hier kiest u een ander referentieveld dat als referentie Relaties heeft. Daarmee worden de twee velden aan elkaar gekoppeld. Bij Adressen kiest u een referentieveld Relatie of een Contactpersoon, waarvan u de adressen kunt selecteren. Bij Provincie kiest u een referentieveld Land, bij Postcode selecteert u een Land en een Woonplaats. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 43 van 127

44 Op dezelfde manier krijgt u bij referentie Serienummers de extra mogelijkheid om een Artikel te kiezen, die verwijst naar een Artikelen -referentieveld. Een serienummer kan ook afhankelijk zijn van een Relatie of Medewerker. Kies daarnaast het Type serienummers: Serienummers, Activa, Contracten of Inkoopcontracten. Door middel van het loepicoon kan in een referentieveld op de entiteitkaart een waarde geselecteerd worden in een browser. U kunt bij dit veld een extra Selectie opgeven die wordt gebruikt in de aanroep van die browser. U wilt bijvoorbeeld alleen relaties van type Klant kunnen selecteren in dit veld. Gebruik hiervoor de SQL-query c.cmp_type = 'c'. Met de knop Tonen kan een preview worden getoond van de browser. Afhankelijk van de gekozen referentie kan nog een Standaardwaarde aan dit veld meegegeven worden. Bij de keuze Alle medewerkers of Medewerkers krijgt u bij Standaardwaarde de opties: Geen Huidige Overige Het veld is standaard leeg bij het aanmaken van een entiteit. Het veld wordt standaard gevuld met de medewerker die op dat moment de entiteit aanmaakt. Er kan middels het loepicoon een willekeurige medewerker worden geselecteerd, die als standaardwaarde zal zijn ingevuld bij het aanmaken van een entiteit. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 44 van 127

45 Bij alle overige referentiekeuzes (behalve bij Adressen ) kan er slechts een Standaardwaarde worden ingevuld middels het loepicoon: Tekst velden Ook bij tekstvelden kunt u een Standaardwaarde invullen, welke voorgevuld wordt bij het aanmaken van entiteiten waarbij dit veld is gebruikt. Specifiek kunt u de Maximale lengte aangeven, dus hoeveel tekens er in het veld mogen worden opgeslagen. Hier kan een maximum van 255 worden opgegeven. Zijn er meer tekens noodzakelijk, dan kunt u beter een opmerkingveld gebruiken. Om het mogelijk te maken om een mask over een tekstveld te leggen, kan er een Reguliere expressie worden ingegeven. Deze reguliere expressie zal via het businesscomponent in de repository worden gevalideerd. Meer over het gebruik van reguliere expressies staat verderop beschreven in paragraaf Onderhoud knoppen U heeft de mogelijkheid om op een entiteitkaart naast de standaard knoppen (bewerken, contactpersonen, etc.) eigen knoppen te definiëren. Ga hiervoor naar Add-on Inrichting Solution Builder: Knoppen en klik op Nieuw. U vult hier een Code en Omschrijving + Term ID in en bepaalt door middel van Beveiligingsniveau welke gebruikers deze knop te zien krijgen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 45 van 127

46 Bij Type heeft u de keuze uit: URL Als u op de knop klikt, wordt u doorgelinkt naar een andere pagina. Dit kan een Synergy URL of een externe URL zijn. Heeft u voor deze optie gekozen, dan komt veld Parameters beschikbaar, waarin u het parametergedeelte van de URL kunt ingeven. Alle velden die in het entiteittype zijn gedefinieerd kunt u als parameter meegeven. Dit doet u door de repository naam van het betreffende veld tussen rechte haken [ ] op te nemen in het parameterveld. Ook de optie Open link in nieuw scherm komt beschikbaar. Hiermee geeft u aan dat de webpagina in een nieuw browser-scherm moet openen. Referentie Meer informatie over inrichten van knoppen die naar pagina s verwijzen, staat in paragraaf 8.5. Als u op de knop klikt, kunt u de waarde in een veld op de entiteitkaart wijzigen, zonder dat u de gehele entiteit moet bewerken door op de knop Bewerken te klikken. Zo wilt u bijvoorbeeld dat men een relatie kan wijzigen of de entiteit aan iemand anders toe kan wijzigen door de gekoppelde manager aan te passen. Heeft u voor deze optie gekozen, dan komt veld Referentie beschikbaar. Via het loepicoon kunt u het gewenste veld selecteren welke gewijzigd moet kunnen worden op de entiteitkaart. Alleen de referentievelden zijn hier beschikbaar. Tevens komt het uitklapmenu Actie beschikbaar. U heeft de keuze uit: Selecteren Wissen Huidige Standaard Na klikken op de referentieknop wordt het veld op de entiteitkaart gevuld met een waarde die u selecteert in een pop-up. Na klikken op de referentieknop wordt direct de waarde uit het veld op de entiteitkaart gewist. Na klikken op de referentieknop wordt de huidige medewerker gevuld in het veld op de entiteitkaart. Alleen beschikbaar bij referenties naar medewerkervelden. Na klikken op de referentieknop wordt een standaard gedefinieerde medewerker gevuld in het veld op de entiteitkaart. Alleen beschikbaar bij referenties naar medewerkervelden. Extra komt de optie Medewerker beschikbaar, waarin u de standaard medewerker kunt selecteren via het loepicoon. Verzoek Document Als u op de knop klikt, kunt u een verzoek aanmaken, waarbij de entiteit automatisch gekoppeld wordt (LET OP: Zorg er wel voor dat veld Project in het geselecteerde verzoektype aanwezig is). Heeft u deze optie gekozen, dan komen veld Verzoektype en knop Parameter: Toevoegen beschikbaar. Via het veld Verzoektype selecteert u het gewenste verzoektype voor het aanmaken van het verzoek. Via de Parameter: Toevoegen -knop kunt u een parameter selecteren om mee te geven aan de URL. Als u op de knop klikt, kun u een document aanmaken, waarbij de entiteit automatisch gekoppeld wordt (LET OP: Zorg er wel voor dat veld Project in het geselecteerde documenttype gebruikt wordt). Heeft u deze optie gekozen, dan komt veld Document type beschikbaar, waarin u het gewenste documenttype selecteert voor het aanmaken van het document. Via de Parameter: Toevoegen -knop kunt u een parameter selecteren om mee te geven aan de URL. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 46 van 127

47 Entiteit Als u op de knop klikt, kunt u een entiteit aanmaken, waarbij de entiteit automatisch gekoppeld wordt (LET OP: Zorg er wel voor dat veld ParentProject is toegevoegd aan het geselecteerde entiteittype). Heeft u deze optie gekozen, dan komen de volgende velden beschikbaar: Verzamelen U kunt een entiteitgroep selecteren. Na klikken op de knop kunt u kiezen binnen welk entiteittype u de entiteit wilt aanmaken. Entiteittype U kunt een entiteittype selecteren. Wanneer u eerst bij Verzamelen een entiteitgroep heeft gekozen, kunt u alleen types kiezen binnen de geselecteerde groep. Na klikken op de knop kunt u entiteiten aanmaken binnen het gekozen entiteittype. Via de Parameter: Toevoegen -knop kunt u een parameter selecteren om mee te geven aan de URL. NB: De knop DELIVERABLES Producten wordt standaard meegeleverd bij de installatie van Solution Builder. Deze knop voegt u toe aan een entiteittype om gebruik te kunnen maken van PSAfunctionaliteiten. Tevens worden een aantal PROJECT- knoppen meegeleverd voor de standaard projectfunctionaliteiten. Bij een opgeslagen knop ziet u onderaan de knopdefinitie een overzicht Gebruikt op entiteittypes. Daarin worden de entiteittypes weergegeven waaraan de knop is toegevoegd. Vanuit dit overzicht klikt u direct door naar de entiteitgroep, het entiteittype of de veldenrij van het entiteittype waaraan de knop is toegevoegd (zie paragraaf 5.3.2) Onderhoud overzichten Op de entiteitkaart kunt u een sectie beschikbaar maken die het resultaat laat zien van een zoektemplate van entiteiten. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld direct op de entiteitkaart alle kindentiteiten getoond worden. Bij de installatie van Solution Builder wordt overzicht ENTITYMEMBERS Leden automatisch meegeleverd. Dit overzicht is niet te verwijderen en u heeft slechts de mogelijkheid om het Beveiligingsniveau en/of het Aantal records te wijzigen (zie verderop). Met dit overzicht worden de leden van een entiteit op de entiteitkaart getoond. Ook overzicht ENTITYATTACHMENTS Bijlagen wordt automatisch meegeleverd. Hiermee kunt u bestanden van uw computer als bijlagen toevoegen aan uw entiteit. Een nieuw overzicht maakt u aan via Add-on Inrichting Solution Builder: Overzichten en de knop Nieuw. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 47 van 127

48 Geef een Code op en een logische Omschrijving + Term ID. De omschrijving wordt getoond op de entiteitkaart. Met het Beveiligingsniveau geeft u een standaard beveiligingsniveau op, waarmee u bepaalt welke gebruikers dit overzicht te zien krijgen. U past de uiteindelijke zichtbaarheid aan zodra u het overzicht heeft toegevoegd aan een entiteittype. Meer hierover leest u in paragraaf Bij Template selecteert u in het uitklapmenu een vooraf gedefinieerde zoektemplate. Alleen publieke zoektemplates van entiteiten kunnen hier gekozen worden. Een beschrijving over het definiëren van een publieke zoektemplate vindt u in paragraaf 8.9. Met Parameters: Template kunt u de zoektemplate verder filteren op basis van gegevens van de entiteitkaart, waar het overzicht op getoond wordt. Zoals beschreven bij het onderhoud van knoppen en tabbladen (paragraaf 4.9 en 4.11) kunt u ook hier gebruik maken van alle velden die in het entiteittype zijn gedefinieerd. Via de knop Toevoegen kunt u parameters selecteren om mee te geven aan de URL. U kunt ook zelf in het invoerveld parameters toevoegen. U vult de repository naam van het betreffende veld tussen rechte haken [ ] in, bijvoorbeeld?parentproject=[projectnr]. Met de parameters sortcolumn en sortdescending kunt u de sorteerkolom en -richting van het overzicht meegeven. Bij sortcolumn geeft u de repository naam op, voor sortdescending heeft u de keuze uit 0 voor oplopend en 1 voor aflopend sorteren. Als u sortdescending niet opgeeft, wordt automatisch oplopend gesorteerd. Wilt u bijvoorbeeld aflopend sorteren op een omschrijving -veld, dan geeft u bij parameters in:?sortcolumn=[omschrijving]&sortdescending=1 Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 48 van 127

49 In paragraaf 8.8 staat beschreven hoe u parameters kunt achterhalen. LET OP: U dient de parameter?entgroup=<code entiteitgroep> altijd toe te voegen wanneer u gebruik maakt van een zoektemplate van entiteiten. U bepaalt vervolgens het Aantal records dat in het overzicht weergegeven dient te worden. Zijn er meer regels in het zoekresultaat aanwezig, dan zal de gebruiker via de link Alles tonen deze op kunnen vragen. Met de optie Huidige entiteit uitsluiten zorgt u ervoor dat de entiteit waarvan u de kaart heeft geopend zelf niet voorkomt in het overzicht. U kunt met de optie Toon knop: Bulk onderhouden direct een bulkinvoer van de betreffende entiteit opstarten. Om de resultaten van de selectie direct in bulk te bewerken, kunt u de optie Toon knop: Bulk aanpassen aanvinken. Met Toon knop: Nieuw bepaalt u of de gebruiker de mogelijkheid krijgt om direct vanuit de entiteitkaart een nieuwe entiteit aan te maken welke wat type en soort betreft overeenkomt met het resultaat van de zoektemplate. Bij Parameters: Nieuw kunt u met parameters aangeven of velden in de nieuwe entiteit een bepaalde standaard waarde moeten krijgen of dat deze moeten worden gekopieerd vanaf de entiteit waar u vandaan komt. De te gebruiken parameters en werking is identiek als bij onderhoud van knoppen (zie paragraaf 4.9). Worden er geen parameters meegegeven, dan worden alle velden uit de moederentiteit meegenomen naar de nieuwe entiteit. Moet de gebruiker de mogelijkheid krijgen om een entiteit uit het resultaat in het overzicht direct te kunnen bewerken, dan stelt u middels Toon knop: Bewerken het -icoon beschikbaar. Door de optie Toon knop: Bekijken aan te vinken, wordt het -icoon voor de gebruiker beschikbaar, waarmee hij de entiteit uit het resultaat kan openen. Wilt u dat gebruikers entiteiten kunnen verwijderen, maakt u middels Toon knop: Verwijderen het -icoon beschikbaar. Ook bij een opgeslagen overzicht ziet u onderaan de knopdefinitie een overzicht Gebruikt op entiteittypes. Daarin worden de entiteittypes weergegeven waaraan het overzicht is toegevoegd. Vanuit dit overzicht klikt u direct door naar de aan een entiteittype toegevoegde overzichten (zie paragraaf 5.3.4) Koppeling overzichten Met koppelingen is het mogelijk om n:m-relaties te leggen tussen entiteiten. U kunt nu bijvoorbeeld een certificaat aan meerdere opleidingen koppelen. En binnen een opleiding kunnen meerdere soorten certificaten gehaald worden. In paragraaf 8.4 staat beschreven hoe u koppelingen definieert. Nadat een koppeling is aangemaakt, zal automatisch een overzicht worden aangemaakt. Dergelijke overzichten kunt u niet verwijderen, maar u kunt ze wel wijzigen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 49 van 127

50 Bij Parameters: Template is de volgende regel automatisch toegevoegd:?connectioncode=<koppelingcode>&projectnumber<overzichtcode>=[projectnr] (bijvoorbeeld in overzicht WINKELC een koppeling naar WINKELC2:?ConnectionCode=WINKELC&ProjectNumberWINKELC2=[ProjectNr] ). LET OP: Deze regel is verplicht en mag u niet wijzigen of verwijderen, maar u kunt uiteraard eigen parameters toevoegen. De parameters bepalen welke gegevens er in het koppelingoverzicht op de entiteitkaart getoond worden. Zie de beschrijving in de vorige paragraaf voor de opties Huidige entiteit uitsluiten, Toon knop: Bulk onderhouden en Toon knop: Bulk aanpassen. In een koppelingoverzicht bepaalt u met de optie Toon knop: Nieuw of een gebruiker middels een Nieuw -knop vanuit de entiteitkaart een nieuwe koppeling aan kan maken met een andere entiteit of groep. U heeft daarom geen mogelijkheid om Parameters: Nieuw toe te voegen. Werkt u met koppelingen, dan kunt u middels Toon knop: Ontkoppelen het -icoon beschikbaar maken. Hiermee kan een gebruiker de koppeling via de entiteitkaart ongedaan maken. De Toon knop: Verwijderen biedt de gebruiker de mogelijkheid om een entiteit via het koppelingoverzicht te verwijderen. Het -icoon zal echter niet zichtbaar zijn wanneer een entiteit niet verwijderd mag worden, omdat deze nog is gekoppeld aan andere entiteiten. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 50 van 127

51 4.11 Onderhoud tabbladen Tabbladen worden in de entiteitkaart onderin de pagina getoond. Ze zijn bedoeld als een snelkoppeling naar overzichten die betrekking hebben op de betreffende entiteit, zoals overzichten van documenten of verzoeken. Een tabblad maakt u aan op basis van een publieke zoektemplate van Synergy, waarbij u gebruik kunt maken van gegevens uit de entiteit om het resultaat te filteren. U kunt ook een overzicht van een specifieke URL of een rapport van MS Reporting Services Integrator SE tonen in een tabblad. U vult ook hier weer een Code en Omschrijving + Term ID in en bepaalt door middel van het Beveiligingsniveau welke gebruikers dit tabblad te zien krijgen op de entiteitkaart. Bij Type heeft u de keuze uit de volgende opties: Medewerkers Verzoeken Documenten Relaties Artikelen Entiteiten URL Rapporten Geef op van welke Synergy-entiteit u een overzicht wilt zien op de entiteitkaart. Hierna kunt u bij Template een voorgedefinieerde publieke zoektemplate selecteren. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar paragraaf In een tabblad heeft u de mogelijkheid om direct op de entiteitkaart een andere pagina te laten zien. Dit kan een Synergy URL zijn of een externe URL. Meer informatie over het inrichten van tabbladen op basis van een URL vindt u in paragraaf U kunt een tabblad op basis van Microsoft Reporting Server aanmaken. Hiervoor dient u de add-on MS Reporting Services Integrator SE te hebben aangeschaft. U krijgt dan bij het veld Type de optie Rapporten tot uw beschikking. Kiest u deze, dan kunt u een document uit de add-on koppelen. Meer informatie over het gebruik van rapporten in tabbladen vindt u in paragraaf Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 51 van 127

52 Na klikken op een tabblad wordt op de achtergrond een URL aangeroepen. Hier kunnen parameters aan meegegeven worden. Op die manier kunt u het resultaat van de zoektemplate of het overzicht van de specifieke URL filteren op basis van gegevens uit de entiteit. Ook het MS Reporting Services Integrator SE rapport kan op basis van parameters worden gefilterd. Deze parameters vult u in bij Parameters. Zoals hiervoor beschreven bij het onderhoud van knoppen (paragraaf 4.9), kunt u ook hier gebruik maken van alle velden die in het entiteittype zijn gedefinieerd. U vult de repository naam van het betreffende veld tussen rechte haken [ ] in, bijvoorbeeld?projectnumber=[projectnr]. Wanneer u kiest voor Type Entiteiten, kunt u de knop Toevoegen gebruiken om parameters te selecteren om mee te geven aan de URL. Ook heeft u bij type Entiteiten de mogelijkheid om, door middel van de parameters sortcolumn en sortdescending, een sortering mee te geven aan het tabblad. Bij sortcolumn geeft u de repository naam op, voor sortdescending heeft u de keuze uit 0 voor oplopend en 1 voor aflopend sorteren. Als u sortdescending niet opgeeft, wordt automatisch oplopend gesorteerd. Wilt u bijvoorbeeld aflopend sorteren op een omschrijving -veld, dan geeft u bij parameters in:?sortcolumn=[omschrijving]&sortdescending=1 LET OP: U dient de parameter?entgroup=<code entiteitgroep> altijd toe te voegen wanneer u gebruik maakt van een zoektemplate van entiteiten. In paragraaf 8.8 vindt u een beschrijving over hoe u de parameters kunt achterhalen. Zie ook bijlage I voor een opsomming van de meest gebruikte parameters voor verzoeken en documenten. Met de optie Huidige entiteit uitsluiten zorgt u ervoor dat de entiteit waarvan u de kaart heeft geopend zelf niet voorkomt in bijvoorbeeld een zoekresultaat van entiteiten op het tabblad. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer u het type Entiteiten heeft gekozen. Nadat een tabblad is opgeslagen, ziet u onderaan de definitie een overzicht Gebruikt op entiteittypes. Daarin worden de entiteittypes weergegeven waaraan het tabblad is toegevoegd. Vanuit dit overzicht klikt u direct door naar de aan een entiteittype toegevoegde tabbladen (zie paragraaf 5.3.5) Onderhoud functierollen Aan een entiteit kunnen contactpersonen worden gekoppeld. Een contactpersoon heeft bij een entiteit een bepaalde rol, bijvoorbeeld bij letselschade heeft u te maken met slachtoffers, verzekerden, getuigen, verzekeringsmaatschappijen, etc. Deze verschillende rollen kunt u vastleggen aan de hand van functierollen die u koppelt aan het entiteittype. Via Add-on Inrichting Solution Builder: Functierollen maakt u nieuwe functierollen aan. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 52 van 127

