De brutale heks. Paul Kater. Uitgegeven door de auteur als lid van de. Alexandria Publishing Group. Smashwords Editie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De brutale heks. Paul Kater. Uitgegeven door de auteur als lid van de. Alexandria Publishing Group. Smashwords Editie"

Transcriptie

1 De brutale heks Paul Kater Uitgegeven door de auteur als lid van de Alexandria Publishing Group Smashwords Editie License Notes - Smashwords Edition Dit e-boek is uitgegeven voor uw persoonlijke plezier. Het e-boek mag niet worden doorverkocht of weggeven aan anderen. Als u dit boek wilt delen met iemand anders, koop dan een extra kopie voor elke ontvanger. Als u dit boek leest en u hebt het niet gekocht, of het was niet voor u gekocht, ga dan alstublieft terug naar de website waar het origineel gekocht is en koop uw eigen versie. Dank u voor het respect voor het werk van de auteur! Door: Paul Kater Coverontwerp: Paul Kater Paul Kater Met uitzondering van aanhalingen voor reviews mag niets uit deze uitgave worden gereproduceerd, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

2 *** Naar de inhoudsopgave 1. Janssens' Boeken en Speciale Uitgaven Het kabaal van de motoren echode weg door de straat. Er waren nogal wat motoren, dus er was nogal wat kabaal dat weg moest echoën en dat duurde wel even. Van achter de relatieve veiligheid van hun gordijnen gluurden verschillende mensen de straat in terwijl ze probeerden niet gezien te worden. De motorbende was weer in de stad en dat betekende over het algemeen onheil. De leden van de bende hielden er trouwens niet van om begluurd te worden. "Hee, kaffer," brulde de leider van het groepje terwijl hij van zijn dikke Harley Davidson afstapte, "wanneer doe je eens wat aan die stinkende rotcarburateur?" De vrouw die normaliter achterop zat en Mop werd genoemd was al van de motor afgesprongen; als Bobbie zo'n bui had was hij niet al te voorzichtig. Ze had dat geleerd door verschillende trappen in haar zij op te vangen. "Shit man, Bobbie, dat had ik toch gedaan!" Kaffer, zo was de bijnaam van de aangesprokene, gaf het onschuldige motorblok een stevige trap. "Kijk er straks wel naar, ik moet eerst effe pissen." "Ja!" brulde de rest van het edele gezelschap. Ze liepen op de dichtstbijzijnde bar af, die daardoor automatisch op de nominatie stond om grondig 'verbouwd' te worden. De zes zware motoren bleven onbeheerd midden op straat staan. Niemand zou het in zijn hoofd halen om ze ook maar aan te raken. -=- Bert Janssens, de eigenaar van Janssens' Boeken en Speciale Uitgaven, haastte zich naar het raam. "Oh grutjes, ze zijn er weer." Thomas de Zwaluw voegde zich bij zijn vriend en wederverkoper. Vanuit het raam zag hij de motoren staan. "Vrienden van je?" "Nee. De motorbende. Hun baas is een figuur die ze Bobbie noemen, daar wil je het echt niet mee aan de stok krijgen," verklaarde Bert. "Zie je dat grote, gele geval? Dat is zijn eigendom, al weet ik niet zeker hoe hij aan zoiets duurs is gekomen." "Aha," zei Thomas, Tom voor vrienden. Hij was niet zo geïnteresseerd in motoren, en daarom was hij dan ook niet in Bert's winkel. "Nou, terug naar dit boek..." Hij draaide zich weer naar de tafel waarop een groot, in leer gebonden boek open lag. De randen van de bladzijden waren bewerkt met een ultradun laagje goud, het papier was oud en vergeeld, en de tekst op de pagina's leek meer op het geduldige overschrijfwerk van een oude monnik dan op iets wat een moderne drukker voor elkaar kon krijgen. "Ik wil dit boek hebben, Bert, maar de prijs die je in gedachten hebt... daarvoor kan ik iets bij monumentenzorg kopen." Voorzichtig tikte hij op een bladzijde, ervoor zorgdragend dat hij tekst noch goud raakte. Het boek was tenslotte oud genoeg om met respect te worden behandeld.

3 Bert Janssens zuchtte en bekeek het boekwerk. "Ja, ik weet dat het een hoop geld is, beste vriend, maar het is elke cent waard. Elke koperen cent. Als ik met de prijs nog verder omlaag ga verkoop ik mezelf, dan snijd ik in mijn eigen vel. Ik bedoel... kijk eens naar dat leer, naar de structuur van dat handgemaakte papier. Kijk eens naar de manier waarop de tekst geschreven is. Dit is niet zomaar een boek, Tom, dit is kunst!" Tom de Zwaluw wist dat hij zich zou laten overhalen. De prijs was echt niet overdreven maar zijn handelsgeest gaf zich niet zomaar gewonnen. Langzaam bladerde hij door het boek; hij bekeek elk woord, elke kleine tekening in de marge. Even hield hij het boek op om de textuur van het papier te kunnen zien. Het was perfect. Antiek. Inderdaad, een kunstwerk. Met een zucht keek hij Bert aan. Bert wist dat hij gewonnen had. Met een glimlach over zijn hele gezicht stak hij zijn hand uit. "Kom op, Tom. Je weet dat je dit boek wilt hebben. Je naam staat er gewoon op, in je favoriete lettertype. Jij kunt gewoon geen weerstand bieden aan de geur van dit briljante stuk werk, en dat weet je net zo goed als ik." Thomas schudde zijn hoofd. "Je bent een rotzak, Bert, en dat weet je. Maar ik ga dit boek van je kopen." Een vrouw in donkere kleren stond voor haar spiegel. Ze woonde in een wereld waar geen enkele boekenverkoper noch motorrijder ooit van had gehoord, en dat kwam goed uit want zij had nog nooit van motoren gehoord. Haar wereld was een totaal andere. Ze keek naar het verzilverde glas voor haar en raakte even de ketting aan die ze droeg. De spiegel toonde het beeld van een jonge vrouw met zwart haar en een blanke huid. De jonge vrouw liep door een veld met honderden bloemen. "Afgrijselijk," spoog de vrouw voor de spiegel. "Moet je dat zien. Het zou verboden moeten worden!" De jonge vrouw in de spiegel leek zelfs te zingen, tot afschuw van de in zwart geklede vrouw. Zij wist dat dit geen jonge vrouw was maar het een of andere monster dat zich enkel zo voordeed, en zij was de enige die de kennis had om dit onding te stoppen. "Als ik die appel eenmaal in je strot gedrukt heb zul je wel een toontje lager zingen," zei de vrouw terwijl ze zich van de spiegel afwendde. Haar lange, grijze haar gleed geluidloos over haar rood en zwarte jurk, die fluisterend om haar heen bewoog toen ze naar de tafel in haar huiskamer liep. Ze pakte een houten staf en een appel op. Ze richtte de punt van haar staf op de appel en mompelde een spreuk. "En ik hoop dat dit de goeie is, want ik haat Latijn," voegde ze aan haar woorden toe. Toen, gewapend met staf en appel, keerde ze terug naar de spiegel. Ze bouwde haar concentratie en haar magie op terwijl ze op de spiegel afstevende. De appel begon te pulseren, rood en geel, alsof het licht wat er binnenin zat zich een weg naar buiten vocht. "Nog niet, nu nog niet, kleine vriend," zei de brutale heks (want dat was wie ze was). "Nog heel even, en dan kun je doen waar ik je voor gemaakt heb!" Een luid, kakelend lachen vulde haar kamer. De echo's lieten sommige delen van het meubilair even trillen. De heks richtte haar staf op de spiegel en sprak de toverspreuk uit die haar via de spiegel naar de weide moest brengen waar het ogenschijnlijk onschuldige ding nog steeds danste en zong, daarbij de nodige bloemen vertrappend. De bezwering nam in kracht toe, de magische aura om de heks vormde zich precies zoals ze dat wilde. Over een paar tellen zou ze bij haar slachtoffer zijn! In Janssens' Boeken en Speciale Uitgaven schudden twee mannen elkaar de hand en gaven toen, zoals hun gewoonte was, een klap op de tafel, vlak langs het boek. -=- -=- -=- De brutale heks liet de opgebouwde magie aan haar toverstaf ontsnappen. Toen die de spiegel raakte explodeerde het glas in miljoenen kleine stukjes! De energie om de heks heen werd verstoord

4 door kwantummechanische wetten waar ze geen idee van had en ze verdween uit haar kamer, maar in plaats van in de weide bij het monster belandde ze totaal ergens anders... In café De Engel stond de vloer al blank van het gemorste bier. Kale en Bobbie en al hun vrienden hadden een geweldige middag, want de café-eigenaar zat netjes op een kruk, vastgebonden en met een doek over zijn mond. De grote spiegel boven de bar was al omlaag gehaald met behulp van een aantal lege flessen en lag nu in kleine stukjes achter de bar. Naast bier vloeide ook de whisky rijkelijk en elke lege fles werd gebruikt om iets van het interieur aan te passen. De motorclub had de hele bar voor henzelf; de andere gasten hadden eieren voor hun geld gekozen en waren er allemaal vandoor gegaan omdat ze weinig vertrouwen hadden in hun ziektekostenverzekering. De haastig vertrokken klanten zouden nog wel eens terugkomen om hun rekening te betalen, vooropgesteld dat er nog iets was om naar terug te komen. "Hee, troel. Hierkomen!" Julius liet een boer los om zijn woorden kracht bij te zetten. Hij was de tweede leider van de bende. Zijn vriendin wankelde naar hem toe onder de invloed van al de nodige port die ze direct uit de fles dronk. Haar lange, zwarte haar dat dringend aan een wasbeurt toe was zwierde achter haar aan. Julius sloeg de fles uit haar hand en lebberde in haar nek, iets wat voor hem het dichtst in de buurt kwam van een gepassioneerde zoen. De troel die eigenlijk Jessie heette liet hem maar even zijn gang gaan. Daarna reikte ze naar de bar, pakte een nieuwe fles en bracht daarmee Julius tijdelijk in dromenland. Terwijl haar vriendje naar de grond stortte bekeek Jessie de fles en lachte. "Altijd al gezegd dat je van drank hoofdpijn krijgt," vertelde ze de bewegingsloze gestalte aan haar voeten. Ze maakte de fles open en nam er nog maar een slok op. Door de herrie in de bar, door zowel de motorrijders als de krijsende jukebox, hoorden ze niets van het vreemde, fluitende geluid dat van buiten probeerde binnen te komen. Het vreemde geluid kwam vanuit de steeg naast Janssens' Boeken en Speciale Uitgaven. Tegelijk met het gehuil kwam er ook een stormachtige wind uit de steeg die krachtig genoeg was om de zes motoren om te blazen. Omdat die motoren in de weg stonden gebeurde dat dus ook. "Ojee, ojee..." Bert Janssens sloeg de handen voor zijn mond. De rammelende ramen kwamen tot rust en de vloer hield op met trillen. "Hoorde je dat?" Samen met Thomas spoedde hij zich weer naar het raam, waar ze net op tijd waren om de laatste motor om te zien vallen. "Oh oh, je motorvrienden zullen dat niet leuk vinden," zei Thomas. "Misschien moet ik maar snel inpakken en dan een stukje wegwezen." "Goed idee. Ik help wel even, want anders doe je je rug nog wat aan met die krat. Je bent tenslotte al een ouwe knakker aan het worden. En dan doe ik de zaak dicht voor vandaag. Zekerheid voor alles." Samen tilden ze de zware, houten krat met boeken op en zeulden die naar buiten. Thomas maakte snel de achterklep van zijn Landrover open en toen schoven ze de krat naar binnen. Hij had er een speciale uitsparing laten maken waar de krat perfect inpaste. Het antieke boek, de bijzondere aanwinst, lag bovenop. Tom maakte de klep dicht, klikte het hangslot op zijn plek, en schudde Bert nogmaals de hand. Toen stapte hij in en reed de straat uit terwijl Bert geen tijd verloor. Die holde zijn boekenwinkel in, sloot de deur af, en draaide het bordje om, zodat de wereld wist dat de zaak Gesloten was. -=- -=- -=-

