Afstudeerscriptie over online participatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Afstudeerscriptie over online participatie"

Transcriptie

1 Afstudeerscriptie over online participatie Een exploratief onderzoek naar de verschillende aspecten van online participatie om een beter inzicht te geven hoe aangezet kan worden tot en gebruik gemaakt kan worden van participatie door gebruikers. Naam: Studentnummer: Cursus: Faculteit Stagetutor: Datum: Melle Gloerich Masterthesis Nieuwe media en digitale cultuur Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit Utrecht Mirko Tobias Schäfer

2 Inhoud Inhoud Inleiding Probleemstelling en onderzoeksvragen Opbouw van het onderzoek Participatie Samen leren... 4 Samenwerken met een computer Deelconclusie De gevolgen van grootschalige online participatie Participatory culture en de gevolgen van grootschalige samenwerking Deelconclusie Participanten Lurkers Relatie nieuwkomers en vaste gasten Verschillende groepen participanten Deelconclusie Redenen van participatie Intrinsieke motivatie en gradaties van extrinsieke motivaties Overzicht van redenen van participatie Status Redenen om te lurken Redenen en motivaties om te lurken én te participeren Deelconclusie Ruimtes van participatie Offline community Online community Levendigheid en echtheid van online ruimtes Deelconclusie Functionaliteiten voor participatie Vergelijkend schema casestudies Uitleg van de categorieën Deelconclusie Conclusies en aanbevelingen Aanbevelingen Literatuur Bijlage casestudies websites Casestudy Youtube Casestudy Facebook Casestudy Rapidshare Casestudy Ebay Casestudy Flickr Inhoud 1

3 1. Inleiding A power shift is underway, and a tough new business rule is emerging: Harness the new collaboration or perish. Those who fail to grasp this will find themselves ever more isolated cut off from the networks that are sharing, adapting, and updating knowledge to create value. (Tapscott and Williams 2006, 12) Network effects from user contributions are the key to market dominance in the Web 2.0 era. (O'Reilly 2005b) De citaten hierboven geven aan dat de heilige graal van het huidige internet, het organiseren van toevoegingen door grote groepen gebruikers lijkt te zijn. Dit zou, bij een goede uitvoering, resulteren in een steeds waardevoller product waarbij vooral buitenstaanders toevoegingen doen. Grote voorbeelden van dit soort websites zijn zogenaamde sociale sites zoals Youtube en Flickr. Maar ook oudjes zoals Amazon en ebay zijn voornamelijk groot geworden omdat ze manieren hebben gevonden om enorme hoeveelheden mensen mee te laten werken, participeren, aan de site. Sociale sites zijn sites waar mensen een (semi-)publiek profiel hebben, deze mensen een lijst hebben van andere mensen op de site met wie ze iets delen en waar gebruikers elkaar (al dan niet) publieke berichten kunnen sturen (boyd 2006b; boyd and Ellison 2007). Het is niet mijn doel om te onderzoeken of een site een social network site is, het is voldoende als er min of meer aan bovenstaande eisen wordt voldaan. Deze voorbeelden hebben als grote overeenkomst dat ze verrijkt worden door participanten terwijl de inhoud van de sites sterk verschillend is waardoor ook de redenen van gebruik, de gebruikers zelf, de functionaliteiten, de gevolgen, de manier van participeren, en het design anders zullen zijn. Hoewel er in de jaren veel is geschreven over participatie bij politieke en economische besluitvorming, participatie bij televisieprogramma s en participatie bij het werk is er nog weinig onderzoek gedaan naar participatie in online omgevingen. Vaak richten deze onderzoeken zich op een zeer specifiek onderdeel waarbij participatie plaatsvindt of juist op brede abstracte veranderingen. In dit onderzoek ga ik hiertussen zitten en de verschillende aspecten van participatie in kaart brengen waardoor er inzicht verkregen wordt van de participatie in online omgevingen. Het doel van dit onderzoek is om een beter inzicht te geven in de verschillende aspecten van participatie. Ontwikkelaars van sites kunnen op deze manier beter inspelen op de huidige ontwikkelingen terwijl gebruikers van deze sites beter kunnen worden bediend doordat duidelijk is wat mogelijke redenen zijn om te participeren Probleemstelling en onderzoeksvragen Hoe kan een site aanzetten tot en gebruik maken van de participatie van gebruikers? 1. Wat is participatie? 2. Wat zijn de gevolgen van grootschalige participatie? 3. Wat voor een soorten participanten zijn er? 4. Wat zijn de redenen om te participeren? 5. Wat zijn de ruimtes van participatie? 6. Welke functionaliteiten worden al gebruikt voor participatie? 1.2. Opbouw van het onderzoek De hoofdvraag is een vraag die door veel websiteontwerpers en eigenaren wordt gesteld, deze vraag is echter zo breed dat een zestal deelvragen stapsgewijs het antwoord hierop vormen. Het antwoord op de hoofdvraag zal echter niet letterlijk beantwoord kunnen worden maar zal juist door de bijbehorende deelvragen en antwoorden tot inzichten leiden die een beter basis geven voor het creatieve proces dat bij ieder websiteontwerp nodig is. De hoofdstukken zijn opgedeeld aan de hand van de deelvragen zodat deze één voor één worden beantwoord in de volgende hoofdstukken. In het tweede hoofdstuk Participatie wordt ingegaan vanuit verschillende perspectieven. Allereerst wordt de intermenselijke variant besproken aan de hand van de theorie van Wenger over Communities of Practice. Daarna wordt participatie bekeken als een interactief proces tussen mens en computer, waarbij interactiviteit slechts een onderdeel blijkt te zijn. Vervolgens wordt in hoofdstuk drie participatie behandeld bij samenwerking op grote schaal waarbij onder andere aandacht is voor discoursbepalende termen als participatory culture, Wikinomics en Crowdsourcing met uiteindelijk ook gevolgen en kritieken van deze massale samenwerking die vaak als democratiserend wordt gezien. Bij het vierde hoofdstuk gaat het over de mensen die participeren op sociale sites waarbij de verschillende soorten participanten uit worden gelicht. Speciale aandacht gaat uit naar lurkers, wat participanten zijn die zelden of nooit berichten plaatsen of actief meedoen op een site en bij veel sites een grote meerderheid vormen. Hierna wordt de ontwikkeling besproken die nieuwkomers op een site doormaken wanneer ze meer en meer betrokken raken bij een site. Inleiding 2

4 In het vijfde hoofdstuk staan de Redenen van participatie centraal. Voordat verschillende redenen worden onderzocht is er aandacht voor verschillende soorten motivatie die aan de basis liggen van de redenen van participatie. Vervolgens worden een aantal onderzoeken naar de redenen van participatie behandeld en vergeleken waarbij Status speciaal is behandeld omdat het in veel onderzoeken onderbelicht is. De redenen om te lurken worden ook onderzocht omdat deze belemmeringen om actief te posten ook in mindere mate voor actieve participanten gelden. Uiteindelijk worden de redenen van participeren en lurken gerangschikt aan de verschillende soorten motivatie die er aan ten grondslag liggen. Dit is de aanzet vanuit management- en psychologieliteratuur manieren te bedenken om deze redenen beter aan te moedigen of in het geval van lurken weg te halen. In hoofdstuk zes wordt het ruimtelijk aspect van online participatie behandeld. Hierbij wordt de link gelegd tussen de eigenschappen van een offline communities zoals dorpen of steden en online communities. Daarnaast worden levendigheid en echtheid van online ruimtes besproken waarbij een aantal karakteristieken van levendige offline communities wordt vertaald naar karakteristieken voor levendigheid in online communities. In het zevende hoofdstuk, Functionaliteiten voor participatie, zullen tenslotte de concrete functionaliteiten worden besproken van een vijftal sociale sites. Aan de basis van deze functionaliteiten staat een casestudy de eerder is uitgevoerd. Bij elk van deze functionaliteiten wordt gekeken naar de theorie van de voorgaande hoofdstukken. Zodoende is er een sterke link tussen abstracte theorie en concrete functionaliteiten van sites die zich hebben bewezen. In hoofdstuk 8 worden deze deelconclusies samengevoegd en worden ook de aanbevelingen gedaan. Inleiding 3

5 2. Participatie In dit hoofdstuk komen een aantal benaderingen van participatie aan bod om weer te geven hoe hierover wordt gedacht. Uiteindelijk zal hiermee de eerste deelvraag worden beantwoord. Allereerst zal worden ingegaan op participatie als intermenselijk proces, waarbij de theorie van Wenger over Communities of Practice (CoP) als basis dient (Wenger 1998b). Hierna wordt gekeken hoe participatie in digitale media omschreven wordt met als basis de theorie van Raessens. Deze twee perspectieven zijn niet goed te verenigen en zullen dan ook als twee verschillende aspecten van participatie worden gezien Samen leren Participeren impliceert dat er wordt samengewerkt, dat een groep mensen gezamenlijk bezig is met een activiteit. Dit kan enerzijds een langdurig verbond zijn, zoals bij het organiseren van mensen en taken in een bedrijf om deze winstgevend te houden, of heel kortstondig zoals bij het reageren op een nieuwsbericht op een website. Toch zijn ze fundamenteel niet verschillend. Wenger noemt deze groepsformaties Communities of Practice (Wenger 1998b) waarbij hij participatie en CoP s benadert vanuit theorieën over sociaal leren. Wenger baseert de theorie van CoP's op de aanname dat we sociale wezens zijn die door te leren en actief participeren in CoP's de wereld ervaren op een betekenisvolle manier en daar ook in meedoen (Wenger 1998b, 4). Het vormen van groepen maakt het mogelijk om kennis te delen en van elkaar leren over aspecten van het werk (Nickols 2003, 2). Hierbij is het participeren een voorwaarde om te leren. Wenger ziet participatie als een betrokkenheid bij communities, waarbij de participatie invloed heeft op zowel de persoon zelf als de community (niet perse werkgerelateerd) waarin deze persoon betrokken is. Deze betrokkenheid bij een community impliceert een ervaring van samenzijn dat tijd en ruimte overbrugt (Wenger et al. 2005, 2; Wright 2004). Nickols geeft aan dat Wengers theorie over CoP s niet slechts een beschrijving is van hoe mensen met elkaar omgaan maar ook van groot belang kan zijn voor bedrijven. Veel problemen worden namelijk opgelost en veel innovaties in bedrijven worden gedaan door CoP s. Het is daarom dus van belang is om CoP-vorming te stimuleren (Nickols 2003). Hoewel het ogenschijnlijk lijnrecht tegenover de theorie van Wenger staat, kunnen bedrijven, volgens Nickols, CoP s ook oprichten. Hij nuanceert het beeld van CoP s genoeg om te laten zien dat CoP s niet helemaal ongrijpbaar zijn. Door groepen samen te stellen uit mensen met verschillende functies kan een sponsored CoP ontstaan dat als vrij algemeen doel vaak het delen van informatie en leren van elkaar heeft (Nickols 2003, 3-4). Volgens Wenger staat participatie altijd in relatie met verstoffelijking of concretisering. Participatie zit slechts in handelingen en ervaringen die daarbij worden opgedaan. Wenger beoogt te laten zien dat met het verbinden van concretisering aan participatie, participatie verdwijnt als het niet op de een of andere manier wordt opgeslagen. Ze staan echter niet tegenover elkaar maar vereisen elkaar. Een voorbeeld dat hierbij wordt gegeven is dat maatschappelijke waardes worden opgeslagen in een wetstekst (Wenger 1998b, 63-64). Een wetstekst zonder maatschappelijke acceptatie is geen lang leven beschoren en een maatschappelijke verhouding zal op den duur worden verankerd in een wetstekst. Zelfs het onder woorden brengen van een bepaald gedrag is een concretisering, de woorden zullen nooit precies overeenkomen met het gedrag omdat het beschrijvend is en nooit alle nuances van wat er gebeurt kan meenemen. Hierdoor wordt er, bewust of onbewust, overlegd over de betekenis van het gedrag in relatie met wat er over gezegd wordt. Concretisering kan naast woorden ook plaatsvinden, dit is ook goed te zien in symbolische zaken zoals het concretiseren van het vrijheidsideaal in de vorm van het Vrijheidsbeeld. Wenger wijst er zelfs op dat participatie niet perse tegenover concretisering moet worden gezet maar dat bepaald gedrag ook onder concretisering kan vallen door de betekenis die wordt geuit in het gedrag, zoals bijvoorbeeld in het herhaaldelijk negeren van mensen (Wenger 1998b, 70). Afgezien van de relatie tussen participatie en concretisering is het vaak gewenst om bepaalde participatie te concretiseren. Een helpdeskmedewerker die een probleem oplost kan dit bespreken met zijn collega s maar ook op een intranetpagina zetten waardoor toekomstige medewerkers ook op de hoogte zijn van de oplossing. Participatie beperkt zich niet tot de momenten dat er actieve betrokkenheid is bij een community. Ook als iemand niet actief betrokken is, is iemand er onderdeel van zolang beide partijen deze participatie herkennen (Wenger 1998b, 55-57). Wat Wenger dus zegt is dat participatie niet kan worden gemeten in de tijd dat iemand bezig is met actieve interactie met een community, maar dat als er überhaupt deel wordt uitgemaakt van een community er kan worden gesproken van participatie. Maar ook het totaal niet participeren in een community zegt iets. Wenger beargumenteert dat participeren net zo goed een keuze is als niet participeren en dat beide vormen in zekere zin bepalend zijn voor identiteitsvorming (Wenger 1998b, ). Wanneer er op deze manier over participatie wordt gepraat is dat problematisch te noemen, het heeft namelijk een heel andere betekenis gekregen dan gebruikelijk. Daarnaast is het zo dat een één-op-één vertaling van participation naar participatie waarschijnlijk niet mogelijk is door verschillende connotaties in het Nederlands en het Engels. Wenger biedt Participatie 4

