Richtlijn. Bloedtransfusie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Richtlijn. Bloedtransfusie"

Transcriptie

1 Richtlijn Bloedtransfusie

2 BLOEDTRANSFUSIE Richtlijn Bloedtransfusie Colofon Richtlijn Bloedtransfusie ISBN: , Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Postbus 20064, 3502 LB Utrecht Internet: Uitgever Van Zuiden Communications B.V. Postbus 2122, 2400 CC Alphen aan den Rijn Tel. (0172) adres: De richtlijn Bloedtransfusie is mede totstandgekomen door het programma Evidence-Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO) van de Orde van Medisch Specialisten. Alle rechten voorbehouden. De tekst uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enige andere manier, echter uitsluitend na voorafgaande toestemming van de uitgever. Toestemming voor gebruik van tekst(gedeelten) kunt u schriftelijk of per en uitsluitend bij de uitgever aanvragen. Adres en adres: zie boven. Deze uitgave en andere richtlijnen zijn te bestellen via: Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, gevestigd in Utrecht, heeft tot doel individuele beroepsbeoefenaren, hun beroepsverenigingen en zorginstellingen te ondersteunen bij het verbeteren van de patiëntenzorg. Het CBO biedt via programma s en projecten ondersteuning en begeleiding bij systematisch en gestructureerd meten, verbeteren en borgen van kwaliteit van de patiëntenzorg. 2 3

3 BLOEDTRANSFUSIE Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Samenstelling van de stuurgroep en werkgroepen Participerende verenigingen: Nederlandsche Internisten Vereeniging Nederlandse Vereniging van Anesthesie Medewerkers Nederlandse Vereniging van biomedisch Laboratoriummedewerkers Nederlandse Vereniging van Bloedtransfusie Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie Nederlandse Vereniging voor Haematologie Nederlandse Vereniging voor Heelkunde Nederlandse Vereniging voor Intensive Care Geneeskunde Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie Stichting Sanquin Bloedvoorziening Transfusiespecialisten Academische Ziekenhuizen Vereniging Artsen Laboratoriumdiagnostiek Vereniging voor Hematologisch Laboratoriumonderzoek In samenwerking met: Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie Stuurgroep: Prof. dr. W.G. van Aken, internist n.p., voorzitter Mw. dr. A.M.J. Buiting, immunoloog, klinisch chemicus i.o., secretaris Prof. dr. A.F. Casparie, internist n.p. Dr. A. Castel, klinisch chemicus, lid werkgroep Bloedtransfusie van de Vereniging voor Hematologisch Laboratoriumonderzoek (VHL), Utrecht Dr. R.B. Dinkelaar, arts klinische chemie, vice-voorzitter Medisch Wetenschappelijke Raad, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Utrecht (- maart 2003), lid Vereniging Artsen Laboratoriumdiagnostiek (VAL), Utrecht Dr. J.J.E. van Everdingen, adjunct-directeur medisch-specialistische kwaliteit, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Utrecht Drs. J.P.M.C. Gorgels, klinisch chemicus Dr. Ch.P. Henny, anesthesioloog-intensivist Prof. dr. J.Th.A. Knape, anesthesioloog Dr. C.L. van der Poel, transfusiearts-epidemioloog Dr. M.R. Schipperus, internist-hematoloog, lid Transfusiespecialisten Academische Ziekenhuizen (TAZ), Den Haag Mw. dr. I. Steneker, hoofd afdeling Medische technologie en transplantaten, directie geneesmiddelen en medisch technologie, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Den Haag, toehoorder De stuurgroep bedankt dr. H.L. Haak, internist-hematoloog voor zijn kritische beoordeling van de conceptteksten en de suggesties ter verbetering. Laboratoriumtechnieken en kwaliteitseisen: Dr. A. Castel, klinisch chemicus, Ziekenhuis Bronovo, Den Haag, voorzitter Dr. C.L. van der Poel, transfusiearts-epidemioloog, Stichting Sanquin Bloedvoorziening, Amsterdam, vice-voorzitter Mw. drs. J. Wittenberg, adviseur, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Utrecht, secretaris Mw. dr. M.H. Beunis, klinisch chemicus, St. Franciscus Gasthuis, Rotterdam Dr. W. van Gelder, arts klinische chemie, Albert Schweitzer Ziekenhuis, Dordrecht Mw. drs. C.A.M. Hazenberg, medisch bioloog, Academisch Ziekenhuis Groningen, Groningen Dr. P.J. Kabel, arts-microbioloog, Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid, Tilburg Mw. drs. M.A.M. Overbeeke, bioloog, Stichting Sanquin Bloedvoorziening Divisie Diagnostiek, Amsterdam Dr. K. Sintnicolaas, arts, Sanquin Bloedbank Regio Zuidwest, Rotterdam Mw. drs. E.J.G.M. Six barones van Voorst tot Voorst, klinisch chemicus, Hattem/Den Haag Dr. J.W.P.H. Soons, klinisch chemicus, St. Annaziekenhuis, Geldrop N.J. Vreeswijk, Stichting Sanquin Bloedvoorziening Divisie Diagnostiek, Amsterdam 4 5

4 BLOEDTRANSFUSIE Indicaties en productkeuze: Dr. Ch.P. Henny, anesthesioloog-intensivist, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam (AMC), voorzitter Dr. M.R. Schipperus, internist-hematoloog, Ziekenhuis Leyenburg, Den Haag, vice-voorzitter Mw. dr. C.J.E. Kaandorp, arts, adviseur Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Utrecht, secretaris Mw. drs. C. Blom-Muilwijk, kinderanesthesioloog, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam (AMC), Amsterdam Mw. prof. dr. A. Brand, internist-hematoloog, Bloedbank Leiden/Haaglanden, Leiden Dr. O.R.C. Busch, chirurg, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam (AMC), Amsterdam Mw. drs. H.G. Dieleman, ziekenhuisapotheker, Albert Schweitzer Ziekenhuis, Dordrecht Dr. J.J.H.M. Erwich, gynaecoloog, Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG), Groningen Drs. T.H.N. Groenland, anesthesioloog, Erasmus MC-Dijkzigt, Rotterdam Prof. dr. P.C. Huijgens, internist-hematoloog, VU medisch centrum, Amsterdam Prof. dr. J.Th.A. Knape, anesthesioloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht), Utrecht Mw. dr. A.W.M.M. Koopman-van Gemert, anesthesioloog-intensivist, Albert Schweitzer Ziekenhuis, Dordrecht Prof. dr. B.E. de Pauw, internist, Universitair Medisch Centrum St Radboud, Nijmegen Mw. dr. M. Peters, kinderhematoloog, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam (AMC), Amsterdam H.E. Polak, anesthesie-verpleegkundige, St. Maartenskliniek, Nijmegen Mw. drs. A.M.T.J. Raben, chirurg-intensivist, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam (AMC), Amsterdam Prof. dr. D.J. van Rhenen, internist-hematoloog, Sanquin Bloedbank Regio Zuidwest, Rotterdam Dr. A. van der Wiel, internist, Ziekenhuis Eemland, Amersfoort Drs. F.L.A. Willekens, klinisch chemicus, Ziekenhuis Rijnstate, Arnhem Mw. drs. J.A. Willemse, Nederlandse Vereniging van Hemofilie-Patiënten (NVHP), Badhoevedorp, toehoorder Transfusieketen, logistiek en indicatoren: Drs. J.P.M.C. Gorgels, klinisch chemicus, MEDIAL medisch-diagnostische laboratoria, Haarlem, voorzitter Dr. R.B. Dinkelaar, arts klinische chemie, Albert Schweitzer Ziekenhuis, Dordrecht, vicevoorzitter Mw. drs. J.J. van Croonenborg, adviseur, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Utrecht, secretaris Mw. mr. M. de Bruijn-van Beek, algemeen secretaris, Stichting Sanquin Bloedvoorziening, Amsterdam Prof. dr. A.F. Casparie, internist n.p., Hattem P.J.A. Colsen, arts MBA, kwaliteitsfunctionaris, Isalaklinieken, Zwolle (- april 2002), COMIS b.v. Amsterdam Dr. J.A. van der Does, internist-hematoloog, Stichting Sanquin Bloedvoorziening, Leiden Dr. M.S. Harvey, klinisch chemicus, Chef de Laboratoire Bloedtransfusiedienst, Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), Leiden Dr. J. Klein, anesthesioloog, Erasmus MC-Dijkzigt, Rotterdam E.A.T. Nieuwenhuis, anesthesiemedewerker, Apeldoorn Mw. L.T.M. van Rossum, verpleegkundige, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam (AMC), Amsterdam Mw. M. Smelt, hoofdanalist transfusielaboratorium, St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein Mw. drs. L.M. de Vries, adjunct-inspecteur voor de medische technologie, Inspectie voor de Gezondheidszorg, Den Haag, toehoorder De werkgroep is dank verschuldigd aan de werkgroep Bloedtransfusie van de Vereniging voor Hematologisch Laboratoriumonderzoek (VHL). 6 7

5 BLOEDTRANSFUSIE Inhoudsopgave Samenstelling van de stuurgroep en werkgroepen 5 Alfabetische verwijzingen 15 Inleiding 17 Aanleiding 17 Doelstelling/Doelgroep 18 Probleemomschrijving en uitgangsvragen 18 Samenstelling van de stuurgroep/werkgroepen 19 Werkwijze stuurgroep 19 Werkwijze werkgroepen 19 Wetenschappelijke onderbouwing 20 Kosteneffectiviteit 22 Implementatie 22 Juridische betekenis van richtlijnen 22 Herziening 22 8 Deel I Laboratoriumtechnieken en kwaliteitseisen 23 1 Opzet 25 2 Procedure verwerking aanvragen 27 3 Laboratoriumonderzoeken Bloedgroepantigeenbepaling ABO-bloedgroepbepaling Rhesus-D-bloedgroepbepaling Handelen in geval van ABO-bloedgroepdiscrepanties Compatibiliteitsonderzoek bij transfusie van erytrocyten Antistofscreening Compatibiliteitsonderzoek Antistofonderzoek Het gebruik van serum of plasma bij antistofscreening en kruisproeven 45 4 Gegevens van derden 49 5 Uitgeven van bloedproducten Uitgeven van erytrocytenconcentraat Procedure uitgeven erytrocytenconcentraat Selectie ABO-rhesus-D-compatibele eenheden Selectie bloedproducten voor patiënten met irregulaire erytrocytenantistoffen Selectie cek-compatibele erytrocyten Selectie van bloedproducten voor patiënten met hemoglobinopathie Uitgeven van trombocytenconcentraten ABO-compatibiliteit trombocyten Rhesus-D-compatibele trombocyten Bewaren van trombocytenconcentraten Kwaliteitsbewaking van trombocytentransfusies Uitgeven van plasma 65 9

6 BLOEDTRANSFUSIE Deel II Transfusiereacties en gerelateerde aandoeningen 67 1 Opzet 69 2 Vroege transfusiereacties en complicaties van transfusies Inleiding: signalering en procedure bij acute transfusiereacties Acute hemolytische transfusiereacties Transfusion-related acute lung injury (TRALI) Non-hemolytische (febriele) transfusiereactie (NHTR) Transfusiegeassocieerde graft-versus-host -reactie (TA-GVHD) Bacteriële contaminatie van bloedproducten Volume-overbelasting Anafylactische transfusiereactie (ernstige allergische reactie) Milde allergische reactie Transfusie geassocieerde cytomegalovirus (CMV)-infectie Posttransfusiemalaria 87 3 Late en subklinische complicaties van transfusies (Subklinische) ontwikkeling HLA/HPA-antistoffen Posttransfusiepurpura Uitgestelde hemolytische transfusiereacties Immunologische effecten van bloedtransfusie Posttransfusiehepatitis Posttransfusie HIV/AIDS Addendum: Variant van de Ziekte van Creutzfeld Jakob en bloedtransfusie 102 (opgesteld door de stuurgroep na afloop van de Richtlijnbijeenkomst) Deel III Indicaties en productkeuze Opzet Inleiding anemie Indicaties voor erytrocytentransfusies Aanmaakstoornissen Essentiële nutriëntendeficiënties (ijzer, foliumzuur, vitamine B12) Beenmerginsufficiëntie Anemie bij chronische ziekte, inclusief nierfalen Anemie bij chronische ziekte, exclusief nierfalen/maligniteit Anemie in de zwangerschap Hemolytische ziekte van de pasgeborene in de zwangerschap Anemie van de (premature) neonaat Beenmerg/stamceltransplantaties Aplastische anemie Afbraakstoornissen Congenitaal: sikkelcelziekte Congenitaal: homozygote bètathalassemie Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH) Auto-immuunhemolytische anemie Trombotische microangiopathie (TMA) Diffuse intravasale stolling Indicaties voor bijzondere erytrocytenproducten Het effect van de bewaarduur van erytrocyten Het gebruik van met jonge erytrocyten verrijkte erytrocyteneenheden Transfusie-indicaties bij acute anemie Acute anemie zonder comorbiditeit Acute anemie in combinatie met comorbiditeit Acute anemie en cardiovasculair lijden Acute anemie en cerebraal lijden Acute anemie en pulmonaal lijden Acute anemie en de intensive-care-patiënt Leverchirurgie Acute hypovolemische anemie in combinatie met anesthesie Acute anemie postoperatief Acute anemie (en stollingsstoornissen) door massaal bloedverlies Acuut massaal bloedverlies bij de polytraumapatiënt Massaal bloedverlies in de graviditeit Technieken om allogene bloedtransfusies bij chirurgische ingrepen 211 te beperken Chirurgische technieken om peroperatief bloedverlies te verminderen Anesthesiologische maatregelen om bloedverlies te verminderen Preoperatieve autologe bloeddonatie Normo- en hypervolemische hemodilutie Sequestratie van plaatjesrijk plasma en erytrocytenaferese Perioperatieve autotransfusie Aprotinine Desmopressine in de cardiothoracale chirurgie Tranexaminezuur Recombinant erytropoëtine (epoëtine) voor perioperatieve therapie en 235 bij IC-patiënten Recombinantfactor VIIa in de perioperatieve fase Combinatie van bloedbesparende technieken Alternatieven voor erytrocytentransfusie Trombocytopenie en trombocytopathie Inleiding Trombocytopenie Transfusieparameters bij patiënten met een trombocytopenie Trombocytenrefractairiteit Trombocytentransfusie en bloedgroepen Alternatieven voor de bepaling van trombocytenaantallen bij de beoordeling 257 van de noodzaak en het effect van een trombocytentransfusie 7.7 Trombocytenproducten

