Inhoud. 9 Onze missie en visie

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inhoud. 9 Onze missie en visie"

Transcriptie

1

2 Inhoud 7 Woord vooraf 9 Onze missie en visie Wij zetten ons in voor Wij bouwen mee aan een toekomst 11 Het WERKNEMERSstelsel in 2010 De verschillende actoren in cijfers Kraamgeld en adoptiepremie Leeftijdstoeslagen Kinderbijslag volgens de rang van het kind in het gezin Kinderbijslag volgens de gezinssituatie Kinderen met een aandoening Geplaatste kinderen Jaarlijkse bijslag (schoolpremie) 32 Het WERKNEMERSstelsel: EEN LANGE GESCHIEDENIS

3 35 DE RKW ALS BEHEERDER VAN HET WERKNEMERSSTELSEL De elektronische berichten en het Kadaster van de kinderbijslag: garantie dat elk gezin de maximale kinderbijslag krijgt waar het recht op heeft De Rijksdienst streeft samen met de kinderbijslagfondsen naar een steeds betere dienstverlening aan de gezinnen Individuele bijstand aan de gezinnen 53 QUO VADIS: De RKW, voortrekker van harmonisering en vereenvoudiging 57 De RKW als kinderbijslagfonds Een kinderbijslagfonds met een grote diversiteit aan gezinssituaties Gewaarborgde gezinsbijslag: een doeltreffend vangnet Het beheer van een kinderbijslagdossier: van onderzoek tot opvolging 69 Evolutie van de kinderbijslagbedragen in Het WERKNEMERSstelsel 71 HET FONDS VOOR COLLECTIEVE UITRUSTINGEN EN DIENSTEN (FCUD) Het FCUD zet zijn opdracht voort Het FCUD en zijn projecten Het FCUD in cijfers 77 DE RKW informeert en communiceert met... de gezinnen en de sociale sector de kinderbijslagfondsen... met de sector, de wetenschappelijke wereld en het beleid De weg naar kennis: van FamiDoc tot FamiPedia

4 95 HET GELD VAN HET WERKNEMERSSTELSEL IN 2010 De opdrachtenrekeningen De beheersrekeningen 103 HET BEHEER EN DE MEDEWERKERS: DE SLEUTEL TOT EEN KWALITEITSVOLLE DIENSTVERLENING Het Beheerscomité, het dagelijks beheer en de bestuursovereenkomst Tevreden medewerkers: het meest kostbare potentieel Een nieuwe RKW, met nieuwe uitdagingen en nieuwe opportuniteiten 117 Good public governance: jaarrapport van het Auditcomité Conceptualisering en operationalisering van de interne auditfunctie Het Auditcomité Evaluatie van de interne auditfunctie Single audit Toekomst van de interne auditfunctie 127 ONZE CONTACTGEGEVENS 129 ONZE PUBLICATIES 130 COLOFON

5

6 Woord vooraf Na 80 jaar bestaan vertoont de kinderbijslagregeling nog geen ouderdomsverschijnselen. Integendeel, al die jaren heeft de regeling getuigd van een opmerkelijk aanpassingsvermogen aan de maatschappelijke ontwikkelingen en aan de nieuwe behoeften die daaruit voortvloeiden, en dat dankzij de constructieve samenwerking van alle betrokken actoren. De kinderbijslagregeling doorstond ook de economische crisis, zonder dat de gezinnen daarbij negatieve gevolgen ondervonden voor hun kinderbijslag. De kinderbijslag kon zijn essentiële ondersteunende rol blijven spelen, in het bijzonder voor de minst draagkrachtige gezinnen. Dat de kinderbijslag zijn steentje bijdraagt in de strijd tegen de armoede, bleek tijdens de conferentie over kinderarmoede in Marche-en-Famenne op 2 en 3 september 2010, in het kader van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie en op aansturing van de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie. De Rijksdienst heeft het initiatief genomen om deel te nemen aan de conferentie om zo de rol te benadrukken van de sociale zekerheid, en de kinderbijslag in het bijzonder, in de strijd tegen kinderarmoede. Daarvoor realiseerde de Rijksdienst in samenwerking met het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) van de Universiteit Antwerpen, de Universiteit Luik en de FOD Sociale Zekerheid de studie "Kinderbijslag in de strijd tegen armoede in Europa". 7 Jaar na jaar focust de RKW zijn acties en strategieën meer en meer op de verbetering van de dienstverlening aan de gezinnen. In zijn derde bestuursovereenkomst, die inging op 1 januari 2010, stelde hij het dan ook als zijn belangrijkste strategische doelstelling om te waarborgen dat elk gezin stipt het maximale bedrag aan kinderbijslag krijgt waar het recht op heeft. Het gezin moet daarbij zelf zo weinig mogelijk stappen ondernemen. Daarnaast heeft de Rijksdienst zich ertoe verbonden zijn uitstekende werkprocessen, die hun doeltreffendheid al bewezen hebben in de werknemersregeling, uit te breiden naar de dossiers uit de overheidssector die hij overgenomen heeft.

7 Tot slot heeft de RKW, binnen het bestek van de bestuursovereenkomst en via het project Quo Vadis, kinderbijslag?, een globale reflectie aangevat over de verschillende kinderbijslagregelingen en zal hij voorstellen doen om hun werking te harmoniseren en de toekenningsvoorwaarden te vereenvoudigen. Om zijn verbintenissen te realiseren en zijn hoogstaande doelstellingen te bereiken, moet de Rijksdienst zichzelf voortdurend in vraag stellen en verbeteren. Daarvoor heeft hij de juiste instrumenten nodig. Een van die instrumenten is de interne auditfunctie. Dankzij die functie kunnen interne en externe risico s beter beheerd worden, zodat de werking van de instelling geoptimaliseerd wordt en haar legitimiteit en integriteit versterkt. Dit jaar heeft de RKW - een voorloper op het vlak van interne audit - de eerste stappen gezet om de interne auditfunctie, die gerealiseerd werd door externe experts, te integreren binnen de instelling. In zijn verslag van oktober 2010 over de invoering van een interne auditfunctie bij de OISZ, heeft het Rekenhof de Rijksdienst trouwens verschillende keren aangehaald als good practice voor de andere instellingen. Rest nog de aanwerving van de noodzakelijke medewerkers en hun interne opleiding. Hoewel in 2010 op dat vlak een verbetering kon worden vastgesteld en de nieuwe medewerkers stuk voor stuk een aangepaste vorming kregen, kon het sinds vele jaren opgestapelde personeelstekort nog niet worden weggewerkt. 8 Anne Ottevaere adjunct-administrateur-generaal Johan Verstraeten administrateur-generaal

8 Onze missie en visie Wij zetten ons in voor yeen efficiënt beheer van de kinderbijslagregeling voor werknemers, zodat elk gezin de kinderbijslag krijgt waar het recht op heeft. De RKW stuurt daarvoor de werking aan van 16 kinderbijslagfondsen. Die hebben als taak jaarlijks zo n 4 miljard EUR kinderbijslag te betalen aan meer dan 1,1 miljoen gezinnen. yde ontwikkeling en optimale toepassing van elektronische gegevensstromen voor het globale stelsel. Dankzij die elektronische gegevens kan het recht op kinderbijslag automatisch onderzocht worden en dienen de gezinnen zelf zo weinig mogelijk informatie te verstrekken. yeen stipte, correcte en continue uitbetaling van gezinsbijslagen aan meer dan gezinnen, voor een bedrag van ruim 1 miljard EUR per jaar. yde sociaal kwetsbare gezinnen in onze samenleving. De Rijksdienst is als enige instelling bevoegd voor de gewaarborgde gezinsbijslag, het ultieme vangnet voor kansarme gezinnen die in geen ander stelsel recht hebben op gezinsbijslag. yeen actieve ondersteuning van het gezinsbeleid van de regering. Het toezicht dat de Rijksdienst uitoefent op de goede werking van de kinderbijslagregeling, maakt het mogelijk de effectieve sociale draagwijdte te meten van de uitgewerkte maatregelen. Op basis daarvan neemt de Rijksdienst doeltreffende initiatieven voor bijsturingen van de regelgeving. Daarnaast werkt hij mee aan het ontwerpen van wetten en koninklijke besluiten, waarvan de RKW ook de financiële impact raamt. yeen proactief informatie- en communicatiebeleid op maat van de gezinnen. yde subsidiëring van zo n 367 kinderopvangprojecten op meer dan locaties via het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten. 9

