Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur «-» CTQ I ' i-t C/5

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur «-» CTQ I ' i-t C/5"

Transcriptie

1 Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur a O CL C/5 O* O > n rü rü O ro SU ro CL O I ' O- OQ CL 3 ft CL < i-t I ' CL O CL CD «-» O -^ -^ I ' OQ pi 3 3 < t3 CL N SU I ' CTQ ^ O CL

2 Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumententen en cultuur Verschijnt driemaal per jaar Jaargang 20, nr. 1 maart 2002 Uitgave Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed K.V.K.: S ISSN: Redactie Henk van Doremalen Ronald Peeters Vormgeving Ronald Peeters Bart Gladdines Stukken voor de redactie te zenden aan redactiesecretariaat t.a.v. Ronald Peeters Montfortanenlaan CX Tilburg Abonnement 12,48 instellingen en bedrijven 14,75 Losse nummers verkrijgbaar in de boekhandel ( 4,00) Abonneren door overmaking op de rekening van de Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed te Tilburg Ten geleide Het enkele maanden geleden verschenen standaardwerk Tilburg, stad met een levend verleden bracht de lijnen en ontwikkelingen in de geschiedenis van Tilburg scherp in beeld. Het ging om de woon- en werkgemeenschap in dit gebied als geheel, zaken die van belang waren voor alle Tilburgers. De geschiedenis van individuele Tilburgers kwam - waar nodig - ook wel ter sprake maar de aandacht was dan zoals het een standaardwerk betaamd, summier. In dit tijdschrift gaat het over één specifieke Tilburger en zijn levensverhaal. Het is niet de minst bekende: pater Petrus Donders, in Tilburg, maar ook ver daarbuiten beter bekend als Peerke Donders. Aanleiding is onder meer een opnieuw toenemende belangstelling voor de zaligverklaarde Tilburgse weverszoon. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in een scholenproject. Een tweede reden is het restauratieproject van de kathedraal in Paramaribo, waar Donders begraven ligt. De extra revenuen van dit in een grotere oplage gedrukt tijdschrift gaan naar dit doel. Twee auteurs schrijven over het leven en werken van en de herinneringen aan Peerke Donders. Cultureel antropologe Karin Bijker gaat vooral in op de levensloop, de harde realiteit van het leven op de Heikant, de moeizame weg naar het priesterschap, het vertrek naar Suriname en het werken onder erbarmelijke omstandigheden onder de melaatsen. Naast de aantoonbare historische realiteit komen daarbij ook meer op mythevorming gebaseerde zaken aan de orde. Journalist en publicist Paul Spapens gaat in op verschillende zichtbare herinneringen aan Petrus Donders in Tilburg en omgeving; devotionalia worden die ook wel genoemd. De bedevaartplaats in Tilburg-Noord, beelden zoals op de hoek van het Wilhelminapark, schilderijen en relikwieën. Vaak zit er een wonderlijke geschiedenis achter. Spapens geeft een toelichting bij verschillende stoffelijke herinneringen aan Peerke Donders. Historicus en archivaris Paul van Dun, criticaster van het eerste uur van de wijze waarop de geschiedschrijving van de stad was opgezet, is door de redactie gevraagd, om aandachtig en kritisch te lezen in het boek Tilburg, stad met een levend verleden. Het leidde tot een uitgebreide bespreking. De redactie Gironummer AMRO-bank rek.nr onder vermelding van 'abonnement 2002' Foto's Indien niet anders vermeld: Fotocollectie van het Regionaal Historisch Centrum Tilburg. Omslagfoto: Peerke Donders, in 1925 geschilderd door Albin Windhausen (cou. Petrus Donderskapel, Tilburg) Opmaak en druk Drukkerij-Uitgeverij H. Gianotten B.V., Tilburg Inhoud 3 Karin Bijker: Leven en werk van de zalige Peeke Donders 13 Paul Spapens: Stoffelijke herinneringen aan een nog altijd populaire Peerke's devotionalia 25 Paul van Dun: Tilburg, stad met een levend verleden Een bespreking Tilburger 43 Tilburg kort: Tilburg signalement XLVIII Actie restauratie houten kathedraal Peerke Donders in Paramaribo

3 Een bijzonder Tilburgs missionaris Leven en werk van de zalige Peerke Donders' Karin Bijker' * Mevrouw drs. C. Bijker (1962) studeerde Culturele Antropologie aan dc Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1987 verrichtte zij in het kader van haar afstuderen onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van de devotie tot Peerke Donders in Tilburg. Na haar afstuderen in 1988 zette zij dit onderzoek nog enige tijd voort. In 1989 verrichtte zij aanvullend onderzoek in Suriname. Karin Bijker is werkzaam als onderwijscoördinator van de faculteit Sociaal- Culturele Wetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Reconstructie van het geboortehuisje van Peerke Donders (rechts) aan de Moerstraat. Uit:]. Kronenburg CssR, De Eerbiedw. Dienaar Gods Petrus Donders. Nieuioe Levensbeschrijving (Tilburg 1925). Peerke Donders werd op 27 oktober 1809 in Tilburg, aan de Heikant, geboren, in een klein huisje aan de Moerstraat, dat tegen een grotere woning aanleunde. Het huisje bestond uit een huiskamer, een weefkamer en een schuur. Vader Arnold Donders werkte als huiswever voor een Tilburgse lakenfabriek. Huiswevers kregen garen en andere benodigdheden van de fabrikant, weefden thuis de lakens en leverden die af bij de fabriek. Dit werk bracht vaak nauwelijks genoeg geld op om een gezin te kunnen onderhouden. Een bescheiden aanvulling leverde het kleine stukje grond dat de meeste families bezaten. Maar al met al leidden deze mensen een armoedig bestaan onder slechte hygiënische omstandigheden. Peerke's moeder, Petronella van den Brekel, stierf toen hij zes jaar oud was. Ruim een jaar later hertrouwde Arnold Donders met Johanna Maria van de Pas, die volgens de overlevering een goede stiefmoeder was voor Peerke en diens jongere broer Martin. Een vrome weverszoon Ondanks haar goede zorgen waren de beide jongens niet erg sterk. Martin was gehandicapt door een vergroeiing van zijn ruggengraat en Peerke had een zwak gestel. Zo zwak zelfs dat zijn bezorgde vader hem, zoals de mare gaat, bij regen van school kwam halen, hem in een meelzak liet springen en hem op zijn rug naar huis droeg. Aanleiding voor vader Donders' bezorgdheid was waarschijnlijk dat hij voor Petronella van den Brekel al twee eerdere echtgenotes en drie jonge kinderen had verloren. Maar al had hij dan een zwak gestel, de kleine Peerke had een sterke wil: al op vijf- of zesjarige leeftijd gaf hij blijk van zijn wens priester te worden. Hij gaf hieraan in zijn spel uiting: hij bouwde altaartjes en een kapelletje van klei, hij speelde misje en hield preekjes voor de kinderen uit de buurt, staande in een wastobbe. Tot zijn twaalfde jaar ging Peerke Donders naar school, waar hij een stille, toegewijde, maar niet al te intelligente leerling schijnt te zijn geweest. Nadien moest Peerke bijdragen aan het gezinsinkomen. Hij leerde eerst om te spinnen, daarna hielp hij zijn vader bij het weven. Naar verluidt was hij tijdens de vele uren achter het weefgetouw voortdurend aan het bidden. Dit kwam zijn werk uiteraard niet altijd ten goede. Zo zou zijn werkgever, de lakenfabrikant Janssens-Van Buren, wel eens hebben geklaagd over de kwaliteit van het door Peerke geleverde werk. 'Ach neen', zei hij dan, 'daar staan geen handen aan; 't is een sukkelaar. Maar men moet het hem vergeven, hij heeft het te druk met Onzen Lieven Heer'.^ Een langgekoesterde wens Zijn voor het gezin Donders noodzakelijke werk weerhield Peerke er niet van vaak de kerk te bezoeken. Hij woonde de zondagse missen bij en ging bovendien dagelijks in alle vroegte ter kerke om te bidden. Verder ging hij twee keer per week ter communie. De ingetogen religiositeit, die hij hierbij aan de dag zou hebben gelegd, viel de pastoor op en hij zag er een bestemming voor: hij vroeg Peerke de kinderen uit de buurt godsdienstles te ge-

4 Geroman tiseerde pren tjes naar A. Windhausen over het leven van Peerke Donders, uitgegeven als ansichtkaarten, v.l.n.r.: Peerke preekt als kind in een wastobbe, in gebed in dc Hasseltse kapel en zijn aankomst in Suriname, (coll. RHC Tilburg). ven. Dit was na de preekjes vanuit de wastobbe een tweede stap in de richting van een nog altijd ver ideaal: priester worden. Dat ideaal was vooral ook ver omdat de opleiding tot priester in die tijd voorbehouden was aan jongens uit gegoede Brabantse families. Toch trok Peerke Donders, toen hij tot vijf keer toe was afgekeurd voor militaire dienst vanwege zijn zwakke gezondheid en uiteindelijk vrijstelling van de dienstplicht kreeg, de stoute schoenen aan. In 1831 schreef hij zijn biechtvader, W. van de Ven van parochie het Goirke, een brief waarin hij zijn langgekoesterde wens uiteenzette. Hij was toen 22 jaar oud. De pastoor kende Peerke goed; hij was reeds in 1817 als kapelaan op het Goirke gekomen en was er vanaf 1826 pastoor.^ Maar Van de Ven had gegronde redenen om te aarzelen aan het verzoek te voldoen. De kandidaat was immers niet bijzonder begaafd en ontwikkeld, hij was arm en kon nauwelijks gemist worden in het gezin. Anderzijds was de jonge Donders overtuigd van zijn doel en een voorbeeld voor de parochianen. De pastoor was hoe dan ook van mening dat hij de vasthoudendheid van zijn biechteling moest belonen. Naast zijn eigen persoon vond hij nog twee weldoeners om Peerke's studie aan het kleinseminarie financieel mogelijk te maken. Het ging om G.W. van Someren, die van 1826 tot 1829 kapelaan van het Goirke was geweest, en later professor in de wijsbegeerte aan het kleinseminarie en professor in de theologie aan het grootseminarie werd, en de tot een Tilburgse fabrikantenfamilie behorende dame Maria Antonia Mutsaerts. Vervolgens pleegde Van de Ven overleg met de regent van het kleinseminarie Beekvliet te Sint Michielsgestel, J.H. Smits. Ze besloten voor de late leerling een tussenoplossing te kiezen, waardoor een waarachtige roeping niet werd tegengehouden en tegelijkertijd rekening werd gehouden met een mogelijke mislukking.* Peerke Donders zou aan het seminarie werken als huisknecht en mocht dan in zijn vrije tijd studeren. Beide partijen waren bij deze regeling gebaat omdat het kleinseminarie wegens de Belgische Opstand in 1830 een groot gebrek aan knechten had. Bij zijn aankomst op Beekvliet in 1831 werd Peerke's voorkennis getest. Maar hij had alleen de lagere school doorlopen en had daar slechts in de godsdienstige vakken goede resultaten behaald. De regent beoordeelde zijn intellectuele bagage dan ook als te gering en besloot, in weerwil van de overeenkomst met Van de Ven, dat Donders voorlopig alleen als knecht zou werken. Desondanks bleef Peerke kennelijk geloven dat hij ooit zijn ideaal zou bereiken. Volgens de overlevering oefende hij zijn taken namelijk geduldig en toegewijd uit. Toen de regent en de professoren dat zagen, vonden ze dat hij een kans moest krijgen. Na een halfjaar mocht Peerke Donders dan ook alsnog de lessen volgen, en hoefde hij alleen 's avonds de knechten te helpen. Hij studeerde hard maar het resultaat bleef beperkt, behalve opnieuw in de godsdienstige vakken - daarin was hij altijd een van de besten. Zijn positie als knecht-student was ondertussen nogal ongemakkelijk. De knechten beschouwden hem als een flemer en de studenten, van wie de meeste zo'n tien jaar jonger waren, plaagden en treiterden hem. Maar volgens getuigenissen kreeg hij uiteindelijk toch van bijna iedereen medelijden of sympathie. Zijn eindexamen legde hij in 1837 af, met redelijke cijfers. De Voortplantiiig des Geloofs Inmiddels was Arnold Donders op 28 december 1834 gestorven en zijn weduwe was daarop teruggekeerd naar haar familie in Enschot. Peerke en Martin hadden het huisje aan de

5 Cf nmiantisccrdc prentjes naar A. Windliausen over het leven van Peerke Donders, uitgegeven als ansichtkaarten, v.l.n.r.: Peerke verpleegt de melaatsen, met de melaatsen op weg naar de Maria-kapel en bij de bosnegers, (coll. RHC Tilburg). Heikant af laten breken en de grond verkocht. Martin was elders in de kost gegaan, en Peerke had gaandeweg zijn ogen op de missie gericht. Hij las de Annalen van de Voortplanting des Geloofs en ontwikkelde het voornemen missionaris in Noord-Amerika te worden. Dat voornemen sloot in zekere zin aan bij het advies dat de president van het grootseminarie, Ph. van de Ven, hem na zijn studie op Beekvliet gaf. Hij stelde dat het verstandiger zou zijn, bij een kloosterorde in te treden die in de buitenlandse missie werkzaam was en niet aan de studie op het grootseminarie te beginnen. Van de Ven betwijfelde of Donders' weldoeners hun steun zouden aanhouden. Bij een kloosterorde zou Peerke in ieder geval de betrekkelijk sterke financiële basis hebben van de gemeenschap. Een groter bezwaar, zoals Van de Ven zich ongetwijfeld realiseerde, was dat de jongeman Donders wegens zijn afkomst niet gemakkelijk zou aarden in de kringen van de Bossche clerus, waar een zekere maatschappelijke standing meer dan wenselijk was.' Wat er ook van zij, Peerke Donders, die nooit naar het kloosterleven had getaald, nam de raad van de president in acht en bood zich aan bij drie ordes. Bij alledrie werd hij afgewezen: de jezuïeten vonden hem te oud, de redemptoristen vonden dat hij over te weinig kennis beschikte en de franciscanen zeiden hem het over een jaar nog eens te proberen. Hierop nam president Van de Ven hem, op 28-jarige leeftijd, toch maar aan op het grootseminarie Nieuw-Herlaar, vanaf 1839 gevestigd te Haaren. Ook hier studeerde Peerke hard, maar hij boekte nu veel betere resultaten. Zijn weldoener Van Someren dacht inmiddels na over Peerke's toekomst. Hij kende zijn belangstelling voor de missie en wees hem op het tekort aan priesters in Suriname. Voelde de ijverige seminarist ervoor in de kolonie missionaris te worden? Deze suggestie was alleszins tactisch. Een werkkring in Suriname zou een pijnlijke situatie voor alle betrokkenen voorkomen. Daarginds zou Donders minder uit de toon vallen; en de missionarissen in Suriname waren seculiere priesters, zoals hij er zelf ook een zou worden. Maar Peerke's belangstelling werd pas echt gewekt toen in 1838 J. Grooff, de apostolisch prefect van de Surinaamse missie, die naar Nederland was gekomen om missionarissen te werven, een lezing op Nieuw-Herlaar hield. Na een persoonlijk gesprek met Grooff zegde Peerke toe naar Suriname te komen wanneer hij de priesterwijding zou hebben ontvangen en zijn theologiestudie zou hebben voltooid. Op 26 april 1840 ontving hij de lagere wijdingen en het subdiaconaat, een jaar later de diaconaatswijding. Het was gebruikelijk dat er daarna nog een jaar verstreek voor de priesterwijding plaatsvond, maar Peerke Donders ontving deze wijding al op 5 juni Het is onduidelijk waarom. Mogelijk twijfelde de bisschop over het tijdstip waarop hij Peerke naar Suriname zou zenden, en wilde hij hem alvast beschikbaar hebben.^ In het daarop volgende jaar voltooide Peerke in ieder geval zijn studie en was het wachten op het bericht dat hij kon vertrekken. Toen het zover leek te zijn, hield hij, op 22 mei 1842, onder grote belangstelling zijn afscheidspreek in de kerk van het Goirke. Dit, gezien de voorgeschiedenis opmerkelijke, voorlopige hoogtepunt in zijn levensloop werd voor het nageslacht vastgelegd in de Tilburgse Cronique van Lelie en De Beer: "1842. Op den 22 Mei heeft P. Donders een afscheidssermoon gehouden in de Goirkensche Kerk. Hij gaat als missionaris naar America. Gemelde P. Donders is Tilburger van geboorte en van zeer minvermogende ouders."^ Maar de inscheping moest wegens slechte

6 weersomstandigheden worden uitgesteld. In afwachting van verbetering ontbood de bisschop Peerke naar Leiden om in de tussentijd te werken als assistent van pastoor G. Hoes van Warmond. Uiteindelijk vertrok Peerke Donders op I augustus 1842 dan toch vanuit de haven van Den Helder. Op 16 september arriveerde hij in Paramaribo. Hij zou nooit meer voet op Nederlandse bodem zetten. "Wee! Wee! Ja, duizendmaal Wee" De eerste veertien jaar na zijn aankomst werkte Peerke Donders in Paramaribo, in die tijd een in katholieke ogen goddeloze en zedeloze stad. De verschillende in de stad vertegenwoordigde bevolkingsgroepen hadden ieder hun eigen religieuze, volgens de rooms-katholieke leer bijgelovige denkbeelden, en met de seksuele mores werd het volgens roomse maatstaven ook al niet zo nauw genomen. Bovendien hadden alle rijkere blanken slaven, die niet zelden op mensonterende wijze werden behandeld. Het was de slaven verboden roomskatholiek te worden: zij zouden te veel tijd verliezen aan het kerkbezoek. De bekeerde slaven kwamen daarom in het geheim naar de kerk en werden in het geheim door de missionarissen bezocht. Die konden weinig anders tegen de slavernij doen dan protest aantekenen bij het gouvernement wanneer er al te buitensporige lijfstraffen werden toegepast. Het gouvernement volstond meestal met een geldboete voor de eigenaar van de slaaf in kwestie. Kapelaan Donders was aangedaan door wat hij waarnam. Hij drukte zijn afschuw uit in een brief aan zijn gewezen weldoener Van Someren, geschreven van 8 september tot 5 december 1846: "O! had men hier zoo veel zorg voor het behoud en welzijn der slaven, als men in Europa voor de lastdieren heeft, dan zou het er beter uitzien. Dan wilde ik UwEerw alles verhalen, hetgeen ik daarvan gehoord en gezien heb..., doch dit wil ik liever stilzwijgend voorbij gaan, want dit gaat alle verbeelding te boven, en ik ijs, als ik er aan denk, en wil mij dus liever bepalen om met een diep medelijden uit te roepen: 'Wee! Wee! Suriname in den grooten oordeelsdag! Wee! Wee! Ja, duizendmaal Wee den Europeanen, den Eigenaren van Plantage-Slaven, den Administrateuren, den Directeuren en Blank-Officieren (die allen over de Slaven heerschen)!!! Ongelukkig zij, die zich met het zweet en bloed van die arme slaven, die geen verdedigers vinden dan God, verrijken."** Deze observaties zetten Peerke Donders in deze eerste jaren aan tot een naar verluidt niet aflatende inzet en ijver. Zijn werkzaamheden bestonden uit huisbezoek, godsdienstonderricht en het verzorgen van de verschillende diensten van de kerkelijke liturgie. De jongste missionaris stoorde zich aan tropische hitte noch aan onwillige slaveneigenaars. Hij bleef net zo lang terugkomen totdat hij de gelegenheid kreeg zijn parochiaan te spreken. Die hardnekkigheid kenmerkte hem; zij spreekt ook uit het feit dat, zoals zijn biografen benadrukken, Peerke Donders in de biechtstoel tamelijk streng was en dikwijls zware penitenties oplegde. Zijn reputatie werd in zijn vroege Surinaamse jaren al geschraagd door opmerkelijke daden. Zo schonk hij, hoewel hij geen salaris kreeg van het gouvernement en zelf geen fondsen had, het kleine maandelijkse bedrag dat de prefect hem gaf, grotendeels aan de armen. Ook zijn eigen kleding en voedsel gaf hij regelmatig weg. Deze gewoonten dreven apostolisch prefect Grooff en diens opvolgers weliswaar soms tot wanhoop, maar Peerke zal er voldoende bekeerlingen tegenover hebben gesteld om zijn aanpak te kunnen rechtvaardigen. Al snel was Grooff volgens de bronnen zelfs zo met hem ingenomen dat hij, toen hij in 1843 een paar weken in Nederland verbleef. Martin Donders bij zich liet komen om hem in kennis te stellen van het goede werk dat zijn heerbroer voor het 'heil der zielen' verrichtte.^ Het rijk der jammeren In 1855 werd Peerke Donders aangesteld als pastoor van het melaatsenetablissement Batavia. Batavia lag aan de Coppenamerivier, ver verwijderd van de stad. Er waren ongeveer

7 De kerk te Pnramnribo wmraan Peerke Donders veertien janr verbonden was. Uit: N. Covers CssR, Leven van den Ecrbiedwaardigen Petrus Donders CssR. Apostel der indianen en melaatsen in Suriname (Heerlen,1946). vier- tot vijfhonderd leprozen samengebracht, die onder ook voor die dagen erbarmelijke omstandigheden leefden. Deze melaatsen waren vooral negerslaven. De nederzetting werd bestierd door een van overheidswege aangestelde directeur, die nauwelijks beschikte over medisch personeel. Pastoor Donders zette zich met korte onderbrekingen tot zijn dood in voor de zieken te Batavia. Hij bezocht hen dagelijks, verbond en waste hun wonden, en gaf hun van zijn eigen voedsel en kleding. Donders deed er alles aan om de lepralijders gedisciplineerd katholiek te maken en te houden. Hij stimuleerde het godsdienstige leven, onder meer door het organiseren van processies, het geven van catechismuslessen, het lezen van missen, en het afnemen van de biecht, vanzelfsprekend met oplegging van penitenties. Verder sloot hij huwelijken, doopte hij en verzorgde hij begrafenissen. Wat hij zag als afgoderij en zedeloosheid, probeerde Peerke niet alleen door middel van rechtstreekse correcties te bestrijden, maar ook door te streven naar een verbetering in de algehele levensomstandigheden. Zo bepleitte hij bij het gouvernement een betere hygiëne - en met succes: er kwamen houten vloeren in de hutten, de patiënten kregen bedden en de doden lijkkisten. Er kwam gezond dienstpersoneel door zijn toedoen; en hij zorgde ervoor dat gezonde kinderen werden verwijderd en elders een opvoeding kregen. Peerke Donders leefde meer dan een kwart eeuw op Batavia. Dat dit geen sinecure kan zijn geweest, blijkt uit een deel van de Beschrijving der in de kolonie Suriname voorkomende Elephantiasis en Lepra, waarin A. van Hasselaar, een lid van het Collegium Medicum te Paramaribo dat het melaatsendorp in 1835 bezocht, getuigt: "Nooit vergeet ik de eerste indruk, die Batavia op mij maakte, toen wij enige huizen 8 1 IJ waren binnengeleid en ik daar de verwoesting zag, welke door de melaatsheid in haar grootste woede wordt aangericht. Het is onmogelijk zich een denkbeeld te vormen van de monsters die wij daar aantroffen. Wij vonden er wier lichamen zodanig met grote, opgezette knobbels waren overdekt, dat de huid meer naar de bast van een oude wilgenboom dan naar het bekleedsel van een mens geleek. Er waren er verscheidenen, die noch handen noch voeten meer hadden. Het grootste gedeelte van het gehemelte en neusbeenderen verloren zijnde, waren de stemmen zo hees, dat het geluid dat zij voortbrachten onverstaanbaar was, zodat men geen woordenklank kon onderscheiden. (...) In één woord, het was de grootste verwoesting in menselijke lichamen, die ik ooit in mijn leven gezien heb en er nooit meer hoop te zien. De stank in de huizen bij enigen was zo verschrikkelijk, dat enige heren der commissie naar buiten vluchtten om te braken. Wij waren allen verblijd deze onaangename taak te hebben afgedaan en verlangden nu niets meer dan zo spoedig mogelijk dit rijk der jammeren te verlaten."'" De meest verlaten zielen In 1863 werd in Suriname de slavernij afgeschaft. Voor de missie betekende dit extra alertheid want de nieuwe bewegingsvrijheid veroorzaakte: "zekere onrust in het werk en in de menschen. In de menschen zeiven vond die onrust bovendien aanwakkering door het meer en meer bewust worden van de gewonnen vrijheid en den opvlammenden lust om daarvan ten volle te genieten, waartegenover plichten ongaarne werden aanvaard."" Er konden nu dus enerzijds veel meer mensen bereikt en bekeerd worden, terwijl anderzijds gewaakt moest worden voor geestelijke verwatering bij degenen die reeds bekeerd waren. Dit gegeven was problematisch. Dat kwam doordat de missie werd bemand door wereldgeestelijken die uit vrije keuze naar Suriname moesten komen en dat, met het vooruitzicht van veel en hard werken in een afmattend tropisch klimaat, in onvoldoende mate deden. Wanneer er een priester in de kolonie stierf, was het daarom bepaald onzeker of zijn plaats weer op korte termijn zou worden ingenomen. Maar om aan de nieuwe situatie het hoofd te kunnen bieden, waren dringend meer missiekrachten nodig. De personele perikelen zou Rome op kunnen lossen door de Surinaamse missie toe te kennen aan een religieuze orde. Zo zouden priesters verplicht kunnen worden naar Suriname te gaan, op grond van de vereiste gehoorzaamheid aan hun provinciale overste. De internuntius in Den Haag vond de Nederlandse redemptoristen bereid de missie aan te nemen. De redemptoristen ofwel de

8 Brief van Peerke Donders die hij als 'pastoor van het Etablissement Batavia, waar de lepreusen verpleegd worden' op24 september 1882 schreef aan de Tilburgse dames van de Sacramentsvereniging. Deze in 1863 opgerichte religieuze vereniging hield zich bezig met het vervaardigen en repareren van paramenten, die met name aan de kerken in de missiegebieden geschonken werden. In een bijgevoegde lijst zet Donders zijn wensen op een rij: van witte zijde om het tabernakel van binnen te bekleden tot toogjes voor de misdienaars (coll Enneking-Van dc Mortel in het RHC Tilburg). congregatie van de Allerheiligste Verlosser konden daartoe als toegerust worden beschouwd sinds zij in 1855 een Nederlandse provincie hadden met kloosters te Wittem, Amsterdam, 's-hertogenbosch en Roermond. De congregatie legde zich toe op de buitengewone zielzorg onder 'de meest verlaten zielen'. Zij predikte een liefdevolle en barmhartige God. Bekeringen dienden niet op angst te berusten, maar moesten de bekeerlingen in hart en ziel bewegen. Het ging de redemptoristen om de duurzaamheid van de bekering en om de verdieping van het christelijk leven.'- Oppervlakkig zieltjes winnen volstond dus niet. Op 26 maart 1866 kwamen de eerste redemptoristen in Paramaribo aan. Peerke Donders, toen 57 jaar oud, deed een verzoek tot intreding bij de congregatie. Hij was op de hoogte van aard en strekking van het werk van de redemptoristen en voelde zich er sterk door aangesproken. De volgens de overlevering probleemloze overgang van Donders naar de kloosterlijke staat kan inderdaad mede te danken zijn geweest aan overeenkomsten tussen zijn religieuze beleving en taakopvatting en de redemptoristische voorschriften. De nadruk die de redemptoristen legden op gebed, Mariaverering en verstervingen sloot aan bij zijn leefwijze. Terugkeer naar Nederland was voor hem trouwens ook een weinig aantrekkelijk alternatief. Behalve dat hij het werk onder zijn 'kinderen', zoals hij de leprozen noemde, wilde voortzetten, zou hij met zijn leeftijd en afkomst moeilijk zo niet onmogelijk aan passend parochiewerk zijn gekomen. Uitzending naar een andere missie had tot de mogelijkheden behoord, maar vanaf 1860 werden langzamerhand zo goed als alle missies door ordes overgenomen. Het Surinaamse avontuur van de redemptoristen paste wat dat aangaat dus in een trend. Was hij maar jonger Op 24 juni 1867 legde Peerke Donders zijn kloostergeloften af. Zijn overste, mgr. J.B. Swinkels, toonde zich in een brief aan de provinciale overste in Nederland niet ontevreden met de nieuwe aanwinst: "Hij heeft hier den naam van een heilige. Bidden, zich versterven, aalmoezen geven is zijn genoegen. De armste, afzichtelijkste en zwaarste zondaars bewerkt hij bij voorkeur. (...) Zijn inborst is zeer levendig - als onverstoorbaar in gemoedsstemming - minzaam in den omgang met zijne medebroeders; het eenige, wat ik in hem anders zou wenschen, is, dat hij veel jonger ware. Hij heeft hier bij jood en ketter, bij rijk en arm, zelfs bij den Gouverneur en bij de hoogste ambtenaren den grootsten invloed. Hij is zeer gezond en zeer taai."'^ In zijn dagelijkse werk op Batavia werd pater Donders voortaan bijgestaan door een of meerdere confraters. Een lekenbroeder verzorgde het huishouden op de pastorie. Verder was Peerke verplicht om enige malen per jaar gedurende twee weken naar de stad te reizen om daar in de communiteit te verblijven. Al met al bood de nieuwe situatie de mogelijkheid het werkterrein uit te breiden. Peerke Donders maakte lange reizen om nederzettingen van indianen en van bosnegers te lokaliseren en vervolgens regelmatig te bezoeken. Hij stuitte op veel weerstand, vooral van de piflfl!(medicijn)-mannen. Maar deze tegenstand wist hij grotendeels te breken met behulp van wat een centralisatieplan genoemd zou kunnen worden. Pater Donders wist gedaan te krijgen dat de gouverneur de piaaiman Christiaan benoemde tot opperhoofd van alle Indiaanse groepen die tussen de Corantijn en de