7 BLOEDTRANSFUSIE 7.8 Alternatieven voor trombocyten Ondersteunende maatregelen Trombocytopathie Bloeding bij verworven stollingsstoornissen Postoperatieve bloedingen Vitamine-K1-deficiëntie Couperen effect cumarinederivaten Geplande ingreep bij gebruik cumarinederivaten Couperen heparine-effect Trombocytopathie door acetylsalicylzuur/nsaid s Couperen fibrinolytische therapie Colloïden als plasmavervangmiddelen Inleiding Preparaten Albumine Dextranen Gelatines Zetmelen 271 Deel IV Transfusieketen, logistiek en indicatoren Opzet Wetgeving Wet inzake bloedvoorziening (Wibv; Stb. 645, 1997) Wet op de geneesmiddelenvoorziening (WOG; Stb. 408, 1958) Wet bescherming persoonsgegevens (Stb. 302, 2000) Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO; Stb. 838, 1994) Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG; Stb. 655, 1993) Kwaliteitswet zorginstellingen (Stb. 80, 1996) Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO; Stb. 161, 1998) Productaansprakelijkheid Europese regelgeving Hemovigilantie Indicatoren Indicatoren voor bloedtransfusiebeleid Indicatoren algemeen Definitie indicator Doel gebruik indicatoren algemeen Het ontwikkelen van indicatoren Relatie bloedbank ziekenhuis Transfusiecommissies Levering van bloedproducten aan het ziekenhuis Beheer van de voorraad in het ziekenhuis Indicatiestelling en aanvraag van bloedproducten Bloedafname en patiëntidentificatie Compatibiliteit van bloedproducten De overdracht van bloedproducten van het laboratorium naar de afdeling Het toedienen van bloedproducten Autologe transfusies Bloedtransfusie buiten het ziekenhuis Buitengewone vormen van behandeling met bloedproducten Het gebruik van informatietechnologie om de veiligheid van toediening 343 van bloed te verbeteren 18 Opleidingen 349 Bijlagen Deel V Annex 357 Annex I Tabellen behorend bij Deel III 359 Tabel 1 (Placebo)gecontroleerde, gerandomiseerde studies met epoëtine bij 359 volwassenen met B-cel proliferatieve aandoeningen en Hb < 6, 2 mmol/l (behorend bij Deel III, paragraaf 3.1.2, lymfatische maligniteiten) Tabel 2 Studies over de effecten van een chronisch transfusiebeleid op het 360 voorkomen van recidief CVA (behorend bij Deel III, paragraaf 3.2.1) Tabel 3 Gevolgen van staken van een chronisch transfusiebeleid op het optreden 360 van CVA bij sikkecelziekte (behorend bij Deel III, paragraaf 3.2.1) Tabel 4 Allo-immunisatie bij standaard (ABO en rhesus) gematched bloed 361 (behorend bij Deel III, paragraaf 3.2.1) Tabel 5 Tolerantie acute normovolemische hemodilutie (ANH) vóór CABG 363 (behorend bij Deel III, paragrafen tot en met 4.2.4) Tabel 6 Tolerantie anemie post-cabg (behorend bij Deel III, paragrafen tot en met 4.2.4) Tabel 7 Relatie (perioperatieve) anemie en cardiovasculaire aandoeningen 364 (behorend bij Deel III, paragrafen tot en met 4.2.4) Tabel 8 Tolerantie anemie door IC-patiënten (behorend bij Deel III, 364 paragrafen tot en met 4.2.4) Tabel 9 Effectiviteit fibrinolyseremmers bij levertransplantaties (behorend bij 366 Deel III, paragraaf , Levertransplantaties) Tabel 10 Invloed anesthetica op oxygenatie, op compensatiemechanismen voor 368 acute anemie (behorend bij Deel III, paragraaf 4.2.6) Tabel 11 Invloed anesthetica op bloedverlies (behorend bij Deel III, paragraaf 4.2.6) 369 Tabel 12 Tolerantie anemie tijdens anesthesie (behorend bij Deel III, paragraaf 4.2.6) 369 Tabel 13 Studies naar de tolerantie van anemie postoperatief (behorend bij 371 Deel III, paragraaf 4.2.7) Tabel 14 Stollingsstoornissen door massaal bloedverlies (behorend bij Deel III, 372 paragraaf 4.3) Tabel 15 Efficiëntie van gecontroleerde hypotensie als bloedtransfusiebesparende 373 methode (behorend bij Deel III, paragraaf 5.1.2) 12 13

8 BLOEDTRANSFUSIE Tabel 16 Efficiëntie van preoperatieve autologe bloeddonatie (PABD) als 374 bloedtransfusiebesparende techniek (behorend bij Deel III, paragraaf 5.2.1) Tabel 17 Combinatie preoperatieve autologe bloeddonatie (PABD) met epoëtine 374 (EPO) (behorend bij Deel III, paragraaf ) Tabel 18 Efficiëntie van acute normovolemische hemodilutie (ANH) (behorend 375 bij Deel III, paragraaf 5.2.2) Tabel 19 Vergelijking efficiëntie acute normovolemische hemodilutie (ANH) met 376 andere technieken (behorend bij Deel III, paragraaf ) Tabel 20 Overleving erytrocyten en optreden stollingsstoornissen (behorend bij 377 Deel III, paragraaf 5.2.4) Tabel 21 Efficiëntie van autotransfusie bij cardiochirurgische, vaatchirurgische en 378 othopedische ingrepen (behorend bij Deel III, paragraaf 5.2.4) Tabel 22 Autotransfusie bij oncologische operaties: filtratie of bestralen? (behorend 381 bij Deel III, paragraaf 5.2.4) Tabel 23 Combinatie van technieken (behorend bij Deel III, paragraaf ) 383 Tabel 24 Transfusieparameters bij volwassenen met een trombocytopenie 387 (behorend bij Deel III, paragraaf 7.3) Tabel 25 Trombocytenrefractairiteit (behorend bij Deel III, paragraaf 7.4) 389 Tabel 26 Trombocytentransfusie en bloedgroepen (behorend bij Deel III, 391 paragraaf 7.5) Annex 2 Bloedproducten Omschrijving bloedproducten Erytrocyten Erytrocyten, leukocyten verwijderd, in bewaarvloeistof Erytrocyten, leukocyten verwijderd, gewassen Erytrocyten, leukocyten verwijderd, in toegevoegd citraatplasma, 394 voor wisseltransfusie 1.5 Erytrocyten, leukocyten verwijderd, bevroren bewaard en ontdooid Trombocyten, leukocyten verwijderd, samengevoegd Aferese trombocyten, leukocyten verwijderd Aferese trombocyten, leukocyten verwijderd, gesplitst voor 396 pediatrische toepassing 1.9 Vers bevroren plasma, virusbeveiligd door middel van quarantainemethode Erytrocytenproducten, bestraald Trombocytenproducten, bestraald Verwarmen van erytrocytenproducten Ontdooien van plasma Bewaarcondities voor bloedproducten in het ziekenhuis Trombocyten Vers bevroren plasma 398 Gebruikte afkortingen 399 Alfabetische verwijzingen Titel, omschrijving hoofdstuk/paragraaf pagina Acetylsalicylzuur/NSAID s III, Acute anemie (algemeen) III, Albumine III, Anemie (algemeen) III, Anesthesie bij acute hypovolemische anemie III, Aplastische anemie III, Aprotinine III, Auto-immuuntrombocytopenie III, Auto-immuunhemolytische anemie III, 3.1.8, , 164 Beenmergtransplantatie III, Bloedbesparende technieken III, preoperatieve bloeddonatie III, normo- en hypervolemische hemodilutie III, sequestratie plaatjesrijk plasma en III, erytrocytenaferese perioperatieve autotransfusie III, Bloedingstijd III, Bloedverliesbeperkende opties III, chirurgisch III, anesthesiologisch III, Cardiovasculair lijden en acute anemie III, Cerebraal lijden en acute anemie III, Colloïden III, Cumarinederivaten III, Desmopressine (DDAVP) III, Dextranen III, Diffuse intravasale stolling III, Erytrocytenproducten III, effect van bewaarduur III, gecryopreserveerd erytrocytenconcentraat III, met jonge erytrocyten verrijkte eenheden III, Erytropoëtine, perioperatief III, Factor VIIa III, Fibrinolytica III, Foliumzuurdeficiëntie III, Gelatinen III, HELLP III, 3.2.5, , 247 Hemolytisch uremisch syndroom III, 3.2.5, , 247 Hemolytische ziekte van de pasgeborene III, Heparine III,

9 BLOEDTRANSFUSIE Heparin-induced thrombocytopenia and III, thrombosis (HITT) HIV III, Hypersplenisme en trombocytopenie III, Inflammatory bowel disease (IBD) III, Intensive care en acute anemie III, Leverresectie en transfusiebeleid III, Levertransplantaties en transfusiebeleid III, Lymfatische maligniteiten III, Massaal bloedverlies III, 4.3, , 249 Massaal bloedverlies en polytrauma III, Massaal bloedverlies en graviditeit III, Myeloïde aandoeningen III, Neonatale allo-imuuntrombocytopenie III, Neonatale anemie III, Nierinsufficiëntie III, Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH) III, Postoperatieve anemie III, Posttransfusionele purpura III, Pulmonaal lijden en acute anemie III, Reumatoïde artritis III, Sikkelcelziekte III, Thalassemie III, Tranexaminezuur III, Trombocyten en bloedgroepen III, Trombocytenproducten III, Trombocytenrefractairiteit III, Trombocytopathie III, Trombocytopenie en ondersteunende III, maatregelen Trombocytopenie en transfusieparameters III, Trombotische microangiopathie (TMA) III, Trombotische trombocytopenische purpura (TTP) III, 3.2.5, , 247 Tumoren (niet-hematologisch) III, Vitamine-B12-deficiëntie III, Vitamine-K-deficiëntie III, Wisseltransfusie (neonataal) III, IJzerdeficiëntie III, IJzerstapeling III, Zetmelen III, Zuurstofdragende media III, Zwangerschapsanemie III, Inleiding Aanleiding Bloedtransfusies vormen een essentieel onderdeel bij de behandeling van een grote verscheidenheid van erfelijke en verworven aandoeningen. Hoewel betrouwbare gegevens over het aantal bloedtransfusies aan patiënten en de verdeling daarvan voor de verschillende indicaties ontbreken, kan de omvang worden geschat aan de hand van het aantal eenheden rode bloedcelconcentraten (ongeveer donoreenheden), bloedplaatjesconcentraten ( donoreenheden) en plasma ( donoreenheden) dat in 2002 door de Stichting Sanquin Bloedvoorziening aan de ziekenhuizen in Nederland werd geleverd. Behalve deze bloedcomponenten maken ook diverse plasmacomponenten (stollingsfactorconcentraten, immunoglobulines, albumine en dergelijke), hemopoëtische groeifactoren (erytropoëtine (EPO)) en autologe transfusie onderdeel uit van het bloedtransfusiebeleid. Een kwalitatief en kwantitatief hoogstaande bloedvoorziening vereist behalve de belangeloze inzet van een groot aantal vrijwillige donors, gemiddeld 11 donors per ziekenbed, een goed georganiseerd en kwalitatief hoogwaardig systeem van donorselectie, bloedafname, veiligheids- en compatibiliteitstesten, gecontroleerde bereidingswijzen, en niet minder belangrijk de optimale toepassing van bloed en bloedproducten, en de bewaking van de bijwerkingen (hemovigilantie). Uniforme richtlijnen voor het bloedtransfusiebeleid vervullen hierbij een belangrijke rol. Sedert in 1982 in Nederland de eerste door het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg (CBO) georganiseerde consensusbijeenkomst over bloedtransfusie plaatsvond, zijn de daarin gepresenteerde richtlijnen gedurende de daaropvolgende jaren met enige regelmaat herzien en uitgebreid (bijvoorbeeld trombocytentransfusie en transfusie van vers ingevroren plasma). Deze richtlijnen waren grotendeels gebaseerd op de opinies van deskundigen en in enkele gevallen op de uitkomsten van klinische studies en case-reports. In de afgelopen periode zijn zij in vele ziekenhuizen gehanteerd als leidraad, met name door bloedtransfusiecommissies en bloedtransfusielaboratoria. Om diverse redenen wordt het nu wenselijk geacht de bloedtransfusierichtlijnen opnieuw bij te stellen en eventueel uit te breiden. Allereerst is een aantal inzichten rondom de veiligheid van bloedproducten en de indicaties voor bloedtransfusies gewijzigd en is wetenschappelijke onderbouwing voor een aantal aspecten beschikbaar gekomen. Diverse aanvullende veiligheidsmaatregelen hebben ingang gevonden hetgeen tevens heeft geleid tot discussies over de kosteneffectiviteit daarvan. Er bestaan nog steeds grote variaties in het gebruik van bloedproducten, zowel tussen ziekenhuizen als tussen diverse disciplines binnen ziekenhuizen, zonder dat hiervoor een goede verklaring bestaat

