Zicht op beleggingsinstellingen. Generieke rapportage van het onderzoek naar beleggingsinstellingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zicht op beleggingsinstellingen. Generieke rapportage van het onderzoek naar beleggingsinstellingen"

Transcriptie

1 Generieke rapportage van het onderzoek naar beleggingsinstellingen Autoriteit Financiële Markten Amsterdam, april 2004

2 Samenvatting Inleiding Beleggingsfondsen en beleggingsinstellingen In het spraakgebruik wordt meestal de verzamelnaam beleggingsfonds gebruikt om collectieve beleggingen aan te duiden. De AFM gebruikt de term beleggingsinstelling, omdat dit de term is die in de wet hiervoor is opgenomen. De markt voor beleggingsinstellingen heeft het afgelopen decennium een spectaculaire groei doorgemaakt. Het belegd vermogen verviervoudigde tot ongeveer 100 miljard. Dit vermogen betreft slechts de beleggingsinstellingen onder AFM-toezicht. Verwante producten als unit-linked producten hebben eveneens een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Steeds bredere lagen van de bevolking vertrouwen hun vermogen toe aan beleggingsinstellingen. Voortdurend worden nieuwe producten gelanceerd die met specialistische beleggingsstrategieën niches in de markt proberen aan te boren. Deze groei en de toegenomen complexiteit vragen om extra aandacht voor de regelgeving en voor de wijze waarop beleggingsinstellingen hier mee omgaan. Dit mede in het licht van de bijzondere kenmerken van het Nederlandse handelssysteem dat op verschillende punten afwijkt van de buitenlandse praktijk. Diverse marktpartijen hebben in het verleden gepleit voor evaluatie van het Nederlandse systeem. De AFM heeft de afgelopen maanden een representatief deel van de markt voor beleggingsinstellingen op diverse onderwerpen onderzocht. De onderzochte groep is een mix van zowel grote als kleinere aanbieders. De aanbieders zijn financiële instellingen. Per aanbieder is een beperkt aantal beleggingsinstellingen onderzocht. De bundeling van het gedragstoezicht op effecteninstellingen (Wte) en beleggingsinstellingen (Wtb) gaf een belangrijke impuls bij het onderzoek: nu het toezicht op beide wetten bij de AFM in één hand is gebracht is meer nadruk komen te liggen op gedragsonderdelen van het toezicht. Bij een routineonderzoek medio 2003 zijn bij een beleggingsinstelling tekortkomingen geconstateerd die aanleiding hebben gegeven tot een breder thematisch onderzoek. De berichten die in de tweede helft van 2003 uit de Verenigde Staten kwamen over onoorbare handelspraktijken bij beleggingsinstellingen, hebben de urgentie van het onderzoek vergroot. Het doel van deze rapportage is drieledig: Het in generieke termen informeren over de bevindingen van het AFM-onderzoek; Het voorkomen dat informatie over de onderzoeken gefragmenteerd en zonder context naar buiten komt; Het creëren van een helder startpunt voor verbetering van de Nederlandse markt voor beleggingsinstellingen. Veel huishoudens hebben hun vertrouwen gesteld in beleggingsinstellingen. Daarom is het van het grootste belang dat dit vertrouwen op geen enkele wijze wordt beschaamd. Onoorbare handelspraktijken vergelijkbaar met die in de Verenigde Staten zouden funest zijn voor dit vertrouwen. Het onderzoek van de AFM heeft geen aanwijzingen opgeleverd dat er door market timing of late trading beleggers benadeeld zijn op dezelfde wijze als in de Verenigde Staten. In Nederland heeft de AFM dergelijke onoorbare handelspraktijken niet geconstateerd voor zover deze betrekking hebben op handel met derden. Wel is er binnen één of meer instellingen op beperkte schaal late trading geconstateerd. Er zijn geen aanwijzingen dat lange termijnbeleggers hierdoor significante schade hebben geleden. Overigens hangen de bevindingen met betrekking tot late trading meestal samen met de bijzondere eigenschappen van het Nederlandse beurssysteem van verhandeling van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen. 2

3 De AFM heeft wel geconstateerd dat de belangen van de belegger bij één of meer instellingen niet in voldoende mate gewaarborgd zijn. In enkele gevallen zijn de belangen van de beleggers direct geschaad. Er zijn gradaties in de geconstateerde tekortkomingen bij de onderzochte beleggingsinstellingen. De schade voor de belegger als gevolg van de geconstateerde tekortkomingen is zeer moeilijk in te schatten. Los van de omvang van de schade is elke benadeling van beleggers ongewenst. Deze samenvatting bestaat verder uit: een opsomming van de onderzochte onderwerpen; per onderzocht onderwerp een opsomming van de geconstateerde tekortkomingen; de vervolgstappen. De onderzochte onderwerpen Het onderzoek heeft zich gericht op de volgende onderwerpen: 1. Verwerking van op- en afslagen bij de aan- en verkoop van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen in relatie tot de informatie in het prospectus (zie hoofdstuk 4) 2. Vergelijking van aan beleggers in rekening gebrachte kosten met de kosten die in het prospectus staan vermeld (hoofdstuk 5) 3. Prijsvorming en handel met gelieerde partijen en derden (hoofdstuk 6) 4. Berekening van de intrinsieke waarde (hoofdstuk 7) 5. Kwaliteit van de administratieve organisatie (hoofdstuk 8) De geconstateerde tekortkomingen hebben in de loop van het onderzoek vragen opgeworpen over twee gerelateerde onderwerpen, die geen deel uitmaken van het formele onderzoek: de governance van beleggingsinstellingen de rol van de accountant bij beleggingsinstellingen Geconstateerde tekortkomingen De AFM bewandelt twee los van elkaar staande trajecten met betrekking tot de geconstateerde tekortkomingen. Het eerste traject betreft het voorliggende rapport. De tekortkomingen die hierin worden behandeld en die geconstateerd zijn bij afzonderlijke instellingen, zijn aan deze instellingen voorgelegd. De instellingen hebben de gelegenheid gehad hun reactie aan de AFM te geven op de voor hen relevante bevindingen. De AFM heeft, waar zij dit noodzakelijk vond, deze reactie verwerkt in het rapport. Het tweede traject zijn de bevindingen per instelling. Deze worden los van dit rapport behandeld met de betrokken partijen. Dit proces is in de meeste gevallen nog niet afgerond. De AFM heeft verschillende soorten tekortkomingen geconstateerd. Eén soort tekortkoming betreft ons inziens duidelijke overtredingen van de wet- en regelgeving op het gebied van financieel toezicht. Daarnaast zijn tekortkomingen gesignaleerd waarbij de AFM ernstige twijfel heeft of gehandeld is conform wet- en regelgeving, maar waar wet- en regelgeving vatbaar is voor verschillende interpretaties. De AFM zet waar nodig met betrekking tot deze twee soorten tekortkomingen de geëigende handhavinginstrumenten in. Ten slotte zijn er tekortkomingen te onderscheiden die de AFM kenschetst als ongewenste praktijken, maar waar geen grondslag is in wet- en regelgeving om deze op te heffen. De AFM maakt in deze generieke rapportage geen onderscheid tussen deze drie soorten tekortkomingen maar zal dit bij de behandeling van de bevindingen met de betrokken instellingen wel doen. 3

4 1. Verwerking van op- en afslagen bij de aan- en verkoop van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen in relatie tot de informatie in het prospectus In het prospectus staat vermeld dat de op- en afslagen op een bepaalde manier worden verwerkt. In de praktijk blijkt dat deze verwerking in één of meer gevallen op een andere wijze plaatsvindt waardoor de belegger een onjuist beeld krijgt of benadeeld wordt: De inkomsten die de liquiditeitsverschaffer uit de systematiek van de op- en afslagen behaalt, vloeien in een aantal gevallen niet terug naar de instelling, terwijl in één of meer gevallen uit het prospectus is op te maken dat dit wel zou moeten. Bij veel instellingen is het gebruikelijk om koop- en verkooporders (meestal vanuit de beleggersgiro) te salderen en de orders tegen één prijs af te rekenen (netting). Doordat de beleggingsinstelling inkomsten uit op- en/of afslag kan mislopen, kunnen zittende beleggers worden benadeeld ten gunste van toe- en/of uittredende beleggers. In één of meer gevallen is deze praktijk niet in overeenstemming met hetgeen in het prospectus wordt geschetst. Bij veel van de onderzochte instellingen is geconstateerd dat de in het prospectus genoemde bandbreedte waarbinnen de op- en afslag kan fluctueren incidenteel is overschreden. Daarnaast wordt in één of meer gevallen niet de intrinsieke waarde als uitgangspunt gebruikt voor het bepalen van de bied- en laatprijs, maar de laatste beurskoers. Hierdoor kan niet gegarandeerd worden dat de in het prospectus genoemde maximale op- en afslag worden nageleefd. In één of meer gevallen is de informatie omtrent de verwerking van op- en afslagen moeilijk te vinden. Om zich een compleet beeld te vormen van de werkwijze, moet de belegger de informatie terug zien te vinden in verschillende documenten (bijvoorbeeld jaarverslag, prospectus, aanvullend prospectus, voorwaarden beheer/bewaring, voorwaarden beleggersgiro, financiële bijsluiter etc). Een deel van deze onoverzichtelijkheid valt terug te voeren op de wet- en regelgeving. Hiermee wordt rekening gehouden bij de herziening van die wet- en regelgeving. 2. Vergelijking van aan beleggers in rekening gebrachte kosten met de kosten die in het prospectus staan vermeld De kosten zijn in één of meer gevallen niet volledig of niet duidelijk weergegeven in het prospectus. Bij één of meer instellingen bestaat het risico dat de kapitaalbelasting bij aankoop ten onrechte wordt geheven. Het prospectus geeft in één of meer gevallen onjuiste informatie over de toerekening van kapitaalbelasting aan de belegger. De kosten van een fund of funds (een beleggingsinstelling die belegt in andere beleggingsinstellingen) zijn in één of meer gevallen onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Hierdoor betalen beleggers gestapelde kosten zonder hiervan op de hoogte te zijn. De vergoedingen voor het distributiekanaal worden in één of meer gevallen betaald uit de beheervergoeding. In enkele gevallen subsidieert de zittende belegger indirect de in- en uitstappers. De huidige regelgeving verbiedt dit niet, maar het verdient aanbeveling dit transparant te maken. 3. Prijsvorming en handel met gelieerde partijen en derden Onderzoek in de Verenigde Staten heeft aangetoond dat een aantal beleggingsinstellingen er met opzet onoorbare handelspraktijken op na heeft gehouden, waardoor derden en medewerkers van de instelling zelf konden profiteren ten koste van de zittende beleggers. Handel buiten beursuren tegen voordelige koersen (late trading) en het snel in- en uitstappen ten nadele van zittende beleggers (market timing) hebben geleid tot strafvervolging van en hoge boetes voor de betrokken partijen en compensatieregelingen voor beleggers. In Nederland heeft de AFM dergelijke onoorbare handelspraktijken niet geconstateerd voor zover deze betrekking hebben op handel met derden. Wel is er binnen één of meer instellingen op beperkte schaal late trading geconstateerd. Ook is in één of meer gevallen een ongewenste vorm van koersbeïnvloeding geconstateerd. 4

5 In één of meer gevallen bewegen partijen die gelieerd zijn aan de beleggingsinstelling, zoals de liquiditeitsverschaffer, de koers van de intrinsieke waarde af zonder dat marktomstandigheden dat rechtvaardigen. Dit gebeurt om een door de instelling gewenste slotkoers van de desbetreffende handelsdag te bewerkstelligen. De bandbreedte zoals genoemd in het prospectus wordt weliswaar niet overtreden, maar dit geeft een minder getrouw beeld van de actuele waarde. De liquiditeitsverschaffer blijkt tijdens beurshandeltijden (en soms buiten beursuren) in één of meer gevallen te hebben gehandeld met de beleggingsinstelling waarbij werd uitgegaan van een verouderde intrinsieke waarde. Hierbij was de verandering van de onderliggende waarde zodanig dat hier voordeel uit ontstond voor de liquiditeitsverschaffer. Tekortkomingen in de administratieve organisatie en/of niet tijdige aanpassing van de intrinsieke waarde kunnen er toe leiden dat late trading kan voorkomen. Buiten bovenstaande handel tussen instelling en liquiditeitsverschaffer zijn er tot op heden binnen de onderzochte groep geen gevallen van late trading geconstateerd. De liquiditeitsverschaffer balanceert tussen tegenstrijdige belangen (eigen belang, belang belegger, belang instelling). Dit vereist een hoog niveau van beheersing in de vorm van procedures, werkbeschrijvingen en interne controle hierop. In één of meer gevallen is dit niveau van beheersing onvoldoende hoog. 4. Berekening van de intrinsieke waarde Bij veel van de onderzochte instellingen zijn tekortkomingen geconstateerd in het proces van de berekening van de (actuele) intrinsieke waarde en de fair value (onderbouwing, controle, accordering en afscherming). Hierdoor ontstaan risico s op een onjuiste bepaling van koersen en handel met voorkennis en market timing. In één of meer gevallen is geconstateerd dat personen die betrokken zijn bij de vaststelling van de intrinsieke waarde ook zelf kunnen handelen. Dit maakt handel met voorkennis mogelijk. Eén of meer instellingen hebben onvoldoende maatregelen genomen om dit te voorkomen. De berekening van de intrinsieke waarde behoort tot de kritische kernprocessen van een beleggingsinstelling. Het management blijkt hierbij in één of meer gevallen niet voldoende betrokken. 5. Kwaliteit van de administratieve organisatie Procesbeschrijvingen of procedurebeschrijvingen zijn bij veel van de onderzochte instellingen verouderd, ontbreken geheel of gedeeltelijk of zijn onjuist en onvolledig. Ook worden zij in veel gevallen niet in voldoende mate nageleefd of is niet controleerbaar dat de werkwijze wordt nageleefd. De interne controle op het naleven van regels is bij veel van de onderzochte instellingen niet in voldoende mate aanwezig. Afspraken tussen de beleggingsinstelling en de liquiditeitsverschaffer met betrekking tot het marktonderhoud zijn bij veel van de onderzochte instellingen niet voldoende vastgelegd. In de keten van prijsvorming is elke afzonderlijke schakel over het algemeen goed op de hoogte van de activiteit die zij zelf moet verrichten, maar heeft in één of meer gevallen geen inzicht in de activiteiten van andere schakels in de keten. De communicatie tussen deze verschillende partijen is in één of meer gevallen voor verbetering vatbaar. In die gevallen ontbreken bij het management bovendien overzicht en kennis van essentiële bedrijfsprocessen. 5

6 Overige onderwerpen De bevindingen uit de onderzoeken roepen vragen op met betrekking tot aangrenzende onderwerpen, zoals de governance van beleggingsinstellingen, de rol van de accountant en de situatie bij unit-linked producten. Governance Goed ondernemingsbestuur (governance) is bij alle ondernemingen wereldwijd een van de belangrijkste punten van aandacht op dit moment. De wetgeving wordt in veel landen aangepast dan wel verder ingevuld op dit punt. De Wtb stelt onder andere vereisten aan beleggingsinstellingen met betrekking tot de deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders, financiële waarborgen, bedrijfsvoering en informatieverstrekking. In de nieuwe versie van de Wtb worden deze vereisten uitgebreid en aangescherpt. Een aantal van deze vereisten wordt eveneens onderscheiden in de algemene richtlijnen voor ondernemingen zoals onlangs door de Commissie Corporate Governance (Tabaksblat) geformuleerd. Beleggingsinstellingen zijn niet onderworpen aan deze code, al is deze wel relevant. Belangrijke algemene uitgangspunten zijn dat beleggingsinstellingen dienen te handelen in het belang van de deelnemers en dat zij belangenverstrengeling dienen tegen te gaan. Uit de bevindingen blijkt dat dit niet altijd in voldoende mate het geval is. De AFM signaleert knelpunten met betrekking tot bijvoorbeeld: het gebrek aan informatie bij de directie/beheerder waardoor deze onvoldoende in staat is verantwoordelijkheid te nemen voor het beleggingsbeleid het gebrek aan transparantie in de verhouding met het financiële conglomeraat, waarvan de instelling onderdeel uitmaakt de positie van de beleggersgiro, die vaak een stichting is, heeft dezelfde transparantieproblemen als een structuurvennootschap bij aandelen. Ook hier worden de deelnemingsrechten gecertificeerd en is het uitoefenen van stemrecht daarmee niet vanzelfsprekend het gebrek aan transparantie in de beloningsstructuur van de beheerder De rol van de accountant De bevindingen van het onderzoek maken het wenselijk om de rol van de interne en externe accountant tegen het licht te houden. Veel bevindingen hebben te maken met de organisatie en beheersing van de bedrijfsprocessen (AO/IC). De controles van de interne accountant hebben zich in een aantal gevallen nauwelijks gericht op deze processen, maar waren voornamelijk op de jaarrekening geconcentreerd. De externe accountant doet zijn werk in opdracht van de cliënt, in dit geval de beleggingsinstelling. Bij veel van de onderzochte instellingen is de controle beperkt gebleven tot het certificeren van de jaarrekening. De externe accountant moet in een aantal gevallen nadrukkelijker de interne processen betrekken bij zijn controle. Hierbij kan de wetgever een rol hebben door de wettelijke eisen omtrent de AO/IC uit te breiden, waardoor zowel de instelling als de accountant meer houvast krijgen. In dat verband wordt verwezen naar de actieve meldplicht voor de externe accountant op grond van de Wtb, zoals deze per 1 december 2003 in werking is getreden. Unit-linked producten Unit-linked producten, levensverzekeringsproducten waarbij de premie geheel of gedeeltelijk wordt belegd in beleggingsinstellingen, zijn eveneens een punt van aandacht. De AFM is van mening dat aan deze producten ten minste evenveel aandacht moet worden besteed als aan de onderzochte beleggingsinstellingen. Unit-linked producten hebben geen deel uitgemaakt van het onderzoek. Het is niet uit te sluiten dat de situatie wat betreft transparantie, administratieve organisatie en interne controle niet gunstiger is dan wat nu in de markt voor beleggingsinstellingen is aangetroffen. Het verdient volgens de AFM aanbeveling bij de aanbieders van de unit-linked producten op vergelijkbare wijze onderzoek te doen als nu met beleggingsinstellingen is gebeurd. 6

7 De vervolgstappen Alle instellingsspecifieke tekortkomingen waarbij wet- of regelgeving is overtreden, worden door de AFM afgehandeld met de betrokken instellingen. Daar waar nodig, zal de AFM gebruik maken van de geëigende handhavinginstrumenten. Overigens heeft een aantal instellingen reeds verbeteringen aangebracht. Daarnaast doet de AFM een dringend beroep op de sector om het voortouw te nemen bij het verhelpen van de geconstateerde tekortkomingen. De AFM wil hiermee aansluiten bij de wens van het kabinet om, waar mogelijk, zelfregulering toe te staan en administratieve lasten te verlichten. Om dit doel te bereiken, zal de AFM samen met de sector de Commissie Modernisering Belegginginstellingen instellen onder leiding van een onafhankelijke voorzitter. Deze commissie moet voor het eind van 2004 advies uitbrengen aan de AFM. Dit advies behelst concrete operationele aanbevelingen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen. De aanbevelingen kunnen betrekking hebben op de rol en de verantwoordelijkheden van de marktpartijen, de toezichthouder en de wetgever. De adviezen van de commissie zullen met name betrekking hebben op: het systeem van op- en afslagen bij aan- en verkoop van deelnemingsrechten de transparantie van aan beleggers in rekening gebrachte kosten prijsvorming en handel met gelieerde derden berekening van de intrinsieke waarde kwaliteit van de administratieve organisatie Verder stelt de commissie aanbevelingen op betreffende: de governance van beleggingsinstellingen de rol van de accountant bij belegginginstellingen de verhouding tussen het Nederlandse en buitenlandse systemen van handel in deelnemingsrechten Wijziging van bestaande wetgeving Naast het adresseren van de instellingsspecifieke en generieke tekortkomingen, worden de resultaten van dit onderzoek meegenomen door het Ministerie van Financiën bij de herziening van de Wtb. De herziening van de Wtb en Btb is een proces dat al ruim voor dit onderzoek in gang is gezet. Met het Ministerie van Financiën is overleg gevoerd over de implicaties van de onderzoeken voor de herziening van de Wtb. Vervolgonderzoek De AFM heeft in dit bestek slechts een beperkt aantal onderwerpen onderzocht. Een aantal punten die in het verlengde liggen van de onderzochte onderwerpen zullen in de toekomst door de AFM (eventueel in samenwerking met andere toezichthouders) onderzocht worden. Hierbij kan worden gedacht aan: de unit-linked producten de waarderingsmaatstaven bij vastgoedfondsen de prijsvorming bij closed-endfondsen de transactiekosten die instellingen maken bij de aankoop en verkoop van beleggingen voor hun portefeuille en de samenstelling van de beleggingsportefeuille 7

8 INHOUD Samenvatting 2 1 Inleiding Het belang van het onderzoek De reikwijdte en de beperkingen van het onderzoek De inhoud van de hoofdstukken 10 2 De markt voor beleggingsinstellingen De marktontwikkeling Verdeling belegd vermogen naar herkomst 11 3 De onderdelen van de handel in beleggingsinstellingen Enkele termen Een globaal overzicht van de onderdelen De wettelijke vereisten, het toezicht en de verantwoording 14 4 Verwerking van op- en afslagen bij de aan- en verkoop van deelnemings- 16 rechten beleggingsinstellingen in relatie tot de informatie in het prospectus 4.1 Achtergrond Tekortkomingen 18 5 Vergelijking van aan beleggers in rekening gebrachte kosten met de kosten 19 die in het prospectus staan vermeld 5.1 Achtergrond Tekortkomingen 22 6 Prijsvorming en handel met gelieerde partijen en derden Achtergrond Tekortkomingen 24 7 Berekening van de intrinsieke waarde Achtergrond Tekortkomingen 26 8 Kwaliteit van de administratieve organisatie Achtergrond Tekortkomingen 27 9 Overige onderwerpen Governance De rol van de accountant Unit-linked producten Vervolgstappen 30 Bijlage I Handelssystemen op de Nederlandse beurs 31 8

9 1 Inleiding 1.1 Het belang van het onderzoek De markt voor beleggingsinstellingen heeft het afgelopen decennium een spectaculaire groei doorgemaakt. Het belegd vermogen verviervoudigde tot ongeveer 100 miljard 1. Op dit moment heeft bijna 25% van alle Nederlandse huishoudens geld belegd in beleggingsinstellingen. Ook indirect via zogenoemde unit-linked producten hebben veel huishoudens geld toevertrouwd aan beleggingsinstellingen. Hierbij moet gedacht worden aan beleggingshypotheken, levensverzekeringen en pensioenen. De beleggingsinstellingen voeren het collectieve beheer over het vermogen van beleggers. De verantwoordelijkheid van de beleggingsinstellingen is groot omdat beleggers in sterke mate moeten kunnen vertrouwen op de deskundigheid en betrouwbaarheid van de betrokken instelling. Beleggingsinstellingen zijn van groot belang voor de consument, de financiële markten en de economie als geheel. Het toezicht op de financiële sector is in 2002 opnieuw ingericht. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is als opvolger van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) belast met het gedragstoezicht op alle financiële instellingen (banken, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, spaar- en pensioenfondsen). Het gedragstoezicht is gericht op het bevorderen van een ordelijk en transparant proces op de financiële markten, de zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en de daaraan gerelateerde bescherming van de consument. Het gedragstoezicht heeft een andere invalshoek dan het prudentiële toezicht, dat gericht is op het bevorderen van de soliditeit van financiële instellingen. Bij een routineonderzoek medio 2003 zijn bij een beleggingsinstelling tekortkomingen geconstateerd die aanleiding hebben gegeven tot een breder thematisch onderzoek. De berichten die in de tweede helft van 2003 uit de Verenigde Staten kwamen over onoorbare handelspraktijken bij beleggingsinstellingen, hebben de urgentie van het onderzoek vergroot. 1.2 De reikwijdte en de beperkingen van het onderzoek Het onderzoek heeft zich toegespitst op een aantal onderwerpen dat bij een beperkt aantal aanbieders van uiteenlopende grootte is onderzocht. Bij elk van de aanbieders is een aantal beleggingsinstellingen nader beschouwd. In het bijzonder heeft het onderzoek zich gericht op de beleggingsinstellingen die onder toezicht van de AFM staan en die al dan niet op verzoek van deelnemers deelnemingsrechten uitgeven dan wel innemen. Tezamen vormen de onderzochte aanbieders en hun beleggingsinstellingen een representatief deel van de markt. De onderwerpen die de AFM heeft onderzocht, zijn achtereenvolgens: 1. Verwerking van op- en afslagen bij de aan- en verkoop van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen in relatie tot de informatie in het prospectus 2. Vergelijking van aan beleggers in rekening gebrachte kosten met de kosten die in het prospectus staan vermeld 3. Prijsvorming en handel met gelieerde partijen en derden 4. Berekening van de intrinsieke waarde 5. Kwaliteit van de administratieve organisatie Vooraf moet worden opgemerkt dat er twee afzonderlijke trajecten zijn. Het eerste traject betreft het voorliggende rapport. De tekortkomingen die hierin worden behandeld, zijn voor zover relevant aan de desbetreffende instellingen voorgelegd. De instellingen hebben de gelegenheid gehad hierop hun reactie aan de AFM te geven. De AFM heeft waar zij dit noodzakelijk vond, deze reactie verwerkt in het rapport. Het tweede traject betreft de bevindingen per instelling. Deze 1 Dit vermogen betreft slechts de Wtb-fondsen onder AFM-toezicht. Verwante producten als unitlinked producten hebben een soortgelijke sterke ontwikkeling doorgemaakt. 9

10 worden los van dit rapport behandeld met de desbetreffende beleggingsinstellingen. Dit proces is in de meeste gevallen nog niet afgerond. De AFM heeft verschillende soorten tekortkomingen geconstateerd. Eén soort tekortkoming betreft ons inziens duidelijke overtredingen van de wet- en regelgeving op het gebied van financieel toezicht. Daarnaast zijn er tekortkomingen gesignaleerd waarbij de AFM ernstige twijfel heeft of er gehandeld is conform wet- en regelgeving, maar waar wet- en regelgeving vatbaar is voor verschillende interpretaties. De AFM zet waar nodig met betrekking tot deze twee soorten tekortkomingen de geëigende handhavinginstrumenten in. Ten slotte zijn er tekortkomingen te onderscheiden die de AFM kenschetst als ongewenste praktijken, maar waar geen grondslag is in wet- en regelgeving om deze op te heffen. Hieronder valt tevens een aantal problemen van onoverzichtelijkheid die voortkomen uit het typisch Nederlandse prijsvormingsysteem op de beurs. Hierbij wordt verkopende en aankopende beleggers één prijs berekend, die op de beurs tot stand komt en ergens binnen de door de instelling gestelde maximale bandbreedte rondom de intrinsieke waarde ligt. In deze prijs zijn op- en afslagen ter dekking van bepaalde eenmalige kosten opgenomen. In het buitenland wordt de intrinsieke waarde als uitgangspunt genomen, waarop een vaste kostenopslag of -afslag wordt berekend. Deelnemers weten altijd precies wat de kosten zijn en wat zij betalen voor een deelnemingsrecht. De bevindingen van het onderzoek worden in dit rapport in algemene termen en zonder specifieke verwijzing naar individuele aanbieders of beleggingsinstellingen gepresenteerd. De AFM heeft geheimhoudingsplicht voor alle gegevens en inlichtingen die zij van afzonderlijke aanbieders of beleggingsinstellingen heeft verkregen. De grondslagen hiervoor zijn respectievelijk artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte) en artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb). Artikel 24, vijfde lid (Wtb), biedt de grondslag om de huidige rapportage te publiceren waarbij de bevindingen anoniem en niet herleidbaar worden gepresenteerd. De tekortkomingen hebben geleid tot enkele opmerkingen omtrent andere onderwerpen, zoals corporate governance en de rol van de externe accountant. Unit-linked producten zijn buiten het onderzoek gehouden, omdat deze niet onder de vergunningplicht van de AFM vallen. 1.3 De inhoud van de hoofdstukken De onderzochte onderwerpen worden in de hierna volgende hoofdstukken uiteengezet. Zij worden voorafgegaan door twee inleidende hoofdstukken (2 en 3), die enige basisuitleg bieden. In de vijf hoofdstukken die hierna volgen (4 t/m 8), wordt elk van de onderzochte onderwerpen afzonderlijk behandeld. Hiertoe wordt een vaste structuur gebruikt, waarbij eerst enige achtergrondinformatie van het onderwerp wordt gegeven, vervolgens de bevindingen uiteengezet worden, en ten slotte voor zover aanwezig enige aandachtspunten behandeld worden. De onderzochte onderwerpen zijn: Verwerking van op- en afslagen bij de aan- en verkoop van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen in relatie tot de informatie in het prospectus (hoofdstuk 4); Vergelijking van aan beleggers in rekening gebrachte kosten met de kosten die in het prospectus staan vermeld (hoofdstuk 5); Prijsvorming en handel met gelieerde partijen en derden (hoofdstuk 6); Berekening van de intrinsieke waarde (hoofdstuk 7); Kwaliteit van de administratieve organisatie (hoofdstuk 8). In hoofdstuk 9 passeren nog relevante onderwerpen de revue, zoals de praktijk van ondernemingsbestuur bij de beleggingsinstellingen, de rol van de externe accountant en de relatie met unit-linked producten. In hoofdstuk 10 ten slotte worden de vervolgstappen besproken. 10

11 2 De markt voor beleggingsinstellingen 2.1 De marktontwikkeling Beleggen in beleggingsinstellingen wint al jaren aan populariteit. Het afgelopen decennium is de waarde van het toevertrouwde vermogen verviervoudigd. In 2000 bereikte het totaal belegd vermogen een piek van ruim 120 miljard. De daling die plaatsvond vanaf het jaar 2000 heeft te maken met twee ontwikkelingen. Enerzijds is een flinke terugval in de netto-inleg in beleggingsinstellingen opgetreden en anderzijds zijn de effectenkoersen gedaald, waardoor de waarde van het ingelegde vermogen is verminderd. Vanaf het tweede kwartaal in 2003 is deze tendens omgebogen. De netto-inleg stijgt weer en daarnaast herstellen de beurskoersen. Hierdoor neemt het totaal belegd vermogen opnieuw toe. Ten opzichte van 2002 is het totaal belegd vermogen gestegen met 8%. Het totaal belegd vermogen bedraagt momenteel bijna 100 miljard 2. Dit vermogen is opgebouwd uit beleggingen van particulieren (naar schatting 41 miljard), verzekeraars (naar schatting 37 miljard, en dit is exclusief unit-linked producten) en pensioenfondsen (naar schatting 22 miljard). Het totale belegde vermogen van 100 miljard heeft betrekking op beleggingsinstellingen die in Nederland zijn gevestigd. Het totaal belegd vermogen van beleggingsinstellingen in Europa bedraagt mld. 3 Een groot deel hiervan is belegd in Frankrijk ( 891 miljard), Luxemburg ( 845 miljard) en Duitsland ( 751 miljard). Figuur 2.1 Balanstotalen van beleggingsinstellingen naar fondstype mln Obligatiefondsen Aandelenfondsen Vastgoedfondsen Gemengde fondsen Overige fondsen Geldmarktfondsen Totaal Bron: DNB 2.2 Verdeling belegd vermogen naar herkomst Beleggingen particulieren in beleggingsinstellingen Van de Nederlandse huishoudens belegt 23% rechtstreeks in beleggingsinstellingen 4. Daarnaast heeft een klein percentage van de huishoudens beleggingen in individuele aandelen (10%) en obligaties (3%). Het bezit van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen is dus wijder verspreid dan het bezit van individuele aandelen en obligaties. 2 Alle hierna vermelde cijfers zijn afkomstig van DNB, tenzij anders aangegeven. 3 FEFSI, Fact Book 2003, p DNB, Kwartaalbericht juni

12 De populariteit van de beleggingsinstellingen voor de particuliere beleggers kan als volgt worden verklaard. Ten eerste zijn beleggingsinstellingen laagdrempeliger dan directe beleggingen in individuele effecten op de beurs. Een particulier kan al tegen een klein bedrag en tegen relatief lage kosten deelnemen in beleggingsinstellingen. Ten tweede bereikt hij met zijn belegging, hoe klein die ook is, een brede spreiding doordat hij deelneemt aan het collectief dat de beleggingen heeft gespreid. Dit helpt zijn risico te verkleinen. Ten derde heeft de particuliere belegger geen specifieke kennis nodig van individuele aandelen en beleggingscategorieën. Het dagelijks beheer wordt immers uitbesteed aan de beleggingsinstelling. Beleggen in beleggingsinstellingen is dus relatief eenvoudig. Ten vierde heeft de particulier de mogelijkheid om op simpele wijze te beleggen. Beleggingen verzekeraars in beleggingsinstellingen Het grootste deel van de beleggingen in beleggingsinstellingen komt voor rekening van de verzekeraars en de pensioenfondsen. De beleggingen van verzekeraars zijn goed voor naar schatting 37 miljard en vertegenwoordigen voor het overgrote deel de indirecte beleggingen die particulieren individueel hebben afgesloten. Hierbij moet worden gedacht aan pensioenverzekeringen, lijfrentes, koopsompolissen en hypotheekconstructies met een beleggingsdeel en dergelijke. Deze producten worden unit-linked producten genoemd. Bij deze producten worden de deelnemingsrechten van de beleggingsinstelling als rekenkundige eenheid in een polis gebruikt. Om aan eventuele toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen, zal de maatschappij waarbij het unit-linked product is gekocht, de betaalde premies deels gebruiken om deelnemingsrechten te kopen. De particulier zelf is dus geen directe deelnemer in de beleggingsinstelling, maar heeft indirect via de verzekeraar een belang in de beleggingsinstelling. Beleggingen pensioenfondsen in beleggingsinstellingen De beleggingen van de pensioenfondsen in beleggingsinstellingen zijn eind 2003 naar schatting 22 miljard. Dit bedrag is door middel van de collectieve arrangementen van de werknemerspensioenen in beleggingsinstellingen belegd. De particulier is dus ook hier geen directe deelnemer in de beleggingsinstelling, maar heeft via zijn opgebouwde rechten aanspraken op een deel van het collectieve vermogen van zijn pensioenfonds. Het belang van de beleggingen in beleggingsinstellingen is dus aanzienlijk groter dan alleen op basis van de cijfers over directe beleggingen kan worden geconstateerd. Ondanks het feit dat de indirecte beleggingen grotendeels buiten de reikwijdte van dit onderzoek vallen, kan niet worden uitgesloten dat de situatie op dit deel van de markt voor beleggingsinstellingen vergelijkbaar is met die van de directe beleggingen en is het aanbevelenswaardig deze op dezelfde onderwerpen te onderzoeken. 12

13 3 De onderdelen van de handel in beleggingsinstellingen In dit hoofdstuk wordt de basisstructuur van de handel in beleggingsinstellingen toegelicht. Dit is noodzakelijk om de bevindingen van het onderzoek in perspectief te kunnen plaatsen. 3.1 Enkele termen Beleggingsinstelling is een verzamelnaam voor constructies waarin vermogen collectief wordt belegd. Beleggingsinstellingen komen in twee vormen voor. De eerste vorm is de beleggingsmaatschappij. Zij is een rechtspersoon die meestal beursgenoteerd is. Haar deelnemingsrechten worden aandelen genoemd en worden op de beurs verhandeld. De beleggingsmaatschappij wordt bestuurd door twee of meer personen. De tweede vorm van een beleggingsinstelling is het beleggingsfonds. De deelnemingsrechten in een beleggingsfonds worden participaties genoemd. Deze zijn meestal niet beursgenoteerd. Het beleggingsfonds heeft geen rechtspersoonlijkheid en kent een beheerder en een bewaarder. De beheerder is belast met het beheer van de gelden en heeft twee of meer bestuurders. Ook de bewaarder heeft minimaal twee bestuurders. Eén van de taken van de bewaarder is de controle van het beleggingsbeleid van de beheerder. 3.2 Een globaal overzicht van de onderdelen De vereenvoudigde structuur van de onderdelen van het Nederlandse systeem is grafisch weergegeven in figuur 3.1. Figuur 3.1 Globaal overzicht van de onderdelen van het Nederlandse systeem belegger orderboek beurs effectenbemiddelaar liquiditeitsverschaffer beleggingsinstelling belegger beleggersgiro belegger administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) externe verantwoording De belegger die vermogen wil inleggen in een beleggingsinstelling, kan dit via drie verschillende handelskanalen doen: rechtstreeks bij de beleggingsinstelling, via een effectenbemiddelaar of via de beleggersgiro. De beleggersgiro is een soort administratiekantoor en/of effectenbemiddelaar van de beleggingsinstelling die de transacties (giraal maar vaak ook via internet) afhandelt en de deelnemingsrechten beheert. 13

14 Afgezien van de rechtstreekse transacties van de belegger met de beleggingsinstelling, wordt de opdracht van de belegger, of het saldo van meerdere transacties, door een van de bovenstaande kanalen doorgegeven aan de beurs en komt in het elektronisch orderboek van de beurs terecht. De koers komt hierin automatisch tot stand door confrontatie van vraag en aanbod. De prijsvorming en het orderboek op de beurs worden beïnvloed door de liquiditeitsverschaffer. Hij heeft de opdracht de handel in deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling op de beurs te versoepelen. Hiertoe verschaft hij liquiditeit op bied- en laatprijzen waartegen hij zich verplicht te kopen dan wel te verkopen als er onvoldoende vraag en aanbod of geen tegenpartij te vinden is. Dit doet hij onder andere op basis van de bied- en laatprijzen waarvoor hij mag kopen van, dan wel verkopen aan, de beleggingsinstelling. De beleggingsinstelling baseert deze prijzen op de intrinsieke waarde van het deelnemingsrecht de waarde van de beleggingen en liquiditeiten gedeeld door het aantal uitstaande deelnemingsrechten. De liquiditeitsverschaffer vervult bij de handel in deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen dus een intermediairfunctie tussen de belegger en de instelling. Vaak houdt hij zelf een buffer van deelnemingsrechten, soms is zijn taak beperkt tot doorgeefluik van deelnemingsrechten tussen de belegger en de instelling. De liquiditeitsverschaffer voor deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen is overigens een typisch Nederlands fenomeen dat voortkomt uit het systeem van continue handel. (Een schets van deze continue handel wordt gegeven in Bijlage I). In het buitenland bestaat de liquiditeitsverschaffer meestal niet en is het handelssysteem vaak anders (zie Box 1). De beleggers geven bij het inleggen van hun gelden het beheer over hun vermogen uit handen aan de beleggingsinstelling. De beleggingsinstelling heeft dan ook de wettelijke verplichting de belangen van beleggers te waarborgen. In de bedrijfsvoering dient zij hieromtrent procedures en regels op te stellen. De administratieve organisatie bestaat uit de procesbeschrijvingen en werkprocedures en de hieruit voortkomende informatiestromen. Een onlosmakelijk onderdeel hiervan is de interne controle op de informatiestromen. Vandaar dat er ook wel wordt gesproken van de administratieve organisatie en de maatregelen van interne controle (AO/IC). Ten slotte kunnen beleggers informatie krijgen door middel van de publicaties, die de beleggingsinstellingen verplicht zijn te verschaffen aan het publiek. Aan de ene kant helpt deze informatie de belegger bij zijn beleggingsbeslissing. Aan de andere kant verantwoordt de instelling zich hiermee naar de beleggers die hun geld hebben toevertrouwd aan de instelling. Box 1 Het Luxemburgse handelssysteem Nederland heeft een handelssysteem met bijzondere kenmerken. In de meeste andere landen maakt men gebruik van een ander systeem. Hieronder worden de belangrijkste verschillen toegelicht aan de hand van het voorbeeld Luxemburg. In Luxemburg kan er slechts op één moment van de dag worden gehandeld. Alle opgespaarde orders van de voorgaande 24 uur worden dan uitgevoerd. Omdat er maar één keer per dag gehandeld wordt, is er geen noodzaak om een liquiditeitsverschaffer in te stellen. In Nederland is dit in veel gevallen continu mogelijk. Een ander verschil is dat in Luxemburg de intrinsieke waarde gelijk is aan de koers waarop beleggers kunnen handelen. Hier bovenop komt een vast percentage aan kostenopslag bij aankoop en soms ook bij verkoop. Dit percentage hangt verder af van de distributeur die wordt gebruikt. In Nederland wordt bij aankoop bovenop de intrinsieke waarde een opslag berekend die variabel is en wordt beïnvloed door vraag en aanbod. In hoofdstuk 4 en 6 en in Bijlage I wordt het Nederlandse systeem verder uitgewerkt. 14

15 3.3 De wettelijke vereisten, het toezicht en de verantwoording De wetgever heeft een aantal strikte wettelijke vereisten opgelegd aan de beleggingsinstellingen om het toevertrouwde kapitaal van de beleggers zo goed mogelijk te beschermen. De belangrijkste vereisten zijn: Deskundigheids- en betrouwbaarheidseisen aan bestuurders; Financiële waarborgen: de beleggingsinstelling moet een minimum eigen vermogen hebben; Eisen met betrekking tot de bedrijfsvoering Eisen aan informatieverschaffing. De beleggingsinstelling moet aantonen dat zij voldoet aan bovengenoemde vereisten voor het verkrijgen van een vergunning van de AFM. Daarnaast dient zij voortdurend aan de bovengenoemde vereisten te voldoen en daarom staat zij onder doorlopend toezicht van de AFM. De vergunningvereisten voor beleggingsinstellingen hebben ondermeer betrekking op de bedrijfsvoering. Zo moet zijn voldaan aan het vier-ogenprincipe, hetgeen inhoudt dat de dagelijkse leiding van een beleggingsinstelling bij twee personen dient te berusten. De administratieve organisatie van de beleggingsinstelling moet getrouwe en volledige verantwoording waarborgen van de samenstelling van en de veranderingen in het vermogen. Een adequate administratieve organisatie is noodzakelijk voor het functioneren van een instelling en onontbeerlijk voor een goede registratie van de rechten van de deelnemers. Daarbij is zij noodzakelijk voor de accountant en de uitoefening van toezicht. De toezichthouder heeft na overleg met vertegenwoordigers van de sector circulaires uitgevaardigd voor de inrichting van de administratieve organisatie. De beleggingsinstelling is verder verplicht informatie te verschaffen aan haar beleggers via het prospectus, de financiële bijsluiter, het jaarverslag en de halfjaarcijfers. In het prospectus staan naast praktische zaken zoals het adres van de instelling, ook de doelstelling, het beleggingsbeleid, de structuur van de instelling en het risicoprofiel van het fonds. Daarnaast legt het de technische aspecten uit zoals de bepaling van de intrinsieke waarde, de afhandeling van orders en de kosten. De financiële bijsluiter beschrijft de eigenschappen van het product, evenals historische en voorbeeldrendementen, waardoor de risico s voor de consument worden verduidelijkt. Ten slotte legt de instelling in het jaarverslag verantwoording af voor het gevoerde beleggings- en dividendbeleid, de kosten en de opbrengsten van de verslagperiode. Het verslag bevat ook belangrijke personele en statutaire wijzigingen. Het jaarverslag wordt gecontroleerd door een externe accountant. 15

16 4 Verwerking van op- en afslagen bij de aan- en verkoop van deelnemingsrechten beleggingsinstellingen in relatie tot de informatie in het prospectus 4.1 Achtergrond In Nederland is het gebruikelijk dat bij koop en verkoop van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen eenmalige kosten worden berekend in de vorm van op- en afslagen. Bij de aanschaf van een deelnemingsrecht wordt een opslag op de intrinsieke waarde in de prijs opgenomen. Bij verkoop wordt er een afslag in de prijs verrekend. De maximale percentages voor de kostenopslag en de kostenafslag staan vermeld in het prospectus. Deze kosten komen dus bovenop de kosten voor het handelskanaal (transactiekosten) die de belegger gebruikt. De som van de op- en afslag is bij beleggingsinstellingen in Nederland tezamen maximaal 4% 5, terwijl de kosten van het handelskanaal meestal ongeveer 0,5% zijn. In de praktijk vindt de verrekening van de op- en afslagen op verschillende manieren plaats. Zo kan de instelling een koers berekenen aan de belegger als deze koopt (de laatkoers) en een andere, lagere koers als hij verkoopt (de biedkoers). Ook kan het zo zijn dat de beleggers worden afgerekend tegen één koers bij zowel instappen als uitstappen. De aan- en verkooporders worden dan gesaldeerd of tegen elkaar weggestreept. Dit wordt netting genoemd. De koers ligt in dit geval ergens binnen de maximaal gestelde bandbreedte van op- en afslagen rondom de intrinsieke waarde. Dit betekent voor de handelende belegger dat hij voordeliger uit kan zijn dan in het geval hij de maximale op- en afslagen moet betalen bovenop de intrinsieke waarde. De navolgende box verduidelijkt dit. De inkomsten die uit het verschil tussen op- en afslag voortvloeien, kunnen deels terechtkomen bij de liquiditeitsverschaffer op de beurs, en deels bij de beleggingsinstelling. De liquiditeitsverschaffer kan deze inkomsten terugstorten in de kas van de beleggingsinstelling, of zelf houden als vergoeding voor zijn activiteiten en de gelopen risico s op zijn eigen positie. Als de inkomsten terugvloeien naar de beleggingsinstelling, komt dit de intrinsieke waarde van de deelnemingsrechten ten goede en daarmee dus de zittende belegger. Het prospectus zet uiteen welk systeem de beleggingsinstelling hanteert bij de verhandeling van haar deelnemingsrechten en hoe de prijs tot stand komt die de belegger krijgt berekend. De belegger moet uiteraard weten welke prijs ten opzichte van de intrinsieke waarde hij in welke situatie berekend krijgt. 5 Deze percentages gelden voor beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen. Voor beleggingsinstellingen die op de geldmarkt of in vastrentende waarden beleggen zijn de percentages vaak lager. 16

17 Box 2. De systemen van op- en afslag Stel de intrinsieke waarde (IW) van een deelnemingsrecht is 100. I. Normale op- en afslag (2 prijzen) Als het percentage van op- en afslag van in totaal 4% rondom de IW evenredig verdeeld wordt tussen koop en verkoop, worden de beleggers bij koop afgerekend tegen 102 en bij verkoop tegen 98. De prijzen voor koop en verkoop zijn dus verschillend. II. Netting (1 prijs) Als er netting plaatsvindt, dan worden koop- en verkooporders gesaldeerd en komt er één prijs tot stand. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de volgende drie situaties ontstaan: 1. Er is structureel veel netto vraag waardoor de koers boven de IW uitkomt; de uiterste toegestane combinatie, gezien de bandbreedte van 4%, bestaat uit een laatkoers van 102 met een biedkoers van 98; bij de saldering van de orders komt er een prijs tot stand die op of dicht tegen de bovengrens van de bandbreedte van 102 ligt. In deze situatie betaalt de instappende belegger dus ongeveer dezelfde koers voor een deelnemingsrecht als in het systeem met 2 koersen. De uitstappende belegger realiseert een fors hogere koers: zijn voordeel ten opzichte van systeem I bedraagt = 4. De effecten voor de zittende belegger zijn niet eenduidig. Het hangt er vanaf of de gelden uit de op- en afslagen terugvloeien naar de instelling (en daarmee ten goede komen aan de zittende belegger) of dat deze worden afgeroomd door de liquiditeitsverschaffer. 2. Er is structureel veel netto aanbod waardoor de koers onder de IW uitkomt; de uiterste toegestane combinatie, gezien de bandbreedte van 4%, bestaat uit een biedkoers van 98 met een laatkoers van 102; bij de saldering van de orders komt er een prijs tot stand die op of dicht tegen de ondergrens van de bandbreedte van 98 ligt. De uitstappende belegger ontvangt ongeveer dezelfde koers als in het systeem met 2 koersen. De instappende belegger behaalt een aanzienlijk voordeel: hij betaalt 98 in plaats van 102 in het systeem met 2 koersen, waarmee zijn voordeel op 4 komt. De effecten voor de zittende belegger zijn niet eenduidig. Het hangt er vanaf of de gelden uit de op- en afslagen terugvloeien naar de instelling (en daarmee ten goede komen aan de zittende belegger) of dat deze worden afgeroomd door de liquiditeitsverschaffer. 3. De netto vraag en het netto aanbod vertonen structureel geen grote uitslagen; de bandbreedte zal heen en weer schuiven rondom de IW van 100; alle combinaties van bieden laatkoersen kunnen voorkomen met een maximum bandbreedte van 4; bij de saldering van de orders komt er een prijs tot stand die op of dicht tegen de IW van 100 aanligt. Dit is zowel voor de instappende als voor de uitstappende belegger voordeliger dan het systeem met 2 koersen waarbij de maximale bandbreedte wordt gehanteerd: de instappende belegger betaalt 100 in plaats van 102 en bespaart dus 2, terwijl de uitstappende belegger 100 ontvangt in plaats van 98 en dus 2 meer krijgt. De effecten voor de zittende belegger zijn opnieuw niet eenduidig. Het hangt er vanaf of de gelden uit de op- en afslagen terugvloeien naar de instelling (en daarmee ten goede komen aan de zittende belegger) of dat deze worden afgeroomd door de liquiditeitsverschaffer. Wel is het zo dat in deze situatie waarin de IW wordt berekend aan instappende en uitstappende belegger, er dus in feite geen kostenopslag wordt berekend. Als deze situatie langdurig voorkomt bij een beleggingsinstelling, zijn er dus nauwelijks gelden die kunnen blijven hangen bij de liquiditeitsverschaffer of naar de instelling kunnen worden teruggesluisd waarmee deze ten goede kunnen komen aan de zittende belegger. 17

18 4.2 Tekortkomingen In het prospectus staat vermeld dat de op- en afslagen op een bepaalde manier worden verwerkt. Er is geconstateerd dat deze verwerking in werkelijkheid nogal eens op een andere wijze plaatsvindt, waardoor de belegger een onjuist beeld krijgt of zelfs benadeeld wordt: De inkomsten die de liquiditeitsverschaffer uit de systematiek van de op- en afslagen behaalt, vloeien in een aantal gevallen niet terug naar de instelling, terwijl in één of meer gevallen uit het prospectus is op te maken dat dit wel zou moeten. Bij veel instellingen is het gebruikelijk om koop- en verkooporders (meestal vanuit de beleggersgiro) te salderen en de orders tegen één prijs af te rekenen (netting). Doordat de beleggingsinstelling inkomsten uit op- en/of afslag kan mislopen, kunnen zittende beleggers worden benadeeld ten gunste van toe- en/of uittredende beleggers. In één of meer gevallen is deze praktijk niet in overeenstemming met hetgeen in het prospectus wordt geschetst. Bij veel van de onderzochte instellingen is geconstateerd dat de in het prospectus genoemde bandbreedte waarbinnen de op- en afslag kan fluctueren incidenteel is overschreden. Daarnaast wordt in één of meer gevallen niet de intrinsieke waarde als uitgangspunt gebruikt voor het bepalen van de bied- en laatprijs, maar de laatste beurskoers. Hierdoor kan niet gegarandeerd worden dat de in het prospectus genoemde maximale op- en afslag worden nageleefd. In één of meer gevallen is de informatie omtrent de verwerking van op- en afslagen moeilijk te vinden. Om zich een compleet beeld te vormen van de werkwijze, moet de belegger de informatie terug zien te vinden in verschillende documenten (bijvoorbeeld jaarverslag, prospectus, aanvullend prospectus, voorwaarden beheer/bewaring, voorwaarden beleggersgiro, financiële bijsluiter etc). Een deel van deze onoverzichtelijkheid valt terug te voeren op de wet- en regelgeving. Hiermee wordt rekening gehouden bij de herziening van die wet- en regelgeving. Het probleem van onoverzichtelijkheid dat in sommige gevallen optreedt, is typisch voor de Nederlandse situatie. In veel andere landen is de kostenopslag niet afhankelijk van de uitkomst van het prijsvormingsysteem op de beurs (zie systeem I in box 1). De op- en afslag is een vaststaand percentage dat opgenomen is in het prospectus. De belegger weet dus wat de kosten zijn en wat hij betaalt voor een deelnemingsrecht. 18

19 5 Vergelijking van aan beleggers in rekening gebrachte kosten met de kosten die in het prospectus staan vermeld 5.1 Achtergrond Kosten die de beleggingsinstellingen in rekening brengt, hebben een aanzienlijke invloed op het uiteindelijke rendement dat de belegger behaalt. De kosten die aan een belegger in rekening worden gebracht, kunnen worden onderverdeeld in eenmalige en doorlopende kosten. De eenmalige kosten zijn de kosten die een belegger bij toetreding of uittreding betaalt. Deze kosten komen direct op het moment van handelen voor zijn rekening. De doorlopende kosten betreffen de jaarlijks terugkerende kosten. Deze kosten worden niet direct in rekening gebracht bij de belegger, maar afgetrokken van het beheerde vermogen. In tabel 5.1 zijn de doorlopende en de eenmalige kostensoorten uiteengezet. Deze kosten voor verschillende soorten beleggingsinstellingen kunnen zeer uiteenlopen. Onderstaand schema is daarom een indicatie. De kosten van de meeste beleggingsinstellingen bewegen zich tussen onderstaande marges, maar er zijn uitzonderingen. De totale eenmalige kosten liggen opgeteld meestal tussen de 1,3% en 8%. Tabel 5.1 De totale doorlopende kosten liggen meestal tussen de 1,3% en 8% Categorieën Kostensoort Omvang Eenmalige kosten Opslag en afslag (inclusief evt. kapitaalbelasting 0.55%) 1% - 4% Aan- en verkoopkosten % Doorlopende kosten Beheerloon 6 0.5%- 3% Performance fee (beloning gebonden aan het rendement en/of de omvang van de beleggingsinstelling) 0.025%-3% Bewaarloon aan eigen bank of broker 0-0.5% Overige kosten, waaronder de accountantskosten, de toezichtkosten, het bewaarloon (vergoeding aan bewaarder of custodian ) en de administratiekosten 0.02%-0.5% Transactiekosten 0.3% 7-1% Bron: Jaarverslagen, prospectussen en financiële bijsluiters van diverse beleggingsinstellingen. De doorlopende kosten zijn de afgelopen jaren voortdurend gestegen (zie figuur 5.1). Dit kan worden geconcludeerd aan de hand van de total expense ratio (TER). De total expense ratio wordt berekend door de totale kosten te delen door de gemiddelde waarde van de portefeuille van de beleggingsinstelling gedurende een periode 8. Onder de totale kosten worden alle kosten (exclusief de transactiekosten die de instelling maakt voor aan- en verkopen voor de onderliggende beleggingsportefeuille) verstaan die in de verslagperiode ten laste van het resultaat en het eigen vermogen worden gebracht. De ratio heeft betrekking op de kosten die aan de zittende beleggers worden doorberekend. De kosten bij toe- en uittreding die worden gedekt door de op- en afslagen, worden in deze analyse buiten beschouwing gelaten. 6 Welke kosten er uit het beheerloon worden betaald is niet eenduidig aan te geven. Soms komt het bijvoorbeeld voor dat een intermediairvergoeding apart wordt opgenomen. 7 Gemiddelde transactiekosten voor beleggingsinstellingen die uitsluitend in aandelen beleggen 8 Het gaat hier om het waarde van het vermogen van de beleggingsinstelling en niet om de intrinsieke waarde van een deelnemingsrecht zoals aan de orde kwam in hoofdstuk 3. 19

20 Figuur 5.1 Total Expense Ratio Nederlandse beleggingsinstellingen 1,8 1,6 1,4 1,2 1 % 0,8 0,6 0,4 0, Bron: Standard & Poors De stijging van de TER kan op twee manieren worden bekeken. Aan de ene kant is er sprake van grotere uitgaven aan bijvoorbeeld marketing. Aan de andere kant heeft de daling van de beheerde vermogens (door dalende koersen op de effectenbeurzen en de daling van de netto-inleg) gezorgd voor een stijging van de total expense ratio. De beheervergoedingen bij Nederlandse instellingen zijn de afgelopen jaren gestegen naar de in het buitenland gebruikelijke hogere niveaus (zie figuur 5.2). Figuur 5.2 Vergelijking total expense ratio Nederland met aantal landen in Europa en VS in ,5 2 1,5 % 1 0,5 0 V.S. Duitsland Zweden Zwitserland Oostenrijk Frankrijk Nederland V.K. Ierland Luxemburg Spanje Bron: Fitzrovia, 2002; Standard & Poors, 2002; ICI, 2002 De aankoopkosten van een beleggingsinstelling zijn in Nederland relatief gezien zeer laag (zie figuur 5.3); over het algemeen bedragen de aankoopkosten ongeveer 0,5%. In andere landen zijn de aankoopkosten van een beleggingsinstelling hoger, veelal rond de 5%. Naast de aankoopkosten worden in Nederland in veel gevallen ook verkoopkosten gerekend. Deze bedragen over het algemeen ook 0,5%. In andere landen worden er veelal geen verkoopkosten gerekend. Met betrekking tot de aan- en verkoopkosten zou men daarom in principe kunnen stellen dat Nederland relatief goedkoop is. Bij de relatief lage kosten in Nederland moet echter nog een op- en afslag worden meegerekend die niet van toepassing in het buitenland. Indien deze op- en afslag bij de aan- en verkoopkosten wordt opgeteld, dan kunnen de totale kosten van de aan- of verkoop in Nederland uitkomen op 3% tot 4,5%. Als deze percentages worden vergeleken met de 5% die in het buitenland wordt gerekend, loopt Nederland in de pas. 20

Bijlage: reactie op de belangrijkste aanbevelingen van de Commissie Modernisering Beleggingsinstellingen (commissie Winter):

Bijlage: reactie op de belangrijkste aanbevelingen van de Commissie Modernisering Beleggingsinstellingen (commissie Winter): Bijlage: reactie op de belangrijkste aanbevelingen van de Commissie Modernisering Beleggingsinstellingen (commissie Winter): 1. Afschaffing van de verplichte beursnotering voor beleggingsmaatschappijen

Nadere informatie

FUND GOVERNANCE CODE VAN DELTA LLOYD ASSET MANAGEMENT N.V.

FUND GOVERNANCE CODE VAN DELTA LLOYD ASSET MANAGEMENT N.V. FUND GOVERNANCE CODE VAN DELTA LLOYD ASSET MANAGEMENT N.V. I. INLEIDING Doel Delta Lloyd Asset Management N.V. (DLAM) wenst de DUFAS Principles of Fund Governance na te leven. De onderhavige code heeft

Nadere informatie

GEDRAGSCODE FUND GOVERNANCE

GEDRAGSCODE FUND GOVERNANCE GEDRAGSCODE FUND GOVERNANCE ACHMEA BELEGGINGSFONDSEN BEHEER B.V. Inleiding, statutair gevestigd te s-gravenhage (KvK nr. 8062738), beschikt over een vergunning als beheerder van beleggingsinstellingen,

Nadere informatie

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE COMMODITY DISCOVERY FUND Bijgewerkt tot 8 juli 2014

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE COMMODITY DISCOVERY FUND Bijgewerkt tot 8 juli 2014 PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE COMMODITY DISCOVERY FUND Bijgewerkt tot 8 juli 2014 Principles of Fund Governance Pag. 1/5 1. INLEIDING Commodity Discovery Management B.V. (de Beheerder ) is de beheerder

Nadere informatie

FUND GOVERNANCE CODE VAN HOF HOORNEMAN FUND MANAGEMENT NV

FUND GOVERNANCE CODE VAN HOF HOORNEMAN FUND MANAGEMENT NV FUND GOVERNANCE CODE VAN HOF HOORNEMAN FUND MANAGEMENT NV INLEIDING Doel Hof Hoorneman Fund Management NV wenst de DUFAS Principles of Fund Governance na te leven. De onderhavige code heeft tot doel de

Nadere informatie

Algemeen. 6. Publicatie Priciples De meest actuele versie van deze Principles of Fund Governance is te vinden op www.gilissen.nl.

Algemeen. 6. Publicatie Priciples De meest actuele versie van deze Principles of Fund Governance is te vinden op www.gilissen.nl. FUND GOVERNANCE Algemeen 1. Compliance functie Een directielid van de Beheerder is aangesteld als Compliance Officer. Deze ziet toe op de correcte naleving van: (i) de Prospectussen van de TG Fondsen;

Nadere informatie

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE AMERICAN VALUE FUND

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE AMERICAN VALUE FUND PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE AMERICAN VALUE FUND I. INLEIDING Safe Harbour Fund Management B.V. (de Beheerder ) is de beheerder van American Value Fund (het Fonds ). De bewaarder van het Fonds is Stichting

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 4, vierde lid, van het Besluit marktmisbruik Wft;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 4, vierde lid, van het Besluit marktmisbruik Wft; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 8349 12 mei 2011 Regeling van de Minister van Financiën van 4 mei 2011, nr. FM/2011/8728M, tot aanwijzing van categorieën,

Nadere informatie

Gaat u beleggen? Publieksfolder

Gaat u beleggen? Publieksfolder Gaat u beleggen? Publieksfolder Gaat u beleggen? U wilt meer weten over beleggen. Misschien belegt u al een tijdje in effecten, bijvoorbeeld in aandelen, obligaties of opties. Of misschien denkt u er over

Nadere informatie

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE HAVEN EUROPEAN VALUE FUND ASIAN VALUE FUND AMERICAN VALUE FUND FUNDAMENT BOND FUND

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE HAVEN EUROPEAN VALUE FUND ASIAN VALUE FUND AMERICAN VALUE FUND FUNDAMENT BOND FUND PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE HAVEN EUROPEAN VALUE FUND ASIAN VALUE FUND AMERICAN VALUE FUND FUNDAMENT BOND FUND I. INLEIDING Safe Harbour Fund Management B.V. (de Beheerder ) is de beheerder van Haven

Nadere informatie

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE Add Value Fund N.V.

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE Add Value Fund N.V. PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE Add Value Fund N.V. I Inleiding Keijser Capital Asset Management B.V. (de Directie ) voert de directie over Add Value Fund N.V. (hierna ook Add Value Fund of Fonds ). De Directie

Nadere informatie

Een collectief pensioen, maar dan persoonlijk. NN Prestatie Pensioen

Een collectief pensioen, maar dan persoonlijk. NN Prestatie Pensioen Een collectief pensioen, maar dan persoonlijk NN Prestatie Pensioen 2 Een pensioen van deze tijd Het Nederland van nu verwacht openheid van zaken en neemt graag zélf beslissingen. Zeker als het om de financiële

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wft. Grens vrijstelling van 50.000 naar 100.000 Aanbieders moeten een AFM-vergunning aanvragen voor 1 februari 2012

Vrijstellingsregeling Wft. Grens vrijstelling van 50.000 naar 100.000 Aanbieders moeten een AFM-vergunning aanvragen voor 1 februari 2012 Vrijstellingsregeling Wft Grens vrijstelling van 50.000 naar 100.000 Aanbieders moeten een AFM-vergunning aanvragen voor 1 februari 2012 In deze brochure leest u óf u iets moet doen en wat Charco & Dique

Nadere informatie

REGISTRATIEDOCUMENT EAGLE FUND BEHEER B.V.

REGISTRATIEDOCUMENT EAGLE FUND BEHEER B.V. REGISTRATIEDOCUMENT EAGLE FUND BEHEER B.V. Algemeen Dit is het registratiedocument van Eagle Fund Beheer B.V., als bedoeld in artikel 11 Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005 ("Btb 2005"). Tenzij

Nadere informatie

LifeCycle Mix via Mijn pensioen. Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal

LifeCycle Mix via Mijn pensioen. Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal via Mijn pensioen Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal LifeCycle Mix via Mijn pensioen Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal Een persoonlijke

Nadere informatie

Een akkoord! Wat betekent dat voor u?

Een akkoord! Wat betekent dat voor u? Een akkoord! Wat betekent dat voor u? AEGON heeft in 2009 een akkoord gesloten met de Stichting Woekerpolis Claim en de Stichting Verliespolis over de maximale hoogte van de kosten van particuliere beleggingsverzekeringen.

Nadere informatie

Essentiële Beleggersinformatie

Essentiële Beleggersinformatie Essentiële Beleggersinformatie Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven en is bedoeld

Nadere informatie

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting Onderzoek Indextrackers Samenvatting 1. Inleiding De stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op correcte, duidelijke en niet misleidende informatieverstrekking aan consumenten. Het

Nadere informatie

Halfjaarbericht 2015. Bright LifeCycle Fonds

Halfjaarbericht 2015. Bright LifeCycle Fonds Halfjaarbericht 2015 Bright LifeCycle Fonds Periode: 19 december 2014 tot en met 30 juni 2015 Inhoudsopgave HALFJAARBERICHT BRIGHT LIFECYCLE FONDS... 3 BALANS PER 30 JUNI 2015... 3 WINST- EN VERLIESREKENING

Nadere informatie

01.01.2009-31.12.2009

01.01.2009-31.12.2009 Kosten & waardeoverzicht 2009 In dit overzicht vindt u informatie over uw pensioenbeleggingsverzekering in 2009. Hoe heeft de waarde van uw verzekering zich ontwikkeld? Hoeveel premie is in 2009 betaald?

Nadere informatie

Een collectief pensioen, maar dan persoonlijk. NN Prestatie Pensioen

Een collectief pensioen, maar dan persoonlijk. NN Prestatie Pensioen Een collectief pensioen, maar dan persoonlijk NN Prestatie Pensioen Een pensioen van deze tijd Het Nederland van nu verwacht openheid van zaken en neemt graag zélf beslissingen. Zeker als het om de financiële

Nadere informatie

Essentiële beleggersinformatie

Essentiële beleggersinformatie Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven en is bedoeld om u meer inzicht te geven

Nadere informatie

GBF METROPOLE Sélection A (ISIN: FR0007078811) Deze ICBE wordt beheerd door METROPOLE GESTION

GBF METROPOLE Sélection A (ISIN: FR0007078811) Deze ICBE wordt beheerd door METROPOLE GESTION Essentiële beleggersinformatie Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven en is bedoeld

Nadere informatie

Beleggen. Omdat u op tijd de juiste zet wilt doen

Beleggen. Omdat u op tijd de juiste zet wilt doen Beleggen Omdat u op tijd de juiste zet wilt doen 225517_1213.indd 1 29-10-13 11:21 Bankier op uw manier Gemak en deskundigheid vormen samen de kern van onze dienstverlening. U beslist hoe en wanneer u

Nadere informatie

RJ-Uiting 2013-17: Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen Lopende Kosten Factor

RJ-Uiting 2013-17: Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen Lopende Kosten Factor RJ-Uiting 2013-17: Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen Lopende Kosten Factor Ten geleide RJ-Uiting 2013-17 bevat wijzigingen van Richtlijn 615 Beleggingsinstellingen (2013) als gevolg van een aanpassing

Nadere informatie

AEGON Rendementplan. Je wilt meer dan sparen

AEGON Rendementplan. Je wilt meer dan sparen AEGON Rendementplan Je wilt meer dan sparen Ieder mens heeft wel een droom. Een wens. Een ambitie. Ieder mens heeft een wil. Nadenken over wat je echt wilt. Iedereen doet dat van tijd tot tijd. Even stilstaan

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2011

Halfjaarcijfers per 30 juni 2011 Halfjaarcijfers per 30 juni 2011 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE pagina Balans per 30 juni 2011 2 Staat van baten en lasten eerste halfjaar 2011 3 Toelichting op de halfjaarcijfers

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013

Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013 Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013 Inhoudsopgave 1. Verslag van de directie 3 2. Jaarrekening 5 Balans per 30 juni 2013 Winst- en verliesrekening over 26 april

Nadere informatie

Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch

Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch Pag. /8 Delta Lloyd garandeert de opgebouwde aanspraken en tarieven. Het Garantiepensioen

Nadere informatie

Essentiële beleggersinformatie

Essentiële beleggersinformatie Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven en is bedoeld om u meer inzicht te geven

Nadere informatie

Toelichting bij Rabo LevensloopSparen/Beleggen

Toelichting bij Rabo LevensloopSparen/Beleggen Toelichting bij Rabo LevensloopSparen/Beleggen Deze toelichting maakt integraal onderdeel uit van het aanvraag/opdracht- en wijzigingsformulier c.q. de overeenkomst Rabo LevensloopSparen/Beleggen. Bewaar

Nadere informatie

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten Minimumeisen Gedragscode FORUMVAST 2013 Doel Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten (hierna:forumvast) zijn aanbieders van vastgoedbeleggingsproducten die zich

Nadere informatie

Overeenkomst van beheer

Overeenkomst van beheer Overeenkomst van beheer Tussen Allianz Holland Paraplufonds N.V. En Holland Beleggingsgroep B.V. Gedateerd 20 maart 2006 Inhoud Artikel Pagina 1.1 Definities...4 1.2 Verwijzingen...4 1.3 Kopjes...4 2 Statutair

Nadere informatie

Fondsen. Brochure bestemd voor particuliere beleggers BASIC. Member of the KBC group. Gepubliceerd door KBC Securities in samen werking met Euronext.

Fondsen. Brochure bestemd voor particuliere beleggers BASIC. Member of the KBC group. Gepubliceerd door KBC Securities in samen werking met Euronext. Brochure bestemd voor particuliere beleggers Gepubliceerd door KBC Securities in samen werking met Euronext. p. 2 Index 1. Inleiding 3 2. Wat zijn de voordelen van een beleggingsfonds? 4 3. Hoe uw rendement

Nadere informatie

Het aantal verschillende soorten complexe

Het aantal verschillende soorten complexe MR. A.E. DEN TEX De gebruiksaanwijzing voor complexe financiële producten 58 Het aantal verschillende soorten complexe producten dat een consument kan aanschaffen is in de afgelopen jaren enorm toegenomen.

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Kwartaalbericht 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015 Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Dekkingsgraad: 111,5% Beleidsdekkingsgraad: 112,6% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2014: 27,6%

Nadere informatie

UW MENSEN, UW KAPITAAL. Beleggingsinformatie. Vrij beleggen. Life Cycle beleggen. Rendement en risico s. Kosten

UW MENSEN, UW KAPITAAL. Beleggingsinformatie. Vrij beleggen. Life Cycle beleggen. Rendement en risico s. Kosten UW MENSEN, UW KAPITAAL Beleggingsinformatie 2 Life Cycle beleggen Vrij beleggen Rendement en risico s 4 6 8 Kosten 9 Beleggingsinformatie Hoe werkt het beleggingspensioen van Cappital? In de pensioenregeling

Nadere informatie

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 In dit verslag: 1. Stemresultaten over 2014 2. Implementatie Nederlandse Corporate Governance Code Verantwoordelijkheid van institutionele beleggers

Nadere informatie

FitVoorLater klaar voor de toekomst

FitVoorLater klaar voor de toekomst FitVoorLater klaar voor de toekomst Het is verstandig om nu iets extra s te regelen. Met FitVoorLater bent u financieel voorbereid. 1 Nieuwe pensioenregels: wat verandert er? Vanaf 1 januari 2015 geldt

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2014

Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE Balans per 30 juni 2014 Staat van baten en lasten over het eerste halfjaar 2014 Toelichting op de halfjaarcijfers

Nadere informatie

De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen. LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak

De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen. LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak Gespecialiseerd team onderhoudt en ontwikkelt LCM WWW.INGIM.COM 2 ING INVESTMENT MANAGEMENT

Nadere informatie

Essentiële Beleggersinformatie 2012

Essentiële Beleggersinformatie 2012 1 Essentiële Beleggersinformatie 2012 Inhoudsopgave Doelstelling en beleggingsbeleid 3 Risico- en opbrengstprofiel 3 Kosten 4 In het verleden behaalde resultaten 5 Praktische informatie 6 2 Essentiële

Nadere informatie

ACTIVINVESTOR MANAGEMENT B.V. Amsterdam. Halfjaarbericht per 30 juni 2013

ACTIVINVESTOR MANAGEMENT B.V. Amsterdam. Halfjaarbericht per 30 juni 2013 ACTIVINVESTOR MANAGEMENT B.V. Amsterdam Halfjaarbericht per 30 juni 2013 Profiel ActivInvestor Management B.V. is 16 december 2004 opgericht en heeft als doel het opzetten en beheren van niche vastgoedbeleggingsfondsen

Nadere informatie

Beleggingsinformatie over

Beleggingsinformatie over Beleggingsinformatie over LifeCycle Beleggen van Bewust Pensioen LifeCycle Beleggen van Bewust Pensioen Visie van vermogensopbouw met LifeCycle Beleggen Over het onderwerp pensioen bestaan veel misverstanden.

Nadere informatie

VOORSTEL EN TOELICHTING WIJZIGING VOORWAARDEN VAN DEELNAME

VOORSTEL EN TOELICHTING WIJZIGING VOORWAARDEN VAN DEELNAME VOORSTEL EN TOELICHTING WIJZIGING VOORWAARDEN VAN DEELNAME DELTA LLOYD AZIE DEELNEMINGEN FONDS N.V. DELTA LLOYD EUROPEES DEELNEMINGEN FONDS N.V. DELTA LLOYD SELECT DIVIDEND FONDS N.V. 30.11.2015 De directie

Nadere informatie

Beleggingsmodel Fondsen

Beleggingsmodel Fondsen Beleggingsmodel Fondsen De meest comfortabele manier van beleggen Steeds afgestemd op het actuele beursklimaat Keuze uit verschillende risico s en rendementen Gecombineerde beleggingsexpertise van ABN

Nadere informatie

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 In dit verslag: 1. Stemresultaten over 2014 2. Implementatie Nederlandse Corporate Governance Code Verantwoordelijkheid van institutionele beleggers

Nadere informatie

Inmaxxa B.V. Principles van Fund Governance (versie: Oktober 2012)

Inmaxxa B.V. Principles van Fund Governance (versie: Oktober 2012) Inmaxxa B.V. Principles van Fund Governance (versie: Oktober 2012) Inleiding Het doel van deze Principles van Fund Governance (verder Principles ) is het geven van nadere richtlijnen voor alsmede een toelichting

Nadere informatie

BIJLAGE 1 REGISTRATIEDOCUMENT INTERPOLIS PENSIOENEN VERMOGENSBEHEER B.V. Behorend bij het Interpolis Levensloop Fonds

BIJLAGE 1 REGISTRATIEDOCUMENT INTERPOLIS PENSIOENEN VERMOGENSBEHEER B.V. Behorend bij het Interpolis Levensloop Fonds BIJLAGE 1 REGISTRATIEDOCUMENT INTERPOLIS PENSIOENEN VERMOGENSBEHEER B.V. Behorend bij het Interpolis Levensloop Fonds I. gegevens betreffende de werkzaamheden van de beheerder a. Activiteiten van de beheerder:

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010 11 Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in John Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 3-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader

Nadere informatie

1/5. Stembeleid BNG Vermogensbeheer B.V. februari 2009

1/5. Stembeleid BNG Vermogensbeheer B.V. februari 2009 Stembeleid BNG Vermogensbeheer B.V. februari 2009 Inleiding In hoofdstuk 5.6 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) zijn de bepalingen uit de Nederlandse corporate governance code (Code Tabaksblat)

Nadere informatie

AEGON Rendementplan voor uw kind. Je gunt je kind een mooie toekomst

AEGON Rendementplan voor uw kind. Je gunt je kind een mooie toekomst AEGON Rendementplan voor uw kind Je gunt je kind een mooie toekomst Ieder mens heeft wel een droom. Een wens. Een ambitie. Ieder mens heeft een wil. Ook uw kind heeft een eigen wil. De wil om iemand te

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2010

Halfjaarcijfers per 30 juni 2010 W:\370 FI(financien)\396 begroting - jaarrekening\2011\jr - SBONF\2011 halfjaarcijfers SBONF\2010 halfjrcijfers SBONF.doc Halfjaarcijfers per 30 juni 2010 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

ACTIVINVESTOR MANAGEMENT B.V. Amsterdam. Halfjaarbericht per 30 juni 2012

ACTIVINVESTOR MANAGEMENT B.V. Amsterdam. Halfjaarbericht per 30 juni 2012 ACTIVINVESTOR MANAGEMENT B.V. Amsterdam Halfjaarbericht per 30 juni 2012 Profiel ActivInvestor Management B.V. is 16 december 2004 opgericht en heeft als doel het opzetten en beheren van niche vastgoedbeleggingsfondsen

Nadere informatie

DoubleDividend Management B.V.

DoubleDividend Management B.V. Management B.V. Best practices voor betrokken aandeelhouderschap Amsterdam, januari 2015 Management B.V. Herengracht 252 1016 BV Amsterdam Tel: +31 20 520 7660 contact@doubledividend.nl KVK nr. 30199843

Nadere informatie

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2013

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2013 Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2013 In dit verslag: 1. Stemresultaten over 2013 2. Implementatie Nederlandse Corporate Governance Code Verantwoordelijkheid van institutionele beleggers

Nadere informatie

BIJLAGE I - ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN & VERGOEDINGEN

BIJLAGE I - ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN & VERGOEDINGEN BIJLAGE I - ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN & VERGOEDINGEN Deze Algemene Mutatievoorwaarden & Vergoedingen maken integraal onderdeel uit van de Voorwaarden Trend Invest. 1. ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN EN VERGOEDINGEN

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

Welke soorten beleggingen zijn er?

Welke soorten beleggingen zijn er? Welke soorten beleggingen zijn er? Je kunt op verschillende manieren je geld beleggen. Hier lees je welke manieren consumenten het meest gebruiken. Ook vertellen we wat de belangrijkste eigenschappen van

Nadere informatie

Het valutarisico is volledig afgedekt naar de euro. Het model maakt gebruik van futures, wat kan leiden tot leverage.

Het valutarisico is volledig afgedekt naar de euro. Het model maakt gebruik van futures, wat kan leiden tot leverage. Essentiële Beleggersinformatie Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven en is bedoeld

Nadere informatie

Leeswijzer. Essentiële Beleggersinformatie en Financiële Bijsluiter BND Staatsobligatiefonds 2016

Leeswijzer. Essentiële Beleggersinformatie en Financiële Bijsluiter BND Staatsobligatiefonds 2016 Leeswijzer Essentiële Beleggersinformatie en Financiële Bijsluiter BND Staatsobligatiefonds 2016 Dit document bevat de essentiële beleggersinformatie en de financiële bijsluiter van het BND Staatsobligatiefonds

Nadere informatie

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2012

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2012 Achmea Pensioen- en Levensverzekering inzake gesepareerd beleggingsdepot Stichting Pensioenfonds Achmea Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2012 In dit verslag: 1. Stemresultaten over 2012

Nadere informatie

Stichting Bewaarder Robeco

Stichting Bewaarder Robeco Stichting Bewaarder Robeco Jaarrekening over het boekjaar 2013 Stichting Bewaarder Robeco INHOUDSOPGAVE Pagina Algemene informatie 1 Verslag van het Bestuur 2 Algemeen 2 Ontwikkelingen gedurende het verslagjaar

Nadere informatie

2. STrUCTUUr 3. De BeHeerDer Michiel Goris (1956)

2. STrUCTUUr 3. De BeHeerDer Michiel Goris (1956) 1. profiel Het MM Fortune Fund ( hierna: het fonds) is een open-end beleggingsfonds voor gemene rekening, opgericht op 15 april 2008 en gevestigd te Rijswijk. Een fonds voor gemene rekening is geen rechtspersoon

Nadere informatie

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven December 2015 Autoriteit Financiële Markten De AFM maakt

Nadere informatie

SynVest Expirerende Lijfrente

SynVest Expirerende Lijfrente Producten SynVest Expirerende Lijfrente Uw lijfrente expireert of u wilt uw huidige polis oversluiten? Beleg bij SynVest voor een goed rendement en een gespreid risico. SynVest. Ondernemend vermogen. SynVest

Nadere informatie

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons vernomen.

Nadere informatie

SynVest Expirerende Lijfrente

SynVest Expirerende Lijfrente Producten SynVest Expirerende Lijfrente Uw lijfrente expireert of u wilt uw huidige polis oversluiten? Beleg bij SynVest voor een goed rendement en een gespreid risico. SynVest. Ondernemend vermogen. Zorgeloos

Nadere informatie

Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen behorende bij de beleggingsverzekeringen van Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.

Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen behorende bij de beleggingsverzekeringen van Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen behorende bij de beleggingsverzekeringen van Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. Begrip Aandeel Aandelenfonds Aanvullend Prospectus Achtergestelde

Nadere informatie

BIJLAGE I - ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN & VERGOEDINGEN

BIJLAGE I - ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN & VERGOEDINGEN BIJLAGE I - ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN & VERGOEDINGEN Deze Algemene Mutatievoorwaarden & Vergoedingen maken integraal onderdeel uit van de Voorwaarden Trend Invest. 1. ALGEMENE MUTATIEVOORWAARDEN EN VERGOEDINGEN

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2015

Halfjaarcijfers per 30 juni 2015 Halfjaarcijfers per 30 juni 2015 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE Balans per 30 juni 2015 2 Staat van baten en lasten over het eerste halfjaar 2015 3 Toelichting op de halfjaarcijfers

Nadere informatie

Orderuitvoeringsbeleid IBS Asset Management

Orderuitvoeringsbeleid IBS Asset Management Orderuitvoeringsbeleid IBS Asset Management Inleiding In dit document informeren wij u over de wijze waarop wij effectenorders voor u uitvoeren en de procedures die hierbij worden gehanteerd. Wij maken

Nadere informatie

Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen

Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen behorende bij de beleggingsverzekeringen van Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. Begrip Uitleg 01 Aandeel Bewijs van deelneming in het kapitaal van

Nadere informatie

SynVest Expirerende Lijfrente

SynVest Expirerende Lijfrente Producten SynVest Expirerende Lijfrente Uw lijfrente expireert of u wilt uw huidige polis oversluiten? Beleg bij SynVest voor een goed rendement en een gespreid risico. SynVest. Ondernemend vermogen. SynVest

Nadere informatie

Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen

Begrippenlijst Unit Linked Beleggingsfondsen penlijst Unit Linked Beleggingsfondsen behorende bij de beleggingsverzekeringen van Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. Begrip Aandeel Aandelenfonds Aanvullend Prospectus Achtergestelde obligatie

Nadere informatie

TKPI Fund Governance Code

TKPI Fund Governance Code TKPI Fund Governance Code I Oversight entity TKP Investments BV (TKPI) heeft de Compliance Officer van TKPI aangewezen als toezichthoudende entiteit (oversight entity) die toezicht zal houden op de naleving

Nadere informatie

Informatiewijzer. Beleggingsdoelstelling & Risicoprofielen. Today s Tomorrow Morgen begint vandaag

Informatiewijzer. Beleggingsdoelstelling & Risicoprofielen. Today s Tomorrow Morgen begint vandaag Informatiewijzer Beleggingsdoelstelling & Risicoprofielen Today s Tomorrow Morgen begint vandaag Beleggen op een manier die bij u past! Aangenomen mag worden dat beleggen een voor u een hoger rendement

Nadere informatie

AEGON Verzekeren&Beleggen. Beleggingsprofiel

AEGON Verzekeren&Beleggen. Beleggingsprofiel AEGON Verzekeren&Beleggen Beleggingsprofiel Waarom uw beleggingsprofiel vaststellen? U heeft aangegeven een AEGON Verzekeren&Beleggen beleggingsverzekering te willen afsluiten. Door het invullen van de

Nadere informatie

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot de vergadering van participanten van Insinger de Beaufort Income Plus Fund

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot de vergadering van participanten van Insinger de Beaufort Income Plus Fund TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot de vergadering van participanten van Insinger de Beaufort Income Plus Fund te houden op 25 april 2014, om 14:00 uur Herengracht 537, 1017 BV Amsterdam

Nadere informatie

ABN AMRO Multi Manager Profiel Fondsen. Toegang tot een selectie van de best presterende beleggingsfondsen wereldwijd.

ABN AMRO Multi Manager Profiel Fondsen. Toegang tot een selectie van de best presterende beleggingsfondsen wereldwijd. ABN AMRO Multi Manager Profiel Fondsen. Toegang tot een selectie van de best presterende beleggingsfondsen wereldwijd. Toegang tot een selectie van de best presterende beleggingsfondsen wereldwijd. Beleggen

Nadere informatie

AEGON LevenHypotheek. Beleggingsprofiel

AEGON LevenHypotheek. Beleggingsprofiel AEGON LevenHypotheek Beleggingsprofiel Waarom uw beleggingsprofiel vaststellen? U wilt een AEGON LevenHypotheek afsluiten. Door het beantwoorden van de onderstaande vragen wordt uw persoonlijk risicoprofiel

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen Publicatiedatum CBS-website: 1 oktober 27 Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek Voorburg/Heerlen 27 Verklaring der tekens. =

Nadere informatie

RFM Regulated Fund Management BV Registratiedocument (als bedoeld in artikel 4:48 lid 1 Wet op het financieel toezicht)

RFM Regulated Fund Management BV Registratiedocument (als bedoeld in artikel 4:48 lid 1 Wet op het financieel toezicht) RFM Regulated Fund Management BV Registratiedocument (als bedoeld in artikel 4:48 lid 1 Wet op het financieel toezicht) I Gegevens betreffende de werkzaamheden van de beheerder RFM Regulated Fund Management

Nadere informatie

Addendum bij het Prospectus van SNS Beleggingsfondsen N.V.

Addendum bij het Prospectus van SNS Beleggingsfondsen N.V. Addendum bij het Prospectus van SNS Beleggingsfondsen N.V. Betreft: I. Wijziging Hoofdstuk 3, Structuur, paragraaf 3.5 Kapitaal... 2 II. Wijziging Hoofdstuk 3, Structuur, paragraaf 3.6 Stichting SNS Beleggersgiro...

Nadere informatie

Tarieven Beleggen bij de Rabobank

Tarieven Beleggen bij de Rabobank Tarieven Beleggen bij de Rabobank In dit overzicht vindt u de tarieven voor de beleggings dienstverlening van de Rabobank. Laten beleggen Rabo BeheerdBeleggen fondsen Rabo RendeMix Basis dienst verlening

Nadere informatie

DUFAS Principes van Fondsbestuur (Principles of Fund Governance)

DUFAS Principes van Fondsbestuur (Principles of Fund Governance) Nederlandse tekst van versie 20.02.2008 DUFAS Principes van Fondsbestuur (Principles of Fund Governance) Considerans Het doel van de Principes van Fondsbestuur (Principles of Fund Governance, verder Principles

Nadere informatie

FondsenGids (d.d. 31 juli 2013) Wereld Fonds

FondsenGids (d.d. 31 juli 2013) Wereld Fonds FondsenGids (d.d. 31 juli 2013) Wereld Fonds INHOUDSOPGAVE 1 Algemene informatie Verzekeringsfondsen 1.1 Inhoud van de FondsenGids 1.2 Juridische structuur 1.3 Berekening van de participatiewaarde 1.4

Nadere informatie

F. van Lanschot Bankiers N.V., gevestigd te s-hertogenbosch, hierna te noemen de bank.

F. van Lanschot Bankiers N.V., gevestigd te s-hertogenbosch, hierna te noemen de bank. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-103 d.d. 26 maart 2015 (mr. J. Wortel, voorzitter, prof. dr. A. Buijs en G.J.P Okkema, leden en mr. M.J.M. Fennis, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Keuzeformulier beleggingsfondsen Pensioenen

Keuzeformulier beleggingsfondsen Pensioenen De Verzekeringen Stadsring 15, postbus 42 3800 AA Amersfoort Tel. (033) 464 29 11 Fax (033) 464 29 30 Keuzeformulier beleggingsfondsen Pensioenen (is alleen te gebruiken voor pensioencontracten ingegaan

Nadere informatie

DUFAS. Gedragscode Fund Governance

DUFAS. Gedragscode Fund Governance DUFAS Gedragscode Fund Governance Gedragscode Fund Governance 1.1 Algemeen In de Wet op het financieel toezicht (Wft) is in het kader van een integere bedrijfsvoering en een zorgvuldige dienstverlening

Nadere informatie

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot het voorstel tot wijziging van het prospectus van

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot het voorstel tot wijziging van het prospectus van TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot het voorstel tot wijziging van het prospectus van Insinger de Beaufort European Mid Cap Fund N.V. 16 april 2014 I N H O U D 1. DOEL TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM

Nadere informatie

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen

Verklaring inzake de beleggingsbeginselen Verklaring inzake de beleggingsbeginselen van Stichting Bedrijfspensioenfonds AVH 1. Introductie 1.1 Inleiding Deze verklaring inzake de beleggingsbeginselen geeft beknopt de uitgangspunten weer van het

Nadere informatie

Jaarverslag. Stichting ASR Bewaarder

Jaarverslag. Stichting ASR Bewaarder Jaarverslag 2013 Stichting ASR Bewaarder - 1 - Algemene Informatie Stichting ASR Bewaarder Kantooradres Stichting ASR Bewaarder Archimedeslaan 10 3584 BA Utrecht - 2 - Inhoudsopgave Verslag van het bestuur...

Nadere informatie

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur,

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur, L0705 Veenendaalse Woningstichting t.a.v. het bestuur Postbus 168 3900 AD VEENENDAAL Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009 Geacht bestuur,

Nadere informatie

het gemak van het Pension Lifecycle Fund

het gemak van het Pension Lifecycle Fund het gemak van het Pension Lifecycle Fund 1 inhoud Omschrijving Pagina 1. Wat is een lifecycle fonds? 2 2. Hoe werkt het ABN AMRO Pension Lifecycle Fund? 2 3. Hoeveel rendement kunt u behalen? 3 4. Wat

Nadere informatie