Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2013/2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2013/2014"

Transcriptie

1 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag 2013/2014

2 Algemene gegevens Het Fonds Stichting Contractspelersfonds KNVB Harderwijkweg PW Gouda Telefoon: +31(0) Ingeschreven in het handelsregister te Woerden onder nummer Vermogensbeheerders Lombard Odier (Europe) S.A., Netherlands Branch ING Investment Management (ING IM) Herengracht 466 Schenkkade CA Amsterdam 2595 AS Den Haag Telefoon: +31 (0) Telefoon: +31 (0) Syntrus Achmea Real Estate & Finance Gatwickstraat GK Amsterdam Telefoon: +31 (0) Juridisch adviseur Prof. Dr. E. Lutjens (DLA Piper) Amstelveenseweg 638 Euclideslaan JJ Amsterdam 3584 BL Utrecht Fiscaal adviseur Ernst & Young Belastingadviseurs LLP Telefoon: +31 (0) Telefoon: +31 (0) Accountant Compliance adviseur Ernst & Young Accountants LLP CLCS BV Euclideslaan 1 Keizersgracht BL Utrecht 1017 DJ Amsterdam Telefoon: +31 (0) Telefoon: +31(0) Bewaarder Kasbank NV Nieuwerzijds Voorburgwal RL Amsterdam Telefoon: +31 (0)

3 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave Voorwoord Bestuursverslag Algemeen Economie en financiële markten Beleggingsbeleid en resultaten hoofdpool Beleggingsdoelstelling Asset allocatie op portefeuilleniveau Asset allocatie binnen de beleggingscategorieën Liquiditeit Gebruik van derivaten Uitbesteding en risicomanagement Belang in het PVF particuliere hypothekenfonds Allocatie en resultaten 2013/ Beleggingsbeleid en resultaten 4%-pool Beleggingsdoelstelling Beleggingen Liquiditeit Uitbesteding Resultaten 4%-pool Premies en uitkeringen Risicoprofiel Marktrisico Concentratierisico Reputatierisico Risico van onzekerheid over externe factoren Compliancerisico Operationele risico s Valutarisico Liquiditeitsrisico

4 3.6.9 Beheersing van de risico s Pensioenregelingen Pensioenregeling bij ASR Pensioenen Pensioenregeling bij Nationale-Nederlanden Bestuur en organisatie Raad van Toezicht Deelnemersraad Beleggingscommissie Geschillencommissie Overige informatie Interne beheersing Beleid ten aanzien van de uitoefening van stemrechten Een blik op de toekomst Ten slotte Verslag van de Raad van Toezicht Jaarrekening 2013 / Balans Winst- en verliesrekening Kasstroomoverzicht Toelichting Algemeen Stelsel Grondslagen van waardering en resultaatbepaling Toelichting op de balans Toelichting op de winst- en verliesrekening Overzicht samenstelling beleggingen Overige gegevens Algemeen Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Nevenfuncties bestuurders en leden Raad van Toezicht

5 2. Voorwoord Met genoegen presenteren wij u hierbij het jaarverslag van Stichting Contractspelersfonds KNVB (CFK) over het boekjaar 2013/2014. Het is een verantwoording over het in het afgelopen jaar gevoerde beleid en blikt terug op de belangrijkste gebeurtenissen. Het netto rendement van de hoofdpool is uitgekomen op 4,8%, wat een verhoging van de overbruggingsuitkeringen per 1 januari 2015 mogelijk maakt. De beleggingen in de 4%-pool bleven net als vorig jaar stabiel en wij zagen derhalve geen reden om tot transacties over te gaan. Het netto rendement van de 4%-pool was eveneens 4,8%. Voor deelnemers in de 4%- pool die voldoende buffer in hun deelnemersfonds hebben, wordt de uitkering verhoogd per 1 juli U leest in dit verslag over de bijzondere beleggingsomgeving waarin we terecht zijn gekomen. Als gevolg van het jarenlang monetair bestrijden van de crisis, is de rente op de kapitaalmarkt extreem laag en zijn koersen van aandelen en vastgoed sterk opgelopen, wat het behalen van een goed rendement steeds uitdagender maakt. Voorts ontkomen we niet aan het beschrijven van de ontwikkelingen op het vlak van Europese toezichtwetgeving. Deze hebben gevolgen voor beleggingsinstellingen als het CFK aangezien de regeldruk hierdoor sterk toeneemt. Het bestuur vertrouwt erop u met dit verslag een helder inzicht te geven in de financiële ontwikkelingen van het CFK in het afgelopen boekjaar. Het bestuur, 29 augustus

6 3. Bestuursverslag 3.1 Algemeen De Stichting Contractspelersfonds KNVB (CFK) is opgericht op 20 oktober Zij is belast met de uitvoering van de voor beroepsvoetballers in Nederland in het leven geroepen overbruggingsregeling, verankerd in het Reglement Betaald Voetbal van de KNVB, het standaardspelerscontract en de CAO Betaald Voetbal. Deelname aan de overbruggingsregeling is in beginsel verplicht voor elke in Nederland werkzame contractspeler in Ere- en Eerste divisie. De regeling is goedgekeurd door de staatssecretaris van Financiën bij resolutie van 30 november 1972 nummer B71/ Het CFK beschikt over een vergunning voor het aanbieden van rechten van deelneming als bedoeld in artikel 2:65 eerste lid sub b van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Na afloop van het boekjaar, op 18 juli 2014, is deze vergunning op verzoek van het CFK omgezet in een vergunning als beheerder van beleggingsfondsen, ex artikel 2:65, aanhef, onder a Wft. Naast de overbruggingsregeling voert het CFK een aantal werkzaamheden uit voor diverse pensioenregelingen in de branche betaald voetbal: - Tot 1 juli 2005 bevatte de overbruggingsregeling tevens opbouw van pensioenrechten. Uit die tijd stammen twee verzekerde (en premievrije) pensioenregelingen voor contractspelers. - De huidige verzekerde pensioenregeling voor contractspelers zoals overeengekomen door de sociale partners in de branche. - De verzekerde pensioenregeling voor oefenmeesters zoals overeengekomen door de sociale partners in de branche. Voor de werkzaamheden ten behoeve van de laatste twee (actieve) pensioenregelingen wordt jaarlijks een vergoeding ontvangen. Het CFK is verder uitvoerder van de overbruggingsregeling voor de professionele wielrenners in Nederland (Stichting Nederlands Wielrenners Fonds). Ook voor deze activiteiten ontvangt het CFK jaarlijks een vergoeding. 3.2 Economie en financiële markten De wereldeconomie liet het afgelopen jaar duidelijk tekenen van verder herstel zien, sterk voortgestuwd door het ruime monetaire beleid in de VS, Groot-Brittannië, Japan en in mindere mate Europa. Terwijl de VS als trekker van de wereldeconomie fungeerde en Groot- Brittannië en Japan eveneens sterk groeiden, groeide Europa slechts zeer matig en werd China juist met teruglopende groei geconfronteerd. De lagere economische groei in China had bovendien een negatief effect op de groei in opkomende landen. De economische groei en de werkgelegenheid in de VS hebben zich het afgelopen jaar gunstig ontwikkeld. Het aangaan van leningen was goedkoop, wat de consumptie en bedrijfsinvesteringen deed toenemen. Het vertrouwen onder consumenten en producenten nam toe, mede als gevolg van gestegen prijzen van huizen en aandelen. Het eerder ingezette beleid van het stelsel van centrale banken (FED) om de lange rente laag te houden, middels het op grote schaal opkopen van obligaties, ligt aan de basis van deze ontwikkelingen. In december 2013 werd door politieke partijen een akkoord bereikt over de overheidsbegroting, wat de rust over de overheidsbestedingen ten goede kwam. Intussen daalde het overheidstekort vanwege gestegen belastinginkomsten. De strenge winter van januari en februari 2014 deed de economische groei tijdelijk terugvallen, maar in het tweede kwartaal van 2014 zette de groei door en daalde de werkeloosheid verder richting 6%. 6

7 De vraag in hoeverre deze groei doorzet en hoe de FED de extreem gestegen geldhoeveelheid zal verminderen zonder de economische groei te hard te raken, is al geruime tijd onderwerp van discussie. De door goedkoop geld aangezwengelde economische groei zou gesmoord kunnen worden door sterke rentestijgingen, die mogelijk optreden nadat het beleid van monetaire verruiming de FED beëindigd wordt. De FED kondigde al in juni 2013 aan het opkoopprogramma voor obligaties geleidelijk te beëindigen. Ondanks het feit dat het hier alleen ging om een vermindering van de maandelijkse toename van de hoeveelheid geld in het economisch systeem ontstond paniek in de markt, die snel leidde tot sterk gestegen rentes. Gedurende de tweede helft van 2013 is de FED vooral bezig geweest om de markten gerust te stellen over haar intenties. Gesteld werd dat de ontwikkeling van de economische groei en vooral de werkeloosheid bepalend zouden blijven voor het tempo van afbouw. Uiteindelijk werd pas in januari 2014 begonnen met het verminderen van het opkoopprogramma en op dat moment reageerden de kapitaal- en aandelenmarkten rustig. Om de pijn te verlichten werd bovendien het instrument van forward guidance van stal gehaald: de FED beloofde de korte rente nog lange tijd laag houden. Al met al heeft deze werkwijze vooralsnog het gewenste resultaat opgeleverd, aangezien de 10-jaarsrente tegen het einde van het boekjaar 2013/2014 zelfs lager stond dan een kwartaal ervoor (2,5%). Vergeleken met de voorspoedige ontwikkeling in de VS, kwam Europa nauwelijks van zijn plaats. Hoewel de economische groei in Europa in het eerste en tweede kwartaal van 2014 voor het eerst sinds lange tijd begon aan te trekken, bleef deze duidelijk achter bij die van de VS. Anders dan de FED heeft de Europese Centrale Bank (ECB) nooit een opkoopprogramma voor obligaties gestart, waardoor het monetair beleid lang niet zo soepel was als in de VS. Wel speelde de ECB een belangrijke rol in het herstel van onevenwichtigheden in de Europese economie. Vorig jaar liet de ECB weten er alles aan te doen wat nodig zou zijn om de euro te redden. Dit signaal was de ommekeer, omdat de markten er vanaf dat moment vanuit gingen dat de euro niet meer in gevaar was. Dit was tevens het begin van de normalisatie van kapitaalmarktrente in de periferie, die gedurende het boekjaar zeer sterk daalde. De ECB heeft de rente gedurende het boekjaar in stapjes verlaagd tot uiteindelijk zelfs een negatieve depositorente in juni 2014, waardoor banken werden gestraft als ze hun overtollige geld nog bij de ECB uitzetten. Doel hiervan was om de financiering van het MKB te stimuleren. Verder werd goedkoop kapitaal verstrekt aan de banken via de zogenaamde LTRO programma s. Vanaf eind 2013 werd de bezuinigingsdrift van diverse EU-landen bovendien minder, wat de economische groei stimuleerde. In december werd door de Europese Commissie de opzet van een bankenunie overeen gekomen, waardoor staten en belastingbetalers minder vatbaar werden voor problemen bij banken. Daarmee werd een volgende stap gezet in het verminderen van de onevenwichtigheden in de Europese economie. Een ander positief aspect, niet los te zien van het voorgaande, was dat landen als Spanje, Italië en Portugal tegen het einde van het boekjaar weer enige groei lieten zien. Vooral Spanje wordt weer concurrerender ten opzichte van noordelijker landen in Europa. In Italië heeft de jonge premier Renzi aangekondigd een aantal vastgeroeste markten, zoals de arbeidsmarkt, te herstructureren. Hiermee moet ook Italië weer concurrerender worden. Naast de lage economische groei in Europa, waardoor ook de werkeloosheid op een hoog niveau bleef (meer dan 12%), waren er ook zorgen over het gevaar van deflatie. De inflatie lag tegen het einde van het boekjaar onder 1%. Met name de landen met hoge schulden in de periferie zijn gebaat bij een hogere inflatie. Het scenario waarin Japan jaren heeft verkeerd, een situatie van deflatie en afwezigheid van economische groei, is een zwart scenario voor Europe dat zou leiden tot hogere schulden, meer onevenwichtigheden, lagere economische groei en nog hogere werkeloosheid. 7