5 "Brakende draken!" schetterde een stem uit de steeg naast de boekhandel. "Waar ben ik?!" Een in het zwart en rood geklede vrouw, wiens lange, grijze haar alle kanten opstond, kwam uit de steeg lopen. Ze had een paar schrammen op een wang en haar jurk was net zo smerig als de vloer van de steeg, en die was behoorlijk vuil. De heks keek naar de appel die alle pulserende energie kwijt was. "Brakende draken... al die magie verknoeid..." Met een woeste zwaai smeet ze de appel weg. De vlucht van de vrucht eindigde in het gerinkel van ongezien glas. Voldaan knikte de heks. In elk geval gaf dat wat voldoening. Ze keek om zich heen en zag zes vreemde dingen met wielen op de grond liggen. Terwijl ze erheen liep hoorde ze een stem. "Hee, je bent veel te vroeg voor carnaval!" De woorden werden gevolgd door hartelijk gelach. De heks keek op en vond de oorsprong van de stem in een van de twee mensen aan de overkant van de straat. Op zich vond ze lachen prima, maar niet als zij de reden daarvoor was. Met een snel gebaar schoot haar toverstaf in haar hand. Toen wees ze naar het tweetal en mompelde een spreuk. Terwijl de twee mensen stokstijf stil stonden liep de vrouw in rood, zwart en vuil naar hen toe en bekeek de kleding. "Dat ziet er wel interessant uit," vertelde ze de twee zwijgende gestaltes, een man en een vrouw. Beiden droegen ze een lange broek van een blauw materiaal en een wit shirt met korte mouwen. Zelfs hun schoenen waren hetzelfde, en die zagen er best comfortabel uit. "Dus zo zien de mensen er hier uit," zei ze, "ondanks dat ik geen idee heb waar hier eigenlijk is." De heks liet haar toverstaf verdwijnen en sprak een korte spreuk. Voor zoiets simpels had ze geen staf nodig. In een oogwenk verplaatsten de kleren van de vrouw zich naar de heks en lagen de heksenkleren op de grond. Na nog een korte spreuk veranderde haar kleding in een handige tas die om haar schouder sprong. De heks keek nog even naar het naakte lichaam van de bewegingsloze vrouw en zag een navelpiercing. "Interessant," zei ze. "En jullie blijven hier netjes staan tot de zon ondergaat." De heks keek om zich heen terwijl haar lange haar vanwege een windvlaag om haar hoofd danste. "Nou dat weer," gromde ze. Ze knipte met haar vingers en prompt hingen vier lange vlechten van haar hoofd omlaag. "Nu maar eens uitzoeken waar ik aangeland ben. Ergens is iets vreselijk verkeerd gegaan en dat wicht in die wei kan nu ongestoord haar gang gaan." Terwijl ze begon te lopen schoven snel achter veel ramen de gordijnen dicht. Veel omwonenden hadden alles gezien en hadden collectief en toch onafhankelijk van elkaar besloten dat het beter was om deze vrouw niets in de weg te leggen. In haar eentje leek ze wel gevaarlijker dan de hele motorbende! 2. Ellende in De Engel De heks beende door de straat met zijn rare, stenen huizen en die bijzondere stenen weg. Toen ze een grote winkel passeerde zag ze vanuit haar ooghoek haar spiegelbeeld en stopte ze. Nieuwsgierig bekeek ze zichzelf in haar nieuwe kleding. Terwijl ze daar stond hoorde ze ergens vandaan een geluid; het leek alsof een groep luidruchtige lieden een feestje aan het bouwen waren. Dat vond ze altijd wel interessant om mee te maken, al vonden de kabaalmakers het niet altijd zo leuk om haar mee te maken. Desondanks ging ze op zoek naar de herkomst van het kabaal. Het duurde niet lang voor ze de plek gevonden had: het kwam vanuit een huis aan de andere kant van de straat. De deur stond open en er zat bijna geen glas meer in de ruiten. Het was voor Grimhilda de heks (Hilda voor vrienden) meteen duidelijk wat daar aan het handje was. Toen de in spijkerstof gehulde vrouw vlak voor hem de straat op stapte kreeg een automobilist de schrik van zijn leven. Hij deed zijn uiterste best om te remmen en uit te wijken, maar een aanrijding

6 was onvermijdelijk! Hij kneep zijn ogen dicht en wachtte op de klap. Hilda zag de vreemde, metalen kar met hoge snelheid op haar afkomen. Meteen had ze haar staf in de hand en smeet een lading magie tegen het ding aan. Metaal krijste, rubber begon te stinken en een band klapte. Daarna stond de auto stil. De bestuurder, wiens hart inmiddels tussen zijn oren klopte, durfde voorzichtig weer adem te halen toen de verwachte klap uitbleef. In plaats daarvan werd hij naar voren gesmeten terwijl zijn gordel hem probeerde tegen te houden. Toen hij daar allemaal een beetje van bekomen was opende hij zijn ogen en keek hij naar de gebarsten voorruit. Tot zijn enorme verbazing stond de in het blauw geklede vrouw voor zijn auto, met een stokje op hem gericht. En er was niets gebeurd! Terwijl de metalen kar tot stilstand kwam bedacht Hilda dat het toch wel erg prettig was om in deze rare plaats een heks te zijn. Zonder het te beseffen had ze gereageerd op het aanstormende gevaar. De vele jaren ervaring met andere magische personen, draken en zulk gespuis hadden haar toverzintuigen fijngeslepen. Nieuwsgierig liep ze om de vreemde constructie heen. Iets als dit had ze nog nooit gezien. Hoe kon dit ding vooruit komen, er stond geeneens een paard voor! Vanuit de kar kwam wel een vreemd geluid, alsof er een wild dier in opgesloten zat. In het ding, achter glas, zat een man die haar aanstaarde. Hilda tikte met haar staf even op de ruit die in gruzelementen omlaag viel. Het merendeel belandde in de schoot van de verschrikt kijkende man. "Wat is dit voor een monsterwerktuig?" vroeg ze. "Wat? Dit? Dit is mijn auto. En jij had dood moeten zijn! Het is van z'n leven niet mogelijk dat ik op tijd had kunnen stoppen!" De man klonk erg paniekerig. Hilda fronste. "Dus ik zou dood moeten zijn? Ben jij dan een van die lieden die door de valse koning achter mij aan zijn gestuurd? Zelfs hier? Moge er een slapende draak op zijn kasteel vallen!" Ze sloeg haar staf tegen de deur van de auto. De deur verdween. De veiligheidsgordel onderging hetzelfde lot. "Eruit, zwakkeling! Kom eruit!" De man in de auto trilde als een rietje terwijl hij met grote ogen zag wat er gebeurde. Zijn dag was al slecht begonnen, eerst had hij zich verslapen, toen had hij ruzie gehad met zijn vrouw, en nu overkwam hem dit! "Droom ik nog? Zeg me alsjeblieft dat ik nog droom, dit kan niet waar zijn." Hij krabbelde uit de resten van zijn auto. "Ik moet nog dromen. Dit is allemaal niet waar." Hilda keek de man aan. Dit kon geen vazal van Koning Herald zijn. "Misschien is het waar. Misschien ook niet." Toen prikte ze de punt van haar staf onder zijn kin, net iets harder dan normaal nodig. "Spreek op. Heeft Herald je achter mij aangestuurd? Waar zijn je metgezellen? Hij weet wel beter dan maar één man te sturen, vooral niet zo'n onhandige kluns als jij bent. Zelfs met iets als dit." Ze gaf de auto een trap. De man wilde slikken maar de staf onder zijn kin maakte dat erg moeilijk. "Ik heb nooit gehoord van een koning die Herald heet, mens. Ik heet Willem de Groot en ik probeer alleen maar naar mijn werk te komen." Op dat moment kwam er een fietser voorbij. De man zag het vreemde tafereel en stopte. "Is er iets aan de hand hier?" vroeg hij. Hilda's dreigende houding naar de automobilist toe liet hem wel even wat afstand houden. Hilda had er echter geen behoefte aan om met nog iemand in discussie te gaan. Ze zwaaide haar staf even naar de man met zijn vreemde vervoermiddel en zei: "Communtatus rana!" Een tel later prikte de staf weer onder Willem's kin. Tegelijk kletterde de fiets tegen de grond, de fietskleding dwarrelde er achteraan en even later kroop er een kikker onder de fietshelm vandaan. De Latijnse spreuk om iemand in een kikker te veranderen had onmiddellijk gepakt.

7 Willem de Groot staarde met grote ogen naar de fiets en de kikker. "Wat ben jij? Een heks of zo?!" Dat verbaasde Hilda. "Heeft hij je dat niet eens verteld? Zo'n koning is nog eens een opdrachtgever, hè?" Ze liet haar staf zakken. "Zo komen we nergens. Vertel mij hoe Lamador jou en dit ding hier heeft gekregen en hoe hij van plan is om je weer terug te brengen, want dan heb ik een idee hoe ik ook weer thuis kan komen. Ik moet weg uit deze bizarre plaats!" "Wat is een Lamador? Is dat de broer van je koning?" Willem zweette peentjes. Hij keek van de heks naar de kwakende, rondscharrelende kikker en weer terug. "Lamador, jij spreukeloze onbenul, is Koning Herald's magiër." Ze tikte de man met haar staf tegen het voorhoofd bij elke lettergreep. "En Lamador is een goeie magiër ook. Als je dat niet meer weet heeft hij denk ik iets met je hoofd gedaan." Ze beende weg van de man en zijn vreemde kar. "Dit is zo frustrerend!" riep ze uit. "Een totaal gebrek aan respect voor een heks als ik, om zulke amateurs achter me aan te sturen!" Ze keerde zich weer naar de metalen kar en liet haar magie aanzwellen. "Deliquesco!" Willem hield zijn adem in en zijn ogen dicht maar er gebeurde niets. "Brakende draken... ik haat Latijn. Fluxum!" Weer bleef enig resultaat uit. Hilda's gezicht toonde de uitdrukking die haar ongeliefd en gevreesd maakte bij iedereen die haar kende. Voor Willem, die zijn ogen weer open had gedaan, zag het er enkel vermakelijk uit. Toch lachte hij niet. "Oplossen!" probeerde ze. Een schicht sprong van de staf naar de auto die even oplichtte. Willem keek om. "Het werkt niet, hè?" Hij had het nog niet gezegd of zijn auto veranderde in water en spoelde over de straat en zijn voeten. "Het werkt prima," zei Hilda tegen de geschokte man, "duurde alleen wat langer omdat het geen Latijn was." Ze besloot dat dit individu niet langer haar tijd en aandacht waard was en keerde zich naar het café. De man en de kikker moesten het zelf maar uitzoeken. -=- Bull, de motorrijder met een stierennek, lag languit op de bar en zong iets met meer scheldwoorden per regel dan officieel mogelijk was. Wat hij zong was duidelijk een aanslag op zijn stembanden want na elke paar zinnen had hij een stevige slok nodig uit de cognacfles in zijn hand. Na de zoveelste slok markeerde een stevige boer de opmaat naar het volgende couplet. Zijn kale hoofd zat onder de tatoeages met harten en ankers. Die ankers waren trouwens erg vreemd omdat Bull heel snel zeeziek werd. Zijn massieve schouders werden met moeite bedekt door een mouwloos leren vest dat vroeger eens kleur had gehad, en de sporen die hij aan zijn laarzen had maakten krassen in het blad van de bar, op de maat van zijn gezang. Harrie De Engel, eigenaar van de zaak, sloeg vanuit een hoek op een barkruk gade hoe zijn levenswerk langzaam en zonder respect werd afgebroken. Hij was netjes vastgebonden en er zat ook een doek over zijn mond gebonden. De man had al een dozijn keren gewenst dat hij gewoon flauw zou vallen om dit spektakel niet meer aan te hoeven zien. Bobbie had het doek van de biljarttafel afgerukt en droeg dat om zijn nek geknoopt. "Hee jongens, zie ik er nou niet uit als een echte koning?" Hij lachte uitbundig en dronk toen de bierfles leeg die daarna zijn eerste en laatste vliegles kreeg. "Hee, echte koning, waar blijft de beloning!" brulde Julius die weer bij bewustzijn was gekomen na Jessie's uiting van genegenheid. Die bult trok wel weer weg, en in oorlog en liefde was tenslotte alles geoorloofd.

