KATBLAD NR. 90 TAALWETENSCHAP/NGT FEBRUARI 2006

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "KATBLAD NR. 90 TAALWETENSCHAP/NGT FEBRUARI 2006"

Transcriptie

1 KATBLAD NR. 90 TAALWETENSCHAP/NGT FEBRUARI 2006 INHOUDSOPGAVE pag. Redactioneel 2 AHA een proefpersoon! 3 Al met Al Moduleverslagen: Bachelor-modules 6 Master-modules 14 Stagiaire uit Utrecht - Verslag 16 Katvertentie 16 William Labov in Amsterdam 17 Winterafstudeerders: scriptiesamenvattingen 18 Conferentieverslag: ELA (2005) 20 Lijst Medewerkers Taalwetenschap/NGT 21 1

2 Redactioneel Dit is het 90 ste nummer van het Katblad, het huisorgaan van de Opleiding Taalwetenschap en Nederlandse Gebarentaal aan de UvA. In dit nummer wordt een traditie weer in ere hersteld: de rubriek AHA een proefpersoon is terug! Hierin doen medewerkers van de Opleiding verslag van de taalverwervende perikelen van hun kinderen, kleinkinderen, nichtjes of neefjes. De titel van deze rubriek verwijst naar de uitroep van Anne Baker bij het zien van een nieuwe ATW-baby in Sindsdien zijn er van veel kinderen prachtige verslagen van hun taalverwerving verschenen in het Katblad. Maar gelukkig (en helaas) hadden al deze kinderen op een bepaald moment het Nederlands volledig verworven. Nu zijn er echter weer nieuwe proefpersonen en dus weer nieuwe verslagen. Deze rubriek - die ook voor T2-verwervende volwassenen is! - staat onder redactie van Margot Rozendaal. Vervolgens treft u de gebruikelijke moduleverslagen aan waaruit bleek dat veel modules al met al toch wel leuk, nuttig, interessant of zelfs een smaakvol aperitief bleken te zijn geweest. Daarna een verslag van Floor Landa die bij ons stage heeft gelopen, gevolgd door een nieuwigheid, de zogenaamde KATvertentie. Hierin wordt docenten en studenten door de Opleidings Commissie (OC) Taalwetenschap en Nederlandse Gebarentaal opgeroepen om lief en leed omtrent de Rendements Maatregelen publiekelijk te delen op het Discussion-board van het OC-Blackboard. Hier staat ook weer hoe u [staf en hoofdvakstudenten Taalwetenschap] zich kunt aanmelden of enrollen. Op dit Blackboard zijn ook eerdere nummers van het KATblad te lezen. Vervolgens volgt er voor de sociolinguïstische liefhebbers - een volstrekt unieke foto van William Labov en Jo Daan bij een kort verslag van Loulou Edelman over Labovs bezoek aan Amsterdam in januari. Ook in de winter zijn er afstudeersters: de scriptiesamenvattingen van Charlotte Veldhoen (drs.) en Charlotte Rooney (Ba) zijn in dit nummer opgenomen. Jeannette van der Stelt neemt afscheid van ons met een mooi congresverslag. Dag Jeannette! De prachtige Voor- en AchterKatten zijn getekend door Bas Scheffener (5;5) Heel hartelijk dank daarvoor! Ingrid van Alphen Sies de Haan Margot Rozendaal Dik Bakker Joni Oyserman Eindkat Modulekat Kinderkat Correctiekat Lay-Outkat 2

3 AHA EEN PROEFPERSOON! Anne Baker over haar kleinzoon Liam (1;6) Liam groeit tweetalig Engels-Nederlands op. Beide talen zijn vanaf de geboorte met hem gesproken. Engels is de taal die hij hoort van zijn vader, van mij, van zijn oom en tantes en van Engelstalige vrienden. Nederlands hoort hij van zijn moeder, haar familie, op de crèche (2 dagen in de week) en bij Nederlandstalige vrienden. Boeken worden gelezen in beide talen en video s ook in beide talen. Hier een paar opmerkingen over zijn tweetaligheid. Wij taalwetenschappers kennen het head-turning paradigm, dat wil zeggen: een kind draait zijn hoofd naar een stimulus zodra er iets nieuws of onverwachts gebeurt. Op deze manier wordt gemeten of een kind een stimulus als nieuw waarneemt. Deze reactie blijkt niet alleen in het baby-lab, maar ook spontaan te gebeuren. Liam is gewend om van mij Engels te horen. Toen hij 4 maanden oud was, draaide hij regelmatig zijn hoofd naar mij toe als ik, bijvoorbeeld in gesprek met zijn moeder, naar het Nederlands overstapte. Dit deed hij zelfs als hij bij mij op schoot zat. Deze reactie duurde een paar maanden. Inmiddels is Liams taalbegrip uitgebreid hij reageert in zijn non-verbale gedrag adequaat op lange zinnen, bijvoorbeeld pak het doekje en maak het hier schoon. Zijn taalproductie is nog in de één-woord-fase. Hij kan al een aantal maanden veel begrippen benoemen maar de vormen die hij hiervoor gebruikt zijn vaak niet te identificeren als Nederlands of Engels. Miau zegt hij bijvoorbeeld voor een poes in de Nederlandse of Engelse context; grrr voor een tijger of leeuw; dootje voor onze hond die Doortje heet en ook vaak voor andere honden; zzz voor alle insekten; be voor zijn pas geboren zusje Fay. Verder gebruikt hij vaak vormen die in beide talen kunnen bijvoorbeeld bu voor boek / book, choeng voor sok / sock of schoen / shoe, pu voor poep / pooh-pooh en bebi voor baby. Een aantal dingen benoemt hij in beide talen. Zo zegt hij zowel ball als bal en byebye en daa. De keuze voor welke taal lijkt op dit moment nog niet gebonden aan een bepaalde situatie of een bepaald gezelschap. Langzaam beginnen taalspecifieke vormen te verschijnen buite voor buiten en dietoe voor niet doen (een holisme). Dit zegt hij trouwens al een aantal weken maar het duurde even voordat wij erachter kwamen wat hij bedoelde maar dit heeft de communicatie zeker vergemakkelijkt. Het is nog niet duidelijk dat deze laatste vormen beperkt zijn tot gebruik met alleen Nederlandstaligen. Wij wachten op de woordenschatexplosie en wat dat brengt in beide talen. Wij houden jullie op de hoogte. Miriam van Staden over haar dochter Nora (1;9) Nora (1;9) leert twee talen: Perzisch van papa, oma en amu (vaders broer) en Nederlands van mama en haar familie. Voor flink wat woorden heeft ze al doubletten en ze lijkt precies te weten tegen wie je welke taal gebruikt. Maar soms lijken het Perzisch en het Nederlands toch te veel op elkaar om daar geen gebruik van te maken. Zo is het Perzische woord voor vies nu kafies (in plaats van kasief) geworden. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat ze wel vaker wat metathesis toepast - zo is otaf haar versie van oftad 'gevallen' 3

