Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ]

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ]"

Transcriptie

1 Bachelor Thesis Naam : Jeffrey Rous Studierichting : Fiscale Economie ANR : s Datum : 21/11/2009 Begeleider : Mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ]

2 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Hoofdstuk 1 De testamentvormen... 5 Paragraaf 1.1 Turbotestament... 5 Paragraaf 1.2 Turboverdeling... 6 Paragraaf 1.3 Superturbotestament... 7 Hoofdstuk 2 Artikel 10 Successiewet Paragraaf 2.1 De functie van art. 10 SW Paragraaf 2.2 Ten koste van erflaters vermogen Paragraaf 2.3 In verband met een rechtshandeling Paragraaf 2.4 Een levenslang genotsrecht Paragraaf 2.5 Ten laste van een naaste Hoofdstuk 3 Standpunten Hoge Raad Paragraaf 3.1 HR 8 februari 1995: de turboverdeling Paragraaf 3.2 HR 19 juni 2009: het turbotestament Paragraaf 3.3 Dubbele heffing? Hoofdstuk 4 De nieuwe successiewet Paragraaf 4.1 Het voorstel van wijziging successiewet Paragraaf 4.2 Eerste Nota van wijziging Paragraaf 4.3 Tweede Nota van wijziging, amendementen Tweede Kamer Paragraaf 4.4 Aanname door de Tweede Kamer Hoofdstuk 5 Conclusie Paragraaf 5.1 Conclusie Literatuurlijst

3 Inleiding Men zegt wel eens, niets in het leven is zeker behalve de dood en belastingen. Dit geldt echter niet alleen in het leven. Ook na de dood krijgt men te maken met de ficus. In de vorm van het successierecht. En uiteraard wil men ook de belastingsom die na het leven over het vermogen moet worden betaald zoveel mogelijk beperken. Daarom zijn er vele constructies op te noemen die de te betalen successierechten zoveel mogelijk proberen te minimaliseren. Het (super)turbotestament en de turboverdeling in combinatie met een vruchtgebruiktestament (hierna: turboverdeling) zijn daar voorbeelden van. Recentelijk is de positie van deze testamentvormen 1 echter nog onzekerder geworden dan dat deze al was. Op 19 juni van dit jaar heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over het turbotestament: deze valt onder de werking van art. 10 Successiewet Als gevolg hiervan kan het turbotestament niet langer het beoogde voordeel bieden. In tegendeel zelfs, het kan leiden tot een hogere heffing. Daar komt bij dat er op dit moment aan een wijziging van de huidige Successiewet wordt 3 gewerkt. Deze wetswijziging zou het lot van het turbotestament kunnen bezegelen. In mijn thesis wil ik onderzoeken wat de gevolgen van doorvoering van deze wetswijziging zullen zijn. Niet alleen voor het turbotestament, maar ook voor gerelateerde testamentvormen zoals de turboverdeling en het superturbotestament. Ook zal ik enige relevante jurisprudentie met betrekking tot dit onderwerp behandelen. Derhalve heb ik voor het onderzoek de volgende probleemstelling geformuleerd: Wat zijn de gevolgen voor het (super)turbotestament en de turboverdeling, gezien de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie en wetgeving? En komt de toekomst van deze testamentvormen in gevaar? Voor niet iedereen zal duidelijk zijn wat een (super)turbotestament of turboverdeling is. In het eerst hoofdstuk zal ik deze testamentvormen daarom eerst proberen uit te leggen, onder andere met behulp van voorbeelden. In het tweede hoofdstuk zal ik de link met art. 10 van de Successiewet proberen uit te leggen. Ik zal het artikel behandelen aan de hand van de te onderzoeken testamentvormen. Hierbij zal ik ook inzichten uit de literatuur betrekken. Hoofdstuk drie zal gaan over uitspraken door de Hoge Raad. Op de eerste plaats zal een samenvatting van de arresten worden gegeven. Vervolgens wordt gekeken wat de gevolgen van de uitspraken zijn voor het superturbotestament en de turboverdeling. Het wetsvoorstel voor de wijziging van de Successiewet zal aan bod komen in hoofdstuk vier. Hoewel er nog hard wordt gewerkt aan de wetswijziging, zal ik eerst de ontwikkelingen van het voorstel tot wetswijziging behandelen. Er vinden nog steeds wijzigingen plaats in het wetsvoorstel, maar uiteindelijk zal ik 1 Hoewel de turboverdeling op zichzelf eigenlijk geen testamentvorm is, zal ik in deze thesis voor het gemak ook als één van de testamentvormen beschouwen. 2 HR 19 juni 2009, nr. 08/01165, BNB 2009/ Inmiddels is het voorstel na een aantal wijzigingen te hebben ondergaan aangenomen door de Tweede Kamer, zie par

4 uitgaan van de meest recente versie van het wetsvoorstel en hier de testamentvormen aan toetsen. In het laatste hoofdstuk zal ik tot een conclusie komen. De belangrijkste punten uit de voorgaande hoofdstukken zullen op een rijtje worden gezet. Op deze manier wil ik uiteindelijk proberen de hoofdvraag te beantwoorden en mijn toekomstverwachtingen geven met betrekking tot het turbotestament, de turboverdeling en het superturbotestament. 4

5 Hoofdstuk 1: De testamentvormen In een vruchtgebruiktestament legateert de testateur (een deel) van zijn nalatenschap aan zijn echtgenote. Met andere woorden, na zijn overlijden komt het recht op vruchtgebruik van zijn vermogen aan zijn echtgenote toe. 4 Van dit vermogen krijgen de kinderen de hoofdgerechtigdheid (hierna: de bloot eigendom). Na het overlijden van de langstlevende eindigt het verkregen vruchtgebruik, art. 3:203 lid 2 BW. Het vererft dus niet. De bloot eigendom dat de kinderen bij het eerste overlijden hebben verkregen wast aan tot volle eigendom zonder dat hierover successierecht verschuldigd is. Het turbotestament en het superturbotestament zijn varianten op het vruchtgebruiktestament. De turboverdeling is een wijze waarop goederen in een huwelijksgemeenschap worden verdeeld. Deze verdeling kan plaatsvinden in combinatie met een vruchtgebruiktestament. Het idee in deze varianten zit uiteraard in verdere belastingbesparing. In hoeverre dat (nog) mogelijk is, zullen we bekijken in latere hoofdstukken. Allereerst zal ik proberen duidelijk te maken wat deze testamentvormen inhouden door ze in dit hoofdstuk kort te behandelen. Met behulp van een voorbeeld zal ik vervolgens proberen de wijze waarop een dergelijk testament in zijn werking gaat verder te verduidelijken. 1.1 Turbotestament In een turbotestament, ook wel een turbovruchtgebruiktestament genoemd, legt de testateur vast dat na diens overlijden het recht op vruchtgebruik over zijn gehele nalatenschap ten goede komt aan zijn echtgenote. Daartegenover legt hij zijn echtgenote de testamentaire last op de bloot eigendom van haar eigen vermogen in te brengen in die nalatenschap. Deze nalatenschap komt vervolgens ten goede aan het kind van het echtpaar. 5 Als gevolg hiervan heeft de langstlevende het vruchtgebruik over zowel haar eigen vermogen, als dat van haar overleden echtgenoot. Het kind verkrijgt de bloot eigendom van alle goederen van het totale vermogen. De langstlevende verkrijgt het recht van vruchtgebruik over het vermogen van de erflater. Zij kan krachtens art. 5, lid 1 SW de waarde van haar inbreng (de waarde van de bloot eigendom van haar vermogen) in mindering brengen op de waarde van het verkregen vruchtgebruik. Gevolg is dat de grondslag voor de te betalen successiebelasting die de langstlevende moet betalen aanzienlijk lager ligt dan wanneer door haar geen inbreng zou hebben plaatsgevonden. Voor het kind kan in geval de bloot eigendom van het vermogen meer waard is dan het vruchtgebruik de basis voor het 6 successierecht echter hoger liggen dan de omvang van de nalatenschap. Wanneer de langstlevende komt te overlijden, eindigt het vruchtgebruik van rechtswege. Omdat de langstlevende haar bloot eigendom eerder al heeft afgestaan aan haar kinderen, heeft zij na 4 In deze thesis zal ik als uitgangspunt nemen dat de man de eerstoverledene is (als eerste komt te overlijden). Tenzij anders is vermeld is de vrouw dus langstlevende. 5 De nalatenschap komt ten goede aan de erfgenamen. In deze thesis zal ik er vanuit dat het kind de enige erfgenaam is. 6 Zie paragraaf 3.3 over mogelijke dubbele heffing. 5

6 overlijden geen vermogen meer. 7 De bloot eigendom bij het kind wast onbelast aan tot volle eigendom. Het kind betaalt alleen successierechten over de bloot eigendom van de gehele nalatenschap bij het eerste overlijden. Het kind moet overigens wel inkomstenbelasting betalen over de bloot eigendom, omdat dit deel uitmaakt van zijn box 3 vermogen. Ten slotte moet worden opgemerkt dat de Hoge Raad op 19 juni 2009 heeft geoordeeld dat art. 10 SW van toepassing is op het turbotestament. 8 Het beoogde belastingvoordeel zoals hierboven staat beschreven (met betrekking tot de onbelaste aanwas van de bloot eigendom tot volle eigendom) is dus niet langer mogelijk. In hoofdstuk 3 zal dit meer uitvoerig worden behandeld. Voorbeeld Vader en moeder zijn getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. De waarde van de gemeenschap bedraagt Ieder hebben zij dus een aandeel in de gemeenschap van Ook hebben zij samen een kind. Vader overlijdt. Moeder is op dat moment 60 jaar oud. Vader heeft een turbotestament laten opmaken. Om het vruchtgebruik over vaders deel van de gemeenschap te krijgen, moet moeder de bloot eigendom van haar helft in de nalatenschap van vader inbrengen. De waarde van het vruchtgebruik wordt gewaardeerd op De waarde van de bloot eigendom bedraagt dan (1000 -/- 600) 400. De inbreng mag moeder in aftrek brengen op de waarde van het verkregen vruchtgebruik. De belastinggrondslag voor de successierecht voor moeder is dan (600 -/- 400) 200. Het kind erft de bloot eigendom van de gemeenschap, met een waarde van 800 (2x400). Dit is voor het kind de grondslag voor de berekening van het te betalen successierecht. Na het overlijden eindigt het vruchtgebruik van moeder. Over de aanwas van de bloot eigendom naar volle eigendom hoeft het kind geen successierecht te betalen. Uiteindelijk wordt in totaal dus slechts over 1000 ( ) successierecht geheven, terwijl er 2000 aan vermogen is over gegaan. 1.2 Turboverdeling In combinatie met een vruchtgebruiktestament kan een turboverdeling tot een fiscaal voordeel leiden. Bij een turboverdeling komen de erfgenamen en de langstlevende overeen dat de gehele huwelijksgemeenschap wordt toebedeeld aan de nalatenschap. De nalatenschap bevat dan een overbedelingsschuld aan de langstlevende. Met andere woorden, de langstlevende krijgt een onderbedelingsvordering op de nalatenschap ter grootte van haar aandeel in de huwelijksgemeenschap. Gevolg is dat de langstlevende feitelijk de eigendom over haar deel in de huwelijksgemeenschap niet heeft afgestaan, maar heeft omgezet in een vordering op de nalatenschap. Een turboverdeling is vooral aantrekkelijk wanneer het gaat om vermogensbestanddelen waarvan verwacht wordt dat die in de toekomst flink in waarde zullen stijgen. Na het eerste overlijden komt 7 Afgezien van eventueel vermogen dat langstlevende heeft verworven, niet behorende tot het vruchtgebruik dat zij heeft verkregen na het overlijden van haar echtgenoot en een eventuele koopsom die zij heeft gekregen van het kind voor de bloot eigendom. 8 HR 19 juni 2009, nr. 08/01165, BNB 2009/ %, volgens art. 5 Uitvoeringsbesluit Successiewet

