Risicotaxatie-instrument Geweldplegers (RTI-Geweld)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Risicotaxatie-instrument Geweldplegers (RTI-Geweld)"

Transcriptie

1 Bureau voor Toegepast Veiligheidsonderzoek Risicotaxatieinstrument Geweldplegers (RTIGeweld) Verantwoordingsdocument Ben Rovers Mireille Jans B T V O

2

3 Risicotaxatieinstrument Geweldplegers (RTIGeweld) Verantwoordingsdocument Ben Rovers & Mireille Jans 1

4 Colofon Opdrachtgever Landelijk programma Aanpak geweld van de Nederlandse politie Contactpersoon: Remco van der Hoorn, projectleider Intelligence Uitvoering Bureau voor Toegepast Veiligheidsonderzoek BTVO Postbus CB 'shertogenbosch Auteurs Ben Rovers, Mireille Jans Verschijningsdatum Januari 2014 Uitgave 'shertogenbosch: BTVO (alleen digitaal) 2

5 Inhoud 1. Inleiding Uitgangspunten Doel van het instrument Doelgroep van het instrument Doelgroep in het instrument Disclaimer Methode Risicotaxatie op basis van risicofactorenmodel (RFM) Vinden van risicofactoren Keuze van bron(nen) Resultaten uit het literatuuronderzoek Enkele algemene bevindingen Belangrijkste risicofactoren voor geweld in het algemeen Afwijkende risicofactoren voor specifieke vormen van geweld Afwijkende risicofactoren voor specifieke groepen geweldplegers Beschouwing van resultaten, implicaties voor risicofactorenmodel Voorlopige risicofactoren op basis van BVI Nadere toetsing RFM op basis van dataset van geweldplegers Beschrijving van data Meting van geweldpleging en risicofactoren Bivariate samenhang tussen risicofactoren en geweldpleging Vaststelling risicofactorenmodel Toetsing van model in populatie Toetsing van model in subgroepen Risicotaxatie van jongeren Gebruikersmenu RTIGeweld Conclusie Geraadpleegde literatuur Bijlage 1 Geweldsgedragingen op basis van maatschappelijke klassen in BVH Bijlage 2 Risicofactoren voor geweld in onderzoeksliteratuur Bijlage 3 Toelichting op operationalisering/meting van risicofactoren

6 4

7 1. Inleiding Het Landelijk programma Aanpak geweld (LpAg) van de politie heeft behoefte aan een flexibel instrument om personen met een hoog risico op toekomstige geweldpleging te kunnen screenen en selecteren (voor uiteenlopende toepassingen in de politiepraktijk). Op dit moment worden verschillende methodieken gebruikt voor screening en selectie (zogenaamde topx lijsten), zoals het risicotaxatieinstrument voor de aanpak van high impact crimes (RTIHIC), de lijst van geweldplegers op basis van de geweldscan en de veelplegerlijst. Mogelijk wordt lokaal ook nog gebruik gemaakt van andere instrumenten. In dit document wordt de totstandkoming van het Risicotaxatieinstrument Geweld (hierna: RTI Geweld) toegelicht en verantwoord. Leeswijzer: In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het RTIGeweld. In hoofdstuk 3 beschrijven we de methode die we gevolgd hebben om de risicotaxatie tot stand te brengen. In hoofdstuk 4 wordt verslag gedaan van het literatuuronderzoek naar risicofactoren voor geweld. Op basis hiervan worden in hoofdstuk 5 de voorlopige risicofactoren gepresenteerd. Deze worden in hoofdstuk 6 aan een nadere toetsing onderworpen door middel van analyse op een dataset van Nederlandse geweldplegers. In dit hoofdstuk wordt ook het definitieve risicofactorenmodel gepresenteerd. In hoofdstuk 7 worden de mogelijke menuopties voor het gebruikersmenu van het RTIGeweld gepresenteerd. Ten slotte worden in hoofdstuk 8 conclusies getrokken en een advies geformuleerd m.b.t. de ontwikkeling van een risicotaxatieinstrument Geweld. 5

8 6

9 2. Uitgangspunten Bij het ontwikkelen van het RTIGeweld zijn de algemene ontwerpcriteria van het RTIHIC (Rovers e.a. 2012) overgenomen: 1. Voorspelkracht: inschatting van toekomstig risico is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten omtrent risicofactoren 2. Gebruiksgemak: methode en procedure zijn zo eenvoudig mogelijk, kosten zo weinig mogelijk menskracht en gegevens kunnen gemakkelijk geactualiseerd worden 3. Brede toepasbaarheid: de bronnen/methoden voor risicotaxatie zijn breed toepasbaar in Nederland 4. Draagvlak: organisaties en professionals kunnen zich vinden in de gekozen werkwijze 2.1 Doel van het instrument Het doel van het RTIGeweld is potentiële geweldplegers op te sporen en te rangschikken naar toekomstig geweldsrisico op basis van een valide methode (ten behoeve van uiteenlopende doelen binnen én buiten de politieorganisatie). Onder geweldplegers verstaan we personen die gedragingen vertonen die vallen onder de geselecteerde maatschappelijke klassen zoals benoemd door het Landelijk programma Aanpak Geweld (zie bijlage 1). 2.2 Doelgroep van het instrument Het instrument is primair bedoeld voor de politieorganisatie, maar ook netwerkpartners kunnen van de resultaten gebruik maken, bijvoorbeeld ten behoeve van een persoonsgerichte aanpak van geweldplegers. Het instrument ondersteunt de politie derhalve bij interne & externe advisering om te komen tot een persoonsgerichte aanpak van geweldplegers. 2.3 Doelgroep in het instrument Potentiële geweldplegers. Het gaat vooral om personen die veelvuldig geweldsdelicten plegen. 2.4 Disclaimer Hoewel het risicotaxatieinstrument is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten, is dit geen garantie voor perfecte voorspelkracht. Die bestaat niet. Een deel van de als risicovol aangeduide personen zal niet op korte termijn recidiveren, terwijl een deel van de personen die niet als risicovol zijn aangeduid, binnen afzienbare tijd wél recidiveren. 7

10 8

11 3. Methode 3.1 Risicotaxatie op basis van risicofactorenmodel (RFM) Om te bepalen welke personen een (ver)hoogd risico hebben op geweldpleging wordt gebruik gemaakt van een risicofactorenmodel. Een dergelijk model bestaat uit een reeks van (persoonsgebonden) kenmerken waarvan in onderzoek is aangetoond dat deze een (cor)relatie hebben met geweldpleging. Het kan hierbij gaan om kenmerken van uiteenlopende aard, zoals demografische kenmerken, kenmerken met betrekking tot de sociaaleconomische achtergrond van personen, hun delictverleden, psychologische kenmerken, et cetera. Vastgesteld wordt welke kenmerken zoal verband houden met (veelvuldige) geweldpleging. Deze kenmerken worden geïnventariseerd en beschouwd als risicofactoren. Vervolgens worden personen hierop 'gescoord'. Het werken met een risicofactorenmodel is theorieloos. Hierin wijkt deze werkwijze af van 'causaal denken'. De vraag of de kenmerken het geweld veroorzaken doet niet ter zake. Het feit dat deze kenmerken (blijkens onderzoek) in relatie staan tot geweldpleging is voldoende. Door een aantal van deze kenmerken bij elkaar te brengen in één meting, wordt een geaggregeerde meting van risico verkregen, die een betere voorspelling van risico oplevert dan bij gebruikmaking van één van deze kenmerken (bijv. aantal eerder gepleegde geweldsdelicten). Het werken met een risicofactorenmodel wijkt ook af van impliciete of expliciete risicotaxatie op basis van een 'excelzoekmethode'. Bij een excelzoekmethode wordt vooraf een beperkt aantal criteria (risicofactoren) geformuleerd waaraan het resultaat moet voldoen. Bijvoorbeeld, selecteer personen die: tenminste 3 eerdere geweldsincidenten hebben én die lid zijn van een criminele jeugdgroep én/of die in het laatste halfjaar bij één of meer (gewelds)incidenten betrokken zijn geweest De keuze van de criteria is doorgaans gebaseerd op aannames omtrent goede voorspellers (als deze methode wordt gebruikt ten behoeve van risicotaxatie, dat hoeft immers niet), waarbij de kwaliteit van de aannames kan variëren. Bovendien wordt de keuze van het aantal criteria beperkt door de gewenste omvang van het zoekresultaat. Immers, hoe minder criteria, des te meer personen hieraan zullen voldoen, en omgekeerd. Het werken met een risicofactorenmodel kent ten opzichte van deze methode enkele belangrijke voordelen: het benutten van alle informatie omtrent risico's (in plaats van slechts een deel), dus geen beperkingen in de te hanteren criteria, en de mogelijkheid om personen te ordenen op risico (bij de excelzoekmethode is dit niet mogelijk: het zoekresultaat bestaat uit personen die allemaal voldoen aan dezelfde criteria). Risicotaxatie op basis van een risicofactorenmodel biedt derhalve de beste kansen op een adequate inschatting van geweldsrisico's. Niettemin moeten we hierbij een belangrijk voorbehoud maken. Door personen te scoren op een verzameling van risicofactoren, neemt weliswaar de voorspelkans toe, maar ook bij deze methode blijft voorspelling een kansaangelegenheid. Rovers e.a. (2012) hebben laten zien dat de beste risicotaxaties in de buurt van 80% correcte voorspelling komen. Dat betekent dat in één op de vijf gevallen een incorrecte voorspelling plaatsvindt (vals positief: ten onrechte ingeschat als risico, of vals negatief: ten onrechte NIET ingeschat als risico). Veel taxatieinstrumenten schommelen tussen 65 en 75% voorspelkans. 50% voorspelkans wordt bereikt door het 9

12 opwerpen van een munt. De toename in voorspelkans door het gebruik van een risicotaxatieinstrument is dus meestal wel significant, maar bereikt nooit het punt waarop fouten zijn uitgesloten. 3.2 Vinden van risicofactoren Risicofactoren vinden we door in nationale en internationale onderzoeksliteratuur op zoek te gaan naar kenmerken die verband houden met geweldpleging. Daartoe hebben we literatuur geraadpleegd omtrent: kenmerken van geweldplegers voorspellers van geweldsrecidive bestaande risicotaxatieinstrumenten voor geweldpleging We zijn in eerste instantie op zoek gegaan naar risicofactoren voor geweld in het algemeen. Daarna hebben we onderzocht of specifieke vormen van geweld andere risicofactoren kennen. Bij de specificatie van deze vormen van geweld hebben we ons laten leiden door de beschikbaarheid van onderzoeksmateriaal, het gaat om: huiselijk en partnergeweld agressie in het verkeer voetbalgeweld (en rondom andere sportevenementen) geweld tegen LHBT's 1 geweld tegen werknemers met een publieke taak* uitgaansgeweld* * Over deze specifieke vormen van geweld is nauwelijks onderzoeksliteratuur te vinden die ingaat op risicofactoren. Deze inzichten gaan meestal schuil in de 'algemene geweldsliteratuur'. Seksueel geweld/zedendelicten hebben we expliciet buiten beschouwing gelaten. Ten slotte zijn we nagegaan of er doelgroepspecifieke risicofactoren zijn, voor geweld in het algemeen maar ook voor de specifieke vormen van geweld die we hiervoor hebben beschreven. Aldus verkrijgen we: risicofactoren voor geweld algemeen eventueel afwijkende risicofactoren voor specifieke vormen van geweld eventueel afwijkende risicofactoren voor specifieke doelgroepen Onder afwijkende risicofactoren verstaan we hier: andere risicofactoren o bijvoorbeeld: leeftijd is bij de ene vorm van geweld wel een risicofactor en bij de andere vorm niet andere waarden op dezelfde risicofactoren o bijvoorbeeld: bij de ene vorm van geweld is jong zijn een risicofactor, bij de andere vorm van geweld is ouder zijn een risicofactor (in beide gevallen is leeftijd dus wel een risicofactor, maar variëren de waarden die samenhangen met het verhoogde risico) Over risicofactoren voor geweld is met name internationaal een zeer uitvoerige literatuur beschikbaar. Waar mogelijk is ervoor gekozen studies te selecteren die hoog scoren op 1 Lesbians, Homoseksuals, Bisexuals and Transgenders. 10

13 informatiedichtheid, zoals metaanalyses, overzichtstudies, en dergelijke. In totaal hebben we 122 studies geraadpleegd, waarvan de overgrote meerderheid de laatste 10 jaar is verschenen. Meer dan de helft van de studies is in de afgelopen vijf jaar verschenen. Hoewel dit altijd een subjectieve beoordeling is, zijn we van mening dat we aan de hand hiervan een meer dan goed beeld hebben verkregen van relevante risicofactoren. Bij het verder zoeken naar relevante literatuur trad 'verzadiging' op: meer van hetzelfde, geen nieuwe inzichten. 3.3 Keuze van bron(nen) Vanuit de lijst met risicofactoren dienen we te komen tot een concrete meting ervan bij personen. Bij het maken van deze vertaalslag gaan, naast argumenten van wetenschappelijke aard, ook praktische argumenten een rol spelen, bijvoorbeeld beschikbaarheid van gegevens en gebruiksgemak. In theorie is het mogelijk om alle relevante risicofactoren die in de literatuur zijn gevonden in kaart te brengen. In praktische zin is dit onmogelijk. Neem als voorbeeld risicofactoren op het vlak van psychologische en psychiatrische kenmerken. Deze zijn vaak wel bekend van personen in forensisch psychiatrische klinieken en dergelijke, maar niet van personen daarbuiten. Bovendien zal het verkrijgen van deze gegevens ten behoeve van risicotaxatie zeer moeilijk kunnen blijken zoniet onmogelijk (bijvoorbeeld op juridische gronden). Kortom, er dient een vertaalslag gemaakt te worden vanuit de theorie naar de praktijk, die enerzijds recht doet aan de kennis die beschikbaar is over risicofactoren van geweld, maar die anderzijds rekening houdt met allerhande beperkingen (maar ook wensen) die in de praktijk van risicotaxatie spelen. Bij het RTIHIC is ervoor gekozen om gebruik te maken van politie en justitiebronnen, omdat deze voor de politie gemakkelijk toegankelijk zijn (praktisch argument) en voldoende 'inhoud' bieden om tot een adequate meting van risicofactoren te komen. Voorgesteld werd destijds om de meting van risicofactoren te baseren op gegevens uit BVH, HKS en COMPAS (OM). 2 In de praktijk worden alleen gegevens uit HKS en COMPAS gebruikt. De ervaringen met de HIClijst voor wat betreft de toepasselijkheid van de geselecteerde personen blijken positief: betrokkenen hebben het idee dat grosso modo de juiste mensen op de lijst staan. Ook is men tevreden over het feit dat de lijst kantenklaar wordt aangeleverd: er hoeft niet (veel) in geïnvesteerd te worden. Daarnaast blijkt de lijst voor veel meer doelen gebruikt te worden dan aanvankelijk gedacht (aanvankelijk bedoeld t.b.v. persoonsgerichte aanpak). Ook worden lokaal aanpassingen aan de lijst gemaakt en wordt de output samengevoegd met output van andere 'informatieproducten'. Al met al zijn betrokkenen positief over de HIClijst. Minder tevreden is men over de actualiteit van de lijst: de gegevens worden eenmaal per jaar beschikbaar gesteld, waarbij met name de HKSgegevens sterk achterlopen op de actualiteit en niet erg volledig zijn. 3 Bij de ontwikkeling van het RTIGeweld doet zich de mogelijkheid voor om in praktische zin een stap vooruit te zetten ten opzichte van het RTIHIC, door het risicotaxatieinstrument in te bouwen in het nieuwe datawarehouse van de politie: BVI. De HIClijst wordt jaarlijks samengesteld door medewerkers van de landelijke eenheid van de politie en het Parket Generaal van het OM en vervolgens verspreid naar de eenheden van de politie en (van daaruit) aan eventueel andere 2 Voor overwegingen die hierbij speelden, zie Rovers e.a. (2012). 3 Deze ervaringen zijn gebaseerd op een kleinschalig intern onderzoek van Bart Hartog (Landelijke eenheid Politie, Overvalcoördinatie) onder gebruikers van de HIClijst (2013). Het aantal respondenten in dit onderzoek is zeer beperkt. De ervaringen zijn derhalve indicatief. 11

