Tweede Kamer der Staten-Generaal

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Regeling van het conflictenrecht inzake adoptie en de erkenning van buitenlandse adopties (Wet conflictenrecht adoptie) Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 21 februari 2005 In het verslag van het schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Justitie, naar aanleiding van mijn brief van 8 juli 2004 (TK , , nr. 17) over adoptie door een homopaar en andere onderwerpen, heeft een aantal fracties enkele vragen en opmerkingen aan mij voorgelegd. In de afgelopen maanden is een aantal acties in gang gezet die van belang zijn voor de verbetering van de adoptieprocedure. In mijn brieven van 13 december 2004 (TK , , nr. 19) en 3 januari 2005 (Just05-009) heb ik aangekondigd uw Kamer hierover te berichten en daarbij een plan van aanpak aan uw Kamer te doen toekomen. Dat doe ik bij deze. Hierna zal ik in het algemeen deel in grote lijnen de voorgenomen wijzigingen in beleid en wet-en regelgeving aangeven. Tevens zal ik ingaan op interlandelijke adoptie door een homoseksueel paar. Tenslotte zal ik in het tweede deel van de brief de vragen die zijn gesteld in het schriftelijk overleg beantwoorden. (zie kamerstuk , nr. 21). I. Algemeen 1. Uitgangspunten bij beleid Bij interlandelijke adoptie zijn de drie belangrijkste betrokkenen het adoptiefkind, de biologische ouder en de adoptiefouder(s). Binnen deze «adoptiedriehoek» bestaan ten aanzien van de adoptieprocedure verschillende belangen. Bij de beoordeling van een adoptie staat het belang van het kind voorop. Dat wil echter niet zeggen dat met de belangen van anderen geen rekening wordt gehouden. De procedure terzake van adoptie moet zo efficiënt mogelijk zijn. De grens ligt daar waar het belang van het kind in het gedrang komt. Wat bij adoptie het belang van het kind is, wordt in artikel 21 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en het Haags Adoptieverdrag nader ingevuld. Daarbij gaat het met name om de volgende beginselen. Een kind kan pas voor interlandelijke adoptie in aanmerking komen wanneer is gebleken dat geen geschikte opvang aanwezig is in het KST tkkst ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2005 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 1

2 1 Dit is conform de aanbeveling gedaan tijdens de vergadering van de Speciale Commissie van de Haagse Conferentie inzake de praktische uitvoering van het Haags adoptieverdrag 1993, gehouden op 28 november tot 1 december 2000, om de uitgangspunten en waarborgen van het verdrag ook toe te passen in de verhouding met niet-verdragslanden. land van herkomst. Men spreekt in dit verband wel over het «subsidiariteitsbeginsel». Men mag niet aan adoptie meewerken uit een oogpunt van geldelijk gewin. Kinderhandel is uit den boze, maar ook overigens is ongepast geldelijk voordeel niet aanvaardbaar. De afstand van een kind moet op een behoorlijke en juridisch correcte wijze hebben plaatsgevonden. De toestemming van de moeder moet in alle vrijheid zijn gegeven, nadat zij is voorgelicht over de (definitieve) gevolgen van adoptie. De toestemming moet niet zijn gegeven tegen betaling of in ruil voor enige andere tegenprestatie. Het is goed daarbij in aanmerking te nemen dat in een land van herkomst een bedrag van bijvoorbeeld $ 200, soms een aantal jaarsalarissen oplevert. Een afstandsmoeder dient gedurende een redelijke termijn op haar beslissing terug te kunnen komen en kunnen besluiten het kind toch zelf op te voeden. Bij een kind moet een ouder worden gezocht en niet een kind bij een ouder. Een kind moet psychologisch en medisch in staat zijn baat te hebben bij een adoptie. Dit moet blijken uit rapportage over het kind. Zo zal een kind met ernstige hechtingsproblematiek veelal geen baat hebben bij interlandelijke adoptie. Dat het aldus ingevulde belang van het kind voorop staat, geldt ook voor adopties uit niet-verdragslanden 1, niet alleen bij volledige bemiddeling, maar ook bij deelbemiddeling. Adoptiekinderen zijn a priori kwetsbare kinderen. Deze kwetsbaarheid kan onder meer worden teruggevoerd op ervaringen opgedaan voorafgaande aan de adoptie, die het ontwikkelingsverloop beïnvloeden. Voorbeelden daarvan zijn het aantal separaties (van ouders, verzorgers), slechte hechtingservaringen, ondervoeding en verwaarlozing in het land van herkomst. De manier waarop het adoptiegezin is toegerust voor zijn speciale opvoedingstaak, is eveneens van invloed op het verloop van een adoptieplaatsing. Dat de adoptieprocedure efficiënt, maar ook zorgvuldig verloopt is met name van belang omdat met het naar Nederland komen ter fine van adoptie een voor het adoptiekind en de adoptieouders feitelijk onomkeerbare situatie ontstaat. In die situatie heeft de overheid een verantwoordelijkheid. Dat klemt met name nu landen van herkomst beter dan voorheen het subsidiariteitsbeginsel toepassen en gezonde, jonge kinderen vaker in het land zelf kunnen blijven en deze landen vooral gehandicapte en oudere kinderen beschikbaar stellen voor adoptie in het buitenland. Ook stellen de landen van herkomst steeds hogere eisen aan het geschiktheidonderzoek van aspirant-adoptiefouders. Uit het voorgaande vloeit voort dat het enerzijds aan de overheid is om interlandelijke adoptie te faciliteren door het bieden van een «infrastructuur» (wet- en regelgeving, Centrale autoriteit (verder te noemen: CA), voorlichtingscursus, gezinsonderzoek, nazorg) en om de adoptieprocedure zo efficiënt mogelijk te laten zijn. De overheid waarborgt anderzijds het belang van het kind door regels te stellen, toezicht te houden, te reguleren en te monitoren in verband met het naleven van onder meer voorgaande beginselen. Met de hierna voorgestelde aanpak van knelpunten en verbeterpunten wordt beoogd tussen deze twee doelstellingen een juiste balans te vinden. Op een aantal punten leiden mijn voorstellen tot vereenvoudiging van de procedure; op een aantal punten, waarbij het belang van het kind dit vergt, is de procedure aangescherpt. 2. Ondernomen activiteiten Het bij brief van 21 februari 2003 (TK , , nr. 5) aan uw Kamer toegezonden rapport van KPMG Versnelling van de afhandeling Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 2