53 Standaard wordt bij de installatie van Solution Builder de functierol GENERAL Algemeen meegeleverd. Na klikken op de knop Nieuw vult u verplicht een Code en Omschrijving + Term ID in. Na bewaren en opnieuw openen van de functierol, dient u middels de knop Nieuw (1) aan te geven aan welke relatietypes deze functierol kan worden toegekend. Er zijn meerdere relatietypes per rol mogelijk. Klik in het overzicht op het relatietype en dan de knop Verwijderen om de koppeling met de functierol te verwijderen. Of de knop Contactpersonen op de entiteitkaart verschijnt, is ervan afhankelijk of u de standaard knop CONTACTPERSONS - Contactpersonen heeft toegevoegd aan het entiteittype. Deze knop wordt automatisch meegeleverd bij de installatie van Solution Builder. Nadat een functierol is opgeslagen, ziet u onderaan de definitie een overzicht Gebruikt op entiteittypes. Daarin worden de entiteittypes weergegeven waaraan de functierol is toegevoegd. Vanuit dit overzicht klikt u direct door naar de aan een entiteittype toegevoegde functierollen (zie paragraaf 5.2.2). Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 53 van 127

54 5 Onderhoud van entiteittypes Ga naar Add-on Inrichting Solution Builder: Types om de entiteittypes te onderhouden. In het overzicht kunt u via het uitklapmenu Groep een selectie maken van de entiteittypes per groep. Klik op Nieuw om een nieuw entiteittype aan te maken. 5.1 Aanmaken nieuw entiteittype Bij het aanmaken van een nieuw entiteittype dient eerst een entiteitgroep te worden geselecteerd. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 54 van 127

55 5.1.1 Algemeen U dient verplicht een waarde in te vullen bij de velden met een. De voorgeselecteerde Groep wordt getoond. U dient verplicht een Code en Omschrijving + Term ID in te vullen voor het nieuwe entiteittype. Bij Titel geeft u op hoe de titel bovenaan een entiteitkaart getoond moet worden. U heeft in het uitklapmenu de volgende opties: Optie Entiteitgroep omschrijving entiteittype omschrijving: entiteitcode Entiteitgroep omschrijving entiteittype omschrijving: entiteitcode entiteit omschrijving Entiteittype omschrijving: entiteitcode Entiteittype omschrijving: entiteit omschrijving Entiteittype omschrijving: entiteitcode entiteit omschrijving Toont Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 55 van 127

56 Anders Hiermee kunt u zelf de titel definiëren op basis van velden op de entiteitkaart. Gebruik tussen rechte haken [ ] de repository naam van het betreffende veld, bijvoorbeeld [Responsible]. In paragraaf 8.8 vindt u een beschrijving over hoe u de repository namen kunt achterhalen. Vaste parameters die u kunt gebruiken zijn: [GroupDescription] [TypeDescription] Entiteitgroep omschrijving Entiteittype omschrijving Bijvoorbeeld: toont: Met de Status geeft u aan of het betreffende entiteittype Actief is. Na verloop van tijd kunt u het entiteittype eerst Verborgen zetten, waarmee het niet meer mogelijk is entiteiten van dit type aan te maken. Ook kunt u de status op Inactief zetten, waarmee het entiteittype wordt verwijderd uit de verschillende zoek- en invoerpagina s. Indien u bij de entiteitgroep gekozen heeft voor Types sorteermethode Vaste index (zie paragraaf 4.4.1), dan ziet u op de definitie van het entiteittype de optie Sorteerindex staan. Met de sorteerindex bepaalt u zelf de volgorde van de beschikbare entiteittypes bij het aanmaken van een nieuwe entiteit. Nummer 1 komt boven aan de lijst te staan; hoe hoger het nummer, hoe lager de positie in de lijst. Met de optie Meervoudig geeft u aan of voor het betreffende entiteittype meervoudige invoer van nieuwe gegevens mogelijk is. Op die manier kunt u meerdere entiteiten van het betreffende entiteittype tegelijkertijd aanmaken. Wanneer u wilt dat een bestaande entiteit met dit entiteittype na aanklikken altijd in de bewerkenmodus wordt geopend, vinkt u de optie Open altijd in bewerk-modus aan. Wanneer u een verzoek of document aanmaakt, deze koppelt aan een entiteit en het beveiligingsniveau instelt op Project (Specifiek) - 101, kunt u er met de opties Het beveiligingsniveau van entiteit specifieke verzoeken automatisch veranderen respectievelijk Het beveiligingsniveau van entiteit specifieke documenten automatisch veranderen voor zorgen dat het beveiligingsniveau van het verzoek of document op 101 blijft staan (opties uitgevinkt) of automatisch wordt aangepast naar het beveiligingsniveau dat u bij de entiteit heeft ingesteld (opties aangevinkt). Per entiteitgroep kan één entiteittype als template gekoppeld worden. Als er binnen een groep nog geen template is, heeft u de mogelijkheid om door het aanvinken van Template aan te geven of dit nieuwe entiteittype als template moet fungeren. Vergeet niet de template daarna te koppelen aan de groep. Meer informatie vindt u in paragraaf 8.1. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 56 van 127

57 Het is mogelijk om een Nummerreeks voorvoegsel in te vullen. Hiermee kunt u een kenmerk meegeven aan de code van de entiteiten binnen dit type, zodat de entiteiten niet alleen via het type, maar ook via de code van elkaar te onderscheiden zijn binnen een entiteitengroep. Het voorvoegsel wordt automatisch toegevoegd aan de code bij het aanmaken van een entiteit van dit type. Met de optie Voeg voorloop nullen toe aan het nummer kunt u door middel van het automatisch tussenvoegen van nullen mogelijk maken dat entiteitnummering altijd even lang wordt. Heeft u bijvoorbeeld voorvoegsel WH en nummerreeks 1 t/m 100, dan zal de entiteitcode WH1 met voorloopnullen WH001 worden. Definieer een specifieke Nummerreeks voor dit entiteittype. Zorg ervoor dat deze nummerreeks niet overlapt met een reeks die al bij een bestaand type is ingegeven. Wanneer er een overlapping is, wordt hier melding van gemaakt. De nummerreeks bepaalt de projectnummering in Synergy. Laat u deze velden leeg, dan zal bij het aanmaken van een entiteit handmatig een nummer ingevuld moeten worden. Wanneer het einde van de nummerreeks is bereikt bij het aanmaken van nieuwe entiteiten binnen dit type, zult u handmatig een code moeten invullen. Met de instelling Gebruik kind-project nummering bepaalt u hoe de nummering van kindprojecten wordt voorgesteld bij het aanmaken van nieuwe kind-entiteiten: Aangevinkt Uitgevinkt Een kindproject van hetzelfde entiteittype krijgt standaard de code <moeder>.001. Een kindproject van een andere entiteit krijgt de code van de ingestelde nummerreeks van het betreffende type. Is er geen nummerreeks ingesteld, wordt de code <moeder>.001. Een kindproject krijgt altijd de code van de ingestelde nummerreeks van het betreffende type. Is er geen nummerreeks ingesteld, blijft de code leeg. Voor elk entiteittype wordt een businesscomponent toegevoegd aan de repository. De repository is een tussenlaag tussen de programmacode en de database. Een businesscomponent is een object in die tussenlaag die de koppeling verzorgt. Het veld Businesscomponent naam wordt automatisch voorgevuld. U kunt dit veld zelf wijzigen, maar dit is niet aan te raden. Na deployment (zie hoofdstuk 7) is het veld daarom niet meer wijzigbaar. Door middel van het loepicoon bij Status bij aanmaken dient u verplicht een status te selecteren. Deze status zal als standaard worden gebruikt bij het aanmaken van een nieuwe entiteit van dit type. LET OP: U dient eerst statussen aan te maken, voordat u een nieuw type kunt aanmaken. Paragraaf 4.5 beschrijft hoe u statussen definieert. Bij Beleid kunt u een Synergy-document koppelen, waarin de procedure beschreven staat voor dit entiteittype. Gebruikers zien het -icoon op de entiteitkaart. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 57 van 127

58 5.1.2 Beveiliging Bij de secties Beveiliging: Aanmaken, Beveiliging: Wijzigen en Beveiliging: Verwijderen kunt u opgeven welke gebruikers entiteiten van dit type mogen aanmaken, wijzigen en/of verwijderen. Vul het Beveiligingsniveau in dat gebruikers minimaal hiervoor moeten hebben of koppel door middel van het loepicoon desgewenst een functierecht. Door bij Beveiliging: Wijzigen en Beveiliging: Verwijderen de opties Manager en/of Lid aan te vinken, bepaalt u of ook de manager en/of leden van de entiteiten van dit type de entiteiten mogen wijzigen en/of verwijderen. Meer over beveiliging staat beschreven in hoofdstuk 6. Bij Beveiliging: Aanmaken bepaalt u Aanmaken toestaan vanuit het menu en Aanmaken toestaan vanuit de module. Laat u beide opties uit, dan heeft een gebruiker ondanks zijn rechten geen mogelijkheid om entiteiten van dit type aan te maken via respectievelijk het linker navigatiemenu en zoekschermen of via het menu <Entiteitgroep> Invoer Invoer: <Entiteittype>. Tevens vinkt u Toon de Bewaren + Nieuw knop aan of uit voor het aanmaken van nieuwe entiteiten. Door bij Beveiliging: Lezen een Beveiligingsniveau in te vullen, bepaalt u welke gebruikers met dit niveau of hoger de entiteiten van dit type mogen inzien Templates en kopiëren van een entiteittype Voordat u een nieuw entiteittype kunt aanmaken, moet u een entiteitgroep selecteren. Wanneer een template is gekoppeld aan de groep, wordt de inrichting van de template gekopieerd naar het nieuwe entiteittype. Na het kopiëren wordt de koppeling tussen de template en het nieuwe entiteittype losgelaten. Het wijzigen van de template resulteert dus niet in een wijziging van het entiteittype. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 58 van 127

59 Ook is het mogelijk om op de knop Kopiëren (1) te klikken. Zodra u een bestaand type heeft gekozen, zal de inrichting hiervan worden overgenomen in het nieuwe entiteittype. Bij Code en Omschrijving + Term ID wordt de tekst Copy of toegevoegd aan de code en omschrijving uit het bestaande type. Zoals u hierboven kunt zien is automatisch het veld Code geselecteerd (2), dus u kunt direct de juiste code invullen voor dit nieuwe entiteittype. Overige gegevens zijn overgenomen uit de template of het bestaande type, behalve de velden Businesscomponent naam, welke automatisch wordt gevuld zodra de juiste code is ingevuld en Status bij aanmaken, welke nog verplicht ingevuld dient te worden. De Nummerreeks dient u nog aan te passen! LET OP: Voor dit nieuwe entiteittype moet u opnieuw opgeven of deze als template moet fungeren. En vergeet niet de Nummerreeks aan te passen! Bij gebruik van templates of de knop Kopiëren worden alle velden, knoppen, etc. van de template doorgekopieerd naar het nieuwe entiteittype. 5.2 Inrichten entiteittype Wanneer u bij het aanmaken van een nieuw entiteittype alle velden naar wens heeft ingevuld, klikt u op Bewaren. Na het bewaren en opnieuw openen van een nieuw entiteittype is het mogelijk om deze verder in te richten en velden, knoppen, tabbladen, etc. toe te voegen. Open het nieuwe entiteittype via Add-on Inrichting Solution Builder: Types. Naast de algemene instellingen zijn nu ook de volgende knoppen beschikbaar: Statussen Lay-out (zie paragraaf 5.3) Functierollen Grafische overzichten Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 59 van 127

60 5.2.1 Statussen Na het klikken op de knop Statussen, zal het onderhoudsscherm voor de statussen voor deze entiteit openen. Bij een nieuwe entiteit staat in het statussen-overzicht direct de status die u ingevoerd heeft bij Status bij aanmaken. U kunt deze niet aanvinken om te verwijderen. Zelfgedefinieerde statussen voegt u toe met de knop Toevoegen. U heeft bij Code en Omschrijving (1) de mogelijkheid om een onderdeel op te zoeken. Vul de omschrijving in en klik op Actualiseren. U vinkt de gewenste onderdelen (2) voor dit entiteittype aan, waarna u de knop Toevoegen (3) klikt om de onderdelen toe te voegen aan de geselecteerde statussen (4). Dit zijn de onderdelen die toegevoegd zijn of toegevoegd gaan worden. U kunt ze ook weer verwijderen door op het rode kruisje naast de geselecteerde status (5) te klikken. Klik tot slot op Sluiten (6) om de wijzigingen te bewaren. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 60 van 127

61 Opent u een status, dan kunt u de Omschrijving + Term ID aanpassen specifiek voor het betreffende entiteittype. In de bij Veld medewerker statuswijziging en Veld datum statuswijziging gekoppelde velden van de entiteitkaart wordt bijgehouden welke medewerker er op welke datum de entiteit naar de betreffende status van het entiteittype heeft gewijzigd. Deze instelling geldt boven dezelfde instelling op de betreffende status die u kunt opgeven via Add-on Inrichting Solution Builder: Statussen (zie paragraaf 4.5). Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 61 van 127

62 Statussen verschijnen als knoppen op de entiteitkaart. U heeft de mogelijkheid om een Beveiliging mee te geven aan een status. Op die manier bepaalt u of de entiteit bewerkt mag worden in die status. U kunt dit bepalen aan de hand van een Beveiligingsniveau of een Rol, maar ook door de opties Manager en Lid aan of uit te vinken. Meer informatie over de beveiligingsinstellingen kunt u nalezen in hoofdstuk 6. Ook heeft u de mogelijkheid om bij het toevoegen van een status alle beveiligingsinstellingen die zijn gedaan voor velden, tabbladen en dergelijke op een entiteittype automatisch te kopiëren van een andere al toegevoegde status. Selecteer daarvoor eerst bij Kopieer beveiliging van (1) de al toegevoegde status. Klik vervolgens op Toevoegen (2) om een nieuwe status toe te voegen. Alle beveiligingsinstellingen van de eerste status zijn overgenomen bij de velden, tabbladen, et cetera. Deze kunt u uiteraard naar wens nog aanpassen. WERKSTROOM: Veel processen in Synergy worden doorlopen vanuit de werkstroom. Ook voor entiteiten wilt u daarom de mogelijkheid om deze vanuit de werkstroom te kunnen aansturen. Bij een status geeft u op dat automatisch een werkstroomverzoek aangemaakt wordt zodra de entiteit de betreffende status bereikt, waarmee u aangeeft dat er acties op de entiteit uitgevoerd dienen te worden. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 62 van 127

63 Klik bij Werkstroom op de knop Nieuw om te bepalen bij welke medewerkers het werkstroomverzoek in de werkstroom zal verschijnen. U heeft bij Type de keuze uit Rol of Medewerker. Met de optie Rol koppelt u een Rol op een geselecteerd niveau. Alle medewerkers met de gekoppelde rol zullen het werkstroomverzoek in hun werkstroom ontvangen. Met Type Medewerker dient u in het uitklapmenu een soort Medewerker te selecteren. U heeft de keuze uit: Kies, indien beschikbaar, een Entiteitveld van de entiteitkaart waarin de betreffende medewerker, artikel, relatie of project gevuld zal zijn. De medewerker die het verzoek in zijn werkstroom heeft, zal altijd de mogelijkheid hebben om acties op de entiteit uit te voeren. Wanneer ook andere medewerkers acties op de entiteit moeten kunnen uitvoeren, dienen zij daarvoor de juiste rechten te hebben volgens de instellingen bij Beveiliging. U kiest vervolgens een Verzoektype, welke de standaard instelling Verzoektype werkstroom (paragraaf 4.3.2) op de instellingenpagina zal overrulen. NB: U kunt hier een eigen verzoektype voor definiëren; minimaal dienen dan de velden Medewerker, Omschrijving en Project te zijn toegevoegd en dient een vervolgstap te zijn ingesteld. Tot slot heeft u de mogelijkheid om een Omschrijving mee te geven. Dit kunt u doen op basis van eigen tekst in combinatie met waardes van velden op de kaart. U voegt de veldwaardes tussen blokhaken toe, bijvoorbeeld: [Description] [ProjectNr] Omschrijving van de entiteit Entiteitcode Met de waarde [WorkflowDescription] kunt u de naam van de status meenemen in de omschrijving van het werkstroomverzoek. Laat u de Omschrijving leeg, dan zal automatisch een standaard omschrijving in het verzoek worden gevuld Vervolgstatussen Wanneer een entiteit een bepaalde status heeft, kunt u ervoor zorgen dat er andere statussen aan gegeven kunnen worden. Bijvoorbeeld: een entiteit met status toe te wijzen kunt u overzetten naar in behandeling, gevolgd door afgehandeld, maar de entiteit in toe te wijzen kunt u ook nog afkeuren. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 63 van 127

64 Per status is het mogelijk om meerdere vervolgstatussen mee te geven. Deze vervolgstatussen zullen als knoppen verschijnen op de entiteitkaart. Middels de pijliconen bepaalt u de volgorde (van links naar rechts) van de statusknoppen op de entiteitkaart. Als u de knop FOLLOWUPSTATUSSES Vervolgstatussen toevoegt aan de entiteitkaart, bepaalt u vervolgens de locatie van de (vervolg)statusknop(pen) in de rij knoppen op de entiteitkaart. Deze knop wordt standaard meegeleverd bij de installatie van Solution Builder en u kunt hem ook toevoegen aan een knopsectie (zie paragraaf 4.6.2). U kunt verschillende statussen toevoegen onder Vervolgstatussen door op de knop Nieuw te klikken. Bij Omschrijving + Term ID vult u de omschrijving van de actie in, waarna u bij Vervolgstatus de betreffende vervolgstatus uit het uitklapmenu kiest. U kunt de omschrijving gelijk houden aan de omschrijving van de vervolgstatus, maar u kunt desgewenst ook een eigen gedefinieerde omschrijving meegeven. De omschrijving zal verschijnen op de statusknop op de entiteitkaart. Ook hier kunt u een Beveiliging meegeven aan de hand van Beveiligingsniveau, Rol, Manager en/of Lid. Aan de hand van deze beveiliging bepaalt u welke gebruikers de entiteit naar deze vervolgstatus mogen wijzigen, dus welke gebruikers de statusknop te zien krijgen. Meer over beveiliging staat beschreven in hoofdstuk 6. Net als bij een status houdt u in de bij Veld medewerker statuswijziging en Veld datum statuswijziging gekoppelde velden van de entiteitkaart bij welke medewerker er op welke datum de entiteit naar de betreffende vervolgstatus heeft gewijzigd. Deze instelling geldt boven dezelfde instelling op de betreffende status. De statussen en vervolgstatussen staan overzichtelijk in het overzicht. Vanuit het scherm kunt u door op de link te klikken direct de Actie of Vervolgstatus openen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 64 van 127

65 WERKSTROOM: Net als bij een status, heeft u bij vervolgstatussen de mogelijkheid om automatisch een werkstroomverzoek aan te laten maken. Hiermee zal de entiteit naar de betreffende vervolgstatus omgezet kunnen worden. De medewerker die het verzoek in zijn werkstroom heeft, zal altijd de mogelijkheid hebben om de entiteit naar de betreffende vervolgstatus over te zetten. Wanneer ook andere medewerkers de entiteit moeten kunnen overzetten, dienen zij daarvoor de juiste rechten te hebben volgens de instellingen bij Beveiliging. Klik bij Werkstroom op de knop Nieuw om te bepalen bij welke medewerkers het werkstroomverzoek in de werkstroom zal verschijnen. U heeft vervolgens dezelfde instelmogelijkheden als bij een status. De waarde van [WorkflowDescription] wordt nu gevuld met de naam van de statusovergang. Zie voor meer informatie paragraaf Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 65 van 127