6 echter een uitweg om het vervormde begrip van participatie toch werkbaar en bruikbaar te maken zonder zijn volledige theorie te hoeven snappen. In plaats van participation gebruikt hij hier practice as property of a community (Wenger 1998b, 73) dat ik hier zal vertalen als beoefeningen als eigenschap van communities of kortweg beoefeningen. Met deze beoefeningen worden eigenschappen bedoeld van participatie in communities die een community binden, waarmee het sociale perspectief van Wenger duidelijk te zien is. Hij deelt de beoefeningen (participatie en concretisering) in op drie dimensies: Hoe het functioneert (wederzijdse betrokkenheid, mutual engagement), waar het over gaat (gezamenlijke onderneming, joint enterprise) en welke bekwaamheid het heeft geproduceerd (gedeeld repertoire, shared repetoire) (Wenger 1998a). In de volgende subhoofdstukken wordt hier afzonderlijk op ingegaan Wederzijdse betrokkenheid (mutual engagement) Van wederzijdse betrokkenheid wordt gesproken als over mening en betekenis van beoefeningen wordt onderhandeld (Wenger 1998b, 73-77). Het idee dat er deel wordt uitgemaakt van een CoP berust op het feit dat er een wederzijdse betrokkenheid is van soortgelijke beoefeningen, zonder deze beoefeningen maakt men geen deel uit van een CoP (Kloos 2006). Het mogelijk maken van deze beoefeningen is dus essentieel om een CoP mogelijk te maken of te verdiepen. Wenger geeft aan dat voor een gezin bijvoorbeeld het gezamenlijk dineren een belangrijke beoefening is. Het faciliteren van dit gezamenlijke diner door hierover goede afspraken te maken, maakt een goede gezinsband mogelijk. Natuurlijk is in dit voorbeeld niet de volledige gezinsband afhankelijk van een gezamenlijk diner en het af en toe overslaan zal niet tot het uit elkaar vallen van het gezin leiden, maar het regelmatig wederzijds betrokken zijn in dit diner zorgt wel voor een betere band. Daarnaast wijst Wenger op het feit dat betrokkenheid nooit volledig hetzelfde kan zijn omdat iedereen andere ervaringen en kennis heeft waarmee een beoefening wordt gedaan. Zo zal de vader of moeder van een gezin bij het diner bijvoorbeeld denken aan hoe hij of zij vroeger ook met hun vader en moeder aan tafel zaten, terwijl hun dochter nu samen dineren wel leuk vindt omdat zij kan praten over wat er die dag in de klas is gebeurd. Juist de verschillen in betrokkenheid maken, dankzij de overlap, de betrokkenheid interessant of nuttig. Zonder overlap is er echter, zoals hierboven ook is gezegd, geen CoP mogelijk. Bij een langdurige, of intense, wederzijdse betrokkenheid is het volgens Wenger zo dat beoefenaars elkaar op persoonlijker vlak gaan leren kennen en dus een relatie opbouwen die niet alleen meer is gebaseerd op de eigenschappen die nodig zijn om samen iets te beoefenen. Ook zullen ze beter weten hoe ze in hun onderlinge communicatie en beoefeningen dingen iets voor elkaar kunnen krijgen waardoor de wederzijdse betrokkenheid nooit hetzelfde blijft maar altijd in verandering is (Wenger 1998b, 95) Gezamenlijke onderneming (joint enterprise) Met gezamenlijke onderneming wordt het aspect bekeken van participatie in communities waarbij beoefenaars het grote plaatje voor zich proberen te zien. Hierbij wordt gestart en geëindigd bij wederzijdse betrokkenheid en de volledige complexiteit daarvan zoals hierboven beschreven. Het is echter niet slechts het omschrijven van een doel, maar betrekt daar ook de huidige en gewenste situatie bij. Bij alles wat wordt gedaan, wordt al dan niet bewust rekening gehouden met de wijze waarop de gezamenlijke onderneming in een participant is verankerd. Het is vaak een onbewuste afweging tussen veel verschillende doelen. Zoals duidelijk blijkt uit bovenstaande omschrijving is het woord onderneming hier niet te vervangen door de term bedrijf waarmee bijvoorbeeld Philips aangeduid kan worden. In een bedrijf is het voor iedereen duidelijk dat er winst gemaakt moet worden maar ook dat mensen hun werk leuk moeten vinden om betrokken te blijven bij het bedrijf, ook als dit nooit gezegd of besproken is. Dat verschillende personen ook verschillende andere doelen hebben is vanzelfsprekend en geeft ook mede richting aan de beoefeningen die gedaan worden. Een topsporter die bij een bedrijf werkt zal continu afwegen of een bepaald dagdeel beter gebruikt kan worden om te werken of om te trainen en zal daarbij ook denken aan collega s die zijn taken moeten overnemen en mogelijke reacties van hen. Het gezamenlijke in een onderneming zit hem in het feit dat om een CoP goed te laten functioneren, en dus te laten bestaan, gezamenlijke doelen duidelijk moeten worden en op elkaar moeten worden afgestemd (Wenger 1998b, 95). Doordat het een gezamenlijke onderneming is moeten de participanten op elkaar kunnen vertrouwen en houden elkaar ook verantwoordelijk om verder te komen naar het doel wat voor ogen staat. Juist omdat het een vaak onbewust proces is, wordt er bij gedrag waaruit blijkt dat afwijkende interpretaties bestaan van de onderneming met elkaar gesproken over wat nu precies de onderneming inhoudt. Zoals Wenger zegt is het gezamenlijke ondernemen een bron van coördinatie, zingeving en wederzijdse betrokkenheid. Dit gaat dus een stuk verder dan wederzijdse betrokkenheid Gedeeld repertoire (shared repetoire) Participatie 5

7 Een gedeeld repertoire bestaat uit allerlei dingen die belang zijn voor een CoP, zoals routines, woorden, gereedschappen, verhalen, gebaren, concepten, etc. (Wenger 1998b, 82-84). Deze zaken worden geregeld gebruikt in het wederzijdse betrokken zijn met anderen mensen van een CoP en wordt voortdurend aangepast en uitgebreid. Een gedeeld repertoire is een vereiste om betrokken te zijn met anderen in een CoP, er moeten gedeelde artefacten zijn waardoor communicatie mogelijk is. Juist de vaagheid van wat er tot het repertoire behoort en welke betekenis dit heeft is een reden tot herhaalde wederzijdse betrokkenheid waardoor ook de gezamenlijke onderneming wordt behandeld. Als door wordt gegaan op het voorbeeld van het gezamenlijke diner kan bijvoorbeeld de opmerking Ah, stuiterballen! van de vader bij het opdienen van een pan met gehaktballen refereren aan een diner van een tijd terug bij een andere familie waarbij de gehaktballen niet goed gelukt waren. Doordat iedereen in het gezin daarbij was, of er van gehoord heeft, zal deze opmerking als grap begrepen worden. Het gezin als CoP zal door de opmerking verstevigen en tegelijkertijd is het ook een compliment aan de moeder die blijkbaar wel goede gehaktballen maakt en dus ook op die manier bijdraagt aan een goed gezin, wat als de gezamenlijke onderneming mag worden verwacht Online Communities of Practice Tot nog toe is gesproken over CoP s zoals die van oudsher ontstonden, tussen mensen. In dit hoofdstuk wordt gekeken of ook gesproken mag worden van CoP s bij online omgevingen? Zoals Wenger over leren Learning cannot be designed: it can only be designed for (Wenger 1998b, 229 originele nadruk) zegt, zo kan dit ook voor CoP s worden. Gezegd. Cop s zijn niet grijpbaar en bestaan slechts uit handelingen en gedragingen van mensen. Dat dit soms wordt geconcretiseerd in bijvoorbeeld een standbeeld is geen onderdeel van een CoP maar een resultaat hiervan en een CoP beïnvloedt dit slechts. De manier hoe mensen met elkaar omgaan zegt iets over de CoP maar maakt er geen onderdeel van uit. Dit geldt ook voor CoP s waarvan de leden via het internet met elkaar communiceren en waarbij de gebruikte technologie de CoP beïnvloedt maar niet doet ontstaan. Het creëert een omgeving waarin een groep mensen met dezelfde leerdoelen met elkaar kunnen communiceren (Ruhleder and Twidale 2000). Johnson laat zien dat er, behalve op het vlak van ruimte en tijd, weinig verschil hoeft te zijn tussen het ontstaan van een virtuele CoP en een traditionele CoP. Hoewel tijd en ruimte veel minder van belang zijn bij virtuele CoP s dan bij traditionele CoP s blijkt dit het ontstaan van een CoP niet in de weg te staan. Contact via internet beïnvloedt de CoP echter wel, normen zouden minder belangrijk zijn en het gebrek aan contact in de echte wereld werkt het ontstaan van een virtuele CoP tegen. Wat Johnson echter duidelijk probeert te maken is dat virtuele en traditionele CoP s slechts verschillen in de beoefeningen (Johnson 2001). Dit blijkt een opvallende conclusie te zijn als stil wordt gestaan bij wat er eigenlijk wordt gezegd: Het maakt niet uit voor een CoP of het online is of niet, natuurlijk is het iets anders maar dus niet wezenlijk. Iedereen die regelmatig gebruik maakt van internet en daarbij ook bij fora en sociale sites komt wist dit al lang. Wellicht dat online of virtuele CoP s in 2001 nog enigszins sceptisch werd bekeken, in 2007 gaat men al grotendeels voorbij aan de vraag of online of virtuele CoP s wel echte CoP s zijn. Preston bouwt bijvoorbeeld voort op haar onderzoeken in 1999 en 2005, waarin Mirandanet een volwaardig CoP blijkt, in een casestudie naar verweven teksten op Mirandanet (Haythornthwaite et al. 2007). Ruhleder en Twidale geven als een belangrijk voordeel van online CoP s dat er een opname wordt gemaakt van de interacties tussen mensen en dat ze hier naar kunnen verwijzen (Ruhleder and Twidale 2000). Hierbij moet wel worden aangetekend dat er in een vastomlijnde omgeving wordt gewerkt, zoals bijvoorbeeld binnen WebCT. Als men ook via MSN of correspondeert wordt het moeilijker om te verwijzen naar communicatie in het verleden, omdat het verspreid is en soms niet opgeslagen wordt. Een groot voordeel kan, wat betreft verwijzingen naar oudere communicatie, dus behaald worden als deze vormen (deels) openbaar zijn. Kloos wijst naar een studie van McLure Wasko en Faraj waarin het beschouwen van kennis als algemeen goed aan de basis kan staan voor participeren en het openbaar maken van communicatie (Wasko and Faraj 2000; Kloos 2006). Om met Wenger dit deel af te sluiten: Wenger zelf heeft in 2005 technologie invloeden in CoP s beschreven in een hoofdstuk in Communities of practice guidebook (Wenger et al. 2005). Zoals ook hierboven is weergegeven, het feit dat CoP s niet gebonden zijn aan face to face momenten, begint steeds meer grond te krijgen. Wenger gaat zelfs verder door te stellen dat CoP s door de grote afstanden die overbrugt worden zelfs rijker en betekenisvoller kunnen zijn met een beperkte face to face tijd. Een gevolg hiervan is, volgens Wenger, dat leden van CoP s zijn steeds vaker multimember zijn doordat ze makkelijker kunnen switchen tussen de verschillende CoP s en hun ervaringen van andere CoP s kunnen gebruiken (Wenger et al. 2005, 1,2,14). Dit multimembership wordt ook verder onderzocht bij hoofdstuk 6. In dit onderzoek observeert Wenger twee belangrijke trends wat betreft de aangeboden technologieën voor communicatie. De eerste, het verzamelen van functionaliteiten of tools in een platform voor communicatie (Blackboard, WebCity), en de tweede is dat veel van de aangeboden technologie zich richt op het verbinden en aanbieden van verschillende communities waar voorheen gebruikers dat moesten doen (RSS, API) (Wenger et al. 2005, 6-9). Participatie 6

8 2.2. Samenwerken met een computer Als er over internet wordt gesproken is interactie eigenlijk vanzelfsprekend waardoor bijna vergeten wordt dat het nog niet zo lang mogelijk is om interactie te hebben met het medium. In de afgelopen eeuw is de houding die de gebruiker ten opzichte van een medium heeft, uitvoerig bestudeerd (Gauntlett 1998; Ang 1995; Fiske 1989; Scheufele 1999). Waar ooit van een directe invloed van media(producenten) op een grote massa onbekende individuen werd gesproken is er volgens de huidige theorie veel ruimte voor interpretatie door mediagebruikers (Ang 1995, 210). Met de ruimte voor interpretatie is er ook meer ruimte gekomen voor interactie met het medium. Maar hoe verandert de houding van de gebruiker als deze ook actief betrokken is bij de interpretatie? Raessens behandelt participatie bij een digitaal, interactief medium, de computer game (Raessens 2005). Hoewel hij zich specifiek richt op computer games maakt hij duidelijk dat naast de eigenschappen van digitale media ook wordt gekeken naar hoe games participatievormen van voorgaande media, al dan niet vervormd, in zich hebben. Hij ziet dat in veel teksten interactiviteit en participatie door elkaar worden gebruikt en wijst erop dat ze niet hetzelfde betekenen (Raessens 2005, 378). Interactiviteit is volgens hem een te vage en beperkende omschrijving van de manier hoe we omgaan met digitale media en ziet in participatie een betere term waaronder interactiviteit valt. Raessens onderzoekt participatie op drie verschillende vlakken: interpretatie, reconfiguratie en constructie Interpretatie Interpretatie wordt als onderdeel van participatie gezien en valt in de traditie van cultuurstudies waarbij wordt gekeken naar hoe de betekenis van een tekst (boek, televisieprogramma, computergame, etc.) door een gebruiker van die tekst wordt ingevuld. De sociale en culturele omgeving van de gebruiker hebben veel invloed op de wijze waarop een tekst wordt geïnterpreteerd. Een manier van interpreteren die Raessens verder uitwerkt is deconstructie. Met deconstructie wordt de achterliggende betekenissen en regels van een medium onderzocht door de gebruiker. Raessens stelt dat dit karakteristiek is voor computergames waar door een interpretatieproces de regels van het spel worden gedemystificeerd. Doordat een speler de regels van het spel tot in de puntjes leert te begrijpen, wordt het langzaam duidelijk voor de speler waar de waarheid van het spel aan op is gehangen. Raessens nuanceert dat lang niet elke speler op een deconstructieve manier een spel speelt, dat ze vaak aan de oppervlakte van de simulatie blijven en dat bepaalde genres zich beter lenen voor deze vorm van participatie (bijvoorbeeld simulatiespellen zoals Sim City) (Raessens 2005, ) Reconfiguratie Met reconfiguratie wordt een vervormende houding van de participant aangegeven, bij het reconfigureren van informatie zorgt de gebruiker dat het aan zijn wensen wordt aangepast maar kan hierbij slechts kiezen tussen een beperkte en vooraf bedachte opties. Een speler van bijvoorbeeld Quake kan zelf kiezen welke kant hij oploopt, maar kan slechts binnen de grenzen van een level blijven. De speler blijft dus binnen de grenzen die door ontwikkelaars zijn bedacht (Raessens 2005, ). Interactiviteit hoort bij deze vorm van participatie en op deze vorm van participatie wordt door de ontwikkelaars vaak primair aangestuurd en de meeste spelers zullen onder deze vorm van participatie vallen (Raessens 2005, 381) Een computerspel wordt in eerste instantie gespeeld volgens een gegeven narratief die niet door interactiviteit of reconfiguratie aangepast kan worden (Ryan qtd. in Raessens 2005, 380). De reconfiguratieve houding wordt ook bij 3 De gevolgen van grootschalige online participatie geobserveerd. De scheppende houding die eerder al werd genoemd wordt daar gebruikt om bijvoorbeeld de voorkeuren van grote groepen gebruikers te weten te komen. In een spel kan een algoritme worden aangepast als uit de statistieken blijkt dat bijvoorbeeld een bepaalde kunstmatige tegenstander een stuk moeilijker te verslaan is dan verwacht Constructie Met constructie wordt een scheppende houding van de gebruiker aangegeven waarbij werkelijk nieuwe toevoegingen of aanpassingen worden gemaakt in het medium. Deze toevoegingen en aanpassingen worden vaak mods genoemd (Postigo 2007). Een klein gedeelte van de spelers zal tot deze vorm van participatie overgaan, velen zullen echter gebruik maken van de toevoegingen die door deze groep spelers gemaakt worden. Zo zijn nieuwe levels van games vaak toevoegingen die door de ontwerpers van het spel worden toegestaan maar toevoegingen die zorgen dat een gekopieerd spel blijft werken juist niet (Raessens 2005, 381). De problematische houding van ontwikkelaars ten opzichte van dit soort participatie wordt onder andere beschreven in Made by users: How Users Improve Things, Provide Innovation and Change Our Idea of Culture van Schäfer (2004). Toch is er voordeel te behalen voor gameontwikkelaars dankzij dit soort participatie, in wordt bij de actieve samenwerking dit verder uitgewerkt. In games kan deze grootschalige samenwerking bijvoorbeeld worden gezien bij het ontwikkelen van nieuwe en zeer geavanceerde levels. Participatie 7

