NIEUWE ABORTUSSTRIJD IN AMERIKA

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NIEUWE ABORTUSSTRIJD IN AMERIKA"

Transcriptie

1 PMESI ^ 1 september/oktober 1989 NIEUWE ABORTUSSTRIJD IN AMERIKA CONTRACT COMPLIANCE Positieve actie onder druk van hogerhand DE BUITENLANDSE VROUW Het vreemdelingenrecht heerst tot in haar bed NEME IS

2 jaargang 5 september/oktober 1989 nummer 5 Verschijnt zes maal per jaar Redactie: Len Andringa, Jet Isarin, Mies Monster, Dorien Pessers, Heikelien Venijn Stuart, Mieke Vosman. Medewerksters: José J. Bolten, Karin van Elderen, Wendelien E. Elzinga, Nora Holtrust, Ineke de Hondt, Gerdie Ketelaars, Yvonne Konijn, Selma Sevenhuijsen, Jutien van der Steen, Elies Steyger, Sarah van Walsum, Bernadette de Wit, Ria Wolleswinkel. Redactiesecretariaal: Heikelien Verrijn Stuart - redactiesecretaris, Diana Sells - redactiemedewerkster, Singel 373,1012 WL Amsterdam, tel / Nemesis: Nemesis is een uitgave van Samsom H.D.Tjeenk Willink. De Stichting Nemesis is één van de deelnemende organisaties in het Clara Wichmann Instituut, het Wetenschappelijk Instituut Vrouwen en Recht. Abonnementen: ƒ59,50 per jaar (Bfr. 1190) losse nummers: ƒ11,95 (Bfr. 239) Opbergband te bestellen door overmaking van ƒ 15,-(Bfr. 300) op postrekeningnummer t.n.v. Samsom H.D. Tjeenk Willink te Alphen aan den Rijn, onder vermelding van opbergband Nemesis. Abonnementen-administratie: Samsom H.D. Tjeenk Willink, Postbus 4, 2400 MA Alphen aan den Rijn (telefoon ) Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 december van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd. Bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Voor België: Wolters Samsom België nv, Louizalaan 485, 1050 Brussel (tel ) Reprorecht: Het overnemen, evenals het vermenigvuldigen van artikelen en illustraties is slechts geoorloofdna schriftelijke toestemmingvan de redactie. Aanbevolen citeerwijze: Nemesis 1989 nr. 1, pag... Omslagontwerp en lay-out: Fenna Westerdiep, Amsterdam Advertenties Nemesis: voor de opgave van advertenties en tarieven, contact opnemen met Samsom Media bv, Postbus 4,2400 MA Alphen aan den Rijn. tel ISSN lid van de nederlandse organisatie van tijdschriftuitgevers n.o.tu. VAN DE REDACTIE O U D S O P G A V 165 Dorien Pessers Van Roe naar Webster De juridische context van abortus ARTIKELEN 169 Tineke van Vleuten Contract compliance 1 De situatie in de Verenigde Staten 176 Els van Eijden Contract compliance 2 De situatie in Nederland 181 Len Andringa A never ending story De AAW 184 Sarah van Walsum Steeds dichter bij je bed Recente ontwikkelingen in het vreemdelingenrecht R E C H T H A R T U I T H E T 189 Mies Monster Over het Wetsvoorstel verlenging en flexibilisering van het zwangerschaps- en bevallingsverlof ACTUALITEITEN 192 Samenstelling: Gerdie Ketelaars en Heikelien Verrijn Stuart Rechtspraak Nr 55: Raad van State, 16 mei 1989 RWW voor co-ouders Nr 56: Hof van Justitie van de EG, 27 juni 1989 AOW en Derde Richtlijn Nr 57: Hof van Justitie van de EG, 13 juli 1989 Niet aanvullen ziekengeld part-timers Nr 58: Raad van Beroep Amsterdam, 1 februari 1989 AWW ongehuwd samenwonenden Nr 59: Centrale Raad van Beroep, 10 mei 1989 WW gehuwde vrouw Nr 60: Rechtbank Arnhem, 20 mei 1989 Omgangsregeling niet-biologische vader Nr 61: Kantongerecht Utrecht, 14 juni 1989 Zwangerschap en arbeid Nr 62: Hof Amsterdam, 26 juni 1989 Omgangsregeling zaaddonor Nr 63: Raad van Beroep Amsterdam, 20 april 1989 Dagloon stewardessen discriminerend STRIP Karin van Elderen And thou, who never yet ofhuman wrong Left the unbalanced scale, great Nemesis! (Byron) Childe Harold's Pilgrimage, Canto IV

3 I Van de redactie DorienPessers Van Roe naar De juridische context van abortus Webster U.S. AFFAIRS Each year three out of every 100 American women age 15 to 44 choose to end unwanted pregnancies -1.5 million abortions in all. Only.01 percent of abortions occur af ter 24 weeks, and most of those are f or urgent therapeutic reasons. Age: estimatedrate per woman in category years years years years years years and over 3.4 Race: White Nonwhite Family Income Under$l $ $ $ and over 16.5 Figures above based on 1987 data Length of Pregnancy:* 8 weeks andunder 9-10weeks weeks weeks weeks 21 weeks and over % 26.9% 13.3% 5.3% 3.4% 38.2% 29.8% 17.5% 6.0% 7.2% 0.8% 1.4% *time since last menstrual period Locations:* Hospitals 13% Abortionclinics 60% Otherclinics 23% M.D.'soffices 4% *1985 figures Source for all: The Alan Guttmacher institute Uit: Newsweek 17juli 1989 Op 3 juli van dit jaar gaf het Amerikaanse Hooggerechtshof de met veel spanning afgewachte beslissing in Webster vs Reproductive Health Services : een door de Pro Life-beweging aangespannen proefproces over de grondwettigheid van de strikte abortuswetgeving van de staat Missouri. Het proefproces had als doel de beslissing van het Hooggerechtshof van 1973, Roe vs Wade, waarin abortus werd geliberaliseerd, ongedaan te maken. Hoewel de strekking van de Webster-beslissing pas in de loop van definitief duidelijk zal zijn - het Hooggerechtshof heeft drie nieuwe abortus-proefprocessen voor behandeling geselecteerd - staat nu al onomstotelijk vast dat de sloop is begonnen van het juridische bouwwerk dat de Amerikaanse vrouwen zelfbeschikking toekende gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap. In een periode van slechts zestien jaar hadden zowel Pro Choice als Pro Life hun day in Court. Wanneer een succes zo snel in een verlies verkeert, rijst de vraag naar de aard van het succes. Abortus behoort tot de categorie maatschappelijke problemen over de oplossing waarvan nooit consensus zal bestaan, omdat teveel vragen van levensbeschouwing en ethiek erbij zijn betrokken. Sterke emoties veroorzaken sterke opinies, waardoor politieke of juridische pacificaties in moreel beladen kwesties altijd een tijdelijk karakter zullen dragen. Joyce Outshoorn benadrukt in haar proefschrift over de Nederlandse abortusstrijd dat de aard van een politiek strijdpunt nooit een vast gegeven is, maar onderhevig is aan een continue herdefiniëring die de kern van het conflict uitmaakt.' Deze strijd om herdefiniëring brandde meteen los nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof had bepaald dat de zelfbeschikking van vrouwen inzake abortus binnen hun door de Constitutie beschermde privacyrecht viel. Er kwam een krachtige lobby op gang van de Moral Majority die in de gebruikelijke zwart-wit demagogie tegenover de Pro Choice slogan de Pro Life slogan hanteerde en abortus weer uitsluitend als een strafrechtelijk en moreel probleem wilde zien. Daarnaast is er sinds 1973 een ander medisch klimaat ontstaan dat sterk tegemoet komt aan de wensen van degenen die abortus willen herdefiniëren. De ontwikkelingen in de medische technologie, zoals bijvoorbeeld de in vitro fertilisatie, hebben tot gevolg gehad dat voortplanting het centrale issue is geworden en niet langer de beperking van de voortplanting. Daar komt bij dat de foetus in een steeds vroeger stadium buiten de baarmoeder in leven kan worden gehouden. Abortus kan dus ook in een steeds vroeger stadium als een ingreep in het leven worden beschouwd. In deze veranderde context gaat de abortusdiscussie steeds grotere overeenkomst vertonen met de euthanasiediscussie, waarin het eveneens gaat om de bescherming van het leven tegenover de kwaliteit van het leven. De belangen van vrouwen en de belangen van de staat bij de bescherming van (ongeboren) leven zijn in een nieuw vertoog over zedelijkheid terecht gekomen. Gegeven de geringe maatschappelijke bekommernis om de kwaliteit van het bestaan van vrouwen, dreigt in dit nieuwe vertoog de belangenafweging ten nadele van vrouwen uit te vallen. De Webster-beslissing van het Amerikaanse 1989 nr4 165

4 I Van Roe naar Webster DorienPessers Hooggerechtshof, die hierna uitgebreid besproken zal worden, is een nieuwe en misschien wel beslissende stap in die richting. De staat kan zich weer opnieuw meester maken van de keuzevrijheid van vrouwen, niet om hun menswaardig bestaan te bevorderen, maar om vrouwen in te voegen in een gereanimeerd stelsel van zedelijke normen, zonder aandacht voor de materiële omstandigheden waarin vrouwen en hun kinderen leven. Zolang de staat echter de risico's van het ouderschap exclusief op de schouders van de moeder laat neerkomen, zonder enige verzekering tegen deze risico's te bieden en daardoor de verdergaande feminisation and juvenalisation ofpoverty accepteert, kan de staat geen geloofwaardig belang claimen bij de bescherming van ongeboren leven, dat na de geboorte immers rücksichtslos wordt uitgeleverd aan het riskante bestaan van moeders. Van Roe naar Webster In Roe vs Wade ontwikkelde Justice Blackmun, for the majority, het juridische raamwerk voor de oplossing van het abortusprobleem. In zijn opinie ging hij eerst de geschiedenis van de abortuswetgeving na en stelde dat deze door drie belangen geïnspireerd was: ontmoediging van onwettig sexueel gedrag, bescherming van de gezondheid van de moeder en bescherming van prenataal leven. De eerste twee belangen achtte Blackmun niet langer relevant. Sexueel gedrag werd inmiddels als een privé-aangelegenheid beschouwd en abortus, zeker in de eerste drie maanden van de zwangerschap, kon niet langer als levensbedreigend voor de moeder worden gezien. Dat betekende dat er voor de staat nog maar één belang overbleef - de bescherming van ongeboren leven - dat afgewogen moet worden tegen de bescherming van het constitutionele privacyrecht van de vrouw 'that is broad enough to encompass a woman's decision whether or not to terminate her pregnancy'. Absolute gelding kon aan dat privacyrecht niet toekomen, vond Blackmun, want 'a state may properly assert important interests in safeguarding health, in maintaining medical standards and in potential life'. De belangenafweging tussen vrouwen en staat leidde in Roe vs Wade tot een trimesterschema waarin de wederzijdse belangen via een glijdende schaal in verhouding werden gebracht. Gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap kwam de vrouw een absoluut recht op zelfbeschikking toe, dat door de staten aan geen beperkingen onderworpen mocht worden, omdat de foetus nog niet levensvatbaar is. In het tweede trimester - waarin de foetus ook nog niet levensvatbaar is - mogen alleen maatregelen worden getroffen in het belang van de gezondheid van de vrouw, wier gezondheid immers meer gevaar loopt wanneer er van een latere abortus sprake is. In het derde trimester van de zwangerschap prevaleert het belang van de staat, omdat er sprake is van levensvatbaarheid van de foetus. De levensvatbaarheid van de foetus werd het criterium voor de mate waarin de staat zijn belangen tot gelding mag brengen. Van meet af aan werd Roe vs Wade door juristen bekritiseerd als een te vergaande vorm \anjudicialactivism. De gedetailleerde regelgeving van het trimesterschema is volgens deze kritiek een taak van de wetgever en niet van de rechter. De rechters zelf vonden trouwens ook dat zij de grenzen van hun constitutionele taak (te) dicht benaderden, zoals bleek uit de interne memo's die zij indertijd wisselden en die de Washington Post onlangs heeft onthuld. Onder druk van de Pro Life-beweging kwam er een reeks van proefprocessen op gang waarin geprobeerd werd de beslissing in Roe vs Wade ongedaan te maken. Zo werd geprobeerd het absolute recht van de vrouw gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap te doorbreken met een beroep op the rights of others, zoals daar zijn: ouders, echtgenoten en verwekkers. 2 Ook het vereiste van het informed consent (abortus mag pas verricht worden nadat de vrouw is geïnformeerd over de ontwikkeling van de foetus) werd ter toetsing aan de grondwet voorgedragen. 3 In deze zaken heeft het Hooggerechtshof in krachtige termen het privacybeginsel gehandhaafd: de grootste last van de zwangerschap ligt op de schouders van de vrouw, haar beslissing moet daarom het zwaarst wegen en in die beslissing mag zij niet beinvloed worden. Het lijkt overigens gedaan met deze ferme beslissingen. Het Hooggerechtshof - inmiddels uit een conservatieve meerderheid bestaande - heeft juist nieuwe proefprocessen over de informedsnèt parental consentvoot behandeling in aanmerking laten komen. Door de staten zelf werden ook pogingen ondernomen om abortus terug te dringen via beperking of intrekking van subsidies voor abortusklinieken of door de kosten van abortus niet langer te vergoeden uit de medische hulpfondsen. Deze pogingen hadden wel snel succes. Reeds in 1977 besliste het Hooggerechtshof dat 'when an issue involves policy choices as sensitive as those implicated by public funding of non therapeutic abortions, the appropiate forum fortheir resolution in democracy is the legislature'. 4 Wanneer in 1989 Webster vs Reproductive Health Services het Hooggerechtshof bereikt, is Roe vs Wade eigenlijk al voor de helft gesloopt. Het privacyrecht staat nog overeind, maar de effectiviteit daarvan is sterk verminderd door de constitutionele vrijheid van de federale staten om abortusbelemmerende maatregelen te treffen in de sfeer van de medische voorzieningen. Ook in de Webster-zaak staat de vraag centraal naar de grondwettigheid van de abortusmaatregelen, nu van de staat Missouri, die onder meer inhouden dat een medische test van de levensvatbaarheid van de foetus verplicht is; dat artsen in overheidsdienst geen abortus mogen uitvoeren die niet gericht is op het behoud van het leven van de moeder en dat er geen belastinggelden gebruikt mogen worden voor 'encouraging or counselling women to have abortions not neccessary to save life'. Het succes is deze keer compleet. Rehnquist, for the majority, schrijft dat Roe vs Wade behoort tot de categorie beslissingen van het Hooggerechtshof die 'unsound in principle and unworkable in practice' zijn gebleken en daarom afwijking van het stare decisis beginsel rechtvaardigen. Roe vs Wade heeft volgens Rehnquist 'a code of regulations, rather than a body of constitutional doctrine' opgeleverd, dat van het Hooggerechtshof'the country's medical board' heeft gemaakt. Dat nu verdraagt zich niet met de taak van de constitutionele rechter die slechts de beginselen van de grondwet te bewaken heeft. Dan volgt de fron- 166 NEMESIS