10 BLOEDTRANSFUSIE INLEIDING Nieuwe regelgeving, zowel nationaal als Europees, is inmiddels geïntroduceerd en de landelijke organisatie voor de bloedvoorziening is ingrijpend gewijzigd. De noodzaak van een systeem van hemovigilantie, waarbij de totale keten van donor tot patiënt sluitend werkt, wordt geleidelijk erkend. Derhalve heeft het CBO het initiatief genomen voor een herziening van de bestaande richtlijnen tot één allesomvattende richtlijn, waarin alle aspecten rondom bloedtransfusie worden beschreven. Doelstelling/Doelgroep Deze richtlijn, die aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering omvat, berust op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het expliciteren van goed medisch handelen. Het doel is een leidraad te geven voor het bloedtransfusiebeleid in ziekenhuizen waar het betreft het gebruik van erytrocytenconcentraat, bloedplaatjesconcentraat en plasma(derivaten). Enkele recombinant-dna-producten zoals erytropoëtine en factor VIIa, die in sommige situaties onderdeel uitmaken van het bloedtransfusiebeleid, en autologe transfusies worden eveneens in deze richtlijn betrokken. Het toedienen van stollingsfactorconcentraten (zoals factor VIII en factor IX) bij patiënten met erfelijke stollingsstoornissen, alsook het gebruik van polyvalente en specifieke immunoglobulines (zoals bij patiënten met aangeboren en verworven immuundeficiënties), is niet in deze richtlijn opgenomen. De behandeling van erfelijke stollingstoornissen is onderwerp van een aparte richtlijnbijeenkomst. Tot de gebruikers van deze richtlijn behoren alle betrokken beroepsgroepen die aan de ontwikkeling ervan hebben bijgedragen. Deze beroepsgroepen staan vermeld op pagina 4. Vooral in het kader van het overleg binnen ziekenhuisbloedtransfusiecommissies kan deze richtlijn bij het formuleren en vervolgen van het bloedtransfusiebeleid binnen het ziekenhuis behulpzaam zijn. Bovendien is deze richtlijn van nut voor verpleegkundigen en medewerkers van bloedbanken. Probleemomschrijving en uitgangsvragen Bij het opstellen van deze richtlijnen zijn de volgende hoofdthema s gekozen: 1. Laboratoriumtechnieken en kwaliteitseisen. 2. Transfusiegerelateerde aandoeningen. 3. Indicaties en productkeuze. 4. Transfusieketen, logistiek en indicatoren. Het eerstgenoemde thema: Laboratoriumtechnieken en kwaliteitseisen, behandelt de eisen waaraan de bloedgroepantigeenbepaling en het compatibiliteitsonderzoek bij transfusie van erytrocyten dienen te voldoen. Tevens worden de procedures bij het selecteren, bewaren en vrijgeven van erytrocyten, trombocyten en plasma omschreven. Het thema Transfusiegerelateerde aandoeningen beschrijft de vroege transfusiereacties en de late subklinische complicaties van de transfusie en het beleid daarbij in het kader van hemovigilantie. Indicaties en productkeuze geeft, uitgaande van een aantal klinische situaties zoals: acute anemie, trombocytopenie, en bloedingen bij verworven stollingsstoornissen, aan welke indicaties er bestaan voor bepaalde bloedproducten. Ook wordt aandacht besteed aan bloedsparende technieken en de farmacologische beïnvloeding van bloedverlies. Het vierde thema: Transfusieketen en indicatoren, beschrijft het bloedtransfusieproces binnen de ziekenhuisorganisatie in hoofdlijnen. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan de uitgifte van bloed en bloedproducten aan patiënten en de hiervoor noodzakelijke informatietechnologische infrastructuur. Samenstelling van de stuurgroep/werkgroepen In 2000 is door het CBO een stuurgroep in het leven geroepen met de taak de bloedtransfusierichtlijn te herzien. Gezien de omvang van de problematiek heeft de stuurgroep in haar eerste vergadering besloten een drietal werkgroepen in te stellen die tot taak kregen de bovengenoemde thema s te bestuderen. Iedere werkgroep had een tweetal voorzitters die beiden tevens deel uitmaakten van de stuurgroep. Bij de samenstelling van zowel de stuurgroep als de drie werkgroepen is rekening gehouden met een evenwichtige vertegenwoordiging van de diverse betrokken disciplines, de geografisch spreiding van de leden en de verdeling academische versus niet-academische instellingen (zie pagina 5 t/m 7). De leden hebben onafhankelijk gehandeld en waren gemandateerd door hun wetenschappelijke vereniging. Hoewel een vertegenwoordiger van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) deel uitmaakte van de stuurgroep, kon deze hieraan door omstandigheden geen uitvoering geven. Werkwijze stuurgroep De voornaamste taak van de stuurgroep was het bewaken van de voortgang van het totale proces inclusief de resultaten van de verschillende werkgroepen. De stuurgroep heeft verder de finale redactie van de consensusrichtlijn gevoerd en in de laatste fase van de voorbereiding de planning van de richtlijnbijeenkomst gecoördineerd. Werkwijze werkgroepen Iedere werkgroep heeft gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar aan de totstandkoming van de conceptrichtlijn gewerkt. Alle werkgroepen zijn gestart in november Tezamen 18 19

11 BLOEDTRANSFUSIE INLEIDING met adviseurs van het CBO, zochten de werkgroepleden systematisch naar bestaande literatuur en beoordeelden de kwaliteit en inhoud ervan. Vervolgens schreven één of meer werkgroepleden een paragraaf of hoofdstuk voor de conceptrichtlijn, waarin de beoordeelde literatuur werd verwerkt. Tijdens werkgroepvergaderingen lichtten zij hun teksten toe waarna hierover werd gediscussieerd. De uiteindelijke teksten vormen samen de conceptrichtlijn die voor de landelijke richtlijnbijeenkomst (4 oktober 2002) aan alle relevante (beroeps)groepen is aangeboden. De diversiteit van de materie van de drie werkgroepen heeft geleid tot verschillen in de benadering en de structuur van de teksten van de diverse onderdelen van de richtlijn. De stuurgroep heeft deze verschillen, alsmede de overlap die bij sommige onderwerpen is opgetreden, doelbewust laten bestaan, omdat bij het gebruik van de richtlijn vanuit verschillende professionele invalshoeken zodoende de materie het meest herkenbaar behandeld wordt. Wetenschappelijke onderbouwing De richtlijn is voor zover mogelijk gebaseerd op bewijs uit gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek. Relevante artikelen werden opgespoord door het verrichten van systematische zoekacties. In eerste instantie werd in verschillende databases (EMBASE, MEDLINE en de Cochrane Library) en op internet gezocht naar systematische reviews en/of richtlijnen uit de periode Deze systematische reviews en/of richtlijnen werden door stuurgroepleden gescreend en de selectie diende als basis voor de verschillende werkgroepen. Daarnaast werden artikelen geëxtraheerd uit referentielijsten van opgevraagde literatuur en werden door de verschillende werkgroepen artikelen gezocht via MEDLINE. Deze literatuur diende als onderbouwing voor de diverse conclusies, waarbij per onderzoek een gradering naar mate van bewijs is aangebracht. Hierbij is de in tabel 1 vermelde indeling gebruikt. Deze indeling voor interventieonderzoek geldt ook voor onderzoek naar nadelige gevolgen van geneesmiddelen, in dit geval bloedproducten. Ook in onderzoek naar bijwerkingen wordt de hoogste graad van bewijs voor een samenhang tussen agens en complicatie in principe geleverd door een experimentele vergelijking tussen patiënten met en zonder bloedtransfusie. Om ernstige (veelal late) bijwerkingen op te sporen en een harde uitspraak te kunnen doen over de vermeende oorzaak-gevolgrelatie, bieden randomised clinical trials (RCT s) door hun geringe omvang en korte follow-upperiode vaak onvoldoende informatie. Bovendien is het niet ethisch om patiënten in het kader van een experiment bewust een bloedtransfusie te geven. Uitspraken over ernstige bijwerkingen zullen dan ook meestal op cohortonderzoek of patiëntcontroleonderzoek of als die niet voorhanden zijn, op patiëntenseries en case-reports zijn gebaseerd. Deze gradering van niveaus van bewijs is alleen van toepassing op de vragen met betrekking tot oorzaak-gevolg of risicofactoren. Voor vragen over het voorkomen (de incidentie) van complicaties is een controlegroep niet nodig en gaat deze gradering dus niet op. Tabel 1: indeling van de literatuur naar de mate van bewijskracht Voor artikelen betreffende interventies (preventie of behandeling): A1 systematische reviews die tenminste enkele onderzoeken van A2-niveau betreffen, waarbij de resultaten van afzonderlijke onderzoeken consistent zijn A2 gerandomiseerd vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit (gerandomiseerde, dubbelblind gecontroleerde onderzoeken) van voldoende omvang en consistentie; B gerandomiseerde klinische onderzoeken van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of ander vergelijkend onderzoek (niet-gerandomiseerd, vergelijkend cohortonderzoek, patiëntcontroleonderzoek); C niet-vergelijkend onderzoek; D mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden. Voor artikelen betreffende diagnostiek: A1 onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten bij een prospectief gevolgde goed gedefinieerde patiëntengroep met een tevoren gedefinieerd beleid op grond van te onderzoeken testuitslagen, of besliskundig onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten, waarbij resultaten van onderzoek van A2-niveau als basis worden gebruikt en voldoende rekening wordt gehouden met onderlinge afhankelijkheid van diagnostische tests; A2 onderzoek ten opzichte van een referentietest, waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor de referentietest, met een goede beschrijving van de test en de onderzochte klinische populatie; het moet een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, er moet gebruikgemaakt zijn van tevoren gedefinieerde afkapwaarden en de resultaten van de test en de gouden standaard moeten onafhankelijk zijn beoordeeld; in situaties waarbij multipele, diagnostische tests een rol spelen, is er in principe een onderlinge afhankelijkheid en dient de analyse hierop te zijn aangepast, bijvoorbeeld met logistische regressie; B vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en populatie maar niet de kenmerken die verder onder niveau A staan vermeld; C niet-vergelijkend onderzoek; D mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden. Niveau van bewijs van de conclusies: 1 tenminste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2 of een systematische review (A1); 2 tenminste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B; 3. een onderzoek van niveau A2 of B of onderzoek van niveau C; 4. mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden

12 BLOEDTRANSFUSIE De beoordeling van de verschillende artikelen kan in de verschillende teksten worden teruggevonden onder het kopje Wetenschappelijke onderbouwing. Het wetenschappelijk bewijs is vervolgens kort samengevat in een conclusie. De meest belangrijke literatuur waarop de conclusie is gebaseerd staat bij de Conclusie vermeld, inclusief de mate van bewijs. Kosteneffectiviteit Door toenemende aandacht voor kosten in de gezondheidszorg neemt het belang van richtlijnen die doelmatig handelen bevorderen toe. Het gaat daarbij om aanscherping van de indicatiestelling voor diagnostische en therapeutische interventies. De beoogde effecten van het medisch handelen blijven echter het belangrijkste criterium voor kwaliteit. Kosteneffectiviteitsanalyses worden gehinderd door gebrek aan landelijk representatieve gegevens over het gebruik van bloed. Deel I Laboratoriumtechnieken en kwaliteitseisen Implementatie In alle fasen van de richtlijnontwikkeling is geprobeerd rekening te houden met de implementatie van de richtlijn en de invloed ervan op de keten van zorg. De richtlijn is gericht op de doelgroep geschreven. Daarbij werd expliciet gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt gratis ter beschikking gesteld aan alle ziekenhuizen en de betrokken wetenschappelijke verenigingen. Daarnaast is de tekst verkrijgbaar bij de uitgever van deze richtlijn, Van Zuiden Communications B.V. te Alphen aan den Rijn ( Juridische betekenis van richtlijnen Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op wetenschappelijk bewijs evidence gebaseerde inzichten en aanbevelingen waaraan artsen geacht worden te voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. De stuurgroep wil gebruikers nogmaals attenderen op het feit dat een deel van de inzichten en aanbevelingen Opinion Based zijn. In de tabel genoemd bij Wetenschappelijke onderbouwing is hiervoor de mogelijkheid: Niveau van Bewijs: 4. Mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden opgenomen. Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de gemiddelde patiënt, kan hier zonodig van worden afgeweken. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dit vereist, zelfs noodzakelijk. Het is van belang dat dit dan zo goed mogelijk met argumentatie wordt gedocumenteerd. Herziening Uiterlijk in 2008 bepaalt de Medisch Wetenschappelijke Raad van het CBO of deze richtlijn nog actueel is. Zonodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien

13 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN Hoofdstuk 1 Opzet Dit deel van de richtlijn heeft tot doel de procedures te beschrijven voor het aanvragen van bloed en bloedproducten, het laboratoriumonderzoek, en de uitgifte van bloedproducten

14 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN Hoofdstuk 2 Procedure verwerking aanvragen Wetenschappelijke onderbouwing Linden, 1,2 Williamson 3 en Love 4 analyseerden de bloedtransfusie-incidenten die werden gemeld in de staat New York van 1990 tot 2000, 1,2 en in Engeland van 1996 tot en van 1996 tot Uit deze analyses blijkt dat meer dan 50% van de gemelde incidenten wordt veroorzaakt door administratieve fouten. Van deze administratieve fouten kwam 10-50% voort uit een verkeerde afname of identificatie van het bloedmonster. Uit de analyses van Love et al. 4 bleek dat in 10% van de incidenten werd vergeten een bestraald of leukocytenvrij bloedproduct aan te vragen. Conclusies Niveau 3 Niet goed geïdentificeerde bloedmonsters zijn een belangrijke foutenbron bij bloedtransfusie-incidenten. C Linden ; Love Niveau 3 Het noodzakelijke bloedproduct wordt niet altijd aangevraagd. C Love Overige overwegingen Bij ontvangst van bloedmonsters en/of transfusieaanvragen heeft het bloedtransfusielaboratorium een controlerende rol. Bij ontvangst wordt nagegaan of de aanvraag en/of het bloedmonster voldoen aan de in de instelling vastgelegde en vereiste criteria. Een goede identificatie van het bloedmonster en de patiënt is altijd onontbeerlijk. Het bloedtransfusielaboratorium kan het compatibiliteitsonderzoek niet uitvoeren indien de transfusieaanvraag niet aan de in de instelling overeengekomen criteria voldoet. Hiertoe behoort ook dat de ABO-bloedgroep bepaald is uit twee onafhankelijk afgenomen bloedmonsters. De aanvragend arts is verantwoordelijk voor een juiste productkeuze. In voorkomende gevallen kan het bloedtransfusielaboratorium echter aan de hand van het transfusiebestand controleren of het gevraagde product in overeenstemming is met de historische gegevens, zoals getypeerd, bestraald, gewassen etc. Om bij cito-aanvragen onnodig tijdverlies te voorkomen, moet een 26 27

