De plaats van een online community. binnen een evenement beleving

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De plaats van een online community. binnen een evenement beleving"

Transcriptie

1 De plaats van een online community binnen een evenement beleving

2

3 Colofon Auteur Naam: Website: Ivanka T Schrijvershof Opleiding Naam: Opleiding: Instituut: Afstudeerbegeleider: Afstudeerdocent: Hogeschool Rotterdam Communication & Multimedia Design CMI Joke Mulder Barend Hendriks Bedrijf Naam: Festivalinfo Adres: Elektronstraat 12-25b 1014 AP Amsterdam Telefoon: Website: Begeleiding: Rob van der Zwaan 3

4

5 Voorwoord Na bijna letterlijk bloed, zweet en tranen is dit dan mijn afstudeerscriptie. Na vier jaar leren, experimenteren en doen is dit na veel zwoegen de eindstreep van mijn HBO studie. In de afgelopen maanden heb ik stage gelopen bij Festivalinfo. Op deze stage heb ik me bezig gehouden met online communities in combinatie met evenement belevingen. Een wereld waar ik zelf erg bekend ben. Ik heb dan ook met plezier meegewerkt aan andere bezigheden rondom informatie van evenementen, waar Festivalinfo vaak een van de eerste was die de informatie te horen kreeg. Ik kan zeggen dat het geen makkelijke weg was en ik toch wel trots op mezelf ben. Ik wil hierbij een paar mensen bedanken. Ik wil Esther bedanken, zonder haar was het me niet gelukt. Ik wil haar bedanken voor de feedback, het eeuwige nalezen en de motivatie die zij mij gaf. Mijn ouders en collega s op mijn stage, respondenten die mee gewerkt hebben aan mijn onderzoek en iedereen die me motiveerde. 5

6 Samenvatting Anno 2013 is slechts een evenement organiseren niet genoeg meer om bezoekers te trekken. Er wordt steeds meer nadruk gelegd op de beleveniseconomie, in hoe organisaties omgaan met de voor- en na beleving van een evenement. Er wordt door Agendainfo nog weinig gedaan met leden binding. De evenement bezoeker heeft hierdoor te weinig motivatie om content te genereren. Juist deze content kan de online community helpen om de informatie voorziening te verbeteren. Zo kan de behoefte om goede verwachtingen te kunnen scheppen van de evenement bezoeker vervult worden. Door digitalisering ontstaat er een verschuiving van offline media naar online media. Met deze verschuiving gaat web 2.0 een steeds grotere rol spelen in de gehele beleving van een evenement. Met web 2.0 ontstond het sociale web en het gemakkelijker om als gebruiker via het web bij te dragen met user generated content. Online communities worden gevoed door de UGC die ontstaat, en het probleem ligt dat deze niet zomaar ontstaat. Leden moeten gemotiveerd worden wat mede bereikt kan worden door je leden te binden. Voordat leden gebonden kunnen worden is het belangrijk de online community te thematiseren. Om leden te binden zijn er 3 factoren waar rekening mee gehouden moet worden: Status, erkenning en doeltreffendheid. Door het blijven toepassen van deze drie factoren is het mogelijk om de doelgroep te blijven boeien en de behoeftes die ze hebben te vervullen waardoor ze zich zullen binden en blijven participeren in de online community. Het onderzoek is gericht op drie onderdelen: Online communities, usergenerated content en de evenement beleving. Binnen het onderzoek wordt er rekening gehouden met drie stakeholders: De evenement bezoeker, de evenement organisator en de online community Festivalinfo. Door verschillende onderzoeksmethodieken konden er meer inzichten verkregen worden in deze onderdelen en stakeholders. Vanuit de theorie en deels informatie uit de praktijk zijn er 6 factoren waar rekening mee gehouden moet worden als je een product wilt ontwikkelen om een online community deel uit te laten maken van een evenement beleving: - Toegankelijkheid, om de doelgroep tijdens de consumptiefase te bereiken. - Status is belangrijk voor evenement bezoekers. - Door bestaande data aan elkaar te linken en samen te laten werken is het mogelijk passend advies aan de evenement bezoeker te leveren. - Door de evenement bezoeker in de preconsumptie fase goed te informeren kunnen verwachtingen geschept worden. - Erkenning is voor gebruikers van een online community belangrijk. Het is belangrijk dat ze erkenning krijgen voor wat ze doen voor de online community. - De gebruiker van de online community moet het idee hebben dat wat zij doen een verschil maakt en een doel heeft. De oplossing gebaseerd op mijn onderzoek is een interactief product, Festivalue. Een mobiele applicatie die evenement bezoekers de gelegenheid bied waarden te geven aan evenementen en ervaringen te delen. Met deze applicatie kunnen cijfers aan onderdelen van een evenement gegeven worden van 1 tot 10. Daarbij kunnen ook foto s en video s geupload worden. De applicatie informeert en inspireert door middel van het weergeven van een agenda en een lijst met suggesties. Deze suggesties zijn gebaseerd op locatie, vrienden en eerdere bezochte artiesten. Wat belangrijk is bij het interactief product is dat het zowel inzetbaar is in de pre-consumptie fase, de consumptie fase en de postconsumptie fase. 6

7 Summary Anno 2013 it s not enough to just organize an event to attract visitors. There is an increasing emphasis on the experience economy, in how organizations deal with the before and after experience of an event. There is little done by Agendainfo to attach their members to the online community. Because the members don t feel attached to the community there is no motivation to generate content. Precisely this content is what can help the online community to improve the provision of information. Thus fulfil the needs to create expectations of the event visitor. Digitization creates a shift from online media to onlien media. With this shift web 2.0 will play an increasingly larger role in the whole experience of an event. With web 2.0 came the social web and the ability as a user, to contribute with user generated content. Online communities are sustained by the creating of user generated content.the problem is that the creation of user generated content doesn t just happen. Members must bemotivated, this can partly be achieved by making sure members are attached to your online community. Before members can b eattached it is important to thematise the online community To attach your members there are three factors wich must be taken into account: status, recognition and purpose. By continuing use of these three factors, it is possible to keep the attention of the audience and the needs that need to be fulfilled. Thus members will attach to the online community and continue to participate. This research focuses on three components: Online communities, u ser generated content and event experience. Within the research there are three stakeholders that are taking into account: The event visitors, The event organizer and the online community Festivalinfo. Though various research methodologies i ve gained insights in these components and the stakeholders. From studying theories and partly from practice there are six factors that need to be taken into account if you want to develop a product that wil create an online community wich is part of an event experience: - Accessibility,to reach your audience during the consumption phase. - Status is important for event visitors. - By linking existing data to each other and to work together, it is possible to provide appropriate advice to the event visitor. -By informing the event visitor in the preconsumption phase expectations can be created. - Recognition is important for users of an online community. It is important that they receive recognition for what they do for the online community. - The user of the online community must feel that what they do makes a difference and has a purpose. The solution based on my research is an interactive product, Festivalue. A mobile application that gives event visitor the opportunity to rate events and share experiences. With this application parts of an event can be rated through numbers from 1 to 10. besides that you can upload pictures and video s. The application informs and inspires through the display of a calendar and a list of suggestions. These suggestions are based on location, friends and earlier visited artists. It s important that the interactive product can be used in the pre-consumption phase, the consumption phase and the post-consumption phase. 7

8 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Samenvatting 6 Summary 7 1. Inleiding Evenement beleving Belevenis economie Thema De meerwaarde van een beleving Fysieke elementen van een beleving Festivals Soorten festivals Voor- en na beleving van een muziek evenement Voorbeleving na beleving Concumptie fase Media en evenementen De evenememt bezoeker Waarden Ontsnappen aan realiteit Sociaal contact Status Media gebruik Content genereren Persona s 4. Online communities online communities Opzet van een online community Discussie: Richard Millington en Erwin Blom Erwin Blom Richard Millington Erwin blom vs. Richard Millington Succes van een online community Doordachte opzet Community managers Thema Verschillende soorten leden Sharers Lurkers Ledenbinding Aantrekken van leden Leden behouden 48 8

9 4.6 Motivatie Vormen van motivatie Motivatie om te registreren Motivatie om te participeren User generated content User generated content Het ontstaan van UGC Web Web 3.0, semantisch web Het stimuleren van UGC Doeleindes van UGC Case-study Case-study conclusie Conclusies Conceptueel model Interactief product Concept Ontwerpproces Inspiratie Scrum Festivalue Testen Podia Ontwerpverloop Conclusie Aanbeveling Literatuur Aanvulling Begrippenlijst Appendix A Appendix B 113

10 1. Inleiding 10

11 Inleiding Festivalinfo Festivalinfo is een organisatie die is begonnen als een hobby van Rob van der Zwaan. Het platform werd gelanceerd in Na de lancering van Festivalinfo.nl werd er begin 2005 een uitbreiding gedaan met Podiuminfo.nl. Festivalinfo en Podiuminfo hebben het doel om een zo compleet en betrouwbaar mogelijk overzicht van muziekfestivals en concerten te geven die gehouden worden in de Benelux. Naast Podiuminfo is in 2007 ook Cabaretinfo erbij gekomen wat hetzelfde doel heeft als Festivalinfo en Podiuminfo, alleen dan voor cabaret. Tussen de lancering van Podiuminfo en Cabaretinfo is Agendainfo gelanceerd in Dit platform moest een overkoepelende factor zijn tussen Festivalinfo.nl en Podiuminfo. nl. Agendainfo is bedoeld als online muziekcommunity waarbij je onder andere je eigen concerten en festivals in een agenda kunt zetten, maar ook je wensen van artiesten die je nog wilt zien kunt opslaan. Probleemstelling Festivalinfo is een goed bezochte site waar veel muziekliefhebbers voordeel van hebben. Agendainfo is niet zo groot en veel gebruikt als dat Festivalinfo zou willen. Ze willen dit community-element binnen de site versterken, om zo een nog groter publiek te bereiken met de informatie voorziening van Festivalinfo. Een community element versterken is niet zo gemakkelijk als het lijkt. Het communityelement moet een betere en grotere beleving meegeven aan de website en een deel gaan uitmaken van de gehele customer journey van een evenement. De vraag alleen is of je op kunt tegen grotere, veel gebruikte online communities. 11

12 Hoofd- en Deelvragen Om dit onderzoek te doen zijn er drie deelvragen opgesteld. Deze drie deelvragen zullen samen het anwoord vormen op de hoofdvraag. Hoofdvraag Hoe zorg je dat een online community een actieve rol gaat spelen in de beleving van een evenement? Deelvragen 1. Op welke manier kun je verbintenis met een publiek ontwikkelen op een online community? 2. Wat voor invloed heeft user generated content op de gebruiker van een online community? 3. Op welke manier kan een online community zorgen voor een voor- en na beleving van een evenement? 12

13 Kennisgebieden Er zijn drie kennisgebieden waar ik me op ga richten tijdens mijn afstuderen. Deze drie kennisgebieden vormen samen het kader waarbinnen mijn onderzoek wordt uitgevoerd. Evenement beleving Het eerste kennisgebied is de evenement beleving. Wat is een evenement beleving en waarom willen mensen daar een deel van uit maken. Wat wordt er gedaan in de voor- en na beleving van een evenement. Online Communities Het tweede kennisgebied is online communities. Wat kan een online community toevoegen aan de beleving van een evenement. En hoe kan een online communitiy een deel uit maken van een customer journey waar de kern een evenement is. User generated content Het derde kennisgebied staat nauw in verband met de tweede. Een belangrijk doel van een online community is het genereren van content. Uit deze content kan de organisatie waardevolle informatie halen die de organisatie weer kan in zetten in de voor- en na beleving van een evenement. 13

14 Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is om te achterhalen hoe je met een online community content kunt genereren en zo een actieve rol kunt spelen in de beleving van een evenement. Onderdelen hiervan zijn: zorgen dat gebruikers zich binden aan de online community, als gevolg daarvan meer content genereren op het platform en die content kan je weer gebruiken om bij te dragen aan evenementen. De doelstelling van Agendainfo.nl is een overkoepelende factor te zijn voor Festivalinfo. nl, Podiuminfo.nl en Cabaretinfo.nl. De ultieme wens is om meer content te genereren en op basis daarvan gepersonaliseerde informatie bij de juiste gebruiker te krijgen en zo te kunnen informeren en te adviseren. Zodat de informatie voorziening zodanig goed is evenement bezoekers voor informatie over evenementen als eerst denken aan Festivalinfo. Relevantie Online communities zijn de laatste jaren gegroeid tot een nieuwe marketingtool voor veel bedrijven. Veel bedrijven hebben ook de wens gebruik te maken van social media maar hebben daar niet altijd een duidelijke reden voor. Bedrijven gaan mee met de hype zonder na te denken of ze daarmee bereiken wat belangrijk is voor hun bedrijf. Velen kiezen er ook voor om een eigen platform op te richten wat niet altijd even succesvol is. Facebook is naar de beurs gegaan en wordt een steeds dominantere factor op het web. Facebook is ook druk bezig om het tijdperk van web 2.0 achter zich te laten en verder te gaan met het semantisch web, richting web 3.0. Bij het semantisch web draait het om connectiviteit tussen systemen die normaal los van elkaar stonden, zo kun je informatie aan elkaar linken en beter toegespitste informatie leveren aan gebruikers (Arts, 2010). 14

15 Onderzoek methoden Ik heb mijn onderzoek opgedeeld in verschillende fases. Deze fases zijn gebaseerd op het stadium in het onderzoek en de betrokken partijen. Fase 1 - Inzicht in Agendainfo/Festivalinfo Tijdens deze fase was het belangrijk om naar de huidige status van Festivalinfo en Agendainfo te kijken. Aan de hand van eerder gedaan onderzoek naar deze communities en wat daar de uitkomsten van waren. Fase 2 - Theoretisch kader In het theoretische kader is er vooral gekeken naar secundaire bronnen. Dit waren onder andere scripties, boeken, papers en wetenschappelijke artikelen. Fase 3 - Praktisch kader In het praktisch kader is er zowel online als fieldresearch gedaan. In deze fase was het belangrijk om de doelgroep in kader te brengen. Online is vooral veel kwantitatief onderzoek gedaan via enquêtes om gebruiks gewoontes in kaart te kunnen brengen. In fase 3 is er ook een cultural probe tijdens een festival uitgezet. Dit om dichtbij de doelgroep te kunnen komen en de doelgroep tijdens de beleving te kunnen bereiken. Fase 4 - Concepting In de concepting fase is de kennis die opgedaan is in de vorige fases bij elkaar genomen in een conceputueel model waaruit ontwerp criteria zijn ontstaan. Met deze ontwerp criteria en eerdere conclusies is er een concept ontwikkeld. In deze fase wordt het concept dat ontwikkeld is ook getest en verbeterd. Fase 5 - Prototyping De prototyping fase is uitgevoerd door middel van de scrum methode. Met deze scrum methode konden de uitkomsten van de concepting en prototyping fase goed teruggekoppeld worden per user story aan de doelgroep uit het praktisch kader. Na elke terugkoppeling bij de doelgroep konden er weer aanpassingen worden gemaakt en conclusies worden getrokken. In tabel 1 wordt weergegeven welke. Om in contact te komen met andere stakeholders dan de evenement bezoeker is er aan de hand van het concept een enquête gedaan bij evenement organisaties. Dit om te achterhalen of zij ook voordeel hebben bij het concept en om te testen of er nog onderdelen missen of toegevoegd kunnen worden. Naast de cultural probe zijn er ook co-creatie sessies georganiseerd om meer inzichten te verkrijgen. Eén met de mensen van de cultural probe en een andere brainstorm sessie met evenement bezoekers buiten de cultural probe. De brainstorm buiten de cultural probe is vooral om customer insights te verkrijgen. Deze sessies zijn belangrijk omdat je face to face contact hebt en door kunt vragen waar nodig.. 15

16 16

17 2. Evenement beleving In dit hoofdstuk wordt er gekeken naar de beleveniseconomie rond evenementen. Wat evenementen eigenlijk inhouden en wat voor ervaring mensen hierbij hebben. Tijdens zo n beleving van een evenement spreek je ook over de voor en na beleving van een evenement. Hoe kan je hier een online community bij inzetten en welke voordelen heb je daarvan

18 Experiences are the result of observing or participating in events whether these events are real or virtual. Bernd Schmitt

19 2.1 Belevenis economie Volgens Pine en Gilmore (2012) vinden belevingen plaats onder invloed van een belangrijke gebeurtenis (Ted Talks, 2011). Je beleeft iets niet alleen tijdens een spannend evenement of achtbaanritje, maar ook tijdens minder indrukwekkende momenten zoals wachten in de rij of eten in een restaurant. Schmitt geeft de volgende omschrijving van een beleving: Experiences are private events that happen to people in response to some kind of stimulus. Experiences are the result of observing or participating in events whether these events are real or virtual. Such experiences involve the entire living being our senses, feelings, intellect and bodies. Experiences involve both the rational and the emotional side of human beings (Nijs & Peters, 2002). Schmitt zijn definitie geeft aan dat mensen constant prikkels binnen krijgen, verwerken en reflecteren en zo beleeft een mens gedurende zijn hele leven. Alles wat een mens meemaakt valt volgens Schmitt en Simonson (1997) en Pine en Gilmore (2012) onder een beleving. Tastbare goederen en diensten zijn inwisselbaar, maar belevenissen zijn gedenkwaardig. Een belevenis is een gevolg van interactie tussen het georganiseerde evenement en de toestand waarin de consument zich bevindt Thema Volgens Pine en Gilmore is de basis van elke beleving een thema. Dit thema vormt een aaneengesloten reeks van indrukken op de consument. Bij festivals vind je zeker een thema terug, dit kan zijn wat voor soort muziek er komt, wat het doel is van het evenement ( zoals bijvoorbeeld Ticket For Tibet een goed doel dient. ) maar ook wat voor bezoekers er heen gaan en wat voor sfeer er gecreëerd wordt. Schmitt en Simonson delen deze theorie van Pine en Gilmore over het toewijzen van een thema. Schmitt en Simonson geven aan dat indrukken de meenemertjes van de belevenis zijn (Van Vliet, 2012). De manier waarop deze indrukken op elkaar aansluiten en hoe dit geintegreerd is beinvloed de consument. Waardoor er een bepaald thema ontstaat. Dit vormt vervolgens weer de basis van een beleving (Pine & Gilmore, 2012). Volgens Schmitt en Simonson (1997) zijn er 6 verschillende thema s waar je onderscheid in kunt maken bij het creëren van een beleving. Tijd: traditioneel, hedendaags, futuristisch Ruimte: stad/platteland, oost/west, thuis/ werk, overdekt/buiten Technologie: handwerk/machinaal, natuurlijk/ kunstmatig Authenticiteit: origineel/mitatie Verfijning: verfijnd/niet verfijnd, luxueus/ goedkoop Schaal: grootscheeps/klein 19

