Het onbewuste in de klinische psychologie opnieuw beschouwd: Onbewust onbekwaam? Jacques van Lankveld

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het onbewuste in de klinische psychologie opnieuw beschouwd: Onbewust onbekwaam? Jacques van Lankveld"

Transcriptie

1 200 Tijdschrift Seksuologie (2012) 36-3, Oratie Het onbewuste in de klinische psychologie opnieuw beschouwd: Onbewust onbekwaam? Jacques van Lankveld Open Universiteit, Heerlen Geachte voorzitter, dames en heren, Ik wil mijn rede wijden aan een aantal aspecten van de klinische psychologie, het kennisgebied van mijn leerstoel. Op nogal wat punten zal ik u voorbeelden geven uit de seksuologie, het deelgebied van de klinische psychologie waarop ik mijn wetenschappelijk onderzoek heb gericht. Tenslotte zal ik enkele onderzoeksprojecten binnen de klinisch psychologische lijn van onze faculteit belichten. De klinische psychologie is de wetenschap van menselijke gedragingen die beschouwd worden als afwijkend, slecht aangepast of 'abnormaal', en die de persoon zelf of zijn omgeving problematisch of ongewenst vindt. Men spreekt ook wel van psychische of psychiatrische stoornissen of van psychopathologie. De klinische psychologie houdt zich bezig met drie hoofdvraagstukken: a. welke psychische stoornissen kunnen worden onderscheiden?; b. hoe ontstaan deze stoornissen en hoe komt het dat ze blijven voortbestaan?; c. en op welke manier kunnen ze worden verholpen of voorkomen? Op deze vraagstukken zal ik achtereenvolgens in gaan, overigens zonder pretentie om volledig of uitputtend te zijn. Prof. dr. J.J.D.M. van Lankveld, hoogleraar klinische psychologie, GZ-psycholoog, psychotherapeut, seksuoloog NVVS. Correspondentie: Postbus DL Heerlen. E: Dit artikel is een bewerking van de rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van de leerstoel klinische psychologie aan de Open Universiteit, op 22 juni 2012 in Heerlen. Welke psychische stoornissen kunnen worden onderscheiden? Of bepaald gedrag als afwijkend en dus als een psychische stoornis dient te worden beschouwd, hangt samen met wat wij, u en ik, beschouwen als normaal. Dat is soms tamelijk evident. Weinigen zullen moeite hebben om het gedrag van een depressieve man die een suïcidepoging doet afwijkend te noemen. Maar voor andere gedragingen geldt dat niet in dezelfde mate. Er bestaan sterk verschillende opvattingen over wat normaal of abnormaal gedrag is: tussen samenlevingen onderling, tussen bevolkingsgroepen binnen één samenleving, en tussen verschillende perioden in de geschiedenis. Een goed voorbeeld betreft de tolerantie ten aanzien van homoseksualiteit. Die is in Nederland hoog, vergeleken met landen als Polen, Indonesië, Israël, of de Verenigde Staten. In sommige landen, zoals Mauritanië, Saoedi-Arabië en Iran staat de doodstraf op actief homoseksueel gedrag, ook al wordt die gelukkig zelden uitgevoerd; in andere landen staan er zware geldboetes of langdurige gevangenisstraf op ("LGBT rights by country or territory," n.d.). Maar ook binnen samenlevingen bestaan op dit punt grote verschillen. Zo heeft een deel van de orthodox-protestantse bevolkingsgroep in Nederland fundamentele bezwaren tegen homoseksueel gedrag en, in het verlengde daarvan, tegen gelijkstelling van homoseksuelen voor de wet, zoals in het homohuwelijk (SGP, 1996). Het is voor sommigen in deze tijd wellicht moeilijk voor te stellen hoe kort het nog geleden is dat homoseksuelen in Nederland en omringende landen gezien werden als criminelen of psychiatrische patiënten. In de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog werden zij actief vervolgd en gestigmatiseerd, onder meer door de verplichting om een roze driehoek te dragen. Zij werden zelfs als een separate categorie de dood ingejaagd in de vernietigingskampen. Het vervolgen en bestraffen van homoseksualiteit is eerder in de historie een religieus geïnspireerd fenomeen geweest. In alle zogenaamde abrahamitische religies (christendom, islam, jodendom, en baha i) werd vanaf de middeleeuwen tot in recente tijden homoseksualiteit veroordeeld als tegennatuurlijk en zondig, met de doodstraf als passende sanctie (Peters, 2004). Homoseksuele geaardheid werd aan het einde van de 19 e eeuw in de psychiatrische ziekteleer opgenomen (von Krafft-Ebing, 1886). Homo-zijn werd daarmee weliswaar gedecriminaliseerd, maar ook beladen met het maatschappelijk stigma van een psychiatrische ziekte (Boyd, Katz, Link, & Phelan, 2010; Phelan & Link, 2011). In deze context was het voor een klinisch psycholoog of psychotherapeut legitiem om te trachten iemand van zijn homoseksuele voorkeur af te helpen. Bekende psychotherapeuten, zoals de cognitieve therapeut El-

2 Van Lankveld, Het onbewuste in de klinische psychologie opnieuw beschouwd: Onbewust onbekwaam? TvS (2012) 36-3, lis (Ellis, 1965), seksonderzoekers zoals Bancroft, en gedragstherapieonderzoekers als Cautela en Barlow (Barlow & Agras, 1973; Barlow, Leitenberg, & Agras, 1969; Cautela, 1967), hebben dergelijke conversietherapie toegepast en er over gepubliceerd. In 1973 werd besloten, na stemming in de American Psychiatric Association, om homoseksualiteit als psychiatrische classificatie te schrappen. Hiermee werd het officiële psychiatrische stigma opgeheven. Het was afgelopen met de conversietherapie, alhoewel de laatste overblijfselen zelfs het afgelopen jaar nog in het nieuws kwamen (Volkskrant, 2012). Sommigen, zoals Bancroft (2009) en recent de psychiater Robert Spitzer (Carey, 2012), bekend als de godfather van de DSM, hebben zich in latere publicaties verontschuldigd voor het meewerken aan conversietherapieën. De nieuwe behandeldoelstelling bij homoseksuele cliënten met psychische problemen werd het leren aanvaarden van de homoseksuele geaardheid, en het leren omgaan met stigmatisering en discriminatie (Bos & Moritz, 2012; Coleman, 1978). Dit voorbeeld illustreert de tijd- en plaatsbepaaldheid van wat in de klinische psychologie als normaal of afwijkend wordt beschouwd. En het nodigt uit tot een kritische en relativerende houding waar het gaat om het benoemen van gedrag als psychopathologisch. Frequentie van vóórkomen van psychische stoornissen Maar ook als we voorzichtig zijn met het toekennen van diagnostische labels, ondervinden aanzienlijke aantallen mensen gedurende kortere of langere tijd in hun leven psychische problemen, die gepaard gaan met ernstig lijden, en waar de klinisch psycholoog hulp bij kan bieden. Met de classificatie volgens de 4 e versie van de eerder genoemde DSM als uitgangspunt werd in het zogenaamde NEMESIS project het vóórkomen van psychische stoornissen in Nederland onderzocht (de Graaf, ten Have, & van Dorsselaer, 2010; van Dijk, Knispel, & Nuijen, 2010). Het project leverde belangwekkende gegevens op. Eén op de vijf mensen lijdt op enig moment in het leven aan een stemmingsstoornis, vooral aan depressie. Eveneens één op de vijf Nederlanders ontwikkelt ooit in het leven een ernstige angststoornis, zoals paniekstoornis of sociale fobie. Nog eens één op de vijf mensen kent tenminste éénmaal in het leven een periode met middelenafhankelijkheid of -verslaving, vooral aan alcohol. Kleinere percentages Nederlanders bleken te lijden aan andere stoornistypen, zoals ADHD. Vrouwen hebben vaker problemen met depressie en angst, mannen vaker met middelengerelateerde stoornissen. Uit recent onderzoek door Rutgers WPF in 2011 bleek dat bijna één op de vijf mannen en ruim één op de vier vrouwen lijden aan een seksuele stoornis (Kedde, 2012). Sommige mensen hebben het dubbel slecht getroffen, en hebben, bijvoorbeeld, zowel een depressie als een alcoholverslaving. Dit houdt in dat de prevalentiecijfers van de verschillende psychische stoornissen niet zonder meer bij elkaar opgeteld mogen worden. Samengevat krijgt zo n 44 procent van alle Nederlanders ooit in het leven tenminste één psychische stoornis. Hoe ontstaan psychische stoornissen en hoe komt het dat ze blijven voortbestaan? Het psychoanalytisch model Ik wil u meenemen langs enkele belangrijke theoretische modellen die hier uitspraken over doen. Het eerste is het psychoanalytische model dat dateert van laat 19 e eeuw. Het veronderstelt dat het psychische functioneren drie delen kent: een bewust deel, een voorbewust deel, dat in principe wel toegankelijk is, maar onder bepaalde omstandigheden afgesloten is voor zelfinzicht, en een onbewust deel. De eigenaar heeft geen toegang tot het onbewuste proces, maar het bestuurt wel tot op grote hoogte zijn doen en laten. Freud vergeleek de menselijke psyche met een ijsberg, waarvan slechts een klein deel boven water zichtbaar is (Freud, ). Het bestaan van het onbewuste in het psychoanalytische model bood een plausibele verklaring voor verschijnselen waar men in de 19 e eeuw erg in geïnteresseerd was: zoals een naam waar je vergeefs in je geheugen naar op zoek bent, en die dan plotseling naar boven floept, nadat je een tijdje bent gestopt met opzettelijk zoeken. Dit verschijnsel is alleen verklaarbaar door een proces te veronderstellen dat gaande is zonder dat de persoon dit zelf kan waarnemen, en waarvan pas het eindproduct weer aan de oppervlakte verschijnt. Het leertheoretische model Het tweede model is de leerpsychologie, die vanaf het begin van de twintigste eeuw tot wasdom kwam. Deze had het onbewuste niet nodig. Zij beperkte zich tot de bestudering van het observeerbare gedrag van mens en dier in reactie op prikkels uit de omgeving (zie (Pavlov, 1927; Thorndike, 1898; Watson, 1913). Het bewustzijn zat in wat wel een black box werd genoemd en het werd in de leerpsychologie overbodig geacht om gedrag te kunnen verklaren. Men had namelijk leerprocessen ontdekt die dit karwei met succes konden klaren. Met goed opgezet experimenteel onderzoek werden enkele leerprocessen blootgelegd, die klassieke en operante conditionering werden genoemd. Deze worden ook nu nog als tamelijk universeel geldend beschouwd. Een voorbeeld in de seksuologie is de klassieke conditioneerbaarheid van de lichamelijke reacties op erotische prikkeling (Both, Brauer, & Laan, 2011; Both et al., 2008). Op expliciete erotische prikkels, laten we zeggen een foto van een naakte vrouw of man, volgt automatisch een lichamelijke seksuele reactie. De erotische foto en de genitale reactie daarop worden ongeconditioneerde stimuli en responsen genoemd, en voor de koppeling tussen beiden is in principe geen leerproces nodig. Op neutrale prikkels, laten we zeggen een foto van een fiets, volgt normaal gesproken geen seksuele respons. Echter, na een serie gelijktijdige aanbiedingen van foto s van een naakte persoon en de

