Vrouwen en kunst, een onderzoek naar de beroepspraktijk van beeldend kunstenaressen in Vlaanderen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vrouwen en kunst, een onderzoek naar de beroepspraktijk van beeldend kunstenaressen in Vlaanderen"

Transcriptie

1 FACULTEIT VOOR PSYCHOLOGIE EN EDUCATIEWETENSCHAPPEN Richting: Culturele Agogiek Vrouwen en kunst, een onderzoek naar de beroepspraktijk van beeldend kunstenaressen in Vlaanderen Eindwerk voorgelegd voor het behalen van de graad van licentiaat in de Sociale en Culturele Agogiek door Mommen Annelies Academiejaar Promotor: Prof. Dr. W. Elias Aantal woorden:

2 VOORBEELD SAMENVATTING VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL FACULTEIT VOOR PSYCHOLOGIE EN EDUCATIEWETENSCHAPPEN EINDVERHANDELING acad.jaar 2006/2007 Naam: Annelies Mommen Richting: Culturele Agogiek Titel verhandeling & promotor: Vrouwen en kunst, een onderzoek naar de beroepspraktijk van beeldend kunstenaressen in Vlaanderen. Prof. W. Elias Samenvatting: (max. 300 woorden) Nederlands onderzoek wees uit dat de positie van vrouwen in de beeldende kunst nog steeds niet gelijk is aan die van hun mannelijke collega's. Aan de hand van kwalitatieve topic-interviews werd gepeild naar de invloed van zes variabelen op de loopbaan van vrouwelijke kunstenaars in Vlaanderen. Dit zijn achtergrondkenmerken, omgevingsfactoren, persoonsgebonden kenmerken, loopbaankenmerken en factoren die de voldoening bepalen. Daarnaast werd onderzocht of vrouwen evenveel kans maken dan mannen om een beurs toegewezen te krijgen. Hieruit concludeerden we dat er in de verdeling van de subsidies geen sprake is van seksepartijdigheid. Aan de hand van gegevens uit de interviews werd een model gevormd naar analogie van het van het prestatiemotivatiemodel van Farmer en het loopbaanmodel van Top. Het door ons gepresenteerde model wees uit dat er inderdaad een genderprobleem is in in de beeldende kunstensector in Vlaanderen. Uiteraard speelt de belastende voorgeschiedenis van vrouwen - ze konden pas sinds de jaren zeventig volwaardig deelnemen aan het kunstenaarsschap - een belangrijke rol. Daarnaast zouden de copingstrategien die gebruikt worden om met twijfel om te gaan een van de belangrijkste verklaringen zijn voor de hun achterstand. Mannen zouden evenveel twijfelen dan vrouwen, maar hier mee omgaan. Netwerken, cruciaal om een succesvolle loopbaan uit te bouwen, lijkt ook moeilijker voor vrouwen. Ook kinderen worden vaak als een belemmerende factor gezien, ze doorbreken de continuïteit van een oeuvre. Vrouwen blijken nog steeds vaker dan mannen de zorgtaken op zich te nemen; Een andere verklaring is de schroom van vrouwen om zichzelf te verkopen. Daarnaats blijkt artistieke voldoening een heel sterke invloed te hebben op de loopbaan. Scheppingsdrang is wat vrouwen drijft om verder te doen, ondanks de vele obstakels. De oplossing is alvast geen positieve discriminatie, aangezien de notie kwaliteit hoog in het vaandel gedragen wordt. Een sensibiliseringscampagne zou wel vruchten kunnen afwerpen, aanzien veel actoren in de sector überhaupt niet eens weten dat er een probleem is. 2

3 VOORBEELD BEKNOPTE INHOUD VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL FACULTEIT VOOR PSYCHOLOGIE EN EDUCATIEWETENSCHAPPEN EINDVERHANDELING acad.jaar 2006/2007 Naam: Annelies Mommen Richting: Culturele Agogiek Titel verhandeling & promotor: Vrouwen en kunst, een onderzoek naar de beroepspraktijk van beeldend kunstenaressen in Vlaanderen. Prof. W. Elias Beknopte inhoud: (max. 10 regels) Nederlands onderzoek wees uit dat de positie van vrouwen in de beeldende kunst nog steeds niet gelijk is aan die van hun mannelijke collega's. Aan de hand van kwalitatieve topic-interviews werd gepeild naar de invloed van zes variabelen op de loopbaan van vrouwelijke kunstenaars in Vlaanderen. Dit zijn achtergrondkenmerken, omgevingsfactoren, persoonsgebonden kenmerken, loopbaankenmerken en factoren die de voldoening bepalen. Daarnaast werd onderzocht of vrouwen evenveel kans maken dan mannen om een beurs toegewezen te krijgen. Hieruit werd geconcludeerd dat er geen sprake is van seksepartijdigheid bij de verdeling van de subsidies. Er werd een nieuw model samengesteld aan de hand van de gegevens uit de interviews, naar analogie van Top en Farmer. Uit dit model werd geconcludeerd dat er wel degelijk een genderprobleem is in de Vlaamse beeldende kunstensector. 3

4 Dankwoord Ik wil in de eerste plaats professor Elias bedanken voor zijn engagement als coach in het kader van deze thesis, die het resultaat is van mijn opleiding Culturele Agogiek. Daarin had ik het geluk te kunnen proeven van kunstfilosofie en hedendaagse kunst. Het was vooral de zoektocht naar het sociale in die hedendaagse kunst dat me zo geboeid heeft. Dank dus aan professor Elias om gedurende vier jaar de kiemen te zaaien waarvan ik nu de vruchten heb kunnen plukken. Deze thesis kwam tot stand met de hulp van Gynaika. Toen ik met het idee op de proppen kwam om iets te schrijven over vrouwen en kunst vond ik meteen gehoor bij hen. Speciale dank gaat uit naar Jan Grieten om mij te helpen mijn ideeën scherp te stellen. Hij was tevens een excellente gids in het domein van de feministische kunstgeschiedschrijving. Ik wil ook graag de kunstenaressen bedanken voor hun vrijwillige medewerking aan mijn onderzoek. Hun warme ontvangst en hun klare kijk op het genderprobleem in de sector, was een aangename verrassing en een belangrijke stimulans om deze thesis tot een goed einde te brengen. Als laatste, dank aan iedereen die geholpen heeft bij de totstandkoming van deze thesis. NOTA: De officiële titel werd veranderd van Vrouwen en kunst, een onderzoek naar de beroepspraktijk van hogeropgeleide beeldend kunstenaressen in België naar Vrouwen en kunst, een onderzoek naar de beroepspraktijk van beeldend kunstenaressen in Vlaanderen. Dit werd gedaan om het onderzoeksopzet zo accuraat mogelijk te benaderen. De respondenten kwamen allemaal uit Vlaanderen en twee van hen waren niet hoger opgeleid. NOTA: er werd met 4000 woorden over de vastgestelde limiet gegaan. We opteerden echter toch niet om nog te schrappen, want dat zou de leesbaarheid van deze verhandeling niet ten goede komen. Sommigen zullen vinden dat de citaten, die aangehaald worden in de analyse, integraal naar de bijlage verwezen kunnen verwezen worden. Wij vinden van niet, omdat zij een aanvulling vormen op gestelde conclusies. 4

5 Inhoudstafel Inleiding 1. Literatuurstudie Feminisme Een schets van de recente geschiedenis: vrouwen en kunst van eind 18 e eeuw heden De rol van de media Kwaliteit Carrièreontwikkeling in de kunsten Het loopbaan- en prestatiemotivatie model Het begrip kunstenaar Het glazen plafond in de culturele sector Opleiding Leeftijd Relaties Kinderen Inkomen, werkweek en parallelle loopbanen Het work preference model De kunstsector als winner take all-sector Verkoopsprijzen Subsidies Exposities en opdrachten Commissies Zelfvertrouwen, doelgerichtheid en risico s Sociaal netwerk De rol van de sekse in de loopbaan Loopbaansatisfactie Musea Lijstjes Vraagstelling en attenderende begrippen Methodologische verantwoording van het kwantitatief onderzoek naar de sekseverdeling binnen de subsidieverdeling Dataverzameling en beschrijving van de data Verwerking van de data Beschrijving en verantwoording van analysebeslissingen Betrouwbaarheid en validiteit Betrouwbaarheid Validiteit 18 5

6 4. Resultaten van het kwantitatief onderzoek naar de sekseverdeling binnen de subsidieverdeling Kwalitatief onderzoek bij Beeldend kunstenaressen Methodologische verantwoording van het onderzoeksopzet Keuze van de respondenten Dataverzameling: het diepte-interview Verzameling, registratie en verwerking van de data Beschrijving en verantwoording van analysebeslissingen Model Betrouwbaarheid en geldigheid Resultaten van het kwalitatief onderzoek bij beeldend kunstenaressen Demografische beschrijving van de respondenten Geslacht, leeftijd en geografische situering Gezinssituatie Activiteitsgraad Hoofdberoep en statuut Bijbaan Opleiding Samenwerking met een galerie of agent Analyse Model Achtergrond Familiaal 25 Opvoeding 25 Steun van de ouders 25 Opleiding Achtergrond Maatschappelijk 27 Kunstgeschiedenis 27 Mannelijke blik en paternalisme Omgeving Familiaal 28 Steun van partner en ouders 28 Kinderen Omgeving Maatschappelijk 30 De markt 31 Galeristen, agenten en curatoren 31 Subsidiecommissies 34 Media-aandacht 34 Collega kunstenaars 35 6

7 6.2.6 Persoon 35 Zelfvertrouwen 35 Marketing: promotie en verkoop 36 Sociale vaardigheden en gedrag 37 Doelgerichtheid en ambitie Loopbaan 39 Inkomen 39 Tweede baan 39 Tijdsbesteding 40 Expositiegraad en opdrachten 41 Subsidies Artistieke voldoening 41 Scheppingsdrang 41 Besluit 42 Literatuurlijst 44 Bijlagen 50 7