7 de gehele huwelijksgemeenschap in de nalatenschap. De waarde van de vordering van de langstlevende op de nalatenschap blijft constant: deze heeft de waarde van haar deel in de huwelijksgemeenschap ten tijde van het eerste overlijden. Toekomstige waardestijgingen van het vermogen komen direct toe aan het kind. Die heeft immers de hoofdgerechtigdheid. 10 Over de waardestijging hoeft bij het overlijden van moeder dus geen successierecht te worden betaald. Bij haar overlijden hoeft alleen successierecht te worden betaald over de waarde van de vordering. Deze vordering is immers haar bezit. Wanneer moeder komt te overlijden en de vordering toekomt aan het kind, gaat deze teniet door vermenging met de overbedelingsschuld. Voorbeeld De huwelijksgemeenschap heeft wederom een waarde van Vader komt te overlijden. Op dat moment is moeder 60 jaar oud. Moeder en het kind besluiten de ontbonden huwelijksgemeenschap te verdelen volgens een turboverdeling. De gehele huwelijksgemeenschap komt toe aan de nalatenschap. Ook het deel van moeder. In de plaats van haar deel in de huwelijksgemeenschap krijgt moeder een onderbedelingsvordering op de nalatenschap. De vordering heeft dus een waarde van De overbedelingsschuld aan moeder kan op de waarde van de nalatenschap in mindering worden gebracht. De waarde van de nalatenschap is dan dus ook Vervolgens verkrijgt moeder het recht van vruchtgebruik over de gehele nalatenschap. Dit recht moet worden gewaardeerd op 600 (0,06 x 10 x 1000). Omdat moeder niets heeft hoeven opgeven kan zij hierop ook niets in mindering brengen. De grondslag voor het successierecht is bij moeder dus gelijk aan de waarde van het verkregen vruchtgebruik. Wat resteert van de nalatenschap is de bloot eigendom. De bloot eigendom heeft een waarde van 400 en komt toe aan het kind. Stel dat moeder een jaar later overlijdt. In die tijd is de waarde van het vermogen toegenomen tot Er moet successierecht worden betaald over waarde van de vordering die moeder bezat, De waardestijging is echter niet belast onder de successiewet. De goederen waren immers al in bezit van het kind en eventuele waardestijgingen komen dus direct aan hem toe. Wanneer moeder haar deel in de gemeenschap zou hebben behouden, zou de waardestijging over haar deel van de gemeenschap wel zijn belast onder de successiewet. De waarde van haar vermogen op het moment van haar overlijden (dus inclusief de waardestijging over haar deel van de huwelijksgemeenschap) zou dan in de heffing zijn betrokken. De heffing beperkt zich nu tot de waarde van de gemeenschap ten tijde van het overlijden van de eerstoverledene, 2000 ( ). 1.3 Superturbotestament In geval van een superturbotestament komt de gehele huwelijksgemeenschap in de nalatenschap. De nalatenschap bevat dan een overbedelingsschuld aan moeder. Eerst vindt dus een turboverdeling plaats. Om het vruchtgebruik over de nalatenschap te verkrijgen moet de langstlevende echter de 10 I.J.F.A. van Vijfeijken, Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de Successiewet 1956 (FM nr. 100), blz. 121, Deventer: Kluwer

8 overbedelingsschuld van de nalatenschap overnemen. Ofwel, de langstlevende neemt de schuld aan haarzelf over van de nalatenschap. Als gevolg hiervan valt de schuld weg tegen de vordering. 11 Deze extra (rechts)handeling heeft als bedoeling te ontkomen aan de heffing door art. 10. Hier zal verder op in worden gegaan in hoofdstuk 2. De financiële uitwerking is uiteindelijk hetzelfde als die bij een turbotestament. 12 Uiteindelijk heeft de moeder dus het recht van vruchtgebruik over de gehele nalatenschap. Het kind bezit de bloot eigendom over de gehele nalatenschap. Wanneer de langstlevende komt te overlijden eindigt het vruchtgebruik. Bij het kind wast de bloot eigendom onbelast aan naar volledige eigendom. Voorbeeld We nemen dezelfde situatie als hiervoor. De huwelijksgoederengemeenschap heeft een waarde van Vader overlijdt. De gehele huwelijksgemeenschap (dus zowel moeders als vaders deel) komt ten goede aan de nalatenschap. Moeder krijgt een onderbedelingsvordering op de nalatenschap ter grootte van haar deel van de gemeenschap, De omvang van de nalatenschap heeft dan ook een waarde van Deze bedraagt immers de waarde van de gehele huwelijksgemeenschap, minus de waarde van de overbedelingsschuld aan moeder. Moeder neemt bij testamentaire last deze schuld die de nalatenschap aan haarzelf heeft over. Door vermenging gaan de vordering en schuld teniet. Omdat de overbedelingsschuld niet langer deel uitmaakt van de nalatenschap, heeft de nalatenschap nu een waarde van Moeder krijgt nu het vruchtgebruik over de gehele nalatenschap. Dit vruchtgebruik wordt gewaardeerd op 1200 (0.06 x 10 x 2000). Op dit bedrag kan zij 1000 in aftrek brengen. Zij heeft als gevolg van een testamentaire last immers een vordering van die waarde moeten opgeven. De grondslag voor successierecht voor moeder is dan dus (net zoals bij het turbotestament) Hierin zit dan ook een extra voordeel ten opzichte van de turboverdeling, waarbij op de verkrijging van het vruchtgebruik niets in mindering kan worden gebracht. Het kind verkrijgt de nalatenschap onder voorbehoud van het vruchtgebruik. Het recht van vruchtgebruik ligt immers bij moeder. De waarde van de verkrijging van het kind bedraagt dan 800. Dit is voor hem dan ook de grondslag voor de heffing van successierechten. Wanneer de langstlevende komt te overlijden, hoeft het kind (uitgaande dat art. 10 niet van toepassing is) geen successierecht te betalen over de aanwas naar volle eigendom. Net zoals bij het turbotestament wordt er dus slechts over 1000 ( ) successierecht geheven, terwijl er 2000 aan vermogen is overgegaan. Ook hierbij moet overigens weer worden opgemerkt dan het kind wel inkomstenbelasting verschuldigd is over zijn verkregen vermogen omdat dit deel gaat uitmaken van box I.J.F.A. van Vijfeijken, Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de Successiewet 1956 (FM nr. 100), blz. 132 Deventer: Kluwer R.T.G. Verstraaten, Cursus Belastingrecht, Studenteneditie Successiebelastingen, blz. 145,Deventer: Kluwer Ook hier laat ik later verworven vermogen of de eventuele koopsom die moeder heeft gekregen voor de bloot eigendom buiten beschouwing. 8

9 Hoofdstuk 2: Art. 10 Successiewet 1956 In het vorige hoofdstuk is al een aantal keer art. 10 van de huidige Successiewet ter sprake gekomen. In dit hoofdstuk ga ik uitleggen wat het artikel inhoudt. Daarbij zal ik uitleggen wat het precies te maken heeft met de testamentvormen die in deze thesis centraal staan. Dit zal ik doen door de testamenten te toetsen aan de eisen van het artikel. Met behulp van standpunten uit de literatuur en enige jurisprudentie zal ik vervolgens proberen duidelijk te maken waar de knelpunten liggen bij artikel 10 en het (super)turbotestament en de turboverdeling. 2.1 De functie van art. 10 SW 1956 Stel voor, het volgende geval; M, die al aardig op leeftijd is, verkoopt zijn huis aan zijn zoon X. M wil echter wel tot het einde van zijn leven het recht op vruchtgebruik over het huis behouden. Enkele jaren later komt M te overlijden. Zijn vruchtgebruik eindigt bij het overlijden. De woning zelf maakt geen deel uit van de nalatenschap. De eigendom van het huis heeft M bij leven immers al overgedragen aan X. Met betrekking tot de woning bedraagt de nalatenschap van M dus 0, met uitzondering van een eventuele koopsom die zoon X aan M heeft betaald. Gevolg is dat het eigendom van de woning in zijn geheel is overgegaan op X, geheel buiten de heffing van de Successiewet om. Om situaties vergelijkbaar met het voorgaande waarbij het betalen van successierecht wordt ontweken door vermogensbestanddelen al bij leven te doen over gaan naar een naaste onder voorbehoud van vruchtgebruik is art. 10 in het leven geroepen. Art. 10 ziet op vermogensbestanddelen waarvan de erflater bij leven de eigendom doet overgaan op een naaste, maar waar hij zelf tot het einde van zijn leven een genotsrecht op behoudt. Bij wijze van fictie worden bij het overlijden van de erflater deze vermogensbestanddelen toch te zijn overgegaan krachtens erfrecht. Art. 10 is van toepassing indien voldaan is aan de volgende eisen: 14 Er moet iets ten koste van het vermogen van erflater zijn verkregen in verband met een rechtshandeling waarbij de overledene partij was en hij in verband met die rechtshandeling (mede) een levenslang vruchtgebruik of recht op periodieke uitkeringen heeft bedongen dat ten laste van een naaste in de zin van art. 10, lid 5, onderdeel 1, is gekomen. In de volgende paragrafen zal ik de toepasbaarheid van deze eisen op het (super)turbotestament en de turboverdeling behandelen. 14 R.T.G. Verstraaten, Cursus Belastingrecht, Studenteneditie Successiebelastingen, blz. 79, Deventer: Kluwer

