RAFFLES' Ms. No. 18 DOOR. Dr. M. G. EMEIS.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RAFFLES' Ms. No. 18 DOOR. Dr. M. G. EMEIS."

Transcriptie

1 RAFFLES' Ms. No. 18 DOOR Dr. M. G. EMEIS. In deel XVI en XVIII van het J.M.B.R.A.S. publiceerde Dr R. O. Winstedt in Latijns karakter Raffles' ms. N 18 van de Library R.A.S. Londen getiteld: Tjeritera Asal Radja-radja en wijdde beschouwingen aan aard en plaats van dit ms., vooral door vergelijking met de editie van de Sedjarah Melaju in Latijns karakter van W. G. Shellabear, In navolging van Dr Winstedt zullen we verder spreken van de Blagden recensie (ms.n 18) en de Shellabear recensie. Dr Winstedt constateert o.a.: 1. Deze Blagden tekst is beëindigd vóór Hij is blijkbaar geschreven door iemand, die na de val van Malaka (1511) daar is gebleven, een man van ontwikkeling, waarschijnlijk van gemengd bloed. 3. Historisch staat de Blagden tekst boven de Shellabear tekst, hij draagt in vele opzichten de kenmerken geschreven te zijn door iemand, die de feiten meemaakte, of er althans niet zo ver van af stond, terwijl de Shellabear tekst corrupt is geworden door grotere tijdsafstand en allerlei tendensen, o.a. het streven tot ophemeling van het in Djohor heersende bendaharageslacht. 4. De stijl van de Blagden recensie is levendig, tegenover het monotone proza van de stukken, die in de Shellabear tekst zijn bijgevoegd. Bovendien is de auteur van de Shellabear tekst van mindere eruditie, blijkens zijn gebrek aan kennis van vreemde talen. Dr W. komt tot de conclusie, dat we in ms. N 18 waarschijnlijk voor ons hebben de authentieke tekst van de hikajat jang dibawa orang dari Goa". De moeilijkheid, dat in de inleiding van de Blagden tekst toch ook voorkomt de opdracht aan de bendahara van Djohor, Dl

2 462 RAFFLES' MB. NO. 18. een opdracht gedateerd 1612, lost Dr W. op, door te veronderstellen, dat de auteur van de Shellabear tekst eerst een copie maakte van het Goa ms. en zijn opdracht vóór in die copie plaatste. Naar aanleiding van deze interessante publicatie wil ik hier alsnog enige opmerkingen maken, die het lezen van de beide teksten mij ingaf. Ik beschikte niet over de Shellabear editie van 1909, wel over de Shellabear uitgave in Arabisch karakter van Van historische beschouwingen zal ik me onthouden, daar ik me daartoe niet bevoegd acht. Allereerst cte o/>drar^. In de Shellabear tekst vinden we die het meest verzorgd en maakt ze de meest geïnformeerde indruk. Ik volg hier de wijze van samenvatting van Dr Hooykaas in zijn Over Maleische Literatuur" en krijg dan: 1. Op een bijeenkomst zat ik, auteur, te schertsen met notabelen. Onder hen was er één, die van hoger rang was dan de anderen. 2. Deze zei tegen mij, auteur: Ik heb gehoord, dat er een hikajat is door lui uit Goa hierheen gebracht, laten we hem bijwerken met de isti'adat. 3. Ik, auteur, Tun Muhammad, bendahara, zoon van enz. enz. schrok. 4. Zo sprak hij (nl. die hooggeplaatste): Op die en die datum, ten tijde dat Z.M. (Ala'u'ddin) nog resideerde in Pasir (Pasai is natuurlijk een verschijving, ms van de Leidse Bibliotheek geeft Pasir), kwam Dewi Sajjid bij mij, Seri Narawangsa, om een opdracht over te brengen van Jang Dipertuan di Hilir. 5. Aldus luidde de opdracht van ZEd.: Ik verzoek aan de bendahara een hikajat te maken over wederwarigheden en regeringsdaden (peraturan, mogelijk is door de copiïsten peraturan en peturunan door elkaar gehaald) van de Maleise vorsten, compleet met de isti'adat. 6. Ik, auteur, schrok hiervan, ik stelde deze hikajat samen en noemde hem Sulalatu 'ssalatina. We hebben hier een inleiding, die de aanleiding tot het schrijven van de hikajat geeft en de datering. Dat alles wordt op een voor ons wat naïeve manier gewrongen in het verslag van een gesprek. Dr Hooykaas (Over Maleise Literatuur, blz. 200) splitst deze inleiding in tweeën, de opdracht en een herinnering aan die opdracht

