Basel III en de financiering van commercieel onroerend goed

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Basel III en de financiering van commercieel onroerend goed"

Transcriptie

1 Basel III en de financiering van commercieel onroerend goed Wat zijn de effecten van een hogere hefboom bij banken? Afstudeerscriptie van Datum Begeleider : M.C.J. van Ham : maart 2012 : A. Marquard Amsterdam School of Real Estate

2 Voorwoord Deze masterthesis is ter afsluiting van de opleiding Master of Science in Real Estate (MSRE) aan de Amsterdam School of Real Estate. Deze Master is een modulair opgebouwde studie, voorafgaand aan deze scriptie heb ik dan ook de modules Asset Management, Investeringsanalyse en Beleggingsanalyse gevolgd. Toen ik deze studie in februari 2009 begon was, als we de val van Lehman Brothers als start nemen, de kredietcrisis net een half jaar oud. Een maand later, op 9 maart bereikte de AEX haar dieptepunt op 195 punten. Het jaar erna bezocht ik voor deze studie de steden Dublin en Londen. In deze steden was de verwoesting, die de vastgoedcrisis en de daarmee samenhangende kredietcrisis hadden veroorzaakt, goed te zien. Om de kans op een kredietcrisis van deze omvang te verkleinen kwamen op 12 september 2010 toezichthouders en centrale banken tot een nieuwe richtlijn. Deze richtlijn, Basel III, moest erop toezien dat de banken in de toekomst meer eigen vermogen gingen aanhouden. Hierdoor verwachten de toezichthouders dat banken makkelijker een volgende crisis kunnen doorstaan. De effecten op de kredietverlening van deze kapitalisering bij banken is voor velen onbekend. Doordat de commerciële vastgoedsector veelal gebruik maakt van een hoge leverage maakt het dat deze sector zeer gevoelig is voor veranderingen in de kredietverlening. Dit is de reden waarom ik in het najaar van 2010 heb gekozen voor dit onderwerp. In deze scriptie heb ik geprobeerd om Basel en haar effecten in kaart te brengen en deze door te vertalen naar de gevolgen voor de financiering van vastgoed. Destijds dacht ik dat de crisis over het dieptepunt heen was, dit bleek een verkeerde aanname. Door de eurocrisis die Europa geheel 2011 in zijn greep hield is het onderwerp over de kapitalisering bij banken nog immer actueel. Allereerst wil ik de FGH Bank N.V. bedanken omdat zij het mogelijk maakten dat ik deze studie kon volgen. Tevens dank ik hierbij Sandra Wesseling, Michiel Bijlsma, René Doff, Arie Hubers, Fred Huibers, Klaroen Kruidhof en Rob Wismans dat zij ondanks hun drukke agenda s de tijd en de bereidheid hebben gevonden om mee te werken aan een interview. Tot slot wil ik een bijzonder woord van dank richten aan mijn scriptiebegeleider Arthur Marquard, zonder zijn motivatie, commentaar en ondersteuning was deze scriptie niet tot stand gekomen. Marcel van Ham Maart 2012

3 Inhoudsopgave 1. Inleiding Aanleiding en probleemstelling Relevantie Afbakening Opbouw van de thesis Een kredietinstelling en haar risico s Soorten risico s Verwacht vs. onverwacht verlies De kwaliteit van het eigen vermogen Conclusie De geschiedenis van de Basel akkoorden Basel I Basel II Waarom er een vervolg kwam op Basel II Vanuit het theoretische kader naar de empirie Basel III De lange termijn effecten van Basel III De korte termijn effecten van Basel III Conclusie Gehanteerde methodologie Dataverzameling Opzet van het interview Basel III en de Nederlandse commerciële vastgoedmarkt Een terugblik op Basel II De verwachte lange termijn effecten De verwachte korte termijn effecten Conclusie... 32

4 7. Conclusie Aanbevelingen Reflectie Bibliografie BIJLAGE A: Interview dr. ir. R. Doff d.d. 8 juli BIJLAGE B: Interview drs. R.H.J. Wismans d.d. 11 juli BIJLAGE C: Interview dhr. A. Hubers d.d. 9 september BIJLAGE D: Interview dr. M. Bijlsma d.d. 3 oktober BIJLAGE E: Interview drs. A.A.T. Wesseling d.d. 28 oktober BIJLAGE F: Interview Dr. F. (Fred) Huibers d.d. 29 november BIJLAGE G: Interview K. (Klaroen) Kruidhof d.d. 6 december

5 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en probleemstelling Ten tijden van de economische voorspoed die ons land tot 2008 kende lag de focus van de gemiddelde vastgoedbelegger met name op de activazijde van de balans. Waarde optimalisatie, courantheid, duurzaamheid, locatie, etc. zijn begrippen waar veel over werd gesproken en gepubliceerd. De passivazijde werd hierbij veelal buiten beschouwing gelaten. Dit is ook verklaarbaar, de concurrentie onder banken was hoog. Een vastgoedbelegger had de keuze uit meerdere financiers, welke allen beschikte over voldoende vermogen om te financieren tegen een hoge loan to value (LTV) en lage marges. Na het omvallen van de effectenbank Lehman Brothers in september 2008 verschoof zowel de aandacht in de media als in het publieke debat van de activazijde naar de passivazijde, ofwel van de stenen naar de financierbaarheid van de stenen. De gemiddelde LTV daalde significant (Scholman, 2011) en de risicomarges die banken berekenden als een opslag op de rente stegen explosief. Door een cocktail van omstandigheden zoals het failliet van Lehman Brothers, de economische recessie, een kredietcrisis en het uit elkaar spatten van de vastgoedbubbel zijn de toezichthouders van banken op een andere manier naar de kredietwaardigheid van kredietinstellingen gaan kijken, wat resulteerde is een nieuw akkoord van Basel. Dit nieuwe akkoord, Basel III genaamd, houdt kort gezegd in dat de banken meer eigen vermogen als buffer voor tegenvallers dienen aan te houden. Er zijn maar weinig sectoren te noemen die zoveel gebruik maken een hoge loan to value als de commerciële vastgoed sector. Door het hefboomeffect kan een vastgoedbelegger zijn risico en het daarmee samenhangende rendement bepalen. Hierdoor is de vastgoedsector veel gevoeliger voor bancaire regelgeving dan sectoren die minder afhankelijk zijn van een hoge leverage. Bovenstaande heeft geleid tot de volgende probleemstelling: Wat zijn door de invoering van Basel III de lange en korte termijn effecten op de financiering van Nederlands commercieel onroerend goed? Om een antwoord op de genoemde probleemstelling te kunnen genereren worden er in hoofdstuk 4 vanuit een theoretisch kader een tweetal hypothesen geformuleerd. Deze hypothesen zijn tot stand gekomen door bestaande rivaliserende theorieën te koppelen aan de effecten van het Basel III akkoord. Dit inventariserende onderzoek heeft geleid tot de volgende hypothesen: 1

6 De invoering van Basel III zal op de langere termijn geen gevolgen hebben voor de Nederlandse vastgoedmarkt. Om aan de nieuwe kapitaaleisen te voldoen zullen banken minder kredieten verstrekken tegen een hogere opslag. In onderhavige scriptie wordt getracht om op een kwalitatieve manier een antwoord te geven op voornoemde probleemstelling en de bijbehorende hypothesen. 1.2 Relevantie Onderhavige thesis is wetenschappelijk relevant gezien het feit dat er relatief nog weinig onderzoek is verricht naar de invloed van de kapitaalakkoorden van Basel op de vastgoedmarkt. Het laatste kapitaal akkoord is hierin nog helemaal niet belicht. Deze thesis heeft naast de wetenschappelijke ook een maatschappelijke relevantie. Het Basel III akkoord komt voort uit de recente crisis welke mede is veroorzaakt door het uiteenspatten van de vastgoedbubbel. De invloed die de Basel regelgeving heeft op banken zal worden doorbelast aan de consument. Hierdoor heeft Basel uiteindelijk ook invloed op de hedendaagse maatschappij. 1.3 Afbakening Deze thesis gaat niet over de oorzaken van de kredietcrisis of de weerslag die deze had op de waarde van het vastgoed. Ook het directe gevolg van de kredietcrisis op de hoogte van de financieringen en de verandering op de marges wordt buiten beschouwing gelaten. Het onderwerp richt zich primair op het Basel III akkoord en de gevolgen die deze regelgeving heeft voor de financiering van Nederlands commercieel onroerend goed. Uitgangspunt hierbij is de professionele vastgoedbelegger die in onroerend goed belegt met behulp van bancaire kredieten. Andere partijen zoals pensioenfondsen, woningcorporaties of de grotere vastgoedfondsen hebben vaker direct toegang tot de kapitaalmarkt en zijn om deze reden niet het uitgangspunt van onderhavige scriptie. Het onderzoek richt zich op de gevolgen van Basel op de uiteindelijke kredietnemer en/of de belegger. Hierdoor worden er enkele minder relevante aspecten van Basel buiten beschouwing gelaten. 2

