Ontwikkelingen Rondom het Noodweerartikel (art. 41 lid 1 Sr)

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ontwikkelingen Rondom het Noodweerartikel (art. 41 lid 1 Sr)"

Transcriptie

1 Master thesis - Nederlands recht - Accent strafrecht Ontwikkelingen Rondom het Noodweerartikel (art. 41 lid 1 Sr) In hoeverre is de, middels wetswijziging voorgestelde uitbreiding van het recht op zelfbescherming voor personen die zich in eigen woning of winkel bevinden, in de lijn van de jurisprudentie van de Hoge Raad en overige actuele ontwikkeling(en) met betrekking tot art. 41 lid 1 Sr? Universiteit van Tilburg Faculteit Rechtswetenschappen Naam : Sabine van Loon ANR : Afstudeerdatum : 31 juli 2009 om uur Eerste beoordelaar : Mevr. mr. E.E. de Feijter Tweede beoordelaar : Mevr. mr. S.B.G. Kierkels

2 Voorwoord Ter afronding van mijn studie Nederlands recht besloot ik anderhalf jaar geleden zowel het accent privaatrecht als het accent strafrecht binnen de master Nederlands recht te volgen, waarbij ik twee scripties zou schrijven. Ik heb de studie Nederlands Recht namelijk als een zeer interessante, maar ook zeer brede studie ervaren. Met het accent strafrecht wilde ik mijn kennis uitbreiden om mij goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Rond de jaarwisseling heb ik mij gebogen over een onderzoeksvraag met betrekking tot het onderwerp noodweer (art. 41 lid 1 Sr). Strafuitsluitingsgronden hebben mij gedurende mijn studie geboeid en met het ingediende initiatiefwetsvoorstel van Teeven en Weekers leek mij dit dan ook een mooi onderwerp om op af te studeren. Voor u ligt het uiteindelijke resultaat van een periode waarin enige strubbelingen zeker niet achterbleven maar waarin tevens hard is gewerkt, met als gevolg dat mijn scriptie op tijd is voltooid. Per 01 augustus a.s. start ik als advocaat stagiair bij De Bliek Oomen Advocaten te Tilburg waar ik per september 2009 de Beroepsopleiding Advocatuur zal volgen. Reeds twee jaar lang heb ik op genoemd kantoor drie dagen per week praktijkervaring op mogen doen. Overigens vind ik het jammer dat ik mijn onderzoek niet meer nader heb kunnen uitdiepen. Ik lever graag goede prestaties. Gelet op de tijd bleek dit helaas onmogelijk. Begeleiding was vooral gedurende de laatste weken belangrijk. Ik ben erg tevreden over de wijze waarop ik gedurende het schrijven van mijn scriptie ben begeleid. Mijn dank gaat dan ook uit naar mijn begeleidster, Ellen de Feijter. Mijn familie, vriend, vrienden en vriendinnen wil ik eveneens bedanken. Niet alleen voor de steun gedurende deze laatste periode maar voor mijn gehele studietijd. Het was een onvergetelijke tijd. 1

3 Inhoudsopgave Inleiding.5 1. De wetshistorische achtergrond van art. 41 lid 1 Sr in samenhang met eigenrichting 1.1 Inleiding Eigenrichting onder het Romeinse recht Totstandkoming van art. 41 lid 1 Sr in De invloed van Napoleon Bonaparte De Code Pénal versus het Nederlands Wetboek van Strafrecht Het verbod op eigenrichting anno Conclusie De strekking van art. 41 lid 1 Sr in het licht van relevante jurisprudentie 2.1 Inleiding Vereisten Romeinse tijd versus vereisten Nederlands Wetboek van Strafrecht De wettelijke vereisten Ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding Verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed Proportionaliteis- en subsidiariteitseis Andere aspecten Algemeen Culpa in causa Garantenstellung Conclusie Actuele ontwikkelingen met betrekking tot art. 41 lid 1 Sr 3.1 Inleiding Berichtgeving in media en opinies van juristen Inleiding Een zich verhardende samenleving.33 2

4 3.2.3 Verwachtingspatroon rondom de rechtvaardigingsgrond noodweer Standpunten politieke partijen Inleiding Standpunten met betrekking tot het noodweerartikel Conclusie Wetsvoorstel 4.1 Inleiding Wijziging lid Wijziging lid Specifieke doelgroep noodzakelijke en geboden erf Sommatie op grond van art. 138 Sr Een nieuw art. 62b Sv Conclusie Voldoet het wetsvoorstel aan de in hoofdstuk 2 en 3 beschreven ontwikkelingen? 5.1 Inleiding Voorgestelde wijzigingen versus jurisprudentiële ontwikkelingen Of onmiddellijk dreigende Specifieke doelgroep Huisrecht en recht op lokaalvrede& erf Bewijsvermoeden Voorgestelde wijzigingen versus actuele ontwikkelingen Behoefte aan uitbreiding Specifieke doelgroep en huisvrede- of lokaalvredebreuk Erf Omkering van de bewijslast Nieuw artikel 62b Sv Conclusie 63 3

5 6. Conclusie & Aanbevelingen..64 Conclusie 64 Aanbevelingen..70 4

6 Inleiding Rond middernacht worden bewoners opgeschrikt door een geluid beneden in hun woning, waarop zij besluiten polshoogte te nemen. Eenmaal beneden aangekomen, staan zij oog in oog met een voor hen onbekend persoon, een inbreker. Zij betrappen deze inbreker op heterdaad op grond waarvan de bewoners bevoegd zijn de inbreker (verdachte) aan te houden (art. 53 lid 1 Sv). Omdat de bewoners iets zien glinsteren in de hand van de inbreker pakt de mannelijke bewoner een honkbalknuppel en gaat achter de inbreker aan. Na een achtervolging door de tuin, waarbij de bewoner meerdere malen wordt geschopt en bedreigd, weet de bewoner de inbreker tegen te houden, nadat hij enkele keren met de honkbalknuppel tegen het lichaam van de inbreker heeft geslagen. De inbreker wordt vervolgens overgeleverd aan de politie. De mannelijke bewoner, Henk Joldersma, moet voor de rechter verschijnen. De inbreker, veelpleger Davy van der P, deed namelijk aangifte van mishandeling (art. 300 Sr) tegen Joldersma. Het voorarrest (art. 63 Sv) van deze bewoner zorgt zowel binnen de politiek als onder talloze burgers voor opschudding: het slachtoffer wordt als dader behandeld! Uiteindelijk oordeelt de rechtbank dat een beroep op de strafuitsluitingsgrond noodweer uit art. 41 lid 1 Sr gehonoreerd wordt. De bewoner heeft zich gerechtvaardigd verdedigd tegen een wederrechtelijke aanranding (het lijfelijk geweld van de inbreker) en heeft dan ook geen sanctie opgelegd gekregen. Het OM ging tegen deze uitspraak in beroep. Het hof was van mening dat Joldersma iets te ver gegaan was in zijn verdediging, maar oordeelde dat sprake was van noodweerexces, waardoor Joldersma werd ontslagen van alle rechtsvervolging. Joldersma werd gezien de feiten en omstandigheden uiteindelijk dus niet strafbaar geacht, maar had wel hinder ondervonden aan het feit dat hij als verdachte 14 dagen uiteindelijk onterecht in voorarrest had gezeten. Deze schade wenst hij thans op Van der P te verhalen. Sinds de invoering van het huidige noodweerartikel in 1886 hebben zich in de Nederlandse maatschappij verscheidene ontwikkelingen voorgedaan, waardoor men zich kan afvragen of het noodweerartikel nog wel voldoet aan deze tijd. De Nederlandse burger lijkt eerder het recht in eigen hand te nemen, waardoor gevallen van het verbod op eigenrichting vaker voorkomen. Bij verschillende incidenten van eigenrichting is de laatste jaren sprake geweest van publieke verontwaardiging over de strafrechtelijke vervolging van de persoon die als eigenrechter handelde. Daarnaast zijn er ontwikkelingen binnen de rechtspraak waarneembaar die betrekking hebben op de reikwijdte van het noodweerartikel. Mede naar aanleiding van de begincasus heeft de VVD in 2007 een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en het Wetboek van 5

