%HRRUGHOHQLVPHQVHQZHUN. Bevindingen over de wenselij kheid en m ogelijkheid van een gezamenlijk protocol voor het beoordelen van (kern)werkstukken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "%HRRUGHOHQLVPHQVHQZHUN. Bevindingen over de wenselij kheid en m ogelijkheid van een gezamenlijk protocol voor het beoordelen van (kern)werkstukken"

Transcriptie

1 %HRRUGHOHQLVPHQVHQZHUN Bevindingen over de wenselij kheid en m ogelijkheid van een gezamenlijk protocol voor het beoordelen van (kern)werkstukken van de expertgroep Protocol in opdracht van de Vereniging Hogescholen 31 januari 2014

2 ,QKRXGVRSJDYH Voorwoord... 3 DEEL 1: Wenselijkheid en mogelijkheid van een protocol Aanleiding, context en opdracht Samenstelling en werkwijze expertgroep Conceptueel model van afstuderen Analyse Conclusies en aanbevelingen Deel 2: Protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo Inleiding Protocol Uitwerking en toelichting Deel 3: Visie op onderzoekend vermogen Bijlagen Bijlage 1: Lijst van gesprekspartners Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Bijlage 3: Overzicht beoordelaarseffecten Bijlage 4: Toetsing en beoordeling van eindniveau bij een visitatie Bijlage 5: Handreiking Ontwikkelen beoordelingsmodellen Bijlage 6: Handreiking Kalibreersessies Gebruikte bronnen

3 9RRUZRRUG Voor u ligt het rapport van de expertgroep protocol. De expertgroep heeft van de Vereniging Hogescholen de opdracht gekregen om de wenselijkheid en m ogelijkheid te verkennen van een gezam enlijk, bottom -up opgesteld protocol of protocollen voor het beoordelen van (kern)werkstukken en te adviseren over de wijze waarop deze tot stand dienen te kom en en aan welke kwaliteitseisen deze dienen te voldoen. De expertgroep is zich bij haar werk voortdurend bewust geweest van het dilem m a dat in het idee van gezam enlijke protocollen zit verscholen. Enerzijds is het verantwoord beoordelen van ( kern) w erkst ukken van st udent en zo belangrij k voor de kwalit eit en geloofwaardigheid van het onderwijs dat er sterke waarborgen m oeten zijn dat dit proces goed verloopt en transparant is. Dit m aakt de vraag naar standaardisering en protocollering reëel. Anderzijds is het vaak onm ogelijk en ook onwenselijk het beoordelen van prestaties terug te brengen tot een soort algoritm e. Beoordelen is m ensenwerk. Het streven naar volledige standaardisatie en objectiviteit leidt vrij gem akkelijk tot beoordeling van observeerbare m aar oppervlakkige aspecten van het presteren, die geen recht doen aan de werkelijke kwaliteit van het te beoordelen product of gedrag. Beoordelen is in de eerste plaats het werk van vakbekwam e professionals. Dat werk m oet worden ondersteund m et het aanreiken van criteria en werkwijzen zodat het zoveel m ogelijk geldigheid heeft. Maar de docent m ag daarbij niet het gevoel krijgen dat het zijn of haar beoordeling niet m eer is. De expertgroep heeft haar opdracht uitgevoerd in het licht van dit dilem m a tussen dichtt im m eren en het t im m erm ansoog. Ze heeft daarbij gew erkt vanuit het principe: gezam enlijk wat kan, lokaal wat m oet. I n deel 1 geeft de expertgroep antwoord op de vraag wat de wenselijkheid en m ogelijkheid is om te kom en tot een gezam enlijk protocol. Met dit deel voldoet de expertgroep aan de opdracht. Kernboodschap van deel 1 is dat afstuderen in het hbo veel m eer is dan het schrijven van een werkstuk. I n deel 2 doet de expertgroep een voorstel voor een landelijk protocol voor het verbeteren en verantwoorden van het afstuderen in het hbo. Kernboodschap is dat dit protocol een goed middel is om de system atische kwaliteitszorg van afstuderen te bevorderen en de externe validering te vergroten. I n deel 3 wordt specifiek ingegaan op de eis dat studenten m oeten beschikken over onderzoekend verm ogen, op de vraag welke rol dat speelt binnen het afstuderen en op de vraag welke eisen daaruit voortvloeien. Kernboodschap is dat onderzoekend verm ogen in het hbo- onderw ij s een onderst eunende rol heeft bij het m aken van goede beroepsproducten en dat de lat daarom niet te hoog m oet worden gelegd. Dit deel is geen onderdeel van haar opdracht m aar is in de ogen van de expertgroep wel voorwaardelijk voor transparantie van afstuderen. De expertgroep is van m ening dat een goede verantwoording van opleidingen over het afstudeerproces bijdraagt aan externe validering en daarm ee aan de kwaliteit en legitim i- teit van het diplom a. Landelijke afspraken hierover kunnen helpen onduidelijkheden weg te nem en en transparantie te bevorderen. Nam ens de expertgroep, Daan Andriessen Voorzitter expertgroep Petra Manders Secretaris expertgroep Januari

4 '((/ :(16(/,-.+(,'(102*(/,-.+(,'9$1 ((135272&2/ $IVWXGHUHQLQKHWKERLVYHHOPHHUGDQKHW VFKULMYHQYDQHHQZHUNVWXN 4

5 $DQOHLGLQJFRQWH[WHQRSGUDFKW Sinds 2010 worden er in Nederland m et enige regelm aat vraagtekens gezet bij de kwaliteit van de hbo-diplom a s. Reden daarvoor waren onder andere incidenten m et alternatieve afstudeertrajecten bij enkele hogescholen. Hoewel uit onderzoeken van de I nspectie HO en de NVAO duidelij k werd dat het geen hbo- breed probleem was, leidden deze onderzoeken er wel toe dat het beeld ontstond dat de waarde van de hbo-diplom a s niet boven alle twijfel verheven was. Dat was voor de Vereniging Hogescholen (toen nog HBO-raad) reden om een com m issie in te stellen (de Com m issie Bruijn) m et als opdracht te inventariseren welke m ogelijkheden voor externe validering van exam ens er zijn (waaronder centrale exam inering), wat de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven zij n en of er nog andere opties voor externe validering zijn. I n m ei 2012 leverde de com m issie Bruijn haar rapportage Vreem de ogen dwingen op, m et daarin een zevental aanbevelingen. De Vereniging Hogescholen heeft uit die zeven aanbevelingen een viertal, onderling sam enhangende en in haar ogen m eest urgente projecten, gedefinieerd (Brief HBO-Raad aan Staatssecretaris Zijlstra, referentienum m er , O&S): 1. Externe validering door m iddel van gezam enlijke toetsing in pilots. 2. Verantwoording van gezam enlijk toetsen in jaarverslagen hogescholen. 3. Externe validering door m iddel van een gem eenschappelijk protocol voor de beoordeling van werkstukken (expertgroep Protocol). 4. Externe validering door m iddel van vergroting toetsdeskundigheid van docenten (expertgroep BKE/ SKE). Voor de im plem entatie van de overige aanbevelingen van de com m issie Bruijn draagt iedere hogeschool zelf verantwoordelijkheid. Acties die hieruit voortvloeien dienen aan te sluiten bij de eigen situatie, profiel en visie. Voor punt 3 is de expertgroep Protocol ingesteld. De opdracht aan de expertgroep Protocol is op 29 m aart 2013 als volgt geform uleerd: " 2QGHU]RHNGHZHQVHOLMNKHLG HQPRJH OLMNKHLG YDQ HHQ JH]DPHQOLMN ERWWRPXS RSJHVWHOG SURWRFRO RI SURWRFROOHQ YRRU KHW EH RRUGHOHQYDQNHUQZHUNVWXNNHQHQDGYLVHHURYHUGHZLM]HZDDURSGH]HWRWVWDQGGLHQHQ WHNRPHQHQDDQZHONHNZDOLWHLWVHLVHQGH]HGLHQHQWHYROGRHQ" (E-m ail R. Sm its aan de leden van de expertgroep d.d. 29 m aart 2013). Deel 1 van dit rapport geeft antwoord op deze vraag en is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 schetst de sam enstelling en werkwijze van de expertgroep. I n hoofdstuk 3 wordt een conceptueel m odel van het afstuderen geschetst waarm ee antwoord kan worden gegeven op bovenstaande vraag. Dit model wordt in hoofdstuk 4 gebruikt voor een analyse van de vraag en het form uleren van een antwoord. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies en de aanbevelingen aan de Vereniging Hogescholen. 5

6 6DPHQVWHOOLQJHQZHUNZLM]HH[SHUWJURHS I n overleg m et de Vereniging Hogescholen is een expertgroep Protocol sam engesteld (zie tabel 1). De expertgroep is acht m aal bij elkaar geweest en heeft daarnaast gesprekken gevoerd (zie bijlage 1) m et de NVAO, m et twee evaluatiebureaus en m et een lid van de Com m issie Bruij n. I n bij eenkom st en van de expert groep is allereerst de opdracht verkend en gewerkt aan een gem eenschappelijk begrippenkader (zie bijlage 2). Vervolgens zijn ideeën geïnventariseerd voor het protocolleren van afstuderen. Ook zijn er casussen besproken uit verschillende inst ellingen waaruit blij kt t egen welke vraagst ukken opleidingen aanlopen bij het afstuderen. Tussen de bij eenkom sten door hebben leden gewerkt aan teksten voor het eindrapport, zijn voorbeelden verzam eld en is achtergrondinform a- tie gedeeld via Dropbox. Op basis hiervan is een protocol opgesteld dat is voorgelegd aan de NVAO, de drie evaluatiebureaus die actief zijn in het hbo en een zelfstandig opererende gecertificeerde secretaris. 7DEHOVDPHQVWHOOLQJYDQGHH[SHUWJURHS3URWRFRO Daan Andriessen Hogeschool Utrecht Lector Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek (voorzitter) Petra Manders Saxion Senior Beleidsmedewerker Kwaliteitszorg (secretaris) Dan Greve Hogeschool Utrecht Onderwijsadviseur instituut ICT / Onderzoeker Methodologie van praktijkgericht onderzoek Peter Hermans Cito Knowledge Manager Artez Research Program Manager Lecturer in Research in Arts Education Linda Jakobs Hogeschool Arnhem Onderwijskundig adviseur Onderwijsontwikkeling Nijmegen Lucie te Lintelo Hogeschool van Amsterdam Onderwijskundig adviseur en ontwikkelaar / trainer op gebied van (leerwegonafhankelijke) toetsen Karin Neijenhuis Hogeschool Rot terdam Hoofddocent Evidence Based Care, I nstituut voor Gezondheidszorg, opl. Logopedie/ Kenniscentrum Zorginnovatie Gerard Straetmans Saxion Lector Assessment Cito Toetsdeskundige 6

7 &RQFHSWXHHOPRGHOYDQDIVWXGHUHQ Een onderzoek naar de wenselijkheid en m ogelijkheid van een protocol vereist een helder begrippenkader. Daarom heeft de expertgroep een conceptueel m odel opgesteld dat aangeeft wat afstuderen in het hbo is en welke onderdelen en hulpm iddelen daarbij een rol spelen. Dit m odel is een abstractie en houdt geen rekening m et de enorm e variëteit aan afstudeerprogram m a s die in het hbo voor kom en. Figuur 1 geeft de essentie van het afstudeerproces grafisch weer vanuit het perspectief van de opleiding. I n de tekst worden de kernbegrippen uit het m odel toegelicht. )LJXXU0RGHOPDWLJHZHHUJDYHYDQDIVWXGHHUSURFHVVHQLQKHWKER $IVWXGHHUSURJUDPPD Het t akenpakket van een beroepsbeoefenaar is veelal zo divers dat één prest at ie daarvoor nooit representatief kan zij n (zie kader). Daarom hebben hbo-opleidingen vaak m eerdere onderdelen in het curriculum aangewezen waarin de st udent laat zien t e beschikken over de eindkwalificaties van de opleiding. Deze toetsonderdelen gezam enlijk noem t de expertgroep het afstudeerprogram m a. Het program m a bestaat uit één of m eerdere beroepsopdrachten die uitgevoerd kunnen worden in stages, in opdrachten voor externe opdrachtgevers of in eigen projecten. Met het uitvoeren van de beroepsopdracht en wordt bew ij sm at eriaal verzam eld op basis waarvan w ordt beslot en of de st u- dent de eindkwalificaties beheerst. Als ook alle andere toetsen in het toetsprogram m a voldoende zijn kan besloten worden het diplom a te verstrekken. Als bijvoorbeeld een ambulanceverpleegkundige-in-opleiding laat zien dat hij adequaat kan handelen bij een geval van verdrinking, dan kan die prestatie hooguit worden opgevat als één bijdrage aan het bewijs voor beroepsbekwaam heid op het gebied van het verlenen van spoedeisende hulp door am bulanceverpleegkundigen. Het takenpakket van deze beroepsbeoefenaar en de omstandigheden waaronder hulp verleend moet worden zijn namelijk zo divers dat één prestatie daarvoor nooit representatief kan zijn. Het probleem van de beperkte generaliseerbaarheid van prestaties geldt voor de meeste bekwaamheden. De consequentie hiervan voor de beoordeling is dat er meerdere prestaties nodig zijn, die samen voldoende representatief zijn voor de taaksituaties waarin de betreffende beroepsbekwaam heid zich kan manifesteren. Overigens is het vaak niet haalbaar om alle eindkwalificaties te toetsen m et m eerdere prestaties. Daarom wordt vaak een best practice per eindkwalificatie (bv in een portfolioassessm ent) getoetst en/ of de m eest com plexe beroepsopdracht. 7

8 %HURHSVEHNZDDPKHLG Het doel van het afstuderen is om vast te stellen of de student voldoende bekwaam is om adequaat te handelen in taaksituaties die representatief zijn voor de kerntaken van het beroep waarvoor wordt opgeleid. Dit gebeurt op basis van de beoordeling van door een student geleverde prestaties. (LQGNZDOLILFDWLHV Een overzicht van de te toetsen eindkwalificaties vorm t het uitgangspunt van ieder afstudeerprogram m a. I n de eindkwalificaties zijn de eisen vanuit het werkveld, de Dublin Descriptoren en de hbo-standaard uit Kwaliteit als Opdracht verwerkt (HBO-raad, 2009). I n het afstudeerprogram m a m aakt de opleiding duidelijk hoe de eindkwalificaties zijn afgeleid van de com pet ent ies waarover een beginnende, hbo- gekw alificeerde beroepsbeoefenaar m oet beschikken. Som m ige opleidingen hanteren de com petenties zoals vastgelegd in het landelij k opleidingsprofiel van de opleiding. Andere opleidingen vert alen de com petenties in eigen eindkwalificaties om zich te kunnen profileren. %HRRUGHOLQJVGLPHQVLHV Beoordelingsdim ensies geven globaal aan waarop het handelen van de kandidaat en/ of resulterende producten daarvan m oeten worden beoordeeld. Globaal vanwege het feit dat deze beoordelingsdim ensies bruikbaar m oeten zijn voor elke prestatie waarm ee de bekwaam heid t en aanzien van de kernt aak kan worden aanget oond. Beoordelingsdim ensies worden niet rechtstreeks gebruikt om de prestaties van kandidaten m ee te beoordelen; ze dienen in de eerste plaats als richtsnoer voor de form ulering van prestatiecriteria (zie voor een toelichting bijlage 5). I n het beroepsprofiel van fysiotherapie is een van de benoemde competenties Onderzoeken. Deze com petenties is als volgt omschreven: De fysiotherapeut registreert systematisch patiënt- en behandelgegevens ten behoeve van kwaliteitszorg en onderzoek. Hij neemt deel aan wetenschappelijk onderzoek voor de verdere ontwikkeling van de beroepspraktijk en de wetenschappelijke fundering ervan. (KNGF, 2006, p. 23) Bij de competentie zijn meerdere beoordelingsdimensies aangegeven onder het kopje niveau-indicatoren. Een daar van is Is goed ingevoerd in frequent gebruikte methoden en technieken van toegepast wetenschappelijk onderzoek. In het afstudeerprogramma van een opleiding kunnen meerdere prestaties zitten waarin deze beoordelingsdimensie kan worden getoetst. Indien het wordt getoetst in een schriftelijk verslag dient de dimensie vertaald te worden in een prestatiecriterium dat verwoordt hoe in een schriftelijk verslag zichtbaar is dat de student hier aan voldoet. 3UHVWDWLH Onder een prestatie wordt het resultaat verstaan van de uitvoering van een beroepsopdracht. De prestatie is een beroepsproduct. I n navolging van Losse (Losse, 2012) onderscheidt de expertgroep vijf typen beroepsproducten: 1) advies, 2) ontwerp, 3) fysiek of digitaal product, 4) serie handelingen, 5) sec het antwoord op een onderzoeksvraag. Deze opsom m ing geeft aan hoe divers in het hbo de opleidingen zijn en daarm ee ook de afstudeerprogram m a s. Tabel 2 geeft van elk van de onderscheiden beroepsproducten een aantal voorbeelden. 7DEHOYRRUEHHOGHQYDQEHURHSVSURGXFWHQLQKHWKER! #"$%& ( & %) * +. %)/ :3; 6 3<>= F5>GIHD5>5>6 Q R <?7 ' 5 9:3>BJ07 47 P E06 5 V0G#3>B, 5 <M<?7 50J>GTE04 - P#S\303>G#J05 J ;DG#30JDNO?P N7 PTS 5 7 PY3 B ; N = N><?7 5< 5 GU; H Organisatieadvies Pedagogisch advies Financieel advies Bouwontwerp Bestemmingsplan Ondernemingsplan Schilderij I CT applicatie Apparaat Film Journalistiek tekst Les geven Voorstelling geven Hulp verlenen Verplegen Therapie geven Leiding geven Ondernemen Archeologisch rapport Laboratorium rapport Forensisch rapport Vaak wordt er naast het beroepsproduct ook een verant woording van dat product gevraagd. De student verantwoordt de totstandkom ing van het product en onderbouwt de keuzes die hij heeft gem aakt. Bij som m ige beroepsproducten, zoals een advies en een 8