8 China, de tweede economie van de wereld, kent een afnemende groei. De hoge groei van de afgelopen jaren (7-8%) is voor een belangrijk deel terug te voeren op groei in krediet waarmee deels onproductieve investeringen zijn gedaan. Het risico op een kredietcrisis in China wordt algemeen als een van de grootste risico s in de wereldeconomie gezien. China probeert zijn economie om te vormen naar een economie die meer gebaseerd is op consumentenbestedingen. De vraag of dat lukt, is lastig te beantwoorden. Andere opkomende landen hebben economisch te lijden onder de lagere Chinese groei. China betrekt zijn grondstoffen voor een deel uit opkomende landen die te eenzijdig gericht zijn op export van basismaterialen en energie. Toen de beëindiging van het opkoopprogramma in de VS bekend werd en de rentes in de VS snel stegen, ontstond een kapitaalvlucht uit opkomende landen. Het gebrek aan structurele hervormingen van deze economieën deed zich nu gelden. Het goedkope geld keerde weer terug naar waar het vandaan kwam. Ten slotte heeft premier Abe in Japan zijn monetaire experiment om te komen tot een hogere inflatie flink doorgezet het afgelopen jaar, met wisselend resultaat. De inflatie is inderdaad flink gestegen naar 2,5%, maar de economische groei is niet dusdanig aangewakkerd als vooraf gewenst. De verwachte groei over 2014 is 1,6%. 3.3 Beleggingsbeleid en resultaten hoofdpool Binnen het CFK is sprake van twee pools van beleggingen met een eigen beleggingsbeleid: de hoofdpool en de 4%-pool. In deze paragraaf wordt het beleid van de hoofdpool beschreven. Deelnemers in de hoofdpool zijn: Actieve contractspelers van Nederlandse BVO s die premie afdragen aan het CFK; Ex-contractspelers van Nederlandse BVO s die in het verleden premie aan het CFK hebben afgedragen maar nog geen overbruggingsuitkering ontvangen; Ex-contractspelers van Nederlandse BVO s die in het verleden premie aan het CFK hebben afgedragen en een overbruggingsuitkering ontvangen die is aangevangen na 1 november 2008; en Ex-contractspelers van Nederlandse BVO s die in het verleden premie aan het CFK hebben afgedragen en een overbruggingsuitkering ontvangen die is aangevangen vóór 1 november 2008, nemen deel aan de hoofdpool indien zij tussen 1 november 2008 en 1 juni 2009 van de reglementaire mogelijkheid gebruik hebben gemaakt om de duur van hun uitkering met 40% in te korten. De ingelegde gelden van de deelnemers in de hoofdpool worden collectief belegd samen met de gelden van de Stichting Nederlands Wielrennersfonds (NWF). Het NWF is een gedurende het boekjaar door de AFM vrijgestelde beleggingsmaatschappij die de overbruggingsregeling voor de profwielrenners met een KNWU-licentie beheert. Na afloop van het boekjaar, op 18 juli 2014, heeft de AFM het CFK een vergunning verleend als beheerder van beleggingsfondsen. Als gevolg hiervan werden deelnemers aan de overbruggingsregeling van het NWF participant in de twee belegggingspools (fondsen) van het CFK en om deze reden is de ontheffing van het NWF per dezelfde datum ingetrokken. ING Investment Management (ING) heeft het mandaat om het grootste deel van de ingelegde gelden van de hoofdpool (ca. 92%) te beheren volgens het door het CFK geformuleerde beleggingsbeleid. De rest van de ingelegde gelden in de hoofdpool (in de loop van het jaar 2013 opgebouwd tot ca. 8%) is door het CFK belegd in het PVF particuliere hypothekenfonds waarvan de beheerder Syntrus Achmea is. 8

9 De beleggingen in de hoofdpool waren per 30 juni ,9 miljoen waard. Hiervan viel een bedrag van 462,4 miljoen onder het mandaat van ING. Het restant, een bedrag van 42,5 miljoen, was belegd in het PVF particuliere hypothekenfonds. Het belang in dit fonds zal het komende jaar niet verder worden uitgebreid. In de paragrafen tot en met wordt de portefeuille van de hoofdpool beschreven gedurende het boekjaar 2013/ Beleggingsdoelstelling De hoofdpool kent een absolute return strategie: het streven naar een positief rendement in absolute zin. Doel van het beleggingsbeleid is om elk jaar een rendement te behalen dat hoger is dan de gemiddelde spaarrente op een particuliere spaarrekening bij een Nederlandse grootbank. Het risico op een negatief rendement in een beleggingsjaar dient, binnen de gestelde rendementsdoelstelling, zo gering mogelijk te zijn. De hiervoor geformuleerde doelstelling is als volgt gekwantificeerd: het nagestreefde rendement (vóór verrekening van de beheerfee) dient minimaal 2,5% boven de 1-maands euriborrente te liggen. De gemiddelde volatiliteit van de portefeuille is 3% en de maximaal acceptabele volatiliteit bedraagt 5% Asset allocatie op portefeuilleniveau De asset allocatie van de portefeuille komt tot stand door eerst de allocatie van de neutrale portefeuille te bepalen. Deze wordt vastgesteld door het risicobudget van 3% gelijkelijk te verdelen over veilige beleggingen en risicodragende beleggingen. Door het jaar heen wordt getracht extra rendement te maken door wijzigingen in de asset allocatie aan te brengen, waarbij de bandbreedte van de volatiliteit (0-5%) steeds als grens dient. De ex-ante volatiliteit van de portefeuille wordt dagelijks gemeten. Zodra het maximum overschreden wordt, wordt het risico afgebouwd. Naast deze volatiliteitseisen, zijn er ook bandbreedtes per beleggingscategorie gedefinieerd die niet overschreden mogen worden. Deze worden hierna beschreven. Veilige beleggingscategorieën (60-100% van de portefeuille) Het grootste deel van de portefeuille bestaat uit beleggingscategorieën met een zeer beperkt beleggingsrisico. Hieronder worden verstaan liquide beleggingen (spaarrekeningen, deposito s en geldmarktfondsen) en de zogenaamde euro core staatsobligaties. Dit zijn zowel nominale als inflatiegerelateerde staatsobligaties van eurolanden als obligaties met onderpand waarbij de minimale kredietstatus AA (S&P) of Aa (Moody s) is. Een gedeelte van de veilige beleggingscategorieën (maximaal 20%) kan worden belegd in niet-euro staatsobligaties met minimaal een AA/Aa kredietstatus op voorwaarde dat het valutarisico volledig is afgedekt. Risicodragende beleggingscategorieën ( 0-40% van de portefeuille) Een kleiner deel van de portefeuille bestaat uit risicodragende beleggingscategorieën. Als eerste worden hieronder verstaan de risicodragende obligaties. Hieronder vallen staatsobligaties van de landen uit de periferie van Europa, van opkomende markten, leningen met onderpand ( asset backed securities ) en bedrijfsobligaties (zowel credits met een minimale rating van BBB-/Baa3 als high yield van een lagere rating). Als tweede vallen hieronder alle andere risicovolle beleggingscategorieën zoals aandelen, beursgenoteerd vastgoed, grondstoffen en alternatives (hedge fondsen). De te gebruiken beleggingsfondsen worden op basis van diverse criteria gekozen uit actief beheerde fondsen van ING en index trackers van externe vermogensbeheerders. Voor zover beleggingen in aandelen, vastgoed en risicodragende obligaties gedenomineerd zijn in US$, wordt het valutarisico strategisch voor minimaal 50% afgedekt. 9