3 202 foto van de fiets, roept ook het zien van alleen de fiets al een genitale reactie op. Het cognitieve model Het uitsluiten van niet-observeerbare psychische processen in de black box heeft echter geen stand gehouden. Uit nieuw onderzoek, onder andere van Rescorla (Rescorla, 1969), bleek dat tijdens conditioneringexperimenten niet alleen nieuwe verbindingen worden aangelegd, maar dat tegelijkertijd ook een idee ontstaat van de samenhang tussen prikkel en gedrag: de mens of het dier weet hoe die twee onderling samenhangen, op zijn minst de waarschijnlijkheid van het samen optreden, en dat weten speelt mee bij het vertonen van reacties op een prikkel. Hiermee deed het cognitieve verklaringsmodel zijn intrede in de klinische psychologie. Cognitieve processen werden vaak beschouwd als analoog aan de informatieverwerking zoals die plaats vindt in een computer (Miller, Galanter, & Pribram, 1960; Newell, Shaw, & Simon, 1958). Veel cognitieve theorieën waarmee in de klinische psychologie gedrag wordt verklaard en voorspeld zijn dan ook beschreven in termen van informatieverwerkingsprocessen. Dit heeft een vlucht genomen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Expliciete, wilsafhankelijke cognities De eerste cognitieve verklaringen voor psychische stoornissen wezen vooral bewuste denkprocessen aan als de dader. Volgens Ellis, een van de eerste cognitieve therapeuten, worden psychische stoornissen vooral veroorzaakt door het vasthouden aan irrationele opvattingen (Ellis, 1962). Voorbeelden daarvan zijn dat het absoluut levensnoodzakelijk is dat iedereen of bijna iedereen die je kent je waardeert en liefheeft, of dat het rampzalig is als de wereld anders is dan je graag zou willen. Een andere pionier van het cognitieve model was Beck (1976). Hij formuleerde zijn model in termen van logische denkfouten en disfunctionele gedachten, waardoor mensen zichzelf in moeilijkheden brengen en psychische stoornissen doen ontstaan. Beide auteurs gingen in eerste instantie uit van de inhoud van cognities als probleemoorzaak. En dat leidde tot de volgende denkstap, namelijk dat anders gaan denken, c.q. het veranderen van je overtuigingen, denkwijzen, gedachten en zelfinstructies de geestelijke gezondheid kan herstellen. Ook voor seksuele stoornissen zijn al vroeg cognitieve verklaringen geformuleerd die zich richtten op de seksuele gedachteninhoud. Ellis deed dit in een serie boeken over seksualiteit (Ellis, 1963; Ellis & Abarbanel, 1961), bijvoorbeeld in zijn boek Sex without Guilt (Ellis, 1966). Hij veronderstelde dat irrationele gedachten over het moeten maar niet kunnen leveren van seksuele prestaties de rechtstreekse oorzaken zijn van seksueel disfunctioneren. Ellis deed zelf geen onderzoek waarmee hij het vaker voorkomen van dergelijke irrationele gedachten over seks bij mensen met seksuele stoornissen kon onderbouwen, wat toch een vereiste is voor een plausibele theorie. Later zijn de bewijzen daarvoor echter alsnog geleverd. Mannen en vrouwen met seksuele stoornissen hebben meer gedachten over niet aangetrokken, maar juist afgestoten en afgeremd worden bij het waarnemen van seksuele prikkels (gemeten met de Sexual Opinion Survey (Fisher, White, Byrne, & Kelley, 1988; Plante, Kerns, Yellig, & Haythornthwaite, 1989), de SISSES schalen (voor een overzicht, zie Bancroft, Graham, Janssen, & Sanders, 2009), de Questionnaire of Cognitive Schema Activation in Sexual Context (Nobre & Pinto-Gouveia, 2009) en de Sexual Modes Questionnaire (Nobre & Pinto-Gouveia, 2003)). In eigen onderzoek bleken dergelijke seksuele opvattingen eveneens relevant om de veel voorkomende seksuele moeilijkheden bij neurologische patiënten na een beroerte te verklaren. We onderzochten mannen nadat zij een beroerte hadden gehad. We vonden dat de patiënten met hogere seksuele excitatiescores (SES), wat duidt op makkelijker seksueel geprikkeld worden, na hun beroerte een sterker seksueel verlangen hadden. Patiënten met hogere inhibitiescores (SIS), met andere woorden die seksueel geremd reageren uit angst voor seksueel falen, hadden daarentegen een lager seksueel verlangen en zij konden minder makkelijk een orgasme krijgen (Duits, van Oirschot, van Oostenbrugge, & van Lankveld, 2009). In bovengenoemd onderzoek rapporteren proefpersonen over de inhoud van hun eigen gedachten. Ze zijn zich daarvan bewust of kunnen zich dat door enig graafwerk in het geheugen alsnog bewust worden. Ze zijn ook intentioneel: mensen kunnen met opzet van gedachte veranderen. Ook kunnen ze er voor kiezen om vragen naar hun gedachteninhoud meer of minder waarheidsgetrouw of sociaal wenselijk te beantwoorden. Maar behalve deze bewuste gedachten zijn er ook andere cognitieve processen werkzaam, die aangeduid worden als automatisch, impulsief of impliciet, en die van belang kunnen zijn als het gaat om het aanzetten tot, het bijsturen, of het afremmen van ons gedrag. Impliciete, automatische cognitieve processen Ik wil u meenemen langs een aantal resultaten uit eigen onderzoek naar seksuele stoornissen. Dit onderzoek is voor een belangrijk deel psychonomisch van aard en bestudeert wat ook wel de koude kenmerken van cognitieve mechanismen genoemd worden, omdat ze niet noodzakelijk emotiegerelateerd zijn (Unsworth, Heitz, & Engle, 2005). Het gaat hierbij om automatische cognitieve processen die de verwerking van erotische prikkels kunnen verstoren, en die langs die weg belemmerend kunnen zijn voor de seksuele opwinding. Aandacht afleiden en seksuele opwinding Om te beginnen hebben we de rol van aandachtscapaciteit onderzocht. Wanneer proefpersonen tijdens een erotische film afgeleid worden door een tweede taak, bijvoorbeeld doordat ze manipulaties moeten

