MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2005

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2005"

Transcriptie

1 MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2005 Auteur: Drs. E. Lourens, Economisch Instituut voor de bouwnijverheid Bestelcode: ISBN: Mei 2006

2 2

3 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING INLEIDING AANTAL ONGEVALLEN ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW DE AARD VAN DE ONGEVALLEN EN DE AARD VAN HET LETSEL19 5 ARBEIDSONGEVALLEN EN VERZUIM ARBEIDSONGEVALLEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN ONTWIKKELING VAN HET AANTAL ONGEVALLEN, Bijlage: Bijlage 1: Populatie, steekproef en respons

4 4

5 SAMENVATTING In opdracht van de Stichting Arbouw heeft het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van arbeids-ongevallen in de bouw. Voor dat doel is eind 2005 een schriftelijke enquête gehouden onder een groot aantal werknemers die eerder bij een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) hadden aangegeven dat zij in de 12 daaraan voorafgaande maanden hadden verzuimd wegens een ongeval. Het ging daarbij zowel om bouwplaatspersoneel als om uitvoerend, technisch en administratief personeel (het zogenaamde UTA-personeel). Ook schilders en stucadoors zijn in het onderzoek opgenomen. Niet echter dakdekkers, baggeraars, werknemers van bouwinstallatiebedrijven en zelfstandigen zonder personeel. Het onderzoek is een vervolg op eerder voor de jaren 1998 tot en met 2004, eveneens in opdracht van Arbouw, uitgevoerd onderzoek. Het UTA-personeel werd daar voor het eerst in 1999 in betrokken. Het onderzoek is beperkt tot ongevallen die tot verzuim hebben geleid. Gebleken is dat van alle in het onderzoek betrokken werknemers naar schatting bijna 9 procent in het jaar voorafgaand aan het PAGO een ongeval heeft gehad. Voor het jaar 2005 betekent dat ongevallen, waarbij het zowel om ongevallen in werktijd (arbeidsongevallen) als om ongevallen in vrije tijd gaat. De kans op een ongeval was voor werknemers onder de 25 jaar met 16 procent meer dan twee keer zo groot als voor werknemers van 45 jaar en ouder, waarvan bijna 7 procent een ongeluk had gehad. Voorts bleek uit het onderzoek dat bouwplaatswerknemers met 10 procent eveneens een meer dan twee maal zo grote ongevalkans hebben als het UTA-personeel waarvoor die kans minder dan 4 procent was. Binnen de categorie bouwplaatspersoneel hadden timmerlieden en metselaars de grootste kans op een ongeval en schilders de kleinste. Bij het UTA-personeel was die kans voor uitvoerders met 5 procent groter dan die voor het overige UTA-personeel, dat een ongevalkans van 3 procent had. Van alle ongevallen vonden er (69 procent) plaats in werktijd, de rest in vrije tijd en tijdens woon-werkverkeer. Uitgedrukt in procenten van de totale populatie bedraagt het aantal arbeidsongevallen met verzuim in de bouw bijna 6 procent. Dat percentage varieert van 4 voor oudere werknemers tot 10 voor jongeren en van bijna 3 voor het UTA-personeel tot 7 voor het bouwplaatspersoneel. Timmerlieden en metselaars hebben met meer dan 7 procent een grotere kans op een arbeidsongeval dan schilders en het overige bouwplaatspersoneel. Voor uitvoerders is die kans 4 procent tegenover 2 procent voor het overige UTA-personeel. Voorts hadden in 2005 werknemers die in grote bedrijven (meer dan 100 manjaren) werkten, voorzover het om bouwplaatspersoneel gaat, een grotere kans op een arbeidsongeval dan werknemers in kleine en middelgrote bedrijven met minder dan 100 werknemers en 5

6 hadden werknemers in de sectoren b&u en afbouw en afwerking een grotere ongevalkans dan werknemers in de sector gww. De meeste arbeidsongevallen worden veroorzaakt door vallen, struikelen of uitglijden, verstappen of doordat het slachtoffer wordt getroffen door een vallend voorwerp. Andere belangrijke oorzaken van arbeidsongevallen waren geraakt of bekneld worden door machines of (draaiend) gereedschap, klemmen of knellen, vertillen of verdraaien, snijden of doordat de werknemer wordt geraakt door een wegschietend voorwerp. Het meest voorkomende letsel als gevolg van een arbeidsongeval is hand- of polsletsel. Daarna volgen voet- of enkelletsel, been- of knieletsel, arm- of schouderletsel, rugletsel en hoofdletsel. Oog- of gehoorbeschadiging, nekletsel, letsel aan de romp en inwendig letsel kwamen minder vaak voor. Van alle ongevallen met verzuim die werknemers zowel in als buiten werktijd zijn overkomen, leidde 88 procent tot een verzuim van 4 of meer dagen. Voor arbeidsongevallen was dat 86 procent ( gevallen) en voor ongevallen in vrije tijd 91 procent (5.360 gevallen). Als gevolg van een ongeval belandden in 2005 naar schatting circa werknemers in het ziekenhuis: 37 procent daarvan na een ongeval in vrije tijd, en 63 procent na een arbeidsongeval. Dat betekent dat 24 procent van alle ongevallen ziekenhuisopname tot gevolg heeft. Voor ongevallen in vrije tijd is dat percentage 29 en voor arbeidsongevallen 22. Voor beide categorieën ongevallen geldt dat de ziekenhuisopname in de meeste gevallen van korte duur is. In veel gevallen zelfs niet meer dan 1 dag. Voor arbeidsongevallen geldt dat de ziekenhuisopname in één op de vijf gevallen 6 dagen of langer duurde. 1 Van alle werknemers die als gevolg van een ongeval (in vrije tijd of in werktijd) hebben verzuimd, zei 61 procent tijdens de herstelperiode in aangepast werk of met aangepaste werktijden weer aan de slag te kunnen. Van die mogelijkheid wordt echter maar in beperkte mate gebruik gemaakt. Voorzover dat wel gebeurt gaat het meestal om aangepast werk voor een beperkte periode. De meeste bouwvakarbeiders die een arbeidsongeval hebben gehad (74 procent) kregen dat ongeval ondanks dat op de bouwplaats technische en organisatorische voorzieningen waren getroffen om veilig te kunnen werken. Vooral in grote bedrijven en bedrijven in de sector b&u waren die voorzieningen wat minder vaak getroffen. Ook waren de voor de uitvoering van het werk vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen in de meeste gevallen (95 procent) ter beschikking gesteld. Zij 1 De raming van het aantal ongevallen naar verzuimduur en wel of geen ziekenhuisopname is enigszins vertekend doordat de respons op de enquête, waarop die raming is gebaseerd, niet in alle opzichten representatief is. Als gevolg daarvan lijkt er veel vaker sprake te zijn van lang durend verzuim en ziekenhuisopname dan in overeenstemming is met de resultaten van voorgaande door het EIB uitgevoerde onderzoeken. Voor verdere toelichting zij verwezen naar hetgeen hierover is gesteld in de inleiding en in de hoofdstukken 2 en 5. 6

7 werden in de meeste gevallen (76 procent) ten tijde van het ongeval ook gebruikt, hoewel dat niet altijd verplicht was. Een relatief wat kleiner aantal bouwvakarbeiders dat een arbeidsongeval had gehad, had tevoren ook voorlichting gekregen over de manier waarop het werk verantwoord (veilig) uitgevoerd kon worden (71 procent), en over het gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen (75 procent). Die aantallen waren echter wel iets groter dan een jaar eerder. De meeste werknemers zijn van mening dat het arbeidsongeval dat zij hebben gehad niet voorkomen had kunnen worden als de werkgever meer veiligheidsmaatregelen had getroffen. Een minderheid van slechts 14 procent denkt dat dat wel het geval is. Een veel groter aantal (27 procent) denkt dat het ongeval voorkomen had kunnen worden als zij zelf meer veiligheidsmaatregelen hadden genomen. Een relatief beperkt aantal werkgevers (34 procent) heeft volgens de getroffen werknemers blijvende maatregelen genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Ook hier geldt echter dat dat aantal wel groter was dan in Vergelijking van de resultaten van het onderzoek met die van een jaar eerder leert dat het aantal arbeidsongevallen met verzuim in de bouw in 2005 vermoedelijk licht gestegen is. Hetzelfde geldt voor het aantal arbeidsongevallen met ziekenhuisopname als gevolg. Vergelijking van de resultaten van het onderzoek met die van 2001 tot en met 2004 laten in het algemeen een ongunstige ontwikkeling zien. Het aantal arbeidsongevallen met verzuim was in 2005 relatief hoger dan in enig ander jaar in de onderzochte periode. De vergelijking wordt echter bemoeilijkt doordat de methode van onderzoek in 2005 gewijzigd is en de raming van het totale aantal ongevallen, anders dan in voorgaande jaren, niet meer gebaseerd is op schriftelijke enquêtering van werknemers in de bouw. Voor aanvullende gegevens, zoals de aard van de ongevallen, het letsel en de duur van het verzuim is dat wel het geval. 2 2 Voor verdere toelichting hierover zij verwezen naar hetgeen hierover is gesteld in de inleiding van dit rapport. 7

8 1 INLEIDING Op verzoek van de Stichting Arbouw voert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid jaarlijks een onderzoek uit naar de mate waarin er in de bouwnijverheid ongevallen gebeuren. Voor dat doel is er in de periode 1998 tot en met 2004 aan het eind van ieder jaar een schriftelijke enquête gehouden onder bouwplaatswerknemers en sinds 1999 ook onder werknemers in de categorie uitvoerend, technisch en administratief personeel (het zogenaamde UTA-personeel). Het onderzoek is te beschouwen als een voortzetting van eerder voor de jaren 1993 tot en met 1997 uitgevoerd onderzoek, dat gebaseerd was op een mondelinge enquête die het EIB jaarlijks laat houden onder werknemers in de bouw. 3 De reden om in 1998 over te gaan op schriftelijke enquêtering was de wens om de schatting van het jaarlijkse aantal arbeidsongevallen in de bouw te baseren op een groter aantal waarnemingen, mede met het oog op de mogelijkheid om meer gespecificeerde uitspraken te kunnen doen over de ontwikkeling van het aantal ongevallen naar beroepsgroep, sector en leeftijdsklasse. Voor het onderzoek over het jaar 2005, waarover in dit rapport verslag wordt gedaan, is de methode van onderzoek gewijzigd. Voor de schatting van het aantal ongevallen is dit jaar gebruik gemaakt van gegevens die bij Arbouw bekend zijn uit de vragenlijsten die werknemers, die in 2005 een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) hebben gehad, hebben ingevuld. Die PAGO s worden op grond van de CAO s voor diverse beroepsgroepen in opdracht van Arbouw uitgevoerd door gecertificeerde arbodiensten die voldoen aan door Arbouw vastgestelde kwaliteitseisen. Deelname aan het PAGO is vrijwillig. Werknemers hebben er tot hun 40 e jaar een maal in de vier jaar recht op, daarna eenmaal in de twee jaar. In de vragenlijst die werknemers voor het PAGO invullen, wordt onder meer gevraagd of zij in de afgelopen twaalf maanden verzuimd hebben als gevolg van een ongeval. Met behulp van dit gegeven zijn in dit rapport schattingen gemaakt van de mate waarin er in de bouw arbeidsongevallen gebeuren, waarbij het uiteraard uitsluitend gaat om ongevallen die tot verzuim hebben geleid. 3 De resultaten van de voor de jaren 1993 tot en met 2004 uitgevoerde onderzoeken zijn door Arbouw in de voor die jaren gepubliceerde jaarverslagen samengevat. De resultaten van de voor de jaren 1998 tot en met 2004 uitgevoerde onderzoeken zijn daarnaast integraal gepubliceerd door Arbouw. 8