10 De hiervoor genoemde bandbreedtes zijn gegeven op het hoogste niveau, maar op elke subcategorie binnen de genoemde beleggingscategorieën zijn ook bandbreedtes van toepassing. Binnen de categorie risicodragende beleggingen mag de categorie aandelen bijvoorbeeld variëren tussen de 0 20%. Het maximale risico van de portefeuille wordt dus ingeperkt door enerzijds de eerdergenoemde maximum ex-ante volatiliteit (5%) voor de portefeuille als geheel en anderzijds het gebruik van bandbreedtes per beleggingscategorie. Door het jaar heen wordt getracht extra rendement te maken door wijzigingen in de asset allocatie aan te brengen. Hierin spelen de volgende zaken een rol: De relatieve aantrekkelijkheid van risicopremies (waardering), waarbij de kwalitatieve inschatting en de uitkomsten van een kwantitatief risicomodel een rol spelen. De beperking van het liquiditeitsrisico en andere risico s door het stellen van een ondergrens aan de risicoschatting. Op deze wijze kan snel worden ingespeeld op gewijzigde inzichten in risico en rendement en wordt recht gedaan aan de bijzondere positie van het CFK (focus op de middellange termijn, waarbij de korte termijn focus op sommige momenten eveneens een grote rol speelt). De inschattingen en modellen van ING Investment Management spelen een belangrijke rol in het tactische beleid van het CFK. De beleggingscommissie bespreekt de uitvoering van het beleggingsbeleid en de eventueel gewijzigde inzichten eenmaal per kwartaal met het bestuur en geeft zijn eigen visie in de vorm van een advies. Tussen het bestuur en ING Investment Management is frequent contact over de uitvoering van het beleggingsbeleid Asset allocatie binnen de beleggingscategorieën - De nominale (AA/Aa) staatsobligaties worden gespreid over verschillende looptijden en landen binnen en buiten de eurozone. - De inflatiegerelateerde (AA/Aa) staatsobligaties waarin gedurende het boekjaar belegd is, zijn alle uitgegeven door de Duitse staat. Deze kennen verschillende looptijden. - De discretionair aangehouden nominale (<AA/Aa) staatsobligaties zijn gespreid over Italië, Spanje en Portugal en kennen lange looptijden. - De gedekte leningen (ABS) zijn verdeeld over diverse soorten leningen (auto, hypotheken, overheid e.d.), landen en looptijden. - De obligaties van opkomende landen zijn verdeeld over diverse landen, looptijden en valuta s (local currency). - De bedrijfsobligaties (zowel binnen de categorie credits als high yield) kennen een spreiding over sectoren, landen, rating en looptijden. Er wordt uitsluitend in beursgenoteerde bedrijfsobligaties belegd. - Er wordt zowel in wereldwijde aandelenfondsen belegd als in aandelenfondsen die zich richten op bedrijven uit Europese landen, de VS, Japan of opkomende landen. - Voor beursgenoteerd vastgoed geldt dat belegd wordt in wereldwijd vastgoed of vastgoed van een bepaalde regio in de wereld. - Voor grondstoffen geldt dat er belegd kan worden in diverse grondstoffen, zoals olie of goud. Grondstoffen worden uitsluitend tactisch toegevoegd aan de basisportefeuille. - CFK heeft de bevoegdheid om leningen aan te gaan of financiële instrumenten uit te lenen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt in het boekjaar Liquiditeit Een deel van de portefeuille wordt in de vorm van liquiditeit aangehouden in een gespreid liquiditeitenfonds en op een (spaar) rekening of deposito bij banken. Voor het laatste worden de volgende banken (of dochterbedrijven) gebruikt: ABN Amro Bank, ING Bank, Van Lanschot Bank, Kas Bank, Rabobank en SNS Bank. 10

11 3.3.5 Gebruik van derivaten Derivaten kunnen om specifieke tactische redenen worden ingezet. In het boekjaar 2013/2014 is gebruik gemaakt van valuta forwards en futures. Het valutarisico op AA(A)/Aa(a) staatsobligaties wordt voor 100% afgedekt. Het dollarrisico op aandelen, vastgoed en risicodragende obligaties binnen fondsen wordt strategisch voor minimaal 50% afgedekt. Voor de afdekking worden valuta forwards ingezet: derivaten waarmee een bepaalde hoeveelheid vreemde valuta op een toekomstig moment tegen een vooraf vastgestelde prijs (in ) verkocht worden. Hiermee wordt bereikt dat de valutakoers van de belegging op verkoopdatum vooraf vast staat en dat het valutarisico (deels) is afgedekt. Deze transacties worden afgesloten op basis van onderhandse overeenkomsten met een select aantal tegenpartijen op basis van diverse criteria m.b.t. de kwaliteit van de tegenpartij. Het afgelopen jaar betrof het HSBC en Barclays. Om het kredietrisico (de kans dat een vordering op de tegenpartij niet geïnd kan worden) verder te beperken is in de overeenkomsten afgesproken dat onderpand wordt ontvangen als de vordering een bepaalde omvang bereikt. Uit hoofde hiervan wordt ook onderpand geleverd als de schuld een bepaalde omvang bereikt. Daarnaast zijn futures op indices van aandelen en staatsobligaties gebruikt om snel en goedkoop posities in te nemen. Deze futures worden afgesloten op gereguleerde beurzen. Hiertoe dient steeds een bepaald bedrag als waarborg ( margin ) te worden aangehouden. Het gebruik van derivaten mag per saldo niet leiden tot een shortpositie op een beleggingscategorie (zoals aandelen, vastgoed e.e.) Uitbesteding en risicomanagement ING maakt gebruik van een geavanceerd risicomanagementsysteem. In dit systeem wordt niet alleen de asset allocatie continu beoordeeld, maar wordt met behulp van een volledige doorkijk in alle fondsen ook een beoordeling van het dagelijkse risico van de gehele portefeuille gemaakt. Zowel in het bestuur als in de beleggingscommissie worden de aannames van de risicomodellen van ING regelmatig kritisch tegen het licht gehouden. Elk kwartaal wordt in de beleggingscommissie de resultaten van de uitgevoerde stress test besproken. In deze test worden de gevolgen van extreme situaties op de financiële markten op de portefeuille doorgerekend. Naar aanleiding hiervan wordt beoordeeld of er aanleiding is de portefeuille te wijzigen. De prestaties van ING en de gebruikte beleggingsfondsen van ING worden periodiek beoordeeld door het bestuur Belang in het PVF particuliere hypothekenfonds Eén van de mogelijkheden om de risico/rendement verhouding van de portefeuille te verbeteren is door het innemen van minder liquide posities waarmee een illiquiditeitspremie kan worden opgestreken: het extra rendement dat een belegger eist als compensatie voor het feit dat de belegging niet op elk moment te gelde kan worden gemaakt. Gezien het liquide karakter van de portefeuille werd in het boekjaar 2012/2013 besloten om een deel van de portefeuille (ca. 8%) te beleggen in het illiquide PVF particuliere hypothekenfonds. Per 30 juni 2014 is het belang 8,4% van de portefeuille. Het PVF particuliere hypothekenfonds verstrekt hypotheken aan woningeigenaren in geheel Nederland en Syntrus Achmea Real Estate & Finance voert als beheerder het gehele proces van acceptatie, verstrekking en administratie uit. Een belangrijk kenmerk van het fonds is een strikt acceptatiebeleid met een groot aandeel in hypotheken die onder de garantie van NHG vallen of met een lage loan-to-value ratio (tot 65%). De doelstelling van het belang was om met een beperkt risico te profiteren van de hoge kredietopslag op particuliere hypothekenmarkt in Nederland. 11

12 3.3.8 Allocatie en resultaten 2013/2014 Het boekjaar 2013/2014 liet een uitstekend beleggingsrendement zien. Het rendement kwam uit op 5,28%. Aangezien de benchmark over dezelfde periode 2,69% was (2,5% boven 1- maands euribor, zie paragraaf 3.3.1), werd de benchmark met maar liefst 2,59% verslagen is. Hierna worden de belangrijkste wijzigingen in de asset allocatie gedurende het jaar weergegeven en toegelicht. De asset allocatie wordt hier gedefinieerd als de blootstelling aan elke beleggingscategorie inclusief het PVF particuliere woninghypothekenfonds door het direct beleggen in effecten of door het beleggen in futures. Het PVF particuliere hypothekenfonds is geen onderdeel van het ING-mandaat. De in paragraaf genoemde bandbreedtes zijn alleen van toepassing op de portefeuille die door ING wordt beheerd. NB: Waar in de onderstaande bespreking van de allocatie wordt gesproken van risico wordt dit bedoeld in de context van de defensieve inrichting van de beleggingsportefeuille zoals beschreven in paragrafen en Bedacht moet worden dat risico een relatief begrip is; juist in deze periode van lage rente is beleggen in risicovollere activa noodzakelijk om de kans op het behalen van de rendementsdoelstelling mogelijk te maken. Juli september 2013 Gedurende het kwartaal werd het aandeel risicodragende beleggingen binnen de portefeuille verhoogd (van 22,2% op 1 juli naar 34,3% op 30 september 2013). Hierbij is vooral ingezet op exposure aan aandelen en kredietobligaties. De duratie van de portefeuille, die wordt gemanaged door short te gaan in bund futures, bleef gedurende het kwartaal op 1,8 jaar. De duratie is het gewogen gemiddelde van de looptijden van de vastrentende effecten in de portefeuille en is een maatstaf voor de rentegevoeligheid ervan. Directe aanleiding voor de genoemde verschuiving, was dat de FED zich gevoelig toonde voor marktontwikkelingen en het tempo van de afbouw van opkoopprogramma s voor obligaties vertraagde, terwijl de economie in de VS zich voorspoedig bleef ontwikkelen. Daarnaast was het risico op een eurocrisis verder naar de achtergrond verdwenen, mede door het krachtige optreden van de ECB in het kwartaal ervoor. Om die laatste reden werd een positie in staatsobligaties van Spanje en Italië ingenomen (2,8%), waarmee geanticipeerd werd op verdere rentedalingen. De toename van het aandelenbelang in het kwartaal (+3,1%) en het belang in bedrijfsobligaties van investment grade (+3,8%) werd eveneens vooral gericht op Europa. In september werd een bedrag van 5 miljoen in woninghypotheken belegd. De uitbreiding van de beleggingen werd vooral gefinancierd uit het verminderen van de aangehouden liquiditeiten (-10,8%). In het derde kwartaal werd een portefeuillerendement behaald van 0,84% tegen een benchmark van 0,65%. Aandelen (4,39%), bedrijfsobligaties (2,78%), staatsobligaties van Spanje en Italië (1,30%) en woninghypotheken (1,14%) lieten de beste rendementen zien, terwijl grondstoffen (-3,22%) het minst rendeerden. 12

