Examen VWO-Compex. biologie 1,2

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Examen VWO-Compex. biologie 1,2"

Transcriptie

1 biologie 1,2 Examen VWO-Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 24 mei uur Voor dit examen zijn maximaal 71 punten te behalen; het examen bestaat uit 37 vragen. Attentie! Voor de vragen 24 tot en met 37 moet je de computer gebruiken. Schrijf de antwoorden op deze vragen op papier, tenzij anders is aangegeven. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden. Voor de uitwerking van vraag 26 is een uitwerkbijlage toegevoegd. Als bij een open vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze verklaring, uitleg of berekening ontbreekt. Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee redenen, dan worden alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld. V-bi_comp-o Begin

2 Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. Weefsels en organen van de mens In afbeelding 1 is een dwarsdoorsnede van de romp van een mens weergegeven. Enkele delen van het lichaam zijn aangeduid met de letters K, L, M en N. afbeelding 1 bron: R. Poritsky, Cross-Sectional Anatomy to Color and Study, Cleveland, 1996, 29 2p 1 Geef de namen van de aangegeven delen K, L, M en N. 2p 2 Noem drie weefseltypen die voorkomen in een longkwab. Fotosynthese Vanuit tussenproducten van de fotosynthese worden niet alleen koolhydraten gevormd, maar ook vetten, vetzuren, aminozuren en andere organische zuren. Dag- en seizoensgebonden schommelingen van abiotische factoren hebben direct invloed op de vorming van deze eindproducten. De samenhang tussen een aantal abiotische factoren en de betreffende stofwisselingsprocessen is weergegeven in afbeelding 2. afbeelding 2 koolhydraten veel licht veel CO 2 hexose P glycerol lipiden stress factoren triose P RuBP veel licht veel O 2 weinig CO 2 glycolzuur-fosfaat glycerinezuur-fosfaat PGA CO 2 weinig licht glutaminezuur asparaginezuur bewerkt naar: D.O. Hall & K.K. Rao, Photosynthesis, Studies in Biology, Cambridge, 1994, 106 V-bi_comp-o 2 Lees verder

3 Op een warme zonnige zomerdag, als de luchtvochtigheid laag is, treden in de huidmondjes van de bladeren veranderingen op. Bij veel planten in Nederland wordt hierdoor de fotosynthese tijdens de middag (van ongeveer twaalf uur tot vier uur) geremd. 2p 3 Welke factor is dan voor deze planten beperkend voor de fotosynthese? A CO 2 B temperatuur C verlichtingssterkte D water Uit metingen blijkt dat de afgelopen eeuw de concentratie CO 2 in de atmosfeer is toegenomen. 1p 4 Van welke producten van de fotosynthese zal dan op grond van de gegevens in afbeelding 3 de hoeveelheid toenemen? Sommige onderzoekers menen dat door de toegenomen concentratie CO 2 in de atmosfeer de gemiddelde temperatuur op aarde toeneemt, zodat er in de komende eeuwen sprake zal zijn van een klimaatverandering. In een experiment wordt het effect gemeten van de temperatuur op de opname en de afgifte van CO 2 door een plant. De opname van CO 2 is gemeten bij een optimale verlichtingssterkte. De afgifte van CO 2 is gemeten in het donker. De resultaten van dit experiment zijn weergegeven in tabel 1. tabel 1 temperatuur ( C) gemiddelde CO 2-opname (mg g 1 u 1 ) gemiddelde CO 2-afgifte (mg g 1 u 1 ) 1,3 2,3 2,8 3,1 2,8 2,5 1,9 0,3 0,6 0,7 1,2 1,8 2,1 2,7 2p 5 Waarom wordt de afgifte van CO 2 in het donker bepaald? A Zo wordt alleen de nettoproductie van CO 2 gemeten. B Zo krijgt men een maat voor de assimilatie-activiteit van deze plant. C Zo krijgt men een maat voor de dissimilatie-activiteit van deze plant. D Zo wordt het verschil tussen bruto- en nettoproductie van CO 2 gemeten. Mitochondriale overerving Niet alleen in de kern, maar ook in mitochondriën komt DNA voor. Dit mitochondriale DNA kan, wanneer daarin een mutantgen aanwezig is, een overdraagbare ziekte veroorzaken. Een voorbeeld daarvan is de ziekte van Leber, een ernstige oogaandoening. De ziekte wordt overgedragen van moeder op kind. De wetten van Mendel zijn hierbij niet van toepassing. 2p 6 1p 7 Mutatie kan spontaan optreden, maar ook door invloeden van buitenaf. Wat zijn de twee belangrijkste verschillende invloeden van buitenaf die mutatie veroorzaken? Leg uit waardoor de ziekte van Leber alleen kan worden overgedragen van moeder op kind. V-bi_comp-o 3 Lees verder

4 Celcyclus De totale duur van de celcyclus van een celtype kan bepaald worden door de cellen in een voedingsmedium te kweken en op verschillende tijdstippen het aantal cellen in het voedingsmedium te tellen. Op basis van de resultaten is het diagram van afbeelding 3 samengesteld. afbeelding aantal cellen tijd (uren) 1p 8 Hoe lang duurt volgens het diagram van afbeelding 3 de gemiddelde celcyclus van deze cellen? RNA Afbeelding 4 geeft een trna-molecuul en een deel van een mrna-molecuul weer. afbeelding 4 aminozuur U U C 3 V-bi_comp-o 4 Lees verder

5 Aan ieder type trna wordt een specifiek aminozuur gebonden. 2p 9 Welk aminozuur is gebonden aan het trna van afbeelding 4? A fenylalanine B glutaminezuur C leucine D lysine 1p 10 1p 11 Door mutatie verandert een codon in het mrna van 5 -CAG-3 in 5 -GAG-3. - Verandert ten gevolge van deze mutatie de aminozuursamenstelling van het door dit mrna gecodeerde eiwit? - Zo ja, hoe? Geslachtsorganen Cellen nemen uit het bloed stoffen op die worden gebruikt voor de synthese van celmateriaal. De opname van stoffen (per gram weefsel per maand) door cellen in verschillende organen van het voortplantingsstelsel van een vrouw van twintig jaar wordt vergeleken. De vrouw is niet in verwachting. Enkele organen (van het voortplantingsstelsel) zijn: baarmoeder, eierstokken, eileiders en vagina. In welk(e) van deze organen is de opname van stoffen voor de synthese van celmateriaal gemiddeld het grootst? De mate van afgifte van geslachtshormonen verandert gedurende het leven van een vrouw. In het diagram van afbeelding 5 is de totale concentratie van de hormonen FSH + LH per etmaal in de urine van een vrouw weergegeven. Vier perioden in haar leven zijn aangegeven met P, Q, R en S. afbeelding 5 60 FSH+LH in urine 50 (IU per etmaal) 40 P Q R S leeftijd (jaren) bron: A.C. Guyton & J.E. Hall, Textbook of medical physiology, Philadelphia, 1996, p 12 Gedurende welke van deze perioden is de concentratie van oestradiol in haar bloed gemiddeld het hoogst? A gedurende periode P B gedurende periode Q C gedurende periode R D gedurende periode S V-bi_comp-o 5 Lees verder