5 I Van Roe naar Webster DorienPessers tale aanval op Roe vs Wade: 'In the second place, we do not see why the state's interest in protecting human life should come into existence only at the point of viability and that there should therefore be a rigid line allowing state regulation after viability but prohibiting it before viability'. En dan komt de cruciale zinsnede: 'The dissenters in Thornburgh (abortuszaak in 1986), writing in the context of Roe trimesteranalysis, would have recognized this fact by positing against "the fundamental right" recognized in Roe, "the state's compelling interest" in protecting potential human life throughout pregnancf. (curs. DP) De boodschap is duidelijk: de belangen van de vrouw en die van de staat concurreren vanaf de conceptie. In de Webster-zaak betekent dat dat de Missouri-wetgeving niet ongrondwettig is, omdat deze wetgeving 'permissibly furthers the state's interest in protecting potential human life'. In Webster is met het trimesterschema ook het principiële zelfbeschikkingsrecht van vrouwen onderuitgehaald. Aan de federale staten is vrij baan gegeven om strikte abortuswetgeving te ontwerpen. De voorstellen hiertoe die de meeste staten al klaar hadden liggen kunnen nu zonder risico worden ingevoerd, zolang zij geen unduly burden leggen op vrouwen die abortus wensen. Dit vage criterium is afkomstig van de enige vrouwelijke rechter in het Hooggerechtshof, O'Connor, in haar partly concurring opinion. Verwacht wordt dat de meerderheid dit criterium zal overnemen in de komende jurisprudentie. De Webster-beslissing leent zich voor uitgebreide analyses vanuit verschillende invalshoeken. Die zullen komende maanden zeker verschijnen. Bij wijze van eerste commentaar wil ik hier slechts één vraag bespreken, van fundamenteel belang voor de feministische rechtspolitiek: in hoeverre heeft de conceptualisering van het recht op zelfbeschikking als privacyrecht zélf bijgedragen aan de ontwikkeling van Roe naar Webster? Het belang van de juridische context De vrouwenbeweging verkeert van oudsher in de veronderstelling dat het recht instrumentele kracht heeft die kan worden ingezet ter verbetering van de sociale condities van vrouwen. Onvoldoende is en wordt beseft dat het recht deze kracht niet uit zich zelf heeft. Recht moet permanent geactiveerd worden, waarbij de agens (de politiek, een procespartij, een sociale groep) in beginsel de richting kan bepalen. In hoeverre de agens de gewenste koers kan houden, wordt mede bepaald door de juridische context die zij kiest. De fout die de vrouwenbeweging naar mijn mening te vaak heeft gemaakt is een verkeerde keuze van de context die nodig is om rechtsaanspraken te effectueren. Teleurstelling over het uitblijven van de gewenste resultaten moeten daarom niet zozeer verklaard worden uit het tekortschieten van 'het recht' of van 'rechten', zoals Carol Smart in haar laatste boek Feminism and the Power oflaw doet 5, maareerderuit de verkeerde keuze van de juridische context van de rechtsaanspraak. De belangrijkste aanspraken van de vrouwenbeweging - zoals op gelijkheid en zelfbeschikking - zijn geformuleerd op het, instrumenteel krachtloze, niveau van de grondrechten en dan nog wel in termen van de klassieke grondrechten. Juist op dit abstracte en ideologische niveau zijn aanspraken tamelijk moeiteloos te honoreren (al heeft het nog 200 jaar gekost). Erkenning op het niveau van de grondrechten is weliswaar het meest principieel, maar tevens het minst effectief. De conceptualisering van reproductieve zelfbeschikking als het recht op bescherming van het privé-leven, is een duidelijk voorbeeld ervan dat de principiële erkenning niets zegt over de effectuering van dat recht, sterker nog, aan effectuering ervan in de weg kan staan. Effectuering van reproductieve zelfbeschikking vereist een breed scala aan sociale programma's in de sfeer van onderwijs en opleiding, gezondheidszorg en voorlichting, herverdeling van arbeid en inkomens. De menselijke soort zet zich immers niet alleen door middel van sex voort. Ook de materiële en sociale condities bepalen of en wanneer er wordt voortgeplant. Het zijn juist deze condities die van zelfbeschikking van vrouwen een probleem hebben gemaakt. In die zin is privacy een 'natuurlijke' resultante van de verbetering van de sociale condities van vrouwen en geen voorwaarde daartoe. Het is daarom allerminst voor de handliggend om het abortusprobleem te definiëren als een aanspraak om bescherming van het privé-leven. Daardoor wordt abortus gesitueerd in de sfeer van de overheidsonthouding die de klassieke grondrechten kenmerkt. En hoewel ter waarborging van de klassieke grondrechten overheidsinterventie noodzakelijk kan zijn, verhoudt een klassiek grondrecht zich a-typisch tot de sociale dimensies die het abortusprobleem overheersen. Ook in een ander opzicht is het privacyrecht een ongelukkige keuze. Het privacyrecht is het meest mannelijk gedefinieerde recht in de grondrechtencatalogus. De privé-sfeer is voor de politiek en politiek actieve burger een vrijplaats, waarin hij geacht wordt vrouw en kinderen aan te treffen. Het is deze opvatting van de privé-sfeer, in de juridische doctrine eindeloos bevestigd, die mannen binnen en vrouwen en kinderen buiten de bescherming door het recht heeft geplaatst. 'To fail to recognize the meaning of the private in the ideology of women's subordination by seeking protection behind a right to that privacy is to cut women off from collective verifïcation and state support in the same act', schrijft MacKinnon. 6 Rechtspolitiek is vooral een kwestie van retoriek en van het vinden van de meest overtuigende juridische begrippen ter definiëring van de belangen die men door het recht beschermd wil zien. De feiten van het abortusprobleem laten zien dat abortus bij uitstek een sociale kwestie is: het zijn vooral jonge vrouwen, in de laagste inkomensklasse, met een slechte opleiding en donkere huidskleur die abortus zoeken. 7 In sociaal voorbeschikte omstandigheden blijft er van zelfbeschikking niet veel over. De juridische definiëring van het sociale abortusprobleem als een individueel recht op bescherming van de privésfeer levert ontoereikende instrumenten op om de sociale condities te veranderen. Verkeerde definities, althans onvolledige definities, betekenen retorische nadelen in de permanente strijd om herdefiniëring van abortus. Het is dat nadeel dat zich in de Amerikaanse jurisprudentie sinds Roe vs Wade heeft gewroken. Wanneer abortus als een klassiek privacyrecht in de sfeer van de overheidsonthouding wordt gesitueerd, dan hebben tegenstanders het gelijk van 1989or4 167

6 I Van Roe naar Webster DorienPessers de juridische doctrine aan hun kant wanneer zij weigeren abortusklinieken te subsidieren of besluiten abortus niet uit de medisch hulpfondsen te vergoeden. De juridische context van een belangenafweging is immers bepalend voor de uitkomst van die belangenafweging. Nieuwe dilemma's Nu de context van het klassieke privacygrondrecht inadequaat en ineffectief is gebleken voor de oplossing van de sociale problemen van abortus, rijst de vraag welke juridische context meer garanties biedt. Op het eerste gezicht lijkt de context van de sociale grondrechten aantrekkelijk. De strekking van de sociale grondrechten correspondeert immers ten nauwste met de strekking van het recht op zelfbeschikking: de bevordering van de kwaliteit van het bestaan. Abortus zou, overeenkomstig de feitelijke behoefte, gebracht kunnen worden onder het recht op gezondheid en maatschappelijke ontplooiing (art. 22 van de Nederlandse grondwet). De uitoefening van sociale grondrechten kan niet voor de rechter worden afgedwongen, maar via een beroep op (indirecte) discriminatie kan het niet treffen van gezondheidsvoorzieningen en andere voorzieningen die voor vrouwen van belang zijn, wel onrechtmatig worden verklaard. De sfeer van sociale grondrechten is er bovendien een van actief overheidsoptreden. Kortom, de setting van sociale grondrechten geeft vrouwen in ieder geval meer instrumenten in handen en verbreedt hun retorisch arsenaal naarmate de overheid sociale grondrechten verder implementeert in het bestuursrecht. Er' ontstaat dan een bestuurspraktijk die zijn eigen verwachtingen opwekt, die op grond van algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehonoreerd zullen moeten worden wanneer het op een belangenafweging tussen vrouwen en staat aankomt. Maar we stuiten bij deze nieuwe definiëring op oude problemen. Wanneer abortus uit de context van het privacyrecht wordt gehaald en, terwille van een optimale sociale effectuering van het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, binnen de context van het recht op een menswaardig bestaan wordt geplaatst, onder de juridische noemer van het recht op gezondheid en maatschappelijke ontplooiing, dan dreigt het gevaar dat de definitie van een menswaardig bestaan wordt uitgeleverd aan de bedenkelijke definities die de staat in deze kan formuleren. Er zijn tegenwoordig aanwijzingen in overvloed om dit risico reëel te achten. Zo is in de gezondheidszorg het Qalyconcept gelanceerd en in de Tweede Kamer besproken. De kosten van een medische ingreep worden afgewogen tegen een formule waarin levensduur en verwachte levenskwaliteit zijn verwerkt. Dit voorstel zou ertoe kunnen leiden dat het bestaan van jonge mensen bevorderd wordt boven dat van oudere mensen. 8 De Europese Commissie publiceerde onlangs een rapport waarin werd aangedrongen op een vernieuwing van het gezinsbeleid in verband met de demografische problemen die Europa te wachten zouden staan. 9 De inhoud van een dergelijk 'vernieuwd' gezinsbeleid laat zich eenvoudig raden. Eveneens van deze tijd zijn de ontwikkelingen in de prenatale diagnostiek die aangewend kunnen worden om de kosten van de verzorging van gehandicapte kinderen te beperken en tot de verplichting kunnen leiden dat vrouwen de foetus aan een medisch onderzoek onderwerpen. Het behoeft weinig betoog dat de definitie door de staat van een menswaardig bestaan afhankelijk kan worden gesteld van economische overwegingen die kunnen leiden tot vergaande manipulatie van het zelfbeschikkingsrecht van mensen. De context van het privacyrecht en de context van de sociale grondrechten leveren eikaars spiegelbeeld op wat betreft de keuze van het retorische strijdmiddel. Waar de privacycontext tekortschiet de feitelijke effectuering van het zelfbeschikkingsrecht te realiseren, daar schiet de context van de sociale grondrechten tekort om het principiële karakter van zelfbeschikking te garanderen. Dat betekent dat wanneer men er voor kiest, zoals ik in dit artikel doe, op grond van de huidige feiten abortus primair als een sociaal probleem te definiëren en dus in de context van de sociale grondrechten te plaatsen, het privacyrecht tegelijkertijd in zijn klassieke betekenis moet worden opgetuigd en aangewend ter afwering van het manipulatiegevaar dat men mèt de overheid binnenhaalt. 10 Deze verschuiving van het juridische veld van de abortusstrijd heeft als het grote voordeel dat de juridische middelen worden aangewend binnen het dogmatische systeem waarin zij zijn ontwikkeld. De winst daarvan voor de feministische rechtspolitiek zal nog moeten blijken, maar onze strategische positie in het permanente conflict om de herdefiniëring van abortus krijgt er in ieder geval een nieuw perspectief door. Noten 1. De politieke strijd rondom de abortuswetgeving , Den Haag Planned Parenthood of Central Mo. vs Danforth, Thornburgh vs American College of Obstetricians and Gynecologists, Pennsylvania Section, Maner vs Roe. 5. London, PrivacyvsEquality:BeyondRoev. fvade(l983)'w.feminism Unmodified, Discourses on Li/è an</laiv,harvarduniversity Press 1987, pag Zie het bij dit artikel afgedrukte staatje, overgenomen uit Newsweek. In Europa liggen de cijfers naar verhouding hetzelfde. 8. Zie hiervoor Henc van Maarseveen, Discriminatie wegens leef- <iknjb1989,afl NRC-Handelsblad 24 augustus Overigens moet worden opgemerkt, dat de Amerikaanse grondrechtculturen een andere is dan de Europese. Ondanks de algemene termen waarin ik geschreven heb, is het vrij speculatief om onderlinge analogieën te gebruiken. 168 NEMESIS

7 I Artikelen Tineke van Vleuten Tineke van Vleuten is beleids-en wetgevingsadviseur op sociaal en cultureel terrein. Contract De situatie in de Verenigde Staten 1 Compliance 1 'We were brought into it kicking and screaming. Now I cringe to think what would have happened if the court had ruled differently.', zo verklaarde in 1986 een woordvoerder van de werkgevers tegenover de Washington Post, toen een belangrijke discriminatiezaak speelde bij het Supreme Court 2. Trappend en gillend, zo zijn de werkgevers meer dan twintig jaar geleden 'affirmative action' binnengesleurd. Nu, aan het einde van de jaren tachtig keren de grote werkgevers en de vertegenwoordigers van de vakbonden zich tegen de afbraak van 'affirmative action', in de overtuiging dat het een onomkeerbare ontwikkeling is die het algemeen belang dient 3. 'Affirmative action' is na twintig jaar diep ingebed, 'deeply entrenched', in de Amerikaanse samenleving. Het is binnen de bedrijven tot een normaal onderdeel van het personeelsbeleid geworden. Het woord 'affirmative action' dook voor het eerst op tijdens de verkiezingscompagne van Kennedy in Hij had daarmee het oog op een actief beleid dat door de overheid gevoerd moest worden ter bestrijding van discriminatie. In 1961, eenjaar na zijn ambtsaanvaarding, werd de eerste Executive Order (E.O.) uitgevaardigd, die verplichtte tot het opnemen van een zogenaamde 'equal opportunity clause' in ieder contract tussen overheid en bedrijfsleven. Alleen degene die bereid was een dergelijk clausule te aanvaarden, zou voortaan zaken mogen doen met de overheid. Dit systeem van 'contract compliance', dat in de jaren zestig en zeventig zijn beslag kreeg, is in wezen de uitwerking van deze 'equal opportunity clause': 'affirmative action' als voorwaarde voor een contract met de overheid. De Executive Order van Kennedy betrof alleen rassendiscriminatie. Toen sexe als discriminatiegrond werd opgenomen in de Civil Rights Act van 1964, moest de Executive Order wel volgen. Het was Johnson die de 'contract compliance' in 1968 zijn definitieve vorm gaf in de E.O 'Affirmative action' is echter een begrip dat niet alleen in de presidentiële uitvoeringsmaatregelen voorkomt. De Civil Rights Act kent eveneens het begrip 'affirmative action', namelijk als een verplichting die bij rechterlijk vonnis ('court order') kan worden opgelegd aan de werkgever die zich schuldig heeft gemaakt aan discriminatoir beleid. Op historische gronden is te verdedigen dat er verschil is tussen beide vormen van affirmative action. De presidentiële vorm ('contract compliance') zou dan gericht zijn op een actief beleid ter bestrijding van discriminatie in het algemeen, terwijl de wettelijke vorm sterker gekoppeld zou zijn aan de schuldvraag, aan het herstel van vroeger ondervonden discriminatie door direct betrokkenen. Het onderscheid is vrij theoretisch gebleven. Het Supreme Court heeft de relatie tussen 'affirmative action' en opzettelijke discriminatie, schuld alsmede herstel van eerder ondervonden discriminatie bij herhaling behandeld, maar bij de uitspraak nooit veel verschil gemaakt in de grondslag van het 'affirmative action plan' dat ter beoordeling stond. In de loop van de jaren zeventig werd de systematiek van het 'affirmative action plan' en 'contract compliance' verder uitgebouwd. Het handhavingsmechanisme werd versterkt. Vooral de Carter-regering, die in '76 aantrad, had daarin een belangrijk aandeel. Maar in die jaren begonnen ook de eerste tegenaanvallen. Blanke mannen begonnen de nadelen van 'affirmative action' aan de lijve te ondervinden. Het begrip 'reverse discrimination' kwam op en de eerste vragen naar de toelaatbaarheid van 'affirmative action plans' werden voorgelegd aan het Supreme Court 4. In de jaren tachtig begon het draagvlak voor affirmative action te versmallen. Reagan had tijdens zijn presidentscampagne geen geheim gemaakt van zijn afkeer van 'affirmative action'. Toch is hij er in de acht jaar van zijn bewind niet in geslaagd 'contract compliance' van het toneel te doen verdwijnen. Bij iedere poging tot intrekking of beperking van de E.O is hij gestuit op sterke tegenstand van het Congres en - wat misschien nog belangrijker is - van de grote werkgevers en vakbonden. Vele hearings 1989 DT5 169