9 Postigo wijst er terecht op dat deze constructieve houding deel is van een groter geheel omtrent content ontwikkeling (Postigo 2007). Hier horen ook de door Jenkins waargenomen producties uit fanculturen bij zoals boeken, websites en bijeenkomsten over games bij (Jenkins 2006a). Zowel Jenkins als Postigo wijzen erop dat de passie en overgave van participanten met deze houding enorm bijdraagt aan het realisme of rijkheid van het spel en dat ontwikkelaars van spellen steeds vaker vertrouwen op de bijdrages van participanten (Taylor 2006) Deelconclusie Om deelvraag 1, wat is participatie? te kunnen beantwoorden is in dit hoofdstuk op twee manieren naar participatie gekeken. Allereerst is een deel van het antwoord vanuit een sociaal leren perspectief bekeken en vervolgens vanuit het perspectief van communicatie met een computer. Samenvattend wordt hier antwoord op gegeven. Bij de theorie van het sociaal leren komt naar voren dat CoP s grote voordelen kunnen opleveren wat de samenwerking en betrokkenheid van participanten betreft. CoP s en daarmee participatie, zijn niet te ontwerpen maar op het ontstaan kan zeker aangestuurd worden door enerzijds de juiste mensen met elkaar in contact te brengen en anderzijds genoeg mogelijkheden te bieden om participanten met elkaar te laten praten over wat ze nu bindt, wat ze als doel hebben en wat voor een termen ze daarvoor gebruiken. Online CoP s verschillen niet fundamenteel van de oorspronkelijk CoP s, en kunnen zelfs veel rijker en betekenisvoller zijn doordat leden makkelijker tussen verschillende CoP s switchen en hun ervaringen meenemen naar andere CoP s. Het behandelen van participatie als samenwerking met een computer heeft een aantal verschillende soorten participatie verduidelijkt: interpretatie, reconfiguratie en constructie. Hierbij wordt een oplopende mate van creativiteit en kritiek waargenomen die uiteindelijk ter verduidelijking dienen voor de veranderende houding en omgang met media, de zogenaamde participatory culture. Daarnaast biedt het ook inzicht in hoe gebruikers omgaan met digitale media, waarbij het duidelijk geworden is dat de wijze waarop met digitale media geparticipeerd wordt zeer verschillende vormen kan aannemen die allen van belang zijn om tot grootschalige samenwerking te komen. Participatie 8

10 3. De gevolgen van grootschalige online participatie De wijze waarop gebruikers meehelpen aan de centraal staande content van een site staat de laatste jaren sterk in de belangstelling. Een simpele reden hiervoor is dat sites met behulp van de inspanningen van gebruikers erg hoog staan in de lijst met meest bezochte sites ter wereld(alexa Internet 2008). Daarbij komt dat weblogs (blogs) deels inspelen op deze inspanningen en ook grote sites die voorheen geen gebruik maakten van deze inspanningen zijn gaan zoeken naar manieren om dit toch te gaan doen. Om dit fenomeen niet alleen vanuit de casestudies in hoofdstuk 7 Functionaliteiten voor participatie te bekijken wordt hieronder het discours besproken waarbij de inspanningen van gebruikers centraal staan. De verandering van passieve gebruiker (lezer) van een site naar een persoon die (bewust of onbewust) invloed uitoefent op dit medium staat hier centraal. Als leidraad van het bestuderen van deze discoursbepalende teksten (Wikinomics, Crowdsourcing, Produsage, Participatory Culture) wordt vastgehouden aan het framework dat Benkler opstelt in The Wealth of Networks (Benkler 2006, 1-5). Dit framework heeft een basis waarop drie punten staan: Als basis staat het goedkoper worden van rekenkracht en communicatie terwijl de westerse economieën steeds meer gaan leunen op informatie, kennis en cultuur. Het eerste punt is de niet eigendomsgebaseerde productie van deze zaken. Als tweede punt geeft Benkler aan dat iedereen de mogelijkheid heeft om miljoenen mensen te bereiken en dat dit vaak niet marktgericht is. Het derde punt is de effectieve grootschalige samenwerking bij het produceren van informatie, kennis en cultuur. De basis van het framework dat Benkler schets is de alsmaar goedkoper wordende processors die zorgen voor goedkopere communicatie die steeds uitgebreider wordt. Al zo n 40 jaar geldt Moore s Law, die stelt dat het aantal transistors (en daarmee de rekenkracht) op een chip grofweg elke twee jaar verdubbelt en dus exponentieel toeneemt (Intel 2008). In die 40 jaar is de rekenkracht dus ongeveer een miljoen keer zo groot geworden. Deze toename alleen zegt niet zoveel, het is bij het toepassen van deze enorm toegenomen kracht of de enorm afgenomen prijs waar het revolutionaire karakter duidelijk wordt. Wat zou bijvoorbeeld het maatschappelijke gevolg zijn als auto s eenzelfde ontwikkeling gehad zouden hebben en dus in z n 10 secondes een rondje om de aarde hadden kunnen maken? Deze enorme ontwikkeling vindt plaats in de tijd dat westerse economieën zich meer en meer richten op informatieverwerking (bijvoorbeeld financiële diensten, boekhouding, software en wetenschap) en cultuurproductie (bijvoorbeeld films en muziek). Deze diensten lenen zich perfect voor distributie door middel van communicatiemiddelen en versterken elkaar dan ook. Carr laat in The Big Switch zien hoe door de enorme inhaalslag die bandbreedte aan het maken is ten opzichte van computerkracht, het hebben van computerkracht steeds minder een competitief aspect is. Iedereen kan er zeer makkelijk aan komen door bijvoorbeeld Amazon S3-webservices (Amazon.com 2008). Ook de zogenaamde LAMP (Linux, Apache, MySQL en PHP) software stack zorgt voor een basis waarop iedereen gratis kan bouwen (Dougherty 2001). Dit zorgt ervoor dat bij het ontwikkelen niet telkens het wiel (serversoftware, databasesoftware, etc.) opnieuw uit hoeven te vinden voordat ze verder kunnen gaan met wat ze echt nieuw hebben bedacht. Zoals duidelijk mag zijn, zal er geen sprake van online participatie mogelijk zijn zonder de aanwezigheid van deze basis en de lokale beschikbaarheid van die technologieën. Dit houdt in dat grote delen van de wereld bij de basis al buiten worden gesloten. Wanneer echter de kosten om te communiceren marginaal zijn, kan dit tot samenwerking leiden die totaal niet voorzien waren zoals het met onbekende mensen muziek uitwisselen op wereldwijde schaal wat mogelijk werd door Napster (Tapscott and Williams 2006, 25-27). Het eerste punt van Benkler s framework geeft aan dat de reden van samenwerken en het soort samenwerking in de laatste 150 jaar niet is veranderd dat de productie- en publicatiekosten wel enorm gedaald zijn zoals is aangegeven in de vorige alinea. Het is nu voor zo n miljard mensen mogelijk is om informatie of cultuur op grote schaal te produceren en te publiceren. Redenen om wetenschap te bedrijven, culturele uitingen te doen of politieke debatten te voeren waren van oudsher niet gevormd om een eigendomsrecht. In de afgelopen 150 jaar is het dan wel grootschalig geworden maar met een prijskaartje eraan. Eigendomsrechten op niet materiële producten, het auteursrecht dus ( Intellectual property ), was vereist om de productie en publicatie terug te verdienen. Nu dit met een technologie zoals internet goedkoop en grootschalig mogelijk is, is het auteursrecht voor veel mensen een onnatuurlijke vastlegging en belemmering. Lessig heeft in 2004 de discussie over eigendomsrechten op scherp gezet bij het uitbrengen van Free Culture waarbij hij pleit voor een aantal gradaties van eigendomsrecht op culturele producties. Zonder deze gradaties en met het wereldwijde publiceren wat door internet zo gewoon is geworden zou het hergebruik van culturele producties of zelfs het laten inspireren hierdoor zo goed als illegaal worden gemaakt. In een maatschappij waarbij internet een belangrijke rol speelt, een maatschappij die Benkler genetwerkte informatie-economie noemt, zou dit een ernstige beperking zijn (Lessig 2004). Bruns heeft dit punt als centrale thema bij het beschrijven van zijn term Produsage. Hierin is het produceren niet meer de juiste term voor het verbeteren en tot stand komen van producten, het is vaak iets wat ontstaat door het gebruik waarbij productie niet het doel is (Bruns 2005; Bruns 2008). Dit komt overeen met hoe Nielsen in hoofdstuk 4.1 over De gevolgen van grootschalige online participatie 9

11 zijdelingse creatie spreekt (Nielsen 2006). Door bijvoorbeeld een boek te bestellen bij Amazon, wordt de aankoopgeschiedenis aangevuld en bij andere gebruikers als statistieken gebruikt ( Customers Who Bought This Item Also Bought ). Bruns geeft dus een andere term om buiten het paradigma van produceren te stappen. In Wikinomics wordt het opheffen van het eigendomsrecht impliciet genoemd. Het zou namelijk essentieel zijn, bij het grootschalig laten samenwerken van personen, om producten (in principe altijd informatie) te kunnen delen (Tapscott and Williams 2006, 25-27). Ook bij Produsage zijn twee van de vier eigenschappen van een produsaged artefact erop gericht dat het eigendomsrecht ontbreekt en niet toegepast kan worden. Punt twee van het framework van Benkler ligt in het verlengde van het eerste punt. Hoewel iedereen altijd al op een niet-commerciële of marktgerichte wijze kon produceren, bijvoorbeeld een clubblad, is het nu mogelijk voor individuen om miljoenen mensen te bereiken. Niet alleen wat de productiekosten betreft was dit vroeger een moeilijke opgave maar ook wat betreft het bereiken van de juiste mensen. Het is nu mogelijk, door bijvoorbeeld een zoekmachine, voor personen in andere werelddelen met dezelfde hobby om met elkaar in contact te komen. Howe wijst ook op het belang van diversiteit in groepen om tot goede oplossingen te komen en benadrukt dit aspect van Crowdsourcing in presentaties (Howe 2006; Howe 2008). In Wikinomics wordt vooral het belang van het werkelijk globaal ondernemen onderstreept dat door communicatietechnologieën zoals internet nu zonder geografische grenzen mogelijk is. In multi-nationals werden voorheen divisies en regio s als aparte takken van een groot bedrijf gezien, met internet worden bijvoorbeeld CoP s die uit mensen van verschillende landen komen mogelijk. Hierbij zijn de grenzen zo onzichtbaar dat het lijkt alsof de gehele onderneming in 1 pand zit (Tapscott and Williams 2006, 28-30). Het derde en laatste punt wat Benkler onderscheidt is dat het gevolg van de eerste drie punten is dat er effectieve en op grote schaal opererende samenwerkingsverbanden die informatie, kennis en cultuur produceren. Dit zijn de fenomenen waar Wikinomics, Crowdsourcing en Produsage zich op richten. Waar Benkler zich dus uitvoerig het ontstaan en de oorzaken van deze grootschalige samenwerking in kaart brengt, geven Tapscott en Williams, Howe en Bruns vooral voorbeelden van hoe het in te zetten is voor bedrijven en hoe dit aangeeft dat mensen bepaalde verwachtingen, gebruik en normen en waarden hebben bij online producties en publicaties. Het is dit derde punt die aan de basis van de genetwerkte informatie-economie staat. Benkler zegt dat dit derde punt wordt getypeerd door het ontstaan van gratis open-source software. Het is interessant dat dit soort software, bijvoorbeeld de LAMP-stack die eerder is genoemd, de basis van het framework verstevigt en ontwikkelingen hierin versnelt. De culturele en maatschappelijke gevolgen van dit derde punt en dus de duidelijk herkenbare aspecten worden in het volgende hoofdstuk verder besproken Participatory culture en de gevolgen van grootschalige samenwerking De gevolgen die Benkler bij punt drie in het vorige hoofdstuk herkent kunnen worden samengevat onder de term Participatory Culture. Hoewel deze zogenaamde participatory culture de laatste jaren een enorme vlucht heeft genomen, heeft Jenkins het al aan het einde van de jaren tachtig zien ontstaan bij de vorming van fanculturen. Hij omschrijft een aantal eigenschappen van deze cultuur die eigenlijk online CoP s omschrijven met als uitbreiding dat het meer gericht is op artistieke expressie en burgerlijke betrokkenheid, waar ook Benkler op wijst (Jenkins et al. 2005; Benkler 2006). Deze observaties staan aan de basis van andere ontwikkelingen zoals het meer democratisch worden en verbeteren van de publieke sfeer. Hierbij zegt Benkler dat de academische discussie of het internet voldoet aan de criteria van een publieke sfeer zoals die is beschreven door bijvoorbeeld Habermas van minder belang is dan de vergelijking van de publieke sfeer met die uit de tijd van de massamedia. Daarnaast laat hij zien dat functies van massamedia zoals filteren van meningen en het verwijzen naar bronnen meer en meer collaboratieve en niet-marktgerichte alternatieven kent waardoor het moeilijker is om aandacht te krijgen (of kopen) voor bepaalde zaken als deze zaken niet interessant zijn voor een groep personen die sterk zijn betrokken bij het onderwerp. Nog moeilijker is het om een bepaalde mening tegen te houden. Geld als voorwaarde voor het uitdragen van een mening via de media is dus steeds minder van belang. Ook Raessens wijst bij zijn kijk op participatory culture op de verandering van de computergame als product: I consider participatory culture the [..] more active attitude that [..] makes special demands concerning the interpretation, the reconfiguration, and the construction of computer games. Negotiated, oppositional, and deconstructive readings (more so than dominant ones), configuration and selection (more so than exploration), and construction (more so than reconfiguration) are all, in their own specific way, part of what I call participatory media culture. Computer games are not just a game, never just a business strategy for maximizing profit, but always also a battlefield where the possibility to realize specific, bottom-up, heterogeneous forms of participatory media culture is at stake. (Raessens 2005, ) Dit battlefield zoals Raessens het omschrijft wordt verduidelijkt door Jenkins wanneer hij met de term convergence culture een uitbreiding van participatory culture geeft: the emergence of new media technologies is producing a world where corporate, non-profit, civic, alternative, and amateur media production co-exists and interacts in ever more complex ways and generates new forms of participation. Hierbij vermeld Jenkins dat die participatie niet het einde van commerciële cultuur betekent maar dat de kracht zit in het aanpassen, aanvullen, uitbreiden en opnieuw in omloop De gevolgen van grootschalige online participatie 10