9 onderzoek, kan de verantwoording een integraal onderdeel vorm en van het product. Bij een ontwerp, een fysiek of digitaal product of een handeling, legt de student de verantwoording m eest al vast in een separaat verslag. De expert groep hant eert voor het beroepsproduct en de bijbehorende verantwoording de term NHUQZHUNVWXN. I ndien het m a- ken van een kernwerkstuk helem aal aan het eind van de opleiding wordt gevraagd is er sprake van een HLQGZHUNVWXN. Uit de opsom m ing van beroepsproducten m ag duidelijk zij n dat bepaalde producten niet blijvend m aar vluchtig zijn en alleen te beoordelen zijn door het handelen te observeren. Procesbeoordeling is sowieso aan te raden aangezien de kwaliteit van het product alleen niet altijd voldoende inform atie geeft over de bekwaam heid. Voor het goed toetsen van beroepsbekwaam heid (de 'b van hbo) is het noodzakelijk dat in een afstudeerprogram - m a voldoende bewijs van het juiste type (passend bij de te toetsen eindkwalificaties) wordt verzam eld. Dat pleit voor een diversiteit aan producten. Er wordt daarom in het hbo een scala aan bewijsvorm en gehanteerd binnen het afstuderen waaronder handelingen binnen st ages, ont werpen, creat ieve product en, gebruiksvoorw erpen, dienst verlening, film s, com posit ies, voorst ellingen et c.. De expert groep signaleert m et zorg echter dat er onder druk van accreditaties de laatste jaren steeds m eer nadruk wordt gelegd op de schriftelijke werkstukken. Men kan zich afvragen hoe representatief dit is voor het aantonen van de beroepsbekwaam heid. %HURHSVRSGUDFKW Een beroepsopdracht zet de student ertoe aan om zijn bekwaam heid m et betrekking tot een kerntaak van het beroep te dem onstreren door het uitvoeren van m eer of m inder authentieke taken onder m eer of m inder authentieke om standigheden, leidend tot een beroepsproduct. Uit deze form ulering w ordt duidelij k dat beroepsopdracht en kunnen variëren voor wat betreft hun natuurgetrouwheid. Uiteraard geeft een prestatie die het resultaat is van een authentieke taak uitgevoerd onder aut hent ieke om st andigheden het best e bew ij s voor de bet reffende beroepsbekwaam heid. Vaak zijn er echter dwingende redenen om af te wijken van deze perfect fit, zoals: hoge kosten van apparatuur en/ of m aterialen, gevaar voor de kandidaat en/ of diens om geving, de beperkte beschikbaarheid van opdrachten in de reële werksituatie, de inefficiëntie van de authentieke taak. Een m ethodem ix (com binatie van authentieke en m inder authentieke assessm enttaken) zal vaak nodig zijn om efficiënte wijze de inform atie te verzam elen die nodig is om m et vertrouwen een conclusie te trekken over de bekwaam heid van kandidaten. Het niveau van beroepsopdrachten dient representatief te zij n voor het niveau van de taken die beginnende professionals m oeten kunnen uitvoeren in de beroepspraktijk. Bulthuis (2013) ontwikkelde een system atiek om het niveau van beroepsopdrachten te bepalen op grond van drie factoren: de cognitieve com plexiteit van de taak; de context waarbinnen gehandeld m oet worden; de zelfstandigheid van rol die de student m oet vervullen. De cognitieve com plexiteit wordt doorgaans groter als de taak niet zonder m eer uitvoerbaar is door de toepassing van geleerde standaardprocedures, m aar vraagt om nieuwe, creatieve oplossingen. De context wordt com plexer als er bijvoorbeeld m eerdere partijen betrokken zijn bij de beroepsopdracht, die bovendien verschillende belangen kunnen hebben. De zelfst andigheid van een st udent is van een hoger niveau naarm at e de vrij - heid van handelen bij het ontwikkelen van de opdracht en de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het eindresultaat toeneem t. Het verdient aanbeveling dat hogescholen die dezelfde beroepsopleiding aanbieden sam en m et vert egenwoordigers van de beroepsgroep het gewenste niveau van de beroepsopdrachten vastleggen. Dit m et het oog op de vergelijkbaarheid van afstudeerresultaten en diplom a s. 9

10 ([DPLQDWRU Exam inator is de benam ing voor de persoon die belast wordt m et de beoordeling van prestaties. Om deugdelijke beoordelingen te geven m oeten exam inatoren deskundig op: A. de te beoordelen bekwaam heid. Studenten zullen niet veel vertrouwen hebben in een beoordeling van een exam inator waarvan ze de vakdeskundigheid in twijfel trekken. B. het beoordelingsproces zelf. Dit houdt niet alleen in dat de exam inator op voorhand kennis heeft genom en van het in te zetten beoordelingsm odel, m aar ook dat hij/ zij op de hoogte is van aspecten die van invloed zijn op de betrouwbaarheid en validiteit van de beoordeling. De kwaliteit van beoordeling is voor een groot deel afhankelijk van de kwaliteit van de exam inator. Beoordelen is m ensenwerk. I n de onderwijskundige literatuur bestaat dan ook grote overeenstem m ing over de noodzaak om exam inatoren te trainen en, eventueel, te certificeren. Ook de com m issie Bruijn adviseert om docenten toetsdeskundigheid te laten verwerven tot op het niveau van hun betrokkenheid bij het toets- en beoordelingsproces (Com m issie externe validering exam enkwaliteit hoger beroepsonderwijs, 2012). De expert groep BKE/ SKE heeft dit advies onlangs geconcret iseerd in een program m a van eisen (Expertgroep BKE/ SKE, 2013). %HRRUGHOLQJVPRGHO ] Beroepsbekwaam heid m oet blijken uit: de kwaliteit van een of m eer vervaardigde beroepsproducten; verantwoordingsverslag(en); de kwaliteit van het proces dat tot het beroepsproduct heeft geleid. Zowel product als proces dienen beoordeeld te worden door een ter zake deskundige, exam inat or genoem d. Door een beoordelingsm odel in t e zet t en kan m en de beoordelingskwalit eit t e bevorderen. Een beoordelingsm odel specificeert de kwalit eit waarop product en proces beoordeeld worden m iddels prestatiecriteria en beoordelingsschalen (Am erican Educational Research Association, 1999). Beoordelingsm odellen dienen valide te zijn, voor de student inzichtelijk en ze dienen bij te dragen aan een betrouwbare beoordeling van de geleverde prestaties. Tot slot m oet het m odel ook praktisch hanteerbaar zijn. 9DOLGH Valide betekent dat het gebruik van het beoordelingsm odel bijdraagt aan een deugdelijke zak-/ slaagbeslissing.,q]lfkwholmn Voor de student inzichtelijk betekent dat de prestatiecriteria voorafgaand aan de start van de beroepsopdracht aan de studenten worden gecom m uniceerd en dat ze voor de student herkenbaar zijn uit het curriculum. %HWURXZEDUHEHRRUGHOLQJ Beoordelingsm odellen dragen bij aan een bet rouwbare beoordeling wanneer de eindkwalificaties zijn vertaald in observeerbare criteria en ze exam inatoren voldoende houvast bieden om tot eenzelfde interpretatie en oordeel te kom en. De score die een exam inator toekent, krijgt pas betekenis als die wordt afgezet tegen een kritische score, ook wel cesuur genoem d. De cesuur is niets anders dan de kwantificering van de eindkwalificatie (dat wat de kandidaat m oet beheersen). Naast de bepaling van de cesuur zullen voor een t ransparant e beslissingsprocedure ook nog andere uit slagregels vastgelegd m oeten worden. Bijvoorbeeld over de m ate van com pensatie die wordt toegestaan. 1 De expertgroep volgt hierin de terminologie van de Expertgroep BKE/ SKE (2013) 10

11 $QDO\VH Opdracht aan de expertgroep is het in kaart brengen van de m ogelijkheid en wenselijkheid van bottom -up protocolleren en te adviseren over de wijze waarop protocollen tot stand kunnen kom en en aan welke kwaliteitseisen deze m oeten voldoen. Het conceptuele m odel van het afstudeerprogram m a uit het vorige hoofdstuk m aakt het m ogelijk te kij - ken welke elem enten in het afstuderen zich lenen voor protocolleren om de externe validering te vergroten. I n haar analyse heeft de expertgroep de term protocolleren ruim opgevat. Het gaat om m aatregelen die de kwaliteit en transparantie van het afstudeerprogram m a verhogen door sam en te werken. Hieronder valt: 1. Het gezam enlij k ont w ikkelen en vast st ellen van elem ent en van het afst udeerprogram m a. 2. Het gezam enlijk uitvoeren van elem enten van het afstudeerprogram m a. 3. Het laten reviewen van elem enten van het afstudeerprogram m a. Reviewen is het beoordelen van elem enten van het afstudeerprogram m a aan de hand van kwaliteitscriteria m et als doel deze te verbeteren. Daarnaast heeft de expertgroep overwogen op welk niveau de sam enwerking m ogelijk is. Daarbij onderscheidt zij vier niveaus: Niveau 1: Alle opleidingen van alle instellingen; Niveau 2: Alle opleidingen m et het zelfde opleidingprofiel / CROHO- num m er van alle instellingen; Niveau 3: Beperkt aantal opleidingen m et hetzelfde opleidingprofiel / CROHO-num m er die onderwijsinhoudelijk overeenkom en; Niveau 4: Binnen één instelling. 0RJHOLMNKHGHQHQZHQVHOLMNKHLGYDQSURWRFROOHUHQ De m ogelijkheden voor protocolleren die de expertgroep als wenselijk bestem pelt zijn sam engevat in tabel 3. Deze worden hieronder één voor één besproken. Belangrijke overweging bij de analyse is de grote diversiteit aan hbo opleidingen m et daarbinnen een grote diversiteit aan afstudeerprogram m a s. Er wordt opgeleid tot vele verschillende beroepen m et m inst ens evenzoveel verschillende eindkwalificat ies. Ook binnen één opleidingsprofiel signaleert de expert groep verschillen t ussen hogescholen, zow el qua specifieke invulling van de eindkwalificaties als qua afstudeerprogram m a s. Dit is onder m eer het gevolg van het feit dat opleidingen een bepaalde opvatting hebben over onderwijs, een eigen gezicht willen hebben in de m arkt en willen inspelen op regionale verschillen. 1LYHDX$*HVWDQGDDUGLVHHUGHZLM]HYDQYHUVODJOHJJLQJRYHUKHWDIVWXGHHUSUR JUDPPDDOVJHKHHO Op landelijk niveau is er volgens de expertgroep een gestandaardiseerde wijze van verantwoording van afstudeerprogram m a s m ogelijk. De wijze van verantwoording door een opleiding staat nam elijk los van de te toetsen eindkwalificaties en de inrichting van het afstudeerprogram m a en kan daarom gelden voor alle opleidingen van alle hogescholen. Een goede verantwoording van het afstudeerprogram m a bevordert de transparantie en draagt bij aan een proces van voortdurende verbetering. Een protocol Verbeteren en Verantwoorden van afstuderen in het hbo kan behulpzaam zijn om te kom en tot een dergelijke gestandaardiseerde wijze van verantwoording. I n deel 2 van dit rapport doet de expertgroep een voorstel voor een dergelijk landelijk protocol. De expertgroep erkent dat er een risico zit aan het gebruik van een dergelijk landelijk protocol, nam elijk dat het protocol als checklist wordt gebruikt aan de hand waarvan opleidingen worden afgerekend. Op dat m om ent verliest het protocol een deel van zijn 11

12 , ' h h h ~ ~ ~ ƒ ƒ f waarde als verbeterinstrum ent en bestaat de kans dat opleidingen de werkelijkheid op papier t e rooskleurig voorschot elen. De expert groep ziet een landelij k prot ocol de kom ende jaren vooral als een groeim odel dat opleidingen kunnen gebruiken om hun afstuderen en de verantwoording daarover te verbeteren. De Vereniging Hogescholen zou na invoering van een dergelijk protocol na drie jaar kunnen reviewen hoe het staat m et de kwaliteit van de verantwoording van de afstudeerprogram m a s en op basis daarvan kunnen besluiten tot aanvullende m aatregelen. 7DEHO0RJHOLMNKHGHQYRRUSURWRFROOHUHQELMDIVWXGHHUSURJUDPPD V ^ * _ /> L Ẁ1A #"a 11D cb _ /> $ Ẁ1 DY "$ Dde 0&%# 1 *Y # %# ^ *g h Z iyjy;c <33 GeP 7 4D5$S[78)k 5 K5 50P E0BU= Landelijk alle opleidingen < van alle instellingen 5PV0G#30Pm30OW3>6 F5 G= HD50PU5 P#S EB < 50P l H3 pi[q 7 PIS 5 n$nnc5>7 <?5 J5>GUk 3>5D= ^ * Alle opleidingen m et hetzelfde opleidingprofiel / CROHO nummer van alle instellingen ^ * Beperkt aantal opleidingen m et hetzelfde opleidingprofiel / CROHO nummer een groep opleidingen die onderwijsinhoudelijk overeenkomen ^ * Binnen één instelling z 789CKME>< P < PU5 6 6 HD30J0R:3 50J 4 5o a<m9>7 6 6 < J5GTk JcF5 GInA3 50P}>jj i 789CKME>< P < PU5 6 J09DS[E6 7 B 7 OE P 7 5 < 5?k?E= 789CKME>< P <PU P EB < PUNDJ0505 GU; G#34DGTEnCn:E 5?k?E= PTS\7 KME>< P <Pm Q>i 5>PTP 5 na5 GT< J5 G)5 l 3 4 5<Ol3 6 P J5xH5D= 303 G)J05>6 Q>i 5>PTP 5 5? J5 G)5 l 3 4 5<Ol3 6 Zi s5k?7 5 Sg7 9DS[E6 7 PU5 7 S\303 G)J>7 < PUN= J0505 GT;DG#3 4DGTE0nCnCE y < 6 78e9xG)5K?7 5 < PUNDJ0505 GT;DG#3D= 4GTEnCn:Ey j { i 6 78e9xG)5K?7 5 < PUNDJ0505 GU;DG)34DGTEnL= n:e y < i s5k?7 5 S\5 #J5>6 50P EB <PTNJ5>5 GU; G#3D= 4GTEnCn:ECJ303>G l 5P S\5 G#90= K?5>6 J i s5k?7 5 S\5 #J5>6 50P EB <PTNJ5>5 GU; G#3D= 4GTEnCn:ECJ303>G\< P EB n$5= J05 S\5>GI905 GT< 6 5 4E = 3?; LYHDX%%HWHNHQLVHQPLQLPXPHLVHQ2QGHU]RHNHQG9HUPRJHQ De expertgroep heeft gem erkt dat er in het land veel onduidelijk bestaat bij opleidingen over een specifiek onderdeel uit de hbo-standaard zoals weergegeven in de nota Kwaliteit als Opdracht (HBO-raad, 2009), nam elijk het onderzoekend verm ogen. De expertgroep is van m ening dat het goed zou zijn wanneer er een landelijke visie wordt ontwikkeld op de rol van onderzoekend verm ogen in het hoger beroepsonderwijs m et daarin een aantal m inim um eisen op het gebied van onderzoekend verm ogen. I n deel 3 van dit rapport doet de expertgroep hiervoor een voorstel. 1LYHDX&%RG\RINQRZOHGJH VNLOOV2QGHU]RHNHQG9HUPRJHQ I n Landelijke OpleidingsOverleggen (LOO) worden de opleidingsprofielen ontwikkeld en vastgesteld conform de daarvoor opgestelde procedure (HBO-raad, 2010). De profielen beschrijven de basiscom petenties en veelal ook de kennis en vaardigheden waarover st udent en dienen t e beschikken in een body of know ledge & skills. Dit landelij ke opleidingsprofiel is daarm ee een reeds bestaande vorm van protocolleren. Echter, in veel opleidingsprofielen is niet ingevuld wat de specifieke eisen op het gebied van onderzoekend verm ogen zij n. Vaak best aan er t ussen hogescholen verschillende visies. De expertgroep acht het m ogelijk en wenselijk dat in de LOO s vastgesteld wordt wat de voorgeschreven body of knowledge & skills is op het gebied van onderzoek (BoK- 12