10 2.2 Ten koste van erflaters vermogen Het eerste vereiste is terug te vinden in het eerste lid van art. 10: Al wat iemand ten koste van erflaters vermogen heeft verkregen ( ) wordt ( ) geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen. Uit deze zin valt ook op te maken waarop het artikel betrekking heeft. Met andere woorden, het stelt vast waarover indien is voldaan aan deze, en alle overige eisen van art. 10 successierecht geheven zal worden. Dit betreft namelijk al wat iemand heeft verkregen uit het vermogen van de erflater. Wanneer is aan deze eis voldaan? Om deze vraag te beantwoorden zal eerst moeten worden vastgesteld wat in art. 10 wordt bedoeld met ten koste van. Volgens Van der Stok is er iets ten koste van de erflater gekomen als de erflater bij de transactie waardoor het goed uit het vermogen verdwenen is een nadeel heeft geleden. 15 Volgens hem moet dus sprake zijn van feitelijke verarming. Ik deel echter de mening van Van Vijfeijken die stelt dat met ten koste van erflaters vermogen wordt bedoeld afkomstig uit erflaters vermogen. 16 Van feitelijke verarming hoeft dus geen sprake te zijn. Ten tweede zal duidelijk moeten zijn wat de wetgever heeft bedoeld met van erflaters vermogen. Op grond van de letterlijke tekst zou bij de turboverdeling en het (super)turbotestament niet zijn voldaan aan dit vereiste, aldus Gubbels. 17 Zij stelt dat de erfgenamen niet verkrijgen ten koste van erflaters vermogen, maar van de eerststervende. Het vermogen van de langstlevende immers eerst toebedeeld aan de eerststervende, alvorens de (bloot) eigendom toekomt aan de erfgenamen. Dat de goederen afkomstig zijn uit de huwelijksgemeenschap waarin de langstlevende voor de helft gerechtigd was doet daar volgens haar niet aan af. 18 Mijns inziens heeft de wetgever het echter niet zo letterlijk bedoeld en is het uiteindelijk afkomstig zijn uit het vermogen van de erflater voldoende. Dat dit via de nalatenschap van de eerststervende bij de erfgenamen terecht komt is dan niet van belang. Naar mijn mening is voor het (super)turbotestament en de turboverdeling dus voldaan aan dit vereiste. In alle drie de gevallen krijgen de erfgenamen (al dan niet direct) de bloot eigendom van het totale vermogen. Hierin zit dus ook de bloot eigendom van het aandeel van de langstlevende. Dit maakte eerst deel uit van het vermogen van de langstlevende en is nu overgegaan op de erfgenamen. Zij hebben dan verkregen ten koste van erflaters vermogen. 2.3 In verband met een rechtshandeling De volgende eis is wat problematischer. Er moet sprake zijn geweest van een rechtshandeling waarbij de overledene partij was. In de literatuur is nogal wat verdeeldheid over wat precies moet worden verstaan onder een rechtshandeling als bedoeld in art. 10. Meer specifiek met betrekking tot het onderwerp van deze thesis, bestaat er nogal wat onenigheid over de vraag of uitvoering van een testamentaire last kan worden aangemerkt als een rechtshandeling. Voordat ik hier dieper op in zal 15 E.B. van der Stok, Het vruchtgebruik-tegen-inbreng-bloot-eigendom (turbo)testament, WFR 1996/6183, blz. 125 e.v. 16 I.J.F.A. van Vijfeijken, Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de Successiewet 1956 (FM nr. 100), blz Deventer: Kluwer N.C.G Gubbels, Turbo- en superturbotestament, WPNR 2001/6431, blz Zie ook E.B. van der Stok, Het vruchtgebruik-tegen-inbreng-bloot-eigendom (turbo)testament, WFR 1996/6183, blz

11 gaan, zal ik eerst de definitie van een rechtshandeling geven als beschreven in art. 3:33 van het Burgerlijk Wetboek: Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Naar mijn mening is bij de inbreng van (bloot) eigendom door uitvoering van de testamentaire last door de langstlevende hieraan voldaan. Zoals ook van Vijfeijken opmerkt, kan als het beoogde rechtsgevolg hier worden aangemerkt het doen over gaan van het vermogen van de langstlevende op het kind of in de nalatenschap. 19 De verklaring waarin de wil zich openbaart kan dan bijvoorbeeld een overdrachtsakte zijn. Volgens Verstraaten is de uitvoering van een testamentaire niet aan te merken als een rechtshandeling als bedoeld in art Volgens hem is niet voldaan aan het vereiste dat de erflater partij moet zijn geweest bij de rechtshandeling. In dat geval zou art. 10 niet van toepassing zijn op het turbotestament, waarbij de testateur aan de langstlevende de testamentaire last oplegt om haar bloot eigendom in te brengen in de nalatenschap. Zo zei ook Hoogland al eerder dat de erflater niet actief is geweest en de verkleining van de nalatenschap niet door hemzelf werd veroorzaakt. De overdracht ( ) vloeide voort uit een rechtsbetrekking waarin de overledene partij raakte zonder zijn toedoen. 21 Tegen de stelling van Hoogland bracht Linders echter in, dat er geen sprake van is dat de erflater niet actief zou zijn geweest. Erflater had de last die hem bij testament was opgelegd immers ook niet kunnen uitvoeren. 22 Ik sluit mij hierbij aan. Bij de uitvoering van de testamentaire last bij een turbotestament is mijns inziens dus sprake van een rechtshandeling waarbij de erflater partij was. Dat bij de turboverdeling en het superturbotestament aan dit vereiste is voldaan lijkt mij vanzelfsprekend. In die gevallen vindt de overdracht niet plaats als gevolg van een testamentaire last, maar komen de erfgenamen en de erflater zelf overeen hoe de ontbonden huwelijksgemeenschap wordt verdeeld. Dat de erflater hierbij een partij was kan niet worden ontkend. 2.4 Een levenslang genotsrecht De derde en misschien omtrent dit onderwerp misschien wel de belangrijkste eis is de volgende; indien de overledene in verband met die rechtshandeling tot zijn overlijden ( ) het genot heeft gehad van een vruchtgebruik Hieruit blijkt dat de erflater tot het einde van zijn leven een recht op vruchtgebruik moet hebben verkregen. Extra nadruk moet worden gelegd op in verband met die rechtshandeling. Hieruit kan worden afgeleidt dat de verkrijging van het genotsrecht direct in verband moet staan met diezelfde rechtshandeling als beschreven in de vorige paragraaf. Er zou dus kunnen worden gezegd dat het genotsrecht in de plaats komt voor de afgestane eigendom. De erflater zet haar eigendomsrecht als 19 I.J.F.A. van Vijfeijken, Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de Successiewet 1956 (FM nr. 100), blz. 82, Deventer: Kluwer R.T.G. Verstraaten, Cursus Belastingrecht, Studenteneditie Successiebelastingen, blz. 80, Deventer: Kluwer Zie Hoogland in WPNR 1976/ Zie de reactie van Linders in WPNR 1976/

12 het ware om in het genotsrecht. 23 Wanneer men dit toepast op het turbotestament kan geconcludeerd worden dan hieraan is voldaan. Immers, de testamentaire last om de bloot eigendom af te staan wordt aan de langstlevende opgelegd. Zij moet die last uitvoeren om het vruchtgebruik te krijgen. Het al dan niet krijgen van het vruchtgebruik staat dus direct in verband met het al dan niet uitvoeren van de last. Bij de turboverdeling ligt dit anders. In dit geval wordt door de erfgenamen en de langstlevende overeengekomen dat de langstlevende haar helft van de huwelijksgemeenschap in de nalatenschap brengt. Daarvoor in de plaats krijgt zij een vordering op de nalatenschap van gelijke waarde. Het vruchtgebruik wordt door de langstlevende in dit geval niet verkregen doordat zij de bloot eigendom heeft afgestaan. Zij verkrijgt dit recht door uitvoering van het testament van de eerstoverledene. De aanvaarding van het vruchtgebruik is niet aan te merken als dezelfde rechtshandeling waarbij de langstlevende haar eigendom in de nalatenschap inbrengt. Van een omzetting van een eigendomsrecht in een genotsrecht is dus geen sprake. Zo werd ook geconcludeerd door de Hoge Raad in BNB 1995/105: In een situatie als hierbedoeld is van een "verband'' als bedoeld in artikel 10 van de Successiewet 1956 geen sprake. Het vruchtgebruik staat los van de toescheiding. arrest zal dieper worden ingegaan in hoofdstuk 3. Bij een superturbotestament zijn twee rechtshandelingen te onderscheiden. De eerste is de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap middels een turboverdeling. De tweede rechtshandeling is het overnemen van de overbedelingsschuld van de nalatenschap door de langstlevende. Het is deze laatste rechtshandeling in verband waarmee de langstlevende het vruchtgebruik verkrijgt. De langstlevende verkrijgt het vruchtgebruik echter niet in verband met dezelfde rechtshandeling als waarmee de erfgenamen iets ten koste van haar vermogen verkrijgen. Het feit dat er sprake is van twee verschillende rechtshandelingen moet er toe leiden dat art. 10 niet van toepassing is. 24 Op dit Wanneer men er vanuit gaat dat er bij het overnemen van de overbedelingsschuld door de langstlevende wel sprake is van een verkrijging bij de erfgenamen zou men echter ook een andere conclusie kunnen komen. Hieraan zou als redenering ten grondslag kunnen liggen dat in dit geval er sprake van is dat er iets ten koste van het vermogen van de langstlevende komt. Haar vordering gaat door vermenging met de overbedelingsschuld immers teniet. Daartegenover neemt het vermogen van de erflaters toe, omdat niet langer een schuld deel uitmaakt van de nalatenschap die zij verkrijgen. In dat geval zou aan dit en de voorgaande criteria zijn voldaan. Ik deel echter de mening van Gubbels dat in dit geval niet ten koste van erflaters vermogen is verkregen. 26 Overigens is wel de vraag in hoeverre BNB 1997/204 een rol zou kunnen spelen. In dit arrest werd bepaald dat art. 10 ook van toepassing kan zijn indien er sprake is van een samenstel van rechtshandelingen. Er kan sprake zijn van een samenstel van rechtshandelingen een zodanig nauw verband valt te ontdekken tussen een aantal rechtshandelingen dat deze als het ware als één I.J.F.A. van Vijfeijken, Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de Successiewet 1956 (FM nr. 100), blz. 122, Deventer: Kluwer HR 8 februari 1995, nr , BNB 1995/ I.J.F.A. van Vijfeijken, Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de Successiewet 1956 (FM nr. 100), blz. 132, Deventer: Kluwer N.C.G Gubbels, Turbo- en superturbotestament, WPNR 2001/6431, blz