9 Wij bouwen mee aan een toekomst yywaarin het recht op kinderbijslag voor elk gezin proactief onderzocht wordt op basis van de gegevens beschikbaar via de elektronische gegevensstromen. yywaarin de gezinnen van het begin tot het einde maximaal bijgestaan worden in de uitoefening van hun recht op gezinsbijslag. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar de meest kwetsbare gezinnen, met veelal jonge kinderen, die een bijzonder belang hebben bij de kinderbijslag om hun gezinsbudget in evenwicht te houden. yywaarin de gezinnen de complexe kinderbijslagregelgeving vertaald zien in een performante, klantvriendelijke en kwaliteitsvolle dienstverlening. yywaarin de gezinnen spontaan geïnformeerd worden over de kinderbijslagregelgeving in een heldere, toegankelijke taal. 10

10 Het WERKNEMERSstelsel in Alle bedragen in dit hoofdstuk volgen de spilindex 112,72 van kracht op 1 september 2010.

11

12 De verschillende actoren in cijfers Het kinderbijslagstelsel voor werknemers kent verschillende actoren: de aangesloten werkgever: werkgevers zijn verplicht zich aan te sluiten bij een kinderbijslagfonds voor hun werknemers; de rechthebbende: de persoon die het recht opent op basis van zijn werk of gelijkgestelde situatie (werkloosheid, invaliditeit, pensioen, ); de bijslagtrekkende: de persoon aan wie de kinderbijslag betaald wordt, meestal de moeder of de persoon die het kind opvoedt; het rechtgevend kind: het kind voor wie kinderbijslag betaald wordt. De RKW verzamelt bij de kinderbijslagfondsen jaarlijks de relevante statistische gegevens over de gezinnen aan wie zij gezinsbijslag betalen. 13 De actoren in het kinderbijslagstelsel voor werknemers Op 31 december Tendens Tendens Aangesloten werkgevers ,47 % + 3,70 % Rechthebbenden ,21 % + 5,80 % Bijslagtrekkenden ,29 % + 6,45 % Rechtgevende kinderen ,12 % + 5,34 %

13 Net zoals de voorbije jaren nam ook in 2010 het aantal gezinnen en het aantal kinderen met recht op kinderbijslag toe in het werknemersstelsel. Ook het aantal aangesloten werkgevers steeg opnieuw in Het stelsel voor werknemers betaalt kinderbijslag voor bijna 2 miljoen kinderen in 1,1 miljoen gezinnen. Dat is ongeveer 74 % van alle gezinnen met kinderen met recht op kinderbijslag. Evolutie Evolutie Rechthebbenden ,53 % Bijslagtrekkenden ,99 % Rechtgevende kinderen ,15 % Totaal van de actoren ,67 % Belgische bevolking * + 132,86 % Aandeel 21,10 % 39,02 % % * Toestand op 1 januari 2010 (Bron: ADSEI). Het aantal gezinnen en het aantal kinderen dat recht geeft op kinderbijslag in het werknemersstelsel is meer dan verdubbeld sinds Die evolutie kan verklaard worden door de opeenvolgende uitbreidingen van de toekenningsvoorwaarden, zowel voor de rechthebbenden (recht voor categorieën van nietactieve werknemers: werklozen, invaliden, gepensioneerden, ) als voor de rechtgevende kinderen zelf (optrekking leeftijdsgrens, ). In 1931 bereikte de kinderbijslagregeling voor werknemers 2 Belgen op 10, in 2010 is dat bijna 4 op

14 Aantal rechtgevende kinderen in het kinderbijslagstelsel voor werknemers ( ) In de beginjaren van de regeling steeg het aantal rechtgevende kinderen jaar na jaar. Met de Tweede Wereldoorlog kwam een einde aan die stijging. In 1944 bereikte het aantal rechtgevende kinderen in de kinderbijslagregeling voor werknemers een historisch dieptepunt: kinderen. Vanaf 1945 nam het aantal kinderen opnieuw toe tot het begin van de jaren 70. De jaren 70 en 80 werden gekenmerkt door een daling van het aantal rechtgevende kinderen. Sinds het begin van de jaren 90 neemt het aantal kinderen binnen de werknemersregeling opnieuw toe.

15 Kraamgeld en adoptiepremie Kraamgeld Het kraamgeld is een eenmalige premie die uitbetaald wordt bij de geboorte. Voor een eerste kind en voor meerlingen is het bedrag hoger. Bedragen kraamgeld Eerste kind Vanaf het tweede kind Elk kind uit een meerlingenzwangerschap 1.152,57 EUR 867,17 EUR 1.152,57 EUR Aantal uitbetalingen kraamgeld 16 Op 31 december Tendens Tendens Eerste geboorte ,11 % + 6,74 % Tweede en volgende geboortes ,37 % + 9,56 % Totaal ,10 % + 8,12 % In 2010 werd kraamgeld betaald voor kinderen, wat een toename is van 1,10 % tegenover In meer dan de helft van de gevallen ging het om een eerste kind. Toch is dat aantal in vergelijking met 2009 licht gedaald ten voordele van de tweede en volgende geboortes.

16 Evolutie Geboortes in het kinderbijslagstelsel voor werknemers ( )

17 Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot 1964 ging het aantal geboortes globaal in stijgende lijn. Dit was enerzijds het gevolg van de demografische tendens in België (de zogenaamde babyboom) en anderzijds van de wettelijke uitbreiding van het stelsel. In 1964 werd kraamgeld betaald voor geboortes, dit is het hoogste aantal tot nog toe. Tussen 1964 ( geboortes) en 1984 was de situatie omgekeerd: er was een daling van de geboortes met 24,3 %. Het laagste niveau werd bereikt in 1984 met geboortes. Daarna steeg het aantal geboortes opnieuw tot ongeveer geboortes in het begin van de jaren 90. Op het einde van de jaren 90 was het aantal opnieuw gezakt naar ongeveer Sindsdien is hun aantal opnieuw gestaag toegenomen en zijn er opnieuw meer dan geboortes per jaar in het kinderbijslagstelsel voor werknemers. Aantal uitbetalingen van kraamgeld 18 Op 31 december Evolutie Eerste geboorte ,06 % Tweede en volgende geboortes ,11 % Totaal ,76 % In vergelijking met 1946 is het aantal kraamuitkeringen gestegen met 17,76 %. Opmerkelijk is echter de sterke toename van het aantal eerste geboortes (+ 35,06 %).

18 Adoptiepremie Ook bij de adoptie van een kind wordt een premie uitbetaald. Het bedrag van de adoptiepremie is gelijk aan het kraamgeld voor een eerste kind. Aantal uitbetaalde adoptiepremies Tendens Tendens ,80 % - 29,49 % In 2010 werden 373 adoptiepremies uitgekeerd. Dat zijn er 27 meer dan in 2009, een toename met 7,80 %. Sinds 2005 is het aantal adoptiepremies echter met meer dan een kwart gedaald. Die daling is wellicht voor een deel te wijten aan de verstrenging van de wetgeving 2. Daardoor werden adoptieprocedures langer en moeilijker en is vrije adoptie niet meer mogelijk. Ook het feit dat steeds minder adoptiekinderen beschikbaar zijn, kan een verklaring voor de daling zijn Wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.