13 SO). Een dergelijke BoKSO beschrijft bijvoorbeeld welke onderzoekm ethoden studenten dienen te beheersen en wat de eisen zijn op het gebied van het gebruik van literatuur. Deel 3 van het rapport beschrijft welke aspecten in de BoKSO kunnen worden m eegenom en. 1LYHDX'*H]DPHQOLMNUHYLHZHQYDQGHDIVWXGHHUSURJUDPPD V Gegeven de grote diversiteit tussen opleidingen, zelfs binnen hetzelfde opleidingsprofiel, acht de expertgroep het niet m ogelijk en wenselijk om op niveau 2 het afstuderen te standaardiseren. Wel is het m ogelijk en wenselijk om in de LOO s aandacht te besteden aan de verschillen en overeenkom sten tussen afstudeerprogram m a s. Veel LOO s doen dat al. Daar kan dan ook het gezam enlij k review en van de individuele afst udeerprogram m a s aan worden gekoppeld. Het Protocol Verbeteren en verantwoorden afstuderen kan daarbij als norm kader worden gehanteerd. 1LYHDX(*H]DPHQOLMNHLQYXOOLQJGHOHQYDQKHWDIVWXGHUHQ De Com m issie Bruijn pleit in haar rapport Vreem de ogen dwingen voor Een gestandaardiseerde wijze van verslaglegging om trent de beoordeling van (eind)werkstukken, stageverslagen, scripties etc. (p ) en verwijst daarbij onder andere naar bijlage 3 van haar rapport waarin het beoordelingsm odel staat weergegeven dat de NVAO-Com m issie Onderzoek Hogeschool I nholland (I nholland, 2011) heeft ontwikkeld. Het standaardiseren van beoordelingsm odellen is volgens de expertgroep alleen m ogelijk voor opleidingen die onderw ij sinhoudelij k overeenkom en. Dat zij n volgens de expertgroep in het algem een opleidingen m et het zelfde opleidingsprofiel die een st erk vergelijkbare profilering hebben. Beoordelingsm odellen zijn vrijwel altijd specifiek voor een bepaald opleidingsprofiel en dienen aan t e sluit en bij de gehant eerde beoordelingsdim ensies en beroepsopdrachten. Daarm ee vervalt naar de mening van de expertgroep de m ogelijkheid om een valide beoordelingsm odel voor DOOH eindwerkstukken voor het JHKHOH hbo te ontwikkelen. Toch zijn er thans m eerdere lijsten m et prestatiecriteria in om loop die beogen aan te geven wat een goed kernw erkst uk is. Voorbeeld hiervan is de bovengenoem de lij st van de NVAO- Com m issie Onderzoek Hogeschool I nholland die in het land bekend is geworden onder de naam de Dunnewijk-criteria. Deze criteria worden ook wel, m aar ten onrechte, de NVAO-criteria genoem d. De expertgroep vindt het belangrijk te benadrukken dat dit beoordelingsm odel is ontwikkeld voor een specifieke situatie waarin een com m issie vanuit haar opdracht geen gebruik PRFKW m aken van het beoordelingsm odel van de t e onderzoeken econom ische opleidingen. Het beoordelingsm odel is dus heel specifiek en heeft geen officiële landelijke status. Andere voorbeelden van landelijke beoordelingsm odellen zijn de lijsten die som m ige evaluatiebureaus in een aantal gevallen hanteerden bij visitaties. Ook dit zijn algem ene m o- dellen die niet zijn afgeleid uit de specifieke te toetsen eindkwalificaties. Dit m aakt dat ze alleen bij toeval valide zijn voor de te toetsen kwalificaties. Het feit dat de beoordelingsm odellen van evaluat iebureaus onderling ook nog eens st erk verschillen heeft bij gedragen aan de verwarring. I nm iddels zijn evaluatiebureaus deze m odellen aan het heroverwegen. De expertgroep is van mening dat de beoordelingsm odellen van de opleiding ]HOI leidend dienen t e zij n bij de beoordeling alsook bij het vellen van een oordeel over het gerealiseerde eindniveau van een opleiding in het kader van een accreditatie. Het gebruik van andere beoordelingsm odellen dan die van de opleiding is alleen te billijken wanneer het eigen beoordelingsm odel ondeugdelij k is. Een ondeugdelij k beoordelingsm odel is overigens een signaal dat een opleiding het toetsbeleid nog niet helem aal op orde heeft. De verschillen die tussen hogescholen bestaan binnen één en hetzelfde opleidingprofiel m aken het ontwikkelen van gezam enlijke beoordelingsm odellen op niveau 2 lastig. Een gezam enlijk beoordelingsm odel vereist afspraken over de beroepsopdracht waarvoor het 2 Bladzijde numm ers verwijzen naar de pdf versie 13

14 m odel wordt gebruikt en over de eindkwalificaties die m et die beroepsopdracht worden getoetst. Opleidingen van verschillende hogescholen kunnen verkennen welke clusters van hogescholen op elkaar lij ken qua eindkwalificat ies en afst udeerprogram m a en vervolgens op niveau 3 werken aan gezam enlijke beoordelingsm odellen. De expertgroep ziet een aantal voordelen van het hanteren van een gezam enlijk beoordelingsm odel op niveau 3: Het m aken van een goed beoordelingsm odel voor een valide en betrouwbare beoordeling is arbeidsintensief en vereist specifieke (toets)deskundigheid. Bundeling van kracht en van m eerdere opleidingen kan posit ieve invloed hebben op de kwaliteit hiervan. Door het gezam enlijk ontwikkelen van beoordelingsm odellen is er sprake van ext erne validering. Peers van het zelfde t ype opleiding uit verschillende hogescholen werken m ee aan de totstandkom ing ervan en bevorderen de kwaliteit door de inbreng van hun verschillende visies. Het gebruiken van een gezam enlijk beoordelingsm odel m aakt het m akkelijker om exam inatoren van verschillende hogescholen uit te wisselen. Dit bevordert de externe validering van de beoordeling. Wanneer er op deze wijze per type opleiding landelijk een beperkt aantal beoordelingsm odellen ontstaat, wordt het m akkelijker en efficiënter om clustervisitaties te houden. Wanneer er een gezam enlijk beoordelingsm odel is, wordt het m akkelijker om docenten gezam enlijk te trainen in het begeleiden van beroepsopdrachten en om exam inatoren te trainen in het beoordelen van afstudeerprestaties. De expertgroep signaleert ook een aantal nadelen of risico s: Wijzigingen in het beoordelingsm odel hebben veelal gevolgen voor de inhoud en werkwijze in het curriculum. Er is een risico dat de gezam enlijke beoordelingsm odellen te ver af kom en te staan van het curriculum waardoor er incongruentie ontstaat. Een gezam enlijk beoordelingsm odel is alleen m ogelijk wanneer er gezam enlijkheid is qua eindkwalificaties, beoordelingsdim ensies en beroepsopdrachten in het afstudeerprogram m a. Over verbeteringen in het beoordelingsm odel m oet altijd m et m eerdere hogescholen worden overlegd. Dat is m inder efficiënt, kan leiden tot langere procedures en daarm ee tot uitstel of zelfs afstel van noodzakelijke verbeteringen. Een goed beoordelingsm odel levert niet per definit ie bet rouwbare beoordelingen op. Daarvoor is ook nodig dat exam inatoren deskundig zijn en tot een gem eenschappelijke interpretatie van criteria en beslisregels kom en. I n het kader hiervan is het belangrijk dat exam inatoren periodiek m et elkaar afstem m en hoe zij de criteria en beslisregels in de praktijk hanteren in kalibreersessies (in bijlage 6 is een handleiding voor het houden van een kalibreersessie opgenom en). Als een gezam enlijk beoordelingsm odel betekent dat opleidingen elkaars exam inatoren inzetten, dan is de consequentie dat kalibreersessies ook gezam enlijk georganiseerd m oeten worden. Dit kost tijd, en dus geld. De expert groep signaleert dat veel opleidingen bovendien sporadisch of nog geen kalibreersessies houden m et het eigen team van exam inatoren. Het opleidingsoverstijgend organiseren hiervan is dan m isschien nog een stap te ver. Het eigenaarschap van het beoordelingsm odel m oet duidelijk blijven. Elke opleiding blij ft verant woordelij k voor het beoordelingsm odel dat w ordt gehanteerd, ook als deze tot stand is gekom en m et andere opleidingen. Dat betekent dat de exam encom m issie en exam inatoren de validiteit, betrouwbaarheid en hanteerbaarheid bij audits m oeten kunnen verantwoorden. Daarom is draagvlak voor het beoordelingsm odel essentieel. Voorkom en m oet worden dat het ontwikkelen van het beoordelingsm odel de verantwoordelijkheid is van een enkele vertegenwoordiger van de deelnem ende opleidingen, of uit- 14

15 m ondt in een com prom is dat de kwaliteit van de beoordeling uiteindelijk niet verbetert. Dit stelt hoge eisen aan het ontwikkelproces van het beoordelingsm odel. 1LYHDX),Q]HWWHQYDQZDDUQHPHUVHQH[DPLQDWRUHQ Opleidingen kunnen op niveau 3 docenten van elkaar inzetten om als waarnem er te fungeren t ij dens het afst udeerproces. Zij kunnen aanw ezig zij n wanneer st udent en afst u- deerprest at ies leveren of wanneer prest at ies worden beoordeeld. Opleidingen die eenzelfde beoordelingsm odel hant eren kunnen ook exam inat oren uit w isselen. De expertgroep adviseert overigens wel dat deze exam inatoren ook gezam enlijke kalibreersessies houden om tot een zelfde interpretatie van het beoordelingsm odel te kom en. 1LYHDX**H]DPHQOLMNUHYLHZHQYDQDIVWXGHHUSURJUDPPD V Op niveau 3 is het ook m ogelijk om afstudeerprogram m a s van elkaar te reviewen. Dit kan waarschijnlijk grondiger dan op niveau 2. De expertgroep acht het m ogelijk en wenselij k als clust ers van een aant al opleidingen periodiek de onderdelen van afst udeerprogram m a s tegen het licht houden, bijvoorbeeld aan de hand van de vragen uit het protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo. 1LYHDX+5HYLHZHQYDQDIVWXGHHUSURJUDPPD VGRRUFROOHJD VRIKHWZHUNYHOG Op het niveau van individuele opleidingen gebeurt op dit m om ent al veel om de kwaliteit van afstuderen te verbeteren. Er wordt veelal gewerkt m et twee exam inatoren, er worden beoordelaars uit het werkveld in het proces betrokken, en er zijn interne visitaties. I n aanvulling daarop pleit de expert groep voor het lat en reviewen van afst udeerprogram m a s door het werkveld, bijvoorbeeld binnen de beroepenveldcom m issie of door collega s. Dit laatste kan bijvoorbeeld vorm worden gegeven door in de interne visitaties nadrukkelijk het afstudeerprogram m a te reviewen aan de hand van de vragen uit het protocol. +HWWRWVWDQGNRPHQYDQSURWRFROOHQ De expertgroep is ook gevraagd te adviseren over het tot stand kom en van protocollen. Opleidingen die op niveau 2 of 3 willen toewerken naar protocolleren van afstudeerprogram m a s zouden de volgende stappen kunnen zetten: 1. I n kaart brengen van de verschillende afstudeerprogram m a s van de hogescholen en het analyseren van overeenkom st en en verschillen qua eindkwalificat ies, beoordelingsdim ensies, beroepsopdrachten en beoordelingsm odellen. 2. I ndien nog niet gedaan: gezam enlijk ontwikkelen van een visie op de rol van onderzoekend verm ogen in het beroep en de opleiding en het opstellen van een BoKSO. 3. Gezam enlijk reviewen van beroepsproducten uit het afstuderen om verschillen en overeenkom sten in beroepsopdrachten en in het gebruik van beoordelingsm odellen te onderzoeken. 4. Harm oniseren van de onderdelen van het afstudeerprogram m a. 5. Gezam enlij k ont w ikkelen van een beoordelingsm odel voor onderdelen van het afst u- deerprogram m a die opleidingen gem eenschappelijk hebben. 15

16 &RQFOXVLHVHQDDQEHYHOLQJHQ De Vereniging Hogescholen heeft de expertgroep Protocol gevraagd een antwoord te geven op de vraag wat de wenselijkheid en m ogelijkheid is van een gezam enlijk, bottom -up opgesteld protocol of protocollen voor het beoordelen van (kern)werkstukken en te adviseren over de wijze waarop deze tot stand dienen te kom en en aan welke kwaliteitseisen deze dienen te voldoen. &RQFOXVLHV De expertgroep kom t tot de volgende conclusies: 1. Afstudeerprogram m a s in het hbo zijn zeer divers. Tussen opleidingsprofielen bestaan grote verschillen in eindkwalificaties en inrichting van afstudeerprogram m a s. Ook binnen hetzelfde opleidingsprofiel zijn er verschillen tussen hogescholen. 2. Opleidingen in het hbo leiden op tot beroepsbekwaam heid. Dat m en gekwalificeerd is voor een bepaald beroep m oet blijken uit het feit dat m en de kerntaken van dat beroep op adequate wijze kan uitvoeren. Toetsing daarvan vraagt om de inzet van een scala aan toetsvorm en binnen het afstudeerprogram m a waarvan het werken m et (kern)werkstukken er slechts één is. 3. Het is wenselijk dat verschillende hogescholen voor hetzelfde type opleiding streven naar m eer overeenkom st ige afst udeerprogram m a s, zow el qua eindkwalificat ies, verstrekte beroepsopdrachten als beoordelingsm odellen. Dit m ag echter niet ten koste gaan van de gewenste profilering die opleidingen nastreven. 4. De kwaliteit van beoordeling is voor het grootste deel afhankelijk van de kwaliteit van de exam inator. Beoordelen is m ensenwerk. 5. Het is m ogelijk en wenselijk om binnen het afstudeerprogram m a te protocolleren. Dat kan op vier niveaus. Op landelijk niveau (niveau 1) is het m ogelijk en wenselijk om t ot afspraken t e kom en over een eenvorm ige wij ze van verant woording van afst u- deerprogram m a s en om tot een visie te kom en op de betekenis van onderzoekend verm ogen. Op niveau van opleidingsprofielen (niveau 2) is het wenselijk dat wordt gewerkt aan invulling van de body of know ledge & skills voor onderzoek. Op dit niveau kunnen ook afst udeerprogram m a s worden gereviewd. Op niveau van een beperkt aantal opleidingen m et het zelfde opleidingsprofiel die onderwijsinhoudelijk overeenkom en (niveau 3) is het m ogelijk (delen) van het afstudeerprogram m a gezam enlijk te ontwikkelen. Of dit wenselijk is hangt af van de vraag of de gezam enlij k- heid niet ten koste gaat van de individuele profilering. Op het niveau van de individuele opleiding ( niveau 4) is het w enselij k dat het afst udeerprogram m a wordt gereviewd door het werkveld of door collega s binnen de hogeschool. 6. De beoordelingsm odellen die binnen het afstuderen gebruikt worden dienen valide en inzichtelijk te zijn, en dienen bij te dragen aan een betrouwbare beoordeling. Dit vereist onder andere dat de prestatiecriteria zijn afgeleid uit de te toetsen eindkwalificaties en ook dat ze zijn afgestem d op de verstrekte beroepsopdrachten. Opleidingen die w illen werken aan gezam enlij ke beoordelingsm odellen zullen dus eerst overeenstem m ing m oeten bereiken over dezelfde eindkwalificaties en beroepsopdrachten. 7. Er zijn landelijke beoordelingsm odellen in om loop. Deze hebben geen officiële status en kunnen hooguit bij toeval valide zijn voor de te toetsen kwalificaties. Het gebruik van deze m odellen bij zak-/ slaagbeslissingen en bij visitaties dient zoveel m ogelijk te worden verm eden. 16