9 troffen 'heidense' praktijken enkele 'afgodische' voorwerpen aan stukken smeet. Later maakte hij alsnog enige bekeerlingen en vond hij zelfs een bosnegerkapitein bereid tot het oprichten van een missiepost. Maar die kwam er niet omdat er onvoldoende missionarissen beschikbaar waren. Dat neemt niet weg dat Peerke de dorpen bleef bezoeken. Pccrkc Donders ( ), gefotografeerd door de Su rinnnnise fotograaf Eiigcn Klein (vm. coll. J. Dankelman CssR, Nijmegen; foto RHC Tilburg). Surinamerivier woonden. De desbetreffende oorkonde en een bij dit luisterrijke ambt passend geachte staf met een vergulde knop, die hij een broeder had laten maken, bracht de pater zelf. Christiaan bekeerde zich onmiddellijk en stond Donders toe zich op zijn zojuist verkregen gebied vrij te bewegen. Het opperhoofd 'verviel' overigens later toch weer tot zijn ;)/i7«/-activiteiten, maar zou als christen zijn gestorven. Vervolgens trad de tweede fase van Donders' campagne in werking. Die behelsde dat hij telkens terugkeerde in de Indianenkampen om zich te verzetten tegen 'bijgelovige' praktijken, daarmee respect af te dwingen en zo bekeerlingen te maken. Het werkte: in 1882 kon hij zijn overste berichten dat hij 662 indianen had gedoopt.'* Bij de bosnegers had de missionaris veel minder succes. De meesten wilden niets van het christendom weten. Dit was allerminst verwonderlijk; deze weggelopen slaven hadden immers niet de meest geweldige ervaringen opgedaan met blanken en hun geloof. In eerste instantie haalde pater Donders zich ook nog hun woede op de hals doordat hij in zijn verontwaardiging over de door hem aange Een schat van religieuze en priesterlijke deugd In 1883 hoorde zijn overste tijdens een kerkelijke visitatie te Batavia tot zijn verbazing enkele leprozen een klacht tegen Peerke Donders indienen. De missionaris zou te oud worden en daarom in zijn preken onverstaanbaar zijn. Hoewel Peerke inderdaad tandeloos was, kwamen de bezwaren volgens zijn biografen slechts van enkele leprozen die weigerden af te zien van hun liederlijke leefwijze. Hoe dan ook bood het voorval de overste een aanleiding voor de uitvoering van zijn voornemen om Donders naar Paramaribo te halen voor een wat langer verblijf in het klooster. Pater Donders nam vervolgens gedurende acht maanden de zielzorg voor de armen en de zieken in de stad waar. Vervolgens werd hij overgeplaatst naar Coronie. Pater A. Bossers legde in die tijd in de kronieken van de missie vast: "Geen der Missionarissen heeft zich zoo vele jaren, onafgebroken ten dienste van Suriname's katholieken en heidenen, inzonderheid op het leprozenetablissement, geheel en al ten offer gebracht, als de Eerw. Heer Donders. Thans nog, 23 Mei 1884, na een bijna 42-jarig verblijf in de Kolonie en op vijf-en-zeventigjarigen leeftijd is hij aanhoudend werkzaam voor het heil der zielen en in den regel met eene rapheid, als ware hij een jeugdig priester."i5 Jeugdig was hij natuurlijk allerminst toen hij in 1885 terugkeerde naar Batavia en daar zijn oude bezigheden weer opnam: het bezoeken van plantages, indianennederzettingen en bosnegerdorpen, en de zorg voor de melaatsen. Die zorg gold intussen minder verpleegden dan voorheen, want hun aantal was na de afschaffing van de slavernij flink gedaald: van tweehonderd personen in 1866 tot 148 in 1872 en omstreeks honderd vanaf 1878'^. Wel woonden er bij Donders' terugkeer naast de patiënten nog altijd zo'n zeventig andere personen in Batavia, waaronder de geestelijken, de huisbedienden, de roeiers en de arts en de directeur met hun gezinnen. Hun aanwezigheid zal ook enige rapheid hebben gevergd want op de laatstgenoemden en nog enkelen na waren inmiddels alle bewoners rooms-katholiek. '7 Het is niet overdreven te stellen dat dit een succes was waarop pater Donders nu, aan het

10 status passende kwaliteiten toe als: eenvoud, moed, ingetogenheid, geduld, voorzichtigheid, nuchterheid, opgeruimdheid, oprechtheid, ijver, vastberadenheid, invoelingsvermogen en dankbaarheid. Ongetwijfeld zijn andere eigenschappen bij 10 De Tilburgse fraters hadden op 11 oktober 1935 op de plantage Batavia in het Surinaamse district Coppename een houten kruis op het eerste graf van hun in 1887 overleden stadgenoot Peerke Donders geplaatst. Het kruis werd in 1938 vervangen dooreen grafmonument, (coll. RHC Tilburg). eind van zijn leven, kon terugkijken. Want ondanks zijn vermaarde taaiheid was hij daar aangekomen. Hij werd op 1 januari 1887 ernstig ziek en de arts kon wat een nierontsteking bleek te zijn niet meer genezen. Peerke Donders stierf op vrijdagmiddag 14 januari 1887 en werd de volgende dag te Batavia begraven. Zijn overste had vanuit Paramaribo nog een boot gezonden om hem op te halen en in de stad te laten verplegen, maar die hulp kwam te laat. In zijn lijkrede roemde hij de overledene als volgt: "Van den eersten dag af, heeft hij zich als een volmaakt religieus gedragen, volmaakt in alles. Nooit, nooit hebben zijne Oversten of zijne medebroeders iets berispelijks in hem kunnen opmerken. Al aanstonds moesten wij bekennen, - en wij bekennen het onder dankbaar opzien tot Hem van wien alle goed neerdaalt -, dat Hij ons in P. Donders een waren schat van religieuze en priesterlijke deugd geschonken had. Wij maakten er ook voor elkander geen geheim van, dat wij in Pater Donders onzen meester gevonden hadden!"^^ Buitengewoon in het gewone Het meesterschap, waarvan de overste sprak, was gelegen in de wijze waarop Peerke Donders zijn roeping als priester en kloosterling gestalte had gegeven. Hij wist een actief met een contemplatief leven te verenigen. De zielzorg, zo stellen degenen die zich uitlieten over Donders' spiritualiteit, vormde zijn middel tot een hogere vereniging met God.''^ Hij leidde een nederig, bescheiden, werkzaam en sober leven^", en dat gaf hem de faam dat hij zich in het gewone buitengewoon toonde. Dat maakte hem een typische redemptorist. Volgens de normen van zijn tijdgenoten moet Peerke dan ook een schier ideale geestelijke zijn geweest. Zijn biografen dichtten hem in elk geval bij die dergelijke inventarisaties wat op de achtergrond geraakt. Zo schreef de visitator bijvoorbeeld in 1882 in zijn verslag: "Geestelijke vermogens tamelijk middelmatig, zijn geheugen is goed, zijn oordeel juist en helder. Kennis tamelijk gering, maar de deugd vult aan".-' En: "Geschiktheid voor het bestuur. Op zijn leeftijd zal men er niet meer aan denken hem er mee te belasten. Ik twijfel trouwens of zijn talenten hem geschikt zouden doen zijn voor een min of meer voornaam ambt".-^ Het is al met al bepaald aannemelijk dat zekere beperkingen voor Peerke Donders de krachtige motor vormden achter zijn niet aflatende bekeringsdrang. Zijn biografen roemen zijn onverstoorbare blijmoedigheid en onwankelbaar Godsvertrouwen. "Hoe grooter de moeilijkheden waren, des te hooger vlamt zijn ijver op. "23 Opmerkelijk zijn de verstervingen die Peerke Donders zichzelf - zij het meer dan vereist en, mogelijk, gepast was - oplegde. Hij vastte drie dagen per week. In de voormiddag droeg hij enige uren een cilice en 's avonds geselde hij zichzelf met een koord vol spelden en nagels. Na het geselen ging hij 's nachts enige uren naar de kerk of de begraafplaats om er te bidden. Vervolgens sliep hij op de vloer of op een houten bed zonder matras. Pater Donders hield deze verstervingen naar verluidt verborgen. Hij wilde klaarblijkelijk geen openlijke uitzondering in de kloostergemeenschap zijn, maar hij viel natuurlijk toch op: "Vleesch at hij niet, voorgevend dat het 'te taai' was; geen soep, omdat ze 'te zout' heette; wijn gebruikte hij niet, omdat 'hij liever water dronk'; de fel stekende muskieten sloeg hij niet af, omdat hij zeide, hun beten niet te voelen; de walgelijke lucht der leprozenhutten ademde hij zonder teekenen van weerzin in, omdat hij 'er aan gewoon was'. (...) Als men hem voorhield, dat de hitte der tropen een siësta in het middaguur noodzakelijk maakte, antwoordde hij, dat hij over vermoeidheid niet te klagen had en 'gewoon' was zoo maar stilletjes door te werken."2-' Naast de verstervingen zou Peerke Donders ook wonderen hebben verricht. Maar hij verbood degenen die daarvan getuige waren geweest, daarover te spreken. Uiteraard voldeed niet iedereen aan deze wens en na zijn dood kwamen er heel wat wonderverhalen boven tafel. Zo bracht pater Donders op een tocht in de tentboot een storm tot zwijgen door deze

11 Het tijdelijke graf van Peerke Donders op de plantage Batavia is in 1900 overgebracht naar de kathedraal van Paramaribo. Daar werd hij aanvankelijk bijgezet in een graf achter de sacristie en vanaf 1921 voor het St. jozefaltaar in de kathedraal, (coll. RHC Tilburg). toe te spreken in het Latijn, een voor de roeiers onbegrijpelijke taal. Op dezelfde manier verjoeg hij een zeekoe definitief uit de baai waarin deze door een korjaal om te duwen enkele kinderen had laten verdrinken. Verstokte zondaars werden na pater Donders' voorzegging zwaar gestraft, zoals het volgende voorbeeld illustreert: "Een vrouw te Batavia hield eenen ongeoorloofden omgang. Toen alle berispingen vergeefsch waren, sprak Gods Dienaar: 'gij zult sterven als een hond'. Eenige dagen daarna werd de vrouw ziek en kon niet meer spreken, maar blafte als een hond en stierf."-' Een potentiële heilige Tijdens zijn leven hebben de redemptoristen in Peerke Donders beslist een potentiële heilige herkend. Het is de vraag of Peerke dat zelf heeft geweten. Opvallend is in ieder geval wel dat hij soms ineens afwijkend gedrag vertoonde. Zo kon de verstorven man zich plotseling wel eens extra eten opscheppen of op een vastendag een pijp roken, daarmee zijn heilige reputatie verstorend. Maar kennelijk lag het er nogal dik bovenop dat Peerke hiermee wilde voorkomen dat hij zich van zijn confraters zou onderscheiden. Dergelijk gedrag was in ieder geval geen aanleiding voor zijn oversten om hem niet langer nauwlettend in de gaten te houden. Zij troffen maatregelen om zijn faam vast te leggen. Zijn confrater in Batavia kreeg in 1882 bijvoorbeeld de opdracht Donders' gedrag op schrift bij te houden. Ook bleek zijn overste in 1886 "eenige haren van den Ecrbiedwaardigen man" te bewaren, "al sinds jaren in mijn bureau bij soortgelijke heiligdommetjes."^* De provinciale overste had Donders' brieven zorgvuldig apart gehouden.-'' Een nieuwe heilige in de gelederen van de redemptoristen was namelijk meer dan welkom. De congregatie beschikte over slechts één heilige, de stichter. En dat terwijl heiligen een voorbeeldrol voor de gelovigen konden vervullen en bovendien door hun wervende uitstraling nieuwe novicen voor de congregatie zouden kunnen interesseren. De Nederlandse redemptoristenprovincie was nog in volle groei en kon nieuwe aanwas goed gebruiken. Dat was de achterliggende reden van de oplettendheid van Peerke Donders' confraters, los van hun eigen verering voor de man, die ongetwijfeld een inspiratiebron vormde. Na Donders' dood werd dan ook vooronderzoek verricht, waaruit bleek dat zijn reputatie inderdaad onbesproken was. Dat maakte de weg vrij om een kerkelijk zalig- en heiligverklaringsproces te kunnen starten voor Peerke Donders. Want de mensen in zijn omgeving mochten dan wel vinden dat ze met een heilige te maken hadden, maar dat moest volgens de kerkelijke wetten eerst nog bewezen worden. In 1900 gingen de zogenaamde diocesane processen van start in Paramaribo en 's-hertogenbosch, de bisdommen waartoe Peerke Donders had behoord. Aan de hand van 183 stellingen en artikelen werden in Paramaribo 46 getuigen en in Den Bosch 73 getuigen gehoord. Dit was het begin van een langdurige procedure, waarvan het eerste gedeelte in 1913 werd afgesloten met de goedkeuring van de gevoerde diocesane processen door het verantwoordelijke orgaan te Rome, de Ritencongregatie. Dit bracht met zich mee dat Peerke Donders voortaan met het predikaat 'Eerbiedwaardige Dienaar Gods' aangeduid mocht worden. Na de diocesane processen volgden nog uitgebreide apostolische processen in 1914,1915,1919,1931 en In 1938 vaardigde paus Pius XI het decreet uit dat de geldigheid van de tot dan toe gevoerde processen bekrachtigde. In 1941, 1942 en 1943 werden in Rome drie vergaderingen over het deugdenleven van Peerke Donders belegd, waarin de algemene postulator alle bezwaren tegen de kandidaat-heilige van de 'advocaat van de duivel' wist te weerleggen. Paus Pius XII kondigde vervolgens op 25 maart 1945 het decreet af waarin hij verklaarde dat Donders de deugden 'in heldhaftige graad' had beoefend. De procedure was nu in haar geheel doorlopen. Wat vooralsnog ontbrak voor de daadwerkelijke zaligverklaring waren twee in Rome goedgekeurde, dat wil zeggen niet op natuurlijke wijze verklaarbare, wonderen. Peerke Donders had inmiddels heel wat gebedsverhoringen op zijn naam staan en, naar later bleek, ook al een wonderbaarlijke. In 1929 was in Tilburg de anderhalf jaar oude Louis Westland genezen van beenmergontsteking.

12 In 1900 gingen de diocesane processen van start. (coll. RHC Tilburg). STi:i.l.l\(.r.\N AklIKlLI \ groot deel overlappende informatie bevatten. De belangrijkste Nederlandstalige levensbeschrijvingen zijn: Der Zalig' en Heiligverlilarmg A. PETRUS DONDERS. Na een incisie zou de wond aan zijn knietje in één nacht zijn genezen op voorspraak van pater Donders. De medische commissie in Rome, die zich in 1931 over deze gebedsverhoring boog, verklaarde tot tweemaal toe dat hier geen sprake was geweest van een wonderbaarlijke genezing. Pas in 1976 ontdekten de redemptoristen dat in de documenten die de commissie voorgelegd had gekregen, stond dat de wond binnen drie dagen in plaats van in één nacht was gedicht. Een nieuwe vergadering bracht de uitslag dat het hier wel degelijk een niet op natuurlijke wijze te verklaren genezing, een wonder, betrof. Op 11 september 1980 besloot paus Johannes Paulus II, daarbij voor het tweede wonder ontheffing verlenend, tot de zaligverklaring van Peerke Donders, die plaats vond op 23 mei Voor een eventuele heiligverklaring zijn volgens de procedure nogmaals twee wonderen of dispensatie daarvoor op grond van een 'constante faam van tekenen' vereist. Het is onduidelijk of de heiligverklaring van Peerke Donders binnen enkele jaren te verwachten valt. Dat neemt niet weg dat leven en werk van de arme weverszoon en bijzondere missionaris van de Heikant nog steeds vele mensen in zowel Nederland als Suriname aanspreken. Door hen wordt Peerke Donders dan ook al als een heilige beschouwd. Noten 1. Voor de beschrijving van het leven van Peeri<e Donders heb ik me gebaseerd op verschillende boeken, die voor een Beukers C.ss.R. & F. Schweigman C.ss.R., Twee Missionarissen onder de Melaatschen en Indianen van Suriname. Roermond 1894; door een Priester van dezelfde Congregatie, Leven van den Dienaar Gods Petrus Donders, Priester der Congregatie van den Allerb. Verlosser. 's-hertogenbosch 1900; J. Kronenburg C.ss.R., De Eerbiedw. Dienaar Gods Petnis Donders C.ss.R. Nieuwe Levensbeschrijving. Tilburg 1925; Jozef Boon C.ss.R., Het leven van Peerke Donders in twaalf kapittelkens verteld. Hilversum 1930; N. Govers C.ss.R. Oud- IVlissionaris van Suriname, 45 jaren onder de Tropenzon. Leven van den Ecrbiedwaardigen Petrus Donders C.ss.R. Apostel der Indianen en Melaatsen in Suriname. Heerlen 1946; H. Helmer C.ss.R., Een groot Nederlander in Suriname. Leven en werken van den Eerbiedw. Dienaar Gods Petrus Donders. Tilburg 1946; H. Helmer C.ss.R., De levensdag van de Eerbiedwaardige Dienaar Gods Petrus Donders. Amsterdam 1963; Ben Rademaker C.ss.R., Petrus Donders. Pelgrimage naar een nu'laatsendorp. Bussum 1956; Bas Mulder C.ss.R., Petrus Donders. Apostel van de melaatsen, z.p. 1979; J.L.F. Dankelman C.ss.R., Peerke Doiuters. Schering en inslag van zijn leven. Hilversum 1982; J. Verhees, Peerke Donders. Apostel van de melaatsen en de indianen. Brugge Deze biografen waren allen priester en, met uitzondering van Verhees, redemptorist. Deze bronnen zijn dan ook hagiografisch van aard. Het is voor de schrijver erg lastig, zo niet onmogelijk, mythe en realiteit te ontwarren. Het 'werkelijke' leven van Petrus Donders is niet meer te achterhalen of exact te reconstrueren. Slechts wanneer er sprake is van niet elders vermelde gegevens, noem ik de betreffende bron. 2. Kronenburg, J. C.ss.R., De Eerbiedwaardige Dienaar Gods Petrus Donders C.SS.R. Nieuwe Levensbeschrijving. Tilburg 1925, pagina Schutjes, L.H.C., Geschiedenis van hel bisdom 's-hertogenbosch. St. Michiels-Gestel 1876 deel V, pagina Helmer 1946, pagina Helmer 1963, pagina Dankelman 1982, pagina Lelie, L. de & J.B. de Beer, Uit het dagboek van een Tilburger. Cronique in en omtrent Tilburg voorgevallen. Tilburg 1918, pagina Grinsven, M. van C.ss.R., Brieven van de Eerbiedwaardige Petrus Donders als ivereldgeestelijke ( ) verzameld en met korte toelichtingen voorzien. Tilburg Peerke Dondersreeks nr. 10, pagina Kronenburg 1925, pagina Van Hasselaar 1835, geciteerd in Helmer 1946, pagina n. Staal, G.J., Nederlandsch Guyana. Een kort begrip van Suriname. Amsterdam z.j. (1928/29), pagina Rey-Mermet, Th., Le saint du siècle des lumières. Alfonso de Liguori ( ). Paris 1982, pagina 326 en Kronenburg 1925, pagina Tooren, G.A. van C.ss.R., "De eerste reis van P. Donders naar de Caraïben" In: "Petrus Donders" No. 4. Zesde jaargang, pp , pagina Chronica Haec chronica Missionis Surinamensis conscribere incapit. Rev. Pater Adr. Bossers, currente mense Novendiris anni millesimi octingentissimi octagesimi tertii A. Bossers CSSR. Deel (handschrift). Vice-provinciaal archief van de redemptoristen te Paramaribo, pagina Govers 1946, pagina Chronica , pagina Kronenburg 1925, pagina Verschueren, L. O.F.M., "Peerke Donders" In: Nederlandsche Katholieke Stemmen. Zwolle 1941, pp , pagina Dekkers, I., "Esquisse de la spiritualité du bienheureux Peter Donders" In: Stadia Dondersiana. Romae 1982, pp , pagina Govers 1946, pagina Ibid, pagina Geurts, P., "De Eerbiedwaardige Petrus Donders" In: Gestalten en gedachten. Eerste deel. Amsterdam 1928, pp , pagina Ibid, pagina Walle, J.A.M., Stellingen en Artikelen voor te stellen in de Zaak der Zalig- en Hedigverklaring van den Dienaar Gods Petrus Donders. Paramaribo 1900, pagina Govers 1946, pagina Ibid, pagina 341.

13 Stoffelijke herinneringen aan een nog altijd populaire Tilburger Peerke's devotionalia Paul Spapens' * Paul Spapens (1949) is journalist bij het Brabants Dagblad. Hij schreef een flink aantal boeken overo.a. Tilburg, Noord-Brabant, folkloristische oudenverpen en volksdevotie. Voor 'Tilburg' schreef hij eerder enige artikelen. Glas-in-loodraam met de voorstelling van Peerke Donders in de Noordhoeksc kerk (coll. RHC Tilburg). Van Peerke Donders bestaan nog veel stoffelijke herinneringen als beelden, schilderijen, relikwieën en het bedevaartcomplex in Tilburg-Noord. Paul Spapens maakte in Tilburg en daarbuiten een inventarisatie van Peerke's devotionalia. Over een op een rommelmarkt teruggevonden schilderij, een beeld dat geen Peerke mocht heten, een melaatsenhutje in de Goirkese kerk, melaatsenkrokodillen en andere wonderlijke zaken. In het boek Tilburg in Beeld van Ronald Peeters staan op pagina 66 twee foto's boven elkaar.' De ene foto is gemaakt in april 1975, de andere twee maanden later. De eerste foto laat de Noordhoekse kerk zien terwijl deze nog volledig intact is. Een schitterend gebouw, ontworpen door de vermaarde kerkenbouwer Pierre Cuypers. Op de tweede foto is het Oisterwijkse bedrijf Van Rijsewijk bijna klaar met de sloop van de Noordhoekse kerk, waarvoor de eerste steen is gelegd op 11 april 1897 door bouwpastoor prof. dr. George van Zinnicq Bergmann wiens naam voor eeuwig verboden is met de in 1901 in deze kerk gepleegde moord op Marietje Kessels. Van deze sloop was de Tilburgse aannemer Adriaan Michielsen (1929) als zoveel andere Tilburgers getuige.^ Hem ging de teloorgang zo aan het hart dat hij de aannemer vroeg of hij een paar glas-in-loodramen mocht verwijderen. Deze zouden anders toch aan gruzelementen gaan.-^ Hij kreeg de toestemming en toen hij daar zo mee bezig was en eens een keer door de kerk liep, werd hij getroffen door een glas-in-loodraam voorstellende Peerke Donders met een paar melaatsen. Het maakte deel uit van een meer dan tien meter hoog raam. '"Potverdorie, Peerke Donders', dacht ik, en ik vroeg of ik ook dat raam mocht hebben. 'Gerust', zei de aannemer." Meer dan 25 jaar later haalt Michielsen met gemak deze herinneringen op. Over hoe hij niet langs de ladder naar een hoogte van veertien meter durfde te klimmen en hoe hij de hulp inriep van zijn zoon Gerrit bijvoorbeeld. Maar er is dan ook een directe aanleiding om stil te staan bij de redding van het door de beroemde glazenier Joep Nicolas uit Roermond vervaardigde raam. Op 19 januari zegende de bisschop van Den Bosch de nieuwe kerk Petrus Donders aan de Enschotsestraat in. Het raam heeft in deze kerk een nieuwe bestemming gevonden. Het is door de familie Michielsen in bruikleen gegeven en ter gelegenheid van deze nieuwe bestemming opnieuw gelood.* Voor Adriaan Michielsen en zijn vrouw Leentje is daarmee een wens in vervulling gegaan. Beiden zijn vereerders van Peerke Donders, wat onder meer tot uiting is gekomen in de naamgeving van hun twee zonen en een dochter; alle drie de kinderen hebben Petrus als tweede of als derde voornaam. Het raam is al die tijd in drie stukken op zolder opgeslagen geweest. Relikwie en schilderij De nieuwe Petrus Donders-kerk is het bedehuis van de gelovigen van de parochie De Vlaspit, waarin vier vroegere parochies zijn samengegaan: Besterd, Groeseind, Hoefstraat en Loven.' De op 1 januari 2002 in gebruik genomen kerk is volgens Theo te Wierik msc, lid van het pastoraal team, naar de zalige Peerke genoemd omdat hij "een échte Tilburger was, er nog geen kerk naar hem was vernoemd en we destijds veronderstelden dat er in Tilburg geen nieuwe kerk meer zou worden gebouwd", aldus Te Wierik.'' De nieuwe kerk aan de Enschotsestraat bood dus de kans de naam van de nog immer populaire Peerke

14 Donders daaraan te verbinden. Ondertussen heeft de bisschop ook toestemming gegeven voor de bouw van een nieuwe kerk voor de Emmaus-parochie in stadsdeel De Reeshof. Deze is nu gevestigd aan de Groenlostraat. Waar het nieuwe kerkgebouw wordt neergezet, is nog niet bekend. Het is logisch dat de nieuwe Petrus Donderskerk een relikwie van de zalige krijgt en daarin is volgens pastor Te Wierik voorzien dank zij een gift van een parochiaan. Hij schonk een in een zilveren doosje vervatte relikwie. Die is geplaatst in een speciaal voor dit doel in de altaarsteen gemaakte uitsparing. Het altaar is afkomstig uit de kerk van de H.H. Martelaren van Gorkum van de Besterd. Het zogeheten altaargraf, waarin een relikwie van een van deze Martelaren is opgeborgen, is in stand gebleven. Naast dit relikwie en het glas-in-loodraam heeft de nieuwe kerk nog een derde stoffelijke herinnering aan Peerke Donders: een schilderij van de zalige. Dit schilderij heeft een wonderlijke achtergrond.^ Het was in het bezit van een Amsterdamse familie. Deze bood het begin 2001 aan aan de Peerke Donders Vereniging. Op dit aanbod werd te laat gereageerd. Kort nadien werd het ontdekt op een rommelmarkt in Den Haag. Een inspecteur die deze oorden bezoekt om gestolen kunst te traceren, trof het daar aan. Het schilderij werd gekocht voor ƒ 300,- en zo kwam het alsnog bij de vereniging op de pastorie van de Heikant terecht. Omdat men voor de nieuwe Peerke Donderskerk op zoek was naar een beeld van de zalige, werd dit schilderij geschonken in plaats van het beeld. Het schilderij is een geschilderde kopie van het bekende schilderij van A. Windhausen. Peerke Donders is op het schilderij alleen afgebeeld. Met zijn gevouwen handen omklemt hij een kruis. 'De tengere figuur straalt een subtiele levenskracht uit', schreef J. Dankelman CssR in zijn standaardwerk Peerke Donders; schering en inslag van zijn leven.^ 14 Parochie en café De Heikant is de parochie die de zorg heeft over het bedevaartsoordje van Peerke Donders sinds de redemptoristen te weinig in getal zijn om daar nog mee bezig te zijn. Zeven jaar geleden is het secretariaat van de Petrus Donders Vereniging overgebracht van het redemptoristenklooster Nebo in Nijmegen naar de pastorie van de Heikant.'' In dit klooster herinnert alleen nog een levensgrote bronsplastiek aan Peerke Donders. Ze is gemaakt door de redemptorist pater Mathot. Kopieën van de plastiek bevinden zich in de redemptoristenkloosters van Roosendaal en Wittem. Mathot heeft Peerke afgebeeld als redemptorist. Hij staat onder een paar palmbomen, wat een verwijzing is naar zijn werk in Suriname. Pastor Wim Manders van de Heikant verzorgt de diensten op de dinsdagmiddag in de kapel en hij is lid van de Petrus Donders Vereniging. Namens deze organisatie beheert Manders onder meer de devotionalia van Peerke. Manders noemt devotieboekjes, medailles en beeldjes, die nog steeds behoorlijk aftrek vinden in het inpandige winkeltje van café Peerke Donders. In 2001 heeft Manders nog een serie beeldjes in de varianten bronskleurig en gepolychromeerd bij een gespecialiseerd bedrijf in Den Bosch bij laten maken. Met een regelmaat van gemiddeld eens per jaar verstuurt hij steeds enkele tientallen devotieboekjes naar de Amsterdamse parochie met veel Surinaamse Peerke Donders-vereerders. Vanuit deze parochie wordt elke hemelvaartsdag de processie naar het geboortehuis in Tilburg-Noord georganiseerd. Pastor Manders zorgt verder dat er steeds een voorraadje relikwietjes is. Deze bestaan uit in papier gevouwen stukjes hout van de doodskist van Peerke. De relikwieën zijn verkrijgbaar in het winkeltje. Volgens de traditie wordt er door de kastelein geen geld voor gevraagd maar kan de gelovige naar eigen goeddunken een bedrag geven. Deze bedra-