8 Inleiding Enkele voorbeelden om te beginnen. In de jaren vijftig vroeg Lee Kresner, een veelbelovende expressionistische schilderes, aan haar leraar haar te helpen een expositie te organiseren. Hij gaf haar het volgende compliment: Jouw werk is zo goed dat je nauwelijks kunt geloven dat het van een vrouw is. En hij ging niet op haar vraag in. Maar ook nu nog is discriminatie van vrouwen schering en inslag. Men wordt nu niet meer rechtstreeks beschimpt, maar de verkoopprijzen vertellen genoeg. Zo is er het voorbeeld van Rachel Whiteread en Damien Hirst, twee grote artiesten die beiden de Turner Prize wonnen in de jaren negentig. Christie s schat Whitereads werk, het afgietsel van twee matrassen in rubber en vezelglas, tussen de en de dollar, terwijl Hirsts haai verkocht werd voor 13,3 miljoen dollar (Allen, 2005). Ondanks het feit dat vrouwen altijd deelgenomen hebben aan de kunsten en dit vandaag nog meer dan ooit doen, staat hun zichtbaarheid in galerieën, musea en tentoonstellingen nog steeds niet in verhouding tot die van hun mannelijke collega s. Daarnaast zouden vrouwen in de beeldende kunst ook nog eens 21 % minder verdienen. Er is dus wel degelijke sprake van een glazen plafond, dat zich uit in de workpreference van kunstenaars en de winner-take-all-sector. Dit zijn resultaten van Nederlandse onderzoeken. Mieke Coupé, Ineke Van Hamersveld, Titia Top en Merijn Rengers zijn de auteurs van de belangrijkste hedendaagse studies aangaande de loopbanen van vrouwen in de beeldende kunst in Nederland. De resultaten van hun onderzoek vormden het uitgangspunt voor de analyse. In Vlaanderen werd weinig of geen loopbaanonderzoek gedaan inzake vrouwen in de beeldende kunst. In 93 werd bij het HIVA een onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van beeldend kunstenaars besteld door Vlaams Minister van Cultuur Weckx, maar deze blijkt spoorloos verdwenen of er zou nooit een schriftelijke weerslag van gemaakt zijn. Enkele thesisstudenten zoals Angelique Campens en Annick Bijnens deden al onderzoek naar kansen van respectievelijk jonge en oudere kunstenaars. De vraag naar de kansen van Vlaamse kunstenaressen werd echter nog niet gesteld in Vlaams onderzoek. Slechts één organisatie in Vlaanderen ijvert op dit moment voor gelijke kansen voor kunstenaressen, Gynaika, opgericht in 1994 vanuit de eenvoudige vraag Wie, behalve enkele experts, kan voor de vuist weg vijf vrouwelijke schilders, beeldhouwers, componisten of architecten opnoemen?. Zij probeerden een oplossing te bieden voor het probleem, door onder andere vrouwelijke kunstenaars een platform te geven en de kunst van vrouwen meer in de kijker te zetten. Meer informatie over de werking van Gynaika kan teruggevonden worden in bijlage 32. Mensen houden er niet van toe te geven dat ze benadeeld worden, als ze dat al beseffen. Uit alle hoeken van de kunstwereld klinkt het dat kwaliteit de enige en de belangrijkste eis om als kunstenaar succesvol te worden. Het woord positieve discriminatie wekt dan ook een dubbel gevoel op. 8

9 Met deze verhandeling proberen we enerzijds het sekseprobleem in de beeldende kunst in kaart te brengen voor Vlaanderen. Anderzijds proberen we een antwoord te zoeken op vraag of vrouwelijke kunstenaars in Vlaanderen ook een achterstand ervaren. Daarom peilden we bij 13 Vlaamse kunstenaressen naar hun mening over de kansen om een carrière uit te bouwen binnen de beeldende kunst. In de literatuurstudie maken we een schets van de belangrijkste factoren die een invloed zouden kunnen uitoefenen op de loopbaan van vrouwelijke kunstenaars. Daarnaast geven we ook enkele cijfers weer die de positie van de vrouwen in de sector illustreren. In hoofdstuk 2 werken we onze hypotheses uit tot onderzoeksvragen. Hoofdstuk 3 schetst kort hoe het onderzoek naar de al dan niet seksegebondenheid van subsidieverdeling tot stand kwam. In hoofdstuk 4 worden de conclusies van dit onderzoek besproken. Hoofdstuk 5 vormt de methodologische handleiding bij de analyse van de kwalitatieve interviews, die in hoofdstuk 6 aan bod komt. In deze analyse wordt allereerst een model gepresenteerd dat de invloed van verschillende factoren op de loopbaan kenschetst. De verschillende factoren en hun invloed worden vervolgens toegelicht en gestaafd aan de hand van citaten uit de interviews. Ten slotte volgt een besluit. 9

10 1. Literatuurstudie 1.1 Feminisme Het denken over vrouwen en kunst wordt vaak geassocieerd met feminisme. Al is dit niet het uitgangspunt voor deze verhandeling, toch is een korte schets ervan noodzakelijk om duidelijkheid te scheppen over hoe de eerste generatie vrouwelijke kunstenaars het pad geëffend heeft voor de huidige generaties. In grote lijnen kunnen we drie feministische golven in onze samenleving onderscheiden. De eerste ontstaat in Amerika en Europa vanaf midden negentiende tot begin twintigste eeuw. Op de agenda stond het thema van de gelijke rechten centraal. Dit feminisme, gegroeid vanuit de liberale principes van individuele vrijheid en gelijke rechten, wordt daarom het burgerlijk liberale feminisme genoemd, meer bekend als de suffragettebeweging. De tweede golf situeert zich in de jaren zestig, luide veranderingswensen en activiteiten weerklonken in het Westen. De thema s van vrouwenorganisaties breidden nog verder uit: naast strikt juridische en/of politieke rechten, werd er veel aandacht besteed aan seksualiteit en mentaliteitswijzigingen. Er ontstonden veel verschillende groeperingen met eigen accenten. Maar de gemeenschappelijke noemer bleef steeds de strijd tegen elke vorm van ongelijkheid. Eind jaren zestig stak het feministisch denken ook sterk de kop op in de kunst. Twee decennia lang werd volgehouden dat elk verschil tussen man en vrouw cultureel bepaald was. De vrouwelijke kunst was sterk geïnspireerd door dit verschildenken. De term derde golf duikt op in de jaren tachtig en breekt door in de jaren negentig. Vanaf de jaren negentig kwamen alle grote ideologieën onder druk te staan door het postmodernisme. De grote verdienste van deze stroming, was de deconstructie van dé waarheid. Het legde de nadruk op de subjectiviteit, op de maakbaarheid van kennis, waarheid, kunst enzovoort. Deze golf is gekenmerkt door een grote diversiteit, de hoogdagen van het (collectieve) activisme waren voorbij. De meest duidelijke discriminaties van vrouwen zijn weggenomen in de jaren zeventig. De steun voor (radicale) feministische standpunten verminderde sterk. Deze periode kenmerkte zich door een nieuwe feministische trend: Vrouwen en mannen moeten samenwerken, elkaar niet bestrijden (Maerten, 2002). De eerste aanklacht tegen de mannelijk georiënteerde kunstgeschiedenis werd geschreven in 1971 door Linda Nochlin met haar baanbrekend essay Why have there been no great women artists?. In dit essay vraagt ze zich af waarom er in de geschiedschrijving geen vrouwelijke equivalenten te vinden zijn voor Michelangelo en de andere groten uit de geschiedenis. Het uitgangspunt van haar werkstuk is een uitspraak van de Engelse filosoof en econoom John Stuart Mill ( ) die stelde everything which is usual appears natural. Nochlin onderzocht vervolgens wat als natuurlijk werd ervaren in de loop der eeuwen. Haar conclusie is dat het dominante discours in de samenleving dat van de blanke man uit de middenklasse is. Volgens Nochlin ligt het antwoord op de vraag waarom er geen grote kunstenaressen bekend zijn, vooral in de houding van de instituties ten opzichte van vrouwen en de diverse ideologieën over de positie van de vrouw. Zo mochten vrouwen pas in de negentiende eeuw naar de academie en zelfs daar kregen ze andere studieprogramma s: ze konden geen anatomielessen bijwonen en het werd hun verboden levend naakt na te tekenen. Bovendien werd hun werk beschouwd als zijnde van inferieure kwaliteit. De 1