3 van aanvragen tot verkrijging van beginseltoestemming (2002) kan worden beschouwd als een begin van een uitvoerige discussie over interlandelijke adoptie. Dit rapport betrof het terugdringen van de doorlooptijd voor de afgifte van een beginseltoestemming met inbegrip van een indicatie van de hiervoor benodigde financiële middelen. In het KPMG-rapport is ook opgemerkt dat het uitsluitend optimaliseren van de fase ter verkrijging van de beginseltoestemming tot gevolg heeft dat de vervolgfase, de bemiddelingsfase, overbelast raakt. Door een kortere doorlooptijd komen er immers niet meer kinderen naar Nederland. Mede naar aanleiding daarvan heb ik voorgesteld om een wachtlijst in te voeren. Dit heeft in de afgelopen twee jaar geleid tot een uitvoerige discussie in uw Kamer over dit onderwerp. Tegelijkertijd ontstond eveneens discussie, zowel in uw Kamer als bij ketenpartners en belangenorganisaties, over onderwerpen als interlandelijke adoptie door een homoseksueel paar, deelbemiddeling, de taak van de overheid, de rol van de CA bij adoptie en de doorberekening van de kosten van voorlichting. In juli 2004 heb ik aan de meeste landen van herkomst een enquête opgestuurd over homoadoptie. Voorts heb ik niet alleen in het voorjaar van 2004 de Wet opneming buitenlandse kinderen (Wobka) laten evalueren (Evaluatieonderzoek Wobka, Een evaluatieonderzoek naar de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (juli 2004)), uitgevoerd door Bureau Van Montfoort (hierna: Evaluatieonderzoek Wobka), maar ook in september 2004 een onderzoek in laten stellen naar de mogelijkheden om de adoptieprocedure tot aan de afgifte van de beginseltoestemming efficiënter in te richten en goedkoper te maken. Dit laatste onderzoek is uitgevoerd door Capgemini Nederland BV en heeft geresulteerd in het Rapport onderzoek Vereenvoudiging adoptieprocedure (10 januari 2005) (hierna: Rapport Capgemini). Zie bijlage 1 1. Werkgroepen zijn ingesteld om te overleggen over een aantal zaken, te weten de adoptiecapaciteit, de controle en het toezicht op de adoptieketen, en de adoptie van zogeheten special-needs kinderen. Aan de ketenpartners, de belangenorganisaties en de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming is in november 2004 respectievelijk januari 2005 gevraagd te reageren op het Evaluatierapport Wobka en op het Rapport Capgemini. Tenslotte noem ik in dit verband de werkconferentie over interlandelijke adoptie die op 9 december 2004 heeft plaatsgevonden. Al met al heeft tussen de ketenpartners, de belangenorganisaties en ambtenaren van mijn departement een intensieve uitwisseling van gedachten en standpunten plaatsgevonden. Tussen al deze organisaties bestaat een natuurlijke spanning als gevolg van hun verschillende rollen, taken en belangen (adoptieouder, geadopteerde, natuurlijke ouder, bemiddelaar, controleur/toezichthouder). Mijn indruk is dat men thans meer dan voorheen begrip heeft voor elkaars standpunt. Ik heb goede nota genomen van de standpunten van de ketenpartners en belangenorganisaties en deze betrokken bij de besluitvorming. 3. Aanpak van knelpunten en verbeterpunten Hieronder worden de voorgenomen wijzigingen in beleid en wet- en regelgeving in grote lijnen weergegeven, waarbij rekening is gehouden met de hiervoor genoemde beleidsuitgangspunten. Aan het slot wordt ingegaan op het tijdpad. 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. a. Adoptiecapaciteit In mijn brieven van 1 december 2003 (TK , , nr. 8), 6 februari 2004 (TK , , nr. 14) en 28 april 2004 (TK , , nr. 15) heb ik uitvoerig uiteengezet dat waar het aantal aspirant-adoptiefouders het aantal kinderen dat voor adoptie beschikbaar is, overschrijdt, in de adoptieprocedure een flessenhals en alleen al om die reden een wachttijd ontstaat. Intussen doet zich de omstandigheid Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 3

4 voor van een duidelijke verschuiving in de verhouding tussen vraag en aanbod van voor adoptie geschikte kinderen, niet alleen door een verlaging van het aantal aanvragers van een beginseltoestemming (2002: 3050; 2003: 2700; 2004: 2474), maar ook door een toename van het aantal adoptiekinderen. Deze toename is voornamelijk te danken aan het feit dat meer kinderen uit China konden worden geadopteerd. In 2004 zijn 800 Chinese kinderen naar Nederland gekomen (2002: 510; 2003: 567). In bijlage 2 1 is een aantal statistische gegevens opgenomen. Ook voor 2005 wordt door de vergunninghouders een stijging van de adoptiecapaciteit verwacht. Overigens wordt door de vergunninghouders geconstateerd dat voor oudere of gehandicapte kinderen nauwelijks aspirant-adoptiefouders zijn te vinden. Waar enerzijds dus aspirant-adoptiefouders op een kind wachten, zijn er anderzijds kinderen waarvoor geen aspirantadoptiefouders te vinden zijn. De kans dat ouders lange tijd op een kind moeten wachten, is nog steeds aanwezig, maar neemt wel af. Deze ontwikkeling biedt mij ruimte om het huidige aantal van ongeveer 1500 beginseltoestemmingen dat per jaar wordt afgegeven te verhogen. Daarbij valt te denken aan een aantal van 1800 als goede balans tussen «voorraad» van aspirant-adoptiefouders (buffer) en aanbod van voor adoptie geschikte kinderen. Een dergelijke verhoging heeft echter financiële consequenties. Aan dat bezwaar kan tegemoet worden gekomen door doorberekening van de kosten van het gezinsonderzoek aan de aspirant-adoptiefouder. Daartoe zal ik op korte termijn een wetsvoorstel indienen. Daarnaast zal de Centrale autoriteit vergunninghouders waar mogelijk helpen als zij drempels ondervinden bij het vergroten van het aantal plaatsingen. Graag verwijs ik terzake naar mijn brief van 28 april 2004 (TK , , nr. 15). Ik acht het wenselijk dat de wachttijd in de adoptieprocedure tot aan de afgifte van de beginseltoestemming, zoveel mogelijk wordt beperkt, zodat de aspirant-adoptiefouders eerder weten waar zij aan toe zijn. Door het aantal beginseltoestemmingen te verhogen tot 1800 en door de verlenging van de geldigheidsduur van de beginseltoestemming tot vier jaar, verwacht ik dat een bekorting van de procedure kan worden bereikt. Enige regulering is echter onvermijdelijk. De adoptiecapaciteit is niet een vaststaand gegeven en fluctuaties kunnen optreden, bijvoorbeeld door het uitbreken van een ernstige besmettelijke ziekte in een land van herkomst. Ook acht ik het belangrijk dat kapitaalvernietiging (wachttijd in bemiddelingsfase zo lang dat de beginseltoestemming dient te worden verlengd met alle kosten van dien (aanvullend gezinsonderzoek)) wordt voorkomen en dat tevens wordt voorkomen dat de druk op vergunninghouders zo groot wordt dat dit ten koste kan gaan van het belang van het kind. Zoals hierboven is aangegeven is het van belang de adoptiecapaciteit in samenspraak met de vergunninghouders regelmatig te monitoren en inzichtelijk te krijgen om zo goed op situaties in te kunnen spelen. 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. b. Vereenvoudiging adoptieprocedure tot en met afgifte beginseltoestemming De eerste stap in een adoptieprocedure is de aanvraag van een beginseltoestemming. Capgemini heeft onderzocht of de adoptieprocedure tot aan de afgifte van de beginseltoestemming, efficiënter kan worden ingericht en goedkoper kan worden gemaakt. Het gaat dan met name om de voorlichtingscursus die wordt gegeven door de Stichting Adoptievoorzieningen en het gezinsonderzoek door de raad voor de kinderbescherming (hierna: raad). Ook nu geldt dat het belang van het (a priori kwetsbare) kind voorop staat. Thans is de voorlichtingscursus zo geregeld dat er gedurende zes dagdelen een cursus wordt gegeven, waarbij kennisoverdracht (hoe duur, welke landen, etc) en voorbereiding op de adoptie (bespreking onge- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 4