7 Strafvordering (Sv) ter versterking van de positie van een burger die zich beroept op noodweer. De doelgroep voor deze positieversterking betreft mensen die zich in hun eigen woning of winkel bevinden. Er zou behoefte bestaan aan uitbreiding van het recht op zelfbescherming voor burgers die het slachtoffer worden van een ernstig strafbaar feit. Bovenstaande is voor mij aanleiding geweest de volgende onderzoeksvraag te formuleren: In hoeverre is de, middels wetswijziging voorgestelde uitbreiding van het recht op zelfbescherming voor personen die zich in eigen woning of winkel bevinden, in de lijn van de jurisprudentie van de Hoge Raad en overige actuele ontwikkeling(en) met betrekking tot art. 41 lid 1 Sr? Met dit onderzoek wil ik nagaan wat de precieze aanleiding is geweest voor de VVD om genoemd wetsvoorstel in te dienen. Ik zal onderzoeken welke ontwikkelingen zich met betrekking tot de reikwijdte van art. 41 lid 1 Sr hebben voorgedaan en ik zal daarbij nagaan in hoeverre de Nederlandse rechter op dit moment met het huidige noodweerartikel uit de voeten kan. De belangrijkste uitspraken van de Hoge Raad zullen daarvoor de revue passeren. Daaruit zal blijken of opvattingen omtrent (de) noodweer(vereisten) in de loop der jaren zijn gewijzigd. Het is daarbij van belang om erachter te komen welk standpunt men tegenwoordig over eigenrichting inneemt. Waar ligt de grens tussen de wettelijk toegestane zelfverdediging enerzijds en het verbod op eigenrichting anderzijds? Is er inderdaad behoefte aan uitbreiding van het noodweerartikel of berust het wetsvoorstel op onjuiste dan wel onvolledige gegevens en reikt het bestaande artikel verder dan gedacht? Kortom, wat is de aanleiding voor het wetsvoorstel en is deze aanleiding een logisch gevolg van recente jurisprudentie van de Hoge Raad en actuele ontwikkelingen? Om tot een antwoord te komen op mijn onderzoeksvraag zal ik in hoofdstuk 1 ingaan op het in beginsel verbod op eigenrichting, waarmee de rechtvaardigingsgrond noodweer nauw samenhangt. Daarnaast komt de wetshistorische achtergrond van art. 41 lid 1 Sr aan bod. Door op de wetshistorie in te gaan, wordt kennis opgedaan over de achtergrond en de beweegredenen van de wetgever uit de 19 e eeuw die ertoe hebben geleid het artikel in 1886 met de daarbij gekozen bewoordingen in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht op te nemen. In hoofdstuk 2 zal ik vervolgens ingaan op de strekking van de rechtvaardigingsgrond noodweer, één van de twee wettelijke uitzonderingen op eigenrichting. Om de huidige reikwijdte van art. 41 lid 1 Sr op basis van de jurisprudentie van art. 41 lid 1 Sr te bepalen, zal ik ingaan op de wettelijke vereisten en op de wijze waarop de Nederlandse rechter recent in noodweerzaken heeft geoordeeld. Ontwikkelingen binnen de rechtspraak van de afgelopen 6

8 decennia komen daarbij aan bod. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op actuele ontwikkelingen ten aanzien van noodweer ten einde vast te stellen wat er speelt rondom art. 41 lid 1 Sr en of er sprake is van een lacune in het noodweerartikel. In hoofdstuk 4 zal ik het wetsvoorstel bespreken dat door de VVD is ingediend. In hoofdstuk 5 onderzoek ik of dit wetsvoorstel voldoet aan de ontwikkelingen zoals die in de hoofdstukken 2 en 3 zijn beschreven. In hoofdstuk 6 volgt de conclusie en zal ik afsluiten met enkele aanbevelingen. 7

9 1. De wetshistorische achtergrond van artikel 41 lid 1 Wetboek van Strafrecht in samenhang met eigenrichting 1.1 Inleiding De rechtvaardigingsgrond noodweer stamt uit het oude, natuurlijke recht der zelfhandhaving en wordt beschouwd al een restant van de wettige eigenrichting. Het begrip eigenrichting betekent het recht in eigen handen nemen waardoor men dus door voor eigen rechter speelt. Dit is verboden. Voordat ik de wetshistorie van art. 41 lid 1 Sr behandel, zal ik dan ook ingaan op het oude eigenrichting ten tijde van de Romeinen. Noodweer is in 1886 als uitzondering op het verbod op eigenrichting in het Wetboek van Strafrecht opgenomen. Aan de hand van bestudering van de wetshistorie zal een beeld worden geschetst van de toenmalige beweegredenen van de wetgever om het artikel betreffende noodweer, met de daarbij gekozen bewoordingen, op te nemen. Uiteraard zullen daarbij de plaats van het artikel in het wetboek en de omstandigheden en opvattingen van die tijd in ogenschouw worden genomen. Hierna zal ik ingaan op het verbod van eigenrichting anno Eigenrichting onder het Romeinse recht Eigenrichting is evenals de rechtvaardigingsgrond noodweer niet iets van de laatste jaren, juist niet. Eigenrichting bestond namelijk al in de tijd van de Romeinen. Om dit te verduidelijken zal ik een korte casus beschrijven die in de Digesten 1 (D.), een deel van een grote collectie Romeins recht, de Corpus Iuris Civilis, staat beschreven. Deze casus is tevens door Jansen 2 in een artikel aangehaald. Rond middernacht in Rome deed zich een vechtpartij voor tussen de waard van een herberg en een voorbijganger. De voorbijganger had namelijk een lampje weggenomen van een toonbank. De waard greep de voorbijganger vast waarop de voorbijganger met een zweep begon te slaan, waaraan een scherpe punt zat. De waard liet zich niet kennen en sloeg de vreemdeling een oog uit. De waard ging voor advies naar een jurist. De jurist zei dat de waard, gesteld dat hij het oog niet opzettelijk had uitgeslagen, niet geacht kon worden onrechtmatig schade te hebben toegebracht; dat de schuld lag bij degene die als eerste met de zweep had geslagen; maar dat het, als hij niet eerst door hem was geslagen, begonnen was met vechten toen hij probeerde hem het lampje af te nemen, geacht moet worden te zijn 1 D. 9, 2, 52, 1. 2 Jansen 2004, p