15 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN voor iedereen duidelijke en werkbare cito-procedure bekend zijn. In Deel I ( paragrafen en 5.1.3) staat beschreven hoe gehandeld moet worden indien de bloedgroep nog niet of slechts ten dele bekend is (paragraaf 5.1.2) en/of indien patiënt bekend is met irregulaire erytrocytenantistoffen (paragraaf 5.1.3). Aanbevelingen 1. Het bloedtransfusielaboratorium neemt alleen bloedmonsters in behandeling die tenminste geïdentificeerd zijn door een label op de buis waarop de naam en de geboortedatum van de patiënt zijn vermeld en bij voorkeur ook de afnamedatum en het afnametijdstip. De naam en/of de geboortedatum mogen niet op de buis worden gecorrigeerd. Het etiket op de afnamebuis vermeldt zo mogelijk ook het ziekenhuisregistratienummer van de patiënt. 2. Het bloedtransfusielaboratorium neemt alleen aanvragen voor erytrocytentransfusie in behandeling indien de identificatie van de patiënt op de aanvraag identiek is aan die van het bloedmonster. Verschillen, ook kleine, ten gevolge van schrijffouten dienen te worden geverifieerd. 3. Het bloedtransfusielaboratorium neemt geen transfusieaanvragen in behandeling, indien de ABO/rhesus-D-bloedgroep niet in twee onafhankelijk afgenomen bloedmonsters bepaald is. Zie voor spoedsituaties Deel I, paragraaf Het bloedtransfusielaboratorium neemt geen transfusieaanvragen in behandeling die niet voldoen aan de in de instelling gestelde criteria. 5. Het bloedtransfusielaboratorium legt in overleg met de behandelend arts in het transfusiebestand vast of er een indicatie is voor specifieke bloedproducten en controleert bij nieuwe aanvragen of hieraan voldaan wordt. 6. Bij een telefonische aanvraag dienen in ieder geval de naam en de geboortedatum van de patiënt (eventueel geïdentificeerd volgens een noodprocedure), de naam van de aanvragend arts en de naam van degene die de opdracht aanneemt, schriftelijk vastgelegd te worden. 1. Linden JV, Paul B, Dressler KP. A report of 104 transfusion errors in New York State. Transfusion 1992;32: Linden JV, Wagner K, Voytovich AE, Sheehan J. Transfusion errors in New York State: an analysis of 10 years experience. Transfusion 2000;40: Williamson LM, Lowe S, Love E, Cohen H, Soldan K, McCleland DBL, et al. Serious hazards of transfusion (SHOT) initiative: analysis of the first two annual reports. BMJ 1999;319: Love EM, Jones H, Williamson LM, Cohen H, et al. Serious hazards of transfusion (SHOT): summary of annual report March Hoofdstuk 3 Laboratoriumonderzoeken 3.1 Bloedgroepantigeenbepaling ABO-bloedgroepbepaling Wetenschappelijke onderbouwing Het ABO-bloedgroepsysteem is het belangrijkste bloedgroepsysteem voor de transfusiepraktijk. 1 In het plasma van ieder individu zijn vanaf enkele maanden na de geboorte antistoffen aanwezig tegen de ontbrekende ABO-antigenen. Bij transfusie met een ABO-incompatibel bloedproduct kunnen deze ABO-antistoffen een acute hemolytische transfusiereactie veroorzaken, soms zelfs met fatale gevolgen. 2 De kans dat een ABO-incompatibele transfusie wordt gegeven is afhankelijk van een groot aantal variabelen. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat identificatiefouten, met name administratieve fouten een belangrijke rol spelen. 3,4 In een grootschalig Amerikaans onderzoek uit de jaren tachtig werd de kans op overlijden door transfusie met een ABO-incompatibel erytrocytenconcentraat geschat op 1: tot 1: Conclusies Niveau 3 Niveau 3 Het ABO-bloedgroepsysteem is het belangrijkste bloedgroepsysteem voor transfusies, daarom dient een ABO-bloedgroepbepaling aan de hoogste laboratoriumeisen te voldoen. C Guide Council of Europe Onvolledige of onjuiste patiënt- of monsteridentificatie kan leiden tot ABOincompatibele transfusies met fatale gevolgen. C Linden ; Williamson Overige overwegingen 1. Voor identificatie (procedure) en cito-aanvragen, zie Deel I, hoofdstuk Het aantal A- en/of B-antigenen bij pasgeborenen ligt een factor 2 tot 3 lager dan bij volwassenen. Anti-A- en/of anti-b-igm-antistoffen ontbreken meestal bij pasgeborenen en worden doorgaans pas in de derde maand na de geboorte in het plasma aangetoond

16 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN LABORATORIUMONDERZOEKEN Aanbevelingen 1. De ABO-bloedgroepbepaling dient volledig te worden verricht. Dat wil zeggen dat de aan- of afwezigheid van de antigenen van het ABO-systeem op de erytrocyten van de patiënt wordt vastgesteld met behulp van testreagentia en de aan- of afwezigheid van anti-a- en anti-b-antistoffen in het plasma/serum van de patiënt wordt vastgesteld met behulp van testerytrocyten. Elke discrepantie bij de bloedgroepbepaling dient te worden onderzocht. 2. De ABO-bloedgroep van de patiënt moet uit tenminste twee afzonderlijk afgenomen monsters worden bepaald. Een ABO-bloedgroep is pas definitief vastgesteld wanneer aan deze eis is voldaan zonder dat hierbij discrepanties zijn ontdekt. De oorzaak van discrepanties bij de tweede ABO-bloedgroepbepaling dient altijd te worden onderzocht. Zie Deel I, paragraaf Bij pasgeborenen jonger dan drie maanden kan de ABO-bloedgroep niet definitief worden vastgesteld. De registratie van de ABO-bloedgroep van pasgeborenen jonger dan drie maanden dient derhalve een voorlopig karakter te hebben. 1. Issitt PD, Anstee DJ. Applied Blood Group Serology. 4th edition Montgomery Scientific Publications, Durham NC. 2. Mollison PL, Engelfriet CP, Contreras M. Blood Transfusion in clinical medicine. 10th edition. Oxford: Blackwell Science Ltd., p Linden JV, Paul B, Dressler KP. A report of 104 transfusion errors in New York State. Transfusion 1992;32: Williamson LM, Lowe S, Love E, Cohen H, Soldan K, McCleland DBL, et al. Serious hazards of transfusion (SHOT) initiative: analysis of the first two annual reports. BMJ 1999;319: Sazama K. Reports of 355 transfusion associated deaths: 1976 through Transfusion 1990;30: Guide to the preparation, use and quality assurance of blood components. 6th edition. Council of Europe ISBN: Rhesus-D-bloedgroepbepaling Het aantal D-antigenen op de erytrocytenmembraan kan van persoon tot persoon sterk wisselen. 1 De meest bekende kwantitatieve D-antigeen afwijking is het zwakke D-antigeen. Patiënten met een verzwakt (laag aantal) maar volledig intact D-antigeen zijn D-positief en niet in staat om allo-antistoffen tegen het D-antigeen te produceren. Naast kwantitatieve variaties zijn er ook een flink aantal kwalitatieve varianten van het D-antigeen beschreven. Patiënten met een rhesus-d-variant (onvolledig D-antigeen) kunnen zelf wel allo-anti-d-antistoffen vormen tegen de epitopen van het D-antigeen die ze zelf niet bezitten. 4 De meest frequent voorkomende D-variant is rhesusklasse VI met een incidentie van 1:5.000 tot 1: De overige D-varianten zijn over het algemeen veel zeldzamer (< 1:60.000). 5 Tijdens de zwangerschap kan immunisatie optreden doordat foetale erytrocyten in de circulatie van de moeder terechtkomen. De zo ontstane IgG-antistoffen kunnen vervolgens de placentabarrière passeren en afbraak van foetale erytrocyten veroorzaken. Dit kan in ernstige gevallen (rhesus-d-immunisatie) leiden tot hemolytische ziekte van de pasgeborene. 6 Ter preventie van rhesus-d-immunisatie wordt in Nederland sinds 1969 profylactisch anti-rhesus-d-immunoglobuline toegediend aan rhesus-d-negatieve vrouwen die bevallen zijn van een rhesus-dpositief kind. Bij het vaststellen van de rhesus-d-bloedgroep van de pasgeborene dienen daarom zowel zwakke D-antigenen als D-varianten te worden gedetecteerd en daarmee wijkt deze bepaling af van de D-bepaling voor patiënten. Conclusies Niveau 3 Voorkomen dient te worden dat patiënten die rhesus-d-negatief zijn ten onrechte als rhesus-d-positief worden benoemd. C Daniels ; Issitt ; Mollison Voor de rhesus-d-bloedgroepbepaling dient in het ziekenhuis een onderscheid gemaakt te worden in twee groepen, te weten: ontvangers van bloed; Niveau 3 pasgeborenen (in verband met het toedienen van anti-rhesus-d-immuno globuline aan de moeder). Wetenschappelijke onderbouwing Het rhesusbloedgroepsysteem en met name het D-antigeen is na het ABO-bloedgroepsysteem het belangrijkste bloedgroepsysteem voor de transfusiepraktijk. 1,2 Rhesus-D-negatieve patiënten die in contact komen met D-positieve erytrocyten vormen in circa 85-90% van de gevallen anti-d-antistoffen 3 en deze antistoffen kunnen hemolytische transfusiereacties veroorzaken. Voor de transfusiepraktijk is het daarom van belang te voorkomen dat rhesus- D-negatieve patiënten (ontvangers) als D-positief gezien worden. Niveau 3 C Mollison ; Flegel 5 Voorkomen dient te worden dat pasgeborenen die rhesus-d-positief zijn ten onrechte als rhesus-d-negatief worden beschouwd, in verband met het toedienen van anti-rhesus-d-immunoglobuline aan rhesus-d-negatieve moeders. C Mollison

17 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN LABORATORIUMONDERZOEKEN Overige overwegingen 1. Voor identificatie (procedure) en cito-aanvragen, zie Deel I, hoofdstuk Opsporen van zeer zwakke D-antigenen bij ontvangers van bloed is klinisch niet van belang: indien een ontvanger in een uitzonderlijk geval ten onrechte als D- negatief wordt getypeerd zal D-negatief bloed worden toegediend, hetgeen voor de patiënt geen nadelige gevolgen heeft. 3. Ook het opsporen van zeer zwakke D-antigenen bij zwangere vrouwen is klinisch niet belangrijk. In uitzonderlijke gevallen kan de ontvanger ten onrechte als D-negatief worden getypeerd en krijgt dan onnodig anti-rhesus-d-immunoglobuline toegediend. Dit zal klinisch geen problemen opleveren. 4. Opsporen van zeer zwakke D-antigenen met behulp van de antiglobulinetest bij ontvangers is sterk af te raden. Indien er namelijk gesensibiliseerde (met IgG gecoate) erytrocyten aanwezig zijn (positieve directe antiglobulinetest (DAT)), kan ten onrechte worden geconcludeerd dat de ontvanger D-positief is. 5. Een ontvanger met een variant D-antigeen die als D-positief is bepaald, loopt bij transfusie met een D-positief erytrocytenconcentraat het risico antistoffen tegen de bij zichzelf ontbrekende onderdelen van het D-antigeen te vormen. De kans hierop is met name aanwezig bij ontvangers met een rhesus-d-vi-variant. 6. Gezien de frequentie waarin de rhesus-d-vi-variant voorkomt is het van belang hiermee bij de keuze van de bepalingstechniek rekening te houden. Voor de overige D-varianten geldt dit niet. Aanbevelingen 1. De rhesus-d-bloedgroep van de patiënt moet uit tenminste twee afzonderlijk afgenomen monsters worden bepaald. De rhesus-d-bloedgroep is pas definitief vastgesteld wanneer aan deze eis is voldaan zonder dat hierbij discrepanties zijn ontdekt. 2. De oorzaak van discrepanties in de rhesus-d-bloedgroepbepaling dient altijd te worden onderzocht. 3. Voor de bepaling van de rhesus-d-bloedgroep bij ontvangers kan volstaan worden met het gebruik van één anti-d-reagens mits rhesus-d-vi-variant als D-negatief wordt aangetoond. 4. In verband met de toediening van anti-rhesus-d-immunoglobuline aan de moeder dient voor de bepaling van de rhesus-d-bloedgroep bij pasgeborenen, gebruikgemaakt te worden van anti-d-reagentia waarmee rhesus-d-vi-variant en zwakke D-antigenen als D-positief worden aangetoond. 5. Voor de rhesus-d-bepaling bij ontvangers wordt bij negatieve reacties met anti- D-reagens afgeraden om de test uit te breiden met een antiglobulinefase. 1. Daniels G. Human Blood Groups. Oxford: Blackwell Science Ltd.,1995. p Issitt PD, Anstee DJ. Applied Blood Group Serology. 4th edition Montgomery Scientific Publications, Durham NC. 3. Mollison PL, Engelfriet CP, Contreras M. Blood Transfusion in clinical Medicine. 10th edition. Oxford: Blackwell Science Ltd., p Mollison PL, Engelfriet CP, Contreras M. Blood Transfusion in clinical Medicine. 10th edition. Oxford: Blackwell Science Ltd., p Flegel WA, Wagner FF. The frequency of RHD protein variants in Caucasians. Transfus Clin Biol 1996;3:10s. 6. Mollison PL, Engelfriet CP, Contreras M. Blood Transfusion in clinical Medicine. 10th edition. Oxford: Blackwell Science Ltd., p Handelen in geval van ABO-bloedgroepdiscrepanties Wetenschappelijke onderbouwing Transfusie van een ABO-incompatibel erytrocytenconcentraat kan voor een patiënt ernstige, soms fatale, gevolgen 1,2 hebben. De kans op het optreden van een fatale reactie is mede afhankelijk van de hoeveelheid getransfundeerd bloed, de klinische toestand van de patiënt en de tijd tussen de start van de transfusie en de start van de behandeling van de reactie. 1 Het risico op het optreden van een hemolytische transfusiereactie is met name verhoogd bij patiënten met bloedgroep O, maar ook bij vrouwen. 3 De verklaring voor de heftige transfusiereacties bij ABO-incompatibiliteit berust op het feit dat in vrijwel alle individuen van zes maanden en ouder ABO-antistoffen aanwezig zijn tegen de ontbrekende ABO-antigenen en er dus geen voorafgaande immunisatie nodig is. Bovendien zijn antistoffen, zowel IgM als IgG, tegen ABO-antigenen in staat zeer efficiënt het complementsysteem te activeren en daarmee intravasculaire hemolyse te veroorzaken. Bij de ABO-bloedgroeptypering kunnen twee typen discrepanties worden onderscheiden: (i) de ABO-bloedgroep komt niet overeen met een eerder bij dezelfde patiënt vastgestelde bloedgroep, 4 of (ii) er zijn discrepanties in de uitkomsten van de bloedgroepbepaling zelf 5 (de resultaten van de antigeenbepaling op de erytrocyten komen niet overeen met de in het serum aangetroffen ABO-antistoffen). Deze laatste groep zal hier niet nader worden toegelicht. De belangrijkste oorzaken voor het optreden van ABO-bloedgroepdiscrepanties in de eerstgenoemde groep zijn administratieve fouten. Fouten bij de identificatie van de patiënt of het bloedmonster treden in respectievelijk 0,05 en 0,09% van alle bloedafnames op. 6-8 Daarnaast kunnen er onder andere fouten optreden bij het bewerken van bloedmonsters, het aflezen of invoeren van resultaten, het selecteren of uitgeven van het bloedproduct en het toedienen aan de (juiste) patiënt. 1,3,4,9 Een bijzondere risicogroep vormen hierbij patiënten die een allogene beenmergtransplantatie hebben ondergaan waardoor de oorspronkelijke bloedgroep is gewijzigd