8 "Oh, wat grappig. Hebben jullie een feestje?" De plotselinge woorden en de vrouwenstem zorgden er zelfs voor dat Bull zijn comfortabele plek op de bar verliet. "Krijg nou tieten," mompelde hij. "Speelgoed!" Hilda zag de toestand van het café en fronste weer eens. Dit was een rare plaats. Er waren maar weinig mensen aanwezig, dus vroeg ze zich af wat hier gaande was. Bobbie, de leider met de groene cape nog steeds om, liep op de heks af en bekeek haar van top tot teen. "Welkom, schone dame," grapte hij en maakte een buiging. Uit verschillende kelen steeg gelach op. Toen wees hij naar de bar. "Ja, we hebben een feessie, doe je mee?" Hilda was verbaasd. Zou dit volk inderdaad doorhebben wie ze was en haar daarom met het nodige respect behandelen? Ze knikte en liep de vreemde, naar bier en gebraden vlees ruikende man voorbij. De hele bende keek hoe de vrouw met de lange, grijze vlechten naar een van de weinige tafels liep die nog rechtop stond. Ze koos een van de twee stoelen uit en ging zitten. "Hebben jullie thee?" Er viel een stilte. "Thee." Bull herhaalde het woord alsof het nieuw voor hem was. Gezien zijn alcoholische staat was dat misschien nog waar ook. "Nee, geen thee hier." Dit kon leuk worden! "Breng dan maar wijn," zei Hilda tegen de dikke man die haar aanstaarde. "Maar wel goed verdund met water." Bull's brein was nooit het snelste geweest maar nu faalde het helemaal. "Hee, stomkop!" brulde Bobbie. "Regel een bak wijn voor die dame en flikker er genoeg water bij!" Zijn ogen glommen. Dit stond garant voor een hoop lol vanmiddag, en misschien zelfs vannacht! Bull rommelde door de hoeveelheid aanwezige flessen en vond iets wat wijn zou kunnen zijn. Met de fles in de ene hand en een bierpul in de andere keek hij naar de kurk in de fles en was even besluiteloos. Hij loste zijn probleem op door de kop van de fles kapot te slaan op de rand van de bar en liet de helft van de fles in de pul lopen. De andere helft liet hij door zijn keelgat lopen, want weggooien was jammer. Vanuit de kraan vulde hij de bierpul tot de rand en droeg die toen naar de tafel. Een spoor van verdunde wijn die uit het glas klotste volgde hem. "Hier," zei hij terwijl hij de pul met een klap op tafel zette. Een kleine vloedgolf ontsnapte daardoor aan het glas. Bull keek naar Bobbie die vol belangstelling volgde hoe zijn maat dit aanpakte. "Hier, majesteit," zei de dikbuikige Bull. "Dank je. Ik ben geen majesteit en daar heb ik ook helemaal geen trek in. Ik ben heel tevreden met wie ik ben." Hilda klopte Bull even op de pols alsof ze met een hond te maken had. Daarna pakte ze het enorme glas op en dronk zonder te stoppen bijna de helft op. De vreemde reis had haar dorstiger gemaakt dan ze had verwacht. De bendeleden riepen en floten toen ze zagen hoe de vreemde vrouw met haar drank omging en Bobbie gaf Bull de opdracht om nog een rondje voor haar te halen. Daarna kwam Bobbie dichterbij en ging op een achterstevoren gedraaide stoel zitten. "Zo, schatje. Wie ben jij? Je hebt wel lef hoor, om met de grote jongens te komen spelen." Hilda bekeek de man van top tot teen. "En wie ben jij dat je dat zomaar vraagt?" Bobbie lachte uit volle borst. Al zijn manschappen brulden met hem mee. "Ik ben Bobbie. Deze toko is van mij. Het hele dorp is van mij!" "Bobbie. Dat is een rare naam voor een volwassen man." Hilda bekeek de gespierde armen en telde snel minstens een dozijn tatoeages. Hij had nog steeds de cape van biljarttafelstof om. "Is dat om mensen bang te maken?" vroeg ze terwijl ze naar het groene ding wees.

9 Het gelach stopte. Bobbie stond op en trapte de stoel weg. Zijn toch al niet zo fraaie tronie voorspelde niet veel goeds. "Je bent goed bezig om me pissig te maken, trut," zei hij terwijl hij Hilda's pols vastgreep. "Iedereen kakt hier in zijn broek als ze mij zien en da's niet zomaar. Jij zou dat ook moeten doen!" Hilda keek naar de dikke hand om haar pols. "Haal je hand van me af voordat ik je daarmee help," zei ze. Haar stem was ijskoud en haar ogen schoten vuur. Alsof hij zijn hand brandde liet Bobbie haar los. "Jij bent zeker zo'n psychologische trien, hè? Ik zal je eens laten zien wat wij hier met psychologische trienen doen!" Met een snelheid die haar verbaasde voor zijn postuur boog Bobbie voorover en greep haar bij haar armen. Met een ruk schoot de heks omhoog en belandde ze over zijn schouder waar hij haar stevig vasthield. Ze zat klem, haar armen en handen kon ze niet bewegen dus kon ze ook haar staf niet tevoorschijn toveren. Een paar tellen lang was ze hulpeloos en verbijsterd over hoe plotseling de situatie was veranderd. 3. Hocus Pocus Triomfantelijk liep Bobbie rond met zijn prooi over de schouder. De mannen en hun vriendinnen lachten uitbundig. Ze moedigden hem aan terwijl hij de heks een stevige klap op haar achterwerk gaf met zijn grote, vrije hand. "We zullen deze teef eens wat laten zien!" brulde Bobbie. De bobbel in zijn broek maakte duidelijk wat hij haar wilde laten zien. Tegen de tijd dat hij dat zei was Hilda over de schok heen. Wat dacht deze pummel wel, om zo met een heks om te gaan! En dat hij zijn handen hield waar ze niet hoorden! Ze zette zich schrap voor wat zou gaan komen en prevelde toen een spreuk die de buitenkant van haar broek tijdelijk veranderde in een zee van dorens waarvan elke punt een gif bevatte. Het gif was niet dodelijk maar het zou de onverlaat wel een paar dagen last bezorgen. Hilda was klaar voor het moment dat hij haar zou laten vallen, en dat gebeurde dan ook. Bobbie brulde toen de dorens zijn huid doorboorden en het brandende gif z'n werk deed. Hij liet Hilda los en schudde haar van zich af. Ruim voordat ze de grond raakte had ze een zweefspreuk paraat en bleef netjes hangen terwijl ze de stof van haar broek weer ontdoornde. Toen landde ze op de grond, netjes op haar voeten. "Ik heb je gewaarschuwd, pummel," brieste ze, "maar jij luisterde niet. Ik zei dat ik je een handje zou helpen. Graag gedaan!" Met een korte beweging van haar pols sprong de toverstaf in haar hand. "Allemaal tegen die muur. Allemaal!" Door alle pijn die in woede omgezet werd hoorde Bobbie amper wat de heks zei. Hij was woest! Wat had dit wijf gedaan? Zijn hand stond in brand en het leek wel steeds erger te worden. Met een brul waar een holbewoner jaloers op zou zijn sprong hij naar de trut met haar stomme stokje. Hij wilde haar vernielen, pijn doen, helemaal uit elkaar halen en alle onderdelen op de vloer laten liggen als bewijs dat niemand zoiets met Bobbie kon uithalen. Tot zijn verbazing kwam hij niet verder dan de sprong. In plaats van een verpletterende aanval op de vrouw met haar vlechten hing hij in de lucht en kon hij geen kant op! Bobbie sloeg met zijn armen en trapte met zijn benen, maar hij bleef hangen waar hij hing, en hij werd enkel doodmoe van zichzelf. Toen hij eindelijk hijgend de moed opgaf zag hij hoe zijn medestanders zich braaf bij de muur verzamelden waar de grijsharige vrouw naartoe wees. Hilda wachtte geduldig tot de groep zich naar de muur verplaatst had. Ze was wel onder de indruk dat haar magie hier sterker leek dan thuis; ze had enkel een

10 afweerspreuk op de aanvallende man losgelaten, en daar hing hij, dobberend in de lucht. Ze stapte naar hem toe en gaf hem een duwtje waardoor hij langzaam rond begon te draaien. Bobbie sloeg weer met zijn armen, maar hij kon de beweging niet stoppen. Het enige dat hij kon doen was kijken, luisteren, woedend zijn, en rondzweven. En dat alles terwijl zijn arm nog steeds in brand leek te staan. Terwijl de leider van de bende hing te spartelen ging de heks weer aan de tafel zitten, dronk nog wat van de met water verdunde wijn en keek naar de groep onverlaten. Ze zuchtte. Ze had hier geen zin in en geen tijd voor. "Wat moet ik met jullie?" vroeg ze. "Ik dacht dat ik jullie wel kon gebruiken." Met haar vinger tekende ze rondjes in het vocht op de tafel. "Blijkbaar heb ik me vergist." Harrie De Engel, eigenaar van de onfortuinlijke zaak, was opeens blij dat hij niet flauw was gevallen. Vanaf zijn barkruk, vastgebonden en al, zag hij hoe de vreemde vrouw met de motorbende speelde als een kat met een stel muizen zou doen. Wat zou hij een geweldig verhaal hebben voor de krant! Tenminste, als iemand hem zou geloven. Hij had al zitten denken over hoe hij het verzekeringsgeld zou gebruiken, maar deze nieuwe gedachte bracht visioenen van eenzame opsluiting, therapie en mannen met witte jassen. Bobbie werd langzaamaan duizelig van het gedraai. Hij probeerde iets te zeggen en kwam er toen achter dat hij dat ook niet meer kon. De heks merkte het en keek even naar hem. "Nee, nee. Nu even niet," zei ze met een gemaakte glimlach. "Wie ben jij? Wat moet je van ons?" Julius wist dat hij een risico nam maar hij kon zijn mond niet houden. De heks keek hem aan. "Mensen kennen mij als Grimhilda de Heks. De Brutale Heks. Ik had echt een goed gevoel bij jullie. Ik had echt het idee dat jullie van pas zouden komen om weer naar mijn eigen wereld terug te keren. Een wereld die normaal functioneert. Maar dit..." ze wuifde even om zich heen "maakt wel duidelijk dat jullie niet de kwaliteiten hebben waar ik naar op zoek ben. Ik vermoed zelfs dat de meesten van jullie het woord kwaliteit niet eens wat zegt." Ze schudde haar hoofd. De vlechten sprongen lusteloos rond terwijl ze haar toverstaf liet verdwijnen. "En nu opgehoepeld. Laat me alleen. Ik wil jullie nooit meer zien, hoor je me? Val me niet nog een keer lastig of je komt erachter wat er gebeurt als je een heks tegen je hebt!" Haar stem was luider geworden terwijl ze sprak, en de laatste woorden daverden door het café. Iedereen behalve Hilda en de vastgebonden man op de kruk hield de handen over de oren. Een paar flessen die het tot dantoe overleefd hadden, sprongen kapot onder het geweld van het geluid. Langzaam echode haar stem weg. "Eruit. Ik ben erg teleurgesteld." Bull was de eerste die in beweging kwam. Hij liep naar de deur. Na een paar stappen keek hij om en keek naar Bobbie. "Ga je mee, baas?" Hilda knipte met haar vingers. Om Bobbie's nek verscheen een touw. "Daar. Neem maar mee, ik heb niets aan hem." Bull pakte het touw. In stilte verliet de motorbende café De Engel terwijl Bobbie met hen meezweefde als een grote, pisnijdige ballon. Vanaf de stoel bekeek Hilda het tafereel tot de deur achter de laatste dichtsloeg. Ze pakte het grote glas op en keek naar het restje verdunde wijn. "Dat moet ver genoeg zijn," mompelde ze en knipte weer met haar vingers. De bezwering die Bobbie in de lucht had gehouden verdween. Hilda en de geboeide man op zijn kruk hoorden een doffe klap en een stroom van verwensingen. Hilda knikte tevreden. Dat was precies de bedoeling geweest. Toen keek ze rond in de ontredderde zaak. Haar blik rustte op Harrie de Engel. "Jij hoort niet bij dat spul, hè?" vroeg de heks terwijl ze opstond en naar de trillende man op de barkruk liep. "Daarvoor ben je

