Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen"

Transcriptie

1 Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen Master scriptie Fiscaal Recht Door: W.P. Croonen Onder begeleiding van: Prof. mr. I.J.F.A. van Vijfeijken

2 Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956 Master scriptie Fiscaal Recht Universiteit van Tilburg Faculteit Rechtsgeleerdheid Master Fiscaal Recht Examencommissie: Prof. mr. I.J.F.A. van Vijfeijken en mr. dr. N.C.G. Gubbels W.P. Croonen Studentnummer: januari 2012

3 Voorwoord Deze scriptie heb ik geschreven in het kader van de afronding van mijn studie Fiscaal Recht aan de Universiteit van Tilburg. Als onderwerp voor mijn scriptie heb ik gekozen voor de doorschuiffaciliteit in de Wet Inkomstenbelasting 2001 en de bedrijfopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 in combinatie met cumprefstructuren. In deze scriptie is onderzoek gedaan naar de (on)mogelijkheid van het toepassen van de doorschuifregeling en de bedrijfopvolgingsregeling in de situatie waarin sprake is van een cumprefstructuur. Mijn aandacht tot het onderwerp werd getrokken doordat bij het advieskantoor waar ik als werkstudent werkzaam ben, een beroep op de hardheidsclausule is ingediend bij het Ministerie van Financiën met betrekking tot de beperkende maatregelen bij het toepassen van de bedrijfopvolgingsregeling in de Successiewet. Tijdens het schrijven van deze scriptie ben ik begeleid door mevrouw Van Vijfeijken. In dit voorwoord wil van de gelegenheid gebruik maken om haar hiervoor hartelijk te bedanken. Daarnaast wil ik mevrouw Gubbels danken voor het plaats nemen in de examencommissie. Eveneens wil ik mijn collega s bedanken voor hun tips en motivatie die ze mij gegeven hebben tijdens het schrijven van mijn scriptie. Tot slot bedank ik mijn vriend, familie en vriendinnen voor de geboden steun. Willemijn Croonen Januari

4 Inhoudsopgave Voorwoord Inleiding Aanleiding tot het onderzoek Probleemstelling Plan van aanpak Bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting en de Successiewet Inleiding De inhoud van de faciliteiten De Achtergrond en ratio van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting De achtergrond en ratio van de bedrijfopvolgingsregeling in de Successiewet Voorbeeld Inleiding Gevolgen voor de te betalen inkomstenbelasting Gevolgen voor de te betalen erfbelasting Voorwaarden voor toepassing van de faciliteiten Inleiding Voorwaarden voor toepassing van de doorschuifregeling Ondernemingsvermogen Geen meetrekregeling Eisen met betrekking tot de verkrijger Dienstbetrekkingseis Overgang Voorwaarden voor toepassing van de bedrijfopvolgingsregeling Ondernemingsvermogen Bezitsperiode Voortzettingsvereiste Conclusie

5 3 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en (cumulatief) preferente aandelen Inleiding Definitie preferente aandelen Het opzetten van een cumprefstructuur Inleiding Voorbeeld De reden van het opzetten van een cumprefstructuur Voorwaarden voor toepassing van de faciliteiten Inleiding Omzetting Toekennen aan een ander Het drijven van een onderneming of medegerechtigdheid De verkrijger dient in bezit te zijn van 5% van de gewone aandelen Besluit Conclusie Gevolgen van de gestelde voorwaarden in de praktijk Inleiding Cumprefstructuren ontstaan vóór 1 januari Casussen die niet kwalificeren na een beroep op de hardheidsclausule Casus Casus Casussen die wel kwalificeren na een beroep op de hardheidsclausule Casus Casus Vergelijking van de casussen die wel en niet kwalificeren Nieuw op te zetten cumprefstructuren Conclusie

6 5 Aanbevelingen Inleiding Cumprefstructuren ontstaan vóór 1 januari Nieuw op te zetten cumprefstructuren Conclusie Conclusie Literatuurlijst Bijlage Bijlage Bijlage

7 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot het onderzoek Per 1 januari 2010 is de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting en de bedrijfopvolgingsregeling in de Successiewet aangepast. Bij vererving of bij schenking van een onderneming is het fiscaal van groot belang te weten of deze faciliteiten kunnen worden toegepast. De belastingdruk bedraagt bij een verkrijging door de bedrijfsopvolgers namelijk maximaal 3,4% (geen inkomstenbelasting en 20% erfbelasting over 17% van de waarde van de onderneming) indien de faciliteiten van toepassing zijn, terwijl maximaal 40% (25% inkomstenbelasting plus 20% erfbelasting over de waarde van de onderneming, na aftrek van de inkomstenbelasting) belasting moet worden betaald indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Eén van de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de faciliteiten is dat sprake moet zijn van fiscaal ondernemingsvermogen. Hierbij dient de vraag zich aan of ook (cumulatief) preferente aandelen kunnen kwalificeren als ondernemingsvermogen. In de literatuur bestaat discussie over de vraag of hierbij sprake is van financieren of ondernemen. De wetgever heeft er voor gekozen om onder strikte voorwaarden preferente aandelen te laten kwalificeren voor de (royale) fiscale faciliteiten. De achterliggende gedachte van deze extra voorwaarden is dat de faciliteiten alleen moeten gelden voor preferente aandelen die in het kader van een reële bedrijfsopvolging zijn uitgegeven. In de praktijk blijkt echter dat de voorwaarden zo strikt zijn dat in veel situaties niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zelfs indien de preferente aandelen materieel wél zijn uitgegeven in het kader van een reële bedrijfsopvolging in de familiesfeer, maar formeel niet omdat niet wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen. Andersom is het mogelijk om op een dusdanige manier te anticiperen op de voorwaarden dat, ook al zijn de preferente aandelen materieel niét uitgegeven in het kader van een reële bedrijfsopvolging, formeel wel sprake is van een reële bedrijfsopvolging. Het is dus de vraag of voor het toepassen van de doorschuifregeling en de bedrijfsopvolgingsregeling de gestelde strikte voorwaarden gerechtvaardigd zijn en of de gestelde voorwaarden hun doel bereiken. 1.2 Probleemstelling De hoofdvraag die naar aanleiding van de bovenstaande problematiek beantwoord zal worden is als volgt: In hoeverre sluiten de gestelde voorwaarden bij de kwalificatie van preferente aandelen aan bij de ratio van de doorschuifregeling en bedrijfopvolgingsregeling en welke aanbevelingen kunnen hierbij in acht worden genomen?. 9

8 1.3 Plan van aanpak Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden is het van belang om eerst de ratio van de doorschuifregeling en de bedrijfopvolgingsregeling te bestuderen (hoofdstuk 2). Met een voorbeeld zal de werking van de regelingen worden verduidelijkt. Daarbij komen ook de gestelde voorwaarden van de normale bedrijfsopvolging aan de orde. In hoofdstuk 3 zal dieper worden ingegaan op wat preferente aandelen precies zijn. Met een voorbeeld wordt aangegeven hoe en waarom een cumprefstructuur kan worden opgezet. Het hoofdstuk zal worden afgesloten met de gestelde voorwaarden voor toepassing van de doorschuifregeling en de bedrijfopvolgingsregeling in het geval van een dergelijke structuur. Vervolgens zal een toetsing plaatsvinden van de gestelde voorwaarden. Dit zal gebeuren door een aantal voorbeeldcasussen gebaseerd op praktijksituaties en één voorbeeld onder de loep te nemen. In hoofdstuk 5 zal een aantal aanbevelingen worden gedaan. Het antwoord op de hoofdvraag zal in het laatste hoofdstuk, de conclusie, worden beantwoord. 10

