Vro u welijk ondernemerschap

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vro u welijk ondernemerschap"

Transcriptie

1 Vro u welijk ondernemerschap in Nederland Een studie naar ove re e n komsten en ve rschillen tussen vro u wel i j ke en mannelijke ondernemers in de eerste jaren na de start m e v r. drs. H.W. Stigter Z o e t e r m e e r, maart 1999

2 ISBN: Prijs: ƒ 50, - Bestelnummer: A9821 EIM is een onde r z o e k s b u reau met 170 prof e s s io na l s. EIM verschaft beleid s- ge r ic hte en pra k t i j kge r ic hte info r ma t ie van socia a l - e c o no m i s c he aard voor en over alle sectoren van het bedrijfsleven en voor beleid s i ns t a nt ie s. EIM is ge v e s t igd in Zo e t e r me e r. Behalve op Ne de r l a nd ric ht EIM zich ook op de E u ropese econo m ie en op ande re cont i ne nten. Voor meer info r ma t ie over EIM en wat EIM voor u kan beteke nen, kunt u contact met ons opne me n. Adre s : Italiëlaan 33 Po s t a dre s : Postbus AA Zo e t e r me e r t e l e fo o n : t e l e fa x : We b s i t e : w w w. e i m. n l Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Economische Zake n De ve ra n t wo o rdelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of onders t e u n i n g in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wo rdt ve r m e l d. Vermenigvuldiging en/of openbaarmaking in we l ke vorm ook, alsmede opslag in een re t r i eval system, is uitsluitend toegestaan na s c h r i f t e l i j ke toestemming van EIM. EIM aanva a rdt geen aanspra kelijkheid voor drukfouten en/of andere o n vo l ko m e n h e d e n. The responsibility for the contents of this report lies with EIM. Quoting of numbers and/or texts as an explanation or support in p a p e rs, essays and books is permitted only when the source is clearly m e n t i o n e d. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of EIM. EIM does not accept responsibility for printing erro rs and/or other i m p e r f e c t i o n s.

3 I n h o u d S a m e n va t t i n g I n l e i d i n g A a n l e i d i n g D o e l s t e l l i n g H y p o t h e s e O n d e r z o e k s ve ra n t wo o rd i n g Opzet ra p p o r t Arbeidsparticipatie van vro u wen en mannen in Nederland in 1994 en I n l e i d i n g Zelfstandig ondernemerschap van vro u wen en mannen S e c t o r keuze door vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers Vro u welijk ondernemerschap; een litera t u u rove r z i c h t I n l e i d i n g Wie is die vro u we l i j ke ondernemer? B e d r i j f s vo e r i n g G roei van bedrijven van vro u we l i j ke ondernemers S a m e n va t t i n g O ve re e n komsten en ve rschillen tussen vro u we l i j ke en m a n n e l i j ke ondernemers I n l e i d i n g S e c t o r keuze en ove r l ev i n g s f ra c t i e s Ke n m e r ken ondernemer en activiteiten naast het ondernemers c h a p S t a r t m o t i eve n I n ko m e n s a f h a n ke l i j k h e i d Kwaliteiten, doelstellingen en erva r i n g e n F i n a n c i e r i n g Knelpunten in de bedrijfsvo e r i n g G roei van het bedrijf C o n c l u s i e s O ve re e n komsten en ve rschillen tussen f u l l t i m ewe r ke n d e v ro u we l i j ke en mannelijke ondernemers I n l e i d i n g Fulltime we r kende ondernemers I n ko m e n s a f h a n ke l i j k h e i d

4 5.4 D o e l s t e l l i n g e n F i n a n c i e r i n g Knelpunten in de bedrijfsvo e r i n g G roei van het bedrijf C o n c l u s i e s C o n c l u s i e s I n l e i d i n g Ve rgelijking literatuur en resultaten EIM-starters c o h o r t A l l e v ro u we l i j ke en mannelijke ondernemers Fulltime we r kende vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers L i t e ra t u u r B i j l a g e Ta b e l l e n

5 Vrouwelijk ondernemerschap in Nederland S a m e n va t t i n g Dit rapport geeft inzicht in het vro u we l i j ke ondernemerschap in Nederland in de periode Op basis van gegevens uit het E I M - s t a r t e rscohort, is geke ken waarin vro u we l i j ke ondernemers ove re e n komen en ve rschillen met hun mannelijke collega s in de eerste drie jaren na de start. Het gaat hierbij zowel om pers o o n l i j ke als bedrijfsmatige factoren. De hypothese van het onderzoek luidt: V r o u w e l i j ke ondernemers doen in de eerste jaren na de start niet onder voor m a n n e l i j ke ondernemers in de uitoefening van het zelfstandige onderne - m e r s c h a p. Deze hypothese is voor twee groepen ondernemers getoetst. Alle vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers A l l e re e rst zijn de ove re e n komsten en ve rschillen tussen a l l e v ro u wel i j ke en mannelijke ondernemers beschreven. De belangrijkste re s u l- taten staan hieronder ve r m e l d. Vro u we l i j ke ondernemers starten ove r wegend in de detailhandel en de overige dienstverlening, terwijl mannen va ker starten in de industrie en bouw, en de zake l i j ke dienstve r l e n i n g. Vro u we l i j ke ondernemers hebben zowel bij de start als drie jaar later va ker een bijbaan naast het ondernemerschap dan mannen. Het gaat hierbij voornamelijk om de zorg voor het gezin. 60% van de vro u we l i j ke ondernemers noemt de mogelijkheid om het werk met de zorg voor het gezin te combineren een belangrijk motief om ondernemer te wo rden. Voor mannen is ontev re d e n- heid over de baan in loondienst of de wens meer geld te ve rd i e- nen een belangrijk startmotief. D r i e k wart van de vro u we l i j ke ondernemers is bij de start in geringe mate afhankelijk van de inkomsten uit het ondernemers c h a p ; voor mannen ligt dit op de helft. Vro u we l i j ke ondernemers schatten zichzelf lager in dan mannen. Vro u we l i j ke ondernemers zijn zowel bij de start als drie jaar later minder ambitieus dan mannen. Vro u we l i j ke ondernemers starten met minder ka p i t a a l. Er zijn nauwelijks ve rschillen tussen vro u wen en mannen wat de inzet van eigen geld en bankkrediet in het startkapitaal betre f t. Vro u we l i j ke ondernemers erva ren minder problemen bij de bank dan mannen. 5

6 S a m e n v a t t i n g Vro u we l i j ke ondernemers erva ren minder knelpunten in de b e d r i j f s voering dan mannen. B e d r i j ven van vro u we l i j ke ondernemers maken minder vaak gro e i door dan bedrijven van mannen. Vro u we l i j ke ondernemers nemen minder personeel aan dan mann e n. Op basis van deze resultaten is de hypothese voor deze groep ondern e m e rs weerlegd; vro u wen ondernemen in het algemeen met minder resultaat dan mannen in de eerste jaren na de start. Dit heeft in b e l a n g r i j ke mate te maken met de ve rschillen in benadering van het o n d e r n e m e rschap tussen vro u wen en mannen. Vro u wen kiezen ove r wegend voor kleinschaligheid en zelfstandigheid, terwijl mannen va ker willen groeien en succesvol willen zijn. Fulltime we r kende vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers Ve r volgens zijn de ove re e n komsten en ve rschillen tussen f u l l t i m e we r kende vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers beschreven. De belangrijkste resultaten staan hieronder ve r m e l d : Bij de start van het bedrijf we r ken vro u we l i j ke ondernemers duidelijk minder uren dan mannen; 29% van de vro u wen en 50 % van de mannen werkte in 1994 fulltime. Fulltime we r kende vro u wen we r ken meer dan gemiddeld in de detailhandel, de industrie en bouw, en de horeca. Dit geldt ook voor mannelijke fulltimers. Z o rg voor het gezin is voor veel vro u we l i j ke fulltimers een belangrijk motief om een eigen bedrijf te starten; mannen starten eerd e r uit ontev redenheid over hun baan in loondienst. Er bestaat een sterk verband tussen het aantal uren dat de ondernemer werkzaam is in het bedrijf en de mate waarin zij/hij afhankelijk is van de inkomsten uit het ondernemers c h a p. Vro u we l i j ke fulltimers zijn even ambitieus als mannelijke fullt i m e rs. Fu l l t i m e rs zijn ambitieuzer dan parttimers. Vro u we l i j ke fulltimers starten gemiddeld met een iets kleiner startkapitaal dan mannelijke fulltimers; het startkapitaal van fulltimers ligt wel hoger dan dat van parttimers. Vro u we l i j ke fulltimers starten met meer bankkrediet dan mannel i j ke fulltimers. Vro u we l i j ke fulltimers erva ren zowel bij de start als drie jaar later minder knelpunten in de bedrijfsvoering dan mannelijke fullt i m e rs. Het aandeel groeiende bedrijven onder vro u we l i j ke en mannelijke f u l l t i m e rs is even gro o t. 6