11 te schoon. En ook te dun vergeleken met het merendeel van die lui." Hilda liet haar staf verschijnen en een tel later waren Harrie's boeien verdwenen. Hij hapte naar adem terwijl Hilda voor hem stond, met een hand op haar heup en de top van haar toverstaf rustend tegen haar wang. "Kolere, dame, wat een optreden zeg. Kan ik je aannemen als uitsmijter?" Harrie wist dat hij met deze vrouw onder contract nooit meer problemen zou hebben. Hilda zuchtte weer. "Jij bent dus ook niet waar ik naar op zoek ben. Dat was de foutste vraag die je kon stellen." Ze draaide zich om en liep naar de tafel waar haar tas lag te wachten. Harrie kwam van de kruk af en verbeet zich toen zijn bloedsomloop weer op gang kwam; het voelde behoorlijk pijnlijk. "Hoe bedoelu?" vroeg hij. Hilda nam niet de moeite om zich om te draaien, ze schudde enkel haar hoofd. "Niet vergeten, jij begon over uitsmijter." Terwijl ze dat laatste woord zei wees ze met haar toverstaf naar het plafond van de zaak en prevelde een spreuk. Harrie begreep wat er mis was toen het eerste gebakken ei hem op de borst trof. Een tweede liet een spat eigeel achter op zijn wang. Terwijl het derde ei tegen zijn rug sloeg liep Hilda naar de voordeur. "Misschien kom ik nog eens voorbij... uitsmijter..." 4. De ketting De motorbende had geen idee wat er allemaal in de bar gebeurde. Nadat hun grote leider tegen de grond was gekwakt hadden ze hem rechtop geholpen en het touw van de halsband af weten te snijden. De halsband zelf wist echter van geen wijken; het ding bleef om Bobbie's stevige nek zitten, hoe hard er ook aan gerukt werd. "Die teef gaat er nog eens aan," gromde Bobbie toen hij uiteindelijk zijn mannen weggeschopt had. Ze hadden intussen behoorlijk wat van zijn vel verwijderd in hun pogingen met de halsband. "Niet vandaag, maar ik ga haar mores leren! Naar de motoren!" Tot hun verbijstering vonden ze hun kostbare machines in het stof. Ze wisten wie dat gedaan had, maar op dat moment was hun vrees voor de grijsharige vrouw groter dan hun dorst naar gerechtigheid, dus trokken ze met moeite en veel gevloek hun motoren overeind. Terwijl Bobbie zijn machine overeind trok zag hij iets op de grond liggen. Het was een ketting, en het ding zag er kostbaar uit. "Hee, mop, hier komen," blafte hij terwijl hij de ketting opraapte. "Hier. Cadeautje. Omdoen, en dan je kont op de motor." Even later brulden de motoren en met veel piepende banden en geschreeuw verliet de bende het stadje. Voorlopig zouden ze niet terugkomen. -=- Hilda kwam net uit de bar toen ze de laatste motor om de hoek zag verdwijnen. Ze had al vermoed dat die vreemde tweewielige dingen en de vreemde mannen bij elkaar hoorden. Opgeruimd stond netjes. De straat lag er nog steeds verlaten bij. De mensen die hier woonden bleven voor de zekerheid nog maar even binnen, tot ze zeker waren dat de motorrijders echt weg waren. De heks begon te lopen zonder te weten waar eigenlijk heen, tot ze ergens een bank vond en daar ging zitten. Ze begon in haar tas te zoeken en gluurde in alle hoeken en gaten voor zover dat mogelijk was. Een beetje verontrust keek ze nog eens. "Vomotio torquis," prevelde ze. Daardoor zou haar ketting tevoorschijn moeten komen, maar er gebeurde niets. "Kom op, spuug die ketting uit," beval ze de

12 tas, maar het resultaat bleef gelijk: het bleef uit. "Ik haat Latijn, weet je dat?" deelde ze de tas mede. Hilda stond op en legde de tas op de bank. Ze floepte haar toverstaf in de hand en zwaaide die rustig over de tas, die zich weer transformeerde in de kleding die ze had gedragen toen ze in deze vreemde plaats terecht kwam. Haastig doorzocht ze haar kleren maar de ketting was en bleef weg. Een stroom van heksige verwensingen rolde van haar lippen, en die betekenden niet veel goeds. "Hoi. Hebbie een probleem?" De vraag kwam van een jongeman met een petje op. Kauwgum werd vermalen tussen zijn kiezen. Hij had een afkorting door het park genomen en keek nu nieuwsgierig naar de vreemde lappen op de bank. "Ga weg." Hilda was niet in een vriendelijke bui, en de verdwenen ketting maakte het allemaal nog wat erger. "Hee, ik probeer enkel te helpen, oké?" De jongen trok zijn schouders op en liep verder terwijl hij schel en vals een deuntje begon te fluiten. Hilda keek naar de rug van de jongeman en tilde langzaam haar staf op. "Verspilde energie," mompelde ze toen. Ze veranderde haar kleren weer in een schoudertas en plofte ernaast op de bank. "De ketting. Waar is die ketting? Ik moet die ketting hebben." Die drie korte zinnen bleven door haar hoofd malen. De ketting was een bron van magische energie, speciaal voor grote magische acties. Door die ketting was ze waarschijnlijk hier terecht gekomen, dus met die ketting zou ze ook weer terug kunnen naar huis, naar een wereld die zij begreep. Een wereld die haar soms begreep. En als ze dan eenmaal thuis was zou ze met die zwartharige troel af kunnen rekenen, dat wicht met haar lieve gezichtje, haar liedjes en het achterbakse plan dat ze in haar hoofd had. Niet veel mensen wisten wat dat ogenschijnlijk onschuldige ding was, en Hilda was de enige die haar kon tegenhouden. Toen dacht ze terug aan hoe ze hier was gearriveerd. De enige plek waar haar ketting kon zijn was in die steeg. Hilda stond op, pakte haar tas en liep terug naar de plek waar ze de motoren had zien liggen. Ze passeerde de bar waar ze nog steeds uitsmijters tegen dingen aan hoorde kletsen. Ze kwam langs de boekenwinkel die nog steeds gesloten was en bereikte de steeg. Ze liet haar staf weer verschijnen en begon te zoeken. Het was verontrustend dat ze de ketting niet meteen zag liggen, en nog erger dat de staf haar er niet meteen heen trok. Misschien lag de ketting toch wat verder de steeg in... Hilda liep wat verder het smalle straatje in, waar het vlug donkerder werd. Na een korte spreuk lichtte de punt van haar staf op en diende zo als lamp, maar nog steeds was er geen trillen in de staf te voelen. Trillen zou betekenen dat de ketting vlak bij was. "Waar ben je? Ketting, hallo... waar ben je?" Het viel niet mee voor Hilda om vriendelijkheid in haar stem door te laten klinken, maar een object dat magisch zo sterk was als die ketting moest vriendelijk benaderd worden, anders zou het ding zich nog verstoppen ook. "Hallo, ketting?" Hoezeer ze het ook probeerde, hoe vleiend ze ook sprak, de ketting was en bleef onvindbaar. "Brakende draken," zei ze. Het was veilig om lucht te geven aan haar gevoelens, nou de ketting echt weg bleek. De heks liep terug naar het begin van de steeg. "Desidero torquis," zei ze toen. "Waar is de ketting?" Langzaam bewoog ze haar staf van links naar rechts, alsof ze aan het pendelen was. Er moest een teken komen. Ze had de ketting om gehad toen ze hier over de grond rolde, dus was die hier kwijt geraakt, dus moest die hier nog ergens zijn. Een paar dames kwamen nu aanwandelen over de straat. Ze hadden waarschijnlijk het hele motordebacle gemist. "Zoekt u iets?" vroeg een van hen. Hilda schrok van de twee en keek ze aan. "Mijn ketting. Hebben jullie mijn ketting gezien?" Haar

13 toon was vinniger dan ze eigenlijk had gewild; deze rare wereld met zijn vreemde mensen en bijzondere voertuigen irriteerde haar. Het gemis van de ketting was enkel het puntje op een vreselijk miserabele i. "Nou, nou. Lichtgeraakt vandaag? Nee, wij hebben geen ketting gezien. Hoe ziet die eruit? Misschien kunnen we helpen zoeken." "Zijn jullie heksen?" De ogen van de vrouw die had gesproken werden groot. "Wat een brutaliteit!" Ze pakte haar vriendin bij de arm en vlot liepen ze weg van de vreemde vrouw die duidelijk een paar schroefjes miste. Hilda voelde zich gekwetst. Ze vouwde haar armen over haar borst en keek de twee vrouwen na. Dit was te eenvoudig. Hier hoefde ze niet eens haar mond voor open te doen. Een tel later braken beide hakken onder de schoenen van de vrouw die haar brutaal had genoemd. Nou was Hilda een echte brutale heks, maar een gewoon mens had geen recht om dat over straat te brullen. Terwijl de vrouw gilde knikte Hilda tevreden. "Dat zal je leren om een heks zo te behandelen." Toen pakte ze haar zoektocht weer op en zwaaide haar staf over de weg. Tot haar vreugde voelde ze een licht trillen in de staf! Ze ging op haar knieën zitten en zocht dichter bij de stenen straat. Ja, het was er echt. De ketting had hier gelegen! Maar het punt was: waar was die nu? Een koude rilling liep over haar rug toen ze merkte dat dit de plek was waar de tweewielers hadden gelegen. De krassen op het wegdek waren de stille getuigen. "Nee. Nee, nee, nee. Dat is niet waar. Ze hebben niet mijn ketting meegenomen!" Langzaam zakte ze voorover, tot haar voorhoofd op het harde asfalt lag. Ze haalde diep adem terwijl woede en vrees door haar heen raasden. Dat zou haar magie stimuleren en daardoor zou ze genoeg kracht hebben om achter de bende aan te gaan. "Is alles goed met je, kind?" De vraagsteller was een man met de gelaatstrekken van een oude magiër. Hij leunde op zijn staf! Hilda ging zitten en keek naar hem op. "Het gaat wel maar ik ben mijn ketting kwijt. Ik moet een kristallen bol hebben en ook een bezem. Anders krijg ik de ketting niet terug." De oude man keek peinzend. "Ik weet niet waar je een kristallen bol zou kunnen kopen hier, maar verderop is een supermarkt met uitstekende bezems. Mijn vrouw haalt ze daar ook en zij is er erg tevreden over." Hilda hoopte dat dit een gelijkgestemde was. "Uw vrouw... is ze magisch?" Ze gebruikte het woord omzichtig. Normaal kon ze wel voelen of iemand een magisch wezen was, maar deze wereld was zo gestoord dat haar gevoel haar wat dat betrof wel eens kon bedriegen. Voor hetzelfde geld was deze man de magiër die hij leek te zijn en ze had genoeg ervaring met oude magiërs. Die zouden haar vlot op haar nummer kunnen zetten, zonder zich moe te maken. "Magisch? O ja, dat was ze voor me vanaf de eerste keer dat ik haar ontmoette," glimlachte de man. "Ik geloof u, Ouderling," zei Hilda vol respect. "Ouderling?" De man glimlachte weer. "Niet veel mensen zeggen dat tegen me. Het klinkt wel mooi. Het klinkt veel beter dan ouwe zak." Hij grinnikte om zijn eigen grapje. "Dus voor de bezem moet je die kant op. Misschien kan iemand je daar ook vertellen hoe je aan je bal komt. Succes en tot ziens!" Hij knikte en wandelde weg. Hilda keek de man na. Dat moest een formidabele tovenaar zijn om zo fluks met zo'n enorme toverstaf om te kunnen gaan. Toen stond ze op, pakte haar tas op

14 en liet haar eigen staf verdwijnen. Er was maar een richting om in te slaan. Naar de supermarkt. -=- Het duurde niet lang voor ze de supermarkt had gevonden: haar haast gaf haar voeten vleugels. Ze bekeek het grote gebouw met zijn enorme ramen. Als ze toch eens een magische spiegel had van die afmetingen, dan zou elke heks in de wereld groen worden van jaloezie. In de echte wereld natuurlijk, niet dit gekkenhuis. Hilda staarde naar alle dingen die uitgestald waren achter het glas. Van het merendeel zou ze niet durven raden waar ze voor zouden zijn. Toen vroeg ze zich af of dit wel de goede plaats was, of dat de Ouderling een rotgeintje met haar had uitgehaald. Voor de zekerheid keek ze nog eens naar het bord. Er stond echt Supermarkt op. Dat was een goed teken. Toen begon ze te zoeken naar een ingang en ontdekte per ongeluk een stuk van de glazen muur dat vanzelf opzij schoof. Dat was krachtige magie, bedacht ze, waarschijnlijk het werk van de Ouderling zelf. Ze stapte de winkel in. De ruimte binnen was wonderbaarlijk. Rij na rij liep de heks langs lange, metalen rekken en stellingen. Licht brandde uit lange, witte buizen die in het plafond zaten, nergens brandden kaarsen. Het was heel verwarrend voor Hilda. Na lang zoeken en niets vinden klampte ze iemand aan, liet haar toverstaf verschijnen en zei: "Breng me naar de bezems." De man die haar slachtoffer was knikte. Hij was onmiddellijk in de ban van haar wens. Met een wezenloze blik liep hij voor haar uit, naar de afdeling huishoudelijke artikelen. "En waar zijn de bezems?" vroeg Hilda die niets herkenbaars zag. "Dat zijn de bezems." De man wees naar een collectie kleurige stokken met even kleurige borstels. Hilda staarde met afschuw naar de bonte verzameling. Dit kon niet waar zijn, welke heks zou zich daarmee durven vertonen? "Kom, geen grapjes, ik wil een serieuze bezem!" De man trok zijn schouders op, en wat ze ook probeerde om een meer traditionele bezem te pakken te krijgen, de man hield vol dat dit de bezems waren. Hilda pakte een van de dingen op. "Dit is geen echte bezem. Een bezem is gemaakt van hout, niet van... dit!" Haar uitbarsting trok de aandacht van een paar medewerkers van de supermarkt. "Is er een probleem?" vroeg een meisje. "Ja. Deze man staat onder mijn bezwering en toch houdt hij vol dat dit een echte bezem is." Hilda hield de onschuldige bezem onder de neus van de hulpvaardige juffrouw. "Hij heeft gelijk hoor, dit zijn bezems." De juffrouw snapte duidelijk niet wat er met deze vrouw aan de hand was. "Ik werk hier, ik gebruik die bezem zelf ook. Ze zijn hartstikke goed." Een beetje reclame kon tenslotte geen kwaad. "De vrouw van de Ouderling heeft er een en jij hebt er een." Hilda vroeg de staf of het meisje de waarheid sprak. "Goed, ik zal je moeten geloven. Jij woont in deze bizarre wereld. Nu moet ik een kristallen bol hebben." Ze schoof de man aan de kant en keek naar de jonge vrouw. "Wij verkopen geen kristal, mevrouw. We hebben wel hele mooie van glas." Hilda schudde haar hoofd. "Glas werkt niet. Het moet kristal zijn. Weten jullie nou echt niets?" De heks begon haar geduld te verliezen. Ze was toch al niet de geduldigste persoon, maar deze situatie maakte het allemaal nog wat erger. Ze moest tenslotte achter haar ketting aan. "Jij bent duidelijk geen heks."