19 Leeftijdstoeslagen Kinderen krijgen een leeftijdsbijslag bovenop de kinderbijslag vanaf de leeftijd van 6 jaar. Die leeftijdsbijslag stijgt als het kind 12 en 18 jaar wordt. De bedragen van de leeftijdstoeslag 3 verschillen volgens de rang van het kind, naargelang het gezin enkel de basiskinderbijslag krijgt of ook nog een toeslag, verhoogde wezenbijslag of gewaarborgde gezinsbijslag, en naargelang de geboortedatum van het kind 4. Een rechtgevend kind heeft onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het jaar waarin het 18 wordt. Onder bepaalde voorwaarden kan het ook daarna nog kinderbijslag krijgen tot 25 jaar 5, bijvoorbeeld als het verder studeert of ingeschreven is als werkzoekende. Rechtgevende kinderen volgens leeftijd Leeftijd van het kind Op 31 december 2008 Op 31 december 2009 Op 31 december 2010 Aantallen % Aantallen % Aantallen % 0-5 jaar ,74 % ,90 % ,04 % jaar ,30 % ,95 % ,85 % jaar ,64 % ,11 % ,64 % jaar ,46 % ,21 % ,67 % + 25 jaar ,86 % ,83 % ,79 % Totaal ,00 % ,00 % ,00 % Net zoals de voorbije jaren steeg het aandeel kinderen van 0 tot 5 jaar ( ) en van 18 tot 24 jaar ( ). Het aandeel van de overige groepen daalde. 3 De exacte bedragen van de leeftijdstoeslagen vindt u op rubriek Bedragen. 4 Een aantal kinderen zitten nog in de overgangsregeling na de invoering in 1997 van de gehalveerde leeftijdsbijslagen voor kinderen van 1ste rang in de gewone schaal. 5 Personen met een handicap geboren vóór 1 juli 1966 kunnen verder kinderbijslag krijgen na hun 25ste.

20 Evolutie Rechtgevende kinderen volgens leeftijd Leeftijd van het kind Op 31 december 1965 Op 31 december 2010 Aantallen % Aantallen % 0-5 jaar ,14 % ,04 % 6-11 jaar ,83 % ,85 % jaar ,70 % ,64 % jaar ,94 % ,67 % + 25 jaar ,39 % ,79 % Totaal ,00 % ,00 % De leeftijdsstructuur van de rechtgevende kinderen van het stelsel is doorheen de jaren gewijzigd. De grootste wijzigingen gebeurden tussen 1965 en Dat was voornamelijk het gevolg van de leeftijdsgrens die opgeschoven werd en van het feit dat kinderen langer school bleven lopen. De groep 18- tot 24-jarigen kende de grootste stijging: hun aantal is meer dan verviervoudigd. 21

21 Kinderbijslag volgens de rang van het kind in het gezin Het bedrag van de kinderbijslag hangt af van de rang van het kind in het gezin. De kinderbijslag stijgt tot en met het derde kind. Bedragen basiskinderbijslag Bedrag per maand Eerste kind Tweede kind Vanaf het derde kind 85,07 EUR 157,41 EUR 235,03 EUR Rechtgevende kinderen volgens rang Rang van het kind Op 31 december 2008 Op 31 december 2009 Op 31 december Aantallen % Aantallen % Aantallen % Eerste kind ,84 % ,94 % ,98 % Tweede kind ,56 % ,52 % ,52 % Derde kind ,21 % ,15 % ,14 % Vierde kind ,42 % ,43 % ,42 % Vijfde kind en volgende ,97 % ,96 % ,95 % Totaal ,00 % ,00 % ,00 % In 2010 hadden de gezinnen van het werknemersstelsel gemiddeld 1,73 kinderen per gezin. Bijna 57 % van alle rechtgevende kinderen waren eerste of enige kinderen, iets meer dan 30 % waren kinderen van rang twee. Die cijfers liggen in de lijn van de voorbije jaren.

22 Evolutie Bijslagtrekkende gezinnen volgens het aantal kinderen Gezinnen met Op 31 december 1932 Op 31 december 2010 Aantallen % Aantallen % 1 kind ,41 % ,09 % 2 kinderen ,50 % ,50 % 3 kinderen ,40 % ,49 % 4 kinderen ,70 % ,92 % 5 kinderen en meer ,99 % ,00 % Totaal ,00 % ,00 % In de beginperiode van het stelsel voor werknemers had een gezin gemiddeld 1,75 rechtgevende kinderen. Dat is niet veel hoger dan vandaag (1,73). Daarnaast was het aantal gezinnen met slechts één kind hoger dan vandaag en waren de gezinnen met twee of drie kinderen minder talrijk dan nu het geval is. Deze cijfers weerspiegelen echter niet de werkelijke gezinsgrootte in die periode. Dat komt omdat in het begin maar voor een relatief beperkt aantal kinderen kinderbijslag betaald werd. De leeftijdsgrens lag namelijk op 14 jaar. Het is maar geleidelijk aan, naarmate de leeftijdsgrens ging opschuiven (onvoorwaardelijk tot 16 jaar in 1969 en tot 18 jaar in 1996), dat de statistieken van de kinderbijslagregeling een beeld gaven van de werkelijke gezinssituaties. Als gevolg van het stijgende geboortecijfer tijdens de babyboom, bereikte de gemiddelde gezinsgrootte zijn maximum in de jaren 60 (2,05 kinderen in 1965). Nadien nam de gezinsgrootte geleidelijk af tot het huidige niveau. 23

23 Kinderbijslag volgens de gezinssituatie Rechtgevende kinderen volgens schaal 6 Gezinssituatie 31 december december 2010 Aantallen % Aantallen % Gewone schaal Arbeidsprestaties ,65 % ,48 % Geen arbeidsprestaties ,59 % ,36 % Totaal gewone schaal ,24 % ,84 % Verhoogde schalen Werklozen en gepensioneerden (art. 42bis) ,07 % ,18 % Invaliden (art. 50ter) ,06 % ,35 % 24 Wezen (art. 50bis) ,64 % ,63 % Totaal verhoogde schaal ,76 % ,16 % Totaal ,00 % ,00 % Sociale toeslag voor kinderen van langdurig werklozen, gepensioneerden of invaliden Wie langer dan zes maanden werkloos 7, gepensioneerd of invalide is, kan recht hebben op een sociale toeslag bij de kinderbijslag, als het gezinsinkomen een bepaalde grens niet overschrijdt. 6 De gezinnen met recht op de eenoudertoeslag zijn verdeeld over de verschillende categorieën. 7 Bruggepensioneerden worden beschouwd als langdurig werklozen.

24 Wie opnieuw aan het werk gaat na langdurige werkloosheid of ziekte, kan de toeslag nog maximaal twee jaar behouden, op voorwaarde dat het gezinsinkomen een bepaalde grens niet overschrijdt. 8 Het bedrag van de toeslag varieert volgens de rang van het kind in het gezin. Voor invaliden ligt het bedrag voor het eerste kind hoger. Het bedrag vanaf het derde kind verschilt naargelang het al dan niet om een eenoudergezin gaat. Bedragen sociale toeslag voor langdurig werklozen of gepensioneerden en invaliden Bedragen per maand Langdurig werklozen/ gepensioneerden Invaliden Eerste kind 43,31 EUR 93,18 EUR Tweede kind 26,85 EUR 26,85 EUR Vanaf het derde kind 4,71 EUR 4,71 EUR Vanaf het derde kind in een eenoudergezin 21,65 EUR 21,65 EUR In 2010 kregen kinderen van langdurig werklozen en (brug)gepensioneerden en kinderen van invaliden een sociale toeslag. Voor beide groepen is er een toename tegenover Bijna 15 % van alle rechtgevende kinderen binnen het werknemersstelsel kregen een sociale toeslag in Verhoogde wezenbijslag Kinderen die één of beide ouders verloren hebben, kunnen verhoogde wezenbijslag krijgen. Die bedraagt 326,82 EUR per maand, ongeacht de rang van het kind. Wanneer de overlevende ouder hertrouwt of een nieuw gezin vormt, wordt opnieuw de gewone kinderbijslag betaald. In 2010 ontvingen weeskinderen de verhoogde wezenbijslag, dat is 1,63 % van het totale aantal rechtgevende kinderen binnen de werknemersregeling Dat geldt ook als de toeslag in het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag betaald werd.