13 samenhangend geheel kunnen worden opgevat. Hierbij spelen de betrokken personen, de volgorde waarin de handelingen werden verricht en het uiteindelijk bereikte resultaat een rol Ten laste van een naaste Ten slotte kan als eis voor toepasbaarheid van art. 10 worden aangemerkt dat het genotsrecht ten laste van een naaste moet zijn gekomen. Dit is het geval wanneer de verkrijger de echtgenoot van de erflater is, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad van de erflater of hun echtgenoten. Of er sprake is van een naaste zoals hierboven staat beschreven hangt af van het geval. Meestal zal dit bij vruchtgebruiktestamenten wel het geval zijn. Aan de eis dat het genotsrecht moet drukken op die naaste zal echter geen twijfel bestaan. Deze moet immers het vruchtgebruik van de langstlevende dulden tot diens overlijden. 27 R.T.G. Verstraaten, Cursus Belastingrecht, Studenteneditie Successiebelastingen, blz. 82, Deventer: Kluwer

14 Hoofdstuk 3: Standpunten Hoge Raad Uit het vorige hoofdstuk is duidelijk geworden dat het niet in één oogopslag duidelijk is of de testamentvormen die in deze thesis centraal staan al dan niet onder de reikwijdte van art. 10 betrokken kunnen worden. Dit blijkt ook wel uit de onenigheid die hierover bestaat in de literatuur. Het is daarom niet verwonderlijk dat er enige jurisprudentie bestaat omtrent dit onderwerp. In dit hoofdstuk zal ik de twee belangrijkste arresten behandelen en op die manier proberen nog wat meer duidelijkheid te scheppen omtrent de werking van de huidige successiewet met betrekking tot de testamentvormen. Ik zal beginnen met BNB 1995/105 welke de turboverdeling veiligstelt voor art. 10. Vervolgens zal ik het recente arrest van 19 juni 2009 bespreken waarin het turbotestament centraal stond. 3.1 HR 8 februari 1995: de turboverdeling In het arrest van 8 februari was het volgende aan de orde: man en vrouw zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Tot deze gemeenschap behoort onder andere de woning van het echtpaar. De man heeft een vruchtgebruiktestament opgesteld waarin hij zijn vrouw het recht op vruchtgebruik over zijn nalatenschap toekent en zijn zes kinderen in gelijke delen tot erfgenaam heeft benoemd. De man komt te overlijden op 25 maart De vrouw en de kinderen komen overeen een turboverdeling uit te voeren met betrekking tot de woning. Er wordt vastgelegd dat het gehele pand aan de nalatenschap van de man wordt toegedeeld. Ten aanzien van de vrouw ontstaat zo bij de nalatenschap een overbedelingsschuld aan de vrouw, ter grootte van haar aandeel in het pand. Vervolgens werd overeengekomen dat de vrouw het levenslang vruchtgebruik over het pand zou verkrijgen. Op 7 april 1991 komt de vrouw te overlijden. De vordering van de vrouw op de nalatenschap valt onder de Successiewet. Deze vordering bleek echter te laag te zijn vastgesteld. Het aandeel van de vrouw in de woning bedroeg f , terwijl de onderbedelingsvordering werd gewaardeerd op f Hierdoor zou een deel van het vermogen buiten de heffing vallen. De inspecteur stelde dat de kinderen de onverdeelde helft van de woning op grond van art. 10 krachtens erfrecht hadden verkregen. De vrouw bezat in het verleden de volle eigendom over haar aandeel in de woning. Volgens de inspecteur zou zij bij het uitvoeren van de turboverdeling haar eigendomsrecht hebben omgezet in een genotsrecht. In het geval dat art. 10 van toepassing zou zijn, zou niet de vordering als basis voor successierechten worden genomen, maar de halve waarde van de woning ten tijde van het tweede overlijden. In dat geval zou uiteindelijk wel de hele woning in de heffing zijn betrokken. De kinderen vochten het besluit van de inspecteur aan en de zaak kwam bij het Hof. Deze stelde de inspecteur in het gelijk. Volgens het Hof moeten vermogensbestanddelen die worden toegescheiden aan de gezamenlijke erfgenamen bij de verdeling van een door het overlijden van één der 28 HR 8 februari 1995, nr , BNB 1995/ Deze waarde noemt Laeijendecker in zijn noot bij BNB 1995/

15 echtgenoten ontbonden huwelijksgemeenschap, krachtens erfrecht geacht te zijn verkregen als er vervolgens afgifte van een levenslang vruchtgebruik aan de langstlevende echtgenoot plaatsvindt. 30 Het Hof acht het door de langstlevende verkregen genotsrecht te zijn verkregen in verband met diezelfde rechtshandeling waardoor de erfgenamen iets ten koste van erflaters vermogen hebben verkregen. De kinderen gingen tegen de uitspraak van het Hof in beroep bij de Hoge Raad. Deze verwierp het oordeel van het Hof en achtte artikel 10 niet van toepassing op de van de vrouw verkregen helft van de woning. Volgens de Hoge Raad staat de rechtshandeling waarin de huwelijksgemeenschap wordt verdeeld los van de rechtshandeling waarbij het vruchtgebruik wordt afgegeven aan de langstlevende. In de letterlijke woorden van de Hoge Raad: in een situatie als hier bedoeld is van een verband als bedoeld in artikel 10 van de Successiewet 1956 geen sprake. Het vruchtgebruik staat los van de toescheiding. Mijns inziens is deze uitspraak van de Hoge Raad vanzelfsprekend. De verkrijging van het vruchtgebruik staat immers geheel los van de uitvoering van een turboverdeling. Het recht op vruchtgebruik zou de vrouw toch wel zijn toegekomen, daar dit voortvloeit uit het testament van de eerstoverledene. Zij krijgt het recht op vruchtgebruik niet omdat zij haar aandeel in de huwelijksgemeenschap afstaat. Van een omzetting van een eigendomsrecht in een genotsrecht is dus geen sprake. In plaats daarvan zet de vrouw haar aandeel in de gemeenschap om in een vordering. 3.2 HR 19 juni 2009: het turbotestament Zoals we in de vorige paragraaf hebben gezien valt de turboverdeling niet onder de reikwijdte van art. 10. Er vindt immers geen omzetting plaats van een eigendomsrecht in een genotsrecht. Bij het turbotestament ligt dat anders. Dat bleek ook al in paragraaf 2.4 van deze thesis. In een recent arrest werd dan ook duidelijk dat art. 10 wel van toepassing is op het turbotestament. Dat arrest zal ik hieronder behandelen. Man en vrouw zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Op 23 april 1990 komt de vrouw te overlijden. In haar testament had zij haar twee kinderen benoemd tot erfgenamen. Het vruchtgebruik over haar aandeel in de gemeenschap komt toe aan haar echtgenoot. Hier staat echter wel tegenover dat haar echtgenoot de bloot eigendom van zijn deel in de gemeenschap in de nalatenschap moet brengen. Deze bepaling luidde als volgt: "Ik leg aan mijn genoemde echtgenoot als legataris de last op met betrekking tot zijn onverdeeld aandeel in de algehele gemeenschap van goederen, waarin hij gehuwd is, de eigendom onder voorbehoud van vruchtgebruik te zijnen behoeve in mijn nalatenschap in te brengen. (...)" 31 Voorgaande geschiedde en de kinderen verkregen de bloot eigendom van de gehele ontbonden huwelijksgemeenschap, onder voorbehoud van het vruchtgebruik. Dat kwam toe aan de langstlevende. De kinderen moesten successierecht betalen over de verkregen bloot eigendom in de nalatenschap. De waarde van het door de man verkregen vruchtgebruik was lager dan de inbreng 30 HR 19 juni 2009, nr. 08/01165, BNB 2009/224 (concl. A-G Van Ballegooijen, onderdeel 3.3). 31 HR 19 juni 2009, nr. 08/01165, BNB 2009/224 (concl. A-G Van Ballegooijen, onderdeel 1.2). 15

16 van zijn bloot eigendom. Dit leidde voor hem dus tot een negatieve verkrijging, waarover geen successierecht was verschuldigd. Op 16 augustus 2002 overleed de man. De kinderen gaven bij hun aangifte successierecht op dat hun verkrijging als gevolg van dit overlijden nihil was. De inspecteur achtte echter art. 10 van toepassing op deze situatie en legde een aanslag op. De kinderen vochten deze beslissing aan en de zaak kwam terecht bij de Rechtbank in Haarlem 32. Zij stelden dat de beëindiging van het vruchtgebruik niet tot toepassing van art. 10 leidt. Volgens hen is er geen sprake geweest van een rechtshandeling waarbij overledene partij was. Onder een rechtshandeling zoals bedoeld in art. 10 moet volgens hen worden verstaan een meerzijdige rechtshandeling. De uitvoering van een testamentaire last is volgens hen de erflater geen partij en dus is er geen sprake van een rechtshandeling als bedoeld in art. 10. Verder zou toepassing van art. 10 leiden tot dubbele heffing. Ten tijde van het overlijden van de eerstoverledene hebben de kinderen successierecht betaald over de bloot eigendom van de huwelijksgemeenschap. De waarde van de bloot eigendom bedroeg meer dan de helft van de waarde van de gemeenschap. Wanneer art. 10 van toepassing zou zijn en heffing zou plaats vinden over de helft van de gemeenschap zou er dus voor een deel dubbel successierecht geheven worden. De bloot eigendom van het aandeel van de man in de huwelijksgemeenschap zou dan voor een deel twee maal in de heffing betrokken worden. Als art. 10 van toepassing zou zijn, zou volgens de kinderen ook lid 4 van dat artikel, dat verrekening met eerder geheven successierecht mogelijk maakt, moeten worden toegepast. De rechtbank stelde vast dat er in de wet geen steun te vinden is voor de beperkte uitleg van het begrip rechtshandeling, zoals de kinderen die voorstelden. De rechtbank hanteerde daarentegen de definitie van het begrip rechtshandeling zoals deze terug te vinden is in art. 3:33 van het Burgerlijk Wetboek: Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Het doen overgaan van de blote eigendom van vaders deel in de gemeenschap op de kinderen werd vastgelegd in een akte van boedelscheiding die op 21 januari 1994 werd opgemaakt. Hierin maakte vader duidelijk kenbaar zijn blote eigendom wilde doen overgaan op zijn kinderen met voorbehoud van zijn levenslang vruchtgebruik. Volgens de rechtbank kan dit niet anders worden gezien dan een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Hier zijnde de op rechtsgevolg gerichte wil het doen overgaan van de blote eigendom. De akte is de verklaring waardoor deze wil is geopenbaard. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een rechtshandeling zoals bedoeld in art. 10. Een andere voorwaarde die de rechtbank van belang achtte is of er sprake is geweest van een omzetting van eigendomsrechten in genotsrechten. Volgens de rechtbank was ook aan deze voorwaarde voldaan. De huwelijksgemeenschap werd na het overlijden van moeder van rechtswege ontbonden. Hierna hadden de vader en kinderen kunnen overgaan tot verdeling van de gemeenschap. Op grond van art. 3:183 BW kan dit geschieden op elke wijze die zij goeddunken. Zo had de volle eigendom kunnen toekomen aan vader. Vader heeft er echter voor gekozen deze gerechtigdheid tot verkrijging van volle eigendom om te zetten in een levenslang genotsrecht. 32 LJN AZ0148, Rechtbank Haarlem, 05/4964, NTFR 2006/