15 Kastelein Han Vrins in zijn u'inkcltjc niet Peerke Donders devotionalia. (foto Frans van Anieijdc, 2000). Gelithografeerd bedevaartvaantje uit omstreeks (coll. Ronald Peeters, Tilburg). gen variëren van twee kwartjes tot 25 gulden.'" Gemiddeld verwisselen honderd van deze relikwieën per jaar van eigenaar. De voorraad relikwieën zal voorlopig niet opdrogen. Manders beschikt naar zijn zeggen nog over een stuk doodskistenhout ter grootte van een deksel van een sigarenkistje. In het redemptoristenklooster in Wittem liggen nog paar veel grotere stukken hout. De verkoop van de traditionele devotiekaarsen bij het bedevaartsoordje wordt door kastelein Han Vrins zelf geregeld. Hij introduceerde in 2000 de novenenkaars. De grootste aftrek vinden volgens hem naast de kaarsen, de medailles. Het nog wel leverbare tegeltje is blijkbaar helemaal uit de tijd want daar is helemaal geen vraag meer naar. Ansichtkaarten en devotieprentjes lopen daarentegen iets beter. Andere souvenirs, als de sleutelhanger en de in Suriname uitgegeven postzegel ter gelegenheid van de zaligverklaring, zijn uitverkocht en worden niet meer bijgemaakt, omdat dat niet lonend meer is. Een zeer curieus souvenir, een speciaal flesje voor het water uit de Peerke Dondersput, is al lang niet meer verkrijgbaar. Afgaande op de grote zeldzaamheid van dit flesje kan worden aangenomen dat er destijds weinig van zijn gemaakt. Er bevinden er zich nog een paar in de collectie Peerke Dondersparafernalia van de missionarissen van het Heilig Hart (MSC) en een ieder geval een in particulier bezit in Tilburg. In het klooster aan de Bredaseweg is daarmee een vitrine ingericht. Blikvanger is het ongeveer 35 centimeter hoge beeldje van aardewerk. Naast de waterflesjes liggen in de vitrine prentjes en foto's uitgestald. Volgens pater Kees Elbertsen moet de aanwezigheid van deze voorwerpen in het klooster in verband worden gebracht met de vereniging voor slechthorenden 'Peerke Donders'. Deze organisatie is sedert 1953 thuis in het klooster." Bekend in de volksdevotie is het bedevaartvaantje. Ook van Petrus Donders is er een omstreeks 1930 gemaakt. Het huisje De veruit belangrijkste stoffelijke herinnering aan Peerke Donders is het complex van geboortehuisje, kapel, monument, put en bedevaartpark in Tilburg-Noord. Het geheel staat sinds 1 januari 2002 op de rijksmonumentenlijst. Het oorspronkelijke geboortehuisje is kort na de dood van vader Arnold Donders in 1835 afgebroken.'-' Op 26 oktober 1930 werd de eerste steen gelegd van de reconstructie op de oude fundamenten. Het huisje dat er nu nog staat werd herbouwd in de oorspronkelijke vorm en afmetingen. In 1931 op 14 januari, de sterfdag van Peerke, werd het huisje onder grote belangstelling ingezegend. In 1998 is het huisje met medewerking van het Nederlands Openlucht Museum in Arnhem gerestaureerd.'* Onder meer het schilderwerk is teruggebracht in de staat van begin De knowhow is ingebracht door het museum. De kennis is opgedaan bij de restauratie van drie uit Tilburg afkomstige arbeidershuisjes; deze stonden tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw aan de Berkdijksestraat. Burgemeester

16 De ouderdom van het weefgetouw wordt door het Nederlands Textielmuseum geschat op tussen 1880 en Het is dus niet het weefgetouw van de familie Donders geweest. Dit is overigens ook nooit beweerd. Het weefgetouw is geweest van de thuiswever Johannes Franciscus Robben. Volgens Frans Robben uit Hengelo heeft zijn grootvader (naar wie hij is genoemd) het afgestaan voor het huisje."' Een foto waarop zijn grootvader aan dit weefgetouw werkt, is in zijn bezit. 'Opa Heikant', zoals thuiswever Robben binnen de familie werd genoemd, bewoonde een wevershuisje op de hoek Pater Dondersstraat-Rugdijk. Inzegening op 14 januari 1931 van hei op basis van beschrijvingen van Maria van Diessen-Matijsen door architect Frankevort gereconstrueerde ortehuisje van Peerke Donders, (coll. RHC Tilburg). Flesje met de beeltenis van Peerke Donders waarin water uit de Pater Dondersput zat. Aan het touwtje hangen bedevaartpenningen van Peerke Donders, (coll. Van Ierland, Tilburg; foto Frans van Ameijde). Stekelenburg heeft de pandjes in het voorjaar van 1998 geopend. Tegelijk met het huisje is het weefgetouw op initiatief van en door medewerkers van het Nederlands Textielmuseum in 1998 gerestaureerd. Een bijzonderheid aan dit initiatief is dat het idee is gelanceerd door de Turkse Tilburger ir. Ali Büyükcinar, destijds hoofd afdeling Textieltechniek van het museum. De restauratie van het weefgetouw kon door het publiek worden gevolgd. Voor het hele restauratieproces waren ongeveer 400 manuren nodig.'^ Als sluitstuk werd een nieuwe wollen ketting geschoren. Ter plaatse werden de eerste inslagen aangeweven. Om beschermd te blijven tegen motten en andere insecten, heeft de stof een speciale behandeling gekregen. Werd het oorspronkelijke huisje afgebroken, de put bleef behouden. Deze bestaat nog steeds. Er wordt ook nog steeds met enige regelmaat water uit geput door mensen die er op grond van een zeer oude traditie wonderbaarlijke krachten aan toekennen. De put ligt vol rotzooi en zou een opknapbeurt goed kunnen gebruiken. Doordat het de oorspronkelijke put is, is deze in feite ook het enige op het complex wat rechtstreeks refereert aan Peerke Donders. Eind negentiende eeuw is het gebruik van het Peerke Donders-water voor volksdevotionele doeleinden ontstaan. Dit watergebruik is daarmee een zeer vroeg voorbeeld van de plaats die Peerke Donders in ging nemen in de volksdevotie van de Tilburgers. Om te zorgen dat niemand in de put kon vallen, is in 1900 een houten beschutting gemaakt.''' Deze is te zien op oude foto's. Later is de put van boven dichtgemaakt om te voorkomen dat er rommel in werd gegooid. Vanaf dat moment kon het water worden opgepompt. Ook deze pomp staat op oude foto's. Kapel en kruisweg Op de plaats van het geboortehuisje is op 20 mei 1923, dus zeven jaar voor de reconstructie, een marmeren gedenkplaat onthuld. Op 28 oktober van datzelfde jaar, daags na zijn geboortedag, is de nog bestaande houten bidkapel ingezegend. Kort daarna is het wekelijkse smeekuur ingesteld. Dit wordt nog steeds op de dinsdagmiddag gehouden. De kapel is bewust uitgevoerd als noodkapel. De architect was Jos Donders; Van der Schoot was de aannemer. Omdat Peerke toen nog niet mocht worden vereerd, omdat hij nog lang niet zalig was verklaard, is de kapel opgericht ter ere van de Allerheiligste Drievuldigheid.'** In de kapel hing een schilderij dat eigendom was van de Stichting Petrus Donders Missiestudiefonds. Dit schilderij is al ten bate van dat fonds verloot. In plaats daarvan kwam een in 1925 door de kunstschilder Albin Windhausen uit Roermond vervaardigd schilderij. Het stelt Peerke voor als 'Apostel van de Melaatsen'.

17 De houten Pater Dondersput hij dc kapel aan de Heikant. Twee kinderen laten aan een touwtje een kruik in de put zakken. Al sedert het overlijden van Peerke in 1887, werd het water uit deze put 'met vertrouwen op de voorspraak van den Dienaar Gods gebruikt'. In 1900 zücrd dc bovenrand gerepareerd en met een eikenhouten beschutsel omgeven. Dcfoto is uit die tijd. (coll. RHC Tilburg). Interieur van de in 1931 gereconstrueerde lueverswoning van Pccrkc Donders, kort na de inzegening, (coll. RHC Tilburg). Deze afbeelding staat ook op sommige devotieprentjes en op de lidmaatschapskaart van de Pater Donders Vereniging. In de Peerke Donders-kapel hangt verder een twaalftal schilderijtjes die episoden uit zijn leven voorstellen. Deze zijn ook van de hand van Albin Windhausen, een naam die eerder is genoemd onder meer in relatie tot het teruggevonden schilderij dat een plaats heeft gekregen in de nieuwe Peerke Donders-kerk aan de Enschotsestraat. f Uitzonderlijk van cultuurhistorische waarde omdat hij zo zeldzaam is, is de openluchtkruisweg in het belendende park. Dit park wordt betreden door een poort die ook op 1 januari 2002 op de rijksmonumentenlijst is geplaatst. Wanneer het een beetje weer is, kan men in dit park vanaf het komend voorjaar weer Toon Verbraak (1912) aan het werk zien.'^ Geholpen door zijn kinderen is deze hoogbejaarde Oisterwijker drie jaar geleden begonnen met de restauratie van de veertien staties. Vier, waaronder de Calvarieberg, moeten er nog onder handen worden genomen. In 2002 moet de door de redemptoristen betaalde restauratie klaar zijn. De beeldengroepen, ooit betaald door Tilburgse parochies, een aantal gelovigen en congregaties, zijn vervaardigd door Kunsthandel Sint Lucas van P. Verbraak en Zonen aan de Noordstraat. Een van deze zonen was Toon Verbraak, die veel kapellen en kerken (onder meer van de Heikant) met religieuze taferelen heeft beschilderd en die daarnaast houten beelden polychromeerde. Alle staties van gewapend beton zijn uniek. In de tweede statie figureren de broers Piet en Bernard Verbraak als beulen. De kruisweg dateert van 1926.^" Veel bedevaartplaatsen kenden een kruisweg in de openlucht, opdat de pelgrims door het volgen van de staties hun rijd nuttig zouden besteden en niet zouden verbrassen in het café, in dit geval in café Peerke Donders. De staties werden uitgebeeld door beeldengroepen die van elders waren gehaald. Na tien jaar waren deze dusdanig door weer en wind aangetast dat besloten werd tot een nieuwe, door de firma P. Verbraak en Zonen vervaardigde kruisweg. Begonnen werd met de vierde statie (Jezus ontmoet Zijn bedroefde Moeder). In september 1936 is deze eerste statie geplaatst. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waren elf staties klaar. De resterende drie volgden in Monumenten Van de twee grote Peerke Donders-monumenten van Tilburg staat er eentje op de parkeerplaats van het complex. De hardstenen beeldengroep staat met de rug naar het café van Han Vrins. Centraal in dit kunstwerk van de Roermondse beeldhouwer K. Lücker staat een levensgrote beeltenis van Peerke.-' Hij weet zich omringd door verschillende taferelen uit zijn leven. Zo werkt hij aan het weefgetouw, staat hij achter het altaar, is hij aan het dopen en verpleegt hij melaatsen. Min of meer hetzelfde beeldverhaal is ingemetseld in de muur achter het altaar van de openluchtkapel. Op 10 september 1933 is het monument onthuld. Het tweede monument is het bekende beeld aan het Wilhelminapark. Het bronzen beeld, waarop Peerke met het kruis staat afgebeeld terwijl een melaatse bij hem hulp zoekt, is van

18 een standbeeld krijgen, niet in Tilburg maar op het terrein van de universiteit van Utrecht. Bedevaartplaats Peerke Donders in de Heikant aan de Pater Dondersstraat (vroeger deel van de Moerstraat) in Rechts het in 1931 gereconstrueerde geboortehuisje, daarnaast de in 1923 ingezegende kapel en op de voorgrond het in 1933 door K. Lücker ontworpen monument, (coll. RHC Tilburg). Een van de kruiswegstaties in het park achter de kapel en het geboortehuisje van Peerke Donders. Deze kruisweg is in 1926 opgericht. Het waren van elders afkomstige en afgedankte staties, die na tien jaar zo versleten waren, dat zij tussen 1936 en 1940 geleidelijk aan vervangen loerden door nieuwe kruiswegstaties van beton, vervaardigd door de Tilburgse firma P. Verbraak & Zonen, (foto 1982, coll. RHC Tilburg). de hand van J. Maas uit Haarlem. Bisschop Diepen onthulde het op 1 augustus 1926 ten overstaan van alles wat belangrijk was in Tilburg, in het bisdom en in Brabant. De aanzet tot dit beeld is gegeven door dr. P. C. de Brouwer uit Hilvarenbeek, onder meer rector van het R.K. Gymnasium (later Odulphuslyceum) en verbonden aan het tijdschrift Brabantia Nostra.^- In november 1921 hield De Brouwer een lezing over de twee 'Dondersen' die hun geboortestad tot ver buiten het land bekend hebben gemaakt: Peerke Donders en de oogspecialist prof. dr. Frans Donders. De Brouwer hield deze lezing op uitnodiging van de vereniging Noorderbelangen.^^ Staande de vergadering waarop De Brouwer zijn lezing uitsprak, werd het initiatief genomen tot de oprichting van het beeld waarvoor spoedig daarna de som van gulden bijeen was gebracht. Overigens zou ook de beroemde oogspecialist Hasselt, Heikant, Heike Hiermee is het overzicht van wat er in Tilburg nog herinnert aan Peerke nog niet compleet. Links achter in de Hasseltse kapel is tegen de muur een bord bevestigd met daarop de tekst In deze Mariakapel kwam in zijn jeugd de eerbiedwaardige Petrus Donders urenlang bidden'. In de stukken voor zijn zaligverklaring komt een verklaring voor dat mensen hem vaak in de kapel hebben gezien.^* 'Een hunner verhaalt, dat de student dikwerf zijn vaderlijk huis voorbijging naar de stille Hasseltse kapel, een klein Mariaheiligdom bij Tilburg. Gewoonlijk bleef hij daar een uur of langer en zijn meest geliefde gebed was dan de rozenkrans. Dit was zo bekend dat men somtijds thuis een weddenschap aanging hoeveel rozenhoedjes Petrus wel zou hebben gebeden.' Het bord hing tot de restauratie boven de deur van de kapel. Op oude foto's is het bord goed te zien. Na de restauratie is het in 1972 met beschadigingen en al op de huidige plaats in de kapel zelf geplaatst. "Wij vonden dat beter zo", zegt Philip Rooijmans over het waarom. Rooijmans was pastoor van de Hasselt van 1969 tot In de kerk van de Heikant staat een beeld van Peerke Donders dat oorspronkelijk stond in een nis van het parochiehuis.2'' Nadat het parochiehuis is verkocht, is het beeldje naar het kerkhof verhuisd. In het kader van het tweehonderdjarig bestaan van de provincie Noord- Brabant is het door de Tilburgse beeldhouwer Charles Vergouwen opgeknapt. Het tweede eeuwfeest van de provincie is aangegrepen om overal kleine monumenten te restaureren. Van dit beeld zijn twee replica's gemaakt. Een ervan staat op het kerkhof, het andere in de nis van het vroegere parochiehuis. Ook de kerk van 't Heike heeft sedert zondag 26 oktober 1997 een houten beeld van de zalige Peerke.2^ Het is in 1937 in opdracht van de redemptoristen gemaakt door de Bossche kunstenaar Piet Verdonk. Het beeld stond oorspronkelijk in het voorportaal van het klooster van de redemptoristen in Den Bosch. Vandaar verhuisde het naar de kelder van het Neboklooster van de redemptoristen in Nijmegen. Peerke is op dit houtsnijwerk voorgesteld als beschermer van een melaatse Surinamer. Bij het beeld staat een zilveren reliekhouder. Dit kunstvoorwerp was al in het bezit van de kerk.28 In de ongeveer dertig centimeter hoge houder in de vorm van een monstrans is een relikwie van Peerke Donders geplaatst die door de familie van een overleden parochiaan

19 Het monument van Peerke Donders op het bedevaartsoord aan de Pater Dondersstraat iverd in 1933 vervaardigd door de Roermondse kunstenaar K. Lücker (foto 1992 WU van Dusseldorp, coll RHC mnirg). aan de kerk is geschonken. Deze parochiaan kreeg de relikwie met het bijbehorende attest van echtheid na een gift voor de vestiging van de Peerke Donders-leerstoel aan de pauselijke universiteit in Rome. Op verzoek van de familie blijft de schenker onbekend. In de toren van de Heikese kerk hangt een klok die op Pinksterzondag 2001 aan Peerke is gewijd. Het betreft in feite de enige klok die de oorlog heeft overleefd. Deze klok dateert van De klok scheurde in 1998, werd hersteld en vernoemd naar Peerke. De fraters Dan de fraters, ook zij beschikken over Peerke Donders-herinneringen. In het verzorgingshuis staat een beeldje van geglazuurd aardewerk. Op 27 oktober en op 14 januari branden er altijd kaarsjes voor. Op de sokkel staat 'Petrus Donders'. Het beeld is beduidend ouder dan 1982, het jaar van de zaligverklaring. Dit gegeven is belangrijk om een historische anekdote te kunnen verklaren. Officieel mocht Peerke pas worden vereerd na zijn zaligverklaring. Om dit kerkelijke gebod geen geweld aan te doen, plakten de fraters een reep papier over de inscriptie 'Petrus Donders'.Overste Joop van Doremaal van de fraters herinnert zich nog de naam die op de reep papier stond: Petrus Claver, een in 1888 heilig verklaarde jezuïet.-^" De in Spanje geboren (1583) en in Bolivia overleden (1654) Claver had zekere overeenkomsten met Peerke. Hij wijdde zich in Bolivia aan de verzorging van negerslaven, zou er meer dan driehonderdduizend gedoopt hebben en overleed als slachtoffer bij de verpleging van besmettelijk zieken. Zijn bijnaam is 'Apostel der negerslaven', die van Peerke Donders luidt 'Apostel der melaatsen'. Voorheen stond het beeld in het fraterhuis Petrus Donders aan het Kardinaal de Jongplein. De officiële naam van dit fraterhuis was overigens 'Heilige Norbertus', dit omdat Peerke vóór zijn zaligverklaring niet als beschermheilige mocht dienen. In het generalaat van de fraters aan de Gasthuisring bevindt zich een bijzonder relikwie van Peerke Donders: het ijzerbeslag van het kruisje dat Peerke mee in zijn doodskist had gekregen. Het hout is vergaan. Het ijzer is gevat in een reliekhouder achter bol glas. Volgens frater Lambrecht Verhijden is de relikwie door de zusters van Liefde aan de fraters geschonken.-'' Net als Peerke hielden de zusters zich in Suriname bezig met onder meer de melaatsenzorg. Frater Lambrecht Verhijden is de beheerder van een unieke verzameling religieuze voorwerpen afkomstig uit de fraterhuizen die in de loop der jaren zijn gesloten. De collectie kruisbeelden, kazuifels, monstransen, cibories, zelfs communiebanken staan op een zolder van het generalaat. Doopkerk Goirke In de kerk van 't Goirke, net als de Heikese kerk toegewijd aan Sint Dionysius, steken ze de relatie met Peerke Donders niet onder stoelen of banken. De aandacht voor Dionysius, in de Lage Landen toch een uitzonderlijke heilige ('Sint Denijs, patroon van Tilburg en Parijs'), valt in het niet bij die voor Peerke. Diny van Dijk, een van de vele vrijwilligers werkzaam in deze kerk, wijst op een scheef hangend bordje tegen een pilaar.^^ gj- staat op in rijm: 'Op 27 oktober 1809 ontving op Goirke's kerkgrond de zalige Peerke Donders het H. Doopsel boven deze doopvont.' Het opschrift hangt nabij de doopvont uit Het staat vast dat Peerke boven deze hardstenen doopvont, nog steeds voor dit doel in gebruik, op zijn geboortedag (toen gebruikelijk) is gedoopt. Op de bovenrand staat de tekst die vroeger voor de hoogmis werd gezongen: 'Asperges me. Domine hyssopo et mundabor' (Besprenkel mij Heer met hyssop, en ik zal rein zijn). De doopvont moet hebben gestaan in de schuurkerk uit 1724?^ Deze stond op de noordelijke helft van het tegenwoordige kerkhof op het Goirke. De huidige kerk dateert van In deze kerk hield Peerke op 22 mei 1842 voor zijn vertrek naar Suriname zijn afscheidspreek. Twee glas-in-loodramen herinneren aan de relatie tussen Peerke en de Goirkese kerk. Het ene beeldt zijn doop uit, het andere zijn eerste

20 r Op 1 augustus 1926 werd onder grote belangstelling op de hoek van het Wilhelminapark het Peerke Donders monument onthuld door mgr. Diepen, (coll. RHC Tilburg). Peerke Donders beeld van de beeldhouwer ƒ. Custers op het kerkhof van de Heikant in de Zeilerstraat. Dit beeld stond oorspronkelijk in de gevel van het patronaat op de Schans en is na restauratie in 1995 in de kerk van de Heikant geplaatst, (foto 1982, coll. RHC Tilburg). mis. In een bank naast Peerke zien we onder anderen met bonnet kapelaan Vogels, die in 1843 redemptorist werd en werkzaam was in Amsterdam. Verder zijn naar oude portretten afgebeeld pastoor Van der Ven en koster De Kanter.Op het raam over de doop is de doopvont uit 1590 te zien, benevens het wapen van Tilburg (symbolisch bovenin) en pastoor Mathias Stals, de laatste Norbertijn op 't Goirke. De andere personen in klederdrachten uit die tijd, zijn niet bij naam bekend, maar moeten waarschijnlijk bewoners van 't Goirke zijn geweest. Vlak onder het raam van de eerste mis bevindt zich een aandoenlijk, maar daardoor niet minder belangrijk voorbeeld van volksdevotie. Een levensgroot beeld van Peerke Donders staat onder een rieten hutje, dat een indruk moet geven van een hutje in de melaatsenkolonie in Suriname. Het geheel is een creatie van koster Sjef van Santvoort. Het Peerke-kapelleke is op 23 mei 1982 ingewijd naar aanleiding van de zaligverklaring.^^ De kerkvrijwilliger Peter van Gestel maakte de goedgelijkende kop van het beeld naar het voorbeeld van het schilderij van Windhausen.-'^' Het beeld is gehuld in de officiële kleding van een redemptorist. Het bijzondere aan deze kledij is dat ze heeft toebehoord aan de redemptorist pater J. Dankelman, schrijver van het standaardwerk over Peerke Donders. Dankelman overleed 1989 in Nijmegen. De voeten van het beeld steken in schoenen. "De kleren moeten we nog eens afborstelen, de schoenen nog eens poetsen", stelt kerkvrijwilligster Diny van Dijk zorgzaam vast. Vanwege aard, achtergrond en ontstaan verdient deze plastische voorstelling van Peerke het om zorgvuldig bewaard te blijven. Een door zijn geweldige omvang niet te missen schilderij hangt in de zuidelijke zijbeuk naast de deur naar de sacristie. Een zekere A. Del Vecchia heeft het geschilderd.^^ Vergeleken met wat eerder aan kunstwerken van Peerke de revue is gepasseerd, ziet dit werk er wat kitscherig uit. Het is net een zeer sterk uitvergrote devotieprent. Een door hemelse gloed beschenen Peerke heft zijn hand zegenend op. Een andere hand rust op het hoofd van een in doeken gehulde (Peerke is patroon geweest van missienaaikringen en van de naar hem genoemde 'Zwachtelbond').^** Rond Peerke staan negers en indianen, van wie een in gebed. Dit schilderij is zo groot omdat het tijdens de zaligverklaring in 1982 tegen de Sint Pieter heeft gehangen. Het schilderij is na de zaligverklaring opgerold mee teruggebracht uit Rome en door de Pater Donders Vereniging in bruikleen aan de kerk gegeven. De kerkvrijwilliger Peter van Gestel maakte er de lijst van steigerplanken omheen. Het schilderij is als prentbriefkaart voor een halve euro per stuk te koop in de sacristie. In een van de kasten met kerkgewaden ligt een kazuifel waarop een jong ogend Peerke naast Sint Dionysius is geborduurd. Buiten Tilburg Ook buiten Tilburg bevindt zich een behoorlijk aantal stoffelijke herinneringen aan Peerke, terwijl van een aantal vaststaat dat ze verloren zijn gegaan of niet bekend is waar ze zijn gebleven. In het vroegere grootsemenarie Haaren bijvoorbeeld, waar Peerke heeft gestudeerd, was de kamer waarin hij gewoond heeft als kapel ingericht met gedenkraam en

21 om de uitvoering van deze wens uit te voeren. Mathot werkte er ongeveer een jaar aan. Bij de onthulling zei hij Peerke afgebeeld te hebben als een 'zachtmoedige revolutionair. Anders dan anderen. Niet buitensporig, wel eigenzinnig.' Het beeld staat in de Sint-Jozefkapel. Op de plaquette onder het beeld staat: 'In armoede opgegroeid, leefde hij in Suriname voor de allerarmsten, slaven en melaatsen.' Kamer van Peerke Donders op het seminarie te Haaren. Links beeldje en relikwie van Peerke Donders. Uit: /. Kronenburg CssR, De Eerbiedw. Dienaar Gods Petrus Donders. Nieuwe Levensbeschrijving (Tilburg, 1925). Enkele relikwietjes van Peerke Donders, (foto coll. RHC Tilburg). muurschildering. In de Tweede Wereldoorlog werd deze kamer door de Duitsers vrijgehouden. Maar volgens Adèle Mannaerts, communicatiemedewerkster van Cello, bestaat dit vertrek niet meer.^*^ Cello is een organisatie voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. De organisatie heeft onder meer Huize Haarendael, het vroegere grootsemenarie, in gebruik. Regelmatig komen er mensen naartoe die vragen naar de kapel van Peerke Donders, maar Mannaerts zegt dat ze iedereen moet teleurstellen. In de parochiekerk van Warmond, waar Peerke Donders korte tijd assistent was van pastoor Hoes, werd een gedenkraam aangebracht. De pater-redemptorist G. Mathot, maker van meer in dit artikel beschreven kunstwerken, heeft ook de hand gehad in het 1.43 meter hoge beeld van Peerke in de Sint-Janskathedraal in Den Bosch.*" Het is geplaatst op 5 juni 1991, precies anderhalve eeuw na zijn priesterwijding. Na de zaligverklaring in 1982 gaf een vereerster van Peerke te kennen dat ze graag een beeld van de Tilburger in de Sint Jan zou willen hebben. Ze gaf daarbij voldoende geld Als een opmerkelijke curiositeit mag het beeld van 'St. Donders' in de Alphonsuskerk in Luxemburg worden beschouwd.*' Het is niet bekend hoe dat daar terecht gekomen is. De achtergrond van twee andere beelden die een relatie hebben met Peerke kon, wel worden gereconstrueerd. Het gaat om twee beelden die in het bezit zijn van Sjef Smetsers (1928) te Vessem.*2 Zijn broer werkte als frater Angelinus in Paramaribo. Bij hem op bezoek in 1974, maakte Sjef Smetsers kennis met de 'fraterkok', die in een lade twee houten beelden van 45 centimeter hoogte had liggen. Smetsers kreeg deze gepolychromeerde beelden cadeau, die hij terug in Vessem door een antiquair van de verf heeft laten ontdoen. Navraag leerde dat de beelden onderdeel hebben uitgemaakt van de oorspronkelijke communiebank in de houten Petrus en Paulus-kathedraal in Paramaribo. Dit monument is gebouwd in de jaren Peerke stierf in Hij ligt in deze kathedraal begraven.*'' Van het ene beeld viel niet meer na te gaan welke heilige het voorstelt. Het andere is de Heilige Simon, dit op grond van de zaag die dit beeld als attribuut heeft.** Willem II in Wittem De grootste verzameling Peerke Donders-souvenirs is te vinden in het klooster van de redemptoristen in Wittem, bekend bedevaartsoord van Gerardus Majella. Ook vanuit Tilburg wordt nog steeds vrij druk gepelgrimeerd naar dit genadeoord van deze zeer geziene volksheilige. Dat Gerardus Majella zich deze plaats in de volksdevotie verwierf, is in zekere zin opmerkelijk, want de in 1726 bij Milaan geboren heilige leidde een onopvallend leven.*' De verklaring voor zijn populariteit is het werk van de redemptoristen geweest. Ze brachten de heilige mee op hun volksmissies met hun befaamde donderpreken tijdens onder meer het veertigurengebed. Zo kwamen ze overal, niet in de laatste plaats ook in Tilburg. De stad bewaart een historische herinnering aan een van de beroemdste redemptoristen: de in 1807 in Amsterdam geboren Bernard Hafkenscheid.*'' Deze grootse prediker preekte in Tilburg in de kerk van 't Heike en soms ook van 't Goirke tussen 1842 en Zijn eerste missie in het bisdom Den