7 Pijler 1 Kapitaaleisen Onderscheid tussen drie soorten risico s: 1. Kredietrisico 2. Marktrisico 3. Operationeel risico Basel II en III Pijler 2 Toezichthouder De toezichthouder controleert of de financiële instelling alle relevante risico s identificeert, beheerst en/of meet. Pijler 3 Openbaarmaking Publicatie-eisen voor de publicatie / verantwoording van de genomen risico s. Figuur 1: Afbakening thesis Waar Basel I zich nog primair richt op het kredietrisico, zijn de andere twee Basel akkoorden gestoeld op een drietal pijlers zoals deze in bovenstaand schema zijn weergegeven. Dit onderzoek concentreert zich alleen op de eerste twee risico s van de eerste pijler. Dit zijn de risico s die klant specifiek zijn. Het operationele risico is per financiële instelling verschillend en zal alleen kort worden behandeld. Pijler 2 en 3 zijn in mindere mate van invloed op de gehanteerde leverage en de kosten van de financiering, derhalve zijn ook deze beperkt meegenomen in het onderzoek. 1.4 Opbouw van de thesis De verschillende Basel akkoorden dienen er met name voor om de risico s waaraan banken worden blootgesteld te beperken en inzichtelijk te hebben. In hoofdstuk 2 worden allereerst de verschillende risico s uiteengezet. Wanneer er uit deze risico s onverwachte verliezen voortvloeien, dienen deze te worden opgevangen. De manier waarop zal in dit hoofdstuk worden toegelicht. Deze risico s en het hiermee samenhangende rendementsvraagstuk vormen de basis van Basel. In hoofdstuk 3 wordt er ingegaan op de twee vorige akkoorden van Basel en waarin zij onderling verschillen. Nadat de feiten en begrippen in hoofdstuk 2 en 3 uiteen zijn gezet wordt in hoofdstuk 4 het effect van Basel III besproken aan de hand van diverse rivaliserende wetenschappelijke theorieën, tevens komt hier de bestaande empirie aan bod. In dit hoofdstuk is een duidelijk onderscheidt gemaakt tussen de gevolgen van Basel III op de lange en de korte termijn. Hieruit worden zoals reeds eerder beschreven een tweetal hypothesen geformuleerd. Het inventariserende onderzoek wordt vervolgens in de praktijk getoetst op basis van interviews. De methodologie hiervoor is beschreven in hoofdstuk 5 waarna de resultaten zijn verwerkt in hoofdstuk 6. Ook in dit hoofdstuk wordt, net zoals in hoofdstuk 4, een onderscheid gemaakt tussen lange en korte termijn effecten. In het laatste hoofdstuk wordt er een antwoord gegeven op de onderzoeksvraag. 3

8 Hoofdstuk 2 (Bancaire risico's) Hoofstuk 3 (Geschiedenis) Hoofstuk 4 (Wetenschappelijke theorieën) 4.1 Lange termijn effecten 4.2 Korte termijn effecten Hoofdstuk 5 (Methodologie) Hoofdstuk 6 (Interviews) 6.1 Basel II 6.2 Lange termijn effecten 6.3 Korte termijn effecten Hoofdstuk 7 (Conclusie) Figuur 2: Opbouw thesis In bovenstaande figuur is de eerder genoemde opbouw van het onderzoek schematisch weergegeven. 4

9 2. Een kredietinstelling en haar risico s In de huidige markteconomie nemen banken een onmisbare plaats in. Hierbij denken we niet alleen aan het betalingsverkeer maar met name aan de intermediair functie tussen het aanbod en de vraag naar geld. Aanbieders (spaarders) handelen niet rechtstreeks met de vragers (kredietnemers) maar dit gebeurt door tussenkomst van een bank. De tussenkomst van een bank is efficiënter omdat hiermee de transactiekosten lager worden gehouden. Partijen die zonder tussenkomst van een bank een transactie willen doen worden geconfronteerd met hoge kosten op het gebied van onder andere custumer due dillenge en monitoring. Deze twee kostenposten zijn nodig om een goed inzicht te krijgen in de risico s van de transactie, op basis hiervan kan een bank de bijbehorende rente bepalen. Een bank kan dit efficiënter organiseren door gebruik te maken van de schaalvoordelen en doordat men de beschikking heeft over specialistische kennis. 2.1 Soorten risico s Bij de intermediatie door banken transformeert spaargeld in kredieten met totaal andere karakteristieken, dit wordt de transformatiefunctie van een bank genoemd. Deze transformatie vindt plaats naar valuta, looptijd, omvang en liquiditeit. Voor vastgoedbanken is hierbij met name de looptijd een belangrijke factor. Kortlopende spaargelden waarop men weinig rente vergoedt worden getransformeerd naar lang lopende hypotheken waarop bij een normale rentestructuur een hogere rente wordt ontvangen (Doff, 2004, p ). Bij het transformeren loopt de bank diverse risico s, hierbij maken we een onderscheid tussen de risico s die iedere onderneming loopt zoals het operationele- en bedrijfsrisico en de meer bank-specifieke risico s zoals renterisico, marktrisico, kredietrisico, liquiditeitsrisico. Doff (2004, p. 19) geeft dit als volgt schematisch weer: Risico Bancairspecifiek risico Algemeen risico Marktrisico Renterisico Kredietrisico Liquiditeitsrisico Operationeel risico Bedrijfsrisico Figuur 3: Differentiatie risico s 5

10 In onderstaande worden de bancair-specifieke risico s kort uiteengezet. De algemene risico s gelden voor iedere onderneming en worden daarom buiten beschouwing gelaten. Kredietrisico Het kredietrisico is te definiëren als het risico op een verlies doordat de klant van de bank niet aan zijn verplichtingen kan voldoen (FGH Wiki, 2011). Niet voor ieder krediet is het kredietrisico gelijk waardoor er voor sommige kredieten meer vermogen dient te worden aangehouden dan voor anderen. Zo betitelt de markt doorgaans het kredietrisico op een Nederlandse Staatobligatie als laag en het risico op een blanco rekeningcourant krediet aan een beginnende ondernemer als hoog. Het kredietrisico wordt berekend door de kans dat de kredietnemer in gebreke blijft te vermenigvuldigen met het percentage verlies dat op dat moment wordt geleden maal het uitstaande bedrag (FGH Wiki 2011). Dit kan als volgt worden weergegeven: Verwacht verlies = PD x LGD x EAD Verwacht verlies PD LGD EAD : zoals eerder beschreven wordt het verwachte verlies verwerkt in de risico-opslag. Dit wordt verrekend met de verlies en winstrekening van de bank. Het onverwachte verlies komt voor rekening van het eigen vermogen. : kans op faillissement (Probability of Default). De statistische faalkans op een basis van een percentage. Voor elke kredietnemer stelt een bank een rating op of men laat deze opstellen door een rating bureau. Veelal gebeurt dit bij de grotere Nederlandse (vastgoed-)banken op basis van een eigen ratingsysteem. Dit systeem dient een bank ter goedkeuring voor te leggen aan de Autoriteit Financiële Markten welke het na goedkeuring ook zal monitoren. : het verliespercentage bij faillissement (Loss Given Default). Bij faillissement van een kredietnemer kan er op basis van de aan de bank gestelde zekerheden zoals een hypotheek of een borgtocht een bedrag worden uitgewonnen, het overige is het werkelijke verlies. Hoe beter het onderpand, des te lager de LGD is. : het uitstaande bedrag op het moment dat de kredietnemer in gebreke blijft (Exposure At Default) eventueel verhoogd met oninbare rentekosten voor de looptijd van 1 jaar. Marktrisico Het marktrisico heeft betrekking op de handelsportefeuille van banken. Banken nemen vaak posities als het gaat om renteproducten, valutakoersen of andere producten. Indien er zich in de markt prijsveranderingen 6