13 Asset allocatie** per kwartaal 2013/2014 1/7/13 30/9/13 31/12/13 31/3/14 30/6/14 Laag risico beleggingen 77,8% 65,7% 62,4% 57,4% 55,3% Staatsobligaties* (AA of Aa) 26,4% 25,1% 29,2% 26,9% 30,0% Liquiditeiten 51,4% 40,6% 33,2% 30,5% 25,3% Risicodragende beleggingen 22,2% 34,3% 37,6% 42,6% 44,7% Obligaties (<AA en <Aa) - Staatsobligaties 0,0% 2,8% 4,2% 3,5% 3,0% - Credits (Investment grade) 0,0% 3,8% 1,8% 4,6% 4,3% - Global High Yield 4,8% 4,9% 4,6% 3,7% 2,3% - Emerging Fixed Income L.C. 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 1,2% - Emerging Fixed Income H.C. 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 1,1% - Asset backed securities 0,0% 0,0% 1,8% 4,6% 4,3% Aandelen 10,2% 13,3% 14,6% 13,4% 15,4% Grondstoffen 0,0% 1,1% 0,0% 0,0% 1,0% Vastgoed wereldwijd 1,9% 2,1% 2,3% 4,5% 3,7% Particuliere woninghypotheken 5,2% 6,3% 8,3% 8,3% 8,4% Totaal portefeuille 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% * Zowel nominaal als inflatiegerelateerd ** Inclusief PVF fonds Oktober december 2013 Het wereldwijde herstel zette zich in het laatste kwartaal van 2013 door, vooral in de VS, Japan en Groot-Brittannië. In de VS werd een begrotingsakkoord bereikt, wat nieuwe zekerheid gaf. Aandelenkoersen in de VS piekten en de spread op bedrijfsobligaties daalde wereldwijd, met stijgende koersen als gevolg. Het herstel in de Eurozone bleef wat achter en de ECB vond het dan ook nodig de rente verder te verlagen. Het belang in risicodragende beleggingen steeg verder (van 34,3% op 30 september naar 37,6% op 31 december 2013). Het aandelenbelang in de portefeuille werd met 1% opgeschroefd, met dezelfde overweging als in het derde kwartaal: de risicopremie op aandelen was hoog vergeleken met de risicopremie op obligaties. De positie in staatsobligaties in Spanje en Italië werd uitgebreid (+1,4%). Het belang in bedrijfsobligaties (investment grade) werd met 2% afgebouwd in verband met de gedaalde risicopremies op deze categorie beleggingen. Hiermee werd een deel van de winst verzilverd. De duratie van de portefeuille werd verhoogd naar 2,1 jaar door het gedeeltelijk sluiten van de short positie in bund futures. Aanleiding hiervoor was de deflatoire druk in de EU en de mindere bezorgdheid over het monetaire beleid van de FED, wat de kans op een snelle verhoging van de kapitaalmarktrente in de Eurozone deed afnemen. In het vierde kwartaal werd tevens de laatste tranche in het PVF particuliere woninghypotheken belegd van 10 miljoen (+2%). Het belang zou niet verder verhoogd worden, anders dan door eventuele hogere waardering. In het vierde kwartaal werd een portefeuillerendement behaald van 0,95% tegen een benchmark van 0,67%. Aandelen (5,03%), staatsobligaties van Spanje en Italië (3,49%) 13

14 bedrijfsobligaties (2,41%) en woninghypotheken (1,10%) lieten de beste rendementen zien, terwijl grondstoffen (-3,22%) opnieuw het slechtst rendeerden. Het geringe belang hierin werd gedurende het kwartaal verkocht. Januari maart 2014 Net als vorige kwartalen werd het belang in risicodragende beleggingen in de portefeuille verhoogd. Vooral het belang in de categorieën asset backed securities (door onderpand gedekte leningen, +2,8%) en vastgoed (+2,2%) werden als interessante categorieën aangemerkt. De waarderingsniveaus waren interessanter geworden door de almaar dalende rente. Europees vastgoed genereerde op dat moment 25% meer dividendrendement dan wereldwijd vastgoed. De duratie van de portefeuille werd verlaagd naar 1,9 jaar nadat de rente verder was gedaald gedurende het kwartaal. De inflatie leek voldoende ingeprijsd te zijn en rentestijgingen werden waarschijnlijker, wat de reden was om de rentegevoeligheid af te bouwen. Het portefeuillerendement was 1,26% tegen een benchmark van 0,67%. De obligaties van Spanje en Italië rendeerden maar liefst 7,85% (!) gedurende het kwartaal. Sterk positieve rendementen werden verder geboekt op bedrijfsobligaties (1,72%), vastgoed (3,23%), AA/Aa staatsobligaties (1,64%) en aandelen (1,63%). Geen enkele beleggingscategorie liet een negatief rendement zien. April juni 2014 In het tweede kwartaal van 2014, tevens laatste kwartaal van het boekjaar, werd de portefeuille niet al te veel gewijzigd. Wel werd de allocatie naar risicodragende beleggingen nog iets uitgebreid naar 44,7%. Dit is inclusief het belang in woninghypotheken, dat geen onderdeel vormt van de bandbreedtes die ING dient aan te houden (zie paragraaf 3.2.2). Op staatsobligaties Spanje en Italië werd gedeeltelijk winst genomen. In mei waren er diverse onzekerheden, zoals de Europese verkiezingen. Uiteindelijk bleek hiervan geen negatief effect uit te gaan en is besloten om ook een klein belang in Portugese staatsobligaties te nemen. Hoewel de volatiliteit van bedrijfsobligaties zeer laag is, werd deze positie iets ingekrompen na de lange rally van de periode ervoor. In plaats daarvoor werd gekozen voor verdere diversificatie van de portefeuille. Kleine belangen van rond de 1% werden genomen in obligaties van opkomende landen en grondstoffen. Ook het laatste kwartaal liet een uitstekend rendement zien van 2,10% tegen een benchmark van 0,67%. Vastgoed had een rendement van 9,56% en aandelen van 4,74%. Staatsobligaties van Spanje, Italië en Portugal rendeerden 3,96%. Alleen grondstoffen lieten negatieve rendementen zien: -0,62%. 14

15 Allocatiewijzigingen 2013/ % 50% 40% 30% 20% 10% 0% Obligaties (AA) Cash Risicodragend risicodragende beleggingen te verdubbelen. De wijzigingen in allocatie gedurende het boekjaar tussen veilige obligaties (AA/Aa), cash en risicodragende beleggingen (de som van aandelen, vastgoed, grondstoffen, risicodragende obligaties) zijn hiernaast nog eens grafisch in beeld gebracht. Uit de grafiek blijkt duidelijk dat het belang van risicodragende beleggingen in de portefeuille gedurende het jaar is verhoogd. Terwijl het belang in veilige AA/Aa staatsobligaties tussen de 25-30% bleef, werd gedurende het jaar ongeveer de helft van het belang in liquiditeiten omgezet om daarmee het belang in Een andere manier waarop het portefeuillerisico wordt beoordeeld is door middel van de exante volatiliteit (beweeglijkheid) van de portefeuille. Volgens het gekozen risico/rendementsprofiel, zoals vastgelegd in het mandaat, is het streven om over een langere termijn een gemiddelde volatiliteit te hebben van 3%. De maximaal aanvaardbare ex-ante volatiliteit op enig moment is 5%. Volgens het gehanteerde systeem van risicometing lag de volatiliteit in het boekjaar tussen de 2-3%, zonder de positie in het PVF particuliere hypothekenfonds mee te nemen. Zou deze positie wel worden meegenomen, dan zou de gemeten volatiliteit iets hoger uitkomen. De nevenstaande grafiek laat de ontwikkeling van het rendement op de portefeuille zien gedurende het boekjaar. Het bruto beleggingsrendement van de hoofdpool na aftrek van transactiekosten kwam uit op 5,28%, terwijl de benchmark (2,5% boven het gemiddelde 1- maands euribor tarief) op 2,59% eindigde. Er werd derhalve een outperformance gerealiseerd van 2,69%. Uit de onderstaande tabel blijkt welke bijdrage de belangrijkste beleggingscategorieën aan het uiteindelijke rendement leverden. Uit deze gegevens blijkt dat de portefeuille gemiddeld voor 37% risicodragend was belegd en dat deze belegging 83% van het rendement genereerde. Net als vorig jaar kan worden vastgesteld dat het met een risicoloze portefeuille het afgelopen jaar niet mogelijk geweest om de gestelde doelstelling te behalen. 15

16 Bijdrage beleggingscategorieën aan rendement (in %) Categorie Rendement Belang Bijdrage aan het rendement in boekjaar 13/ 14 13/ 14* 13/ 14 12/ 13 11/ 12 Cash 0,91% 36% 7% 12% 16% Obligaties AA/Aa 2,72% 27% 11% 4% 70% Obligaties <AA/Aa 8,84% 20% 35% 40% 11% Aandelen 16,71% 13% 37% 39% 1% Overige 11,11% 4% 10% 4% 2% Totaal 5,28% 100% 100% 100% 100% *gemiddeld over gehele boekjaar Wat verder opvalt is de steeds geringere opbrengst van cash door het dalen van de geldmarktrente. Een substantieel deel van de liquiditeiten staat op spaarrekeningen en deposito s bij Nederlandse banken. Per 30 juni 2014 was dat 123,0 miljoen. Deze spaarrekeningen leverden in het boekjaar 2013/2014 een rendement op van 1,25%, terwijl het rendement op deze rekeningen een jaar eerder nog 1,73% bedroeg. Op deelbeleggingen binnen de categorie obligaties<aa/aa werden opvallende resultaten behaald. De belegging in perifere staatsobligaties (Spanje, Italië en Portugal) leverden over het boekjaar een rendement op van 17,5%. Er werd geprofiteerd van het herstel van het vertrouwen dat vooral door de ECB werd gewekt op het hoogtepunt van de eurocrisis. Op de belegging in het PVF hypothekenfonds werd een rendement geboekt van 7,16%. Hier werd geprofiteerd van de ingekomen kredietopslag op de markt voor woninghypotheken. De bruto opbrengsten van de beleggingen in de hoofdpool bedroegen 25,6 miljoen. Dat leidt tot een bruto rendement van 5,37% (uitgedrukt als percentage van het gemiddelde deelnemersvermogen en dus niet direct te relateren aan de grafiek Ontwikkeling rendement 2013/2014 ). Na aftrek van kosten van vermogensbeheer, bewaring en transacties ( 1,6 miljoen ofwel 0,33%) en organisatie ( 1,0 miljoen ofwel 0,22%) resteert een netto rendement van 23,0 miljoen. Dit rendement, dat gelijk staat aan 4,82% van het gemiddeld belegde vermogen, is per 1 juli 2014 bijgeschreven op de fondssaldo van iedere deelnemer in de hoofdpool. De kerncijfers over de afgelopen vijf jaren zijn als volgt: Opbrengsten en kosten van de hoofdpool (in miljoen) 13/ 14 12/ 13 11/ 12 10/ 11 09/ 10 Directe opbrengsten beleggingen* 7,99 10,51 10,13 8,23 12,66 Waardeveranderingen 17,62 9,57 10,19 0,49 (-/-) 13,90 Kosten** 2,62 (-/-) 2,94 (-/-) 2,52 (-/-) 1,57 (-/-) 1,54 (-/-) Resultaat 22,99 17,14 17,80 6,17 25,01 * Aandeel NWF-rendement is t.l.v. directe opbrengsten uit beleggingen gebracht ** Beleggingskosten en exploitatiekosten 3.4 Beleggingsbeleid en resultaten 4%-pool De 4%-pool is een gesloten pool; er komen geen nieuwe deelnemers bij. Deelnemers in de 4%-pool zijn uitsluitend ex-profvoetballers met een lopende overbruggingsuitkering ingegaan vóór 1 november 2008 die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid die het reglement bood om vóór 1 juni 2009 de uitkeringsduur met 40% in te korten. De naam van de 4%-pool komt voort uit de rekenrente van 4% waarmee de uitkeringen zijn vastgesteld. De ingelegde gelden van de deelnemers in de 4%-pool worden collectief belegd samen met de gelden van de Stichting Nederlands Wielrennersfonds (NWF). Het NWF is een door de AFM vrijgestelde beleggingsmaatschappij die de overbruggingsregeling voor de 16

