Cursus Stralingsbescherming. op deskundigheidsniveau 5R

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Cursus Stralingsbescherming. op deskundigheidsniveau 5R"

Transcriptie

1 Cursus Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5R Augustus 2011

2 Voorwoord Het Erasmus MC beschikt voor het toepassen van bronnen van ioniserende straling over drie Kernenergiewetvergunningen (type: complexvergunning). De stralingstoepassingen en de daaraan verbonden stralingsbeschermingszorg dienen te voldoen aan de voorschriften van deze vergunningen, aan de interne regelingen stralingshygiëne en aan andere documenten die onderdeel waren van de aanvraag van de vergunningen. Binnen dit kader dienen de beroepsmatig bij stralingstoepassingen betrokken personen, zowel een mondelinge als een schriftelijke instructie te hebben ontvangen over de handelingen met ioniserende stralingsbronnen. Werknemers die beroepsmatig kunnen blootstaan aan straling bij medische röntgentoepassingen doch geen handelingen uitvoeren, dienen minimaal geschoold te worden tot het stralingsbeschermingsdeskundigheidsniveau 5R. Deze cursus Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5R is door de Stralingsbeschermingseenheid en de Erasmus MC Zorgacademie, Unit Medische Beeldvorming en Radiotherapie gezamenlijk ontwikkeld voor medewerkers van het Erasmus MC. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 2

3 Inhoudsopgave Voorwoord...2 Inhoudsopgave...3 Inleiding en verantwoording...5 Programma...6 Geschiedenis Röntgenstraling Radioactiviteit Elektromagnetische straling Röntgentoestellen en lineaire versnellers Inleiding Röntgenstraling uit een röntgentoestel Verschil tussen - en röntgenstraling Afschermingprincipe en afschermingsmateriaal Afscherming van röntgenstraling afkomstig uit een röntgentoestel Verandering van het spectrum bij gebruik van filters Dosimetrie Inleiding Geabsorbeerde dosis Intreedosis, uittreedosis en orgaandosis Equivalente dosis Effectieve dosis Samenvatting Oefenvragen Biologische effecten van ioniserende straling Inleiding Het effect van ioniserende straling op cellulair niveau Indeling van biologische effecten Niet-kansgebonden (deterministische) effecten Kansgebonden (stochastische) effecten Somatische effecten (in de bestraalde persoon) Genetische effecten Prenatale schade Deterministische effecten bij prenatale blootstelling Kansgebonden effecten bij prenatale blootstelling Dosis-effect-relatie Samenvatting Oefenvragen Stralingsbelasting en -risico s in de werkomgeving en in het leefmilieu Inleiding Achtergrondstraling Kunstmatige stralingsbelasting Risico's van ioniserende straling Jaardosis van blootgestelde werknemers Risicovergelijking met andere beroepsgroepen en het dagelijkse leven Samenvatting Oefenvragen Wet- en regelgeving Inleiding Internationale regelgeving Nationale wetgeving Definities Rechtvaardiging, Optimalisatie en Limitering Samenvatting Oefenvragen Praktische stralingsbescherming (algemeen en bij röntgentoestellen in het bijzonder) Inleiding Stralingsbescherming bij uitwendige blootstelling (algemeen)...48 Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 3

4 6.3 Stralingsbescherming voor (blootgestelde) werknemers bij röntgenstraling Extra informatie voor röntgentoepassingen (geen examenstof) Samenvatting Oefenvragen...55 Geraadpleegde literatuur Index Bijlagen Antwoorden op de oefenvragen...59 Toelichting Persoonsdosimetrie...61 Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 4

5 Inleiding en verantwoording De cursus Stralingsbescherming voor werknemers die kunnen blootstaan aan straling bij medische röntgentoepassingen (5R) bestaat uit een theoretisch gedeelte (1 dagdeel) en een practicum met een röntgentoestel (1 uur). De cursus wordt afgesloten met een multiple choice toets, waaraan u alleen kunt deelnemen indien u het practicum met goed gevolg heeft afgerond. Bij een voldoende resultaat voor de toets ontvangt u een bewijs van deelname. De theorie wordt in de voor u liggende syllabus beschreven. Deze syllabus is ontwikkeld door de Stralingsbeschermingseenheid en de Erasmus MC Zorgacademie en bestaat uit 6 hoofdstukken. Na ieder hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven, gevolgd door enkele oefenvragen. In bijlage 1 zijn de antwoorden op deze oefenvragen terug te vinden. Voor het onderdeel instellingsgebonden stralingshygiënische regelgeving Erasmus MC ontvangt u een aparte syllabus. Op de volgende pagina vindt u het programma voor het theoretische deel van de cursus. Van u wordt verwacht dat u voor aanvang van de cursus deze syllabus globaal heeft doorgenomen. Ter ondersteuning van de lesactiviteiten ontvangt u hand-outs van de presentatie. Wij wensen u veel succes bij het volgen van de cursus. Copyright (2010) Erasmus MC Zorgacademie Stralingsbeschermingeenheid Erasmus MC Niets uit deze module mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Erasmus MC Zorgacademie en de Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 5

6 Programma Programma Onderwerp: Docent: Tijd: Inhoud: Instellingsgebonden stralingshygiënische regelgeving Adviseur stralingsbescherming uur De stralingsbeschermingorganisatie in het Erasmus MC wordt besproken. Er wordt nader ingegaan op de complexvergunning, de interne Regelingen Stralingshygiëne, en de schriftelijke interne toestemmingen. De verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende, bij ioniserende straling, betrokken personen worden eveneens uitgelegd. Onderwerpen: Röntgenstraling, lineaire versnellers en dosimetrie Docent: Erasmus MC Zorgacademie Tijd: uur Literatuur: Hoofdstuk 1 en 2 Inhoud: Straling afkomstig van röntgentoestellen en deeltjesversnellers. De meest gebruikte dosimetrische grootheden en de daarbij behorende eenheden komen aan de orde. Er wordt uitgelegd waarom er verschillende grootheden zijn en wanneer welke grootheid gebruikt dient te worden. De volgende grootheden komen aan bod: geabsorbeerde dosis, intreedosis, uittreedosis, equivalente dosis, effectieve dosis en effectieve volgdosis. Ook worden dosistempo, equivalentdosistempo en effectief dosistempo besproken. Onderwerpen: Biologische effecten van straling, stralingsbelasting en -risico s in de werkomgeving en in het milieu, wet- en regelgeving Docent: Erasmus MC Zorgacademie Tijd: uur Literatuur: Hoofdstuk 3 t/m 5 Inhoud: De biologische effecten van ioniserende straling worden besproken. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: het effect van ioniserende straling op cellulair en moleculair niveau; somatische en genetische effecten; vroege en late effecten; deterministische en stochastische effecten; prenatale schade; dosis effect relatie voor deterministische en stochastische effecten. Vervolgens wordt ingegaan op de natuurlijke achtergrondstraling, de kunstmatige achtergrondstraling, beroepshalve blootstelling, de risico s van straling en de risicogetallen voor fataal verlopende kanker en genetische effecten. Verder wordt een risicovergelijking gemaakt met andere beroepen en gebeurtenissen uit het dagelijks leven. En er wordt aandacht besteed aan de wet- en regelgeving wat betreft de stralingsbescherming. Onderwerp: Praktische stralingsbescherming (algemeen en bij röntgentoestellen in het bijzonder) Docent: Erasmus MC Zorgacademie Tijd: uur Literatuur: Hoofdstuk 6 Inhoud: De beschermingsmogelijkheden bij uitwendige bestraling, zoals afscherming, tijd en afstand worden behandeld. Er wordt uitgelegd op welke positie men het beste kan gaan staan en welk loodschort men moet dragen bij röntgentoepassingen. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 6