20 Een andere onderverdeling in de soorten belevingen is de mate van participatie. Volgens Pine en Gilmore (2012) geven aan dat zodra een organisatie er voor kiest om een beleving neer te zetten moeten ze gebruik maken van doe-woorden. Er wordt niet in zelfstandig naamwoorden gedacht, zoals koffie of film, maar in werkwoorden zoals ontspannen en amuseren. Pine en Gilmore (1991) hebben daar vier domeinen van belevenis aan gekoppeld. De vier domeinen zijn amusement, leren, ontspannen en esthetic. Deze vier domeinen worden op een lijn gezet van hoe actief tot hoe passief de deelname van de consument is in de beleving. En of men juist veel in zich opneemt (absorptie) of dat het juist veel invloed heeft (onderdompeling). Deze domeinen zijn weergegeven in figuur 2. 20

21 2.1.2 De meerwaarde van een beleving Het doel van een beleving is om een waarde te kunnen creëren. Pas wanneer ondernemingen informatie verwerken tot informatiediensten, creëren ze inderdaad economische waarde John Perry (2012, p22). Er wordt mee bedoeld dat wanneer je een echte customer insight vertaalt naar een dienst je pas een waarde gaat creëren. Dit wordt weergegeven in figuur 3. Volgens Pine en Gilmore (1999) zijn goed ontworpen diensten die een beleving mee geven immaterieel, niet tastbare activiteiten. Deze activiteiten hebben ze afgestemd op individuele verzoeken of inzichten van klanten. Deze ontworpen belevingen voor consumenten vinden plaats als een bedrijf met opzet gebruik gaat maken van diensten als podia en goederen als rekwisieten om de klant te winnen voor zijn doel. 21

22 2.1.3 Fysieke elementen van een beleving Bij een beleving is de fysieke plaats van grote invloed. Hiervoor hebben Boom en Bitner (1981) een concept ontwikkeld genaamd servicescapes. Servicescapes is een concept om de impact van de fysieke omgeving waar de dienst plaatsvindt te benadrukken. Hierbij kan je denken aan de details zoals temperatuur, meubilair, muziek, kleur, lay out van de ruimte et cetera. Deze fysieke ruimte heeft volgens Boom en Bitner (1981) net als volgens Pine en Gilmore (2012) invloed op de gehele beleving. In het concept van servicescapes begint de beleving met de omgeving. Hierna volgt de perceptie van de personen in deze beleving, hierop reageren deze personen vervolgens waarna gedrag ontstaat. Tussen de perceptie en de reactie is het mogelijk om nog te bemiddelen. Hier kan je nog invloed uitoefenen op de eerste reactie van de persoon. Dit staat uitgelegd in figuur 4. Volgens de theorie van Boom en Bitner (1981) kunnen de omgevingsfactoren in drie onderdelen worden ingedeeld. Het eerste onderdeel is de conditie van de omgeving (ambient conditions). Hierbij spreken we over de kenmerken in de ruimte zoals temperatuur, licht, geluid, muziek geur en andere zaken die met de omgeving te maken hebben. Het tweede onderdeel is de ruimtelijke inrichting en de functie daarvan (spatial layout and functionality). Hierbij gaat het over ruimtelijke ordening zoals indeling van meubilair, planten en de onderlinge positie daarvan. Het derde onderdeel zijn tekens, symbolen en kunstproducten (signs, symbols & artefacts). Met dit onderdeel worden alle tekens in de ruimte aanwezig bedoeld van labels van merken voor reclame tot aan richtingaanwijzing en tekens voor gedragsregels. 22

23 2.1.4 Festivals Een evenement is een georganiseerde dag met daarin verschillende activiteiten (encyclo, 2012). Dit kunnen live optredens van bands zijn, theater of andere activiteiten. Uit de brainstorm kwam naar voren dat de reden waarom mensen naar een evenement gaan is omdat ze gedeelde interesses en waardes hebben. De mensen die naar een evenement gaan kennen elkaar niet maar weten wel wat over elkaar. Dat is dat ze een ding delen, en dat is het feit dat ze allenbij dat evenement aanwezig zijn. Onder evenementen vallen natuurlijk festivals. Festivals zijn constant bezig met het proberen neer te zetten van een zo goed mogelijke beleving. De definitie van festival in de dikke Van Dale is: Groot (muziek) feest. Ook op Wikipedia wordt er een definitie gegeven als; een festival is een evenement van geïnteresseerden over een bepaald onderwerp. Het onderwerp kan dus van alles zijn en kan ook gespecificeerd worden voor muziek, theater of film etc. Dirk Noordman (2005) beschreef het fenomeen festivals als volgt: Een festival is een jaarlijks of minstens periodiek evenement, welke zich kenmerkt door het bijeenbrengen van voorstellingen waarbij meerdere presentaties direct na elkaar/of tegelijkertijd worden geprogrammeerd. Het gaat hier dus om een verzameling van losse culturele uitingen, dat zich afspeelt in een beperkt geografisch gebied in een relatief korte periode.een festival is niet hetzelfde als een georganiseerd evenement, een festival is een soort subcategorie van een evenement. Het woord festival roept volgens Noordman beelden op van beurzen (fairs) en feesten in de zomer. Als je terug in de geschiedenis kijkt verwijst de term festival ook naar een ceremonie, viering of ritueel Soorten festivals Getz (2008) geeft een overzicht van acht categorieën op basis van de verschillen in het doel en programmering als je spreekt over evenementen. Culturele viering: festivals, carnaval, herdenkingen en religieuze evenementen. Politieke evenementen en overheidsevenementen: topontmoetingen, Koninklijke aangelegenheden, politieke evenementen, vipbezoeken. Kunsten en Entertainment: concerten, prijsuitreikingen. Zakelijke evenementen en handelsevenementen: bijeenkomsten, conventies, consumenten- en vakbeurzen. Educatieve en Wetenschappelijke evenementen: conferenties, seminars, masterclasses, workshops. Sportevenementen: wedstrijden, Olympische Spelen. Recreatieve evenementen: Sport en spel. Privé-evenementen: trouwerijen, feesten, verjaardagen. 23

24 Als je naar deze categorieën kijkt zijn festivals evenementen van culturele vieringen net als bijvoorbeeld carnaval. Maar volgens dit overzicht zouden ze verschillen van Kunst en entertainment terwijl we concerten (North Sea Jazz, Live Aid) en filmprijsuitreikingen (Rotterdams film festival) ook typeren als festivals en ook die naam dragen. Tegenover de categorieën van Getz (2008) heb je ook de categorisering van Benckendorff (2006). Hierbij wordt er onderscheid gemaakt in twee dimensies waarbij uiteindelijk vier categorieën ontstaan. De twee dimensies waar over gesproken wordt zijn als eerst: het onderscheid tussen cultureel en natuur en de tweede dimensie: het onderscheid tussen permanent en tijdelijk. Zo ontstaan er 4 categorieën zoals te zien in figuur 5 (Benckendorff, 2006). 24

25 2.2 voor- en na beleving van een muziek evenement Door het digitale tijdperk vervagen de lijnen tussen de voorbeleving, het evenement zelf en de na beleving. Het wordt een grote ervaring die de bezoeker heeft (Reer, 2011). De bezoeker van een muziekevenement wordt al mee genomen in het evenement voordat het evenement gestart is en wordt nog steeds vermaakt als het evenement afgelopen is Voorbeleving Vaak voordat de bezoeker naar een evenement gaat wordt hij al geïntroduceerd in het evenement waar verwachtingen worden geschept. De voorbeleving van een evenement is de fase van pre-consumptie. (De Vries & Helsdingen, 2012). Volgens de Vries en Helsdingen heeft de pre-consumptie fase vooral te maken met het managen van verwachtingen. De factoren die beheerbaar zijn qua het beheersen van de verwachting zijn de manieren van communicatie met je doelgroep, de prijs en hoe de dienstverlening in het verleden ervaren wordt. Daar staat tegenover dat je ook factoren hebt die mee werken aan de verwachtingen van een evenement maar die niet te beheersen zijn. Hieronder vallen mond op mond reclame, persoonlijke behoeften en situationele factoren. De voorbeleving wordt door de evenement bezoeker gebruikt om onderzoek te doen en zich voor te bereiden (Anonymous, 2008). Dit onderzoek bestaat uit het leren over de bands en zich vertrouwd maken met de muziek van de bands. Dit om ervoor te zorgen dat ze optimaal van de evenement beleving kunnen genieten. Het streven van een evenement organisatie is om zo veel mogelijk aan te sluiten op de verwachtingen van de doelgroep die ze ontwikkelen in de pre-consumptie fase. Om op die manier een zo succesvol mogelijk evenement te organiseren Na beleving De laatste fase is de post-consumptie. In deze fase gaat het vooral om het herbeleven en het terugzien van de ervaring (Anonymous, 2008). Maar ook het vastleggen van de beleving door middel van delen van foto s op social media. Ook het terug zien van materiaal van anderen zoals recensies van bladen en websites en de na documentatie op de website en kanalen van het festival zelf. Door de hedendaagse technologie gaat de evenement bezoeker ervanuit dat er meteen na het evenement materiaal online te vinden is van verschillende kwaliteiten en verschillende standpunten (Anonymouse, 2008). Mensen zijn een weekend of een dag ontsnapt aan de realiteit en zijn er nog niet klaar voor om terug te keren naar de normale wereld en willen nog aan de beleving vasthouden. Evenement organisaties zoals Lowlands, Graspop en Tomorrowland maken vaak een samenvattende video na het evenement. Dit om de evenement bezoeker het evenement te laten herbeleven Consumptie fase Tussen de voorbeleving en na beleving heb je de beleving zelf. De beleving wordt ook wel de consumptie fase genoemd (De Vries & Helsdingen, 2012). De fase van consumptie waarin er bijvoorbeeld veel gebruik wordt gemaakt van social media door de evenement bezoeker zelf. Een goed voorbeeld hiervan is het grote watergevecht op Lowlands Op social media werd er verspreid dat er een water gevecht zou zijn en dat ging als een lopend vuurtje (3VOOR12, 2012). 25

26 Het consumptie gedrag van de evenement bezoeker verschilt per consumptie fase zoals te zien in figuur 6. Tijdens de voorbeleving in de pre-consumptie fase wordt er veel meer gebruikt van audio gemaakt. Tijdens de na beleving in de post-consumptie fase wordt er veel meer van foto s en video s gebruik gemaakt. 26

27 2.2.4 Media en evenementen Door digitalisering en de opkomst van nieuwe media, internet, mobiele telefonie en de bijbehorende applicaties en diensten verandert de manier waarop evenementenorganisatoren contact leggen met hun doelgroep. Ook heeft deze digitalisering invloed op de diensten die festivals leveren (Van vliet, 2012). Het medialandschap is overduidelijk veranderd ten opzichte van een aantal jaren geleden (Huysmans & De Haan, 2009). Volgens Huysmans en de Haan moeten we echter niet te ver doorschieten en er vanuit gaan dat het medialandschap onherkenbaar is over een aantal jaar vergeleken bij nu. Het is dan ook niet zo zeer belangrijk om te kijken hoe de early adaptors reageren en wat voor acties ze ondernemen maar meer in hoeverre en hoe snel de algemene volgers mee zullen veranderen met het medialandschap (Huysmans & De Haan, 2009). Je kunt onder andere goed zien aan de veranderende rol tussen evenementenorganisator en bezoeker dat er veel ontwikkelingen zijn op het gebied van nieuwe media. De manier van communiceren en het aantal kanalen waar mee dat kan, tussen de festivalorganisator en de bezoeker is op vele manieren toegenomen door invloed van internet en mobiele telefonie. Zo heeft Jan Smeets bij 3Voor12 (2013) gesproken over de manier waarop social media invloed heeft. Ik ben niet tegen social media, maar het is wel een vermoeiende bezigheid. Vroeger moesten mensen een brief schrijven en dat was een hoop werk. Als je nu niet binnen een seconde antwoordt dan ben je bang, ofzo, of flauw. Door de verandering van het media landschap gaat alles sneller, en uit de uitspraken van Jan Smeets blijkt dat je altijd en overal te bereiken zou moeten zijn en bereid zou moeten zijn een antwoord te hebben. 27

28 3. De evenement bezoeker Na in gegaan te zijn op de evenement beleving wordt er in he volgende hoofdstuk gekeken naar de evenement bezoeker. Om goed antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag is het belangrijk om goed inzicht te verkrijgen in de doelgroep. Door middel van field research, enquêtes en sessies kan er goed gekeken worden naar de evenemen bezoeker. Het is belangrijk om waardes van de doelgroep te achterhalen zodat die later in het onderzoek weer toegepast kunnen worden. In dit hoofdstuk staat de evenement bezoeker centraal. 28

29 Ik vermaak me echt ongelofelijk, en jullie lezen dit bericht en huilen een beetje van binnen Niels Middelkoop, evenement bezoeker

30 3.1 Waarden In de studie die Rippen en Bos (2008) hebben gedaan naar de beleving van evenementen kwamen ze achter vier waarden waar mensen naar streven De sociaal-relationele ervaringswaarde Dit is het verbinden met anderen, het aan gaan van relaties en sociale banden of het vergroten van je netwerk. Betekenis Hier gaat het om het nut wat je bereikt bij het bezoeken van een evenement. Dit kan zijn stoom afblazen van het normale leven. Ook kan het gaan om realiseren van zingeving zoals een cultureel evenement. Competentie Dit kan te maken hebben met het vergaren van ervaringen en kennis. Zo doe je bij een muziek evenement kennis op over nieuwe bands. Ook kan je hier spreken over het ontwikkelen of onderhouden van competenties zoals trainingen. Genietbaarheid Zich kunnen ontspannen en plezier maken is een groot onderdeel van een evenement beleving.de factoren die hier invloed op kunnen hebben zijn sfeer, humor, avontuur en spanning. Na de punten van Rippen en Bos (2008) heb ik een brainstormsessie georganiseerd om zelf customer insights te achterhalen van de evenement bezoeker Ontsnappen aan realiteit Er werd door de deelnemers meerdere malen over gezelligheid gesproken. Toen er gevraagd werd wat gezellig nou precies in hield ging het over op samenhorigheid en sfeer. De samenhorigheid ontstaat door dat er overlappende interesses zijn iedereen is er voor een reden die voor iedereen daar herkenbaar is. Een deelnemer gaf aan dat als je naar Lowlands gaat, je altijd wat gemeen hebt met andere, namelijk het gaan naar Lowlands en de interesse daarin. De sfeer op een festival is anders dan gewoon thuis of als je bij vrienden langs gaat volgens een respondent. De sfeer heeft te maken met ontsnappen aan de realiteit en de dagelijkse sfeer. een respondent gaf met een mooi woord aan dat je ontsnapt aan de stresswereld. De maatschappelijke druk en verantwoordelijkheden die je in het normale leven wel hebt worden dan weg genomen. Een festival is een afgebakende wereld Sociaal contact In de brainstorm werden vrienden meerdere malen genoemd. Ook de uitspraken samen en nieuwe mensen leren kennen kwamen meerdere malen naar voren. Er wordt waarde gehecht aan de mensen die op een festival zijn. Zowel de groep waar mee je gaat, je vrienden, als de nieuwe mensen die je ontmoet op het festival. Die waarde voor nieuwe mensen haalde ik uit het feit dat een respondent het belangrijk vond om gedag te zeggen tegen mensen die hij net leerde kennen. Hij vertelde dat hij dan ook alvast zei tot volgend jaar. Er wordt een netwerk opgebouwd op basis van de interesse voor het evenement, zoals hij deed bij Lowlands. In de customer journey wordt het opzoeken van mensen en materiaal na het evenement ook genoemd. Zo kan hij later dezelfde mensen weer tegen komen of een groep vormen om samen te gaan. 30

31 3.1.3 Status De vraag Waarom post je iets op Facebook over het evenement waar je bent gaf Niels heel eerlijk aan Dan voel ik me belangrijk. Dat geldde ook voor de bandjes en de merchandise zei hij. Die heb je aan om te laten zien waar je bent geweest. Het laat zien bij welke groep je hoort, je sociale status. Een respondent zei dat je de bandjes van festivals kan vergelijken met het verkrijgen van stripes. Met die bandjes of merchandise heb vervolgens weer een aanspreekpunt bij mensen. Zoals een vriend en ik zelf hadden. Wij hebben elkaar ontmoet omdat we beide een Graspop bandje hadden en ik tegen hem ze He!, ook graspop geweest?. Je krijgt een soort overmacht op de anderen als je ergens bent geweest waar zij niet zijn geweest. Een respondent zei het volgende over het plaatsen van een status of foto tijdens het evenement: Ik vermaak me echt ongelofelijk, en jullie lezen dit bericht en huilen een beetje van binnen. Een andere respondent Ja die losers zitten thuis. Ze plaatsen dus iets online om aan andere te laten zien hoe tof zij het hebben en vergelijking met hen die thuis zitten. In de brainstorm gedaan met de doelgroep kwamen punten die in het onderzoek van Rippen & Bos (2008) hadden ook naar voren. Zo spraken deelnemers over het ontmoeten van nieuwe mensen en het daarna op kunnen zoeken online om zo zijn netwerk te kunnen vergroten. Het woord sfeer kwam ook steeds terug. Evenementen hadden volgens de deelnemers een unieke sfeer, een gezellige sfeer, wat er voor zorgde dat ze even uit de normale stress wereld konden stappen. Hieruit kan je concluderen dat genietbaarheid en het sociale aspect samen nauw in verband staat met betekenis dat aan een evenement gegeven wordt. 31