14 belangstellenden. Door het RTIgeweld in BVI onder te brengen worden de volgende stappen vooruit gezet: de risicotaxatie kan volautomatisch worden uitgevoerd, er komen geen medewerkers meer aan te pas die de lijsten moeten samenstellen en verspreiden; door het instrument in BVI onder te brengen ontstaat een veel grotere verspreiding en kunnen veel meer functionarissen binnen de politie er gebruik van maken. Dit sluit aan bij de ervaringen die tot nu toe met de HIC zijn opgedaan: dat in de praktijk een veelvoud aan behoeften blijkt te bestaan om risicotaxatie toe te passen (van wijkagent tot korpschef). Het sluit ook aan bij de wens van de opdrachtgever om een instrument te hebben dat door uiteenlopende functionarissen voor uiteenlopende doeleinden kan worden ingezet; het probleem van gebrekkige actualiteit wordt opgelost, doordat risicotaxatie te allen tijde gebaseerd is op real time beschikbare informatie. Ook dit vergroot de toepassingsmogelijkheden van het instrument; door het instrument in BVI in te bouwen kunnen gebruikers geen invloed meer uitoefenen op de wijze waarop aan personen risico's worden toegekend. Dat gebeurt immers 'onder water', en daarop kan geen invloed worden uitgeoefend. Bij de HIClijsten blijken gebruikers soms zelf veranderingen aan te brengen in de risicotaxatie, waardoor niet meer kan worden nagegaan of de geselecteerde personen volgens deugdelijke criteria op een lijst zijn gekomen. Kortom, het RTI inbouwen in BVI biedt veel voordelen ten opzichte van de huidige werkwijze van het RTIHIC. Er is ook een belangrijk nadeel aan verbonden: op dit moment (najaar 2013) is alleen BVH voor meerdere jaren (landelijk vanaf 2010) ontsloten via BVI. BOSZ en een geselecteerd aantal andere bronnen zijn of worden in de toekomst ook ontsloten, maar zijn op dit moment nog niet (voldoende) beschikbaar voor risicotaxatie. Het nadeel is dat BVH als enige bron beschikbaar is. Deze bron kent twee belangrijke beperkingen: 1) belangrijke gegevens voor risicotaxatie (zoals historische delictgegevens en justitieverleden) ontbreken of zijn zeer beperkt beschikbaar; 2) de gegevens zijn soms erg vervuild, zeker in vergelijking met andere bronnen zoals HKS en COMPAS. Als voorbeeld: iemand die als verdachte aan een incident is gekoppeld, hoeft dit in werkelijkheid niet geweest te zijn. Conclusie Ondanks deze beperkingen is besloten de risicotaxatie te baseren op BVI. De voordelen wegen op tegen het nadeel, waarbij bovendien geldt dat het nadeel in de toekomst in belang zal afnemen wanneer meer bronnen via BVI worden ontsloten. Met het oog op onderhavig project is geadviseerd tenminste ook JustitieelDocumentatieSysteem JDS (of als alternatief: een OMbron) via BVI te gaan ontsluiten. Het inbouwen van het risicotaxatieinstrument in BVI is in alle opzichten de meest toekomstbestendige oplossing. Op korte termijn nemen we het mogelijke kwaliteitsverlies in de risicotaxatie, mits aanvaardbaar, op de koop toe. Met nadruk wordt hier gesteld dat het om MOGELIJK kwaliteitsverlies gaat. Dit staat immers niet vast. Het is ook denkbaar dat risicotaxatie op basis van BVH goede of zelfs betere resultaten geeft dan risicotaxatie op basis van andere bronnen, zoals HKS en COMPAS. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is wel dat aan BVH voldoende gegevens omtrent risicofactoren ontleend kunnen worden om tot een valide inschatting van risico's te komen. Zoals hiervoor gemeld is het NIET kunnen meten van alle risicofactoren een praktische vanzelfsprekendheid. Deze geldt voor elke dataoplossing die we bedenken. Het dient wel zo te zijn 12

15 dat de te meten risicofactoren in voldoende mate onderscheidend werken. In hoofdstuk 5 bespreken we onze bevindingen op dit vlak. 13

16 14

17 4. Resultaten uit het literatuuronderzoek We hebben een uitvoerig literatuuronderzoek verricht naar risicofactoren voor geweld. In paragraaf 3.2 is aangegeven hoe we dit hebben aangepakt. Het onderhavige onderzoek is aanvullend op het literatuuronderzoek dat werd verricht ten behoeve van het RTIHIC. Dat onderzoek zullen we verderop in dit hoofdstuk in onze beschouwingen betrekken. De literatuur waarop beide studies zijn gebaseerd, overlapt voor een klein deel. We hebben ervoor gekozen de bevindingen hier alleen samenvattend weer te geven, omdat de hoeveelheid materiaal erg omvangrijk is en tot nodeloos uitgebreide beschrijvingen zou leiden. In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van risicofactoren die we hebben aangetroffen in de literatuur, inclusief bijzonderheden en vindplaatsen (deze bronnen zijn terug te vinden in de bijgevoegde literatuurlijst). Hierna gaan we eerst in op enkele meer algemene bevindingen, die belangrijk zijn met het oog op risicotaxatie (par. 4.1). Aansluitend bespreken we de belangrijkste risicofactoren voor geweld in het algemeen en afwijkende risicofactoren voor specifieke vormen van geweld en voor specifieke groepen geweldplegers (par ). Op basis van deze kennis bespreken we in paragraaf 4.5 de implicaties voor risicotaxatie, in het bijzonder de totstandkoming van het risicofactorenmodel. Hierbij maken we tevens gebruik van de kennis omtrent risicofactoren uit het onderzoek ten behoeve van het RTIHIC. 4.1 Enkele algemene bevindingen Wat is er aan onderzoeksliteratuur voor handen? Heel veel literatuur gaat over voorspellers van geweld in het algemeen. De focus ligt hierbij enigszins op mannen en op jeugdige geweldplegers, wat op zich niet heel verwonderlijk is. Verder zien we een sterke focus op risicofactoren in het 'psychologische domein'. Literatuur over huiselijk geweld betekent in het buitenland vooral literatuur over partnergeweld (een enger fenomeen). Daarnaast wordt kindermishandeling (child abuse) als een apart thema behandeld. In deze literatuur ligt een sterke nadruk op slachtofferschap en de gevolgen hiervan. Deze literatuur hebben we buiten beschouwing gelaten. Over voorspellers van agressie in het verkeer is in Nederland zo goed als niks te vinden. In de Engelstalige literatuur gaat het om fenomenen als 'road rage' en 'agressive driving'. Bij het onderzoek naar geweld rond sportevenementen hebben we geweld door sporters zelf (op het veld) buiten beschouwing gelaten en ons geconcentreerd op geweld rond wedstrijden door 'supporters'. Om risicofactoren voor geweld tegen LHBT's te beschrijven hebben we gebruik gemaakt van een recent verschenen overzicht op dit terrein in Nederland. Over plegers van geweld tegen werknemers met een publieke taak hebben we weinig kunnen vinden. Als er over deze groep al wordt gesproken, gaat het vooral om kenmerken die meer in het algemeen samenhangen met geweldpleging. De literatuur op dit vlak concentreert zich tot nu toe vooral op andere zaken (prevalentie van het fenomeen, risicofactoren voor slachtofferschap, effecten van geweld op slachtoffers en beleidsaangelegenheden). Ook over uitgaansgeweld is zo goed als geen aparte 'daderliteratuur' te vinden waaruit separate risicofactoren gedestilleerd kunnen worden. Twee belangrijke algemene bevindingen De risicofactoren voor geweld en gewelddadige recidive overlappen in belangrijke mate met risicofactoren voor 'algemene' criminaliteit en recidive. Verder blijken risicofactoren voor geweld in het algemeen in belangrijke mate te overlappen met risicofactoren voor afzonderlijke vormen van geweld (voor zover bekend uiteraard). De lijst met 'afwijkende' risicofactoren is dan ook kort. Overigens blijkt 'veelplegerschap' hierbij een belangrijke intermediaire rol te spelen: hoe meer 15

18 delicten een persoon pleegt, des te groter doorgaans de variatie in delicttypen, waardoor de risicofactoren voor uiteenlopende vormen van criminaliteit en geweld op elkaar gaan lijken. In de drie paragrafen hierna geven we een overzicht van de belangrijkste risicofactoren voor geweld en afwijkingen die zich voordoen bij specifieke vormen van geweld en bij specifieke groepen van plegers. 4.2 Belangrijkste risicofactoren voor geweld in het algemeen We hebben de risicofactoren voor geweldpleging geordend naar een aantal domeinen: demografische kenmerken gezinskenmerken sociaaleconomische kenmerken groepslidmaatschap en leefstijlkenmerken ervaringen met slachtofferschap van geweld psychologische en cognitieve kenmerken biologische kenmerken middelengebruik en verslaving hulpverleningscontacten delictverleden overige kenmerken Ten aanzien van geweldpleging in het algemeen blijken de belangrijkste risicofactoren (zie details in bijlage 2): Demografische kenmerken Vaak gevonden: man, jonge leeftijd Meerdere keren gevonden: stedelijke woonomgeving, allochtone afkomst Enkele keer gevonden: opgroeien in slechte buurt Gezinskenmerken Vaak gevonden: (stelselmatig) geweldgebruik binnen het gezin, opgroeien in instabiel gezin, opgroeien in gezin met zwakke onderlinge bindingen, criminele ouders, slechte opvoedingsstrategieën (toezicht, regels, etc.) Meerdere keren gevonden: groot gezin, laag opleidingsniveau ouders, jonge leeftijd ouders, andere criminele gezinsleden, positieve houding van ouders t.o.v. geweld Enkele keer gevonden: verslaving ouders, laag inkomen ouders, getuige zijn van ruzie tussen ouders, gebrek aan steun door andere volwassenen, psychopathologie bij ouders, lage sociaal economische status ouders Kenmerken m.b.t. school/werk/inkomen Vaak gevonden: lage sociaaleconomische status, laag opleidingsniveau, werkloosheid / arbeidsongeschiktheid, laag inkomen 16

19 Meerdere keren gevonden: gebrek aan schoolmotivatie, slechte schoolprestaties, laaggeschoold beroep hebben Enkele keer gevonden: voortijdig school verlaten, pesten of gepest worden / gepest hebben of gepest zijn op school, dakloos zijn, afhankelijk zijn van uitkering, spijbelgedrag, vaak wisselen van school Groepslidmaatschap en leefstijlkenmerken Vaak gevonden: criminele vrienden hebben Meerdere keren gevonden: gewelddadige vrienden hebben, lidmaatschap bende, asociale vrienden hebben Enkele keer gevonden: kijken van gewelddadige films, spelen van gewelddadige computerspelletjes, positieve houding t.o.v. geweld, afwijzing door leeftijdsgenoten Ervaringen met slachtofferschap Vaak gevonden: slachtoffer zijn van kindermishandeling Meerdere keren gevonden: verwaarlozing als kind, recent slachtofferschap geweld Enkele keer gevonden: Psychologische en cognitieve kenmerken Vaak gevonden: Antisocial Personality Disorder (APD, psychopathie), psychische stoornissen in het algemeen, start gedragsproblemen al op jonge leeftijd, sensatiezoekend / risicozoekend gedrag, psychoses hebben, agressieve aard ( trait aggression ) Meerdere keren gevonden: ADHD, depressie, licht verstandelijke beperking (LVB), impulsiviteit, gedragsstoornissen in het algemeen, schizofrenie, negatieve opvattingen (goedpraten geweld, bedenken van agressieve oplossingen etc.), asociaal gedrag, narcisme Enkele keer gevonden: Borderline Personality Disorder (BPD), gebrekkige sociale vaardigheden, concentratiestoornis, gebrek aan goede copingtechnieken, slechte beheersing boosheid, laag zelfvertrouwen, seksuele problemen Biologische kenmerken Vaak gevonden: hoog niveau testosteron, lage hartslag in rust Meerdere keren gevonden: laag niveau serotonine, laag activatieniveau (physiological arousal) Enkele keer gevonden: hersenbeschadiging, sterke autonome reactie op stress, verminderde werking bepaalde hersendelen (frontocorticale delen, limbische delen, prefontale cortex, amygdala), complicaties tijdens geboorte Middelengebruik en verslaving Vaak gevonden: alcoholgebruik en alcoholmisbruik, harddrugsgebruik, softdrugsgebruik, misbruik verdovende middelen in het algemeen (substance abuse) Meerdere keren gevonden: combinatie gebruik alcohol en drugs, verslaving in het algemeen 17