25 Toeslag voor kinderen in eenoudergezinnen Sinds 1 mei 2007 kunnen alleenstaande ouders die geen sociale toeslag ontvangen, een toeslag op de kinderbijslag krijgen, als het inkomen van de alleenstaande ouder een bepaalde grens niet overschrijdt. Het bedrag varieert volgens de rang van het kind in het gezin. Voor kinderen van eerste of tweede rang is het bedrag gelijk aan dat van de sociale toeslag voor langdurig werklozen en gepensioneerden. Bedragen eenoudertoeslag Eerste kind Tweede kind Bedrag per maand 43,31 EUR 26,85 EUR Aantal kinderen in een eenoudergezin met recht op een toeslag Verschil Verschil Gezinnen ,85 % + 42,97 % Kinderen ,72 % + 38,15 % In 2010 ontvingen eenoudergezinnen de toeslag voor kinderen. Tegenover 2007, het jaar dat de toeslag ingevoerd werd, is dat een toename van gezinnen (+ 42,97 %) en kinderen (+ 38,15 %). Evolutie In de beginjaren van de regeling werd enkel voor kinderen van actieve werknemers en gepensioneerden kinderbijslag toegekend. In de loop van de jaren werd de regeling uitgebreid en konden ook niet-actieve werknemers onder meer invaliden (1945) en werklozen (1968) een recht op kinderbijslag openen voor hun kinderen. Het aandeel van de niet-actieve werknemers werd door de jaren heen steeds belangrijker en bedroeg in ,52 %. 26 Vanaf het derde kind 21,65 EUR

26 Kinderen met een aandoening Kinderen met een aandoening kunnen een toeslag op de kinderbijslag krijgen tot hun 21ste. De handicap of aandoening moet vastgesteld zijn door de medische dienst van de FOD Sociale Zekerheid. Vóór 1 mei 2009 vielen kinderen geboren vóór 1 januari 1993 nog onder een oud evaluatiesysteem waarin ze pas recht hadden op de toeslag als ze minstens 66 % lichamelijk of geestelijk gehandicapt waren. Vanaf 1 mei 2009 vallen alle nieuwe aanvragen en herzieningsaanvragen echter automatisch onder het nieuwe evaluatiesysteem dat geïntroduceerd werd in 2003 en waarin niet alleen de ernst van de aandoening, maar ook de gevolgen ervan worden geëvalueerd aan de hand van 3 pijlers, waardoor meer kinderen met een aandoening in aanmerking komen voor de toeslag: 27 ypijler 1: de lichamelijke en geestelijke aandoening van het kind; ypijler 2: de gevolgen van de aandoening op de deelname van het kind aan het dagelijkse leven (mobiliteit, leervermogen, lichaamsverzorging, ); ypijler 3: de gevolgen van de aandoening voor het gezin (medische behandeling, noodzakelijke verplaatsingen, aanpassing leefomgeving, ). De beoordeling gebeurt op basis van punten voor iedere pijler. Het kind heeft recht op een toeslag als het minstens 4 punten behaalt in pijler 1 of minstens 6 punten in de 3 pijlers samen.

27 Bedragen toeslag voor kinderen met een aandoening Gevolgen van de ernst van de aandoening Minstens 4 punten in de 1ste pijler en minder dan 6 punten in de 3 pijlers Bedrag per maand 74,60 EUR 6-8 punten voor de drie pijlers en minder dan 4 punten in de 1ste pijler 99,36 EUR 6-8 punten voor de drie pijlers en minstens 4 punten in de 1ste pijler 382,73 EUR 9-11 punten voor de drie pijlers en minder dan 4 punten in de 1ste pijler 231,86 EUR 9-11 punten voor de drie pijlers en minstens 4 punten in de 1ste pijler 382,73 EUR punten voor de drie pijlers 382,73 EUR punten voor de drie pijlers 435,19 EUR punten voor de drie pijlers 466,28 EUR + 20 punten voor de drie pijlers 497,36 EUR 28 Aantal kinderen met een handicap of aandoening met recht op een toeslag Op 31 december Oud systeem Nieuw systeem Tendens Tendens Totaal

28 Op 31 december 2010 kregen kinderen met een aandoening een toeslag in één van beide systemen. Dit is een stijging met kinderen (+ 9,87 %) in vergelijking met Sinds de invoering van het nieuwe systeem in 2003, gaat het om een toename van kinderen (+ 62,43 %). Sinds 1 januari 2010 kunnen kinderen met een aandoening een winstgevende activiteit uitoefenen mét behoud van hun toeslag, op voorwaarde dat de algemene voorwaarden vervuld zijn. Zo worden kinderen met een handicap gelijkgeschakeld met studenten. Evolutie De toeslag voor kinderen met een lichamelijke of geestelijke handicap werd ingevoerd in Het bedrag van de toeslag was voor alle kinderen tot 25 jaar hetzelfde, ongeacht de handicap, die minstens 66 % moest bedragen. In 1991 werd het begrip zelfredzaamheid van het kind ingevoerd en werden 3 verschillende bedragen toegekend naargelang de graad van zelfredzaamheid van het kind. In 2003 werd een totaal nieuw evaluatiesysteem van kracht, waarbij niet alleen de ernst van de aandoening maar ook de gevolgen ervan worden beoordeeld. In een eerste fase was het nieuwe systeem enkel van toepassing op kinderen geboren na 1 januari Op 1 januari 2007 werd het nieuwe systeem uitgebreid naar kinderen geboren vanaf 1 januari 1993 en op 1 mei 2009 ook naar kinderen geboren vóór 1 januari Bij de invoering in 1964 ontvingen rechtgevende kinderen de toeslag. In de jaren die volgden, steeg hun aantal spectaculair, met een historisch hoogtepunt van kinderen in De volgende decennia werden gekenmerkt door een daling, ook door de beperking van de toeslag voor kinderen tot 21 jaar. Sinds de invoering van het nieuwe evaluatiesysteem neemt het aantal kinderen met een aandoening met recht op een toeslag opnieuw jaar na jaar toe. 29

29 Geplaatste kinderen Als een rechtgevend kind in een instelling verblijft, wordt 2/3 van de kinderbijslag betaald aan de instelling. De persoon die het kind opvoedde vóór de plaatsing krijgt het resterende 1/3, op voorwaarde dat die een hechte band met het kind onderhoudt. Anders wordt het bedrag gestort op een geblokkeerde spaarrekening op naam van het kind. De kinderbijslag voor een kind dat geplaatst wordt in een opvanggezin 9, gaat naar dat gezin. De persoon die de kinderbijslag ontving vóór de plaatsing, krijgt maandelijks een forfaitair bedrag (57,08 EUR), als die nauw contact blijft houden met het kind. Aantal geplaatste kinderen Op 31 december Tendens Tendens Instelling ,14 % + 11,85 % Opvanggezin ,75 % + 22,95 % 30 Totaal ,24 % + 13,58 % In 2010 verbleven rechtgevende kinderen in een instelling of een opvanggezin. Dat is een minieme stijging tegenover 2009 (+ 0,24 %). 9 Het gaat hier enkel om de kinderen geplaatst in een opvanggezin van wie de bijslagtrekkende die het kind opvoedde vóór de plaatsing een forfaitaire bijslag krijgt.