32 3.2 Media gebruik 3.3 content genereren Naar het gebruik van media tijdens de preconsumptie, comsumptie en post consumptie van een evenement is een enquête gedaan. Dit punt was ook naar voren gekomen in de sessie. In de doelgroep evenement bezoekers is na onderzoek 3 duidelijk geworden dat 91% in bezit van een smartphone. 85 % daarvan neemt die smartphone ook mee naar evenementen. Ookal heeft grotendeels van de doelgroep een smartphone blijkt uit de enquête dat in de preconsumptie 80% zijn informatie te verkrijgen op zijn laptop of computer thuis. Uit de sessie met de doelgroep kwam naar voren dat het gebruiksvriendelijker is om via de laptop of computer in de pre-consumptie dingen op te zoeken. Dit door sneller internet, groter scherm en betere weergave van websites. Bij een evenement kwam naar voren dat velen een smartphone of camera mee nemen. Meer al de helft van de doelgroep maakt met zijn smartphone foto s op een evenement en minder dan een derde met een digitale camera. De foto s die gemaakt zijn verschillen per evenement. Bij optredens zijn de foto s vooral van de artiest. Bij festivals vooral van vrienden en de sfeer. Nadat de foto s gemaakt zijn is er minder dan 10 % die ze niet upload. De rest geeft aan ze wel t uploaden. Meer als de helft upload ze gewoon met zijn of haar smartphone, waarmee ze ook gemaakt zijn. Het gedeelt dat het met de camera maakt upload de foto s via de computer. In de brainstorm sessie kwam naar voren dat ze het vooral tijdens de consumptie fase belangrijk vinden om aan te kunnen geven dat ze op dat moment ergens zijn waar de rest van mensen waarmee het gedeelt wordt niet is. In de culturalprobe 4 die gedaan is op Fortarock kwam erbij dat tijdens wachttijden, tussen optredens veel gebruik wordt gemaakt van de mobiele telefoon. Om in contact met mensen te staan maar ook om zichzelf te vermaken Enquête naar media gebruik terug te vinden in appendix A 4. Culturalprobe en sessie terug te vinden in appendix A

33 3.4 Persona s Festivals zijn mijn mini vakanties Concerten en festivals zijn mijn manier van muziek ontdekken Naam: Marja Bos Leeftijd: 23 Hobbies: Fotograferen, spelen in haar eigen band. Motivaties - Ik vind het geweldig om elk jaar een aantal bandjes aan mijn pols toe te kunnen voegen. - Ik zie mijn festivals als een mini vakantie om even weg te zijn. - Festivals zijn voor mij een super manier om nieuwe mensen te leren kennen en gezellig met mijn bestaande vrienden te kunnen doen. Pijnpunten - Ik weet soms niet wat ik van een evenement moet verwachten. - Ik heb als student weinig geld en weet soms niet of een evenement de moeite waard is. Technologie gebruik - Ik gebruik mijn smartphone dagelijks. Relevante gedragskenmerken - Ik ben een persoon die houd van gezelligheid en ben altijd in voor een feestje. Naam: Clay Ridders Leeftijd: 20 Hobbies: Muziek luisteren Motivaties - Ik vind live muziek geweldig en ben veel opzoek naar nieuwe goede bands. Pijnpunten - Ik vind het vervelend als band ik er pas laat acher kom dat er bepaalde bands ergens komen die ik leuk vind - Ik vind het soms lastig om in te schatten of ik nieuwe bands wil zien omdat er weinig informatie over bekent is. Technologie gebruik - Ik gebruik mijn computer thuis en smartphone dagelijks. Relevante gedragskenmerken - Ik ben constant op zoek naar nieuwe muziek om mijn spectrum te verbreden. 33

34 4. Online communities Uit het onderzoek onder de evenement bezoeker blijkt dat er waarde gehecht wordt aan de mensen op een evenement, zowel bekende als onbekende. Je kan zeggen dat er een community bestaat onder de evenement bezoeker. Deze community manifesteerd zich ook online. Bij de evenement beleving wordt er gesproken over de voor en na beleving van een evenement. Bij deze voor en na beleving kan een online community ingezet worden. Dit hoofdstuk staat volledig in het teken van online communities. Er wordt beschreven wat een online community inhoudt. Er wordt verder ingegaan op hoe een online community wordt opgezet en vervolgens hoe het platform draaiende wordt gehouden. De doelen voor het opzetten van een online community komen terug in een discussie tussen Blom en Millington. Er wordt in dit hoofdstuk beschreven hoe de evenement bezoeker van eerste bezoek overgaat tot lid worden en hoe het verder gaat met het behouden van deze leden. Aan het einde van het hoofdstuk ligt de nadruk op de motivatie voor leden om zich te registreren en te participeren op een online community. 34

35 An online community is a group of people who interact in a virtual enviroment. They have a purpose, are supported by technology, and are guided bij norms and policies Jennifer J. Preece

36 4.1 Online communities Volgens Preece, Maloney-krichmar & Abras (2003) is een online community: An online community is a group of people who interact in a virtual enviroment. They have a purpose, are supported by technology, and are guided bij norms and policies. (Preece et al., 2003) Een andere definititie van een community is: a community is a bounded group of people who care about something together and interact around that issue over time (White, 2009). Een online community is een groep van mensen die zich door een reden of oorzaak verbonden voelen. Voorbeelden hiervan zijn forums waar je informatie opzoekt over medicijnen, Chatrooms waar je je vrienden spreekt of weblogs. Online communities zijn plekken, plaatsen of groepen waar we bij horen (Van Dijck, 2009). Zoals de definitie van White (2009) zegt zijn ze gebonden door overeenkomende interesses. Deze interesses kunnen bestaand zijn maar volgens Hennion (2007) kan een community ook bestaan uit het opbouwen van nieuwe interesses. Een voorbeeld van een online community is Last.fm. Op deze online community komen mensen bij elkaar die de gezamenlijke interesse muziek hebben. Naast alleen de interesse muziek wordt de interesse voor evenementen ermee gecombineerd. Je kunt zien wat een persoon luistert en zo in contact komen met personen met dezelfde muzieksmaak. Naast in contact komen met personen ontdek je ook nieuwe muziek. De gehele community draait om muziek en alles wat daarbij hoort. Deze community trekt dus personen aan met dezelfde interesses en bouwt daarop verder. Een online community is een website voor sociale interactie (Rojas, 2012). Op deze websites ontmoeten we mensen die gezamenlijke interesses hebben. Het verschil tussen een online community en een normale website is dat een online community voor het grootste deel bestaat uit user generated content. Bij een online community hebben de gebruikers van het platform grote inspraak op de inhoud en kunnen deze inhoud dus aan laten sluiten op de interesses en passies en daarmee de informatieve behoeftes die ze hebben vervullen (Arguello et al., 2006). 36

37 4.1.1 Opzet van een online community Volgens Socialmedium (2010) is het cruciaal om een online community te starten rond je bedrijf. Volgens hen is het cruciaal omdat in deze tijden klanten niet passief zijn en een actievere rol eisen binnen een bedrijf. Het is echter volgens Van Kinderen (2013) belangrijk dat je als bedrijf wel een duidelijke doelstelling hebt voor een online community en welke kenmerken daar bij horen. Het definiëren van het doel van je community is volgens Van Kinderen (2013) een belangrijk onderdeel voor het opzetten van een online community. Je stelt hierbij vast wat het einddoel van je online community zou moeten zijn en wat je wilt bereiken binnen een bepaalde tijd tot je dat einddoel bereikt hebt. Een grote fout die bedrijven vaak maken volgens Customer Talk (2008) is dat ze alleen kijken naar wat het bedrijf uit de community kan halen in plaats van wat je als bedrijf de doelgroep kan bieden. Als je vanuit het punt gaat werken van winst, zal je community waarschijnlijk geen succes worden (Conner, 2009). Volgens Conner (2009) maken veel organisaties de foute aanname dat wanneer ze de hulpmiddelen bieden, een online community vanzelf ontstaat. Het verstrekken van de hulpmiddelen is slechts de eerste stap in de richting van het opbouwen en laten groeien van een online community (Conner, 2009). Het opzetten van een online community, betekent het een actieve online community wordt. Neem Google Wave. Google Wave was gelanceerd met het doel dat mensen online werk konden bespreken door middel van tekst, foto s, video s en nog meer. Dit platform was na 15 maanden weer offline gehaald. Dit omdat het eigenlijk een veredelde manier van mailen was. Een van de ontwerpers van Wave zei Wave is what would look like if it were invented today (Bulygo, 2012). Een online community die opgezet wordt gaat draaien om een overeenkomende passie, plaats, interesse of belang (Conner, 2009). Als bedrijf is het raadzaam hier onderzoek naar te doen, zo kun je de wensen van de community gaan specificeren. Waar heeft de groep, die om een gezamenlijk belang geven, behoefte aan, op welk soort manier uiten zij dat en communiceren ze daarover (Zairi, 1997). 37

38 4.2 Discussie: Richard Millington en Erwin Blom Erwin Blom Online communities brengen mensen samen door een gemeenschappelijke interesse (Blom, 2009). Hij legt uit hoe je in stappen een online community op kunt starten. Blom (2009) kijkt naar het ontstaan van online communities en welke bindende factoren er worden gebruikt vanuit zijn jaren van ervaring. Blom (2009) heeft een aantal punten die hij aangeeft die belangrijk zijn en bindende factoren zijn voor een online community (Blom. 2009). Het eerste hiervan is contact. Klinkt heel erg logisch maar het belangrijkste is het contact leggen en behouden met je doelgroep. Door het contact goed te onderhouden. Dit is belangrijk omdat je zo een band met je doelgroep versterkt en onderhoudt. Het is belangrijk om bij de factor contact transparant te zijn, zo vergroot je de binding tussen de leden. Nog een punt van Blom (2009) is dat er gecocreëerd moet worden. De leden moet je een grote rol laten spelen in de community zelf. Laat de leden een rol spelen in oplossen van een probleemstelling van de community en laat ze zelf content creëren. Door verantwoordelijkheid en een stukje macht in de handen van de leden te leggen, vergroot je de binding met de community als merk. Samenwerken is ook een term die Blom (2009) toepast bij online communities. Het lijkt misschien op co-creatie maar er zit een verschil tussen. Samenwerken is een aspect waarmee vooral gedoeld wordt op het samenstellen van groepen van leden en die inzetten om andere leden bijvoorbeeld te kunnen helpen. Wat Blom (2009) ook belangrijk vindt is innovatie door gebruik van online communities. Bedrijven en merken gebruiken online communities steeds vaker de laatste tijd om hun product te ontwikkelen of te verbeteren. Een online community is een goede tool om je product te verbeteren omdat je heel dicht bij de doelgroep bent en het zo waarschijnlijk heel erg goed gaat aansluiten op die doelgroep. De fabrikant van een product kan ook zo ook na de lancering van een product feedback krijgen en daarop verbeteringen door gaan voeren. Nog een belangrijk punt van Blom (2009) is geld. Het besparen of verdienen van geld kan vaak een doel zijn van de oprichters van een online community. Het is wel dat je pas geld met een online community kan verdienen als je een aantoonbare meerwaarde biedt aan de gebruikers van de community. Een voorbeeld hiervan zijn Wiki s. Wiki s kunnen bijdragen aan efficiency zolang er voor werknemers ook tijdwinst is Richard Millington Millington (2010) kijkt anders naar de verschillende doelen voor de opzet van online communities. Hij kijkt meer naar het psychologische aspect achter een online community. De verschillende doelen waar Milington (2010) het over heeft zijn interesse, actie, locatie praktijk en omstandigheid (Millington, 2010). 38

39 Het eerste doel waar Millington (2010) het over heeft is interesse. Een online community ontstaat uit mensen die samen een passie of interesse delen. Die passie of interesse kan uiteenlopen van dezelfde hobby s tot aan dezelfde lievelingskleur hebben. Op het internet uit zich dit in allerlei vormen. Vormen zoals het genereren en uploaden van foto s, video s, recencies, reactief of andere content. Naast de standaard forums die mensen oprichten over een bepaald onderwerp heb je nu ook het fenomeen van Facebook groepen. Een groep binnen in een bestaande online community. Bij beide staat de overeenkomende interesse of passie centraal. Het tweede doel van Millington (2010) is actie. Een community met als doel actie is vaak opgericht door mensen die een verandering teweeg willen brengen. Dit kunnen veranderingen in politiek, milieu, wetten en nog veel meer zijn. Je probeert mensen te bewegen om actie te gaan ondernemen. Je informeert de leden van een kwestie waarop de focus moet liggen en je stimuleert actie van de kant van de gemeenschap om mensen te beïnvloeden die macht over die kwestie hebben. (Community Anti-Drug Coalitions of America, 2012). Communities met dit doel manifesteren zich in steeds grotere mate op andere sociale platformen zoals Facebook en Twitter.Het is dan ook zeker een trend, dat als het grotere publiek ergens een probleem mee heeft online grote getallen mensen achter hun kwestie krijgen en zo verandering teweegbrengen. Bij deze communities staat het ondernemen van actie centraal. Het derde doel van Millingthon (2010) is locatie. Over het algemeen brengen online communities mensen bij elkaar zonder dat er rekening gehouden hoeft te worden met geografische grenzen. Toch zijn er communities die juist mensen bij elkaar brengen juist op basis van die geografische grenzen. Door de opkomst van groepen die zich online verenigen op basis van hun geografische positie ontstaat er ook op die wijze een offline community. Een heel goed voorbeeld van een community met als doel locatie is Foursquare. Bij het gebruiken van deze dienst staat locatie centraal. Het vierde doel van Millington (2010) is praktijk. Dit zijn communities met mensen die hetzelfde beroep hebben of werken of ondernemen in het zelfde vakgebied. Deze groep is met de jaren ook groter geworden. Een voorbeeld hiervan is linkedin. Hier wordt vooral gefocust op de professionele achtergrond van de leden en welke beroepsactiviteiten ze ondernemen. Ook heb je communities die zich richten op een specifiek specialisme. Zo heb je ook communities voor ondernemers, artsen en muzikanten. Het vijfde en laatste doel waar Millington (2010) het over heeft is omstandigheid. Dit zijn online communities waarbij mensen bij elkaar gebracht worden door externe gebeurtenissen of omstandigheden. Vaak zijn dit geen positieve gebeurtenissen. Een voorbeeld hiervan is moeders die een miskraam hebben gehad, natuurrampen of andere gebeurtenissen die gebeurd zijn buiten de controle van de mensen die het overkomen is. 39

40 4.2.3 Erwin Blom vs. Richard Millington De discussie tussen de twee is dat ze alle twee hele andere punten aankaarten als het aankomt op de verschillende doelen die een online community kan hebben. Er zijn wel degelijk overeenkomsten, zoals het contact kan volgens geen van beide ontbreken, dat is onmisbaar. Nog een overeenkomst is dat ze beide aangeven dat een bindende factor belangrijk is, volgens Blom(2009) op een manier van actie ondernemen en volgens Millington (2010) op de manier van overeenkomende factoren tussen leden. Ze hebben duidelijk een verschil in wat de motieven zijn van de oprichters van een community. Het grootste verschil is dat Millington (2010) voornamelijk vanuit een psychologische invalshoek kijkt en Blom (2009) vanuit een zakelijke invalshoek. Ik denk niet dat je kan zeggen dat de een beter is dan de ander. Blom (2009) spreekt over activiteiten die je kunt ondernemen op je online community samen met je leden en Millington (2010) meer over het samenbrengen van bepaalde groepen om je online community een bindende factor te geven. Je zou kunnen zeggen dat Blom (2009) het meer over identity-based binding met de online community heeft en Millington (2010) meer over bond-based binding met de online community heeft. Over deze manier van binding wordt meer vertelt verder in dit hoofdstuk. In dit onderzoek zal voornamelijk de benadering van Blom (2009) gebruikt worden. Dit omdat Millington (2010) vooral spreekt over waar je als bedrijf je online community mee kunt beginnen, op basis van welke doelgroep. Blom (2009) spreekt juist over wat je uiteindelijk met die leden op je online community kunt gaan doen. Festivalinfo is al een bestaande online community rondom een bepaald onderwerp en intresse waar Millington (2010) bij zijn eerste doel over spreekt. 40

41 4.3 Succes van een online community Bij het opzetten van een online community kun je succes niet van te voren bepalen. Wat wel kan, is als bedrijf of organisatie voorwaarden stellen bij het opzetten van een online community. Die voorwaarden verschillen per online community en per bedrijf. Deze voorwaarden hebben te maken met de doelstelling van je online community die je hebt bepaald. Als je naar succesvolle online platformen kijkt als Facebook en Youtube zou je wel een standaard van voorwaarden kunnen noemen die voor elke online community zouden moeten gelden. Deze voorwaarden zijn een combinatie van een doordachte opzet en community managers (White,2009) Doordachte opzet De opzet van Facebook was, dat studenten elkaar konden leren kennen. Dit is verder doorvertaald naar dat studenten van andere universiteiten elkaar konden leren kennen. Daarna is het zo uitgegroeid dat mensen over de gehele wereld elkaar konden leren kennen. Deze kern stralen ze uit in veel opties op het platform. Vrienden toevoegen, op de hoogte gehouden worden van anderen en kunnen zien wat personen leuk vinden. Youtube was zo opgezet dat mensen video s met elkaar konden delen. Deze service is heel simpel en toch succesvol. Ze hebben het platform heel dicht bij de kern gehouden zonder veel uitbreidingen. Dit staat weer in connectie met een thema (White, 2009) Community managers Facebook wordt vooral door inbreng van leden gemanaged. Het is mogelijk gebruikers te blokkeren, privacy in te stellen en klachten in te dienen. Hierdoor managed Facebook de wensen van de gebruikers. Bij Youtube geldt hetzelfde. Zodra een video in strijd is met copyright of ongewenst materiaal is wordt dit offline gehaald. Naast content managen zorgt een community manager dat de behoefte van de doelgroep goed in kaart gebracht wordt en onderhouden blijft zodat de online community daar op in kan spelen, en behoeftes kan vervullen (citebite, 2007). Een online communitymanager werkt aan de positionering van de online community, moderatiebeleid en strategische contentmanaging (Wagenaar, 2013). Volgens vakvereniging online community management (2013) zijn er 8 kenmerkende werkzaamheden binnen community management. Analyseren Analyses en rapportages maken en onderzoeken doen naar verbetering binnen de online community. Adviseren Community strategie bepalen, positionering versterken en zorgen voor ontwikkeling binnen de online community. Creëren Plannen van content en beleid rondom de community. Organiseren Overleg en bijeenkomsten organiseren over de online community en projectmanagement van de online community. Begeleiden Begeleiden van medewerkers en faciliteren van online community leden. Managen Online community doelstellingen beheren en beheren van investeringen in de online community. Uitdragen Waarde van de online community beheren en duidelijk maken. Modereren Dagelijkse werkaamheden op de online community. 41