4 Van Lankveld, Het onbewuste in de klinische psychologie opnieuw beschouwd: Onbewust onbekwaam? TvS (2012) 36-3, uitvoeren met cijfers, daalt hun genitale opwinding lineair met het moeilijker worden van de opdracht. De bevindingen wijzen op het bestaan van een dosis-respons-verband tussen aandachtscapaciteit en lichamelijke seksuele opwinding: hoe minder aandacht voor de erotische prikkel, des te lager de genitale respons. Een dergelijk verband wordt wel gezien als een robuust wetenschappelijk bewijs voor een oorzaak-gevolg relatie. Het was in de jaren 70 van de vorige eeuw al bij gezonde mannen aangetoond (Geer & Fuhr, 1976). Wij vonden ditzelfde effect ook bij gezonde vrouwen en bij mannen en vrouwen met seksuele opwindingsstoornissen (Salemink & van Lankveld, 2006; van Lankveld & van den Hout, 2004). Vermindering van de lichamelijke seksuele opwinding door het verkleinen van de aandachtscapaciteit lijkt om die reden een bij iedereen werkzaam mechanisme te zijn (zie ook Allport, 1993, p. 184; Kahneman, 1973; Shiffrin & Schneider, 1977). Dit impliceert dat voor het volhouden van lichamelijke seksuele opwinding voortdurende verwerking van erotische prikkels nodig is. Deze prikkels worden echter niet alléén op een aandachtsafhankelijke wijze verwerkt. In het allervroegste verwerkingsstadium, dat wil zeggen nog voordat de proefpersoon de erotische prikkel bewust heeft waargenomen, is aandachtscapaciteit geen beperkende factor. Onderzoek aan de universiteit van Amsterdam heeft dit in enkele experimenten aangetoond (Spiering, Everaerd, & Janssen, 2003; Spiering, Everaerd, Karsdorp, Both, & Brauer, 2006). Bij aanbieding van een erotische prikkel wordt waarschijnlijk automatisch een genitale seksuele reactie gestart, en bewuste waarneming is daarbij niet vereist. Wil de persoon, na het bewust worden van de erotische prikkel, dat de lichamelijke seksuele respons doorgaat, dan is voldoende aandacht en verwerking een voorwaarde. In tegenstelling tot de genitale respons reageert het subjectieve gevoel van opwinding echter nauwelijks op afleiding. Kennelijk is deze dimensie van seksuele opwinding niet in dezelfde mate aandachtsafhankelijk. De aandachtscapaciteit tijdens seksuele stimulatie kan op verschillende manieren verkleind worden. In het zojuist genoemde onderzoek lieten we proefpersonen cijfermanipulaties uitvoeren. Dat is enigszins vergelijkbaar met wat sommige patiënten met seksuele opwindingsstoornissen aan hun hulpverlener vertellen: ze worden - zonder dat ze dat willen - afgeleid tijdens het vrijen. Ze denken aan hun werk, aan de kritiek die ze van iemand hebben gekregen, of aan de boodschappen die nog gedaan moeten worden. Ze worden dan afgeleid door cognities die niet echt met de seksuele activiteit zelf verband houden. Zelfbewustzijn en seksuele opwinding De seksuele prikkelverwerking kan echter ook aangetast worden door processen die wél inherent zijn aan de situatie van seksuele interactie met een partner. Eén van dergelijke seksgerelateerde afleidingsmechanismen is seksueel zelfbewustzijn. Mensen met seksuele problemen rapporteren vaak dat hun opwinding vooral een probleem vormt tijdens vrijen met hun partner, terwijl ze tijdens masturbatie normaal opgewonden zijn (Corona et al., 2010). In aanwezigheid van een andere persoon, en dus ook van de partner in de vrijsituatie, verschuift de aandacht automatisch enigszins van omgevingsgericht naar zelfgericht (George & Stopa, 2008). Men gaat niet alleen op de ander, maar tegelijkertijd ook scherper op zichzelf letten. Eén aspect is het eigen uiterlijk, bijvoorbeeld als men zichzelf te dik vindt. Masters en Johnson suggereerden al ruim 40 jaar geleden het remmende effect op seksuele opwinding van deze zelfgerichte aandacht, die zij spectatoring noemden (Masters & Johnson, 1970). We hebben in enkele experimenten het effect van zelfbewustzijn op seksuele opwinding onderzocht. Proefpersonen werden zelfbewust gemaakt door tijdens het bekijken van een erotische film een camera op hen te richten. In die situatie verminderde de genitale respons, niet de subjectieve seksuele opwinding (Meston, 2006; van Lankveld & Bergh, 2008; van Lankveld, van den Hout, & Schouten, 2004). Het effect is niet bij iedereen even sterk en persoonlijkheidsverschillen spelen waarschijnlijk een rol (van Lankveld, Geijen, & Sykora, 2008). Mensen verschillen van elkaar in het gemak waarmee ze zelfbewust worden, ook in seksuele situaties. Als er een camera op hen gericht wordt, daalt de lichamelijke opwinding bij hoog seksueel zelfbewuste mensen. Bij laag-zelfbewusten, daarentegen, neemt de genitale opwinding in die situatie zelfs toe (van Lankveld & Bergh, 2008; van Lankveld et al., 2004). Deze wisselwerking duidt op een kromlijnig verband tussen zelfbewustzijn en seksuele opwinding. Dat ziet er als volgt uit. Aan de linkerkant van de curve maakt te weinig aandacht voor jezelf tijdens seksuele activiteit het moeilijk om lichamelijk opgewonden te blijven. Aandacht voor het eigen lichaam is wellicht nodig als feedback om het opwindingssysteem op gang te houden. In het middelste, optimale deel van de curve is er een goed evenwicht tussen aandacht voor de seksuele prikkels en aandacht voor signalen vanuit het eigen lichaam. In die situatie is de reactie op erotische prikkels het sterkst.