4 Nora (1;9) staat voor de kerstboom. We hebben hem gisteren samen opgetuigd en nu is het natuurlijk heel moeilijk om niet meer aan die prachtige (plastic - geen zorgen!) ballen te zitten. Ik hoor een diepe zucht en dan Nowa aankomen, Nowa aankomen terwijl ze over de gehele tekst met een bezwerend vingertje de negatie gebaart. Heel goed Nora! Margot Rozendaal over haar neefje Jonathan (2;0) en nichtjes Kyra (5;11) en Sophie (10;9) Mijn neefje Jonathan is een vroege prater. Voor zijn eerste verjaardag gebruikte hij al verschillende woordjes, vooral onomaopeeen zoals boe en beeeee. Kort daarna, zo rond 1;3 verschenen de eerste holophrasen, bedant-lekke-eten, doe maar (niet) en ja-tuurlijkok. Vooral in de laatste twee herkenden wij de invloed van zijn (toen negenjarige en vijfjarige) zusjes Sophie en Kyra die deze combinaties op dat moment te pas en te onpas gebruikten (tot grote onvrede van mijn broer en schoonzus overigens!). Vanaf 1;4 gaat Jonathan steeds vaker werkwoorden en twee- of meerwoordscombinaties gebruiken, resulterend in uitingen variërend van Margot zitten tot kan niks beuren, De laatste gebruikte hij rond 1;7 als een soort bezwering om maar niet bang te worden van, bijvoorbeeld zijn elektrische treintje. Op 1;9 gebruikt Jonathan steeds vaker lidwoorden voor naamwoorden, maar het lidwoord het gebruikt hij nog niet en dat wil er zelfs in bijna volledige imitaties niet in. Mijn vader (Jonathans opa dus) tilde hem over een hekje en zei: Hopsa, over het hek. Jonathan herhaalde vervolgens, ja, over de hek! Jonathan (1;9) is ook al een beetje creatief met taal. Zo heeft hij een mooie samenstelling gecreëerd toen hij samen met opa met de modelspoorbaan aan het spelen was. Opa zei toen: Die trein kan niet rijden, want met die trein is een probleem. Waarop Jonathan vervolgens meerdere malen de samenstelling probleemtrein gebruikte. Creativiteit komt ook voor in vaste rijmpjes en versjes. Mijn moeder (Jonathans oma) heeft Jonathan al een aantal maanden geleden geleerd dat hij oma s lieve kleine manneke is. De routine is als volgt: Oma zegt: Wat ben je van oma? Je bent oma s Eerst vulde Jonathan dat aan met: lievekeinemakkele, maar al snel ging dat steeds meer op lieve kleine manneke lijken. Het leek mij leuk om een beetje op dat rijmpje voort te borduren, dus ik zei: en je bent Margots... Ik verwachte natuurlijk dat Jonathan lieve kleine manneke zou zeggen, maar tot mijn stomme verbazing (en grote hilariteit) zei hij ineens bijdehandje! Ik heb geen flauw idee waar dit woord zo ineens vandaan kwam, Jonathans ouders ook niet. Misschien toch weer de invloed van zijn zusjes? Jonathans zusje Kyra (nu 5;11) was tot voor kort nog altijd goed voor leuke lexicale ontwikkelingsfenomenen. Zo heeft ze vanaf 3;6 zeker een half jaar lang naar balletdanseressen verwezen als balletzangeressen. Blijkbaar was iedere uitvoerder van een podiumkunst een zangeres voor Kyra. Sophie (nu 10;4) geeft zo nu en dan leuk inzicht in de ontwikkeling van lezen en schrijven. Jonathan had take it easy op zijn truitje staan, dus toen hij het op een huilen zette, spoorden mijn schoonzus en ik hem aan om toch vooral het motto van zijn truitje ter harte te nemen (nounou, take it easy jongen!). Sophie vond dit wel een leuke, opbeurende frase en schreef, fonetisch met een Nederlands tintje, tekent iesie in haar schriftje. 4

5 Victoria Nyst over haar zoon Oscar (3;6) Oscar verhaspelt zoals alle kinderen weleens woorden op een grappige manier. Hier zijn een paar voorbeelden. Rond 2;3 ging Mickey Mouse een tijd lang door onder de naam "Dikke muis". Het woord leverworst leek te veel op naam van vriendje Levi en werd dus "leviworst". Oscars favoriet toetje is cornflakes oftewel "knorvlees". Oscar groeit tweetalig op (Nederlands en Bambara), maar af en toe wordt hij toch met een taal geconfronteerd waarvan hij het lexicon niet helemaal kan plaatsen..oscar zegt heel triomfantelijk Boterham is op!. Ik ben onder de indruk van deze eetlust en verzucht "O my goodness", waarop Oscar zegt: ik ben niet goenes, ik ben Oscar! Behalve op lexicaal niveau, is Oscar ook creatief op categoriaal niveau, getuige de twee volgende voorbeelden. Op een gegeven moment hangt Oscar scheef onderuit en trekt een sip gezicht. Ik kijk hem bezorgd aan en vraag wat er aan de hand is. Dan schiet hij lachend overeind en zegt: Ik stilte!. Later zegt hij ook nog toen ging ik stillen. Bovendien moet Oscars blote pop een slab om, want anders wordt je bloot vies Gerdien Kerssies over haar zoon Stijn (3;1) Samen met Stijn zit ik aan tafel. We plakken en knippen en kletsen een beetje. Stijn maakt een auto met een rood en een geel wiel, een paars dak en allerlei felle kleuren. Trots laat hij me zijn kunstwerk zien waarop ik zeg: Zo zeg, wat een hippe auto!. Stijn kijkt vervolgens bedenkelijk naar het resultaat en zegt enigszins verontwaardigd: Mama, de auto is niet aan het hippen hoor!. Marijke Scheffener over haar zoon Bas (5;5) Bas (5:5) en ik gebaren thuis en zodoende leert Bas, zoals hij dat zelf zegt, twee talen, namelijk Nederlandse Gebarentaal en (gesproken) Nederlands. Op een gegeven moment gebaarde ik, dat ik naar de dokter was geweest. Ik gebruikte het volgende gebaar: met gekromde midden- en wijsvinger de kin aanraken. Bas gebaarde toen: Mama ;dat klopt niet, het moet ("hand aan pols voelen") zijn. Wat Bas nog niet weet is dat het gebaar voor dokter dat ik gebruikte Gronings is en het door hem geleerde gebaar van het Westen. Zo zien we maar weer dat gebarentaal ook een diversiteit kent. Zo ook met het woord trommel. Bas gebaarde: ik wil snoepje uit de trommel ( alsof je met de trommel speelt, muziek) 5