9 Voor het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens van de werknemers die in 2005 een PAGO hebben gehad, voorzover die gegevens op 1 maart 2006 beschikbaar waren. Het betreft werknemers, waarvan er zeiden in de twaalf maanden voorafgaand aan het onderzoek verzuimd te hebben vanwege een ongeval. 4 Tabel 1 laat zien hoe zij waren verdeeld naar leeftijd en beroep. Ook de verdeling van alle werknemers in de populatie waarop het onderzoek betrekking heeft, is in de tabel opgenomen. Het betreft alle werknemers in dienst van bouwbedrijven, inclusief schilders. Alleen werknemers in dienst van dakbedekkings- en baggerbedrijven maken geen deel uit van het onderzoek, evenmin als werknemers in dienst van bouwinstallatie-bedrijven en zelfstandigen zonder personeel (de zogenaamde ZZP ers). 5 Voor de vaststelling van de populatie waaraan de onderzoekresultaten zijn gerelateerd, is uitgegaan van het gemiddeld aantal werknemers in Dit gemiddelde is voor zowel het bouwplaatspersoneel als het UTA-personeel berekend als de netto-capaciteit in 2004, vermeerderd met de capaciteit die door ziekte verloren is gegaan, en daarna verminderd met 3,0 procent. Voor werknemers waarop de CAO voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszet-bedrijf van toepassing is, is het gemiddeld aantal werknemers in 2005 gelijk gesteld aan het aantal in 2004 verloonde manjaren, eveneens verminderd met 3,0 procent. Het aldus berekende gemiddeld aantal werknemers in 2005 komt uit op De tabel maakt duidelijk dat de samenstelling van het bestand van werknemers die een PAGO hebben gehad, vooral als het om leeftijd gaat, sterk afwijkt van de samenstelling van de populatie. Ook de samenstelling naar beroep verschilt op onderdelen sterk. Daarom zijn voor de schatting van het aantal ongevallen de uitkomsten van het onderzoek gewogen met als maatstaf de verhouding tussen het aantal werknemers naar leeftijd en beroep in de populatie en het aantal werknemers naar leeftijd en beroep dat een PAGO heeft gehad. 7 4 Het werkelijke aantal in 2005 uitgevoerde PAGO s is groter. Hoeveel groter is niet bekend, omdat de arbodiensten die de PAGO s hebben uitgevoerd op 1 maart 2006 nog niet alle gegevens aan Arbouw hadden gerapporteerd. 5 Werknemers van dakbedekkings- en baggerbedrijven maken geen deel uit van het onderzoek omdat Arbouw voor hen geen PAGO s organiseert, omdat daar in de CAO s die op hen van toepassing zijn geen afspraken over zijn gemaakt. Dat geldt eveneens voor werknemers van bouwinstallatiebedrijven. 6 De netto-capaciteit is berekend als de som van het aantal dagen waarover werknemers vakantie-, risico- en/of pensioenrechten hebben opgebouwd bij Cordares (voorheen de SFB-Groep) of (voor schilders en stucadoors) bij A&O Services gedeeld door het maximale aantal dagen waarover een werknemer rechten kan verwerven, en verminderd met de capaciteit die verloren is gegaan door ziekte, kort durende werkloosheid en vorstverlet. De netto capaciteit vermeerderd met de capaciteit die door ziekte verloren is gegaan vormt een goede benadering van het gemiddeld aantal werknemers. Voor de berekening daarvan is uitgegaan van de situatie in 2004, omdat de cijfers voor 2005 nog niet bekend zijn. Voor de schatting van het gemiddelde aantal werknemers in 2005 is het aantal van 2004 verminderd met 3,0 procent, hetgeen overeenkomt met de geraamde werkgelegenheidsontwikkeling voor dat jaar (zie hiervoor: EIB. Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid in Amsterdam, 2006). Zie voor verdere toelichting: EIB. Het arbeidsbestand in de bouwnijverheid in Amsterdam, Voor de precieze aantallen werknemers naar zowel leeftijd als beroep in beide categorieën zij hier verwezen naar de bijlage. 9

10 Tabel 1: Populatie, aantal PAGO s in 2005 en aantal werknemers dat bij het PAGO te kennen gaf in de afgelopen twaalf maanden verzuimd te hebben wegens een ongeval*) leeftijd en beroep populatie PAGO s verzuimd wegens ongeval absoluut % absoluut % absoluut % leeftijd , , , , , , , , , , , ,1 totaal , , ,0 beroep timmerman , , ,2 metselaar , , ,7 schilder , , ,7 overig bouwplaatspersoneel , , ,3 uitvoerders , , ,6 overig UTApersoneel , , ,5 totaal , , ,0 *) Voor toelichting: zie de tekst Om ook uitspraken te kunnen doen over de aard van de ongevallen, de aard van het daarbij opgelopen letsel, de vraag of er veiligheidsmaatregelen getroffen waren en de duur van het verzuim en eventuele ziekenhuisopname, is aan alle werknemers, waarvan op 1 december 2005 bekend was dat zij tussen 1 juli 2004 en december 2005 een PAGO hebben gehad en die daarbij hadden aangegeven dat zij verzuimd hadden vanwege een ongeval een schriftelijke enquête gestuurd. 8 Het betreft werknemers, waarvan er (65%) het enquêteformulier hebben teruggestuurd. De bruikbare respons was met 732 echter veel lager. Daarvoor waren twee redenen. In de eerste plaats was een aantal enquêteformulieren niet bruikbaar omdat de nodige gegevens ontbraken voor de vaststelling van leeftijd en beroep van de respondent. In de tweede plaats antwoordde een groot aantal respondenten op de vraag of zij in 2004 of 2005 verzuimd hadden vanwege een ongeval ontkennend, ondanks het feit dat zij eerder bij het PAGO hadden gezegd dat wel gedaan te hebben. Op de complicaties daarvan komen we verder in dit rapport nog terug. 8 Er is gekozen voor de periode van 1 juli 2004 tot december 2005 omdat om administratieve redenen van veel PAGO s in de tweede helft van 2005 ten tijde van de verzending van de enquête (medio december 2005) nog geen gegevens bij Arbouw beschikbaar waren. 10

11 Voor de verwerking van de enquêteresultaten is wederom weging toegepast, waarbij is uitgegaan van de verhouding tussen het met behulp van de PAGO-gegevens en de populatiegegevens geschatte totale aantal werknemers dat in 2005 verzuimd heeft vanwege een ongeval en het aantal in de bruikbare respons op de enquête. Beide onderscheiden naar leeftijd en beroep. De gegevens van de precieze aantallen werknemers in beide categorieën per leeftijdsklasse en beroepsgroep zijn opgenomen in tabel 3 in hoofdstuk 2 en nader gespecificeerd in de bijlage bij dit rapport. De in de enquête gebruikte vraagstelling was voor wat betreft het plaatsvinden van arbeidsongevallen en andere ongevallen grotendeels identiek aan die in de enquêtes voor de jaren 1999 tot en met Niettemin zijn de uitkomsten van het onderhavige onderzoek als gevolg van de gewijzigde methode van onderzoek niet in alle opzichten goed vergelijkbaar met die van vorige jaren. Dat geldt in het bijzonder voor de duur van het verzuim en het gegeven of er al dan niet sprake was van ziekenhuisopname. Vergelijking van de onderzoek-resultaten met die van vorige jaren geeft aanleiding voor de veronderstelling dat werknemers die een ongeval met kort durend verzuim hebben gehad in de enquête hebben aangegeven dat zij in het geheel geen ongeval hebben gehad, zodat de respons voornamelijk bestaat uit werknemers die een relatief ernstig ongeval hebben gehad met lang durend verzuim of ziekenhuisopname. In het vervolg van dit rapport (hoofdstuk 5) komen we daar nog op terug. Voorts is bij het trekken van conclusies, als het gaat om de ontwikkeling van het aantal arbeidsongevallen van het ene jaar op het andere, voorzichtigheid geboden omdat die door een veelheid van toevallige factoren bepaald kan zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan slechte weersomstandigheden die, voorzover zij geen verlet tot gevolg hebben, een negatieve invloed op de ontwikkeling van het aantal arbeidsongevallen in de bouw kunnen hebben. Voor het schetsen van een trendmatige ontwikkeling moet daarom altijd een langere periode in beschouwing genomen worden. 11