66 5.2.2 Functierollen Via de knop Functierollen en dan Toevoegen voegt u de verschillende functierollen toe, die u bij dit entiteittype aan contactpersonen wilt kunnen koppelen. Voor toegevoegde functierollen kunt u een Beveiliging meegegeven, waarmee u bepaalt welke gebruikers deze functierollen mogen kiezen bij contactpersonen die worden toegevoegd aan de entiteit Grafische overzichten Er is de mogelijkheid om vanuit een entiteitkaart een grafisch overzicht te openen, waarop in een diagram te zien is welke entiteiten er aan elkaar gekoppeld zijn en welke moeder- en kindentiteiten een entiteit heeft. U kunt de lay-out van het diagram naar eigen wensen inrichten. Wanneer u op de knop Grafische overzichten klikt, verschijnt het volgende scherm: U dient bij de kindentiteit de optie Moeder veld te vullen met het veld op de entiteitkaart waarin de moederentiteit gekoppeld wordt. Op basis hiervan zal het grafisch overzicht correct weergegeven kunnen worden. Bij Aantal niveaus omhoog geeft u op hoeveel niveaus aan moederentiteiten van de gekozen entiteit er in het diagram getoond moeten worden. Dit kunnen er maximaal 5 zijn. De moeders worden boven de gekozen entiteit in het diagram getoond. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 66 van 127

67 Bij Aantal niveaus omlaag geeft u op hoeveel niveaus aan kindentiteiten van de gekozen entiteit er in het diagram getoond moeten worden. Dit kunnen er maximaal 10 zijn. De kinderen worden naast de gekozen entiteit in het diagram getoond, onder elkaar. Door de optie Optie: Entiteit tonen aan of uit te vinken, bepaalt u of de gebruiker de mogelijkheid krijgt om de entiteitkaart op te vragen via het -icoon. Met Optie: Grafisch overzicht bepaalt u of de gebruiker het grafische overzicht van een andere entiteit vanuit het diagram kan openen via het -icoon. En met Optie: Entiteit kopiëren geeft u aan of de gebruiker een kopie kan maken van een entiteit uit het diagram via het -icoon. Wanneer u op het -icoon klikt bij Kleur, verschijnt er een pop-up waarin u een kleur kunt kiezen voor het blok van dit entiteittype in het grafische overzicht. Klik gewoon de gewenste kleur aan om deze te selecteren. Tot slot kiest u een Optie: Kind toevoegen, waarmee u bepaalt of via het -icoon de mogelijkheid beschikbaar komt om een nieuwe kindentiteit aan te kunnen maken van een entiteit uit het diagram. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 67 van 127

68 U heeft hierbij de volgende opties: Type uit groep Type Zelfde type als moeder Verbergen Wanneer u een kindentiteit aanmaakt, krijgt u hiermee de mogelijkheid om een entiteittype uit een bepaalde entiteitgroep te kiezen. Wanneer u deze optie kiest, komt veld Groep beschikbaar, waarin u de gewenste entiteitgroep kunt selecteren. Wanneer u een kindentiteit aanmaakt, zal deze entiteit binnen een bepaald entiteittype worden aangemaakt. Wanneer u deze optie kiest, komt veld Type beschikbaar, waarin u het gewenste entiteittype kunt selecteren. Wanneer u een kindentiteit aanmaakt, zal deze entiteit binnen hetzelfde entiteittype worden aangemaakt als de entiteit waarvan u een kind wilt aanmaken. De mogelijkheid om een nieuwe kindentiteit aan te maken is niet beschikbaar, het icoon is verborgen in het grafische overzicht. LET OP: Om ervoor te zorgen dat de moederentiteit aan de kindentiteit gekoppeld wordt, dient u veld ParentProject toe te voegen aan het entiteittype van het kind. Hierna dient u nog een aantal instellingen te doen bij het onderhoud van de statussen die u aan het entiteittype heeft gekoppeld. Meer hierover leest u in paragraaf 4.5. Of de knop Grafische overzichten daadwerkelijk verschijnt op de entiteitkaart is ervan afhankelijk of u de standaard knop GRAPHICALVIEW Grafisch overzicht heeft toegevoegd aan het entiteittype. Deze knop wordt automatisch meegeleverd bij de installatie van Solution Builder. 5.3 Lay-out entiteittype Door middel van de knop Lay-out kunt u de opmaak van het entiteittype bepalen. Een entiteitkaart is opgebouwd uit rijen. Op een entiteitkaart kunt u rijen toevoegen voor de onderdelen velden, knoppen, tabbladen en overzichten. Deze onderdelen kunt u per type gegroepeerd toevoegen aan de kaart. U kunt meerdere rijen van een bepaald type toevoegen, bijvoorbeeld meerdere veldenrijen of meerdere rijen met knoppen op de entiteitkaart. Ook is het mogelijk om veldensecties in verschillende kolommen op een gelijke hoogte te laten beginnen. Standaard in Synergy heeft u geen invloed op de verticale positie van een veldensectie ten opzichte van secties in andere kolommen. De positie is afhankelijk van de hoogte van de sectie(s) die erboven staat. Door de sectie op een nieuwe veldenrij te plaatsen, kunt u zelf bepalen welke secties op dezelfde rij en daarmee op gelijke hoogte komen te staan Onderhoud rijen Via de knop Nieuw kunt u een nieuwe rij toevoegen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 68 van 127

69 U kiest een type en geeft een Omschrijving + Term ID. Standaard staan de rijen Knoppen en Velden voorgedefinieerd wanneer u op de Lay-out -knop klikt. Hierin staan de velden en knoppen die u minimaal nodig heeft op een entiteitkaart. U kunt zelf rijen toevoegen voor overzichten en tabbladen, of meerdere rijen maken van hetzelfde type. De volgorde van de rijen bepaalt de volgorde op de entiteitkaart. U kunt zelf de volgorde wijzigen door gebruik te maken van de groene en rode pijlen die voor de rijen staan Beveiliging instellen Na het bewaren van een rij, ziet u bij knoppen, tabbladen en overzichten het volgende scherm. Voor veldenrijen klikt u eerst op de knop Bewerken boven in het scherm. U kunt in dit scherm de zichtbaarheid en de beveiliging voor de rij instellen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 69 van 127

70 LET OP: Het gaat hier om de zichtbaarheid en de beveiliging van de gehele rij. U kunt later de zichtbaarheid en de beveiliging per veld, knop, tabblad of overzicht instellen. Per status kunt u onder Zichtbaarheid: Bekijken of Zichtbaarheid: Bewerken in de kolommen Zichtbaar, Manager en Lid de zichtbaarheid van een rij wijzigen door op de vink- of kruisiconen te klikken. Klik op Bewaren om de instellingen op te slaan. U kunt ook doorklikken op een status om de opties aan te passen: Vink Zichtbaar aan om de rij in deze status zichtbaar te maken op de entiteitkaart. Aan de hand van Beveiligingsniveau, Rol, Manager en/of Lid bepaalt u vervolgens welke gebruikers deze rij dan te zien krijgen. U kunt instellen of de rijen zichtbaar zijn in de bewerkstatus #NEW. De status #NEW is een standaard status om zichtbaarheid en wijzigbaarheid tijdens het aanmaken van een entiteit in te kunnen stellen. Zodra u een entiteit heeft opgeslagen, krijgt deze de status zoals ingesteld bij het entiteittype ( Status bij aanmaken ). De status #NEW kent uiteraard geen beveiliging op Manager - en Lid -niveau, omdat een manager en/of leden nog niet bekend zijn in deze status. Meer hierover staat beschreven in hoofdstuk Veldafhankelijke zichtbaarheid U kunt de zichtbaarheid van de gehele rij afhankelijk maken van de waarde van een bepaald veld op uw kaart. Zo kunt u bijvoorbeeld een veldenrij, die te maken hebben met huursubsidie, tonen zodra het veld Eigen Ingang aangevinkt is. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 70 van 127

71 Bij Zichtbaarheid: Afhankelijk van selecteert u bij Veld via het loepicoon het betreffende entiteitveld waarvan deze knop afhankelijk moet zijn. Wanneer dat veld een lijstveld betreft, komen er net zoveel Waarde -opties tot uw beschikking als er kindlijsten zijn. Vink de optie Bevat waarde aan als het veld waarvan deze knop afhankelijk is gevuld moet zijn. Vervolgens kunt u bepalen wat de Waarde is die gevuld wordt in het veld waarvan de knop afhankelijk is. Bij lijst- en referentievelden kunt u via het loepicoon meerdere selecties doen. Bij Verplicht wanneer zichtbaar (alleen beschikbaar bij velden) bepaalt u nog of het veld - nadat het verschijnt - verplicht gevuld dient te worden. Deze verplichting geldt boven het algemeen verplicht stellen van het veld in een bepaalde status van de entiteit Onderdelen verplaatsen naar een andere rij Het is mogelijk om velden, knoppen, tabbladen en overzichten te verplaatsen van de ene rij naar de andere, mits deze van hetzelfde type is. Als u van een bepaald type meerdere rijen heeft, dan ziet u in het scherm helemaal rechts op de regel van elke knop, overzicht of tabblad een -icoon. Door op het icoon te klikken, krijgt u een pop-up scherm waarin u de rijen van gelijk type kunt selecteren. Voor het verplaatsen van velden, veldsecties en de monitor klikt u op de link Verplaatsen naast het veld in het scherm van de veldenrij. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 71 van 127

72 Er wordt nu een pop-up scherm getoond. Selecteer de rij waar u het onderdeel naartoe wilt verplaatsen en klik op Bewaren. Het onderdeel is nu verwijderd van de rij die u geopend had en toegevoegd aan de andere rij. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 72 van 127

73 5.3.2 Knoppen rij Na het aanmaken van een nieuwe rij of openen van de standaard rij van het type Knop, ziet u de volgende gegevens in het scherm: Onderaan deze pagina ziet u de sectie Knoppen. In deze sectie voegt u middels Toevoegen: Knop de knoppen (zie paragraaf 4.6.2) toe die u op uw entiteitkaart wilt hebben staan. De knop MAINTENANCEBUTTONS - Onderhoudknoppen is voorgedefinieerd en zorgt voor de standaardknoppen zoals Bewaren, Bewaren + Nieuw, Bewerken of Sluiten. Deze onderhoudknoppen zijn verplicht op een entiteitkaart; u kunt ze daarom niet verwijderen. U heeft wel de mogelijkheid om deze knoppen te verplaatsen naar een andere knoppenrij op uw entiteitkaart. U kunt de volgorde van de knoppen binnen de rij bepalen door middel van de rode en groene pijliconen. Wanneer u doorklikt op een toegevoegde knop, kunt u onder Zichtbaarheid: Bekijken of Zichtbaarheid: Bewerken in de kolommen Zichtbaar, Manager en Lid de zichtbaarheid wijzigen door op de vink- of kruisiconen te klikken. LET OP: Zichtbaarheid: Bewerken geldt niet voor alle soorten knoppen. U kunt de beveiliging per status voor elke knop en elke knopsectie apart instellen. Ook kunt u de zichtbaarheid van knoppen en knopsecties op een entiteittype afhankelijk maken van velden op het entiteittype. Hoe dit werkt, kunt u lezen in de paragrafen en De werkwijze om knoppen te verplaatsen naar een andere knoppenrij, kunt u lezen in paragraaf Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 73 van 127

74 Indien u knoppen wilt groeperen, dient u eerst een knopsectie (zie paragraaf 4.6.2) toe te voegen middels Toevoegen: Secties. Indien u een reeds toegevoegde knop wilt onderbrengen in een knopsectie, dient u de knop eerst van het entiteittype te verwijderen. Pas daarna is de knop weer beschikbaar om toe te voegen aan de entiteitkaart. Klikt u door op een aan de knoppenrij toegevoegde knopsectie, dan krijgt u de mogelijkheid om onderliggende knoppen toe te voegen: Velden rij Na het aanmaken van een nieuwe rij of openen van de standaard rij van het type Veld, ziet u de volgende gegevens in het scherm: In dit scherm kunt u de lay-out van de velden van deze rij bepalen. U geeft op uit hoeveel Kolommen (1) de kaart moet bestaan. Vervolgens dient u eerst secties toe te voegen via de knop Toevoegen: Sectie (2) en tot slot voegt u de velden toe aan deze secties door middel van de knop Toevoegen: Veld (3). De sectie Algemeen inclusief een aantal standaard verplichte velden is bij installatie al toegevoegd aan de standaard veldenrij Velden. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 74 van 127

75 Met de knop Toon repository (4) heeft u de mogelijkheid om, naast de labels, de repository namen van de toegevoegde velden te tonen. Wanneer u op de repository naam klikt, komt u direct in de velddefinitie van het betreffende veld. Zie voor meer informatie over het onderhoud van velden paragraaf 4.8. De knop heet nu Verberg repository, waarmee u de repository namen weer verbergt. Bijvoorbeeld: U wilt dat de entiteitkaart er als volgt uit komt te zien: U gaat hiervoor als volgt te werk: Bepaal eerst het aantal kolommen op de volgende manier: Toevoegen secties Klik vervolgens op de knop Toevoegen: Sectie : Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 75 van 127

76 Vink de gewenste secties aan en verplaats ze naar rechts middels de pijltjes. Sectie GENERAL - Algemeen' is standaard al automatisch toegevoegd aan de standaard veldenrij. Klik vervolgens op OK. De toegevoegde secties worden onder Niet gebruikt toegevoegd. Vanuit de sectie Niet gebruikt sleept u de secties naar de gewenste kolom. Klik hiervoor met de linker muisknop de sectie aan en houd deze vast. Sleep de sectie naar de gewenste kolom. De cursor krijgt dit icoon. Wanneer de cursor dit icoon heeft, kunt u de muisknop loslaten. De sectie is hierna toegevoegd aan de betreffende kolom. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 76 van 127

77 Ons voorbeeld zal er uiteindelijk zo uitzien: Wanneer u op Herstellen klikt, zullen alle wijzigingen ongedaan gemaakt worden. Is de lay-out naar wens ingedeeld, dan klikt u op Bewaren om de indeling op te slaan. U kunt eventueel eerst de gewenste velden toevoegen. Via de link Bewerken achter de naam van de sectie, kunt u per sectie de Label + Term ID desgewenst aanpassen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 77 van 127

78 U kunt ervoor zorgen dat bepaalde waardes bij een kindentiteit automatisch worden overgenomen van de gekoppelde moederentiteit. Hiervoor vinkt u de optie Te kopiëren vanaf moeder aan. De waardes van alle velden binnen deze sectie kunnen zo gekopieerd worden. Om van deze optie gebruik te kunnen maken, dient er een referentieveld op het entiteittype aanwezig te zijn, waarin de moederentiteit gekoppeld kan worden. U kunt de zichtbaarheid van de sectie laten afhangen van een waarde in een veld op de entiteitkaart. Ook kunt u per veldsectie per status de Beveiliging: Zichtbaar en/of Beveiliging: Wijzigen aanpassen. Meer informatie hierover leest u in paragrafen en Ook kunt u er met Uitklappen/inklappen toestaan voor zorgen dat de sectie op de entiteitkaart inof uitgeklapt mag worden. Vinkt u de optie aan, dan kunt u ervoor kiezen dat de sectie Standaard ingeklapt is bij openen van de entiteitkaart Monitor Op de kaarten van de verschillende onderdelen in Synergy Enterprise bent u gewend dat er een Monitor beschikbaar is. Deze monitor is ook toe te voegen aan een entiteitkaart. Hiervoor kunt u de sectie CSNOBENTMONITOR - Monitor toevoegen. De monitorsectie wordt automatisch meegeleverd bij de installatie van Solution Builder. Bij Kolommen bepaalt u uit hoeveel kolommen de monitor moet bestaan en tot slot vinkt u de gewenste opties aan die in de monitor zichtbaar moeten zijn. De volgorde van deze opties kunt u niet aanpassen. Via de link Bewerken kunt u net als bij secties per status de Zichtbaarheid: Bekijken of Zichtbaarheid: Bewerken opgeven, waarmee u bepaalt voor welke gebruikers in welke status de monitor zichtbaar is. Ook kunt u de zichtbaarheid van de monitor afhankelijk maken van een ander veld en u kunt het Label aanpassen indien gewenst. LET OP: U heeft voor een monitor geen mogelijkheid om deze in- of uit te klappen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 78 van 127

79 Toevoegen velden Klik op Toevoegen: Veld en u kunt in het volgende scherm de gewenste velden toevoegen. Dit gaat op dezelfde manier als het toevoegen van secties. Na klikken op OK komen de velden onder Niet gebruikt te staan. U sleept ze met de linker muisknop naar de gewenste sectie. Ter ondersteuning ziet u een stippellijn verschijnen, waaraan u kunt zien op welke plek het veld wordt toegevoegd na loslaten van de muisknop. Op deze manier kunt u ook twee velden naast elkaar plaatsen. LET OP: Een aantal velden dient verplicht toegevoegd te zijn, wat automatisch wordt gedaan bij het aanmaken van een nieuw entiteittype: InitialStartDate & InitialEndDate Division Description ProjectNr Responsible VisibleMember Security Als het niet wenselijk is dat de velden zichtbaar zijn op de entiteitkaart, kunt u de zichtbaarheid uitvinken. U dient dan wel voor Division, Description en ProjectNr een standaardwaarde in te vullen. Verderop staat beschreven hoe u dit doet. De velden InitialStartDate en InititalEndDate zijn standaard aan elkaar gekoppeld en worden op de entiteitkaart als Periode -veld weergegeven. Wilt u hier afzonderlijke velden van maken, dan dient u in de velddefinitie van InitialStartDate het Type aan te passen naar Datum (zie paragraaf 4.8.4). Pas tevens het Label + Term ID aan naar de door u gewenste term. Om het mogelijk te maken dat het entiteittype meegenomen kan worden in een export naar Exact Globe (zie hoofdstuk 10), dient u het Ja/Nee-veld SynchronizeGlobe toe te voegen. U kunt ervoor kiezen om ook dit veld niet zichtbaar te maken en daarbij standaard aan te vinken. Voor een correcte export naar Exact Globe moet verplicht een relatie gekoppeld zijn. Voeg daarom het referentieveld IDCustomer toe. In dit veld kunnen debiteuren (klanten) gekoppeld worden. Houd daar rekening mee bij het aanpassen van een eventuele selectie. Houd er rekening mee dat er meer noodzakelijke velden aanwezig dienen te zijn om alle gewenste gegevens te kunnen importeren in Exact Globe. Denk aan gegevens als de kostenplaats. Ook dient rekening gehouden te worden met overige randvoorwaarden, zoals het aanwezig zijn van medewerkers, relaties en dergelijke in de Globe database. Wilt u werken met moeder- en kindentiteiten, waarbij de moederentiteit gekoppeld wordt aan de kindentiteit, dan dient u veld ParentProject toe te voegen aan het entiteittype voor het kind. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 79 van 127

80 NB: Bij de enkele veldtypen wordt automatisch het gekoppelde veld meegenomen op de entiteitkaart of bij Niet gebruikt. Datumtraject: Bij datumtrajectvelden worden beide velden automatisch tegelijkertijd toegevoegd. Lijstveld: Voegt u een lijstveld toe waaraan een kindlijst is gekoppeld, zal automatisch het kindveld ook onder Niet gebruikt verschijnen. Relatie: Voegt u een relatie-referentieveld toe, dan zal automatisch ook het gekoppelde contactpersoon-referentieveld verschijnen bij Niet gebruikt. Berekeningsveld: Indien de waarde van een nummerveld afhangt van de waardes van andere nummervelden, worden deze direct meegenomen bij Niet gebruikt. Na toevoegen van de velden, inclusief de verplichte velden, kan ons voorbeeld er als volgt uitzien: Via de link Bewerken kunt u per veld het Label + Term ID en de Log wijzigen en eventueel een Standaardwaarde opgeven. Zie paragraaf 4.8 voor de verschillende opties voor standaardwaarden per veldtype. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 80 van 127