5 wenste kinderloosheid, motivatie, verwachtingen, mogelijke problemen) de twee belangrijkste onderdelen zijn. Vervolgens komt in het gezinsonderzoek de vraag aan de orde of er redenen zijn om aan te nemen dat de aspirant-adoptiefouders niet geschikt zijn om een buitenlands adoptiekind, dat in het land van herkomst in de regel al een en ander heeft meegemaakt, te verzorgen en op te voeden. Een tweede aspect van het gezinsonderzoek betreft het «informatie-gedeelte»: informatie die het land van herkomst nodig heeft om tot een goede matching te komen en om te kunnen controleren of het adoptiefkind wel aan (in hun ogen) goede aspirant-adoptiefouders wordt gekoppeld. In het rapport Capgemini wordt een voorkeursscenario geschetst waarbij a. in het kader van de voorlichting aan een grote groep informatie wordt gegeven over de adoptie en de adoptieprocedure (kennisoverdracht), b. vervolgens een gezinsonderzoek plaatsvindt (maximaal drie gesprekken in plaats van de huidige vier) en c. aspirant-adoptiefouders in een kleine groep worden voorbereid op de adoptie (wat kan een adoptieouder verwachten). In de komende periode zal ik over dit scenario met in ieder geval de raad voor de kinderbescherming en de Stichting Adoptievoorzieningen in overleg treden, alvorens hierover een beslissing te nemen. Zoals hiervoor onder a, reeds is uiteengezet, zal ik daarbij uitgangspunt nemen dat de kosten van het gezinsonderzoek geheel worden doorberekend aan aspirant-adoptiefouders. Bij adoptie gaat het om een persoonlijke, vrijwillige keuze van aspirant-adoptiefouders om een kind uit het buitenland te adopteren. Om die reden acht ik deze doorberekening redelijk, zodra deze kosten zijn geoptimaliseerd en de procedure zo efficiënt mogelijk is ingericht. Verder heb ik het voornemen om de adoptieprocedure te vereenvoudigen door de geldigheidsduur van de beginseltoestemming, thans drie jaar, te verlengen tot vier jaar. Omdat er landen van herkomst zijn die een recentere geschiktheidverklaring verlangen, zal deze maatregel niet in alle gevallen effect hebben. Tevens wil ik in de wet de mogelijkheid opnemen om de beginseltoestemming, die thans geldt voor standaard één kind, desverzocht voor de opname van twee kinderen tegelijk te laten gelden, mits uit het gezinsonderzoek is gebleken dat de aspirant-adoptiefouders geschikt zijn om twee kinderen tegelijkertijd op te nemen. Het is dan niet langer nodig dat ik daarover een aparte beslissing neem. Voorts merk ik op dat ingevolge de Wobka een aanvraag voor een beginseltoestemming niet in behandeling wordt genomen indien in het gezin reeds één of meer eigen kinderen of adoptiekinderen verblijven en deze kinderen minder dan één jaar zijn verzorgd door de adoptiefouder. De reden van deze regel, namelijk bevorderen dat de nieuwe situatie die is ontstaan, zich heeft gestabiliseerd voordat een volgend kind is opgenomen, onderschrijf ik. Voortaan zal aan deze regel strikter de hand worden gehouden; aspirant-adoptiefouders kunnen na afloop van die éénjaartermijn overigens gewoon weer een nieuwe aanvraag indienen. c. Sturing, controle en toezicht Hiervoor heb ik al aangegeven dat sprake moet zijn van een zorgvuldige en kwalitatief verantwoorde adoptieprocedure, waarin de belangen van het kind voorop staan en zijn gewaarborgd. Sturing en controle door het ministerie van Justitie en het toezicht door de Inspectie jeugdzorg moet daartoe goed op elkaar zijn afgestemd. Ik onderzoek momenteel hoe de verschillende taken en rollen van de bij de adoptieprocedure betrokken organisaties kunnen worden verduidelijkt en of daarvoor een wetswijziging nodig is. Ook zal beleid worden ontwikkeld voor de informatievoorziening door de vergunninghouders, de plicht voor vergunninghouders om aspirant- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 5