5 204 Aan het andere uiterste van de curve aan de rechterkant laat te veel aandacht voor jezelf onvoldoende verwerkingscapaciteit over voor seksuele prikkels, en dat lijkt immers een vereiste voor het gaande houden van de lichamelijke opwindingsrespons. Effecten van de aanwezigheid van de partner en zelfbewustzijn op seksuele opwinding Recent hebben we onderzocht of de aanwezigheid van de partner een effect had op seksueel zelfbewustzijn en op seksuele opwinding (van Lankveld et al., ingediend). We lieten vrouwen en mannen in het laboratorium naar erotische filmfragmenten kijken, de ene keer terwijl ze alleen in de testruimte zaten, de andere keer terwijl hun eigen partner aan de overkant van de tafel zat. In aanwezigheid van de partner werden de proefpersonen zoals verwacht meer zelfbewust maar bleek ook hun genitale opwinding lager. Het remmende effect van aandachtstekort op seksuele opwinding kan dus bij uiteenlopende vormen van afleiding hetzelfde zijn. Het maakt kennelijk niet veel uit of men nu afgeleid wordt door het wekelijkse boodschappenlijstje, door angstige preoccupatie met seksueel falen, of door te veel op zichzelf gerichte aandacht tijdens vrijen met de partner. Er lijkt hier sprake van een final common pathway. Capaciteitsbeperkingen van de aandacht en zelfgerichte aandacht, maken deel uit van de automatische en impliciete informatieverwerking, maar ze roepen niet noodzakelijk emoties op. Het zijn zogenaamde koude cognities. Hiernaast spelen ook emotiegerelateerde of hete impliciete cognities een rol. Impliciete associaties De term impliciete cognities duidt er op dat deze processen voor de persoon zelf weliswaar niet direct toegankelijk zijn via introspectie, maar dat ze desondanks geïmpliceerd zijn vanwege hun onmiskenbare invloed op beleving en gedrag. Impliciete cognities kunnen worden voorgesteld als verbindingen tussen waarnemingselementen, die als een netwerk in het geheugen zijn opgeslagen. In dat netwerk zitten zowel zintuiglijke kenmerken van de waargenomen prikkel, maar ook de emoties en de gedragingen die erdoor worden opgeroepen. Als één onderdeel wordt geactiveerd, worden ook de andere, ermee verbonden elementen in het netwerk actief. Een voorbeeld: het zien van een lachend kindergezichtje of een jong zeehondje roept bij veel mensen automatisch associaties op met begrippen als warmte, genegenheid of tederheid. Het roept ook allerlei positieve gevoelens en gedragsuitingen op, zoals het roepen van ooh, schattig. Dit activeren van geassocieerde elementen gaat snel. Het kost nauwelijks moeite of inspanning. Je hoeft je er niet bewust van te zijn, en dergelijke reacties zijn niet gemakkelijk tegen te houden. Sommige impliciete cognities lijken wel universeel aanwezig, zoals de vertederde reacties op het lachende kindergezicht, andere zijn waarschijnlijk het gevolg van een aangeleerde koppeling. Mogelijk ontstaan dergelijke associaties ook als bijproduct van de eerder genoemde conditioneringsprocessen. Men spreekt dan van evaluatief conditioneren als een voorheen neutrale prikkel stabiele emotionele reacties gaat oproepen, die bovendien bijzonder resistent zijn tegen uitdoving (Martin & Levey, 1978). Impliciete cognitieve associaties kunnen met behulp van verschillende computertaken gemeten worden. Een daarvan is de impliciete associatietaak of IAT (Greenwald, McGhee, & Schwartz, 1998). De proefpersoon drukt op toetsenbordknoppen bij foto s of woorden uit twee verschillende doelcategorieën, zoals erotische foto s of sportfoto s. Daarnaast worden deze knoppen gebruikt voor andere prikkelcategorieën, zoals woorden met aangename of onaangename betekenissen. Welke knoppen voor welke categorieën gebruikt moeten worden verandert tijdens de test. De snelheid wordt geklokt tussen het moment dat de prikkel op het scherm verschijnt en het moment dat de knop wordt ingedrukt. Het idee achter de IAT is dat het makkelijker en dus sneller mogelijk is om dezelfde reactie (een knop indrukken) te geven op prikkels die in het associatieve geheugennetwerk van de proefpersoon beter bij elkaar passen. Men kan sneller één en dezelfde toets in te drukken wanneer dat gevraagd wordt bij foto s van jonge zeehondjes en bij woorden die schattigheid en vertedering aanduiden, dan wanneer zeehondjes dezelfde knop delen met woorden die over oorlog of misdaad gaan. De opdracht om daarop dezelfde reactie te geven vraagt meer verwerkingstijd. Impliciete cognities, seksuele opwinding en seksueel gedrag Voor het onderzoek naar impliciete cognities bij seksueel functioneren zijn nog slechts enkele eerste aanzetten gegeven. Daaruit blijkt onder meer dat vrouwen en mannen verschillen in hun impliciete attituden over seksualiteit. Vrouwen hebben negatievere impliciete attituden over seksualiteit dan mannen, gemeten met een IAT (Geer & Robertson, 2005). Bij mannen is bijvoorbeeld de impliciete koppeling tussen de begrippen seks en zelf sterker dan bij vrouwen (Lindgren, Shoda, & George, 2007). Je zou het zo kunnen zeggen: op impliciet-onbewust niveau zien mannen zichzelf meer als seksuele wezens dan vrouwen zichzelf zien. De onbewuste cognities over seks kunnen veranderen door de seksuele ervaringen die men opdoet. Bij jonge vrouwen werd vastgesteld dat hun impliciete associaties van seks met zelf na de eerste ervaring met geslachtsgemeenschap sterker zijn dan vóór die ervaring. Men ervaart zichzelf - onbewust - dan meer als een seksueel wezen dan voor dat moment. Bij jonge mannen treedt deze verandering echter niet op (Lindgren, Schacht, Mullins, & Blayney, 2011). De onbewuste houding ten aanzien van seks lijkt, behalve door de eerste ervaring met geslachtsgemeenschap, ook te worden beïnvloed door seksueel misbruik-

6 Van Lankveld, Het onbewuste in de klinische psychologie opnieuw beschouwd: Onbewust onbekwaam? TvS (2012) 36-3, ervaringen. In recent onderzoek werden de impliciete en expliciete cognities bij het zien van soft-erotische en neutrale foto s onderzocht. Dit gebeurde bij vrouwen met en zonder ervaring met seksueel misbruik. Voor vrouwen zonder misbruikervaring bleken erotische afbeeldingen impliciet veel aangenamer dan neutrale plaatjes. Voor vrouwen mét seksueel misbruikervaringen waren beide typen foto s echter impliciet even aangenaam (Rellini, Ing, & Meston, 2011). Het gaat dus meer om het ontbreken van positieve impliciete waardering voor erotische prikkels, dan om het vooropstaan van negatieve reacties op onbewust niveau. De onbewuste en bewuste reacties op seksuele prikkels bleken in dit onderzoek volkomen los van elkaar te staan. Bewust en onbewust zijn hier gescheiden werelden. Onbewuste mechanismen spelen een rol in de tolerantie ten aanzien van homoseksualiteit waar ik eerder over sprak. Ik geef één studie als voorbeeld. Daarin werden met vragenlijsten de expliciete opvattingen over homo- en heteroseksualiteit gemeten. De impliciete opvattingen werden gemeten met een computertaak. Dit gebeurde bij heteroseksuele mannelijke en vrouwelijke studenten. Bij beide groepen waren de bewuste opvattingen over homoseksuelen erg positief. De onbewuste opvattingen over homoseksuele mannen waren echter negatief, terwijl die over heteromannen, waar ze mee werden vergeleken, positief waren (Steffens, 2005). Steffens liet zien dat onderhuids bij de heteroseksuele meerderheid de afkeuring van homo s en lesbiennes waarschijnlijk voortduurt. Anderzijds werden verwachte impliciete associaties met seksualiteit soms niet gevonden, onder meer bij vrouwen met en zonder dyspareunie, pijn bij de gemeenschap. Verwacht werd dat vrouwen met seksuele pijnproblemen negatievere automatische associaties met seks zouden vertonen. Het is immers goed voorstelbaar dat beelden van seks waarbij ook de coïtus in beeld wordt gebracht bij deze vrouwen sterke onbewuste associaties met angst oproepen. Met de Affective Simon Task, een andere indirecte cognitieve maat, werd echter geen verschil gevonden tussen pijnpatiënten en gezonden. Vrouwen met dyspareunie rapporteerden wel negatievere expliciete opvattingen over seks dan gezonde vrouwen (Brauer, de Jong, Huijding, Laan, & ter Kuile, 2009). Deze voorbeelden geven aanwijzingen dat allerlei aspecten van seksueel functioneren samen kunnen hangen met hoe we op onbewust niveau reageren op erotische prikkels. Impliciete associaties en seksonderzoek aan de OU Wij zijn van plan om de komende jaren nieuwe stappen te zetten in het wetenschappelijk onderzoek naar impliciete cognitieve verwerking van seksuele prikkels en de effecten daarvan op seksuele opwinding en gedrag. Ik noem enkele voorbeelden. In een experimentele studie onderzoekt Andrea Grauvogl de relatie tussen walging en seksuele opwinding bij jonge vrouwen en mannen. Ze kijkt of impliciete walging voor seksuele stimuli overeenkomt met walging gemeten met een vragenlijst, en in welke mate impliciete en expliciete walging de seksuele opwinding voorspellen tijdens het kijken naar een erotische film. Ook onderzoekt ze of de seksuele moeilijkheden van jongeren samenhangen met bewuste of onbewuste walging. Eva Broomans onderzoekt of de impliciete opvattingen over seks van vrouwen met een seksuele stoornis afwijken van gezonde vrouwen. Zij onderzoekt daarnaast of impliciete cognities vóór en na de therapie het therapieresultaat kunnen voorspellen, en of daar eventuele terugval mee voorspeld kan worden. Op een heel ander terrein onderzoekt Astrid Hall in Gainesville, Florida de automatische cognities van mannen met een verstandelijke beperking die veroordeeld zijn voor pedoseksuele delicten en die daarvoor psychiatrisch behandeld worden. Ze onderzoekt of deze impliciete associaties veranderen in de loop van hun behandeling, en of die, naast andere risicotaxatie-instrumenten, terugval in delictgedrag kunnen voorspellen. De balans tussen impliciete en expliciete cognities en het effect op gedrag In één brein komen dus de bewuste cognities over onszelf en de wereld om ons heen bijeen met de onderwaterwereld van de onbewuste, automatische verwerkingsprocessen. Soms stemmen die twee overeen, op andere momenten vormen ze tegengestelde krachten (Ariely & Loewenstein, 2006; Hofmann & Friese, 2008). Beide mechanismen opereren niet steeds even sterk. Eén van de hypothesen die we willen onderzoeken is dat automatische cognities de overhand krijgen en bewuste cognities het onderspit delven wanneer men onder invloed is van alcohol of drugs of tijdens sterke seksuele opwinding. Dit is een voorbeeld van een zogenaamd dual-control-verklaringsmodel (Bancroft & Janssen, 2000; Gray, 1973; Strack & Deutsch, 2004). Deze modellen hebben als aanname, dat gedrag de uitkomst is van de balans tussen activerende en remmende cognities (Fazio & Olson, 2003). Deze kunnen op bewust en op onbewust niveau opereren. Het terrein binnen de klinische psychologie waarin we op zoek zijn naar determinanten van psychische stoornissen wordt daarmee uitgebreid. Een deel van de verklaring van psychopathologische verschijnselen moet gezocht worden in voor de persoon zelf niet direct toegankelijke cognitieve mechanismen (Roefs et al., 2011). Wie aan een psychische stoornis lijdt is daardoor wellicht voor een gedeelte onbewust onbekwaam. In dit concept van de automatische, impliciete cognities horen we een echo van het onbewuste uit het psychoanalytische verklaringsmodel. Sommigen beweren dat het Freudiaanse begrip van het onbewuste iets heel anders is dan de moderne impliciete cognities (zie voor een overzicht, Greenwald, 1992). Het zou bij het Freudiaanse onbewuste gaan om sterk emotiebeladen strevingen, en niet om neutrale informatieverwerking.