7 Geschiedenis Geschiedenis 1 Röntgenstraling Wilhelm Conrad Röntgen nam op vrijdag 8 november 1895, tijdens een experiment met gasontladingsbuizen, voor het eerst een hem onbekende stralingssoort waar. Deze stralingssoort gaf hij de naam X-straling. Na de eerste ontdekking sloot hij zich zeven weken in zijn laboratorium op, waar hij ook at en sliep. Hij beschreef in zijn eerste publicatie de stralingssoort die in staat was door hout, menselijk vlees en andere niet-doorzichtige materialen heen te dringen. Tijdens een lezing op 23 januari 1896 maakte hij de beroemde foto van de hand van de anatoom Albert von Kölliker, op wiens voorstel daarna de naam 'röntgenstraling' werd aanvaard. Vermoedelijk had Röntgen bij zijn eerste lezingen al een aantal mogelijke toepassingen van de door hem ontdekte straling genoemd. In elk geval volgden de eerste, vooral medische toepassingen al heel snel: reeds in januari 1896 werd een schot hagel in de hand van een jager met behulp van X-stralen nauwkeurig gelokaliseerd. Ook bij het zetten van een gebroken been bleek de nieuwe stralingssoort een uitstekend hulpmiddel. 2 Radioactiviteit Henri Becquerel was een in 1852 te Parijs geboren fysicus. Op 2 februari 1896 maakte hij zijn ontdekking van natuurlijke radioactiviteit bekend. Deze ontdekking kwam voort uit het onderzoek van pekblende, een mineraal dat uranium en (zoals we nu weten) radium bevat. In die tijd had het een zekere roem, omdat men het associeerde met goud en zilver. Becquerel dacht aanvankelijk dat de zwarting van een fotografische plaat werd veroorzaakt door het licht, dat door fluorescerende of fosforescerende stoffen wordt uitgezonden. Voor zijn fluorescentieonderzoek gebruikte hij prachtige, gele kristallen. Toen deze kristallen op een goed ingepakte fotografische plaat werden gelegd en het zonlicht voor de fluorescentie zorgde, werd de plaat onder het kristal gezwart. Om dit verschijnsel verder te onderzoeken bedacht Becquerel een aantal proeven. Helaas liet de in zijn ogen onmisbare zon verstek gaan en werden de proeven uitgesteld. Toen de zon lang op zich liet wachten, ontwikkelde hij toch maar één van de platen en vond tot zijn verbazing dezelfde zwarting als na belichting door de zon. Hij was uiteraard reeds op de hoogte van de ontdekking van Röntgen en schreef de door hem gevonden zwarting toe aan straling die door het kristal werd uitgezonden. In principe was hiermee het verschijnsel ontdekt, dat op voorstel van Madame Curie de naam radioactiviteit kreeg. Misschien omdat radioactiviteit een veel gecompliceerder fenomeen is dan uitzending van röntgenstraling, heeft het een aantal jaren geduurd voordat de meest basale feiten bekend werden. Naast Becquerel zijn aan de reeks ontdekkingen, die in een tijdsbestek van een paar jaar plaatsvonden, vooral de namen van Marie Curie-Sklodowska ( ), Pierre Curie ( ) en Ernest Rutherford ( ) verbonden. Marie Sklodowska huwde in 1895 met de franse fysicus Pierre Curie. Ze wijdde haar doctoraalstudie bij Henri Becquerel aan natuurlijke radioactiviteit. Zij vond dat de intensiteit van de straling evenredig was met de hoeveelheid uranium, onafhankelijk van de chemische verbinding daarvan en onafhankelijk van uitwendige factoren, zoals temperatuur en druk. Becquerel had eerder gevonden, dat de lucht door pekblende werd geïoniseerd. In juli 1896 berichtten Pierre en Marie Curie over de isolatie van een kleine hoeveelheid materiaal uit pekblende, dat de naam Radium kreeg. De ontdekking van het element Polonium (naar de Poolse afkomst van Marie) was gedateerd op Ze ontdekten dat radium 3 soorten straling uitzendt ( -, -, en -straling) en dat er een gas vrijkomt (radon!). De zeer snelle ontwikkeling van vooral de medische toepassingen van röntgenstraling, in het bijzonder de fluoroscopie ('doorlichting'), had ook negatieve gevolgen. Men was zich immers van Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 7

8 Geschiedenis geen gevaren bewust, hield de handen en andere lichaamsdelen onbekommerd in de stralenbundel en werkte met primitieve, niet afgeschermde apparaten. Thorium en radium vonden al vrij snel hun toepassing in de geneeskunde: thorium als contrastmiddel bij röntgenonderzoeken, radium (en radon) vooral in de radiotherapie. Vooral thorium heeft onder de patiënten veel slachtoffers gemaakt. Pas nadat onder de beroepsbeoefenaren vele slachtoffers waren gevallen, drong het omstreeks 1915 tot de mensen door dat veiligheidsmaatregelen moesten worden getroffen. Madame Curie nam zelf geen veiligheidsmaatregelen in acht bij het hanteren van radioactieve stoffen. Ze eiste dit wel van haar medewerkers. Aan het einde van haar leven had ze ernstige brand -wonden aan haar handen. Ze stierf op 4 juli 1934 aan leukemie. 3 Elektromagnetische straling Tot de grote groep van elektromagnetische straling behoren onder andere de radiogolven, infrarood, zichtbaar licht, ultraviolet, röntgenstraling en -straling. Elektromagnetische golven zijn periodieke verstoringen van het elektrische en het magnetische veld. Het enige verschil tussen de diverse soorten elektromagnetische straling is de energie. Het transport van deze energie gebeurt in pakketjes van een vaste grootte. Deze pakketjes worden fotonen genoemd. Fotonen kunnen als een soort deeltjes zonder massa en zonder afmetingen worden beschouwd. Bij de laag-energetische vormen van elektromagnetische straling zoals radiogolven en licht kan men deze opdeling in fotonen nauwelijks waarnemen. Bij de hoogenergetische elektromagnetische straling ( - en röntgenstraling) is dit deeltjeskarakter veel beter waar te nemen. Pas als de straling voldoende energie heeft om elektronen los te maken, ionisaties te veroorzaken, wordt de stralingssoort tot de groep ioniserende straling gerekend. Om een indruk van de orde van grootte te krijgen het volgende: fotonen in zichtbaar licht hebben een energie van enkele ev s, voor ionisatie is minimaal enkele tientallen ev s nodig. De energie van - en röntgenstraling variëren van enkele kev s tot enkele MeV s. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 8

9 1 Röntgentoestellen en lineaire versnellers 1 Röntgentoestellen en lineaire versnellers Dit hoofdstuk beschrijft de werking van de röntgenbuis en de lineaire versneller. Leerdoelen U kunt de werking van de röntgenbuis omschrijven. U weet dat straling uit een röntgenbuis uit een spectrum van energieën bestaat. U kent de begrippen fotonen, focus, poly-energetisch, divergerend, diafragma, kv, mas en filtering. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 9

10 1 Röntgentoestellen en lineaire versnellers 1.1 Inleiding Er bestaan verschillende soorten straling, zoals bijvoorbeeld straling opgewekt met een magnetron en zichtbaar licht (elektromagnetische straling). Elektromagnetische straling is een stralingssoort die bestaat uit hele kleine massaloze energiepakketjes, fotonen of quanten genoemd. Röntgenstraling behoort tot de groep van elektromagnetische straling. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op straling opgewekt met een röntgentoestel. Deze stralingssoort behoort in tegenstelling tot de andere genoemde stralingssoorten tot de groep ioniserende straling. Ioniserende straling kan je niet zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Zij is echter wel in onze omgeving aanwezig en is in staat biologische effecten te veroorzaken. In de medische wereld wordt ioniserende straling gebruikt om in de mens te kunnen kijken (diagnostiek). Ioniserende straling wordt ook gebruikt om cellen te doden (therapie). Er bestaat ook niet-ioniserende straling zoals laser, infrarood, radar en microgolven. Deze wordt hier niet behandeld. 1.2 Röntgenstraling uit een röntgentoestel Een röntgenbuis bestaat uit een glazen buis waarbinnen grote onderdruk heerst, meestal wordt er gesproken over een vacuümbuis. In deze buis bevinden zich twee elektroden, een elektrisch negatief geladen kathode en een elektrisch positief geladen anode. De anode wordt ook wel trefplaat of focus genoemd. Door een gloeistroompje door de kathode te laten lopen wordt deze verhit tot tenminste 2200 C en gaat elektronen uitzenden (emitteren). Het spanningsverschil tussen anode en kathode zorgt ervoor dat de uitgezonden elektronen versneld naar de anode bewegen. De maximale energie van de elektronen is gelijk aan het spanningsverschil tussen kathode en anode. Het is noodzakelijk dat er in de buis nagenoeg vacuüm heerst zodat de elektronen zich zonder botsingen met luchtmoleculen naar de anode kunnen begeven. lekstraling focus (anode) gloeidraad (kathode) elektronen + - röntgenstraling vacuümbuis Figuur 1.1 Schematisch weergave van een röntgenbuis. De officiële eenheid van energie is joule (J). Stralingsenergieën worden echter uitgedrukt in een andere eenheid, de elektronvolt. Eén elektronvolt (ev) is de bewegingsenergie van een elektron dat een spanningsveld van 1 volt doorloopt. 1 ev = 1, J. Bij afremming in de anode wordt de bewegingsenergie van de elektronen omgezet elektromagnetische straling, röntgenstraling. De maximale energie (E max ) van de opgewekte röntgenstraling is gelijk aan de maximale bewegingsenergie van de elektronen. Omdat de energieën van de elektronen op het moment van afremmen verschillend zijn en omdat zij niet allemaal even Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 10