42 4.3.3 Thema White (2012) spreekt over het bijdragen van een thema aan een succesvolle community. Na eerdere uitspraken van White (2009) Kan geconcludeerd worden dat het handig is om een thema aan je online community toe te wijzen. Dit kan ook weer terug gekoppeld worden aan de overeenkomstige interesses die de leden van een online community hebben. Ridings en Gefen (2006) onderscheiden vijf verschillende thema s voor een online community: - Gezondheid - Hobby s - Huisdieren - Beroep en sport/recreatie. Bij deze communities ligt het verschil vooral in de motivatie om deel uit te willen maken van een community en hierin te participeren. Bij online communities die als thema gezondheid en beroep hebben, is steun een reden om te participeren. Bij communities met als focus hobby s, dieren en recreatie is vriendschap belangrijk. De online community op basis van de evenement beleving valt onder de categorie hobby s en deels recreatie waarin vriendschap dus erg belangrijk is. White (2012) spreekt ook over vijf verschillende thema s. Alleen zij deelt ze anders in dan Ridings & Gefen (2006). Whtie (2012) geeft vijf mogelijke thema s aan. Het creëren van ideeën is een mogelijk thema. Hier komen vooral de leden aan te pas. Ook nadat het gedeelte van de leden voorbij is, is het wel de bedoeling dat er zichtbaar wat met de ideeën gedaan wordt zodat de leden een idee hebben dat ze een verschil hebben kunnen maken. Dit is een voorbeeld van doeltreffendheid. Een ander thema kan ook fun, fund en support zijn. Dit is een thema wat lastig is om te onderhouden. Als je dit als thema kiest heb je een goede community manager nodig die zorgt voor genereren van content door leden en het beheren daarvan. Derde thema is work teams. Een community kan bestaan uit een thema waarin het genoodzaakt is om in teams te werken of samen iets te bereiken. Een voorbeeld zijn online spelletjes zoals Farmville. Hierbij heeft de speler andere leden nodig om in het spel dingen te bereiken. Je kan ook als thema hebben het marketen van een product. In zo n community is het lid vooral een ontvanger van informatie en moet er veel gegenereerd worden door het bedrijf zelf (White, 2012). Van Schaik (2012) schreef over Facebook groepen en deelt de mening van White (2012). Met het toewijzen van een thema aan een community heeft deze een grotere kans van slagen. Het thema zorgt volgens Van Schaik (2012) voor een bindende factor. Wat Youtube en Facebook overeenkomstig hebben is dat op deze communities erg veel wordt geparticipeerd door de leden. De leden zijn gebonden aan de online community en zijn bereid zelf content te genereren en informatie te delen. Volgens Ren et al. (2011) draagt een goede combinatie tussen identity-based attachment en bond-based attachment bij aan het succes van een online community. Als je aan bond-based denkt moet er een verplaatsing zijn van de sociale groep van leden. Bij identitybased attachment moet de online community ervoor zorgen dat mensen zich gaan binden aan het merk zelf. Volgens Ren et al. (2011) is de optimale situatie dat er een combinatie van beide is, zodat er een sterke binding met de gehele online community ontstaat. Deze combinatie van binding is te zien in figuur 8. 42

43 43

44 Naast Ren et al. (2011) spreekt ook Blom (2009) over beide vormen van binding. Hij geeft aan dat contact tussen leden en de samenwerking om andere leden te helpen belangrijk is en een bindende factor op een online community is. Dit kan je ook labelen als bond-based binding. Blom (2009) geeft aan dat macht en verantwoordlijkheid aan leden geven ervoor zorgt dat leden binding krijgen met de online community als merk, hier spreek je over identity-based binding. Beide punten vindt Blom (2009) belangrijk als het gaat over de opzet van online communities. Niet alleen Ren et al. (2011) vind beide vormen van binding belangrijk maar ook Blom (2009). Het einddoel van een online community, afgezien van het doel wat de organisatie gesteld heeft, is dat de identiteit van een community een wij mentaliteit moet worden in plaats van een ik mentaliteit (White, 2009). Onderzoek wijst uit dat het grootste obstakel voor het succes van een online community het boeien van de community ledenis ; de meerderheid van mensen die een online community bezoekt draagt vrij weinig bij en verlaat de site snel (Woods, 2012). Daarom wordt er onderscheid gemaakt in verschillende soorten leden. De leden die wel bijdragen en de leden die niet bijdragen. 44

45 4.4 verschillende soorten leden Als een online community het eenmaal voor elkaar heeft gekregen om leden aan te trekken en te behouden heb je twee verschillende soorten leden die op online communities komen volgens Kollock en Smith (1996). Allereerst gebruikers die data genereren zoals berichten en foto s plaatsen en input geven op de online community. Daartegenover heb je gebruikers die alleen informatie verkrijgen vanaf de online community, zonder te reageren en zelf content te plaatsen Sharers Sharers zijn de fundering van een community. Om te zorgen dat mensen sharers worden, en overgaan in fase 4: regelmatig gebruik, noemt Porter (2008) vier punten. Deze vier punten zijn: Beheren en uiten van hun eigen identiteit, merken van doeltreffendheid, reputatie en status, en zich uniek kunnen voelen. Identiteit Volgens Porter (2008) willen gebruikers van een community met het profiel dat ze aanmaken hun eigen identiteit uit kunnen stralen. Een aantal dingen die hieronder vallen zijn het kunnen veranderen van een profielfoto of avatar. Iets over jezelf kunnen schrijven en demografische gegevens toevoegen. Daarnaast vind Porter (2008) het belangrijk dat ze ook de mogelijkheid hebben om activiteiten die ze ondernemen, prestaties die ze behaald hebben en andere interesses kunnen uiten. Doeltreffendheid Porter (2008) geeft aan dat gebruikers van een community resultaten willen zien van de content die zij online delen. Hiermee krijgen de gebruikers een gevoel van effectiviteit. Dat wat zij plaatsen ook daadwerkelijk een doel heeft en gezien wordt en daar dus ook erkenning voor krijgen. Een goed voorbeeld hiervan is de like functie op Facebook. Zo merkt de gebruiker die het geplaatst heeft dat mensen het gezien hebben en leuk vinden en krijgt daar het gevoel van erkenning door. Dit punt komt ook naar voren uit de brainstorm die is uitgevoerd. Er werd een deelnemer gevraagd of hij foto s online zou plaatsen als niemand het zou zien, zijn antwoord hierop was nee. Reputatie Naast de behoefte van doeltreffendheid is voor de gebruiker van een online community zijn reputatie en status ook belangrijk. De reputatie kan zijn: het aantal vrienden dat je hebt, het aantal likes dat je voor een post krijgt of de activiteiten die jij onderneemt die andere niet ondernemen. Zo is het plaatsen van foto s van evenementen of concerten voor gebruikers vaak een manier om te pronken met waar ze geweest zijn. Een deelnemer aan de brainstorm gaf antwoord op de vraag Waarom post je iets op Facebook over het evenement waar je bent. Daar gaf de deelnemer heel eerlijk aan Dan voel ik me belangrijk. Uniek Voor gebruikers van een online community is het belangrijk dat zij zich uniek voelen ten opzichte van de andere gebruikers van die online community. Iets moet hen van de rest onderscheiden. Dit kun je bereiken door functies aan je community toe te voegen zoals het persoonlijk aanspreken van gebruikers, status updates en een banner op je profiel. Nog een goed voorbeeld is een activiteitenstream. Zo kun je zien dat geen enkele community gebruiker hetzelfde is in gebruik van de community. De ene liked meer, de andere post meer en de andere deelt meer externe links of speelt spelletjes. 45

46 4.4.2 Lurkers Tegenover de sharers heb je de lurkers. De gebruikers die slechts informatie vergaren worden ook wel lurkers genoemd (Kollock & Smith, 1996). De definitie lurker wordt vooral gekarakteriseerd door het negatieve. Deze gebruikers nemen wel maar geven niks terug aan de online community. Het verschilt per community of dit als probleem wordt gezien of niet. Naast de definitie van lurkers door Kollock en Smith heb je ook de definitie van Preece. Bij deze definitie wordt er minder naar de negatieve kant van lurkers gekeken. In deze definitie wordt er vanuit gegaan dat de gebruiker nog nooit een bericht geplaatst heeft in de online community waarin zij zitten maar dat in de toekomst nog wel gaan doen (Preece, Nonnecke, Andrews, 2004). Deze lurkers hoeven geen probleem te geven binnen een online community, als de andere groep, die wel content genereert, groot genoeg is in vergelijking met de lurkers (Walther & Boyd 2002). Lurken geeft de bezoekers van de online community de optie om te kijken of ze wel of niet deel uit willen maken van deze specifieke online community en of deze aansluit op hetgene waar zij naar zoeken (Walther & Boyd, 2002). - De gebruiker heeft geen behoefte om zelf berichten te plaatsen. De behoefte van de gebruiker wordt vervuld door slechts informatie te absorberen zonder zelf bij te dragen aan die informatie. - De gebruiker is ervan overtuigd dat het beter is zich afzijdig te houden, door zo dubbele berichten en onnodige informatie berichten te voorkomen. - De gebruiker is nog niet gebonden met de online community en kijkt eerst rond en neemt de sfeer in zich op van de berichten van actieve gebruikers van de community. - De gebruiker wordt beperkt door de hulpmiddelen van de online community. Deze gebruiker wil wel actief bijdragen maar wordt daar van weerhouden door slechte software, usability of andere onduidelijkheden in gebruik. - Gebruikers kunnen bang zijn voor slechte interactie met andere gebruikers of negatieve reactie op geplaatste content van actievere gebruikers van de online community. Deze gebruikers kunnen verlegen zijn of willen liever anoniem blijven. Volgens Preece et al.(2004) kunnen lurkers een aantal redenen hebben. Wat hieraan opvalt is dat lurkers, die niet actief deelnemen in een community, grotendeels niet uit egoïstische redenen lurken. Preece et al. (2004) geven een aantal redenen aan om te lurken en dat zijn de volgende vijf. 46

47 4.5 Ledenbinding Leden gaan door een bepaalde cyclus als ze een online community bezoeken (Porter, 2008). Volgens Porter (2008) hebben de bezoekers fases en drempels waar ze overheen moeten voordat ze lid worden en overgaan op het regelmatig gebruiken van een online community. De fases waar het hierover gaat zijn: onwetend, geïnteresseerd, het eerste gebruik, regelmatig gebruik en als laatste gepassioneerd gebruik. Fase 1 - onwetend In fase één zijn mensen zich er niet van bewust dat er software ( zoals Facebook ) bestaat om bepaalde behoeften die zij hebben te vervullen. Om verder te kunnen gaan na deze fase is het nodig dat er interesse wordt gewekt bij deze doelgroep. Fase 4 - regelmatig gebruik In fase vier zijn ze na het eerste gebruik teruggekomen en vervult de community de behoefte die ze hadden. Als de community deze behoefte blijft vervullen zal de gebruiker regelmatig gebruik gaan maken van de community. Op dit punt heb je gezorgd dat je een lid hebt aangetrokken tot je community. Fase 5 - gepassioneerd gebruik In fase vijf is het regelmatig gebruik van de community overgegaan in een gewoonte voor de gebruiker. De gebruiker krijgt op deze manier een emotionele band met de community en zal het overgaan in gepassioneerd gebruik van de community. Als de gebruiker in fase vijf terecht is gekomen, kun je zeggen dat je je gebruiker gebonden hebt aan je community Fase 2 - geïnteresseerd In fase twee is de interesse gewekt en weten ze dat er software bestaat die de behoefte die ze hebben kan vervullen. Dit kan via mond op mond reclame van familie en vrienden maar ook door andere media. In deze fase hebben ze nog veel vragen die onbeantwoord zijn. Deze vragen moeten beantwoord worden voordat ze zich registreren bij een community. Fase 3 - eerste gebruik In fase drie zijn ze geregistreerd en maken voor het eerst gebruik van de community. Nu kunnen ze daadwerkelijk merken of de behoefte die ze hebben door de online community vervuld wordt. Als deze behoefte vervuld is zullen ze terugkomen om de community nog een keer te gebruiken. Het eerste gebruik van een community is een cruciaal onderdeel van de cyclus om over te gaan op regelmatig en gepassioneerd gebruik van een community. 47

48 4.5.1 Aantrekken van leden Het aantrekken van leden kan erg lastig zijn. Er moet eerst een doel zijn van de online community die eventueel andere geïnteresseerden aansteekt om ook lid te gaan worden (Van Kinderen, 2013) Het aantrekken van leden vraagt ondersteuning vanaf andere platformen, dat kan bij of op het product zelf zijn, je huidige website of andere marketing tools. Om leden aan te trekken moet er duidelijk naar voren komen wat het voordeel voor de toekomstige leden is. Volgens Woods (2012) zijn er een aantal punten die belangrijk zijn om leden aan te kunnen trekken en zo een beweging te creëren. Als bedrijf is het volgens Woods belangrijk dat je op zoek gaat naar de plek waar jouw doelgroep zich bevindt, en dit kan online maar ook fysiek offline zijn. Zodra je weet waar je doelgroep zich bevindt is het makkelijker om deze te bereiken en om een keuze te kunnen maken met welke middelen je ze gaat bereiken. Met deze middelen, zegt Woods, zou gezocht kunnen worden naar een emotionele verbintenis die gemaakt kan worden. White (2012) geeft aan dat de drempel van de online community laag moet liggen en het dus gemakkelijk moet zijn om lid te worden. Vervolgens zouden de toekomstige leden het idee moeten hebben dat zij ook een deel van de macht over de online community in handen hebben. Door deze macht als bedrijf uit handen te geven zorg je ervoor dat de leden zich deels eigenaar van de online community gaan voelen. Met dit gevoel komt ook mee dat het een doel geeft aan de leden. Dit doel is erg belangrijk zodat ze ook een gevoel hebben dat ze iets bereiken. Behoeften vervullen en het geven van een doel heeft te maken met het creëren van motivatie om lid te worden. Later in de scriptie wordt er meer gesproken over motivatie en waar dit vandaan komt Leden behouden Nadat een online community is opgezet en personen er lid van worden is het vervolgens ook belangrijk dat deze leden blijven en participeren. Als online community zijn er een aantal dingen die je kunt doen zodat leden gaan participeren op jouw platform. White (2012) spreekt over hoe je er voor kunt zorgen dat leden gaan participeren. Volgens White (2012) zorg je dat je leden geïnteresseerd blijven door vragen te stellen. Ze geeft aan dat vragen een natuurlijke wijze is voor mensen om interactie met elkaar aan te gaan. Als je als online community stelt dat je alles al weet, sluit je de interactie en stopt de participatie. Deze vragen zorgen dus voor openheid en dat het gesprek door kan gaan. Naast deze manier van leden te laten participeren geeft White aan dat mensen altijd onderweg en druk zijn en weinig tijd hebben. Naast dat maken leden van een online community vaak ook deel uit van andere online communities, wat multimembership genoemd wordt (White, 2012). De drempel van multimembership kun je volgens White (2012) overbruggen door de aandachtspan op te breken, door dingen kort te houden. Dit kan zijn door onderwerpen op te delen. Volgende week maandag gaan we foto s van onze favoriete gitarist delen. Zo zorg je voor kleine stapjes die je aanbiedt, die voor de leden makkelijk zijn om te accepteren. Als je het zo langzaam opbouwt zullen er onderling reacties en relaties ontstaan en zullen de gebruikers zich gaan binden. Een goed voorbeeld hiervan is hoe Facebook met één van de laatste updates een voorgestelde vraag in de status balk heeft toegevoegd. In plaats van plaats hier je status update krijg je bijvoorbeeld Wat ben je aan het doen?. Hierbij wordt de theorie van White dubbel toegepast. Er wordt een vraag gesteld waardoor er interactie ontstaat. Ook wordt het plaatsen van een status opgebroken in kleine stukken.