11 heersende ideologie was dat vrouwen niet in staat waren om grootse dingen te verwezenlijken. Er waren andere taken weggelegd voor haar. De ideologie van de bourgeoisie die na de Franse Revolutie opgang had gemaakt, had de vrouw een plaats toebedacht in de privésfeer, terwijl de man zich bewoog in de publieke sfeer. De vrouw was slechts echtgenote, moeder en dochter en had als taak met een goede huishouding de status van de man te ondersteunen. Werken en geld verdienen, behoorden niet tot haar belevingswereld (Nochlin, 1971). 1.2 Een schets van de recente geschiedenis: vrouwen en kunst van eind 18 e eeuw heden Vrouwen waren in het verleden eindeloos het object van de kunst, maar hun aanwezigheid als subject in de canon van de beeldende kunst lijkt helemaal niet vanzelfsprekend. Het domein kunst was vaak materieel en symbolisch, impliciet of expliciet, geconstrueerd als een exclusief mannelijk domein waarin vrouwen niet of slechts bij uitzondering thuishoorden. De klassieke geschiedenis zou dus in principe opnieuw geschreven moeten worden, want er was geen oog voor het talent van vrouwen, hoewel dat duidelijk wel aanwezig was. Het klassieke idee dat mannen leiden en vrouwen volgen, impliceert in de kunstgeschiedenis dat alleen mannelijke vernieuwers als zodanig worden herkend, dat mannen vrijwel altijd worden aangesteld als heraut van nieuwe stromingen. Voor vrouwen is dan alleen nog de rol van verdienstelijk volger weggelegd. Er zit dus een seksesysteem in de uitsluiting binnen de kunst. Sekse structureert carrières, canonvorming, opvolging, handel, interpretaties en het intrinsieke begrip kwaliteit. Dat was vroeger zeker het geval, maar ook nu is dit een actueel punt. (Meijer, 1999) Vanaf eind 18 e eeuw werd algemeen aanvaard dat vrouwen over een natuurlijke aanleg beschikten voor het artistieke, maar deze aangeboren aanleg bleef wel beperkt tot het decoratieve en het huishoudelijk gebied. Hun werk beperkte zich tot lagere genres zoals bloemen, stillevens en portretten. In de Zuidelijke Nederlanden vonden in die tijd veel tentoonstellingen plaats met werk van eigentijdse kunstenaars. Deze tentoonstellingen waren een groot succes en er namen ook veel vrouwen aan deel, weliswaar enkel uit vooraanstaande families. De aanwezigheid van vrouwen uit burgerlijke families kan verklaard worden door de komst van nieuwe opvoedingsidealen binnen de bourgeoisie: schone kunsten maakten sinds de zeventiende eeuw deel uit van het verplichte lessenpakket van meisjes uit de hogere sociale klassen. Deze opleidingen gebeurden voornamelijk in de ateliers van beroepskunstenaars, voor wie dit een mooie bijverdienste was. De creatieve activiteit was vooral een tijdsbesteding als dilettante, meer ambitie was ongepast voor vrouwen. Sommige vrouwen waren wel professioneel actief. Dit vooral door de invloed die uit Parijs kwam overwaaien dat op dat moment het centrum van de kunstwereld was. Deze vrouwen kwamen voornamelijk uit kunstenaarsfamilies waarvan de vader meestal al goede relaties in het milieu had. Zij werden opgeleid in ateliers van bevriende kunstenaars. Een opleiding aan de kunstacademie bleef in België wel uitgesloten voor vrouwen tot Toen het eindelijk zover was, kregen meisjes een aparte opleiding en mochten ze geen naaktmodellen schilderen. Deze beperkingen leidden ertoe dat vrouwen eigenlijk toch niet konden deelnemen aan belangrijke wedstrijden, omdat ze niet konden beantwoorden aan de eisen van de voorbereidende proeven (Van Cauwenberge, 1999). Er slaagden ondertussen wel al wat meer vrouwen erin een saloncarrière uit te bouwen, maar als vrouwen de lagere kunst wouden inruilen voor grote kunst, waagden ze zich op exclusief mannelijk terrein en de kritiek op zulke aspiraties was hevig. G.H. Marius, een kunstcritica uit het 2

12 begin van de twintigste eeuw, schrijft hierover: In kunst is vrouw maar al te vaak een synoniem voor dilettantisme. (Van Hamersveld, 1998b). In de kunstkritiek bleven vrouwen evenmin gespaard. Het leek moeilijk voor critici om de artistieke productie van vrouwen los te koppelen van het vrouw-zijn. Vrouwen bleven als de intellectueel mindere van de man beschouwd worden en superieur geacht op vlak van sentiment en gevoeligheid (Van Cauwenberge, 1999). Aan het einde van de negentiende eeuw was het meestal nog niet zo slecht gesteld met financiële positie van de kunstenaressen. De meesten onder hen konden een riant leven leiden, omdat ze tot de hogere klassen behoorden (Van Riemsdijk, 1998). Vrouwelijke kunstenaars konden hun talent enkel waarmaken dankzij steun van hun familie of door hun persoonlijke relaties met andere kunstenaars. In de twintigste eeuw werd de rol van de familie deels overgenomen door kunstenaarsverenigingen, maar persoonlijke relaties bleven belangrijk. Veel kunstenaressen hadden een relatie met een andere kunstenaar, de enige mogelijkheid om te ontsnappen aan de bestemming voltijds moeder te worden. Toch bleven vrouwen deelnemers, geen koplopers (De Jong, 1999). In de eerste helft van de twintigste eeuw werden heel wat barrières overwonnen: vrouwen konden vrij deelnemen aan de vernieuwingen en hadden het recht zich vrij te bewegen op straat, in cafés, in kunstenaarsverenigingen, Maar toch bleven ze vasthouden aan beperkte vormen en onderwerpen. Van Riemsdijk (1998) poogt hiervoor een verklaring te zoeken: misten vrouwen de inzet en gedrevenheid die mannen wel bezaten? Kwam het kunstenaarsschap niet op de eerste plaats bij vrouwen, maar hun taak als huisvrouw en moeder? Daarnaast was in de avantgardistische omgeving van de jaren vijftig het hebben van een netwerk van minstens even groot belang als de kwaliteit van het werk. Netwerken kon voor vrouwen vooral als ze een kunstenaarechtgenoot hadden die actief was in die milieus (Wijnoog, 1998). Het lijkt bovendien dat zowel de surrealistes als de dadaïstes hun rol binnen de stroming opvallend vaker relativeren dan hun mannelijke collega s, waardoor het lijkt dat ze hun kunstenaarsschap minder serieus nemen en daarmee ook hun plaats in de geschiedenis niet opeisen (Smid, 1989). In de jaren zeventig vond er echter een plotse omslag plaats, vrouw zijn werd een meerwaarde en een integraal onderdeel van hun kunstenaarsschap. Er werd geëxperimenteerd met nieuwe media: ze werden hierbij niet gehinderd door vaststaande ideeën van vorm en inhoud. Ze wouden de feministische thema s klaar en duidelijk uitbeelden. De beperktheid die tot de jaren zestig de vrouwelijke kunst kenmerkte, maakte plaats voor engagement, dit werd vrouwenkunst genoemd. Deze vrouwenkunst was uitdagend, zelfbewust, experimenteel en controversieel: ze gaf spraakmakende commentaar op maatschappelijke verhoudingen. Toch mogen we niet te hard juichen. Tot en met halverwege de jaren tachtig was de dominante esthetiek voor kunst grotendeels gebaseerd op het lichaamlijke en de emotionaliteit, iets typisch vrouwelijks. Echter, binnen taal en conceptualiteit, de dominante esthetiek van de jaren negentig, waren vrouwen veel minder welkom. Op ongeveer veertig jaar tijd is er dus veel veranderd voor vrouwen, ze hebben hun onderwijsachterstand ingehaald en zijn gemiddeld even hoog opgeleid als mannen. Ze hebben sinds de jaren zeventig hun eigen netwerk kunnen bouwen en hiermee de waarden en normen binnen de kunstwereld in vraag gesteld. Ook de opvattingen over rolpatronen zijn veranderd op die tijd. Maar opvallend is dat juist in de kunsten die als vooruitstrevend en vernieuwend beschouwd worden, die rolpatronen sterk blijven gelden. Ondanks die grote maatschappelijke veranderingen 3

13 zijn hardnekkige verschillen tussen de seksen blijven bestaan. Vrouwen nemen nog steeds in meer gevallen, al dan niet tijdelijk, de zorg van het gezin op zich, waardoor het aan continuïteit ontbreekt in hun carrière. (Halbertsma, 1998; Van der Linden, 1999; Grieten, 2007). 1.3 De rol van de media De media zijn als belangrijkste socialisatiemiddel het kanaal bij uitstek waarlangs de heersende ideologieën in een samenleving verspreid worden. Aan vrouwenbeelden ontbreekt het niet in de media. Maar welke vrouwenbeelden en de manier waarop ze in beeld komen, is een andere zaak. Wouters (2004) haalt Michielsen aan die stelt dat vrouwen in de media zelden plaatsen en posities innemen die blijk geven van macht, mondigheid en culturele participatie. Nochtans is hun beeldvorming erin zo belangrijk, omwille van de reeds besproken socialiserende functie. De rol van de media is niet te onderschatten in de constructie van gender, door het eenzijdig herhalen van typische geslachtskenmerken creëren ze stereotypen. Deze stereotypen worden snel overgenomen door de massa en leiden tot vooroordelen die passen binnen het dominante discours, dat door Nochlin omschreven werd als dat van de blanke man. 1.4 Kwaliteit Kwaliteit is een diffuus begrip, maar ook het enige begrip dat kritiekloos gehanteerd kan worden in de sector. (Bijnens, 2004) Curatoren, galeristen, subsidiënten en zelfs kunstenaars menen dat kwaliteit de enige factor is die meetelt in het beoordelen van werk. Kwaliteit is, net als gender, een geconstrueerd begrip en staat onder invloed van het dominante discours in een samenleving. Bovendien legt man het verschil tussen mannen en vrouwen in de kunst graag uit als schifting door kwaliteit, niet door gender. De gangbare gedachte in de kunstwereld is dat de sterkste wint. 1.5 Carrièreontwikkeling in de kunsten Het loopbaan- en prestatiemotivatie model Top (1993) haalt in haar studie over art & gender de onderzoeker Farmer aan. Deze stelde in 1985 een sekseneutraal model voor dat de verschillende invloeden op de loopbaan moest weergeven. Daarnaast wou hij ook de prestatie en de motivatie kunnen weergeven. Hij neemt hiervoor vier variabelen op in zijn schema: achtergrond, persoon, omgeving en prestatie en motivatiekenmerken. Top (1993) werkt dit model verder uit en voegt hier een criterium aan toe, namelijk de tevredenheid van de respondenten. Dat kan volgens haar afgelezen worden aan enerzijds succes, de erkenning van buitenaf en anderzijds aan de artistieke voldoening van de kunstenaars. Coupé (2001) vereenvoudigde het model terug door de multivariabelen te beperken en kwam tot onderstaand schema. Het is op basis van dit schema dat we de vragenlijsten voor de interviews hebben opgesteld. In het verloop van de literatuurstudie worden de meest relevante topics voor de analyse toegelicht. 4