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid presentatie ESPRi Symposium 26-11-2015 Michiel Boog, klinisch psycholoog, psychotherapeut Titel:

Nadere informatie

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Experimentele psychopathologie Op zoek naar de psychologische processen die een rol spelen bij het ontstaan, in stand houden en terugval van psychopathologie

Nadere informatie

Cognitive Bias Modification (CBM): "Computerspelletjes" tegen Angst, Depressie en Verslaving

Cognitive Bias Modification (CBM): Computerspelletjes tegen Angst, Depressie en Verslaving Cognitive Bias Modification (CBM): "Computerspelletjes" tegen Angst, Depressie en Verslaving Mike Rinck Radboud Universiteit Nijmegen Cognitieve Vertekeningen bij Stoornissen "Cognitive Biases" Patiënten

Nadere informatie

Alcoholgebruik, misbruik & afhankelijkheid

Alcoholgebruik, misbruik & afhankelijkheid ALCOHOLGEBRUIK: BEWUST OVERWOGEN OF ONBEWUST OVERKOMEN? Impliciete en expliciete processen bij alcoholgebruik en implicaties voor interventies Katrijn Houben k.houben@maastrichtuniversity.nl Alcoholgebruik,

Nadere informatie

100% ONLINE CGT GOOI HET KIND NIET MET HET BADWATER WEG! DR. JEROEN RUWAARD

100% ONLINE CGT GOOI HET KIND NIET MET HET BADWATER WEG! DR. JEROEN RUWAARD 100% ONLINE CGT GOOI HET KIND NIET MET HET BADWATER WEG! DR. JEROEN RUWAARD ONLINE COGNITIEVE GEDRAGSTHERAPIE 2 100% Online CGT E-BOOMING? 3 100% Online CGT MIND THE GAP! 4 100% Online CGT EFFECTEN ONLINE

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Seksuele opwinding: Een psychofysiologisch perspectief STEPHANIE BOTH

Seksuele opwinding: Een psychofysiologisch perspectief STEPHANIE BOTH Seksuele opwinding: Een psychofysiologisch perspectief STEPHANIE BOTH Polikliniek Psychosomatische Gynaecologie en Seksuologie,, LUMC Inhoud Seks in het lab en context Seksuele respons treedt automatisch

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie

Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 3 Cognitieve gedragstherapie Een effectieve psychotherapie In deze brochure kunt u lezen

Nadere informatie

Perseverative cognition: The impact of worry on health. Nederlandse samenvatting

Perseverative cognition: The impact of worry on health. Nederlandse samenvatting Perseverative cognition: The impact of worry on health Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Perseveratieve cognitie: de invloed van piekeren op gezondheid Iedereen maakt zich wel eens zorgen.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

Seksualiteit, seksuologie en hiv. Tom Platteau Seksuoloog ITG/Helpcenter

Seksualiteit, seksuologie en hiv. Tom Platteau Seksuoloog ITG/Helpcenter Seksualiteit, seksuologie en hiv Tom Platteau Seksuoloog ITG/Helpcenter tplatteau@itg.be Overzicht van de presentatie Wat is seksualiteit? Hoe verloopt seksualiteit en waar kan het misgaan? Seksualiteit

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting 141 INTRODUCTIE Dit huidige proefschrift beschrijft verschillende aspecten die te maken hebben met seksualiteit en seksueel functioneren van adolescenten. Voorgaand

Nadere informatie

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Het Effect van Online Cognitieve Gedragstherapie op Seksuele Disfuncties bij Vrouwen The Effectiveness of Internet-based Cognitive-Behavioural

Nadere informatie

IMPLICIETE TRAININGEN: Een nieuwe manier van interventies

IMPLICIETE TRAININGEN: Een nieuwe manier van interventies IMPLICIETE TRAININGEN: Een nieuwe manier van interventies Wie zijn wij? Kenny Wolfs Promovendus Open Universiteit Onderzoek: Impliciete cognities over veilig vrijen bij mannen/msm Subsidieverstrekker:

Nadere informatie

Meer informatie MRS 0610-2

Meer informatie MRS 0610-2 Meer informatie Bij de VGCt zijn meer brochures verkrijgbaar, voor volwassenen bijvoorbeeld over depressie en angststoornissen. Speciaal voor kinderen zijn er brochures over veel piekeren, verlatingsangst,

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Gedragsmatige activatie en antidepressiva voor (ernstige) depressie: een behandelstudie uit Iran

Gedragsmatige activatie en antidepressiva voor (ernstige) depressie: een behandelstudie uit Iran Gedragsmatige activatie en antidepressiva voor (ernstige) depressie: een behandelstudie uit Iran Marcus Huibers, Latif Moradveisi, Fritz Renner, Modabber Arasteh & Arnoud Arntz Department of Clinical Psychological

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling

Nadere informatie

Homoseksueel ouder worden Charles Picavet

Homoseksueel ouder worden Charles Picavet Homoseksueel ouder worden Charles Picavet Homoseksualiteit is in de Nederlandse samenleving steeds minder een probleem. Sinds de jaren 70 is er veel gewonnen op het terrein van gelijkberechtiging. Veel

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie

Nadere informatie

Omgaan met (onbegrepen) lichamelijke klachten. Prof. dr. Sako Visser Universiteit van Amsterdam Pro Persona GGZ Dr. Michel Reinders GGZinGeest

Omgaan met (onbegrepen) lichamelijke klachten. Prof. dr. Sako Visser Universiteit van Amsterdam Pro Persona GGZ Dr. Michel Reinders GGZinGeest Omgaan met (onbegrepen) lichamelijke klachten Prof. dr. Sako Visser Universiteit van Amsterdam Pro Persona GGZ Dr. Michel Reinders GGZinGeest Van DSM IV naar DSM 5 DSM IV - somatisatie stoornis, - somatoforme