11 1 Röntgentoestellen en lineaire versnellers sterk worden afgeremd, hebben de ontstane fotonen verschillende energieën. Röntgenstraling uit een röntgenbuis bestaat hierdoor steeds uit een mengsel van verschillende fotonenergieën. Dit mengsel van verschillende fotonenergieën wordt poly-energetisch genoemd. Naast het poly-energetisch spectrum van de röntgenbuis ontstaat er ook karakteristieke röntgenstraling omdat er elektronen uit het anode-materiaal worden gestoten. De opgewekte röntgenstraling kan door de stand van het focus (anodehoek) zoveel mogelijk in de richting van een dunner gedeelte, het venster, van de buis worden geleid. De röntgenbundel is divergerend, dit betekent dat deze steeds breder wordt naarmate de afstand tot het focus toeneemt. Om de bundel zo smal mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een diafragma. Dit werkt op dezelfde wijze als bij een fototoestel. Om er zeker van te zijn dat alleen het gewenste gebied wordt bestraald wordt bij een röntgenbuis altijd gebruik gemaakt van een lichtveld. Dit markeert het röntgenveld. Een röntgenbuis zal alleen straling uitzenden als er een spanningverschil tussen anode en kathode aanwezig is, dus als de startknop wordt ingedrukt. Een deel van de opgewekte röntgenstraling zal niet via het venster naar buiten treden, maar uit andere gedeelten van de buis naar buiten lekken. Dit wordt lekstraling genoemd. Het opgewekte spectrum en het uittredende spectrum kan worden weergegeven in een grafiek waarbij op de horizontale as de fotonenergie en op de verticale as de relatieve intensiteit wordt uitgezet. Doordat de opgewekte röntgenstraling door het venster van de buis naar buiten treedt, wordt het röntgenspectrum gefilterd. De fotonen met lage energie zullen door het venster worden tegengehouden terwijl de fotonen met hogere energie ongehinderd het venster kunnen passeren. In figuur 1.2 is de doorgetrokken lijn het gefilterde spectrum. Door het plaatsen van een extra filter kan het spectrum nog verder worden gefilterd waardoor er een röntgenspectrum met relatief hoge energie overblijft. Figuur 1.2 Röntgenspectra als gevolg van verschillende buisspanningen variërend van 65 kv tot 200 kv. Door het verhogen van de buisspanning verandert de maximale energie van de röntgenstraling. Door verandering van de buisstroom neemt de hoeveelheid (de intensiteit) straling toe. De buisstroom (I) in milliampère (ma) is het aantal elektronen dat het focus per seconde raakt. De buislading (buisstroom tijd) ook wel mas-getal genoemd is het totaal aantal elektronen dat het focus per belichting raakt. 1.3 Verschil tussen - en röntgenstraling Zowel - als röntgenstraling zijn elektromagnetische straling. Het onderscheid wordt gemaakt op grond van hun herkomst: -straling is afkomstig uit de kern van een atoom, terwijl röntgenstraling het gevolg is van energieverlies van elektronen. Een ander kenmerk is het volgende: Röntgenstraling afkomstig van een toestel kan worden uitgezet, terwijl de gammastraling afkomstig van een radioactieve stof continu is en slechts kan worden afgeschermd. 1.4 Afschermingprincipe en afschermingsmateriaal Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 11

12 1 Röntgentoestellen en lineaire versnellers De intensiteit van röntgenstraling wordt verminderd doordat er wisselwerking plaatsvindt met het afschermingsmateriaal. Omdat röntgenstraling elektromagnetische straling is, vindt de wisselwerking niet plaats via een eenvoudig botsingsprincipe maar via een complexe wijze van energieoverdracht. Het resultaat van deze energieoverdracht is dat van een enkel röntgenfoton niet met zekerheid kan worden gezegd of dit een interactie zal ondergaan. Als hele groepen röntgenfotonen worden beschouwd kan wel iets worden gezegd over de kans op een interactie. Het blijkt dat er per energieinterval en per afschermingsmateriaal een bepaalde dikte is waarbij de stralingsintensiteit van de bundel wordt gehalveerd, de halveringsdikte. De halveringsdikte is die dikte van het materiaal die nodig is om de intensiteit van de straling te halveren. Dit betekent dat indien er een halveringsdikte aan afschermingsmateriaal is gebruikt de stralingsintensiteit achter deze afscherming nog maar de helft is. Wordt er afschermingsmateriaal met een dikte gelijk aan twee keer de halveringsdikte gebruikt dan is de stralingsintensiteit achter de afscherming nog maar de helft van de helft (= ¼). Wordt er afschermingsmateriaal met een dikte gelijk aan drie keer de halveringsdikte gebruikt dan is de stralingsintensiteit achter de afscherming nog maar de helft van de helft van de helft (= 1/8). De halveringsdikte is alleen constant bij mono-energetische straling en als de stralingsbundel heel smal is. Bij röntgenstraling blijkt het stralingsniveau achter de afscherming hoger te zijn dan volgens bovenbeschreven wetmatigheid omdat deze stralingssoort niet homogeen is. Afscherming van elektromagnetische straling geschied het meest efficiënt met een materiaal met een hoog Z-getal (veel protonen in de kern). In de regel is dit een zwaar materiaal. Een zeer geschikt materiaal voor afscherming van elektromagnetische straling is lood. Kamers bestemd voor vaste röntgenopstelling worden in het algemeen voorzien van een hoeveelheid lood. (hierover meer in hoofdstuk 9) 1.5 Afscherming van röntgenstraling afkomstig uit een röntgentoestel Omdat de straling die uit de röntgenbuis komt poly-energetisch is, gaat het verhaal van de halveringsdikte niet geheel op. In het afschermingsmateriaal zal meer straling met lage energie dan met hoge energie worden geabsorbeerd, waardoor de hoge energieën overblijven en de straling steeds harder wordt. De halveringsdikte is hierdoor geen constante meer, maar neemt toe. Er is steeds meer materiaal nodig om de stralingsintensiteit te halveren. Bij de afscherming van röntgenstraling spreekt men meestal van een eerste halveringsdikte (hvd 1 ) en een tweede halveringsdikte (hvd 2 ), waarbij de tweede halveringsdikte groter is dan de eerste (er is dus meer materiaal nodig om de intensiteit nogmaals te halveren). Het absorberen van de lage energieën gaat immers eenvoudiger dan van de hoge energieën. De verhouding tussen hvd 1 en hvd 2 wordt de homogeniteitscoëfficiënt genoemd. Hoe dichter bij 1 hoe homogener de uittredende straling is. (homogene bundel: de eerste halveringsdikte is gelijk aan de tweede halveringsdikte) hvd1 homogeniteitscoëfficiënt hvd 2 (In de radiodiagnostiek wordt ook de term heterogeniteitsgraad gebruikt; dit is de verhouding tussen hvd 2 en hvd 1 ). 1.6 Verandering van het spectrum bij gebruik van filters In de radiodiagnostiek wordt, om de stralingsbelasting voor de patiënt zoveel mogelijk te beperken, de primaire röntgenbundel gefilterd. De lage energieën, die onnodig een bijdrage aan de dosis leveren, Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 12