14 Bron: Coupé, 2001, p Het begrip kunstenaar Het begrip kunstenaar definiëren is hetzelfde als vragen welke kleur de lucht heeft, geen enkele omschrijving zal ooit omvattend genoeg zijn. Het grote probleem duikt al op bij de vraag wat kunst is. Zijn architecten, huisschilders, keukenartiesten, cartoonisten en circusartiesten ook kunstenaars? Er zijn verschillende manieren om het begrip kunstenaar af te bakenen, de definitie die men kiest, zal de populatie en vervolgens ook het verdere onderzoek beïnvloeden (Butler, 2000). Het is moeilijk om een definitie te formuleren van de professionele kunstenaar, omdat het geen erkend beroep is en men evenmin geschoold moet zijn om zich kunstenaar te noemen (Scherke, 2000 ; Coupé, 2001). Wij hanteren volgende definities: Het Kunstendecreet (2004) stelt de volgende eisen aan kunstenaars die subsidies willen ontvangen van de Vlaamse Gemeenschap: ( ) Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, als bedoeld in artikel 20, moet de kunstenaar minstens drie jaar betrokken zijn bij het kunstgebeuren binnen de Vlaamse Gemeenschap. Bij de toekenning van subsidies, zoals bedoeld in artikel 20, wordt rekening gehouden met : 1 het belang en de kwaliteit van het oeuvre van de kunstenaar binnen het hedendaagse kunstenlandschap en/of binnen de internationale context; 2 het belang en de kwaliteit van het al door de kunstenaar afgelegde parcours ; 3 de groeimogelijkheden en de consistentie van het oeuvre. ( ) Elias (1993) gebruikt een deiktische definitie om het begrip kunstenaar te omschrijven. Hij onderscheidt drie voorwaarden die een artistiek aangelegd persoon tot een kunstenaar maken. De eerste voorwaarde is dat de actor zichzelf als artistiek beschouwt. Daarnaast is het begrip continuïteit van belang, de kunstenaar moet regelmatig producten afleveren die hij als kunstwerk omschrijft en die in verband staan met elkaar. Hij moet dus een oeuvre kweken op lange termijn. 5

15 Als laatste voorwaarde stelt hij dat anderen, hierbij denken we vooral aan kenners en critici, de actor en zijn werk als artistiek erkennen, door het te plaatsen binnen de geschiedenis en zijn (al dan niet) verwantschap te zoeken met de traditie. De kunstenaar moet dus deel uitmaken van een netwerk om als professioneel gezien te worden. Er is weinig cijfermateriaal voorhanden in Vlaanderen met betrekking tot het aantal actieve kunstenaars. Sommige kunstenaars werken in loondienst, andere als zelfstandige. Het onderzoek van Loose en Lamberts (2006) is zeer bruikbaar als schets van de sector. Zij onderzochten de verschillende mogelijkheden om een statistische telling te doen van de sector en gaven daarmee de aanzet tot een kunstmonitoringsinstrument voor de sector. Veel concreet cijfermateriaal over de beoefenaars van de beeldende kunst is echter nog niet beschikbaar in het onderzoek. Ze stellen dat vallen onder de notie artiest enkel betekent dat een werknemer een artistieke activiteit beoefent en dat deze werknemer als dusdanig aangegeven wordt bij de administratie. Het is dus goed mogelijk dat werknemers een artistieke activiteit beoefenen, zonder dat deze gekend is bij de RSZ. Het valt te verwachten dat, naarmate de bekendheid van het sociaal statuut voor de kunstenaar toeneemt, het aantal werknemers die onder de notie artiest vallen zal groeien. Enerzijds zullen meer werknemers die nu reeds een artistieke activiteit beoefenen, zich in de toekomst mogelijk als dusdanig bekend maken. Anderzijds zullen anderen mogelijk beseffen dat zij sinds de invoering van het sociaal statuut voor de kunstenaar de mogelijkheid hebben om als werknemer aan de slag te gaan. Om toch een idee te hebben van de sekseverdeling binnen de professioneel actieve beeldende kunstenaars, schreven we enkele organisaties aan die optreden als belangenverdediger van kunstenaars. 1 Het enige betrouwbare materiaal dat we ontvingen, kwam van het Nieuw Internationaal Cultureel Centrum (NICC), dat optreedt als overleg- en belangenplatform voor hedendaagse kunst. Zij telden op 18 juli leden, hiervan zijn er 63 van het vrouwelijke geslacht (De Roover, ). Daarnaast willen we een onderzoeksrapport aanhalen van het Kunstenloket (2006) dat naar de inkomsten van beeldend kunstenaars peilde. Zij baseerden zich op de adresgegevens van kunstenaars aangesloten bij het NICC, het MUHKA en het Kunstenloket. Ook hier bleek de meerderheid van de respondenten mannelijk, namelijk 65,82 % (Kunstenloket, 2006). Andere onderzoeksrapporten maken geen onderscheid tussen de verschillende disciplines of maken geen man vrouwopdeling. Concreet en globaal onderzoek is dus een noodzaak, we hopen dat het onderzoek van Loose en Lamberts (2006) een aanzet kan zijn Het glazen plafond in de culturele sector Alvorens in te gaan op de situatie in de culturele sector, schetsen we enkele algemene man vrouwverschillen op de modale arbeidsmarkt. Bevers, Gilbert & Van Hove (2007) schatten de algemene genderloonkloof, het verschil in loon tussen mannen en vrouwen, berekend op basis van gegevens van 1999 tot 2004, op 15%. Dit is 1 Wegens een lage responsgraad en de lage validiteit van de antwoorden, kiezen we ervoor deze cijfers niet op te nemen in deze verhandeling. 6

16 berekend door het verschil te maken tussen het gemiddelde voltijdse mannenloon en het gemiddelde voltijdse vrouwenloon, uitgedrukt als een percentage van het mannenloon. Deze ongelijkheid is deels te wijten aan de verschillende posities van vrouwen op de arbeidsmarkt: ze werken vaker deeltijds 2, onderbreken makkelijker hun loopbaan, werken vaker met een tijdelijk contract, stromen moeilijker door naar een leidinggevende functie en zijn vaker tewerkgesteld in specifieke, slechter betalende sectoren. Voor vrouwen in de culturele sector bedraagt de loonkloof bijna 22 % van het brutojaarinkomen van hun mannelijke collega s (Rengers, 2001). Vrouwen zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in bestuurlijke en hogere functies, en dit zowel in de profit als de non profitsector. Dit fenomeen noemt men het 'glazen plafond', een gangbare metafoor sinds Morrison, White & Van Velsor in 1987 een studie publiceerden onder de titel 'Breaking the Glass Ceiling : Can Women reach the Top of America?. Het beeld van het 'glazen plafond' verwijst naar een onzichtbare barrière, die het doorgroeien van vrouwen naar het topkader in de weg staat. De glass ceiling' is niet zo maar een barrière in de loopbaan van een individuele vrouw, maar een gegeven dat vrouwen als groep raakt. In later onderzoek werd duidelijk dat het plafond lager lag, dan men oorspronkelijk dacht: niet enkel de top van de organisatiepiramide bleef (of blijft) voor vele vrouwen moeizaam bereikbaar. 'Plafond' kreeg dan ook uitbreiding met 'muren'. Deze metafoor geeft aan dat in het loopbaancurriculum van werknemers bepaalde gebeurtenissen of factoren fungeren als uitsluitings- of vertragingsmechanismen voor de uitbouw van een loopbaan (Draulans, 2001). De kunstsector blijkt een zeer vrouwelijke sector, zeker in de periferie. Toch is er ook in de culturele sector sprake van een glazen plafond. Vrouwen zijn niet in de minderheid in kunstgerelateerde functies, maar ze bekleden zelden een hoge positie, bijvoorbeeld een directiefunctie. Cliche e.a. (2000) berekenden dat slechts 26% van de directieposten in belangrijke musea in Europa door vrouwen bezet werden. De Smet (2001) berekende dat in Vlaanderen slechts 1 vrouw, en slechts 1 jaar, hoofd geweest is van een kunstafdeling tussen 1995 en Ook bij de kunstenaars zien we dat er veel vrouwen actief zijn, maar ze hebben als kunstenaars minder invloed in de culturele sector. Dit glazen plafond uit zich onder kunstenaars in wat men noemt de winner take all sector en de work-preference theorie die in latere hoofdstuk toegelicht worden. Een verklaring is de eerder mannelijke organisatiecultuur die leeft in de sector. Een organisatiecultuur is de optelsom van waarden, opvattingen en sociale praktijken in een organisatie, groep of organisatie. Zo n cultuur kan opgedeeld worden in masculiene en feminiene dimensies. Fischer, Rojahn en Struyk (2002) geven voorbeelden van stereotiepe masculiene kenmerken: onafhankelijkheid, individualisme, hoge prestatiedruk, status, hiërarchie, enz. Dit zijn kenmerken die eerder door mannen gewaardeerd worden dan door vrouwen. Vrouwen halen collectivisme, collegialiteit, belang van positieve feedback, persoonlijke ontplooiing, evenwichtige balans werk privé en participatie in besluitvorming aan als belangrijke elementen. Dit noemen de auteurs feminiene kenmerken. De auteurs stellen dat in een masculiene cultuur eerder traditionele 2 In 2004 werkte 41,5% van de werkende vrouwen tegenover 7% van de werkende mannen deeltijds in België (Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, 2006) 7