17 Tot slot de beslissing met betrekking tot de dubbele heffing. Volgens de rechtbank is er bij toepassing van art. 10 in dit geval geen sprake van dubbele heffing. Het bezwaar dat als gevolg van dubbele heffing dit artikel geen toepassing zou kunnen plaatsvinden acht de rechtbank dus ongegrond. Voor toepassing van art. 10 lid 4 acht de rechtbank dan ook geen plaats. Conclusie van de rechtbank was dan ook dat art. 10 van toepassing is in de bovenstaande situatie. De kinderen gingen in beroep bij het Hof en vervolgens de Hoge Raad. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en verwees voor de overwegingen die aan die beslissing ten grondslag lagen naar de uitspraak van de rechtbank. 33 Op 19 juni 2009 verklaarde ook de Hoge Raad het beroep ongegrond. 34 Ook volgens de Hoge Raad is de uitvoering van een testamentaire last te beschouwen als een rechtshandeling waarbij de erflater als partij was betrokken. Ook is voldaan aan de eisen die art. 10 lid 1 stelt voor een verkrijging die krachtens erfrecht is geschiedt. Voor verrekening met eerder betaald successierecht biedt art. 10 volgens de Hoge Raad geen mogelijkheid. De Hoge Raad verklaard het beroep daarom ongegrond. De beslissing van de rechtbank blijft overeind. Daarmee is bepaald dat art. 10 van toepassing is op het turbotestament. Zoals ook al in het vorige hoofdstuk naar voren is gekomen is de conclusie van de Hoge Raad mijns inziens de juiste geweest. 3.3 Dubbele heffing? In de vorige paragraaf zagen we dat de belanghebbenden art. 10 niet van toepassing achtten, omdat toepassing van dat artikel zou leiden tot dubbele heffing. Dat kon volgens hen niet de bedoeling zijn geweest van de wetgever. Wanneer zou worden geoordeeld dat art. 10 toch van toepassing zou zijn, zou verrekening met eerder betaald successierecht mogelijk moeten zijn. In deze paragraaf ga ik proberen te beoordelen of bij toepassing van art. 10 op een turbotestament al dan niet sprake is van dubbele heffing. Verder zal ik proberen vast te stellen in hoeverre art. 10 in dat geval de mogelijkheid biedt voor verrekening met eerder betaald successierecht. Dubbele heffing zou optreden wanneer de waarde van de bloot eigendom die door de langstlevende wordt ingebracht groter is dan de waarde van het vruchtgebruik dat zij daarvoor in de plaats krijgt. Met de volgende voorbeelden zal ik proberen het bovenstaande te verduidelijken: 35 Voorbeeld 1 Vermogen huwelijksgoederengemeenschap Onverdeelde helft Moeder overlijdt, vader heeft de leeftijd van 64. Waarde vruchtgebruik is 54%= Waarde blote eigendom is 46%= Vader verkrijgt = Kinderen verkrijgen tweemaal = Bij overlijden van vader wordt op grond van artikel 10 SW in de heffing betrokken. Totaal belast vermogen (afgezien van vrijstellingen) LJN BC4082, Gerechtshof Amsterdam, 06/00495, NTFR 2008/ HR 19 juni 2009, nr. 08/01165, BNB 2009/ Ontleend aan Van Ballegooijen in zijn conclusie bij het arrest, zie HR 19 juni 2009, nr. 08/01165, BNB 2009/224 (concl. A-G Van Ballegooijen, onderdeel 5.1). 17

18 In dit voorbeeld wordt er per saldo bij het overlijden van de eerststervende niet meer dan de waarde van het door haar nagelaten vermogen in de heffing van successierecht betrokken. Voorbeeld 2 Het vermogen huwelijksgoederengemeenschap bedraagt weer Ingeval vader ten tijde van het overlijden van moeder 65 jaar of ouder is, dan bedraagt de waarde van het vruchtgebruik minder dan de waarde van de blote eigendom. Stel: hij is 65 jaar. Waarde vruchtgebruik is 48%= Waarde blote eigendom is 52%= Vader verkrijgt = -/ Deze negatieve verkrijging leidt niet tot heffing van successierecht. Kinderen verkrijgen tweemaal = Bij overlijden van vader wordt op grond van artikel 10 SW in de heffing betrokken. Totaal belast vermogen: In het tweede voorbeeld wordt meer dan het oorspronkelijk aanwezige vermogen belast. Bij het eerste overlijden vindt heffing plaats over de bloot eigendom, welk in een geval als in voorbeeld 2 meer dan de helft van de gemeenschap bedraagt. Bij het tweede overlijden wordt door toepassing van art. 10 de volle eigendom van de helft van de gemeenschap in de heffing betrokken. Gevolg is dat over meer dan de waarde van de gehele nalatenschap wordt geheven. De meningen zijn verdeeld over de vraag of er in dit geval sprake is van dubbele heffing. Van Vijfeijken stelt dat dit niet het geval is. 36 Volgens haar moet een onderscheid worden gemaakt tussen vererving en schenking. Bij het eerste overlijden vindt heffing plaats over een groter vermogen dan dat de nalatenschap van de eerststervende omvat. Dit wordt volgens Van Vijfeijken veroorzaakt doordat de langstlevende bereid is meer op te offeren voor de verkrijging van het legaat, dan dat het legaat in feite waard is. In het tweede voorbeeld komt dat erop neer dat de langstlevende genoegen neemt met een legaat van maar bereid is daar voor op te offeren. Het verschil, , moet worden gezien als een schenking van de langstlevende aan de erfgenamen. Er wordt dan wel over geheven, maar dan over successierecht en over schenkingsrecht. Dit is het gevolg van uitvoering van het testament ten tijde van het eerste overlijden en niet het gevolg van toepassing van art. 10. Van Vijfeijken is dan ook van mening dat art. 10 voor verrekening in dit geval geen mogelijkheid biedt. Schoenmaker geeft in zijn commentaar bij de uitspraak van het hof aan dat naar zijn mening wel degelijk sprake is van dubbele heffing. 37 Volgens hem wordt de bloot eigendom van de langstlevende twee keer in de heffing betrokken. Eerst bij het eerste overlijden, wanneer de langstlevende de bloot eigendom inbrengt in de nalatenschap. De tweede keer wanneer de langstlevende zelf komt te overlijden en bij toepassing van art. 10 geheven wordt over de volle eigendom van de langstlevende. Hij verwijst daarbij naar de MvT bij de huidige successiewet. Het doet daarbij niet ter zake of het vermogen zich al dan niet feitelijk in de nalatenschap bevond om te worden aangemerkt krachtens erfrecht te zijn overgegaan. 38 In zijn commentaar erkent Schoenmaker dat er in art. 10 geen 36 I.J.F.A. van Vijfeijken, Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de Successiewet 1956 (FM nr. 100), blz. 130, Deventer: Kluwer LJN BC4082, Gerechtshof Amsterdam, 06/00495, NTFR 2008/ Kamerstukken II, 1955/56, 915, nr. 3, blz

19 mogelijkheden zijn voor verrekening in geval van een turbotestament. Het niet aanwezig zijn van verrekeningsmogelijkheden in gevallen als dit acht hij dan ook één van de redenen waarom het uitvoeren van een testamentaire last niet zou moeten worden aangemerkt als een rechtshandeling. Hij meent dan ook dat art. 10 niet van toepassing zou moeten zijn op het turbotestament. Ook Van Ballegooijen is in zijn conclusie bij de uitspraak van de Hoge Raad van mening dat er sprake is van dubbele heffing, op basis van dezelfde redenering als Schoenmaker. 39 Ook hij vindt in art. 10 geen mogelijkheden voor verrekening, maar in tegenstelling tot Schoenmaker stelt hij dat daaruit niet kan worden afgeleid dat art. 10 niet van toepassing is. Ook haalt hij Van Vijfeijken aan en stelt dat indien er gedeeltelijk sprake is van een schenking zoals Van Vijfeijken stelt, zijns inziens wel verrekening mogelijk is met het eerder geheven schenkingsrecht op grond van art. 10 lid 4. Ook Zwemmer is van mening dat er sprake is van dubbele heffing. Voor verrekening acht hij echter geen plaats: Aftrek op de voet van art. 10, derde lid, Successiewet 1956 van de waarde van de indertijd verkregen blote eigendom is niet mogelijk omdat de blote eigendom door de overledene is opgeofferd toen die de blote eigendom van eigen vermogen in de nalatenschap van de maker van het turbotestament inbracht. En art. 10, vierde lid, geeft niet de mogelijkheid om het successierecht dat indertijd over de blote eigendom is betaald, met het ingevolge de toepasselijkheid van art. 10 Successiewet 1956 verschuldigde recht te verrekenen. medelijden is niet op zijn plaats. Estate planning is geen spel zonder risico's. Over het al dan niet ter sprake zijn van dubbele heffing is dus geen eenduidigheid. Ik meen dat er wel sprake is van dubbele heffing. De basis voor successierecht is groter dan de waarde van het vermogen dat feitelijk is overgegaan. Ik kan mij daarom vinden in de redenering van Van Ballegooijen, die verrekening met de belasting dat is betaald over het deel dat door Van Vijfeijken als schenking wordt aangemerkt redelijk acht. De huidige successiewet biedt die mogelijkheid mijns inziens echter niet, omdat de gehele verkrijging door de erfgenamen moet worden aangemerkt als krachtens erfrecht verkregen Daarbij stelt hij echter ook: Maar veel Van een schenking is dan geen sprake. Mogelijkheden tot verrekening biedt de huidige successiewet in geval van een turbotestament dan ook niet. 39 HR 19 juni 2009, nr. 08/01165, BNB 2009/224 (concl. A-G Van Ballegooijen, onderdeel 6.2). 40 J.W.Zwemmer in zijn noot bij BNB 2009/ Kamerstukken II, 1955/56, 915, nr. 3, blz