22 Een van de vele devotieprentjes van Peerke Donders. Deze werd door het Hofbauer-Liefdewerk te Amsterdam uitgebracht 'ten bate der Surinaamsche missie en melaatschen'. (coll. RHC Tilburg). Pater J. Romme die van met Peerke Donders indertijd in Suriname verbleef, schreef over hem:'... hoe hij verder bijna iedere avond en zeer dikwijls 's morgens een geselkoord nam en zich niet zelden ten bloede geselde, is bekend. Een geselkoord, dat geknoopt, met spelden en nageltjes doorstoken en gans bebloed was, heb ik aan monseigneur opgezonden.' Dit geselkoord is bewaard gebleven (vm. coll. ƒ. Dankelman CssR, Nijmegen, foto RHC Tilburg). Bosch vond zelfs plaats in Tilburg. Zo beroemd was Hafkenscheid, dat in Tilburg koekplanken (1842) van de pater zijn gemaakt. In 1857 raakte Hafkenscheid nadrukkelijk betrokken bij de strijd tussen de geestelijkheid en de burgerij over het vieren van vastenavond. Beide partijen kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan. In de stad kwam het tot relletjes. Het pleit werd gewonnen door de geestelijkheid, onder andere door ongegeneerd uit de biechtstoel te klappen. Deze Bernard Hafkenscheid ligt begraven in Wittem. Pater Jan Vinkenburg, landelijk archivaris van de redemptoristen in Nederland), daalt als eerste af in de grafkelder onder het klooster waarin de beroemde prediker is bijgezet. Het graf van Hafkenscheid (overleden op 2 september 1865 in Wittem) is het enige dat nooit geruimd is.*^ Omdat de kelder vrij klein is, worden om de zoveel decennia de stoffelijke resten van de andere overleden redemptoristen bij elkaar gelegd in een nis. Dat dit met Hafkenscheid niet is gebeurd, geeft aan dat hij als belangrijke promotor van de volksmissies nog steeds als een belangrijke persoon wordt beschouwd. Dat blijkt verder wel uit het levensgrote beeld uit 1915 van Hafkenscheid in de tuin van het klooster in Wittem. In de grafkelder hangt een in een mooie hardstenen plaat gebeitelde tekst die herinnert aan de toestemming die koning Willem II op 19 maart 1846 heeft gegeven om hier mensen te begraven. Dit verlof kwam totaal onverwachts en betekende dat er nu nog overledenen in kunnen worden bijgezet. Willem II heeft touwens toch een warm plekje veroverd bij de redemptoristen in Wittem. Op weg naar de 25-ste herdenking van de Slag bij Waterloo passeerde hij in Wittem, waar hij het bestaansrecht erkende van het klooster van de redemptoristen. Het was het eerste klooster in Nederland dat deze eer te beurt viel."*** Een litho uit 1841 naar een schilderij van P. Dielman is de blijvende herinnering daaraan. Het kunstwerk van Willem II ten voeten uit hangt nu in een van de gangen van het klooster. De fraaie lijst wordt letterlijk gekroond door een koningskroon.*'^ Zaligen en heiligen In de refter van dit klooster, waarin nog twaalf redemptoristen leven (honderd in Nederland), hangt tegen een muur een schilderij van Peerke Donders, dat, zo blijkt uit de collectie devotieprentjes van de zalige in Wittem, de hele wereld over is gegaan. Het schilderij staat als afbeelding op prentjes in het Engels ('venerable Peter Donders, apostle of the lepers of Surinam') en het Spaans (Ven. Pietro Donders, redentorista'). Centraal op dit schilderij van Giovanni Gagliardi uit 1913 is een geknielde Peerke bezig met het verbinden van een voet van een melaatse.'" Twee inlanders kijken toe. Op de voorgrond een tas met medicamenten. Links nog een paar inlanders in aanbidding voor een altaar tegen de wand van een rieten hut. Aan de manier waarop de palmbladeren op het dak zijn bevestigd, is overigens te zien dat de schilder nooit in een tropisch land is geweest; zoals ze op het schilderij zijn gerangschikt, zullen ze als dakbedekking het interieur niet lang droog houden. De historische achtergrond van dit schilderij is interessant omdat het is vervaardigd voor de opening van het proces van zaligverklaring op 14 mei 1913.

23 PETRUS DONDERS EN TILBURG congregatie telt zes zaligen, van wie Peerke er een is.'^ In de Gerardus Majella-bedevaartskerk van Wittem is Peerke nadrukkelijk aanwezig met een eigen altaar, dat wordt gesierd door het levensgrote bronzen kunstwerk van pater G. Mathot. Ditzelfde beeld is ingemetseld in redemptoristenkloosters in Roosendaal en Nijmegen. Tciitooustiiliiig 'Petrus Donders en Tilburg' in de Oliemeulen nnn de Reitse Hoevenstraatin'l982.Het harmonium dat door Peerke in de Surinaamse missie is bespeeld (vm. coll. j. Dankelman CssR) staat nu in Wittem. (foto RHC Tilburg). Niet zeker is of het schilderij in Wittem een replica is van het origineel dat altijd op het generalaat ('Curia Generalizia') van de redemptoristen in Rome heeft gehangen. Het is daarnaast ook goed mogelijk dat dit schilderij in 1982 in verband met de zaligverklaring naar Nederland is gebracht. In een kloostergang hangt het origineel van het door A. Windhausen vervaardigde schilderij, waarvan een kopie langs wonderlijke wegen in de nieuwe Petrus Donderskerk aan de Enschotsestraat terecht gekomen is. Het schilderij is in niet al te beste staat. Als bijzonderheden kunnen nog worden vermeld dat het geschilderd is naar een foto van Peerke en dat het een pendant is van een geschilderd portret van volksprediker Hafkenscheid.'' Beide schilderijen hangen naast elkaar. Peerke bevindt zich hier verder in het gezelschap van drie van de vier heiligen die de redemptoristen hebben voortgebracht. Dat zijn, naast Gerardus Majella, Clemens Maria Hofbauer en de Amerikaan Johannes Neumann. De vierde heilige is Alphonsus van Liguorie, oprichter van de congregatie van de Allerheiligste Verlosser, beter bekend als de redemptoristen. De Rommelige schatkamer Voor het bezichtigen van de grootste schat aan Peerke Donders-relikwieën gaat archivaris Vinkenburg voor naar een vleugel waarin vroeger studenten waren gehuisvest. Aan een gang op de bovenste verdieping liggen links en rechts ieder zes kamers. Aan de linkerkant is het papieren archief van de Nederlandse redemptoristen ondergebracht. Het uit Suriname overgebrachte archief maakt daarvan deel uit. Aan de overzijde van de gang is een kamer ingericht ter nagedachtenis van kardinaal Maarten van Rossum ( ), een zeer invloedrijke redemptorist. In de Gerardus Majella-kerk van Wittem is hij bijgezet in een door Italiaanse kunstenaars gemaakt witmarmeren praalgraf, dat door zijn aard on-nederlands overkomt. De kamer naast de kardinaal Van Rossum-kamer is de Peerke Donders-kamer. Wanneer Vinkenburg de kamer heeft ontsloten en de deur openzwaait, is er enige teleurstelling door de rommelige indruk die het interieur maakt. De collectie ligt schots en scheef opgeslagen, wat de verzameling niet minder interessant maakt. Veel van deze voorwerpen zijn twee keer in Tilburg tentoongesteld geweest; in 1982 op de door de bisschop van 's-hertogenbosch, J. Buyssen, geopende tentoonstelling in de Oliemeulen in verband met de zaligverklaring en in 1997 in de kerk van 't Heike in verband met de plaatsing van het eerdergenoemde beeld. De expositie van 1982 (die overigens in oktober van dat jaar ook te zien geweest is in de St. Jan te 's-hertogenbosch) was ingericht door Ronald Peeters, terwijl kerkvrijwilliger Theo Dekker zich heeft ingespannen voor de tentoonstelling in de Heikese kerk. Het grootste voorwerp is een harmonium dat door Peerke in de Surinaamse missie is bespeeld. De toetsen zitten er nog op, maar het binnenwerk ontbreekt. Op een kast staan zes portretschilderijen, twee grote bustes en vijf volksdevotionele beelden. In kistjes en dozen liggen honderden relikwietjes opgeslagen. De meeste zijn van de soort die in het winkeltje in café Peerke Donders in Tilburg-Noord verkrijgbaar zijn. Aandoenlijk zijn de relikwietjes gemaakt door vlijtige nonnenhanden. Sommige van deze op scapuliers gelijkende relikwieën worden gesierd door een minuscule

24 Devotieprente uit (coll. Ronald Peeters, Tilburg). foto van zalig Peerke. Naast deze relikwieën liggen een paar flinke stukken hout, overblijfselen van de doodskist. Er is zoveel hout dat er met gemak vele duizenden relikwietjes van te maken zijn. Voorzien van attesten van echtheid liggen in een kast een paar voorwerpen die aan Peerke zelf hebben toebehoord: zijn rozenkrans, waarmee hij zoveel in de Hasseltse kapel heeft gebeden, een kleine foto met originele handtekening, een meditatieboekje dat van hem is geweest, een kruisje dat hij meenam op zijn missietochten naar de binnenlanden van Suriname en een brief. Daarnaast liggen in de vitrine nog wat stukken hout van zijn doodskist, een houten kruisje dat vermoedelijk op deze kist heeft gelegen en houtsnijwerken (krokodilletjes) van melaatsen in leprozenkolonie Batavia. Heel apart zijn verder stukjes riet dat op het dak van zijn geboortehuisje heeft gelegen, stukjes draad van het spinnewiel van de moeder van Peerke en een zwart beeldje van de Heilige Antonius van Padua. Dit heeft toebehoord aan de ouders van Peerke. Peerke als weerheilige Antonius is de patroon van verloren zaken. 'Heilige Antonius beste vrind, maak dat ik asjeblieft mijn terugvind', is een in verleden en heden talloze keren gebeden schietgebed. In Tilburg en omgeving bestond het gebruik het beeld voor straf in een hoek of onder een druppende kraan te zetten wanneer het schietgebedje niet werd verhoord.'' Dit treurige lot blijkt ook beeldjes van Peerke Donders beschoren te zijn geweest. Bij het beeld van Peerke Donders in de Heikese kerk vertelde een vrouw hoe zij altijd veel had gefietst.''' Wanneer ze ging, plaatste ze het beeld buiten met de vermanende woorden: 'Als et gao rèègene, wórde gij ok nat.' Noten 1. Ronald Peeters, Tilburg in Beeld Tilburg Interview met Adriaan Michielsen (Baarle-Nassau) op Overigens zijn niet alle ramen verloren gegaan. In het gebouw van de GGD Midden-Brabant is er een aantal met heiligenafbeeldingen in de patio opgehangen. 4. Interview met Gerrit Michielsen (Tilburg) op Brabants Dagblad van Interview met Theo te Wierik (Tilburg) op Interview met Wim Manders (Tilburg) op J.L.F. Dankelman CssR, Peerke Donders: schering en inslag van zijn leven. Hilversum Interview met pater Jozef CssR (Nijmegen) op Interview met Han Vrins (Tilburg) op Interview met Kees Elbertsen (Tilburg) op Ronald Peeters, "Ter eeren Gods ende der sielen te laeffenis een bedevaert gaen...'bedevaarten in en vanuit Tilburg', in: Godsvrucht en deugdzaamheid. Godsdienst en kerk in Tilburg door de eeuwen heen (Tilburg, Tilburgse Historische Reeks 9, 1997), p en afb. op p M. van Grinsven CssR, Op Peerke Donders' Geboortegrond aan den Heikant te Tilburg (Ontwikkeling van een bedevaartplaats). Tilburg Brabants Dagblad van Persbericht Nederlands Textielmuseum augustus Brief van Frans Robben d.d , collectie Paul Spapens. 17. Van Grinsven, Op Peerke Donders'Geboortegrond. 18. Idem. 19. Interview met Toon Verbraak (Oisterwijk) op Van Grinsven, Op Peerke Donders'Geboortegrond Idem. 22. Ronald Peeters, De Paap van Gramschap: vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg. Tilburg M. van Grinsven CssR, Het Petrus Donders Monument aan het Wilhelminapark te Tilburg (Geschiedenis van een monument). Tilburg De Hasseltse kapel te Tilburg; troost en toeverlaat voor velen. Tilburg Interview met Philip Rooijmans (Tilburg) op Zie noot Brabants Da^^Wnd van Interview met Theo Dekker (Tilburg) op Interview met Joop van Doremaal (Tilburg) op Katholieke Encijclopaedie, Interview met Lambrecht Verhijden op Interview met Diny van Dijk (Tilburg) op Herman van Venetië, 150 Jaar Goirlese kerk; van schuurkerk lol schatkamer. Tilburg Brochure voor rondleidingen door de kerk samengesteld door parochie De Bron. 35. Idem. 36. Interview met Jan van Deijck (Tilburg) op Brochure, n.u'. 38. M. van Grinsven CssR, Blijvende Peerke Donders Kalender. Tilburg Interview met Adèle Mannaerts (Haaren) op Informatiestencil: collectie Theo Dekker, Tilburg. 41. Idem. 42. Interview met Sjef Smetsers (Vessem) op Website histor)01.htm 44. Kees van Kemenade en Paul Spapens, 365 Heiligendagen. Hapert Idem. 46. Paul Spapens, Vrouwke, 't is vastenaovond; de geschiedenis van vier eeuwen vastenavond en carnaval in Tilburg. Tilburg Interview met pater Jan Vinkenburg (Wittem) op Idem. 49. Inventarisatie kerkelijk kunstbezit door hel bisdom Roermond. Z.d. 50. Idem. 51. Idem. 52. Zie noot Paul Spapens, Heilige Boontjes; volksdevotie in Tilburg en omgeving aan het eind van de twintigste eeuw. Tilburg Zie noot 40.

25 Tilburg, stad met een levend verleden Een bespreking Paul van Dun* * Drs. Paul van Dun is adjunct-streekarchivaris bij het Streekarchief Land van Heusden en Altena en docent aan de Archiefschool in Amsterdam. Hij publiceerde eerder over de Tilburgse geschiedenis in onder andere dit tijdschrift en over diverse onderwerpen variërend van de geschiedenis van de arbeidersbeweging tot bieren brouwerijgeschiedenis. TILBURG EN GOIRLE, Op vrijdag 9 november werd in de Tilburgse raadzaal het boek Tilburg stad met een levend verleden gepresenteerd. Het boek wil zowel de behoefte aan een wetenschappelijke stadsgeschiedenis bevredigen, als een voor het grote publiek toegankelijke stadsgeschiedenis zijn. Het resultaat is een kloek boekwerk van een kleine 4 kilogram dat met een hoogte van 33 en breedte van 25 centimeter groter en zwaarder is dan een deel van de Algemene Geschiedenis der Nederlanden.^ Met 592 pagina's en 425 illustraties breekt het boek nog menig ander record. De onlangs met het werk van Kuyer gecompleteerde Bossche geschiedenis is de enige Brabantse stadsgeschiedenis die zich qua omvang en vormgeving met de juist verschenen Tilburgse kan meten. De Tilburgse historiografie vóór 2001 Tot voor kort moesten historici die zich met de Tilburgse geschiedenis bezighielden een recent en gedegen wetenschappelijk overzichtswerk ontberen. Er verscheen zeker de laatste vijfentwintig jaar weliswaar een aantal goede monografieën en artikelen over bijvoorbeeld het volkshuisvestingsbeleid, de opkomst van de industrie en het sociale leven, maar ze beschreven meestal alleen de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Wat er was aan werken die min of meer het predikaat overzichtswerk konden meekrijgen, was oud of beperkt, bijvoorbeeld het werk van Berend Dijksterhuis uit 1899, dat weliswaar de heerlijkheid Tilburg en Goirle behandelde, maar zich tevens beperkte tot het Ancien Régime.^ Vooral op basis van bestuursarchieven geeft Dijksterhuis veel informatie over de heren van Tilburg, het bestuur en de ambtenaren, de belastingen, het economisch en het kerkelijk leven en het onderwijs. Ondanks zijn gedateerdheid heeft dit boek overigens nog steeds grote waarde door de enorme hoeveelheid details die erin staan. Een ander overzichtswerk werd geschreven door P.C Boeren.' De beperking van dit boek, dat ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Kamer van Koophandel verscheen, is dat het slechts een economische geschiedenis van Tilburg geeft. Bovendien steunde de auteur op door Posthumus voor Leiden verricht onderzoek, waardoor een te eenzijdig beeld van Tilburg als dependance van de Leidse textiel werd geschetst. Van meer recenter datum is het werk Van Heidorp tot Industriestad, dat onder redactie van oud-gemeentearchivaris H. Schurink en J. van Mosselveld werd samengesteld.* De tekortkoming van dit thematisch opgezette boek is dat er een duidelijk chronologische lijn in ontbreekt, dat het ophoudt rond 1900 en dat er veel aspecten van de Tilburgse geschiedenis onbeschreven bleven. Zo blijft een aparte behandeling van de kerkelijke geschiedenis beperkt tot de periode vóór Van 1993 tot 1995 verscheen het populaire Ach Lieve Tijd.^ Dit rijk geïllustreerde populaire werk behandelt evenals Van Heidorp de Tilburgse geschiedenis op populair thematische wijze en niet bepaald diepgaand. Ach Lieve Tijd was, zo werd bij de presentatie van het eerste deeltje in 1993 ook gezegd, slechts een appetizer voor het grotere en meer gedegen werk dat er moest komen. Ontstaansgeschiedenis project Het initiatief om tot het schrijven van een wetenschappelijke stadsgeschiedenis van Tilburg te komen, werd destijds door het gemeentebestuur genomen. Er werd een projectgroep ingesteld en in september 1995 verscheen er een advertentie waarmee een auteur gezocht werd.

26 twintigste eeuw waren eigenlijk alleen de economische ontwikkelingen goed onderzocht. Over de laat-twintigste-eeuwse geschiedenis was nagenoeg nog geen diepgravende studie verschenen. v.l.n.r. vuurstenen schrabber en pijlpunt van de Federmessercultuur (ca voor Chr.). Dit zijn de oudste vondsten uit Tilburg (Kraaiven; coll. Ronald Peeters, Tilburg). Daarboven een zogenaamde macehead van kwarts, waarvan de functie nog onduidelijk is (Lepelare Zand, coll. Ronald Peeters) en daarnaast een zogenaamde zoemsteen, een soort muziekinstrument, van de steensoort lydiet (Kraaiven, coll. Noordbrabants Museum Den Bosch). Beide voorwerpen stammen uit de middensteentijd (ca voor Chr.). De projectgroep stond een benadering van de Tilburgse geschiedenis vanuit historisch-antropologisch perspectief voor ogen waarbij een integratie van politieke, sociale, economische, demografische, religieuze en culturele elementen moest worden nagestreefd. Een auteur moest de klus gaan klaren. Dr. Ton Thelen werd hiervoor uitverkoren; hij begon zijn werkzaamheden in Er kwam veel kritiek op de opzet. Kenners van de Tilburgse historiografie, zoals professor van den Eerenbeemt, Henk van Doremalen en ondergetekende, twijfelden sterk aan de haalbaarheid van het hele project.* In mijn ogen hadden de individuele leden van de oorspronkelijke projectgroep of onvoldoende kennis van de stand van zaken op het gebied van de Tilburgse geschiedenis, of onvoldoende inzicht in de wat een onderzoeker-auteur menselijkerwijs binnen de gestelde termijn kon doen. Er waren gewoon nog steeds te veel lacunes op het gebied van de Tilburgse geschiedenis. Tijdens het maken van Ach Lieve Tijd was dat andermaal duidelijk geworden. Met name het Ancien Régime en de Middeleeuwen waren nog onvoldoende onderzocht. En wat betreft de geschiedenis van de negentiende en Helaas voor de voortgang van het project kregen de critici gelijk. Thelen haalde bij lange na de gestelde termijnen niet. Desondanks besliste de projectgroep pas in de loop van 1999, een jaar voor de eerder gestelde verschijningsdatum, om een aantal freelance onderzoekers aan Thelen toe te voegen. Maar ook dat was onvoldoende om het project weer op de rails te krijgen. Het een en ander resulteerde er eind 1999 uiteindelijk in dat Thelen na alle toestanden onder weinig verheffende omstandigheden zijn werkzaamheden voor het project staakte. De projectgroep ging vervolgens op zoek naar een hoofdredacteur en een daarbij passend team historici om de klus te klaren. Als hoofdredacteur werd Cock Gorisse aangetrokken. Naast haar werden Nico Arts, Martin de Bruijn, Henk van Doremalen, Ad van den Oord en Lauran Toorians aangetrokken als perioderedacteuren en Ronald Peeters als beeldredacteur. Saillante details zijn dat zowel Gorisse als Van den Oord het in de sollicitatieprocedure van eind 1995 aflegde tegen Thelen, en dat Van Doremalen tot de critici van het eerste uur behoorde. De redactie werd ondersteund door een aantal onderzoekers-auteurs. Met de nieuwe opzet lukte het wel om binnen afzienbare termijn een fraai boek samen te stellen waarin veel facetten van de Tilburgse geschiedenis vanaf de prehistorie tot heden aan bod komen. Dit boek is voornamelijk gebaseerd op eerder onderzoek en geeft aldus vooral een analyse op basis van de huidige wetenschappelijke stand van zaken. Op een aantal plaatsen is aanvullend (archief)onderzoek verricht. Vooral over de periode na 1945 was nog maar weinig gepubliceerd. Prehistorie Tilburg, stad met een levei^d verleden wordt geopend door archeoloog Nico Arts met een hoofdstuk over de prehistorie. Het beschrijft allereerst de geografische geschiedenis van de regio, die grofweg gevormd wordt door het grondgebied van de huidige gemeentes Tilburg en Goirle. Arts behandelt allereerst de vegetatiegeschiedenis die aanvankelijk alleen door klimatologische veranderingen beïnvloed werd. Achtereenvolgens was de regio begroeid met lage berken, een gemengd berken-dennenbos. Na de laatste ijstijd ontstond er geleidelijk aan een loofbos dat er zonder ingrijpen van de mens nu nog zou zijn geweest. Om landbouw te kunnen bedrijven, werden er in de regio vanaf ongeveer 2000 jaar voor onze

27 Op deze foto vau Heiiri Bersscnbruggc vnii omstreeks 1900 is een oude boerderij te zien, met een rieten dak en gevlociüen wanden die met leem zijn bestreken. Deze bouwmctlwdc stamt nog uit de late Middelccuuvn. (coll. RHC Tilburg). jaartelling geleidelijk aan stukken van dit loofbos gerooid. Vanwege de onvruchtbaarheid van de zandgronden moesten de akkers telkens elders aangelegd worden. Door deze roofbouw ontstonden er steeds grotere landschapsbepalende heidevelden in de regio. De vroegste sporen van menselijke bewoning in onze regio dateren van ongeveer 9500 jaar voor onze jaartelling. Deze mensen leefden van de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. De door Arts over deze jagers en verzamelaars gegeven informatie is voornamelijk gebaseerd op algemene kennis over de verschillende prehistorische culturen in West- Europa. Wel lezen we op bladzijde 29 het alleraardigste feitje dat op het industrieterrein Kraaiven in Tilburg-Noord een zogenaamde zoemsteen is gevonden, het oudst bekende muziekinstrument van Nederland. Het Kraaiven blijkt in onze regio overigens naast onder andere de Regte Heide de belangrijkste archeologische vindplaats met informatie over de prehistorie. De restanten van de grafheuvels die op de Regte Heide werden gevonden, dateren van de periode voor onze jaartelling, de periode dat de landbouw in onze regio zijn intrede deed. De volgende grote veranderingen kwamen ruim 2000 jaar geleden met de Romeinen. Het geld verving de ruilhandel en meer goederen zoals aardewerk werden geïmporteerd, en ook in de landbouw en veeteelt veranderde er veel. Na de Romeinse tijd geraakte onze streek vrijwel geheel ontvolkt. Pas tegen het einde van de zesde eeuw, in de Merovingische tijd, werd hij opnieuw gekoloniseerd. Tot in de dertiende eeuw was er sprake van een zelfvoorzienende economie. Vanaf dan gaat de Brabantse boer zijn akkers ook bemesten en vestigt hij zich niet langer op de dekzandruggen, maar veelal aan de randen van beekdalen, plaatsen die nu nog steeds bewoond worden. De Middeleeuwen Deel twee gaat over de Middeleeuwen en is geschreven door Leo Adriaensen en Lauran Toorians. Zij behandelen achtereenvolgens de ontwikkeling van landbouw en nijverheid, het bestuur van de heerlijkheid Tilburg en Goirle en het kerkelijk leven in onze regio. De gegevens over de Tilburgse geschiedenis in dit deel zijn voornamelijk afgeleid van geschreven bronnen. Tilburg werd voor het eerst vernoemd in een akte uit 709, waarbij de Frankische grootgrondbezitter Engelbert een domein met elf hoeven aan Willibrord schonk. Na diens dood gingen zijn bezittingen over aan de abdij van Echternach. Over de landbouw lezen we dat de systematische, grootscheepse ontginningen in de twaalfde en dertiende eeuw het gesloten landschap opleverden waarbij de bevolking verspreid was over herdgangen en grote alleenstaande hoeven van waaruit de ontginningen georganiseerd werden. De abdij van Tongerio was toentertijd een van de belangrijke grootgrondbezitters in onze streek. De omvang van deze bedrijven nam gedurende de veertiende en vijftiende eeuw af. We lezen verder dat het drieslagstelsel werd toegepast, waarbij er na twee jaren wintergraan te hebben ingezaaid in het derde jaar zomergraan werd verbouwd. Gedurende de braakperiode voorafgaand aan het zomergraan werd in de graanstoppels spurrie of koolzaad ingezaaid. Spurrie diende als bemesting en ter begrazing (stoppelweide) voor het vee. Gezien de schraalheid van de zandgrond viel de productiviteit tegen. Toponiemen als Bijster (Besterd), Kwade Hoeve (Kwaadeindstraat) en Blootbeemden refereren daaraan. Voor tarwe was de grond te schraal en daarom werden vooral rogge, gerst, haver en vanaf ongeveer 1400 ook boekweit verbouwd. Bemesting was een groot probleem doordat er als gevolg van het structurele gebrek aan weidegronden vrijwel geen vee gehouden kon worden. De potstal, 'een overdekte kuil waarin de koeien vrijwel het gehele jaar waren ondergebracht om zichzelf omhoog te schijten', bracht hier enige uitkomst. Door dagelijks heideplaggen toe te voegen behielden de beesten enigszins droge poten. Groenten (bonen en kool) werden veelal in de hof van de boerderij verbouwd. Over de gemeint, de gemene grond, kregen de inwoners in 1329 van de hertog de beschikking. Ze leverde meststoffen en werd ook gebruikt voor het weiden van varkens, magere runderen en vooral schapen, het verzamelen van wilde kruiden, zoals de voor de introductie van de hop voor de bierbrouwerij zo belangrijke gagel en het steken

28 Een van de weinige fabrielcslmizen die er nog in Tilburg aanwezig zijn, is het pand Veldhovenring 90-94, hier op een hrieptoofd uit Het fabrieksgebouw links dateert uit de negentiende eeuw. De muurankers op het huis rechts vormen het jaartal (coll. RHC Tilburg). van turf en heideplaggen. Delen van de Tilburgse gemeint lagen in Berkel, Enschot, Riel en Hilvarenbeek. Behalve de opmerking dat er aan de hand van oude familienamen overal in Tilburg wel schoenmakers, smeden, kleermakers, kuipers en timmerlieden zullen hebben gewoond, lezen we in dit deel niets over de ontwikkeling van de ambachten gedurende de late Middeleeuwen. Het ambacht zal waarschijnlijk niet veel meer dan agrarisch nevenbedrijf zijn geweest, maar zelfs deze conclusie blijft achterwege. Tilburg was eind vijftiende eeuw een landbouwdorp met amper 2000 zielen. Geografisch komt het bestuurlijk kader van het middeleeuwse Tilburg niet overeen met het huidige. Die kans geografisch weer meer aan te sluiten bij de middeleeuwse heerlijkheid hebben de politici in 1996 laten glippen door Goirle en Tilburg niet te herenigen. Tilburg en Goirle vormden weliswaar twee afzonderlijke heerlijkheden, maar waren doordat ze lang onder één heer stonden feitelijk onafscheidelijk van elkaar. In 1387 gaat de heerlijkheid Tilburg en Goirle als onderpand bij een forse lening over van hertogin Johanna van Brabant naar Pauwels van Haastrecht. De hertogen van Brabant hadden de macht over de regio overigens pas sinds ongeveer 1260 van de heren van Tilburg weten los te weken. Hoe dit waarschijnlijk in zijn werk is gegaan, is een ingewikkeld verhaal. De lezer zal zich goed moeten concentreren om te kunnen volgen hoe de Brabantse hertogen hun macht verstevigden ten koste van de Giselberten, die over Tilburg de heerlijke rechten uitoefenden. Heel wat namen die uit elkaar gehouden moeten worden, passeren de revue. Tijdens deze machtsstrijd zorgde de hertog van Brabant ervoor dat Oost-Tilburg (Oisterwijk) en West-Tilburg (Tilburg) bestuurlijk van elkaar gescheiden werden. De bestuurlijke landel inwol.yoor Dfikons.voor breigai''ejis;a^okken,kapolc,etc. en de rechterlijke macht berustten tot dan altijd in Oisterwijk. In 1342 krijgen de bestuurders van Tilburg van Jan III rechtsprekende bevoegdheden die hen in staat stellen om ook in halszaken recht te spreken. In 1387 gaan de hoge en de lage jurisdictie over aan Pauwels van Haastrecht. Het recht om een eigen schepenbank in te stellen verkreeg de heerlijkheid Tilburg en Goirle pas in 1453 van de Brabantse hertog Filips van Bourgondië. In de geschiedenis van het Tilburgse kerkelijk leven speelde de norbertijnerabdij van Tongerio een belangrijke rol. In 1232 kreeg deze abdij van paus Gregorius IX het patronaatsrecht over onder andere West-Tilburg. Hierdoor mocht de abdij de Tilburgse pastoor benoemen, iets wat ze zes eeuwen lang zou doen. Als patroonheilige kreeg Tilburg Dionysius. Dit laatste is te verklaren doordat de Giselberten, die de kerken van Tilburg gesticht hebben, een bijzondere devotie voor deze onthoofde heilige hadden. Het parochiegebied van Tilburg strekte zich uit over het huidige Tilburg en Enschot. In deze laatste plaats was wel een eigen kerk, maar de Tilburgse pastoor bleef er via een plaatsvervanger verantwoordelijk voor de zielzorg. Vanaf 1384 tot 1648 fungeerde het van een gracht voorziene huis Moerenburg als pastorie. De auteur besteedt verder nog op een onderhoudende manier aandacht aan de kerkelijke organisatie - Tilburg viel tot 1559 kerkelijk onder het prins-bisdom Luik - en rechtspraak. De kerkelijke rechtbank vonniste over zaken als incest, ketterij en godslastering. Op de plaats van de huidige Heikese kerk staat vrijwel zeker vanaf ongeveer 1400 een bedehuis. Behalve als bedehuis had het kerkgebouw overigens nog meer belangrijke functies. In tijden van gevaar konden er zaken of personen in veiligheid gebracht worden, er werden veel belangrijke aankondigingen gedaan en de luister van het gebouw straalde af op de hele gemeenschap. In de armenzorg had de kerk een belangrijke sociale functie. Een speciaal in het leven geroepen fonds, de heiligegeesttafel, werd voor de uitvoering van deze zorg in het leven geroepen. De uit de beter gesitueerde boeren en ambachtslieden gerecruteerde heiligegeestmeesters beheerden deze instelling. De armenzorg was bedoeld voor het tijdelijk welzijn van de minderbedeelden en voor het eeuwige van de weldoeners. In 1569 beschikte de tafel bij de Heuvel over een huisje met een kleine moestuin waar de 'scamele, oude huijsarmen' woonden.