9 2 Bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting en de Successiewet 2.1 Inleiding Vanaf 1 januari 2010 is de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) en de doorschuifregeling in de Wet Inkomstbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) gewijzigd. In de eerste paragraaf wordt de achtergrond en de ratio van de doorschuifregeling in de Wet IB 2001 besproken. Vervolgens wordt ingegaan op de achtergrond en de ratio van de bedrijfsopvolgingsregeling in de SW Daarna volgt een voorbeeld waaruit de werking blijkt van de toepassing van de doorschuifregeling en de bedrijfsopvolgingsregeling (hierna ook samen te noemen: de faciliteiten). In de tweede paragraaf komen de vereisten voor de toepassing van de faciliteiten aan bod. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie. In het hoofdstuk richt ik mij op de vererving en schenking van aanmerkelijkbelangaandelen. De schenking of vererving van een bijvoorbeeld een IB-onderneming of medegerechtigdheid laat ik buiten beschouwing. 2.2 De inhoud van de faciliteiten De Achtergrond en ratio van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting Een ondernemer kan zijn onderneming vervreemden krachtens schenking. Indien een onderneming overgaat krachtens erfrecht dan wordt dit gezien als een fictieve vervreemding op grond van artikel 4.16, eerste lid, letter e, Wet IB In beginsel moet worden afgerekend over het vervreemdingsvoordeel. Het vervreemdingsvoordeel wordt gesteld op de overdrachtsprijs verminderd met de verkrijgingsprijs conform artikel 4.19, eerste lid, Wet IB Omdat in geval van een schenking of in geval van een overgang krachtens erfrecht een tegenprestatie ontbreekt, dient op grond van artikel 4.22 Wet IB 2001 een overdrachtsprijs in aanmerking te worden genomen ter grootte van de waarde die ten tijde van de verkrijging in het economische verkeer aan de aandelen kan worden toegekend. Over het vervreemdingsvoordeel is 25% inkomstenbelasting verschuldigd zoals bepaald in artikel 2.12 Wet IB Voor de heffing in verband met de bovengenoemde (fictieve) vervreemdingen, is een doorschuifmogelijkheid ondergebracht in de artikelen 4.17a t/m 4.17c Wet IB Onder voorwaarden mag de erflater of de schenker zijn aanmerkelijkbelangclaim doorschuiven. De verkrijgingsprijs van de erflater of de schenker wordt in dat geval doorgeschoven naar de verkrijger. Hierdoor blijft de aanmerkelijkbelangclaim bestaan en wordt de heffing van inkomstenbelasting op het moment van schenking of vererving voorkomen. Voor de reden van invoering van de doorschuiffaciliteit gaan we een stapje terug de tijd in. In 1941 werd de aanmerkelijkbelangregeling geïntroduceerd. Toen was nog geen sprake van een 11

10 doorschuifregeling. In de resolutie van 10 juli 1942, B 7706, werd bepaald dat bij overlijden de verkrijgingsprijs van de verkrijger gesteld moest worden op de waarde ten tijde van het overlijden van de erflater. Dit werd later ook bevestigd in arresten van de Hoge Raad. 1 Door het ontbreken van een afrekenmoment bij de erflater ontstond een heffingslek. Dit probleem werd opgelost door invoering van artikel 39, negende lid, Wet IB In dit artikel werd bepaald dat indien aandelen werden verkregen krachtens erfrecht de verkrijgingsprijs van de erflater moest worden overgenomen door de verkrijger. Op verzoek kon door de erfgenamen worden afgerekend conform artikel 39, tiende lid, Wet IB Dit was de geboorte van de doorschuifregeling. Uit de toelichting bij artikel 34, dat later is vernummerd naar artikel 39 Wet IB 1964 blijkt dat de regeling is ingevoerd ter behoud van de belastingclaim. 2 Het ging niet om het creëren van een afrekeningsmoment. Het was de bedoeling dat de inkomstenbelastingclaim veilig werd gesteld, maar het was niet de bedoeling dat de erfgenamen in betalingsproblemen zouden komen. Daarnaast is de doorschuifregeling ingevoerd om belastingcumulatie te voorkomen. Men wilde rekening houden met de betaling van het toen zogenoemde successierecht. 3 Zoals uit bovenstaande blijkt, kent de doorschuifregeling in geval van overlijden al een geschiedenis van bijna 70 jaar. Pas sinds 1 januari 2010 is de doorschuiffaciliteit ook van toepassing in geval van een verkrijging krachtens schenking. Daarvóór kon men gebruik maken van de uitstel van betalingsregeling die per 1 januari 1997 is opgenomen in artikel 25, negende lid, Invorderingswet Voor overdrachten van aandelen in familieverband tijdens leven kan dan de betaling van de verschuldigde belasting over een periode van tien jaar kan worden gespreid. Voor de overgang van ondernemingsvermogen in de winstsfeer bestond al wel een doorschuifregeling in geval van een verkrijging krachtens schenking die thans is opgenomen in artikel 3.63 Wet IB Toch heeft de Staatsecretaris tot 2010 gewacht met het invoeren van een doorschuifregeling voor aanmerkelijk belang. De Staatssecretaris was namelijk van mening dat de regeling in de winstsfeer overeenkwam met de uitwerking van de uitstel van betalingsregeling in de aanmerkelijkbelangssfeer. Ten tijde van de herziening van het aanmerkelijkbelangregime in 1997 gaf de Staatssecretaris aan dat bij toepassing van de doorschuifregeling de onderneming door de bedrijfsopvolger wordt voortgezet met de oude boekwaarden. In vergelijking met de situatie waarin wordt afgerekend, leidt 1 HR 9 oktober, BNB 1957/302 en HR 29 april 1956, BNB 1959/ Kamerstukken II 1958/ , nr. 3, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 4, p

11 doorschuiving in de sfeer van de inkomstenbelasting gedurende een aantal jaren tot lagere afschrijvingen en daarmee tot een hoger bedrag aan verschuldigde belastingen bij de bedrijfsopvolger. De uitstel van betalingsregeling voor de aanmerkelijkbelangssfeer heeft een vergelijkbaar effect. De bij de overdracht behaalde winst uit aanmerkelijk belang moet in een periode van tien jaar worden afgerekend hetgeen evenals bij een doorschuiving op de voet van thans artikel 3.63 Wet IB 2001 gedurende een aantal jaren leidt tot een hoger bedrag aan verschuldigde belastingen. Daarnaast werd de betalingsregeling zo ruim geacht dat de continuïteit van de aanmerklijkbelangonderneming niet in gevaar zou komen. 4 Het argument om de doorschuiffaciliteit voor schenking van aanmerkelijkbelangaandelen uiteindelijk toch in te voeren was, dat men wilde voorkomen dat men tot het overlijden zou wachten met de bedrijfsoverdracht om door middel van vererving alsnog van de doorschuifregeling gebruik te kunnen maken. Dit werd vanuit economisch oogpunt niet wenselijk geacht. Met de invoering van de doorschuifregeling voor schenkingen is uitvoering gegeven aan een breed gedragen wens van het bedrijfsleven. 5 Naast deze verruiming zijn per 1 januari 2010 de regels omtrent het doorschuiven gewijzigd en aangescherpt. De reden hiervoor is dat de wetgever slechts reële bedrijfsopvolgingen beoogt te faciliëren. 6 Daarnaast staan vereenvoudiging, verbetering en het nastreven van meer rechtsvormneutraliteit hoog in het vaandel. 7 In paragraaf 2.3 worden de voorwaarden nader toegelicht die aan deze ratio invulling geven De achtergrond en ratio van de bedrijfopvolgingsregeling in de Successiewet De bedrijfopvolgingsregeling is te vinden in hoofdstuk IIIA van de Successiewet. Met de bedrijfopvolgingsregeling wordt de heffing van erf- of schenkbelasting verlaagd door de verkrijging van ondernemingsvermogen deels vrij te stellen. De verkrijger krachtens erfrecht of schenking krijgt op verzoek een voorwaardelijke vrijstelling van over het ondernemingsvermogen. Daarnaast geldt dat indien de liquidatiewaarde van de onderneming hoger is dan de goingconcernwaarde, het verschil tussen deze waarden voor 100% is vrijgesteld. Tot slot geldt een 4 Kamerstukken II 1996/97, , nr. 7, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p Kamerstukken II, 2009/10, , nr. 3, p Kamerstukken II, 2009/10, , nr. 3, p

12 voorwaardelijke vrijstelling van 83% over de resterende waarde van het ondernemingsvermogen. Hetgeen na toepassing van de faciliteit niet is vrijgesteld is de zogenaamde geconserveerde waarde. Op grond van artikel 25, twaalfde lid Invorderingswet 1990 kan voor 10 jaar uitstel van betaling worden verleend voor de te betalen belasting over het niet vrijgestelde deel. De bedrijfopvolgingsregeling kan pas worden toegepast indien aan een aantal (cumulatieve) voorwaarden wordt voldaan. De eisen voor toepassing van de bedrijfopvolgingsregeling zijn net zoals de eisen voor toepassing van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting per 1 januari 2010 grondig herzien. De wijzigingen zijn mede ingevoerd om vereenvoudiging te bereiken. 8 Daarnaast zijn de eisen strikter geworden. Dit geldt met name voor de eis met betrekking tot het ondernemingsvermogen. Deze eis heeft te maken met de achtergrond van de invoering van de bedrijfsopvolgingsregeling: schenk- of erfbelasting mag vanwege het belang van de onbelemmerde voortzetting van economische bedrijvigheid, geen bedreiging vormen voor reële bedrijfsoverdrachten. De betaling van schenk- of erfbelasting kan de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen indien daarvoor liquide middelen aan de onderneming moeten worden onttrokken. 9 De ratio van de bedrijfopvolgingsregeling is hiermee duidelijk. De continuïteit van de onderneming mag niet in gevaar komen door de betaling van schenk- of erfbelasting. De bedrijfopvolgingsregeling dient alleen te kunnen worden ingezet bij reële bedrijfsoverdrachten, dus bij de overgang van een echte onderneming. Verder is het uitdrukkelijk de bedoeling om ook gefaseerde bedrijfsopvolgingen te faciliëren. 10 In de literatuur bestaat de discussie of de bedrijfopvolgingsregeling daadwerkelijk noodzakelijk is. Zo is Hoogeveen van mening dat de te betalen belasting niet een probleem is dat tot een dergelijk groot overheidsingrijpen noopt. Zij is van mening het doel om liquiditeitsproblemen bij ondernemingen weg te nemen bereikt had kunnen worden door te volstaan met het treffen van betalingsregelingen. Daarnaast wordt de koper van een onderneming met de grootste financieringslast geconfronteerd, terwijl hij het minste van de fiscale faciliteiten kan profiteren. De verkrijgers krachtens schenking of erfrecht daarentegen hebben het meeste baat bij de fiscale faciliteiten, terwijl zij nu juist de laagste financieringslast hebben. 11 Gezien de probleemstelling worden de faciliteiten als een gegeven beschouwd. 8 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p Hoogeveen,