6 AL MET AL : MODULEVERSLAGEN Taalwetenschap en Nederlandse Gebarentaal Module: Fonologie & Morfologie van Gebarentalen, Docent: Roland Pfau Periode: 2 e semester 04/ 05 Studielast: 5 ECTS Auteur: Fleur Daemen Ik zou in dit stukje tekst in kunnen gaan op de hoeveelheid college-uren en de hoeveelheid voorbereiding die daarvoor nodig was, hoe de onderwerpen in de les aan bod kwamen en of de docent dit helder overbracht. Maar ik denk dat de meeste studenten wel weten hoe het er aan toe gaat in de colleges, en de meesten van jullie die dit vak gaan volgen zullen al een keer les gehad hebben van Roland Pfau. Veel liever vertel ik over hoe leuk het was in deze module om voor de eerste keer in het bachelorprogramma echt in te gaan op taalwetenschappelijke onderwerpen, toegespitst op gebarentaal(afgezien van Inleiding Gebarentalen). Met de module Vorm als taalwetenschappelijke basis sneden we verschillende fonologische en morfologische onderwerpen aan. Hoewel er op dit gebied natuurlijk wel heel wat onderzoek gedaan is (anders kon er geen vak mee gevuld worden), valt er nog heel wat te bediscussiëren. Ook liggen er nog heel wat onderzoeksgebieden open; de keren dat Roland zei Leuk onderwerp voor een scriptie, misschien? zijn niet op één hand te tellen. Dit toekomstperspectief werkt ook motiverend tot na denken en om dieper op de stof in gaan. En gelukkig is hiervoor binnen de module genoeg ruimte; het niveau van de artikelen is af en toe aan de pittige kant, maar de colleges daarentegen zijn heel goed te volgen. Hier en daar is er wat overlap met de behandelde stof in Vorm (volgens sommigen overbodig, volgens sommigen nodig). Door middel van huiswerkopdrachten (die meetellen voor het eindcijfer) wordt goed inzicht verworven in hoe de stof in de praktijk op gebarentalen toegepast wordt. Ze vormen een uitstekende voorbereiding op het tentamen. Een betere invulling van een module kan ik me niet bedenken. Rendementsmaatregelen eat your heart out! Module: Wetenschapsfilosofie werkgroep, Docent: Sies de Haan Periode: 2 e semester 04/ 05 Studielast: 10 ECTS (in totaal samen met het hoorcollege) Auteur: Fleur Daemen Oh nee! Wetenschapsfilosofie; DE angstdroom van bijna elke student. Het zweet stond alleen bij de gedachte ervan al op mijn voorhoofd. Geruchten over 3-en, 4-en en 5-en gonsden rond in de gangen van de Universiteit. En net als je het even vergeten was dan staat de module voor de deur. Heftig aantekeningen maken en vooral heel diep nadenken, dacht ik. Het bleek een stuk makkelijker te zijn dan ik dacht. Of beter gezegd: het wordt de studenten een stuk makkelijker gemaakt dan het eigenlijk is. In de module van Sies maken de studenten (net als de module van Els Elffers) bij de verschillende artikelen die gelezen worden opdrachten die ingeleverd moeten worden. Wanneer je dit braaf doet dan 6

7 ontvang je aan het einde van het semester een bonuspunt bovenop je tentamen cijfer. Bovendien maakt Sies een uitwerking van de opdrachten die hij aan alle studenten stuurt. Deze uitwerkingen dienen als basis voor het college; Sies zit achter zijn tafel en verteld ons wat hij op zijn blaadje heeft geschreven. Zijn blaadje wat de studenten later via de elektronische wegen van het internet aangereikt krijgen. Het is gegeven dat dit een niet uiterst enerverende manier van lesgeven is. De angstdroom die wetenschapsfilosofie heette leek nu meer op een dinsdagmiddagdutje. Maar nou kan niet gezegd worden dat dit allemaal komt door de manier van college geven. Er mag ook wel inbreng van de studenten verwacht worden bij een module als deze. Echter op een enkele uitzondering na (waar ikzelf niet bij hoor) waren de studenten behoorlijk passief; soms werd er een vraag gesteld die een heel enkele keer op een mini discussie uitliep, maar meer ook niet. De meeste studenten maakten geen eens aantekeningen. Jammer, en dat zeg ik ook tegen mezelf, want ik denk dat er veel meer uit deze module te halen valt dan ik in het afgelopen semester heb gezien. Ik denk dat het niveau van de module, zoals ik in het begin al licht liet doorschemeren, veel studenten ervan weerhoudt om er net iets dieper op in te gaan. Maar echt, met de uitwerkingen van Sies is het tentamen ontzettend goed te maken. (Let op: Hiermee is natuurlijk niks gezegd over het hoorcollege.) Moduleverslagen Studiejaar Module: Propedeusemodule Inleiding Taalwetenschap Docent: dr. D. Bakker Periode: 1 e semester 05/06 blok 1 en 2 Studielast: 5 EC Auteurs: Susanne van den Buuse en Mattanja Oosterhuis Het boek Taal en taalwetenschap, (Appel, R. e.a.), een donker lokaaltje in de kelder van het Bungehuis, een leuke docent en een beetje gezond verstand; alle ingrediënten voor de cursus Inleiding Taalwetenschap. Wij, Susanne en Mattanja, hadden afgelopen semester het genoegen om samen met zo n veertig andere taalwetenschap- en gebarentaalstudenten van deze soep te mogen proeven. Het eerste ingrediënt: het boek. Zoek je een niet al te moeilijk boek waarin alle hoofdgebieden binnen de taalwetenschap (fonologie, morfologie, syntaxis, sociolinguïstiek) kort maar krachtig worden behandeld, dan zal dit boek zeker in de smaak vallen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting, een aantal opdrachten en een zelftoets. In de cursus was het de bedoeling dat de opdrachten wekelijks werden ingeleverd en dit was niet teveel gevraagd; na het lezen van de hoofdstukken waren de opdrachten enkel een invuloefening. Hier komt het tweede ingrediënt, gezond verstand, dus goed van pas. Zelfs als vrijetijdsbesteding vinden wij dit boek geschikt vanwege de vele interessante voorbeelden. Helaas gaat het boek, vanwege het inleidende karakter, niet erg de diepte in. Soep is geen soep zonder een smaakmaker. Dit derde ingrediënt was Dik Bakker, onze docent. Altijd enthousiast en gedreven haalde hij, waar mogelijk, nog meer voorbeelden aan dan al in het boek stonden. Hij was niet te beroerd om de vele vragen van de studenten uitgebreid te beantwoorden, zodat de stof voor iedereen te begrijpen was. 7