3 RAFFLES* MS. NO en scheidt daartoe, wat m.i. ontegenzeggelijk bij elkaar hoort: Tatkala hidjrat an Nabi " en Sedang Baginda bernegeri di Pasai..." In de Blagden tekst, die dezelfde twee tijdsaanduidingen geeft, is er geen sprake van scheidingsmogelijkheid. Juist acht ik te lezen: Demikian katanja (nl. die hooggeplaatste): Tatkala hidjrat an Nabi , sedang baginda bernegeri di Pasai, diwasa itulah datang enz. Hierdoor wordt het verhaal van de aanleiding één geheel en is het duidelijk, dat de orang besar (jang) terlebih mulianja dan terlebih besar martabatnja dari pada jang lain", Seri Narawangsa, anak Seri Akar, radja Patani is. Dr Hooykaas geeft deze aanduiding weer met de hoogste in den lande" en komt zo tot de radja bongsu (was die op dat moment de hoogste in den lande?), maar er staat alleen: de orang besar, die aanzienlijker was dan de andere (aanwezige orang besar). Dr Winstedt begint in zijn vertaling van de inleiding van Shellabear (blz. 35) de bewuste passage op de juiste wijze: So he remarked. It was in the 1021 year of the Prophet enz. Daarna echter splitst ook hij sedang baginda bernegeri di Pasai" af. Er is in de Shellabear inleiding nog iets, waar Dr Hooykaas en Dr Winstedt geen voldoende licht op hebben laten vallen, nl. de passage : Barang kita perbaiki kiranja dengan isti'adatnja". De hikajat jang dibawa orang dari Goa" is hier het verzwegen object. Dr W. vertaalt: Could we not improve it" en laat dengan isti'adat" er buiten. M.i. staat hier duidelijk: Laten we het bijwerken, verfraaien met de iti'adat". Ik kom hierop straks terug. De Blagden tekst geeft het verhaal van de opdracht in vereenvoudigde vorm. Het spreekt niet over de bijeenkomst en de hikajat van Goa en laat Seri Narawangsa in de derde persoon spreken. Daardoor is het geheel minder gewrongen. Op die en die tijd, toen Z.M. in Pasir Radja resideerde, bracht Seri Narawangsa, Tun Bambang geheten enz. een opdracht over van Jang Dipertuan di Hilir. Aldus luidde die opdracht: Bahwa hamba minta hikajat pada Bendahara". De tekst van Shellabear geeft: Bahwa bèta minta hikajat pada Bendahara". Een kleine afwijking. Waarschijnlijk wordt hetzelfde bedoeld, maar de bedoeling in de Blagden tekst kan ook zijn:

4 464 RAFFLES* Ma. No. 18. We verzoeken de Bendahara dat een hikajat wordt samengesteld", dus niet, dat de bendahara het zelf doet. De beide teksten weerspreken elkaar niet, in beide is het Seri Narawangsa die de opdracht overbrengt. Ook de opdracht zelf is gelijk, alleen spreekt de Shellabear tekst van een hikajat peri peristiwa dan peraturan segala radja-radja Melaju dengan isti'adatnja je/v'a/i", terwijl de Blagden tekst minder nadrukkelijk zegt: dengan isti'adatnja". Thans de kwestie van het: Laten we hetfo)tt>er en,z/<?r/raatvn de irfr'waf". Inderdaad, dit is geschied. In de Shellabear tekst vinden we in het midden van hoofdstuk XI: Maka sultan Muhammadpun mengatur tahta keradjaan baginda", gevolgd door een uiteenzetting van de isti'adat. In de Blagden tekst vinden we dit op blz. 84 van de aflevering. Achtereenvolgens worden in beide teksten dezelfde onderwerpen besproken, alleen is de Shellabear tekst verzorgder, heeft hier en daar andere functionarissen, ustensiliën enz., correcties dus in de goede of slechte zin. In beide teksten is die invoeging als het ware gesigneerd. In de Shellabear tekst lezen we bijna aan het eind van hoofdstuk XI: Inilah isti'adat radja-radja Melaju dahulu kala, barang penengaran sanda, itulah sanda tjeriterakan dan djikalau ada salahnja, hendaklah diperbaiki oléh barang siapa ingat akan tjeriteranja, djangan kiranja sanda dikendjikkan (? waarschijnlijk het Minangkabause kandji, mopperen, lastig zijn, of het is een nasalering van dikedjikan). Terwijl de Blagden tekst op blz. 88 geeft: Inilah isti'adat bagi diperbenar, djikalau barang djahatnja, harus diperbaiki barang siapa ada ingat akan tjeriteranja, djangan kiranja fakir diperkedjikan". M.i. is hiermede aangetoond, dat in beide teksten dit gedeelte ingevoegd is en dat dus, in tegenstelling met de veronderstelling van Dr Winstedt, zowel de Blagden tekst als de Shellabear tekst een revisie is van het Goa handschrift. Dit sluit natuurlijk niet uit, dat de Blagden tekst minder gereviseerd kan zijn en dichter staat bij de tekst van Goa, maar men zij op zijn hoede. Tenslotte de kwestie van /;<?f.r<:/!n)"/tofcw. Dr W. acht de levendige stijl van de oude kern van de Sedjarah Melaju gunstig afsteken bij het monotone Maleis van de door de bewerker van de Shellabear tekst bijgevoegde gedeelten. Ik acht hier enige reserve wel gewenst, want als ms. 18 werkelijk de oorspronkelijke Goa versie geeft, dan zijn de

5 RAFFLES' MS. NO owereemfronwf»<7<? gedeelten in de Shellabear recensie qua taal superieur aan de Blagdcn tekst, ook in levendigheid. Ik wil dit door een tekstvergelijking aantonen. Om de schijn te vermijden, dat we een speciaal gedeelte uitgezocht hebben, nemen we daarvoor het begin van de eigenlijke hikajat. Voor gemakkelijker vergelijking heb ik ook de Blagden tekst in de Indonesische spelling gegeven. Blagden recensie. Shellabear recensie. Demikian mula perkataan hika- I'lam, ketahuï oléhmu, kepada jat ini tjeriterakan oléh jang zaman dahulu kala dan pada empunja tjeritera. Tatkala pada masa, jang telah lalu, kata jang zaman Radja Iskandar Dzu '1 empunja tjeritera, pada suatu Karnain. anak radja Darab, Rum masa bahwa radja Iskandar, anak bangsanja, Makaduniah namanja radja Darab, Rum bangsanja, negerinja berdjalan hendak meli- Makdunia nama negerinja, Dzu '1 hat matahari terbit. Karnain gelarannja, sekali peristiwa baginda berdjalan hendak melihat matahari terbit. De Blagden zin loopt" niet. Tatkala pada zaman Radja Iskandar berdjalan hendak melihat matahari terbit" is incompleet, de Shellabear zin is verzorgder en ook levendiger. Smetten zijn verder: tjeriterakan" en namanja negerinja". Maka baginda sampai pada sar-had negeri Hindi. Maka baginda sampai pada sérokan negeri Hindia. Het onnodig gebruik van het Perzische sar-had voor grens" wijst in de richting van een niet-maleier. De weergave met sérokan" berust waarschijnlijk op enige uiterlijke gelijkheid en het zich voorstellen der negeri Hindia als een Maleis rivier staat je. Maka ada seorang radja dita- nah Hindia terlalu besar kera- djaannja, setengah negeri Hindia itu dalam tangannja, namanja radja Kida Hindia. Maka ada seorang radja terlalu amat besar keradjaannja, setengah negeri Hindi didalam tangannja, Radja Kida Hindi namanja. Commentaar overbodig, de verschillen zijn gering.

6 466 RAFFLES' MS. NO. 18. Setelah ia menengar chabar Setelah ia menengarkan radja Radja Iskandar datang, maka Iskandar datang, maka radja Radja Kida Hindi menjuruhkan Kida Hindiapun menjuruhkan perdana menteri menghimpunkan perdana menteri menghimpunkan segala ra'iat dan radja-radja, segala ra'iat dan radja-radja, jang ta'luk kepadanja. jang ta'luk kepadanja. Na een inleidende setelah-zin komt in het klassiek Maleis practisch zonder uitzondering een pun-lah of inversie-lah constructie. De Shellabear tekst houdt zich hier aan, de Blagden tekst niet. Setelah kampung, maka dike- Setelah sudah berkampung seluarinja oléh Radja Kida Hindi muanja, maka dikeluarinjalah akan Radja Iskandar. oléh radja Kida Hindia akan radja Iskandar. Het onidiomatische kampung" tegenover berkampung" en dikeluarinja" tegenover het levendiger dikeluarinjalah". Maka bertemulah kedua ra'iat, Maka setelah bertemulah anlalu berperanglah, seperti dalam tara kedua pihak itu, maka segala Hikajat Iskandar itu. ra'iat-ra'iat lalu berperanglah terlalu ramai, seperti jang didalam Hikajat Iskandar itu. Het foutieve kedua ra'iat" is bij Shellabear kedua pihak", terwijl segala ra'iat-ra'iat" nog eens het grote aantal accentueert. Maka alah Radja Kida Hindi Maka alahlah radja Kida Hinitu oléh Radja Iskandar dengan dia itu oléh radja Iskandar, hidupnja.maka disuruhkan Radja ditangkap baginda dengan hidup- Iskandar Radja Kida Hindi itu ja, maka disuruhnja membawa membawa imanlah djadi Islam imanlah djadi islam didalam agadidalam agama Nabi Ibrahim, ma nabi Ibrahim, chalilu 'llah, chalilu 'llah, 'alajhi 'ssalam. 'alajhi 'ssalam. Ook hier blijkt uit verschillende trekjes de superioriteit van de Shellabear tekst. Maka alahlah radja K.H. itu", de zuivere inversielah constructie. Het vreemde: alah dengan hidupnja" is bij Shellabear: alah, ditangkap baginda dengan hidup". Disuruhkan"

7 RAFFLES' MS. NO disuruhnja". Maka radja Kida Hindiapun membawa inianlah", een goed geplaatste en volledige pun-lah constructie, die na setelah sudah" in de Blagden tekst zeker ook te verwachten was geweest. Maka dipersalini Radja Iskandar akan Radja Kida Hindi seperti pakaian dirinja; maka dititahkan Radja Iskandar ia kembali kenegerinja. Maka dipersalini oléh radja Iskandar akan radja Kida Hindia seperti pakaian dirinja, maka dititahkanlah oléh radja Iskandar kembali kenegerinja. Weinig verschil, de Shellabear tekst is een ietsje vlotter. Adapun akan Radja Kida Hindi itu ada beranak seorang perempuan, ja'ni seorang itu berbuat (? W. geeft het in Arabisch karakter, weet er klaarblijkelijk geen raad mee) terlalu amat baik parasnja, tiada ada berbagai pada masa itu, tjahaja mukanja gilanggemilang seperti tjahaja matahari dan terlalu amat bidjaksana budinja puteri itu, Sjahru '1 Bariah namanja. Maka adapun akan radja Kida Hindia itu ada beranak seorang perempuan terlalu baik parasnja, tiada berbagai lagi dan tiada taranja pada masa itu. Tjahaja mukanja gilang-gemilang seperti tjahaja matahari dan bulan dan amat bidjaksana budi pekertinja. Puteri itu namanja Sjahru '1 Bariah. Ook ik weet met berbuat" geen raad, of het zou een passief ber" moeten zijn en berbuat = dibuat in de zin van geschapen". Grote verschillen zijn er niet, maar de Shellabear tekst wint het weer aan melodie". Zo gaat het door. Ik wil de lezer niet te zeer vermoeien met deze tekst-critiek, noteer van blz. 43 alleen nog: Maka sembah perdana menteri: Sahadja sebenarnja pekerdjaannjalah jang seperti tuanhamba itu" (verkeerd geplaatst Maka sembah perdana menteri: Sahadja sebenarnjalah pekerdjaan jang seperti titah duli tuanku itu. Adapun setelah ia sampai ke- Adapun setelah sampai men-

8 468 RAFFLES' MS. NO. 18. pada Nabi Chidir, maka ia memberi salam (geen pun-lah na een inleidende setelah-zin). teri kepada nabi Chidir, maka iapun memberi salam. Ketahttï oléh tuanhamba, bahwa radja hamba terlalu sekali amat kasihnja akan Radja Iskandar, tiada dapat hamba sifatkan dan ada ia beranak seorang perempunan, dapatlah dikatakan tiada lagi sebagainja anak radja-radja dimasjrik lagi magrib pada masa ini daripada rupanja dan budinja dan pekertinja, tiada ada taranja. Lagi kehendak radja hamba bepersembahkan dia akan isteri Radja Iskandar. Ketahuï oléh tuanhamba, ja, nabi Allah, bahwa radja hamba terlalu amat sekali kasihnja akan radja Iskandar, tiada dapat hamba sifatkan. Dan ada ia beranak seorang perempuan, tiada dapat dikatakan dan tiada ada bagainja anak radja-radja dalam alam ini dari masj rik lalu kemagrib pada zaman ini daripada rupanja dan budi pekertinja. Tiada ada taranja pada masa ini. Adalah kehendak radja hamba mempersembahkan dia akan djadi isteri radja Iskandar. Soms geeft de Blagden tekst de blijkbare bedoeling van de auteur niet eens weer. Zo op blz. 44, waar radja Kida Hindia zijn onderdanigheid aan radja Iskandar betuigt: Bahwa ketahuï tuanku, ja, nabi Allah dan segala tuan-tuan jang ada hadir, bahwa hamba ini dengan sesungguhnja (hamba Sh.) pada radja Iskandar dan anak hamba sekalianpun hamba kebawah duli, rfio". Shellabear heeft hier: Bahwa ketahuï oleh tuanku, ja, nabi Allah dan segala tuan-tuan jang ada hadir, bahwa hamba ini dengan sesungguhnja hamba kepada radja Iskandar dan anak hamba sekalianpun hamba djuga kebawah duli baginda itu, j0/>er j.ja/ia/a, ;'a«<7 mcmpmf/a&att dia,r<?oran<7,rfwaora«<7 I7M (zoals de paar dienaren, die hem bedienen, nl. zijn lij f bedienden)". Ziet men verder naar het aantal malen, dat Dr W. zinnen heeft moeten aanvullen met gedeelten van de Shellabear tekst om ze ver-

9 RAFFLES' MS. NO staanbaar te maken (de hierboven aangehaalde zin is er een voorbeeld van), dan kan men wel van een slordig handschrift spreken. Hiermede meen ik voldoende de bewering gestaafd te hebben, dat de Blagden tekst minder goed verzorgd en slordig is en dat uit een oogpunt van taaihantering de bewerker van de Shellabear tekst de meerdere is van die van de Blagden tekst. Hoe moeten we ons nu af? wr/iomrfr«<7 /imenfreidetea^/endenken? Sommen we het bij dit tekstonderzoek gevondene op, dan krijgen we: 1. De Blagden tekst is, even goed als de Shellabear tekst, een Djohorse revisie van de hikajat van Goa. 2. In de beide zeker in Djohor toegevoegde gedeelten, de inleiding en de isti'adat, is de Shellabear tekst verzorgder, completer en gecorrigeerd. 3. De Shellabear tekst wint het qua taal van de overeenkomstige gedeelten van de Blagden tekst. 4. De Blagden tekst is slordig. Voegen we daarbij, wat Dr Winstedt vond: a. de Blagden tekst geeft geen gebeurtenissen na 1536, b. de Blagden tekst is historisch juister, dan zouden we hieruit kunnen concluderen, dat de Blagden tekst mogelijk een slordige copie is van de eerste, misschien wat haastige uitvoering van het oorspronkelijk voornemen: de hikajat van Goa uit te breiden met de isti'adat. De Shellabear tekst zou dan een nadere revisie kunnen zijn, maar niet van dezelfde auteur. Maar waarom zwijgt dan de Blagden tekst over de hikajat van Goa? De Shellabear tekst maakt hier een veel geïnformeerder indruk. Is de tweede revisie wel door een ander, maar in samenwerking met, onder toezicht van de bendahara geschied? En dan luidt de eigenlijke opdracht van Jang Dipertuan di Hilir in beide teksten: het samenstellen van een geschiedenis van de Maleise vorsten, het maken van iets nieuws dus. Heeft men zich bij de eerste uitvoering, de Blagden tekst dan, werkelijk beperkt tot de toevoeging van inleiding en isti'adat, of is er meer gebeurd?

10 470 RAFFLES' MB. NO. 18. Het antwoord op deze en soortgelijke vragen zal wel nooit geheel gevonden worden, maar het bovenstaande kan in elk geval de plaats van ms. N 18 nader belichten, naast de waardevolle aantekeningen van Dr Winstedt. Verder historisch en taal-critisch onderzoek van deze en andere versies van de Sedjarah Melaju zal meer licht kunnen brengen.