12 brengen van deze commerciële uitingen (Jenkins 2006a). Er kan hier wellicht worden gesproken van het remediëren van culturele content (Bolter and Grusin 1999). Content wordt aangepast, vervormd en in andere mediavormen gegoten terwijl de oorspronkelijke content zich hier ook op in gaat stellen door makkelijk te gebruiken stukken aan te bieden ter vermenigvuldiging (bijvoorbeeld door soundbites). In deze participatory culture heeft een persoon of gebruiker van media een andere verhouding hiermee dan voorheen. De opkomst van de genetwerkte informatie-economie, en daarmee de participatory culture, vergroot de autonomie van de individu op drie manieren, legt Benkler uit. Allereerst kan een persoon meer alleen doen en voor hemzelf betekenen, zoals ook Raessens herkent met reconfiguratie en vooral constructie als vorm van participatie. Ten tweede kunnen individuen makkelijker in losse verbanden samenwerken zonder dat hierbij prijsafspraken en hiërarchische structuren worden gemaakt, zoals bij CoP s. Dit punt wordt bij Wikinomics als het samenwerkingsprincipe aangeduid waarbij de gelijkheid van mensen een belangrijk aspect is voor grootschalige samenwerking (Tapscott and Williams 2006, 23-25). Als derde zullen individuen beter in staat zijn om mee te werken in organisaties die niet marktgericht zijn. Jenkins legt uit dat hij een verschil ziet in interactiviteit en participatie, interactiviteit is een eigenschap van een technologie, zoals ook Raessens het dus ziet, terwijl participatie het resultaat is van culturele handelingen rond een technologie. Kijkende naar de fancultuur geeft hij aan dat hoewel televisie nauwelijks interactief is, deze wel goed blijkt te zijn in het aanzetten tot participatie. Opvallend aan wat Jenkins vertelt is de geringe aandacht voor de technologie, waar ook Bogost op wijst (Bogost 2006; Jenkins 2006b). Zo beschrijft hij keer op keer hoe verschillende content via verschillende media bij elkaar komt waardoor een groter geheel ontstaan en beschrijft hij dat mensen daar betekenis aan geven en er weer op reageren door het uit te breiden. Wat echter nauwelijks besproken wordt zijn de technologieën die daarvoor gebruikt worden en het blijft vaak in algemene omschrijvingen steken: Internet, games, internetfora, mobiele telefoon. Al deze media zijn al meer dan 10 tot 20 jaar beschikbaar. Kennelijk is de technologie nauwelijks van invloed op de participatory culture. Natuurlijk kan niet ontkend worden dat er nieuwe manieren van participeren ontstaan met het ontstaan van nieuwe technologie maar blijkbaar is het omgaan met content en media belangrijker dan hoe het gedaan wordt. Dit laatste punt onderschrijft Jenkins impliciet door te stellen dat Not every story should be told across all media. Not every experience is enhanced by moving it between platforms. Toch is het spreiden van een verhaal over meerdere media vaak een goede ontwikkelingen: I do see the movement of stories across media as opening up new points for consumers to intervene, as opening up some greater space for cultural expression in response to commercially produced and circulated stories. In that sense, convergence can and often does expand expressive possibilities. Transmedia processes can also deepen cultural experiences as we add together pieces that may seem superficial in a single medium but fit to form a more complex world when read across media. (Jenkins 2006b) Deze aggregatie van stukjes informatie hoeven niet alleen bij fanculturen tot een betere kijk op een complexe wereld te leiden. Bij elke intelligente en precieze verzameling van informatie, waarbij ook zelf content gemaakt kan worden (al is het door sortering), kan een betere kijk op de complexheid van de wereld verkregen worden Negatieve gevolgen Bovenstaande visies geven allemaal een positieve kijk op de ontwikkelingen van Web 2.0 en samenwerking op grote schaal. Petersen plaatst daar een stevige kanttekening bij, waarbij hij aangeeft dat ondanks de door velen geroemde democratiserende werking van Web 2.0 de arbeid van de gebruiker min of meer wordt gevangen gehouden waardoor bedrijven kunnen meeliften op deze arbeid (Petersen 2008). Hoewel veel sites door API s de content beschikbaar maken voor externe partijen is de content niet het enige wat de gebruiker in de databases van deze sites heeft gestopt. Alle verbanden die aan content vastzitten horen namelijk ook bij de content, zoals tags, verwijzingen van andere sites naar de content en commentaar op content. Petersen wijst erop dat API s vaak net niet open genoeg is om te migreren en al deze data mee te nemen. Wanneer een gebruiker besluit om zijn content te verplaatsen naar zijn eigen site verliest hij een deel van deze context- en metadata. Een gebruiker kan slechts verwijderen en recreëren maar niet verplaatsen waarbij alle verbanden vast blijven zitten en geüpdate worden en dus naar de nieuwe locatie wijzen. Een bekende gebeurtenis waarbij precies dit probleem aan de kaak werd gesteld is toen Scoble, een bekende blogger over technologie, zijn gehele social graph van Facebook naar een andere soortgelijke site wilde verplaatsen. Social graph is een niet duidelijk omschreven term waarbij de connecties en alle eigenschappen daarvan met andere personen bedoeld wordt die bij een bepaalde service zoals Facebook bekend zijn. Facebook zette Scoble s account tijdelijk op inactief en verbood hem door te gaan met het verplaatsen van deze data omdat de data van andere gebruikers zou zijn, althans dat is de officiële reden dan Facebook de migratie verhinderde (McCarthy 2008). Het zou ook zo kunnen zijn dat ze, net zoals met hun API, het gewoon niet mogelijk willen maken om gebruikers te laten verhuizen zonder verlies van hun gegeven en dus zonder echte switching costs. Petersen ziet in de door Benkler aangestipte mogelijkheid om samen te werken zonder gebruik te maken van eigendomsrechten een mogelijkheid om aan de uitbuiting van bedrijven te ontsnappen. Hierbij zou goed moeten worden opgelet dat kapitalisme niet weer meelift en dat openheid steeds gepromoot moet worden. De gevolgen van grootschalige online participatie 11

13 Een ander fenomeen dat gezien wordt bij Web 2.0 sites, met name social networking sites, is dat er een participatory surveillance cultuur ontstaat (Albrechtslund 2008). Hierbij wordt duidelijk gemaakt dat mensen vrijwillig veel informatie over hun privéleven opgeven zodat ze deze gegevens van andere mensen ook kunnen zien. Vaak wordt dit als een onwenselijk gezien maar Albrechtslund probeert te laten zien dat dit niet perse zo hoeft te zijn omdat de surveillance niet van bovenaf komt zoals gebruikelijk was bij surveillance vroeger maar meer een onderlinge surveillance. De openheid van het privéleven is niet precies de openheid die Petersen wenst maar wel een indicatie van hoe open onze cultuur al aan het worden is. Daarbij geeft Albrechtslund aan dat waar surveillance vooral ging over informatie inwinnen dit nu meer als het delen van je identiteit woordoor een bepaalde mate van exhibitionisme juist als bevrijdend en sturend kan worden gezien. Als wij al veel details uit ons leven openbaar maken, waarom zouden bedrijven deze verdere openbaring door mogelijke datamigratie in de weg gaan staan? Luke omschrijft in Phoneur: Mobile Commerce and the Digital Pedagogies of the Wireless Web, zeer pessimistisch, de huidige en toekomstige online leefwereld als (Habitat). In deze wordt elke stap opgeslagen en gebruikt om de gebruiker nog beter te kunnen overhalen tot consumptie. In de wordt de mens niet gezien als individu met een eigen wil maar wordt alleen gekeken how we will actualize ourselves as desiring-machines (Deleuze and Guattari qtd. in Luke 2005, 2). In deze leefwereld is de identiteit van personen een id-nummer geworden in een database en as the standin for the person, is a portal proxy and the representation of desire waarbij de id:entity fungeert als een mediator tussen the individual and the network configuration(s) of desire and commodity exchange (Luke 2005, 12). Ontsnappen aan deze wereld kunnen we hier volgens Luke maar moeilijk, we kunnen hoogstens een stapje terug doen en kritisch reflecteren en bewust zijn van de manier waarop wij gezien worden in de Dit gaat nog een stuk verder dan bovenstaande kritiek op Web 2.0 en doet sterk denken dat we langzaam richting een Matrix-achtige wereld gaan waarbij we niets meer zijn dan een batterij die denkt dat hij een echt leven heeft. In de worden personen op een zelfde manier gevangen gehouden als Petersen beschrijft, namelijk door termen te gebruiken als openheid, democratie en sociaal wordt de gebruiker overtuigd van zijn vrijheid terwijl er bedrijven alle handelingen uitbuiten Deelconclusie Bij het onderzoeken van deelvraag twee, wat de gevolgen zijn van grootschalige participatie, is de het framework van Benkler als leidraad gebruikt om de oorzaken stapsgewijs in kaart te brengen. Het culturele gevolg werd vervolgens besproken met daarbij ook de negatieve gevolgen die in veel teksten over hoofd worden gezien. Aan de basis van de gevolgen van grootschalige participatie staat het goedkoper worden van processorkracht en de gevolgen die dit heeft voor andere (communicatie)technologieën. Het auteursrecht komt door het vrijkomen van productie en publicatie voor een groot deel van de mensen op gespannen voet te staan met de natuurlijke uitwisseling van cultuur. Ook het bereiken van een globaal publiek is hierdoor mogelijk voor mensen met een alleen een computer en internettoegang. De gevolgen van deze punten is het ontstaan van grootschalige samenwerkingsverbanden en een participatory culture waarmee deels de basis wordt versterkt middels open source software. Een aantal eigenschappen van deze grootschalige samenwerking of participatie zijn de verandering van een consument van content naar producent of gebruiker van content, het bestaan van minder hiërarchische structuren en het ontstaan van niet-marktgerichte samenwerkingsverbanden. De democratiserende werking van de grootschalige participatie is echter niet algemeen aanvaard en wordt in twijfel getrokken door te wijzen op wie er werkelijk verdient aan deze samenwerking en hoe de gebruikers opgesloten worden bij het platform waar ze participeren. Daarnaast wordt ook een vergaande mate van openheid waargenomen die zowel vrijwillig als identiteitvormend is maar waar tegelijkertijd bijna niet aan te ontsnappen valt. Ondanks deze kritiek wordt er niet getwijfeld aan de toename van mogelijkheden waarop meningen verkondigd en verspreid kunnen worden. Het battlefield waar Raessens bij de omschrijving van Participatory Culture op wijst blijkt een goede omschrijving te zijn voor de continue strijd rondom eigendomsrechten, dataportability, identiteitsconstructie en cultuuruitwisseling tussen de producenten volgens de oude definitie en produsers. De gevolgen van grootschalige online participatie 12

14 4. Participanten Van oudsher werd bij het bestuderen van het gebruik van ICT door personen de lijn getrokken tussen de haves en have nots, de zogenaamde digital divide. Naarmate computers en internet vaker werden gebruikt verschoof deze lijn, werd deze nader bestudeerd en zijn er verschillende gradaties van haves onderscheiden. Zo kan gekeken worden of men überhaupt toegang tot een computer en internet heeft, of men vrij gebruik hiervan kan maken, of men toegang heeft tot assistentie en wat voor een vaardigheid iemand met computers en internet heeft (Hargittai 2002). Recent onderzoek toont aan dat in de VS 50% van de mensen weinig gebruik maakt van ICT, sommigen daarvan zouden wel meer gebruik willen maken van ICT maar zijn erg onervaren (Horrigan 2007). In Nederland heeft 46% van de mensen die internet gebruiken (88% van alle Nederlanders) weinig of geen internetvaardigheden (Veen et al. 2008, 201, 08-10). Bij het onderzoeken van online participatie worden alleen de haves bekeken, toegang tot ICT is namelijk een vereiste om online te participeren. Het onderzoeken van have nots wordt om die reden hier buiten beschouwing gelaten, maar omdat ongeveer de helft van de mensen hieronder valt is het onderzoeken van barrières tot ICT van deze mensen zeker een andere studie waard. Allereerst worden de participanten bekeken die niet actief meedoen, de lurkers. Vervolgens wordt de beweging van nieuwkomer naar vaste gast aan de hand van de theorie van Wenger besproken en tenslotte worden een aantal soorten participanten onderscheiden die in recente studies naar voren kwamen Lurkers Wanneer Wenger spreekt van CoP's ziet hij participanten als leden van een groep die door zowel zichzelf als de ander herkend worden (Wenger 1998b, 55-57). Maar bij een cultuur die steeds meer is gericht op openbaar publiceren in plaats van privé converseren, zoals ook Lawrence Lessig in 'Free Culture' duidelijk maakt, komt het idee van groepsleden onder druk te staan (Lessig 2004). Want in hoeverre wordt iemand die slechts luistert of meekijkt naar de andere groepsleden, de zogenaamde lurker, herkend als onderdeel van die groep en dus als participant (Soroka and Rafaeli 2006)? Soroka en Rafaeli richten zich met name op deze meekijkende 'participant', de lurker. Zij zien in deze meekijkende persoon een nuttige toevoeging aan het medium in de zin dat de discussie een publiek krijgt en pleiten, net als Preece, Nonnecke en Andrews, juist voor een prettige omgeving voor lurkers (Preece, Nonnecke and Andrews 2004). Ze stellen zelfs dat als iedereen zou participeren in een discussie er teveel ruis zou ontstaan wat dus juist destructief in plaats van constructief is. Precieze cijfers over het aandeel van lurkers bij een medium verschillen per medium maar over het algemeen wordt er vanuit gegaan dat er veel meer mensen kijken dan deelnemen aan een discussie (Soroka and Rafaeli 2006, 164). Dit is zeer gebruikelijk als bijvoorbeeld aan een krant wordt gedacht en moet dus ook niet als een nadeel worden gezien en getracht te worden opgelost. Het is een volkomen natuurlijk evenwicht. Nonnecke en Preece beschrijven in Why lurkers lurk een aantal theorieën over lurkers waarbij wordt aangegeven dat lurkers eigenlijk al deel uitmaken van de groep maar zich nog vooral richten op de werking van de groep zodat ze later wellicht actief mee kunnen doen (Nonnecke and Preece 2001, 3). De beweging van toeschouwer tot actief lid wordt verder beschreven in 4.2 Relatie nieuwkomers en vaste gasten aan de hand van Lave en Wengers theorie over Peripheral participation met betrekking tot CoP s. Nonnecke, Preece en Andrews wijzen er in een soortgelijke studie op dat lurkers zeker deel uitmaken van een groep en dat ze niet de free-riders zijn die ze door sommigen worden genoemd maar dat er toch verschillen zijn in houding met participanten die wel reageren. Reageerders zijn over het algemeen positiever, ze vinden dat ze meer krijgen van de community, ze voelen zich meer betrokken bij de community en waarderen andere leden van de community positiever. Daarnaast zien de meeste posters de lurkers als leden van de community (Preece, Nonnecke and Andrews 2004, 221). Het is dus voor de waardering van de community en de betrokkenheid van de reagerende participanten goed om meer lurkers te betrekken en ze tot posten te bewegen. Door onderscheid te maken in verschillende soorten lurkers laten Lee, Cheng en Jiang zien dat lurkers wat betrokkenheid niet perse onder hoeven doen aan Reageerders (Lee, Chen and Jiang 2006). Ze geven aan dat er in het discours van lurken teveel nadruk wordt gelegd op het relatief weinig posten van berichten door lurkers terwijl daarbij niet wordt gekeken naar hoe vaak deze lurkers inloggen en online zijn. Lurkers zouden als ze vaak inloggen niet als passieve participanten gezien moeten worden maar als vaardige participanten die zonder veel uit te drukken toch betrokken blijven bij de groep en daar onderdeel van uit maken. Een vereiste hiervoor, dat niet echt wordt uitgelicht in hun onderzoek, is dat participanten een zeker digitaal spoor moeten achterlaten en daarmee zichtbaar moeten zijn. De reagerende participanten moeten kunnen zien dat de lurkers aanwezig zijn om ze tot de groep te kunnen rekenen. Dit ligt keurig in lijn met hoe Wenger over het groepsleden en participatie in CoP s spreekt. Dit digitale spoort laat zien dat de Couch potato van het televisietijdperk nauwelijks meer te vergelijken is met een digitale lurker (Ang 1995, 211). Want waar bij de 'oude' media zoals krant, radio en tv op een one-to-many manier wordt Participanten 13