17 profwielrenners met een KNWU-licentie beheert. Na afloop van het boekjaar, op 18 juli 2014, heeft de AFM het CFK een vergunning verleend als beheerder van beleggingsfondsen. Als gevolg hiervan werden deelnemers aan de overbruggingsregeling van het NWF participant in de twee belegggingspools (fondsen) van het CFK en om deze reden is de ontheffing van het NWF per dezelfde datum ingetrokken. Doordat er alleen uitstroom van geld is (de overbruggingsuitkeringen) loopt de pool geleidelijk leeg. Het belegde vermogen, gewaardeerd op (geamortiseerde) boekwaarde en inclusief liquiditeiten, bedroeg 161,8 miljoen per 30 juni 2014 ( 170,9 miljoen op 30 juni 2013) Beleggingsdoelstelling Doel van het beleggingsbeleid is om tot 1 juli 2019 een jaarlijks gemiddeld bruto rendement te behalen van 5% met een zo beperkt mogelijk risico. De gekozen waarderingsmethode (amortisatie van koersverschillen) leidt ertoe dat het rendement gelijkmatig wordt gespreid over de jaren tot 1 juli Hiermee worden conform de wens van de betrokken deelnemers grote fluctuaties in de hoogte van de vastgestelde uitkeringen naar verwachting voorkomen Beleggingen De beleggingen bestaan uitsluitend uit staatsobligaties en/of bedrijfsobligaties genoteerd in euro. Er wordt een buy-and-hold -beleid gevoerd: in principe worden obligaties aangehouden tot de aflossingsdatum. De laatste aflossing van obligaties in deze pool vindt plaats in het jaar Alleen in specifieke omstandigheden, zoals uit oogpunt van risicomanagement, kan besloten worden een obligatie tussentijds te vervangen door een andere obligatie. Verder geldt het volgende: - Er worden geen derivaten gebruikt. - Er wordt niet in andere beleggingsinstellingen belegd. - Er wordt niet in gelieerde organisaties belegd. - Er worden geen financiële instrumenten uitgeleend. - Er worden geen leningen aangegaan. Verder geldt dat het belang in de portefeuille van een enkele bedrijfsobligatie niet groter mag zijn dan 5% van de totale marktwaarde van de portefeuille. De gemiddelde rating van de totale portefeuille moet minimaal gelijk zijn aan of hoger dan A3 en/of A-. De obligaties worden gespreid over verschillende sectoren en landen. Er wordt uitsluitend in beursgenoteerde obligaties belegd die op Europese beurzen verhandeld worden. Elke obligatie heeft bij aankoop minimaal een investment grade rating, vastgesteld volgens rating agencies Moody s (Baa3) of Standard & Poors (BBB-). Bij een verlaging van de rating door beide rating agencies naar een waarde lager dan investment grade kan om specifieke redenen besloten worden om de obligatie aan te houden. In het afgelopen jaar is dat het geval geweest met de obligatie Telecom Italia (ratingverlaging naar Ba1/BB+, nominaal belang van 4,8 miljoen, aflossing juni 2019). Ondanks een ratingverlaging tot onder het gewenste niveau is besloten de obligatie in portefeuille te houden, omdat het risico op wanbetaling nog steeds als gering wordt beoordeeld. In het boekjaar 2013/2014 werden 6 obligaties afgelost. Er werden geen obligaties gekocht of verkocht. De beleggingsportefeuille ultimo het boekjaar bestond uit 42 obligaties. De onderstaande grafiek geeft een beeld van de kredietkwaliteit van de portefeuille. 17

18 50% Ratingverdeling obligaties 4%-pool % van de portefeuille 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Aaa Aa A Baa Ba geen rating 2013/ /2013 In het vorige boekjaar was de rating van de obligatie van Arcelor Mittal reeds verlaagd tot onder investment grade niveau. De portefeuille bevat nu twee obligaties met een rating lager dan Baa3/BBB-. Deze worden in de grafiek vertegenwoordigd door de aanduiding Ba Liquiditeit Een gering deel van de portefeuille wordt in liquiditeit aangehouden in verband met de verplichtingen van het fonds (de overbruggingsuitkeringen). Hiervoor kunnen uitsluitend de volgende banken worden gebruikt: ABN Amro Bank, ING Bank, Kas Bank en Rabobank. Ultimo boekjaar werden liquiditeiten aangehouden bij ABN Amro Bank, Kas Bank en Rabobank Uitbesteding Het mandaat is uitbesteed aan Lombard Odier. De prestaties van Lombard Odier worden periodiek beoordeeld door het bestuur Resultaten 4%-pool De bruto opbrengsten van de beleggingen in de 4%-pool bedroegen 8,3 miljoen. Uitgedrukt als percentage van het gemiddelde deelnemersvermogen staat dat gelijk aan een bruto rendement van 5,15%. Na aftrek van kosten van vermogensbeheer en bewaring ( 209 duizend ofwel 0,13%) en organisatie ( 336 duizend ofwel 0,22%) resteert een netto rendement van 7,7 miljoen. Dit netto rendement, dat gelijk staat aan 4,80% van het gemiddelde deelnemersvermogen, is per 1 juli 2014 bijgeschreven op het fondssaldo van iedere deelnemer in de 4%-pool. 18

19 De kerncijfers over de afgelopen vijf jaren zijn als volgt: Opbrengsten en kosten van de 4%-pool (in miljoen) (in miljoen euro) 13/ 14 12/ 13 11/ 12 10/ 11 09/ 10 Directe opbrengsten beleggingen* 8,63 9,21 9,83 10,23 10,66 Waardeveranderingen 0,34 (-/-) 0,48 (-/-) 0,64 (-/-) 0,74 (-/-) 1,13 (-/-) Kosten** 0,55 (-/-) 0,56 (-/-) 0,57 (-/-) 0,48 (-/-) 0,75 (-/-) Resultaat 7,74 8,16 8,61 9,01 8,79 * Aandeel NWF-rendement is t.l.v. directe opbrengsten uit beleggingen gebracht ** Beleggingskosten en exploitatiekosten 3.5 Premies en uitkeringen In het afgelopen boekjaar verwelkomde het CFK 161 nieuwe deelnemers, terwijl aan 139 deelnemers de laatste uitkering werd betaald. Per 30 juni 2014 kende de overbruggingsregeling deelnemers. Van deze groep ontvingen 742 deelnemers een overbruggingsuitkering. Per dezelfde datum waren er 648 premiebetalende deelnemers. Van de 524 deelnemers die niet in deze twee categorieën vallen is de grootste groep (296) actief als speler bij een buitenlandse Betaald Voetbal Organisatie (BVO). De restgroep bestaat uit deelnemers die hun overbruggingsuitkering om diverse redenen nog niet hebben aangevraagd, bijvoorbeeld omdat zij nog de ambitie hebben om hun professionele loopbaan in de toekomst voort te zetten. Reglementair moeten deelnemers hun uitkering uiterlijk drie jaar na afloop van hun laatste profcontract laten aanvangen. Het boekjaar 2013/2014 liet een reguliere premie-inleg zien van 12,5 miljoen en een inleg van hand- en tekengelden van 2,6 miljoen. De totale premie-inleg van 15,1 miljoen is ruim 20% hoger dan de premie in het boekjaar 2012/2013 ( 13,1 miljoen). Het verschil komt vooral voort uit 1,5 miljoen hogere afdrachten aan hand- en tekengeld. Na de versobering van de regeling in 2011 en de daarop volgende jaren waarin BVO s fors hebben gesnoeid in de omvang van hun selecties en de hoogte van de salarissen, stabiliseert het nieuwe premieniveau zich op ca. 1 miljoen per maand. Afdrachten uit hoofde van hand- en tekengelden hebben een minder voorspelbaar karakter. Incasso van premies verliep zeer voorspoedig. BVO s die te laat betalen kunnen door de KNVB worden bestraft met puntenaftrek op basis van de betalingseisen die zijn vastgelegd in het licentiereglement. Er zijn in het boekjaar 2013/2014 geen betalingsachterstanden geweest voor de overbruggingsregeling van meer dan 30 dagen. Als gevolg van het voorgaande bestaat het (BVO-) debiteurensaldo per ultimo boekjaar alleen uit de nog niet geïnde premies voor de maand juni. Deze premies zijn pas per 10 juli 2014 verschuldigd en er bestaat dus geen enkele betalingsachterstand per ultimo boekjaar. Overigens werd de laatste premie over de maand juni kort na afloop van het boekjaar ontvangen (22 juli 2014). Het totale bedrag aan uitkeringen in het boekjaar beliep 41,2 en steeg met 4% ten opzichte van het vorige boekjaar. Er is al enkele jaren een stijging van de uitkeringen waar te nemen, hoewel deze stijging wat lijkt af te vlakken. De stijging wordt ten eerste veroorzaakt doordat de generatie voetballers die de komende jaren zijn carrière beëindigt gemiddeld beter heeft verdiend (en afgedragen) dan eerdere generaties. Ten tweede biedt de overbruggingsregeling pas sinds 2011 de mogelijkheid aan deelnemers om het fondssaldo sneller dan voorheen te laten uitkeren, wat gepaard gaat met hogere maand- en jaarbedragen. 19