6 Grootste organisme In een dagblad werd melding gemaakt van de ontdekking van het grootste levende organisme op aarde (zie tekst 1). tekst 1 3p 13 Wetenschappers VS vinden zwam van 880 hectare Wetenschappers hebben in een woud in het noordwesten van Amerika een ongeveer 880 hectare grote, onder de grond groeiende zwam ontdekt. Aangenomen wordt dat de zwam het grootste levende organisme ter wereld is. De vondst vloeide voort uit een onderzoek naar grootschalige boomsterfte in dit deel van het woud. Daarbij werd gebruikgemaakt van luchtfoto s en DNA-onderzoek van bodemmonsters. Aan de oppervlakte is de aanwezigheid van de zwam alleen merkbaar aan de groei van kleine goudkleurige paddenstoelen in de herfst. De gelokaliseerde zwam behoort tot de soort Armillaria ostoyae en is volgens de ontdekkers ongeveer 2400 jaar oud. In het krantenartikel wordt aangenomen dat hier sprake is van één individu dat vele hectaren groot is. - Beschrijf het onderzoek dat de wetenschappers hebben gedaan om deze hypothese te bevestigen. - Welk resultaat ondersteunt hun hypothese? Enkele processen in organismen zijn: 1 denitrificatie; 2 dissimilatie; 3 nitrificatie; 4 voortgezette assimilatie. 2p 14 Welk van deze processen vindt of welke vinden in de cellen van deze zwam plaats? A alleen proces 2 B alleen de processen 2 en 4 C alleen de processen 1 en 3 D alleen de processen 2, 3 en 4 E de processen 1, 2, 3 en 4 HIV-infectie Het Acquired Immune Deficiency Syndrome (aids) wordt bij de mens veroorzaakt door een retrovirus: het Human Immunodeficiency Virus (HIV). Kenmerkend voor het ziektebeeld van patiënten met aids is het tekort aan T-helpercellen. Dit tekort aan T-helpercellen wordt veroorzaakt doordat HIV zich voornamelijk in T-helpercellen vermenigvuldigt. HIV hecht zich aan een receptor in het membraan van een T-helpercel doordat het glycoproteïne GP120 (= een soort eiwit) van de virale envelop zich bindt met het CD4-eiwit in het membraan van een T-helpercel (zie afbeelding 6). afbeelding 6 GP120 T-helpercel virusdeeltje GP41 CD4 bron: Scientific American, oktober 1988, 82 V-bi_comp-o 6 Lees verder

7 Het glycoproteïne GP120 van de virale envelop kan ook worden aangetroffen op het membraan van T-helpercellen. Over de herkomst van dit eiwit worden de volgende beweringen gedaan: 1 dit eiwit kan afkomstig zijn van de envelop van het virus dat de T-cel heeft geïnfecteerd; 2 dit eiwit kan door de T-cel zijn gesynthetiseerd, nadat deze door HIV is geïnfecteerd. 2p 15 Welke van deze beweringen is of welke zijn juist? A geen van beide beweringen B alleen bewering 1 C alleen bewering 2 D beide beweringen Een plantencel In afbeelding 7 is onder andere een cel met celwand van een plant weergegeven. afbeelding 7 bron: Binas informatieboek, 4e druk, Groningen, 1998, 157 2p 16 De celwand bestaat uit cellulose dat opgebouwd wordt uit glucosemoleculen met behulp van het enzym cellulosesynthase. Dit enzym wordt in de cel gevormd en naar het plasmamembraan getransporteerd. Voor de opbouw van de primaire structuur van cellulosesynthase en voor de bewerking tot actief enzym, zijn achtereenvolgens twee organellen verantwoordelijk. Noem deze twee in de afbeelding zichtbare celorganellen. De cel in afbeelding 7 ligt in een zoutoplossing en heeft turgor. Er is evenwicht bereikt. Drie plaatsen zijn aangegeven met de letters P, Q en R. 2p 17 Op welke van deze plaatsen is de osmotische waarde het hoogst? A op plaats P B op plaats Q C op plaats R Genetica De allelen van het AB0-systeem zijn I A, I B en i. Individuen met het genotype I A I B hebben bloedgroep AB. Individuen met het genotype ii hebben bloedgroep 0. Twee grootmoeders behoren elk tot bloedgroep 0 en de beide grootvaders behoren elk tot bloedgroep AB. 2p 18 Hoe groot is de kans dat hun kleinkind bloedgroep B zal hebben? A 1/16 B 5/32 C 3/16 D 1/4 E 5/16 V-bi_comp-o 7 Lees verder

8 2p 19 Eutrofiëring In de loop van jaren treedt in een bepaald meer eutrofiëring op. Hierdoor nemen de cyanobacteriën en algen sterk in aantal toe ten koste van vele onderwaterplanten, met als gevolg dat het water troebel wordt. Noem twee activiteiten van de mens die tot eutrofiëring leiden. In het meer leven onder andere brasems, die zich voeden door met geopende bek rond te zwemmen. Daarbij worden verschillende prooien naar binnen gezogen. Brasems kunnen een prooi vangen zonder deze te zien. Blankvoorn, spiering, baars en pos zien hun prooi wél: ze kiezen een opvallend exemplaar uit en happen dit op. De snoekbaars jaagt op alle genoemde vissen. Hij heeft de meest gevoelige ogen en kan zijn prooi ook s nachts en in troebel water vinden. De invloed van de eerder genoemde eutrofiëring op de samenstelling en dichtheid van de vissengemeenschap in het meer is vastgesteld aan de hand van de visvangsten gedurende een aantal jaren. De massa s van de verschillende soorten vis per vangst worden vergeleken. In het diagram in afbeelding 8 zijn de hoeveelheden brasem uitgezet tegen de totale vangst van blankvoorn + pos + baars + spiering. afbeelding brasemvangst (kg/vangst) P totale vangst blankvoorn, pos, baars en spiering (kg/vangst) bewerkt naar: E.Lammens, Interactions between fishes and the structure of fish communities in Dutch shallow eutrophic lakes, Proefschrift LUW, 1986, p 20 In het diagram is een vangst P aangegeven. - Heeft vangst P naar alle waarschijnlijkheid voor of na de eutrofiëring plaatsgevonden? - Leg je antwoord uit. V-bi_comp-o 8 Lees verder