20 Hoofdstuk 4: De nieuwe successiewet In de voorgaande hoofdstukken hebben we gekeken hoe de testamentvormen het doen onder de huidige Successiewet. Duidelijk geworden is dat er nogal wat onenigheid bestond of het turbotestament, de turboverdeling in combinatie met een vruchtgebruiktestament en het superturbotestament onder de reikwijdte van art. 10 vallen. Jurisprudentie heeft hier inmiddels uitsluitsel over kunnen geven wat betreft de turboverdeling en het turbotestament. Dit hebben we gezien in het vorige hoofdstuk. Nu wordt er gewerkt aan een nieuwe Successiewet. 42 Bij de wetgever ligt nu de kans om de regels duidelijk vast te leggen omtrent de wijze waarop de testamentvormen die in deze thesis zijn besproken worden belast. In dit hoofdstuk zal ik proberen vast te stellen in hoeverre de wetgever hierin geslaagd is. Dit zal ik doen aan de hand van de meest recente ontwikkelingen rondom het huidige wetsvoorstel. 4.1 Voorstel wijziging successiewet In het jaar 2000 werd een werkgroep onder leiding van prof. mr. J.K. Moltmaker ingesteld dat onderzoek moest doen naar een manier waarop de Successiewet van 1956 kon worden gemoderniseerd. Op 13 maart van datzelfde jaar bracht de commissie Moltmaker een rapport naar buiten waarin verslag werd uitgebracht met betrekking tot de bevindingen van de werkgroep. Hierin werd onder andere gepleit voor een gedeeltelijke afschaffing van art. 10 omdat dit deels overbodig zou zijn geworden en in bepaalde gevallen onterecht van toepassing zou zijn. 43 Het kabinet was echter van mening dat een regeling zoals beschreven in art. 10 niet gemist kon worden omdat er anders te ruime mogelijkheden zouden ontstaan om de heffing van successierecht te vermijden. Hierbij werd onder andere gewezen op het turbotestament en dat daarvoor iedere belemmering zou worden weggenomen. 44 Bij het advies met betrekking tot het voorstel van wetswijziging dat hieronder zal worden behandeld, vraagt echter ook de Raad van State zich af in hoeverre het van belang is dat de regeling van art. 10 gehandhaafd blijft. 45 Zij verwijst hierbij naar het Belastingplan 2002 IV waarin wordt aangevoerd dat in geval van een klassiek vruchtgebruiktestament de aangroei van bloot naar volledige eigendom onbelast moet blijven omdat anders sprake zou zijn van dubbele heffing. 46 Volgens de Raad komt de aldaar beschreven situatie overeen met verkrijgingen zoals bedoeld in art. 10. Zij ziet derhalve geen reden waarom de aanwas naar volle eigendom zou moeten worden belast indien de bloot eigendom tijdens leven is overgedragen, maar deze heffing achterwege dient te blijven bij overdracht bij overlijden. Hier moet echter worden gewezen op een belangrijk verschil tussen deze situaties. Bij een klassiek vruchtgebruiktestament wordt de gehele nalatenschap van de erflater in de heffing van 42 Inmiddels is de nieuwe wet aangenomen in de Tweede Kamer en zal op 1 januari 2010 in werking treden. 43 Rapport Moltmaker, onderdeel 7.6, blz. 54, De warme, de koude en de dode hand, www< 44 Kamerstukken II, 2000/01, , nr. 1, blz Kamerstukken II, 2008/09, , nr. 4, blz Kamerstukken II, 2001/02, , nr. 6, blz

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage

Nadere informatie

INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010

INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010 INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010 Informatie over langstlevende testamenten en het " tweetrapstestament " Hieronder heb ik enige voorbeelden en uitwerkingen van diverse testamentvormen weergegeven,

Nadere informatie

Inleiding. Artikel 10 Successiewet 1956: algemeen

Inleiding. Artikel 10 Successiewet 1956: algemeen > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Mevrouw E.I. Kortlang Voorzitter van de Koninklijke Notariéle Beroepsorganisatie Postbus 16020 2500 BA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201

Nadere informatie

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

Recht van gebruik en bewoning

Recht van gebruik en bewoning Recht van gebruik en bewoning MR. THEO C. HOOGWOUT 1 Recent zijn in de jurisprudentie de consequenties voor het schenkingsrecht en de overdrachtsbelasting van het afstand doen van het recht van gebruik

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 2

2014 -- Successiewet -- Deel 2 Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht

Nadere informatie

Het ontbreken van overgangsregels bij de invoering van het nieuwe art. 10 Successiewet beoordeeld

Het ontbreken van overgangsregels bij de invoering van het nieuwe art. 10 Successiewet beoordeeld Het ontbreken van overgangsregels bij de invoering van het nieuwe art. 10 Successiewet beoordeeld Universiteit van Tilburg Master Fiscaal Recht Examencommissie: Prof. mr. I.J.F.A. Van Vijfeijken Mr. S.A.M.

Nadere informatie

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN Vanaf 2010 kan overlijden met vererving van aandelen in een eigen B.V. met beleggingsvermogen (waaronder verhuurd onroerend goed) tot een onverwachte

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010) Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele

Nadere informatie

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een

Nadere informatie

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap.

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap. EPN-EXAMEN EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE) I ONDERDEEL HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 1. Geef aan welke vier varianten er bestaan op het geboed van finale verrekenbedingen en beschrijf de gevolgen voor

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 1

2014 -- Successiewet -- Deel 1 Successiewet les 1 programma Eén wet, twee belastingen Woonplaats Successierecht Wettelijk erfrecht en wettelijke verdeling Testamenten Wetsficties 1 Eén wet, twee belastingen De Successiewet bestaat uit:

Nadere informatie

Kwartaalbericht Estate Planning, Knelpunten bij het Ik-opa-testament

Kwartaalbericht Estate Planning, Knelpunten bij het Ik-opa-testament Page 1 of 6 Kwartaalbericht Estate Planning, Knelpunten bij het Ik-opa-testament Bijgewerkt tot 2012-12-01. Knelpunten bij het Ik-opa-testament Auteur: Mr. J. Beers 1 Inleiding Wanneer de erflater naast

Nadere informatie

De tweetrapsmaking in het nieuws!

De tweetrapsmaking in het nieuws! notaris mr. W.J. Boelens Oude Delft 62 2611 CD Delft Postbus 2882 2601 CW Delft tel. 015-213 70 50 fax 015-213 70 55 notaris@boelens.net www.boelens.net De tweetrapsmaking in het nieuws! Extra nieuwsbrief

Nadere informatie

ARTIKEL 10 SUCCESSIEWET 1956

ARTIKEL 10 SUCCESSIEWET 1956 ARTIKEL 10 SUCCESSIEWET 1956 Is artikel 10 Successiewet 1956 in overeenstemming met haar doel en strekking en voldoet deze bepaling aan de algemene beginselen van behoorlijke wetgeving? Tilburg School

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:9396

ECLI:NL:RBDHA:2015:9396 ECLI:NL:RBDHA:2015:9396 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 31-07-2015 Datum publicatie 20-08-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 15_2521 ERF Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

Artikel 10 in de Successiewet: kan het anders?

Artikel 10 in de Successiewet: kan het anders? Artikel 10 in de Successiewet: kan het anders? Fiscaal Recht Faculteit der Rechtsgeleerdheid Auteur: drs. E. Breedveld ANR: 230421 Afstudeerdatum: 26 april 2011 Examencommissie: prof. mr. I.J.F.A. van

Nadere informatie

OPA/OMA-CLAUSULE BESPARING ERFBELASTING DOOR IK-OPA/OMA. (vanaf 2010) opa/oma-testament

OPA/OMA-CLAUSULE BESPARING ERFBELASTING DOOR IK-OPA/OMA. (vanaf 2010) opa/oma-testament BESPARING ERFBELASTING DOOR IK-OPA/OMA OPA/OMA-CLAUSULE (vanaf 2010) In navolgende is een toelichting van ik-opa/oma-testamenten opgenomen, hetgeen met name relevant is voor mensen met kleinkinderen en

Nadere informatie

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Mr. K. de Heus * en drs. A. Rozendal ** Indien aandelen die een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen worden vervreemd, vindt op grond van art. 4.12

Nadere informatie

Panklare oplossingen voor estate planning bij Nederbelgen. Maurice de Clercq 18 april 2011

Panklare oplossingen voor estate planning bij Nederbelgen. Maurice de Clercq 18 april 2011 Panklare oplossingen voor estate planning bij Nederbelgen Maurice de Clercq 18 april 2011 Inhoudsopgave Inleiding Roerend vermogen Onroerend vermogen Man en vrouw Vragen Conclusie Inleiding Voor iemand

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Kluwer Online Research Vakblad Financiële Planning Fiscale kunststukjes. Mr. S.A.M. de Wijckerslooth-Lhoëst. Casus

Kluwer Online Research Vakblad Financiële Planning Fiscale kunststukjes. Mr. S.A.M. de Wijckerslooth-Lhoëst. Casus Vakblad Financiële Planning Fiscale kunststukjes Auteur: Mr. S.A.M. de Wijckerslooth-Lhoëst Casus De heer en mevrouw Pietersen zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden, waarin iedere gemeenschap van goederen

Nadere informatie

Aanvaarden Het accepteren van een erfdeel, inclusief de schulden. Hierdoor wordt iemand erfgenaam.