17 machtsverhoudingen aangetroffen worden, in een feminiene cultuur staat gelijkwaardigheid hoog aangeschreven. Van der Valk (2003) spreekt in deze context van de macht van de onbewuste beelden. Sinds onze kindertijd worden we geconfronteerd met bepaalde beelden die ons waarnemings en beoordelingsysteem, onze waarden en normen, bepalen. Eén groep van beelden is heel sterk: de beelden over de mannelijke en vrouwelijke sekse. Ze worden op een primair emotioneel niveau toegeëigend. Deze sterke stereotypen spelen een cruciale rol in het proces van volwassen worden en komen in een steeds complexere verhouding tegenover elkaar te staan in de loop van dit proces. Ook in de kunstwereld vinden we deze hardnekkige stereotyperende kracht, en de hiërarchische verhouding ertussen, terug. Ze legt de lezer een test voor die in bijlage 1 geraadpleegd kan worden. Ter conclusie stelt ze dat we in een samenleving leven waarin de begrippen, gelinkt aan macht en invloed, hoger in aanzien zijn begrippen die eerder binnen de persoonlijke levenssfeer passen. Deze ideeën sijpelen ook door in de waarnemings- en selectieprocessen in de kunstwereld. Deze statusverlagende stereotypen zorgen ervoor dat vrouwelijk talent en vrouwelijke capaciteiten minder kansen krijgen. Belangrijk te melden is, dat ook vrouwen die fouten maken. De blik op de eigen én op de andere sekse is geladen met die onbewuste beelden! Een derde verklaring is de privé - situatie van vrouwen. Ze nemen over het algemeen meer zorgtaken op zich en kiezen daarom om te werken met minder prestatiedruk. In dit geval spreekt men ook wel van de glazen vloer waar vrouwen aan blijven plakken. Deze term geeft aan dat veel vrouwen kiezen voor zorgtaken in plaats van voor carrière en dat de schuld voor hun achterstand dus deels bij de vrouwen zelf ligt (Hoogervorst, 2002). Het onderzoek van Rengers (2001) bevestigt de stelling dat vrouwen in de culturele sector het moeilijker hebben om werk en zorg te combineren. Van der Valk (2003) stelt dat vrouwen een groot aandeel hebben in de productie van kunst, maar dat de groep die zich uiteindelijk laat gelden als invloedrijk en gekend, eerder klein is. Ze merkt op dat nu pas de mythe van de volledige overgave aan de kunst doorbroken wordt. Vrouwen kunnen nu ook, als ze willen, zoeken naar een combinatie tussen werk en gezin Opleiding Buitenlandse studies wijzen erop dat steeds meer vrouwen ervoor kiezen om een kunstopleiding te volgen in het hoger onderwijs. In de jaren zeventig bedroeg het aantal vrouwen in kunstzinnige richtingen ongeveer veertig procent, wat vrij hoog was voor die tijd, om in de jaren tachtig te stijgen tot meer dan vijftig procent. In 1999 stond de teller op ongeveer 55 procent vrouwen, met kleine verschillen van land tot land. (Scherke, 2000 ; Van Hamersveld, 2000; Cliche e.a., 2000). Chantal De Smet, hoogleraar Hogeschool Gent, berekende in 2001 voor Artemisia 3 het verschil tussen meisjes en jongens op kunsthogescholen in Vlaanderen tussen 1997 en Wij zullen dit 3 Artemisia is een websiteproject van Elia, The European League of Institutes of the Arts, met focus op gendergelijkheid binnen het hoger Kunstonderwijs 8

18 doen voor de periode 2000 tot In bijlage 2 wordt uitgelegd hoe deze berekening tot stand kwam, geïllustreerd met gegevenstabel 1.1. Als we tabel 1.1 bekijken blijken vrouwelijke studenten dus in de meerderheid te zijn op de kunsthogescholen. In principe zouden er dus ongeveer evenveel vrouwen als mannen aan de slag moeten zijn in de sector. De gelijke uitgangspositie van vrouwen heeft echter niet geleid tot de verwachte rolsymmetrie (Van Hamersveld, 2000). Momenteel blijkt slechts een minderheid van de kunstenaars ouder dan 45 een vrouw te zijn. Op een termijn van twintig jaar zijn er dus een aantal factoren die vrouwen ertoe aanzetten te stoppen. Een opleiding is blijkbaar toch geen grote garantie voor succes. Autodidacten blijken het soms verder te schoppen dan hun vakbroeders en zusters; al is talent natuurlijk wel een grote verklaring hiervoor. Het voordeel van geschoold te zijn, is het hebben van een eerste netwerk van medestudenten en docenten (Rengers, 2003a). Het is natuurlijk nog af te wachten hoe dit zal evolueren in de toekomst aangezien er momenteel in het onderwijs meer aandacht besteedt wordt aan de zakelijk kant van het kunstenaarsschap Leeftijd Zoals hierboven gesteld werd, is slechts een minderheid van de kunstenaars ouder dan 45 een vrouw. Een adequaat cijfer hierop plakken is niet gemakkelijk. Annick Bijnens (2004) stuurde voor haar scriptie over de sociaal-economische situatie van de beeldend kunstenaar ouder dan 45 jaar, een enquête naar 91 vrouwen en 444 mannen geboren na 1959, adressen verkregen uit het ledenbestand van het NICC. Hieruit kunnen we concluderen dat slechts zeventien procent van de kunstenaars ouder dan 45, vrouwen zijn. Het NICC voerde in 2001 een enquête uit bij hun leden, de Behoeftepeiling werkruimten bij beeldend kunstenaars. Zij vonden een verdeling van 61,3% mannen tegenover 38,7% vrouwen. Maar naarmate de leeftijd steeg, daalde het aandeel vrouwelijke kunstenaars tot slechts twintig procent in de categorie ouder dan 65 jaar (Van Ingelgom, 2001). Zo gaat het voor de hele culturele sector, de meerderheid van de artiesten, ook in de podiumkunsten, blijken mannen te zijn. Mannelijke kunstenaars lijken vaker de top te bereiken dan hun vrouwelijke collega s. Het verschil in activiteitsgraad tussen mannen en vrouwen blijkt vooral te stijgen, naarmate de leeftijd stijgt. Meer vrouwen dan mannen beëindigen voortijdig hun carrière of zetten ze op een laag pitje en hierdoor kwalificeren ze zich niet langer voor doorstroming naar de top van de kunstenpiramide. Daarnaast speelt het mannelijke karakter van de beroepsgroep, een erfenis van de geschiedenis, ook een rol (Rengers, 2001). Vrouwen zouden ook over minder erkenning dan mannen beschikken op het hoogtepunt van hun loopbaan. Dit hoogtepunt vindt meestal plaats tussen de leeftijd van 40 en 50 jaar (Wolfson, 1998). Het generatie-effect blijkt dus één verklaring te zijn voor de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen in de kunstsector. Toch verklaart dit niet alles, want ook tussen mannen en vrouwen van dezelfde generatie bestaan duidelijke loopbaanverschillen en steeds meer en meer vrouwen blijken professioneel actief te zijn als kunstenaar (Rengers, 2001). 9

19 1.5.6 Relaties Scherke (2000) stelde vast dat vrouwen die professioneel actief zijn in de kunstwereld minder vaak getrouwd en sneller gescheiden zijn dan hun mannelijke tegenpolen. De vrouwen die zich in een relatie bevinden, leven vooral samen met iemand die ook actief is in de kunstwereld, vermoedelijk omdat deze mannen een beter zicht op de situatie kunnen hebben, zeker als er kinderen in het spel zijn. Vrouwen kunnen dan via hun man nog contact houden met de kunstwereld en verliezen zo hun netwerk niet meteen. Mannelijke kunstenaars kiezen minder opvallend voor een vrouw in dezelfde sector Kinderen Het hebben van kinderen wordt door verschillende studies aangegeven als een van de grootste obstakels voor vrouwen om professioneel succesvol te worden. Nog steeds worden kinderen meer door vrouwen opgevoed en is het dus bijgevolg ook hun carrière die enkele jaren onderbroken wordt. Bovendien is er voor kunstenaars niet zoiets als jobgarantie (Scherke, 2000). Ongeveer een derde van de door Coupé ondervraagde kunstenaars heeft kinderen. Mannelijke kunstenaars hebben vaker kinderen dan hun vrouwelijke collega s. Kunstenaars met kinderen werken zo n vijf uur per week minder. Opvallend hier is wel dat het verschil in gewerkte uren tussen mannen met en zonder kinderen veel kleiner is dan bij vrouwen in hetzelfde geval. Bij kunstenaars is, meer dan in andere sectoren, sprake van het traditionele rolpatroon, waar de vrouw de zorg van de kinderen op zich neemt en de man gaat werken. De invloed van kinderen is dus groter bij vrouwelijke kunstenaars, ook al hebben ze minder vaak kinderen. Kinderen worden, meer door vrouwen dan door mannen, als belemmerend ervaren voor de uitbouw van hun carrière (Rengers, 2001; Coupé, 2001). Het NICC geeft wel aan dat mannen, nadat ze een sabbatperiode ingelast hebben, minder snel terug de draad opnemen dan vrouwen (Vanderborght, ) Inkomen, werkweek en parallelle loopbanen Het gemiddelde inkomen van kunstenaars uit het Westen is ongeveer dertig procent lager dan in vergelijkbare beroepen. In Nederland kan tachtig procent van de kunstenaars niet rondkomen van zijn inkomen uit de artistieke activiteit. (Abbing, 2002). Voor Vlaanderen zijn er weinig cijfers beschikbaar. De beschikbare cijfers moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden, omdat zij slechts een klein deel van de kunstenaarspopulatie beslagen. 88% van de respondenten 4 die nog actief zijn als beeldend kunstenaar uit het onderzoek van Bijnens (2004) beweren niet geheel te kunnen leven van de inkomsten uit de artistieke activiteit. 63 % van de respondenten van het Kunstenloketonderzoek (2006) moet het met minder dan 3000 euro op jaarbasis stellen wat betreft de inkomsten uit de creatieve activiteit. Negen op tien van hen kan niet leven van die inkomsten. Daarom doen ze aan multiple jobholding, naast hun job als kunstenaar hebben ze meestal nog een of meerdere jobs, zoals lesgeven, om te kunnen voorzien in hun levensonderhoud. Kunstenaressen verdienen daarnaast gemiddeld nog eens een stuk minder dan hun mannelijke collega s. Ze zijn ondervertegenwoordigd in de hogere inkomenscategorieën, vragen lagere prijzen voor hun werk en krijgen lagere subsidies dan mannen (Scherke, 1993). Rengers (2001) en Coupé 4 De respondenten uit het onderzoek van Bijnens (2004) zijn ouder dan 45 jaar. 10