20 Enkele keer gevonden: betrokken bij verkoop van drugs Hulpverleningscontacten Vaak gevonden: gebrek aan therapietrouw / niet meewerken aan interventies Meerdere keren gevonden: Enkele keer gevonden: onttrekken aan toezicht / interventie, asociaal gedrag gedurende therapie / interventie Delictverleden Vaak gevonden: gewelddadig delictverleden, jonge leeftijd tijdens plegen eerste misdrijf, (relatief groot) aantal eerdere overtredingen/delicten, het hebben van een strafblad in het algemeen Meerdere keren gevonden: jeugddetentie hebben gehad Enkele keer gevonden: eerdere veroordeling met gevangenisstraf, lengte van gevangenisstraffen, veelpleger zijn, onbekend slachtoffer bij eerder geweldsdelict, recente arrestatie, eerder nietgewelddadig delinquent gedrag Overige kenmerken Vaak gevonden: wapenbezit, niet getrouwd zijn Meerdere keren gevonden: Enkele keer gevonden: tijdens detentie ontsnappen of niet terugkomen van verlof, agressieve incidenten tijdens detentie, recente echtscheiding Het onderscheid tussen risicofactoren die vaak, meerdere keren of slechts een enkele keer in de onderzoeksliteratuur zijn aangetroffen, geven hooguit een lichte indicatie van hun relatieve belang. Factoren die vaak of meermalen zijn aangetroffen zijn zondermeer van belang. Factoren die minder vaak zijn aangetroffen kunnen van minder belang blijken, maar ook is het mogelijk dat deze factoren eenvoudigweg weinig onderzocht zijn. We doen géén uitspraken over het relatieve belang van risicofactoren. Hiervoor zouden de bevindingen uit zeer ongelijksoortig onderzoek (qua vormen van geweld, soorten daders, bronnen en methode van studie, et cetera) met elkaar vergeleken moeten worden. Dit is een zo goed als onmogelijke exercitie. Voor de meeste factoren kan eenvoudigweg niet worden vastgesteld wat hun relatieve belang is. Bovendien lijkt het ons ook niet noodzakelijk, omdat we door optelling van risicofactoren al komen tot een betrouwbare schatting van 'geaggregeerd' risico. Bij risicotaxatie op basis van een risicofactorenmodel draait alles om 'correlaties', niet alleen tussen risicofactoren aan de ene kant en prevalentie en frequentie van geweld aan de andere kant, maar ook tussen risicofactoren onderling. Als iemand scoort op meer risicofactoren, duidt dit op een onderliggend patroon van risico's. Het aandeel van individuele risicofactoren is dan minder relevant en zelfs ongewenst om te meten, omdat de mix van risicofactoren per individu sterk kan verschillen. 4.3 Afwijkende risicofactoren voor specifieke vormen van geweld In deze paragraaf beschrijven we op hoofdlijnen de bevindingen ten aanzien van afwijkende risicofactoren voor specifieke vormen van geweld. Voor elke vorm van geweld gaan we eerst in op risicofactoren die we ook aantreffen bij geweld in het algemeen, maar waarbij de waarden die tot 18

21 een verhoogd risico leiden afwijken van het algemene patroon. Daarna bespreken we de specifieke risicofactoren voor deze vorm van geweld (indien gevonden). Tot slot beschrijven we de risicofactoren voor de betreffende vorm van geweld die overeenkomen met risicofactoren voor geweld in het algemeen. Het referentiepunt hieronder is steeds plegers van geweld in het algemeen. Huiselijk geweld / partnergeweld Afwijkende waarden op algemene risicofactoren: o Hierbij enigszins tegenstrijdige resultaten. Soms wordt aangegeven dat daders van deze vormen van geweld een minder specifiek profiel hebben dan geweldplegers in het algemeen. Met andere woorden: iedereen zou het kunnen doen. Toch laten sommige onderzoeken ook risicofactoren zien voor deze vormen van geweld. Vaak zijn die onderzoeken gedaan onder mannelijke plegers van partnergeweld. De risicofactoren hiervoor overlappen vaak met de risicofactoren voor plegers van geweld in het algemeen. o Sekse: volgens sommige onderzoeken vaker gepleegd door mannen, volgens sommige onderzoeken vaker gepleegd door vrouwen. Mannen lijken echter wel vaker te worden vervolgd voor huiselijk geweld dan vrouwen. Uit Nederlands zelfrapportageonderzoek blijkt dat vrouwen wel vaker plegen dan mannen. o Hogere gemiddelde leeftijd onder plegers van huiselijk geweld en grotere leeftijdsspreiding. Voor partnergeweld wordt dit niet zo duidelijk gevonden. o Gemengde resultaten voor lage sociaaleconomische status (SES): zowel grotere diversiteit onder plegers gevonden als grotere kans op plegen van fysiek geweld binnen gezin met lage SES. o Idem als voor SES met betrekking tot opleidingsniveau: zowel grotere diversiteit onder plegers gevonden (soms zelfs hoger dan gemiddeld) als grotere kans op plegen van partnergeweld. o Idem voor inkomen: soms laag inkomen beschouwd als risicofactor, soms grotere diversiteit wat betreft inkomen van plegers gevonden. o Asociale vrienden hebben is een minder goede voorspeller van huiselijk geweld dan voor geweld in het algemeen. o Slachtoffer kindermishandeling/verwaarlozing voorspeller voor huiselijk geweld/partnergeweld, maar volgens sommige onderzoeken minder goede voorspeller voor vrouwelijke plegers. o Leeftijd eerste misdrijf voor plegers van huiselijk geweld hoger dan voor plegers van geweld in het algemeen. o Aantal eerdere overtredingen minder sterke voorspeller voor huiselijk geweld dan voor geweld in het algemeen. o Het hebben van een strafblad is een minder goede voorspeller voor huiselijk geweld/partnergeweld dan voor geweld in het algemeen. Specifieke risicofactoren voor dit delict: Het hebben van jonge ouders/verzorgers, laaggeschoold beroep hebben, slachtofferschap huiselijk geweld, krijgen van fysieke straf als kind, angststoornis, snel boos worden ( trait anger ), laag zelfvertrouwen, ernstige jaloezie of controlerend gedrag jegens partner, geen spijt hebben na gewelddadig/gemeen gedrag, narcisme, stress hebben, uitdagend karakter, laag verbaal IQ, verwachting agressief te worden na het drinken van alcohol, eerder partnergeweld/huiselijk geweld, (relatief groot) aantal gepleegde verkeersmisdrijven, eerder opgelegde bijzondere voorwaarden in relatie tot huiselijk geweld, gevoel van machteloosheid 19

22 Overlap met geweld in het algemeen: allochtone afkomst, zwakke bindingen binnen gezin, stelselmatig geweldgebruik binnen gezin, opgroeien in gebroken gezin, groot gezin, criminele ouders, slechte opvoedingsstrategieën, positieve houding ouders t.o.v. geweld, werkloosheid/arbeidsongeschiktheid, afwijzing door leeftijdsgenoten, slachtofferschap geweld, Borderline Personality Disorder, psychische stoornissen in het algemeen, depressie, impulsiviteit (mogelijk sterker verband voor mannen dan voor vrouwen, maar bij beiden verband gevonden), geen goede coping technieken (confrontatie uit de weg gaan), agressieve aard ( trait aggression ), negatieve opvattingen over geweld (goedpraten van geweld), asociaal gedrag, verhoogd testosteron, lage hartslag in rust, hersenbeschadiging, alcoholgebruik/misbruik, gebruik harddrugs, gebruik softdrugs, verslaving, misbruik verdovende middelen in het algemeen (substance abuse), gewelddadig delictverleden Agressie in het verkeer Afwijkende waarden op algemene risicofactoren: o Hoog inkomen (vs. laag inkomen voor plegers van geweld in het algemeen) is voorspeller van agressief rijgedrag. Specifieke risicofactoren voor dit delict: agressief rijgedrag ouders, slachtoffer agressie in het verkeer, snel iets opvatten als persoonlijke aanval ( hostile attribution bias ), snel boos worden ( trait anger ), macho persoonlijkheid, narcisme (sterkere voorspeller voor vrouwelijke plegers), (relatief groot) aantal gepleegde verkeersmisdrijven, stress tijdens het autorijden, overschatten eigen rijvaardigheid, obsessieve passie voor autorijden. Overlap met geweld in het algemeen: man, jonge leeftijd, ADHD, Antisocial Personality Disorder, Borderline Personality Disorder, impulsiviteit, sensatiezoekend/risicozoekend gedrag, agressieve aard ( trait aggression ), alcoholgebruik/misbruik, gebruik harddrugs, gebruik softdrugs, onder behandeling zijn van verslaving, niet getrouwd zijn Voetbalgeweld (en geweld rondom andere sportevenementen) Afwijkende waarden op algemene risicofactoren: o Sterkere oververtegenwoordiging mannen dan bij geweld in het algemeen. o Lijkt op een ondervertegenwoordiging van plegers met een allochtone afkomst (vs. een oververtegenwoordiging onder plegers van geweld in het algemeen). o Wat betreft leeftijd: zowel jongere als oudere plegers (bv harde kern vaak ouder). o Grotere spreiding SES onder plegers (geen oververtegenwoordiging lage SES zoals bij geweld in het algemeen). o Gemengde resultaten wat betreft opleidingsniveau: soms plegers gemiddeld opleidingsniveau, soms laag opleidingsniveau. Specifieke risicofactoren voor dit delict: laaggeschoold beroep hebben, snel boos worden ( trait anger ), beperkte openheid ( openness als dimensie persoonlijkheidstest), niet meegaand ( agreeableness als dimensie persoonlijkheidstest), roken, naar vechtpartijen kijken leuk vinden, eerdere betrokkenheid bij vechtpartijen, zelf sporten 20

23 Overlap met geweld in het algemeen: zwakke bindingen binnen gezin (met name bij harde kern ), slechte opvoedingsstrategieën (met name bij harde kern ), werkloosheid, criminele vrienden hebben, Antisocial Personality Disorder, impulsiviteit, sensatiezoekend/risicozoekend gedrag, agressieve aard ( trait aggression ), gebruik softdrugs, gewelddadig delictverleden (met name onder harde kern ), strafblad hebben (met name bij harde kern ) Geweld tegen LHBT s Afwijkende waarden op algemene risicofactoren: Specifieke risicofactoren voor dit delict: Overlap met geweld in het algemeen: man, allochtone afkomst, jonge leeftijd, Antisocial Personality Disorder, strafblad hebben Plegers geweld tegen werknemers met een publieke taak Afwijkende waarden op algemene risicofactoren: o Voor plegers van geweld tegen politie is jonge leeftijd wel een risicofactor. Voor plegers van geweld tegen werknemers met een publieke taak lijkt dit minder aan de orde (gem. leeftijd is 33). Specifieke risicofactoren voor dit delict: onderdeel uitmaken van een groep tijdens het incident (met name onder jonge daders) Overlap met geweld in het algemeen: man, alcoholgebruik/misbruik, misbruik verdovende middelen in het algemeen (substance abuse) Uitgaansgeweld Afwijkende waarden op algemene risicofactoren: Specifieke risicofactoren voor dit delict: Overlap met geweld in het algemeen: man, alcoholgebruik/misbruik Ter toelichting: in dit overzicht zijn veel delictspecifieke risicofactoren te vinden die lijken op de risicofactoren die we in de vorige paragraaf hebben benoemd. We hebben ze hier echter als delictspecifiek benoemd om zo dicht mogelijk bij de originele onderzoeksdata te blijven. Zo wordt bijvoorbeeld slachtofferschap van huiselijk geweld genoemd als specifieke voorspeller van huiselijk geweld. Op een onderliggend niveau gaat het hier dus ook om slachtofferschap van geweld die als voorspeller werkt voor toekomstig geweld. 21

24 Risicofactoren die hier als delictspecifiek zijn opgevoerd kunnen specifiek zijn vanwege het voorspellende kenmerk (slachtofferschap van huiselijk geweld in plaats van slachtofferschap van geweld algemeen) of vanwege het fenomeen dat ermee voorspeld wordt (laag inkomen is een voorspeller van frequent huiselijk geweld, maar ook van geweld in het algemeen). Dit in ogenschouw nemend is de conclusie gerechtvaardigd dat de risicofactoren voor specifieke geweldsvormen maar in zeer beperkte mate afwijken van risicofactoren voor geweld in het algemeen. In paragraaf 4.5 zullen we deze resultaten nader duiden in het licht van de keuzes die we maken ten aanzien van het risicofactorenmodel. 4.4 Afwijkende risicofactoren voor specifieke groepen geweldplegers Tot slot vatten we hier nog enkele resultaten samen ten aanzien van afwijkende (waarden op) risicofactoren die aan de orde zijn binnen subgroepen van geweldplegers: Onder geweldplegers van allochtone afkomst zijn met name Antillianen, Arubanen, Marokkanen, Surinamers en Turken oververtegenwoordigd. Wat betreft het kijken van gewelddadige films/series op tv: verband met geweld niet gevonden voor meisjes. Wat betreft slachtofferschap van huiselijk geweld en het plegen van huiselijk geweld is het verband complexer voor jonge vrouwen. Voor deze groep gaat frequent slachtofferschap gepaard met verminderd daderschap en beperkt slachtofferschap gepaard met onverminderd daderschap (versus verband in hele groep plegers: slachtofferschap huiselijk geweld en grotere kans op daderschap huiselijk geweld). Volgens één onderzoek is Antisocial Personality Disorder alleen een goede voorspeller voor geweld onder Europeanen met een lage sociaal economische status. Wat betreft alcoholgebruik/misbruik en geweld: o Sterker verband voor jonge mannen; o o Sterker verband voor mannen dan voor vrouwen; Sterker verband voor mensen die al een neiging tot gewelddadig gedrag hebben (door persoonlijkheidskenmerken of stoornissen). Het verband tussen het plegen van geweld en een gewelddadig delictverleden werd niet gevonden voor vrouwen (wel voor mannen). Aantal eerdere overtredingen is een minder goede of geen goede voorspeller voor gewelddadig gedrag door vrouwen (wel voor mannen). Wat betreft het verband tussen de lengte van gevangenisstraffen en geweld: o o Voor vrouwen positief verband: langere gevangenisstraf & grotere kans op gewelddadige recidive; Voor mannen negatief verband: langere gevangenisstraf & kleinere kans op gewelddadige recidive. In de volgende paragraaf zullen we deze resultaten nader duiden in het licht van de keuzes die we maken ten aanzien van het risicofactorenmodel. 4.5 Beschouwing van resultaten, implicaties voor risicofactorenmodel Ten behoeve van de totstandkoming van het RTIHIC werd ook een literatuurstudie uitgevoerd. Wanneer we de lijst van risicofactoren voor geweld in het algemeen vergelijken met de lijst van 22