10 geschied door de schuld van de waard. 3 Uit dit advies blijkt dat de waard in dit geval het recht in eigen hand mocht nemen, omdat de vreemdeling als eerste sloeg. De grondslag van de gedachte dat men geweld tegen geweld mag keren, kan worden gevonden in verschillende Romeinsrechtelijke teksten. Volgens de Digesten 4 werd de grondslag gevonden in het natuurrecht, het ius naturae, volgens de Digesten het recht dat de natuur aan alle wezens heeft bijgebracht. In de Romeinse tijd heeft het recht op zelfverdediging ook erkenning gevonden in het ius gentium, het recht dat alle volkeren van de mensheid toepassen. De grondslag voor eigenrichting en daardoor impliciet voor noodweer werd aldus gevonden in het natuurrecht en in het volkerenrecht. Een meer kritische benadering van de grenzen van eigenrichting ontstond pas medio de 19 e eeuw met het ontwikkelen van een centraal georganiseerde rechtsstaat. Sindsdien is genoemde grondslag wettelijk vastgelegd, waardoor het daaruit voortvloeiende recht op zelfverdediging aan bepaalde voorwaarden werd gebonden. Een absoluut verbod op eigenrichting zou een gat slaan in de rechtshandhaving als de overheid niet in staat zou zijn tegen elk onrecht op te treden. De strafwetgever introduceerde dan ook een aantal wettelijke rechten en plichten voor burgers, zoals het recht om iemand bij heterdaad aan te houden (art. 53 Sv) en daarbij bepaalde voorwerpen in beslag te nemen ( art. 95 Sv) en de plicht om aangifte te doen van bepaalde ernstige misdrijven (art. 160 Sv). 5 Daarnaast introduceerde de wetgever rechtvaardigingsgronden, waaronder noodweer. 1.3 Totstandkoming van art. 41 lid 1 Sr De invloed van Napoleon Bonaparte Toen Napoleon aan de macht kwam, ontstond er centrale wetgeving in Nederland. In 1804 werd het oorspronkelijke ontwerp voor het eerste Nederlandse Wetboek van Strafrecht, het Lijfstraffelijk Wetboek voltooid en in 1809 als Crimineel Wetboek voor het Koninkrijk Holland ingevoerd. In dit wetboek werd een noodweerregeling geplaatst onder de titel over doodslag of manslag, wat betekende dat alleen bij delicten uit die titel een beroep kon worden gedaan op noodweer. Het Crimineel Wetboek hield echter niet lang stand. De politieke ontwikkelingen leidden er toe dat keizer Napoleon zijn broer, Lodewijk, Koning van Holland, in 1810 van zijn troon vervallen verklaart. Het Koninkrijk Holland wordt vervolgens bij decreet van 9 juli 3 Jansen 2004, p D. 43, 16, 1, 27 5 SMVP & Buruma 2007, p

11 1810 bij Frankrijk ingelijfd. 6 Bij latere decreten wordt een aantal Franse wetten hier ingevoerd, waaronder de Code Pénal en de Code d instruction criminelle. Deze wetboeken kregen in Frankrijk kracht van wet met ingang van 1 januari en golden vervolgens ook binnen het Koninkrijk Holland. Na de val van Napoleon in 1813 bleven de Franse wetboeken en rechtsinstellingen van kracht tot 1 oktober 1838, zij het vertaald naar het Nederlands. De Code Pénal werd pas in september 1886 door het Nederlands Wetboek van Strafrecht vervangen. 8 Van 1811 tot 1886 gold hier te lande zodoende een Nederlandse versie van de Franse Code Pénal van De Code Pénal versus het Nederlands Wetboek van Strafrecht 1886 Plaats van noodweer in het wetboek Over de plaats van noodweer in het rechtssysteem zijn in de loop van de geschiedenis sterk wisselende opvattingen gehuldigd. 9 De Code Pénal bevatte twee bepalingen ten aanzien van noodweer (art. 328 en 329 C.P.) welke op een aantal punten verschillen met de noodweerbepaling uit het Nederlands Wetboek van Strafrecht Uit art. 328 en 329 C.P. volgt: Dat er noch misdaad noch wanbedrijf is, wanneer de begane nederlaag, of de toegebrachte kwetsuren of slagen of stoten, door de werkelijke nooddwang van zelfverdediging of verdediging van een ander bevolen werd. (art. 328) Onder de gevallen van werkelijke nooddwang van verdediging zijn de twee volgende begrepen: 1. indien de nederlaag begaan, de kwetsuren, slagen of stoten toegebracht zijn met, bij de nacht, de beklimming of inbreking van omschuttingen, muren of deuren van een bewoond huis, of bewoond gedeelte van een huis, of van zijn toebehoren, af te weren. 2. indien de zaak voorvalt, in zich te verweren tegen daders van gewelddadige diefstal of plundering. 10 (art. 329) Deze bepalingen uit de Code Pénal werden ondergebracht onder een aparte paragraaf, genoemd nederlagen, kwetsuren en slagen en stooten, niet als misdaden of wanbedrijven 6 Vrugt 1982, p Idem Van Hamel 1927, p Deinse 1860, p

12 aangemerkt. Gelet op de inhoud van deze twee bepalingen erkende de Code Pénal dus slechts noodweer bij een aanranding van lijf of leven en bij aanranding van eigendom alleen in die gevallen zoals in art. 329 C.P. was omschreven. Het hing dus af van het gepleegde strafbaar feit of er een beroep op noodweer gedaan kon worden. In Nederland veranderden eind 19 e eeuw, in navolging van onder andere Duitsland, de opvattingen over het karakter van noodweer. Het werd doelmatiger geacht noodweer in het algemeen deel van het Wetboek van Strafrecht te regelen en niet in een aparte paragraaf. Ten grondslag aan deze wijziging lagen mede de opvattingen van Deinse die van mening was dat het regt van zelfverdediging in iedere welgeordende maatschappij gewettigd moest worden. 11 Het diende algemeen te zijn, maar met het oog op het natuurrecht mocht het niet zo uitgebreid zijn dat het aanleiding zou kunnen geven voor misbruik. Volgens Deinse diende de wetgever dan ook grenzen te bepalen aan de hand van nauwkeurige voorschriften zodat duidelijk zou zijn in welke gevallen een beroep kon worden gedaan op noodweer en wat de reikwijdte zou zijn. 12 Het gevolg van de wijziging was dat niet meer alleen in bepaalde gevallen een beroep op de rechtvaardigingsgrond kan worden gedaan waardoor de reikwijdte van de strafuitsluitingsgrond werd verruimd. De generalisering van noodweer zorgde er voor dat in het Nederlands Wetboek van Strafrecht 1886 een nieuw algemeen noodweerartikel werd opgenomen. Uit de notulen met betrekking tot de totstandkoming van de tekst blijkt dat de voorzitter van de Commissie De Wal over noodweer het volgende in de wet wilde lezen [ ] Geene daad is strafbaar, wanneer zij gepleegd werd binnen de grenzen van noodweer. Noodweer is de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen oogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. 13 Het feit wordt in dat geval niet wederrechtelijk geacht, waardoor de dader geen straf opgelegd zal krijgen. 14 Bij de overige commissieleden bestond nog enige twijfel over de woordkeus en over het onderlinge verband tussen de zinsneden, maar desondanks aanvaardden zij de definitie over noodweer met algemene stemmen in de geest zoals de voorzitter dat wenste. 15 De huidige wettekst is vastgesteld bij Wet van 3 maart 1881, Stb. 35 en in werking getreden op 1 september Deinse 1860, p Idem. 13 Notulen I 1870/76, , p Loke en Simons hadden een tegenovergestelde zienswijze. Loke was van mening dat noodweer ging over toerekenbaarheid van het feit aan de dader, waardoor de dader niet strafbaar zou zijn. Simons stelde zich op het standpunt dat de dader in een noodweersituatie niet onrechtmatig handelt, waardoor het feit niet strafbaar was. Deze laatste zienswijze is thans de heersende opvatting onder strafrechtjuristen. 15 Notulen I 1870/76, , p