Aanvaarden Het accepteren van een erfdeel, inclusief de schulden. Hierdoor wordt iemand erfgenaam. Erfrecht Woordenboek Op onze website heb je een hoop moeilijke woorden en vaktermen gezien. We hebben steeds geprobeerd die goed uit te leggen. Waarschijnlijk lees je de komende tijd documenten die bol

Nadere informatie

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Vergeten testament. Informele wil 1 Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

Kluwer Online Research. Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956

Kluwer Online Research. Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Auteur: - Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Op 4 april is een nieuw besluit uitgevaardigd

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/37880

Nadere informatie

Hypotheek en levensverzekering

Hypotheek en levensverzekering Hypotheek en levensverzekering Wanneer u voor de financiering van een huis een hypothecaire lening afsluit, verlangt de financier vaak dat tevens een levensverzekering op uw leven wordt afgesloten. Als

Nadere informatie

TWEETRAP EN/OF AFVULLEGAAT Versie april 2011

TWEETRAP EN/OF AFVULLEGAAT Versie april 2011 TWEETRAP EN/OF AFVULLEGAAT Versie april 2011 Informatie over langstlevende testamenten en het " tweetrapstestament " In aanvulling op de "Infokaart Testamenten" van notariskantoor Montfoort wordt in dit

Nadere informatie

Estate planning. Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen bij overgang van vermogen. Hulpmiddel Schijf van vijf. Géén schenkbelasting

Estate planning. Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen bij overgang van vermogen. Hulpmiddel Schijf van vijf. Géén schenkbelasting Estate planning Stichting RB studiekring Utrecht, 11 november 2014 Mr. C.G.C. Engelbertink, Van Ewijk Estate Planning te Bussum Definitie van estate planning Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke

Nadere informatie

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft Geachte heer Test, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte

Nadere informatie

Levensverzekering, premiesplitsing. Jasper Commandeur Fiscalist bij Reaal

Levensverzekering, premiesplitsing. Jasper Commandeur Fiscalist bij Reaal Levensverzekering, premiesplitsing en erfbelasting Jasper Commandeur Fiscalist bij Reaal 1 Met een overlijdensrisicoverzekering kun je met de verzekeraar afspreken dat iemand na een overlijden een eenmalig

Nadere informatie

Inhoud. Inhoud... Titel 1. Juridische aspecten... 1. Hoofdstuk 1. Algemeen... 1

Inhoud. Inhoud... Titel 1. Juridische aspecten... 1. Hoofdstuk 1. Algemeen... 1 p. Inhoud... V Titel 1. Juridische aspecten.... 1 Hoofdstuk 1. Algemeen... 1 Hoofdstuk 2. Algemene beschouwingen over de schenking onder de levenden... 2 Afdeling 1. Definitie...... 2 Afdeling 2. Grondvereisten

Nadere informatie

1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet.

1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet. Memorandum nieuwe schenk- en erfbelasting / aanpassing Successiewet 1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet. Als de Eerste Kamer in december

Nadere informatie

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht

Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht Wat is het belang van het huwelijksvermogensrecht?... 5 Gemeenschap van goederen... 5 Verdeling... 5 Wat behoort tot het gemeen schappelijk vermogen?...

Nadere informatie

De gezinswoning voor 99,6 % legateren aan de langstlevende?

De gezinswoning voor 99,6 % legateren aan de langstlevende? De gezinswoning voor 99,6 % legateren aan de langstlevende? De laatste tijd komen steeds vaker testamenten voor waarbij de ene echtgenoot aan de andere 99,6 % van de gezinswoning in volle eigendom legateert

Nadere informatie

HET ENE VRUCHTGEBRUIK IS HET ANDERE NIET.

HET ENE VRUCHTGEBRUIK IS HET ANDERE NIET. HET ENE VRUCHTGEBRUIK IS HET ANDERE NIET. R. KUMPEN Wanneer in erfrechtelijke dossiers het woord vruchtgebruik (VG) opduikt ontstaat vaak de grootste verwarring, vandaar deze nota voor enige toelichting.

Nadere informatie

Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402

Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402 Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402 1, B

Nadere informatie

Begripsbepaling H OOFDSTUK

Begripsbepaling H OOFDSTUK H OOFDSTUK Begripsbepaling I 1. WETTELIJKE DEFINITIE Artikel 1075 van het Belgisch Burgerlijk Wetboek (hierna BW) bepaalt: De vader, de moeder en andere bloedverwanten in de opgaande lijn kunnen hun goederen

Nadere informatie

Nalaten en erven Erfrecht. Wet sinds 2003

Nalaten en erven Erfrecht. Wet sinds 2003 1 Nalaten en erven Erfrecht Wet sinds 2003 2 Onderscheid in: Echtgenoten Anderen 3 Wat zegt de wet? Voor echtgenoten Voor de anderen 4 Wat zegt de wet voor echtgenoten? WETTELIJKE VERDELING: Alles gaat

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 4 NOVEMBER 2010 C.09.0630.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0630.F M., Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen T., Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

In enkele artikelen van mijn hand is ingegaan op het Franse erfrecht. Naast het civiele recht, speelt echter ook het fiscale recht: de erfbelasting.

In enkele artikelen van mijn hand is ingegaan op het Franse erfrecht. Naast het civiele recht, speelt echter ook het fiscale recht: de erfbelasting. Henriette van Zelm van Eldik Office de Maître Paul-Etienne DUPONT, Notaire 81-83 Avenue Ledru Rollin 75012 PARIS Tel : + 33(0)1.71.19.45.28 Fax: + 33(0)1.43.43.17.56 henriette.vanzelm.75243@paris.notaires.fr

Nadere informatie

Testamenten lezen. Inleiding en onderwerpen. Tot stand komen van een testament 03-09-15. en andere notariële zaken

Testamenten lezen. Inleiding en onderwerpen. Tot stand komen van een testament 03-09-15. en andere notariële zaken Testamenten lezen en andere notariële zaken Janien Zomer Carina Hudepohl Inleiding en onderwerpen Het opmaken van een testament Wettelijk erfrecht Verschillende soorten testamenten De executeur Erven De

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting -- Deel 1

Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM. Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur

Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM. Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur Koren 16 a 0492-841336 5731 LC Mierlo u 06-24243155 Nederland fiscad@onsmail.nl Vliegert Mierlo, 15 november

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/78231

Nadere informatie

NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER

NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER 1. Voor welke schenking is een notariële akte verplicht? A. Voor de schenking van een effectenportefeuille. B. Voor de schuldigerkenning uit vrijgevigheid

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:360

ECLI:NL:GHSHE:2017:360 ECLI:NL:GHSHE:2017:360 Instantie Datum uitspraak 03 02 2017 Datum publicatie 06 04 2017 Zaaknummer 16/00441 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:2212,

Nadere informatie

Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze gescheiden zien?

Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze gescheiden zien? Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze gescheiden zien? 18 november 2014 Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze "gescheiden" zien? 1 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek

Nadere informatie

Presentatie ZijActief

Presentatie ZijActief Presentatie ZijActief Op: 18 januari 2012 Door: mr A.J.W. (Arjan) Kuiper, notaris te Montfoort Even voorstellen? Mr A.J.W. (Arjan) Kuiper, notaris Opvolger van notaris mr H.J.Th.G. Tomlow Even voorstellen?

Nadere informatie

Enkele belangrijke begrippen en afkortingen

Enkele belangrijke begrippen en afkortingen 35 Enkele belangrijke begrippen en afkortingen De volgende lijst geeft een beknopte omschrijving 3 van enkele juridische termen die in dit boek aan bod komen, en dient enkel om die begrippen beter te kunnen

Nadere informatie

tegen de uitspraak in de zaak nr. AWB 05/4964 van de rechtbank Haarlem van 2 oktober 2006 in het geding tussen

tegen de uitspraak in de zaak nr. AWB 05/4964 van de rechtbank Haarlem van 2 oktober 2006 in het geding tussen G ê(o> ((fc Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van 2. tegen de uitspraak in de zaak nr. AWB 05/4964 van de rechtbank Haarlem van 2 oktober

Nadere informatie

Successieplanning. Jan Van Ermengem Notaris te Meerhout

Successieplanning. Jan Van Ermengem Notaris te Meerhout Successieplanning Jan Van Ermengem Notaris te Meerhout Inhoud 1. Hoe wordt het huwelijksvermogen verdeeld bij overlijden? 2. Hoe wordt de nalatenschap verdeeld? 3. Hoe worden successierechten berekend?

Nadere informatie

Defiscalisering van vruchtgebruiktestamenten (met turboverdeling of in de vorm van een turbotestament) middels de tax credit methode

Defiscalisering van vruchtgebruiktestamenten (met turboverdeling of in de vorm van een turbotestament) middels de tax credit methode Defiscalisering van vruchtgebruiktestamenten (met turboverdeling of in de vorm van een turbotestament) middels de tax credit methode B.A.F. Jansen Voortseweg 20 5521 JD Eersel Universiteit van Tilburg

Nadere informatie

7. Hoe vermijdt u dat uw vermogen bij uw schoonfamilie terechtkomt?

7. Hoe vermijdt u dat uw vermogen bij uw schoonfamilie terechtkomt? 7. Hoe vermijdt u dat uw vermogen bij uw schoonfamilie terechtkomt? 7.1. Wat is het? Als u aan vermogens- en successieplanning doet, wilt u ervoor zorgen dat uw vermogen bij uw eigen familie (met name

Nadere informatie

Successiewet en rente na 1 januari 2010

Successiewet en rente na 1 januari 2010 Successiewet en rente na 1 januari 2010 Mr. Caroline J.M. Martens 1 Renteovereenkomsten en rentebepalingen in testamenten houden ons voortdurend bezig. Wanneer kan er successierecht en wanneer schenkingsrecht

Nadere informatie

1. De wetgever heeft reeds in uw plaats gedacht

1. De wetgever heeft reeds in uw plaats gedacht 1. De wetgever heeft reeds in uw plaats gedacht 1.1. U HEEFT VOORAF NIETS GEREGELD Voor zover u geen testament opgemaakt heeft, heeft de wetgever de erfgenamen ingedeeld in vier categorieën, waarvan hij

Nadere informatie

Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep

Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep In deze bijdrage wordt onderzocht hoe de verkrijgingen krachtens versterf en uiterste wil in economische zin uitwerken en hoe deze in de Successiewet worden behandeld.

Nadere informatie

Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M

Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht. Juridische fusie 1 Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht.