18 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN LABORATORIUMONDERZOEKEN De handelwijze in geval van ABO-discrepanties wordt bepaald door het moment waarop de fout wordt ontdekt. Wanneer reeds klinische verschijnselen van een acute hemolytische transfusiereactie zijn opgetreden (zie ook Deel II, hoofdstuk 2), is snelle medische interventie een eerste vereiste. De transfusie dient direct gestaakt te worden, maar de intraveneuze lijn dient aanwezig te blijven om direct medicatie te kunnen toedienen. De behandeling zal gericht zijn op het voorkomen van nierfalen en hypotensie en het bestrijden van de gevolgen van diffuse intravasale stolling. 11 Het ontdekken van ABO-discrepanties vóórdat de transfusie is gestart, impliceert dat al in een eerdere fase ABO-bloedgroepgegevens van deze patiënt bekend waren en dat de nieuwe gegevens niet corresponderen met deze eerder verzamelde gegevens. Hierbij zijn een aantal situaties mogelijk (zie ook schema 1): 1. De bloedgroep van de patiënt is reeds eerder uit tenminste twee afzonderlijk afgenomen monsters bepaald en hierbij zijn geen discrepanties ontdekt. Dat de bloedgroep dan toch niet juist is, komt in ieder ziekenhuis een aantal keer per jaar voor. 6 Wanneer het huidige bloedmonster een andere bloedgroep heeft, is een monsterverwisseling of een probleem bij de identificatie van het huidige monster veel waarschijnlijker. Er dient dus een nieuw bloedmonster te worden afgenomen. Wees bedacht op verwisseling van kaartjes, ponsplaatjes, tweelingen en dergelijke. 2. De bloedgroep van de patiënt is slechts één keer eerder bepaald en de bloedgroep van het huidige bloedmonster is hier niet mee in overeenstemming. Statistisch gezien is de kans op het optreden van fouten bij de bepaling van de bloedgroep in beide monsters even groot en beiden dienen dus als fout te worden beschouwd. Er dient een nieuw bloedmonster te worden afgenomen en de uitkomst hiervan dient als eerste bloedgroepbepaling te worden beschouwd. De gegevens van beide voorgaande onderzoeken mogen niet worden gebruikt. Verdere handelwijze als bij een slechts één keer bekende bloedgroep. 3. De bloedgroep van de patiënt is al in een andere instelling vastgesteld en de bloedgroep van het huidige monster is hier niet mee in overeenstemming. Wanneer de eerder vastgestelde gegevens op een transfusiekaartje (bloedgroepenkaart) vermeld zijn, dit kaartje is uitgegeven door een daartoe bevoegde instantie (bloedbank, Sanquin Diagnostiek, voorheen Centraal Laboratorium Bloedtransfusiedienst (CLB), ziekenhuislaboratorium) en de patiëntidentificatie in overeenstemming is met de gegevens op het bloedgroepenkaartje, dan kan dit als eerste bloedgroepbepaling worden beschouwd en dient een nieuw bloedmonster te worden afgenomen voor een tweede bloedgroepbepaling. 4. Wanneer van eerder uitgevoerde bloedgroepbepalingen geen of dubieuze schriftelijke gegevens bekend zijn, dient een nieuw bloedmonster te worden afgenomen. De uitkomst hiervan dient als eerste bloedgroepbepaling te worden beschouwd. Verdere handelwijze als bij een slechts één keer bekende bloedgroep. Conclusies Niveau x Transfusie met ABO-incompatibel bloed kan tot transfusiereacties leiden met ernstige, soms zelfs fatale, gevolgen. C Rudmann X: Er zijn geen gerandomiseerde onderzoeken beschreven die deze conclusie onderbouwen. De auteurs achten deze conclusie zeer evident op grond van beschreven acute hemolytische transfusiereacties (zie deel II, paragraaf 2.2) Niveau 3 Niveau 3 Niveau 3 Transfusie met ABO-incompatibel bloed is meestal het gevolg van administratieve fouten. C Sazama ; Linden ; IGZ rapport ; Baele Door de bloedgroep pas als vaststaand te beschouwen wanneer deze uit twee onafhankelijk van elkaar afgenomen monsters is vastgesteld, zonder dat daarbij discrepanties zijn geconstateerd, kan de kans op een foute bloedgroepbepaling tot een minimum worden teruggebracht. C IGZ rapport In geval van twijfel dient altijd een nieuw monster te worden afgenomen en de bloedgroepbepaling te worden herhaald. Het hangt van de omstandigheden af of dit monster als eerste, of als tweede bloedgroepbepaling beschouwd dient te worden (zie tabel). D Overige overwegingen Mening van de auteurs Gezien de frequentie waarmee administratieve fouten een rol spelen bij onder andere transfusie van ABO-incompatibele eenheden, is een nauwkeurige documentatie van de procedures rond het bepalen van de bloedgroep en een strikte naleving van deze procedures essentieel. Hierbij dient het aantal handmatige administratieve handelingen tot een minimum te worden beperkt

19 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN LABORATORIUMONDERZOEKEN Aanbeveling: Procedure ABO bloedgroepdiscrepanties 3.2 Compatibiliteitsonderzoek bij transfusie van erytrocyten Bloedgroep eerder bepaald Antistofscreening BLOEDGROEP PROBLEEM ACTIE Kwaliteitseisen Bloedgroep definitief vastgesteld Bloedgroep 1x keer eerder bepaald Bloedgroep in andere instelling definitief vastgesteld Van eerdere bloedgroepbepalingen onduidelijke gegevens Huidig monster heeft andere bloedgroep Huidig monster heeft andere bloedgroep Huidig monster heeft andere bloedgroep Huidig monster heeft andere bloedgroep Nieuw monster afnemen Nieuw monster afnemen; dit als 1 e bloedgroepbepaling beschouwen Nieuw monster afnemen, bloedgroep andere instelling als 1 e monster beschouwen Nieuw monster afnemen; dit als 1 e bloedgroepbepaling beschouwen 1. Sazama K. Reports of 355 transfusion-associated deaths: Transfusion 1990;30: Wilkinson SL. The ABO and H bloodgroup systems. In: Rudmann SV (ed). Textbook of blood banking and transfusion medicine. 1st edition. Philadelphia: Saunders Company, p.; Linden JV, Paul B, Dressler KP. A report of 104 transfusion errors in New York State. Transfusion 1992;32: Shulman IA, Downes KA, Sazama K, Maffei LM. Pretransfusion compatibility testing for red blood cell administration. Curr Opin Hematol 2001;8: Brown PL. Resolving ABO typing discrepancies and other typing problems. In: Rudmann SV (ed). Textbook of blood banking and transfusion medicine. 1st edition. Philadelphia: Saunders Company, p Inspectierapport Sanguis sanus sanat. Uitgave Inspectie voor de Gezondheidszorg 2001; Ibojie J, Urbaniak SJ. Comparing near misses with actual mistransfusion events: a more accurate reflection of transfusion errors. Br J Haematol 2000;108: Linden JV, Wagner K, Voytovich AE, Sheehan J. Transfusion errors in New York State: an analysis of 10 years experience. Transfusion 2000;40: Baele PL, Bruyere M de, Deneys V, Dupont E, Flament J, Lambermont M, et al. Bedside transfusion errors. A prospective survey by the Belgium SANGUIS group. Vox Sang 1994;66: Brown PL. Resolving ABO typing discrepancies and other typing problems. In: Rudmann SV (ed). Textbook of blood banking and transfusion medicine. 1st edition. Philadelphia: Saunders Company, p Firestone DT. Adverse effects of blood transfusion. In: Rudmann SV (ed). Textbook of blood banking and transfusion medicine. 1st edition. Philadelphia: Saunders Company, p.406. Wetenschappelijke onderbouwing Voorafgaand aan elke bloedtransfusie dient het serum/plasma van de ontvanger met behulp van suspensies van geselecteerde testerytrocyten te worden onderzocht op de aanwezigheid van irregulaire erytrocytenantistoffen. Voor dit antistofonderzoek zijn verschillende technieken beschikbaar, elk met een specifieke gevoeligheid voor bepaalde categorieën antistoffen. Van oudsher wordt in Nederland gewerkt met de indirecte antiglobulinetest (IAT) in buisjes met runder(bovine)albumine. In de literatuur zijn de meeste technieken vergeleken met de IAT in albumine of in low ionic strength solution (LISS). 1-3 Antistoffen kunnen zwakker reageren met testerytrocyten die een antigeen heterozygoot tot expressie brengen dan met testerytrocyten met een homozygote expressie van het antigeen. Om klinisch belangrijke antistoffen te kunnen detecteren moeten de testerytrocyten daarom homozygoot zijn voor de volgende klinisch relevante antigenen: C, c, D, E, e, Fya, Fyb, Jka, Jkb, M, S, s. Ten opzichte van de vorige richtlijn 4 is hier het M-antigeen aan toegevoegd in verband met het mogelijke belang van anti-m-antistoffen in de zwangerschap. 5-8 Momenteel loopt er een landelijk Nederlands onderzoek naar het klinisch belang van anti-m in de zwangerschap. Het K-antigeen moet tenminste heterozygoot aanwezig zijn. De aanwezigheid van het Cw- of Kpa-antigeen op de testerytrocyten is niet verplicht. Conclusies Niveau 4 Niveau 4 Antistoffen kunnen zwakker reageren met testerytrocyten die een antigeen heterozygoot tot expressie brengen dan met testerytrocyten met een homozygote expressie. Om klinisch belangrijke antistoffen te kunnen detecteren moeten de testerytrocyten daarom homozygoot zijn voor de volgende antigenen: C, c, D, E, e, Fya, Fyb, Jka, Jkb, M, S, s. D Man ; Weisbach ; Bromilow De volgende antigenen dienen op tenminste één van de testerytrocytensuspensies homozygoot aanwezig te zijn: C, c, D, E, e, Fya, Fyb, Jka, Jkb, M, S en s. Het K-antigeen dient tenminste heterozygoot aanwezig te zijn. D Stone ; Hoffmann ; Duguis ; BCSH

20 DEEL I - LABORATORIUMTECHNIEKEN EN KWALITEITSEISEN LABORATORIUMONDERZOEKEN Overige overwegingen Het verdient aanbeveling om de IAT (volgens de buisjesmethode) in de toekomst te standaardiseren conform de British Committee for Standards in Haematology (BCSH). 9 Aanbevelingen 1. De antistofscreening moet worden uitgevoerd met een techniek die wat betreft het aantonen van klinisch relevante antistoffen, tenminste even gevoelig is als de indirecte antiglobulinetest met runder(bovine)albumine (IAT-albumine). 2. De volgende antigenen dienen op minimaal één van de testerytrocytensuspensies homozygoot aanwezig te zijn: C, c, D, E, e, Fya, Fyb, Jka, Jkb, M, S, s. Het K-antigeen moet tenminste heterozygoot aanwezig zijn. 1. Man AJ de, Overbeeke MA. Evaluation of the polyethylene glycol antiglobulin test for detection of red blood cell antibodies. Vox Sang 1990;58: Weisbach V, Ziener A, Zimmermann R, Glaser A, Zingsem J, Eckstein R. Comparison of the performance of four microtube column agglutination systems in the detection of red cell alloantibodies. Transfusion 1999;39: Bromilow IM, Eggington JA, Owen GA, Duguid JK. Red cell antibody screening and identification: a comparison of two column technology methods. Br J Biomed Sci 1993;50: Tweede Herziening Consensus Bloedtransfusiebeleid in ziekenhuizen (in het bijzonder erythrocyten). Utrecht: CBO, Stone B, Marsh WL. Haemolytic disease of the newborn caused by anti-m. Br J Haematol 1959;5: Freiesleben E, Jensen KG. Haemolytic disease of the newborn caused by anti-m. The value of the direct conglutination test. Vox Sang 1961;6: Hoffmann JJML, Hutter AP, Lomans AAH, Tielens AGWM. Neonataal bloedgroepantagonisme door anti-m antistoffen. Ned Tijdschr Geneeskd 1991;135: Duguis JK, Bromilow IM, Entwistle GD, Wilkinson R. Haemolytic desease of the newborn due to anti-m. Vox Sang 1995;68: BCSH Blood Transfusion Task Force. Recommendations for evaluation, validation and implementation of new techniques for blood grouping, antibody screening and cross matching. Transfus Med 1995;5: Geldigheidsduur antistofscreening van de literatuur 2 en rekeninghoudend met de toegenomen gevoeligheid van de testsystemen mag deze periode maximaal 72 uur beslaan. Heeft een patiënt in de afgelopen drie maanden geen zwangerschap of transfusie doorgemaakt, dan is de antistofscreening gedurende de komende drie maanden geldig. Deze geldigheid vervalt indien de patiënt in een andere instelling inmiddels getransfundeerd is of intussen zwanger is (geweest). De periode van drie maanden geldigheid is empirisch vastgesteld en afhankelijk van de betrouwbaarheid van de verkregen anamnese. Als voor de patiënt een kruisproef wordt uitgevoerd in de IAT, worden voor de geldigheid van de kruisproef dezelfde termijnen gehanteerd. Conclusie Niveau 3 Transfusie of zwangerschap kan tot drie maanden erna antistofvorming tot gevolg hebben. C Redman ; Shulman Aanbevelingen 1. Tot drie maanden na transfusie of zwangerschap is een antistofscreening en kruisproef in de indirecte antiglobulinetest maximaal 72 uur na afname van het monster geldig. 2. Indien zeker is dat er in de afgelopen drie maanden geen sprake is geweest van transfusie of zwangerschap dan is de antistofscreening in de komende drie maanden geldig. Deze geldigheid vervalt indien er inmiddels sprake is van een eventuele volgende bloedtransfusie en/of zwangerschap. 1. Redman M, Regan F, Contreras-M. A prospective study of the incidence of red cell allo-immunisation following transfusion. Vox Sang 1996;71: Shulman IA, Nelson JM, Nakayama R. When should antibody screening tests be done for recently transfused patients. Transfusion 1990;30: Compatibiliteitsonderzoek Compatibiliteitsonderzoek volgens de Type & Screenstrategie Wetenschappelijke onderbouwing Primaire immunisatie komt langzaam op gang. Het kan soms meer dan drie maanden duren voordat irregulaire erytrocytenantistoffen die geïnduceerd zijn door transfusie of zwangerschap, aantoonbaar worden. 1 Dit betekent dat als een patiënt in de afgelopen drie maanden bloedproducten heeft ontvangen of zwanger is geweest, de antistofscreening moet worden uitgevoerd met een bloedmonster dat zo kort mogelijk voor transfusie is afgenomen. Op grond van gegevens Wetenschappelijke onderbouwing Wordt volgens de Type & Screen (T&S)-strategie gehandeld, dan dienen de volgende testen/ onderzoeken plaats te vinden: De ABO-bloedgroep en het D-antigeen, zowel van de patiënt als van de donor(en). Irregulaire erytrocytenantistoffen bij de patiënt met behulp van testerytrocyten. Controle van de compatibiliteit van de ABO-bloedgroep van de patiënt en de donor vlak voor de transfusie