20 (2001) stelden vast dat het inkomensverschil in de beeldende kunst een verschil van 22 % van het bruto jaarinkomen bedraagt. En ook Europees onderzoek naar de status van vrouwen in kunst en mediaberoepen wees uit dat de economische status van de vrouw niet gelijk is aan die van hun mannelijke collega s, zij wijzen op verschillen gaande van 15 tot 30 % verschil. (Clich e.a., 2000) Toch zijn de verschillen in de omvang van de werkweek veel kleiner, mannen werken slechts een paar uur per week meer dan vrouwen, maar dit verklaart slechts een kleine vijf procent van het verschil in inkomen (Rengers, 2001; Coupé, 2001; Van Hamersveld, 2000). De omvang van de werkweek zegt echter weinig over de samenstelling ervan. Mannen werken gemiddeld meer uren in de beeldende kunst. Als zij bijbanen uitoefenen, doen ze dit minder in de kunstgerelateerde sector. Vrouwen werken iets meer in kunstgerelateerde banen (Coupé, 2001). Bijbanen lijken vooral in het nadeel van vrouwen te spelen, ze verdienen binnen en buiten de kunst minder dan mannen en niet genoeg om zichzelf nog artistieke ruimte te kunnen permitteren. Vrouwen vinden daarenboven interessant werk in een goede werksfeer belangrijker dan wel de materiële beloning (Rengers, 2003b; Scherke, 2000). Werken in een kunstgerelateerde baan kan ook een voordeel zijn in die zin dat er netwerken opbouwen en onderhouden, een noodzakelijk iets voor de moderne kunstenaar. De meeste kunstenaars zien hun baan niet als een nine to five job, maar iets waar ze altijd mee in hun hoofd zitten, al geven ze wel aan dat kunstenaar zijn een normale job vinden. Ze kunnen echter geen duidelijk onderscheid maken tussen werkuren en vrije tijd, het is meer een vorm van dagelijkse routine (Scherke, 2000) Het work preference model De theorie van het menselijk kapitaal mensen maken rationele keuzes met betrekking tot het volgen van onderwijs en de ontwikkeling van hun loopbaan - gaat dus niet op voor kunstenaars. Ze verdienen meestal minder dan mensen met een vergelijkbaar opleidingsniveau, hun inkomen stijgt vooral door de ervaring en er is niet veel verschil tussen afgestudeerden van het kunstonderwijs en autodidacten (Rengers, 2001; Coupé, 2001; Throsby, 1996). Uitzonderlijk is vooral dat ze bereid zijn voor een laag inkomen te werken. Artistieke waardering en voldoening lijken dit wel deels te compenseren. Geld lijkt minder belangrijk om succes te meten dan erkenning door anderen en de eigen tevredenheid (Scherke, 2000). Throsby (1994) bekijkt het kunstenaarsberoep vanuit een economische invalshoek. Hij ontwikkelde het work - preference model om uit te leggen dat kunstenaars anders zijn dan de meeste werknemers. Kunstenaars proberen enerzijds maximaal te voldoen aan hun roeping tot scheppen en anderzijds toch een minimum inkomen te vergaren. Een andere job, met een hogere geldelijke waardering zou hen niet gelukkig maken, succes wordt hier ervaren in termen van geluk en zelfrealisering. Rengers (2001) stelde daarop dat kunstenaars hun beroep op twee manieren subsidiëren: enerzijds rechtstreeks door elders verkregen inkomsten, zoals ander werk, erfenis, partner enz. Anderzijds indirect, door voor een lager loon te werken dan ze elders zouden kunnen verdienen. 11

INKOMSTEN BEELDENDE KUNSTENAARS

INKOMSTEN BEELDENDE KUNSTENAARS INKOMSTEN BEELDENDE KUNSTENAARS In het kader van de opdracht coördinatie en verruiming van het sociaal overleg in de artistieke sector wil het Kunstenloket met dit onderzoek nagaan op welke manier beeldende

Nadere informatie

Het glazen plafond in de Nederlandse culturele sector Een samenvatting

Het glazen plafond in de Nederlandse culturele sector Een samenvatting Het glazen plafond in de Nederlandse culturele sector Een samenvatting Noem drie namen van leidinggevende vrouwen in de kunst- en cultuurwereld : het zou een quizvraag kunnen zijn. Nochtans is er veel

Nadere informatie

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen?

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Welke percepties leven er bij werknemers en studenten omtrent de logistieke sector? Lynn De Bock en Valerie Smid trachten in hun gezamenlijke masterproef

Nadere informatie

De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011

De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011 De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België Samenvatting rapport 2011 Hoe groot is de loonkloof? Daalt de loonkloof? De totale loonkloof Deeltijds werk Segregatie op de arbeidsmarkt Leeftijd Opleidingsniveau

Nadere informatie

Gender: de ideale mix

Gender: de ideale mix Inleiding 'Zou de financiële crisis even hard hebben toegeslaan als de Lehman Brothers de Lehman Sisters waren geweest?' The Economist wijdde er vorige maand een artikel aan: de toename van vrouwen in

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Rapportage Kunsten-Monitor 2014

Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Inleiding In 2014 heeft de AHK deelgenomen aan het jaarlijkse landelijke onderzoek onder recent afgestudeerden: de Kunsten-Monitor. Alle bachelor en master afgestudeerden

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

Annelies Knoppers Hoogleraar pedagogiek en didactiek van sport en lichamelijke opvoeding Universiteit Utrecht

Annelies Knoppers Hoogleraar pedagogiek en didactiek van sport en lichamelijke opvoeding Universiteit Utrecht Annelies Knoppers Hoogleraar pedagogiek en didactiek van sport en lichamelijke opvoeding Universiteit Utrecht Vragen stellen bij schijnbare vanzelfsprekendheden is een basisvoorwaarde voor wetenschappelijk

Nadere informatie

Voorwaarden voor het secundair onderwijs

Voorwaarden voor het secundair onderwijs studie beurs Koken kost geld. En studeren ook. Een studiebeurs kan helpen. Velen laten die kans liggen. Misschien is het toch de moeite om een aanvraag in te dienen. De reglementering voor het hoger onderwijs

Nadere informatie

Subsidiëring in het kader van het Kunstendecreet: Projectsubsidies: - Voor kunstenorganisaties, kunsteducatieve en sociaal-artistieke organisaties

Subsidiëring in het kader van het Kunstendecreet: Projectsubsidies: - Voor kunstenorganisaties, kunsteducatieve en sociaal-artistieke organisaties Subsidiëring in het kader van het Kunstendecreet: Projectsubsidies: - Voor kunstenorganisaties, kunsteducatieve en sociaal-artistieke organisaties -Voor kunstenaars - Periodieke publicaties Algemene principes

Nadere informatie

27 30 oktober 2011 KAV - Belgium. Wanted: Genderproof systems of Social Security and Protection!

27 30 oktober 2011 KAV - Belgium. Wanted: Genderproof systems of Social Security and Protection! EBCA seminarie Londen Marietje Van Wolputte 27 30 oktober 2011 KAV - Belgium Wanted: Genderproof systems of Social Security and Protection! 1 Inleiding: Armoede is vrouwelijk. Dat is een wereldwijd gegeven.

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

Loopbanen van geowetenschappers

Loopbanen van geowetenschappers Loopbanen van geowetenschappers Midden 4 is een grootschalig onderzoek naar de loopbanen van geowetenschappers afgerond. Dit onderzoek is uitgevoerd op initiatief en onder begeleiding van GAIA, het netwerk

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Werkende vaders. Strategieën voor vaders die werk en zorg willen combineren

Werkende vaders. Strategieën voor vaders die werk en zorg willen combineren Werkende vaders Strategieën voor vaders die werk en zorg willen combineren Inhoud 1. Aanleiding en context 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Aanleiding 5 1.3 De onderzoeksvragen 6 1.4 Opzet en uitvoering van het onderzoek

Nadere informatie

Onderzoeksvraag Uitkomst

Onderzoeksvraag Uitkomst Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen

Nadere informatie

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand.