8 I Contract Compliance 1 Tineke van Vleuten hebben 'contract compliance' op de politieke agenda gehouden. Hoewel Reagans beleid ongetwijfeld schade heeft toegebracht aan de handhaving en naleving van de E , is 'contract compliance' als geheel overeind gebleven. Men denke overigens niet licht over de invloed van 'contract compliance' op de Amerikaanse arbeidsmarkt. Ongeveer de helft van het totale aantal werknemers is er door bereikt en praktisch alle belangrijke sectoren de arbeidsmarkt worden bestreken 5. 'Contract compliance' heeft in twintig jaar voor een opvallende groei in de arbeidsmarktdeelname van vrouwen en minderheden 6 gezorgd en voor een verbetering in hun arbeidsmarktpositie. De juridische grondslagen ' Affïrmative action' wordt in Nederland meestal vertaald met 'positieve actie'. In dit artikel heb ik ervoor gekozen om het woord wat betreft de VS onvertaald te laten omdat in Nederland het misverstand groeiende is, dat 'contract compliance' iets anders zou zijn dan positieve actie. Maar 'contract compliance' is niets anders dan een op overeenkomst (met de overheid) gebaseerde verplichting tot positieve actie. Het grote verschil tussen Nederland en de V.S. is dat wij niet tevens wettelijke verplichting tot positieve actie kennen vergelijkbaar met de 'court order' van title VII van de Civil Rights Act van Het Amerikaanse recht kent drie vormen van 'affïrmative action'. 1. Het verplichte 'affïrmative action' plan dat bij vonnis opgelegd kan worden aan een werkgever die zich heeft schuldig gemaakt aan discriminatie in de zin van Title VII van de Civil Rights Act. Het gaat in die gevallen om het al dan niet opzettelijk laten voortbestaan van een discriminatoire situatie, waaraan door middel van een procedure - vaak een 'class action suit' - een einde wordt gemaakt. 2. Het 'contractuele affïrmative action plan' op basis van E.O Het maken van een 'affïrmative action plan' is dan een voorwaarde voor het sluiten van een contract met de overheid ('contract compliance'). De verplichting die de werkgever op zich neemt tot het maken van een 'affirmative action plan' is een contractuele verplichting. Volgens de E.O kunnen derden aan 'contract compliance' rechten ontlenen. In de eerste plaats zijn dat de werknemers van het betrokken bedrijf, sollicitanten en andere direct belanghebbenden, en verder zijn het vakbonden en belangengroepen Het 'voluntary affïrmative action plan' wordt door de werkgever gemaakt in het kader van het eigen personeelsbeleid al dan niet in overleg met het personeel. Deze 'voluntary affïrmative action plans' zijn vaak het resultaat van onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden en onderdeel van een collectieve arbeidsovereenkomst; ook worden zij wel gemaakt in anticipatie op een 'court order' of wanneer men de status van 'federal contractor' in de zin van de E.O ambieert. Hoewel de 'affïrmative action plans' van verschillende origine zijn, worden zij in de rechtsliteratuur meestal over één kam geschoren. Dat hangt samen met het feit dat het Supreme Court weinig neiging vertoont om de verschillende vormen van 'affïrmative action plans' ook verschillend te toetsen. Als een 'affirmative action plan' aan het Supreme Court wordt voorgelegd, gaat het om de vraag naar de '(un)constitutionality'. Dat komt neer op de toetsing aan het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Het Supreme Court is bij deze toetsing niet terughoudend; zowel 'court orders' als 'voluntary affirmative action plans' als ook vormen van 'contract compliance' worden naar dezelfde maatstaf gemeten. Óp zich heeft dat weer gevolg voor de richtlijnen die de federale overheid in het kader van 'contract compliance' geeft. Daarin vindt men dezelfde criteria terug als die het Supreme Court aanlegt. In een recente uitspraak heeft het Supreme Court nog eens de juistheid van de federale uitvoeringsregels bevestigd 8. 'Affirmative action' in zijn verschillende verschijningsvormen is aldus een resultante is van de krachtsverhouding tussen de Executive, het Congres en het Supreme Court. De uitvoerende macht onder wiens beheer de 'contract compliance' valt, staat regelrecht onder de gekozen president. De president kan de 'executive' voorzien van eigen instructies, die dan de vorm van een 'Executive Order' krijgen. Deze 'Executive Order's zijn geen wetgeving in onze zin van het woord, maar instructies aan het ambtelijk apparaat, uitvoeringsregelingen. Ze moeten wijken voor formele wetgeving, die door het Congres wordt aangenomen, en ze kunnen op grondwettelijkheid worden getoetst door het Supreme Court. 'Affïrmative action' op basis van de.e is dus kwetsbaar. Een onwillig Congres kan de E.O met wetgeving torpederen. Het Supreme Court kan de E.O ongrondwettig verklaren. Sinds 1964 is echter het omgekeerde gebeurd: het Congres heeft de E.O sinds zijn uitvaardiging in stand gelaten. Het Supreme Court heeft 'affirmative action' toegelaten, zij het onder voorwaarden. Reagan heeft het niet gewaagd de E.O in te trekken, omdat een congresmeerderheid de E.O in wetgeving zou kunnen omzetten. In dit politieke spel is de hearing is een populair middel. Het maatschappelijke en politieke draagvlak van maatregelen wordt er mee onderzocht en tegelijkertijd wordt de kwaliteit van de voorstellen verhoogd. In de jaren tachtig greep het democratische House of Representatives (later bijgestaan door de inmiddels democratisch geworden Senate) vele malen naar het middel van de hearing om de intrekking of inperking van de E.O te voorkomen. Het resultaat van de politieke druk van het Congres is in ieder geval geweest, dat Reagan niet het risico heeft genomen om de E.O in te trekken of sterk te dereguleren. Onder druk van het Congres zijn tevens conservatieve sleutelfiguren, die belast waren met de uitvoering van de E.O 11246, vervangen door meer gematigde republikeinen. De hearings hebben 'affirmative action' en de E.O steeds op de politieke agenda gehouden. Daarnaast hebben zij veel achtergrondmateriaal geleverd 9. De rol van het Supreme Court is afstandelijker geweest. Het Supreme Court toetst de 170 NEMESIS

9 I Contract Compliance 1 Tineke van Vleuten grondwettigheid van wetgeving en besluiten als deze in het kader van een specifieke zaak aan haar wordt voorgelegd. In die zin heeft het Supreme Court het laatste woord. Het is echter mogelijk dat het Congres een issue uittilt boven het specifieke geval en tot wetgeving overgaat 10. Legitimatie van 'contract compliance' De legitimatie van 'contract compliance' heeft in de loop der jaren verandering ondergaan. Oorspronkelijk werd deze gezocht in de contractsvrijheid van de overheid ten opzichte van de burger: de overheid, zo zegt de klassieke jurisprudentie, is vrij om te kiezen met wie zij wil contracteren en onder welke voorwaarden 1 '. Langzamerhand is dit standpunt genuanceerd. Men vindt nu thans dat de overheid vrij is om in het algemeen belang bijzondere voorwaarden op te leggen, als dat belang maar zwaarzwegend genoeg is. In recentere literatuur wordt de legitimatie gezocht in de grondwettelijke verplichting tot non-discriminatie, die zich uitstrekt tot het presidentiële beleid en die de Executive zelfs tot een actief beleid zou verplichten. De president, zo redeneert men dan, is in zijn beleid gebonden aan de grondwet. De presidentiële ambtseed verplicht hem 'to preserve, protect, and defend the Constitution of the U.S.'; en 'presidential failure to condition government contracts upon non-discrimination would violate the equal protection guarantee of the Fifth Amendment'. 12. Een andere grondslag wordt gezocht in de presidentiële verplichting 'to take care that the Laws be faithfully executed'. Het Supreme Court heeft zich nooit met zoveel woorden over deze legitimatie van 'contract compliance' uitgesproken. De jurisprudentie kan zo geduid worden dat het Supreme Court discriminatiebestrijding niet beschouwt als een wettelijke verplichting, maar als een zwaarwegend overheidsbelang 13. Met andere woorden: de regering is vrij om 'contract compliance' op te leggen, de werkgever is vrij om 'affirmative action' toe te passen, maar de grondwet legt volgens het Supreme Court geen bindende verplichting op. De meest algemeen aanvaarde legitimatie voor de E.O is dan ook de 'congressional authorisation'. Men legt een direct verband met het feit dat het Congres bij het uitvaardigen van de E.O niet heeft ingegrepen door middel van wetgeving. Als het Congres op de hoogte is van een E.O. en die in stand laat betekent dat in feite instemming, zo is de leer. In het kader van processen over een van de eerste uitgebreide 'affirmative action plans', het zogenaamd Philadelphia Plan, is het Supreme Court daarin meegegaan, te meer omdat het Congres tegelijkertijd zijn goedkeuring had gehecht aan de federale bouwcontracten in het Philadelphia Plan, die 'contract compliance' inhielden. Toelaatbaarheid 'affirmative action' volgens het Supreme Court De huidige 'standards' van het Supreme Court, de criteria waaraan een 'affirmative action plan' beoordeeld wordt, zijn echter niet al te duidelijk. Dat heeft in de eerste plaats te maken maken het feit dat het Supreme Court van geval tot geval beslist, en in de tweede plaats met het feit dat de negen rechters nogal verschillende opvattingen hebben, getuige de voorzichtigheid waarmee het meerderheidsstandpunt geformuleerd wordt en de 'dissenting opinions' die aan de uitspraken worden toegevoegd. Belangrijke uitspraken in discriminatiezaken worden meestal met de kleinst mogelijke meerderheid van stemmen genomen. Waarschijnlijk hebben diegenen gelijk die zeggen dat het Supreme Court in de komende jaren ook niet veel duidelijker zal worden en van geval tot geval zal blijven beslissen. Enige algemene lijnen zijn echter wel te herkennen 14. In de eerste plaats speelt de vraag naar de mate van eerder ondervonden discriminatie die nodig is om 'affirmative action' te rechtvaardigen. Het Supreme Court legt verband tussen discriminatoir beleid en de middelen die gebruikt worden om daar een einde aan te maken (i.c. in het 'affirmative action' plan). Hoe hecht dat verband moet zijn staat niet geheel vast. In Johnson 15 vond de meerderheid van het Supreme Court dat 'to eliminate manifest racial or sexual imbalances in traditionally segregated job categories' voldoende was. Een van de rechters vindt 'statistical disparity suffïcient to support a prima facie claim under Title VII' al genoeg; een minderheid wil echter 'affirmative action' alleen toestaan als er sprake is van 'intentional and systemic discrimination', in het geval dus dat er sprake is van kwaadwilligheid en er bovendien een duidelijk verband is met vroeger ondervonden discriminatie 16. De algemene kenmerken van een rechtens aanvaardbaar 'affirmative action' plan zijn dat het plan 'flexible' moet zijn en 'temporary'. Flexibel houdt in, dat ras of sexe slechts één van de factoren mag zijn van belang bij de samenstelling van het personeelsbestand. De criteria ras en sexe mogen niet doorslaggevend zijn, behoudens uitzonderlijke gevallen van opzettelijke en systematische discriminatie 17. Quota zijn verboden, behalve als de discriminerende partij het te bont heeft gemaakt: hoe ernstiger en opzettelijker de discriminatie, hoe harder de middelen daartegen mogen zijn. Tijdelijk wil zeggen dat het plan de verhoudingen in het personeelsbestand niet voor altijd mag vastleggen. Het plan hoeft geen einddatum te bevatten, maar het moet wel een lange termijndoelstelling ten aanzien van de deelname van vrouwen of minderheden hebben. Het plan wordt aan de andere kant afgegrensd door het verbod van 'reverse discrimination', onevenredige benadeling van de groep niet-gediscrimineerden. Plannen kunnen onaanvaardbaar zijn als zij een te grote last leggen op de meerderheid, (i.c. de blanke mannen). Het plan mag geen belemmering zijn voor hun verdere ontplooiing; de kans op toekomstig werk moet voorhanden blijven. In de praktijk betekent dit dat het Supreme Court eerder bereid is om in het kader van een 'affirmative action plan' middelen te aanvaarden, die gevolgen hebben voor een pluriforme en ongedentificeerde groep personen, dan middelen, die een aanwijsbare groep (van blanke mannen) benadelend. Zo wordt bij voorbeeld collectief ontslag strenger getoetst dan een wer- 1989nr5 171

10 I Contract Compliance 1 Tineke van Vleuten vingsprocedures, die een voorkeur voor minderheidsgroepen aangeven. De nadere uitwerking van 'contract compliance' De E verplicht ieder orgaan van de federale overheid - behoudens ontheffing - om in contracten met particulieren een speciale clausule op te nemen, de 'equal opportunity clause', betreffende non-discriminatie en de verplichting tot 'affirmative action'. Deze clausule wordt in de E uitgebreid omschreven. ' The contractor will take 'affirmative action' to ensure that applicants are employed, and that employees are treated during their employment, without regard to their race, creed, color, or national origin. Such action shall include, but shall not be limited to, the following: employment, upgrading, demotion or transfer; recruitment or recruitment advertising; lay-off or termination; rates of pay or other compensation; and selection f or training including apprenticeship.' Voorts is er een verplichting tot het verstrekken van informatie, een verplichting tot het stellen van dezelfde voorwaarden aan 'subcontractors', en een verplichting tot schriftelijke rapportage ('compliance reports'). De Secretary of Labor is belast met uitvoering van de regeling en bezit de bevoegdheid tot nadere regelgeving 19. Hij bezit verder de bevoegdheid tot delegatie aan lagere ambtenaren en ambtelijke instanties. Het Office of Federal Contract Compliance Programs (OFCCP) - de departementale tegenhanger van de Equal Opportunity Commission - ontleent hieraan zijn bevoegdheden. De kern van de verplichting tot 'contract compliance' is gelegen in het maken van het 'affirmative action plan', dat in de regeling wordt gedefinieerd als:' a set of specific result-oriented procedures to which a contractor submits itself to apply every good faith effort'. De totstandkoming en inhoud van het 'affirmative action plan' wordt door het OFCCP minitieus voorgeschreven. Het concept is gedurende de jaren zeventig geleidelijk ontwikkeld en in rechte getoetst; het is gebaseerd op het algemene management idee van 'setting goals and timetables'. Om te beginnen moet een 'work force analysis' uitgevoerd te worden. Dit is een beschrijving van het personeelsbestand, onderverdeeld naar 'job titles', salaris, rang, etc, met een specificatie van de verdeling naar vrouwen en minderheden. Het personeelsbestand van een werkgever wordt beschreven in de eigen termen, vervolgens moeten daarop algemeen gangbare begrippen als 'job groups', 'job categories' toegepast worden. Zo ontstaat een een maatstaf om de opbouw van het personeelsbestand te vergelijken met het aanbod op de arbeidsmarkt. De 'work force analysis' leidt vervolgens tot een 'utilisation analysis', een analyse van de mate waarin een werkgever gebruik maakt van het beschikbare aanbod van vrouwelijke arbeidskrachten en minderheden. Een belangrijke rol in de beoordeling van het plan speelt het begrip 'availability', beschikbaarheid van vrouwelijk personeel of arbeidskrachten uit minderheidsgroepen. De OFCCP definieert 'availability' als 'het percentage vrouwen en minderheden op de (regionale) arbeidsmarkt dat de vereiste kwalificaties heeft of in staat is die te verwerven'. Beschikbaarheid is dus een dynamisch begrip. Daarin is besloten de mogelijkheid dat een werkgever door middel van trainings- en scholingsprogramma's het aandeel van vrouwen en minderheden in het personeelsbestand omhoog brengt. Vervolgens wordt gekeken of er sprake is van onderbenutting ofwel 'underutilisation' van vrouwen of minderheden. Dat is het geval, als het percentage vrouwen en/of minderheden in het eigen personeelsbestand kleiner is dan de 'availability'. Op zichzelf is onderbenutting nog geen bewijs van discriminatie: een werkgever kan een plausibele reden (een rechtvaardigingsgrond) hebben 20. Zo niet, dan eist de E.O , dat er naar wegen en middelen gezocht wordt om de onderbenutting te verhelpen. Aldus komt men tot het bepalen van 'goals and timetables' - een geheel van bereikbare doelen en tijdstippen waarop deze doelen bereikt moeten zijn - om het aandeel van vrouwen en minderheden in het personeelsbestand te laten aansluiten op het bestaande aanbod. Over de 'goals and timetables' is heel wat gefilosofeerd en afgeprocedeerd 21. De tegenstanders noemen het minachtend 'the numbers game' en hebben bij herhaling getracht juist dit element uit het affirmative action plan te verwijderen 22. Het OFCCP schrijft 'goals and timetables' voor en geeft er duidelijke criteria voor. Ze dienen 'significant, measurable, and attainable' te zijn, ze mogen anderzijds niet 'rigid and inflexible quota's ' zijn. Het zijn, aldus het OFCCP, 'targets, reasonably attainable by means of applying every good faith effort to make all aspects of the entire affirmative action work'. In het kader van 'contract compliance' is 'affirmative action' dus een geheel van onderling samenhangende maatregelen om de opbouw van het personeelsbestand evenwichtiger te maken. Er zijn in het plan wel vaste elementen en het dient ook aan duidelijke criteria te voldoen, maar het 'affirmative action plan' is geen rigide, van bovenaf opgelegde maatregel. Iedere werkgever produceert zijn eigen plan. Het resultaat is maatwerk, en per werkgever zijn verschillende invullingen denkbaar 23. De bevoegdheden van het handhavingsorgaan, de OFCCP Het Office of Federal Contract Compliance Program is de instantie die de E.O in feite uitvoert. Het is een ambtelijke dienst, een afdeling van het Labordepartment, zonder zelfstandige status, maarwelmet eigen bevoegdheden. Het werk valt ruwweg in twee delen uiteen. De eerste funktie is die van nadere regelgeving, aanwijzingen, voorlichting en informatie. Nadere regels zijn van belang voor de juiste interpretatie van de E.O met betrekking tot de omvang en inhoud van de verplichtingen van de werkgever en de reikwijdte (wie valt eronder?) 24. Het OFCCP is niet spaarzaam met richtlijnen en aanwijzingen 25. Omdat er voor bedrijven en instellingen, die onder de E.O vallen, heel wat op het spel staat - namelijk een 172 NEMESIS