Trombocytentransfusies bij kinderen. 11 de Pediatrisch Transfusiesymposium 14 september 2011 Annemieke Willemze

Trombocytentransfusies bij kinderen. 11 de Pediatrisch Transfusiesymposium 14 september 2011 Annemieke Willemze Trombocytentransfusies bij kinderen 11 de Pediatrisch Transfusiesymposium 14 september 2011 Annemieke Willemze Inhoud Trombocytopenie en bloeden Trombocytentransfusietriggers Verschillende trombocytenconcentraten

Nadere informatie

- Bloed - Samenstelling en functie - Bloedgroepen en resusfactor

- Bloed - Samenstelling en functie - Bloedgroepen en resusfactor BLOED - Bloed - Samenstelling en functie - Bloedgroepen en resusfactor - Bloedtransfusie - Bloedproducten - Wet inzake bloedvoorziening - Voorraad en levering - Het geven van bloedproducten - Het ontvangen

Nadere informatie

2. Wetgeving. Wetgeving

2. Wetgeving. Wetgeving 2. Wetgeving Norm: Relevante wetgeving betreffende de bloedtransfusieketen Verantwoordelijkheden: Alle betrokkenen die handelingen verrichten binnen de bloedtransfusieketen Vragen aan het ziekenhuis: Niet

Nadere informatie

Hoofdpunten TRIP rapport 2008 Hemo- en Weefselvigilantie

Hoofdpunten TRIP rapport 2008 Hemo- en Weefselvigilantie Hoofdpunten TRIP rapport 2008 Hemo- en Weefselvigilantie Inhoudsopgave 1. Inleiding hemovigilantie 1 2. Bevindingen hemovigilantie 2008 1 2.1 Participatie 1 2.2 Ontvangen meldingen 2 2.3 TRALI 3 2.4 Infectieuze

Nadere informatie

Bloedtransfusie. Inleiding. Waarom een bloedtransfusie?

Bloedtransfusie. Inleiding. Waarom een bloedtransfusie? Bloedtransfusie Inleiding U ondergaat binnenkort een behandeling in VieCuri Medisch Centrum. Hierbij bestaat de kans dat u bloed toegediend moet krijgen: dit heet bloedtransfusie. In deze brochure vindt

Nadere informatie

In & Outs van Trombocytentransfusies

In & Outs van Trombocytentransfusies In & Outs van Trombocytentransfusies Het trombocytenproduct: de Inhoud en de Vorm Jacques Wollersheim, transfusiearts UTG J.Wollersheim@Sanquin.nl Regionale Themamiddag Bloedtransfusie 4/1/2014 1 Product:

Nadere informatie

Informatie over een bloedtransfusie

Informatie over een bloedtransfusie Informatie over een bloedtransfusie Bij het tot stand komen van deze folder is gebruik gemaakt van de volgende folders: Bloedtransfusie voor patiënten - Stichting Sanquin Bloedvoorziening. Bloedtransfusie

Nadere informatie

De transfusieketen: alle schakels OK!, maar wie bewaakt de keten? Martin Schipperus, internist- hematoloog HagaZiekenhuis Den Haag

De transfusieketen: alle schakels OK!, maar wie bewaakt de keten? Martin Schipperus, internist- hematoloog HagaZiekenhuis Den Haag De transfusieketen: alle schakels OK!, maar wie bewaakt de keten? Martin Schipperus, internist- hematoloog HagaZiekenhuis Den Haag Stappen in de transfusieketen l e v e r a n c i e r medewerkers ziekenhuislaboratorium

Nadere informatie

Bloedtransfusie bij kinderen

Bloedtransfusie bij kinderen Kindergeneeskunde Klinisch Chemisch en Hematologisch Laboratorium Bloedtransfusie bij kinderen i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Bloedtransfusie bij kinderen Binnenkort ondergaat uw kind een

Nadere informatie

TRIP rapport 2012. Hemovigilantie. Incidenten

TRIP rapport 2012. Hemovigilantie. Incidenten TRIP rapport 0 Hemovigilantie Incidenten 3. Toelichting op de categorieën meldingen 3. Incidenten in de transfusie keten Verkeerd bloedproduct toegediend (VBT) Alle gevallen waarin de patiënt werd getransfundeerd

Nadere informatie

Disclosure slide J Wiersum-Osselton

Disclosure slide J Wiersum-Osselton Stichting Trainingen Infectie Preventie Disclosure slide J Wiersum-Osselton (potentiële) belangenverstrengeling Werkaanstelling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of

Nadere informatie

Bloedtransfusie Inleiding Waarom een bloedtransfusie?

Bloedtransfusie Inleiding Waarom een bloedtransfusie? Bloedtransfusie Inleiding Binnenkort zult u een behandeling ondergaan, waarbij er een kans bestaat dat u bloed moet krijgen (een bloedtransfusie). In deze folder vindt u informatie over bloedtransfusie.

Nadere informatie

Werkgroep Opleiding en vorming

Werkgroep Opleiding en vorming Werkgroep Opleiding en vorming «Alles wat u altijd al hebt willen weten over transfusie zonder het te durven vragen» Opleiding modules BeQuinT 2 1. Organisatie van transfusie in België 2. De transfusieketen

Nadere informatie

Bloed serieus. H.E.Polak Anesthesie-assistent

Bloed serieus. H.E.Polak Anesthesie-assistent Bloed serieus H.E.Polak Anesthesie-assistent Risico s van bloedtransfusie Transfusie reacties Overdracht van infecties Menselijke fouten bij codering / toediening Vorming van irregulaire antistoffen Geringe

Nadere informatie

Bloedtransfusie. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl

Bloedtransfusie. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl Bloedtransfusie Informatie voor patiënten F0892-2130 september 2012 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070 357

Nadere informatie

Bloedtransfusie. Info voor patiënten

Bloedtransfusie. Info voor patiënten Bloedtransfusie Info voor patiënten Binnenkort zult u een behandeling of ingreep ondergaan, waarbij er een kans bestaat dat u bloed toegediend moet krijgen (een bloedtransfusie). In deze folder vindt u

Nadere informatie

Bloedtransfusie Informatie voor patiënten

Bloedtransfusie Informatie voor patiënten Bloedtransfusie Informatie voor patiënten Klinisch laboratorium Een bloedtransfusie wordt door uw arts voorgeschreven. Dit gebeurt met uw toestemming, tenzij er sprake is van een acute levensbedreigende

Nadere informatie

Bloedwijzer deel 1. Erytrocyten. Trombocyten. Vers bevroren plasma. Sanquin Geldig: 29-04-2013 Pagina: 1 van 36. Bloedwijzer deel 1 / versie 005

Bloedwijzer deel 1. Erytrocyten. Trombocyten. Vers bevroren plasma. Sanquin Geldig: 29-04-2013 Pagina: 1 van 36. Bloedwijzer deel 1 / versie 005 Pagina: 1 van 36 Bloedwijzer deel 1 Erytrocyten Trombocyten Vers bevroren plasma Pagina: 2 van 36 Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 1.1 Algemeen 4 1.2 Europese regelgeving 4 1.3 Parvovirus B19-veilige producten

Nadere informatie

BLOEDTRANSFUSIE 17901

BLOEDTRANSFUSIE 17901 BLOEDTRANSFUSIE 17901 Inleiding Binnenkort ondergaat u een behandeling of ingreep in het Sint Franciscus Gasthuis, waarbij de kans bestaat dat u bloed toegediend krijgt (een bloedtransfusie). In deze folder

Nadere informatie

Bloedtransfusie patiënteninformatie

Bloedtransfusie patiënteninformatie Klinisch Chemisch Laboratorium Bloedtransfusie patiënteninformatie Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Binnenkort ondergaat u een behandeling of

Nadere informatie

anemie 1.1 Overzicht van de anemieën 1.2 Congenitale anemieën 1.3 Verworven anemieën

anemie 1.1 Overzicht van de anemieën 1.2 Congenitale anemieën 1.3 Verworven anemieën I N H O U D hoofdstuk 1 anemie 13 1.1 Overzicht van de anemieën 13 1.2 Congenitale anemieën 16 1.2.1 De thalassemieën 16 1.2.2 Sikkelcelanemie 19 1.2.3 Andere hemoglobinopathieën 22 1.2.4 Aangeboren membraanafwijkingen

Nadere informatie

Bloedtransfusie. Waarom een bloedtransfusie?

Bloedtransfusie. Waarom een bloedtransfusie? Binnenkort ondergaat u een behandeling of ingreep, waarbij er een kans bestaat dat u bloed toegediend moet krijgen (een bloedtransfusie). In deze brochure vindt u informatie over bloedtransfusie. Wanneer

Nadere informatie

TRIP rapport 2012. Hemovigilantie. Algemene beschouwing, conclusies en aanbevelingen

TRIP rapport 2012. Hemovigilantie. Algemene beschouwing, conclusies en aanbevelingen TRIP rapport 2012 Hemovigilantie Algemene beschouwing, conclusies en aanbevelingen 4. Algemene beschouwing, conclusies en aanbevelingen 4.1 Het tiende TRIP hemovigilantierapport: zijn er veiligheidsverbeteringen

Nadere informatie

TRANSFUSIEGIDS. Samengesteld op basis van de CBO Richtlijn Bloedtransfusie. Landelijke Gebruikersraad Sanquin

TRANSFUSIEGIDS. Samengesteld op basis van de CBO Richtlijn Bloedtransfusie. Landelijke Gebruikersraad Sanquin TRANSFUSIEGIDS Samengesteld op basis van de CBO Richtlijn Bloedtransfusie 2011 Initiatief: Landelijke Gebruikersraad Sanquin Organisatie: Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg (CBO) Redactie: Prof.

Nadere informatie

Transfusieproblematiek en hemovigilantie bij kinderen. Yolanda de Rijke, klinisch chemicus TRIP 12 november 2009

Transfusieproblematiek en hemovigilantie bij kinderen. Yolanda de Rijke, klinisch chemicus TRIP 12 november 2009 Transfusieproblematiek en hemovigilantie bij kinderen Yolanda de Rijke, klinisch chemicus TRIP 12 november 2009 Onderwerpen die aan de orde komen Meldingen vanuit SHOT Veiligheidsmanagementsysteem en procesanalysemethoden

Nadere informatie

Nascholing Hematologie 2015 Bloedtransfusie. Michaela van Bohemen, hemovigilantieconsulent Dr. Peter te Boekhorst, hematoloog/transfusiespecialist

Nascholing Hematologie 2015 Bloedtransfusie. Michaela van Bohemen, hemovigilantieconsulent Dr. Peter te Boekhorst, hematoloog/transfusiespecialist Nascholing Hematologie 2015 Bloedtransfusie Michaela van Bohemen, hemovigilantieconsulent Dr. Peter te Boekhorst, hematoloog/transfusiespecialist Inleiding Casus Mw. P., 38 jr, AML, 2e k, dag 10 VG: auto

Nadere informatie

Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X(kruis)-proeven

Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X(kruis)-proeven Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X(kruis)-proeven Jan van der Wijst, Hemovigilantie adviseur UMC St Radboud, Nijmegen lid gebruikerscommissie TRIX CLAUS Centraal Laboratorium Aanvraag- en

Nadere informatie

Zoeken naar evidence

Zoeken naar evidence Zoeken naar evidence Faridi van Etten-Jamaludin Clinical librarian Medische Bibliotheek AMC 2 december 2008 Evidence Based Practice? Bij EBP worden klinische beslissingen genomen op basis van het best

Nadere informatie

Bloedtransfusie... 1. Waarom een bloedtransfusie... 1. Hoe veilig is een bloedtransfusie... 2. Bijwerkingen van de bloedtransfusie...