Nadere informatie

Zorgprogramma Angststoornissen

Zorgprogramma Angststoornissen Zorgprogramma Angststoornissen Doelgroep Het Zorgprogramma Angststoornissen is bedoeld voor volwassenen die een angststoornis hebben. Mensen met een angststoornis hebben last van angsten zonder dat daar

Nadere informatie

De Rol van Impliciete Associaties in het Seksueel Functioneren. van Vrouwen met en Zonder Seksuele Problemen

De Rol van Impliciete Associaties in het Seksueel Functioneren. van Vrouwen met en Zonder Seksuele Problemen De Rol van Impliciete Associaties in het Seksueel Functioneren van Vrouwen met en Zonder Seksuele Problemen The Role of Implicit Associations in Sexual Functioning in Women with and Without Sexual Problems

Nadere informatie

GT diagnostiek Analyse van klassiek geconditioneerd gedrag Analyse van operant geconditioneerd gedrag DSM-IV Evidence based behandelingen

GT diagnostiek Analyse van klassiek geconditioneerd gedrag Analyse van operant geconditioneerd gedrag DSM-IV Evidence based behandelingen Samenvatting *('5$*67+(5$3,(LQ92*(/9/8&+7 Wegbereiders Gedragstherapie Pavlov Watson Skinner Belangrijke Gedragstherapeuten Wolpe Emmelkamp Beck GT diagnostiek Analyse van klassiek geconditioneerd gedrag

Nadere informatie

EVIDENCE BASED WERKEN MET E-HEALTH: BIJ ELKE CLIËNT? PROF. DR. ANNEMIEKE VAN STRATEN

EVIDENCE BASED WERKEN MET E-HEALTH: BIJ ELKE CLIËNT? PROF. DR. ANNEMIEKE VAN STRATEN EVIDENCE BASED WERKEN MET E-HEALTH: BIJ ELKE CLIËNT? PROF. DR. ANNEMIEKE VAN STRATEN 2 Hoogleraar Klinische Psychologie VU POH- GGZ in huisartsenpraktijk 3 E-health Wat bedoel ik daarmee? 4 Uitgangspunt:

Nadere informatie

Nederlandse verkorte weergave: Verborgen littekens in recidiverende depressies?

Nederlandse verkorte weergave: Verborgen littekens in recidiverende depressies? Oorspronkelijk artikel: Elgersma, H. J., Glashouwer, K.A., Bockting, C.L.H., Penninx, B.W.J.H.Penninx, de Jong, P.J. (2013). Hidden scars in depression? Implicit and explicit self-associations following

Nadere informatie

Executieve functies en emotieregulatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven

Executieve functies en emotieregulatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven Executieve functies en emotieregulatie Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven Inhoud 1. Executieve functies en emotieregulatie 2. Rol van opvoeding

Nadere informatie

Wat is depressie? Oorzaak, omvang, gevolg

Wat is depressie? Oorzaak, omvang, gevolg Wat is depressie? Oorzaak, omvang, gevolg Prof. Dr. Brenda Penninx Vakgroep psychiatrie / GGZ ingeest Neuroscience Campus Amsterdam Mental Health EMGO+ Institute for Health and Care Research b.penninx@vumc.nl

Nadere informatie

hoofdstuk 2 een vergelijkbaar sekseverschil laat zien voor buitenrelationeel seksueel gedrag: het hebben van seksuele contacten buiten de vaste

hoofdstuk 2 een vergelijkbaar sekseverschil laat zien voor buitenrelationeel seksueel gedrag: het hebben van seksuele contacten buiten de vaste Samenvatting Mensen zijn in het algemeen geneigd om consensus voor hun eigen gedrag waar te nemen. Met andere woorden, mensen denken dat hun eigen gedrag relatief vaak voorkomt. Dit verschijnsel staat

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

APPLICATIES IN THERAPIE.

APPLICATIES IN THERAPIE. THERAPEUT 2.0: DE MOGELIJKHEDEN VAN ONLINE APPLICATIES IN THERAPIE. studiedag innovatieve strategieën in de behandeling van depressie 1 Dr. Tom Van Daele OVERZICHT cliënt 2.0 therapeut 2.0 achtergrondinformatie

Nadere informatie

Effectiviteit van baclofen bij alcoholverslaving

Effectiviteit van baclofen bij alcoholverslaving Effectiviteit van baclofen bij alcoholverslaving MSc Esther Beraha Dr. Elske Salemink Dr. Anneke Goudriaan Dr. Bram Bakker Prof. Dr. Wim van den Brink Prof. Dr. Reinout Wiers Academisch Medisch Centrum

Nadere informatie

Theorie en filosofie. 2.1 Theorie

Theorie en filosofie. 2.1 Theorie Theorie en filosofie 2 De belangrijkste uitgangspunten van de RET, het verband tussen gevoel, gedachte en gedrag; de centrale plaats van het denken, de filosofische grondslag, en de empirische onderbouwing.

Nadere informatie

Voorwoord 11 1 Wat is een seksueel probleem en welke verschillende seksuele problemen zijn er? 13

Voorwoord 11 1 Wat is een seksueel probleem en welke verschillende seksuele problemen zijn er? 13 Omgaan met een sexprobleem.qxd 20-03-07 11:54 Pagina 5 Inhoud Voorwoord 11 1 Wat is een seksueel probleem en welke verschillende seksuele problemen zijn er? 13 Waar hebben seksuele problemen mee te maken?

Nadere informatie

6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015

6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015 6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015 Het is al weer lang geleden dat jullie iets van ons hebben gehoord en dat komt omdat er veel is gebeurd. We hebben namelijk heel veel analyses kunnen doen op

Nadere informatie

Problemen met het seksueel functioneren

Problemen met het seksueel functioneren Factsheet 2007-4 Problemen met het seksueel functioneren Seksuele gezondheid in Nederland De Rutgers Nisso Groep heeft in 2006 een grootschalige bevolkingsstudie uitgevoerd naar seksuele gezondheid in

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

Samenvatting. Deze samenvatting is deels gebaseerd op:

Samenvatting. Deze samenvatting is deels gebaseerd op: S Samenvatting Deze samenvatting is deels gebaseerd op: Glashouwer, K. A., & de Jong, P. J. (2009). Het onbewuste in de psychopathologie. Tijdschrift voor Neuropsychiatrie en Gedragsneurologie, 8, 37-40.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Nederlandse samenvatting (Dutch summary) 125 Angststoornissen zijn veel voorkomende psychiatrische aandoeningen (ongeveer 1 op de 5 Nederlanders heeft, op enig moment in het leven een angststoornis). Onder

Nadere informatie

Mindfulness - de 8-weekse training in vogelvlucht

Mindfulness - de 8-weekse training in vogelvlucht Mindfulness - de 8-weekse training in vogelvlucht Flip Kolthoff, psychiater Radboud Universitair Centrum voor Mindfulness, GGZ Noord-Holland-Noord Flip Kolthoff, VUmc, 20-01-2012 1 Inleiding Flip Kolthoff,

Nadere informatie

Ten geleide 1. 2 Algemene aspecten van cognitieve therapie 31

Ten geleide 1. 2 Algemene aspecten van cognitieve therapie 31 Inhoud Ten geleide 1 1 Cognitieve verwerking en psychopathologie: theorie en onderzoek 3 Filip Raes, Merel Kindt, Arnoud Arntz 1.1 Inleiding 3 1.2 Cognitieve psychologie 4 1.3 Cognitieve theorie van psychopathologie:

Nadere informatie

EMDR EYE MOVEMENT DESENSITIZATION AND REPROCESSING REINA MARCHAND, ORTHOPEDAGOOG-GENERALIST DE TWENTSE ZORGCENTRA

EMDR EYE MOVEMENT DESENSITIZATION AND REPROCESSING REINA MARCHAND, ORTHOPEDAGOOG-GENERALIST DE TWENTSE ZORGCENTRA EMDR EYE MOVEMENT DESENSITIZATION AND REPROCESSING REINA MARCHAND, ORTHOPEDAGOOG-GENERALIST DE TWENTSE ZORGCENTRA 2 EMDR WAT IS EMDR? EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing, en is