9 Anticonceptiepil In een leerboek staat de volgende tekst: tekst 2 De hormonale anticonceptie zoals de pil en de prikpil, beïnvloeden de hypothalamus-hypofyse waardoor ovulatieremming optreedt ten gevolge van toediening van oestrogene en progestagene stoffen. Deze stoffen onderdrukken de FSH- en LH-productie in de hypofyse waardoor zich geen follikels ontwikkelen. Veranderingen in het endometrium 1) door gebruik van de pil verhinderen nidatie 2) van een embryo. Bovendien vormt het als gevolg van pilgebruik verdikte slijm in de baarmoederhals een barrière voor de spermiën. Tijdens de pilvrije periode wordt het endometrium door de menstruatie afgestoten. 1) baarmoederslijmvlies 2) innesteling bewerkt naar: W.G. Burgerhout e.a., Fysiologie, Leerboek voor paramedische opleidingen, 1998, 333 Afbeelding 9 geeft een aantal gebeurtenissen weer die aan de geboorte van een kind voorafgaan. De cijfers geven plaatsen en processen aan waar kan worden ingegrepen om een zwangerschap te voorkomen. afbeelding 9 productie van oöcyten ovulatie zaadcellen worden in vagina afgezet opname van eicel in eileider zaadcellen bewegen door eileider transport van eicel door eileider bevruchting innesteling in baarmoederslijmvlies verdere ontwikkeling embryo p 21 Waar kan volgens tekst 2 de anticonceptiepil ingrijpen? Geef de nummers van de betreffende pijlen in afbeelding 9. V-bi_comp-o 9 Lees verder

10 Immuniteit B-lymfocyten kunnen op binnengedrongen antigenen reageren door specifieke immunoglobulinen te produceren. In afbeelding 10 is de vorming van immunoglobulinen schematisch weergegeven. afbeelding 10 B A D A C Legenda: verschillende soorten antistoffen (immunoglobulinen) antigenen gebeurtenis/proces Vier gebeurtenissen zijn aangegeven met de letters A, B, C en D. Iemand wordt gevaccineerd tegen tetanus. Na de vaccinatie verandert de concentratie antistoffen in zijn bloed. Deze verandering is weergegeven in het diagram van afbeelding 11. afbeelding 11 antistofconcentratie in bloed vaccinatie tijd De tijd na de vaccinatie is in het diagram van afbeelding 11 verdeeld in de perioden 1 tot en met 4. 2p 22 In welke van deze perioden treedt gebeurtenis D uit afbeelding 10 vooral op? A in periode 1 B in periode 2 C in periode 3 D in periode 4 2p 23 Na een aantal jaren wordt dezelfde persoon opnieuw gevaccineerd tegen tetanus. - Komt de antistofproductie tegen tetanus dan minder snel op gang of even snel of sneller dan na de eerste vaccinatie? - Licht je antwoord toe. Dit was de laatste vraag van het schriftelijk gedeelte. Ga verder met de vragen van het computergedeelte. V-bi_comp-o 10 Lees verder

11 V-bi_comp-o 11 Lees verder

12 Je begint nu met het computergedeelte. Evolutie Start het programma Evolutie. Bij deze opdracht ga je in een virtueel laboratorium (EvolutionLab) een aantal experimenten over evolutie doen. Je hebt de beschikking over twee eilanden: Darwin Island en Wallace Island. Op deze eilanden leven zaadetende vinken. Die kunnen niet van het ene eiland naar het andere vliegen. Ze eten allerlei zaden, van grote harde (Hard) tot kleine zachte (Soft). Je kunt de evolutionaire ontwikkeling van de gemiddelde grootte van de snavel (Beak Size) binnen de twee vinkenpopulaties volgen. Ook kun je informatie vinden over de verandering van de omvang van de populatie (Population) in de tijd. In dit model kan worden aangenomen dat na vier maal herhalen van een experiment, uit de vier resultaten met voldoende zekerheid een conclusie kan worden getrokken. Je ziet op het scherm nu de uitgangssituatie (Input Summary) op beide eilanden. Links op het scherm kun je via Change Inputs allerlei veranderingen aanbrengen. Als je een verandering hebt ingevoerd, bevestig je met Done. Als je daarna Run Experiment aanklikt wordt een experiment gedurende 100 jaar (revisit in: 100 years) uitgevoerd. Je kunt die periode eventueel verlengen tot 200 of 300 jaar. Als je Revise Expt (Experiment) aanklikt, kun je het experiment nog eens herhalen (Run Experiment) of iets wijzigen in het experiment (Change Inputs, Done, Run Experiment). Via New Expt (Experiment) begin je aan een ander experiment vanuit de beginsituatie. Onder het tabblad Beak size vind je de gemiddelde snavelgrootte (Average Beak Size) van de vinken. Onder het tabblad Population wordt de omvang van de vinkenpopulatie (Finch Population) uitgezet tegen de tijd, weergegeven. Klik op Change Inputs en vervolgens op Precipitation (neerslag). Weergegeven is de hoeveelheid regen die per jaar op de beide eilanden valt. Standaard staat die op 20,0 cm per jaar. Onder natuurlijke omstandigheden zijn er natte en droge perioden. Het voedselaanbod verandert gedurende de natte en droge perioden. Bekijk hoe de hoeveelheid regen invloed heeft op de verdeling van de grootte en hardheid van het aanbod aan zaden (Hard, Medium en Soft) door met de muis het ruitvormig figuurtje in de balk onder een afbeelding naar links en naar rechts te bewegen. 4p 24 Onderzoek of de snavelgrootte in 100 jaar verandert als op Darwin de neerslag standaard 20 cm per jaar is en op Wallace 70 cm per jaar. - Welke resultaten levert dat in de meeste gevallen op wat betreft de gemiddelde snavelgrootte van de vinken? - Geef een verklaring voor het verschil tussen deze resultaten. Klik op New Expt, Change Inputs en ga naar spreiding (Variance). Beak Size = snavelgrootte. Likelihood = frequentie. Onderzoek wat er gebeurt als je de spreiding van de snavelgrootte verandert van klein naar groot. Klik op Reset all en ga naar Heritability (erfelijkheid). Midparent Beak Size = gemiddelde snavelgrootte bij de ouders. Offspring = nakomelingen. Onderzoek wat er gebeurt met de grafiek als je de erfelijkheid verandert van klein (minimaal) naar groot (maximaal). 1p 25 Leg uit waardoor bij de maximale waarde voor erfelijkheid, de grafiek een hellingshoek heeft van 45 graden. V-bi_comp-o 12 Lees verder

13 Over de overlevingskansen van de vinkenpopulatie op een eiland waar het vrijwel niet regent, worden twee beweringen gedaan: 1 Deze overlevingskansen worden kleiner naarmate de spreiding (Variance) in snavelgrootte kleiner is. 2 Deze overlevingskansen worden kleiner naarmate de waarde voor erfelijkheid (Heritability) van de snavelgrootte groter is. Voer twee verschillende experimenten uit om deze twee beweringen te onderzoeken. Let op: als eerste worden altijd de grafieken van snavelgrootte (Beak Size) getoond. Wil je de populatiegrootte zien, dan moet je (nogmaals) op het tabblad Population klikken. 4p 26 In de tabel in de uitwerkbijlage geef je aan hoe je deze twee experimenten hebt uitgevoerd en wat de resultaten waren. - Geef aan onder welke omstandigheden je de experimenten hebt uitgevoerd. - Wat waren de resultaten na 100 jaar? - Welke conclusies kun je trekken met betrekking tot de beweringen 1 en 2? Sluit het programma. Klik op X, daarna in het schermpje Quitting op Yes. Poetsvissen Op elk koraalrif zijn kleine gebiedjes te vinden waar vissen zich kunnen laten poetsen. In een dergelijk poetsstation ontvangen poetsvissen hun klanten. Soms wachten hier vissen van verschillende soorten, die in andere situaties elkaars vijanden kunnen zijn, op hun beurt. In het videofragment Poetsvissen is zo n poetsgebiedje te zien waar de poetsvissen (lichtblauw met zwarte lengtestreep) bezoek krijgen van een groep zeebarbelen. Lees eerst alle opgaven door voordat je het videofragment Poetsvissen afspeelt. 2p 27 1p 28 2p 29 Voordat het poetsen begint tonen poetsvis en klant bepaalde houdingen en/of bewegingen. - Welk gedragselement toont de poetsvis voordat het poetsen begint? - En welk gedragselement toont de zeebarbeel? Wat is het doel van deze gedragselementen (houdingen en/of bewegingen)? Het wederzijdse vertrouwen tussen poetsvis en zeebarbeel is groot. Beschrijf kort twee fragmenten waaruit blijkt dat de relatie wederzijds is. Sluit het programma. V-bi_comp-o 13 Lees verder