30 Jaarlijkse bijslag (schoolpremie) In 2006 werd bij wijze van financiële ruggensteun bij de start van het nieuwe schooljaar een schoolpremie (jaarlijkse bijslag) voor het eerst toegekend voor alle leerplichtige kinderen van 6 tot en met 17 jaar. In 2008 werd de bijslag uitgebreid naar de jongeren van 18 tot en met 24 jaar die nog recht hebben op kinderbijslag. In 2009 kwamen daar ook de kinderen van 0 tot en met 5 jaar bij. De jaarlijkse bijslag komt bovenop de kinderbijslag voor juli en wordt (apart) betaald in augustus. Bedragen jaarlijkse bijslag 10 Leeftijd Bedrag 31 0 tot en met 5 jaar 25,50 EUR 6 tot en met 11 jaar 54,12 EUR 12 tot en met 17 jaar 75,77 EUR 18 tot en met 24 jaar 51,00 EUR 10 Bedragen geldig voor de maand juli 2010, volgens de spilindex 110,51.

31 1915 kinderbijslag voor mijnwerkers 1919 kinderbijslag voor staatsambtenaren 4 augustus 1930 kinderbijslagwet: kinderbijslag voor elk kind van werknemersgezinnen ¾b 14 jaar (18 jaar voor studenten) 1922 eerste kinderbijslagfondsen 1942 invoering kraamgeld 1936 kinderbijslag voor werknemers met arbeidsongeval of beroepsziekte HET WERKNEMERSSTELSEL: EEN LANGE GESCHIEDENIS 1947 kinderbijslag voor invalide werknemers 1946 kinderbijslag voor alle wezen toeslag voor kinderen met een handicap - kinderbijslag voor studenten tot 25 jaar 1951 kinderbijslag voor studenten tot 21 jaar

32 1984 toeslag voor kinderen van langdurig werklozen en gepensioneerden 1989 invoering vaste betaaldatum 1996 kinderbijslag tot 18 jaar voor alle kinderen 2003 nieuw evaluatiesysteem kinderen met een aandoening 2006 invoering schoolpremie 2007 toeslag voor eenoudergezinnen 1968 kinderbijslag voor werklozen 1969 kinderbijslag tot 16 jaar voor alle kinderen 1971 invoering gewaarborgde gezinsbijslag

33

34 DE RKW ALS BEHEERDER VAN HET WERKNEMERSSTELSEL

35

36 Als beheerder van het kinderbijslagstelsel voor werknemers, draagt de RKW er zorg voor dat elk gezin tijdig, regelmatig en exact de gezinsbijslag krijgt waar het recht op heeft, zonder langdurige en complexe administratieve procedures. Met de uitbouw van de elektronische gegevensuitwisseling binnen het Kadaster van de kinderbijslag tracht de Rijksdienst een sluitend en efficiënt systeem te creëren voor het dossierbeheer. Zo kunnen de gezinnen ongeacht hun situatie hun recht op kinderbijslag maximaal uitoefenen, zonder langdurige en complexe administratieve formaliteiten. Zo beheerde de RKW in 2010 meer dan 38,3 miljoen elektronische berichten met identificatie- en socio-professionele gegevens van de actoren die het recht op kinderbijslag (kunnen) beïnvloeden. Daarnaast moedigt de Rijksdienst de kinderbijslagfondsen aan hun dienstverlening steeds te verbeteren en staat hij ook zelf de gezinnen bij in de uitoefening van hun rechten via de controleurs aan huis, de Frontdesk en de dienst Bemiddeling. De elektronische berichten en het Kadaster van de kinderbijslag: garantie dat elk gezin de maximale kinderbijslag krijgt waar het recht op heeft Om het recht op en het bedrag van de gezinsbijslag te bepalen, moeten de kinderbijslagfondsen beschikken over betrouwbare identificatie- en socio-professionele gegevens van alle actoren die het recht op kinderbijslag (kunnen) beïnvloeden. De Rijksdienst definieert, organiseert, controleert en staat in voor het beheer en de veilige uitwisseling van die gegevens via elektronische weg. 37

37 In 2010 beheerde de Rijksdienst meer dan 38,3 miljoen elektronische berichten over de actoren die het recht op kinderbijslag (kunnen) beïnvloeden. Hij stuurde ze automatisch door naar de bevoegde kinderbijslagfondsen via distributie- en consultatiestromen. Zo verdeelde de Rijksdienst meer dan 29 miljoen elektronische berichten (+ 1,5 miljoen ten opzichte van 2009) afkomstig uit authentieke bronnen (= distributiestromen), zoals het Rijksregister, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Verdeelde berichten in 2010 ELEKTRONISCHE BERICHTEN AANTAL DMFA-attesten RIP-attesten Attesten (tijdelijke) werkloosheid Berichten van het Rijksregister en de Kruispuntbank Attesten ziekte-invaliditeit Attesten schoolinschrijvingen Multifunctionele attesten van de OCMW s Attesten inschrijving als werkzoekende Attesten arbeidsongevallen Attesten begin of einde zelfstandige activiteit Attesten kinderen getroffen door een aandoening Attesten tijdskrediet Attesten einde wachttijd als werkzoekende Attesten beroepsziekten TOTAAL In 2010 versterkten de betrokken partijen (de Vlaamse Gemeenschap, de KSZ, de RKW en de RSVZ) de controleprocedures voor de distributieflux van de gegevens over de schoolinschrijvingen binnen de Vlaamse Gemeenschap. De Rijksdienst volgde ook van nabij de distributiestroom met gegevens over kinderen met een aandoening op, zodat de kinderbijslagfondsen de toeslag op de kinderbijslag snel en efficiënt kunnen toekennen aan de betrokken gezinnen. Naast de distributiestromen zijn er de consultatiestromen, waardoor de fondsen de gegevens rechtstreeks kunnen raadplegen aan hun authentieke bron. In 2010 beheerde de Rijksdienst 8,7 miljoen van die berichten, bijna 1,2 miljoen meer dan in

38 Geraadpleegde berichten in 2010 ELEKTRONISCHE BERICHTEN AANTAL Berichten van het Rijksregister en de Kruispuntbank RIP-attesten Attesten werkloosheid (ook tijdelijke werkloosheid) Attesten RSZ Attesten begin of einde zelfstandige activiteit Multifunctionele attesten van de OCMW s Attesten tijdskrediet Attesten beroepsziekten TOTAAL Kadaster van de kinderbijslag Het Kadaster van de kinderbijslag, dat beheerd wordt door de Rijksdienst, stuurt de elektronische berichten naar de bevoegde kinderbijslaginstelling. Het fungeert dus als instrument van administratieve vereenvoudiging: de gegevens nodig voor het beheer en de behandeling van een kinderbijslagdossier kunnen rechtstreeks bij hun authentieke bron opgehaald worden, zodat het aantal formulieren binnen het stelsel maximaal beperkt kan worden en de gezinnen zelf zo min mogelijk bevraagd moeten worden. Daarnaast is het Kadaster zelf een repertorium van kinderbijslagdossiergegevens. Op 31 december 2010 waren in het Kadaster actoren opgenomen van het werknemersstelsel en de overheidssector: rechthebbenden, bijslagtrekkenden, rechtgevende kinderen en actoren die het recht op gezinsbijslag kunnen beïnvloeden. De RKW staat garant voor de beschikbaarheid van het Kadaster en de verwerkingstermijn van de berichten. Uit de controles op de verwerkingstermijn van de berichten blijkt dat de normen van de Service Level Agreement (SLA) die de RKW afsloot met de private en de openbare instellingen, vlot gehaald werden in Het Kadaster van de kinderbijslag is niet enkel onmisbaar voor de kinderbijslagfondsen om het volledige, potentiële recht op en het exacte bedrag van de kinderbijslag te bepalen. Het is ook een essentieel preventief middel in de strijd tegen de sociale fraude: het is immers onmogelijk om voor eenzelfde kind overlappende betalingsperiodes in te voeren, waardoor dubbele betalingen uitgesloten worden binnen de werknemersregeling en het overheidsstelsel. 39