Nadere informatie

Impliciete en Expliciete Associaties met Seksuele Stimuli: de Samenhang van Automatische

Impliciete en Expliciete Associaties met Seksuele Stimuli: de Samenhang van Automatische IMPLICIETE EN EXPLICIETE ASSOCIATIES MET SEKSUEEL FUNCTIONEREN - 1 - Impliciete en Expliciete Associaties met Seksuele Stimuli: de Samenhang van Automatische Gedachten en Seksueel Functioneren onder Mannen

Nadere informatie

NVAB-richtlijn blijkt effectief

NVAB-richtlijn blijkt effectief NVAB-richtlijn blijkt effectief Nieuwenhuijsen onderzocht de kwaliteit van de sociaal-medische begeleiding door bedrijfsartsen van werknemers die verzuimen vanwege overspannenheid, burn-out, depressies

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Psychologische behandeling van bipolaire patiënten. Dinsdag 17 januari 2017 Dr. Manja Koenders PsyQ Rotterdam/Universiteit Leiden

Psychologische behandeling van bipolaire patiënten. Dinsdag 17 januari 2017 Dr. Manja Koenders PsyQ Rotterdam/Universiteit Leiden Psychologische behandeling van bipolaire patiënten Dinsdag 17 januari 2017 Dr. Manja Koenders PsyQ Rotterdam/Universiteit Leiden Omgaan met stessoren (1) Stressgevoeligheid Stress Generation theory The

Nadere informatie

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

Inhoud. Nieuw in de NHG Standaard Angst. Vraag 2. Vraag 1. Vraag 3. Nieuw in de NHG standaard in beleid. Nieuw?! Diagnose en beleid RCT Implementatie

Inhoud. Nieuw in de NHG Standaard Angst. Vraag 2. Vraag 1. Vraag 3. Nieuw in de NHG standaard in beleid. Nieuw?! Diagnose en beleid RCT Implementatie Inhoud Nieuw in de NHG Standaard Angst Christine van Boeijen PAO H 2012 Nieuw?! Diagnose en beleid RCT Implementatie En verder Wat hebt u geleerd? Vraag 1 Waarmee presenteert een patient met een angststoornis

Nadere informatie

Angst & Verslaving. Angst en verslaving 10 oktober 2014 Bouwe Pieterse, psychiater

Angst & Verslaving. Angst en verslaving 10 oktober 2014 Bouwe Pieterse, psychiater Angst & Verslaving Angst en verslaving 10 oktober 2014 Bouwe Pieterse, psychiater Inhoudsopgave Achtergrond Etiologie Epidemiologie Diagnostiek Behandeling Kushner ea Multidisciplinaire Richtlijn alcohol

Nadere informatie

NeDerLANDse samenvatting

NeDerLANDse samenvatting CHAPTER 10 259 NEDERLANDSE SAMENVATTING Benzodiazepines zijn psychotrope middelen met anxiolytische, sederende, spierverslappende en hypnotische effecten. In de praktijk worden zij voornamelijk ingezet

Nadere informatie

Au-tomutilatie. Een groot probleem, een grote uitdaging. Carmen van Bussel Orthopedagoog/GZ-psycholoog

Au-tomutilatie. Een groot probleem, een grote uitdaging. Carmen van Bussel Orthopedagoog/GZ-psycholoog Au-tomutilatie Een groot probleem, een grote uitdaging Carmen van Bussel Orthopedagoog/GZ-psycholoog Inhoud Waarom verwonden cliënten zichzelf? Handelingsverlegenheid en machteloosheid bij begeleiders

Nadere informatie

Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld

Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld, M. Heijmans, NIVEL, augustus 2013) worden gebruikt.

Nadere informatie

Opleiding Psychologie Masterroute KP

Opleiding Psychologie Masterroute KP Opleiding Psychologie Masterroute KP Master Your Talent 19 november 2012 Ineke Wessel Contact Twee coördinatoren Wiljo van Hout Ineke Wessel Eén e-mailadres: Mastercoordinator-K@rug.nl Wetenschappelijke

Nadere informatie

Sociolinguïstiek en sociale psychologie:

Sociolinguïstiek en sociale psychologie: Sociolinguïstiek en sociale psychologie: Nieuwe methodes voor attitudemeting Laura Rosseel, Dirk Geeraerts, Dirk Speelman OG Kwantitatieve Lexicologie en Variatielinguïstiek Inleiding sinds de jaren 1960

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Psychotherapie voor Depressie werkt! Maar hoe?

Psychotherapie voor Depressie werkt! Maar hoe? Psychotherapie voor Depressie werkt! Maar hoe? Effecten en Werkingsmechanismes van Cognitieve Therapie en Interpersoonlijke Therapie voor Depressie Dr. Lotte Lemmens Maastricht University Psychotherapie

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Positieve Psychologie Interventies

Positieve Psychologie Interventies Positieve Psychologie Interventies PPI bij patiënten met bipolaire stoornis in de euthyme fase Melissa Chrispijn AIOS psychiatrie KenBiS Klinisch Wetenschappelijke Vergadering 16 december 2016 Inhoud Achtergrond

Nadere informatie

Mindfulness binnen de (psycho) oncologie. Else Bisseling, 16 mei 2014

Mindfulness binnen de (psycho) oncologie. Else Bisseling, 16 mei 2014 Mindfulness binnen de (psycho) oncologie Else Bisseling, 16 mei 2014 (Online) Mindfulness-Based Cognitieve Therapie voor kankerpatiënten. (Cost)effectiveness of Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT)

Nadere informatie

Hiv en stigmatisering in Nederland

Hiv en stigmatisering in Nederland Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Political & Social Samenvatting Hiv en stigmatisering in Nederland

Nadere informatie

Diagnostische instabiliteit van terugval bij angststoornissen en depressie

Diagnostische instabiliteit van terugval bij angststoornissen en depressie Diagnostische instabiliteit van terugval bij angststoornissen en depressie Willemijn Scholten NEDKAD 2015 Stelling In de DSM 6 zullen angst en depressie één stoornis zijn Achtergrond Waxing and waning

Nadere informatie

Believing is Seeing: Training van positieve sociale interpretaties in adolescenten

Believing is Seeing: Training van positieve sociale interpretaties in adolescenten VGCT najaarscongres 2011 Believing is Seeing: Training van positieve sociale interpretaties in adolescenten Elske Salemink, Universiteit van Amsterdam In samenwerking met Reinout Wiers (Universiteit van

Nadere informatie

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk De invloed van indicatiestelling door overleg (the Negotiated Approach) op patiëntbehandelingcompatibiliteit en uitkomst bij de behandeling van depressieve stoornissen 185 In deze thesis staat de vraag

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3 SEKSUEEL GEDRAG, SEKSUELE BELEVING EN SEKSUELE PROBLEMEN VAN HOMO- EN BISEKSUELE MANNEN EN LESBISCHE EN BISEKSUELE VROUWEN

HOOFDSTUK 3 SEKSUEEL GEDRAG, SEKSUELE BELEVING EN SEKSUELE PROBLEMEN VAN HOMO- EN BISEKSUELE MANNEN EN LESBISCHE EN BISEKSUELE VROUWEN HOOFDSTUK 3 SEKSUEEL GEDRAG, SEKSUELE BELEVING EN SEKSUELE PROBLEMEN VAN HOMO- EN BISEKSUELE MANNEN EN LESBISCHE EN BISEKSUELE VROUWEN 3.1 Inleiding Hanneke de Graaf en Charles Picavet Seksueel gedrag

Nadere informatie

Afhankelijkheid binnen het therapeutische contact: Ongewenst of cruciaal ingrediënt van een succesvolle behandeling?

Afhankelijkheid binnen het therapeutische contact: Ongewenst of cruciaal ingrediënt van een succesvolle behandeling? Afhankelijkheid binnen het therapeutische contact: Ongewenst of cruciaal ingrediënt van een succesvolle behandeling? Naline Geurtzen PhD-student Radboud Universiteit Behavioural Science Institute Nijmegen

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING Hoofdstuk 1 is de algemene introductie over de inhoud van dit proefschrift. Depressie en angststoornissen zijn de meest voorkomende psychische stoornissen en brengen een grote

Nadere informatie

STABLE LOVE, STABLE LIFE?