6 adoptiefouders als cliënt te accepteren (wanneer wel/niet; wat moeten vergunninghouders doen als zij twijfelen aan de geschiktheid van aspirant-adoptiefouders om te adopteren), en voor de kwaliteitseisen die worden gesteld aan vergunninghouders. Van de vergunninghouders zal ik vragen om, in samenspraak met het ministerie van Justitie, hun eigen beleid en werkwijze in protocollen vast te stellen, waaruit blijkt op welke wijze het belang van het kind wordt geoperationaliseerd. Verder zal ik om beter op kwaliteit te kunnen sturen de aanbeveling in het Evaluatierapport Wobka opvolgen dat bij een adoptie uit een nietverdragsland een matching van adoptief kind en -ouder steeds voor accordering aan mij moet worden voorgelegd («akkoordverklaring»). Men vergelijke de «statement of approval» bij verdragsadopties, waarbij de centrale autoriteiten van de landen van herkomst en van opvang de matching moeten «goedkeuren». Bij adopties uit niet-verdragslanden zal het vanzelfsprekend een eenzijdige akkoordverklaring mijnerzijds betreffen. Daarnaast zal ik niet alleen bij bemiddelingswerkzaamheden in verdragslanden, maar ook bij die in niet-verdragslanden van de vergunninghouders per land een machtiging eisen om deze werkzaamheden uit te mogen voeren. Voordeel daarvan is dat de vergunninghouders beter kunnen worden aangestuurd. Een ander voordeel is dat ik daarmee over meer mogelijkheden beschik om bij gebleken misstanden corrigerend op te treden. Thans kent de Wobka slechts één sanctie, te weten het intrekken van de (algemene) vergunning. Ik zal bezien of het aantal sanctiemodaliteiten kan worden uitgebreid. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan het intrekken van een machtiging als alternatief voor het intrekken van een vergunning als geheel als hiervoor genoemd. e. Deelbemiddeling Onder het Haags Adoptieverdrag is adoptie uit niet-verdragslanden via deelbemiddeling in beginsel, niet mogelijk. De reden is dat de procedure minder goed controleerbaar is. Dat blijkt in de praktijk ook het geval te zijn. Ik heb daarover al geschreven in mijn brief van 28 april 2004 (TK , , nr. 15), waarin ik ook een aantal incidenten heb beschreven. In het Evaluatierapport Wobka wordt dit bevestigd en vastgesteld dat er in de procedure voor deelbemiddeling onvoldoende waarborgen zijn dat de belangen van het kind voorop worden gesteld. Vergunninghouders geven aan het moeilijk te vinden om in het kader van hun advies aan mij aangaande de verzochte deelbemiddeling, te onderzoeken of de instanties, organisaties en personen die in het desbetreffende buitenland bij de adoptieprocedure zuiver en zorgvuldig handelen, zoals artikel 7a Wobka vereist. Belangenverenigingen voor adoptieouders menen dat de vergunninghouders niet onafhankelijk genoeg zijn bij hun onderzoek. Ik realiseer mij dat deelbemiddeling aspirant-adoptiefouders een aanvullende mogelijkheid biedt een kind te adopteren. De handhaafbaarheid van de regels die gelden om het belang van het kind te waarborgen, blijkt in de praktijk op problemen te stuiten. Zo is het moeilijk om te controleren of is voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel. Ook het beginsel van geen geldelijk gewin, is moeilijk te controleren. Handhaving vindt bovendien vaak plaats terwijl aspirant-adoptiefouders in veel gevallen al met een kind hebben kennisgemaakt. Een afwijzing op procedurele gronden kan dan haast niet zonder grote frustraties plaatsvinden. Ik zal de volgende maatregelen nemen: a. bij elke adoptie wordt met betrekking tot de matching tussen adoptief kind en -ouder een akkoordverklaring vereist; b. er wordt één vragenlijst gemaakt die bij elke deelbemiddeling geldt en door de aspirant-adoptiefouders moet worden ingevuld en voorzien van de benodigde documenten, c. bij vergunninghouders wordt benadrukt dat aan mij een neutraal Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 6

7 advies (geen betrouwbaar onderzoek mogelijk) kan worden gegeven, waarna als daar aanleiding toe bestaat wordt bezien of door de CA nader onderzoek kan worden gedaan via het ministerie van Buitenlandse Zaken of International Social Service. De situatie dat de huidige deelbemiddelingsprocedure het belang van het kind niet voldoende waarborgt, rechtvaardigt deze maatregelen. De gang van zaken behoudt intussen mijn bijzondere aandacht. Daarbij merk ik op dat steeds meer landen het verdrag ratificeren en dat de overblijvende landen juist landen zijn waar controle problemen oplevert. f. Leeftijdsgrenzen Het huidige systeem van leeftijdsgrenzen in de Wobka is in grote lijnen het volgende. Het leeftijdverschil tussen adoptiefkind en -ouder mag maximaal veertig jaar zijn. Bij binnenkomst in Nederland dient een kind jonger te zijn dan zes jaar. Dit brengt met zich een maximumleeftijd van adoptiefouders om een buitenlands kind op te nemen van 46 jaar. Vrijwel algemeen wordt handhaving van de huidige leeftijdsgrenzen als wenselijk beschouwd. Het wordt ervaren als een systeem dat aansluit bij de bestaande grenzen van biologisch ouderschap. Hierboven heb ik al aangegeven dat adoptiekinderen door het aantal separaties van ouders en verzorgers, slechte hechtingservaringen, ondervoeding en verwaarlozing a-priori kwetsbare kinderen zijn. Dat uit zich veelal in het steviger doormaken door een kind van alle ontwikkelingsfasen, zoals de fase van hechting na aankomst in Nederland en de fase van loslaten in met name de puberteit. Dat gaat dikwijls niet zonder problemen. Zo wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat in vergelijking met biologische kinderen, adoptiekinderen vaker in de residentiële hulpverlening terecht komen. Dit betekent dat aan adoptiefouders vaak zware eisen worden gesteld en dat zij in staat moeten zijn eventuele problemen het hoofd te bieden. Het voorgaande rechtvaardigt dat in het belang van het kind leeftijdscriteria worden gesteld aan de adoptiefouders. Met betrekking tot de huidige maximumleeftijd van adoptiefouders van 46 jaar, is er, mede gelet op het uit de evaluatie gebleken draagvlak daarvoor, geen reden om deze grens te wijzigen. De raad voor de kinderbescherming geeft duidelijk te kennen wijziging van deze grens niet positief te beoordelen. Wèl overweeg ik om deze leeftijdsgrens te verhogen naar 48 jaar in gevallen waarin er sprake is van de opvolgende opneming van een broer of zus. De huidige maximumleeftijd van het kind is, zoals gezegd, zes jaar. Deze grens wordt blijkens de evaluatie algemeen onderschreven. Ik zie ook bij deze grenzen geen reden voor wijziging. Dat geldt in beginsel ook voor het maximum leeftijdsverschil van veertig jaar, zij het dat het verschil met ten hoogste twee jaar kan worden vergroot bij een verhoging van de leeftijdsgrens tot 48 jaar in het geval als hiervoor genoemd. g. Nazorg Het begrip «nazorg» bevat verschillende aspecten. Onderscheiden dient te worden de in de Wobka opgenomen verplichting voor vergunninghouders bij volledige bemiddeling om adoptieouders begeleiding te geven nadat het buitenlandse kind is opgenomen. Daarnaast zijn er verschillende vormen van ondersteuning door de Stichting Adoptievoorzieningen, zoals het telefonisch spreekuur voor vragen over verzorging en opvoeding, en de video-interactiebegeleiding. Tenslotte is de jeugdzorg (Wet op de jeugdzorg) te noemen, dat ieder kind dat in Nederland woont, onder bepaalde voorwaarden kan ontvangen. Uit voornoemde conferentie en uit het Evaluatieonderzoek Wobka is naar voren gekomen dat men de nazorg als te beperkt en onvoldoende gestructureerd ervaart. Behoefte bestaat aan een sluitend systeem van nazorg, waarin ook nazorg na deelbemiddeling is vervat. Ik zal in samenspraak met de ketenpartners bezien op welke wijze dit gerealiseerd kan worden. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 7