Bloedtransfusie... 1. Waarom een bloedtransfusie... 1. Hoe veilig is een bloedtransfusie... 2. Bijwerkingen van de bloedtransfusie... Bloedtransfusie Inhoudsopgave Bloedtransfusie... 1 Waarom een bloedtransfusie... 1 Hoe veilig is een bloedtransfusie... 2 Bijwerkingen van de bloedtransfusie... 3 Registratie van gegevens... 4 Kan ik een

Nadere informatie

Bloedtransfusie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Bloedtransfusie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Bloedtransfusie U heeft met uw arts afgesproken dat u een bloedtransfusie krijgt. Of u ondergaat binnenkort een behandeling of ingreep waarbij u misschien extra bloed toegediend moet krijgen. In deze folder

Nadere informatie

Indicatoren nieuwe CBO richtlijn bloedtransfusie: een eerste evaluatie

Indicatoren nieuwe CBO richtlijn bloedtransfusie: een eerste evaluatie Indicatoren nieuwe CBO richtlijn bloedtransfusie: een eerste evaluatie Mart P. Janssen 1 Pauline Zijlker 2 Jo Wiersum-Osselton 2,3 1 Transfusion Technology Assessment Group Julius Center for, UMC Utrecht

Nadere informatie

Bloedtransfusie Algemene informatie toediening

Bloedtransfusie Algemene informatie toediening Bloedtransfusie Algemene informatie toediening Algemene informatie over bloed en bloedtransfusies Uw arts heeft een bloedtransfusie met u besproken omdat u bloedarmoede heeft of omdat u binnenkort een

Nadere informatie

TRANSFUSIEBELEID EN ZWANGERSCHAP. Versie 1.0

TRANSFUSIEBELEID EN ZWANGERSCHAP. Versie 1.0 TRANSFUSIEBELEID EN ZWANGERSCHAP Versie 1.0 Datum Goedkeuring 18-04-2002 Methodiek Evidence based Discipline Monodisciplinair Verantwoording NVOG Omschrijving van het probleem Een bloedtransfusie bij een

Nadere informatie

TRANSFUSIEGIDS. samengesteld op basis van de CBO Richtlijn Bloedtransfusie

TRANSFUSIEGIDS. samengesteld op basis van de CBO Richtlijn Bloedtransfusie TRANSFUSIEGIDS samengesteld op basis van de CBO Richtlijn Bloedtransfusie 2011 Initiatief: Landelijke Gebruikersraad Sanquin Organisatie: Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg (CBO) Redactie: prof.

Nadere informatie

bloed, ademhaling & spijsvertering info voor patiënten Bloedtransfusies

bloed, ademhaling & spijsvertering info voor patiënten Bloedtransfusies bloed, ademhaling & spijsvertering info voor patiënten Bloedtransfusies 01. Inleiding U (of uw kind) krijgt binnenkort een behandeling of een ingreep. De kans bestaat dat u (of uw kind) daarbij bloed toegediend

Nadere informatie

Sanquin Bank of Frozen Blood

Sanquin Bank of Frozen Blood Sanquin Bank of Frozen Blood Beleid rondom zeldzame typeringen Dr. Rianne Koopman 1 Opzet presentatie Achtergrond Voorraadbeheer / zeldzaam donor programma Beleid aanvragen zeldzame eenheden 2 Historie

Nadere informatie

Richtlijn Informatieverstrekking aan gebruikers van bloedproducten

Richtlijn Informatieverstrekking aan gebruikers van bloedproducten Pagina: 1 van 39 Richtlijn Informatieverstrekking aan gebruikers Vervangt document KD001.RL.SQ_005 d.d. 29 april 2013 Stichting Sanquin Plesmanlaan 125 1066 CX Amsterdam Rol Functie Naam Handtekening Tekendatum

Nadere informatie

Transfusie van erytrocytenproducten. Rianne Koopman, internist-transfusiearts

Transfusie van erytrocytenproducten. Rianne Koopman, internist-transfusiearts Transfusie van erytrocytenproducten Rianne Koopman, internist-transfusiearts Inhoud Achtergronden Historie bloedtransfusie Sanquin Bloedvoorziening Standaardproduct / veiligheid Indicaties / transfusietriggers

Nadere informatie

Een vreedzame vorm van bloedvergieten: De Transfusie! Ann Tegethoff Oncologisch Congres, Oostkamp 06/02/2016

Een vreedzame vorm van bloedvergieten: De Transfusie! Ann Tegethoff Oncologisch Congres, Oostkamp 06/02/2016 Een vreedzame vorm van bloedvergieten: De Transfusie! Inhoud: Historie Bloedgroepen Indicaties voor transfusie Verpleegkundige aandachtspunten bij transfusie Cijfergegevens Historie: Oudheid: bloedbaden

Nadere informatie

Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op?

Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op? Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op? 1 INHOUD PSIE programma Antistoffen Ontstaan en Risico Achtergrond Rhc-screening Doel Rhc-screening Evaluatiestudie Rhc-screening Opzet Inclusies

Nadere informatie

Hoofdstuk 13. Het toedienen van bloedproducten

Hoofdstuk 13. Het toedienen van bloedproducten ragenlijst audit Hoofdstuk 13. Het toedienen van bloedproducten, HPZO versie 1.2/09-2010 H13-18 Hoofdstuk 13. Het toedienen van bloedproducten Norm In het ziekenhuis dienen de procedures voor het toedienen

Nadere informatie

Bloedtransfusie ALGEMEEN. Toedienen van bloedproducten

Bloedtransfusie ALGEMEEN. Toedienen van bloedproducten ALGEMEEN Bloedtransfusie Toedienen van bloedproducten Bij een bloedtransfusie worden bloed of bloedproducten via een infuus toegediend. Indien het voor uw behandeling noodzakelijk is, schrijft uw behandelend

Nadere informatie

Bloedtransfusie Waarom een bloedtransfusie?

Bloedtransfusie Waarom een bloedtransfusie? Bloedtransfusie Binnenkort ondergaat u een behandeling of ingreep, waarbij er een kans bestaat dat u bloed toegediend moet krijgen (een bloedtransfusie). In deze folder vindt u informatie over bloedtransfusie.

Nadere informatie

Bloedmanagement bij Orthopedische ingrepen. Tergooi ziekenhuis Hilversum 10 november 2007

Bloedmanagement bij Orthopedische ingrepen. Tergooi ziekenhuis Hilversum 10 november 2007 Bloedmanagement bij Orthopedische ingrepen Tergooi ziekenhuis Hilversum 10 november 2007 Agenda Anemie Transfusies Ervaring Epoëtine alfa in orthopedie Conclusies Is er een probleem met anemie? Anemie

Nadere informatie

De ervaringen uit de praktijk bij gebruik van Bellovac ABT en Eprex bij THP en TKP.

De ervaringen uit de praktijk bij gebruik van Bellovac ABT en Eprex bij THP en TKP. De ervaringen uit de praktijk bij gebruik van Bellovac ABT en Eprex bij THP en TKP. Hemovigilantie: Mw. A.M. van den Boogaard van de Maat Mw. R. Geelen Geboers Klinische chemie: Dr. J.L.P. van Duijnhoven

Nadere informatie

Hoofdstuk 17. Het gebruik van informatietechnologie om de veiligheid van toediening van bloed te verbeteren

Hoofdstuk 17. Het gebruik van informatietechnologie om de veiligheid van toediening van bloed te verbeteren ragenlijst audit, Hoofdstuk 17. Het gebruik van informatietechnologie om de veiligheid van toediening van bloed te verbeteren, HPZO versie 1.2/09-2010 H17-18 Hoofdstuk 17. Het gebruik van informatietechnologie

Nadere informatie

Dr. Leo Jacobs Klinisch chemicus in opleiding

Dr. Leo Jacobs Klinisch chemicus in opleiding Dr. Leo Jacobs Klinisch chemicus in opleiding April 2012 71 jarige man Hoge koorts en frequent braken en dyspnoe Geen bloed of slijm bij ontlasting, geen hematurie. CRP = 63 mg/l en HB = 6.1 mmol/l Relevante

Nadere informatie

Afdeling Bloedtransfusie en Transplantatie

Afdeling Bloedtransfusie en Transplantatie Afdeling Bloedtransfusie en Transplantatie Immunologie Hemovigilantie, de stappen in de keten ( Nijmegen) Hemovigilantie, de stappen in de keten ( NL )??? Jan van der Wijst, hoofd beheerszaken 1 Staf Management

Nadere informatie

BIJLAGE 1 bij MODELOVEREENKOMST bloedtransfusie Ziekenhuis en Verpleeghuis/woonzorgcentrum versie februari 2011

BIJLAGE 1 bij MODELOVEREENKOMST bloedtransfusie Ziekenhuis en Verpleeghuis/woonzorgcentrum versie februari 2011 BIJLAGE 1 bij MODELOVEREENKOMST bloedtransfusie Ziekenhuis en Verpleeghuis/woonzorgcentrum versie februari 2011 Protocol bloedtransfusie in verpleeghuizen/woonzorgcentra Leidraad voor bloedtransfusie in

Nadere informatie

Bloedmanagement. state of the art

Bloedmanagement. state of the art Bloedmanagement. state of the art Dr. AWMM Koopman-van Gemert anesthesioloog-intensivist ASz Casus Vrouw, 80 jaar, gepland voor een THP VG: HT, CVA 1997 Medicatie: captopril, ASA II 70 KG Uitgangs-Hb 7.6

Nadere informatie

Direct beschikbare uitgetypeerde eenheden: voordelen voor de patiënt en het laboratorium. Masja de Haas Immunohematologische Diagnostiek

Direct beschikbare uitgetypeerde eenheden: voordelen voor de patiënt en het laboratorium. Masja de Haas Immunohematologische Diagnostiek Direct beschikbare uitgetypeerde eenheden: voordelen voor de patiënt en het laboratorium Masja de Haas Immunohematologische Diagnostiek Direct beschikbare uitgetypeerde eenheden Foto s van Judith van IJken,

Nadere informatie

Bloed en Transfusie over bloedgroepen, transfusies en immuunreacties

Bloed en Transfusie over bloedgroepen, transfusies en immuunreacties VWO Bloed en Transfusie over bloedgroepen, transfusies en immuunreacties Ieder jaar ontvangen zo n 250.000 Nederlanders een bloedtransfusie. Het gaat dan vaak om patiënten die een grote operatie moeten

Nadere informatie

Diagnostisch onderzoek

Diagnostisch onderzoek Vademecum Diagnostisch onderzoek Sanquin Bloedvoorziening Vademecum Diagnostisch onderzoek Sanquin Diagnostiek 2014 Inhoud 5 Voorwoord 7 8 20 38 54 72 82 92 106 126 150 156 166 180 196 Theorie 1 Transfusie

Nadere informatie

Bloedgroepantistoffen tijdens. Informatie voor verloskundig hulpverleners de zwangerschap

Bloedgroepantistoffen tijdens. Informatie voor verloskundig hulpverleners de zwangerschap Bloedgroepantistoffen tijdens Informatie voor verloskundig hulpverleners de zwangerschap In deze folder geven wij u informatie over bloedgroepantistoffen, ook wel irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA)

Nadere informatie

Inhoud Wat u moet weten over bloed en bloedtransfusiefout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Inhoud... 2 1. Inleiding... 3 2.

Inhoud Wat u moet weten over bloed en bloedtransfusiefout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Inhoud... 2 1. Inleiding... 3 2. Inhoud Wat u moet weten over bloed en bloedtransfusiefout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Inhoud... 2 1. Inleiding... 3 2. Wat is een bloedtransfusie?... 3 3. Hoe komt het ziekenhuis aan bloed?... 4 4.

Nadere informatie

Ery transfusies Hoe minder, hoe beter?

Ery transfusies Hoe minder, hoe beter? Ery transfusies Hoe minder, hoe beter? TRIP Symposium 29 november 2007 Cynthia So, internist Sanquin Bloedbank ZW Inhoud presentatie Waarom bloed besparen? Wat is er aan evidence? Lopende studies Waarom

Nadere informatie

Bloed en Transfusie over bloedgroepen, transfusies en immuunreacties

Bloed en Transfusie over bloedgroepen, transfusies en immuunreacties HAVO Bloed en Transfusie over bloedgroepen, transfusies en immuunreacties Ieder jaar ontvangen zo n 250.000 Nederlanders een bloedtransfusie. Het gaat dan vaak om patiënten die een grote operatie moeten

Nadere informatie

Validiteit van bloedtransfusies in een groot perifeer ziekenhuis: een interne toetsing van het transfusiebeleid

Validiteit van bloedtransfusies in een groot perifeer ziekenhuis: een interne toetsing van het transfusiebeleid 6 Validiteit van bloedtransfusies in een groot perifeer ziekenhuis: een interne toetsing van het transfusiebeleid Validity of blood transfusions in a large hospital: an audit in transfusion medicine practise

Nadere informatie

Autoimmuun Hemolytische Anemie Serologisch Onderzoek

Autoimmuun Hemolytische Anemie Serologisch Onderzoek Autoimmuun Hemolytische Anemie Serologisch Onderzoek Serologisch onderzoek AIHA Casus 1. Mevrouw vd H, 1924: Onderzoek bij aanwezigheid warmte autoantistoffen Casus 2. Mevrouw K, 1956: Onderzoek bij aanwezigheid

Nadere informatie

Een lange weg te gaan. Rob Hendriks Analist 1 Bloedtransfusie Orbis Medisch Centrum Sittard

Een lange weg te gaan. Rob Hendriks Analist 1 Bloedtransfusie Orbis Medisch Centrum Sittard Een lange weg te gaan Rob Hendriks Analist 1 Bloedtransfusie Orbis Medisch Centrum Sittard Patiënt - Myelodysplastisch syndroom (MDS), behandeling in de HOVON 89 studie. - Polytransfusee (wekelijks transfusie)

Nadere informatie

Eindrapportage Bloedbank ziekenhuis Monkole, Kinshasa, D.R. Kongo

Eindrapportage Bloedbank ziekenhuis Monkole, Kinshasa, D.R. Kongo Eindrapportage Bloedbank ziekenhuis Monkole, Kinshasa, D.R. Kongo 1. Algemene informatie a. Titel: Bloedbank voor Ziekenhuis Monkole b. Aanvragende organisatie: Stichting De Oude Gracht c. Periode uitvoering:

Nadere informatie

Laboratoria Nieuwsbrief September 2011 Klinisch Chemisch en Hematologisch Laboratorium Medisch Microbiologisch Laboratorium

Laboratoria Nieuwsbrief September 2011 Klinisch Chemisch en Hematologisch Laboratorium Medisch Microbiologisch Laboratorium Laboratoria Nieuwsbrief September 2011 Klinisch Chemisch en Hematologisch Laboratorium Medisch Microbiologisch Laboratorium In dit nummer: ALLERGIERAPPORTAGE; DETECTIEGRENS VERLAAGD ANTISTOFFEN BIJ DIABETES

Nadere informatie

Casus. Judith Lie, hemovigilantiefunctionaris Erik Beckers, internist-hematoloog Kennisplatform ZO 04-04-2013

Casus. Judith Lie, hemovigilantiefunctionaris Erik Beckers, internist-hematoloog Kennisplatform ZO 04-04-2013 Casus Judith Lie, hemovigilantiefunctionaris Erik Beckers, internist-hematoloog Kennisplatform ZO 04-04-2013 Melding Transfusiereactie 09-11-2012 (vrij): vrouw 34 jaar Tijdens plasmaferese met FFP als

Nadere informatie

Beleid van pretransfusietesten voor zuigelingen jonger dan 4 M Standpuntenverklaring DvB

Beleid van pretransfusietesten voor zuigelingen jonger dan 4 M Standpuntenverklaring DvB Beleid van pretransfusietesten voor zuigelingen jonger dan 4 M Standpuntenverklaring DvB Dr. A. Vanhonsebrouck WVTV congres Bloedafnames-transfusies bij laag geboortegewicht (VLBI) Arch Dis Child 200,

Nadere informatie

Batchgewijs leveren van 30 eenheden erytrocyten met bijzondere typering, een uitdaging!