7 S a m e n v a t t i n g Op basis van deze resultaten is de hypothese voor deze groep ondern e m e rs niet weerlegd. Vro u we l i j ke fulltimers doen het in de eers t e j a ren na de start net zo goed als mannelijke fulltimers. Vro u we l i j ke f u l l t i m e rs zijn dan ook vanaf het begin net zo ambitieus als hun m a n n e l i j ke collega s, en wo rden zelfs minder gehinderd in hun streven naar succes. De resultaten van beide groepen ondernemers tonen aan dat de ve r- scheidenheid onder de groep vro u we l i j ke ondernemers groot is. De f u l l t i m e rs ondernemen duidelijk beter dan de parttimers. Bij mannen zijn deze ve rschillen veel minder groot. We moeten derhalve oppassen vro u we l i j ke ondernemers zonder meer over één kam te schere n ; het aantal uren dat vro u wen werkzaam zijn in het bedrijf is een duidelijk onderscheidende factor. 7

8

9 Vrouwelijk ondernemerschap in Nederland I n l e i d i n g 1. 1 A a n l e i d i n g Het aantal startende ondernemingen in Nederland neemt sinds 1994 t o e. In het particuliere bedrijfsleve n 1 lag het aantal startende ondernemingen in 1996 op bijna Hoe groot het aandeel vro u wel i j ke starters hierin is, is moeilijk vast te stellen. In het kader van de Wet Gelijke Behandeling we rd namelijk tot een jaar geleden niet g e re g i s t re e rd of de startende ondernemer man of vrouw wa s 3. Als g evolg hiervan zijn weinig cijfers voorhanden over startende en g evestigde vro u we l i j ke ondernemers in Nederland. Het EIM-starterscohort uit 1994 vormt hierop een positieve uitzondering. Indertijd is van starters, die bereid wa ren deel te nemen aan een uitvoerige enquête, onder meer het geslacht gere g i s t re e rd. Het starterscohort biedt een beeld van de vo o r b e reiding en de start van het bedrijf van de ondernemer. Ve r volgens zijn elk jaar peilingen gehouden onder de nog actieve en vrijwillig deelnemende ondernem e rs uit het cohort. Deze veelheid aan cijfermateriaal geeft inzicht in de ontwikkeling die bedrijven van mannen èn vro u wen meemake n in de eerste jaren na de start D o e l s t e l l i n g De meningen over het vro u we l i j ke ondernemerschap in Nederland lopen nogal uiteen. De associatie van een vro u we l i j ke ondernemer als een bijklussende huisvrouw bestaat nog steeds. Het zelfstandig o n d e r n e m e rschap zouden vro u wen erbij doen, zonder dat ze erva n h o even te leven. Ze we r ken daardoor maar een klein aantal uren in de onderneming en genere ren weinig omzet, wa a rdoor hun bijdra g e aan de economische groei slechts gering is. B ovendien leeft het idee dat bedrijven van vro u we l i j ke ondernemers a c h t e r b l i j ven in groei in ve rgelijking met bedrijven van mannen. Dit zou het gevolg kunnen zijn van bedrijfsinterne belemmeringen; v ro u we l i j ke ondernemers zouden bijvoorbeeld minder ambitieus zijn dan hun mannelijke collega s. Bedrijfsexterne factoren zouden ook een oorzaak kunnen zijn. Vro u wen zouden bijvoorbeeld ro l m o- 1 O nder het partic u l ie re bedrijfsleven wordt verstaan: indu s t r ie, bouwnijverhe id, groot- en de t a i l h a ndel, ho reca, auto- en re p a ra t ie s e c t o, r tra nsport en commu n ic a t ie, fina nciële en z a ke l i j ke die nsten en overige comme rciële die ns t e n. 2 J. Bais et al., Het belang van bedrijfstypen voor de werkg e l e g e n h e i d s o n t w i k ke l i n, gzo e t e r me e r, E i nd 1997 is deze ma a t re gel opge heven tene i nde onderzoek naar het aantal vro u w e l i j ke starters in Ne de r l a nd en hun ont w i k ke l i ng na de start mo gelijk te ma ke n. 9

10 I n l e i d i n g dellen missen, of ze zouden geconfro n t e e rd wo rden met andere problemen dan mannen. Dit rapport heeft als doel op basis van het EIM-starterscohort allerlei v e ro n d e rs t e l l i n g e nover vro u welijk ondernemerschap te toetsen aan de feiten zoals die in het EIM-starterscohort naar vo ren ko m e n H y p o t h e s e In het licht van de eerd e rgenoemde doelstelling, dient dit rapport de volgende hypothese te toetsen: V r o u w e l i j ke ondernemers doen in de eerste jaren na de start niet onder voor m a n n e l i j ke ondernemers in de uitoefening van het zelfstandige ondern e m e r s c h a p. Het rapport biedt allere e rst informatie over de ke n m e r ken van vro u- we l i j ke ondernemers in Nederland in ve rgelijking met mannelijke o n d e r n e m e rs. Hierbij kan gedacht wo rden aan leeftijd, opleiding, b ra n c h e ke u z e, groei e. d. Daarnaast maakt het rapport inzichtelijk in hoeve r re vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs anders ondernemen en pre s t e ren dan hun mannelijke c o l l e g a s. Hierbij wo rdt ingegaan op startmotieven, doelstellingen, e r va ren knelpunten en groei. Tegen de achterg rond van de beteke n i s van (snel)groeiende bedrijven voor de creatie van we r kg e l e g e n h e i d, is het namelijk van belang te weten in hoeve r re ondernemingen die door vro u wen wo rden geleid, bijdragen aan economische gro e i. Speciale aandacht gaat uit naar f u l l t i m e we r kende ondernemers. Zij d ragen in belangrijke mate bij aan de economische groei en vo r m e n h i e rdoor een interessante groep ondernemers. De geformuleerd e hypothese zal derhalve afzonderlijk getoetst wo rden voor a l l e o n d e r- n e m e rs en voor de f u l l t i m ewe r kende ondernemers O n d e r z o e k s ve ra n t wo o rd i n g Gebruikte data In het onderzoek is gebruikgemaakt van de resultaten uit het EIMs t a r t e rscohort Het gaat hierbij om ondernemers die in het eerste kwartaal van 1994 gestart zijn met hun bedrijf. In de vo l g e n d e j a ren is deze groep ondernemers eens per jaar benaderd, en zijn de 1 0

11 I n l e i d i n g o n t w i k kelingen in het achterliggende jaar in kaart gebracht. Dit ra p- port schetst een beeld van vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers g e d u rende de eerste drie jaar van hun bestaan, namelijk de periode Aangezien de ondernemers gespreid over het eerste kwartaal va n 1994 zijn gestart, zijn geen gegevens beschikbaar van de omzet ove r de eerste 12 maanden. Om die reden is 1995 als uitgangsjaar genomen bij de bepaling van de ontwikkeling in omzetgroei. Te n e i n d e een ve rgelijking van cijfers mogelijk te maken, is ook de ontwikkeling in personeel, personeel en omzet, en winst gemeten over de periode Inmiddels wo rdt binnen EIM een nieuwe groep startende ondernem e rs gevolgd, die in het eerste kwartaal van 1998 met hun bedrijf zijn begonnen. Op enkele plaatsen in dit rapport wo rdt gere f e re e rd naar resultaten van het nieuwe starterspanel. Het is hierbij va n belang op te merken dat het starterscohort bestond uit bijna starters, terwijl de nieuwe groep starters uit , va nwege een a n d e re opzet, bestaat uit 550 starters. S e c t o rale ve rd e l i n g In het onderhavige rapport wo rdt geregeld ingezoomd op re s u l t a t e n per sector. Deze ve rdieping maakt het mogelijk ve rschillen binnen de g roep vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers aan te geven. Hiera a n zit echter een beperking. Met name in de sectoren industrie en bouw, en de groothandel zijn relatief weinig vro u we l i j ke ondernemers actief, zowel bij de start in 1994 als in Als gevolg hiervan zijn n a d e re analyses op deze groep vro u we l i j ke ondernemers statistisch niet ve ra n t wo o rd. Om die reden wo rdt in het rapport in sommige g evallen geen aandacht besteed aan deze vro u we l i j ke ondernemers. Bij mannelijke ondernemers doet dit probleem zich niet vo o r Opzet ra p p o r t Het rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 gaat in op het getalsmatige belang van het vro u we l i j ke ondernemerschap door te k i j ken naar het percentage vro u wen die actief zijn op de arbeidsmarkt. Zijn er ve r h o u d i n g s g ewijs meer of minder vro u wen zelfstandig ondernemer in ve rgelijking met mannen? In hoofdstuk 3 staat kort een aantal onderzoeken beschreven die ingaan op de ve rschillen tussen vro u we l i j ke en mannelijke ondernem e rs. Het betreft hier zowel nationale als internationale litera t u u r. 1 1