11 I Contract Compliance 1 Tineke van Vleuten groot overheidscontract en zelfs de mogelijkheid van toekomstige overheidscontracten - is het begrijpelijk, dat men de regelgeving van het OFCCP wel 'semi-legislative' heeft genoemd 26. De andere funktie van het OFCCP is die van controle, het bevorderen van schikkingen en zonodig het uitlokken van sancties. Het bureau heeft daarmee een funktie die enigszins vergelijkbaar is met een grote Inspectie. De controle geschiedt door middel van 'compliance reviews'. Dit zijn gerichte, volgens de OFCCP steekproefsgewijze controles, die varieren van een schriftelijke controle van het 'compliance report' ('desk review') tot een controle ter plaatse, een hearing ('on-site review') of een daadwerkelijk onderzoek ('investigation'). Wanneer een inbreuk geconstateerd wordt, is het de eerste verplichting van de controlerende ambtenaar ('compliance officer') een schikking te bereiken ('conciliation agreement') of een schriftelijke toezegging ('letter of commitment') te verkrijgen dat het tekort wordt ingelopen. In het kader van dergelijke schikkingen kan ook achterstallig loon ('back pay') worden betaald. Wordt geen schikking bereikt, dan wordt een ingebrekestelling ('show-cause notice') uitgevaardigd. Als daarop binnen 30 dagen geen schikking is gevolgd, is de directeur van de OFCCP gerechtigd om een procedure tot nakoming te beginnen. De directeur van het OFCCP heeft daarnaast het recht om openbare hearings te houden en de naam van het discriminerende bedrijf bekend te maken. Het OFCCP heeft in de loop der jaren heel wat kritiek moeten verdragen van de zijde van de Civil Rights Movement, de vrouwenbeweging en uit het Congres. 'Paper Tiger' werd het bureau genoemd, omdat de daadwerkelijke handhaving nogal wat te wensen overliet. Aanvankelijk kwam dat door het feit dat de handhavingsorganen verdeeld waren over de verschillende departementen en er weinig bevoegdheden waren. Toen Carter aan de macht kwam, werd de uitvoering geconcentreerd op het Labor-department en de regelgeving aangescherpt. Even was er zelfs sprake van, dat het bureau zou opgaan in de Equal Opportunity Commission, maar dat idee werd verlaten omdat men een te grote afstand tussen deze onafhankelijke commissie en de departementen vreesde. Alleen individuele klachten worden nu doorverwezen naar de EOC. Onder Carter bloeide het OFCCP: er vielen dertien 'debarments' (uitsluiting van verdere overheidscontracten wegens discriminatoir beleid) in het eerste jaar van zijn regering. Maar het succes duurde kort. Sinds de Reagan-regering gaat het slecht met het OFCCP: de budgetten worden gekort, ambtenaren weggehaald en de regelgeving is zodanig gedereguleerd, dat het bureau moeite heeft geloofwaardig te blijven. De hulp komt van het Congres: de executive wordt bestookt met vragen, hearings en kritische rapporten. Met steun van de huidige Secretary of Labor ploetert het bureau voort en de resultaten zijn nog niet zo slecht: in 1987 meer dan 5000 'reviews', 1200 onderzoeken, twee 'debarments' en 5 millioen dollar 'back-pay'. Maar volgens het Congres kan het - zelfs met dezelfde middelen - stukken beter 27. De effectiviteit: macro-onderzoeken 'Contract compliance' is in de VS effectief geweest. Niet zo effectief als de pleitbezorgers hadden gewild - de 'goals and timetables' zijn in de meeste gevallen niet gehaald -, maar toch wel zo, dat macro gezien 'contract compliance' tot significante verschillen in de arbeidsmarktdeelname en arbeidsmarktpositie van vrouwen en minderheden heeft geleid. In enkele grote onderzoeken is de personeelsopbouw van f ederal contractors vergeleken met die van non-contractors 28. Daarbij is gebleken, dat er een opvallende toestroom van vrouwen en minderheden naar de federal contractors is geweest en dat zij daar ook hogere posities zijn gaan innemen. Het totale deelnamecijfer van vrouwen is de laatste jaren niet veel hoger geworden, waarschijnlijk omdat de blanke vrouwen uitweken naar de non-contractors, waar zij wel hogere posities bereikten 29. Allen zijn er dus op vooruitgegaan. De zwarte vrouwen verhoudingsgewijs het meest, maar dat is niet verwonderlijk als men ziet dat hun positie ook veruit het slechtst was. Voor de veel gehoorde stelling dat 'contract compliance' alleen diegenen vooruithelpt, die al een goede arbeidsmarktpositie hebben, is geen enkel bewijs. In het Zuiden van de VS is 'contract compliance' voor het merendeel van zwarte vrouwen met lage opleiding de eerste stap naar de arbeidsmarkt geweest 30. Interessant is dat de normstelling alleen al voor een verbetering heeft gezorgd; in de gevallen, waarin alleen de 'equal opportunity clause' in het contract werd opgenomen, stegen de deelnamecijfers. Het effect van 'contract compliance' steeg echter aanmerkelijk, naarmate de controle op handhaving en naleving beter was. Een aantrekkende economie blijkt verder goed te zijn voor 'contract compliance'; groeiende bedrijven hadden veel minder moeite met 'contract compliance' dan krimpende. Vele gangbare mythes over 'affirmative action' zijn door deze onderzoeken onderuitgehaald. Een van de hardnekkigste, dat 'contract compliance' de werkgever dwingt om minder gekwalificeerde werkkrachten in te huren, is onjuist gebleken. In de jaren van de grootste toestroom van minderheden en vrouwen steeg de productiviteit per werknemer. 'Contract compliance' is dus geen aanval op het 'merit'-systeem, maar een bijdrage daaraan; het leidt niet tot verhoging van de bedrijfskosten 31. Maar men dient zich te wel realiseren dat het resultaat van 'contract compliance' in macrotermen feitelijk te danken is aan het vele en moeizame werk op plaatselijk niveau, dat door juristen van de Civil Rights Movement en de vrouwenbeweging tesamen met volhardende cliënten verricht is. Normstelling noch controle van overheidswege zijn voldoende om patronen van jarenlange discriminatie te doorbreken. Gediscrimineerden moeten bereid zijn voor hun rechten op te komen en zonodig jarenlang te procederen. In dit kader is het van belang dat de belangrijkste onderzoeker, Leonard, het succes van 'contract compliance' voor een groot deel toeschrijft aan de 1700 door hem tegelijkertijd onderzochte 'class action suits' op basis van de Civil Rights Act. Deze 1989 nr 5 173

12 I Contract Compliance 1 Tineke van Vleuten groepsacties fungeren volgens hem als een belangrijke motor bij de handhaving en naleving. Zonder deze groepsacties zou 'conctract compliance' dode letter zijn gebleven. 32 Totslot 'Contract compliance' kan gezien worden als een indrukwekkende poging om de Amerikaanse samenleving van zijn discriminatoire patronen te ontdoen. 'Contract compliance' heeft - dat is gebleken - een daadwerkelijke bijdrage geleverd, ondanks de zware pressie waaronder de maatregel vanaf het begin heeft gestaan. Nu de nederlandse samenleving zich meer en meer bewust wordt van de eigen discriminatiepatronen op het gebied van sexe en ethniciteit, begint een vorm van 'succesful borrowing' voor de hand te liggen. En zo moeilijk is dat niet. De gehele vormgeving van de 'contract compliance', alsmede de opzet van het 'affirmative action plan' is eenvoudig naar ons recht overdraagbaar - als we het tenminste eens kunnen worden over de juridische grondslag 33. Het verdient naar mijn mening aanbeveling, dat het parlement juist in deze kwestie een handje helpt door het verschaffen van een wettelijke basis voor 'contract compliance'. De rechtszekerheid wordt ermee gediend. Het lijkt mij niet voor twijfel vatbaar, dat maatregelen als het louter en alleen toelaten van positieve actie, stimuleringsregelingen of rapportageverplichtingen geen zoden aan de dijk zullen zetten. Al deze maatregelen verleggen de verantwoordelijkheid voor positieve actie naar het mesoniveau zonder op het macroniveau de noodzakelijke voorwaarden te treffen. Op grond van de amerikaanse ervaringen valt te voorspellen dat de vrijblijvende voorstellen voor 'contract compliance', die op het ogenblik bij ons circuleren, dus niet effectief zullen zijn. Er zullen misschien wat incidentele verbeteringen uit voortkomen, maar grote maatschappelijke veranderingen zijn er niet van te verwachten. Om succesvol te zijn heeft 'contract compliance' wettelijke voorzieningen en verplichtingen nodig; anders tornt men aan de rechtszekerheid voor werkgevers die de 'contract compliance' tenslotte moeten uitvoeren. Tevens onthoudt men de vakbonden en actiegroepen de mogelijkheid om via de rechter nakoming of naleving te vorderen. En dat is, naar gebleken is, een belangrijke succesfactor voor contract compliance: de bereidheid van gediscrimineerden hun zaak voor de rechter uit te vechten. Noten 1. Dit artikel is gebaseerd op een onderzoek en studiereis naar de VS 'Contract Compliance in de Verenigde Staten', in het najaar van 1988 verricht in opdracht van de Emancipatieraad. Het is gepubliceerd als bijlage bij het ER-advies van maart 1989 over Positieve Actie en ook afzonderlijk verkrijgbaar. Voor haar hulp bij dit onderzoek ben ik veel dank verschuldigd aan Prof. Sylvia A. Law van New York University, die mij het materiaal voor haar nog te houden 'Biddle lecture' voor Harvard Law School ter beschikking stelde. 2. 'We have been utilizing affirmative action plans for over 20 years. We were brought into it kicking and screaming, but over the past 20 years, we've learned that there's a reservoir of talent out there, of minorities and women, that we hadn't been using before. We've had to practice better management. The byproduct of affirmative action is, it makes us treat all people better. We found that it works... I cringe to think what would have happened (if the court had ruled differently).' William McEwen, Washington Post, 3 juli 1986, naar aanleiding van de uitspraak in Johnson v. Transportation Agency, Santa Clara county, Cal. 107 S.Ct 1442, Het bedrijfsleven en de vakbonden hebben bij vele hearings in de jaren tachtig zeer duidelijk gemaakt dat zij geen wijziging in het 'affirmative action'-beleid wilden. De bedrijven die met zoveel woorden hun stem verhieven waren o.a.: IBM, Schering-Plough, Philip Morris, Exxon, At&T, Westinghouse, Chemical Bank, Times Inc. Het grote samenwerkingverband van vakbonden AFL/CLO heeft zich eveneens duidelijk tegen de afbraakpogingen gekeerd. Zie voor uitgebreidere referenties de noten in mijn onderzoek over 'contract compliance' op pag DeFunis v. University of Washington Law School 416 U.S. 312 (1974) en: Bakke v. University of California 438 U.S. 265 (1978). 5. De reden van deze brede spreiding is dat alle 'federal contracts and federally assisted contracts' onder de E.O vallen. Dat betekent bij voorbeeld, dat textielindustrie door defensieopdrachten bereikt wordt en de wegenbouw, voor zover die federale subsidie ontvangt. Ook het gehele inkoop- en aanbestedingsbeleid van de federale overheid valt onder cc. Voor een statistisch overzicht van de reikwijdte en tabellen raadplege men James P. Smith en Finis Welch, Univ. of Calif., Affirmative Action and Labor Markets, Journal of Labor Economics, vol. 2 no.2 (1984). 6. Men spreekt van 'protected groups', als een bepaalde minderheidsgroep met name genoemd in de regelingen voorkomt ('blacks', 'hispanics'). Joden bijvoorbeeld zijn geen 'protected group', en dat verklaart hun ambivalentie tegenover 'affirmative action'. 7. Men dient de verplichting tot 'affirmative action plans' overigens wel te onderscheiden van de rapportageverplichting, die op grond van Title VII van de Civil Rights Act door de Equal Opportunity Commission aan bedrijven is opgelegd (de zogenaamde EEO). In de praktijk is deze rapportageverplichting de opstap naar een 'affirmative action plan'; het is echter geen plan, maar een verslag. 8. Johnson v. Tranportation Agency, Santa Clara county, Cal. 107 S.Ct 1442, Belangrijkste hearings zijn te vinden in mijn onderzoek op pag. 10. voetnoten 14totenmet Een voorbeeld daarvan is de Pregnancy Act van 1976, het antwoord van het Congres op een weigering van het Supreme Court ongelijke behandeling van vrouwen wegens zwangerschap in arbeidsongeschiktheidsregelingen als sexediscriminatie te beschouwen. Deze wetgeving kan op zich wel weer door het Supreme Court op grondwettelijkheid getoetst worden, maar - wederom - in het kader van een specifiek geval. 11. 'Like private individuals and businesses, the Government enjoys the unrestricted power to produce its own supplies, to determine those with whom it will deal, and to fix the terms and conditions upon which it will make needed purchases.', Perkins v. Lukens Steel, 310 U.S. 113(1940). 12. O.F.C.C.P. and Federal Contract Compliance, edited by David A. Copus and Linda E. Rosenzweig, Practising Law Institute, New York City (March 25,1981). 13. Weber v. Kaiser Aluminium (1978) 443 U.S. 193 (1979). 14. Zie Jesse H. Choper, Continued Uncertainty as to the Constitutionality of Remedial Racial Classifications: Identifying the Pieces of the Puzzle, en: Rex E. Lee, Missing Pieces, a Commentary on Choper, 72 Iowa Law Review, pag (1987) en de analyse van Prof. Sylvia A. Law in 'Girls can't be plumbers', Affirmative action for women in construction :beyond goals and quota 's, draft for Biddle Lecture, april , Harvard Law School Johnson v. Tranportation Agency, Santa Clara county, Cal. 107 S.Ct 1442, Dat laatste was het geval bij Sheet Metal Workers International Association v. EEOC 106 S.Ct (1986), die bij herhaling 'court orders' om minderheidsgroepen tot hun vakbond toe te laten, hadden genegeerd. Hetzelfde gold in U.S. v. Paradise 107 S.Ct 1053, (1987) voor het notoir gesegregeeerde Alabama Fire department. In beide gevallen werden quota toegelaten. 17. MemphisFireDepartmentv.Stotts,81 LEd483(1984),U.S.v. Paradise 107 S.Ct 1053, (1987). 18. Zie E. Schnapper.'The varieties of numerical remedies' Stanford Law Review 851 (1987) en de uitspraken in Wygant v. Jackson Board of Education 106 St. Ct (1986), Sheet Metal Workers International Association v. EEOC 106 S.Ct (1986), Johnson v. Tranportation Agency, Santa Clara county, Cal. 107 S.Ct 1442, Dit is neergelegd in Chapter 60 van Title 41 van de Public Contract and Property Management: artikel 1.2, dat overigens ook de nadere regels met betrekking tot inrichting en bevoegdheden van de OFCCP bevat. 20. Een algemeen aanvaarde reden is de BFOQ, de bonafideoccupa- 174 NEMESIS