13 1 Röntgentoestellen en lineaire versnellers verdwijnen door deze filtering uit het spectrum. De beeldvorming verandert hierdoor niet omdat deze straling met lage energieën toch niet door de patiënt komt en dus niet aan de beeldvorming bijdraagt. De stralenkwaliteit wordt door het filteren homogener en de gemiddelde fotonenergie wordt hoger, de röntgenbundel bevat hardere straling. Het totale filter van een röntgenbuis bedraagt circa 2,5 mm aluminium-equivalent (dit geldt niet voor tandartstoestellen en niet voor toestellen voor mammografie). Aluminium-equivalent wil zeggen dat de afschermende werking gelijk is aan de opgegeven hoeveelheid aluminium, het gekozen materiaal hoeft dus niet noodzakelijk aluminium te zijn. Aangezien het 2,5 mm aluminium een minimumeis is, wordt in de praktijk vaak nog een extra filter van 2 mm Al toegevoegd. Hoe hoger de ingestelde spanning is hoe meer filtering moet worden gekozen. Bij thorax-opnamen zelfs een extra filter van 0,13 mm Cu + 1 mm Al. Dit heeft als resultaat dat de röntgenbundel nog homogener wordt en dat er minder straling door de patiënt geabsorbeerd wordt. Het koperfilter wordt altijd gecombineerd met een aluminiumfilter; waarbij het aluminiumfilter het dichtst bij de patiënt wordt geplaatst. 1.7 Straling afkomstig uit lineaire versnellers Het bekendste bestralingstoestel in de radiotherapie is de lineaire versneller. Het werkingsprincipe van de lineaire versneller is in grote lijnen gelijk aan dat van de röntgenbuis. In een versnellerbuis wordt een hoog spanningsveld opgebouwd. Vervolgens worden elektronen door een elektronenkanon in de versnellerbuis geschoten. De elektronen worden door het spanningsveld langs een rechte baan in de versnellerbuis versneld. Deze buis kan een lengte hebben van ongeveer 20 cm voor een kleine versneller (4 MV) tot meer dan 2 meter voor een versneller van 20 MV en hoger. In veel deeltjesversnellers is de versnellerbuis liggend gemonteerd in een roterende arm, de gantry. Om de gantry in evenwicht te houden is deze voorzien van een contragewicht. Na de lineaire versnellerbuis komen de elektronen bij een afbuigmagneet, waar ze van richting worden veranderd. Bij het verlaten van deze magneet hebben de elektronen een zeer hoge bewegingsenergie en heeft de elektronenbundel een diameter van slechts enkele millimeters. In de elektronenmode van de versneller wordt deze elektronenbundel door een dun metaalfolie via een collimatorgedeelte naar buiten gebracht. De collimator is het diafragma van een deeltjesversneller. In de fotonenmode treft de elektronenbundel een trefplaatje of target van zwaar metaal, vaak wolfraam, waarin de elektronen worden afgeremd, hetgeen gepaard gaat met het opwekken van hoog-energetische fotonen. Als de energie van de fotonen 8 MV of hoger is dan kan een gamma-neutron reactie optreden waardoor neutronen worden vrijgemaakt in het aangestraalde materiaal. Hierdoor wordt een neutron uit de kern gestoten. Door het uitzenden van het neutron heeft de kern een neutron minder en is in veel gevallen daardoor een radionuclide gevormd. Dit wordt activering genoemd. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 13

14 1 Röntgentoestellen en lineaire versnellers 1.8 Oefenvragen 1 Röntgenstraling a) is altijd afkomstig uit een röntgenbuis b) onderscheidt zich van -straling enkel door de herkomst van de straling c) is altijd mono-energetisch d) vermindert na uitschakelen van de buis geleidelijk in intensiteit 2 Röntgenstraling a) is altijd poly-energetisch b) bestaat uit elektronen c) kan ook uit een magnetron komen d) ontstaat in de gloeidraad van een radiodiagnostiektoestel 3 Door het plaatsen van een extra filter voor een röntgenbuis ontstaat ten opzichte van een ongefilterd spectrum een röntgenspectrum a) met een hogere gemiddelde energie b) met een lagere gemiddelde energie c) met gelijke gemiddelde energie d) met gelijke gemiddelde energie maar met een hoger maximale energie 4 Röntgenstraling kan het best worden afgeschermd met a) perspex b) lood c) aluminium d) filtermateriaal 5 De door een röntgenbuis uitgezonden straling a) heeft geen ioniserend vermogen b) vermindert geleidelijk in intensiteit na uitschakeling van de buis c) behoort tot de groep elektromagnetische straling d) is niet in staat biologische effecten te veroorzaken Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 14

15 2 Dosimetrie 2 Dosimetrie In dit hoofdstuk komen de meest gebruikte dosimetrische grootheden en de daarbij behorende eenheden aan de orde. Er wordt uitgelegd waarom er verschillende grootheden zijn en wanneer welke grootheid gebruikt dient te worden. De volgende grootheden komen aan de orde: geabsorbeerde dosis, equivalente dosis en effectieve dosis. Ook worden dosistempo, equivalent dosistempo en effectief dosistempo besproken. Met behulp van deze grootheden worden risicoanalyses voor de handelingen gemaakt. Enkele van deze grootheden worden in de Kernenergiewet gebruikt om de bovengrenswaarden van blootstelling aan ioniserende straling, de dosislimieten, vast te leggen. Bij de behandeling van patiënten met ioniserende straling moet voor aanvang bekend zijn welke dosis men toedient. Vaak wordt dosis gebruikt terwijl effectieve dosis of een van de andere grootheden wordt bedoeld. In dat geval kan er onduidelijkheid ontstaan over de bedoelde stralingsdosis. Om dit te voorkomen is een gedegen kennis van de dosimetrische grootheden erg belangrijk. Leerdoelen U kent de begrippen: geabsorbeerde dosis, dosistempo; intreedosis, uittreedosis, orgaandosis equivalente dosis; equivalent dosistempo; effectieve dosis; effectief dosistempo; stralingsweegfactor; weefselweegfactor; dosisconversiecoëfficiënt. U kent de stralingsweegfactoren van de verschillende stralingssoorten; U kent de verbanden tussen de verschillende grootheden en u kunt eenvoudige dosisberekeningen maken. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 15

16 2 Dosimetrie 2.1 Inleiding Vrij snel na de ontdekking van ioniserende straling was er behoefte aan een fysische grootheid om de hoeveelheid straling in uit te drukken. Een grootheid beschrijft een meetbaar fysisch begrip, zoals lengte, massa, of tijd. De grootheid wordt weergegeven met een speciaal daarvoor gekozen symbool, zoals l voor lengte, m voor massa en t voor tijd. De bijbehorende eenheid beschrijft een afgesproken maat voor zo n grootheid. In bovenstaande voorbeelden zijn dat respectievelijk meter, kilogram en seconde. De hoeveelheid straling wordt in verschillende grootheden uitgedrukt. In de volgende paragrafen volgen de belangrijkste. 2.2 Geabsorbeerde dosis Een grootheid die zowel voor deeltjes- als voor fotonenstraling mag worden gebruikt is de geabsorbeerde dosis (D), kortweg de dosis. De hiervoor gebruikte dimensie is de hoeveelheid geabsorbeerde energie per kilogram materiaal (J/kg). De afgesproken eenheid voor geabsorbeerde dosis is gray (Gy), 1 Gy = 1 J/kg, met als tijdsafgeleide het dosistempo ( D ) [Gy/s]. Eén gray is echter een grote dosis, in de praktijk wordt daarom vaak gebruik gemaakt van Gy of mgy. Aangezien de dosis in een materiaal is gedefinieerd, is het belangrijk altijd het materiaal waarin de dosis is bepaald te vermelden. 2.3 Intreedosis, uittreedosis en orgaandosis Intreedosis De intreedosis is de dosis waar de röntgenbundel voor het eerst het lichaamsoppervlak snijdt (positie A in figuur 3.1), wordt vaak ook aangeduid als huiddosis. De eenheid waarin de huiddosis wordt uitgedrukt is de gray met als symbool Gy. Bij het meten van de intreedosis wordt vaak gebruik gemaakt van een zogenoemde ionisatiekamer; deze meet de intreedosis meestal in milligray (mgy). diafragma A C centrale as focus röntgenbundel ionisatiekamer Figuur 2.1 Intreedosis en uittreedosis Uittreedosis De uitreedosis is de dosis op de plek waar de centrale röntgenbundel voor de tweede keer het lichaamsoppervlak snijdt (positie C in figuur 2.1). Orgaandosis Om een schatting te kunnen maak van de orgaandosis worden metingen uitgevoerd met behulp van fantomen. Een fantoom is een object van een bepaald materiaal, waarvan wordt aangenomen dat het de ioniserende straling op dezelfde wijze absorbeert en verstrooit als een bepaald soort menselijk weefsel. Geschikt materiaal om spierweefsel te simuleren is bijvoorbeeld water, maar ook perspex en paraffine worden gebruikt. Sommige fantomen zijn opgebouwd rond menselijk skeletten. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 16