12 I n l e i d i n g De ove re e n komsten en ve rschillen tussen a l l e v ro u we l i j ke en mann e l i j ke ondernemers staan centraal in hoofdstuk 4. Hierbij komt een aantal fasen in het bestaan van de onderneming aan de ord e. Aandacht wo rdt bijvoorbeeld besteed aan aspecten van de start va n de onderneming, zoals sectorke u z e, activiteiten vo o rafgaande aan de start en startmotieven. Ook aspecten die zowel bij de start als in latere jaren van toepassing zijn, passeren de rev u e. Hierbij gaat het om doelstellingen, financiering en erva ren knelpunten. Het hoofdstuk gaat ten slotte in op de groei die bedrijven van vro u we l i j ke en mann e l i j ke ondernemers hebben doorgemaakt, onderscheiden naar omzet, personeel en winst. Bovendien komt hierin aan de orde we l ke f a c t o ren groei kunnen bepalen, en we l ke rol het geslacht van de ondernemer daarbij speelt. Waar mogelijk, wo rden in het hoofdstuk verbanden gelegd tussen deze factoren, en wo rden oorzaken va n ve rschillen tussen vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers aangeg eve n. In hoofdstuk 5 gaat de aandacht uit naar een deelgroep van alle o n d e r n e m e rs, namelijk die ondernemers die bij de start van het bedrijf in 1994 f u l l t i m ewerkzaam wa ren in de onderneming. Onder fulltime ondernemerschap wo rdt in dit kader ve rstaan ondernemers die 40 uur of meer per week werkzaam zijn in hun bedrijf. Het hoofdstuk gaat zowel in op de ve rschillen en ove re e n komsten tussen fulltime we r kende vro u we l i j ke en mannelijke ondernemers, als op die tussen fulltime en parttime we r kende vro u we l i j ke ondernemers. De conclusies die voortvloeien uit bovengenoemde beschrijvingen, staan beschreven in hoofdstuk 6. Daarin wo rdt tevens de hy p o t h e s e, zoals geformuleerd in para g raaf 1.3, beantwo o rd. Aan het einde van dit rapport is een litera t u u roverzicht opgenomen, alsmede een bijlage met een groot aantal tabellen. Deze dienen ter o n d e rsteuning van de tekst, maar zijn niet opgenomen in het ra p p o r t om ve r warring door de vele cijfers te vo o r komen. In de tekst wo rd t wel ve r wezen naar de re l evante tabellen in de bijlage. 1 2

13 Vrouwelijk ondernemerschap in Nederland Arbeidsparticipatie van v ro u wen en mannen in Nederland in 1994 en I n l e i d i n g Dit hoofdstuk plaatst het vro u we l i j ke ondernemerschap in Nederland in perspectief door te kijken naar het percentage vro u wen die actief zijn op de arbeidsmarkt. Hierbij wo rdt ingegaan op de vraag of vro u- wen, in ve rgelijking met mannen, va ker voor het zelfstandige ondern e m e rschap kiezen. Bovendien komt aan de orde in we l ke sectore n v ro u we l i j ke en mannelijke ondernemers actief zijn Zelfstandig ondernemerschap va n v ro u wen en mannen Het EIM-starterscohort is een re p re s e n t a t i eve steekproef van o n d e r n e m e rs die in het eerste kwartaal van 1994 hun bedrijf hebben laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Om aan te sluiten bij deze beschikbare cijfers, kijken we voor cijfers omtrent arbeidsparticipatie ook naar De statistieken van het CBS 1 m a ken onderscheid in we r k n e m e rs, m e ewe r kende gezinsleden en zelfstandigen. In tabel 1 staan de absolute aantallen van elk van deze categorieën we e rg e g even, uitgesplitst naar vro u wen en mannen. tabel 1 w e r k z a me vrouwen en ma n nen, uitgesplitst naar werkzame positie in 1994 en 1997 (x 1.000) v ro u w e n ma n ne n t o t a a l w e r k z a me positie w e r k ne me r s me e w e r ke nde ge z i ns l e de n z e l f s t a nd ige n t o t a a l B ron: CBS. 1 CBS, A r b e i d s r e keningen , Vo o r b u rg / Heerlen,

14 Arbeidsparticipatie van vrouwen en mannen in Nederland in 1994 en 1997 Tabel 1 laat zien dat Nederland in 1994 bijna 6,6 miljoen we r k z a m e p e rsonen (deel- en voltijd) telde, van wie 40% vrouw wa s. Ook in 1997 ligt het percentage vro u wen op de arbeidsmarkt op hetzelfde n i veau. Eenzelfde verhouding geldt voor de we r kende vro u wen in loondienst in 1994 en in Het totale aantal vro u we l i j ke ondern e m e rs blijft in 1994 steken op 29% van het totale aantal zelfstandigen. In 1997 is deze situatie ongewijzigd. Het aandeel vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs in Nederland neemt derhalve in de periode niet toe. In 1994 stond 11% van het totale aantal werkzame personen te boek als zelfstandige ondernemer. Van alle werkzame vro u wen (ruim 2,6 miljoen) was 8% zelfstandig ondernemer. Bij mannen lag dit percentage op 13. In ve rgelijking met 1994, is het totale aantal zelfstandigen in 1997 toegenomen, zowel bij vro u wen als bij mannen. De a a n d e l e n v ro u we l i j ke en mannelijke ondernemers zijn echter hetzelfde als in C o n c l u s i e: In 1994 wa ren gemiddeld 3 van de 10 zelfstandige ondern e m e rs vro u w, en kozen mannen va ker voor het zelfstandige ondern e m e rschap dan vro u wen. In 1997 is hierin geen ve randering g e ko m e n S e c t o r keuze door vro u we l i j ke en m a n n e l i j ke ondernemers Tabel 2 geeft een overzicht in we l ke sectoren de zelfstandige ondern e m e rs in 1994 werkzaam wa re n 1. tabel 2 z e l f s t a nd ige onde r ne mers per sector in 1994 (x 1.000) v ro u w e n ma n ne n t o t a a l l a ndbouw en visserij 11 5 % % % i ndu s t r ie 8 4 % 32 6 % 40 6 % b o u w 2 1 % 38 8 % 40 6 % h a ndel en ho re c a % % % t ra nsport- en commu n ic a t ie b e dr i j v e n 3 2 % 16 3 % 19 2 % bank- en verzeke r i ng s w e z e n % % % o v e r ige die ns t v e r l e n i ng % % % t o t a a l % % % B ron: CBS. 1 In het EIM-starterscohort zijn geen onde r ne mers opge no men die werkzaam zijn in de landbouw of visserij. Bovend ien komt de inde l i ng van sectoren van het CBS niet overeen met die van het EIM-starterscohort. Het starterscohort omvat alleen bedrijven in het partic u l ie re b e dr i j f s l e v e n. 1 4

15 Arbeidsparticipatie van vrouwen en mannen in Nederland in 1994 en 1997 Wat opvalt in tabel 2, is dat bijna de helft van alle vro u we l i j ke ondern e m e rs een bedrijf heeft in de overige dienstverlening. Deze sector o m vat een groot en geva r i e e rd aantal bra n c h e s, wa a ronder ve r h u u r, z a ke l i j ke dienstverlening, computers e r v i c e b u reaus en pers o o n l i j ke d i e n s t verlening. Bovendien is hierin ook het niet-particuliere b e d r i j f s l even opgenomen, zoals onderwijs, gezondheidszorg en s o c i a a l - c u l t u rele instellingen. Vro u we l i j ke ondernemers zijn onderve r t e g e nwo o rdigd in de harde sectoren, zoals de bouw en de indus t r i e. 1 5