81 U kunt de zichtbaarheid van het veld laten afhangen van een waarde in een ander veld. Ook kunt u per veld per status de Beveiliging: Zichtbaar en/of Beveiliging: Wijzigen aanpassen. Meer informatie hierover leest u in paragrafen en LET OP: Veldafhankelijke zichtbaarheid kunt u niet gebruiken wanneer u twee velden samen op één regel heeft geplaatst. Deze velden worden door Synergy als één gezien en de zichtbaarheid kunt u niet afzonderlijk van elkaar bepalen. De optie voor veldafhankelijke zichtbaarheid is daarom niet beschikbaar wanneer u op deze wijze twee velden aan elkaar koppelt. De werkwijze om velden te verplaatsen naar een andere veldenrij, kunt u lezen in paragraaf Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 81 van 127

82 INSTELLINGEN: Alleen bij referentievelden van type relatie of medewerker heeft u nog de mogelijkheid om extra instellingen in te voeren. Bij een relatie-referentieveld: Wilt u dat de in het veld gekoppelde relatie ook wordt toegevoegd onder de knop Contactpersonen, dan vinkt u de optie Toevoegen als contactpersoon aan. U bepaalt welke Functierol de betreffende relatie dan standaard mee zal krijgen. Wilt u dat de contactpersoon weer verwijderd wordt, wanneer u de waarde in het veld wijzigt, dan vinkt u de optie Verwijder oude contactpersoon aan. De aan de relatie gekoppelde relatiebekeerder kunt u automatisch als lid laten toevoegen aan de entiteit als u de optie Voeg de relatiebeheerder toe als lid aanvinkt. De relatiebeheerder is daarbij automatisch ook de Verantwoordelijke voor kaart en wordt dus in dat veld ingevuld. Als u wilt dat de relatiebeheerder als lid verwijderd wordt wanneer de relatie (en daarmee dus de relatiebeheerder) wijzigt, vinkt u de optie Verwijder de oude relatiebeheerder als lid aan. LET OP: De relatiebeheerder wordt ook daadwerkelijk verwijderd wanneer u bij het Verantwoordelijke voor kaart -veld de optie Verwijder oude lid aangevinkt heeft staan. Bij een medewerker-referentieveld: Met de optie Toevoegen als lid bepaalt u of de in het veld gekoppelde medewerker ook automatisch toegevoegd moet worden als lid van de entiteit. De optie Verwijder oude lid vinkt u aan als u wilt dat de medewerker moet worden verwijderd als lid van de entiteit op het moment dat u de waarde in het veld wijzigt. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 82 van 127

83 5.3.4 Overzichten rij Na het aanmaken van een nieuw rij van het type Overzicht, ziet u de volgende gegevens in het scherm: Er staan nog geen overzichten in een nieuwe overzichtenrij. Door op de knop Toevoegen te klikken, kunt u een overzicht toevoegen aan deze rij. De overzichten komen dan in de overzichtensectie van de rij te staan. Door middel van de groene en rode pijlen bepaalt u de volgorde van de overzichten binnen deze overzichtenrij. Via de link van het betreffende overzicht kunt u het Label + Term ID wijzigen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 83 van 127

84 Ook kunt u er met Uitklappen/inklappen toestaan voor zorgen dat het overzicht op de entiteitkaart in- of uitgeklapt mag worden. Vinkt u de optie aan, dan kunt u ervoor kiezen dat het overzicht Standaard ingeklapt is bij openen van de entiteitkaart. U kunt de beveiliging per status voor elk overzicht apart instellen. Ook kunt u de zichtbaarheid van overzichten op een entiteittype afhankelijk maken van velden op het entiteittype. Hoe dit werkt, kunt u lezen in de paragrafen en De werkwijze om overzichten te verplaatsen naar een andere overzichtenrij, kunt u lezen in paragraaf Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 84 van 127

85 5.3.5 Tabbladen rij Na het aanmaken van een nieuw rij van het type Tabblad ziet u de volgende gegevens in het scherm: Er staan nog geen tabbladen in een nieuwe tabbladenrij. Door op de knop Toevoegen te klikken, kunt u een tabblad toevoegen aan deze rij. De tabbladen komen dan in de tabbladensectie van de rij te staan. Door middel van de groene en rode pijlen bepaalt u de volgorde van de tabbladen binnen deze tabbladenrij. Via de link van het betreffende tabblad kunt u het Label + Term ID wijzigen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 85 van 127

86 U kunt de beveiliging per status voor elk tabblad apart instellen. Ook kunt u de zichtbaarheid van tabbladen op een entiteittype afhankelijk maken van velden op het entiteittype. Hoe dit werkt, kunt u lezen in de paragrafen en De werkwijze om tabbladen te verplaatsen naar een andere tabbladenrij, kunt u lezen in paragraaf Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 86 van 127

87 6 Beveiliging Bij vrijwel elk onderdeel van Solution Builder kunt u een beveiliging opgeven, waarmee u bepaalt welke gebruikers dit onderdeel mogen zien, bewerken of verwijderen. Bij het onderhoud van statussen, knoppen, velden, etc. geldt de beveiligingsinstelling als standaard voor die onderdelen. Zodra u de statussen, knoppen, velden etc. toevoegt aan een entiteittype, kunt u deze standaardwaarde overrulen door opnieuw een beveiliging op te geven. Hiermee bepaalt u uiteindelijk welke gebruikers dit onderdeel van de entiteitkaart mogen zien en/of bewerken. LET OP: De beveiliging in Solution Builder verschilt van de standaard beveiligingsinstellingen van Synergy. Alle instellingen gelden als OF. Dit betekent dat als een beveiligingsniveau en een functierecht zijn ingesteld, het onderdeel zichtbaar is voor alle gebruikers met het beveiligingsniveau OF die het betreffende functierecht hebben. Hetzelfde geldt voor de opties Manager OF Lid. Bij de beveiliging dient u goed op te letten op welke manier u deze instelt. U heeft hierbij verschillende mogelijkheden. 6.1 Beveiligingsniveau Vult u een Beveiligingsniveau in, dan bepaalt u dat alle gebruikers met dit niveau of hoger dit onderdeel mogen zien. U kunt het beveiligingsniveau leeg laten, waarmee u bepaalt dat niemand dit onderdeel mag zien. Bijvoorbeeld: U heeft een sectie op een entiteittype beveiligingsniveau 30 gegeven. Voor een veld in deze sectie geeft u op dat deze zichtbaar is en u geeft beveiligingsniveau 20 mee. Een gebruiker met beveiligingsniveau 25 kan op de entiteitkaart de sectie en daarmee het veld NIET zien. Echter, deze gebruiker kan het veld met de waarde wel zien in zoekresultaten waarin deze entiteit verschijnt. 6.2 Rol Wanneer u een Rol koppelt, geeft u ook via het uitklapmenu een niveau mee: Bedrijf Groep Divisie Kostenplaatsgroep Kostenplaats Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 87 van 127

88 Bijvoorbeeld: Alleen gebruikers met de rol projectmanager mogen een sectie op een entiteitkaart zien. Ze mogen deze sectie alleen zien van de entiteiten binnen hun eigen divisie. U laat het beveiligingsniveau leeg. U koppelt de rol projectmanager en kiest uit het uitklapmenu de optie Divisie. De opties Manager en Lid vinkt u uit. 6.3 Functierecht Bij een entiteittype koppelt u geen rol, maar een Functierecht. Alleen gebruikers die een rol hebben waarin dit functierecht is gekoppeld, mogen dan entiteiten van het betreffende type aanmaken en/of wijzigen. Het is hierbij mogelijk om ook eigen gedefinieerde functierechten te koppelen, welke u koppelt aan een rol. De rol moet dan gekoppeld zijn aan de gebruikers. 6.4 Manager / Lid Vinkt u Manager en/of Lid aan dan kunnen de manager en/of leden van de entiteit dit onderdeel zien en/of gebruiken. Bijvoorbeeld: U heeft een contactpersoon van een dealer lid gemaakt van een entiteit. De dealer logt in op de dealer portal en mag bepaalde velden zien. Alle andere leden van de entiteit mogen de velden ook zien. Andere gebruikers die geen lid zijn van de entiteit mogen deze velden niet zien. Geef bij het veld in het entiteittype op dat deze zichtbaar is. Het beveiligingsniveau laat u leeg. Vink verder de optie Lid aan. Hiermee bepaalt u dat alle leden van de entiteit, dus ook de contactpersoon van de dealer, dit veld mogen zien. LET OP: Met het instellen van beveiligingsniveaus maakt u de beveiliging strenger per status, knop, veld etc. Heeft u bijvoorbeeld het entiteittype voor bewerken op beveiligingsniveau 10 gezet en u stelt bij een status bewerken in op niveau 30, dan kunnen alleen gebruikers met niveau 30 of hoger de entiteit in die status bewerken. Stelt u daarnaast bij een veld het bewerkenniveau in op 50, dan kunnen alleen gebruikers met niveau 50 of hoger het veld in die status op de entiteit bewerken. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 88 van 127

89 7 Deployment De deployment dient te worden uitgevoerd: Na een versie-update van Synergy en/of Solution Builder. De deployment kan daarbij veelal automatisch worden uitgevoerd (zie paragraaf 3.4). Na iedere toevoeging, wijziging of verwijdering van een entiteittype of onderdelen (velden, knoppen, tabbladen, e.d.) op een entiteittype, waaronder ook triggers of koppelingen. Na iedere toevoeging, verwijdering of wijziging van standaardwaarden van velden op een entiteittype. Na het deactiveren van velden. Bij iedere wijziging in instellingen voor het automatisch vullen van velden. Bij het wijzigingen van de beveiligingsinstellingen. Na het importeren van de configuratie van Solution Builder. Met de deployment worden de wijzigingen doorgevoerd in de repository en de database. Tevens worden in de database views aangemaakt per entiteittype, welke u kunt gebruiken bij bijvoorbeeld gebruik van de MS Word Merge Add-on SE of de MS Reporting Services Integrator SE. De deployment start u op via Add-on Inrichting Solution Builder: Deployment. Vul indien nodig de juiste login gegevens in en klik op Deploy. Er verschijnt een sectie Status met twee statusbalken die de voortgang van de deployment en het heropbouwen van de repository aangeven. Na een succesvolle deployment verschijnt de melding Gereed. Eventuele foutmeldingen bij de deployment verschijnen ook in de statusbalk bij Bericht. De foutmeldingen zijn terug te vinden onder Systeem Overzichten Log: Fouten. Zorg ervoor dat de gebruiker van wie de login gegevens zijn ingevuld voldoende rechten heeft op de mappen BIN, DOCS, SQL en XML in de programmamap van Synergy, omdat daarin tijdens de deployment bestanden worden aangemaakt, gelezen en verwijderd. Ook op de programmamap zelf dient u deze rechten te hebben. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 89 van 127

90 Klik met de rechter muisknop op de betreffende map en kies voor Eigenschappen. Ga naar tabblad Beveiliging en selecteer de betreffende gebruiker. Klik indien nodig op Bewerken. Zorg ervoor dat onder Toestaan minimaal de opties Wijzigen, Lezen, Schrijven en indien aanwezig Verwijderen zijn aangevinkt. LET OP: Zorg ervoor dat tijdens de deployment alle gebruikers zijn uitgelogd uit Synergy! Ook eventuele achtergrondprocessen dient u tijdelijk te stoppen. Zodra de deployment gereed weergeeft, kan het enige tijd duren voor een andere pagina geopend zal worden. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 90 van 127

91 8 Geavanceerde configuratie 8.1 Werken met templates Om de inrichting van entiteittypen te vereenvoudigen, is het mogelijk om gebruik te maken van templates. Dit zijn aparte entiteittypen die als template aan een entiteitgroep gekoppeld kunnen worden. Indien een template is gekoppeld aan de groep, wordt deze gekopieerd naar een nieuw entiteittype die wordt aangemaakt binnen de groep. Na het kopiëren wordt de koppeling tussen de template en het nieuwe entiteittype losgelaten. Het wijzigen van de template resulteert dus niet in een wijziging in het entiteittype. Een belangrijk voordeel bij het gebruik van templates is dat de volledige inrichting van knoppen, secties en velden, tabbladen, etc. op het entiteittype slechts eenmalig uitgevoerd hoeft te worden. Door deze template te koppelen aan een groep, wordt de inrichting gekopieerd naar ieder nieuw entiteittype binnen de groep. Maak een nieuw entiteittype aan en richt deze in zoals beschreven in hoofdstuk 5. Zorg ervoor dat Template is aangevinkt: Zodra deze optie is aangevinkt, kan dit entiteittype gebruikt worden als template in de entiteitgroepen. Klik op het loepicoon bij de entiteitgroep om de template te koppelen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 91 van 127

92 Wanneer u een nieuw entiteittype binnen deze groep aanmaakt, zal de inrichting van de template automatisch worden overgenomen. U hoeft hierbij alleen nog de Code, Omschrijving + Term ID en verplichte velden aan te passen en/of in te vullen waar nodig. Let er ook op dat u de Nummerreeks aanpast. 8.2 Werken met labels Door middel van labelvelden kunt u op een entiteitkaart tekst uit een document tonen op basis van een keuze uit een lijstveld. Zo kunt u bijvoorbeeld een standaard vragenlijst tonen bij het indienen van een incident of een lijst met keuringseisen voor een woonhuis. Ook afbeeldingen uit zo n document worden getoond. Allereerst maakt u in Synergy een document aan. Ga vervolgens naar Add-on Inrichting Solution Builder: Velden en maak een nieuw veld aan van type Label. In paragraaf staat beschreven welke instellingen u hierbij tot uw beschikking heeft. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 92 van 127

93 Maak vervolgens, zoals beschreven in paragraaf 4.7, een lijst aan en koppel in een gewenste waarde het Label -veld en het Document. Maak een nieuw lijstveld aan, waarin u de lijst koppelt (zie 4.8.8). Voeg tot slot zowel het labelveld als het lijstveld toe aan een entiteittype. 8.3 Onderhoud triggers Afhankelijk van een gekozen waarde in een bepaald veld, kunt u in andere velden de waardes automatisch laten invullen of wijzigen. Wanneer u bijvoorbeeld een contactpersoon wijzigt, wilt u dat automatisch het bijbehorende mailadres mee wijzigt. Dit doet u door middel van zogenaamde triggers. Ga naar Add-on Inrichting Solution Builder: Triggers. U kunt in het overzicht bestaande triggers wijzigen of verwijderen, of nieuwe toevoegen via de knop Nieuw. Vul een Omschrijving + Term ID in voor de trigger. Kies bij Type het entiteittype waarop deze trigger van toepassing moet zijn. Bij Trigger selecteert u een referentieveld waarvan het bestemmingsveld van afhankelijk moet zijn. U heeft hier alleen de keuze uit referentievelden die zijn toegevoegd aan het gekozen entiteittype. Het veld dat u wilt koppelen aan de gekozen trigger, vult u in bij Bestemming. Dit veld zal dus automatisch wijzigen wanneer het triggerveld wijzigt. U heeft hier de keuze uit alle velden die zijn toegevoegd aan het entiteittype. Het is aan te raden om de wijzigbaarheid van het bestemmingsveld bij het entiteittype uit te schakelen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 93 van 127

94 U kiest bij Bron de repository eigenschap van het businesscomponent van de gekozen trigger in de repository. De eigenschap zal worden gevuld in het betreffende bestemmingsveld. Zie paragraaf 8.8 voor een beschrijving over hoe u de betreffende repository eigenschappen kunt achterhalen. Wanneer u wilt dat het bestemmingveld automatisch ook leeggemaakt wordt wanneer u het triggerveld leegt, vinkt u de optie Leegmaken wanneer geleegd aan. Tot slot vinkt u Actief aan om de trigger te activeren. 8.4 Onderhoud Koppelingen Met koppelingen is het mogelijk om n:m-relaties te leggen tussen entiteiten. Deze koppelingen zijn op basis van gelijkwaardigheid in tegenstelling tot een hiërarchische relatie zoals bij moederkindrelaties. U kunt nu bijvoorbeeld een certificaat aan meerdere opleidingen koppelen. En binnen een opleiding kunnen meerdere soorten certificaten gehaald worden. Het doel van koppelingen is het inzichtelijk maken van de relaties die er liggen tussen de entiteiten. Daarmee wordt het ook mogelijk gemaakt om op die relaties te zoeken (via publieke zoektemplates). Maak allereerst twee publieke zoektemplates aan. Een beschrijving over het definiëren van een publieke zoektemplate vindt u in paragraaf 8.9. Alleen publieke zoektemplates van entiteiten kunnen gebruikt worden bij koppelingen. Bijvoorbeeld bij certificaten:opleidingen-koppeling maakt u een zoektemplate binnen entiteitgroep opleidingen en een binnen entiteitgroep certificaten, Ga vervolgens naar Add-on Inrichting Solution Builder: Koppelingen en klik op Nieuw om een nieuwe koppeling te maken. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 94 van 127

95 Vul een Code en Omschrijving + Term in. Bij Type heeft u in het uitklapmenu de keuze uit: Entiteitgroep Entiteitgroep Entiteitgroep Entiteittype Entiteittype Entiteittype Entiteittype Entiteitgroep Alle entiteiten uit een entiteitgroep kunnen met alle entiteiten uit een andere entiteitgroep gekoppeld worden. Alle entiteiten uit een entiteitgroep kunnen gekoppeld worden met een specifiek entiteittype. Een specifiek entiteittype kan gekoppeld worden met een ander entiteittype. Een specifiek entiteittype kan gekoppeld worden met alle entiteiten uit een entiteitgroep. Bij Entiteit groep/type 1 (hierna 1 genoemd) selecteert u via het loepicoon de entiteitgroep of het entiteittype waarmee u de koppeling wilt maken. Vul een Omschrijving + Term in. Deze naam zal als koppelingsveld in de zoektemplates verschijnen (zie verderop). Bij Template kiest u in het uitklapmenu de hiervoor gedefinieerde zoektemplate voor de geselecteerde entiteitgroep of -type. U heeft de mogelijkheid om in Selectie een SQL-query mee te geven. Hiermee geeft u aan dat bij het leggen van een koppeling vanuit een entiteitkaart (via de knop Nieuw in het koppelingoverzicht) alleen een koppeling gemaakt mag worden naar een bepaalde selectie van entiteiten uit het zoekresultaat van de publieke zoektemplate. Bij Entiteit groep/type 2 (hierna 2 genoemd) doet u hetzelfde, maar dan voor een andere groep of type waaraan u 1 wilt kunnen koppelen. Een koppeling wordt in databasetabel CSNobEntConnections vastgelegd van 1 naar 2. Door de optie Creëer gelijkwaardige koppeling aan te vinken wordt ook de koppeling van 2 naar 1 opgeslagen. Deze optie heeft u alleen tot uw beschikking bij de types Entiteitgroep Entiteitgroep en Entiteittype Entiteittype. Vervolgens kunt u slechts één groep of type selecteren, waarmee u dus alleen alle entiteiten binnen een specifieke groep of type kunt koppelen. De entiteitkoppeling is daarmee volledig op gelijkwaardigheid gebaseerd. Nadat u op Bewaren heeft geklikt en u opent de koppeling, heeft u de knop Spiegel koppeling tot uw beschikking. Hiermee wordt de koppeling omgedraaid; alle gegevens uit 1 worden overgezet naar 2 of andersom. Na het opslaan van de nieuwe koppeling, worden twee (bij Creëer gelijkwaardige koppeling aangevinkt één) overzichten aangemaakt onder Add-on Inrichting Solution Builder: Overzichten. Hierin kunt u wijzigingen doorvoeren zoals beschreven in paragraaf Deze overzichten zijn niet te verwijderen zolang de koppeling niet verwijderd is. Voeg de overzichten toe aan de betreffende entiteittypes zoals beschreven in paragraaf Bij entiteittypes uit 1 kunt u alleen overzichten uit 2 toevoegen en andersom. Wanneer u heeft gekozen voor de optie Entiteittype Entiteitgroep of Entiteitgroep Entiteittype en het entiteittype zit in de gekozen entiteitgroep, dan zullen beide overzichten in het entiteittype toegevoegd kunnen worden. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 95 van 127