39 In 2010 heeft de RKW zijn kennis en ervaring ter beschikking gesteld van de RSVZ voor de ontwikkeling van een kadaster van de kinderbijslag voor de zelfstandigen. Zo wordt de interpretatie en het gebruik van de gegevens in beide kadasters maximaal geharmoniseerd. De Rijksdienst waakt over de integriteit, de geldigheid en de betrouwbaarheid van de gegevens in het Kadaster. DE RIJKSDIENST STREEFT SAMEN MET DE KINDER- BIJSLAGFONDSEN NAAR EEN STEEDS BETERE DIENSTVERLENING AAN DE GEZINNEN De kinderbijslagfondsen waren altijd al de trouwe partners van de Rijksdienst. In 1932 telde de kinderbijslagregeling voor werknemers 87 verschillende kinderbijslagfondsen. Door de jaren heen is hun aantal afgenomen, veelal als gevolg van fusies en groeperingen, tot 18 verschillende kinderbijslagfondsen in Privé-fondsen Bijzondere fondsen Hulpkas 1 Nationale kas (RKW) Totaal aantal fondsen Ook in 2010 werkte de RKW samen met de kinderbijslagfondsen om een optimale service aan de gezinnen te bieden.

40 Een steeds betere dienstverlening aan de gezinnen dankzij een uniforme, gerichte en wetenschappelijke controle Als beheerder van het stelsel, ziet de Rijksdienst erop toe dat de kinderbijslagfondsen de kinderbijslagregelgeving correct en uniform toepassen. De Rijksdienst gaat via een wetenschappelijk onderbouwde kwaliteitscontrole na hoe de kinderbijslagfondsen in het voorbije jaar de regelgeving toepasten. Zo waarborgt hij voor alle gezinnen de uniforme en correcte toepassing van de regelgeving. De kwaliteit van de dienstverlening wordt in elk betaalkantoor van alle kinderbijslagfondsen gemeten aan de hand van 16 variabelen die de belangrijke risico s voor het beheer weergeven. De variabelen worden getoetst via een checklist, een lijst met standaardvragen die jaarlijks aangepast wordt aan de evoluties op maatschappelijk en reglementair vlak. De checklist laat de Rijksdienst toe het niveau van het administratieve beheer van de kinderbijslagfondsen op een uniforme en objectieve basis te beoordelen. Per fonds stelt de RKW een profiel op voor elke variabele. Zo kan voor alle fondsen en voor het globale kinderbijslagstelsel het gemiddelde kwaliteitsniveau 11 gemeten worden. Het gemiddelde kwaliteitspercentage speelt een belangrijke rol bij de toekenning van de responsabiliseringstoelage Gewogen gemiddelde van de resultaten van de steekproeven op basis van het relatieve belang van de variabele en van de grootte van het kinderbijslagfonds. 12 Zie ook pp

41 Gemiddelde kwaliteitspercentages per variabele in 2010 (alle kinderbijslagfondsen samen) Variabele Aantal steekproeven Gemiddeld kwaliteitspercentage Het trimestrieel recht en de bevoegdheidsbepaling ,67 % Het statuut van de rechthebbende ,74 % De aanwijzing van een bijslagtrekkende ,60 % De juistheid van de betalingen ,15 % De wezenbijslag ,84 % De termijnen ,96 % De voorrangsrechten ,29 % De studenten ,50 % Het Handvest van de Sociaal Verzekerde ,06 % De debiteuren ,06 % 42 De controle door huisbezoeken ,29 % De geplaatste kinderen ,36 % De rechtgevende kinderen andere dan studenten ,41 % De kwaliteit van de gegevensuitwisseling ,59 % De geldigheid van een toeslag ,62 % Het mogelijk recht op een toeslag ,58 % TOTAAL ,12 %

42 In 2010 voerde de Rijksdienst steekproeven uit in de 68 betaalkantoren van de 17 kinderbijslagfondsen. Het gemiddelde kwaliteitsniveau voor het hele stelsel bedroeg 94,12 %, een daling met 2,47 % tegenover Die daling is niet zozeer te wijten aan een vermindering van de kwaliteit van de dienstverlening, maar is eerder een gevolg van: yeen achterstand in het dossierbeheer, te wijten aan de toenemende complexiteit van de regelgeving die zich aan(ge)past (heeft) aan de bijzondere noden van de gezinnen en hun frequent wisselende gezins- en beroepssituaties. Die vaststelling geeft zin aan het project Quo Vadis, kinderbijslag? 13, dat de toekenningsvoorwaarden drastisch wil vereenvoudigen; ynieuwe informaticatoepassingen bij bepaalde grote kinderbijslagfondsen. Die toepassingen vertonen nu nog kinderziekten, maar moeten op termijn de werklast van de dossierbeheerder aanzienlijk verminderen en zo de kwaliteit van de dienstverlening verhogen. De controles zijn het middel bij uitstek om vast te stellen op welke punten de kwaliteit van de dienstverlening nog voor bijsturing vatbaar is. Die kwaliteitsoptimalisering gebeurt op verschillende niveaus: yop het niveau van het dossier: de individuele fout wordt rechtgezet; yop het niveau van het fonds: elk fonds ontvangt een schriftelijk controleverslag met een grondige foutenanalyse en aanbevelingen; yop het niveau van het globale kinderbijslagstelsel: de profielen tonen aan op welke vlakken nog ruimte is voor verbetering. Uit de evaluatie in 2010 blijkt dat de (stipte) toekenning van toeslagen het grootste struikelblok blijft. Daarnaast is er nog een behoorlijke kwaliteitsverbetering mogelijk voor de vaststelling van de kinderbijslag voor geplaatste kinderen en voor werkzoekende schoolverlaters. Verder blijven de tijdige en correcte integratie van alle relevante actoren en betalingsgegevens in het Kadaster van de kinderbijslag en de elektronische gegevensuitwisseling met het Rijksregister cruciaal: yvoor het waarborgen van het legitieme recht van de gezinnen; yin het kader van de preventieve strijd tegen de sociale fraude; yvoor het uitsluiten van dubbele betalingen Zie ook pp

43 De vastgestelde leemtes en toepassingsproblemen worden verder onderzocht en er wordt naar passende maatregelen op regelgevend of uitvoerend vlak gezocht. Zo werden in 2010 de volgende verbeteringsvoorstellen gerealiseerd: yuitbreiding van de toekenningsvoorwaarden voor kinderen met een aandoening die een winstgevende activiteit uitoefenen; yvereenvoudiging en rationalisering van de verzendingsprocedures voor het controleformulier voor de toekenning van sociale toeslagen; yverheldering van de toepassingsregels voor afwijkingen op de voorrangsorde van de rechthebbende; yharmonisering van de procedures voor kinderen met een aandoening tussen de FOD Sociale Zekerheid en de kinderbijslaginstellingen. Het financieel toezicht: streven naar volledige transparantie De Rijksdienst gaat jaarlijks na of de kinderbijslagfondsen het voorbije jaar de toegekende financiële middelen correct aanwendden. Het financieel toezicht bestaat uit een controle van de kinderbijslagverrichtingen (betaalde gezinsbijslag en terug te vorderen bijslag) en een controle van de beheersverrichtingen (toelagen en werkingskosten). Naar een nog doeltreffendere controle via een evaluatie van de huidige methode Sinds 1999 wordt de kwaliteit van de dienstverlening aan de gezinnen bij de kinderbijslagfondsen gemeten aan de hand van de wetenschappelijke methode. Na meer dan 10 jaar is het duidelijk dat de huidige methode zijn grenzen bereikt heeft. Om de controle nog performanter te maken, wordt de huidige methode momenteel geëvalueerd, opdat de leemtes en gebreken in de dienstverlening nog beter afgebakend en gecorrigeerd kunnen worden. 44