8 Evalueren/voortgangsrapportage Waar het voorgaande leidt tot ingrijpende wijzigingen ten opzichte van het huidige beleid, regelgeving of uitvoering, zal bezien worden op welke termijn evaluatie dient plaats te vinden. Ik streef er naar omstreeks de zomer van 2006 de beoogde beleidswijzigingen waarvoor geen wetswijziging nodig is, te hebben doorgevoerd. Ik zal uw Kamer aan het eind van dit jaar over de voortgang van het ter hand nemen van de knelpunten en verbeterpunten berichten. Ik streef er naar om omtreeks de zomer van 2006 een wetsvoorstel tot wijziging van de Wobka bij uw Kamer in te dienen. 4. Interlandelijke adoptie door een paar van hetzelfde geslacht Tijdens het overleg met de vaste commissie voor Justitie op 11 maart 2004 heb ik aangegeven dat wanneer interlandelijke adoptie door een paar van hetzelfde geslacht in de praktijk daadwerkelijk mogelijk blijkt en er tenminste één land is waaruit homoparen kunnen adopteren, de Nederlandse wet daaraan niet meer in de weg mag staan. Om dat te onderzoeken heb ik, mede in het licht van de motie van het lid Van der Laan c.s. (TK , , nr 12), in juli 2004 enquêtebrieven doen uitgaan naar 25 landen van herkomst met de vraag of men wilde meewerken aan interlandelijke adoptie door een homopaar en/of in het geval Nederland interlandelijke homoadoptie door een paar mogelijk zou maken, dit ten koste zou gaan van de huidige samenwerking, waardoor men minder kinderen ter fine van adoptie naar Nederland laat komen. Het aantal van 14 aangeschreven landen heeft geantwoord. De algemene reactie is dat homoadoptie door een homoseksueel paar niet mogelijk is; indien adoptie door een homoseksueel paar in Nederland wettelijk mogelijk wordt gemaakt, heeft dat geen invloed op huidige samenwerking met Nederland. Elf landen, waaronder China, hebben ondanks een rappel niet geantwoord. Recente informatie uit Zweden heeft opgeleverd dat aldaar momenteel drie homoparen een (equivalent van een) beginseltoestemming hebben, maar dat er geen land van herkomst is dat hen wil helpen. Uit deze informatie komt ook naar voren dat er tot nu toe geen landen van herkomst bekend zijn die als gevolg van de openstelling van interlandelijke adoptie voor homoparen, minder kinderen naar Zweden laten komen. Vertegenwoordigers van de centrale autoriteit van Zweden zijn in november 2004 nog in Peking geweest en hebben met de autoriteiten aldaar expliciet over homoadoptie gesproken. Het aantal kinderen dat uit China ter fine van adoptie naar Zweden is gekomen, is ondertussen in 2004 omhoog gegaan. Het lijkt er dus op dat het openstellen van homoadoptie geen invloed heeft op de samenwerking met China. Ik heb toegezegd dat tot wijziging van de Wobka wordt overgegaan als er tenminste één land is waaruit homoparen kunnen adopteren. Die voorwaarde is tot heden niet in vervulling gegaan. Dat betekent dat openstelling van de Wobka slechts het blij maken met de spreekwoordelijke dode mus zou zijn, omdat feitelijk geen adoptie door een homopaar mogelijk wordt. Dat acht ik onwenselijk. Bovendien is van een aantal landen nog geen antwoord ontvangen; openstelling blijft ten aanzien van die landen een risico. Om deze redenen laat ik de Wobka op dit punt vooralsnog ongewijzigd. Ik ben uiteraard bereid de wet aan te passen als de attitude in de landen van herkomst mocht veranderen. De ontwikkelingen zal ik blijven volgen. De Minister van Justitie, J. P. H. Donner Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 8

Inspectie jeugdzorg. Matching in het belang van het kind Landelijk beeld onderzoek Inspectie jeugdzorg bij vergunninghouders interlandelijke adoptie

Inspectie jeugdzorg. Matching in het belang van het kind Landelijk beeld onderzoek Inspectie jeugdzorg bij vergunninghouders interlandelijke adoptie Matching in het belang van het kind Landelijk beeld onderzoek Inspectie jeugdzorg bij vergunninghouders interlandelijke adoptie Inspectie jeugdzorg Utrecht, november 2005 1 2 Inhoudsopgave Aanleiding onderzoek...5

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 265 Adoptie Nr. 55 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 oktober 2009 Onderwerp Interlandelijke Adoptie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 oktober 2009 Onderwerp Interlandelijke Adoptie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)

Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) advies over het conceptwetsvoorstel tot onder meer verruiming van de leeftijdsgrenzen voor adoptiefouders Advies De sectie Jeugd van de RSJ stelt

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Jeugd en Criminaliteitspreventie Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Interlandelijke adoptie. Knelpunten in het stelsel

Interlandelijke adoptie. Knelpunten in het stelsel Interlandelijke adoptie Knelpunten in het stelsel Inspectie jeugdzorg Utrecht, december 2009 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Inleiding... 5 Hoofdstuk 1 Context van interlandelijke adoptie... 7 Hoofdstuk

Nadere informatie

Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)

Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) advies over het conceptwetsvoorstel tot onder meer verruiming van de leeftijdsgrenzen voor adoptiefouders Advies De sectie Jeugd van de RSJ stelt

Nadere informatie

Memorie van toelichting

Memorie van toelichting Wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie betreffende de vereisten gesteld aan de beginseltoestemming, de leeftijdscriteria, de bijdrage in de kosten van het gezinsonderzoek, enige

Nadere informatie

Datum 5 maart 2009 Onderwerp Beantwoording kamervragen lid Azough (GroenLinks) inzake het verlengen van beginseltoestemming bij adoptie

Datum 5 maart 2009 Onderwerp Beantwoording kamervragen lid Azough (GroenLinks) inzake het verlengen van beginseltoestemming bij adoptie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Ministerie van Veiligheid en Justitie Ministerie van Veiligheid en Justitie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan aspirant-adoptiefouders die vanuit de VS willen adopteren Datum 17 oktober 2011 Onderwerp Informatiebrief Adopties

Nadere informatie

Voorstel van wet. Artikel I. De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3 komt te luiden:

Voorstel van wet. Artikel I. De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3 komt te luiden: Wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie betreffende de vereisten gesteld aan de beginseltoestemming, de leeftijdscriteria, de bijdrage in de kosten van het gezinsonderzoek, enige

Nadere informatie

Datum 29 juni 2009 Onderwerp Beantwoording vragen van het lid Langkamp (SP) over adopties uit Nigeria en Malawi

Datum 29 juni 2009 Onderwerp Beantwoording vragen van het lid Langkamp (SP) over adopties uit Nigeria en Malawi > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Stichting Adoptievoorzieningen heeft geweigerd om de bijdrage voor de verstrekking van algemene voorlichting over de adoptieprocedure van buitenlandse

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Justitiëel Jeugdbeleid Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Leden werkgroep Toezicht PER E-MAIL Bezoekadres Schedeldoekshaven

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20 202 33 99 Beleidsdoorlichting Veiligheid en Justitie Nr. BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Adoptie 2011 Lezing door de heer Fred Gundlach (Stichting Adoptievoorzieningen) t.g.v. Familiedag Turner Contact Nederland, 26 maart 2011.