96 Voer tot slot een deployment uit (zie hoofdstuk 7). In de zoektemplates is onder het automatisch een onderdeel Koppelingsvelden toegevoegd. -icoon De naam is de Omschrijving + Term die u heeft ingevuld bij 1 of 2 in de koppeling. Vink het betreffende koppelingsveld aan en klik op Bewaren om het zoekveld toe te voegen aan de zoektemplates. Gebruikers kunnen nu deze zoektemplate gebruiken om entiteiten binnen koppelingen te zoeken. 8.5 Voorbeelden van knoppen en hyperlinkvelden Heeft u bij de inrichting van een knop gekozen voor Type: URL of heeft u aan de entiteitkaart een hyperlinkveld van type URL toegevoegd, dan wordt u door op de knop of het veld op een entiteitkaart te klikken doorgeschakeld naar een andere pagina. Dit kan een andere pagina van Synergy zijn, maar dit kan ook een externe webpagina zijn. De URL kan eventueel worden voorzien van een of meerdere parameters, zodat de gegevens van een entiteit automatisch worden meegenomen en de pagina wordt geopend die betrekking heeft op deze gegevens. Alle velden die in het entiteittype zijn gedefinieerd kunt u als parameter meegegeven aan de knoppen. Dit doet u door de repository naam van het betreffende veld tussen rechte haken [ ] op te nemen in het parameterveld. In paragraaf 8.8 vindt u een beschrijving over hoe u de parameters kunt achterhalen. Wanneer u in de definitie van een knop heeft gekozen voor Type: Verzoek, Document of Entiteit, dan worden automatisch al de parameters voor projectnummer en verzoek-, documenten entiteittype toegevoegd. Deze kunt u desgewenst aanvullen met meerdere parameters. Zie bijlage I voor een opsomming van de meest gebruikte parameters voor verzoeken en documenten Verwijzing naar Synergy URL Een URL binnen Synergy kunt u als volgt opvragen: Open de betreffende pagina waarnaar de knop of het hyperlinkveld dient te verwijzen (bijvoorbeeld een nieuw verzoek van type Afspraak ). Klik met de rechter muisknop op deze pagina en kies voor Eigenschappen. Bij Adres: (URL) is de URL van deze pagina te vinden. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 96 van 127

97 De ASPX-pagina (in dit voorbeeld WflRequest.aspx) vult u in bij URL en de parameters na de ASPXpagina vult u in bij Parameters Voorbeeld: Aanmaken nieuwe medewerker via een knop U wilt vanuit een entiteit via een knop een medewerker van type Tijdelijk kunnen aanmaken. Als URL vult u de betreffende link naar de medewerkerpagina ( HRMResource.aspx ). Als parameters geeft u het medewerkertype mee, dus?bcaction=0&type=t. De volledige link wordt na klikken op de knop: LET OP: In de parameters mag u geen spaties opgeven. Wilt u toch een spatie gebruiken in bijvoorbeeld het address1 -veld van een medewerker, gebruik dan. Bijvoorbeeld:?bcaction=0&address1=Korte Putstraat. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 97 van 127

98 8.5.2 Verwijzing naar MS Word Merge Add-on SE Wanneer u de add-on MS Word Merge Add-on SE heeft geïnstalleerd en u wilt deze gebruiken op entiteiten, dient u de knop handmatig toe te voegen. Maak allereerst een of meerdere templates aan binnen Word Merge. In de templates kunt u gebruik maken van de standaard velden uit onderdelen PROJECT, VERZOEK, CRM en HRM in de XML Parser. Wilt u eigen XML Parser velden definiëren voor de entiteiten, dan kunt u gebruik maken van views die worden aangemaakt bij de deployment. De views hebben altijd de repository naam van de entiteittypes. Alle gegevens van de entiteiten kunt u door middel van de views opvragen. Meer informatie over het inrichten van templates kunt u nalezen in de handleidingen die worden meegeleverd met de MS Word Merge Add-on. U richt vervolgens de knop in Solution Builder bijvoorbeeld als volgt in: De definities van Parameters voor de verschillende onderdelen uit de XML Parser zien er bijvoorbeeld als volgt uit: Onderdeel PROJECT VERZOEK CRM HRM Parameters definitie?category=project&project=[projectnr]&contact=[contactid]&templateid=<id>?category=verzoek&requestid=[verzoekhid]&templateid=<id>?category=crm&id=[relatienr]&contact=[contactid]&templateid=<id>?category=hrm&id=[medewerkernr]&templateid=<id> LET OP: De parameter Category is hoofdlettergevoelig. Zoals u in bovenstaande tabel ziet, is het mogelijk om een parameter templateid mee te geven. Wanneer u gebruik maakt van de templateid, zorgt u ervoor dat het na klikken op de mergeknop het niet meer nodig is om eerst nog een template te kiezen. Er wordt dan direct samengevoegd met de in de knop ingestelde template. In het scherm Add-on Inrichting MS Word Merge Add-on SE: Onderhoud Word Templates vindt u in de laatste kolom Template de betreffende nummers van de Word Merge templates. U vervangt in de Parameters -definitie van de knop de <id> door het nummer van de template. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 98 van 127

99 LET OP: De parameters Category, Project, RequestID en ID dienen verplicht ingesteld te worden in de knop. Parameter templateid is optioneel. Als u gebruik maakt van deze parameter, dient u bij onderdelen PROJECT en CRM ook verplicht gebruik te maken van parameter Contact, wanneer u velden uit de onderdelen CRM en CONTACT wilt gebruiken in uw Word template Verwijzing naar externe URL Wilt u vanuit de entiteit naar een extern webadres door kunnen klikken, waarbij bijvoorbeeld adresgegevens vanaf de entiteitkaart al zijn voorgevuld dan kunt u dit als volgt realiseren: Zorg ervoor dat de betreffende velden zijn aangemaakt en zijn toegevoegd aan het entiteittype. Deze velden kunt u tussen rechte haken [ ] ook gebruiken in externe webadressen. LET OP: Bevat een URL van zichzelf ook rechte haken, dan dient u deze dubbel - [[ ]] - in te voeren. Wanneer u bijvoorbeeld in Google Maps (geopend in Internet Explorer) een straat en plaats zoekt, kunt u in het resultaat op Link klikken om de betreffende URL op te zoeken: https://maps.google.nl/maps?q=rietveldenweg+72,+den+bosch&hnear=rietveldenweg+72,+5222+as +'s-hertogenbosch&t=m&z=16 Vervang de ingevulde straat en plaats door de entiteitvelden en verwijder overbodige delen, waarmee de URL er als volgt uit gaat zien: Bij het inrichten van een knop scheidt u de parameters van de URL: LET OP: Sommige externe websites kunnen niet in een iframe geopend worden. In dat geval is het noodzakelijk Open link in nieuw scherm aan te vinken. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 99 van 127

100 8.6 Reguliere expressies In tekstvelden kunt u gebruik maken van zogenaamde reguliere expressies. Een reguliere expressie vormt een patroon die u kunt gebruiken om tekenreeksen te doorzoeken. Met behulp van reguliere expressies kunt u bepalen dat de ingevoerde gegevens moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden; bijvoorbeeld een tekenreeks mag alleen bestaan uit cijfers of in het tekstveld moet en. voorkomen. Reguliere expressies kunt u handig toepassen bij de controle van ingevulde gegevens in de tekstvelden. Op internet is veel informatie en gedetailleerde uitleg te vinden over het toepassen van reguliere expressies. Een aantal voorbeelden: Invullen van een Nederlandse postcode Een expressie voor een Nederlandse postcode kan er als volgt uitzien: ^[0-9]{4}( )?[A-Za-z]{2}$ Een reguliere expressie begint met een ^ en eindigt met een $. De tekenreeks die u invoert in het tekstveld moet beginnen met 4 cijfers tussen 0 en 9 ([0-9]{4}). Daarop mag 1 spatie volgen, maar dat hoeft niet (( )?). Vervolgens dienen er nog twee hoofd- en/of kleine letters te volgen tussen a en z ([A-Za-z]{2}). Deze expressie zal de ingevoerde waardes 5222AB, 6143 ST en 1498bc als geldige postcodes beschouwen Invullen van een adres Op internet zijn diverse variaties te vinden voor het valideren van mailadressen. Bijvoorbeeld de volgende expressie: De expressie begint met ^ en eindigt met $. De tekenreeks moet beginnen met letters of cijfers en kan gevolgd worden door letters, cijfers of underscore, punt of streepje ([a-z0-9][a-z0-9_.\-]) en het patroon mag 0 of meerdere keren voorkomen (*). Hierna volgt een apenstaart Vervolgens mogen letters of cijfers met een punt erachter (([a-z0-9+\.)*) volgen, dan cijfers, letters en streepjes met een punt erachter ([a-z0-9][a-z0-9\-]+\.) en tot slot moet de zogenaamde TLD (nl, com, biz) worden toegevoegd welke bestaat uit 2 tot 6 letters ([a-z]{2,6}). De waarden en zullen als geldige mailadressen worden beschouwd. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 100 van 127

101 8.7 Voorbeelden van tabbladen In tabbladen kunt u zoektemplates van verschillende entiteiten tonen, een Synergy-pagina of een externe URL of MS Reporting Services Integrator rapporten. In deze paragraaf worden een aantal voorbeelden besproken van de verschillende opties. Alle velden die in het entiteittype zijn gedefinieerd kunt u als parameter meegeven aan de tabbladen, zodat u filters kunt leggen op de pagina s die in de tabbladen worden getoond. Dit doet u door de repository naam van het betreffende veld tussen rechte haken [ ] op te nemen in het parameterveld. In paragraaf 8.8 vindt u een beschrijving over hoe u de parameters kunt achterhalen. Zie ook bijlage I voor een opsomming van de meest gebruikte parameters voor verzoeken en documenten Tabblad op basis van een publieke zoektemplate Voordat u een tabblad kunt definiëren op basis van een zoektemplate, dient u een publieke zoektemplate te hebben aangemaakt voor het gewenste onderdeel uit Synergy. Hoe u dit doet, leest u in paragraaf 8.9. Heeft u bij Type in het tabblad een van de Synergy-entiteiten gekozen, dan kunt u bij Template de voorgedefinieerde zoektemplate selecteren uit het uitklapmenu. De titelbalk, knoppen en zoekvelden die normaal in Synergy Enterprise in het resultaat van een zoektemplate getoond worden, worden in een tabblad op de entiteitkaart standaard niet weergegeven. Wilt u de titelbalk, knoppen en zoekvelden wel beschikbaar hebben, dan kunt u de volgende extra parameters toevoegen bij Parameters : &showheader=1 &showsearchbuttons=1 &showsearchfields=1 De titelbalk van de zoektemplate wordt getoond. De knoppen van de zoektemplate worden getoond. De velden van de zoektemplate worden getoond. Wilt u dat de titelbalk, knoppen en velden niet getoond worden, dan zet u de parameters op 0 of u gebruikt ze niet. Een tabblad met een zoektemplate op verzoeken ziet er bijvoorbeeld als volgt uit: Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 101 van 127

102 8.7.2 Tabblad op basis van een URL De URL die u in een tabblad instelt, kan een verwijzing zijn naar een Synergy-pagina, zoals een medewerkerkaart van de entiteitverantwoordelijke. Maar u kunt ook een externe URL in een tabblad tonen, bijvoorbeeld Google Maps met een locatie voorgevuld. U gaat in beide gevallen op dezelfde manier te werk als bij het gebruik van een URL bij knoppen en/of hyperlinkvelden, zoals beschreven in paragraaf MS Reporting Services Integrator rapportage in tabbladen Wanneer u de add-on MS Reporting Services Integrator SE heeft geïnstalleerd, krijgt u bij het aanmaken van nieuwe tabbladen de mogelijkheid om de optie Rapporten te kiezen. De rapporten dienen dan wel correct als bijlage te zijn gekoppeld aan een Synergy document. Maak allereerst een MRS rapport aan met de juiste parameters. Bijvoorbeeld de volgende dataset: Met de volgende lay-out: Koppel het MRS rapport aan de add-on MS Reporting Services Integrator SE met de juiste parameter(s). Meer informatie hierover vindt u in de handleiding Installation & Configuration MS Reporting Services Integrator SE. In de rapportdefinitie zet u de betreffende parameter(s) op Verborgen : Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 102 van 127

103 Maak in Solution Builder tot slot een tabblad aan en kies bij Type de optie Rapporten. Bij Template kiest u via het uitklapmenu het juiste MRS rapport. Definieer tevens de Parameters uit het rapport: De titelbalk, knoppen en zoekvelden die normaal in het rapport getoond worden, worden in een tabblad op de entiteitkaart standaard niet weergegeven. Wilt u de titelbalk, knoppen en zoekvelden wel beschikbaar hebben, dan kunt u de volgende extra parameters toevoegen bij Parameters : &showheader=1 &showsearchbuttons=1 &showsearchfields=1 De titelbalk van het rapport wordt getoond. De knoppen van het rapport worden getoond. De velden van het rapport worden getoond. Het resultaat in een entiteitkaart waar het tabblad aan is toegevoegd, kan bijvoorbeeld zijn: Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 103 van 127

104 Voor het definiëren van de rapporten kunt u gebruik maken van views die worden aangemaakt bij de deployment. De views hebben altijd de repository naam van de entiteittypes. Alle gegevens van de entiteiten kunt u door middel van de views opvragen. 8.8 Achterhalen parameters Weet u niet precies welk parameters (ook wel repository eigenschap) u kunt gebruiken bij knoppen, tabbladen of triggers, dan kunt u naar de Synergy-pagina gaan waaruit u de waarde op wilt halen. Klik met de rechter muisknop op de pagina en kies voor Bron weergeven. In de broncode zoekt u het betreffende veld op en daarbij staat voor bijvoorbeeld het veld Medewerker een <input id= EmployeeID > vermeld. EmployeeID is dus de parameter die u zoekt. Wanneer u de parameters van bijvoorbeeld een medewerker- of relatiekaart wilt achterhalen, dient u eerst op Bewerken te klikken, waarna u de bron oproept om de input id te vinden. In bijlage I staan de meest gebruikte parameters opgesomd voor verzoeken en documenten. 8.9 Definiëren publieke zoektemplates Voor overzichten, tabbladen en koppelingen maakt u gebruik van publieke zoektemplates. In een zoektemplate worden zoekcriteria opgeslagen die u vaak gebruikt, zodat u deze criteria niet steeds opnieuw hoeft in te voeren. Zoektemplates kunnen verwijzen naar onderdelen uit Synergy zoals verzoeken of relaties, maar kunnen ook verwijzen naar entiteiten van Solution Builder. Om een zoektemplate aan te maken, gaat u naar een zoekscherm van het gewenste onderdeel in Synergy, bijvoorbeeld verzoeken. Vul de gewenste zoekcriteria in. Wanneer u een zoektemplate wilt maken van entiteiten, dient u eerst het entiteittype te definiëren, dan een deployment uit te voeren (zie hoofdstuk 7) en daarna de zoektemplate aan te maken. Zodra de zoekcriteria naar wens zijn, klikt u op de knop Bewaren (1). Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 104 van 127

105 Vul bij Nieuw een omschrijving in of kies Bestaand om een bestaande template te overschrijven. U dient de optie Publiek (1) aan te klikken om deze zoektemplate te kunnen gebruiken in de tabblad, overzichten en koppelingen. Klik op OK om de zoektemplate op te slaan Entiteiten uitwisselen via Exact Entity Services Wanneer u bijvoorbeeld een website met portaalgedeelte (beveiligd) heeft, waarin u een koppeling wilt maken met entiteiten om gegevens uit te wisselen en op te vragen, kunt u gebruik maken van de Exact Entity Services. Per entiteittype dient u deze na iedere deployment opnieuw handmatig te genereren. Ga daarvoor naar Add-on Inrichting Deployment. Klik op de knop Genereer metadata. Na enige tijd verschijnt de melding Gereed. Hiermee worden in map services in de programmatuurmap van Synergy de bestanden Exact.Entity.CSNob1799<code entiteittype>.svc per entiteittype aangemaakt. Deze SVC-bestanden kunt u dan vanuit een externe applicatie aanspreken, op dezelfde manier als u dat met de standaard entiteiten van Exact Synergy doet. Voor meer informatie over de Exact Entity Services verwijzen wij u naar documenten en op de Exact Customer Portal. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 105 van 127

106 9 Configuratie exporteren en importeren Vaak wordt gewerkt met een testomgeving van Exact Synergy Enterprise en een productieomgeving, waarin live gewerkt wordt. In de testomgeving wordt eerst bekeken of bepaalde inrichting correct functioneert, voordat deze inrichting overgenomen wordt in de live productieomgeving. Om het overnemen van de volledige configuratie van Solution Builder van de testomgeving naar de productieomgeving te vergemakkelijken, heeft u de export- en importfunctionaliteit tot uw beschikking. 9.1 Exporteren Om de configuratie van Solution Builder te exporteren gaat u naar Add-on Inrichting Solution Builder: Exporteren. U kunt uw inrichting filteren op entiteit- Code of op de datum waarop de laatste wijzigingen in uw configuratie hebben plaatsgevonden. Vervolgens vinkt u bij het onderdeel Types aan welke onderdelen u uit uw Solution Builder configuratie wilt exporteren. Met het -icoon klapt u de aan een entiteittype gekoppelde onderdelen (velden, knoppen, tabbladen, enzovoorts) uit. Met het -icoon klapt u de entiteittype- regel weer in. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 106 van 127

107 Het exportscherm bestaat uit een aantal vaste onderdelen: Alles selecteren Termen Instellingen <Entiteitgroep> <Entiteittype> Groep, Lijsten, Type, Zoektemplates, Koppelingen, Statussen, Vervolgstatussen, Monitor, Secties, Velden, Tabbladen, Knoppen, Overzichten, Triggers, Functierollen Alle onderdelen worden geselecteerd of gedeselecteerd. De volledige Solution Builder configuratie wordt meegenomen respectievelijk niet meegenomen in de export. Wanneer u Termen aanvinkt, worden alle termen meegenomen in de export. Zie hoofdstuk 12 voor meer informatie over termen. Alle instellingen uit de instellingenpagina worden meegenomen in de export. Behalve de Licentiesleutel. Tevens dient u in uw importomgeving te controleren of het juiste verzoektype is gekoppeld bij de optie Verzoek werkstroom. Zie paragraaf 4.3 voor meer informatie over instellingen. De volledige configuratie van de entiteitgroep wordt meegenomen in de export, inclusief de entiteittypes die onder de groep zijn gedefinieerd en de gekoppelde onderdelen als velden, tabbladen, knoppen, enzovoorts. De volledige configuratie van het entiteittype wordt meegenomen in de export, inclusief de gekoppelde onderdelen als velden, tabbladen, knoppen, enzovoorts. Alle aan een entiteittype gekoppelde onderdelen kunnen afzonderlijk van elkaar worden meegenomen in de export. LET OP: Houd er rekening mee dat bepaalde onderdelen aan elkaar gekoppeld zijn. Wanneer u bijvoorbeeld wel Tabbladen aanvinkt, maar Zoektemplates niet meeneemt in de export, kan dit voor foutmeldingen zorgen in de importomgeving. Daarom is het voor een nieuwe export en import het veiligst om alle onderdelen van een entiteittype mee te nemen in de export. Bij de export worden ook alle beveiligingsinstellingen meegenomen. Wanneer u rollen en/of functierechten heeft gekoppeld, controleert u dan wel of deze al bestaan in uw importomgeving en koppel daar desgewenst de juiste rollen en/of functierechten. Heeft u de gewenste onderdelen geselecteerd voor de export, dan klikt u op de knop Exporteren. Er verschijnt een voortgangsbalk: Deze geeft tot slot Gereed weer en er zal een pop-up verschijnen (vanaf Internet Explorer een balk onderin het scherm) waarin u gevraagd wordt waar u het exportbestand wilt Opslaan. Standaard krijgt het exportbestand de naam SBExport_<jaar><maand><dag><uren><minuten><seconden>[ ].XML, maar u kunt deze desgewenst aanpassen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 107 van 127