11 voordoen dan loopt de bank een risico. Door bepaalde posities in te nemen kiest een bank bewust voor enkele risico s, hierdoor kan een bank een extra rendement maken. Deze posities zijn echter aan, door de bank zelf opgestelde, limieten gebonden. Deze limieten worden uitgedrukt in Value at Risk. De Value at Risk is de maximale waardeverandering van een bepaalde positie als gevolg van veranderingen in de marktprijzen. Hierbij gaat de bank uit van een bepaalde holdingperiode en een bepaalde betrouwbaarheid. Renterisico Het renterisico is het risico dat banken lopen doordat er een mismatch is tussen de aangetrokken gelden en de uitgezette gelden. Door een rente voor een gemiddeld langere termijn te ontvangen dan te betalen spelen kredietinstellingen in op een positieve rentestructuur (Kragt, 2008, p.18). Onverwachte rentefluctuaties en/of veranderingen in de rentestructuur worden door de bank afgedekt door het sluiten van rentederivaten, hierbij dekt men normaliter niet het gehele risico af. Over het onafgedekte deel loopt de bank een renterisico. Liquiditeitsrisico Het liquiditeitsrisico bevindt zich niet alleen aan de passivazijde van een balans. Alhoewel het voor de bank uiteraard van groot belang is om aan haar terugbetalingsverplichtingen te kunnen voldoen is het ook belang dat zij haar groei aan de activazijde kan financieren. Men dient over voldoende liquide middelen te beschikken om zelfs onverwachte opeisingen van spaargelden en/of deposito s te kunnen opvangen. Indien een bank hieraan niet kan voldoen dan kan er een zogenaamde bank-run ontstaan waardoor dit effect zal verstevigen. Dit liquiditeitsrisico is met name voor vastgoedbanken van toepassing aangezien deze banken korte termijn verplichtingen omzet in langlopende activa. Een voorname mitigant bij dit risico is dat de bank voor kortstondige liquiditeitstekorten altijd kan aankloppen bij de centrale bank van het land waar de bank gezeteld is. Deze leningen zijn wel beperkt door plafonds en er wordt een rentevoet gehanteerd die boven de marktrente ligt. Onderhavig risico is nauw verbonden met het renterisico gezien er op korte termijn geld uit de markt opgehaald dient te worden. Dit zal tegen een relatief hoog tarief dienen te gebeuren (Penninckx, 2005, p.414). 2.2 Verwacht vs. onverwacht verlies Voor het kredietrisico kan een bank op basis van de meerjarige statistieken het gemiddelde verlies bepalen, dit gemiddelde verlies zal men veelal differentiëren naar de verschillende uitstaande financieringen. Het gemiddelde verlies wordt ook wel het verwachte verlies genoemd. Wanneer dit in een bepaald jaar afwijkt van het langjarig gemiddelde verlies spreken we van een onverwacht verlies. Het verwachte verlies wordt dus opgevangen door de risico opslagen welke banken verreken aan hun klanten, voor het onverwachte verlies dient de bank eigen vermogen aan te houden als een soort buffer. Deze buffer wordt economic capital genoemd (Doff, 2004, p. 29). 7

12 Verwachte kleine verliezen komen relatief gezien vaak voor, hiermee komt het voortbestaan van een bank dan meestal ook niet in gevaar. Het risico voor een bank zit in het feit dat er zich onverwachte verliezen voordoen, dit zal een directe invloed hebben op de winst en de vermogenspositie van de bank. Als eerste zal het de verwachte winst verdampen waarna een bank haar eigen vermogen zal moet aanspreken. Uiteindelijk kan zelfs het vermogen van de spaarders en houders van andere schuldbewijzen aantasten. In figuur 3 is eerder genoemde grafisch weergegeven. Rating doelstelling AA A Kans Verwachte winst Onverwacht verlies Economic capital Winst Resulaat in Figuur 4 In deze statistische kansverdeling is het resultaat van de bank uitgezet tegen de kans dat dit resultaat zich ook daadwerkelijk voordoet. Het spanningsveld van een bank wordt aan ene kant gedreven door een goed rendement aan de andere kant door een goede rating. Door een goede rating van bijvoorbeeld Standard & Poor of Moody s kan een bank namelijk goedkoop vermogen aantrekken. Een bank met als doelstelling een AArating zal dus meer economic capital moeten aanhouden dan een bank met een A-rating. Het economic capital berekend een bank als een verschil tussen het verwachte verlies en het maximale kredietverlies bij een gekozen betrouwbaarheid. 2.3 De kwaliteit van het eigen vermogen Niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit van het aan te houden economic capital wordt in de Basel Akkoorden benoemd. Hierbij worden zowel de balance als de off-balance posten meegenomen. In figuur 4 is het onderscheid weergegeven dat Basel maakt in typen eigen vermogen ofwel economic capital. De kwaliteit is ingedeeld in 3 categorieën, het Tier 1 vermogen heeft hierbij de hoogste kwaliteit. Dit vermogen kenmerkt zich doordat er geen terugbetalingsverplichting aan is verbonden, waardoor het mogelijk is om eventuele verliezen direct te kunnen opvangen. Tier 3 is daarentegen van de minste kwaliteit, men mag dit eigenlijk ook niet beschouwen als eigen vermogen. Het vermogen in Tier 3 kan wel dienen om tijdelijke onverwachte verliezen op te vangen. 8

13 Tier 1 Gestort aandelenkapitaal Aandelenreserves Winstreserves Fonds Algemene Bankrisico's Belang derden Hybride structuren Tier 2 Cumulatief preferente aandelen Herwaarderingsreserves Achtergestelde schulden met een oorspronkelijke loopt van > 5 jaar Tier 3 Achterstelde schulden met en resterende looptijd > 2 jaar Figuur 5: Kwalitatief eigen vermogen In het Tier 1 vermogen wordt er een onderscheid gemaakt tussen common equity en niet core Tier 1 kapitaal. Het common equity kapitaal bestaat uit het gestorte aandelenkapitaal, aandelenreserves, winstreserves en het fonds algemene bankrisico s (FAR). Dit common equity kapitaal wordt bij alle Basel berekeningen als kernkapitaal bestempeld. Hybride vermogensstructuren mogen onder bepaalde voorwaarden en in beperkte mate worden gerekend tot het kernkapitaal. Indien het hybride vermogen voorwaarden bevat die stimuleren tot aflossing dan is dit type hybride vermogen beperkt tot 15% van het Tier 1 vermogen. Ook in het Tier 2 vermogen wordt een onderscheid gemaakt. Het aanvullende kapitaal bestaat uit upper Tier 2 en lower Tier 2. Onder dit upper Tier 2 kapitaal vallen de cumulatief preferente aandelen en de herwaarderingsreserves. Het lower Tier 2 kapitaal bestaat uit lang lopende achtergestelde schulden. Schulden welke onder het lower Tier 2 kapitaal vallen en een resterende looptijd hebben die korter is dan 5 jaar tellen in aflopende mate mee in het toetsingsvermogen (afbouwregeling). De totale omvang met het Tier 2 kapitaal dient gelijk danwel kleiner te zijn aan het Tier 1 kapitaal tevens mag het lower Tier 2 kapitaal niet meer bedragen dan 50% van het Tier 1 kapitaal. Het Tier 3 kapitaal bestaat uit kortlopende achtergestelde leningen met een resterende looptijd die langer zijn dan 2 jaar. Dit Tier 3 kapitaal mag tegen bepaalde voorwaarden deels worden meegenomen in het toetsingsvermogen ter dekking van het marktrisico (Pol, 2011, p.30). 9

14 2.4 Conclusie Banken ontlenen onder andere hun bestaansrecht aan het feit dat door hun intermediatie de transactiekosten voor het aantrekken van vreemd vermogen laag worden gehouden. Hiernaast speelt de transformatiefactor een belangrijke rol. Voor de vastgoedmarkt is hier vooral de transformatie van de looptijd van belang. Vastgoedbanken trekken kort vermogen aan en zetten deze gelden bijvoorbeeld als een lang lopende hypotheek uit. Aan dergelijke handelingen zijn voor de banken wel risico s verbonden. Voorbeelden van deze risico s zijn het krediet-, markt-, rente- en liquiditeitsrisico. De verliezen die voortvloeien uit deze risico s worden onderscheiden in een tweetal soorten: verwacht en onverwacht verlies. Het verwachte, ookwel het gemiddelde verlies genoemd, wordt doorberekend aan de consument door middel van een opslag op de rente. Het onverwachte verlies komt voor rekening van het eigen vermogen. Indien er door regelgeving strengere kapitaaleisen aan een bank worden gesteld zal een bank op termijn dus een hoger onverwacht verlies kunnen incasseren. De verandering in de regelgeving omtrent de kapitaaleisen bij banken wordt in de hoofdstuk 3 en 4 beschreven. De eerder genoemde risico s worden verder toegelicht in paragraaf 3.2 en vormen een basis voor de interviewvragen van hoofdstuk 6. 10