25 risicofactoren voor gewelddadige vermogenscriminaliteit, valt op dat deze, zeker op een globaal niveau, sterk op elkaar lijken. Hieronder is de lijst met risicofactoren voor gewelddadige vermogenscriminaliteit weergegeven (tabel 1): Tabel 1: Risicofactoren voor gewelddadige vermogenscriminaliteit (o.b.v. Rovers e.a. 2012) Demografisch Jonge mannen Etnische minderheden (Marokk, Surin., Antillianen) Onstabiele woonsituatie/zvwovp Wonen in achterstandswijk (met veel criminaliteit) Gezin/familie Gezin onstabiel/verwaarlozing/geweld (thuiswonend) Relatieproblemen (uitwonend) Familieleden crimineel actief School/werk/inkomen Problemen op school/verzuim/geen startkwalificatie Geen werk, onregelmatig of slecht betaald werk Geen regulier inkomen, laag inkomen Buurt en groep Rondhangen op straat/geen dagbesteding Geweldscultuur in groep/buurt Criminele vrienden Lid van criminele groep / straatcultuur Slachtofferschap van geweld Cognitief/psychologisch Laag IQ (< 85) Sociaal probleemgedrag Geringe zelfcontrole/impulsiviteit Gebrekkig normbesef/empathie/gewetensfunctie Diagnose psychologische/psychiatrische stoornis (div.) Middelengebruik Problematisch alcohol en druggebruik Gokverslaving Druggebruik tijdens delict Hulpverlening Contact met (meerdere) hulpverleningsinstanties Delictverleden Eerste politiecontact op jonge leeftijd Startdelict bevat geweldscomponent Eerdere roofdelicten Eerdere geweldsdelicten (breder: externaliserend probleemgedrag) Veelplegers Delictintensiteit (aantal delicten in korte periode) Justitieverleden Aantal eerdere vervolgingen Jongere leeftijd bij eerste strafzaak Aantal eerdere veroordelingen (vooral jeugddetentie) Laatste veroordeling i.v.m. gewelddadige vermogenscriminaliteit Wangedrag in gevangenis Eerdere reclasseringscontacten Wapenbezit Persoon bezit/(bezat) vuurwapen Wanneer we inzoomen op details, kunnen we hier en daar ook wel (vooral kleine) verschillen aantreffen. Als voorbeeld: bij roofdelicten zijn leden van sommige etnische minderheden sterk oververtegenwoordigd. Bij geweld in het algemeen is dit in iets mindere mate het geval. Dit verschil wordt onder andere veroorzaakt doordat de prevalentie van geweld veel hoger ligt dan van roofdelicten. Hoe hoger de prevalentie van een fenomeen, des te groter doorgaans ook de spreiding 23

26 over bevolkingsgroepen. Bovendien is het van belang een onderscheid te maken tussen incidentele en structurele plegers. Plegers van roofdelicten zijn bijna altijd structurele delictplegers. Dit geldt niet voor geweldplegers. Wanneer we structurele geweldplegers vergelijken met incidentele geweldplegers zien we daarin ook een hoger percentage verdachten uit etnische minderheden (van der Leest 2013). Op dit specifieke kenmerk begint de populatie van geweldplegers dus een (nog) sterkere overeenkomst te vertonen met de plegers van roofdelicten. Delictfrequentie is een belangrijke intermediaire variabele in het bepalen van risicofactoren. In de onderzoeksliteratuur wordt niet altijd onderscheid gemaakt tussen deze zaken: sommige risicofactoren die we hebben gevonden hebben betrekking op prevalentie, andere op frequentie van delictpleging. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van daders van huiselijk geweld zien we dat deze groep op kenmerken afwijkt van reguliere 'politieklanten'. Echter, wanneer we delictfrequentie in ogenschouw nemen en ons beperken tot plegers van huiselijk geweld die ook anderszins gewelddadig gedrag vertonen of die structureel geweld in de huiselijke sfeer vertonen, beginnen de kenmerken van de dadergroep te convergeren met die van structurele geweldplegers in het algemeen. Dit is één van de belangrijke bevindingen voor dit onderzoek: bij toename van delictfrequentie convergeren de risicofactoren en wordt het onderscheid tussen delictvormen in het algemeen en specifieke vormen van geweld in het bijzonder minder belangrijk dan wel onbelangrijk. Een andere dimensie die verschillen in risicofactoren verklaart die zichtbaar worden in verschillende onderzoeken, vloeit voort uit gehanteerde bronnen en onderzoeksmethoden. Zelfrapportageonderzoek in de bevolking laat altijd een bredere sociale spreiding in daderschap zien dan onderzoek op basis van politie en justitiebronnen. Dit verschil kan enerzijds worden verklaard uit de voornoemde dimensie van delictfrequentie: velen zijn wel eens betrokken geweest bij een geweldsincident (bevinding uit zelfrapportage), maar stelselmatige plegers hebben ook een stelselmatig grotere kans om met politie en justitie in aanraking te komen. Het verschil in risicofactoren kan anderzijds worden verklaard uit de selectieve werking van het politie en justitieapparaat: gegeven bepaald delictgedrag hebben sommige daders een grotere kans om met politie en justitie in aanraking te komen dan andere. Dit geldt vooral voor personen aan de onderkant van de samenleving. Voor het opstellen van een risicofactorenmodel is het van belang te bepalen of met één model kan worden volstaan ofwel dat afzonderlijke modellen gebruikt moeten worden voor verschillende geweldsvormen en verschillende groepen van daders. Op grond van de volgende overwegingen komen we tot de conclusie dat volstaan kan worden met één risicofactorenmodel voor de predictie van toekomstig geweld: de risicofactoren voor geweld in het algemeen gelden in zeer belangrijke mate ook voor de afzonderlijke vormen van geweld en voor uiteenlopende subgroepen van daders. De afwijkingen van het 'algemene model' die we hebben gevonden zijn over het algemeen beperkt en laten zich bovendien in belangrijke mate verklaren door het onderscheid tussen incidentele en (meer) structurele geweldpleging; Structurele geweldpleging laat zich zeker op grond van enkel politiegegevens veel beter voorspellen dan incidentele geweldpleging. (In het algemeen geldt dat prevalentie van delictpleging moeilijker voorspeld kan worden dan frequentie); bij structurele geweldpleging neemt de variëteit in geweldsvormen toe en wordt het onderscheid tussen afzonderlijke vormen van geweld minder relevant; vanuit het oogpunt van risicotaxatie is het voorspellen van structurele geweldpleging (ten opzichte van incidentele geweldpleging) niet alleen gemakkelijker, maar ook relevanter. Immers, structurele geweldplegers veroorzaken de meeste overlast, in welk stadium van hun 24

27 geweldscarrière ze zich ook bevinden: ook beginnende structurele geweldplegers zijn vanuit het oogpunt van risicotaxatie interessanter dan incidentele geweldplegers Kortom, we pleiten voor één risicofactorenmodel voor het voorspellen van (persistente) geweldpleging. De verschillen in risicofactoren tussen subgroepen van daders zijn vooral binnen deze groep verwaarloosbaar klein. Het voorspellen van risico's voor afzonderlijke vormen van geweld is ons inziens geen zinvolle aangelegenheid omdat het vooral de delictfrequentie is die zich laat voorspellen en niet zozeer de verschijningsvorm van delicten. Wel is het mogelijk dat gebruikers van het RTIGeweld zich focussen op subgroepen van personen in wie zij in het bijzonder geïnteresseerd zijn. Deze groepen kan men via het menu filteren uit het 'algemene resultaat van risicotaxatie'. Zo kan men zich bijvoorbeeld focussen op personen die zich in het verleden schuldig hebben gemaakt aan een specifieke vorm van geweld. De onderzoeksliteratuur kent uiteraard onvolledigheden en bepaalde onderwerpen die beter zijn uitgediept dan andere. We hebben daar enkele voorbeelden van genoemd. We zijn van mening dat deze onvolledigheden niet noemenswaardig in de weg zitten bij het realiseren van een risicofactorenmodel, vooral niet wanneer we de risicotaxatie focussen op het voorspellen van persistente geweldpleging. De meeste literatuur is daar juist op gericht. 25

28 26

29 5. Voorlopige risicofactoren op basis van BVI Op basis van het voorafgaande kunnen we de risicofactoren voor (persistente) geweldpleging benoemen. Deze zijn opgenomen in tabel 2. In deze tabel zijn de relevante kenmerken benoemd alsmede de waarden op deze kenmerken die het risico op toekomstig geweld verhogen. In de derde kolom hebben we aangegeven op basis van welke gegevens in BVI de risicofactoren mogelijk geïndiceerd kunnen worden. De risicofactoren die zijn voorzien van een * zijn factoren die in onze literatuurstudie hooguit een enkele keer werden aangetroffen. We hebben hiervoor opgemerkt dat dit kan betekenen dat het om risicofactoren gaat die minder generiek werkzaam zijn, maar dat het ook kan betekenen dat er eenvoudigweg minder onderzoek naar is gedaan. Wanneer we deze factoren bezien in het licht van de andere factoren die in de tabel staan, wordt meteen duidelijk dat de tweede interpretatie de meest voor de hand liggende is. Deze factoren verwijzen naar dezelfde onderliggende dimensies van risico's als de andere factoren in de tabel. Verschillende concrete risicofactoren kunnen worden beschouwd als manifestaties van dezelfde onderliggende risicodimensie. Zo zijn factoren als 'geen afgemaakte opleiding hebben', 'slecht betaald werk hebben', 'leven van een uitkering' alle drie manifestaties van de onderliggende risicodimensie sociaaleconomische problematiek. Op een vergelijkbare wijze kunnen we zeer uiteenlopende indicatoren vinden voor disfunctionerende gezinsomstandigheden, psychische problematiek, et cetera. Het zijn als het ware variaties op hetzelfde thema. Voor elke theoretische risicodimensie zijn in beginsel vele risicoindicatoren beschikbaar. Om deze reden hebben we in de tabel nog enkele risicofactoren toegevoegd die wel in de HICstudie naar voren kwamen, maar die we in het onderhavig onderzoek niet zijn tegengekomen. We hebben deze risicofactoren (in de tweede kolom) cursief vermeld. De lezer kan zien dat het om de hiervoor genoemde variaties op een thema gaat. Het gegeven dat veel verschillende risicoindicatoren denkbaar zijn voor dezelfde onderliggende risicodimensie maakt meting van risicofactoren gemakkelijker. Er leiden immers meer wegen naar Rome. Het is daarom ook geen ramp als we niet in staat zijn alle afzonderlijke risicofactoren in de tabel te meten. Zolang we maar in staat zijn voldoende risicofactoren van uiteenlopende aard te meten. We weten immers dat een grotere kans op geweldpleging samengaat met hogere onderlinge correlaties tussen risicofactoren. 27

30 Tabel 2: Risicofactoren voor (persistente) geweldpleging en mogelijke indicatoren in BVI KENMERKEN WAARDEN DIE RISICO VERHOGEN MOGELIJKE INDICATOREN IN BVI Demografische kenmerken Geslacht Man Man Leeftijd Jong 1535 jaar Herkomstland Antillen, Marokko, Suriname, Turkije Etniciteit: Antilliaans, Marokkaans, Surinaams of Turks Urbanisatiegraad woonplaats (Groot)stedelijke woonomgeving Woont in: G10 Sociale status woonbuurt Wonen/opgroeien in achterstandsbuurt (veel criminaliteit/geweld in buurt)* Woonsituatie Onstabiel/dakloos* ZVWOP Gezinskenmerken Geweld in gezin/familie (Stelselmatig) geweld door ouders, broers, zussen Getuige van geweld/conflicten in gezin* Criminaliteit in gezin/familie (Stelselmatige) criminaliteit door ouders, broers, zussen Positieve houding gezinsleden tegenover geweld Disfunctioneren gezin Instabiele gezinssituatie Zwakke bindingen Weinig toezicht/regels Onvoldoende ondersteuning door volwassenen* Omvang gezin Groot Leeftijd ouders Jong Sociaaleconomische situatie gezin Laag opleidingsniveau ouders Laag inkomen ouders* Lage SES ouders* Verslaving in gezin Verslaafde ouders* Psychiatrie in gezin Psychopathologie bij ouders* Huidige sociale/gezinssituatie Geen relatie Relatieproblemen Recente echtscheiding* Sociaaleconomische kenmerken Sociaaleconomische situatie algemeen Lage SES School Laag opleidingsniveau Geen schoolmotivatie Slechte schoolprestaties Spijbelgedrag* Voortijdig schoolverlaten/geen diploma* Vaak wisselen van school* Werk Laaggeschoold beroep Arbeidsongeschiktheid 28

31 Inkomen Groepslidmaatschap en leefstijlkenmerken Vrienden Leefstijl algemeen Ervaringen met (slachtofferschap) geweld Slachtoffer of getuige van geweld Psychologische, gedrags en cognitieve kenmerken Psychische problematiek Gedragsproblematiek Cognitieve kenmerken Werkloosheid Laag (of geen regulier) inkomen Uitkering* Criminele vrienden Gewelddadige vrienden Lidmaatschap bende Asociale vrienden Afwijzing door leeftijdgenoten* Kijken naar gewelddadige films* Spelen van gewelddadige games* Rondhangen op straat/geen dagbesteding Slachtoffer van kindermishandeling (Recent) slachtoffer van geweld Getuige van geweld Verwaarlozing als kind in gezin Slachtoffer van pesten op school* Psychische stoornissen in het algemeen Antisociale persoonlijkheidsstoornis APD Agressieve aard (trait aggression) Psychopathie Psychose/schizofrenie impulsiviteit ADHD Depressie Narcisme Borderline BPD* Gedragsstoornissen in het algemeen Asociaal gedrag Start gedragsproblemen op jonge leeftijd Risk seeking/sensatiezoekend gedrag Gebrekkige sociale vaardigheden* Gebrekkige copingtechnieken* Gebrekkige beheersing boosheid* Concentratiestoornis* Seksuele problematiek* Laag IQ/LVB Positieve houding tegenover geweld(dadige oplossingen) aantal medeplegers van delicten Slachtoffer van geweld (op woonadres) Getuige van geweld (op woonadres) Indiceren gedragsproblematiek o.b.v. div. maatschapp. klassen 29