13 2.2.3 Voorbeeld Inleiding Zoals uit bovenstaande blijkt is het mogelijk om onder voorwaarden de bedrijfopvolgingsfaciliteiten toe te passen zodat de continuïteit van ondernemingen bij reële bedrijfsoverdrachten niet wordt belemmerd. Het toepassen van de faciliteiten kan een aanzienlijke belastingbesparing opleveren. Om een beeld te krijgen van deze royale besparing wordt hieronder een voorbeeld uitgewerkt. Mevrouw X is weduwe. Zij bezit enkel aandelen ter waarde van De verkrijgingsprijs is Mevrouw X overlijdt. Zij heeft in haar testament haar dochter Y als enig erfgenaam benoemd. De situatie ziet er als volgt uit: Mevrouw X Dochter Y Gevolgen voor de te betalen inkomstenbelasting Ten gevolge van het overlijden van mevrouw X wordt zij geacht haar aanmerkelijkbelangaandelen te hebben vervreemd. Deze vervreemding is belast met 25% aanmerkelijkbelangheffing over de meerwaarde van de aandelen. Op de aandelen rust een (latente) inkomstenbelastingclaim van ( / ) * 25% = Indien bij het overlijden van mevrouw X wordt voldaan aan de voorwaarden van de doorschuiffaciliteit wordt de verkrijgingsprijs van de vererfde aanmerkelijkbelangaandelen op verzoek doorgeschoven naar de verkrijger. De erflater is in dat geval geen inkomstenbelasting verschuldigd. Op het moment van overlijden van mevrouw X wordt bij toepassing van de doorschuifregeling aan inkomstenbelasting bespaard. Omdat geen inkomstenbelasting is verschuldigd op het moment van overlijden, mag voor de berekening van de verschuldigde erfbelasting ten laste van de nalatenschap een latente inkomstenbelastingclaim van 6,25% worden gebracht conform artikel 20, zesde lid, onderdeel d, SW De latentie dient evenredig te worden toegerekend aan de onbelaste waarde 15

14 van de onderneming en de belaste waarde van de onderneming. 12 De totale latentie bedraagt (6,25% * ( / )). De latentie die dus in mindering mag worden gebracht op het niet vrijgestelde deel bedraagt (( / ) * 17% ) / * ) Gevolgen voor de te betalen erfbelasting Ter zake van de verkrijging van dochter Y is erfbelasting verschuldigd. Het belastingtarief voor een belaste verkrijging van ouder aan kind bedraagt voor de eerste % en voor hetgeen de verkrijging meer bedraagt 20% conform artikel 24 SW Voor het rekengemak worden de eerste tariefgroep en eventuele overige vrijstellingen buiten beschouwing gelaten in dit voorbeeld. Indien de bedrijfopvolgingsregeling niet van toepassing is, is maximaal 20% erfbelasting verschuldigd over de waarde van de onderneming (na aftrek van de verschuldigde inkomstenbelasting). Dit komt neer op (( / ) * 20%). Indien de faciliteiten wel van toepassing zijn, is maximaal 20% erfbelasting verschuldigd over 17% van het ondernemingsvermogen (na aftrek van de latente inkomstenbelastingclaim en de vrijstelling van ). Dit komt neer op ( / / ) * 17% * 20%). Door het toepassen van de faciliteiten kan dus aan erfbelasting worden bespaard. Samengevat zien de uitkomsten er als volgt uit: 12 Zie o.a. Rechtbank Haarlem 20 oktober 2008, nr.07/06503 en Rechtbank Haarlem 20 oktober 2008, nr. 07/ Zie voor de wijze van berekening: De Kroon,

15 Zonder faciliteiten Met faciliteiten Waarde aandelen Af: acute inkomstenbelasting over meerwaarde (25%) n.v.t. Af: latente inkomstenbelasting (6,25%) over niet vrijgesteld deel n.v.t Tussenuitkomst Af: 100% vrijstelling Tussenuitkomst Af: 83% vrijstelling Belaste waarde Verschuldigde schenk- of erfbelasting (20%) In totaal is = belasting verschuldigd indien de faciliteiten niet kunnen worden toegepast. Indien de faciliteiten wel kunnen worden toegepast is slechts belasting verschuldigd. Bij het overlijden van mevrouw X kan dus aan belasting worden bespaard. Zoals in voorgaande paragraaf besproken zorgt de besparing bij deze reële bedrijfsoverdracht ervoor dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd blijft. 2.3 Voorwaarden voor toepassing van de faciliteiten Inleiding Het is de bedoeling dat de aanzienlijke belastingbesparing die uit het voorgaande voorbeeld blijkt alleen is te bereiken indien sprake is van een reële bedrijfsoverdracht. Of daarvan sprake is, wordt getoetst aan de hand van een aantal voorwaarden. De voorwaarden voor toepassing van de doorschuifregeling en voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling zijn cumulatief. Voor de doorschuifregeling zijn de voorwaarden terug te vinden in de artikelen 4.17a en 4.17c Wet IB De voorwaarden voor de bedrijfsopvolgingsregeling zijn terug te vinden in de artikelen 35b t/m 35e SW Indien aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, kunnen de faciliteiten op verzoek worden toegepast. 17

16 2.3.2 Voorwaarden voor toepassing van de doorschuifregeling Ondernemingsvermogen Een van de vereisten om voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in aanmerking te komen, is dat de verkrijger ondernemingsvermogen verkrijgt. Deze voorwaarde is opgenomen in artikel 4.17a, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 en artikel 4.17c, eerste lid, onderdeel a, Wet IB Uit deze artikelen blijkt dat de toepassing van de doorschuiffaciliteit wordt beperkt tot de waarde van de aandelen (of winstbewijzen) voor zover toerekenbaar aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Voor het deel van de waarde dat toerekenbaar is aan het beleggingsvermogen van de vennootschap waarop de aandelen (of winstbewijzen) betrekking hebben kwalificeert maximaal 5% van de waarde van het betrokken ondernemingsvermogen op grond van artikel 4.17a, zesde lid, IB Voor het overige beleggingsvermogen geldt dat bij de erflater of schenker wel een (fictieve) vervreemding wordt geconstateerd en daadwerkelijk afgerekend zal moeten worden. Stel bijvoorbeeld dat bij het overlijden van mevrouw X haar aandelen waard zijn. In de onderneming is beleggingsvermogen aanwezig. De faciliteiten kunnen dan worden toegepast voor een bedrag van % van het ondernemingsvermogen = De faciliteiten zijn niet van toepassing op de overige Zoals uit bovenstaande blijkt, is voor het toepassen van de doorschuifregeling van belang te bepalen wat als ondernemingsvermogen kwalificeert en wat als beleggingsvermogen. Deze beoordeling dient te worden gemaakt aan de hand van de regels die daarvoor gelden in de winstsfeer voor de inkomstenbelasting conform artikel 4.17a, eerste lid, onderdeel a, Wet IB Onder ondernemingsvermogen valt zowel verplicht ondernemingsvermogen als keuzevermogen. Beleggingsvermogen betreft de duurzaam overtollige middelen. 14 In de literatuur bestaat discussie over de vraag wat onder beleggingsvermogen en wat onder ondernemingsvermogen moet worden verstaan. Vanwege de specifieke probleemstelling van de scriptie zal deze discussie buiten beschouwing worden gelaten Geen meetrekregeling De volgende voorwaarde ziet op de meetrekregeling. De Staatssecretaris is van mening dat houders van een belang dat op grond van artikel 4.10 Wet IB 2001 wordt meegetrokken in het aanmerkelijkbelangregime geen echte ondernemers zijn. 15 Daarom komen de aandelen (of 14 Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p