13 'Niet strafbaar is hij, die een feit pleegt, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.' Noodweer tegen dieren In de Commissie de Wal is nog ter sprake gekomen of noodweer tegen dieren mogelijk zou moeten zijn. De Commissie was hierover verdeeld. Uit de gegeven voorbeelden in de MvT lijkt het aannemelijk dat de wetgever alleen aan aanrandingen door mensen heeft gedacht, want de voorbeelden hebben slechts betrekking op mensen. 16 In hoofdstuk 3 kom ik hier kort op terug. Opname goed in art. 41 lid 1 Sr Een ander punt van discussie betrof het volgende. In het noodweerartikel zou naast lijf en eerbaarheid ook goed worden opgenomen. Dit is een belangrijk verschil met de Code Pénal, omdat daarin slechts noodweer bij een aanranding van lijf en leven werd erkend. Bij aanranding van eigendom was in speciale gevallen art. 329 C.P. (optreden tegen nachtelijke indringers) van toepassing. Bijgevolg werden de twee speciale artikelen uit de Code Pénal met betrekking tot noodweer, artt. 328 en 329, door het nieuwe artikel vervangen. Deze excepties waren immers onnodig geworden, omdat die gevallen nu onder het algemene noodweerartikel zouden vallen. De Tweede Kamer vreesde dat de reikwijdte van noodweer door de toevoeging van goed veel te ver zou gaan. 17 Volgens de voorgestelde redactie zou iemand die de dief van zijn horloge of wandelstok die hij anders niet kan verdedigen, neerschiet, niet gestraft worden. Er waren twee redenen die ertoe hebben geleid goed toch op te nemen. Ten eerste zou het onvoldoende zijn om goed niet in de bepaling op te nemen omwille van uitsluiting van de gevreesde ruime opvatting. Ook bij aanranding van een persoon kan immers buitenproportioneel worden gehandeld. Ten tweede zouden dieven verzekerd zijn van hun buit als noodweer niet strekt tot bescherming van een goed. Desondanks bleef de vrees aanwezig dat opname van goed een wanverhouding tussen het doel en het middel zou veroorzaken. Een voorbeeld wat daarbij wordt aangehaald is dat van een jongen die appels steelt en straffeloos wordt doodgeschoten door de eigenaar van de appels. De minister heeft daarop aan de Commissie het criterium geboden door de 16 Smidt 1891, p. 407 e.v. 17 Idem, p

14 noodzakelijke verdediging doen toekomen, waardoor de wanverhouding werd weggenomen. Niet alleen de verdediging zelf maar ook de wijze waarop men zich verdedigt kon daardoor immers worden getoetst. De opname van de term goed heeft er verder toe geleid dat de wetgever koos voor de term aanranding in plaats van aanval. Bij verdediging van eigen of eens anders lijf zal de aanranding vrijwel steeds een aanval zijn. Het stelen van een goed zal echter geen aanval zijn op het goed, maar kan wel een aanranding zijn. 18 Taak rechter Interessant is nog dat menigeen zich afvroeg of niet met een veel globaler omschrijving van de strafuitsluitingsgrond kon worden volstaan, zoals: niemand is strafbaar wegens een feit waartoe hij door noodweer gedrongen is. Uiteindelijk kon men echter met de voorgestelde bepaling goed leven omdat in elk geval de vraag of er noodweer is geheel aan het gezond verstand en het oordeel des regters moet worden overgelaten. Zo wordt een overeenkomst met overmacht zichtbaar. 19 In tegenstelling tot het artikel met betrekking tot overmacht stelt de wettekst echter wel beperkingen aan noodweer. De invulling van criteria wordt daarbij aan de rechter overgelaten. Gedetailleerde verfijnde regelgeving doet namelijk afbreuk aan inzichtelijkheid en daarmee aan de algemene duidelijkheid. Daarnaast dienen ook toekomstige ontwikkelingen onder het artikel kunnen worden geschaard. Met de wetgever ben ik dan ook van mening dat regels met betrekking tot bijzondere omstandigheden niet nodig zijn, omdat noodweersituaties dermate casuïstisch zijn dat de invulling van noodweer aan de rechter dient te worden overgelaten. De vraag welke verdediging in concreto noodzakelijk is, was volgens de minister slechts door de rechter te beantwoorden. Deze beoordelingsvrijheid heeft als voordeel dat daardoor de rechtvaardigingsgrond noodweer met de toestand van de algemene beschaving, met de wisselende verhouding van individualistische en sociale opvattingen in overeenstemming kan blijven. 20 De noodweerbevoegdheid is wel begrensd. Noodweer kan namelijk nooit verder reiken dan de grenzen der noodzakelijke verdediging. Wat betreft de invulling van bepaalde criteria ligt er zodoende een (rechtsvormende) taak voor de rechter. 18 Van Bemmelen e.a. 2003, p De Hullu 2003, p Van Hamel e.a. 1927, p

15 1.4 Het verbod op eigenrichting anno 2009 In de huidige tijd is eigenrichting regelmatig onderwerp van discussie. In de media wordt veelvuldig aandacht besteed aan gebeurtenissen die samenhangen met het in Nederland verbod op eigenrichting. 21 Reeds in de inleiding staat dat men onder eigenrichting kortweg verstaat het recht in eigen hand nemen. Politiepsycholoog Denkers definieert het begrip als ieder spontaan en relatief onmiddellijk optreden van particuliere burgers, buiten politie en justitie om, tegen verdachten/daders van een strafbaar feit waarvan zij direct slachtoffer of als omstander direct getuige zijn. 22 In Nederland is bij uitsluiting het openbaar ministerie (OM) de instantie die bevoegd is tot de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, zie hiervoor art. 124 Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet RO). Ook de politie, onder gezag en verantwoordelijkheid van een officier van justitie die bij het OM werkzaam is (art. 13 Politiewet) kan op basis van art. 2 Politiewet de rechtsorde handhaven. Handhaving van het strafrecht is dan ook geen taak voor burgers, maar slechts voor het OM en de politie. Eigenrichting komt voor de burger pas in beeld als de staat en zijn organen niet bij machte zijn bescherming te bieden, terwijl aan die bescherming een onmiddellijke, dringende behoefte bestaat. 23 Publieke verontwaardiging over gevallen van eigenrichting leidt in sommige gevallen tot openlijke steun voor personen die het recht in eigen hand hebben genomen. Zo is er steun betuigd aan de Tilburgse juwelier die in 2002 een overvaller dood schoot. Een zaak waarin juist geen steun werd betuigd voor de eigenrechter betreft een geval uit 2003 waarbij supermarktmedewerkers een vrouw, die zij verdachten van diefstal, zodanig mishandelden dat zij aan haar verwondingen overleed. 24 In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op dergelijke gevallen van eigenrichting. In de literatuur bestaan verschillende opvattingen over eigenrichting. Zo is Van Leer van mening dat eigenrichting in beginsel niet verboden is, omdat degene die zijn recht beschermt volgens hem ook het recht verdedigt. 25 Enkele auteurs 26 hanteren een andere zienswijze dan van Van Leer. Zij verdedigen meestal de opvatting dat een burger eerst de weg van het recht dient te volgen en pas indien deze weg geen oplossing op dat moment biedt, bij wijze van uitzondering eigenrichting kan zijn toegestaan. Rutten bijvoorbeeld kiest 21 Overigens niet geheel verboden, want er bestaan twee uitzonderingen, namelijk aanhouding bij ontdekking op heterdaad (art. 53 lid 1 Sv), ook wel het burgerarrest genoemd en noodweer (art. 41 lid 1 Sr). 22 F. Denkers 1985, p Van Wifferen 2003, p Haas e.a. 2007, p Van Leer 1909, p. 57 en Rutten 1961, p. 12 en 15, Schut 1983, p

