Nieuwe kijk op de nationale rekeningen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nieuwe kijk op de nationale rekeningen"

Transcriptie

1 Nieuwe kijk op de nationale rekeningen 7 de seminarie voor leerkrachten van het secundair onderwijs 8 oktober 2014 Pedagogisch dossier ALGEMENE TOELICHTINGEN

2

3 Inhoud 1. Het ESR 2010 en verder : een inleiding tot de kaders van de nationale rekeningen Grondbeginselen van de nationale boekhouding Het bbp en het bni Kort historisch overzicht en internationale kaders van de nationale boekhouding Het ESR 2010 en het MBP Nieuwigheden van het ESR De mondialisering van de economie De kenniseconomie De financiële dimensie De overheidsfinanciën Open vragen : aan de limieten van wat statistisch meetbaar is De zwarte economie De milieuvraagstukken Nieuwe opgaven De nieuwe toepassing NBB.Stat 19 Uitgebreide documentatie over het ESR 2010, alsook de weerslag op de cijfers is overigens te vinden op de volgende webpagina :

4

5 1. Het ESR 2010 en verder : een inleiding tot de kaders van de nationale rekeningen 1.1 Grondbeginselen van de nationale boekhouding De nationale rekeningen of de nationale boekhouding zijn een referentiekader waarmee de economische bedrijvigheid van een land kan worden geregistreerd en dat door de beleidsmakers als scorebord wordt gebruikt. Ook al sluiten de principes van de nationale boekhouding nauw aan bij die van de bedrijfsboekhouding, toch is de overeenkomst slechts gedeeltelijk : terwijl de boekhoudkundige staten van de bedrijven compleet zijn en evenwichtig zijn opgebouwd, worden de nationale rekeningen niet opgesteld op basis van exhaustieve bronnen, maar vloeien ze voort uit de onderlinge vergelijking van vaak heterogene gegevens, waarbij er sommige uit enquêtes komen en andere uit administratieve bronnen. Om daar relevante ramingen uit te puren, moeten statistici al hun expertise aanwenden. De nationale boekhouding heeft tot doel de economische bedrijvigheid te meten in haar verschillende aspecten. Daartoe schenkt ze vooral aandacht aan de creatie van vermogen en aan de verdeling en aanwending hiervan. Dit vermogen, dat wordt gecreëerd bij de productie van goederen en diensten en onderworpen is aan eigendomsrechten, wordt in monetaire vorm geraamd, waardoor het kan worden geaggregeerd en een synthetisch beeld verschaft van de economische bedrijvigheid. De nationale boekhouding zou niet zo interessant zijn indien elk land ze onafhankelijk en autonoom zou beheren met zijn eigen waarderingsregels, eigen nomenclaturen of boekhoudschema s, enz. De door de verschillende landen gebruikte stelsels voor de nationale rekeningen worden dan ook internationaal geüniformiseerd, om vergelijkingen tussen en de aggregatie van gegevens over uitgestrekte geografische gebieden (regio s, landen, landengroepen) mogelijk te maken, of om een coherente behandeling van grensoverschrijdende transacties aan te reiken, die de onderlinge banden tussen de economieën weerspiegelen, die zo belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. Vandaag lijkt dat misschien een vanzelfsprekende gedachte, maar verder in het dossier zal worden aangetoond dat die niet zo gemakkelijk in de praktijk te brengen was. 1.2 Het bbp en het bni Het bruto binnenlands product (bbp) is de meest gehanteerde indicator van de productietransacties in een land over een bepaalde periode (jaar of kwartaal). Het bbp tracht het vermogen te meten dat in een land tijdens die periode wordt gecreëerd, en wordt beschouwd als de betrouwbaarste en internationaal meest vergelijkbare maatstaf voor de economische bedrijvigheid. Dit punt zal later nog verder aan bod komen, want sommige economen hebben bedenkingen bij het systematische gebruik van deze indicator voor de kwalificatie van de prestaties van een land en bij het belang om zich te beperken tot de louter economische dimensie van die prestaties, ten nadele van andere aspecten zoals het leefmilieu of het welzijn. De bbp-groei wordt grondig bestudeerd door politici, economen en de pers, zowel in eigen land als in het buitenland. In de Europese Unie (EU) worden het overheidstekort en de overheidsschuld uitgedrukt in procenten bbp, in het kader van de monitoring van het begrotingsbeleid. Het is dus niet zo onschuldig om te tornen aan de definitie of de methodologie van het bbp, want dat kan concrete gevolgen hebben voor de landen, zowel op politiek vlak (onderlinge machtsverhouding) als op economisch vlak (het gemak waarmee ze zich op de financiële markten kunnen financieren, enz.). Dat verklaart de media-aandacht voor de hervorming van het ESR waar dit seminarie over gaat. Het proces van waardecreatie in een economie kan vanuit drie invalshoeken worden beschouwd : de productie-, de bestedings- en de inkomensbenadering. Volgens de productiebenadering wordt het bbp benaderd aan de hand van het begrip toegevoegde waarde, een maatstaf voor de waarde van alle goederen en diensten die tijdens een periode worden geproduceerd 5

6 zonder onmiddellijk te worden gebruikt in een productieproces, maar die wel voor finaal gebruik bestemd zijn. Volgens de bestedingsbenadering wordt het bbp beschouwd als de som van de uitgaven van de finale gebruikers van goederen en diensten. In deze benadering staat dus de aanwending van het vermogen in de economie op de voorgrond. Volgens de inkomensbenadering wordt in het bbp de nadruk gelegd op de verdeling van dat inkomen in de economie. De productie creëert immers inkomens voor alle houders van productiefactoren. De inkomensbenadering maakt dus een onderscheid tussen de vergoeding die de werknemers toekomt en de vergoeding voor de houders van de factor kapitaal. Het bbp meet de binnen het land gecreëerde waarde, ongeacht of de aangewende productiefactoren ingezeten of niet-ingezeten zijn. Er wordt met andere woorden geen rekening gehouden met het feit dat een deel van die waarde werd gecreëerd door niet-ingezetenen en dat ingezetenen bovendien kunnen hebben bijgedragen tot de waardecreatie in andere landen. Het bruto nationaal inkomen (bni) brengt die correcties aan in het bbp : het meet de specifiek door de nationale economische subjecten gecreëerde waarde. Het bni vormt de basis voor de berekening van de bijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting in het kader van de vierde middelenbron (1). 1.3 Kort historisch overzicht en internationale kaders van de nationale boekhouding De nationale rekeningen zijn niet in één keer ontstaan, maar vloeien voort uit een historische ontwikkeling (2). De eerste gekende coherente ramingen van het nationaal inkomen werden geproduceerd aan het einde van de 17 de eeuw, in Engeland, door Sir William Petty (1665) en Gregory King (1696). Deze eerste pogingen omvatten reeds aanzetten tot internationale vergelijking (met Frankrijk en Nederland), wat aantoont dat men van meet af aan het belang inzag van een harmonisatie van de nationale boekhouding, ook al deemsterde die aandacht vervolgens voor lange tijd weg. De volgende 250 jaar namen de pogingen om het nationaal inkomen van een land te berekenen langzamerhand toe. Aanvankelijk ging het om individuele onderzoekers die ruwe ramingen afleverden : de aanzienlijke kwaliteitsverschillen in het bronnenmateriaal en de methoden wierpen een donkere schaduw over de vergelijkbaarheid. Na de Eerste Wereldoorlog verbeterde de situatie. In de Verenigde Staten en Duitsland bijvoorbeeld, perfectioneerden private of semi-private instellingen de ramingen van het nationaal inkomen, terwijl academici de analyse van de bronnen en methoden verbeterden en voorts de productie- en bestedingsbenadering integreerden, om tot een consistent geheel te komen. Met het uitbreken van de Grote Depressie van de jaren 1930 deed zich de behoefte voelen aan nauwkeurige informatie over de intensiteit en de aard van de economische ineenstorting. Daarom besliste de Amerikaanse overheid te starten met de opmaak van officiële nationale inkomenscijfers, en werden die nationale inkomenscijfers een input in het overheidsbeleid. Parallel daarmee werden de verbanden tussen macro-economische theorie en nationale rekeningen geschraagd : in zijn General Theory uit 1936 erkende Keynes investeringen, inkomensontwikkeling en overheidsuitgaven als strategische variabelen ; Leontief ontwikkelde zijn input-outputanalyse, en Tinbergen verrichtte analytisch pionierswerk op het gebied van de macro-econometrie. Deze laatste twee economen kregen voor hun onderzoek de Nobelprijs voor economie (3). Er zij opgemerkt dat de indeling van economische subjecten in respectievelijk bedrijfstakken (4) en sectoren (5) historisch gezien haar oorsprong vindt in het werk van Leontief en Keynes. Vóór de oorlog werd evenwel nog geen enkele poging ondernomen om de nationale rekeningen internationaal te harmoniseren : door extreem protectionisme en oplopende politieke spanningen werd immers het belang om een internationaal gecoördineerde methodologie op te stellen uit het oog verloren. (1) De eigen middelen van de EU zijn haar financieringsmiddelen. Vier eigen middelen zorgen voor die financiering: de douanerechten, middelen afkomstig uit de landbouw, middelen op basis van de toegevoegde waarde, en een vierde middelenbron, die is gebaseerd op het bni van de lidstaten. (2) We bespreken die geschiedenis hier slechts kort, maar een uitgebreider beschrijving is te lezen in het artikel van Erik Buyst, De nationale rekeningen : statistiek tussen economisch beleid en wetenschap, in de Handelingen van de studievoormiddag HET ESR 2010, nationale rekeningen voor een wereld in verandering (pp.9-17). (3) Deze prijs wordt sinds het einde van de jaren 1960 uitgereikt aan een nog in leven zijnde econoom. (4) Voorbeelden van bedrijfstakken : de landbouw, diverse takken van de industrie, de bouwnijverheid, verschillende dienstentakken, enz. (5) Men onderscheidt de volgende institutionele sectoren: niet-financiële vennootschappen, financiële vennootschappen, de overheid, de huishoudens, de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de rest van de wereld (de in het buitenland gevestigde economische eenheden die transacties met ingezeten eenheden verrichten). 6