17 $DQEHYHOLQJHQ De expertgroep adviseert de Vereniging Hogescholen op basis van deze conclusies het volgende: 1. Ontwikkel een protocol ter verbetering en verantwoording van het afstuderen. Zie de bijlage voor een voorstel voor zo n protocol. Neem hierin de eis op dat opleidingen hun afstudeerprogram m a periodiek laten reviewen op m inim aal niveau 4. Hanteer dit m odel vooralsnog als groeim odel dat opleidingen kunnen gebruiken om hun afst u- deerprogram m a s en de verantwoording daar over te verbeteren. Onderzoek over drie jaar de kwaliteit van de verantwoording alsm ede de m ogelijkheden om tot verdere harm onisering te kom en. I n deel 2 staat een voorbeeld van een dergelijk protocol. 2. Geef duidelij kheid over de rol van onderzoekend verm ogen in het hoger beroepsonderwijs. Geef tevens aan wat het m inim um niveau is voor het beheersen van onderzoekend verm ogen op bachelor- en m asterniveau. I n deel 3 staat een voorstel hiervoor. 3. Bepleit bij de NVAO, de evaluat iebureaus en de zelfst andige secret arissen een uniform e wijze van werken bij het beoordelen van standaard 3/ 16, 2 e deel waarin: a. er gebruik wordt gem aakt van de beoordelingsm odellen van de opleiding, tenzij deze van onvoldoende kwaliteit zijn; b. er bij de visitatie gekeken wordt naar ál het bewijs dat in het afstudeerprogram m a wordt verzam eld en niet alleen naar de eindwerkstukken. 4. St im uleer bij opleidingen gezam enlij kheid in afst udeerprogram m a s, zonder dit verplichtend op te leggen. Start hiervoor bij de LOO s 3 en vraag hen invulling te geven aan het gezam enlijk vaststellen van de body of knowledge & skills onderzoekend verm ogen en het reviewen van de afstudeerprogram m a s. &RQVHTXHQWLHVYDQGHDDQEHYHOLQJHQ Bovengenoem de aanbevelingen hebben consequent ies voor LOO s, opleidingen en visit a- tiepanels. De LOO s krijgen een nadrukkelijke rol bij het bepalen van het eindniveau op het gebied van onderzoekend verm ogen en bij het zoeken naar m ogelijkheden om tot gezam enlijkheid te kom en. Opleidingen zijn thans al druk bezig m et het verbeteren van hun toetsbeleid. Zij zullen nog nadrukkelijker dan thans het geval is daarin aandacht m oeten besteden aan de invulling van het afstudeerprogram m a. De expertgroep schat in dat dit voor veel opleidingen onder andere betekent dat zij hun beoordelingsm odellen m oeten aanscherpen. Visitatiepanels kunnen niet volstaan m et het beoordelen van 15 eindwerkstukken aan de hand van een eigen beoordelingsm odel zoals in het verleden wel voor kwam. Voor een goede beoordeling van standaard 3/ 16, 2 e deel zullen zij m eer bewijsm ateriaal m oeten bestuderen, hetgeen uiteraard ook m eer tijd zal kosten. Daar staat tegenover dat op het m om ent dat een protocol voor het verbeteren en verantwoorden afstuderen in het hbo heeft geleid tot een sterke verbetering van de kwaliteit en de verantwoording van het afstudeerprogram m a s, het systeem m ogelijk zo veranderd zou kunnen worden dat visit at iepanels alleen nog m aar de uit voering van het afst udeerprogram m a via een systeem audit hoeven te beoordelen en niet m eer het gerealiseerde eindniveau zelf. 3 Comm erciële aanbieders van hbo-onderwijs zijn op dit moment nog niet vertegenwoordigd in de LOO s. Bij een grotere rol van LOO s in het protocolleren van het afstuderen dient hier een oplossing voor gevonden te worden. 17

18 '((/ 35272&2/9(5%(7(5(1(19(5$17:225 '(19$1$)678'(5(1,1+(7+%2 Protocol als m iddel voor system atische kwaliteitszorg en externe validering van afstuderen 18

19 ,QOHLGLQJ De expertgroep heeft in deel 1 geconstateerd dat het m ogelijk en wenselijk is om op landelijk niveau tot afspraken te kom en over de wijze waarop opleidingen zich over hun afst udeerprogram m a verant woorden. Een goede verant w oording van het afst udeerprogram m a bevordert de transparantie en draagt bij aan een proces van voortdurende verbetering. Een protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo kan behulpzaam zijn om te kom en tot een dergelijke gestandaardiseerde wijze van verantwoording. De bedoeling van dit protocol is om opleidingen in het hbo te helpen sam en werken aan het valide, betrouwbaar en voor studenten inzichtelijk toetsen van de beoogde eindkwalificaties, zoals beoogd in standaard 3/ 16 van de NVAO en het rapport Vreem de ogen dwingen van de com m issie Bruijn. Gegeven de grote variëteit aan opleidingen en afstudeerprogram m a s zal dit protocol vooral beschrijven op welke punten opleidingen zich dienen te verantwoorden over de kwalit eit van het afst udeerprogram m a en waarop ze zich m ogelij k ook kunnen verbet e- ren. Om dit te bereiken heeft het protocol drie doelen: 1. Duidelijkheid scheppen over term inologie en inrichting van het afstuderen. 2. Een kader scheppen voor gezam enlijk leren en verbeteren. 3. Een kader scheppen voor borging en verant w oording. I n deze doelen zit iets paradoxaals: Borgen en verantwoorden suggereert dat precies duidelijk is waar de lat ligt, terwijl gezam enlijk leren en verbeteren ook over het vinden en verhogen van de lat gaat. Bovendien suggereert het leggen van een lat dat alles wat er onder valt niet goed is, terwijl daar juist de ruim te voor ontwikkeling zit. Gelukkig m aakt het verschil tussen voldoende, goed en excellent in de beoordelingskaders van de NVAO het m ogelijk hier rekening m ee te houden (zie bijlage 4). Het protocol bevat daarom een opsom m ing van vragen over het afstudeerprogram m a waar een opleiding een goed antwoord op m oet hebben om een goede beoordelings- en beslissingskwalit eit in het afst uderen t e garanderen. I n een verant w oording van het afstudeerprogram m a beschrijft en verantwoordt de opleiding op inzichtelijke wijze voor alle betrokkenen: de eindkwalificaties die worden getoetst, op welke m anier toetsing plaatsvindt, in het bijzonder de beroepsopdrachten die worden uitgevoerd, door wie en op welke m anier prestaties worden beoordeeld, en hoe de inform atie die het afstudeerprogram m a oplevert wordt geaggregeerd tot een zak-/ slaagbeslissing. Tegelijkertijd is het protocol geen checklist aangezien er vaak m eerdere goede m ethoden zijn om de stappen van het protocol in te vullen. Het is aan de opleiding en hun (staf)adviseurs om hier keuzes in te m aken die afhankelijk zijn van het profiel van de opleiding m aar ook van de organisatorische context. Daarbij verbeteren opleidingen en (staf)adviseurs de gebruikte m ethoden of ontdekken nieuwe m ogelijkheden. Dit heeft weer nieuwe keuzevragen en verbeteracties tot gevolg. Dit hele proces past in de door de NVAO gewenste system atische kwaliteitszorg en een consequent verbeterbeleid. Hierdoor draagt het werken m et het protocol bij aan een groeiende kwaliteitscultuur rond afstudeerprogram m a s. 19

20 De vragen in het protocol zijn afgeleid uit standaard 1 en 3/ 16 van de NVAO (NVAO, 2011) en de relatie tussen die twee: 6WDQGDDUG ³'H EHRRJGH HLQGNZDOLILFDWLHV YDQ GH RSOHLGLQJ ]LMQ ZDW EHWUHIW LQKRXG QLYHDX HQRULsQWDWLHJHFRQFUHWLVHHUGHQYROGRHQDDQLQWHUQDWLRQDOHHLVHQ De beoogde eindkwalificaties passen wat betreft niveau en oriëntatie (bachelor of m aster; hbo of wo) binnen het Nederlandse kwalificatieraam werk. Ze sluiten bovendien aan bij de actuele eisen die in internationaal perspectief vanuit het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding. 6WDQGDDUG GHHO ³'HRSOHLGLQJEHVFKLNWRYHUHHQDGHTXDDWV\VWHHPYDQWRHWVLQJ De toetsen en de beoordeling zijn valide, betrouwbaar en voor studenten inzichtelijk. Daarnaast is bij het opstellen van het protocol gebruik gem aakt van theorie over toetsen en van beschrijvingen van good practices van diverse opleidingen. Het protocol bevat daardoor nauwelijks nieuwe eisen voor opleidingen ten opzichte van de huidige situatie. De enige uitzonderingen hierop zijn dat het protocol helderheid eist over het specificeren van eindkwalificat ies voor onderzoekend verm ogen en de eis om vreem de ogen het afstudeerprogram m a te laten reviewen. Op welke m anier opleidingen ervoor zorgen dat de vragen uit het prot ocol w orden beantwoord, is aan de opleidingen zelf. De expertgroep heeft voor twee punten een handreiking geschreven om opleidingen daarbij te helpen. Bijlage 5 gaat over het ontwikkelen van goede beoordelingsm odellen en bij lage 6 gaat over het organiseren van kalibreersessies. Wat bet reft het beoordelen zelf m aakt het prot ocol geen onderscheid t ussen kernw erkstukken en andere prestaties die binnen het afstudeerprogram m a worden beoordeeld. De expertgroep is van m ening dat alle beoordelingen die deel uitm aken van het afstudeerprogram m a aan dezelfde kwaliteitsstandaarden m oeten voldoen. Hoewel de expertgroep zich richt op de bacheloropleidingen in Nederland, is gedurende het ont wikkelt raj ect gebleken dat zow el de Associat e degree- program m a s als de hbom ast eropleidingen m et dezelfde problem at iek worst elen. Het prot ocol is volgens de expertgroep ook toe te passen op de afstudeerprogram m a s van deze opleidingen. 20

21 3URWRFRO (LQGNZDOLILFDWLHV :HHUVSLHJHOHQGHHLQGNZDOLILFDWLHVYDQGHRSOHLGLQJ]RZHOGHHLVHQYDQXLW KHWZHUNYHOGDOVGHHLVHQDDQKHWKERQLYHDX" +HHIWGHRSOHLGLQJKHWYHUHLVWHQLYHDXYRRURQGHU]RHNHQGYHUPRJHQEH VFKUHYHQLQGHHLQGNZDOLILFDWLHV" 7RHWVWGHRSOHLGLQJDOOHHLQGNZDOLILFDWLHVLQKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDHQLQ GLHQKHWPHHUGHUHDIVWXGHHURQGHUGHOHQEHWUHIWLVKHWGXLGHOLMNZDDUZDWJH WRHWVWZRUGW" %HURHSVRSGUDFKWHQ =LMQGHEHURHSVRSGUDFKWHQGLHVWXGHQWHQXLWYRHUHQLQKHWDIVWXGHHUSUR JUDPPDJHVFKLNWYRRUKHWDDQWRQHQYDQGHWHYHUZHUYHQHLQGNZDOLILFDWLHV" %HZDDNWGHRSOHLGLQJGDWGHFRPSOH[LWHLWYDQGHEHURHSVRSGUDFKWHQYRRU DOOHVWXGHQWHQGH]HOIGHLVHQGDWHUHHQYHUJHOLMNEDUHPDWHYDQ]HOIVWDQGLJ KHLGYDQKHQYHUZDFKWZRUGWELMGHXLWYRHULQJKLHUYDQ" %HRRUGHOLQJ :DDUERUJWGHRSOHLGLQJGDWHONHH[DPLQDWRUEHNZDDPLVRPHHQRQGHU ERXZGRRUGHHOYDQGHSUHVWDWLHVYDQVWXGHQWHQWRWVWDQGWHEUHQJHQ" %LHGHQGHJHKDQWHHUGHEHRRUGHOLQJVPRGHOOHQYROGRHQGHJDUDQWLHRSHHQYD OLGHEHWURXZEDUHHQWUDQVSDUDQWHEHRRUGHOLQJHQ]LMQ]HWHJHOLMNHUWLMG ZHUNEDDUYRRUH[DPLQDWRUHQ" %RUJWGHRSOHLGLQJHHQJHPHHQVFKDSSHOLMNHLQWHUSUHWDWLHYDQGHEHRRUGH OLQJVPRGHOOHQGRRUGHH[DPLQDWRUHQ",VGHEHRRUGHOLQJVSURFHGXUHYRRUDOOHEHWURNNHQHQWUDQVSDUDQWHQZHUNEDDU HQEHYRUGHUWGH]HHHQ]REHWURXZEDDUPRJHOLMNHEHRRUGHOLQJ" 5DQGYRRUZDDUGHQ =RUJWGHRSOHLGLQJHUYRRUGDWKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDGRRUDOOHEHWURNNH QHQELQQHQGHEHVFKLNEDUHWLMGHQPRJHOLMNKHGHQXLWJHYRHUGNDQZRUGHQ" 9HUDQWZRRUGLQJHQRQWZLNNHOLQJNZDOLWHLW *HHIWGHRSOHLGLQJLQYXOOLQJDDQKHWµYUHHPGHRJHQ SULQFLSHRPGHNZDOLWHLW YDQKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDDDQWRRQEDDUWHEHYRUGHUHQ" 2YHUOHJWGHRSOHLGLQJELMHHQYLVLWDWLHEHZLM]HQGLHVDPHQHHQWUDQVSDUDQW HQUHSUHVHQWDWLHIEHHOGJHYHQYDQKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDHQKHWJHUHDOL VHHUGHHLQGQLYHDXYDQVWXGHQWHQ" 21