29 De herbergen De een Zwaan en De drie Zwaantjes op de Heuvel, hoek Heuvelstraat. In het eerstgenoemde huis, links op de afbeelding, werden in de zeventiende eeuw vergaderingen van het dorpsbestuur gehouden. De schouten waren in die tijd doorgaans tevens herbergier. Tekening uit 1832 (coll. Atlas van Stolk, Rotterdam). De vroegmoderne tijd Deel drie van Tilburg, stad met een levend verleden is geschreven door Martin de Bruijn en gaat over de vroegmoderne tijd ( ). De Bruijn behandelt achtereenvolgens het economisch leven, het bestuur en de politiek, het materieel bestaan en de ontwikkelingen op het gebied van kerk, onderwijs en cultuur. De Tilburgse bebouwing lag in deze periode in een zogenaamde spinnenwebstructuur: losliggende gehuchten aan elkaar verbonden door stoffige zandwegen en ertussenin akkers. Ondanks de vele oorlogshandelingen steeg de Tilburgse bevolking behoorlijk in de zestiende en zeventiende eeuw. Rond 1700 was Tilburg na 's-hertogenbosch de volkrijkste plaats van Staats-Brabant. Binnen de hele Republiek was Tilburg toentertijd het grootste dorp. Deze snelle bevolkingsgroei vooronderstelt bestaansmiddelen buiten de landbouw. Het gros van de Tilburgse bevolking leefde gedurende heel de door De Bruijn beschreven periode in armoede. Economische ontwikkelingen De belangrijkste ontwikkeling in deze periode is de transitie van een vrijwel agrarisch dorp, naar een dorp waar de nijverheid een belangrijke plaats innam. Met name het belang van de textiel nam sterk toe. In de landbouw veranderde er niet veel vergeleken bij de vorige periode, behalve dan dat er nieuwe gewassen zoals de aardappel bij kwamen. De aardappel had als voordeel dat hij op een relatief klein lapje grond een behoorlijke oogst opleverde. Het groeiend aantal loonarbeiders kon zo dus op de grond bij het eigen huis voor eigen gebruik telen. In Tilburg werd de textiel en dan speciaal de productie van wollen lakens de belangrijkste nijverheid naast de landbouw. Al in de veertiende en vijftiende eeuw was er op het Brabantse platteland veel wolnijverheid, wat onder andere blijkt uit het feit dat Brabanders toentertijd al in Engeland wol inkochten. Dat de wolnijverheid op het platteland en in het bijzonder in Tilburg wist te overleven, mag bijzonder genoemd worden, want het aloude adagium was dat de stad voor handel en ambacht diende en het platteland voor de boer. De steden hebben dan ook verschillende keren geprobeerd om de plattelandsnijverheid de nek om te draaien, maar tevergeefs. Voor een deel zal dit ook een gevolg zijn geweest van de tegenstellingen tussen enerzijds de stedelijke lakenproducenten, die protectie nastreefden, en anderzijds de stedelijke handelaren en wolbereiders, die er enkel op uit waren om een zo goed mogelijk product voor een zo laag mogelijke prijs op de markt te zetten. De laatsten hadden dus profijt bij goedkope arbeidskrachten op het platteland voor een onderdeel van het productieproces. Dat de Tilburgse bestuurders verschillende malen naar Den Haag afreisden om het vrije verkeer van grondstoffen, half- en eindfabrikaten te bepleiten, illustreert het belang van de nijverheid in Tilburg. Daarnaast maakte Tilburg ook gebruik van een 'solliciteur', een Hagenaar met een goed relatienetwerk, om zijn belangen te vertegenwoordigen. In 1638 verkreeg Tilburg van de Staten-Generaal het recht om lakens 'vrij van licent' in Holland in te voeren. Deze lakens moesten daartoe wel van loodje en een nopteken voorzien zijn. Deze situatie werd na de Vrede van Munster bevestigd. De steden 's- Hertogenbosch, Heusden en Breda functioneerden als transitoplaatsen. De regeling zou bekend worden onder de naam 'Concessie van Tilburg' en maakte van Tilburg een douaneenclave binnen Staats-Brabant, wat van eminent belang was voor de ontwikkeling van de textielnijverheid hier ter plaatse. Al in 1670 waren er ongeveer 370 weefgetouwen in bedrijf. Andere factoren die de ontwikkeling van de textiel bevorderden, waren de lage lonen en het ontbreken van strakke gildenreglementen. Op bladzijde 114 maakt een schema heel goed duidelijk hoe de organisatie van de Tilburgse wolnijverheid, waarbij de koopman een centrale rol speelde, in elkaar zat. Pas aan het einde van de zeventiende eeuw verschijnt in Tilburg de fabrikeur, die de productie in fabriekshuizen concentreerde. De meeste Tilburgse lakens werden in het noorden van de Republiek afgezet. Andere ambachten die in deze periode tot ontwikkeling kwamen, waren onder andere de linnenwevers, kleermakers, schoenmakers, bakkers en breisters. Opvallend is dat De Bruijn het aantal bierbrouwers, waarvan er in 1639 dertig waren, niet apart noemt. Hij gooit ze op een hoop met de herbergiers en dat doet geen recht aan het belang van deze bedrijfstak. De Bruijn besteedt verder nog aandacht aan de

30 De Hasseltse kapel, die waarschijnlijk vóór 1500 door de buurtschap Hasselt werd gesticht, getuigt nog steeds van de volksvroomheid in voorbije eeuwen. Foto van Henri Berssenbrugge van omstreeks (coll. RHC Tilburg). dienstensector, waarin de voerman een belangrijke plaats innam, en aan de plaatselijke markten. Het bestuur Sinds 1453 werd het dagelijks bestuur in de heerlijkheid Tilburg en Goirle uit naam van de heer door een zogenaamde schepenbank uitgeoefend. Deze schepenbank bestond uit schout en schepenen en had zowel de bestuurlijke als de rechtsprekende macht. De schepenbank werd geassisteerd door een secretaris. De heren zelf verbleven niet altijd op het halverwege de negentiende eeuw definitief afgebroken kasteel aan de Hasselt. Hierdoor wisselde de intensiteit waarmee zij zich met het bestuur van Tilburg bemoeiden behoorlijk. Te veel bemoeienis van de heer kon tot grote conflicten met de schepenbank leiden. De controle op het dorpsbestuur door de hogere overheid nam in de loop van de tijd overigens fors toe. Vooral nadat het noorden van Brabant als generaliteitsland bij de Republiek was ingelijfd, nam de invloed van de Raad van State en de Staten-Generaal sterk toe. Taken Vanzelfsprekend was een van de belangrijkste taken van het dorpsbestuur de uitvaardiging van allerlei plaatselijke regels. Andere bestuurlijke taken waren onder andere het innen van de plaatselijke en gewestelijke belastingen, het beheren van de gemeint, het organiseren van de brandbestrijding en het bewaren van de openbare orde. Op het vlak van de rechtspraak had de schepenbank drie taken. Ten eerste de strafrechtspraak, ten tweede de civiele rechtspraak en ten derde de vrijwillige rechtspraak. Vooral de civiele rechtspraak nam veel tijd in beslag doordat er veelvuldig processen werden gevoerd. Bij de zogenaamde vrijwillige rechtspraak oefende de schepenbank feitelijk de functie van openbaar notaris uit. Het is jammer dat De Bruijn niet een aantal sappige voorbeelden van gevoerde processen geeft. Ze zijn er te over, ook op het gebied van de civiele rechtspraak. Een van de mooiste mij bekende dossiers is een proces naar aanleiding van een verbroken trouwbelofte. Weinig verhullend wordt daarin uit de doeken gedaan hoe een jongeman van een gegoede familie een onnozele dienstmaagd om de tuin leidde met de belofte te zullen trouwen. Het dorpsbestuur vergaderde aanvankelijk in de herberg van de schout. Pas vanaf 1679 wordt een deel van de Heikese kerk als gemeentehuis in gebruik genomen. Mogelijk hebben er tot in de zestiende eeuw ook rechtszittingen onder de linde op de Heuvel plaatsgehad, terwijl er sporadisch ook op het kasteel recht werd gesproken. Op het kasteel of in de kerktoren werden de gevangenen opgesloten. Executies werden in de regel op de Heuvel ten uitvoer gelegd. De lijken werden vervolgens anderen ter exetnpel buiten het dorp tentoongesteld. Het kleine en het grote bestuur Schout en secretaris waren in wezen de belangrijkste ambtenaren binnen de heerlijkheid. De schout werd aangesteld door de heer en verkreeg zijn inkomsten uit een vast traktement en een aantal neveninkomsten zoals een deel van de opgelegde boetes. De schout zat de schepenbank voor, was rechtsvorderaar en wees vonnissen. Op bestuurlijk vlak had hij onder meer als taken de ambtenaren te installeren en allerlei rekeningen te controleren. De voornaamste taak van de secretaris was het opstellen van alle akten van het dorpsbestuur. Hij kreeg voor zijn werkzaamheden een vast bedrag en daarnaast per opgestelde akte schrijfloon. De eigenlijke bestuurders binnen de heerlijkheid waren de schepenen. Zij werden door de heer aangesteld uit de gegoede families. Schout, schepenen en secretaris vormden het 'kleine bestuur'. Het zogenaamde 'grote bestuur' bestond uit het kleine aangevuld met de zogenaamde 'goede mannen'. Evenals de schepenen waren dit vooral leden van de beter gesitueerde families. Door het grote bestuur was er in zekere zin sprake van 'volksinvloed', maar dat verloor in de loop van de tijd steeds meer inhoud. Het dorpsbestuur had ook diverse ambtenaren in dienst. Zo waren de ijk- en keurmeester verplicht aanwezig op de markten en waren de apotheker, vroedvrouw en chirurgijn in dienst van het dorpsbestuur. De drie vorsters functioneerden als gerechtsbode en samen met de schutters zorgden zij voor de openbare orde.

31 Het in calssicistisdie bouwstijl door arctiitect Henri van Tulder ontworpen stadhuis aan de Markt, kort na de ingebruikname in Reclits de diligence van Van Gend & Loos. Dit stadhuis is in 1971 gesloopt. (Brabantcollectie, KUB, Tilburg). Materieel bestaan In het hoofdstuk over het materieel bestaan heeft De Bruijn met een aantal complicerende factoren te maken. Ten eerste is er de ruime tijdsspanne waarbinnen belangrijke verschuivingen op het vlak van de levensstandaard optraden. Verder bestonden er grote verschillen tussen de levensstandaarden van de verschillende sociale klassen. Waar gedurende de gehele periode zowel rijk als arm door gedupeerd werden, waren de vele oorlogen, beginnende met de plundertochten van Maarten van Rossum tot en met de plunderende Franse troepen in de jaren veertig van de 18e eeuw. Niets bleef de Tilburgers bespaard, van plundering en brandstichting tot verkrachting en moord. De Bruijn geeft een paar uitstekende voorbeelden die de waanzin van oorlogen goed aangeven. Waar een groot deel van de bevolking mee te maken kreeg, was de armenzorg. Armoede kwam in Tilburg met zijn gemengde economie minder voor dan in de puur agrarische dorpen in de omgeving, maar toch nog zeer regelmatig. Oorlogen, epidemieën en schaarste als gevolg van onder andere hagel of droogte veroorzaakten armoede en hongersnoden. De werking van het vigerende economische systeem vergrootte voor een groot deel van de bevolking de kans daadwerkelijk tot armoede te vervallen. De landbouw was onvoldoende om de groeiende bevolking te onderhouden, en door de versnippering als gevolg van erfdelingen werd de opbrengst per bedrijf steeds lager. Verder werden er maar lage lonen uitbetaald. De koopman-ondernemers streken wel behoorlijke winsten op. Volgens de gangbare opvattingen was armoede door God gewild en enkel de uitwassen ervan werden bestreden. De Tafel van de Heilige Geest en na 1648 ook de protestantse diaconie voerden de armenzorg uit. Alleen autochtone Tilburgers die echt niet (meer) konden werken kwamen voor ondersteuning in aanmerking. Ondanks de enorme religiositeit bleef de Tilburgse bevolking niet altijd even lijdzaam. Bij een verslechtering van de belastingheffing kon het verzet behoorlijk fel zijn en bij stijgende voedselprijzen kwam het wel eens voor dat de daarvoor direct verantwoordelijk geachten aangepakt werden. Zo gooiden boze Tilburgers bij verschillende bakkers in de wijken Kerk en Heuvel de ruiten in nadat deze de broodprijs met en halve stuiver verhoogd hadden. De molenaar van de Korvelse molen die zijn maalgeld kennelijk ook opgezet had, werd zelfs met een geweer bedreigd. Ook andere vormen van onrecht werden door het volk in volksgerichten stevig aangepakt. Zo werd Jan van den Hout, die zijn vrouw afgebeuld zou hebben, op vastenavond 1780 door als vrouwen verklede Tilburgers voor de ploeg gespannen. Omdat de kerk in het midden staat De kerk bepaalde voor het belangrijkste deel het geestelijk, cultureel en maatschappelijk leven gedurende de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Begin zestiende eeuw functioneerde de katholieke kerk nog steeds op basis van een in de tiende eeuw ingestelde organisatie. Tilburg viel daardoor kerkrechtelijk onder het prinsbisdom Luik. Omdat de bevolking inmiddels fors was gegroeid en de maatschappij ingewikkelder was geworden, voldeed dit niet meer. De bisschop zelf was meer met zijn prinsdom dan met zijn bisdom bezig en de kerkelijke zaken moesten daarom maar door de aartsdiakens opgeknapt worden. En er waren genoeg problemen om aangepakt te worden. Onder de pastoors kwam het absenteïsme veelvuldig voor en met de seksuele moraal namen veel geestelijken een loopje. Van de 48 priesters die er in Tilburg tussen 1500 en 1560 werden vermeld, hadden er veertien een of meer kinderen. En het volk was over het algemeen weinig theologisch onderlegd en bijgelovig. Onder deze omstandigheden vond het protestantisme, dat zich tegen de misbruiken in de katholieke kerk keerde, her en der een behoorlijke aanhang. Maar in de Meierij Brabant bleef de invloed van de hervorming overigens beperkt tot 's-hertogenbosch. Op het platteland vorderde ze vrijwel nergens, hoewel Tilburg door de vele contacten vanuit de textiel met steden waar het protestantisme wel gehoor vond, een uitzondering geweest zou kunnen zijn. Dat Tilburg desondanks voor het katholicisme

32 In de negentiende eeuw behoorde men niet tot de lokale elite wanneer men geen toegang had tot de salons van de textielfabrikantenfamilie Diepen, (coll. RHC Tilburg). behouden bleef, was vooral een gevolg van de contrareformatie en het feit dat Tilburg goede zielzorgers kende. In 1559 kwam er een nieuwe kerkelijke indeling, waardoor Tilburg in het bisdom 's-hertogenbosch, aartsbisdom Mechelen kwam te liggen. Voor de parochie Tilburg kozen de norbertijnen hun beste zielzorgers uit. Bij deze geestelijken was de contrareformatie in goede handen. Pogingen Tilburg te protestantiseren waren dan ook gedoemd te mislukken. De Bruijn weet dit met veel anekdotes boeiend te brengen. Na 1648 werd de katholieke godsdienst echter verboden en moest de Heikese kerk aan de protestantse gemeente worden afgestaan. Zeker de eerste jaren was er een harde bestrijding van de paapse superstitiën, maar geleidelijk aan werden de teugels wat gevierd. Moesten de Tilburgers eerst nog op Spaans gebied in een grenskerk bij Poppel gaan kerken, vanaf 1668 kon de mis weer in een schuurkerk gelezen worden. Belangrijk was, dat zolang Tilburg nog katholieke heren had, de drost nooit een geloofsijverige calvinist was, maar bijvoorbeeld een lutheraan. De plakkaten van de Staten-Generaal werden daardoor nooit zo drastisch uitgevoerd. In het kader van de protestantisering was het onderwijs ook een belangrijk instrument. Over het onderwijs in de Middeleeuwen is vrij weinig bekend, behalve dat de koster de functie van schoolmeester bekleedde. In de loop van de zestiende eeuw wordt het onderwijs dan evenwel een taak van het dorpsbestuur. Na de vrede van 1648 eist de nieuwe machthebber dat de schoolmeester gereformeerd moet zijn. Vanaf dan zijn er regelmatig conflicten over het bestaan van katholieke bijscholen. De belangrijkste functie van het lager onderwijs was het overbrengen van waarden en normen. Iedere leerling werkte verder in zijn eigen tempo en werd individueel door de schoolmeester overhoord. Voor 1648 kende Tilburg ook een Latijnse school, waar voortgezet onderwijs werd gegeven. Deze verdween na 1648 omdat de voorkeur werd gegeven aan katholiek voortgezet onderwijs over de grens in bijvoorbeeld Turnhout. De industriële samenleving Voor de redactie over deel vier, dat de periode omvat, tekende Ad van den Oord. Hij kreeg ondersteuning van Joost Rosendaal, Hans Pel en Kitty de Leeuw. Eind achttiende eeuw, aan de vooravond van de industrialisatie, was Tilburg volgens passant ds. Hanewinkel eigenlijk al meer stad dan dorp. Deze predikant zal evenwel vooral de centrumwijken met een redelijk aaneengesloten bebouwing, waar vooral de welgestelden wonen, hebben gezien. Achteraf, in de buitenwijken, stonden nog altijd de lemen hutjes voor de arbeiders. Maar desondanks was ook Lodewijk Napoleon bij een bezoek in 1809 enthousiast. Het waren vooral de omvang van de bevolking en de bedrijvigheid die zoveel indruk op hem maakten dat hij Tilburg stadsrechten schonk. Voortaan vormden burgemeester en wethouders het bestuur, dat sinds 1803 overigens al niets meer over Goirle te zeggen had. In zekere zin kunnen we het bezoek van Lodewijk Napoleon als een afsluiting van een turbulente periode beschouwen. De textiel was weliswaar de belangrijkste inkomstenbron gebleven, maar de commissiehandel was naar de achtergrond gedrongen door zelfstandige Tilburgse ondernemingen. Wel was de huisnijverheid rond 1800 nog steeds een overheersende factor. Pas in 1941 staakte Jan van Geloven als laatste huiswever zijn werkzaamheden voor de firma Enneking. Tilburg had voldoende ruimte om tot industrieplaats te kunnen uitgroeien. Het enige probleem was de slechte bereikbaarheid: op de zandwegen over het Brabantse platteland konden paarden alleen vrachten tot 600 kilo trekken. De aanleg van de verharde rijksweg van Breda naar Grave, waardoor Tilburg ook werd ontsloten, was dan ook een enorme vooruitgang. Het duurde nog tot de opening van het Wilhelminakanaal in 1923 eer door Tilburgse ondernemers ondernomen pogingen om een kanaal te laten graven werden gerealiseerd. De uitvoering van een plan om een kanaal naar 's Gravenmoer te graven sneuvelde als gevolg van de Belgische Revolutie. Maar de aanleg van andere wegen en vanaf 1863 de aansluiting op het spoorwegnet wisten de Tilburgse economische ontwikkeling ook behoorlijk te stimuleren. Over het algemeen profiteerde de Tilburgse textiel van elders gevoerde oorlogen. De orderportefeuilles zaten dan vol. Parallel aan de

33 //; 1863 werd de spoorlijn Breda-Tilburg geopend. Het station dateert van dat jaar. Dit is de oudst bekende foto van het perron, in 1905 gemaakt door Henri Berssenbrugge. (coll. RHCTilburg). periodes van hoogconjunctuur zien we een vestigingsoverschot. Dit gecombineerd met een fors geboorteoverschot maakte Tilburg in de negentiende eeuw de snelst groeiende Brabantse gemeente. Een overzichtelijk statistiekje op bladzijde 269 toont de bevolkingsgroei in een oogopslag. Het aandeel van de landbouw in de Tilburgse economie nam in de periode sterk af. De nijverheid werd de belangrijkste sector, terwijl ook het belang van de dienstensector toenam. Binnen de nijverheid nam het belang van de textiel procentueel weliswaar af, maar ze bleef desondanks de belangrijkste sector. Belangrijk was dat de negentiende-eeuwse fabrikanten innoveerden. Zo was de in 1827 bij Pieter van Dooren geplaatste stoommachine een van de eerste in het land. Spoedig zouden ook ander grote firmanten volgen. Behalve investeringen in machines, investeerden de wolfabrikanten ook in nieuwe producten zoals flanel en buckskins. Zowel in- als externe factoren bepaalden de ontwikkeling van de textielconjunctuur. Zo betekende de afscheiding van België een tijdelijk verlies van een belangrijke afzetmarkt. Schaalvergroting en bedrijfsconcentratie bepaalden verder de ontwikkeling van de textielindustrie. Het is jammer dat auteur Pel deze belangrijke ontwikkeling niet in een tabel of grafiek heeft geïllustreerd. De textiel blijft binnen de Tilburgse nijverheid de belangrijkste bedrijfstak, maar verliest gedurende de in dit deel besproken periode toch iets van andere sterk opkomende sectoren. Deze zijn de leder- en schoenindustrie, de sigarennijverheid, de gloeilampen- en de metaalindustrie. De in 1842 door textielfabrikanten opgerichte Kamer van Koophandel deed veel voor de economische ontwikkeling van de stad. Aanvankelijk was het ijveren voor protectionisme een van de belangrijkste actiepunten van deze organisatie. De industrialisatie had ook haar keerzijde. De kapitalistische productiewijze impliceert immers dat de ondernemer baat heeft bij een zo laag mogelijk arbeidersloon. Dit gecombineerd met de andere kommervolle leefomstandigheden was een potentiële bron voor sociale onrust. Toch bleef het overwegend rustig in de stad. Alleen toen de eerste stoommachine werd afgeleverd in 1827 werd deze met een regen stenen door ontevreden Tilburgers opgewacht. Daarna duurde het tot 1864 en 1872 vooraleer er weer sprake was van sociale actie. Het betrof hier korte stakingen in de bouw. Toen de Tilburgse arbeidsomstandigheden in 1887 door een parlementaire enquêtecommissie onderzocht werden, bleek er ook niets aan de hand. De commissie kreeg namelijk enkel de verhalen van meesterknechten, de fabrikanten, de onderwijzer en de pastoor te horen. Maar uit later ontdekte anonieme brieven van Tilburgse arbeiders aan de commissie bleek dat er onder het Tilburgse proletariaat wel degelijk ontevredenheid bestond. Enige jaren later werden dan ook zeer tegen de zin van de fabrikanten in de eerste Tilburgse bonden opgericht. Een fabrikantenbond was het antwoord. Helaas worden deze ontwikkelingen erg kort afgedaan. Ook jammer is dat er wel een aantal stakingen zoals de grote wilde textielstaking van 1935 worden genoemd en kort behandeld, maar dat er geen vergelijking met de arbeids(on)rust in andere steden wordt gemaakt. Wat wel redelijk wordt behandeld, is de onderlinge concurrentie tussen verschillende bonden. Hier ontbreekt echter dat het katholieke St. Lambertus met de textielfabrikanten onder een hoedje speelde om de socialistische textielarbeidersbond buiten het overleg te houden. De politiek Ds. Hanewinkel sprak eind achttiende eeuw weliswaar heel minachtend over het intellectuele gewicht van de Tilburgse bevolking, desondanks bestond er voor de welgestelde bovenlaag een rijk cultureel leven waarin de ideeën van de verlichting konden gedijen. Binnen leesgenootschappen ontwikkelden zich zo de politieke denkbeelden die aansloten bij de anti-orangistische patriotten. Deze patriotten, met lakenfabrikant Pieter Vreede als meest bekende figuur, keerden zich tegen de abuizen in het bestuur. Een van deze wantoestanden was het betalen van recognitiegelden (officiële steekpenningen) door de katholieken om zonder problemen de eredienst te kunnen vieren. Tilburg werd door zijn grote patriotsgezinde groep al snel een toevluchtoord voor elders uit de Republiek afkomstige voortvluchtige revolutionairen. Tilburg zelf moest tot 1794 op de