14 Dorst tijdens de Vierdaagse Klik op Waterhuishouding. Je ziet het model water21.sim. In dit model gaat het om de regeling van de waterhuishouding van een vrouw die deelneemt aan een vierdaagse wandeltocht. De vrouw loopt per dag 40 km in ongeveer zeven uur. Knoppentabel tabel 2 hoeveelheidgrootheid: totale hoeveelheid van iets afhankelijke variabele: hoeveelheid wordt beïnvloed door andere factoren volgens bepaalde formule onafhankelijke variabele: hoeveelheid niet afhankelijk van andere factoren, maar wel te wijzigen relatiepijl: verbindt een grootheid met een variabele, variabelen onderling of een variabele met een stroompijl openen: de bestandsnaam staat boven de opgave instroompijl: toename van iets uitstroompijl: afname van iets runknop: start de simulatie (berekening) grafiek: invoegen grafiek; de gewenste grootheden of variabelen zijn binnen te slepen programma sluiten De tijdseenheden in het model zijn minuten. De buitentemperatuur is bij aanvang 15 C. Het watergehalte in het lichaam van de vrouw is normaal rond de 42 liter. Steeds als ze dorst krijgt, drinkt de vrouw 50 milliliter water. Dat wordt in het model geregeld via een Pulseif-functie: als de dorst een waarde heeft van meer dan 1.48, wordt er 50 milliliter water gedronken (zie wateropname: dorst>1.48,50). Controleer door de simulatie te starten dat door het drinken van deze hoeveelheid water het watergehalte van de vrouw gedurende deze wandeling voldoende blijft. In het model zijn onder andere de productie van urine en de afgifte van een hormoon van invloed op de waterhuishouding. Maak met behulp van de simulatie een diagram waarin de verandering van de hoeveelheid geproduceerde urine en de hoeveelheid afgegeven hormoon tijdens de wandeling te zien zijn. 2p 30 - Leg uit aan de hand van de grafieken of het hormoon de terugresorptie van water in de nieren wel of niet bevordert. - Om welk hormoon gaat het in dit geval? V-bi_comp-o 14 Lees verder

15 Ook de buitentemperatuur heeft invloed op de waterhuishouding. In de hitte is een wandeling van zeven uur een probleem. Tijdens de Nijmeegse Vierdaagse van 2003 heerste een hittegolf. Daarom werd de te lopen afstand op een bepaalde dag fors ingekort. Als het tijdens de wandeltocht erg heet is, zal de vrouw -zonder extra te drinken- teveel vocht verliezen om de tocht zonder problemen uit te kunnen lopen. Zoek het volgende uit met behulp van het simulatieprogramma. 2p 31 - Na hoeveel minuten raakt het lichaam van de vrouw in de problemen als het tijdens de wandeling op een dag 30 C is? - Hoeveel liter water bevat haar lichaam op dat moment minder dan normaal? Geef de uitkomst op een decimaal nauwkeurig. Het is goed om in de hitte voortdurend te drinken en niet te wachten tot je dorst krijgt, zoals in het model gebeurt. Handiger zou zijn een constante toevoer van water via bijvoorbeeld een infuus uit een speciaal rugzakje met water. Verander het model zodanig dat de wandelaar een continue aanvoer van vocht krijgt. Noem de toevoeging rugzakje en kies een beginwaarde. Schakel de pulseif-functie bij wateropname uit door in die functie het volume vocht op 0 ml te zetten. Voeg aan de formule toe: + rugzakje. Bepaal hoeveel de continue aanvoer van water moet zijn, om te zorgen dat de vrouw de wandeltocht bij een buitentemperatuur van 30 C zonder problemen kan volbrengen. 2p 32 - Beschrijf of teken de verandering die je in het model hebt aangebracht. - Bepaal hoeveel liter water het rugzakje minimaal zou moeten bevatten om te zorgen dat de vrouw de wandeltocht uit kan lopen. Geef de uitkomst op 1 decimaal nauwkeurig Sluit het programma. Hartcyclus Start het programma door te klikken op het woord Hartcyclus. In de animatie van de werking van het hart (I) bestaat iedere hartcyclus uit een contractiefase (de systole) van boezems of kamers en een rustfase (de diastole) van boezems en/of kamers. Binnen de systole en de diastole zijn respectievelijk vier en drie deelfasen onderscheiden (1 tot en met 7). Naast deze animatie zijn van boven naar beneden weergegeven: diagrammen van bloeddrukmetingen en ook het volume van een kamer (II), een electrocardiogram (III) en een fonocardiogram met de hartgeluiden (IV) tijdens de hartcyclus. Je kunt de animatie gewoon afspelen ( ), onderbreken ( ), stap voor stap terugspelen ( ) en stap voor stap vooruitspelen ( ). Met de resetknop ( ) spring je terug naar het begin. Bekijk de animatie. Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina. V-bi_comp-o 15 Lees verder