17 winstbewijzen) die tot het aanmerkelijk belang horen op grond van artikel 4.10 Wet IB 2001 niet in aanmerking voor de doorschuifregeling (zie artikel 4.17 a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001 en artikel 4.17c, eerste lid onderdeel b, Wet IB 2001). In eerste instantie lijkt de uitzondering terecht, aangezien het meegetrokken aanmerkelijk belang niet uit een 'echt' aanmerkelijk belang is ontstaan, in tegenstelling tot het fictief aanmerkelijk belang of het meegesleepte aanmerkelijk belang. Het is echter vreemd dat een fictief aanmerkelijkbelanghouder met een belang van bijvoorbeeld 0,5% wel als ondernemer wordt beschouwd en een meetrekaanmerkelijkbelanghouder met een belang van bijvoorbeeld 4,5% niet. Daarnaast kan een fictief aanmerkelijk belang ontstaan uit een meetrekaanmerkelijkbelang. Dan is de doorschuifregeling weer wel van toepassing Eisen met betrekking tot de verkrijger Voor toepassing van de doorschuifregeling zijn ook voorwaarden gesteld aan de verkrijger (zie artikel 4.17a, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001 en artikel 4.17c, eerste lid onderdeel c Wet IB 2001). Belastingverdragen wijzen het heffingsrecht over de aanmerkelijkbelangaandelen veelal toe aan de woonstaat. 16 Om claimverlies te voorkomen dient de verkrijger van de aandelen daarom binnenlands belastingplichtig te zijn. In geval van een buitenlandse verkrijger wordt een conserverende aanslag opgelegd. Dit is geregeld in artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet Daarnaast mogen de verkregen aandelen bij de overnemer niet deel gaan uitmaken van het vermogen van een voor zijn rekening gedreven onderneming of tot het resultaat uit overige werkzaamheden conform artikel 4.17a, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001 en artikel 4.17c, eerste lid onderdeel c Wet IB In dat geval zou namelijk sprake zijn van een sfeerovergang van box 2 naar box 1. In de literatuur wordt hier volgende over opgemerkt. De overnemer ontvangt de aandelen vrijwel altijd in privé. Indien de aandelen in het vervolg tot ondernemingsvermogen of tot het resultaat uit overige werkzaamheden gaan behoren, vindt een fictieve vervreemding plaats op grond van artikel 4.16, eerste lid, onderdeel f, Wet IB Hierdoor is de eis ten aanzien van de sfeerovergang overbodig, omdat geen claimverlies kan optreden Dienstbetrekkingseis Indien sprake is van een schenking geldt een extra eis. Bij een schenking dient de verkrijger onmiddellijk voorafgaand aan de schenking 36 maanden in dienstbetrekking te zijn geweest bij de 16 Zie o.a. artikel 13 OESO-modelverdrag - tekst Zie o.a. Hoogeveen 2004, p

18 vennootschap waarop de aandelen (of winstbewijzen) betrekking hebben conform artikel 4.17c, eerste lid, onderdeel d, Wet IB De Staatssecretaris heeft hierover het volgende aangegeven: Door de gestelde termijn van drie jaar wordt gestimuleerd dat de overdrager niet alleen de aandelen in de vennootschap waarin de onderneming wordt gedreven overdraagt, maar ook zijn kennis van die onderneming. Voorts wordt bereikt dat de relatie tussen de overdrager en opvolger voldoende duurzaam is. Zoals eerder aangegeven, zijn dit elementen die voor een adequate bedrijfsopvolging belangrijk zijn. 18 Op grond van artikel 26d Uitvoeringsregeling Wet IB 2001 is het ook toegestaan dat de verkrijger in dienstbetrekking is bij een werkmaatschappij van de holding in plaats van bij de holdingmaatschappij zelf. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werd geëist dat de begiftigde 36 maanden als bestuurder in dienstbetrekking moest zijn. De reden daarvoor was dat gegarandeerd was dat de verkrijger nauw betrokken zou zijn bij de bedrijfsvoering. 19 Om aan te sluiten bij de doorschuiffaciliteit inzake overdracht tijdens leven uit de IB-winstsfeer (artikel 3.63 Wet IB 2001) heeft de staatssecretaris door middel van de derde nota van wijziging de bestuurderseis laten vallen. Hij acht de relatie tussen verkrijger en de onderneming ook voldoende duurzaam bij een dienstbetrekking van ten minste 36 maanden. Er zijn aan het dienstverband geen nadere (kwalitatieve) eisen gesteld. Wanneer een student 3 jaar lang in het magazijn van het bedrijf van zijn vader op vrijdagmiddag dozen inpakt, wordt al voldaan aan de voorwaarde. De dienstbetrekkingseis is niet opgenomen voor een overdracht krachtens erfrecht, omdat in dat geval de mogelijkheid tot plannen veel kleiner is Overgang De vervreemding die als gevolg van een verdeling van de nalatenschap binnen twee jaar na overlijden plaatsvindt, wordt niet als vervreemding aangemerkt. Indien dus sprake is van een overgang krachtens erfrecht dient de verdeling binnen twee jaar na overlijden plaats te vinden zoals bepaald in artikel 4.17a, eerste lid onderdeel d Wet IB Om uitvoeringstechnische redenen hoeft niet opnieuw een splitsing in het ondernemingsvermogen en het beleggingsvermogen gemaakt te worden Kamerstukken II 2009/10, , nr. 14, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p

19 2.3.3 Voorwaarden voor toepassing van de bedrijfopvolgingsregeling Conform artikel 35b, vijfde lid, SW 1956 is de bedrijfopvolgingsregeling alleen van toepassing bij de verkrijging van ondernemingsvermogen in het kader van een bedrijfsopvolging, mits hierbij wordt voldaan aan het bezitsvereiste en het voortzettingsvereiste. De voorwaarden zijn uitgewerkt in artikel 35c tot en met 35e SW Hieronder worden de voorwaarden voor toepassing van de bedrijfopvolgingsregeling kort uiteengezet Ondernemingsvermogen Net zoals bij het toepassen van de doorschuifregeling geldt voor het toepassen van de bedrijfopvolgingsregeling dat sprake dient te zijn van ondernemingsvermogen. Volgens artikel 35 c, eerste lid, SW 1956 wordt hier het volgende onder verstaan: - een (gedeelte van een) onderneming zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Wet IB 2001; - een (gedeelte van) een medegerechtigdheid 21 ; - bij de schenker/erflater tot een aanmerkelijk belang behorende vermogensbestanddelen; en - bij de schenker/erflater onder de terbeschikkingsstellingsregeling in de zin van artikel 3.92 IB 2001 vallende onroerende zaken. Voor de toepassing van de bedrijfopvolgingsregeling is het, net als voor de toepassing van de doorschuifregeling, derhalve van belang te bepalen wat onder het ondernemingsvermogen valt en wat onder het beleggingsvermogen. Wederom wordt verwezen naar het ondernemersbegrip van de inkomstenbelasting. Net als bij de doorschuifregeling kwalificeert beleggingsvermogen tot maximaal 5% van de waarde van het betrokken ondernemingsvermogen op grond van artikel 35c, eerste lid, onderdeel c, SW Bezitsperiode Om te voorkomen dat vlak voor het moment van schenken of overlijden niet-kwalificerend vermogen wordt omgezet zodat de bedrijfsopvolgingsregeling toch kan worden benut, is een bezitseis opgenomen. 22 Blijkens artikel 35d, eerste lid, SW 1956 dient het ondernemingsvermogen bij overlijden minimaal 1 jaar in het bezit te zijn geweest van de erflater. In verband met de planningsmogelijkheden dient in geval van een schenking het ondernemingsvermogen minimaal 5 jaar 21 Bij medegerechtigdheid kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een commanditair aandeel in een commanditaire vennootschap. 22 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p