22 8LWZHUNLQJHQWRHOLFKWLQJ (LQGNZDOLILFDWLHV Een overzicht van de te toetsen eindkwalificaties vorm t het startpunt van elk afstudeerprogram m a. Uitgangspunt is dat de opleiding alle eindkwalificaties van de opleiding in het afstudeerprogram m a toetst. :HHUVSLHJHOHQGHHLQGNZDOLILFDWLHVYDQGHRSOHLGLQJ]RZHOGHHLVHQYDQXLW KHWZHUNYHOGDOVGHHLVHQDDQKHWKERQLYHDX" I n de eindkwalificaties zijn de eisen vanuit het werkveld, de Dublin Descriptoren en de hbo-standaard uit Kwaliteit als Opdracht verwerkt. Een landelijk opleidingsprofiel vorm t m eestal de basis voor deze eindkwalificaties, m aar opleidingen geven hier vaak een eigen inkleuring aan. Behalve dat de eindkwalificaties relevant en op het hbo-niveau dienen te zijn, is het ook belangrijk dat ze bruikbaar zijn voor de vorm geving van leeractiviteiten en toetsen. +HHIWGHRSOHLGLQJKHWYHUHLVWHQLYHDXYRRURQGHU]RHNHQGYHUPRJHQEH VFKUHYHQLQGHHLQGNZDOLILFDWLHV" De hbo- st andaard uit Kwalit eit als Opdracht kent vier onderdelen: een gedegen t heoret i- sche basis, onderzoekend verm ogen, professioneel vakm anschap en beroepsethiek & m aatschappelijke oriëntatie. Van deze vier is onderzoekend verm ogen het onderdeel waarover de grootste onduidelijkheid bestaat terwijl het grote invloed heeft op het te realiseren eindniveau. Daarom form uleert de opleiding een visie op de rol van onderzoekend verm ogen in de opleiding en in het afstuderen en verwerkt het vereiste niveau in de eindkwalificaties (zie deel 3 van dit rapport). 7RHWVWGHRSOHLGLQJDOOHHLQGNZDOLILFDWLHVLQKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDHQLQ GLHQKHWPHHUGHUHDIVWXGHHURQGHUGHOHQEHWUHIWLVKHWGXLGHOLMNZDDUZDWJH WRHWVWZRUGW" Bij afstuderen is het uiteindelijke doel van de beoordeling vast te stellen of de student voldoende bekwaam is om professioneel en op hbo-niveau te handelen in taaksituaties die representatief zijn voor de kerntaken van het beroep waarvoor deze wordt opgeleid. Die taaksituaties en de te beoordelen eindkwalificaties zijn veelal zo divers dat één prestatie daarvoor niet representatief kan zijn. Dit pleit voor een afstudeerprogram m a dat uit m eerdere onderdelen bestaat en waarin de student in verschillende taaksituaties m oet handelen. Stages zijn hiervoor vaak bij uitstek geschikte gelegenheden die som s nog m aar beperkt worden benut. Voorwaarde voor het gebruik van stages als onderdeel van het afstudeerprogram m a is dat de com petenties op het vereiste eindniveau worden getoetst. De opleiding m oet kunnen aangeven welke eindkwalificat ies in welke afst udeeronderdelen worden getoetst en m oet deze keuze kunnen verantwoorden. Het toetsen van alle eindkwalificaties in het afstudeerprogram m a is alleen mogelijk wanneer de opleiding een realistisch aantal eindkwalificaties heeft gedefinieerd. %HURHSVRSGUDFKWHQ =LMQGHEHURHSVRSGUDFKWHQGLHVWXGHQWHQXLWYRHUHQLQKHWDIVWXGHHUSUR JUDPPDJHVFKLNWYRRUKHWDDQWRQHQYDQGHWHYHUZHUYHQHLQGNZDOLILFDWLHV" Het gaat hierbij om de volgende vragen: Hebben de beroepsopdrachten waarm ee de beoogde eindkwalificaties m oeten worden aangetoond voldoende gelijkenis m et de taaksituaties waarvoor een beginnend beroepsbeoefenaar zich gest eld ziet in de w erkelij ke beroepsprak- 22

23 tijk? Dit betreft de authenticiteit van beroepsopdrachten en de situatie waarin ze worden uitgevoerd. Worden de eindkwalificat ies in voldoende m at e gedekt door de beroepsopdrachten? I s sprake van voldoende opdrachten om een uitspraak te kunnen doen over de bekwaam heid van een student? Zijn de uitgevoerde beroepsopdrachten sam en voldoende representatief voor alle m ogelijke opdrachten die studenten voorgelegd zouden kunnen krij gen? Anders gezegd: I s het aannem elijk dat een student dezelfde beoordeling zou hebben gekregen ten aanzien van de betreffende eindkwalificatie als hij iets andere beroepsopdrachten had m oeten uitvoeren? I s de zelfstandigheid waarm ee de student uitvoering geeft aan beroepsopdrachten vergelijkbaar m et die van een beginnend professional? %HZDDNWGHRSOHLGLQJGDWGHFRPSOH[LWHLWYDQGHEHURHSVRSGUDFKWHQYRRU DOOHVWXGHQWHQGH]HOIGHLVHQGDWHUHHQYHUJHOLMNEDUHPDWHYDQ]HOIVWDQGLJ KHLGYDQKHQYHUZDFKWZRUGWELMGHXLWYRHULQJ" Om dat studenten in de afstudeerfase niet allem aal dezelfde beroepsopdrachten uitvoeren (of niet in dezelfde context) en zij vaak zelf een opdrachtgever m oeten verwerven, is het belangrij k dat de opleiding de kwalit eit van de beroepsopdracht en goed bewaakt. Opdrachten dienen tijdig beoordeeld te worden op complexiteit en zelfstandigheid. %HRRUGHOLQJ Beoordelen is in de eerste plaats het werk van vakbekwam e professionals. Exam inatoren hebben een belangrijke m aatschappelijke opdracht. Zij beoordelen de bekwaam heid van afst udeerders en bepalen daardoor m ede de kwalit eit van de beginnende beroepsbeoefenaar op de arbeidsm arkt. Beoordelingsm odellen zijn daarbij een hulpm iddel. Terugkerend vraagstuk bij het ontwikkelen van beoordelingsm odellen is de m ate waarin een opleiding ruim te biedt aan de professionaliteit van de exam inatoren. Zowel het volledig vertrouwen op het tim m erm ansoog van de exam inator als het dichttim m eren van procedures en criteria is ongewenst. Het is belangrijk dat exam inatoren deskundigen zijn die in staat worden gesteld hun door jarenlang opgebouwde expertise en ervaring ontwikkelde tim m erm ansoog in te zetten bij de beoordelingen. Tegelijkertijd is het nodig de transparantie en herleidbaarheid van beslissingen te vergroten. De expertise en ervaring van de exam inatoren is nodig voor de ontwikkeling van duidelij ke prest at iecrit eria, beoordelingsprocedures en beoordelingsform ulieren, eenduidige en professionele uit voering van de beoordeling, alsm ede kalibrat ie m et collegaexam inatoren om tot de juiste interpretatie van criteria en de prestaties van studenten te kom en. Dit leidt tot de onderstaande vragen. :DDUERUJWGHRSOHLGLQJGDWHONHH[DPLQDWRUDDQWRRQEDDUEHNZDDPLVLQKHW EHRRUGHOHQYDQSUHVWDWLHVYDQVWXGHQWHQ" Exam inatoren hebben de taak om de prestaties van studenten te analyseren en te interpret eren, leidend t ot het form uleren van onderbouwde oordelen. Om dat beoordelingsm o- dellen voor com plexe prestaties nooit op zo n m anier uitgewerkt kunnen worden dat verschil in interpretatie uitgesloten kan worden, is de deskundigheid van exam inatoren cruciaal voor het vertrouwen in een betrouwbare beoordeling. Beschikken exam inat oren over de inhoudelij ke deskundigheid om de prest a- ties van studenten te beoordelen? Hebben zij, zoals de Expertgroep BKE/ SKE (2013, p. 28) aangeeft een doorleefd beeld van wat in een bepaalde professie aan kennis en vaardigheden w ordt verwacht en nodig is? Zijn de exam inatoren bekwaam in de toetsvorm en die gebruikt worden bij het beoordelen van de eindkwalificaties en zijn ze zich bewust van de beoordelaarseffecten die kunnen optreden (zie bijlage 3)? 23

24 Voldoen de exam inatoren aan de Basiskwalificaties Exam inatoren zoals de Expertgroep BKE/ SKE (2013) heeft vastgesteld? %LHGHQGHJHKDQWHHUGHEHRRUGHOLQJVPRGHOOHQYROGRHQGHJDUDQWLHRSHHQYD OLGHEHWURXZEDUHHQWUDQVSDUDQWHEHRRUGHOLQJHQ]LMQ]HWHJHOLMNHUWLMG ZHUNEDDUYRRUH[DPLQDWRUHQ" Beroepsbekwaam heid m oet blijken uit de kwaliteit van een (of m eer) vervaardigd(e) beroepsproduct(en) en uit de kwaliteit van het proces dat tot het beroepsproduct heeft geleid. Beide dienen beoordeeld te worden door een ter zake deskundige exam inator. Door een beoordelingsm odel in te zetten kan de beoordelingskwaliteit worden bevorderd. Een beoordelingsm odel specificeert: de prestatiecriteria die worden gebruikt om de kwaliteit van product en proces te beoordelen; de beoordelingsschalen (norm ering) waarm ee kwaliteitsverschillen tussen studenten uitgedrukt worden; de wijze waarop de resultaten die door studenten zijn behaald worden geaggregeerd tot een eindresultaat; de regels voor een zak- / slaagbeslissing. I n het kader van een valide, betrouwbare en transparante beoordeling zijn de volgende vragen aan de orde: Zijn de prestatiecriteria die in het beoordelingsm odel worden gebruikt op een goede en navolgbare m anier afgeleid van de in het afstudeerprogram m a te beoordelen eindkwalificaties? Zijn de eindkwalificaties die in de afstudeerwerken beoordeeld worden, zoveel m ogelijk uitgewerkt in observeerbare prestatiecriteria? I s duidelijk hoe de scores op prestatiecriteria van één beroepsproduct gecom - bineerd worden tot conclusies over de kwaliteit van een beroepsproduct? I s duidelijk hoe de beoordelingen van een reeks prestaties gecom bineerd worden tot een eindoordeel over de verwerving van de eindkwalificatie(s)? I s duidelijk bij welke (geaggregeerde) score de grens tussen zakken of slagen ligt? I s het beoordelingsm odel praktisch hanteerbaar voor exam inatoren om tot een oordeel en de onderbouwing daarvan te kom en? Maakt het beoordelingsm odel aan alle betrokkenen (studenten, exam inatoren en derden) inzichtelijk wat het oordeel is over de kwaliteit van een prestatie, waarom dit oordeel is toegekend en hoe dit tot stand is gekom en? Voor het m aken van beoordelingsm odellen heeft de expertgroep een handreiking ontwikkeld (zie bij lage 5). %RUJWGHRSOHLGLQJHHQJHPHHQVFKDSSHOLMNHLQWHUSUHWDWLHYDQGHEHRRUGH OLQJVPRGHOOHQGRRUGHH[DPLQDWRUHQ" Zijn de exam inatoren in staat om tot eenzelfde interpretatie van en oordeel over een prestatie te kom en? Vinden er bijvoorbeeld regelm atig bijeenkom sten plaats waar de exam inatoren aan de hand van authentiek m ateriaal de deugdelijkheid van hun beoordelingen checken en eventueel (de toelichting bij) prestatiecriteria vervangen of bijstellen ( kalibreersessies )? De expert groep heeft hiervoor een Handreiking Kalibreersessies ontwikkeld (zie bijlage 6).,VGHEHRRUGHOLQJVSURFHGXUHYRRUDOOHEHWURNNHQHQWUDQVSDUDQWHQZHUNEDDU HQEHYRUGHUWGH]HWHJHOLMNHUWLMGHHQ]REHWURXZEDDUPRJHOLMNHEHRRUGHOLQJ" Zijn de rollen van de verschillende betrokkenen bij de beoordeling van afstudeerprestaties duidelijk? I s duidelijk wie op welk m om ent een rol heeft in het 24

25 beoordelingsproces, en wat de status van een eventuele (praktijk)begeleider en/ of opdrachtgever hierbij is? Worden er m instens twee exam inatoren ingezet voor de beoordeling van prestaties van een student? I s de beoordelingsprocedure zo ingericht dat ongewenst e beoordelaarseffecten worden bestreden (zie bijlage 3)? Zijn de exam inatoren zo onafhankelijk m ogelijk? Dat betekent dat ten m inste één exam inator niet betrokken is geweest bij de begeleiding van afstudeeronderdelen. Zijn er afspraken gem aakt over wat te doen bij (grote) discrepantie in oordelen tussen twee exam inatoren? I s duidelijk wanneer eventueel een onafhankelijke derde exam inator m oet worden ingeschakeld? 5DQGYRRUZDDUGHQ =RUJWGHRSOHLGLQJHUYRRUGDWKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDGRRUDOOHEHWURNNH QHQELQQHQGHEHVFKLNEDUHWLMGHQPRJHOLMNKHGHQXLWJHYRHUGNDQZRUGHQ" Het is de verant woordelij kheid van het opleidingsm anagem ent om alle bet rokkenen voldoende te faciliteren. Voor studenten geldt: I s sprake van voldoende tijd en de j uiste ondersteuning om een de verlangde prestaties te kunnen leveren? Heeft het onderwijs voorafgaand aan het afstudeerprogram m a hen voldoende voorbereid om zelfstandig de beroepsopdrachten uit te voeren die nodig zijn om de eindkwalificaties aan te tonen? Voor exam inatoren geldt: I s er voldoende tijd, zowel in aantal uren als in doorlooptijd, om prestaties van st udent en t e beoordelen en een correct e naleving van beoordelingsprocedures te bewerkstelligen? Als er onder een te grote tijdsdruk wordt gewerkt, is de kans groot dat exam inatoren niet alle inform atie even zorgvuldig wegen, dat ze niet eerst individueel tot een weloverwogen oordeel kom en, of onvoldoende onderbouwing geven. Worden zij voldoende gefaciliteerd, in tijd en m iddelen, om de benodigde deskundigheid te verwerven en op peil te houden? Beoordelen is m oeilijk en er is veel training en ervaring voor nodig om te groeien van beginnend beoordelaar naar expertbeoordelaar (Expertgroep BKE/ SKE, 2013). 9HUDQWZRRUGLQJHQRQWZLNNHOLQJNZDOLWHLW *HHIWGHRSOHLGLQJLQYXOOLQJDDQKHWµYUHHPGHRJHQ SULQFLSHRPGHNZDOLWHLW YDQKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDDDQWRRQEDDUWHEHYRUGHUHQ" Andere m ensen lat en m eekij ken bij het opzet t en en uit voeren van het afst udeerprogram m a kan de kwaliteit ervan bevorderen. Vreem de ogen geven vaak een positieve im puls aan kwaliteitsontwikkeling. Zoals in deel 1 is aangegeven zijn er m eerdere m ogelijkheden: Reviewen: het beoordelen van het afstudeerprogram m a aan de hand van kwaliteitscriteria m et als doel deze te verbeteren; gezam enlijk uitvoeren; gezam enlijk ontwikkelen & afspreken. Dit kan op m eerdere niveaus: Niveau 1: Landelijk alle opleidingen van alle instellingen; Niveau 2: Alle opleidingen m et hetzelfde opleidingprofiel / CROHO-num m er van alle instellingen; 25

26 Niveau 3: Beperkt aantal opleidingen m et hetzelfde opleidingprofiel; Niveau 4: Binnen één instelling. Hoe geeft de opleiding hieraan invulling? I s m inim aal sprake van het periodiek laten reviewen van het afstudeerprogram m a op niveau 4? 2YHUOHJWGHRSOHLGLQJELMHHQYLVLWDWLHEHZLM]HQGLHVDPHQHHQWUDQVSDUDQW HQUHSUHVHQWDWLHIEHHOGJHYHQYDQKHWDIVWXGHHUSURJUDPPDHQKHWJHUHDOL VHHUGHHLQGQLYHDXYDQVWXGHQWHQ" Visitaties zijn een belangrijk instrum ent om de kwaliteit van afstudeerprogram m a s tegen het licht te houden en te verbeteren. Opleidingen worden iedere zes jaar extern gevisit eerd waarna een beslissing volgt over de accredit at ie. Daarnaast organiseren veel hogescholen tussentijdse interne visitaties. Onderdeel van de visitatie is een oordeel over het toetsbeleid van de opleiding. Dit betreft dus ook een oordeel over de opzet en m otivatie van het afstudeerprogram m a. De NVAO eist dat de opleiding beschikt over een adequaat systeem van toetsing. Wat onder adequaat wordt verstaan bij de toetsing van eindkwalificaties is naar de mening van de expertgroep in dit protocol gespecificeerd. Dat betekent dat de opleiding bij een visitatie een verantwoording kan aanleveren van de opzet van het afstudeerprogram m a langs de lijnen van dit protocol. I n het kader van de verantwoording is het niet voldoende dat de inform atie over het afstuderen op papier deugt. Uiteindelijk m oet zichtbaar zij n dat de uitvoering overeenkom t m et wat afgesproken is. Daaruit blijkt dat procedures en instrum enten werkbaar zijn, exam inatoren deskundig zijn en alle betrokkenen tijdig en volledig zijn geïnform eerd. Beoordelen blij ft m ensenw erk. Openheid in de uit voering wordt bevorderd als het opleidingsteam achter de uitgangspunten en opzet staat. Het opleidingsteam betrekken bij de totstandkom ing van het afstudeerprogram m a is één van de m anieren om dit te realiseren. Naast een oordeel over het systeem van toetsing wordt bij een visitatie ook een oordeel geveld over het gerealiseerde eindniveau. De opleiding t oont aan dat de beoogde eindkwalificaties worden gerealiseerd. Dat betekent dat beslissingen van de opleiding over de beroepsbekwaam heid van st udent en herleidbaar m oet en zij n voor derden. Deze st andaard wordt in de prakt ij k geoperat ionaliseerd door een herbeoordeling door het visit a- tiepanel van het bewijsm ateriaal van 15 studenten. De richtlijn NVAO beoordeling afstudeerwerken instrueert panels een aselecte en gestratificeerde steekproef te trekken van 15 verschillende eindwerken (of portfolio s) uit de grootste variant van de opleiding (NVAO, 2012, p.1). Zoals in deel 1 is betoogd tonen opleidingen dat veelal aan door het verzam elen van diverse vorm en van bewij sm at eriaal in m eerdere afst udeeronderdelen. Om een representatief beeld te geven van de gerealiseerde eindkwalificaties is het dus zaak om van de geselect eerde st udent en ál dit bewij sm at eriaal aan t e leveren, sam en m et de beoordelingsm odellen die de panels dienen te hanteren bij de herbeoordeling van het m ateriaal. Het is voor opleidingen dus belangrijk om goed na te denken wat ze in het dossier van de student opnem en om eindkwalificaties aan te tonen. Het is de expertgroep opgevallen dat er veel onduidelijkheid bestaat over de wijze waarop visitatiepanels het bereikte eindniveau van een opleiding toetsen. Daarom staat deze werkwijze in bijlage 4 beschreven. 26