49 Om je leden te behouden en te laten participeren moet je ervoor zorgen dat ze zich binden aan je community. Het binden van leden aan een community is niet gemakkelijk. In de fases van Porter (2008), eerder in dit hoofdstuk, wordt er al over gesproken dat leden van een online community na het eerste gebruik overgaan op regelmatig gebruik als de behoeften van de leden vervuld worden. Het is belangrijk om de behoeften van de gebruiker te vervullen en daarvoor heb je interactie nodig. Gebruikers van een online community zijn bereid tijd en energie in een onlie community te steken als de online community de behoeften van de gebruikers kan vervullen (Levine & Moreland, 2003). Zodra er gebrek is aan interactiviteit binnen een community en de behoeften onbeantwoord blijven zullen de gebruikers van de online community een andere community zoeken en uiteindelijk de huidige community verlaten. Het is dus belangrijk om de interactiviteit te stimuleren, door een community manager te laten uitdragen wat de waarde van de online community is richting de community leden en te zorgen voor het modereren van content en aanzet geeft richting de leden tot het creeren van content (Wagnaar, 2013). De aanzet tot creeren kan door de community manager open vragen te laten stellen, toppics te openen of acties te beginnen. Een bond-based attachment is dat leden zich binden aan andere leden binnen in de community. Je komt er dan en bent actief omdat je verbintenis voelt met de andere leden in die community. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld Facebook. Dat blijkt uit de enquête die gedaan is over de binding met Facebook. Over het algemeen gaan mensen niet naar Facebook omdat ze het merk geweldig vinden, maar om dat ze binding voelen met mensen die ze daarop kunnen aanspreken, Facebook is slechts een platform 1. Het grote verschil tussen identitybased attachment en bond-based attachment is dat identity-based attachment zich focust op de subgroup en de informatie, organisatie en communicatie daarnaar toe. Bond-based attachment focust zich meer op persoonlijke informatie, persoonlijke overeenkomsten tussen leden en communicatie en organisatie middelen tussen de leden. Sommigen vinden het niet fijn om alle persoonlijke gegevens op een website te gooien. Zo zijn ook de nicknames ontstaan die we tegenwoordig kennen. Door personalisatie ontstaat er een sterkere band met de groep zelf dan met de personen. Wat dan weer identitiy based is (Ren et al., 2011). Ren et al. (2012) spreekt over twee verschillende soorten binding die kunnen ontstaan met een online community (zie figuur 2). Er kan voor gezorgd worden dat ze een identity-based attachment ontwikkelen of een bond-based attachment. Een identity-based attachment houdt in dat ze zich binden aan het merk zelf. Een goed voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het rode kruis. De mensen die zich gebonden voelen aan het rode kruis voelen zich gebonden aan de zaak en de missie van het rode kruis en niet aan personen die zich ook binnen in die community bevinden. 1. Facebook enquête staat in de appendix A 49

50 4.6 Motivatie Motivatie is een belangrijk onderdeel voor online communities. Dit met betrekking tot de derde fase van Porter (2008) om mogelijke leden te laten registreren bij de online community en ook om de leden uiteindelijk regelmatig te laten participeren op je online community. Er is motivatie voor nodig zodat je leden sharers worden (Porter, 2008). Onderzoek wijst uit dat er verschil zit tussen motivatie om te registreren en de motivatie om te participeren (De Vos, 2012) Vormen van motivatie Motivatie komt niet in één vorm. Er zijn twee variaties van motivatie, er is functionele motivatie en een psychologische impuls voor motivatie (De Vos, 2012). Bij functionele motivatie ben je gemotiveerd om iets te doen omdat je daarna een beloning krijgt zoals met werk, omdat je er salaris voor krijgt. Bij een psychologische impuls voor motivatie komt de motivatie van binnen uit, hier gaat het meestal om een passie van jezelf daar ben je bereid wat voor te doen omdat je daar iets uit haalt, zoals plezier (Polkozic, 2012). Deze psychologische impulsen kunnen ook gevoelens zijn van betrokkenheid, efficientie of gevoel om bij een groep te horen (Millington, 2011) Motivatie om te registreren Uit onderzoek blijkt dat een grote groep van gebruikers naar een online community komt voor informatie (De Vos, 2012). Dit is het resultaat van een functionele motivatie: ze willen iets van de online community. De Vos (2012) geeft aan dat wanneer het doel van de online community duidelijk zichtbaar is en centraal staat. Op deze manier worden gebruikers overtuigd van de functionaliteit en zullen ze overgaan tot registreren. Dit ondersteunt ook de overtuiging van Van Kinderen (2013) dat een online community een duidelijk doel moet Brainstorm 8 augustus terug te vinden in de appendix A hebben. Zodra de bezoekers zich geregisteerd hebben en de informatie verkregen hebben die ze zochten zullen ze de community weer verlaten. De insintrieke wil om iets terug te geven aan de online community is hier afwezig (De Vos, 2012) Motivatie om te participeren In het geval van motivatie om te participeren kunnen beide motivaties aanwezig zijn. Bij een psychologische impuls voor motivatie heb je het over passie. Het kan een passie zijn om andere van informatie te voorzien of kennis en interesses met de wereld te delen. Als het gaat over extrinsieke motivatie gaat het er om dat mensen deel uit maken van een online community en delen om status te verkrijgen zoals blijkt uit de brainstorm 2. Die status is dan een vorm van beloning. De motivatie om op de online community te blijven en te participeren komt voort uit een diepere psychologische impuls (Millington, 2011). Naar mate er meer tijd verstrijkt na het registreren zal de kans dat een gebruiker iets zal posten afnemen (Stegbauer, 2006). Om in fase 5 van regelmatig gebruik van Porter (2008) terrecht te komen moet de gebruiker een gevoel hebben dat hij een toevoegende waarde heeft op de online community (De Vos, 2012). Het gevoel van betrokkenheid met de online community en organisatie moet gestimuleert worden. Er moet voor gezorgt worden dat de gebruiker het gevoel heeft dat hij er bij hoort. Dit bereik je als organisatie alleen als er de bereidheid is om de gebruiker centraal te zetten en te betrekken bij de online community en de organisatie daarvan (De Vos, 2012). Gebruikers zullen ervoor kiezen om te blijven participeren voor andere redenen dan dat ze in eerste instantie naar de site werden geleidt (Lampe, Wash, Velasquz, Ozkaya, 2010).

51 Om meer inzicht te krijgen in de motivatie van gebruikers om te participeren heb ik een brainstorm georganiseerd. Een van de doelen was om te achterhalen waarom ervaringen, en content van evenementen online gedeeld worden. Uit mijn eigen brainstorm sessie is gebleken dat content geplaatst wordt zodat anderen dit kunnen zien. Foto s, video s, blogs, statussen worden geplaatst om dingen mede te delen en te laten zien aan het netwerk waarin die persoon zich bevindt. Het delen van evenementen waar je geweest bent, of ervaringen die je gehad hebt, heeft veel te maken met status. Het delen wanneer jij ergens bent en de ander niet, geeft je de overhand over de persoon wat betreft status. Zo zeggen de deelnemers van de brainstorm. Naast status heeft het ook te maken met hoe de personen in hun netwerk willen staan. Een gedeelde ervaring geeft een aanspreekpunt waar je weer op voort kunt borduren met een conversatie en misschien eventueel een vriendschap of een andere vorm van binding. Dit kan je afleiden aan wat de deelnemers bespraken. Niels zei het volgende over het plaatsen van een status of foto tijdens het evenement: Ik vermaak me echt ongelofelijk, en jullie lezen dit bericht en huilen een beetje van binnen. Martijn: Ja die losers zitten thuis. Ze plaatsen dus iets online om aan anderen te laten zien hoe tof zij het hebben in vergelijking met hen die thuis zitten. 2. Brainstorm 8 augustus terug te vinden in de appendix A 51

52 5. User generated content Er werd al gesproken de motivatie om te participeren. Met participeren wordt vaak gesproken over het delen van content. Deze content heeft de naam user generated content. Er is gesproken over hoe online materiaal geconsumeerd wordt in verschillende consumptie fases. In dit hoofdstuk wordt er ingegaan op user generated content, hoe het ontstaat en hoe je het als organisatie kunt stimuleren. Een groot onderdeel van de beleving van een evenement is sociale interactie tussen personen. 52 Een groot onderdeel van deze sociale interactie is het delen van meningen, ervaringen en kennis wat online mogelijk gemaakt wordt door web 2.0. Om dingen online te kunnen delen zullen gebruikers zelf tekst, foto s, video s of andere vorm van media moeten genereren en online willen zetten. De vraag alleen is hoe spoor je gebruikers aan daadwerkelijk materiaal te genereren en dan ook online te delen?

53 Social media is een groep internetapplicaties die gebruikmaken van de ideologie en de technologie van Web 2.0 en de creatieve uitwisseling van User Generated Content Kaplan en Haelein 53

54 5.1 User generated content Simpel gezegd is user generated content (UGC) content gemaakt en gedeeld door de gebruiker op een desbetreffend sociale platform of community. Het woord zelf zegt het al, user generated content (UGC), inhoud (content), wat door de gebruiker (user) gegenereerd wordt. Zo ook volgens Wikipedia. Deze content kunnen uiteenlopende dingen zijn, bijvoorbeeld video s, foto s en status updates (Kaplan & Haenlein, 2010). Kaplan en Haenlein (2010) geven de volgende definitie aan social media: een groep internetapplicaties die gebruikmaken van de ideologie en de technologie van Web 2.0 en de creatieve uitwisseling van User Generated Content. Volgens deze definitie staat UGC dus altijd in connectie met een vorm van een online community. Volgens Kaplan en Haelein moet user generated content ook aan een aantal voorwaarden voldoen. - De content moet voortkomen uit enige creativiteit. - De content heeft geen ondersteuning van professionele routines of werkwijze. - De content is gepubliceerd op een netwerk platform van social media of beschikbaar gemaakt voor een bepaalde doelgroep. Bij deze voorwaarden van Kaplan en Haelein (2010) kun je een aantal vraagtekens zetten. Om als voorbeeld Facebook te nemen. Een status update van een gebruiker wat zegt Eindelijk thuis vanaf mijn werk. heeft geen blijk van enige creatieve input. Maakt dit, dat het dan geen user generated content is? Het is namelijk wel degelijk content dat gegenereerd is door een gebruiker wat online op een online community is gezet zoals de definitie van wikipedia en vele andere online woordenboeken aangeven. 54

55 5.2 Het ontstaan van UGC Hoe user generated content ontstaat kan terug gekoppeld worden aan waar het in hoofdstuk 1 over ging. Mensen zijn bereid content te plaatsen en de groep of de organisatie te voorzien van content als ze zich er mee verbonden voelen. Gebruikers zijn eerder geneigd om zelf content te plaatsen als het gebonden is aan de community. Voordat je gebruikers van een community kunt stimuleren om UGC te plaatsen moet je weten hoe het ontstaat en waarom gebruikers het plaatsen. Het ontstaan van user generated content heeft te maken met dat gebruikers van de online community van eerste gebruik overgaan naar regelmatig gebruik zoals in de fases van Porter (2008) wordt beschreven Web 2.0 Met verandering van web 1.0 naar web 2.0 werd het mogelijk om niet alleen informatie te kunnen verzenden vanaf het internet maar ook dialoog aan te kunnen gaan. Door de komst van web 2.0 ontstond de mogelijkheid voor meer user generated content. Online communities zijn pas echt groot geworden met het ontstaan van web 2.0. Hiermee ontstond er interactie tussen de lezer en de distributeur van content. In figuur 3 zie je hoe de verhouding tussen informatie en UGC is veranderd met de komst van web 2.0. Bij user generated content hebben de bezoekers van een website de mogelijkheid zelf materiaal online te zetten en zo bij te dragen aan een website. De term Web 2.0 werd in 2004 gelanceerd door Tim O Reilly op de allereerste media web 2.0 conferentie. Web 2.0 is de benaming die wijst naar de tweede generatie webdiensten waarbij de interactie tussen de gebruiker en het delen van content centraal staat. Met web 2.0 wordt nadruk gelegd op interactie en communicatie en het creëren van waarde op het internet door gebruikers. (Frissen et al., 2008). Web 2.0 zorgt voor optimaal gebruik van de connectiviteit tussen gebruikers in verschillende netwerken. Bij web 2.0 streven ze ernaar dat er maximale ruimte wordt geboden aan de gebruikers in een open omgeving waardoor er ruimte is om te participeren. Deze vrije ruimte is te merken aan de vrije mogelijkheid om te posten wat de gebruiker zelf wil. Van wat ze vanochtend hebben ontbeten in een status update tot aan het delen van vakantiefoto s online. Deze karakterisering van web 2.0 geeft een enorme boost aan de ontwikkeling van user generated content. Deze boost is te zien in figuur 9. 55

56 56

57 5.2.2 Web 3.0, semantisch web De verandering gaat verder na web 2.0, naar web 3.0, wat ook wel gerelateerd is aan het semantisch web. Momenteel wordt hier veel over geschreven en gespeculeerd. Volgens Arts (2010) is web 3.0 de logische opvolger van web 2.0. Web 2.0 heeft ervoor gezorgd dat op zichzelf staande websites interactief worden en een speelveld worden voor gebruikers. Web 3.0 is meer een verandering op de achtergrond. Web 3.0 zijn technologieën die er voor zouden moeten zorgen dat webapplicaties met elkaar geïntegreerd zijn en met elkaar kunnen samenwerken. We zijn van web 1.0, het web van documenten naar web 2.0, het web van gegevens en interactie onderweg naar web 3.0 het semantisch web (Arts, 2010). Een goed voorbeeld van web 3.0 richting het semantisch web is Facebook Graph Search. Met Facebook Graph Search wordt het zoeken binnen Facebook beter maar er gaat ook rekening gehouden worden met jouw persoonlijke sociale context. Zo zou je kunnen zoeken naar een restaurant in Amsterdam waar mijn vrienden ook zijn geweest. Door de vele links die web 3.0 legt en de samenwerking met anderen buiten Facebook zou het mogelijk zijn om dit te vinden. Web 3.0 zou grotendeels steunen op user generated content. Het steunt op eerder gedeelde content van gebruikers en legt tussen die content links waar anderen of jij later misschien wat aan hebben (Fine, 2013). 57

58 5.3 Het stimuleren van UGC Het stimuleren van user generated content is niet makkelijk. Hiervoor moet je zorgen dat gebruikers gebonden zijn aan de community of met andere gebruikers ( identity-based of bond-based ). Plaatsen van UGC op een online community heeft te maken met loyaliteit die je hebt aan dat platform of de gebruikers van dat platform. Volgens Verbrugh (2010) zijn er 3 soorten platformen waarop UGC wordt gebruikt die je kunt onderscheiden. Deze platformen zijn aankoop websites, social network sites en gecombineerde websites Ook is het weer belangrijk om gebruikers te motiveren en erkenning te geven voor de content die ze online publiceren. Hier heeft google met een tool op blogger en google statistics heel goed op ingespeeld. Met deze tools kun je kijken hoeveel bezoekers je op je blog of website hebt en waar ze vandaan komen. Zo zie je of jou content die je plaatst ook daadwerkelijk een publiek heeft. Het stimuleren kan ook met praktische zaken te maken hebben, zoals het uploaden van content makkelijker maken via mobiele apparaten. Het stimuleren van user generated content kan ook door gebruikers van de online community zelf gedaan worden. Dit heeft te maken met interactiviteit van de user generated content. Rafaeli en Sudweeks (1997) stellen dat interactiviteit te maken heeft met hoe berichten opeenvolgend aan elkaar gerelateerd zijn. Volgens hen is de mate waarin reacties op elkaar volgen en met elkaar te maken hebben belangrijk om een relatie op te kunnen bouwen. Hetzelfde geldt bij offline face-to-face communicatie. Als berichten die op elkaar volgen een natuurlijke gang van zaken hebben en aan elkaar gerelateerd zijn, zijn gebruikers eerder geneigd er op te reageren en zo te zorgen voor meer user generated content. 58

59 5.4 Doeleindes van UGC User generated content heeft vele doeleindes. Eén daarvan is het gemakkelijker maken van het leven van de mens (K. Ashton, 2009). Een voorbeeld daarvan is Foursquare. Zodra jij via je telefoon laat weten waar jij je bevind via de applicatie wordt er aangegeven wie van jouw vrienden in de buurt zijn, of er plaatsen zijn waar je misschien heen wilt en of er acties zijn op de plek waar je op dat moment bent. Een andere vorm om het leven gemakkelijker te maken is content dat gegenereerd wordt en waarmee apparaten voor de gebruiker beslissingen nemen. Een gemakkelijk voorbeeld is een slimme koelkast. Je geeft aan wat jij normaal per week in je koelkast hebt, en zodra er dingen ontbreken laat de koelkast het jou weten dit heeft te maken met the internet of things. The internet of things is een term die verwijst naar het zelfstandig verzamelen van informatie van objecten, apparaten en voertuigen. Die informatie wordt tussen systemen uitgewisseld en daardoor zouden computers beter en sneller beslissingen kunnen nemen (K. Ashton, 2009). The internet of things is juist het verzamelen, verwerken en interpreteren van data, door dingen uit te rusten met sensoren. Een ander doeleinde van user generated content is natuurlijk de waarde voor bedrijven om het als marketing tool in te kunnen zetten. Dit heeft te maken met het feit dat het product aan moet sluiten op de behoeften van de mens (Kotler & Armstrong, 2009). Je moet je dienst of product aan blijven passen op de behoeften van de doelgroep en de markt waarin je zit. User generated content wordt op marketing basis binnen social media ook gedefinieerd als consumer-generated media (CGM). UGC is de manier om te veranderen hoe het publiek omgaat met internet, en hoe adverteerders het publiek kunnen bereiken. Bij de definitie CGM wordt de content die gegenereerd wordt vooral gebruikt en gezien als marketing tool net zoals UGC. De data die gegenereerd wordt kan waarde hebben om inzicht te krijgen in je doelgroep en daar als bedrijf op in te spelen. Ook heb je de meerwaarde voor andere gebruikers. Dan heb je het over het doeleinde om te informeren of juist informatie te zoeken. Dit is het doeleinde van Festivalinfo. Een ander goed voorbeeld hiervan zijn de amber allerts die online verspreid worden zodra er een vermissing is. Ook heb je natuurlijk het grote platform wikipedia die volledig draait op kennis van de gebruiker die dan ook zelf aanpassingen in de informatie kan doen of kan aanvullen. 59

60 6. Case-study Eerder in dit onderzoek wordt omschreven welke factoren belangrijk zijn voor een online community. Op basis van de theorie met betrekking tot thematisering, binding en motivatie in de vorige hoofdstukken is er een vergelijking gemaakt tussen de huidige Agendainfo homepagina en profielpagina en homepagina en profielpagina van de online community Lastfm. 60 Er is voor de online community Lastfm gekozen omdat dit ook een online community is die om muziek draait. Door Lastfm naast Agendainfo te leggen kan er onderscheid worden gemaakt en kan er goed naar de verschillen worden gekeken. Door middel van deze case-study kan er aangegeven worden wat verbeterd kan worden aan de huidige online community Agendainfo.