34 Het Tilburgse tennis in verenigingsverband is ontstaan bij de Philharrnonie. In 1906 werd deze Lawn Tennis Club Philharrnonie opgericht. De Philharrnonie was een echte herensociëteit, maar hun dames werden wel actief bij het tennis betrokken. Hier poseren zij op de tennisbaan bij de sociëteit in de Kloosterstraat omstreeks (coll. RHC Tilburg). Franse revolutionaire legers wachten vooraleer het van Orangistische/Staatse onderdrukking bevrijd werd. Maar daarmee was het revolutionaire pleit nog niet beslecht. Het monopolie van de hervormden op het bestuur verdween weliswaar, maar er ontspon zich al spoedig een machtsstrijd tussen de verlichte ideeën en het katholiek conservatisme. Het een en ander resulteerde erin dat het bestuur gevormd ging worden door de economische elite; veelal rijke textielfabrikanten van katholieken huize. Deze situatie zou zich gedurende de negentiende eeuw niet wijzigen, maar kwam niet zonder slag of stoot van de grond. Zo verliet de protestantse burgemeester Van Meurs pas in december 1830 min of meer gedwongen door gevolgen van de Belgische Revolutie zijn post. Allerlei andere posten waar nog overwegend protestanten zaten, volgden. In de tweede helft van de negentiende eeuw was de katholieke dominantie volledig. De langdurige wethouderschappen van J.H.A. Diepen ( ) en A. Mutsaers ( ) illustreren dit duidelijk. Gedurende heel de negentiende eeuw was het aantal Tilburgse kiezers, ook vergeleken met de omringende dorpen en andere Brabantse steden erg laag. Alleen Helmond, dat net als Tilburg een uitgebreid textielproletariaat kende, had een vergelijkbaar percentage stemgerechtigde burgers. De onderwijskwestie was voor de negentiende-eeuwse Tilburgse katholieke elite het politieke item. In 1829 benoemde de raad een schoolcommissie en met ingang van 1830 was het plaatselijk bestuur voortaan gerechtigd de stichting van scholen goed te keuren. Zwijsen maakte van deze mogelijkheid snel gebruik, want in 1833 begonnen zijn Zusters van Liefde al met hun eerste school voor meisjes, de fraters zouden in de jaren veertig volgen met hun jongensscholen. Toen het gemeentebestuur in 1863 van rijkswege verzocht werd mee te werken aan de oprichting een rijks-hbs, reageerden de Tilburgse bestuurders uiterst terughoudend. Door een katholieke directeur te eisen probeerden ze nog een vinger in de pap te houden. Op allerlei andere kwesties ontpopte het negentiende-eeuwse gemeentebestuur zich als opentop liberaal. Overheidsonthouding was het adagium. In dat opzicht kwam de oprichting van de Vincentiusvereniging in 1848 dan ook goed uit. Tilburg kende in de jaren veertig namelijk een hoog aantal ondersteunde armen. In de tweede helft van de eeuw zouden de uitgaven voor de kerkelijke armenzorginstellingen toenemen van ƒ tot ƒ , terwijl de uitgaven van het Burgerlijk Armbestuur op ƒ bleven. Ook in de eerste helft van de twintigste eeuw bleven overheidsonthouding en het houden van de hand op de knip kenmerkend voor de politiek van het Tilburgse gemeentebestuur. Dit bleek bijvoorbeeld heel duidelijk bij de volkshuisvestingsproblematiek. De gemeente wilde wel zo veel mogelijk invloed, maar zo weinig mogelijk uitgaven. Kiesrechtuitbreiding Doordat de officiële katholieke partij (die vanaf de jaren twintig als RKSP door het leven ging) de absolute meerderheid behield, veranderde er in de Tilburgse gemeentepolitiek eigenlijk weinig. Ook in de eerste helft van de twintigste eeuw bleven overheidsonthouding en het houden van de hand op de knip kenmerkend voor de politiek van het Tilburgse gemeentebestuur. Dit bleek bijvoorbeeld heel duidelijk bij de volkshuisvestingsproblematiek. De gemeente wilde wel zoveel mogelijk invloed, maar zo weinig mogelijk uitgaven. Door de toename van het aantal kiezers werd er wel gemorreld aan het machtsmonopolie van de officiële partij. Al in de negentiende eeuw probeerde de oud-zoeaaf Antoine Arts in de Tilburgse raad te komen. Hij trok onder andere tegen de verderfelijke beginselen van de revolutie en het liberalisme ten strijde, en in zijn Nieuwe Tilburgsche Courant nam hij het op voor de katholieke vakverenigingen. In 1896 werd hij uiteindelijk gekozen, maar omdat hij als zoeaaf zijn Nederlanderschap had verloren, kon hij pas in 1901 zijn zetel innemen. In dat jaar probeerde hij ook nog kamerlid te worden. Tevergeefs probeerden de fabrikanten dit te voorkomen. Jan van Rijzewijk en Antoon van Rijen waren de andere katholieke arbeidersvertegenwoordigers die niet geheel tot grote vreugde van de textielfabrikanten in de Tilburgse gemeenteraad kwamen. Kort na de revolutiepoging van Troelstra werden zij zelfs wethouder. De SDAP werd door zowat het hele Tilburgse politieke spectrum zwaar bestreden. Zaaluit-

35 Vooral in dc volksbuurten speelde het leven zich op straat af. Foto uit 1928 van dc Oerlesezijstraat (thans Sacharias janscnstraat). (coll. RHC Tilburg). drijving en broodroof van bekende socialisten waren de middelen waarmee dit gebeurde. Desondanks behaalde de SDAP bij de raadsverkiezingen in % van de stemmen. In Tilburg gelegerde militairen van buiten Brabant en Belgische vluchtelingen konden de partij zonder angst voor persoonlijke gevolgen onder de kiezers propageren. Eenmaal in de raad werden de SDAP'ers wel uit de raadscommissies geweerd. Wel kon SDAP-voorman Bart van Pelt in 1921 zitting nemen in het Burgerlijk Armbestuur. In de jaren twintig zien we wel dat het Tilburgse gemeentebestuur en de fabrikanten uit elkaar groeien. Deze laatste waren vooral verbolgen over de groeiende uitgaven door het gemeentebestuur, dat steeds meer als de lange arm van Den Haag gezien werd. In de persoon van Rudolf Diepen hadden de fabrikanten van 1915 tot 1920 een eigen man in de senaat. Later zouden de fabrikanten Straeter en Blomjous die rol overnemen. Zij beijverden zich vooral om allerlei protectionistische maatregelen te treffen. Samen met andere (Brabantse) industriëlen richtten zij uit onvrede met de sociale politiek van Aalberse nog de Nieuwe Katholieke Partij op, maar deze club sneuvelde op een bisschoppelijk veto. Dat de clerus in Tilburg een vrijwel onbeperkte macht had, zat ook andere politici dwars. Toen de razend populaire Arts door de katholieke kiesvereniging, omdat hij te oud was geworden, voor de kamerverkiezingen van 1922 opzij gezet werd, probeerde hij het met een eigen lijst, maar dit werd een ongelooflijke mislukking. Hij kreeg in Tilburg weliswaar 38%, maar deze basis was te smal voor een zetel. Hij trok zich terug uit de politiek, maar zijn zoon zou later met een nieuwe partij, de Rooms Katholieke Volkspartij nog wel in de kamer komen. Deze partij zou in de Tilburgse raad negen zetels halen, maar dat was onvoldoende om de macht van de RKSP te breken. Dat lukte (gelukkig) het RK Zuiderfront van Willem van Mook ook niet. Deze partij is vooral bekend geworden vanwege haar aanvallen op de directie van de Tilburgsche Waterleidingmaatschappij en werd daarom ook wel bekend als waterleidingpartij. Verder speelde hij er handig op in dat de overige partijen in de jaren dertig de ongeorganiseerde arbeiders van gemeentelijke steun wilden uitsluiten. In Van Mook's weekblad. De Tilburgsche Post, werd ook regelmatig aandacht besteed aan de fascistische denkbeelden. Het overgrote deel van de leden van het Zuiderfront kwam dan ook bij het Zwart Front van Arnold Meijer terecht. Essentieel voor het succes van alle andere partijen dan de officiële katholieke was dat hun voormannen de stad kenden en liefhadden. Katholicisme Mee oe kerke, mee oe febrieke. Kerken en fabrieken bepaalden decennialang de skyline van Tilburg. Beiden hadden veel macht, met name de kerken. Tilburg was Roomser dan Rooms. Van de bevolking was in % en in 1940 nog altijd meer dan 95% katholiek. Tilburg was Brabants meest katholieke stad. Gelijk op met de bevolkingsgroei, ontwikkelde zich vanaf 1850 de kerkelijke infrastructuur. Niet alleen nieuwe parochies, maar ook het aantal religieuzen nam sterk toe. De Zusters van Liefde en de Fraters van Tilburg spreken natuurlijk het meest tot de verbeelding. Menig Tilburger leerde van hen lezen en schrijven en haast heel katholiek Nederland leerde rekenen met behulp van de door frater Rombouts ontwikkelde en bij uitgeverij het Jongensweeshuis (Zwijsen) uitgegeven methodes. Openbare lagere scholen kende Tilburg haast niet, want elke nieuwe parochie stichtte eigen scholen: een voor jongens en één voor meisjes. Naast de lagere scholen kwamen er ook verschillende katholieke scholen voor het voortgezet onderwijs. Aan al deze scholen gaven tot 1920 vrijwel uitsluitend religieuzen les. Katholiek hoger onderwijs kwam er pas in de twintigste eeuw. 35 Ook in de zorg veroverde het katholicisme zijn invloed. Het St. Elisabethgasthuis was een instelling waar aanvankelijk vrijwel uitsluitend religieuzen als verplegend personeel werkten. Organisaties als het Wit-Gele Kruis completeerden de katholieke gezondheidszorg. De armenzorg werd voor een groot gedeelte gedomineerd door de Vincentiusvereniging. Deze hield nauwlettend het godsdienstig-zedelijk karakter van de door haar bezochte gezinnen in de gaten. Ook devotionele verenigingen en de katholieke pers werden door de kerk voor haar beschavings- en (her)kersteningsoffensief gebruikt. Tilburg kende maar en zeer smalle bovenlaag.

36 Naarmate de bezetting langer duurde, steeg de diefstal van aardappelen, groenten en fruit en steenkolen uit de opslagplaats van de Duitse weermacht aan de Piushaven. Op deze foto, genomen in de Zuid- Oosterstraat, zoeken inwoners naar steenkolen die achtergebleven zijn na het lossen van kolenwagens, (coll. RHC Tilburg). waarin bovendien het katholieke element duidelijk overheerste. Dit gegeven gecombineerd met het kleine percentage andersdenkenden was er de oorzaak van dat er in Tilburg geen openbare (nuts)bibliotheken of neutrale (nuts) scholen kwamen. De Tilburger bleef zich ondanks de verstedelijking erg identificeren met zijn eigen wijk. Vooral de spoorlijn ontwikkelde zich tot een echte barrière in de stad. Bezetting en bevrijding Goed of fout, die zwart-wittegenstelling bepaalde lang ons beeld over de bezetting. Coba Pulskens was een goede katholieke Tilburgse vrouw. Ze nam joodse onderduikers in huis en deed haar best die ook nog eens te bekeren. Piet Gerrits, NSB'er en politieman was haar tegenpool. Maar het was niet zo simpel dat iedereen goed of fout was, er was een zeer grote tussengroep die er vooral in geïnteresseerd was om op de vertrouwde manier door te kunnen leven. Van den Oord maakt goed duidelijk dat de werkelijkheid op economisch, politiek en cultureel gebied weerbarstiger was dan het simpele goed-foutschema wil doen geloven. De textielfabrikanten bijvoorbeeld, verbonden zich al op 16 mei 1940 om niet individueel met de bezetter in contact te treden, maar alleen via de fabrikantenvereniging. Als groep bleken zij niet afkerig te zijn van Duitse orders. Al voor de oorlog hadden zij voor een jaarproductie aan ruwe wol ingeslagen. Deze werd vrijwel geheel opgebruikt voor Duitse militaire orders. Voor de civiele productie bleef niets anders over dan kunstwol en kunstvezels. Door de steenkolenrantsoenering kwam de hele civiele productie in de zomer van 1941 zowat stil te liggen. In tegenstelling tot eerdere oorlogen had de wolindustrie nu wel last van de internationale situatie als gevolg van een verminderde grondstoffenaanvoer. Aannemer Piet van Geloven ging het tijdens de oorlog economisch helemaal voor de wind. Hij bouwde onder andere aan het vliegveld Gilze Rijen, aan verdedigingswerken in Zeeland, in Frankrijk en in het Duitse Dachau. De voor de oorlog zo overheersende werkloosheid verminderde als gevolg van de Duitse opdrachten en door tewerkstelling in Duitsland. In maart 1942 werd de verplichte tewerkstelling ingevoerd. In mei 1944 was het tekort aan arbeidskrachten in de textiel echter zo groot dat er volgens Van den Oord ook onderduikers in de fabrieken werkten. De bezetter probeerde ook alle sociale organisaties gelijk te schakelen. NSB'ers werden al in het voorjaar van 1940 op belangrijke posten zoals het NVV geplaatst. Naarmate zij meer invloed kregen, staakten de plaatselijke bestuurders meestal met hun werkzaamheden voor deze organisaties die zo als lege hulzen achterbleven. Stakingen kwamen er tijdens de oorlog in Tilburg vrijwel niet voor. In navolging van de Februaristaking (1941) schijnt er alleen een kleine werkonderbreking bij BeKa te zijn geweest. Tijdens de april-meistakingen van 1943 was het Duitse machtsvertoon in Tilburg zo groot dat iedere Tilburgse stakingsactiviteit achterwege bleef. De enige echte stakingsactiviteit kwam van het spoorwegpersoneel van de Werkplaats en stationsdiensten, dat op verzoek van de regering in september 1944 het werk neerlegde. Het Tilburgse bestuur in de persoon van burgemeester Van de Mortel probeerde zoveel mogelijk vast te houden aan het geschreven recht. Toen hij op 12 mei 1940 de bevolking opriep zo rustig mogelijk te blijven, handelde hij volkomen conform de Aanwijzingen van de regering. Problematischer was het toen Van de Mortel de collaborerende agent Gerrits bij een gratificatie een 'tevredenheidsbetuiging' moest afgeven. Nadat hij op basis van juridische onmogelijkheden bij herhaling in 1944 weigerde om personen voor werkzaamheden aan de Zeeuwse verdedigingswerken aan te wijzen, werd hij gearresteerd en in St.-Michielsgestel geïnterneerd. Helaas verzuimt Van den Oord hier het jaartal te noemen. Van de Mortel werd opgevolgd door de NSB'er Hondius. De effecten van de jodenvervolging vielen in Tilburg vergeleken met elders mee. Van de Tilburgse joden wist 56,2% de oorlog te overleven. Verhoudingsgewijs is dat behoorlijk. Onder de overlevenden waren niet alleen de autochtone Tilburgse joden, maar ook veel joodse vluchtelingen uit Duitsland en elders. In Tilburg kreeg de Nederlandsche Unie een behoorlijke aanhang. Deels is dit te verklaren door de Katholieke Handelshogeschool, waar de corporatistische gedachte veel aanhang

37 burg op 27 oktober 1944 vrij ongeschonden bevrijd. De zuivering werd na de oorlog niet bepaald voortvarend aangepakt. Veel arrestanten werden tijdelijk in het Odulphuslyceum geïnterneerd en onder hen waren veel zwarthandelaren, maar de fabrikanten die volop aan de Duitse orders verdiend hadden, bleven buiten schot. Uiteindelijk werd een berechting van hen wel voorbereid, maar de meeste zaken bleven in de bureaulade. Politieagent Piet Gerrits werd wel veroordeeld en geëxecuteerd. De Duitsers slaagden er niet in Tilburg te nazificeren, maar ze slaagden er wel in de Tilburgse economie aan de Duitse dienstbaar te maken. hl 1947 zvas zo'n twintig procent vnn dc totale Tilburgse beroepsbevolking direct werkzaam in de textielnijverheid. Op deze foto uit 1946 zijn twernerbaas jan de Veer en twernster mej. Dominicus aan het werk in de fabriek van A&N Mutsaerts. (coll. RHC Tilburg). had. Ook de regionalistische vereniging Brabantia Nostra, de RKSP en het RKWV besloten zich bij de Unie aan te sluiten. Bovendien betuigden de Tilburgse pastoors hun steun aan de Unie. Door de massale steun aan de Unie kregen het Zwart en het Nationaal Front weinig aanhang. Zij poogden ook steun te verkrijgen onder de aanhang van de voormalige katholieke dissidenten, maar kregen enkel hun voormannen zoals de zoon van Pius Arts mee. Zijn krant en het Nieuwsblad van het Zuiden staken hun instemming met de inval in Sovjet- Rusland niet onder stoelen of banken. Van verzet was in de eerste oorlogsjaren in Tilburg vrijwel geen sprake. Wel werd er door communistische arbeiders meteen een eigen krantje uitgegeven, dat later in de Waarheid integreerde. Voor Brabant en Rotterdam werd deze verzetskrant in Tilburg gedrukt. Ook in studentenkringen werd er een illegale uitgave gedrukt. De Tilburgse studenten weigerden massaal de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Gelegenheid verschaffen tot onderduiken aan weigeraars in het kader van de tewerkstelling was vanaf 1942 een andere veelvoorkomende verzetsdaad. De belangrijkste Tilburgse verzetsdaad was evenwel de overval op het Bureau Bevolking waarbij de zogenaamde Rauterzegels werden buitgemaakt. Hierdoor kon de hele Nederlandse illegaliteit van haar distributiestamkaarten gebruik blijven maken. Met de bevrijding in het vooruitzicht werd de Tilburgse economische infrastructuur door de terugtrekkende Duitsers vernietigd of leeggeroofd. Dat overkwam ook schoenenfabrikant Van Arendonk, die door zijn leveranties in de voorbije jaren veel aan de bezetter had verdiend. De energiebedrijven en onder andere de spoorwegwerkplaats werden opgeblazen. Alleen in de wijk Broekhoven waren veel inslagen van granaten, voor de rest werd Til Tilburg na 1945 Voor deel vijf over Tilburg na de Tweede Wereldoorlog is aanvankelijk een concepttekst geschreven door Ton Thelen, zoals vermeld staat in de verantwoording. Die tekst is ingekort, bewerkt en geredigeerd door Henk van Doremalen. Hij wordt geopend met een hoofdstuk over de economische ontwikkelingen. Sociaal-maatschappelijk hadden deze een enorme impact. Van Doremalen begint het economische hoofdstuk met een schets van de aangerichte oorlogsschade bij verschillende bedrijven. Hij schets de wederopbouw en het spoedige ontstaan van een tekort aan arbeidskrachten, ook in de textiel, een probleem dat deels voortkwam uit de slechte reputatie van de vooroorlogse arbeidsvoorwaarden. Desondanks floreerde deze bedrijfstak spoedig, en het zag er eind jaren veertig naar uit dat deze bedrijfstak weer tot in lengte van dagen de Tilburgse economie zou blijven bepalen. Maar eind jaren vijftig gingen de eerste textielfabrieken failliet, een trend die zich in de jaren zestig en zeventig in alle hevigheid zou doorzetten. Als belangrijkste redenen ziet Van Doremalen het uitblijven van diepte-investeringen toen het in de jaren veertig en vijftig voor de wind ging, en het onvoldoende inspelen op de marktontwikkelingen. Hierdoor kwam de Tilburgse textielindustrie achter op de concurrentie. Zonder de hand in eigen boezem te steken, kreeg deze de schuld van de malaise in het Tilburgse. Van Doremalen noemt meerdere oorzaken die tot de ondergang van de textiel hebben geleid. Hierdoor werd ook het gros van de toeleveringsbedrijven getroffen. Duizenden arbeiders kwamen op straat te staan en Tilburg werd een van de steden met de grootste werkloosheidpercentages. De fabrikanten stelden het familiekapitaal veilig en bleven mooie sier maken in de Philharmonie, de arbeiders bleven met een WW-uitkering en sociaal-maatschappelijk gebroken achter. Van

38 Tilburg behield tot in de jaren zestig nog deels de zichtbare aanwezigheid van de agrarische sector zoals hier een ploegende boer op zijn akker dicht bij de kruising Lage Witsiebaan en Reitse Hoevenstraat. Op de achtergrond de eerste Tilburgse flats uit 1951 aan de Ringbaan-West. Foto uit (coll. RHCTilburg). Doremalen geeft een overzichtelijke chronologische staat van de ter ziele gegane textielfabrieken. De prominente aanwezigheid van de textiel stond de groei van andere sectoren altijd in de weg. Desondanks, zagen we eerder, waren er ook andere sectoren zoals de leerbewerking in Tilburg opgekomen. Het probleem wil echter dat tegelijkertijd met de malaise in de textiel deze traditionele sectoren ook in de rode cijfers kwamen. Om de werkgelegenheid veilig te stellen oordeelde het gemeentebestuur dan ook al eind jaren vijftig dat de eenzijdige economische structuur voor een veelzijdige diende plaats te maken. Maar pas in 1968, nadat de malaise zich had ingezet, werd Tilburg als herstructureringsgebied aangewezen. Door de oliecrisis van 1973 en de financiële crisis van 1979 bood dit soort maatregelen echter geen soelaas, en als gevolg van de internationalisering van het bedrijfsleven waren lokale initiatieven uiterst moeilijk te realiseren. Met 16,4% van de mannen en 24,4% van de vrouwen werkloos, was de werkloosheid in 1984 op haar hoogtepunt en ruim boven de landelijke gemiddeldes. Maar Tilburg zou door nieuw aangetrokken werkgelegenheid uit het dal klimmen. Vooral in de dienstverlening zouden er veel arbeidsplaatsen komen. Bekijken we de tabel van de verdeling van de werkgelegenheid tussen de verschillende bedrijfstakken op bladzijde 448, dan valt er maar een conclusie te trekken. Met slechts 18,5% van de bevolking in de industrie is Tilburg niet echt de 'Moderne Industriestad' die de gemeentelijke pr-campagnes ons doen geloven. Mèn Tilburg is nie meer Alleen op foto's bestaat het Tilburg uit mijn kinderjaren nog. In de loop van de jaren zestig en zeventig kreeg Tilburg een facelift die het aanzien van de stad grondig veranderde. Met name veel oudere Tilburgers doet dit nog steeds pijn. Direct na de oorlog was het op peil brengen van de deels door oorlogshandelingen beschadigde woningvoorraad een duidelijke prioriteit. De als gevolg van een geboorteoverschot nog steeds groeiende bevolking moest wonen. Pas in 1972 zou de bevolkingsgroei vooral door een vertrekoverschot gaan stagneren. Na 1984 zou de bevolking weer gaan stijgen. Van Doremalen maakt de bevolkingsgroei en de herkomst van de nieuwe Tilburgers met behulp van tabellen inzichtelijk. Het zou lang duren voor de woningnood, die vooral kwantitatief was, voorbij was. Tot in de jaren zestig was het inwonen een veelvoorkomend verschijnsel. In de jaren zeventig bleef het woningtekort door onder andere de komst van grotere aantallen studenten en andere ideeën over wonen. Om de woningnood op te lossen werd na de oorlog een voor Tilburg nieuw type woning gebouwd: de flat. De grondige herbouw van Tilburg werd geïnitieerd door de in 1957 nieuw aangetreden burgemeester C. Becht, voorzien van de bijnaam Cees de Sloper. Hij vond het Tilburg dat hij aantrof maar een lelijke negentiende-eeuwse industriestad die best een modernere uitstraling mocht krijgen. Al voor de oorlog bestond er een plan voor stadsuitbreidingen, waarbij werd uitgegaan van een inwonertal van in 2000, maar door de crisis en oorlog was dat in de kast gegaan. Becht kon dus opnieuw beginnen. Nauwkeurig wordt beschreven welke plannen er zijn geweest. Kern van al deze plannen was dat de stad bereikbaar moest zijn voor het moderne autoverkeer. Ringbanen en later een cityring werden ervoor aangelegd en waardevolle historische bebouwing, zoals het stadhuis op de Markt, moest ervoor wijken. Externe factoren zoals de teloorgang van de textiel bevorderden dat er her en der in de stad gaten ontstonden, die dan vaak pas veel later weer bebouwd werden. Veel van de afbraak lieten de Tilburgers gelaten over zich komen, maar in de periode kwamen de bewoners naar aanleiding van de Groeseindkwestie, waarbij voor een diamantkruising 220 goede woningen moesten worden opgeofferd, toch in actie. De kwestie leverde Tilburg zijn eerste kraakactie op. In de loop van de jaren zeventig zouden stedenbouwkundige plannen onder druk van actiegroepen verschillende malen bijgesteld gaan worden. Het Structuurplan Oude Stad is hier een voorbeeld van. De acties tegen stedenbouwkundige vernieuwingen leverden Tilburg ook als eerste Nederlandse gemeente een inspraakverordening op. Politiek en bestuur Tot 1974 was de KVP almachtig in de Tilburgse gemeenteraad. Doordat deze partij er de ab-

39 kiezingen van 1966, waarbij zowel KVP als PvdA fors verloor, bleken evenwel de opmaat voor het einde van het 'oude politieke bestel', dat het college de ruimte gaf om zonder veel Een optocht door dc wijk Koningswei. Rcclits Tilburgs eerste maatschappelijk werkster mevrouw Bertje Eijgenraam. Foto vermoedelijk eind jaren vijftig, (coll. RHC Tilburg). solute meerderheid had, waren de ledenvergaderingen over de lijst beslissender dan de verkiezingen zelf. Het katholieke machtsmonopolie werd pas met de ontzuiling afgebroken. De eerste maanden na de bevrijding deelde het Militair Gezag de lakens uit in Tilburg, en pas in het voorjaar van 1945 kwam er een noodraad, die overigens niet democratisch, maar door een kiescollege was samengesteld op basis van de vooroorlogse politieke verhoudingen. Pas in juli 1946 vonden er democratische voorzieningen plaats. Tijdens de campagne keerden alle partijen zich tegen de CPN, maar desondanks wist deze partij drie zetels te halen. Tot en met 1999 geeft Van Doremalen de verkiezingsuitslagen in twee handige tabellen weer. In 1945 was al gebleken dat de RKSP geen SDAP-wethouder wilde. Tijdens het raadsdebat keerde SDAP'er Bart van Pelt zich fel tegen dit 'politiek onderonsje'. Ook in 1946 liet de KVP (opvolger RKSP) duidelijk weten geen wethouder van de PvdA (opvolger SDAP) in het college te willen opnemen. In 1953 verloor de KVP vier zetels en won de PvdA er twee, maar de KVP wilde de door de PvdA naar voren geschoven kandidaat, Bart van Pelt, niet accepteren. Dit omdat hij een autochtone katholieke PvdA'er was; de hervormde import- Tilburger Baggerman accepteerde de KVP wel. Uiteindelijk kwam er pas in 1957 in de persoon van de katholieke J.F.L. Krügers een PvdA-wethouder. In dat jaar werden de bestuurlijke kwaliteiten van de wethouders overigens belangrijker dan hun ideologische positie. Kort en bondig wordt geschetst hoe de oude garde om die reden buitenspel gezet werd. Vanaf 1957 zouden KVP en PvdA de stad op dezelfde regenteske wijze gaan besturen als de KVP dat eerder alleen deed. De ver tegenspraak de stad te besturen. Binnen de collegepartijen waren vaker kritische geluiden te horen. Spraakmakend was het optreden van Miet van Puijenbroek. Ook oppositiepartijen zoals de PSP kregen meer ruimte, zeker na 1974, toen de KVP haar absolute meerderheid verloor. Tal van conflicten zoals rond de sloop van de fabriek van Pieter van Dooren aan de Hilvarenbeekseweg gingen feitelijk over de inspraak en openheid voor de raad ten opzichte van het collegebeleid. Al te vaak wilde het college zijn zin eigenmachtig doordrukken. Van Doremalen eindigt zijn hoofdstuk over de politiek door te beschrijven hoe de zakelijkheid en het Tilburgs Model hun intrede deden in de gemeentepolitiek. Oorspronkelijk bedoeld als een maatregel om de artikeltwaalfstatus te ontkomen bleek dit model uitermate geschikt om op zo efficiënt en rendabel mogelijke wijze een gemeente te besturen. Wel werd het gaandeweg aangepast aan de steeds veranderende wensen van de burgers. Verzuiling en Ontzuiling Tilburg was katholiek. Op het hoogtepunt van haar macht was de katholieke kerk met 32 parochiekerken, veel congregaties en godsdienstige en charitatieve verenigingen prominent aanwezig in de stad. Door de modernisering en de ontwikkelingen in de kerk zelf verloor deze haar vooraanstaande positie vrijwel geheel. De sloop van veel kerkgebouwen - soms beladen zoals in het geval van de H. Hartkerk - en het verdwijnen van de geestelijken, congregaties en processies uit het straatbeeld illustreerden deze verandering. De laatste twee hoofdstukken gaan voornamelijk over deze verzuiling en ontzuiling. Als belangrijke thema's komen de zorg, het onderwijs, het welzijnswerk en de vakbeweging aan de orde. Telkens wordt de invloed van de kerk op deze aspecten van het maatschappelijk leven geschetst en vervolgens hoe die invloed verdween. Welzijnswerk De auteur schetst bij het welzijnswerk eerst de organisaties en de ontwikkelingen in het jeugdwerk. Voor zowel het jeugd- en jongerenwerk als het club- en buurthuiswerk ziet hij als voornaamste taak het kanaliseren van de problemen in de wijken en buurten die extra aandacht vroegen. De jeugdzorg was, geheel volgens katholieke traditie, apart georganiseerd voor jongens en meisjes. Genoemd worden het op initiatief van de kapucijnerpater Ignatius Breuer opgezette Don Boscowerk, dat 39