12 2 AANTAL ONGEVALLEN Uit het onderzoek kwam naar voren dat van alle in het onderzoek betrokken werknemers 8,6 procent in de twaalf maanden voorafgaand aan het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) verzuimd heeft wegens een ongeval. Geprojecteerd op de gehele populatie (het gemiddeld aantal werknemers in 2005) komt dat overeen met ongevallen, waarbij het zowel om arbeids-ongevallen (ongevallen in werktijd) als om ongevallen in vrije tijd ging. 9 De kans op een ongeval is voor jongeren onder 25 jaar meer dan twee keer zo groot als voor werknemers van 45 jaar of ouder. Ook voor werknemers in de leeftijdsklassen van jaar geldt dat de kans op een ongeval wat groter is dan die voor alle in het onderzoek betrokken werknemers gemiddeld, terwijl die voor werknemers van 35 jaar en ouder duidelijk kleiner is. Uit tabel 2 blijkt verder dat de helft van alle ongevallen voor rekening van werknemers jonger dan 35 jaar komt, terwijl zij veel minder dan de helft (27 procent) van de populatie uitmaken. De kans op een ongeval is voor bouwplaatspersoneel uiteraard groter dan voor het UTA-personeel. Van alle bouwplaatswerknemers heeft iets meer dan 10 procent verzuimd wegens een ongeval. Voor het UTA-personeel was dat iets minder dan 4 procent. Binnen de categorie bouwplaatspersoneel was de kans op een ongeval met meer dan 11 procent het grootst voor timmerlieden en metselaars. Voor schilders en werknemers in de categorie overig bouwplaats-personeel was die kans met 8 à 9 procent duidelijk kleiner. De verschillen kunnen voor een deel verklaard worden door verschillen in leeftijd. In de beroepsgroep timmerlieden en metselaars komen relatief meer werknemers jonger dan 25 jaar voor dan in de overige beroepsgroepen, terwijl schilders en werknemers in de categorie overig bouwplaatspersoneel gemiddeld wat ouder zijn. Voor wat betreft het UTA-personeel geldt dat de kans op verzuim wegens een ongeval voor uitvoerders met 5 procent groter is dan voor het overige UTApersoneel waarvoor die kans iets meer dan 3 procent bedraagt. Uit tabel 2 blijkt tenslotte dat werknemers in de sector b&u en werknemers die in de sector afbouw en afwerking werken een grotere kans op een ongeval hebben dan werknemers in de sector gww. 10 Het verschil is relatief zelfs vrij groot. Meer gedetailleerde gegevens van de kans op een ongeval per beroepsgroep zijn opgenomen in de bijlage. Vergelijking van de uitkomsten van het onderzoek met die van het vorige jaar leert dat het aantal werknemers dat als gevolg van een ongeval heeft verzuimd met 8,6 procent 9 Het genoemde aantal van ongevallen is de best mogelijke schatting die voor 2005 gemaakt kan worden met behulp van de beschikbare gegevens, door het percentage van 8,6 (dat betrekking heeft op ongevallen die in een periode van twaalf maanden voor een deel in 2004 en voor een deel in 2005 hebben plaats gevonden) te relateren aan het gemiddelde werknemersbestand van werknemers in Tot de sector afbouw en afwerking zijn alle werknemers gerekend waarop een andere CAO dan die voor het Bouwbedrijf van toepassing is. Voorts alle werknemers die in de enquête zeiden in de sector afbouw- en afwerking te werken. 12

13 maar weinig verschilt van dat aantal in 2004 toen 8,2 procent heeft verzuimd wegens een ongeval. Tabel 2: Aantal werknemers dat in de afgelopen twaalf maanden heeft verzuimd wegens een ongeval, per leeftijdsklasse, beroepsgroep en sector leeftijd, beroep en sector aantal werknemers aantal werknemers dat heeft verzuimd wegens een ongeval absoluut % leeftijd , , , ,5 totaal ,6 beroep timmerman ,3 metselaar ,2 schilder ,5 overig bouwplaatspersoneel ,6 uitvoerders ,8 overig UTApersoneel ,2 totaal ,6 sector b&u ,0 afbouw en afwerking ,3 gww ,5 totaal ,6 De schatting van het totale aantal ongevallen met verzuim hiervoor is uitsluitend gebaseerd op gegevens van in 2005 uitgevoerde PAGO s. Voor het vervolg van het onderzoek wordt in dit rapport uitgegaan van de antwoorden van de werknemers die meegedaan hebben aan de enquête die is gehouden onder degenen die in de tweede helft van 2004 of 2005 bij een PAGO te kennen gaven in de twaalf daaraan voorafgaande maanden verzuimd te hebben wegens een ongeval. Het gaat om 732 werknemers uit een bestand van werknemers. Tabel 3 laat zien hoe zij verdeeld waren naar leeftijdsklasse en beroepsgroep. Bij aanvang van het onderzoek werd verondersteld dat zij model kunnen staan voor het geraamde aantal van

14 werknemers die in 2005 hebben verzuimd wegens een ongeval. De weging van de onderzoekresultaten is mede daarop gebaseerd. Zoals in de inleiding al vermeld dient daarbij de kanttekening gemaakt te worden dat de respons op de enquête vermoedelijk niet in alle opzichten een correcte afspiegeling is van alle werknemers die hebben verzuimd wegens een ongeval, omdat werknemers die een minder ernstig ongeval met kort durend verzuim hebben gehad minder vaak hebben meegedaan. Tabel 3: Raming van het aantal ongevallen met verzuim, steekproef en bruikbare respons op de enquête, naar leeftijd en beroep*) leeftijd en beroep aantal ongevallen met verzuim steekproef bruikbare respons absoluut % absoluut % absoluut % leeftijd , , , , , , , , , , , ,7 totaal , , ,0 beroep timmerman , , ,5 metselaar , , ,5 schilder , ,2 34 4,6 overig bouwplaatspersoneel , , ,1 uitvoerders 620 3, ,9 25 3,4 overig UTApersoneel , ,7 57 7,8 totaal , , ,0 *) Voor toelichting: zie de tekst De ernst van de ongevallen kan worden afgemeten aan de mate waarin zij tot verzuim leiden. Tabel 4 laat zien dat van het totale aantal ongevallen met verzuim er tot een verzuim van vier of meer dagen hebben geleid. Dat zijn er nagenoeg evenveel als in het onderzoek voor 2004 werd gevonden toen het om gevallen ging. Daarbij passen echter twee kanttekeningen. In de eerste plaats was in 2004 het gemiddeld aantal werknemers in de bouw groter dan in 2005, met als gevolg dat het aantal ongevallen met een verzuim van vier of meer dagen met 7,5 procent in 2005 relatief toch iets groter was dan in 2004 toen het om 7,3 procent ging. In de tweede plaats is het zo dat het aantal verzuimgevallen van vier of meer dagen in 2005 bijna 88 procent was van het totale aantal ongevallen met verzuim, terwijl dat in procent was. Voor werknemers in de leeftijdsklasse van 24 jaar of jonger en van 45 jaar of ouder 14

15 was dat percentage wat hoger dan voor alle werknemers gemiddeld. Hetzelfde geldt voor timmerlieden en schilders en voor werknemers in de sector gww. Tabel 4: Aantal ongevallen met verzuim en aantal keren dat er als gevolg daarvan vier of meer dagen is verzuimd, per leeftijdsklasse,beroepsgroep en sector leeftijd, beroep en sector aantal ongevallen aantal verzuimgevallen van vier of meer dagen absoluut % leeftijd , , , ,7 totaal ,7 beroep timmerman ,4 metselaar ,0 schilder ,2 overig bouwplaatspersoneel ,8 uitvoerders ,2 overig UTA-personeel ,9 totaal ,7 sector b&u ,5 afbouw en afwerking ,6 gww ,5 totaal ,7 15

16 3 ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW Van het geraamde aantal van ongevallen met verzuim in 2005, gebeurden er naar schatting , ofwel 65 procent, op de bouwplaats. Daarnaast vonden er nog eens 340 verkeersongevallen in werktijd plaats en 410 andere ongevallen in werktijd, zodat het totale aantal arbeidsongevallen in bedroeg, ofwel 69 procent van alle ongevallen met verzuim. Van de overige ongevallen vond een klein deel (1,8 procent) plaats in het woon-werkverkeer. Voor het overige gaat het om ongevallen in vrije tijd, waarvan een deel als gevolg van sportbeoefening. 11 Tabel 5: Aantal ongevallen naar aard van het ongeval aard van het ongeval aantal ongevallen absoluut % ongeval op de bouwplaats ,8 verkeersongeval in werktijd 340 1,8 ander ongeval in werktijd 410 2, ,7 ongeval tijdens woon-werkverkeer 350 1,8 ongeval in vrije tijd ,4 totaal ,0 Het aantal arbeidsongevallen met verzuim is ten opzichte van het totale aantal ongevallen met verzuim relatief klein onder werknemers jonger dan 25 jaar en groot onder werknemers van 25 jaar en ouder (tabel 6). Desondanks is het aantal arbeidsongevallen onder de jongere werknemers in verhouding tot het totale aantal jongere werknemers nog altijd aan de hoge kant. Voor jongeren tot 25 jaar wordt dat aantal voor 2005 geraamd op 3.100, ofwel 10,4 procent van het totale aantal werknemers jonger dan 25 jaar. Voor werknemers van 25 jaar of ouder was de kans op een arbeidsongeval met 5,2 procent veel lager. Ook onder schilders is het aantal arbeidsongevallen in procenten van het totale aantal werknemers in die beroepscategorie met 4,8 procent aan de lage kant, vergeleken met 6,9 procent voor alle bouwplaatswerknemers gemiddeld. De grootste kans op een arbeidsongeval is er voor timmerlieden en voor metselaars (7,8, respectievelijk 7,4 procent). 11 Uit eerder in de jaren negentig door het EIB uitgevoerd onderzoek onder bouwplaatswerknemers is gebleken dat van alle ongevallen in vrije tijd gemiddeld 40 procent veroorzaakt werd door sportbeoefening. 16

17 Tabel 6: Aantal werknemers, totaal aantal ongevallen en aantal arbeidsongevallen naar leeftijdsklasse, beroepsgroep en sector leeftijd, aantal totaal aantal arbeidsongevallen beroep en sector werknemers aantal ongevallen absoluut in procenten van het totale aantal ongevallen in procenten van het totale aantal werknemers leeftijd ,2 10, ,6 6, ,6 4, ,6 4,4 totaal ,7 5,9 beroep timmerman ,3 7,8 metselaar ,1 7,4 schilder ,9 4,8 overig bouwplaatspersoneel ,7 6,7 uitvoerders ,0 3,7 overig UTApersoneel ,3 2,4 totaal ,7 5,9 sector b&u ,3 6,3 afbouw en afwerking ,9 6,0 gww ,7 4,5 totaal ,7 5,9 Voor het UTA-personeel varieerde de kans op een arbeidsongeval van 3,7 procent voor uitvoerders tot 2,4 procent voor het overige stafpersoneel. Ook per sector verschilde het aantal arbeidsongevallen in procenten van het totale aantal ongevallen. In de sector gww was dat duidelijk lager dan in de andere sectoren. In procenten van het totale aantal werknemers was de kans op een arbeidsongeval het grootst in de sector b&u (nieuwbouw en onderhoud) en het kleinst in de sector gww. 17