32 Biologische kenmerken Diverse biologische parameters Middelengebruik en verslaving Diverse middelengebruik Hulpverlening Hulpverleningscontacten Gedrag bij interventies/therapie Delictverleden Delictverleden Wapens Overig problematisch gedrag verleden Justitieverleden Gebrekkig normbesef/empathie/gewetensfunctie Gering zelfvertrouwen* Hoog niveau testosteron Lage hartslag in rust Laag niveau serotonine Laag activatieniveau (physiological arousal) Hersenbeschadiging* Sterke autonome reactie op stress* Verminderde werking hersendelen (frontocortiale en limbische delen, prefontale cortex, amygdala)* Geboortecomplicaties* Verslaving/misbruik verdovende middelen in het algemeen Verslaving algemeen Problematisch alcoholgebruik Harddrugsgebruik Softdrugsgebruik Combinatie gebruik alcohol en drugs Gokverslaving Druggebruik tijdens delict Contact met meerdere hulpverleningsinstanties Eerdere reclasseringscontacten Gebrekkige therapietrouw Niet meewerken aan interventies/asociaal gedrag vertonen Onttrekken aan toezicht/interventie* (Groot aantal) eerdere geweldsincidenten (Groot aantal) andere overtredingen/delicten (veelpleger) Jong tijdens plegen eerste misdrijf/politiecontact Startdelict bevat geweld Hoge delictintensiteit (aantal delicten in korte periode) Onbekende als slachtoffer bij eerder geweld Eerder (vuur)wapenbezit Eerder (vuur)wapengebruik Betrokken geweest bij verkoop van drugs* Pesten op school* Strafblad hebben Groot aantal eerdere veroordelingen (met gevangenisstraf) Indiceren op o.b.v. maatschappelijke klassen met alcohol en drugs zie bij gedragsproblematiek Eerdere geweldsincidenten Eerdere andere delicten Leeftijd bij delict < 4 jaar = < 16 jaar Leeftijd bij geweldsdelict< 4 jaar < 16 jaar Betrokken bij (meer gewelds)incidenten in afgelopen jaar (vuur)wapenbezit (vuur)wapengebruik Indicatie drugsdelicten < 4 jaar 30

33 * = enkele keer gevonden in onderzoek Langere gevangenisstraffen ondergaan Jongere leeftijd bij eerste strafzaak Jeugddetentie gehad Recente arrestatie (i.v.m. geweld) Wangedrag/agressie in gevangenis Ontsnappen/niet terugkomen van verlof tijdens detentie* Al verdisconteerd bij delictverleden 31

34 De verdeling over de onderliggende risicodimensies is goed te noemen. Voor de volgende risicodimensies zijn metingen beschikbaar: demografische kenmerken Buurt en vrienden Slachtofferschap (en getuige van geweld in omgeving) Gedragsproblematiek Middelengebruik Delictverleden Door het gebrek aan historische data in BVI zijn veruit de meeste risicoindicatoren dynamisch. Hieraan zitten zowel voor als nadelen. Een nadeel is het ontbreken van historischstatische risicofactoren, zoals leeftijd bij eerste politiecontact of leeftijd bij eerste veroordeling door een rechter. Het is bekend dat dit soort factoren toekomstig delictgedrag zeer goed voorspellen. Deze missen we in het huidige model. De nadruk op de laatste vier jaren maakt de risicoanalyse veel dynamischer, omdat dit timeframe natuurlijk voortdurend verandert. Een belangrijk voordeel hiervan is dat risicoinschatting sterk op de actualiteit zit. Deskundigen op het gebied van risicotaxatie zijn ook van mening dat dynamische risicofactoren noodzakelijk zijn om tot een adequate predictie te komen (zie Rovers e.a. 2012). De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden: een goede mix van statische en dynamische voorspellers is gewenst om tot goede risicoinschatting te komen. Een voorbeeld van een nadeel van het ontbreken van historischstatische risicofactoren: denk bijvoorbeeld aan personen die door eerdere delicten in aanraking komen met Justitie waardoor ze een tijdje niet in staat zijn om delicten te plegen. In een risicofactorenmodel waarin de nadruk ligt op dynamische factoren zullen deze personen naar beneden zakken in de risicoschatting, terwijl het hier wel vaak gaat om personen die een hoog risico op recidive hebben. Dit zou beter geschat worden indien ook (of meer) historische risicofactoren in het model opgenomen zijn. Het is dan ook gewenst te streven naar een risicofactorenmodel waarin historischstatische risicofactoren en ook risicofactoren op het gebied van justitiecontacten in het model verdisconteerd zijn. Voor de korte termijn zien wij echter voldoende mogelijkheden om op basis van de gegevens uit BVI te komen tot een adequate risicoinschatting van geweldplegers. We zien in de derde kolom van de tabel dat een reeks van risicofactoren niet gemeten kan worden via gegevens in BVI. Dit is op zichzelf dus geen probleem. De vraag is echter of we voldoende risicofactoren (van bij voorkeur uiteenlopende aard) kunnen meten. We zien dat er zeker geen gebrek is aan meetpunten. We beschouwen dit als een voorlopige lijst van risicofactoren, omdat op praktisch niveau nog uitgezocht moet worden of alle gegevens inderdaad aan BVI ontleend kunnen worden (zijn ze beschikbaar? zijn ze ontsluitbaar?) en of de hier genoemde risicofactoren in een dataset van Nederlandse geweldplegers ook inderdaad correleren met geweldpleging. 32

35 6. Nadere toetsing RFM op basis van dataset van geweldplegers 6.1 Beschrijving van data Om te komen tot een toetsing van relevante risicofactoren is uit BVI een dataset van geweldplegers geëxtraheerd. Het gaat om personen die in de periode tot en met éénmaal of vaker in BVH voorkomen als verdachte van een geweldsincident (selectie van maatschappelijke klassen: zie bijlage 1). Van deze personen zijn de volgende gegevens opgevraagd: gegevens over alle incidenten waar ze als verdachte aan gekoppeld zijn (dus niet alleen de geweldsincidenten, maar alle incidenten) o in de periode tot en met o selectie maatschappelijke klassen: delicten, zowel misdrijven als overtredingen gegevens over alle geweldsincidenten waar ze in een andere rol dan verdachte (als aangever, slachtoffer, melder, betrokkene, benadeelde of getuige) aan gekoppeld zijn o in periode tot en met Dit levert een bestand op van ruim geweldplegers. In tabel 3 zijn enkele kenmerken van deze groep beschreven. Tabel 3: Beschrijving van databestand geweldplegers (periode okt ) Aantal personen (N) % mannen 86 % Nederlandse nationaliteit/etniciteit 5 67 Gemiddelde leeftijd bij laatste delict 32 Gemiddeld aantal mutaties vanaf (alle rollen) 7,0 Gemiddeld aantal delicten vanaf (rol: verdachte of betrokkene) 5,8 Gemiddeld aantal geweldsdelicten vanaf (rol: verdachte of betrokkene) 3,3 Gemiddeld aantal geweldsdelicten in laatste jaar (rol: verdachte of betrokkene) 1,9 Als we hierna spreken over verdachten of geweldplegers bedoelen we personen die in de rol van verdachte OF betrokkene aan een (gewelds)delict gekoppeld zijn. 6.2 Meting van geweldpleging en risicofactoren Geweldpleging wordt op twee manieren gemeten: 1. Geweldsfrequentie 4 jaar: aantal geweldsincidenten in afgelopen 4 jaar (vanaf ) waarbij persoon in rol van verdachte of betrokkene voorkomt 2. Actuele geweldsfrequentie: aantal geweldsincidenten in laatste jaar waarbij persoon in rol van verdachte of betrokkene voorkomt 4 Vanaf zijn landelijk BVHgegevens in BVI beschikbaar. 5 Op basis van combinatie geboorteland en nationaliteit. 33

36 De dataset maakt het niet mogelijk geweldsrecidive te onderzoeken, daarvoor is de looptijd van de beschikbare data tekort. Bij het voorspellen van geweldsfrequentie over 4 jaar is het NIET mogelijk gebruik te maken van risicofactoren die betrekking hebben op delictverleden (bijv. aantal eerdere geweldsdelicten), omdat deze logischerwijs samenhangen met de meting van het aantal geweldsincidenten in 4 jaar. Bij het 'voorspellen' van actuele geweldsfrequentie is wel gebruik gemaakt van deze risicofactoren, zij het dat de meting van deze factoren zich beperkt tot incidenten die hebben plaatsgevonden VOORAFGAAND aan het laatste jaar. (Het gaat om een periode van 2 jaar en 9 maanden.) In onderstaande figuren 1 en 2 zijn de verdelingen grafisch weergegeven. Figuur 1: Aantal geweldsdelicten in 4 jaar Figuur 2: Aantal geweldsdelicten in laatste jaar In tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de risicofactoren die via BVI gemeten kunnen worden en hun kanswaarde in de populatie geweldplegers. 34

37 Tabel 4: Gemeten risicofactoren in BVI (N=90.967) Risicofactoren Indicatoren in BVI (operationalisering) Demografische kenmerken Kanswaarde in populatie geweldplegers Geslacht Geslacht = man 86% Stedelijkheid Inwoner G10 31% woonplaats Onstabiele Woongemeente = zonder vaste woon of verblijfplaats ZVWOVP 2% woonsituatie Etniciteit Geboorteland OF nationaliteit persoon = Antilliaans, Somalisch, Marokkaans of Surinaams (Hier alleen groepen genoemd die significant afwijken van geweldsgemiddelde in 4 jaar) Totaal:14% Antilliaans:3% Somalisch:1% Marokkaans:6% Surinaams:4% Leeftijd tijdens geweldpleging (jong) Criminele vrienden Leeftijd bij eerste delict in afgelopen 4 jaar Aantal keren dat persoon in afgelopen 4 jaar verdachte of betrokkene was bij geweldsdelict en ten tijde van deze incidenten niet ouder dan 15 jr Woonomgeving en vrienden Aantal medeverdachten van geweldsdelicten in afgelopen 4 jaar is één of meer (totaal van medeverdachten, geen telling van unieke personen) Slachtoffer en/of getuige van geweld Aantal keren dat persoon in afgelopen 4 jaar slachtoffer is geweest van geweld (zie bijlage 3) Mean=30 1x of vaker: 10% 1x of vaker: 46% Slachtoffer van 1x of vaker: 21% geweld Getuige van geweld Aantal keren dat persoon in afgelopen 4 jaar getuige is geweest van geweld 1x of vaker: 18% Getuige van geweld Persoon is in afgelopen 4 jaar getuige geweest van geweld in woonomgeving 2% in woonomgeving (6cijferig postcodegebied woon en pleegplaats zijn identiek) Melder van geweld Aantal keren dat persoon in afgelopen 4 jaar melder (of aangever) is geweest 1x of vaker: 32% van geweld Optelling Totaal aantal registraties als slachtoffer, getuige of melder van geweld in 1 of meer: 43% afgelopen 4 jaar Psychologische factoren en middelengebruik Div. externaliserend Aantal keren dat persoon in afgelopen 4 jaar verdachte (of betrokkene) is 1x of vaker: 33% probleemgedrag geweest van uiteenlopend externaliserend probleemgedrag (zie bijlage 3) Drank, drugs, gokken Aantal keren dat persoon in afgelopen 4 jaar verdachte (of betrokkene) is 1x of vaker: 18% geweest van uiteenlopende drank/drugs/gokkenincidenten (zie bijlage 3) Delictverleden Eerder geweld Aantal keren dat persoon in afgelopen 4jr verdacht was of betrokken is 1x of vaker: 100% geweest bij geweldsincident Overige delicten Aantal keren dat persoon in afgelopen 4jr verdacht of betrokken is geweest 1x of vaker: 54% bij overige delicten dan geweld Totaal aantal delicten Totaal aantal delicten van persoon in afgelopen 4 jaar 1x of vaker: 100% Totaal aantal Totaal aantal mutaties van persoon in afgelopen 4 jaar (alle rollen, alle 1x of vaker: 100% mutaties incidenten) Wapenbezit en/of Aantal incidenten in afgelopen 4 jaar waarbij wapenbezit of gebruik is 1x of vaker: 13% gebruik vastgesteld (zie bijlage 3) Actuele geweldsdelicten Actuele overige delicten Totaal aantal actuele delicten Prevalentie bezit of gebruik van vuurwapens in afgelopen 4 jaar (zie bijlage 3) Aantal keren dat persoon in 12 maanden voorafgaand aan laatste geweldsdelict als verdachte of betrokkene is geregistreerd voor geweldsdelict Aantal keren dat persoon in 12 maanden voorafgaand aan laatste geweldsdelict als verdachte of betrokkene is geregistreerd voor een overig delict Aantal keren dat persoon in 12 maanden voorafgaand aan laatste geweldsdelict als verdachte of betrokkene is geregistreerd voor een enig delict 5% 43% 36% 17% 35

38 6.3 Bivariate samenhang tussen risicofactoren en geweldpleging In tabel 5 zijn de bivariate correlaties weergegeven tussen deze risicofactoren en de twee metingen van geweld (geweldsfrequentie over vier jaar en actuele geweldsfrequentie). Bij het interpreteren van de cijfers dienen we twee zaken in het achterhoofd te houden. De eerste is dat deze cijfers gebaseerd zijn op grote aantallen. We spreken derhalve alleen over een significant verband indien de kans dat dit verband op toeval berust kleiner is dan 1 op (p <.001). De verdelingen van veel variabelen (inclusief de geweldsvariabelen) zijn niet normaal verdeeld. Dit drukt de correlatiewaarden. Het is voor de onderhavige analyse niet nodig hiervoor te corrigeren. In de tabel zijn enkele risicofactoren voorzien van een *. Voor deze risicofactoren geldt dat bij de vaststelling van de correlatie met actuele geweldsfrequentie gebruik is gemaakt van gegevens tot aan oktober 2012 (dus voorafgaand aan het laatste delictjaar). Voor het vaststellen van de correlatie met geweldsfrequentie over vier jaar is gebruik gemaakt van alle gegevens (tot en met oktober 2013). Tabel 5: Bivariate correlaties tussen risicofactoren en geweld (sign. niveau p <.001) Geweldsfrequentie 4 jaar # ns = niet significant Actuele geweldsfrequentie Geslacht Inwoner G10 ns #.02 zvwovp Etniciteit NietNL ns.02 Antillianen Marokkanen.03 ns Somaliërs Surinamers.01 ns Leeftijd 1e delict Frequentie delicten <= 15 jr* Leeftijd 1640 jaar Aantal medeverdachten Frequentie slachtoffer geweld Frequentie getuige geweld Frequentie getuige geweld woonomg Frequentie melden geweld Optelling geweldsinc. in andere rollen Frequentie probleemgedrag Frequentie drank,drugs, gokken Frequentie geweldsdelicten*.32 Frequentie overige delicten Frequentie alle delicten* Frequentie alle mutaties* Frequentie wapens aangetroffen* Prevalentie vuurwapens aangetroffen* Frequentie actuele geweldsdelicten.72 Frequentie actuele overige delicten Frequentie alle actuele delicten We zien dat de correlaties met geweldsfrequentie over vier jaar over het algemeen wat sterker zijn dan met actuele geweldsfrequentie. Dit ligt voor de hand, omdat de geweldsvariabele over vier jaar meer variatie vertoont dan over één jaar. Bovendien zijn de risicofactoren in dit geval eveneens op 36