13 I Contract Compliance 1 Tineke van Vleuten tional qualification; zeer omstreden is het motief'business reasons'. 21. Goals and Timetables, Using Executive Order To Achieve Equal Employment Opportunity For Women in Construction, Sem Draft 2/88, Marcia D. Greenberger, National Women's Law Center, Washington D.C. 22. Onder andere het departement van Justitie onder leiding van Attorney General Meese, dat zich onder Reagan vele malen in discriminatieprocedures heeft gemengd met zogenaamde 'friends of the court letters', waarin een zeer beperkte uitleg van de E bepleit werd: alleen opzettelijke discriminatie, een direct verband met vroeger ondervonden discriminatie, verbod van 'goals en timetables'. 23. Voor concretere invullingen raadplege men de tekst van Chapter 60 - Office of Federal Contract Compliance Programs, Equal Employment Opportunity, Dept. of Labor (Title 41, Public Contract and Property Management chapter 60) en daarnaast Federal Contract Compliance Manual, U.S. Department of Labor, Employment Standards Administration Office of Federal Contract Compliance Programs, 1987 ed. 24. Zo zijn bij voorbeeld 'contractors' met een gering belang van van de regeling uitgezonderd. Ookzijn er grenzen aan de bedrijfsgrootte: het bedrijf dient 50 of meer werknemers in dienst te hebben om onder het bereik van E te vallen. 25. Vindplaats: 41 CFR Section. 60, zie boven noot Enige voorbeelden van wat het OFCCPzoal regelt: de inrichting van 'affirmative action plans'; uniforme sollicitatie en selectieprocedures ; richtlijnen inzake sexediscriminatie; regels voor intern administratief beroep ; recht tot inzage en afschriften van OFCCP-dokumenten; procedures voor evaluatie door 'contractors'. 27. Zie pag. 30 van mijn onderzoek over 'Contract compliance in de VS'. 28. Jonathan S. Leonard, The Impact of Affirmative Action, A study submitted to the Department of Labor, National Bureau of Economie Research, Cambridge, Mass. and Institute of Industrial Relations and School of Business Administration, Univ. of Calif. at Berkeley (July 1983). Zie voor een kort overzicht zijn 'working paper' No. 1745: The Effectiveness of Equal Employment Law and Affirmative Action Regulation', National Bureau of Economie Research, Inc., Cambridge, Ma , (October 1985). Leonard geeft op pag. 34 van zijn studie The Impact of 'Affirmative Action''een overzicht van vrogere studies m.b.t. effectiviteit. Daarnaast een departementaal evaluatieonderzoek: Employment Pattems of Minorities And Women In Federal Contractor and Noncontractor Establishments, : A Report of The Office of Federal Contract Compliance Programs; by Griffin Crump, Employment Standards Administration U.S. Department of Labor (June 1984). Zie verder een kritische bespreking van James P. Smith, Rand Corporation, en Finis Welch, Univ. of Calif, and Unicon Corp., Affirmative Action and Labor Markets, Journal of Labor Economics, vol. 2 no.2 (1984). 29. Dit laatste wordt ontkend door het departementale onderzoek van Griffin Crump, die stelt dat het beeld voor vrouwen en 'minorities" hetzelfde is. 30. Statement of the Lawyers Committee for Civil Rights under Law on 'Threats to the Program', under E ,7 november 1985 for the House of Representatives, by William b. Robinson en Richard T. Seymour. 31. Zie de verklaring van de werkgevers in noot Zie Leonard, noot 28. Zo ook de verklaring van William L.Robinson tijdens de hearing 'Threats to the program', noot Els van Eijden gaat dieper op deze kwestie in in een artikel elders in dit nummer. 1989nr5 175

14 I Artikelen ElsvanEijden Els van Eijden is medewerkster van de Emancipatie Raad. Contract De situatie in Nederland Compliance 2 Ook in Nederland is de discussie over de mogelijkheden en beperkingen van 'contract compliance' als middel om positieve actie af te dwingen op gang gekomen. Els van Eijden geeft een overzicht van de stand van zaken in Nederland. In de Verenigde Staten werkt men er al jaren mee en met succes, zoals blijkt uit de bijdrage in dit nummer van Tineke van Vleuten. Er is daar zodoende ruime ervaring opgedaan met het stellen van voorwaarden inzake positieve actie bij het verlenen van overheidsopdrachten. Ook is de juridische discussie over de toelaatbaarheid en de criteria ervan veel verder uitgekristalliseerd dan in Nederland. 1 In Nederland is die discussie nu ook op gang gekomen. Onlangs nog deed de Emancipatieraad voorstellen om contract compliance te hanteren ten behoeve van de positieve actie voor vrouwen 2 en voerden de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) 3 en het Landelijk Bureau Racisme Bestrijding (LBR) 4 een pleidooi voor dit instrument ten behoeve van de arbeidskansen voor minderheden. Ook de vergadering van de Nederlandse Juristen Vereniging besteedde in haar laatste vergadering aandacht aan dit onderwerp. 5 Deze belangstelling voor contract compliance is geïnspireerd door Amerikaanse en andere buitenlandse voorbeelden en staat niet op zichzelf. De adviezen en commentaren vormen min of meer een reactie op de ambtelijke voorstellen, die er de laatste jaren zijn gedaan. Daarvan is de belangrijkste de ambtelijke studie Meer kansen afdwingen(hiema: de nota) 6, welke in maart jl. werd uitgebracht. Hierin formuleert het kabinet op verzoek van de Tweede Kamer een aantal - nogal terughoudende - standpunten over contract compliance. De behandeling van deze nota is voorlopig van de politieke agenda, in verband met het controversiële karakter van het onderwerp. De centrale vraag bij contract compliance en subsidie- c.q. vergunningvoorschriften is of en in hoeverre de overheid bevoegd is om positieve actie af te dwingen, door daartoe voorschriften op te nemen in rechtsbetrekkingen, die niet met die bedoeling door de burger worden aangegaan. Is dit misbruik van macht of niet? Bij het beantwoorden van deze vraag moet in het oog gehouden worden dat verschillende internationale en nationale wettelijke bepalingen een recht op gelijke behandeling garanderen en van de overheid een actief beleid vragen dat verder gaat dan het tegengaan van discriminatie in individuele gevallen. Het gelijkheidsbeginsel noopt de overheid er met andere woorden toe positieve actie in de particuliere sector te bevorderen. 7 Het gaat hier dus om een legitiem belang, dat de overheid binnen zekere grenzen bij het uitvoeren van andere taken mee zou moeten laten wegen. In de Verenigde Staten wordt het om die reden in beginsel geaccepteerd; in Nederland is dat op zijn minst onduidelijk. De grenzen van het toelaatbare liggen per rechtsbetrekking anders en kunnen bovendien nog variëren binnen één soort rechtsbetrekking. Jenny Goldschmidt geeft aan hoe deze grenzen worden beinvloed door de mate van vrijheid die overheid en burger hebben bij het aangaan van een betrekking NEMESIS

15 Contract Corapliance 2 ElsvanEijden Voorschriften ten behoeve van positieve actie bij vergunningen en subsidies. Deze voorschriften kunnen ofwel worden verbonden aan de concrete subsidie of vergunning, ofwel - maar dan spreken we over voorwaarden -worden opgenomen in de regeling waarop de subsidie of vergunning berust. 9 De tweede vorm werkt dwingender dan de eerste, omdat de voorwaarden - opgenomen in de regeling - voor alle aanvragers gelijkelijk gelden. Een voorbeeld van zo'n voorwaarde biedt de Algemene Subsidieverordening van Amsterdam. Daarin is een bepaling opgenomen op grond waarvan subsidie geweigerd of ingetrokken kan worden, indien de gesubsidieerde instelling zich schuldig maakt aan discriminatie naar onder meer geslacht of ras. De eerste vorm - het voorschrift aan de subsidie of vergunning - heeft als voordeel dat rekening kan worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van de aanvrager, omdat voorschriften per geval naar inhoud en termijnen kunnen worden toegespitst. Dergelijke positieve-actievoorschriften kunnen echter alleen maar gesteld worden, indien de basisregeling van de subsidie of vergunning daarvoor ruimte biedt. De vraag of die ruimte er is of zou kunnen worden gemaakt, wordt in belangrijke mate bepaald door de categorie, waartoe de basisregeling behoort. Gaat het om een formeel wettelijke regeling, zoals bij vrijwel alle vergunningenstelsels, of om een beleidsregel, waarvan meestal sprake is bij subsidies. Vergunningen Bij de (in beginsel) formeel-wettelijke vergunningenstelsels zal de mogelijkheid om positieve-actievoorschriften te stellen in het algemeen beperkt zijn. Aan vergunningen mogen namelijk alleen voorschriften worden verbonden, indien en voorzover dat in de betreffende wet geregeld is. Vergunningen betekenen immers in feite een beperking van de vrijheid van de burger (vandaar de eis van een wettelijke grondslag), omdat het handelen zonder vergunning strafbaar is. 10 Het stellen van voorschriften die niet aansluiten bij het doel van de vergunning zou de vrijheid van de burger nog meer aantasten. Hetzelfde geldt voor subsidies die een wettelijke grondslag hebben. Bijna alle moderne wetten hebben een regeling voor het stellen van voorschriften. Die regeling, alsmede het doel en de criteria van het betreffende vergunningenstelsel zijn derhalve bepalend voor de vraag of positieve-actievoorschriften verenigbaar zijn met de vergunning. Dat zal hoogst zelden het geval zijn bij wetten, die dwingend bepalen wanneer een vergunning of een subsidie moet worden verleend, zoals de Vestigingswetten bedrijven en detailhandel en de Hinderwet. Détoumement depouvoir Van de gebonden vergunningenstelsels zijn mij geen voorbeelden bekend, waarin een grondslag wordt geboden voor positieve-actievoorschriften. Als dergelijke voorschriften dan toch worden gesteld, dan leveren zij strijd op met het verbod van détoumement de pouvoir. Er is dus steeds wijziging nodig van de betreffende vergunningenwet. Bij de vergunningenwetten, die wat meer beleidsvrijheid geven aan het bestuur, is in beginsel meer ruimte voor positieve-actievoorschriften. Maar ook hier geldt dat die voorschriften, gelet op het verbod van détoumement de pouvoir, verband moeten houden met het doel en de criteria van de wet. Nu is de betekenis van dat verbod momenteel in beweging, met name ten aanzien van de minder strak geregelde vergunningen. Tegenover de 'preciezen', die zich keren tegen ieder streven om een buiten een regeling gelaten beleidsdoelstelling te realiseren, tekent zich een 'rekkelijke' opvatting af. 11 Waarom zouden bestuursorganen met algemene wettelijke bevoegdheden niet naast het doel van een specifieke regeling ook andere beleidsdoelen mogen nastreven. Zo kan men immers komen tot een integrale afweging van belangen en dat bevordert, méér dan een geisoleerde afweging, de doelmatigheid van het bestuur. Onze samenleving wordt immers gekenmerkt door veel en gedetailleerde regels en een overheidsbemoeienis op talrijke en zeer uiteenlopende terreinen, terwijl het vrijwel uitgesloten is om alle wenselijk geachte doelen in één wettelijke regeling op te nemen. Jenny Goldschmidt concludeert - deze visie volgend - dat het gelijkheidsbeginsel, in verband met het absolute karakter daarvan, altijd verdisconteerd moet worden geacht in de doelstelling van een regeling. 12 Een integrale afweging van belangen Een voorbeeld van een integrale afweging van belangen tonen de gemeentebesturen van Leiden en Tilburg, die er bij de verlening van een vestigingsvergunning voor huisartsen naar streven het aandeel vrouwelijke huisartsen te verhogen. 13 Ondanks deze mogelijkheden ziet de nota weinig perspectief in het vergunningen-instrument, evenmin kennelijk als de WRR en het LBR, die op dit punt zwijgen. Alleen de Emancipatieraad besteedt hier aandacht aan. 14 Subsidies Voor subsidies die op een wet of een gemeentelijke of provinciale verordening (een algemeen verbindend voorschrift) berusten geldt hetzelfde als voor vergunningen. De meeste subsidies zijn echter gebaseerd op beleidsregels, waar-door het bestuur per definitie beleidsvrijheid heeft. Het is dan ook niet ongebruikelijk om aan subsidies allerlei soorten voorschriften te verbinden, die soms heel ingrijpend kunnen zijn doordat zij aanwijzingen geven voor de samenstelling van het bestuur van de instelling of voor de omvang, de structuur en de leiding van de ondernemening. Ook kunnen zij betrekking hebben op de rechtspositie van het personeel, de kwaliteit van de gesubsidieerde activiteit of op de samenwerking met derden. 15 Zolang die voorschriften passen binnen het doel van de subsidie, is er geen sprake van détoumement de pouvoir. Naar mijn mening kan hier de rekkelijke opvatting over dit verbod onverkort worden toegepast, omdat de subsidievrager een gunstiger, minder afhankelijke positie inneemt ten opzichte van de over- 1989nrS 177