15 De winkeljuffrouw keek verbaasd. "Nee, natuurlijk ben ik geen heks! En de glazen ballen doen het wel degelijk goed." "Wel degelijk niet," zei Hilda. "Vertel me waar een winkel is met kristallen bollen, dan ga ik daar wel heen. Dit schiet allemaal niet op." Ze bewoog haar staf even en reduceerde de wil van het meisje. "Ik zal u er wel heen brengen," zei de juffrouw en begon meteen naar de uitgang te lopen. Toen ze de deur uit liepen begon er binnen iets te piepen, maar met een beweging van de toverstaf was dat snel geregeld. Het piepen stopte, en na een paar minuten trok ook de rook weg die door Hilda's actie was verschenen. Ze hadden al een tijdje gelopen, en ze waren een paar keer ingehaald door iemand van de winkel die eiste dat de juffrouw en de bezem onmiddellijk werden teruggebracht, maar ook dat was niet indrukwekkend. De mensen bleven verdwaasd in de straat achter. "Hoever is het naar de winkel met het kristal?" vroeg Hilda. "Ongeveer een half uur lopen. Ik heb geen auto. Tenzij we een taxi nemen." "Taxi?" vroeg Hilda. Toen het meisje naar een van de metalen karren zonder paard wees knikte ze. "Juist. Ik heb er een in water veranderd, die zijn niet veel waard. We gaan vliegen, dat is sneller." Met een krachtige, uitputtende spreuk liet ze de bezem zweven en stapte op. Normaal duurde het heel wat langer om een bezem te leren vliegen maar dit moment was niet normaal. "Kom voor me zitten." Zelfs onder de bezwering keek de winkeljuffrouw verbaasd. "Zitten? Daarop?" "Kom voor me zitten." Hilda's stem was even onweerstaanbaar dus ging de jonge vrouw op de bezem zitten. Intussen hadden ze aardig wat aandacht getrokken want ze stonden in een drukke straat, maar daar had Hilda geen boodschap aan. Mensen stonden stil en keken naar wat die rare lui aan het doen waren en wat er nu weer zou gebeuren. Ze trokken zoveel bekijks dat sommige auto's tegen andere tot stilstand kwamen. "Wat voor achtergebleven gebied is dit toch," mopperde Hilda. "Alsof ze nog nooit een heks hebben gezien." Om van de nieuwsgierige blikken af te zijn wierp ze een onzichtbaarheidsspreuk over haarzelf, haar passagier en de bezem en toen liet ze de bezem opstijgen. "Zeg hardop waar de plaats met de kristallen bollen is, meisje," beval ze. De winkeljuffrouw stamelde een adres terwijl ze zich in paniek vasthield aan de bezemsteel. De bezem maakte een scherpe bocht en schoot omhoog over de daken. Ze vlogen hoog en ongezien boven de straten en het drukke verkeer. "We vliegen," wist de juffrouw uit te brengen. "Natuurlijk vliegen we. Waarom dacht je dat ik een bezem wilde hebben? Om te vegen?" 5. De kristallen bol De bezem dook omlaag in een spiraal die misselijkmakend was voor onervaren berijders. De beklagenswaardige winkeljuffrouw moest alles doen wat in haar macht stond om haar lunch binnen te houden. De landing was gelukkig erg zacht. Met de bezem in de hand vroeg Hilda: "Waar zijn de kristallen bollen?"

16 Het meisje wees naar een winkel waar allerlei soorten kristal werden aangeprezen. "Daarbinnen." Hilde keek even naar het raam en zag inderdaad een uitgebreide collectie kristal staan achter de grote glazen platen. Ze knipte met haar vingers. "Absolvo." Dat verbrak de bezwering die ze over haar onvrijwillige begeleidster had gelegd, en ook de onzichtbaarheidsspreuk verviel. De juffrouw keek verschrikt en verbaasd toen ze merkte dat ze weer de controle over zichzelf had en ging er toen vandoor alsof de duivel haar op de hielen zat. Waarschijnlijk zou ze dat liever hebben dan achtervolgd te worden door de heks, na deze ervaring. "Wat een zielige vertoning," zei Hilda tegen niemand in het bijzonder. Toen beende ze op de winkel af. Meteen toen ze binnenkwam stapte er een grote man met een vierkante kin in haar pad. "U mag dat niet mee naar binnen nemen, mevrouw," zei hij. Hij wees naar de bezem die hem prompt in de hand werd gedrukt. "Prima," zei de brutale heks, "houd dan maar goed vast, ik heb hem straks weer nodig. Kom mee." Ze liep een stukje de winkel in en merkte dat de man haar niet volgde. "Kom mee, zei ik. Zonder mij vliegt hij toch niet, probeer het maar." De man fronste. "Wilt u even met me meekomen?" "Breng jij me naar de kristallen bollen?" vroeg Hilda. Wat ze tot dan toe hierbinnen gezien had stemde haar niet erg hoopvol. "Uiteraard," zei de man. Tot dan toe had hij alles goed gedaan. Het ging fout toen hij Hilda voorzichtig de goede kant op wilde duwen, naar een speciaal klein kantoortje voor complexe klanten. Hij wist niet dat je niet zomaar een heks aan kon raken, en vooral niet als het een brutaal exemplaar van dat soort betrof. En in het geval van Hilda was dat de laatste fout die iemand kon maken. Voor het oog het kon volgen had ze haar staf in de hand en stond de man versteend te kijken. Letterlijk. Hilda bekeek haar werk en besloot dat de bezem wel veilig zou zijn in zijn stenen hand. "Dank je dat je mijn bezem vasthoudt," zei ze terwijl ze het beeld even op de arm klopte. Toen liet ze haar staf verdwijnen en ging op zoek naar ballen. Na een minuut of tien had ze eindelijk iets gevonden. "Brakende draken, dat zijn wel kleintjes," mopperde ze. Een eenvoudige spreuk verwijderde het glas uit de vitrine. Hilda pakte de grootste bal op en bekeek haar aanwinst. "Wel mooi, dat scheelt." Ze bracht haar toverstaf weer tevoorschijn en tikte ermee op het kristal om het geluid te beoordelen. "Goede kwaliteit. Hier zal ik het mee moeten doen." Een verkoopster kwam toen net langslopen. "Goedemiddag, mevrouw. Ik zie dat u al..." Haar woorden verstomden toen ze merkte dat de helft van het glas van de vitrine was verdwenen. Hilda hield haar kristallen vondst omhoog. "Ik neem deze mee." "Uitstekende keus, mevrouw," zei de verkoopster die nog steeds gebiologeerd naar de vitrine keek. "Ik zal hem voor u laten inpakken." "Nee. Ik zei dat ik deze meeneem. Jij neemt niks mee." Hilda hield haar toverstaf klaar voor eventuele actie. De verkoopster keek ontdaan en stapte terug. "Bedreigt u mij?" "Bedreigen? Hah! Een heks heeft zoiets niet nodig. Ik zeg het je, dat moet genoeg zijn," zei Hilda. "Nou, ga aan de kant, dan haal ik mijn bezem op en alles komt goed."

17 "Bezem?" De verkoopster was hierdoor zo verbijsterd dat ze Hilda geen haarbreed in de weg legde toen de heks langs haar heen stapte. De vrouw kon niet bevroeden hoeveel geluk ze had. Hilda stopte de bal in haar tas en liet haar staf verdwijnen terwijl ze haar weg door de winkel zocht. Haar haast trok wel wat aandacht, maar een spreuk loste dat ook weer op. Ze merkte wel dat ze wat vermoeid raakte omdat ze zoveel magie moest gebruiken in deze gestoorde plaats. De versteende man hield nog steeds de bezem vast. Een tweede beveiliger stond naast het beeld en praatte druk in zijn telefoon om zijn onbegrijpelijke vondst te melden. "Nee, man. Eerlijk. Hij is versteend! Nee, Mark, ik ben niet dronken, ik heb dienst! Stuur de politie en een ziekenwagen. Mark, geen geintjes, ik heb geen beeldhouwer nodig! Luister nou, Steef is veranderd in een beeld en hij heeft hulp nodig!" Hilda luisterde even naar het gesprek en schudde meewarig haar hoofd. Waarom stond die man nou tegen een klein stukje ijzer te roepen? Ze bevrijdde haar bezem uit de stenen hand en liep de winkel uit. Het alarm, het geschreeuw en de man die achter haar aankwam waren niet interessant nu; ze had tenslotte haar kristallen bol. Voordat de man bij haar was zat ze al op de bezem en vloog ze weg. "Mark... je gelooft niet wat ik net zag..." -=- Hilda zweefde hoog boven de grote stad. Ze zocht een plekje waar ze met de kristallen bol aan het werk kon, en dat moest ergens zijn waar ze rust had. Na een tijdje vond ze een gebied met wat bomen. Het was niet groot maar dat hinderde niet; ze had toch niet veel plaats nodig. Rustig stuurde ze haar bezem omlaag en landde tussen de bomen. Ze bekeek de kleurige bezem nog eens. Wat een onmogelijk ding, dacht ze. Maar ja, voorlopig deed hij het. Alleen voor bochtenwerk was het een ramp. De heks wandelde langs de bomen en zette toen de bezem tegen een van hen. Toen keek ze rond. "Terug naar de natuur," mompelde ze, "dat is nog eens authentiek." Haar gezicht gaf aan dat ze het niet met haar woorden eens was maar er was niemand in de buurt om dat op te merken, en dat was maar goed ook, gezien haar humeur. De heks knielde neer en legde haar tas op de grond. Ze pakte de bol en begon een tijdrovend ritueel om de bal op te laden voor diens nieuwe doel. Een kristallen bol die niet goed was voorbereid zou de meest waanzinnige antwoorden geven, als die al zou antwoorden. Maar ja, waanzinnige antwoorden pasten wel bij dit oord, dacht ze, terwijl een grimas over haar gezicht trok. Tegen de tijd dat de bal klaar was ging de zon al onder. Schaduwen kropen over de stad en ook langs de bomen waar het grote werk zou worden gedaan. Hilda prikte haar staf in het zand en knipte met haar vingers zodat de punt van de staf haar bij zou lichten. "Nou eens kijken of dit gaat lukken," mompelde ze. De bol lag opgeladen op de tas. Hilda voelde de energie die er omheen hing. De heks hield haar handen over het kleinood en zo stil als ze durfde begon ze de krachten aan te roepen die ze in de bol had geplant. Nu moest ze de bol activeren om dingen te kunnen zien. Steeds weer herhaalde ze de woorden, het werd een mantra die haar de rest van de wereld liet vergeten. Niets buiten de bol was nu belangrijk Heel langzaam begon er een lichtpuntje te schijnen in het midden van het kristallen voorwerp. Hilda moest nu heel voorzichtig zijn; één aarzeling, één verspreking, en al het werk zou voor niets zijn geweest. Ze trilde van de inspanning terwijl ze haar vermoeide lichaam en geest dwong dit af te maken. Een foutje en ze had enkel een bal van kristal, geen kleine kristallen bol. Het lichtpuntje verspreidde zich door het harde mineraal en begon langzaam rond te draaien. Het licht weerkaatste tegen de binnenkant van de bol. Het was fascinerend om te zien hoe het toverlicht niet uit de bol kwam, in tegenstelling tot gewoon licht. Hoe vaak ze dit ook deed, het bleef voor de brutale heks een wonder om te zien. Ze ging door en door, geduldig werkend en bezwerend, terwijl ze de structuur van het kristal telkens weer tot rust liet komen. De magische krachten die ze op het materiaal zette waren tenslotte enorm en voor de bal onbekend. Een grotere bal was altijd makkelijker omdat er dan meer materiaal was om de kracht in te verdelen, maar daar was niets aan