39 een grotere tijdspanne gebaseerd (4 jaar ipv 3 jaar), waardoor de variatie in aangetroffen waarden groter is. De onderscheidende waarde van de demografische variabelen is over het algemeen gering te noemen. Sommige variabelen blijken niet significant of het verband is tegengesteld aan de verwachting. Zo blijkt inwonerschap van de G10 niet samen te hangen met frequente geweldpleging en is de samenhang met actuele geweldpleging licht negatief. Dit betekent dat inwoners van buiten de G10 een iets hogere actuele delictfrequentie hebben. Bij etniciteit zien we hetzelfde. Alleen Antillianen en in mindere mate Marokkanen en Somaliërs scoren significant bovengemiddeld op geweldsfrequentie over vier jaar, respectievelijk 4,4, 3,8 en 3,8 geweldsdelicten over de laatste vier jaar tegen gemiddeld 3,3 in de populatie. Dat de correlatiewaarden voor de Somaliërs geringer uitvallen dan bij de Marokkanen heeft met hun geringere aantal te maken. Personen zonder vaste woon of verblijfplaats blijken lager te scoren op geweldsfrequentie dan anderen. Dit verband is tegengesteld aan de verwachting. Het gaat overigens om kleine verschillen. Geslacht vertoont een beperkte samenhang met geweldpleging: mannen hebben over vier jaar gemiddeld 3,4 geweldsdelicten gepleegd tegen 2,9 bij vrouwen. Leeftijd bij eerste delict (in de afgelopen 4 jaar) hangt negatief samen met geweldpleging: hoe jonger, des te meer delicten. Overigens verloopt dit verband als volgt: het gemiddeld aantal geweldsdelicten (over 4 jaar) loopt vanaf de jongste leeftijd op en bereikt een hoogtepunt tussen circa 16 en 40 jaar. In de oudere groepen neemt het gemiddeld aantal geweldsdelicten per persoon weer af. We zien dan ook dat als we de groep 1640 jaar onderscheiden van de rest, dat de delictfrequentie hier hoger ligt dan in de jongere en oudere groepen: gemiddeld 3,6 delicten in de afgelopen 4 jaar tegen 3,0 delicten in de overige groepen. We hebben ook gekeken naar het aantal geweldsdelicten in de afgelopen vier jaar waarbij de verdachte niet ouder was dan 15 jaar. We zien dat deze risicofactor samenhang vertoont met geweldsfrequentie over 4 jaar. De interpretatie hiervan is echter lastig, want bij de groep jongeren valt geweldpleging op jonge leeftijd (tot en met 15 jaar) (groten)deels samen met geweldpleging over 4 jaar: iemand die bijvoorbeeld 16 was op het moment van meting, heeft tussen zijn 12e en 16e geweldsdelicten kunnen plegen, een groot deel van deze periode overlapt dus met de periode tot en met 15 jaar. Aantal medeverdachten is geteld over alle delicten (niet alleen geweld) en betreft een optelling van het aantal personen waarmee over vier jaar delicten is gepleegd. Hierbij is niet gekeken naar uniciteit van personen. Het betreft een eenvoudige optelling van medeverdachten over alle delicten in vier jaar. We zien dat deze risicofactor in belangrijke mate samenhangt met geweldpleging. De samenhang met frequente geweldpleging over 4 jaar kan deels worden beschouwd als een autocorrelatie, omdat meer geweldsdelicten plegen ook de kans vergroot op (meer) medeverdachten. Echter, als we kijken naar actuele geweldsfrequentie, zien we dat ook hier het aantal medeverdachten bij delicten over de afgelopen vier jaar sterke samenhang vertoont met geweldpleging. Ook als we alleen de medeverdachten tellen tot aan oktober 2012 (niet gemeld in tabel) blijft sprake van een samenhang met actuele geweldsfrequentie (r=.13). De risicofactoren die betrekking hebben op ervaringen met geweld in een andere rol dan als verdachte of betrokkene blijken een sterke samenhang te vertonen met geweldpleging. De optelling van deze ervaringen vertoont een correlatie van.38 met geweldpleging over 4 jaar. Ook de frequentie van diverse externaliserend probleemgedrag over de afgelopen 4 jaar vertoont een sterke samenhang met geweldpleging. De inhoud van deze risicofactor komt overigens ook terug in de risicofactoren 'frequentie overige delicten', 'frequentie alle delicten' en 'frequentie alle mutaties', waarover later meer. Hetzelfde geldt voor mutaties m.b.t. drank, drugs en gokken. Ook deze risicofactor vertoont samenhang met geweldpleging, zij het in iets mindere mate. Dit wordt deels veroorzaakt door het feit dat t.o.v. externaliserend probleemgedrag minder personen op deze 37

40 risicofactor scoren. Ter indicatie: personen met tenminste 1 mutatie m.b.t. tot externaliserend probleemgedrag over de laatste 4 jaar scoren sterk hoger op geweldsfrequentie over 4 jaar: 5 geweldsdelicten tegen gemiddeld 2,5 in de groep die geen mutaties op dit vlak heeft. Bij de risicofactor drank, drugs en gokken gaat het om respectievelijk 5 en 3 geweldsdelicten over de afgelopen 4 jaar. Frequentie van geweldsdelicten in het verleden (hier dus tot oktober 2012) blijkt, naar verwachting een sterke voorspeller van actuele geweldsdelicten (in het laatste jaar van de meting). Ook de frequentie van overige delicten hangt sterk samen met de frequentie van geweldsdelicten. Ter indicatie: personen zonder overige delicten in de afgelopen vier jaar hebben gemiddeld 2,2 geweldsincidenten over de laatste vier jaar. In de groep die wel overige delicten hebben gepleegd is dit 4,3, bijna het dubbele dus. Enkele risicofactoren die betrekking hebben op delictverleden, zoals frequentie van alle delicten, frequentie van alle mutaties, frequentie wapens aangetroffen en prevalentie vuurwapens aangetroffen, vertonen (tenminste voor een deel) autocorrelaties met de frequentie van geweldpleging over de laatste 4 jaar, omdat deze geweldsdelicten onderdeel uitmaken van de meting van de risicofactoren (totaal delicten, mutaties) of er op zijn minst mee samenhangen (bijv. gebruik wapens hangt samen met frequentie geweldpleging in het verleden). Deze correlaties, zeker voor wat betreft het totaal aantal delicten en mutaties, kunnen dus niet probleemloos worden geduid. Bij het voorspellen van actuele geweldpleging hebben we hier geen last van, omdat we hier alleen gekeken hebben naar nietactuele delicten en mutaties. We zien dat het totaal aantal delicten en mutaties sterk samenhangt met actuele geweldpleging. Frequentie van aantreffen wapens blijkt een goede voorspeller van geweldpleging. Dit geldt in mindere mate voor het aantreffen van vuurwapens. Ook hier geldt weer dat het verschil vooral te maken heeft met groepsomvang. Het aantal personen in de database waarbij wapens zijn aangetroffen is circa In circa gevallen ging het om vuurwapens. Het onderscheidende karakter van beide risicofactoren is min of meer vergelijkbaar. Ter indicatie: in de groep waarbij de afgelopen 4 jaar geen wapens zijn aangetroffen bedraagt de geweldsfrequentie over 4 jaar 3,0. In de groep waarbij wel wapens zijn aangetroffen ligt het aantal op 5,5. Bij de risicofactor vuurwapens liggen deze aantallen op respectievelijk op 3,2 en 5,6. Overigens moeten we hierbij opmerken dat we erg ons best hebben gedaan om gegevens over wapens uit alle hoeken en gaten van BVI te 'peuren', omdat wapenbezit en gebruik in BVH niet goed worden geregistreerd (zie bijlage 3). We vermoeden dat indien er beter geregistreerd zou worden, deze risicofactor een (nog) beter voorspellende (onderscheidende) waarde zou kunnen hebben voor frequentie van geweldpleging. Tot slot hebben we nog gekeken naar actuele gewelds en delictpleging. Ook hier geldt dat de metingen van frequentie actuele geweldsdelicten en frequentie alle actuele delicten deels autocorreleren met geweldpleging over 4 jaar. De laatste risicofactor autocorreleert ook met actuele geweldsfrequentie. Deze correlaties kunnen we derhalve niet goed duiden. Actuele overige delicten blijken een goede voorspeller van zowel actueel geweld als geweldpleging over de afgelopen 4 jaar. Personen die in het afgelopen jaar géén overige delicten hebben gepleegd hebben gemiddeld 2,6 geweldsdelicten over de afgelopen 4 jaar. Personen die wel actuele overige delicten hebben scoren substantieel hoger: gemiddeld 4,6 geweldsdelicten over de afgelopen 4 jaar. Samenvattend zijn op enkelvoudig (bivariaat) niveau de volgende voorspellers van geweld vast te stellen: 38

41 Sterke voorspellers: Antilliaanse achtergrond aantal medeverdachten van delicten in 4 jaar betrokkenheid bij geweld in andere rollen in 4 jaar (slachtoffer, getuige, melder, aangever) frequentie van (eerdere) geweldsdelicten in 4 jaar frequentie van overige delicten in 4 jaar (incl. probleemgedrag, drank, drugs gokken) [de optelling van voorgaande: totaal aantal delicten en mutaties] aantreffen van wapens in afgelopen 4 jaar frequentie actuele geweldsdelicten (12 maanden) frequentie actuele overige delicten (12 maanden) [de optelling van voorgaande: frequentie alle actuele delicten] Zwakke voorspellers: geslacht Marokkaanse, Somalische achtergrond leeftijd 1640 jaar Het onderscheid tussen sterke en zwakke voorspellers is gebaseerd op de afwijking van het aantal geweldsdelicten over 4 jaar, zoals gemeten bij deze populatie. Een sterke voorspeller is een risicofactor die tenminste leidt tot een toename van 1 geweldsdelict t.o.v. het gemiddelde (3,3 geweldsdelicten in periode van 4 jaar). 6 Een zwakke voorspeller is een risicofactor die tenminste leidt tot een toename van 0,5 geweldsdelict t.o.v. het gemiddelde. 6.4 Vaststelling risicofactorenmodel In het voorgaande is op het niveau van afzonderlijke risicofactoren gekeken naar relaties tussen deze factoren en mate van (actuele) geweldpleging. De risicofactoren zijn vaak onderling gerelateerd: wie (hoog) scoort op risicofactor A scoort in veel gevallen ook hoog op risicofactor B. Het is gebruikelijk om via multivariate analyse na te gaan welke van de factoren de sterkste samenhang vertoont met het fenomeen dat voorspeld moet worden, in dit geval frequentie van geweldpleging. Op die manier worden belangrijke van minder belangrijke factoren gescheiden. Aan deze methode kleeft echter een belangrijk nadeel. We zagen hiervoor dat de mate waarin risicofactoren statistisch gecorreleerd zijn met geweldpleging ook afhankelijk is van 'de randtotalen', dat wil zeggen van de omvang van de risicogroep. Dit betekent dat risicofactoren met een vergelijkbaar effect op geweldpleging zwaarder meetellen als ze vaker voorkomen in de populatie en minder of helemaal niet meetellen als ze minder vaak voorkomen. Vanuit de optiek van het voorspellen van individuele risico's achten we dit een onwenselijke situatie. We zagen dat bijvoorbeeld bij de risicofactoren 'externaliserend probleemgedrag' en 'drank, drugs, gokken'. De mate waarin de scores op beide factoren samenhangen met geweldpleging is identiek, maar de correlatie van de eerste factor met geweldpleging is sterker, omdat meer mensen scoren op deze risicofactor. Ter illustratie nog het volgende voorbeeld: het aantal medeverdachten in de afgelopen 4 jaar en eerdere geweldsdelicten blijken allebei risicofactoren te zijn die samenhangen met (actuele) geweldpleging. Voor een deel hangen deze factoren met elkaar samen: hoe meer delicten iemand pleegt, des te groter de kans dat deze persoon deze delicten met andere, en in onze definitie dus meer personen heeft gepleegd. Als eerdere geweldpleging sterker samenhangt met actuele geweldpleging dan het aantal medeverdachten in de afgelopen 4 jaar, wordt in een multivariate analyse hieraan de 'voorkeur' gegeven: deze factor kan namelijk het beste onderscheiden tussen weinig en veel geweldpleging. Vervolgens wordt dan gekeken of het aantal medeverdachten 6 Feitelijk 3 jaar en 9 maanden. 39