20 in het bezit te zijn geweest van de schenker. In artikel 9 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting zijn een aantal situaties opgenomen waarin strikt juridisch gezien niet wordt voldaan aan de vereiste bezitsperiode, maar materieel gezien wel. In de situaties die in artikel 9 Uitvoeringsregeling schenken erfbelasting worden beschreven wordt ook geacht aan de bezitsperiode te zijn voldaan Voortzettingsvereiste Ook het voortzettingsvereiste is in de Successiewet opgenomen zodat alleen reële bedrijfsoverdrachten worden gefacilieerd. De kern van de bedrijfsopvolgingsregeling is dat de verkrijger de verkregen ondernemings (ten minste vijf jaren) voortzet. De verkrijger van een onderneming of medegerechtigdheid moet de onderneming minimaal 5 jaar voortzetten zoals aangegeven in artikel 35e, eerste lid, onderdeel a en b, SW Hij mag in die periode niet ophouden winst te genieten. Om te beoordelen of hier sprake van is wordt in beginsel het stakingsbegrip uit de inkomstenbelasting gevolgd. 23 Dit is anders indien bijvoorbeeld bij de overdracht van een onderneming gebruik wordt gemaakt van artikel 3.63 Wet IB De onderneming wordt dan voor de inkomstenbelasting geacht niet te zijn gestaakt. Deze niet-stakingsfictie werkt niet door naar de bedrijfsopvolgingsregeling. Wanneer de faciliteiten zijn toegepast op aanmerkelijkbelangaandelen, mogen deze aandelen niet worden vervreemd of worden omgezet in preferente aandelen zoals bepaald in artikel 35e, eerste lid, onderdeel c, SW Voor het vervreemdingsbegrip wordt verwezen naar de Wet IB Dit wordt uitgebreid met verschillende fictieve vervreemdingen uit artikel 4.16 Wet IB 2001 zoals bepaald in artikel 35e, derde lid SW Ook mag het lichaam waarop de vermogensbestanddelen betrekking hebben niet ophouden winst te genieten. Ten slotte vervalt de vrijstelling ook indien de terbeschikkingstelling van de onroerende zaken in de zin van artikel 3.92 Wet IB 2001 dan wel hun dienstbaarheid aan de onderneming van de desbetreffende vennootschap eindigt. Uitzonderingen op het voortzettingsvereiste zijn opgenomen in artikel 10 Uitvoeringsregeling schenken erfbelasting. Zo is het mogelijk om gebruik te maken van de aandelenfusiefaciliteit (artikel 3.55 Wet IB 2001) zonder dat de vrijstelling vervalt. Artikel 35b, zesde lid, SW 1956 geeft aan dat indien 23 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p

21 op enig moment niet meer aan het voortzettingsvereiste wordt voldaan, in zoverre de vrijstelling vervalt. 2.4 Conclusie De doorschuifregeling is ooit ingevoerd om in geval van een overgang krachtens erfrecht een heffingslek te dichten en om cumulatie met de betaling van erfbelasting te voorkomen die de continuïteit van een onderneming is gevaar kan brengen. Sinds 1 januari 2010 is de doorschuifregeling ook van toepassing in geval van een overgang krachtens schenking. Men wilde voorkomen dat men tot het overlijden zou wachten met de bedrijfsoverdracht om door middel van vererving alsnog van de faciliteit gebruik te kunnen maken Ook de bedrijfopvolgingsregeling in de Successiewet is opgenomen om de belastingdruk omlaag te brengen. Hiermee wordt bereikt dat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar komt. Er bestaat discussie of hiervoor daadwerkelijk dergelijke royale faciliteiten voor nodig zijn. Bij vererving van een nalatenschap waarin slechts ondernemingsvermogen ter waarde van aanwezig is, is in beginsel aan belasting verschuldigd. Door toepassing van de faciliteiten kan dit worden terug gebracht tot waardoor bij deze reële bedrijfsoverdracht de continuïteit van de onderneming wordt gewaarborgd. Voor toepassing van de faciliteiten moet aan een aantal cumulatieve voorwaarden zijn voldaan. Deze voorwaarden zijn per 1 januari 2010 flink aangescherpt om zo alleen reële bedrijfsoverdrachten te faciliëren. 23

22 3 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en (cumulatief) preferente aandelen 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de toepassing van de faciliteiten ten aanzien van (cumulatief) preferente aandelen. Daartoe zal eerst worden ingegaan op de vraag wat onder (cumulatief) preferente aandelen wordt verstaan. Vervolgens zal door middel van een voorbeeld worden uitgelegd hoe en waarom een cumprefstructuur kan worden opgezet. Daarna wordt ingegaan op de eisen die zijn gesteld bij het toepassen van de faciliteiten in geval van een cumprefstructuur. Tot slot zal het besluit van de Staatssecretaris worden behandeld wat is uitgevaardigd in het kader van deze gestelde eisen.. Afgesloten zal worden met een conclusie. 3.2 Definitie preferente aandelen In beginsel komt de verkrijging krachtens schenking of erfrecht van (cumulatief) preferente aandelen niet in aanmerking voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Het is daarom van groot belang om te weten wanneer al dan niet sprake is van (cumulatief) preferente aandelen. Een definitie van (cumulatief) preferente aandelen ontbreekt omdat de wetgever primair heeft willen aansluiten bij de invulling die deze term in het spraakgebruik heeft gekregen 24. In het spraakgebruik zou een volgende definitie van (cumulatief) preferente aandelen kunnen worden gegeven: preferente aandelen geven recht op een bepaald percentage van de nominale waarde van de aandelen ten laste van de winst vóórdat enige uitkering aan de gewone aandeelhouder wordt gedaan. Cumulatief preferente aandelen zijn aandelen waarbij de aandeelhouder, behalve zijn vaste percentage van de winst, ook nog uitgekeerd krijgt wat in enig voorafgaand jaar bij gebrek aan winst niet kon worden uitgekeerd. 25 Blijkens de wetshistorie worden aandelen niet als preferent aangemerkt zolang deze volledig delen in winstreserves en liquidatieopbrengsten. De Staatssecretaris heeft daar nog aan toegevoegd dat elke vorm die hiervan afwijkt, nu of later, kan worden aangemerkt als een preferent aandeel. 26 Wanneer de definitie die aansluit bij het spraakgebruik wordt vergeleken met de definitie zoals deze uit de wetshistorie voortvloeit, blijken de definities nogal te verschillen. Ik deel de mening van Van 24 Kamerstukken II 2009/10, , nr. 8, p Zie o.a. Van Schilfgaarde en Winter, 2009, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 13, p

23 Gijlswijk dat de Staatssecretaris een veel strengere definitie geeft. Ter illustratie van zijn standpunt geeft Van Gijlswijk het volgende voorbeeld: X en zijn zus Y bezitten allebei 50% van het geplaatste aandelenkapitaal in Bouwonderneming BV Z. Bouwonderneming BV Z krijgt de mogelijkheid om deel te nemen aan project Q. X en Y zijn het niet eens over de winstpotentie van project Q. X ziet het project wel zitten en Y niet. Om die reden zijn de statuten gewijzigd, waarbij 2 soorten aandelen zijn ontstaan. De aandelen van X krijgen recht op 50% van het resultaat en vermogen exclusief het project Q. Van project Q komt aan de aandelen van X primair een vergoeding toe voor het werkkapitaal dat benodigd is voor project Q, vermeerderd met de overwinst op project Q. De aandelen van Y wijken slechts af van de aandelen van Q op het punt van de overwinst op project Q. Vormen de aandelen van Y nu preferente aandelen? Dat kan toch niet waar zijn? Dat zou namelijk betekenen dat ten aanzien van de aandelen van Y alleen gebruik gemaakt kan worden van de doorschuiffaciliteit als de aandelen vererven naar X. Na afloop van het project Q (en uitkering van de overwinst aan X) zijn de aandelen van X en Y weer gelijk. Vallen de aandelen van Y dan weer onder de regels voor normale aandelen? 27 Daarnaast heeft de Staatssecretaris aangegeven dat het bij preferente aandelen veelal om aandelen gaat die alleen recht geven op een, al dan niet cumulatief, vast dividend en niet, ook niet gedeeltelijk, op de waardevermeerdering van de aandelen. In ieder geval vallen gewone aandelen die juridisch preferent genoemd zouden kunnen worden, omdat zij bijvoorbeeld een bijzonder stemrecht hebben, niet onder preferente aandelen.28 Deze definitie sluit beter aan met de definitie uit het spraakgebruik. Gezien de verschillende interpretatiemogelijkheden is enige duidelijkheid omtrent de definitie wel gewenst.29 Waarschijnlijk heeft de Staatssecretaris vooralsnog afgezien van een definitie van het begrip 'preferente aandelen' teneinde te vermijden dat belastingplichtigen de grenzen van dit begrip opzoeken30. Gezien het grote belang (wel of niet kwalificeren voor de faciliteiten) beveel ik mede in verband met de rechtszekerheid aan om het begrip preferente aandelen duidelijker te definiëren en op te nemen in de wet. Indien de gekozen definitie later aanpassing behoeft, bijvoorbeeld omdat onbedoeld ontwijkgedrag is gebleken, kunnen daartoe nog aanvullende voorwaarden voor worden opgenomen. 27 Van Gijlswijk, 2010, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 8, p Zie ook Redactie Vakstudie Nieuws, 2009a 30 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p