27 '((/ 9,6,(2321'(5=2(.(1'9(502*(1 Onderzoekend verm ogen is ondersteunend bij het m aken van een beroepsproduct 27

28 ,QOHLGLQJ Afgest udeerde hbo- ers dienen t e beschikken over de bekwaam heid onderzoekend verm ogen (HBO-raad, 2009) m aar er is veel onduidelijkheid over wat dit precies betekent. Wel is duidelijk dat het hbo niet opleidt tot onderzoeker (behalve opleidingen zoals die t ot laborat orium onderzoeker) m aar t ot beroepsbeoefenaar. Wat dan wél de rol van onderzoekend verm ogen is, is voor veel opleidingen onduidelij k. Een gevolg van die onduidelijkheid is dat opleidingen in het hbo m oeite hebben onderzoek te integreren in de rest van het curriculum en niet goed weten hoe onderzoekend verm ogen te toetsen. Een ander gevolg is dat de eisen aan het werk van studenten op het gebied van onderzoek onrealistisch hoog worden. Het woord onderzoek roept veel associaties op m et kwaliteitseisen die m aar beperkt relevant zij n voor beroepsonderwijs op bachelorniveau. De expertgroep probeert in onderstaande tekst te verhelderen wat kan worden verstaan onder onderzoekend verm ogen, welke rol dit verm ogen speelt bij het uit voeren van beroepsopdrachten en hoe dit verm ogen kan worden geëxam ineerd. De tekst sluit af m et een opsom m ing van m inim um eisen voor onderzoekend verm ogen op bachelorniveau die volgens de expertgroep realistisch zijn. :DDUNRPWGHHLVYDQRQGHU]RHNHQGYHUPRJHQYDQGDDQ" We gaan hier niet in op het grote debat over de rol van onderzoek in het hbo in het algem een en het karakt er van dat onderzoek ( zie voor een overzicht Griffioen, Visser- Wijnveen, & Willem s, 2013). We richten ons op de eis dat bachelorstudenten onderzoekend verm ogen m oeten hebben. Deze eis is als eerste geform uleerd in de nota Kwaliteit als opdracht (2009, p.17) van de toenm alige HBO-raad: I n onze moderne sam enleving is het cruciaal dat hbo-bachelors over een onderzoekend verm ogen beschikken dat leidt tot reflectie, tot evidence based practice, en tot innovatie. Deze eis kom t voort uit de visie dat onze econom ie in toenem ende m ate is gebaseerd op kennis. Het innovatieverm ogen van de econom ie is sterk afhankelijk van het verm ogen om nieuwe kennis te ontwikkelen. De m otor voor die nieuwe kennis is niet alleen de wetenschap m aar ook de kennisint ensieve organisat ies in het bedrij fsleven en bij de overheid waarin de hboopgeleide zo n belangrijke rol speelt. De eis van onderzoekend verm ogen is overigens niet nieuw. De Dublin Descriptoren (Joint Quality I nitiative, 2004) - die ook voortkom en uit de visie van Europa als de kenniseconom ie - wezen ook al in de richting van een dergelijk verm ogen. De descriptor Oordeelsvorm ing wordt daarin als volgt om schreven: I s in staat om relevante gegevens te verzam elen en interpreteren (m eestal op het vakgebied) m et het doel een oordeel te vorm en dat m ede gebaseerd is op het afwegen van relevante sociaalm aatschappelijke, wetenschappelijke of ethische aspecten. Gegevensverzam eling en interpretatie is een belangrijk aspect van onderzoek. Ook de Com m issie Franssen (2001) die de generieke kwalificaties voor de hbo-bachelor heeft opgesteld, wees al in de richting van onderzoekend verm ogen. Zo m oesten studenten volgens de com m issie com plexe probleem situaties kunnen analyseren, relevante ( w et enschappelij k) inzicht en, t heorieën concept en en onderzoeksresult at en kunnen t oepassen, werkzaam heden planm atig kunnen aanpakken, oplossingen kunnen ontwikkelen en beoordelen en kunnen reflecteren op het handelen. Op basis van de Dublin Descriptoren en de generieke kwalificaties zou m en nog kunnen concluderen dat een bachelorstudent alleen onderzoek hoeft te kunnen toepassen en geen onderzoek zelfstandig hoeft te kunnen uitvoeren. Met de introductie van het begrip onderzoekend verm ogen geeft de HBO-raad aan dat studenten ook in staat m oeten zijn om zelf een onderzoek uit te voeren. Dit gaat verder dan het beschikken over een kritische houding ten opzichte van de beroepspraktijk en het toepassen van onderzoeksresultaten van anderen. De HBO-raad geeft in Kwaliteit als opdracht aan dat onderzoekend verm ogen m eer is dan een onderzoekende houding wanneer ze st elt dat onderzoekend verm ogen m oet leiden tot reflectie, evidence-based practice en innovatie (HBO-raad, 2009). Deze term en 28

29 worden in het docum ent niet nader om schreven. De expert groep int erpret eert deze t erm en als volgt: 5HIOHFWLH: dit bet reft in dit verband het t erugkij ken op het eigen handelen in de beroepspraktijk, signaleren wat er niet goed ging, dat proberen te verklaren vanuit de kennisbasis en in diezelfde kennisbasis ook de uitgangspunten vinden voor een betere aanpak. Reflectie is alleen m ogelijk als het handelen ook goed is YHUDQWZRRUG. (YLGHQFHEDVHG SUDFWLFH: dit betreft het gebruiken van de kennisbasis om de juiste handelingen te kiezen. Het gaat dus om het goed RQGHUERXZHQ van het handelen. De kennisbasis m ag daarbij divers zij n: literatuur, kennis uit de praktijk en kennis van de patiënt, cliënt of opdrachtgever.,qqrydwlh: dit betreft het YHUQLHXZHQ van de beroepspraktijk om deze te verbeteren. Met nam e het derde punt laat zien dat onderzoekend verm ogen ook m eer is dan onderzoeksresultaten kunnen toepassen. Vernieuwing om de beroepspraktijk te verbeteren vereist het genereren van kennis naast het benutten van bestaande kennis. Hoe ver die vernieuwing dient te gaan kom t in hoofdstuk 5 aan de orde. +RHNXQQHQZHRQGHU]RHNHQGYHUPRJHQGHILQLsUHQ" Onderzoekend verm ogen bestaat uit drie com ponenten: 2QGHU]RHNHQGHKRXGLQJ I n de eerste plaats betekent onderzoekend verm ogen het beschikken over een onderzoekende houding. Voor de invulling van dit begrip kunnen we gebruik maken van het werk van Van der Rij st ( 2009). Hij onderscheidt zes aspect en aan een onderzoekende houding: kritisch zijn; willen begrijpen; willen bereiken; willen delen; willen vernieuwen; en willen weten..hqqlvxlwrqghu]rhnydqdqghuhqwrhsdvvhq De t w eede com ponent is het beschikken over het verm ogen om bij het m aken van beroepsproducten gebruik te m aken van de kennis van anderen. Dat kunnen resultaten zijn van ander onderzoek of de praktijkkennis van professionals in de beroepspraktijk. =HOIRQGHU]RHNGRHQ De derde com ponent is het beschikken over het verm ogen om zelf de onderzoekscyclus te doorlopen, die loopt van het form uleren van een vraag via het verzam elen van data tot het geven van een antwoord. De data die verzam eld m oeten worden m ogen daarbij ook uit secundaire bronnen of uit de literatuur kom en. Het gaat erom dat de student het principe van de rode draad die in de onderzoekscyclus zit begrijpt en kan hanteren. :DWLVGDQRQGHU]RHN" Een definit ie voor onderzoek m ag alleen definiërende eigenschappen van onderzoek bevatten en geen kwaliteitseisen voor goed onderzoek. De m eeste definities bevatten dergelijke kwaliteitseisen wel. Bij het zoeken van een goede, oordeelsneutrale, definitie van onderzoek kan de definitie van Verschuren (2009) als startpunt dienen. Verschuren stelt dat onderzoek is: het doelbewust en m ethodisch zoeken naar nieuwe kennis in de vorm van antwoorden op vooraf gestelde vragen volgens een tevoren opgesteld plan. Deze definitie bevat nog wel een aantal kwaliteitseisen waarover niet iedereen hetzelfde denkt. Niet in alle onderzoeksparadigm a s is m en het eens m et de eis dat onderzoek altijd doelbewust is, dat vragen van tevoren m oeten worden gesteld en dat het m ogelijk is 29

30 van tevoren een plan op te stellen. Daarbij kom t dat het bij praktijkgericht onderzoek in het hbo niet prim air gaat om het bijdragen van nieuwe kennis aan wat er in de theorie al bekend is m aar om het ontwikkelen van kennis die relevant is voor de beroepspraktijk. Dit leidt tot de volgende, door de expertgroep aangepaste, definitie van onderzoek die specifiek is voor het hbo onderwijs: 2QGHU]RHNLVKHWPHWKRGLVFKEHDQWZRRUGHQYDQYUDJHQGDWOHLGWWRWUHOHYDQWHNHQQLV :DWLVKHWYHUHLVWHQLYHDXYDQRQGHU]RHNLQEDFKHORUHQPDVWHU" Over het verschil in vereist niveau tussen de professional bachelor- en de professional m asteropleiding is elders al veel gezegd (Bulthuis, 2013). Wat betreft onderzoekend verm ogen wijzen Griffioen en Wortm an (2013) er terecht op dat het verschil tussen bachelor en m ast er zit in de com - plexiteit van de taak & context en de m ate van zelfstandigheid die wordt verwacht. Bij onderzoek is de com plexit eit van de t aak prim air een funct ie van t wee variabelen: 1) de m at e w aarin gestreefd wordt naar relevantie van de resultaten voor een bredere groep (de relevantie-claim ) en 2) de m ate waarin gestreefd wordt naar grondigheid van de m et hode (de rigor-claim ) (Butter, 2013). 5HOHYDQWLHFODLP Het doel van onderzoek kan zijn om resultaten op te leveren die alleen relevant zijn voor een specifieke situatie die is onderzocht. Dat kan bijvoorbeeld de situatie van een patiënt, cliënt of opdrachtgever zijn. De relevantie-claim is dan bescheiden. Hieraan kunnen we ook de eis van innovatie koppelen. Bij een bescheiden relevantie-claim hoeft de innovatie niet nieuw te zijn voor de hele wereld m aar wel nieuw voor de specifieke situatie. Het doel kan echter ook zijn om resultaten op te leveren die in potentie relevant zijn voor andere sit uat ies, pat iënt en, cliënt en of opdracht gevers en daarm ee voor de collega beroepsbeoefenaren in hele vakgebied. De relevantie-claim is dan groter. Ook kan er sprake zijn van een nog bredere doelgroep. Dan is de claim om iets bij te dragen aan de m aatschappij als geheel of een wetenschappelijk forum, zoals in het geval van een prom ot ieonderzoek. Op deze m anier zij n drie niveaus van relevant ie t e onderscheiden. 5LJRUFODLP Er zijn ook m eerdere niveaus te onderscheiden in de m ate waarin het onderzoek grondig wordt uit gevoerd. Schön ( 1991) hant eert hiervoor de term rigor. Basisvoorwaarde is dat er een duidelijke ketting van bewijsm ateriaal ( chain of evidence ) ten grondslag ligt aan de uitspraken die op basis van het onderzoek worden gedaan. Het niveau van rigor hangt vervolgens af van onder andere: 30

%HRRUGHOHQLVPHQVHQZHUN. Bevindingen over de wenselij kheid en m ogelijkheid van een gezamenlijk protocol voor het beoordelen van (kern)werkstukken

%HRRUGHOHQLVPHQVHQZHUN. Bevindingen over de wenselij kheid en m ogelijkheid van een gezamenlijk protocol voor het beoordelen van (kern)werkstukken %HRRUGHOHQLVPHQVHQZHUN Bevindingen over de wenselij kheid en m ogelijkheid van een gezamenlijk protocol voor het beoordelen van (kern)werkstukken van de expertgroep Protocol in opdracht van de Vereniging

Nadere informatie

Afstudeerprotocol Bacheloropleidingen

Afstudeerprotocol Bacheloropleidingen Afstudeerprotocol Bacheloropleidingen Handreiking voor opleidingen 28 mei 2015 Inhoud 1. Aanleiding en doel... 2 2. Begrippenlijst... 3 3. Het afstudeerprotocol... 6 4. Afstuderen: beroepsbekwaamheid en

Nadere informatie

Met aandacht voor de pilot 'Protocol Afstuderen' n.a.v. het rapport 'Beoordelen is mensenwerk'

Met aandacht voor de pilot 'Protocol Afstuderen' n.a.v. het rapport 'Beoordelen is mensenwerk' Studiedag Met aandacht voor de pilot 'Protocol Afstuderen' n.a.v. het rapport 'Beoordelen is mensenwerk' 8 oktober 2015 Amersfoort Toetsen & Examineren in het HBO De laatste actualiteiten! Martine Pol

Nadere informatie

Dit soort verzekeringen keert eenm alig een bedrag uit als u of een van uw gezinsleden blijvend invalide wordt of kom t t e overlij den.

Dit soort verzekeringen keert eenm alig een bedrag uit als u of een van uw gezinsleden blijvend invalide wordt of kom t t e overlij den. $GYLHVZLM]HU=DNHOLMN$GYLHV %HKHHU :LH]LMQZLM" Wij zij n adviseurs op het gebied van verzekeringen en andere financiële diensten. Onze taak is het om sam en m et u een inventarisatie t e m aken van de risico

Nadere informatie

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016 Regeling Externe toezichthouders bij examens Inhoudsopgave 1. Positie en benoeming externe toezichthouders... 3 2. Taak externe toezichthouder

Nadere informatie

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria Management, finance en recht Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria De verwarring voorbij Naar hernieuwd zelfvertrouwen Congres Praktijkgericht onderzoek in het HBO Amersfoort, 11 december 2012

Nadere informatie

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool NAO nederlands- vlaamse accreditatieorganisatie Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool Datum: 1 oktober

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE SPREEK BEURT SPREEK BEURT IN GROEP 6 SPREEK BEURT IN GROEP 8.

INHOUDSOPGAVE SPREEK BEURT SPREEK BEURT IN GROEP 6 SPREEK BEURT IN GROEP 8. %DVLVVFKRRO+HW3DOHW +HWKRXGHQYDQ HHQVSUHHNEHXUW INHOUDSOPGAVE SPREEK BEURT SPREEK BEURT IN GROEP 5 SPREEK BEURT IN GROEP 6 SPREEK BEURT IN GROEP 7. SPREEK BEURT IN GROEP 8. HOE BEREID IK MIJ N SPREEK BEURT

Nadere informatie

Malaise in E- Land. De hype is over. W at is er aan de hand? Hoe m oet het nu w el? Hoe nu verder?

Malaise in E- Land. De hype is over. W at is er aan de hand? Hoe m oet het nu w el? Hoe nu verder? Malaise in E- Land De hype is over Na een bloeiperiode, ook wel gezien als hype-periode is dan nu de bezinning gekom en en blijken veel internet -ideeën niet zo goed van de grond te kom en. Daar waar kort

Nadere informatie

Vreemde ogen dwingen? Marinke Sussenbach Sarah Morassi. Challenge the future

Vreemde ogen dwingen? Marinke Sussenbach Sarah Morassi. Challenge the future Vreemde ogen dwingen? Marinke Sussenbach Sarah Morassi 1 Outline presentatie 1. Speelveld examencommissie 2. Aanscherping examencommissie 3. Context wet kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs 4. Aanscherping

Nadere informatie

De Voorzitter van de Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA.DEN HAAG. Datum 14 december 2015 Stand van zaken uitwerking commissie Bruijn

De Voorzitter van de Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA.DEN HAAG. Datum 14 december 2015 Stand van zaken uitwerking commissie Bruijn >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA.DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

11 DE OPLEIDING TOT ZWEEFVLIEGINSTRUCTEUR 11.1 Algemene opzet

11 DE OPLEIDING TOT ZWEEFVLIEGINSTRUCTEUR 11.1 Algemene opzet 71-1 11 DE OPLEIDING TOT ZWEEFVLIEGINSTRUCTEUR 11.1 Algemene opzet De wet kent nog steeds de instructeur: solisten van 14 jaar en ouder m ogen onder zijn of haar toezicht solo vliegen. In principe m ag

Nadere informatie

OPSTELLEN EINDKWALIFICATIES OPLEIDING

OPSTELLEN EINDKWALIFICATIES OPLEIDING OPSTELLEN EINDKWALIFICATIES OPLEIDING MARIANNE KOK/HERBERT WOLDBERG/HVA Toelichting bij opt opstelellen van eindkwalificaties van een opleiding bij de HvA 1 Het opleidingsprofiel: De beroepspraktijk draagt

Nadere informatie

Gediplomeerd, maar ook bekwaam? - OVER DE VOORWAARDEN VAN VALIDE BEOORDELING VAN BEROEPSBEKWAAMHEID- FACTA, 8 oktober 2015 Gerard J.J.M. Straetmans Saxion/ Cito Diplomawaarde Wat garandeert het hbo-diploma?

Nadere informatie

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase 11 februari 2008 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Accreditatiekader, toegespitst

Nadere informatie

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland 17 december 2015 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Wanneer een Toets Nieuwe Opleiding? 4 3 Werkwijze Toets Nieuwe Opleiding 5 4 Aanvraagdossier ten behoeve van

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Het Eindwerk binnen het afstudeerproces: voorbeeld van een good practice inclusief een kritische kijk

Het Eindwerk binnen het afstudeerproces: voorbeeld van een good practice inclusief een kritische kijk Het Eindwerk binnen het afstudeerproces: voorbeeld van een good practice inclusief een kritische kijk. HGZO congres Lunteren 19 20 maart 2015 Sven van Geel, BSc, MSc Ergotherapeutische Wetenschappen Inhoud

Nadere informatie

Beoordelen in het HBO

Beoordelen in het HBO Beoordelen in het HBO Eef Nijhuis Saxion Joke van der Meer HAN RIZO 12 maart 2013 Competentiegericht leren Competenties bepalen de inhoud van leren en toetsen Leren en beoordeling zijn gericht op effectief

Nadere informatie

Negeren of trotseren

Negeren of trotseren Relatieproblemen Negeren of trotseren Vooraf Gezien de om vang van dit onderwerp zullen we ons hier m oet en beperken t ot enkele hoofdlij nen. I n het vervolg van deze syllabus kunnen verschillende aspect

Nadere informatie

Instructie excelmeetinstrument Op Eigen Benen Vooruit In het datam anagem entprotocolen het voorbeeld m eetplan (bijlage IIprojectplan)w ordt verw ezen naar excelsheets voor het m eten van de centrale

Nadere informatie

Goed beslissen over beroepsbekwaamheid in het hbo

Goed beslissen over beroepsbekwaamheid in het hbo -- Praktisch artikel Goed beslissen over beroepsbekwaamheid in het hbo Dit artikel is het tweeënzestigste in een serie praktische artikelen over onderwijsinnovatie. Deze serie heeft de bedoeling om mensen

Nadere informatie

hbo-bachelor Sociaal-Juridische Dienstverlening (240 ECTS) 22 oklober 2012 voltijd, deeltijd

hbo-bachelor Sociaal-Juridische Dienstverlening (240 ECTS) 22 oklober 2012 voltijd, deeltijd se a ccr editati eorgani sati e Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor SociaalJuridische Dienstverlening van de Hanzehogeschool roningen datum 7 mei2013

Nadere informatie

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland Advies van de Commissie Gedragscode

Nadere informatie

Training examencommissies

Training examencommissies Training examencommissies N.a.v. midterm review instellingstoets kwaliteitszorg 5 maart 2015 Linda Verbeek 1 Voorstellen Drs Scheikunde (UU) MSc Onderwijskundig ontwerp en advisering (UU) Nu: Beleidsmedewerker

Nadere informatie

Doel en opzet van de Statistiek Logiesaccommodaties

Doel en opzet van de Statistiek Logiesaccommodaties Doel en opzet van de Statistiek Logiesaccommodaties Doel van de statistiek De Statistiek Logiesaccommodaties beoogt een cijfermatig inzicht te geven in aanbod en gebruik van logiesverstrekkende accommodaties

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 3 88 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 304 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Examenprofiel mbo Schilderen en Onderhoud en Afbouw

Examenprofiel mbo Schilderen en Onderhoud en Afbouw Januari 2015 Examenprofiel mbo Schilderen en Onderhoud en Afbouw Sector: Schilderen en Onderhoud en Afbouw Vastgesteld door: Paritaire Commissie Onderhoud, Schilderen en Afbouw Savantis Vaststellingsdatum:

Nadere informatie

11 juli 2012 Beleidsreactie advies NVAO m.b.t. kwaliteit en niveau van BE, VTM, CE en MEM bij Hogeschool Inholland

11 juli 2012 Beleidsreactie advies NVAO m.b.t. kwaliteit en niveau van BE, VTM, CE en MEM bij Hogeschool Inholland a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

Examenprofiel mbo Zakelijke dienstverlening Orde & Veiligheid ICT

Examenprofiel mbo Zakelijke dienstverlening Orde & Veiligheid ICT Examenprofiel mbo Zakelijke dienstverlening Orde & Veiligheid ICT Sector: ESB&I Gevalideerd door: de paritaire commissie ECABO Vaststellingsdatum: 7 oktober 2014 Examenprofielnummer: EXPRO.16 1 Inleiding

Nadere informatie

Advies te hanteren discontovoet bij de Life Cycle Cost analyse. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid

Advies te hanteren discontovoet bij de Life Cycle Cost analyse. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Advies te hanteren discontovoet bij de Life Cycle Cost analyse Notitie Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Sytze Rienstra Wim Groot Septem ber 2012 Analyses van m obiliteit en m obiliteitsbeleid. Dat

Nadere informatie

Protocol beoordeling experimenten flexibilisering. Uitwerking voor de experimenten leeruitkomsten en nieuwe onvolledige opleidingen.

Protocol beoordeling experimenten flexibilisering. Uitwerking voor de experimenten leeruitkomsten en nieuwe onvolledige opleidingen. Protocol beoordeling experimenten flexibilisering Uitwerking voor de experimenten leeruitkomsten en nieuwe onvolledige opleidingen 14 december 2015 Beoordelingskaders accreditatiestelsel 19 december 2014,

Nadere informatie

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Conferentie Onderwijsinspectie, Amersfoort, 20 mei 2015 Sietze Looijenga, QANU In deze workshop: Hoe wordt in visitaties aandacht besteed aan

Nadere informatie

Com petent van schoolbank naar w erkvloer Com pet ent iegericht e leeropdracht en voor PBA Office. partner in de Universitaire Associatie Brussel

Com petent van schoolbank naar w erkvloer Com pet ent iegericht e leeropdracht en voor PBA Office. partner in de Universitaire Associatie Brussel Com petent van schoolbank naar w erkvloer Com pet ent iegericht e leeropdracht en voor PBA Office M anagem ent A. Verhaeghe 1 Soort onderzoek? Afst em m ing onderw ijs arbeidsm arkt m.b.t. PBA office m

Nadere informatie

Didactische uitgangspunten voor een onderzoekslijn in een HBOopleiding

Didactische uitgangspunten voor een onderzoekslijn in een HBOopleiding Didactische uitgangspunten voor een onderzoekslijn in een HBOopleiding DAS conferentie 26 maart 2015 Dr. Lisette Munneke Hoofddocent binnen lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek / Lerarenopleider

Nadere informatie

N EDERLANDSE SAMENVATTI NG

N EDERLANDSE SAMENVATTI NG N EDERLANDSE SAMENVATTI NG I nleiding Het grootste gedeelte van reclam ebudgetten wordt besteed aan de inkoop van reclam eruim te in de m edia. Naar schatting werd in 2002 al m eer dan 4 m iljard Euro

Nadere informatie

Wijze waarop de NTTB invulling geeft aan het Toetsreglement Sport

Wijze waarop de NTTB invulling geeft aan het Toetsreglement Sport Wijze waarop de NTTB invulling geeft aan het Toetsreglement Sport Dit document is gebaseerd op het Toetsingsreglement Sport, waarvan het model is vastgesteld door de Algemene leden vergadering van NOC*NSF

Nadere informatie

Handreiking Kalibreersessies. Auteur. Daan Andriessen. met medewerking van Irene van der Marel, Stijn Bollinger en Martine Ganzevles.

Handreiking Kalibreersessies. Auteur. Daan Andriessen. met medewerking van Irene van der Marel, Stijn Bollinger en Martine Ganzevles. Auteur Daan Andriessen met medewerking van Irene van der Marel, Stijn Bollinger en Martine Ganzevles Handreiking Kalibreersessies Inlichtingen Lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek 06-42605375

Nadere informatie

Van Entreetoets naar eindtoets; met gebruik van voortgangstoetsing?

Van Entreetoets naar eindtoets; met gebruik van voortgangstoetsing? Onderwijs, leren en levensbeschouwing Van Entreetoets naar eindtoets; met gebruik van voortgangstoetsing? Gezamenlijk digitaal toetsen met meerdere instellingen Special Interest Group Digitaal Toetsen

Nadere informatie

BEOORDELINGSKADER EN -PROCEDURE VOOR DE CERTIFICERING VAN BEDRIJFSOPLEIDINGEN TOURMANAGER

BEOORDELINGSKADER EN -PROCEDURE VOOR DE CERTIFICERING VAN BEDRIJFSOPLEIDINGEN TOURMANAGER BEOORDELINGSKADER EN -PROCEDURE VOOR DE CERTIFICERING VAN BEDRIJFSOPLEIDINGEN TOURMANAGER 1. INLEIDING Het certificeringsonderzoek voor de aanbieders van opleidingen voor tourmanager heeft de vorm van

Nadere informatie

LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008

LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008 LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008 Amersfoort, juni 2008 p.2 van 17 VASTSTELLING RAPPORT Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar kwaliteitsverbetering van

Nadere informatie

Consumenteninformatie van de Autoriteit Financiële Markten Loop geen onnodig renterisico H oud rekening met rentestijgingen Voor wie is deze folder? Deze folder is voor iedereen die geld leent of gaat

Nadere informatie

Belastingen en heffingen in de luchtvaart. Sam envatting

Belastingen en heffingen in de luchtvaart. Sam envatting Sam envatting Terugkerende discussie Belastingen en heffingen voor vliegverkeer zijn een terugkerend onderwerp van discussie. Voorstanders van belastingen vinden het onrechtvaardig dat de internationale

Nadere informatie

Van: Werkgroep Beroepsprofiel Bachelor of Engineering. Betreft: Evaluatie Bachelorprofiel Engineering met de techniekhogescholen

Van: Werkgroep Beroepsprofiel Bachelor of Engineering. Betreft: Evaluatie Bachelorprofiel Engineering met de techniekhogescholen Van: Werkgroep Beroepsprofiel Bachelor of Engineering Betreft: Evaluatie Bachelorprofiel Engineering met de techniekhogescholen Den Haag, 24 juni 2011 Beste Collega, Het landelijke beroepsprofiel Bachelor

Nadere informatie

Certificering HR Professional

Certificering HR Professional Certificering HR Professional Certificering HR Professional Het personeelsmanagement kenmerkt zich door een grote mate van diversiteit, in de diepte en de breedte. De inhoud van het personeelsmanagement

Nadere informatie

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Kaders voor een digitale leer- en oefenomgeving Onderzoekssamenvatting Drs. Maurice de Greef Onderzoeker, Adviseur en Trainer Artéduc

Nadere informatie

Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling

Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling Wie zijn wij? Patrick van den Bosch Expert Kwaliteitszorg Patrick.vandenbosch@vluhr.be Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling Wouter Teerlinck Expert Kwaliteitszorg Wouter.teerlinck@vluhr.be

Nadere informatie

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor se a ccr ed itati eor ga ni sati e Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Toegepaste Psychologie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen datum 17 atil

Nadere informatie

M IJN W E R K STU K O V E R K A R A TE. G em aakt door Rob van den E yssel 11-2008 G roep 6 Johanna huiskam pschool E erbeek

M IJN W E R K STU K O V E R K A R A TE. G em aakt door Rob van den E yssel 11-2008 G roep 6 Johanna huiskam pschool E erbeek M IJN W E R K STU K O V E R K A R A TE G em aakt door Rob van den E yssel 26-11 11-2008 G roep 6 Johanna huiskam pschool E erbeek Bronverm elding Ik heb de inform atie van dit w erkstuk uit m ijn hoofd

Nadere informatie

Onderwerp: Erkenning HSL afd kunstzinnige therapie door de FVB/NVBT

Onderwerp: Erkenning HSL afd kunstzinnige therapie door de FVB/NVBT Onderwerp: Erkenning HSL afd kunstzinnige therapie door de FVB/NVBT 19 juni 2015 Beste leden van de NVBT, Al sinds 2010 wordt er binnen het bestuur van de FVB en NVBT gesproken over de erkenning van de

Nadere informatie

Dat de instellingen en evaluatieorganen voldoende kwaliteitsbewustzijn zullen tonen om de verbeterfunctie van de externe kwaliteitszorg

Dat de instellingen en evaluatieorganen voldoende kwaliteitsbewustzijn zullen tonen om de verbeterfunctie van de externe kwaliteitszorg Accreditatie hoger onderwijs Onder welke voorwaarden kan accreditatie in de toekomst een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs. Blijvend succes

Nadere informatie

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Competentieprofiel Instituut voor Interactieve Media Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Aangepast in maart 2009 Inleiding De opleiding Interactieve Media

Nadere informatie

Handboek. beroepsgericht leren. Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen

Handboek. beroepsgericht leren. Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen Handboek beroepsgericht leren Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen Colofon Handboek beroepsgericht leren Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen

Nadere informatie

Kwaliteitsvol evalueren

Kwaliteitsvol evalueren Kwaliteitsvol evalueren Studiedag peer review van het toetsgebeuren, 31/5/2013 Dirk Van Landeghem Inleiding Kwaliteitsvol onderwijs vereist kwaliteitsvol evalueren Evaluatie = multidimensioneel en complex

Nadere informatie

Uitwerking van het rapport beoordelen is mensenwerk in een concreet voorbeeld van een onderzoekslijn

Uitwerking van het rapport beoordelen is mensenwerk in een concreet voorbeeld van een onderzoekslijn Uitwerking van het rapport beoordelen is mensenwerk in een concreet voorbeeld van een onderzoekslijn Studiedag FACTA 24 maart 2015 Dr. Lisette Munneke Hoofddocent binnen lectoraat Methodologie van Praktijkgericht

Nadere informatie

Kwaliteitszorgactiviteiten reformatorische academische opleidingsschool (RAOS)

Kwaliteitszorgactiviteiten reformatorische academische opleidingsschool (RAOS) Kwaliteitszorgactiviteiten reformatorische academische (RAOS) Wat? (Kwaliteitsstandaarden NVAO) Hoe? Wanneer? Door wie? Bij wie? Output Standaard 1: Beoogde eindkwalificaties 1. De heeft een geëxpliciteerde

Nadere informatie

Bevragingslast beperken en toezicht verrijken Context

Bevragingslast beperken en toezicht verrijken Context Docenten en medewerkers in het hoger onderwijs hebben te maken met veel vormen van interne en externe verantwoording; dat belast het primaire proces. Kan het misschien anders zo vroegen de Inspectie van

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Examenprofiel mbo Reclame, Presentatie en Communicatie

Examenprofiel mbo Reclame, Presentatie en Communicatie Februari 2015 Eamenprofiel mbo Reclame, Presentatie en Communicatie Sector: Reclame, Presentatie en Communicatie Vastgesteld door: Paritaire Commissie Reclame, Presentatie en Communicatie Savantis Vaststellingsdatum:

Nadere informatie

Eenmalig uitgave in het kader van de GoedGebruik Carrousel studie dagen (oktober 2005).

Eenmalig uitgave in het kader van de GoedGebruik Carrousel studie dagen (oktober 2005). Goedgebruik, dáár draait het om! Nico E Knibbe Hanneke JJ Knibbe LOCOmotion Eenmalig uitgave in het kader van de GoedGebruik Carrousel studie dagen (oktober 2005). Introductie De laatste jaren zien we

Nadere informatie

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen hbo-bachelor Opleiding voor Ergotherapie (240 ECTS) 6 november 2013 voltijd Nijmegen.

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen hbo-bachelor Opleiding voor Ergotherapie (240 ECTS) 6 november 2013 voltijd Nijmegen. n ederl a n ds - v I a a mse a ccr edìtati e o rga ní sati e Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Opleiding voor Ergotherapie van de Hogeschool van

Nadere informatie

Politieonderwijs & externe kwaliteitszorg op weg naar accreditatie

Politieonderwijs & externe kwaliteitszorg op weg naar accreditatie Politieonderwijs & externe kwaliteitszorg op weg naar accreditatie dr. Steven Van Luchene [VLIR Cel Kwaliteitszorg] op weg naar accreditatie 1. routebeschijving: tno visita e accredita e 2. de meet: generieke

Nadere informatie

Datum 20 april 2015 Rapport Verdere versterking over het functioneren examencommissies

Datum 20 april 2015 Rapport Verdere versterking over het functioneren examencommissies >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA.DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Situering van de Kwaliteitscode Afstemming op Europese referentiekaders De regie-pilots De uitgebreide instellingsreview In de periode 2015-2017 krijgen de universiteiten

Nadere informatie

Herstelplan. Bacheloropleiding Leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Lichamelijke Opvoeding (ALO)

Herstelplan. Bacheloropleiding Leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Lichamelijke Opvoeding (ALO) Herstelplan gericht op toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties Bacheloropleiding Leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Lichamelijke Opvoeding (ALO) Instituut voor Sportstudies Hanzehogeschool

Nadere informatie

Beoordelingskader Bijzonder (Kwaliteits)Kenmerk Ondernemen

Beoordelingskader Bijzonder (Kwaliteits)Kenmerk Ondernemen Beoordelingskader Bijzonder (Kwaliteits)Kenmerk Ondernemen september 2013 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Beoordeling van het bijzonder kenmerk ondernemen 5 3 Beoordeling standaarden 10 pagina 2 1 Inleiding Vanuit

Nadere informatie

Vernieuw ing arboinfrastructuur PBPE. Op weg naar een healthy com pany. Frank Frijns 14-09-2005

Vernieuw ing arboinfrastructuur PBPE. Op weg naar een healthy com pany. Frank Frijns 14-09-2005 Vernieuw ing arboinfrastructuur PBPE Op weg naar een healthy com pany Frank Frijns 14-09-2005 Inleiding Veranderde sociale wetgeving (wijziging WAO wet) heeft nadrukkelijk financiële consequenties voor

Nadere informatie

3. Opleidingskader voor de opleiding Informatiecoördinator

3. Opleidingskader voor de opleiding Informatiecoördinator 3. Opleidingskader voor de opleiding Informatiecoördinator In het project GROOTER worden onder andere opleidingskaders ontwikkeld voor drie functiegerichte opleidingen voor Bevolkingszorg. In dit hoofdstuk

Nadere informatie

Stichting NIOC en de NIOC kennisbank

Stichting NIOC en de NIOC kennisbank Stichting NIOC Stichting NIOC en de NIOC kennisbank Stichting NIOC (www.nioc.nl) stelt zich conform zijn statuten tot doel: het realiseren van congressen over informatica onderwijs en voorts al hetgeen

Nadere informatie

Licentieregeling Reddingsbrigade Nederland

Licentieregeling Reddingsbrigade Nederland Licentieregeling Reddingsbrigade Nederland Voorwoord Reddingsbrigade Nederland introduceert per 1 september 2015 de Licentieregeling. Door middel van de licentieregeling wil Reddingsbrigade Nederland een

Nadere informatie

Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland

Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland KWALITEITSCODE EVC Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland CODE 1. DOEL Het doel van EVC is het zichtbaar maken, waarderen en erkennen van individuele competenties.

Nadere informatie

TECHN A. Een nieuw begin

TECHN A. Een nieuw begin Ok t obe r 2 0 1 2 Jaargang 2 I n dit num m er 1 Een nieuw begin De T- ford w as het begin van de autoindust rie rond 1 9 1 0 ; t oen een nieuw begrip w aarbij de t e chniek niet st il heeft gest aan.

Nadere informatie

VERDERE VERSTERKING. toetsen & examineren. 8 oktober 2015. Martine Pol m.pol@owinsp.nl

VERDERE VERSTERKING. toetsen & examineren. 8 oktober 2015. Martine Pol m.pol@owinsp.nl VERDERE VERSTERKING toetsen & examineren 8 oktober 2015 Martine Pol m.pol@owinsp.nl CHRONOLOGISCH OVERZICHT 2004 Onderwijsraad, Examinering in ho 2009 Inspectie vh Onderwijs, Boekhouder of wakend oog 2010

Nadere informatie

Instituut voor Sociale Opleidingen

Instituut voor Sociale Opleidingen Instituut voor Sociale Opleidingen Naar een nieuwe opleiding Social Work In september 2016 start Hogeschool Rotterdam met de nieuwe opleiding Social Work. Dit betekent dat eerstejaars studenten (die in

Nadere informatie

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen;

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen; Henk MassinkRubrics Ontwerpen 2012-2013 Master Leren en Innoveren Hogeschool Rotterdam Beoordeeld door Hanneke Koopmans en Freddy Veltman-van Vugt. Cijfer: 5.8 Uit je uitwerking blijkt dat je je zeker

Nadere informatie

Onderbouwing Arbeidsmarktrelevantie Ad-opleidingen Een kader voor de uitwerking

Onderbouwing Arbeidsmarktrelevantie Ad-opleidingen Een kader voor de uitwerking Onderbouwing Arbeidsmarktrelevantie Ad-opleidingen Een kader voor de uitwerking Koninklijke vereniging MKB-Nederland Beleid, Onderzoek en Communicatie Delft, 9 januari 2006 Contactpersoon: Ir. G.F.W.C.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen (Tekst geldend op: 09-09-2013) Wet van 7 juli 2006, houdende regels inzake m arktordening, doelmatigheid en beheerste kostenontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg (Wet marktordening gezondheidszorg)

Nadere informatie

DE FLEXIBELE DEELTIJD: MODULAIR MET EXTRA S. NNK 30 mei 2013 Lucie te Lintelo

DE FLEXIBELE DEELTIJD: MODULAIR MET EXTRA S. NNK 30 mei 2013 Lucie te Lintelo DE FLEXIBELE DEELTIJD: MODULAIR MET EXTRA S NNK 30 mei 2013 Lucie te Lintelo 1 INHOUD Een flexibele opleiding: studenten kunnen -binnen bepaalde kaders- eigen keuzes maken in inhoud, tempo en vorm, zodat

Nadere informatie

Examinering in het mbo. Dilemma s in de praktijk

Examinering in het mbo. Dilemma s in de praktijk Examinering in het mbo Dilemma s in de praktijk Examinering examinering versus (ontwikkelingsgerichte) toetsing dilemma t.a.v. examen: afsluiting onderwijs startbekwaamheid ontwikkelpotentieel KWALITEIT

Nadere informatie

Evalueren bij afstuderen. OOF Bachelortoets

Evalueren bij afstuderen. OOF Bachelortoets Evalueren bij afstuderen OOF Bachelortoets Intro Voorbeeld Teams van studenten (Onderzoeks-)project Aangeleverd door externen uit het vakgebied Begeleid door docenten en externe opdrachtgevers Rapporteren

Nadere informatie

MOTIE BEERTEMA 27/3/12:

MOTIE BEERTEMA 27/3/12: MOTIE BEERTEMA 27/3/12: MOTIE BEERTEMA 27/3/12: Onafhankelijke borging van examens door landelijke eindtoets op kenniscomponent van kernvakken De opdracht Breng mogelijkheden tot externe validering examens

Nadere informatie

Beoordelingskader Pilot Bijzonder Kenmerk Ondernemen

Beoordelingskader Pilot Bijzonder Kenmerk Ondernemen Beoordelingskader Pilot Bijzonder Kenmerk Ondernemen 22 november 2011 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Beoordeling van het bijzonder kenmerk ondernemen 5 2.1 Uitgangspunten voor de beoordeling van het bijzonder

Nadere informatie

Bachelor of SPI. SPIDER meets HBO. Inleiding door Esther Hageraats. Bachelor of SPI, 20 nov 2007 1

Bachelor of SPI. SPIDER meets HBO. Inleiding door Esther Hageraats. Bachelor of SPI, 20 nov 2007 1 Bachelor of SPI SPIDER meets HBO Inleiding door Esther Hageraats Bachelor of SPI, 20 nov 2007 1 Saxion Hogescholen Vestigingen in Enschede, Deventer en Apeldoorn 18000 studenten, 1800 medewerkers waarvan

Nadere informatie

HGZO 2011. HGZO 2011 'de studentarena' Verloskunde Academie Rotterdam

HGZO 2011. HGZO 2011 'de studentarena' Verloskunde Academie Rotterdam HGZO 2011 Verloskunde Academie Rotterdam HBO opleiding Starten 60 studenten per jaar vierjarige opleiding, 50% stage Vanaf 2009-2010: competentiegericht onderwijs ZO congres 2011 de StudentArena Voor 2009-2010

Nadere informatie

Luisteren naar fluisteren

Luisteren naar fluisteren Depressie Luisteren naar fluisteren Vooraf Een dipj e hebben we wellicht allem aal wel eens m eegem aakt. Daar kij kt niem and van op. I edereen is wel eens som ber of t reurig gest em d. Meest al t rekt

Nadere informatie

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk Op de HBOV van de Hogeschool Leiden wordt sinds het studiejaar 2013-2014 gewerkt met CBP s, Competentie Beoordelingen in de Praktijk. Gedachte hierachter is, dat

Nadere informatie

KAA: Dispensatie- en herintrederregeling

KAA: Dispensatie- en herintrederregeling KAA: Dispensatie- en herintrederregeling Inleiding Zorgverzekeraars zijn verplicht kwalitatief goede zorg in te kopen en werkgevers zijn verplicht er zorg voor te dragen dat vanuit hun organisatie kwalitatief

Nadere informatie

Model Checklist voor beoordelen kwaliteit kwalificatiedossiers brandweerfuncties. Versie: 11 december 2014

Model Checklist voor beoordelen kwaliteit kwalificatiedossiers brandweerfuncties. Versie: 11 december 2014 Model Checklist voor beoordelen kwaliteit kwalificatiedossiers brandweerfuncties Versie: 11 december 2014 Instituut Fysieke Veiligheid Postbus 7010 6801 HA Arnhem Kemperbergerweg 783, Arnhem www.ifv.nl

Nadere informatie

ERKENNING NIEUWE OPLEIDING VLAANDEREN SJABLOON AANVRAAGDOSSIER AMBTSHALVE GEREGISTREERDE INSTELLINGEN MACRODOELMATIGHEIDSTOETS TOETS NIEUWE OPLEIDING

ERKENNING NIEUWE OPLEIDING VLAANDEREN SJABLOON AANVRAAGDOSSIER AMBTSHALVE GEREGISTREERDE INSTELLINGEN MACRODOELMATIGHEIDSTOETS TOETS NIEUWE OPLEIDING ERKENNING NIEUWE OPLEIDING VLAANDEREN SJABLOON AANVRAAGDOSSIER AMBTSHALVE GEREGISTREERDE INSTELLINGEN MACRODOELMATIGHEIDSTOETS TOETS NIEUWE OPLEIDING Opzet en structuur De sjabloon van het aanvraagdossier

Nadere informatie

yuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnm qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxc

yuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnm qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxc qwertyuiopasdfghjklzcvbnmqwertyuiopasdfghjklzc vbnmqwertyuiopasdfghjklzcvbnmqwertyuiopasdfgh jklzcvbnmqwertyuiopasdfghjklzcvbnmqwertyuiop Concept eamenprofiel 3.0 C&M asdfghjklzcvbnmqwertyuiopasdfghjklzcvbnmqwert

Nadere informatie

< - - ENQUETERI NG - - >

< - - ENQUETERI NG - - > < - - ENQUETERI NG - - > A. I nleiding B. Bepalen van de enquêteringsmethode 1. Soorten surveys i. Een schriftelijke enquête of een interview? ii. iii. Gestructureerd of ongestructureerde enquête? Raadgeving

Nadere informatie

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bedrijfsmanagement MKB van de Fontys Hogescholen

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bedrijfsmanagement MKB van de Fontys Hogescholen n ederl an d s - v I a a m s e a ccr editati eor ga n is ati e Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bedrijfsmanagement MKB van de Fontys Hogescholen

Nadere informatie

Examenprofiel mbo PMLF

Examenprofiel mbo PMLF Examenprofiel mbo PMLF Industriële processen, Procestechniek, Industrieel onderhoud, Operationele Techniek, en Analisten Sector: PMLF Vastgesteld door: Paritaire commissie PMLF Vaststellingsdatum: 16 februari

Nadere informatie

Aanwijzen deskundige taaltoets

Aanwijzen deskundige taaltoets Aanwijzen deskundige taaltoets Op grond van artikel 8, tweede lid, van het Besluit beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Besluit btv) kan Bureau Wbtv, namens de minister van Veiligheid en Justitie,

Nadere informatie

Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen

Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen APS Hella Kroon Alie Kammenga Ellis Eerdmans 8 oktober 2012 Ede In deze masterclass Als ik het voor het zeggen had dan De kaders van het instellingsexamen

Nadere informatie

4 Segment 3: werken aan ontwikkeling van het beroep 51 4.1 Competentie 9: innoveren 51 4.2 Competentie 10: deskundigheid bevorderen 55

4 Segment 3: werken aan ontwikkeling van het beroep 51 4.1 Competentie 9: innoveren 51 4.2 Competentie 10: deskundigheid bevorderen 55 Inhoud 1 Het ontwerpproces 9 1.1 Aanleiding 9 1.2 De opdrachtformulering 10 1.3 Beroepscompetenties: het ontwerpproces 10 1.4 Tijdpad 13 1.5 Indeling en opbouw van segmenten 14 2 Segment 1: werken met

Nadere informatie

Aanvullend. Beoordelingskader. Bevindingen. Advies panel. Gegevens. Avans+ hbo-bachelor Bachelor of Cabaret. lnstelling Opleiding Variant

Aanvullend. Beoordelingskader. Bevindingen. Advies panel. Gegevens. Avans+ hbo-bachelor Bachelor of Cabaret. lnstelling Opleiding Variant nederlan ds - v I a am se accreditati eorga nisatí e Besluit Besluit strekkende tot een positieve beoordeling van een aanvraag om toets nieuwe opleiding van de opleiding hbo-bachelor Bachelor of Cabaret

Nadere informatie