40 Op 15 augustus 1948 werd op grootse wijze het Feest van de Arbeid gevierd in het Tilburgse Sportpark aan de Goirleseweg. Daarbij werden allerlei facetten uit het leven en werken van de katholieke arbeider en zijn gezin uitgebeeld bij een door zeventienduizend leden bezochte manifestatie. De Katholieke Arbeiders Beieeging (KAB) met al haar instellingen speelde een belangrijke rol in de vorming van de katholieke identiteit, (coll. RHC Tilburg). zich op de jongeren uit 'onmaatschappelijke' gezinnen richtte, en de door de Heuvelse kapelaan Gérard Soons in het kader van de ontkerkelijking van de Koningswei opgezette Stichting Wijkwerk. Het Don Boscowerk richtte zich vooral op buurten als Trouwlaan, Vogeltjesbuurt en de buurt rond de Bonairestraat. De Stichting Wijkwerk zou haar activiteiten ook spoedig gaan uitbreiden naar Broekhoven II, de Vogeltjesbuurt en de Ruischvoorn. Beide organisaties sloten zich aan bij de in 1948 opgerichte Stichting Sociale Jeugdzorg. Het Stedelijk Sociaal Charitatief Centrum (SSCC) was een andere overkoepelende organisatie, waarbij de parochiële sociaal-charitatieve centra en verenigingen zoals de Vincentius- en Elisabethvereniging, alsmede het Wit-Gele Kruis, Stichting Katholieke Gezinszorg, Don Bosco, de Reclassering en bijvoorbeeld het Maria Legioen waren aangesloten. Het SSCC werd in 1964 omgevormd tot het Katholiek Instituut voor Maatschappelijk Werk (KIM), een organisatie die in 1968 met de Stichting Katholiek Bijzonder Gezinswerk en Jeugdzorg tot de Stichting Samenlevingsopbouw en Sociaal-Kultureel Werk Tilburg (SKK) fuseerde. Door deze fusie maakte het welzijnswerk zich definitief los van het oude, traditionele katholieke zorgnetwerk. Het SKK werkte met professionele krachten; aan de professionalisering leverde de gemeentelijke Commissie ten behoeve van het Bijzonder Maatschappelijk werk een belangrijke rol. Begonnen met een specifieke welzijnstaak voor de Koningswei, breidde deze gemeentelijke instelling geleidelijk haar activiteiten over heel de gemeente uit. Een duidelijke bijdrage aan de professionalisering leverde ook de in 1966 opgerichte Stichting Sociale en Culturele Opbouw Tilburg (SCOT) met haar opbouwwerkers en wijkopbouwconsulenten. Met nog een andere welzijnsinstelling fuseerden het SCOT en de SKK in 1984 tot de Twern. Vakbeweging De katholieke vakbeweging kwam eind negentiende eeuw op als kerkelijk antwoord op de socialistische arbeidersbeweging. De vakbond behartigde de stoffelijke belangen van de katholieke arbeider, en de standsorganisatie de geestelijke belangen. Ook andere maatschappelijke groepen zoals de boeren en middenstanders hadden hun eigen standsorganisaties. Evenals de afkeer van alles wat rood was, was deze dubbelstructuur met enerzijds een belangenorganisatie en anderzijds een standsorganisatie typerend voor de katholieke vakbeweging. De standenideologie verdween in de democratiseringsgolf van de jaren zestig en daardoor verloor de standsorganisatie haar bestaansgrond. Voor de vakbeweging bleef enkel de belangenbehartiging over. Nadat het religieuze niet langer overheersend was gebleven, kon deze taak ook - en zelfs beter - in groter verband samen met het het NVV (de vroegere aartsvijand) uitgevoerd worden. Kort na de oorlog was een groter verband, los van de katholieke kerk, nog ondenkbaar. Zo was er in Tilburg aanvankelijk behoorlijke sympathie voor de vanuit het communistische kringen opgezette Eenheidsvakbeweging (EVB), maar nadat het RKWV weer landelijk was heropgericht werden de Tilburgse RKWV'ers door landelijk voorman A.C. de Bruijn teruggefloten. Tijdens een in 1945 door de Bossche Diocesane Bond in het Tilburgse sportpark gehouden 'Feest van de Arbeid' liet bisschop Mutsaerts geen onduidelijkheid bestaan over de toekomst van de katholieke arbeidersbeweging. In 1954 kwamen de Nederlandse bisschoppen met hun gezamenlijk mandement, waarin het lidmaatschap van het NVV voor katholieke arbeiders verboden. Dit verbod zou tot 1965 blijven bestaan en de opheffing van het verbod maakte de weg vrij voor de fusie tussen NKV en NVV. Voordat die fusie er was, kende de katholieke vakbeweging tal van organisaties die zich bezighielden met allerlei zaken variërend van tuberculosebestrijding tot kleinveeverzekeringen. Het in deze organisaties belichaamde ideaal van een katholieke maatschappij was richtinggevend voor werk, gezin en vrijetijdsbesteding. Maar de veranderende tijdsgeest knaagde aan de betrokkenheid van de georganiseerden bij de katholieke beweging en het katholieke sociaal-culturele werk. De modernisering met de meerdere vrije tijd en media zoals de televisie eiste haar tol, en de katholieke arbeidersbeweging werd steeds minder de pijler van de sociale gemeenschap. Zorg en onderwijs Ook bij de gezondheidszorg speelden secularisering, professionalisering, specialisering en

41 In 1958 stonden nog twaalf nieuwe kerken gepland in Tilburg. Ruim tien jaar later was het katholieke leven zo gewijzigd dat het sluiten van ivcl parochiekerken onvermijdelijk loas. Sluiten werd vaak gevolgd door slopen, zoals hier de kerk van de Noordhoek in (coll. RHCTilburg). schaalvergroting een belangrijke rol. Van Doremalen behandelt dit aan de hand van de geschiedenis van onder andere het Wit-Gele Kruis, de GGD en de Tilburgse ziekenhuizen. In de laatste zagen we de nonnen verdwijnen als verplegend personeel. In de Tilburgse onderwijsgeschiedenis ziet de auteur drie belangrijke ontwikkelingen: de (gedeeltelijke) secularisatie, de explosieve toename van de onderwijsparticipatie en ten slotte de toename van de diversiteit in het onderwijsaanbod, waardoor Tilburg zich onderwijsstad mag noemen. Verhaald wordt over de vele parochiële lagere scholen met enkel jongens of enkel meisjes. Een van de parochiegeestelijken waakte over de katholiciteit en bij de jongensschool kwam hij af en toe een leerling halen om bij een huwelijk of een uitvaart de mis te dienen. In de jaren zestig kwam de verantwoordelijkheid voor het behoud van de katholiciteit meer bij de scholen zelf te liggen. De secularisatie kwam ook tot uiting in de toename van het aantal lekenonderwijzers ten koste van de fraters en zusters. Zeker zolang er een overwicht was van de KVP in de raad, ondernam de gemeentelijke overheid weinig initiatieven om openbare scholen op te richten. In 1960 kende Tilburg maar één openbare lagere school. Vanaf de jaren zeventig kwamen er geleidelijk aan meer, maar dat ging niet zonder slag of stoot. De toename van de onderwijsparticipatie was merkbaar in zowel het lager beroepsonderwijs als het voortgezet en hoger onderwijs. Voor de eerste twee vormen van onderwijs zal dit voor een belangrijk deel ook het gevolg geweest zijn van wat de auteur verzuimde te vermelden, de verscherping van de leerplicht, maar ook door het toegenomen besef dat scholing belangrijk is. De toegenomen participatie in het hoger beroeps- en het wetenschappelijk onderwijs werd behalve door een grotere vraag naar hooggeschoolden ook bevorderd door het beursale stelsel, waardoor deze vormen van onderwijs ook voor kinderen uit de lagere sociale klasse toegankelijk werden. Bij de behandeling van de derde ontwikkeling in het Tilburgse onderwijs, de toename van de diversiteit, geeft de auteur aan hoe het aanbod in het hoger en wetenschappelijk onderwijs groeide. Hij noemt onder andere het Mollerinstituut, de School voor Journalistiek en beschrijft hoe de Economische Hogeschool door een verbreding van het onderwijsaanbod met de sociale wetenschappen, rechten, psychologie en letteren eerst Katholieke Hogeschool Tilburg en later Katholieke Universiteit Brabant werd. Vanzelfsprekend komt ook de bezetting en tijdelijke naamsverandering in Karl Marx Universiteit aan de orde. Het brave, maar ontzuilende Tilburg liep met deze actie wel mooi voor op het revolutionaire Amsterdam. Beoordeling Het publiceren van dit prachtige boek bleek uiteindelijk een zware bevalling, maar er is toch maar weer een mooi kindje gekomen. Het is wel een heel dik en zwaar kindje, dat niet makkelijk in de luie stoel gelezen kan worden. Een beperking van de inhoud was zonde geweest, dus enkel een uitgave in meerdere banden had hier soelaas kunnen bieden. Aan de andere kant is dit ook geen boek dat je makkelijk van voor naar achter gaat zitten lezen. Het is een wetenschappelijke uitgave die ook voor het grote publiek aantrekkelijk moet zijn. Gezien de vele prachtige illustraties en de kaderteksten die uitnodigen om een kort stukje te lezen, heeft het grote publiek er een prachtig boekwerk aan. Wetenschappers kunnen het boek uitstekend gebruiken als naslag- en overzichtswerk, al had ik wel graag bij het notenapparaat boven aan iedere pagina een kopregel gezien met vermelding van de pagina's waarop de daar afgedrukte noten betrekking hebben. De auteurs en redacteuren hebben sinds 2000 snel en goed werk afgeleverd. Tilburg, stad met een levend verleden is weliswaar niet op basis van uitgebreid nieuw onderzoek geschreven, maar heeft desondanks grote waarde omdat het een prachtige bundeling is van wat er eerder in zeer veel publicaties over Tilburg geschreven is. De uitgebreide literatuurlijst geeft daar een beeld van. De accenten zijn overwegend goed gelegd en het boek biedt daardoor een enorme hoeveelheid informatie, al heb je natuurlijk altijd kleine vergissingen. Een pietlut vindt die altijd wel. Zo is scharrebier heel wat anders dan op bladzijde 158 wordt geschreven, zijn de kapucijnen nog steeds niet

42 42 uit de stad verdwenen en wordt Marietje Kessels in het geheel niet genoemd, hoewel dat bijvoorbeeld uitstekend had gekund in het fotobijschrift of bij de opmerking over de sloop van de H. Hartkerk op respectievelijk bladzijde 508 en 510. Een wetenschappelijk standaardwerk is iets anders dan een encyclopedie. Er moeten altijd keuzes gemaakt worden, en kiezen is ook altijd verliezen. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat er niet wat meer aandacht besteed is aan de oprichtingsgeschiedenis van de vakbonden eind negentiende, begin twintigste eeuw en aan de grote textielstaking van Ook de sociale bewegingen die in de jaren zeventig van de vorige eeuw opkwamen, hadden mijns inziens wel wat meer aandacht mogen hebben. Aan de andere kant had er wat mij betreft in het allerlaatste hoofdstuk wel wat minder aandacht gemogen voor de culturele ontwikkelingen gedurende de laatste twintig jaar. Maar cultuursnobs zullen die mening wel niet snel onderschrijven. Ieder legt immers zijn eigen accenten. De redactie van het Tilburgse geschiedenisboek heeft die naar mijn mening goed gelegd. Wie ik in deze recensie graag met naam zou willen noemen, is vormgever Bart Gladdines. Hij verdient een flinke pluim want de manier waarop hij de bladzijdes met doorlopende tekst, afbeeldingen en kaderteksten heeft ingedeeld is zonder meer voorbeeldig en overzichtelijk. Zo zijn de door hem gebruikte kleuren om de kaderteksten te accentueren rustgevend en daadwerkelijk ondersteunend. Kortom, voor in de geschiedenis van Tilburg geïnteresseerden is het boek een echte aanwinst. De wetenschapper vindt er een goede samenvatting en analyse in van het tot dusver over de Tilburgse geschiedenis verrichtte onderzoek, en de in zijn stad geïnteresseerde Tilburger kan er onderhoudend in bladeren en hier en daar wat losse stukken tekst lezen. Het boek, dat een oplage had van 9100 exemplaren, was binnen tien dagen uitverkocht. In maart 2002 verschijnt op initiatief en risico van boekhandel Livius de tweede druk in een oplage van exemplaren. Noten 1. Algemene Geschiedenis der Nederlanden (Haarlem ) 15 delen. 2. Berend Dijksterhuis, Bijdragen lot de Geschiedenis der Heerlijklieid Tilburg en Goirle. (Tilburg 1899) Proefschrift Rijksuniversiteit Leiden. 3. P.C. Boeren, Hef Hart van Brabant Schets eener economische geschiedenis van Tilburg, uitgegeven bij gelegenheid imn het honderdjarig bestaan der Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Tilburg en omgeving U octoher (Tilburg 1942). 4. H.J.A.M. Schurink en J.H. van Mosselveld (red.). Van Heidorp tot Industriestad Verkenningen in het verleden van Tilburg (Tilburg 1955). 5. Ach Lieve Tijd, de boeiende historie van Tilburg en de Tilburgers (Zwolle ). 6. Over de gang van zaken schreef ik onder andere eerder een artikel in het Noordbrabants Historisch Nieuwsblad van december januari 2001, jaargang 14, nummer 6. C. Gorisse (hoofdred.) e.a., Tilburg, stad met een levend verleden. Dc geschiedenis van Tilburg van de steentijd tot en met de twintigste eeuw (Tilburg, Regionaal Historisch Centrum Tilburg, 2001), 592 blz., geïll. ISBN , 40,61 (2e druk 50,-)

43 Tilburg kort Tilburg signalement XLVIII Cor G.W.P. van der Heijden, 'Hutten, lioeven en herenhuizen. Een kvirantitatieve benadering van het Noord-Brabantse woningbestand rond 1830', in: Brabants Heem, jrg. 53,2001, nr. 4, p N.B. Tilburg passim. verleden (2001). Wilma van Giersbergen, 'Een portret van Constant Huijsmans ( ) op 24-jarige leeftijd', in: Dc Oranjeboom, LIV, 2001, p N.B. Huijsmans was de tekenleraar van Vincent van Gogh in Tilburg. Cor Boogaarts, Jan Haagh, Henk van Rijswijk, Rianne Willems en Rob Wolters, Van Reij's hof tot Reeshof Historie in een Tilburgse nieuwbouwwijk (Tilburg, Blad & Boek, 2001), 144 blz., geïll., ISBN Lauran Toorians, 'Pater Piet Heerkens S.V.D. als indoloog. Tilburgse Gezelle die ook Longfellow 'deed", Leo Adrianessen, 'Een zestiende-eeuws vluchtelingenprobleem. Hoe Oisterwijkse wolwerkers asiel in: Brabant Literair, bijlage van Brabant Cultureel, jrg. vonden aan de Bossche Weversplaats', in: Brabants Heem, jrg. 53, 2001, nr. 4, p N.B. Tilburg passim. Leo Adriaenssen, 'De plaats van Oisterwijk in het Kempense lakenlandschap', in: Textielliistorische Bijdragen, 41,2001, p N.B. Tilburg passim. Frank van den Biggelaar, 'Surfplas, Boschkens, Bakertand', in: Rond de Schutshoom (Heemkundige kring 'De Vyer Heertganghen'), jrg. 21, december 2001, p N.B. Betreft archeologische waarnemingen aan zuidgrens Tilburg. P. Wiercx, 'Beroemd, maar in Goirle onbekend', in: Rond de Schulsboom (Heemkundige kring 'De Vyer Heertganghen'), jrg. 21, december 2001, p N.B. Betreft fotograaf Henri Berssenbrugge. Paul Spapens, Op aw gezondjieid. een kij)<je in de Tilburgse ziel door middel van dc Prenten van de Week van Cees Robben, eenmalige uitgave ter gelegenheid van het jaarcongres van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging op 10 en 11 januari 2002 te Tilburg (Tilburg, Stichting Tilburgse Taol, 2002), 84 blz. (Wielingen 13,5032 TL Tilburg). Wim de Bakker, 'Kwartierstaat van doctor Cornelis Verhoeven, Kees van Jan van Betjes uit Udenhout', in: De Kleine Meijerij, jrg. 52,2001, nr. 2, p Joost van der Loo, 'Twee zoeaven van Udenhoutse geboorte', in: De Kleine Meijerij, jrg. 52, 2001, nr. 2, p John Boeren, 'Het Regionaal Historisch Centrum Tilburg', in: Di' Kleine Meijerij, jrg. 52, 2001, nr. 4, p Jan Franken, 'Van bivak tot postindustriële stad', in: De Kleine Meijerij, jrg. 52,2001, nr. 4, p N.B. Betreft recensie boek Tilburg, stad met een levend 51, nr. 2, februari 2002, p Op Ronald Peeters Actie restauratie houten kathedraal Peerke Donders in Paramaribo initiatief van Tilburger Headly Binderhagel, prominent lid van het CDA en ondernemer, is in Tilburg een actie gestart voor het behoud van de Petrus en Paulus-kathedraal in Paramaribo. In deze kerk, een van de grootste houten gebouwen ter wereld, ligt Peerke Donders begraven. De restauratie vergt een bedrag van Kathedraal in Paramaribo ca (coll. RHC Tilburg). De kathedraal is tussen 1883 en 1885 gebouwd naar een ontwerp van Frans Harmes. Hij was, net als Peerke, een redemptorist. In Suriname geldt het gebouw als het enige rijksmonument. De invloed van de verschillende culturen in dit land zijn in de kerk terug te vinden. Het restauratiebedrag van is gebaseerd op een restauratieplan van de Haagse restauratie-architect Wim Polman. De eerste zorg bij de restauratie is de constructie van het unieke bouwwerk. Dit staat alleen nog overeind doordat eerder al op initiatief van een Nederlandse hulpstichting een noodconstructie is aangebracht. Het rechttrekken van de kathedraal wordt beschouwd als het moeilijkste onderdeel van de restauratie. Verder moet alles aan de kerk worden verbeterd en vernieuwd. In de actie voor het behoud door de Stichting Help Peerke Donders, waarvan Binderhagel de voorzitter is, wordt samengewerkt met de Stichting tot Behoud van de Kathedraal in Paramaribo (Stibeka). Deze stichting poogt bijeen te brengen. Met dit bedrag wordt van de kerk na de restauratie een multifunctioneel gebouw gemaakt, waarin naast erediensten ook congressen, concerten en dergelijke kunnen worden gehouden. Aan zulke faciliteiten is in Paramaribo een groot gebrek. Uit de opbrengst kan het onderhoud van de kathedraal worden betaald. Paul Spapens

44 Begunstigers: 4 T l BREDASEWEG NE Tilburg Tel Fax Gianotten Boeken, CD's & Multimedia Emmapassage 17 Tilburg.Tel. (013) ftmhuijsen HAAD in verpakkingen VANRAAK STAAL B.V. Rabobank Tilburg - Goirle VÖLLENHOVEN AANNEMINGSBEDRIJF C.J.M. VAN GAAL B.V. TILBURG / DE BRON VOOR ELKE DAG QQO Bressers sinds 1893 Melis Gieterijen b.v. Tilburg ( d r u k k e r i j BREDASEWEG 61 TILBURG _ TEL _ BELLEN! VAN DER SCHOOT DESTIC Groothandel voor Bouw en Industrie ue^xteunsn LOCÜTia CATALOlVfIËBIa VERPAKKINGEN BV REEDS MEER DAN 100 JAAR VAN HEES BUKMAN 50 POSTBUS 127? 5004 BG Tl: TEL: TEL^^^^572860O (013)57Z8600.fAX: FAX: (013 VAN HEES^TILBURG

Ten geleide. Tilburger. Inhoud

Ten geleide. Tilburger. Inhoud Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumententen en cultuur Verschijnt driemaal per jaar Jaargang 20, nr. 1 maart 2002 Uitgave Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed K.V.K.: S 41096029 ISSN:

Nadere informatie

Het sacrament van. De ziekenzalving. Sacramenten

Het sacrament van. De ziekenzalving. Sacramenten Het sacrament van De ziekenzalving Sacramenten Sacramenten In de Bijbel Deze geloofsboekjes gaan over de zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus Naam in de gemeenschap

Nadere informatie

Het sacrament van. De ziekenzalving. Sacramenten

Het sacrament van. De ziekenzalving. Sacramenten Het sacrament van De ziekenzalving Sacramenten Sacramenten Deze geloofsboekjes gaan over de zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus Naam in de gemeenschap van de

Nadere informatie

LES6. De wegloper belonen. Sabbat. Zondag Lees Lees 'De wegloper. Teken Teken een gympie en. Leer Begin met het uit je hoofd

LES6. De wegloper belonen. Sabbat. Zondag Lees Lees 'De wegloper. Teken Teken een gympie en. Leer Begin met het uit je hoofd De wegloper belonen Sabbat Lees Lees Filemon 1 alvast door. Heb je er ooit over nagedacht van huis weg te lopen? Hoe zou dat zijn? Waar zou je naar toe gaan? Wat zou je kunnen doen? Onesimus bevond zich

Nadere informatie

het vuur van de liefde pinksteren 2008

het vuur van de liefde pinksteren 2008 het vuur van de liefde pinksteren 2008 + J. van den Hende het vuur van de liefde pinksteren 2008 + J. van den Hende Pinksteren is het feest van de heilige Geest, het is de afronding van de Paastijd. We

Nadere informatie

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Filips II In 1566, meer dan vierhonderd jaar geleden, zijn veel mensen boos. Er is onrust in de Nederlanden. Er zijn spanningen over het geloof, veel mensen

Nadere informatie

Eucharistie vieren. Dankzegging

Eucharistie vieren. Dankzegging Eucharistie Eucharistie vieren viering van de eucharistie is in de Kerk van levensbelang. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) noemt de viering van het EDe sacrament van de eucharistie bron en hoogtepunt

Nadere informatie

weetje weetje weetje weetje weetje weetje weetje

weetje weetje weetje weetje weetje weetje weetje Een processie is een godsdienstige plechtigheid in de vorm van een optocht van geestelijken en gelovigen. Een processie zorgt voor een gevoel van samen horen omdat ze mensen verenigt. 1 4 Rond Sint-Macharius

Nadere informatie

Frederik Smekens Vak:Godsdienst Opdracht: de 7 deugden in het Christendom

Frederik Smekens Vak:Godsdienst Opdracht: de 7 deugden in het Christendom Frederik Smekens Vak:Godsdienst Opdracht: de 7 deugden in het Christendom De zeven deugden bestaan al heel lang. Al sinds het begin van de mensheid. Adam zat alleen in het hemelse rijk. Hij verveelde zich

Nadere informatie

Liturgie 30 april 2017

Liturgie 30 april 2017 Liturgie 30 april 2017 Welkom en mededelingen Zingen Hemelhoog 617a Tienduizend redenen De zon komt op, maakt de morgen wakker; mijn dag begint met een lied voor U. Heer, wat er ook gebeurt en wat mij

Nadere informatie

F r a n c i s c u s. v a n. Leven met aandacht. w e g D e. Erfgoed Congregatie Zusters Franciscanessen van Oirschot

F r a n c i s c u s. v a n. Leven met aandacht. w e g D e. Erfgoed Congregatie Zusters Franciscanessen van Oirschot Leven met aandacht Erfgoed Congregatie Zusters Franciscanessen van Oirschot w e g D e v a n F r a n c i s c u s 2 Leven met aandacht Inhoud 1 De weg van Franciscus 9 2 De oprichting van de congregatie

Nadere informatie

E.G. White (The Story of Redemption, hoofdstuk 32, blz. 242)

E.G. White (The Story of Redemption, hoofdstuk 32, blz. 242) Les 2 voor 14 juli 2018 1. Handelingen 2: 1-3. De vroege regen. 2. Handelingen 2: 4-13. De gave van tongen. 3. Handelingen 2: 14-32. De eerste preek. 4. Handelingen 2: 33-36. De verheerlijking van Jezus.

Nadere informatie

Jezus zei tegen Petrus: "En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders.", vlak voor zijn ontkenning (Lukas 22:32) Petrus

Jezus zei tegen Petrus: En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders., vlak voor zijn ontkenning (Lukas 22:32) Petrus Les 6 voor 11 augustus 2018 Jezus zei tegen Petrus: "En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders.", vlak voor zijn ontkenning (Lukas 22:32) Petrus vervulde die opdracht door naar

Nadere informatie

Ds. Arjan van Groos ( ) Tekst: Romeinen 4, Ochtenddienst H. Avondmaal. Broeders en zusters,

Ds. Arjan van Groos ( ) Tekst: Romeinen 4, Ochtenddienst H. Avondmaal. Broeders en zusters, Ds. Arjan van Groos (1962-2014) Tekst: Romeinen 4, 23-25 Ochtenddienst H. Avondmaal Broeders en zusters, 1 Zingen: Gezang 20 : 1 en 6 2 Lezing van de wet 3 Zingen: Psalm 51 : 3 en 4 4 Gebed voor vergeving

Nadere informatie

3 Jullie moeten jezelf niet beter vinden dan een ander, of opscheppen

3 Jullie moeten jezelf niet beter vinden dan een ander, of opscheppen 3 Jullie moeten jezelf niet beter vinden dan een ander, of opscheppen over jezelf. Nee, jullie moeten bescheiden zijn, en een ander belangrijker vinden dan jezelf. 4 Denk niet alleen aan jezelf, maar zorg

Nadere informatie

Vincent van Gogh. Hier zie je er een afbeelding van.

Vincent van Gogh. Hier zie je er een afbeelding van. Vincent van Gogh Een van de beroemdste schilders die Nederland heeft gehad was Vincent van Gogh. Deze kunstenaar heeft zelfs zijn eigen museum gekregen in Amsterdam. Toch wel heel bijzonder, zeker als

Nadere informatie

VIERENDE GEMEENSCHAP...

VIERENDE GEMEENSCHAP... ... IN EEN BIDDENDE EN VIERENDE GEMEENSCHAP... KEN JIJ DE EN? 7 is al eeuwenlang een heilig getal. De zevende dag bijvoorbeeld is een rustdag. Zo zijn er ook zeven sacramenten, zeven belangrijke momenten

Nadere informatie

Paulus brief aan de Romeinen. #1 voorbereiding

Paulus brief aan de Romeinen. #1 voorbereiding 1 Paulus brief aan de Romeinen #1 voorbereiding Inhoudsopgave Paulus brief aan de Romeinen - #1 voorbereiding... 1 1. Inleiding... 2 2. Thema van de brief... 3 3. De vijf grote thesen van de brief... 4

Nadere informatie

Welke angst leefde bij de broers van Jozef na het overlijden van hun vader?

Welke angst leefde bij de broers van Jozef na het overlijden van hun vader? Wat hield Jozef zijn hele leven in Egypte voor ogen? Welke angst leefde bij de broers van Jozef na het overlijden van hun vader? Genesis 50:15, 17 15 Toen de broers van Jozef zagen dat hun vader dood was,

Nadere informatie

Maria verscheen in Lourdes aan een meisje. Wat was haar naam? Op wat voor plaats verscheen Maria aan Bernadette?

Maria verscheen in Lourdes aan een meisje. Wat was haar naam? Op wat voor plaats verscheen Maria aan Bernadette? Maria verscheen in Lourdes aan een meisje. Wat was haar naam? Op wat voor plaats verscheen Maria aan Bernadette? Waarmee vullen bedevaarders hun flessen aan de grot van Lourdes? Welke twee gebeden bid

Nadere informatie

Het kerkgebouw Huis van God

Het kerkgebouw Huis van God Het kerkgebouw Huis van God Tekenwaarde TTemidden van vele andere gebouwen die worden gebruikt voor bewoning en bedrijvigheid is een kerk de ruimte voor de ontmoeting met God. Kerken staan meestal op een

Nadere informatie

door een engel uit de gevangenis werd bevrijd lezen we in Hand. 12:12 het volgende: Wie is Marcus

door een engel uit de gevangenis werd bevrijd lezen we in Hand. 12:12 het volgende: Wie is Marcus - 1 - Wie is Marcus Wie is Marcus? Hij is niet één van de apostelen maar hoe heeft hij dan het evangelie van Marcus kunnen schrijven? Volgens de overlevering heeft hij dit evangelie in Rome geschreven.

Nadere informatie

een profeet! Waar in de Bijbel wordt Abraham genoemd als profeet?

een profeet! Waar in de Bijbel wordt Abraham genoemd als profeet? De profeet Abraham. Waar in de Bijbel wordt Abraham genoemd als profeet? Genesis 20:7 7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft.

Nadere informatie

door een engel uit de gevangenis werd bevrijd lezen we in Hand. 12:12 het volgende: Wie is Markus

door een engel uit de gevangenis werd bevrijd lezen we in Hand. 12:12 het volgende: Wie is Markus - 1 - Wie is Markus Wie is Markus? Hij is niet één van de apostelen maar hoe heeft hij dan het evangelie van Markus kunnen schrijven? Volgens de overlevering heeft hij dit evangelie in Rome geschreven.

Nadere informatie

In de vriendschap tussen mensen is het Gerlachus zelf die ons groet.

In de vriendschap tussen mensen is het Gerlachus zelf die ons groet. Vriendschap, Vrij en ongedwongen, Zonder vriendschap kun je iemand niet helemaal vertrouwen in je blijdschap en verdriet. Wie ben jij, wie is de ander? In de vriendschap tussen mensen is het Gerlachus

Nadere informatie

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt. Huwelijk Eucharistische gebeden 2. Eucharistisch Gebed XII-b Jezus, onze Weg. Brengen wij dank aan de Heer, onze God. Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil

Nadere informatie

Goede vrijdag Zie Het Lam!