15 gecommuniceerd, is het op internet mogelijk om terug te praten, wat Reageerders dus al doen (Soroka and Rafaeli 2006, 163). Toch hoeft dit niet op een actieve manier, het systeem kan hier ook voor zorgen. Zowel een Reageerder als een lurker moeten zich namelijk allebei melden bij de site om de pagina te ontvangen, dit ligt aan de basis van het internet. Wanneer een pagina dus wordt opgevraagd of wanneer er op een link wordt geklikt weet het systeem dat een bepaald persoon een bepaalde pagina bekijkt. Een site kan daardoor een functionaliteit implementeren waardoor te zien is hoeveel mensen die pagina gezien hebben, of er mensen zijn die dit in de afgelopen paar minuten hebben gedaan en zelfs wie er op dit moment kijkt. Youtube laat bijvoorbeeld zien hoeveel mensen een filmpje hebben bekeken en wie er op dit moment kijkt, als die persoon die functionaliteit heeft geactiveerd. Ook Flickr laat zien hoeveel mensen in totaal een foto hebben gezien. Nielson maakt ook onderscheid tussen participanten en lurkers en laat zien waarom de grenzen tussen deze groepen niet helemaal duidelijk meer zijn op internet. Actieve participanten hebben als primair doel om iets mede te creëren (bv. tekst toevoegen aan Wikipedia) en bij lurkers, de passieve participanten, leidt het gedrag juist indirect tot creatie (Nielsen 2006). Deze indirecte creatie is net zoals hierboven is beschreven bij het aangeven wie er kijkt naar een Youtube video. Amazon was een van de eersten die met dit soort zijdelingse creatie experimenteerde, door bijvoorbeeld een boek te kopen bij Amazon worden er automatische aanbevelingen gecreëerd. Bij het kopen van een boek krijgt Amazon informatie over de boeken die deze persoon goed vindt waardoor Amazon aan andere gebruikers tips kan geven over boeken ( Customers Who Bought This Item Also Bought ). Hierbij zijn de lurkers van Soroka en Rafaeli niet meer de machteloze 'couch potato' van het televisietijdperk maar worden hun stappen systematisch opgeslagen en geanalyseerd. Dit soort zijdelingse participatie ligt vaak aan de basis van de grootschalige samenwerking zoals die is bekeken bij hoofdstuk 3 De gevolgen van grootschalige online participatie maar is ook een oorzaak van privacy gerelateerde issues. De echt passieve lurker, die hoogstens tussen de discussies zapt alsof hij wisselt tussen televisiekanalen, blijkt uit de verschillende studies dus haast niet meer te bestaan op internet. Toch is duidelijk geworden dat een grote meerderheid van de participanten slechts zijdelings of weinig constructief participeert. Het traject dat wordt afgelegd door participanten van het geheel niet participeren naar centraal staande participant wordt in het volgende hoofdstuk behandeld aan de hand van de theorie van Lave en Wenger Relatie nieuwkomers en vaste gasten Lave en Wenger schrijven in Situated Learning: Legitimate Peripheral Participation (Lave and Wenger 1991) over de relatie tussen nieuwkomers (peripherals) en vaste gasten. De theorie die ze hier ontwikkelen vormt de basis van het eerder genoemde werk Communities of Practice. De CoP centreert zich om bepaalde kenniscentra welke continu veranderen doordat er beoefening plaatsvindt. Lave en Wenger laten zien dat er mensen in de CoP zijn die veel van deze centra afweten en in de CoP als experts te boek staan en dat er mensen zijn die weinig afweten van wat er centraal staat. De manier hoe beide deel uitmaken van de groep verschilt enorm. Lave en Wenger behandelen de beweging van nieuwkomer naar expert in een CoP. Voor nieuwkomers is het in eerste instantie vaak niet het belangrijkst om te leren van wat er wordt gezegd, maar om te leren hoe ze deel kunnen nemen aan de CoP en dus om te leren hoe ze moeten praten. Dit zien Nonnecke en Preece ook waarbij ze aangeven dat lurkers door te lurken vertrouwen opbouwen om mee te doen in de groep (Preece, Nonnecke and Andrews 2004, 211). Deze groep gebruikers worden door bovenstaande teksten beschreven als lurkers en Lave en Wenger geven dus ook impliciet aan dat lurkers deel uitmaken van een groep participanten, zoals ook Nonnecke en Preece zeggen. Ook is het van belang dat zij gezien worden als legitieme participanten, ook al zijn ze net nieuw (Wenger 1998b, ). De legitimiteit kan verkregen worden door het vertrouwen van experts, dit komt overeen met punt 3 van de eigenschappen voor participatory culture van Jenkins (zie hoofdstuk 3.1). Het vertrouwen in de nieuwkomers kan worden getoond doordat experts adviseren en kennis overdragen over de gang van zaken in groep (Preece, Nonnecke and Andrews 2004, 217). Lave en Wenger zien dat het voor de ontwikkeling van nieuwkomer naar expert van cruciaal belang is om beschikking te hebben over hetzelfde repertoire als experts en dus werkelijk te delen in het gedeelde repertoire van hoofdstuk Gedeeld repertoire (shared repetoire) (Wenger 1998b, 166). Dit repertoir wordt door Soroka en Rafaeli ook wel embodied cultural capital genoemd naar de verschillende vormen van cultural capital die Bourdieu onderscheidt. Dit embodied cultural capital is nodig om bepaalde grappen te kunnen snappen maar ook bepaalde waardes die aanwezig zijn in een community. Hoe meer een participant weet van het cultural capital van een community hoe groter de kans is dat deze voordeel kan behalen in het gebruik van een community en intelligente keuzes kan maken wat betreft participatie (Soroka and Rafaeli 2006). Wanneer nieuwkomers of lurkers geen goede toegang hebben tot het gedeelde repertoire of het cultural capital zal de waarde van de community voor hen wellicht te gering en te onduidelijk zijn om nog langer moeite voor te doen. Ze zullen in dat geval de community verlaten. In het onderzoek van Soroka en Rafaeli blijkt dat bij een participant wiens cultural capital toeneemt ook het aantal postings zal toenemen. De kans dat een participant gaat posten wanneer die nog nooit eerde heeft gepost neemt geleidelijk met de tijd af. Deze twee conclusies samen maken duidelijk dat het van belang is om een participant snel inzicht te geven in Participanten 14

16 het cultural capital van de community en te bewegen tot posten om vervolgens zijn embodied cultural capital verder rustig op te laten bouwen (Soroka and Rafaeli 2006, 169) Verschillende groepen participanten Nu de tegenstelling tussen participanten en lurkers verkend is en waarbij duidelijk geworden is dat een groot deel van de participanten min of meer onzichtbaar is maar wel bij de participanten hoort, is het mogelijk om wat meer verschillen in participanten te onderzoeken. Onderzoeksbureau Forrester heeft bij een onderzoek naar social technologies (zoals blogs) zes soorten participanten weten te onderscheiden: Creators, Critics, Collectors, Joiners, Spectators en Inactives (Bernoff 2008). Om achteraan te beginnen, de Inactives zjin de mensen die in het geheel niet gebruikmaken van sociale technologieën. Spectators zijn de lurkers zoals die hierboven beschreven staan maar specifiek voor sociale sites, Joiners maken gebruik van social networking sites zoals Facebook en Hyves. Collectors maken gebruik van RSS-aggregators (igoogle 1, Netvibes 2 ), voegen tags toe bij sites voor bijvoorbeeld foto s (Flickr) en stemmen op websites zodat ze gerangschikt worden bij sites als Digg 3. Critics reageren op blogartikelen, reageren op webfora, passen wiki-berichten aan en waarderen en maken reviews van artikelen en services. Als laatste en meest participerende groep zijn er de Creators, zij hebben een blog of een eigen website, uploaden videos, foto s of muziek en schrijven artikelen of verhalen (Bernoff 2008). Hierbij is ook onderzocht hoe groot het deel van de bevolking is dat in deze groepen is in te delen. In Europa is 53% van de mensen in te delen bij de Inactives. De overgebleven 47% maakt dus wel gebruik van sociale technologieën. Van deze 47% zit ruim 85% in de Spectators groep en ruim 40% hoort bij de Critics. Slechts 10% van de totale bevolking, en dus 21% van de Actives hoort bij Creators. Deze overlappen natuurlijk deels omdat iemand bijvoorbeeld niet alleen artikelen schrijft maar ook leest en bookmarkt. Onduidelijk is echter waarom niet 100% van de actives als spectator wordt gezien, het zou logisch lijken wanneer de andere groepen voortbouwen op de spectatorsgroep. ("What's the Social Technographics Profile of Your Customers?" 2008). Tabel 1 Groepen participanten in Europa ("What's the Social Technographics Profile of Your Customers?" 2008) Groep % van totaal Inactives (geen participatie) 53 % van actives Spectators Joiners Collectors 9 19 Critics Creators Tabel 2 Distinct group of users of ICT (Horrigan 2007, ii) Groep % van de Uitleg van groep Amerikanen Elite Tech 31 Hebben meeste ICT, maken veel gebruik van internet en mobiele telefonie en zijn op Users verschillende niveaus betrokken met door gebruikers gemaakte content en zijn over het algemeen zeer tevreden over de rol die ICT speelt. Middle-oftheroad Tech 20 Gebruiken ICT voornamelijk voor communicatie en niet voor zelfexpressie. Een deel vindt het gebruik van ICT prettig maar een deel vindt het ook lastig. Users Few Tech 49 ICT wordt zelden of nooit in hun dagelijkse bezigheden gebruikt. Hoewel sommige assets het nuttig vinden gebruiken andere alleen telefoon en televisie. Forrester en Horrigan (die aan het begin van dit hoofdstuk is genoemd) onderzoeken niet precies hetzelfde, Forrester de mate van sociale participatie en Horrigan het gebruik van ICT. Toch zijn er parallellen te ontdekken. Wanneer de tabel van Forrester wordt vergeleken met de data van het onderzoek van Horrigan, dan is duidelijk te zien dat de digital divide bij beide op ongeveer 50% ligt. Dit wijst erop dat de mensen die gebruik maken van ICT zo goed als allemaal gebruik maken van sociale diensten. Dit klinkt niet vreemd als wordt gedacht aan diensten zoals Hyves. Hyves heeft dan ook een bereik van 52,3% bij Nederlanders die ouder dan 12 zijn (STIR 2008). In die 52.3% zitten alleen de mensen die een account bij Hyves hebben, en dus volgens de definitie in de groep van Joiners zitten. Als gekeken wordt naar de data van de CBS waar wordt aangegeven dat 88% van de mensen in 2007 toegang heeft tot internet, dan moeten er veel mensen (zo n 40% van de Participanten 15

17 internetgebruikers) zijn die óf geen Hyvesaccount hebben maar wel zulk soort sites bekijken (Spectators) óf wel toegang tot internet hebben maar dit niet gebruiken (oa. Inactives) (Veen et al. 2008). De rest van de data is moeilijker te vergelijken omdat Forrester participanten niet exclusief opdeelt en participanten dus in meerdere groepen voor kunnen komen terwijl dat bij Horrigan niet mogelijk is. De groep van Elite tech users (31%) van Horrigan komt wat definitie betreft overeen met de gecombineerde groepen Joiners, Collectors, Critics en Creators van Forrester waarbij echter alleen duidelijk is dat deze groep tussen de 47% en 19% van de mensen uitmaakt. Als we terugkijken naar Raessens beschrijving van participatie en de drie vlakken waarop dit plaatsvindt zijn de verschillende groepen van participanten ook grof op te delen in Raessens groepen. Inactives doen in het geheel niet mee en Spectators (Lurkers) zijn te plaatsen op het interpretatievlak omdat ze slechts de teksten lezen van anderen en deze interpreteren. Joiners en Collectors hebben een vormende houding en voegen bestaande informatie naar hun wensen samen waardoor ze in te delen zijn bij reconfiguratie. De laatste twee groepen zijn scheppend bezig en vallen daardoor in de constructiegroep (Raessens 2005, ). Zowel Nielson en Raessens merken op, in contrast met de data van Forrester, dat de creërende of actief participerende groep in aantal verreweg het kleinst is, maar dat ze als groep essentieel zijn. Nielson onderscheidt in deze actieve groep twee soorten, de grote groep af en toe participerende mensen en een klein groepje dat een groot aandeel heeft in de totale activiteit van het medium. Raessens merkt op dat de constructieve groep een belangrijke groep is omdat hun toevoegingen of creaties door de andere groepen gebruikt worden, dat dit de kleinste groep is strookt niet met de data van Forrester. Als gekeken wordt naar het hoofdstuk 3 dan blijkt dat Collectors en Critics een belangrijke rol spelen in het selecteren van belangrijke of relevante content, naast de sporen die elke Joiner nalaat en tot zijdelingse participatie leiden. Dus hoewel vaak de nadruk ligt op de Critics en Creators zijn het wat grootschalige samenwerking betreft vaak de Collectors en Critics die deze samenwerking mogelijk maken. In een onderzoek naar hoe participatie wordt aangemoedigd (bij communities in Korea) blijkt dat het plaatsen van berichten sterk wordt beïnvloed door offline activiteiten en dat het kijken naar berichten wordt beïnvloed door het waargenomen nut van de site. Geconcludeerd wordt vervolgens dat ontwerpers de verschillende soorten participatie in acht moet nemen waarbij gebruikers kunnen kiezen tussen verschillende rollen die deze participatie verschillend benaderen. De rol die een participant aanneemt moet niet aan het toeval worden overgelaten maar ze moeten een bewuste keuze maken zodat ze anders behandeld worden en gerichter kunnen worden aangemoedigd tot de participatie waarvoor ze gekozen hebben (Koh et al. 2007). Hierbij kan ook gedacht worden om snel en makkelijk te kunnen wisselen tussen de verschillende views omdat, zoals Bruns duidelijk maakt over produsers, participanten snel wisselen tussen de verschillende rollen (Bruns 2008). Het klinkt logisch dat wanneer participanten een ander doel hebben ook de interface op dit doel ingesteld moet worden om dit zo makkelijk mogelijk te maken Deelconclusie In dit hoofdstuk is antwoord gegeven op deelvraag 3 waarbij werd gevraagd wat voor participanten er zijn. Hier is gekeken naar de soorten participanten die te onderscheiden zijn bij online participatie. Hierbij is met name ingegaan op de participanten die bij sociale sites voorkomen. Hierbij zijn allereerst het gedrag van de lurker of Spectator onderzocht omdat dit de grootste deelgroep binnen de participanten is, waarbij duidelijk is geworden dat het geen couch potatoes zijn die buiten de groepsprocessen staan. Veel van de lurkers zijn zich aan het oriënteren op de groep om later mogelijk te posten. Daarnaast is de inlogfrequentie een maatstaaf voor de betrokkenheid van de lurker bij de groep en zorgt het bij een hogere frequentie voor een betere acceptatie door de groep wanneer het zichtbaar is dat de lurker online is. Deze indirecte of zijdelingse participatie, zoals dat bij hoofdstuk 4.1 is besproken, staat aan de basis van de acceptatie van de lurker in de groep. Het vertrouwen wat de vaste gasten of experts van een groep hebben in nieuwkomers is essentieel om nieuwkomers het gevoel te geven erbij te horen. Daarnaast moeten de nieuwkomers het cultural capital of gedeelde repertoire van een groep zich eigen maken waardoor ze op één lijn komen met de groep en langzaam van nieuwkomer tot vaste gast kunnen groeien. Wanneer ze niet snel genoeg toegang tot dit gedeelde repertoire hebben neemt de kans af dat ze bij de groep betrokken zullen blijven. Vervolgens zijn de volgende participanten onderscheiden: Joiners, Collectors, Critics en Creators. Waarbij ze in oplopende mate van participatie staan. Hierbij spelen de Collectors, diegenen die RSS-feeds lezen, tags toevoegen en sites diggen, een grotere rol wat betreft de gevolgen die dit soort participatie tot gevolg heeft dan Raessens en Nielson inschatten. De participatie van Collectors en Critics zorgt voor een groot deel voor de grootschalige samenwerking zoals die is besproken in hoofdstuk 3.. De nadruk die het discours over het aanzetten tot participatie ligt op de Creator of Critic zou dus bijgesteld moeten worden naar Collector en Critic. Als gevolg van de verschillende rollen die participanten hebben zijn er ook verschillende doelen wat betreft de participatie. Deze doelen vereisen vaak een (iets) andere interface en bij het ontwerpen van een site moet er dus ingespeeld worden op de verschillende rollen om elke soort participanten het zo aangenaam mogelijk te maken om te Participanten 16