17 2 Dosimetrie 2.4 Equivalente dosis In weefselcellen kan de geabsorbeerde stralingsenergie schade veroorzaken. Deze schade is bij dezelfde afgegeven energie echter niet voor elke stralingssoort hetzelfde. -Deeltjes zullen namelijk in een beperkt gebied heel veel ionisaties veroorzaken waardoor de stralingsschade in dat gebied veel groter is dan bij dezelfde energieafgifte van bijvoorbeeld -straling. Dit wordt het verschil in biologische effectiviteit genoemd. Dit betekent dat de grootheid geabsorbeerde dosis niet de juiste grootheid is om stralingsdoses van verschillende stralingssoorten met elkaar te vergelijken. Door de dosis te vermenigvuldigen met een stralingsweegfactor 1 (W R ) wordt voor dit verschil in biologisch effect gecorrigeerd. De stralingsweegfactor voor -straling is 20 en voor - en -straling 1. Voor neutronen varieert deze factor, afhankelijk van de energie, van 1 tot 20. De voor stralingssoort gecorrigeerde dosis wordt de equivalente dosis (H) genoemd, met als tijdsafgeleide het equivalent dosistempo H. H WR D De SI-eenheid is nog steeds J/kg. Om onderscheid met de geabsorbeerde dosis te maken heeft deze eenheid de naam sievert (Sv) gekregen. Met behulp van de equivalente dosis (H) is het dus wel mogelijk verschillende stralingssoorten met elkaar te vergelijken en kunnen de dosisbijdrage van verschillende soorten straling bij elkaar worden opgeteld. - 1 Gray - of -straling veroorzaakt een equivalente dosis van 1 Sv - 1 Gray -straling veroorzaakt een equivalente dosis van 20 Sv - 1 Gray -straling + 1 Gray -straling veroorzaakt een equivalente dosis van 21 Sv. Om een schatting te maken van het equivalente dosistempo voor - en -straling kan van onderstaande vuistregels gebruik gemaakt worden. -straling op 30 cm: H β 100 A Sv/h; met A is de activiteit in MBq mits E 200 kev -straling op 30 cm: H γ 3 A Sv/h; met A is de activiteit in MBq Bij energieën onder de 200 kev mag deze vuistregel niet worden toegepast, omdat op 30 cm afstand de dracht van de bètadeeltjes is bereikt en derhalve het equivalente dosistempo gelijk aan 0 is De letter R staat in dit geval voor radiation. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 17

18 2 Dosimetrie 2.5 Effectieve dosis Omdat het effect van ioniserende straling niet op alle organen en weefsels even groot is, wordt ook nog gecorrigeerd voor het orgaan of weefsel waarin de straling is geabsorbeerd. Deze correctie kan worden uitgevoerd door het invoeren van een weefselweegfactor 2 (W T ). De weefselweegfactoren zijn afgeleid uit de relatieve stralingsgevoeligheid van de organen en weefsels voor het ontstaan van stochastische effecten (zie hoofdstuk 3). In tabel 2.1 zijn voor de verschillende organen en weefsels de weegfactoren gegeven. De waarden zijn afgeleid van een referentiebevolking met een gelijke hoeveelheid mannen en vrouwen. Het stochastisch 3 risico als gevolg van een equivalente dosis van een orgaan kan door middel van de weegfactor worden omgerekend naar een vergelijkbaar risico voor een bestraling van het gehele lichaam. Wanneer alle organen en weefsels afzonderlijk eenzelfde equivalente dosis van bijvoorbeeld 1 Sv hebben is dit gelijk aan een bestraling van het gehele lichaam waarbij 1 Sv wordt ontvangen. Het totaal van alle weefselweegfactoren is tenslotte gelijk aan 1. De som van alle equivalente doses van de bestraalde organen en weefsels, elk vermenigvuldigd met de bijbehorende weegfactor, wordt de effectieve dosis (E) genoemd, eveneens met de eenheid sievert. Tabel 2.1 Weefselweegfactoren orgaan weegfactor (w T ) gonaden 0,08 rode beenmerg 0,12 dikke darm 0,12 longen 0,12 maag 0,12 borstklier 0,12 blaas 0,04 lever 0,04 schildklier 0,04 slokdarm 0,04 huid 0,01 botoppervlak 0,01 hersenen 0,01 speekselklieren 0,01 overige 0,12 Totaal 1 Rekenvoorbeeld: De effectieve dosis bij een equivalente dosis van 2 msv op de maag en op de blaas is gelijk aan: E (0,12 2) (0,04 2) 0,32 msv De letter T staat voor tissue. 3 Zie hoofdstuk 3. Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 18

19 2 Dosimetrie 2.6 Samenvatting Grootheid Omschrijving eenheid per tijdseenheid Geabsorbeerde dosis Intreedosis Uittreedosis Orgaandosis Equivalente dosis Effectieve dosis D energieabsorptie in materiaal gray Gy D D D H E geabsorbeerde dosis in het centrum van de invallende bundel röntgenstraling geabsorbeerde dosis in het centrum van de uittredende bundel röntgenstraling geabsorbeerde dosis in een orgaan energieabsorptie in orgaan/weefsel biologisch gewogen som van equivalente doses gray gray gray sievert sievert Gy Gy Gy Sv Sv D D D D H E Gy/h Gy/h Gy/h Gy/h Sv/h Sv/h -straling op 30 cm: -straling op 30 cm: H H β γ 100 A Sv/h; met A is de activiteit in MBq mits E 200 kev 3 A Sv/h; met A is de activiteit in MBq Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 19

20 2 Dosimetrie 2.7 Oefenvragen 1 De eenheid van effectieve dosis is: a) Gy b) Bq c) Sv/h d) Sv 2 De eenheid van de intreedosis is: a) Gy b) Bq c) Sv/h d) Sv 3 De uittreedosis is: a) altijd gelijk aan de intreedosis b) kleiner dan de intreedosis c) groter dan de intreedosis d) soms kleiner en soms groter dan de intreedososis 4 De stralingsweegfactor van -straling is: a) afhankelijk van de energie b) 1 c) 5 d) 20 Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 20

Cursus Stralingsbescherming

Cursus Stralingsbescherming Cursus Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5A/5B Augustus 2011 Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. 0 Voorwoord Het Erasmus MC beschikt voor het toepassen van bronnen van ioniserende straling

Nadere informatie

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 13 Dosisbegrippen stralingsbescherming 1 13 Ioniserende straling ontvanger stralingsbron stralingsbundel zendt straling uit absorptie van energie dosis mogelijke biologische effecten 2 13 Ioniserende straling

Nadere informatie

RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING

RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING Inleiding Aan het werken met radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen zijn risico s verbonden. Het is bij de wet verplicht om personen

Nadere informatie

Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1

Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1 Zwangerschap en Stralingsbescherming Zwangerschap en Stralingsbescherming inhoud Informatie over mogelijke biologische effecten door blootstelling aan ioniserende straling tijdens deterministische effecten

Nadere informatie

STRALINGSBESCHERMING IN HET ZIEKENHUIS: Röntgenstralen

STRALINGSBESCHERMING IN HET ZIEKENHUIS: Röntgenstralen STRALINGSBESCHERMING IN HET ZIEKENHUIS: Röntgenstralen 1. Inleiding Deze brochure dient als informatiebrochure voor verpleegkundigen en technologen van het Ziekenhuis Oost- Limburg die starten op een dienst

Nadere informatie

Ioniserende straling - samenvatting

Ioniserende straling - samenvatting Ioniserende straling - samenvatting Maak eerst zélf een samenvatting van de theorie over ioniserende straling. Zorg dat je samenvatting de volgende elementen bevat: Over straling: o een definitie van het

Nadere informatie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie Wisselwerking van ioniserende straling met materie Wisselwerkingsprocessen Energie afgifte en structuurverandering in ontvangende materie Aard van wisselwerking bepaalt het juiste afschermingsmateriaal

Nadere informatie

Registratie-richtlijn

Registratie-richtlijn en IONISERENDE STRALING 1 (508: Ziekten veroorzaakt door ioniserende stralen) Beschrijving van de schadelijke invloed Inwendige bestraling wordt veroorzaakt door opname in het lichaam van positief geladen

Nadere informatie

Gezondheids effecten. van ioniserende straling. Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

Gezondheids effecten. van ioniserende straling. Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e Gezondheids effecten van ioniserende straling Ioniserende straling bron straling ontvanger zendt straling uit absorptie van energie:dosis mogelijke biologische effecten Opbouw van de celkern Celkern Cel