108 9.2 Importeren Het geëxporteerde XML-bestand met de complete configuratie van Solution Builder kunt u importeren in een andere Synergy-omgeving, bijvoorbeeld uw productieomgeving. Ga voor de import naar Add-on Inrichting Solution Builder: Importeren : Bij Importbestand selecteert u via de knop Bladeren het geëxporteerde XML-bestand. Eventueel kunt u Automatisch deployen na de import aanvinken, zodat automatisch na de import de deployment wordt uitgevoerd. Klik op Open. Vervolgens vinkt u de onderdelen aan die u uit het exportbestand wilt importeren. Zie de voorgaande paragraaf voor meer informatie over de verschillende Types. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 108 van 127

109 Klik nu op Importeren. In het scherm dat volgt, dient u voor referenties op te geven wat er gekoppeld dient te worden. Zo kunt u bijvoorbeeld bij een entiteittype een Beleid -document gekoppeld hebben vanuit de export, maar deze in de importomgeving niet mee willen nemen. Ook kunt u in labelvelden een ander Document in uw importomgeving willen tonen dan dat vanuit de export meekomt (in bovenstaande schermafdruk weergegeven als Lijstwaardes Bestaande bouw (BESTAAND). Referentievelden waarin een standaardwaarde is gekoppeld, zullen ook in dit scherm getoond worden. Wanneer gekoppelde gegevens, zoals een document of een medewerker, niet herkend worden in de importomgeving, staan de regels standaard op Wissen. Dit betekent dat de referenties leeg gemaakt zullen worden. Worden gegevens herkend, dan is standaard Oude geselecteerd. In het veld ernaast ziet u de gekoppelde gegevens geselecteerd. Kiest u voor Nieuw, dan wordt het veld gewist en kunt u via het loepicoon een nieuwe waarde koppelen. Klik tot slot op Importeren. In de statusbalk kunt u de voortgang van de import controleren. Wanneer de melding Afgehandeld met fouten verschijnt, heeft u de mogelijkheid om op de knop Fouten te klikken. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 109 van 127

110 De meldingen worden getoond: Wanneer gegevens bijvoorbeeld niet bestaan, kan het zijn dat deze vanuit de export niet meegenomen zijn, ze niet in uw importomgeving bestaan of dat u ze niet heeft aangevinkt voor de import. LET OP: Bij gebruik van de add-on MS Reporting Services Integrator SE zullen rapporten niet geïmporteerd kunnen worden. Deze dient u handmatig in de importomgeving aan te maken voordat u de import uitvoert. Controleer en corrigeer uw gegevens en probeer opnieuw te importeren via Add-on Inrichting Solution Builder: Importeren (eventueel voorafgegaan door een nieuwe export vanuit uw exportomgeving). Geeft de statusbalk Gereed aan en had u de optie Automatisch deployen na de import aangevinkt, dan zal automatisch de deployment opstarten. Anders dient u handmatig nog op de knop Deployment te klikken. Meer informatie over deployment leest u in hoofdstuk 7. Na de import en deployment in uw importomgeving, zal alle geïmporteerde configuratie van Solution Builder direct beschikbaar zijn voor gebruik. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 110 van 127

111 10 Entiteiten synchroniseren met Exact Globe Het is mogelijk om de entiteiten als projecten te synchroniseren met Exact Globe. Hiervoor wordt bij Solution Builder het achtergrondproces CSNobEntScheduler gebruikt. Via een XML-bestand wordt de export vanuit Synergy volgens een ingestelde schedule gerealiseerd. Voor het importeren van projecten vanuit Globe in Synergy, dient u gebruik te maken van de standaard functionaliteiten van Exact middels de background job ASImport Benodigde Synergy instellingen Toevoegen velden bij entiteittypen U kunt zelf bepalen welke entiteiten van welke entiteittypen er meegenomen moeten worden met de export naar Globe. Het is aan te raden hiervoor het automatisch aangemaakte type Project te gebruiken. Zorg er wel voor dat het Ja/Nee-veld SynchronizeGlobe en het lijstveld ProjectType zijn toegevoegd aan het entiteittype. Deze velden zijn standaard aanwezig wanneer u Solution Builder heeft geïnstalleerd. Het veld ProjectType dient verplicht te zijn op het entiteittype. Bij het aanmaken van een entiteit van dit type kunt u het veld SynchronizeGlobe aan- of uitvinken. Bij de export naar Globe worden alleen die entiteiten meegenomen waarbij de optie SynchronizeGlobe is aangevinkt. Het inrichten van entiteittypen staat beschreven in hoofdstuk 5. LET OP: Houd er rekening mee dat er meer noodzakelijke velden aanwezig dienen te zijn om alle gewenste gegevens te kunnen importeren in Exact Globe. Denk aan gegevens als de kostenplaats. Voor een correcte export naar Exact Globe dient rekening gehouden te worden met overige randvoorwaarden, zoals, afhankelijk van het projecttype, het aanwezig zijn van medewerkers, relaties, artikelen en dergelijke in de Globe database Standaard entiteittype opgeven Bij projecten in Exact Globe kunt u geen onderscheid maken in verschillende (entiteit)types. Om alle projecten die uit Globe worden geïmporteerd onder hetzelfde entiteittype op te slaan, legt u een standaard type vast. Kies daarvoor bij de optie Standaard entiteittype op de instellingenpagina het betreffende entiteittype dat als standaard moet gelden (zie paragraaf 4.3). Wanneer een entiteit bij import nieuw wordt aangemaakt, dan krijgt deze het Standaard entiteittype. Bestaat de entiteit bij import al met een ander entiteittype, dan behoudt de entiteit dat andere type. Standaard wordt bij Standaard entiteittype Project ingesteld. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 111 van 127

112 10.2 Entiteiten exporteren naar Exact Globe De CSNobEntScheduler kan op een aantal manieren worden ingesteld. De standaard en meest stabiele methode is via een SQL Job in de SQL Server Agent. Deze methode wordt daarom ook aangeraden. In specifieke gevallen kan ervoor gekozen worden om hiervan af te wijken. De CSNobEntScheduler wordt uitgevoerd door de standaard executable Exact.Process.exe. Deze executable bevindt zich in de Bin-map in de Synergy programmatuurmap en voert alle achtergrondprocessen uit. De verschillende achtergrondprocessen zijn DLL-bestanden die door de executable worden aangeroepen via parameters. U dient de volgende parameters mee te geven: /DBCONFIG /ASSEMBLY /CLASS /M: /A: /P: De naam van de Synergy virtual directory. Refereert naar de DLL die de betreffende functie bevat. Refereert naar de specifieke functie in de DLL. Bepaal dat geëxporteerd moet worden naar Globe. Waarde: Export = alleen entiteiten met optie SynchronizeGlobe aangevinkt worden geëxporteerd naar Globe. Het divisie nummer. Geef het pad en een naam voor het aan te maken XML-bestand op. LET OP: De parameters zijn hoofdlettergevoelig. U stelt het achtergrondproces als volgt in: <Synergy directory>\bin\exact.process.exe /DBCONFIG:<naam van de Synergy virtual directory> /ASSEMBLY:CSNobEnt.Scheduler /CLASS:CSNobEntScheduler /M:<Export> /A:<divisienummer> /P:<directory\bestandsnaam>.xml LET OP: Bij het gebruik van spaties in de <Synergy directory> dient u het gehele menupad te omsluiten met dubbele aanhalingstekens. Bijvoorbeeld een export naar Globe: C:\Program files\exact Synergy\bin\Exact.Process.exe /DBCONFIG:SynSB /ASSEMBLY:CSNobEnt.Scheduler /CLASS:CSNobEntScheduler /M:Export /A:001 /P:C:\Temp\Export.xml Let op het gebruik van hoofdletters! SQL Job Zoals gezegd is het aan te raden de background job in te stellen als SQL Job. Start de SQL Server Management Studio en klik met de rechter muisknop op <SQL Server> SQL Server Agent Jobs. Kies New Job. Vul een logische Name in. Bij Owner is het meest gebruikelijk om sa in te vullen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 112 van 127

113 LET OP: Het account (de owner) waaronder de job draait, moet dezelfde zijn als waaronder de SQL Server Agent draait. Daarnaast moet het account toegang hebben tot de Synergy en Globe databases. Ga naar Steps en kies New. Geef een Step name op en kies bij Type voor Operating system (CmdExec). Vul bij Command het commando zoals hierboven beschreven: <Synergy directory>\bin\exact.process.exe /DBCONFIG:<naam van de Synergy virtual directory> /ASSEMBLY:CSNobEnt.Scheduler /CLASS:CSNobEntScheduler. /M:<import of export> /A:<divisienummer> /P:<directory\bestandsnaam>.xml. Bij Run as kiest u bij gebruik van SQL 2005 voor SQL Server Agent Service Account. Bij gebruik van SQL 2008 dient u eerst nog een proxy in te stellen en deze vervolgens te selecteren bij Run as. Meer informatie over het instellen van een proxy kunt u nalezen in paragraaf Klik op OK en vul bij Scheduled New nog een schedule in waarop de job moet draaien. Controleer tot slot bij General of Enabled is aangevinkt en klik op OK om de job te activeren. LET OP: Zorg ervoor dat de SQL Server Agent altijd draait Proxy instellen in SQL 2008 Zoals eerder vermeld, dient u bij gebruik van SQL 2008 een proxy in te stellen om SQL jobs te kunnen laten draaien. Allereerst maakt u hiervoor een nieuwe credential aan. Klik met de rechter muisknop op Security Credentials en kies voor New Credential. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 113 van 127

114 Het account dat u hier instelt, dient voldoende rechten te hebben binnen Synergy en is daarom ook het account waaronder de SQL Server Agent en de job zal draaien. Klik vervolgens met de rechter muisknop op SQL Server Agent Proxies en kies voor New Proxy. Geef een Proxy name op en kies bij Credential name de credential die u zojuist heeft ingesteld. Bij Active to the following subsystems vinkt u de optie Operating system (CmdExec) aan. Klik tot slot op OK. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 114 van 127

115 Geplande Taak Een soortgelijke methode als de SQL Job is een Geplande Taak. Deze is toe te voegen via het Windows Configuratiescherm. In de Wizard Taak plannen klikt u Volgende. Klik in het volgende scherm op Bladeren en navigeer naar de Exact.Process.exe. Kies hoe vaak u de job wilt draaien, bijvoorbeeld Dagelijks. Klik Volgende en vul in op welke tijden u de job wilt draaien. Klik Volgende. U vult hier de gebruikersnaam in waaronder de job moet draaien. LET OP: De gebruikersnaam dat u hier invult moet toegang hebben tot de Synergy database. Klik Volgende en vink de optie Geavanceerde eigenschappen voor deze taak openen wanneer ik op Voltooien klik aan en klik Voltooien. Vul het veld Uitvoeren aan met de parameters zoals hierboven vermeld en zorg ervoor dat Ingeschakeld (de geplande taak wordt op de ingestelde tijd gestart) is aangevinkt. Klik op OK om de geplande taak te activeren. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 115 van 127

116 Uitlezen XML-bestanden via ASImport De CSNobEntScheduler maakt tijdens het uitvoeren een XML-bestand aan. Het bestand is terug te vinden in het pad dat is opgegeven in parameter /P: en draagt de opgegeven naam. In het XMLbestand zijn de gegevens opgenomen als projecten. Het XML-bestand kunt u tot slot via de standaard Exact background job ASImport uitvoeren om de gegevens te exporteren naar Globe. Wij verwijzen u naar de documentatie van Exact voor de juiste instellingen. LET OP: Stel de ASImport in om projecten te kunnen importeren. Het is ook mogelijk om het XML-bestand handmatig te exporteren. Ga in Globe naar XML Overige import Projecten. Kies het Bestand en klik op Klaar Globe-projecten importeren in Synergy-entiteiten Wilt u vanuit Exact Globe projecten importeren in Synergy-entiteiten, dient u gebruik te maken van de standaard Exact background job ASImport. Projecten vanuit Globe worden in Synergy geïmporteerd en aangemaakt onder het entiteittype waarbij Is standaard type is aangevinkt in de definitie. Wij verwijzen u naar de documentatie van Exact voor de juiste instellingen. LET OP: Stel de ASImport in om projecten te kunnen exporteren. Het is ook mogelijk om de XML-bestanden handmatig te importeren. Ga in Globe naar XML Overige export Projecten. Kies het Bestand en klik op Klaar. In Synergy kunt u gaan naar Systeem Inrichting XML: Importeren, kies Onderwerp Projecten, selecteer de juiste Divisie en kies het Bestand middels Bladeren. Klik (eventueel na eerst Valideren ) tot slot op Importeren om de projecten te importeren Troubleshooting Wanneer de CSNobEntScheduler wel draait, maar het exportbestand bijvoorbeeld niet wordt aangemaakt, kunt u een tekstbestand CSNobEnt.Debug.txt aanmaken op de C-schijf. De background job zal dan automatisch de stappen die uitgevoerd worden melden in het tekstbestand, inclusief de mogelijke foutmeldingen. Aan de hand hiervan kunt u achterhalen wat de problemen zijn en deze oplossen. LET OP: Verwijder het tekstbestand na het oplossen van de problemen, omdat het aanzienlijk kan groeien. Loggegevens worden ook in Synergy weergegeven onder Systeem Overzichten Log: Processen. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 116 van 127

117 11 Bekende meldingen 11.1 Overlappende nummerreeks Bij een entiteittype geeft u een Nummerreeks op. Wanneer u hier een reeks invult die al bij een ander entiteittype in gebruik is, of de nummerreeks van een ander entiteittype overlapt, verschijnt deze melding. Controleer de nummerreeks en pas deze indien nodig aan Vreemde tekens in velden Er mogen bij het onderhoud van velden geen vreemde tekens of!) zijn gebruikt in de Kolomnaam en/of Repository naam. Controleer de gegevens en pas ze indien nodig aan Verwijderen onderdelen Wanneer een sectie, knop, tabblad, etc. in gebruik is bij een of meerdere entiteittypes, kan deze niet verwijderd worden. Wanneer u op de knop Verwijderen in het onderhoud klikt, zal deze melding verschijnen. Verwijder de sectie, knop, etc. dus eerst van alle entiteittypes voordat u hem definitief verwijdert. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 117 van 127

118 11.4 Selectie in een referentieveld Wanneer bij het onderhoud van een referentieveld een verkeerde waarde is ingevuld in veld Selectie, verschijnt deze melding na klikken op de knop Tonen of op het loepicoon bij Standaardwaarde. In de foutenlog van Synergy onder Systeem Overzichten Log: Fouten vindt u na klikken op Tonen de volledige foutmelding, zodat u precies kunt achterhalen wat er verkeerd is ingevuld. Controleer de selectiegegevens in het referentieveld en pas ze aan indien nodig. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 118 van 127

119 11.5 Verplichte velden bij entiteittype Bij het onderhoud van een entiteittype dienen de volgende velden altijd in een willekeurige sectie zijn toegevoegd: InitialStartDate & InitialEndDate Division Description Responsible ProjectNr VisibleMember Security Wanneer deze velden niet aanwezig zijn, verschijnt daar een melding van zodra op Bewaren wordt geklikt bij het entiteittype. Voeg de betreffende velden alsnog toe Veld bestaat al Wanneer een nieuw veld wordt aangemaakt en er wordt een naam gebruikt die al bestaat, wordt daar melding van gedaan. Pas de Naam van het veld aan en let erop dat ook de Kolomnaam en Repository naam aangepast worden. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 119 van 127

120 11.7 Standaard entiteittype opgeven Om gebruik te kunnen maken van een import vanuit Exact Globe naar Synergy (zie hoofdstuk 10), dient u verplicht een entiteittype als standaard aan te merken. U doet dit door op de instellingenpagina de optie Standaard entiteittype in te stellen. Is er geen enkel entiteittype aangemerkt als standaard, verschijnt bovenstaande melding Standaard functierol opgeven Deze melding verschijnt onder de knop Functierollen in de definitie van een entiteittype. U dient verplicht een standaard functierol op te geven voor elk entiteittype. Wanneer u een relatie koppelt aan een entiteit van dit type, zal de hoofdcontactpersoon van de relatie automatisch standaard in deze functierol gekoppeld worden aan de entiteitkaart onder de knop Contactpersonen Gereserveerde code bij aanmaken entiteit wordt niet vrijgegeven Bij het aanmaken van een nieuwe entiteit wordt, afhankelijk van de instellingen, een gereserveerde code automatisch voorgevuld. Wanneer u ervoor kiest om de nieuwe entiteit niet op te slaan, dan wordt de gereserveerde code niet vrijgegeven. Dit houdt in dat u bij het aanmaken van weer een nieuwe entiteit het eerstvolgende nummer te zien krijgt. Deze functionaliteit is zo bepaald om het volgende te voorkomen: Wanneer meerdere mensen tegelijkertijd een nieuwe entiteit zouden aanmaken, krijgen zij allen dezelfde gereserveerde code te zien. Heeft iemand met die code de entiteit opgeslagen en slaat de volgende gebruiker een entiteit op, dan krijgt die laatste persoon een foutmelding dat het gegeven reeds bestaat. Een andere mogelijkheid is dat na opslaan van de entiteit, deze ineens een andere code meekrijgt dan u in eerste instantie zag. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 120 van 127

121 11.10 Niet toegestaan om referentieknop toe te voegen Wanneer u een referentieknop wilt toevoegen aan een entiteittype en het daarbij ingestelde referentieveld is nog niet toegevoegd aan het entiteittype, dan komt deze melding. Zorg er daarom altijd voor dat de velden die zijn ingesteld bij Referentie ook zijn toegevoegd aan het entiteittype Niet voldoende rechten bij deployment Tijdens de deployment kunnen er verschillende foutmeldingen optreden: Bovenstaande foutmelding verschijnt wanneer u geen lees, wijzig, verwijder en schrijfrechten heeft op de programmamap van Synergy. Deze foutmelding verschijnt wanneer u geen lees-, wijzig-, verwijder- en schrijfrechten heeft op de BIN, DOCS, SQL en/of XML-map in de programmamap van Synergy. In hoofdstuk 6 staat beschreven hoe u de betreffende rechten instelt Problemen met (standaard) projecten Bij een installatie van Solution Builder op een bestaande Synergy omgeving (zie paragraaf 3.5), worden de standaard Synergy-menuopties voor projecten verwijderd en vervangen door de menuopties van Solution Builder. De menuopties zullen automatisch worden toegevoegd voor alle gebruikers. Wanneer u echter de standaard menuopties had toegevoegd, kan er een foutmelding verschijnen: Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 121 van 127