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand. 1 Dank voor dit rapport. Mooi dat het Sociaal en Cultureel Planbureau dit jaar dieper ingaat op één onderwerp dat de aandacht verdient: de arbeidsmarktpositie van migrantengroepen. Als het economisch tegenzit,

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Beste pleegouder, U heeft aangegeven graag op de hoogte gehouden te

Nadere informatie

Dossier Rechtstreekse subsidies aan beeldende kunstenaars

Dossier Rechtstreekse subsidies aan beeldende kunstenaars Dossier Rechtstreekse subsidies aan beeldende kunstenaars Al jaren ijvert NICC voor meer rechtstreekse subsidies aan beeldende kunstenaars. Het verheugde ons dan ook dat minister van Cultuur Bert Anciaux

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Coach Profession Profile

Coach Profession Profile Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Coach Profession Profile AUTEUR PROF. DR. HELMUT DIGEL / PROF. DR. ANSGAR THIEL VERTALING PUT K. INSTITUUT Katholieke Universiteit

Nadere informatie

UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT GENEESKUNDE EN GEZONDHEIDSWETENSCHAPPEN Medisch-Sociale Wetenschappen Optie Beheer & Beleid Academiejaar 2003-2004

UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT GENEESKUNDE EN GEZONDHEIDSWETENSCHAPPEN Medisch-Sociale Wetenschappen Optie Beheer & Beleid Academiejaar 2003-2004 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT GENEESKUNDE EN GEZONDHEIDSWETENSCHAPPEN Medisch-Sociale Wetenschappen Optie Beheer & Beleid Academiejaar 2003-2004 STUDIE NAAR DE RELEVANTIE VAN MISSION STATEMENTS IN VLAAMSE

Nadere informatie

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. 2012 In samenwerking met 1 547.259 uitzendkrachten 547.259 motieven 2 Inhoudstafel 1. Uitzendarbeid vandaag 2. Doel van het onderzoek 3. De enquête 4. De verschillende

Nadere informatie

Leiderschap in Turbulente Tijden

Leiderschap in Turbulente Tijden De Mindset van de Business Leader Leiderschap in Turbulente Tijden Onderzoek onder 175 strategische leiders Maart 2012 Inleiding.. 3 Respondenten 4 De toekomst 5 De managementagenda 7 Leiderschap en Ondernemerschap

Nadere informatie

Hoog opgeleid, laag inkomen

Hoog opgeleid, laag inkomen Hoog opgeleid, laag inkomen De situatie van buitenschoolse kunstdocenten en artistiek begeleiders Henk Vinken en Teunis IJdens Een groot deel van de voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie bestaat

Nadere informatie

E-QUALITY KENNISCENTRUM VOOR EMANCIPATIE, GEZIN EN DIVERSITEIT. Vaderschap 2.0 Opvoedingsondersteuning voor vaders van nu

E-QUALITY KENNISCENTRUM VOOR EMANCIPATIE, GEZIN EN DIVERSITEIT. Vaderschap 2.0 Opvoedingsondersteuning voor vaders van nu E-QUALITY KENNISCENTRUM VOOR EMANCIPATIE, GEZIN EN DIVERSITEIT Vaderschap 2.0 Opvoedingsondersteuning voor vaders van nu Vaderschap 2.0 E-Quality 55 UIT DE PRAKTIJK 3.3 Interview met Arno Janssen en Caroline

Nadere informatie

De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer

De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer Holebi s & transgenders als collega s DIENST DIVERSITEITSBELEID Resultaten online enquête Om de situaties van homo s, lesbiennes, biseksuelen (holebi

Nadere informatie

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Colofon Titel Auteurs Tekstbewerking Uitgave Ontwerp Vormgeving Bestellen Sociaal kapitaal in

Nadere informatie

Factsheet persbericht. Vooral studentes somber over kansen arbeidsmarkt

Factsheet persbericht. Vooral studentes somber over kansen arbeidsmarkt Factsheet persbericht Vooral studentes somber over kansen arbeidsmarkt Inleiding Van augustus 2009 tot en met september 2009 hield Zoekbijbaan.nl het Nationale Bijbanen Onderzoek. Aan het onderzoek deden

Nadere informatie

studiebeurs Voorwaarden voor het secundair onderwijs

studiebeurs Voorwaarden voor het secundair onderwijs studie beurs Studeren kost geld: cursussen, een kot, inschrijvingsgeld,. Een studiebeurs kan helpen. Velen laten die kans liggen. Misschien is het voor jou toch de moeite om een aanvraag in te dienen.

Nadere informatie

Bedrijfsjurist in Beweging

Bedrijfsjurist in Beweging Salary Survey editie 2014 Bedrijfsjurist in Beweging Profiel, lonen en trends 01 Executive summary Met 696 deelnemers is deze editie 2014 van de salary survey bij de bedrijfsjurist een succes. We noteerden

Nadere informatie

Arbeidsvoorwaardenonderzoek

Arbeidsvoorwaardenonderzoek Arbeidsvoorwaardenonderzoek voor bid- en tendermanagers Het is toegestaan deze kennis te delen, mits onder duidelijke vermelding van Appeldoorn Tendermanagement als bron. Inhoud Inleiding 4 Conclusie 5

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) Tweede deel In de vorige Stat info ging de studie globaal (ttz. alle statuten bijeengevoegd) over het verband

Nadere informatie

VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR

VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR VROUWELIJKE PARTNERS IN DE TOP ADVOCATUUR FEITEN EN CIJFERS Onderzoeksgegevens Onder wie: partners van de 30 grootste advocatenkantoren in Nederland Gezocht: 3 vrouwelijke en 3 mannelijke partners per

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

(Voor)oordelen over parttimers

(Voor)oordelen over parttimers Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tnsnipo.com www.tnsnipo.com Political & Social Rapport (Voor)oordelen over parttimers Echte

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

een onderzoek naar arbeidssatisfactie in Nederland

een onderzoek naar arbeidssatisfactie in Nederland een onderzoek naar arbeidssatisfactie in Nederland 1 februari 2009 Ausems en Kerkvliet, arbeidsmedisch adviseurs Hof van Twente www.aenk.nl Onderzoeksrapport JobMeter 2009 Inleiding Ausems en Kerkvliet,

Nadere informatie

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van de Hogeschool Rotterdam. Mijn presentatie is opgebouwd

Nadere informatie

Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt

Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt Hans Vermeersch(*) en Pieter De Pauw(**) (*) Expertisecentrum Sociale Innovatie,

Nadere informatie

Resultaten Dreambuilders onderzoek

Resultaten Dreambuilders onderzoek Resultaten Dreambuilders onderzoek December 2012 1 Onderzoek geeft nieuw beeld van jonge hoogopgeleiden in Nederland: Nu hard werken en dromen van wereld verbeteren Inspiratie Akademie, 4YoungPeople en

Nadere informatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Voorlopige resultaten van het onderzoek naar de perceptie van medewerkers in sociale (wijk)teams bij gemeenten - Yvonne Zuidgeest

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Test: carrière-ankers

Test: carrière-ankers Test: carrière-ankers Wat is de reden dat je werkt? Wat motiveert je in je werk? Welke elementen moeten je werk bevatten om het je echt naar de zin te maken zodat je met plezier en productief kunt functioneren?

Nadere informatie

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Christianne Hupkens De meeste werknemers zijn tevreden met de omvang van hun dienstverband. Ruim zes op de tien werknemers tussen de 25 en 65 jaar wil niet

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Plan van aanpak Het plan van aanpak voor dit project bestaat uit drie fasen:

Plan van aanpak Het plan van aanpak voor dit project bestaat uit drie fasen: Samenvatting tussenrapport Toekomstvisie FNV KIEM Testen van de geformuleerde visies op de vakbond van de toekomst aan de huidige behoeften van leden en potentiële leden. Aanleiding Project FNV KIEM in

Nadere informatie

Table 1 of lftklper by rybewys Controlling for sexe=mannelijk

Table 1 of lftklper by rybewys Controlling for sexe=mannelijk 4 Rijbewijsbezit Tabel 42: Verdeling van rijbewijsbezit volgens geslacht (personen vanaf 18 jaar) Table of sexe by rybewys rybewys (Bezit rijbewijs sexe (Geslacht) om auto te besturen) Col Pct Ja neen

Nadere informatie

Project Vrouwelijk ingenieur

Project Vrouwelijk ingenieur Project Vrouwelijk ingenieur De arbeidsmarkt kampt met een algemeen en schrijnend tekort aan ingenieurs. Een van de oorzaken voor dit tekort is het lage aantal vrouwelijke ingenieurs. Er is een kleine

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Enquête SJBN 15.10.2013

Enquête SJBN 15.10.2013 Enquête SJBN 15.10.2013 1 Inhoudsopgave Steekproef Resultaten enquête Algehele tevredenheid Arbeidsomstandigheden Urennorm Ondernemersaspecten Kijk op de toekomst Conclusies 2 Steekproef: achtergrond kenmerken

Nadere informatie

Handleiding projectbeurzen Agentschap Kunsten en Erfgoed Beeldende kunst

Handleiding projectbeurzen Agentschap Kunsten en Erfgoed Beeldende kunst Handleiding projectbeurzen Beeldende kunst Wat is een projectbeurs? Projectbeurzen worden toegekend aan kunstenaars die een specifiek project willen realiseren. Een dergelijke subsidie beoogt een concreet

Nadere informatie

Rapportage online marktonderzoek Wat maakt succes?

Rapportage online marktonderzoek Wat maakt succes? Rapportage online marktonderzoek Wat maakt succes? December 2007 / Januari 2008 Door: Marco Bouman, Impulse, Strategie & Marketing Februari 2008 2008 Marco Bouman, alle rechten voorbehouden Het is niet

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen (pilot) Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

maatschappijwetenschappen (pilot) Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen HAVO 2014 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-12.00 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift

Nadere informatie

Positie van mannen in het primair onderwijs

Positie van mannen in het primair onderwijs Positie van mannen in het primair onderwijs INHOUDSOPGAVE Blz + Inleiding 03 + Management Summary 06 + Uitkomsten onderzoek: 09 + Profiel en functie ondervraagden 10 + Loopbaanmogelijkheden in onderwijs

Nadere informatie

Hoe denken zelfstandigen over een arbeidsongeschiktheidsverzekering?

Hoe denken zelfstandigen over een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Hoe denken zelfstandigen over een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Rapportage Kenmerk: 20107 Juni 2015 Inhoudsopgave Geschreven voor Inleiding 3 Conclusies 5 Resultaten Huidige voorziening 7 Verplichtstelling

Nadere informatie

Tips voor werknemers StepStone geeft tips op basis van demografische studie. Mei 2009

Tips voor werknemers StepStone geeft tips op basis van demografische studie. Mei 2009 Tips voor werknemers StepStone geeft tips op basis van demografische studie Mei 2009 1 Inleiding De crisis kan ook een opportuniteit zijn voor werknemers om hun job veilig te stellen en zelfs hun kansen

Nadere informatie

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee?