16 Over de gebeurtenissen tijdens de verschillende fasen van de hartwerking worden de volgende beweringen gedaan: 1 Tijdens de boezemsystole zijn de kleppen tussen de kamers en de slagaders geopend. 2 Tijdens de kamerdiastole neemt het volume van de kamers geleidelijk toe. 3 Aan het eind van de isovolumetrische relaxatiefase (fase 5) gaan de kleppen tussen de boezems en de kamers open. 4 Tijdens de kamersystole neemt de bloeddruk in de linkerkamer voortdurend toe. 5 Vulling van de kamers vindt vooral plaats tijdens de samentrekking van de boezems. 2p 33 Welke van deze beweringen zijn juist? A alleen 1 en 2 B alleen 3 en 4 C alleen 1 en 4 D alleen 2 en 3 E alleen 1, 3 en 5 F alleen 2, 4 en 5 1p 34 2p 35 In diagram II is af te lezen dat het volume van de linkerkamer bijna niet verandert tijdens fase 5, de isovolumetrische relaxatiefase. Leg uit waardoor het volume van de kamer tijdens de isovolumetrische relaxatiefase bijna niet verandert. Een maat voor het pompvermogen van het hart is het hartminuutvolume. Dit is de hoeveelheid bloed die de linker kamer per minuut wegpompt. Bereken het hartminuutvolume met behulp van gegevens uit de animatie en de diagrammen. In de tekeningen 1 tot en met 5 van afbeelding 12 is in willekeurige volgorde weergegeven welke delen van de hartspier tijdens een hartcyclus elektrisch geactiveerd zijn. De vorm van het hart en de stand van de kleppen zijn in alle tekeningen gelijk gehouden. afbeelding 12 2p 36 2p 37 Door electrische activiteit ontstaan potentiaalverschillen. Het ECG (diagram III) is de curve die het verloop van dit potentiaalverschil in de tijd weergeeft. In een ECG zijn onder andere herkenbaar de P-top en het QRS-complex. - Welke tekening uit afbeelding 12 geeft de electrische activatie van de hartspier weer tijdens de P-top? - En welke tekening hoort bij het QRS-complex van het ECG? In het fonogram (diagram IV) zijn vier hartgeluiden zichtbaar gemaakt. - Waardoor wordt het geluid S1 veroorzaakt? - En waardoor het geluid S2? Sluit het programma. Einde V-bi_comp-o 16 Lees verder

Correctievoorschrift VWO-Compex. biologie 1,2

Correctievoorschrift VWO-Compex. biologie 1,2 biologie 1,2 Correctievoorschrift VWO-Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 20 04 Tijdvak 1 inzenden scores Verwerk de scores van alle kandidaten per school in het programma Wolf of vul de scores

Nadere informatie

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2004-I

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2004-I Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. Genetisch gemodificeerde gewassen In 2001 peilde de commissie-terlouw de mening van het publiek over het toepassen van genetische

Nadere informatie

Naar: D.O. Hall & K.K. Rao, Photosynthesis, Studies in Biology, Cambridge, 1994, blz. 106.

Naar: D.O. Hall & K.K. Rao, Photosynthesis, Studies in Biology, Cambridge, 1994, blz. 106. Examentrainer Vragen Fotosynthese Vanuit tussenproducten van de fotosynthese worden niet alleen koolhydraten gevormd, maar ook vetten, vetzuren, aminozuren en andere organische zuren. Dag- en seizoensgebonden

Nadere informatie

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2004-I

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden 2 punten toegekend. Genetisch gemodificeerde gewassen 1 1, 2, 3 en 5 Voor elke fout of ontbrekend cijfer 1 punt aftrekken. 2 Voorbeelden

Nadere informatie

Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland. Biologie. Trainingsmateriaal. De slimste bijbaan van Nederland! lyceo.

Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland. Biologie. Trainingsmateriaal. De slimste bijbaan van Nederland! lyceo. Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland Biologie Trainingsmateriaal De slimste bijbaan van Nederland! lyceo.nl Traininingsmateriaal Biologie Lyceo-trainingsdag 2015 Jij staat op het

Nadere informatie

Examen HAVO. biologie Compex. Vragen 32 tot en met 46. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt.

Examen HAVO. biologie Compex. Vragen 32 tot en met 46. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Examen HAVO 2007 tijdvak 1 vrijdag 25 mei totale examentijd 3,5 uur biologie Compex Vragen 32 tot en met 46 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Bij dit examen

Nadere informatie

Voortplantingshormonen

Voortplantingshormonen Voortplantingshormonen De menstruatiecyclus bij de mens is een gebeurtenis waarbij verschillende processen tegelijkertijd en in onderlinge afhankelijkheid plaats vinden. De aanvang, het voortduren en het

Nadere informatie

Correctievoorschrift VWO. biologie 1, 2 (nieuwe stijl) en biologie (oude stijl)

Correctievoorschrift VWO. biologie 1, 2 (nieuwe stijl) en biologie (oude stijl) biologie 1, 2 (nieuwe stijl) en biologie (oude stijl) Correctievoorschrift VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 20 04 Tijdvak 1 inzenden scores Verwerk de scores van de alfabetisch eerste vijf

Nadere informatie

Examen VWO - Compex. biologie 1,2

Examen VWO - Compex. biologie 1,2 biologie 1,2 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 2 juni totale examenduur 3 uur 20 05 Vragen 25 tot en met 35 In dit deel staan de vragen waarbij de computer

Nadere informatie

Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct?

Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct? Biologie Vraag 1 Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct? ribosoom en synthese van eiwitten kern en fotosynthese mitochondrion en fotosynthese ribosoom

Nadere informatie

OEFENEN EXAMENVRAGEN AFWEER VWO 2002-2006

OEFENEN EXAMENVRAGEN AFWEER VWO 2002-2006 OEFENEN EXAMENVRAGEN AFWEER VWO 2002-2006 Examen 2002-II Monoklonale antistoffen tekst 1: 1 De monoklonale antistoftechniek, waarvoor in 1984 de Nobelprijs is toegekend aan 2 Kohler en Milstein, maakte

Nadere informatie

Examen HAVO. biologie-compex. Vragen 21 tot en met 39. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt.

Examen HAVO. biologie-compex. Vragen 21 tot en met 39. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Examen HAVO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei totale examentijd 3 uur biologie-compex Vragen 21 tot en met 39 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Het gehele examen

Nadere informatie

4 VWO thema 3 Voortplanting EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN

4 VWO thema 3 Voortplanting EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN Examentrainer Vragen Eendagshaantjes In de pluimveehouderij worden in Nederland jaarlijks tientallen miljoenen eendagshaantjes gedood. Dit cijfer is te vinden in het rapport Alternatieven voor doding van

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2012

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2012 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2012 tijdvak 1 biologie CBT Biologie GL/TL 1e tijdvak 2012 CBT 1 lees verder 4 Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt

Nadere informatie

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. De bijenwolf Klik in het openingsscherm op Bijenwolf

Nadere informatie

Eindexamen biologie compex havo 2009 - I

Eindexamen biologie compex havo 2009 - I Wilde paarden in China Het Przewalskipaard komt al tientallen jaren niet meer in het wild voor. In het eerste filmfragment is te zien dat Chinese onderzoekers deze diersoort opnieuw introduceren in een

Nadere informatie

Biologie (jaartal onbekend)

Biologie (jaartal onbekend) Biologie (jaartal onbekend) 1) Bijgevoegde fotografische afbeelding geeft de elektronenmicroscopische opname van een organel (P) van een cel. Wat is de belangrijkste functie van dit organel? A. Het transporteren

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Biologie: Eukaryote cel 7/2/2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Biologie: Eukaryote cel 7/2/2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Biologie: Eukaryote cel 7/2/2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) en studenten van forum http://www.toelatingsexamen-geneeskunde.be

Nadere informatie

Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 34 tot en met 51. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.

Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 34 tot en met 51. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. Zwangerschap Lees eerst informatie tot en met en beantwoord dan vraag tot en met. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. p In de afbeelding van informatie is een deel van het

Nadere informatie

Examentrainer. Vragen. Broeikasgassen meten in wijn. 1 Uitgeverij Malmberg. Lees de volgende tekst.