16 in beginsel voor een algeheel verbod van eigenrichting, maar waarschuwt voor een te strikte naleving daarvan, omdat een volmaakt rechtsstelsel en een volmaakte staatsinstelling niet bestaan. 27 Ik deel deze opvatting. Staatshulp kan niet op elke mogelijke plaats, binnen zeer korte tijd worden gegarandeerd. Buruma 28 gaat nog iets verder dan Rutten. Buruma is van mening dat mensen zo nu en dan voor zichzelf en voor elkaar moeten kunnen opkomen en niet altijd moeten afwachten tot de politie komt. Of het gevaar van eigenrichting dan snel dreigt, hangt volgens hem af van de fundamentele vraag of men noodweer beschouwt als een natuurlijk fundamenteel verdedigingsrecht of juist als een noodzakelijk kwaad. 29 noodweerbevoegdheid berust namelijk op deze dubbele grondslag. 30 Legt men de nadruk op het fundamentele karakter, dan zal eerder worden aanvaard dat een rechthebbende zijn recht gaat halen. Deze benadering komt men in de literatuur nauwelijks tegen ondanks het feit dat deze benadering in een samenleving waarin mensen hun eigen conflicten trachten op te lossen volgens Buruma niet onlogisch is. Aan de ene kant zal deze grondslag een toename van geweld als gevolg hebben. Burgers dienen zich volgens Buruma niet zodanig afhankelijk van de overheid op te stellen dat anderen hun rechten onvoldoende respecteren. Aan de andere kant is het sociale verschijnsel dat een te afwachtende houding juist meer gewelddadigheden van gewelddadige mensen in de samenleving uitlokt bekend. 31 Indien de andere grondslag wordt gevolgd dient men in beginsel te trachten de noodweersituatie te vermijden. Volgens Buruma bestaat anders het gevaar dat er een maatschappelijke verharding optreedt en er dus meer wordt overgegaan op eigenrichting. Een balans tussen beide grondslagen lijkt mij het meest gepast. Met Buruma ben ik van mening dat het fundamentele karakter politiek theoretisch past in een samenleving waarin overheidsoptreden werkelijk ultimum remedium is, ofwel uit principe of omdat de overheid niet overal op tijd kan zijn. 32 Hierbij dient wel de kanttekening te worden gemaakt dat dit er niet toe mag leiden dat men de overheid niet meer waarschuwt of niet op de politie wacht wanneer dat wel mogelijk is. Immers, wanneer het normaal wordt geacht eigen conflicten op te lossen, kan dit een toename van geweld tot gevolg hebben. Aan de andere kant is een te afwachtende blik ook niet gewenst, omdat ook daardoor het geweld zal toenemen. Men mag in bepaalde situaties best voor zichzelf opkomen. Noodweer als noodzakelijk kwaad gaat mijns inziens dan ook te ver. Een combinatie van beide heeft zodoende mijn voorkeur. 27 Rutten 1961, p Hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht Radboud Universiteit Nijmegen. 29 Hoge Raad 28 maart 2006, NJ 2006, 509, m.nt. Buruma. 30 De Hullu 2003, p. 313 en Machielse 1986, p Anderson 2000, p Hoge Raad 28 maart 2006, NJ 2006, 509, m.nt. Buruma. De 15

17 Zowel in de maatschappij als in de literatuur leeft aldus het onderwerp eigenrichting. Een absoluut verbod wordt niet realistisch geacht en volgens sommigen dienen het nemen van eigen initiatief en het opkomen voor anderen in de huidige tijd zelfs te worden toegejuicht. Het lijkt er in mijn ogen op dat men een stukje eigenrichting in de huidige Nederlandse maatschappij accepteert. 1.5 Conclusie De grondslag voor eigenrichting en daarmee ook het recht op zelfverdediging, wat uit art. 41 lid 1 Sr voortvloeit, werd gevonden in het natuurrecht en in het recht dat alle volkeren van de mensheid toepassen. De komst van de centraal georganiseerde rechtsstaat zorgde ervoor dat noodweerregelingen in wetboeken werden opgenomen. Voor de geschiedenis van het noodweerartikel in Nederland is vooral de ontwikkeling gedurende de 19 e eeuw van belang. Onder invloed van Napoleon was de Code Pénal in Nederland van toepassing. Toen in 1886 een Nederlands Wetboek van Strafrecht werd ingevoerd, toonde deze op meerdere punten verschillen ten opzichte van de Code Pénal. De bepalingen uit de Code Pénal met betrekking tot noodweer werden niet overgenomen. Op grond van het nieuwe algemene noodweerartikel zou namelijk elk, op zich zelf strafbaar feit straffeloos worden indien het gepleegd zou worden in een noodweersituatie. Over de opname van het criterium goed werd enige discussie gevoerd, maar ook dit criterium is uiteindelijk opgenomen in het artikel. De rechter had de taak de criteria in te vullen wat als voordeel had dat de strafuitsluitingsgrond noodweer met de toestand van de algemene beschaving, de bijzondere omstandigheden van het geval en met de wisselende houding van individualistische en sociale opvattingen in overeenstemming kon blijven. Thans leeft het onderwerp eigenrichting sterk binnen de Nederlandse maatschappij en de literatuur. Burgers nemen vaker het recht in eigen hand. Aan de hand van voorbeelden van eigenrichting is gebleken dat publieke verontwaardiging kan leiden tot openlijke steun voor de eigenrechter. Buruma stelt zich op het standpunt dat mensen zo nu en dan voor zichzelf en voor elkaar moeten kunnen opkomen en niet altijd dienen te wachten op de politie. Mijn voorkeur gaat uit naar een balans tussen noodweer als natuurlijk fundamenteel verdedigingsrecht en noodweer als een noodzakelijk kwaad, omdat het risico op geweldstoename dan het kleinst is. Het lijkt erop dat men een stukje eigenrichting tegenwoordig accepteert. 16

18 2. De strekking van art. 41 lid 1 Sr in het licht van relevante jurisprudentie 2.1. Inleiding Wanneer iemand een beroep doet op art. 41 lid 1 Sr, kijkt men uiteraard of de wettelijke eisen kunnen worden ingevuld. Daarmee zijn we er echter nog niet. Verscheidene andere aspecten, zoals culpa in causa en Garantenstellung, spelen ook een rol bij de vraag of een beroep op noodweer succesvol kan zijn. In dit hoofdstuk zullen de vereisten nader worden bekeken, waarbij de reikwijdte van art. 41 lid 1 Sr aan de hand van de wettekst en recente jurisprudentie van de Hoge Raad zal worden onderzocht en weergegeven. 2.2 Vereisten Romeinse tijd versus Nederlands Wetboek van Strafrecht 1886 Om een beroep op noodweer in de Romeinse tijd te doen slagen, diende er aan een drietal vereisten te worden voldaan. Ten eerste was het motief van de dader van belang. Zijn doel moest namelijk gericht zijn op verdediging, niet op wraak. Dit eerste vereiste staat ook wel bekend als circa causam. Hierachter gaat eveneens een noodzakelijkheidseis schuil: er moest sprake zijn van een defensio necessaria. Deze eis lijkt veel op onze huidige eis van subsidiariteit. 33 Verdediging werd en wordt namelijk niet noodzakelijk geacht als er zinvolle alternatieven bestonden. Zo valt in veel situaties te denken aan het alternatief de politie te bellen of op een andere manier hulp te zoeken. 34 Uit de noodzakelijkheidseis vloeide naar algemene opvatting voort dat het was toegestaan zichzelf, eventueel met geweld, te verdedigen. Niet werd gesteld dat iemand zich alleen maar adequaat kon verdedigen door te vluchten. De tendens was evenwel, mede door de invloed van de christelijke denkbeelden, dat de aangerande in beginsel moest vluchten waar dat mogelijk was. 35 Thans bestaat er discussie over het vluchtvereiste. Naast het motief van de dader was het tijdstip waarop de verdediging plaatsvond, het circa tempus, van belang. De verdediging moest namelijk gericht zijn tegen een 33 Hierover bestaan verschillende visies. Een deel van de auteurs geeft aan het geboden zijn van het feit een zelfstandige inhoud, anderen achten het voldoende als de verdediging op noodzakelijkheid wordt getoetst, bijvoorbeeld Remmelink. De Hullu spreekt van een dubbele noodzakelijkheidseis. De verdediging dient zijns inziens noodzakelijk te zijn geweest en het in deze verdediging gepleegde strafbare feit moet daartoe geboden zijn. De Hullu 2003, p De Hullu 2003, p Rb. Rotterdam 10 november 1964, NJ 1966, 120; HR 28 januari 1988, NJ 1988, 819; HR 25 juni 1985, NJ 1986, 75 (ro 5.1). 17