42 aanvullend nog verklarende waarde heeft voor het onderscheiden naar mate van geweld. Soms is dit het geval en dan wordt ook deze factor in het risicofactorenmodel verdisconteerd (zij het dat zijn rol in het onderscheiden van groepen kleiner is dan van de eerste factor). Soms kan het ook zijn, dat de twee risicofactoren zo sterk samenhangen, dat de tweede factor (hier aantal medeverdachten) geen of te weinig statistisch toegevoegde waarde meer heeft voor het onderscheiden van groepen (naar mate van geweldpleging). In de praktijk betekent dit dat personen met een aspecifiek (d.w.z. minder voorkomend) patroon van risicofactoren niet optimaal getaxeerd worden. Bijvoorbeeld personen die nog niet zo veel geweldsdelicten hebben gepleegd, maar die deze delicten wel met een bovengemiddeld aantal medeverdachten hebben gepleegd. Deze personen komen lager in de risicotaxatie, want aantal eerdere geweldsdelicten telt zwaarder dan aantal medeverdachten. Multivariate toetsing van risicofactoren is erop gericht de beste voorspelling voor de grootste groep te creëren, en werkt hierbij met de factoren die voor de meeste personen 'werken'. Daarmee gaat informatie verloren die voor kleinere groepen wel degelijk bruikbaar is om te benutten voor risicotaxatie. Neem geweldplegers van Antilliaanse afkomst. Hun achtergrond blijkt gerelateerd aan mate van geweldpleging. Omdat het echter om een relatief kleine groep gaat, is de kans groot dat deze factor in een multivariate toetsing niet 'overeind' blijft. Aangezien de voorspelling van individuele risico's voorop staat kiezen we voor een werkwijze waarbij we alle beschikbare risicoinformatie (op bivariaat niveau) benutten, dus ook risicoinformatie die slechts voor kleine groepen geldt (de voornoemde Antilliaanse herkomst). Het gaat ons immers niet om de verdeling van risicofactoren in de populatie, maar om de voorspelling van het geweldsrisico op individueel niveau. Om dit goed te doen is het wel van belang om rekening te houden met twee kwesties. De eerste is dat de gebruikte risicofactoren logisch onafhankelijk van elkaar zijn. We hebben hiervoor gezien dat eerder geweld, eerdere overige delicten en de optelling van beide risicofactoren (eerdere delicten totaal) alle drie sterk correleren met mate van geweldpleging. De derde factor is echter logisch gerelateerd aan de eerste twee. Als we deze factoren naast elkaar zouden gebruiken, meten we dezelfde risicofactor feitelijk twee keer. In dat geval geven we deze factor (zonder het te willen) een bovengemiddeld gewicht in de risicotaxatie. De tweede kwestie om rekening mee te houden is dat het relatieve belang van de risicofactoren gehandhaafd blijft. Als aantal eerdere geweldsdelicten sterker samenhangt met actuele geweldpleging dan het aantal medeverdachten dat iemand in de afgelopen 4 jaar had, dienen we dit onderscheid terug te zien in het risicofactorenmodel. Dit kan eenvoudig door een standaardmaat te nemen die voor elke risicofactor wordt toegepast. Wij zijn uitgegaan van de volgende maat: toename t.o.v. het gemiddelde aantal geweldsdelicten in de populatie met één delict levert een risicoscore van +1 op. Toelichting: het gemiddeld aantal geweldsdelicten over 4 jaar is 3,3. Als een specifieke score op een risicofactor samengaat met gemiddelde van 5,8 geweldsdelicten levert dit een risicoscore van +2,5 op. 7 Door dit voor alle risicofactoren op dezelfde wijze te doen, verdisconteren we het relatieve belang. In de vorige paragraaf zijn de risicofactoren gepresenteerd die (enkelvoudige) samenhang vertonen met mate van (actuele) geweldpleging. Hierbij zitten factoren die naar dezelfde achterliggende dimensie verwijzen. Zo verwijzen de risicofactoren frequentie van overige delicten in 4 jaar, frequentie van externaliserend probleemgedrag en frequentie van incidenten met drank, drugs gokken alle drie naar 'overige delicten'. We kiezen ervoor alleen gebruik te maken van de 7 Voor het gemak hebben we alleen gewerkt met hele en halve risicoscores (afrondingen derhalve). 40

43 overkoepelende categorie (overige delicten). De voorspellende waarde is vergelijkbaar met de meer specifiek geformuleerde risicofactoren. Bovendien is er ook een praktische reden: deze factor is gemakkelijker te operationaliseren. Het totaal aantal delicten en mutaties en het totaal aantal actuele delicten overlapt logischerwijs de onderliggende dimensies 'geweld' en 'overige delicten'). We kiezen ervoor de onderliggende dimensies te handhaven (geweld en overige delicten). Het gebruik van de overkoepelende risicofactoren heeft hier geen toegevoegde waarde. Bij de incidenten waarbij personen in een andere rol dan als verdachte of betrokkene in aanraking komen met geweld kiezen we juist wel voor de overkoepelende factor, omdat deze de meest voorspellende waarde heeft. De lijst van risicofactoren die overblijft ziet er als volgt uit: geslacht etniciteit o Antilliaanse achtergrond o Marokkaanse, Somalische achtergrond leeftijd 1e delict 1640 jaar aantal medeverdachten van delicten in 4 jaar betrokkenheid bij geweld in andere rollen in 4 jaar (combinatie alle rollen) frequentie van (eerdere) geweldsdelicten in 4 jaar frequentie van overige delicten in 4 jaar aantreffen van wapens in afgelopen 4 jaar frequentie actuele geweldsdelicten (12 maanden) frequentie actuele overige delicten (12 maanden) Hiermee benutten we alle informatie over risico's in de dataset. De weggelaten factoren hebben geen toegevoegde voorspellende waarde, omdat ze logisch onderdeel uitmaken van deze risicofactoren. Van elk van deze risicofactoren is nagegaan in welke mate ze samenhangen met de frequentie van geweldpleging in 4 jaar. Deze informatie is verdisconteerd in het opgestelde risicofactorenmodel (zie tabel 6). 8 8 De toekenning van scores is gebaseerd op een periode van 3 jaar en 9 maanden. De periode die de dataset bestrijkt. In de praktijk zal het toepassen van deze criteria over een periode van 4 jaar naar verwachting geen noemenswaardige veranderingen in risicotaxatie met zich meebrengen. 41

44 Tabel 6 Risicofactorenmodel Risicofactor Risicoscore Geslacht man +0,5 Etniciteit Antilliaanse achtergrond +1,0 Somalische, Marokkaanse achtergrond +0,5 Leeftijd 1e delict 1640 jaar +0,5 Aantal medeverdachten van delicten in 4 jaar 34 +0, ,0 7 +1,5 8 +2, ,5 11 of meer +3,0 Betrokkenheid bij geweld in andere rollen in 4 jaar Frequentie van geweldsdelicten in 4 jaar frequentie van overige delicten in 4 jaar Frequentie aantreffen wapens in afgelopen 4 jaar frequentie actuele geweldsdelicten (12 maanden) frequentie actuele overige delicten (12 maanden) 42 2x 3x 4x 56x 78x 910x >= 11x >= >= 13 1x 2x 3x 4x >= 5x >= >= 6 +0,5 +1,0 +2,0 +3,0 +4,0 +5,0 +6,0 +1,0 +2,0 +3,0 + 4,0 +5,0 +6,0 +7,0 +8,0 +9,0 +10,0 +11,0 +12,0 +13,0 +14,0 +0,5 +1,0 +1,5 +2,0 +2,5 +3,0 +3,5 +4,0 +1,5 +3,5 +5,0 +6,0 +7,0 +1,5 +3,0 +5,0 +6,5 +8,0 +9,0 +11,0 +12,5 +14,0 +1,0 +1,5 +2,0 +2,5 +3,0 Maximale score 53,0

45 6.5 Toetsing van model in populatie In de populatie geweldplegers ziet de verdeling van de risicoscores er als volgt uit (zie figuur 3). Figuur 3: Risicoscores Geweld in populatie geweldplegers De risicoscores vertonen de bekende verdeling, waarbij een kleine groep hoog tot zeer hoog scoort en een grote groep lage tot gemiddelde scores heeft. Op basis van de geweldsfrequentie over de afgelopen 4 jaar hebben we de volgende risicoclassificatie gemaakt (zie tabel 7): Tabel 7: Samenstelling risicoklassen en samenhang met mate van geweldpleging Risicoscores Classificatie Aandeel in populatie geweldplegers Geweldsfrequentie 4 jaar Geweldsfrequentie actueel (12 mnd) Laagste 3 Laag risico 59% 1,7 1,2 3,5 6,5 Gemiddeld risico 18% 3,3 1,8 712 Verhoogd risico 12% 5,2 2,5 12,5 hoogste Sterk verhoogd risico 10% 10,6 4,9 We zien in deze tabel 4 risicoklassen (laag tot sterk verhoogd risico op geweld). De verdeling over deze klassen is zodanig dat ze maximaal onderscheiden naar geweldpleging. Dit betekent automatisch dat de groepen met een verhoogd en sterk verhoogd risico op geweldpleging automatisch kleiner zijn dan de groepen met een gemiddeld of laag risico. Dit volgt uit de verdeling van de risicoscores. De risicoklassen onderscheiden goed naar frequentie van (actuele) geweldpleging. Personen met een laag risico hebben in de afgelopen 4 jaar gemiddeld 1,7 geweldsdelicten gepleegd, voor personen met een gemiddeld risico ligt dit aantal twee keer zo hoog. Personen met een verhoogd risico scoren daar weer ruim boven. En het aantal verdubbelt opnieuw in de groep met een sterk verhoogd risico. De correlatie tussen risicoscore en geweldpleging over 4 jaar bedraagt r=.88. Dit is zeer hoog te noemen, maar we moeten voorzichtig zijn met de interpretatie, omdat deze sterke samenhang deels 43

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen FACTSHEET Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen In deze factsheet worden trends en ontwikkelingen ten aanzien van de jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in de provincie Groningen behandeld.

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet?

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Stijging criminaliteit meisjes Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Anne-Marie Slotboom Vrije Universiteit Amsterdam 1 BRISBANE 2010 - Steeds meer jonge meisjes tussen tien en veertien

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

12 Veelplegers: specialisten of niet?

12 Veelplegers: specialisten of niet? Samenvatting De aandacht voor veelplegers ligt zowel beleidsmatig als wetenschappelijk vooral bij de frequentie waarmee deze daders misdrijven plegen. Dat is niet gek, want veelplegers, ook wel stelselmatige

Nadere informatie

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam samenwerkingsverband vu medisch centrum amsterdam Prof. Dr Th. Doreleijers, kinder-

Nadere informatie

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf Dit onderzoek is uitgevoerd door het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit

Nadere informatie

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Lectoraat LVB en jeugdcriminaliteit Factsheet 7 - december 2015 Expertisecentrum Jeugd Hogeschool Leiden Crimineel gedrag en school onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Door: Paula

Nadere informatie

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L.

When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. When Things are Getting out of Hand. Prevalence, Assessment, and Treatment of Substance Use Disorder(s) and Violent Behavior F.L. Kraanen Samenvatting Criminaliteit is een belangrijk probleem en zorgt

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) is een psychiatrische stoornis die wordt gekenmerkt door een duurzaam patroon van egocentrisme, impulsiviteit en agressiviteit.

Nadere informatie

Eerst de beren dan de honing

Eerst de beren dan de honing 58 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Resultaten van Veiligheidshuizen Eerst de beren dan de honing Illustratie: Hans Sprangers De Veiligheidshuizen vormden de afgelopen jaren een bron van onderzoek. Zo

Nadere informatie

Landelijke menukaart 2012 Gedragsinterventies als leerstraf

Landelijke menukaart 2012 Gedragsinterventies als leerstraf Gedragsinterventies als leerstraf Erkende gedragsinterventies als leerstraf Naam Inhoud Frequentie* Uren Respect limits Regulier 10 bijeenkomsten / 1 ouderbijeenkomst Respect limits Regulier Plus 10 bijeenkomsten

Nadere informatie

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 De rol van de gedragskundige LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 Spin in het web? Agenda Korte uiteenzetting LVB en verslaving Functie-eisen Rol gedragskundige Discussie

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag.

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Samenvatting De Top600 bestaat uit een groep van 600 jonge veelplegers

Nadere informatie

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar)

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) 3a Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) Deze factsheet beschrijft de resultaten van de gezondheidspeiling najaar 2005 van volwassenen tot 65 jaar in Zuid-Holland Noord met betrekking tot de geestelijke

Nadere informatie

Presentatie Huiselijk Geweld

Presentatie Huiselijk Geweld Definitie: Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder vallen lichamelijke en seksuele geweldpleging, belaging en bedreiging

Nadere informatie

Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument

Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument Verslag EFP Themabijeenkomst Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument 29 november 2011 Introductie De presentatie wordt verzorgd door Sylvia Lammers; psycholoog en gepromoveerd

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II Opgave 2 Rondhangen Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3 en tabel 1. Inleiding De Kamer ontvangt elk jaar een rapportage van de minister van Justitie over de voortgang van de aanpak van problematische

Nadere informatie

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76 VOORSTUDIE SOFTDRUGSGEBRUIK JONGERENROTTERDAM COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: Sint Jansstraat

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

ISI-Model. Samenleving: morele afkeuring. Individu. Beleefde gezondheid: psychisch fysiek mate van verslaving

ISI-Model. Samenleving: morele afkeuring. Individu. Beleefde gezondheid: psychisch fysiek mate van verslaving SAMENVATTING Het Leger des Heils houdt zich van oudsher bezig met groepen mensen, die worden getroffen door achterstelling, armoede, uitbuiting en uitsluiting. De toename van de complexiteit van de problemen

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ)

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, Jeugdbescherming Regio Amsterdam Claudia van der Put, Universiteit van Amsterdam Jeugdbescherming Ieder kind veilig GGW FFPS

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting In dit proefschrift is agressief en regelovertredend gedrag van (pre)adolescenten onderzocht. Vanuit een doelbenadering (Sociale Productie Functie

Nadere informatie

Lectoraat GGZ-Verpleegkunde. LVG en Verslaving. s Heerenloo 30 juni 2010

Lectoraat GGZ-Verpleegkunde. LVG en Verslaving. s Heerenloo 30 juni 2010 Lectoraat GGZ-Verpleegkunde LVG en Verslaving s Heerenloo 30 juni 2010 1 Wat komt aan bod? Overzicht programma LVG en verslaving Prevalentiegegevens Casus Brijder en s Heerenloo Discussie nav casuïstiek

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 Lokale veiligheidsbevraging 2011 Synthese van het tabellenrapport Pz Blankenberge - Zuienkerke Inleiding De lokale veiligheidsbevraging 2011 is een bevolkingsenquête

Nadere informatie

Autisme spectrum stoornissen en delinquentie

Autisme spectrum stoornissen en delinquentie Autisme spectrum stoornissen en delinquentie Lucres Nauta-Jansen onderzoeker kinder- en jeugdpsychiatrie VUmc Casus Ronnie jongen van 14, goed en wel in de puberteit onzedelijke handelingen bij 5-jarig

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling 5. Determinanten van seksuele gezondheid-aanbevelingen Om kinderen en jongeren te kunnen ondersteunen in hun seksuele ontwikkeling is het van belang om de

Nadere informatie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen GGzE centrum kinder- en jeugd psychiatrie Universiteit van Tilburg, Tranzo http://www.youtube.com/watch?list=pl9efc

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Naam jeugdige: Geboortedatum: Sekse jeugdige: Man Vrouw Datum van invullen: Ingevuld door: Over dit instrument Dit instrument is een hulpmiddel

Nadere informatie

Inzicht in de opbrengsten en effecten van Veiligheidshuizen

Inzicht in de opbrengsten en effecten van Veiligheidshuizen Rendementsanalyse Inzicht in de opbrengsten en effecten van Veiligheidshuizen Basismonitor waarmee VH zelf hun effectiviteit kunnen (laten) meten - Stappenmeter om meer zicht te krijgen op de samenwerking

Nadere informatie

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren nummer 1 juni 2012 Categorieën/doelgroepen First offender: een persoon van 18 jaar of ouder die voor het eerst in aanraking is gekomen met Justitie.