61

62 Agendainfo homepagina 62

63 63

64 Agendainfo profielpagina 64

65 65

66 Last.fm homepagina 66

67 Last.fm profielpagina 67

68 Case-study conclusie Thema White (2012) en Ridings en Gefen (2006) geven aan dat een thema erg belangrijk is voor een online community. Bij de huidige Agenda info homepagina en profiel pagina komt het thema niet duidelijk naar voren. Wanneer er door Agendainfo voor wordt gezorgd dat het thema direct naar voren komt zien de ptientele leden meteen de unctie van de online community. Dit zorgt voor functionele motvatie, waardoor deze potientele leden over gaan op registratie (De Vos, 2012). Omdat mensen binnen 50 miliseconde al een eerste indruk hebben gemaakt (Hopkin, 2006) is het een goed idee om dit thema weer te geven met slechts een zin of beeld. Lastfm heeft dit goed doorgevoerd, door met een slagzin het thema gelijk duidelijk te maken aan de gebruikers. Door op de rest van de pagina s ook de nadruk te leggen op dit thema wordt dit versterkt. Agendainfo zou zijn thema duidelijker kunnen communiceren door bijvoorbeeld ook een slagzin toe te passen of direct een agenda te tonen waarneer de bezoekers op de homepage komen. Op die manier communiceer je direct de functie en het doel van de community. Leden binding Voor leden zich binden aan een community moeten ze allereerst overgaan op eerste gebruik. Een deel daarvan is al besproken bij het thema. Een andere manier is om de drempel te verlagen om lid te worden. Dit kan gedaan worden door de drempel van een account aanmaken weg te halen. Op Agendainfo is het nu noodzakelijk een nieuw account aan te maken. Daarentegen geeft Lastfm de gebruikers de mogelijkheid een account aan te maken door in te loggen met Facebook. Als mensen gebruik kunnen maken van een bestaande account zullen ze makkelijker overgaan op gebruik van de online community. Uit onderzoek bleek dat Facebook bond-based is. 68 Door gebruik te maken van Facebook gebruik je slechts het netwerk met leden die die persoon op Facebook al heeft. Omdat ze niet aan het merk Facebook zelf gebonden zijn bestaat er de ruimte om zich aan het merk Agendainfo te binden met slechts de vrienden connecties ie al bestaan op Facebook Door gebruik te maken van Facebook gebruik je slechts het netwerk met leden die die persoon op Facebook al heeft. Omdat ze niet aan het merk Facebook zelf gebonden zijn bestaat er de ruimte om zich aan het merk Agendainfo te binden met slechts de vrienden connecties ie al bestaan op Facebook Lastfm speelt op die doeltreffend in door weer te geven hoeveel een gebruiker luistert en op basis hiervan verschillende statistieken te genereren. Dit brengt op Lastfm naast doeltreffendheid ook status met zich mee, waar een evenement bezoeker veel waarde aan hecht. Voor de community is zichtbaar hoeveel een gebruiker luistert, wat hij luistert en hoevaak hij dit luistert. Op het gebied van status kan op Agendainfo veel aan verbeterd worden. Het krijgen van sterren communiceert op dit moment niet met de data. Er is niet duidelijk welke waarde de sterren met zich mee brengen. Mijn advies is om deze sterren te schrappen en alleen te gaan voor de aantallen of een weergave te ontwerpen welke duidelijker is richting de gebruiker. Motivatie Bij thema wordt er al gesproken over de functionele motivatie die kan ontstaan bij potentiële leden. Lastfm maakt erg goed gebruik van beeld wat consistent is met het thema en functie van de online community, het vormt één geheel. Door het gebruik van beeld op Lastfm homepagina en profielpagina wordt het doel en de passie van de bezoeker goed weergegeven. Door deze passie met beeld te stimuleren kan er een psychologische impuls ontstaan voor motivatie om te participeren op de online community (De Vos, 2012).

69 Het is dan ook raadzaam voor Agendainfo om ook gebruik te maken van meer beeld die het thema ondersteund. En dit duidelijk te profileren op zowel de homepagina als profielpagina. Uit deze case-study kan met behulp van de theorie geconcludeerd worden dat er veel ruimte is voor verbetering op het gebied van thematiseren, leden binding en het losmaken van motivatie bij potentiële leden. Door te kijken naar succesvolle communities zoals Lastfm kunnen hier veel leringen uit getrokken worden. Wanneer er meer aandacht wordt besteed aan thema s het binden en motiveren van leden. Zal Agendainfo succesvoller zijn als community 69

70 7. Conclusies 70

71 Conclusies Vanuit de theorie kan er antwoord gegeven worden op de deelvragen en de hoofdvraag die aan het begin van dit onderzoek gesteld zijn. Op welke manier kun je verbintenis met een publiek ontwikkelen op een online community? Het antwoord op deze vraag heeft verschillende kanten. Om te beginnen moeten bedrijven een doel voor ogen moet hebben voor er een online community wordt opgezet (Van Kinderen, 2013). Een online community kan opgezet worden maar wordt geen succesvolle online community door te wachten, daarvoor heb je een duidelijk thema en goede community managers nodig. Als het doel en thema duidelijk is voor potentiële leden is kan er functionele motivatie gewekt worden om lid te worden (De Vos, 2012). Om verbintenis met je publiek te ontwikkelen is het belangrijk als online community dat je zowel identity-based en bondbased binding creëert met je leden. Bondbased binding kun je creëren door praktische communicatie middelen zoals berichten en feedback functies naar elkaar beschikbaar te stellen om met mede leden te communiceren (Ren et al. 2011). Naast de communicatie middelen van het platform moet je zorgen dat je als online community een meerwaarde bied (Woods, 2012). Die meerwaarde kun je creëren door te blijven praten met je doelgroep en op de hoogte te blijven wat leden zoeken en willen. Je moet macht uit handen geven en zo leden een deel uit laten maken van het bestaan van een community (Woods, 2012). Als je verantwoordelijkheid uit handen durft te geven maak je het lid belangrijk en geef je leden een doel (Porter, 2008) en mede daardoor ontstaat identitity-based attachment. Naast het doel en thema moet ervoor gezorgd worden dat de community manager de online community goed positioneert tegenover leden, zorgt voor het moderatiebeleid en strategische contentmanaging (Wagenaar, 2013) 71

72 Wat voor invloed heeft user generated content op de gebruiker van een online community? Door de komst van Web 2.0 is de mogelijkheid voor user generated content groter geworden en is het sociale web in tien jaar explosief gegroeid (Cicarelli, 2006). De invloed van user generated content op de gebruiker van een online community is dan ook enorm. Door user generated content ontstaat er communicatie tussen personen net als een normaal offline dialoog (White, 2009). De sfeer en managing van user generated content binnen een community is ook belangrijk zodat mensen zich veilig voelen om een dialoog te openen (Walther en Boyd, 2002). Gebruikers moeten in de hand gehouden worden zodat de rest van de gebruikers zich op zijn gemak voelt om content te plaatsen. Zonder het managen kan het probleem ontstaan dat veel leden lurkers worden. Als shareres in lurkers veranderen zal de dialoog op een online community stilvallen en zullen gebruikers over gaan naar een andere online community. De invloed van user generated content zorgt ervoor dat leden de mogelijkheid hebben om zich te binden aan de online community op basis van identiteit en uniekheid (Porter, 2008). Dit kan door middel van demografische gegevens, foto s en video s en in geval van Agendainfo de agenda met jouw evenementen. Als online community kan je user generated content gebruiken om bepaalde gebruikers tijdelijk uit te lichten. De invloed van deze user generated content is dat de gebruiker zo het gevoel van doeltreffendheid krijgt (Porter, 2008). Door dit gevoel van doeltreffendheid zal de gebruiker motivatie kunnen krijgen om content te blijven genereren zodat de dialoog van de online community op gang blijft. 72

73 Op welke manier kan een online community zorgen voor een voor- en na beleving van een evenement? Met het antwoord op deze vraag moet er rekening gehouden worden met een aantal factoren. Het is aan de organisatie om te beslissen of zij de online community deel uit willen laten maken van de voor beleving, de beleving zelf, de na beleving of de gehele beleving. Om een online community deel uit te laten maken van een offline evenement moeten de leden eerste gebonden zijn aan de online community. Een aantal manieren om een online community deel uit te laten maken van een offline evenement is om de online community in te zetten tijdens in de pre-concumptie fase, de voorbeleving (De Vries & Helsdingen, 2012). In deze fase wordt door de evenement bezoeker gebruikt om zich voor te bereiden (Anonymous, 2008). Hier kun je de online community inzetten om de evenement bezoeker te informeren. Als online community kan er gezorgd worden dat de evenement bezoeker tijdens de voorbeleving content gegenereerd wat je in een andere consumptie fases toe kunt passen. Een goed voorbeeld hiervan is de evenement bezoeker artiesten laten selecteren die hij tijdens de consumptie fase van een festival wilt zien om zo meldingen te kunnen geven wanneer de gewenste artiest begint. Tijdens een evenement moet gezorgd worden dat het mogelijk is om toegang te hebben tot de online community. Dit kan zijn dat de website zich aanpast op mobiel formaat of een applicatie. Een online community kan ook ingezet worden tijdens het evenement zelf. Hierbij zou je gebruik kunnen maken van de servicescapes van Bitner (1992) : ambient conditions, signs, symbols & artefacts en spatial layout and functionality. Een goed voorbeeld hiervan is het inzetten van incheck points tijdens Lowlands Hierbij werd gebruik gemaakt van borden, die in de fysieke ruimte waren verdeeld en waarbij je in kon checken zodat je vrienden konden zien waar je op dat moment was. Een online community is een groot deel van de na beleving van een evenement. Hier wordt de ervaring in leven gehouden voor zolang het kan voor dat de evenement bezoeker terug keert naar het echt leven (Anonymous, 2008). De online community kan zorgen voor content voor en door gebruikers. Zo kunnen de evenement bezoekers, nadat zij terug gekeerd zijn naar hun dagelijkse leven, het evenement kunnen terug kijken en herbeleven. De content die gegenereerd wordt in de post-consumptie fase kan ook zorgen dat verwachtingen van het volgende evenement gevormd kunnen worden door de evenement bezoeker. 73

74 Hoe zorg je dat een website met een online community een actieve rol gaat spelen in de beleving van een evenement? De hoofdvraag kun je in twee stappen beantwoorden. Stap één bestaat uit de opzet van een online community en zorgen dat je leden aantrekt en behoud en zorgt dat er content geplaatst wordt en deze participatie op gang gehouden wordt. Het aantrekken van leden Het aantrekken van leden kan door laagdrempelig te zijn zodat de stap voor het eerste gebruik van de online community niet zo groot is (White, 2009). Om te zorgen dat leden zich gaan registreren moet er gezorgd worden voor functionele motivatie (De Vos,2012). dit kan gedaan worden door de online community een duidelijk thema (Ridings en Gefen, 2006) te geven zodat de doel en de functie van de online community meteen duidelijk is. De binding van leden Als je leden aangetrokken hebt is het belangrijk om ze te behouden, dit doe je door ze te binden aan je community. De leden waarvan je de behoefte vult gaan over op regelmatig gebruik (Porter, 2009). Deze community en dialogen tussen gebruikers moeten juist gemanaged worden (White, 2006). Er moet voor gezorgd worden dat leden blijven participeren op online community en sharers worden en geen lurkers blijven of worden. Leden moeten gemotiveerd worden om verder te gaan van eerste bezoek naar registreren. Dit kan gedaan worden met beeld om te zorgen dat er meteen een goede eerste indruk is (Hopkin, 2006). Het beeld op de homepagina kan passie op wekken en zo een psychologische impuls voor motivatie los maken bij gebruikers om zo verder te participeren dan alleen een registratie (De Vos, 2012). Als deze beelden uitgelichte leden zijn, brengt dit doeltreffendheid en erkenning met zich mee wat binnen een online communitiy belangrijk is zodat leden blijven participeren (Porter, 2009). Het uitlichten van leden brengt ook status met zich mee wat voor de evenement bezoekers status erg belangrijk. Bij stap twee is je online community een actief en heb je leden gebonden aan je platform zodat ze participeren en content genereren. Nu is het belangrijk om je met de drie consumptie fases van een evenement bezig te houden. Pre-consumptie Tijdens de pre consumptie fase is het belangrijk om de evenement bezoeker te informeren (Anonymous, 2008). In deze fase kun je gebruikers goed informeren door al eerder gegenereerde data samen te laten werken om goede toegespitste informatie te kunnen bieden. Met deze toegespitste informatie kunnen verwachtingen gevormd worden door de evenement bezoeker (De Vries & Helsdingen, 2012). Consumptie Als online community is het belangrijk om je doelgroep te kunnen bereiken (Woods, 2012). Binnen de doelgroep evenement bezoeker bereik je deze doelgroep mobiel. Zo ben je als online community ook tijdens de consumptie fase van een evenement aanwezig. Tijdens deze fase is het belangrijk voor de evenement bezoeker om te kunnen delen wat ze mee maken en dat te kunnen delen om zo status te verkrijgen. Het verkrijgen van deze status zal ervoor zorgen dat leden van je online community zullen blijven participeren op jouw platform. 74

75 Post-consumptie In deze fase kun je als platform zorgen voor een verlenging van de ervaring van de evenement bezoeker door content uit te lichten (Anonymous, 2008). Ook zal er veel user generated content ontstaan van leden die gebonden zijn aan je community. 75

76 8. Conceptueel model Uit de theorie en de informatie die verkregen is uit praktijk onderzoek zijn er 6 verschillende ontwerpcriteria ontstaan. Deze ontwerp criteria worden visueel gemaakt in een conceptueel model. Deze ontwerpcriteria zijn van toepassing zijn om een online community een actieve rol te laten spelen in een evenement beleving. 76

77 Conceptueel model Met dit conceptueel model komen de tot nu toe beschreven conclusies en onderzoeken bij elkaar en hoe ik dat heb vertaald naar ontwerp criteria. In de huidige situatie is het zo dat user generated content en de evenement beleving bijdragen aan de informatie voorziening op de online community Festivalinfo. De user generated content en evenement beleving gaan alleen langs elkaar heen en hebben maar een erg klein raakvlak. User generated content is momenteel vooral de submit functie maar weinig foto s, video s of agenda s die ingevuld worden. De content vanuit de evenement beleving wordt vooral gegenereerd door Festivalinfo zelf en fotografen en recensenten die zij in naar een evenement toe sturen. Om naar de gewenste situatie te gaan en te zorgen voor een verbeterende informatie voorziening en een actievere rol van de online community zouden de user generated content en evenement beleving met elkaar in verband moeten staan. Dit kan je bereiken door te beginnen het thema duidelijk te maken om functionele motivatie los te maken bij potentiële gebruikers (De Vos, 2012) erna geef je de gebruiker erkenning, status en een doel binnen de online community. Door deze drie factoren die deels voortkomen uit theorieën van Porter (2009) ontstaat er een psychologische impuls voor motivatie om te participeren (De Vos, 2012). Een gevolg hiervan is dat er leden binding met de online community ontstaat. Nadat er leden binding is ontstaan moet de online community toegankelijk zijn in alle consumptie fases. Nu leden gebonden zijn en motivatie hebben om te participeren en deze online community toegankelijk is, ook tijdens de consumptie fase zal er meer user generated content ontstaan. Als de online community user generated content samen laat werken met de content die Festivalinfo zelf genereert zal er een verbeterde informatie voorziening ontstaan en een actievere rol binnen de evenement beleving. Ontwerpcriteria Informeren In de pre-consumptie fase is het belangrijk de evenement bezoeker goed te informeren (Anonymous, 2008). Dit kan door middel van data van de online community gegenereerd door andere evenement bezoekers. Zo kunnen verwachtingen door de evenement bezoeker gevormd worden voor ze de consumptie fase in gaan. Connectiviteit Door gegenereerde data aan elkaar te linken en samen te laten werken is het mogelijk passend advies aan de evenement bezoeker te leveren. Toegankelijkheid Om te kunnen informeren is het is belangrijk de doelgroep te bereiken waar ze zich op dat moment bevinden (Woods, 2012). Door Agendainfo mobiel te maken en overal toegankelijk te maken is het ook mogelijk om tijdens de consumptie fase van een evenement gebruik te maken van de online community. Erkenning Voor gebruikers van een online community is het belangrijk dat ze erkenning krijgen voor wat ze doen voor de online community. Dit kan in vorm van beloningen, uitlichtingen of andere stimulatie wat de gebruiker motiveert en bind aan de online community Status Door te zorgen dat met de activiteiten op de online community wat gedaan wordt brengt dit status met zich mee, wat erg belangrijk is voor de evenement bezoeker. Doeltreffendheid De gebruiker van de online community moet het idee hebben dat wat zij doen een verschil maakt en nut heeft. Dit kan je doen door materiaal van leden uit te lichten en de ugc toe te passen in de website. 77

78 78

79 9. Interactief product Aan de hand van mijn onderzoek, conceptuele model en daaruit volgende ontwerp criteria is er een interactief product ontwikkeld. Dit product moet zorgen voor binding met de online community zodat de online community een actieve rol kan spelen binnen een evenement beleving. Het moet zorgen voor het genereren van meer content door de leden waaruit een betere informatie voorziening kan ontstaan om de evenement bezoeker te helpen bij het scheppen van een verwachting bij een evenement en zo de rol van de online community bij een evenement beleving te versterken. In dit hoofdstuk zal het concept toegelicht worden. Er wordt besproken wat het inhoud en hoe dit terug gekoppeld kan worden aan de evenement bezoeker. Het concept is via userstories met de scrum methode uitgevoerd wat per sprint teruggekoppeld en getest is bij de doelgroep. Door deze terugkoppeling kan er een aanbeveling worden geschreven die dan wel of niet de conclusie op de hoofdvraag bevestigd. 79

80 The way to get started is to quit talking and begin doing. Walt Disney

81 9.1 Concept Festivalue Bij het concept is het belangrijk dat de online community, Festivalinfo, een actieve rol gaat spelen in de gehele evenement beleving van een evenement bezoeker. Hierbij heb je de drie consumptie fases waarbij je de online community kunt inzetten, de pre-consumptie, de consumptie en de post-consumptie fase. Deze fases volgen elkaar steeds op zoals weergegeven in figuur 10. De content gegenereerd in de consumptie fase komt terug in de post- en pre-consumptie fase Het concept is een mobiele applicatie met de naam Festivalue. Dit omdat uit onderzoek is gebleken dat evenement bezoekers een smartphone hebben en die ook mee nemen naar evenementen. Op deze manier is Festivalinfo en Agendainfo ook toegankelijk tijdens de consumptie fase. Consumptie fase Om het concept goed uit te leggen begin ik bij de consumptie fase omdat daar content wordt gegenereerd die in de post- en pre-consumptie fase terug komt. Tijdens deze fase van een evenement kan de Agendainfo gebruiker inloggen op de Festivalue applicatie met zijn Agendainfo account of zijn Facebook account. Uit een eerdere enquête blijkt dat leden een bond-based binding hebben met Facebook. Met de mogelijkheid om in te loggen met Facebook maak je dus eigenlijk alleen gebruik van het netwerk op Facebook en vervang je je online community niet. De mogelijkheid om in te loggen met Facebook zorgt voor laagdrempeligheid (White, 2006) bij mogelijke leden van Agendainfo om in te loggen. Naast het inloggen met Facebook kun je ook kiezen om te verbinden met Facebook om zo activiteiten van de applicatie op je Facebook tijdlijn te delen. Dit zorgt voor bekendheid van Festivalinfo en genereert ook bezoekers met het klikken op deze gedeelde activiteiten waardoor je potentiële leden aantrekt. Met deze applicatie kun je waarden, in vorm van een cijfer, geven aan het evenement waar je op dat moment bent. Bij deze waarden die je geeft kan je een foto of een video van zes seconde toevoegen. Indien er toestemming is gegeven worden deze waarden en de eventueel bijgevoegde foto of video automatisch gedeelt op Facebook. Bij elke waarde die je geeft is het ook mogelijk een quote toe te voegen van maximaal 140 tekens. Deze quot wordt de beschrijving van de foto of video waarbij deze gemaakt wordt. Dit delen zorgt voor status tegenover anderen die niet bij het evenement zijn maar ook voor erkenning voor waarden die gegeven zijn en de eventuele foto of video die toegevoegd is. De onderdelen waar je waarden aan kunt geven is gehaald uit bestaande data vanaf Fesival- of Podiuminfo die gekoppeld is aan dat evenement. 81