15 3. De geschiedenis van de Basel akkoorden 3.1 Basel I In de eerste decennia na de tweede wereldoorlog was de bankensector sterk gereguleerd door de overheid. Speculatie op valutakoersen was uitgesloten doordat deze door middel van de Bretton Woods-overkomst waren gefixeerd. Pas in 1973 werd het systeem van vaste valutakoersen losgelaten. Ook speculatie op de rente was tot eind jaren 70 nauwelijks mogelijk gezien deze in veel landen sterk gereguleerd was of in sommige landen zelfs gedicteerd. In de jaren 70 trok de overheid zich steeds meer terug uit de bancaire sector. De deregulering zorgde ervoor dat banken zich niet meer toelegden op een specifieke tak van sport maar konden door groeien tot grote internationale ondernemingen die het volledige palet van bancaire producten konden aanbieden. Het toezicht en daarmee ook de vermogenseisen voor een bank waren per land verschillend, dit leverde oneerlijke concurrentie op. In een land waar een bank een lager percentage economic capital diende aan te houden waren de kredieten goedkoper. Ook werd het effect van een faillissement vele malen groter, dit gezien het feit dat het inmiddels over financieel conglomeraten ging. Zo balanceerde Duistsland in 1974 op de rand van een systeemcrisis toen Bankhaus Herstatt failliet werd verklaard. In Nederland kwam tijdens de vastgoedcrisis van begin jaren 80 de Tilburgse Hypotheekbank in de betalingsproblemen. Deze vastgoedbank werd in augustus 1982 failliet verklaard doordat men veels te hoge hypotheken had verstrekt. Dergelijke voorvallen en de verschillen in het nationale toezicht hebben ertoe geleid dat er vanuit de G10-landen halverwege jaren 80 een commissie in het leven werd geroepen welke zich ging toeleggen op internationale regels voor banken. Dit Basels Commitee on Banking Supervision (BCBS) had een tweetal doelstellingen: - het instellen van vermogenseisen ter versterking van het bancaire systeem en het verminderen van de kans op een systeemcrisis; - het bereiken van eerlijke concurrente tussen internationaal opererende banken. In 1988 kwam men tot een akkoord wat later in vrijwel alle landen is opgenomen in de nationale wetgeving. Dit akkoord bepaalde onder andere dat banken 8% eigen vermogen dienden aan te houden op verstrekte leningen. Voor vastgoedleningen aan particulieren werd onder bepaalde voorwaarden een uitzondering gemaakt en diende maar van 50% te worden meegenomen (Doff, 2004, p. 99). Commercieel vastgoed viel hier echter niet onder. Doordat de regelgeving van het Basel I akkoord door bijna alle ontwikkelde landen werd overgenomen in de nationale wetgeving, groeide het vermogen van banken en nam de stabiliteit van de bancaire sector toe. 11

16 Achteraf bezien ontbrak het Basel I aan een duidelijke risicoweging tussen de verschillende soorten kredietverstrekkingen. Er werd enkel een onderscheid gemaakt in hypotheken aan particulieren, kortlopende kredieten aan andere banken (20%) en kredieten aan centrale banken (0%). Tussen een zakelijk krediet met een hoog risico zoals een non-recourse projectfinanciering of een zakelijk krediet voor een particuliere vastgoedbelegger met een loan to value van 40% werd geen onderscheid gemaakt. Hierdoor gingen banken meer risicovolle leningen verstrekken, er kon immers aan de klant een hogere opslag worden gevraagd waarbij het aan te houden vermogen gelijk bleef. 3.2 Basel II In de jaren 90 kwamen er bij banken verschillende grote fraudezaken aan het licht. Het meest aansprekende en bekendste incident is het faillissement van de Britse Baringsbank op 26 februari Dit faillissement is toe te schrijven aan één handelaar, de toen 28-jarige Nick Leeson. Door de speculatieve handel in futures ontstond er een verlies van circa 600 miljoen. Dit verlies was groter dan het eigen vermogen van het gehele bancaire concern. Dit voorval zette de deur open voor meer regelgeving en toezicht. In de periode van 1996 tot 1999 heeft het Basels Comité een akkoord ontwikkeld waarbij met name aandacht aan de ongewenste neveneffecten van Basel I werd besteed. Uitgangspunt hierbij was dat het door banken aan te houden vermogen nagenoeg gelijk diende te blijven. Men wilde de stabiliteit van de bancaire sector niet in gevaar brengen. Dit nieuwe akkoord, Basel II genaamd, is zoals in figuur 1 is weergegeven gestoeld op een drietal pijlers: 1. Vermogenseisen voor krediet-, markt- en operationeel risico; 2. Toezicht op banken; 3. Publicatieverplichtingen met betrekking tot risico en risicomanagement. Het doel van Basel II is om door de publicatieplicht te komen tot een transparante markt. Als de kapitaal-, en geldmarkt volledig transparant zouden zijn zou de prijs die een bank betaald voor het aantrekken van vermogen afhankelijk zijn van het risico dat door een bank wordt gelopen. Deze prijs komt tot uitdrukking in de credit spread. Een creditspread is het verschil tussen de te betalen rente van een lening die een bank aantrekt en rente die wordt vergoed op staatsobligaties. Hierbij worden staatsobligaties bedoeld zoals die van Nederland of Duitsland, het kredietrisico op deze obligaties wordt momenteel als zeer gering gekwalificeerd. Het gevolg is dat banken met veel risico s een hogere creditspread hebben dan banken met langere risico s. Waar de derde pijler verplicht tot publicatie om de vermogensmarkten te informeren richt de tweede pijler zich op de toezichthouder. Door de maatregelen die men in pijler twee treft kan de toezichthouder zich een kwalitatief beeld vormen van het risicomanagement. Deze pijler dient ter ondersteuning voor pijler 3. Pijler 2 12

17 geeft de toezichthouder ook de mogelijkheid om additionele vermogenseisen te stellen. Voor de grotere banken gaat de toezichthouder ervan uit dat zij een economic capital-raamwerk hebben waarin alle vermogenseisen voor de verschillende risicocategorieën en beheersmaatregelen zijn verwerkt (Doff, p. 113). In pijler 1 worden de minimale vermogenseisen gesteld voor het kredietrisico, marktrisico en operationeel risico. Deze risico s zijn reeds inhoudelijk behandeld in paragraaf 2.1. In onderstaande worden de twee grootste veranderingen met betrekking tot deze risico s aangegeven. Kredietrisico Basel II onderscheid zich met name van Basel I doordat men de kredietrisico s geavanceerder weegt. Was er onder Basel I nog sprake van een zeer grove risicodifferentiatie onder Basel II wordt de risicoweging bepaald aan de hand van een rating die specifiek voor elke klant wordt opgesteld. De 8% formule welke onder Basel II gold wordt verruimd naar een bandbreedte van tussen de 2% en 16%. Dit houdt in dat voor kredietverstrekking aan klanten met een zeer laag risico profiel 2% aan eigen vermogen (Tier 1) dient te worden aangehouden. Voor klanten met een zeer hoog risicoprofiel dient men een eigen vermogen aan te houden van maximaal 16%. Deze ratings worden over het algemeen opgesteld door een extern ratingbureau. Grotere banken kunnen van de toezichthouder ook toestemming krijgen om te werken met interne ratingmodellen. Operationeel risico In Basel II spreekt men voor het eerst over dit risico. In Basel II worden er diverse richtlijnen aangeboden om de risico s per bank of per divisie van een bank te wegen en te beoordelen. Gezien het feit dat dit voorbij gaat aan het onderwerp van deze scriptie wordt dit niet verder inhoudelijk behandeld. In zijn algemeenheid wordt er aangenomen dat Basel II het risicomanagement bij banken aanzienlijk heeft verbeterd, de meeste banken hebben nu aparte afdelingen risicomanagement, dit was halverwege de jaren 90 nog in veel mindere mate het geval. Ook is in het afgelopen decennium het kredietbeoordelingsproces veel statistischer en modelmatiger geworden, direct gevolg hiervan is dat banken haar tarieven specifiek afstemt op haar klant of de transactie. 3.3 Waarom er een vervolg kwam op Basel II Basel II kent ook enkele ongewenste neveneffecten. Een kleinere bank, die geen gebruik kan maken van interne ratingmodellen is toegewezen op de ratingmodellen die Basel II zelf voorschrijft. Dit laatste heeft een hogere solvabiliteitseis tot gevolg, waardoor de kleinere bank een hoger tarief door moet rekenen aan haar klanten. Een kleinere bank zal zich daarom moeilijker kunnen onderscheiden van zijn con-collega s en zal het op de prijsstelling vermoedelijk afleggen tegen een grotere bank. Critici stellen dat Basel II de economische cyclus versterkt. Wanneer banken een intern ratingsysteem hanteren 13