Batchgewijs leveren van 30 eenheden erytrocyten met bijzondere typering, een uitdaging! Batchgewijs leveren van 30 eenheden erytrocyten met bijzondere typering, een uitdaging! Jessie Luken, transfusiearts Unit Transfusiegeneeskunde, Sanquin Bloedbank en IHD, Erytrocytenserologie, Sanquin

Nadere informatie

PROTON II. Waarom en hoe transfunderen wij in Nederland? Dr. Rianne Koopman, internist Manager KCD, Sanquin Bloedbank

PROTON II. Waarom en hoe transfunderen wij in Nederland? Dr. Rianne Koopman, internist Manager KCD, Sanquin Bloedbank PROTON II Waarom en hoe transfunderen wij in Nederland? Dr. Rianne Koopman, internist Manager KCD, Sanquin Bloedbank Opzet presentatie Achtergrond PROTON I (PROfiles of TransfusiON recipients) Studie PROTON

Nadere informatie

Minimale bias/ beschrijving relevante case-mix Er wordt geen betekenisvolle case-mix problematiek verwacht. Literatuur

Minimale bias/ beschrijving relevante case-mix Er wordt geen betekenisvolle case-mix problematiek verwacht. Literatuur Uiteindelijk kunnen de resultaten van de indicatoren ook een aanzet geven tot het aanpassen of actualiseren van de richtlijn Bloedtransfusie. Het daadwerkelijk invoeren en meten van deze indicatoren valt

Nadere informatie

35 Bloedarmoede. Drs. P.F. Ypma

35 Bloedarmoede. Drs. P.F. Ypma Drs. P.F. Ypma Inleiding Bloedarmoede (anemie) is een veelvoorkomend verschijnsel bij multipel myeloom en de ziekte van Waldenström, zowel bij het begin van de ziekte als in het beloop ervan. Dit kan (ten

Nadere informatie

DRBR0699. Bloedtransfusie

DRBR0699. Bloedtransfusie DRBR0699 Bloedtransfusie Inhoudsverantwoordelijke: H. Stremersch Publicatiedatum: januari 2014 Inhoud Inleiding... 4 1. Waarom een bloedtransfusie?... 5 2. Hoe veilig is een bloedtransfusie?... 6 3. Waarom

Nadere informatie

Bloedtransfusie bij zuigelingen

Bloedtransfusie bij zuigelingen Bloedtransfusie bij zuigelingen 2 Bloedtransfusie Bloedtransfusie betekent overbrenging van bloed van de ene mens (donor) in de aderen van een ander (ontvanger). Voor een bloedtransfusie wordt niet het

Nadere informatie

Omniplasma. Registratie Omniplasma in TD Blood Bank. Technidata:, Ivo Naninck, Michel Sliepen. Auteur(s) Sanquin:, Petra van Krimpen, Wim Hoekstra,

Omniplasma. Registratie Omniplasma in TD Blood Bank. Technidata:, Ivo Naninck, Michel Sliepen. Auteur(s) Sanquin:, Petra van Krimpen, Wim Hoekstra, Omniplasma Registratie Omniplasma in TD Blood Bank Auteur(s) Sanquin:, Petra van Krimpen, Wim Hoekstra, Technidata:, Ivo Naninck, Michel Sliepen Datum 7 november 2013 Ons kenmerk CS-1310-0699r-PCK Versie

Nadere informatie

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker lokale verbranding van de alvleeskliertumor Doel Het doel van de studie is te onderzoeken of radiofrequente ablatie (RFA) gevolgd door

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over bloedonderzoek

Veelgestelde vragen over bloedonderzoek KLINISCHE CHEMIE Veelgestelde vragen over bloedonderzoek ADVIES Veelgestelde vragen over bloedonderzoek In deze folder leest u de meest gestelde vragen over bloedonderzoek. Hebt u vragen die niet in deze

Nadere informatie

Om de risico s van een bloedtransfusie tot een minimum te beperken, gelden de volgende voorwaarden ten aanzien van bloeddonatie:

Om de risico s van een bloedtransfusie tot een minimum te beperken, gelden de volgende voorwaarden ten aanzien van bloeddonatie: BLOEDTRANSFUSIE Binnenkort ondergaat u een behandeling waarbij u mogelijk bloed toegediend krijgt. In deze folder leest u hoe een bloedtransfusie verloopt. Wat is een bloedtransfusie? Bloedtransfusies

Nadere informatie

Anemie op de Intensive Care

Anemie op de Intensive Care Anemie op de Intensive Care Fellowonderwijs Opleiding Intensive Care UMC St Radboud, Nijmegen Incidentie ABC CRIT TRICC NTBIG (N = 3524) (N = 4892) (N = 5298) (N = 1247) Opname Hb 7.0 ± 1.4 6.8 ± 1.5 6.1

Nadere informatie

P. van Toledo Manager Uitgifte & Klantenservice. Uitgifte & Klantenservice Programma 2015

P. van Toledo Manager Uitgifte & Klantenservice. Uitgifte & Klantenservice Programma 2015 P. van Toledo Manager Uitgifte & Klantenservice Uitgifte & Klantenservice Programma 2015 Inhoudsopgave Uitgiftepunten in 2015 Hospital Web Based Ordering system (HWBO) Thrombocytes Inventory Management

Nadere informatie

Fractionering en klinisch gebruik van plasmaproducten

Fractionering en klinisch gebruik van plasmaproducten Fractionering en klinisch gebruik van plasmaproducten 4 April 2013 Karin Velthove Sanquin bloedvoorziening, divisie plasmaproducten Medische afdeling plasmaproductadvice@sanquin.nl Fractionering en klinisch

Nadere informatie

Clinical Strategies to Avoid Blood Transfusions. Ziekenhuiscontactcomité voor Jehovah s Getuigen

Clinical Strategies to Avoid Blood Transfusions. Ziekenhuiscontactcomité voor Jehovah s Getuigen Clinical Strategies to Avoid Blood Transfusions Ziekenhuiscontactcomité voor Jehovah s Getuigen Stichting Trainingen Infectie Preventie Disclosure (Potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk

Nadere informatie

TRIP rapport 2010. Hemovigilantie. Uitgebreide versie. Tulipa TRIP. Hemovigilantie 1

TRIP rapport 2010. Hemovigilantie. Uitgebreide versie. Tulipa TRIP. Hemovigilantie 1 TRIP rapport 2010 Hemovigilantie Uitgebreide versie Tulipa TRIP Hemovigilantie 1 TRANSFUSIE REACTIES IN PATIËNTEN Tulipa TRIP is eigendom van Prima Tulp B.V. TRIP dankt Prima Tulp voor het vernoemen en

Nadere informatie

Afdeling II. Genetische onderzoeken. 1. Worden beschouwd als verstrekkingen waarvoor de bekwaming van de in 2 bedoelde geneesheer vereist is :

Afdeling II. Genetische onderzoeken. 1. Worden beschouwd als verstrekkingen waarvoor de bekwaming van de in 2 bedoelde geneesheer vereist is : De RODE markeringen gaan in voege vanaf 01/07/2011 (blz. 4) ART. 33 Afdeling II. Genetische onderzoeken. Art. 33. 1. Worden beschouwd als verstrekkingen waarvoor de bekwaming van de in 2 bedoelde geneesheer

Nadere informatie

Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening

Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening Helen I. de Graaf-Waar Herma T. Speksnijder Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening Houten 2014 Helen I.

Nadere informatie

Richtlijn ondervoeding bij patiënten met kanker

Richtlijn ondervoeding bij patiënten met kanker Richtlijn ondervoeding bij patiënten met kanker Jolanda Chua-Hendriks Wat is evidence-based? Niet: volledig of uitsluitend gebaseerd op evidence (wetenschappelijk bewijs) Wel: ontwikkeld volgens (5 stappen)

Nadere informatie

Samenvatting Samenvatting

Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting Binnen het domein van hart- en vaatziekten is een bypassoperatie de meest uitgevoerde chirurgische ingreep. Omdat bij een hartoperatie het borstbeen wordt doorgesneden en er meestal

Nadere informatie

Algemene informatie kinderkanker

Algemene informatie kinderkanker Algemene informatie kinderkanker De behandeling van kinderen met kanker is in Nederland gecentraliseerd in 5 kinderkanker (kinderoncologische) centra en 2 beenmergtransplantatie centra. De 5 kinderkanker

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Temperatuurmonitoring van erytrocyten in de operatiekamer

Temperatuurmonitoring van erytrocyten in de operatiekamer Temperatuurmonitoring van erytrocyten in de operatiekamer Medical cold chain congres, 13 mei 2013 Floor Namen Weerkamp, auteur(s) / klinisch presenterende chemicus, auteur Maasstad Ziekenhuis Rotterdam

Nadere informatie

Bloedtransfusie bij zuigelingen

Bloedtransfusie bij zuigelingen informatie voor patiënten van ziekenhuis rijnstate/velp Bloedtransfusie bij zuigelingen Binnenkort krijgt uw baby op de afdeling Neonatologie een bloedtransfusie. Deze wordt gegeven als er een tekort is

Nadere informatie

Bloedtransfusie bij nierdialyse in Suriname. Drs.I. Heerenveen, internist-nefroloog Drs.F. Chhangur, medisch coordinator NNC

Bloedtransfusie bij nierdialyse in Suriname. Drs.I. Heerenveen, internist-nefroloog Drs.F. Chhangur, medisch coordinator NNC Bloedtransfusie bij nierdialyse in Suriname Drs.I. Heerenveen, internist-nefroloog Drs.F. Chhangur, medisch coordinator NNC - Kernvragen: Hoe wordt anemie gedefineerd bij dialysepatienten Wanneer behandeling

Nadere informatie

Nieuwe ontwikkelingen in de preventie van rhesusantagonisme

Nieuwe ontwikkelingen in de preventie van rhesusantagonisme Nieuwe ontwikkelingen in de preventie van rhesusantagonisme Masja de Haas Sanquin Amsterdam m.dehaas@sanquin.nl 19 September 2011 1 Informatie nieuwe beleid vanuit RIVM 19 September 2011 2 Preventieprogramma:

Nadere informatie

De risico s van bloedbesparende technieken. Dr. AWMM Koopman van Gemert anesthesioloog intensivist ASZ

De risico s van bloedbesparende technieken. Dr. AWMM Koopman van Gemert anesthesioloog intensivist ASZ De risico s van bloedbesparende technieken Dr. AWMM Koopman van Gemert anesthesioloog intensivist ASZ Methoden Verminderen bloedverlies anesthesiologische maatregelen chirurgische maatregelen Autologe

Nadere informatie

Algemene vragen over logistiek

Algemene vragen over logistiek FAQ over de wijzigingen in de preventie van zwangerschapsimmunisatie Versie 15 juli 2011 De vragen zijn ingedeeld in de volgende categorieën: pagina Algemene vragen over logistiek...1 Logistieke vragen:

Nadere informatie

Richtlijnontwikkeling Een praktische handleiding voor patiëntenvertegenwoordigers

Richtlijnontwikkeling Een praktische handleiding voor patiëntenvertegenwoordigers Richtlijnontwikkeling Een praktische handleiding voor patiëntenvertegenwoordigers Ontwikkeld door: Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) Versie

Nadere informatie

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Inleiding Zwanger worden als je een chronische ontstekingsziekte van de darm (IBD = inflammatory Bowel disease) hebt zoals de ziekte van Crohn

Nadere informatie

GENETISCHE ONDERZOEKEN Art. 33bis pag. 1 officieuze coördinatie

GENETISCHE ONDERZOEKEN Art. 33bis pag. 1 officieuze coördinatie GENETISCHE ONDERZOEKEN Art. 33bis pag. 1 "Artikel 33bis. 1. Moleculaire Biologische testen op menselijk genetisch materiaal bij verworven aandoeningen." "K.B. 31.8.2009" (in werking 1.11.2009) "A." + "

Nadere informatie

Goede transfusiepraktijken in ziekenhuizen

Goede transfusiepraktijken in ziekenhuizen PUBLICATIE VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD Nr. 8381 Goede transfusiepraktijken in ziekenhuizen 6 januari 2010-1 - SAMENVATTING De transfusiecomités, die in de Belgische ziekenhuizen ten gevolge van het koninklijk

Nadere informatie

Een kwestie van goed matchen

Een kwestie van goed matchen Een kwestie van goed matchen Claudia Folman Immunohematologie Diagnostiek, Amsterdam c.folman@sanquin.nl 1 September 2010 1 Casus I donderdag 9:30 uur De klinisch chemicus van een ZKHS belt voor overleg

Nadere informatie

Zorgdepartement informatiebrochure Bloedtransfusie

Zorgdepartement informatiebrochure Bloedtransfusie Zorgdepartement informatiebrochure Bloedtransfusie Inhoudstafel 1. Inleiding 2. Waarom een transfusie? 3. Veiligheid 4. Verloop 5. Bijwerkingen 6. Kan ik weigeren? 7. (Mede)-verantwoordelijkheden van

Nadere informatie