82 De onderdelen waar je een waarde aan kunt geven tijdens een podium evenement zijn: - De lokatie (het podium waar het plaatsvindt) - De wachtrij - De bar - De aanwezige artiest(en) - Geluidskwaliteit - Sfeer - Toiletten De onderdelen waar je een waarde aan kunt geven tijdens een festival evenement zijn: - Het terrein - De wachtrij - Het bar personeel - Het drinken - Het eten - De aanwezige artiesten - Geluidskwaliteit - Sfeer - Toiletten - Camping (indien aanwezig) - Entertainment (indien aanwezig) - Shops (indien aanwezig) Deze onderdelen waar een waarde aan gegeven kan worden komen voort uit persoonlijke ervaring als evenement bezoeker. Later met het testen worden de onderdelen voorgelegd aan podia en gekeken of de onderdelen relevant zijn en of er eventueel wat mist of weggelaten moet worden. Post-consumptie In de consumptie fase wordt er veel data gegenereerd door de gebruiker van de applicatie. Zowel de waarden in cijfers voor de verschillende onderdelen als de foto s en video s met de quotes van gebruikers. Deze data in vorm van waarden in cijfers en foto s en video s komen samen op verschillende plekken op de online community. Op Festivalen Podiuminfo krijg je op de pagina van een evenement een gemiddelde waarde van het gehele evenement. Als je op deze waarde klikt krijg je een gemiddelde waarde van alle onderdelen apart te zien. De waarde die aan de artiest is gegeven komt terug bij de artiesten pagina. Op die artiesten pagina staat de gemiddelde waarde voor die artiest. Zodra je daar op klikt krijg je de gemiddelde waarden van van de artiest op afzonderlijke evenementen te zien. Sommige onderdelen komen samen bij de podium pagina s. Zoals waarde gegeven aan de locatie, de wachtrij, het bar personeel, het drinken en de geluidskwaliteit. Aan de hand van deze waarden is het Niet alleen de waarden, maar ook de foto s en video s worden gekoppeld aan de pagina s van de evenementen, artiesten en podia. Dit zorgt ook voor een gevoel van doeltreffendheid bij de leden. Pre-consumptie In de post-consumptie fase zijn alle waarden en media van evenementen terug te vinden op de online community. Door de ugc samen te laten werken met bestaande informatie over evenementen, artiesten en podia van Festivalinfo heeft Festivalinfo meer informatie om te distribueren naar de leden van Agendainfo. Zo verbeterd de informatie voorziening van Festivalinfo en kunnen de leden beter verwachtingen vormen voor toekomstige evenementen tijdens de preconsumpie fase. 82

83 9.2 Ontwerpproces Het ontwerpproces van mijn interactieve product is volgens de scrum methode gedaan. Er is voor deze methode gekozen om constant in contact met de doelgroep te kunnen staan. Eerst ben ik opzoek gegaan naar bestaande applicaties die te maken hebben met evenementen zoals Bands in town, Songkick en de festival app van Lastfm. Op basis van deze bestaande applicaties heb ik inspiratie op gedaan Inspiratie Bands in Town Bij de app bands in town wordt er gebruik gemaakt van artiesten pagina s waarbij je kan zien wanneer ze waar spelen. Bij concertlijst wordt het gesorteerd op datum en kun je kiezen uit aanbevolen of shows in de buurt van jouw huidige lokatie. 83

84 Songkick Bij songkick wordt er net als bij Bands in Town gebruik gemaakt van je huidige lokatie en wordt het gesorteerd op datum. De evenementen worden weergegeven met een plaatje, de naam en de lokatie wat ook overeenkomt bij Bands in Town. 84

85 Lastfm festival app De festival app van Lastfm verschilt tegenover de Songkick en Bands in Town app. Hier wordt meer gekeken naar hoe goed een evenement bij je zou passen. Ook wordt r meer gekeken naar het sociale aspect, zo heb je een vriendenlijst en kun je kijken waar je vrienden heen gaan. Maar ook bij de Lastfm festival app kun je kijken naar evenementen op basis van je huidige lokatie. 85

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Defintie SocialMedia is een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele

Nadere informatie

Minigids Hybride Evenementen Het evenement dat niemand wil missen is hybride Een wereld waar offline en online samenkomen!

Minigids Hybride Evenementen Het evenement dat niemand wil missen is hybride Een wereld waar offline en online samenkomen! Minigids Hybride Evenementen Het evenement dat niemand wil missen is hybride Een wereld waar offline en online samenkomen! Introductie In een wereld die op alle vlakken steeds meer digitaal verbonden raakt,

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

De wasstraat. Why? FONK James Wattstraat 100, 8ste verdieping 1097 DM Amsterdam +31 (0)

De wasstraat. Why? FONK James Wattstraat 100, 8ste verdieping 1097 DM Amsterdam +31 (0) De wasstraat Why? FONK James Wattstraat 100, 8ste verdieping 1097 DM Amsterdam +31 (0) 20 370 51 42 hello@fonk-amsterdam.com Why? Een van de belangrijkste vragen die je jezelf moet vragen als startup is

Nadere informatie

Print & Tablets A healthy future together. Nancy Detrixhe, Research Manager

Print & Tablets A healthy future together. Nancy Detrixhe, Research Manager Print & Tablets A healthy future together. Nancy Detrixhe, Research Manager Tijdschriften lezen. Totale consumptie van magazine content stijgt. Since I began reading magazines in electronic form,

Nadere informatie

Briefing V1. interactieve content

Briefing V1. interactieve content Briefing V1 interactieve content Marianne Meijers m.b.meijer-meijers@hva.nl Wat is interactieve Content?. Definitie Interactieve content is de inhoudelijke bijdrage van een medium die bestaat uit tekst,

Nadere informatie

Inventarisatie nieuwe & sociale media gastvrijheidsindustrie. 11 januari 2011

Inventarisatie nieuwe & sociale media gastvrijheidsindustrie. 11 januari 2011 Inventarisatie nieuwe & sociale media gastvrijheidsindustrie 11 januari 2011 Innovatielab Dit HSMAI NBTC NHTV initiatief (met steun van EZ) heeft als doel het antwoord te vinden op deze vraag: Hoe kan

Nadere informatie

Taco Schallenberg Acorel

Taco Schallenberg Acorel Taco Schallenberg Acorel Inhoudsopgave Introductie Kies een Platform Get to Know the Jargon Strategie Bedrijfsproces Concurrenten User Experience Marketing Over Acorel Introductie THE JARGON THE JARGON

Nadere informatie

Marketing. De uitgebreide marketingmix Hoorcollege 5

Marketing. De uitgebreide marketingmix Hoorcollege 5 Marketing De uitgebreide marketingmix Hoorcollege 5 Vorige week: wat is een product 2 Propedeuse CMDA Marketing HC 5 Goed om te weten omdat: 3 Propedeuse CMDA Marketing HC 5 Vorige week: kernstrategie

Nadere informatie

PROPEDEUSE MARKETING BLOK 2 LESWEEK 2, WERKGROEP 2!

PROPEDEUSE MARKETING BLOK 2 LESWEEK 2, WERKGROEP 2! PROPEDEUSE MARKETING BLOK 2 LESWEEK 2, WERKGROEP 2! AGENDA Vragen over hoorcollege & huiswerk SMART herhaling Het segmentatie proces Marktsegmentatie Segmentatie oefening 1 welke variabelen? (40 minuten)

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

Iedereen kan Facebook-en, toch? 13.05.2014

Iedereen kan Facebook-en, toch? 13.05.2014 Iedereen kan Facebook-en, toch? 13.05.2014 KICK OFF ANTWERPSE PRESIDIA Hello, my name is Mijn verleden Nu EERST, EEN HEEL KLEIN BEETJE THEORIE Mensen als media-kanaal Mensen als media-kanaal Mensen horen

Nadere informatie

7 tips voor een onverslaanbare. LinkedIn showcasestrategie

7 tips voor een onverslaanbare. LinkedIn showcasestrategie 7 tips voor een onverslaanbare LinkedIn showcasestrategie Hoe bereik je de klant met LinkedIn showcasepagina s? Sommige producten, diensten of merken die onder een organisatie vallen zijn dusdanig speciaal

Nadere informatie

o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl

o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl o Heb je vragen of geef je mening en reactie op deze presentatie via

Nadere informatie

Event menu Minigids event app

Event menu Minigids event app Event menu Minigids event app Hoe en waarom een mobiele evenementen app? Introductie De evenementenbranche verandert. Een evenement is niet langer een ad hoc activiteit. Het is een belangrijk onderdeel

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

Checklist: Facebookpagina

Checklist: Facebookpagina Checklist: Facebookpagina De Facebookpagina checklist Met plezier bieden we u deze Facebook Checklist aan. De Facebook Checklist geeft u inzicht in de mogelijkheden die Facebook biedt voor uw bedrijf.

Nadere informatie

Invloed van digitaal op ons business model

Invloed van digitaal op ons business model Invloed van digitaal op ons business model Waarom Social media? Wat vinden onze doelgroepen? Wat kun je zelf/wat mag je zelf Wat en hoe kun je online vinden en wat doe je ermee? NVFG Ronald Pastor 22 januari

Nadere informatie

Social Media zijn Highly. Erik Hekman Mechelen, Mei 2010. Accessible Media

Social Media zijn Highly. Erik Hekman Mechelen, Mei 2010. Accessible Media Social Media zijn Highly Erik Hekman Mechelen, Mei 2010 Accessible Media KERN VAN DEZE SESSIE Hoe bereik je gebruikersgroepen doormiddel van social media? wat zijn de eigenschappen / mogelijkheden? hoe

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions Onderzoeksopzet Danique Beeks Studentnummer: 2054232 Advanced Business Creation Stagebedrijf: JH Busines Promotions Bedrijfsbegeleider: John van den Heuvel Datum: 12 September 2013 Inhoudsopgave Inleiding

Nadere informatie

Wat is jouw verhaal?

Wat is jouw verhaal? E E N E - B O O K V A N L E T T E R S & C O N C E P T S Wat is jouw verhaal? Passie en plezier overbrengen in een notendop Storytelling Verhalen vertellen is een belangrijk onderdeel van ons leven. Het

Nadere informatie

Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in de Buurtmoestuin

Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in de Buurtmoestuin Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in de Buurtmoestuin Een kwalitatief onderzoek naar de gepercipieerde (gezondheids)effecten van gezamenlijk tuinieren Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in

Nadere informatie

Programma. voor de pauze Kader - Cross media conceptontwikkeling: het proces

Programma. voor de pauze Kader - Cross media conceptontwikkeling: het proces Programma voor de pauze Kader - Cross media conceptontwikkeling: het proces Vragenrondje na de pauze Analyse - Innovatie, creativiteit, coördinatie, implementatie [wat wil je bereiken met cross media?]

Nadere informatie

MarianSpier. Manager Content & Communicatie International coördinator SBC Afstudeerbegeleider

MarianSpier. Manager Content & Communicatie International coördinator SBC Afstudeerbegeleider MarianSpier Manager Content & Communicatie International coördinator SBC Afstudeerbegeleider Studie Communicatie en designmanagement Didactiek, pedagogiek Organisatiepsychologie Werk Communicatie adviseur

Nadere informatie

WC Marketing blok 2 lesweek 2! Propedeuse 2011/12!

WC Marketing blok 2 lesweek 2! Propedeuse 2011/12! WC Marketing blok 2 lesweek 2! Propedeuse 2011/12! Agenda! Tijdens oefeningen krijg je feedback op huiswerk! SMART: 5 criteria voor doelstellingen! Marketingstrategie in 3 stappen! Marktsegmentatie! Segmentatieoefening

Nadere informatie

bijeenkomst zorgmarketingplatform.nl

bijeenkomst zorgmarketingplatform.nl Strategische inzet van Online Media in de zorg. bijeenkomst zorgmarketingplatform.nl!! Making the web work for healthcare! making the web work for healthcare Nederlands grootste zorginstelling voor mensen

Nadere informatie

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake Kijkt u eens om u heen, zit u ook met een computer, mobiele telefoon, misschien wel twee en mogelijk ook nog andere type computer zoals

Nadere informatie

Arjan Marsman 6 jaar Webplace4u. Voorstellen

Arjan Marsman 6 jaar Webplace4u. Voorstellen Welkom Arjan Marsman 6 jaar Webplace4u Voorstellen Social Media Feiten Facebook Waar gaan we het over hebben Social Media Feiten 10,7 uur per week kijkt een Nederlander TV (65+ uitgezonderd). 19,5

Nadere informatie

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Tijd 09.15 09.45 Je bent op de Open dag, wat nu? Personal welcome international visitors 10.00 10.45 Je bent op de

Nadere informatie

Interaction Design for the Semantic Web

Interaction Design for the Semantic Web Interaction Design for the Semantic Web Lynda Hardman http://www.cwi.nl/~lynda/courses/usi08/ CWI, Semantic Media Interfaces Presentation of Google results: text 2 1 Presentation of Google results: image

Nadere informatie

Online Marketing. Door: Annika Woud ONLINE MARKETING

Online Marketing. Door: Annika Woud ONLINE MARKETING Online Marketing Door: Annika Woud 1 Inhoudsopgaven 1 Wat is online marketing? 2 Hoe pas je online marketing toe op een website? Hoe pas je het toe? SEO Domeinnaam HTML Google Analytics Advertenties op

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Service Design. Denise van der Burg (0840384)

Service Design. Denise van der Burg (0840384) Service Design Denise van der Burg (0840384) 1 Inhoud 3 Inleiding 4 Huidige costumer journey 5 Toelichting 6 Doelgroep 6 persona 7 Brainstorm 8 Nieuwe service 8 Conceptbeschrijving 11 Verantwoording 13

Nadere informatie

270+ Contact Centers. 75talen TELEPERFORMANCE OVERZICHT. 182,000 werknemers. Wereldwijd marktleider in multichannel Klantbeleving Management

270+ Contact Centers. 75talen TELEPERFORMANCE OVERZICHT. 182,000 werknemers. Wereldwijd marktleider in multichannel Klantbeleving Management 1 TELEPERFORMANCE OVERZICHT Wereldwijd marktleider in multichannel Klantbeleving Management Landen waar we aanwezig zijn Landen die we faciliteren Opgericht in 1978 270+ Contact Centers Aanwezig in 62

Nadere informatie

Titanpad. Answergarden. Wordle. Tricider. Resultaten Workshop ICT & Aps

Titanpad. Answergarden. Wordle. Tricider. Resultaten Workshop ICT & Aps Titanpad Answergarden Wordle Tricider Resultaten Workshop ICT & Aps Rotterdam, Landelijke Lio-dag 9 februari 2012 Beste student van de lerarenopleidingen economie. Jullie hebben op 9 februari 2012 een

Nadere informatie

WG4: De gebruikerservaring. Service Design Lesweek 5 Aranea Felëus

WG4: De gebruikerservaring. Service Design Lesweek 5 Aranea Felëus WG4: De gebruikerservaring Service Design Lesweek 5 Aranea Felëus Agenda Programma Costumer Journey Costumer Journey vs. User Model Costumer Journey vs. User Journey Opdracht 1: CJ part 1 Opdracht 2: CJ

Nadere informatie

Museumbezoek onder Studenten

Museumbezoek onder Studenten Museumbezoek onder Studenten Ontwerprapport CMD-Project Jelle Clignet CMD2B 1108174 Inhoudsopgave Inleiding 2 Concept 3 Beschrijving van het concept 3 Applicatie 3 Ondersteunende middelen 3 Middelen 4

Nadere informatie

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015

Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Tijd 09.15 09.45 Je bent op de Open dag, wat nu? Personal welcome international visitors 10.00 10.45 Je bent op de

Nadere informatie

Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world

Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world HOE GAAT HET NU? We zetten allemaal verschillende methoden in om vraagstukken op te lossen, oplossingen te ontwerpen

Nadere informatie

THE WEB 3.0 CLOTHING BUYING EXPERIENCE. Masterproef Propositie

THE WEB 3.0 CLOTHING BUYING EXPERIENCE. Masterproef Propositie THE WEB 3.0 CLOTHING BUYING EXPERIENCE Masterproef Propositie Tom Knevels Communicatie & MultimediaDesign 2011-2012 KERNWOORDEN Online in combinatie met offline kopen, beleving/ervaring, vertrouwen, kledij

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

Wat is Interaction Design?

Wat is Interaction Design? Wat is Interaction Design? Wat is interaction design? Designing interactive products to support the way people communicate and interact in their everyday and working lives. Preece, Sharp and Rogers (2015)

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Facebook voor beginners: aan de slag met een Facebook Bedrijvenpagina.

Facebook voor beginners: aan de slag met een Facebook Bedrijvenpagina. Facebook voor beginners: aan de slag met een Facebook Bedrijvenpagina. Auteur: Alle rechten voorbehouden 2012 Inhoud Introductie... 3 Wat is een bedrijvenpagina eigenlijk?... 4 Het aanmaken van een Facebook

Nadere informatie

wat is het? Dit doe ik door een combinatie van sprekende foto s met een bijpassende tekst, die de situatie op een authentieke manier omschrijven.

wat is het? Dit doe ik door een combinatie van sprekende foto s met een bijpassende tekst, die de situatie op een authentieke manier omschrijven. Met visual storytelling voeg ik een andere dimensie toe aan verhalen vertellen én fotografie. Ik geef een (levens)event niet alleen een gezicht, maar ook een stem en breng hiermee het ware en pure gevoel

Nadere informatie

GO SOCIAL! Het e-boek en de uitgeverij als sociaal netwerk.