24 3.3 Het opzetten van een cumprefstructuur Inleiding Hieronder wordt door middel van een voorbeeld aangegeven hoe een cumprefstructuur kan worden opgezet. In paragraaf worden aan de hand van dit voorbeeld situaties aan het licht gebracht waarbij het opzetten van een dergelijke structuur wenselijk kan zijn Voorbeeld De heer X houdt aandelen in Holding A. Deze vennootschap houdt 100% van de aandelen Werkmaatschappij Y. De heer X wil zoon Q bij de structuur betrekken omdat zoon Q in de toekomst het bedrijf gaat voortzetten. De heer X besluit dit te gaan doen door middel van het opzetten van een cumprefstructuur. De huidige structuur ziet er als volgt uit. De heer X zoon Q 100% gewone aandelen Holding A Werkmaatschappij Y 100% gewone aandelen Voor het opzetten van de nieuwe structuur dienen de huidige aandelen Werkmaatschappij Y te worden omgezet in cumulatief preferente aandelen. Conform het besluit van de Staatssecretaris dient de waarde van de cumulatief preferente aandelen, in overleg met de inspecteur, zodanig te worden bepaald dat deze een zelfde waarde vertegenwoordigt als de huidige gewone aandelen. Daarnaast dient het dividendpercentage zakelijk te worden bepaald. 31 Met deze maatregelen wordt voorkomen dat de cumulatief preferente aandelen die aan Holding A worden uitgereikt, in de praktijk het karakter van een achtergestelde, renteloze lening zouden krijgen. Tegelijkertijd met de omzetting van de aandelen in cumulatief preferente aandelen reikt Werkmaatschappij Y nieuwe gewone aandelen uit (aan een nieuw op te richten holding van) zoon Q. 31 Besluit Staatssecretaris van Financiën van 29 september 2008, nr. CPP2008/1008M, Stcrt. 2008, 196, onderdeel

25 Omdat de cumulatief preferente aandelen dezelfde waarde hebben als de oude gewone aandelen, hebben de nieuw uit te reiken gewone aandelen geen waarde. Hierdoor is geen schenkbelasting verschuldigd door zoon Q over de verkrijging van de gewone aandelen. Ook is hierdoor geen inkomstenbelasting verschuldigd, omdat geen sprake is van verkapt dividend. 32 De nieuwe structuur ziet er dan als volgt uit. De heer X zoon Q 100% gewone aandelen 100% gewone aandelen Holding A Nieuwe holding 100% cumulatief preferente aandelen Werkmaatschappij Y 100% gewone aandelen De reden van het opzetten van een cumprefstructuur De wens bestaat dat zoon Q de onderneming voort gaat zetten. Echter beschikt zoon Q over onvoldoende financiering. Door het omvormen van de gewone aandelen in preferente aandelen blijft de heer X recht houden op een deel van de winst. Hierdoor ontvangt de heer X een vergoeding voor het vermogen dat in Werkmaatschappij Y achterblijft. Het doel is dat de heer X helemaal zal uittreden en zoon Q alleen verder zal gaan. De Staatssecretaris beoogt dergelijke opvolgingen te laten kwalificeren voor de faciliteiten. 33 Door het opzetten van de cumprefstructuur kan de heer X zijn onderneming al tijdens leven overdragen aan zoon Q terwijl de heer X via de preferente aandelen betrokken blijft bij de onderneming en inkomsten blijft genieten om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. 32 Indien de gewone aandelen wel een waarde zouden vertegenwoordigen, dan zou vanuit de vennootschap een vermogensverschuiving plaatsvinden via de heer X aan zoon Q. Dit zou leiden tot een verkapte dividenduitkering waardoor in dat geval inkomstenbelasting verschuldigd zou zijn. 33 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p

26 3.4 Voorwaarden voor toepassing van de faciliteiten Inleiding In beginsel kwalificeren (cumulatief) preferente aandelen niet voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Houders van (cumulatief) preferente aandelen worden namelijk door de wetgever beschouwd als kapitaalverschaffers, omdat zij feitelijk niets anders zijn dan financiers van de onderneming. 34 De houders van (cumulatief) preferente aandelen ontvangen een vast percentage aan dividend. Wanneer dit wordt vergeleken met bijvoorbeeld een bank die een vast rentepercentage ontvangt over een uitstaande lening zou gezegd kunnen worden dat sprake is van een kapitaalverschaffer. De faciliteiten zijn wel van toepassing indien de (cumulatief) preferente aandelen zijn ontstaan in het kader van een (gefaseerde) bedrijfsopvolging. In die situatie is de omvorming van gewone aandelen tot preferente aandelen onder gelijktijdig toekennen van gewone aandelen aan een ander een tussenfase voor de uiteindelijke overdracht. Onder voorwaarden is toepassing van de faciliteiten mogelijk. Allereerst dient te worden voldaan aan de algemene voorwaarden die gelden voor de toepassing van de faciliteiten (zie hoofdstuk 2). Daarnaast gelden nog vier specifieke voorwaarden. Met de aanvullend gestelde voorwaarden heeft de wetgever willen bewerkstelligen dat uitsluitend (cumulatief) preferente aandelen die zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging worden gefacilieerd 35 en dat zuivere kapitaalverstrekkers niet in aanmerking komen voor de faciliteiten. De aanvullende voorwaarden zijn hetzelfde voor toepassing van zowel de doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting (zie artikel 4.17a lid 3 IB 2001) als voor de bedrijfopvolgingsregeling in de Successiewet (zie artikel 35c lid 4 SW 1956). De voorwaarden worden hieronder nader omschreven Omzetting De eerste eis waaraan voldaan moet worden, is dat de preferente aandelen een omzetting vormen van een eerder door de erflater of schenker gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling om alleen bij reële bedrijfsoverdrachten de faciliteiten te verlenen. Dit betekent dat de schenker respectievelijk de erflater gedurende de bezitstermijn een 'echte ondernemer' moet zijn geweest. Dit is hij alleen indien hem ten aanzien van zijn aandelenpakket alle rechten op de winst toekomen. Voor de bedrijfopvolgingsregeling van de Successiewet is het daarom van belang dat 34 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p

27 de erflater of schenker voldoet aan het bezitsvereiste van artikel 35d SW Dit houdt in dat niet is voldaan aan de vereiste bezitstermijn van één respectievelijk vijf jaar indien de normale aandelen binnen die periodes zijn omgezet in preferente aandelen. Indien bijvoorbeeld de normale aandelen na twee jaar zijn omgezet in preferente aandelen, zijn de faciliteiten wel van toepassing in geval van overlijden, maar niet in geval van schenking Toekennen aan een ander De omzetting in preferente aandelen moet gepaard zijn gegaan met het toekennen van gewone aandelen aan een ander. Bij deze voorwaarde komt de gedachte dat alleen (gefaseerde) bedrijfsopvolgingen gefacilieerd dienen te worden duidelijk naar voren. Volgens De Beer veronderstellen de woorden 'gepaard gaan met' een causaal verband. Hij meent dat tussen omzetting en uitgifte enige tijd mag zitten zolang een oorzakelijk verband aanwezig is. 37 Indien de wettekst letterlijk wordt gelezen dient er een verband te zijn tussen het omzetten van de gewone aandelen in preferente aandelen en het uitreiken van de gewone aandelen, maar degene aan wie de aandelen worden uitgereikt hoeft niet degene te zijn aan wie de preferente aandelen vererven of in de toekomst worden geschonken (echter, op het moment van verkrijgen van de cumprefs, moet de verkrijger wel in het bezit zijn van minimaal 5% van de gewone aandelen, zie paragraaf 3.4.5). In de wettekst wordt namelijk gesproken over het toekennen aan een ander en niet het toekennen aan de verkrijger. 38 In de beginfase van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel heeft de Staatssecretaris echter het volgende opgemerkt: Omdat er alleen in gevallen van een reële bedrijfsopvolging voldoende rechtvaardigingsgrond bestaat om de verkrijger van ondernemingsvermogen een vrijstelling te verlenen, wordt de verkrijging van ( ) preferente aandelen alleen gefaciliteerd indien zij zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging. In die situaties fungeert ( ) de omvorming van gewone aandelen tot 36 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p De Beer, 2009, par b 38 Dit is ook opgemerkt in het artikelsgewijs commentaar van het NDFR door J.P. Hofstra bij artikel 4.17a lid 3 IB 2001, onderdeel

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Bedrijf schenken of erven Nieuwe regels 2010 Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Deze regeling is met de komst

Nadere informatie

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de diverse regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging in de Wet op de inkomstenbelasting

Nadere informatie

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Auteur: F.H.J. Kruijssen Anr: s267272 Studie: Fiscale Economie Datum: 8 mei 2012 Examencommissie:

Nadere informatie

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Mr. K. de Heus * en drs. A. Rozendal ** Indien aandelen die een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen worden vervreemd, vindt op grond van art. 4.12

Nadere informatie

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Mr. Sabine A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst en Paul-Johan Swank LLM 1 Met de verschillende doorschuiffaciliteiten in de Wet IB 2001 2 en de bedrijfsopvolgingsregeling

Nadere informatie

Vergelijking doorschuiffaciliteiten

Vergelijking doorschuiffaciliteiten Carmen van Lier ANR: 646230 Fiscale Economie Examencommissie: drs. J.J.H. Gortzak prof. dr. J.A.G. van der Geld Vergelijking doorschuiffaciliteiten Wet IB 2001 November, 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus Irma van der Zon BOR / BOF BOR: bedrijfsopvolgingsregeling BOF: bedrijfsopvolgingsfaciliteit Verschillende benamingen voor hetzelfde onderwerp. BOR faciliteiten:

Nadere informatie

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende: ARTIKEL I De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 4.17a wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef van het vijfde lid wordt een belang heeft vervangen door: direct of indirect

Nadere informatie

Alles onder Controle!