16 Contract Compliance 2 ElsvanEijden heid dan de aanvrager van een vergunning. Men is immers vrij om de subsidie al dan niet aan te vragen en er zal in de regel ook onderhandeld kunnen worden over de inhoud van de voorschriften. Voorzover subsidies verplichtingen opleggen aan de burger, gaat het om 'vergulde' verplichtingen. 16 Er zijn dan ook niet veel juridische bezwaren tegen positieve-actievoorschriften bij subsidie. Tegemoetkomende subsidies De nota Meer kansen afdwingen wijst er evenwel terecht op dat niet iedere subsidie hier even geschikt voor is. Voor de stimulerende subsidies zijn bijvoorbeeld vaak niet voldoende gegadigden te vinden, omdat zij gericht zijn op beïnvloeding van het bedrijfsbeleid. Dat zou door het stellen van positieve-actievoorschriften nog bemoeilijkt kunnen worden, waardoor de doelstelling van de subsidie niet gerealiseerd kan worden. Bij de tegemoetkomende subsidies ligt dat anders. Daaraan kunnen, afhankelijk van de kostensoort en de aard van het project, heel goed positieve-actievoorschriften verbonden worden. Dat kan bijvoorbeeld aan de subsidies voor de personeelskosten van instellingen voor maatschappelijk werk of gezondheidszorg. 17 Maar als er zwaarwegende algemene belangen gemoeid zijn met een gesubsidieerd project (bijvoorbeeld sociale woningbouw of aids-bestrijding), dan lijken positieve-actievoorschriften mij niet op hun plaats. Ook bij subsidies geldt dat een wijziging in de desbetreffende regeling nodig is, indien de positieve-actievoorschriften niet met het doel en de criteria te verenigen zijn. Het gaat hier veelal om beleidsregels of andere - niet formeel-wettelijke - regels, waarvan een wijziging niet zo gecompliceerd behoeft te zijn als bij de formeel-wettelijke vergunningenstelsels. Outputfinanciering Een wat minder ingrijpende variant van het positieve-actievoorschrift bij subsidies wordt in de nota Meer kansen afdwingen voorgesteld. Het gaat hier om een financiële toeslag, te geven aan een arbeidsorganisatie die positieve actie hanteert. De WRR beperkt zich tot deze premie bij resultaat, de zogenaamde 'outputfinanciering'. Het LBRbesteedt in het geheel geen aandacht aan het subsidie-instrument. Contract compliance Inde nota Meer kansen afdwingen wordt voorgesteld een voorkeursbeleid te voeren bij het verlenen van overheidsopdrachten voor bedrijven die positieve actie hanteren. 18 De WRR geeft een vrijwel gelijkluidende aanbeveling. Er is echter een verdergaande en effectievere vorm van contract compliance mogelijk. Het in de nota omschreven voorkeursbeleid speelt zich namelijk af in de precontractuele fase, aldus het LBR, en is alleen mogelijk bij meerdere kandidaat-aannemers met gelijkluidende offertes, aldus de ER. Daarom is het beter om in de overeenkomst zelf een positieve-actiebeding op te nemen, hetgeen - net als de subsidievoorschriften - het voordeel heeft dat per opdrachtnemer gedifferentieerd kan worden naar inhoud en termijn, waarbinnen aan het voorschrift moet zijn voldaan. Het opnemen van dergelijke bedingen in contracten van de overheid kan gepaard gaan met het weigeren door de overheid opdrachten te verlenen aan bedrijven die geen positieve-actievoeren dan wel een discriminerend personeelsbeleid hebben. Uit de bijdrage van Tineke van Vleuten blijkt dat deze combinatie in de Verenigde Staten wordt gebruikt bij overeenkomsten met een raming van boven de dollar met bedrijven, die meer dan 50 werknemers in dienst hebben. De opdrachtnemer moet te goeder trouw proberen om de afgesproken doelstellingen binnen de gestelde termijn te realiseren. Het Supreme Court eist dat deze 'goals and timetables' haalbaar en flexibel zijn. 19 Contract compliance is in overeenstemming met het nationale en het internationale recht. De vrijheid van mededinging in het EEG-Verdrag In de nota Meer kansen afdwingen wordt ten onrechte gesteld dat contract compliance in strijd kan zijn met de EG-Richtlijnen inzake openbare aanbesteding. Het tegendeel is echter waar. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie blijkt juist dat deze Richtlijnen niet uitputtend bedoeld zijn en dat de lidstaten - naast de daarin gegeven criteria - ook andere voorwaarden bij het selecteren van aannemers mogen hanteren. 20 Dit is uitdrukkelijk toegestaan ten aanzien van de eis dat bij het uitvoeren van een opdracht langdurig werklozen moeten worden ingezet. Wel moet zo'n voorwaarde op de juiste wijze bekend worden gemaakt en gelijkelijk op de aanbieders van alle lidstaten worden toegepast. Anders komt men in strijd met de vrijheid van mededinging, die in het EEG-Verdrag is neergelegd. Deze jurisprudentie is inmiddels in de Richtlijn verwerkt. 21 Contractsvrijheid Ook het nederlandse positieve recht verzet zich niet tegen contract compliance. Een nadere wettelijke regeling is dus niet noodzakelijk. De burger heeft immers bij het afsluiten van een overeenkomst meer ruimte voor een eigen inbreng - althans indien de overheid niet optreedt als monopolist. Er is daarom minder behoefte aan bescherming. Maar er gelden wel een aantal juridische grenzen. Zo mag de overheid alleen op die terreinen overeenkomsten afsluiten, waar zij beleidsvrijheid heeft. Ook mogen er geen rechtsverhoudingen in het leven worden geroepen, die door het publiekrecht worden verboden of waarvoor het publiekrecht meer waarborgen biedt aan de burger. Dat wil zeggen dat iets niet ten laste van de burger kan worden bedongen, indien dat niet in de vorm van een voorschrift bij een vergunning of subsidie had mogen worden opgelegd. Met het privaatrecht mogen derhalve geen door het publiekrecht gestelde grenzen worden doorbroken. De Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) vormen eveneens een grens voor de toepassingsmogelijkheden van contract compliance. Daaraan is de overheid immers ook bij het privaatrechtelijk handelen gebonden. In het Nieuwe BW en in het 178 NEMESIS

17 Contract Compliance 2 ElsvanEijden Voorontwerp Algemene wet bestuursrecht zijn daartoe zgn. schakelbepalingen opgenomen. De jurisprudentie van (onder meer) de Hoge Raad en van de Kroon biedt voorbeelden van toetsing van privaatrechtelijk handelen aan de abbb. 22 Zo vernietigde de Kroon wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel het besluit van de gemeente Arnhem om geen opdrachten te geven aan bedrijven die betrokken zijn bij de aanleg van de kruisrakettenbasis in Woensdrecht. De gemeente mag alleen acht slaan op relevante verschillen tussen de in aanmerking komende bedrijven. Dat zijn verschillen die betrekking hebben op de kwaliteit, de kosten en de kredietwaardigheid. Door irrelevante verschillen te hanteren werd het gelijkheidsbeginsel geschonden, aldus de Kroon. Bij dit Koninklijk Besluit was echter van belang dat de gemeente Arnhem met deze vorm van contract compliance op het terrein kwam van het defensiebeleid en dat is volgens de Grondwet voorbehouden aan het rijk. Bij contract compliance ten behoeve van positieve actie ligt dat anders, omdat het bevorderen van de gelijkheidsnorm (artt. 1 Grondwet en 5 Wet Gelijke Behandeling) zowel een aangelegenheid is van het rijk als van de provincies en gemeenten. Ook de burgerlijke rechter toetst het overheidshandelen aan de abbb. Lange tijd was deze toetsing indirect. Er werd alleen veroordeeld indien de overheid naar het oordeel van de burgerlijke rechter zich schuldig maakte aan willekeur. Maar sinds kort - de Hoge Raad is in 1986 'omgegaan' - spelen de abbb een directe rol bij de controle, zodat bijvoorbeeld schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel op zichzelf reeds tot een veroordeling kan leiden. Sancties In de nota Meer kansen afdwingen wordt voorgesteld geen sancties toe te passen, indien een positieve-actiebeding niet is gerealiseerd. De controle op de naleving van de norm zou een te zware belasting betekenen voor de overheid. Het afzien van sancties lijkt mij een zeer kwalijke zaak. Daardoor zullen de toch al zeer terughoudende beleidsvoorstellen in de praktijk 'tandenloos' worden. Uit het onderzoek van Tineke van Vleuten blijkt immers dat sancties in belangrijke mate hebben bijgedragen aan het effect van contract compliance in de Verenigde Staten. Naar Nederlands recht kunnen verschillende sancties worden toegepast, afhankelijk van de mate waarin het beding niet is nageleefd en met inachtneming van een zorgvuldige procedure. Voor de minder ernstige overtredingen zijn lichtere sancties denkbaar, als openbaarmaking, waarschuwing, boete of korting op subsidie. De zwaardere sancties, als ontbinding van de overeenkomst of intrekking van de vergunning of subsidie, zouden - net als in de Verenigde Staten - alleen kunnen worden toegepast, indien de arbeidsorganisatie kennelijk niet te goeder trouw getracht heeft het positieve-actiebeding te realiseren. 23 Er is meer nodig Uit het onderzoek van Tineke van Vleuten blijkt dat in de Verenigde Staten contract compliance al tientallen jaren met succes wordt toegepast. Positieve actie is daar nu - ook bij het bedrijfsleven - een geaccepteerd instrument. Dat effect kan contract compliance in Nederland ookhebben. Maar daarvoor is wel méér nodig dan in de nota Meer kansen afdwingen wordt voorgesteld. Binnen de grenzen van het geldend recht kan de overheid bij het verlenen van opdrachten verder gaan dan alleen voorrang verlenen aan bedrijven die positieve actie voeren. Het opnemen van positieve-actiebedingen en het uitsluiten van bedrijven die geen positieve-actieplan hebben zal wellicht meer zoden aan de dijk zetten. Bij het verlenen van subsidie ligt dat iets moeilijker. Het verbinden van een positieve-actievoorschrift mag niet in strijd komen met de aard en het doel van de subsidie. De tegemoetkomende subsidies bieden daarom meer ruimte dan de stimulerende. Daarnaast moet gelet worden op de soort activiteit. Is het verbinden van een positieve-actievoorschrift wel te combineren met het doel van de subsidie, dan is toch aanpassing daartoe van de betreffende regeling wenselijk. Dat behoeft niet op veel problemen te stuiten, omdat op dit terrein veel beleidsregels voorkomen. Bij de vergunningen doen zich wel complicaties voor. Daaraan kunnen alleen maar positieve-actievoorschriften worden verbonden, indien het betreffende (wettelijke) vergunningenstelsel doelstellingen of criteria bevat die met de aard van die voorschriften te verenigen zijn. Dat is zelden het geval, zodat aanpassing daartoe van (formele) vergunningenwetten nodig is. Een wettelijke voorziening voorpositieve actiebedingen Contract compliance en positieve-actiebedingen bij subsidies en vergunningen zijn dus onder zekere voorwaarden mogelijk binnen de grenzen van het geldende recht. Toch is een wettelijke regeling hiervoor wenselijk. 24 Daarmee kan een basis worden gegeven aan sancties en eventuele uitvoeringsvoorschriften en kan een kader worden geboden voor de beantwoording van vragen over de geoorloofdheid van de voorschriften of bedingen. Voor de strak genormeerde, wettelijke subsidies en vergunningen is een wettelijke voorziening zelfs noodzakelijk. 25 Een dergelijke wettelijke voorziening zou het best kunnen worden opgenomen in de toekomstige Algemene wet bestuursrecht, waarin voorschriften over onder meer subsidieverlening een plaats zullen krijgen 26 en de Algemene wet gelijke behandeling. 27 Noten 1. Mr. CE. van Vleuten, Contract compliance in de Verenigde Staten, Een onderzoek naar 'affirmative action' als voorwaarde bij overheidscontracten of subsidieverlening in de U.SA., Politieke en juridische discussies, vormgeving en effectiviteit, in opdracht van en uitgegeven door de Emancipatieraad. Amsterdam, 12 januari Onder positieve actie versta ik een geheel van maatregelen van een arbeidsorganisatie gericht op het verbeteren van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en in de arbeidsorganisatie. Het toepassen van voorkeurbehandeling kan één van die maatregelen zijn. Daarnaast kun je denken aan: extra inspanningen bij de werving en selectie, hanteren van streefcijfers of quota, arbeidsvoorwaarden, bijv. kinderopvang, zwanger-amderschapsverlof. 2. Adviezen van de Emancipatieraad over de nota Positieve actieprogramma's voor vrouwen in arbeidsorganisaties, 21 maart 1989, adv.nr. 11/75/89 en over de Nota Meer kansen afdwingen, augustus 1989 nr 5 179

18 I Contract Compliance 2 Els van Eij den opgenomen. 3. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Allochtonenbeleid, SDU 's-gravenhage gebonden vergunningenstelsels vindt de raad dat bij het herzien of 14. Deze raad pleit hier voor nader onderzoek. Ten aanzien van de 4. Positieve actie bedingen, Contract compliance in Nederland, Drs. wijzigen daarvan steeds het opnemen van een grondslag voor positieve-actiebedingen in overweging genomen zou moeten worden. Fike van der Burght, Mr. Nanda Pattipawae; Utrecht, Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR-Reeks nr. 7). Zie het in noot 2 genoemde advies van de 5. Zie vraagpunt 2 behorende bij de Preadviezen voorde Algemene Emancipatieraad over Positieve-actievan maart vergadering van 9 juni 1989 van de Nederlandse Juristen Vereniging 15. L.J.A. Damen, Ongeregeld en ondoorzichtig bestuur, Kluwer, over Positieve discriminatie, Preadviezen van B.P. Sloot, J.E (diss). Goldschmidt en W.J.P.M. Fase, Handelingen der NJV 119e jaargang , W.E.J. Tjeenk Willink Zwolle. Wetgevingsvraggstukken. 16. Zie het in noot 10 genoemde Eindrapport van de Commissie 6. Zie de ambtelijk nota Meer kansen afdwingen, 17. Aldus ook de Emancipatieraad, zie de in noot 2 genoemde adviezen. Een verkenning van de juridische mogelijkheden en beleidsmatige wenselijkheid van het aanwenden van de positie van de overheid als Bij de financiering o.g.v. de Wet arbeidsvoorwaardenontwikkeling verlener van vergunningen, subsidies en opdrachten t.b.v. het beleid gepremieerde en gesubsidieerde sector kunnen waarschijnlijk geen t.a.v. groepen die een achterstandspositie hebben op de arbeidsmarkt. Aangeboden door de ministervan Sociale Zaken en Werkge- de overheidsbemoeienis met de arbeidsvoorwaardenbeoogt terug te positieve-actievoorschriften gesteld worden, omdat deze wet juist legenheid aan de Tweede Kamer bij brief van 15 maart Zie dringen. voorts de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken van 18. Vgl. het verzoek dat gedaan werd in de circulaire van de minister februari 1985 en de aankondiging in de Nota Positieve actieprogramma 's voor vrouwen in arbeidssituaties van november 1987 van de mi- nota Positieve actieprogramma's voor vrouwen in de arbeidssitiualies van Binnenlandse Zaken van november 1985 en het voorstel in de nister van Sociale Zaken en van Werkgelegenheid. 19. Zie het in noot 1 genoemde onderzoek van Tineke van Vleuten 7. Zie Jenny Goldschmidt in haar in noot 5 genoemde preadvies naar contract compliance in de Verenigde Staten. voor de NJV over de 'Staats- en bestuursrechtelijke aspecten van 20. Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 20 september 1988, Gebr. Beentjes BV tegen de Staat der Nederlanden (zaak positieve actie'. Zie ook Els M. van Eijden en Jenny Goldschmidt, Van non-discriminatie via positieve actie naar gelijke behandeling van 31/87) en 9 juli 1987, CEI-Bellini (zaak 27/86). mannen en vrouwen bij arbeid, Beleid & Maatschappij, , pag. Vgl. ok het advies van de Emancipatieraad over Contract compliance van augustus/september e.v. 8. Zie Jenny Goldschmidt in haar in noot 5 genoemde preadvies 21. Deze Richtlijn is gewijzigd bij de Richtlijn van 18 juli 1989 voor de NJV over de 'Staats- en bestuursrechtelijke aspecten van (89/440/EEG). Met betrekking tot overheidsopdrachten geldt positieve actie'. voorts het ILO-Verdrag nr. 94 op grond waarvan de overheid gerechtigd is om in de betreffende overeenkomsten bepalingen op te 9. Vgl. de interventie van M. Scheltema bij het preadvies van F.H. van der Burg voor de Nederlandse Juristenvereniging onder de titel nemen over arbeidsvoorwaarden. Worden die bepalingen niet nageleefd, dan kan de overheid sancties toepassen als contracts weigering 'In hoeverre kunnen bij het verleneen van subsidies voorwaarden worden gesteld', zie de Handelingen der NJV 1977, deel 2, WEJ of ontbinding. Het lijkt mij dat dit Verdrag ook een steuntje in de rug Tjeenk Willink Zwolle. is voor het opnemen van bepalingen met betrekking tot positieve 10. A.M. Belinfante, Kort begrip van het administratieve recht, Samsom-Tjeenk Willink, 8e druk, 1988, herzien door E.M. van Eijden en 22. KB9januari 1987, nr. 11 (Arnhem) en Hoge Raad 27 maart 1987 actie in overeenkomsten met aannemers. P.W.A. Gerritzen-Rode. Eindrapport van de Commissie Wetgevingsvraagstukken Orde in de regelgeving, Staatsuitgeverij, 's-gra- 'Koppelt men dat KB Arnhem en het arrest van de Hoge Raad aan (Ikon), AB1987,273 m.n. F.H. van der Burg. De annotator merkt op: venhage elkaar dan zou de overheid naar burgerlijk recht ook bij het aangaan 11. Vgl. E. Helder en RJ.Jue, Belangenafweginginhetbestuursrecht, van de overeenkomsten gebonden zijn aan het gelijkheidsbeginsel. Bestuurswetenschappen 1987, pag. 25 e.v. Overigens meen ik dat deze koppeling het beste kan worden tot stand Zie hierover fundamenteler: H. Stout, Bestuurlijke belangenafweging: een speciaal terrein?'va de bundel 'De Rechtstaat Herdacht', 23. Vgl. de in noot 2 genoemde adviezen van de Emancipatieraad. gebracht door middel van een formele wet.' W.C.J. Tjeenk Willink Zwolle Aldus ook het antwoord van de Algemene vergadering van de 12. Zie Jenny Goldschmidt in haar in noot 5 genoemde preadvies NJV op vraagpunt 2, behorende bij de preadviezen over positieve voor de NJV, over de Staats en bestuursrechtelijke aspecten van positieve actie, pag Vgl. de aanbeveling van de Emancipatieraad in het in noot 2 actie (vergadering van 7 juni 1989). Het onderzoek van Tineke van Vleuten biedt op het punt van de genoemde advies. vergunningen geen aanknopingspunten, omdat de toepassing van 26. Zie het Kabinetsstandpunt over het Eindrapport van de Commissie Wetgevingsvraagstukken 'Orde in de Regelgeving', Tweede contract compliance in de Verenigde Staten zich daartoe niet uitstrekt. Kamer ,20038, nrs. 2 en Voorzitter Afdeling rechtspraak 5 november 1987, De Nederlandse Gemeente van 29 januari 1988,nr 4, pag.87 (beleid alleszins handeling van de Partij van de Arbeid en het Wetsontwerp opgesteld 27. Vgl. artikel 19 van het initiatiefvoorstel voor de Wet gelijke be- aanvaardbaar) en de overige jurisprudentie die door Jenny door de Brede Stuurgroep Emancipatiewet. Goldschmidt op pag. 114 van haar in noot 5 genoemde preadvies is 180 NEMESIS