Nadere informatie

GGZ aanpak huiselijk geweld

GGZ aanpak huiselijk geweld GGZ aanpak huiselijk geweld Wat is er nodig en wat helpt Jeannette van Borren Mei 2011 Film moeder en zoon van Putten Voorkomen van problemen is beter en goedkoper dan genezen Preventieve GGZ interventies

Nadere informatie

WIE IS HET? LVB & Zelfredzaamheid: Een vergelijking tussen 010 & 020. Marie-Jolette Luijks & Leonie Harwig Symposium 2 juli 2015

WIE IS HET? LVB & Zelfredzaamheid: Een vergelijking tussen 010 & 020. Marie-Jolette Luijks & Leonie Harwig Symposium 2 juli 2015 WIE IS HET? LVB & Zelfredzaamheid: Een vergelijking tussen 010 & 020 Marie-Jolette Luijks & Leonie Harwig Symposium 2 juli 2015 Programma workshop Aanleiding onderzoek Doelgroep: Over wie hebben we het?

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch Summary)

Samenvatting (Dutch Summary) Samenvatting (Dutch Summary) CRIMINALITY AND FAMILY FORMATION Disentangling the relationship between family life events and criminal offending for high-risk men and women Het terugdringen van criminaliteit

Nadere informatie

HUISELIJK GEWELD IN NEDERLAND 2010 Facts and Figures. 9 Mei 2010

HUISELIJK GEWELD IN NEDERLAND 2010 Facts and Figures. 9 Mei 2010 HUISELIJK GEWELD IN NEDERLAND 2010 Facts and Figures 9 Mei 2010 Stefan Bogaerts Hoogleraar Victimologie, INTERVICT (FRW) Hoogleraar Forensische Psychologie (FSW) Hoofd onderzoek en behandelinnovatie Kijvelanden/Dok

Nadere informatie

Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen

Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen Hoofdstuk uit: Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg UMC St Radboud Nijmegen Februari 2010 Astrid Altena

Nadere informatie

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Rapportage Politie in aanraking met veteranen Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Doorn 9 juni 2011 1 Aanleiding en opzet van het onderzoek In de uitvoering van haar taak komt de politie ook

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Deel 1: Wet op de gedwongen opname Deel 2: problematisch middelengebruik Toetsing van de wet bij verslaving Geesteszieke

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Integrale aanpak van notoire ordeverstoorders

Integrale aanpak van notoire ordeverstoorders Integrale aanpak van notoire ordeverstoorders Tom van Ham- Bureau Beke Marloes Stokkel- Ministerie Veiligheid en Justitie Nicolien Cevat- Het CCV 12 juni 2014 Notoire ordeverstoorders Kenmerken en achtergronden

Nadere informatie

Inhoud. Woord vooraf 11

Inhoud. Woord vooraf 11 Inhoud Woord vooraf 11 1 Typeringen van generaties 13 1.1 Wat is een generatie? 13 1.2 Wat is het realiteitsgehalte? 14 1.3 Veteranengeneratie (70-plussers) 15 1.4 Babyboomers (50 tot 70 jaar) 16 1.5 X-generatie

Nadere informatie

Protocol ongewenste omgangsvormen

Protocol ongewenste omgangsvormen Protocol ongewenste omgangsvormen Versiebeheer: revisienummer datum omschrijving verandering 4-03-2013 Vaststelling in bestuursvergadering 4 maart 2013, met ingang van 1 maart 2013 Protocol ongewenste

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Inhoudsopgave Overeenkomst meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 3 Toelichting meldcode huiselijk

Nadere informatie

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor! Directe Hulp bij Huiselijk Geweld U staat er niet alleen voor! U krijgt hulp Wat nu? U bent in contact geweest met de politie of u heeft zelf om hulp gevraagd. Daarom krijgt u nu Directe Hulp bij Huiselijk

Nadere informatie

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan

Nadere informatie

Stichting TRIX. een re-integratie en rehabilitatieproject. Kansen voor kansarmen. Resultaten en werkzame factoren van het project TRIX

Stichting TRIX. een re-integratie en rehabilitatieproject. Kansen voor kansarmen. Resultaten en werkzame factoren van het project TRIX Stichting TRIX een re-integratie en rehabilitatieproject Kansen voor kansarmen Resultaten en werkzame factoren van het project TRIX Door: Nicolette Plasse Jan van de Graaf Website: www.stichtingtrix.nl

Nadere informatie

Overzicht. Overzicht. Casus. Scoring. Resultaat RISICOTAXATIE BIJ GEÏNTERNEERDEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING. Intro: VRAG.

Overzicht. Overzicht. Casus. Scoring. Resultaat RISICOTAXATIE BIJ GEÏNTERNEERDEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING. Intro: VRAG. Overzicht RISICOTAXATIE BIJ GEÏNTERNEERDEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING Claudia Pouls KeFor Overzicht Casus Patrick Bollen was enig kind. Zijn vader had een succesvol IT-bedrijf. Zijn moeder bleef

Nadere informatie

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Samenvatting (Dutch summary) Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Een longitudinaal onderzoek naar werk en criminaliteit Jaarlijks worden in Nederland meer dan 4.000 jongeren

Nadere informatie

Verraderlijk gewoon: Licht verstandelijk gehandicapte jongeren, hun wereld en hun plaats in het strafrecht

Verraderlijk gewoon: Licht verstandelijk gehandicapte jongeren, hun wereld en hun plaats in het strafrecht Verraderlijk gewoon: Licht verstandelijk gehandicapte jongeren, hun wereld en hun plaats in het strafrecht Landelijke PrO-dag Marigo Teeuwen Nijkerk 10 december 2014 Vandaag: onderzoek en praktijk Onderzoek

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Eval uat i e Camer at oezi cht Gouda Ei ndr appor t Samenvatting en conclusies De gemeente Gouda is begin 2004 een proef gestart met cameratoezicht in de openbare ruimte op diverse locaties in de gemeente.

Nadere informatie

essie 'Zijn ze helemaal gek geworden?'

essie 'Zijn ze helemaal gek geworden?' Verslag themasessie essie 'Zijn ze helemaal gek geworden?' Over omvang en aard van psychische problemen, stoornissen en Licht Verstandelijke Beperking van Marokkaans-Nederlandse jeugdigen en de relatie

Nadere informatie

Doorbreken cirkel van geweld! Hoe kunnen we een duurzame veilige situatie thuis creëren?

Doorbreken cirkel van geweld! Hoe kunnen we een duurzame veilige situatie thuis creëren? Doorbreken cirkel van geweld! Hoe kunnen we een duurzame veilige situatie thuis creëren? Effectonderzoek naar de aanpak huiselijk geweld in de G4 Majone Steketee Katinka Lünnemann Bas Tierolf Belangrijkste

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager Jeugdbescherming Ieder kind veilig Intensief Systeemgericht Casemanagement

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID Jeugd 2010 4 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen Achtergrond symposium Criminaliteit heeft grote gevolgen voor samenleving: -Fysieke verwondingen -Psychische klachten -Materiële schade -Kosten:

Nadere informatie

Zicht op actuele veiligheidsproblemen en risico s. Historie; vooruitkijken begint met terugkijken

Zicht op actuele veiligheidsproblemen en risico s. Historie; vooruitkijken begint met terugkijken Toelichting checklist persoonsgerichte aanpak op maat 10 mei 2016 Basisgegeven Bij de basisgegevens van het dossier gaat het om gegevens als datum aanmelding - wie heeft aangemeld dossiernummer, aanmaakdatum

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave 1 Veranderende opvattingen in het jeugdstrafrecht tegen de achtergrond van veranderingen in criminaliteitscijfers onder jongeren Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met uit het bronnenboekje.

Nadere informatie

Secundaire analyses slachtofferdata

Secundaire analyses slachtofferdata Factsheet 2011-3 Secundaire analyses slachtofferdata landelijk onderzoek huiselijk geweld Auteur: H.C.J. van der Veen Juni 2011 Aanleiding Dertien jaar na het eerste algemene landelijke onderzoek huiselijk

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

De jeugd heeft de toekomst,

De jeugd heeft de toekomst, Datum 28-01-2014 1 De jeugd heeft de toekomst, maar minder voor de een dan voor de ander Greetje Timmerman, Hoogleraar Jeugdsociologie Rijksuniversiteit Groningen Datum 28-01-2014 2 Uitkomsten Gezond Opgroeien

Nadere informatie

1 Inleiding 11. 2 Wat is er met me aan de hand? 15. Typerend beeld 16 Kenmerken 18 Diagnostiek 30 Hoe vaak komt het voor? 35 Samenvatting 37

1 Inleiding 11. 2 Wat is er met me aan de hand? 15. Typerend beeld 16 Kenmerken 18 Diagnostiek 30 Hoe vaak komt het voor? 35 Samenvatting 37 Leven met een antisoc stoornis.qxd 07-03-06 09:27 Pagina 7 Inhoud Voorwoord 1 Inleiding 11 2 Wat is er met me aan de hand? 15 Typerend beeld 16 Kenmerken 18 Diagnostiek 30 Hoe vaak komt het voor? 35 Samenvatting

Nadere informatie

Kinderen, ouderen en het huisverbod

Kinderen, ouderen en het huisverbod Een korte introductie Bureau voor beleidsonderzoek, advies en detachering Kinderen, ouderen en het huisverbod Alle relevante beleidsthema s, van arbeid, onderwijs en zorg tot criminaliteit & veiligheid

Nadere informatie

iiitogiontant Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen \sf

iiitogiontant Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen \sf Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen Een selectie naar ondernemingen uit het Midden- en Kleinbedrijf V. Sabee R.F.A. van den Bedem J.J.A. Essers

Nadere informatie

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen?

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Richtlijnen Casus IDDT Richtlijnen, wat zeggen ze niet! Richtlijnen Dubbele Diagnose, Dubbele hulp (2003) British

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen)

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Doelstelling De volgende twee Kerncompetenties en vaardigheden in de Regeling periodieke

Nadere informatie

Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie

Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie Prof Dr Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam Gezondheid van uitkeringsgerechtigden

Nadere informatie

De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten:

De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten: Analyse stadsdeel Noord, 2002 1. Opzet van de analyse De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten: een tabel ( Onderliggende indicatoren van de bewonersscore, stadsdeel Noord,

Nadere informatie

Risicotaxatie bij preventieve uithuisplaatsing

Risicotaxatie bij preventieve uithuisplaatsing Risicotaxatie bij preventieve uithuisplaatsing Positie huisverbod: Waarom een risicotaxatie-instrument? Gewenst Dreigingsanalyse via: ongestructureerd klinisch oordeel (sterk, matig, zwak op grond van

Nadere informatie

Samenvatting. Psychische gezondheid en urbanisatie

Samenvatting. Psychische gezondheid en urbanisatie Samenvatting Psychische gezondheid en urbanisatie Een onderzoek naar verschillen tussen stad en platteland en naar verschillen binnen de stad in het voorkomen van psychiatrische stoornissen Inleiding In

Nadere informatie

De meldcode het hoe en waarom. Onno Graafland, kinderarts 11 april 2014

De meldcode het hoe en waarom. Onno Graafland, kinderarts 11 april 2014 De meldcode het hoe en waarom Onno Graafland, kinderarts 11 april 2014 Inhoud Omvang van het probleem De lange termijn gevolgen Wat is toxic stress De meldcode Onze belemmeringen Kindermishandeling Elke

Nadere informatie

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Augustus 2015 Het meeste wetenschappelijk onderzoek wordt betaald door de overheid uit publieke middelen. De gevolgen van wetenschappelijke kennis voor de samenleving

Nadere informatie

Voorkomen van. bij suïcidaliteit. Rol huisar ts. Vervolg Trimbos, Preventie. Voorkomen van suïcide

Voorkomen van. bij suïcidaliteit. Rol huisar ts. Vervolg Trimbos, Preventie. Voorkomen van suïcide Suïcidaliteit Voorkomen van suïcidaliteit Remco de Winter: introductie Bert van Hemert: workshop met mindmapping mindmapping Voorkomen van suïcidaliteit Trimbos instituut iov Min. VWS Vermindering van

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Samenvatting Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Voor de tweede keer heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs,

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling 1. Kindermishandeling Kindermishandeling is 'elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte

Nadere informatie

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden Over TBS In deze folder vertellen wij u graag meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden en in het bijzonder over tbs. De Kijvelanden behandelt

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan

Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan U moet de bakens verzetten en noch sterke drank, noch bier meer gebruiken: houdt u aan een matig gebruik van een redelijke

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Dr. Xavier M.H. Moonen

Dr. Xavier M.H. Moonen Dr. Xavier M.H. Moonen Orthopedagoog/GZ-psycholoog Bijzonder lector inclusie van mensen met een verstandelijke beperking Zuyd Hogeschool Docent en onderzoeker UvA in het bijzonder voor het vakgebied zorg

Nadere informatie

gewoon meedoen! Ketenzorg met toekomst

gewoon meedoen! Ketenzorg met toekomst gewoon meedoen! Ketenzorg met toekomst De basis van In voor zorg! Voor wie is JeugdzorgPlus? Door een gebrek aan aansluitende zorg vielen voorheen veel jongeren tussen wal en schip. Dit verkleinde hun

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland

Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland Tanja Traag en Olivier Marie Bijna een op de drie jongeren die geen onderwijs meer volgden

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling 2. Gevolgen van kindermishandeling voor kind en omgeving De emotionele, lichamelijke en intellectuele ontwikkeling van een kind berust op genetische mogelijkheden

Nadere informatie

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest K.P.M.A. Muis L. van der Geest Samenvatting en conclusies in hoofdpunten In 2008 en 2009 is er sprake van een opvallende daling van het aantal tbs-opleggingen met bevel tot verpleging. Het is onwaarschijnlijk

Nadere informatie