19 ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Dit tweede vereiste is ook in het huidige artikel 41 Sr opgenomen. Verder in dit hoofdstuk zal uitvoerig op de huidige vereisten worden ingegaan. Tot slot ging het om de wijze waarop iemand zich heeft verdedigd, het circa modum. Hierbij gaat het erom de grenzen van een redelijk verweer niet te overschrijden anders kom je uit bij noodweerexces, het huidige art. 41 lid 2 Sr. Men mocht zich niet met een velen malen zwaarder middel verdedigen dan de aanvaller. Degene die zich verdedigde moest zich in evenredigheid hebben verweerd. Dit vereiste lijkt op onze eis van proportionaliteit. De verdediging dient namelijk geboden te zijn. Het gaat om de keuze van de verdedigingswijze en de intensiteit ervan. Zo wordt van een professionele schutter verlangd dat deze niet op vitale lichaamsdelen schiet. De omstandigheden van het geval zijn hierbij bepalend. De ernst van de aanranding en de aanwezige middelen zijn van belang voor de proportionaliteitstoets. 2.3 De wettelijke vereisten Ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding Aanranding De eerste eis die de wettekst stelt, is dat sprake moet zijn van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Maar wat voor gedrag valt onder aanranding? Reeds in hoofdstuk 1 is ingegaan op de keuze voor de term aanranding. De term aanval was niet mogelijk, omdat het stelen van een goed geen aanval zal zijn op het goed, maar mogelijk wel een aanranding. Aanranding gaat uit van een van de mens uitgaande activiteit. 36 Rechtsnormen richten zich immers niet tot dieren. Een dier kan daarbij wel als instrument worden gebruikt (aanhitsen, loslaten) door mensen. Noodweer tegen dieren wordt in het algemeen onmogelijk en niet wenselijk geacht. 37 Niet slechts een feitelijke aantasting maar ook een onmiddellijk dreigend gevaar voor een feitelijke aantasting kan een aanranding opleveren. In het Asbak-arrest werd iemand vervolgd voor mishandeling doordat hij een ander met een asbak in het gezicht en op het hoofd had geslagen. Het beroep op noodweer(exces) had het Hof eerder verworpen, aangezien uit niets was gebleken dat verdachte was aangerand. De Hoge Raad 38 bepaalde echter dat onder aanranding niet slechts gedragingen welke kunnen worden beschouwd als een feitelijke aantasting van eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed, maar ook 36 Machielse, (Wetboek van Strafrecht III), aant Zie hoofdstuk HR 2 februari 1965, NJ 1965, 262, m.nt. WP. 18

20 gedragingen welke een onmiddellijk dreigend gevaar voor zodanige aantasting opleveren dienen te worden begrepen. Verdachte had zich zodoende wel verdedigd tegen een aanranding. Van belang is dat enkel vrees (welke denkbeeldig kan zijn) voor een wederrechtelijke aanranding onvoldoende is. 39 De toevoeging van de Hoge Raad week enigszins af van de conclusie van de A-G s' Jacob die de aanranding wilde beperken tot alleen de daadwerkelijke aantasting. In de MvT daarentegen wordt uitdrukkelijk gesproken van 'onmiddellijk gevaar' voor eigen of eens anders lijf. 40 Ik sluit mij aan bij de opmerking van Machielse dat deze beperkte uitleg irrationeel zou zijn, omdat wanneer gewacht zou moeten worden totdat er geweld gepleegd wordt, het in vele gevallen te laat zou zijn voor verdediging. 41 Zoals reeds aangegeven wordt de aanranding over het algemeen gekwalificeerd als een strafbaar feit, maar daarop bestaan uitzonderingen. Machielse 42 noemt de niet strafbare poging tot eenvoudige mishandeling (art. 300 lid 5 Sr) en de onrechtmatige daad van culpoze zaaksbeschadiging of culpoze gevaarzetting voor zaken. Op 11 juni 2002 heeft de Hoge Raad beslist in het zogenaamde Man in bus-arrest 43. Twee jongens kwamen naast een man zitten in een bus. Zij gooiden friet uit het dakraam, waarop de man de jongens aansprak door te vragen of ze dat normaal vonden en of ze dat thuis ook deden. Eén van de jongens zei tegen de man dat ze hem in elkaar zouden slaan, zodra ze op het station zouden zijn. Deze bedreiging werd nog enkele malen herhaald. Eén van de jongens kwam op een gegeven moment voor de man staan en stootte opzettelijk tegen de man aan. De man voelde zich nu bedreigd, omdat hij dacht dat ze hun bedreigingen waar zouden maken en gaf de jongen uit reactie een klap in het gezicht. Het Hof oordeelde in lijn met het Vrees-arrest, waarin werd bepaald dat de enkele vrees om te worden aangerand door iemand die een dreigende houding aanneemt, welke vrees zelfs denkbeeldig kan zijn daar een dreigende houding bij een bedreiging kan blijven, nooit tot rechtvaardiging kan strekken van het alvast zelf tot de aanval overgaan en het daarbij begaan van een strafbaar feit. 44 De Hoge Raad casseerde omdat de motivering van de verwerping van het beroep op art. 41 lid 1 Sr niet zonder meer begrijpelijk was. 45 Buruma geeft in zijn noot de visie van de 39 HR 08 februari 1932, NJ 1932, 617 (Vreesarrest). 40 Smidt 1891, p Machielse, (Wetboek van StrafrechtIII), aant Machielse 1986, p HR 11 juni 2002, NJ 2002, HR 8 februari 1932, NJ 1932, 617. Een ander voorbeeld betreft HR 26 februari 1985, NJ 1985, Buruma 2003, p

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving α Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag An de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Inleiding. 1 Strafrecht

Inleiding. 1 Strafrecht Inleiding 1 Strafrecht Plaats van het strafrecht Het strafrecht is, net als bijvoorbeeld het staatsrecht en het bestuursrecht, onderdeel van het publiekrecht. Het publiekrecht regelt de betrekkingen tussen

Nadere informatie

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM parketnummer: X uitspraak: 21 juli 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 20-11-2007 Datum publicatie 21-11-2007 Zaaknummer 19.830186-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Oudemanhuispoort 4-6 1012 CN Amsterdam Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 5252833 Interventie Syrië Datum 29 augustus 2013 Opgemaakt

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN4824

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN4824 ECLI:NL:RBMAA:2010:BN4824 Instantie Rechtbank Maastricht Datum uitspraak 30-06-2010 Datum publicatie 23-08-2010 Zaaknummer 03/700103-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Aanwijzing handelwijze bij beroep op noodweer kritisch bezien vanuit een strafrechtelijk rechtsbeschermend oogpunt

Aanwijzing handelwijze bij beroep op noodweer kritisch bezien vanuit een strafrechtelijk rechtsbeschermend oogpunt Aanwijzing handelwijze bij beroep op noodweer kritisch bezien vanuit een strafrechtelijk rechtsbeschermend oogpunt Naam student: M.J. Groos Studentnummer: s330926 Faculteit: Tilburg Law School Departement:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2014:6970

ECLI:NL:RBOVE:2014:6970 ECLI:NL:RBOVE:2014:6970 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 30-12-2014 Datum publicatie 30-12-2014 Zaaknummer 08.770060.14 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR RECHTSPPjy^K

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR RECHTSPPjy^K NEDERLANDSE VERENIGING VOOR RECHTSPPjy^K De Minister van Veiligheid en Justitie mr. G.A. van der Steur Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Datum 18 juli 2016 Uw kenmerk 756867 Contactpersoon J.M.A. Timmer Onderwerp

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907 ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907 Instantie Datum uitspraak 30-11-2010 Gerechtshof Leeuwarden Datum publicatie 20-12-2010 Zaaknummer 24-001016-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8372

ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8372 ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8372 Instantie Datum uitspraak 23-04-2013 Datum publicatie 24-04-2013 Zaaknummer 02-666988-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Strafrecht

Nadere informatie

ECGR/U200901131 Lbr. 09/081

ECGR/U200901131 Lbr. 09/081 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 Betreft Gemeentelijk optreden bij incidenten met honden naar aanleiding intrekking RAD uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U200901131

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2014:381. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2014:381. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556, Gevolgd ECLI:NL:HR:2014:381 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-02-2014 Datum publicatie 19-02-2014 Zaaknummer 13/02084 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556,

Nadere informatie

College van Procureurs-Generaal

College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie College van Procureurs-Generaal Voorzitter U' Postbus 20B05 2500 EH Den Haag Prins Olauslaan IB D' 2505 AJ Den Haag, Minister van Veiligheid en Justitie Telefoon+31 (0)70 233 3B 00

Nadere informatie

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-278 d.d. 18 juli 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter en mr. M.M.C. Oyen, secretaris) Samenvatting Volgens de Commissie is het gedrag van

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511 ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 10-02-2010 Datum publicatie 10-02-2010 Zaaknummer 06/800866-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ3733

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ3733 ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ3733 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 07-06-2012 Datum publicatie 11-03-2013 Zaaknummer 13/666528-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 407 Voorstel van wet van de leden Teeven en Weekers tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering ter versterking

Nadere informatie

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK ECLI:NL:GHAMS:2016:5593 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 17-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-001668-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:5840

ECLI:NL:RBDHA:2017:5840 ECLI:NL:RBDHA:2017:5840 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 01-06-2017 Datum publicatie 01-06-2017 Zaaknummer 09/852030-17 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2017:2237

ECLI:NL:RBOVE:2017:2237 ECLI:NL:RBOVE:2017:2237 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 26-04-2017 Datum publicatie 31-05-2017 Zaaknummer 08/910083-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Raadkamer

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Proeftoets E2 vwo4 2016

Proeftoets E2 vwo4 2016 Proeftoets E2 vwo4 2016 1. Wat zijn de twee belangrijkste redenen om rechtsregels op te stellen? A. Ze zijn een afspiegeling van wat het volk goed en slecht vindt en zorgen voor duidelijke afspraken om

Nadere informatie

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) ECLI:NL:GHAMS:2016:5673 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-11-2016 Datum publicatie 30-12-2016 Zaaknummer 23-003159-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

De omgekeerde wereld

De omgekeerde wereld De omgekeerde wereld Een onderzoek naar de invoering van een wettelijk vermoeden van noodweer in het Nederlandse strafrecht door David Vrijbergen (ANR 80.63.19) scriptie in de strafrechtswetenschappen

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2010:BO2558

ECLI:NL:HR:2010:BO2558 ECLI:NL:HR:2010:BO2558 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 02-11-2010 Datum publicatie 03-11-2010 Zaaknummer 09/00354 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO2558

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/129692

Nadere informatie

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833 ECLI:NL:PHR:2014:1700 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 01-07-2014 Datum publicatie 26-09-2014 Zaaknummer 12/04833 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars)

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars) De art. 6:193a e.v. BW, art. 6:194 BW en art. 6:194a BW Paul Geerts, Rijksuniversiteit Groningen Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B9 9243 (Nestlé/Mars) 1. In Vzr. Rb. Amsterdam 25 november

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 Instantie Datum uitspraak 11-11-2009 Datum publicatie 11-11-2009 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-002029-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2017:1473

ECLI:NL:RBNNE:2017:1473 ECLI:NL:RBNNE:2017:1473 Instantie Datum uitspraak 20-04-2017 Datum publicatie 21-04-2017 Rechtbank Noord-Nederland Zaaknummer 18/830019-17 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068

Rapport. Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068 Rapport Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068 2 Klacht Verzoeker, slachtoffer van poging doodslag gepleegd door zijn ex-vriendin op 10 december 1999, klaagt erover dat het arrondissementsparket te

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234 ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 07-12-2010 Datum publicatie 29-12-2010 Zaaknummer 14.701344-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Noodweer in het privé-domein

Noodweer in het privé-domein Masterthesis Nederlands recht Accent Strafrecht Noodweer in het privé-domein Zou het wetsvoorstel van Teeven en Weekers ter versterking van de positie van een burger die zich beroept op noodweer juridisch

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage

Nadere informatie

Schieten zonder (strafrechtelijke) gevolgen?

Schieten zonder (strafrechtelijke) gevolgen? Schieten zonder (strafrechtelijke) gevolgen? Pieter Tersago en Jeroen De Herdt Faculteit Rechten Onderzoeksgroep Rechtshandhaving en behoorlijke rechtsbedeling In het Oost-Vlaamse Erpe-Mere is een man

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

Grondslagen van de Nederlandse noodweerregeling. Age Lub, studentnummer:

Grondslagen van de Nederlandse noodweerregeling. Age Lub, studentnummer: Grondslagen van de Nederlandse noodweerregeling Nederlandse noodweerregeling: een zoektocht naar de facetten van noodweer. Age Lub, studentnummer: 10489193 Scriptiebegeleider: mr. dr. D. Abels Juni 2016

Nadere informatie

Noodweer(exces) en burgerarrest Kwakman, Nicolaas

Noodweer(exces) en burgerarrest Kwakman, Nicolaas Noodweer(exces) en burgerarrest Kwakman, Nicolaas Published in: Nederlands Juristenblad IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite from it.

Nadere informatie

University of Groningen. Noodweer(exces) oprekken tot immateriële rechten? Kwakman, Nicolaas. Published in: Nederlands Juristenblad NJB

University of Groningen. Noodweer(exces) oprekken tot immateriële rechten? Kwakman, Nicolaas. Published in: Nederlands Juristenblad NJB University of Groningen Noodweer(exces) oprekken tot immateriële rechten? Kwakman, Nicolaas Published in: Nederlands Juristenblad NJB IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2012 P.12.0873.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0873.F I. P. D. V., II. III. IV. P. D. V., P. D. V., P. D. V., V. P. D. V., Mrs. Cédric Vergauwen en Olivia Venet, advocaten bij de

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 14-07-2010 Datum publicatie 22-07-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16-711123-09 [P] Strafrecht

Nadere informatie

Prof.mr. F.G.H. Kristen

Prof.mr. F.G.H. Kristen Webinar Jurisprudentie Strafrecht 29 mei 2015 Prof.mr. F.G.H. Kristen Programma Even teruggaan naar een uitspraak van 7 april 2015 Nog even stilstaan bij witwassen Uitspraken van de Hoge Raad van 26 mei

Nadere informatie

RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN. I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren

RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN. I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren In de Nederlandse wet is een aantal risico-aansprakelijkheden opgenomen, waaronder voor dieren. De

Nadere informatie

Rapport. Publicatiedatum: 15 oktober 2014. Rapportnummer: 2014 /139. 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6

Rapport. Publicatiedatum: 15 oktober 2014. Rapportnummer: 2014 /139. 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Rapport Publicatiedatum: 15 oktober 2014 Rapportnummer: 2014 /139 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Rapport Een onderzoek naar de titel op grond waarvan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Nadere informatie

Kwetsbare minderheidsgroep

Kwetsbare minderheidsgroep IND-werkinstructie nr. 2013/14 (AUA) Openbaar/ Extern Aan Directeur klantdirectie Asiel c.c. DDMB Van Hoofddirecteur IND Datum 26 juni 2013 Geldig vanaf 26 juni 2013 Geldig tot Onderwerp Vindplaats Bijlage(n)

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 Instantie Datum uitspraak 19-03-2013 Datum publicatie 19-03-2013 Zaaknummer 21-000368-12 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGRO:2009:BH3578,

Nadere informatie

Hebben goedgevonden en verstaan: ARTIKEL I

Hebben goedgevonden en verstaan: ARTIKEL I Besluit van, houdende wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met de implementatie van de richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad ter bestrijding

Nadere informatie

Rapport naar aanleiding van een klacht over de politie-eenheid Den Haag. Publicatiedatum 9 september 2014 Rapportnummer 2014/098

Rapport naar aanleiding van een klacht over de politie-eenheid Den Haag. Publicatiedatum 9 september 2014 Rapportnummer 2014/098 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de politie-eenheid Den Haag. Publicatiedatum 9 september 2014 Rapportnummer 2014/098 2014/098 de Nationale ombudsman 1/5 Gerard* is eigenaar van een

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve12000040 201102012/1/V2. Datum uitspraak: 13 december 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297

Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297 Rapport Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297 2 Klacht Verzoeker is op 8 november 2006 door de politie aangehouden wegens stalking van zijn ex-echtgenote. In dit verband klaagt verzoeker erover

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 2030, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 856 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 Rapport Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie te Maastricht geen uitvoering heeft gegeven aan de door het gerechtshof te 's-hertogenbosch

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675 ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 07-09-2011 Datum publicatie 15-09-2011 Zaaknummer 16-600572-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Toespraak van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen mr. Corinne Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de aanbieding van het rapport

Nadere informatie

Leidraad voor het nakijken van de toets

Leidraad voor het nakijken van de toets Leidraad voor het nakijken van de toets STRAFPROCESRECHT 14 OKTOBER 2011 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Rapport. Een onderzoek naar een klacht over de Raad voor Rechtsbijstand.

Rapport. Een onderzoek naar een klacht over de Raad voor Rechtsbijstand. Rapport Een onderzoek naar een klacht over de Raad voor Rechtsbijstand. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over de Raad voor Rechtsbijstand gegrond. Datum: 12 december 2016 Rapport: 2016/114

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 57a 27 732 Wijziging van de artikelen 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht (uitbreiding strafbaarstelling heimelijk cameratoezicht)

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Ik hoop u hiermee nog extra informatie te hebben gegeven, die misschien verduidelijkend kan werken.

Ik hoop u hiermee nog extra informatie te hebben gegeven, die misschien verduidelijkend kan werken. Dames en heren, De kliniek waar ik nu 6 jaar verblijf, heeft helaas voor een impasse gezorgd door een behandelcoördinator van de long stay afdeling, Ed Schutguns, een risico taxatie in het kader van de

Nadere informatie

Masterscriptie. Toepassing van Geweld bij Schending van de Huisvrede

Masterscriptie. Toepassing van Geweld bij Schending van de Huisvrede Masterscriptie Toepassing van Geweld bij Schending van de Huisvrede Naam: Johan van der Heijden ANR: s971727 Datum: 12-11-2014 Begeleidster: mr. S.B.G. Kierkels 2 e Lezer: mr. S.S. Buisman 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R.

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland, thans regionale politie-eenheid Noord-Holland.

Rapport. Rapport over een klacht over het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland, thans regionale politie-eenheid Noord-Holland. Rapport Rapport over een klacht over het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland, thans regionale politie-eenheid Noord-Holland. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/009 2 Klacht Verzoekster

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken

GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken parketnummer : 20.001938.96 uitspraakdatum : 29 april 1997 verstek dip GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

Conflict en aangifte. module 3. Sport, dienstverlening en veiligheid

Conflict en aangifte. module 3. Sport, dienstverlening en veiligheid Conflict en aangifte module 3 INHOUDSOPGAVE INLEIDING...3 AANGIFTE DOEN...4 Hoe kan een aangifte worden gedaan?... 4 Wat gebeurt er met de aangifte?... 4 AMBTSHALVE VERVOLGBARE DELICTEN EN KLACHTDELICTEN...6

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2017:4588

ECLI:NL:RBROT:2017:4588 ECLI:NL:RBROT:2017:4588 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 23-05-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 10/740469-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK ECLI:NL:GHAMS:2016:5390 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 03-11-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer 23-003117-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Wat zijn de argumenten voor en de argumenten tegen de verruiming van de mogelijkheden voor wraking van individuele rechters?

Wat zijn de argumenten voor en de argumenten tegen de verruiming van de mogelijkheden voor wraking van individuele rechters? Universiteit Utrecht Grondslagen van het recht Wat zijn de argumenten voor en de argumenten tegen de verruiming van de mogelijkheden voor wraking van individuele rechters? Auteur: Nick Verboom Docent:

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 Instantie Datum uitspraak 17-10-2011 Datum publicatie 25-10-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-003332-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Samenvatting strafzaken die in 2008 zijn aangemeld bij/afgedaan door de Toegangscommissie

Samenvatting strafzaken die in 2008 zijn aangemeld bij/afgedaan door de Toegangscommissie Samenvatting strafzaken die in 2008 zijn aangemeld bij/afgedaan door de Toegangscommissie Van onderstaande zaken zijn nummer 0038 t/m 0052 in 2008 onder de aandacht gebracht. Zaak 0031 is zowel in 2006,

Nadere informatie

3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing

3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing 3.2 De bevoegdheid van de officier van justitie tot het geven van een gedragsaanwijzing 3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing Zoals in het voorgaande aan de orde kwam, kunnen bepaalde tot ernstige

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193 ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193 Instantie Datum uitspraak 12-02-2013 Datum publicatie 28-05-2013 Zaaknummer 21-004366-12 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Strafrecht

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2015:84

ECLI:NL:GHDHA:2015:84 ECLI:NL:GHDHA:2015:84 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 27-01-2015 Datum publicatie 27-01-2015 Zaaknummer 22000511-14 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279 Rapport Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de beheerder van het regionale politiekorps Drenthe verzoekers brieven van 6 december 2006, 29 december 2006

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2016:7721

ECLI:NL:RBMNE:2016:7721 ECLI:NL:RBMNE:2016:7721 Instantie Datum uitspraak 09-12-2016 Datum publicatie 08-06-2017 Zaaknummer 16.228054-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland Strafrecht

Nadere informatie

Strafbare belediging. A.L.J.M. Janssens

Strafbare belediging. A.L.J.M. Janssens Strafbare belediging A.L.J.M. Janssens Inhoudsopgave Gebruikte afkortingen Hoofdstuk 1 Inleidende opmerkingen 1 1.1 Het belang van de eer en de goede naam 1 1.2 Kennismaking met de beledigingsbepalingen

Nadere informatie

samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal! het beleid wordt uitgestippeld door een college van procureurs-generaal

samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal! het beleid wordt uitgestippeld door een college van procureurs-generaal Leg uit : het openbaar ministerie ( parket ) = hoeder van de openbare orde! 1) opsporen en onderzoeken 2) vervolgen 3) uitvoering van de straf samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal!

Nadere informatie

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND?

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? W.R. Jonk, mr R. Malewicz en mr G.P. Hamer 1 Op 1 januari 2004 had het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel 2 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 15-04-2011 Datum publicatie 15-04-2011 Zaaknummer 19.605555-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006 ECLI:NL:RBDHA:2014:1006 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29-01-2014 Datum publicatie 29-01-2014 Zaaknummer 09/818467-13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:4416

ECLI:NL:RBOBR:2017:4416 ECLI:NL:RBOBR:2017:4416 Instantie Datum uitspraak 17-08-2017 Datum publicatie 17-08-2017 Rechtbank Oost-Brabant Zaaknummer 01/860063-17 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Rapport. Datum: 19 september 2005 Rapportnummer: 2005/275

Rapport. Datum: 19 september 2005 Rapportnummer: 2005/275 Rapport Datum: 19 september 2005 Rapportnummer: 2005/275 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Koninklijke Marechaussee hem na zijn aanhouding op 18 januari 2003 op de vliegbasis Volkel, niet ten spoedigste

Nadere informatie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

DEEL III. Het bestuursprocesrecht DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel

Nadere informatie