18 te doen. De kwaliteit van dit kleinood moest het gebrek aan kwantiteit goedmaken. Hilda sloot haar ogen terwijl ze de ultieme stoot energie in het hart van het kleine object stuurde waar het kleine licht leefde en danste. Energie vloeide rijkelijk, in bijna obscene hoeveelheden. En toen was het gedaan. Al het licht verdween, zelfs dat wat van haar toverstaf kwam. Duisternis viel over de heks en de bol. Ze bereidde zich voor op de kou die over haar heen zou spoelen. Dat was onvermijdelijk omdat ze zoveel energie aan haar omgeving had onttrokken. De bijtend koude sensatie kwam aan als een ijshamer terwijl ze de kleine bol in haar handen nam. Met het kleinood tegen haar hart gedrukt raakte ze buiten bewustzijn. Het zware energiewerk, het gebrek aan eten, de schokkende ervaringen van de dag en de koude wind die om haar heen floot waren zelfs voor haar teveel. -=- Hilda werd wakker met een overvloed aan geuren in haar neus, de sensatie van een zacht bed onder haar en, allerbelangrijkst, warmte op haar gezicht. "Kijk eens wie er wakker is," zei een stem. "Tilly, ik denk dat het tijd is dat iemand wat te eten krijgt, en een sterke kop koffie." Hilda opende haar ogen en keek rond terwijl ze langzaam de deken van zich afduwde. Verrassing en tegelijk herkenning weerhielden haar ervan om een verstijvingsspreuk af te vuren op de twee mensen in de kamer. Ze was in het huis van de Ouderling, de man met het witte haar en de enorme toverstaf die hij fluks als steun had gebruikt! "Ouderling?" fluisterde ze, terwijl ze niet snapte hoe ze hier terecht was gekomen. "Heeft u mij hierheen gebracht?" "Ha ha, hoor je dat, Tilly? Ik zei toch dat ze me Ouderling noemde!" De oude man stond op van zijn stoel. Aan de tafel waar hij had gezeten zat een oudere vrouw met een rond gezicht, grijs haar met hier en daar nog wat zwart, en grote, vriendelijke ogen. "Welkom terug in het land der levenden, jongedame," zei de vrouw. "Ik zal een bord voor je halen." Terwijl ze de kamer verliet hielp de oude man Hilda op te staan en zei haar aan de tafel te gaan zitten. Niet veel later zat ze achter een groot bord met eten terwijl ze af en toe slokjes nam van een heet, donker brouwsel dat de Ouderlingen koffie noemden. Terwijl ze at als een wolf vertelde de oude man hoe ze op de stretcher in zijn huiskamer terecht was gekomen. "Ik was met de hond gaan wandelen, weet je. Altijd goed om dat 's avonds even te doen. Een beetje frisse lucht voor het slapen gaan, en het is ook goed voor Joris. Joris is de hond," legde hij uit. Hij nam een slokje koffie. "Dus we liepen langs het pad toen Joris opeens begon te trekken, en daar tussen de bomen vonden we je. Wat was je daar trouwens aan het doen? Je zag eruit alsof iemand je uit een vriezer had getrokken en daar had gedumpt." Hilda liet haar bestek vallen. "Waar is mijn bol?" De oude man reageerde niet meteen dus stond ze op. "Waar is mijn bol? Ik moet mijn bol zien!" "Oh... je bedoelt dat kristallen bolletje? Dat is hier hoor, geen zorgen, kind." De oude vrouw draaide een klein potje om en liet de kleine bol in haar hand rollen. Ze gaf de bol aan Hilda die het dingetje nog net niet uit haar hand rukte. De heks bekeek de bal en voelde of de magische kracht er nog inzat. Het was allemaal in orde. Opgelucht liet ze de bol in een zak van haar spijkerjasje glijden. "Ik heb deze bol nodig, weet u. Ik heb hem geladen en ik moet hem dichtbij me houden. Dat snapt u natuurlijk." De twee oudere mensen keken elkaar aan en glimlachten. Dat was voor Hilda genoeg bewijs dat ze haar inderdaad begrepen. Oude magiërs die aan elkaar gepartnerd waren hadden vaak geen woorden nodig; ze hadden tenslotte de magische link.

19 Voor Hilda naar haar bezem kon vragen zei de Ouderling: "We hebben je bezem ook hier. En je tas staat daar, naast het bed. Ik heb je houten stokje er maar ingedaan dus hoef je je daar ook geen zorgen om te maken." De heks knikte. "Ik waardeer dat allemaal. Uiteraard, zoals u weet is de bol momenteel het belangrijkste. Een bezem is tenslotte maar een bezem, maar wel bedankt dat u mijn staf ook hebt meegebracht." "Dat spreekt voor zich, kind," zei Tilly. "Wil je nog iets eten? Of nog wat koffie?" "Ja! Koffie. Dat geeft me heel snel kracht. Ik zou graag het recept voor dit brouwsel weten als u dat wilt delen." Hilda duwde dankbaar de lege kop naar de vrouw. De Ouderling keek Hilda aan. "Je weet niet hoe je koffie moet zetten?" Verwondering klonk door in zijn stem. Hilda wist dat ze in de problemen zat. Duidelijk was het maken van dit brouwsel hier een heel bekend iets, en om hier te zeggen dat ze dat niet wist zou haar waarschijnlijk belachelijk maken in de ogen van deze twee. "Natuurlijk weet ik dat. Maar dit is een speciaal mengsel," wist ze zichzelf de spot van het lijf te houden. Tilly lachte. "Ja, dat klopt helemaal. De kunst is om er net wat meer Arabica bij te kopen en dat bij de gewone maling te doen." Hilda staarde even naar haar lege bord. Ze voelde zich opeens een amateur, een beginner, een sukkel. De koffie was duidelijk vloeibaar en deze mensen konden dat malen! 6. Het jachtseizoen is geopend Hilda voelde zich voldaan toen ze opstond. "Nu heb ik mijn bezem nodig. Ik moet mijn ketting terug hebben om een manier te vinden om thuis te komen." De twee ouderen wisselden weer een blik. "Natuurlijk, kind. Kom mee, je bezem staat klaar." Hilda graaide haar schoudertas mee en liep achter Tilly aan door de gang. De bezem stond inderdaad klaar; hij leunde buiten tegen de muur vlak naast de deur. Deze mensen waren absoluut magisch wist ze. De bezem stond goed om, met de borstel naar boven. "Alsjeblieft, kind. Veel succes, ik ben zeker dat je je ketting terugvindt," zei Tilly. "Ongetwijfeld," zei de Ouderling. "Je hebt tenslotte ook je bol weer." "Ja," knikte de heks terwijl ze de bezem tegen zich aan hield. Op die manier kon ze die het snelst weer betoveren voor de komende vlucht. "Ik dank u voor uw grenzeloze hulp." De woorden waren voor Hilda verschrikkelijk om uit te spreken. Heksen, en vooral brutale, bedankten niet snel iemand, maar als ze niet beleefd was dan zouden deze twee haar het leven nog zuurder maken dan het hier al was. "Veel succes, juffrouw," zei de oude magiër. "God zij met je." Hilda knikte maar, al was ze niet zeker wat dat laatste betekende, maar als hij het zei was het beslist iets goeds. Toen boog ze en liep

20 een paar passen achteruit, zoals het hoorde volgens de regels. Regels die ze met alle plezier brak, maar niet met deze twee in de buurt. Toen draaide ze zich om en ging op zoek naar een plek waar ze de bol kon ondervragen. De twee oude mensen keken de grijsharige vrouw na terwijl ze de straat uit liep. "Die is behoorlijk in de war. Misschien hadden we toch een dokter moeten bellen." De oude man schudde zijn hoofd. "Dat is niet nodig hoor. Ze is een beetje vreemd maar niet gevaarlijk. Dat weet ik zeker." Tilly haalde haar schouders op. "Kom maar mee naar binnen, ouderling. Het is tijd voor je reumatabletje." -=- Hilda liep weg van het huis van de twee magiërs. Ze was ervan onder de indruk hoe goed die hun krachten onder controle hadden. Zelfs met voorzichtig magisch aftasten had ze geen toverkracht in hen gevonden, dus hun bescherming moest wel enorm zijn. Daarna begon ze naarstig te denken over de verschillende spreuken die ze zou gaan gebruiken om de bol te bevragen. Met de verkeerde spreuken zou ze de verkeerde antwoorden krijgen. Terwijl ze liep te peinzen zocht ze ook naar een rustige plek om de schouwing te doen. Op dat moment passeerde ze een soort herberg waar bij de deur een bord stond dat verkondigde dat er Koffie aanwezig was. Het vocht had haar interesse gewekt dus ging ze naar binnen en achterin vond ze een tafeltje, uit het zicht. Ze was amper gaan zitten of er stond al iemand naast haar. "Goeiemiddag. Wat mag het zijn?" "Koffie natuurlijk," zei Hilda. "Waarom moet je dat vragen? Het staat buiten toch vermeld?" "Klopt helemaal. Wat voor koffie? Gewoon, sterk, espresso, mokka, verkeerd, macchiato?" Hilda speelde haar troefkaart. "Hebben jullie die met extra Arabica?" De man keek verwonderd. "Uhm... nee. Enkel gewoon, sterk, espresso, mokka, verkeerd en machiato." "Breng dan maar de gewone. Je kunt gaan." Hilda wuifde de man weg met haar hand. De kelner staarde haar even aan en ging toen op pad voor de bestelling. Hij vroeg zich af wat voor een vreemd figuur er nou weer binnen was gekomen. Terwijl de kelner voor haar bezig was pakte Hilda de bol uit haar jaszak en legde het kostbare bezit op tafel. Ze besloot te wachten tot de bediende haar koffie had gebracht, daarna zou ze haar werkgebied magisch afsluiten en haar queeste met de kristallen bol beginnen. De kelner kwam terug en zette de kop koffie voor haar neer. Hij bekeek de bol nieuwsgierig maar de blik van Hilda maakte dat hij zich snel terugtrok naar mensen die hem niet direct naar het leven leken te staan. Een keer met haar vingers knippen was genoeg om haar ruimte te beveiligen. Voor ze begon nam Hilda een slok koffie. "Brakende draken, hier is geen magisch persoon aan het werk. Geen extra Arabica, je proeft het meteen!" Ze was opgetogen dat haar kennis over de gewoonten van dit vreemde gebied zo snel groeide. Als het onwenselijke gebeurde en ze zou hier een tijdlang moeten overleven dan was het belangrijk dat ze op de hoogte was van de plaatselijke tradities en gebruiken. Een gevoel van afschuw kwam even over haar bij dat idee, maar het was nou eenmaal de realiteit. Hilda legde haar handen om de bol zonder die aan te raken. Met haar ogen dicht visualiseerde ze

Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn

Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn Oom Remus bron. Z.n., z.p. ca. 1950 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/remu001twee01_01/colofon.php 2010 dbnl / erven J.C. Harries 2 [Het

Nadere informatie

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug.

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug. Het DOC Ik kruip in één van de buikpijn terwijl ik in bed lig. Mijn gedachten gaan uit naar de volgende dag. Ik weet wat er die dag staat te gebeuren, maar nog niet hoe dit zal uitpakken. Als ik hieraan

Nadere informatie

-23- Geen medelijden

-23- Geen medelijden -22- Graniet Hoeveel keer was de vrachtwagen al gestopt? Innocent was de tel kwijtgeraakt. Telkens als de truck halt hield, werden er een paar jongens naar binnen geduwd. Maar nu bleef de deur van de laadruimte

Nadere informatie

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks De kerker met de vijf sloten Crista Hendriks Schrijver: Crista Hendriks Coverontwerp: Pluis Tekst & Ontwerp ISBN: 9789402126112 Crista Hendriks 2014-2 - Voor Oscar... zonder jou zou dit verhaal er nooit

Nadere informatie

www.queridokinderboeken.nl

www.queridokinderboeken.nl www.queridokinderboeken.nl Copyright 2013 Joke van Leeuwen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Het lam. Arna van Deelen

Het lam. Arna van Deelen Het lam Arna van Deelen Hij leunde vermoeid op zijn staf, starend over de eindeloze velden. De kudde lag verspreid onder de bomen, die op deze tijd van de dag voor wat schaduw zorgden. Hij legde zijn hand

Nadere informatie

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua Spreekbeurt Dag Oglaya Doua Ik werd wakker voordat m n wekker afging. Het was de dag van mijn spreekbeurt. Met m n ogen wijd open lag ik in bed, mezelf afvragend waarom ik in hemelsnaam bananen als onderwerp

Nadere informatie

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker klaagde nooit. Hij was te arm om vlees te kopen. Elke

Nadere informatie

HETTY LUITEN. Voorbij de einder. GROTE LETTER BIBLIOTHEEK deventer

HETTY LUITEN. Voorbij de einder. GROTE LETTER BIBLIOTHEEK deventer HETTY LUITEN Voorbij de einder GROTE LETTER BIBLIOTHEEK deventer 1 Ja, dit is m! dacht Ankie. Dit is de pagina die ik zocht. Ze wipte van enthousiasme met haar stoel op en neer en keek vol belangstelling

Nadere informatie

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan. Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een

Nadere informatie

Ik ga je wat vertellen, je hoeft alleen maar te volgen wat ik zeg, mijn stem is nu het enige wat voor jou belangrijk is om te volgen.