Nadere informatie

Radioactiviteit enkele begrippen

Radioactiviteit enkele begrippen 044 1 Radioactiviteit enkele begrippen Na het ongeval in de kerncentrale in Tsjernobyl (USSR) op 26 april 1986 is gebleken dat er behoefte bestaat de kennis omtrent radioactiviteit voor een breder publiek

Nadere informatie

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

Samenvatting. Blootstelling

Samenvatting. Blootstelling Samenvatting Blootstelling aan ioniserende straling levert risico s voor de gezondheid op. Daar is al veel over bekend, met name over de effecten van kortdurende blootstelling aan hoge doses. Veel lastiger

Nadere informatie

Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B. Dosimetrie, deel 1. introductie dosisbegrip. W.P. Moerman

Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B. Dosimetrie, deel 1. introductie dosisbegrip. W.P. Moerman Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B Dosimetrie, deel 1 introductie dosisbegrip W.P. Moerman Dosis Meestal: hoeveelheid werkzame stof Inhoud dag 1 dosis kerma exposie dag 2 equivalente dosis

Nadere informatie

IONISERENDE STRALING. Deeltjes-straling

IONISERENDE STRALING. Deeltjes-straling /stralingsbeschermingsdienst SBD 9673 Dictaat 98-10-26, niv. 5 A/B IONISERENDE STRALING Met de verzamelnaam straling bedoelen we vele verschillende verschijningsvormen van energie, die kunnen worden uitgezonden

Nadere informatie

Effecten van ioniserende straling

Effecten van ioniserende straling Faculteit Bètawetenschappen Ioniserende Stralen Practicum Achtergrondinformatie Effecten van ioniserende straling Equivalente dosis Het biologisch effect van ioniserende straling of: de schade aan levend

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Inleiding Het is belangrijk iets te weten over wat we in de natuurkunde radioactiviteit noemen. Ongetwijfeld heb je, zonder er direct mee in aanraking te zijn geweest, er ergens

Nadere informatie

Inleiding stralingsfysica

Inleiding stralingsfysica Inleiding stralingsfysica Historie 1896: Henri Becquerel ontdekt het verschijnsel radioactiviteit 1895: Wilhelm Conrad Röntgen ontdekt Röntgenstraling RadioNucliden: Inleiding Stralingsfysica 1 Wat maakt

Nadere informatie

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern. Uitwerkingen 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is evenveel negatief

Nadere informatie

Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5A

Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5A Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5A December 2012 Inhoudsopgave Inleiding en verantwoording... 3 Programma... 4 Bedieningshandleiding... 5 Verstrooiing van röntgenstraling... 6 Doelen...

Nadere informatie

Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit

Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit Examen stralingsbescherming deskundigheidsniveau 4A/4B p. 1 Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit Een bron bestaat uit een dunne laag radioactief 51 Cr. Om de activiteit van de laag te bepalen, wordt het

Nadere informatie

pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens

pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens 12 /stralingsbeschermingsdienst pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens Als het menselijke lichaam aan ioniserende straling wordt blootgesteld, wordt de

Nadere informatie

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica Wat zie je? PositronEmissieTomografie (PET) Nucleaire geneeskunde: basisprincipe Toepassing van nucleaire geneeskunde Vakgebieden

Nadere informatie

Technische informatie bij bestraling

Technische informatie bij bestraling Radiotherapie Technische informatie bij bestraling www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Enkele begrippen... 3 Lineaire versneller... 3 Fotonenstraling... 3 Hoe wordt fotonenstraling opgewekt?... 4 Bundelvorming...

Nadere informatie

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal Examentraining 2015 Leerlingmateriaal Vak Natuurkunde Klas 5 havo Bloknummer Docent(en) Blok IV Medische beeldvorming (B2) WAN Domein B: Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2: Straling en gezondheid

Nadere informatie

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes ELEKRTOMAGNETISCH SPECTRUM Het elektromagnetische spectrum bevat de volgende frequenties, gerangschikt van uiterst lage tot ultrahoge frequentie: extreem lage frequenties laagfrequente golven radiogolven

Nadere informatie

Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg 2012 APB Campus Vesta Brandweeropleiding

Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg  2012 APB Campus Vesta Brandweeropleiding Radioactiviteit Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg Jurgen.nijs@gmail.com http://youtu.be/h3ym32m0rdq 1 Doel Bij een interventie in een omgeving waar er een kans is op ioniserende straling om veilig, accuraat

Nadere informatie

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme Zonnestraling Samenvatting De Zon zendt elektromagnetische straling uit. Hierbij verplaatst energie zich via elektromagnetische golven. De golflengte van de straling hangt samen met de energie-inhoud.

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A)

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Aan het einde van de repetitie vind je de lijst met elementen en twee tabellen met weegfactoren voor het berekenen van de equivalente en effectieve

Nadere informatie

- KLAS 5. c) Bereken de snelheid waarmee een elektron vrijkomt als het groene licht op de Rbkathode

- KLAS 5. c) Bereken de snelheid waarmee een elektron vrijkomt als het groene licht op de Rbkathode NATUURKUNDE - KLAS 5 PROEFWERK H7 --- 26/11/10 Het proefwerk bestaat uit 3 opgaven; totaal 32 punten. Opgave 1: gasontladingsbuis (4 p) In een gasontladingsbuis (zoals een TL-buis) zijn het gassen die

Nadere informatie

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel. H7: Radioactiviteit Als een bepaalde kern van een element te veel of te weinig neutronen heeft is het onstabiel. Daardoor gaan ze na een zekere tijd uit elkaar vallen, op die manier bereiken ze een stabiele

Nadere informatie

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting Subtitel (of naam of datum) Stralingsdeskundigheid Titel van presentatie niveau 3 Inwendige besmetting inwendige besmetting deel 1: inwendige besmetting voor dummies risicoanalyse: maximaal toe te passen

Nadere informatie

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. SO Straling 1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. 2 Waaruit bestaat de elektronenwolk van een atoom? Negatief geladen deeltjes, elektronen. 3 Wat bevindt zich

Nadere informatie

De uitwendige bestraling van het prostaatcarcinoom

De uitwendige bestraling van het prostaatcarcinoom RZ Heilig Hart Leuven Naamsestraat 105 3000 Leuven Dienst Urologie Informatie voor patiënten De uitwendige bestraling van het prostaatcarcinoom UROLOGIE De uitwendige bestraling van het prostaatcarcinoom

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2011 Erasmus MC Zorgacademie, Unit Medische Beeldvorming en Radiotherapie en de Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC

Inhoudsopgave. 2011 Erasmus MC Zorgacademie, Unit Medische Beeldvorming en Radiotherapie en de Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5B Augustus 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...2 Inleiding en verantwoording...3 Programma...4 Afscherming van stralingsbronnen...5 Doel...5 Middelen...5

Nadere informatie

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Nuclear Research and Consultancy Group Technische Universiteit Delft Boerhaave/IRS-stralingsbeschermingscursussen Rijksuniversiteit Groningen

Nadere informatie

RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid

RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid /stralingsbeschermingsdienst 8385-I dictaat september 2000 RADIOACTIEF VERVAL Voor een beperkt aantal van nature voorkomende kernsoorten en voor de meeste kunstmatig gevormde nucliden wijkt de neutron/proton

Nadere informatie

Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)!

Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)! BIJLAGE STRALING Deze bijlage is voor personen die de veiligheidscursus - Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden (VOL-VCA) volgen. - 'Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden' (VIL-VCU) volgen.

Nadere informatie

STRALINGSHYGIËNE bij RÖNTGENTOESTELLEN

STRALINGSHYGIËNE bij RÖNTGENTOESTELLEN Deel 4 STRALINGSHYGIËNE bij RÖNTGENTOESTELLEN Bevat informatie over stralingshygiëne voor Een deskundigheid op niveau 6 van de KeW. SAMENVATTING Doelgroep "Stralingshygiëne bij Röntgentoestellen" is bedoeld

Nadere informatie

Informatie over straling bij het maken van röntgenfoto s en CT scans

Informatie over straling bij het maken van röntgenfoto s en CT scans Deze folder informeert u over de nuttige en nadelige effecten van het gebruik van straling bij het maken van röntgenfoto s en CT scans. De nuttige en nadelige effecten van het gebruik van MRI scanners

Nadere informatie

H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling

H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling Stralingsbron en straling Straling? Bron Soorten straling: Licht Zichtbaarlicht (Kleuren violet tot rood) Infrarood (warmte straling) Ultraviolet (maakt je bruin/rood) Elektromagnetische straling Magnetron

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/IO/BES No. 2005/25444 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Leids Universitair Medisch Centrum

Leids Universitair Medisch Centrum Leids Universitair Medisch Centrum Afdeling Radiologie drs. Simon van Dullemen stralingsdeskundige Stralingsrisico s: reëel of gezocht? Japan/Fukushima (2011) Aardbeving + tsunami veroorzaakte meer dan

Nadere informatie

Productie van radionucliden

Productie van radionucliden Productie van radionucliden Cursus Stralingshygiëne, niveau 3, Nijmegen Mark van Mierlo, Productie van radionucliden, dia 1 Opbouw van de presentatie 1. Inleiding 2. Soorten radionucliden en gebruik 3.