18 dan zal men bij laagconjunctuur een lagere rating verstrekken hierdoor zal de bank extra vermogen moeten aanhouden. De afgelopen jaren hebben we dit verschijnsel met name zien optreden bij vastgoedbanken. Door de daling van de waarde van het vastgoed diende de ratings voor vastgoedbeleggers naar beneden te worden bijgesteld. Indien de belegger een bestaande lening wilde verlengen diende hij hiervoor een rente met een hogere opslag betalen. Aangezien door de stagnatie in de vastgoedmarkt verkoop van het onroerende goed veelal geen optie was verlengde hij zijn lening tegen een hoger tarief. Door de stijging in de rentekosten zal een jaar later zijn winstgevendheid verder afnemen wat weer een invloed zal hebben op de rating. Zodoende belandt men in een vicieuze cirkel. Bovengenoemde neveneffecten waren niet de directe aanleiding tot een nieuw akkoord. De directe aanleiding was het uiteenspatten van de vastgoedbubbel en de daarbij horende kredietcrisis. Naar aanleiding van deze crisis zagen de toezichthouders zich genoodzaakt om de richtlijn voor banken aan te scherpen, dit resulteerde op 12 september 2010 in een nieuw akkoord, Basel III genaamd. 14

19 4. Vanuit het theoretische kader naar de empirie In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk worden de verandering in de kapitaaleisen onder Basel III uiteengezet. Ook wordt er in Basel III een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten economic capital welke reeds in hoofdstuk 2 zijn beschreven. Voor dit economic capital worden door Basel III enkele buffers verplicht gesteld. Toch blijft ook bij Basel III het basis idee hetzelfde: wanneer de solvabiliteit van banken toeneemt, zal stabiliteit van het bancaire systeem verbeteren. In de tweede paragraaf wordt een koppeling gemaakt tussen de strengere kapitaaleisen van Basel III en de standaard hefboomtheorie. Uitgangspunt hierbij is de hefboomwerking welke wordt beschreven in het artikel The costs of capital, corporation finance and the theory of investment van Modigliani en Miller. In deze paragraaf worden diverse theorieën uiteengezet die kijken naar het effect van een hogere hefboom nadat de markt tot het nieuw evenwicht is gekomen. Waar de tweede paragraaf de lange termijn effecten van een stijging van de hefboom benoemt worden in de derde paragraaf de korte termijn effecten weergegeven. De vraag op wat voor manier de banken aan de strengere kapitaaleisen gaan voldoen staat hierbij centraal. Hiervoor zullen enkele empirische studies worden aangehaald. In de laatste paragraaf worden de bevindingen van de paragrafen twee en drie schematisch weergegeven. Op basis van dit schema zullen tot slot een tweetal hypothesen worden geformuleerd welke in hoofdstuk 6 door middel van interviews worden getoetst. 4.1 Basel III Net als het Basel I akkoord was ook Basel III een directe reactie op een crisis. De recente bankencrisis die haar aanvang kende in 2008 toonde aan dat sommige banken te weinig economic capital aanhielden om onverwachte verliezen op te kunnen vangen, in veel gevallen moest een nationale overheid garant staan om een faillissement te voorkomen. Om te kunnen voldoen aan het Basel III akkoord dienen banken naast een pakket van maatregelen hun common equity geleidelijk aan te verhogen naar 4,5% van de naar risico gewogen activa. Ter vergelijking, onder Basel II bedroeg dit percentage 2%. 15

20 Minimaal common eguity Coservatiebuffer Figuur 6: Opbouw eigen vermogen Bovenop deze stijging komt een zogenoemde conservatiebuffer van zo n 2,5%. Van deze buffer kan een bank in tijden van crisis gebruik maken mits men tegelijkertijd snijd in de winst en bonusuitkeringen. Deze buffer wordt vanaf 2016 in 4 gelijke stappen ingevoerd en dient enkel te bestaan uit common equity. Bovenop de twee genoemde buffers biedt Basel III de nationale toezichthouder nog eens de extra mogelijkheid om een anticyclische buffer te eisen van eveneens 2,5%. Deze extra derde buffer kan worden opgelegd wanneer een toezichthouder van mening is dat risico s in het financiële systeem beperkt dienen te worden. Ook deze buffer mag enkel bestaan uit common equity. Indien de bovenstaande eisen voor common equity worden doorgerekend naar Tier 1 en het totale vermogen dan geldt het volgende schema (Pol, 2011, p31): Tier 1 common equity Tier 1 Totaal vermogen Basel II Minimum 2,0% 4,0% 8,0% Minimum 4,5% 6,0% 8,0% + Conservatiebuffer 2,5% 2,5% 2,5% Basel III Totaal 7,0% 8,5% 10,5% + Anticyclische buffer tussen 0-2,5% Figuur 7: Verschil Basel II III aan te houden common equity. De verschillen in kapitaaleisen onder Basel II en III zijn met name door de nieuw ingevoerde conservatiebuffer aanzienlijk te noemen. De anticyclische buffer is vooralsnog buiten beschouwing gelaten. 16

zorg financiering in 2014 en verder Anja van Balen Sector Banker Zorg ABNAMRO

zorg financiering in 2014 en verder Anja van Balen Sector Banker Zorg ABNAMRO zorg financiering in 2014 en verder Anja van Balen Sector Banker Zorg ABNAMRO Financiering in een reguliere bancaire omgeving Miti ganten Jaar verslag Basel 3 kosten van financiering Basel 3 Wat houdt

Nadere informatie

Toenemende concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt

Toenemende concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt Toenemende concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt FEBRUARI 2016 www.dmfco.nl Met de toenemende beleggingen van Nederlandse pensioenfondsen in Nederlandse hypotheken kent de hypotheekmarkt nu drie

Nadere informatie

NIBE-SVV, 2013 OEFENEXAMEN ALGEMENE OPLEIDING BANKBEDRIJF

NIBE-SVV, 2013 OEFENEXAMEN ALGEMENE OPLEIDING BANKBEDRIJF NIBE-SVV, 2013 OEFENEXAMEN ALGEMENE OPLEIDING BANKBEDRIJF 1. Bij welke activiteit handelt een bank NIET op de financiële markten? A. Bij activiteiten uit hoofde van de transformatiefunctie. B. Bij activiteiten

Nadere informatie

De solvabiliteitsratio van het Nederlandse bankwezen

De solvabiliteitsratio van het Nederlandse bankwezen De onrust op de financiële markten heeft tot verscherpte aandacht geleid voor de solvabiliteit van banken, de mate waarin hun vermogen de mogelijke verliezen op (risicogewogen) activa dekt en een voldoende

Nadere informatie

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur

De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur Hoofdstuk 5 De gemiddelde vermogenskosten en optimale vermogensstructuur 5.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken hebben we het vreemd vermogen en het eigen vermogen van een onderneming besproken. De partijen

Nadere informatie

Financieren anno 2015 BDO M&A - Debt Advisory Strategisch financieringsadvies

Financieren anno 2015 BDO M&A - Debt Advisory Strategisch financieringsadvies Financieren anno 2015 BDO M&A - Debt Advisory Strategisch financieringsadvies drs. Roel van der Sar RC RV Manager Corporate Finance Debt Advisory Introductie drs. Roel van der Sar RC RV Senior Manager

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 Sarajane Marilfa Omouth Paramaribo, juni 2015 1. Inleiding De totale

Nadere informatie

Vastgoed financieren. In een commerciële omgeving. Anja van Balen Sector Banker zorg 31 oktober 2013

Vastgoed financieren. In een commerciële omgeving. Anja van Balen Sector Banker zorg 31 oktober 2013 Vastgoed financieren In een commerciële omgeving Anja van Balen Sector Banker zorg 31 oktober 2013 Welkom in de commerciële bancaire wereld Businessplannen Bancaire normen Business plan Focus aanbrengen

Nadere informatie

PERSBERICHT. Versterking kapitaalpositie ING met 10 miljard euro

PERSBERICHT. Versterking kapitaalpositie ING met 10 miljard euro PERSBERICHT Versterking kapitaalpositie ING met 10 miljard euro Op 19 oktober 2008 is bekend gemaakt dat ING haar kapitaal verder heeft versterkt met behulp van de Nederlandse overheid. De solvabiliteit,

Nadere informatie

Uitkomsten DNB macro-stresstest zomer 2009

Uitkomsten DNB macro-stresstest zomer 2009 Uitkomsten DNB macro-stresstest zomer 2009 Stresstesting wordt door DNB al een aantal jaren gebruikt als instrument voor het financiële stabiliteitsbeleid en het prudentiële toezicht. Deze zomer is opnieuw

Nadere informatie

Kredietverlening aan Nederlandse bedrijven loopt terug

Kredietverlening aan Nederlandse bedrijven loopt terug Het Nederlandse bedrijfsleven is in sterke mate afhankelijk van bancaire kredietverlening. De groei van de zakelijke kredietverlening is in de tweede helft van 28 vertraagd. Dit hangt grotendeels samen

Nadere informatie

De oranje oplossing? Hoe een vastgoedbank kan omgaan met fundingproblemen die ontstaan door de invoering van Basel III

De oranje oplossing? Hoe een vastgoedbank kan omgaan met fundingproblemen die ontstaan door de invoering van Basel III De oranje oplossing? Hoe een vastgoedbank kan omgaan met fundingproblemen die ontstaan door de invoering van Basel III Naam student: Tessa Kruimer Email: tessakruimer@yahoo.com Masterscriptie: Master of

Nadere informatie

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; Renterisico

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; Renterisico Agendapunt 05 Bijlage 08 TREASURYSTATUUT I Begripsbepalingen Artikel 1 In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde.