Alles onder Controle! Alles onder Controle! Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 20 oktober 2009 Onderwerpen Bedrijfsopvolging in Nederland Inkomstenbelasting Successiewet Bedrijfsopvolging in België Samenloop Nederland

Nadere informatie

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij schenking en vererving van aanmerkelijkbelangaandelen Mr. Maria de L. Monteiro 1 Ruim een jaar geleden schreef T.C. Hoogwout een lezenswaardig artikel in dit blad

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, Stcrt. 2009, 20619 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Reikwijdte Artikel 1. Reikwijdte en definitie 1. Deze regeling

Nadere informatie

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010) Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele

Nadere informatie

De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder

De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder Spant de bedrijfsopvolgingsfaciliteit nog altijd het paard achter de wagen? Naam: M.V. (Michiel) Meulenkamp

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen. Het

Nadere informatie

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol.

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Inhoudsopgave 1. Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht... 3 1.1 Wordt een onderneming

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Bedrijfsoverdracht Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting 20 april 2011 www.inventivecontrol.com 1 Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Sprekers: mr. J.J.G.M. (Jolanda) van Nunen mr. G.J. (Govert) Vorstenbosch

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat,

Nadere informatie

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november

Nadere informatie

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden Auteur: Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Ondernemers houden met veel rekening maar vaak niet met hun eigen overlijden. Het

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen?

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen? Faculteit Rechtswetenschappen Masterscriptie Bedrijfsopvolging per 1 januari 2010, nieuwe kansen en beperkingen? Helmond, 2010 Student: ANR: Studierichting: Scriptiebegeleider: S. H. Hamacher S745980 Fiscaal

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! www.stolk-accountants.nl Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging bij schenken en erven

Bedrijfsopvolging bij schenken en erven Bedrijfsopvolging bij schenken en erven A.E.M. Loeffen 167138 Universiteit van Tilburg Faculteit der Rechtsgeleerdheid Fiscaal Recht Examencommissie: mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst prof. mr. I.J.F.A.

Nadere informatie

Page 1 of 6 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel II) NTFRB2011-41 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35d SW 1956-art.

Nadere informatie

Inhoud. Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19

Inhoud. Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19 Inhoud Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19 1 Positie van de DGA binnen het fiscale spectrum 21 1.1 Inleiding 21 1.2 De DGA fiscaal vergeleken met de IB-ondernemer 22 1.3 Vergelijking box 2 en box 3 Wet

Nadere informatie

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 Naam student: A.N. Klok Studentnummer: 320949 Begeleider: J.E.

Nadere informatie

DGA uit de loonheffing

DGA uit de loonheffing DGA uit de loonheffing Met ingang van 1 januari 2008 Art 6 lid 6 wet LB 1964 Degene tot wie uitsluitend één of meer directeuren-grootaandeelhouders als bedoeld in art. 6, eerste lid, onderdeel d, van de

Nadere informatie

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Auteur: Mr. drs. M.G.H. van der Kroon[1] In dit artikel gaat de auteur in op de fiscale aandachtspunten

Nadere informatie

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen.

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 20619 31 december 2009 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting 17 december 2009 NR. DB 2009-175 Directoraat-Generaal

Nadere informatie

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken Seminar Fiscaal vriendelijk erven en schenken Estate planning Fiscale en juridische begeleiding overgang en instandhouding (familie)vermogen Vermogen zo goedkoop mogelijk naar volgende generatie Wensen

Nadere informatie

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 S.C.B. Heller Koperwiek 2 5165 KK Waspik Waspik, 18 augustus 2008 Universiteit van Tilburg Afstudeerrichting: Fiscaal

Nadere informatie

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting De nieuwe Successiewet (deze wet regelt de schenk- en erfbelasting) is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen!

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop Bedrijfsopvolging Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting Testamenten Andere civielrechtelijke zaken 0 Inleiding Mr. C. (Kees) Goeman Mr. E.J.Ph. (Ed) Bijnsdorp Sprekers: Mw. mr. J.J.G.M. (Jolanda)

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Spotlight Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Renate de Lange - Family Business/Private Wealth, Tax & Human Resource Services Jan Nieuwenhuizen - Family Business/Private Wealth,

Nadere informatie

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt?

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? Student: mw. S.J.M.A. Peters Studentnummer: 990683 Begeleider: mw. mr. M.L.M. van Kempen Inhoudsopgave

Nadere informatie

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Inkomstenbelasting DGA Master Nederlands Belastingrecht UVA De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Optie op nieuw uit te geven aandelen nader toegelicht Paul Ooms BSc Studentnummer: 5910277 Datum:

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen 2016 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen ONDER WELKE OMSTANDIGHEDEN OVERSCHRIJDEN DE ACTIVITEITEN VAN EEN VASTGOEDVENOOTSCHAP DE NORM NORMAAL VERMOGENSBEHEER VOOR TOEPASSING VAN

Nadere informatie

Page 1 of 7 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel I) NTFRB2011-35 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35c SW 1956-art.

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer Kennisdocument Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer agrarisch) Bij de overdracht van een onderneming komt veel kijken. Naast het vinden van de koper(s) en het bepalen van de overdrachtswaarde, moet

Nadere informatie

Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956

Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956 Masterscriptie Fiscaal Recht Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956 C.A.V Liebregts ANR: 976052 Universiteit van Tilburg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf. whitepaper. Verzeker de continuïteit van uw bedrijf

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf. whitepaper. Verzeker de continuïteit van uw bedrijf 07.06.16 Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf Verzeker de continuïteit van uw bedrijf whitepaper In dit whitepaper: Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven

Nadere informatie

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN Vanaf 2010 kan overlijden met vererving van aandelen in een eigen B.V. met beleggingsvermogen (waaronder verhuurd onroerend goed) tot een onverwachte

Nadere informatie

Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen

Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen Afstudeerscriptie G.C.J. van Esterik ANR 171524 Examencommissie Mr. dr. M.J. Hoogeveen

Nadere informatie

Voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de fiscale wetgeving

Voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de fiscale wetgeving Voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de fiscale wetgeving Behoort een homogene regeling met betrekking tot de voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten tot de mogelijkheden?

Nadere informatie

Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet?

Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet? Mr. Almer M.A. de Beer 1 Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet? Art. 4.6 Wet IB 2001 geeft antwoord op de vraag wie aanmerkelijkbelanghouder is De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Nadere informatie

Inleiding HOOFDSTUK 1

Inleiding HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 1 Inleiding Schenking en vererving van een IB-onderneming, van aanmerkelijkbelangaandelen en van ter beschikking gestelde onroerende zaken is met ingang van 1 januari 2010 ingrijpend gewijzigd,

Nadere informatie

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

Nadere informatie

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Belastingdienst 2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Als u een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet u over de waarde van die onderneming erf- of schenkbelasting betalen.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

2013/2014. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen

2013/2014. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen 2013/2014 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen Een rechtsvergelijkend onderzoek Auteur: Jeroen Smolenaers Tilburg School of

Nadere informatie

De bedrijfsopvolging in de Successiewet 1956

De bedrijfsopvolging in de Successiewet 1956 De bedrijfsopvolging in de Successiewet 1956 De beoogde doelen van de wetgever inzake het kwalificerend ondernemingsvermogen bereikt? Naam: Studierichting: Sabine Kranenbroek Master Fiscale Economie Administratienummer:

Nadere informatie

KPMG Meijburg & Co ABCD. Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht

KPMG Meijburg & Co ABCD. Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht Op 12 juni 2012 heeft de Eerste Kamer de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 2

2014 -- Successiewet -- Deel 2 Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 1 van 5 17-8-2015 11:55 ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 30-07-2015 Datum publicatie 06-08-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 9248 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting

De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting Dr. S.A. Stevens 1. Inleiding Per 1 januari 2010 is de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (hierna: BOF) in de SW 1956 gewijzigd. De BOF

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag MR. GEERT DE JONG MR. ALMER M.A. DE BEER 1 Bij de berekening van de grondslag

Nadere informatie

Successiewet 1956; bedrijfsopvolging

Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 1 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Belastingdienst/Centrum voor Proces- en Productontwikkeling, Domein Belastingen op arbeid en vermogen Besluit van 16 maart 2004,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 62d 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz. Een rechtsvergelijkend onderzoek

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz. Een rechtsvergelijkend onderzoek De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz Een rechtsvergelijkend onderzoek Danny Das 761994 Tilburg University Tilburg School of Economics and Management Master

Nadere informatie

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen Aan de Vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal mr. R.F. Berck Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Amsterdam,

Nadere informatie

Bij familiebedrijven staat het ondernemerschap en de continuïteit van generatie op generatie centraal.