18 participeren op hun manier. Hier moet echter makkelijk tussen worden kunnen geschakeld omdat participanten ook snel van rol wisselen. Participanten 17

19 5. Redenen van participatie In voorgaand hoofdstuk zijn de verschillende rollen besproken die een participant kan hebben, maar hoe zijn ze überhaupt aangezet om te participeren? Bij het behandelen van de vierde deelvraag, wat zijn de redenen van participatie? wordt hierop antwoord gegeven. Hierbij worden de Inactives van het model van Forrester en de have nots natuurlijk niet behandeld bij het bespreken van de redenen van participatie omdat ze in het geheel niet participeren of online zijn. Ook de passieve variant die Nielsen beschrijft wordt hierbij buiten beschouwing gelaten omdat bij die groep de intentie er niet is om te participeren en dus niet besproken kunnen worden in het licht van de redenen van participatie. Enkel de actieve, en dus bewuste, vorm van participatie komt in dit hoofdstuk aan bod. Dit is inclusief de lurker die, zoals hierboven is duidelijk geworden, niet zozeer creëert maar wel participeert en deel uitmaakt van de groep met participanten. Redenen om te blijven lurken blijken ook hindernissen te zijn voor mensen die bijvoorbeeld wel berichten posten waardoor het onderzoeken van redenen om niet te participeren nieuwe inzichten kan brengen. Door eerst motivatietheorieën uiteen te zetten en gradaties aan te brengen tussen intrinsieke en extrinsieke motivaties kunnen uiteindelijk de redenen van participatie en van lurken hierop ingedeeld worden. Hierdoor kan er beter worden ingeschat wat voor een houding participanten hebben ten opzichte van het participeren en de taken die ze uitvoeren. Wanneer meer participatie wordt gewenst door de sitebeheerders is de houding van de participant van belang voor het selecteren van de juiste stimulans Intrinsieke motivatie en gradaties van extrinsieke motivaties Voordat er gekeken kan worden naar redenen van participatie moet er kort gekeken worden naar waarom mensen überhaupt dingen uit vrije wil doen en waarom men dus tot (vrijwillige) participatie over kan gaan. Door de verschillen in soorten motivatie te onderzoeken kan het duidelijk worden dat bepaalde redenen van participeren aanleiding kunnen zijn om functionaliteiten aan te passen. Tussen niet gemotiveerd worden om iets te doen en deze taak (intrinsiek) interessant en leuk te vinden zitten een aantal gradaties waarbij externe factoren de soort motivatie bepalen. Gagné en Deci onderscheiden vier van deze gradaties van externe motivatie en inclusief de intrinsieke motivatie zijn dit de vijf gradaties waarbij de redenen van participatie zijn in te delen. De vijf gradaties in oplopende volgorde van extrinsiek motivatie: 1. Bij intrinsieke motivatie wordt een taak gedaan omdat deze door de persoon als leuk en interessant wordt ervaren. Per definitie een autonome keuze en motivatie 2. Bij Integrated regulation is de taak niet zozeer leuk of interessant maar essentieel voor de persoonlijke doelen en deze taken horen bij de hoe de persoon zichzelf ziet, deze extrinsieke motivatie ligt zeer dicht bij intrinsieke motivatie (een kok die vlees snijdt). Ook autonome motivatie genoemd. 3. Identified regulation behelst taken die belangrijk worden gevonden maar die niet als leuk of interessant worden ervaren (thuis altijd gezond eten koken). Dit is gedeeltelijk autonoom. 4. Weer iets verder van intrinsieke motivatie af ligt Introjected regulation waarbij extrinsieke waardes de persoon sturen in het doen van bepaalde taken (netjes met mes en vork eten). Ook gedeeltelijk gecontroleerde motivatie genoemd. 5. De laatste en meest extrinsieke motivatie is External regulation die inhoudt dat mensen dingen doen vanwege een beloning of het uitblijven van bestraffing (een kind dat zijn bord moet leegeten of anders geen televisie mag kijken). Dit wordt gecontroleerde motivatie genoemd (Gagné and Deci 2005, ). De soort motivatie die ten grondslag ligt aan een bepaalde taak verschilt per persoon, waar een kok een deel van zijn eigenwaarde haalt uit het snijden van vlees zal iemand anders, bijvoorbeeld een overtuigd vegetariër, pas vlees gaan snijden als hij wordt beloond daarvoor. Taken kunnen dus niet onderverdeeld worden in deze groepen omdat ze persoonsafhankelijk zijn. De redenen dat deze taken gedaan worden kunnen echter wel verdeeld worden over de vijf soorten motivaties. Dit maakt de abstracte theorie van motivaties concreter en beter inzichtelijk voor online participatie. In het volgende hoofdstuk worden een aantal onderzoeken naar redenen van online participatie behandeld en vervolgens verdeeld over de vijf soorten motivaties Overzicht van redenen van participatie In het vorige hoofdstuk zijn verschillende soorten motivaties genoemd, in dit hoofdstuk worden de redenen van participatie die in onderzoeken naar voren komen hierop ingedeeld. Omdat, zoals in het vorige hoofdstuk is gezegd, de motivaties bij taken persoonsgebonden zijn en dus niet in te delen zijn op de soort motivatie die voor een taak nodig is, kunnen bij een taak verschillende motivaties gegeven worden. Deze verschillende motivaties bij het uitvoeren van een taak maken het niet makkelijker om taken middels bepaalde functionaliteiten mogelijk te maken en vorm te geven. Redenen van participatie 18

20 Toch is het noodzakelijk om deze verschillende motivaties in acht te nemen omdat de motivatie, logischerwijs, invloed heeft op hoe de taak uitgevoerd wordt. Iemand die met intrinsieke motivatie en dus volledige overgave aan de slag gaat met het schrijven van een blogartikel zal anders met blogsoftware en -functionaliteiten omgaan dan iemand die het als onderdeel van zijn werk ziet. De tijd die het kost om een bepaalde taak uit te voeren zal bij iemand met intrinsieke motivatie niet uitmaken maar bij iemand die het voor een beloning doet wel, die wil er zo snel mogelijk mee klaar zijn. Voor de eerste persoon zijn vele functionaliteiten die het uitvoeren van de taak tot in de puntjes kunnen bepalen fijn en zullen waarschijnlijk goed gebruikt worden. Voor de tweede persoon is het juist verwarrend omdat de taak niet heel belangrijk wordt gevonden en vergaande functionaliteiten zullen niet gebruikt worden omdat de taak niet zo minutieus wordt uitgevoerd. Bovengenoemde voorbeelden geven inzicht in waarom het kijken naar de motivaties waarbij de redenen horen van belang kunnen zijn als functionaliteiten of sites worden ontworpen. Hieronder wordt verder ingegaan op de redenen die in verschillende onderzoeken naar voren komen. Mclure Wasko en Faraj hebben in 2000 onderzoek gedaan naar de redenen van participatie bij grote online communities maar hebben zich helaas deels theoretisch gebaseerd op een onderzoek van bovengenoemde Deci uit 1972 terwijl Deci in 1999 een groot onderzoek heeft gedaan waar delen van zijn onderzoek uit 1972 onderuit zijn gehaald (Gagné and Deci 2005, 332). Juist op het vlak dat deels werd aangepast, het verschil in motivatie als gevolg van tastbare en niettastbare resultaten, maken Mclure Wasko en Faraj onderscheid. Daarbij introduceren ze een derde categorie, interactie met de community, die geen theoretische basis heeft en zonder problemen onderverdeeld zou kunnen worden tussen tastbaar en niet-tastbare opbrengsten. De resultaten van hun studie staan in Tabel 3 hieronder. Tabel 3 Categorieën van opbrengsten van participatie bij online communities (Wasko and Faraj 2000). Tangible returns Intangible returns Interaction with a community Useful & info valuable Enjoyment / entertaining Multiple viewpoints Answer to specific question Learn Peer group Personal gain Altruism/pro-social behavior Reciprocity Advance the community De reden dat ze onderscheid maken tussen tastbare en niet-tastbare beloningen is omdat met Cognitieve Evaluatie Theorie (CET) sinds de jaren 70 veel onderzoek erop gericht was om dit verschil te onderzoeken. CET wierp de suggestie op dat tastbare factoren altijd de autonomie van een persoon en daarmee de intrinsieke motivatie ondermijnden terwijl niettastbare factoren soms het gevoel van competentie of autonomie en daarmee de intrinsieke motivatie versterkten (Gagné and Deci 2005, ). Dit werd in de studie van Deci et al. in 1999 deels ontkracht: wanneer een tastbare beloning onafhankelijk van de taak wordt gegeven (bijv. loon) of wanneer een tastbare beloning niet werd verwacht dan had dit geen negatieve invloed op de intrinsieke motivatie. Niet-tastbare factoren zoals evaluaties of competitie zorgen echter wel voor een verminderde motivatie. In Why we tag: motivations for annotation in mobile and online media onderscheiden Ames en Naaman soortgelijke redenen om tags toe te voegen aan online foto s (Ames and Naaman 2007). Hoewel dit maar een klein onderzoek is (N=13) komen drie soorten redenen van taggen duidelijk naar voren. De meeste mensen taggen foto s zodat hun foto s georganiseerd worden voor het publiek waardoor de foto s in bepaalde groepen komen, vaker bekeken worden en mogelijk hun reputatie verhoogt. Een tweede soort reden die wordt aangegeven door veel mensen is het taggen voor persoonlijke organisatie. Dit wil zeggen dat de foto s bij later gebruik makkelijk bij elkaar worden gezet doordat ze dezelfde tag hebben, ook helpen ze mensen eigenschappen van een foto, bijvoorbeeld namen of steden, te onthouden. De derde en laatste groep gebruikte deze communicatiemogelijkheden van tags, het benoemen van de personen in de foto bijvoorbeeld, om kennissen en familie informatie te geven over de foto s. De tags worden hier dus voornamelijk gebruikt als steekwoorden bij een verhaal. In een onderzoek naar waarom bedrijven Open Source Software (OSS) producten en diensten aanbieden uit 2005 wordt ook gekeken naar waarom ontwikkelaars meehielpen met het bouwen van OSS (Rossi and Bonaccorsi 2005). Ze hebben een overzicht gegeven van de onderzoeken die bepaalde motivaties waarnamen en opgedeeld in intrinsieke en extrinsieke motivaties, deze staan in Tabel 4 uiteengezet. Opvallend is dat sense of belonging to the community als een intrinsieke motivatie wordt neergezet. Bij de definitie van Gagné en Deci zou dit bij integrated regulation horen omdat hierbij de taak niet zozeer als leuk of interessant wordt ervaren maar het hoort bij hoe de persoon zichzelf ziet: als onderdeel van de community. Om dezelfde reden hoort ook Fight against proprietary software niet bij de intrinsieke motivatie. Redenen van participatie 19

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Samenvatting Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Deze samenvatting gaat over hoofdstuk 4; eerst publiceren dan filteren,

Nadere informatie

!"#$%&'()*+,"#"-. 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +"7"#""- 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$<#),"$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)"/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$?