Nadere informatie

Nederlandse banken doorstaan Europese stresstest goed

Nederlandse banken doorstaan Europese stresstest goed Nederlandse banken doorstaan Europese stresstest goed 23 juli 2010 De vier Nederlandse banken die in samenwerking met De Nederlandsche Bank (DNB) hebben deelgenomen aan de stresstest van het Europese Comité

Nadere informatie

Investeer nu in een duurzame toekomst.

Investeer nu in een duurzame toekomst. Investeer nu in een duurzame toekomst. Investeer in de groei van Bij werkt uw geld aan een duurzame samenleving waarin levenskwaliteit centraal staat. U kunt daaraan bijdragen door certificaten van aandelen

Nadere informatie

Vergelijking verzekeraars en banken

Vergelijking verzekeraars en banken Vergelijking verzekeraars en banken Level playing field vanuit toezicht en kapitaaleisen? Presentatie door drs. Juriaan Borst AAG ACIS Symposium - Universiteit van Amsterdam 5 september 2014 2014 Towers

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2013-2045

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

De Knab Participatie in het kort

De Knab Participatie in het kort De Knab Participatie in het kort De Knab Participatie in het kort Let op! De Knab Participatie in het kort geeft antwoord op vragen die je mogelijk hebt over de participatie. Als je overweegt om de Knab

Nadere informatie

Rabobank boekt 2,0 miljard euro nettowinst in 2013

Rabobank boekt 2,0 miljard euro nettowinst in 2013 Persbericht 27 februari 2014 Rabobank boekt 2,0 miljard euro nettowinst in 2013 De Rabobank Groep boekte in 2013 een nettowinst van 2.012 miljoen euro. Dit is 46 miljoen euro of 2% minder dan in 2012.

Nadere informatie

De kosten van ongeborgde financiering voor woningcorporaties

De kosten van ongeborgde financiering voor woningcorporaties De kosten van ongeborgde financiering voor woningcorporaties Finance Ideas 24 november 2011 Nieuwe financiële realiteit voor woningcorporaties Woningcorporaties maken zich klaar voor een nieuwe realiteit

Nadere informatie

In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties.

In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties. Nieuwsbrief Vooruitzichten obligaties In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties. Sinds begin dit jaar zijn obligaties

Nadere informatie

ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE JAARREKENING 2012

ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE JAARREKENING 2012 ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE JAARREKENING 2012 INHOUDSOPGAVE Directieverslag 2012 3 Enkelvoudige balans per 31 december 2012 6 Enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2012 7 Overige gegevens

Nadere informatie

Treasury reglement. 4 juni 2014. 1 van 5

Treasury reglement. 4 juni 2014. 1 van 5 Treasury reglement 4 juni 2014 1 van 5 01. Inleiding In het licht van de Code Goed Bestuur Publieke Dienstverleners heeft Spaarnelanden een Treasuryreglement opgesteld. Dit reglement de stelt de aandeelhouder

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 DE Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 DE Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 DE Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. TITEL Verstrekking werkkapitaal aan Kredietbank Nederland

RAADSVOORSTEL. TITEL Verstrekking werkkapitaal aan Kredietbank Nederland RAADSVOORSTEL Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 4355488 Aan : Gemeenteraad Datum : 11 november 2013 Portefeuillehouder : Wethouder C.J.M. van Eijk Agendapunt : B&W-vergadering : De Ronde : Agenda

Nadere informatie

Rabobank halfjaarcijfers 2014: 1,1 miljard euro nettowinst

Rabobank halfjaarcijfers 2014: 1,1 miljard euro nettowinst Persbericht 21 augustus 2014 Rabobank halfjaarcijfers 2014: 1,1 miljard euro nettowinst De Rabobank Groep boekte in het eerste halfjaar van 2014 een nettowinst van 1.080 miljoen euro. Het resultaat werd

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Versie 2012/PB/WM/002 Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Februari 2013 (eerste versie: november 2010) Inleiding In de afgelopen jaren zijn de opbrengsten

Nadere informatie

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel Na de snelle daling van de bedrijfswinsten door de kredietcrisis, is er recentelijk weer sprake van winstherstel. De crisis heeft echter geen gat geslagen in de grote financiële buffers van bedrijven.

Nadere informatie

Financiële analyse. Les 3 Kengetallen. Opdracht voor volgende lesweek

Financiële analyse. Les 3 Kengetallen. Opdracht voor volgende lesweek Financiële analyse Les 3 Kengetallen Opdracht voor volgende lesweek 1. Ieder teamlid download de financiele gegevens en berekent voor zijn bedrijf uit elke categorie van kengetallen (liquiditeit, solvabiliteit,

Nadere informatie

Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet. Bart P.M. Joosen

Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet. Bart P.M. Joosen Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet Bart P.M. Joosen 30 januari 2014 Aanbodzijde van de financieringsmarkt 2 Aanbodzijde van de financieringsmarkt Banken Institutionele beleggers Beurs (public

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

De invloed van Basel III op de hypotheekmarges. Bijlage bij Concurrentie op de hypotheekmarkt 1/13

De invloed van Basel III op de hypotheekmarges. Bijlage bij Concurrentie op de hypotheekmarkt 1/13 De invloed van Basel III op de hypotheekmarges Bijlage bij Concurrentie op de hypotheekmarkt 1/13 Inhoud Dit memo bespreekt de potentiële invloed van de nieuwe regelgeving voor banken m.b.t. de kapitaal-

Nadere informatie

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V.

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. Inhoud 1 Profiel 1 2 Directieverslag 2 2.1 Beheerd vermogen 2 2.2 Financieel resultaat 2 2.3 Financiële markten 2 2.4 Personeel en organisatie 2 3 Financiële

Nadere informatie

Van Lanschot NV. Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders. s-hertogenbosch, 17 december 2008

Van Lanschot NV. Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders. s-hertogenbosch, 17 december 2008 Van Lanschot NV Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders s-hertogenbosch, 17 december 2008 Agendapunt 2 Toelichting op uitgifte preferente aandelen 1 Strategie Van Lanschot Duidelijke positionering

Nadere informatie

BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT

BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nederlandse Mededingingsautoriteit BIJLAGE B BIJ ONTWERP X-FACTORBESLUIT Nummer: 101847-57 Betreft: Bijlage B bij het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering

Nadere informatie

Jaarcijfers 2013. Persconferentie. 27 februari 2014

Jaarcijfers 2013. Persconferentie. 27 februari 2014 Jaarcijfers 2013 Persconferentie 27 februari 2014 Jaarcijfers 2013 Rinus Minderhoud, voorzitter raad van bestuur 2013: een bewogen jaar Moeilijke omstandigheden; ruim 2 miljard euro nettowinst LIBOR-schikking:

Nadere informatie

Obligaties 4-4-2014. Algemeen economisch:

Obligaties 4-4-2014. Algemeen economisch: Obligaties 4-4-2014 Algemeen economisch: Over de afgelopen maanden zet de bestaande trend zich door. De rente blijft per saldo onder druk, ondanks een tijdelijke hobbel na de start van het afbouwen van

Nadere informatie

Revolverend fonds voor energiebesparing in de bestaande bouw

Revolverend fonds voor energiebesparing in de bestaande bouw Bijlage bij brief 12/11.035/EB/Abr Revolverend fonds voor energiebesparing in de bestaande bouw INLEIDING In 2011 en 2012 heeft Holland Financial Centre een onderzoek uitgevoerd naar de versnelling van

Nadere informatie

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2012 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen in de kredietvoorwaarden van banken