Adoptie 2011 Lezing door de heer Fred Gundlach (Stichting Adoptievoorzieningen) t.g.v. Familiedag Turner Contact Nederland, 26 maart 2011. Adoptie 2011 Lezing door de heer Fred Gundlach (Stichting Adoptievoorzieningen) t.g.v. Familiedag Turner Contact Nederland, 26 maart 2011. Inleiding De heer Gundlach geeft aan dat hij met plezier gevolg

Nadere informatie

Evaluatieonderzoek Wobka. Een evaluatieonderzoek naar de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

Evaluatieonderzoek Wobka. Een evaluatieonderzoek naar de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie Evaluatieonderzoek Wobka Een evaluatieonderzoek naar de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie Evaluatieonderzoek Wobka Een evaluatieonderzoek naar de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 274 Wet van 30 maart 1995 tot wijziging van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen en van de Pleegkinderenwet Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Casusonderzoek interlandelijke adoptie. Onderzoek naar aanleiding van een mislukte adoptie

Casusonderzoek interlandelijke adoptie. Onderzoek naar aanleiding van een mislukte adoptie Casusonderzoek interlandelijke adoptie Onderzoek naar aanleiding van een mislukte adoptie Inspectie Jeugdzorg Utrecht, januari 2013 Samenvatting De Inspectie Jeugdzorg heeft onderzoek gedaan naar het

Nadere informatie

Een kind adopteren. Informatie over (interlandelijke) adoptie en de adoptieprocedure

Een kind adopteren. Informatie over (interlandelijke) adoptie en de adoptieprocedure Een kind adopteren Informatie over (interlandelijke) adoptie en de adoptieprocedure Voorwoord < Deze brochure is bedoeld voor mensen die overwegen een kind uit het buitenland te adopteren. Adopteren is

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 265 Adoptie Nr. 44 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE, F. TEEVEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 816 Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000 2003 Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN DE STAATSSECRE- TARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen over de behandelingsduur van hun in november 2006 bij de minister van Justitie ingediende aanvraag tot verkrijging van toestemming tot opneming van een buitenlands

Nadere informatie

Samenvatting RSJ-advies Bezinning op Interlandelijke Adoptie (2 november 2016)

Samenvatting RSJ-advies Bezinning op Interlandelijke Adoptie (2 november 2016) Samenvatting RSJ-advies Bezinning op Interlandelijke Adoptie (2 november 2016) De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de RSJ gevraagd om te adviseren over een aantal mogelijke toekomstscenario s

Nadere informatie

Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag

Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Telefoon (070) 3 70

Nadere informatie

Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden. van het Ministerie van Veiligheid en Justitie

Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden. van het Ministerie van Veiligheid en Justitie Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen over de behandelingsduur van hun op 8 april 2003 bij de minister van Justitie ingediende aanvraag tot verkrijging van toestemming tot opneming van een buitenlands

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse

ADOPTIE Trends en analyse Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 21 tot en met 214 Februari 215 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Buitenlandse pleegkinderen

Buitenlandse pleegkinderen Buitenlandse pleegkinderen Buitenlandse pleegkinderen Algemeen Adoptief-pleegkinderen Voorschriften betreffende de behandeling van verzoeken om opneming Voorschriften voor opneming en toelating Voorschriften

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en Analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2011 tot en met 2015

ADOPTIE Trends en Analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2011 tot en met 2015 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en Analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 211 tot en met 215 Februari 216 Overzicht van het aantal verleende beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) B ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Nadere informatie

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet opneming buitenlandse kinderen ter ado... Page 1 of 11

wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet opneming buitenlandse kinderen ter ado... Page 1 of 11 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet opneming buitenlandse kinderen ter ado... Page 1 of 11 Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Tekst geldend op: 24-02-2012) Wet van 8 december 1988,

Nadere informatie

2.1 Voorschriften voor opneminq en toelatinq voor wat betreft verzoeken om opneming ingediend vanaf 15 juli 1989

2.1 Voorschriften voor opneminq en toelatinq voor wat betreft verzoeken om opneming ingediend vanaf 15 juli 1989 B 18 Buitenlandse pleeskinderen 4 Bij de beslissing tot toelating dient door de Minister van Justitie getoetst te worden aan het algemene "aanvaardbare toekomstcriterium". Dit criterium houdt in dat een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2008 tot en met 2012

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2008 tot en met 2012 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 28 tot en met 212 Maart 213 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2009 tot en met 2013

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2009 tot en met 2013 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 29 tot en met 213 Maart 214 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 30 november 2012)

Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 30 november 2012) AH 722 2012Z17447 van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 30 november 2012) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012-2013, nr. 484 1 Heeft u kennisgenomen van de uitzending

Nadere informatie

Wie we zijn en wat we doen

Wie we zijn en wat we doen Wie we zijn en wat we doen Wie we zijn en wat we doen Stichting Adoptievoorzieningen is de landelijke organisatie die voorlichting, voorbereiding en nazorg op het gebied van adoptie in samenhang aanbiedt.

Nadere informatie

Aandacht voor matching. Het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming bij interlandelijke adoptie

Aandacht voor matching. Het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming bij interlandelijke adoptie Aandacht voor matching Het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming bij interlandelijke adoptie Inspectie jeugdzorg Utrecht, september 2009 2 Inspectie jeugdzorg Samenvatting Op verzoek van

Nadere informatie

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Vereniging Wereldkinderen

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Vereniging Wereldkinderen De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Vereniging Wereldkinderen Utrecht, juni 2015 Motto Naar zichtbare kwaliteit in de jeugdhulp! Missie De Inspectie

Nadere informatie

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Stichting Kind en Toekomst

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Stichting Kind en Toekomst De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Stichting Kind en Toekomst Utrecht, juni 2015 Motto Naar zichtbare kwaliteit in de jeugdhulp! Missie De Inspectie

Nadere informatie

No.W03.05.0295/I 's-gravenhage, 8 augustus 2005

No.W03.05.0295/I 's-gravenhage, 8 augustus 2005 ... No.W03.05.0295/I 's-gravenhage, 8 augustus 2005 Bij Kabinetsmissive van 11 juli 2005, no.05.002585, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 265 Adoptie Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 16 februari 2010 In

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 VI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2002 Nr. 59 LIJST

Nadere informatie

Adoptie van een kind in Nederland

Adoptie van een kind in Nederland Adoptie van een kind in Nederland Uitvoeringswet Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie Hoofdstuk 4. Prodedure in geval van interlandelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 33 436 Wijziging van de Leegstandwet in verband met de verruiming van de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur bij leegstand van gebouwen en woningen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtshandhaving

Nadere informatie

2008D Adoptie Herziening Zorgstelsel. Verslag van een schriftelijk overleg

2008D Adoptie Herziening Zorgstelsel. Verslag van een schriftelijk overleg 2008D21618 31 265 Adoptie 29 689 Herziening Zorgstelsel Verslag van een schriftelijk overleg De vaste commissie voor Justitie heeft enkele vragen en opmerkingen over de brief van de minister van Justitie

Nadere informatie

Casusonderzoek interlandelijke adoptie. Onderzoek naar aanleiding van een mislukte adoptie

Casusonderzoek interlandelijke adoptie. Onderzoek naar aanleiding van een mislukte adoptie Casusonderzoek interlandelijke adoptie Onderzoek naar aanleiding van een mislukte adoptie Inspectie Jeugdzorg Utrecht, januari 2013 Samenvatting De Inspectie Jeugdzorg heeft onderzoek gedaan naar het

Nadere informatie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Wereldkinderen, vergunninghouder interlandelijke adoptie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Wereldkinderen, vergunninghouder interlandelijke adoptie Aandacht voor matching Bemiddeling door Wereldkinderen, vergunninghouder interlandelijke adoptie Inspectie jeugdzorg Utrecht, september 2009 2 Inspectie jeugdzorg Samenvatting Op verzoek van de Minister

Nadere informatie

Hulp bij adoptie: gewoon waar mogelijk, speciaal waar nodig. CJG-Eindhoven, 24 januari 2011 Cindy op den Buijs FIOM Rita Kobussen SAV

Hulp bij adoptie: gewoon waar mogelijk, speciaal waar nodig. CJG-Eindhoven, 24 januari 2011 Cindy op den Buijs FIOM Rita Kobussen SAV Hulp bij adoptie: gewoon waar mogelijk, speciaal waar nodig CJG-Eindhoven, 24 januari 2011 Cindy op den Buijs FIOM Rita Kobussen SAV Kennismaking Adoptieprocedure Achtergrond kinderen Programma Wat maakt

Nadere informatie

Verzoekers, beiden te [adres], advocaat: mr. H.E. Menger. Belanghebbende is de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht.

Verzoekers, beiden te [adres], advocaat: mr. H.E. Menger. Belanghebbende is de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht. JPF 2010/83 Rechtbank Maastricht 15 december 2009, 134878/FA RK 08-1756; LJN BK8066. ( Mr. Bregonje ) Verzoekers, beiden te [adres], advocaat: mr. H.E. Menger. Belanghebbende is de ambtenaar van de burgerlijke

Nadere informatie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Stichting FLASH, vergunninghouder interlandelijke adoptie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Stichting FLASH, vergunninghouder interlandelijke adoptie Aandacht voor matching Bemiddeling door Stichting FLASH, vergunninghouder interlandelijke adoptie Utrecht, september 2009 2 Samenvatting Op verzoek van de Minister van Justitie heeft de in 2009 toezicht

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 december 2001 Rapportnummer: 2001/387

Rapport. Datum: 10 december 2001 Rapportnummer: 2001/387 Rapport Datum: 10 december 2001 Rapportnummer: 2001/387 2 Klacht Verzoekers klagen over de lange duur van de behandeling van hun verzoek aan de Minister van Justitie van 12 november 1999 tot verlening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 980 Uitvoering van het op 19 oktober 1996 te s-gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 936 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van het recht op bijstand bij verblijf buiten Nederland Nr. 4 ADVIES RAAD

Nadere informatie

Beleidsdoorlichting interlandelijke adoptie

Beleidsdoorlichting interlandelijke adoptie Beleidsdoorlichting interlandelijke adoptie Inhoudsopgave Inhoudsopgave: Voorwoord Inleiding Vraagstelling en daarop gegeven antwoorden 1. Wat is het probleem dat aanleiding is (geweest) voor het beleid?

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Jeugd en Criminaliteitspreventie Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Raad voor de Kinderbescherming Hoofdkantoor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 936 Regels inzake beëdiging, kwaliteit en integriteit van beëdigd vertalers en van gerechtstolken die werkzaam zijn binnen het domein van justitie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Stichting Afrika vergunninghouder interlandelijke adoptie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Stichting Afrika vergunninghouder interlandelijke adoptie Aandacht voor matching Bemiddeling door Stichting Afrika vergunninghouder interlandelijke adoptie Inspectie jeugdzorg Utrecht, september 2009 2 Inspectie jeugdzorg Samenvatting Op verzoek van de Minister

Nadere informatie

Datum 26 september 2011 Onderwerp Beslissing om de opschorting van interlandelijke adopties uit Haïti onder bepaalde voorwaarden ongedaan te maken

Datum 26 september 2011 Onderwerp Beslissing om de opschorting van interlandelijke adopties uit Haïti onder bepaalde voorwaarden ongedaan te maken 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 638 Mensenhandel Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

INTERLANDELIJKE ADOPTIE: een pleister op de wond?

INTERLANDELIJKE ADOPTIE: een pleister op de wond? MASTERSCRIPTIE INTERLANDELIJKE ADOPTIE: een pleister op de wond? Naam: Alexandra van der Velde Anr: s682547 Instelling: Universiteit van Tilburg Faculteit: Rechtsgeleerdheid Master: Rechtsgeleerdheid Datum:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 740 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten ter verhoging van de opbrengst

Nadere informatie

Adoptie van kinderen door paren van gelijk geslacht

Adoptie van kinderen door paren van gelijk geslacht Advies Adoptie van kinderen door paren van gelijk geslacht Commissie Justitie, Kamer van Volksvertegenwoordigers Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek teneinde adoptie door koppels van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Bestuur en Wonen Directie Woningmarkt Turfmarkt

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve

Nadere informatie

Ouderschapsverlof voor meerlingen. informatief. geen. circulaire van 26 november 1997(EA97/U4257) circulaire van 6 november 1998 (EA98/U55017)

Ouderschapsverlof voor meerlingen. informatief. geen. circulaire van 26 november 1997(EA97/U4257) circulaire van 6 november 1998 (EA98/U55017) Onderdeel directie Politie Inlichtingen R.M. van Zwet T (070) 426 6751 F (070) 426 7440 1 van 5 Aan de korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen de korpsbeheerder van het KLPD de voorzitter van het

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261

Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk

Nadere informatie

Adoptie Stap voor stap

Adoptie Stap voor stap Adoptie Stap voor stap Heb je interesse om een kindje te adopteren? Het Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA) maakt je graag wegwijs in de verschillende adoptieprocedures. Adoptiekinderen kunnen zowel weeskinderen

Nadere informatie

Kwaliteitskader vergunninghouders interlandelijke adoptie

Kwaliteitskader vergunninghouders interlandelijke adoptie Kwaliteitskader vergunninghouders interlandelijke adoptie juni 2008 1 Inhoudsopgave I Voorwoord... 4 Aanleiding... 4 Algemene probleemstelling... 4 Werkgroep kwaliteitseisen... 4 Doel van het document...