GO SOCIAL! Het e-boek en de uitgeverij als sociaal netwerk. GO SOCIAL! Het e-boek en de uitgeverij als sociaal netwerk. Wie zijn wij? Overcommunicatief Social Media Fanatic Shop-a-holic Boekenwurm Heeft identieke tweelingzus Marketing Manager E- communicatie en

Nadere informatie

Sporthuis/GoSport Roy Schungel 1570046

Sporthuis/GoSport Roy Schungel 1570046 Sporthuis/GoSport 1570046 Document Informatie Versie Datum Status Aanpassingen Getroffen pagina s 1.0 20-06-2013 Definitief Colofon Soort document: Versie: 1.0 Afstudeerscriptie Opdrachtgever: Opdrachtgever:

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft.

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Webtechniek is gespecialiseerd in technische oplossingen voor internet en applicaties. Sinds 2000 is het

Nadere informatie

Door Robin van den vrijhoef

Door Robin van den vrijhoef Door Robin van den vrijhoef Wat is de bedrijfsnaam of naam van de organisatie? Hoeveel medewerkers heeft de organisatie? Welke producten en/of diensten levert het bedrijf? Noem op volgorde van waarde de

Nadere informatie

Begrijp je doelgroep en connect Search en Social voor de opbmale klant beleving

Begrijp je doelgroep en connect Search en Social voor de opbmale klant beleving Begrijp je doelgroep en connect Search en Social voor de opbmale klant beleving Speaking Publishing Consulting Training European Search Personality 2015 www.stateofdigital.com - www.basvandenbeld.com -

Nadere informatie

Eindopdrachten Copywriting

Eindopdrachten Copywriting Eindopdrachten Copywriting Charlotte Voorn 0847183 CDM1A 1 Inhoud Advertentie 2 Verantwoording advertentie 4 Artikel 6 Verantwoording artikel 7 Reportage 8 Verantwoording Reportage 10 Handleiding 11 Verantwoording

Nadere informatie

Einddocument project 3: Voor het goede doel!

Einddocument project 3: Voor het goede doel! Einddocument project 3: Voor het goede doel! Koen Beijer 500684088 V1-02 Roger Reuver Project 3 Inhoudsopgave: Fase 1: de opdracht Probleemsituatie 3 De doelgroep 3 Het evenement 3 Het goede doel 3 Probleemstelling

Nadere informatie

INTERVIEW. HOLLANDCASINO, versie 1.0 - testversie interview STUDENTEN. Lisa Winters Seline Noteboom Sjoerd van Hal René Marcusse Rob Maillé

INTERVIEW. HOLLANDCASINO, versie 1.0 - testversie interview STUDENTEN. Lisa Winters Seline Noteboom Sjoerd van Hal René Marcusse Rob Maillé INTERVIEW HOLLANDCASINO, versie 1.0 - testversie interview STUDENTEN Lisa Winters Seline Noteboom Sjoerd van Hal René Marcusse Rob Maillé DATUM 26 september 2013 MINOR Digital communication for businesses

Nadere informatie

Conversation Starters. Brainstorm Sociale Media

Conversation Starters. Brainstorm Sociale Media Conversation Starters Brainstorm Sociale Media Crealab 26/04/2011 lamazone Hallo, Ik ben Sofie Agenda Sociale media De impact van sociale media Hoe participeren Case Conclusie Opdracht 10ch Sociale Media

Nadere informatie

KUNST ONDERZOEK EDUCATIE VISIE VERNIEUWING OMGEVING PUBLIEK WERK BEELD TEKST FASCINATIE

KUNST ONDERZOEK EDUCATIE VISIE VERNIEUWING OMGEVING PUBLIEK WERK BEELD TEKST FASCINATIE ARTISTIEK ONDERZOEK MASTER KUNSTEDUCATIE Willem de Kooning Academie Piet Zwart Instituut te Rotterdam april 2012 Marieke van der Hoek-Vijfvinkel begeleiding: Annette Krauss - MaikoTanaka ? KUNST ONDERZOEK

Nadere informatie

Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces

Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces SURF Seminar September 2015 Frank Benneker, ICTS Universiteit van Amsterdam Perspectief ICTS & OO dienstverlening

Nadere informatie

Inleiding. Jotam Dveer. Klas: 1CD. SLB: Maike de Vocht

Inleiding. Jotam Dveer. Klas: 1CD. SLB: Maike de Vocht Inleiding Tijdens de SLB les van 10 december 2012 hebben wij de opdracht gekregen om een vijftal vacatures te zoeken die in ons vakgebied kan liggen. Wij moesten beargumenteren waarom wij hier graag zouden

Nadere informatie

De Levende Gevel. Een richting voor innovatie en de ontwikkeling van de toekomst

De Levende Gevel. Een richting voor innovatie en de ontwikkeling van de toekomst De Levende Gevel Een richting voor innovatie en de ontwikkeling van de toekomst A letter from nature Dear., Our life knows no boundaries, we live together. You live in me and I live in you! I not only

Nadere informatie

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant Vragenlijst in te vullen en op te sturen voor de meeloopochtend, KABK afdeling fotografie Questionnaire to be filled in and send in before the introduction morning, KABK department of Photography Stuur

Nadere informatie

Inbound marketing. Door Dennis Hoekstra twitter.com/mediaans

Inbound marketing. Door Dennis Hoekstra twitter.com/mediaans Door Dennis Hoekstra twitter.com/mediaans Inhoud 1. Inbound vs. outbound marketing 3 2. Wat is inbound marketing? 4 3. Marketing tijdens een recessie 6 4. Inbound marketing in 2012 7 Over de auteur: Dennis

Nadere informatie

Gedragscode social media reddingsbrigade Heerhugowaard

Gedragscode social media reddingsbrigade Heerhugowaard Gedragscode social media reddingsbrigade Heerhugowaard Richtlijnen en regels voor het gebruik van social media door leden in relatie tot Reddingsbrigade Heerhugowaard. Augustus 2015 1 Inhoudsopgave: Inhoudsopgave:...

Nadere informatie

Agenda. About Mediamatic Mediamatic voor Naturalis Vormgeving Techniek Netwerk Community Naturalis fysiek virtueel

Agenda. About Mediamatic Mediamatic voor Naturalis Vormgeving Techniek Netwerk Community Naturalis fysiek virtueel Agenda About Mediamatic Mediamatic voor Naturalis Vormgeving Techniek Netwerk Community Naturalis fysiek virtueel About Mediamatic Mediamatic LAB, gespecialiseerd in informatiesystemen en community websites

Nadere informatie

De Cues Filtered Out Theorie

De Cues Filtered Out Theorie De Cues Filtered Out Theorie Sommige mensen zien Computer mediated communication als een mindere vorm van communicatie, ook volgens de Cues Filtered Out theorie ontbreekt er veel aan deze communicatievorm.

Nadere informatie

Creatief onderzoekend leren

Creatief onderzoekend leren Creatief onderzoekend leren De onderwijskundige: Wouter van Joolingen Universiteit Twente GW/IST Het probleem Te weinig bèta's Te laag niveau? Leidt tot economische rampspoed. Hoe dan? Beta is spelen?

Nadere informatie

is front-end kennis relevant voor een UX designer

is front-end kennis relevant voor een UX designer In hoeverre is front-end kennis relevant voor een UX designer tijdens een designproces? Door: Wessel Grift Onderzoeksvraag In hoeverre is het hebben van front-end development kennis relevant voor een

Nadere informatie

Marketing & Communications DNS.be 2010 & 2011. 28 april 2011

Marketing & Communications DNS.be 2010 & 2011. 28 april 2011 Marketing & Communications DNS.be 2010 & 2011 28 april 2011 CENTR Marketing Workshop April 2011 - Helsinki 2 Agenda Campaign 2010: Goal Campaign Results & Learnings Market research: Goal Outcome Learnings

Nadere informatie

voor audiovisueel erfgoed

voor audiovisueel erfgoed Onderzoeksrapport Beeld en Geluid: Mobiel platform voor audiovisueel erfgoed Uitgave: 14-10-2012, versie 1.1 Door JBLT ; Jonathan Marchal, Bas van Agten, Laurens Carbo, Thijs Blaas Voorwoord Om een goed

Nadere informatie

ARTIST. Petten 24 September 2012. www.ecn.nl More info: schoots@ecn.nl

ARTIST. Petten 24 September 2012. www.ecn.nl More info: schoots@ecn.nl ARTIST Assessment and Review Tool for Innovation Systems of Technologies Koen Schoots, Michiel Hekkenberg, Bert Daniëls, Ton van Dril Agentschap NL: Joost Koch, Dick Both Petten 24 September 2012 www.ecn.nl

Nadere informatie

www.marktonderzoek.be

www.marktonderzoek.be Wij zetten het jaar vol inspiratie en enthousiasme in met een overzicht van enkele trends waar we als ondernemer in 2015 niet omheen kunnen. Op de hoogte zijn van deze trends en erop inspelen kan uw activiteiten

Nadere informatie

De kansen van online samenwerken

De kansen van online samenwerken De kansen van online samenwerken Independent Insurances Whitepaper 10/10 10-2015 De kansen van online samenwerken Independent Insurances Whitepaper 10/10 10-2015 INDEPENDENT INSURANCES Introductie De

Nadere informatie

Welkom! Michael Sourbron.

Welkom! Michael Sourbron. Make IT personal Welkom! Michael Sourbron Michael.Sourbron@callexcell.be François Gysbertsen François.Gysbertsen@callexcell.be GertJan Coolen GertJan.Coolen@frontline.nl Agenda Introductie Engage uw klant

Nadere informatie

REALTIME LEIDERSCHAP ONTWIKKELING

REALTIME LEIDERSCHAP ONTWIKKELING REALTIME LEIDERSCHAP ONTWIKKELING ERNST JAN REITSMA 27 NOVEMBER 2014 REALTIME LEADERSHIP DEVELOPMENT 1. Iets over theorieën 2. Belang van Live Event 3. Ervaringen 4. Feedback organiseren 5. Voorbeelden

Nadere informatie

The Future: what s in it for us!

The Future: what s in it for us! The Future: what s in it for us! Tim Rook Marketing Republic! 16 juni 2010 Persoonlijke introductie: Chief Inspiration Officer: Marketing Republic! Ruim 20 jaar ervaring in Channel Marketing & Communicatie:

Nadere informatie

Ervaar het Beste van Online. In-Store.

Ervaar het Beste van Online. In-Store. Ervaar het Beste van Online. In-Store. AOPEN maakt gebruik van de laatste ontwikkelingen op het gebied van IT met als doel de digitale communicatie binnen een winkelomgeving te versterken. Door samen te

Nadere informatie

17/10/2011 16:40:27. Sociale media bij Telenet Praktijkvoorbeeld. Hoe en waarom zijn wij gestart met Conversation Management?

17/10/2011 16:40:27. Sociale media bij Telenet Praktijkvoorbeeld. Hoe en waarom zijn wij gestart met Conversation Management? Sociale media bij Telenet Praktijkvoorbeeld 24/10/2011 Leentje Chavatte Manager Knowledge, Self Service & Social Media Hoe en waarom zijn wij gestart met Conversation Management? Every 6.6 minutes someone

Nadere informatie

Bijeenkomst Co-Creatieteams en kennissessie NPO

Bijeenkomst Co-Creatieteams en kennissessie NPO Bijeenkomst Co-Creatieteams en kennissessie NPO 21 januari 2014 Co-creatieteams bezoeken NPO Op 21 januari 2014 bezochten leden van de co-creatieteams de NPO (nederlandse Publieke Omroep) met een programma

Nadere informatie

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Elena Cavagnaro, lector in service studies MLI & SEN 2013 09 06 1 9/6/2013 Agenda Even voorstellen Wereldbeelden Welk beeld hebben we van de wereld

Nadere informatie

Gave opmaak! Er is gebruik gemaakt van een vorm van een lichaam die aanduid waar welke opmerking thuis hoort, doet denken aan de basispunten van HTML.

Gave opmaak! Er is gebruik gemaakt van een vorm van een lichaam die aanduid waar welke opmerking thuis hoort, doet denken aan de basispunten van HTML. De impact van technologie op je nachtrust. Deze vind ik persoonlijk heel erg goed, mede ook door de inhoud. Hij ziet er naar mijn mening ook gaaf uit, simple maar dat spreekt me aan! Felle kleuren die

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Dankzij de opkomst van sociale media, zoals Facebook en Twitter, is de frequentie en het belang van niet-transactioneel klantgedrag

Nadere informatie

Exploitant. CM-Bureau

Exploitant. CM-Bureau Van Exploitant Naar CM-Bureau You do not lead by hitting people over the head that s assault, not leadership MT MediaGroep BV 2014, Berend Jan Veldkamp Dwight D. Eisenhouwer Over MT MediaGroep boeit en

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

SOCIAL MEDIA. Social media is een verzamelnaam voor online platformen waarvan de gebruikers de inhoud bepalen. Daarnaast is het mogelijk voor de

SOCIAL MEDIA. Social media is een verzamelnaam voor online platformen waarvan de gebruikers de inhoud bepalen. Daarnaast is het mogelijk voor de SOCIAL MEDIA Wat is Social Media Social media is een verzamelnaam voor online platformen waarvan de gebruikers de inhoud bepalen. Daarnaast is het mogelijk voor de gebruikers om onderling de dialoog aan

Nadere informatie

Profile visitors NRC Q

Profile visitors NRC Q NRC Media presents About NRC Q A unique concept Business news platform for ambitious people on the go Short, sharp articles with professional infographics Daily newsletter at 5.30am News updates via WhatsApp

Nadere informatie

TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS

TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS Intro Lobke Elbers @lobkeelbers lobke@travelnext.nl Community manager Content schrijver Online marketing Blogger Kansenzoeker Samenwerker Gastdocent NHTV Nijmegen www.travelnext.nl

Nadere informatie

SharePoint intranet bij Barco Beter (samen)werken en communiceren

SharePoint intranet bij Barco Beter (samen)werken en communiceren SharePoint intranet bij Barco Beter (samen)werken en communiceren Els De Paepe Hans Vandenberghe 1 OVER BARCO 90+ 3,250 +1 billion Presence in more than 90 countries Employees Sales for 4 consecutive years

Nadere informatie

Mobile Marketing Monitor 2013

Mobile Marketing Monitor 2013 Mobile Marketing Monitor 2013 Even voorstellen... Working in Mobile Marketing & - Advertising industry since 2005 Co-autor Handboek Online ` Marketing Uitgeverij NoordHoff) Manager of Linkedin Group: Mobile

Nadere informatie

Sociale media: tools en mogelijkheden

Sociale media: tools en mogelijkheden Inspiratiedag Lokale besturen hebben zorgambitie Workshop sociale media in de ouderenzorg Sociale media tools en mogelijkheden - Nieuwe media of sociale media? Trend - Schets Sociale media: tools en mogelijkheden

Nadere informatie

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Helder &Wijzer Mijn opdrachten In een kort, blended programma In het kort Voor wie docenten/trainers die blended opdrachten willen leren ontwerpen en ontwikkelen

Nadere informatie

Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen?

Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen? Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen? De firewall van de Speedtouch 789 (wl) kan niet volledig uitgeschakeld worden via de Web interface: De firewall blijft namelijk op stateful staan

Nadere informatie

How to use Social Media in events

How to use Social Media in events Michael Vromans Http://www.linkedin.com/pub/michael-vromans/12/99a/618 "We are a creative agency & digital production company and we love to build custom products that last" Liefdevol producten maken die

Nadere informatie

13/6/2012 TRANSCRIPT RIET INTERVIEW. Sanni

13/6/2012 TRANSCRIPT RIET INTERVIEW. Sanni 13/6/2012 INTERVIEW TRANSCRIPT RIET Naam interviewer Naam respondent Pseudoniem respondent Datum interview 30-05-2012 Plaats interview Alkmaar Begintijd interview 12.00 Eindtijd interview 13.20 Leeftijd

Nadere informatie

Functioneel Ontwerp / Wireframes:

Functioneel Ontwerp / Wireframes: Functioneel Ontwerp / Wireframes: Het functioneel ontwerp van de ilands applicatie voor op de iphone is gebaseerd op het iphone Human Interface Guidelines handboek geschreven door Apple Inc 2007. Rounded-Rectangle

Nadere informatie

Waarom dit e-book. De vele mogelijkheden van LinkedIn zal in dit e-book uitgebreid uitgelegd worden. Ik wens je veel leesplezier!

Waarom dit e-book. De vele mogelijkheden van LinkedIn zal in dit e-book uitgebreid uitgelegd worden. Ik wens je veel leesplezier! Waarom dit e-book Breng jezelf en je bedrijf onder de aandacht bij LinkedIn. LinkedIn is voor iedereen die zichzelf, product of dienst en bedrijf onder de aandacht wilt brengen. Met dit e-book laat ik

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Hét full service internet bureau van Nederland. PANGAEA Internet Marketing Bas Kroontje Dennis Hamakers

Hét full service internet bureau van Nederland. PANGAEA Internet Marketing Bas Kroontje Dennis Hamakers Hét full service internet bureau van Nederland PANGAEA Internet Marketing Bas Kroontje Dennis Hamakers Doelstelling voor vandaag Synergie tussen on- en offline communicatie Doelgroep bepalen die aanwezig

Nadere informatie

welkom SOCIAL MEDIA WORKSHOP

welkom SOCIAL MEDIA WORKSHOP welkom SOCIAL MEDIA WORKSHOP EVEN VOORSTELLEN. WIE? NICOLE ADRIAENS EVENTORGANISATOR SOLOPRENEUR SOCIAL MEDIA FREAK BEDRIJF? BIZZIBEE EVENTS BIZZIBEE SOCIAL MEDIA BIZZIBEE BUSINESS SUPPORT WAT DOE IK?

Nadere informatie

De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole

De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole Sociale media hebben individuen meer macht gegeven. De wereldwijde beschikbaarheid van gratis online netwerken, zoals Facebook,

Nadere informatie