122 Dit heeft ermee te maken dat de menuopties nog in de cache van uw internetbrowser kunnen staan. In dit geval klikt u op Voorkeuren en voegt u handmatig de menuopties toe. Vanaf versie 6 van Solution Builder kan het voorkomen dat de optie Project uit Voorkeuren is verdwenen voor de gebruikers. Dit heeft te maken met een bepaald back-upbestand dat niet volledig is aangemaakt in de voorgaande versies. Om dit probleem op te lossen, dient u een update van Synergy Enterprise uit te voeren. Voer hierna ook een deployment uit (zie hoofdstuk 7) DLL-bestanden geblokkeerd Bij het gebruik van Solution Builder op een Windows 2008 R2 Server kan de volgende foutmelding verschijnen: Request for the permission of type 'System.Web.AspNetHostingPermission, System, Version= , Culture=neutral, PublicKeyToken=b77a5c561934e089' failed., Application = WflSearch.aspx, Source = CSNOBWord.Extension, Function = Void AfterInit(), Stack = CSNOBWord.Extension.WflSearchWordMerge.AfterInit() Deze melding heeft ermee te maken dat Windows de DLL-bestanden van Solution Builder heeft geblokkeerd. De DLL-bestanden van Solution Builder vindt u in de Bin-map van de Synergy programmatuurmap. Wanneer u in de eigenschappen van de DLL-bestanden (klik met de rechter muisknop op de bestanden en kies Eigenschappen ) de volgende melding ziet, dient u op Unblock te klikken om de DLL-bestanden te deblokkeren: Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 122 van 127

123 12 Termen onderhouden Voor add-ons kunt u maatwerktermen opgeven voor onder andere label- en omschrijvingvelden. Tevens is er een veld Term ID aanwezig in de verschillende onderhoudschermen van de add-on. Hierin vult u een nummer in. Dit nummer bepaalt de term die gebruikt moet worden voor het label of de omschrijving, maar dit bepaalt ook de taal waarin het label of de omschrijving verschijnt, afhankelijk van de taalinstellingen binnen Synergy. U kunt gebruik maken van termnummers die standaard in Synergy aanwezig zijn, maar u kunt ook eigen termen definiëren. Ook voor de onderhoudschermen van de add-on zelf zijn termen gedefinieerd, welke u desgewenst kunt aanpassen voor de verschillende talen waaronder u Synergy gebruikt. Termen onderhoudt u in Synergy via Add-on Inrichting Add-on Menu: Termen. LET OP: Om termen te komen onderhouden heeft u functierecht 439 nodig. Door dit functierecht te koppelen aan bepaalde rollen en die rollen vervolgens te koppelen aan medewerkers, kunt u zelf bepalen wie er verantwoordelijk is voor het onderhouden van de termen. Na opnieuw inloggen kan de medewerker de termen verder onderhouden. Het volgende scherm wordt geopend: Kies bij Taal de taal waarin de term voorkomt, vink eventueel Alle aan of geef een waarde in bij Termen, ID en/of Aangepast. Klik op Tonen (of Actualiseren ) om het overzicht van alle beschikbare termen te tonen die aan uw zoekcriteria voldoen. Open een term om wijzigingen aan te brengen. TIP: Over het algemeen zijn de maatwerktermen te vinden door te zoeken via het veld Aangepast met de optie Alle aangevinkt. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 123 van 127

124 12.1 Nieuwe term toevoegen Klik op de knop Nieuw. Het veld ID is standaard ingevuld met een nieuw nummer. U kunt nu een nieuwe term aanmaken. Vul de term bij de gewenste taal in. Wanneer u op Bewaren klikt, zal de term automatisch in de overige velden gevuld worden. U kunt desgewenst ook per taalveld de term invullen in de betreffende taal. Wanneer u het nummer in het ID -veld aanpast en er bestaat al een term met dat nummer, dan zal die term weergegeven worden in de beschikbare talen zodra u de cursor in een van de taalvelden plaatst. U kunt nu desgewenst de termen per taal aanpassen Talen toevoegen Bij termen wordt uitgegaan van actieve talen bij medewerkers en contactpersonen en talen die zijn toegevoegd aan de databasetabel CSNobMnuLanguages. Desgewenst kunt u talen toevoegen voor het gebruik van de maatwerktermen. Ga naar Add-on Inrichting Termen: Zoeken en kies een gewenste taal in het uitklapmenu bij Taal. Klik op Toevoegen. De nieuwe taal wordt aan alle aanwezige termen toegevoegd. U kunt nu bestaande termen zoeken en de nieuw toegevoegde taal vullen of nieuwe termen aanmaken in de nieuwe taal. Eddon Software BV Solution Builder SE 25 juni 2015 pagina 124 van 127

Installation & Configuration Solution Builder SE

Installation & Configuration Solution Builder SE Eddon Software BV Rietveldenweg 82 5222 AS s Hertogenbosch The Netherlands T +31 (0)88-235 66 66 F +31 (0)88-235 66 77 E info@eddon.nl W www.eddon.nl Installation & Configuration Solution Builder SE Add-on:

Nadere informatie

Installation & Configuration Contact Manager SE

Installation & Configuration Contact Manager SE Eddon Software BV Rietveldenweg 82 5222 AS s Hertogenbosch The Netherlands T +31 (0)88-235 66 66 F +31 (0)88-235 66 77 E info@eddon.nl W www.eddon.nl Installation & Configuration Contact Manager SE Block:

Nadere informatie

Serienummers worden met hun ID opgeslagen

Serienummers worden met hun ID opgeslagen Solution Builder SE : BSE101 Versie : 8.0.0.4818 Releasedatum : 10-03-2015 Geschikt voor Synergy Enterprise : v.a. batch 249 ALGEMEEN Serienummers worden met hun ID opgeslagen Serienummers die aan entiteiten

Nadere informatie

Add-on Maatwerkmenu SE. Installation & Configuration Guide

Add-on Maatwerkmenu SE. Installation & Configuration Guide Add-on Maatwerkmenu SE Installation & Configuration Guide 2015, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

Quick Reference Contact Manager SE

Quick Reference Contact Manager SE Eddon Software BV Rietveldenweg 82 5222 AS s-hertogenbosch The Netherlands T +31 (0)88-235 66 66 F +31 (0)88-235 66 77 E info@eddon.nl W www.eddon.nl Quick Reference Contact Manager SE Block: Contact Manager

Nadere informatie

Document Preview SE. Installation & Configuration Guide

Document Preview SE. Installation & Configuration Guide Document Preview SE Installation & Configuration Guide 2014, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

Marketing Add-on SE. Installation & Configuration Guide

Marketing Add-on SE. Installation & Configuration Guide Marketing Add-on SE Installation & Configuration Guide 2015, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

MS Word Merge Add-on SE. User Guide

MS Word Merge Add-on SE. User Guide MS Word Merge Add-on SE User Guide 2014, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke

Nadere informatie

Quick Reference MS Word Merge Addon SE

Quick Reference MS Word Merge Addon SE Eddon Software BV Rietveldenweg 82 5222 AS s-hertogenbosch The Netherlands T +31 (0)88-235 66 66 F +31 (0)88-235 66 77 E info@eddon.nl W www.eddon.nl Quick Reference MS Word Merge Addon SE Block: MS Word

Nadere informatie

Solution Builder Portal SE. Installation & Configuration Guide

Solution Builder Portal SE. Installation & Configuration Guide Solution Builder Portal SE Installation & Configuration Guide 2015, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

MS Outlook Add-on SE. User Guide

MS Outlook Add-on SE. User Guide MS Outlook Add-on SE User Guide 2014, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke

Nadere informatie

Versie : 8.0.3.4978 Releasedatum : 30-06-2015 Geschikt voor Synergy Enterprise : v.a. batch 249

Versie : 8.0.3.4978 Releasedatum : 30-06-2015 Geschikt voor Synergy Enterprise : v.a. batch 249 Solution Builder SE : BSE200 Versie : 8.0.3.4978 Releasedatum : 30-06-2015 Geschikt voor Synergy Enterprise : v.a. batch 249 Gewijzigd in Solution Builder 8 en ITSM 8 In Solution Builder versie 8 zijn

Nadere informatie

Installatiehandleiding Business Assistent

Installatiehandleiding Business Assistent Installatiehandleiding Business Assistent Wijzigingsgeschiedenis Versie Datum Omschrijving Status 0.1 25-09-2014 Eerste opzet van het installatie Concept document. 1.0 04-11-2014 Geen: Commercieel maken

Nadere informatie

Quick Reference MS Reporting Services Integrator SE

Quick Reference MS Reporting Services Integrator SE Eddon Software BV Rietveldenweg 82 5222 AS s-hertogenbosch The Netherlands T +31 (0)88-235 66 66 F +31 (0)88-235 66 77 E info@eddon.nl W www.eddon.nl Quick Reference MS Reporting Services Integrator SE

Nadere informatie

Installatiehandleiding Business Assistent

Installatiehandleiding Business Assistent Installatiehandleiding Business Assistent Wijzigingsgeschiedenis Versie Datum Omschrijving Status 0.1 25-09-2014 Eerste opzet van het installatie Concept document. 1.0 04-11-2014 Geen: Commercieel maken

Nadere informatie

Handleiding voor de applicatiebeheerder van Business Assistent

Handleiding voor de applicatiebeheerder van Business Assistent Handleiding voor de applicatiebeheerder van Business Assistent Wijzigingsgeschiedenis Versie Datum Omschrijving Status 0.1 02-10-2014 Eerste opzet van het installatie Concept document. 0.2 14-10-2014 Lezerscorrectie

Nadere informatie

Elektronisch factureren

Elektronisch factureren Elektronisch factureren Inleiding Elektronisch Factureren in RADAR is mogelijk vanaf versie 4.0. Deze module wordt niet standaard meegeleverd met de RADAR Update maar is te bestellen via de afdeling verkoop

Nadere informatie

Installatiehandleiding Cane Webservices.nl Integratie

Installatiehandleiding Cane Webservices.nl Integratie Installatiehandleiding Cane Webservices.nl Integratie Inhoud INHOUD... 1 1. INTRODUCTIE... 2 DOELSTELLING DOCUMENT... 2 GERELATEERDE DOCUMENTEN... 2 GEBRUIK VAN HET DOCUMENT... 2 LEZERS DOELGROEP... 2

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Scan+ Introductie Met Scan+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

Handleiding voor de applicatiebeheerder Cane Webservices.nl Integratie

Handleiding voor de applicatiebeheerder Cane Webservices.nl Integratie Handleiding voor de applicatiebeheerder Cane Webservices.nl Integratie Versie 1.1 Cane Webservices.nl Integratie Handleiding voor de Applicatiebeheerder 1 Inhoud INHOUD... 2 1. INTRODUCTIE... 3 DOELSTELLING

Nadere informatie

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ In deze uitgebreide handleiding vindt u instructies om met Reviews in the Cloud aan de slag te gaan. U kunt deze handleiding ook downloaden (PDF). TIP: De navigatie

Nadere informatie

Cliënten handleiding PwC Client Portal

Cliënten handleiding PwC Client Portal Cliënten handleiding PwC Client Portal Mei 2011 (1) 1. Portal van de cliënt Deze beschrijving gaat ervan uit dat u beschikt over inloggegevens voor de portal en over de url van de portal website. Als u

Nadere informatie

Handleiding. Act! SnelStart Connect Pro. handleiding. Act! SnelStartConnect Pro. Versie 1.0 3-4-2014

Handleiding. Act! SnelStart Connect Pro. handleiding. Act! SnelStartConnect Pro. Versie 1.0 3-4-2014 Act! SnelStartConnect Pro Handleiding Versie 1.0 3-4-2014 Inleiding Met SnelStart Connect Pro kunt uw Act!-database koppelen met uw SnelStart boekhouding. SnelStart Connect Pro biedt u de mogelijkheid

Nadere informatie

Automatisering voor Financiële Dienstverleners. Werken met Queries en Merge Documenten. For more information visit our website at www.pyrrho.

Automatisering voor Financiële Dienstverleners. Werken met Queries en Merge Documenten. For more information visit our website at www.pyrrho. Automatisering voor Financiële Dienstverleners Werken met Queries en Merge Documenten For more information visit our website at www.pyrrho.com Date: Document Nr: 30 maart, 2007 UBizzMerge, Versie 4.0 Status:

Nadere informatie

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8 Gebruikershandleiding Versie 2.8 november 2012 Inhoud 1 Voor toegang tot Shell Card Online e-invoicing Service... 3 1.1 Inloggen in Shell Card Online... 3 1.2 Wat als u uw wachtwoord bent vergeten... 3

Nadere informatie

1 Inleiding. 3 Handmatig... invoeren zaken basis 4 Verwerken... zaken 5 Afhandelen... van zaken. 7 Uitgebreidere... zaak opties

1 Inleiding. 3 Handmatig... invoeren zaken basis 4 Verwerken... zaken 5 Afhandelen... van zaken. 7 Uitgebreidere... zaak opties 2 Supportdesk Pro Introductie Inhoudsopgave I Supportdesk Pro 3 1 Inleiding... 3 2 Werkwijze... 3 II Zaken 4 1 Introductie... 4 2 Zaken beheren... 4 3 Handmatig... invoeren zaken basis 4 4 Verwerken...

Nadere informatie

Instructie RFM modules

Instructie RFM modules Instructie RFM module Introductie RFM staat voor Registratie Flow Module. De RFM module vormt de basis voor een aantal nieuwe modules binnen equse Indicate: - Calamiteiten - Klachten - Kindermishandeling

Nadere informatie

Tip EPC RESIDENTIEEL WEBAPPLICATIE 1 STARTEN MET EPC RESIDENTIEEL 2 AANMAKEN NIEUWE WOONEENHEID 3 BEWERKEN WOONEENHEID. Snelle startkaarten

Tip EPC RESIDENTIEEL WEBAPPLICATIE 1 STARTEN MET EPC RESIDENTIEEL 2 AANMAKEN NIEUWE WOONEENHEID 3 BEWERKEN WOONEENHEID. Snelle startkaarten 1 STARTEN MET EPC RESIDENTIEEL Na het aanmelden op de Energieprestatiedatabank met uw eid of token, komt u op het menu EPC Residentieel. Het menu EPC Residentieel bevat drie mogelijkheden. Met de optie

Nadere informatie

PlanCare Dossier V11.4 Carrouselkaarten. Inhoudsopgave

PlanCare Dossier V11.4 Carrouselkaarten. Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inleiding... 2 maken... 2 Matrixkaart... 3 Open vragen kaart... 5 wijzigen... 6 verwijderen... 7 gebruiken... 7 Handelingen met huidige selectie... 8 PlanCare Dossier V11.4 - Pagina 1 van

Nadere informatie

Handleiding OVM 2.0. Beheerder. Versie 2.0.0.22 1 oktober 2012

Handleiding OVM 2.0. Beheerder. Versie 2.0.0.22 1 oktober 2012 Handleiding OVM 2.0 Beheerder Versie 2.0.0.22 1 oktober 2012 Inhoudsopgave Legenda... 4 1 Voorbereidingen... 5 1.1 Downloaden... 5 1.2 Starten en inloggen... 6 1.3 Nieuws... 6 2 Beheerportal... 8 2.1 Inloggen...

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Business Assistent

Gebruikershandleiding Business Assistent Gebruikershandleiding Business Assistent Wijzigingsgeschiedenis Versie Datum Omschrijving Status 0.1 25-09-2014 Eerste opzet van het installatie Concept document. 0.2 14-10-2014 Lezercorrecties + toevoeging

Nadere informatie

WebHare Professional en Enterprise

WebHare Professional en Enterprise WebHare Professional en Enterprise Publicatie module Site inrichting handleiding Datum 19 november 2002 Aantal pagina s: 31 Versie: 2.01 Doelgroep Sysops Gebruikers met site aanmaak rechten Gebruikers

Nadere informatie

Handleiding helpdesk. Datum: 08-10-2014 Versie: 1.0 Auteur: Inge van Sark

Handleiding helpdesk. Datum: 08-10-2014 Versie: 1.0 Auteur: Inge van Sark Datum: 08-10-2014 Versie: 1.0 Auteur: Inge van Sark Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Beheer helpdesk... 3 1.1. Settings... 3 1.2. Applicaties... 4 1.3. Prioriteiten... 5 1.4. Gebruik mailtemplates...

Nadere informatie

ZorgMail Secure e-mail

ZorgMail Secure e-mail ZorgMail Secure e-mail 2014 ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem of uitgezonden in enige

Nadere informatie

Handleiding. Measure App. Versienummer:1.4

Handleiding. Measure App. Versienummer:1.4 Handleiding Measure App Versienummer:1.4 Datum: 14-12-2015 Voorwoord Hartelijk dank voor de aanschaf van de Measure App. M App zal u en uw collega s in staat stellen om begeleid in te meten of na te meten.

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Office+ Introductie Met de module Office+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker De tekstverwerker De tekstverwerker is een module die u bij het vullen van uw website veel zult gebruiken. Naast de module tekst maken onder andere de modules Aankondigingen en Events ook gebruik van de

Nadere informatie

Neem in dat geval altijd contact op met het betreffende zwembad of zwemschool waar uw kind zwemt.

Neem in dat geval altijd contact op met het betreffende zwembad of zwemschool waar uw kind zwemt. Toelichting inloggen Persoonlijke pagina Kunt u niet inloggen? Neem in dat geval altijd contact op met het betreffende zwembad of zwemschool waar uw kind zwemt. U kunt ook onderstaande informatie lezen

Nadere informatie

Urenregistratie MKB. Handleiding

Urenregistratie MKB. Handleiding Urenregistratie MKB Handleiding Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Easy Template B.V.

Nadere informatie

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop Handleiding NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING 1. Introductie 2. Configureren en bestellen 3. Sjabloon (categorieën en descriptors) 3.1 Lijst sjablonen 3.2 Sjablonen bewerken 3.2.1. Eigenschappen knop 4. Analyseren

Nadere informatie

Welkom bij het Boom Testcentrum Voordat u begint: deactiveer oude groepen

Welkom bij het Boom Testcentrum Voordat u begint: deactiveer oude groepen Welkom bij het Boom Testcentrum Voordat u begint: deactiveer oude groepen Voordat u daadwerkelijk in het testcentrum gaat werken, is het belangrijk dat u eenmalig oude groepen deactiveert. Hiervoor kan

Nadere informatie

Microsoft Dynamics CRM 2011

Microsoft Dynamics CRM 2011 Data Quality Solutions Microsoft Dynamics CRM 2011 Datum: 12-4-2012 Versie 1.5 Versie 2.1 Datum: 01/06/2012 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. KVK-integratie... 4 3. Update service... 5 4. Leadgenerator... 6

Nadere informatie

HRM-Reviews in the Cloud Handleiding voor PZ

HRM-Reviews in the Cloud Handleiding voor PZ HRM-Reviews in the Cloud Handleiding voor PZ In deze uitgebreide handleiding vindt u instructies om met Reviews in the Cloud aan de slag te gaan. U kunt deze handleiding ook downloaden (PDF). TIP: De navigatie

Nadere informatie

MS Word Merge Add-on SE. Installation & Configuration Guide

MS Word Merge Add-on SE. Installation & Configuration Guide MS Word Merge Add-on SE Installation & Configuration Guide 2014, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

MWeb 4.0. Handleiding Basis Modules Versie 1.0

MWeb 4.0. Handleiding Basis Modules Versie 1.0 MWeb 4.0 Handleiding Basis Modules Versie 1.0 Index 1. Algemeen 3 1.1. Gebruikersnamen en Wachtwoorden 3 1.2. Inloggen 3 1.3. Uitloggen 3 1.4. Belangrijk 3 2. User Manager 4 2.1. Gebruikers lijst User

Nadere informatie

Handleiding om uw website/webshop aan te passen

Handleiding om uw website/webshop aan te passen Handleiding om uw website/webshop aan te passen ONDERWERP PAGINA 1. Hoe moet ik inloggen in het beheer? 2 2. Hoe pas ik een bestaande pagina aan? 2 3. Hoe plaats ik een afbeelding? 3 4. Hoe maak ik een

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Cane Webservices.nl Integratie

Gebruikershandleiding Cane Webservices.nl Integratie Gebruikershandleiding Cane Webservices.nl Integratie Inhoud INHOUD... 1 1. INTRODUCTIE... 3 DOELSTELLING DOCUMENT... 3 GERELATEERDE DOCUMENTEN... 3 GEBRUIK VAN HET DOCUMENT... 3 LEZERS DOELGROEP... 3 2.