20 Ten slotte wordt de uitkering van een groot deel van de deelnemers elk jaar verhoogd uit het rendement van het jaar ervoor. Deze verhoging heeft ook in het boekjaar 2013/2014 bijgedragen aan de stijging van de uitkeringen. Verhogingen voor deelnemers in de 4%-pool vonden plaats per 1 juli 2013, terwijl verhogingen voor deelnemers in de hoofdpool per 1 januari 2014 werden toegekend. 3.6 Risicoprofiel De overbruggingsregeling die het CFK uitvoert, beoogt profvoetballers in staat te stellen om na afloop van hun voetbalcarrière een nieuwe maatschappelijke loopbaan op te bouwen. Het doet dit door de financiële zekerheid voor de ex-profvoetballer te bevorderen. Het CFK is opgezet vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid en faciliteert de beoefening van het professionele voetbal in Nederland. De resultaten van het vermogensbeheer worden toegedeeld aan de fondssaldi van de deelnemers en daarmee indirect aan de (toekomstige) overbruggingsuitkeringen. Bij het vermogensbeheer kan het CFK zowel rechtstreekse posities innemen als gebruik maken van afgeleide instrumenten. In zijn algemeenheid geldt dat de deelnemersfondsen zowel in waarde kunnen stijgen als dalen. Hoewel dit voor zover bekend nog nooit in de geschiedenis van het CFK is voorgekomen, moet gemeld worden dat deelnemers mogelijk minder terugkrijgen dan zij hebben ingelegd. Er is sprake van verschillende risico s voor de deelnemers en voor het CFK, waarvan de belangrijkste hieronder worden uiteengezet. De hierna genoemde risico s kunnen in samenhang worden gelezen met de prospecti van de hoofdpool en de 4%-pool. Voor een overzicht van de overige risico s per pool verwijzen wij ook naar het betreffende prospectus Marktrisico Het marktrisico is het risico van waardeveranderingen in de portefeuille door veranderingen in marktprijzen. De beleggingen van de hoofdpool zijn blootgesteld aan normale marktschommelingen en risico s die inherent zijn aan het beleggen in financiële instrumenten. De waarde van de onderliggende beleggingen kan fluctueren en kan toe- of afnemen vanwege een groot aantal factoren, zoals verwachtingen ten aanzien van economische groei, rente, inflatie en prijsontwikkeling op goederen- en valutamarkten. Daarnaast kan de waarde van de beleggingen fluctueren als gevolg van bijvoorbeeld politieke en monetaire ontwikkelingen. Marktrisico s kunnen verschillen per beleggingscategorie en nemen af door spreiding over meerdere soorten beleggingen. De koersschommelingen van obligaties doen zich ook voor in de 4%-pool, die voornamelijk bedrijfsobligaties bevat waarvan de laatste in het jaar 2021 afgelost worden. Door de wijze van waarderen van de 4%-pool (op basis van geamortiseerde kostprijs) merken deelnemers hier in de tussenliggende jaren niets van Concentratierisico Het risico dat beleggingen van de portefeuille beperkt zijn tot financiële instrumenten van uitgevende instellingen die actief zijn in dezelfde sector, regio, of op dezelfde markt. Hierdoor kunnen gebeurtenissen die van invloed zijn op deze beleggingen, de waarde van een portefeuille meer beïnvloeden dan bij een minder geconcentreerde portefeuille. De hoofdpool is voor een groot deel belegd in AAA/Aaa staatsobligaties en aangezien het aantal landen met deze status beperkt is, ontstaat er vanzelf een concentratierisico. Dit risico wordt enigszins verminderd doordat ook posities in staatsobligaties van kredietwaardige 20

Jaarverslag 2014 / 2015

Jaarverslag 2014 / 2015 Jaarverslag 2014 / 2015 Stichting Contractspelersfonds KNVB Algemene gegevens Beheerder Stichting Contractspelersfonds KNVB (KvK nr: 41180418) Harderwijkweg 5 2803 PW Gouda Telefoon: +31(0)182 571171 www.cfk.nl

Nadere informatie

Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2012/2013

Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2012/2013 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag Algemene gegevens Het Fonds Stichting Contractspelersfonds KNVB Harderwijkweg 5 2803 PW Gouda Telefoon: +31(0)182 571171 Fax: +31 (0)182 532732 info@cfk.nl

Nadere informatie

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Het boekjaar 2013/2014 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in alle rust voor te bereiden op een maatschappelijke

Nadere informatie

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Het boekjaar 2013/2014 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in alle rust voor te bereiden op een maatschappelijke

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Per 1 augustus 2016 voert de beheerder van de Aegon Funds, de AEAM Funds en de Aegon Paraplu 1 Funds, Aegon Investment

Nadere informatie

Jaarverslag 2012/2013. Samenvatting

Jaarverslag 2012/2013. Samenvatting S t i c h t i n g C o n t r ac t s p e l e r s f o n d s K N V B Jaarverslag 2012/2013 Samenvatting Het boekjaar in vogelvlucht 2012/2013 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in

Nadere informatie

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013.

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013. Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013. Meer informatie vindt u op de website. Beleggingsrendement

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Nieuwegein, 28 september 2006 Agenda < Huidig Mandaat bij ING IM < Performance, Beleid en Vooruitzichten < Financieel Toetsingskader

Nadere informatie

INFORMATIE BELEGGINGSFONDSEN (NETTO) WERKNEMERS PENSIOEN

INFORMATIE BELEGGINGSFONDSEN (NETTO) WERKNEMERS PENSIOEN INFORMATIE BELEGGINGSFONDSEN (NETTO) WERKNEMERS PENSIOEN Informatie voor werkgevers Ingangsdatum 1 januari 2016 Als uw werknemer niet kiest voor een gegarandeerde uitkering wordt zijn premie belegd. Dit

Nadere informatie

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 3. Tweede kwartaal 2012

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 3. Tweede kwartaal 2012 ABN AMRO verzekeringen Profielfonds 3 Tweede kwartaal 2012 Marktontwikkelingen & vooruitzichten Volgens recente signalen vertoont de mondiale economie tekenen van verzwakking. Tegelijkertijd nemen de risico

Nadere informatie

Jaar. Samenvatting 2014 / 2015

Jaar. Samenvatting 2014 / 2015 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaar verslag Samenvatting 2014 / 2015 Binnenkort de CFK- app Het boekjaar 2014/2015 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in alle rust voor te

Nadere informatie

NN First Class Balanced Return Fund

NN First Class Balanced Return Fund NN First Class Balanced Return Fund Alle Fonds onder de loep cijfers zijn per 31/03/015 Het NN First Class Balanced Return Fonds won in het eerste kwartaal 8,9% Zeer sterke performances van aandelen en

Nadere informatie

Dekkingsgraad 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012.

Dekkingsgraad 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012. Kwartaalbericht 2012 Samenvatting 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012. Meer informatie over de dekkingsgraad vindt u op de website. Beleggingsrendement 4,2%

Nadere informatie

Essentiële Beleggersinformatie

Essentiële Beleggersinformatie Essentiële Beleggersinformatie Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven en is bedoeld

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen

Achmea life cycle beleggingen Achmea life cycle beleggingen Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Interpolis. Glashelder Achmea life cycle beleggingen Als pensioenverzekeraar beleggen

Nadere informatie

BELEGGINGSSTATUUT. Stichting Fonds Oncologie Holland. April 2015. Beleggingsstatuut SFOH 30 april 2015, pag. 1

BELEGGINGSSTATUUT. Stichting Fonds Oncologie Holland. April 2015. Beleggingsstatuut SFOH 30 april 2015, pag. 1 BELEGGINGSSTATUUT Stichting Fonds Oncologie Holland April 2015 30 april 2015, pag. 1 Inhoudsopgave I Beleid.... 3 Algemeen 4 Hefbomen 4 Restricties....4 II Middelenverdeling......5 Strategische asset allocatie

Nadere informatie

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd Risico pariteit Risico pariteit is een techniek die wordt ingezet om de risico s in een beleggingsportefeuille te reduceren. Sinds 2008 heeft risico pariteit om drie redenen veel aandacht gekregen: 1.

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gestegen van 105,7% naar 115,4%. Dit komt

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Matthijs Claessens 30 september 2010 www.ingim.com Agenda Huidig mandaat bij ING IM Performance, beleid en vooruitzichten

Nadere informatie

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 1. Derde kwartaal 2012

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 1. Derde kwartaal 2012 ABN AMRO verzekeringen Profielfonds 1 Derde kwartaal 2012 Marktontwikkelingen & vooruitzichten De plannen van de ECB hebben hun uitwerking op de financiële markten niet gemist. De rente op de obligatiemarkten

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Strategy-prospectussen dd. 5 februari 2015 van:

Strategy-prospectussen dd. 5 februari 2015 van: Strategy-prospectussen dd. 5 februari 2015 van: O&E Fixed Income Strategy (pagina 2) O&E Fixed Income Strategy Multi Asset (pagina 5) O&E Global Equity Strategy (pagina 8) O&E Hedge Fund Strategy (pagina

Nadere informatie

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015.