18 Werknemers in kleine en middelgrote bedrijven (minder dan 100 werknemers) hebben tot slot een grotere kans op een arbeidsongeval dan werknemers in grote bedrijven (100 of meer werknemers). De verschillen zijn echter niet groot. Zij worden bovendien geheel veroorzaakt door het feit dat in grote bedrijven verhoudingsgewijs meer UTApersoneelsleden werken, waarvoor de kans op een ongeval veel kleiner is dan voor het bouwplaatspersoneel. Kijken we uitsluitend naar het bouwplaatspersoneel, dan blijkt dat de kans op een arbeidsongeval met verzuim in de grote bedrijven (meer dan 100 werknemers) met 8,6 procent juist veel groter is dan in de kleinere bedrijven met 6,4 procent. Tabel 7: Aantal werknemers dat een arbeidsongeval heeft gehad naar grootteklasse van het bedrijf van de werkgever (aantal werknemers in dienst) grootteklasse aantal aantal arbeidsongevallen werknemers absoluut % , , ,5 totaal ,9 Kijken we tot slot naar de ontwikkeling in de tijd, dan blijkt dat het aantal arbeidsongevallen onder bouwplaatspersoneel in 2005 is gestegen van 6,6 procent tot 6,9 procent. Ook voor het UTA-personeel nam de kans op een arbeidsongeval toe en wel van iets meer dan 1 procent in 2004 tot bijna 2,7 procent in Voor alle werknemers gezamenlijk geldt dat het aantal arbeidsongevallen met verzuim steeg van 5,2 procent van het totale aantal werknemers in 2004 tot 5,9 procent in het afgelopen jaar. 18

19 4 DE AARD VAN DE ONGEVALLEN EN DE AARD VAN HET LETSEL De meest voorkomende oorzaak van arbeidsongevallen in de bouw is vallen. Daarnaast worden veel ongevallen veroorzaakt door struikelen of uitglijden, verstappen of doordat het slachtoffer getroffen wordt door een vallend voorwerp. Tabel 8: Aantal arbeidsongevallen naar soort ongeval* soort ongeval aantal ongevallen absoluut % getroffen door vallend voorwerp ,7 val van minder dan 2,5 meter hoogte ,2 val van meer dan 2,5 meter hoogte ,8 geraakt of bekneld door machine 620 5,0 geraakt of bekneld door (draaiend) gereedschap 950 7,6 geraakt door wegschietend voorwerp 780 6,2 vertillen of verdraaien 790 6,3 verstappen ,9 struikelen of uitglijden ,7 stoten 480 3,8 snijden 680 5,5 klemmen of knellen 850 6,8 elektrocutie, verbranding of explosie 60 0,5 aanrijding op de bouwplaats 100 0,8 verkeersongeval (niet op de bouwplaats) 340 2,7 ander soort ongeval 450 3,6 * meerdere antwoorden mogelijk Ook gebeuren er veel ongelukken doordat werknemers geraakt worden of bekneld raken door (draaiend) gereedschap, door klemmen of knellen, vertillen of verdraaien of doordat de werknemer wordt geraakt door een wegschietend voorwerp. Andere veel voorkomende ongevaloorzaken zijn snijden en geraakt worden of bekneld raken door een machine. Van alle ongevallen op de bouwplaats vond het overgrote deel plaats door genoemde oorzaken: 16 procent door vallen van minder dan 2,5 meter hoogte en 19

20 9 procent door vallen van grotere hoogte, 17 procent door struikelen of uitglijden, 13 procent door verstappen, 19 procent doordat het slachtoffer werd geraakt of bekneld door een machine, draaiend gereedschap of wegschietend voorwerp, 13 procent doordat het slachtoffer werd getroffen door een vallend voorwerp, 7 procent door klemmen of knellen, 6 procent door vertillen of verdraaien en 6 procent door snijden. Een en ander blijkt uit tabel 8. De percentages in de tabel sommeren niet tot 100, omdat veel respondenten meer dan een oorzaak van het ongeval noemden. Vallen van hoogte was vooral voor timmerlieden en voor het overige UTA-personeel een belangrijke ongevaloorzaak. Voor beide categorieën geldt dat 29 à 30 procent van alle arbeidsongevallen daardoor werd veroorzaakt (tabel 9). Naar sector bezien kwam vallen als oorzaak van arbeidsongevallen het meest voor in de sector b&u (nieuwbouw en onderhoud van woningen en gebouwen) en het minst in de sector gww (tabel 10). Tabel 9: Procentuele verdeling van de arbeidsongevallen naar soort ongeval, per beroepsgroep* soort ongeval beroep totaal timmerman metselaar schilder overige uitvoerders overige UTA getroffen door vallend voorwerp 10,2 11,7 6,9 13,9 23,1 18,8 12,7 vallen 29,0 18,0 24,1 20,7 6,3 29,8 23,8 geraakt of bekneld door machine, gereedschap of wegschietend voorwerp 19,7 12,7 27,1 16,3 18,9 16,3 18,0 vertillen of verdraaien 7,8 4,8 3,8 6,4 4,8 2,8 6,3 verstappen, struikelen of uitglijden 25,0 25,7 31,5 26,0 31,7 23,4 26,1 snijden 3,1 15,0 3,1 3,3 4,8 6,6 5,5 anders 14,5 16,4 14,0 21,1 9,5 16,6 16,5 * meerdere antwoorden mogelijk 20

21 Tabel 10: Procentuele verdeling van de arbeidsongevallen naar soort ongeval, per sector* soort ongeval sector b&u afbouw en gww totaal afwerking getroffen door vallend voorwerp 10,7 12,0 18,1 12,7 vallen 26,4 20,4 23,1 23,8 geraakt of bekneld door machine, gereedschap of wegschietend voorwerp 15,7 24,1 15,7 18,0 vertillen of verdraaien 7,6 2,9 6,1 6,3 verstappen, struikelen of uitglijden 25,2 30,8 23,4 26,1 snijden 5,3 4,8 4,5 5,5 anders 16,1 13,6 22,7 16,5 * meerdere antwoorden mogelijk Verstappen, struikelen of uitglijden is voor alle beroepen een belangrijke ongevaloorzaak. Voor alle beroepsgroepen geldt dat 25 procent of meer van de werknemers die een arbeidsongeval hebben gehad dat als oorzaak noemt. Alleen het overige UTA-personeel noemt dat iets minder vaak. Voorts kwam het in 2005 in de sector afbouw en afwerking vaker voor dan in de sectoren b&u en gww. Het feit dat werknemers getroffen werden door een vallend voorwerp deed zich als oorzaak van arbeidsongevallen vooral voor onder uitvoerders en overig UTApersoneel en in de sector gww. Geraakt of bekneld worden door machine, gereedschap of wegschietend voorwerp is vooral voor schilders en werknemers in de sector afbouw en afwerking een belangrijke oorzaak van arbeidsongevallen. Dat geldt in mindere mate ook voor timmerlieden en uitvoerders. Vertillen of verdraaien was vooral voor timmerlieden en werknemers in de categorie overig bouwplaatspersoneel een belangrijke oorzaak van arbeidsongevallen. Per sector ging het minder vaak om werknemers in de sector afbouw en afwerking dan om werknemers in de beide andere sectoren. Tot slot was snijden een belangrijke oorzaak van arbeidsongevallen voor metselaars. Voorts werden naast een groot aantal zeer uiteenlopende andere oorzaken in veel mindere mate ook stoten, elektrocutie, verbranding of explosie en verkeersongevallen (zowel op de bouwplaats als daarbuiten) genoemd. Elektrocutie, verbranden of explosie kwamen relatief weinig voor. Voorzover er sprake was van verkeersongevallen was dat meestal niet op de bouwplaats. Bij andere oorzaken, verantwoordelijk voor bijna 4 procent van alle arbeidsongevallen in de bouw, ging het om geraakt worden door uitstoot of inzuig van machine, geraakt 21

22 worden en bekneld raken door een voertuig, geraakt worden door derden en geraakt worden door een windvlaag. Kijken we vervolgens naar de aard van het letsel als gevolg van arbeids-ongevallen, dan blijkt het vooral om hand- of polsletsel, voet- of enkelletsel en been- of knieletsel te gaan. Daarnaast werden ook rugletsel, arm- of schouderletsel en hoofdletsel vaak genoemd. Hand- of polsletsel werd zelfs door bijna 40 procent van de werknemers die een arbeidsongeval hadden gehad genoemd, been- of knieletsel en voet- of enkelletsel door 18, respectievelijk 21 procent, rugletsel en arm- of schouderletsel ieder door rond 15 procent en hoofdletsel door 12 procent. Daarna komen in volgorde van belangrijkheid oogletsel of gehoorbeschadiging, rompletsel, nekletsel en letsel aan buik of inwendige organen. Tabel 11: Aantal arbeidsongevallen naar lichaamsdeel dat gewond raakte (absoluut en in procenten van het totale aantal arbeidsongevallen)* lichaamsdeel aantal arbeidsongevallen absoluut % hoofd ,0 oog of oor 680 5,3 nek 440 3,4 rug ,4 romp 590 4,6 arm/schouder ,6 hand/pols ,3 been/knie ,0 voet/enkel ,9 buik/inwendige organen 400 3,1 * meerdere antwoorden mogelijk Voor wat betreft de verschillen per beroepsgroep valt op dat van het bouwplaatspersoneel timmerlieden en werknemers in de categorie overige er meer dan werknemers in andere beroepsgroepen gebruik gemaakt hebben van de mogelijkheid om in de enquête meerdere antwoorden te geven op de vraag naar de aard van het letsel. Hetzelfde geldt voor uitvoerders en overig UTA-personeel. Timmerlieden en overig bouwplaatspersoneel noemden in verhouding tot andere beroepsgroepen beenof knieletsel en rugletsel relatief vaak als gevolg van arbeidsongevallen. Bij het UTApersoneel ging het vergeleken met andere beroepsgroepen relatief vaak om hoofdletsel en arm- of schouderletsel. Ook oog- of oorletsel kwam onder hen vaker voor dan bij anderen, evenals rugletsel voorzover het werknemers in de categorie overig UTApersoneel betreft. Opmerkelijk is voorts dat metselaars en schilders minder vaak melding maken van letselschade. Voorzover zij dat wel doen, gaat het vooral om handen polsletsel en voet- of enkelletsel: letsels die overigens ook door werknemers in 22

23 andere beroepsgroepen veelvuldig (en vaak ook het meest) genoemd worden (tabel 12). Tabel 12: Procentuele verdeling van de arbeidsongevallen naar lichaamsdeel dat gewond raakte, per beroepsgroep lichaamsdeel beroep timmerman met- schilder overige uit- overige totaal selaar voerder UTA hoofd 9,0 11,0 3,1 14,9 17,4 25,1 12,0 oog of oor 5,6 5,6-6,8 11,1 1,4 5,3 nek 3,0 4,2-4,5 6,3 2,5 3,4 rug 17,8 9,0 14,2 16,0 10,5 18,8 15,4 romp 5,6 2,5 3,8 3,0-11,9 4,6 arm/schouder 13,7 16,2 10,1 16,4 22,5 22,9 15,6 hand/pols 34,8 40,3 36,5 40,2 24,6 39,7 37,3 been/knie 21,0 10,4 6,9 21,3 18,7 18,5 18,0 voet/enkel 21,0 17,5 32,3 20,4 33,6 10,7 20,9 buik/inwendige organen 3,4 4,7-3,7-1,4 3,1 Per sector valt (naast hand- of polsletsel in alle sectoren) op het relatief grote aantal arbeidsongevallen met als gevolg rug- of rompletsel, arm- of schouderletsel en beenof knieletsel in de sector b&u en voet- of enkelletsel in de sector afbouw en afwerking. In de sector gww gaat het naast hand- en polsletsel vooral om been- of knieletsel en rugletsel (tabel 13). 23