19 I Artikelen Len Andringa Len Andringa is advocate in Amsterdam. A never ending DeAAW story Onder de mom van gelijke behandeling van mannen en vrouwen is de AAW gerepareerd op een wijze die met name ook gescheiden vrouwen en deeltijdwerkers - ook veelal vrouwen - het recht op AAW ontzegt. Met terugwerkende kracht wordt een inkomenseis gesteld waaraan enige duizenden mensen, van wie velen al jaren recht op AAW hebben, niet voldoen. Al deze mensen raken hun AA W-uitkering kwijt. Nu de wet een feit is, morren de ambtenaren bij de G AK's, die de bittere realiteit aan de betrokkenen moeten overbrengen. Len Andringa gaat op zoek naar juridische invalshoeken om deze toch al bepaald niet bevoorrechte groep uitkeringsgerechtigden nog enig houvast te bieden. Het recht wordt opnieuw ingezet tegen politiek cynisme. Met dank aan Mireille Steinmetz Op 4 mei 1989 is de 'Reparatiewet AAW in werking getreden, waardoor het recht op een AAW-uitkering voor degenen die voor ljanuari 1979 arbeidsongeschikt zijn geworden is gewijzigd (Stb.126). AAW-uitkeringen die zijn of nog worden toegekend zonder dat destijds sprake is geweest van inkomensderving, zullen in alle gevallen een jaar na inwerkingtreding van deze Wet worden beëindigd. Het voorstel dat de AAW-uitkering van gehuwde vrouwen, die voor 1 januari 1979 arbeidsongeschikt zijn geworden en na 5 januari 1988 een aanvraag hebben ingediend, al na een maand na inwerkingtreding van de Wet zou worden ingetrokken als zij niet aan de inkomenseis kunnen voldoen, is op het laatste moment geschrapt. Vrouwen die na inwerkingtreding van deze Wet een aanvraag indienen moeten volgens deze Wet aan de inkomenseis voldoen. Rechtszekerheid Door deze 'reparatiewet' raken niet alleen de gehuwde vrouwen alsnog hun AAW-uitkering kwijt, maar wordt ook de rechtspositie van minstens 2000 andere arbeidsongeschikten aangetast, aangezien hun AAW-uitkering alsnog wordt ingetrokken als zij na 10 jaar niet aan de inkomenseis kunnen voldoen. In Nemesis 1988 nrs. 5 en 6 is reeds betoogd dat deze wetgeving in strijd is met de rechtszekerheid. Over de rechtszekerheid heeft de Raad van State zich in zijn Advies over het wetsvoorstel tot intrekking van de pensioenrechten van Rost van Tonningen es. (kamerstuk 86/87, 20073) op het standpunt gesteld dat de wetgever onder normale omstandigheden gehouden is verkregen rechten te respecteren en rekening te houden met de rechtszekerheid. Er kunnen, aldus de Raad van State, uitzonderlijke omstandigheden zijn die de wetgever ertoe kunnen brengen, zonder in strijd te handelen met de beginselen van behoorlijke wetgeving, toch over te gaan tot aantasting van rechten die burgers hebben verkregen. Vervolgens constateert de Raad dat die uitzonderlijke omstandigheden er in die situatie niet zijn: 'Er zijn thans geen omstandigheden bekend geworden die niet reeds al vele jaren bekend waren en in elk geval bekend konden zijn.' Ook al zou volgens de Raad worden aangenomen, dat er bij de toekenning fouten zijn gemaakt, het is in strijd met het in ons stelsel zo belangrijke beginsel van de rechtszekerheid dergelijke rechten alsnog ongedaan te maken. Volgens de Raad is er sprake van rechtsverwerking. Zijn er met betrekking tot dit wetsvoorstel omstandigheden bekend geworden die niet reeds al vele jaren bekend waren en in elk geval bekend konden zijn? Gezien het feit dat in 1975 het amendement-barendregt is aangenomen, dat gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de AAW beoogt te realiseren, duidt erop dat de gelijke behandeling toen al een erkend recht was. Ik wijs ook op het artikel van Brenninkmeyer in het NJB van 1981, waarin hij de wetgever erop wijst dat het overgangsrecht van de AAW in strijd zou komen met het zogenaamde BuPo-Verdrag. In de voortgangsrapportage met betrekking tot het BuPo-Verdrag wordt met trots de Invoeringswet gelijke rechten mannen en vrouwen, waardoor de 1989nr5 181

20 I A never ending story LenAndringa wijziging van de AAW in 1979 tot stand kwam, genoemd. Het was voor de regering dus duidelijk dat het BuPo-Verdrag van toepassing was op de sociale zekerheid. Dat het discriminerende overgangsrecht in strijd was met het BuPo-Verdrag had bekend kunnen zijn, zeker nadat de Hoge Raad en de Raad van State Afdeling Rechtspraak al in het begin van de tachtiger jaren het BuPo-Verdrag van toepassing hadden verklaard en de Centrale Raad van Beroep in 1983 liet weten dat de wetgever nu stappen moest gaan ondernemen. Overigens kan 'niet weten' geen rechtvaardigingsgrond zijn. In het civiele recht is de overheid schadeplichtig bij rechtsdwaling, zie hiervoor Nemesis 1989 nr. 6. Wat zijn die uitzonderlijke omstandigheden waarvoor hier het beginsel van rechtszekerheid zou moeten wijken? Het gaat hier om een rechtsbeginsel, aldus van Male in zijn proefschrift Rechter en bestuurswetgeving (Tjeenk Willink, 1988), dat slechts kan wijken voor een hoger rechtsbeginsel. Tot nu toe zijn alleen budgettaire motieven in de vorm van zeer opgeklopte cijfers genoemd. De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak van 5 januari 1988 impliciet te kennen gegeven dat budgettaire redenen geen rechtvaardigingsgrond vormen voor de terugwerkende kracht. Of moeten budgettaire motieven tegenwoordig als een hoger rechtsbeginsel gelden? Gezien het voortdurende begrotingstekort bevinden we ons dan op een hellend vlak. Getoetst aan de criteria van de Raad van State is hier sprake van rechtsverwerking en is deze Wet in strijd met de rechtszekerheid. Het is echter de vraag of een beroep op de rechtszekerheid succes zal hebben. In zijn arrest over de Harmonisatiewet op 14 april 1989 (NJB 1989, pag. 545) heeft de Hoge Raad zich op het standpunt gesteld dat wetten (nog) niet getoetst kunnen worden aan rechtsbeginselen. De beroepsrechter zal zich hieraan vooralsnog houden. Internationaal recht Door deze maatregel worden waarschijnlijk meer vrouwen dan mannen getroffen. Behalve de gehuwde vrouwen omvat de groep, die de uitkering kwijtraakt, voor het merendeel gescheiden vrouwen en deeltijdwerkers. Het stellen van de inkomenseis kan derhalve een indirect discriminerende werking hebben en daardoor in strijd komen met de eis van gelijke behandeling van vrouwen en mannen. Met een beroep op art. 26 BuPo-Verdrag zou de maatregel dan buiten spel gezet moeten worden. Onder het motto 'even slecht is ook gelijk' wordt door het opnemen van de inkomenseis de positie van arbeidsongeschikten van vóór 1 januari 1979 gelijkgetrokken met die van gehuwde vrouwen en wordt de gelijke behandeling doorgevoerd door het ontnemen van het recht op een AAW-uitkering. Dit is in strijd met het EG-recht. De ontwerp-voltooiingsrichtlijn gelijke behandeling vermeldt uitdrukkelijk als tweede doelstelling: 'het waarborgen dat de te nemen maatregelen de betrokkenen noch direct noch indi-. reet benadelen door het uitsluiten van egalitaire oplossingen die schadelijk zouden blijken te zijn voor de betrokkenen.' Hiermee bevestigt de ontwerp-richtlijn overigens slechts de jurisprudentie van het Hof van Justitie. In het arrest Defrenne II (Jurispr. 1976, pag. 445) wordt overwogen: 'dat inzonderheid wanneer men art. 119 (EEG-Verdrag) in verband brengt met de onderlinge aanpassing op de weg van de vooruitgang, de tegenwerping dat deze bepaling ook op andere wijze dan door verhoging van de laagste lonen kan worden nageleefd van de hand moet worden gewezen.' Overigens zullen alleen die AAW-ers onder de bescherming van het EG-recht vallen die tot de beroepsbevolking gerekend kunnen worden. Zie hiervoor de noot onder het recente arrest van het Hof van Justitie inzake de AOW, opgenomen in de Actualiteitenrubriek van dit nummer. Terugkomen op eerdere beslissingen Naar aanleiding van dit wetsvoorstel heeft de Federatie van Bedrijfsverenigingen (FBV) op 17 april 1989 een circulaire naar de bedrijfsverenigingen gestuurd. Daarin wordt onder meer aangegeven hoe de aanvragen van de gehuwde vrouwen moeten worden afgehandeld. In de gevallen waarin in het verleden aan gehuwde vrouwen, die vóór 1 januari 1979 arbeidsongeschikt zijn geworden, een uitkering is geweigerd of ontnomen, adviseert de FBV de bedrijfsverenigingen op verzoekterug te komen op deze beslissingen, maar in geen geval verder terug te gaan dan 1 januari Ditzelfde geldt in de gevallen dat aannemelijk is dat een formele aanvraag achterwege is gebleven op grond van informatie van de bedrijfsvereniging. Aanvragen ingediend na 5 januari 1988 en vóór inwerkingtreding van de 'Reparatiewet' Ten aanzien van deze groep adviseert de FBV de aanvraag in behandeling te nemen, in het onderzoek reeds aandacht te besteden aan het al dan niet voldoen aan de inkomenseis en de eerste arbeidsongeschiktheidsdag nauwkeurig vast te stellen. Wat de ingangsdatum betreft geldt volgens de FBV art. 25 lid 2 AAW, volgens welk artikel de uitkering niet eerder ingaat dan een jaar vóór de dag van de aanvraag. Van art. 25 lid 2 kan worden afgeweken als er sprake is van een bijzonder geval. Dit zou volgens de door de FBV gehanteerde jurisprudentie het geval zijn als er sprake is van voor het rechtsgevoel onbevredigende situaties, bijvoorbeeld als vanwege de medische of psychische toestand niet eerder een aanvraag kon worden ingediend. In het Handboek Beroepszaken GAK ( ) worden echter ook nog andere gevallen van de door de Centrale Raad van Beroep aangenomen bijzondere gevallen genoemd: - onbekendheid met de wettelijke bepalingen gezien de bijzondere aspecten van dat geval, onder meer wetswijziging (RSV1965/77); - onjuiste inlichtingen of een misslag van het uitvoeringsorgaan die hebben geleid tot het niet tijdig aanvragen van de uitkering door de verzekerde (RSV 1960/81, RSV 1971/105, RSV 1974/124). De jurisprudentie geeft ook aan dat terzake een belangenafweging moet worden gemaakt. Daarbij dient het belang van de betrokkene te worden afge- 182 NEMESIS

Contract De situatie in de. Compliance 1. Verenigde Staten 1

Contract De situatie in de. Compliance 1. Verenigde Staten 1 I Artikelen is beleids-en wetgevingsadviseur op sociaal en cultureel terrein. Contract De situatie in de Verenigde Staten 1 Compliance 1 'We were brought into it kicking and screaming. Now I cringe to

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96 53 (1970) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1989 Nr. 96 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland betreffende het internationale

Nadere informatie

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Mr. Jan Harmen Kwantes Consultant Work and Health

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Mr. Jan Harmen Kwantes Consultant Work and Health Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid Mr. Jan Harmen Kwantes Consultant Work and Health Centrale vragen Centrale vragen: 1. Hoe zit het met verantwoordelijkheden en de aansprakelijkheden wanneer er

Nadere informatie

HUMAN RIGHTS. Alternative Approaches?

HUMAN RIGHTS. Alternative Approaches? HUMAN RIGHTS Alternative Approaches? Utrecht, 3 april 2008 Peter van Krieken Toegang tot het loket Artseneed - artsenleed Samenleving v. individu 1ste generatie v. 2e generatie rechten China EVRM General

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 732 Algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet 2000) Nr. 98 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Voorkeursbeleid Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Als een werkgever een diverse samenstelling van zijn personeelsbestand nastreeft, heeft hij daarvoor enkele instrumenten ter beschikking. Te denken

Nadere informatie

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland?

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland? First part of the Inburgering examination - the KNS-test Of course, the questions in this exam you will hear in Dutch and you have to answer in Dutch. Solutions and English version on last page 1. In welk

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Autonomie en Paternalisme in Mediation. Hugo Prein / Dorothy DellaNoce 21 April 2009 www.transformatieve-mediation.nl. Agenda

Autonomie en Paternalisme in Mediation. Hugo Prein / Dorothy DellaNoce 21 April 2009 www.transformatieve-mediation.nl. Agenda Autonomie en Paternalisme in Mediation Hugo Prein / Dorothy DellaNoce 21 April 2009 www.transformatieve-mediation.nl Agenda Autonomie en paternalisme? Analyse van enkele video clips Discussie 2 1 Cliënt-

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

verklaring omtrent rechtmatigheid

verklaring omtrent rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Raad Nederlandse Detailhandel DATUM 17 juni

Nadere informatie

BIG DATA, BIG BUSINESS, BIG TROUBLE?

BIG DATA, BIG BUSINESS, BIG TROUBLE? BIG DATA, BIG BUSINESS, BIG TROUBLE? Marketing, Big Data en privacyregels Jitty van Doodewaerd Compliance officer -DDMA - 14 november 2013 - Big data & marketing (Energieverbruik, KNMI data en bouwjaar

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

Verjaring in het verzekeringsrecht. Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU)

Verjaring in het verzekeringsrecht. Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU) Verjaring in het verzekeringsrecht Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU) Inleiding Wetgever heeft de ambitie gehad in de artt. 3:306 tot en met 3:326 BW het hele verjaringsrecht te regelen.