Ik ga je wat vertellen, je hoeft alleen maar te volgen wat ik zeg, mijn stem is nu het enige wat voor jou belangrijk is om te volgen. Oefening 1: Nodig: 2 personen en een boom of een huisdier: Zoek een plek op bij een boom of in de buurt bij je paard of ander huisdier waar je even niet gestoord wordt en veilig even je ogen dicht kunt

Nadere informatie

Het verhaal van. de bomen

Het verhaal van. de bomen Het verhaal van de bomen 24 Mr finney liep fluitend het bos in. Hij snoof een paar keer heel diep. Niets ruikt lekkerder dan een bos waar het net geregend heeft! Pinky Pepper zou het hier vast mooi vinden.

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij. Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.

Nadere informatie

1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard.

Nadere informatie

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt.

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt. Manon De muziek dreunt in haar hoofd, haar maag, haar buik. Manon neemt nog een slok uit het glas dat voor haar staat. Wat was het ook alweer? O ja, rum-cola natuurlijk. Een bacootje noemen de jongens

Nadere informatie

Op een avond besloot Dolfje naar de dierentuin te gaan. Er stond een mooie volle maan aan de hemel, dus Dolfje was geen gewone jongen.

Op een avond besloot Dolfje naar de dierentuin te gaan. Er stond een mooie volle maan aan de hemel, dus Dolfje was geen gewone jongen. 6-9 jaar Dolfje Weerwolfje en de verdwenen dierentuindieren Op een avond besloot Dolfje naar de dierentuin te gaan. Er stond een mooie volle maan aan de hemel, dus Dolfje was geen gewone jongen. Hij had

Nadere informatie

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten.

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten. Helaas Wanneer besloot Bert om Lizzy te vermoorden? Vreemd. Hij herinnert zich het niet precies. Het was in ieder geval toen Lizzy dat wijf leerde kennen. Dat idiote wijf met haar rare verhalen. Bert staat

Nadere informatie

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets. Stomme trutten Kijk, die stomme trutjes zijn er weer. Kelly wijst naar buiten. Sanne kijkt nieuwsgierig uit het raam. Voor het huis aan de overkant staan twee meisjes. Meisjes met blonde paardenstaartjes.

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

Een nieuwe vriendin, een nieuw tijdperk

Een nieuwe vriendin, een nieuw tijdperk Een nieuwe vriendin, een nieuw tijdperk Ruud Macco De kieren van de deur lichtten oogverblindend op. De radio viel uit. De klap kwam zo n halve minuut later. Toen ik wakker werd, was het stil en donker.

Nadere informatie

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen.

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen. 9-12 jaar De villa van Spoek De villa van Spoek was een grote villa aan de Tapijtweg nummer elf in het stadje Sonsbeek. Het huis stond aan een brede rivier en had een lange oprijlaan van glimmende witte

Nadere informatie

TONEELSTUK Marama en de krokodillenrivier.

TONEELSTUK Marama en de krokodillenrivier. TONEELSTUK Marama en de krokodillenrivier. AKTE I Scène 1 In een Afrikaans dorpje staan wat hutjes en zijn de mensen bezig met alledaagse dingen: er wordt water gehaald, eten gemaakt, kinderen spelen buiten...

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 LEOPOLD / AMSTERDAM

H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 LEOPOLD / AMSTERDAM H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 V E R B E E L D D O O R T E D V A N L I E S H O U T LEOPOLD / AMSTERDAM KAATJE KOE 1 Ik ben het zat! Wat doe ik hier!

Nadere informatie

LES 10. Sluipaanval. Doe Lees 1 Samuël 24.

LES 10. Sluipaanval. Doe Lees 1 Samuël 24. LES Sluipaanval Ben je wel eens gepest? Is er iemand die altijd vervelend tegen jou doet? Heb je ooit geprobeerd om die persoon terug te pakken? (Zie 1 Samuël 24; Patriarchen en Profeten, blz. 603-615)

Nadere informatie

LES 2. De reus en de steen. Sabbat

LES 2. De reus en de steen. Sabbat Sabbat Doe Leer de powertext. De reus en de steen Denk aan een keer toen je gestuurd werd voor een speciale booodschap. Was het iets dat graag wilde doen of had je er geen zin in? Liep het heel anders

Nadere informatie

KINDEREN VAN HET LICHT

KINDEREN VAN HET LICHT KINDEREN VAN HET LICHT Verteller: Het gebeurde in een donkere nacht, heel lang geleden, dat er herders in het veld waren, die de wacht hielden over hun schapen. Zij stonden net wat met elkaar te praten,

Nadere informatie

Charles den Tex VERDWIJNING

Charles den Tex VERDWIJNING Charles den Tex VERDWIJNING 3 Klikketik-tik-tik Het is halftwaalf s ochtends. Marja vouwt een hemd. En kijkt om zich heen. Even staat ze op haar tenen. Zo kan ze over de kledingrekken kijken. Die rekken

Nadere informatie

Hoe de Koning een kater kreeg van D. blom

Hoe de Koning een kater kreeg van D. blom Hoe de Koning een kater kreeg van D. blom Na het ontbijt liepen zoals iedere morgen de koning en de koningin hun vaste rondje door de tuin. Genietend van het zonnetje en hun prachtig aangelegde tuin met

Nadere informatie

OP BEZOEK BIJ BARON GEENWEGGE VAN TERUG

OP BEZOEK BIJ BARON GEENWEGGE VAN TERUG ar pla xce m Gr ati se OP BEZOEK BIJ BARON GEENWEGGE VAN TERUG OP BEZOEK BIJ BARON GEENWEGGE VAN TERUG WIL JIJ HET HELE (VOORLEES) VERHAAL GRAAG LEZEN? Je krijgt Op bezoek bij baron Geenwegge van Terug

Nadere informatie

Kom jij ook uit een ei?

Kom jij ook uit een ei? Kom jij ook uit een ei? Er was eens een prachtig bos. Er groeiden de hoogste bomen en allerlei prachtige bloemen. Er was een vijver en een groot grasveld, waar je lekker kon spelen. Maar om het bos stond

Nadere informatie

Krabbie Krab wordt Kapper

Krabbie Krab wordt Kapper E-boek Geschreven en Vormgeving Esther van Duin Copyright Esthers Atelier www.esthersatelier.nl email info@esthersatelier.nl Krabbie Krab wordt Kapper Krabbie krab was een kunstenaar. Hij maakte beelden

Nadere informatie

Suzanne Peters. Blijf bij me! liefdesroman

Suzanne Peters. Blijf bij me! liefdesroman Suzanne Peters Blijf bij me! liefdesroman Hoofdstuk 1 Katja belde aan bij het huis. Ze vond het toch wel erg spannend. Het was de tweede keer dat ze op visite ging bij de hondenfokker en deze keer zou

Nadere informatie

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen De ezel van Bethlehem Naar een verhaal van Jacques Elan Bewerkt door Koos Stenger Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen over iets wat er met me gebeurd is. Het

Nadere informatie

De gelukkige olifant

De gelukkige olifant De gelukkige olifant Voor Geesje, Mats, Rinke en Samuel Youp van t Hek De gelukkige olifant TEKENINGEN GEORGIEN OVERWATER Leopold / Amsterdam Eerste druk 2011 2011 tekst: Youp van t Hek Omslag en illustraties:

Nadere informatie

Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon

Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon Een gesprekje met God De kleine ziel en de zon Parabel geschreven door Neale Donald Walsch Ergens in de tijd was er een Zieltje, dat tegen God zei: Ik weet wie ik ben! God zei: Dat is heel mooi. Wie ben

Nadere informatie

't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail.

't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail. 't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail.com Het aapje en de sleutels Er was eens een man en die had de sleutels

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice.

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice. Alice ligt in bed. Heel langzaam wordt ze wakker. Haar lichaam ontspannen, haar hoofd leeg. De vertrouwde geur van haar man Jules hangt in de slaapkamer. Een geur van alcohol, nootmuskaat en oude man.

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Ik moet Claire nu niet aankijken. Wij kennen elkaar te goed. Mijn ogen zouden me verraden.

Ik moet Claire nu niet aankijken. Wij kennen elkaar te goed. Mijn ogen zouden me verraden. 1. We gaan eten in een restaurant. Serge heeft gereserveerd; dat doet híj altijd. Het is zo n restaurant waar je drie maanden van tevoren moet bellen. Of nog langer. Serge belt nooit drie maanden van tevoren.

Nadere informatie

Voor Cootje. de vuurtoren

Voor Cootje. de vuurtoren Voor Cootje de vuurtoren De Koos Meinderts vuurtoren Lemniscaat & Annette Fienieg Nederlandse rechten Lemniscaat b.v. Rotterdam 2007 isbn 978 90 5637 909 4 Tekst: Koos Meinderts, 2007 Illustraties: Annette

Nadere informatie

Voor Maresa Jacobse: bedankt voor al je hulp Proloog: 7 januari Chantal dekte de tafel en keek op de klok. Nog even en dan was Menno er ook. Vanavond aten ze weer met zijn drieën. Soms vond ze dat nog

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG ALS EEN HOND DREIGT OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDEN DIE DREIGEN. JE KUNT

Nadere informatie

Elke miskraam is anders (deel 2)

Elke miskraam is anders (deel 2) Elke miskraam is anders (deel 2) Eindelijk zijn we twee weken verder en heb ik inmiddels de ingreep gehad waar ik op zat te wachten. In de tussen tijd dacht ik eerst dat ik nu wel schoon zou zijn, maar

Nadere informatie

!!!!! !!!!!!!!!!!! Uit: Glazen Speelgoed (Tennesse Williams)! (zacht) Hallo. (Ze schraapt haar keel)! Hoe voel je je nu? Beter?!

!!!!! !!!!!!!!!!!! Uit: Glazen Speelgoed (Tennesse Williams)! (zacht) Hallo. (Ze schraapt haar keel)! Hoe voel je je nu? Beter?! Uit: Glazen Speelgoed (Tennesse Williams) Jim Laura Jim Laura Jim wijn aan) Laura Hallo Laura (zacht) Hallo. (Ze schraapt haar keel) Hoe voel je je nu? Beter? Ja. Ja, dankje. Dit is voor jou. Een beetje

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

Beste lezers van De Geldfabriek,

Beste lezers van De Geldfabriek, Beste lezers van De Geldfabriek, Ik hoop dat jullie veel plezier hebben gehad met het lezen van dit verhaal. Vonden jullie ook dat Pippa wel erg veel aan mooie spullen dacht? En dat sommige mensen onaardig

Nadere informatie

Het kasteel van Dracula

Het kasteel van Dracula Uit het dagboek van Jonathan Harker: Het kasteel van Dracula 4 mei Eindelijk kom ik bij het kasteel van Dracula aan. Het kasteel ligt in de bergen. Er zijn geen andere huizen in de buurt. Ik ben moe. Het

Nadere informatie

Noah(een kerstverhaal)

Noah(een kerstverhaal) Noah(een kerstverhaal) Josja loopt mopperend tussen de tafeltjes door. Hij heeft een hotelletje aan de rand van Bethlehem. Het is druk in zijn hotel en alles loopt in het honderd. Daarom is hij binnensmonds

Nadere informatie

Het. Boekenliefje. Helen Docherty & Thomas Docherty. Clavis

Het. Boekenliefje. Helen Docherty & Thomas Docherty. Clavis Het Boekenliefje Helen Docherty & Thomas Docherty Clavis Het Boekenliefje Helen Docherty & Thomas Docherty 3 Precies op dat moment kwam een klein wezentje het dorp binnengevlogen. Het werd langzaam donker

Nadere informatie

Dement. 2008 Rowy - Dement 1

Dement. 2008 Rowy - Dement 1 Dement Ze waren te voet op weg naar de flat van Lynn. Midden op het trottoir stond een oude vrouw achter een rollator roerloos naar de weg te staren. De twee vriendinnen keken elkaar aan. Ze liepen om

Nadere informatie

Nieuws van mama uit Holland

Nieuws van mama uit Holland 1 Nieuws van mama uit Holland Als Nadia en haar oudere broertje Iván uit school komen, zit oma klaar in de versleten stoel. Kom gauw zitten, zegt ze en ze trekt Nadia op schoot. Ze heeft een brief van

Nadere informatie

Het is al erg warm in de kantine. Een koel blikje cola gaat er altijd wel in.