Nadere informatie

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten:

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: EPN EXAMEN (ochtendgedeelte) 14 maart 2013 Vraagstuk I Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: De Successiewet 1956 is een verkrijgersbelasting (artikel 5, 24

Nadere informatie

VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN

VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMENWONEN = verbintenis tussen 2 ongehuwde personen van verschillend of hetzelfde geslacht die een

Nadere informatie

HYPOTHEEK, LEVENSVERZEKERING EN PARTNERVERKLARING HYPOTHEEK EN LEVENSVERZEKERING

HYPOTHEEK, LEVENSVERZEKERING EN PARTNERVERKLARING HYPOTHEEK EN LEVENSVERZEKERING HYPOTHEEK, LEVENSVERZEKERING EN PARTNERVERKLARING HYPOTHEEK EN LEVENSVERZEKERING Wanneer u voor de financiering van een huis een hypothecaire lening afsluit, verlangt uw financier vaak dat tevens een levensverzekering

Nadere informatie

A.7.3.17.1 Overzicht diverse testamentsvormen

A.7.3.17.1 Overzicht diverse testamentsvormen Leidraad voor de AA Beroep & Praktijk, A.7.3.17.1 Overzicht diverse testamentsvormen Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: Leidraad AA Beroep & Praktijk A.7.3.17.1 Bijgewerkt

Nadere informatie

Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ

Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Financiële Planning Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Alisen Düzgün, financieel planner bestuursbureau SPMS advies@spms.nl 030-6937680

Nadere informatie

Schenkings- en successierecht

Schenkings- en successierecht Page 1 of 5 Netwerk Notarissen Centrale Organisatie Lt. Gen. Van Heutszlaan 8 3743 JN Baarn T: (035) 577 27 07 F: (035) 695 28 95 E: info@nnco.nl Schenkings- en successierecht Inhoudsopgave: Schenkingsrecht

Nadere informatie

Testamenten en erfgenamen met een verstandelijke beperking

Testamenten en erfgenamen met een verstandelijke beperking Testamenten en erfgenamen met een verstandelijke beperking Mr R.J.W.J. Meyer Notaris & Estateplanner te Naarden RijksBredius Notarissen te Naarden en Bussum. Naarden 2013 Vader Johan gehuwd in de wettelijke

Nadere informatie

De fiscale gevolgen van de overdracht van een vermogensbestanddeel onder voorbehoud van een huurrecht

De fiscale gevolgen van de overdracht van een vermogensbestanddeel onder voorbehoud van een huurrecht Masterscriptie Fiscaal Recht De fiscale gevolgen van de overdracht van een vermogensbestanddeel onder voorbehoud van een huurrecht Naam: K.F.H. van Lierop MSc LLB Opleiding: Master Fiscaal Recht Administratienummer:

Nadere informatie

Belastingrecht voor het ho 2014

Belastingrecht voor het ho 2014 Belastingrecht voor het ho 2014 Uitwerkingen opgaven Deel 7 Erfbelasting en schenkbelasting Henk Guiljam Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten Belastingrecht voor het ho 2014 Uitwerkingen Noordhoff Uitgevers

Nadere informatie

Artikel 4:194a BW In het concept wetsvoorstel luidde artikel 4:194a BW als volgt:

Artikel 4:194a BW In het concept wetsvoorstel luidde artikel 4:194a BW als volgt: Van : Adviescommissie Familie- en Jeugdrecht Datum : 31 augustus 2015 Betreft : 34 224 Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om erfgenamen beter te beschermen tegen schulden van de erflater (Wet

Nadere informatie

Enkele belangrijke Wijzigingen in de Successiewet per 1 januari 2010

Enkele belangrijke Wijzigingen in de Successiewet per 1 januari 2010 Enkele belangrijke Wijzigingen in de Successiewet per 1 januari 2010 Op 1 januari 2010 is de Successiewet 1956 gewijzigd. Er is veel gewijzigd. Hieronder zijn enkele wijzigingen vermeld welke ook voor

Nadere informatie

Den Haag, 9 oktober 2015. Welkom bij de workshop

Den Haag, 9 oktober 2015. Welkom bij de workshop Den Haag, 9 oktober 2015 Welkom bij de workshop Programma en even voorstellen 1. Financieel Fit 2. Voorgestelde wijziging Box 3 Prinsjesdag 2015 3. Overdracht bij overlijden 4. Overdracht door schenken

Nadere informatie

Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956

Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 4 april 2012, nr. BLKB2012/103M, Staatscourant

Nadere informatie

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Besluit van 15 oktober 2014, nr. BLKB2013M/1870M, Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET

Nadere informatie

03-05-2016. Onbezorgd ouder worden. Ouder worden en zorg. Deel I Ouder worden en zorg. Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten. Wanneer?

03-05-2016. Onbezorgd ouder worden. Ouder worden en zorg. Deel I Ouder worden en zorg. Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten. Wanneer? Onbezorgd ouder worden Deel I Ouder worden en zorg Ouder worden en zorg Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten Wanneer? U woont in een zorginstelling; U heeft een volledig pakket thuis of modulair

Nadere informatie

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U betaalt pas als het bedrag van de erfenis of schenking hoger is dan de vrijstelling Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U denkt er misschien

Nadere informatie

De heer P. Groothuizen. Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen

De heer P. Groothuizen. Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen De heer P. Groothuizen Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen Geachte heer P. Groothuizen, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015 Erfrechtjournaal 16 januari 2015 Items Gewijzigde familieverhoudingen Defiscalisatie in het erfrecht Machtiging kantonrechter voor het doen van schenking? Gewijzigde familieverhoudingen Eindejaarspeiling

Nadere informatie

SUCCESSIEWET 1956. Herziening successiewet 2010

SUCCESSIEWET 1956. Herziening successiewet 2010 SUCCESSIEWET 1956 Herziening successiewet 2010 René Breemans 1 e druk 17 juli 2010 2010 René Breemans Deze tekst mag zonder toestemming niet commercieel worden gebruikt. Deze tekst is informatief en er

Nadere informatie

Wat nu met de (gewijzigde) erfbelasting?

Wat nu met de (gewijzigde) erfbelasting? Men sprak dan van drempelvrijstellingen. Zo kwam de vrijstelling van kinderen onder de oude wet helemaal te vervallen als er per kind meer werd verkregen dan 27.309,-. Het totaal verkregen bedrag werd

Nadere informatie

AdviesbureauJournaal SPECIAL

AdviesbureauJournaal SPECIAL AdviesbureauJournaal SPECIAL ASR Adviesbureau Fiscale en Juridische Zaken januari 2010 Schenk- en erfbelasting Wetsvoorstel schenk- en erfbelasting 2010 is wet Op 3 november 2009 is het wetsvoorstel schenk-

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, Stcrt. 2009, 20619 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Reikwijdte Artikel 1. Reikwijdte en definitie 1. Deze regeling

Nadere informatie

Variant 1 t/m 3: Wettelijke verdeling gelijke erfdelen

Variant 1 t/m 3: Wettelijke verdeling gelijke erfdelen Geachte heer X, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte van

Nadere informatie

Wet schenk- en erfbelasting

Wet schenk- en erfbelasting Successiewet 2010 Wet schenk- en erfbelasting Successiewet 2010 De nieuwe Successiewet is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen! Wijziging tariefstructuur/ vrijstellingen Vereenvoudiging

Nadere informatie

Defiscalisering van schuldigerkenningen?

Defiscalisering van schuldigerkenningen? Defiscalisering van schuldigerkenningen? Defiscalisering in de Successiewet en in de Wet Inkomstenbelasting 2001 Naam: Anneke van Hooft ANR: S256947 Begeleider: I.J.F.A van Vijfeijken Datum: 24 juli 2009

Nadere informatie

Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1

Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1 Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1 1 Mazars Belastingadviseurs te Rotterdam, Universiteit Utrecht en Notariskantoor Rompes te Nieuwerkerk aan

Nadere informatie

Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht

Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht MR. PASCAL BAARD 1 Medio 2005 is in dit blad een artikel van mij opgenomen over verkrijgingen vrij van recht. 2 Niet lang daarna diende de staatssecretaris

Nadere informatie

OUDERS EN KINDEREN: HET ERFRECHT

OUDERS EN KINDEREN: HET ERFRECHT OUDERS EN KINDEREN: HET ERFRECHT Sinds 1 januari 2003 is de wetgeving met betrekking tot het erfrecht gewijzigd. Het grootste deel van de wijzigingen in het erfrecht heeft betrekking op gehuwden (of geregistreerde

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken "Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis

De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken "Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis Werkstuk in het kader van het vak erfrecht I Maart 2008

Nadere informatie

Partnerverklaring; Rabobank stuurt hypotheekgevers voor advies naar notaris en fiscalist

Partnerverklaring; Rabobank stuurt hypotheekgevers voor advies naar notaris en fiscalist Partnerverklaring; Rabobank stuurt hypotheekgevers voor advies naar notaris en fiscalist MR. CEES B. BAARD 1 Naar aanleiding van de uitspraak van de Rechtbank Arnhem 2 heeft de Rabobank bekend gemaakt

Nadere informatie

FAQ Schenkingen en Legaten

FAQ Schenkingen en Legaten FAQ Schenkingen en Legaten SCHENKINGEN EN LEGATEN AAN DOMINIEK SAVIO Waarom kiezen voor Dominiek Savio voor een schenking of (duo)legaat? Dominiek Savio wil voor kinderen, jongeren en volwassenen met een

Nadere informatie

Een regeling analoog aan de quasi-legatenregeling in de Successiewet 1956.

Een regeling analoog aan de quasi-legatenregeling in de Successiewet 1956. Een regeling analoog aan de quasi-legatenregeling in de Successiewet 1956. Een onderzoek naar het vervangen van de fictiebepalingen door art. 4:126 BW. M.I. van Zielst Van Sonstraat 30 5025 KD Tilburg

Nadere informatie

ten behoeve van het Rondetafelgesprek over wetsontwerp 31.930 (herziening successiewetgeving) op 23 september 2009

ten behoeve van het Rondetafelgesprek over wetsontwerp 31.930 (herziening successiewetgeving) op 23 september 2009 - 1 Position Paper ten behoeve van het Rondetafelgesprek over wetsontwerp 31.930 (herziening successiewetgeving) op 23 september 2009 Mr P. Blokland, notaris en estate planner te Tilburg, lid Wetenschappelijke

Nadere informatie

Waarom een testament?

Waarom een testament? notaris Oude Delft 62 2611 CD Delft Postbus 2882 2601 CW Delft tel. 015-213 70 50 fax 015-213 70 55 notaris@boelens.net Waarom een testament? REDENEN VOOR HET OPSTELLEN VAN EEN (NIEUW) TESTAMENT - Benoemen

Nadere informatie

Bachelor Thesis. Het huwelijksgoederenregime en schenkingen

Bachelor Thesis. Het huwelijksgoederenregime en schenkingen Bachelor Thesis Het huwelijksgoederenregime en schenkingen Indien er sprake is van een belastbare schenking bij een wijziging in het huwelijksgoederenregime, in hoeverre is deze belastbare schenking dan

Nadere informatie