Nadere informatie

Hfdst 3: Radiotherapie Prof. Van den Bogaert

Hfdst 3: Radiotherapie Prof. Van den Bogaert 1. Inleiding Hfdst 3: Radiotherapie Prof. Van den Bogaert Radiotherapie Oncologie: specialisme binnen de oncologie dat kanker behandelt met ioniserende straling soms RT alleen soms combi met hlk en/of

Nadere informatie

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE. foniserende STRALiNG EN HET BEROEPSRISICO

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE. foniserende STRALiNG EN HET BEROEPSRISICO NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE foniserende STRALiNG EN HET BEROEPSRISICO VEEL GESTELDE VRAGEN NVS-PUBLICATIE NR 6 (1985) NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE IONISERENDE STRALING

Nadere informatie

3 Het Foto Elektrisch Effect. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/51931

3 Het Foto Elektrisch Effect. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/51931 Auteur Its Academy Laatst gewijzigd Licentie Webadres 08 May 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/51931 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/94538 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Stralingshygiëne voor medisch specialisten. S. van Dullemen (red.)

Stralingshygiëne voor medisch specialisten. S. van Dullemen (red.) Stralingshygiëne voor medisch specialisten S. van Dullemen (red.) [2] Voorwoord Het cursusmateriaal voor de cursus stralingshygiëne voor medisch specialisten wordt vernieuwd. Dit project vanuit de groep

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 17. In dit deel staan de vragen waarbij de computer

Nadere informatie

Bijlage bij memo van wethouder J. Helms aan de commissie Economie en Mobiliteit ten behoeve van de vergadering van 22 maart 2011.

Bijlage bij memo van wethouder J. Helms aan de commissie Economie en Mobiliteit ten behoeve van de vergadering van 22 maart 2011. Zendmast Croy Bijlage bij memo van wethouder J. Helms aan de commissie Economie en Mobiliteit ten behoeve van de vergadering van 22 maart 2011. AANVULLENDE INFORMATIE A Eigenschappen en toepassingen van

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1630-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 24 augustus 2011 en de aanvullende informatie d.d. 7 november 2011 van Eindhoven Airport N.V., gelegen

Nadere informatie

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Meerkeuzevragen + bijbehorende antwoorden aansluitend op hoofdstuk 2 paragraaf 1 t/m 3, Kromlijnige bewegingen (Systematische Natuurkunde) Vraag 1 Bij een horizontale worp

Nadere informatie

Radioactiviteit. Een paar gegevens:

Radioactiviteit. Een paar gegevens: Radioactiviteit Een paar gegevens: 1 MeV = 1,6 10 13 J. In de stralingshygiëne kent men aan -straling een weegfactor 20 toe; aan - en -straling een weegfactor 1. Plutonium-238 zendt -stralen uit. De halveringstijd

Nadere informatie

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting. Paul Jonkergouw

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting. Paul Jonkergouw Subtitel (of naam of datum) Stralingsdeskundigheid itel van presentatie niveau 3 Inwendige besmetting Paul Jonkergouw inwendige besmetting deel 1: inwendige besmetting voor dummies deel 2: wet- en regelgeving

Nadere informatie

Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries

Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries Bestaand (les)materiaal Loran de Vries Database www.adrive.com Email: ldevries@amsterdams.com ww: Natuurkunde4life NiNa lesmateriaal Leerlingenboekje in Word Docentenhandleiding Antwoorden op de opgaven

Nadere informatie

Toestellen in de radiotherapie in een historische context

Toestellen in de radiotherapie in een historische context Toestellen in de radiotherapie in een historische context Wat is kanker? Inleiding Er zijn meer dan honderd soorten kanker die op verschillende plaatsen in het lichaam kunnen optreden. Elke soort wordt

Nadere informatie

Een röntgenfoto; is dat gevaarlijk?

Een röntgenfoto; is dat gevaarlijk? Een röntgenfoto; is dat gevaarlijk? Inleiding Deze folder informeert u over het nut en over de mogelijke nadelige effecten bij het maken van röntgenfoto's. Mocht u naar aanleiding van deze folder nog andere

Nadere informatie

Zelf een simpele ionisatiekamer bouwen

Zelf een simpele ionisatiekamer bouwen Zelf een simpele ionisatiekamer bouwen Simpele ionisatiekamer Een ionisatiekamer is een detector voor ioniserende straling, zoals alfa-, bèta- en gammastraling. Ten gevolge van ionisaties wordt de lucht

Nadere informatie

INVLOED VAN STRALING OP HET ORGANISME

INVLOED VAN STRALING OP HET ORGANISME - JI - Hoofdstuk VII INVLOED VAN STRALING OP HET ORGANISME Ter inleiding dient vermeld te worden, dat onderstaand gedeelte een korte, >;n door zijn beperktheid een onvolledige weergave is van datgene wat

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde

Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Inleiding In Nederland worden per jaar meer dan honderdduizend mensen verwezen voor een nucleair geneeskundig onderzoek of behandeling. Nucleair geneeskundig

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes ELEKRTOMAGNETISCH SPECTRUM Het elektromagnetische spectrum bevat de volgende frequenties, gerangschikt van uiterst lage tot ultrahoge frequentie: extreem lage frequenties laagfrequente golven radiogolven

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2 natuurkunde 1,2 Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 19 In dit deel staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie Behandelingen bij longkanker inclusief klinische studie immuuntherapie 1 Longkanker Longkanker is niet één ziekte: er bestaan meerdere vormen van longkanker. In deze brochure bespreken we de twee meest

Nadere informatie

PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN

PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN RUIMTEN BIJ HANDELINGEN MET IONISERENDE STRALING Inleiding In een aantal situaties is het nodig om de aandacht te vestigen op risico s van ioniserende

Nadere informatie

Syllabus Instellingsgebonden Regelgeving Stralingsbescherming Erasmus MC

Syllabus Instellingsgebonden Regelgeving Stralingsbescherming Erasmus MC Syllabus Instellingsgebonden Regelgeving Stralingsbescherming Erasmus MC 2011 Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Blz. I Voorwoord Het Erasmus MC beschikt voor het toepassen van bronnen van ioniserende

Nadere informatie

DETECTIE EN MEETMETHODEN

DETECTIE EN MEETMETHODEN SBD 9692 Technische Universiteit Eindhoven 98-11-05, niv. 5 A/B Centrum Stralingsbescherming en Dosimetrie Stralingsbeschermingsdienst DETECTIE EN MEETMETHODEN De werking van een groot deel van de stralingsmeetapparatuur

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1650-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 15 augustus 2011, aangevuld d.d. 4 november 2011, van het Diagnostisch Centrum Amsterdam B.V. te Amsterdam,

Nadere informatie

The Color of X-rays. Spectral Computed Tomography Using Energy Sensitive Pixel Detectors E.J. Schioppa

The Color of X-rays. Spectral Computed Tomography Using Energy Sensitive Pixel Detectors E.J. Schioppa The Color of X-rays. Spectral Computed Tomography Using Energy Sensitive Pixel Detectors E.J. Schioppa Samenvatting Het netvlies van het oog is niet gevoelig voor deze straling: het oog dat vlak voor het

Nadere informatie

Je weet dat hoe verder je van een lamp verwijderd bent hoe minder licht je ontvangt. Een

Je weet dat hoe verder je van een lamp verwijderd bent hoe minder licht je ontvangt. Een Inhoud Het heelal... 2 Sterren... 3 Herzsprung-Russel-diagram... 4 Het spectrum van sterren... 5 Opgave: Spectraallijnen van een ster... 5 Verschuiving van spectraallijnen... 6 Opgave: dopplerverschuiving...

Nadere informatie

1 Fotonen zijn de elementaire deeltjes (lichtdeeltjes) waaruit elektromagnetische straling is samengesteld.

1 Fotonen zijn de elementaire deeltjes (lichtdeeltjes) waaruit elektromagnetische straling is samengesteld. Fabel 1 Onderzoeken hebben uitgewezen dat mensen, die zeggen gevoelig te zijn voor RF straling, in het algemeen niet in staat zijn aan te geven wanneer zij wel of niet aan deze straling blootgesteld zijn.

Nadere informatie

Basisprincipe röntgen transmissie-opname schilderij

Basisprincipe röntgen transmissie-opname schilderij Basisprincipe röntgen transmissie-opname schilderij Arie van t Riet *) bezoek de website www.rontgenonderzoek.nl Inleiding Wat met zichtbaar licht niet mogelijk is lukt uitstekend met röntgenstraling.

Nadere informatie

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht Exact Periode 5 Niveau 3 Dictaat Licht 1 1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I Opgave 1 Eliica De Eliica (figuur 1) is een supersnelle figuur 1 elektrische auto. Hij heeft acht wielen en elk wiel wordt aangedreven door een elektromotor. In de accu s kan in totaal 55 kwh elektrische

Nadere informatie

Sterrenkunde Ruimte en tijd (3)

Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Zoals we in het vorige artikel konden lezen, concludeerde Hubble in 1929 tot de theorie van het uitdijende heelal. Dit uitdijen geschiedt met een snelheid die evenredig

Nadere informatie

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1.

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Elektrisch veld In de vacuüm gepompte beeldbuis van een TV staan twee evenwijdige vlakke metalen platen

Nadere informatie

Alfastraling bestaat uit positieve heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) met veel energie. Wordt gestopt door een blad papier.

Alfastraling bestaat uit positieve heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) met veel energie. Wordt gestopt door een blad papier. Alfa -, bèta - en gammastraling Al in 1899 onderscheidde Ernest Rutherford bij de uraniumstraling "minstens twee" soorten: één die makkelijk wordt geabsorbeerd, voor het gemak de 'alfastraling' genoemd,

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

Competenties en Beheer Niveau 3 Organisaties / gedragscode

Competenties en Beheer Niveau 3 Organisaties / gedragscode Competenties en Beheer Niveau 3 Organisaties / gedragscode Hielke Freerk Boersma Arbo- en Milieudienst / SBE 17 februari 2015 Cursus stralingsdeskundigheid Niveau 3-2015 2 Inhoud Vooraf: kerncompetenties

Nadere informatie

H3: Deeltjesversneller: LHC in CERN

H3: Deeltjesversneller: LHC in CERN H3: Deeltjesversneller: LHC in CERN CERN = Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire = Europese organisatie voor nucleair onderzoek CERN ligt op de grens tussen Frankrijk en Zwitserland, dicht bij Genève.

Nadere informatie

QUANTUMFYSICA FOTOSYNTHESE. Naam: Klas: Datum:

QUANTUMFYSICA FOTOSYNTHESE. Naam: Klas: Datum: FOTOSYNTHESE QUANTUMFYSICA FOTOSYNTHESE Naam: Klas: Datum: FOTOSYNTHESE FOTOSYNTHESE ANTENNECOMPLEXEN Ook in sommige biologische processen speelt quantummechanica een belangrijke rol. Een van die processen

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1517-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 16 augustus 2011 van Sencio B.V. te Nijmegen om een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 4, artikel 23,

Nadere informatie

PRAKTISCHE STRALINGS- DESKUNDIGHEID 4A. Voor Laboranten /MBB ers

PRAKTISCHE STRALINGS- DESKUNDIGHEID 4A. Voor Laboranten /MBB ers PRAKTISCHE STRALINGS- DESKUNDIGHEID 4A Voor Laboranten /MBB ers 5, 12, 19 en 26 maart 2015 2 en 9 april 2015 Toelichting In samenwerking met de Arbo- en Milieudienst van het Radboudumc, de afdelingen Radiologie

Nadere informatie

Technische Universiteit

Technische Universiteit SBD 9756a 98-0-28, niv 5 A/B REKENTECHNIEKEN Technische Universiteit Eindhoven Centrum Stralingsbescherming en Dosimetrie Stralingsbeschermingsdienst Inleiding Voor het uitvoeren van berekeningen in het

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven. " '"of) r.. I r. ',' t, J I i I.

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven.  'of) r.. I r. ',' t, J I i I. .o. EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWJS N 1979 ' Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE.,, Dit examen bestaat uit 4 opgaven ',", "t, ', ' " '"of) r.. r ',' t, J i.'" 'f 1 '.., o. 1 i Deze

Nadere informatie

Informatieblad cursus Stralingsbescherming deskundigheidsniveau 3M voor radiologen/radiotherapeuten

Informatieblad cursus Stralingsbescherming deskundigheidsniveau 3M voor radiologen/radiotherapeuten Informatieblad cursus Stralingsbescherming deskundigheidsniveau 3M voor radiologen/radiotherapeuten Versie: mei 2013 Doel van de cursus Vanwege regelgeving is het onderzoeken of behandelen van patiënten

Nadere informatie

Showlaser veiligheidsvoorschriften

Showlaser veiligheidsvoorschriften Showlaser veiligheidsvoorschriften www.rf-laser.nl Laser klassen: Lasers zijn ingedeeld in vier hoofdklassen waarbij het risico voor de gebruiker per klasse toeneemt. De meeste klassen zijn op basis van

Nadere informatie

Nucleaire Geneeskunde. Wat is Nucleaire Geneeskunde

Nucleaire Geneeskunde. Wat is Nucleaire Geneeskunde Afdeling: Onderwerp: Nucleaire Geneeskunde 1 Voorwoord In Nederland worden per jaar meer dan honderdduizend mensen verwezen voor een nucleair geneeskundig onderzoek of behandeling. Nucleair geneeskundig

Nadere informatie

Reactiesnelheid (aanvulling 8.1, 8.2 en 8.3)

Reactiesnelheid (aanvulling 8.1, 8.2 en 8.3) Reactiesnelheid (aanvulling 8.1, 8. en 8.3) Uit een aantal experimenten (zie 8.1 en 8.) bleek het volgende: De reactiesnelheid hangt af van: deeltjesgrootte concentratie temperatuur katalysatoren In 8.3

Nadere informatie

"Naar de kern van de materie" legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling.

Naar de kern van de materie legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling. Alles om ons heen is in zekere mate radioactief. Radioactiviteit is een volkomen natuurlijk verschijnsel. Zelfs ons lichaam is licht radioactief. De mens heeft het verschijnsel van de radioactiviteit dus

Nadere informatie

Vraagstuk: Afscherming versnellerruimte

Vraagstuk: Afscherming versnellerruimte Vraagstuk: Afscherming versnellerruimte Een onderzoeksinstituut beschikt over een 6 MV versneller. Hiermee worden elektronen versneld die vervolgens op een trefplaat remstralingsfotonen produceren. Met

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1

Examen HAVO. natuurkunde 1 natuurkunde 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei 13.30 16.30 uur 20 05 Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen; het examen bestaat uit 25 vragen. Voor elk

Nadere informatie

Cursusprogramma. van de Rijksuniversiteit Groningen. in samenwerking met de Hanzehogeschool

Cursusprogramma. van de Rijksuniversiteit Groningen. in samenwerking met de Hanzehogeschool Cursusprogramma Stralingsbescherming van de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met de Hanzehogeschool De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) organiseert al tientallen jaren cursussen stralingsbescherming.

Nadere informatie

Welkom op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Stage studenten eerste master arts Academisch jaar 2009-2010

Welkom op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Stage studenten eerste master arts Academisch jaar 2009-2010 Welkom op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Stage studenten eerste master arts Academisch jaar 2921 11/3/29 1 Inleiding Beste studenten, Geachte toekomstige collega s, Welkom op de afdeling nucleaire geneeskunde.

Nadere informatie

Universiteit Hasselt School of Expert Education Stralingsbescherming voor verpleegkundigen en paramedici Academiejaar

Universiteit Hasselt School of Expert Education Stralingsbescherming voor verpleegkundigen en paramedici Academiejaar Universiteit Hasselt School of Expert Education Stralingsbescherming voor verpleegkundigen en paramedici Academiejaar 2016-2017 PROGRAMMA Opleidingsonderdeel Omvang ECTS Fundamentele stralingsbescherming

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 28 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 28 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 1 vrijdag 28 mei 13.30-16.30 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen.

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2008/1364-15 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 16 juni 2008 van de Belastingdienst/Douane

Nadere informatie