Goede vrijdag Zie Het Lam! Goede vrijdag 2019 Zie Het Lam! Voorganger: Organist: ds. A. Baas Arjen van Vliet Orgelspel In stilte komen we de kerk binnen. We groeten elkaar en denken aan dat wat de Heere Jezus op die Vrijdag lang

Nadere informatie

DomineeOnline.org Jrg. 1, nr. 8

DomineeOnline.org Jrg. 1, nr. 8 STUDIONLINE DomineeOnline.org Jrg. 1, nr. 8 Mattheüs 4:12-25 Vooraf We zijn aangekomen in het Nieuwe Testament. De Israëlieten die uit de ballingschap teruggekomen waren in het land Kanaän hebben met veel

Nadere informatie

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Willibrord Willibrord werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als zevenjarige jongen door zijn vader Wilgis toevertrouwd aan het klooster van Ripon nabij

Nadere informatie

LAMBERTUS VAN SCHIJNDEL EN HELENA VAN OORSCHOT. BERTJE EN LEENTJE VAN SCHIJNDEL LAMBERTUS VAN SCHIJNDEL HELENA VAN OORSCHOT

LAMBERTUS VAN SCHIJNDEL EN HELENA VAN OORSCHOT. BERTJE EN LEENTJE VAN SCHIJNDEL LAMBERTUS VAN SCHIJNDEL HELENA VAN OORSCHOT LAMBERTUS VAN SCHIJNDEL EN HELENA VAN OORSCHOT. BERTJE EN LEENTJE VAN SCHIJNDEL LAMBERTUS VAN SCHIJNDEL 1857 1953 HELENA VAN OORSCHOT 1859-1958 Lambertus van Schijndel is op 4 december 1857 geboren te

Nadere informatie

Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, Die galmt door heel Jeruzalem; Een heerlijk morgenlicht breekt aan; De Zoon van God is opgestaan!

Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, Die galmt door heel Jeruzalem; Een heerlijk morgenlicht breekt aan; De Zoon van God is opgestaan! Pasen 2016 Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, Die galmt door heel Jeruzalem; Een heerlijk morgenlicht breekt aan; De Zoon van God is opgestaan! Geen graf hield Davids Zoon omkneld, Hij overwon,

Nadere informatie

Opstandingskerk, 26 november 2017

Opstandingskerk, 26 november 2017 Opstandingskerk, 26 november 2017 Laatste zondag kerkelijk jaar, Symbolische bloemschikking laatste zondag kerkelijk jaar In de bijbel, het boek van verwachting, maar ook van verdriet lezen we in Openbaring

Nadere informatie

DE HERE JEZUS GAAT IN ONS LEVEN DOOR ZIJN GEEST.

DE HERE JEZUS GAAT IN ONS LEVEN DOOR ZIJN GEEST. Zondag 12 / gehouden op 9-12-2007 / p.1 DE HERE JEZUS GAAT IN ONS LEVEN DOOR ZIJN GEEST. Liturgie: (middagdienst) Votum & groet Zi: Ps. 89:1.2 Gebed Schriftlezing: Gal. 2:15-21 Zi: Gez. 91 (GKB) Preek:

Nadere informatie

1 Tessalonicenzen 1. Begin van de brief

1 Tessalonicenzen 1. Begin van de brief 1 Tessalonicenzen 1 Begin van de brief Paulus groet de christenen in Tessalonica 1 Dit is een brief van Paulus, Silvanus en Timoteüs, aan de christenen in de stad Tessalonica. Jullie horen bij God, de

Nadere informatie

Gebedsdienst dinsdag 20 oktober 1987 Thema: Maria, moeder van liefde. Woord ter inleiding

Gebedsdienst dinsdag 20 oktober 1987 Thema: Maria, moeder van liefde. Woord ter inleiding Gebedsdienst dinsdag 20 oktober 1987 Thema: Maria, moeder van liefde Openingslied God groet u, zoals bloemen Woord ter inleiding De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap

Nadere informatie

Het sacrament van. Het vormsel. Sacramenten

Het sacrament van. Het vormsel. Sacramenten Het sacrament van Het vormsel Sacramenten DSacramenten Deze geloofsboekjes gaan over de zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus Naam in de gemeenschap van de Kerk

Nadere informatie

Het sacrament van. Het vormsel. Sacramenten

Het sacrament van. Het vormsel. Sacramenten Het sacrament van Het vormsel Sacramenten DSacramenten Deze geloofsboekjes gaan over de zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus Naam in de gemeenschap van de Kerk

Nadere informatie

Opdracht Geschiedenis Aurelius augustinus

Opdracht Geschiedenis Aurelius augustinus Opdracht Geschiedenis Aurelius augustinus Opdracht door een scholier 2057 woorden 7 december 2005 2,7 29 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Inleiding: Ik vind het een mooi verhaal. Soms wel moeilijk te begrijpen.

Nadere informatie

Wat is de betekenis van urbi et orbi? Door wie is Jezus verraden? Wat vieren we op Pasen? Wanneer herdenken we het laatste avondmaal?

Wat is de betekenis van urbi et orbi? Door wie is Jezus verraden? Wat vieren we op Pasen? Wanneer herdenken we het laatste avondmaal? Wat is de betekenis van urbi et orbi? Door wie is Jezus verraden? Wat vieren we op Pasen? Wanneer herdenken we het laatste avondmaal? Wanneer herdenken we de kruisiging en dood van Jezus? Welke liturgische

Nadere informatie

prijsgegeven aan het verderf. Het was dus onbestaanbaar dat een profeet of knecht van God aan het kruis zou sterven. Daarom waren Jezus leerlingen

prijsgegeven aan het verderf. Het was dus onbestaanbaar dat een profeet of knecht van God aan het kruis zou sterven. Daarom waren Jezus leerlingen Inhoudsopgave Inleiding 6 Christus is opgestaan 8 Christus opstanding verkondigt het kruis 13 Een venster buiten deze wereld 16 Christus of Mohammed? 25 Met Christus opgewekt 27 Vergeving van zonden in

Nadere informatie

Het verhaal van Pater Piet Butzelaar ( ).

Het verhaal van Pater Piet Butzelaar ( ). Het verhaal van Pater Piet Butzelaar (1908-1970). Deel II In ons kwartaalblad van maart jl. (HKE, jrg 24, nr. 1) verscheen een artikel over het leven van Pater Piet Butzelaar, in 1908 geboren in Eemnes.

Nadere informatie

Voor onze broers en zussen met een verstandelijke beperking.

Voor onze broers en zussen met een verstandelijke beperking. Hoe je hier mee om wilt gaan? Zou het in de vorm van een aantal lessen doen Uit het verhaal kun je zelf vragen bedenken voor een bespreking met de catechisanten. Zie dit als een aanzetje Ben ik iets vergeten

Nadere informatie

Filippenzen 1. Begin van de brief

Filippenzen 1. Begin van de brief Filippenzen 1 Begin van de brief Paulus groet de christenen in Filippi 1 Dit is een brief van Paulus, aan alle mensen in de stad Filippi die dankzij Jezus Christus bij God horen. De brief is ook voor de

Nadere informatie

God dus we kunnen zeggen dat het Woord er altijd is geweest. Johannes 1:1/18

God dus we kunnen zeggen dat het Woord er altijd is geweest. Johannes 1:1/18 - 1 - Johannes 1:1/18 1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. De apostel Johannes begint zijn evangelie met dezelfde drie woorden die in Genesis 1 staan, namelijk:

Nadere informatie

Boek voor beginnende Bijbellezers. Wegwijs. in de Bijbelboodschap. Nieuwe Testament. Arthur Hale en Jan Koert Davids

Boek voor beginnende Bijbellezers. Wegwijs. in de Bijbelboodschap. Nieuwe Testament. Arthur Hale en Jan Koert Davids Boek voor beginnende Bijbellezers Wegwijs in de Bijbelboodschap Nieuwe Testament Arthur Hale en Jan Koert Davids Over dit boek Op een dag zag Filippus één van Jezus dienaren een reiswagen, waarin een man

Nadere informatie

De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters.

De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters. Over dit boek De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters. Dit boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over een man die vlucht naar Europa.

Nadere informatie

Het sacrament van. Boete en verzoening. Sacramenten

Het sacrament van. Boete en verzoening. Sacramenten Het sacrament van Boete en verzoening Sacramenten DSacramenten Deze geloofsboekjes gaan over de zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus Naam in de gemeenschap van

Nadere informatie

Homilie Zo. 21 A 2017 Opening studiejaar Ariënsinstituut Maarssen, H. Hartkerk

Homilie Zo. 21 A 2017 Opening studiejaar Ariënsinstituut Maarssen, H. Hartkerk Homilie Zo. 21 A 2017 Opening studiejaar Ariënsinstituut Maarssen, H. Hartkerk Als je zijn of haar foto ziet, zijn of haar stem weer hoort, dan kan het je ziel diep beroeren, je diep raken, zelfs jaren

Nadere informatie

Wees blijde in de hoop

Wees blijde in de hoop - 1 - Wees blijde in de hoop Deze tekst staat in Romeinen 12:12. Hoop is verwachting; men verwacht iets wat komt en bijbelse hoop is een zekere verwachting. Niet zoiets van wat wij in het Nederlands zeggen:

Nadere informatie

Welke opdracht kreeg Elia van God?

Welke opdracht kreeg Elia van God? De roeping van Elisa. Welke opdracht kreeg Elia van God? 1 Koningen 19:19 19 Hij ging daarvandaan en trof Elisa, de zoon van Safat, aan. Deze was aan het ploegen met twaalf span runderen voor zich uit,

Nadere informatie

Archief Aartsbroederschap van de H. Familie in de Sint Jozefkerk, s-hertogenbosch

Archief Aartsbroederschap van de H. Familie in de Sint Jozefkerk, s-hertogenbosch Plaatsingslijst Archief Aartsbroederschap van de H. Familie in de Sint Jozefkerk, s-hertogenbosch Archiefnummer: 577 Archiefnaam: AHFH Sector: Kerkelijk en godsdienstig leven Soort archief: Instellingsarchief

Nadere informatie

Liturgie. Datum 26 maart Lezing Johannes 6: 1-15 Meer dan genoeg

Liturgie. Datum 26 maart Lezing Johannes 6: 1-15 Meer dan genoeg Liturgie Naam van de zondag Vierde zondag van de 40-dagentijd Datum 26 maart 2017 Kerkgebouw Carnisse Haven Lezing Johannes 6: 1-15 Thema Meer dan genoeg - Woord van welkom en mededelingen - Moment van

Nadere informatie

Het sacrament van. Boete en verzoening. Sacramenten

Het sacrament van. Boete en verzoening. Sacramenten Het sacrament van Boete en verzoening Sacramenten DSacramenten Deze geloofsboekjes gaan over de zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus Naam in de gemeenschap van

Nadere informatie

Want Hij had oog voor mij

Want Hij had oog voor mij Roepingenzondag 2016 Want Hij had oog voor mij 12 Gebeden om roepingen 2016-2017 Ten geleide Het gebed voor nieuwe roepingen is het gebed voor alle tijden dat Jezus ons heeft opgedragen. Te bidden voor

Nadere informatie

... NAAR EEN BETERE WERELD

... NAAR EEN BETERE WERELD ... NAAR EEN BETERE WERELD Wat ik waardevolle Wat mijn groep waardeafspraken vind... volle afspraken vindt... Wat God waardevolle afspraken vindt... TIEN WOORDEN VAN GOD Ik ben jullie enige God. Als je

Nadere informatie

Eerste lezing: I Kon. 8, , Tweede lezing: I Petr. 2, 4-9), Evangelie: Luc. 19, 1-10)

Eerste lezing: I Kon. 8, , Tweede lezing: I Petr. 2, 4-9), Evangelie: Luc. 19, 1-10) Homilie op de verjaardag van de kerkwijding van de St. Catharinakathedraal te Utrecht bij de opening van het nieuwe studiejaar van de FKT. Utrecht, St. Catharinakathedraal - 22 augustus 2017 Eerste lezing:

Nadere informatie

De steen die verhalen vertelt.

De steen die verhalen vertelt. De steen die verhalen vertelt. Heel lang geleden kenden de mensen geen verhalen, er waren geen verhalenvertellers. Het leven zonder verhalen was heel moeilijk, vooral gedurende de lange winteravonden,

Nadere informatie

Nederlands Dagblad Priesters zeer ongerust over pastorale lijn paus

Nederlands Dagblad Priesters zeer ongerust over pastorale lijn paus Nederlands Dagblad Priesters zeer ongerust over pastorale lijn paus 14 mei 2016 Hendro Munsterman Nederlandse priesters zijn bezorgd over de pastorale weg die paus Franciscus bewandelt en hebben ook kritiek

Nadere informatie

DE WONDEREN VAN JEZUS

DE WONDEREN VAN JEZUS Bijbel voor Kinderen presenteert DE WONDEREN VAN JEZUS Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul Geproduceerd

Nadere informatie

Ds. Arjan van Groos ( ) Tekst: 1 Korinthiërs 7, 14 Middagdienst Dopen. Broeders en zusters,

Ds. Arjan van Groos ( ) Tekst: 1 Korinthiërs 7, 14 Middagdienst Dopen. Broeders en zusters, Ds. Arjan van Groos (1962-2014) Tekst: 1 Korinthiërs 7, 14 Middagdienst Dopen Broeders en zusters, 1. Zingen : Gezang 25 : 1 en 3 2. Gebed voor de opening van het Woord 3. Bediening van de Heilige Doop

Nadere informatie

Viering voor de 2e zondag van de missiemaand 14 oktober e zondag doorheen het jaar B

Viering voor de 2e zondag van de missiemaand 14 oktober e zondag doorheen het jaar B Viering voor de 2e zondag van de missiemaand 28 e zondag doorheen het jaar B De eerste lezing in deze viering werd genomen uit de Willibrordvertaling 1995. De andere lezingen werden genomen uit de Bijbel

Nadere informatie

Wat gebeurde er met de beek Krith?

Wat gebeurde er met de beek Krith? Elia bij de weduwe in Zarfath. Wat gebeurde er met de beek Krith? 1 Koningen 17:7 7 En het gebeurde na verloop van vele dagen dat de beek uitdroogde, want er was geen regen in het land gevallen Welke opdracht

Nadere informatie

- 1 - Werkelijk vrij. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.

- 1 - Werkelijk vrij. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. - 1 - Werkelijk vrij Wij zijn, zoals Galaten 5:13 het noemt, tot vrijheid geroepen. We zullen achtereenvolgens behandelen: * Geen slaaf meer van de zonde. * Geen slaaf meer van mensen. * Geen slaaf meer

Nadere informatie

Preek De vrouw die Jezus beslissing veranderde. Lieve gemeente,

Preek De vrouw die Jezus beslissing veranderde. Lieve gemeente, Lieve gemeente, We zien het niet vaak in de Bijbel, maar in het verhaal dat we vandaag gelezen hebben is Jezus toch ronduit bot te noemen en buitengewoon onvriendelijk op het onbeschofte af, tegen een

Nadere informatie

doop begraaft Romeinen 6:3-11

doop begraaft Romeinen 6:3-11 bevrijdt En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan, en dat allen in Mozes get zijn in de wolk en in de zee, en allen

Nadere informatie

Liefdesgesticht St. Joseph en de Zusters van Liefde in Haps.

Liefdesgesticht St. Joseph en de Zusters van Liefde in Haps. Liefdesgesticht St. Joseph en de Zusters van Liefde in Haps. Korte geschiedenis van het Liefdesgesticht St. Joseph en de Zusters van Liefde in Haps. Het Liefdesgesticht St. Joseph in Haps anno 1905. De

Nadere informatie

Over de website en de boodschappen

Over de website en de boodschappen Over de website en de boodschappen De website De website is opgericht om een reeks goddelijke boodschappen te publiceren waarvan een getrouwde moeder van een jong gezin, woonachtig in Europa, zegt dat

Nadere informatie

Het nieuwe verbond. Stap in je geloof

Het nieuwe verbond. Stap in je geloof Het nieuwe verbond Stap in je geloof Schema Hoe ziet ons leven nu eruit? Wat is de prediking van Jezus De zegen van het Nieuwe Verbond Verschil van het Nieuwe t.o.v. het Oude Verbond Hoe leef je vanuit

Nadere informatie

Nederlands. Ons Heer Hemelvaart B. Van leven naar eucharistie. Eerste lezing Handelingen 1,1-11

Nederlands. Ons Heer Hemelvaart B. Van leven naar eucharistie. Eerste lezing Handelingen 1,1-11 Nederlands Ons Heer Hemelvaart B Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest, om mijn getuigen te zijn tot het einde der aarde. (Hnd 1,8) Van leven naar eucharistie De diepe bron van ieder dynamisme,

Nadere informatie

NIET LANGER VREEMDELINGEN?

NIET LANGER VREEMDELINGEN? Javed Masih NIET LANGER VREEMDELINGEN? De ervaringen van ons gezin bij onze asielaanvraag in het Westen s-hertogenbosch Inhoud Voorwoord... 7 Inleiding...11 1. Een onbekende bestemming... 15 2. Uitdagingen

Nadere informatie

Het sacrament van. Het huwelijk. Sacramenten

Het sacrament van. Het huwelijk. Sacramenten Het sacrament van Het huwelijk Sacramenten Sacramenten IIn de Bijbel Deze geloofsboekjes gaan over de In het evangelie willen Farizeeën Jezus op de proef stellen zeven sacramenten. Sacramenten met een

Nadere informatie

Protestantse Gemeente Kralingen Hoflaankerk, 26 juli de zondag van de zomer. PELGRIMAGE NAAR ROME In het spoor van apostel Paulus

Protestantse Gemeente Kralingen Hoflaankerk, 26 juli de zondag van de zomer. PELGRIMAGE NAAR ROME In het spoor van apostel Paulus Protestants Kralingen PELGRIMAGE NAAR ROME In het spoor van apostel Paulus Protestantse Gemeente Kralingen Hoflaankerk, 26 juli 2015 6 de zondag van de zomer VOORBEREIDING verwelkoming en mededelingen

Nadere informatie

God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6. De berg op Genesis 22:1-8. God heeft me heel gelukkig gemaakt! Ze noemden hun zoon Izak. Dat betekent: lachen.

God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6. De berg op Genesis 22:1-8. God heeft me heel gelukkig gemaakt! Ze noemden hun zoon Izak. Dat betekent: lachen. 35 God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6 Abraham wist dat God zich met Sodom en Gomorra aan Zijn woord gehouden had. Hij vertrouwde erop dat God Zijn belofte aan hem en Sara ook zou houden. Ze zouden een

Nadere informatie

droom ervan een kerk te kunnen bouwen MADRID_versie2.indb 58 10/09/12 20:38

droom ervan een kerk te kunnen bouwen MADRID_versie2.indb 58 10/09/12 20:38 58 Ik droom ervan een kerk te kunnen bouwen MADRID_versie2.indb 58 10/09/12 20:38 MADRID_versie2.indb 59 10/09/12 20:38 59 Kimberly Hamers, stagiair-architecte, is op 21-jarige leeftijd gevormd na een

Nadere informatie

Wij zingen voor de dienst: Lied 412: 1 en 3

Wij zingen voor de dienst: Lied 412: 1 en 3 Wij zingen voor de dienst: Lied 412: 1 en 3 Wij zingen als intochtslied: Psalm 98: 1 Stil gebed, bemoediging en groet Wij zingen: Psalm 98: 2 Kyriëgebed Wij zingen: Lied 158a: 1 Gebed 1 e Schriftlezing

Nadere informatie

Zondag 9 oktober over de maaltijd van de Heer. Lezing: 1 Korinthe 10 : 14 t/m 17, 11: 17 t/m 26

Zondag 9 oktober over de maaltijd van de Heer. Lezing: 1 Korinthe 10 : 14 t/m 17, 11: 17 t/m 26 Zondag 9 oktober 2016 - over de maaltijd van de Heer Lezing: 1 Korinthe 10 : 14 t/m 17, 11: 17 t/m 26 Vandaag vieren we met elkaar als gemeente avondmaal. Heilig Avondmaal. Eigenlijk gebruik ik die woorden

Nadere informatie

Handelingen 2. Hand. 2: 36-eind HSV

Handelingen 2. Hand. 2: 36-eind HSV 36 Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt. 37 En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart

Nadere informatie

Een handreiking voor het gemeenschapsleven als huiskring, gebaseerd op de zondagse dienst.

Een handreiking voor het gemeenschapsleven als huiskring, gebaseerd op de zondagse dienst. Preek door de Week+ Een handreiking voor het gemeenschapsleven als huiskring, gebaseerd op de zondagse dienst. Behalve in de huiskringen is de PddW+ ook geschikt voor momenten waarop je je geloof wilt

Nadere informatie

"Reis naar Jeruzalem"

Reis naar Jeruzalem Reis naar Jeruzalem Sabbat Hoe zou jij je voelen als je familie van plan Doe Lees alvast was om te verhuizen naar een plek waar jij nooit Ezra 1-3 en eerder geweest? Bang, opgewonden of beiden? Nehemia

Nadere informatie

Welke opdracht gaf Jakob aan zijn zonen vanwege de hongersnood?

Welke opdracht gaf Jakob aan zijn zonen vanwege de hongersnood? Jozefs broers bij de onderkoning. Welke opdracht gaf Jakob aan zijn zonen vanwege de hongersnood? Genesis 42:1-2 1 Toen Jakob zag dat er koren in Egypte was, zei Jakob tegen zijn zonen: Waarom kijken jullie

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

Voor de dienst zingen we:

Voor de dienst zingen we: Voor de dienst zingen we: Looft de Here, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën, want zijn goedertierenheid is machtig over ons, en des Heren trouw is tot in eeuwigheid. Halleluja (8x) Ben je groot

Nadere informatie

Doopviering. Ik doop je in de naam van de vader en de zoon en de heilige geest

Doopviering. Ik doop je in de naam van de vader en de zoon en de heilige geest Doopviering Ik doop je in de naam van de vader en de zoon en de heilige geest Welkom Beste, Wij zijn hier samengekomen om de geboorte te vieren van dit nieuwe leven. Dagelijks worden er kinderen geboren,

Nadere informatie

Toen ik op pelgrimstocht ging en in mijn reisgenoten de Ander ontmoette.

Toen ik op pelgrimstocht ging en in mijn reisgenoten de Ander ontmoette. Welkom Lieve vrienden, bekenden, nieuwe gezichten, Welkom in deze Zwanenhofviering. In onze Tijd van leven heeft ieder van u ervoor gekozen op deze zondagmorgen hier te komen. Met alles wat ons leven ons

Nadere informatie

EEN PRINS WORDT EEN HERDER

EEN PRINS WORDT EEN HERDER Bijbel voor Kinderen presenteert EEN PRINS WORDT EEN HERDER Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: M. Maillot en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Erna van Barneveld

Nadere informatie

21 februari 2012 mochten we samen vieren in de Basiliek van Sint Pieter

21 februari 2012 mochten we samen vieren in de Basiliek van Sint Pieter 3de aanzet Toen Jezus op zekere dag aan zijn leerlingen vroeg maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?, was het Petrus die namens allen antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van de Levende God. Petrus sprak

Nadere informatie

Jezus heeft ons door Zijn woorden en daden het karakter van God getoond. Hij zei dan ook: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.

Jezus heeft ons door Zijn woorden en daden het karakter van God getoond. Hij zei dan ook: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. - 1 - Gods' vaderhart Er staat zes keer dezelfde tekst in het oude testament, en dat is een aanwijzing voor ons, dat het hier om een belangrijk woord van God gaat. Het gaat om het wezen van God, om Zijn

Nadere informatie

Pinksteren Handelingen 2:1-24, 36, Gert Hijkoop 15 mei 2016

Pinksteren Handelingen 2:1-24, 36, Gert Hijkoop 15 mei 2016 Pinksteren Handelingen 2:1-24, 36, 37-41 Gert Hijkoop 15 mei 2016 Handelingen 2:1-21 (NBV) 1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een

Nadere informatie

Wij zingen voor de dienst: Gezang 172 : 1 en 2 NLB 538

Wij zingen voor de dienst: Gezang 172 : 1 en 2 NLB 538 Wij zingen voor de dienst: Gezang 172 : 1 en 2 NLB 538 NLB 538 / Gezang 172 : 1a b 2a b NLB 538 / Gezang 172 : 1a b 2a b NLB 538 / Gezang 172 : 1a b 2a b NLB 538 / Gezang 172 : 1a b 2a b Binnenkomst kerkenraad

Nadere informatie

Petrus Donders aan de kant van de kansarmen

Petrus Donders aan de kant van de kansarmen Petrus Donders aan de kant van de kansarmen Auteur Paul Spapens Layout Jelle Wind Uitgever De uitgever van deze brochure is de Provincie St.-Clemens van de Congregatie van de Allerheiligiste Verlosser.

Nadere informatie

DE ERVARING VAN DE EENHEID IN DE VROEGE KERK

DE ERVARING VAN DE EENHEID IN DE VROEGE KERK DE ERVARING VAN DE EENHEID IN DE VROEGE KERK Les 5 voor 3 november 2018 De vroege kerk is een geweldig voorbeeld van eenheid. Hoe bereikten ze die eenheid? Kunnen we dezelfde eenheid hebben in de kerk

Nadere informatie

Liturgie voor de avonddienst op zondag 23 december in de Hervormde Kerk te Den Ham, aanvang uur.

Liturgie voor de avonddienst op zondag 23 december in de Hervormde Kerk te Den Ham, aanvang uur. Liturgie voor de avonddienst op zondag 23 december in de Hervormde Kerk te Den Ham, aanvang 19.00 uur. Voorganger: Ouderling van dienst: Organist: Ds. G. de Goeijen Gerda Remmink Bram Jaspers Welkom Lied:

Nadere informatie

Het sacrament van. Het huwelijk. Sacramenten

Het sacrament van. Het huwelijk. Sacramenten Het sacrament van Het huwelijk Sacramenten Sacramenten Deze geloofsboekjes gaan over de zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus Naam in de gemeenschap van de Kerk

Nadere informatie

Doopvragen, na alle formulieren zijn deze hetzelfde:

Doopvragen, na alle formulieren zijn deze hetzelfde: Doopvragen, na alle formulieren zijn deze hetzelfde: Geliefden in de Here Jezus Christus. God heeft de doop ingesteld om ons en onze kinderen zijn verbond te verzegelen. In dat geloof en niet uit gewoonte

Nadere informatie

Preek Pasen 2019 Lieve Gemeente, Opstaan en verder gaan. Dat is het thema vanmorgen op deze Paasmorgen. En het verhaal dat we zojuist in het evangelie

Preek Pasen 2019 Lieve Gemeente, Opstaan en verder gaan. Dat is het thema vanmorgen op deze Paasmorgen. En het verhaal dat we zojuist in het evangelie Lieve Gemeente, Opstaan en verder gaan. Dat is het thema vanmorgen op deze Paasmorgen. En het verhaal dat we zojuist in het evangelie van Johannes gelezen hebben over de Opstanding van Jezus en over Maria

Nadere informatie

Igor de Bliquy wordt tot priester gewijd

Igor de Bliquy wordt tot priester gewijd De Bliquy Igor 5 maart 1982 Port Elisabeth (R.S.A. Zuid-Afrika) -heden Levensbeschrijving 27/08/2011: priesterwijding te Ieper door Jozef De Kesel Pastoor Parochiefederatie Zalige-Margareta,Ieper. 27 augustus

Nadere informatie

KIEZEN VOOR WERK: HANDLEIDING

KIEZEN VOOR WERK: HANDLEIDING CASUS: AMINA Alle vrijheid die ik in Turkije had verdwijnt. Ik voelde me opgesloten en depressief. Toen ik mijn man leerde kennen ben ik misschien te veel van dingen uitgegaan en heb ik te weinig gevraagd.

Nadere informatie

Lesoverzicht. 1. Bidden p De Kerk p De priester p Vergeving p De Bijbel p Delen p Het offer p.

Lesoverzicht. 1. Bidden p De Kerk p De priester p Vergeving p De Bijbel p Delen p Het offer p. Lesoverzicht 1. Bidden p. 4 2. De Kerk p. 10 3. De priester p. 17 4. Vergeving p. 23 5. De Bijbel p. 28 6. Delen p. 35 7. Het offer p. 41 8. De H. Communie p. 48 9. Zingen voor God p. 55 10. Heilig worden

Nadere informatie

Jean de Labadie en zijn volgelingen

Jean de Labadie en zijn volgelingen Jean de Labadie en zijn volgelingen Henk Tijssen 5 6 Jean de Labadie en zijn volgelingen Henk Tijssen 2017 Uitgeverij Jongbloed Heerenveen ISBN: 978 946 342 5742 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze

Nadere informatie