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. Kwartaalbericht 2015 Samenvatting De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. De reële dekkingsgraad ultimo tweede kwartaal was

Nadere informatie

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2012 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het tweede kwartaal gestegen van 15.941 miljoen naar 16.893 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het tweede kwartaal gestegen van 15.941 miljoen naar 16.893 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2014 129,5%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 31 maart 2014. Over de eerste zes maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Op de financiële markten keerde de rust enigszins terug in het vierde kwartaal. In de VS hield de zogenoemde fiscal cliff de beleggers nog wel geruime tijd in haar

Nadere informatie

Treasury- en beleggingsstatuut

Treasury- en beleggingsstatuut Treasury- en beleggingsstatuut It Fryske Gea It Fryske Gea heeft als doel: bescherming, behoud en ontwikkeling van natuur en landschap en de bescherming van cultuurhistorische waarden in Fryslân. De vereniging

Nadere informatie

Halfjaarbericht 2015. Bright LifeCycle Fonds

Halfjaarbericht 2015. Bright LifeCycle Fonds Halfjaarbericht 2015 Bright LifeCycle Fonds Periode: 19 december 2014 tot en met 30 juni 2015 Inhoudsopgave HALFJAARBERICHT BRIGHT LIFECYCLE FONDS... 3 BALANS PER 30 JUNI 2015... 3 WINST- EN VERLIESREKENING

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 2e kwartaal 2015 Den Haag, 14 juli 2015. Samenvatting cijfers per 30 juni 2015

Kwartaalbericht. 2e kwartaal 2015 Den Haag, 14 juli 2015. Samenvatting cijfers per 30 juni 2015 Kwartaalbericht 2e kwartaal 2015 Den Haag, 14 juli 2015 Samenvatting cijfers per 30 juni 2015 Dekkingsgraad (UFR): 108,3% Beleidsdekkingsgraad: 110,0% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2015 1 e halfjaar:

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Samenvatting: dalende euro en dalende rente door monetair beleid De beleidsdekkingsgraad is gedaald

Nadere informatie

Risico s en kenmerken van beleggen

Risico s en kenmerken van beleggen Risico s en kenmerken van beleggen 1. Risico s en kenmerken in het algemeen Beleggen brengt risico s met zich mee. Vaak geldt: hoe hoger het verwachte rendement, hoe meer risico s. Ook geldt dat in het

Nadere informatie

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Beleggingen Het totaal rendement over het afgelopen boekjaar 2010 is uitgekomen op 15,6%. Als we naar de onderverdeling kijken zien we het

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Kwartaalbericht 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015 Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Dekkingsgraad: 111,5% Beleidsdekkingsgraad: 112,6% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2014: 27,6%

Nadere informatie

Prospectus CFK - Hoofdpool 8 februari 2011

Prospectus CFK - Hoofdpool 8 februari 2011 1. Belangrijke informatie Stichting Contractspelersfonds KNVB ( CFK ) is opgericht met als doelstelling profvoetballers in staat te stellen om na afloop van hun voetbalcarrière een nieuwe maatschappelijke

Nadere informatie

Ontwikkelingen in 2012

Ontwikkelingen in 2012 1 Jaarbericht 2012 Ontwikkelingen in 2012 2012 was, in alle opzichten, weer een bewogen jaar. We kregen onder meer te maken met hectische ontwikkelingen op de financiële markten, met veranderingen in de

Nadere informatie

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Inleiding Onze risicoprofielen 1. Wat is een risicoprofiel? 2. Wat zijn vermogenscategorieën? 3. Welke risicoprofielen gebruiken wij? Uw risicoprofiel 4.

Nadere informatie

NN First Class Return Fund

NN First Class Return Fund NN First Class Return Fund Fonds onder de loep Alle cijfers zijn per 30/06/015 Het NN First Class Return Fund leverde in het tweede kwartaal 1,7% in De wereldeconomie vertraagde sterk, aandelen begonnen

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Gedurende het slotkwartaal van 2013 heeft de ECB ervoor gekozen om het monetaire beleid verder te verruimen. De reden hiervoor was onder meer een verrassend lage

Nadere informatie

ABN AMRO Basic Funds N.V. Jaarrekening 2013

ABN AMRO Basic Funds N.V. Jaarrekening 2013 Jaarrekening 2013 Pagina 1 van 12 INHOUD Pagina Directieverslag 3 Balans per 31 december 2013 4 Winst- en verliesrekening 2013 5 Toelichting algemeen 6 Toelichting op de balans per 31 december 2013 8 Toelichting

Nadere informatie

In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties.

In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties. Nieuwsbrief Vooruitzichten obligaties In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties. Sinds begin dit jaar zijn obligaties

Nadere informatie

NN First Class Return Fund

NN First Class Return Fund NN First Class Return Fund Fonds onder de loep Alle cijfers zijn per 30/09/015 Het NN First Class Return Fund verloor in het derde kwartaal 9,6% Het kwartaal werd gekenmerkt door winstnemingen na een positieve

Nadere informatie

31.07.2015 VOORSTEL EN TOELICHTING TOT WIJZIGING VAN DE VOORWAARDEN VAN DEELNAME VAN

31.07.2015 VOORSTEL EN TOELICHTING TOT WIJZIGING VAN DE VOORWAARDEN VAN DEELNAME VAN DELTA LLOYD CORPORATE BOND FUND, DELTA LLOYD COLLATERALIZED BOND FUND, DELTA LLOYD SOVEREIGN BOND FUND, DELTA LLOYD SOVEREIGN LT BOND FUND, DELTA LLOYD SOVEREIGN XLT BOND FUND, DELTA LLOYD SUB SOVEREIGN

Nadere informatie

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties?

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? ING Investment Office Publicatiedatum: 13 maart 2014 Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? In onze beleggingsvisie op 2014 ( Visie 2014: minder crisis, meer groei ) kunt u lezen dat we

Nadere informatie

Bericht 3 e kwartaal September 2014

Bericht 3 e kwartaal September 2014 Bericht 3 e kwartaal September 2014 Providence Capital NV is geregistreerd als beleggingsonderneming bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en legt zich onder meer toe op het verrichten van vermogensbeheer

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014. Samenvatting: dalende rente

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014. Samenvatting: dalende rente Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014 Samenvatting: dalende rente Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,6% naar 123,7% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 5. Derde kwartaal 2012

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 5. Derde kwartaal 2012 ABN AMRO verzekeringen Profielfonds 5 Derde kwartaal 2012 Marktontwikkelingen & vooruitzichten De plannen van de ECB hebben hun uitwerking op de financiële markten niet gemist. De rente op de obligatiemarkten

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen in beeld

Achmea life cycle beleggingen in beeld Achmea life cycle beleggingen in beeld Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Achmea life cycle beleggingen in beeld Voor het beleggen van pensioen bent

Nadere informatie

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Hoofdpunten Rendement over eerste helft 2008 is 5,1%. De dekkingsgraad is medio 2008 uitgekomen op 132%. De kredietcrisis eist zijn tol. Vooral aandelen en onroerend

Nadere informatie

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak?

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? Komt er QE in de eurozone? Sinds enige maanden wordt er op de financiële markten gezinspeeld op het opkopen van staatsobligaties door de Europese

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 september 2014 130,4%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 30 juni 2014. Over de eerste negen maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 April 2011 ING Investment Management / ICS Inleiding Jaarlijks stelt het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg (Huntsman)

Nadere informatie

Aanwezig: - Wilgenhaege Fondsen Management B.V. vertegenwoordigd door de heer R.G.A. Steenvoorden en de heer R.L. Voskamp.

Aanwezig: - Wilgenhaege Fondsen Management B.V. vertegenwoordigd door de heer R.G.A. Steenvoorden en de heer R.L. Voskamp. NOTULEN van de jaarlijkse algemene vergadering van Participanten van Steady Growth Fund, gevestigd en kantoorhoudende te Polarisavenue 97, 2132 JH Hoofddorp (de vennootschap) gehouden te Hoofddorp op 28

Nadere informatie

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Versie 2012/PB/WM/002 Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Februari 2013 (eerste versie: november 2010) Inleiding In de afgelopen jaren zijn de opbrengsten

Nadere informatie

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Heeft u vragen? Neemt u dan telefonisch contact op met Triodos Bank Private Banking via 030 693 65 05. Of stuur een e-mail naar private.banking@triodos.nl.

Nadere informatie

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 1.1 Het beleggingsproces Het beleggingsproces vormt de randvoorwaarden

Nadere informatie

19-3-2014 R.K. Beleggingsfonds 1 RK BELEGGINGSFONDS. Bisdom van s-hertogenbosch. Jaarvergadering 18 maart 2014

19-3-2014 R.K. Beleggingsfonds 1 RK BELEGGINGSFONDS. Bisdom van s-hertogenbosch. Jaarvergadering 18 maart 2014 19-3-2014 R.K. Beleggingsfonds 1 RK BELEGGINGSFONDS Bisdom van s-hertogenbosch Jaarvergadering 18 maart 2014 19-3-2014 R.K. Beleggingsfonds 2 Agenda jaarvergadering 18 maart 2014 19.30 uur Verwelkoming

Nadere informatie

Einddatumgericht Beleggen

Einddatumgericht Beleggen Allianz Nederland Levensverzekering N.V. Einddatumgericht Beleggen Een goede balans tussen rendement en risico Einddatumgericht Beleggen Bouwen aan een goed pensioen betekent voor u een afweging maken

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2010

Halfjaarcijfers per 30 juni 2010 W:\370 FI(financien)\396 begroting - jaarrekening\2011\jr - SBONF\2011 halfjaarcijfers SBONF\2010 halfjrcijfers SBONF.doc Halfjaarcijfers per 30 juni 2010 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gedaald van 115,4% naar 103,7%. Dit

Nadere informatie

Care IS klantbijeenkomst. Hotel Van der Valk 2015

Care IS klantbijeenkomst. Hotel Van der Valk 2015 Care IS klantbijeenkomst Hotel Van der Valk 2015 Welkom Wij heten u van harte welkom in Van der Valk Hotel 2 Programma 19.00 uur Ontvangst 19.30 uur Opening 19.40 uur Presentatie rente 20.00 uur Korte

Nadere informatie

Prospectus CFK - Hoofdfonds 28 augustus 2015

Prospectus CFK - Hoofdfonds 28 augustus 2015 1. Belangrijke informatie Stichting Contractspelersfonds KNVB Stichting Contractspelersfonds KNVB ( CFK ) is opgericht met als doelstelling profvoetballers in staat te stellen om na afloop van hun voetbalcarrière

Nadere informatie

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015 KWARTAALVERSLAG DERDE KWARTAAL 2015 1. In het kort De beleidsdekkingsgraad per 30 september 2015 bedroeg 112,6% Het rendement van 1 juli tot en met 30 september 2015 bedroeg -1,6% Het pensioenvermogen

Nadere informatie

Populair beleggingsplan

Populair beleggingsplan Populair beleggingsplan versie oktober 2015 1 Inhoudsopgave Waarom belegt het pensioenfonds? 4 Wat is het doel van beleggen? 4 Wat levert beleggen op? 4 Er gaan toch ook risico s gepaard met beleggen?

Nadere informatie

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Consumentenbrief beleggingen van Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Introductie Een groot aantal brancheorganisaties waaronder DSI, DUFAS, NVB, VBA en VV&A hebben het initiatief genomen om Consumentenbrief

Nadere informatie

55129 (09-13) Productinformatie ASR VermogenBelegd

55129 (09-13) Productinformatie ASR VermogenBelegd 55129 (09-13) Productinformatie ASR VermogenBelegd Wat is ASR VermogenBelegd? Welk risico loopt u met dit product? Unieke kenmerken? Welke informatie staat waar? Koopsom of periodieke inleg? Wat krijgt

Nadere informatie

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V.