7 Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog versterkte de dynamiek van de nationale rekeningen. De noodzaak om de productie in oorlogstijd optimaal te beheren, leidde in Groot-Brittannië tot de opmaak van officiële nationale rekeningen. In de Verenigde Staten werd de bestedingsbenadering toegevoegd aan de officiële nationale boekhouding, met de bedoeling zich te voorzien van alle middelen waarmee een nieuwe depressie aan het einde van de oorlog kon worden vermeden. Parallel daarmee begon de nood aan een internationale harmonisatie zich te doen voelen, meer bepaald om de oorlogsinspanningen van de geallieerden te coördineren. Na de oorlog vervulde de overheid een sturende rol in het beheer van het economische leven : de nationale rekeningen vormden derhalve het ideale instrument om haar actie te ondersteunen, gebaseerd op objectieve parameters. Tegelijkertijd werden, onder bescherming van de Verenigde Naties, de inspanningen voor een internationale harmonisatie breed opengetrokken, terwijl het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de betalingsbalansen harmoniseerde. Terwijl voor de meeste Europese landen de Tweede Wereldoorlog een scharniermoment betekende om met de opmaak van officiële nationale rekeningen te starten, hield België zich relatief afzijdig van dat proces, en publiceerde het zijn eerste nationale rekeningen pas in Dat kan worden verklaard door het bijzonder vlotte verloop van de naoorlogse wederopbouw in ons land, waardoor het minder belangrijk was de groei van nabij te volgen ; de aandacht ging veeleer naar inflatiebestrijding. In de jaren 1950 en 1960, toen de groei van de ontwikkelde economieën tot een complexere economische structuur leidde, en vervolgens aan het einde van de 20 ste eeuw, onder invloed van een sterke expansie van de dienstensector en het complexer worden van de financiële markten, werden deze eerste pogingen tot harmonisatie meermaals verder uitgewerkt en geactualiseerd, zowel op het niveau van de Verenigde Naties als op EU-niveau (Eurostat). Deze inspanningen leidden tot de publicatie, in 1993, door de VN, het IMF, Eurostat, de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en de Wereldbank van het System of National Accounts, SNA In overeenstemming met dit kader, en om te voorzien in de meer specifieke behoeften van de EU, voerde Eurostat vervolgens het Europees Systeem van Rekeningen, ESR 1995 in. Het ESR is een systematische en gedetailleerde beschrijving van de economieën van de EU, van hun componenten en van hun relaties met de andere economieën. Het vormt het centrale en verplichte referentiekader voor de economische en sociale statistieken van de EU en haar lidstaten. 1.4 Het ESR 2010 en het MBP6 Sedert het SNA 1993 en het ESR 1995 ondergingen de moderne economieën uiteraard nog grote veranderingen, die in aanmerking moesten worden genomen in de statistische systemen. De economie heeft een mondialiseringsproces doorgemaakt, waardoor het moeilijker is geworden de economische bedrijvigheid op nationaal niveau te meten. De factor kennis is zich steeds meer gaan opwerpen als motor van de economische groei. De financiële markten zijn aanzienlijk gegroeid onder invloed van de mondialisering, en deden onze economieën in een ernstige crisis belanden. De financiële levensvatbaarheid van veel landen werd aangetast, en daardoor nam de druk op de overheidsfinanciën sterk toe. Tot slot vond een bewustwording plaats op gebieden waarvan de economische meting complex is, zoals het leefmilieu of het welzijn, en groeide de wil om een beter beeld te krijgen van bepaalde moeilijk te kwantificeren verschijnselen, zoals de zwarte economie. Deze feiten, die verder in het dossier uitvoeriger aan bod zullen komen, en bepaalde methodologische veranderingen zijn om diverse redenen in aanmerking genomen in de jongste herziening van de stelsels van nationale rekeningen : het SNA 2008, opgesteld op het niveau van de VN, en zijn equivalent op Europees niveau, het ESR 2010, dat onlangs in werking is getreden in de vorm van een aan alle lidstaten van de EU opgelegde verordening van de Europese Commissie, die elk land nauwgezet moet naleven. Gelijktijdige herzieningen leidden daarnaast tot de publicatie door het IMF van MBP6 (6 de versie van het handboek van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie). De nationale rekeningen en de betalingsbalans worden voortaan dus opgesteld volgens methodologieën die zowel in hun concepten als in hun 7

8 definities geharmoniseerd zijn, waardoor de statistieken in de toekomst beter vergelijkbaar worden. We willen erop wijzen dat deze herzieningen de oude stelsels niet radicaal veranderen : er wordt dus niet getornd aan de grondslagen van het stelsel van nationale rekeningen. Men tracht telkens veeleer soepel op de nieuwe versies te kunnen overschakelen, en ziet steeds toe op de coherentie van het geheel. 1.5 Nieuwigheden van het ESR 2010 Een volledige bespreking van de door het ESR 2010 ingevoerde wijzigingen in de stelsels van nationale rekeningen valt buiten het bestek van dit seminarie (1), maar toch kunnen we de voornaamste wijzigingen voor België in vier hoofdgroepen indelen, naargelang ze betrekking hebben op de volgende aspecten (2) : de mondialisering van de economie ; de kenniseconomie ; de financiële dimensie ; de overheidsfinanciën. Wegens zijn grote belang voor België komt dit laatste punt in een afzonderlijke module aan bod in de opleiding. Er kunnen echter ook een aantal open vragen worden besproken die de jongste tijd reacties hebben teweeggebracht in de pers : die gaan over uiteenlopende onderwerpen, zoals het meerekenen van de zwarte economie, de milieuvraagstukken, of het statuut van het bbp. Die vragen houden allemaal verband met de limieten van wat statistisch meetbaar is De mondialisering van de economie Het ESR 2010 en MBP6 helpen om de toenemende mondialisering van de economie beter in acht te nemen. Die mondialisering is immers een dynamisch proces, dat zeer moeilijk te meten is door de statistici, dat de nationale middelen internationaal mobieler en de nationale economieën onderling sterker afhankelijk maakt. De productieprocessen worden inderdaad steeds meer verspreid over verscheidene landen, om de aanwezige productiefactoren optimaal te benutten. In dat kader tracht het nieuwe stelsel het principe van de eigendomsoverdracht strikter toe te passen als criterium voor de registratie van de in- of uitvoer van goederen, teneinde de handelsstromen niet te laten aanzwellen. Aangezien de Belgische economie wordt gekenmerkt door een hoge openheidsgraad, hebben die nieuwe normen vooral een invloed op de registratie van internationaal maakloonwerk, de post onderhoud en herstellingen en merchanting. Die wijzigingen hebben een sterke impact op de uitsplitsing van de in- en uitvoercijfers over goederen en diensten in de nationale rekeningen, de betalingsbalansstatistieken en de aanbod- en gebruikstabellen. Maakloonwerk Maakloonwerk betekent de uitvoering door een onderneming (de maakloonwerker) van een bewerking op goederen die eigendom blijven van de in een ander land gevestigde opdrachtgever. Dit soort van werk wordt met name verricht in de textielnijverheid (confectie) of de farmaceutische nijverheid (verpakking). Luxemburg België Eigenaar goederen Maakloonwerker Geldstroom Goederenbeweging Vroeger werden deze transacties beschouwd als in- en uitvoer van goederen. Dat deed de handelsstromen kunstmatig aanzwellen. In het nieuwe stelsel, en op grond van de toepassing van de eigendomsoverdracht, wordt enkel de voor de bewerking aangerekende prijs geregistreerd in de invoer en uitvoer van diensten. Ten opzichte van de vroegere benadering leidt deze nieuwe behandeling tot een aantal aanpassingen in de bestedings- en productieoptiek. Aan de bestedingszijde zal de in- en uitvoer van goederen dalen, terwijl de in- en uitvoer van diensten zal stijgen. Omdat het een verschuiving betreft van de goederen- naar de dienstenrekening, zullen het bbp noch het in- en uitvoersaldo daar door worden beïnvloed. (1) Die analyse is echter wel te vinden in de nieuwe handleidingen voor de nationale rekeningen en in de Eurostat-documentatie (zie webpagina - Nuttige links). (2) Het is uiteraard mogelijk dat bepaalde wijzigingen gelijktijdig betrekking hebben op meer dan één van die groepen. 8

9 Aan de productiezijde daalt de output en het intermediair verbruik. Voorheen dienden die cijfers kunstmatig te worden verhoogd om de bedrijfseconomische cijfers in de jaarrekeningen af te stemmen op de in- en uitvoercijfers ; voortaan zal die correctie niet meer nodig zijn. Door deze nieuwe manier om maakloonwerk in aanmerking te nemen, zal nieuw bronnenmateriaal moeten worden aangewend : voortaan zal hoofdzakelijk gebruik moeten worden gemaakt van de maakloonfee zoals die is aangegeven in de dienstenenquête van de betalingsbalans. Onderhoud en herstellingen Net zoals het maakloonwerk werden onderhoud en herstellingen vroeger beschouwd als een goederentransactie. Ook aan deze uitzondering op het eigendomsoverdrachtprincipe komt een einde, en voortaan worden deze transacties beschouwd als een dienst. Die verschuiving heeft evenmin impact op het bbp. Maar in plaats van een beroep te doen op de herstellingsfee zoals aangegeven bij buitenlandse handel, zal gebruik worden gemaakt van de herstellingsfee zoals aangegeven in de dienstenenquêtes van de betalingsbalans. Deze fee sluit namelijk beter aan bij de nieuwe methodologie. Driehoekshandel Driehoekshandel of merchanting is de aankoop van een goed door een ingezetene (van de economie die de gegevens verstrekt) bij een niet-ingezetene en de latere wederverkoop van dat goed aan een andere niet-ingezetene. Het goed komt op geen enkel moment op het grondgebied van de handelaar. Niettemin vindt wel degelijk een eigendomsoverdracht van het goed plaats. Vroeger werd het verschil tussen de waarde bij overdracht en de aankoopwaarde geregistreerd als een dienstentransactie, en was er sprake van een eigendomsoverdracht. In BPM6 en het ESR 2010 werd een einde gemaakt aan deze incongruentie en wordt driehoekshandel niet langer beschouwd als een dienst, maar als een goederentransactie (1). Die wijziging heeft evenmin impact op het bbp. Tot slot brengt de overschakeling op het ESR 2010 een vrij forse wijziging teweeg van de in- en uitvoerstromen van goederen en diensten, zonder dat het bbp evenwel wordt beïnvloed De kenniseconomie De afgelopen decennia zijn de economische en politieke wereld zich bewuster gaan worden van het belang van Research & Development (R & D) als belangrijke determinant van technische vooruitgang en derhalve als motor voor de groei en het concurrentievermogen van de economieën. In zijn nieuwe Europese strategie voor de werkgelegenheid en de groei ( Europa 2020 ) bevestigde de Europese Raad in maart 2010 trouwens de grote aandacht die aan dit thema moet worden besteed. Voor de EU als geheel heeft hij als doelstelling vastgelegd dat de R & D-uitgaven, tegen 2020, 3 % van het bbp zouden bedragen. Er zijn tal van indicatoren en statistieken met betrekking tot wetenschap, technologie en onderzoek, die elk hun nut hebben. Deze zijn evenwel niet gestructureerd in een geharmoniseerd en strikt kader. Het stelsel van de nationale rekeningen biedt het voordeel dat kader aan te reiken. België Handelaar Frankrijk Producent Geldstroom Eigendomsoverdracht Goederenbeweging Verenigd Koninkrijk Koper Op het ogenblik van de herziening van het ESR kregen de R & D-uitgaven dan ook een andere behandeling : het vergroot de perimeter van de geproduceerde activa waarmee de materiële en immateriële goederen worden bedoeld die gedurende meer dan een jaar herhaaldelijk en aanhoudend worden gebruikt in het productieproces en neemt er met name de R & D-resultaten in op, als intellectuele eigendomsrechten. Uit deze uitbreiding van de perimeter van de geproduceerde activa vloeit logischerwijze voort dat de R & D-uitgaven voortaan worden behandeld als bruto-investeringen (1) Er zij opgemerkt dat deze transacties niet worden opgenomen in de statistieken van de buitenlandse handel, aangezien er geen grenzen bij worden overschreden. 9

10 in vaste activa, dat wil zeggen als investering (1). De R & D-uitgaven worden dus gekapitaliseerd. eigen rekening worden verricht als om aan derden te worden verkocht. In tegenstelling tot het ESR 1995 worden de R & D-uitgaven dus niet langer beschouwd als volledig tijdens het productieproces verbruikte inputs en mogen ze derhalve niet meer als intermediair verbruik worden gerekend. De kennis die voortvloeit uit de R & D-activiteiten wordt daarentegen aanhoudend gebruikt in het productieproces en verschaft hun eigenaar gedurende verscheidene jaren een economisch voordeel. De nieuwe behandeling van R & D is een van de ingrijpende wijzigingen in het ESR Deze verandering zal het bbp van de verschillende landen positief beïnvloeden, afhankelijk van de inspanning die elk land op het vlak van R & D levert. Welke R & D-uitgaven worden bedoeld? Het Frascati-handboek, een publicatie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die door het ESR als een van de referentiewerken wordt erkend, onderscheidt drie types van R & D, die alle drie in het bestek van de nieuwe behandeling vallen : fundamenteel onderzoek : experimenteel of theoretisch werk dat voornamelijk wordt verricht om nieuwe kennis te verwerven, zonder dat een speciale toepassing of een specifiek gebruik wordt beoogd ; toegepast onderzoek : heeft een doel of een specifieke praktische doelstelling ; experimentele ontwikkeling : systematisch werk op basis van bestaande kennis, gericht op het produceren van nieuwe materialen, producten of instrumenten, of op het opstarten van nieuwe processen, systemen en diensten, of op het aanzienlijk verbeteren van wat reeds bestaat. De kapitalisatie van R & D dekt de uitgaven die gedaan kunnen zijn door in R & D gespecialiseerde eenheden, maar ook de eventuele R & D als occasionele activiteit van niet in R & D gespecialiseerde eenheden (zogeheten informele R & D). Daarenboven kan R & D zowel voor optiek output Wat houdt de kapitalisatie van R & D in het ESR meer bepaald in? In het ESR 95 werd ervan uitgegaan dat de R & D-uitgaven rechtstreeks werden verbruikt tijdens het productieproces in de loop van het jaar. De R & D-uitgaven werden opgetekend als intermediair verbruik (gelijk te stellen met aankopen van goederen en diensten) en wogen dus op de toegevoegde waarde en, derhalve, op het bbp. Volgens het ESR 2010 mogen R & D-uitgaven niet langer als intermediair verbruik worden geboekt. Ze worden niet langer verondersteld in de loop van het jaar te zijn verbruikt. R & D-uitgaven moeten worden beschouwd als bruto-investeringen in vaste activa (investeringsuitgaven). De investeringsuitgaven zijn de bron van niet-financiële activa. In het geval van R & D worden de aldus gecreëerde activa geboekt als intellectuele eigendom. Hieronder volgt een zeer schematische vergelijkende voorstelling van de behandeling van de R & D-uitgaven in het ESR 1995 en in het ESR 2010 : waarbij : optiek uitgaven Bpp = BTW = Uitgaven = C + G + I + (X M) = (P IC) Δ IC - (ongerekend R & D-uitgaven) Δ I + (inclusief R & D-uitgaven) Δ BTW + = Δ Uitgaven + Δ bbp+ BTW = bruto toegevoegde waarde P = productie IC = intermediaire consumptie C = consumptieve bestedingen van de huishoudens G = consumptieve bestedingen van de overheid I = bruto-investeringen in vaste activa van de vennootschappen en de overheid X M = uitvoer minus invoer (1) R & D is in het ESR 2010 niet de enige nieuwe categorie van vaste activa waarvan de aankoop voortaan als bruto-investeringen in activa moet worden geregistreerd. Dat is namelijk ook het geval voor militaire defensiesystemen. Het gaat er hier niet om zich uit te spreken over het al dan niet ethische karakter van die uitgaven, maar om akte te nemen van het feit dat die systemen aanhoudend worden gebruikt in de productie van defensiediensten. In België blijft de invloed van deze maatregel echter beperkt. 10

11 De nieuwe behandeling die in het ESR 2010 wordt toegepast, leidt alles bij elkaar tot een opwaartse herziening van het bbp, die even groot is bij de productieoptiek als bij de bestedingsoptiek. De implementering van de nieuwe behandeling van R & D-uitgaven De behandeling van R & D valt des te moeilijker te vergelijken tussen de landen aangezien het om een immateriële, moeilijk te bevatten realiteit gaat. De boekhoudpraktijken moeten dus zo goed mogelijk worden omkaderd ten behoeve van een maximale harmonisering van de metingen. De nieuwe behandeling van R & D-uitgaven werd dan ook intensief voorbereid door zowel Eurostat als de lidstaten. In België zijn de basisgegevens afkomstig uit de tweejaarlijkse enquête die Belspo houdt (1) De financiële dimensie De financiële sector is, in zijn vele aspecten, een van de sectoren die de afgelopen jaren het snelst veranderingen ondergingen. Die wijzigingen kwamen tot uiting in het ESR 2010, enerzijds in de bijgestelde definitie van de institutionele sectoren, en anderzijds in de aanpassing en verruiming van het aantal financiële transacties in activa en passiva. Het nieuwe stelsel slaagt er dus in de financiële realiteit scherper te beschrijven, en die benadering beantwoordt beter aan de behoeften die op dat vlak zijn vastgelegd door de Europese Centrale Bank, die deze gegevens gebruikt bij het opstellen van haar monetair beleid. De nieuwe subsectoren in de financiële sector Het ESR 2010 voorziet in een uitgebreidere indeling van de financiële sector in verschillende subsectoren. Dit wordt geïllustreerd in de onderstaande tabel. De financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband De sector van de financiële vennootschappen wordt uitgebreid met de nieuwe subsector financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband. Dat zijn financiële instellingen die zich noch met financiële intermediatie, noch met het verlenen van financiële hulpdiensten inlaten en waarvan het merendeel van hetzij de activa hetzij de passiva niet op open markten wordt verhandeld. In de Belgische context bevat deze subsector voornamelijk twee types van ondernemingen, met name de holdings en de treasury centers. (1) Belgian Science Policy Office: Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid. ESR 1995-sectoren Centrale Bank Overige monetaire financiële instellingen Overige financiële intermediairs Financiële hulpbedrijven --- Verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen ESR 2010-sectoren Centrale Bank Deposito-instellingen Geldmarktfondsen Beleggingsfondsen m.u.v. geldmarktfondsen Overige financiële intermediairs Financiële hulpbedrijven Financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband Verzekeringsinstellingen Pensioenfondsen 11

12 Holdings worden in het ESR 2010 gedefinieerd als vennootschappen die participaties aanhouden, maar geen beheersactiviteiten verrichten. Ze moeten dus in alle gevallen worden beschouwd als financiële ondernemingen. Indien een vennootschap participaties bezit maar ook beheersactiviteiten uitoefent, wordt zij volgens het ESR 2010 als hoofdkantoor beschouwd en kan ze worden ingedeeld bij de sector van de niet-financiële vennootschappen indien ze tot een niet-financiële groep behoort. De treasury centers zijn institutionele eenheden die zich niet met financiële intermediatie bezighouden, maar die financieringsactiviteiten verrichten binnen een groep van ondernemingen. Dat wil zeggen dat hun activa en hun passiva voornamelijk bestaan uit vorderingen en schulden ten opzichte van gelieerde ondernemingen. Die vennootschappen worden vaak opgericht door grote multinationale groepen. De vennootschappen die in het verleden bekend stonden als de zogenaamde coördinatiecentra kunnen dikwijls als treasury center beschouwd worden. In tegenstelling tot de meeste andere subsectoren in de financiële sector bestaat er geen superviserende autoriteit of lijst van erkende vennootschappen voor de subsector van de financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband. Zowel de holdings als de treasury centers worden daarom geïdentificeerd aan de hand van de analyse van de jaarrekeningen, op basis van kwantitatieve en kwalitatieve criteria. Een aantal van deze ondernemingen hebben een aanzienlijk balanstotaal, waardoor er met de invoering van het ESR 2010 een grote verschuiving van financiële activa en passiva plaatsvindt van de niet-financiële naar de financiële sector. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de niet-geconsolideerde schuldgraad, in procenten van het bbp, van de niet-financiële ondernemingen sterk zal dalen. De impact op de toegevoegde waarde van de betrokken sectoren is echter zeer beperkt. Superdividenden Analoog aan wat voorheen onder het ESR 1995 reeds werd toegepast voor overheidsondernemingen, worden in het ESR 2010 ook voor de andere ondernemingen de zogenaamde superdividenden geregistreerd. Dat wil zeggen dat dividenden die veel hoger zijn dan een normaal dividendniveau in vergelijking met de uitkeerbare winst niet langer in de niet-financiële rekeningen als inkomen uit vermogen worden geboekt, maar dat deze superdividenden worden beschouwd als een financiële transactie in de financiële rekeningen, met name als een onttrekking van kapitaal aan de onderneming. De gegevens van de superdividenden worden opgemaakt aan de hand van de bij de Balanscentrale ingediende jaarrekeningen, in het bijzonder de onttrekkingen aan het eigen vermogen in de rekening voor de bestemming van het resultaat. De dividenduitkeringen, die niet gebaseerd zijn op de winst van de onderneming maar geput worden uit haar kapitaal of haar reserves, worden hierdoor geherklasseerd als financiële transactie. Op deze manier draagt de registratie bij tot een betere coherentie van de stromen en voorraden in de financiële rekeningen. Pensioenrechten In de nomenclatuur van de financiële instrumenten worden de verzekeringstechnische voorzieningen uit het ESR 1995 nu verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen genoemd en wordt er een nieuwe indeling gebruikt. Vooreerst wordt er een nieuw instrument voorzieningen voor claims in het kader van standaardgaranties toegevoegd. Dat instrument wordt in het ESR 2010 gedefinieerd als financiële aanspraken van houders van standaardgaranties op de institutionele eenheden die deze garanties verlenen. Die standaardgaranties zijn garanties die in grote aantallen en op vrijwel identieke wijze worden uitgegeven, meestal voor vrij kleine bedragen. Bij dergelijke regelingen zijn drie partijen betrokken : de geldnemer, de geldgever en de borg. De geldnemer of de geldgever kan met de borg een contract afsluiten voor terugbetaling aan de geldgever als de geldnemer in gebreke blijft. Daarnaast worden de pensioenrechten nu duidelijk onderscheiden van de levensverzekeringsrechten, terwijl beide voorheen samen werden gepubliceerd in één rubriek. De pensioenrechten omvatten niet enkel de financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op pensioenfondsen, maar ook op verzekeringsinstellingen. Dat wil zeggen dat de groepsverzekeringen niet langer als levensverzekeringen worden beschouwd maar dat ze worden opgenomen in de rubriek pensioenrechten. De meest ingrijpende verandering op dit gebied betreft echter de nieuwe richtsnoeren voor de registratie van de pensioenrechten. In tegenstelling tot het ESR 1995, dat enkel de particuliere pensioenregelingen met fondsvorming erkende, neemt het ESR 2010 thans alle pensioenstelsels in aanmerking, inclusief de regelingen zonder fondsvorming. De desbetreffende cijfers worden echter 12

13 niet in de financiële rekeningen weergegeven maar worden gebundeld in een extra tabel die vanaf 2017 dient te worden opgemaakt. Andere wijzigingen De methode van berekening van de indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) werd eveneens verfijnd. De IGDFI zijn een boekhoudkundige maatstaf van de diensten die de financiële intermediairs verlenen, en die door hun intermediatiemarge worden gefinancierd. Een aanpassing van de methode om die diensten te ramen, kan het bbp en het bni beïnvloeden. Het nieuwe ESR 2010 brengt trouwens nog heel wat andere veranderingen teweeg (bijvoorbeeld de afzonderlijke registratie van de handelskredieten, of de boeking van de verlopen en niet-vervallen interesten bij het desbetreffende financiële instrument en niet langer in de overige transitorische posten, enz.). Heel wat van deze en andere kleinere wijzigingen hebben echter weinig of slechts sporadisch een invloed op de financiële saldi of de geaggregeerde uitstaande bedragen van de verschillende institutionele sectoren De overheidsfinanciën De follow-up van de overheidsfinanciën is de afgelopen jaren van almaar groter belang geworden in Europa, tegen de achtergrond van de economische en financiële crisis, die op fundamentele wijze de houdbaarheid van de overheidstekorten en overheidsschulden aan de orde heeft gesteld. Het ESR 2010 weerspiegelt die bekommernis. Met het oog op een grotere transparantie tracht het een beter inzicht te verschaffen in de economische realiteit van de eenheden en hun transacties, ongeacht de steeds complexere rechtsvormen die ze kunnen aannemen. Gelet op de steeds complexere financiële transacties onderzoekt het ESR 2010 welke eenheid de financiële risico s draagt en welke eenheid de voordelen opstrijkt, los van de manier waarop de contracten werden opgesteld. Bij dit onderzoek van de economische realiteit moeten de volgende aspecten nader worden bestudeerd : de classificatie van de eenheden : een eenheid kan binnen of buiten de overheidssector worden ingedeeld. Behoort de eenheid tot de overheid, wat het geval kan zijn zelfs indien zij geen middelen afkomstig uit overheidsbudgetten ontvangt, dan kunnen haar transacties het overheidstekort en de overheidsschuld beïnvloeden ; het moment waarop de transacties worden geregistreerd : het ESR 2010 registreert de transacties wanneer de economische activiteit of het ontstaansfeit plaatsvindt, in plaats van op het ogenblik dat de betaling gebeurt. In sommige gevallen kunnen de registratieverschillen groot zijn ; de aard van de transactie : de niet-financiële transacties (fiscale en parafiscale ontvangsten, verloning, subsidies, investeringen in vaste activa, enz.) hebben een rechtstreekse weerslag op het overheidstekort, in tegenstelling tot de financiële transacties zoals de aankoop van financiële activa of de aflossing van schulden. Concreet zijn dit de wijzigingen van het ESR 2010 met de grootste weerslag op de Belgische overheidsfinanciën : Een verruimde definitie van de perimeter van de overheid De sectorclassificatie van de overheidseenheden (buiten of binnen de overheidssector S.13) beïnvloedt de overheidsschuld en het financieringssaldo van de overheid rechtstreeks. Dat is derhalve een cruciale procedure. Zoals in het ESR 2010 vermeld staat, moet de indeling van overheidseenheden geval per geval gebeuren en berust ze op drie opeenvolgende criteria : autonomie, zeggenschap en het al dan niet marktgebonden karakter ervan (1) : Autonomie is de voorafgaande vereiste voor elke sectorclassificatie. Het ESR 2010 definieert een institutionele eenheid aldus als een economische entiteit die wordt gekenmerkt door zelfstandige beslissingsbevoegdheid bij de uitoefening van haar hoofdfunctie. Een eenheid heeft zelfstandige beslissingsbevoegdheid indien zij : a ) het recht heeft zelf goederen en andere activa te bezitten, en er transacties mee te verrichten ; b ) economische beslissingen kan nemen en economische activiteiten kan uitoefenen waarvoor zij verantwoordelijk is ; (1) Voor een meer gedetailleerde beschrijving van die indelingsmethode voor de institutionele eenheden wordt verwezen naar de Handelingen van de studievoormiddag Het ESR 2010 : nationale rekeningen voor een wereld in verandering (pp.41-63). 13

14 c ) i n eigen naam verplichtingen in de vorm van financiële passiva, andere verplichtingen of verdere verbintenissen kan aangaan en contracten kan afsluiten ; d ) een volledige boekhouding kan voeren. Indien die voorwaarden niet vervuld zijn, moet de eenheid worden geconsolideerd met de eenheid waarop ze betrekking heeft, en is haar sectorclassificatie derhalve gelijk aan die van deze laatste. Terwijl autonomie het mogelijk maakt het bestaan van een afzonderlijke institutionele eenheid vast te stellen, wordt zeggenschap gedefinieerd als de bevoegdheid om het algemene beleid van een eenheid te bepalen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende acht indicatoren om te bepalen of de overheid zeggenschap over een eenheid heeft : a ) meer dan de helft van de stemgerechtigde aandelen is in het bezit van de overheid ; b ) de overheid heeft zeggenschap in de raad van bestuur of een ander bestuursorgaan ; c ) de overheid heeft zeggenschap bij de benoeming en het ontslag van belangrijke personeelsleden ; d ) de overheid heeft zeggenschap in belangrijke comités van de entiteit ; e ) de overheid heeft een gouden aandeel ; f ) er is speciale regelgeving ; g ) de overheid is hoofdafnemer ; h ) de overheid heeft leningen verstrekt. De indicatoren a), b) en d) alleen zijn voldoende om te besluiten dat er sprake is van zeggenschap. In andere gevallen kunnen meerdere afzonderlijke indicatoren samen wijzen op het bestaan van zeggenschap. In de derde en laatste fase dient te worden vastgesteld of de activiteiten van een eenheid al dan niet marktactiviteiten zijn. Daartoe is het nodig eerst een onderscheid te maken tussen financiële en nietfinanciële vennootschappen, aangezien de criteria om het markt- of niet-marktkarakter te beoordelen, uiteenlopen. a) Voor de niet-financiële vennootschappen staat het marktkarakter vast indien de eenheid haar productie verkoopt tegen economisch significante prijzen (1). Deze theoretische definitie wordt aangevuld met twee praktische criteria, een kwalitatief en een kwantitatief, die beide moeten worden nagekomen : Het kwalitatieve criterium heeft betrekking op de koper van de productie van een overheidseenheid. Indien de eenheid het grootste deel van haar productie aan de overheid verkoopt, wordt ze verondersteld een niet-marktproducent te zijn. Moet ze daarentegen concurreren met particuliere producenten via openbare aanbestedingen of indien de eenheid het merendeel van haar productie verkoopt aan andere kopers dan de overheid, wordt ze verondersteld een marktproducent te zijn. Dat marktkarakter moet dan worden bevestigd of ontkracht door een kwantitatief criterium. Om als een markteenheid te worden beschouwd, moet een eenheid, gedurende een aaneengesloten periode van meerdere jaren, ten minste 50 % van haar productiekosten door verkoop dekken. Is dat niet het geval, dan betreft het een overheidseenheid. b) Voor de financiële vennootschappen moet worden nagegaan in welke mate ze blootgesteld zijn aan risico s, en zijn het dus niet de prijzen die moeten worden bekeken. Van een financiële vennootschap wordt aangenomen dat ze geen risico loopt indien de overheid haar schulden aflost, haar verliezen compenseert of garanties verleent op haar activa (bijvoorbeeld in de vorm van een compensatie ingeval bepaalde activa zwak presteren). Zeer schematisch voorgesteld worden de eenheden volgens het ESR 2010 ingedeeld aan de hand van deze vereenvoudigde beslissingsboom : Is de eenheid autonoom? Nee Ja In dat geval moet ze worden geconsolideerd met de eenheid waarop ze betrekking heeft. Bezit ze de bevoegdheid om haar algemene beleid te bepalen (zeggenschap)? Nee Ja In dat geval wordt ze ingedeeld bij de private sector. Behoort ze tot de niet-marktsector? Nee De eenheid is een overheidsbedrijf. Ja De eenheid behoort tot de overheidssector. De toepassing van deze procedure doet het aantal bij de overheidssector ingedeelde eenheden stijgen, met een correlatieve weerslag op de tekorten en schulden van die eenheden. (1) Dat zijn prijzen die een aanzienlijke invloed hebben op de hoeveelheden producten die producenten willen leveren of die kopers willen kopen. 14

15 Andere invloeden op de rekeningen van de overheid Verscheidene andere bepalingen van het ESR 2010 beïnvloeden de rekening van de overheid. Die worden hier in het kort besproken : de behandeling van de naar aanleiding van de overname van pensioenstelsels en van de effectisering van achterstallige fiscale ontvangsten geïnde bedragen als financiële transacties in plaats van als opbrengsten uit verdelingstransacties ; de registratie van de aan de Europese instellingen overgedragen btw, de gerichte verlagingen van de werkgeversbijdragen en de terugbetaalbare belastingkortingen als fiscale en parafiscale ontvangsten van de overheid, wat een toename van de verhouding tussen ontvangsten en uitgaven in procenten bbp tot gevolg heeft ; de invoering van strengere voorwaarden met betrekking tot de registratie van infrastructuur die wordt verwezenlijkt op basis van een publiek-privaat partnerschapscontract in de rekeningen van de private partner ; de registratie van de verkoop van telefonielicenties als de verkoop van immateriële activa indien deze vergunningen overdraagbaar zijn. Ten slotte, en hoewel dit niet rechtstreeks samenhangt met de overschakeling op het ESR 2010, maakte een Europese verordening (1) sinds september 2014 een einde aan de correctie die werd doorgevoerd op het financieringssaldo in het kader van de procedure inzake buitensporige tekorten (Excessive Deficit Procedure EDP), en die diende om er de nettorentebetalingen die verband houden met swapakkoorden en termijncontracten met rentevaststelling in op te nemen. Hierdoor zijn het financieringssaldo volgens het ESR 2010 en het EDPfinancieringssaldo nu strikt gelijk. 1.6 Open vragen : aan de limieten van wat statistisch meetbaar is Tot slot van dit eerste deel van het pedagogisch dossier gaan we kort in op enkele aspecten in verband met het ESR 2010 waarvan sommige onlangs in de pers aan bod kwamen ; daarbij ontstonden discussies en diende er toelichting te worden gegeven. Die aspecten betreffen onderwerpen die schijnbaar vrij verschillend zijn, maar die allemaal doen nadenken over de limieten van wat statistisch meetbaar is De zwarte economie De nationale rekeningen trachten de economische bedrijvigheid van de landen zo compleet mogelijk te meten. Theoretisch gezien zou hun registratiesysteem dus in werking moeten treden telkens een economische uitwisseling plaatsvindt. Een van de vele moeilijkheden die bij een dergelijke stelselmatige registratie komen kijken, houdt verband met de aard van de economische uitwisseling die plaatsvindt : gaat het om een legale of een illegale uitwisseling? Moeten bijvoorbeeld de geldstromen van de prostitutie en van de handel in verdovende middelen in aanmerking worden genomen? Of zelfs het geldverkeer met betrekking tot diefstal? Het ESR antwoordt dat de transacties die vrijwillig en met instemming plaatsvinden, in aanmerking moeten worden genomen. Het stelsel van nationale rekeningen, waarop het ESR geïnspireerd is, stelt in dezelfde lijn voor om de transacties te registreren waarvoor de partijen met wederzijdse instemming handelen. In beide gevallen sluit dat illegale activiteiten zoals diefstal uit van de werkingssfeer van de nationale rekeningen, want daarbij kunnen de twee partijen niet als handelend met wederzijdse instemming worden beschouwd. In de lijn van deze redenering zou prostitutie of de aankoop van verdovende middelen in aanmerking moeten worden genomen, aangezien het gaat om activiteiten met wederzijdse instemming of om vrijwillige activiteiten. Hoewel deze verplichting voor de lidstaten al bestond vóór de inwerkingtreding van het ESR 2010, verschilde de behandeling van deze transacties sterk van het ene land tot het andere ; sommige landen registreerden die activiteiten volgens hun nationale kenmerken in grotere of kleinere mate, en andere niet. Vanaf september 2014 zullen alle lidstaten deze activiteiten in aanmerking moeten nemen. Dat engagement getuigt van de pragmatische wens om de methodologie van de berekening van het bni te verbeteren, dat een belangrijke variabele is bij de bepaling van de eigen middelen van de EU (zie hoger). (1) Verordening (EU) nr. 220/2014 van de Commissie van 7 maart 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad met betrekking tot de verwijzingen naar het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de EU. 15

16 Deze behandeling werpt ethische en praktische vragen op. In verband met de ethiek woedde in de pers een fel debat. Er kan worden gewezen op de kwetsbaarheid van criteria als de vrijwillige aard van of de instemming met de activiteiten. Men kan zich ook afvragen of het wel de taak van de nationale boekhouders is om dergelijke ethische criteria op te stellen : welke bevoegdheid hebben zij dan op dat vlak, en, ook al hebben dergelijke criteria wel degelijk zin voor de nationale rekeningen, zouden die dan niet eerder moeten worden vastgelegd binnen het bestek van het democratische debat? Zou men die moralisering van de nationale rekeningen dan trouwens niet moeten doortrekken en vraagtekens plaatsen bij een aantal reeksen die er al lang geleden in zijn opgenomen, zoals de verkoop van wapens, auto s, sigaretten of alcohol? Neemt men het bbp voor wat het is, namelijk een indicator van de economische bedrijvigheid, dan is de voornaamste vraag die deze maatstaf doet rijzen niet van ethische maar van praktische aard : hoe kunnen activiteiten die van nature ongrijpbaar en moeilijk te kwantificeren zijn betrouwbaar worden gemeten? De voorstellen van Eurostat in dat opzicht hebben als verdienste dat ze bestaan, maar missen soms duidelijkheid en zullen geenszins alle problemen helpen oplossen De milieuvraagstukken Hoewel in de nationale rekeningen al diverse aspecten van de milieuboekhouding in aanmerking waren genomen (1), kleven er vanuit het oogpunt van het milieu evenwel twee grote nadelen aan het centrale kader en zijn hoofdaggregaten, zoals bbp, investeringen en besparingen, wat door het ESR zelf erkend wordt (2). Om te beginnen, krijgt de uitputting en schaarsheid van natuurlijke hulpbronnen weinig aandacht, terwijl deze factoren bedreigend kunnen zijn voor de duurzame productiviteit van de economie. Ten tweede bestrijkt het centrale kader niet de kwaliteitsvermindering van het milieu en de gevolgen daarvan voor de gezondheid en het welzijn van de mens. Deze twee nadelen weerspiegelen in wezen de moeilijkheid om een in geldswaarde uitgedrukte waardering voor te stellen (3) voor onherstelbare schade, zoals de uitputting van niet-hernieuwbare natuurlijke hulpmiddelen. Tegen welke prijs moet een verlies worden gewaardeerd als de vroegere toestand hoe dan ook niet valt te herstellen, welk bedrag ook wordt voorgesteld? Binnen deze ernstige beperking doet het ESR 2010 een inspanning om de milieurealiteit beter te vatten : het ontwikkelt immers de milieusatellietrekeningen en stelt daarnaast een aantal gerichte verbeteringen voor. Milieusatellietrekeningen Om de wisselwerking tussen economische groei en milieu te kunnen beschrijven en analyseren, om te voorzien in de specifieke gegevensbehoeften op dat vlak en om als basis te dienen bij de politieke besluitvorming, voorziet het ESR 2010 in de opstelling van aparte milieusatellietrekeningen. Deze rekeningen kunnen als instrument voor strategische planning en beleidsanalyse helpen om duurzamer ontwikkelingspaden vast te stellen. Deze milieusatellietrekeningen, ook groene rekeningen genoemd, die de nationale rekeningen zowel uitbreiden als aanvullen, versoepelen de vereisten van het algemeen kader van de nationale boekhouding, door meer bepaald de opname van niet-monetaire variabelen mogelijk te maken. Zo worden milieugegevens als de hoeveelheden uitgestoten luchtvervuilende stoffen verdeeld over de verschillende economische actoren in de nationale (regionale) rekeningen, namelijk de huishoudens en de verschillende bedrijfstakken. Sinds 2013 bezorgt België Eurostat drie economische milieurekeningen : de rekening over luchtvervuilende emissies, de rekening van de milieubelastingen naar economische activiteit en de materiaalstroomrekening voor de gehele economie (4). Deze rekeningen worden opgesteld door het Federaal Planbureau, op nationaal niveau en op het niveau van de drie gewesten. Gerichte verbetering van het ESR 2010 op het vlak van milieu Door de invoering van nieuwe rubrieken in het ESR 2010 en de verfijning van de voorheen gebruikte berekeningsmethoden kan de milieurealiteit in sommige gevallen ook beter in aanmerking worden genomen : (1) Zoals de vermelding van tal van kosten en kapitaalrubrieken die deel uitmaken van de milieuboekhouding minerale reserves, niet in cultuur gebrachte biologische hulpbronnen, en waterreserves. (2) ESR 2010 : (3) Aangezien het, zoals reeds gezegd, in dit kader is dat de nationale rekeningen werkzaam zijn. (4) Met die materiaalstromen worden de natuurlijke hulpbronnen, de input van het ecosysteem (zuurstof, water, nutriënten, enz.), de producten en de restproducten bedoeld. 16

17 de verwijderingskosten (kosten aan het einde van het economische leven van bepaalde activa, bijvoorbeeld kerncentrales, om de milieuschade of de daaraan verbonden veiligheidsproblemen te neutraliseren) worden in het ESR 2010 bij de buitengebruikstelling geregistreerd, en niet via een afschrijvingsproces dat ingaat bij de ingebruikneming. Indien het effect over de hele levenscyclus van het actief neutraal is, kan deze wijziging het profiel van de productie, de uitgaven, de inkomsten en het bbp licht beïnvloeden ; de invoering van een extra categorie van geproduceerde activa grondverbeteringen doet de bruto-investeringen in grondverbeteringen stroken met een verandering in de overeenstemmende voorraad van het actief. In sommige gevallen zou die verandering het bbp en het bni opwaarts kunnen beïnvloeden Nieuwe opgaven Het ESR 2010 maakt deel uit van een lange geschiedenis, die aanvangt met de eerste pogingen in de 17 de eeuw, en schrijft daar vandaag de meest recente bladzijde van. De eerder besproken nieuwigheden getuigen van de door iedereen aangevoelde noodzaak om iets te veranderen aan een referentiekader dat als te eng werd aangevoeld, met de bedoeling de ontwikkelingen van de wereldeconomie gemakkelijker te kunnen volgen. Zo denken veel economen na over de opgaven waarmee de statistische systemen in de toekomst zullen worden geconfronteerd. Dat denkwerk mondt vaak uit in vragen over de limieten van het bbp, met name wanneer het gaat over het eventueel in aanmerking nemen van welzijnsaspecten ; maar sommige meer fundamentele vragen hebben betrekking op de methodologie zelf van de nationale rekeningen en op de economische betekenis van de concepten waar ze toe leiden. Bbp en welzijn De politieke wereld en de media vragen om een eenvoudige en universele maatstaf en hebben daarbij de neiging te veel in te zetten op het bbp, de blikvanger van de nationale boekhouding. Dat bbp is alomtegenwoordig, bijvoorbeeld in de vorm van groeicijfers, of in de ratio s van de overheidsschuld of het overheidstekort, en schraagt alle analyses en beslissingen. Voor die actoren van het economische leven zou het bbp alle facetten van de activiteit van een land moeten kunnen samenvatten. Sommigen betreuren zelfs dat dit cijfer niet tevens even belangrijke maar moeilijker te meten dimensies in zich bevat, zoals het verloop van het welzijn van de gemeenschap. Laten we ons even over de gegrondheid van deze opmerkingen buigen. Ter herinnering : de nationale boekhouding houdt zich alleen bezig met het handelsverkeer dat in monetaire vorm plaatsvindt. Dat verkeer in monetaire vorm lijkt uitermate relevant om de economische prestaties te meten, maar wanneer het wordt toegepast op de dimensie van het welzijn doen zich een aantal meetproblemen voor : het welzijn omvat belangrijke kwalitatieve dimensies, waarvoor nationale boekhouders op geen enkele expertise of legitimiteit aanspraak kunnen maken ; welzijn lijkt een relevant begrip te zijn op het individuele niveau, maar is moeilijker te vatten op het collectieve niveau ; het lijkt bovendien moeilijk om het collectieve welzijn op een universele manier te definiëren, alleen al wegens de heterogeniteit van de waardestelsels ; zelfs als het zou lukken om een geldswaarde aan het welzijn toe te kennen, zou er het delicate probleem blijven waarom eenzelfde indicator, het bbp, zou moeten worden gebruikt om terzelfder tijd de economische prestaties en de sociale vooruitgang te meten? Zou dat er niet impliciet op neerkomen dat die twee realiteiten als onderling vervangbaar worden beschouwd, zodat een goed economisch resultaat bijvoorbeeld een sociale achteruitgang zou kunnen compenseren? De wens om zowel voor de economische bedrijvigheid als voor het welzijn over een polyvalente indicator te beschikken, druist dus veeleer in tegen een betere integratie van die laatste dimensie. En de specialisten ter zake (1) opteren op dat vlak eerder voor een geheel van indicatoren, en niet voor één enkele indicator, namelijk indicatoren inzake concentratie, ongelijkheden, verdeling, enz. Concepten om te laten evolueren? De nationale rekeningen zien zich ook voor nieuwe opgaven van methodologische aard geplaatst. (1) Zie bijvoorbeeld het rapport van de Commissie voor de meting van economische prestaties en sociale vooruitgang, de zogenoemde Commissie Stiglitz, of het initiatief Beyond GDP van de Commissie. 17

18 Als gevolg van de mondialisering komt de economische relevantie van een nationaal kader voor de opstelling van nationale rekeningen ter discussie. Daar zou op kunnen worden ingespeeld door de rekeningen op een hoger niveau op te stellen, bijvoorbeeld op Europees niveau. De opstelling van de rekeningen op nationaal niveau blijft echter prioritair, aangezien de Europese regelgeving almaar meer op hun cijfers steunt (follow-up van de overheidsfinanciën, bepaling van de eigen middelen van de EU, of toewijzing van de regionale middelen). Het gebruik van de nationale boekhouding voor administratieve doeleinden door de Europese instellingen kan uitmonden in een dilemma : enerzijds kan dat zoals onlangs het geval was sommige landen aanmoedigen de cijfers te manipuleren om boetes te vermijden, wat strikte controles rechtvaardigt ; anderzijds dreigen overdreven controles de nationale rekeningen minder betrouwbaar en coherent te maken, als gevolg waarvan voorrang wordt gegeven aan schijnbaar objectievere maar in werkelijkheid minder fijne benaderingen. Zoals hierboven vermeld, kenmerkt de nationale boekhouding zich door haar intuïtieve karakter : de nationale boekhouders beschikken niet en zullen nooit beschikken over alle informatie die nodig is om volledige economische rekeningen op te stellen ; de vraag met betrekking tot hun subjectieve beoordeling en hun expertise lijkt dan ook essentieel te zijn om de bronnen met succes onderling te vergelijken. Als grondslag van de monetaire economie, is de prijs datgene op basis waarvan de veelheid van producten kan worden teruggebracht tot een gemeenschappelijke basis, namelijk hun geldswaarde, wat het mogelijk maakt ze te aggregeren. De nationale boekhouding moet echter ook in staat zijn de invloed van de prijzen te elimineren om economische variabelen naar volume te berekenen (zoals de reële groei of de productiviteit (1) ). De raming van de prijzen en van de volumes levert evenwel problemen op : in het geval van nieuwe producten, omdat hun prijs niet bestond in de voorgaande periode (kan men de prijs van een van de eerste gsm s vergelijken met die van de jongste generatie smartphones?) ; voor de overheidsdiensten, die gratis zijn (bijvoorbeeld gezondheidszorg of onderwijs). Hoewel hun productie kan worden benaderd met behulp van de kosten, is het met deze methode niet mogelijk de productiviteit af te leiden. Bovendien vormt de aggregatie van de hoeveelheden een probleem, aangezien zij geen rekening houdt met kwalitatieve verschillen (zijn alle lesuren gelijkwaardig?, is alle gezondheidszorg gelijkwaardig?) ; voor de marktdiensten, omdat ze heel vaak niet identiek worden weergegeven (zoals R & D) : de follow-up van de prijzen en de hoeveelheden vormt dus een probleem. Die moeilijkheden verzwakken de maatstaf en het gebruik van even belangrijke concepten als de groei en de productiviteit. Hierdoor rijst een fundamentele vraag : moet aan de nationale boekhouders worden gevraagd steeds meer conventiesen hypothesen te gebruiken om de groei en de productiviteit te kunnen blijven meten, of moet aan de economen worden gevraagd na te denken over de relevantie van die concepten in een voortdurend veranderende wereld? (1) De productiviteit wordt gedefinieerd als de verhouding, naar volume, tussen een productie en de middelen die zijn ingezet om tot die productie te komen. 18

19 2. De nieuwe toepassing NBB.Stat De Nationale Bank van België verzorgt de opstelling en centralisering van talrijke economische statistieken en verspreidt ze regelmatig via haar website (http://www. nbb.be). De Bank zet ook een aantal thematische publicaties over elk statistisch domein online (http://www.nbb.be/pub/stats/stats.htm?l=nl). Momenteel bevinden alle door de Bank opgestelde en gecentraliseerde statistieken zich op het platform Belgostat, dat een enorme database vormt (http:// Belgostat telt meer dan statistische reeksen die zijn opgenomen in zowat tabellen en wordt maandelijks door meer dan personen geraadpleegd. De toepassing dateert echter al van 1999 en beantwoordt intussen niet meer aan de normen van het huidige internet. Daarom heeft de Bank beslist het oude platform te vervangen door de nieuwe toepassing NBB.Stat. Dat is, gelet op het enorme gegevensvolume, een hele opgave. Na een grondige analyse is gekozen voor een reeds bestaande toepassing, namelijk DotStat, een softwareprogramma dat werd ontwikkeld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De Bank is de eerste centrale bank die zich bij dit project aansluit, maar tal van instellingen werken reeds met dat programma, zoals internationale instellingen (Internationaal Monetair Fonds, Europese Commissie), evenals de statistische instituten van Italië, Australië, Nieuw-Zeeland en Estland. Het is de bedoeling een echte gemeenschap te vormen om de toepassing samen te ontwikkelen. Zo rees, in het geval van België, het probleem om over een versie te beschikken die meer dan twee talen ondersteunt. Daarvoor zijn bepaalde aanpassingen nodig waar alle andere deelnemers aan moeten meewerken. De Bank heeft de installatie van de nieuwe toepassing, die ze ten behoeve van zichzelf omdoopte tot NBB.Stat, te baat genomen om de structuur van de database te vereenvoudigen en de gegevens in elf thema s onder te brengen : nationale rekeningen ; bevolking en arbeidsmarkt ; opiniepeilingen en conjunctuurenquêtes ; overheidsfinanciën ; externe statistieken ; financiële markten ; financiële instellingen ; financiële rekeningen ; prijzen ; regionale statistieken ; andere economische indicatoren. Daarbij werden ook een aantal achterhaalde of minder belangrijke gegevens geschrapt. De voorstelling van NBB.Stat tijdens het seminarie is een primeur want de toepassing is nog niet officieel beschikbaar op de website van de Bank. Het is de bedoeling u de vele functies van deze nieuwe toepassing te laten ontdekken die u binnenkort dagelijks zult gebruiken bij uw statistisch opzoekwerk : multidimensionale tabellen, grafieken, export van tabellen naar Excel, metagegevens, geïndividualiseerde tabellen, enz. NBB.Stat is een gebruikersvriendelijke, flexibele, interactieve en dus heel gemakkelijk te gebruiken toepassing, en waarvoor geen grondige voorkennis vereist is, zeker omdat er een beknopte handleiding bij hoort. De officiële installatie van de nieuwe toepassing op de website van de Bank is gepland voor eind 2014, wanneer de meertalige versie beschikbaar zal zijn. In een eerste fase zal NBB.Stat samen met de oude toepassing Belgostat draaien, om de gebruikers de kans te geven vertrouwd te raken met de nieuwe presentatie van de statistische database van de Nationale Bank van België. Hebt u hier vragen over? Neem dan contact op met onze Datashop, via dit webadres : 19

20 Nationale Bank van België Naamloze vennootschap RPR Brussel Ondernemingsnummer : Maatschappelijke zetel : de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Verantwoordelijk uitgever Rudi Acx Chef van het departement Algemene statistiek Omslag en opmaak : NBB AG Prepress & Image Gepubliceerd in september 2014

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Rekeningen van de overheid 2013 Inhoud van de publicatie De rekeningen van de Belgische overheid worden opgesteld volgens de definities van het

Nadere informatie

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 20.12.2010 COM(2010) 774 definitief Bijlage A/Hoofdstuk 14 BIJLAGE A bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Europees

Nadere informatie

Het ESR 2010 en de overheidsrekeningen

Het ESR 2010 en de overheidsrekeningen 7 de Seminarie voor leerkrachten van het secundair onderwijs 08/10/14 Kris Van Cauter (NBB) Inleiding en achtergrondinformatie 2 / 43 Inleiding De rekeningen van de overheid zijn een gevoelig thema en

Nadere informatie

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213, Ontwerp voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de toerekening van de indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in het kader van het Europees systeem van nationale en regionale

Nadere informatie

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Integrale versie 3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Om tegemoet te komen aan de voorschriften van het ESR 1995, werd de op de verzekeringsinstellingen

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Rekeningen van de overheid 2004

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Rekeningen van de overheid 2004 Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Rekeningen van de overheid 2004 Inhoud van de publicatie De rekeningen van de Belgische overheid worden opgesteld volgens de definities van het

Nadere informatie

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 20.12.2010 COM(2010) 774 definitief Bijlage A/Hoofdstuk 02 BIJLAGE A bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Europees

Nadere informatie

De nationale rekeningen en het ESR 2010

De nationale rekeningen en het ESR 2010 7 de Seminarie voor leerkrachten van het secundair onderwijs 8 oktober 2014 Hans De Dyn (NBB) ESR 2010: structuur van de uiteenzetting Inleiding De wijzigingen in de cijfers 2 / 41 ESR 2010: een belangrijke

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

De betalingsbalans en de internationale investeringspositie volgens BPM6

De betalingsbalans en de internationale investeringspositie volgens BPM6 De betalingsbalans en de internationale investeringspositie volgens BPM6 1. Introductie De betalingsbalans vormt het statistisch overzicht gedurende een bepaalde periode van alle economische en financiële

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. ESR 2010 Het nieuwe referentiekader voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. ESR 2010 Het nieuwe referentiekader voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen ESR 2010 Het nieuwe referentiekader voor de nationale rekeningen September 2014 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT AUGUSTUS 2003 De statistieken van de Europese Centrale Bank (ECB) hebben als belangrijkste doel de ondersteuning van het monetaire beleid van de ECB en andere

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

1.TYPOLOGIE VAN DE ONDERNEMINGEN NOMENCLATUUR VAN DE

1.TYPOLOGIE VAN DE ONDERNEMINGEN NOMENCLATUUR VAN DE 1.TYPOLOGIE VAN DE ONDERNEMINGEN NOMENCLATUUR VAN DE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN - NACE De ondernemingen kunnen worden beschreven aan de hand van verschillende typologieën, die elk beantwoorden aan precieze

Nadere informatie

Bronnen en overgang naar het ESR (Brusselse gemeenten)

Bronnen en overgang naar het ESR (Brusselse gemeenten) Bronnen en overgang naar het ESR (Brusselse gemeenten) Databronnen Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Uitgaven: Geboekte uitgaven - aanrekeningen (bronnen = boekhoudsystemen Phoenix, Stesud,

Nadere informatie

Richtsnoeren voor de behandeling van verbonden ondernemingen, waaronder deelnemingen

Richtsnoeren voor de behandeling van verbonden ondernemingen, waaronder deelnemingen EIOPA-BoS-14/170 NL Richtsnoeren voor de behandeling van verbonden ondernemingen, waaronder deelnemingen EIOPA Westhafen Tower, Westhafenplatz 1-60327 Frankfurt Germany - Tel. + 49 69-951119-20; Fax. +

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Bronnen en overgang naar het ESR (Duitstalige gemeenten)

Bronnen en overgang naar het ESR (Duitstalige gemeenten) Bronnen en overgang naar het ESR (Duitstalige gemeenten) Databronnen Boekhoudprogramma s van de gemeenten. Methodes gebruikt bij het ontbreken van gegevens Belangrijkste correcties om over te gaan naar

Nadere informatie

Methodologische nota

Methodologische nota Integrale versie Methodologische nota 1. Situering van de aanbod- en gebruikstabellen in de nationale rekeningen Het opstellen van de nationale rekeningen van België gebeurt in overeenstemming met de methodologie

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2012/8 De boekhoudkundige verwerking van de inbreng in eigendom in een Belgische burgerlijke maatschap die niet de rechtsvorm heeft aangenomen van een handelsvennootschap

Nadere informatie

Bronnen en overgang naar het ESR (Waalse provincies)

Bronnen en overgang naar het ESR (Waalse provincies) Bronnen en overgang naar het ESR (Waalse provincies) Databronnen Uitgaven : geboekte ontvangsten - aanrekeningen (bron : boekhoudsysteem + ecomptes) Ontvangsten : geboekte netto vastgestelde rechten (bron

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Instituut voor de nationale rekeningen PERSCOMMUNIQUÉ 28-4-2016 Links: Publicatie NBB.Stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Over het hele jaar 2015

Nadere informatie

COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/13 - Het gebruik van de verbindingsrekening tussen een buitenlandse vennootschap en haar Belgisch bijkantoor Advies van 4 september 2013 1 I. Inleiding

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 9 december 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden De Europese Ministerraad hechtte op 25 juli 1985 zijn goedkeuring

Nadere informatie

COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Het gebruik van de verbindingsrekening tussen een buitenlandse vennootschap en haar Belgisch bijkantoor

COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Het gebruik van de verbindingsrekening tussen een buitenlandse vennootschap en haar Belgisch bijkantoor COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN Het gebruik van de verbindingsrekening tussen een buitenlandse vennootschap en haar Belgisch bijkantoor Ontwerpadvies I. Inleiding 1. Wat betreft de boekhoudkundige

Nadere informatie

LAMPIRIS COOP Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid Rue Saint-Laurent, 54 4000 LUIK BTW BE 0846.628.

LAMPIRIS COOP Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid Rue Saint-Laurent, 54 4000 LUIK BTW BE 0846.628. LAMPIRIS COOP Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid Rue Saint-Laurent, 54 4000 LUIK BTW BE 0846.628.569 RPR Luik Verslag van de raad van bestuur op de gewone algemene vergadering van

Nadere informatie

1 De economische kringloop

1 De economische kringloop 1 De economische kringloop Wat is Marco-economonie? Studie van het verband tussen Gezinnen Bedrijven Overheid Buitenland Welke soorten economische vraagstukken hebben we? Productie Werkloosheid Inflatie

Nadere informatie

Mededeling van de Commissie. van 16.12.2014

Mededeling van de Commissie. van 16.12.2014 EUROPESE COMMISSIE Straatsburg, 16.12.2014 C(2014) 9950 final Mededeling van de Commissie van 16.12.2014 Richtsnoerennota van de Commissie over de tenuitvoerlegging van een aantal bepalingen van Verordening

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2014-I

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2014-I Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Kwartaalsectorrekeningen 2014-I Inhoud van de publicatie De niet-financiële kwartaalrekeningen van de institutionele sectoren worden opgesteld

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2015/XXX - Boekhoudkundige verwerking van de liquidatiereserve bedoeld in artikel 541 WIB 92 (Programmawet van 10 augustus 2015) en de bijzondere aanslag

Nadere informatie

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD Brussel, 4 februari 2009 (OR. en) 2008/0026 (COD) PE-CO S 3706/08 STATIS 156 CODEC 1456 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING VAN HET

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015. De economische activiteit stijgt met 1,1 % over het hele jaar 2014

De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015. De economische activiteit stijgt met 1,1 % over het hele jaar 2014 Instituut voor de nationale rekeningen 2015-04-29 Links: Publicatie NBB.stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015 De economische activiteit stijgt met

Nadere informatie

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN Integrale versie 2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN In vergelijking met de vorig jaar gepubliceerde reeksen 2 over de kapitaalgoederenvoorraad (KGV) en de afschrijvingen zijn er drie methodologische aanpassingen

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Methodologische vernieuwingen

Methodologische vernieuwingen Integrale versie Methodologische vernieuwingen 1. Opmaak van de statistieken voor de lokale overheidsector De verbetering van de kwaliteit van de lokale overheidsrekeningen is de voorbije jaren een belangrijk

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld

A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld PPB-2007-4-CPB-2 BIJLAGE II : OVERZICHT VAN DE REGLEMENTERING INZAKE HET BIJHOUDEN VAN GEDEMATERIALISEERDE EFFECTEN A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld 1 Erkenning voor het bijhouden

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 10 april 2014 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2015/6 - Boekhoudkundige verwerking van de liquidatiereserve bedoeld in artikel 541 WIB 92 (Programmawet van 10 augustus 2015) en de bijzondere aanslag

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/14 De boekhoudkundige verwerking van de uitgestelde belastingen bij gerealiseerde meerwaarden waarvoor de uitgestelde belastingregeling geldt en bij

Nadere informatie

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I P7_TA(200)0052 Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 0 maart 200 over het voorstel voor een richtlijn van het

Nadere informatie

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen Inleiding RJ-Uiting 2014-7 bevat de ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen. De Raad voor de Jaarverslaggeving

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

Boekhoudplan. KLASSEN en ONDERKLASSEN

Boekhoudplan. KLASSEN en ONDERKLASSEN Boekhoudplan KLASSEN en ONDERKLASSEN Balansrekeningen KLASSE 1 KLASSE 2 KLASSE 3 KLASSE 4 FONDSEN EN PROVISIES VAN DE MAATSCHAPPELIJKE ZEKERHEID VASTGELEGDE MIDDELEN FINANCIELE REKENINGEN REKENINGEN VAN

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Deel 3 Aanbod- en gebruikstabellen 2010 Inhoud van de publicatie De jaarlijkse nationale rekeningen van België worden opgesteld volgens de definities

Nadere informatie

EMU-saldo gemeenten. Regiodagen Gemeentefinancien 2012. Dick van Tongeren 12 juli 2012

EMU-saldo gemeenten. Regiodagen Gemeentefinancien 2012. Dick van Tongeren 12 juli 2012 EMU-saldo gemeenten Regiodagen Gemeentefinancien 2012 Dick van Tongeren 12 juli 2012 Inhoud van de presentatie EMU- saldo: Nationale rekeningen en ESR95 Belangrijke concepten van registratie in NR Relatie

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2012/17 - Erkenning van opbrengsten en kosten. Advies van 7 november 2012

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2012/17 - Erkenning van opbrengsten en kosten. Advies van 7 november 2012 COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2012/17 - Erkenning van opbrengsten en kosten Advies van 7 november 2012 I. Onderwerp van het advies 1. In het artikel 31, 1 van de Vierde Europese Richtlijn

Nadere informatie

Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling 4. Ondernemingen die investeren in een raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk Art. 194ter.