44 Voor de opvolging van de ter beschikking gestelde middelen en de monitoring van de financiële gezondheidstoestand van de kinderbijslagfondsen, werd eind 2008 een financieel beheersinstrument ingevoerd waarmee: yde financiële gegevens van de kinderbijslagfondsen geanalyseerd kunnen worden (horizontale en verticale analyses, onderlinge vergelijkingen, ); yde financiële en boekhoudkundige controle in de zetel van de fondsen gericht gestuurd kan worden volgens de financiële risico s (diepteanalyse gebaseerd op risicofactoren). Sinds 2006 maken de kinderbijslagfondsen gebruik van een nieuw model voor de jaarlijkse financiële rapportering. Daardoor werd ze geoptimaliseerd en werd het financiële beheer van de fondsen transparanter. Bedragen die de Rijksdienst uitkeerde aan de 17 kinderbijslagfondsen in 2010 * In de tabel wordt geen rekening gehouden met andere inkomsten, zoals financiële en uitzonderlijke opbrengsten, bv. door de verkoop van gebouwen, 45

45 De betoelaging van de fondsen: een hefboom om de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren De Rijksdienst kent aan de fondsen twee toelages toe: yeen toelage op grond van de werklast (= toelage voor administratiekosten); yeen toelage in functie van het kwaliteitsniveau van het beheer (= responsabiliseringstoelage). Toelage voor administratiekosten De toelage voor de administratiekosten is gebaseerd op de werklast van de kinderbijslagfondsen. De werklast wordt gemeten aan de hand van zes parameters: yhet totaalbedrag aan uitbetaalde gezinsbijslag (61,18 %); yhet aantal uitgevoerde betalingen (15,43 %); yde ontvangen mailboxberichten (12,67 %); yde ontvangen socio-professionele berichten (5,47 %); yde mutaties van werkgevers (4,58 %); yde controles aan huis bij de gezinnen (0,67 %). De kinderbijslagfondsen ontvangen de toelage via maandelijkse voorschotten. Responsabiliseringstoelage Naast een toelage voor de administratiekosten bepaalt het koninklijk besluit van 9 juni 1999 ook een responsabiliseringstoelage. Die toelage moet de fondsen ertoe aanzetten de zwakke punten in hun beheer weg te werken en hun dienstverlening, afgestemd op het specifieke karakter van elk gezin, voortdurend te optimaliseren. Het aandeel van de responsabiliseringstoelage in de globale enveloppe werd verhoogd van 5 % in 2007 tot 6,5 % in , 10 % in 2009 en is verder verhoogd tot 15 % vanaf Koninklijk besluit van 4 juni 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 betreffende de beheersrekening en de administratieve reserve van de kinderbijslagfondsen.

46 De stapsgewijze verhoging van de toelage van 5 % in 2007 tot 15 % in 2010 resulteert in een verbetering van de performantie van het globale toelagesysteem, daar de Rijksdienst een grotere hefboom in handen heeft om de kinderbijslagfondsen in hun werking te sturen en over een breder spectrum beschikt om hen bijkomende stimulansen te geven om hun beheer verder te verbeteren. In 2010 werd de maximale enveloppe voor de responsabiliseringstoelage vastgelegd op ,95 EUR. Het deel dat elk fonds daarvan krijgt, wordt bepaald door de kwaliteit die het leverde op zes parameters: 15 yde kwaliteit van het administratieve beheer (50 %); yde kwaliteit van het financiële beheer (20 %); yde kwaliteit van de informatiestromen naar de Rijksdienst (15 %); yde kwaliteit van de interne organisatie (7,5 %); yde klantvriendelijkheid in de contacten met de sociaal verzekerde (5 %); yde correcte integratie van de actoren in het Kadaster van de kinderbijslag (2,5 %). 47 Van de maximale enveloppe werd uiteindelijk 94,59 % toegekend ( ,53 EUR). Dat is een daling tegenover 2008, toen 94,76 % van de maximale enveloppe toegewezen werd. 15 Zie ook pp

47 Gemiddelde kwaliteitspercentages per parameter in 2010 (alle kinderbijslagfondsen samen) Parameter Gemiddeld kwaliteitspercentage Kwaliteit van het administratieve beheer 94,12 % Kwaliteit van het financiële beheer 90,00 % Kwaliteit van de informatiestromen naar de Rijksdienst 98,17 % Kwaliteit van de interne organisatie 98,84 % Klantvriendelijkheid in de contacten met de sociaal verzekerde Kwaliteit van de integraties in het Kadaster van de kinderbijslag 96,54 % 92,51 % TOTAAL 96,64 % INDIVIDUELE BIJSTAND AAN DE GEZINNEN via de controles aan huis Via huisbezoeken onderzoekt de Rijksdienst of de toekenningsvoorwaarden voor de kinderbijslag nog steeds vervuld zijn en of de gezinnen het maximale bedrag krijgen waar ze recht op hebben. Sinds 1930, het ontstaan van de Kinderbijslagwet, is de maatschappij grondig veranderd. De controle aan huis heeft zich door de jaren heen aangepast aan de wijzigingen aan de regelgeving, die steeds complexer geworden is als gevolg van de transformaties van de gezinssituaties en hun socioprofessionele context. 48

48 In het begin hadden de huisbezoeken een pure controlefunctie. Geleidelijk won het sociale aspect echter aan belang en drong het repressieve op de achtergrond. Het accent werd gelegd op de bijstand aan de gezinnen. Toch behouden de huisbezoeken hun preventieve rol. Bewezen fraude wordt ook bestraft. Toen de elektronische gegevensuitwisseling nog in haar kinderschoenen stond, waren de controleurs aan huis belangrijke informatieleveranciers. Nu steeds meer gegevens via elektronische weg beschikbaar zijn aan hun authentieke bron, is het aangewezen de filosofie van de huisbezoeken te herdenken en terug te brengen tot de controle van de toekenningsvoorwaarden die het meest betwistbaar zijn, zoals de gezinssamenstelling. Vandaag heeft de controle aan huis dus een dubbele functie: enerzijds de gezinnen bijstaan in de maximale uitoefening van hun recht op kinderbijslag en anderzijds het vermijden van onverschuldigde betalingen en het opsporen van situaties die leiden tot onrechtmatige betalingen. In 2010 voerde de Rijksdienst controles aan huis uit, waarvan 85,68 % binnen de termijn van vier weken bepaald in de bestuursovereenkomst. Van die controles hadden er (12 %) financiële gevolgen voor het gezin, zowel in positieve (bv. recht op een toeslag) als in negatieve zin (bv. terugvordering van een onterecht betaalde toeslag). De cijfers spreken voor zich: ongeacht de technologische vooruitgang, kan de machine de mens niet vervangen. Het virtuele confronteren met de realiteit blijft een noodzaak voor onze sociale zekerheid. via de dienst Bemiddeling: een gids in het doolhof van de kinderbijslag De dienst Bemiddeling komt tussenbeide als een gezin of een instelling moeilijkheden ondervindt bij de uitoefening of toepassing van een recht op kinderbijslag. Elk gezin dat een beroep doet op de dienst Bemiddeling krijgt geïndividualiseerde informatie en wordt begeleid tot zijn recht helemaal uitgeoefend of zijn klacht volledig opgelost is. Via een groen nummer kunnen alle gezinnen gratis de dienst Bemiddeling contacteren: Ook de kinderbijslaginstellingen en de sociale organisaties doen een beroep op de dienst als ze geconfronteerd worden met gezinssituaties, professionele of maatschappelijke situaties waar de praktische toepassing van de wetgeving vragen oproept. De dienst Bemiddeling zet hen op het juiste spoor. 49