Nadere informatie

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Nederlandse Adoptie Stichting

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Nederlandse Adoptie Stichting De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Nederlandse Adoptie Stichting Utrecht, juni 2015 Motto Naar zichtbare kwaliteit in de jeugdhulp! Missie De Inspectie

Nadere informatie

Achtergrond onbekend? Onderzoek naar het handelen van twee vergunninghouders bij de interlandelijke adoptie van zeven Chinese kinderen

Achtergrond onbekend? Onderzoek naar het handelen van twee vergunninghouders bij de interlandelijke adoptie van zeven Chinese kinderen Achtergrond onbekend? Onderzoek naar het handelen van twee vergunninghouders bij de interlandelijke adoptie van zeven Chinese kinderen Inspectie jeugdzorg Utrecht, november 2009 2 Inspectie jeugdzorg Samenvatting

Nadere informatie

Toetsingskader Stap 2 voor toezicht naar Veilig Thuis

Toetsingskader Stap 2 voor toezicht naar Veilig Thuis Toetsingskader Stap 2 voor toezicht naar Veilig Thuis Utrecht, juli 2016 Motto Naar zichtbare kwaliteit in de jeugdhulp! Missie De Inspectie Jeugdzorg, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie

Nadere informatie

Type special need bij geadopteerde kinderen in 2009

Type special need bij geadopteerde kinderen in 2009 Type special need bij geadopteerde kinderen in 29 8% 8% verhoogd med. risico 42% 6% < 4 operaties operaties + revalidatie 5% soc.emo. belaste achtergrond % Afrika 4% 3% % 4% 2% verhoogd risico < 4 operaties

Nadere informatie

32 365 (R1912) Europees Verdrag inzake de adoptie van kinderen (herzien); Straatsburg, 27 november 2008. Den Haag, 25 maart 2010

32 365 (R1912) Europees Verdrag inzake de adoptie van kinderen (herzien); Straatsburg, 27 november 2008. Den Haag, 25 maart 2010 Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2009 2010 32 365 (R1912) Europees Verdrag inzake de adoptie van kinderen (herzien); Straatsburg, 27 november 2008 A/ nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Nadere informatie

ONGECORRIGEERD STENOGRAM (Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)

ONGECORRIGEERD STENOGRAM (Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend) 1 Voorzitter: Verburg Aan de orde is de behandeling van: de brief van de minister van Justitie inzake de uitvoering van moties over interlandelijke adoptie (28457, nr. 14). De voorzitter: Ik bepaal de

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 859 Aanpassing van diverse wetten ter implementatie van richtlijn 2006/123/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van

Nadere informatie

We willen na twee jaar wel bezien in hoeverre de doorgevoerde maatregelen het beoogde effect hebben gehad.

We willen na twee jaar wel bezien in hoeverre de doorgevoerde maatregelen het beoogde effect hebben gehad. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 29 407 Vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten Nr. 195 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE EN DE MINISTER VAN SOCIALE

Nadere informatie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door de Nederlandse Adoptie Stichting (NAS), vergunninghouder interlandelijke adoptie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door de Nederlandse Adoptie Stichting (NAS), vergunninghouder interlandelijke adoptie Aandacht voor matching Bemiddeling door de Nederlandse Adoptie Stichting (NAS), vergunninghouder interlandelijke adoptie Inspectie jeugdzorg Utrecht, september 2009 2 Inspectie jeugdzorg p~ãéåî~ííáåö==

Nadere informatie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Stichting Kind en Toekomst vergunninghouder interlandelijke adoptie

Aandacht voor matching. Bemiddeling door Stichting Kind en Toekomst vergunninghouder interlandelijke adoptie Aandacht voor matching Bemiddeling door Stichting Kind en Toekomst vergunninghouder interlandelijke adoptie Inspectie jeugdzorg Utrecht, september 2009 2 Inspectie jeugdzorg p~ãéåî~ííáåö= Op verzoek van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 28 170 Gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid)

Nadere informatie

Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie

Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Erkennende dat het voor de volledige en harmonieuze

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 814 Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid

Nadere informatie

Een kind adopteren Informatie over (interlandelijke) adoptie en adoptieprocedure/ februari 2009

Een kind adopteren Informatie over (interlandelijke) adoptie en adoptieprocedure/ februari 2009 Een kind adopteren Informatie over (interlandelijke) adoptie en adoptieprocedure/februari 2009 Voorwoord < Deze brochure Adopteren is voor alle betrokkenen een emotioneel ingrijpend proces. Adoptie is

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 047 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het gezamenlijk gezag van rechtswege bij geboorte tijdens een geregistreerd

Nadere informatie

en Jeugdbescherming 2500 GC Den Haag \~_~ Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 9310 Fax rechtspraak (070) 361 9315

en Jeugdbescherming 2500 GC Den Haag \~_~ Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 9310 Fax rechtspraak (070) 361 9315 Parkstraat 83 Den Haag Raad voor Strafrechtstoepassing Correspondentie: Postbus 30137 en Jeugdbescherming 2500 GC Den Haag \~_~ Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 9310 Fax rechtspraak (070)

Nadere informatie

De afschaffing van interlandelijke adoptie. De gevolgen voor donorlanden, adoptiekinderen en wensouders.

De afschaffing van interlandelijke adoptie. De gevolgen voor donorlanden, adoptiekinderen en wensouders. De afschaffing van interlandelijke adoptie. De gevolgen voor donorlanden, adoptiekinderen en wensouders. Auteur: Claire-bijou van Baal Afstudeerorganisatie: Universiteit van Tilburg Plaats: Tilburg Datum:

Nadere informatie

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Stichting Meiling

De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Stichting Meiling De kwaliteit van het bemiddelingsproces bij de vergunninghouder interlandelijke adoptie Stichting Meiling Utrecht, juni 2015 Motto Naar zichtbare kwaliteit in de jeugdhulp! Missie De Inspectie Jeugdzorg

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP DEN HAAG Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2008 Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Nadere informatie

Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie

Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie s-gravenhage, 29 mei 1993 1 Inhoud HOOFDSTUK I:TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG...2 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Elke adoptiedienst heeft een werking uitgebouwd in verschillende herkomstlanden: Overzicht in landenschema per dienst:

Elke adoptiedienst heeft een werking uitgebouwd in verschillende herkomstlanden: Overzicht in landenschema per dienst: Adoptiediensten Elke adoptiedienst heeft een werking uitgebouwd in verschillende herkomstlanden: Overzicht in landenschema per dienst: Overzicht per land Bijzondere voorwaarden gesteld aan KA Nazorgvereisten

Nadere informatie