Nadere informatie

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1 INHOUD VOORWOORD....................................................... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007........................................ 1 I. Inleiding

Nadere informatie

De impact van HR op de business. Jaap Paauwe, Job Hoogendoorn en HR compliance

De impact van HR op de business. Jaap Paauwe, Job Hoogendoorn en HR compliance De impact van HR op de business Jaap Paauwe, Job Hoogendoorn en HR compliance Inhoudsopgave Heeft HR impact op de business? (interview met Jaap Paauwe) Certificering HR is must (interview met Job Hoogendoorn)

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

Stand for Secularism and Human Rights!

Stand for Secularism and Human Rights! EU ELECTIONS 2014 Stand for Secularism and Human Rights! EHF Manifesto November 2013 E uropean elections in May 2014 will be crucial for humanists in Europe. The rise of radical populist parties, the persisting

Nadere informatie

Aan het college van Gedeputeerde Staten i.a.a. de leden van Provinciale Staten Postbus 6001 4330 LA Middelburg. onderwerp: resultaat overleg BJZ

Aan het college van Gedeputeerde Staten i.a.a. de leden van Provinciale Staten Postbus 6001 4330 LA Middelburg. onderwerp: resultaat overleg BJZ Aan het college van Gedeputeerde Staten i.a.a. de leden van Provinciale Staten Postbus 6001 4330 LA Middelburg onderwerp: resultaat overleg BJZ Middelburg, 10 november 2011 Geacht college, Het spijt mij

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

(a) instructies die het gevolg zijn van verplichtingen van de wetgeving welzijn op het werk (b) andere instructies, op voorwaarde dat :

(a) instructies die het gevolg zijn van verplichtingen van de wetgeving welzijn op het werk (b) andere instructies, op voorwaarde dat : Detacheringsfraude bij terbeschikkingstelling Michaël Verhaeghe Advocaat Tilleman van Hoogenbemt Antwerpen - Brussel Wet van 24 juli 1987 : gij zult niet ter beschikking stellen Oorspronkelijke tekst van

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158 14 (1987) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1987 Nr. 158 A. TITEL Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek

Nadere informatie

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 9 MEI 2013 Herengracht 551 Contactpersoon: 1017 BW Amsterdam Ellen Soerjatin T 020 530 5200 E ellen.soerjatin@steklaw.com

Nadere informatie

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00)

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid 2008/0192(COD) 12.4.2010 AMENDEMENTEN 15-34 Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) Beginsel

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek

Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek Prof dr JJM van Delden Julius Centrum, UMC Utrecht j.j.m.vandelden@umcutrecht.nl Inleiding Medisch-wetenschappelijk

Nadere informatie

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek Gedragscode Persoonlijk Onderzoek Bijlage 1.C Januari 2004 Deze gedragscode is opgesteld door het Verbond van Verzekeraars en is bestemd voor verzekeraars, lid van het Verbond, onderzoeksbureaus die werken

Nadere informatie

Gedragsregels. voor uitzendondernemingen

Gedragsregels. voor uitzendondernemingen Gedragsregels voor uitzendondernemingen Gedragsregels voor uitzendondernemingen Er bestaat behoefte aan flexibele arbeid, zowel bij werknemers als bij werkgevers. Uitzendondernemingen voorzien in die behoefte

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

[TITLE IN CAPS, VERDANA, 32]

[TITLE IN CAPS, VERDANA, 32] [TITLE IN CAPS, VERDANA, 32] DEBAT I Handhaving van een standaardessentiëel octrooi: FRANDlicentie of verbod? Zeist, 14 maart 2012 INLEIDING Op diverse terreinen worden standaards gebruikt om uniforme

Nadere informatie

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 27.10.2010 2010/0067(CNS) ONTWERPADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Nadere informatie

Persbericht. Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden

Persbericht. Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden Brussel, 30 april 2009 Persbericht Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden Vice-Eerste minister en minister van werk, Joëlle

Nadere informatie

1.1 ORGANIZATION INFORMATION 1.2 CONTACT INFORMATION 2.1 SCOPE OF CERTIFICATION 2.2 AUDITOR INFORMATION 3.1 AUDIT CONCLUSIONS 3.2 MANAGEMENT SYSTEM EFFECTIVENESS 3.3 OBSERVATIONS Organization Address Name

Nadere informatie

Raadsman bij het politieverhoor

Raadsman bij het politieverhoor De Nederlandse situatie J. Boksem Leuven, 23 april 2009 Lange voorgeschiedenis o.a: C. Fijnaut EHRM Schiedammer Parkmoord Verbeterprogramma Motie Dittrich: overwegende dat de kwaliteit van het politieverhoor

Nadere informatie

FW: Aigemene verordening gegevensbescherming Bijlage 1 aangepaste versie.docx; Bijlage 2.docx

FW: Aigemene verordening gegevensbescherming Bijlage 1 aangepaste versie.docx; Bijlage 2.docx BRE-JBZ From: Sent: To: Subject: Attachments: Kaai, Geran vrijdag 3 april 2015 16:00 Verweij, Ellen FW: Aigemene verordening gegevensbescherming Bijlage 1 aangepaste versie.docx; Bijlage 2.docx From: [mailto

Nadere informatie

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Machteld Vonk Inleiding Eindelijk is het zover: de regering is gekomen met een conceptwetsvoorstel om het ouderschap van lesbische paren te regelen.

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Client Memo Labour & Employment Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick www.liedekerke.com Onderwerp Opzeggingsvergoeding bij ontslag tijdens een periode van verminderde arbeidsprestaties:

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2001 Nr. 134

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2001 Nr. 134 23 (2001) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2001 Nr. 134 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de geldendmaking

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

Beschikking op ontheffingsverzoek

Beschikking op ontheffingsverzoek Beschikking op ontheffingsverzoek Kenmerk: 15637\2009000994 Betreft: ontheffingsverzoek Europese quota Film 1, Film 1.2 en Film 1.3 alsmede Film 1 Action Beschikking van het Commissariaat voor de Media

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Opbouw presentatie 1. Uitgangspunten veranderingen G2 - > G3 2. Overzicht belangrijkste

Nadere informatie

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. (070) 373 8021 betreft gelaatsbedekkende kleding bij gemeentepersoneel Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr.

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE LEDEN

MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 29.11.2013 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0570/2012, ingediend door Maria Teresa Magnifico (Italiaanse nationaliteit), over erkenning

Nadere informatie

Privacy en gegevensbescherming in relatie tot geo-informatie. Dr. Colette Cuijpers cuijpers@uvt.nl

Privacy en gegevensbescherming in relatie tot geo-informatie. Dr. Colette Cuijpers cuijpers@uvt.nl Privacy en gegevensbescherming in relatie tot geo-informatie Dr. Colette Cuijpers cuijpers@uvt.nl 1 Gegevensbescherming en geo-informatie Trend: geo-informatie wordt steeds meer gebruikt om mensen te volgen

Nadere informatie

Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS

Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS Zijne Excellentie mr. F. Teeven Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EX DEN HAAG Onderwerp Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS Zeer

Nadere informatie

Klokkenluidersregeling

Klokkenluidersregeling REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in

Nadere informatie

Van Commissionaire naar LRD?

Van Commissionaire naar LRD? Van Commissionaire naar LRD? Internationale jurisprudentie en bewegingen in het OESO commentaar over het begrip vaste inrichting (Quo Vadis?) Mirko Marinc, Michiel Bijloo, Jan Willem Gerritsen Agenda Introductie

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

ECGF/U200801752 Lbr. 08/174

ECGF/U200801752 Lbr. 08/174 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft OZB-procedure tegen Staat uw kenmerk ons kenmerk ECGF/U200801752 Lbr. 08/174 bijlage(n) datum 15 oktober 2008

Nadere informatie

KOOPOVEREENKOMST INZAKE OVERNAME VAN ACTIVITEITEN VAN

KOOPOVEREENKOMST INZAKE OVERNAME VAN ACTIVITEITEN VAN KOOPOVEREENKOMST INZAKE OVERNAME VAN ACTIVITEITEN VAN BV KOOPOVEREENKOMST OP HOOFDLIJNEN Ondergetekenden: 1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid..bv. te. ( KvK nummer ) vertegenwoordigd

Nadere informatie

PEGI Zelfregulering in de Europese videogame-industrie

PEGI Zelfregulering in de Europese videogame-industrie PEGI Zelfregulering in de Europese videogame-industrie Dirk Bosmans PEGI N.V. dirk.bosmans@pegi.eu Zelfregulering: de perceptie De realiteit: onafhankelijk en objectief Verificatieproces Classificatiesysteem

Nadere informatie

Ondernemen is risico's durven nemen

Ondernemen is risico's durven nemen D&O Plan Ondernemen is risico's durven nemen 3 Een gewone beleidshandeling kan morgen zware gevolgen hebben. D&O Plan springt in de bres voor u. Allianz - D&O Plan Ondernemen is risico's durven nemen Een

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Wim Groot & Henriette Maassen van den Brink In samenwerking met Annelies Notenboom, Karin Douma en Tom Everhardt, APE Den Haag

Nadere informatie

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die

Nadere informatie

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Wat zijn de taken van Europese ondernemingsraden? Europese ondernemingsraden (EOR s) zijn organen die de Europese werknemers

Nadere informatie

Privacy en Innovatie in Balans

Privacy en Innovatie in Balans Privacy en Innovatie in Balans Peter Hustinx Jaarcongres ECP 20 november 2014, Den Haag Sense of urgency Digitale Agenda: vertrouwen, informatieveiligheid en privacybescherming in het hart van de agenda

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

onderzoek en privacy WAT ZEGT DE WET

onderzoek en privacy WAT ZEGT DE WET onderzoek en privacy WAT ZEGT DE WET masterclass research data management Maastricht 4 april 2014 presentatie van vandaag uitleg begrippenkader - privacy - juridisch huidige en toekomstige wet- en regelgeving

Nadere informatie

CONTRAST SEMINARS KNIPPERLICHTEN ARBEIDSRECHT 20 FEBRUARI 2013. Van Gompel-Renette Advocaten Herkenrodesingel 4 bus 1 3500 Hasselt

CONTRAST SEMINARS KNIPPERLICHTEN ARBEIDSRECHT 20 FEBRUARI 2013. Van Gompel-Renette Advocaten Herkenrodesingel 4 bus 1 3500 Hasselt CONTRAST SEMINARS 20 FEBRUARI 2013 KNIPPERLICHTEN ARBEIDSRECHT I. DE GEWIJZIGDE WETGEVING INZAKE SCHIJNZELFSTANDIGHEID SCHIJNZELFSTANDIGHEID Schijnzelfstandigheid: partijen kwalificeren hun arbeidsrelatie

Nadere informatie

KLACHTENREGELING ONGEWENST GEDRAG GERRIT RIETVELD ACADEMIE

KLACHTENREGELING ONGEWENST GEDRAG GERRIT RIETVELD ACADEMIE KLACHTENREGELING ONGEWENST GEDRAG GERRIT RIETVELD ACADEMIE Seksuele intimidatie, verbale intimidatie en discriminatie, agressie en geweld, pesten, e.d.) Klachtenregeling ongewenst gedrag Gerrit Rietveld

Nadere informatie

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx )

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx ) ABLYNX NV Naamloze Vennootschap die een openbaar beroep heeft gedaan op het spaarwezen Maatschappelijke zetel: Technologiepark 21, 9052 Zwijnaarde Ondernemingsnummer: 0475.295.446 (RPR Gent) (de Vennootschap

Nadere informatie

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47 pagina 1 van 5 Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen? Bekijk dan de online versie Nieuwsbrief NRGD Editie 11 Newsletter NRGD Edition 11 17 MAART 2010 Het register is nu opengesteld! Het Nederlands Register

Nadere informatie

Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer 050120.01-PG/BD FTZ-002333-sw drs. S. Windt (035) 7737 743

Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer 050120.01-PG/BD FTZ-002333-sw drs. S. Windt (035) 7737 743 Stichting Omrop Fryslân t.a.v. het bestuur Postbus 7600 8903 JP LEEUWARDEN Datum Onderwerp 31 maart 2005 bezwaarschrift Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer 050120.01-PG/BD FTZ-002333-sw

Nadere informatie

Het huis met de zeven kamers

Het huis met de zeven kamers Het huis met de zeven kamers Hans van Ewijk Hans.vanewijk@uvh.nl www.hansvanewijk.nl Zeven ramen van sociaal werk Domein Theorieën Ethiek Disciplines Beleid en organisatie Methodes Professionalisering

Nadere informatie

Seminar 360 on Renewable Energy

Seminar 360 on Renewable Energy Seminar 360 on Renewable Energy Financieren van duurzame energie initiatieven ING Lease (Nederland) B.V. Roderik Wuite - Corporate Asset Specialist - Agenda I 1. Introductie 2. Financiering van duurzame

Nadere informatie

Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen?

Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen? Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen? Verantwoordelijke Uitgever: Daniël Samyn, Dienst Beroepsopleiding, departement Onderwijs en Vorming, Koning Albert-II laan 15, 1210 Brussel

Nadere informatie

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV Code Duurzaam Beleggen VvV onderdeel inhoud verschil artikel 1 De Code Duurzaam Beleggen opgesteld door het Verbond van Verzekeraars

Nadere informatie

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN Inleiding De laatste tijd is er veel publiciteit geweest rond scholen die hun leerlingen verboden gezichtsbedekkende kleding of een hoofddoek te dragen. Uit de discussies die

Nadere informatie

GLOBAL EQUITY ORGANIZATION NETHERLANDS CHAPTER OPTION PROGRAMS AND DIVESTMENT OF A BUSINESS

GLOBAL EQUITY ORGANIZATION NETHERLANDS CHAPTER OPTION PROGRAMS AND DIVESTMENT OF A BUSINESS GLOBAL EQUITY ORGANIZATION NETHERLANDS CHAPTER OPTION PROGRAMS AND DIVESTMENT OF A BUSINESS MR. F.G. DEFAIX Partner AKD Practice Leader Employment Law woensdag 25 januari 2012 activa/passiva transactie

Nadere informatie

Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015

Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 Op 1 juli 2015 treedt het belangrijkste deel van de Wet werk en zekerheid in werking: de herziening van het ontslagrecht. Hoe die

Nadere informatie

NATIONALE KAMER VAN NOTARISSEN

NATIONALE KAMER VAN NOTARISSEN NATIONALE KAMER VAN NOTARISSEN Deontologische Code inzake notariële bemiddeling Aangenomen door de algemene vergadering op 7 oktober 2003 Gewijzigd door de algemene vergadering op 24 oktober 2006) Art.

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Artikel 750 1. Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens

Nadere informatie

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan?

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? 2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? Om de strijd tegen discriminatie op de werkvloer aan te gaan, kan je als militant beroep doen op een breed wettelijk kader. Je vindt hieronder de belangrijkste

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Jean-François CATS Inhoud van de uiteenzetting Nieuwe opdrachten van het auditcomité ingevoerd door de Audit Directieve en het Audit Reglement

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1996 Nr. 261

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1996 Nr. 261 83 (1995) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1996 Nr. 261 A. TITEL Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF 21 juni 2011

NIEUWSBRIEF 21 juni 2011 MR. J.B.H. THIEL Ondernemingsrechtadviseur NIEUWSBRIEF 21 juni 2011 Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting Op 12 mei 2011 heeft de Koningin aan de Tweede Kamer aangeboden 'een voorstel

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Quality requirements concerning the packaging of oak lumber of Houthandel Wijers vof (09.09.14)

Quality requirements concerning the packaging of oak lumber of Houthandel Wijers vof (09.09.14) Quality requirements concerning the packaging of oak lumber of (09.09.14) Content: 1. Requirements on sticks 2. Requirements on placing sticks 3. Requirements on construction pallets 4. Stick length and

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 558 Regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten

Nadere informatie