STABLE LOVE, STABLE LIFE? STABLE LOVE, STABLE LIFE? De rol van sociale steun en acceptatie in de relatie van paren die leven met de ziekte van Ménière Oktober 2011 Auteur: Drs. Marise Kaper Master Sociale Psychologie, Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

Seksuele disfuncties. Prevalentiecijfers bij holebi s en MTO. Drs. Lies Hendrickx Prof. dr. Paul Enzlin

Seksuele disfuncties. Prevalentiecijfers bij holebi s en MTO. Drs. Lies Hendrickx Prof. dr. Paul Enzlin Seksuele disfuncties Prevalentiecijfers bij holebi s en MTO Drs. Lies Hendrickx Prof. dr. Paul Enzlin Inhoud 1. Definities 2. Resultaten 3. Besluit Holebi 1. Steekproef 2. Prevalentie 3. Leeftijd 4. Duur

Nadere informatie

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol Angststoornissen Verzekeringsgeneeskundig protocol Epidemiologie I De jaarprevalentie voor psychische stoornissen onder de beroepsbevolking in Nederland wordt geschat op: 1. 5-10% 2. 10-15% 15% 3. 15-20%

Nadere informatie

STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1. Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer

STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1. Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1 Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer Stigmatization of Patients with Lung Cancer: The Role of

Nadere informatie

Question 6 Multiple Choice

Question 6 Multiple Choice Question 1 Multiple Choice Het onderzoek van Strack e.a. (1988) waarin mensen op verschillende manieren een pen vasthielden terwijl ze cartoons beoordeelden toont aan dat: Question 2 Multiple Choice mensen

Nadere informatie

Mindfulness, de stand van zaken & Hoe verder?

Mindfulness, de stand van zaken & Hoe verder? Mindfulness, de stand van zaken & Hoe verder? Mindfulness = Aandachttraining en emotieregulatie-training MBSR & MBCT cursus Meditaties: adem, bodyscan, geluiden, keuzeloze aandacht, 3 min ademruimte, bewegen,

Nadere informatie

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar Overzicht bachelorcursussen Dit overzicht geeft een groot aantal bachelorcursussen weer die aandacht besteden cultuur en/of gender op het gebied van gezondheidszorg. Het overzicht betreft cursussen uit

Nadere informatie

Verslaving en comorbiditeit

Verslaving en comorbiditeit Verslaving en comorbiditeit Wat is de evidentie? Dr. E. Vedel, Jellinek, Arkin 18 november 2014 Comobiditeitis hot 1 Jellinek onderzoek comorbiditeit Verslaving & persoonlijkheid, 1997 Verslaving & ADHD,

Nadere informatie

Consortium UGent en KULeuven in opdracht van het IWT

Consortium UGent en KULeuven in opdracht van het IWT ASEKSUALITEIT: EEN ONBEKEND THEMA IN ONDERZOEK EN KLINIEK Consortium UGent en KULeuven in opdracht van het IWT Inhoud 1. Definitie: Wat is aseksualiteit 2. Prevalentie 3. Profiel van aseksuelen 4. Factoren

Nadere informatie

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst Nederlandse samenvatting Patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) hebben last van recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst veroorzaken. Om deze angst

Nadere informatie

Angst en de ziekte van Parkinson. te veel of te weinig controle. Annelien Duits Harriët Smeding. www.smedingneuropsychologie.nl

Angst en de ziekte van Parkinson. te veel of te weinig controle. Annelien Duits Harriët Smeding. www.smedingneuropsychologie.nl Angst en de ziekte van Parkinson te veel of te weinig controle Annelien Duits Harriët Smeding www.smedingneuropsychologie.nl Wat moet deze workshop brengen, zodat je zegt: dat was de moeite waard? Smeding

Nadere informatie

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch werker Volwassenen en ouderen mensenkennis Van onze klinisch psycholoog heb ik een groep cliënten overgenomen, bij wie ik de instrumenten uit de opleiding

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

RZO-advies nr. 10. Onderzoeksvoorstel Plasticiteit van aversieve herinneringen, ingediend door prof. dr. I. M. Engelhard, Universiteit Utrecht

RZO-advies nr. 10. Onderzoeksvoorstel Plasticiteit van aversieve herinneringen, ingediend door prof. dr. I. M. Engelhard, Universiteit Utrecht RZO-advies nr. 10. Onderzoeksvoorstel Plasticiteit van aversieve herinneringen, ingediend door prof. dr. I. M. Engelhard, Universiteit Utrecht Relevante feiten Met een sterke mondeling toelichting presenteert

Nadere informatie

Samenvatting (summary in Dutch)

Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Samenvatting SAMENVATTING 189 Depressie is een veelvoorkomende psychische stoornis die een hoge ziektelast veroorzaakt voor zowel de samenleving als het individu. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)

Nadere informatie

De Obsessief-Compulsieve stoornis: behandeling in de praktijk. 2013 Universitair Ziekenhuis Gent

De Obsessief-Compulsieve stoornis: behandeling in de praktijk. 2013 Universitair Ziekenhuis Gent De Obsessief-Compulsieve stoornis: behandeling in de praktijk Dr. Leyman Lemke Deswarte Annelies 2013 Universitair Ziekenhuis Gent Inhoud workshop Kapstok: Het neurotische lussenmodel (NLM) (R. Schacht

Nadere informatie

EMOTIONELE INTELLIGENTIE

EMOTIONELE INTELLIGENTIE EMOTIONELE INTELLIGENTIE drs. S. van den Eshof 1 SITUATIE Wat zijn emoties en welke invloed hebben ze op ons leven? Sommige mensen worden bestempeld als over-emotioneel, terwijl anderen van zichzelf vinden

Nadere informatie

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Film: fragmenten Iedereen depressief (VPRO) - Depressie groot

Nadere informatie

DE STAND VAN DE WETENSCHAP: BEWEZEN EFFECTIEF

DE STAND VAN DE WETENSCHAP: BEWEZEN EFFECTIEF 'KLEUR JE LEVEN' DE STAND VAN DE WETENSCHAP: BEWEZEN EFFECTIEF Contactgegevens Mentalshare Telefoon: +31 (0)302971198 E-mail: kleurjeleven@mentalshare.nl Website: www.mentalshare.nl In samenwerking met:

Nadere informatie

PK Broeders Alexianen Tienen

PK Broeders Alexianen Tienen PROGRAMMA 09u30 Ontvangst Koffie 10u00 Verwelkoming en inleiding Ivo Vanschooland Dr. H. Peuskens Getuigenis Pauze Getuigenis Herman Hacour 12u00 Aperitief en lunch 14u00 Werkgroepen begeleid door: Hacour

Nadere informatie

Seksualiteit, seksuologie en hiv. Tom Platteau Seksuoloog ITG

Seksualiteit, seksuologie en hiv. Tom Platteau Seksuoloog ITG Seksualiteit, seksuologie en hiv Tom Platteau Seksuoloog ITG tplatteau@itg.be Belang van praten over seks Seksuele counseling (basis) voor elke hulpverlener: Wat is seksualiteit? Hoe verloopt seksualiteit?

Nadere informatie

Jenny Houtepen, Jelle Sijtsema & Stefan Bogaerts. Universiteit van Tilburg, B-CCENTRE

Jenny Houtepen, Jelle Sijtsema & Stefan Bogaerts. Universiteit van Tilburg, B-CCENTRE Jenny Houtepen, Jelle Sijtsema & Stefan Bogaerts Universiteit van Tilburg, B-CCENTRE DSM-IV-TR: Gedurende een periode van ten minste zes maanden recidiverende intense seksueel opwindende fantasieën, seksuele

Nadere informatie

Is de therapeutische relatie in CGT voor CVS van belang voor het behandelresultaat?

Is de therapeutische relatie in CGT voor CVS van belang voor het behandelresultaat? Is de therapeutische relatie in CGT voor CVS van belang voor het behandelresultaat? Hans Knoop Marianne Heins Gijs Bleijenberg CGT leidt tot een afname van klachten % patienten dat geen of duidelijk minder

Nadere informatie

Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling?

Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling? Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling? Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling?

Nadere informatie

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan drs. Ellen Wingbermühle GZ psycholoog / neuropsycholoog GGZ Noord- en Midden-Limburg Contactdag 29 september 2007 Stichting Noonan Syndroom 1 Inhoud Introductie

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie