Identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland en de Caribische landen Exploratief onderzoek naar mogelijke varianten voor de toekomst

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland en de Caribische landen Exploratief onderzoek naar mogelijke varianten voor de toekomst"

Transcriptie

1 Identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland en de Caribische landen Exploratief onderzoek naar mogelijke varianten voor de toekomst Richard Born Mark Leenaerts Frank Maas Jan Sprenger Marika Stegmeijer 17 juli 2012 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderzoek berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2 Identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland en de Caribische landen Exploratief onderzoek naar mogelijke varianten voor de toekomst Inhoud Definities Samenvatting Pagina I III 1. Inleiding Aanleiding Onderzoeksvragen De te onderzoeken varianten in Caribisch Nederland Nevenopdracht voor de Caribische landen Leeswijzer 7 2. Methode van onderzoek en afwegingskader Inleiding Methode van onderzoek Model voor de beschrijving van de identiteitsinfrastructuren Afwegingskader voor de varianten 9 3. Huidige situatie Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur Caribische landen: huidige identiteitsinfrastructuur Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren Effecten per variant voor Caribisch Nederland Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA Variant 3 NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 105

3 5. Effecten per variant voor de Caribische landen Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA (CL) Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA (CL) Variant 3 NIK/Vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA (CL) Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA (CL) Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA (CL) Voor- en nadelen per variant Voor- en nadelen per variant Caribisch Nederland Caribische landen Conclusies en aanbevelingen Inleiding Verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren Een beter beveiligde sédula (variant 1) De sédula vervangen door NIK en vreemdelingendocument (variant 2) De sédula vervangen door NIK en v doc en het ID-nummer afschaffen (variant 3) De sédula vervangen door NIK en v doc en het BSN invoeren (variant 4) De sédula vervangen door NIK en v doc en BSN en GBA invoeren (variant 5) De positie van de Caribische landen Samenvattende conclusie en aanbeveling 158

4 Definities Basisadministratie persoonsgegevens: De administratie waarin de persoonsgegevens betreffende ingezetenen van een gebied worden bijgehouden. Basisregistratie personen: De basisadministratie persoonsgegevens waarvan het gebruik van de gegevens verplicht is voor de gehele eigen overheid en andere organisaties die een wettelijke taak uitoefenen. Burgerservicenummer (BSN): Persoonsnummer in Europees Nederland. Caribische landen: De autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten binnen het Koninkrijk der Nederlanden Caribisch Nederland: Benaming van de Nederlandse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de Caribische Zee. De openbare lichamen: Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De drie openbare lichamen gezamenlijk worden aangeduid als Caribisch Nederland. Europees Nederland: Het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden Europees Nederlandse ingezetenen van Caribisch Nederland: Inwoners van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Europees Nederland. Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA): De basisregistratie personen van Europees Nederland. Identiteitsdocument: Een document dat bij of krachtens wet is aangewezen om te dienen tot identificatie van de houder ten opzichte van de overheid of een bij of krachtens de wet aangewezen instantie die niet behoort tot de overheid. Identiteitsinfrastructuur: Het geheel van wetten en regels, systemen, basisadministraties, identiteitsdocumenten en processen van de overheid die bedoeld zijn om de identiteit van haar inwoners vast te kunnen stellen, te registreren en te controleren. Identiteitsnummer: Persoonsnummer in Caribisch Nederland en de Caribische landen. Ingezetene: Een persoon die op een woonadres of briefadres is ingeschreven in de basisadministratie personen van een gemeente, openbaar lichaam of Caribisch land (GBA dan wel PIVA). Koninkrijk der Nederlanden: Het staatsverband waarvan deel uitmaken het autonome Land Nederland, inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en voorts de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Lokale overheid: Overheid, voor zover die zelfstandig bevoegd is om het beleid te bepalen, dan wel binnen de voor het gehele Koninkrijk geldende kaders nader in te vullen, voor het betreffende openbare lichaam of het land binnen het Koninkrijk. I

5 Nederlanders: Al diegenen die in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit. Nederlandse Identiteitskaart (NIK): Identiteitsdocument voor Europese Nederlanders. PIVA: Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba: De geautomatiseerde basisregistratie personen van Caribisch Nederland en de Caribische landen. Persoonsnummer: Een uniek nummer dat het mogelijk maakt om een persoon te koppelen aan persoonsgegevens. Raad van Europa: Orgaan dat beoogt de eenheid en uniformiteit van lidstaten van Europa te bevorderen. Niet te verwarren met de Raad van de Europese Unie of de Europese Raad. Reisdocument: Een document dat de houder toestemming verleent tot het betreden van en reizen door een bepaald land of gebied, en dat krachtens de Paspoortwet als zodanig is aangewezen. Rijksoverheid: Centrale overheid in Den Haag, voor zover die bevoegd is tot het vaststellen van het algemeen geldende beleid binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Sédula (cedula): Identiteitsdocument en vreemdelingendocument in Caribisch Nederland en de Caribische landen. Verblijfsvergunning: De bij of krachtens de wet afgegeven vergunning aan een vreemdeling op grond waarvan de vreemdeling rechtmatig in (een deel van) Nederland kan verblijven. Vreemdeling: Eenieder die zich op Nederlands grondgebied bevindt en die niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Vreemdelingendocument: Een identiteitsdocument van een verblijfsgerechtigde dat bij of krachtens de wet is aangewezen om in (een deel van) Nederland deze houder te laten aantonen dat deze beschikt over een geldige verblijfsvergunning. II

6 Samenvatting Het onderzoek Identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland en de Caribische landen Dit rapport bevat de resultaten van het verkennend onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de voor- en nadelen van een aantal varianten voor het geheel of gedeeltelijk vervangen van de huidige Nederlands-Antilliaanse identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland door de Europees Nederlandse. De term identiteitsinfrastructuur wordt hier gebruikt voor het geheel van wetten en regels, systemen, basisadministraties, identiteitsdocumenten en processen van de overheid die bedoeld zijn om de identiteit van haar inwoners vast te kunnen stellen, te registreren en te controleren. Het onderzoek gaat ook in op de voor- en nadelen die optreden als ook de Caribische landen samen met Caribisch Nederland geheel of gedeeltelijk over zouden gaan op de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur. De aanleiding van dit onderzoek was tweeledig: De algemene bestuurlijke afspraak van tussen Nederland en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba om op termijn zoveel mogelijk over te gaan van de Nederlands- Antilliaanse systematiek naar de Europees Nederlandse systematiek. Daarbij is in beginsel voor Caribisch Nederland een periode van legislatieve terughoudendheid van vijf jaar genoemd. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de staatsecretaris van BZK begin 2010 toegezegd dat er specifiek voor de sédula 1 zou worden onderzocht of deze zo spoedig mogelijk door de NIK kon worden vervangen. Dit omdat de TK van mening was dat de sédula slecht beveiligd zou zijn. Het doel van dit onderzoek was om de voor- en nadelen van de volgende vijf door BZK opgegeven varianten voor Caribisch Nederland in beeld te brengen: Variant 1: Waarin alleen de sédula wordt vervangen door een sédula+, met hetzelfde beveiligingsniveau als de NIK. ID-nummer en PIVA blijven in gebruik. Variant 2: Waarin de sédula wordt vervangen door NIK en vreemdelingendocument. ID-nummer en PIVA blijven wederom ongewijzigd in gebruik. Variant 3: Waarin de sédula wordt vervangen door NIK en vreemdelingendocument. het ID-nummer verdwijnt maar wordt niet vervangen, en de PIVA blijft. Variant 4: Waarin de sédula wordt vervangen door NIK en vreemdelingendocument, en waarin het ID-nummer wordt vervangen door het BSN, maar de PIVA blijft. Variant 5: Waarin de sédula, het ID-nummer en de PIVA worden vervangen door NIK en vreemdelingendocument, het BSN en de GBA. 1 Het identiteitsdocument voor ingezetenen van Caribisch Nederland III

7 Alle relevante aspecten, zoals regelgeving, processen, ICT, opleidingen en cultuur dienden daarbij te worden meegenomen. Zowel voor de situatie dat een variant alleen in Caribisch Nederland zou worden ingevoerd, als voor de situatie dat ook de Caribische landen deze variant zouden invoeren 2. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek kan de minister van BZK beslissen wat de beste (door)ontwikkelingen voor de identiteitsinfrastructuur zijn - met inachtneming van de uitgangspunten dat uiteindelijk de infrastructuur zoveel mogelijk gelijk wordt aan die uit Europees Nederland 3 en tegelijkertijd de bestuurlijke afspraak om een periode van vijf jaar legislatieve terughoudendheid te eerbiedigen. 4 Vervolgens zal er een impactstudie worden uitgevoerd naar de gekozen variant voordat tot daadwerkelijke invoering wordt overgegaan. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode juni - november Er is onderzoek gedaan naar de huidige situaties door met een groot aantal betrokkenen en experts te spreken en de beschikbaar gestelde documenten te bestuderen. Ook is ter plekke onderzocht hoe de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland wordt gebruikt en zijn de voor- en nadelen van de varianten in kaart gebracht. Er zijn ook gesprekken gevoerd met betrokkenen in de Caribische landen. In een gezamenlijke bijeenkomst in Bonaire met experts uit alle delen van het Koninkrijk en van het ministerie zijn de voor- en nadelen van de varianten besproken. In de periode december 2011 tot en met juni 2012 is gewerkt aan deze rapportage. Het onderwerp bleek dermate complex dat aanvullend onderzoek noodzakelijk was. De rapportage is daardoor uiteindelijk circa 6 maanden later afgerond dan voorzien bij aanvang van het onderzoek. Huidige situatie in Caribisch Nederland De basisadministratie van persoonsgegevens in Caribisch Nederland wordt gevoerd met PIVA (Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba). PIVA is gebaseerd op de wet- en regelgeving van de voormalige Nederlandse Antillen. Als identiteitsdocument wordt het Nederlandse paspoort gebruikt en de sédula. De sédula bevat een foto, persoonsgegevens en een logo met vermelding van het eiland waar men staat ingeschreven in PIVA. Als persoonsnummer gebruikt men het zogenoemde ID-nummer, dat wordt gebaseerd op de geboortedatum van de persoon en een volgnummer per eiland. Alle ingezetenen, Nederlander of vreemdeling, moeten een sédula dragen. Per is een nieuw model sédula ingevoerd in Caribisch Nederland. Dit model heeft een beveiligingsniveau dat vergelijkbaar is met het niveau van het oude model van Bonaire en een veel hoger beveiligingsniveau dan het oude model van Sint Eustatius en Saba. Het beveiligingsniveau is lager dan dat van de NIK. Oude sédula s van ingezetenen van Sint Eustatius en Saba zijn na die datum vervallen, in beginsel per einde geldigheidsdatum, doch uiterlijk op 1 juli Oude sédula s van ingezetenen van Bonaire behielden hun geldigheid tot de einde geldigheidsdatum vermeld op de kaart. De geldigheidsduur van de oude sédula s verloopt uiterlijk per eind De Caribische landen zijn autonoom. Zij bepalen (met uitzondering van hetgeen in de Paspoortwet een rijkswet - is bepaald) zelf hoe hun identiteitsinfrastructuur wordt ingericht. 3 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 15, blz Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 14, blz. 46. IV

8 Verschillen in de identiteitsinfrastructuren van Europees en Caribisch Nederland De sédula is een verplichte identiteitskaart voor alle ingezetenen in Caribisch Nederland, zowel voor Nederlanders als voor vreemdelingen met een geldige verblijfsvergunning. Europees Nederland kent een dergelijk ingezetenendocument niet. Daar kunnen Nederlanders een Nederlandse identiteitskaart (NIK) aanschaffen, maar de NIK is niet gekoppeld aan het zijn van inwoner en is niet verplicht. Vreemdelingen met een verblijfsvergunning ontvangen een apart vreemdelingendocument. De basisadministraties persoonsgegevens van Caribisch Nederland en de Caribische landen (PIVA) zijn eind jaren 90 van de vorige eeuw afgeleid van de GBA. De principes en structuur waarin persoonsgegevens worden bijgehouden zijn vrijwel identiek. Toch zijn er - naast de grote overeenkomst in wat er wordt geregistreerd - ook verschillen tussen de basisadministraties. Die zijn vooral veroorzaakt doordat er in Europees Nederland sinds de jaren 90 doorontwikkeling heeft plaatsgevonden, zoals de invoering van een auditsystematiek, het inrichten van een centrale verstrekkingenvoorziening en meer recente moderniseringen zoals de terugmeldvoorziening, waarvan maar een klein deel ook in PIVA is doorgevoerd. Op de eilanden zijn op dit moment wel voorbeelden te vinden van initiatieven tot verbetering en doorontwikkeling van de basisadministratie, zoals het opzetten van PIVA-opleidingsprogramma s en het inrichten van een stelsel van basisregistraties, maar deze voorbeelden zijn allen van recente datum. Doordat de doorontwikkelingen in Nederland steeds gericht zijn geweest op verbeteringen van de kwaliteit van de gegevens, van de dienstverlening en de fraudebestrijding, zijn er in de loop der jaren steeds grotere verschillen ontstaan op deze gebieden tussen de GBA en PIVA. Wij noemen hier: De in de GBA-regelgeving verankerde auditsystematiek heeft ervoor gezorgd dat alle gemeenten werken op een minimum kwaliteitsniveau. Het is in de regelgeving vastgelegd dat prestaties onder dit niveau dienen te worden gecorrigeerd. Daar wordt ook daadwerkelijk op gecontroleerd. Deze systematiek ontbreekt op de eilanden, een minimum kwaliteitsniveau is daar niet vastgelegd. De GBA kent een uitgebreid verstrekkingenregime voor persoonsgegevens. Voor alle betrokken gebruikers is de kwaliteit van de gegevens in de GBA van zeer groot belang. Deze kwaliteit wordt in Europees Nederland niet gezien als een verantwoordelijkheid van de gemeente alleen, maar van alle betrokkenen. Dit heeft onder andere geleid tot de invoering van het verplicht gebruik van de gegevens door alle overheden en van de terugmeldverplichting door gebruikers indien zij twijfelen aan de juistheid van een bepaald gegeven. Zo kan een gebruiker bijvoorbeeld beschikken over andere adresgegevens dan in de GBA staan opgenomen. PIVA kent geen uitgebreid verstrekkingenregime, geen verplicht gebruik door overheden en geen terugmeldverplichting. Wel is in Caribisch Nederland op gestart met het verzorgen van verstrekkingen vanuit een nieuw centraal bestand, de PIVA-V. Op dit moment wordt gewerkt aan uitbouw van de verstrekkingen van deze voorziening. Verschillen tussen het persoonsnummer in Caribisch Nederland (het ID-nummer) en in Europees Nederland (het BSN). Het ID-nummer wordt per openbaar lichaam verstrekt. Dat betekent dat wanneer een ingezetene verhuist naar een ander openbaar lichaam hij of zij een ander ID-nummer ontvangt. Een persoon kan dus legaal meerdere ID-nummers hebben en het is niet helemaal uitgesloten dat twee verschillende personen hetzelfde ID-nummer bezitten. V

9 De wet- en regelgeving rond BSN (en systemen zoals de Beheervoorziening BSN) zorgen ervoor dat bij één persoon in Europees Nederland slechts één BSN hoort. Door het koppelen van een aantal informatiesystemen aan de hand van het unieke BSN kunnen overheden in Europees Nederland online verifiëren of een bepaald identiteitsdocument nog in roulatie mag zijn en of het document inderdaad bij de drager hoort. Deze faciliteit ontbreekt in Caribisch Nederland. Door deze - en andere - verschillen zijn er ook verschillen in de kwaliteit van de persoonsgegevens in de basisadministratie en in de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur als geheel. Vanwege het belang van de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur voor de werking van de overheid, wordt bij de beoordeling van de varianten het effect van een variant op deze kwaliteit meegewogen. Bevindingen met betrekking tot de vijf varianten Conclusie over variant 1: Een duurdere sédula+ met een hoger niveau beveiligingskenmerken verlaagt de kans op fraude met de kaart, is eenvoudig in te voeren, maar draagt weinig bij aan de verbetering van de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur, ook omdat er tot op dit moment in Caribisch Nederland geen gevallen van fraude met de sédula bekend zijn. Conclusie over variant 2: De invoering van de NIK en een eigen vreemdelingendocument leidt tot meer uniformiteit wat betreft identiteitskaarten in Nederland en verbetert de controles op identiteitsdocumenten. De invoering vergt een zekere maar niet bijzonder grote inspanning. Door het afschaffen van de sédula ondervinden burgers, bedrijven en de lokale overheden in Caribisch Nederland enige hinder. Het draagvlak voor deze maatregel is daardoor niet groot. Conclusie over variant 3: De afschaffing van het ID-nummer biedt een geringe bijdrage in de harmonisering van de identiteitsinfrastructuren. De nadelen die ontstaan, doordat zonder IDnummer persoonsgegevens minder eenvoudig kunnen worden uitgewisseld, zijn echter groot voor zowel burgers als overheden. Ook zal de kwaliteit van de basisadministratie achteruitgaan. Het nut van deze maatregel is gering en het draagvlak is niet groot. Conclusie over variant 4: De invoering van NIK, vreemdelingendocument en het BSN in Caribisch Nederland biedt een aanzienlijke bijdrage aan de kwaliteitsverbetering en harmonisering van de identiteitsinfrastructuur. De inspanningen (wetgeving, processen, conversie) zijn echter ook omvangrijk, maar beduidend minder ingrijpend dan in variant 5. Het is mogelijk om het BSN in te voeren en de PIVA te handhaven. Daar zijn wel inspanningen en ICT-investeringen voor nodig die, wanneer men later alsnog overgaat van PIVA naar de GBA, niet meer worden benut. Om die reden is deze oplossing minder duurzaam. Als de Caribische landen ook het BSN gaan gebruiken is wel het effect op kwaliteitsverbetering groter, zodat ook het rendement groter wordt. Op ambtelijk niveau lijkt men in de Caribische landen voorzichtig positief over gebruik van het BSN. Conclusie over variant 5: De invoering van NIK, vreemdelingendocument en GBA met BSN in Caribisch Nederland biedt een maximale bijdrage aan de kwaliteitsverbetering en harmonisering van de identiteitsinfrastructuren. De inspanningen zijn echter ook zeer omvangrijk. Gezamenlijke invoering van GBA en BSN heeft als voordeel dat BPR geen aanpassingen aan GBA en BSN hoeft VI

10 te doen. Omdat deze variant omvangrijke aanpassingen in de Caribisch Nederlandse wet- en regelgeving met zich meebrengt zal met de daadwerkelijke invoering moeten worden gewacht tot De Caribische landen lijken aarzelingen te hebben om ook op de GBA over te stappen. De positie van de Caribische landen De Caribische landen zijn autonoom en zelf verantwoordelijk voor hun identiteitsinfrastructuur. De enige uitzondering betreft het Nederlandse paspoort, dit is als rijkstaak neergelegd bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De landen werken aan verbetering van de kwaliteit van hun basisadministraties en de identiteitsinfrastructuren. Samenwerking op dit onderwerp met Caribisch Nederland en Europees Nederland wordt belangrijk geacht. Alle landen in het Koninkrijk zouden ervan profiteren als ook de Caribische landen mee zouden gaan in de beoogde veranderingen. De kwaliteit van de infrastructuur neemt dan in alle landen toe en landen profiteren van elkaars verbeteringen. Op termijn profiteren ook burgers hiervan omdat de administratieve lasten afnemen en de kwaliteit van de overheidsdienstverlening toeneemt. De belangstelling voor NIK en GBA in de landen lijkt op voorhand echter niet groot. Wel is men erg geïnteresseerd in het BSN als middel om dubbele inschrijvingen binnen het Koninkrijk te voorkomen en in maatregelen uit de hoek van de GBA, zoals audits, geautomatiseerde controleprogramma s en de terugmeldvoorziening, waarmee de kwaliteit van de basisadministratie persoonsgegevens in de Caribische landen kan worden verbeterd. De afdelingen Burgerzaken in de Caribische landen zijn bezorgd dat wanneer Caribisch Nederland overstapt op de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur de kennis over en belangstelling voor PIVA zal afnemen. Zij vragen zich af hoe zij de verbeteringen die in de afgelopen jaren in de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur zijn gerealiseerd ook in hun eigen land ingevoerd kunnen krijgen. Zij zien als risico dat een situatie ontstaat waarbij de Caribische landen niet aangehaakt blijven bij de ontwikkelingen in Europees Nederland. Conclusie en aanbeveling In alle varianten wordt de bestaande identiteitskaart (de sédula model 2010) vervangen door een beter beveiligde kaart (de NIK of een sédula met dezelfde echtheidskenmerken als de NIK). Daarnaast omvatten de varianten met BSN en GBA ook verbeteringen van de procedures rond het beheer van de basisadministraties en van identiteitsdocumenten die niet meer in omloop mogen zijn. Uit het inventariserend onderzoek blijkt naar onze mening dat het niet zozeer de identiteitskaarten in Caribisch Nederland zijn die een risico vormen voor de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur, maar dat het ontbreken van geavanceerde kwaliteitsborgende en kwaliteitsverhogende mechanismen in de basisadministraties persoonsgegevens en de identiteitsdocumentenregistratie het grootste risico vormt. De verbeteringen die de laatste jaren in Europees Nederland zijn doorgevoerd zijn niet ingevoerd in Caribisch Nederland (ook niet in de landen). Het heeft dan ook niet veel zin om nu een sédula+ (variant 1) te gaan verstrekken als de registratieen controleprocessen van deze identiteitskaarten niet ook direct op een hoger niveau worden gebracht. Variant 1 kunnen wij daarom niet aanbevelen. VII

11 Het is mogelijk om de huidige sédula binnen circa twee jaar te vervangen door de NIK en een nieuw te ontwikkelen vreemdelingendocument voor Caribisch Nederland (variant 2, 3, 4 en 5). Het belangrijkste voordeel van deze variant is dat de Caribisch Nederlandse identiteitsinfrastructuur dichterbij de Europees Nederlandse komt. Uit het onderzoek blijkt dat deze maatregel voordelen biedt voor de overheden zoals betere registratie van en controle op identiteitsdocumenten en lagere overheidsbijdrage aan de kosten voor de kaart. Het verdwijnen van de sédula lijkt op korte termijn nadelen te geven voor burgers en bedrijven. Hun administratieve lasten gaan omhoog doordat zij vaker uittreksels uit de basisadministratie nodig zullen hebben. Om deze reden en omdat de huidige eilandspecifieke sédula ook een emotionele lading heeft, is het draagvlak voor deze maatregel in Caribisch Nederland erg gering. De administratieve lasten zouden wel weer verlicht kunnen worden als de overheden in Caribisch Nederland meer gebruik gaan maken van de persoonsgegevens uit PIVA. Dit is nog in ontwikkeling. Wanneer alle Nederlanders in Caribisch Nederland, ingezetenen en niet-ingezetenen, over eilandonafhankelijke identiteitsdocumenten beschikken kan er aan de hand van die documenten niet meer worden gecontroleerd of niet-ingezetenen de maximale verblijfsduur in Caribisch Nederland hebben overschreden. Hiervoor zal een andere oplossing gevonden moeten worden. Om deze redenen kunnen wij variant 2 niet aanbevelen. Het afschaffen van het ID-nummer zonder dat er een nieuw persoonsnummer voor in de plaats komt (variant 3) beperkt de mogelijkheid om persoonsgegevens binnen de overheid uit te wisselen aan de hand van een persoonsgebonden nummer 5. Voor de communicatie tussen overheid en burger is dan geen uniform nummer meer beschikbaar, zodat sectoren welhaast gedwongen worden eigen persoonsnummers in te voeren. De administratieve lasten zullen voor alle partijen toenemen en de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur neemt af. Om deze reden bevelen wij variant 3 niet aan. Met de invoering van BSN (variant 4) en GBA (variant 5) in Caribisch Nederland wordt een belangrijke basis gelegd voor verdere uniformering en kwaliteitsverbetering van de identiteitsinfrastructuur en voor lastenreductie voor burgers en overheden. Daarom bevelen wij aan om een van deze twee varianten te selecteren. Beide varianten, vooral de variant met de GBA, vragen een aanzienlijke inspanning van alle betrokkenen. De invoering van de gemoderniseerde GBA en het BSN vragen bovendien grote stappen in de verdere verbetering van de ICTinfrastructuur in Caribisch Nederland. Snelle en betrouwbare datacommunicatieverbindingen zijn een randvoorwaarde. Het is niet duidelijk hoe snel die zijn te realiseren. De Caribische landen lijken weinig interesse in NIK en GBA te hebben, maar zij staan voorzichtig positief ten opzichte van het BSN. Wanneer zij ook het BSN zouden gaan gebruiken ontstaat de situatie dat er binnen het hele Koninkrijk nog maar één uniek persoonsnummer wordt gehanteerd. Dit heeft voordelen voor alle overheden en op termijn voor burgers. Het is technisch mogelijk om het BSN samen met de basisadministratie PIVA te laten werken. Dit vraagt echter wel ICT-investeringen. De combinatie BSN-PIVA zou in theorie zowel in Caribisch Nederland als in de Caribische landen toepasbaar zijn. Dat heeft, naast het unieke 5 Dit kan dan alleen nog met het zogenoemde A-nummer. VIII

12 persoonsnummer en de bijkomende mogelijkheden voor verificatie van identiteitsdocumenten in het hele Koninkrijk, het bijkomende voordeel dat de zes afdelingen Burgerzaken in het Caribische deel van het Koninkrijk samen kunnen optrekken 6 bij de verdere verbetering van hun basisadministraties. Als Caribisch Nederland direct op de GBA zou overstappen zal deze samenwerking naar onze verwachting minder eenvoudig zijn. Op basis van deze overwegingen bevelen wij aan om variant 4 aan een nadere impactstudie te onderwerpen, met een doorkijk naar een daarop volgende invoering van de gemoderniseerde GBA in Caribisch Nederland. Bij de studie naar de impact van het BSN moeten ook de Caribische landen worden betrokken. We merken op dat de meeste toegevoegde waarde voor de verbetering van de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur uit variant 4 is te verwachten van de invoering van het BSN. Het is goed om daar mee te starten en pas daarna de NIK en het vreemdelingendocument in te voeren en de sédula af te schaffen. Zo ontstaat er namelijk meer zekerheid dat een NIK alleen wordt verstrekt aan personen die daar daadwerkelijk recht op hebben. Na afronding van de invoering van het BSN kan een overstap worden gemaakt naar de gemoderniseerde GBA. De impactstudie moet ingaan op het verdwijnen van de juridische basis voor het ID-nummer bij de introductie van het BSN en de waarde die de sédula nog heeft als het daarop vermelde ID-nummer (tijdelijk) wordt vervangen door het BSN. Dit zou aanleiding kunnen zijn voor overheidsorganisaties die dan nog geen gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens ontvangen, maar wel genoegen nemen met de sédula, om over te gaan tot het vragen om een uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens. BSN (en bij invoering op een later moment ook GBA) maken een betere administratie en uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk, waardoor de administratieve lasten voor burgers en overheden afnemen en men op den duur ook minder behoefte heeft aan de verplichte identiteitskaart voor alle ingezeten. 6 De zes eilanden werken al jaren samen in het PIVA-platform IX

13 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 10 oktober 2010 bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn sinds die datum onderdeel van Nederland, elk in de vorm van een zogenaamd openbaar lichaam. Nederland is daardoor ook verantwoordelijk geworden voor de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland. Caribisch Nederland en Europees Nederland hebben elk een eigen identiteitsstructuur (het geheel van wetten en regels, systemen, registraties en identiteitsdocumenten die bedoeld zijn om de identiteit van personen te registreren en identiteitsdocumenten te verstrekken). Er bestaan momenteel diverse verschillen tussen de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland en de identiteitsinfrastructuur in het Europese deel van Nederland. Zo kent Caribisch Nederland naast het paspoort een verplichte identiteitskaart ( sédula ) voor alle ingezetenen boven de 12 jaar (Nederlanders en vreemdelingen). In Europees Nederland bestaat de verplichte identiteitskaart niet, alleen reisdocumenten zoals de Nederlandse Identiteitskaart (NIK). En de in Caribisch Nederland in gebruik zijnde geautomatiseerde basisadministratie PIVA (Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba) wijkt op onderdelen af van de Europees Nederlandse GBA. Het is de bedoeling dat op termijn tenminste een deel van deze verschillen verdwijnt: Ten eerste is er een algemene bestuurlijke afspraak tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland dat op termijn zoveel mogelijk wordt overgegaan naar de Europees Nederlandse systematiek. 7 In beginsel geldt hierbij een periode van legislatieve terughoudendheid van vijf jaar. 8 Meer specifiek heeft de Tweede Kamer vragen gesteld over de kwaliteit van de identiteitskaart in Caribisch Nederland, de sédula en of daarom deze kaart niet door de veiligere NIK vervangen zou moeten worden. Dit heeft geleid tot een toezegging van de staatsecretaris van BZK op 18 januari 2010 (Kst 31954, nr. 14): Ik kan u wel tegemoetkomen door na te gaan of we de NIK zo spoedig mogelijk kunnen invoeren. En later, op 17 november 2010, merkt de minister van BZK hierover op(kst nr. 15): de zogenoemde sédula. Die kaart wordt op de eilanden ook als vreemdelingendocument gebruikt en wordt in 2013 vervangen. Ter vervanging wordt een geheel eigen document ontwikkeld. Er is gekozen voor een eigen document omdat het op de eilanden een eigen functie heeft. Dat is een andere functie dan de nationale identiteitskaart. Dat is een identiteitsbewijs voor Nederlanders, dit is het bewijs dat ook een bepaalde rechtstitel tot verblijf weergeeft. Daarom is het minder voor de hand liggend om de nationale identiteitskaart, die alleen voor Nederlanders afgegeven kan worden, onmiddellijk te gebruiken. 7 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 15, blz Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 14, blz. 46. Aanleiding 1

14 Intussen is op 10 oktober 2010 een nieuw verbeterd model van de sédula in gebruik genomen in Caribisch Nederland. Alle ingezetenen van Sint Eustatius en Saba beschikken inmiddels over dit nieuwe document. In Bonaire wordt sinds alleen nog het nieuwe model verstrekt. De oudere documenten blijven geldig tot de daarop vermelde geldigheidsdatum. Uiterlijk 9 oktober 2015 zal de laatste oude sédula ongeldig zijn geworden. Als de sédula wordt afgeschaft verdwijnt in beginsel ook het in dezelfde Wet identiteitskaarten BES neergelegde ID-nummer. Daarom kan ook worden overwogen om tegelijkertijd het BSN in te voeren. En omdat het BSN wettelijk en technisch nauw is verbonden met de GBA, kan ook worden overwogen om de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) in te voeren. Zo ontstaan er meerdere varianten voor de vervanging van de sédula door de NIK. Om te kunnen bepalen in welke mate, op welke wijze en in welk tempo de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland naar de Europees Nederlandse systematiek kan worden getransformeerd, is verkennend onderzoek nodig naar de mogelijke varianten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft Berenschot gevraagd dat onderzoek uit te voeren. 1.2 Onderzoeksvragen Het ministerie van BZK heeft Berenschot de volgende onderzoeksvragen voorgelegd: Hoofdopdracht: Breng in kaart wat de voor- en nadelen zijn van het geheel of gedeeltelijk vervangen van de huidige Nederlands-Antilliaanse identiteitsinfrastructuur (sédula, ID-nummer en PIVA) van Caribisch Nederland door de Europees Nederlandse (NIK, vreemdelingendocument, BSN en GBA). Hierbij geldt dat het onderzoek: verschillende varianten dient te belichten. In ieder van de varianten moet in ieder geval de sédula op één of andere manier worden vervangen; de varianten belicht vanuit relevante verschillende invalshoeken, zoals regelgeving, ICT-systemen, werkprocessen, opleidingen en cultuuraspecten, en; deze varianten toetst op verschillende criteria, zoals belasting voor de burger, haalbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid. Op basis van dit eindrapport moet de minister van BZK zijn afwegingen kunnen baseren. Hij moet kunnen bepalen welke veranderingen in de identiteitsinfrastructuur binnen of vlak na vijf jaar haalbaar en gewenst zijn. Hij zal zijn keuze en de onderbouwing eind 2011 voorleggen aan de Tweede Kamer. Daarbij heeft het onderzoek een nevenopdracht: Nevenopdracht: Breng in kaart wat de mogelijkheden zijn voor een bredere invoering van de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur (NIK, vreemdelingendocument, BSN en GBA) in Aruba, Curaçao en/of Sint Maarten. Onderzoeksvragen 2

15 Deze opdracht volgt uit het feit dat de zes eilanden op dit moment vrijwel dezelfde identiteitsinfrastructuur hebben voor een deel bestuurlijk vastgelegd in de onderlinge regelingen PIVA convenant en Bestuursakkoord uitwisseling persoonsgegevens - en dat veranderingen bij een deel van de eilanden gevolgen kunnen hebben voor de andere eilanden. Als de Caribische landen met (een deel van) de veranderingen mee kunnen doen, kan dat voordelen hebben. Hierbij geldt dat het onderzoek: de voor- en nadelen van de diverse mogelijkheden die door de actoren worden aangedragen in kaart brengt; de diverse mogelijkheden belicht vanuit relevante verschillende invalshoeken, zoals regelgeving, ICT-systemen, werkprocessen, opleidingen en cultuuraspecten, en; toetst op verschillende criteria, zoals belasting voor de burger, haalbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid. 1.3 De te onderzoeken varianten in Caribisch Nederland De minister van BZK is voornemens een besluit te nemen over de mate waarin, de wijze waarop en het tempo waarin de identiteitsinfrastructuur 9 in Caribisch Nederland gelijk kan worden geschakeld met de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur. De keuze moet worden onderbouwd met een verkennend onderzoek waarin alle relevante invalshoeken op een objectieve wijze worden belicht en getoetst. Dit betreft de hoofdopdracht. De nevenopdracht wordt in de volgende paragraaf toegelicht. Een identiteitsinfrastructuur bestaat op hoofdlijnen uit de volgende componenten (tussen haakjes staat steeds de Europese en de Caribische component genoemd): Identiteitskaart (de NIK of de sédula); Vreemdelingendocumenten (het vreemdelingendocument of de sédula); Een persoonsnummer (BSN of ID-nummer); Een registratie van persoonsgegevens (de GBA of de PIVA); Een verstrekkingenfaciliteit voor overheden (GBA-V en PIVA-V). Al deze componenten en de bijbehorende wetgeving, processen en systemen zijn verschillend. Het is theoretisch mogelijk om in de komende jaren alle componenten van de Caribisch Nederlandse identiteitsinfrastructuur in één keer te vervangen door de Europees Nederlandse. Maar dat vraagt waarschijnlijk een zeer grote inspanning van alle partijen, vooral in Caribisch Nederland. Daarom heeft het ministerie van BZK vijf varianten geformuleerd die, beginnend met een heel kleine verandering, steeds ingrijpender zijn, waarbij in de vijfde variant de gehele identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland in één keer wordt vervangen. Het ministerie van BZK gaat ervan uit dat het onderzoek naar deze varianten voldoende materiaal oplevert voor alle mogelijke combinaties en 9 Zie Bijlage 1 voor nadere informatie over de identiteitsinfrastructuren De te onderzoeken varianten in Caribisch Nederland 3

16 varianten. Dat wil zeggen dat de beleidskeuze die op basis van de onderzoeksresultaten zal worden gemaakt niet noodzakelijkerwijs 100% samenvalt met één van de onderzoeksvarianten. De minister van BZK kan ook kiezen voor een variant op de varianten. De volgende tabel geeft de varianten weer in de volgorde van toenemende verandering ten opzichte van de huidige situatie. Tabel 1: De situatie nu en vijf varianten voor de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland 10 In de volgende paragrafen lichten we deze varianten kort toe Sédula+ - ID-nummer - PIVA De sédula wordt vervangen door een nieuw document. Dit document behoudt alle functionaliteiten van de huidige sédula, maar krijgt hetzelfde beveiligingsniveau als de Nederlandse Identiteitskaart (NIK). Het ID-nummer en PIVA blijven in gebruik. Voor het gemak noemen we deze variant sédula+ - ID - PIVA. Deze variant gaat uit van de toezegging van de minister van BZK de sédula te vervangen door een nieuw, eigen document. We noemen dit document een sédula+. Als reactie op het oordeel van de leden van de Tweede Kamer over de kwaliteit van de sédula krijgt deze nieuwe sédula namelijk hetzelfde beveiligingsniveau als de NIK. Het doel van deze variant is identiteitsfraude met identiteitskaarten in Caribisch Nederland moeilijker te maken. Door de sédula te voorzien van meer en modernere echtheidskenmerken wordt het veranderen of namaken van identiteitskaarten moeilijker. Het ID-nummer en PIVA blijven in gebruik. Sub-variant Het is denkbaar dat er een sédula+ wordt ingevoerd die alleen als identiteitsdocument voor Caribische Nederlanders geldt en dat de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel daarnaast besluit om een nieuw vreemdelingendocument voor Caribisch Nederland te introduceren. Deze variant wordt hier niet verder uitgewerkt: de consequenties zijn af te leiden uit variant 1 plus dat deel van variant 2 dat betrekking heeft op vreemdelingen. 10 Blauwe markering geeft aan in hoeverre de huidige situatie per variant in stand wordt gehouden. De te onderzoeken varianten in Caribisch Nederland 4

17 1.3.2 NIK/vreemdelingendocument - ID-nummer - PIVA De sédula wordt vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument. Het ID-nummer en PIVA blijven in gebruik. We noemen deze variant NIK/vreemdelingendocument - ID-nummer - PIVA. De sédula verdwijnt als verplicht identiteitsdocument voor ingezetenen in Caribisch Nederland. Ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit kunnen een NIK aanvragen, maar dat is niet verplicht. De sédula voor vreemdelingen wordt vervangen door een nieuw te ontwikkelen vreemdelingendocument dat alleen geldig is in Caribisch Nederland. De Toelatingsorganisatie in Caribisch Nederland zal het vreemdelingendocument gaan uitgeven. Op een in Caribisch Nederland uitgegeven NIK wordt het ID-nummer afgedrukt. Op het vreemdelingendocument wordt het vreemdelingennummer afgedrukt. Het doel/de rationale van deze variant: om aan alle Nederlanders in Europees en Caribisch Nederland hetzelfde identiteitsdocument te kunnen verstrekken; om aan vreemdelingen in Caribisch Nederland een eigen vreemdelingedocument te verstrekken NIK/vreemdelingendocument geen persoonsnummer - PIVA De sédula wordt vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument. Het ID-nummer verdwijnt en er komt geen nieuw nummer voor de communicatie tussen overheid en burger. PIVA blijft in gebruik. We noemen deze variant NIK/vreemdelingendocument geen persoonsnummer - PIVA. Op de NIK, uitgegeven in Caribisch Nederland, wordt in deze variant geen persoonsnummer gedrukt. Dit is niet nieuw: bij een NIK of bij paspoorten die worden uitgegeven aan personen die niet in de GBA staan ingeschreven blijft de positie van het persoonsnummer in beginsel leeg. In het contact tussen overheid en burger, maar ook binnen de overheid, wordt in deze variant geen gebruik meer gemaakt van het ID-nummer. Doelen/rationale van deze variant: om aan alle Nederlanders in Europees en Caribisch Nederland hetzelfde kwalitatief goede identiteitsdocument te kunnen verstrekken; om aan vreemdelingen in Caribisch Nederland een eigen vreemdelingedocument te kunnen verstrekken; om de volledige sédula-systematiek, dat wil zeggen de kaart en het ID-nummer die in dezelfde wet- en regelgeving zijn vastgelegd, af te kunnen schaffen. 11 Conform uitspraken van de minister: Ter vervanging wordt een geheel eigen document ontwikkeld. Zie ook vergaderjaar , Kst , nr. 15, blz. 44. Hiervoor kan mogelijk de producent en in grote lijnen ook het model van het Europees Nederlandse vreemdelingendocument worden gebruikt. De te onderzoeken varianten in Caribisch Nederland 5

18 1.3.4 NIK/vreemdelingendocument - BSN - PIVA De sédula wordt vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument, en het ID-nummer wordt vervangen door het Europees Nederlandse Burgerservicenummer (BSN). PIVA blijft in gebruik. We noemen deze variant NIK/vreemdelingendocument - BSN - PIVA. Nu wordt het ID-nummer vervangen door het BSN. Het BSN wordt in Caribisch Nederland verstrekt, op basis van de systematiek zoals die in Europees Nederland wordt toegepast. De uitgegeven nummers worden centraal beheerd via de BeheerVoorziening BSN (BV BSN). Het BSN wordt op de NIK en op het vreemdelingendocument afgedrukt. De openbare lichamen worden aangesloten op BV BSN. PIVA blijft op de aanpassingen rond het BSN na ongewijzigd. Doelen/rationale van deze variant: om aan alle Nederlanders in Europees en Caribisch Nederland hetzelfde kwalitatief goede identiteitsdocument te kunnen verstrekken; om aan vreemdelingen in Caribisch Nederland een eigen vreemdelingedocument te kunnen verstrekken; om een vervanging te bieden voor het in deze variant af te schaffen ID-nummer, dat in de weten regelgeving met de sédula samenhangt (Wet identiteitskaarten BES). Door het Europees Nederlandse BSN in te voeren zijn extra mechanismen beschikbaar ter voorkoming van dubbele inschrijvingen en het controleren van de identiteit en identiteitsdocumenten NIK/vreemdelingendocument BSN - GBA De sédula wordt vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument, waarin het ID-nummer wordt vervangen door het Europees Nederlandse Burgerservicenummer (BSN), en PIVA wordt vervangen door de Europees Nederlandse Gemeentelijke Basisadministratie Personen (GBA). We noemen deze variant NIK/vreemdelingendocument - BSN - GBA. Met deze variant wordt de volledige Caribisch Nederlandse identiteitsinfrastructuur vervangen door de Europees Nederlandse, met dien verstande dat Caribisch Nederland een eigen model vreemdelingendocument krijgt. Doelen/rationale van deze variant zijn: om aan alle Nederlanders in Europees en Caribisch Nederland hetzelfde kwalitatief goede identiteitsdocument te kunnen verstrekken; om aan vreemdelingen in Caribisch Nederland een eigen vreemdelingedocument te kunnen verstrekken; om het BSN in te voeren in combinatie met de GBA, waarmee het wettelijk en technisch samenhangt. Hiermee wordt voorkomen dat de techniek van het BSN verbonden dient te worden aan PIVA. Met de Europees Nederlandse GBA krijgen de eilanden bovendien toegang tot kwaliteitsverbetering en de mechanismen zoals verplicht gebruik van persoonsgegevens door andere overheden en de terugmeldvoorziening. De te onderzoeken varianten in Caribisch Nederland 6

19 1.4 Nevenopdracht voor de Caribische landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn zelf verantwoordelijk voor de identiteitsinfrastructuur in het eigen land. Deze infrastructuren zijn nu nog op veel punten gelijk aan die van Caribisch Nederland. Het kan zo zijn dat het Koninkrijk als geheel of de afzonderlijke Caribische landen er baat bij hebben wanneer zij ook zouden aansluiten bij de voor Caribisch Nederland geselecteerde oplossing. Bijvoorbeeld omdat dit de kwaliteit van de basisadministraties of de doelmatigheid positief beïnvloedt. Daarom brengt dit onderzoek ook per variant in kaart wat de mogelijkheden, effecten en voor-of nadelen zijn wanneer de Caribische landen ook mee zouden doen. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zetten we de onderzoeksmethode en het afwegingskader voor de beoordeling van de varianten uiteen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving gegeven van de huidige situatie ten aanzien van de identiteitsinfrastructuren in Caribisch Nederland, de Caribische landen en Europees Nederland en de verschillen daartussen. In hoofdstuk 4 gaan we in op de effecten van de vijf varianten voor de toekomst van de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland aan de hand van het afwegingskader. In hoofdstuk 5 doen we dit voor de Caribische landen. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de voor- en nadelen van de vijf varianten op een rij gezet, voor zowel de hoofd- als nevenopdracht. In hoofdstuk 7 sluiten we af met onze conclusies en aanbevelingen. Nevenopdracht voor de Caribische landen 7

20 2. Methode van onderzoek en afwegingskader 2.1 Inleiding Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit ministerie heeft een begeleidingscommissie samengesteld met vertegenwoordigers van het kerndepartement, van haar uitvoeringsorganisaties IND en BPR en van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB). 2.2 Methode van onderzoek Het onderzoek is in juni 2011 gestart met een inventarisatie op hoofdlijnen van de huidige identiteitsinfrastructuren in Europees en Caribisch Nederland en in de Caribische landen. In een eerste ronde van documentonderzoek en gesprekken in alle delen van het Koninkrijk zijn de belangrijkste elementen en verschillen van deze infrastructuren geïnventariseerd. Zie bijlage 1 met een overzicht van de onderzochte documenten. De aard en de werking van de drie identiteitsinfrastructuren zijn op basis van deze informatie in juli en augustus 2011 in eerste concept beschreven. De concept beschrijvingen bevatten nog een groot aantal onduidelijkheden. Die zijn omgezet in een uitgebreide vragenlijst. Ook is een afwegingskader ontwikkeld met alle relevante aspecten waarop later de vijf varianten zouden worden beoordeeld. Vervolgens is er begin oktober 2011 een gedetailleerd veldonderzoek uitgevoerd in Europees Nederland, Caribisch Nederland en de Caribische landen. Dit gebeurde aan de hand van gesprekken, onderzoek ter plaatste en het bestuderen van nadere documenten. Daarbij zijn zoveel als mogelijk de antwoorden op de vragen verzameld. Zie bijlage 2 voor de gesprekspartners en bijlage 3 voor de vragenlijst. Het resultaat van het veldonderzoek was een uitgebreide beschrijving van de bestaande identiteitsinfrastructuren en een inventarisatie van de effecten van de vijf onderzochte varianten. Op basis daarvan is een eerste overzicht gemaakt van de voor- en nadelen van de vijf varianten. Deze resultaten zijn in november 2011 neergelegd in een tussenrapportage. Deze tussenrapportage is eind november 2011 in een werkconferentie in Caribisch Nederland met experts op het gebied van identiteitsinfrastructuren uit alle delen van het Koninkrijk doorgenomen, bediscussieerd en beoordeeld. Zie bijlage 4 voor de deelnemers en bijlage 5 voor het verslag van de conferentie. Begin januari 2011 heeft Berenschot een eerste concept van het eindrapport opgeleverd. De begeleidingscommissie gaf daarop aan dat de structuur voor verbetering vatbaar was en dat er op onderdelen dieper op de volledigheid en juistheid diende te worden ingegaan. Ook is het afwegingskader enigszins aangescherpt, op basis van voortschrijdend inzicht. In verschillende bijeenkomsten met de opdrachtgever is in de periode februari tot en met juni 2012 het concept eindrapport aangevuld en doorgesproken. Waar nodig is aanvullend onderzoek gedaan en zijn er extra vragen gesteld aan de betreffende experts. Het tweede concept eindrapport is eind april 2012 opgeleverd. In mei 2012 hebben de leden van begeleidingscommissie en de deelnemers van de werkconferentie commentaar kunnen geven. Aan de hand daarvan is in juni 2012 het definitieve eindrapport opgeleverd. Inleiding 8

21 2.3 Model voor de beschrijving van de identiteitsinfrastructuren Berenschot is gevraagd om een overzicht van de voor- en nadelen te geven bij verschillende varianten. Deze voor- en nadelen hangen af van de precieze werking van de identiteitsinfrastructuur. Daarom beschrijven we eerst uit welke componenten een identiteitsinfrastructuur bestaat en hoe deze in onderlinge samenhang functioneren. Deze beschrijvingen zijn telkens op dezelfde wijze gestructureerd via de volgende elementen: a) Identiteitsdocumenten, b) Persoonsnummer, c) Registraties, d) Processen, e) Wet- en regelgeving. Zie bijlage 6 voor een toelichting op het model en deze elementen. 2.4 Afwegingskader voor de varianten Het afwegingskader bevat alle relevante aspecten voor de vergelijking van de vijf varianten en biedt daarmee inzicht in de voor- en nadelen van de varianten. Het afwegingskader bestaat uit vier groepen van aspecten: Aspecten die van belang zijn bij de transitie van de huidige situatie naar de nieuwe variant Onder de transitie vallen alle activiteiten die betrokkenen moeten uitvoeren om de gekozen variant in de praktijk te brengen. Aspecten die betrekking hebben op de structurele effecten van de verandering Met structurele effecten wordt gedoeld op blijvende veranderingen, bijvoorbeeld een blijvend ander kostenniveau voor een variant. Aspecten die de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur beïnvloeden De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur omvat elementen zoals de juistheid en volledigheid van de basisadministratie van personen, de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers of de bestendigheid tegen identiteitsfraude. Aspecten die de secundaire effecten van een verandering in de infrastructuur beschrijven Secundaire effecten zijn effecten die een gevolg zijn van een verandering in de identiteitsinfrastructuur, maar die niet als zodanig zijn bedoeld. Een voorbeeld van een secundair effect van het invoeren van het BSN in Caribisch Nederland is dat commerciële instanties het ID-nummer niet meer kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld loterijen. We lichten deze 4 elementen uit het afwegingskader in de volgende vier paragrafen toe. Model voor de beschrijving van de identiteitsinfrastructuren 9

22 2.4.1 Aspecten met betrekking tot de transitie In elk van de varianten zullen er onderdelen van de identiteitsinfrastructuur veranderen. De transitie beschrijft de aspecten die relevant zijn bij de éénmalige actie om van de Ist-situatie (de huidige situatie, zoals beschreven in hoofdstuk 3) naar de Soll-situatie (te realiseren variant, zie Bijlage 7) te komen. Wij onderkennen hier de volgende aspecten: 1. De activiteiten die nodig zijn in de transitie Bij de keuze voor een bepaalde variant is het van belang om zicht te hebben op de eenmalige inspanningen die de betrokken actoren moeten verrichten om die variant te realiseren. In deze paragraaf geven wij aan welke aspecten van de eenmalige invoering wij in de afweging meenemen. In principe zijn dit alle veranderingen in de aspecten van het analysekader plus een aantal specifieke transitieaspecten, zoals kosten, timing en risico s die aan de verandering zijn verbonden. Transitieactiviteiten kunnen zijn: a. Aanpassingen in de identiteitsdocumenten; b. Aanpassingen in het persoonsnummer; c. Aanpassingen in de registraties; d. Aanpassingen in processen; e. Aanpassingen in (ICT-)systemen van de overheid; f. Aanpassingen in wet- en regelgeving; g. Benodigde opleidingen en voorlichting; h. Aanpassingen bij andere (semi) overheden en bedrijven. 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Het is van belang om per variant na te gaan wat de meest passende aanpak is, en welke activiteiten er in welke volgorde moeten worden ondernomen. 3. De globale eenmalige kosten van die transitieactiviteiten Voor de uitvoering van de activiteiten uit het vorige punt zullen kosten moeten worden gemaakt. Wij geven een eerste globale inschatting van de ordegrootte van de transitiekosten. 4. De risico s van de transitie De omvang en de impact van de risico s van de transitie (financieel, personeel, technisch, politiek, wet- en regelgeving). 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden De mate waarin de betrokken overheden (op bestuurlijk en ambtelijk niveau) in staat en bereid zijn hun medewerking te verlenen aan de verandering. Mogelijk spelen hier ook historische, culturele en politieke overwegingen een rol. 6. De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven De mate waarin burgers en bedrijven aangeven open te staan voor de verandering. Mogelijk spelen hier ook historische, culturele en politieke overwegingen een rol. Afwegingskader voor de varianten 10

23 2.4.2 Structurele effecten Onder deze groep van aspecten behandelen we enkele blijvende veranderingen in de identiteitsinfrastructuur na afloop van de transitie. 7. Veranderingen in de structurele kosten Door de verandering zullen de structurele kosten kunnen wijzigen. Bijvoorbeeld de kosten voor het beheer van processen en systemen, kosten voor bemensing. In dit stadium zijn nog niet alle kosten bekend, wel kunnen de kostenposten worden aangegeven. 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid definiëren wij hier als de verhouding tussen de verandering in kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur en verandering in de structurele kosten. 9. Duurzaamheid De mate waarin de identiteitsinfrastructuur toekomstbestendig is. Daarmee wordt vooral gedoeld op de tijd dat de variant zonder verdere ingrijpende aanpassingen in gebruik kan blijven. Varianten die een tijdelijke oplossing bieden die later alsnog moet worden aangepast hebben een lage duurzaamheid De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur Om als overheid de publieke taken te kunnen uitvoeren is een identiteitsinfrastructuur onontbeerlijk. De kwaliteit van de persoonsgegevens en identiteitsdocumenten is een bepalende factor voor de kwaliteit van de overheid. Daarom moet de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur zo hoog mogelijk zijn. De varianten hebben een effect op die kwaliteit. De kwaliteit van een identiteitsinfrastructuur is opgebouwd uit verschillende kwaliteitsaspecten. Hieronder gaan wij wat dieper op deze kwaliteitsaspecten in: 10. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens De juistheid en volledigheid van gegevens in de basisadministratie beschouwen we op de volgende vier aspecten: a. De mate waarin de op de burgerlijke stand gebaseerde persoonsgegevens in de basisadministratie (zoals naam, geslacht, geboortedatum, ouder ) overeenkomen met de brondocumenten, b. De mate waarin verblijfplaatsgegevens in de basisadministratie (gemeente van inschrijving, straatnaam, huisnummer) juist zijn, c. De mate waarin de basisadministratie overeenstemt met de feitelijke situatie. Bijvoorbeeld of een ingeschreven persoon nog wel woonachtig is op het openbaar lichaam. Hier speelt ook de tijdigheid een rol, d. De procedures die worden gehanteerd om de kwaliteit van de basisadministratie te handhaven, te controleren of te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan de controles op dubbele inschrijvingen, bijvoorbeeld aan de hand van het BSN, aan de overdracht van persoonsgegevens bij een verhuizing tussen de verschillende delen van het Koninkrijk of aan verplicht gebruik en verplichte terugmelding. Afwegingskader voor de varianten 11

24 11. Bestendigheid tegen identiteitsfraude We beoordelen de bestendigheid tegen identiteitsfraude via de volgende aspecten: a. De mate waarin het identiteitsdocument bestendig is tegen namaak, aanpassing of gebruik door iemand anders dan de rechtmatige houder, b. De mate waarin het uitgifte- en innameproces voorkomt dat een burger ten onrechte houder wordt van een document. Hieronder valt ook de beveiliging van systemen en blanco identiteitsdocumenten, c. De mate waarin controlerende instanties de geldigheid van een identiteitsdocument kunnen controleren (bijvoorbeeld door fysieke controles of het raadplegen van een register met ongeldige identiteitsdocumenten). Naarmate handhavers, zoals politie of KMar, beter in staat zijn om de identiteit en/of de vreemdelingenstatus van personen te controleren, zal de overheid haar doelstellingen beter kunnen realiseren. 12. Bescherming van de privacy van personen Waar persoonsgegevens worden geregistreerd dient aandacht te bestaan voor de zorgvuldigheid waarmee met deze gegevens wordt omgegaan. De wijze waarop waarborgen worden gecreëerd op het gebied van bescherming van persoonsgegevens tegen oneigenlijk gebruik is een belangrijk kwaliteitscriterium. 13. De kwaliteit van de verstrekkingen aan overheden Eén van de belangrijkste bestaansredenen voor een basisadministratie van persoonsgegevens is de verstrekking van persoonsgegevens aan (mede)overheden. We nemen daarom ook de kwaliteit en het gemak van de verstrekking van gegevens over personen aan overheden mee. 14. De kwaliteit van de dienstverlening aan burgers De kwaliteit van de dienstverlening aan burgers is te beoordelen aan de hand van: a. De administratieve lasten voor burgers voor het verkrijgen van een identiteitsdocument (zoals de tijd die men moet besteden aan het reizen naar en wachten voor een balie, het verzamelen of invullen van verplicht in te leveren documenten en de kosten die daarmee zijn gemoeid). b. De mate waarin het principe eenmalige verstrekking, meervoudig gebruik is doorgevoerd. Wanneer de overheid via een goed regime persoonsgegevens verstrekt aan andere overheden hoeven burgers steeds minder vaak bij andere overheden opnieuw hun persoonsgegevens aan te leveren. 15. De integriteit van de infrastructuur (gaten en overlappingen) Dit aspect betreft de mate waarin de onderdelen van de identiteitsinfrastructuur samen de complete beoogde functionaliteit en kwaliteit weten realiseren. Wanneer bijvoorbeeld in Caribisch Nederland de sédula door de NIK en een vreemdelingendocument wordt vervangen, is er geen verplicht document meer voor de ingezetenen van Caribisch Nederland. Het is mogelijk dat daarmee een gat ontstaat in de identiteitsinfrastructuur. Een dergelijk gat doet wellicht afbreuk aan de kwaliteit van de hele infrastructuur. Afwegingskader voor de varianten 12

25 2.4.4 Secundaire effecten De overheid heeft de identiteitsinfrastructuur met een bepaald doel gedefinieerd en geïmplementeerd. In de dagelijkse praktijk gebeurt het echter dat burgers en bedrijven onderdelen van die identiteitsinfrastructuur, vooral het identiteitsdocument of het ID-nummer, gebruiken voor andere doeleinden dan de wetgever voor ogen had. Dit noemen wij de secundaire effecten. In deze paragraaf lichten wij toe welke secundaire effecten we meenemen in de afweging: 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger De sédula heeft verschillende functies die wettelijk zijn vastgelegd: identiteitskaart voor ingezetenen van 12 jaar en ouder (Wet identiteitskaarten BES), vreemdelingendocument (Wet toelating en uitzetting BES), identiteitsbewijs (Wet identificatieplicht BES), document voor grensoverschrijding van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor zover het Nederlandse houders betreft (Wet toelating en uitzetting BES). Daarnaast kent de kaart ook toepassingen in het maatschappelijk verkeer die niet wettelijk zijn vastgelegd. We gaan in op (veranderingen in) vier functies die de kaart heeft voor de houder: a. het overschrijden van landsgrenzen, b. het identificeren in andere landen, c. het kunnen aantonen van ingezetenschap - bijvoorbeeld ten behoeve van het ontvangen van zorg, d. het onderstrepen van de eilandelijke identiteit. De sédula geeft nu de naam en het logo van het eiland waar men ingezetene is weer. Veranderingen hierin kunnen effect hebben op de gevoelens van de ingezetenen. 17. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Dit aspect beschrijft de mate waarin bedrijven gebruik maken van identiteitsdocumenten (en de gegevens daarop) en de effecten die een verandering in de identiteitsinfrastructuur daarop kan hebben. Zo bestaat er een loterij die het ID-nummer gebruikt voor het verstrekken van troostprijzen. Deelnemers kunnen het verliezende lot onder vermelding van hun ID-nummer inleveren. In een lokale krant wordt dan het ID-nummer vermeld dat hoort bij het lot waarop de troostprijs is gevallen. Is er geen verplicht document waarop het ID-nummer vermeld staat, dan dient de loterij een andere werkwijze te bepalen voor de toekenning van een troostprijs. Afwegingskader voor de varianten 13

26 3. Huidige situatie In dit hoofdstuk beschrijven we de huidige situatie in Caribisch Nederland, de Caribische landen en Europees Nederland. Dit doen wij aan de hand van het model voor de beschrijving van identiteitsinfrastructuren zoals toegelicht in paragraaf 2.3 en Bijlage 6. In de volgende drie paragrafen beschrijven we de huidige situatie met betrekking tot de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland (3.1), de Caribische landen (3.2) en Europees Nederland (3.3). 3.1 Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur Identiteitsdocument In Caribisch Nederland is het verplicht voor alle ingezetenen van 12 jaar en ouder een identiteitskaart of sédula te hebben. Ingezetenen onder de 12 jaar kunnen geen sédula aanschaffen. De sédula is (dus) niet gekoppeld aan het hebben van de Nederlandse nationaliteit, maar aan het zijn van ingezetene van Caribisch Nederland. Aan ingezetenen die zijn ingeschreven in PIVA kan de sédula niet worden geweigerd. In Caribisch Nederland moeten alle personen van 12 jaar en ouder zich kunnen identificeren. Dit kunnen zij doen met een paspoort, een rijbewijs of de sédula. 12 Voor niet ingezetenen gelden andere documenten. De volgende op ingevoerde nieuwe modellen voor de sédula zijn vastgelegd in de Regeling identiteitskaarten BES: 12 Het rijbewijs en het paspoort maken geen deel uit van de analyse. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 14

27 Naast deze modellen kent Bonaire nog het oude model dat was ingevoerd op basis van het Landsbesluit identiteitskaarten Identiteitskaarten die voor 10 oktober 2010 zijn uitgegeven op Bonaire blijven tot de vermelde geldigheidsdatum geldig, aangezien deze aan de gestelde veiligheidseisen voldoen. De oude identiteitskaarten van Sint Eustatius en Saba hebben hun geldigheid verloren per 1 juli De Wet identiteitskaarten BES regelt welke gegevens in ieder geval op de kaart vermeld moeten worden. Dit zijn: Geslachtsnaam en voornaam Geslacht Geboortedatum en -plaats Nationaliteit Handtekening Persoonsnummer Datum van afgifte Datum aflopen geldigheid Documentnummer Voor personen met een (tijdelijke) verblijfsstatus vermeldt de sédula een extra gegeven. Dit betreft een codering (zie positie 9 op de sédula) waaruit de status kan worden afgeleid. 13 Deze personen mogen niet langer binnen Caribisch Nederland verblijven dan aangegeven op hun verblijfsvergunning (en op de sédula, op positie 11). Voor alle houders heeft het document de volgende functionaliteiten met een wettelijke basis: Het aantonen van de identiteit van de houder in Caribisch Nederland; Het aantonen van ingezetenschap van (één van de openbare lichamen van) Caribisch Nederland; Voor houders met de Nederlandse nationaliteit geldt additioneel: Het op vertoon van de sédula als document voor grensoverschrijding worden toegelaten tot Caribisch Nederland. Voor zover bekend accepteren Curaçao en Sint Maarten alle sédula s als document voor grensoverschrijding. Formeel doet Aruba dat ook, maar er zijn gevallen bekend waarbij de grenscontrolebeambten op Aruba ook een paspoort eisen. Bestaande bestuurlijke afspraken worden blijkbaar wisselend nageleefd. De Wet toelating en uitzetting BES benoemt de sédula niet als geldig document voor grensoverschrijding. Op basis van het Besluit toelating en uitzetting wordt de sédula voor Nederlandse houders wel als zodanig geaccepteerd. Op bestuurlijk niveau zijn onder de oude staatkundige structuren afspraken gemaakt over het over en weer accepteren van de sédula als document voor grensoverschrijding. Tevens zijn er onder de nieuwe structuur afspraken dat wijzigingen in de afspraken worden gemeld. Alleen Nederland heeft wijzigingen gemeld. Uit o.a. de conferentie met experts (zie bijlage 5) wordt duidelijk dat over deze afspraken onduidelijkheden bestaan bij grensautoriteiten en dat de afspraken door verschillende beambten verschillend worden uitgevoerd. 13 De verblijfsstatus van vreemdelingen wordt ontleend aan de Wet toelating en uitzetting vreemdelingen BES. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 15

28 Het ministerie van BZK geeft aan dat het besluit de eigen sédula van Nederlandse houders te accepteren als document voor grensoverschrijding in 2010 was ingegeven doordat een substantieel aandeel ingezetenen van de drie eilanden per uitsluitend beschikte over een sédula en niet over een paspoort. Deze personen hadden anders bij bezoek aan een Caribisch land in verband met familie of gezondheid na een paspoort aan moeten schaffen. Dit conflicteerde met het streven van Nederland om de inwoners van Caribisch Nederland er niet op achteruit te laten gaan bij de overgang. De prijs die ingezetenen voor een paspoort betalen is namelijk substantieel hoger dan die van de sédula. Er bestaat geen juridische basis voor verstrekking van een sédula aan kinderen onder de 12 jaar. Zij kunnen derhalve ook niet reizen met dit document. Ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit die jonger zijn dan 12 jaar kunnen de grens formeel uitsluitend passeren met een paspoort. In de praktijk blijken ze bij het ontbreken van een paspoort, de grens te kunnen overschrijden met een ouder met een geldig document in combinatie met het zogenaamde familieboekje. Voor deze praktijk bestaat geen wettelijke basis. Van de Nederlanders in Caribisch Nederland heeft een zeer groot deel ook een Nederlands paspoort. Op Sint Eustatius bijvoorbeeld gaat het om 98% van de ingezeten Nederlanders. We hebben geen reden om aan te nemen dat dit voor Bonaire en Saba veel anders is. Voor aan vreemdelingen gelijk gestelde Nederlanders en vreemdelingen geldt een andere additionele functionaliteit: Het bewijzen dat aan de houder een verklaring van rechtswege respectievelijk een vergunning is verleend tot rechtmatig verblijf in Caribisch Nederland. Ten slotte beschouwen veel houders hun sédula ook als zorgpas. Het zijn van ingezetene geeft (uitgezonderd bepaalde groepen) namelijk recht op zorg. Dit recht van de ingezetene is neergelegd in de zorgregelgeving en niet in de Wet identiteitskaarten BES. Met de sédula kunnen de houders aantonen ingezetene te zijn: de sédula is een ingezetenenkaart, en formeel geen zorgpas. Het gebruik van de sédula als zorgpas leidt in de praktijk tot een aantal problemen. In het buitenland kan de sédula niet gebruikt worden als een bewijs van het verzekerd zijn voor zorg. Ook staat er geen noodnummer op. Dit maakt dat (verzekerde) ingezetenen voor een reis naar het buitenland van tevoren een garantiebewijs moeten afhalen bij het Zorgverzekeringskantoor (ZVK). Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 16

29 3.1.2 Persoonsgebonden nummer In Caribisch Nederland heet het persoonsnummer het ID-nummer. 14 De juridische basis van het IDnummer ligt in de Wet identiteitskaarten BES. Het nummer heeft de volgende kenmerken: a) Alle ingezetenen van Caribisch Nederland krijgen bij eerste inschrijving in de basisadministratie PIVA een ID-nummer toegewezen. b) Het nummer bestaat uit tien cijfers. In de PIVA staat het nummer overigens als 9-cijferig nummer vermeld, het eerste cijfer van het jaartal waarmee het millennium wordt aangeduid wordt in de PIVA wegegelaten (dus 980 i.p.v of 006 i.p.v ). c) Het ID-nummer is niet random en wordt lokaal door het openbaar lichaam gegenereerd. Het bevat informatie over de houder. Het ID-nummer is namelijk als volgt opgebouwd: jaar-maand-dag van geboorte, gevolgd door een codegetal oplopend van 01 tot en met 99. Bij het codegetal geldt: voor Bonaire, voor Saba en 93 tot en met 99 voor Sint Eustatius. De eerste ingezetene van bijvoorbeeld Sint Eustatius die is geboren op krijgt dus als nummer: Wanneer iemand met dezelfde geboortedatum op Sint Eustatius als eerstvolgende ingezetene wordt ingeschreven krijgt hij het ID-nummer Het aantal beschikbare ID-nummers is, door het werken met een beperkte range volgnummers, eindig. De geïnterviewde hoofden Burgerzaken en ook de leverancier van PIVA geven in de interviews aan dat het nu nog nauwelijks is voorgekomen dat een range is uitgeput. Maar naarmate meer ID-nummers bij één geboortedatum zijn verstrekt zal het ook vaker voorkomen dat de range op een eiland is uitgeput. d) Het nummer kan, in tegenstelling tot veel andere belangrijke identificatie- of banknummers, geen 9- of 11-proef doorstaan. Daardoor kan niet automatisch getoetst worden of er een fout wordt gemaakt bij het intypen van het nummer. e) Het openbaar lichaam koppelt het ID-nummer blijvend aan één persoon. Wanneer een persoon overlijdt of naar het buitenland verhuist, wordt het nummer niet opnieuw uitgegeven. f) Bij een verhuizing naar een ander openbaar lichaam, Caribisch land of Europees Nederland kan de houder het ID-nummer niet blijven gebruiken om contact met de (lokale) overheid te onderhouden. 14 In Caribisch Nederland zijn daarnaast ook andere persoonsnummers in gebruik. Persoonslijsten bevatten een A-nummer. Dit is in Europees Nederland en de Caribische landen ook zo. Dit nummer is uniek binnen het Koninkrijk en wordt alleen tussen overheden gebruikt, bijvoorbeeld bij migraties. Daarnaast is er het CRIB nummer, dat wordt verstrekt door de Belastingdienst CN. Niet iedere ingezetene heeft echter een CRIB nummer. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 17

30 Het ID-nummer wordt in Caribisch Nederland beperkt gebruikt door andere overheidsorganisaties het Zorgverzekeringskantoor gebruikt het ID-nummer intensief en de belastingdienst noteert het IDnummer wel in haar systemen, zonder daar overigens veel gebruik van te maken (de dienst gebruikt een eigen identificerend nummer, het CRIB-nummer). Politie en justitie maken geen gebruik van het nummer. De KMar maakt een digitale scan van sédula s of paspoorten bij het overschrijden van de grens 15 op de luchthaven van elk eiland. Ook wordt het ID-nummer in het maatschappelijk verkeer opgevraagd door bedrijven (vooral nutsbedrijven en zakelijke dienstverleners) of gebruikt door loterijen. Uit ons onderzoek blijkt niet dat bedrijven in Caribisch Nederland ook echts iets met het ID-nummer doen. Uit onze interviews wordt duidelijk dat de verbondenheid van ingezetenen met het nummer groot is: het nummer wordt vaak gebruikt en veel burgers kennen hun ID-nummer uit het hoofd. Het beheer van dit ID-nummer wordt gevoerd met de basisadministratie personen PIVA. Op iedere persoonslijst wordt het ID-nummer van de desbetreffende persoon opgenomen. Tevens worden de ID-nummers van de vermelde familieleden (partner, ouders, kinderen) opgenomen (als zij een IDnummer hebben). Op basis van PIVA is ook een overzicht van de reeds verstrekte nummers te genereren. Wanneer een burger wordt ingeschreven in PIVA, en de geboortedatum is ingevoerd, dan genereert de PIVA-applicatie automatisch een ID-nummer uit geboortedatum en het volgende, nog niet bij deze geboortedatum gebruikte, volgnummer. 16 Het is niet uit te sluiten dat er in een openbaar lichaam soms meer personen zijn ingeschreven (geweest) die op dezelfde datum zijn geboren dan er volgnummers beschikbaar waren. In dat geval worden extra ID-nummers samengesteld met een volgnummer uit de reeks van een ander openbaar lichaam of Caribisch land. Daardoor is het niet uit te sluiten dat er binnen het totale PIVA-gebied (en dus ook in PIVA-V) twee personen bestaan met eenzelfde ID-nummer. En ook binnen één PIVA wordt er geen geautomatiseerde controle uitgevoerd waarmee kan worden voorkomen dat een IDnummer dubbel wordt verstrekt Registraties Basisadministraties persoonsgegevens In de basisadministraties persoonsgegevens van Caribisch Nederland, de PIVA s, worden de persoonsgegevens van alle ingezetenen geregistreerd. PIVA (Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba) is een decentrale administratie, dat wil zeggen dat door ieder openbaar lichaam van Caribisch Nederland een eigen administratie wordt bijgehouden. 15 Dit gebeurt met het BorderManagement System 16 Het is opmerkelijk dat dit gebeurt bij de eerste inschrijving aangezien de juridische basis van het ID-nummer ligt in de Wet identiteitskaarten BES, die sédula s toekent aan personen van 12 jaar en ouder. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 18

31 De Wet basisadministraties persoonsgegevens BES geeft de volgende aanwijzingen voor inschrijving: Diegene die een rechtmatig verblijf geniet en niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie en die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in het openbaar lichaam verblijf zal houden, wordt als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie. 17 Een aantal groepen worden van deze basisregel uitgezonderd, te weten: a) de leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten, b) de leden van het administratieve en technische personeel van diplomatieke zendingen en consulaire posten, c) de inwonende gezinsleden van de onder a en b bedoelde personen en d) andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsrechtelijke status hebben. Daarnaast komen leden van de krijgsmacht niet in aanmerking voor inschrijving, tenzij zij woonachtig zijn aan de wal. De inschrijving en de bijhouding vinden plaats met een geautomatiseerde systeem. Dit systeem wordt geleverd door Centric, die het product Key2PIVANOBO noemt. Het systeem is in feite een variant van de Europees Nederlandse GBA-applicatie van Centric, waarin een aantal functies zijn uitgezet en enkele instellingen zijn gewijzigd. In het systeem zijn persoonsgegevens vastgelegd op een persoonslijst (PL). Welke gegevens exact worden vastgelegd is bepaald in de Wet Basisadministraties persoonsgegevens BES. 18 Er is, anders dan in Europees Nederland, in Caribisch Nederland geen Wet basisregistratie personen die regelt dat de hele overheid de persoonsgegevens uit PIVA moet gebruiken en terugmelding moet verzorgen bij het vermoeden van fouten. Een eenmaal in PIVA opgenomen PL wordt niet meer verwijderd. Wel kan het bijhouden van de PL worden opgeschort. Dit gebeurt in geval van overlijden, emigratie, ministerieel besluit en bij een ten onrechte aangemaakte PL. 17 Artikel 2, Besluit basisadministratie persoonsgegevens BES. 18 Logisch ontwerp BES, versie 10 oktober 2010, onderdeel van de Regeling basisadministratie persoonsgegevens BES. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 19

32 Op de PL staan twee persoonsgebonden nummers, het A-nummer en het ID-nummer (zie voor het ID-nummer de vorige paragraaf). Alle bevolkingsadministraties van het Koninkrijk kennen een gemeenschappelijk persoonsgebonden nummer, het zogeheten A-nummer. Dit nummer wordt toegekend aan een persoon bij het aanleggen van een persoonslijst en verhuist mee met migraties tussen de verschillende delen van het Koninkrijk. Hierdoor is elke persoon individueel te onderscheiden binnen het Koninkrijk. De nummers worden verstrekt door BPR. Het A-nummer wordt alleen gebruikt tussen overheden, niet in de communicatie tussen overheid en burger. In de PIVA( s) zijn de volgende aantallen actieve persoonslijsten opgenomen: 19 Bonaire St. Eustatius Saba Aantal ingezetenen Van de gegevens in de drie PIVA s van Caribisch Nederland is een centrale afslag gemaakt naar voorbeeld van de GBA-V, voor afnemers in Europees en Caribisch Nederland. Deze centrale afslag wordt PIVA-V genoemd (PIVA-Verstrekkingen) en bestaat sinds , omdat de openbare lichamen sinds die datum ook hun persoonsgegevens beschikbaar moet stellen aan andere overheden. Geautoriseerde overheidsinstellingen kunnen deze gegevens gebruiken voor het uitoefenen van hun wettelijke taak. De openbare lichamen zelf zijn géén afnemers van PIVA-V. Omdat voor de verstrekkingen uit PIVA-V geen gebruik gemaakt kan worden van berichtenverkeer zoals bij de GBA-V zijn alleen systematische en ad hoc verstrekkingen mogelijk en geen spontane verstrekkingen. PIVA kent verder ook geen verplicht gebruik of een terugmeldplicht bij een gerede twijfel over de juistheid van de gegevens. Op dit moment is in Caribisch Nederland alleen het Zorgverzekeringskantoor aangesloten op PIVA-V. Verstrekkingen aan o.a. de eigen overheidsdiensten worden incidenteel door de openbare lichamen zelf verzorgd. In Europees Nederland gaat het om 122 op de PIVA-V aangesloten gemeenten en 10 andere organisaties. De andere ontwikkelingen die voor de GBA zijn gerealiseerd in het kader van de modernisering GBA (terugmeldingen, kwaliteitsprocessen) zijn niet in PIVA doorgevoerd. Identiteitsdocumentregistratie De openbare lichamen ontvangen een voorraad blanco, te personaliseren, identiteitsdocumenten van de leverancier Multipost. Er wordt geen administratie bijgehouden van deze blanco kaarten. Elke sédula die wordt uitgegeven krijgt een uniek documentnummer. Agentschap BPR kent nummerreeksen aan ieder eiland toe. Zo wordt voorkomen dat één documentnummer meermaals wordt verstrekt. 19 Statline, CBS, 2 januari Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 20

33 Het documentnummer komt, in tegenstelling tot het documentnummer van paspoorten, niet op de persoonslijst in PIVA te staan. Het nummer wordt wél bijgehouden in CAS het systeem waarin de aanvraag en personalisatie van een sédula verwerkt wordt. Wordt een sédula ingenomen of wordt een vermissing gemeld, dan dient dit in CAS te worden geregistreerd. Dit zou niet op ieder eiland daadwerkelijk en altijd gebeuren. Dit wordt ook niet doorgezet naar systemen die andere overheden kunnen raadplegen. In St. Eustatius en Saba zijn na nieuwe sédula s verstrekt aan alle ingezetenen van 12 jaar en ouder. In Bonaire zijn alleen nieuwe sédula s verstrekt aan personen die nog geen sédula hadden (ook al moesten zij er eigenlijk al één hebben), of aan personen waarvan de sédula verliep. Aantallen sédula s uitgegeven sinds tot september 2011: Bonaire St. Eustatius Saba Eenmalig Geen +/ / Sindsdien +/ / / Het aantal verstrekte documenten sinds is groot. Waarom dat zo is kunnen de gesprekspartners niet goed verklaren. Mogelijk heeft dit van doen met de toestroom (en uitstroom) van vreemdelingen en aan vreemdelingen gelijkgestelde Nederlanders (studenten, ambtenaren) Processen 1. Creatie van persoonsgegevens Van de rechtsfeiten geboorte, huwelijk, echtscheiding en overlijden worden in Caribisch Nederland net zoals in Europees Nederland akten van de burgerlijke stand opgesteld (echtscheiding wordt aangetekend op de huwelijksakte). Bij aangifte van een rechtsfeit wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte of een latere vermelding (dit is een wijziging op een reeds bestaande akte) opgemaakt. Deze documenten (akten) worden geregistreerd en gearchiveerd in de betreffende registers van de burgerlijke stand en dienen vervolgens als brondocumenten voor de registratie van persoonsgegevens (en de wijzigingen daarin) in de basisadministratie persoonsgegevens. Er zijn verschillen tussen het Burgerlijk Wetboek (BW) in Europees en Caribisch Nederland. Het huwelijk tussen twee partners van gelijk geslacht is nu niet mogelijk in Caribisch Nederland (mogelijk wel in 2012). Ook kent het BW in Caribisch Nederland (nog) geen geregistreerd partnerschap. De bij deze akten gecreëerde persoonsgegevens kunnen dan ook niet in PIVA worden geregistreerd. 20 Op basis van CAS. Daarvan zijn er ongeveer 200 rejected bijvoorbeeld omdat er iets mis ging met de printer. 21 Schattingen op basis van gesprekken met Burgerzaken 22 Schattingen op basis van gesprekken met Burgerzaken Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 21

34 2. Beheer van persoonsgegevens in de basisadministratie Alle ingezetenen van een openbaar lichaam moeten zich laten inschrijven in de basisadministratie PIVA. Daarbij wordt altijd gebruikgemaakt van de persoonsgegevens zoals vermeld op akten van de burgerlijke stand. Deze gegevens worden door de ambtenaar Burgerzaken overgenomen van (kopieën) van akten en ingevoerd in PIVA of via de module burgerlijke stand van de PIVA-applicatie (alleen als het een rechtsfeit betreft dat ook in hetzelfde openbaar lichaam is gecreëerd). In het geval van een overlijden wordt de persoonslijst opgeschort. Het ID-nummer blijft gekoppeld aan de persoonslijst en zal later niet aan een andere ingezetene worden verstrekt. Ook bij mutaties in de burgerlijke stand moeten de gewijzigde gegevens van de akten van ingezetenen worden overgenomen in PIVA. Een belangrijke aanleiding voor nieuwe inschrijvingen in PIVA zijn immigraties. Alle personen die zich willen vestigen in een openbaar lichaam in Caribisch Nederland en die zelf (of in het geval van Nederlanders: één van hun ouders) niet zijn geboren in Caribisch Nederland moeten eerst een verblijfsvergunning of een Verklaring van Rechtswege (alleen voor Nederlanders) bij de IND aanvragen. Met die vergunning en met afschriften van hun authentieke akten (geboorte, huwelijk) kunnen zij zich melden bij Burgerzaken voor inschrijving in PIVA. In de praktijk blijkt dat niet iedere vreemdeling en aan een vreemdeling gelijk gestelde Nederlander aan wie een verblijfsvergunning respectievelijk een Verklaring van Rechtswege is toegekend ook daadwerkelijk aangifte van verblijf en adres gaat doen, met het oog op inschrijving in de basisadministratie. Sinds kunnen ook elders voltrokken huwelijken tussen partners van gelijk geslacht en elders geregistreerde partnerschappen in Caribisch Nederland worden geregistreerd in PIVA. Bij een verhuizing worden deze gegevens ook overgenomen. Dan zijn er nog de feiten waarvan geen akte wordt opgemaakt. Voor dit rapport is het belangrijkste feit een verhuizing. Migratiestromen in 2010: 23 Immigratie Emigratie Saldo Bonaire St. Eustatius Saba In het geval van een verhuizing binnen het openbaar lichaam meldt de burger deze zelf bij Burgerzaken. Die past het woonadres op de persoonslijst aan. Op dit moment kent men geen postcodes in Caribisch Nederland. Ook worden de straatnamen niet steeds op dezelfde wijze geschreven en ontbreken er huisnummers. Veel woningen hebben namelijk geen huisnummer. De 23 Statline, CBS, Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 22

35 eilanden streven ernaar medio 2012 de straatnamen en huisnummers vast te stellen en deze voor eind 2012 in PIVA door te voeren. Over de eventuele invoering van postcodes is nog niets bekend. In het geval van een verhuizing naar een ander openbaar lichaam of Caribisch land wordt de verhuizing door de afdeling Burgerzaken behandeld als een emigratie. De persoonslijst van de ingezetene - inclusief het persoonsnummer - wordt opgeschort in PIVA en de (voormalig) ingezetene ontvangt een bewijs van uitschrijving. Hij dient zijn sédula in te leveren. Bij een verhuizing binnen Caribisch Nederland mag de ingezetene de oude sédula ook inleveren bij aangifte van het nieuwe verblijfsadres op het nieuwe eiland. De ambtenaar knipt een gat in de sédula en tekent in CAS aan dat de sédula uit het maatschappelijk verkeer is genomen. Dit zou niet altijd en overal daadwerkelijk gebeuren. De PIVA-applicatie biedt de mogelijkheid om in geval van een verhuizing tussen twee openbare lichamen de persoonslijst digitaal te verzenden via de PIVA-mailbox. De bedoeling van het toesturen van de persoonslijst is dat het nieuwe eiland van inschrijving de persoonsgegevens kan gebruiken bij het aanleggen van een nieuwe persoonslijst. Bij het aanleggen van de nieuwe persoonslijst wordt niet alle historie (vroegere woonadressen, vroeger ID-nummer) overgenomen. In de praktijk blijkt regelmatig dat niet iedere emigrant aangifte van vertrek komt doen met het oog op uitschrijving. De sédula wordt in dat geval ook niet ingeleverd. Daarom staan er nog personen als ingezetene in PIVA terwijl ze volgens de regels niet meer ingezeten zijn, en zijn er sédula s in omloop die dat niet meer zouden mogen zijn. Meerdere persoonslijsten binnen het Koninkrijk Bij vertrek van een Caribisch eiland wordt de persoonslijst opgeschort, maar blijft de persoonslijst aanwezig in het PIVA-bestand. Iemand kan dus in Caribisch Nederland meerdere persoonslijsten hebben in meerdere PIVA-bestanden (maximaal drie), waarbij hij maar één keer als ingezetene ingeschreven zou mogen staan. Diezelfde persoon zou in theorie ook nog een persoonslijst kunnen hebben in elk ander Caribische land en in Europees Nederland! In geval van een verhuizing tussen Caribisch Nederland en Europees Nederland wordt deze verhuizing gezien als een emigratie / immigratie. Het proces dat de ingezetene doorloopt is gelijk aan de emigratie / immigratie tussen openbare lichamen. Ook wordt de PL overgedragen aan de nieuwe basisadministratie. De PL wordt, in het geval van een verhuizing van of naar Europees Nederland, digitaal overgedragen via de zogenaamde PIVA-GBA-Koppeling (PGK-module). Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 23

36 Geautomatiseerde systemen, PIVA-GBA-Koppeling (PGK-module) Gemeenten, openbare lichamen en Caribische landen maken voor de gegevensuitwisseling tussen Europees Nederland en het Caribisch gebied gebruik van de PGK-module. Via deze module worden bij migratie van een persoon tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland of een Caribisch land, de gegevens zoals die voorkomen op de persoonslijst van de betrokkene, overgebracht van de PIVA naar de GBA of omgekeerd. De persoonslijst in de gemeente of het Caribische eiland van vertrek wordt opgeschort. De persoonslijst wordt via de PGK-module aan de nieuwe gemeente of het nieuwe Caribische eiland gestuurd. Daar maakt de ambtenaar Burgerzaken een nieuwe persoonslijst aan in PIVA of de GBA, waarbij hij gebruik maakt van de via de PGK-module aangeleverde gegevens. De betrokken persoon krijgt een nieuw persoonsnummer toegekend (BSN of ID-nummer). In het geval dat de betrokkene al eerder ingezetene was van het GBA-gebied of het betreffende Caribische eiland - en dus al een persoonsnummer heeft - wordt de oude persoonslijst geactiveerd. Dit is vergelijkbaar met de procedure in Europees Nederland. Vreemdelingen en aan vreemdelingen gelijk gestelde Nederlanders melden zich in eerste instantie bij de toelatingsorganisatie (IND). Wanneer zij daar de juiste documenten hebben overlegd, worden zij ingeschreven in een vreemdelingenregister. Geautomatiseerde systemen IND De IND gebruikt hiervoor het Foreigner Management System (FMS). Dit systeem is niet gekoppeld aan PIVA. Op korte termijn moet het systeem gekoppeld zijn aan het Border Management System (BMS), AcPOL, Ac18 en het systeem van het OM. De IND heeft geen geautomatiseerde inkijk in de PIVA (of GBA), maar belt wanneer zij meer informatie wil met Burgerzaken. In Nederland zijn de GBA en de Vreemdelingenregistratie wel met elkaar gekoppeld. Een dergelijke beslissing is nog niet genomen voor Caribisch Nederland. Na de inschrijving in het FMS ontvangt de vreemdeling (of de aan vreemdeling gelijk gestelde Nederlander) een papieren verblijfsvergunning. Dit is een papieren document met relatief weinig echtheidskenmerken en daardoor relatief eenvoudig na te maken. Met deze verblijfsvergunning moet de vreemdeling zich inschrijven bij Burgerzaken. Sommige vreemdelingen, vaak de aan vreemdelingen gelijk gestelde Nederlanders, schrijven zich niet in de basisadministratie in. Omdat er geen gestructureerde uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de vreemdelingendienst en Burgerzaken, is de informatie vaak niet beschikbaar bij Burgerzaken zodat deze ook niet ambtshalve kan worden bijgewerkt. Gaat de vreemdeling wél naar Burgerzaken, dan vraagt Burgerzaken de vreemdeling om de juiste (bron)documenten en de verblijfsvergunning te overleggen. Dan schrijft zij de vreemdeling in. Als Burgerzaken twijfel heeft over de echtheid van de vergunning, dan neemt zij contact op met de IND. Dit komt echter niet of nauwelijks voor. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 24

37 Het blijkt dat een deel van de vreemdelingen na afloop van hun verblijfsvergunning geen hernieuwing daarvan aanvraagt. Na een ononderbroken legaal verblijf van vijf jaar in het Koninkrijk der Nederlanden kan een vreemdeling in aanmerking komen voor naturalisatie. Bij het bepalen of een vreemdeling inderdaad zo lang legaal in het Koninkrijk verblijft, gebruikt de IND informatie uit de eigen administratie. Geïnterviewden gaven aan dat tot de staatskundige verandering de juistheid en de volledigheid van de basisadministratie personen in Caribisch Nederland matig was. Wij maken uit interviews op dat gegevens soms niet meer waren bijgewerkt sinds Dit zou mede veroorzaakt worden door onvoldoende personeel en controle bij de basisadministratie persoonsgegevens. 24 De openbare lichamen van Caribisch Nederland werken sinds de staatskundige verandering echter aan het verbeteren van de kwaliteit van de gegevens. Op Saba is het gehele bestand van persoonslijsten inmiddels gecontroleerd op volledigheid en juistheid. Ook op Bonaire en St. Eustatius zijn persoonslijsten verbeterd. Een GBA-specialist werkt nu nog steeds op St. Eustatius en Saba om kennis met betrekking tot de processen over te dragen. Momenteel bevat de set persoonsgegevens in PIVA volgens onze informanten daarom nog maar weinig fouten. Maar de kwaliteit van enkele soorten van persoonsgegevens, waaronder het woonadres, zou minder goed zijn. Denk aan (kleine) fouten als Caya in plaats van Kaya. De fouten die nu nog in de PIVA zitten zouden vooral voortkomen uit verhuizingen vanuit de Caribische landen. Burgerzaken kan zich dan namelijk uitsluitend baseren op PIVA PL-en waarop nog geen kwaliteitsverbetering heeft plaatsgevonden. Ook worden bij een dergelijke verhuizing niet de verwijzing naar de brondocumenten overgenomen, maar alleen verwijzingen naar de oude PL in de PIVA van het (ei)land van herkomst. De kwaliteit van de gegevens in PIVA wordt periodiek gemeten. Dit gebeurt met een geautomatiseerde test die gebaseerd is op de test voor de Europees Nederlandse GBA. De wet- en regelgeving is in Caribisch Nederland echter anders dan in Europees Nederland. Daarom constateerde de test fouten in de gegevens die geen fouten zijn. Denk aan het ontbreken van een postcode wat fout is in de GBA maar dat niet is in de PIVA. Dergelijke fouten worden nu uit de test gefilterd. De tests laten een verbetering zien. 24 Zie ook HEC rapport Advies voortgang basisregistraties. Basisregistraties BES-eilanden (2010), HEC. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 25

38 3. Verstrekkingen uit de basisadministraties persoonsgegevens Het belangrijkste doel van de basisadministratie persoonsgegevens is om overheden te ondersteunen bij het uitvoeren van hun taken. Toegang tot deze gegevens vindt plaats in de vorm van verstrekkingen op de volgende manieren: Overheden (en derden) die voor hun wettelijke taakuitoefening persoonsgegevens nodig hebben, zijn verplicht autorisatie aan te vragen om aan te sluiten op de PIVA-V. Verstrekkingen vinden vervolgens ofwel systematisch in bulkvorm plaats ofwel specifiek op basis van een individu. Dit laatste kan bij de PIVA-V alleen op vraagbasis (ad hoc). PIVA-V kent in tegenstelling tot GBA geen spontane verstrekkingen (bij elke mutatie in een bepaald gegeven). Noot: (ook) GBA-V kan (nog) niet spontaan verstrekken. Dat doen de gemeenten zelf; Indirect via burgers: overheden kunnen burgers vragen een uittreksel uit de basisadministratie te overhandigen. Uit de interviews begrijpen wij dat steeds meer bedrijven en overheidsorganisaties (gaan) vragen om uittreksels. Dit komt omdat zij actuele informatie over het verblijfadres willen hebben. Overheden die gegevens uit een PIVA van Caribisch Nederland nodig hebben voor het uitvoeren van hun taken kunnen terugvallen op de PIVA-Verstrekkingen (PIVA-V). Het gebruik van persoonsgegevens uit PIVA-V door andere overheden is niet verplicht; het begrip basisregistratie is niet bekend in de wetgeving van Caribisch Nederland. Was dat wel het geval dan waren deze overheden verplicht deze gegevens te gebruiken en om vermoedens van fouten terug te melden. Dat zou bijdragen aan een verdere kwaliteitsverbetering van PIVA. Omdat er nog maar een beperkt aantal organisaties toegang heeft tot de gegevens uit de PIVA(-V) moeten ingezetenen regelmatig uittreksels aanvragen. Omdat organisaties ook hun eigen administratie voeren moeten ingezetenen hun (gewijzigde) persoonsgegevens meermaals aanleveren bij verschillende overheden. Gebruik van PIVA-V Vanuit de drie PIVA s worden dagelijks alle persoonslijsten die de afgelopen dag zijn gewijzigd toegezonden aan en verwerkt in PIVA-V. Geautoriseerde afnemers (dat kunnen zowel overheidsals niet-overheidsorganen zijn) kunnen via PIVA-V toegang krijgen tot (een deel) van de PIVA informatie. Zo kunnen Europees Nederlandse gemeenten via PIVA-V toegang krijgen tot de informatie uit PIVA. Zij dienen hier echter een aparte autorisatie voor aan te vragen bij BPR. Op dit moment zijn 122 gemeenten aangesloten op de PIVA-V. Het is in PIVA-V mogelijk dat er van één persoon twee of drie persoonslijsten worden verstrekt, waarvan één actueel is en de ander(e) opgeschort. Dit is in Europees Nederland met de GBA-V niet mogelijk, daar komt één persoon maximaal één keer voor. Andere afnemers van de PIVA-V zijn vooral in Europees Nederland gevestigd. Voor zover het organisaties in Caribisch Nederland betreft: er is nog maar een beperkt aantal overheidsorganen die afnemer zijn van de PIVA-V. Alleen het ZVK is aangesloten. In veel andere gevallen voeren de organisaties (zoals Belastingdienst) een eigen administratie. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 26

39 Dat maakt dat Burgerzaken veel uittreksels en ad-hoc verstrekkingen moet genereren, daar waar geautomatiseerde verstrekkingen mogelijk zouden zijn. Overheidsinstanties en ook Burgerzaken wensen daarom dat snel meer overheidsinstanties zich laten aansluiten op de PIVA-V. De diensten Burgerzaken in Caribisch Nederland hebben geen toegang tot de PIVA-V. Het is wel de bedoeling dat deze toegang er komt. Het is echter onduidelijk wanneer dit het geval zal zijn. De openbare lichamen willen de aansluiting op PIVA-V (en ook op de GBA-V) graag snel hebben. 4. Aanvragen, produceren en uitgeven van de identiteitskaart (sédula) Iedere ingezetene die een (nieuwe) sédula wil aanvragen meldt zich bij Burgerzaken: Voor ingezetenen met een Nederlandse nationaliteit die verkregen is in Caribisch Nederland, en die 12 jaar worden, geldt dat deze een oproep krijgen van burgerzaken om de sédula aan te vragen. Daarvoor moeten zij de oproep meenemen. Ook moet een ouder, in het bezit van een identiteitsdocument en een familieboekje 25, meekomen voor de aanvraag. Personen die immigreren verkrijgen hun sédula bij inschrijving in de PIVA. Personen van wie de geldigheidsduur van de sédula verloopt kunnen zich met hun oude sédula melden bij Burgerzaken. Personen van wie de sédula wordt vermist melden zich ook en dienen een proces verbaal van de vermissing van de politie te overleggen (zie ook punt 7). De baliemedewerker controleert de documenten en de gegevens in PIVA en CAS. Op basis daarvan wordt besloten of de ingezetene inderdaad in aanmerking komt voor een nieuwe sédula. Wanneer de aanvrager inderdaad een sédula kan krijgen dan controleert het bevoegd gezag in PIVA de gegevens die op de sédula moeten komen te staan. De foto voor de sédula wordt genomen door de afdeling Burgerzaken. De burger hoeft hiervoor niet apart te betalen. Elke afdeling Burgerzaken heeft blanco sédula s gereed liggen, die worden betrokken bij de leverancier. De sédula s zitten per doos in het systeem ingeladen om uitgegeven te worden, waarbij er geen logische volgorde in de nummering bestaat. De eilanden dienen een administratie van de blanco identiteitskaarten bij te houden. Dit gebeurt niet op alle eilanden. Met het systeem CAS wordt de blanco sédula van foto en persoonsgegevens voorzien. CAS haalt de persoonsgegevens op uit de PIVA applicatie. Een deel van de foto s op de eerste sédula s sinds bleek snel onduidelijk te worden. Dit is door een aanpassing in de beschermfolie nu voorkomen al is het effect nu nog niet goed te beoordelen. 25 Het familieboekje wordt tegen betaling afgegeven door Burgerzaken en bevat een uittreksel uit de huwelijksakte en ruimte voor de registratie van kinderen. Het familieboekje hoort bij het domein van de Burgerlijke Stand (Burgerlijk Wetboek). Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 27

40 De openbare lichamen betalen het Rijk 3,00 USD voor een blanco sédula. Het tarief voor de sédula wordt door het openbaar lichaam zelf vastgesteld. Op Bonaire wordt de sédula verstrekt voor 8,38 USD voor volwassenen en 2,79 USD voor minderjarigen. Geautomatiseerde systemen voor de sédula De persoonsgegevens die op de sédula moeten komen te staan, staan in PIVA. Bij een aanvraag van een sédula worden de gegevens van de aanvrager opgehaald uit PIVA. Deze worden ingeladen in CAS, het systeem voor productie en beheer van de sédula bij Burgerzaken. De koppeling tussen CAS en de PIVA applicatie schijnt niet altijd goed te werken. Dan moeten gegevens handmatig worden overgenomen. Daarbij kunnen fouten ontstaan. 26 De te printen gegevens worden van CAS naar een printmachine van Multipost gestuurd, die exclusief is ondergebracht bij Burgerzaken. Meestal kan daar direct mee worden gewerkt, maar soms moet de machine nog opwarmen. De sédula wordt wanneer deze uit de printer komt direct verstrekt. Het hele proces duurt daarmee twee tot tien minuten. Bij uitschrijving uit de basisadministratie PIVA, bij verhuizing of overlijden, dient de sédula te worden ingenomen en ongeldig te worden gemaakt. De openbare lichamen geven naast de identiteitskaart ook de reisdocumenten uit. Voor het aanvragen van de reisdocumenten maken de openbare lichamen gebruik van het Reisdocumenten Aanvraag en Archief Station (RAAS). Deze apparatuur is gelijk aan de apparatuur die voor de aanvraag van reisdocumenten (waaronder de NIK) wordt gebruikt in Europees Nederland. Geautomatiseerde systemen voor het paspoort Het RAAS (Reisdocumenten Aanvraag en Archief Station) wordt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) sinds 2001 beschikbaar gesteld aan de instanties die de reisdocumenten uitgeven. Sinds oktober 2001 worden in het RAAS op decentraal niveau alle aanvragen voor Nederlandse reisdocumenten opgeslagen. De producent van de Nederlandse reisdocumenten (Morpho) onderhoudt in technische zin de apparatuur en de programmatuur van RAAS. De aanvraaggegevens worden door de uitgevende instanties van de Nederlandse reisdocumenten digitaal verzonden naar de producent. De verzending vindt versleuteld plaats. Daarenboven wordt er ook nog een digitale handtekening gezet over het versleutelde aanvraagbericht. De producent bewaart alle persoonsgegevens uit de aanvraag 30 dagen. 26 Processen met betrekking tot de registratie van het document en het ID-nummer in onderliggende systemen beschrijven we in de volgende paragraaf. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 28

41 5. Aanvragen, produceren en verstrekken vreemdelingendocument In het geval een ingezetene vreemdeling is moet hij eerst een verblijfsvergunning aanvragen bij de IND. Met de papieren verblijfsvergunning, een identiteitsdocument en afschriften van uittreksels van de burgerlijke stand kan de vreemdeling zich inschrijven en een sédula aanschaffen. De geldigheidsdatum van de sédula moet gelijk zijn aan de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. Daartoe wordt de einddatum handmatig ingevoerd in CAS vóór deze op de sédula wordt geprint. Dit is in het begin niet altijd goed gegaan en werden er sédula s uitgegeven die 5 jaar geldig waren (standaard). Dit is inmiddels verbeterd. Bij vernieuwing van een sédula van een vreemdeling moet deze eerst de verlenging van zijn verblijfsvergunning tonen, dan wordt de nieuwe einddatum weer ingevoerd in CAS. 6. Controleren identiteitskaart Controles op de sédula worden uitgevoerd aan balies, maar nog niet of nauwelijks bij werkgevers op straat. Bij een controle van de identiteit aan de hand van de sédula kunnen de eerstelijns- en tweedelijns echtheidskenmerken van de sédula gebruikt worden: Eerstelijns kenmerken hebben vooral betrekking op de (direct zichtbare) vormgeving. De Caribisch Nederlandse sédula kent voor elk openbare lichamen een model, dat op slechts enkele punten afwijkt per openbaar lichaam. Zo wordt het wapen per openbaar lichaam weergegeven en de naam van het openbaar lichaam dik gedrukt. De achterzijde van de kaart is voor geheel Caribisch Nederland uniform. Tweedelijns kenmerken hebben betrekking op meer onzichtbare kenmerken. De sédula heeft enkele kenmerken die pas zichtbaar worden onder UV-licht. De sédula heeft géén derdelijns kenmerken kenmerken die voor het publiek geheim zijn en waarmee de echtheid definitief gecontroleerd zou kunnen worden. Controlerende instanties geven aan dat zij nog geen fraude (namaak, look-alike) met de sédula hebben geconstateerd. Dit wil niet zeggen dat er geen fraude met het document wordt gepleegd. Instanties als de KMar en het ZVK kunnen niet terugvallen op een digitaal register met daarin de documentnummers van alle geldige sédula s. Geautomatiseerde systemen Kmar De KMar (en politie) is (zijn) verantwoordelijk voor de handhaving van de Wet Toelating en Uitzetting BES. Omwille van deze verantwoordelijkheid scant de KMar de reisdocumenten (in sommige gevallen de sédula) van in- en uitgaand verkeer. Hiertoe maakt zij gebruik van het Border Management Systeem (BMS). De kaart (of het paspoort) wordt gescand. Vanaf de scan worden gegevens die op de kaart gedrukt staan vertaald naar tekst. Reist de houder weer uit Caribisch Nederland, dan wordt wederom een scan gemaakt en wordt door bestandsvergelijking gecontroleerd hoe lang het verblijf heeft geduurd. Door problemen met het netwerk (traagheid) wordt de scan in de praktijk niet altijd gemaakt. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 29

42 In geval van een vermoeden van vervalsing wordt telefonisch contact gezocht met Burgerzaken. Burgerzaken zoekt dan in CAS op of de sédula (documentnummer) (nog) in het maatschappelijk verkeer gebruikt mag worden. Verlies of diefstal wordt echter niet altijd geregistreerd, en een koppeling met de PIVA applicatie ontbreekt. 7. Aangeven verlies of diefstal identiteitskaart Wanneer de sédula vermist is, moet de ingezetene een proces verbaal van de politie overleggen of een verklaring afleggen. Hiermee kan de ingezetene een nieuwe sédula aanvragen. Geautomatiseerde systemen De vermissing van de sédula wordt geregistreerd in CAS. De vermissing wordt niet geregistreerd in PIVA, zoals dat wel gebeurt bij vermissing van een paspoort. Omdat CAS en de PIVA applicatie niet gekoppeld zijn, is niet in één oogopslag te zien over welke en hoeveel reis- en identiteitsdocumenten de houder beschikt en of deze vaak documenten verliest. De registratie van verloren documenten is niet via andere systemen in te zien. 8. Inleveren identiteitskaart De identiteitskaart dient te worden ingeleverd als hij ongeldig wordt of is geworden of als de houder een nieuw document heeft aangevraagd. Het document is of wordt ongeldig als de houder is overleden, buiten het openbaar lichaam gaat wonen, of omdat de kaart beschadigd is geraakt of er wijzigingen op zijn aangebracht. De sédula wordt alleen geregistreerd als ingeleverd in het systeem als de burger zelf langskomt met de betreffende kaart. Dit schijnt maar zelden te gebeuren. De ingeleverde identiteitskaart wordt doorgeknipt of er wordt een gat in geponst en weggegooid (in de wet gedefinieerd als versnippering of gecontroleerde verbranding). Geautomatiseerde systemen De ingeleverde sédula wordt geregistreerd in CAS, maar niet in PIVA. Het innameproces kan worden verbeterd. Verschillende oud-ingezetenen die wij spraken beschikten nog over een sédula waarvan de geldigheidsdatum nog niet was verstreken, terwijl zij inmiddels elders in het Koninkrijk (in Europees Nederland) stonden ingeschreven. Een dergelijke sédula is eigenlijk niet meer geldig. Dit is echter niet aan de kaart te zien. Bij een verhuizing naar een ander eiland binnen Caribisch Nederland moet men een bewijs van uitschrijving tonen bij inschrijving in het nieuwe eiland. Dat krijgt men alleen als de oude sédula wordt ingeleverd. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 30

43 9. Beheren systemen De genoemde systemen moeten worden beheerd. Daartoe zijn beheerprocessen ingericht. Denk aan technisch en applicatiebeheer. Geautomatiseerde systemen CAS, RAAS en de PIVA applicatie worden beheerd door de applicatiebeheerder van Burgerzaken. In het geval van CAS wordt deze ondersteund door BPR en leverancier Multipost. In het geval van RAAS en de PIVA applicatie wordt deze ondersteund door BPR en de respectieve leveranciers Morpho en Centric. Wat het in de lucht houden van de applicaties bemoeilijkt is de infrastructuur. De stroom en de datacommunicatieverbinding vallen regelmatig weg. Door pieken in de stroom raken servers soms (onherstelbaar) beschadigd. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 31

44 3.1.5 Wet- en regelgeving Op Rijksniveau Op Rijksniveau is vooral de Paspoortwet van belang. Hierin is vastgesteld welke reisdocumenten het Koninkrijk der Nederlanden kent. Dit is onder meer het nationaal paspoort, dat geldt voor het gehele Koninkrijk. Voorts benoemt deze wet de Nederlandse Identiteitskaart (NIK), als reisdocument van het Europese deel van Nederland. Daarnaast worden regels gesteld met betrekking tot onder meer verstrekking en vervallenverklaring van de reisdocumenten. Momenteel werkt de Nederlandse regering overigens aan een wetsvoorstel dat er toe moet leiden dat in de toekomst nieuw uit te geven NIK s geen officieel reisdocument meer zijn. De planning is om dit wetsvoorstel medio 2012 voor advies aan de Raad van State van het Koninkrijk voor te leggen. Voor de uitgifte van reisdocumenten gelden verschillende uitvoeringsregelingen voor 1) Europees Nederland en Caribisch Nederland, 2)de Caribische landen, 3) de KMar en 4) het buitenland. Deze regelingen zijn slechts op een aantal punten verschillend. Voor dit onderzoek is het relevant om te constateren dat de sédula geen reisdocument voor het Koninkrijk is, en dat de NIK enkel een reisdocument voor het Europese deel van Nederland is. De NIK is niet verkrijgbaar en niet geldig in Caribisch Nederland of de Caribische landen. Voor een groter detailniveau met betrekking tot Rijkswet- en regelgeving verwijzen we naar bijlage 8. In Caribisch Nederland Dan is er de wetgeving voor Caribisch Nederland. Deze bestaat voornamelijk uit voormalig Nederlands-Antilliaanse wetgeving die bij de staatkundige hervorming van met enkele aanpassingen in het land Nederland is ingevoerd als Nederlandse wetgeving. Deze wetgeving geldt alleen in het Caribische gedeelte van Nederland en is aangevuld met nieuwe wetgeving die met ingang van deze datum in Caribisch Nederland van kracht is geworden. Veel wetgeving die in Caribisch Nederland van kracht is, wijkt af van de wetgeving die voor het Europese deel van Nederland geldt. Dat zal niet zo blijven. Op dit moment is nog niet voorzien op welke termijn de afwijkingen in de regelgeving worden opgeheven. ( ). Deze termijn zal per beleidsterrein kunnen verschillen. Uitgangspunt is in ieder geval dat de eerste vijf jaar na de transitie een periode van legislatieve terughoudendheid zal worden ingenomen, aldus de regering. 27 Voor onderhavige opdracht wordt met betrekking tot Caribisch Nederland, naast de wet- en regelgeving op Rijksniveau de volgende wet- en regelgeving betrokken: 27 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6, blz. 4. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 32

45 Wet identiteitskaarten BES De Wet identiteitskaarten BES regelt dat iedereen die 12 jaar of ouder is en in de basisadministratie personen van de openbare lichamen is opgenomen, in het bezit dient te zijn van een geldige identiteitskaart die door of namens de gezaghebber van het openbaar lichaam is afgegeven. Daarnaast vermeldt deze wet de persoonsgegevens die in ieder geval op de identiteitskaart dienen te staan. Ook regelt deze wet het gebruik van het ID-nummer. In het Besluit identiteitskaarten BES is onder meer vastgelegd op welke wijze de administratie rondom de uitgifte van identiteitskaarten vormgegeven dient te worden. In de Regeling identiteitskaarten BES zijn drie modellen identiteitskaarten vastgesteld; één voor elk openbaar lichaam. Waar de wet spreekt over identiteitskaart, is op de openbare lichamen de term sédula gangbaar, een term die wij ook hier hanteren. Wet identificatieplicht BES De Wet identificatieplicht BES regelt dat iedere persoon vanaf 12 jaar een geldig identiteitsbewijs bij zich moet dragen (dit kan een sédula zijn, maar bijvoorbeeld ook een paspoort of rijbewijs) en in welke gevallen deze getoond dient te worden. Wet toelating en uitzetting BES De Wet Toelating en Uitzetting BES wijst de sédula aan als vreemdelingendocument. Deze wet bevat regels omtrent toegang en verblijf op de openbare lichamen voor vreemdelingen en voor aan vreemdelingen gelijkgestelde Nederlanders. Tot deze laatste categorie behoren de volgende hoofdgroepen: Nederlanders, geboren buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba; Nederlanders die buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba de Nederlandse nationaliteit verkregen hebben. Op deze hoofdregel bestaat een aantal uitzonderingen. De belangrijkste zijn: Nederlanders, van wie (één van) de ouders (is) zijn geboren op Bonaire, Sint Eustatius of Saba; Nederlanders, die sinds op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wonen en staan ingeschreven. Voor de Nederlanders op wie de Wet toelating en uitzetting BES betrekking heeft, gebruiken wij de term aan vreemdelingen gelijkgestelde Nederlanders. In de Regeling toelating en uitzetting BES zijn meer specifieke bepalingen opgenomen omtrent het toelatings- en uitzettingsbeleid. De Wet TU BES benoemt de sédula niet als geldig document voor grensoverschrijding voor vreemdelingen. Op basis van artikel 2 Wet TU BES en artikel 3.6. Besluit toelating en uitzetting BES wordt de sédula voor houders van de Nederlandse nationaliteit voor Caribisch Nederland wel als zodanig geaccepteerd. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 33

46 Wet basisadministraties persoonsgegevens BES Deze wet heeft uitsluitend betrekking op Caribisch Nederland en regelt dat op elk van de openbare lichamen een geautomatiseerde administratie van de bevolking PIVA - aanwezig is. Het bestuurscollege van elk openbaar lichaam is verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens in deze administratie. Daarnaast legt deze wet de basis voor het regime voor de verstrekking van gegevens uit de administratie. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor een voorziening ten behoeve van systematische verstrekking van gegevens PIVA-V - en draagt zorg voor een stelsel van berichtuitwisseling ten behoeve van het bijhouden van de basisadministraties van de openbare lichamen bij immigraties vanuit andere delen van het Koninkrijk. Het Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES en de Regeling basisadministraties BES treffen nadere regels met betrekking tot hetgeen is vastgelegd in de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES. Wet bescherming persoonsgegevens BES De Wet bescherming persoonsgegevens BES regelt de bescherming van persoonsgegevens die in een al dan niet geautomatiseerd bestand zijn opgenomen. Artikel 2, tweede lid onder d bepaalt dat deze wet niet van toepassing is op de uitvoering van de Wet basisadministratie persoonsgegevens. Wel is het van belang dat deze wet er is indien het ID-nummer wordt vervangen door het BSN. De bescherming van persoonsgegevens in het kader van het BSN wordt namelijk enerzijds geregeld in de Wet algemene bepalingen Burgerservicenummer en anderzijds in de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor onderhavig onderzoek ligt de relevantie van de Wet bescherming persoonsgegevens BES dan ook bij de invoering van het BSN Actoren De belangrijkste actoren die betrokken zijn bij de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland zijn: Afdelingen Burgerzaken van de openbare lichamen. De afdelingen Burgerzaken voeren de basisadministratie personen, het beheer van de verstrekte persoonsnummers, en personaliseren, verstrekken en beheren de reis en identiteitsdocumenten. IND. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het toelatings- en uitzettingsbeleid op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De IND verleent de verblijfsvergunning of de verklaring van rechtswege waarmee een vreemdeling of een aan een vreemdeling gelijkgestelde Nederlander zich dient in te laten schrijven in de basisadministratie persoonsgegevens. Eenmaal ingeschreven wordt aan de betreffende persoon een sédula uitgereikt (door Burgerzaken). Politie en Koninklijke Marechaussee (KMar). Politie en KMar kunnen de identiteit van personen controleren. Burgers moeten op verzoek een identiteitsdocument tonen. Welk document dat is, hangt af van de reden van het verzoek. Soms kan het gaan om de sédula. Er zijn mogelijkheden om de geldigheid en echtheid van een sédula te controleren. Caribisch Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 34

47 Agentschap BPR. Het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) beheert (o.a.) systemen voor het bijhouden van de basisadministratie personen en de identiteitskaart (sédula). Ook ondersteunt ze Caribisch Nederland bij het verbeteren van de processen en bij de uitgifte van de reisdocumenten zoals het paspoort. Leverancier Centric. Centric levert de computersystemen waarmee invulling wordt gegeven aan het beheer van de basisadministratie personen (de Key2PIVA NOBO). Leverancier Multipost. Multipost levert en onderhoudt de apparatuur waarmee de afdelingen Burgerzaken de sédula kunnen personaliseren en de beheerregistratie kunnen voeren. Leverancier Morpho. Morpho is de leverancier van de apparatuur waarmee de afdelingen Burgerzaken de paspoortuitgifte verzorgen en de producent van de paspoorten. 3.2 Caribische landen: huidige identiteitsinfrastructuur De identiteitsinfrastructuur in de Caribische Landen is vrijwel gelijk aan die zoals beschreven voor Caribisch Nederland. In deze paragraaf zullen wij ons dan ook beperken tot het beschrijven van de verschillen tussen deze twee identiteitsinfrastructuren Identiteitsdocumenten Identiteitskaart In Aruba is het voor ingezetenen niet verplicht om een sédula (in Aruba cedula ) te hebben. Er is ook geen wettelijke identificatieplicht. Net als in Caribisch Nederland is de sédula van Curaçao een verplicht identiteitsdocument voor alle ingezetenen vanaf 12 jaar. De prijs is Nafl 15,-. Op Curaçao geldt ook een identificatieplicht. Curaçao werkt aan de ontwikkeling van een nieuw model sédula, als vervanging van het oude model waarop nog Nederlandse Antillen en Eilandgebied Curaçao vermeld staat. Het is niet bekend wanneer dit document gereed is, Sint Maarten noemt de sédula de ID-card. Het document is verplicht voor ingezetenen vanaf 12 jaar, en er is een identificatieplicht op het eiland. Het eiland heeft in oktober 2011 een nieuw model IDcard geïntroduceerd (met MRZ). De identiteitskaarten van de drie Caribische landen hebben dezelfde functionaliteiten als de sédula in Caribisch Nederland (identiteitsbewijs, aantonen ingezetenschap, grensoverschrijding). 28 Ten behoeve van grensoverschrijding van kinderen onder de 12 jaar wordt ook het familieboekje (oogluikend) toegestaan in de Caribische landen. 29 Alle Caribische sédula beschikken over een MRZ (met uitzonderding van die van Curaçao), maar deze wordt (nog) niet gebruikt in processen met betrekking tot grensoverschrijding. Alle eilanden maken gebruik van het BMS (dat werkt met scans). Caribische landen: huidige identiteitsinfrastructuur 35

48 Behalve aan Nederlanders wordt de kaart ook verstrekt aan vreemdelingen met een geldige verblijfsvergunning voor het betreffende land: Er is op Aruba geen aparte code op de cedula voor vreemdelingen die informatie geeft over de verblijfsstatus. Wel staat de nationaliteit van de houder op de cedula. De vreemdeling moet naast de cedula zijn papieren verblijfsvergunning kunnen tonen. Curaçao en Sint-Maarten gebruiken (net als Caribisch Nederland) het CRV-nummer als nummer voor vreemdelingen. Maar alleen in Sint Maarten wordt dit nummer op de kaart vermeldt. De cedula/sédula/id-card van de landen speelt geen rol in het kader van de zorgverzekering. De identiteitskaart wordt in de Caribische landen meer gebruikt in het maatschappelijk verkeer dan in Caribisch Nederland. Veel instanties op Curaçao (Aqualectra, UTS, TDS) eisen de sédula als identificatie ter verkrijging van hun product(en) Persoonsgebonden nummer De Caribische landen kennen net als Caribisch Nederland het ID-nummer. Het ID-nummer wordt op hetzelfde moment en op dezelfde manier aangemaakt als het ID-nummer in Caribisch Nederland (in PIVA). Het heeft dus 10 cijfers, is opgebouwd uit geboortedatum en volgnummer en kan niet de 11- proef doorstaan. Zeker in de landen, die groter zijn dan de openbare lichamen van Caribisch Nederland, kan het voorkomen dat de reeks volgnummers van een eiland uitgeput raakt. Een enkele keer is daarom een volgnummer uit de reeks van een ander eiland verstrekt zonder dat dit goed is geregistreerd op dat eiland. Zo kan het incidenteel voorkomen dat hetzelfde ID-nummer op twee eilanden is verstrekt. Beheer hierop ontbreekt Registraties Basisadministratie persoonsgegevens Zoals in Caribisch Nederland voeren de drie landen elk een lokale basisadministratie met behulp van dezelfde versie van PIVA als in Caribisch Nederland. De gegevens in de PIVA s van de Caribische landen zijn in beginsel dezelfde als die in PIVA van Caribisch Nederland. Ook de persoonslijsten in de Caribische landen hebben bijvoorbeeld een A-nummer. In Caribisch Nederland bestaat het huwelijk tussen personen van gelijk geslacht niet, evenmin als het geregistreerd partnerschap. Gegevens over deze gebeurtenissen kunnen dan ook niet in PIVA worden vastgelegd. De Caribische landen hebben niet zoals Caribisch Nederland de laatste jaren extra steun vanuit Europees Nederland ontvangen voor verbetering van de kwaliteit van de persoonsgegevens in PIVA. Maar de landen werken hard aan het verbeteren van de juistheid en de volledigheid van de persoonsgegevens in PIVA: Zo zal Aruba een bestandsvergelijking uitvoeren tussen PIVA, het systeem Radex (van het vliegveld) en het systeem van AZV (de ziektekostenverzekeraar). Na onderzoek van de geconstateerde verschillen kunnen dan wijzigingen in PIVA worden doorgevoerd. Caribische landen: huidige identiteitsinfrastructuur 36

49 Omdat de PIVA s van de landen groter zijn dan die van Caribisch Nederland, is dit een grotere opgave. Aruba verwacht dat op basis van de bestandvergelijking ongeveer persoonslijsten zullen kunnen worden opgeschort. Curaçao werkt aan een stelsel van basisregistraties voor de eigen overheidsdiensten. PIVA is één van die basisregistraties. Het ligt voor de hand dat overheidsinstanties dan verplicht worden tot gebruik van de gegevens, en dat zij fouten moeten terugmelden. Ook Sint Maarten heeft een kwaliteitsprogramma en werkt aan de ontwikkeling van een eigen verstrekkingenvoorziening. De drie basisadministraties persoonsgegevens beschikken echter niet over een verstrekkingenvoorziening (zoals GBA-V of PIVA-V). Andere overheidsorganisaties in Europees Nederland, Caribisch Nederland of in de Caribische landen hebben geen inzage in elkaars PIVA. Wel zijn de landen aangesloten bij het systeem voor de uitwisseling van persoonsgegevens bij migraties tussen de verschillende delen van het Koninkrijk, die plaatsvindt op basis van het Bestuursakkoord uitwisseling persoonsgegevens. Hiervoor wordt in het Caribisch gebied de PIVA mailbox gebruikt en voor uitwisseling met Europees Nederland de PIVA-GBA-Koppeling. Bestandsvergelijkingen tussen de zes Caribische eilanden onderling hebben sinds nog niet plaatsgevonden. Deze waren vóór gebruikelijk in verband met het voorkomen van dubbele inschrijvingen, ondanks de afspraken inzake migraties binnen het Koninkrijk. Reis en identiteitsdocumentregistratie De belangrijkste verschillen voor wat betreft de documentnummerregistratie is dat deze in Aruba afwijkt van die in de rest van het Caribische deel van het Koninkrijk. Het documentnummer van de cedula komt in Aruba namelijk wel op de PL in PIVA te staan. Dit wordt niet gebruikt in verband met grenscontroles of bij veelvuldige vermissingen. Over de vaststelling en registratie van documentnummers van de sédula s in de Caribische landen zijn ons geen gegevens bekend. De Caribische landen gebruiken dezelfde processen en systemen voor de uitgifte van paspoorten als in Caribisch Nederland Processen Processen met betrekking tot de aanvraag en de uitgifte van documenten en nummers, en met betrekking tot het vastleggen van gegevens, komen in Caribisch Nederland en de Caribische landen sterk overeen. De belangrijkste verschillen zijn: Op de in paragraaf beschreven procedure bij verhuizingen bestaat een uitzondering. Tussen Aruba en Sint Maarten is de bestuurlijke afspraak gemaakt dat bij een verhuizing tussen deze landen een bericht wordt verstuurd van het land van vestiging naar het land van vertrek. Naar aanleiding hiervan wordt het vertrek ambtshalve verwerkt. Caribische landen: huidige identiteitsinfrastructuur 37

50 De aanvraag van de sédula wordt in Aruba verwerkt op een manier die vergelijkbaar is met die van het paspoort. Dit gebeurt met een systeem dat lijkt op het RAAS. De registratie in PIVA verloopt, net als bij het paspoort, geautomatiseerd. De Arubaanse cedula wordt in Europees Nederland geproduceerd. Nederlanders kunnen hun paspoort na twee weken afhalen, ingezetenen kunnen hun cedula na 3 weken afhalen. De kaart kent meer echtheidskenmerken dan die in Caribisch Nederland. Op de kaart (chip) worden geen biometrische kenmerken opgenomen (vingerafdruk) Wet- en regelgeving Rijkswet Voor wat betreft rijkswet en regelgeving verwijzen we u naar paragraaf (pagina Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.). Voor dit onderzoek is het nog relevant om te constateren dat de sédula geen reisdocument voor het Koninkrijk is, en dat de NIK enkel een reisdocument voor het Europese deel van Nederland is. De NIK is niet verkrijgbaar en niet geldig in Caribisch Nederland of de Caribische landen. Aruba De Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister legt in Aruba de basis voor het aanleggen, inrichten en bijhouden van bevolkingsregisters. Meer specifiek is in het Landsbesluit bevolkingsregister geregeld op welke wijze hier in de praktijk uitvoering aan gegeven dient te worden. Dit landsbesluit regelt onder meer dat er een Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister is en welke gegevens het bevolkingsregister tenminste omvat. Daarnaast kan het register met andere gegevens worden aangevuld die in het belang van de dienst nodig worden geacht. Afwijkend van de bevolkingsregisters in Nederland en Caribisch Nederland is het Arubaanse bevolkingsregister ingericht op basis van gezinskaarten. Op grond van genoemd besluit dient van een verhuizing naar een locatie binnen (de voormalige) Nederlandse Antillen of Nederland terstond een duplicaat getuigschrift van deze verandering naar de houder van het betreffende bevolkingsregister verstuurd te worden. Aruba kent geen wettelijke identificatieplicht. In de Identiteitslandsverordening is de verstrekking van identiteitskaarten geregeld. Identiteitskaarten worden afgegeven aan degene die in het bevolkingsregister van Aruba staat ingeschreven en hebben een geldigheidsduur van vijf jaar. Het afgeven van een identiteitskaart is derhalve niet gekoppeld aan nationaliteit. Daarnaast bepaalt de verordening welke gegeven in ieder geval op de kaart weergegeven dienen te worden. Bij landsbesluit is het model identiteitskaart vastgesteld. Curaçao De relevante landsverordeningen hebben we vooralsnog nog niet mogen ontvangen. Caribische landen: huidige identiteitsinfrastructuur 38

51 Sint Maarten Alle wet- en regelgeving op het gebied van de basisadministratie, identiteitskaarten en de identificatieplicht op Sint Maarten, dateert van voor de landswording en is van het eilandgebied Sint Maarten overgegaan op het land Sint Maarten. In de Verordening basisadministratie persoonsgegevens wordt geregeld dat er een geautomatiseerde basisadministratie met persoonsgegeven over de bevolking van Sint Maarten bestaat. In het Uitvoeringsbesluit basisadministratie is meer specifiek aangegeven op welke wijze uitvoering gegeven dient te worden aan deze verordening. De verordening is grotendeels gelijkt aan de Wet basisadministratie persoonsgegevens BES. In de Landsverordening identiteitskaarten is de basis gelegd voor de uitgifte van identiteitskaarten voor Sint Maarten. Het model identiteitskaart is vastgesteld bij het Landsbesluit identiteitskaarten. Inmiddels wordt er op Sint Maarten een nieuw model identiteitskaart verstrekt, welke nog geen basis heeft in het Landsbesluit identiteitskaarten. Betrokkenen gegeven aan dat er een nieuw besluit in voorbereiding is. Op Sint Maarten geldt een identificatieplicht die vergelijkbaar is met die in Caribisch Nederland. Ieder persoon vanaf 12 jaar dient altijd een identificatiebewijs bij zich te dragen. Meer specifieke regels zijn gesteld bij het Landsbesluit identificatieplicht Actoren De actoren in de Caribische landen zijn grotendeels dezelfde als die in Caribisch Nederland. Toch zijn er enkele verschillen: De Caribische landen krijgen dezelfde ondersteuning van Agentschap BPR als vóór Deze is beperkter dan de ondersteuning die Caribisch Nederland (nu) krijgt. Het Agentschap BPR ondersteunt de Caribische landen alleen in het kader van de Paspoortwet en, wat betreft PIVA, in het kader van het Bestuursakkoord uitwisseling persoonsgegevens en, desgevraagd, met adviezen of toelichtingen. De IND heeft in Caribische landen een beperktere rol dan in Caribisch Nederland. Zij heeft daar alleen een rol op het gebied van het Nederlanderschap. De KMar heeft geen formele rol in de Caribische landen. Alleen Curaçao maakt voor de identiteitskaarten ook gebruik van Multipost. Aruba maakt gebruik van Morpho en Sint Maarten van een derde leverancier (die geen directe relatie heeft met de huidige sédula van Caribisch Nederland of met de leverancier van Nederlandse paspoorten en NIKs). Caribische landen: huidige identiteitsinfrastructuur 39

52 3.3 Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur Identiteitsdocumenten Nederlandse identiteitskaart (NIK) Eén van de twee identiteitsdocumenten die object van onderzoek zijn, is de NIK (naast het vreemdelingendocument). Iedere Nederlander die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente is ingeschreven, of die woonachtig is in een land waarvoor de NIK geldig is, heeft recht op verstrekking van een Nederlandse identiteitskaart. 30 Dit betekent dat Nederlanders die ingezetene zijn van één van de openbare lichamen of van de Caribische landen geen NIK kunnen verkrijgen en dat de NIK niet geldig is in het Caribisch gebied. Ook betekent dit dat de aanschaf van een NIK niet verplicht is. Andersom kan de NIK niet worden geweigerd aan een Nederlander die woonachtig is in één van de landen waar de NIK geldig is. Op basis van de Wet op de Identificatieplicht moeten alle Nederlanders vanaf 14 jaar zich kunnen identificeren. Hieronder is het model van de NIK opgenomen. 31 De Paspoortwet regelt welke gegevens op elk reisdocument vermeld moeten zijn, te weten: Geslachtsnaam Geboortedatum Geslacht Voornamen Lengte Geboorteplaats Autoriteit die het document heeft verstrekt De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in zijn hoedanigheid als minister van het Koninkrijk bepalen in welke gevallen kan worden afgezien van vermelding van respectievelijk: geboorteplaats, woonplaats, adres en lengte (artikel 3 van de Paspoortwet). Voor wat betreft de NIK (en het paspoort) worden in het door de minister van BZK vastgestelde model de woonplaats en het adres van de betrokkene niet vermeld. 30 Paspoortwet, artikel 16a 31 Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 40

53 De twee functies van de NIK zijn: Het zijn van een reisdocument (op basis van de Paspoortwet) Het zijn van een identiteitsdocument (op basis van de Wet op de Identificatieplicht). De NIK is een officieel reisdocument dat voldoet aan de criteria van de Europese verordening biometrie uit Met de NIK kan een Nederlander zich dan ook binnen de gehele EU/EER identificeren (alle landen van de EU plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Dat betekent dat de houder zich ook kan identificeren in overzeese gebieden die onderdeel zijn van de Europese Unie (ultra perifere gebieden) zoals Guadeloupe en Martinique. Momenteel werkt de Nederlandse regering aan een wetsvoorstel dat er toe moet leiden dat in de toekomst nieuw uit te geven NIK s geen officieel reisdocument meer zijn. 32 De planning is om dit wetsvoorstel medio 2012 voor advies aan de Raad van State van het Koninkrijk voor te leggen. Op grond van de Europese regelgeving inzake vrij verkeer van personen 33, de afspraken met de EER landen en het Verdrag van Schengen zal dan nog steeds met de NIK tussen de lidstaten van de EU, de EER en de bij het Verdrag van Schengen aangesloten landen gereisd mogen worden. Het is nog niet duidelijk of dit ook mogelijk blijft voor de overige genoemde landen waar de NIK momenteel geldig is (Andorra, Monaco, San Marino en Turkije). Met de NIK kan niet naar het Caribische deel van Nederland of naar de Caribische landen van het Koninkrijk worden gereisd. De NIK kan daar evenmin als identiteitsbewijs worden gebruikt. Het bovenstaande houdt in dat voor reizen tussen het Europese en het Caribische deel van het Koninkrijk altijd een paspoort noodzakelijk is. Vreemdelingendocument Het andere identiteitsdocument dat hier object van onderzoek is, is het vreemdelingendocument. Het vreemdelingendocument is verplicht voor alle vreemdelingen die langere tijd in Nederland willen verblijven en die niet afkomstig zijn uit een EU-land of een EER-land. Er wordt verschil gemaakt tussen drie categorieën rechtmatig verblijvende vreemdelingen en dus zijn er drie modellen van het vreemdelingendocument, te weten voor: Diverse verblijfsdoelen met betrekking tot arbeid en studie, uitgegeven door de IND. W-documenten voor asielzoekers, uitgegeven door de IND. Het W-document is ook voor vreemdelingen die asiel hebben aangevraagd en nog geen (definitieve) beslissing op hun aanvraag hebben ontvangen. Geprivilegieerden (diplomatiek en consulair personeel) uitgegeven door Buitenlandse Zaken (van dit model wordt onderstaand geen afbeelding gegeven). 32 Zie onder meer: Ministerie van BZK, Geldigheid van de Nederlandse Identiteitskaart buiten de landen van de Europese Unie (nieuwsbericht), d.d Europese Overeenkomst nopens het verkeer van personen tussen de lidstaten van de Raad van Europa gesloten Trb. 1960, 103. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 41

54 Het Vreemdelingendocument ziet er als volgt uit: Er kan niet met dit document worden gereisd. Vreemdelingen en vluchtelingen met een verblijfsvergunning die niet over een geldig paspoort beschikken en dat ook niet kunnen krijgen van het land van nationaliteit, kunnen in Nederland een reisdocument voor vreemdelingen of vluchtelingen aanvragen (ook wel Vreemdelingenpaspoort genoemd) Persoonsgebonden nummer In het Europese deel van Nederland is het Burgerservicenummer (BSN) het nummer voor communicatie tussen overheid en burger. Het BSN is een uniek persoonsnummer. Kenmerken van het BSN zijn: Het BSN is een uniek en betekenisloos nummer. Het BSN bestaat uit 9 cijfers. Het BSN wordt random gegenereerd. Het BSN kan de zogenaamde 11-proef doorstaan. Het BSN mag gebruikt worden door alle overheidsinstellingen. Iedereen die is ingeschreven in de GBA, Nederlander of vreemdeling, heeft een BSN. Deze is verkregen bij de eerste inschrijving in de GBA (vaak de geboorte). Voor het beheer van het BSN is de Beheervoorziening BSN gecreëerd. Daarin worden alle uitgegeven BSN-nummers bewaard met de identificerende persoonsgegevens. Bij elke nieuwe inschrijving in de GBA wordt de zogenaamde presentievraag gesteld waarbij aan de hand van de identificerende gegevens van een persoon wordt gecontroleerd of de persoon al een BSN heeft. Daarmee wordt voorkomen dat een nummer dubbel wordt verstrekt. Een overheidsorganisatie mag sinds de invoering van het BSN geen ander identificatienummer meer aan een individu vragen. Daarnaast kunnen bij of krachtens de wet gevallen worden geregeld waarin ook anderen dan overheidsorganen van het BSN gebruik mogen maken. Dit zijn onder andere zorginstellingen en financiële instellingen. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 42

55 3.3.3 Registraties Basisadministratie persoonsgegevens De basisadministratie persoonsgegevens voor Europees Nederland is de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Elke Nederlandse gemeente houdt een decentraal GBA-bestand bij. Dit wordt gebruikt als basisregistratie voor de gehele overheid, en door andere organisaties die persoonsgegevens nodig hebben voor de uitvoering van een wettelijke taak. In de GBA worden de volgende personen ingeschreven: 34 Diegene die niet in de basisadministratie is ingeschreven en naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden, wordt ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente waar hij zijn adres heeft wanneer hij: a) de Nederlandse nationaliteit bezit, b) op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld of c) vreemdeling is en rechtmatig verblijf in Nederland geniet. 35 Van deze basisregel wordt afgeweken voor in Nederland hun dienst uitoefenende militairen en burgerpersoneel behorend tot de krijgsmacht van een NAVO-lidstaat, inclusief echtgenoten en kinderen. Deze groep komt niet voor inschrijving in aanmerking. 36 Ook diplomatiek en consulair personeel, waaronder diegenen die met die status werken bij een internationale organisatie hoeven zich niet in te schrijven in het GBA. In de Wet GBA is vastgelegd welke gegevens exact in deze registratie zijn opgenomen. Een precieze uitwerking daarvan staat (ook) in het Logisch Ontwerp GBA. 37 Alle bevolkingsadministraties van het Koninkrijk kennen een gemeenschappelijk persoonsgebonden nummer, het zogeheten A-nummer. Dit nummer wordt toegekend aan een persoon bij het aanleggen van een persoonslijst en verhuist mee met migraties tussen de verschillende delen van het Koninkrijk. Hierdoor is elke persoon individueel te onderscheiden binnen het Koninkrijk. De nummers worden verstrekt door BPR. Het A-nummer wordt alleen gebruikt tussen overheden, niet in de communicatie tussen overheid en burger. Zolang niet elke ingeschrevene binnen het Koninkrijk een BSN heeft, is het noodzakelijk de A-nummersystematiek te handhaven en zo persoonslijsten binnen het Koninkrijk uit te wisselen. De gegevenssets van de GBA en de PIVA kennen enkele verschillen. Zo wordt bij de categorie verblijfplaats in de GBA een postcode en woonplaatsnaam opgenomen, maar in de PIVA niet. 34 Artikel 26, eerste lid, Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. 35 Rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet. 36 Artikel 54, Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. 37 Logisch Ontwerp GBA, versie 3.7. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 43

56 De straatnaam-, postcode- en woonplaatsgegevens worden in Europees Nederland overgenomen uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Ook kent de GBA een gegevenscategorie verblijfstitel, maar kent de PIVA deze niet. Daarnaast zijn er nog kleine verschillen met betrekking tot de labels van gegevens. Zo heet de tabel met persoonsnummers in de GBA BSN, en in de PIVA ID-nummer. Ook spreekt de GBA van gemeente en de PIVA van eiland. De gegevens in de GBA kennen ook onvolkomenheden. Uit onderzoek, uitgevoerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken, bleek dat in 2009 bij 5% van de personen fouten zaten in de administratieve gegevens. 38 Het zelfreinigend vermogen van de Gemeentelijke Basisadministratie is relatief groot. Omdat het gebruik van de gegevens verplicht is voor alle overheden, en omdat overheden verplicht zijn om bij gerede twijfel over de juistheid van de gegevens een terugmelding te doen aan de verantwoordelijke gemeente, worden fouten in de authentieke gegevens (o.a. naam, adres, woonplaats) snel verbeterd. Identiteitsdocumentregistratie Welke NIK s in omloop zijn wordt bijgehouden in de reisdocumenten-administratie in RAAS. Deze bevindt zich in de gemeente die de NIK heeft verstrekt. Om na een verhuizing naar een andere gemeente te kunnen zien of iemand over een paspoort of NIK beschikt, worden enkele gegevens ook op de persoonslijst in de GBA gezet. Het beheer van de reisdocumenten wordt verder gefaciliteerd door het Basisregister Reisdocumenten, het Verificatieregister Reisdocumenten en het Register Paspoortsignaleringen. In het geval dat een NIK niet meer in het reguliere verkeer voor mag komen, wordt dit geregistreerd in het Basisregister Reisdocumenten (BRR). Het gaat dan om gestolen of verloren documenten en om documenten waarvan de houder is overleden en het document nog niet is ingeleverd. In het BRR staan naast het documentnummer verschillende gegevens over de houder, de reden van de opname, enz. Het grootste gedeelte van deze gegevens is geautomatiseerd afkomstig uit de GBA. Een ander gedeelte wordt handmatig ingevoerd, bijvoorbeeld als vanuit het PIVA-gebied of een Nederlands consulaat een formulier wordt aangeleverd inzake een vermist document. Verificatie of documenten nog in omloop mogen zijn geschiedt in principe aan de hand van het documentnummer. Om verificatie mogelijk te maken wordt dagelijks vanuit het BRR het Verificatieregister reisdocumenten (VR) opgebouwd. Hierin staan alleen de nummers van ongeldige documenten. Organisaties die geautoriseerd zijn krijgen toegang tot het VR om te kunnen verifiëren 38 Verslag van een algemeen overleg van Kamerleden Van Beek, Heijnen, Leerdam, Van Raak & Smilde en staatssecretaris Bijleveld-Schouten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 28 juli Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 44

57 of aangeboden documenten al dan niet geregistreerd staan. 39 Dit kan ook via de web interface van de BV BSN. Het Register Paspoortsignaleringen is een overzichtslijst van personen die niet zomaar een nieuw paspoort mogen krijgen, of die hun paspoort moeten inleveren. Dit bijvoorbeeld omdat er fraude vermoed wordt of geconstateerd is. In het kader van de internationale samenwerking zijn er nog de databases NSIS (Nationaal Schengen Informatiesysteem) en SLTD (Stolen and Lost Travel Documents database van Interpol). De politie voedt het NSIS, op basis van processen verbaal van vermissing van een reisdocument of op basis van een bericht uit de GBA of informatie uit het BRR (bijvoorbeeld over vermissingen in het PIVA-gebied). De opgevoerde informatie wordt vervolgens toegezonden aan de SLTD. Welke vreemdelingendocumenten in omloop mogen zijn wordt op een andere manier geregistreerd. De IND beheert een eigen register waarin zij persoonsgegevens en documentgegevens bijhoudt. Dit register is gekoppeld met de GBA. Documentnummers van vreemdelingendocumenten komen echter niet op de PL (en via de GBA in het BRR en het VR) te staan. Vermoedt een instantie fraude of een ander probleem, dan kan zij ter controle contact opnemen met de IND Processen 1. Creëren van persoonsgegevens In Europees Nederland worden gegevens betreffende de burgerlijke staat van personen bijgehouden in akten van de burgerlijke stand. Dit gebeurt in principe op dezelfde manier als in Caribisch Nederland en de Caribische landen. Europees Nederland wijkt af van Caribisch Nederland en de Caribische landen omdat het een geregistreerd partnerschap kent en dat een huwelijk en geregistreerd partnerschap ook kan bestaan tussen twee personen van hetzelfde geslacht. 2. Beheer van persoonsgegevens in de basisadministratie Alle ingezetenen van een gemeente moeten zijn ingeschreven in de basisadministratie van die gemeente. De meeste nieuwe persoonslijsten komen tot stand door het registreren van een geboorte. Van iedere geboorte op Nederlands grondgebied moet binnen drie werkdagen aangifte worden gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het kind is geboren. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt de geboorteakte op. Hiervan gaat een melding naar de ambtenaar GBA die een persoonslijst aanmaakt. Wordt een kind geboren in een andere gemeente dan waar het zal gaan wonen, dan stuurt de gemeente waar aangifte van geboorte is gedaan een GBA-bericht naar de gemeente waar het kind zal gaan wonen. De woongemeente schrijft het kind in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) in. 39 Een beperkt aantal organisaties kan gegevens verstrekt krijgen uit het BRR (zie artikel 4 van de Paspoortwet). Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 45

58 Geautomatiseerde systemen, GBA De GBA is een grotendeels geautomatiseerd systeem. Het is nu nog een decentraal systeem waarbij de gemeenten verantwoordelijk zijn voor het bijhouden van de persoonsgegevens van hun eigen inwoners. Alle overheden zijn verplicht gebruik te maken van de gegevens uit de GBA, al dan niet via systemen als de Beheervoorziening BSN. Dat betekent dat er veel berichtenverkeer plaatsvindt in dat verband. Dit verkeer vindt altijd plaats via Gemnet. Gemnet is een besloten netwerk voor alle gemeenten, woningcorporaties, provincies, ministeries, waterschappen en andere overheden. Mutaties op de persoonslijsten in de GBA als gevolg van een wijziging in de burgerlijke staat komen grotendeels geautomatiseerd tot stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt een akte of een latere vermelding (een wijzigingsakte, zoals bijvoorbeeld een echtscheiding) aan in de burgerlijke stand module van de GBA. Na het opmaken worden de akten uitgeprint en op papier bewaard..indien de betreffende persoon die geen inwoner is van de gemeente, wordt er automatisch een bericht gegenereerd dat verstuurd wordt aan de gemeente van inschrijving. De gemeente van inschrijving draagt vervolgens zorg voor het bijwerken van de persoonsgegevens in de GBA. Andere mutaties in de GBA, zoals veranderingen in de nationaliteit of het woonadres, worden door Burgerzaken in de GBA doorgevoerd. De brondocumenten worden bewaard in het archief. Bij het aanmaken van een nieuwe persoonslijst wordt via de Beheervoorziening BSN de presentievraag gesteld. Als de persoon nog geen BSN heeft kent de gemeente een nieuw BSN toe uit de voorraad toegewezen nummers. Na inschrijving wordt een bericht met de PL verzonden naar de beheervoorziening BSN, zodat daar ook bekend is dat de persoon een BSN heeft ontvangen. Voor zowel de GBA als de burgerlijke stand liggen wetsvoorstellen klaar die gevolgen hebben voor de wijze waarop beide stelsels zijn vormgegeven. De Wet Basisregistratie Personen (BRP) bepaalt dat de GBA van een decentraal stelsel waarin elke gemeente de eigen database met gegevens van ingezetenen beheert, een centrale database wordt onder beheer van BPR. De centrale voorzieningen worden in de loop van dit en volgend jaar opgeleverd voor het uitvoeren van testen. In de jaren daarna zullen gemeenten gaan overstappen naar debrp. Dat is een omvangrijke operatie voor elke gemeente. Gemeenten die zich hierop aansluiten zullen een constante verbinding met een centrale database onderhouden. De aansluiting op deze centrale voorzieningen is verplicht. De Wet Elektronische dienstverlening burgerlijke stand maakt het voor gemeenten mogelijk om akten van de burgerlijke stand uitsluitend nog digitaal op te slaan. Zij zullen hiervoor substitutie moeten aanvragen, maar daarna zal het mogelijk zijn om de digitale akte als de originele akte te gebruiken. Dit moet leiden tot doelmatiger dienstverlening van gemeenten aan burgers. Via de GBA worden ook gegevens verstrekt aan andere overheden. Zie punt 3 verder in deze paragraaf. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 46

59 Wijzigingen in de burgerlijke staat (huwelijk, registratie partnerschap, echtscheiding, overlijden) leiden eveneens tot mutaties op bestaande PL-en in de GBA. Bij een overlijden wordt de PL opgeschort. Het BSN blijft gekoppeld aan de persoon. Dan zijn er de feiten waarvan geen akte wordt opgemaakt. Voor dit rapport is het belangrijkste feit een verhuizing. Bij een verhuizing binnen Europees Nederland meldt de ingezetene zich binnen vijf dagen bij de gemeente (afdeling Burgerzaken). Daar dient hij zich te identificeren aan de hand van een geldig identiteitsbewijs en papieren waaruit het nieuwe woonadres blijkt. In veel gemeenten kan de aangifte van een nieuw woonadres ook digitaal worden gedaan, met behulp van DigiD. De ambtenaar burgerzaken past het woonadres dan aan in de GBA. Ambtenaren hebben via de GBA toegang tot de persoonsgegevens uit andere gemeenten, zodat controles op persoonsgegevens van ingezetenen uit andere gemeenten goed mogelijk zijn. De verhuizende ingezetene hoeft geen andere persoonsgegevens aan te leveren dan zijn nieuwe woonadres en behoudt zijn BSN en NIK. Geautomatiseerde systemen, GBA mailbox De ontvangende gemeente stuurt via de GBA mailbox een bericht naar de gemeente waar de ingezetene ingeschreven is, en verzoekt om de persoonslijst. De digitale persoonslijst wordt via een digitale mailbox overgedragen aan de ontvangende gemeente, gecontroleerd en vastgesteld. De gemeente van vertrek bewaart verwijsgegevens die aangeven naar welke gemeente de persoon is vertrokken. Bij een vestiging vanuit het buitenland naar Europees Nederland, moeten burgers binnen vijf dagen aangifte doen van verblijf en adres met het oog op inschrijving in de GBA bij de gemeente waar zij zich vestigen. Nederlanders moeten voor de inschrijving kunnen overhandigen: Een geldig identiteitsbewijs; Een huur- of koopcontract of schriftelijke toestemming van inwoning, met een kopie van legitimatiebewijs eigenaar/hoofdbewoner van de woning; Personen die afkomstig zijn uit Caribisch Nederland of de Caribische landen moeten daarbij een bewijs van uitschrijving PIVA overhandigen. Geautomatiseerde systemen, PIVA-GBA-Koppeling Tussen Europees Nederland, Caribisch Nederland en de Caribische landen vindt regelmatig personenverkeer plaats. Hoewel een verhuizing van Europees Nederland naar Caribisch Nederland en omgekeerd feitelijk een binnenlandse verhuizing betreft, gaat de basisadministratie hier niet als zodanig mee om. Voor de GBA en voor PIVA gaat het om verhuizingen van en naar het buitenland. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 47

60 Om het overdragen van persoonslijsten van PIVA naar de GBA, en vice versa, mogelijk te maken, is de PGK-module ontwikkeld. De communicatie tussen de Europees Nederlandse gemeenten en de PGK-module loopt via de GBA-berichtendienst; de communicatie tussen de Caribisch Nederlandse eilanden en de PGK-module verloopt via de PIVA-mailbox. Waar de GBA-V en PIVA-V de gegevens van de verschillende administraties doorzoekbaar maken (pull), maakt de PGK-module het slechts mogelijk om berichten uit te wisselen (push). Vreemdelingen moeten bij inschrijving in de GBA overhandigen: Een geldige verblijfsvergunning of bewijs van aanvraag. Deze kan verkregen worden bij de IND; Vreemdelingen worden niet alleen ingeschreven in de GBA. Persoons- en statusgegevens van vreemdelingen worden centraal verzameld in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV). Dit is de voorziening van de IND waar de betrokken organisaties persoonsgegevens van vreemdelingen invoeren, bijhouden en raadplegen. Geautomatiseerde systemen, vreemdelingen Er is een koppeling tussen de BVV en de GBA. Wijzigt een persoonslijst die betrekking heeft op een vreemdeling, bijvoorbeeld omdat deze verhuist, dan wordt geautomatiseerd een notificatie gestuurd naar de IND. Wijzigt bijvoorbeeld de verblijfstitel van de vreemdeling, dan wordt een geautomatiseerd bericht van de BVV naar de GBA gestuurd. Bij emigratie moet de Nederlander zich tot vijf dagen van tevoren melden bij de gemeenten. De Nederlander behoudt zijn NIK en BSN. Hij kan zijn BSN dan ook blijven gebruiken voor het betalen van belastingen, of ten behoeve van het op afstand uitoefenen van het stemrecht. Geautomatiseerde systemen, emigratie De gemeente verwerkt de verhuizing naar het buitenland in de persoonslijst. Persoonslijsten die wegens emigratie worden opgeschort blijven in de laatste gemeente van inschrijving bewaard. Mocht de persoon in kwestie weer terugkeren, dan kan de persoonslijst door de nieuwe gemeente van vestiging weer opgevraagd worden en aangevuld. 3. Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Alle overheden gebruiken de GBA als de basisregistratie personen. Toegang tot de gegevens vindt plaats in de vorm van verstrekkingen. Overheden (en derden) die voor hun wettelijke taakuitoefening persoonsgegevens nodig hebben, zijn verplicht autorisatie aan te vragen om aan te sluiten op de basisregistratie personen. Verstrekkingen vinden vervolgens ofwel systematisch in bulkvorm plaats ofwel specifiek op basis van een individu. Dit kan zijn op vraagbasis (ad hoc) of met spontane verstrekkingen (bij elke mutatie in een bepaald gegeven). In Nederland is een groot aantal overheden aangesloten op de GBA. Het gebruik van de gegevens is verplicht. De verstrekkingen verlopen vanuit de GBA-V. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 48

61 Geautomatiseerde systemen, GBA-V De persoonsgegevens van alle gemeentelijke administraties zijn ondergebracht in één landelijke database, de GBA-Verstrekkingen (GBA-V). Zodra informatie op de persoonslijst van een ingezetene wijzigt, wordt via de gemeentelijke GBA een volledig nieuwe persoonslijst naar de GBA-V verstuurd. Dit gebeurt een aantal malen per dag. Elke gemeente heeft via de GBA-V toegang tot de GBA-gegevens van andere gemeenten. Daarnaast kunnen geautoriseerde afnemers via de GBA-V toegang krijgen tot (een deel van) de GBA-informatie. De GBA-V kan spontaan informatie verstrekken aan afnemers. PIVA-V kan dat niet. De openbare lichamen van Caribisch Nederland (en de Caribische landen) hebben geen toegang tot GBA-V. Wanneer overheden fouten in persoonsgegevens denken op te merken, moeten zij deze terugmelden via het geautomatiseerde systeem TMV/Digimelding. 40 Zo werkt de gehele Europees Nederlandse overheid continu aan het verbeteren van de kwaliteit van de gegevens. 4. Aanvragen, produceren en uitgeven van een identiteitsdocument Een nieuwe NIK moet door de persoon in kwestie persoonlijk worden aangevraagd bij de gemeente waar hij ingeschreven staat. Bij deze aanvraag zijn de volgende documenten vereist: Alle reisdocumenten die reeds in bezit zijn, dit betreft indien van toepassing zowel Nederlandse als buitenlandse documenten; Een goedgelijkende foto die voldoet aan de wettelijke eisen; 41 Wanneer reisdocumenten zijn gestolen of verloren, een gewaarmerkte kopie van het procesverbaal zoals afgegeven door de politie; Personen jonger dan 12 jaar hebben voor de aanvraag daarbij schriftelijke toestemming nodig van de personen die het gezag over hen hebben. Met een geldige verblijfsvergunning kan de vreemdeling bij de IND ook een identiteitsdocument aanvragen, het vreemdelingendocument. 40 DigiMelding is nog niet volledig geïmplementeerd. 41 Zoals vastgelegd in het Fotomatrix model Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 49

62 Bij aanvraag van de NIK in een gemeente worden de volgende processen in gang gezet: 42 Met het Reisdocumenten Aanvraag en Archief Station (RAAS) worden aanvraag-gegevens en persoonsgegevens uit de GBA digitaal verzonden naar de producent van de reisdocumenten 43. Elke uitgevende instantie van reisdocumenten heeft één of meerdere RAAS-en. Het berichtensysteem (NGR MBX) verzorgt de communicatie tussen het RAAS en de producent van de kaarten. Eén centrale productiestraat op het niveau van de Rijksoverheid verzorgt voor het gehele gebied van Europees Nederland de daadwerkelijke pre-productie én personalisatie. Deze centrale productiestraat zendt de NIK naar de verstrekkende gemeente. De aanvrager kan zo na enkele werkdagen over zijn NIK beschikken. In Europees Nederland betalen gemeenten de Staat der Nederlanden 13,90 (tarief 2012) per kaart. De uitgevende instanties zijn dit bedrag verschuldigd aan het Rijk ter dekking van de kosten. 44 De gemeente overhandigt de NIK na enkele werkdagen aan de aanvrager, die hiervoor terug naar de balie komt. De houder betaalt maximaal 40,05 (tarief 2012) voor de kaart, afhankelijk van de kosten die de gemeente maakt voor de verstrekking. Houders onder de 14 jaar betalen voor hun jeugd-nik maximaal 30,-. In het geval van overlijden dient de NIK te worden ingeleverd bij de woongemeente. In het geval van een beschadigde of verlopen NIK kan een nieuwe worden aangevraagd. De oude moet dan worden ingeleverd en wordt vernietigd. 5. Aanvragen, produceren en verstrekken vreemdelingendocument Het Vreemdelingendocument wordt aangevraagd bij de IND (in het geval van de Verblijfsvergunning en het W-document). Vreemdelingen wordt aangeraden om zich binnen acht dagen na aankomst te melden bij het IND-loket. De aanvraagformulieren kunnen worden gedownload van de website van de IND, of afgehaald worden bij een IND-loket in de eigen regio. Bij het maken van een afspraak krijgt de vreemdeling te horen welke documenten hij moet kunnen overhandigen. De noodzakelijke gegevens worden door de IND geregistreerd. Geautomatiseerde systemen, IND Gegevens van de vreemdeling worden opgeslagen in de systemen INDIS/Indigo van de IND. Er is een koppeling tussen dit systeem en de GBA aangebracht. Gemeenten en IND wisselen daarmee geautomatiseerde informatie uit over actuele persoons- en statusgegevens van vreemdelingen. Via de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) zijn bepaalde gegevens van vreemdelingen opvraagbaar. 42 Alle genoemde systemen worden beheerd door Agentschap BPR. 43 In het buitenland (ambassades en consulaten) is geen GBA. De gegevens worden direct in RAAS ingevoerd , Rijksoverheid.nl. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 50

63 Nadat de vreemdeling een aanvraagformulier heeft ingediend en de IND de aanvraag positief heeft beoordeeld vraagt de IND het vreemdelingendocument aan bij Morpho. Dit doet zij niet met het RAAS, maar met een eigen, vergelijkbare applicatie. Na vijf tot tien werkdagen kan de vreemdeling het vreemdelingendocument bij het regiokantoor afhalen. Men betaalt leges voor de procedure van een aanvraag tot verblijf. Of men toegelaten of afgewezen wordt, men betaalt hetzelfde legesbedrag. De kosten variëren per procedure. De leges voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd zijn 401. Voor andere vergunningen gelden andere tarieven. 6. Controleren identiteit(sdocument) De NIK is een geldig identiteitsbewijs in de zin van de Wet op de identificatieplicht. Europees Nederlandse burgers worden vaker (op straat) gevraagd zich te identificeren dan burgers in Caribisch Nederland. Bij overheidsinstanties en bij grensoverschrijding moet de burger zich even vaak legitimeren. De echtheid van het document wordt gecontroleerd aan de hand van de volgende (soorten) kenmerken: Eerstelijns kenmerken, de zichtbare kenmerken als vorm en vormgeving. Tweedelijns kenmerken. Deze zijn pas zichtbaar na analyse met een loep, UV-licht. Derdelijns kenmerken. Deze zijn bekend bij slechts enkele instanties, zoals het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten (ECID). Het ECID is een onderzoeksbureau van de KMar in samenwerking met het Korps Landelijke Politiediensten. Door het document voor te leggen aan het ECID kan een document definitief gecontroleerd worden op echtheid. Dan is er nog de chip met biometrische kenmerken. Deze kunnen worden gebruikt na het uitlezen van de chip. Geautomatiseerde systemen, Basisregister Reisdocumenten Als in de GBA een rechtsfeit wordt geregistreerd waardoor een NIK zijn geldigheid verliest (bijvoorbeeld overlijden) maar waarvan de geldigheidsdatum nog niet is verstreken, dan worden hiervan berichten verzonden. Op basis van deze berichten worden het BRR, het VR, het NSIS en de SLTD opgebouwd. Het BRR wordt dagelijks geautomatiseerd opgebouwd aan de hand van berichten uit de GBA en handmatig aangevuld met gegevens van buiten het GBA-gebied (o.a. het PIVA-gebied). Het BRR vult automatisch het VR, een hit/no hit documentnummerregister voor geautoriseerde gebruikers. Het NSIS wordt gevuld door de politie aan de hand van processen verbaal 45, berichten uit de GBA en op basis van informatie uit het BRR (o.a. informatie uit het PIVA-gebied). Het NSIS voedt geautomatiseerd de SLTD. 45 De IND registreert het verlies in haar eigen BVV. Vermoedt een instantie fraude, dan kan ze contact opnemen met de IND. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 51

64 Controle van het vreemdelingendocument geschiedt aan de hand van vergelijkbare eerste-, tweedeen derdelijns echtheidskenmerken. Geautomatiseerde systemen, Kaartregister vreemdelingen Mag een vreemdelingendocument niet meer in het verkeer zijn, dan wordt dit door het regiokantoor van de IND geregistreerd in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV). De BVV bevat een kaartregister vreemdelingen. Via de BVV kunnen geautoriseerde gebruikers uit de strafrecht de status van de vreemdeling inzien. Gemeenten kunnen via de webapplicatie van de Beheervoorziening BSN, die ook verbonden is met het kaartregister, controleren of een vreemdelingendocument geldig is. Omdat het vreemdelingendocumenten geen reisdocument is, is het kaartregister niet gekoppeld aan het BRR. 7. Aangeven verlies of diefstal Houders van de NIK moeten aangifte doen van verlies of diefstal bij de politie. Met het procesverbaal kunnen ze bij hun woongemeente een nieuwe NIK aanvragen. Houders van het vreemdelingendocument melden verlies of diefstal bij het IND-regiokantoor. Ook zij moeten een proces-verbaal overhandigen. Geautomatiseerde systemen, registratie verlies of diefstal van kaarten Het verlies van een NIK wordt aangetekend in de GBA, en via de GBA wordt dit doorgegeven aan het BRR. De politie registreert dit bovendien in het NSIS dat het doorgeeft aan de SLTD. Hiermee kunnen andere instanties weer controleren of het identiteitsdocument nog geldig is. De IND registreert het verlies van een vreemdelingendocument in haar eigen systemen en BVV. 8. Innemen van een identiteitsdocument In het geval van beschadiging of bij het aanvragen van een nieuw document dient de houder het identiteitsdocument (NIK, vreemdelingendocument) in te leveren. Dit bij de woongemeente respectievelijk het regiokantoor van de IND. Het zou zo zijn dat nabestaanden de NIK van overleden personen zelden inleveren. De kaart wordt door de baliemedewerker onbruikbaar gemaakt (drie ponsgaten) en vervolgens vernietigd. Geautomatiseerde systemen De inname van de NIK wordt aangetekend in de GBA. De inname van de vreemdelingenkaart wordt in het systeem van de IND aangetekend en doorgegeven naar de BVV. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 52

65 9. Beheren systemen Gemeenten en IND dragen samen met Agentschap BPR en met de leveranciers zorg voor het beheren van de systemen en gegevens. Geautomatiseerde systemen, Beheer door gemeenten en BPR Elke gemeente beheert haar GBA-systeem. BPR beheert de specificaties en procedures rond de GBA (en PIVA) en de centrale systemen zoals GBA-V en PIVA-V en de mailboxinfrastructuur. De GBA kent op grond van artikel 120a van de Wet GBA audits op de kwaliteit van de processen. Eens in de drie jaar wordt in een gemeente door middel van een GBA-audit de kwaliteit gecontroleerd. BPR beheert ook de specificaties en procedures rond het BSN en beheert de systemen van de BV BSN. Daarbij merken we op dat systemen in Europees Nederland nauw met elkaar zijn verbonden. Het berichtenverkeer is cruciaal voor het functioneren van de systemen Wet- en regelgeving Rijksniveau Voor de Rijkswet- en regelgeving verwijzen wij naar paragraaf (pagina Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.). Naast de wet- en regelgeving die op Rijksniveau geldt, is voor onderhavig exploratief onderzoek de volgende Nederlands Europese wet- en regelgeving 46 relevant: Vreemdelingenwet 2000 De Vreemdelingenwet 2000 is de Europees Nederlandse equivalent van de Wet toelating en uitzetting BES. De Vreemdelingenwet 2000 bevat bepalingen voor wat betreft de toelating en uitzetting van vreemdelingen tot Europees Nederland. De uitvoering van de Vreemdelingenwet is verder geregeld in onder meer het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingencirculaire. Wie zich op grond van de Vreemdelingenwet legaal in Nederland kan vestigen, krijgt een verblijfsvergunning waarvan het fysieke bewijs het vreemdelingendocument is. Voor burgers van andere EU lidstaten en daarmee gelijkgestelde personen is geen verblijfsvergunning of vreemdelingendocument nodig. Het vreemdelingendocument dient te worden onderscheiden van het Vreemdelingenpaspoort. Dit laatste is de officieuze benaming van een reisdocument uitgegeven door Nederland voor vreemdelingen die om verschillende redenen geen paspoort van hun eigen nationaliteit bezitten. Een categorie aan vreemdelingen gelijkgestelde Nederlanders, zoals in de Wet toelating en uitzetting BES, bestaat niet volgens het Europees Nederlandse vreemdelingenrecht. 46 In het licht van het exploratieve karakter van dit onderzoek is lagere wet- en regelgeving niet uitputtend onderzocht. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 53

66 Wet op de identificatieplicht Iedereen dient zich op grond van de Wet op de identificatieplicht vanaf 14 jaar te kunnen identificeren. 47 Ook is er een verplichting om vanaf 12 jaar een identiteitsdocument te dragen bij gebruik van openbaar vervoer. Deze identificatie kan plaatsvinden aan de hand van het nationaal paspoort, de NIK en andere genoemde documenten zoals de documenten op basis waarvan de vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 zijn identiteit, nationaliteit en verblijfrechtelijke positie dient aan te tonen:. Uit de identificatieplicht volgt de verplichting tot het aanschaffen van een erkend identiteitsbewijs. Het staat de burger vrij zelf een keuze te maken. Hierbij is van belang dat niet elk identiteitsbewijs in elke situatie geaccepteerd wordt. De sédula heeft geen enkele geldigheid in Europees Nederland, ook niet als identiteitsbewijs. Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 48 Deze Wet GBA heeft betrekking op het Europese deel van Nederland en regelt dat elke gemeente onder verantwoordelijkheid van het College van Burgemeester en Wethouders (College van BenW) een geautomatiseerde basisadministratie van persoonsgegevens in stand houdt. Het College van Burgemeester en Wethouders is tevens verantwoordelijk voor de het bijhouden van de geadministreerde gegevens. Meer specifieke regels zijn gesteld bij het Besluit GBA en de Regeling GBA. Deze regelgeving legt o.a. de basis voor het verstrekkingenregime alsmede voor het systeem van verstrekkingen in het kader van de migraties tussen de verschillende delen van het Koninkrijk. De Wet GBA biedt in artikel 100a de mogelijkheid om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een regeling te treffen omtrent de verstrekking van algemene, bijzondere en verwijsgegevens aan een verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens in de basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in één van de openbare lichamen. Op dit moment is het voorstel voor de opvolger van de Wet GBA, de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) net door de Raad van State behandeld. De wet moet nog aan het parlement worden aangeboden. Dit wetsvoorstel zal de Wet GBA integraal moeten vervangen. In de memorie van toelichting van het wetsvoorstel wordt de aanleiding voor de voorgestelde wetgeving teruggevoerd op een tweetal ontwikkelingen: de technische modernisering van de GBA en het feit dat naast gegevens over personen die met een adres in Nederland zijn ingeschreven (de ingezetenen) straks ook gegevens bijgehouden zullen worden over niet-ingezetenen. 47 Deze verplichting geldt ten opzichte van een ambtenaar in de zin van artikel 8a van de Politiewet 1993, maar ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder. 48 Het Wetsvoorstel basisregistratie personen (BRP) wordt medio 2012 ter behandeling aangeboden aan het parlement. Dit voorstel beoogt de Wet GBA te vervangen. De Wet BRP legt de basis voor een aantal vernieuwingen. Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 54

67 De belangrijkste wijzigingen worden in de memorie van toelichting samengevat in een viertal thema s: Technische modernisering van de opzet van de basisregistratie. Uitbreiding van de basisregistratie met niet-ingezetenen. Verbetering van de kwaliteit van de basisregistratie. De verbetering van de dienstverlening en vermindering van de administratieve lasten. Het wetsvoorstel BRP heeft alleen betrekking op Europees Nederland. Ook de aanpassingen inzake de registratie van dubbele nationaliteiten, die in het wetsvoorstel worden meegenomen, hebben uitsluitend betrekking op Europees Nederland. Wet algemene bepalingen burgerservicenummer De Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb) regelt onder meer de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor het burgerservicenummer (BSN). Het BSN wordt toegekend door het College van BenW (van de gemeente waarin de betreffende burger zich inschrijft) uit de nummers die aan het betreffende college ter beschikking zijn gesteld. Indien betrokkene al een sociaalfiscaal nummer heeft wordt dat nummer toegekend als BSN nummer. De minister draagt de systeemverantwoordelijkheid voor het BSN. Dit omvat onder meer het uitgangspunt dat één nummer slechts eenmaal wordt uitgegeven en dat iedere persoon slechts één BSN heeft. Overheidsorganen kunnen bij het verwerken van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van hun taak gebruik maken van het BSN, met inachtneming van de wettelijke kaders. Het BSN wordt toegekend aan personen die ingeschreven staan in de GBA. Dat zijn dus niet alleen Nederlanders, maar ook (legaal) in Nederland verblijvende vreemdelingen 49. Geldende regels en afspraken binnen de EU, Schengen en de Raad van Europa Als lid van de Europese Unie (EU) en de Raad van Europa (RvE) is het Koninkrijk der Nederlanden gebonden aan Europeesrechtelijke wet- en regelgeving. Voor onderhavig onderzoek lijkt vooral Europese regelgeving op het gebied van vrij verkeer relevant. Het gaat dan om: Vrij verkeer van personen binnen de EU/EER/Zwitserland. Met een geldig identiteitsbewijs of paspoort mag een onderdaan van een Lidstaat of van Zwitserland 50 drie maanden in een andere EU-lidstaat, EER lidstaat of Zwitserland verblijven. Wil een onderdaan langer blijven dan dient hij zich te laten registreren. Hij krijgt dan een bewijs van rechtmatig verblijf. Alle Nederlanders vallen onder deze afspraken, ook Nederlanders die ingezetene zijn van Caribisch Nederland of de Caribische landen. Dit staat los van de LGO-status (Landen en Gebieden Overzee) 51 van de Caribische eilanden. Andersom geldt het vrije verkeer echter niet in Caribisch Nederland of in de 49 Bepaalde vreemdelingen (medewerkers van ambassades en internationale organisaties) zijn vrijgesteld van de verlichting zich in de GBA in te schrijven. 50 Onderdanen van Bulgarije en Roemenië hebben nog geen toegang tot de arbeidsmarkt in Nederland. Zie Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000 (2007/14) 51 Artikel 187 EG-verdrag, Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 55

68 Caribische landen. EU burgers kunnen dus niet vrij reizen, verblijven en werken in Caribisch Nederland of de Caribische landen. Schengenovereenkomst. Op basis van de Schengenovereenkomst van 1985 is een gebied gecreëerd de zogenaamde Schengenruimte - waarbinnen het vrije verkeer van personen gewaarborgd is door de vervanging van de binnengrenzen door een gemeenschappelijke buitengrens. Voor onderhavig onderzoek is van belang dat degene die over de buitengrenzen van Schengen de Schengenlanden binnenkomt over een geldig reisdocument moet beschikken. Het Caribische deel van het Koninkrijk valt buiten de Schengengrenzen. Nederlanders die vanuit Caribisch Nederland of de Caribische landen naar Nederland of een ander Schengenland reizen, moeten over een geldig reisdocument beschikken. Tussen enkele lidstaten van de Raad van Europa is de Europese Overeenkomst nopens het verkeer van personen tussen de Lid-Staten van de Raad van Europa gesloten. 52 Op grond van dit verdrag geldt de NIK als geldig reisdocumenten tussen de verdragsstaten. Introductie van de NIK in Caribisch Nederland zou derhalve betekenen dat Caribische Nederlanders hun NIK in Europa kunnen gebruiken als reisdocument. Wet bescherming persoonsgegevens De Wet bescherming persoonsgegevens heeft betrekking op het verzamelen, vastleggen, enzovoort van persoonsgegevens. Artikel 2, tweede lid onder d bepaalt dat de wet niet van toepassing is op persoonsgegevens die verwerkt worden bij of krachtens de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. De wet is wel van belang voor het BSN Actoren De belangrijkste actoren die betrokken zijn bij de identiteitsinfrastructuur in Europees Nederland zijn: Afdelingen Burgerzaken van de gemeenten. De afdelingen Burgerzaken voeren de basisregistratie personen en de uitgifte en het beheer van het BSN en de reisdocumenten. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid in Nederland. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die (langer dan drie maanden) in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. Ook verstrekt zij het identiteitsdocument voor vreemdelingen, het vreemdelingendocument. Politie en Koninklijke Marechaussee (KMar): Politie en KMar kunnen de identiteit van personen controleren. Burgers moeten op verzoek een identiteitsdocument tonen, bijvoorbeeld de NIK of het vreemdelingendocument. Er zijn mogelijkheden om de geldigheid en echtheid van deze documenten te controleren. Agentschap BPR. Het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) beheert (o.a.) het stelsel voor het bijhouden van de basisregistratie personen en voor de uitgifte van persoonsnummers en reisdocumenten. 52 Trb. 1960, 103 Europees Nederland: huidige identiteitsinfrastructuur 56

69 Leveranciers van de GBA. Er zijn momenteel drie leveranciers van GBA-systemen. Centric, die ook de PIVA-applicatie levert in het Caribisch gebied, is hier één van. Leverancier van identiteitsdocumenten. Morpho is de leverancier van (o.a.) de NIK en het vreemdelingendocument. Aanvragen van Burgerzaken en de IND worden naar Morpho verstuurd, waarna Morpho de documenten produceert en retourneert aan de opdrachtgevende instanties. 3.4 Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren In deze paragraaf zetten we de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren in Caribisch Nederland, de Caribische landen en Europees Nederland op een rij De identiteitskaart In Caribisch Nederland, Curaçao en Sint Maarten zijn alle ingezetenen van een openbaar lichaam of land van 12 jaar en ouder (Nederlander of vreemdeling) verplicht het ingezetenendocument, de sédula/id-card, aan te schaffen. In Aruba kunnen ingezetenen onafhankelijk van hun leeftijd of nationaliteit een cedula aanschaffen. In Europees Nederland bestaat er geen kaart waarmee ingezetenschap kan worden aangetoond. In het hele Koninkrijk met uitzondering van Aruba moeten personen boven een bepaalde leeftijd zich kunnen legitimeren. In Caribisch Nederland, Curaçao en Sint Maarten (> 12 jaar) kan dat met de sédula, het rijbewijs of het paspoort. In Aruba is er geen legitimatieplicht. In Europees Nederland moeten Nederlanders (> 14 jaar) zich legitimeren met de NIK, rijbewijs of paspoort en niet- Nederlanders met hun vreemdelingendocument, rijbewijs of paspoort. Als beveiliging tegen namaak hebben de NIK en het vreemdelingendocument eerste, tweede en derdelijns echtheidskenmerken plus een chip met biometrische kenmerken. De cedula op Aruba is daarmee vergelijkbaar. De op ingevoerde sédula in Caribisch Nederland heeft wat minder echtheidskenmerken dan de NIK en ook geen chip. De in 2011 ingevoerde sédula op Sint Maarten is vergelijkbaar met de sédula in Caribisch Nederland. De sédula s op Curaçao en de oude sédula s op Sint Maarten en Bonaire hebben geen derdelijns echtheidskenmerken en geen chip. De gegevens op al deze identiteitskaarten komen sterk overeen. Alle identiteitsdocumenten zijn van een documentnummer voorzien. Geen van de kaarten bevat een tekstregel met adres- of woonplaatsgegevens. Er zijn enkele verschillen. Anders dan de NIK en het vreemdelingendocument bevatten de kaarten uit het Caribisch gebied de naam en het logo van het betreffende openbare lichaam. En anders dan de NIK, die alleen voor Nederlanders is, bevat de sédula een code voor vreemdelingen waaruit de verblijfstatus kan worden afgeleid. Met de sédula kan worden gereisd binnen de voormalige Nederlandse Antillen. De sédula is niet geldig in Europees Nederland. Met de NIK kan worden gereisd naar de EU/EER-landen en daar kan de houder zich ook met de NIK legitimeren. De NIK en het vreemdelingendocument zijn niet geldig in Caribisch Nederland en de Caribische landen. De NIK blijft geldig bij verhuizing naar een andere gemeente of zelfs een ander land. De sédula / cedula moet worden ingeleverd bij verhuizing naar een ander Caribisch eiland of een ander land. Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 57

70 Europees Nederland hanteert het principe dat identiteitsdocumenten tegen kostendekkende tarieven aan de burger worden verstrekt. Dit komt neer op ongeveer maximaal 40,- voor de NIK. Het vreemdelingendocument wordt verstrekt als onderdeel van het vestigen, wat (ook nu al) tweederde van 401,- kost. In het Caribisch gebied (m.u.v. Aruba) is de sédula verplicht, en kent men dit principe van kostendekkend aanbieden niet. De sédula s worden daar voor ongeveer $ 10,- aangeboden Persoonsgebonden nummer Alle ingezetenen in het Koninkrijk krijgen bij eerste inschrijving in de basisadministratie een persoonsnummer. In Europees Nederland is dat het 9-cijferige betekenisloze BSN. In Caribisch Nederland en de Caribische landen is dit het 10-cijferige ID-nummer. Dit ID-nummer is opgebouwd uit de geboortedatum plus een volgnummer (dat per eiland verschilt). In Europees Nederland wordt het BSN centraal verstrekt en lokaal beheerd. Alle gemeenten sturen nieuwe of gemuteerde persoonslijsten door naar de centrale beheervoorziening BSN. Vóór toekenning van een BSN aan een persoon wordt gecontroleerd of de persoon al een BSN heeft. In het Caribisch gebied wordt het ID-nummer beheerd op eilandniveau. Elk eiland geeft een IDnummer maar één keer uit. Als de range volgnummers is uitgeput kan het voorkomen dat een volgnummer van een ander eiland wordt overgenomen. Er vindt dan geen controle plaats of het IDnummer al in één van de andere vijf PIVA s is gebruikt (de faciliteit daarvoor ontbreekt). Het ID-nummer wordt in Caribisch Nederland en de Caribische landen zeer beperkt gebruikt door overheden anders dan het openbaar lichaam. Bedrijven en instellingen nemen soms het ID-nummer op in hun klantenadministratie, maar het gebruik ervan verschilt per eiland. Het BSN wordt in Europees Nederland verplicht gebruikt door alle overheden. Bedrijven en instellingen mogen het BSN niet gebruiken, tenzij dat bij wet zo is geregeld (bijvoorbeeld in de zorg of bij financiële instellingen) Registraties Persoonsadministratie Alle Nederlandse gemeenten en alle Caribische openbare lichamen en landen voeren elk één lokale geautomatiseerde basisadministratie van persoonsgegevens. de registratie in Europees Nederland heet GBA, die in het Caribisch gebied PIVA. Qua opzet en functionaliteit zijn deze twee typen van systemen op veel punten identiek. PIVA is een kloon van GBA. De GBA is na het ontstaan van PIVA doorontwikkeld, onder andere om de veranderingen in het Burgerlijk Wetboek en de verstrekking van persoonsgegevens naar andere overheden goed te kunnen ondersteunen. Ook de PIVA is doorontwikkeld, maar op punten anders dan de GBA. In Europees Nederland is de GBA een basisregistratie. Dat wil zeggen dat alle overheden deze persoonsadministratie verplicht moeten gebruiken. Bij gerede twijfel over de juistheid van gegevens moeten zij een terugmelding doen (via TerugMeldVoorziening). Om dit gebruik en die terugmeldingen (veilig) mogelijk te maken zijn gemeenten, woningcorporaties, provincies, ministeries en waterschappen aangesloten op Gemnet. De PIVA is geen basisregistratie. Behalve de openbare lichamen zijn geen overheidsorganisaties aangesloten op Gemnet. Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 58

71 De GBA- en de PIVA-applicaties hebben een module burgerlijke stand voor het opmaken van akten en het doorzetten van persoonsgegevens op die akten naar GBA c.q. PIVA. De gegevenssets in PIVA en GBA verschillen slechts op enkele onderdelen: een gemeente in GBA heet eiland in PIVA; het persoonsnummer in GBA heet BSN en in PIVA ID-nummer. De GBAapplicatie kan de verblijfstitel van vreemdelingen, de postcode en het geregistreerd partnerschap bijhouden, de PIVA-applicatie in Caribisch Nederland en de Caribische landen niet. 53 De verschillende GBA s zijn via mailboxen met elkaar verbonden zodat er persoonslijsten uitgewisseld kunnen worden. Ook de PIVA s zijn via mailboxen met elkaar verbonden. De PIVA- en GBA-netwerken zijn echter gescheiden netwerken. Via de PVA-GBA-Koppeling kunnen PL s wel van het ene naar het andere netwerk worden verzonden. De GBA s kennen een mechanisme voor intergemeentelijke verhuizing. Daarbij vraagt de nieuwe woongemeente via de mailbox de PL op bij de oude woongemeente. De persoon wordt uitgeschreven in de oude en ingeschreven in de nieuwe gemeente. De PL in de oude gemeente verdwijnt daar uit de GBA wordt naar de nieuwe gemeente overgebracht. PIVA kent dit mechanisme niet: bij verhuizing naar een ander eiland wordt de procedure voor emigratie/immigratie gebruikt. De PL kan wel via de mailboxen worden overgedragen, maar de oude PL blijft daar achter; zij het opgeschort. In de PIVA van het nieuwe eiland krijgt de persoon een ander ID-nummer. De brondocumenten blijven achter in het dossier van het oude eiland. Op de PL wordt niet de verwijzing direct naar brondocumenten opgenomen, maar wordt een verwijzing naar de oude PL opgenomen. In Europees Nederland heeft elke ingezetene een adres, postcode en woonplaats. Straatnamen zijn vastgesteld door de gemeenteraden, en opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Adresgegevens worden uit deze registratie overgenomen. In de Caribische landen en Caribisch Nederland kent men geen postcode en zijn de straatnamen niet formeel vastgesteld door het bevoegd gezag. Voor de GBA zijn er regels en hulpmiddelen voor kwaliteitscontroles en audits. Voor PIVA formeel niet, maar ook Caribisch Nederland en de Caribische landen voeren sinds audits uit. Identiteitsdocumentregistratie Alle identiteitskaarten in het Koninkrijk hebben een documentnummer dat ook op de kaart wordt gedrukt. Het nummer wordt gegenereerd door de leveranciers van de NIK respectievelijk de sédula. In Curaçao en Sint Maarten worden vergelijkbare systemen gebruikt). In Europees Nederland wordt bij de verstrekking van een NIK het documentnummer genoteerd op de PL van de houder. Dit gebeurt niet in de PIVA s in het Caribisch gebied. Bij verlies of diefstal van de NIK of bij intrekking van de Nederlandse nationaliteit wordt dat in Europees Nederland in de GBA aangetekend op de persoonslijst. GBA stuur dan een bericht naar het BasisRegister Reisdocumenten. Daarin worden alle reisdocumenten opgenomen die niet meer 53 PIVA in Caribisch Nederland kan al wel geregistreerd partnerschap verwerken bij immigratie. Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 59

72 in het verkeer mogen zijn. Ook het Verificatieregister wordt bijgewerkt. Politie en KMar kunnen daarmee controleren of een NIK waarvan de geldigheidsdatum nog niet is verstreken wel in gebruik mag zijn. In het Caribisch gebied wordt verlies van de sédula vaak wel aangetekend in het aanvraag c.q. productiesysteem (CAS), maar een BRR of Verificatieregister voor sédula s is er niet. Daarom kan niet digitaal worden gecontroleerd (aan de grens of op het politiebureau) of een nog niet verlopen sédula mogelijk als gestolen staat aangetekend. In Europees Nederland houdt de IND een centraal kaartregister bij van alle verstrekte vreemdelingendocumenten. Veranderingen van de status en vermissingen worden daarin geregistreerd. Via de beheervoorziening BSN kunnen afdelingen burgerzaken (en andere geautoriseerde gebruikers) de status van vreemdelingen controleren. In het Caribisch gebied kent men geen vreemdelingendocument. Controles vinden plaats door contact op te nemen met burgerzaken of met de toelatingsorganisatie Processen 1. Creatie van persoonsgegevens In het Koninkrijk worden de meeste authentieke persoonsgegevens (met uitzondering van nationaliteit, BSN en woonplaatsgegevens) gecreëerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Gegevens worden vastgelegd in akten en die blijven altijd bewaard in de gemeente of openbaar lichaam of land waar zij plaatsvonden. Via de Burgerlijke Stand module van de GBA- en PIVAapplicatie worden akten gemaakt en persoonsgegevens doorgezet naar de basisadministratie. In het Caribisch gebied kent het Burgerlijk Wetboek dat verder sterk overeenkomt met het Europees Nederlandse Burgerlijk Wetboek - niet het geregistreerd partnerschap en het huwelijk tussen twee personen van gelijk geslacht. Gegevens over deze rechtsfeiten kunnen in Caribisch Nederland wel worden ingevoerd in de PIVA. 2. Beheer van persoonsgegevens in de basisadministratie Zowel in de GBA als in PIVA worden bij een inschrijving de persoonsgegevens overgenomen van akten van de burgerlijke stand. Die vormen de bron. Dat geldt ook voor in het buitenland opgemaakte akten. Bij geboorten wordt via de geldende regels de nationaliteit bepaald en aangetekend in GBA of PIVA. Op dit punt is er geen verschil tussen Europees Nederland en het Caribisch gebied. Bij inschrijving in Europees Nederland wordt de woonplaats, postcode en het woonadres vastgesteld door de ambtenaar burgerzaken en in de GBA geplaatst. Dat gebeurt ook zo in het Caribisch gebied, maar dan zonder de postcode. Verhuizing binnen het eiland worden in Caribisch Nederland net zo uitgevoerd als verhuizingen binnen de gemeente in Europees Nederland. Bij verhuizingen tussen de eilanden in het Caribisch gebied wordt de persoon uitgeschreven uit PIVA, ontvangt hij een bewijs van uitschrijving en wordt de oude PL opgeschort. Met het bewijs gaat de persoon naar burgerzaken op het ontvangende eiland. Wanneer de persoon al op dat eiland woonachtig is geweest wordt zijn oude PL weer geactiveerd, anders wordt een nieuwe aangemaakt, met een nieuw ID-nummer. De gegevens van Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 60

73 de oude PL worden via de PIVA mailbox verzonden. De ingezetene moet zijn oude sédula inleveren en een nieuwe aanschaffen. Dit is in wezen de procedure voor emigratie/immigratie: een verhuizing naar elke ander land wordt op deze zelfde manier behandeld, met uitzondering van het versturen van de PL. In Europees Nederland worden intergemeentelijke verhuizingen automatisch via de GBA afgehandeld. De PL wordt door de ontvangende gemeenten opgevraagd en via de GBA-mailbox overgedragen. Uitschrijving uit de oude gemeente gebeurt automatisch als de persoon zich inschrijft in de nieuwe gemeente. Afdelingen burgerzaken in Europees Nederland kunnen via een online inkijkfunctie op de GBA-V de PL-en van andere inwoners uit alle andere gemeenten inzien (ad hoc verstrekkingen). Dit is handig bij het snel controleren van persoonsgegevens voorafgaand aan het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of een inschrijving in de GBA. In het Caribisch gebied bestaat de online inkijkfunctie op de PIVA-V niet. Verhuizingen tussen het Caribisch gebied en Europees Nederland worden als emigratie/immigraties behandeld. De PL wordt via de PIVA-GBA-Koppeling verzonden naar de nieuwe gemeente/eiland. 3. Verstrekkingen aan andere overheden Ten behoeve van het verstrekken van persoonsgegevens aan andere overheden kan elke afdeling burgerzaken een ad-hoc selectie uit PIVA of GBA maken en het resultaat opsturen naar de betreffende overheid. Daarnaast bestaat er een centrale faciliteit waarin alle PL-en van Europees Nederland (GBA-V) of alle PL-en uit Caribisch Nederland (PIVA-V) worden bewaard. De Caribische landen hebben deze faciliteit niet. Wanneer een PL in een gemeente of eiland wordt aangepast, wordt er via de mailbox een update verzonden naar de betreffende centrale faciliteit. Zo worden de GBA-V en de PIVA-V actueel gehouden. Andere overheden kunnen zich aanmelden om reguliere verstrekkingen via de GBA-V en PIVA-V te ontvangen. GBA-V is technisch geavanceerder dan PIVA-V. De laatste heeft alleen ad hoc verstrekkingen of verstrekkingen via selecties, maar kan niet spontaan mutaties doorgeven. Bovendien bevat de PIVA-V soms van één persoon, als die woonachtig was op meer dan één eiland, ook meerdere PL-en (waarvan er maar één actief kan zijn). De GBA-V bevat maar één PL per persoon. De systemen bij de ontvangende overheden die de verstrekkingen behandelen moeten de gegevens uit PIVA-V daarom op een andere manier behandelen dan de gegevens uit GBA-V. Overheden in Europees Nederland en in Caribisch Nederland zijn niet verplicht om de gegevens uit PIVA-V te gebruiken. Dat is anders met de GBA-V: overheden in Europees Nederland moeten de GBA-V gebruiken. Een consequentie hiervan is dat de afdelingen burgerzaken in het Caribisch gebied naar verhouding veel meer uittreksels uit de PIVA moeten verstrekken dan in Europees Nederland. Hebben overheden in Europees Nederland gerede twijfel over de juistheid van een gegeven uit de GBA, dan moeten zij een terugmelding doen aan de gemeente als beheerder van de basisregistratie. Door de (kleine) verschillen tussen de gegevens in PIVA en GBA zijn er ook kleine verschillen in de verstrekte gegevens. Zo wordt de postcode en de vreemdelingenstatus niet via PIVA-V verstrekt. Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 61

74 4. Aanvragen, produceren en uitgeven van identiteitskaart In Caribisch Nederland, Curaçao en Sint Maarten wordt de sédula lokaal bij burgerzaken geproduceerd. Afgezien van wachttijden voor het loket kan een burger in circa 10 minuten een nieuwe sédula aanschaffen. De foto wordt ter plekke gemaakt door burgerzaken. In Europees Nederland wordt de NIK, net als de cedula in Aruba, via een aanvraagstation (RAAS) besteld bij een centrale leverancier in Nederland. De burger levert zelf een pasfoto aan, en ook worden er vingerafdrukken opgenomen om op de chip van de kaart te plaatsen. De productie en het transport van de NIK en cedula nemen enige dagen in beslag. In Europees Nederland kan de burger na vijf werkdagen het document tijdens een tweede bezoek aan de balie ophalen, in Aruba is dat na 10 (tot 15) werkdagen. In Caribisch Nederland gebruikt men ook het aanvraagstation RAAS, maar alleen voor paspoorten. 5. Aanvragen, produceren en verstrekken vreemdelingendocument In Caribisch Nederland moeten vreemdelingen (en daaraan gelijk gestelde Europese Nederlanders) eerst bij de IND een verblijfsvergunning aanvragen. Met die papieren vergunning, paspoort en andere documenten kunnen zij zich vervolgens inschrijven in PIVA (zie proces 2). De vreemdelingenstatus wordt in de vorm van een code op de sédula afgedrukt en de geldigheidsduur van de sédula wordt bepaald op het einde van de verblijfsvergunning. Wanneer de vergunning is verlopen moet de vreemdeling een verlenging aanvragen. Daarmee moet hij weer een nieuwe sédula aanschaffen. In de Caribische landen verloopt dit proces op dezelfde manier behalve in Aruba waar de aanschaf van de sédula niet verplicht is. In Europees Nederland moeten vreemdelingen ook eerst een verblijfsvergunning aanvragen bij de IND. Na betaling aan en goedkeuring door de IND ontvangt de vreemdeling een papieren verblijfsvergunning. Na enkele dagen kan de vreemdeling ook een vreemdelingenkaart ophalen. Met de verblijfsvergunning en een identiteitsdocument moet de vreemdeling zich inschrijven in de GBA van zijn woongemeente. Wanneer een legale vreemdeling in Europees Nederland verhuist moet hij dat aangeven in zijn nieuwe woongemeente. Via de GBA wordt de verhuizing ook weer doorgegeven aan de IND. Wanneer er iets verandert in de verblijfsstatus van deze vreemdeling wordt dat automatisch door de IND aangepast in de GBA. In het Caribisch gebied zijn er geen uniforme regels over hoe de afdelingen burgerzaken en de IND veranderingen in adres of verblijfstatus aan elkaar doorgeven. Afspraken daarover verschillen per land. Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 62

75 6. Controleren van identiteit en geldigheid van de kaart In de Caribische landen en in Caribisch Nederland zijn de middelen om te controleren of de persoon werkelijk hoort bij de sédula, en of die sédula nog wel in omloop mag zijn, beperkt. De controlerende ambtenaar -aan een balie, aan de grens of op de openbare weg- kan de kaart onderzoeken op namaak, de foto vergelijken met de persoon voor hem en eventueel naar een paspoort of rijbewijs vragen. Bij twijfel wordt er telefonisch contact gezocht met de afdeling burgerzaken. Er zijn geen digitale methoden beschikbaar om te checken of de sédula niet meer in omloop mag zijn (na bijvoorbeeld diefstal van de kaart of uitschrijving uit PIVA). De voorzijde van de sédula wordt wel gescand bij grenspassages, maar de gegevens blijven binnen het border management systeem en worden alleen ad-hoc niet gedeeld met andere overheden. De machine readable zone op de achterkant van de kaart (MRZ) wordt niet gebruikt. In Europees Nederland kunnen bepaalde overheden via het Verificatieregister digitaal controleren of een NIK nog in omloop mag zijn. Via de biometrische kenmerken op de NIK of het vreemdelingendocument (vingerafdrukken) kan ook worden gecontroleerd of de houder ook werkelijk dezelfde persoon is aan wie het document is verstrekt. Bepaalde overheden kunnen via de Beheervoorziening BSN controleren of een identiteitskaart van hun patiënt wel geldig is. Ook bijvoorbeeld zorginstellingen kunnen dat doen met de NIK s en vreemdelingendocumenten van hun patiënten. Bij twijfel over de echtheid van een NIK of vreemdelingendocument kan de ECID worden ingeschakeld om de geheime derdelijns echtheidskenmerken te controleren. 7. Aangeven verlies of diefstal ID-kaart In paragraaf bij de documentregistratie is reeds aangegeven hoe verlies of diefstal van sédula, NIK of vreemdelingendocument worden geregistreerd. De vermissing van de sédula wordt (niet altijd) in CAS geregistreerd. De vermissing van een NIK wordt altijd geregistreerd in de GBA. De vermissing van een vreemdelingendocument wordt door de IND in het kaartregister bijgehouden. Voor het verkrijgen van een nieuwe sédula, NIK of vreemdelingendocument moet een proces verbaal van de vermissing of diefstal worden getoond. De leges voor vernieuwing van een verloren document zijn bijna overal hoger dan een de leges voor een eerste aanschaf of reguliere vervanging. 8. Inleveren identiteitsdocument Bij verhuizing naar ander openbaar lichaam of land vanuit het Caribisch gebied of bij overlijden moet de inwoner zich laten uitschrijven en zijn sédula inleveren. De kaart wordt ongeldig gemaakt door er een gat in te ponsen/door te knippen en PIVA en de documentregistratie (niet altijd) worden daarop bijgewerkt. De NIK hoeft bij verhuizing niet te worden ingeleverd. Bij verlies van het Nederlanderschap wel. De kaart wordt ongeldig gemaakt (op dezelfde wijze als hierboven) en de GBA wordt daarop aangepast. Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 63

76 9. Beheren systemen Elke gemeente en Caribisch openbaar lichaam of land moet de systemen die lokaal nodig zijn voor de identiteitsinfrastructuur in principe zelf beheren. Zij zijn ook zelf verantwoordelijk voor een goede lokale technische infrastructuur (servers, werkplekken, telefoon, internet en aansluiting op Gemnet 54 ). Hierbij is het van belang dat de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de technische infrastructuur op een aantal plaatsen in het Caribisch gebied beduidend lager ligt dan in Europees Nederland. Agentschap BPR draagt in Europees Nederland en in het Caribisch gebied zorg voor het beheer van specificaties, procedures en de ontwikkeling en het beheer van centrale systemen zoals GBA- V, PIVA-V, de mailboxen en de Beheervoorziening BSN Wet en regelgeving Veel van de huidige wetgeving in Caribisch Nederland op het gebied van identiteitsdocumenten, vreemdelingen, de basisadministratie personen en de identificatieplicht zijn afgeleid van de wetgeving van de voormalige Nederlandse Antillen. Ook de wetgeving in Curaçao en Sint Maarten en in mindere mate Aruba is daarvan afgeleid. Dat maakt dat er op deze onderwerpen relatief kleinen verschillen zijn tussen de Caribische landen en Caribisch Nederland. De verschillen met de wetgeving in Europees Nederland zijn een stuk groter. Hieronder gaan wij kort in op de verschillen. De sédula en het ID-nummer in Caribisch Nederland vinden hun oorsprong in de Wet identiteitskaarten BES. De Caribische landen kennen een vergelijkbare wet. De NIK is vastgelegd in de Paspoortwet (Rijkswet) en het vreemdelingendocument in de Europees Nederlandse Vreemdelingenwet. Indien de sédula zou worden vervangen door de NIK en het vreemdelingendocument, zal de Wet identiteitskaarten BES aangepast moeten worden of komen te vervallen. In dat laatste geval moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de nieuwe Rijkswet voor het Personenverkeer nog niet is aangenomen. In Caribisch Nederland wordt de toelating en uitzetting van vreemdelingen geregeld in de Wet toelating en uitzetting BES. Curaçao en Sint Maarten hebben een vergelijkbare wet. Deze wet stelt ook eisen aan Europese Nederlanders die zich in het Caribisch gebied willen vestigen. In Aruba worden Europese Nederlanders net zo behandeld als andere vreemdelingen. In Europees Nederland is de toelating en uitzetting van vreemdelingen in de Vreemdelingenwet vastgelegd. Die wet is niet van toepassing op Nederlanders. De identificatieplicht in Caribisch Nederland is geregeld in de Wet identificatieplicht BES. Curaçao en Sint Maarten kennen een vergelijkbare wet. Aruba heeft geen identificatieplicht. In Europees Nederland is dat de Wet identificatieplicht. 54 De aansluitingen op Gemnet van de afdelingen burgerzaken in het Caribisch gebied wordt door BPR geregeld en gefinancierd. Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 64

77 Het ID-nummer in het Caribisch gebied komt alleen voor in de wetten op de identiteitskaarten. Over het gebruik ervan is verder weinig wettelijk vastgelegd. Het BSN is een gevolg van de Wet algemene bepalingen Burgerservicenummer. Daarin zijn onder andere voorzieningen getroffen voor de landelijke beheervoorziening BSN. Zowel het ID-nummer als BSN worden verstrekt aan Nederlanders en vreemdelingen die ingezeten zijn. De PIVA in Caribisch Nederland komt voort uit de Wet basisadministratie persoonsgegevens BES. De Caribische landen kennen een vergelijkbare wet. In Europees Nederland is dat de Wet Gemeentelijke Basisadministratie en op termijn de Wet Basisregistratie personen (BRP). Europees Nederland kent de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). In Caribisch Nederland is er ook een Wet bescherming persoonsgegevens BES. Maar er zijn behoorlijke verschillen tussen beide wetten. Zo kent de Wbp een uitgebreidere taken en bevoegdheden voor het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Overeenkomsten en verschillen in de identiteitsinfrastructuren 65

78 4. Effecten per variant voor Caribisch Nederland In hoofdstuk 3 beschreven we de huidige situatie(s), waarna we de belangrijkste verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren in ons Koninkrijk samenvatten. In dit hoofdstuk beschrijven we wat de gevolgen zijn van het invoeren van vijf varianten voor de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland. We beschrijven hier wat er nodig is om de variant te realiseren en wat de effecten daarvan zijn. We doen dit aan de hand van het afwegingskader. Hoe de identiteitsinfrastructuur in ieder van de vijf varianten precies werkt beschrijven we in bijlage Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA In deze variant is de sédula vervangen door een nieuwe sédula(+). Dit document heeft alle functionaliteiten van de huidige sédula, en heeft hetzelfde beveiligingsniveau als de Nederlandse Identiteitskaart (NIK). Het ID-nummer en de PIVA blijven in gebruik Aspecten met betrekking tot de transitie 1. Activiteiten die nodig zijn in de transitie a. Aanpassingen in de identiteitsdocumenten; Er moet een nieuw model voor de sédula (de sédula+) worden ontwikkeld. Het Ministerie van BZK moet het ontwerp en de daadwerkelijke productie aanbesteden. b. Aanpassingen in het persoonsnummer; Het persoonsnummer blijft ongewijzigd. c. Aanpassingen in de registraties; In beginsel wordt in deze variant de persoonsregistratie en de documentregistratie niet aangepast. Wel is het zo dat de registratie van documentnummers van de huidige sédula s nu met CAS wordt gevoerd. De sédula+ moet echter waarschijnlijk in Europees Nederland worden geproduceerd (tenzij er een betrouwbare leverancier in het Caribisch gebied kan worden gevonden). Het aanvragen van een sédula+ bij een Nederlandse leverancier kan niet met het huidige CAS. Het ligt daarom voor de hand om dan het al bij burgerzaken aanwezige RAAS (voor het aanvragen van paspoorten in Nederland) hiervoor te gaan gebruiken. RAAS heeft al functies voor het beheer van documentnummers, een koppeling met een externe leverancier en een tweezijdige koppeling met PIVA (ophalen van persoonsgegevens en teruggeven van het documentnummer). Het documentnummer van de sédula+ kan op deze wijze ook zonder veel wijzigingen in PIVA worden opgeslagen. Het is dan handig om, net als voor het paspoort, de administratie van verlies/diefstal/inname van de sédula+ ook in PIVA te doen. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA 66

79 Er kan voor gekozen worden om op basis van de registratie van vermissing van een sédula+ in PIVA ook het BasisRegister Reisdocumenten en het Verificatieregister te voeden. Maar dit staat los van de vervanging van de sédula en in deze beschrijving gaan we er vanuit dat dit vooralsnog niet gebeurt. Voor wat betreft de registratie van documentnummers van de oude sédula s - waarvan de geldigheid nog niet verlopen is - zijn er twee opties. De eerste is de documentgegevens uit CAS éénmalig over te brengen naar de PIVA. De tweede is om CAS te blijven gebruiken tot alle oude sédula s uit de omloop zijn. d. Aanpassingen in processen; De aanvraag, productie- en verstrekkingsprocessen rondom de sédula worden gewijzigd (van decentraal naar centraal zie ook bijlage 7). Om dat te realiseren moeten de beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle (ao/ic) op dit punt worden aangepast. Bij verlies, diefstal of inname van sédula s wordt de administratie niet meer in CAS bijgehouden maar in PIVA. Zo is er altijd een actuele lijst met daarop de nummers van sédula s die in het maatschappelijk verkeer mogen worden gebruikt. De beschrijving van de documentnummeradministratie en interne controle moet worden gewijzigd. Omdat de sédula+ nu net als de NIK geheime derdelijns echtheidskenmerken krijgt zal het ECID in Europees Nederland ingeschakeld moeten worden om bij het vermoeden van fraude de echtheid van een sédula+ vast te kunnen stellen. Dit kan worden ingeregeld zoals dat nu al voor het paspoort gebeurt. De processen met betrekking tot de controle van identiteitsdocumenten veranderen niet. Weet een controleur niet zeker of een document echt en geldig is, dan moet deze contact opnemen met Burgerzaken. Buiten Burgerzaken is er geen (digitale) inzage in de documentregistratie. e. Aanpassingen in (ICT-) systemen en gegevens (kaarten, registraties) van de overheid; De benodigde aanpassingen in de (ICT-)systemen zijn de volgende: De module reisdocumenten in de PIVA-applicatie en het RAAS-station moeten worden aangepast. Het moet mogelijk worden om de aanvraag van een sédula+ met RAAS te doen en het documentnummer in PIVA op te slaan. Daarbij moeten, net als bij het paspoort de relevante persoonsgegevens door PIVA aan het RAASstation worden geleverd. De producent van de sédula+ moet systemen ontwikkelen die de sédula+ kunnen produceren, personaliseren en verzenden. Hoewel het CAS niet meer wordt gebruikt voor de sédula+ zal het nog in gebruik blijven tot de laatste oude sédula is vervallen. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA 67

80 f. Aanpassingen in wet- en regelgeving; Het model van de sédula, dat is opgenomen in de bijlage van de Regeling identiteitskaarten BES, zal gewijzigd moeten worden bij ministeriële regeling. g. Benodigde opleidingen en voorlichting; De medewerkers van Burgerzaken in Bonaire, St. Eustatius en Saba moeten het nieuwe werkproces voor de uitgifte van sédula s aanleren. Dat proces lijkt veel op dat voor het paspoort, waarmee de medewerkers van Burgerzaken al bekend zijn. De opleiding is voor medewerkers dan ook eenvoudig, en het trainingsmateriaal is relatief gemakkelijk op te bouwen uit bestaand materiaal. Controlerende instanties als de KMar en de politie moeten bekend worden gemaakt met echtheidskenmerken van de nieuwe sédula+. Ook moeten zij leren hoe zij de echtheid kunnen controleren (aan de hand van de echtheidskenmerken, en eventueel met behulp van het ECID. Trainingsmateriaal kan eenvoudig worden opgebouwd uit het materiaal uit Europees Nederland. Burgers, bedrijven en medeoverheden moeten worden voorgelicht over het waarom van een nieuwe sédula(+) en over de nieuwe echtheidskenmerken. De omvang en aard van de communicatiecampagne is vergelijkbaar met die van de invoering van de sédula op h. Aanpassingen bij andere (semi) overheden en bedrijven; Andere overheden in Caribisch of Europees Nederland hoeven geen aanpassingen te doen. Bedrijven in Caribisch Nederland hoeven geen aanpassingen te doen. 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie De sédula+ kan het best worden ingevoerd door vanaf een bepaalde datum te stoppen met de uitgifte van de oude sédula. De bevolking moet goed worden geïnformeerd over de overgangsdatum, de geldigheid van de oude sédula, de kosten en de nieuwe doorlooptijd van een aanvraag. Voor wat betreft het uitfaseren van de oude sédula zijn er twee opties. De oude sédula kan vanaf een bepaalde datum ongeldig worden verklaard. Of de oude sédula s blijven geldig tot aan de op de sédula aangegeven datum (maximaal 5 jaar). De eerste optie is aanzienlijk duurder omdat de houders van sédula s die nog geldig zijn gecompenseerd moeten worden. Afhankelijk van de precieze duur van het ontwikkeltraject en de keuze met betrekking tot de uitfasering kan de sédula+ binnen anderhalf tot twee jaar zijn ingevoerd. 3. Globale eenmalige kosten van de transitie De eenmalige kosten voor het realiseren van deze variant bestaan (vooral) uit het ontwikkelen van een nieuw model sédula, aanpassen van de systemen en het inregelen van de productie en processen. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA 68

81 Wanneer de overheid er voor kiest om de bestaande sédula ongeldig te verklaren vóór deze officieel ongeldig zouden zijn (5 jaar), dan zal zij de burgers hiervoor moeten compenseren. Een gratis verstrekking van een nieuwe sédula+ aan alle ingezetenen van Caribisch Nederland die ouder zijn dan 12 jaar (circa personen) kost circa aan rijksleges en een onbekend bedrag aan gemiste leges voor het openbaar lichaam (zie punt 7 hierna). De eenmalige kosten kunnen pas worden geraamd nadat er politieke keuzes zijn gemaakt over bijvoorbeeld de veranderaanpak. Dit kan in een nog uit te voeren haalbaarheidsonderzoek, waarin aannames worden gedaan over verschillende onzekerheden. We geven nu dan ook alleen een globale indicatie van de eenmalige transitiekosten gebaseerd op schattingen van leveranciers, BPR en Berenschot in het geval van een geleidelijke vervanging van de sédula: De risico s van de transitie De risico s van deze verandering zijn klein. Het veranderproces is namelijk bekend, omdat in 2010 nog een nieuw model sédula is ingevoerd. En ook de aanvraag- en productieprocessen zijn bekend want zij lijken sterk op die van het paspoort. 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden Het invoeren van de sédula+ is geen grote opgave, dus de benodigde verandercapaciteit is ook gering (en voldoende). De bereidheid van de (lokale) overheid om deze variant te realiseren is echter wisselend. Aan één kant twijfelt de lokale overheid, zoals de KMar en Burgerzaken, aan het nut van deze variant temeer omdat er net een nieuw document is ingevoerd. Aan de andere kant menen de geïnterviewden dat deze variant veel minder ingrijpend is dan de andere varianten. Voor meer inzicht in de mening van betrokken experts over de invoering van een sédula+ verwijzen wij naar het gespreksverslag van de conferentie; deze is te vinden in bijlage De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven De geïnterviewden geven (als burger) aan dat zij niet enthousiast zijn over deze variant. De sédula+ is verplicht, wordt duurder, de procedure gaat langer duren (tot circa 15 dagen) en men moet twee keer naar Burgerzaken voor een nieuw document. Bedrijven ondervinden geen bijzondere voor- of nadelen in deze variant. 55 In deze range staat ieder icoon voor twee à drie ton in euro s. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA 69

82 4.1.2 Structurele effecten 7. Veranderingen in de structurele kosten De structurele kosten voor de verstrekking van de sédula+ bestaan uit de rijksleges per identiteitsdocument plus een toeslag van het openbaar lichaam. In de rijksleges zijn alle kosten die het agentschap BPR maakt voor de identiteitsdocumenten verrekend, ook de kosten van de RAASstations. De rijksleges voor een NIK bedragen 13,90 (tarief 2012). Het maximale tarief van een identiteitskaart voor de burger in Europees Nederland is vastgesteld op 40,05 (tarief 2012). Dit is inclusief de rijksleges. Op dit moment wordt de sédula aan burgers verstrekt voor een bedrag van circa $ 9. Daarin is een bedrag van $ 3 aan rijksleges opgenomen. Dit bedrag is echter onvoldoende om de structurele kosten voor de verstrekking van de sédula te compenseren. Het verschil wordt door het ministerie van BZK aangevuld. Op dit moment is nog niet te zeggen welk deel van de kosten van de sédula+ door de burger, door het openbaar lichaam of door het Rijk zullen worden gedragen. Omdat de sédula+ een verplicht document voor alle ingezetenen in Caribisch Nederland is, zijn er redenen om de prijs van de verplichte identiteitskaart voor de burger niet veel hoger te maken dan nu het geval is. De Rijksoverheid zal daarom een deel van de kosten voor haar rekening moeten nemen. 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur is gedefinieerd als de verhouding tussen de verbetering van de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur in relatie tot de veranderingen in de structurele kosten. Met de sédula+ ontstaat er een beter beveiligde identiteitskaart (+) maar neemt de dienstverlening naar de burgers af (-). De structurele kosten veranderen nauwelijks. De doelmatigheid blijft min of meer gelijk aan die in de huidige situatie. 9. Duurzaamheid De duurzaamheid van deze variant is laag. Investeringen die worden gedaan om een nieuw identiteitsdocument te ontwikkelen gaan verloren als later alsnog de NIK wordt ingevoerd. Ook is het aannemelijk dat op termijn het ID-nummer en PIVA alsnog vervangen zullen worden (in lijn met de bestuurlijke afspraak om zoveel mogelijk over te gaan op de Europees Nederlandse infrastructuur) De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur 10. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens a. De mate waarin de op de burgerlijke stand gebaseerde persoonsgegevens in de basisadministratie (zoals naam, geslacht, geboortedatum, ouder ) overeenkomen met de brondocumenten; Dit aspect van juistheid en volledigheid wordt niet beïnvloed door deze variant. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA 70

83 b. De mate waarin verblijfplaatsgegevens in de basisadministratie (gemeente van inschrijving, straatnaam, huisnummer) juist zijn; Dit aspect van juistheid en volledigheid wordt niet beïnvloed door deze variant. c. De mate waarin de basisadministratie overeenstemt met de feitelijke situatie. Bijvoorbeeld of een ingeschreven persoon nog wel woonachtig is op het openbaar lichaam. Hier speelt ook de tijdigheid een rol; Dit aspect van juistheid en volledigheid wordt niet beïnvloed door deze variant. d. De procedures die worden gehanteerd om de kwaliteit van de basisadministratie te handhaven, te controleren of te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan de controles op dubbele inschrijvingen, bijvoorbeeld aan de hand van het BSN, aan de overdracht van persoonsgegevens bij een verhuizing tussen de verschillende delen van het Koninkrijk of aan verplicht gebruik en verplichte terugmelding; Dit aspect van juistheid en volledigheid wordt niet beïnvloed door deze variant. 11. Bestendigheid tegen identiteitsfraude a. De mate waarin het document bestendig is tegen namaak, aanpassing of gebruik door iemand anders dan de rechtmatige houder; Het invoeren van een sédula+ heeft verschillende positieve effecten op de bestendigheid tegen identiteitsfraude. Deze volgen uit het feit dat de sédula+ technisch gelijk is aan de NIK: Het wordt lastiger om het document aan te passen of na te maken. De sédula+ heeft meer zichtbare echtheidskenmerken dan de sédula en heeft geheime echtheidskenmerken waardoor namaak moeilijker wordt. Look-alike fraude plegen wordt moeilijker. In de chip op de sédula+ kunnen biometrische kenmerken van de houder worden aangebracht (vingerafdrukken). Als deze worden uitgelezen kan worden gecontroleerd of de drager, die misschien lijkt op de pasfoto, ook echt de rechtmatige houder is. b. De mate waarin het uitgifte en inname proces voorkomt dat een burger ten onrechte houder wordt van het document; De huidige sédula wordt decentraal gepersonaliseerd. In theorie kan een inbreker nog niet gepersonaliseerde sédula s met folie proberen te stelen om met eigen apparatuur illegaal sédula s aan te maken. De sédula+ wordt echter aangemaakt in één centrale en beter beveiligde faciliteit. Daarbij zijn er lokaal geen niet-gepersonaliseerde sédula s meer aanwezig. c. De mate waarin controlerende instanties de geldigheid van een identiteitsdocument kunnen controleren; De sédula+ kan beter op echtheid worden getoetst (eventueel met hulp van de ECID). Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA 71

84 12. Bescherming van de privacy van personen De bescherming van de privacy van personen verandert niet door het invoeren van een sédula De kwaliteit van de dienstverlening aan burgers a. De administratieve lasten voor burgers voor het verkrijgen van een identiteitsdocument; De administratieve lasten voor burgers nemen toe: Burgers kunnen de sédula+ niet direct bij de aanvraag al meekrijgen. De doorlooptijd wordt dan ook langer, tot maximaal 15 werkdagen. In noodgevallen kan de burger een noodpaspoort en/of een uittreksel uit PIVA krijgen. Burgers moeten niet één maar twee keer naar de balie om een sédula(+) in handen te krijgen. Het gaat om ongeveer ingezetenen boven 12 jaar die eens per 5 jaar een extra maal langskomen bij Burgerzaken. Dat zijn circa extra bezoeken op jaarbasis. Waarschijnlijk zijn de rijksleges voor de sédula+ vergelijkbaar met die van de NIK (tarief ,90). De leges die de burger moet betalen voor deze sédula+ wordt door het openbaar lichaam zelf vastgesteld. Als wordt uitgegaan van voortzetting van het Nederlands Antilliaanse principe dat deze kaart toegankelijk moet zijn want verplicht voor alle ingezetenen komen de eventuele extra kosten voor rekening van de minister van BZK. Als wordt overgegaan op het Nederlandse principe van kostendekkende tariefstelling, worden de leges voor de burger en daarmee zijn administratieve lasten veel hoger dan voor de huidige sédula. b. De mate waarin het principe eenmalige verstrekking, meervoudig gebruik is doorgevoerd; Dit aspect wordt niet beïnvloed door deze variant. c. Overige administratieve lasten. Geen. 14. De kwaliteit van de verstrekkingen aan overheden De kwaliteit van verstrekkingen uit PIVA wijzigt op één punt: het wordt mogelijk om uit PIVA gegevens te verstrekken van nog niet verlopen sédula+ die niet meer in roulatie mogen zijn, bijvoorbeeld als gevolg van diefstal. 15. De integriteit van de infrastructuur (gaten en overlappingen) Er zal - als gevolg van de bij in het vorige punt genoemde verbetering - een kleine verbetering in de integriteit van de identiteitsinfrastructuur optreden.. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA 72

85 4.1.4 Secundaire effecten 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger a. Het overschrijden van landsgrenzen; Er is geen wijziging ten opzichte van huidige situatie. b. Het identificeren in andere landen; Er is geen wijziging ten opzichte van huidige situatie. c. Het kunnen aantonen van ingezetenschap, bijvoorbeeld ten behoeve van zorg. Er is geen wijziging ten opzichte van de huidige situatie. d. Het onderstrepen van de eilandelijke identiteit. Er zijn twee mogelijkheden. In het eerste geval wordt er één nieuwe sédula+ ontwikkeld voor alle Caribisch Nederlandse eilanden. Dit heeft schaalvoordelen, maar gaat ten koste van de eilandspecifieke kenmerken (eigen wapen, benadrukken naam van het eiland). In dat geval onderstreept het document niet op welk eiland de ingezetene woont. De tweede mogelijkheid is dat de eilanden elk een eigen ontwerp behouden. 17. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Er is geen wijziging ten opzichte van huidige situatie. 4.2 Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA De sédula wordt vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument. Het ID-nummer en PIVA blijven in gebruik. Hoe deze identiteitsinfrastructuur precies kan werken zetten we uiteen in bijlage Aspecten met betrekking tot de transitie 1. Activiteiten die nodig zijn in de transitie a. Aanpassingen in de identiteitsdocumenten; De NIK hoeft niet te worden aangepast om deze in te voeren in Caribisch Nederland. Het ID-nummer kan op de plaats van het BSN worden geprint -het veld is groot genoeg- op dezelfde wijze zoals nu het BSN wordt geprint. Ook heet het veld persoonsnummer (en niet BSN), waardoor de basis lay-out niet hoeft te worden veranderd. Er moet een nieuw model vreemdelingendocument worden ontwikkeld. In lijn met de afspraak om zoveel mogelijk over te gaan op de Europees Nederlandse situatie kan overwogen worden om een variant te maken op de Europees Nederlandse modellen voor vreemdelingendocumenten. Het vreemdelingendocument lijkt dan qua indeling zoveel mogelijk op de bestaande documenten. Wel dient het model goed te kunnen worden onderscheiden van de modellen die geldig zijn in Europa. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 73

86 Op de achterkant kan, bij reden verblijf, de code worden geprint die in het verleden op sédula s van vreemdelingen in Caribisch Nederland werd geprint en waaruit de verblijfsstatus kan worden afgeleid. Als unieke sleutel kan het CRV-nummer op het document worden gedrukt. Aanbeveling Bij het introduceren van een vreemdelingen-document kan het proces zo worden ingerichtdat de vreemdeling bij verlenging van de vreemdelingenstatus éérst met de papieren beschikking naar Burgerzaken gaat voor een mutatie in PIVA, en dan naar de IND met een nieuw uittreksel (ten behoeve van het vreemdelingendocument. Zo blijft de PIVA op orde. Zou dit proces te arbeidsintensief zijn, dan kan overwogen worden om de Koppelingswet in te voeren in Caribisch Nederland en om de PIVA te koppelen aan de registratie van de IND. b. Aanpassingen in het persoonsnummer; Het persoonsnummer blijft ongewijzigd in deze variant (ID-nummer). Omdat het ID-nummer in deze variant op de NIK wordt afgedrukt is het aan te bevelen om nader te onderzoeken of het ID-nummer, waarin immers persoonsgegevens zichtbaar zijn, verenigbaar is met de vereisten op het gebied van de privacy bescherming die op met de Wet bescherming persoonsgegevens BES in Caribisch Nederland zijn ingevoerd. c. Aanpassingen in de registraties; De documentregistratie van de sédula in CAS komt te vervallen. In de plaats daarvan wordt RAAS gebruikt voor het aanvragen van NIK s in Europees Nederland. Het documentnummer van de identiteitskaart (NIK) wordt voortaan (automatisch) op de persoonslijst in PIVA geplaatst, op dezelfde wijze als bij het paspoort. CAS zal nog wel nodig zijn voor de registratie van vermissingen van oude maar nog geldige sédula s. De IND zal nu een kaartregister moeten gaan bijhouden van de uitgegeven vreemdelingendocumenten in Caribisch Nederland. Daarin moet ook verlies, diefstal en inname worden bijgehouden. De persoonsgegevens op het vreemdelingendocument worden voortaan gebaseerd op de persoonsgegevens in het FMS. De kwaliteit van de registratie van persoonsgegevens van vreemdelingen in FMS moet daarom goed op orde zijn. Het documentnummer van het vreemdelingendocument wordt door de IND toegevoegd aan de eigen registratie (die wordt gevoerd in het FMS). Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 74

87 Persoonsgegevens van vreemdelingen worden straks, na inschrijving in PIVA, nu zowel bij Burgerzaken (in PIVA) als bij de IND (in FMS) opgeslagen. Dat was al zo, maar nu worden de gegevens uit de systemen van de IND op de het vreemdelingendocument (een identiteitsbewijs) afgedrukt, en dat is nieuw. Er zal een procedure ontwikkeld moeten worden om deze twee registraties goed op elkaar af te stemmen 56. d. Aanpassingen in processen; Om de nieuwe processen bij Burgerzaken te realiseren moeten de administratieve organisatie en interne controle (ao/ic) worden aangepast. De wijzigingen zijn relatief eenvoudig te realiseren. Ze betreffen enerzijds de processen rond de uitgifte van de NIK. Deze processen zijn gelijk aan die voor het paspoort, zodat de aanpassingen eenvoudig kunnen worden doorgevoerd. Anderzijds betreffen ze het vervallen van de processen rond de uitgifte van de sédula. Nieuw is dat er nu - net als bij het verlies van een paspoort- ook bij het verlies van een NIK een berichten naar Agentschap BPR wordt gezonden. De NIK s waarvan de geldigheidsdatum nog niet is verstreken maar die niet meer in omloop mogen zijn worden dan door BPR in het Basisregister Reisdocumenten ingevoerd. Ook de processen met betrekking tot de controle in Caribisch Nederland veranderen daardoor wat, omdat nu met het Verificatieregister digitaal kan worden gecontroleerd of een NIK nog in omloop mag zijn. De grensposten van Caribisch Nederland zouden met daartoe geschikte apparatuur uitgerust kunnen worden. Het proces van inschrijven van vreemdelingen met een verblijfsvergunning in de basisadministratie verandert nauwelijks: Burgerzaken verstrekt niet langer een identiteitsdocument na de inschrijving. Omdat de IND moet weten of betrokkene is ingeschreven, wordt de inschrijving afgerond met de verstrekking van een uittreksel uit PIVA. Alternatief zou zijn dat de IND inzage heeft in PIVA. Bij verlenging van de verblijfsvergunning wordt dit proces opnieuw doorlopen. Processen voor wat betreft het aanvragen, produceren en verstrekken van vreemdelingendocumenten en het bijhouden van het kaartregister en bij de IND moeten worden ontworpen en beschreven. Hiervoor kan maar deels gebruik worden gemaakt de bestaande procesbeschrijvingen uit Europees Nederland omdat het aanvraagstation bij de IND in Caribisch Nederland niet (direct) gekoppeld zal zijn aan PIVA. 56 In Europees Nederland zijn de systemen van Burgerzaken en de IND voor dit doel aan elkaar gekoppeld. Dit is geregeld in de Koppelingswet, die haar naam dankt aan het feit dat zij het recht op allerlei gemeenschapsvoorzieningen koppelt aan de vraag of iemand legaal in het land verblijft. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 75

88 e. Aanpassingen in (ICT-) systemen van de overheid; In de variant met NIK, ID-nummer en PIVA zijn de volgende aanpassingen in systemen noodzakelijk: De software in het RAAS-station moet worden aangepast. Deze moet namelijk de juiste gegevens uit PIVA ontvangen en doorsturen naar de centrale productiestraat in Europees Nederland. Dit is niet erg complex, want de gegevens zijn (behalve het ID-nummer) dezelfde als die op het paspoort (die ook uit de PIVA komen). De baliemedewerker moet enkel kunnen aanvinken of de gegevens worden verstuurd ten behoeve van een NIK of ten behoeve van een paspoort. Ook moet de PIVA reisdocumentenmodule worden aangepast opdat het systeem het documentnummer van de NIK in PIVA opslaat (categorie 12, reisdocument). Dit is niet complex, want het gebeurt voor het paspoort nu ook. De systemen bij de producent van de NIK moeten zo worden ingericht dat het 10- cijferige ID-nummer in plaats van het 9-cijferige BSN wordt geprint. Het systeem mag het personalisatieproces niet blokkeren als het persoonsnummer uit 10 cijfers bestaat en het nummer de 11-proef niet kan doorstaan. De IND moet een RAAS-achtig station krijgen. Dit is niet complex een vergelijkbaar systeem wordt immers ook door de regiokantoren van de IND in Europees Nederland gebruikt. Het FMS (of een ander systeem) moet geschikt worden gemaakt voor het beheer van vreemdelingedocumenten. Daartoe moeten enkele velden worden bijgehouden waarin de medewerker van de IND gebeurtenissen kan aantekenen (uitgifte, inhouding, vermissing, einde geldigheid en dergelijke). Het BMS van de KMar moet geschikt worden gemaakt voor het lezen en signaleren van NIK s met ID-nummer en BSN. Het systeem kan de kaarten al scannen en het beeld vertalen naar tekst (OCR), maar het kan een ID-nummer nog niet onderscheiden van een BSN. Dat is nodig om de maximale verblijfsduur van Europese Nederlanders zonder verblijfsvergunning te kunnen controleren op het moment van vertrek uit Caribisch Nederland en om te controleren of vreemdelingen wel voldoen aan de criteria voor verblijf in Caribisch Nederland als zij de Nederlandse nationaliteit gaan aanvragen. f. Aanpassingen in wet- en regelgeving; Om deze variant te verwezenlijken ligt het voor de hand de Wet identiteitskaarten BES in te trekken. De vraag of het voor de hand ligt met het afschaffen van de verplichte sédula voor ingezetenen van 12 jaar en ouder ook de leeftijdsgrens voor de identificatieplicht aan te passen van 12 jaar naar de Europees Nederlandse 14 jaar, maakt geen deel uit van dit onderzoek. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 76

89 Omdat een juridische basis voor het ID-nummer dient te worden behouden, dient hiervoor een oplossing te worden gezocht. Gedacht kan worden aan een eigen regeling, dan wel opname in bestaande regelgeving, zoals de PIVA-regelgeving. De reikwijdte van de NIK zal in de betreffende regelgeving - op dit moment de Paspoortwet - moeten worden aangepast. De territoriale werking van de NIK wordt immers uitgebreid met het Caribisch Nederlandse deel van het Koninkrijk 57. Ook dient het mogelijk gemaakt te worden dat de openbare lichamen een NIK kunnen uitgeven met een ID-nummer. Wat dit laatste betreft dient nog te worden onderzocht of het opnemen van het ID-nummer op de NIK vanuit privacy oogpunt haalbaar is. Gedoeld wordt op het gebruik van een in Caribisch Nederland uitgegeven NIK met ID-nummer in Europa, waar bescherming bestaat tegen gebruik van persoonsinformatie bevattende persoonsnummers. Ook dient er een juridische basis voor het kostendekkende tarief van de NIK te worden gemaakt, zoals deze ook bestaat in Europees Nederland. Overige vermeldingen van de sédula in nationale of lokale regelgeving zijn achterhaald en kunnen worden geschrapt. Ten behoeve van het vreemdelingendocument is in ieder geval nodig dat enkele bepalingen in de lagere regelgeving bij de Wet toelating en uitzetting BES worden gewijzigd. Dit betreft de aanwijzing van de sédula als vreemdelingendocument en de acceptatie van de sédula van Nederlandse houders als document voor grensoverschrijding. Het nieuwe model vreemdelingendocument dient te worden aangewezen als vreemdelingendocument in plaats van de sédula. De bepaling over de sédula als document voor grensoverschrijding vervalt. Wat betreft grensoverschrijding is van belang dat afspraken tot stand komen met de Caribische landen over toegang op basis van de NIK. Omdat de Caribische landen geen scheiding kennen van transitpassagiers en passagiers die binnenkomen, is reizen met de NIK naar Europa (bijvoorbeeld van Sint Eustatius via Sint Maarten) alleen mogelijk indien de NIK door de Caribische landen wordt geaccepteerd als document voor grensoverschrijding. g. Benodigde opleidingen en voorlichting; De inspanningen voor wat betreft opleiding voor het identiteitsdocument bij Burgerzaken en controlerende instanties zijn vergelijkbaar met die in variant 1 (pag. 66). Medewerkers van de IND moeten begrijpen waarom zij het vreemdelingendocument (zelf) gaan uitgeven, en hoe de aanvraag en uitgifte afgehandeld moeten worden. Dan leren zij te werken conform de nieuwe procesbeschrijvingen voor aanvraag, opslag en verstrekking, en met de (nieuwe) functionaliteiten van het aanvraagstation en het (FMS) kaartregister. Het betreft een kleine groep te trainen personen, maar in fundamenteel nieuwe taken. 57 De Paspoortwet bevat in artikel 2, tweede lid een bepaling dat de territoriale werking van de NIK kan worden uitgebreid Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 77

90 Burgers en bedrijven moeten worden voorgelicht over de veranderingen. Ook moeten zij weten wat de precieze functionaliteiten zijn van de NIK en het vreemdelingendocument. Bedrijven dienen de NIK op echtheid te kunnen controleren. Omdat de veranderingen groter zijn dan die op , bij de invoering van de nieuwe sédula, is dit een grotere opgave dan destijds. Lokale overheidsdiensten en ministeries dienen al vroeg bij de voorbereidingen betrokken te worden, zodat zij tijdig hun regelgeving en werkprocessen kunnen aanpassen. h. Aanpassingen bij andere (semi) overheden en bedrijven. Het ECID in Europees Nederland moet de dienstverlening verruimen. Als (semi)overheden of bedrijven in Caribisch Nederland willen dat een burger of klant aantoont ingezeten te zijn, dan kan men vragen om een uittreksel (i.p.v. de sédula). Voor overheidsinstellingen en derden die persoonsgegevens gebruiken voor de uitvoering van een wettelijke taak is het uiteraard de bedoeling dat een toenemend gebruik van PIVA-V een afname aan uittreksels tot gevolg heeft. De dienstverlening aan burgers neemt hiermee toe. 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Er zijn meerdere mogelijkheden om de NIK en het vreemdelingendocument in te voeren. Het is mogelijk om op één moment de sédula ongeldig te verklaren, en de NIK en het vreemdelingendocument te voeren. Dan moet met de introductie van de NIK worden gewacht tot het vreemdelingendocument af is. Ook is het mogelijk om op een bepaalde datum de NIK voor de Nederlanders in te voeren. De sédula blijft dan alleen voor vreemdelingen, tot het vreemdelingendocument af is. Als het vreemdelingendocument af is worden vanaf een bepaalde datum ook hun sédula s ongeldig verklaard. Als variaties op beide sub varianten is het mogelijk om de nog geldige sédula tijdelijk te voeren náást de NIK en het vreemdelingendocument. In dat geval hoeven de houders niet gecompenseerd te worden voor de waarde van de sédula s. Parallel aan elkaar kunnen de volgende activiteiten worden ontplooid: Het aanbesteden en ontwikkelen van het vreemdelingendocument. Het controleren en indien nodig verbeteren van de registraties bij de IND. Het aanpassen van de bestaande systemen en werkprocessen (RAAS, PIVA-applicatie) bij Burgerzaken. Het implementeren van de nieuwe systemen en processen bij de IND. Het ontwikkelen van de wet- en regelgeving. Het vroegtijdig op de hoogte stellen van lokale overheidsdiensten en ministeries die gebruik maken van de sédula. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 78

91 Het tijdig voorbereiden en uitvoeren van de voorlichting voor burgers en bedrijven. De verwachting van geïnterviewden is dat binnen twee tot drie jaar de NIK s en vreemdelingendocumenten kunnen worden verstrekt in Caribisch Nederland. 3. Globale eenmalige kosten van de transitie De eenmalige kosten voor het realiseren van deze variant bestaan, naast de beperkte aanpassingen in de processen en systemen bij Burgerzaken, vooral uit het ontwikkelen van een nieuw model vreemdelingendocument en de bijbehorende systemen en processen bij de IND. In het geval dat de sédula s op een bepaalde datum allenmaal hun geldigheid verliezen moet er rekening mee worden gehouden dat de restwaarde van de sédula s moet worden gecompenseerd. Dat kost maximaal keer de helft van de aanschafwaarde (ongeveer $ 9 of 7), of circa Wanneer er voor een geleidelijke invoering wordt gekozen komt dit bedrag te vervallen. De risico s van de transitie In deze variant met NIK en vreemdelingendocument zijn de volgende risico s het meest evident: Een risico zit in de beleving van de variant door burgers van Caribisch Nederland. Het is (hen) niet duidelijk wat de positieve effecten zijn voor burgers, bedrijven en overheid. De kwaliteit van de dienstverlening lijkt af te nemen: 1) men moet vaker naar het loket en meer betalen voor de NIK (al is deze niet verplicht) terwijl er geen extra diensten of voorzieningen beschikbaar komen. Nederlanders beperken zich wellicht tot het paspoort waarover ze in veel gevallen al beschikken; 2) omdat met de NIK niet het ingezetenschap kan worden aangetoond zijn er meer uittreksels uit PIVA nodig om dat aan te tonen bij andere overheden en bedrijven, tenminste zolang overheden nog niet werken met de verstrekkingen uit de PIVA-V en 3) men niet meer de mogelijkheid heeft om één goedkope en praktische ID-kaart aan te schaffen waarmee men zich kan legitimeren, recht heeft op zorg, kan laten zien dat men inwoner van een bepaald eiland is en kan reizen binnen het gebied van de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba. Ook worden de verschillen tussen vreemdelingen en Nederlanders groter Beide doelgroepen krijgen een andere kaart. In Caribisch Nederland bestaat geen Koppelingswet (die is in Europees NL de basis voor de koppeling V-registratie & GBA). Het risico bestaat dat er verschillen ontstaan tussen de persoonsgegevens bij Burgerzaken en de IND. Een ander risico schuilt in het feit dat de vreemdelingendienst in Caribisch Nederland nog geen ervaring heeft met het uitgeven van vreemdelingendocumenten. Dit risico kan worden gemitigeerd door ervaring uit Europees Nederland in te brengen, wat reeds gebeurt, of door Burgerzaken het document uit te laten geven. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 79

92 4. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden Het invoeren van de NIK vereist ongeveer dezelfde éénmalige extra capaciteit bij Burgerzaken als in variant 1 (pag. 69). De capaciteit bij Burgerzaken is toereikend. Voor de uitvoering van de werkprocessen rond de verstrekking van vreemdelingendocumenten bij de IND is aanvullende capaciteit nodig. De beschikbare capaciteit van de IND in Caribisch Nederland zal naar onze verwachting onvoldoende blijken. Eén a twee specialisten zullen circa een jaar ondersteuning moeten bieden aan de veranderprocessen en structureel zal de formatie met nader te bepalen omvang moeten worden aangepast. De veranderbereidheid van overheden is voldoende. Een voordeel is dat er minder NIKs zullen hoeven te worden verstrekt dan sédula s, omdat het geen verplicht document is. Medewerkers van burgerzaken krijgen dan meer tijd voor het uitoefenen van andere taken. De bereidheid is echter ook lager dan die voor de eerste variant. Dit om drie redenen: Het invoeren van de NIK ligt gevoeliger dan het invoeren van een sédula+. Er is net een nieuwe sédula, en in de perceptie van de lokale overheden van Caribisch Nederland heeft de NIK veel meer nadelen dan het huidige ingezetenendocument. Ook zijn enkele geïnterviewden van de lokale overheden (en de politieke stroming waar zij deel van uitmaken) van mening dat een apart vreemdelingendocument discriminerend is. Op een klein eiland met vele nationaliteiten en een zeer omvangrijke groep vreemdelingen zou het maken van een dergelijk onderscheid ongewenst zijn. Ook omdat de vreemdelingen een belangrijke bijdrage zouden leveren aan de economie van de eilanden. De overheden waarderen de functionaliteit van de huidige sédula (toegankelijkheid, draagcomfort, functionaliteit). Men ziet met het wegvallen van de sédula iets goeds en eigens wegvallen zonder dat daar duidelijke verbeteringen tegenover staan. Hoe gaat men dat uitleggen aan de bevolking? 5. De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven De veranderbereidheid van burgers en bedrijven voor deze variant is lager dan die van de eerste variant (pag. 69) omdat zij nu de identiteitskaart met de naam en het logo van hun eiland verliezen en als zij geen rijbewijs bezitten - óf een duurdere NIK óf een nog duurder paspoort moeten aanschaffen. Het precieze aantal personen in Caribisch Nederland dat op dit moment een paspoort in bezit heeft is niet bekend, maar wel groot. Volgens Burgerzaken bezit het overgrote deel van de ingezeten Nederlanders een paspoort. Het is echter de vraag of zij dit duurdere paspoort altijd bij zich willen dragen. Welke voordelen de NIK heeft is voor hen onduidelijk: je kunt er niet mee naar de niet-europese nabijgelegen landen reizen. Of je er mee naar Europa kunt reizen, hangt af van de afspraken die met de Caribische landen worden gemaakt. Daarom is het waarschijnlijk dat weinigen een NIK zullen kopen, en velen liever voor het iets duurdere paspoort zullen gaan, ondanks het lagere draagcomfort. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 80

93 4.2.2 Structurele effecten 6. Veranderingen in de structurele kosten De structurele kosten voor de productie en distributie van het identiteitsdocument voor Nederlanders worden lager dan in de huidige situatie. Dat komt omdat de NIK in tegenstelling tot de sédula niet verplicht is, en alleen aan Nederlanders wordt uitgegeven. Daardoor zal het aantal jaarlijks te produceren identiteitsdocumenten in Caribisch Nederland dalen van circa nu naar mogelijk 1000 of minder. Als de leges voor de NIK in Caribisch Nederland op hetzelfde niveau komen te liggen als in Europees Nederland (maximaal 40,05) dan krijgt de rijksoverheid en de lokale overheid haar kosten voor het identiteitsdocument volledig vergoed door de burger. De kosten voor de verstrekking van identiteitskaarten dalen (minder kaarten) en de inkomsten nemen toe. Dat betekent per saldo dat de structurele kosten voor de overheid dalen ten opzichte van de huidige situatie. Alleen wanneer de leges voor de identiteitskaart in Caribisch Nederland lager worden vastgesteld dan het bedrag van de maximale (rijks)leges zal het ministerie van BZK het verschil moeten bijpassen. Er is geen informatie bekend over de mate waarin het tarief van de sédula voor de openbare lichamen zelf kostendekkend is. De eilanden hebben geen investeringen hoeven doen voor de apparatuur, de software of de blanco kaarten. De eilanden betalen wel zelf voor de bij de uitgifte in te zetten capaciteit. Wanneer de NIK en het vreemdelingendocument eenmaal zijn ingevoerd zullen naar verwachting meer uittreksels uit PIVA worden opgevraagd. Het is nu niet goed te bepalen welk structureel effect deze ontwikkeling gevoegd bij die uit de vorige alinea heeft op de belasting van Burgerzaken. In het beheer van de systemen verandert weinig. Zowel de PIVA-applicatie, RAAS als CAS blijven in gebruik. Dat laatste is nodig om nieuwe gevallen van vermissing/inleveren te kunnen registreren en om op verzoek te kunnen controleren of een document nog in omloop is. Alle vreemdelingen zullen in deze variant een vreemdelingendocument moeten aanschaffen. De IND zal daartoe passende faciliteiten moeten inrichten. In Europees Nederland zijn de kosten van het vreemdelingendocument inbegrepen in de leges voor de verblijfsvergunning, een nieuw document na verlies of diefstal kost Voor de leges in Caribisch Nederland wordt eveneens in beginsel uitgegaan van de kostendekkendheid van het tarief. Dat betekent dat per saldo de structurele kosten van de verstrekking van vreemdelingendocumenten voor de overheid ook zullen dalen. Voor burgers geldt echter het tegenovergestelde. 58 Afhankelijk van het type vergunning liggen de leges tussen 375 en 750 per vergunning. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 81

94 7. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur (de verhouding tussen de kwaliteit en de kosten) is beter dan in de huidige situatie: De documenten krijgen een hoger niveau echtheidskenmerken; Controleerbaarheid van de NIK is beter (PIVA, BRR, VR, NSIS, LSTD); Documenten met kostendekkend tarief i.p.v. toegankelijk tarief vanwege verplichte karakter, waardoor het saldo tussen inkomsten en uitgaven van de overheid positief wordt beïnvloed; Lager aantal te verstrekken kaarten (geen verplichte kaart meer voor Nederlandse ingezetenen); echter wel meer handelingen per kaart vanwege productie op afstand en ook meer aanvragen van uittreksels. 8. Duurzaamheid De duurzaamheid van deze variant is groter dan die van variant 1 (pag. 69). Bij het verder uniformeren van processen en systemen gaan de investeringen in het invoeren van NIK en vreemdelingendocument namelijk niet verloren in tegenstelling tot investeringen in een sédula De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur 9. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens De juistheid en volledigheid van gegevens in de basisadministratie beschouwen we op de volgende vier aspecten: a. De mate waarin de op de burgerlijke stand gebaseerde persoonsgegevens in de basisadministratie (zoals naam, geslacht, geboortedatum, ouder ) overeenkomen met de brondocumenten; Dit aspect verandert niet in deze variant. b. De juistheid van persoonsgegevens verandert niet in deze variant. De mate waarin verblijfplaatsgegevens in de basisadministratie (gemeente van inschrijving, straatnaam, huisnummer) juist zijn; Dit aspect verandert niet in deze variant. c. De mate waarin de basisadministratie overeenstemt met de feitelijke situatie. Dit aspect verandert niet in deze variant. d. De procedures die worden gehanteerd om de kwaliteit van de basisadministratie te handhaven, te controleren of te verbeteren. Dit aspect verandert niet in deze variant. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 82

95 10. Bestendigheid tegen identiteitsfraude a. De mate waarin het document bestendig is tegen namaak, aanpassing of gebruik door iemand anders dan de rechtmatige houder; Omdat de NIK en het vreemdelingendocument beter beveiligd zijn verandert de bestendigheid tegen identiteitsfraude. Omdat een vermiste NIK ook in BRR/VR wordt geregistreerd kan nu ook worden gecontroleerd door KMar of politie of een document nog in omloop mag zijn. b. De mate waarin het uitgifte en inname proces voorkomt dat een burger ten onrechte houder wordt/blijft van het document; Omdat de NIK en het vreemdelingendocument centraal worden geproduceerd verbetert de bestendigheid tegen identiteitsfraude zoals beschreven bij variant 1 (pag. 71). Daarbij heeft de invoering van de NIK en het vreemdelingendocument aanvullende opbrengsten: De NIK hoeft bij een verhuizing naar een ander openbaar lichaam niet te worden ingeleverd. Dat documenten worden achtergehouden om later onterecht te kunnen genieten van de voordelen voor ingezetenen, is verleden tijd. Het vreemdelingendocument wordt verstrekt door de IND. De vreemdeling hoeft niet meer, zoals dat nu het geval is, met een papieren verblijfsvergunning van IND naar Burgerzaken. Het plegen van fraude met deze papieren vergunning wordt zo onmogelijk. c. De mate waarin controlerende instanties de geldigheid van een identiteitsdocument kunnen controleren. Zoals beschreven bij variant 1 (pag. 71) verbetert de bestendigheid tegen fraude omdat controlerende instanties het Verificatieregister e.d. kunnen gebruiken. 11. Bescherming van de privacy van personen Het invoeren van NIK en vreemdelingendocument heeft geen gevolgen voor de bescherming van privacy van personen. 12. De kwaliteit van de dienstverlening aan burgers. a. De administratieve lasten voor burgers voor het verkrijgen van een identiteitsdocument De invoering van NIK en vreemdelingendocument heeft verschillende positieve en negatieve effecten op de administratieve lasten: Nederlanders hoeven de NIK niet aan te schaffen. De NIK is immers niet verplicht. Zij blijven wel verplicht zich te kunnen identificeren. Vreemdelingen moeten het vreemdelingendocument wél aanschaffen. Nederlanders hoeven bij een verhuizing naar een ander gebied waar de NIK geldig is geen nieuw identiteitsdocument te kopen. De NIK is immers niet gekoppeld aan ingezeten zijn. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 83

96 Caribische Nederlanders die met een NIK met ID-nummer naar Nederland verhuizen zullen deze NIK niet kunnen gebruiken voor bepaalde zaken. Bijvoorbeeld niet voor de inschrijving bij een ziektekostenverzekeraar, omdat er geen BSN op de NIK staat. Zij hebben dan een uittreksel uit de GBA nodig. Met de invoering van de NIK komt er een identiteitsdocument beschikbaar voor 0-12 jarigen dat goedkoper is dan een paspoort (ongeveer 18,50 euro goedkoper, prijspeil 2012). Ingezetenen die een identiteitsdocument willen aanschaffen moeten niet één, maar twee keer naar de balie. De NIK en het vreemdelingendocument worden namelijk niet direct gepersonaliseerd, maar vervaardigd op een centrale locatie. Burgers moeten zelf een geldige pasfoto laten maken en betalen voor de NIK en voor het vreemdelingendocument. De kosten voor NIK en vreemdelingendocument zijn hoger dan de kosten voor de sédula. Het precieze tarief van de NIK wordt door het openbare lichaam vastgesteld. Ieder openbaar lichaam zal een kostendekkend tarief moeten vaststellen en dat door de minister vastgestelde maximumbedrag van 40,05 niet overschrijden. De kosten voor een verblijfsvergunning (inclusief het vreemdelingendocument) zullen sterk stijgen. Op grond van de NIK kan niet worden aangetoond of iemand gerechtigd is tot langdurig verblijf. Wanneer dit wel vereist is, zal aanvullende documentatie via de IND verstrekt moeten worden (uittreksels). b. De mate waarin het principe eenmalige verstrekking, meervoudig gebruik is doorgevoerd. Geen wijziging ten opzichte van huidige situatie. c. Overig Geen wijziging ten opzichte van huidige situatie. 13. De kwaliteit van de verstrekkingen aan overheden De kwaliteit van de verstrekkingen uit PIVA wijzigt iets omdat andere overheden nu desgewenst wel kunnen beschikken over informatie over de geldigheid van het identiteitsdocument (via BV BSN of het Verificatieregister). 14. De integriteit van de infrastructuur (gaten en overlappingen) Het vervangen van de ingezetenenkaart door de NIK en het vreemdelingendocument leidt tot een probleem: het is niet langer mogelijk om aan de hand van het identiteitsdocument snel een scherp onderscheid te maken tussen ingezeten en niet-ingezeten Nederlanders. Dit onderscheid is voorlopig nog relevant omdat Nederlanders uit Europees Nederland niet onbeperkt in Caribisch Nederland mogen verblijven. Wanneer de Rijkswet Personenverkeer in werking zou treden bestaat dit probleem niet meer. De behandeling van deze wet is echter opgeschort en het is niet bekend wanneer de Kamer hierover een besluit neemt. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 84

97 In de bestaande situatie krijgen ingezeten Nederlanders bij de grens onbeperkt toegang tot Caribisch Nederland door hun sédula te tonen. Van niet-ingezetenen Nederlanders uit bijvoorbeeld Europa of Sint-Maarten worden de gegevens bewaard en bij uitreis of bij een volgende inreis wordt gecontroleerd of de maximale verblijfstijd niet is overschreden. Door de invoering van de NIK is er geen ingezetenendocument meer. Hoewel een NIK die is verstrekt in Caribisch Nederland het ID-nummer bevat (en niet het BSN) wil dat niet zeggen dat alle houders van een NIK met ID-nummer nog steeds ingezeten zijn. Of dat de houder van een NIK met BSN niet ingezetene is geworden. Voor handhaving van de Wet Toelating en Uitzetting BES en voor afdichting van het ontstane gat - dient de KMar dan ook zijn procedures aan te passen inzake de toegang van ingezeten Nederlanders (al dan niet met verblijfsvergunning). Deze Nederlanders (dus ook de in Caribisch Nederland geborenen) dienen aan de grens een uittreksel uit PIVA dan wel de verblijfsvergunning te tonen. Een derde mogelijkheid is een autorisatie van de KMar op PIVA die aan de grens gebruikt kan worden. Daarbij merken we nog op dat ook in de huidige situatie dit systeem niet foutloos werkt. De grensautoriteiten beschikken namelijk niet over informatie over sédula s die niet meer in omloop mogen zijn. Controle aan de hand van PIVA zou hier een verbetering opleveren. Ook voor andere werkprocessen waarin de sédula nu wordt gebruikt voor het aantonen van ingezetenschap of waarin het ID-nummer wordt aangetoond aan de hand van de sédula, geldt dat aanpassingen noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld in de processen bij het Zorgverzekeringskantoor Secundaire effecten 15. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger a. Het overschrijden van landsgrenzen Het is nog niet zeker dat de NIK wordt geaccepteerd als grensoverschrijdingsdocument tussen Caribisch Nederland en de Caribisch landen. Hierover moeten nog afspraken worden gemaakt tussen Nederland en de andere landen. Met de NIK kan de Nederlander niet visumvrij naar Suriname reizen. Dat kon wel met de sédula. b. Het identificeren in andere landen. Het is nog niet zeker of de houders van de NIK en het vreemdelingendocument zich hiermee kunnen identificeren in de Caribische landen. Hierover moeten nog afspraken worden gemaakt tussen Nederland en de andere landen. Nederlanders kunnen zich met hun NIK identificeren in de EU/EER en enkele andere landen alsook in de ultraperifere gebieden van die landen Guadeloupe, Saint-Martin en Martinique. Dit is vooral gunstig voor de ingezetenen van de bovenwindse eilanden. Bij ernstige ziekte kunnen zij zich namelijk in het ziekenhuis in Guadeloupe laten behandelen. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 85

98 c. Het kunnen aantonen van ingezetenschap. Met de NIK en het vreemdelingendocument kan de burger niet meer aantonen of hij ingezetene is of niet. De ingezeten Nederlander kan dus niet aan de grens of op straat aantonen dat hij gerechtigd is tot langdurig verblijf. Wanneer het wel vereist is dat hij dit aantoont, zal aanvullende documentatie verstrekt moeten worden. Sommige bedrijven en overheden willen weten of een persoon aan de balie ingezetene is. Met de NIK kan de persoon dat niet aantonen (waarschijnlijk ook niet met het nieuwe vreemdelingendocument 59 ). Burgers zullen dan ook meer uittreksels moeten aanschaffen. Vanuit dienstverleningsoogpunt dienen overheden zich dan steeds meer te richten op verstrekkingen uit PIVA(-V) en niet langer op uittreksels. d. Het onderstrepen van de eilandelijke identiteit. In deze variant draagt de kaart het Nederlanderschap uit en niet langer het ingezetenschap van een bepaald eiland. Het vreemdelingendocument draagt wel iets van ingezetenschap uit. Men heeft een status binnen Caribisch Nederland. Of te zien is in welk openbaar lichaam men woont, is afhankelijk van het model dat wordt ontwikkeld. 16. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Ook wanneer de NIK en het vreemdelingendocument worden ingevoerd kunnen klanten zich bij bedrijven identificeren (met een willekeurig identiteitsdocument). Wil een bedrijf daarbij weten of een klant ingezeten is, dan kan deze vragen om een uittreksel uit de basisadministratie personen (of een ander door het bedrijf geaccepteerd document waaruit het woonadres blijkt). 59 Het Nederlandse vreemdelingendocument bevat de plaatsnaam van uitgifte, niet de woonplaats. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA 86

99 4.3 Variant 3 NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA In deze variant worden NIK en vreemdelingendocument ingevoerd. Het ID-nummer wordt afgeschaft, maar de PIVA blijft in gebruik Aspecten met betrekking tot de transitie 1. De activiteiten die nodig zijn in de transitie a. Aanpassingen in de identiteitsdocumenten; De NIK hoeft niet te worden aangepast om productie zonder het BSN mogelijk te maken. Evenals in variant 2 (pag. 73) gaat het dus alleen om het ontwikkelen van een vreemdelingendocument. b. Aanpassingen in het persoonsnummer; In deze variant wordt geen persoonsnummer meer verstrekt. c. Aanpassingen in de registraties; In de persoonslijst wordt geen ID-nummer meer opgenomen. d. Aanpassingen in processen; Om de nieuwe, andere processen te realiseren veranderen de procesbeschrijvingen voor aanvragen, verstrekken en controles zoals beschreven bij variant 2 (pag. 75). Daarbij veranderen de processen met betrekking tot het doorzoeken van de registraties. Deze worden niet meer aan de hand van het ID-nummer doorzocht, maar bijvoorbeeld aan de hand van naam en geboortedatum. e. Aanpassingen in (ICT-) systemen van de overheid; De aanpassingen ten behoeve van een infrastructuur met een NIK zonder persoonsnummer lijken sterk op de aanpassingen voor variant 2 (pag. 76). De verschillen zijn: De systemen bij de producent van de NIK hoeven niet te worden aangepast. Immers, er worden nu al NIKs zonder persoonsnummers gegenereerd (voor consulaten in de EU/EER, ten behoeve van Nederlanders die daar wonen). Het RAAS-station en de PIVA Burgerzakenmodule behoeven geen aanpassing ten behoeve van het kunnen afhandelen van het ID-nummer. De PIVA-applicatie moet wél worden aangepast. Naast de genoemde wijziging in categorie 12 moet het ID-veld worden uitgeschakeld (in categorieën met betrekking tot burger, ouders, huwelijk en kind - 1, 2, 3, 5 en 9). Het nummer wordt dan overigens wel bij de historische gegevens bewaard. f. Aanpassingen in wet- en regelgeving; Voor deze variant geldt hetzelfde als voor variant 2 (pag. 76), met enkele kleine verschillen. Variant 3 NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA 87

100 Er hoeft bij intrekking van de Wet identiteitskaarten BES geen vervangende juridische basis te worden gecreëerd voor het ID-nummer. Het ID-nummer wordt in deze variant immers niet meer gebruikt in Caribisch Nederland. Er behoeft evenmin te worden geregeld dat de NIK en het vreemdelingendocument met ID-nummer kunnen worden uitgegeven. Overige vermeldingen van het ID-nummer in nationale of lokale regelgeving zijn achterhaald en kunnen worden geschrapt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vermelding van het ID-nummer in de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES en in de bijbehorende onderliggende regelgeving. g. Benodigde opleidingen en voorlichting; De benodigde opleidingen en communicatie zijn goed vergelijkbaar met die in variant 2 (pag. 77). Daarbij moet echter met overheidsinstellingen en lokale overheidsdiensten, burgers en bedrijven worden gecommuniceerd dat het ID-nummer verdwijnt en wat de gevolgen voor hen kunnen zijn. h. Aanpassingen bij andere (semi) overheden en bedrijven; Enkele overheidsinstellingen en lokale overheidsdiensten moeten hun registraties aanpassen. Nu bouwen zij die op (Zorgverzekeringskantoor) of doorzoeken zij die (Belastingdienst) aan de hand van het ID-nummer 60. In deze variant kan dat niet meer. Organisaties die nu het ID-nummer gebruiken als klantnummer moeten in deze variant een eigen klantnummersysteem inrichten en gaan gebruiken. Uit ons onderzoek blijkt niet precies welke private ondernemingen het ID-nummer als klantnummer gebruiken, maar de indruk bestaat dat dat aantal in Caribisch Nederland klein is. Verschillende organisaties noteren het ID-nummer wel, maar gebruiken het nauwelijks. Bedrijven en overheden hanteren eigen klantnummers, met uitzondering van het Zorgverzekeringskantoor. Bedrijven die wensen dat klanten aantonen dat ze ingezeten zijn moeten hun klanten vragen een uittreksel uit PIVA te tonen in combinatie met een identiteitsdocument, in plaats van de sédula. 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie De aanpak en volgtijdelijkheid van verwezenlijking van deze variant zijn vergelijkbaar met die van variant 2 (pag. 78). Het enige verschil is dat het ID-nummer moet worden afgeschaft, maar dit is relatief eenvoudig. Het registreren en het gebruik wordt simpelweg gestaakt. De wijzigingen in wetten en systemen met betrekking tot de kaart zoals aangegeven bij variant 2 blijven echter nodig. De geschatte doorlooptijd blijft dan ook twee tot drie jaar. 60 Ander gebruik van het ID-nummer door overheden is ons niet bekend. Variant 3 NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA 88

101 3. De globale eenmalige kosten voor de transitie In variant 3 zijn de eenmalige kosten vergelijkbaar met die in variant 2 (pag. 79). Wel zijn er kosten voor overheidsinstellingen en lokale diensten die nu werken met het ID-nummer. Zij zullen systemen en werkprocessen moeten aanpassen. 4. De risico s van de transitie De risico s van de transitie zijn dezelfde als in variant 2 (pag. 79). 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden De benodigde verandercapaciteit van overheden is dezelfde als in variant 2 (pag. 80). Maar de bereidheid om de verandering door te voeren is lager. Het afschaffen van het gebruik van het ID-nummer heeft namelijk nadelige consequenties voor overheid én burger. Het wordt voor de overheid minder gemakkelijk om persoonsgegevens uit te wisselen, of bestanden te koppelen of te vergelijken, waardoor het moeilijker wordt om controles uit te voeren en om goede dienstverlening te leveren. Dit kan dan alleen nog op basis van het A-nummer. Voor de communicatie tussen overheid en burger ligt het dan voor de hand dat organisaties dan allemaal eigen klantnummers zullen invoeren. Zie bijlage 5 voor de visie van (lokale) experts op deze variant. 6. De veranderbereidheid van burgers en bedrijven De veranderbereidheid van burgers is enigszins vergelijkbaar met die als beschreven bij variant 2, maar het verdwijnen van het ID-nummer wordt door een enkeling als lastig genoemd. Het nummer was zo eenvoudig te onthouden. In deze variant zal het nergens meer worden gevraagd. De veranderbereidheid van bedrijven is lager. Zij gebruiken af en toe het ID-nummer, zodat ze, als dat nodig zou zijn, ook via het ID-nummer informatie over deze persoon kunnen opzoeken in hun eigen systemen. In deze variant zijn aanpassing nodig bij bedrijven en daar zit men niet op te wachten Structurele effecten 7. Veranderingen in de structurele kosten De structurele kosten veranderen zoals in variant 2 (pag. 81). 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid is lager dan die in variant 2 (pag.82). Want hoewel de structurele kosten vergelijkbaar zijn, kan de kwaliteit van de dienstverlening niet doorgroeien zoals dat in variant 2 wel kan gebeuren, door eenmalige uitvraag, meervoudig gebruik. Dat het uitwisselen van persoonsgegevens en het koppelen en vergelijken van bestanden lastiger wordt, kan ook de verbetering van fraudebestrijding in de weg staan. Variant 3 NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA 89

102 9. Duurzaamheid De duurzaamheid van deze variant is lager dan die in variant 2 (pag. 82). De investeringen bij overheden die voortvloeien uit het afschaffen van het ID-nummer worden teniet gedaan wanneer later alsnog het BSN wordt ingevoerd De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur 10. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens a. De mate waarin de op de burgerlijke stand gebaseerde persoonsgegevens in de basisadministratie (zoals naam, geslacht, geboortedatum, ouder ) overeenkomen met de brondocumenten; Dit aspect van de juistheid en volledigheid kan in deze variant afnemen omdat er één controle minder kan worden uitgevoerd, namelijk die op het ID-nummer. Daardoor wordt de kans op menselijke fouten iets groter bij een herinschrijving of mutatie. b. De mate waarin verblijfplaatsgegevens in de basisadministratie (gemeente van inschrijving, straatnaam, huisnummer) juist zijn; Dit aspect van de juistheid en volledigheid verandert niet direct in deze variant. c. De mate waarin de basisadministratie overeenstemt met de feitelijke situatie. Dit aspect wordt negatief beïnvloed in deze variant. Omdat de overheid haar registraties niet kan (gaan) koppelen, kan zij ook geen bestandsvergelijkingen doen. Ook uitwisseling van persoonsgegevens wordt lastiger zonder ID-nummer. Daarom wordt het ook moeilijker om te constateren dat personen bijvoorbeeld niet meer ingezeten zijn of wel woonachtig zijn in het openbaar lichaam, maar niet zijn ingeschreven. d. De procedures die worden gehanteerd om de kwaliteit van de basisadministratie te handhaven, te controleren of te verbeteren; Dit aspect verandert ook in deze variant. De geautomatiseerde procedures kunnen nu alleen nog van het A-nummer gebruik maken om naar één uniek persoon te verwijzen. De controleerbaarheid neemt af. 11. Bestendigheid tegen identiteitsfraude De bestendigheid tegen identiteitsfraude is dezelfde als in variant 2 (pag. 83). 12. Bescherming van de privacy van personen De bescherming van de privacy van personen verbetert indirect. Omdat het ID-nummer uit het maatschappelijk verkeer verdwijnt wordt het namelijk moeilijker voor overheden en bedrijven om persoonsgegevens uit verschillende publieke registraties respectievelijk private bestanden aan elkaar te koppelen. Aan het toezicht op schending van de privacy verandert niets. Variant 3 NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA 90

103 13. De kwaliteit van de dienstverlening aan burgers. a. De administratieve lasten voor burgers voor het verkrijgen van een identiteitsdocument Deze administratieve lasten zijn dezelfde als in variant 2 (pag. 83). b. De mate waarin het principe eenmalige verstrekking, meervoudig gebruik is doorgevoerd. In deze variant verdwijnt het ID-nummer. Dit maakt het voor de overheid moeilijker om persoonsgegevens uit te wisselen (al zou het kunnen op basis van het A-nummer, als alle overheden dat in hun administratie zouden opnemen). Op dit moment zou dat probleem beperkt zijn, omdat het uitwisselen van persoonsgegevens nog verder ontwikkeld moet worden. Maar overheden in Caribisch Nederland hebben wel deze ambitie, die daardoor wat gefrustreerd zou kunnen raken. Zou het ID-nummer verdwijnen, dan moeten burgers hun gegevens straks toch bij meerdere overheden (blijven) aanleveren, en kunnen deze niet meervoudig gebruikt worden. c. Overig Geen 14. De kwaliteit van de verstrekkingen aan overheden De kwaliteit van verstrekkingen uit PIVA neemt af in deze variant: Ten eerste omdat de kwaliteit van de persoonsgegevens nadelig wordt beïnvloed door het verdwijnen van het ID-nummer. Ten tweede omdat het moeilijker wordt om de PIVA-V te doorzoeken. Dit kan immers niet meer aan de hand van het unieke ID-nummer, maar moet aan de hand van geboortedata en namen. Hierbij kunnen meer fouten optreden. Overheden kunnen informatie verstrekt krijgen over de geldigheid van het identiteitsdocument (via het Verificatieregister en via BV BSN). In dat opzicht neemt de kwaliteit van de verstrekkingen toe. 15. De integriteit van de infrastructuur (gaten en overlappingen) In deze variant valt er een extra gat in de identiteitsinfrastructuur. Het persoonsnummer aan de hand waarvan overheidsregistraties met elkaar vergeleken kunnen worden verdwijnt. De ambitie van eenmalige uitvraag, meervoudig gebruik kan niet goed meer worden gerealiseerd Secundaire effecten 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger De burgers kunnen hun NIK en het vreemdelingendocument op bijna dezelfde manier gebruiken als beschreven bij variant 2 (pag. 85). Maar omdat het ID-nummer nu ontbreekt op het identiteitsdocument vervalt de mogelijkheid om op het ID-nummer gebaseerde diensten van derden (zoals een loterij) af te kunnen nemen. Variant 3 NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA 91

104 17. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Zoals in variant 2 (pag. 86) kunnen bedrijven kun klanten vragen zich te identificeren ongeacht met welk document. Willen zij dat klanten aantonen ingezeten te zijn, dan moeten zij om een uittreksel vragen. 4.4 Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA In deze variant wordt de sédula vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument. Het ID-nummer wordt vervangen door het Europees Nederlandse Burgerservicenummer (BSN). PIVA blijft in gebruik. Hoe deze identiteitsinfrastructuur precies zou werken is uiteengezet in bijlage Aspecten met betrekking tot de transitie 1. De activiteiten die nodig zijn in de transitie a. Aanpassingen in de identiteitsdocumenten; Net als in variant 2 moet een vreemdelingendocument worden ontwikkeld (pag. 73 voor de precieze activiteiten). De NIK is in deze variant exact gelijk aan de NIK in Europees Nederland. Bij uitgifte van een NIK in Caribisch Nederland wordt het BSN vermeld op het document. Net als in Europees Nederland staat het BSN niet vermeld op het vreemdelingendocument. Pas als de vreemdeling is ingeschreven in de GBA, beschikt hij over een BSN. Het CRV-nummer wordt op de kaart gezet. Aanbeveling Bij de invoering van het BSN verdient het de aanbeveling om dit nummer ook op het paspoort en het rijbewijs af te gaan drukken. b. Aanpassingen in het persoonsnummer; Het ID-nummer wordt vervangen door het BSN. Daarvoor moeten registraties, procesbeschrijvingen en systemen worden aangepast, en opleidingen verzorgd. Het is niet voldoende alleen het ID-nummer op een PL te vervangen door het BSN. ID-nummers van één ingezetene komen voor op de persoonslijsten van partner, ouders (en eventuele kinderen). Al deze verwijzingen moeten eveneens worden aangepast. De ID-nummers verdwijnen niet maar worden bewaard als historische gegevens. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 92

105 c. Aanpassingen in de registraties; Net als in variant 2 verandert de registratie van documentnummers (pag. 74). Daarenboven wordt het persoonsgegeven ID-nummer in de PIVA vervangen door een BSN. Dit vereist naast een aanpassing van PIVA een complexe migratie van alle PL-en en dat is een arbeidsintensief proces. Voor elke persoon dient de presentievraag te worden gesteld (heeft deze persoon al een BSN?), voordat een BSN kan worden toegekend. Bij dit proces moet ook worden gecontroleerd of de persoon over een (opgeschorte) PL beschikt in één van de andere openbare lichamen van Caribisch Nederland. In deze variant blijft het namelijk mogelijk dat één persoon in elk van de drie PIVA s voorkomt (iets wat in de GBA niet kan voorkomen). Er mag dan maar één PL actief zijn, de anderen zijn opgeschort. Op alle PL-en van een dergelijk persoon moet het ID-nummer (verschillend per eiland) door éénzelfde BSN worden vervangen. Met de invoering van BSN zullen de openbare lichamen ook op de beheervoorziening BSN moeten gaan aansluiten. Die bevat de centrale registratie van alle BSN-nummers met de identificerende persoonsgegevens. Dat betekent in de praktijk dat mutaties die op de PL in PIVA worden gedaan altijd moeten worden doorgegeven aan de BV BSN. Hiervoor zullen systemen ontwikkeld of aangepast moeten worden. Aanbeveling Voor de werking van het BV BSN zou het goed zijn als bij de ontwikkeling van het separate vreemdelingendocument een register wordt opgebouwd dat op de BV BSN kan worden aangesloten. d. Aanpassingen in de processen; Om de processen te veranderen moeten de administratieve organisatie en interne controle (ao/ic) opnieuw worden beschreven. Voor wat betreft het uitgeven en innemen van NIK en vreemdelingendocument, alsook het registreren van verliezen en diefstal, is dit hetzelfde als in variant 2 en 3 (pag. 75). Wat betreft controleren van identiteitsdocumenten geldt dat in beginsel via het Verificatieregister en de BV BSN kan worden gecheckt of een document nog in omloop mag zijn. Partijen moeten daar dan wel een aansluiting op hebben. De KMar is gebaat bij een aansluiting op het Verificatieregister en de politie en andere lokale overheden op de BV BSN. Welke partij waarop aangesloten moet worden valt buiten de scope van dit onderzoek. Vermissingen van de NIK komen net als nu van het paspoort van BRR in het Verificatieregister terecht, en dat is ook via BV BSN te raadplegen. Voor het vreemdelingendocument in Caribisch Nederland moet nog worden bepaald hoe de IND het kaartregister gaat bijhouden en of dat kaartregister wordt gekoppeld aan de BV BSN. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 93

106 Zolang dat nog niet is gebeurd, en daar gaan wij in deze variant van uit, kan de geldigheid van een vreemdelingendocument uit Caribisch Nederland nog niet via BV BSN worden gecontroleerd. Verder veranderen de processen die betrekking hebben op het persoonsnummer. Beschreven moet zijn hoe baliemedewerkers van Burgerzaken de BV BSN moeten aanroepen, de manier waarop zij kunnen controleren of een persoon reeds over een BSN beschikt (presentievraag), hoe de verificatievragen gesteld kunnen worden en de manier waarop zij de servicedesk BSN kunnen gebruiken (voor vragen) en het foutenmeldpunt (voor fouten). Wat betreft de processen inzake vragen en foutenmelding, is nog van belang dat het BSNpunt (voor burgers), de Servicedesk BSN (voor gebruikers: overheidsinstellingen en overige organisaties met een wettelijke taak) en het Foutenmeldpunt (voor gebruikers) zowel per als per telefoon bereikbaar zijn. De telefonische bereikbaarheid is echter beperkt tot de Europees Nederlandse kantooruren. Dit betekent voor Caribisch Nederland dat men alleen in de eigen ochtenduren deze contactpunten telefonisch kan bereiken. Dit dient in de procesbeschrijvingen te worden meegenomen (tenzij zou worden besloten tot uitbreiding van de openstelling). Ook het verstrekkingsproces via PIVA en PIVA-V verandert iets. Nu wordt in plaats van het ID-nummer het BSN verstrekt aan de landelijke overheidsinstellingen, derden en lokale overheidsdiensten. Dit betekent dat de organisaties in Caribisch Nederland (Zorgverzekeringskantoor en Belastingdienst) hier technisch en qua proces klaar voor moeten zijn. De audits op de kwaliteit van de gegevens in PIVA zullen voortdurend aandacht vragen van Burgerzaken. Met de BSN-wetgeving wordt ook het toezicht op het gebruik en misbruik van persoonsgegevens in Caribisch Nederland versterkt. Het College Bescherming Persoonsgevens (CBP) ziet hier in Europees Nederland op toe. Organisaties moeten daar melden welke persoonsgegevens zij met welke redenen bijhouden. Ook kunnen burgers en organisaties bij het CBP terecht met klachten over schendingen van de privacyregels. Dit CBP, of een vergelijkbaar orgaan, zal ook in Caribisch Nederland actief moeten worden. Nadat processen zijn beschreven moeten systemen worden aangepast en medewerkers worden opgeleid. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 94

107 e. Aanpassingen in de (ICT-)systemen van de overheid; De aanpassingen in de systemen voor wat betreft vreemdelingendocument en NIK lijken op die in variant 2 (pag. 76). Aanvullend voor wat betreft het BSN zijn: De openbare lichamen moeten toegang krijgen tot de BV BSN. Zij dienen voor aansluiting op de webservice van de BV BSN 61 een verzoek in bij het Agentschap BPR en hoeven hiervoor niet, zoals gebruikers dat wel moeten, de aansluitprocedure te doorlopen. Via de webservice stellen de afdelingen Burgerzaken een presentievraag en ontvangen ze een nummervoorraad. BV BSN veronderstelt Gemnet, dat is al aanwezig op de drie locaties Burgerzaken. Besloten dient te worden hoe de mutaties op PL-en in PIVA worden doorgesluisd naar de Beheervoorziening BSN. In Europees Nederland wordt daarvoor de GBA en het GBA-berichtenverkeer gebruikt, maar in Caribisch Nederland is dat niet beschikbaar. Het lijkt mogelijk om dit met behulp van PIVA-V realiseren: een nieuw te bouwen applicatie 62 bij BPR gaat dagelijks door de veranderingen in het PIVA-V bestand en stuurt die in de vorm van spontane GBA-berichten naar de BV BSN. Die applicatie schermt de problematiek van de meerdere PL-en in PIVA-V af voor BV BSN. De PIVA- en de PIVA-V applicatie moeten worden aangepast. In het veld waar nu het ID-nummers staat moet een BSN worden geplaatst. Dit is geen grote veranderopgave. Er moet worden nagegaan of de autorisatietabelregels van PIVA-V aanpassing behoeven (verstrekking BSN i.p.v. ID-nummer). De BV BSN moet mogelijk wat worden aangepast. Voor verificatievragen wordt de GBA-V benaderd. Voor inwoners van Caribisch Nederland zal deze informatie uit PIVA- V moeten komen. BV BSN moet bijhouden wanneer de GBA-V en wanneer PIVA-V benaderd moet worden. Eventuele kosten voor aanschaf, bouw en, in dit geval, aanpassing van de beheervoorziening BSN worden generiek gefinancierd. Om het BSN in Caribisch Nederland daadwerkelijk te laten functioneren, dienen ook gebruikers (zorgkantoor, belastingdienst, politie) te worden aangesloten (op Gemnet en) op BV BSN. Gebruikers in Caribisch Nederland zijn voor hun werkprocessen afhankelijk van de gebruikszekerheid van de BV BSN. Die zal in Caribisch Nederland van vergelijkbaar niveau moeten zijn als in Europees Nederland. Dit aspect verdient bij de nadere uitwerking bijzondere aandacht. De BV BSN is gekoppeld aan diverse registers zodat de vragen die aan de BV BSN gesteld mogen worden, ook daadwerkelijk beantwoord kunnen worden. Eén van die vragen is: Is het identiteitsdocument geldig zoals bedoeld in de Wet op de Identificatieplicht. 61 Bijna alle gemeenten werkt met real time raadpleging van de BV BSN via een webapplicatie. 62 PIVA-V is een oude kopie van GBA-V. Binnenkort verschijnt er een nieuwe versie van GBA-V die alle gegevenserstrekkingen aan afnemers gaat uitvoeren. Er kan op basis van deze versie van GBA-V ook een nieuwe versie van PIVA-V worden uitgegeven waarmee de BV BSN aansluiting kan worden gerealiseerd. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 95

108 De BV BSN is hiervoor gekoppeld aan de verificatieregisters van de identiteitsbewijzen (Verificatieregister, Rijbewijsregister, Kaartenregister BVV). Omdat deze systematiek zo sluitend mogelijk dient te zijn (hoge kwaliteitseisen BSN-systematiek), dient de voeding vanuit Caribisch Nederland op dit punt nader te worden bestudeerd. Zo dienen bijvoorbeeld vermiste reisdocumenten zo spoedig mogelijk in het VR terecht te komen. Ook dient te worden besloten hoe om te gaan met rijbewijzen en, als dan, sédula s (indien besloten wordt de sédula te behouden of de sédula+ in te voeren in combinatie met het BSN). Deze kennen immers in Caribisch Nederland op dit moment geen adequaat documentenregister waarop kan worden aangesloten, zodat de vraag naar de geldigheid van het identiteitsdocument niet adequaat door de BV BSN kan worden beantwoord. f. Aanpassingen in wet- en regelgeving; Voor deze variant geldt met betrekking tot NIK en vreemdelingendocument hetzelfde als voor variant 2 (pag.76). Daarenboven zal in deze variant wet- en regelgeving van kracht moeten worden op grond waarvan in Caribisch Nederland een BSN kan worden uitgegeven. Daartoe kan bijvoorbeeld de reikwijdte van de Europees Nederlandse Wet algemene bepalingen Burgerservicenummer (Wabb) worden uitgebreid met Caribisch Nederland. Nagegaan dient te worden of voor Caribisch Nederland afwijkende bepalingen nodig zijn. Tevens dient te worden nagegaan of de bepalingen in de Wet bescherming persoonsgegevens BES toereikend zijn of dienen te worden aangepast. Een voorbeeld: als een burger niet zelf, in overleg met een sectorale dienst of het openbaar lichaam uit een door hem ervaren probleem komt, dient een zienswijze te worden opgesteld. In Europees Nederland ligt deze taak bij het CBP. Onderzocht moet worden of deze taak in Caribisch Nederland neergelegd kan worden bij de Commissie die is of wordt ingesteld bij de Wet bescherming persoonsgegevens BES. In alle wet- en regelgeving waar het ID-nummer wordt vermeld wordt dit vervangen door het BSN. Dit is o.a. van toepassing op de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES en de bijbehorende onderliggende regelgeving. Wellicht kan dit worden ondervangen door één algemene bepaling in bijvoorbeeld de Wabb. Er van uitgaande dat aansluiting wordt gezocht bij de Europees Nederlandse Wabb, is er een aandachtspunt. Deze wet heeft een koppeling aangebracht tussen het kunnen uitgeven van een BSN en de GBA. Omdat in deze variant PIVA in stand blijft, zal daar in de gewijzigde wet- en regelgeving rekening mee dienen te worden gehouden. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 96

109 g. Benodigde opleiding en voorlichting; Deze variant vereist voor wat betreft NIK en vreemdelingendocument dezelfde opleiding als varianten 2 (pag. 77). Daarenboven moeten er extra opleidingen worden verzorgd voor de afdelingen Burgerzaken en voor gebruikers. De opleidingen dienen o.a. in te gaan op de nieuwe werkprocessen en op wettelijke aspecten als verplicht gebruik van het BSN als identiteitssleutel. Burgerzaken moet leren werken met de Beheervoorziening BSN, met de procedure voor het stellen van presentievragen, met de Servicedesk BSN en met het Foutenmeldpunt. Medeoverheden moeten leren werken met de BV BSN en het Foutenmeldpunt. Het realiseren van deze variant vereist communicatie naar burgers, bedrijven en overheden over de precieze functionaliteiten van NIK en vreemdelingendocument, en over het verdwijnen van het ID-nummer. Daarbij vereist het invoeren van het BSN in deze variant aanvullende communicatie naar burgers en bedrijven over de precieze (on)mogelijkheden met het BSN. h. Aanpassingen bij andere (semi)overheden en bedrijven; Gebruikers moeten hun eigen registraties aanpassen op het BSN en hun organisaties op het BSN-stelsel (BV BSN, Servicedesk BSN, Foutenmeldpunt). Dit is een grote opgave. De aanpassingen die bedrijven moeten doen zijn dezelfde als in variant 2 (pag. 78), aangevuld met aanpassingen inzake het BSN (personeelssystemen en formulieren). 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Er zijn verschillende mogelijkheden voor de invoering van de NIK met het BSN. Beiden kunnen gezamenlijk op één bepaalde datum worden ingevoerd, maar het is ook mogelijk om eerst BSN in te voeren en nog sédula s met BSN in plaats van ID-nummer te produceren. Later kan dan de sédula worden vervangen door de NIK. De NIK éérder invoeren dan BSN lijkt onhandig, omdat er dan gedurende een beperkte periode NIK s met/zonder ID-nummer moeten worden uitgegeven. Die moeten dan later weer door een NIK met BSN worden vervangen. Voordat het BSN kan worden ingevoerd moet de betrouwbaarheid van de infrastructuur (stroom, internet) op de locaties Burgerzaken worden verbeterd om dat bepaalde processen (zoals nieuwe inschrijvingen) het online gebruik van de BV BSN vereisen. In de huidige situatie vallen beide regelmatig uit. De PIVA-applicatie moet geschikt gemaakt worden om alvast BSN s te kunnen accommoderen terwijl het ID-nummer nog gewoon in gebruik blijft. Later, wanneer alle ingezetenen een BSN hebben ontvangen, zal op de dag van invoering in één keer omgeschakeld moeten worden van het verstrekken van nieuwe ID-nummers naar het verstrekken van nieuwe BSN. De oude ID-nummers blijven in de historie bewaard. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 97

110 Er zal er een conversie moeten plaatsvinden van alle nog actieve ID-nummers naar BSN. Daarbij moet gecontroleerd worden of personen in de PIVA niet (ook) in een andere PIVA voorkomen of in de GBA als ingezetene ingeschreven staan. Eventuele dubbele inschrijvingen moeten dan op individuele basis worden afgehandeld. Voordat op het BSN kan worden overgegaan dient PIVA te voldoen aan kwaliteitsvereisten die vergelijkbaar zijn met die aan de GBA worden gesteld. Voor de daadwerkelijke invoering en conversie moet de PIVA-V worden uitgebreid met functionaliteit om de BV BSN van mutaties op de PL-en te voorzien. Met die uitbreiding moet ook de problematiek van de meervoudige PL-en in Caribisch Nederland worden afgeschermd. Alle afnemers van de huidige PIVA-V moeten hun procedures systemen aanpassen opdat zij met het BSN om mogen en kunnen gaan. Gebruikers in Caribisch Nederland en Europees Nederland moeten aansluiting op de BV BSN realiseren. De volgorde wordt dan: Het nemen van de relevante beleidsbeslissingen; Het ontwikkelen van de wet- en regelgeving (parallel aan); Het doorvoeren van maatregelen vooraf, zoals de verbetering van de kwaliteit van PIVA of maatregelen met betrekking tot de voorbereidingen van de conversie; Het doorvoeren van alle technische aanpassingen ten behoeve van invoering NIK, vreemdelingendocument, BSN (zoals apparatuur vreemdelingendocument, RAAS, PIVA, de Beheervoorziening BSN, PIVA-V, infrastructuur en verbindingen); Het voorbereiden van de verstrekking van vreemdelingendocumenten door de IND (aanpassingen processen, FMS, opleidingen). Het doen van conversie van ID-nummers naar BSN. Dit is een complex proces dat veel aandacht vereist. Bij het verstrekken van nieuwe nummers mag namelijk niets mis gaan. Start van het operationeel gebruik van BSN Het gaan verstrekken van NIKs en vreemdelingendocument en het stoppen met het verstrekken van sédula s. Een ruwe schatting is dat dit traject twee tot drie jaar in beslag neemt. 3. De globale eenmalige kosten van de transitieactiviteiten In deze variant zijn de eenmalige kosten hoger dan in variant 2 (pag. 79). Dat wordt vooral veroorzaakt door de relatief hoge eenmalige kosten voor het invoeren van het BSN en het initieel vullen van het BSN-register in het BV BSN. Daarbij moeten alle ID-nummers worden gecontroleerd en vervangen door een BSN. De PIVA en PIVA-V applicatie moeten worden aangepast (en waarschijnlijk ook in de ICT-infrastructuur). Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 98

111 Tevens zijn er kosten voor de overheden die zich aansluiten op Gemnet. 4. De risico s van de transitie Deze variant kent meer risico s dan de varianten waarin alleen NIK en vreemdelingendocument worden ingevoerd (zie ook variant 2, pag. 79). De risico s van invoering van het BSN zijn de volgende: De conversie van ID-nummer naar BSN zal een groot beroep doet op tijd, kennis en capaciteit van medewerkers. Er bestaat een kans op fouten in de conversie. Dat risico is te beperken door vanuit BPR een goede ondersteuning van de afdelingen Burgerzaken in dit proces te organiseren. Het risico bestaat dat de huidige beperkte kwaliteit van de verbindingen en internet, en daarmee een beperkte toegang tot de BV BSN, straks leidt tot problemen in de procesvoortgang bij Burgerzaken. Dit is waarschijnlijk deels te verhelpen door de ICT-infrastructuur bij Burgerzaken te verbeteren. Maar ook de providers zullen de kwaliteit van de communicatieverbindingen moeten verbeteren. Er is onlangs een nieuwe zeekabel aangelegd naar het Caribisch gebied. Mogelijk leidt die al tot verbetering van de betrouwbaarheid en capaciteit van datacommunicatie. 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden De verandercapaciteit is voldoende om de NIK in te voeren. Om het vreemdelingendocument in te voeren is ondersteuning vanuit Europees Nederland vereist (variant 2, pag. 80). Daarenboven vereist het invoeren van het BSN een grote extra capaciteit van de afdelingen Burgerzaken zeker met betrekking tot de migratie van persoonslijsten. Er is ondersteuning vanuit Europees Nederland vereist (één a twee specialisten gedurende een half jaar). De veranderbereidheid is groter dan in varianten 2 en 3 (respectievelijk pag. 80 en 89). Eén afdeling Burgerzaken benoemt voordelen van het hebben van één (soort) persoonsnummer in Nederland, zoals een betere bescherming tegen dubbele inschrijvingen, identiteitsfraude en het opsporen van criminelen. Ook verhuizingen binnen Europees en Caribisch Nederland worden eenvoudiger. De andere twee afdelingen zien deze voordelen in mindere mate, maar staan ook niet afwijzend tegen de invoering. Andere overheden (zoals de belastingdienst en politie) zeggen ook wel voordelen te zien in het BSN. Voor meer inzicht in de reactie van (lokale) experts op deze variant verwijzen wij u naar het verslag van de conferentie (bijlage 5). Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 99

112 6. De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven De bereidheid met betrekking tot NIK en vreemdelingendocument is klein, zoals in variant 2 (pag. 80). De veranderbereidheid met betrekking tot het BSN is bij burgers groter. Zij hebben steeds vaker contact met overheden in Europees Nederland, waarbij het hebben van een BSN helpt. Verhuizingen van en naar Caribisch Nederland en Europees Nederland worden eenvoudiger, maar dat wordt door weinigen aangevoerd. De veranderbereidheid bij bedrijven is wellicht lager. Zij moeten hun registraties aanpassen voor zover zij daarin nu het ID-nummer gebruiken. Zij mogen het BSN niet gebruiken voor onderlinge uitwisseling van persoonsgegevens (denk aan informatie-uitwisseling tussen bijvoorbeeld banken onderling) Structurele effecten 7. Veranderingen in de structurele kosten De structurele kosten met betrekking tot NIK en vreemdelingendocument worden zoals beschreven bij variant 2 (pag. 81). De structurele kosten voor BSN voor de openbare lichamen liggen vooral op het gebied van een goede datacommunicatieverbinding voor de Beheervoorziening BSN. BPR zal structureel meerkosten maken voor beheer van de verbeterde PIVA-V, die nu ook dagelijks berichten naar BV BSN verstuurt. BV BSN behoeft wel een kleine verandering, maar dat heeft naar verwachting geen gevolg voor de structurele kosten van BV BSN. Op den duur, wanneer het BSN breder wordt gebruikt in Caribisch Nederland, zal de belasting op burgerzaken afnemen omdat er minder uittreksels worden aangevraagd. 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid van deze variant is relatief groot. De structurele kosten voor NIK en vreemdelingendocument zijn lager dan in de huidige situatie. De meerkosten voor het BSN zijn eveneens klein. En de kwaliteit van de dienstverlening is groter dan bij in ieder geval varianten 2 en 3. Daar staat tegenover dat de burger meer betaalt voor identiteitsdocumenten, en dat hij, op termijn, minder uittreksels uit PIVA hoeft aan te vragen en steeds meer overheidsdiensten digitaal zou kunnen gaan afnemen. 9. Duurzaamheid De duurzaamheid van deze variant is relatief groot. Deze variant verwezenlijkt een groot deel van de ambitie om processen en systemen in Nederland zoveel mogelijk te uniformeren. De inspanningen die worden verricht voor de invoering van het BSN blijven ook hun waarde houden als men later alsnog zou besluiten om de GBA/BRP in te voeren. Alleen de investeringen in PIVA-V leveren geen profijt meer op omdat PIVA dan verdwijnt. Die (des)investeringen zijn echter beperkt als bij de invoering van BSN ook al een nieuwe release van PIVA-V wordt geïntroduceerd die gebaseerd is op de nieuwste versie van GBA-V. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 100

113 4.4.3 De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur 10. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens a. De mate waarin de op de burgerlijke stand gebaseerde persoonsgegevens in de basisadministratie (zoals naam, geslacht, geboortedatum, ouder ) overeenkomen met de brondocumenten. Deze variant heeft indirect invloed op dit aspect. Met het BSN wordt de kans op fouten met de identiteit van personen verkleind, omdat dubbelopnemingen beter kunnen worden voorkomen. b. De mate waarin verblijfplaatsgegevens in de basisadministratie (gemeente van inschrijving, straatnaam, huisnummer) juist zijn. Door invoeren van NIK en vreemdelingendocument verandert de mate waarin de administratie overeenstemt met de feitelijke situatie niet. Het BSN heeft een beperkte invloed op dit aspect. c. De mate waarin de basisadministratie overeenstemt met de feitelijke situatie. Door invoeren van NIK en vreemdelingendocument verandert de mate waarin de administratie overeenstemt met de feitelijke situatie zoals in variant 2 (pag. 82). Het BSN heeft ook invloeden op dit aspect: Voor het invoeren van het BSN is een grondige check op dubbelingen in de (geactiveerde) persoonslijsten in drie PIVA en de GBA vereist. Aan dubbele inschrijvingen kan dan een einde worden gemaakt. In theorie kan dit nu al met PIVA- V, maar de openbare lichamen hebben geen toegang tot PIVA-V. Op basis van het A- nummer zou dat ook kunnen, maar in de praktijk zijn volgens Burgerzaken de A- nummers bij verhuizingen tussen de eilanden niet altijd goed overgenomen. Wanneer een nieuwe ingezetene zich wil laten inschrijven in een openbaar lichaam wordt er in deze variant altijd een presentievraag gesteld ter voorkoming van nieuwe dubbele inschrijvingen. Dat kon niet met het ID-nummer. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 101

114 d. De procedures die worden gehanteerd om de kwaliteit van de basisadministratie te handhaven, te controleren of te verbeteren. De invoering van NIK en vreemdelingendocument hebben geen effect op dit onderdeel. De invoering van het BSN heeft wel een effect op dit onderdeel: Door het stellen van de presentievraag worden dubbele inschrijvingen binnen Nederland voorkomen. Door een kleine aanpassing in de software kunnen overheden en bedrijven (m.n. in de financiële sector) controleren of een persoonsnummer (BSN) wel de 11-proef kan doorstaan. Dit helpt typefouten te voorkomen. Ook de servicedesk en het foutenmeldpunt BSN helpen bij problemen met een persoonsnummer. Het invoeren van het BSN, dat de enige unieke sleutel wordt voor de burger in het contact met de overheid, wordt het technisch gemakkelijker om overheidsregistraties aan elkaar te koppelen. Het wordt ook makkelijker om persoonsgegevens uit te wisselen. Maar hoewel een dergelijk nummer hiervoor een noodzakelijke voorwaarde is, is het geen voldoende voorwaarde. Zo is bijvoorbeeld ook een juridische basis nodig voor uitwisseling, koppeling en/of bestandsvergelijking. Uitwisseling van persoonsgegevens, koppeling van bestanden en bestandsvergelijking kan bijdragen aan een betere kwaliteit van de persoonsgegevens, maar ook aan een betere dienstverlening en aan fraudebestrijding. 11. Bestendigheid tegen identiteitsfraude a. De mate waarin het identiteitsdocument bestendig is tegen namaak, aanpassing of gebruik door iemand anders dan de rechtmatige houder. Deze bestendigheid tegen identiteitsfraude wordt positief beïnvloed door de invoering van NIK en vreemdelingendocument. Zie voor de precieze uitwerking variant 2 (pag. 83). De invoering van het BSN heeft hierop ook een belangrijk positief effect. Met BSN komt ook de BV BSN beschikbaar en daarmee kunnen gebruikers verificatievragen stellen. Onder andere over de geldigheid van identiteitsdocumenten en extra persoonsgegevens opvragen. Misbruik wordt daardoor lastiger. b. De mate waarin het uitgifte en innameproces voorkomt dat een burger ten onrechte houder wordt van een document. Identiteitsfraude wordt in deze variant, door het invoeren van het BSN, verder voorkomen. Het is veel lastiger voor één persoon om tegelijkertijd ingeschreven te staan op meerdere eilanden met meerdere ID-nummers (dubbele inschrijving). Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 102

115 c. De mate waarin controlerende instanties de geldigheid van een identiteitsdocument kunnen controleren. Deze bestendigheid tegen identiteitsfraude wordt positief beïnvloed door de invoering van NIK en vreemdelingendocument. Zie voor de precieze uitwerking variant 2 (pag. 83). De invoering van het BSN heeft door de komst van BV BSN hierop een positief effecten omdat men nu de geldigheid van identiteitskaarten kan opvragen en aanvullende verificatievragen kan stellen. d. Overig De invoering van het BSN heeft nog een voordeel. Als overheden of burgers vermoeden dat er een fout zit in persoonsgegevens dan kunnen zij dat aangeven via het Foutenmeldpunt BSN of het CBP, waarna controlerende processen in gang worden gezet. 12. Bescherming van de privacy van personen De invoering van NIK en vreemdelingendocument heeft geen effect op de bescherming van de privacy van personen. Het BSN is echter onderworpen aan een uitgebreider privacy-regime dan het ID-nummer. De invoering van het BSN heeft dan ook tot gevolg dat de bescherming van de privacy van personen toeneemt. Onder in acht neming van de juiste waarborgen, nemen borging tegen identiteitsfraude en dienstverlening toe, terwijl tegelijkertijd de privacy van personen wordt beschermd. 13. De kwaliteit van de verstrekkingen aan andere overheden NIK en vreemdelingendocument hebben een beperkte invloed op de kwaliteit van verstrekkingen. Verstrekkingen uit de PIVA veranderen alleen op het punt van de status van reisdocumenten. Medeoverheden kunnen daardoor wel verstrekkingen krijgen met betrekking tot de geldigheid van de NIK (via Verificatieregister of BV BSN, pag. 72). Het invoeren van het BSN heeft dat wél. Het leidt namelijk tot een meer juiste en volledige persoonsregistratie (zie ook de kwaliteit van de gegevens). 14. Kwaliteit van de dienstverlening aan burgers a. De administratieve lasten voor burgers voor het verkrijgen van een identiteitsdocument. De kwaliteit van de dienstverlening aan burgers verandert door het invoeren van de NIK en het vreemdelingendocument (kosten, doorlooptijd). Dit is beschreven bij variant 2 (pag. 83). Het invoeren van het BSN heeft geen directe invloed op de administratieve lasten voor het verkrijgen van een identiteitsdocument. Maar de burger zal op termijn door invoering van het BSN minder vaak uittreksels aan te hoeven vragen. De lasten zullen daardoor dalen. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 103

116 b. De mate waarin het principe eenmalige verstrekking, meervoudig gebruik is doorgevoerd Eenmalige verstrekking, meervoudig gebruik wordt niet beïnvloed door de NIK en het Vreemdelingendocument. Dat wordt het (mogelijk) wel door de invoering van het BSN. Door het BSN, dat alle overheden verplicht moeten gebruiken, wordt het namelijk makkelijker om persoonsgegevens uit te wisselen. Dit bevordert het meervoudige gebruik van de gegevens. De Beheervoorziening BSN biedt gebruikers de mogelijkheid identificerende persoonsgegevens op te vragen. NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) maken hiervan deel uit. Gebruiken andere overheidsorganisaties de beheervoorziening BSN, dan kan dit uittreksels overbodig maken. c. Overig Het invoeren van het BSN heeft nog drie positieve effecten op de kwaliteit van de dienstverlening: Een Nederlander die verhuist tussen Europees en Caribisch Nederland behoudt zijn unieke persoonsnummer. Dat maakt dat hij ook geen nieuwe document hoeft aan te schaffen met daarop het persoonsnummer dat geldig en noodzakelijk is voor ingezetenen in dat gebied. In contact met overheden en bedrijven in Europees Nederland helpt het om een BSN te hebben. De administratieve lasten zijn dan vaak lager. Denk aan het aanmelden voor een studie aan een hogeschool of universiteit in Europees Nederland. Het BSN is niet voldoende maar wel noodzakelijke voorwaarde om op termijn over te gaan op DigiD, ten behoeve van digitale dienstverlening. Maar merk op: het is niet zo dat men vanuit Caribisch Nederland met een BSN ook al toegang heeft tot de met DigiD beveiligde digitale diensten van de overheid in Europees Nederland. Tot nu toe wordt een DigiD alleen uitgereikt aan Nederlanders met een geldig woonadres in Europees Nederland. 63 Bovendien wordt DigiD vooral interessant als ook de lokale overheidsdiensten (voor het aanvragen van documenten, vergunningen enz) toegankelijk worden via DigiD, en niet de alleen landelijke Europees Nederlandse diensten. 15. De integriteit van de infrastructuur (gaten en overlappingen) De invoering van NIK en vreemdelingendocument leidt tot de gaten in de identiteitsinfrastructuur zoals die zijn beschreven bij variant 2 (pag.84). Het BSN leidt niet tot aanvullende gaten. Wel neemt de overlapping met het A-nummer toe. 63 Dit zal pas op termijn mogelijk kunnen wijzigen, bijvoorbeeld als de adressen in de PIVA geheel op orde zijn. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA 104

117 4.4.4 Secundaire effecten 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger Het additioneel gebruik van het document is als beschreven bij variant 2 (pag. 85). 17. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Bedrijven kunnen niet meer aan de hand van het identiteitsdocument zien of iemand ingezetene is zoals beschreven bij variant 2 (pag. 85). Ook mogen bedrijven het persoonsnummer niet gebruiken bij hun interne werkprocessen. De privacy regels omtrent het BSN gaan een stuk verder dan die voor het ID-nummer. 4.5 Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA In deze vijfde variant wordt de sédula vervangen door de NIK en een vreemdelingendocument. Het ID-nummer wordt vervangen door het BSN. De PIVA wordt vervangen door de GBA. Hoe de infrastructuur precies zou functioneren beschrijven we in de bijlage Aspecten met betrekking tot de transitie 1. De activiteiten die nodig zijn in de transitie a. Aanpassingen in de identiteitsdocumenten; Evenals in variant 4 (pag. 73) gaat het enkel om het ontwikkelen van een nieuw vreemdelingendocument voor Caribisch Nederland. De NIK hoeft niet te worden aangepast. b. Aanpassingen in het persoonsnummer; In deze variant wordt ook het BSN gevoerd. Zie variant 4 voor de precieze aanpassingen in het persoonsnummer (pag. 92). c. Aanpassingen in de registraties; PIVA en PIVA-V wordt in deze variant geheel vervangen door de GBA en GBA-V. Nader onderzoek moet aangeven of dit volledig kan of dat enkele afwijkingen zullen moeten blijven bestaan 64. Afwijkingen kunnen nodig zijn in verband met verschillen in het strafrecht, de burgerlijke stand, curatele en de bescherming van persoonsgegevens (CBP of de betreffende Commissie in Caribisch Nederland). 64 Een gedeeltelijke verschillenanalyse tussen PIVA en de GBA is gemaakt bij de voorbereidingen voor de bouw van de PIVA-V Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 105

118 Op het niveau van de gegevensset dient onder andere te worden bezien of de GBAapplicatie kan werken indien geen postcode wordt ingevoerd of hoe dient te worden omgegaan met afwijkend namenrecht. Wat betreft kwaliteitstoetsing dient te worden bepaald of de eilanden gelijk bij de overgang naar de GBA hetzelfde instrumentarium aan de betreffende criteria moeten gaan voldoen of dat een overgangstermijn voor de hand ligt. Omdat de GBA met slechts één PL per persoon werkt, dient er op dit punt een belangrijke aanpassing plaats te vinden. Alle PL-en in Caribisch Nederland en in Europees Nederland die betrekking hebben op één persoon zullen moeten worden samengevoegd in de PL bij de huidige woongemeente. Dit zal ook gevolgen hebben voor afdelingen burgerzaken in Europees Nederland. De aanpassingen in de registraties van identiteitsdocumenten en vreemdelingendocumenten zijn zoals aangegeven bij variant 4 (pagina 92). d. Aanpassingen in processen; Om te komen tot de processen zoals geschetst in bijlage 7 moeten de administratieve organisatie en interne controle (ao/ic) van Burgerzaken opnieuw worden beschreven. De wijziging heeft betrekking op de NIK en het BSN (variant 4, pag. 93). Ondanks het gegeven dat PIVA en GBA sterk op elkaar lijken zullen daarnaast de medewerkers van Burgerzaken een flink aantal voor hen nieuwe processen moeten aanleren en gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld de manier waarop (intergemeentelijke) verhuizingen worden afgehandeld verloopt met de GBA heel anders dan men nu in Caribisch Nederland gewend is. Daar werden verhuizingen tussen eilanden als migraties behandeld. Als Caribisch Nederland en Europees Nederland samen in één bevolkingsadministratie zitten, is er geen sprake meer van migraties, maar alleen nog van intergemeentelijke verhuizingen. De GBA kent voorts een auditsystematiek, PIVA niet. Wel wordt al enige tijd gewerkt aan de kwaliteitsverbetering van PIVA. Door deze verbeteractiviteiten voort te zetten en door te zorgen dat medewerkers, gesteund door de juiste werkprocessen, gericht zijn op het voorkomen van nieuwe fouten, kan de juistheid van de gegevens in PIVA al voor de overgang naar de GBA op orde zijn. Als dan bij de overgang naar de GBA de bij de GBA behorende kwaliteitstoetsingsystematiek wordt ingevoerd, zijn de openbare lichamen hier klaar voor. e. Aanpassingen in (ICT-) systemen en van de overheid; We voorzien bij deze variant de volgende aanpassingen in de systemen, bovenop die die al genoemd zijn bij variant 4 (pag.95): De benoemde vereiste verbeteringen aan de technische infrastructuur (server, netwerk, noodstroom) ten behoeve van werken met het BSN gelden nog in sterkere mate voor de GBA. Dat komt omdat de GBA is sterke mate is gebaseerd op Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 106

119 berichtenverkeer. De ICT- infrastructuur zal voldoende betrouwbaar moeten worden gemaakt om te garanderen dat er geen enkel GBA-bericht verdwijnt. Er zijn investeringen nodig om de ICT-infrastructuur en de verbindingen voldoende betrouwbaar te maken. Ieder openbaar lichaam zal een nieuw GBA-systeem (applicatie) moeten selecteren, aanschaffen en implementeren. Het verdient de aanbeveling om dit gezamenlijk te doen. Nagegaan dient te worden of de GBA naar de stand van zaken op het moment van invoering kan worden ingevoerd, of dat bepaalde moderniseringen niet haalbaar zijn. Zo is op dit moment nog onduidelijk of het haalbaar is een stelselvoorziening als de terugmeldvoorziening in Caribisch Nederland in gebruik te nemen. Er moet een wijziging in het GBA-stelsel worden doorgevoerd. Vanuit de GBA-V worden twee verstrekkingenregimes georganiseerd: één voor Europees Nederland en één voor Caribisch Nederland. Nader dient te worden bezien of het voldoende is de autorisaties en de tabelregels aan te passen. PIVA-V verdwijnt. Overheden hoeven nog maar één aansluiting (op GBA-V) te hebben. Overheidsinstellingen die op dit moment een aansluiting hebben op PIVA-V gaan over op de GBA-V. Nagegaan moet worden welke kosten hiermee gemoeid zijn voor de betreffende overheidsinstellingen (bijvoorbeeld aanpassingen software). Agentschap BPR hoeft PIVA-V niet meer in stand te houden. Dit resulteert in een kostenbesparing. f. Aanpassingen in wet- en regelgeving; Voor deze variant gelden dezelfde aanpassingen ten behoeve van NIK en vreemdelingendocument als in variant 2 (pagina 76) en ten behoeve van het BSN zoals in variant 4 (pag. 96). Bij de overgang van PIVA naar de GBA dient de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES te worden ingetrokken. De Europees Nederlandse wet- en regelgeving op dit vlak (de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) of de beoogde opvolger, de Wet basisregistratie personen (Wet BRP)) wordt van toepassing verklaard op Caribisch Nederland. Omdat veel aanpalende regelgeving specifiek is voor Caribisch Nederland, zullen hierin wel specifieke bepalingen voor Caribisch Nederland moeten worden opgenomen. Hierbij denken wij aan het Burgerlijk Wetboek BES of regelgeving aangaande de politie, het Openbaar Ministerie, enz. Ook kan het noodzakelijk zijn afwijkingen te handhaven als gevolg van bijvoorbeeld beslissingen op ICT-niveau (terugmeldvoorziening), of overgangstermijnen op te nemen (verplicht gebruik van persoonsgegevens uit de GBA). In regelgeving waarin de PIVA wordt genoemd, dient PIVA te worden vervangen door de GBA. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 107

120 g. Benodigde opleidingen en voorlichting; NIK en vreemdelingendocument vereisen dezelfde opleiding en communicatie als in variant 4 (pagina 97). Het BSN vereist dezelfde opleiding en communicatie als in variant 4 (pag. 97). De drie afdelingen Burgerzaken krijgen opleidingen met betrekking tot het doorlopen van de GBA-processen. Daarbij springt het meest in het oog het overdragen van een volledige persoonslijst bij een intergemeentelijke verhuizing, en ook het werken met verplichte terugmeldingen. Het materiaal is hiervoor reeds beschikbaar het niveau moeten worden toegeschreven op de basiskennis van de medewerkers. Met afnemers(overheidsinstellingen en derden) en lokale overheidsdiensten moeten tijdig worden gecommuniceerd over de gevolgen van invoering van de GBA, zodat zij zich adequaat kunnen voorbereiden. Dit vooral inzake het verplichte gebruik van gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens, en over de terugmeldplicht. Overwogen moet worden of communicatie volstaat of dat actievere begeleiding nodig is. Met burgers en bedrijven dient te worden gecommuniceerd dat de overheid zich verplicht om persoonsgegevens eenmalig uit te vragen en meervoudig te gebruiken. h. Aanpassingen bij andere (semi) overheden en bedrijven. Aanpassingen met betrekking tot NIK, vreemdelingendocument en BSN zijn zoals beschreven varianten 2 (pag. 78) en 4 (pag. 97). In deze variant gaan overheden daarbij verplicht gebruik maken van de gegevens uit de GBA en eventuele fouten terugmelden. Indien gewenst sluiten zij zich aan op de GBA- V. Koppelingen met de PIVA-V komen te vervallen. Bedrijven moeten voor deze variant dezelfde aanpassingen doen als in alle varianten waarin de NIK wordt ingevoerd en het ID-nummer wordt uit gefaseerd zij moeten gaan vragen om uittreksels en moeten een eigen klantnummeradministratie inrichten en gaan gebruiken. 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Deze variant met NIK, BSN en GBA kan het best in één keer in zijn geheel worden ingevoerd omdat al deze onderdelen van de identiteitsinfrastructuur nu goed op elkaar zijn afgestemd in Europees Nederland. Wanneer men één of twee van deze onderdelen zou invoeren in Caribisch Nederland, bijvoorbeeld GBA en BSN wel maar de NIK en het vreemdelingendocument nog niet, dan zouden zowel de processen en systemen rond de sédula als rond de GBA aangepast moeten worden. Voor wat betreft de aanpak van de migratie PIVA naar GBA kan het beste eerst PIVA worden ontdaan van alle dubbele PL-en (daar kan GBA niet mee overweg), aangevuld met ontbrekende gegevens (straatnamen, mogelijk ook postcodes) en verbeterd tot het vereiste minimumniveau van de GBA. Dan wordt het hele GBA systeem geïnstalleerd en ingericht bij de drie afdelingen Burgerzaken. De medewerkers krijgen dan vast de nodige GBA-opleidingen. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 108

121 De personen in PIVA die nog geen BSN hebben (d.w.z. personen die niet ooit in Europees Nederland in de GBA waren ingeschreven) krijgen elk een BSN toegewezen uit de daarvoor bestemde BSN-range. Van personen die al een BSN hebben wordt het BSN opgezocht. De zo verkregen BSN s worden alvast bijgeschreven in PIVA, maar nog niet gebruikt (het BSN is nog niet ingevoerd). Als alle ingezetenen in een openbaar lichaam een BSN hebben en alle opgeschorte PL s uit PIVA zijn samengevoegd met PL s elders, kunnen in één weekend de PIVA-bestanden geconverteerd worden naar de GBA. Alle PL-en worden dan ook via het GBAnetwerk doorgegeven aan BV BSN. Vanaf dat moment worden GBA, BSN en NIK in het openbaar lichaam operationeel. Mogelijk kan dit per openbaar lichaam steeds een volgend weekend zijn, omdat dan één team specialisten de start van de invoering ter plekke kan begeleiden. De volgorde wordt dan samengevat: Onderzoek naar noodzakelijke afwijkingen GBA Het voorbereiden van veranderingen in de wet- en regelgeving (parallel); Het voorbereiden van de verstrekking van vreemdelingendocumenten door de IND (nieuw document, aanpassingen processen, FMS, opleidingen). Het verbeteren van de ICT-infrastructuur in Caribisch Nederland Het installeren van de complete GBA omgeving Verzorgen van opleidingen op de GBA, BSN, NIK, vreemdelingendocument. En: Het ontdubbelen van PL s in PIVA Verbeteren van de gegevenskwaliteit (straatnamen enz.) Toekennen van BSN aan alle ingezetenen die dat nog niet hebben Uitvoeren van de migratie van alle PL -en van PIVA naar GBA Start van het gebruik van GBA en BSN. Het gaan verstrekken van NIKs via de GBA-module voor reisdocumenten en vreemdelingendocumenten. De sédula wordt niet meer verstrekt. Dit traject zal mogelijk twee tot drie jaar duren. Er moet namelijk veel wet- en regelgeving worden gewijzigd, en de infrastructuur (stroom, datacommunicatie) moet fors worden verbeterd. Daarenboven moet nog een complexe migratie plaatsvinden. Niet alleen moeten de persoonslijsten worden overgebracht in de GBA, ook moet tevoren de kwaliteit van de persoonslijsten worden gecontroleerd en verbeterd. Dit alles met een beperkte verandercapaciteit. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 109

122 3. Globale eenmalige kosten van die transitie De eenmalige kosten met betrekking tot NIK en vreemdelingendocument (pag. 79) en BSN (pag. 98) moeten nog steeds worden gemaakt behoudens enkele uitzonderingen. In beginsel hoeven er voor de combinatie NIK, BSN en GBA geen systemen te worden aangepast omdat het complete systeemlandschap uit Europees Nederland in Caribisch Nederland wordt geïnstalleerd. Er zijn echter wel kosten voor het invoeren van de GBA. Een GBA-systeem moet worden geselecteerd en aangeschaft. Alle persoonslijsten moeten worden gecontroleerd, verbeterd en geconverteerd. Daarbij moet het personeel worden opgeleid in het werken met de nieuwe verwerkingsprocessen (intergemeentelijke verhuizing, terugmeldingen). En natuurlijk voor de verbetering van de ICT-infrastructuur. 4. De risico s van de transitie De risico s met betrekking tot NIK en vreemdelingendocument en BSN zijn beschreven bij varianten 4 (pag. 99). Daarenboven zijn er enkele specifieke risico s van de overgang naar de GBA: Aan de GBA wordt in Europees Nederland een hoge kwaliteitseis gesteld. Dat dit haalbaar is, is het gecombineerde resultaat van jarenlange sturing op kwaliteit (auditsystematiek, opleidingen) en van de inzet van verschillende moderniseringen, zoals de GBA als Basisregistratie, verplicht gebruik en verplichte terugmelding. Omdat de sturing op kwaliteit in de openbare lichamen van veel recenter datum is en doordat de moderniseringen niet in Caribisch Nederland zijn ingevoerd, is het risico groot dat Caribisch Nederland niet gelijk aan dezelfde kwaliteitseisen zal kunnen voldoen. Wellicht is een overgangsregime op zijn plaats. Ook bestaat het risico dat bij de conversie fouten in de persoonslijsten gaan ontstaan (zoals is gebeurd bij het wijzigen van de landencodes voorafgaand aan ). Een ander mogelijk risico ontstaat als blijkt dat de samenvoeging van meervoudige PL-en handmatig zou moeten worden uitgevoerd. Het voeren van de GBA stelt hoge eisen aan de infrastructuur. Het risico bestaat dat deze niet of niet tijdig realiseerbaar zijn. Dit kan leiden tot diverse problemen. Een gedetailleerde risicoanalyse kan de mogelijke problemen in kaart brengen, zodat bij de voorbereiding van de overgang oplossingen kunnen worden geformuleerd. Zo kan een deel van de problemen worden ondervangen door het inbouwen van redundantie in de infrastructuur (noodaggregaten, dubbele servers ). Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 110

123 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden De benodigde verandercapaciteit is groot. Burgerzaken, IND en medeoverheden moeten hun processen met betrekking tot documenten, persoonsnummer én registraties veranderen. Intensieve ondersteuning vanuit Europees Nederland is dan ook vereist (diverse specialismen). De veranderbereidheid van overheden (lokaal) is wisselend. Hoe deze is met betrekking tot NIK en vreemdelingendocument leest u bij variant 2 (pag. 80), voor het BSN verwijzen we u naar variant 4 (pag. 99). De bereidheid met betrekking tot de GBA is wisselend. Een openbaar lichaam noemt de voordelen van uniformiteit en schaal maar wijst ook naar de erg hoge eisen aan kwaliteit en infrastructuur. De andere twee openbare lichamen wijzen vooral op de complexe transitie. De migratie zou jaren gaan kosten, zeker als er geen overgangssituatie kan zijn waarin (tijdelijk) de kwaliteit van de gegevens minder zou zijn dan in Europees Nederland. Andere overheden die wij spraken hebben geen duidelijke opinie over de overgang van PIVA naar GBA. Voor de precieze meningen van de openbare lichamen over NIK, vreemdelingendocument, BSN en GBA verwijzen we de lezer naar de resultaten van de conferentie (verslaglegging in de bijlage 5). 6. De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven Burgers en bedrijven blijken weinig enthousiast te zijn over de NIK en vreemdelingendocument (variant 2, pag. 80). Het BSN en de GBA hebben echter op termijn voordelen voor de burger vooral daar waar het gaat om eenmalige uitvraag, meervoudig gebruik waardoor de administratieve lasten voor burgers op termijn zullen afnemen en vanwege de toegang tot digitale diensten van de overheid, bijvoorbeeld voor aankomende studenten Structurele effecten 7. Veranderingen in de structurele kosten De structurele kosten met betrekking tot NIK en vreemdelingendocument worden zoals beschreven bij variant 2 (pag. 70). Daarbij gaan de openbare lichamen enige extra kosten maken voor het GBA-. Naar schatting van de PIVA- leverancier gaat het jaarlijks om berichten a 0,10. Wij gaan er verder van uit dat de kosten voor de aansluiting van de afdelingen Burgerzaken in Caribisch Nederland op Gemnet, net als nu, door het ministerie van BZK worden gedragen. Wanneer ook andere overheden in Caribisch Nederland (zorg, politie ) de BV BSN zouden willen gebruiken hebben zij ook Gemnetaansluitingen nodig. De financiering daarvan valt buiten het bestek van dit onderzoek. Het vermoeden van experts is dat de jaarlijkse kosten van de GBA voor de openbare lichamen wat hoger zullen zijn dan die voor PIVA, omdat GBA meer en geavanceerdere functies biedt. Of de verschillen substantieel zijn kan pas worden bepaald als de openbare lichamen een GBAleverancier hebben geselecteerd. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 111

124 De kosten voor het centrale beheer van PIVA-V komen te vervallen. Het centrale beheer van PIVA niet, omdat de Caribische landen PIVA blijven gebruiken. De structurele kosten voor de openbare lichamen nemen alles bij elkaar genomen in vergelijking met de huidige situatie toe. 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid van deze variant is relatief hoog. Het beveiligingsniveau en de kwaliteit van de gegevens zijn hoog, en ook de kwaliteit van de dienstverlening neemt op termijn toe door een vermindering van administratieve lasten voor burgers. De structurele kosten zijn voor de openbare lichamen zijn wel wat hoger, maar worden deels gecompenseerd door de kostendekkende identiteitskaarten. Het Rijk bespaart de beheerkosten van PIVA-V (circa 6 ton/jaar). 9. Duurzaamheid De duurzaamheid in de betekenis van de tijd dat de oplossing kan blijven bestaan zonder nieuwe veranderingen voor deze variant is groot. Bij elke volgende verandering in de richting van een meer uniforme identiteitsinfrastructuur in Caribisch en Europees Nederland zal de NIK en het BSN en de GBA blijven bestaan, zodat de gedane inspanningen hun waarde niet snel zullen verliezen De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur 10. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens a. De mate waarin de op de burgerlijke stand gebaseerde persoonsgegevens in de basisadministratie (zoals naam, geslacht, geboortedatum, ouder ) overeenkomen met de brondocumenten; Bij het overdragen van persoonsgegevens tussen GBA en PIVA gaan nu (historische) gegevens verloren: niet wordt verwezen naar het juiste brondocument, maar naar de oude (opgeschorte) persoonslijst. Zouden Caribisch Nederland en Europees Nederland allebei de GBA gebruiken dan worden deze correcte verwijzingen naar brondocumenten wel overgedragen. b. De mate waarin verblijfplaatsgegevens in de basisadministratie (gemeente van inschrijving, straatnaam, huisnummer) juist zijn; De eilanden hebben nog geen straatnamen en huisnummers die op bestuurlijk niveau zijn vastgesteld. Met de eilanden is afgesproken dat de bestuurscolleges de straatnamen en huisnummers medio 2012 zullen vaststellen. Streven is de verwerking van de vastgestelde namen en huisnummers in PIVA nog in 2012 af te ronden. Dit zal de kwaliteit van PIVA op dit punt aanzienlijk verbeteren en brengt PIVA dichter bij de GBA. Ook de GBA werkt met eenduidige straatnamen en huisnummers. Sinds kort ontleent de GBA deze aan de BAG (Basisadministratie Adressen en Gebouwen). De BAG is in Caribisch Nederland niet ingevoerd. Invoering van de BAG is geen deel van dit onderzoek. Voor de problematiek van de ontbrekende postcodes is nog geen oplossing voorgesteld. De problematiek van de invoering van postcodes vormt evenmin deel van dit onderzoek. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 112

125 Voor dit onderzoek volstaat de constatering dat postcodes ontbreken en dat dit van belang kan zijn voor de manier waarop met de gegevensset in de GBA moet worden omgegaan. Gelet op de kwaliteitsvereisten van de GBA ligt het voor de hand pas over te gaan van PIVA naar de GBA nadat de bestuurlijk vastgestelde straatnamen en huisnummers in PIVA zijn verwerkt. c. De mate waarin de basisadministratie overeenstemt met de feitelijke situatie. Bijvoorbeeld of een persoon die als ingezetene staat ingeschreven nog wel woonachtig is in het openbaar lichaam. In deze variant maken zowel Caribisch Nederland als Europees Nederland gebruik van BSN en GBA. Dit maakt dat de kans op dubbele inschrijvingen nihil wordt. Hiermee neemt de overeenstemming tussen administratie en feitelijke situatie toe. Niet gemelde verhuizingen binnen het nieuwe gebied alsmede niet gemelde emigraties worden bij de GBA in het kader van de verplichte terugmelding - gemeld bij Burgerzaken door de eerste overheidsinstelling die gaat twijfelen aan het betreffende persoonsgegeven. Ook dit draagt bij aan de mate van overeenstemming tussen administratie en feitelijke situatie. d. De procedures die worden gehanteerd om de kwaliteit van de basisadministratie te handhaven, te controleren of te verbeteren. In bovenstaande paragrafen zijn verschillende mechanismen en procedures genoemd die de GBA kent en PIVA niet en die een bijdrage zullen leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de gegevens in de basisadministraties persoonsgegevens van de openbare lichamen: - Auditsystematiek of andere controlesystematiek (op dit moment wordt binnen het kader van de GBA gewerkt aan een nieuw evaluatie-instrument) - Verplicht gebruik en terugmelding Ook het stellen van de presentievraag aan de BV BSN draagt bij aan de kwaliteit. Er is echter meer. In het kader van de GBA worden procedures voortdurend onder de loep genomen: Actieplan kwaliteit GBA, programma modernisering GBA, de ontwerp Wet BRP. Alle ontwikkelingen zijn gericht op verbetering, o.a. op het vlak van de procedures. Zodra de openbare lichamen aansluiten op de GBA delen ze de nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Er zijn in deze variant dus meer middelen en procedures om de kwaliteit te borgen. 11. Bestendigheid tegen identiteitsfraude Deze bestendigheid is voor wat het identiteitsdocument gelijk aan die in variant 4, dankzij de invoering van NIK, vreemdelingendocument en ook BSN (pag. 80). De GBA kent meer controles en borgen op de kwaliteit van de gegevens (zie ook punt 10 juistheid en volledigheid) dan de PIVA. Dit verkleint de kans op fraude. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 113

126 12. Bescherming van de privacy van personen De privacy van personen is beter dan in de huidige situatie en gelijk aan die in variant De kwaliteit van de dienstverlening aan burgers a. De administratieve lasten voor burgers voor het verkrijgen van een identiteitsdocument De administratieve lasten met betrekking tot documenten zijn in beginsel dezelfde als in variant 4. b. De mate waarin het principe eenmalige verstrekking, meervoudig gebruik is doorgevoerd. De dienstverlening voor burgers verbetert op het moment dat de GBA volledig is ingevoerd in Caribisch Nederland. De GBA is dan namelijk het verplichte basisregister voor alle overheden. Informatie die de overheid al heeft vraagt zij niet meer uit. Overheden communiceren daarbij onderling de (wijzigingen in de) gegevens, zodat de burger dat zelf niet hoeft te doen. c. Overig Er zijn minder administratieve lasten voor de burger bij een verhuizing van Caribisch Nederland naar Europees Nederland of andersom, zoals in variant 4 (pag. 104). De burger doet nu uitsluitend nog aangifte van verblijf en adres in zijn nieuwe woonplaats. Hij heeft geen bewijs van uitschrijving meer nodig. Omdat de burger zich nu niet meer bij emigratie naar Europees Nederland voor een bewijs van uitschrijving meldt bij het openbaar lichaam waaruit hij vertrekt, wordt de kans groter dat de burger zijn sédula behoudt (als de sédula geleidelijk wordt uitgefaseerd). Er is geen vanzelfsprekend moment meer voor inlevering van de sédula. 14. De kwaliteit van de verstrekkingen aan overheden De kwaliteit van de gegevens wordt beter, en daarmee de kwaliteit van de verstrekkingen ook. Dit moet ook wel, omdat alle overheden de gegevens verplicht moeten gebruiken. Overheden in Caribisch Nederland worden gecontroleerd op het hanteren van de GBA als basisadministratie. Ook moeten zij terugmeldingen doen als ze twijfel hebben bij bepaalde persoonsgegevens. Daar tegenover staat dat zij profiteren van de gezamenlijke inspanning van alle gebruikers van persoonsgegevens op de kwaliteit. PIVA-Verstrekkingen verdwijnt. Daarvoor in de plaats kunnen overheden zich aansluiten op de GBA-V. Voor overheden in Europees Nederland heeft dat als voordeel dat ze zich niet op beide systemen hoeven aan te sluiten. Er zijn wel twee verschillende autorisaties nodig voor verstrekkingen uit Europees Nederland en uit Caribisch Nederland. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 114

127 15. De integriteit van de infrastructuur (gaten en overlappingen) Met betrekking tot de NIK en het vreemdelingendocument: zie variant 2 (pag. 84). De integriteit van de identiteitsinfrastructuur als geheel neemt in deze variant echter nog verder toe. Met de invoering van BSN en GBA in Caribisch Nederland sluiten de openbare lichamen namelijk volledig aan bij de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur, die geacht mag worden een sluitend geheel te vormen, met uitsluitend functionele redundantie Secundaire effecten 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger De NIK en het vreemdelingendocument kunnen op dezelfde manier gebruikt worden door de burger als in variant 2 (pag. 85). 17. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Bedrijven kunnen het document op dezelfde manier gebruiken als in varianten 4; namelijk als identiteitsbewijs, niet voor het toetsen op ingezetenschap, en ook niet om een ID-nummer van over te nemen. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA 115

128 5. Effecten per variant voor de Caribische landen In dit hoofdstuk gaan we in op de veranderingen die zullen optreden als ook de Caribische landen zouden besluiten om tot realisatie van een voor Caribisch Nederland gekozen variant over te gaan. We gaan daarbij alleen in op de aspecten die anders zijn dan zoals ze beschreven zijn in het hoofdstuk over Caribisch Nederland. 5.1 Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA (CL) Waarin de sédula wordt vervangen door een nieuw document. Dit document behoudt alle functionaliteiten van de huidige sédula, maar krijgt hetzelfde beveiligingsniveau als de Nederlandse Identiteitskaart (NIK). Het ID-nummer en PIVA blijven in gebruik Aspecten met betrekking tot de transitie 1. Activiteiten die nodig zijn in de transitie Zouden de Caribische landen besluiten om samen met Caribisch Nederland een nieuwe identiteitskaart de sédula+ - te introduceren met dezelfde bestendigheid tegen fraude als de NIK, maar verder met dezelfde persoonsgegevens en functionaliteiten als de huidige sédula, dan zullen Curaçao en Sint Maarten dezelfde transitie moeten doormaken als beschreven in paragraaf 4.1 voor Caribisch Nederland (pagina 66). Het betreft vooral de processen voor aanvraag, productie en verstrekking van de sédula+, alsook voor de het documentbeheer. Voor Aruba is dit een kleine verandering. Aruba laat de cedula namelijk al in Europees Nederland produceren. Bovendien is er op Aruba (in tegenstelling tot Curaçao en Sint Maarten) geen algemene identificatieplicht 65 en evenmin een verplichting een cedula te hebben De wijzigingen in de systemen (een kleine aanpassing in PIVA en het RAAS-station) zijn in dan al doorgevoerd ten behoeve van Caribisch Nederland, en kunnen worden overgenomen door de Caribische landen. Aanbeveling In deze situatie kunnen de Caribische landen en Nederland verder overwegen om lokaal in het Caribisch gebied een gezamenlijke leverancier te zoeken, wat gevolgen heeft voor onder andere de snelheid van levering en de kosten van de sédula+. Indien twee of meer landen besluiten tot samenwerking bij de ontwikkeling van een sédula+, is het overigens aan te bevelen dat zij afspraken neerleggen in een onderlinge regeling. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA (CL) 116

129 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Wanneer de Caribische landen samen met Caribisch Nederland overgaan op hetzelfde beter beveiligde identiteitsdocument, is het logisch dat ook de landen betrokken worden bij het ontwerp, en bij de inrichting van het aanvraag-, productie - en verstrekkingsproces. De vervanging van de bestaande sédula door de nieuwe sédula+ kan in de Caribische landen, net als in Caribisch Nederland, worden ingezet door vanaf een bepaalde datum alleen nog de nieuwe sédula+ te gaan verstrekken. Zodra de nieuwe kaart beschikbaar is kunnen de landen elk een (eigen) invoeringsdatum bepalen. Sint Maarten heeft eind 2011 een nieuw model sédula ingevoerd. Er is in dit traject geïnvesteerd en het ligt daarom niet voor de hand dat deze kaart op korte termijn weer wordt vervangen. Curaçao werkt ook aan vervanging van de oude sédula. Wij hebben geen informatie ontvangen over het stadium waarin dit project zich momenteel bevindt. Mogelijk kan Curaçao nog aanhaken bij een breder initiatief. Voor wat betreft Aruba kan rekening worden gehouden met de afloop van het huidige contract voor de productie van cedula s. 3. Globale eenmalige kosten van de transitie De eenmalige kosten van de transitie zijn afhankelijk van de keuzen die worden gemaakt. Wanneer de Caribische landen besluiten dezelfde sédula+ in te voeren als in Caribisch Nederland kunnen zij zich de kosten voor het ontwikkelen van een nieuw model sédula besparen. Als de nieuwe kaarten pas worden ingevoerd als de oude hun geldigheid verliezen gaat het naast de kosten voor ontwikkeling vooral om voorlichtingskosten en zijn de eenmalige kosten beperkt. Maar besluit men om de oude sédula s op een bepaalde datum ongeldig te verklaren dan moeten de houders van oude sédula s door de landen gecompenseerd worden voor het gedeelte van de 5 jaar dat hun sédula niet meer geldig is. 4. De risico s van de transitie De risico s van de transitie zijn relatiefklein. Wel zouden er goede afspraken moeten zijn over de minimale duur van de samenwerking en de opzegtermijn. Als een land uit de samenwerking zou stappen, kunnen de kosten voor de anderen namelijk hoger worden. 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden De overheden van de landen hebben de capaciteit om de veranderingen (in technische zin) door te voeren. De bereidheid verschilt per land. Sint Maarten heeft eind 2011 net een nieuwe sédula geïntroduceerd en zegt weinig nut te zien in een vervanging door de sédula+. Aruba geeft aan alleen geïnteresseerd te zijn als de doorlooptijd van aanvraag tot verstrekking wordt verkort, bijvoorbeeld door een lokale producent te gebruiken. Over Curaçao zijn geen gegevens bekend op dit punt. 6. De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven Zoals is beschreven bij Caribisch Nederland (paragraaf 4.1.1, pagina 66) zijn burgers niet enthousiast over een document dat verplicht is, dat duurder wordt en waarvan de procedure minder gemakkelijk wordt. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA (CL) 117

130 5.1.2 Structurele effecten 7. De verandering in structurele kosten Zoals is beschreven bij Caribisch Nederland heeft vervanging van de sédula door een van de NIK afgeleide beter beveiligde sédula+ geen meetbare gevolgen voor de structurele kosten. In het geval Sint Maarten en Aruba er voor zouden kiezen om, net als Aruba en Europees Nederland, alle of in ieder geval een deel van de kosten van het identiteitsdocument door te belasten aan de burger, nemen de structurele kosten voor het land af. De burger betaalt meer. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat in Aruba de cedula niet verplicht is en in Sint Maarten en Curaçao wel. Wij schatten in dat deze landen de sédula+ voor een vergelijkbare prijs aan hun burger aan te bieden als de huidige sédula en dat de structurele kosten voor een sédula+ iets hoger zullen zijn dan van de sédula (beter beveiligd document, productie uitbesteedt aan leverancier elders). Maar tegelijkertijd betekent het feit dat de Caribische landen met Caribisch Nederland deelnemen in deze variant dat er schaalvoordelen zijn. Op deze manier heeft deze variant alsnog een zeer lichte positieve invloed op de structurele kosten. 8. De doelmatigheid van de infrastructuur De doelmatigheid blijft nagenoeg gelijk aan de doelmatigheid in de huidige situatie. De beveiliging van het document is wat beter, maar de kostprijs zal ook wat toenemen. 9. De duurzaamheid De Caribische landen hanteren niet het uitgangspunt dat zij in beginsel over zullen gaan op de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur. Voor de landen betekent duurzaamheid dan ook niet de mate waarin de variant bijdraagt aan het overgaan naar Europees Nederlandse infrastructuur, maar vooral toekomstbestendigheid. De toekomstbestendigheid van deze variant is relatief hoog, omdat het document aan hogere kwaliteitseisen voor wat betreft de beveiliging voldoet De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur 10. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens Geen verandering. 11. Bestendigheid tegen identiteitsfraude Namaken van de sédula+ is moeilijker, net als look-alike fraude (door de biometrische kenmerken op de kaart). De fraudebestendigheid neemt dus toe. Wij hebben niet onderzocht of een beter beveiligd identiteitsdocument de landen ook zou kunnen bewegen om nieuwe afspraken te maken over het gebruik van de sédula+ als document voor grensoverschrijding voor Nederlanders en vreemdelingen. Variant 1 Sédula+, ID-nummer, PIVA (CL) 118

131 12. Bescherming van de privacy van personen Geen verandering. 13. De kwaliteit van de dienstverlening aan de burgers De administratieve lasten voor de burger nemen toe (langere doorlooptijd, twee keer naar de balie). Wordt er inderdaad gekozen voor een lokale productiefaciliteit, dan wordt de doorlooptijd van het proces nog iets verkort van circa 10 tot circa 5 werkdagen. 14. De kwaliteit van verstrekkingen aan de overheid De kwaliteit van de verstrekkingen uit PIVA wijzigt op één punt: het wordt mogelijk om uit PIVA gegevens te verstrekken van de nog niet verlopen sédula s + die niet in de roulatie zouden mogen zijn bijvoorbeeld als gevolg van diefstal. 15. De integriteit van de infrastructuur Er zal als gevolg van de bij in het vorige punt genoemde verbetering een kleine verbetering in de integriteit van de identiteitsinfrastructuur optreden Secundaire effecten 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door burgers Wordt de sédula door alle eilanden samen gebruikt, dan gaan de eilandspecifieke kenmerken verloren. Kiezen de eilanden voor eigen ontwerpen, dan gaat dit ten koste van de schaalvoordelen. 17. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Geen veranderingen ten opzichte van de huidige situatie. 5.2 Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA (CL) De sédula wordt vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument. Het ID-nummer en PIVA blijven in gebruik Aspecten met betrekking tot de transitie 1. Activiteiten die nodig zijn in de transitie Wanneer de Caribische landen zouden besluiten om samen met Caribisch Nederland de sédula af te schaffen en de NIK met ID-nummer als nieuwe identiteitskaart te introduceren met een apart vreemdelingendocument, dan zullen de drie Caribische landen in essentie dezelfde transitie moeten doormaken zoals beschreven in paragraaf voor Caribisch Nederland (pagina 73). Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA (CL) 119

132 Elk land zal naast de invoering van de NIK ook over een eigen vreemdelingendocument moeten nadenken. Desgewenst kan men gezamenlijk een vreemdelingendocument ontwikkelen. Maar het is ook mogelijk dat er helemaal geen kaart aan vreemdelingen wordt verstrekt, alleen de papieren verblijfsvergunning (zo werkt het in Aruba). Dit is echter niet aan te bevelen, omdat juist met dit papieren document fraude mogelijk is. We gaan er in deze variant vanuit dat er een vreemdelingendocument wordt in gevoerd. Afspraken tussen de landen over bredere uitgifte van de NIK (twee of meer landen) en/of vreemdelingendocument kunnen het beste worden neergelegd in een onderlinge regeling (zoals dat ook voor de bevolkingsadministraties is gedaan). Dit bevordert de continuïteit van de afspraken. Dit geldt ook indien twee of meer landen willen samenwerken bij de ontwikkeling van een vreemdelingendocument. Elk land past vervolgens zijn regelgeving aan conform de gemaakte afspraken. 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Elk Caribisch land kan zelf bepalen of en wanneer de NIK en het vreemdelingendocument worden ingevoerd (zoals is geschetst in de paragraaf voor Caribisch Nederland (paragraaf 4.2 pagina 73). Aanbeveling Een voordeel van het gelijktijdig invoeren van de NIK in Caribisch Nederland én de Caribische landen is dat Nederlanders dan gemakkelijk kunnen reizen tussen Caribisch Nederland, de Caribische landen en Europees Nederland. Dit maakt afspraken over doorreizen op basis van een NIK overbodig, aangezien de NIK op dat betreffende eiland dan al geldig is. 3. Globale eenmalige kosten van de transitie Het is op dit moment niet goed mogelijk een raming te maken van de transitiekosten in de Caribische landen. Wel kunnen wij hier enkele kostensoorten aangeven. Evenals in Caribisch Nederland gaat het om kosten voor aanpassingen in processen bij Burgerzaken en de IND, en het ontwikkelen van het vreemdelingendocument (en documentenregister). Verliezen de sédula s vanaf een bepaalde datum de geldigheid, dan zijn er compensatiekosten. Doen de Caribische landen met Caribisch Nederland mee bij het ontwikkelen van een vreemdelingendocument, dan zijn schaalvoordelen te behalen. 4. De risico s van de transitie Evenals in Caribisch Nederland is er (vooralsnog) onder de bevolking een beperkt draagvlak voor deze variant, en bestaat het risico dat de gegevens van toelatingsorganisatie en burgerzaken van elkaar verschillen (bij het ontbreken van een koppelingswet). Ook hebben de toelatingsorganisaties nog geen ervaring met het uitgeven van vreemdelingendocumenten. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA (CL) 120

133 Hoewel dit verschilt per land, bestaat er daarbij een risico op politieke tegenstand tijdens de uitvoering van het project, en dat een eenmaal genomen besluit over de invoering van de NIK later weer wordt teruggedraaid. Verder zijn de risico s gering, zeker als er goede afspraken worden gemaakt over de samenwerking over het vreemdelingendocument. 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden Het invoeren van de NIK vereist ongeveer dezelfde capaciteit als het invoeren van een sédula+ (pagina 66). En voor het invoeren van het vreemdelingendocument is capaciteit nodig om de toelatingsorganisaties te ondersteunen.. Alle landen melden dat zij dergelijke capaciteit niet hebben. De prioriteiten liggen vaak elders. Daarnaast spelen de kosten een rol: het uitgeven van een vreemdelingenpas is duurder dan een papieren vergunning, terwijl de Caribische landen minder dan Europees Nederland staan ingesteld op het hanteren van kostendekkende tarieven. De activiteiten zijn veelal hetzelfde als bij Caribisch Nederland, maar omdat de schaal van de landen groter is, is de opgave ook groter. Voor wat betreft de veranderbereidheid omtrent de NIK geven de afdelingen Burgerzaken in Sint Maarten en Aruba aan dat dit in hun ogen vooral een politieke keuze is. Het is niet bekend hoe groot in deze twee landen de politieke steun zal zijn voor invoering van de NIK. Burgerzaken op Curaçao heeft ons niet kunnen ontvangen. Voor wat betreft de bereidheid voor de invoering van een apart vreemdelingendocument zeggen de IND op Sint Maarten, DIMAS op Aruba en de Toelatingsorganisatie op Curaçao dat het hebben van een door hen uit te geven en goed beveiligd vreemdelingendocument een vooruitgang zou betekenen. Op Aruba worden op dit moment de mogelijkheden onderzocht voor de uitgifte van een apart vreemdelingendocument. 6. De veranderbereidheid van burgers en bedrijven De veranderbereidheid van burgers en bedrijven is laag, net als in Caribisch Nederland (paragraaf 4.2.1, pagina 73). De variant heeft in de ogen van burgers meer na- dan voordelen. Voor hen is duidelijk dat het document duurder wordt en dat zij hiermee ingezetenschap niet kunnen aantonen, en dat onduidelijk is of zij er straks mee de grens over kunnen. De veranderbereidheid van burgers is vooral afhankelijk van de precieze veranderingen in administratieve lasten. Die lasten verschillen nu al sterk. In Aruba wordt anders dan nu voor de vreemdeling verplicht dat deze een document afschaft. In Sint Maarten en Curaçao zijn de hogere aanschafkosten en de dubbele gang naar Burgerzaken nieuw. Onze gesprekspartners geven aan dat zij ook politieke weerstand verwachten tegen het invoeren van de NIK, en tegen het verstrekken van aparte identiteitsdocumenten aan vreemdelingen. Dat laatste zou namelijk indruisen tegen de open cultuur van de landen ten opzichte van vreemdelingen. Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA (CL) 121

134 5.2.2 Structurele effecten 7. Veranderingen in de structurele kosten De NIK en het vreemdelingendocument zouden kostendekkend kunnen worden gemaakt. Doen de landen dat niet, dan zullen zij het verschil tussen kost- en verkoopprijs moeten bijleggen. Het is onduidelijk in hoeverre dan de structurele kosten voor de landen toe- of afnemen. De verwachting is dat de structurele kosten voor de landen dan afnemen. De landen hoeven minder kaarten uit te geven, omdat de NIK niet verplicht is. De tijd voor het uitgeven van een paspoort (vergelijkbaar met de NIK) en sédula zou ongeveer gelijk zijn, dus dit maakt weinig uit. Wel moeten de landen meer uittreksels gaan uitgeven, omdat het ingezeten document verdwijnt. Voor de doorontwikkeling van het model, in verband met het actueel houden van de beveiligingskenmerken, is ten minste eenmaal per vijf jaar een investering noodzakelijk. Dit valt in Europees Nederland buiten het kostendekkend tarief: BZK betaalt dit. Nader bepaald moet worden of de landen hieraan ook bij zouden moeten dragen. De kosten voor het in stand houden van de oude structuur vallen weg. Zoals de investeringskosten voor het voor model en apparatuur (ongeveer eenmaal per vijf tot tien jaar), onderhoudskosten, en, afhankelijk van de mate van kostendekkendheid van het tarief, ook een aanvulling per kaart om de kaart laagdrempelig te houden vanwege het verplichte karakter van de kaart. 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur Worden NIK en vreemdelingendocument kostendekkend, dan neemt de doelmatigheid van de infrastructuur toe. De kwaliteit van de infrastructuur neemt namelijk toe, en het vermoeden is dat de kosten dalen. Zouden alle zes de eilanden overgaan op de NIK en het vreemdelingendocument, dan worden er minder documenten in het Koninkrijk uitgegeven (want: niet verplicht) en worden er minder verschillende documenten gevoerd (want: geen sédula meer). Dit leidt tot een lagere totale beheerlast, en daarmee tot een grotere doelmatigheid. 9. Duurzaamheid In deze variant wordt een vreemdelingendocument ingevoerd (duurzaam) en wordt het IDnummer op de NIK afgedrukt. Dat kan voor de Caribische landen een toekomstbestendige oplossing zijn, tenzij de landen later besluiten om alsnog het BSN te gaan gebruiken. Het vreemdelingendocument is een duurzame oplossing De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur Voor wat betreft de onderwerpen 10 t/m 15 uit het afwegingskader geldt dat de effecten in de Caribische landen overeenkomen met die zoals beschreven bij Caribisch Nederland. Zie paragraaf 4.2 (pagina 82). Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA (CL) 122

135 5.2.4 Secundaire effecten 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger a. Het overschrijden van landsgrenzen De sédula/cedula is in deze variant niet meer beschikbaar als reisdocument in de voormalige Nederlandse Antillen. In Aruba en Sint Maarten bezit de meerderheid van de Nederlandse ingezetenen (> 90%) een paspoort. Deze ingezetenen hebben geen nadeel van het verdwijnen van de sédula. Voor de overige 10% kan er een nadeel zijn. Met de NIK kan de Nederlander uit een Caribisch land niet visumvrij naar Suriname reizen. Met de sédula kan hij dit nu wel. Met de NIK kan ook gereisd kan worden naar de UPG s van Frankrijk Guadeloupe, Saint-Martin en Martinique. b. Het identificeren in andere landen Nederlanders uit de Caribische landen kunnen zich ook met hun NIK identificeren in de EU, de EER en enkele andere onderdelen van Europese landen buiten Europa (zie vorige punt). c. Het kunnen aantonen van ingezetenschap Met de NIK kan de burger niet meer aantonen of hij ingezetene is of niet. De NIK wordt immers bij verhuizing behouden, ongeacht wat er onder persoonsnummer staat opgenomen: een ID-nummer, een BSN of niets. Van de met een NIK binnenkomende of vertrekkende Nederlander kan niet worden vastgesteld of het om een ingezetene of nietingezetene gaat. Voor de handhaving van de maximale verblijfsduur van 6 maanden voor niet ingezetenen dient een andere methode te worden gebruikt, bijvoorbeeld door het tonen van een Verklaring van rechtswege of een uittreksel uit PIVA. d. Het onderstrepen van de eilandelijke identiteit Dit is niet meer mogelijk met de NIK. 17. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Ook wanneer NIK en het vreemdelingendocument worden gevoerd kunnen klanten zich bij bedrijven identificeren. Ze kunnen echter niet met het document aantonen ingezeten te zijn. Het ID-nummer wordt door sommige bedrijven wel overgenomen, maar er gebeurt niet veel mee. Bedrijven hanteren vrijwel altijd een eigen klantnummer, ook als zij het ID-nummer wel in hun registratie opnemen. Bedrijven vragen nu al naast de sédula vaker om een uittreksel uit PIVA om daar het verblijfsadres van hun klanten van over te nemen (in Aruba al 5000 uittreksels per maand, andere overheden hebben geen inkijk in PIVA). Variant 2 NIK/Vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA (CL) 123

136 5.3 Variant 3 NIK/Vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA (CL) In deze variant worden NIK en vreemdelingendocument ingevoerd. Het ID-nummer wordt uitgefaseerd, maar de PIVA blijft in gebruik Aspecten met betrekking tot de transitie 1. Activiteiten die nodig zijn in de transitie In deze variant zullen de drie Caribische landen in essentie dezelfde transitie moeten doormaken zoals beschreven in paragraaf voor Caribisch Nederland (pagina 87). Wel zullen zij een eigen vreemdelingendocument moeten ontwikkelen. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Elk Caribisch land kan zelf bepalen of en wanneer de NIK en het vreemdelingendocument worden ingevoerd. Zoals is beschreven bij Caribisch Nederland zijn daar verschillende mogelijkheden voor (zie paragraaf 4.3.1, pagina Globale eenmalige kosten van de transitie De eenmalige kosten voor de Caribische landen beperken zich vooral tot de ontwikkeling van vreemdelingendocument en de aanpassingen in processen bij Burgerzaken en toelatingsorganisatie. Dan zijn er de kosten voor het aanpassen van de administraties van lokale overheden die ook het ID-nummer gebruiken. Dit aantal is echter beperkt. Deze overheden zullen veelal ofwel het A-nummer moeten gaan gebruiken (dat niet bedoeld is voor de communicatie tussen overheid en burger), ofwel een eigen persoonsnummer moeten introduceren. 3. De risico s van de transitie Hoewel dit verschilt per land, bestaat er na een positief besluit toch een risico op politieke tegenstand. Deze is vergelijkbaar met de tegenstand in de vorige variant, omdat ze vooral betrekking heeft op de Nederlandse identiteitskaart en het vreemdelingendocument (zie paragraaf 4.3.1, pagina 87). 4. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden De verandercapaciteit en bereidheid van overheden verschilt per land en per onderdeel van de verandering. Voor wat betreft de invoering van NIK en vreemdelingendocument verwijzen wij naar (pagina 119). Er zijn als gevolg van het verdwijnen van het ID-nummer wel enkele redenen om aan te nemen dat de veranderbereidheid van overheden anders is dan in Caribisch Nederland. Dat heeft te maken met het bredere gebruik van het ID-nummer in de Caribische landen. Op Curaçao gebruikt de Sociale Verzekeringsbank het ID-nummer en wordt het ID-nummer bijvoorbeeld op het rijbewijs afgedrukt. Steeds meer instanties gebruiken daar het ID-nummer in hun administraties. Variant 3 NIK/Vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA (CL) 124

137 Op Sint Maarten loopt een project voor verstrekking van persoonsgegevens aan de andere overheden in het land op basis van het ID-nummer of een ander persoonsgebonden nummer. Verschillende overheden zoals de belastingdienst en de IND gebruiken elk een eigen identificatienummer. Op Aruba wordt het ID-nummer niet veel gebruikt door de overheden omdat niet iedereen een cedula heeft. 5. De veranderbereidheid van burgers en bedrijven De veranderbereidheid van burgers en bedrijven is anders dan in Caribisch Nederland (paragraaf 4.3.2, pagina 89).Dat heeft te maken met het bredere gebruik van het ID-nummer in de Caribische landen. Vooral op Curaçao wordt vaak specifiek om de sédula gevraagd, en gebruiken bedrijven ook wel het ID-nummer, bijvoorbeeld voor een loterij. Burgers en bedrijven zullen minder bereid zijn iets kwijt te raken waarvoor niets in de plaats komt Structurele effecten 6. Veranderingen in de structurele kosten De invloed op de structurele kosten is zoals die is geschetst bij variant 2. Zie paragraaf (pagina 122). 7. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid is hoger dan die in de huidige situatie, om dezelfde redenen als geschetst bij variant 2 (zie paragraaf (pagina 122). Ze is echter ook lager dan die in variant 2, door het afschaffen van het ID-nummer. Dit maakt namelijk het koppelen van administraties moeilijker. 8. Duurzaamheid De duurzaamheid voor wat betreft het invoeren van een NIK en een vreemdelingendocument is zoals die is beschreven bij de vorige variant (paragraaf 5.2.2, pagina 122). Het afschaffen van het ID-nummer is voor de Caribische landen niet duurzaam. Een moderne overheid heeft namelijk een persoonsnummer nodig om het principe eenmalig uitvragen, meermalig gebruik te kunnen realiseren. Sint Maarten en Curaçao streven naar een stelsel van basisregistraties en daarin is een persoonsnummer een onontbeerlijke schakel. Het vreemdelingendocument is een duurzame oplossing De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur Voor wat betreft de onderwerpen 10 t/m 15 uit het afwegingskader geldt dat de effecten in de Caribische landen overeenkomen met die zoals beschreven bij Caribisch Nederland. Zie paragraaf (pagina 101). Variant 3 NIK/Vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA (CL) 125

138 5.3.4 Secundaire effecten 16. Additioneel gebruik van het identiteitsdocument door de burger Dit gebruik verandert zoals is beschreven bij de vorige variant, in paragraaf (pagina 123). 17. Gebruik van het identiteitsdocument door bedrijven Dit gebruik verandert zoals is beschreven bij de vorige variant, in paragraaf (pagina 123). 5.4 Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA (CL) In deze variant wordt de sédula vervangen door de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) en een apart vreemdelingendocument. Het ID-nummer wordt vervangen door het Europees Nederlandse Burgerservicenummer (BSN). PIVA blijft in gebruik Aspecten met betrekking tot de transitie 1. Activiteiten die nodig zijn in de transitie Wanneer de Caribische landen zouden besluiten om samen met Caribisch Nederland de NIK en het vreemdelingendocument te introduceren dan moeten de drie Caribische landen in essentie dezelfde transitie doormaken als is beschreven in paragraaf (pagina 73, voor wat betreft NIK en vreemdelingendocument - met dat verschil dat de landen een eigen vreemdelingendocument moeten ontwikkelen) De transitie met betrekking tot BSN is grotendeels gelijk met die die is geschetst in paragraaf voor Caribisch Nederland (pagina 92). Er is echter één belangrijk verschil dat specifiek is voor de Caribische landen. Dat heeft betrekking op de manier waarop de PIVA-applicatie communiceert met de BV BSN. In Caribisch Nederland kan dit door de PIVA-V aan te passen. In de Caribische landen is er echter (nog) geen PIVA-V. Er zijn dan twee mogelijke oplossingen voor het geautomatiseerd voeden van het nummerregister van de BV BSN vanuit de PIVA applicatie, ofwel moet iedere PIVA-applicatie worden aangepast opdat deze spontane verstrekkingen aan de Bv BSN kan doen, en ook 24 / 7 beschikbaar is. Met het oog op de kwaliteit van de technische infrastructuur is dit echter geen realistische oplossing. ofwel worden de PIVA-applicaties aangesloten op een eigen PIVA-V, zodat de verstrekkingenvoorziening bijvoorbeeld dagelijks in batch van de gemuteerde PL-en de benodigde gegevens kan aanleveren aan de BV BSN. Gelet op de kosten voor het beheer van één PIVA-V ligt het voor de hand in dat geval de mogelijkheden te onderzoeken voor het in één PIVA-V samenvoegen van de gegevens uit de zes PIVA s. Dan moet uiteraard wel met autorisaties worden gezorgd dat de gegevens niet kunnen worden ingezien door overheidsinstanties in de andere landen. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA (CL) 126

139 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Elk Caribisch land kan zelf bepalen of en wanneer de NIK en het vreemdelingendocument met BSN worden ingevoerd. Zoals bij Caribisch Nederland is beschreven is het raadzaam om eerst het BSN in te voeren, en dan pas de NIK. 3. Globale eenmalige kosten van de transitie Het is op dit moment niet goed mogelijk een raming te maken van de transitiekosten in de Caribische landen. De kostenposten zijn minstens gelijk aan die in Europees Nederland (paragraaf 4.4.1, pagina 92). Er zijn echter ook nog enkele specifieke posten voor het invoeren van het BSN in de Caribische landen. Een additionele kostenpost is die voor het invoeren van eigen PIVA-V s, ten behoeve van de communicatie met de BV BSN. Omdat geprofiteerd kan worden van de kennis en ervaring van de PIVA-V van de openbare lichamen, zal het bedrag hiervoor minder groot zijn dan bij het invoeren van de eerste PIVA-V. Bovendien dienen de gegevens die deel uitmaken van de gegevensset die doorzocht wordt door de BV BSN in verband met de verificatievragen, van hoge kwaliteit en eenduidig te zijn. De kans is aanwezig dat een verbeterslag noodzakelijk zal zijn. Aangezien het hierbij om handwerk gaat, zijn hier substantiële kosten mee gemoeid. Met de voorkant van het BSN-proces, het stellen van de presentievraag en het opvragen van een nummervoorraad via een webapplicatie, zijn weinig investeringsmiddelen gemoeid. Maar overheden moeten verificatievragen kunnen stellen via de BV BSN. Dit kan alleen als de PIVA s van de landen geraadpleegd kunnen worden en het Verificatieregister op orde is. Klanten/gebruikers in Europees Nederland gebruiken hiervoor een webservice/webapplicatie en een Gemnet aansluiting op de BV BSN. Overheidsinstanties in de Caribische landen moeten dan ook nog aangesloten worden op Gemnet en toegang krijgen tot de webservice/webapplicatie. Wederom gaat op: er moet worden gezorgd dat geen overheidsinstelling gegevens uit de PIVA-V van een ander land kan raadplegen. 4. De risico s van de transitie Hoewel dit verschilt per land, bestaat er een risico op politieke tegenstand. Er zijn risico s die samenhangen met complexiteit, zoals bij het wegvallen van berichtenverkeer door een gebrekkige elektriciteits- en datacommunicatie infrastructuur. Deze zijn vergelijkbaar met die zoals geschetst bij Caribisch Nederland (paragraaf 4.5.1, pagina 105). 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden Dit verschilt per land en per onderdeel van de verandering. Voor wat betreft de invoering van NIK en vreemdelingendocument verwijzen wij naar paragraaf voor Caribisch Nederland (pagina119). Met betrekking tot de invoering van het BSN zijn de Caribische landen neutraal of (gematigd) positief omdat het dubbele inschrijvingen moeilijker maakt. Men ziet ook voordelen in het verplicht gebruik van het BSN door de eigen overheidsorganisaties, waardoor burgers bepaalde gegevens maar één keer hoeven in te dienen en organisaties persoonsgegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA (CL) 127

140 Men zegt echter geen capaciteit beschikbaar te hebben voor een dergelijke verandering. Voor meer inzicht in de meningen van (lokale) experts verwijzen wij naar het verslag van de conferentie (bijlage 5). 6. De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven Zoals bij Caribisch Nederland is uiteengezet spreekt het BSN burgers aan. De verplichting aan overheden om precies deze unieke sleutel te gebruiken maak het koppelen van bestanden makkelijker, en vergroot daarmee de mogelijkheden voor enkelvoudige uitvraag en meervoudig gebruik. Ook krijgen burgers (in hun perceptie) dankzij het BSN wat makkelijker toegang tot overheidsdiensten in Europees Nederland in ieder geval bij een studie of verhuizing naar Europees Nederland. Omdat het ID-nummer in met name Curaçao breder wordt gebruikt door bedrijven zal de bereidheid om over te gaan op het BSN bij bedrijven lager zijn. Zij mogen dit nummer immers niet zomaar overnemen in hun eigen administraties Structurele effecten 7. Veranderingen in de structurele kosten De precieze veranderingen in de structurele kosten zijn afhankelijk van de precieze keuzes die worden gemaakt ten behoeve van bijvoorbeeld berichtenverkeer en het al dan niet verstrekken van een vreemdelingendocument. De kostenposten voor het BSN zijn al geschetst in de paragraaf over deze variant bij Caribisch Nederland (pagina 92), en die voor het invoeren van NIK en vreemdelingendocument bij variant 2 in dit hoofdstuk (pagina 122). We vullen hier aan. Het in beheer houden van een PIVA-V kost ten minste euro per jaar. De structurele kosten van een aansluiting van overheidsinstanties op Gemnet (en het berichtenverkeer daarlangs) zullen eveneens aanzienlijk zijn. 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur Omwille van de introductie van NIK en vreemdelingendocument wordt de doelmatigheid van de infrastructuur al beter (zoals is uiteengezet bij 5.2.2, pagina 122). Gebruik van het BSN in de Caribische landen zal de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur nog meer ten goede komen. Dubbele inschrijvingen binnen het Koninkrijk worden voortaan voorkomen. Omdat andere overheidsdiensten voor de organisatie gebruik kunnen maken van het BSN en de BV BSN, gaat ook de kwaliteit van hun werkzaamheden omhoog. 9. Duurzaamheid In deze variant wordt er een NIK met BSN ingevoerd. Dat kan voor de Caribische landen een toekomstbestendige oplossing zijn, omdat de documenten beter zijn beveiligd en omdat het verplichte gebruik van het nummer de realisatie van een stelsel van basisregistraties en gekoppelde overheidsadministraties vergemakkelijkt. Variant 4 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, PIVA (CL) 128

141 5.4.3 De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur Voor wat betreft de onderwerpen 10 tot en met 15 uit het afwegingskader geldt dat de effecten in de Caribische landen overeenkomen met die zoals beschreven bij Caribisch Nederland. Zie paragraaf (pagina 101). De invoering van het BSN zal dus tot een verdere tot een verbetering van de kwaliteit leiden Secundaire effecten De secundaire effecten van deze variant veranderen niet wanneer ook de Caribische landen deelnemen aan de variant. Deze zijn dan ook hetzelfde als beschreven bij Caribisch Nederland (4.4.4, pagina 105). 5.5 Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA (CL) In deze variant wordt de volledige identiteitsinfrastructuur uit Europees Nederland ook in de Caribische landen ingevoerd. Dat betekent dat de sédula wordt vervangen door de NIK en een vreemdelingendocument. Het ID-nummer wordt vervangen door het BSN. De PIVA wordt vervangen door de GBA Aspecten met betrekking tot de transitie 1. Activiteiten die nodig zijn in de transitie Wanneer de Caribische landen met Caribisch Nederland in deze variant deel te nemen, dan zullen de drie Caribische landen in essentie dezelfde transitie moeten doormaken zoals beschreven in paragraaf voor Caribisch Nederland (pagina 105). Specifiek voor het invoeren van de GBA in de Caribische landen zijn er nog aanvullende transitie-activiteiten. Ten eerste moeten er specifieke aanpassingen worden gedaan met het oog op bestaande specifieke wet- en regelgeving. Op grond van een Europese richtlijn mogen er geen persoonsgegevens uit de GBA worden overgedragen naar een regime waar (vooralsnog) een lager niveau bescherming van persoonsgegevens is. Voor de PGK-module is daarin een uitzondering gemaakt, omdat de koppeling bijdraagt aan het voorkomen van dubbele inschrijvingen in het koninkrijk. Mogelijk kan deze uitzonderingsregeling worden uitgebreid. Ten tweede moeten alle afnemers in deze variant worden aangesloten op een eigen GBA-V (of dezelfde GBA-V met strenge autorisaties), en omwille van verplichte terugmeldingen ook op de terugmeldvoorziening en op Gemnet. In de Caribische landen is dit (omwille van de schaal) een grotere opgave dan in Caribisch Nederland. Ten derde moet een oplossing worden gezocht voor het feit dat wet- en regelgeving in de context van de GBA in de Caribische landen anders is dan in (Caribisch) Nederland. Zo zou geborgd moeten worden dat alle landen nu en in de toekomst dezelfde gegevens opnemen in de persoonslijsten in de GBA. Ook zouden er koppelingen moeten worden gelegd naar bijvoorbeeld de vreemdelingenadministratie, en eventueel ook op toekomstige basisregistraties van de Caribische landen zoals er in Nederland een koppeling is met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA (CL) 129

142 Ten vierde zullen de Caribische landen onder het (strengere) kwaliteitsregime van de GBA komen te vallen. Nog voorafgaand aan de transitie moet de kwaliteit van de gegevens worden verbeterd. 2. De aanpak en volgtijdelijkheid van de transitie Het verdient de aanbeveling om eerst de GBA in te voeren (met het BSN), en dan de NIK en een eventueel vreemdelingendocument. Dit is verder zoals dat is beschreven bij Caribisch Nederland (paragraaf pagina105). Er zal waarschijnlijk een overgangsperiode nodig zijn waarin zowel PIVA als GBA naast elkaar bestaan. In die periode worden ingezetenen groepsgewijs overgebracht van PIVA naar GBA, nadat eerst hun ID-nummer is omgezet in een BSN. 3. Globale eenmalige kosten van de transitie De kostenposten voor de transitie zijn dezelfde als beschreven bij deze variant voor Caribisch Nederland, in paragraaf pagina 105). Daarboven komen uiteraard de kosten voor de transitie in de Caribische landen, bijvoorbeeld ten behoeve van de wijzigingen in wet- en regelgeving, ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van de gegevens, ten behoeve van het uitbreiden van aansluitingen op Gemnet en ten behoeve van het overdragen van brondocumenten. 4. De risico s van de transitie De conversie van het ID-nummer naar BSN en vooral die van PIVA naar de GBA is een omvangrijke en complexe (juridische en technische) operatie, waarbij ook gecontroleerd moet worden of de ingezetenen al elders in het Koninkrijk staan ingeschreven en of de persoon wel daadwerkelijk woonachtig is in het land. Deze variant kan dan ook alleen slagen met voldoende steun (kennis en financiën) vanuit Europees Nederland. 5. De verandercapaciteit en -bereidheid van overheden De verandercapaciteit van de overheid ten behoeve van de NIK is voldoende. Ten behoeve van invoering van BSN en GBA moet de capaciteit worden uitgebreid met specifieke kennis van deze systematieken (enkele personen full time ondersteuning). De veranderbereidheid verschilt per verandering. Voor wat betreft de invoering van NIK en een eventueel vreemdelingendocument verwijzen wij naar paragraaf ). Met betrekking tot de invoering van het BSN zijn de landen (gematigd) positief. Voor wat betreft de GBA zijn de experts uit de Caribische landen echter niet direct positief. De relatieve voordelen voor de burger achten zij te beperkt. Voor meer inzicht in de meningen van (lokale) experts verwijzen wij naar het verslag van de conferentie (bijlage 5). Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA (CL) 130

143 6. De veranderbereidheid van de burgers en bedrijven Zie voor wat betreft NIK en een eventueel vreemdelingendocument paragraaf pagina 119), en voor wat betreft het BSN paragraaf (pagina 126). Burgers en bedrijven hebben geen specifiek oordeel over de invoering van GBA in de Caribische landen. Van de invoering van de GBA zullen zij meer indirect baat hebben Structurele effecten 7. Veranderingen in de structurele kosten De structurele kosten in de Caribische landen veranderen voor wat betreft NIK en BSN zoals is geschetst in respectievelijk variant 2 (paragraaf pagina 122) en variant 4 (paragraaf pagina 128). De structurele kosten met betrekking tot GBA(-V) veranderen zoals is uiteengezet bij Caribisch Nederland (paragraaf pagina 111). De structurele kosten die de landen maken voor het houden van het register kunnen ook afnemen omdat er verschillende leveranciers de GBA voeren. Deze mogelijke concurrentie zou gunstig zijn voor de contractprijzen. 8. Doelmatigheid van de identiteitsinfrastructuur De doelmatigheid van deze variant is relatief hoog. Het beveiligingsniveau en de kwaliteit van de gegevens zijn hoog, en ook de kwaliteit van de dienstverlening neemt op termijn doe door eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Tegelijkertijd profiteren de verschillende landen in het koninkrijk (ook Nederland) vermoedelijk van lagere kosten, schaalvoordelen en van concurrentie. 9. Duurzaamheid De toekomstbestendigheid van deze variant is groot. De Caribische landen kunnen met Nederland optrekken bij het door ontwikkelen van de identiteitsinfrastructuur, en zo profiteren van schaalvoordelen en expertise op dit vlak. Op termijn zal de GBA in Europees Nederland overgaan in de nieuwe Basisregistratie Personen (BRP). Dan worden persoonslijsten centraal geregistreerd. Ten behoeve van deze variant is het dan absoluut noodzakelijk dat Nederland en de Caribische landen afspraken maken ten aanzien van de precieze gegevensset die in de persoonslijst wordt bijgehouden. De Caribische landen en Nederland kunnen dan namelijk niet verschillen in de gegevens die zij willen opnemen in de persoonslijst. Ook zouden de GBA-systemen van de eilanden dan absoluut realtime beschikbaar moeten zijn (ten behoeve van het berichtenverkeer). Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA (CL) 131

144 5.5.3 De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur Wanneer de Caribische landen met Caribisch Nederland overgaan tot invoering van NIK, BSN en GBA dan verandert de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur zoals is geschetst bij Caribisch Nederland, in paragraaf (pagina 112) met dien verstande dat de kans op fouten in de PL-en nog verder afneemt Secundaire effecten De secundaire effecten van deze variant veranderen niet wanneer ook de Caribische landen deelnemen aan de variant. Deze zijn dan ook hetzelfde als beschreven bij Caribisch Nederland (paragraaf pagina 115). Variant 5 NIK/Vreemdelingendocument, BSN, GBA (CL) 132

145 6. Voor- en nadelen per variant 6.1 Voor- en nadelen per variant In de hoofdstukken 4 en 5 hebben we de feitelijke effecten van de verschillende varianten voor Caribisch Nederland en de Caribische landen beschreven. In dit hoofdstuk zetten we de daaruit volgende voor- en nadelen van de varianten op een rij. Een effect kan (licht) voordelig, (licht) nadelig of neutraal zijn Voor- en nadelen zijn altijd voor- of nadelen in de ogen van een bepaalde actor. Zo zijn bijvoorbeeld kostendekkende (hogere) leges voor de NIK ene nadeel voor de burger, maar een voordeel voor het openbaar lichaam omdat de netto kosten voor uitgifte van identiteitsdocumenten omlaag gaan. We onderscheiden in dit hoofdstukvier belangrijke actoren. Wij beschrijven de voor- en nadelen van de varianten vanuit het perspectief van: De rijksoverheid. Met de rijksoverheid wordt gedoeld op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, haar uitvoeringsorganisaties, zoals het Agentschap BPR en de IND en ook op de andere bij dit onderwerp betrokken ministeries en hun uitvoeringsorganisaties Caribisch Nederland. Dit zijn de ambtelijke en bestuurlijke actoren van de drie eilanden die betrokken zijn bij (de uitvoering van) de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland. Denk aan de openbare lichamen (Burgerzaken), de lokale vestiging van de IND, de Kmar en andere lokale overheden. Caribische landen. Dit betreft de ambtelijke en bestuurlijke actoren van de drie Caribische landen die mogelijk zouden willen aansluiten bij een van de varianten voor Caribisch Nederland. Burgers en bedrijven. Het gaat hier om de voor- en nadelen die primair relevant zijn voor alle burgers en bedrijven in het Koninkrijk. Maar het gros van de effecten heeft betrekking op de ingezetenen van Caribisch Nederland en de Caribische landen. Bij het beschrijven van voor- en nadelen hanteerden wij de volgende uitgangspunten: De beoordeling van voor- en nadelen van de vier groepen van actoren zijn niet onafhankelijk. Zo zal de rijksoverheid in haar beoordeling van de varianten ook zeker rekening houden met de vooren nadelen van die variant op burgers of de overheden in Caribisch Nederland. Omwille van de overzichtelijkheid hebben wij er voor gekozen om een voor- of nadeel alleen te beschrijven bij de actor waar dat voor- of nadeel ontstaat. Hoe de andere actoren een voor-of nadeel voor bijvoorbeeld de burger in Caribisch Nederland meewegen in hun eigen eindoordeel is aan geheel aan hen en valt buiten het kader van dit onderzoek. Voor- en nadelen per variant 133

146 We beperken ons tot de samengevatte en meer evidente voor- en nadelen. Bij het kiezen van een voorkeursvariant kan de beoordelaar niet tientallen voor- en nadelen tegen elkaar afwegen. We vatten de belangrijkste voor- en nadelen uit de 17 aspecten uit het afwegingskader samen 66 in vier hoofdcategorieën: 10. Aspecten die van belang zijn bij de transitie van de huidige situatie naar de nieuwe variant; 11. Aspecten die betrekking hebben op de structurele effecten van de verandering; 12. Aspecten die de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur beïnvloeden; en 13. Aspecten die de secundaire effecten van een verandering in de infrastructuur beschrijven. Een voor- of nadeel is geen vaststaand feit, maar kan worden vergroot, verkleind of zelfs geëlimineerd. Voor de aspecten met betrekking tot de transitie geven we aan of ze vooral voor- of nadelig zijn ten opzichte van die van de andere varianten. Voor de aspecten met betrekking tot structurele effecten, kwaliteit en secundaire effecten geven we aan of ze voor- of nadelig zijn ten opzichte van de huidige situatie. We geven aan of iets een voor- of een nadeel is met behulp van een kleurcode. Zo is direct zichtbaar of de getotaliseerde effecten bij een doelgroep overwegend voor- of nadelig zijn. Veel voordeliger dan in de andere varianten / in de huidige situatie Voordeliger dan in de andere varianten / in de huidige situatie Gemiddeld of neutraal Iets nadeliger dan de andere varianten / in de huidige situatie Veel nadeliger dan de andere varianten / in de huidige situatie Berenschot weegt de voor- en nadelen niet De lezer wordt uitgenodigd om zelf na te gaan welke van voor- en nadelen doorslaggevend zijn bij het kiezen van een voorkeursvariant. In de volgende paragraaf (6.2) gaan we in op de voor- en nadelen van de varianten bij invoering in Caribisch Nederland. In de daarop volgende paragraaf (6.3) gaan we in op de voor- en nadelen wanneer ook de Caribische landen de voor Caribisch Nederland gekozen variant invoeren. 6.2 Caribisch Nederland De voor- en nadelen van de varianten bij invoering in Caribisch Nederland vatten we samen in de tabellen A tot en met E. 66 De meer gedetailleerde voor- en nadelen kunnen worden afgeleid uit hoofdstukken 4 en 5. Caribisch Nederland 134

147 Tabel A Variant 1: sédula+, ID-nummer, PIVA Transitie Structurele effecten Kwaliteit Secundaire effecten Rijksoverheid Caribisch Nederland Burgers en bedrijven * Voordelig ten opzichte van andere varianten. De transitiekosten, risico s en vereiste verandercapaciteit zijn laag. De variant vereist vooral het ontwikkelen van een nieuwe sédula, het aanpassen van PIVA/RAAS in verband met productie op afstand, voorlichting aan de bevolking en het organiseren van opleidingen in verband met aanpassingen in werkprocessen bij Burgerzaken. * Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Er is sprake van hogere structurele kosten. Er is nu een duurder document dat niet kostendekkend wordt verstrekt. Vanwege deze hogere kosten is ook de doelmatigheid lager. Ook is de variant weinig duurzaam, in verband met niet conform zijn met de bestuurlijke afspraak om over te gaan op de Europees Nederlandse infrastructuur. * (Nagenoeg) Neutraal. Er is sprake van een hoger niveau van bescherming tegen fraude met de kaart. Ook is er een verbeterde registratie van identiteitsdocumenten in PIVA. Er zijn echter geen meer fundamentele verbeteringen zodat bekende knelpunten niet worden opgelost. * Voordelig ten opzichte van andere varianten. Transitiekosten, risico s en vereiste verandercapaciteit zijn laag. De variant vereist beperkte aanpassingen in de processen bij Burgerzaken en beperkte tijdsinvestering in opleiding. * Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Zie rijksoverheid (voor wat betreft duurzaamheid) * (Nagenoeg) Neutraal. Zie rijksoverheid. Nvt Nvt * Neutraal. * (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. De veranderbereidheid van burgers en bedrijven is niet groot. Toch lijkt zij groter dan voor andere varianten. De functionaliteit van het ingezeten document wordt namelijk gehandhaafd. De transitie kan zo worden ingericht dat de burger hier niets van merkt, anders dan dat zijn nieuwe sédula er een beetje anders uitziet. Nvt * (Licht) Nadelig ten opzichte van de huidige situatie Het document is nog steeds verplicht, en de kosten blijven relatief laag. Wel tweemaal in plaats van eenmaal in de vijf jaar naar de balie van Burgerzaken. Aanmaken van het document duurt 10 tot 15 dagen in plaats van enkele minuten. De functionaliteiten van de sédula blijven zonder aanpassing gehandhaafd (aantonen ingezetenschap, reizen naar en identificeren in Caribische landen, onderstrepen eilandelijke identiteit). Caribisch Nederland 135

148 Tabel B Variant 2: NIK/vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA Rijksoverheid Caribisch Nederland Burgers en bedrijven Transitie Structurele effecten Kwaliteit * (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Transitie is relatief kleinschalig. Vereist vooral het ontwikkelen van een nieuw vreemdelingendocument met bijbehorend kaartregister, en aanpassingen in PIVA RAAS, FMS en BMS. Daarbij aanpassingen in o.a. Paspoortwet en Wet identificatieplicht BES, en het maken van nieuwe afspraken CL over grensoverschrijding. Verder voorlichting aan burgers, bedrijven en overheidsinstellingen, en aanpassingen bij Burgerzaken en IND ((ingrijpend, ook opleiding). Transitiekosten, -risico s en de vereiste verandercapaciteit zijn relatief laag. * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Lagere structurele kosten, vanwege een kostendekkende NIK en vreemdelingendocument.. Geen kosten voor doorontwikkeling sédula meer. Doelmatigheid iets hoger dan die in de huidige situatie (lagere kosten, hogere kwaliteit). Iets duurzamer dan de huidige situatie. * (Licht) Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Verbeterde fraudebestendigheid door o.a. hogere echtheidskenmerken kaart en verbeterde registratie documenten. Betere controlemechanismen en systemen (BRR, VR, ). Beperkte impact op juistheid/ volledigheid basisadministratie personen (registratie uitgifte / vermissing documenten). * (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Transitie is relatief kleinschalig. Vereist beperkte aanpassingen in de processen bij Burgerzaken, maar meer ingrijpende aanpassingen bij de IND (processen en registratie). Vereist daarbij voorlichting voor lokale overheidsdiensten, burgers en bedrijven. Transitiekosten, risico s en vereiste verandercapaciteit zijn relatief laag. De veranderbereidheid is echter ook laag. * (Licht) Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zie rijksoverheid voor wat betreft duurzaamheid. * (Licht) Nadeling ten opzichte van huidige situatie. Zie rijksoverheid. Met als extra nadeel dat er een gat in de infrastructuur ontstaat: handhaving Wet TU BES voor wat betreft Europese Nederlanders is niet goed mogelijk. * (Licht) Nadelig ten opzichte van andere varianten. Voor het gros van de Nederlanders is het vervallen van de verplicht aan te schaffen sédula voordelig. Zij hebben namelijk al een paspoort of rijbewijs, en hoeven geen NIK aan te schaffen. Maar alle burgers en ook bedrijven missen de functionaliteiten van de ingezetenenkaart. Daarom is de veranderbereidheid laag. Nvt * Neutraal ten opzichte van huidige situatie. Het gros van de Nederlanders hoeft geen identiteitsbewijs meer aan te schaffen, omdat zij al een paspoort of rijbewijs hebben. Alleen Nederlanders zonder paspoort die nu een paspoort of NIK moeten aanschaffen zijn duurder uit. Bovendien moeten zij 2x in de vijf jaar naar de balie ipv 1x. Ook moeten zij daar langer op wachten. Voor vreemdelingen verandert er weinig. Zij krijgen nu een aparte kaart. De kosten daarvan Caribisch Nederland 136

149 Tabel B Variant 2: NIK/vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA zijn nu ook al inbegrepen in de prijs van de verblijfsvergunning. Secundaire effecten Nvt Nvt * Nadelig ten opzichte van de huidige situatie. Reizen naar en identificeren in Caribische landen niet zeker. Aantonen ingezeten te zijn en onderstrepen eilandelijke identiteit niet mogelijk. Tabel C Variant 3: NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA Transitie Structurele effecten Kwaliteit Secundaire effecten Rijksoverheid Caribisch Nederland Burgers en bedrijven * (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Zie variant 2. * (Licht) voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zie variant 2. Daarbij echter een lagere doelmatigheid, vanwege het ontbreken van een uniek persoonsnummer. Daarom ook minder duurzaam. * (Licht) Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Zie variant 2, maar door het ontbreken van het persoonsnummer kunnen overheden niet meer eenvoudig persoonsgegevens uitwisselen. Dat verhoogt de kans op fouten waardoor de kwaliteit achteruit gaat. Dat weegt waarschijnlijk niet op tegen verbeterde kwaliteit van de kaarten. * (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Zie variant 2. * (Licht) Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zie rijkoverheid bij variant 2. Daarbij echter een lagere doelmatigheid, vanwege het ontbreken van een uniek persoonsnummer. Daarom ook minder duurzaam. * (Licht) Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Zie rijksoverheid bij variant 3. De lokale overheden zullen nu veel vaker uittreksels moeten aanmaken. * (Licht) Nadelig ten opzichte van andere varianten. Zie variant 2. Nvt * Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Zie variant 2. Het koppelen overheidsadministraties - en daardoor het verlagen van administratieve lasten voor burgers - wordt bemoeilijkt, door het ontbreken van een gedeeld persoonsnummer. Er zullen sectorgewijze persoonsnummers ontstaan, wat onduidelijk is voor burgers en bedrijven. Nvt Nvt * Nadelig ten opzichte van de huidige situatie. Zie variant 2. Caribisch Nederland 137

150 Tabel D Variant 4: NIK/vreemdelingendocument, BSN, PIVA Rijksoverheid Caribisch Nederland Burgers en bedrijven Transitie * Nadelig ten opzichte van andere varianten. Zie variant 2. Daarenboven (meer) aanpassingen in o.a. PIVA, PIVA-V en BV BSN, en implementeren Gemnet bij andere overheidsorganisaties. Verder aanpassingen in diverse wet- en regelgeving. Vereist intensief voorlichtings- en opleidings voorlichttraject tijdens hele implementatietraject. Aanpassingen vanwege invoering BSN zijn omvangrijk. Betreft o.a. toekenning BSN aan alle ingezetenen + verwerking BSN bij gerelateerden. Verder aanpassingen in werkprocessen, technische aansluiting diverse organisaties op BSN * (Licht) Nadelig ten opzichte van andere varianten. Zie variant 2. Daarenboven meer ingrijpende veranderingen Burgerzaken, v.w.b. BSN (initiële vulling, regelgeving, werkprocessen, opleiding en voorlichting). Veranderingen lokale overheidsdiensten v.w.b. BSN. Vereist daarbij meer aanpassingen in lokale en regelgeving, en ook voorlichting en opleiding voor lokale overheidsdiensten, burgers en bedrijven. * (Licht) voordelig ten opzichte van andere varianten. Zie variant 2. De bredere toepassing van gegevens uit de PIVA (via BV BSN) maakt het gemis van een ingezetenendocument echter kleiner. Ook komt de invoering van bijv. DigiD in de perceptie dichterbij. Dit maakt de veranderbereidheid groter. systematiek (+ back up oplossingen ivm mogelijk tijdelijk wegvallen elektriciteit en/of internet), opleidingen, wetgeving, voorlichting Structurele effecten * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft de documenten als in variant 2. Maar hoge(re) kosten door het voeren van (BV) BSN. Doelmatigheid hangt af van aangesloten achterliggende registraties (PIVA-V, Kaartregister vreemdelingen). Duurzaam. * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zie (voor wat betreft documenten) rijkoverheid bij variant 2. Daarenboven de duurzaamheid en doelmatigheid die samenhangt met invoering van BV BSN (zie rijksoverheid). Bij goede toepassing minder uittreksels. Nvt Kwaliteit * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft documenten als in variant 2. * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zie Rijksoverheid * (Licht) voordelig ten opzichte van de huidige situatie. Zie variant 2. Verder betere overeenstemming administratie en Daarenboven ook lagere administratieve lasten, feitelijke situatie, en beter kwaliteitsmanagement. door betere benutting PIVA en BV BSN. Kans op dubbele inschrijvingen in EN CN Caribisch Nederland 138

151 Tabel D Variant 4: NIK/vreemdelingendocument, BSN, PIVA geminimaliseerd. Daarom de hogere gebruikerswaarde PVIA en BSN voor lokale overheden. Secundaire effecten Nvt Nvt * Beperkt nadelig ten opzichte van de huidige situatie. Reizen naar en identificeren in Caribische landen niet zeker. Onderstrepen eilandelijke identiteit niet mogelijk. Aantonen ingezeten te zijn niet mogelijk, maar naar overheden toe ook minder belangrijk (door BV BSN). Tabel E Variant 5: NIK/vreemdelingendocument, BSN, GBA Rijksoverheid Caribisch Nederland Burgers en bedrijven Transitie * Nadelig ten opzichte van andere varianten. Transitiekosten, risico s en vereiste verandercapaciteit zijn groot. Zoals bij variant 4. Daarenboven: De overgang naar de GBA vereist veel kwaliteitsverbetering vooraf, een volledige migratie, technische aanpassing (GBA-(V), en deels andere * Nadelig ten opzichte van andere varianten. Zoals bij variant 4. Daarenboven: De overgang naar de GBA betekent voor de afdeling Burgerzaken vooral belangrijke wijzigingen in de werkporcessen en sturctuureel hoge aandacht voor kwaliteit. Voor de technische veranderingen zal aanvullende ondersteuning * (Licht) voordelig ten opzichte van andere varianten. Veranderbereidheid voor wat betreft de documenten is zoals in variant 2. Daarenboven: Omwille van de betere dienstverlening (lagere administratieve lasten) is de algehele veranderbereidheid echter groter. werkprocessen. Ook voor geautoriseerde nodig zijn. overheidsinstellingen geldt dat zij moeten migreren naar de GBA. Alle autorisaties op de GBA worden aangepast, zodat afnemers geen CN krijgen als zij alleen EN behoeven (en vice versa) Caribisch Nederland 139

152 Tabel E Variant 5: NIK/vreemdelingendocument, BSN, GBA Structurele effecten Kwaliteit Secundaire effecten * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zoals bij variant 4. Daarenboven lagere kosten i.v.m. wijzigingen document en afschaffen PIVA-V. Doelmatigheid hoger doordat de kwaliteit toegroeit naar GBAniveau, en omdat minder uittreksels benodigd zijn. Duurzaam. * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. De juistheid en volledigheid van de basisadministratie persoonsgegevens, alsook bestendigheid tegen identiteitsfraude en de bescherming van privacy worden geoptimaliseerd. Overheden kunnen de gebruikersfuncties van de BV BSN benutten en verstrekkingen aan overheidsinstellingen worden verbeterd. * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zie Rijksoverheid. * Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Zie rijksoverheid. Nvt * Voordelig ten opzichte van de huidige situatie. Voor wat betreft documenten zie variant 2. Daarenboven nog lagere administratieve lasten, door betere benutting GBA(-V) en BV BSN. Nvt Nvt * Beperkt nadelig ten opzichte van de huidige situatie. Reizen naar en identificeren in Caribische landen niet zeker. Onderstrepen eilandelijke identiteit niet mogelijk. Aantonen ingezeten te zijn niet mogelijk, maar ook minder belangrijk (door BV BSN en GBA-V). 140

153 6.3 Caribische landen Wanneer ook de Caribische landen dezelfde variant zouden invoeren als Caribisch Nederland, dan hebben de lokale overheid en de ingezetenen van de landen daar (zélf) voor- en nadelen van. En ook zijn er daardoor bijkomende voordelen voor overheden en burgers en bedrijven in Caribisch Nederland. Beide soorten voor- en nadelen vatten we samen in de vijf volgende tabellen F t/m J. Tabel F: Variant 1: Sédula+, ID-nummer, PIVA Ten opzichte van andere varianten of huidige situatie Ten opzichte van Tabel A Overheid (CL) Burgers / bedrijven (CL) Rijksoverheid Overheid (CN) Burgers/bedrijven (CN) Transitie Voordelig ten opzichte van andere varianten. De transitiekosten, risico s en vereiste verandercapaciteit zijn laag. De variant vereist vooral het ontwikkelen van een nieuwe sédula, het aanpassen van PIVA/RAAS in verband met productie op afstand, voorlichting aan de bevolking en het organiseren van opleidingen in verband met aanpassingen in werkprocessen bij Burgerzaken. (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. De veranderbereidheid van burgers en bedrijven is niet groot. Toch lijkt zij groter dan voor andere varianten. De functionaliteit van het ingezeten document wordt namelijk gehandhaafd. De transitie kan zo worden ingericht dat de burger hier niets van merkt, anders dan dat zijn nieuwe sédula er een beetje anders uitziet. (Licht) Voordelig. Schaalvoordelen voor wat betreft de ontwikkeling van een nieuw model sédula. 67 (Nagenoeg) Neutraal. Er zijn geen bijzondere voor- of nadelen wanneer de landen dezelfde sédula invoeren. (Licht) Voordelig. Een groter draagvlak voor deze variant, omdat er één document komt voor de gehele regio. Structurele effecten (Licht) Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Er is sprake van hogere structurele kosten. Er is nu een duurder Nvt (Licht) Voordelig. Iets betere doelmatigheid vanwege schaalvoordelen bij een groter volume te produceren sédula+. (Nagenoeg) Neutraal. Nvt 67 Als Sint Maarten en Curaçao zouden overwegen om een nieuwe sédula in te voeren. Caribische landen 141

154 Tabel F: Variant 1: Sédula+, ID-nummer, PIVA Kwaliteit Secundaire effecten document. De landen kunnen er echter voor kiezen om het kostendekkend te verstrekken. Vanwege de hogere kosten is de doelmatigheid lager (Nagenoeg) Neutraal ten opzichte van huidige situatie. Er is sprake van een hoger niveau van bescherming tegen fraude met de kaart. Ook is er een verbeterde registratie van identiteitsdocumenten in PIVA. Er zijn echter geen meer fundamentele verbeteringen zodat bekende knelpunten niet worden opgelost. Nvt (Licht) Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Voor Aruba verandert er weinig. Curaçao en Sint Maarten kunnen er voor kiezen het document kostendekkend aan te bieden. Burgers moeten tweemaal in plaats van eenmaal in de vijf jaar naar de balie van Burgerzaken. Aanmaken van het document duurt 10 tot 15 dagen in plaats van enkele minuten. Bij lokale productie, wat omwille van de schaal mogelijk is, terug te brengen tot ong. 5 dagen. (Nagenoeg) Neutraal opzichte van huidige situatie. De functionaliteiten van de sédula blijven zonder aanpassing gehandhaafd (aantonen ingezetenschap, reizen naar en identificeren in Caribische landen, onderstrepen eilandelijke identiteit). (Licht) Voordelig. Vanwege uniformiteit en verbeterde registratie van identiteits-documenten in het gehele Koninkrijk. (Nagenoeg) Neutraal (Licht) Voordelig. Vanwege de schaal ontstaat de mogelijkheid om lokaal te produceren, wat de wachttijden verkort tot ong. 5 dagen. Nvt (Nagenoeg) Neutraal. (Nagenoeg) Neutraal. Caribische landen 142

155 Tabel G: Variant 2: NIK/vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA Ten opzichte van andere varianten of huidige situatie Ten opzichte van Tabel A Overheid (CL) Burgers / bedrijven (CL) Rijksoverheid Overheid (CN) Burgers/bedrijven (CN) Transitie (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Transitie is relatief kleinschalig. Vereist beperkte aanpassingen in de processen bij Burgerzaken, maar meer ingrijpende aanpassingen bij de IND (processen en registratie). Vereist daarbij voorlichting voor lokale overheidsdiensten, burgers en bedrijven. Transitiekosten, risico s en vereiste verandercapaciteit zijn relatief laag. De veranderbereidheid is echter ook laag. (Licht) Nadelig ten opzichte van andere varianten. Voor het gros van de Nederlanders is het vervallen van de verplicht aan te schaffen sédula voordelig. Zij hebben namelijk al een paspoort of rijbewijs, en hoeven geen NIK aan te schaffen. Maar alle burgers en ook bedrijven missen de functionaliteiten van de ingezetenenkaart. Daarom is de veranderbereidheid laag. (Licht) Voordelig. Schaalvoordelen. Daarbij zijn afspraken over grensoverschrijding niet noodzakelijk. (Nagenoeg) Neutraal (Licht) Voordelig. Een groter draagvlak, omdat er één document komt voor de gehele regio. Structurele effecten (Licht) Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Lagere structurele kosten, bij keuze voor een kostendekkende NIK en vreemdelingendocument. Geen kosten voor doorontwikkeling sédula meer. Doelmatigheid iets hoger dan die in de huidige situatie (lagere kosten, hogere kwaliteit). Meer uittreksels aanmaken. Nvt (Licht) Voordelig. Iets betere doelmatigheid vanwege schaalvoordelen. (Nagenoeg) Neutraal Nvt Caribische landen 143

156 Tabel G: Variant 2: NIK/vreemdelingendocument, ID-nummer, PIVA Kwaliteit Secundaire effecten (Licht) Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Verbeterde fraudebestendigheid door o.a. hogere echtheidskenmerken kaart en verbeterde registratie documenten. Betere controlemechanismen en systemen (BRR, VR, ). Beperkte impact op juistheid/ volledigheid basisadministratie personen (registratie uitgifte / vermissing documenten). Nvt (Nagenoeg) Neutraal ten opzichte van huidige situatie. Het gros van de Nederlanders hoeft geen identiteitsbewijs meer aan te schaffen, omdat zij al een paspoort of rijbewijs hebben. Nederlanders zonder paspoort en vreemdelingen (25-50% van de ingezetenen) zijn duurder uit en moeten 2x in de vijf jaar naar de balie voor resp NIK of vreemdelingendocument. Ook moeten zij daar langer op wachten. Bij verhuizing naar CN behoudt van document. (Licht) Nadelig tov huidige situatie. Aantonen ingezeten te zijn niet mogelijk (met kaart). (Licht) Voordelig. Verbeterde fraudebestendigheid en betere (en uniforme) controle-mechanismen in het gehele Koninkrijk (Nagenoeg) Neutraal (Licht) Voordelig. Bij verhuizing naar CL behoud van document. Nvt Nvt (Licht) Voordelig. Reizen naar en identificeren met NIK in Caribische landen mogelijk. Caribische landen 144

157 Tabel H: Variant 3: NIK/vreemdelingendocument, geen persoonsnummer, PIVA Ten opzichte van andere varianten of huidige situatie Ten opzichte van Tabel A Overheid (CL) Burgers / bedrijven (CL) Rijksoverheid Overheid (CN) Burgers/bedrijven (CN) Transitie Structurele effecten Kwaliteit Secundaire effecten (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Als in variant 2. (Licht) Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Als in variant 2. Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Verder kunnen overheden door het ontbreken van het persoonsnummer kunnen overheden niet meer eenvoudig persoonsgegevens uitwisselen. Dat verhoogt de kans op fouten waardoor de kwaliteit achteruit gaat. Dat weegt waarschijnlijk niet op tegen verbeterde kwaliteit van de kaarten. Nvt (Licht) Nadelig ten opzichte van andere varianten. Als in variant 2. Nvt Nadelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Maar met daarbij het (grote) nadeel van het afschaffen van het persoonsnummer. Het koppelen overheidsadministraties, en daardoor het verlagen van administratieve lasten, wordt bemoeilijkt (Licht) Nadelig tov huidige situatie. Als in variant 2. (Licht) Voordelig. Als in variant 2. (Licht) Voordelig. Voor wat betreft documenten als in variant 2. (Licht) Voordelig. Als in variant 2 (Nagenoeg) Neutraal. Als in variant 2 (Nagenoeg) Neutraal. Als in variant 2 (Nagenoeg) Neutraal. Als in variant 2 (Licht) Voordelig. Als in variant 2 Nvt (Licht) Voordelig. Als in variant 2 Nvt Nvt (Licht) Voordelig. Als in variant 2. Caribische landen 145

158 Tabel I: Variant 4: NIK/vreemdelingendocument, BSN, PIVA Ten opzichte van andere varianten of huidige situatie Ten opzichte van Tabel A Overheid (CL) Burgers / bedrijven (CL) Rijksoverheid Overheid (CN) Burgers/bedrijven (CN) Transitie Nadelig ten opzichte van andere varianten. Voor wat betreft documenten als in variant 2. 2 Maar door BSN meer ingrijpende veranderingen Burgerzaken, v.w.b. BSN (initiële vulling, kwaliteit registratie, aansluiting Gemnet), regelgeving, werkprocessen, opleiding en voorlichting). Veranderingen lokale overheidsdiensten v.w.b. BSN. Vereist daarbij meer aanpassingen in lokale en regelgeving, en ook voorlichting en opleiding voor lokale overheidsdiensten, burgers en bedrijven. (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Maar de bredere toepassing van gegevens uit de PIVA (via BV BSN) maakt het gemis van een ingezetenendocument kleiner. Ook komt de invoering van bijv. DigiD in de perceptie dichterbij. En burgers kunnen hun BSN behouden bij een verhuizing in de Caribische regio. Dit maakt de veranderbereidheid groter. (Licht) Voordelig. Als in variant 2. (Nagenoeg) Neutraal. Als in variant 2. (Licht) Voordelig. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Ook kunnen burgers hun BSN behouden bij een verhuizing in de Caribische regio. Dit maakt de veranderbereidheid groter. Structurele effecten Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Hoge(re) kosten door het voeren van (BV) BSN. Doelmatigheid hangt af van aangesloten achterliggende registraties (PIVA-V, Kaartregister vreemdelingen). Maar bij goede toepassing minder uittreksels. Nvt (Licht) Voordelig. Als bij variant 2. (Nagenoeg) Neutraal. Als bij variant 2. Nvt Caribische landen 146

159 Kwaliteit Secundaire effecten Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Verder betere overeenstemming administratie en feitelijke situatie, en beter kwaliteitsmanagement. Kans op dubbele inschrijvingen in EN CN geminimaliseerd. Daarom de hogere gebruikerswaarde PVIA en BSN voor lokale overheden Nvt Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Voor goed gebruik van Bv BSN en bredere toepassing van gegevens uit PIVA lagere administratieve lasten. (Nagenoeg) Neutraal tov huidige situatie. Aantonen ingezeten zijn niet mogelijk met kaart, maar naar overheden toe ook minder belangrijk (door BV BSN). Voordelig. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Daarenboven kans op dubbele inschrijvingen EN CL CN geminimaliseerd (Licht) Voordelig. Bij aanlevering gegevens uit CL deze van betere kwaliteit. Voordelig. Voor wat betreft documenten als in 2. Burgers kunnen hun BSN behouden bij een verhuizing in de Caribische regio. Ook wordt het gemakkelijker om hun gegevens goed te koppelen, wat administratieve lasten lager maakt. Nvt Nvt (Licht) Voordelig. Als bij variant 2. Caribische landen 147

160 Tabel J: Variant 4: NIK/vreemdelingendocument, BSN, GBA Ten opzichte van andere varianten of huidige situatie Ten opzichte van Tabel A Overheid (CL) Burgers / bedrijven (CL) Rijksoverheid Overheid (CN) Burgers/bedrijven (CN) Transitie Nadelig ten opzichte van andere varianten. Voor wat betreft documenten en BSN als in variant 4. De overgang naar de GBA betekent voor de afdeling Burgerzaken vooral belangrijke wijzigingen in de werkprocessen en structureel hoge aandacht voor kwaliteit. Voor de technische veranderingen zal aanvullende ondersteuning nodig zijn. (Licht) Voordelig ten opzichte van andere varianten. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Maar de bredere toepassing van gegevens uit de PIVA, en lagere administratieve lasten. Dit maakt de veranderbereidheid groter. (Licht) Voordelig. Als in variant 2. (Nagenoeg) Neutraal. Als in variant 2. (Licht) Voordelig. Voor wat betreft documenten als in variant 2. Maar de bredere toepassing van gegevens uit de PIVA, en lagere administratieve lasten. Dit maakt de veranderbereidheid groter.. Structurele effecten Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Doelmatigheid hoger doordat de kwaliteit toegroeit naar GBA-niveau, en omdat minder uittreksels benodigd zijn. Duurzaam. Nvt (Licht) Voordelig. Als bij variant 2. (Nagenoeg) Neutraal. Als bij variant 2. Nvt Kwaliteit Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft documenten en BSN als in variant 4. Verder nog meer aandacht voor kwaliteitsmanagement. Voordelig ten opzichte van huidige situatie. Voor wat betreft documenten en BSN als in variant 4. Daarenboven nog lagere administratieve lasten, door betere benutting GBA(-V) en BV BSN. Voordelig. Voor wat betreft documenten en BSN als in variant 4. Verder nog meer aandacht voor kwaliteitsmanagement. Voordelig. Bij aanlevering gegevens uit CL van betere kwaliteit en meer uniform aangeleverd. Voordelig. Voor wat betreft documenten en BSN als in variant 4. Daarenboven nog lagere administratieve lasten, door betere benutting GBA(-V) en BV BSN. Caribische landen 148

161 Secundaire effecten Nvt (Nagenoeg) Neutraal tov huidige situatie. Aantonen ingezeten zijn niet mogelijk met kaart, maar naar overheden toe ook minder belangrijk (door BV BSN en GBA-V). Nvt Nvt (Licht) Voordelig. Als bij variant Caribische landen

162 7. Conclusies en aanbevelingen 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk vatten wij de belangrijkste verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren in Caribisch en Europees Nederland samen, bieden we een overzicht van de voor- en nadelen van de 5 varianten en trekken wij waar mogelijk conclusies. Ook doen wij enkele aanbevelingen voor de fase die volgt op dit onderzoek, de impactstudie. We brengen nog even de aanleiding en de doelstelling en van dit onderzoek in herinnering. De aanleiding van het onderzoek was tweeledig: de bestuurlijke afspraak uit 10 oktober 2010 tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland, waarin wordt gesteld dat de identiteitsinfrastructuren in Europees Nederland en Caribisch Nederland waar mogelijk gelijk getrokken worden. Daarbij is in beginsel voor Caribisch Nederland een periode van legislatieve terughoudendheid van vijf jaar genoemd. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van BZK begin 2010 toegezegd dat er specifiek voor de sédula zou worden onderzocht of deze zo spoedig mogelijk door de NIK kon worden vervangen. Dit omdat deze sédula slecht beveiligd zou zijn. De doelstelling van dit inventariserend onderzoek was om de voor- en nadelen van de 5 opgegeven varianten in beeld te brengen. Alle relevante aspecten, zoals regelgeving, processen, ICT, opleidingen en cultuur moesten daarbij worden meegenomen. Zowel voor de situatie dat een variant alleen in Caribisch Nederland zou worden ingevoerd als voor de situatie dat ook de Caribische landen ook deze variant zouden invoeren 68. Op basis van deze voor- en nadelen zal de minister van BZK een voorkeursvariant kiezen. Vervolgens zal er nog een impactstudie worden gedaan naar deze variant voordat tot daadwerkelijke invoering wordt overgegaan. 7.2 Verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren De basisadministraties van persoonsgegevens in Europees Nederland, Caribisch Nederland en de Caribische landen zijn in de jaren 90 van de vorige eeuw ontstaan vanuit dezelfde oorsprong. De principes en structuur waarin persoonsgegevens kunnen worden bijgehouden zijn vrijwel identiek. Een verschil is bijvoorbeeld dat waar in Europees Nederland het BSN en de Gemeente wordt genoteerd dat in Caribisch Nederland het ID-nummer en het Eiland zijn. 68 De Caribische landen zijn autonoom. Zij bepalen zelf hoe hun identiteitsinfrastructuur wordt ingericht. Inleiding 150

163 Toch zijn er - ondanks de grote overeenkomst in wat er kan worden geregistreerd - wel grote verschillen tussen de basisadministraties. Die worden enerzijds veroorzaakt door verschillen in de wijze waarop gegevens in de basisadministratie worden bijgehouden zo worden adressen in Caribisch Nederland anders bijgehouden dan in Europees Nederland - en anderzijds doordat er in Europees Nederland sinds de jaren 90 een groot aantal controle- en verbetermechanismen zijn ingebouwd in wetgeving, processen en systemen rond de kwaliteit van de gegevens in de gemeentelijke basisadministraties. En die mechanismen zijn niet of in veel mindere mate overgenomen door de voormalige Nederlandse Antillen. Wij noemen hier een aantal van de verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren in Europees Nederland en Caribisch Nederland: De in de GBA-regelgeving verankerde auditsystematiek heeft ervoor gezorgd dat alle gemeenten werken op een minimum kwaliteitsniveau. Het is in de regelgeving vastgelegd dat prestaties onder dit niveau dienen te worden gecorrigeerd. Daar wordt ook daadwerkelijk op gecontroleerd. Deze systematiek ontbreekt op de eilanden, een minimum kwaliteitsniveau is daar niet vastgelegd. De GBA kent een uitgebreid verstrekkingenregime voor persoonsgegevens. Voor alle betrokken gebruikers is de kwaliteit van de gegevens in de GBA van zeer groot belang. Deze kwaliteit wordt in Europees Nederland niet gezien als een verantwoordelijkheid van de gemeente alleen, maar van alle betrokkenen. Dit heeft onder andere geleid tot de invoering van het verplicht gebruik van de gegevens door alle overheden en van de terugmeldverplichting door gebruikers indien zij twijfelen aan de juistheid van een bepaald gegeven. Zo kan een gebruiker bijvoorbeeld beschikken over andere adresgegevens dan die in de GBA staan opgenomen. PIVA kent geen uitgebreid verstrekkingenregime, geen verplicht gebruik door overheden en geen terugmeldverplichting. Wel is in Caribisch Nederland op 10 oktober 2010 gestart met het verzorgen van verstrekkingen vanuit een nieuw centraal bestand, de PIVA-V. Op dit moment wordt gewerkt aan uitbouw van de verstrekkingen van deze voorziening. Verschillen tussen het persoonsnummer in Caribisch Nederland (het ID-nummer) en in Europees Nederland (het BSN). Het ID-nummer wordt per openbaar lichaam verstrekt. Dat betekent dat wanneer een ingezetene verhuist naar een ander openbaar lichaam hij of zij een ander ID-nummer ontvangt. Een persoon kan dus legaal meerdere ID-nummers hebben en het is niet helemaal uitgesloten dat twee verschillende personen hetzelfde ID-nummer bezitten. De wet- en regelgeving rond BSN (en systemen zoals de Beheervoorziening BSN) zorgen ervoor dat bij één persoon in Europees Nederland slechts één BSN hoort. Door het koppelen van een aantal informatiesystemen aan de hand van het unieke BSN kunnen overheden in Europees Nederland on-line verifiëren of een bepaald identiteitsdocument nog in roulatie mag zijn en of het document inderdaad bij de drager hoort. Deze faciliteit ontbreekt in Caribisch Nederland. Doordat de GBA s via het GBA-berichtenverkeer met elkaar zijn verbonden kunnen wijzigingen in de persoonsgegevens die in een andere gemeente ontstaan (geboorte, huwelijk, overlijden) automatisch worden doorgevoerd in de basisadministratie van de woongemeente van de persoon. In Caribisch Nederland gebeurt dat niet automatisch. Verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren 151

164 De systemen van de IND zijn gekoppeld aan de GBA. De persoonsgegevens en de gegevens over verblijfsvergunningen van vreemdelingen worden over en weer automatisch gesynchroniseerd. In Caribisch Nederland bestaat deze koppeling niet. Alle uitgegeven reisdocumenten in Europees Nederland worden geregistreerd in de basisadministratie. Als er een document is verloren of gestolen, wordt dat ook geregistreerd in de basisadministratie en via het Basisregister Reisdocumenten en het Verificatieregister doorgegeven aan gebruikers. Die kunnen online controleren of specifiek identiteitsdocument nog geldig in omloop is. Dit mechanisme bestaat in Caribisch Nederland alleen voor het paspoort. Voor de sédula is er geen adequate geldig-/niet geldigheidsregistratie. De straatnamen worden formeel vastgesteld door de gemeenteraden en dan ingevoerd in de GBA. In Caribisch Nederland is dat proces nog niet helemaal afgerond, waardoor straatnamen en huisnummers nog onvolledig zijn. Door deze en andere verschillen zijn er ook verschillen in de kwaliteit van de persoonsgegevens in de basisadministratie en in de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur als geheel. Voor wat betreft de identiteitsdocumenten moet worden vermeld dat er groot verschil bestaat tussen de functionaliteit van de sédula (een verplicht identiteitsdocument voor alle ingezetenen, Nederlander en vreemdeling) en de NIK (een niet verplichte identiteitskaart voor Nederlanders). De sédula kan daardoor niet eenvoudig één-op-één worden vervangen door de NIK. Wel is per 10 oktober 2010 een beter beveiligde sédula ingevoerd in Caribisch Nederland. Oude sédula s van ingezetenen van Saba en Sint Eustatius zijn na die datum allemaal in één actie omgewisseld door nieuwe betere sédula s. In Bonaire zijn sindsdien alleen nog nieuwe sédula s uitgegeven. De laatste oude sédula s zullen daar eind 2015 uit de roulatie worden genomen. Voor wat betreft de verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren in Europees Nederland en Caribisch Nederland concluderen wij samengevat het volgende: Conclusie 0: De identiteitsinfrastructuren verschillen op een groot aantal punten: Hoewel de basisadministraties in de kern sterk overeenkomen zijn er verschillen in de wijze waarop gegevens worden geregistreerd en in de mechanismen die zijn ingericht om de kwaliteit van de persoonsgegevens in de basisadministratie te borgen en te verbeteren. De verstrekkingsregimes van persoonsgegevens verschillen sterk. De identiteitsdocumenten zijn verschillend: de per 10 oktober 2010 vernieuwde sédula heeft een andere functie dan de NIK. Ook verschillen de mogelijkheden voor controle van de identiteitsdocumenten. Verschillen tussen de identiteitsinfrastructuren 152

165 Er zijn, zo blijkt ook uit dit onderzoek, verbeteringen mogelijk in de identiteitsinfrastructuur van Caribisch Nederland. Dit onderzoek is uitgevoerd om inzicht te krijgen in de mogelijkheden en inspanningen die nodig zijn voor een (gedeeltelijke) overgang van de Nederlands-Antilliaanse naar de Europees Nederlandse systematiek. Er zijn daartoe door het ministerie van BZK 5 varianten opgesteld. Elke variant heeft voor- en nadelen die we in de volgende paragrafen samenvatten. 7.3 Een beter beveiligde sédula (variant 1) In deze variant wordt de sédula (uit 2010) vervangen door een identiteitskaart met een nog betere bestendigheid tegen fraude. In technische zin wordt deze zogenoemde sedula+ van dezelfde echtheidskenmerken voorzien als de NIK. Uiterlijk lijkt deze kaart nog sterk op de sédula, en moeten alle ingezetenen van Caribisch Nederland, zowel Nederlanders als vreemdelingen, net als nu een sédula kunnen tonen. Het belangrijkste voordeel van deze variant is dat fraude met de kaart moeilijker wordt terwijl er op het gebied van wetgeving, procedures, systemen en kennis van het personeel relatief erg weinig hoeft te worden aangepast. Bovendien hoeven de burgers van Caribisch Nederland geen afscheid te nemen van hun eiland-specifieke sédula en hebben vreemdelingen en autochtone Nederlanders allen dezelfde identiteitskaart. Dit laatste wordt door een aanzienlijk deel van de inwoners van Caribisch Nederland als positief beoordeeld omdat er daar relatief veel (economisch draagkrachtige) vreemdelingen wonen (ongeveer 50% op Saba en Sint Eustatius) die men graag als gelijke wil behandelen. Nadeel van deze variant is dat de structurele kosten voor de overheid beperkt toenemen omdat het productie- en distributieproces van deze identiteitskaart complexer is. Bovendien zal de sédula+ op de langere termijn toch weer worden vervangen door de NIK. De lokale bestuurders vragen zich verder af wat de urgentie van deze variant is, omdat er zich nog geen fraudegevallen met de pas vernieuwde sédula hebben voorgedaan. Verder gaat deze variant niet in op de kern van het verschil tussen de identiteitsinfrastructuren: de verbetermechanismen voor de basisadministratie. Wanneer ook de Caribische landen deze sédula+ gaan toepassen zullen de kosten per identiteitskaart weer wat dalen. Indien er lokaal een geschikte producent kan worden gevonden 69 zou ook de levertijd (maximaal 15 dagen) mogelijk nog verder teruggebracht kunnen worden. Conclusie 1: Een duurdere sédula+ met een hoger niveau beveiligingskenmerken verlaagt de kans op fraude met de kaart, is eenvoudig in te voeren, maar draagt weinig bij aan de verbetering van de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur, ook omdat er tot op dit moment in Caribisch Nederland geen gevallen van fraude met de sédula bekend zijn. 69 Er is nog niet onderzocht of er geschikte leveranciers in het Caribisch gebied aanwezig zijn. Een beter beveiligde sédula (variant 1) 153

166 7.4 De sédula vervangen door NIK en vreemdelingendocument (variant 2) In deze variant wordt de sédula afgeschaft en zullen alle vreemdelingen een nieuw te ontwikkelen vreemdelingendocument ontvangen. Nederlandse ingezetenen kunnen kiezen of zij een NIK aanschaffen. De NIK is anders dan de sédula - niet verplicht. Het belangrijkste voordeel van deze variant is dat er geen verschil meer bestaat in de systematiek van de identiteitsdocumenten tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland. Ook is het een voordeel dat de registratie en controle van de identiteitsdocumenten in Caribisch Nederland duidelijk verbetert ten opzichte van de huidige situatie. Een vermissing van de NIK wordt immers net zo behandeld als een vermissing van een paspoort, terwijl een vermissing van de sédula voor derden nauwelijks toegankelijk is (door het ontbreken van aansluiting op het verificatieregister). Bovendien worden in de toekomst kosten bespaard omdat er geen opvolgers van de sédula meer hoeven te komen. Het invoeren van de NIK is technisch en organisatorisch erg eenvoudig, al moeten wel enkele wetten en regels worden aangepast. Het invoeren van een vreemdelingendocument voor Caribisch Nederland is wel een relatief omvangrijke operatie voor de IND. De grootste verandering voor Caribisch Nederland is dat niet meer alle ingezetenen eenzelfde handzame kaart 70 bezitten waarmee zij zich kunnen identificeren bij overheidsdiensten en private organisaties bijvoorbeeld bij het elektriciteitsbedrijf - en waarmee zij in principe zonder aanvullende documenten kunnen reizen naar de Caribische landen. Het afschaffen van de sédula heeft daardoor ook nadelen, voor zowel overheidsdiensten, burgers als ondernemers. De burger kan niet meer met de identiteitskaart aantonen dat hij of zij ingezetene is, wat zal leiden tot een toename van de administratieve lasten (overheden en bedrijven accepteren nu de sédula als bewijs van ingezetenschap en zullen straks vaker uittreksels eisen). De NIK kan daarnaast niet zoals nu de sédula worden gebruikt voor het reizen naar de Caribische landen. Wel brengt de Europees Nederlandse systematiek minder administratieve lasten mee voor Nederlanders die een paspoort en een sédula hadden en voortaan alleen nog een paspoort hoeven te gebruiken. Voor vreemdelingen betekent deze variant geen verandering omdat de kosten van het vreemdelingendocument ook nu al in de prijs van de verblijfsvergunning zijn inbegrepen. Ook deze variant gaat niet in op de kern van het verschil tussen de identiteitsinfrastructuren: de verbetermechanismen voor de basisadministratie. Wel wordt een kwaliteitsverbetering gerealiseerd op het gebied van registratie en controle van de identiteitskaarten. Ook ontstaat door het verdwijnen van de sédula een nieuw probleem: er is nu - aan de hand van de identiteitskaart - geen onderscheid meer te maken tussen Nederlanders die ingezetene zijn in Caribisch Nederland en die in Europees Nederland. De handhaving van de maximale verblijftijd voor Europese Nederlanders zonder verblijfsvergunning (6 maanden) in Caribisch Nederland via de kenmerken van de identiteitskaart is nu niet meer mogelijk. Daar zal een andere manier voor gevonden moeten worden. Er is wel een alternatief en dat is via een nog te realiseren aansluiting van de kantoren van de grensbewaking op de PIVA-V. Dat vraagt echter ICT- aanpassingen. 70 Die momenteel ook wordt gebruikt voor het aantonen van recht op de gratis ziektekostenverzekering. De sédula vervangen door NIK en vreemdelingendocument (variant 2) 154

167 Op deze manier wordt het ook mogelijk om sédula s te detecteren die door de houder niet zijn ingeleverd na een verhuizing naar een ander Caribisch Nederlands eiland. Door deze combinatie van voor- en nadelen heeft deze variant weinig draagvlak onder burgers en onder betrokken experts. Wanneer de Caribische landen ook zouden besluiten de NIK en een vreemdelingendocument in te voeren heeft dat slechts een beperkt effect op de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland: burgers kunnen dan wel alleen met een NIK reizen naar Caribische landen en mogelijk via deze landen ook naar Europees Nederland. Conclusie 2: De invoering van de NIK en een eigen vreemdelingendocument leidt tot meer uniformiteit wat betreft identiteitskaarten in Nederland en verbetert de controles op identiteitsdocumenten. De invoering vergt een zekere, maar niet bijzonder grote inspanning. Door het afschaffen van de sédula ondervinden burgers, bedrijven en de lokale overheden in Caribisch Nederland enige hinder. Het draagvlak voor deze maatregel is daardoor niet groot. 7.5 De sédula vervangen door NIK en v doc en het ID-nummer afschaffen (variant 3) Deze variant lijkt sterk op de vorige, met dat verschil dat het ID-nummer nu ook wordt afgeschaft. Het additionele voordeel daarvan is dat de Caribisch Nederlandse wetgeving voor het ID-nummer kan komen te vervallen, waardoor de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland weer iets meer lijkt op die in Europees Nederland. De extra inspanning is gering. De nadelen van deze variant zijn gelijk aan die van de vorige, maar het verdwijnen van het IDnummer leidt nog tot extra nadelen: overheidsadministraties kunnen nu met het ID-nummer als sleutel geen persoonsgegevens meer uitwisselen, dat zou alleen nog via het A-nummer kunnen. Dit is nadelig voor burgers en bedrijven (vaker uittreksels nodig), voor de afdelingen Burgerzaken (meer uittreksels verstrekken, hogere kans op fouten in de basisadministratie), het zorgverzekeringskantoor (administratie is nu gebaseerd op het ID-nummer) en in mindere mate voor de belastingdienst (die gebruikt het ID-nummer beperkt). Als de Caribische landen ook het ID-nummer zouden afschaffen (wat onwaarschijnlijk lijkt omdat het ID-nummer daar vaker wordt gebruikt dan in Caribisch Nederland) heeft dat geen effect op de kwaliteit, processen of de kosten van de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland. Conclusie 3: De afschaffing van het ID-nummer biedt een geringe bijdrage in de harmonisering van de identiteitsinfrastructuren. De nadelen die ontstaan doordat zonder ID-nummer persoonsgegevens minder eenvoudig kunnen worden uitgewisseld zijn echter groot voor zowel burgers als overheden. Ook zal de kwaliteit van de basisadministratie achteruitgaan. Het nut van deze maatregel is gering en het draagvlak is niet groot. De sédula vervangen door NIK en v doc en het ID-nummer afschaffen (variant 3) 155

168 7.6 De sédula vervangen door NIK en v doc en het BSN invoeren (variant 4) Naast NIK en vreemdelingendocument wordt in deze variant ook het BSN ingevoerd in Caribisch Nederland. Het belangrijkste voordeel van deze variant is dat de inwoners van Europees en Caribisch Nederland nu één persoonsnummer hebben, dat door alle overheden gebruikt wordt. Daarnaast zal met het BSN het aantal dubbele inschrijvingen in de Nederlandse basisadministraties gereduceerd kunnen worden. De kwaliteit van de administratie verbetert daardoor. Door de aansluiting op de BSN-systematiek wordt het voor overheden bovendien mogelijk om online te controleren of een persoon al een BSN heeft, elders staat ingeschreven en bijvoorbeeld of een identiteitsdocument staat geregistreerd als vermist. Het belangrijkste nadeel is dat er met de overgang van ID-nummer naar BSN een aanzienlijke inspanning nodig is op het gebied van wetgeving, processen, ICT, opleidingen en niet in de laatste plaats voor een betrouwbare migratie van de ID-nummers op alle persoonslijsten in Caribisch Nederland naar een BSN. De wetgeving rond BSN is verbonden met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Onderzocht zal moeten worden of de huidige Wet bescherming persoonsgegevens BES aanvulling behoef of kan worden vervangen door de Wbp. Wanneer ook de Caribische landen het BSN zouden invoeren ontstaat de situatie dat er in het hele Koninkrijk nog maar één persoonsnummer wordt gebruikt. Omdat dubbele inschrijvingen binnen het Koninkrijk daarmee zoveel mogelijk worden voorkomen, neemt de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur toe. Mogelijkheden voor het identificeren van personen en de controle op identiteitsdocumenten zullen toenemen. Over het algemeen lijken de Caribische landen voorzichtig positief te zijn over een mogelijke invoering van het BSN. Conclusie 4: De invoering van NIK, vreemdelingendocument en het BSN in Caribisch Nederland biedt een aanzienlijke bijdrage aan de kwaliteitsverbetering en harmonisering van de identiteitsinfrastructuur. De inspanningen (wetgeving, processen, conversie) zijn echter ook omvangrijk, maar beduidend minder ingrijpend dan in variant 5. Het is mogelijk om het BSN in te voeren en de PIVA te handhaven. Daar zijn wel inspanningen en ICTinvesteringen voor nodig die, wanneer men later alsnog overgaat van PIVA naar de GBA, niet meer worden benut. Om die reden is deze oplossing minder duurzaam. Als de Caribische landen ook BSN gaan gebruiken is wel het effect op kwaliteitsverbetering nog aanzienlijk groter, zodat ook het rendement groter wordt. Op ambtelijk niveau lijkt men in de Caribische landen voorzichtig positief over gebruik van het BSN. De sédula vervangen door NIK en v doc en het BSN invoeren (variant 4) 156

169 7.7 De sédula vervangen door NIK en v doc en BSN en GBA invoeren (variant 5) In deze variant wordt de identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland in zijn geheel vervangen door de Europees Nederlandse. Het voordeel van deze variant is dat hiermee de beste garantie wordt geboden op een hoge kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur in de toekomst. De variant vraagt echter een grote inspanning op het gebied van wetgeving, processen, ICT-infrastructuur (aan de kant van de registratiehouders en afnemers), opleidingen en conversie en verbetering van de basisadministratie in Caribisch Nederland. Deze variant lijkt strijdig met de afspraak over 5 jaar legislatieve terughoudendheid, tenzij de invoering na 10 oktober 2015 valt. Op dit moment wordt gewerkt aan de modernisering van de GBA. Alle gemeenten, dus in deze variant ook de openbare lichamen, zullen hun huidige oude GBA-systemen de komende jaren moeten vervangen door een nieuwe generatie. Voorkomen moet worden dat de openbare lichamen na de invoering van de huidige generatie GBA nogmaals een grote verandering moeten organiseren. De overgang naar deze variant kan dan ook het beste plaatsvinden door in één keer op de nieuwe generatie GBA-systemen over te gaan. De Caribische landen lijken op voorhand geen grote belangstelling te hebben voor de overstap naar GBA. Conclusie 5: De invoering van NIK, vreemdelingendocument en GBA met BSN in Caribisch Nederland biedt een maximale bijdrage aan de kwaliteitsverbetering en harmonisering van de identiteitsinfrastructuren. De inspanningen zijn echter ook zeer omvangrijk. Gezamenlijke invoering van GBA en BSN heeft als voordeel dat deze systemen nagenoeg niet hoeven te worden aangepast. Omdat deze variant omvangrijke aanpassingen in de Caribisch Nederlandse wet- en regelgeving met zich meebrengt zal met de daadwerkelijke invoering moeten worden gewacht tot De Caribische landen lijken aarzelingen te hebben om ook op de GBA over te stappen. 7.8 De positie van de Caribische landen Zoals al in eerdere delen van dit rapport is aangegeven werken de Caribische landen ook hard aan verbetering van de kwaliteit van hun basisadministratie en de identiteitsinfrastructuren. Samenwerking op dit onderwerp met Caribisch Nederland en Europees Nederland wordt belangrijk geacht. De belangstelling voor NIK en GBA lijkt in de landen niet groot. Wel is men erg geïnteresseerd in het BSN en andere maatregelen waarmee de kwaliteit van de basisadministratie in de Caribische landen kan worden verbeterd. De afdelingen Burgerzaken in de Caribische landen zijn bezorgd dat wanneer Caribisch Nederland overstapt op de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur de kennis van en belangstelling voor de op PIVA gebaseerde basisadministraties zal afnemen. Bovendien vragen zij zich af hoe zij de verbeteringen die in de afgelopen jaren in de Europees Nederlandse identiteitsinfrastructuur zijn gerealiseerd ook in hun eigen land ingevoerd kunnen krijgen. Er zou namelijk een situatie kunnen De sédula vervangen door NIK en v doc en BSN en GBA invoeren (variant 5) 157

170 ontstaan waarbij de Caribische landen niet aangehaakt blijven bij de ontwikkelingen in Europees Nederland. De kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur staat daar niet altijd boven aan de agenda. Dit dient naar onze mening te worden voorkomen. Conclusie 6: De Caribische landen hebben belangstelling om ook het BSN in te voeren en de basisadministratie met andere maatregelen voortdurend verder te verbeteren. Het is vanuit dat perspectief verstandig om hen bij het vervolg van dit traject te betrekken op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau. Voor de GBA lijkt minder belangstelling te bestaan. 7.9 Samenvattende conclusie en aanbeveling De identiteitsinfrastructuren in Europees Nederland en Caribisch Nederland verschillen op het gebied van de basisadministratie persoonsgegevens (al zijn die gebaseerd op dezelfde grondslag), op het gebied van de verstrekking van persoonsgegevens en ook voor wat betreft systematiek en functionaliteit van de identiteitskaarten. Vrijwel alle bij dit onderzoek betrokken personen zijn van mening dat de identiteitsinfrastructuur van Caribisch Nederland dichter naar die van Europees Nederland moet worden gebracht. De centrale vraag is nu op welke wijze dat het beste kan gebeuren. Het ministerie van BZK heeft hiertoe 5 varianten ontwikkeld waarvan in dit onderzoek de voor- en nadelen zijn onderzocht. In alle varianten wordt de bestaande identiteitskaart (de sédula model 2010) vervangen door een beter beveiligde kaart (de NIK of een sédula met dezelfde echtheidskenmerken als de NIK). Daarnaast omvatten de varianten ook de overgang naar het BSN en de GBA om de procedures rond het beheer van de basisadministraties in Caribisch Nederland te verbeteren en te harmoniseren met die in Europees Nederland. Uit het inventariserend onderzoek blijkt naar onze mening dat het niet zozeer de (onlangs verbeterde) identiteitskaarten in Caribisch Nederland zijn die een risico vormen voor de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur, maar dat het ontbreken van een betrouwbare identiteitsdocumentenregistratie met bijbehorende controlemogelijkheden en het ontbreken van een beheervoorziening rond het persoonsgebonden nummer het grootste risico vormt. De Caribische identiteitsinfrastructuur zou op deze punten kunnen profiteren van de Europees Nederlandse. Het heeft naar onze mening niet veel zin om nu een sédula+ (variant 1) te gaan verstrekken als de registratie- en controleprocessen van identiteitskaarten niet ook direct op een hoger niveau worden gebracht. In deze variant zijn geen maatregelen voorzien om de basisadministratie in Caribisch Nederland te verbeteren. Variant 1 kunnen wij daarom niet zondermeer aanbevelen. Tenminste zou die variant vergezeld moeten gaan van een verbetering in administratieve- en controleprocessen van de identiteitsdocumenten. Het is mogelijk om de huidige sédula binnen circa twee jaar te vervangen door de NIK en een nieuw te ontwikkelen vreemdelingendocument voor Caribisch Nederland (variant 2, 3, 4 en 5). Uit het Samenvattende conclusie en aanbeveling 158

171 onderzoek blijkt dat deze maatregel voordelen biedt voor de overheden zoals betere registratie van en controle op identiteitsdocumenten en lagere overheidsbijdrage aan de kosten voor de kaart. Het verdwijnen van de sédula geeft op korte termijn nadelen voor burgers en bedrijven. Hun administratieve lasten gaan omhoog omdat zij vaker uittreksels uit de basisadministratie nodig zullen hebben. Om deze reden en omdat de huidige eilandspecifieke sédula ook een emotionele lading heeft is het draagvlak voor deze maatregel in Caribisch Nederland gering. De administratieve lasten kunnen overigens wel weer verlicht worden naarmate de overheidsdiensten in Caribisch Nederland meer gaan werken met verstrekkingen van persoonsgegevens uit de PIVA-V, maar dat is niet voorzien in variant 2 en 3. Daarvoor moet namelijk eerst het BSN worden ingevoerd (variant 4). Wanneer alle Nederlanders in Caribisch Nederland, ingezetenen of niet-ingezetenen, over dezelfde identiteitsdocumenten beschikken kan er aan de hand van die documenten niet meer worden gecontroleerd of niet-ingezetenen de maximale verblijfsduur in Caribisch Nederland hebben overschreden. Hiervoor zal een andere oplossing gevonden moeten worden. Het afschaffen van het ID-nummer zonder dat er een nieuw persoonsnummer voor in de plaats komt (variant 3) maakt uitwisseling van persoonsgegevens binnen de overheid moeilijker. Bovendien is er dan geen algemeen persoonsgebonden nummer meer beschikbaar voor de communicatie tussen overheid en burger, zodat lokale overheidsdiensten en sectoren met eigen persoonsnummers zullen gaan werken. De administratieve lasten zullen voor alle partijen toenemen en de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur neemt af. Om alle hierboven genoemde redenen bevelen wij variant 2 en 3 niet aan. Met de invoering van BSN (variant 4) en GBA (variant 5) in Caribisch Nederland wordt een belangrijke basis gelegd voor verdere uniformering van de infrastructuur en voor verbetering van de kwaliteit van de basisadministraties in Caribisch Nederland en voor lastenreductie voor burgers en overheden. Daarom bevelen wij aan om een van deze twee varianten te selecteren. Beide varianten, vooral de variant met GBA, vragen een aanzienlijke inspanning van alle betrokkenen, ook op het gebied van de wetgeving en ICT. Hoeveel aanpassingen in de wet- en regelgeving er precies mogelijk zijn voor 10 oktober 2015 is nog niet bekend. Het lijkt niet waarschijnlijk dat de variant met BSN én GBA (variant 5) voor die datum is te realiseren. De invoering van de gemoderniseerde GBA vraagt bovendien belangrijke verbeteringen in de ICTinfrastructuur in Caribisch Nederland. Snelle en betrouwbare datacommunicatieverbindingen zijn een randvoorwaarde. Het is niet duidelijk hoe snel die zijn te realiseren. De Caribische landen lijken weinig interesse te hebben voor NIK en GBA, maar zij staan net als Caribisch Nederland voorzichtig positief ten opzichte van het BSN. Wanneer zij ook het BSN zouden gaan gebruiken ontstaat de situatie dat er binnen het hele koninkrijk nog maar één uniek persoonsnummer wordt gehanteerd. Dit heeft voordelen voor alle overheden en op termijn voor burgers. Het is technisch mogelijk om het BSN samen met de basisadministratie PIVA te laten werken. Deze combinatie zou in theorie zowel in Caribisch Nederland als in de Caribische landen toepasbaar zijn. Samenvattende conclusie en aanbeveling 159

172 Dat heeft, naast één persoonsnummer, het voordeel dat de 6 afdelingen burgerzaken in de voormalige Nederlandse Antillen samen kunnen optrekken 71 in de verdere verbetering van hun basisadministraties. Als Caribisch Nederland direct op de GBA zou overstappen zal deze samenwerking naar onze verwachting minder eenvoudig zijn. Op basis van deze overwegingen bevelen wij aan om variant 4 aan een nadere impactstudie te onderwerpen, met een doorkijk naar een daarop volgende invoering van de gemoderniseerde GBA in Caribisch Nederland. Bij de studie naar de impact van het BSN moeten ook de Caribische landen worden betrokken. Verder merken wij op dat de meeste toegevoegde waarde voor de verbetering van de kwaliteit van de identiteitsinfrastructuur uit variant 4 is te verwachten van de invoering van het BSN. Het is goed om daar mee te starten en pas daarna de NIK en het vreemdelingendocument in te voeren en de sédula af te schaffen. Zo ontstaat er namelijk meer zekerheid dat een NIK alleen wordt verstrekt aan personen die daar daadwerkelijk recht op hebben. Het BSN maakt verder een betere administratie en uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk, waardoor de administratieve lasten voor burgers en overheden afnemen en zij op den duur ook minder behoefte hebben aan de verplichte identiteitskaart voor alle ingezeten. Na afronding van de invoering van het BSN kan een overstap worden gemaakt naar de gemoderniseerde GBA. De impactstudie naar variant 4 zou in elk geval antwoord kunnen geven op de volgende vragen: Welke aanpassingen in wet- en regelgeving moeten worden doorgevoerd om het BSN in Caribisch Nederland en mogelijk in de Caribische landen in te kunnen voeren? Welke kwaliteitseisen gelden er voor de basisadministraties uit Caribisch Nederland en de Caribische landen vóórdat die op de BSN-systematiek kunnen worden aangesloten? Hoe kan bij het afschaffen van de sédula de maximale verblijfsduur van niet-ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit worden gehandhaafd in Caribisch Nederland? Welke (on)mogelijkheden zijn er om met de NIK te reizen van Caribisch Nederland via een Caribisch land naar Europees Nederland en vice versa? Hoe kan PIVA het best worden verbonden met de beheervoorziening BSN? Moet de administratie van de IND worden aangesloten op PIVA en op de Beheervoorziening BSN? Welke overheidsorganisaties moeten worden aangesloten op de BV BSN en PIVA-V? Wat is de beste volgorde en timing van de invoering van de variant? Eerst BSN en dan de NIK en dan later GBA, of anders? Welke personele en financiële inzet is nodig in de verschillende delen van het Koninkrijk? Hoe moet straks een transitie van PIVA naar GBA worden vormgegeven en wat zijn daarvan de consequenties? Hoe moet het invoeringstraject technisch-organisatorisch en bestuurlijk worden ingericht? 71 Die al jaren samenwerking in het PIVA-paltform Samenvattende conclusie en aanbeveling 160

173 Tot slot doen wij nog enkele aanbevelingen ten aanzien van de identiteitsinfrastructuur, ongeacht welke variant de voorkeur krijgt. Dit zijn: Het is nuttig om de procedure voor vreemdelingen zodanig aan te passen dat zij, wanneer zij een verblijfsvergunning ontvangen, zich direct moeten inschrijven in de basisregistratie. Dit kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld de verblijfsvergunning en sédula via één loket uit te geven. Fraude met de papieren verblijfsdocumenten is dan niet meer mogelijk en alle vreemdelingen worden daadwerkelijk ingeschreven in PIVA. Een automatische koppeling tussen IND en Burgerzaken is ook mogelijk. Het is nuttig om de documentnummers van alle identiteitsdocumenten (ook de huidige sédula s) in PIVA te gaan registreren. Zo wordt één register opgebouwd van waaruit kan worden afgeleid over welke documenten een ingezetene beschikt, of deze in een korte periode (te) veel documenten heeft aangevraagd, en of een document niet meer geldig is vanwege overlijden of vermissing. Samenvattende conclusie en aanbeveling 161

174 Bijlagen 162

175 Bijlage 1 Documenten Opslag vingerafdrukken voor nu stopgezet ; Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (alsmede verslagen n.a.v. overleg en nota s n.a.v. verslag; Administratief akkoord inzake binnenkomst/verblijf i.v.m. transport urgente zieken van Sint Eustatius/Saba naar Guadeloupe v.v. (in ontwikkeling); Besluit (en regeling) zorgverzekering BES; Besluit burgerlijke stand BES; Besluit paspoortgelden (= voor het hele Koninkrijk); ook Paspoortwet en PUN (Paspoortuitvoeringsregeling Nederland) en PUCar (Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen); Besluit toelating en uitzetting BES; Burgerlijk Wetboek BES Boek 1; Burgerlijk Wetboek Boek 1; Caribisch Nederland: de identiteitsinfrastructuur. Presentatie van het Ministerie van BZK voor de BPR klantendag. Derde Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; Documentatie grondrecht Vrij verkeer van personen; Een binnen Nederland aanvaardbaar voorzieningenniveau, notitie Tweede Kamerfractie, september GBA de technische opzet van de GBA; Handboek technische opzet van de GBA; Handelingen algemene beraadslaging, TK , 4 maart 2010; Logisch ontwerp GBA; Logisch ontwerp PIVA BES; Inventarisatieonderzoek gebruik PIVA-V (wordt genoemd op de website van BPR); Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; Kieswet BES, artikel Ya 3a; Koploperstrategie mgba 2011; 163

176 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (Brief van de staatsecretaris van BZK inzake het Actieplan Kwaliteit GBA, TK, , 27859, nr. 12); Nieuwsbrief: de gevolgen van de staatkundige veranderingen; Nota n.a.v. verslag ABES, TK , , nr. 6; Onderlinge regeling vreemdelingenketen BES (1999); Overgangsakkoord d.d. 12 februari 2007 (Brief van de minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties, TK , IV, nr. 22) (Bijlage bij de brief ook verkrijgbaar via BZK/OBD); Paspoortwet PIVA-documentatie (PIVA convenant en Bestuursakkoord uitwisseling persoonsgegevens); Productencatalogus Agentschap BPR; Rapport Advies voortgang basisregistraties BES-eilanden, Het Expertise Centrum (HEC), 2 september 2010; Regeerakkoord VVD-CDA; Regeling identiteitskaarten BES; Relevante EU regelgeving (m.n. m.b.t. vrij verkeer van personen); Rijkswet op het Nederlanderschap; Slotverklaring miniconferentie d.d. 11 oktober 2006 (Brief van de minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties, TK , IV, nr. 5) (Bijlage bij de brief ook verkrijgbaar via BZK/OBD); Stappenplan invoering GBA als basisregistratie voor (gemeenten als) afnemers; Tweede aanpassingsbesluit openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; Tweede aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (A en B); Verschillenmatrix PIVA en GBA; Verslag n.a.v. ABES 2a, ABES 2b en ABES 3, TK , , nr. 15; Verslag n.a.v. ABES, TK , , nr. 5; Verslag wetgevingsoverleg 15/1/10, TK , , nr. 13; Verslag wetgevingsoverleg 18/1/10, TK , , nr. 14; Voortzetting handelingen algemene beraadslaging, TK , 4 maart 2010; Vreemdelingenwet 2000 (i.v.m. vreemdelingendocument); Wet algemene bepalingen Burgerservicenummer; 164

177 Wet basisadministraties persoonsgegevens BES; Wet bescherming persoonsgegevens BES; Wet en Besluit identiteitskaarten BES; Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; Wet identificatie bij dienstverlening BES; Wet identificatieplicht Wet identificatieplicht BES; Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; Wet openbare registers BES; Wet toelating en uitzetting BES; Wet, besluit en regeling basisadministraties persoonsgegevens BES; Wetgevingsoverleg diverse wetten, antwoorden op technische vragen eerste termijn, TK , , nr. 15; Wetsvoorstel Wet basisregistratie persoonsgegevens. 165

178 Bijlage 2 Gesprekspartners Gesprekspartners gevestigd in Europees Nederland Geïnterviewde Functie Organisatie Datum Mw. mr. I.M. Abels Wetgevingsjurist Ministerie van Veiligheid en Justitie 17/10/2011 Mw. T. Lemmer Beleidsmedewerker migratie Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Migratiebeleid Dhr. H. Leppers Beleidsmedewerker migratie Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Migratiebeleid 05/10/ /10/2011 Dhr. A. van Hijfte Account manager Centric Mw. A. Smit Senior beleidsmedewerker Bevolkingsadministratie, reisdocumenten, identiteitskaart Caribisch gebied Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 27/06/2011 Dhr. A. Koenhein Senior beleidsadviseur Democratie en Burgerschap Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 27/06/2011 Mw. R. Koppenol Beleidsmedewerker Identiteit Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula Dhr. R. Smeets Beleidsmedewerker Kennis Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula Dhr. J. de Jong Beleidsadviseur IND Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / IND / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 27/06/ /06/ /06/2011 Dhr. G. Stortelers Senior beleidsadviseur Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 30/06/2011 Dhr. P. de Jong Coördinator Service Management BPR Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Agentschap BPR / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 27/06/

179 Dhr. G. van Andel Service level manager PIVA, sédula Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Agentschap BPR / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 27/06/2011 Dhr. H. van Laar Service level manager Beheervoorziening BSN Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Agentschap BPR / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 27/06/2011 Dhr. C. Luijten Coördinerend beleidsmedewerker BSN Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 28/06/2011 Mw. K. Schamp Beleidsmedewerker BSN, DigiD Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 28/06/2011 Dhr. J. Moelker Projectleider mgba Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 20/07/2011 Dhr. C. Meesters Projectdirecteur publiekszaken Rotterdam, voorzitter NVVB NVVB, Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula / Begeleidingscommissie onderzoek vervanging sédula 29/06/2011 Dhr. R. van Troost Beleidsmedewerker NVVB 29/06/2011 Gesprekspartners gevestigd in Caribisch Nederland Geïnterviewde Functie Organisatie Datum Dhr. D. Falize 2 e Teamleider & coördinator Grensbewaking Caribisch Nederland Ministerie van Defensie/ Kmar 22/06/2011 Dhr. J. Merced Teamhoofd Ministerie van Defensie / Kmar 22/06/2011, 18/10/2011 Dhr. B. Godefrooij Projectadviseur / accountmanager Ministerie van Binnenlandse Zaken / BPR 22/06/2011 Dhr. D. Martinus Applicatie- en gegevensbeheer Burgerzaken Bonaire 22/06/2011, 07/07/2011, 17/10/

180 Dhr. B. Nijland Hoofd afd. Juridische en Algemene Zaken Openbaar Lichaam Bonaire 22/06/2011 Dhr. D. Kalma Teamleider Account ZVK Rijksdienst Caribisch Nederland 22/06/2011 Dhr. G. Mensché Hoofd IND Caribisch Nederland Rijksdienst Caribisch Nederland / IND 22/06/2011, 17/10/2011 Dhr. G. Thodé Gezaghebber Bonaire Openbaar Lichaam Bonaire 23/06/2011, 17/10/2011 Mevr. R. Pourier Dhr. L. Coppen Juridisch Adviseur Alg. Zaken, Chef Kabinet Gezaghebber Hoofd grensbewaking Caribisch Nederland Openbaar Lichaam Bonaire 23/06/2011, 17/10/2011 Ministerie van Defensie / Kmar 23/06/2011, 18/10/2011 Dhr. M. Langhorst Information manager Belastingdienst Caribisch Nederland 23/06/2011 Dhr. F. van der Broek Verandermanager Directie Samenleving en Zorg Openbaar Lichaam Bonaire 23/06/2011 Dhr. W. Stolte Rijksvertegenwoordiger Caribisch Nederland Rijksdienst Caribisch Nederland 04/07/2011 Dhr. G. Oleana Kwaliteitsmedewerker Burgerzaken Bonaire 07/07/2011, 17/10/2011 Dhr. J. Johnson Gezaghebber Saba Openbaar lichaam Saba 11/10/2011 Mw. N. Peterson Hoofd Burgerzaken Burgerzaken Saba 11/10/2011 Mw. J. Woods Medewerker Burgerzaken Burgerzaken Saba 11/10/2011 Dhr. J. Helmond Eilandsecretaris Openbaar lichaam St. Eustatius 12/10/2011 Dhr. R. Tjie-A-Loi Hoofd Burgerzaken Burgerzaken St. Eustatius 12/10/2011 Dhr. R. van Eeden GBA Specialist Burgerzaken St. Eustatius 12/10/2011 Mw. A. Sandries Plv Hoofd IND IND St. Eustatius 12/10/2011 Mw. Serfilia Gedeputeerde Samenleving en Zorg Openbaar lichaam Bonaire 17/10/2011 Dhr. Silberie Adviseur Openbaar lichaam Bonaire 17/10/2011 Mw. Z. Ferdinand Beleidsmedewerker Burgerzaken Bonaire 17/10/

181 Dhr. J. Rooijakker Korpschef Politiekorps Caribisch Nederland 17/10/2011 Mw. N. Gonzalez Eilandsecretaris Openbaar lichaam Bonaire 17/10/2011 Mw. I. de Graaf- Cicilia wnd. Hoofd Burgerzaken Burgerzaken Bonaire 17/10/2011 Gesprekspartners gevestigd in de Caribische landen Geïnterviewde Functie Organisatie Datum Dhr. H. Daal Hoofd Burgerzaken Curaçao Burgerzaken Curaçao 24/06/2011 Dhr. M. Bonafasia Juridisch Adviseur Sociale Verzekeringsbank (SVB) 24/06/2011 Dhr. E. Janssen Hoofd Belastingen Curaçao 24/06/2011 Mw. S. Bikker Head Public Relations Aqualectra 24/06/2011 Dhr. J. Nisbeth Hoofd afdeling Toelating Immigratiedienst Curaçao 28/06/2011, 21/10/2011 Dhr. G. Bergsma Hoofd Belastingdienst Belastingdienst Sint Maarten 13/10/2011 Dhr. S. Duzanson Commercial manager GEBE St. Maarten 13/10/2011 Mw. L. Marlin Hoofd Burgerzaken Burgerzaken Sint Maarten 13/10/2011 Mw. I. Beentjes Senior medewerker Burgerzaken Sint Maarten 13/10/2011 Dhr. R. Barbij Hoofd Toelatingsorganisatie IND Sint Maarten 13/10/2011 Dhr. G. Bergsma Hoofd Belastingdienst Sint Maarten 13/10/2011 Dhr. P. Benschop Directeur Kabinet van de Gouverneur van Aruba 18/10/2011 Dhr. M. Boelen plv. Directeur Kabinet van de Gouverneur van Aruba 18/10/2011 Mw. S. Luydens Hoofd Burgerzaken Burgerzaken Aruba 19/10/2011 Mw. M. Maduro Hoofd documenten en inlichtingen Burgerzaken Aruba 19/10/2011 Mw. Kathleen Ruiz-Paskel Directeur Directie Beleid, Toelating en integratie Vreemdelingen (DIMAS) 19/10/

182 Dhr. Sergio de Cuba Internal Auditor Directie Beleid, Toelating en integratie Vreemdelingen (DIMAS) 19/10/2011 Dhr. Henry Baarh Ketenmanager vreemdelingenketen Directie Beleid, Toelating en integratie Vreemdelingen (DIMAS) 19/10/2011 Dhr. M. Jansen Financiën / Marketing / Consumentenservice WEB Aruba 19/10/2011 Dhr. P. Römer Voorzitter PIVA-platform 20/10/2011 Mw. A. Klerken Naturalisaties Kabinet van de Gouverneur van Curaçao 21/10/2011 Dhr. R. de Freitas Hoofd Toelating en Verblijf Immigratiedienst Curaçao 21/10/2011 Dhr. V. Monk Directeur Sociale Ontwikkeling SOAW Curaçao 21/10/

183 Bijlage 3 Vragenlijsten Vragen over de huidige situatie in Caribisch Nederland De werking van de huidige ID-infrastructuur Hoe wordt nu een documentnummer toegekend aan een sédula? En hoe komt deze in PIVA? Hoe wordt een documentnummer toegekend aan een paspoort? En hoe komt deze in PIVA? (Hoe) Registreert Burgerzaken niet-gepersonaliseerde sédula s? Hoe registreert Burgerzaken een verloren / gestolen sédula? Hoe vaak raken sédula s verloren? Kan een controlerend ambtenaar terugvallen op een registratie waarin alle geldige sédula s staan? Hoe gaat dat dan? Welke actie wordt ondernomen als er gebruik van een valse sédula wordt vermoed? Hoe lang duren de processen voor het aanvragen van een sédula? Hoe werkt het voorraadbeheer exact? Blijft een eenmaal verstrekt ID-nummer in PIVA gekoppeld aan een persoon, ook wanneer deze bijvoorbeeld overlijdt of emigreert? Wordt in het geval van een emigratie het ID-nummer nog gebruikt bijvoorbeeld in verband met belastingen? Hoeveel ingezetenen van uw eiland verhuizen per jaar naar Europees Nederland? Hoeveel ingezetenen van uw eiland verhuizen per jaar naar een Caribisch land? Hoe wordt verhuizing van/naar een andere gemeente (cq openbaar lichaam) of van/naar een ander Caribisch Land in PIVA exact verwerkt? Hoe lang duurt dat? Wat moet u doen om de machine waarmee u de sédula maakt te onderhouden? Wat doet u wanneer de machine waarmee u de sédula maakt uitvalt? Wat moet u doen om het RAAS te onderhouden? Wat doet u wanneer het RAAS uitvalt? Is er een koppeling tussen RAAS en PIVA? Wat moet u doen om PIVA te onderhouden? Wat doet u wanneer de PIVA uitvalt? Het paspoort is een geldig identiteitsbewijs en bevat wanneer deze is afgegeven in Caribisch Nederland geen persoonsnummer. Levert dit problemen op in het maatschappelijk verkeer? Waarom (niet)? 171

184 Welke overheidsorganisaties zijn nu aangesloten op de PIVA-V? Welke zijn gepland om aan te sluiten? Hoe snel gaat deze aansluiting? Wat zijn de kosten hier van? Welk deel van de kosten betalen de afnemers? Melden zij ook fouten in de gegevens terug? Digitaal of op papier? Wat zijn de verwachtingen ten aanzien van het gebruik in de (nabije) toekomst? Wat kost PIVA per jaar? Zijn er wensen voor verbetering? Hoeveel sédula s verstrekt u per jaar? Welk aandeel daarvan is voor Nederlanders? Welk aandeel is voor vreemdelingen? Kunt u een overzicht aandragen van eilandregelgeving waarvan de uitvoering afhankelijk is van de sédula? Kunt u een overzicht aandragen van eilandregelgeving waarvan de uitvoering afhankelijk is van het ID-nummer? Kunt u een overzicht aandragen van eilandregelgeving waarvan de uitvoering afhankelijk is van de PIVA? Wanneer moeten burgers bijvoorbeeld een verstrekking uit de PIVA overhandigen? Hoe recent moet deze zijn? Welke onderdelen van het burgerlijk wetboek BES raken aan de bevolkingsadministratie in PIVA hebben betrekking tot de bevolkingsadministratie? Wat is CAS precies en hoe wordt het gebruikt? Welk berichtenverkeer vindt plaats tussen CAS en PIVA? Heeft CAS een decentrale database met gegevens die af kan wijken van de database PIVA? Heeft de PIVA, evenals de GBA, een reisdocumentenmodule? Worden vreemdelingen en aan een vreemdeling gelijkgestelde Nederlander elders geregistreerd, los van de basisregistratie personen? Wie is verantwoordelijk voor registratie? Hoe ziet de registratie eruit? Is de registratie gekoppeld aan andere systemen? Op welke wijze worden akten van de Burgerlijke Stand in de systemen opgemaakt en latere vermeldingen bijgehouden? Er zijn nu soms lange wachttijden bij Burgerzaken. Waardoor worden deze veroorzaakt? Heeft dit te maken met het ter plekke produceren van een sédula? Hoe werkt het Border Management Systeem exact? En het Foreigner Management Systeem? Worden daar documenten in gescand? Document- of persoonsnummers in geregistreerd. Verstrekt Burgerzaken zelf persoonsgegevens? Aan wie? Burgers? Andere diensten van het eigen openbaar lichaam? Wat doet Burgerzaken met de sédula als persoonsgegevens wijzigen? Bij een naamswijziging? Bij een naturalisatie tot Nederlander? 172

185 De kwaliteit van de ID-infrastructuur Hoe wordt de nationaliteit van iemand gecontroleerd bij een eerste inschrijving in PIVA? Hoe lang duurt dat? Hoe gaat dat met een inwoner van een ander openbaar lichaam, Caribisch land of Europees Nederland? Hoe wordt de verblijfsstatus van iemand gecontroleerd bij een eerste inschrijving in PIVA? Hoe lang duurt dat? Zijn er problemen met de PIVA die u zou willen verbeteren? Zijn er problemen met de sédula die u zou willen verbeteren? Zijn er problemen met het ID-nummer die u zou willen verbeteren? Hoe vaak komen er bijvoorbeeld dubbelingen voor doordat er in de ID-nummersystematiek geen nieuwe nummers kunnen worden uitgegeven? Wat zijn processen die de juistheid van gegevens in PIVA moeten bevorderen? Zijn u fraudegevallen met de sédula bekend? Waar komen deze uit voort? Hoe vaak komen deze voor? Wat wordt gedaan bij vermeend misbruik van de sédula? Waar wordt dit geregistreerd? Door wie wordt geregistreerd? Wie hebben er toegang tot die registratie (wanneer wordt hij gebruikt)? Is de registratie nog gekoppeld aan andere systemen? Welke activiteiten voert Burgerzaken uit met het oog op een zo goed mogelijke kwaliteit van PIVA? Nagaan niet bezorgde oproepkaarten verkiezingen? Bestandscontrole dubbelopnemingen? Andere activiteiten? De secundaire effecten Kunt u een overzicht geven van alle organisaties (publiek of privaat) die de sédula gebruiken? Kunt u mij een overzicht geven van alle organisaties (publiek of privaat) die het ID-nummer gebruiken? (voor bedrijven) Welk gedeelte van klanten van uw bedrijf identificeert zich met de sédula? Waarvoor gebruikt u het ID-nummer? Hoe gebruikt u dit? Waarvoor gebruikt u de sédula? Hoe gebruikt u deze? (Waarvoor) Beschikt u over gegevens uit PIVA? Kent u andere organisaties die het ID-nummer gebruiken? Die de sédula gebruiken? Die PIVA- V gebruiken? Waarvoor? 173

186 Vragen over de huidige situatie in de Caribische landen De werking van de huidige ID-infrastructuur [ Vraag alleen voor Burgerzaken Aruba ] Hoe verloopt het proces van het aanvragen van de sédula die in Europees Nederland wordt geproduceerd? Gebruikt u hiervoor RAAS? Welke gegevens moeten daarvoor worden aangeleverd? Hoe lang duurt het voor de sédula in het Caribisch land is? Waarom kiest Aruba als enige land voor centrale personalisatie in Europees Nederland? Wat betaalt een land voor een sédula? Een burger? Hoeveel ingezetenen van uw land verhuizen per jaar naar Europees Nederland? Hoeveel ingezetenen van uw land verhuizen per jaar naar Caribisch Nederland? Hoe wordt verhuizing van/naar een andere gemeente (cq openbaar lichaam) of van/naar een ander Caribisch Land in PIVA exact verwerkt? Hoe lang duurt dat? Wat moet u doen om de machine waarmee u de sédula maakt te onderhouden? Wat doet u wanneer de machine waarmee u de sédula maakt uitvalt? Wat kost PIVA per jaar? Wie doet het technisch beheer? Is het systeem betrouwbaar? Zijn er wensen voor verbetering? Hoeveel sédula s verstrekt u per jaar? Welk aandeel van de ingezetenen in uw land beschikt over een (Nederlands) paspoort? Met betrekking tot wet- en regelgeving Welke wet- en regelgeving ligt ten grondslag aan de volgende onderdelen van de identiteitsinfrastructuur van de Caribische landen: Identiteitsdocument, Vreemdelingendocument, Persoonsnummer, Basisregistratie personen. In welke wet- en regelgeving komen deze onderdelen verder aan bod? In welke wet- en regelgeving worden de volgende registraties geregeld: Basisregistratie personen, Registratie van persoonsnummers en Registratie van identiteitsdocumenten? Is er wet- en regelgeving over de verschillende processen (registeren, aanvragen, etc.) die moeten zijn ingericht om een identiteitsinfrastructuur in stand te kunnen houden? Voor Caribisch Nederland is de sédula alleen geldig geldig als document voor grensoverschrijding voor Nederlanders. Kun je met de sédula van Curaçao, Sint Maarten of Caribisch Nederland Aruba binnenkomen? Of heb je daar (toch) een paspoort bij nodig? 174

187 De secundaire effecten Kunt u een overzicht geven van alle organisaties (publiek of privaat) die de sédula gebruiken? Kunt u mij een overzicht geven van alle organisaties (publiek of privaat) die het ID-nummer gebruiken? Kent u andere organisaties die het ID-nummer gebruiken? Die de sédula gebruiken? Waarvoor? Heeft u aanpassingen moeten doen toen in aanloop naar in Caribisch Nederland nieuwe modellen van de sédula verstrekt zijn? Vragen over de huidige situatie in Europees Nederland De werking van de huidige ID-infrastructuur Welke documenten moet een vreemdeling exact overleggen wanneer deze zich wil laten inschrijven in de bevolkingsadministratie? Wat zijn de exacte processen die de IND in Europees Nederland doorloopt wanneer zij een aanvraag van een vreemdeling verwerkt? En wanneer zij een document verstrekt? Welke systemen gebruikt de IND in Europees Nederland hier exact bij? Over (toegang tot) welke systemen beschikt de Toelatingsorganisatie in Caribisch Nederland mogelijk al? Zijn er (al) voornemens om de toelatingsorganisatie op deze systemen aan te sluiten? Wat is in dat verband de planning? Wat kost een vreemdelingenpaspoort en hoe krijg je dat? Hoe wordt de uitgifte van het vreemdelingendocument beheerd? In welke registers worden gegevens van vreemdelingen bewaard? Wat zijn de koppelingen met bijvoorbeeld de GBA? Wat gebeurt er met een ingenomen vreemdelingendocument? Hoe wordt de verblijfsstatus van iemand gecontroleerd bij een eerste inschrijving in de GBA? Hoe wordt de nationaliteit van iemand gecontroleerd bij een eerste inschrijving in de GBA? Hoe wordt verhuizing van/naar een andere gemeente (cq openbaar lichaam) of van/naar een ander Caribisch Land in de GBA exact verwerkt? Hoe lang duurt dat? Wat geeft een gemeenten per jaar uit aan de GBA? Voor een gemeente met inwoners, inwoners of inwoners? 175

188 In het kader van de mgba ontwikkelt Europees Nederland een centrale basisregistratie met persoonsgegevens. Gemeenten moeten een directe verbinding onderhouden met de centrale database In welk tempo worden deze gerealiseerd? En wat betekenen deze plannen en het tempo voor het introduceren van de (m)gba en RNI in Caribisch Nederland of de Caribische landen? De kwaliteit van de ID-infrastructuur Zijn u fraudegevallen met de Nederlandse Identiteitskaart (NIK) bekend? Waar komen deze uit voort? Hoe vaak komen deze voor? Idem bij het vreemdelingendocument? Is het BSN-systeem betrouwbaar? Zijn er wensen voor verbetering? Is het GBA-systeem betrouwbaar? Zijn er wensen voor verbetering? De secundaire effecten Zijn er plannen om ook andere private organisaties het BSN te laten verifiëren (zoals nu de zorgverzekeraars doen)? Structurele effecten Wat zijn de kosten van het centraal produceren van een NIK? Hoe worden deze verdeeld? Vragen over variant 1: Een verbeterde sédula In deze variant wordt de sédula vervangen door een nieuw identiteits- en vreemdelingendocument voor Caribisch Nederland met dezelfde technische echtheidskenmerken als de Nederlandse identiteitskaart NIK, de sédula+. Het uiterlijk van de sedula+ zal alleen op kleine zichtbare details verschillen van de huidige sédula. De persoonsgegevens en symbolen op de kaart blijven ongewijzigd. Veranderingen in de processen bij Burgerzaken Het aanvraagproces verandert. Het aanvragen van een sédula wordt hetzelfde als het aanvragen van een paspoort. U legt een vingerafdruk, pasfoto en handtekening van de aanvrager vast, en verstuurt deze met alle relevante gegevens met RAAS naar Europees Nederland. Duurt het doorlopen van het aanvraagproces van een paspoort langer/korter dan het doorlopen van het aanvraagproces van de sédula? Heeft u meer vingerafdrukscanners en RAAS-stations nodig wanneer ieder identiteitsdocument zo wordt geproduceerd? Wat zouden hier de kosten van zijn? 176

189 Moet u (meer) ambtenaren opleiden om te leren werken met het RAAS en de vingerafdrukscanner? Hoeveel opleiding is hiervoor nodig? Wat zouden hier de kosten van zijn? Het productieproces verandert ook. De pas wordt in Europees Nederland gepersonaliseerd en daarna naar uw balie gestuurd. Na tien werkdagen kan de aanvrager zijn document ophalen. Duurt het doorlopen van het produceren en verstrekken van de sédula langerdan langer/korter dan het produceren en verstrekken van het paspoort? Hoeveel tijd scheelt dit? Betekent dit dat burgers minder lang hoeven te wachten tot ze aan de beurt zijn? Hoe zullen burgers het vinden wanneer zij tweemaal naar de balie moeten om het document te verkrijgen? Veranderingen in systemen Het RAAS systeem moet worden aangepast. Er is al een koppeling met de PIVA, maar deze moet aangepast worden op het verzenden van het ID-nummer. Het ID-nummer is in PIVA geregistreerd als 9-cijferig nummer, en moet worden vertaald naar 10-cijferig ID-nummer. Wat zouden globaal de kosten zijn van de aanpassingen in PIVA/RAAS? Wat zou de doorlooptijd zijn voor het doen van deze aanpassingen? Kunnen deze aanpassingen op ieder moment plaatsvinden? Wat zou een logisch moment zijn voor het doen van deze aanpassingen? Moeten er nog aanpassingen worden gemaakt in de printstraat? Veranderingen bij de Toelatingsorganisatie Geen. Veranderingen in wet- en regelgeving De huidige wetgeving waarin het huidige model van de sédula beschreven staat (regeling identiteitskaarten BES), moet worden aangepast. Begrijpen wij goed dat bij het vervangen van de sédula door een nieuw model sédula alleen het model in (regeling identiteitskaarten BES), hoeft te worden aangepast (voor wat betreft wet- en regelgeving)? Op welke onderliggende afspraken werkt deze verandering door (bijv. onderlinge regeling Curacao, Sint Maarten en Nederland inzake de vreemdelingenketen)? Veranderingen bij identiteitscontroles De veranderingen voor controleurs zijn deels gelijk aan de veranderingen in aanloop naar : 177

190 Zijn er opleidingsactiviteiten geweest voor , met betrekking tot het invoeren van de nieuwe sédula? Naar welke doelgroepen? Welke activiteiten? Wat waren daar de kosten van? Daarbij zijn er nieuwe veranderingen. De nieuwe sédula krijgt ook derdelijns echtheidskenmerken, gelijk aan de NIK. Indien men fraude vermoedt bij controle, dient de check op deze kenmerken uitgevoerd te worden door de Expertise Centrum Identiteitsfraude en documenten. Zouden de extra echtheidskenmerken de aantallen gevallen van fraude terugdringen? Wat zouden overheden in Caribisch Nederland moeten doen om gebruik te kunnen maken van de dienstverlening van het ECID? Welke aanpassingen zou het ECID moeten doen? Veranderingen voor (semi)overheden, bedrijven en burgers De veranderingen zijn voor burgers en bedrijven grotendeels hetzelfde als in aanloop naar Wat zijn de voorlichtingsactiviteiten geweest voor , met betrekking tot het invoeren van de nieuwe sédula? Naar welke doelgroepen? Welke activiteiten? Wat waren daar de kosten van? Hoe zullen burgers reageren indien ze (gratis) een nieuwe sédula moeten ophalen nog voor hun oude verlopen is? Of wanneer ze (tegen betaling) een nieuwe sédula krijgen wanneer hun oude verlopen is? Als een burger een hoger tarief moet betalen omdat deze een hoger beveiligingsniveau heeft, hoe zullen zij dan reageren? Vragen over variant 2: NIK met ID-nummer en PIVA Wat er (op hoofdlijnen) verandert. In deze variant wordt de sédula vervangen door de NIK en een Vreemdelingendocument. Nederlanders zijn niet verplicht een sédula aan te schaffen, maar vanaf 14 jaar verplicht zich kunnen te identificeren (ongeacht met welk document ze dit doen). Het vreemdelingendocument wordt niet verstrekt door Burgerzaken, maar door de Toelatingsorganisatie. ID-nummer en PIVA blijven ongewijzigd in gebruik. Veranderingen in de processen bij Burgerzaken 178

191 Het aanvraagproces verandert. Het aanvragen van een NIK wordt hetzelfde als het aanvragen van een paspoort. U legt een vingerafdruk, pasfoto en handtekening van de aanvrager vast, en verstuurt deze met alle relevante gegevens met RAAS naar Europees Nederland. Duurt het doorlopen van het aanvraagproces van een paspoort langer/korter dan het doorlopen van het aanvraagproces van de sédula? Heeft u meer vingerafdrukscanners en RAAS-stations nodig wanneer ieder identiteitsdocument zo wordt geproduceerd? Wat zouden hier de kosten van zijn? Moet u (meer) ambtenaren opleiden om te leren werken met het RAAS en de vingerafdrukscanner? Hoeveel opleiding is hiervoor nodig? Wat zouden hier de kosten van zijn? Het productieproces verandert ook. De pas wordt in Europees Nederland gepersonaliseerd en daarna naar uw balie gestuurd. Na tien werkdagen kan de aanvrager zijn document ophalen. Houden uw medewerkers meer tijd over als zij de documenten niet meer zelf hoeven te personaliseren? Hoeveel meer tijd? Betekent dit dat burgers minder lang hoeven te wachten tot ze aan de beurt zijn? De NIK zal maximaal 58 dollar kosten. Maar een deel van de ingezetenen is niet verplicht er één aan te schaffen, omdat zij al beschikken over een ander identiteitsdocument zoals een rijbewijs of paspoort. Weegt dit voordeel voor hen op tegen het nadeel van de hogere kosten? Welke voor- en nadelen heeft dit verder voor burgers? De NIK is (nog) geen door de Caribische landen geaccepteerd grensoverschrijdingsdocument. Mogelijk kan met de NIK niet (direct) naar de Caribische landen worden gereisd. Voor Nederlandse ingezetenen met een paspoort is dit geen probleem. Welk deel van de Nederlandse ingezetenen beschikt over een paspoort? Vreemdelingen (en aan vreemdelingen gelijk gestelde Nederlanders) vragen geen sédula meer bij uw balie aan, maar vragen een Vreemdelingendocument bij de Toelatingsorganisatie aan. Hoeveel sédula s verstrekt u op jaarbasis aan vreemdelingen (en Nederlanders die aan vreemdelingen gelijk zijn gesteld? Hoeveel tijd zijn uw medewerkers bezig met het verstrekken van sédula s aan deze doelgroep? Kan het aanvraagproces van het vreemdelingendocument het beste bij de Toelatingsorgansiatie of bij Burgerzaken worden belegd? Welke voor- en nadelen ziet u? Veranderingen in de systemen 179

192 Het RAAS systeem moet worden aangepast. Er is al een koppeling met de PIVA, maar deze moet aangepast worden op het verzenden van het ID-nummer. Het ID-nummer is in PIVA geregistreerd als 9-cijferig nummer, en moet worden vertaald naar 10-cijferig ID-nummer. Wat zouden globaal de kosten zijn van de aanpassingen in PIVA/RAAS? Wat zou de doorlooptijd zijn voor het doen van deze aanpassingen? Kunnen deze aanpassingen op ieder moment plaatsvinden? Wat zou een logisch moment zijn voor het doen van deze aanpassingen? Moeten er nog aanpassingen worden gemaakt in de printstraat? Bestaat de kans dat er ID-nummers samenvatten met de reeds bestaande BSN? De PIVA moet worden aangepast. Deze moet gekoppeld worden aan de BRR. Wat zouden globaal de kosten zijn van de aanpassingen om PIVA aan de BRR te koppelen?? Wat zou de doorlooptijd zijn voor het doen van deze aanpassingen? Kunnen deze aanpassingen op ieder moment plaatsvinden? Wat zou een logisch moment zijn voor het doen van deze aanpassingen? De Toelatingsorganisatie moet worden aangesloten op de aanvraagstations van vreemdelingendocumenten. Hebben zij daar (additionele?) systemen voor nodig? Wat zouden globaal de kosten zijn van aansluiting? Wat zou de doorlooptijd zijn voor het doen van deze aanpassingen? Kunnen deze aanpassingen op ieder moment plaatsvinden? Wat zou een logisch moment zijn voor het doen van deze aanpassingen? Veranderingen bij de Toelatingsorganisatie In deze variant voert de Toelatingsorganisatie de verstrekking en registratie van de Vreemdelingendocumenten uit. Op welke wijze gaat de Toelatingsorganisatie de registratie van vreemdelingen en vreemdelingendocumenten uitvoeren (net zo als in Europees Nederland?) Wat moet er veranderen om deze processen mogelijk te maken in Caribisch Nederland? Volstaat het wanneer u als Toelatingsorganisatie wijzigingen in de verblijfsstatus ten behoeve van de bevolkingsadministratie op papier doorgeeft aan Burgerzaken (en vice versa)? Of dient u een geautomatiseerde koppeling met de PIVA te hebben? Veranderingen in de wetgeving In deze variant komt er een nieuw vreemdelingendocument. Dit is een Europees Nederlands vreemdelingendocument (model). Er wordt in de wet een nieuwe categorie aangemaakt ( Verblijf in Caribisch Nederland ). Op de achterkant wordt de code voor de verblijfstitel gedrukt die nu ook al op de sédula staat. 180

193 We begrijpen dat hiertoe de Vreemdelingenwet moet worden aangepast. Het bereik naar Caribisch Nederland moet worden vergroot. Ook moet een nieuwe categorie worden toegevoegd. Ook moet een verwijzing worden opgenomen naar de Wet Toelating en Uitzetting BES. Met het afschaffen van de sédula kan de Wet Identiteitskaarten BES afgeschaft worden maar moet er nog een wet blijven die het bestaande ID-nummer regelt. Lijkt het u haalbaar en voor de hand liggend om de Wet identiteitskaarten BES te verkleinen naar een het ID-nummer, en het ID-nummer te behouden? Zijn er nog onderlinge afspraken tussen Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Caribisch Nederland die zouden moeten worden aangepast? Veranderingen bij identiteitskaart controles Als controlerende instantie controleert u de NIK en het Vreemdelingendocument op echtheidskenmerken. Dit zijn meer, en ook meer geheime, echtheidskenmerken dan de sédula nu heeft. De kaart heeft ook geheime echtheidskenmerken. U kunt een pas laten controleren op deze echtheidskenmerken door deze te sturen naar het ECID, in Europees Nederland. Op de passen staat een chip met biometrische kenmerken. Daarbij beschikt u in deze variant over het Verificatieregister, waarmee u kunt toetsen of een document wel in de omloop mag zijn. Zouden de extra echtheidskenmerken de aantallen gevallen van fraude terugdringen? Zouden deze aanpassingen de kwaliteit van de controles verbeteren? We voorzien dat er opleidingen moeten worden verzorgd voor het leren werken met de nieuwe echtheidskenmerken. Welke instanties / medewerkers zouden in aanmerking komen voor deze opleidingen? Hoe intensief zouden deze opleidingen moeten zijn? In deze variant beschikken Nederlanders die tijdelijk in een Openbaar Lichaam verblijven ook over een Vreemdelingendocument. Maar ze hebben ook een NIK, net als eilandkinderen. Hoe zou u in deze variant nog een onderscheid kunnen maken tussen ingezeten vreemdelingen afkomstig uit Europees Nederland, met een tijdelijke verblijfsstatus, en tussen Nederlanders afkomstig in Caribisch Nederland? Veranderingen voor (semi)overheden, bedrijven en burgers De NIK zal maximaal 58 dollar kosten. Maar het de ingezetenen zijn niet verplicht er één aan te schaffen als zij al beschikken over een ander identiteitsdocument zoals een rijbewijs of paspoort. Weegt dit voordeel op tegen het nadeel van de hogere kosten? 181

194 In deze variant kan de kaart niet meer gebruikt worden als zorgpas. Leidt dit tot problemen in Caribisch Nederland? Bij een bezoek om medische redenen aan een Caribisch land? In deze variant heeft iedere ingezetene een ID-nummer. Maar alleen de eilandskinderen met Nederlandse identiteit en een NIK hebben dat nummer op hun NIK staan. Anderen, waaronder vreemdelingen, niet. Is dit problematisch voor overheden? Voor bedrijven? Waarom? Op de NIK en het Vreemdelingendocument staan geen eiland-specifieke kenmerken. (In hoeverre) vinden burgers dit een probleem? Vragen over variant 3: NIK zonder nummer, maar met PIVA Wat er (op hoofdlijnen) verandert. In deze variant wordt de sédula vervangen door de NIK en een Vreemdelingendocument. Nederlanders zijn niet verplichteen NIK aan te schaffen, maar alle ingezetenen zijn wel vanaf 14 jaar verplicht zich kunnen te identificeren (ongeacht met welk document ze dit doen). Het vreemdelingendocument wordt niet verstrekt door Burgerzaken, maar door de Toelatingsorganisatie. ID-nummer verdwijnt in de communicatie tussen burger en overheid en PIVA blijven ongewijzigd in gebruik. In PIVA blijft het ID-nummer wel in gebruik. Veranderingen in de processen bij Burgerzaken Zie ook variant 2. Wat betekent het voor Burgerzaken als het ID-nummer niet meer op de identiteitsdocumenten staat? Gaat er dan iets mis, of wordt identificatie lastiger? De juridische basis voor het ID-nummer verdwijnt. Het nummer verdwijnt dan ook uit de PVIA. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor het vinden van familierelaties? Is het A-nummer hiervoor voldoende? Mogelijk wordt na deze verandering op een later moment toch het ID-nummer in PIVA alsnog vervangen door het BSN. Denkt u dat dit kan? Wat is daar voor nodig? Veranderingen in de systemen Zie ook variant 2, maar met de volgende aanpassing: In deze variant hoeft RAAS alleen een NIK zonder ID-nummer te kunnen behandelen. Zijn daar aanpassingen voor nodig? Zo ja welke? Veranderingen bij de Toelatingsorganisatie Zie ook variant 2. Veranderingen in de wetgeving 182

195 Zie ook variant 2, met dat verschil dat het ID-nummer ook uit de PIVA verdwijnt. Hoe moet de regelgeving met betrekking tot de NIK worden aangepast? Met betrekking tot het vreemdelingendocument? Met betrekking tot de PIVA? Veranderingen bij identiteitskaart controles Zie ook variant 2. Heeft het verdwijnen van het ID-nummer gevolgen voor het uitvoeren van identiteitscontroles? Welke? Hoe vaak nemen controlerende instanties contact op met Burgerzaken in het kader van de identiteitsvaststelling? Wordt daarbij ook gebruik gemaakt van het ID-nummer? Veranderingen voor (semi)overheden, bedrijven en burgers Zie ook de vragen bij variant 2. Wat zou er voor andere overheden (belastingdienst enz) veranderen als er geen ID-nummer meer zou zijn in Caribisch Nederland? Wat is voor uw bedrijf gemakkelijker: Als geen van uw klanten meer een ID-nummer zou hebben, of als een deel van uw klanten nog een ID-nummer zouden hebben (maar zij dit niet meer met een identiteitskaart kunnen aantonen)? Vragen over variant 4: NIK met Burger Service Nummer (BSN) en PIVA Wat er (op hoofdlijnen) verandert In deze variant verdwijnen de sédula en het ID-nummer. Deze worden vervangen door de Europees Nederlandse identiteitskaart met BSN en door een eigen vreemdelingendocument. Aanvullend vervalt het ID-nummer. Dat wordt vervangen door het BSN. Het BSN wordt vanuit Europees Nederland verstrekt en beheerd. De PIVA-persoonsregistratie blijft in gebruik. Veranderingen in de processen bij Burgerzaken Verhuizingen in Caribisch Nederland of tussen Caribisch Nederland en Caribisch Nederland worden eenvoudiger. Ingezetenen verhuizen behouden namelijk hun persoonsgebonden nummer. Denkt u dat dit resulteert in minder fouten in de basisregistratie? Iedereen krijgt nu echt een uniek nummer. In welke mate verbetert daarmee de kwaliteit van de basisregistratie personen? Alle personen uit de PIVA krijgen een BSN-nummer toegewezen. BPR kan ondersteuning bieden bij de conversie van ID-nummer => BSN. O.a moet gecontroleerd worden welke 183

196 ingezetenen al over een BSN beschikken. Van deze groep moet dat BSN worden opgenomen. Ziet u hier technische of organisatorische knelpunten? Daarbij moeten alle familierelaties worden bijgewerkt. De ID-nummers van partners en kinderen moeten door het juiste BSN worden vervangen. Ziet u hierbij knelpunten? Veranderingen in de systemen PIVA moet nu technisch met de BSN-voorziening gaan samenwerken. Wat betekent dat qua kosten, doorlooptijd en timing? Wat is er nodig om de PIVA geschikt te maken voor het registreren van een BSN (Nederlanders) én een ID-nummer (vreemdelingen of aan vreemdelingen gelijk gestelde Nederlanders)? Dit ook ten behoeve van het maken van koppelingen met oude registraties. Welke effecten heeft dit voor Europees Nederland? Wat is er nodig om de openbare lichamen aan te sluiten op het RPS? (techniek, middelen, tijd?) Wat zijn globaal de structurele kosten van (het gebruik van) Beheervoorziening BSN? Welk deel van deze kosten betalen afnemers? Veranderingen bij de Toelatingsorganisatie Zie varianten 2 en 3. Veranderingen in de wetgeving Zie varianten 2 en 3. Veranderingen bij identiteitskaart controles Zie varianten 2 en 3. Veranderingen voor (semi)overheden, bedrijven en burgers Kunt u een overzicht geven van alle overheidsinstanties die het ID-nummer registreren? Formeel mogen private organisaties het BSN niet gebruiken in hun administratie. Bij het IDnummer is dat eigenlijk ook het geval. Verwacht u daardoor problemen? Wat zou u als bedrijf of overheidsinstantie moeten doen (of nodig hebben) indien iedere Nederlander op één dag over een ander ID-nummer zou beschikken? Op welke momenten kunnen de activiteiten het best plaatsvinden? Vragen over variant 5: NIK met BSN en GBA Wat er (op hoofdlijnen) verandert In deze variant verdwijnt de sédula. Die wordt vervangen door de Europees Nederlandse identiteitskaart met BSN en door een eigen vreemdelingendocument. 184

197 Aanvullend vervalt het ID-nummer. Dat wordt vervangen door het BSN 72. Het BSN wordt vanuit Europees Nederland verstrekt en beheerd. De PIVA-persoonsregistratie wordt vervangen door de GBA. Veranderingen in de processen bij Burgerzaken Via de GBA krijgt u inzage in de persoonslijsten van alle Nederlandse gemeenten en Caribische openbare lichamen. In welke mate zou daardoor de kwaliteit van de ID-infrastructuur kunnen verbeteren? En als ook de Caribische landen op de GBA zouden overgaan? De GBA kent een periodieke auditverplichting. Deze audit kent een privacy- en een procesdeel. Wat zullen bij invoering in Caribisch Nederland de gevolgen zijn op de kwaliteit van de gegevens? Alle Europees Nederlandse overheden hebben dan via GBA-V toegang tot persoonsgegevens van de inwoners uit Caribisch Nederland. Wat zou daarvan het gevolg zijn? Er moet nu een heel nieuw systeem worden aanbesteed, geïnstalleerd en aangeleerd de GBA. Het systeem kent ook, in tegenstelling tot de PIVA, kwaliteitseisen. Ook veranderen de verhuisprocessen en moeten fouten worden teruggemeld. Ziet u hier organisatorische of financiële knelpunten? Wat zijn uw aanbevelingen voor de volgtijdelijkheid van de introductie? Welk element (NIK, BSN, GBA) eerst? Of tegelijkertijd? Veranderingen in de systemen Het invoeren van de GBA vraagt om het ontdubbelen van persoonslijsten die zowel in de PIVA als in de GBA of in meerdere PIVA s voorkomen. Ziet BPR/burgerzaken hier knelpunten? De GBA vraagt een goede en veilige verbinding met Europees Nederland. Zeker als de mgba er aan komt. Verwacht u op dat gebied technische problemen (real time verbinding met Europees Nederland)? Wat zouden de kosten zijn voor een mede-overheid in Caribisch Nederland (of een Caribisch land) om aan te sluiten op de GBA-V? Hoe verhouden deze zich tot de kosten van de PIVA-V? Veranderingen bij de Toelatingsorganisatie Zie varianten 2, 3 en 4. Veranderingen in de wetgeving 72 PIVA convenant. Het introduceren van het BSN is op basis van dat convenant een logische vervolgstap. 185

198 Alle regelgeving die in de nadere variante moest worden aangepast, moet in deze variant aangepast worden (en dan nog meer). Het bereik van de Wet GBA moet worden vergroot. Ziet u daar problemen of juist voordelen? De Wet op Toelating en Uitzetting BES moet aangepast worden om inter-eiland verhuizingen administratief af te kunnen werken als een intergemeentelijke verhuizing. Ziet u daar problemen? Of juist voordelen? Veranderingen bij identiteitskaart controles Zie varianten 2, 3 en 4. Veranderingen voor (semi)overheden, bedrijven en burgers Burgers kunnen later mogelijk via mijn.overheid.nl hun gegevens via internet inzien. (mits DigiD ook in Caribisch Nederland wordt ingevoerd; niet voorzien in dit onderzoek). Zou dat de kwaliteit verbeteren en het aantal verstrekkingen reduceren? Hoe vaak komt het voor dat burgers inzage vragen in hun gegevens? Eenmaal over op de GBA, dient de overheid verplicht gebruik te maken van de gegevens uit de GBA. Wat zijn de gevolgen van het verplicht gebruik voor de openbare lichamen en andere overheden in het caribisch gebied? Specifieke vragen voor bestuurders Dan zijn er nog specifieke voor bestuurders in Caribisch Nederland en voor bestuurders in de Caribische landen. Specifieke vragen aan bestuurders in Caribisch Nederland Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overweegt, conform de bestuurlijke afspraak met de eilanden om op termijn in beginsel over te gaan op de Nederlandse systemen (GBA, Nederlandse identiteitskaart, vreemdelingenkaart en het Burgerservicenummer (BSN). Wat vindt u hier van? Omdat een volledige vervanging van deze zogenaamde identiteitsinfrastructuur nogal veel zal vragen van Caribisch Nederland heeft het ministerie een vijftal varianten opgesteld. Berenschot onderzoekt de consequenties van die varianten. Variant 1: sédula ID-nummer - PIVA In de eerste variant wordt alleen de fysieke beveiliging van de identiteitskaart (de sédula) verbeterd. De minister heeft de tweede kamer op verzoek van de tweede kamer toegezegd hier iets aan te zullen gaan doen. Hoe kijkt u naar de mogelijkheid om de bescherming van de sédula tegen namaak of aanpassing op te trekken tot het niveau van de Nederlandse 186

199 identiteitskaart? Die kaart is veel moeilijke na te maken en bevat een chip met de vingerafdrukken van de houder. De sédula verandert verder niet in gebruik, alleen zullen er een paar kleine uiterlijke kenmerken wijzigen. Zou een beter beveiligde sédula bepaalde problemen kunnen oplossen? Welke? Hoe snel denkt u dat zo n verbeterde sédula zou mogen worden ingevoerd? Variant 2: NIK-ID-nummer-PIVA In de tweede variant wordt de sédula afgeschaft en komt daar de Nederlandse identiteitskaart (de NIK) voor in de plaats. De NIK heeft geen specifieke eilandsymbolen. Maar wel nog hetzelfde ID-nummer als nu op de sédula. De kaart is alleen voor personen met de Nederlandse nationaliteit én niet verplicht. Voor vreemdelingen komt er daarom een aparte Vreemdelingenkaart. Europese Nederlanders zijn nog steeds aan vreemdelingen gelijk gesteld, en hebben naast hun NIK een vreemdelingenkaart. Hoe kijkt u naar de invoering van de Nederlandse identiteitskaart en het vreemdelingendocument op in Caribisch Nederland? Zou het gebruik van deze kaart bepaalde problemen kunnen oplossen? Welke? Wat is uw mening over een aparte kaart voor vreemdelingen op Caribisch Nederland? Zou het gebruik van deze kaart bepaalde problemen kunnen oplossen? Welke? Niet iedereen heeft in dit geval een identiteitsdocument met ID-nummer op zak. Welke gevolgen zou dat kunnen hebben? De NIK is vergelijkbaar met de houderpagina in het paspoort. Alleen wordt er geen boekje omheen aangebracht. De NIK wordt dan ook, net als het paspoort, Centraal op één plek in Nederland geproduceerd, bij dezelfde producent als het paspoort. Dat betekent dat de aanvraagtijd tot circa 10 werkdagen kan oplopen. Mensen moeten 2 keer naar burgerzaken of de vreemdelingendienst. De prijs in Nederland is ongeveer 43 Euro. Hoe kijkt u hier tegenaan? Nu kan Nederlandse ouders van een sédula, deze kaart gebruiken om te reizen tussen de zes Koninkrijk eilanden. Om dat voor de NIK mogelijk te maken moeten nieuwe afspraken worden gemaakt. Wat vindt u daarvan? Welke risico s ziet u hier? Variant 3: NIK zonder ID-nummer, PIVA Het produceren van NIK s met ID-nummer is wat ingewikkelder dan NIK s zonder nummer of zonder BSN. Daarom onderzoeken we ook een scenario waarbij het ID-nummer vervalt. Het IDnummer vervalt daarmee in de communicatie tussen burger en overheid. Wat vindt u daarvan? 187

200 Ook (semi-)private partijen zoals zorgverzekeraars en elektriciteitsbedrijven kunnen dan de sédula en het ID-nummer niet meer gebruiken voor hun administraties. Wat zijn daarvan volgens u de gevolgen? Er zijn wat minder aanpassingen nodig dan bij variant 2. Hoe snel zou dit scenario wat u betreft zijn in te voeren? Welke risico s ziet u hier? Variant 4: NIK met BSN In Europees Nederland hebben alle ingezetenen een Burger Service Nummer. Dat BSN staat op de NIK (alleen voor Nederlanders). In dit vierde scenario krijgen de Nederlandse ingezetenen in Caribisch Nederland precies zo n NIK. En de vreemdelingen een nieuw te ontwikkelen vreemdelingenkaart. Hoe kijkt u hier tegen aan? Het BSN is een uniek nummer, je houdt het voor het leven. De kwaliteit van de persoonsadministratie kan daarmee verbeteren. Hoe staat u daar tegenover? Er zijn meer aanpassingen nodig dan bij variant 3. Hoe snel zou dit scenario wat u betreft zijn in te voeren? Welke risico s ziet u hier? Variant 5: NIK met BSN en GBA In deze variant worden sédula, ID-nummer en PIVA vervangen door de NIK, het vreemdelingendocument en de GBA. De wetgeving op deze onderwerpen moet daarvoor worden aangepast. De GBA (en de GBA-processen en verplichtingen) maakt het mogelijk de kwaliteit van de gegevens in de persoonsadministratie verder te verbeteren. Welke voordelen ziet u hier mogelijk? Welke problemen worden wellicht opgelost? Er zijn flink meer aanpassingen nodig dan bij variant 4. Hoe snel zou dit scenario wat u betreft zijn in te voeren? Welke risico s ziet u hier? Overig Wat zijn belangrijke adviezen die u mee zou willen geven aan onze minister? Wilt u nog andere opmerkingen meegeven? Specifieke vragen voor bestuurders van de Caribische landen Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overweegt, conform de bestuurlijke afspraak met de eilanden om op termijn in beginsel over te gaan op de Nederlandse 188

201 systemen (GBA, Nederlandse identiteitskaart, vreemdelingenkaart en het Burgerservicenummer (BSN). Het ministerie bevindt zich in een orienterende fase. Het ministerie zich heeft nog niet verdiept in de technische mogelijkheden en in de kosten. Het gaat nu om richtingen te kiezen voor de toekomst. Daarna dienen techniek en kosten te worden uitgewerkt. Wat vindt u hier van? Omdat een volledige vervanging van deze zogenaamde identiteitsinfrastructuur nogal veel zal vragen van Caribisch Nederland heeft het ministerie een vijftal varianten opgesteld. Berenschot onderzoekt de consequenties van die varianten. In één variant wordt de sédula in technische zin verbeterd tegen namaak en fraude. Zou dat in uw visie problemen kunnen oplossen? Zou u willen overwegen om samen met Caribisch Nederland deze verbeterde sédula in te gaan voeren? Waarom? In 4 van de 5 varianten wordt de sédula vervangen door de Nederlandse identiteitskaart. Vindt u dat na deze overgang beide documenten, dat wil zeggen de sédula én de NIK, als grensoverschrijdingsdocument moeten worden aangemerkt? Een andere mogelijkheid is dat de Caribische landen de NIK gaat accepteren als reisdocument vanuit Caribisch Nederland en dat de Caribisch Nederland de sédula van de Caribische landen als reisdocument accepteert. (NB. Veel Europese Nederlanders hebben ook een NIK). Hoe staat u daar tegenover? In 2 van de varianten wordt het ID-nummer vervangen door ook het burgerservice-nummer BSN. Dat heeft voordelen (uniek nummer voor het leven, betere persoonsregistratie) en nadelen (semi-overheden en bedrijven kunnen de sédula en het ID-nummer niet meer gebruiken als klantenpas of klantnummer). Hoe kijkt u daar tegen aan? In 1 variant, de meest vergaande, wordt ook de persoonsregistratie PIVA vervangen door de Europees Nederlandse GBA. Daarmee wordt de kwaliteit van de persoonsregistratie verder verbeterd. De landen blijven dan de enige 3 gebruikers van PIVA. Wat vindt u daarvan? Zou u ook naast het paspoort de NIK willen uitgeven? Waarom? Wanneer? Zou u op enige termijn ook willen overgaan op BSN en GBA? Waarom? Wanneer? Wat zijn belangrijke adviezen die u mee zou willen geven aan onze minister? Wilt u nog andere opmerkingen meegeven? Specifieke vragen voor Burgerzaken, de IND, controlerende instanties en bedrijven in de Caribische landen 189

202 Wat zou het voor het uitvoeren van uw taken betekenen als iedere ingezetene van Caribisch Nederland over een nieuw, beter beveiligd model sédula beschikt?. Heeft dit voor- of nadelen? Welke? Moet u aanpassingen doen? Welke? Zou u ook deel willen nemen aan deze ontwikkeling? Wat zou het voor het uitvoeren van uw taken betekenen als niet iedere ingezetene van Caribisch Nederland over een sédula beschikt, maar als sommigen een nieuw document hebben namelijk een NIK? Heeft dit voor- of nadelen? Welke? Moet u aanpassingen doen? Welke? Zou u willen dat deze verandering ook doorgevoerd wordt in uw land? Wat zou het voor het uitvoeren van uw taken betekenen als niet iedere ingezetene van Caribisch Nederland over een document beschikt waarop een ID-nummer staat? Heeft dit voor- of nadelen? Welke? Moet u aanpassingen doen? Welke? Zou u willen dat deze verandering ook doorgevoerd wordt in uw land? Wat zou het voor het uitvoeren van uw taken betekenen als iedere ingezetene van Caribisch Nederland, ongeacht nationaliteit of leeftijd, over een ander persoonsnummer beschikt namelijk een BSN? Net als ingezetenen van Europees Nederland? Heeft dit voor- of nadelen? Welke? Moet u aanpassingen doen? Welke? Zou u willen dat deze verandering ook doorgevoerd wordt in uw land? Wat zou het voor het uitvoeren van uw taken betekenen als Caribisch Nederland geen PIVA zou voeren, maar de GBA? En de persoonslijsten in het geval van een verhuizing ook vanuit de GBA worden aangedragen (PIVA-GBA-koppeling)? Net als bij ingezetenen van Europees Nederland? Heeft dit voor- of nadelen? Welke? Moet u aanpassingen doen? Welke? Zou u willen dat deze verandering ook doorgevoerd wordt in uw land? 190

203 Bijlage 4 Deelnemers conferentie* Deelnemer Dhr. Gerrie van Andel Mevr. Irma de Graaf-Cicilia Dhr. Max Grüning Dhr. Carlo Luijten Mevr. Sharin Luydens Mevr. Leona Marlin-Romeo Dhr. Dennis Martinus Dhr. George Mensché Dhr. Zino Narvaez Mevr. Roëlla Pourier Organisatie en functie Service level manager PIVA, sédula. Ministerie van BZK / Agentschap BPR (Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten) Wnd. Hoofd Burgerzaken Bonaire Algemeen Adviseur Burgerzaken Aruba Coördinerend beleidsmedewerker BSN. Ministerie van BZK / DGBK / Afdeling Identiteit Hoofd Burgerzaken Aruba Hoofd Burgerzaken Sint Maarten Applicatie- en gegevensbeheer, Burgerzaken Bonaire Hoofd IND, Caribisch Nederland Wnd. Hoofd Burgerzaken Curaçao Juridisch Adviseur Algemene Zaken, Chef Kabinet gezaghebber O.L. Bonaire Mevr. Kim Schamp Beleidsmedewerker BSN, DigiD. Ministerie van BZK / DGBK / Afdeling Identiteit Mevr. Annette Smit Mevr. Kathy Snijders Dhr. Gert-Jan Stortelers Dhr. Sherwin Thielman Dhr. Ricardo Tjie-A-Loi Senior beleidsmedewerker Bevolkingsadministratie, reisdocumenten, identiteitskaart Caribisch gebied, Ministerie van BZK / DGBK / Afdeling Identiteit Sectie Hoofd Front Office Burgerzaken Sint Maarten Dagvoorzitter en voormalig vestigingshoofd van de Vertegenwoordiging van Nederland te Philipsburg (Sint Maarten), Ministerie van BZK / DGBK / Afdeling Koninkrijksrelaties Sector Directeur Publieke Dienstverlening, Curaçao Hoofd Burgerzaken St. Eustatius 191

204 Projectbegeleiding en onderzoekers Berenschot Dhr. Richard Born Mevr. Anna Kitselaar Dhr. Mark Leenaerts Dhr. Jan Sprenger Mevr. Marika Stegmeijer Functie (i.h.k.v. het onderzoek naar de vervanging van de sédula) Projectleider Senior onderzoeker Onderzoeker Senior onderzoeker Projectsecretaris * Op alfabetische volgorde van achternaam 192

205 Bijlage 5 Verslaglegging van de conferentie Feitelijkheden in de huidige situatie en over de vijf varianten. Op de eerste dag van de conferentie heeft Berenschot de feitelijke situatie in Caribisch Nederland, de Caribische landen en Europees Nederland gepresenteerd en heeft Berenschot uiteengezet wat er zou moeten veranderen om de verschillende door het Ministerie van BZK aangereikte varianten te verwezenlijken. Deze informatie heeft u voorafgaand aan de conferentie ontvangen in de vorm van een tussenrapportage. Alle aanwezigen hebben tijdens de eerste dag van de conferentie hun feedback gegeven op de presentatie van Berenschot en op de tussenrapportage. Dit leidde tot een overzicht van verbeteringen (Bijlage 5a) ten aanzien van de beschrijving van de feitelijke situatie. Deze verbeteringen zullen door Berenschot worden doorgevoerd in het eindrapport. Meningen Op de tweede dag van de conferentie konden de aanwezigen, met name vanuit hun persoonlijke expertise, hun mening geven over verschillende elementen uit de infrastructuur (sédula vervangen door een beter beveiligde sédula+, sédula vervangen door NIK en vreemdelingendocument, IDnummer door BSN en PIVA door GBA). De reacties van de openbare lichamen en de Caribische landen zijn samengevat in Bijlage 5b. Bijlage 5a: Reactie op feitelijkheden Correcties en aanvullingen op de feitelijkheden met betrekking tot de huidige situatie Sédula Er is geen sprake van een Machine Readable Code op de sédula, maar van een Machine Readable Zone (MRZ). Het personaliseren en verstrekken van de sédula duurt niet max. 30 minuten, maar max. 10 minuten. Burgers moeten 5-10 werkdagen op hun paspoort wachten, maar regelmatig zelfs langer (als een vlucht uitvalt, als een paspoort niet bij de batch zit). In de huidige situatie worden documentnummers van sédula s geregistreerd in CAS en niet zoals met de paspoorten via RAAS in PIVA. De openbare lichamen hadden liever gezien dat het RAAS was gekozen voor de productie van de sédula, maar dit heeft BZK niet gedaan. BZK geeft aan dat de bestuurlijke afspraak was om in beginsel de Nederlands Antilliaanse systematiek te handhaven. Bovendien maakte de korte voorbereidingstijd voor het niet 193

206 goed mogelijk om veel veranderingen door te voeren. Als je veranderingen wilt doorvoeren, dien je zoveel mogelijk de gevolgen te kunnen overzien en te beheersen en dat kost tijd. Vroeger stond op de sédula van vreemdelingen het CRV (Vreemdelingennummer). Nu staat het CRV er niet meer op. In Sint Maarten is dat bij de nieuwe sédula wel het geval. Wanneer iemand een nieuw document aanvraagt, dan wordt niet altijd gecheckt of deze persoon al een document heeft. Wel is altijd een aangiftebewijs van de politie nodig bij vermissing van een kaart. Oude aanvragen zijn niet volledig (foto) raadpleegbaar in CAS. Op verschillende eilanden vragen steeds meer bedrijven naast de sédula een ander bewijs van ingezetenschap. Dit omdat ze actuele informatie over het verblijfsadres willen hebben. In Aruba alleen gaat het al om 5000 uittreksels per maand. Grensoverschrijding In de rapportage staat dat Aruba de sédula niet zou accepteren als grensoverschrijdingsdocument. Dit is wél het geval. Zelfs een bewijs van ingezetenschap op één van de zes eilanden volstaat. Mevrouw Luydens zal de bestuurlijke afspraak tussen Aruba en de Nederlandse Antillen opzoeken en toezenden aan BZK. Het blijkt dat daarover bij de grensautoriteiten veel onduidelijkheid bestaat en dat de afspraken door verschillende beambten verschillend worden nageleefd. Ook vreemdelingen zouden met hun sédula (en zonder hun paspoort) de grenzen van de Caribische landen kunnen overschrijden. Het blijkt dat deze afspraken ook verschillend worden nageleefd. ID-nummer Het lijkt zo te zijn dat de Belastingdienst het ID-nummer (op ieder eiland) ook als tweede sleutel (naast het CRIB-nummer) in de eigen administraties gebruikt. Vóór werd daar bij alle eilanden naar het ID-nummer gevraagd. Op sommige eilanden kunnen persoonsgegevens bij de Belastingdienst zowel op ID-nummer als op CRIB-nummer worden opgezocht. De Belastingdienst beschikt soms over verouderde persoonsgegevensbestanden. Burgers kennen hun ID-nummer uit hun hoofd. Dit vergroot de verbondenheid met het nummer. PIVA Doordat de kwaliteit van PIVA gemeten wordt met tests voor de GBA, ontstaat een negatiever beeld van PIVA dan gerechtvaardigd is. De GBA tests genereren veel fouten die geen fouten zijn. De persoonsgegevens zijn goed. Er staan ook niet zozeer fictieve adressen in PIVA, maar adressen die net niet juist zijn (bijv. Caya i.p.v. Kaya). In de huidige situatie zijn de openbare lichamen niet aangesloten op de GBA-V. Eén van de aanwezigen benadrukt dat de openbare lichamen die aansluiting wel zouden willen en dat zij daar als openbaar lichaam van Nederland ook voor in aanmerking zouden moeten komen. Gemeenten in Europees Nederland hebben wel toegang tot PIVA-V. 194

207 Bij een verhuizing tussen eilanden hoeft de burger zich niet altijd uit- én in te schrijven. Verhuist bijvoorbeeld een Arubaan naar Sint Maarten, dan stuurt Sint Maarten een bericht naar Aruba en wordt de verhuizing ambtshalve verwerkt. Vreemdelingen De (problematiek rondom) registratie van vreemdelingen verschilt per eiland (bijv. op Sint Maarten waar men zich ook aan de Franse kant kan inschrijven). Vaak ook hebben Europese Nederlanders wel een verblijfsvergunning, maar schrijven zij zich niet in de basisadministratie in. Omdat er in beginsel geen uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de vreemdelingendienst en Burgerzaken, is de informatie niet beschikbaar bij Burgerzaken zodat er ook niet ambtshalve kan worden ingeschreven. Correcties en aanvullingen op de feitelijke voor- en nadelen van varianten We beperken ons tot de belangrijkste correcties en aanvullingen. Voor- en nadelen die al in de tussenrapportage of presentatie stonden zullen we hier niet nader uitwerken. Over variant 1: een beter beveiligde sédula(+) plus ID-nummer plus PIVA. Bij het vervangen van CAS door een ander aanvraagsysteem, zul je de beheergegevens uit CAS toegankelijk moeten houden tot de laatste oude sédula vervangen is door de sédula+. Dit omwille van bijvoorbeeld het raadplegen van oude aanvraaggegevens bij vermissing. Twee keer naar de balie moeten voor het document betekent een verhoging van de administratieve lasten voor de burger. Maar op Aruba (en in Europees Nederland) is het helemaal ingeburgerd en geen probleem. Wat wel een probleem is op Aruba, is wanneer men snel een cedula nodig heeft. Dit is namelijk niet mogelijk. 195

Agentschap BPR. Naar excellent stelselbeheer

Agentschap BPR. Naar excellent stelselbeheer Agentschap BPR Naar excellent stelselbeheer 2 Naar excellent stelselbeheer Inleiding Burgers kunnen bij de gemeenten terecht voor reisdocumenten en inschrijving in de bevolkingsadministratie. Alle overheidsinstanties

Nadere informatie

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens Jaarplan 2017

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens Jaarplan 2017 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens Jaarplan 2017 Jaarplan Rijksdienst voor Identiteitsgegevens 2017 3 Onze kerntaken BRP We borgen een betrouwbare registratie in de Basisregistratie Personen (BRP) voor

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2012 No. 20 Besluit van 25 juni 2012 tot afkondiging van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 juni 2012, nr. 2012-0000347348,

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. In het verzoek van 19 september 2014, 2014-0000505788 heeft de minister van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de Immigratie- en Naturalisatiedienst unit Caribisch Nederland verzocht om autorisatie

Nadere informatie

Agentschap BPR is een onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Agentschap BPR is een onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Eerste inschrijving in de Nederlandse bevolkingsadministratie Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens Agentschap BPR is een onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 1 Besluit van 18 december 2013 tot afkondiging van het Besluit van 28 november 2013 houdende aanpassing van algemene maatregelen van rijksbestuur in

Nadere informatie

De Basisregistratie Personen:

De Basisregistratie Personen: De Basisregistratie Personen: voor de overheid en voor u Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens 2 De Basisregistratie Personen: voor de overheid en voor u Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Basisregistratie personen: voor de overheid en voor de burger

Basisregistratie personen: voor de overheid en voor de burger Regelingen en voorzieningen CODE 6.2.6.4 Basisregistratie personen: voor de overheid en voor de burger brochure bronnen Brochure ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, juni 2009 Gemeentelijke

Nadere informatie

1.1 Wet basisregistratie personen

1.1 Wet basisregistratie personen 1. WET BRP 15 1.1 Wet basisregistratie personen Wet van 3 juli 2013 houdende nieuwe regels voor een basisregistratie personen, Stb. 2012, 666, zoals laatstelijk gewijzigd op 8 oktober 2014, Stb. 2013,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 496 Besluit van 28 november 2013, houdende aanpassing van algemene maatregelen van rijksbestuur in verband met de Wet basisregistratie personen

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten. Artikel 1

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten. Artikel 1 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens DGBW/RvIG Datum In het verzoek van 6 juni 2017, 2017-0000282973, heeft de Minister van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de Immigratie- en Naturalisatiedienst

Nadere informatie

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Rijksdienst voor Identiteitsgegevens in 2015

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Rijksdienst voor Identiteitsgegevens in 2015 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Rijksdienst voor Identiteitsgegevens in 2015 2 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens in 2015 Rijksdienst voor

Nadere informatie

Eerste inschrijving in de Nederlandse bevolkingsadministratie. De Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens

Eerste inschrijving in de Nederlandse bevolkingsadministratie. De Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens Eerste inschrijving in de Nederlandse bevolkingsadministratie De Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens 1 Inleiding 3 2 Waarom een basisadministratie persoonsgegevens? 3 3 Hoe werkt de basisadministratie

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. Agentschap BPR DGBK/BPR In het verzoek van 22 juli 2011, BPR2011/54222 heeft het bestuur van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking

Nadere informatie

Bijlage 1. Overzicht van de basisvoorziening in het NUP: afspraken en gevolgen voor de gemeente

Bijlage 1. Overzicht van de basisvoorziening in het NUP: afspraken en gevolgen voor de gemeente Bijlage 1. Overzicht van de basisvoorziening in het NUP: afspraken en gevolgen voor de gemeente Waar hieronder wordt gesproken over partijen is bedoeld: gemeenten, provincies, waterschappen en rijksdiensten

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 22 Besluit van de 30 ste januari 2014 tot afkondiging van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 januari 2014,

Nadere informatie

Onze kerntaken. BSN We beheren het stelsel van burgerservicenummers.

Onze kerntaken. BSN We beheren het stelsel van burgerservicenummers. Onze kerntaken BRP We borgen een betrouwbare registratie in de Basisregistratie Personen (BRP) voor ingezetenen en niet-ingezetenen, en leveren persoonsgegevens aan daarvoor geautoriseerde instanties.

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. Rijksdienst voor Identiteitsgegevens DGBK/RvIG In de verzoeken van 27 juli 2015, 2015-0000490601 en 2015-0000490599 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ten behoeve van de unit SZW Caribisch

Nadere informatie

De selectieverstrekking van gegevens aan het CBS

De selectieverstrekking van gegevens aan het CBS versie 1.0 Agentschap BPR DGBK/BPR In het verzoek van 14 oktober 2010, BPR2011/56617 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken.

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken. Rapport Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken. Datum: 13 juli 2012 Rapportnummer: 2012/114 2 Klacht Op

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2017 2018 27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) Nr. 117 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 14 november

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 14719 1 oktober 2010 Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 september 2010,

Nadere informatie

Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving?

Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving? I Geldigheid kinderbijschrijving Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving? Om naar het buitenland te reizen hebben kinderen vanaf 26 juni 2012 een eigen paspoort of Nederlandse

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over (kinderbijschrijving in) een paspoort

Veelgestelde vragen over (kinderbijschrijving in) een paspoort Veelgestelde vragen over (kinderbijschrijving in) een paspoort I Geldigheid kinderbijschrijving Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving? Om naar het buitenland te reizen

Nadere informatie

BASISREGISTRATIE PERSONEN

BASISREGISTRATIE PERSONEN BASISREGISTRATIE PERSONEN Voorlichtingsbijeenkomst GGD Sasja van Immerzeel en Lilith Willemier Westra accountmanagement Agentschap BPR INTRODUCTIE ONDERWERP: BASISREGISTRATIE PERSONEN EN BSN DOEL: INFORMATIEOVERDRACHT

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN FKONDIGINGSLD VN SINT MRTEN Jaargang 2014 No. 18 esluit van de 21 ste januari 2014 tot afkondiging van de Rijkswet van 18 december 2013 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met een andere status

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. In de verzoeken van 16 januari 2014, 2014-0000034011 en 26 november 2014, 2014-0000635388, heeft de minister van Financiën ten behoeve van de Belastingdienst Caribisch Nederland verzocht om autorisatie

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2016 No. 48 Besluit van 13 september 2016 tot afkondiging van de Rijkswet van 23 augustus 2016 houdende bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van, nr...;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van, nr...; Besluit tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van, nr...; Gelet op de artikelen 1.6, 2.6, 2.7, tweede

Nadere informatie

Met een bijschrijving kan na 26 juni 2012 niet meer gereisd worden.

Met een bijschrijving kan na 26 juni 2012 niet meer gereisd worden. Geldigheid kinderbijschrijving Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving? Om naar het buitenland te reizen hebben kinderen vanaf 26 juni 2012 een eigen paspoort of Nederlandse

Nadere informatie

Besluit van, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2018

Besluit van, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2018 Besluit van, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9949 16 mei 2012 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 mei 2012, nr. 2012-0000272608,

Nadere informatie

Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving?

Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving? I Geldigheid kinderbijschrijving Wat is het gevolg van het vervallen van de geldigheid van de bijschrijving? Om naar het buitenland te reizen hebben kinderen vanaf 26 juni 2012 een eigen paspoort of Nederlandse

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Financiële Markten Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus

Nadere informatie

Vragen over de relatie tussen registraties van UWV en GBA Ons kenmerk: 2011Z09551/2011D26264

Vragen over de relatie tussen registraties van UWV en GBA Ons kenmerk: 2011Z09551/2011D26264 Commissie BiZa Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de heer mr. J.P.H. Donner de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de heer H.G.J. Kamp Plaats en datum: Den Haag, 25

Nadere informatie

Wat u moet weten van de Nederlandse bevolkingsadministratie. De Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens

Wat u moet weten van de Nederlandse bevolkingsadministratie. De Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens Wat u moet weten van de Nederlandse bevolkingsadministratie De Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens 1 Inleiding 3 2 Waarom een basisadministratie persoonsgegevens? 4 3 Hoe werkt de basisadministratie

Nadere informatie

: Beantwoording Raadsvragen D66 over opslag biometrische gegevens

: Beantwoording Raadsvragen D66 over opslag biometrische gegevens M E M O Aan Van : Gemeenteraad Oostzaan : Gerard Asselman : 29 april 2011 Onderwerp : Beantwoording Raadsvragen D66 over opslag biometrische gegevens Op 21 april 2011 heeft de fractie van D66 vragen gesteld

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 84 Besluit van de Minister van Algemene Zaken van 22 december 2014 tot afkondiging van het Besluit van 11 december 2014, nr. 2014002234 houdende wijziging

Nadere informatie

wijzigingen Wet BRP Bijlage nummer 1 Datum 13 december 2013 Ons kenmerk 2013-0000766745

wijzigingen Wet BRP Bijlage nummer 1 Datum 13 december 2013 Ons kenmerk 2013-0000766745 wijzigingen Wet BRP Bijlage nummer 1 Ons kenmerk 2013-0000766745 Wijzigingen per 6 januari 2014 Hieronder worden de verschillen tussen de Wet GBA en de Wet BRP weergegeven die bij de inwerkingtreding van

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. In het verzoek van 20 oktober 2014, 2014-0000578099 heeft de minister van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de Justitiële Informatiedienst verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 358 (R2065) Wijziging van de Paspoortwet in verband met het van rechtswege laten vervallen van reisdocumenten van personen aan wie een uitreisverbod

Nadere informatie

33555 Aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen)

33555 Aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen) 33555 Aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen) Nr. 3 Memorie van Toelichting Algemeen 1. Inleiding De Wet basisregistratie personen (Wet Brp)

Nadere informatie

Burgerservicenummer Eén nummer is genoeg

Burgerservicenummer Eén nummer is genoeg 1 Burgerservicenummer Eén nummer is genoeg I. Ruiter Programmabureau BSN 1 Eén nummer is genoeg 1. Historie en context 2. Hoofdlijnen BSN-stelsel 3. Betekenis BSN 4. Beheervoorziening BSN en Architectuur

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten. In het verzoek van 25 maart 2014, 2014-0000179427, heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzocht om de selectieverstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 37, eerste lid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 219 Nieuwe regels voor een basisregistratie personen (Wet basisregistratie personen) Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 26 oktober 2012 Het

Nadere informatie

1. Algemeen Regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart. Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

1. Algemeen Regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart. Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 33 011 Regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 1. Algemeen Dit wetsvoorstel heeft tot doel om met spoed een reparatie aan

Nadere informatie

UITTREKSEL en MANAGEMENTRAPPORTAGE

UITTREKSEL en MANAGEMENTRAPPORTAGE UITTREKSEL en MANAGEMENTRAPPORTAGE Zelfevaluatie Paspoorten en NIK Gemeente Achtkarspelen 2015 Uittreksel gemeente Achtkarspelen van de resultaten van de controle als bedoeld in artikel 94 van de Paspoortuitvoeringsregeling

Nadere informatie

Agentschap BPR DGBK/BPR

Agentschap BPR DGBK/BPR Agentschap BPR DGBK/BPR In het verzoek van 26 november 2012, BPR2012/53973, heeft het Universitair Medisch Centrum Utrecht verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit een

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. Rijksdienst voor Identiteitsgegevens DGBK/RvIG Datum Met het verzoek van 17 augustus 2015, 2015-0000053324, heeft de minister van Veiligheid en Justitie als korpsbeheerder van het Korps Politie Caribisch

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 798 Besluit van 26 november 2010, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de indexering van de tarieven per 1 januari

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. 2015-0000061379 Bijlage(n) 1 In het verzoek van 9 januari 2015, 2015-0000017146 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ten behoeve van de Dienst Uitvoering Onderwijs verzocht om autorisatie

Nadere informatie

Convenant inzake de proeftuin bezorgen van reisdocumenten

Convenant inzake de proeftuin bezorgen van reisdocumenten De Convenant inzake de proeftuin bezorgen van reisdocumenten Partijen, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, dr. R.H.A. Plasterk,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 127 Besluit van 6 maart 2009 tot wijziging van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens in verband met de systematische

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2011 No. 4 Besluit van de 28 ste april 2011 tot afkondiging van het Besluit van 26 november 2010, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 805 Hulpmiddelenbeleid in de gezondheidszorg Nr. 23 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

1 Kent u het bericht Hof Antillen: erkenning homohuwelijk niet verplicht? Is dit bericht waar? 1)

1 Kent u het bericht Hof Antillen: erkenning homohuwelijk niet verplicht? Is dit bericht waar? 1) 2009Z12644 Vragen van de leden Brinkman en Bosma (beiden PVV) aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat de rechter in hoger beroep op de Nederlandse Antillen

Nadere informatie

1. In het tweede lid, derde volzin, vervalt: en aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Het derde lid komt te luiden:

1. In het tweede lid, derde volzin, vervalt: en aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Het derde lid komt te luiden: Wijziging van de Kieswet in verband met het vereenvoudigen van de procedure voor registratie als kiezer voor Nederlanders die in het buitenland wonen (permanente kiezersregistratie niet-ingezetenen) Voorstel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 581 Besluit van 30 november 2011, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari

Nadere informatie

A 2013 N 30 PUBLICATIEBLAD

A 2013 N 30 PUBLICATIEBLAD A 2013 N 30 PUBLICATIEBLAD REGELING van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 februari 2013, nr. 2013-0000076649, houdende wijziging van de Paspoortuitvoeringsregeling Caribische

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2017 No. 16 Besluit van 27 februari 2017 tot afkondiging van de Rijkswet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met het van rechtswege

Nadere informatie

Oplegnotitie (GBA-verordening 2012) Gemeenteblad 2011 nr.100

Oplegnotitie (GBA-verordening 2012) Gemeenteblad 2011 nr.100 Oplegnotitie (GBA-verordening 2012) Gemeenteblad 2011 nr.100 Rol van de raad De raad krijgt dit raadsvoorstel voorgelegd om - kaders te stellen de raad geeft de grenzen aan waarbinnen het college het beleid

Nadere informatie

Onderwerp Verordening gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein

Onderwerp Verordening gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein Raad VOORBLAD Onderwerp Verordening gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 21 Agendering x Commissie Bestuurlijk Domein x Gemeenteraad Commissie Ruimtelijk Domein Lijst ingekomen stukken Commissie

Nadere informatie

Hoegenaamd verkeerd geregistreerd Gemeente Almere Publieksdienst

Hoegenaamd verkeerd geregistreerd Gemeente Almere Publieksdienst Rapport Gemeentelijke Ombudsman Hoegenaamd verkeerd geregistreerd Gemeente Almere Publieksdienst 25 maart 2009 RA0936013 Samenvatting Een inwoner van Almere heeft een dubbele geslachtsnaam met een tussenvoegsel.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 174 Besluit van 4 mei 2015 tot vaststelling van het tijdstip van gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 449 Besluit van 17 november 2015, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de leden van de gemeenteraad Datum 28 oktober 2009 Betreft Een betrouwbare GBA DGBK/Openbaar Bestuur

Nadere informatie

ADVIES Nr. 12 / 2004 van 21 oktober 2004

ADVIES Nr. 12 / 2004 van 21 oktober 2004 KONINKRIJK BELGIE Brussel, Adres : Hallepoortlaan 5-8, B-1060 Brussel Tel. : +32(0)2/542.72.00 E-mail : commission@privacy.fgov.be Fax.: : +32(0)2/542.72.12 http://www.privacy.fgov.be/ COMMISSIE VOOR DE

Nadere informatie

B en W-nummer ; besluit d.d Onderwerp Inspectie BAG-beheer oktober 2014

B en W-nummer ; besluit d.d Onderwerp Inspectie BAG-beheer oktober 2014 B en W-nummer 15.0114; besluit d.d. 10-02-2015 Onderwerp Inspectie BAG-beheer oktober 2014 Besluiten: 1. Kennis te nemen van de Inspectierapportage BAG-beheer 2. De brief voor het ministerie van Infrastructuur

Nadere informatie

Aan de heer J. van Rens Lid van de SP-fractie Stadhuis, kamer 17. Geachte heer van Rens,

Aan de heer J. van Rens Lid van de SP-fractie Stadhuis, kamer 17. Geachte heer van Rens, Openingstijden: ma, di, wo en vr 09.00-16.00 uur do van 13.00-17.00 uur Aan de heer J. van Rens Lid van de SP-fractie Stadhuis, kamer 17 Mariënburg 75 6511 PS Nijmegen Telefoon (024) 329 90 00 Telefax

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 20, derde lid, en 26, eerste lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt op dit verzoek als volgt besloten. Agentschap BPR DGBK/BPR In het verzoek van 19 december 2011, BPR2011/54052 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ten behoeve van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst verzocht om

Nadere informatie

2014 no. 79 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

2014 no. 79 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA 2014 no. 79 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA BESLUIT van 11 december 2014 (Stb. 535), houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2015 Uitgegeven,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Autorisatiebesluit Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Autorisatiebesluit Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 6510 26 februari 2016 Autorisatiebesluit Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Datum: 31 oktober 2014

Nadere informatie

Raadsmededeling - Openbaar

Raadsmededeling - Openbaar Raadsmededeling - Openbaar Nummer : 122/2011 Datum : 18 juli 2011 B&W datum : 18 juli 2011 Portefeuillehouder : G. Berghoef Onderwerp : Modernisering gemeentelijke basisadministratie, verwerving burgerzaken

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 27 Besluit van de 11 de maart 2014 tot afkondiging van het Besluit van 1 maart 2014 houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met

Nadere informatie

gemeente Eindhoven RaadsvoorstelRegistratie Niet-Ingezetenen (RNI)

gemeente Eindhoven RaadsvoorstelRegistratie Niet-Ingezetenen (RNI) gemeente Eindhoven Raadsnummer 12R4809 Inboeknummer 12BST00306 Beslisdatum B&W 12 maart 2012 Dossiernummer 12.11.651 RaadsvoorstelRegistratie Niet-Ingezetenen (RNI) Inleiding Het ministerie van BZK werkt

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2017 53 Rijkswet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met het van rechtswege laten vervallen van reisdocumenten van personen

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Brummen

Rekenkamercommissie Brummen Rekenkamercommissie Brummen Onderzoeksopzet Waar staat de gemeente Brummen met de Publieke Dienstverlening? 1. Inleiding In het onderzoeksprogramma 2011 wordt in het overzicht van onderwerpen voor onderzoek,

Nadere informatie

VOORSTEL VAN RIJKSWET. Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

VOORSTEL VAN RIJKSWET. Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. 34 358 (R2065) Wijziging van de Paspoortwet in verband met het van rechtswege laten vervallen van reisdocumenten van personen aan wie een uitreisverbod is opgelegd Nr. 2 Herdruk 1 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) Nr. 26 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten. DGBK/BPR Agentschap BPR In het verzoek van 17 juli 2014, 2014-0000393188 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens

Nadere informatie

Registratieformulier voor kiezers buiten Nederland voor de verkiezing van het Europees Parlement

Registratieformulier voor kiezers buiten Nederland voor de verkiezing van het Europees Parlement Model D 3-3 Registratieformulier voor kiezers buiten Nederland voor de verkiezing van het Europees Parlement Met dit formulier registreert u zich voor de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL Agendanummer 10.1

RAADSVOORSTEL Agendanummer 10.1 RAADSVOORSTEL Agendanummer 10.1 Raadsvergadering van 3 juli 2008 Onderwerp: Raadsvoorstel tot het wijzigen van de verordening gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Moerdijk Verantwoordelijke

Nadere informatie

1 Procesmodel Verifiëren identiteit

1 Procesmodel Verifiëren identiteit 1 Procesmodel Verifiëren identiteit 1.1 Dit proces is van toepassing bij het verifiëren van de identiteit van een persoon die een dienst of product aanvraagt bij de gemeente. Het betreft zowel aanvragen

Nadere informatie

Verordening basisregistratie personen (BRP)

Verordening basisregistratie personen (BRP) Verordening basisregistratie personen (BRP) Algemeen Sinds 1 januari 2010 zijn alle overheidsorganen, waaronder de gemeenten en haar organisatieonderdelen, verplicht om bij de verwerking van persoonsgegevens,

Nadere informatie

1.2. De aangewezen werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang

1.2. De aangewezen werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang Nota van toelichting 1. Algemeen 1.1. Inleiding Dit besluit strekt tot uitvoering van artikel 26, vierde lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES (verder: de wet). Artikel 26, vierde lid,

Nadere informatie

UITTREKSEL en MANAGEMENTRAPPORTAGE

UITTREKSEL en MANAGEMENTRAPPORTAGE UITTREKSEL en MANAGEMENTRAPPORTAGE Zelfevaluatie Paspoorten en NIK Gemeente Hoogeveen 2015 Uittreksel gemeente Hoogeveen van de resultaten van de controle als bedoeld in artikel 94 van de Paspoortuitvoeringsregeling

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland afwijzend heeft gereageerd op zijn verzoek om aan zijn kleinkinderen, die in de Verenigde Staten zijn geboren

Nadere informatie

Business case Digikoppeling

Business case Digikoppeling Business case Digikoppeling Versie 1.0 Datum 02/06/2014 Status Definitief Van toepassing op Digikoppeling versies: 1.0, 1.1, 2.0, 3.0 Colofon Logius Servicecentrum: Postbus 96810 2509 JE Den Haag t. 0900

Nadere informatie

Inhoudsopgave blz. 1 Het verdiepingshoofdstuk 3

Inhoudsopgave blz. 1 Het verdiepingshoofdstuk 3 Inhoudsopgave blz. 1 Het verdiepingshoofdstuk 3 1 2 1. VERDIEPINGSHOOFDSTUK In paragraaf 3.1. wordt de opbouw van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de stand ontwerpbegroting BES-fonds 2011

Nadere informatie

Verordening basisregistratie personen (BRP)

Verordening basisregistratie personen (BRP) Verordening basisregistratie personen (BRP) Algemeen Sinds 1 januari 2010 zijn alle overheidsorganen, waaronder de gemeenten en haar organisatieonderdelen, verplicht om bij de verwerking van persoonsgegevens,

Nadere informatie

Correctie onbekende geboortedatum en onbekende nationaliteit

Correctie onbekende geboortedatum en onbekende nationaliteit Correctie onbekende geboortedatum en onbekende nationaliteit 1. Algemeen In de BRP zijn personen ingeschreven met een gedeeltelijk onbekende geboortedatum en/of een onbekende nationaliteit. De Wet BRP

Nadere informatie

U wilt een afspraak maken voor:

U wilt een afspraak maken voor: Het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag... 2 Geheimhouding persoonsgegevens... 3 Het legaliseren van uw handtekening... 4 Het aanvragen van een paspoort of identiteitskaart... 5 Het aanvragen

Nadere informatie

1.1 Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

1.1 Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 1.1 Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Wet van 9 juni 1994, houdende regels ter zake van de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens, Stb. 1994, 494, zoals laatstelijk gewijzigd

Nadere informatie

Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010

Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010 Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010 Vastgesteld door het College van Bestuur op 7 april 2009 Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte van deze regeling 1. Deze regeling heeft

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Invoering Registratie Niet-Ingezetenen (RNI)

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Invoering Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Invoering Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) Programma / Programmanummer Dienstverlening & Burgerzaken / 1011 BW-nummer Portefeuillehouder W. Dijkstra Samenvatting Sofinummers

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2017 No. 24 Besluit van 9 juni 2017 tot het afkondigen van de Wijziging van de Paspoortwet in verband met het vervallen van de verplichting een proces-verbaal

Nadere informatie

De elektronische handtekening en de Dienstenrichtlijn De elektronische handtekening Wat zegt een elektronische handtekening?

De elektronische handtekening en de Dienstenrichtlijn De elektronische handtekening Wat zegt een elektronische handtekening? De en de Dienstenrichtlijn Deze factsheet behandelt de Dit is een middel om te kunnen vertrouwen op berichten en transacties. Op 28 december 2009 moet in alle EU-lidstaten de Dienstenrichtlijn zijn ingevoerd.

Nadere informatie

Procedure identificatieplicht

Procedure identificatieplicht Procedure identificatieplicht In dit document wordt stap voor stap uitgelegd wat er van u wordt verwacht in het geval van het vaststellen van de identiteit van de medewerker. 1. Vraag de medewerker een

Nadere informatie