Examentrainer. Vragen. Broeikasgassen meten in wijn. 1 Uitgeverij Malmberg. Lees de volgende tekst. Examentrainer Vragen Broeikasgassen meten in wijn Lees de volgende tekst. Sterk toegenomen verbranding van organische stoffen leidt tot een verhoging van de concentratie CO 2 in de atmosfeer. Er is op

Nadere informatie

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2005-II

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2005-II 4 Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden twee punten toegekend. Bouw en werking nieren 1 terugresorptie: pijl nummer 2 1 ultrafiltratie: pijl nummer 1 1 2 kenmerken zijn:

Nadere informatie

Het vaccin waarmee de meisjes worden geïnjecteerd, beschermt onder andere tegen HPV18.

Het vaccin waarmee de meisjes worden geïnjecteerd, beschermt onder andere tegen HPV18. Examentrainer Vragen HPV-vaccinatie Baarmoederhalskanker is een vorm van kanker die relatief vaak voorkomt bij vrouwen. De ziekte kan zijn veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV).

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1

Examen HAVO. Wiskunde B1 Wiskunde B1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een

Nadere informatie

Voortplanting bij dieren

Voortplanting bij dieren Voortplanting bij dieren Opdracht 1 Geef aan of de beweringen juist of onjuist zijn: 1. De primaire geslachtskenmerken heb je vanaf je puberteit 2. Geslachtshormonen zorgen voor veranderingen in de puberteit

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl) Wiskunde B1 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen; het examen bestaat uit 20

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde Compex. Vragen 18 tot en met 28. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt.

Examen HAVO. aardrijkskunde Compex. Vragen 18 tot en met 28. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Examen HAVO 2008 tijdvak 1 woensdag 21 mei totale examentijd 2,5 uur aardrijkskunde Compex Vragen 18 tot en met 28 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Bij

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO en VHBO. Biologie

Correctievoorschrift HAVO en VHBO. Biologie Biologie Correctievoorschrift HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 9 99 Inzenden scores Uiterlijk 24 juni de scores van de

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie voortplanting 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie voortplanting 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Biologie voortplanting 6/29/2013 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) en studenten van forum http://www.toelatingsexamen-geneeskunde.be

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL-COMPEX

Examen VMBO-GL en TL-COMPEX Examen VMBO-GL en TL-COMPEX 2008 tijdvak 1 dinsdag 27 mei totale examentijd 2 uur biologie CSE GL en TL COMPEX Vragen 1 tot en met 31 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Normale cyclus. Gynaecologie

Normale cyclus. Gynaecologie Normale cyclus Gynaecologie Inhoudsopgave In het kort 4 Wat is een normale cyclus? 4 Wat gebeurt er in een cyclus? 5 De rol van hormonen 5 De fasen van een cyclus 6 De rijping van de eiblaas (folliculaire

Nadere informatie

Ontwikkelingsbiologie

Ontwikkelingsbiologie Ontwikkelingsbiologie In vitro fertilisatie Bij in vitro fertilisatie (IVF) worden eicellen buiten het lichaam bevrucht door spermacellen. Een bevruchte eicel ontwikkelt zich en wordt vervolgens meestal

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 202 tijdvak donderdag 24 mei 3.30-6.30 uur wiskunde B (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Examen HAVO 2012. wiskunde B. tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO 2012. wiskunde B. tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 19 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

biologie 1,2 Compex Je geeft de antwoorden op deze vragen op papier, tenzij anders is aangegeven.

biologie 1,2 Compex Je geeft de antwoorden op deze vragen op papier, tenzij anders is aangegeven. Examen VWO 2009 tijdvak 1 dinsdag 19 mei totale examentijd 3 uur biologie 1,2 Compex Vragen 22 tot en met 37 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Het gehele

Nadere informatie

Normale cyclus. Poli Gynaecologie

Normale cyclus. Poli Gynaecologie 00 Normale cyclus Poli Gynaecologie De inhoud van deze voorlichtingsfolder is samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Andere folders en brochures op het gebied

Nadere informatie

Informatiefolder. Zwangerschap en kinderwens

Informatiefolder. Zwangerschap en kinderwens Informatiefolder en kinderwens Inhoudsopgave Algemeen 3 Kinderwens 3 Foliumzuur s- en ovulatietesten 5 Geneesmiddelen 6 Bostvoeding Medicatiebegeleiding Algemeen De vrouw maakt tijdens haar leven een aantal

Nadere informatie

Informatie voor patiënten. PCOS (polycysteus ovariumsyndroom)

Informatie voor patiënten. PCOS (polycysteus ovariumsyndroom) Informatie voor patiënten PCOS (polycysteus ovariumsyndroom) z PCOS is de afkorting van polycysteus ovariumsyndroom. Letterlijk betekent dit dat er meerdere (poly) vochtblaasjes (cysten) in de eierstok

Nadere informatie

ECG en de hartcyclus

ECG en de hartcyclus ECG en de hartcyclus De hartcyclus De afbeelding op de volgende bladzijde is een vereenvoudigde weergave van de gebeurtenissen tijdens de hartcyclus. In de diagrammen 1 en 2 geven de grafieklijnen de drukvariaties

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B 1,2

Examen HAVO. wiskunde B 1,2 wiskunde 1, Examen HVO Hoger lgemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak Woensdag 1 juni 13.30 16.30 uur 0 06 Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen; het examen bestaat uit 18 vragen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2002-II

Eindexamen biologie 1-2 vwo 2002-II 4 Antwoordmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden 2 punten toegekend. Regeling 1 groep 1: (het) automatische, vegetatief 1 groep 2: (het) bewust/niet automatisch, gevoelssysteem, somatisch

Nadere informatie

De leraar legt dit eerst uit, daarna maken de leerlingen deze vragen

De leraar legt dit eerst uit, daarna maken de leerlingen deze vragen ANTWOORDEN SEKSUALITEIT A3 Opdracht Anticonceptiepil 1,3,5 Test jezelf tijdens de les! De leraar legt dit eerst uit, daarna maken de leerlingen deze vragen OPDRACHTEN 1 tijdens de les 4 B 2 D 3 C 5 C 6

Nadere informatie

normale cyclus patiënteninformatie

normale cyclus patiënteninformatie patiënteninformatie normale cyclus Bij vrouwen in de vruchtbare levensfase rijpt er elke maand in de eierstok een eiblaas waarin een eicel groeit. Als de eiblaas rijp is en openbarst komt de eicel vrij

Nadere informatie

V5 Begrippenlijst Hormonen

V5 Begrippenlijst Hormonen V5 Begrippenlijst Hormonen ADH Hormoon dat de terugresorptie van water in de nierkanaaltjes stimuleert. adrenaline Hormoon dat door het bijniermerg wordt afgescheiden. Adrenaline wordt ook door zenuwvezels

Nadere informatie

Eindexamen vwo biologie pilot 2012 - II

Eindexamen vwo biologie pilot 2012 - II Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden 2 scorepunten toegekend. Reddingsplan voor Nieuw-Zeelandse looppapegaai 1 maximumscore 3 voorbeelden van een juist antwoord: Voor vogels (en hun nakomelingen)

Nadere informatie

Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 12. Naam kandidaat Kandidaatnummer. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 12. Naam kandidaat Kandidaatnummer. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Examen VMBO-BB 2005 tijdvak 12 woensdag dinsdag 21 9 mei juni 13.30 11.30-15.00 13.00 uur BIOLOGIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat

Nadere informatie

normale cyclus patiënteninformatie Inleiding Wat is een normale cyclus

normale cyclus patiënteninformatie Inleiding Wat is een normale cyclus patiënteninformatie normale cyclus Inleiding Bij vrouwen in de vruchtbare levensfase rijpt er elke maand in de eierstok een eiblaas waarin een eicel groeit. Als de eiblaas rijp is en openbarst komt de

Nadere informatie

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl 2005 - I

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl 2005 - I BEOORDELINGSMODEL Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. INFECTIEZIEKTEN 1 maximumscore 2 voorbeelden van juiste groepen: bacteriën virussen schimmels per juiste groep

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 27 mei 1.0 16.0 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 88 punten te behalen; het examen bestaat uit 19 vragen.

Nadere informatie

PCOS (Poly Cysteus Ovarium Syndroom)

PCOS (Poly Cysteus Ovarium Syndroom) PCOS (Poly Cysteus Ovarium Syndroom) Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Wat is PCOS? 1 De normale cyclus 1 Wat gebeurt er bij PCOS? 2 Verhoogde risico's 3 Genetica 3 Behandelmethodes

Nadere informatie

Examen VBO-MAVO-D Wiskunde

Examen VBO-MAVO-D Wiskunde Examen VBO-MAVO-D Wiskunde Voorbereidend Beroeps Onderwijs Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 13.30 15.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 87 punten te behalen;

Nadere informatie

Examen VWO - Compex. wiskunde A1

Examen VWO - Compex. wiskunde A1 wiskunde A1 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 25 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 14 tot en met 21 In dit deel staan de vragen waarbij de computer

Nadere informatie

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 19 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 19 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VMBO-KB 2015 tijdvak 1 dinsdag 19 mei 13.30-15.30 uur wiskunde CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen.

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen VWO. wiskunde A1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Examen VWO 2007 tijdvak 1 vrijdag 1 juni totale examentijd 3,5 uur wiskunde A1,2 Compex Vragen 1 tot en met 12 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij dit

Nadere informatie

Erfelijkheid. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage.

Erfelijkheid. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VMBO-GL en TL Erfelijkheid biologie CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 30 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat

Nadere informatie

biologie CSE GL en TL COMPEX

biologie CSE GL en TL COMPEX Examen VMBO-GL en TL 2010 tijdvak 1 dinsdag 18 mei totale examentijd 2 uur biologie CSE GL en TL COMPEX Vragen 29 tot en met 44 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt

Nadere informatie

Diagnostische toets Van HIV tot AIDS?

Diagnostische toets Van HIV tot AIDS? Diagnostische toets Van HIV tot AIDS? Moleculen 1. Basenparing In het DNA vindt basenparing plaats. Welke verbinding brengt een basenpaar tot stand? A. Peptidebinding B. Covalente binding C. Zwavelbrug

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie ALGEMENE INFORMATIE NORMALE CYCLUS. Versie 1.3. Datum Goedkeuring 07-01-2007 Verantwoording

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie ALGEMENE INFORMATIE NORMALE CYCLUS. Versie 1.3. Datum Goedkeuring 07-01-2007 Verantwoording Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie ALGEMENE INFORMATIE NORMALE CYCLUS Versie 1.3 Datum Goedkeuring 07-01-2007 Verantwoording NVOG In het kort Bij vrouwen in de vruchtbare levensfase

Nadere informatie

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 15 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 15 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen VMBO-KB 2014 tijdvak 1 donderdag 15 mei 13.30-15.30 uur biologie CSE KB Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 48 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 59

Nadere informatie

Normale cyclus. Patiënteninformatie Normale cyclus

Normale cyclus. Patiënteninformatie Normale cyclus Normale cyclus Patiënteninformatie Normale cyclus Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Wat is een normale cyclus 3 De cyclus zelf 4 Wat gebeurt er in een cyclus 5 De rol van hormonen 6 De rijping van de eiblaas

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B1

Examen HAVO. wiskunde B1 wiskunde B Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak Donderdag 3 juni 3.30 6.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 8 punten te behalen; het examen bestaat uit 2 vragen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

In afbeelding 1 is onder andere een cel met celwand van een plant weergegeven.

In afbeelding 1 is onder andere een cel met celwand van een plant weergegeven. Examentrainer Vragen Een plantencel In afbeelding 1 is onder andere een cel met celwand van een plant weergegeven. Afbeelding 1 Bron: Binas informatieboek, 4e druk, Groningen, 1998, 157. De celwand bestaat

Nadere informatie

Fenotype nakomelingen. donker kort 29 donker lang 9 wit kort 31 wit- lang 11

Fenotype nakomelingen. donker kort 29 donker lang 9 wit kort 31 wit- lang 11 1. Bij honden is het allel voor donkerbruine haarkleur (E) dominant over het allel voor witte haarkleur (e). Het allel voor kort haar (F) is dominant over het allel voor lang haar (f). Een aantal malen

Nadere informatie

BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL]

BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai De student moet de bouw en werking van enzymen kunnen beschrijven moet het proces van

Nadere informatie

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl) Wiskunde B (nieuwe stijl) Eamen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak Woensdag 6 mei 3.30 6.30 uur 20 0 Voor dit eamen zijn maimaal 9 punten te behalen; het eamen bestaat uit 7 vragen. Voor

Nadere informatie

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur wiskunde C Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2012 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. GT-0191-a-12-2-b Lepelaars - informatie Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 38 tot en

Nadere informatie

28 Testkruising testkruising = een kruising om te achterhalen of een organisme homozygoot of heterozygoot is. Voorbeeld van een testkruising om te bepalen of een organisme homozygoot of heterozygoot is

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B1

Examen VWO. wiskunde B1 wiskunde B Eamen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak Dinsdag 3 mei 3.3 6.3 uur 5 Voor dit eamen zijn maimaal 87 punten te behalen; het eamen bestaat uit vragen. Voor elk vraagnummer is

Nadere informatie

3 Factoren die het watergehalte van organismen 40 bepalen. 3.1 Bepalende factoren voor watergehalte 40 3.2 Belang van water voor levende wezens 41

3 Factoren die het watergehalte van organismen 40 bepalen. 3.1 Bepalende factoren voor watergehalte 40 3.2 Belang van water voor levende wezens 41 3 1 Functionele morfologie van de cel 1 De cel gezien door de lichtmicroscoop 06 2 De cel gezien door de elektronenmicroscoop 09 2.1 Bouw en functie van het eenheidsmembraan 10 2.2 Overzicht van de celorganellen

Nadere informatie

Longemfyseem is bij ouderen een van de belangrijkste oorzaken van kortademigheid en gebrek aan uithoudingsvermogen.