Recente ontwikkelingen in de kredietvoorwaarden van banken Recente ontwikkelingen in de kredietvoorwaarden van banken Een van de informatiebronnen voor de ecb bij het voeren van het monetaire beleid is de Bank Lending Survey, een kwalitatieve kwartaalenquête naar

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 33 280 IXA Wijziging van de sstaat van de Nationale Schuld (IXA) voor het jaar (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) Nr. 2 HERDRUK 1 MEMORIE

Nadere informatie

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 28 juni 2010 1 Regeling van De Nederlandsche Bank NV van [datum], tot vaststelling

Nadere informatie

Financiering van maatschappelijk vastgoed

Financiering van maatschappelijk vastgoed van maatschappelijk vastgoed Naar nieuwe vormen van financiering? Arie van Oord KMVG Congres, 19 april 2011 BNG en maatschappelijk vastgoed Klantgroepen Gemeenten Woningcorporaties Zorginstellingen Onderwijsinstellingen

Nadere informatie

Wethouder Werk en Inkomen, Stads en Wijkbeheer en Sport 2. Op weg met talent

Wethouder Werk en Inkomen, Stads en Wijkbeheer en Sport 2. Op weg met talent Voorstel aan de raad Nummer: 141024839 Portefeuille: Programma: Programma onderdeel: Wethouder Werk en Inkomen, Stads en Wijkbeheer en Sport 2. Op weg met talent 2.3 Verhogen arbeidsparticipatie Steller:

Nadere informatie

Datum 25 februari 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over renteopslagen rentederivaten

Datum 25 februari 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over renteopslagen rentederivaten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Bankfaillissementen in historisch en internationaal perspectief

Bankfaillissementen in historisch en internationaal perspectief Bankfaillissementen in historisch en internationaal perspectief Sinds het begin van de kredietcrisis zijn in Nederland drie bancaire instellingen omgevallen. Faillissementen in het bankwezen komen echter

Nadere informatie

TREASURY EN BELEGGINGSSTATUUT Stichting Woontij

TREASURY EN BELEGGINGSSTATUUT Stichting Woontij TREASURY EN BELEGGINGSSTATUUT Stichting Woontij Versie 2015-06 1. Inleiding Een groot deel van de kosten bij een wooncorporatie bestaat uit rente. Richtlijnen ten aanzien van financieren en beleggen zijn

Nadere informatie

Monitor Financiële Sector:

Monitor Financiële Sector: Nederlandse Mededingingsautoriteit Monitor Financiële Sector: Notitie bij Sectorstudie Vastgoedfinanciering, SEO Economisch Onderzoek oktober 2011 Nederlandse Mededingingsautoriteit Postbus 16326 2500

Nadere informatie

Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie

Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie Mr A. van Dijk RBA 1 Inleiding Wat zijn obligaties? Kenmerken Rendement Risico Obligatiesoorten 2 Kenmerken van Obligaties Vordering Vaste

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

De financiële sector & NV HVC

De financiële sector & NV HVC De financiële sector & NV HVC 30 januari 2013 Alkmaar Agenda 1. Financiële Crisis 2. Financiële sector 3. Financiering 4. NV HVC 5. Conclusie BNG PowerPoint-template - diverse toepassingen 1 Financiële

Nadere informatie

Presentatie ALV 2015 IBEV. Volendam, 29 april 2015

Presentatie ALV 2015 IBEV. Volendam, 29 april 2015 Presentatie ALV 2015 IBEV Volendam, 29 april 2015 Wie is Care IS? 2009 2011 2013 2014 2015 Begonnen omdat vermogensbeheer beter kon en moest Geen kick backs, 100% transparant, vermogensbehoud Verhuizing

Nadere informatie

Investeringskasstroom: Investeringen maatschappelijk nut -25,5 Investeringen economisch nut -83,4 Investeringen grondexploitaties (netto) -0,6

Investeringskasstroom: Investeringen maatschappelijk nut -25,5 Investeringen economisch nut -83,4 Investeringen grondexploitaties (netto) -0,6 2.7 Financiering Algemeen Deze paragraaf informeert de raad over het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Beleggingrisico s. Rendement en risico

Beleggingrisico s. Rendement en risico Beleggingsrisico s Beleggingrisico s Onderstaand tref je de omschrijving aan van de belangrijkste beleggingsrisico s die samenhangen met jouw keuze voor een portefeuilleprofiel. Je neemt een belangrijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 950 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014) Nr. 4 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 12 juni 2014 Het

Nadere informatie

ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE JAARREKENING 2014

ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE JAARREKENING 2014 ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE JAARREKENING 2014 INHOUDSOPGAVE Directieverslag 2014 3 Beschrijving van de voornaamste risico s, het risicobeheer en de bestuursorganen 4 Enkelvoudige balans per 31

Nadere informatie

bankfinanciering / bedrijfswaardering

bankfinanciering / bedrijfswaardering bankfinanciering / bedrijfswaardering Masterclass Internationaal ondernemen in de tuinbouw 4 November 2015 H.A.Rijken 1 MKB financiering: bankiersperspectief 1 Relatieve kredietwaardigheid in het MKB 2

Nadere informatie

Halfjaarverslag 2009 BNG CAPITAL MANAGEMENT B.V.

Halfjaarverslag 2009 BNG CAPITAL MANAGEMENT B.V. Halfjaarverslag 2009 BNG CAPITAL MANAGEMENT B.V. Behandeld door A. Groenendijk Referentienummer R&C-FA/1103339/1008072 Doorkiesnummer (070) 3750 202 Faxnummer (070) 3750 987 Datum Inhoud 1 Profiel 1 2

Nadere informatie

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. VastNed Retail nv is een Nederlands vastgoedbeleggingsfonds dat met gelden

Nadere informatie

Ja, hier ben ik mee bekend. Voor mijn reactie op dit bericht verwijs ik naar de antwoorden op de onderstaande vragen.

Ja, hier ben ik mee bekend. Voor mijn reactie op dit bericht verwijs ik naar de antwoorden op de onderstaande vragen. 2015Z03278 Vragen van de leden Aukje de Vries en Van der Linde (beiden VVD) aan de ministers van Financiën en voor Wonen en Rijksdienst over het bericht "ABN AMRO CFO: Nieuwe kapitaalbodems kunnen buffer

Nadere informatie

Basel III. nota. info

Basel III. nota. info info nota Basel III Basel Committee on Banking Supervision Wat? Het Baselcomité werd in 1974 opgericht door de gouverneurs van 10 centrale banken, waaronder de Belgische. Aanleiding was het faillissement

Nadere informatie

Implementatie Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011 bij BNG

Implementatie Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011 bij BNG Implementatie Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011 bij BNG Koninginnegracht 2 2514 AA Den Haag T 070 3750 750 www.bng.nl Vastgesteld door de Raad van Bestuur op en goedgekeurd door de Raad van Commissarissen

Nadere informatie

Algemene Vergadering van Aandeelhouders Zeeland Seaports

Algemene Vergadering van Aandeelhouders Zeeland Seaports Algemene Vergadering van Aandeelhouders Zeeland Seaports datum vergadering: 19 december 2014 agendapunt: datum stuk: onderwerp: vennootschapslening ZSP aan WarmCO2 Inleiding Begin 2013 was de continuïteit

Nadere informatie

Stagnatie bij bancaire bfi s, groei van activiteiten bij overige bfi s

Stagnatie bij bancaire bfi s, groei van activiteiten bij overige bfi s Stagnatie bij bancaire bfi s, groei van activiteiten bij overige bfi s Bijzondere Financiële Instellingen (bfi s) zijn entiteiten die in Nederland zijn opgericht door buitenlandse multinationale concerns

Nadere informatie

ER Capital Vastgoedfonds BV Halfjaarverslag 2011 juli 2011

ER Capital Vastgoedfonds BV Halfjaarverslag 2011 juli 2011 ER Capital Vastgoedfonds BV Halfjaarverslag 2011 juli 2011 Profiel & strategie ER Capital Vastgoedfonds BV investeert in kleinschalig commercieel vastgoed, voornamelijk in kantooren bedrijfspanden. Het

Nadere informatie

4.4 Financiering. 4.4.3 De financiering van de gemeente Spijkenisse

4.4 Financiering. 4.4.3 De financiering van de gemeente Spijkenisse 4.4 Financiering 4.4.1 Inleiding De kaders voor het beleid van de gemeente Spijkenisse ten aanzien van de treasuryfunctie liggen wettelijk vast in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). Deze

Nadere informatie

Plan van aanpak beleidsdoorlichting artikel 11 Financiering staatsschuld

Plan van aanpak beleidsdoorlichting artikel 11 Financiering staatsschuld Plan van aanpak beleidsdoorlichting artikel 11 Financiering staatsschuld Inleiding De minister van Financiën heeft een uitvoerende rol bij de financiering van de staatsschuld. Het doel is om de schuld

Nadere informatie

Supplement J Think iboxx AAA-AA Government Bond Tracker

Supplement J Think iboxx AAA-AA Government Bond Tracker Supplement J Think iboxx AAA-AA Government Bond Tracker Aandelen Serie J in ThinkCapital ETF s N.V. 15 oktober 2012 I. Belangrijke informatie Dit Supplement moet worden gelezen in samenhang met, en maakt

Nadere informatie

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten Levensverzekeringen worden in de regel voor een lange periode afgesloten. De rente speelt hierdoor voor levensverzekeraars een belangrijke rol. Bij een rentedaling daalt het eigen vermogen van deze sector

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa

Nadere informatie

Nadere uitwerking van het treasurystatuut voor het verstrekken van leningen en garantie aan derden, inclusief toelichting (januari 2010).