Bij familiebedrijven staat het ondernemerschap en de continuïteit van generatie op generatie centraal. Position Paper van FBNed September 2009 In zake T.b.v. : Wijzigingsvoorstellen op de Successiewet : rondetafelgesprek vaste commissie voor Financiën woensdag 23 september 2009 Samenvatting Rode draad Belastingplan

Nadere informatie

Nieuwe schenk- erfbelasting Belangrijkste wijzigingen vanaf 2010

Nieuwe schenk- erfbelasting Belangrijkste wijzigingen vanaf 2010 . Nieuwe schenk- erfbelasting Belangrijkste wijzigingen vanaf 2010 Het successierecht is de meest onbegrepen belasting. Het kabinet wil deze belasting in stand houden, ondanks dat de schenker of erflater

Nadere informatie

Verhuur van vastgoed:

Verhuur van vastgoed: Erasmus Universiteit Rotterdam Nadruk Verboden Erasmus School of Economics Masterscriptie Verhuur van vastgoed: Wel of geen onderneming? Naam: Janwillem den Hollander Examennummer: 332859 Begeleidster:

Nadere informatie

ESJ Accountants & Belastingadviseurs

ESJ Accountants & Belastingadviseurs ESJ Accountants & Belastingadviseurs Het realiseren van vermogen vanuit een vennootschap Juni 2013 Maurice de Clercq Programma Realiseren van vermogen 1. Inleiding 2. Emigratie België 3. Luxemburg/ Curaçao

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscale tips voor het verkoopproces Mr Roelof Oldenziel Accountants + Adviesgroep Los Spacelab 12 3824 MR AMERSFOORT Tel. 033-460 38 38 www.los.nl Wat is

Nadere informatie

Schenking of vererving van aandelen in een onroerendgoed-, pensioen- of stamrechtvennootschap: Verkrijging van een echte onderneming?

Schenking of vererving van aandelen in een onroerendgoed-, pensioen- of stamrechtvennootschap: Verkrijging van een echte onderneming? Schenking of vererving van aandelen in een onroerendgoed-, pensioen- of stamrechtvennootschap: Verkrijging van een echte onderneming? Een onderzoek naar de grens tussen ondernemings- en beleggingsvermogen

Nadere informatie

Foederer. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2017

Foederer. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2017 Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2017 Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen.

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging: Financiering vanuit. Mr. dr. Mascha Hoogeveen Fiscal Institute Tilburg

Bedrijfsopvolging: Financiering vanuit. Mr. dr. Mascha Hoogeveen Fiscal Institute Tilburg Bedrijfsopvolging: Financiering vanuit fiscaal perspectief Mr. dr. Mascha Hoogeveen Fiscal Institute Tilburg Fiscaliteit knelpunt in de praktijk? Grootste knelpunten: Vinden van een opvolger Financiering

Nadere informatie

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Inleiding Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de fracties van het CDA, de PvdA, de

Nadere informatie

De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet

De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet Bachelorscriptie Fiscale Economie Astrid van der Werff 5736781 19 juli 2011 Mw. dr. S.J. Mol-Verver Studiejaar 2010-2011 Fiscale Economie

Nadere informatie

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

2009 -- Bedrijfsadministratie - GBE3.2 (FE) - Deel 2

2009 -- Bedrijfsadministratie - GBE3.2 (FE) - Deel 2 GBE3.2 (FE) les 4 programma Wat is een fusie Bedrijfsoverdracht en bedrijfsfusie Bedrijfsfusie Juridische fusie Een fusie is het samengaan van twee meer ondernemingen die daarna als economische eenheid

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Mr. Almer M.A. de Beer 1 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Wanneer is een houdstervennootschap beleidsbepalend? 1 Werkzaam bij Arenthals

Nadere informatie

Tilburg University. Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging

Tilburg University. Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Tilburg University Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Publication date: 2015 Link to publication Citation for

Nadere informatie

Fiscale zaken voor BV ondernemers

Fiscale zaken voor BV ondernemers Fiscale zaken voor BV ondernemers Countus accountants + adviseurs Apeldoorn 28 mei 2013 Henk-Jan Roersma FB Programma Introductie Aandelenoverdracht Activa/passiva transactie Bedrijfsopvolging Pensioenvoorzieningen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 2175 31 januari 2013 Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling 17 januari 2013 Nr. BLKB2012/1221M Belastingdienst/Landelijk

Nadere informatie

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid. WIJZIGING VAN DE SUCCESSIEWET 1956 EN ENIGE ANDERE BELASTINGWETTEN (VEREENVOUDIGING BEDRIJFSOPVOLGINGSREGELING EN HERZIENING TARIEFSTRUCTUUR IN DE SUCCESSIEWET 1956, ALSMEDE INTRODUCTIE VAN EEN REGELING

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M.

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 17 januari 2013, nr. BLKB2012/1221M De staatssecretaris van

Nadere informatie

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 2

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 2 Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen

Nadere informatie

H R o - Inko m stenbelasting - Aan m erkelijk belang -- D eel 1

H R o - Inko m stenbelasting - Aan m erkelijk belang -- D eel 1 Inkomstenbelasting AB 1 programma Inleiding aanmerkelijk belang Ratio regeling Wanneer sprake van AB? Meesleepregeling en meetrekregeling Reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen Verkrijgingsprijs

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 31727 11 juni 2018 Inkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting. Lijfrente in de winstsfeer. Wijziging van het besluit van

Nadere informatie

Fiscaal voordeling vermogen nalaten

Fiscaal voordeling vermogen nalaten Kennisdocument Estate planning Fiscaal voordeling vermogen nalaten U denkt er misschien liever niet aan, maar er komt ooit een moment dat u er niet meer zult zijn. Het is goed om daar nu al bij stil te

Nadere informatie

Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger

Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger DD-NR 0904-491 Regelingen en voorzieningen CODE 3.3.1.211 verwachte wijzigingen Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger bronnen Nieuwsbericht ministerie van Financiën, 20.4.2009;

Nadere informatie

Inhoud I INLEIDEND DEEL 17

Inhoud I INLEIDEND DEEL 17 Inhoud I INLEIDEND DEEL 17 1 Positie van de DGA binnen het fiscale spectrum 19 1.1 Inleiding 19 1.2 De DGA fiscaal vergeleken met de IB-ondernemer 20 1.3 Vergelijking box 2 en box 3 Wet IB 2001 22 1.4

Nadere informatie

De tbs-vrijstelling is te vergelijken met de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers die winst uit onderneming genieten.

De tbs-vrijstelling is te vergelijken met de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers die winst uit onderneming genieten. Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat, maatregelen

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: nu reorganiseren of doorschuiven naar de volgende generatie?

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: nu reorganiseren of doorschuiven naar de volgende generatie? Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: nu reorganiseren of doorschuiven naar de volgende generatie? Mathieu Neve ANR: 410059 Scriptie Master Fiscaal Recht, Tilburg University Afstudeerdatum: 20 april 2011 Examinatoren:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING FISCALE SIGNALEN Jaargang 2010, nummer 1 In het eerste nummer van onze nieuwsbrief in 2010 geven wij een aantal signalen die voor u van belang kunnen zijn. Geheel fiscaal zijn deze signalen deze keer niet.

Nadere informatie

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 1

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 1 Inkomstenbelasting AB 1 programma Inleiding aanmerkelijk belang Ratio regeling Wanneer sprake van AB? Meesleepregeling en meetrekregeling Reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen Verkrijgingsprijs

Nadere informatie

Doorschuif- en bedrijfsopvolgingsregeling voor onroerende zaken

Doorschuif- en bedrijfsopvolgingsregeling voor onroerende zaken Vakblad Financiële Planning, Doorschuif- en bedrijfsopvolgingsregeling voor onroerende zaken Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: VFP 2014/53 Bijgewerkt tot: 22-05-2014

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2 Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen

Nadere informatie

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Nota naar aanleiding van het verslag Inleiding Het kabinet heeft met belangstelling kennisgenomen van

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober 2012, nr. BLKB/2012/611M. De staatssecretaris van Financiën

Nadere informatie

DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN. Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel?

DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN. Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEITEN Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGS-

Nadere informatie

Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M

Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht. Juridische fusie 1 Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht.

Nadere informatie