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 80 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? Arnaud Dupuy en Philip Marey Na hun afstuderen kunnen ingenieurs in verschillende soorten functies aan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 Nota over de toestand van s Rijks Financiën Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

OUDEREN OP DE ARBEIDSMARKT

OUDEREN OP DE ARBEIDSMARKT AMSTERDAMS INSTITUUT VOOR ARBEIDSSTUDIES UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM OUDEREN OP DE ARBEIDSMARKT Onderzoek op basis van de Loonwijzer Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren, STZ

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU?

E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU? E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU? Thuis en op school heb je allerlei waarden meegekregen. Sommigen passen bij je, anderen misschien helemaal niet. Iedereen heeft waarden. Ken

Nadere informatie

Aantal groepjes 2 3 3 3 Leerlingen per groepje 9 8 9 10. Werkgevers: 3 Werknemers: 3 Kabinet: 2

Aantal groepjes 2 3 3 3 Leerlingen per groepje 9 8 9 10. Werkgevers: 3 Werknemers: 3 Kabinet: 2 Belangen: Polderspel Korte omschrijving werkvorm: De leerlingen spelen in groepen een onderhandelingsspel. De onderhandelingen rondom een nieuw sociaal akkoord nemen vaak veel tijd in beslag. Er ontstaat

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Hoe maakt een onderneming optimaal gebruik van het menselijk kapitaal?

Hoe maakt een onderneming optimaal gebruik van het menselijk kapitaal? White paper Hoe maakt een onderneming optimaal gebruik van het menselijk kapitaal? Deze white paper wordt u gratis aangeboden door De Valk Leadership Company Datum: 1 januari 2013 Versie: 2.0 Auteur: Guido

Nadere informatie

Technische nota. Brussel, december 2011

Technische nota. Brussel, december 2011 Technische nota Werkbaar werk en de inschatting van zelfstandige ondernemers om hun huidige job al dan niet tot hun pensioen verder te kunnen zetten. Resultaten uit de werkbaarheidsmetingen 2007 en 2010

Nadere informatie

Hoe word je succesvol in sales

Hoe word je succesvol in sales Hoe word je succesvol in sales Verkopen gaat niet vanzelf. Zeker niet in deze tijd. Toch zijn nog steeds veel verkopers erg succesvol. Dat komt niet door het product of de dienst die ze aanbieden, maar

Nadere informatie

Negende voortgangsrapportage gelijke beloning

Negende voortgangsrapportage gelijke beloning De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse Ouders, het verborgen kapitaal van de school Hans Christiaanse Initiatief OCW vanaf januari 2012 www.facebook.com/oudersenschoolsamen Samenwerken Noem wat erin je opkomt, als je denkt aan een goede samenwerking

Nadere informatie

Voorbeeld stagevoorstel

Voorbeeld stagevoorstel Voorbeeld stagevoorstel BIS (Bedrijfskunde Informatiepunt Stages) Het stagevoorstel moet bestaan uit verschillende onderdelen, welke ook beschreven staan in het instructiedocument (kopje 4.3). In dit document

Nadere informatie

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Code of Conduct Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Welke uitgangspunten geven richting aan ons gedrag? INLEIDING De Code of Conduct is het kader voor gedrag en reflectie voor medewerkers en studenten

Nadere informatie

Trainingsreeks Succes in zicht

Trainingsreeks Succes in zicht Trainingsreeks Succes in zicht Of u nu aan het begin van uw loopbaan staat, uit de fase van concentratie op uw gezin in het beroepsleven terugkeert of de volgende sporten op de carrièreladder wilt beklimmen:

Nadere informatie

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Versie 1.0 (c), mei 2008 Dr Edwin van Thiel Nederlandse werkwaardentest De Nederlandse werkwaardentest is eind 2006 ontwikkeld door 123test via een uitgebreid online

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

RINEKE DIJKSTRA op de tentoonstelling Er was eens de collectie nu, Van Abbemuseum, Eindhoven

RINEKE DIJKSTRA op de tentoonstelling Er was eens de collectie nu, Van Abbemuseum, Eindhoven RINEKE DIJKSTRA op de tentoonstelling Er was eens de collectie nu, Van Abbemuseum, Eindhoven JOKE REICHARDT Werkstuk voor het vak Het meesterwerk. Sleutelwerken in de westerse kunst van de 20 e en de 21

Nadere informatie

Talent draagt in grote mate bij aan loopbaan

Talent draagt in grote mate bij aan loopbaan Talent draagt in grote mate bij aan loopbaan NRC Carrière heeft onderzoek laten uitvoeren naar talent en talentontwikkeling. Dit onderzoek is uitgevoerd door Motivaction International onder hoogopgeleiden

Nadere informatie

Levenslang leren becijferd: wie, wat en waarom (niet)?

Levenslang leren becijferd: wie, wat en waarom (niet)? Levenslang leren becijferd: wie, wat en waarom (niet)? Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, administratie Planning en Statistiek, VRIND 2001. 1 Reeds sinds het begin van de jaren negentig is het thema

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Resultaten enquête jongerenambassadeurs voor sociale inclusie

Resultaten enquête jongerenambassadeurs voor sociale inclusie Resultaten enquête jongerenambassadeurs voor sociale inclusie Datum: 12 november 2013 1 Deelnemers Belangrijk om op te merken in elke communicatie is dat deze enquête peilde bij een 500-tal jongeren over

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën.

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Absolute en relatieve definities Bij de absolute definities wordt

Nadere informatie

Werkbladen. Uitdaging! Wat betekent succes en geluk voor mij? Gaat voor jou geluk samen met succes? Of gaat het

Werkbladen. Uitdaging! Wat betekent succes en geluk voor mij? Gaat voor jou geluk samen met succes? Of gaat het Werkbladen Uitdaging! Gaat voor jou geluk samen met succes? Of gaat het één ten koste van het ander? Waar word jij gelukkig van? De uitdaging van deze tool is dat je je eigen antwoorden bepaalt. We raden

Nadere informatie

Resultaten WO-monitor 2013

Resultaten WO-monitor 2013 Resultaten WO-monitor 2013 Samenvatting: De WO-Monitor is een vragenlijst die wordt afgenomen onder recent afgestudeerden (1-1,5 jaar na afstuderen) van de universiteiten in Nederland. De WO-monitor wordt

Nadere informatie

Motiveren en werven van vrijwilligers voor de kring. Dr. Klara Ampe, voorzitter Vlaamse kamer Federale Raad voor Huisartsenkringen

Motiveren en werven van vrijwilligers voor de kring. Dr. Klara Ampe, voorzitter Vlaamse kamer Federale Raad voor Huisartsenkringen Motiveren en werven van vrijwilligers voor de kring Dr. Klara Ampe, voorzitter Vlaamse kamer Federale Raad voor Huisartsenkringen vandaag Zicht op de bouwstenen van een duurzame motivatie Nieuwe (chinese)

Nadere informatie

Bedrijfsjurist in Beweging

Bedrijfsjurist in Beweging Salary Survey editie 2014 Bedrijfsjurist in Beweging Profiel, lonen en trends 01 Executive summary Met 696 deelnemers is deze editie 2014 van de salary survey bij de bedrijfsjurist een succes. We noteerden

Nadere informatie

Geachte collega's, beste studenten,

Geachte collega's, beste studenten, College van Bestuur Geachte collega's, beste studenten, Na de hectische weken met de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis, hebben we een moment van bezinning ingelast. Wij hebben tijd genomen

Nadere informatie

52 Enquête: VERTROUWEN VERTROUWEN?

52 Enquête: VERTROUWEN VERTROUWEN? 52 Enquête: VERTROUWEN HEB JIJ EEN BLIND VERTROUWEN? Vertrouwen maakt dingen mogelijk. Het klinkt eerder als een geweldig cliché dan als een hippe slogan, maar dan wel een cliché met wetenschappelijk bewijs.

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET

ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET Brussel, juli 2014 Volgens de nieuwe rookenquête van kent de elektronische sigaret geen doorbraak in België in 2014. Slechts 0,5% van de bevolking

Nadere informatie

Dank u wel kolonel Lambrichts, mevrouw Sybilla Dekker, Generaal, geachte aanwezigen,

Dank u wel kolonel Lambrichts, mevrouw Sybilla Dekker, Generaal, geachte aanwezigen, Spreekpunten staatssecretaris De Vries van Defensie ter gelegenheid van de eerste deeltijdopleiding Middelbare Defensie Vorming te Den Haag. Let op: Alleen gesproken woord geldt! Dank u wel kolonel Lambrichts,

Nadere informatie

CHECKLIST BLAUWE EN ROZE KENMERKEN 1 kenmerken van mannen én vrouwen

CHECKLIST BLAUWE EN ROZE KENMERKEN 1 kenmerken van mannen én vrouwen OriënTO - Kattenberg 9 9000 GENT - 09-269 98 05 - www.oriento.be - info: peter.hantson@arteveldehs.be - karen.bruylandt@arteveldehs.be CHECKLIST BLAUWE EN ROZE KENMERKEN 1 kenmerken van mannen én vrouwen

Nadere informatie

Loopbanen van verpleegkundigen Waarom de ene verpleegkundige wel een loopbaanstap maakt en de ander niet

Loopbanen van verpleegkundigen Waarom de ene verpleegkundige wel een loopbaanstap maakt en de ander niet Loopbanen van verpleegkundigen Waarom de ene verpleegkundige wel een loopbaanstap maakt en de ander niet Managementsamenvatting Aanleiding en onderwerp Dit onderzoek is gedaan naar aanleiding van een verwacht

Nadere informatie