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. Inhoud 1 Profiel 1 2 Directieverslag 2 2.1 Beheerd vermogen 2 2.2 Financieel resultaat 2 2.3 Financiële markten 2 2.4 Personeel en organisatie 2 3 Financiële

Nadere informatie

Jaarbericht ABC 2013

Jaarbericht ABC 2013 Jaarbericht ABC 2013 Terugblik De wereldeconomie maakte zich in 2013 op voor de tweede fase van groeiherstel na de crisis van 2008-2010. De groei van de wereldeconomie bedroeg over 2013 circa 3%, vergelijkbaar

Nadere informatie

IBUS Fondsen Beheer B.V. Jaarverslag 2013

IBUS Fondsen Beheer B.V. Jaarverslag 2013 IBUS Fondsen Beheer B.V. INHOUDSOPGAVE JAARVERSLAG 4 JAARREKENING Balans per 31 december 2013 5 Winst- en verliesrekening over 2013 6 Kasstroomoverzicht 7 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Nadere informatie

Benchmark Benchmark matching portefeuille. Benchmark matching portefeuille

Benchmark Benchmark matching portefeuille. Benchmark matching portefeuille Bijlage 5 srichtlijnen A. srichtlijnen Ingangsdatum: 1 januari 2014 Beheerder dient de beleggingsrestricties ten aanzien van de samenstelling van de portefeuille en de toelaatbare risico's ln acht te nemen,

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2011

Halfjaarcijfers per 30 juni 2011 Halfjaarcijfers per 30 juni 2011 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE pagina Balans per 30 juni 2011 2 Staat van baten en lasten eerste halfjaar 2011 3 Toelichting op de halfjaarcijfers

Nadere informatie

Beleggingsbeleid Ardanta Risicobewustzijn Doelstellingen Beleggingsbeleid

Beleggingsbeleid Ardanta Risicobewustzijn Doelstellingen Beleggingsbeleid Beleggingsbeleid Ardanta Het beleggingsbeleid van Ardanta is uitbesteed aan de afdeling Financial Markets van ASR Nederland. Jaarlijks stellen wij het beleid in samenspraak met deze afdeling vast, waarna

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 De obligatiemarkten werden in het derde kwartaal vooral beïnvloed door de ingrepen van de Europese Centrale Bank (ECB). Aan het begin van het kwartaal bleven aanvankelijk

Nadere informatie

Toelichting bij Rabo LevensloopSparen/Beleggen

Toelichting bij Rabo LevensloopSparen/Beleggen Toelichting bij Rabo LevensloopSparen/Beleggen Deze toelichting maakt integraal onderdeel uit van het aanvraag/opdracht- en wijzigingsformulier c.q. de overeenkomst Rabo LevensloopSparen/Beleggen. Bewaar

Nadere informatie

Go with the flow. 2 April 2015

Go with the flow. 2 April 2015 2 April 2015 Go with the flow De financiële markten hebben een bewogen 1 e kwartaal achter de rug. Met name Centrale Bank acties hebben grote geldstromen ( flows ) op gang gebracht die tot sterke marktbewegingen

Nadere informatie

ABN AMRO Investment Management B.V. Jaarrekening 2013

ABN AMRO Investment Management B.V. Jaarrekening 2013 Jaarrekening 2013 Pagina 1 van 12 INHOUD Pagina Directieverslag 3 Balans per 31 december 2013 4 Winst- en verliesrekening 2013 5 Toelichting algemeen 6 Toelichting op de balans per 31 december 2013 8 Toelichting

Nadere informatie

Beleggingsbeginselen

Beleggingsbeginselen Beleggingsbeginselen Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus Versie april 2015 Deze Verklaring beleggingsbeginselen maakt onderdeel uit van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds en is aangepast

Nadere informatie

Beleggingsaanbod a.s.r. Presentatie Astra Zeneca 27 oktober 2015

Beleggingsaanbod a.s.r. Presentatie Astra Zeneca 27 oktober 2015 Beleggingsaanbod a.s.r. Presentatie Astra Zeneca 27 oktober 2015 Onderdeel van a.s.r. a.s.r. is de Nederlandse verzekeringsmaatschappij voor alle verzekeringen. Bij a.s.r. werken ruim 3.900 medewerkers

Nadere informatie

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen De mondiale markt voor onderhandse derivaten - niet gestandaardiseerd verhandeld op de beurs maar in maatwerk tussen grote partijen - is sinds

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2012

Halfjaarcijfers per 30 juni 2012 Halfjaarcijfers per 30 juni 2012 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE Balans per 30 juni 2012 2 Winst en verliesrekening over het eerste halfjaar 2012 3 Toelichting op de halfjaarcijfers

Nadere informatie

Bouw uw eigen beleggingsportefeuille

Bouw uw eigen beleggingsportefeuille Bouw uw eigen beleggingsportefeuille Joost van Leenders, oktober 2013 Bouw uw eigen beleggigsportefeuille I oktober 2013 I 2 Agenda Strategisch versus tactisch beleggingsbeleid Spreiding, waarom ook alweer?

Nadere informatie

1. Het pensioenfonds loopt beleggingsrisico. Dat betekent dat in het MVEV een bijdrage van 4% van de technische voorzieningen (TV) is opgenomen.

1. Het pensioenfonds loopt beleggingsrisico. Dat betekent dat in het MVEV een bijdrage van 4% van de technische voorzieningen (TV) is opgenomen. Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen 1 BIJLAGE: VASTSTELLING MVEV EN VEV Vaststelling minimaal vereist eigen vermogen Op grond van artikel 126 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling dient

Nadere informatie

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Persbericht Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Hoofdpunten: Dekkingsgraad van 94% is te laag: aanvullende maatregelen nodig Beschikbaar vermogen stijgt met ruim 11 miljard Door gedaalde rente nemen

Nadere informatie

HALFJAARBERICHT 2013 1 januari 30 juni 2013

HALFJAARBERICHT 2013 1 januari 30 juni 2013 HALFJAARBERICHT 2013 1 januari 30 juni 2013 Oyens & Van Eeghen Beheer B.V. Zuidplein 124 1077 XV AMSTERDAM INHOUD 1 INLEIDING 1 1.1 Algemeen 1 1.2 Doelstelling 1 1.3 Directie 1 1.4 Wft-vergunning 1 2 HALFJAARCIJFERS

Nadere informatie

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen Verklaring inzake de beleggingsbeginselen van Stichting Bedrijfspensioenfonds AVH 1. Introductie 1.1 Inleiding Deze verklaring inzake de beleggingsbeginselen geeft beknopt de uitgangspunten weer van het

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Beleggen. In dit nummer. augustus 2015. Inleiding

Nieuwsbrief. Beleggen. In dit nummer. augustus 2015. Inleiding Nieuwsbrief augustus 2015 Beleggen Inleiding In de nieuwsbrief van juli 2015 over het nieuwe FTK en het toeslag-/premiebeleid kondigden we aan dat het Q8 Pensioenfonds u graag nader wil informeren over

Nadere informatie

BI CARMIGNAC PATRIMOINE

BI CARMIGNAC PATRIMOINE BI CARMIGNAC PATRIMOINE Beleggingsdoelstelling Het compartiment belegt in het fonds Carmignac Patrimoine A (acc) EUR (ISIN: FR0010135103). Dit fonds behoort tot de categorie gediversifieerd en heeft als

Nadere informatie

Update april 2015 Beleggen

Update april 2015 Beleggen Update april 2015 Beleggen Laag, lager, laagst In mijn vorige column schreef ik over de actie van de ECB, die 22 januari jongstleden werd aangekondigd, om maandelijks 60 miljard Euro aan obligaties op

Nadere informatie

Addendum bij het Prospectus van Zwitserleven Institutionele Beleggingsfondsen

Addendum bij het Prospectus van Zwitserleven Institutionele Beleggingsfondsen Addendum bij het Prospectus van Zwitserleven Institutionele Beleggingsfondsen Betreft: I. Wijziging Hoofdstuk 1, Algemeen, paragraaf 1.9 Afgifte, terugname en overdracht van participaties en prijsvorming

Nadere informatie

De 17 beleggingsprofielen voor Begeleid Beleggen van Nationale-Nederlanden

De 17 beleggingsprofielen voor Begeleid Beleggen van Nationale-Nederlanden De 17 beleggingsprofielen voor Begeleid Beleggen van Nationale-Nederlanden Nationale-Nederlanden hanteert 17 beleggingsprofielen verdeeld over de categorieën Defensief, Neutraal, Offensief en Liquide.

Nadere informatie

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Inleiding Door de opkomst van moderne informatie- en communicatietechnologieën is het voor huishoudens eenvoudiger en goedkoper geworden om de vrije besparingen,

Nadere informatie

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP De Dynamische Strategie Portefeuille DSP Onderdeel van het beleggingsbeleid van Pensioenfonds UWV 1 Inhoudsopgave Waarom beleggen? 4 Beleggen is niet zonder risico s 4 Strategische beleggingsportefeuille

Nadere informatie

Presentatie ALV 2015 IBEV. Volendam, 29 april 2015

Presentatie ALV 2015 IBEV. Volendam, 29 april 2015 Presentatie ALV 2015 IBEV Volendam, 29 april 2015 Wie is Care IS? 2009 2011 2013 2014 2015 Begonnen omdat vermogensbeheer beter kon en moest Geen kick backs, 100% transparant, vermogensbehoud Verhuizing

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Q4 2013 Volendam, 14 januari 2013

Kwartaalrapportage Q4 2013 Volendam, 14 januari 2013 Kwartaalrapportage Volendam, 14 januari 2013 Care IS Toelichting rendement Inleiding In de tabel hiernaast worden de rendementen van de Care IS profielportefeuilles over het vierde kwartaal en over heel

Nadere informatie

Generali Beleggingsmogelijkheden Pensioen

Generali Beleggingsmogelijkheden Pensioen 1. Algemene informatie over dit document Waarom krijgt u dit document U krijgt deze informatie omdat u via uw werkgever deelneemt aan een pensioenregeling bij Generali. In uw pensioenregeling staat hoe

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie