BALANCE ISLAND HEEFT ALS PRIMAIRE DOEL HET TERUGDRINGEN VAN DE ZOUTINDRINGING IN HET HARINGVLIET DOOR HET CREËREN VAN EEN GELEIDELIJK OVERGANG VAN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BALANCE ISLAND HEEFT ALS PRIMAIRE DOEL HET TERUGDRINGEN VAN DE ZOUTINDRINGING IN HET HARINGVLIET DOOR HET CREËREN VAN EEN GELEIDELIJK OVERGANG VAN"

Transcriptie

1 BALANCE ISLAND HEEFT ALS PRIMAIRE DOEL HET TERUGDRINGEN VAN DE ZOUTINDRINGING IN HET HARINGVLIET DOOR HET CREËREN VAN EEN GELEIDELIJK OVERGANG VAN ZOUT NAAR ZOET WATER MET BEHOUD VAN HET UNIEKE DYNAMISCHE KARAKTER VAN DE DELTA

2 Balance Island als innovatie De uitvoering van Balance Island heeft als primaire doel het terugdringen van de zoutindringing in het Haringvliet door het creëren van een geleidelijk overgang van zout naar zoet water met behoud van het unieke dynamische karakter van de delta. De verwachting is dat de reductie van zoutindringing het mogelijk maakt het Kierbesluit beter uit te voeren. Bij een lagere zoutindringing kan de kier langer open blijven wat de vismigratie bevordert en wordt het handhaven van de nul effect lijn bij Middelharnis makkelijker. Met het oog op de te verwachten relatieve zeespiegelstijging, en toenemende verziltingsproblematiek, biedt Balance Island een duurzame en eenvoudig te onderhouden oplossing om de effecten hiervan te bufferen. 1

3 Aanleiding/Introductie/samenvatting Aanleiding/Introductie/samenvatting Delta Water Award Jaarlijks wordt de Delta Water Award wedstrijd uitgeschreven. Hierbij worden deelnemers uitgedaagd een innovatief en duurzaam project in te dienen dat de economie van de zuidwestelijke delta versterkt en bijdraagt aan een vitale ecologie en een klimaatbestendige en veilige delta. Een consortium van Grontmij, Imares en Waterarchitect hebben een innovatieve oplossing uitgewerkt die de zoutindringing in het Haringvliet tegengaat die ontstaat als gevolg van de uitvoering van het Kierbesluit. Door het opspuiten van een eiland in de monding van het haringvliet ontstaat een estuarium waarbij het water gedwongen wordt om door het Slijkgat te stromen. Hierdoor ontstaat een mengbasin waarin het zoute water kan mengen met het zoete gespuide water uit het Haringvliet. Het estuarium reduceert daardoor het zoutgehalte van het water dat het Haringvliet bij opkomende vloed instroomt. De zoutreductie zorgt ervoor dat de Haringvlietsluizen langer open kunnen blijven en vismigratie wordt bevorderd. Door het ontstaan van het estuarium en de geleidelijke zout-zoet overgang wordt daarnaast de randvoorwaarde geschapen voor de ontwikkeling van estuariene natuur met brakwatersoorten die in Nederland inmiddels zeldzaam is geworden. De ontwikkeling van het estuarium door aanleg van Balance Island maakt gebruik van de natuurlijke dynamiek van de delta. Door de afdamming van het Haringvliet en de effecten van de Slufter, Maasvlakte en Maasvlakte 2 is de natuurlijke dynamiek van het gebied zodanig veranderd dat de geulen en ondiepten niet meer in evenwicht zijn met de effecten van stroming, golven en getij. Het gebied verandert hierdoor totdat een nieuw evenwicht is bereikt. Hierin zijn verschillende eindstadia mogelijk. De vorming van een estuarium is een van de mogelijke stabiele eindstadia. Door de aanleg van Balance Island wordt gestuurd op de ontwikkeling van een estuarium, waardoor het gebied versneld in een stabieler stadium terecht komt. Het kierbesluit Het Haringvliet is van oudsher een open delta. Sinds omstreeks 1970 is het Haringvliet afgedamd en is een zoet meer ontstaan. Naast voordelen voor de veiligheid en zoetwatervoorziening had de omvorming naar een afgesloten meer ook nadelige gevolgen. Door de vermindering van getij is de milieukwaliteit achteruit gegaan. Om de afnemende milieukwaliteit en toenemende vervuiling een halt toe te roepen zijn in 1999 tussen Nederland, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland afspraken gemaakt om de waterkwaliteit te verbeteren. In Duitsland en Zwitserland zijn onder andere vistrappen aangelegd en Frankrijk stopte met het lozen van zout uit de kalimijnen. Nederland zegde toe de verbinding tussen zee en rivier te herstellen. Het herstellen van deze verbinding werd in 2000 vastgelegd in het Besluit beheer haringvlietsluizen. Hierin werd vastgelegd dat de spuisluizen anders beheerd zouden worden en bij vloed de sluizen op een kier zouden komen om vismigratie mogelijk te maken. De verwachting is dat het Kierbesluit een groot effect heeft op vissoorten (zie tabel). Door gebrek aan draagvlak, voorziene budgetoverschrijding en verwachtte vertraging werd dit besluit echter in 2010 ingetrokken. Bij gebrek aan een goed alternatief wordt dit besluit nu alsnog in een sobere versie uitgevoerd. De uitvoering van het kierbesluit heeft tot gevolg dat beperkt zout water wordt ingelaten in het Haringvlietmeer. Hierbij wordt het beheer van de sluizen zo uitgevoerd dat er geen zoutindringing is ten oosten van de denkbeeldige lijn Middelharnis monding Spui. Voor de landbouw, industrie en drinkwatervoorziening ten westen van deze lijn betekent het kierbesluit een potentieel probleem waarvoor mogelijk compenserende maatregelen moeten worden uitgevoerd. De drinkwaterinlaat van waterleidingbedrijf Evides wordt verplaatst om inname van zouter water te voorkomen~ Balance Island verplaatst de overgang van zout naar zout van het Haringvlietmeer naar de monding Tabel. Effect van uitvoering van het Kierbesluit op vissoorten bron: Vismigratie in de Rijn- Maasdelta, Rijkswaterstaat Vissoort Effect Kierbesluit Driedoornige Stekelbaars +++ Elft ++ Fint ++ Houting +++ Rivierprik + Spiering ++ Zalm/Zeeforel +++ Zeeprik ++ Bot (juveniel) +++ Glasaal +++ De mate van profijt wordt weergegeven door o (geen toename); + (geringe toename qua aanwezigheid); ++ (redelijke toename) en +++ (aanzienlijke toename) Effect van uitvoering van het Kierbesluit op vissoorten bron: Vismigratie in de Rijn-Maasdelta, Rijkswaterstaat 2011 Ligging Haringvliet De uitvoering van het kierbesluit heeft tot gevolg dat beperkt zout water wordt ingelaten in het Haringvlietmeer. Hierbij wordt het beheer van de sluizen zo uitgevoerd dat er geen zoutindringing is ten oosten van de denkbeeldige lijn Middelharnis monding Spui. Voor de landbouw, industrie en drinkwatervoorziening 2 ten westen van deze lijn betekent het 3 kierbesluit een potentieel probleem waarvoor mogelijk compenserende maatregelen moeten worden uitgevoerd. De drinkwaterinlaat van waterleidingbedrijf Evides wordt verplaatst om

4 Balance Island Bouwen met de natuur Mengen zout en zoet De Balance Island is de zandige barrière van ongeveer 5 km lang en 500 meter breed die wordt aangelegd in de ondiepe zone om een estuarium te creëren. Het eiland is daarmee geen doel op zich maar een middel om het estuarium te maken. Met de vorming van Balance Island wordt aangesloten bij de natuurlijke ontwikkeling van het gebied. Onder het motto Bouwen met de natuur wordt niet alleen getracht de impact op de natuur te verminderen, maar ook om de natuurlijke processen te gebruiken bij het realiseren van de oplossing. Er wordt hiermee getracht een dynamisch evenwicht te verkrijgen waar Balance Island deel van uit maakt. Balance Island heeft als secundair doel het zoveel mogelijk herstellen van de estuariene natuur in het mondinggebied van het Haringvliet. Deze buitendelta krijgt door de aanwezigheid van een geleidelijke zout-zoet overgang een heel goede kans voor het ontstaan van typische brakwater ecotopen. Balance Island wordt uitgevoerd in zand en wordt onderdeel van het natuurgebied. Hiermee worden de natuurwaarden van o.a. de Hinderplaat te versterkt. Omdat Balance Island onderdeel gaat uitmaken van het natuurlijke en dynamische systeem, draagt het bij aan het ontstaan van ondiepe platen en het uitdiepen van de geulen. De monding krijgt hierdoor meer het karakter van een Delta terug ~ Getijweg Rood Natuurlijk verloop van saliniteit (zoutgehalte) vanaf de monding (links) het Haringvliet in. Blauw reductie in een natuurlijk estuarium als gevolg van vernauwen van de monding zoals door Balance Island. Er treden reducties op tot 30% in saliniteit. Een van de meest belangrijke kenmerken van estuaria is de gradiënt in zoutgehalte (lid1). Deze gradiënt heeft veel invloed op het voorkomen van verschillende organismes. Dergelijke gebieden met een overgang van zout naar zoet zijn zeldzaam in Nederland. Alleen in de Eems en Schelde zijn ze aanwezig. Daar staan ze onder druk door scheepvaart, baggerwerkzaamheden en vervuiling. De instandhoudingdoelen van slikken en schorren staan daar onder druk door afname van het areaal. De monding van het Haringvliet heeft de potentie om een estuarien natuurgebied te worden van hoge kwaliteit. In de huidige situatie is de fluctuatie in zoutgehalte echter te groot om typische brakwatersoorten te kunnen huisvesten. Tijdens het spuien van zoetwater vanaf de rijn en maas is de haringvlietmonding overwegend zoet. Dit water stroomt met de ebstroom snel het gebied uit. Zodra de vloed opkomt gaan de spuisluizen dicht en stroomt er vanaf de Noordzee zout water de haringvlietmonding binnen. Hierbij wordt het gehele gebied tot aan de sluizen zout. Door de grote fluctuatie in zoet en zout is het voor brakwater soorten lastig om in dit gebied te gedijen. Balance Island zorgt voor een constantere en geleidelijker zoet-zout overgang. Getijweg De geleidelijker overgang van zout naar zoet wordt bereikt door het verlengen van de getijweg. De getijweg is de afstand die een waterdeeltje aflegt bij een enkele getij opgang. In Nederland is dat ongeveer 10 km. De Monding van het Haringvliet is kleiner dan deze 10 km. Bij een enkel getij zal daarom al het zoete water uit het mondinggebied verdwijnen, waarna het gebied bij vloed vol stroomt met zout water. Door het gedeeltelijk blokkeren van de stroming wordt de getijweg verlengd tot meer dan 10 km. Hierdoor blijft na het spuien bij eb, zoet water achter in het estuarium. Het zoete water mengt zich bij de navolgende vloed met zout water. Dubbele zoutreductie Het zoutgehalte in de buitendelta wordt sterk bepaald door mate van menging van het zoute zeewater met het zoete Haringvliet water. Voor estuaria gelden in het algemeen zoutindringingsafstanden van 10 tot 100 km (lid2). De indringing is sterk afhankelijk van de estuarium vorm en het zoetwaterdebiet dat het estuarium instroomt. Voor de Nederlandse situatie kan grofweg aangehouden worden dat het zoutgehalte elke 10 km met ca. 30% afneemt. Door de aanleg van Balance Island neemt de getijdeweg ca. 10 km toe (afstand ter hoogte Oudorp tot de Haringvlietsluizen). De dichtheid van zeewater is buitengaats ca kg/m3. Verwacht mag worden dat die door de afstand van 10 km afneemt tot ca kg/ m3 bij de Haringvlietsluizen. De dichtheid van zoet water is 1000 kg/m3. Zoet water is daarmee lichter dan zout water. Wanneer zout water en zoet water bij elkaar komen, heeft zout water daarom de neiging als een tong onder het zoet water te dringen. De hoeveelheid indringing van zout water is evenredig met het verschil in dichtheid tussen zout en zoet water. Als het water aan de buitenzijde van Haringvlietkering dus minder zout wordt, zal de zouttong minder verder de Haringvliet instromen door het kierbesluit. Stel dat het zoutgehalte in het gebied buiten de kering met 30% afneemt, dan neemt de zoutindringing ook met ca. 30% af. Bij de inlaatproef in het Haringvliet (lid3) bleek de zoutindringing ca km te zijn. Als het zoutgehalte buitengaats van de Haringvlietsluizen afneemt met ca. 30% mag verwacht worden dat de zoutindringing afneemt tot ca. 7 à 8 km en dat het (gemiddelde) zoutgehalte in de zouttong afneemt van ca naar 1015 kg/m3. Er is dus een dubbel effect: Het water stroomt minder ver naar binnen en is minder zout ~ Er is dus een dubbel effect: Het water stroomt minder ver naar binnen en is minder zout Passage van zeewater door sluizen 4 5

5 getijgeulen (Slijkgat, Bokkegat en Hindergat) en de Hinderplaat. ee/rikz Het Haringvliet Ontstaan en karakter Haringvliet Afdamming Haringvliet Het Haringvliet is ontstaan tijdens de St. Elisabethvloed in Tijdens de storm stroomden laag gelegen polders onder en ontstond een directe verbinding tussen het Haringvliet en het rivierengebied. Hieruit ontstonden het Haringvliet en het Hollandsch Diep. De buitendelta is grotendeels opgebouwd uit het sediment dat daarbij vrij kwam. Het Haringvliet was een open delta waarin het zoute water ver het binnenland in kon komen. In de berekend op basis van de bruto sedimentatie en erosie cijfers voor het buitendelta waren 2 grote geulen aanwezig; het noordelijk gelegen gebied landwaarts van de Hinderplaat. De jaarlijkse bruto transporten Rak van Scheelhoek wat tevens het grootst was, en het zuidelijk bedragen gelegen Slijkgat. ongeveer In de loop 2,5 van de miljoen 19e eeuw m3. is het kombergingsgebied en geleidelijk bevestigt aan de steeds grote kleiner natuurlijke geworden morfodynamiek door van de Dit is een veelvoud van de jaarlijkse import landaanwinning en afdammen van rivierarmen. Hierdoor werden monding van het Haringvliet. Het merendeel van deze interne ook de geulen in de buitendelta geleidelijk aan kleiner. Op verschillende plaatsen liggen wat nog steeds aangroeit. transporten worden drempels; veroorzaakt op splitsingspunten door van de de geulen natuurlijke verplaatsing van de getijgeulen en in de monding. (Slijkgat, Deze ontstonden Bokkegat door en verspreiding Hindergat) van het en de Hinderplaat. water over meerdere geulen. 3.5 Morfologie Figuur 3.8 Stroompatroon monding Na de watersnoodramp van 1953 werden de deltawerken uitgevoerd. De afsluiting van het Haringvliet kwam als onderdeel Haringvliet voor en na de afsluiting (van der Spek, 1987) daarvan gereed in Vanaf dat moment werd alleen nog zoet water gespuid en verdween het kombergingsgebied volledig. De monding van het Haringvliet is daardoor ingrijpend veranderd. Het getijvolume is met 85% afgenomen. Door het verdwijnen van de eb- en vloedstroming naar het achterland werd sediment niet langer door geulen naar de platen vervoerd, maar afgezet in de geulen en aan de zuidelijke oever van het mondingsgebied. Het noordelijk gelegen Rak van Scheelhoek is hierbij nagenoeg geheel verdwenen en ook het zuidelijk Slijkgat verdween grotendeels. De afzettingen op de zuidelijke oever zijn bekend als De Kwade Hoek, een gebied De aangroei van De Kwade hoek duwt het Slijkgat noordwaarts, waardoor een karakteristieke S bocht is ontstaan. Momenteel is dit de enige bevaarbare scheepvaartroute in de monding van het Haringvliet. Het Slijkgat wordt jaarlijks gebaggerd om deze op diepte te houden. Als gevolg van de afname van de getij-invloed, is de golfinvloed gaan domineren in het gebied en zijn de geulen vloed gedomineerd geworden. (lid 4) Het netto transport van zand is Ontstaan en ontwikkeling tot 1970 Figuur 3.18 Landwinst en landverlies noordelijke delta tussen 1250 en 1600 Tot in de 13e eeuw werden de eilanden Voorne, Putten en Goeree (van de Ven, 1993) omsloten door diverse zeegaten (figuur 3.18). Het merendeel van het rivierwater stroomde nog via de noordelijker gelegen Maasmond naar de Noordzee. In de periode 1250 en 1600 werd door tientallen stormvloeden veel land aangetast. Zo brak tijdens de St. Elisabethvloed in 1421 de zee op verschillende plaatsen door naar de laag gelegen polders en ontstond er een directe verbinding tussen het Haringvliet en het rivierengebied (van de Ven, 1993). Ook ging de Grote Waard verloren en ontstond de Biesbosch. Hierbij verdubbelde het totale getijvolume van het zeegat en werden grote hoeveelheden sediment, naar schatting 2 miljard m 3, in zeewaartse richting getransporteerd (Winden et al, 1997). Het Haringvliet-estuarium en het Hollands Diep waren ontstaan. 3.5 Morfologie Rijksinstituut voor Kust en Zee/RIKZ Ontstaan en ontwikkeling tot 1970 hierdoor naar het oosten. Hierbij is het zand hoger in het profiel gebracht. De ontwikkeling die nog altijd zichtbaar 1250 is sinds de afsluiting van de Haringvlietdam, is een afname van de gemiddelde Maasmond geuldoorsnede, aanzanding in de geulen en opslibben van platen en intergetijdegebied. De getij gedomineerde buitendelta is als gevolg van de afsluiting omgevormd, waarbij een kustboog is VOORNE Haringvliet ontstaan van platen. Deze ontstaat door de afname van getijstromen waarbij de kust de neiging heeft gekregen zich te sluiten en GOEREE recht te trekken. Bij voldoende zand ontstaat een kustboog zoals de kust van Holland. Te weinig zand geeft een deuk in de kustlijn, opgehangen tussen de vaste punten van de Europoort Grevelingen en Goeree Overvlakkee. Het Haringvliet Tot in de 13e eeuw werden de eilanden Voorne, Putten en Goeree omsloten door diverse zeegaten (figuur 3.18). Het merendeel van het rivierwater stroomde nog via de noordelijker gelegen Maasmond naar de Noordzee. In de periode 1250 en 1600 werd door tientallen stormvloeden veel land aangetast. Zo brak tijdens de St. Elisabethvloed in 1421 de zee op verschillende plaatsen door naar de laag gelegen polders en ontstond er een directe verbinding tussen het Haringvliet en het rivierengebied (van de Ven, 1993). Ook ging de Grote Waard Slijkgat verloren en ontstond de Biesbosch. Hierbij verdubbelde het totale getijvolume van het zeegat en werden grote hoeveelheden sediment, naar schatting 2 miljard m 3, in zeewaartse H.W. richting getransporteerd te Hoek van Holland (Winden et al, 1997). Het Haringvliet-estuarium en het Hollands Diep morfologie 1965 waren ontstaan. SCHOUWEN Oosterschelde Stromingspatroon VOOR de afsluiting van het Haringvliet Merwede PUTTEN Rotterdam RIEDERWAARD Maas H.W. te Hoek van Holland morfologie 1971 Rak van Scheelhoek Dordrecht Lek ALBLASSERWAARD Merwede GROTE WAARD 6 uur voor H.W. te Hoek van Holland Stromingspatroon NA de afsluiting van het Haringvliet 6 uur voor H.W. te Hoek van Holland ndverlies 0 en Maasmond VOORNE Haringvliet GOEREE Grevelingen SCHOUWEN Oosterschelde Rotterdam Merwede RIEDERWAARD PUTTEN Maas Dordrecht Lek ALBLASSERWAARD Merwede GROTE WAARD de functie van het Gat van de Hawk overgenomen door het zuidelijker gegraven Hindergat. Uit modelberekeningen van Van Holland (1997) Maasmond blijkt dat Rotterdam het verschil in stroomrichting tussen enerzijds het Slijkgat en het Merwede Bokkegat en anderzijds het Hindergat Lek is verdwenen. Het water stroomt gelijktijdig door alle drie de geulen de monding in en na de Haringvliet VOORNE kentering IJSSELMONDE weer naar de ALBLASSERWAARD Noordzee retour (figuur 3.9). Doordat het PUT- zuidelijk deel van de Hinderplaat Merwede boven NAP uitkomt, wordt het water TEN gedwongen om langs de plaat te stromen. Zodra de waterstand boven GOEREE NAP -2 m uitkomt kan er water voer het noordelijke deel van de BEIJER Hinderplaat Grevelingen LANDEN heen stromen. Het Hindergat heeft bij gemiddelde rivierafvoer een min of Dordrecht meer onafhankelijk kombergingsgebied. Het OVER wantij loopt van de Hinderplaat naar de Groene Punt op Voorne. SCHOUWEN FLAKKEE De getijbeweging op de Noordzee is hoofdzakelijk zuidwest-noordoost gericht; evenwijdig aan de grootschalige Maas kustoriëntatie. Oosterschelde 1600 Grevelingen Haringvliet Vroege ontwikkeling van het gebied (lid 4) 1600 Maasmond Rotterdam Merwede 6 7 Lek Stroomsnelheid In tabel 3.7 is een overzicht gegeven van stroomsnelheden in de Met het vrijkomende sediment is een groot deel van de buitendelta van

6 Het Haringvliet Het Haringvliet Huidige monding Haringvliet De huidige monding van het Haringvliet bestaat grofweg uit twee geulsystemen; Het Noordelijke systeem met het Hindergat en de slikken van Voorne en het zuidelijke deel met het Slijkgat, Bokkegat en de afzettingen van Kwade hoek. In het midden ligt de Hinderplaat. Deze verplaatst zich nog steeds landwaarts. De westkust van de Hinderplaat is zodanig ingesteld dat de langstransporten min of meer in evenwicht zijn met de aanvoer van zand. Langs de westzijde van de Hinderplaat is een zuidelijk gericht zandtransport aanwezig in de brandingszone, terwijl door vloedstroming zand op en over het noordelijke deel van de plaat wordt getransporteerd (lid4). Tijdens hoge rivierafvoeren is het spui volume tot ongeveer 9000 m3/s. Hoewel bij normale afvoeren ongeveer 61% van het water via het Slijkgat stroomt, stroomt er bij piekafvoeren water over allen geulen en platen. Bij piekafvoeren wordt er zand door het Slijkgat in de richting van de zee getransporteerd. Bij splitsingspunten van geulen en bij de monding van de geul neemt de stroomsnelheid af en bezinkt het zand. Hierbij ontstaan drempels in de vaargeul. Om de geul op diepte te houden voor scheepvaart wordt jaarlijks gebaggerd tot een diepte van 5,5 m NAP. Gemiddeld wordt rond de tot m3/jr gebaggerd (lid 5). De verwachting is dat de baggerinspanning de komende jaren stijgt Overzicht van geulen en platen in de monding van Het Haringvliet (lid 4) Havenhoofd Goedereede Ouddorp Stadtwijckhoeve Stellendam Voor 1970: stroomgedreven Heden: golfgedreven Haringvlietmonding Gegevens Rijkswaterstaat, 2006 Grontmij Nederland bv Alle rechten voorbehouden Vorm van de buitendelta in 1970 en de kustboog in de huidige situatie Scheepsvaartgeul door het Slijkgat. Deze wordt jaarlijks uitgebaggerd tot - 5,5 meter NAP 8 9

7 Het Haringvliet Ecologie Haringvlietmonding Effecten van Balance Island Balance Island is zodanig ontworpen dat het past binnen het dynamische evenwicht van de monding. Er zijn echter wel effecten van het eiland op de hydraulische en morfologische condities van de monding. Balance Island heeft een afschermende werking tegen golven. Hierdoor neemt de golfhoogte in het ontstane estuarium af. De getijstroming wordt door Balance Island geconcentreerd in het Slijkgat. Door toename van de stroomsnelheden zal de geul naar verwachting iets dieper worden. Balance Island is geen statisch en onbeweeglijk object. Door het uitvoeren van Balance Island als zandig en goeddeels onbeschermd eiland, wordt het onderdeel van dit dynamische geheel. De zuidelijke punt zal naar verwachting het meest dynamisch zijn. Door getij- en golfgedreven transport kalft de punt makkelijk af. Er wordt door het heen en weer bewegende getij echter ook zand aangevoerd, wat zich rondom de punt afzet. Het zand wordt aangevoerd vanuit de geul en vanaf de kust van Goeree Overflakkee. Dit is dezelfde aanvoerlijn die nu de kwade hoek van zand voorziet. De kade hoek toont een golvende kustlijn met grote zandstructuren die westwaarts verplaatsen. Wanneer na de aanleg van Balance Island evenwicht is ontstaan tussen aan en afvoer van zand langs de kust en op de platen in de monding, zal het zandtransport voornamelijk buiten de monding om gaan lopen en Balance Island voorzien van zand. Hierbij houdt de getijstroming het Slijkgat open, zoals dat ook gebeurt bij de eilandkust van de Waddenzee ~ Habitattypen In de huidige situatie is de Haringvlietmonding door de aanwezige estuariene dynamiek, geulen en slikken en schorren een gebied met natuurwaarden van internationale betekenis. De Haringvlietmonding is dan ook onderdeel van het Natura 2000 gebied de Voordelta. Een groot deel van de monding bestaat uit geulen en zandbanken die voortdurend onder water staan (habitattype 1110). Omdat hier veel wormen, schelpdieren en kreeftachtigen voorkomen is dit ondiepe zeewater een belangrijk foerageergebied voor vis, visetende vogels, zoals roodkeelduikers, meeuwen, sterns en voor zeehonden. Daarnaast is er in de Haringvlietmonding een groot areaal aan intergetijdenplaten aanwezig; slikken en zandplaten die regelmatig door zout water overstroomd worden (habitattype 1140). De platen en slikken zijn door de aanwezigheid van hoge dichtheden bodemdieren belangrijke voedselgebieden voor eenden, waaronder de bergeend, smient, wintertaling en vele steltlopers, zoals scholekster, kluut, tureluur, wulp en bonte strandloper. In de winter zijn deze platen van grote betekenis voor overwinteren de vogels. De hoog dynamische zandplaten van het intergetijdengebied worden als rust- en droogplaats gebruikt door soorten als de grote stern en aalscholver. De platen in de monding van het Haringvliet zijn daarnaast belangrijke rustgebieden voor gewone en grijze zeehonden. Een groot deel van het totale Nederlandse areaal intergetijdenplaten dat zich bevindt in voordelta s bevindt zich in de Haringvlietmonding. Hierdoor heeft de monding een belangrijke functie voor de instandhoudingdoelen van dit habitattype. Door de aanleg van Balance Island neemt het areaal intergetijdengebied toe. Kinderkamer Door Balance island zal in de Haringvlietmonding de kinderkamerfunctie voor vis weer hersteld worden. Het herstellen van de zoet-zout gradiënt zorgt voor een stabieler systeem waar estuariene soorten weer kunnen gedijen. De ondiepe zones zijn door de stroming rijk aan voedingsstoffen en functioneren als broedkamer voor vissen. Dit maakt ook dat er voor o.a. stern-achtingen veel voedsel beschikbaar is waardoor het broedsucces (dat bij visdiefjes de afgelopen jaren slecht was) mogelijk verbetert. De benthosgemeenschap bij Balance Island De bodem(gebonden) gemeenschap is een belangrijke schakel in het estuariene ecosysteem. Dit zogenaamde benthos dient als voedsel voor o.a. vissen en vogels. De groep is niet erg mobiel en is daarom een goede indicator voor stress door verontreinigingen en veranderende omstandigheden, zoals zoet-zoutovergangen of watertemperatuur. Benthos wordt daarom in monitoringen vaak gebruikt om de gezondheid van een ecosysteem te bekijken. Een gepulseerde afvoer, zoals deze nu in het Haringvliet wordt aangehouden, kan zorgen voor een plotselinge overgang van zout naar een zoet systeem. Dit kan grote gevolgen hebben voor het benthische ecosysteem en plaatselijk voor massale sterfte zorgen. In de winter van 1994 moest er veel water worden afgevoerd en stierven de kokkels (Cerastoderma edule) in de Haringvlietmonding (lid 10). Bij vergelijking tussen het Haringvliet van de jaren 60 en het huidige Haringvliet is overduidelijk dat er een scherpe scheiding is tussen het brakke systeem van toen en het zoete Haringvliet nu. Ook de monding is nu een typisch marien systeem, terwijl in er in de jaren 60 ook brakwatersoorten voorkwamen (lid 11)

8 Ecologie Haringvlietmonding Natura 2000 Wet en Regelgeving Direct bij de sluizen is de benthosgemeenschap in de huidige situatie zeer soortenarm te noemen, omdat er maar één soort wordt gevonden (Paranais frici) (lid 10). Er is wel een hoge concentratie aan dood organisch materiaal aanwezig, wat veroorzaakt wordt door afgestorven flora en fauna, die de sterke zoet-zoutovergang niet heeft overleefd. De belangrijkste verandering in het benthische systeem door de aanleg van Balance Island ligt in de monding van het Haringvliet. Het is de verwachting dat dit gebied van een marien systeem zal veranderen in een typisch estuarien systeem. Het water afkomstig uit het Haringvliet vervoert voedselrijk water en dit voedsel wordt met de opening van de kier beschikbaar. Door Balance Island wordt dit water niet direct afgevoerd en is de verblijftijd hoger. Hierdoor komen de voedingsstoffen beschikbaar in het ecosysteem en neemt de productiviteit toe. De verwachting is dat er zich in dit gebied niet alleen mariene soorten gevestigd zullen zijn, maar typische brakwatersoorten ook terug zullen keren. Ten oosten van Balance Island zal een slibrijk platensysteem (een wad) ontstaan. Er zullen zich typisch mariene soorten vestigen, zoals; Amerikaanse zwaardschede (Ensis directus), Nephtys, Spiophanus bombyx, schelpkokerwormen (Lanice conciliega) en de kokkel (Cerastoderma edule). Deze soorten zijn nu ook zeer abundant aanwezig in de Voordelta (lid 11). Daarnaast zijn weer typische brakwater soorten te verwachten zoals; het nonnetje (Macoma balthica), de veelkleurige duizendpoot (Nereis diversicolor), modderwormen (Boccardiella ligerica en Polydora ligni) en de gewone garnaal (Crangon crangon). In vergelijking met de huidige situatie, zullen er over de zoet-zoutgradiënt meer soorten voorkomen, dan nu het geval is. Deze verandering is naar verwachting goed voor de ontwikkeling van het gehele plaatselijke ecosysteem en de benthische gemeenschap kan dienen als voedselbron voor hogere dieren, zoals vogels en vissen ~ De Haringvlietmonding is onderdeel van de Voordelta, een beschermd natuurgebied dat onderdeel uitmaakt van het Europese Natura 2000 netwerk. Natura2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden en heeft als doel om kwetsbare plant- en diersoorten samen met hun leefgebieden te beschermen en te behouden. Deze Natura 2000 gebieden vallen onder de Natuurbeschermingswet Effecten op Habitats De duidelijkste verandering is het verlies van permanent overstroomde zandbanken (H1110) aan de daarvoor in de plaats komende habitattypes Slik en zandplaten (H1140 en H1310). Wanneer naar de huidige situatie wordt gekeken in relatie tot de Natura 2000 doelstellingen, blijkt dat Balance Island veel habitattypen zodanig verbetert dat de Natura 2000 natuurdoelstellingen worden gehaald. Vanuit deze wet zijn er specifieke doelen gesteld voor het behoud en herstel van leefgebieden (habitats) en dieren (doelsoorten) in de Natura gebieden. Wet Voor en activiteiten Regelgeving Natura 2000 gebieden De is Haringvlietmonding er een vergunningplicht is onderdeel voor activiteiten van de Voordelta, die significant een beschermd Als verfijning natuurgebied van de beoordeling dat op habitats kunnen ook de ef- Effecten op soorten negatieve onderdeel effecten uitmaakt kunnen van het hebben Europese de Natura natuurwaarden netwerk. Voor Natura2000 fecten worden is een bepaald netwerk op vogels, van vissen en zeehonden. De deze Europese rapportage natuurgebieden is op basis van en de heeft instandhoudingdoelstellingen, als doel om kwetsbare plant- habitatdoelsoorten en diersoorten zeeprik, samen rivierprik, met elft, fint, grijze zeehond en het hun Beheerplan leefgebieden Voordelta te beschermen en met behulp en van te behouden. online effectenindicator de Natuurbeschermingswet van het Ministerie van EL&I (lid 13) Vanuit een eerste deze wet inschatting zijn er specifieke tor. De doelen onderstaande gesteld analyse voor het is daarom gebaseerd op de Deze Natura gewone 2000 zeehond gebieden zijn vallen (nog) niet onder opgenomen in de effectenindica- gemaakt behoud van en de herstel mogelijke van leefgebieden negatieve effecten (habitats) van Balance en dieren Island. (doelsoorten) instandhoudingsdoelstellingen de Natura 2000 zoals geformuleerd in het Beheerplan vergunningplicht Voordelta. voor De gebieden. Gedeputeerde Voor Staten activiteiten zal uiteindelijk in Natura bepalen 2000 of gebieden er een vergunningplicht activiteiten is en die of significant een habitattoets negatieve uitgevoerd effecten dient kunnen te worden. hebben De op de natuurwaarden. is een effectenindicator combineert informatie over de gevoeligheid van Vis doelsoorten Voor deze en rapportage habitats met is op mogelijke basis van verstoringen de instandhoudingdoelstellingen, die kunnen Voor zeeprik, het rivierprik, Beheerplan elft en fint geldt in de natura 2000 wetgeving het Ministerie een verbeteringsdoelstelling van EL&I een van de populatie. Deze optreden Voordelta ten en gevolge met behulp van activiteiten van de online Natura effectenindicator 2000 gebieden. van Deze eerste effectanalyse inschatting is gemaakt uitgevoerd van op de basis mogelijke van de activiteiten negatieve die effecten verbetering van Balance is voornamelijk Island. De afhankelijk van de opening van de Haringvlietsluizen is en (Kierbesluit). of een De hogere stroomsnelheden in het overlap Gedeputeerde hebben met Staten de aanleg zal uiteindelijk van Balance bepalen Island, zodat of er alle een mogelijke habitattoets effecten uitgevoerd meegenomen dient zijn. te Dit worden. zijn: dammen en stuwen, Slijkgat en de Hindergeul die als gevolg van Balance Island ontstaan vergunningplicht dijk en kust verzwaring en grind en zandwinning. De in onderstaand De effectenindicator schema weergegeven combineert habitats informatie en doelsoorten over de gevoeligheid zijn van doelsoorten en habitats vormen naar verwachting geen belemmering voor de migratie. instandhoudingdoelstellingen met mogelijke verstoringen van die kracht kunnen in Natura optreden 2000 ten gebied gevolge van activiteiten in Natura 2000 de gebieden. Voordelta. Deze effectanalyse is uitgevoerd op basis van de activiteiten die overlap hebben met de aanleg van Balance Island ( dammen en stuwen dijk en kust verzwaring en grind en zandwinning ), zodat alle mogelijke effecten meegenomen zijn De volgende habitats en doelsoorten zijn instandhoudingdoelstellingen van kracht in Natura 2000 gebied de Voordelta. Habitattypen Habitatrichtlijnsoorten H1110 Permanent overstroomde zandbanken (getijden) H1095 Zeeprik H1140 Slik- en zandplaten (getijdengebied) H1099 Rivierprik H1310 Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) H1102 Elft H1320 Slijkgrasvelden H1103 Fint H1330 Schorren en zilte graslanden (buitendijks) H1364 Grijze zeehond H2110 Embryonale duinen H1365 Gewone zeehond Vogels A001 Roodkeelduiker A054 Pijlstaart A141 Zilverplevier A005 Fuut A056 Slobeend A144 Drieteenstrandloper A007 Kuifduiker A062 Toppereend A149 Bonte strandloper A017 Aalscholver A063 Eider A157 Rosse grutto A034 Lepelaar A065 Zwarte zee-eend A160 Wulp A043 Grauwe Gans A067 Brilduiker A162 Tureluur A048 Bergeend A069 Middelste Zaagbek A169 Steenloper A050 Smient A130 Scholekster A177 Dwergmeeuw A051 Krakeend A132 Kluut A191 Grote stern A052 Wintertaling A137 Bontbekplevier A193 Visdief Beheerplan Voordelta 2008) 14 15

9 Natura 2000 Wet en Regelgeving Natura 2000 Wet en Regelgeving Gewone zeehond De gewone zeehond gebruikt drooggevallen platen in de delta als rustgebied en is zeer gevoelig voor verstoringen. Landelijk is de staat van instandhouding gunstig, maar de staat van instandhouding in de Delta is ongunstig. Het doel is om het areaal rustgebied uit te breiden, zodat het grootbrengen van jongen mogelijk wordt. Balance Island draagt hierbij, maar het is van groot beland dat bij de aanleg van het eiland rekening gehouden wordt met het zoogseizoen (mei-augustus) van de gewone zeehond, zodat verstoring tot het minimum beperkt wordt. Vogels De Lepelaar en Kluut zijn zeer gevoelig voor mechanische effecten. Het is van belang dat hier bij de aanleg aandacht aan besteed wordt en er gewerkt wordt op het moment dat het de minste verstoring voor deze soorten oplevert. De Bontbekplevier, Grote Stern en Visdief zijn zeer gevoelig voor optische verstoring. Verdere verstoringen hebben betrekking op het aanbod van voedsel. Vogels zijn afhankelijk van het aanbod van schelpdieren, bodemfauna en vis in het gebied. Als hier een verandering in plaatsvindt door verandering in de stroming, overstromingsfrequentie of verandering van de bodem heeft dit een effect op de populatie vogels. De Grote Stern en de Visdief foerageren in de Haringvlietmonding, voornamelijk op zicht een vertroebeling als gevolg van de werkzaamheden kan een sterk negatief effect op deze soorten hebben. De Visdief en de Grote Stern zijn zomergasten, die vooral in de Voordelta verblijven van april tot september (lid 12). De vertroebeling door de aanleg van Balance Island zal vooral tijdens en net na de aanleg het sterkst zijn. Door de werkzaamheden in de wintermaanden uit te voeren kunnen negatieve effecten geminimaliseerd worden maar het is niet uit te sluiten. Bij de aanleg van Balance Island wordt zoals eerder genoemd een gedeelte van de ondiepe kust opgespoten. Hierdoor verdwijnt een gedeelte van de habitat permanent overstroomde zandbanken. De zwarte zeeeend, roodkeelduiker, topper en de eidereend zijn afhankelijk van dit habitattype (1110), maar niet alle soorten zijn voor hun rust en voedselvoorziening afhankelijk van de Haringvlietmonding. In 2004 en 2005 zijn in de Voordelta voor de nul meting van de Tweede Maasvlakte vogel tellingen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de grootste aantallen zwarte zee-eenden voorkomen in de gebieden Bollen van de Ooster en Bollen van Nieuwe Zand. De grootste aantallen Roodkeelduikers in de Voordelta blijken zich in het Brouwershavense Gat te bevinden. Overige concentratiegebieden zijn de kop van Schouwen-Duiveland en de kop van Goeree-Overflakkee en de hoek van de Brouwersdam nabij Goeree-Overflakkee (lid 12). Voor deze soorten zal het verdwijnen van habitattype 1110 in de Haringvlietmonding niet voor significante negatieve effecten zorgen. De Toppereend populatie in de Haringvlietmonding is onderdeel van een grotere populatie die ook in het Haringvliet verblijft. De Toppereend gebruikt de monding van het Haringvliet voornamelijk om te rusten, terwijl er s nachts door de Toppereenden in de monding van het Haringvliet wordt gefoerageerd. In de wintermaanden vormt de Voordelta na de Waddenzee een belangrijk rust- en foerageergebied voor eidereenden in Nederland. De Eidereend is een schelpdieretende Zee-eend met een voorkeur voor ondiepe wateren. Het verdwijnen van habitattype 1110 heeft voor de Toppereend en de Eidereend negatieve effecten die verder onderzocht moeten worden. Significantie effecten Voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte is een beoordelingssysteem ontwikkeld om significantie van negatieve effecten in de Voordelta te toetsen (lid 14). Kort samengevat houdt de methode in: afname minder dan 1% van het areaal of de populatieomvang in het betreffende gebied: het effect is niet significant; afname meer dan 5% van het areaal of de populatie-omvang in het betreffende gebied: het effect is zonder meer significant; de afname ligt tussen de 1% en 5%: de beoordeling is afhankelijk van de context. Voor Balance Island is dit beoordelingssysteem toegepast om een inschatting te maken van de negatieve effecten. Het oppervlakteverlies van habitat H1110 is minder dan 0,2 % van het totale areaal van het habitattype in de Voordelta. Er is volgens dit beoordelingsysteem dus geen significant effect. De toename aan slik en zandplaten is meer dan 5% is een significant positief effect (het beoordelingsysteem kent alleen negatieve effecten) en het ontstaan van embryonale duinen is dermate zeldzaam dat geen percentage gegeven kan worden. Om andere significante effecten van Balance Island uit te sluiten moet ook een populatie analyse uitgevoerd worden voor de doelsoorten in het gebied. Er moet mogelijk rekening nog gehouden worden met het verlies van H1110 door de Tweede Maasvlakte. Effecten elders Doordat de dynamiek van de Haringvlietmonding zal veranderen is er kans dat andere Natura 2000 gebieden dan de Voordelta beïnvloed zullen worden. Dit geld voor al voor Voornes Duin en de Duinen van Goeree en Kwade Hoek. Een verhoging van stroomsnelheid van het Slijkgat kan mogelijk invloed hebben op aanzanding van de Kwade Hoek. Het verondiepen van de Haringvlietmonding kan de Slikken van Voorne beïnvloeden. Hier is verdere studie naar nodig ~ Beheerplan Voordelta 2008) Effecten op Habitats De duidelijkste verandering is het verlies van permanent overstroomde zandbanken (H1110) aan de daarvoor in de plaats komende habitattypes Slik en zandplaten (H1140 en H1310). Wanneer naar de huidige situatie wordt gekeken in relatie tot de Natura 2000 doelstellingen, blijkt dat Balance Island veel habitattypen zodanig verbetert dat de Natura 2000 natuurdoelstellingen worden gehaald. Habitat type in de voordelta LSI (huidig) Balance Island H1110 Permanent overstroomde zandbanken - - H1140A Slik- en zandplaten - N2000 H1140B Slik- en zandplaten + + H1310A Zilte pionierbegroeiingen - N2000 H1310B Zilte pionierbegroeiingen + N2000 H1320 Slijkgrasvelden -- N2000 H1330 Schorren en zilte graslanden - N2000 H2110 Embryonale duinen + + Beoordeling tov natura2000 doelstelling. [ -- ] ruim onder doelstelling, [ - ] onder doelstelling, [ N2000 ] doelstelling gehaald, [ + ] Boven N2000 doelstelling Beoordeling tov natura2000 doelstelling. [ -- ] ruim onder doelstelling, [ - ] onder doelstelling, [ N2000 ] doelstelling gehaald, [ + ] Boven N2000 doelstelling[p2] Effecten op soorten

10 Vorm en functie Vorm en functie Binnen de randvoorwaarden die gesteld worden door de dynamiek van de delta is gezocht naar ontwerpvarianten van het eiland. Hierbij is gezocht naar mogelijkheden voor het maximaliseren van de natuurwaarden en accenten op recreatie en toerisme. Basisvariant In zijn meest simpele uitvoering wordt Balance Island zoveel mogelijk aangelegd als kustboog. Hierbij wordt aangesloten op de Hinderplaat. De Hinderplaat zelf wordt vermeden, omdat het niet nodig is deze op te hogen en omdat dit een rustgebied is voor zeehonden. Het eiland wordt opgespoten tot net onder hoogwaterpeil. Hierdoor wordt de stroming bij opkomende vloed door het Slijkgat gedwongen. Golfwerking, stroming en wind worden vervolgens vrij spel gegeven om het zand hoger in het profiel te brengen. Deze variant heeft een geschat suppletievolume nodig van 3 miljoen m3 en is daarmee in aanleg het voordeligst. Archipel Een tweede variant bestaat uit het aanleggen van Balance Island als archipel van afzonderlijke platen, zoals die nu ook aanwezig zijn in het gebied. De platen grenzen aan de Hinderplaat. Het werken met losse eilanden schept een vorm van zonering die het mogelijk maakt om op het zuidelijkste eiland natuurrecreatie toe te staan en zorgt voor meer gradiënten in hoogte, wat aantrekkelijk is voor natuurontwikkeling. Natuurvariant Bij de aanleg van de natuurvariant is gestuurd op het aanbrengen van een zo n gunstig mogelijke habitat voor zeldzame natuur. Door de aanleg van Balance Island ontstaat 120 hectare aan extra intergetijdengebied: slikken en zandplaten en 16 hectare aan duinen. Door hierbij verschil in (micro)reliëf aan te brengen en te variëren in de hoeveelheid schelpen in het opgespoten zand, ontstaat er een zeer gevarieerd gebied met een verscheidenheid aan habitats en gradiënten van laag naar hoog, nat naar droog, en zout naar zoet. In de huidige situatie staan de meeste slikken en schorren bij vloed onder water waardoor de broedgelegenheid minimaal is.. Door de uitbreiding van het intergetijdengebied zal de draagkracht van de Haringvlietmonding voor soorten die slikken en schorren als rust en foerageergebied gebruiken vergroten. De duinen rij die op Balance Island ontstaat vormt een geschikte broedgelegenheid voor sternachtige (als Grote Stern, Visdief en Dwergstern), de Kleine Mantelmeeuw en strandbroeders als Strandplevier en bontbekplevier. De Grote Stern, Sisdief en Dwergstern zijn grondbroeders van kale grond, bij voorkeur op schelpen (lid 1). De Strandplevier en de Bontbekstrandloper hebben stranden of duinen nodig om te broeden. Het ontbreken van predatoren als de vos en de afwezigheid van verstoring maken Balance Island erg geschikt als broedgelegenheid. Op deze duinen die zelden worden overstroomd kunnen embryonale duinen ontwikkelen. Dit habitattype bestaat uit soortenarme pionier duinen met begroeiingen van vooral Biestarwegras in wisselende dichtheden, in afwisseling met kaal zand en of vloedmerkbegroeiingen (habitat kernschets). Deze hebben een standplaats met invloed van zout grondwater, die alleen bij hoge vloeden worden overstroomd. Op plaatsen waar geen overstroming meer plaatsvindt van de zee en de regenwaterinvloed toeneemt in de vorm van het ontstaan van een zoetwaterlens zal de ontwikkeling plaatsvinden van helmgras verbonden aan het habitattype Witte duinen. Een zoetwaterlens ontwikkelt zich bij een hoogte waar zout-brak grondwater geen invloed meer heeft op het maaiveldniveau en regenwater inzijgt in het duin. Het eiland wordt zo aangelegd dat er voldoende dynamiek aanwezig is in de zin van verstuivingen en overstromingen om de vegetatie niet de overhand te laten nemen. Door voldoende hoogte te creëren worden overstromingen in het broedseizoen voorkomen. Voor het ontstaan van een duinenrij is de breedte van het strand van belang bij ontwikkeling van de duinvoet en jonge duinen (embryonale duinen). Bij een strandbreedte van meter zal de duinvoet eerder door invloed van stormen afslaan en bij een strandbreedte van meter aangroeien (lid 15). Balance Island zal op het breedste punt breed zijn, hier bevinden zich ook de hoogste delen van Balance Island. De aangelegde duinen zullen op de breedste punten aangroeien en op de minder brede punten afslaan waardoor er hier slikken en schorren ontstaan. Basisvariant Archipel Natuurgradiënten bij Balance Island 18 19

11 Vorm en functie Vorm en functie Natuurrecreatie Balance Island biedt mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling tezamen met andere projecten. In de meest natuurlijke variant is het de bedoeling de invloed van menselijk aanwezigheid zover mogelijk te beperken en de natuurwaarde te maximaliseren. Om ook de mogelijkheid te geven mee te genieten van het natuurschoon wordt een passantenhaven aangelegd met een uitkijkpost. Een dergelijke constructie is eerder toegepast in het IJsselmeer ( De Kreupel ) Zonering maakt recreatie mogelijk zonder verstoring van de natuur Natuurvariant Uitkijkpost in recreantenhaven 20 21

12 Vorm en functie Vorm en functie De super strekdam De super-strekdam richt zich op toerisme. Daarnaast concentreerd de stroming zich meer in het Slijkgat, wat de werking van Balance Island potentieel verbeterd. Een van de bestaande strekdammen aan de Kop van Goeree wordt geüpgrade naar een super strekdam van 1200m. De locatie het Flaauwe Werk wordt in de Kustvisie 2050 (lid 6) aangemerkt als een zwakke schakel. De superstrekdam zorgt dat het strand hier aangroeit. De duinen ontvangen zo meer bescherming tegen golfbelasting en uiteindelijk wordt de strekdam zelf ook beschermd door het zand. De super-strekdam van 1200m wordt begroot op 6 miljoen euro aanlegkosten. Nader onderzoek is nodig naar de terugverdientijd. De strekdam levert jaarlijkse besparingen in baggeren van het Slijkgat en kustveiligheid terplaatse. Toeristische potentie superstrekdam De super strekdam ligt in het toeristische gebied van Hoofddorp en kan eenvoudig uitgroeien tot een toeristen hot spot. Het Westelijk aangegroeide strand heeft een ideale zon-oriëntatie en vormt een knusse kom voor strandbezoekers. De Oostkant van de strekdam vormt een luwte zone ideaal voor een zeehaven. Uit gesprekken met het recreatieschap Zuid Holland blijkt dat in deze regio behoefte is voor een zeehaven van tenminste 300 plaatsen. De dam zelf kan een boulevard worden met een hotel en congrescentrum als toonbeeld voor de Nederlande DeltaTechnologie. Aquacultuur In estuariene gebieden is de productiviteit van planten en dieren hoger dan op open zee. Daarnaast zijn er in deze gebieden minder effecten van golven. Dit maakt deze gebieden erg geschikt voor de productie van zilte producten, zoals schaal- en schelpdieren en zeewier. Balance Island biedt kansen voor vormen van aquacultuur. De toepassing van aquacultuur kan gekoppeld worden aan toerisme. Verse en lokaal geproduceerde zilte producten kunnen direct worden verkocht aan lokale restaurants of winkels. Vormen van aquacultuur, waarbij de omliggende omgeving niet (of weinig) geaffecteerd wordt zijn mogelijk in het natura2000 gebied. Dit kunnen bijvoorbeeld de kweek van schelpdieren of zeewier zijn. Schelpdierproductie Al enige jaren worden er initiatieven opgestart om de overgang van de huidige bodemberoerende mosselzaadvisserij naar een meer duurzame manier van vissen te versnellen. Hierdoor wordt mosselzaad ingevangen door middel van Mosselzaadinvanginstallaties (MZI s). Deze systemen zijn zo ontworpen dat mosselzaad uit de waterkolom zich vasthecht en naar een klein formaat opgroeit. Het mosselzaad kan vervolgens worden geoogst en uitgezaaid in mosselpercelen. Het plaatsen van MZI s gebeurt al in de Voordelta. Balance Island biedt ook kansen voor de opgroei van mosselen naar consumptie formaat. Een veelgebruikte techniek is de toepassing van ondergedompelde longlines. Het is hiermee mogelijk om mosselen te kweken op de manier, die ook al toegepast wordt in de Oosterschelde. Met het creëren van een relatief rustig gebied kan deze bewezen techniek worden toegepast. Het opkweken van mosselen in een luwte is ook vele malen gemakkelijker dan op open zee, wat faalfactoren reduceert en de kweek meer rendabel maakt. Zeewierkweek Zeewier groeit snel en is rijk aan eiwitten, fosfaat en andere potentiële grondstoffen. Het kan als grondstof gebruikt worden voor diverse producten, zoals veevoeder of biobrandstof. De commerciele kweek van zeewier wordt momenteel nog niet in Nederland gedaan. Er wordt nog onderzoek gedaan naar de (on)mogelijkheden van zeewierkweek, met een proef in de Oosterschelde (Schelphoek). Hier wordt onderzocht welke soorten en methoden geschikt zijn om een commerciële en duurzame kweek mogelijk te maken. Daarnaast onderzoekt men ook toepassingsmogelijkheden voor zeewier. Het kweken van zeewier in open water, op een commerciële schaal is nieuw voor Nederland. Dit geeft mogelijkheden en kansen voor Balance Island als potentieel testgebied voor de kweek van zeewieren, of een gecombineerde teelt. Schelpdieren als bescherming Balance Island kan gedeeltelijk op de kop, of langs de vaargeul beschermd worden met een verharding van schelpdieren zoals oesters. Banken van oesterschelpen reguleren de golfslag. De oesterlarven hechten zich aan schelpen waar aan de achterzijde nieuwe oesters hechten. Hierdoor ontstaat een levend rif. Dit rif remt zowel de erosie op een duurzame, natuurlijke manier en verhoogt de biodiversiteit van het gebied ~ Recreatieve mogelijkheden Ligging super strekdam ten opzichte van Balance Island Artist impression van de super strekdam Invanginstallatie voor mosselzaad (lid 16) 22 23

13 Economische haalbaarheid Economische haalbaarheid Om aan te tonen dat Balance Island een haalbare innovatie is, is er een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) uitgevoerd op de bestaande wet en regelgeving en is een doorkijk gemaakt naar het toepassen van het concept in andere gebieden. Maatschappelijke kosten en baten Voor de MKBA analyse is uitgegaan van de variant met maximale naatuurwaarden. Hierbij is meer zand aangebracht dan strikt noodzakelijk, met als doel de natuurwaarden te verhogen. Ook is rekening gehouden met de aanleg van een passantenhaven. In de Baten De baten van Balance Island komen voor een groot gedeelte uit een stijging van de waarde van het ecosysteem, en uit de reductie in vaargeulonderhoud. Ook de voorziene kosten voor compenserende maatregelen als gevolg van het Kierbesluit hoeven mogelijk slechts gedeeltelijk te worden uitgevoerd indien de zoutreductie minder wordt. Een aantal verwachte baten kon niet worden doorgerekend vanwege te grote onzekerheden. Waarde ecosysteem analyse wordt een termijn overzien van honderd jaar en aanleg van De stijging van de waarde van het ecosysteem is gebaseerd op het Balance Island in In de analyse Economische haalbaarheid wordt gewerkt met het prijspeil van Voor zowel kosten Om als baten aan te is tonen een discontovoet dat Balance van Island Scenario een haalbare for changes innovatie ecosystem is, is een services analyse and uitgevoerd their monetary op rapport A pilot study in the consequenses of an open Haringvliet- 5,5% (2,5% plus 3% risico-opslag) de gehanteerd. maatschappelijke Voor de fasering kosten van en baten value (MKBA van de analyse), Universiteit de Wageningen bestaande (lid wet 17). en In de regelgeving onderstaande en de investeringskosten is verondersteld is een doorkijk dat de kosten gemaakt worden naar gemaakt in de jaren 2017 (25%), 2018 (50%) en 2019 (25%); teerd voor de verschillende subecosystemen aan de zeezijde van het toepassen tabel zijn de van waarden het concept weergegeven in andere die in gebieden. het rapport zijn gehan- Maatschappelijke kosten en het baten Haringvliet Deze subecosystemen geven directe en indirect Kosten Voor de MKBA analyse is uitgegaan bijdragen van de aan variant het menselijk met maximale welzijn, naatuurwaarden. zogenaamde ecosysteemdiensten. Hierbij is In de analyse is rekening gehouden meer met zand de kosten aangebracht voor aanleg dan en strikt noodzakelijk, Deze ecosysteemdiensten met als doel de natuurwaarden kunnen opgedeeld te verhogen. worden in; Ook is rekening gehouden met de aanleg van een passantenhaven. In de analyse wordt een ontwerp van het eiland en de haven en kosten voor onderhoud. De provisiediensten (de middelen die we krijgen van de natuur, o.a. termijn overzien van honderd jaar en aanleg van Balance Island in In de analyse wordt kosten voor aanleg van het eiland zijn gemaakt op basis van een vis), regulerende diensten (o.a. kustbescherming, erosiepreventie) gewerkt met het prijspeil van Voor zowel kosten als baten is een discontovoet van berekend volume en een geschatte 5,5% prijs (2,5% van 6,- plus euro 3% per risico-opslag) m3. Deze en gehanteerd. culturele diensten Voor (o.a. de fasering recreatie, van studie, de kunst). investeringskosten Door de aanleg prijs is mede bepaald op basis is van verondersteld kubiekemeter dat prijzen de kosten die zijn worden van Balance gemaakt Island in de treedt jaren een 2017 verschuiving (25%), op 2018 in de (50%) ecosystemen. en 2019 betaald voor aanleg van de Zandmotor. (25%); De kosten van de haven Hierbij ontstaat 99 hectare ondiepe kustzone en 16 hectare stuivend duingebied. De verschuiving in ecosysteemdiensten zijn geraamd door Grontmij op basis van ervaringen met de bouw van natuurgebied en passantenhaven Kosten De Kreupel 1 en 2. Zie resulteert in een baat van euro per jaar. tabel. In de analyse is rekening gehouden met de kosten voor aanleg en ontwerp van het eiland en de haven en kosten voor onderhoud. De kosten voor aanleg van het eiland zijn gemaakt op basis van een berekend volume en een geschatte kuubprijs van 6,-. Deze prijs is mede bepaald op basis van kuubprijzen die zijn betaald voor aanleg van de zandmotor. De kosten van de haven zijn geraamd door Grontmij op basis van ervaringen met de bouw van natuurgebied en passantenhaven De Kreupel 1 en 2. De volgende kostenposten worden hierin onderscheiden: Kostenpost Bedrag (Euro) Engineering Baggerwerk Aanleg onderwaterdammen Aanleg beschermkade Aanleg rietland en vegetatie Aanleg uitkijkpost Aanleg Stijgers Totaal Passantenhaven: Aanlegkosten waarden weergegeven passantenhavendie in het rapport zijn gehanteerd voor de verschillende subecosystemen aan de zeezijde van het Haringvliet. Reductie vaargeulonderhoud De verwachting is dat Balance Island een positief effect heeft op het vaargeulonderhoud. Door het concentreren van de stroming in de vaargeul, neemt de diepte toe. Uit een interview met het Havenbedrijf van Rotterdam bleek dat het havenbedrijf jaarlijks tot uitgeeft om de vaargeul op een diepte te brengen van -5,5 m NAP. Deze kosten worden gemaakt bovenop het reguliere onderhoud van RWS om de bodem op -4 m NAP te brengen. In de analyse wordt er vanuit gegaan dat deze extra kosten bespaard kunnen worden. Compensatie Kierbesluit De uitvoering van het Kierbesluit heeft geleid tot een aantal toezeggingen van het rijk om compenserende maatregelen uit te voeren. Deze moeten de te verwachten verziltingproblemen voor drinkwaterwinning compenseren. Een van de voorziene maatregelen is het verplaatsen van inlaatpunten. Voor het waterleidingbedrijf Evides is deze verplaatsing onontkoombaar vanwege de lage zouttolerantie voor drinkwaterwinning (150 mg/l). Voor Landbouw zijn de toleranties hoger en gewas afhankelijk. Omdat bij concentraties hoger dan 300 mg/l doorgaans geen water wordt ingenomen, wordt dit als maximumgrens gezien. Bij deze concentraties is er geen aantoonbare schade aan gewassen zoals aardappelen. Zoutgevoelige teelt komt weinig of niet voor in het gebied. Omdat een vermindering van landbouwopbrengsten zowel afhangen van het inlaatregime, de gewaskeuze, bewateringmethode en het zoutge halte van het Haringvliet, is hiervan uiteindelijk geen inschatting gemaakt van optredende economische schade als gevolg van het Kierbesluit. Een schatting is dat grofweg de helft van de compensatiegelden bespaard kan worden. Als kostenbesparing wordt hierom 20 miljoen euro opgevoerd en geen jaarlijkse compensatie voor gewasopbrengst. Baten Subecosysteem voor Kust Haringvliet Waarde [Euro/ha/jaar] De Coastal baten Waters van Balance Island komen voor een groot gedeelte uit een stijging van de waarde van Intertidal het ecosysteem, mud and sand en baten als gevolg van een reductie in vaargeulonderhoud Ook de voorziene Beach kosten voor compenserende maatregelen als gevolg van het Kierbesluit hoeven Intertidal wetland mogelijk slechts gedeeltelijk te worden uitgevoerd indien de zoutreductie minder wordt. Een Dune aantal verwachte baten kon niet worden doorgerekend vanwege te grote onzekerheden. Economische waarde ecosystemen Waarde ecosysteem Deze subecosystemen geven directe en indirect bijdragen aan het menselijk welzijn, de De zogenaamde stijging van ecosysteemdiensten. de waarde van het ecosysteem Deze ecosysteemdiensten is gebaseerd op kunnen het rapport opgedeeld A pilot worden study in in; the provisiediensten consequenses (de of middelen an open Haringvliet-Scenario die we krijgen van de for natuur, changes o.a. in vis), ecosystem regulerende services diensten and their (o.a. monetary kustbescherming, value van erosiepreventie) de Universiteit Wageningen. culturele diensten In de onderstaande (o.a. recreatie, tabel studie, zijn de kunst). Door de aanleg van Balance Island treedt een verschuiving op in de ecosystemen. Hierbij Bron rikz, mer etc. ontstaat 92 hectare ondiepe kustzone en 16 hectare stuivend duingebied. De verschuiving in ecosysteemdiensten resulteert in een baat van euro per jaar. Reductie vaargeulonderhoud Aanleg van een strand 24 25

14 Economische haalbaarheid Economische haalbaarheid Kustonderhoud Jaarlijks wordt 12 miljoen m3 zand gesuppleerd langs de Nederlandse kust om deze op zijn plek te houden. In de monding van het Haringvliet is veel zand aanwezig en het onderhouden van de kustlijn (positie) vereist weinig zand. Sinds 2001 is er bij Voorne 1,3 miljoen m3 zand gesuppleerd en bij het eiland Goeree 1,9 miljoen m3 zand. Bij Voorne en langs de noordelijke kust van Goeree wordt daarnaast gesuppleerd om de veiligheid te blijven waarborgen. Zowel de kust van Voorne als bij bij het Flaauwe Werk langs de noordelijke kust van Goeree bevinden zich zwakke schakels in de zeewering. Bij Voorne is in de afgelopen 40 jaar meer dan 10 miljoen m3 zand gesuppleerd op het strand of als versterking van de duinen. De laatste versterking was in (lid 18) Bij het Flaauwe Werk, is ongeveer 5 miljoen m3 gesuppleerd. Een vermindering van de golfbelasting als gevolg van Balance Island zal waarschijnlijk leiden tot een hoger veiligheidsniveau en omdat de zandhonger van het systeem kleiner wordt, mogelijk ook minder suppleties. Omdat het systeem gedeeltelijk aan het verzanden is, is echter niet duidelijk hoeveel Balance Island hierin kan besparen. Daar komt bij dat de effecten op de kust niet overal gelijk zijn. Voorne heeft een beschutte positie bij Noordwestelijke winden, en zal bij een Zuidwestelijke wind beschut worden door Balance Island. Het effect op het Flaauwe Werk is een beschutting bij Noordwestelijke winden, maar heeft wel te maken met een directe invloed van Balance Island op zowel de stroming, getij als golfslag. De oostelijke kop van Balance Island ligt in principe niet vast en het aangroeien en verplaatsen van platen kan effect hebben op de kustlijn. Mede hierom is er ingeschat dat er jaarlijks onderhoud nodig is om een zekere fijn afstelling te krijgen van de lokale morfologie en is hiervoor een jaarlijkse kostenpost gerekend van euro en wordt een besparing van kustonderhoud vooralsnog niet meegerekend als baat. De MKBA laat zien dat Balance Island positief scoort. De waarde van het ecosysteem neemt toe, de baggerkosten gaan omlaag en er zijn minder mitigerende maatregelen nodig 26 27

15 Economische haalbaarheid Vervolgstappen Uitvoerbaarheid De aanleg van Balance Island wordt uitgevoerd met bestaande technieken die worden toegepast voor het kustlijnonderhoud, aanleg van havens en eilanden en die is toegepast bij het opspuiten van de Zandmotor. Zand wordt met baggerschepen aangevoerd vanaf de bodem van de Noordzee. Bij een waterdiepte van 5 meter of meer kan een lading gebaggerd zand in één keer worden gesuppleerd door klappen. Hierbij gaat de bodem van het laadruim van het baggerschip open. Deze methode is snel en goedkoop. Balance Island zal echter vooral bestaan uit suppleties in ondieper water. Daartoe wordt gebruik gemaakt van persleidingen en technieken als rainbowen waarbij zand wordt opgespoten. Is een gebied eenmaal hoog genoeg om droog te vallen, dan worden doorgaans ook bulldozers en graafmachines ingezet. Deze manier van werken is arbeidsintensiever en daardoor duurder. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden kan er hinder zijn voor scheepvaart. De grote scheepvaartroutes lopen vanaf zee richting Rotterdam en ondervinden weinig hinder. Lokale vissersschepen en recreatievaart ondervinden meer hinder. Het opspuiten van Balance Island duurt enkele weken en vereist goed weer. Het moet daarom buiten het stormseizoen worden uitgevoerd. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen pluimen van fijn slib ontstaan. MER studies ten bate van Maasvlakte 1 en 2 hebben aangetoond dat deze tijdelijk van aard zijn en doorgaans binnen een getij-cyclus verdwijnen.~ Onderbouwing Het projectteam heeft meerdere interviews gehouden met onder andere Rijkswaterstaat, Recreatieschap Zuid Holland, waterleidingbedrijf Evides, Waterschap, TU Delft en lokale vissers. Hieruit blijkt dat er veel verschillende opvattingen zijn over hoe het natuurlijk systeem reageert op Balance Island en over welke doelen het eiland zou moeten dienen. Het functioneren van Balance Island als zoutbuffer dient eerst nader onderzocht te worden. Bijvoorbeeld via hydraulisch modellen kan onderzoek worden aangetoond welke zoutreducties kunnen worden gehaald en onder welke omstandigheden. Daarnaast kan op deze manier de vorm van het eiland worden geoptimaliseerd en de morfologische verandering beter worden ingeschat. Potentieel Naast de fysische onderbouwing is het van belang het concept van Balance Island toe te passen op andere locaties. Binnen de Zeeuwse Voordelta zijn meerdere potentiele locaties waar het concept van Balance Island benut kan worden. Nieuwe eilanden bieden mogelijkheden voor kustveiligheid, toerisme, aquacultuur en tegen verzilting. Ook internationaal zijn mogelijkheden. In de delta van Shanghai spelen problemen die veel lijken op die in Nederland. De Yangtze rivier is een belangrijke zoetwaterbron voor Shanghai. Bij lage rivier debiet komt het voor voor dat zeewater ver de rivier optrekt en de zoetwater-inlaatpunten voor de stad en landbouw bedreigt. Het zoute water trekt diep in de Noordelijke monding van de Yangtze en stroomt als brak water weer terug door de Zuidelijke monding. Drie van de vier grootste zoetwater inlaatpunten liggen hier waardoor zoetwaterschaarste ontstaat. De kleine zandbanken voor de Noordelijke monding kunnen vergroot worden tot een Balance Island. Hierdoor zal de Noordelijke monding langer zoet water vasthouden. De zee zal hier dan minder diep in de Yangtze optrekken. Deze Shanghai variant van Balance Island is interessant voor meer onderzoek. Potentiele locaties bevinden zich in delta s als de Mekong, Hudson-Bay en Amazone ~ Balance Island Kosten/baten volgens MKBA methodiek (mln. ) Investeringskosten -26,7 B&O-kosten -10,9 Verminderde B&O-kosten (besparing baggerkosten) 10,9 Vermeden investeringen (reductie mitigatie) 19,0 Totaal Contante Waarde Kosten -7,7 Economische waarde toename volgens MKBA methodiek (mln. ) Totaal Contante Waarde Economie door toename ecosysteem 15,3 Totaal MKBA-saldo 7,6 Baten-kosten verhouding 2,0 Uitkomsten Maatschappelijke Kosten - Baten Analyse Uitvoerbaarheid De aanleg van Balance Island wordt uitgevoerd met bestaande technieken die worden toegepast voor het kustlijnonderhoud, aanleg van havens en eilanden en die is toegepast bij 28 29

16 Projectgroep Literatuur en bronvermelding Sander van Rooij Edwin Verduin Marco van Kersten Hanneke Hoogendoorn Bart van Bueren Emil Kuijs pagina 1 van 1 Dankwoord Deze rapportage is het resultaat van een team van Young Professionals van Grontmij, Imares en Waterarchitect. Dit team had dit echter niet kunnen doen zonder de hulp en steun van vele geïnteresseerde en vakbekwame mensen die ons vaak geheel belangeloos van informatie, contactpersonen, feedback en extra motivatie voorzagen. Wij willen iedereen die zich heeft ingezet om het concept Balance Island te promoten en verder te ontwikkelen van harte bedanken. 1 Baptist, M.J., Mesel, I. de, Stuyt, L.C.P.M., Henkens, Molenaar, H. de, Wijsman, J., Dankers, N., Kimmel, V., (2007). Herstel van estuariene dynamiek in de Zuidwestelijke Delta. Texel, IMARES rapport C119/07. 2 Savenije, Hubert H.G Salinity and Tides in alluvial Estuaries. Elsevier Sciense. 3 Van zoet naar zout in 5 dagen? Analyse zoutmetingen inlaatproef Haringvliet in maart 1997, RIZA rapport Van Vessem MER Beheer Haringvlietsluizen, over de grens van zout en zoet. Deelrapport Morfologie en kwaliteit, Morfologie Monding Haringvliet. Rapport RIKZ MER Beheer Haringvlietsluizen, Over de grens van zout en zoet. Deelrapport Water- en zoutbeweging. RWS 98/ Kustvisie 2050 Nader Kustmorfologisch onderzoek Duinvoetverdediging, Schulpengatse dam, voedingsbanken en strandhaken. Provincies Noord en Zuid Holland. April Bruun, P. en Gerritsen, F., 1960, Stability of coastal inlets. North-Holland Pub. Co. 123 pag. 8 Haring, 1967, HARING, J., 1967, De verhouding van getijvolume en doorstroomprofiel in de zeegaten Haringvliet, Brouwershavense Gat, Oosterschelde en in de mond van de Rotterdamse Waterweg uit alle beschikbare waarnemingen. Nota K 271, Rijkswaterstaat. 9 Coastal engineering. Volume 57, feb Uitgewerkt en toegepast in het programma Mepbay. 10 Steenbergen, J., Het effect van sterk wisselende zoutgehalten op het benthos in de Westerschelde en de Haringvlietmonding. RIVO rapport C075/04 11 Wijnhoven, S., Hummel, H., 2008, Historische ontwikkeling macrofauna levensgemeenschappen Rijn-Maas-monding, Biesbosch, Hollandsch Diep, Haringvliet en Haringvliet voordelta vanaf 1960 met het oog op de toekomst, 121p., KNAW-NIOO RIKZ, 2007, Natuurcompensatie Maasvlakte Twee in de Voordelta. De inzet van kennis over de ecologie en morfologie van de Voordelta om het maatregelenpakket ter compensatie van de natuureffecten van de Tweede Maasvlakte te verantwoorden. Met kaartenatlas. Rapport RIKZ Effectenindicator,Ministerie van EL&I Beschikbaar op nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=9&id=n2k113&top ic=effectenmatrix (1 februari 2012) 14 Planologische Kern Beslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam, 2006, Ministerie van infrastructuur en Milieu. 15 Damsma, 2009, 16 Van Nieuwenhove, foto van website. 17 Universiteit Wageningen, 20.., A pilot study in the consequenses of an open Haringvliet-Scenario for changes in ecosystem services and their monetary value. 18 Kustlijnkaartenboek.Rijkswaterstaat, jaarlijkse uitgave op ten.nl 19 Shanghai informatiebronnen cn/90001/90776/90882/ html c360/content.html Vogelfoto s: Alle vogelfoto s zijn ter beschikking gesteld door dhr. Steve Geelhoed, waarvoor onze dank. Luchtfoto s Nederlandse kust: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat. Wij hebben getracht alle rechthebbenden van het beeldmateriaal te achterhalen, mocht er desondanks iets afgebeeld zijn waar je rechten op meent te hebben, neemt u dan contact met ons op

17 32

18

Ministerie van Verkeer en Waterstaat DGTL/PMR. Plan-MER Beheerplan Voordelta. Witteveen+Bos. van Twickelostraat 2. postbus 233.

Ministerie van Verkeer en Waterstaat DGTL/PMR. Plan-MER Beheerplan Voordelta. Witteveen+Bos. van Twickelostraat 2. postbus 233. Ministerie van Verkeer en Waterstaat DGTL/PMR Plan-MER Beheerplan Voordelta van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon 0570 69 79 11 telefax 0570 69 73 44 INHOUDSOPGAVE blz. 0. SAMENVATTING

Nadere informatie

Hoogtij voor Laag Nederland werken met de natuur

Hoogtij voor Laag Nederland werken met de natuur Hoogtij voor Laag Nederland werken met de natuur voor een veilige en mooie delta Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Urgentie: delta s on the move 4 2 Het perspectief voor de Nederlandse delta: veilig en flexibel

Nadere informatie

Aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling. Koegraszeedijk Den Helder. J. Schaminée 13.49941. December 2013 1.0.

Aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling. Koegraszeedijk Den Helder. J. Schaminée 13.49941. December 2013 1.0. Aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling Auteur J. Schaminée Registratienummer 13.49941 Versie 1.0 Status Definitief Afdeling Hoogwaterbeschermingsprogramma Inhoudsopgave 1 Inleiding 3

Nadere informatie

Water als bron van duurzame energie. Inspiratieatlas van mogelijkheden

Water als bron van duurzame energie. Inspiratieatlas van mogelijkheden Water als bron van duurzame energie Inspiratieatlas van mogelijkheden Deltares augustus 2008 2 Water als bron van duurzame energie Inhoud Inhoud 3 Voorwoord 5 Opgewekt uit water 7 1. Beschrijving van technieken

Nadere informatie

Kribverlaging Waal en Pilot Langsdammen Waal

Kribverlaging Waal en Pilot Langsdammen Waal Kribverlaging Waal en Pilot Langsdammen Waal Kribverlaging Waal, Fase 3. Trajecten Waal Fort St. Andries (Waal 3) en Beneden-Waal (Waal 4). Langsdammen Waal, rivierkilometer 911 tot 922. MER beoordeling

Nadere informatie

Visie Natuurmonumenten op natuur en landschap in 2040

Visie Natuurmonumenten op natuur en landschap in 2040 Natuurmonumenten Natuurmonumenten is een vereniging van ruim 880.000 leden, met een gezamenlijk doel: zorgen voor natuur in Nederland. Daarom verwerven en beheren we natuurgebieden het zijn er inmiddels

Nadere informatie

Hoe bruikbaar is de Zandmotor? Eerste tussentijdse verkenning naar de haalbaarheid en bruikbaarheid van de pilot Zandmotor 2011-2013

Hoe bruikbaar is de Zandmotor? Eerste tussentijdse verkenning naar de haalbaarheid en bruikbaarheid van de pilot Zandmotor 2011-2013 Hoe bruikbaar is de Zandmotor? Eerste tussentijdse verkenning naar de haalbaarheid en bruikbaarheid van de pilot Zandmotor 2011-2013 Inhoud 1 Samenvatting 4 2 Inleiding 7 3 Doelbereik van de pilot Zandmotor

Nadere informatie

De Kracht van de Kreek

De Kracht van de Kreek De Kracht van de Kreek Definitieve inzending voor de Delta Water Award De Kracht van de Kreek Getij in het hart van Zeeland Voôrwoôrd Voor u leid de uutwerking van De Kracht van de Kreek. T is den inzending

Nadere informatie

WENNEN AAN DE WESTERSCHELDE ADVIES COMMISSIE NATUURHERSTEL WESTERSCHELDE: ALTERNATIEVEN VOOR ONTPOLDERING HERTOGIN HEDWIGEPOLDER

WENNEN AAN DE WESTERSCHELDE ADVIES COMMISSIE NATUURHERSTEL WESTERSCHELDE: ALTERNATIEVEN VOOR ONTPOLDERING HERTOGIN HEDWIGEPOLDER ADVIES COMMISSIE NATUURHERSTEL WESTERSCHELDE: ALTERNATIEVEN VOOR ONTPOLDERING HERTOGIN HEDWIGEPOLDER 2 Advies Commissie Natuurherstel Westerschelde Schelde Het land draagt de rivier die schepen varen laat

Nadere informatie

Veerkracht waar mogelijk. Ontwerpend onderzoek voor Klimaatbestendig Nederland

Veerkracht waar mogelijk. Ontwerpend onderzoek voor Klimaatbestendig Nederland Veerkracht waar mogelijk Ontwerpend onderzoek voor Klimaatbestendig Nederland Het klimaatbestendig maken van Nederland is een van de grootste ruimtelijke opgaven van de 21e eeuw, een opgave die in toenemende

Nadere informatie

Plan/project-MER Afsluitdijk

Plan/project-MER Afsluitdijk Plan/project-MER Afsluitdijk Samenvatting Mei 2015 Plan/project-MER Afsluitdijk Samenvatting Mei 2015 Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu Inhoud 1 Planuitwerking Afsluitdijk: aanleiding

Nadere informatie

Atelier Fryslân. werkplaats voor ruimtelijke kwaliteit. Waddenland aan Zee. De Nederlandse Waddenkust ontwaakt

Atelier Fryslân. werkplaats voor ruimtelijke kwaliteit. Waddenland aan Zee. De Nederlandse Waddenkust ontwaakt Atelier Fryslân werkplaats voor ruimtelijke kwaliteit Waddenland aan Zee De Nederlandse Waddenkust ontwaakt Waddenland aan Zee De Nederlandse Waddenkust ontwaakt Leeuwarden. juli. 2012 Vooraf Zonder visie

Nadere informatie

Strand, meer dan zand

Strand, meer dan zand Strand, meer dan zand prof.dr. G.M. Janssen Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Ecologie van de zandige kust en het waddengebied- vanwege de Stichting Het Vrije Universiteitsfonds-

Nadere informatie

Ontwikkeling van een intergetijdengebied in Hedwige- en Prosperpolder Samenvatting MER Nederland

Ontwikkeling van een intergetijdengebied in Hedwige- en Prosperpolder Samenvatting MER Nederland Ontwikkeling van een intergetijdengebied in Hedwige- en Prosperpolder Samenvatting MER Nederland Opdrachthouders Voorstudies uitgevoerd in het kader van : INTERREG IIIB Documentcontroleblad Document Identificatie

Nadere informatie

Natuurlijk kapitaal als nieuw beleidsconcept Balans van de Leefomgeving 2014 deel 7

Natuurlijk kapitaal als nieuw beleidsconcept Balans van de Leefomgeving 2014 deel 7 Natuurlijk kapitaal als nieuw beleidsconcept Balans van de Leefomgeving 2014 deel 7 Beleidsstudie Natuurlijk kapitaal als nieuw beleidsconcept Balans van de Leefomgeving 2014 deel 7 Joep Dirkx en Bart

Nadere informatie

Bouwen met de natuur

Bouwen met de natuur DELTARES, JANUARI 2014 9 DOSSIER Bouwen met de natuur De belangstelling voor bouwen met de natuur is wereldwijd groeiende. Op zich logisch. In de steeds dichtbevolkter kust-, delta- en riviergebieden neemt

Nadere informatie

Dwingelderveld. Aanmeldingsnotitie voor M.E.R beoordeling

Dwingelderveld. Aanmeldingsnotitie voor M.E.R beoordeling Dwingelderveld Aanmeldingsnotitie voor M.E.R beoordeling Dwingelderveld Aanmeldingsnotitie voor m.e.r.-beoordeling Definitief Opdrachtgever: Bestuurscommissie Dwingelderveld Grontmij Nederland bv Assen,

Nadere informatie

Toets (her) inrichtingsmaatregelen aan de Natuurbeschermingswet

Toets (her) inrichtingsmaatregelen aan de Natuurbeschermingswet Dwingelderveld Toets (her) inrichtingsmaatregelen aan de Natuurbeschermingswet Dwingelderveld Toets (her)inrichtingsmaatregelen aan de Natuurbeschermingswet Definitief Dienst Landelijk Gebied Grontmij

Nadere informatie

Wezenlijke kenmerken en waarden EHS Gemeenten Noordoostpolder en Urk A&W rapport 1360

Wezenlijke kenmerken en waarden EHS Gemeenten Noordoostpolder en Urk A&W rapport 1360 Wezenlijke kenmerken en waarden EHS Gemeenten Noordoostpolder en Urk A&W rapport 1360 M.S.E. Greve H. Miedema Foto Voorplaat Kuindervaart in de herfst, Greve, M.S.E., H. Miede Wezenlijke kenmerken en Altenburg

Nadere informatie

Een delta in beweging. Bouwstenen voor een klimaatbestendige ontwikkeling van Nederland

Een delta in beweging. Bouwstenen voor een klimaatbestendige ontwikkeling van Nederland Een delta in beweging Bouwstenen voor een klimaatbestendige ontwikkeling van Nederland Een delta in beweging Bouwstenen voor een klimaatbestendige ontwikkeling van Nederland Planbureau voor de Leefomgeving

Nadere informatie

MER Hoekse Lijn. deelrapport Water R.2014.005.HLRO. Van Ria van der Zaag. Datum 13 februari 2015. Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn

MER Hoekse Lijn. deelrapport Water R.2014.005.HLRO. Van Ria van der Zaag. Datum 13 februari 2015. Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn MER Hoekse Lijn deelrapport Water R.2014.005.HLRO Van Ria van der Zaag Datum 13 februari 2015 Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn Versie 1.1 Opdrachtgever Projectbureau Hoekse Lijn Inhoudsopgave

Nadere informatie

Samenvatting MER Nieuwe Sluis Terneuzen

Samenvatting MER Nieuwe Sluis Terneuzen Samenvatting MER Nieuwe Sluis Terneuzen Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie Postbus 299-4600 AG Bergen op Zoom + 31 (0)164 212 800 nieuwesluisterneuzen@vnsc.eu www.nieuwesluisterneuzen.eu Rapport Vlaams

Nadere informatie

Dit is Waterpoort! Een grenzeloze samenwerking op de overgang van water en land

Dit is Waterpoort! Een grenzeloze samenwerking op de overgang van water en land Dit is Waterpoort! Dit is Waterpoort! Een grenzeloze samenwerking op de overgang van water en land Waterpoort is het gebied gelegen rond de wateren van Volkerak-Zoommeer, Krammer, Schelde-Rijnkanaal, Mark-,

Nadere informatie

Kennisdocument diepe meren en plassen: ecologische systeemanalyse, diagnose en maatregelen. kijk op diepe plassen

Kennisdocument diepe meren en plassen: ecologische systeemanalyse, diagnose en maatregelen. kijk op diepe plassen Kennisdocument diepe meren en plassen: ecologische systeemanalyse, diagnose en maatregelen Een heldere kijk op diepe plassen 2010 38 Kennisdocument diepe meren en plassen: ecologische systeemanalyse, diagnose

Nadere informatie

Kennisdocument Europese aal of paling

Kennisdocument Europese aal of paling Rapport Kennisdocument Europese aal of paling Anguilla anguilla (Linnaeus, 1758) Kennisdocument 11 Foto s voorblad: Sportvisserij Nederland Kennisdocument Europese aal of paling, Anguilla anguilla (Linnaeus,

Nadere informatie

Bouwstenen voor WBP5. December 2014 versie 02. Droge voeten, schoon water

Bouwstenen voor WBP5. December 2014 versie 02. Droge voeten, schoon water Bouwstenen voor WBP5 December 2014 versie 02 Droge voeten, schoon water INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE 1. Onze ambitie: droge voeten, schoon water en een waterbewuste omgeving 7 1.1 We werken slim en innovatief

Nadere informatie

Open call Adaptatie aan klimaatverandering. Uitnodiging tot het indienen van pre-proposals

Open call Adaptatie aan klimaatverandering. Uitnodiging tot het indienen van pre-proposals Open call Adaptatie aan klimaatverandering Uitnodiging tot het indienen van pre-proposals Open call Adaptatie aan klimaatverandering Uitnodiging tot het indienen van pre-proposals Copyright 2009 Stichting

Nadere informatie

Startnotitie m.e.r. Tusschenwater. Definitief

Startnotitie m.e.r. Tusschenwater. Definitief Startnotitie m.e.r. Tusschenwater Definitief Grontmij Nederland bv Assen, 13 februari 2009 Verantwoording Titel : Startnotitie m.e.r. Tusschenwater Projectnummer : 262874 Datum : 13 februari 2009 Auteur(s)

Nadere informatie

MER Verbreding Julianakanaal tussen Limmel en Elsloo. Zandmaas/Maasroute. Aanvulling op de Trajectnota/MER

MER Verbreding Julianakanaal tussen Limmel en Elsloo. Zandmaas/Maasroute. Aanvulling op de Trajectnota/MER MER Verbreding Julianakanaal tussen Limmel en Elsloo Zandmaas/Maasroute Aanvulling op de Trajectnota/MER 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting MER verbreding Julianakanaal 7 Deel A Hoofdlijnen voor de Besluitvorming

Nadere informatie