!#$%&'()*+,#-. 70-&6+*%#-!#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +7#- 9#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)$<#),$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$? 23'4)567/84 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$#/'$&#/#$? /01"-20%%+-3&45567$%(8&9!"#$%&'()*+,"#"-. +"7"#""- 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 D)E#'-)F!"#$$%&'($&!")*

Nadere informatie

Revision Questions (Dutch)

Revision Questions (Dutch) Revision Questions (Dutch) Lees pagina s 1-44 van New Media: A Critical Introduction (2008). Maak bij het lezen de onderstaande vragen. Print je antwoorden uit en lever deze in bij de Vergeet niet je naam

Nadere informatie

TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS

TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS Intro Lobke Elbers @lobkeelbers lobke@travelnext.nl Community manager Content schrijver Online marketing Blogger Kansenzoeker Samenwerker Gastdocent NHTV Nijmegen www.travelnext.nl

Nadere informatie

SMART- Leerdoel Mathijs de Bok Emotion - RMM42

SMART- Leerdoel Mathijs de Bok Emotion - RMM42 SMART- Leerdoel Mathijs de Bok Emotion - RMM42 Inhoudsopgave 1.0 Inhoudsopgave 1 1.0 Inleiding 2 1.1 Algemeen 2 1.2 Mijn leerdoelen 2 2.0 Beschrijving leerdoel 2 3 2.1 Responsive 3 2.2 Up- to- date HTML&CSS

Nadere informatie

Kennis maken met weblogs. Kennis maken met weblogs Weblogs als instrument in een veranderende wereld

Kennis maken met weblogs. Kennis maken met weblogs Weblogs als instrument in een veranderende wereld Kennis maken met weblogs Kennis maken met weblogs Weblogs als instrument in een veranderende wereld De veranderende maatschappij The Old World The New World Duurzame veranderingen Van Informatiesamenleving

Nadere informatie

Richtlijn gebruik social media. Interne en Externe Communicatie. Voor studenten. Collegejaar 2012-2013

Richtlijn gebruik social media. Interne en Externe Communicatie. Voor studenten. Collegejaar 2012-2013 Richtlijn gebruik social media Interne en Externe Communicatie Voor studenten Collegejaar 2012-2013 Directie Onderwijs & Opleidingen Team Communicatie & Voorlichting Juli 2012 Social Media 1 Inleiding

Nadere informatie

Clixmaster Studio & Social Media / Communities

Clixmaster Studio & Social Media / Communities 1/23 Clixmaster Studio & Social Media / Communities Version management Based on Clixmaster Studio R.5.2 Date Version Changed 16/02/2010 1.0 Final R5.1 16/04/2010 1.1 Revision R5.1 19/04/2010 1.2 Optimized

Nadere informatie

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Mobile meets Social: de volgende stap voor mobile marketing

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Mobile meets Social: de volgende stap voor mobile marketing Onderzoeksopdracht Crossmedialab Titel Mobile meets Social: de volgende stap voor mobile marketing Probleemomgeving De exponentiële opkomst van smart phones, met als (voorlopige) koploper de iphone van

Nadere informatie

Social Media Marketing

Social Media Marketing Social Media Marketing Get Social But, How? And Where? Tom Zoethout KvK Netwerkevent 23 nov 09 2 1 Moet je sociaal meedoen op het internet? 3 Social Media Marketing Quiz Wat weet ik eigenlijk al over Social

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Invloed van digitaal op ons business model

Invloed van digitaal op ons business model Invloed van digitaal op ons business model Waarom Social media? Wat vinden onze doelgroepen? Wat kun je zelf/wat mag je zelf Wat en hoe kun je online vinden en wat doe je ermee? NVFG Ronald Pastor 22 januari

Nadere informatie

Hoe promoot ik mij als kunstenaar via het internet? Workshop over het sociale web

Hoe promoot ik mij als kunstenaar via het internet? Workshop over het sociale web Hoe promoot ik mij als kunstenaar via het internet? Workshop over het sociale web Kristof Michiels IBBT-SMIT- Vrije Universiteit Brussel kristof.michiels@ibbt.be Over mezelf Kristof Michiels = Onderzoeker

Nadere informatie

Cloud Computing. Definitie. Cloud Computing

Cloud Computing. Definitie. Cloud Computing Cloud Computing Definitie In de recente literatuur rond Cloud Computing zijn enorm veel definities te vinden die het begrip allemaal op een verschillende manier omschrijven. Door deze diversiteit zijn

Nadere informatie

De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole

De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole Sociale media hebben individuen meer macht gegeven. De wereldwijde beschikbaarheid van gratis online netwerken, zoals Facebook,

Nadere informatie

R5.1. Quick guide. Clixmaster Studio & Social Media / Communities. Quick guide. Clixmaster Studio. Gebruikersdocumentatie

R5.1. Quick guide. Clixmaster Studio & Social Media / Communities. Quick guide. Clixmaster Studio. Gebruikersdocumentatie Quick guide R5.1 Clixmaster Studio & Social Media / Communities Gebruikersdocumentatie Clixmaster Studio Quick guide 1/16 Clixmaster Studio & Social Media / Communities Version management Based on Clixmaster

Nadere informatie

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Defintie SocialMedia is een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele

Nadere informatie

Leandro Valentino Obrie

Leandro Valentino Obrie Leandro Valentino Obrie Address: Personal Website: http://www.leandrovalentino.com Summary Mijn naam is Leandro Valentino Obrie, een ondernemende senior branding specialist met ca 6 jaar ervaring in social

Nadere informatie

Checkit maakt u vindbaar!

Checkit maakt u vindbaar! Checkit maakt u vindbaar! Neem voor meer informatie vrijblijvend contact op met één van onze Search Engine Marketing professionals of kijk op www.checkit.nl Pagina 2 van 12 Inhoud 1. Over Checkit... 3

Nadere informatie

Kiezen voor All In Content betekent dat u over kennis van een compleet team beschikt in plaats van afhankelijk te worden van één enkele consultant:

Kiezen voor All In Content betekent dat u over kennis van een compleet team beschikt in plaats van afhankelijk te worden van één enkele consultant: Over ons All In Content begeleidt IT & New Media projecten in het domein van Enterprise 2.0 portals en contentmanagement. Onze focus ligt in het bijzonder op het gebied van duurzaam werken met toepassingen

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA Hoe je online je stem kunt laten horen en een Cavent-ambassadeur kunt zijn Datum vaststelling : 31-07-2012 Eigenaar : Beleidsmedewerker Vastgesteld door :

Nadere informatie

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen IP/8/899 Brussel, 9 december 8 EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen Vanaf januari 9 zal de EU een nieuw programma voor een veiliger

Nadere informatie

GO SOCIAL! Het e-boek en de uitgeverij als sociaal netwerk.

GO SOCIAL! Het e-boek en de uitgeverij als sociaal netwerk. GO SOCIAL! Het e-boek en de uitgeverij als sociaal netwerk. Wie zijn wij? Overcommunicatief Social Media Fanatic Shop-a-holic Boekenwurm Heeft identieke tweelingzus Marketing Manager E- communicatie en

Nadere informatie

o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl

o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl o Heb je vragen of geef je mening en reactie op deze presentatie via

Nadere informatie

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Helder &Wijzer Mijn opdrachten In een kort, blended programma In het kort Voor wie docenten/trainers die blended opdrachten willen leren ontwerpen en ontwikkelen

Nadere informatie

Missionstatement en core values

Missionstatement en core values Missionstatement en core values Inhoud 1 Het formuleren van missionstatement en core values... 1 2 Het maken en uitdragen van missie en kernwaarden... 5 1 Het formuleren van missionstatement en core values

Nadere informatie

De Experience Economy & Change Management

De Experience Economy & Change Management De Experience Economy & Change Management Consequenties voor Organisaties en Management Consultants Presentatie voor PDO-MC Lieke Thijssen Brummen, 16 November 2001 1 Het draaiboek voor deze ervaring Venetië

Nadere informatie

Sociale media en Sociale innovatie

Sociale media en Sociale innovatie 1 Sociale media en Sociale innovatie Een innovatief duo Ivo van Ham Syntens 11-5-2011 2 Veranderingen in onze arbeidsmarkt de afgelopen 50 jaar Typering van werk: Transformatie: omzetten van grondstoffen

Nadere informatie

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA. Hoe je online je stem kunt laten horen en een -ambassadeur kunt zijn

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA. Hoe je online je stem kunt laten horen en een <uw organisatie>-ambassadeur kunt zijn RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA Hoe je online je stem kunt laten horen en een -ambassadeur kunt zijn Versie: 1.0 Datum: 21 maart 2011 richtlijnen voor het

Nadere informatie

Van Consumers naar Prosumers. O.W. Vonder

Van Consumers naar Prosumers. O.W. Vonder 1 Van Consumers naar Prosumers O.W. Vonder Over Learning Valley Vertaalt onderwijskundige vraagstukken naar Microsoft oplossingen Spin-out van Wageningen Universiteit Ruime onderwijskundige kennis en expertise

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

Connect Social Business. Plan van Aanpak voor mijn stage bij ConnectSB

Connect Social Business. Plan van Aanpak voor mijn stage bij ConnectSB Connect Social Business Plan van Aanpak voor mijn stage bij ConnectSB Joey Kaan September 28, 2014 Inhoudsopgave 1 Achtergronden 1 2 Probleemstelling & Doelstelling 2 2.1 Leren Professioneel Functioneren..................

Nadere informatie

Hoe bedrijven social media gebruiken

Hoe bedrijven social media gebruiken Hoe bedrijven social media gebruiken SMO_214 Powered by Pondres Onderzoek Rob van Bakel Auteurs Milou Vanmulken Sjors Jonkers Beste lezer, Ook in 214 publiceren Pondres en MWM2 het Social Media Onderzoek.

Nadere informatie

Plan van aanpak, 17 september 2014

Plan van aanpak, 17 september 2014 Plan van aanpak, 17 september 2014 DEP WORKS B.V. / DEP WORKS office & management support / DEP WORKS MEET&GREET Marnick de Groot Milan van der Maaten Luuk Roordink Afdeling: Marketing & Communicatie Contactpersonen:

Nadere informatie

Welke kansen bieden internet en sociale media (niet)?

Welke kansen bieden internet en sociale media (niet)? Welke kansen bieden internet en sociale media (niet)? Chris Aalberts Internet en sociale media hebben de wereld ingrijpend veranderd, dat weten we allemaal. Maar deze simpele waarheid zegt maar weinig

Nadere informatie

Social Mediaprotocol

Social Mediaprotocol Social Mediaprotocol Versie: februari 2014 Voorgenomen besluit : maart 2014 Behandeld in MR : juni 2014 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 Social media... 4 1.1 Algemeen... 4 1.2 Inzet social media op het

Nadere informatie

Linked data als klittenband voor de Basisregistraties en meer!

Linked data als klittenband voor de Basisregistraties en meer! Live : Linked Data & Basisregistraties Linked data als klittenband voor de Basisregistraties en meer! Erwin Folmer, 30-9-2015 (slides hergebruikt van Linda van den Brink) Het project BGT Linked Data Drie

Nadere informatie

Connect Social Business. Plan van Aanpak voor mijn stage bij ConnectSB

Connect Social Business. Plan van Aanpak voor mijn stage bij ConnectSB Connect Social Business Plan van Aanpak voor mijn stage bij ConnectSB Joey Kaan September 21, 2014 Inhoudsopgave 1 Achtergronden 4 2 Probleemstelling & Doelstelling 5 2.1 Leren Professioneel Functioneren..................

Nadere informatie

Social Media zijn Highly. Erik Hekman Mechelen, Mei 2010. Accessible Media

Social Media zijn Highly. Erik Hekman Mechelen, Mei 2010. Accessible Media Social Media zijn Highly Erik Hekman Mechelen, Mei 2010 Accessible Media KERN VAN DEZE SESSIE Hoe bereik je gebruikersgroepen doormiddel van social media? wat zijn de eigenschappen / mogelijkheden? hoe

Nadere informatie

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Blended Learning & Crossmedia

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Blended Learning & Crossmedia Onderzoeksopdracht Crossmedialab Titel Blended Learning & Crossmedia Probleemomgeving De Faculteit Communicatie & Journalistiek (FCJ) van de Hogeschool Utrecht (HU) profileert zich als een instituut waar

Nadere informatie

Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world

Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world HOE GAAT HET NU? We zetten allemaal verschillende methoden in om vraagstukken op te lossen, oplossingen te ontwerpen

Nadere informatie

Seminar 2014/2015 Guido Veldhuijzen Marvin Fernandes. onderzoeksverslag retail revolution

Seminar 2014/2015 Guido Veldhuijzen Marvin Fernandes. onderzoeksverslag retail revolution Seminar 2014/2015 Guido Veldhuijzen Marvin Fernandes onderzoeksverslag retail revolution Motivatie voor dit onderwerp Na mijn stage een jaar geleden ben ik samen met een partner Guido de Boer een studio

Nadere informatie

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA Hoe je online je stem kunt laten horen en een De Lichtenvoorde ambassadeur kunt zijn Versie: 1.0 Datum: 18 mei 2011 Richtlijn gebruik social media De Lichtenvoorde,

Nadere informatie

DE NIEUWE GROUPWARE HEET SOLOWARE

DE NIEUWE GROUPWARE HEET SOLOWARE DE NIEUWE GROUPWARE HEET SOLOWARE SAMENWERKEN IN DE NETWERKECONOMIE: LEVE HET INDIVIDU! EEN WHITEPAPER OVER DE INVLOED VAN SOCIAL SOFTWARE EN WEB2.0 OP GOED GEREEDSCHAP VOOR KENNISWERKERS IN DE KENNISECONOMIE

Nadere informatie

Taco Schallenberg Acorel

Taco Schallenberg Acorel Taco Schallenberg Acorel Inhoudsopgave Introductie Kies een Platform Get to Know the Jargon Strategie Bedrijfsproces Concurrenten User Experience Marketing Over Acorel Introductie THE JARGON THE JARGON

Nadere informatie

Communicatiemiddelen. Voor bedrijven en organisaties. www.komon.nl www.twitter.com/_komon

Communicatiemiddelen. Voor bedrijven en organisaties. www.komon.nl www.twitter.com/_komon Communicatiemiddelen Voor bedrijven en organisaties www.komon.nl www.twitter.com/_komon Communicatiemiddelen Ieder communicatiemiddel heeft een eigen effect. Het is belangrijk te bepalen welke communicatiemiddelen

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

SharePoint intranet bij Barco Beter (samen)werken en communiceren

SharePoint intranet bij Barco Beter (samen)werken en communiceren SharePoint intranet bij Barco Beter (samen)werken en communiceren Els De Paepe Hans Vandenberghe 1 OVER BARCO 90+ 3,250 +1 billion Presence in more than 90 countries Employees Sales for 4 consecutive years

Nadere informatie

Begrijp je doelgroep en connect Search en Social voor de opbmale klant beleving

Begrijp je doelgroep en connect Search en Social voor de opbmale klant beleving Begrijp je doelgroep en connect Search en Social voor de opbmale klant beleving Speaking Publishing Consulting Training European Search Personality 2015 www.stateofdigital.com - www.basvandenbeld.com -

Nadere informatie

Les 01 uitleg bij de presentatie: Welkom in 'Design research & use context' Deel 1 van de Foundation Course in Interaction Design v2.0 2011.10.

Les 01 uitleg bij de presentatie: Welkom in 'Design research & use context' Deel 1 van de Foundation Course in Interaction Design v2.0 2011.10. Les 01 uitleg bij de presentatie: Welkom in 'Design research & use context' Deel 1 van de Foundation Course in Interaction Design v2.0 2011.10.31 James M. Boekbinder Skype: jboekbinder3641 E-mail: james.boekbinder@gmail.com

Nadere informatie

Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs!

Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs! Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs! Informatie avond over mediawijsheid/sociale media op school Media zijn voor kinderen en jongeren de gewoonste zaak van de wereld. Ze nemen informatie

Nadere informatie

!!! !!!!!!! Beleven we beelden als materie, of is het juist andersom? Lennart de Neef - CTS Essay - Imara Felkers - 16 juni 2014

!!! !!!!!!! Beleven we beelden als materie, of is het juist andersom? Lennart de Neef - CTS Essay - Imara Felkers - 16 juni 2014 PLAATJESKUNST Beleven we beelden als materie, of is het juist andersom? Lennart de Neef - CTS Essay - Imara Felkers - 16 juni 2014 1 Het internet, nog nooit is er in mijn beleving zo n bijzondere uitvinding

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions Onderzoeksopzet Danique Beeks Studentnummer: 2054232 Advanced Business Creation Stagebedrijf: JH Busines Promotions Bedrijfsbegeleider: John van den Heuvel Datum: 12 September 2013 Inhoudsopgave Inleiding

Nadere informatie

2. Zijn die aan te geven in categorieën? Zo ja welke? In leren, denken, creëren en delen. Er bestaan vier typen gebruik van interactieve media

2. Zijn die aan te geven in categorieën? Zo ja welke? In leren, denken, creëren en delen. Er bestaan vier typen gebruik van interactieve media 1. Wat voor een interactieve media producten zijn er? Er bestaan vele verschillende media producten: E- Learnings, Wikipedia, Roamler, Flickr, Facebook, Twitter, Youtube, Linked in, Wordpress, Blogger,

Nadere informatie

Richtlijnen voor het ontwerpen een Intranetportal Door Bas Fockens

Richtlijnen voor het ontwerpen een Intranetportal Door Bas Fockens Richtlijnen voor het ontwerpen een Intranetportal Door Bas Fockens Copyright Datacon www.datacon.nl Wat is een intranetportal? Een intranet is een online gepersonaliseerde en geïntegreerde toegang tot

Nadere informatie

ONLINE MARKETING ANGELCOACHING

ONLINE MARKETING ANGELCOACHING ONLINE MARKETING ANGELCOACHING MARCA VAN DEN BROEK Met mijn bedrijf AngelCoaching zet ik me in voor succesvol ondernemen als kunstenaar//creatief. WAAR GAAT HET OM? Zichtbaarheid Onderscheidend (en authentiek)

Nadere informatie

7 tips voor een onverslaanbare. LinkedIn showcasestrategie

7 tips voor een onverslaanbare. LinkedIn showcasestrategie 7 tips voor een onverslaanbare LinkedIn showcasestrategie Hoe bereik je de klant met LinkedIn showcasepagina s? Sommige producten, diensten of merken die onder een organisatie vallen zijn dusdanig speciaal

Nadere informatie

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake Kijkt u eens om u heen, zit u ook met een computer, mobiele telefoon, misschien wel twee en mogelijk ook nog andere type computer zoals

Nadere informatie

Onderzoeksvaardigheden 2

Onderzoeksvaardigheden 2 Performance van Phonegap Naam: Datum: april 2012 Studentnummer: 0235938 Opleiding: CMD Docenten: Pauline Krebbers Modulecode: MEDMO101DT Modulenaam: Onderzoeksvaardigheden 2 / Media & Onderzoek Inhoudsopgave

Nadere informatie

Lieve Achten! [EW32] Sociaal-cultureelwerker! Inspirator Drøme methodologie! communicatie & leren 21e! serious tales, games & life. Intrepreneur!

Lieve Achten! [EW32] Sociaal-cultureelwerker! Inspirator Drøme methodologie! communicatie & leren 21e! serious tales, games & life. Intrepreneur! Lieve Achten! Sociaal-cultureelwerker! Inspirator Drøme methodologie! Intrepreneur! communicatie & leren 21e! serious tales, games & life Doelstelling: stelt jongeren in staat om op een participatieve

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Dankzij de opkomst van sociale media, zoals Facebook en Twitter, is de frequentie en het belang van niet-transactioneel klantgedrag

Nadere informatie

Porter Novelli Corporate Bloggingonderzoek 2008

Porter Novelli Corporate Bloggingonderzoek 2008 Porter Novelli Corporate Bloggingonderzoek 2008 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Doelgroep... 3 Werkwijze... 3 Hoofdstuk 1: Volgen van ontwikkelingen rond internet... 4 Interesse digitale

Nadere informatie

Case Oak & Morrow. Tom Luuring. Tei Van Den Neste. Martijn van de Zuidwind

Case Oak & Morrow. Tom Luuring. Tei Van Den Neste. Martijn van de Zuidwind Case Oak & Morrow Tom Luuring Martijn van de Zuidwind Tei Van Den Neste Terugblik Vragen hoe sluiten gemeentelijke zaken aan op de doelen belangen van de inwoner? wat mag een inwoner van een gemeente verwachten?

Nadere informatie

Hoe gebruikt u Google, Bloggen en Social Media om online goed gevonden te worden?

Hoe gebruikt u Google, Bloggen en Social Media om online goed gevonden te worden? Webinar Social Media Marketing Hoe gebruikt u Google, Bloggen en Social Media om online goed gevonden te worden? Bram van Ast TeamForce Online Marketing Solutions Bazoon Marketing Services Welkom en Introductie

Nadere informatie

NIMA B EXAMEN INTERNE EN CONCERNCOMMUNICATIE ONDERDEEL B 1.2 23 JUNI 2015

NIMA B EXAMEN INTERNE EN CONCERNCOMMUNICATIE ONDERDEEL B 1.2 23 JUNI 2015 EXAMENOPGAVEN ONDERDEEL 2 Tijd: 14.00 15.00 uur (1 uur) U wordt verzocht uw antwoorden kort en bondig te formuleren, de vragen op het aan u uitgereikte antwoordpapier te beantwoorden, goed aan te geven

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder?

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Paul Louis Iske Professor Open Innovation & Business Venturing, Maastricht University De wereld wordt steeds complexer Dit vraagt om

Nadere informatie

Titel Communities online en offline: casus Roots2Share

Titel Communities online en offline: casus Roots2Share Onderzoeksopdracht Crossmedialab Titel Communities online en offline: casus Roots2Share Probleemomgeving Roots2Share is een internationaal samenwerkingsverband van twee Nederlandse musea (Museum Volkenkunde

Nadere informatie

Syntens. emarketing Internationaal zakendoen via internet

Syntens. emarketing Internationaal zakendoen via internet Syntens emarketing Internationaal zakendoen via internet Dennis van den Broek Creative Director @ Creactiv inhoud Creactiv, wat is dat? De Creactiv visie E-mail Marketing Marketplaces (Social) Networking

Nadere informatie

Selling software anno 2014, een vak apart? Reint Jan Holterman 14 mei 2014

Selling software anno 2014, een vak apart? Reint Jan Holterman 14 mei 2014 Selling software anno 2014, een vak apart? Reint Jan Holterman 14 mei 2014 Even voorstellen Marketingadvies voor softwarebedrijven Marketing strategie Product positionering Content creatie Interim marketing

Nadere informatie

Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel

Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel Deel 1 Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel Voorwoord Om te beginnen met het uiteenzetten van een interpretatie van communicatie en de daarbij behorende analyse ben ik gehouden om aan te geven

Nadere informatie

blur Aukje Fleur Janssen & Roos Gomperts Volvo Design Challange

blur Aukje Fleur Janssen & Roos Gomperts Volvo Design Challange blur Aukje Fleur Janssen & Roos Gomperts Volvo Design Challange blur (NL for English see bellow) Aukje Fleur Janssen & Roos Gomperts Volvo Design Challenge Voor Volvo Design Challenge bundelden we onze

Nadere informatie

Propositie van de werkgroep Agile Architecting. Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld

Propositie van de werkgroep Agile Architecting. Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld Propositie van de werkgroep Agile Architecting Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld Hanoi traffic Factsheet Werkgroep AA Probleem: Agile zijn is moeilijk. Behoefte aan praktijk

Nadere informatie

Opdrachten City Discourse & criteria beoordeling CIM1011

Opdrachten City Discourse & criteria beoordeling CIM1011 Opdrachten City Discourse & criteria beoordeling CIM1011 Inhoud Specificaties Essay + format bronvermelding 2 Beoordelingsmatrix Essay 3 Specificaties Infomatiedienst 4 Specificaties Dashboard / Appstore

Nadere informatie

LinkedIn als marketingtool gebruiken, zo doet u dat!

LinkedIn als marketingtool gebruiken, zo doet u dat! LinkedIn als marketingtool gebruiken, zo doet u dat! Social media en content marketing gaan tegenwoordig hand in hand. Waar Facebook veel gebruikt wordt voor B2C-marketing, is LinkedIn juist meer geschikt

Nadere informatie

Hoe maak je je organisatie communicatiever?

Hoe maak je je organisatie communicatiever? Hoe maak je je organisatie communicatiever? Kennis delen via communities Annebeth Wierenga Corporate Communications De afbeelding kan momenteel niet worden weergegeven. Missie Ziggo wil zijn klanten het

Nadere informatie

Hoi! @sophietjes About Het plan 1. De toekomst van het internet. 2. Hoe jongeren bereiken online? Wat spreekt ze aan? Trends enzo. 3. Samengevat Maar eerst een vraagje Bron De toekomst van het internet

Nadere informatie

Mijn familie, mijn vrienden en vriendinnen en ik!

Mijn familie, mijn vrienden en vriendinnen en ik! We leven in een maatschappij met een overweldigende aanwezigheid van moderne technologische apparaten, waardoor afstanden tussen mensen vervagen en een tweede, online wereld ontstaat. De inderen van nu

Nadere informatie

tern Handboek Mañuel Handboek plan van aanpak v0.1 Een plan van aanpak v0.9 Tim Logemann, junior developer

tern Handboek Mañuel Handboek plan van aanpak v0.1 Een plan van aanpak v0.9 Tim Logemann, junior developer Mañuel Handboek tern Handboek Een plan van aanpak v0.9 plan van aanpak v0.1 Tim Logemann, junior developer gemann, tim@mass.im junior developer ass.im 68048, W4Ax, 68048@glr.nl 4Ax, 68048@glr.nl mass.im,

Nadere informatie

Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs

Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs Eind januari bracht het Platform Onderwijs2032 het eindadvies uit met hun visie op toekomstgericht onderwijs. Het rapport bevat veel bruikbare ideeën en aandacht

Nadere informatie

Culture Shock -PIM. GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl. Esra Atescelik juni 2009 1

Culture Shock -PIM. GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl. Esra Atescelik juni 2009 1 GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl Esra Atescelik juni 2009 1 Inhoudsopgave 1. Concept Culture Shock.3 1.1 Definitief concept 4 1.2 Interactief gedeelte van de film..4

Nadere informatie

Online distributiekanalen. In samenwerking met Sabre Hospitality Solutions

Online distributiekanalen. In samenwerking met Sabre Hospitality Solutions Online distributiekanalen In samenwerking met Sabre Hospitality Solutions 2 Agenda Hoe kiest & boekt uw gast? Uw logieswebsite Kan uw logies (gemakkelijk) geboekt worden? Hoe kiest & boekt uw gast? 3 Een

Nadere informatie

Online Marketing. Door: Annika Woud ONLINE MARKETING

Online Marketing. Door: Annika Woud ONLINE MARKETING Online Marketing Door: Annika Woud 1 Inhoudsopgaven 1 Wat is online marketing? 2 Hoe pas je online marketing toe op een website? Hoe pas je het toe? SEO Domeinnaam HTML Google Analytics Advertenties op

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/132818

Nadere informatie

Serious gaming in het basisonderwijs Adviesnota

Serious gaming in het basisonderwijs Adviesnota 2012 Serious gaming in het basisonderwijs Adviesnota Carolien Popken SAB Schoolvereniging Aerdenhout- Bentveld 14-6-2012 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Onderzoek... 4 Voorwoord... 4 Antwoord op de deelvragen

Nadere informatie

MarianSpier. Manager Content & Communicatie International coördinator SBC Afstudeerbegeleider

MarianSpier. Manager Content & Communicatie International coördinator SBC Afstudeerbegeleider MarianSpier Manager Content & Communicatie International coördinator SBC Afstudeerbegeleider Studie Communicatie en designmanagement Didactiek, pedagogiek Organisatiepsychologie Werk Communicatie adviseur

Nadere informatie

ICT in het onderwijs

ICT in het onderwijs ICT in het onderwijs Wilfred Rubens DNA-middag, Interstudie NDO Foto: turtlemom_nancy Bron: Digital Birmingham Technologische ontwikkelingen (o.a. breedband) + inzichten in didactiek = potentie voor onderwijs

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Monoloog. Dialoog. Reactief. Co-actief. Gesloten. Open. Competitief. Collaboratief. Business. Klant. Massa productie.

Monoloog. Dialoog. Reactief. Co-actief. Gesloten. Open. Competitief. Collaboratief. Business. Klant. Massa productie. 20 januari 2011 Arnout de Vries User Empowerment en Participatie Strategieën (UEPS) Digitaal Bestuur Congres Monoloog Reactief Gesloten Competitief Business Massa productie Dialoog Co-actief Open Collaboratief

Nadere informatie

Interculturele Competenties:

Interculturele Competenties: Interculturele Competenties: Een vak apart W. Shadid Leiden, mei 2010 Interculturele Competenties 2 Inleiding Vooral in multiculturele samenlevingen wordt de laatste tijd veel nadruk gelegd op interculturele

Nadere informatie

Wat is Interaction Design?

Wat is Interaction Design? Wat is Interaction Design? Wat is interaction design? Designing interactive products to support the way people communicate and interact in their everyday and working lives. Preece, Sharp and Rogers (2015)

Nadere informatie

gebruiken en te integreren

gebruiken en te integreren Change Management 2 Bij iedere innovatie leren we stapsgewijs deze te gebruiken en te integreren Initiatie Leren & aanpassen Rationalisatie Absorptie Focus Starten Taak georiënteerd Doelen ipv technologie

Nadere informatie

Omnichannel klantcommunicatie. Roberto Nagel M-EDP Solutions Manager Document Dialog

Omnichannel klantcommunicatie. Roberto Nagel M-EDP Solutions Manager Document Dialog Omnichannel klantcommunicatie Roberto Nagel M-EDP Solutions Manager Document Dialog Inhoud Wat is omnichannel? Hoe kom je er? Wat betekent dit voor de documentprofessional? Omnichannel retail Winkel website

Nadere informatie

Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk

Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk Hoe kan een Nederlandse startende ondernemer met een modelabel zijn intellectuele eigendom zo goed mogelijk beschermen?

Nadere informatie

17. Een veranderende omgeving vraagt om een nieuwe benadering.

17. Een veranderende omgeving vraagt om een nieuwe benadering. 17. Een veranderende omgeving vraagt om een nieuwe benadering. M.P.G. Hurks Origin Inleiding Algemeen kunnen we stellen dat er wereldwijd twee ontwikkelingen zijn die ondernemingen brengen tot een veranderende

Nadere informatie

Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management

Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management Project : GigaPort3 Project Year : 2010 Project Manager : Albert Hankel Author(s) : Eefje van der Harst Completion Date : 24-06-2010 Version : 1.0

Nadere informatie

Crowdsourcing: what drives who?

Crowdsourcing: what drives who? Crowdsourcing: what drives who? Anne Vreeman Universiteit van Tilburg Mail: annevreeman@gmail. com Tel: 06-20843657 Welkom: net afgestudeerd, kom hier vertellen over mijn thesis, die zich richt op: Korte

Nadere informatie