8 Het laatste ingrediënt is het lokaal. We verhuisden halverwege de cursus naar de kelder omdat onze groep te groot was; we waren een gecombineerde groep van studenten gebarentaal en taalwetenschap. Hiermee komen wij aan bij onze suggestie voor verbetering: het zou beter zijn als deze groep werd opgesplitst per opleiding. Doordat de studenten taalwetenschap ook het vak Inleiding in de Nederlandse Taalkunde volgden en sowieso meer interesse in de taalwetenschap hebben, ontstond er een niveauverschil met gebarentaalstudenten. Zij vonden het lestempo prima; wat betreft de taalwetenschappers mocht het echter wel twee keer zo snel en met meer diepgang. De presentieplicht werd dan ook als enigszins vervelend ervaren door ons en de rest van de taalwetenschapstudenten, omdat wij de stof eenvoudig genoeg vonden om zelfstandig door te nemen. Al met al was de cursus Inleiding Taalwetenschap een smaakvol aperitief voor wat wij als toekomstige taalwetenschappers hopen aan te treffen als hoofdmenu in de komende jaren! Module: Propedeusemodule Inleiding Gebarentalen Docent: Beppie van den Bogaerde Periode: 1e semester 05/06, blok 1 en 2 Studielast: 5 punten Auteur: Marjolijn van Dijk Als studente Pedagogiek leek het vak Inleiding Gebarentalen mij een interessante verdieping. Daar in pedagogische kringen, naar mijn inzicht, nogal verouderde meningen heersen over dove kinderen en het gebruik van gebarentalen, was ik erg geïnteresseerd in de werkelijke achtergrond. Hoewel informatie over het vak voor mij als keuzevakker lastig te vinden was, en de informatie wat verwarring opwekte (de werkelijke taalverwerving bleek bij een ander vak te horen), heb ik geen moment spijt gehad van mijn beslissing: Het vak Inleiding in Gebarentalen is enorm interessant! Er werd gewerkt met een (nog niet voltooid) boek, deels geschreven door de docente zelf. Het is een levendig boek, waaruit we wekelijks een hoofdstuk behandelden. Tijdens de colleges was er enorm veel ruimte voor vragen en discussies. Hier werd gretig gebruik van gemaakt. Veel uiteenlopende thema s werden behandeld en besproken. Niet alleen taalkundige onderwerpen kwamen aan bod, zoals de morfologie en de fonologie van gebarentalen, maar ook de pedagogische aspecten van het doof-zijn werden besproken: moeten ouders hun kind een- of tweetalig opvoeden; moet een kind wel of geen CI (implantaat)? Naast al deze discussies miste ik wel de relatie met de praktijk. Heel zelden werden voorbeelden getoond met behulp van bijvoorbeeld dvd s of video s. Naar mijn mening had hier veel meer gebruik gemaakt van kunnen worden. Waarschijnlijk is dit vooral te wijten aan de beperkte audiovisuele mogelijkheden. Bij elk hoofdstuk dat behandeld werd hoorden een aantal vragen (die jammer genoeg niet altijd even duidelijk geformuleerd waren) die elke week ingeleverd moesten worden. De module werd afgesloten met een tentamen, dat via Blackboard gedownload, en ingeleverd kon worden. Rest mij nog te zeggen dat ik na dit interessante vak bijna niet kan wachten tot ik de module Taalverwerving kan volgen, om mijn verworven kennis in praktijk te brengen! 8

9 Module: BA-module Dovencultuur II Docenten: Marijke Scheffener & Roland Pfau Periode: 1 ste semester2005/2006, blok 1 Studielast: 5 punten Auteurs: Anajansie, Sigrid en Rosanne Na met veel plezier de module dovencultuur I gevolgd te hebben, verheugden wij ons al op deze module dovencultuur II. In deze vervolgmodule ging het niet langer om het wel of niet bestaan van dovencultuur, maar juist om het leren kennen van andere aspecten van dovencultuur. Twee keer in de week tijdens het eerste blok kregen wij college van Marijke & Roland. Elk college werd aan een ander onderwerp besteed, bijvoorbeeld doofblindencultuur, cochleaire implantaten of doven tijdens de holocaust. Vooraf was het de bedoeling een artikel te lezen over het desbetreffende onderwerp, wat wij vervolgens in het eerste uur van het college bespraken. Hierbij werd enige discussie altijd erg op prijs gesteld. Het tweede uur van het college werd vaak besteed aan het kijken van filmfragmenten. Tweemaal hadden Marijke & Roland een gastspreker uitgenodigd om ons college te geven. Een erg leuk idee, het was interessant om mensen over hun eigen vakgebied te horen vertellen. Aan het eind van het blok moesten wij een presentatie houden over dovencultuur in een ander land. Zelfs met niet al te veel voorbereiding verliep dit bij iedereen prima en het was erg interessant om naar te luisteren. Dit jaar kregen wij als afsluitende opdracht geen take-home tentamen, maar een nota. Vanwege het vele werk hadden wij toch liever een tentamen gehad, maar zelfs met de nota s is het uiteindelijk goed gekomen. Al met al was dovencultuur II een erg interessante en gezellige module! Module: BA-module Taal- en Spraakontwikkeling Docenten: J. de Jong, D. Polisienska Periode: 1 e semester 2005/2006, blok 1 en 2 Studielast: 5 ECTS Auteur: Anna van Sas Tussen alle heerlijke feestmaaltijden door blik ik terug op de collegereeks over kindertaalontwikkeling. Het algemene eindoordeel over deze module was om te beginnen zeer goed. De twee docenten (wat een luxe!) die ons college gaven deden het erg leuk; ze wisselden elkaar af en vulden elkaar aan. En ook de studenten konden altijd met een opmerking, vraag of verhaal tussenbeide komen. Zeker bij een vak over de ontwikkeling van taal is een interactief college natuurlijk extra leuk. Iedereen heeft wel een kleinkind, zusje, achternichtje, of oppaskindje dat af en toe de raarste woorden of zinnen uitkraamt! Dit kwam duidelijk naar voren bij de Veldwerkopdracht. Iedereen moest kindertaal opnemen op de bandrecorder, en vervolgens een bepaald taalverschijnsel onderzoeken. We hadden ons allemaal vol op deze opdracht gestort, en dan is het zo zonde dat hij slechts voor 10% meetelt. Ook de andere tussenopdracht telde maar 10%. Deze verdeling moet echt beter in het vervolg. Over de zwaarte van het college liepen de meningen uiteen. Sommigen vonden het erg veel leeswerk (grote hoofdstukken + artikelen), anderen daarentegen vonden het niet meer dan bij andere college s. Ik denk dat je na deze module bij het horen van kindertaal voortaan niet meer alleen zal denken; Ah, wat schattig!, maar dat je je ook zal beseffen wat er precies fout gaat en in welke fase het kind zich bevindt. 9

10 Module: BA module Taal en Spraakstoornissen Docenten: R. Prins, J. de Jong, E. Parigger Periode: Eerste semester 05/06, blok 1 en 2 Studielast: 5 punten Auteur: Renske Berns Het vak Taal en Spraakstoornissen wordt door de meerderheid van de studenten gezien als een zeer interessant en leuk vak dat gegeven wordt door goede docenten. Het vak is in twee blokken verdeeld;het eerste blok wordt door Jan de Jong gegeven en gaat over kindertaalstoornissen en het tweede blok wordt gegeven door Ron Prins en gaat over afasie. Esther Parigger (AIO) heeft in beide blokken één of meer colleges gegeven en bovendien was er een gastcollege van Margriet Heim. Ter voorbereiding van de colleges moest je elke week één of twee artikelen lezen, verder zijn er 4 opdrachten geweest en elke student heeft een referaat moeten houden. Over het algemeen vindt men de belasting van het vak normaal. De stof voor het eerste blok was wel duidelijk meer en ook de opdrachten in het eerste blok (een STAP en een GRAMAT analyse) waren veel meer werk dan de opdrachten in het tweede blok. Bovendien is de stof van het eerste blok merendeels in het engels en niet erg samenhangend, aangezien er veel verschillende taalstoornissen aan de orde komen met uiteenlopende oorzaken. Dit is natuurlijk heel interessant maar daardoor is het wel moeilijk een overzicht te krijgen. Een klein kritiekpunt op de artikelen in het tweede blok is dat de ze voor het grootste deel van Ron Prins zelf zijn en daardoor maar één invalshoek laten zien. Daar staat tegenover dat de artikelen erg duidelijk en goed te lezen zijn en ze geven een zeer helder overzicht. In het tweede blok zijn de gemaakte opdrachten wel besproken maar in het eerste blok niet, terwijl dit juist twee opdrachten waren waar iedereen enorm veel tijd aan heeft besteed. De groep was dit jaar erg groot (bijna 20 studenten terwijl dat er vorig jaar maar 8 waren) en hierdoor was er eigenlijk te weinig tijd. De docenten willen hun stof natuurlijk uitgebreid behandelen maar daardoor was er soms nét te weinig tijd voor de referaten en de bespreking ervan. Een eventuele suggestie hiervoor is het college te verlengen van twee naar drie uur per week of twee groepen te maken als er volgend jaar weer zoveel studenten zijn. Ook was er het gevoel dat de docenten zich bewust waren van de tijdsdruk en de colleges kwamen soms wat gehaast over en dan met name in het tweede blok. Zoals gezegd waren er 4 opdrachten waar je een cijfer voor kreeg en ook je referaat werd met een cijfer beoordeeld. Je cijfer bestaat dus uit meerdere toetsmomenten, zoals de nieuwe studierendementsmaatregelen dat voorschrijven. Het werk dat je aan de opdrachten en het referaat hebt en de weging van de cijfers staan echter niet goed met elkaar in verhouding. Je tentamen telt namelijk alsnog voor 80% mee en dat betekent dus dat je referaat 10% is en alle opdrachten samen ook maar 10%. Vooral de STAP en GRAMAT analyse in het eerste blok was voor iedereen heel erg veel werk en dit telt dus maar voor 5% mee! Dit zou echt anders moeten want het algemene gevoel was dat je er net zo goed niet veel tijd aan had hoeven besteden aangezien het maar zó weinig oplevert. 10

11 Module: BA-moduleTaal- en Spraakvermogen A Docent: Rob Schoonen Periode: 1 ste semester05/06 blok 1 en 2 Studielast: 5 ECTS Auteurs: Sietske Jellema en Nienke Stolk Een gezellig klasje op de maandagmiddag. Te weinig ruimte voor teveel mensen, maar met een beetje proppen lukte het best en ook vanaf de achterste rij was er alle mogelijkheid om je stem te laten horen. Vragen, discussies, beschrijvingen van interessante onderzoeken afgewisseld door een paar video s waren tekenend voor dit college. Geen saaie hoorcolleges, de lessen gaven een levendige indruk. Elke week werd van je verwacht dat je een hoofdstuk uit Psychology of Language van Caroll had gelezen. Een redelijk goed boek dat makkelijk leest; jammer is alleen dat de talige voorbeelden (bijvoorbeeld op het gebied van versprekingen en dubbelzinnigheid) net als het boek in het Engels zijn, waardoor ze voor niet-moedertaal sprekers wel eens lastig te begrijpen zijn. Ongeveer om de week werd deze leesstof aangevuld met een artikel van diverse auteurs. Hoewel deze voorbereiding bij sommigen nogal eens in gebreke bleef, kon toch via het college een goede indruk van de lesstof worden verkregen. Driemaal moest er een opdracht worden gemaakt, die samen voor 30% van het eindcijfer meetelden. De opdrachten waren eenvoudig en gaven een leuke link met de praktijk van het vak. Zo moest je voor een van de opdrachten versprekingen verzamelen en analyseren. Het eindtentamen, dat voor 70% meetelde, bestond uit open vragen die een goede weergave waren van de behandelde stof. Module: BA-module Methoden & Technieken Docent: Rob Schoonen Periode: 1 e semester 2005/2006, blok 1 en 2 Studielast: 5 ECTS Auteurs: Dustin de Leeuw en Sterre Leufkens ( Starsky and Hutch ) Hoewel de wiskundige aard van dit vak velen bij voorbaat al nachtmerries bezorgt, weet Rob Schoonen er toch iets moois van te maken. Rob heeft namelijk het bijzonder prettige en zeldzame vermogen om niet vanuit de formules maar vanuit de student te denken. Hoewel het boek erg saai, droog en formulegericht is, geeft Rob zoveel mogelijk voorbeelden uit de taalwetenschappelijke praktijk. Elke keer als we een chi-kwadraat hebben uitgerekend, laat hij zien wat het betekent. Op die manier krijgen studenten inzicht in waar statistiek voor te gebruiken is, en ook waarvoor niet! Het neemt de onzekerheid weg die veel studenten voelen bij een onderzoek vol cijfers en tabellen. We kunnen het zelf best! Ook de wijze van toetsing is erg studentvriendelijk: na het eerste blok kregen we een thuismaakopdracht over descriptieve statistiek waarbij we zelf aan de slag konden met de behandelde theorie. Gelukkig was slechts een gedeelte van de opdracht rekenwerk en het merendeel ging over de interpretatie en de achtergronden. Na afloop van het tweede blok kregen we weer een thuismaakopdracht, deze keer een kritische bespreking van een onderzoeksverslag. Daardoor konden we zien hoe je statistiek kunt gebruiken, en vooral misbruiken. Het enige wat we misten in deze module was het zelf werken met echte taalwetenschappelijke data. Tijdgebrek was een ander groot probleem; het liefst zouden 11

12 we een tienpuntsmodule hebben waarin ook ruimte is voor een SPSS-practicum. Nu blijft het soms toch nog een beetje hangen op hakken op de rekenmachine terwijl daardoor de interpretatie enigszins onderbelicht blijft. De module geeft een kritische blik op wat wetenschap is en hoe je onderzoeksvragen kunt operationaliseren. Het helpt je echt om zelf op een gestructureerde manier onderzoek te gaan doen. Voor studenten NGT is dit vak helaas niet verplicht, maar wel een absolute aanrader. Module: BA-module Nederlandse Gebarentaal Taalverwerving I, II en III A Docent: Joni Oyserman Periode: 1 e semester 05/06, blok 1 en 2 Studielast: 15 punten Auteurs: Wouter Bolier en Willemijn van Leeuwen Dit jaar volgen er iets van 45 studenten de bachelor gebarentaal. Er zijn in totaal drie groepen die NGT volgen. Joni Oyserman geeft les aan groep A en B en Marijke Scheffener aan groep C. Wij, W & W, hebben colleges gevolgd in groep A. Vanaf het begin ligt het tempo redelijk hoog en is het vooral erg wennen aan bepaalde gedragsregels. Zo is het voor sommige kletskousen onder ons nog steeds erg lastig om niet te praten tijdens het college. Na een tijdje gingen velen van ons proberen in gebarentaal te kletsen, bijvoorbeeld als een oefening eerder af was en er op de rest van de groep gewacht moest worden. Ook in de kantine werd zo nu en dan al wat gebarenkletst. De groepsgrootte is met gemiddeld 16 studenten precies goed, want in de kleine lokaaltjes hebben we allemaal genoeg ruimte om te gebaren. De colleges zijn vrij intensief, voor wie gewend is aan gesproken taal kost het vooral in het begin extra energie om uitsluitend visueel bezig te zijn. Omdat de groep niet zo groot is heeft iedereen voldoende gelegenheid om aan Joni onderling te vragen en komt iedereen bij een oefening genoeg aan bod. Door de groepsgrootte is er een persoonlijke sfeer, de colleges zijn vaak best gezellig. Er is zelfs een sinterklaascollege geweest met kadootjes en al. Een echt groepsgevoel dus. Het valt meteen op wanneer iemand mist, maar over het algemeen was de opkomst erg compleet. Joni kan soms erg streng zijn. Kom je te laat, zeg je toch IK of JIJ als je een indexgebaar maakt (dan doet Joni het befaamde mondkruisje) of heb je je huiswerk niet gemaakt, dan laat ze duidelijk merken dat ze er niet van gediend is. Om goed bij te blijven moet je wel dagelijks je huiswerk maken. Als je een paar oefeningen niet doet dan kun je door het behoorlijk hoge tempo nogal snel achter raken. Joni vraagt voortdurend of er vragen zijn, of we het snappen en of het nog te volgen is. Dat vinden wij een sterk punt. Ze weet de aandacht in het college goed vast te houden door er soms een paar grappige & leuke gebaren of verhaaltjes in te gooien. We hebben in best wel korte tijd heel wat gebaren weten te leren. De in colleges behandelde onderwerpen zijn basisonderdelen die je nodig hebt om jezelf uit te drukken in gebarentaal in het dagelijkse leven, zoals boodschappen doen, rolnemen, kleding, dieren, eten & drinken, verkeer en feestdagen. Wij denken dat wij ons hiermee al aardig kunnen redden als we een gesprek in gebarentaal aangaan, al blijft het lastig dat grammaticaal correct te doen. Wat ons betreft; laat de volgende module maar komen! 12

13 Module : BA module Taalverwerving Nederlandse Gebarentaal I III (groep C) Docent: Marijke Scheffener Periode:1 e semester , blok 1 en 2 Studielast:15 ECTS (5 per module) Auteurs :Pauline Töpfer, Marlinka Groot Nibbelink en Daphne Hilhorst Vijftien mensen volgden het afgelopen semester de colleges van taalverwerving NGT I tot en met III. Dertien mensen uit verschillende vakgebieden hadden NGT als keuzevak of minor gekozen en twee studenten deden de bachelor, maar pasten niet meer in de andere groepen. De colleges werden op een heel plezierige manier gegeven door Marijke Scheffener. Het enige minpuntje is dat we tijdens het semester drie studenten zijn kwijtgeraakt. Jammer dat zij nooit hebben gemeld (ook niet aan Marijke) dat ze gingen stoppen. In vier maanden tijd hebben we ongelooflijk veel gebaren geleerd. De lesstof was verdeeld in diverse categorieën, onder andere: boodschappen, winkelen, de dierentuin, vakantie. We hadden nooit verwacht dat we al zo snel gesprekken konden voeren. Zelfs bij ons bezoek aan SWDA (Stichting Welzijn Doven Amsterdam) konden we ons aardig goed redden. Hoe moeilijk kun je denken als je een colaatje wilt bestellen? Natuurlijk is dat een C en dan een la opentrekken. Zo zijn nog veel meer gebaren eigenlijk heel logisch. Met acht van de overgebleven twaalf studenten en met Marijke zijn we uit eten geweest bij De Schutter. Buiten het feit dat we lekker gegeten hebben, hebben we ook een groot deel van de avond gebaard. Sommigen waren erg creatief en begonnen liedjes mee te gebaren; anderen hielden het bij gewone gesprekken. Diepgaande gesprekken en discussies blijven lastig met een beperkte woordenschat, maar het idee is leuk. Marijke is altijd enthousiast en weet iedereen te motiveren. Ze heeft een eindeloos geduld en een groot inlevingsvermogen. In de pauzes werd er vaak ook nog flink verder gepraat/baard: van rijles tot politie, van Sinterklaas tot ondertiteling. Juist door deze echte praktijkmomenten waren de lessen nog aantrekkelijker. De leerstof en de opdrachten waren goed. Taalverwerving NGT is een erg praktisch vak: geen ellenlange theorie, maar een korte uitleg, veel video kijken en veel oefenen. Heel anders dan we gewend zijn van andere vakken en ook anders dan de meeste taalverwervingslessen van andere talen. Zeker de opdrachten in de les waren erg nuttig. De tussentoetsen bleken minder moeilijk dan verwacht, maar testten wel de belangrijkste zaken uit de module. Het tentamen was spannend help ik zie mezelf! maar goed te doen. 13

14 MASTER MODULES Module: MA-module Acquired Language Disorders Lecturer: Dr. R.S. Prins Period: 1 st semester 05/06, block 1 and 2 Study points: 10 points Authors: Caroline Junge & Sanne de Boer From Broca up to Gilles de la Tourette: acquired language disorders from A to Z In this 14 weeks module we passed along the topics of anatomy of the brain, history of aphasia, language disorders in dementia up until psychotic speech and Gilles de la Tourette syndrome. Every week we discussed a different topic, and we had to read about three articles on that topic. The outline for the course was set up very well and clear. We liked that three guest speakers came round to give us a good view on the practical side of the field. There was also a lot of video material, which gave us a clear image of how phenomena like aphasia, dementia and Gilles de la Tourette syndrome actually are in real life. Because the students all had very different backgrounds, the first three weeks were dedicated to an introduction to the field. Because it was somewhat old news for some students, we thought it might be a better idea to give a sort of crash course the first class for the ones who have no history with the field at all. After this class all the students should be somewhere around the same level, and this would make it easier to go into detail right away from the second week. The articles gave a great overview on the field; they were a mix of overview articles and research articles. Besides the articles we had to read, all the students had to do an oral presentation on another article on the topic of that week s class. The only thing we missed in the literature was a clearer picture on the recent major topics and research done in the field. During the teaching weeks there were three written assignments, which were focused on both theory and practice. For instance, you had to come up with certain measures to see what kind of aphasia a patient had; or, you had to explain the differences and commonalities between people who have aphasia and people who have dementia. Our final assignment consists of writing an academic paper on a topic of our choice. It was a pleasure to hear dr. Prins talk about his research field. We particularly liked that he always tried to show the humane side of any of these acquired language disorders. Moreover, he was very enthusiastic about the topics and there was always room for discussion and questions. This created an active atmosphere, making all lectures interesting: although the number of students participating in this course was small, it was rare if one of them was missing. Our overall impression of this course is positive. It is useful and interesting to learn more about acquired language disorders, such as language loss in Alzheimer s Disease. Despite the fact that we had very different backgrounds, we were all confronted with new and interesting facts and topics in the field of acquired language disorders. 14

15 Module: MA Linguistics: Language & Speech Development and Disorders I Lecturer: Jan de Jong, Jeannette van der Stelt, Paola Escudero, Margot Rozendaal Period: 1st semester 2005/2006, block 1 en 2 Studypoints: 10 points Authors: Kamila Polisenska & Sanne de Boer During this course we gained better knowledge on all the topics of first language acquisition and development. In these fourteen weeks we first discussed general issues in the study of child (language) development, and moved over to more specific linguistic issues, e.g. phonological development, pragmatics and development of the lexicon. The classes were given by people who had great affinity with the specific topic, so we got a good view on the latest developments in the field. We had to read two to three articles for every class, which we discussed then. Most of the times the lecturer started with a powerpoint presentation and during the presentation there was room to ask questions and start discussions. Sometimes there was too much overlap between the literature read for that day and the presentation in class, which was a pity. The video- and audiotapes were very helpful to get a good picture of the way things are in real life. The literature we had to read was very up-to-date. Besides the literature, every student had to give an oral presentation on a chosen topic. Because the students all had very different language backgrounds we had opportunities to make cross-linguistic comparisons, which made it very interesting! And because we also came from different study programmes, we had different points of view on some things. We suggest that in the future later development should be included, because in this class development stopped at the age of four! Now we have to write an essay on a topic from this field. Next term we will probably all be there to follow the course language & speech development and disorders II, which focuses on the abnormalities in child language development. Module: MA-module Perspectives on Universals I Lecturers: Hans den Besten and Adam Saulwick Period: first semester 05/06 block 1 and 2 Study Points: 10 ects. Author of report: Franca Wesseling Perspectives on Universals part 1 carries the subtitle from data to theory. The general outline was to read articles written by authors who viewed case marking in different ways. Each class one of the students had to present the concerning article and afterwards a general discussion would ensue. The final assignment was to write an essay on some (interesting) type of case marking. At the outset all was a little unknown, also for the lecturers for they were told to give the course at the last moment due to circumstances. But this did not interfere with the quality of the course. Now and then the reading list would be revised and certain changes were made, the students were always informed on time, so no problem there. The reading list was however extensive, but interesting and to be expected when 15

16 following an RMA. The presentations of these articles was overall instructive. As for the instructors, one generativist one functionalist, no complaints. It was more than amusing when discussions arose between the two camps, a lot to be learned for us students. What to say more? The course was good. I enjoyed it as I am interested in theoretical linguistics and language typology, but even for those with different ambitions I believe PoU i to be an enrichment for the knowledge of linguistics. Even if it is just to see what some linguists are up to and concerned with. STAGIAIRE UIT UTRECHT Hallo! Ik ben Floor Landa, en ik ben student aan de Universiteit Utrecht. Ik ben daar tweedejaars in de Research Master Linguistics. Voor deze master mocht ik een stage van 1 blok doen (10 weken) en deze heb ik gedaan aan de UvA. Ik wilde graag bij een andere universiteit stage lopen omdat ik ook wel eens wilde zien hoe het er ergens anders aan toe ging, en dat is erg goed bevallen! Ik heb meegelopen met het project van Esther Parigger. Esther onderzoekt taalproblemen van kinderen met ADHD in het algemeen. Dit onderzoek sprak mij erg aan, omdat ik de relatie tussen psychiatrische stoornissen en taal, vooral bij kinderen erg interessant vind. Ik heb een klein deel van dit onderzoek gedaan, namelijk de morfo-syntactische analyse. De data van het onderzoek waren al verzameld voordat ik begon, en bestonden uit een Frog Story, verteld door kinderen met en zonder ADHD, in de leeftijdsgroepen van 7, 8 en 9 jaar. Daarna heb ik de fouten van de kinderen gecodeerd en geanalyseerd. Ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad op deze stage, en ben nog steeds erg blij dat ik ervoor gekozen heb de stage aan de UvA te doen, omdat ik een hoop leuke nieuwe dingen heb geleerd, die ik anders misschien misgelopen zou hebben. Verder ben ik heel hartelijk ontvangen door AiO s en andere medewerkers van de universiteit, bedankt daarvoor! Ik zou graag willen promoveren aan de UvA, dus misschien kom ik binnenkort weer terug! Tussentoetsen Afschaffing tweede herkansing Tutoraat in het eerste jaar Definitieve inschrijving na 2 weken KATvertentie RENDEMENTSMAATREGELEN Het afgelopen semester zijn de facultaire rendementsmaatregelen van kracht geworden (zie kader links). Docenten en studenten van Taalwetenschap en NGT hebben er allemaal hard aan gewerkt, maar hoe kan het volgend jaar (nog) beter worden? Omdat we het samen moeten doen, is op het OC-blackboard een discussion-board geopend, waar docenten en studenten hierover van gedachten kunnen wisselen. praat mee op het OC-blackboard* *aanmelden kan op het tabblad Community (rechtsboven als je inlogt) onder organization search. Typ OCtaalwetenschapNGT in en klik op 16

17 WILLIAM LABOVS cursus en lezing in Amsterdam De Amerikaanse taalkundige William Labov gaf van 16 tot 20 januari een cursus Sound change in progress aan de Vrije Universiteit. Die cursus vond plaats in het kader van een winterschool voor promovendi, georganiseerd door de Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap. Labov besprak klankveranderingen in allerlei talen en in het bijzonder in de dialecten van Noord-Amerika. Hij zocht een antwoord op de vraag of klankveranderingen zich per foneem of per woord verspreiden. Ook de aanleidingen en oorzaken van de veranderingen kwamen aan de orde. Op de laatste dag werd ingegaan op de overdracht van klankveranderingen van de ene generatie op de andere, en van gemeenschap tot gemeenschap. Daarnaast gaf Labov op 18 januari een lezing op het Meertens Instituut, getiteld Time lag in dialect geography: how many centuries? Hierin liet hij zien dat de Northern Cities Shift, een grootscheepse klinkerverschuiving, zich nu voltrekt in de Amerikaanse staten waar tussen 1800 en 1850 de Yankees zich vestigden. Deze staten hebben een relatief linkse politieke ideologie. Uit dit voorbeeld blijkt dat sociale en politieke grenzen eeuwen later nog invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van een taal. William Labov is hoogleraar Taalwetenschap aan de Universiteit van Pennsylvania. In zijn scriptie over het eilandje Martha s Vineyard en zijn proefschrift over New York liet hij zien hoe dialectkenmerken samenhangen met sociale factoren. Dit maakte hem wereldberoemd. William Labov (78) in gesprek met dialectologe Jo Daan (95), die zijn onderzoek in 1967 in Nederland introduceerde en Labov s lezing niet wilde missen ( ; Meertens Instituut) Loulou Edelman (Tekst en foto) 17

18 WINTERAFSTUDEERDERS: Scriptiesamenvattingen Doctoraalscriptie Taalwetenschap: Spreekregisters van vijfjarige kinderen Door Drs. Charlotte Veldhoen In mijn doctoraalscriptie heb ik gekeken of Nederlandse kinderen van vijf jaar oud speciale spreekregisters gebruiken tegen een jonger kind, een dier en een zieke oudere en wat de verschillen zijn tussen deze drie spreekregisters onderling. In diverse onderzoeken wordt babytalk namelijk ook genoemd als spreekregister tegen andere typen hoorders dan kinderen, bijvoorbeeld dieren, planten, geliefden, zieken, ouderen en anderstaligen. Uit literatuuronderzoek blijkt dat er zowel verschillen als overeenkomsten te vinden zijn in het spreekregister babytalk, afhankelijk van het type hoorder. Onder babytalk wordt in mijn onderzoek het volgende verstaan: een spreekregister dat door een volwassen spreker of door een kind gesproken wordt tegen baby s. Het spreekregister dat tegen dieren gesproken wordt is animaltalk en de spreekstijl tegen zieke ouderen is nurserytalk. Enkele verschillen tussen de drie spreekregisters zijn o.a. bij babytalk en animaltalk gebruikt men eerder een hoge stem dan bij nurserytalk. Het gebruik van korte en eenvoudige zinnen zou vaker voorkomen tijdens babytalk en animaltalk dan bij nurserytalk. Langzaam spreken doet men vooral tijdens babytalk en nurserytalk. Het gebruik van een verzorgende toon komt alleen voor tijdens nurserytalk. Het vermijden van de persoonlijke voornaamwoorden eerste en tweede persoon enkelvoud zou in ieder geval tijdens babytalk en nurserytalk plaatsvinden. Van animaltalk is dit niet bekend. Omdat ook kinderen babytalk als spreekregister gebruiken leek het mij interessant om mijn onderzoek naar babytalk bij kinderen te doen. Verder wordt er nog gekeken naar eventuele sekseverschillen. Uit literatuuronderzoek blijkt namelijk o.a. dat jongens in vergelijking met meisjes bij babytalk en animaltalk eenvoudiger taal, meer imperatieven en meer tegenwoordige tijd zouden gebruiken. Meisjes zouden daarentegen bij babytalk en animaltalk meer genegenheid tonen ten opzichte van de hoorders en meer vragen stellen. In mijn onderzoek moesten acht jongens en acht meisjes van vijf jaar oud driemaal een verhaaltje vertellen uit een Dikkie Dik prentenboekje aan drie verschillende hoorders: een peuter van bijna twee, een konijn en een oudere dame die slechthorend en slechtziend was. De resultaten van mijn onderzoek laten zien dat geen van de genoemde verschillen significant is. Dit heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met mijn onderzoeksmethode waarbij de kinderen een verhaaltje moesten vertellen aan de hoorder. De meeste beurten van de kinderen zijn in narratieve vorm. Het aantal communicatieve beurten is erg laag in vergelijking met de narratieve beurten. De enige significante verschillen die wel tijdens mijn onderzoek naar voren komen zijn dan ook in de communicatieve beurten te vinden. Het aantal communicatieve beurten tijdens nurserytalk is namelijk opvallend hoger in vergelijking tot de communicatieve beurten tijdens babytalk en animaltalk. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de oudere dame communicatief gezien meer interactie uitlokt bij de kinderen dan de twee andere gesprekspartners. De resultaten van mijn onderzoek laten geen seksespecifieke verschillen zien. Het zou nuttig zijn om dit onderzoek nogmaals te verrichten maar dan met een meer geschikte onderzoeksmethode waarbij de kinderen wel meer spontane taal produceren. Misschien dat er dan wel opvallende resultaten zijn waar te nemen. 18

19 Bachelorscriptie Taalwetenschap: Spanish Quotation Marker Use: A comparison of native and non native speakers Door: Charlotte Rooney, BA This thesis studied the various quotation markers used in vernacular Spanish, with specific attention to the differences between native and non native speakers. Based on the quotative system as outlined by Cameron for Puerto Rico (Verbs of Direct Report, Conjunction Noun Phrase (Y NP), freestanding quotation and complements of the verbs to be ) the first aim of this thesis was to ascertain whether the data found for Puerto Rico was comparable to that found in other variants of Spanish. Secondly, the linguistic practices of speakers of several variants of Spanish were analysed in an attempt to identify an equivalent construction to the innovative English form be like. Method The data for this study came from 8 conversations which were recorded in informal settings (such as a private home, university canteen or bar). The speakers recorded were either friends of the researcher, friends of friends or international students who responded to a poster in their residence hall. While this produced extremely natural conversations, it was not possible to select speakers on the basis of gender, age, social class or any other sociolinguistic factor. Results In this study, 82 of the 201 quotatives transcribed were Zero quotatives, the native speakers using the freestanding quote 37% of the time and the non natives 53%, compared to 25% found by Cameron. 62% of all the quotatives Cameron analysed were introduced by Verbs of Direct Report, compared to 52% among the native speakers of this study (87 of the total 201 quotes in this study were introduced by verbs of direct report), and 18% in the non native speakers. Y NP quotative introducers were used far less frequently by the native speakers (8% compared to 13%) but the non native speakers used 16% of Y NP quotes. Only 20 of the 201 quotes were of this form. Ratio of quotations introduced by VDR, Y NP and Zero, and Ser and Estar (%) # of quotes VDR Zero Y NP SER Estar Natives n= Non natives n= Conclusion The native and the non native speakers of Spanish were found to use different proportions of the quotation markers, the natives largely reflecting the same proportions as Cameron found in Puerto Rico, the non natives displaying a clear preference for freestanding quotes. True equivalence of be like in Spanish is difficult to pin down. The expression in English is extremely productive, and among many younger speakers the dominant quotative marker. In Spanish, the dominant quotative marker is still Verbs of Direct Report (for the native speakers in this study as well as in Cameron s (1998)), with a clear preference for the literal decir to say. The non native speakers and some native speakers had a tendency to include an extra softening hedge before the quoted material (usually como like), although it is not required by a prescriptive grammar of Spanish. The non natives 19