Longemfyseem is bij ouderen een van de belangrijkste oorzaken van kortademigheid en gebrek aan uithoudingsvermogen. Examentrainer Vragen Longemfyseem Longemfyseem is bij ouderen een van de belangrijkste oorzaken van kortademigheid en gebrek aan uithoudingsvermogen. Het ontstaan van longemfyseem is een complex proces.

Nadere informatie

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei 9.00-10.30 uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei 9.00-10.30 uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Examen VMBO-BB 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei 9.00-10.30 uur biologie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Alle levende organismen zijn afhankelijk van energie; zonder energie is er geen leven mogelijk. Uit de thermodynamica is bekend dat energie niet gemaakt kan worden, maar ook niet

Nadere informatie

Voorbereidende opgaven Examencursus

Voorbereidende opgaven Examencursus Voorbereidende opgaven Examencursus Tips: Maak de volgende opgaven voorin in één van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een som niet lukt, werk hem dan uit tot waar je kunt en

Nadere informatie

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen:

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen: IMMUNITEIT 1 Immuniteit Het lichaam van mens en dier wordt constant belaagd door organismen die het lichaam ziek kunnen maken. Veel van deze ziekteverwekkers zijn erg klein, zoals virussen en bacteriën.

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Eamen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 2 juni 13.3 16.3 uur 2 1 Voor dit eamen zijn maimaal 9 punten te behalen; het eamen bestaat uit 19 vragen.

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1 Compex. Vragen 1 tot en met 11. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen VWO. wiskunde A1 Compex. Vragen 1 tot en met 11. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Examen VWO 2009 tijdvak 1 maandag 25 mei totale examentijd 3 uur wiskunde A1 Compex Vragen 1 tot en met 11 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij dit deel

Nadere informatie

Eindexamen biologie compex havo 2009 - I

Eindexamen biologie compex havo 2009 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden twee punten toegekend. Gezichtsbedrog 1 D 2 B Evolutionaire aanpassingen van het rendier 3 maximumscore 2 Het antwoord dient de notie

Nadere informatie

4 HAVO thema 2 Cellen EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN

4 HAVO thema 2 Cellen EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN Examentrainer Vragen Cellen onder een microscoop Een leerling krijgt een preparaat van een aantal cellen. Hij gebruikt de kleinste vergroting van een normale schoolmicroscoop om het preparaat te bekijken.

Nadere informatie

Erfelijkheid van de ziekte van Huntington

Erfelijkheid van de ziekte van Huntington Erfelijkheid van de ziekte van Huntington In de kern van iedere cel van het menselijk lichaam is uniek erfelijk materiaal opgeslagen. Dit erfelijk materiaal wordt ook wel DNA (Desoxyribonucleïnezuur) genoemd.

Nadere informatie

1. Een orgaan waarbij stoffen vanuit het interne milieu naar het externe milieu gebracht worden

1. Een orgaan waarbij stoffen vanuit het interne milieu naar het externe milieu gebracht worden Paragraaf 5.1 1. Een orgaan waarbij stoffen vanuit het interne milieu naar het externe milieu gebracht worden 2. a) Huid, longen, nieren en lever b) Water c) Huid: zouten, Longen: CO 2, Nieren: Ureum,

Nadere informatie

vwo celprocessen 2010

vwo celprocessen 2010 vwo celprocessen 2010 Stofwisseling Een proefpersoon gaat na het nuttigen van een maaltijd twee dagen vasten. Tijdens die 48 uur worden de concentraties van verschillende stoffen in de lever en in het

Nadere informatie

4. Wanneer zal de woningbehoefte even hard groeien als de woningvoorraad? Antwoord. Na 6 jaar.

4. Wanneer zal de woningbehoefte even hard groeien als de woningvoorraad? Antwoord. Na 6 jaar. Onderwerpen Onderwerp 1. Ruimtelijke ordening In een gemeente met 30 000 inwoners staan 10 000 woningen. De gemeente schat dat het gemiddeld aantal bewoners per woning gelijk blijft aan drie, en bouwt

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 008 tijdvak woensdag 18 juni 13.30-16.30 wiskunde B1, Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. it examen bestaat uit 18 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 81 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

ONVRUCHTBAARHEID BIJ MANNEN MET PRIMAIRE CILIAIRE DYSKINESIE Zijn er mogelijkheden?

ONVRUCHTBAARHEID BIJ MANNEN MET PRIMAIRE CILIAIRE DYSKINESIE Zijn er mogelijkheden? ONVRUCHTBAARHEID BIJ MANNEN MET PRIMAIRE CILIAIRE DYSKINESIE Zijn er mogelijkheden? Dr R.F.A. Weber, internist-endocrinoloog/androloog Andrologie Erasmus MC Rotterdam INLEIDING Onvruchtbaarheid kan een

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde C (pilot) tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde C (pilot) tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur wiskunde C (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2 natuurkunde 1,2 Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 19 In dit deel staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B1. tijdvak 1 dinsdag 20 mei 13.30-16.30 uur

Examen HAVO. wiskunde B1. tijdvak 1 dinsdag 20 mei 13.30-16.30 uur Examen HAVO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B1 Dit examen bestaat uit 20 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. 1. Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 21

Inhoud. Inleiding 7. 1. Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 21 Inhoud Inleiding 7 1. 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 21 2. Zorgvraag verhelderen 25 - Recepten 26 - Zelfzorgvragen 32 3. Geneesmiddelen 37 - Medicijnen voor hart en bloedvaten 38 4. Bereiden

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 9. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen VWO. wiskunde A1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 9. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Examen VWO 2009 tijdvak 1 maandag 25 mei totale examentijd 3 uur wiskunde A1,2 Compex Vragen 1 tot en met 9 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij dit deel

Nadere informatie

Eindexamen biologie havo 2000-II

Eindexamen biologie havo 2000-II 4 Antwoordmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden 2 punten toegekend. Senecio jacobaea Maximumscore (natuurlijke)selectie/evolutie 2 C 3 Uit het antwoord moet blijken dat ze niet tot

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Wiskunde A

Examen HAVO en VHBO. Wiskunde A Wiskunde A Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 1 VHBO Tijdvak 2 Donderdag 25 mei 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 19 vragen.

Nadere informatie

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën. Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag van het vak Biologie havo, eerste tijdvak (2014). In dit examenverslag proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vraag: In hoeverre

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1

Examen HAVO. natuurkunde 1 natuurkunde 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei 13.30 16.30 uur 20 05 Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen; het examen bestaat uit 25 vragen. Voor elk

Nadere informatie

Een persoon raakt opgewonden en begint te hyperventileren. Om de hyperventilatie te stoppen, pakt hij een plastic zak.

Een persoon raakt opgewonden en begint te hyperventileren. Om de hyperventilatie te stoppen, pakt hij een plastic zak. Examentrainer Vragen Hyperventilatie Het overmatig snel verversen van de lucht in de longen wordt hyperventilatie genoemd. Door bewust of onbewust snel in en uit te ademen, daalt de concentratie van CO

Nadere informatie