Nadere uitwerking van het treasurystatuut voor het verstrekken van leningen en garantie aan derden, inclusief toelichting (januari 2010). Nadere uitwerking van het treasurystatuut voor het verstrekken van leningen en garantie aan derden, inclusief toelichting (januari 2010). 1. Algemeen 1.1 De gemeente Eindhoven gaat alleen over tot het

Nadere informatie

Lijst van vragen en antwoorden bij Kamerstukken II 2008/09, 31 965 IXA, Nr.

Lijst van vragen en antwoorden bij Kamerstukken II 2008/09, 31 965 IXA, Nr. Lijst van vragen en antwoorden bij Kamerstukken II 2008/09, 31 965 IXA, Nr. Eerst suppletoire begroting Ministerie van Financiën IXA Vraag 1 Hoe hebben de spreads van de G20-landen en EU-lidstaten zich

Nadere informatie

ONTWERP 18.5.2006 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. over de herziening van de methode waarmee de referentiepercentages worden vastgesteld

ONTWERP 18.5.2006 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. over de herziening van de methode waarmee de referentiepercentages worden vastgesteld NL ONTWERP 18.5.2006 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE over de herziening van de methode waarmee de referentiepercentages worden vastgesteld 1. REFERTIE- DISCONTERINGSPERCTAGES In het kader van het toezicht

Nadere informatie

Risico s en kenmerken van beleggen

Risico s en kenmerken van beleggen Risico s en kenmerken van beleggen 1. Risico s en kenmerken in het algemeen Beleggen brengt risico s met zich mee. Vaak geldt: hoe hoger het verwachte rendement, hoe meer risico s. Ook geldt dat in het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 090 IXA Wijziging van de sstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2011 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) Nr. 2 MEMORIE VAN

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2014-2050

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD. Nr. 116034. Beleidsregels Verstrekken Lening of Garantie

GEMEENTEBLAD. Nr. 116034. Beleidsregels Verstrekken Lening of Garantie GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Nijmegen. Nr. 116034 4 december 2015 Beleidsregels Verstrekken Lening of Garantie Hoofdstuk 1 Inleiding De gemeente Nijmegen kan een lening verstrekken aan een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Turfmarkt

Nadere informatie

DACT Treasury Beurs 2009 Bankkrediet: de prijs van lenen

DACT Treasury Beurs 2009 Bankkrediet: de prijs van lenen DACT Treasury Beurs 2009 Bankkrediet: de prijs van lenen Inzicht in de dynamiek van de prijs van bankkrediet Charles Zondag Senior Manager 1 < > DACT Treasury Beurs 2009 Bankkrediet: de prijs van lenen

Nadere informatie

Marktrisico Non-life risico Tegenpartij kredietrisico Operationeel risico Correlatie effecten totaalniveau 500,0% 400,0% 300,0% 200,0% 100,0% 0,0%

Marktrisico Non-life risico Tegenpartij kredietrisico Operationeel risico Correlatie effecten totaalniveau 500,0% 400,0% 300,0% 200,0% 100,0% 0,0% Aan: Van: Directie, XYZ verzekeraar Arcturus Datum: 25 oktober 2010 Betreft: Rapportage QIS 5 op basis boekjaar 2009 (FICTIEF) Management Samenvatting DNB heeft in augustus 2010 verzekeraars gevraagd om

Nadere informatie

Jaarcijfers 2012 Rabobank Groep. Persconferentie 28 februari 2013

Jaarcijfers 2012 Rabobank Groep. Persconferentie 28 februari 2013 Jaarcijfers 2012 Rabobank Groep Persconferentie 28 februari 2013 Jaarcijfers 2012 resultaten Piet Moerland, voorzitter raad van bestuur Rabobank Groep 28 februari 2013 Rabobank: winstdaling door economische

Nadere informatie

ABN AMRO Groenbank B.V.

ABN AMRO Groenbank B.V. ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE HALFJAARLIJKSE JAARREKENING VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 30 JUNI 2014 (bevat aanpassingen op stukken gedeponeerd dd 28 augustus 2014) INHOUDSOPGAVE Directieverslag

Nadere informatie

MKBI DUURZAAM B.V. VIERDE KWARTAAL 2013 KWARTAAL RAPPORTAGE NIET GECONTROLEERD

MKBI DUURZAAM B.V. VIERDE KWARTAAL 2013 KWARTAAL RAPPORTAGE NIET GECONTROLEERD MKBI DUURZAAM B.V. KWARTAAL RAPPORTAGE VIERDE KWARTAAL 2013 NIET GECONTROLEERD 31 DECEMBER 2013 MKBI DUURZAAM B.V. De Kuiper 5 5353 RJ Nieuwkuijk The Netherlands Directie MKBi Beheer B.V. A van Egberink

Nadere informatie

Structured products. September 2014. Index Garantie Notes. Inlegvel VL Index Garantie Note AEX 14-20

Structured products. September 2014. Index Garantie Notes. Inlegvel VL Index Garantie Note AEX 14-20 Structured products tember 2014 Index Garantie Notes 2 De VL Index Garantie Note AEX 14-20 (de Note ) wordt uitgegeven onder het Basis Prospectus van het Structured Note Programme ter waarde van 2 miljard

Nadere informatie

Premium Special Report

Premium Special Report Premium Special Report The Leading Authority on Value Research 15 Juni 2010 Hoog dividend als alternatief voor obligaties De grote problemen die zijn ontstaan bij de banken tijdens de kredietcrisis, scheppen

Nadere informatie

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 ... No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 Bij Kabinetsmissive van 8 november 2012, no.12.002573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

Nota reserves, weerstandsvermogen en solvabiliteit 2015. RAD Hoeksche Waard

Nota reserves, weerstandsvermogen en solvabiliteit 2015. RAD Hoeksche Waard Nota reserves, weerstandsvermogen en solvabiliteit 2015 Inhoud Samenvatting... 3 Inleiding Risicomanagement... 4 Doel risicomanagement Stappen risicomanagement Risicobeheersing Taken en verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 565 IXA Wijziging van de sstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2010 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) Nr. 2 MEMORIE VAN

Nadere informatie

Publicatierapport 2013/2014. Handelsregister Kamer van Koophandel voor Brabant, dossiernummer 56156006

Publicatierapport 2013/2014. Handelsregister Kamer van Koophandel voor Brabant, dossiernummer 56156006 Coöperatie HSLnet u.a. Jan Deckersstraat 29 5591 HN Heeze Publicatierapport 2013/2014 Handelsregister Kamer van Koophandel voor Brabant, dossiernummer 56156006 Vastgesteld door de Ledenraad d.d. 19 januari

Nadere informatie

1 Halfjaarbericht 2015 ANNEXUM VBI WINKELFONDS NV HALFJAARBERICHT 2015. Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam

1 Halfjaarbericht 2015 ANNEXUM VBI WINKELFONDS NV HALFJAARBERICHT 2015. Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam 1 Halfjaarbericht 2015 ANNEXUM VBI WINKELFONDS NV HALFJAARBERICHT 2015 Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam 2 Halfjaarbericht 2015 INHOUDSOPGAVE a P Pagina 1.

Nadere informatie

MKBI DUURZAAM B.V. DERDE KWARTAAL 2013 KWARTAAL RAPPORTAGE NIET GECONTROLEERD

MKBI DUURZAAM B.V. DERDE KWARTAAL 2013 KWARTAAL RAPPORTAGE NIET GECONTROLEERD MKBI DUURZAAM B.V. KWARTAAL RAPPORTAGE DERDE KWARTAAL 2013 NIET GECONTROLEERD 30 SEPTEMBER 2013 MKBI DUURZAAM B.V. De Kuiper 5 5353 RJ Nieuwkuijk The Netherlands Directie MKBi Beheer B.V. A van Egberink

Nadere informatie