24 Tabel 13: Procentuele verdeling van de arbeidsongevallen naar lichaamsdeel dat gewond raakte, per sector lichaamsdeel sector b&u afbouw en gww totaal afwerking hoofd 13,9 6,5 13,3 12,0 oog of oor 6,1 4,9 3,3 5,3 nek 3,4 2,5 4,2 3,4 rug 17,9 9,4 16,5 15,4 romp 5,2 1,8 7,6 4,6 arm/schouder 17,4 13,1 15,2 15,6 hand/pols 36,1 34,8 44,4 37,3 been/knie 19,9 13,9 17,9 18,0 voet/enkel 18,6 30,1 13,3 20,9 buik/inwendige organen 3,4 2,4 3,0 3,1 24

25 5 ARBEIDSONGEVALLEN EN VERZUIM Voor alle in het onderzoek betrokken werknemers geldt dat 26 procent meer dan 40 dagen heeft verzuimd als gevolg van het ongeval dat zij gehad hebben. Voor ongevallen in vrije tijd lag dat percentage iets hoger dan voor arbeidsongevallen, maar het verschil is niet groot. Kort durend verzuim (niet meer dan 10 dagen) deed zich voor in 36 procent van alle gevallen. Voor arbeidsongevallen was dat percentage iets hoger en voor andere ongevallen iets lager. Het resultaat van het onderzoek is opmerkelijk, omdat in voorgaande onderzoeken naar arbeids-ongevallen in de bouw voor de jaren 1998 tot en met 2004 het verzuim in ongeveer de helft van alle gevallen beperkt bleeft tot hooguit 10 dagen. Lang durend verzuim van meer dan 40 dagen kwam als regel niet uit boven de 10 procent van alle gevallen. De conclusie luidt dan ook dat het vooral de werknemers, die een ernstig ongeval hebben gehad met een verzuim van meer dan 10 dagen, zijn die meegedaan hebben aan het onderzoek en dat werknemers die een minder ernstig ongeval met kort durend verzuim hebben gehad in de respons op de enquête ondervertegenwoordigd zijn. De cijfers in tabel 14 dienen dan ook met de nodige reserve bekeken te worden. Tabel 14: Aantal werknemers dat een arbeidsongeval of een ander ongeval heeft gehad naar verzuimduur (aantal verzuimde werkdagen) verzuimduur arbeidsongeval ander ongeval totaal absoluut % absoluut % absoluut % 1-3 dagen , , , dagen , , , dagen , , , dagen , , ,9 41 dagen , , ,1 totaal , , ,0 Als we niettemin de gegevens in tabel 14 voor waar aannemen valt met behulp van het uit de enquête bekende gemiddelde aantal verzuimdagen per verzuimduurklasse te berekenen dat in 2005 ongeveer manjaren verloren zouden zijn gegaan door ziekteverzuim als gevolg van een ongeval, waarvan 65 procent (2.050) door arbeidsongevallen en de rest door ongevallen in vrije tijd. 12 Dat betekent een ziekteverzuim als gevolg van ongevallen van 1,4 procent, waarvan 0,9 procent door arbeidsongevallen. De gevonden percentages zijn ruim anderhalf keer zo groot als in vorige onderzoeken werd gevonden. De selectiviteit van de respons is hier debet aan en de cijfers dienen derhalve ook met de nodige reserve bekeken te worden. Vooral als 12 Het gemiddeld aantal verzuimde werkdagen per verzuimduurklasse was in de enquête in de verschillende klassen 2, 7, 16, 32 en 124. Voor de schatting van het aantal verzuimde manjaren is per verzuimduurklasse het aantal verzuimgevallen vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verzuimdagen in de desbetreffende klasse en gedeeld door

26 we bedenken dat het hier ook nog eens om een minimum schatting gaat omdat, zoals uit tabel 15 blijkt, een deel van de werknemers die als gevolg van een ongeval verzuimd hebben (7 procent), op het moment van enquêteren nog niet of nog niet geheel hersteld was. Tabel 15: Aantal werknemers dat na verzuim als gevolg van een arbeids- of ander ongeval op het moment van ondervraging weer volledig of voor een deel aan het werk was werkzaamheid arbeidsongeval ander ongeval totaal absoluut % absoluut % absoluut % volledig aan het werk , , ,2 voor een deel aan het werk 530 4, , ,9 nog niet aan het werk 260 2, , ,0 totaal , , ,0 Als we het al dan niet optreden van ziekteverzuim als gevolg van een arbeids-ongeval en de duur ervan als indicator voor de ernst van de ongevallen beschouwen, dan blijkt dat arbeidsongevallen onder metselaars en uitvoerders gemiddeld genomen minder ernstig zijn dan die onder werknemers in de overige beroepsgroepen. Vooral de uitvoerders die een arbeidsongeval hebben gehad verzuimden als regel kort. Relatief ernstig van aard waren vooral de arbeids-ongevallen onder schilders waarvan er verhoudingsgewijs veel tot een verzuim van meer dan 10 dagen leidden. Tabel 16: Procentuele verdeling van de arbeidsongevallen naar verzuimduur, per beroepsgroep aantal beroep totaal dagen verzuim timmerman metselaar schilder overige uitvoerder overige UTA ,0 18,1 3,8 19,6 23,1 11,3 13, ,2 28,6 21,9 19,1 49,8 19,9 25, ,2 16,3 21,6 14,7-12,7 16, ,1 21,3 17,2 20,9 21,4 12,4 19, ,5 15,7 35,6 25,6 5,7 43,6 24,5 totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Onderscheiden naar sector blijkt dat arbeidsongevallen in de sector b&u en in de sector afbouw en afwerking minder vaak tot lang durend verzuim leiden dan arbeidsongevallen in de sector gww. Vooral het aantal ongevallen dat tot een verzuim 26

27 van meer dan 40 dagen leidt is in de sector gww veel groter dan in de andere sectoren (tabel 17). Tabel 17: Procentuele verdeling van de arbeidsongevallen naar verzuimduur, per sector verzuimduur sector b&u afbouw en gww totaal afwerking 1-3 dagen 13,7 17,3 10,1 13, dagen 26,5 23,2 20,1 25, dagen 16,7 19,7 14,1 16, dagen 19,1 22,0 18,9 19,7 41 dagen 24,0 17,8 37,0 24,5 totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 Een andere indicator voor de ernst van de ongevallen is het antwoord op de vraag of de slachtoffers ja dan nee als gevolg ervan in het ziekenhuis hebben gelegen. Tabel 18 laat zien dat daar meestal geen sprake van is. Ziekenhuisopname vond plaats bij 24 procent van alle ongevallen. Voor arbeidsongevallen was dat percentage 22 en voor ongevallen in vrije tijd 29. Wat dat betreft lijken arbeids-ongevallen, hoewel zij vaker voorkomen, in de meeste gevallen dus minder ernstig te zijn dan ongevallen in vrije tijd. De duur van de ziekenhuisopname is meestal niet lang. Voorzover het arbeidsongevallen betreft blijft die in iets meer dan een op de drie gevallen beperkt tot één dag. In 42 procent van alle gevallen gaat het om 2 tot 5 dagen en in 21 procent van alle gevallen om meer dan 5 dagen. De raming van het aantal arbeidsongevallen met ziekenhuisopname tot gevolg is in het onderhavige onderzoek bijna twee maal zo hoog als in het onderzoek voor het jaar De selectiviteit van de respons op de enquête onder werknemers die verzuimd hebben wegens een ongeval is daar weer debet aan. 27

28 Tabel 18: Aantal werknemers dat als gevolg van een arbeids- of ander ongeval in het ziekenhuis heeft gelegen, naar aantal dagen in het ziekenhuis aantal dagen arbeidsongeval ander ongeval totaal in ziekenhuis absoluut % absoluut % absoluut % niet in ziekenhuis , , , , , , , , , , , ,7 totaal , , ,0 Onderscheiden naar beroepsgroep kwamen bouwplaatswerknemers vaker voor korte of langere tijd in het ziekenhuis na een arbeidsongeval dan UTA-personeelsleden, maar het verschil was niet groot. Bij bouwplaatswerknemers ging het om 22 procent van degenen die een arbeidsongeval hadden gehad. Voor het UTA-personeel was dat 20 procent. Binnen de categorie bouwplaats-werknemers waren het vooral de schilders die nogal eens in het ziekenhuis belandden en binnen de categorie UTA-personeel het overige UTA-personeel. Van de uitvoerders moest 17 procent na een arbeidsongeval naar het ziekenhuis. Aan de in het onderzoek betrokken werknemers die een ongeval (arbeidsongeval of ongeval in vrije tijd) hebben gehad, is ook gevraagd of het volgens hen mogelijk was om tijdens de herstelperiode na het ongeval het werk te hervatten in aangepast werk of met aangepaste werktijden. Tabel 19 laat zien dat 28 procent van mening was dat zij in die periode het werk konden hervatten in aangepast werk, 17 procent zei dat dat kon met aangepaste werktijden en 25 procent zag wat dat betreft geen mogelijkheden. Voor 36 procent van de betrokkenen was de vraag niet van toepassing, omdat er geen sprake was van lang durend verzuim. Voor wat betreft de verschillen tussen bouwplaatspersoneel en UTA-personeel geldt dat volgens bouwvakarbeiders het relatief vaak mogelijk was om het werk te hervatten in aangepast werk en volgens het UTA-personeel relatief vaak met aangepaste werktijden. Van alle bouwplaatswerknemers die een ongeval hebben gehad was 8 procent op het moment van ondervraging in aangepast werk of met aangepaste werktijden aan het werk, 89 procent werkte zonder dat er sprake was van aangepast werk of aangepaste werktijden en 3 procent werkte helemaal niet. Voor het UTA-personeel waren die percentages respectievelijk 6, 92 en 2. Voor beide categorieën gezamenlijk zijn de cijfers opgenomen in tabel

29 Tabel 19: Aantal werknemers dat een ongeval heeft gehad naar mogelijkheid van werkhervatting tijdens de herstelperiode mogelijkheid van werkhervatting aantal werknemers absoluut % in aangepast werk ,4 met aangepaste werktijden ,5 in aangepast werk met aangepaste werktijden ,9 niet mogelijk ,0 niet van toepassing ,3 totaal ,0 Tabel 20: Aantal werknemers dat een ongeval heeft gehad en aangepast werk of aangepaste werktijden heeft aangepast werk of aantal werknemers aangepaste werktijden absoluut % aangepast werk 880 4,7 aangepaste werktijden 260 1,4 beide 400 2,2 geen van beide ,7 niet van toepassing (nog niet aan het werk) 450 3,0 totaal ,0 Voorzover er sprake was van aangepast werk of aangepaste werktijden was dat in de meeste gevallen (66 procent) als tijdelijk bedoeld en in 34 procent van de gevallen als blijvend. Uitgedrukt in procenten van alle ongevallen leidde bijna 3 procent tot blijvend aangepast werk of aangepaste werktijden (tabel 21). Tabel 21: Aantal werknemers dat een ongeval heeft gehad en aangepast werk of aangepaste werktijden heeft naar de aard daarvan aard aangepast werk of aantal werknemers aangepaste werktijden absoluut % blijvend ,0 tijdelijk ,0 totaal ,0 29

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2011

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2011 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren. In het bestuur van Arbouw zijn vertegenwoordigd Bouwend Nederland, Federatie

Nadere informatie

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2010. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw. Bestelcode: 11-147 ISBN: 9789490943103

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2010. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw. Bestelcode: 11-147 ISBN: 9789490943103 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren. In het bestuur van Arbouw zijn vertegenwoordigd Bouwend Nederland, Federatie

Nadere informatie

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2015

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2015 Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2015 Cijfers over 2014 juni 2015 Arbouw is hét kennis- en service-instituut op het gebied van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid. Arbouw biedt praktische informatie,

Nadere informatie

Monitor arbeidsongevallen in de bouw November 2014

Monitor arbeidsongevallen in de bouw November 2014 Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2013 November 2014 Arbouw is hét kennis- en service-instituut op het gebied van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid. Arbouw biedt praktische informatie, instrumenten

Nadere informatie

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2016

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2016 Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2016 Cijfers over 2015 Juni 2016 Arbouw is hét kennis- en service-instituut op het gebied van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid. Arbouw biedt praktische informatie,

Nadere informatie

Veiligheidsindex Bouw VI

Veiligheidsindex Bouw VI Programma Probleemstelling Doel en ontstaan Veiligheidsindex Bouw Wat is het en hoe werkt het Veiligheidsindex Bouw VI Adri C.P. Frijters Ongevallen, cijfers Wat is er aan de hand soort ongeval aantal

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Ziekteverzuim in de bouw

Ziekteverzuim in de bouw Ziekteverzuim in de bouw 2013 Ziekteverzuim in de bouw 2013 Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan)

Nadere informatie

Ziekteverzuim in de bouw

Ziekteverzuim in de bouw Ziekteverzuim in de bouw 2011 Ziekteverzuim in de bouw 2011 Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan)

Nadere informatie

KWALITEIT ARBODIENSTVERLENING BOUW 2010 CONCEPTRAPPORT. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw

KWALITEIT ARBODIENSTVERLENING BOUW 2010 CONCEPTRAPPORT. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw KWALITEIT ARBODIENSTVERLENING BOUW 2010 CONCEPTRAPPORT Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw Harderwijk, september 2011 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht

Nadere informatie

Werken aan de toekomst van Nederland.

Werken aan de toekomst van Nederland. Werken aan de toekomst van Nederland Martijn.Mud@rps.nl 1 Analyse van arbeidsongevallen in de sector bouw algemeen van 1998-2009 Probleemschets - wat is er aan de hand? Achtergrond - waar komt wat vandaan?

Nadere informatie

De kwaliteit van de arbodienstverlening in de bouw 2002. Drs. E. Lourens

De kwaliteit van de arbodienstverlening in de bouw 2002. Drs. E. Lourens De kwaliteit van de arbodienstverlening in de bouw 2002 Drs. E. Lourens Amsterdam, augustus 2003 Inhoud 1 Samenvatting I. 1 Werknemers 1.2 Werkgevers 1.3 Arbodiensten 2 Inleiding 16 3 Vraagstelling 19

Nadere informatie

Vitaliteit: van feit tot beleid. Inventariserend onderzoek

Vitaliteit: van feit tot beleid. Inventariserend onderzoek Vitaliteit: van feit tot beleid Inventariserend onderzoek Vitaliteit: van feit tot beleid Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van

Nadere informatie

Fietsongevallen. Ongevalscijfers. Samenvatting. Fietsers kwetsbaar. Vooral ouderen slachtoffer van dodelijk fietsongeval

Fietsongevallen. Ongevalscijfers. Samenvatting. Fietsers kwetsbaar. Vooral ouderen slachtoffer van dodelijk fietsongeval Fietsongevallen Ongevalscijfers Samenvatting In 212 zijn 2 personen aan de gevolgen van een fietsongeval overleden. De dodelijke fietsongevallen zijn slechts het topje van de ijsberg van alle fietsongevallen.

Nadere informatie

Procedure melden ongeval, incident/bijna ongeval of gevaarlijke situatie

Procedure melden ongeval, incident/bijna ongeval of gevaarlijke situatie Procedure melden ongeval, incident/bijna ongeval of gevaarlijke situatie Inleiding Ondanks alle preventieve maatregelen kan het toch zijn dat zich een ongeval, incident/bijna ongeval of gevaarlijke situatie

Nadere informatie

Verduurzaming van woningen en gebouwen

Verduurzaming van woningen en gebouwen Internet enquête EIB Verduurzaming van woningen en gebouwen Tabel 7.1 Aantal b&u-bedrijven dat in 2013 wel of geen projecten heeft uitgevoerd op het grootteklasse 21-50 51-100 101 Wel 53 33 56 79 93 66

Nadere informatie

European Sick Leave Index Voorbeeldklant

European Sick Leave Index Voorbeeldklant European Sick Leave Index Voorbeeldklant Wij danken u voor de deelname aan het onderzoek European Sick Leave Index. Dit initiatief is ontwikkeld om te beantwoorden aan een groeiende vraag naar inzichten

Nadere informatie

WERKNEMERS EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID

WERKNEMERS EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID WERKNEMERS EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID In opdracht van Delta Lloyd Maart 2015 1 Inhoudsopgave 1. Management Summary 2. Onderzoeksresultaten Verzuim Kennis en verzekeringen Communicatie Opmerkingen 3. Onderzoeksverantwoording

Nadere informatie

Ziekteverzuim in de bouw

Ziekteverzuim in de bouw Ziekteverzuim in de bouw 2010 Ziekteverzuim in de bouw 2010 Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan)

Nadere informatie

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Januari 2012 De arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid in 2010 Inleiding De dienst Gegevensbank van het Fonds voor arbeidsongevallen doet elk jaar een statistische

Nadere informatie

ARBOUWVRAGENBLOK WERKNEMERS Auteur: F.J. Jansen, Economisch Instituut voor de Bouw

ARBOUWVRAGENBLOK WERKNEMERS Auteur: F.J. Jansen, Economisch Instituut voor de Bouw ARBOUWVRAGENBLOK WERKNEMERS 2012 Auteur: F.J. Jansen, Economisch Instituut voor de Bouw Harderwijk, februari 2013 2 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 5 2 POPULATIE, STEEKPROEF EN RESPONS... 6 3 UITKOMSTEN...

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid WERKTIJDVERKORTING 2015 Een onderzoek naar het beroep door ondernemingen in 2015 op art. 8 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 mei 2017

Nadere informatie

Voorbeelden Verzuimpercentages

Voorbeelden Verzuimpercentages Voorbeelden Verzuimpercentages I Voorbeelden Verzuimpercentages Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Verzuimpercentages 2... 2 1.1 Waarom verzuimpercentages?... 2 1.2 Verzuimpercentages scherm... 3 1.3 De rapporten...

Nadere informatie

ANALYSE ITEMS DUURZAME INZETBAARHEID PAGO BOUWNIJVERHEID 2010-2011

ANALYSE ITEMS DUURZAME INZETBAARHEID PAGO BOUWNIJVERHEID 2010-2011 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren. In het bestuur van Arbouw zijn vertegenwoordigd Bouwend Nederland, Federatie

Nadere informatie

Intern rapport ONGEVALLENREGISTRATIE IN DE BOUW - een inventarisatie van mogelijke informatiebronnen -

Intern rapport ONGEVALLENREGISTRATIE IN DE BOUW - een inventarisatie van mogelijke informatiebronnen - Intern rapport ONGEVALLENREGISTRATIE IN DE BOUW - een inventarisatie van mogelijke informatiebronnen - december 1998 INHOUD 1. Inleiding... 3 2. Informatiebronnen... 5 2.1. De arbeidsinspectie en het ministerie

Nadere informatie

WERKGELEGENHEIDSBAROMETER EERSTE KWARTAAL 2016

WERKGELEGENHEIDSBAROMETER EERSTE KWARTAAL 2016 INDICATOREN VOOR WERKGELEGENHEIDSREALISATIE EN -VERWACHTINGEN, 2009-2016 In de Arbeidsmarktmonitor Metalektro wordt viermaal per jaar aan metalektrobedrijven gevraagd terug te blikken op de werkgelegenheidsontwikkelingen

Nadere informatie

Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015

Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015 Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015 ActiZ 1 oktober 2014 drs. S. van Klaveren K.J. van de Werfhorst MSc Projectnummer: 419052 Correspondentienummer: DH-0110-4067 Inhoud SAMENVATTING

Nadere informatie

Veilig werken Veilig werken is het uitgangspunt van

Veilig werken Veilig werken is het uitgangspunt van Veilig werken Veilig werken is het uitgangspunt van werkgever en werknemer. Maar het is nu eenmaal niet mogelijk om alle ongevallen te voorkomen. Soms zijn er zijn situaties waar we niets aan kunnen veranderen.

Nadere informatie

European Sick Leave Index Klant

European Sick Leave Index Klant European Sick Leave Index Wij danken u voor de deelname aan het onderzoek European Sick Leave Index. Dit initiatief is ontwikkeld om te beantwoorden aan een groeiende vraag naar inzichten in het effect

Nadere informatie

Arbeidsongevallen en blootstelling in de metaalsector

Arbeidsongevallen en blootstelling in de metaalsector Arbeidsongevallen en blootstelling in de metaalsector P. Giesbertz J. Kuiper A. Bloemhoff K. Oldenziel Uitgegeven door Stichting Consument en Veiligheid Postbus 75169 1070 AD Amsterdam November 2007 Bij

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid WERKTIJDVERKORTING 2016 Een onderzoek naar het beroep door ondernemingen in 2016 op art. 8 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 mei 2017

Nadere informatie

Onderzoek naar verbetering van de bouwhelm.