Het is al erg warm in de kantine. Een koel blikje cola gaat er altijd wel in. 1. Leroy Het is opvallend hoe snel de vakantie voorbijgaat. De eerste week vakantie kruipt voorbij. Daarna gaan de vrije dagen sneller. Steeds sneller. Dan komt die gevreesde dag. Je wordt op een morgen

Nadere informatie

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost. Sherlock Holmes was een beroemde Engelse privédetective. Hij heeft niet echt bestaan. Maar de schrijver Arthur Conan Doyle kon zo goed schrijven, dat veel mensen dachten dat hij wél echt bestond. Sherlock

Nadere informatie

rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005

rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005 rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005 Provided by Fanart Central. http://www.fanart-central.net/stories/user/fightgirl91/21803/rijm Chapter 1 - rijm 2 1 - rijm Gepaard

Nadere informatie

Hoe hou ik mama tegen om haar vriend te ontmoeten? Hoe zorg ik ervoor dat ze geen vriend (meer) heeft? Het lijstje

Hoe hou ik mama tegen om haar vriend te ontmoeten? Hoe zorg ik ervoor dat ze geen vriend (meer) heeft? Het lijstje 06 Hoe hou ik mama tegen om haar vriend te ontmoeten? Hoe zorg ik ervoor dat ze geen vriend (meer) heeft? 33 Het lijstje - Louise en ik vertellen het aan oma die zal wel voor de rest zorgen. - We verstoppen

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Kikker in de kou. geschreven door Max Velthuijs

Kikker in de kou. geschreven door Max Velthuijs Kikker in de kou geschreven door Max Velthuijs Op een ochtend, toen Kikker wakker werd, merkte hij meteen dat er iets veranderd was in de wereld. Hij sprong uit bed en liep naar het raam. Tot zijn verwondering

Nadere informatie

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven.

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven. Water Egypte In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven. Ik ga naar een restaurant in Nederland. Daar bestel ik een glas water. De ober vraagt

Nadere informatie

De klas van Klara. Verteld door Gerda Dendooven. in samenwerking met

De klas van Klara. Verteld door Gerda Dendooven. in samenwerking met De klas van Klara Verteld door Gerda Dendooven in samenwerking met De klas van Klara Verteld door Gerda Dendooven in samenwerking met Op een dag zei de koning tegen zijn dochter: Klara, kindje, over enkele

Nadere informatie

Waarom de slak zijn huisje altijd met zich meedraagt

Waarom de slak zijn huisje altijd met zich meedraagt Waarom de slak zijn huisje altijd met zich meedraagt Ies Spreekmeester bron. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam 1946 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/spre012waar01_01/colofon.php 2010

Nadere informatie

Voor Olaf Bremer: bedankt voor de gezellige en leuke dagen in Spanje!

Voor Olaf Bremer: bedankt voor de gezellige en leuke dagen in Spanje! Voor Olaf Bremer: bedankt voor de gezellige en leuke dagen in Spanje! Proloog: 7 januari Van harte gefeliciteerd! Lindy sloeg haar armen om Mariëlle heen. Zestien! Nu mag je eindelijk op een scooter rijden.

Nadere informatie

Bewegingsverhaal: Ritme en expressie Els Wostyn

Bewegingsverhaal: Ritme en expressie Els Wostyn PETER en de wolf Sports Media vzw Bewegingsverhaal: Ritme en expressie Els Wostyn Aansluiten bij het thema: Peter en de wolf wordt in de klas uitgewerkt. Doelgroep: derde kleuter Beginsituatie: bewegingsverhalen

Nadere informatie

De beslissing. Aan mij zal het niet liggen, antwoordde Jens. Maar jij

De beslissing. Aan mij zal het niet liggen, antwoordde Jens. Maar jij De beslissing De winter daarvoor was de beslissing gevallen. We zaten met een glas wijn bij mijn ouders in de woonkamer en vertelden over Kreta, en ook dat we van plan waren naar Zuid- Duitsland te verhuizen.

Nadere informatie

Het lievelingsboek van de koning

Het lievelingsboek van de koning Het lievelingsboek van de koning beslist, zeker Er was eens een koning die nog nooit een wedstrijd gewonnen had. Toch blééf de koning aan allerlei wedstrijden meedoen, want hij wilde absoluut G een keer

Nadere informatie

ROSANNE. Oh, oh, oh. Van Aemstel Produkties - De leukste uitjes van Amsterdam - www.amterdamexcursies.nl

ROSANNE. Oh, oh, oh. Van Aemstel Produkties - De leukste uitjes van Amsterdam - www.amterdamexcursies.nl ROSANNE Rosanne, ik weet dat er heel veel mannen zijn Elke keer weer een ander en mij doet 't pijn Want jou liefde waarmee jij mij soms verblijdt Wil ik liever, liever, liever, liever voor altijd Als ik

Nadere informatie

Het huis Anubis - Hoofdstuk 1

Het huis Anubis - Hoofdstuk 1 Het huis Anubis - Hoofdstuk 1 Het is 7 uur in de ochtend. Het is een dag nadat Nienke de traan van Isis aan Anchesenamon had gegeven. Nienke was al vroeg wakker, want ze kon niet meer slapen. Ze had weer

Nadere informatie

l Wouter mag Floor niet slaan. l Wouter mag geen alcohol drinken (geen druppel!).

l Wouter mag Floor niet slaan. l Wouter mag geen alcohol drinken (geen druppel!). 3. Net keek mama heel beteuterd toen ze me een nachtzoen kwam geven. Vind je het echt erg dat ik zoveel moet werken? vroeg ze. Wat moest ik daarop zeggen? Ze keek zo droevig! Valt wel mee, hoor, zei ik.

Nadere informatie

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Wat een mooie luchtballonnen! Geel, oranje, groen en blauw. Kies maar uit Daan,

Nadere informatie

Het is woensdagmiddag. Hij heeft alle tijd. Wat zal hij

Het is woensdagmiddag. Hij heeft alle tijd. Wat zal hij DUBBEL Eerst merkt TimTom niets bijzonders. Hij zit gewoon op zijn plaats in de klas. Iedereen weet nu dat hij Daan heet. Juf noemt hem niet Daan. Ze zegt ook niet TimTom. Ze is aardig tegen hem. Dat wel.

Nadere informatie

GAAT ER OP UIT. Balder

GAAT ER OP UIT. Balder Balder GAAT ER OP UIT H et was die ene nacht van het jaar dat de tijd stil lijkt te staan voor het merendeel van de mensen, maar voor EEN persoon ging die nog altijd veel te snel. Er was nooit genoeg tijd

Nadere informatie

D Artagnan gaat naar Parijs

D Artagnan gaat naar Parijs D Artagnan gaat naar Parijs Artagnan reed op zijn oude paard, een uitgeputte knol met een trieste blik. Ook al was zijn paard op zijn minst vreemd te noemen en ook al waren de kleren die hij droeg verbleekt,

Nadere informatie

Zomer Fay en Marscha 145-288 06-05-2008 14:29 Pagina 147. Dat heb ik weer

Zomer Fay en Marscha 145-288 06-05-2008 14:29 Pagina 147. Dat heb ik weer Zomer Fay en Marscha 145-288 06-05-2008 14:29 Pagina 147 Dat heb ik weer Marscha stormde mijn kamer binnen. Ja hoor, dat heb ik weer. Daan kan niet zoenen! Ik bleef er bijna in. Niet vanwege Daan, maar

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer

Sander Kloet. Elisha Mercelina. Het zwarte meer Sander Kloet koud zo voelt het hier. kil ik weet niet waar het vandaan komt het is geen kou. het is angst. angst voor de wereld angst voor de dag van morgen bang dat we dingen vergeten bang dat we dingen

Nadere informatie

Wie maalt om de molens?

Wie maalt om de molens? deel 1 Dag 1 Er is een ongeluk gebeurd vandaag, met meneer Swarteschaep. Eind van de middag was ik zakken graan naar binnen aan het sjouwen. De baas was op de stelling aan het werk. Ineens hoorde ik een

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

MIJNHEER STILTON, IK MOET U IETS VERTELLEN!

MIJNHEER STILTON, IK MOET U IETS VERTELLEN! MIJNHEER STILTON, IK MOET U IETS VERTELLEN! Die bewuste ochtend stapte ik met een uitzonderlijk goed humeur het kantoor binnen Hoepla, piepte ik, en probeerde mijn hoed in één worp op de kapstok te gooien.

Nadere informatie

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze.

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze. 1 Ik wou dat ik een vriendje had. Ik wou dat hij in mijn kast zat. Dan kon ik hem tevoorschijn halen wanneer ik maar wilde. Hij zou naar me kijken alsof ik mooi ben. Zwijgend. Hij zou zijn leren jack uittrekken

Nadere informatie

e klok had twaalf geslagen in de metropool

e klok had twaalf geslagen in de metropool D e klok had twaalf geslagen in de metropool Ratstad. De zon scheen stralend op de duizenden wolkenkrabbers, spitsen en torens van het financiële hart van de stad. Aan de voet van deze grote gevaartes

Nadere informatie

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen En zei: vandaag word mevr. Catharina 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Geven. Ja maar wat zei Tom. Umm wacht ik Weet het zei Cato een herinnering.

Nadere informatie

IK BEN TROTS OP MIJN SNOR!

IK BEN TROTS OP MIJN SNOR! IK BEN TROTS OP MIJN SNOR! Op een ochtend was ik heerlijk op mijn gemak aan het werk op mijn kantoor... Ja, mijn kantoor. Jullie weten toch waar dat is, of niet? Wat? Dat weten jullie niet? Echt niet?

Nadere informatie

Voorwoord. Veel leesplezier! Liefs, Rhijja

Voorwoord. Veel leesplezier! Liefs, Rhijja Voorwoord Verliefd zijn is super, maar ook doodeng. Want het kan je heel onzeker maken. En als het uiteindelijk uitgaat, voel je je intens verdrietig. In dit boek lees je over mijn liefdesleven, de mooie,

Nadere informatie

Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die

Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die Er zit een schat verborgen in jezelf Dit verhaal gaat over een schat, die je overal kunt vinden : zowel hier als daar, zowel vroeger als nu. Een schat zo rijk als het leven zelf, die toont hoe het zijn

Nadere informatie

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten Doortje Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten isbn: 978-90-484-0769-9 nur: 344 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgenomen

Nadere informatie

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen Geloven, wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen pagina 10 Hoe is de wereld ontstaan? pagina 26 Waarom bestaat de mens? pagina 42 Wat is geloven? pagina 58 Wie is God? pagina 74 Waarom heeft

Nadere informatie

De week van Springmuis.

De week van Springmuis. De week van Springmuis. Vandaag is het verhaal verteld over Springmuis. Het verhaal is afkomstig van een legende van de Noord Amerikaanse vlakte-indianen. Het verhaal gaat over onzekerheid, het verlangen

Nadere informatie

C ELBEZAZ gelukssyndroom bw v06.indd 172 25-07-2008 19:48:29

C ELBEZAZ gelukssyndroom bw v06.indd 172 25-07-2008 19:48:29 14 Haj sidi Mohammed was in de veertig, illegaal en verdiende zijn geld als helderziende imam. Hij zat in onze huiskamer, traditioneel gekleed in een wollen djellaba en met een wit gehaakt mutsje op zijn

Nadere informatie

voorlezen Foeksia de miniheks Avonturen in het heksenbos

voorlezen Foeksia de miniheks Avonturen in het heksenbos voorlezen Foeksia de miniheks Avonturen in het heksenbos zelf lezen Foeksia en de spiegelheks Foeksia en de heksensoep Foeksia tovert met tijd (klokkijken) luisterboek Foeksia de miniheks website www.deminiheksfoeksia.nl

Nadere informatie

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt.

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt. Hoofdstuk 1 Zullen we deze ballonnen nog aan de lamp hangen? Vragend kijkt Rianne Jochem aan. Is goed, mompelt haar stiefbroertje zacht. Hé, wat is er? vraagt Rianne verbaasd. Vind je de slingers niet

Nadere informatie

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen.

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen. Een klein gesprekje met God Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen. God lachte breed. Dat is waar!, zei God. Jij bent ook het licht.

Nadere informatie

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Joep ligt in bed. Hij houdt zijn handen tegen zijn oren. Beneden hoort hij harde boze stemmen. Papa en mama hebben ruzie. Papa en mama hebben vaak ruzie. Ze denken

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie