Tweede Kamer der Staten-Generaal

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs ter bestendiging en actualisering van de regels over de leraren-in-opleiding (leraren-in-opleiding) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 22 februari 2001 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer van haar bevindingen als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Schutte (GPV), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter, De Vries (VVD), Rabbae (GroenLinks), Lambrechts (D66), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), Dijksma (PvdA), Cherribi (VVD), Rehwinkel (PvdA), ondervoorzitter, Passtoors (VVD), Wijn (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Orgü (VVD), Nicolaï (VVD), Kortram (PvdA), Halsema (GroenLinks), Eurlings (CDA), Belinfante (PvdA), Van Bommel (SP), Barth (PvdA), Hamer (PvdA) en vacature PvdA. Plv. leden: Schimmel (D66), Stellingwerf (RPF), Mosterd (CDA), Atsma (CDA), Van Baalen (VVD), Harrewijn (GroenLinks), Bakker (D66), Ravestein (D66), E. Meijer (VVD), Valk (PvdA), Udo (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Verhagen (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Rijpstra (VVD), Voûte-Droste (VVD), Middel (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Visser-van Doorn (CDA), Gortzak (PvdA), Poppe (SP), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA) en De Cloe (PvdA). De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van de strekking van het wetsvoorstel. Zij willen echter nog een aantal opmerkingen plaatsen. Volgens het wetsvoorstel is de leraren in opleiding (lio)-stage een verruimde en verbeterde afsluitende stage, waarbij de student al zoveel mogelijk leraarstaken vervult met een zekere zelfstandigheid om zich zo goed te kunnen voorbereiden op het lesgeven na de opleiding. Deze leden zijn altijd voor deze vorm van stage geweest aangezien uit veelvuldig onderzoek is gebleken dat de lio als beginnend leraar beter functioneert. De praktijkschok heeft veelal gedurende het lio-schap plaatsgevonden, waarbij de lio op goede begeleiding kon terugvallen. Door het huidige lerarentekort wil de begeleiding van lio-stagaires echter nogal eens te kort schieten. De leden van de PvdA-fractie vinden dit verontrustend, met name omdat de begeleiding van lio-stagiaires erg belangrijk is. Ze willen de minister vragen om maatregelen te nemen, waardoor lio-stagiaires verzekerd zijn van goede begeleiding. De aan het woord zijnde leden zijn namelijk van mening dat zowel vanuit de stageplaats als vanuit de opleiding de begeleiding optimaal dient te zijn. Welke maatregelen denkt de minister te gaan nemen? Hogescholen kunnen opleidingen aanbieden in voltijdse, deeltijdse of duale vorm. Universiteiten kunnen ook opleidingen aanbieden in voltijdse en deeltijdse vorm en na toestemming van de minister ook in duale vorm. Met ingang van 1 augustus 2001 kan alleen bij een duale lerarenopleiding sprake zijn van een afwijking van de benoembaarheidseisen en dus van een lio-werknemer. In de voltijdse en deeltijdse variant kan de student vanaf deze datum kiezen voor een afsluitende lio-stage. Wat is de achterliggende reden voor het wettelijke onderscheid in lio-werknemers en een lio-stagiaires? Regelmatig blijkt in de praktijk dat lio-werknemers en een lio-stagiaires dezelfde taken en verantwoordelijkheden hebben, terwijl wettelijk is vastgelegd dat lio-stagiaires niet dezelfde verantwoordelijk- KST51576 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2001 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 1

2 heden mogen dragen als lio-werknemers. Deze leden zijn van mening dat er meer helderheid moet komen voor de scholen en studenten, wanneer iemand een lio-werknemer of een lio-stagiaire is en wat er van de betrokken studenten kan worden verwacht Uit acties van lio-stagiaires (het Pabo Actie comité heeft op vrijdag 9 februari jongstleden een petitie aan minister Hermans aangeboden waarin ze actie voeren voor een betaalde lio-stage) is onlangs nog gebleken dat, mede onder druk van het huidige lerarentekort, de lio-stage voor sommige studenten een volwaardige baan begint te worden. De leden van de PvdA-fractie zijn van mening dat dit niet de bedoeling kan zijn en dat er tussen de school, opleiding en stagiair voldoende garanties moeten zijn dat de eindverantwoordelijkheid bij de school/leraar blijft. Is de minister voornemens hier maatregelen toe te nemen? Scholen zijn vrij lio s uit hun eigen budget te betalen. Scholen die zitten te springen om leerkrachten zijn bijvoorbeeld vaak bereid in de buidel te tasten voor een lio. Andere scholen kunnen of willen dat niet. Wat is de reactie van de minister op deze geldelijke ongelijkheid? Wat denkt hij eraan te gaan doen? De aan het woord zijnde leden willen graag dat deze ongelijkheid wordt weggenomen en alle lio s een financiële vergoeding krijgen voor hun taken. Wettelijk is vastgelegd dat een student van de 168 studiepunten, minimaal 126 studiepunten moet hebben behaald om als lio te kunnen worden aangenomen. Tevens wordt de mogelijkheid geboden om ten aanzien van studenten die nog niet over 126 studiepunten beschikken van deze eis af te wijken «indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 126 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden». De leden van de PvdA-fractie verzoeken de minister erop toe te zien dat voor zowel de student als de opleiding duidelijk is aan welke eisen een student minimaal moet voldoen om een lio-stage te kunnen volgen. De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zoals de regering in de memorie van toelichting ook schrijft behelst het wetsvoorstel de definitieve regeling van de leraar-in-opleiding (lio). Deze leden wijzen de regering erop dat zij altijd kritisch hebben gestaan tegenover een overhaaste invoering van de lio. Die kritische houding had geen betrekking op de idee achter de lio, namelijk het verkleinen van de praktijkschok. Hier deelden zij de visie van de ambtsvoorgangers van deze minister en deze minister. Wel waren zij destijds van oordeel dat een experiment van deze omvang (1000 lio-werknemers variant) defacto neerkwam op invoering. Het feit dat gedurende de experimenteerfase extra geld beschikbaar was, beïnvloedde het welslagen van het experiment. Helaas werd de lio tot politiek correct onderwerp verheven, wat zich slecht verdroeg met een kritische benadering van het experiment. Tijdens het notaoverleg op 31 mei 1999 over de nota «Maatwerk voor Morgen» heeft de woordvoerder van de VVD-fractie daarover onder meer het volgende gezegd: «Zo op het eerst gezicht kent de lio-werknemersvariant alleen maar voorstanders. De student-docent, want hij krijgt eerder salaris, de school, want men het tijdens het experiment extra middelen en extra mensen, docenten, want er komen extra handen in de school, wat tot verlaging van de werkdruk leidt, de minister want het kost hem minder studiefinanciering en de lerarenopleiding, want een deel van de opleiding kan worden uitbesteed aan de praktijk. Is er dan niemand tegen? Waarom is het dan niet veel eerder uitgevonden, zo kan men zich afvragen. Hoe zit het eigenlijk met de kwaliteit van deze lio-werknemers? Kun je net zo goed lesgeven met een jaartje minder opleiding? Straks zijn de experimenten afgelopen en moeten wij beslissen of wij de lio-werknemer gaan invoeren. De vigerende wet kent immers een horizonbepaling. Mocht de Tweede Kamer positief staan tegen invoering van de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 2

3 lio-werknemer, is daar dan extra geld voor? Of moet de lio-werknemer, als het experiment is beëindigd, bekostigd worden uit het reguliere budget van de school? Indien het laatste het geval is, worden dus bevoegde en bekwame docenten vervangen door goedkopere lio s. Of mag de school van de lerarenopleiding een vergoeding vragen voor het in de praktijk opleiden van leraren». Tijdens het algemeen overleg van 8 december 1999 heeft de woordvoeder van de VVD-fractie gezegd de minister zeer erkentelijk te zijn voor de toezegging dat het experiment met de lio met arbeidsovereenkomst wordt aangescherpt met de bepaling dat de verantwoordelijkheid voor het onderwijsleerproces bij een volledig bevoegde leraar ligt. Hoe verhoudt deze toezegging zich met de bepaling dat de begeleidende docent toeziet op de kwaliteit van de werkzaamheden van de betrokken student (= lio-werknemer.) Ware het niet beter om in de wet de bepaling op te nemen dat de lio-werknemer onder verantwoordelijkheid van een bevoegde docent zijn taken uitvoert? Graag ontvangen zij hierop een duidelijke reactie van de regering. Tijdens het algemeen overleg van 8 december 1999 heeft de minister gezegd dat 15 miljoen extra middelen beschikbaar zijn, voor de inzet voor lio-werknemers. Bovendien kunnen scholen kunnen profiteren van de zogenoemde fiscale faciliteit voor scholing. Kan de regering aangeven hoeveel middelen beschikbaar zijn voor begeleiding van de lio-werknemer (school en opleidingsinstituut), en hoeveel middelen er beschikbaar zijn als tegemoetkoming voor verrichte werkzaamheden door lio-werknemers. Betekent dat de beschikbare middelen voldoende zijn om verdringing van bevoegde leraren door nog onbevoegde lio s hierdoor voorkomen kan worden? Welke rol spelen de CAO-partijen in de verdeling van de (extra) middelen ten behoeve van lio-werknemers? Hoe kijkt de regering aan tegen de twee statussen die gaan ontstaan; de lio-werknemer en de lio-stagiair. Ligt het niet voor de hand om de tegemoetkoming van de leraar-in-opleiding af te stemmen op de omvang van de werkzaamheden die de lio uitvoert? De leden van de VVD-fractie vragen zich af of het wenselijk is om een lio reeds naar tweeënhalf jaar, als leraar aan te stellen ook al is de verantwoordelijkheid voor het onderwijsleerproces goed (...) geregeld. De ondergrens van 105 studiepunten vinden zij dan ook aan de lage kant. Een duidelijke grens van 126 studiepunten met een kleine marge om van af te wijken lijkt hen beter. Indien men meer dan 105 studiepunten heeft behaald, maar nog geen 126 kan een aanstelling als onderwijsassistent volgen. Nadat men de 126 punten heeft behaald, volgt de lio aanstelling. Hierdoor kan de carrièrelijn worden opgebouwd, waarbij de hoge kwaliteitseisen aan het leraarschap te stellen in tact blijven. Zou de regering willen ingaan op realiseerbaarheid van deze gedachte. De leden van de CDA-fractie hebben met reserve kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. De minister stelt dat in de praktijk is gebleken dat er sprake is van een goed instrument dat dient te worden gehandhaafd. Hij stelt dat de hoofddoelstelling: het verminderen van de praktijkschok bij beginnende leraren, is gerealiseerd. Deze leden plaatsen enige vraagtekens bij deze stellige bewering. Op welk moment vindt de praktijkschok dan wel plaats? En waarom is er sprake van een vermindering van de praktijkschok als die op een eerder moment plaatsvindt? De aan het woord zijnde leden willen voorts graag weten hoeveel oud-lio s daadwerkelijk een baan in het onderwijs hebben gekregen en hoeveel oud-lio s zijn afgehaakt tijdens of na hun lio-schap. De leden van de CDA-fractie willen voorts een nadere onderbouwing van de minister over de uitspraak in de memorie van toelichting dat er door de lio voor scholen meer mogelijkheden ontstaan voor taakdifferentiatie en meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de lerarenopleidingen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 3

4 De lio is slechts voor de duur van de lio-periode aan school verbonden en werkt in die periode als leerkracht. Hoe kan dan worden gesproken van taakdifferentiatie? Hoeveel oud-lio s hebben overigens een baan gekregen aan de school waar ze hun lio-periode hebben doorgebracht? De aan het woord zijnde leden vragen op welke manier de grotere invloed van de scholen op de lerarenopleidingen gestalte heeft gekregen en welke effecten zijn bereikt, anders dan in geval er sprake is van stages. Van begin af aan hebben deze leden kanttekeningen geplaatst bij de lio-werknemer en bij de wijze waarop dit fenomeen werd ingepast in de organisatie. Er was immers sprake van het structureel plaatsen van onbevoegde mensen voor de klas op een bestaande fte. Lio s kregen een werknemerstatus, het daarbij behorende salaris en de daarbij behorende verantwoordelijkheden. Nu worden de lio s structureel, waarbij de vergelijkende evaluatie in feite onvoldoende beargumenteert waarom deze vorm van praktijkstage binnen de studie beter is dan een andere vorm. Het wetsvoorstel is onhelder over de financiële consequenties en over de binnen het onderwijs optredende ongelijkheid tussen lio-werknemer, lio-stagiaire, en een andere vorm van stages. De leden van de CDA-fractie achten een dergelijke ongelijkheid ongewenst. Afrondende praktijkstages dienen op dezelfde manier te worden beloond en beoordeeld. Het is daarbij niet van belang of het een lio-stagiaire of een lio-werknemer betreft. In beide gevallen betreft het een deel van de opleiding en moet het ook als zodanig worden beschouwd. Waarom dan geen financiële gelijkstelling? Wat rechtvaardigt het verschil in rechtspositie en beloning tussen de lio-stagiaire en de lio-werknemer? Het enige verschil is op papier dat de ene wel en de andere niet de verantwoordelijkheden van een werknemer draagt. Maar kan de minister aangeven wat de feitelijke verschillen in de praktijk zijn? De minister stelt dat er geen financiële consequenties zijn verbonden aan dit wetsvoorstel. Die zijn er natuurlijk wel, alleen worden die consequenties doorgeschoven naar de scholen en naar de opleidingsinstituten! Wat betekent in concreto de zin: «De financiële regelingen die waren getroffen ter zake van het experiment lio s zullen worden gecontinueerd»? Als het de minister echt ernst is met het aantrekkelijk maken van de lerarenopleidingen dan dient ook de financiering cq beloning van het praktijkdeel de vergelijking met andere HBO opleidingen te kunnen doorstaan. Welke mogelijkheden zijn er daarvoor bijvoorbeeld bij het opleidingsfonds? Het aspect uitvoeringsgevolgen is wel erg summier behandeld. Er zijn geen uitvoeringsgevolgen voor Cfi. Waarop is dit gebaseerd? Wat zijn de uitvoeringgevolgen voor het Vervangings- en participatiefonds? De leden van de CDA-fractie plaatsen grote vraagtekens bij hetgeen wordt gesteld over het benodigde aantal studiepunten. Van een opleiding met 168 studiepunten moeten tenminste 126 studiepunten zijn behaald alvorens als lio te mogen worden aangenomen. Dat is het equivalent van 3 jaar voltijds studie. Dan volgt de lio-periode en de afsluitende theorieperiode. Deze opzet is vergelijkbaar met de stages. Maar nu wordt voorgesteld deze minimum eis te verlagen tot 105 studiepunten = 2,5 jaar voltijds opleiding. Als argument wordt gehanteerd dat de student wel moet beschikken over met 126 studiepunten vergelijkbare kennis, inzicht en vaardigheden die bovendien relevant zijn voor het lio-schap. De aan het woord zijnde leden delen de onvoldoende weerlegde kritiek van de Raad van State op dit punt. Voorts zijn zij van mening dat op deze wijze de deur wordt opengezet naar een verdere verlaging van de reeds minimale eis van 126 studiepunten. Een dergelijke weg lijkt aardig voor de student die blijkbaar wel gemotiveerd is voor de vervroegde lio-periode, maar niet voor het voldoen aan de voorwaarden die daarvoor gelden. Deze leden zijn het niet eens met deze verdere afkalving van de eisen die gesteld worden aan een student die in feite in de eindfase van zijn opleiding zit. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 4

5 Ook hier dient zich de parallel aan met andere Hbo-opleidingen over het tijdstip en dus ook het gewicht van een afsluitende stage. De leden van de CDA-fractie zijn het niet eens met de wetsartikelen die hierop betrekking hebben en vragen de minister deze te heroverwegen. De leden van de fractie van D66 hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel betreffende de lio. Ofschoon reeds eerder over de hoofdlijnen van dit voorstel tussen Kamer en minister is gesproken geeft onderhavig wetsvoorstel de leden toch nog aanleiding tot de volgende vragen. In 1998 heeft de Kamer de evaluatie (IVA) van het experiment met de twee lio-varianten ontvangen, te weten de lio als werknemer en de lio als stagiair. Het experiment was destijds positief vooral omdat in alle gevallen van een intensieve begeleiding sprake was. De omstandigheden echter zijn inmiddels behoorlijk gewijzigd, met name het lerarentekort is in de tussentijd enorm toegenomen. Kan in de huidige omstandigheden nog wel overal een goede begeleiding gegarandeerd worden aan de lio? Zijn daarover nog recentere gegevens beschikbaar dan die uit 1997 en 1998? Kan de minister nog eens precies uitleggen wat in het huidige wetsvoorstel de verschillen zijn tussen de lio als werknemer en de lio als stagiair? Waaruit bestaan die verschillen in materiële zin en hoe zinvol zijn die verschillen nog? Wanneer is precies sprake van een duaal traject? Geldt dat uitsluitend voor het laatste jaar? Duurt het duale traject langer dan de stage? Krijgt de lio als werknemer een «loon»? Staat de hoogte van dat loon vast? Hoe hoog is dat? Ontvangt de school daarvoor een bekostiging van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen? Wie beslist of er sprake is van een werknemer of een stagiair? Kan een student zelf kiezen? Kan uitsluitend de lio als werknemer ingezet worden als vervanger en aanspraak maken op een vergoeding uit het vervangingsfonds of geldt dit ook voor de stagiair? Ontvangt de stagiair over het algemeen een stagevergoeding en zo ja hoe hoog is die dan? Is er sprake van grote verschillen tussen de scholen in de vorm en hoogte van de vergoeding? Geldt dat verschil alleen het verschil tussen de lio als werknemer en de lio als stagiair of zijn er ook tussen de lio als stagiair grote verschillen? Waaruit worden scholen die graag een vergoeding aan de Lio als stagiair zouden willen geven geacht dat te financieren? Hoe zit het verder met de vergoeding aan de school voor stagebegeleiding. Is die vergoeding voor de school hetzelfde voor de stagiair als voor de werknemer? Bij aanvang van het experiment met de lio als werknemer is afgesproken dat de eindverantwoordelijkheid voor de leerlingen primair ligt bij de school en de eindverantwoordelijkheid voor de student/lio en zijn opleiding primair bij de Pabo en/of de lerarenopleiding. Blijft dat zo met het onderhavige wetsvoorstel of verandert er in dat opzicht iets? Ontvangt de leraar die toezicht houdt op de kwaliteit van het onderwijs van de lio daarvoor over het algemeen een vergoeding? In de wet staat dat een student tenminste 126 studiepunten moet hebben gehaald om als lio te mogen worden aangenomen. In de memorie van toelichting staat tevens dat die 126 studiepunten een minimumeis zijn. Even verder op staat echter dat de minimumgrens 105 studiepunten is. Met de Raad van State zijn de leden van de fractie van D66 geneigd dit een verwarrend onderscheid te vinden. Kan dit onderscheid nog eens worden toegelicht en ware het wellicht niet beter om toch voor één duidelijke grens te kiezen? De leden van de GroenLinksfractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel. Deze leden zien in het lio-schap een waardevolle verrijking van de lerarenopleiding. Bovendien kan de lio bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs en aan het voorzien in de behoefte aan voldoende onderwijzend personeel. Het evaluatieonderzoek van het IVA Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 5

6 wijst ook uit dat de experimenten met lio s tot positieve resultaten hebben geleid. Daarom zijn deze leden verheugd over de voorgenomen wettelijke verankering van het lio-schap. Wel hebben deze leden nog enkele vragen over de vormgeving daarvan. Met dit wetsvoorstel introduceert de minister een onderscheid tussen duale studenten voor wie het lio-schap samengaat met een werknemersstatus en voltijd en deeltijd studenten voor wie het lio-schap de vorm heeft van een uitgebreide stage zonder werknemersstatus. Het is deze leden niet geheel duidelijk op grond van welke overwegingen de minister heeft gekozen voor dit onderscheid? Kan hij dit nader toelichten? Is de minister niet van mening dat dit onderscheid kan leiden tot een ongelijke positie tussen die lio s die feitelijk hetzelfde werk verrichten? Hoe kan een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen voorkomen worden? Deze leden achten het lio-schap tevens van belang voor de wervingskracht van het leraarschap. Die zeer noodzakelijke wervingskracht is gebaat bij een goede beloning van lio s, mede uit oogpunt van de concurrentie met andere opleidingen met betaalde vormen van stage en duale trajecten. Kan de minister tegen deze achtergrond nader toelichten op welke manier hij voornemens is de verschillende lio s te belonen? En wanneer het onderscheid tussen «werknemer-lio s» en «stagair-lio s» gehandhaafd blijft, ziet hij dan mogelijkheden om ook de stage-lio s te belonen in de vorm van een stagevergoeding? Welke kosten zou de introductie van een vaste stagevergoeding voor alle leraren in opleiding met zich meebrengen? Is de minister bereid die kosten voor zijn rekening te nemen en te verwerken in zijn Meerjarig Investerings Plan? In deze wet en de bijbehorende memorie van toelichting wordt duidelijk gemaakt hoe het toezicht op de kwaliteit van het werk van de lio is geregeld. Het is de aan het woord zijnde leden echter niet duidelijk hoe de begeleiding van de lio zelf binnen de school en het toezicht op de kwaliteit daarvan is geregeld. Deze begeleiding is van belang voor de kwaliteit van de lio, die immers zelf ook nog in opleiding is. Kan de minister nader toelichten hoe de begeleiding van de lio en het toezicht op de kwaliteit daarvan is geregeld? De leden van de fracties RPF/GPV hebben kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel. Naar de mening van deze leden heeft het opleiden van een toekomstige leraar in de school positieve effecten voor zowel de student als voor de school en de lerarenopleiding. De praktijk heeft dit uitgewezen. Deze leden kunnen er daarom mee instemmen dat de mogelijkheid tot het aanstellen c.q. benoemen van leraren-in-opleiding een structurele plaats in de wet krijgt. Genoemde leden hebben nog een aantal vragen bij dit wetsvoorstel. De werknemersvariant van de lio krijgt nu een structurele wettelijke verankering. De aan het woord zijnde leden willen weten hoe het staat met de stagevariant en hoe het daarmee verder gaat. De leden van de fracties van RPF/GPV willen weten wat de stand van zaken is in het proces om te komen tot duale lerarenopleidingen. Zijn lerarenopleidingen op dit moment voldoende in staat om structureel te gaan werken met de lio-structuur? Kan de minister aangeven hoeveel studenten op dit moment als lio werkzaam zijn? Wat is zijn verwachting ten aanzien van het aantal studenten dat in de toekomst als lio zal gaan werken? Is de f 15 miljoen aan middelen die de minister in het overleg van 8 december 1999 structureel aan de scholen toezegde voldoende om dit verwachte aantal te kunnen plaatsen? De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij constateren dat daarin structureel wordt geregeld dat studenten in een duaal traject van een lerarenoplei- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 6

7 ding aan het eind van hun studie op een school als lio-werknemer kunnen worden aangesteld. Mede in het licht van de positieve resultaten van de evaluatie van het experiment met lio-werknemers kunnen de genoemde leden instemmen met de voorgestelde wetswijziging. Dat neemt niet weg dat zij nog een aantal belangrijke vragen hebben. Deze leden zijn van mening dat er binnen een bepaalde opleiding geen sprake mag zijn van zowel lio-werknemers als lio-stagiaires. In de praktijk verrichten deze soorten lio s immers vrijwel dezelfde werkzaamheden, terwijl hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden formeel aanzienlijk van elkaar verschillen. Daarom is het wenselijk dat lio-werknemers en lio-stagiaires niet naast elkaar functioneren danwel dat lio-stagiaires een vergoeding ontvangen overeenkomstig de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die zij feitelijk hebben. Wat is de mening van de regering daarover? In hoeverre voorziet het voorliggende wetsvoorstel erin dat lio-werknemers en lio-stagiaires niet naast elkaar kunnen functioneren? Het feit dat lio-stagiaires geen vergoeding voor hun stage ontvangen is naar de mening van de leden van de SGP-fractie op zichzelf genomen niet onrechtvaardig. De lio-stage vormt immers een onderdeel van de opleiding en bij een opleiding past in principe geen vergoeding. De genoemde leden hebben wel moeite met de onderlinge verschillen die er in de praktijk ook tussen lio-stagiaires zijn ontstaan. Het mag niet zo zijn dat lio-stagiaires op de ene school volledig worden betaald en dat zij op een andere school niets krijgen. Ook het gebruik bij andere studierichtingen kan volgens deze leden een reden zijn om over te gaan tot het vergoeden van lio-stages. Wat is de mening van de regering daarover? Tenslotte wijzen de genoemde leden op het grote lerarentekort. Ook in dat licht is het vergoeden van lio-stages naar hun mening het overwegen waard. Hoe denkt de regering daarover? De leden van de SGP-fractie vragen of het hebben van vrijstellingen voor een aantal vakken een probleem vormt voor het bereiken van het minimum aantal studiepunten dat nodig is om een lio-contract aan te gaan. Tevens vragen zij hoe snel zij-instromers toe kunnen komen aan het lio-schap. De genoemde leden zijn van mening dat het vanuit het oogpunt van kwaliteit wenselijk is dat er sprake is van een aanzienlijke pedagogisch-didactische kennis, voordat zij-instromers kunnen starten met het lio-schap. Deelt de regering die mening en zijn daarvoor voldoende waarborgen? De voorzitter van de commissie, Van der Hoeven De griffier van de commissie, Coenen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 7

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 597 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs ter bestendiging en actualisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 597 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs ter bestendiging en actualisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 22 452 Internationalisering van het onderwijs Nr. 17 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 27 812 Wijziging van de Wet tot behoud van cultuurbezit in verband met een evaluatie van die wet Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 8 oktober 2001 De vaste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 24 724 Studiefinanciering Nr. 54 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 14 maart 2002 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 513 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs in verband met de verkleining van de groepsgrootte voor de 4- tot en met 7-jarige leerlingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 567 Wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot therapiebaden) Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 7 juli 1999 De vaste

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 352 Wet van 5 juli 2001 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 022 Wijziging van diverse wetten op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in verband met het aanbrengen van enkele

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 404 Wijziging van enkele belastingwetten (Wet herziening fiscale behandeling woon-werkverkeer) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 2012 De

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2006 2007 30 933 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met uitbreiding van de mogelijkheid met studiefinanciering in het buitenland

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 330 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met de overgang van studerenden van de ziekenfondsverzekering naar de particuliere

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 7 juni 2001 Aan de leden en de plv. leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport OVERZICHT van stemmingen in de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 25 733 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in het onderwijs Nr. 57 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 18 oktober 2000 Binnen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 832 Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met onder meer versterking van de rechtspositie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 494 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 25 017 Versterking ruimtelijk-economische structuur Nr. 26 1 Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Van der

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 9a 24 138 Wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 687 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs vanwege overheveling taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 356 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 397 Vernieuwing studiefinanciering Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Wetsvoorstel Wet werk en zekerheid aangenomen door Tweede Kamer

Wetsvoorstel Wet werk en zekerheid aangenomen door Tweede Kamer Regelingen en voorzieningen CODE 2.1.1.61 verwachte wijzigingen Wetsvoorstel Wet werk en zekerheid aangenomen door Tweede Kamer bronnen Nieuwsbericht ministerie van SZW d.d. 18.02.2014 TRA 2014, afl. 3

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 015 Voorschriften ten behoeve van de instroom van leraren in het primair en voortgezet onderwijs (Interimwet zij-instroom leraren primair en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 25 065 Groepsgrootte in het basisonderwijs Nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 31 oktober 2001 De vaste commissie voor Onderwijs,

Nadere informatie

Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels

Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels De wet op het voortgezet onderwijs (WVO) kent een aantal bepalingen waarbij limitatief is vastgelegd wanneer het onderwijs - gedurende een beperkte tijd en onder

Nadere informatie

Protocol PDG en educatieve minor

Protocol PDG en educatieve minor Protocol PDG en educatieve minor 28 april 2014 Inhoud Protocol voor beoordelingen door de NVAO van de kwaliteit van de afstudeerrichtingen algemeen vormend onderwijs en beroepsgericht onderwijs, het traject

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 29 november 2000 Aan de leden en de plv. leden van de Vaste Commissie voor Justitie OVERZICHT van stemmingen in de Tweede Kamer betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 206 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 412 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met wijziging omzetmoment eerste 12 maanden prestatiebeurs en afschaffing

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 256 Wijziging van de Mediawet en de Tabakswet (implementatie wijziging richtlijn «Televisie zonder grenzen») Nr. 21 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 971 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 695 Voortijdig school verlaten Nr. 12 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 24 oktober 2001 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 817 Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 800 XVI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor

Nadere informatie

SAMENWERKINGSGROEP OPLEIDINGSSCHOLEN NOORD-HOLLAND - FLEVOLAND SONF

SAMENWERKINGSGROEP OPLEIDINGSSCHOLEN NOORD-HOLLAND - FLEVOLAND SONF SAMENWERKINGSGROEP OPLEIDINGSSCHOLEN NOORD-HOLLAND - FLEVOLAND SONF Aanstellingsbeleid en honorering van studenten, duale studenten, LiO s, studenten educatieve minoren en zij-instromers Inhoud 1. Inleiding...

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 689 Herziening Zorgstelsel Nr. 44 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 7 december 2005 Ter voorbereiding van een algemeen overleg

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 277b 27 597 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voorgezet onderwijs ter bestendiging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 667 Aanpassing van enkele wetten in verband met de afschaffing van de titelbescherming en beëdiging van makelaars Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 396 28 067 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek onder meer ter uitvoering van in de nota «Zicht op kwaliteit»

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 707 Wijziging van de Mediawet in verband met nieuwe regels omtrent de financiering van de publieke omroep (afschaffing omroepbijdrage) Nr. 24

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl 112303 Betreft Antwoorden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 24 814 Vliegramp Eindhoven Nr. 18 1 Samenstelling: Leden: Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), voorzitter, Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 064 Invoering van titel 4 van Boek 7 (Huur) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek en van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Invoeringswet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 614 Wijziging van titel 5.9. (Appartementsrechten) van het Burgerlijk Wetboek Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 26 november 2002 De vaste commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 947 Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (arbeidsvoorwaarden sector Rechterlijke Macht 1997/99) Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 636 Wijziging van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ter implementatie van de vierde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 29 248 Invoering Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs) Nr. 235 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 6 juli 2012 In de vaste commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 34 525 Wijziging van de Tracéwet, de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder in verband met de verruiming van de mogelijkheid om fouten in het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 807 Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000 Nr. 26 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

2016D Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

2016D Inbreng verslag van een schriftelijk overleg 2016D42120 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Veiligheid en Justitie over

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 176 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2016 2017 34 458 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 321 Wijziging van de Les- en cursusgeldwet en van de Wet tegemoetkoming studiekosten in verband met het eerder laten ingaan van de lesplicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 24 724 Studiefinanciering Nr. 40 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Schutte (RPF/ GPV), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter,

Nadere informatie

Aangenomen en overgenomen amendementen

Aangenomen en overgenomen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning Gewijzigd stemmingsoverzicht i.v.m. stemming aangehouden motie * aan De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 977 (R 1644) Wijziging van de Paspoortwet, onder andere in verband met het daarin opnemen van enige bepalingen ter voorkoming van misbruik van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 799 Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de wijziging van bepalingen voor de financiële verslaggeving door verzekeringsmaatschappijen

Nadere informatie

Regels over de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in het onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaal.

Regels over de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in het onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaal. Regels over de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in het onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaal. A. ONDERWIJS B. KINDEROPVANG en PEUTERSPEELZAAL C. COMBINATIE VAN ONDERWIJS EN KINDEROPVANG D. ALGEMEEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 XVI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 27 918 Goedkeuring van de op 14 mei 2001 te Brussel totstandgekomen Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 676 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met buitenschoolse opvang Nr. 5 BRIEF

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 800 XVI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 000 VIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 24 724 Studiefinanciering Nr. 28 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 19 mei 1998 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 819 Tijdelijke regels betreffende experimenten in het hoger onderwijs op het gebied van vooropleidingseisen aan en selectie van aanstaande studenten

Nadere informatie

Vraag 1 Hebt u kennisgenomen van het bericht 'enorme bedragen managers jeugdzorg'? 1)

Vraag 1 Hebt u kennisgenomen van het bericht 'enorme bedragen managers jeugdzorg'? 1) Antwoorden op kamervragen van de Kamerleden Cörüz, Bouchibti, Dibi en Agema over het bericht dat managers de jeugdzorg tonnen kosten. (2070823440, 2070823430, 2070823340, 2070823440, 2070823430,, 2070823450)

Nadere informatie

vra2001ocw.022 Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs

vra2001ocw.022 Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs vra2001ocw.022 Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen hebben enkele fracties de behoefte over de brief van de Staatssecretaris

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 131 Reïntegratie arbeidsongeschikten Nr. 4 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 20 februari 2002 De commissie voor de Rijksuitgaven 1

Nadere informatie

Veel gestelde vragen - Studenten

Veel gestelde vragen - Studenten Tegemoetkoming Studiekosten Onderwijsmasters PO Veel gestelde vragen - Studenten Vraag Aanmelding en voorwaarden 1 Wanneer moet ik zijn afgestudeerd aan de pabo om in aanmerking te komen voor de regeling?

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23328 Arbeidsmarktbeleid onderwijs Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAIM ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 24 170 Gehandicaptenbeleid Nr. 44 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 5 juli 1999 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

De algemene beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Ik stel voor, hedenavond. Daartoe wordt besloten.

De algemene beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Ik stel voor, hedenavond. Daartoe wordt besloten. Schmitz het afstammingsrecht moet worden gerealiseerd. Ik wil graag mijn toezegging van afgelopen maandag herhalen dat ik een gesprek zal hebben met de organisaties, zoals het FIOM en de raad voor de kinderbescherming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 24 095 Frequentiebeleid Nr. 107 1 Samenstelling: Leden: Verbugt (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA), Van Dijke (ChristenUnie), B. M. de Vries (VVD),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 27 897 Enkele wijzigingen in wetten op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW-wetten 2001) Nr. 13

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 237 Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG Nr. 5 VERSLAG

Nadere informatie

constaterende dat de Wet passend onderwijs scholen per 1 augustus 2014 een zorgplicht voor elke leerling oplegt;

constaterende dat de Wet passend onderwijs scholen per 1 augustus 2014 een zorgplicht voor elke leerling oplegt; Passend onderwijs Aan de orde is het VAO Passend onderwijs (AO d.d. 18/12). Ik heet de staatssecretaris van harte welkom. Voorzitter. Wij hebben een interessante gedachtewisseling gehad in het algemeen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2005 Nr. 163 VERSLAG

Nadere informatie

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007)

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007) Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070-3424344 BEZORGEN F 070-3424130 De Voorzitter van de Tweede Kamer E voorljchting@rekenkamer.ni der Staten-Generaal w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 376 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 25 518 Op innovatie gerichte clustervorming in de marktsector Nr. 19 1 Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 449 Nederlandse corporate governance code (Tabaksblat code) A Herdruk VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 24 november 2004 In de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 25 065 Groepsgrootte in het basisonderwijs Nr. 20 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 21 501-18 Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid Nr. 128 1 Samenstelling: Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV),

Nadere informatie

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM Regeling studiefaciliteiten duurzame inzetbaarheid Vastgesteld bij besluit nr. 2015cb0168 van het College van Bestuur op 18 mei 2015 Deze regeling treedt in werking per 1 juni 2015 en vervangt de Regeling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 874 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang Nr. 47 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag. Staten-Generaal. Vastgesteld 18 november De voorzitter van de commissie, Van Baalen

Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag. Staten-Generaal. Vastgesteld 18 november De voorzitter van de commissie, Van Baalen Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2008 2009 F 31 744 Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag Nr. 2 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 504 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van de wijze van tenaamstelling van kentekenbewijzen en enkele andere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 420 Wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met het penitentiair programma en het elektronisch toezicht Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 469 Herziening van een aantal strafbepalingen betreffende ambtsmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht alsmede aanpassing van enkele bepalingen

Nadere informatie

35. De toekomstige collega: de leraar in opleiding (LIO)

35. De toekomstige collega: de leraar in opleiding (LIO) 35. De toekomstige collega: de leraar in opleiding (LIO) Inhoud Inleiding Wat is een LIO? De positie van een LIO: werknemer of stagiair? Stageperiode Subsidieregeling Betaald of niet Waar moet je op letten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 915 Wijziging van de Noodwet financieel verkeer in verband met de dekking van het terrorismerisico door verzekeraars Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld

Nadere informatie

Aanstellingsbeleid en honorering van studenten, duale studenten, LiO s, studenten educatieve minoren en zij-instromers

Aanstellingsbeleid en honorering van studenten, duale studenten, LiO s, studenten educatieve minoren en zij-instromers Dampten 14, 1624 NR Hoorn tel.: 0229-20 60 91 fax: 0229 20 60 10 e-mail: info@rowf.nl www.rowf.nl Aanstellingsbeleid en honorering van studenten, duale studenten, LiO s, studenten educatieve minoren en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 25 405 Milieu en Economie Nr. 27 1 Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Assistenten in het primair onderwijs

Assistenten in het primair onderwijs Assistenten in het primair onderwijs Augustus 2006 6.0905 Inhoudsopgave Na het ROC/MBO aan het werk in het onderwijs! Werken in het Primair Onderwijs Van onderwijsassistent, via lerarenondersteuner naar

Nadere informatie