Onderzoek naar verbetering van de bouwhelm. Onderzoek naar verbetering van de bouwhelm. Arjan Wanders Versie 2 Begeleiders: Ir. Margot Stilma, lectoraat Product Design Johannes de Boer, lectoraat Ambient Intelligence 1 Samenvatting In dit verslag

Nadere informatie

Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015

Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015 Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015 Inleiding Chris M. Jager In mei en juni 2015 zijn in het kader van de conjunctuurenquête (CE) een groot aantal bedrijven benaderd met vragenlijsten. Doel

Nadere informatie

Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl. Protocol voor opvang bij ernstige incidenten. Sint Clemensschool

Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl. Protocol voor opvang bij ernstige incidenten. Sint Clemensschool Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl Protocol voor opvang bij ernstige incidenten Sint Clemensschool School Sint Clemensschool Bevoegd gezag Stichting Catent Bestuursnummer

Nadere informatie

RAPPORTAGE KWARTAALOVERZICHT VEILIGHEIDSDASHBOARD 2016 T/M Q2 VERSIE 1.0,

RAPPORTAGE KWARTAALOVERZICHT VEILIGHEIDSDASHBOARD 2016 T/M Q2 VERSIE 1.0, RAPPORTAGE KWARTAALOVERZICHT VEILIGHEIDSDASHBOARD T/M Q VERSIE., 7 Inhoud Inleiding... Totaal aantal melding veiligheidsdashboard... Totaaloverzicht (NVW-Arbo-EV-incidenten).... Basis Risico Factoren...

Nadere informatie

2016 T/M Q2 VERSIE 1.1,

2016 T/M Q2 VERSIE 1.1, RAPPORTAGE KWARTAALOVERZICHT VEILIGHEIDSDASHBOARD T/M Q VERSIE., 9 INCL. RAPPORTAGE INCIDENTEN MET VOERTUIGEN EN INCIDENTEN MET BRF PROCEDURES Inhoud Algemeen.... Inleiding... Rapportage gemelde incidenten

Nadere informatie

De effecten van ouder worden en langer doorwerken op de gezondheid van de Nederlandse bouwvakker

De effecten van ouder worden en langer doorwerken op de gezondheid van de Nederlandse bouwvakker De effecten van ouder worden en langer doorwerken op de gezondheid van de Nederlandse bouwvakker Cor van Duivenbooden hoofd O&O Arbouw Inhoud presentatie Demografische ontwikkelingen in Nederland Gevolgen

Nadere informatie

Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014

Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014 Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 214 Willemstad, Maart 214 Inleiding In juni 214 zijn in het kader van de conjunctuurenquête (CE) de bedrijven benaderd met vragenlijsten op Curaçao. Doel van deze

Nadere informatie

Verzuimanalyse MBO-sector

Verzuimanalyse MBO-sector Verzuimanalyse MBO-sector 3 e kwartaal 2011 t/m 2 e kwartaal 2012 MBO Raad Woerden, November 2012 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland en in Nederland Ingrid Beckers In 22 waren er in Nederland ruim anderhalf miljoen arbeidsgehandicapten. Dit komt overeen met 14,7 procent van de 15 64-jarigen. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Ervaringen Wmo. Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017

Ervaringen Wmo. Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017 Ervaringen Wmo Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017 Inhoud 1. Achtergrond van het onderzoek... 2 2. Het regelen van ondersteuning... 4 3. Kwaliteit van de ondersteuning... 6 4. Vergelijking regio...

Nadere informatie

Arbobeleidskader Lucas

Arbobeleidskader Lucas Arbobeleidskader Lucas t.b.v de scholen voor VO van de Lucas 1. Uitgangspunten Het bestuur van Lucas en de directie(s) van de aangesloten scholen zijn verantwoordelijk voor het schoolbeleid. Het arbobeleid

Nadere informatie

WERKGELEGENHEIDSBAROMETER VIERDE KWARTAAL 2014

WERKGELEGENHEIDSBAROMETER VIERDE KWARTAAL 2014 INDICATOREN VOOR WERKGELEGENHEIDSREALISATIE EN -VERWACHTINGEN, 2009-2014 In januari 2014 vond de vierde meting plaats van de Arbeidsmarktmonitor Metalektro 2014. Metalektrobedrijven keken hierin onder

Nadere informatie

Sectorprofielen Arbeidsongevallen

Sectorprofielen Arbeidsongevallen TNO-rapport Sectorprofielen Arbeidsongevallen Bijlage bij de Monitor Arbeidsongevallen 2005 Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek Stichting Consument en Veiligheid Sectorprofielen

Nadere informatie

Protocol voor melding (dreigen met) agressie en/of geweld (verbaal en fysiek) of seksuele intimidatie

Protocol voor melding (dreigen met) agressie en/of geweld (verbaal en fysiek) of seksuele intimidatie Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl Protocol voor melding (dreigen met) agressie en/of geweld (verbaal en fysiek) of seksuele intimidatie Sint Clemensschool School

Nadere informatie

Centraal Kantoor Afdeling Monitoring en Beleidsinformatie LEGIONELLA. dr. P. J. M. Martens

Centraal Kantoor Afdeling Monitoring en Beleidsinformatie LEGIONELLA. dr. P. J. M. Martens Arbeidsinspectie Centraal Kantoor Afdeling Monitoring en Beleidsinformatie LEGIONELLA Februari 2001 drs. Ö. Erdem dr. P. J. M. Martens INHOUDSOPGAVE BLZ. SAMENVATTING 1 INLEIDING 1 2 DOEL VAN HET ONDERZOEK

Nadere informatie

6 Meervoudige problematiek bij werknemers

6 Meervoudige problematiek bij werknemers 6 Meervoudige problematiek bij werknemers Maroesjka Versantvoort (SCP) en Lando Koppes (TNO) 6.1 Inleiding Werknemers met meervoudige problematiek staan centraal in dit hoofdstuk. Uitgangspunt is de definitie

Nadere informatie

Burgerpeiling Discriminatie

Burgerpeiling Discriminatie Burgerpeiling Discriminatie Uitgave : Team Kennis en Verkenning Naam : Marije Hofland Telefoonnummer : 0570-69 3317 Mail : m.hofland@deventer.nl 1 Inleiding De Gemeente Deventer voert om de twee jaar een

Nadere informatie

Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages.

Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages. MARGES EN SIGNIFICANTIE BIJ STEEKPROEFRESULTATEN. De marges van percentages Metingen via een steekproef leveren een schatting van de werkelijkheid. Het toevalskarakter van de steekproef heeft als consequentie,

Nadere informatie

Enkelblessures. Samenvatting. gemiddeld sporters aan een enkelblessure. Het betekent ook 1,4

Enkelblessures. Samenvatting. gemiddeld sporters aan een enkelblessure. Het betekent ook 1,4 Enkelblessures Samenvatting Jaarlijks lopen sporters 650.000 enkelblessures op. Dit is achttien procent van alle sportblessures die in een jaar ontstaan. Na knieblessures (20%) zijn enkelblessures daarmee

Nadere informatie

Een effectieve donormailing: vooral personen tussen de 45 en 49 jaar Zomer 2006

Een effectieve donormailing: vooral personen tussen de 45 en 49 jaar Zomer 2006 Deze factsheet is geschreven door RD Friele en R Coppen van het NIVEL in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De gegevens mogen met bronvermelding worden gebruikt. Versie

Nadere informatie

Ongeval en Beroepsziekte

Ongeval en Beroepsziekte Ongeval en Beroepsziekte Rechte rug recht en slappe knieën Erik Stigter, bedrijfsarts, forensisch arts Peter Wulp, bedrijfsarts Medisch adviseurs Inspectie SZW Preventie van gezondheidsschade door arbeid

Nadere informatie

Het belang van begeleiding

Het belang van begeleiding Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Ongevallen met speeltoestellen

Ongevallen met speeltoestellen Ongevallen met speeltoestellen J.A. Draisma Uitgegeven door Stichting Consument en Veiligheid Postbus 75169 1070 AD Amsterdam Oktober 2010 Bij de samenstelling van deze publicatie is de grootst mogelijke

Nadere informatie

Zelf-gerapporteerd ziekteverzuim in de NEA vs. geregistreerd ziekteverzuim in de NVS

Zelf-gerapporteerd ziekteverzuim in de NEA vs. geregistreerd ziekteverzuim in de NVS Zelf-gerapporteerd ziekteverzuim in de NEA vs. geregistreerd ziekteverzuim in de NVS Ernest de Vroome Lando Koppes Seth van den Bossche Peter Smulders 8 november 2007 Gebaseerd op: Boerdam, A., Bloemendal,

Nadere informatie

Rapport. Rapportage Bijzondere Bijstand 2013

Rapport. Rapportage Bijzondere Bijstand 2013 w Rapport Rapportage Bijzondere Bijstand 2013 T.J. Slager en J. Weidum 14 november 2014 Samenvatting In 2013 is er in totaal 374 miljoen euro door gemeenten uitgegeven aan bijzondere bijstand. Het gaat

Nadere informatie

Ziekteverzuim in de bouw

Ziekteverzuim in de bouw Ziekteverzuim in de bouw 2014 Ziekteverzuim in de bouw Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan) is uitsluitend

Nadere informatie

Meldingsplichtige arbeidsongevallen. Meld ze direct bij de Inspectie SZW

Meldingsplichtige arbeidsongevallen. Meld ze direct bij de Inspectie SZW Meldingsplichtige arbeidsongevallen Meld ze direct bij de Inspectie SZW De Inspectie SZW werkt samen aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen 2 Meldingsplichtige arbeidsongevallen

Nadere informatie

Landelijke peiling Nijmegen Resultaten tussenmeting, begin juli 2005

Landelijke peiling Nijmegen Resultaten tussenmeting, begin juli 2005 Resultaten tussenmeting, begin juli 2005 O&S Nijmegen 13 juli 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Onderzoeksresultaten 5 2.1 Eerste gedachte bij de stad Nijmegen 5 2.2 Bekendheid met gegeven dat Nijmegen

Nadere informatie

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs.

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs. ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs april 2016 1

Nadere informatie

Kinderopvang in aandachtswijken

Kinderopvang in aandachtswijken Kinderopvang in aandachtswijken Significant Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld +31 342 40 52 40 KvK 3908 1506 info@significant.nl www.significant.nl Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Barneveld,

Nadere informatie

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze

Nadere informatie

Vallen (privé en sport)

Vallen (privé en sport) Vallen (privé en sport) Ongevalscijfers 0 tot en met 12 jaar Samenvatting Een val is de belangrijkste oorzaak van letsel bij kinderen. In 2013 zijn 67.000 kinderen van 0 tot en met 12 jaar op een SEH-afdeling

Nadere informatie

Ziekteverzuimcijfers sector gemeenten 2008

Ziekteverzuimcijfers sector gemeenten 2008 Ziekteverzuimcijfers sector gemeenten 2008 Versie 23 april 2009 1 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt verder tot 5,3 procent in 2008 Het ziekteverzuimpercentage 2 van gemeenten is in 2008 afgenomen tot 5,3

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen jaar

Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen jaar Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen Ton Ferber In de jaren 1992 2001 was de gemiddelde looptijd van een WWuitkering elf maanden. Van de 4,3 miljoen beëindigde uitkeringen was de gemiddelde

Nadere informatie

Ziekteverzuim in de bouw

Ziekteverzuim in de bouw Ziekteverzuim in de bouw 2015 Ziekteverzuim in de bouw Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan) is uitsluitend

Nadere informatie

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim

Nadere informatie

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie?