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.4.2003 COM(2003) 219 definitief 2003/0084 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/96/EG

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Gemeenschappelijke voorschriften voor een belasting op financiële transacties - Veelgestelde vragen (zie ook IP/11/1085)

Gemeenschappelijke voorschriften voor een belasting op financiële transacties - Veelgestelde vragen (zie ook IP/11/1085) MEMO/11/640 Brussel, 28 september 2011 Gemeenschappelijke voorschriften voor een belasting op financiële transacties - Veelgestelde vragen (zie ook IP/11/1085) 1. Algemene achtergrondinformatie Waarom

Nadere informatie

Onderwerp. Copyright and disclaimer

Onderwerp. Copyright and disclaimer Onderwerp Ontvangen reacties op ontwerp-advies 126/18 Aanschaffingswaarde bij inbreng in natura Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn

Nadere informatie

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 7.3.2014 C(2014) 1392 final GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE van 7.3.2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de

Nadere informatie

nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM Overdracht familiebedrijf - Schenkingsrechten

nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM Overdracht familiebedrijf - Schenkingsrechten SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE Overdracht familiebedrijf

Nadere informatie

Macro-economisch scorebord 2015K4

Macro-economisch scorebord 2015K4 Macro-economisch scorebord 2015K4 Saldo lopende rekening als % bbp Netto extern vermogen als % bbp Reële effectieve wisselkoers (36 handelspartners) 3-jaars voortschrijdend gemiddelde 3-jaars mutatie in

Nadere informatie

Beknopte commentaar bij de uiteenzettingen van C. Valenduc en G. Nicodème

Beknopte commentaar bij de uiteenzettingen van C. Valenduc en G. Nicodème Beknopte commentaar bij de uiteenzettingen van C. Valenduc en G. Nicodème BIOF - studiedag 16 september 211 Luc Van Meensel Research Department DS.11.9.361 Voornaamste bevindingen van Christian Valenduc

Nadere informatie

Contract van maatschap/samenuitbatingscontract

Contract van maatschap/samenuitbatingscontract Contract van maatschap Tussen de ondergetekenden: (Naam invullen)...... en zijn echtgenote (naam invullen)...... samenwonende te (adres invullen)............... hierna overlaters genoemd, en (Naam invullen).......wonende

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013

Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013 Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013 Inhoudsopgave 1. Verslag van de directie 3 2. Jaarrekening 5 Balans per 30 juni 2013 Winst- en verliesrekening over 26 april

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 1 juli 2010 7 juli 2010 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 1 juli 2010 2 Winst- en verliesrekening over de periode

Nadere informatie

Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen

Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen De uitreiking van de factuur, vooraleer het belastbaar feit zich heeft voorgedaan, is geen oorzaak

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa Handelsdebiteuren 1.624

Nadere informatie

Tax shelter voor startende ondernemingen

Tax shelter voor startende ondernemingen Newsflash Tax shelter voor startende ondernemingen Via de tax shelter wil de Federale overheid natuurlijke personen fiscaal aanmoedigen om risicokapitaal te verschaffen aan startende ondernemingen binnen

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2011 25 augustus 2011 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2011 2 Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie

INTEGRATIE VAN STATISTISCHE TABELLEN DIE VOORHEEN DOOR DE COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- EN ASSURANTIEWEZEN WERDEN GEPUBLICEERD

INTEGRATIE VAN STATISTISCHE TABELLEN DIE VOORHEEN DOOR DE COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- EN ASSURANTIEWEZEN WERDEN GEPUBLICEERD Integrale versie INTEGRATIE VAN STATISTISCHE TABELLEN DIE VOORHEEN DOOR DE COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- EN ASSURANTIEWEZEN WERDEN GEPUBLICEERD INLEIDING Vanaf deze editie van het Statistisch Tijdschrift

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

TITEL I DOOR DE COMMISSIE VASTGESTELDE DEFINITIE VAN MIDDELGROTE, KLEINE EN MICRO-ONDERNEMINGEN

TITEL I DOOR DE COMMISSIE VASTGESTELDE DEFINITIE VAN MIDDELGROTE, KLEINE EN MICRO-ONDERNEMINGEN BIJLAGE 1 MKB-definitie AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1422) (2003/361/EG)

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Toelichting bij de informatieverzameling over door lokale besturen verstrekte waarborgen Versie 20 mei 2014 pagina 1/8

Toelichting bij de informatieverzameling over door lokale besturen verstrekte waarborgen Versie 20 mei 2014 pagina 1/8 Versie 20 mei 2014 pagina 1/8 Toelichting Er zijn drie versies van de tabellen, nl. één per type bestuur (gemeente, provincie of OCMW). De inhoud van die drie versies is quasi identiek, alleen verschillen

Nadere informatie

Boeking van een aanschaffing tegen lijfrente

Boeking van een aanschaffing tegen lijfrente Boeking van een aanschaffing tegen lijfrente Claude Janssens Accountant Financieel analist Dit artikel is het eerste in een reeks analyses over onderwerpen waarover de leden aan de verschillende diensten

Nadere informatie

Driemaandelijkse beslissing van de Nationale Bank van België inzake het contracyclische bufferpercentage (1 januari 2016): 0 %

Driemaandelijkse beslissing van de Nationale Bank van België inzake het contracyclische bufferpercentage (1 januari 2016): 0 % Driemaandelijkse beslissing van de Nationale Bank van België inzake het contracyclische bufferpercentage (1 januari 2016): 0 % Krachtens artikel 5, 2 van Bijlage IV van de Bankwet heeft de Nationale Bank

Nadere informatie

technisch verslag CRB 2012-1603

technisch verslag CRB 2012-1603 technisch verslag CRB 2012-1603 CRB 2012-1603 DEF CM/V/CVC/SDh Technisch verslag van het secretariaat over de maximale beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling 21 december 2012 2 CRB 2012-1603

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II Opgave 1 Uit een krant: Uitzendbranche blijft groeien Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de uitzendbranche in het eerste kwartaal van 1998 flink is gegroeid. In vergelijking

Nadere informatie

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Circulaire _2009_29 dd. 30 september 2009 Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Toepassingsveld: Verzekeringsondernemingen onderworpen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN Advies 2009/7 - De boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende fusies Advies van 15 juli 2009 Trefwoorden Belastingvrije reserves Fiscale aspecten Fusies

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Europese Commissie - Persbericht Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Brussel, 05 mei 2015 De economie in de Europese Unie profiteert dit jaar van een

Nadere informatie

2.1 Toegevoegde waarde niet--financiële vennootschappen (S.11)

2.1 Toegevoegde waarde niet--financiële vennootschappen (S.11) Integrale versie 2. Methodologie: aangepaste raming van de toegevoegde waarde en de investeringen tegen lopende prijzen van de niet--financiële ondernemingen voor het laatste jaar 2.1 Toegevoegde waarde

Nadere informatie

Advies van 10 november 2010

Advies van 10 november 2010 COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2010/17 - Boekhoudkundige verwerking van subsidies, schenkingen en legaten in natura in de jaarrekening van begunstigde grote en zeer grote verenigingen

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N EU - Contractenrecht A03 Brussel, 9 december 2010 MH/SL/AS A D V I E S over DE CONSULTATIE VAN DE EUROPESE COMMISSIE OVER HET EUROPEES CONTRACTENRECHT VOOR CONSUMENTEN

Nadere informatie

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november 25--24 Links: NBB.Stat Algemene informatie Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven - november 25 Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november Na de aanmerkelijke stijging in oktober, is

Nadere informatie

2. METHODOLOGIE. Schema 2.1: Model van balans in ESR 1995

2. METHODOLOGIE. Schema 2.1: Model van balans in ESR 1995 Integrale versie 2. METHODOLOGIE De kapitaalgoederenvoorraad (KGV) maakt integrerend deel uit van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen 1995 (ESR 1995). In de eerste plaats is de KGV

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2015/XXX - Boekhoudkundige verwerking van de liquidatiereserve en de afzonderlijke aanslag op deze liquidatiereserve Ontwerpadvies van 4 maart 2015 I. Algemeen

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Toelichting bij de recente ontwikkelingen September 2015 Instituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten

Nadere informatie

Toepassingsveld Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht. Verzekerings- en herverzekeringsholdings naar Belgisch recht.

Toepassingsveld Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht. Verzekerings- en herverzekeringsholdings naar Belgisch recht. de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel tel. +32 2 221 38 12 fax + 32 2 221 31 04 ondernemingsnummer: 0203.201.340 RPR Brussel www.nbb.be Circulaire Brussel, xx-xx-2015 Kenmerk: NBB_2015 uw correspondent:

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

Prof. dr. Stijn Goeminne, Faculteit Economie & Bedrijfskunde, Universiteit Gent

Prof. dr. Stijn Goeminne, Faculteit Economie & Bedrijfskunde, Universiteit Gent De boekhoudkundige verwerking van uitgestelde belastingen bij gerealiseerde meerwaarden waarvoor de uitgestelde belastingregeling geldt en bij kapitaalsubsidies Prof. dr. Stijn Goeminne, Faculteit Economie

Nadere informatie

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 20.12.2010 COM(2010) 774 definitief Bijlage A/Hoofdstuk 03 BIJLAGE A bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake het Europees

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Lydian Lawyers HRM Public Sector www.lydian.be Onderwerp Hervorming financiering pensioenen vastbenoemde ambtenaren op lokaal vlak Datum 24 november 2011 Copyright and disclaimer De inhoud van

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2014-01-31 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie 2011-2012: Economische terugval in 2012 verschilt per gewest Het Instituut voor de nationale rekeningen

Nadere informatie

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij

Nadere informatie

VERSLAG. van het Rekenhof. over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv

VERSLAG. van het Rekenhof. over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv Stuk 37-K (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 8 augustus 2008 VERSLAG van het Rekenhof over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv 4596 REK Stuk 37-K (2007-2008) Nr. 1 2 3 Stuk 37-K (2007-2008)

Nadere informatie

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden

Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Employee Benefits Institute 1. Welke zijn de nieuwe rentevoeten die AXA Belgium waarborgt

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2010/2169(DEC) 3.2.2011 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor

Nadere informatie