16

17 Vrouwelijk ondernemerschap in Nederland Vro u welijk ondernemers c h a p ; een litera t u u rove r z i c h t 3. 1 I n l e i d i n g Dit hoofdstuk geeft een kort overzicht van de belangrijkste litera t u u r over vro u welijk ondernemerschap. Het betreft beschikbare nationale en internationale onderzoeken, die ingaan op ve rschillende aspecten van het ondernemerschap. Hierbij gaat het om de ke n m e r ken van de o n d e r n e m e r, de bedrijfsvoering en de groei die het bedrijf meemaakt. In de volgende para g rafen komen deze onderwerpen aan de ord e. Het hoofdstuk sluit af met een korte samenva t t i n g Wie is die vro u we l i j ke ondernemer? Verklaringen sectorke u z e O ve re e n komstig de nationale cijfers van het CBS, komt ook in internationale studies, zoals die van de OECD uit 1991 en 1998, een beeld naar vo ren dat vro u we l i j ke ondernemers ove r wegend actief zijn in de zachte, traditionele sectoren in de economie. In de OECD-studies wo rdt gesteld dat een grote meerderheid van de vro u we l i j ke ondern e m e rs is geconcentre e rd in de detailhandel en de dienstve r l e n e n d e s e c t o ren. Hiervoor wo rdt in de studie uit 1991 een aantal ve r k l a r i n- gen gegeve n. Vro u wen zouden meer kennis en va a rdigheden hebben vo o r banen in de dienstve r l e n i n g. De vo o ropleiding van vro u wen is hierop toegespitst. Vro u wen hebben moeite met het ve r we r ven van kapitaal vo o r ka p i t a a l i n t e n s i eve sectore n. Vro u wen kiezen om allerlei pers o o n l i j ke redenen (bijvoorbeeld de ve r z o rging van het gezin) voor een bedrijf in de dienstve r l e n e n d e s e c t o r. Leeftijd en opleiding Uit een onderzoek van Stichting NIVO in 1992 onder ruim 300 vro u- we l i j ke ondernemers in We s t - Friesland, kwam naar vo ren dat vro u- we l i j ke ondernemers veelal op latere leeftijd hun bedrijf starten. Als m o g e l i j ke verklaring vo e rde men aan dat veel vro u wen belast wa re n met de zorg voor kinderen en daarom pas later starten met een eigen bedrijf. Het onderzoek van STOGO (1991) naar startende vro u we l i j- ke ondernemers in Nederland treft geen onderscheid aan in de leeftijd van startende vro u wen en mannen. Onderzoek van de OECD 1 7

18 Vrouwelijk ondernemerschap; een literatuuroverzicht (1998) wijst daarentegen uit dat vro u we l i j ke starters over het algemeen iets jonger zijn dan de gemiddelde ondernemer. L i t e ratuur omtrent vro u welijk ondernemerschap laat zien dat het o p l e i d i n g s n i veau van vro u we l i j ke ondernemers gemiddeld lager ligt dan dat van hun mannelijke collega s, hoewel Europees onderzoek van het ENSR (1996) dit tegenspreekt. Bovendien wo rdt gesteld dat v ro u wen veel va ker dan mannen een sociale in plaats van een technische opleiding hebben gevolgd. Dit verklaart mede het gegeven dat vro u we l i j ke ondernemers in sterke mate actief zijn in de detailhandel en de dienstve r l e n i n g. S t a r t m o t i eve n Uit onderzoek naar de redenen wa a rom vro u we l i j ke ondernemers een bedrijf starten, komen ve rschillende motieven naar vo ren. Het onderzoek onder 300 vro u we l i j ke ondernemers in We s t - Fr i e s l a n d (Stichting NIVO) wees uit dat voor veel vro u wen eigen baas zijn en financiële onafhankelijkheid belangrijke argumenten wa ren. Vo l g e n s Scherjon et al. (1998) willen veel vro u wen eigen baas zijn om zo b e t e re mogelijkheden te hebben voor het combineren van werk en z o rg t a ke n. Uit een Britse studie van Rosa et al. (1994) onder 300 vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs in de kledingindustrie, zake l i j ke dienstverlening, en hotel en catering, bleek dat in het Ve renigd Koninkrijk de startmotieven voor mannen en vro u wen nauwelijks ve rschillen. Voor beide s exen bleek making money het belangrijkste startmotief. De reden van de stijging van het aantal vro u we l i j ke ondernemers in E u ropa ligt volgens Allen et al. (1993) in de toename van het aantal ( h e r i n t redende) vro u wen die geen baan konden vinden en hierd o o r n o o d g e d wongen in het ondernemerschap we rden geduwd ( pushf a c t o ren ). Overigens bleek ook uit het onderzoek dat veel vro u we n om zogenaamde pull-factoren we rden aangetro k ken tot het zelfstandige ondernemerschap, zoals de uitdaging en het eigen baas willen zijn. E r varingen met het ondernemers c h a p Van vro u we l i j ke ondernemers wo rdt gezegd dat ze vo o ral in de aanloopfase specifieke kennis en ondernemers va a rdigheden missen. Het gaat hierbij met name om kennis omtrent marketing, management en financiering. Bovendien concludeert Stichting NIVO in haar onderzoek dat het merendeel van de vro u we l i j ke ondernemers geen 1 8

19 Vrouwelijk ondernemerschap; een literatuuroverzicht b ra n c h e - e r varing heeft bij de start. Omdat vro u wen vaak ook onvo l- doende weet hebben waar de benodigde informatie te vinden is, m a ken ze, volgens het onderzoek, minder vaak dan hun mannelijke c o l l e g a s gebruik van informatie- en adviesdiensten. Scherjon et al. (1998) merken hierbij nog op dat vro u we l i j ke ondernemers zich soms slecht herkennen in het productieaanbod van deze diensten. Het idee dat vro u we l i j ke ondernemers bij de start minder affiniteit zouden hebben met de sector waarin ze werkzaam zijn, wo rdt tegeng e s p ro ken door Karin van Rooijen, voorzitter van de Stichting Vro u we l i j ke Entre p re n e u rs. Volgens haar zijn veel leden door hun v ro e g e re bezigheden het ondernemerschap ingero l d. E u ropees onderzoek naar de stand van zaken in het Europese MKB in 1996 oordeelt dat vro u we l i j ke ondernemers geen ervaring hebben met banken. Dat zou een belangrijke reden zijn wa a rom vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs problemen hebben met het verkrijgen van kre d i e t e n 1. Een tekort aan kennis bij vro u we l i j ke ondernemers op bepaalde terreinen wo rdt mede ve r k l a a rd uit hun (voor)opleiding. Daarin speelt mee dat vro u wen vo o rafgaande aan het zelfstandige ondernemerschap de ve r z o rging voor het gezin op zich hadden genomen. Zij hebben hierdoor wel andere va a rdigheden ontwikkeld; ze zijn bijvoorbeeld zelfstandig ingesteld en zijn gewend ve ra n t wo o rd e l i j k h e i d op zich te nemen (ENSR, 1996). Ook op het terrein van pers o n e e l s- management zouden vro u wen een natuurlijke vo o rs p rong hebben op mannen. Nationale en internationale onderzoeken wijzen uit dat vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs minder vaak dan mannen samenwe r ken met andere b e d r i j ven (Van Uxem et al., 1996; Scherjon et al., 1998; ENSR, 1996). Mede hierdoor ontbreekt het vro u we l i j ke ondernemers vaak aan een goed georg a n i s e e rd en breed netwerk (NIVO, 1995). D o e l s t e l l i n g e n Als het gaat om doelen, dan zijn volgens de literatuur vro u wen ve e l minder dan mannen uit op financieel gewin. Het nadrukke l i j ke streven naar omzetve rg roting en winst lijkt meer iets te zijn voor mann e l i j ke ondernemers; temeer daar zij, va ker dan vro u wen, voor het l evensonderhoud volledig afhankelijk zijn van de inkomsten uit het o n d e r n e m e rs c h a p. 1 In para g raaf 3.3 wordt uitge b re id ingegaan op het verkrijgen van fina nc ie r i ng door vro u w e- l i j ke en ma n ne l i j ke onde r ne me r s. 1 9

20 Vrouwelijk ondernemerschap; een literatuuroverzicht Het Europese onderzoek van het ENSR stelt dat vro u wen daare n - tegen more socially-oriented goals (ENSR, 1996) nastreven. Een Britse studie van Rosa et al. (1994) ve r werpt echter deze stelling; v ro u wen streven niet de facto minder naar groei en meer naar ve r- wezenlijking van intrinsieke doelen, zoals onafhankelijkheid en flex i- b i l i t e i t. In de Guide for Growth van het LEI (1995) wo rdt een ove r z i c h t g e g even van gro e i b a r r i è res voor vro u welijk ondernemers c h a p. Volgens de auteurs is het niet een kwestie van niet w i l l e n g ro e i e n, maar meer dat vro u we l i j ke ondernemers niet d u r v e n te groeien; het o n t b reekt hen aan het nodige ve r t ro u we n B e d r i j f s vo e r i n g N eve n a c t i v i t e i t e n Onderzoek wijst uit dat mannelijke ondernemers vo o rafgaande en mogelijk nog naast het ondernemerschap veelal werk(t)en in loondienst, terwijl vro u we l i j ke ondernemers meestal de zorg hadden/hebben voor huishoudelijke activiteiten, wa a ronder ve e l a l de ve r z o rging van kinderen. Volgens Scherjon et al. (1998) gaat de helft van de vro u we l i j ke ondernemers als herintreedster het zelfstandige ondernemerschap in. Het combineren van het ondernemerschap met het gezin, betekent dat ruim de helft van de vro u wen parttime werkzaam is in de onderneming (Scherjon et al., 1998). De literatuur zegt weinig over het belang van het ondernemers c h a p van vro u wen voor het voorzien in het eigen levensonderhoud. De suggestie wo rdt gewekt dat vro u wen over het algemeen niet hoeve n rond te komen van de inkomsten uit het ondernemerschap, aangezien hun partner voor het hoofdbestanddeel van het gezinsinko m e n z o rg draagt (Van Uxem et al., 1996). M e ewe r kende partner Wanneer gespro ken wo rdt over de meewe r kende partner in het o n d e r n e m e rschap, dan gaat het feitelijk altijd over de v ro u w van de zelfstandige ondernemer die haar man helpt bij de dagelijkse we r k- zaamheden in het bedrijf. Lange tijd we rden meewe r kende vro u- wen beschouwd als een va n z e l f s p re kende assistente van de echtgenoot, in plaats van als een mede-ondernemer in het bedrijf ( S c h e r j o net al., 1998). 2 0

21 Vrouwelijk ondernemerschap; een literatuuroverzicht Het idee bestaat dat vro u wen va ker hun man terzijde staan in het eigen bedrijf dan andersom. Bovendien wo rdt gesuggere e rd dat de m e ewe r kende e c h t g e n o o t vo l wa a rdiger werk verricht dan de meewe r kende echtgenote. In een Brits onderzoek onder micro b e d r i j ven (minder dan 10 we r k- n e m e rs) in de zake l i j ke dienstverlening naar het effect van het geslacht van de ondernemer op het succes van het bedrijf, kwam ook de meewe r kende partner aan de ord e. Onderstaand citaat geeft b evindingen op dit terrein we e r :. Wives who supported their husbands in business assumed subordinate, lower-level responsibilities that were by and large clerical and administrat i v e, whereas of the men who supported their wives, the tasks tended to be technical and perceived to be of equivalent status of importance. ( C hell en B a i ne s, 1998). Een ander Brits onderzoek (Ro s a et al., 1994) wees uit dat de meewe r kende echtgenoot zich voornamelijk bezighoudt met p ro v i - ding technical, marketing and planning skills. Het werk als meewe r kende partner lijkt dus door mannen en vro u wen duidelijk a n d e rs te wo rden ingev u l d. F i n a n c i e r i n g P roblemen rond de financiering van vro u welijk ondernemers c h a p wo rden breed uitgemeten in de litera t u u r. Onderzoek leidt tot de unanieme uitkomst dat vro u wen met minder kapitaal beginnen dan mannen. Volgens het Ministerie van Economische Zaken beschikke n v ro u wen doorgaans over minder eigen vermogen dan mannen. Dit wo rdt bijvoorbeeld ve roorzaakt door een minder hoog salaris of d o o rdat onro e rende goederen op naam van de echtgenoot staan. Als g evolg hiervan zouden vro u we l i j ke ondernemers starten met minder kapitaal; voor banken is ve rs t rekking van kleine kredieten echter niet a a n t re k ke l i j k. Ook Brits onderzoek wijst uit dat vro u wen met een kleiner ka p i t a a l starten dan mannen. Volgens ve rschillende studies is dit niet gere l a- t e e rd aan de sector waarin vro u we l i j ke ondernemers actief zijn. Het E u ropese onderzoek van het ENSR onderschrijft deze bevinding niet. Het stelt dat vro u wen juist starten in sectoren wa a r voor minder ka p i- taal ve reist is, zoals de detailhandel en de dienstverlening. Veel banken beoordelen deze sectoren als risicovol als gevolg van de gro t e 2 1

22 Vrouwelijk ondernemerschap; een literatuuroverzicht mate van toe- en uittreding (Ministerie van Economische Zake n, 1990). Bovendien is het ENSR van mening dat vro u wen een kleiner kapitaal behoeven omdat ze meer risico-ave rs zijn dan mannen. Afgezien van de omvang van het startkapitaal, concluderen Ro s a e t a l. (1994) dat in Groot-Brittannië vro u wen en mannen in gelijke mate eigen middelen inzetten in de onderneming. Volgens het ENSR (1996) is er een trend in alle Europese landen dat vro u wen er juist de vo o r keur aan geven eigen geld te gebruiken en minder gebruikm a ken van leningen van de bank. Van de mannelijke ondernemers leent 55% geld van de bank voor de financiering van de onderneming; voor vro u we l i j ke ondernemers ligt dit rond 30%. Een belangr i j ke reden die hiervoor wo rdt gegeven, is dat vro u wen meer moeite dan mannen hebben om een lening van de bank te krijgen. Daaro m zetten zij meer eigen geld in of maken gebruik van leningen va n familie of vrienden. Overigens wo rdt in een Britse studie geconclud e e rd dat niet vro u wen, maar mannen een gro t e re kans hebben dat hen een banklening wo rdt gewe i g e rd (Ro s a et al., 1994). K n e l p u n t e n In 1994 heeft de Stuurg roep Vrouw en Onderneming van MKB- Nederland ten behoeve van haar onderzoeksbeleid een groep vro u- we l i j ke ondernemers gev raagd naar knelpunten in de bedrijfsvo e- ring. Er we rden drie grote knelpunten gesignaleerd, te weten de mogelijkheden voor kindero p vang, de vermogenspositie en het ve r- krijgen van krediet. Op dit laatste wo rdt in de volgende para g raaf uitg e b reid ingegaan. Het OECD-onderzoek uit 1998 naar vro u welijk ondernemerschap in m i d d e l g rote en kleine bedrijven ziet een duidelijke relatie tussen de p roblemen die een ondernemer ervaart en het type activiteit dat hij/zij verricht. Voor vro u we l i j ke ondernemers betekent dit dat zij met minder problemen wo rden geconfro n t e e rd naarmate de we r k- zaamheden in het bedrijf meer ra a k v l a k ken vertonen met eerd e re, ve r z o rgende activiteiten G roei van bedrijven van vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs In de literatuur is veel geschreven over de omzet die vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs genere ren in ve rgelijking met mannen. Onderzoek va n EIM (Van Uxe m et al., 1996) noemt als belangrijke verklaring vo o r de ve rschillen in omzet tussen vro u wen en mannen de sector wa a r- in de ondernemer werkzaam is. Uit (inter)nationaal onderzoek ko m t 2 2

23 Vrouwelijk ondernemerschap; een literatuuroverzicht naar vo ren dat vro u we l i j ke ondernemers kleinere bedrijven hebben dan mannen, wa a rdoor ook de omzet achterblijft. Britse studies laten een enigszins ander beeld zien. Zo concludere n Ro s a et al. (1994) dat de ve rschillen tussen bedrijven van mannen en v ro u wen zich over alle sectoren heen uitspreiden. Storey en Johnson o n t d e k ken in hun studie (Allen et al., 1993) dat bedrijven van vro u- we l i j ke ondernemers we l i s waar tamelijk lage omzetten genere re n, maar dat hierbij geen significant ve rschil bestaat tussen vro u we n enerzijds en mannen anderzijds. Ook Chell en Baines komen in hun studie tot een derg e l i j ke conclus i e. In hun onderzoek richtten zij zich op bedrijven van vro u wen en mannen in de zake l i j ke dienstverlening, waarbij tevens we rd gecorr i g e e rd voor de grootte van het bedrijf. De studies naar ve rschillen tussen bedrijven van vro u we l i j ke en m a n n e l i j ke ondernemers zijn het erover eens dat bedrijven van vro u- wen minder snel groeien dan mannelijke ondernemers (Jungbauer- G a n s, 1992; Allen et al., 1993; Van Uxe m et al., 1996). Een opmerke l i j ke conclusie kwam voort uit het onderzoek van IPA RTO (1988). Hen viel op dat vro u wen met een goede opleiding in korte tijd hoge omzetten weten te re a l i s e re n. Vro u we l i j ke ondernemers zijn blijkens het onderzoek van SKIM (1988) positief over hetgeen ze gere a l i s e e rd hebben, ondanks het feit dat dit meestal nog niet leidt tot een hoog financieel re s u l t a a t. Ook wat het aantal werkzame personen binnen het bedrijf betre f t, wijst nationaal en internationaal onderzoek uit dat vro u we l i j ke o n d e r n e m e rs hierin achterblijven bij hun mannelijke collega s ( J u n g b a u e r - G a n s, 1992; Allen et al., 1993; Scherjon et al., 1998). Vro u wen starten va ker dan mannen zonder we r k n e m e rs (Pe t e rs, 1996). In dezelfde publicatie wo rdt aangegeven dat over de jare n heen de ve rschillen tussen mannen en vro u wen blijven bestaan ten aanzien van de omvang van het personeelsbestand, maar dat de ve r- schillen wel kleiner wo rd e n. 2 3

24 Vrouwelijk ondernemerschap; een literatuuroverzicht 3. 5 S a m e n va t t i n g O ve re e n ko m s t e n Vro u we l i j ke ondernemers starten in de zachte sectoren van de e c o n o m i e, te weten de detailhandel en de dienstve r l e n i n g. Vro u we l i j ke ondernemers missen specifieke ondernemers va a rd i g- heden, zoals marketing, management en financiering. Vro u we l i j ke ondernemers hebben va ker dan mannen een sociale opleiding genoten, hetgeen hun hoge aandeel in de detailhandel en dienstverlening ve r k l a a r t. Vro u we l i j ke ondernemers streven meer sociale doelen na en zijn minder uit op financieel gew i n. Vro u we l i j ke ondernemers hebben vo o rafgaand aan het ondernem e rschap vaak de ve r z o rging van het gezin op zich genomen; mannen starten va ker uit loondienst. M a n n e l i j ke meewe r kende partners leve ren meer een vo l wa a rd i g e b i j d rage aan het vro u we l i j ke ondernemerschap dan anders o m. Vro u we l i j ke ondernemers starten met minder kapitaal dan mann e n. Vro u we l i j ke ondernemers hebben kleinere bedrijven dan mannen, wa a rdoor ook de omzet achterblijft. B e d r i j ven van vro u we l i j ke ondernemers groeien minder snel dan die van mannen, zowel wat omzet als personeel betre f t. Ve rs c h i l l e n Leeftijd wa a rop vro u we l i j ke ondernemers een eigen bedrijf starten: zijn ze jonger, ouder of even oud als mannelijke starters? O p l e i d i n g s n i veau van vro u we l i j ke ondernemers: zijn ze lager opgeleid dan mannen, of is er geen ve rs c h i l? S t a r t m o t i even: gaat het vro u wen alleen om een betere combinatie van werk en gezin, of starten ze ook om eigen baas te zijn, om financiële onafhankelijkheid en om meer geld te ve rd i e n e n? Samenstelling startkapitaal: lenen vro u wen minder geld dan mannen, of ligt de inzet van eigen geld voor beiden ongeveer gelijk? 2 4

25 Vrouwelijk ondernemerschap in Nederland O ve re e n komsten en ve rs c h i l- len tussen vro u we l i j ke en m a n n e l i j ke ondernemers 4. 1 I n l e i d i n g In dit hoofdstuk kijken we naar vro u we l i j ke ondernemers in alle o n d e rscheiden sectoren in het EIM-starterscohort, en ve rg e l i j ken hen met de mannelijke ondernemers. In de komende para g rafen wo rd t aandacht besteed aan ove r l ev i n g s f ra c t i e, sactiviteiten voor en naast het ondernemerschap, startmotieven, doelstellingen en ambities, financiering, erva ren knelpunten en groei. De afsluitende para g ra a f geeft een beeld van de vro u we l i j ke ondernemer in het algemeen, en geeft verklaringen voor de ve rschillen tussen vro u wen en mannen S e c t o r keuze en ove r l ev i n g s f ra c t i e s Vro u wen starten vaak in de overige dienstve r l e n i n g Het EIM-starterscohort bestond in 1994 uit bijna gestarte o n d e r n e m e rs, van wie ruim een kwart bestond uit vro u we n 1. In tabel 3 staat de sectorale ve rdeling van vro u we l i j ke en mannelijke ondern e m e rs in het starterscohort we e rg e g eve n. tabel 3 s e c t o rale verde l i ng vro u w e l i j ke en ma n ne l i j ke starters in 1994 (in pro c e nt e n ) v ro u w e n ma n ne n s e c t o r i ndu s t r ie en bouw g ro o t h a nde l de t a i l h a nde l ho re c a / re p a ra t ie / v e r v o e r z a ke l i j ke die ns t v e r l e n i ng * o v e r ige die ns t v e r l e n i ng ** t o t a a l * Deze sector omvat fina nciële ins t e l l i ngen, verhu u r, computerservice- en info r mat ie t e c h no l o g ie b u re a u, sspeur- en ont w i k ke l i ngswerk en overige zake l i j ke die ns t- v e r l e n i ng (BIK 95-inde l i ng 65-74). ** Deze sector omvat de overige persoonlijke die ns t v e r l e n i ng (BIK 95-inde l i ng 93). H ie ro nder vallen onder meer wassalons, ka p p e r s, scho o n he id s v e r z o rge r s, pedic u- re s, uitvaartverzorge r s, sauna s en ma s s a ge s a l o ns. B ro n : E I M - s t a r t e r s c o ho r t. 1 In de nieuwe groep startende onde r ne mers uit 1998 is 34% vro u w. 2 5

26 O v e r e e n komsten en verschillen tussen vrouwelijke en mannelijke ondernemers O ve r l ev i n g s f ractie vro u wen ligt hoog in de hore c a In de periode is het aantal ondernemers in het cohort teruggelopen tot 709, als gevolg van natuurlijke uitval (bijvo o r b e e l d faillissement) en vrijwillige uittreding uit het cohort. De ove r l ev i n g s- f racties geven door die vrijwillige uittreding een enigszins gekleurd beeld van de we r ke l i j k h e i d. Vro u we l i j ke ondernemers in de sectoren hore c a / re p a ra t i e / ve r voer en overige dienstverlening hebben een beduidend hogere ove r l ev i n g s- f ractie dan vro u wen in de groothandel en de zake l i j ke dienstve r l e- ning. In tabel 4 staan de ove r l ev i n g s f racties voor vro u wen en mannen per sector aangegeve n. tabel 4 o v e r l e v i ng s f ra c t es i vrouwen en ma n nen per sector over de p e r io de (in pro c e nt e n ) s e c t o r v ro u w e n ma n ne n a l l e n i ndu s t r ie en bouw g ro o t h a nde l de t a i l h a nde l ho re c a / re p a ra t ie / v e r v o e r z a ke l i j ke die ns t v e r l e n i ng o v e r ige die ns t v e r l e n i ng totaal ge m idde l d Zoals al uit tabel 3 bleek, bevindt het grootste percentage vro u we l i j- ke starters in 1994 zich in de detailhandel en de overige dienstve r l e- ning. De ove r l eving in deze sectoren ligt rond het gemiddelde. De ove r l ev i n g s f ractie voor vro u we l i j ke ondernemers in de horeca ligt echter bijzonder hoog. Dit heeft mogelijk te maken met het gro t e aandeel vennootschappen onder firma (vo f s) in deze sector ten opzichte van het aandeel eenmanszaken. Doordat de vrouw samen met anderen het bedrijf runt, is de kans op ove r l eving gro t e r 1. Daarnaast vallen in tabel 4 de lage ove r l ev i n g s p e rcentages van vro u- wen in de groothandel en de zake l i j ke dienstverlening op. In de vo l- gende para g rafen wo rden hiervoor verklaringen aangegeven. In tegenstelling tot de uitval bij vro u we l i j ke ondernemers, is die onder mannen gelijk ve rs p reid over alle sectore n. 1 Detlef Müller-Böling und Klaus Na t husius (Hrsg.), Unternehmerische Pa r t n e r s c h a f t e n, S c h ä f f e r - Po e s c hel Verlag, Stuttgart,

27 O v e r e e n komsten en verschillen tussen vrouwelijke en mannelijke ondernemers 4. 3 Ke n m e r ken ondernemer en activiteiten naast het ondernemers c h a p Geen ve rschil in leeftijd en aandeel hoogopgeleide startende vro u- wen en mannen Wat leeftijd en opleidingsn i v e a u b e t reft ontlopen vro u we l i j ke en m a n n e l i j ke ondernemers elkaar nauwe l i j k s. Gemiddeld zijn vro u we n en mannen zo n 34 jaar oud als ze starten als zelfstandige ondernem e r (tabel I-1). Voor zowel vro u we l i j ke als mannelijke zelfstandigen geldt dat zo n 30% hoog is opgeleid; dat wil zeggen HBO of unive r- siteit (tabel I-2). Terwijl hoogopgeleide mannelijke ondernemers veelal terug te vinden zijn in de zake l i j ke dienstverlening, zijn de hoogopgeleide vro u wen ove r wegend actief in de overige dienstve r l e- n i n g. Relatief veel vro u wen hebben een LBO-opleiding en een niet-technische opleidingsrichting genoten O p vallend is dat twee keer zo veel vro u we l i j ke ondernemers als mannen een LBO-opleiding hebben genoten. Een groot deel van deze v ro u wen heeft een eigen bedrijf in de detailhandel (tabellen I-3 en I-4). Wat opleidingsr i c h t i n gb e t reft ve rschillen vro u we l i j ke en mannelijke o n d e r n e m e rs wel duidelijk van elkaar (tabel I-5). Eenderde van de v ro u wen heeft een opleiding genoten in de pers o o n l i j ke of sociale ve r z o rging, tegen 8% van de mannen. Dit verklaart ook het hoge aandeel vro u we l i j ke ondernemers in de overige dienstverlening. Het m e rendeel van de mannelijke ondernemers is daarentegen in een technische richting geschoold, met als gevolg dat ze va ker actief zijn in de industrie en bouw (tabellen I-6 en I-7). Vro u we l i j ke ondernemers hebben va ker dan mannelijke ondern e m e rs een bijbaan M a n n e l i j ke ondernemers hadden vo o rafgaand aan het ondernemerschap va ker een baan in loondienst dan vro u wen. Bovendien leidden ze va ker een andere onderneming, of wa ren ze afhankelijk van een u i t kering. Vro u wen daarentegen hadden in veel gevallen de ve r z o r- ging van het gezin als hoofdactiviteit (tabel I-8). Meer dan de helft van alle vro u we l i j ke starters verrichtte naast het o n d e r n e m e rschap in 1994 andere activiteiten. Hoewel dit perc e n t a g e in 1997 is gedaald tot ruim eenderd e, hebben in beide jaren vro u we- 2 7

De oudere starter in Nederland Quick Service

De oudere starter in Nederland Quick Service De oudere starter in Nederland Quick Service Heleen Stigter Zoetermeer, januari 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Kengetallen ondernemerschap

Kengetallen ondernemerschap Kengetallen ondernemerschap Tabellenboek drs. N.G.L. Timmermans R. in 't Hout K. Bakker drs. W. H.J. Verhoeven Zoetermeer, 14 augustus 2009 Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Economische

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Gelderland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Gelderland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Drenthe

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Drenthe Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zuid-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zuid-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Limburg

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Limburg Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Flevoland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Flevoland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, oktober 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage

Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage drs. C.M. Wiggers Zoetermeer, augustus 2003 Nummer: M200304 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Minirapportage ir. C.C. van de Graaff drs. W.H.J. Verhoeven drs. P. Vroonhof K. Bakker Zoetermeer, 18 september 2002 Dit onderzoek is uitgevoerd

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

BNA Conjunctuurmeting

BNA Conjunctuurmeting BNA Conjunctuurmeting September 2011 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66 F 020 555 36

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen De verantwoordelijkheid voor

Nadere informatie

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) Prognose 2005 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2006 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, 5 juli 2013 Rapportnummer : A201337 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Sectorscoop Ondernemen in de G roothandel 1999

Sectorscoop Ondernemen in de G roothandel 1999 Sectorscoop Ondernemen in de G roothandel 1999 G. de Jong d rs. A.P. Muizer J.M. van der Zwan Z o e t e r m e e r, maart 1999 ISBN: 90-371 - 071 9-2 Prijs: ƒ 75,- Bestelnummer: A9823 EIM is een onde r

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Hogeschool van Amsterdam

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Hogeschool van Amsterdam Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Hogeschool van Amsterdam Zoetermeer, woensdag 9 november 2016 In opdracht van Hogeschool van Amsterdam De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / De Nieuwe Werkgever

Tevredenheidsonderzoek 2014 / De Nieuwe Werkgever Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 De Nieuwe Werkgever Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van De Nieuwe Werkgever De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D.

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D. M200802 Vrouwen aan de start Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, juni 2008 2 Vrouwen aan de start Vrouwen vinden het starten

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV Tevredenheidsonderzoek 2015 AM Werk Reïntegratie BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van AM Werk Reïntegratie BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015 Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar René Vogels Zoetermeer, 10 april De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V.

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Wajong Talenten B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Wajong Talenten B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Cliëntenaudit Bureau ABC

Cliëntenaudit Bureau ABC Cliëntenaudit Bureau ABC 2014 Zoetermeer 17 april 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Jobcoach Company

Tevredenheidsonderzoek Jobcoach Company Tevredenheidsonderzoek 2014 Jobcoach Company Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Jobcoach Company De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok

Tevredenheidsonderzoek De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok Zoetermeer, maandag 3 augustus 2015 In opdracht van De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok De verantwoordelijkheid voor de

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC De Leijgraaf Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC De Leijgraaf De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Benchmark klanten Qredits

Benchmark klanten Qredits Benchmark klanten Qredits Lia Smit Zoetermeer, maart 2013 Rapportnummer: A201308 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl). Voor alle

Nadere informatie

Bedrijfsleven in beeld: C a l l c e n t e rs

Bedrijfsleven in beeld: C a l l c e n t e rs Bedrijfsleven in beeld: C a l l c e n t e rs d rs. R.M. Bra a k s m a Z o e t e r m e e r, december 1998 ISBN: 90-371 - 070 6-0 Prijs: ƒ 25,- Bestelnummer: A981 8 EIM is een onde r z o e k s b u reau met

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

M200916. Parttime van start. drs. A. Bruins

M200916. Parttime van start. drs. A. Bruins M200916 Parttime van start drs. A. Bruins Zoetermeer, 24 september 2009 Parttime van start Van de startende ondernemers werkt een kleine meerderheid na de start fulltime in het bedrijf. Een op de vier

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2010 / Olympia uitzendbureau

Tevredenheidsonderzoek 2010 / Olympia uitzendbureau Tevredenheidsonderzoek 2010 / 2011 Olympia uitzendbureau Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2011 In opdracht van Olympia uitzendbureau De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Effecten BTW-verandering op het gedrag van consumenten in de Schilders- en stukadoorsbranche drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Zoetermeer, 23 maart 2012 Dit onderzoek is gefinancierd door CNV Vakmensen, FNV

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Stichting ActiefTalent Zoetermeer, donderdag 21 mei 2015 In opdracht van Stichting ActiefTalent De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Nieuwland Opleidingen B.V.

Tevredenheidsonderzoek Nieuwland Opleidingen B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Nieuwland Opleidingen B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Nieuwland Opleidingen B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Technologische samenwe r- king in de industrie en de z a ke l i j ke diensten 1998 U i t komsten Monitor TECHSAM2 1998

Technologische samenwe r- king in de industrie en de z a ke l i j ke diensten 1998 U i t komsten Monitor TECHSAM2 1998 Technologische samenwe r- king in de industrie en de z a ke l i j ke diensten 1998 U i t komsten Monitor TECHSAM2 1998 m w. ir. H.E. Hulshoff d rs. D. Snel Z o e t e r m e e r, november 1998 ISBN: 90-371

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling Tevredenheidsonderzoek 2015 Stap.nu Reïntegratie & Counseling Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Stap.nu Reïntegratie & Counseling De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Gezamenlijke ID Stichting (GIDS)

Tevredenheidsonderzoek Gezamenlijke ID Stichting (GIDS) Tevredenheidsonderzoek 2014 Gezamenlijke ID Stichting (GIDS) Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Gezamenlijke ID Stichting (GIDS) De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V.

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014 Wajong Talenten B.V. Zoetermeer, zondag 3 mei 2015 In opdracht van Wajong Talenten B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering Tevredenheidsonderzoek 2011 BHP Groep Loopbaanadvisering Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van BHP Groep Loopbaanadvisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia/Stratus.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement

Tevredenheidsonderzoek BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement Zoetermeer, maandag 3 augustus 2015 In opdracht van BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement De verantwoordelijkheid voor

Nadere informatie

Starten in de pra k t i j k E r varingen van twaalf starters

Starten in de pra k t i j k E r varingen van twaalf starters Starten in de pra k t i j k E r varingen van twaalf starters d rs. J.N. Meijer d rs. F. W. van Uxem Z o e t e r m e e r, augustus 1998 ISBN: 90-371 - 0 6 8 6-2 Prijs: ƒ 25,- Bestelnummer: A9805 EIM is

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2016 In opdracht van Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Alfa-college, unit Educatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Alfa-college, unit Educatie Tevredenheidsonderzoek 2014 ROC Alfa-college, unit Educatie Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van ROC Alfa-college, unit Educatie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Global Entrepreneurship Monitor 2002

Global Entrepreneurship Monitor 2002 Global Entrepreneurship Monitor 2002 Niels Bosma Zoetermeer, 14 november 2002 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Staatvandienst B.V. Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Staatvandienst B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie

Tevredenheidsonderzoek Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie Tevredenheidsonderzoek 2014 Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Nieuwe Koers BV

Tevredenheidsonderzoek Nieuwe Koers BV Tevredenheidsonderzoek 2014 Nieuwe Koers BV Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Nieuwe Koers BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V.

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Voorzet Arbeid B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Voorzet Arbeid B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Landstede

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Landstede Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Landstede Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Landstede De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V.

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014 Voorzet Arbeid B.V. Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Voorzet Arbeid B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1096-8 Rapportnummer : A201363 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurmeting oktober 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages Tevredenheidsonderzoek 2014 STE Languages Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van STE Languages De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek id Plein

Tevredenheidsonderzoek id Plein Tevredenheidsonderzoek 2015 id Plein Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van id Plein De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 Rijn IJssel, Educatie & Integratie Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Rijn IJssel, Educatie & Integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Sectorscoop Ondernemen in het Ambacht 1999

Sectorscoop Ondernemen in het Ambacht 1999 Sectorscoop Ondernemen in het Ambacht 1999 d rs. R.M. Bra a k s m a d rs. J.P.J. de Jong d rs. A.P. Muizer Z o e t e r m e e r, november 1998 ISBN 90-371 - 0 6 9 5-1 Prijs ƒ 75,- Bestelnummer: A9810 EIM

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Lest Best

Tevredenheidsonderzoek Lest Best Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Lest Best Zoetermeer, maandag 3 augustus 2015 In opdracht van Lest Best De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten Evaluatie campagne Doe meer met Afval mening betrokken gemeenten Zoetermeer, 10 maart 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Replooy re-integratie & coaching vof

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Replooy re-integratie & coaching vof Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Replooy re-integratie & coaching vof Zoetermeer, dinsdag 19 juli 2016 In opdracht van Replooy re-integratie & coaching vof De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Bedrijfsleven in beeld: Het ve r t a a l b u re a u

Bedrijfsleven in beeld: Het ve r t a a l b u re a u Bedrijfsleven in beeld: Het ve r t a a l b u re a u P.A. van Eck van der Sluijs Z o e t e r m e e r, december 1998 ISBN: 90-371 - 0701 - X Prijs: ƒ 25,- Bestelnummer: A981 4 EIM is een onde r z o e k s

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Mondriaan

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Mondriaan Tevredenheidsonderzoek 2010 Dienst inburgeren ROC Mondriaan Zoetermeer, vrijdag 4 februari 2011 In opdracht van ROC Mondriaan De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen Tevredenheidsonderzoek 2010 Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen Zoetermeer, vrijdag 4 februari 2011 In opdracht van ROC Midden Nederland Participatieopleidingen De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 P&M arbeidsreintegratie Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van P&M arbeidsreintegratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA. Voorjaar René Vogels

Conjunctuurpeiling BNA. Voorjaar René Vogels Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2014 René Vogels Zoetermeer, 22 april 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Work Solutions Nederland BV

Tevredenheidsonderzoek Work Solutions Nederland BV Tevredenheidsonderzoek 2014 Work Solutions Nederland BV Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Work Solutions Nederland BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Coaching en Advisering Zoetermeer, zondag 3 augustus 2014 In opdracht van Coaching en Advisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Stemming onder ondernemers in het MKB

Stemming onder ondernemers in het MKB Stemming onder ondernemers in het MKB ISBN : 978-90-371-1130-9 Rapportnummer : A201424 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Panteia

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / CS Works B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2015 / CS Works B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 CS Works B.V. Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2016 In opdracht van CS Works B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

VBO Woonindex. Tweede kwartaal drs. P. Rosenboom

VBO Woonindex. Tweede kwartaal drs. P. Rosenboom VBO Woonindex Tweede 2008 drs. P. Rosenboom Zoetermeer, 10 juli 2008 In opdracht van VBO Makelaars. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Stichting Libra Revalidatie & Audiologie

Tevredenheidsonderzoek Stichting Libra Revalidatie & Audiologie Tevredenheidsonderzoek 2015 Stichting Libra Revalidatie & Audiologie Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Stichting Libra Revalidatie & Audiologie De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek WNK Personeelsdiensten

Tevredenheidsonderzoek WNK Personeelsdiensten Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 WNK Personeelsdiensten Zoetermeer, zondag 25 oktober 2015 In opdracht van WNK Personeelsdiensten De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002

Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002 Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002 Frits Suyver Zoetermeer, 17 februari 2004 Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten Tevredenheidsonderzoek 2014 SWA HR Diensten Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van SWA HR Diensten De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Uitgevoerd in opdracht van Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Zoetermeer, 17 september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Uitkomsten knelpuntenstudie

Uitkomsten knelpuntenstudie Uitkomsten knelpuntenstudie Heleen Stigter Maureen Lankhuizen Zoetermeer, september 2003 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB Starters

Financieringsmonitor MKB Starters Financieringsmonitor MKB Starters Starters en gevestigd MKB vergeleken Pim van der Valk Lia Smit Zoetermeer, 19 januari 2010 Dit onderzoek is gefinancierd door Ministerie van Economische Zaken Programmaonderzoek

Nadere informatie

Financiering bij familiebedrijven

Financiering bij familiebedrijven Financiering bij familiebedrijven Ro Braaksma Zoetermeer, 23 september 2011 Dit onderzoek is gefinancierd door het Centrum van het Familiebedrijf. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM.

Nadere informatie

Afra en Willem Schilder (2)

Afra en Willem Schilder (2) Afra en Willem Schilder (2) Hysterisch mens " Toen de ambulances er waren, ging ik naar buiten om de broeders te roepen: "Ik heb kindere n boven, die moeten naar het ziekenhuis!" Maar ze wilden niet naar

Nadere informatie

Nader onderzoek handhaving bra n d ve i l i g h e i d

Nader onderzoek handhaving bra n d ve i l i g h e i d Nader onderzoek handhaving bra n d ve i l i g h e i d E i ndra p p o r t a ge de e l o nde r z o e ke n N I B R A 109 110 c a f é b ra nd nie u w j a a r s na c ht Vo o r wo o rd In het ka der van het

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek NCB Projecten BV

Tevredenheidsonderzoek NCB Projecten BV Tevredenheidsonderzoek 2015 NCB Projecten BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van NCB Projecten BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

Debat Bestuurlijke Handhaving Bra n d ve i l i g h e i d

Debat Bestuurlijke Handhaving Bra n d ve i l i g h e i d Debat Bestuurlijke Handhaving Bra n d ve i l i g h e i d D e e l n e m e rs Bestuurders en uitvoerders D h r. W. van de Bospoort, coördinator aanpak brandveiligheid binnenstad Amsterdam D h r. J.H. Ehrismann,

Nadere informatie

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit Minirapportage drs. W.H.J Verhoeven dr. R.G.M. Kemp drs. H.H.M. Peeters Zoetermeer, 26 september 2002 Deze studie

Nadere informatie

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven Lia Smit, Ro Braaksma, Pieter Fris Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1108-8 Rapportnummer : A201374

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB

Financieringsmonitor MKB M200901 Financieringsmonitor MKB Eerste resultaten, december 2008 dr. J. Meijaard drs. W.D.M. van der Valk Zoetermeer, januari 2009 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Onderchap,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Arbo Coaching B.V. Zoetermeer, maandag 20 juli 2015 In opdracht van Arbo Coaching B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland Innovatie in het MKB in C10978 Petra Gibcus en Yvonne Prince Zoetermeer, 16 juli 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 Baanfit verzuim en re-integratie Zoetermeer, zaterdag 20 juli 2013 In opdracht van Baanfit verzuim en re-integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Minirapportage: M200211. Doelstellingen van startende ondernemers. Tijdbesteding van de ondernemer. Werknemers

Minirapportage: M200211. Doelstellingen van startende ondernemers. Tijdbesteding van de ondernemer. Werknemers Minirapportage: M200211 Doelstellingen van startende ondernemers Inlichtingen: drs. A. Bruins Datum: 17-09-2002 Het 'eigen baas zijn' is voor velen een belangrijk - en vaak het belangrijkste - motief om

Nadere informatie

Starters zien door de wolken toch de zon

Starters zien door de wolken toch de zon M201206 Starters zien door de wolken toch de zon drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Starters zien door de wolken toch de zon Enkele jaren nadat zij met een bedrijf zijn begonnen, en met enkele jaren financieel-economische

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Minder startende ondernemers

Minder startende ondernemers Starters ING Economisch Bureau Minder startende ondernemers in 2012 Aantal starters loopt in alle provincies terug Dit jaar zijn er tot en met september circa 95.000 mensen een onderneming gestart, ruim

Nadere informatie

Kostenstructuur zand en grindvaart 2015 en raming 2016

Kostenstructuur zand en grindvaart 2015 en raming 2016 Kostenstructuur zand en grindvaart 2015 en raming 2016 Uitgave januari 2016 Rapport uitgebracht aan: Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart W. van der Geest C11540/2015/0187 Zoetermeer, 29 januari

Nadere informatie