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? MEMO/11/406 Brussel, 16 juni 2011 Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? Vakantie verwacht het onverwachte. Gaat u binnenkort op reis in de EU of naar IJsland, Liechtenstein,

Nadere informatie

Onderzoek Trappers. rapportage. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Nationale Fiets Projecten Postbus 594 8440 AN Heerenveen

Onderzoek Trappers. rapportage. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Nationale Fiets Projecten Postbus 594 8440 AN Heerenveen Onderzoek Trappers rapportage Opdrachtgever Nationale Fiets Projecten Postbus 594 8440 AN Heerenveen Opdrachtnemer DTV Consultants B.V. Ruben van den Hamsvoort en Alex van Ingen POM 8267 Breda, maart 2009

Nadere informatie

Periodieke Brancherapportage 2014

Periodieke Brancherapportage 2014 Periodieke Brancherapportage 2014 Peildatum: 1 januari 2015 Brancheorganisatie: Datum: Februari 2015 Sectormanager: Jaap Tinga Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage

Nadere informatie

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van

Nadere informatie

Gericht Periodiek Onderzoek (GPO)

Gericht Periodiek Onderzoek (GPO) Gericht Periodiek Onderzoek (GPO) Aandacht voor werk met bijzondere gezondheidsrisico s Informatie voor de werknemer Werk met bijzondere gezondheidsrisico s Sommige werkzaamheden in de bouwnijverheid gaan

Nadere informatie

Fietsongevallen en alcohol

Fietsongevallen en alcohol Fietsongevallen en alcohol Ongevalscijfers Samenvatting Jaarlijks vinden gemiddeld 2.700 behandelingen plaats op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling van een ziekenhuis in verband met letsel opgelopen

Nadere informatie

Consumentenvertrouwen in verzekeraars. Juli 2015

Consumentenvertrouwen in verzekeraars. Juli 2015 Consumentenvertrouwen in verzekeraars Juli 2015 Index Consumentenvertrouwen in verzekeraars Het Consumentenvertrouwen in verzekeraars staat in juli 2015 op een stand van -10 (zie berekeningswijze). 10

Nadere informatie

Letsels bij kinderen 0-4 jaar

Letsels bij kinderen 0-4 jaar Letsels bij kinderen 0-4 jaar Ongevalscijfers Kerncijfers In de periode 2006-2012 leidden ongevallen (privé, verkeer en sport) bij kinderen van 0 tot en met 4 jaar tot gemiddeld naar schatting tot 94.000

Nadere informatie

nr. 444 van MARTINE TAELMAN datum: 5 februari 2015 aan LIESBETH HOMANS Vlaamse overheid - Arbeidsongevallen

nr. 444 van MARTINE TAELMAN datum: 5 februari 2015 aan LIESBETH HOMANS Vlaamse overheid - Arbeidsongevallen SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 444 van MARTINE TAELMAN datum: 5 februari 2015 aan LIESBETH HOMANS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE

Nadere informatie

Praktische handreiking voor het opstellen van een representativiteitsopgave

Praktische handreiking voor het opstellen van een representativiteitsopgave Praktische handreiking voor het opstellen van een representativiteitsopgave 1. Inleiding De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op aanvraag van het georganiseerde bedrijfsleven binnen een

Nadere informatie

Periodieke Brancherapportage 2013-2014

Periodieke Brancherapportage 2013-2014 Periodieke Brancherapportage 2013-2014 Peildatum: 1 juli 2014 Brancheorganisatie: Datum: september 2014 Sectormanager: Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage

Nadere informatie

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarrapportage 2004

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarrapportage 2004 ONTSLAGSTATISTIEK Jaarrapportage 2004 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen mei 2005 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De gegevens

Nadere informatie

ARBEIDSONGEVALLEN VAN UITZENDKRACHTEN 2005-2012

ARBEIDSONGEVALLEN VAN UITZENDKRACHTEN 2005-2012 ARBEIDSONGEVALLEN VAN UITZENDKRACHTEN 2005-2012 27 juni 2013 Rapportage voor Stichting Arboflexbranche ARBEIDSONGEVALLEN VAN UITZENDKRACHTEN 2005-2012 Datum 27 juni 2013 Auteur(s) Opdrachtgever Wendela

Nadere informatie

Datum 19 september 2016 Betreft Kamervragen van het lid Kerstens (PvdA) over de toename van het aantal dodelijke ongevallen in de bouw

Datum 19 september 2016 Betreft Kamervragen van het lid Kerstens (PvdA) over de toename van het aantal dodelijke ongevallen in de bouw > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Metaalbewerker / bankwerker

Metaalbewerker / bankwerker Metaalbewerker / bankwerker Er werken circa 800 tot 1000 metaalbewerkers in de bouw. Ze werken bij grote GWW- en B&U-bedrijven. Onder de verzamelnaam metaalbewerker / bankwerker vallen naast de metaalbewerker

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1 Bedrijfsopleidingen in de 1 M.J. Roessingh 2 Het aantal bedrijfsopleidingen dat een werknemer in de in 1999 volgde, is sterk gestegen ten opzichte van 1993. Ook zijn er meer opleidingen gaan volgen. Wel

Nadere informatie

Disclosure. > in dienst Encare Arbozorg > lid RTC Gezondheidszorg

Disclosure. > in dienst Encare Arbozorg > lid RTC Gezondheidszorg Disclosure > in dienst Encare Arbozorg > lid RTC Gezondheidszorg 1 Karien van Roessel Bedrijfsarts Jurist Beroepsziekten Bedrijfsongevallen en Letselschade ABW 17 oktober 2016 2 Een kijkje achter de schermen

Nadere informatie

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 De arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid in 2011 Inleiding De dienst Gegevensbank van het Fonds voor arbeidsongevallen doet elk jaar een statistische

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.

Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld. Inhoudsopgave 1. Tijdreeks verzuimcijfers 2. Verzuim naar geslacht 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.

Nadere informatie

T 030 659 55 50 F 030 659 56 55 E info@vhg.org I www.vhg.org

T 030 659 55 50 F 030 659 56 55 E info@vhg.org I www.vhg.org Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG) De Molen 30, 3994 DB Houten Postbus 1010, 3990 CA Houten T 030 659 55 50 F 030 659 56 55 E info@vhg.org I www.vhg.org Een arbeidsongeval! Wat nu? Wilt

Nadere informatie

Toelichting Berekening Verlof

Toelichting Berekening Verlof Toelichting Berekening Verlof Datum 08-12-2016 Auteur DUO Status Definitief Versie 1.0 Versiebeheer Versie Reden van versie Auteur Datum nummer 1 Initiële versie Tris Serail Aug 2016 pagina 2 van 10 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Effectiviteitonderzoek naar de kennisoverdracht van I&E Milieu

Effectiviteitonderzoek naar de kennisoverdracht van I&E Milieu Effectiviteitonderzoek naar de kennisoverdracht van I&E Milieu SAMENVATTING dr. L.A. Plugge 1, drs. J. Hoonhout 2, T. Carati 2, G. Holle 2 Universiteit Maastricht IKAT, Fac. der Psychologie Inleiding Het

Nadere informatie

Ongevalscijfers. Arbeidsongevallen

Ongevalscijfers. Arbeidsongevallen Ongevalscijfers Arbeidsongevallen Arbeidsongevallen Ongevalscijfers Malou Eilering Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl januari 2016 Disclaimer Bij de samenstelling

Nadere informatie

Onderzoek Toegevoegde waarde OHSAS 18001-certificatie Samenvatting en conclusies

Onderzoek Toegevoegde waarde OHSAS 18001-certificatie Samenvatting en conclusies Onderzoek Toegevoegde waarde OHSAS 18001-certificatie Samenvatting en conclusies 26 juni 2013 > Samenvatting 2 > Conclusies 5 1 Samenvatting en conclusies Deze samenvatting en conclusies komen uit het

Nadere informatie

Periodieke Brancherapportage 2013-2014

Periodieke Brancherapportage 2013-2014 Periodieke Brancherapportage 2013-2014 Peildatum: 1 juli 2014 Brancheorganisatie: Datum: oktober 2014 Sectormanager: Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage

Nadere informatie

Bijlage. Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen

Bijlage. Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen Bijlage Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen Behorend bij het rapport VMBO-opleiding Rijn- en binnenvaart in Nijmegen ; Onderzoek naar de behoefte aan een VMBO-opleiding Rijn-

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

RISICO HOROSCOOP VOORSPELLING AANTALLEN ONGEVALLEN VOOR SECTOREN EN BEROEPEN

RISICO HOROSCOOP VOORSPELLING AANTALLEN ONGEVALLEN VOOR SECTOREN EN BEROEPEN RISICO HOROSCOOP VOORSPELLING AANTALLEN ONGEVALLEN VOOR SECTOREN EN BEROEPEN Gebaseerd op meldingsplichtige ongevallen en blootstelling aan gevaren Inhoud 1. Inleiding...1 1.1. Toelichting op de gebruikte

Nadere informatie

Openbaar jaarverslag Ongevallen van kinderen 2013

Openbaar jaarverslag Ongevallen van kinderen 2013 Openbaar jaarverslag Ongevallen van kinderen 2013 Sinne kinderopvang Maart 2014 Inhoudsopgave Voorwoord.. blz. 2 Registratie van ongevallen. blz. 2 Conclusie... blz. 2 Bevindingen.... blz. 3 Ongevallen

Nadere informatie

vinger aan de pols van werkend Nederland

vinger aan de pols van werkend Nederland Innovaties voor Gezond en Veilig Werken IMPLEMENTATION AND EVALUATION OSH POLICIES NEA: vinger aan de pols van werkend Nederland De NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden is het grootste iodieke onderzoek

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Speeltoestellen Een onderzoek naar ongevallen met speeltoestellen bij kinderen van 0-14 jaar

Speeltoestellen Een onderzoek naar ongevallen met speeltoestellen bij kinderen van 0-14 jaar Samenvatting rapport Speeltoestellen Een onderzoek naar ongevallen met speeltoestellen bij kinderen van 0-14 jaar Jaarlijks worden er 12.000 kinderen behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH)-afdeling als

Nadere informatie