Nadere informatie

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in KraamZorgCompleet, zijn een aantal instellingen nodig:

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in KraamZorgCompleet, zijn een aantal instellingen nodig: Hoofdstuk 1 ZorgMail instellen en gebruiken Vanuit KraamZorgCompleet is het voortaan mogelijk om via ZorgMail beveiligd te communiceren met andere partijen in de zorg, mits zij ook zijn aangesloten bij

Nadere informatie

Milieuvergunningen in FMIS

Milieuvergunningen in FMIS Milieuvergunningen in FMIS 1. Algemeen Elk schooldomein dient verplicht over één of meerdere milieuvergunningen te beschikken. Deze vergunningen zijn gekoppeld aan een domein zelf of aan bepaalde installaties;

Nadere informatie

Handleiding Kleos ipad. oktober 2013

Handleiding Kleos ipad. oktober 2013 Handleiding Kleos ipad oktober 2013 Inhoudsopgave blz. Installatie 3 Inloggen 4 Hoofdmenu 5 Homepage 6 Dossiers 7 Agenda 11 Taken 12 Activiteiten 13 Documenten 14 Relaties 16 Handleiding Kleos ipad Pagina

Nadere informatie

Central Station. CS website

Central Station. CS website Central Station CS website Versie 1.0 18-05-2007 Inhoud Inleiding...3 1 De website...4 2 Het content management systeem...5 2.1 Inloggen in het CMS... 5 2.2 Boomstructuur... 5 2.3 Maptypen... 6 2.4 Aanmaken

Nadere informatie

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0 Tips en Tricks basis Microsoft CRM 2016 Revisie: versie 1.0 Datum: 23/03/2016 Inhoud 1. Basisinstellingen... 3 1.1 INSTELLEN STARTPAGINA... 3 1.2 INSTELLEN AANTAL REGELS PER PAGINA... 3 2. Algemene bediening...

Nadere informatie

ACCEPETEREN RESERVERING

ACCEPETEREN RESERVERING E-mail Templates In i-reserve is het mogelijk gestandaardiseerde e-mails te verzenden. Het verzenden van dergelijke mails kan volledig worden geautomatiseerd: u maakt dan gebruik van zogenaamde automatische

Nadere informatie

Handleiding. Act! SnelStart Connect. handleiding. Act! SnelStart Connect. Versie 1.0 12-12-2013

Handleiding. Act! SnelStart Connect. handleiding. Act! SnelStart Connect. Versie 1.0 12-12-2013 Act! SnelStart Connect Handleiding Versie 1.0 12-12-2013 Inleiding Met SnelStart Connect kunt uw Act! database koppelen met uw SnelStart boekhouding. SnelStart Connect biedt u de mogelijkheid om de gegevens

Nadere informatie

Mach3Framework 5.0 / Website

Mach3Framework 5.0 / Website Mach3Framework 5.0 / Website Handleiding Mach3Builders Inhoudsopgave 1 Inloggen...5 1.1 Ingelogd blijven...6 1.2 Wachtwoord vergeten...7 2 Applicatie keuzescherm...8 2.1 De beheeromgeving openen...9 3

Nadere informatie

Handleiding gebruik Citymail

Handleiding gebruik Citymail Handleiding gebruik Citymail Versie : 4.0.1 Jaar : 2014 Auteur : Citymail BV / Charly Traarbach Citymail BV Copyright 1 Citymail BV, Nederland 2014 Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of

Nadere informatie

In het CMS is het mogelijk om formulieren aan te maken. Voorafgaand een belangrijke tip:

In het CMS is het mogelijk om formulieren aan te maken. Voorafgaand een belangrijke tip: FORMULIEREN In het CMS is het mogelijk om formulieren aan te maken. Voorafgaand een belangrijke tip: belangrijk Importeer formulierdata uit een CSV-bestand precies zoals verderop beschreven. 1. Gedrag

Nadere informatie

Deutsche Bank Global Transaction Banking. Internet Bankieren. Beheren. www.deutschebank.nl

Deutsche Bank Global Transaction Banking. Internet Bankieren. Beheren. www.deutschebank.nl Deutsche Bank Global Transaction Banking Internet Bankieren Beheren www.deutschebank.nl Internet Bankieren Beheren 2 Beheren U heeft toegang tot Beheren via het menu links op het scherm. Via Beheren beheert

Nadere informatie

Toelichting inloggen beheermodule IZM. Wachtwoord vergeten. Ik kan niet inloggen

Toelichting inloggen beheermodule IZM. Wachtwoord vergeten. Ik kan niet inloggen Toelichting inloggen beheermodule IZM Wanneer u problemen heeft met inloggen in de beheermodule van Zwemscore, kan dat meerdere oorzaken hebben. Twee vaak voorkomende oorzaken zijn Wachtwoord vergeten

Nadere informatie

Inhoud. Handleiding Dododent. Beste tandarts of praktijkmanager,

Inhoud. Handleiding Dododent. Beste tandarts of praktijkmanager, Handleiding Dododent Beste tandarts of praktijkmanager, Hartelijk dank voor de aanschaf van een website bij Dodoworks. Hieronder volgt een uitgebreide handleiding van het Dododent systeem waarmee de website

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Contact Connect

Gebruikershandleiding Contact Connect Gebruikershandleiding Contact Connect Inleiding... 2 Introductie... 2 Installeren en in gebruik nemen van Contact Connect... 3 Downloaden... 3 Installeren... 3 Inloggen... 3 Contact Connect Configuratie...

Nadere informatie

Update documentatie. KraamZorgCompleet versie 4.0. KraamzorgCompleet versie 4.0

Update documentatie. KraamZorgCompleet versie 4.0. KraamzorgCompleet versie 4.0 Update documentatie KraamZorgCompleet versie 4.0 KraamzorgCompleet versie 4.0 Inhoudsopgave Update documentatie versie 4.0 Hoofdstuk 1 Declareren partusassistentie...1 1.1 Declareren partusassistentie

Nadere informatie

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen 2005 NCS Commissie Wedstrijdzwemmen Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

Training Kit Planning en icalendar

Training Kit Planning en icalendar Training Kit Planning en icalendar Versie: December 2011, Revisie 2 Coachview.net: 2.4 Auteur(s): Remy Remery Dé nieuwe manier van samenwerken Inhoudsopgave 1. INLEIDING...3 DOELSTELLING... 3 MODULES...

Nadere informatie

Landelijk Indicatie Protocol (LIP)

Landelijk Indicatie Protocol (LIP) Handleiding Landelijk Indicatie Protocol programma pagina 1 of 18 Landelijk Indicatie Protocol (LIP) Welkom bij LIP Lip is ontstaan uit een toegevoegde module aan het kraamzorg administratie pakket van

Nadere informatie

UNIFORM-Pocket PC Handleiding

UNIFORM-Pocket PC Handleiding UNIFORM-Pocket PC Handleiding Inhoud 1. Installatie UNIFORM Pocket PC... 3 2. Handleiding UNIFORM Pocket PC... 5 2.1 Attentielijst... 5 2.2 Dierkaart... 7 2.3 Registraties... 10 2.4 Synchroniseren... 10

Nadere informatie

CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd

CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd Introductie Deze handleiding heeft tot doel een eenvoudige stap voor stap handleiding te zijn voor eindgebruikers van CMS Made Simple

Nadere informatie

Websites i.s.m. Service @ School

Websites i.s.m. Service @ School Websites i.s.m. Service @ School Inhoudsopgave Introductie...3 Inloggen in het Beheer Panel...3 Aanpassen van de tekst op de pagina s...4 Nieuwe pagina maken...5 Toelichting op enkele knoppen...6 Een link

Nadere informatie

Ooievaarspas.nl. Handleiding voor aanbieders: beheeromgeving

Ooievaarspas.nl. Handleiding voor aanbieders: beheeromgeving Ooievaarspas.nl Handleiding voor aanbieders: beheeromgeving Versie 1.4 29-04-2015 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Voor u start 3 1.2 Verantwoordelijkheid 3 1.3 Vragen 3 2. Toegang 4 2.1 Inloggen 4 2.2

Nadere informatie

15 July 2014. Betaalopdrachten web applicatie gebruikers handleiding

15 July 2014. Betaalopdrachten web applicatie gebruikers handleiding Betaalopdrachten web applicatie gebruikers handleiding 1 Overzicht Steeds vaker komen we de term web applicatie tegen bij software ontwikkeling. Een web applicatie is een programma dat online op een webserver

Nadere informatie

Handleiding NarrowCasting

Handleiding NarrowCasting Handleiding NarrowCasting http://portal.vebe-narrowcasting.nl september 2013 1 Inhoud Inloggen 3 Dia overzicht 4 Nieuwe dia toevoegen 5 Dia bewerken 9 Dia exporteren naar toonbankkaart 11 Presentatie exporteren

Nadere informatie

Handleiding. Documentbeheer. PlanCare 2. elektronisch cliënten dossier. G2 Paramedici het EPD voor paramedici. Handleiding. Declareren. Versie 3.0.0.

Handleiding. Documentbeheer. PlanCare 2. elektronisch cliënten dossier. G2 Paramedici het EPD voor paramedici. Handleiding. Declareren. Versie 3.0.0. Handleiding Documentbeheer Handleiding Declareren Versie 3.0.0.3 PlanCare 2 elektronisch cliënten dossier G2 Paramedici het EPD voor paramedici INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding... 2 2 Gebruik van de module...

Nadere informatie

Ordina VSM Customer Portal

Ordina VSM Customer Portal Ordina VSM Customer Portal Waarom gebruik maken van een Customer Portal U wilt de voortgang van uw meldingen (verstoringen / vragen) voor uw beheercontract(en) via een internetportaal kunnen inzien. Eventueel

Nadere informatie

Handleiding CrisisConnect app beheersysteem

Handleiding CrisisConnect app beheersysteem Handleiding CrisisConnect app beheersysteem Inhoudsopgave 'Welkom bij de handleiding van de CrisisConnect app' 1. Start 1.1. Vereisten gebruik 1.2. Inloggen 1.3. Wachtwoord wijzigen 2. Vullen 2.1 Dossiers

Nadere informatie

Webportal Speedliner Logistics B.V. Handleiding

Webportal Speedliner Logistics B.V. Handleiding Webportal Speedliner Logistics B.V. Handleiding Datum: 16-06-2014 Versie 1.0 Pagina: 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Dagoverzicht 18 Browser 3 Dagoverzicht Printen verzendetiketten 20 Inloggen 3 Dagoverzicht

Nadere informatie

Altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

Altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Beheer Webredactie dashboard Het webredactie dashboard geeft u in één oogopslag een overzicht van de beheersmogelijkheden van uw website. Daarnaast blijft u via het dashboard gemakkelijk op de hoogte van

Nadere informatie

Aan de slag met AdminView

Aan de slag met AdminView Aan de slag met AdminView uitgebreide handleiding S for Software B.V. Gildeweg 6 3771 NB Barneveld tel 0342 820 996 fax 0342 820 997 e-mail info@sforsoftware.nl web www.sforsoftware.nl Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Outlookkoppeling installeren

Outlookkoppeling installeren Outlookkoppeling installeren Voordat u de koppeling kunt installeren, moet outlook afgesloten zijn. Stappenplan Controleer of het bestand VbaProject.OTM aanwezig is. (zie 3.2) Controleer of de map X:\RADAR\PARAMETERS\

Nadere informatie

Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar

Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar ! Bijlage inlezen nieuwe tarieven (vanaf 3.2) Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar Scipio 3.303 biedt ondersteuning om gebruikers alle tarieven van de verschillende verzekeraars in één keer

Nadere informatie

HANDLEIDING TOOLS4EVER ISUPPORT ONLINE WEBOMGEVING

HANDLEIDING TOOLS4EVER ISUPPORT ONLINE WEBOMGEVING HANDLEIDING TOOLS4EVER ISUPPORT ONLINE WEBOMGEVING Inhoudsopgave 1. Belangrijkste spelregels... 3 2. Contact met tools4ever international support... 4 isupport webomgeving... 4 Eerste maal inloggen...

Nadere informatie

Algemene basis instructies

Algemene basis instructies Inhoud: Algemene basis instructies... 2 Pictogrammen en knoppen... 2 Overzicht... 3 Navigeren (bladeren)... 3 Gegevens filteren... 4 Getoonde gegevens... 5 Archief... 5 Album... 5 Tabbladen en velden...

Nadere informatie

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in Intramed, zijn een aantal instellingen nodig:

Voordat u gebruik kunt maken van ZorgMail in Intramed, zijn een aantal instellingen nodig: Hoofdstuk 1 ZorgMail instellen en gebruiken Via Intramed en de applicatie ZorgMail van E-novation Lifeline, kunt u elektronisch en beveiligd gegevens uitwisselen met andere zorgverleners. Dit gaat via

Nadere informatie

HANDLEIDING TEAMPAGINA S MIJNCLUB.NU

HANDLEIDING TEAMPAGINA S MIJNCLUB.NU HANDLEIDING TEAMPAGINA S MIJNCLUB.NU INHOUD INLEIDING... 2 De account... 2 Inloggen... 2 GEBRUIKERS MENU... 3 MIJN TEAM... 4 Bewerk team... 4 Spelers... 6 Wedstrijden... 7 Gespeelde wedstrijden... 8 Nog

Nadere informatie

Handleiding. Visual Planning. Visual Planning Pagina: 1 Versie: 06031402

Handleiding. Visual Planning. Visual Planning Pagina: 1 Versie: 06031402 Handleiding Visual Planning Visual Planning Pagina: 1 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk Pagina 1. Introductie. 5 1.1. Hartelijk Welkom. 5 1.2. Configuratie van Planning. 6 2. Planning. 7 2.1. Planbord inrichten.

Nadere informatie

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8 Gebruikershandleiding Versie 2.8 november 2012 Inhoud 1 Voor toegang tot Shell Card Online e-invoicing Service... 3 1.1 Inloggen in Shell Card Online... 3 1.2 Wat als u uw wachtwoord bent vergeten... 3

Nadere informatie

HANDLEIDING DMS Plugin Installatie, configuratie & werking

HANDLEIDING DMS Plugin Installatie, configuratie & werking HANDLEIDING DMS Plugin Installatie, configuratie & werking Dit document is de handleiding voor de installatie, configuratie en werking van de DMS Plugin. Versie 1-12/09/2005 Inhoudstafel 1 Installatie...

Nadere informatie

Central Station Urenregistratie

Central Station Urenregistratie Central Station Urenregistratie Inhoud 1 Inleiding...3 2 Uren boeken in 4 stappen...4 2.1 Stap 1: Urenregistratie starten... 4 2.1.1 Inloggen... 4 2.1.2 Aanmaken nieuw urenformulier (eenmaal per week)...

Nadere informatie

Trigger & Validation Manager. Installation & Configuration Guide

Trigger & Validation Manager. Installation & Configuration Guide Trigger & Validation Manager Installation & Configuration Guide 2015, Eddon Software B.V., s-hertogenbosch. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk,

Nadere informatie

Handleiding installatie Rental Dynamics

Handleiding installatie Rental Dynamics Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk

Nadere informatie

Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3

Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3 Badge it voor Windows 95/98/NT/2000/XP Inhoudsopgave 1. Installatie... 3 2. Start... 4 2.1. Nieuwe database maken... 5 2.2. De geselecteerde database openen... 5 2.3. De naam van de geselecteerde database

Nadere informatie

Handleiding. Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011

Handleiding. Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011 Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Installatie van Evry... 4 3 Algemene weetjes... 5 4 Voedingsberekening (Nevo2006)... 6 4.1 Voedingsberekening

Nadere informatie

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server - 4-3. Installatie FTP server - 9-4. Aanmaken account in FileZilla server - 13

Nadere informatie

Algemene vragen U kunt met al uw vragen en het aanleveren van bestanden terecht bij de Servicedesk Dataverkeer Ketenpartners:

Algemene vragen U kunt met al uw vragen en het aanleveren van bestanden terecht bij de Servicedesk Dataverkeer Ketenpartners: Handleiding CORFU Inleiding Het Centraal Administratiekantoor (CAK) is onder andere verantwoordelijk voor het berekenen, vaststellen en innen van de eigen bijdrage voor de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Ridder R8 Financieel: openen nieuw boekjaar

Ridder R8 Financieel: openen nieuw boekjaar Ridder R8 Financieel: openen nieuw boekjaar Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Nieuw boekjaar - Ridder R8 v8... 2 2. Journaalposten verplaatsen naar historie... 6 3. Koppeling met AccountView... 8 4.

Nadere informatie

Upgrade naar People Inc 3.5.0

Upgrade naar People Inc 3.5.0 I Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1 1.1 Installeren... van de upgrade 2 1.2 Uitvoeren... van de upgrade 5 1.3 Installatie... Applicatie Server 9 1.4 Installatie... Gebruikers programma's 15 1.5 Afronding...

Nadere informatie

Handleiding (Verzender Ontvanger)

Handleiding (Verzender Ontvanger) Handleiding (Verzender Ontvanger) Anachron B.V. Steven Nijholt & Maarten Wiggers 28-02-2014 Version: 1.1 Status: Released Inhoud 1. Over dit document... 3 1.1 List of changes... 3 1.2 Scope... 3 2. Registratie...

Nadere informatie

Boekingen gemaakt in de Agenda zijn 1:1 zichtbaar in het Planbord, andersom zijn boekingen gemaakt in het Planbord direct beschikbaar in de Agenda.

Boekingen gemaakt in de Agenda zijn 1:1 zichtbaar in het Planbord, andersom zijn boekingen gemaakt in het Planbord direct beschikbaar in de Agenda. Agenda In Timewax is de plannings informatie zowel per resource als per project beschikbaar. In de agenda zijn alle gemaakte boekingen zichtbaar. De weergave van de agenda kan worden aangepast aan de behoefte

Nadere informatie

Offective > CRM > Vragenlijst

Offective > CRM > Vragenlijst Offective > CRM > Vragenlijst Onder het menu item CRM is een generieke vragenlijst module beschikbaar, hier kunt u zeer uitgebreide vragenlijst(en) maken, indien gewenst met afhankelijkheden. Om te beginnen

Nadere informatie

Handleiding. Verlinde Net@Price Website

Handleiding. Verlinde Net@Price Website Handleiding Verlinde Net@Price Website Inhoudsopgave Inleiding 2 Hoofdstuk 1. Maak een nieuwe configuratie 4 Hoofdstuk 2. Bekijk een bestaande configuratie 13 Hoofdstuk 3. Levertijden 13 1 Inleiding De

Nadere informatie

Configuratie van de Website

Configuratie van de Website Configuratie van de Website 13 augustus 2013 WISA helpdesk Inhoudsopgave 1 Configuratie website 2 1.1 Instellingen in Wisa............................... 2 1.1.1 Profielen aanmaken...........................

Nadere informatie