49 De begeleiding van de dienst Bemiddeling overschrijdt de strikte bevoegdheid van het werknemersstelsel en zelfs de nationale grenzen. De Rijksdienst fungeert immers als verbindingsorgaan voor de landen die vallen onder de Europese Verordeningen en de landen waarmee België een bilaterale overeenkomst afgesloten heeft (Turkije, Marokko, ). In 2010 gaf de dienst Bemiddeling schriftelijke antwoorden (via brief of ) op vragen om inlichtingen of verzoeken om een recht op kinderbijslag te onderzoeken. 70,79 % van die antwoorden werd gegeven binnen de 30 dagen, de termijn waartoe de Rijksdienst zich verbonden heeft in zijn bestuursovereenkomst. De medewerkers van de dienst Bemiddeling beantwoordden ook telefonische oproepen. Dat zijn zo n 47 schriftelijke antwoorden en 112 telefoontjes per dag. Daarnaast registreerde en behandelde de dienst Bemiddeling 287 klachten tegen kinderbijslagfondsen, waarvan er 208 ongegrond bleken (dus slechts 27,53 % was gegrond). 96,74 % van de klachten werd onderzocht binnen de 45 dagen. De Frontdesk: een ruim toegankelijk informatiepunt De Frontdesk is het centrale onthaalplatform van de RKW, doorlopend open op werkdagen van 8 uur tot 17 uur. De onthaalmedewerkers staan er dag in dag uit garant voor een vriendelijk en professioneel onthaal, afgestemd op de specifieke noden van elk gezin. Ze antwoorden er op de vragen van de bezoekers, verduidelijken de werking van het kinderbijslagstelsel en zoeken uit of een gezin al dan niet recht heeft op bepaalde toeslagen. Ze informeren de gezinnen ook aan de telefoon. In 2010 verwelkomden de medewerkers van de Frontdesk bezoekers, meer dan in Dankzij een efficiënte organisatie en een maximale flexibiliteit van de medewerkers van de dienst, werd 87,48 % onthaald binnen de 10 minuten (82,02 % in 2009). De Frontdesk kreeg ook telefonische oproepen (3.372 meer dan in 2009). Dat zijn zo n 246 bezoekers en 319 telefoontjes per dag. Het onthaalplatform wordt permanent geëvalueerd op basis van strikte indicatoren, zodat de toegangsdrempel zo laag mogelijk is en de kwaliteit van de dienstverlening, indien nodig, verbeterd wordt. In zijn bestuursovereenkomst verbond de Rijksdienst er zich bovendien toe een tevredenheidsenquête te realiseren bij de bezoekers van de Frontdesk. Die enquête werd gehouden tussen 1 en 30 juni 2010 en vroeg naar de kwaliteit van het onthaal, de aard van de tussenkomst en het resultaat van het bezoek. Uit de analyse 50

50 van de resultaten blijkt dat het overgrote deel van de gezinnen de dienstverlening door de medewerkers van de Frontdesk apprecieerde. Zij vonden het onthaal en de verkregen antwoorden professioneel en van een hoog niveau. Een ander positief element uit de enquête was de korte wachttijd: 93,31 % van de ondervraagde bezoekers verklaarde binnen de 5 minuten of sneller onthaald te zijn. De conclusies uit de enquête en de analyse van het socioprofessionele profiel van de ondervraagden zorgen ervoor dat de Rijksdienst zijn acties kan richten om zijn dienstverlening nog beter af te stemmen op de behoeften van de gezinnen. De dienst Oriëntatie: elke aanvraag op de juiste bestemming De RKW ontvangt dagelijks een pak briefwisseling. Heel wat van die brieven, documenten en s vermelden echter geen geadresseerde of andere referentie. De dienst Oriëntatie doet de nodige opzoekingen en bezorgt de briefwisseling zonder referentie aan de bevoegde dienst of de bevoegde kinderbijslaginstelling. In 2010 werden brieven en s snel naar de juiste bestemmeling doorgestuurd, het bevoegde kinderbijslagfonds in de werknemersregeling of het stelsel van de zelfstandigen, of de juiste overheidsdienst. In 65,31 % van de gevallen gebeurde dat binnen de 2 dagen en in 75,60 % binnen de 5 dagen. De dienst Oriëntatie doet ook de eerste verwerking van nieuwe aanvragen om gewaarborgde gezinsbijslag die bij de Rijksdienst binnenkomen. Als er een potentieel recht bestaat in een andere kinderbijslagregeling, wordt de aanvraag doorgestuurd naar de bevoegde kinderbijslaginstelling of naar de bevoegde betalingsdienst van de Rijksdienst. In 2010 kreeg de dienst Oriëntatie nieuwe aanvragen om gewaarborgde gezinsbijslag. In 25,27 % van de gevallen kon een ander recht worden vastgesteld en werd de aanvraag onmiddellijk doorgestuurd naar de bevoegde instelling of betalingsdienst. 51

51

52 De RKW, voortrekker van harmonisering en vereenvoudiging De architectuur van de rechtsregels voor de kinderbijslag in België berust op vijf afzonderlijke regelingen: een regeling voor de werknemers, een voor de overheid in het algemeen, een voor de provinciale en plaatselijke overheden, een voor de zelfstandigen en tot slot een restregeling die fungeert als sociaal vangnet. Zowel publieke als private instellingen spelen daarin een rol. Elk van die regelingen heeft een eigen financiering en hanteert eigen specifieke toekenningsvoorwaarden, uitkeringen en anticumulatieregels. Zelfs binnen een en dezelfde regeling zijn de regels complex en moeilijk te moduleren naar de veranderende maatschappelijke realiteit. Nieuwe sociale behoeften en beperkte budgettaire middelen no(o)p(t)en tot een doelgroepenbeleid. Anderzijds bereikt de bestaande bevoegdheidsverdeling, die nu systematisch leidt tot een voorrangsrecht van de meest gunstige regeling, zijn limieten. Daardoor wordt het evenwicht van het geheel bijzonder fragiel en wordt het gemis aan coherentie tussen de regelingen meer en meer als een pijnpunt ervaren. Dat gebrek aan coherentie binnen de kinderbijslagsector en het groeiende kluwen van wetgevingen en regelgevingen, maken het recht op kinderbijslag voor de gezinnen ondoorzichtig en onverstaanbaar. Nochtans zijn de gezinnen vragende partij voor meer transparantie, meer gelijkheid, en dus meer vertrouwen. Die vaststellingen tonen aan dat er nood is aan een herdenking van de toekenningsregels. Niet alleen in de zin van een convergentie van de verschillende regelingen, maar ook met het oog op een radicale vereenvoudiging van de toekenningsvoorwaarden voor het recht op kinderbijslag binnen een geharmoniseerde bevoegdheidsverdeling.

53 De RKW wil een voortrekkersrol spelen in dat herdenkingsproces en heeft daarom in het kader van zijn derde bestuursovereenkomst het project Quo Vadis, kinderbijslag? opgestart. Met dat project engageert de Rijksdienst zich om: Wat betreft de convergentie van de verschillende regelingen: yeen inventaris op te stellen van de bepalingen die uiteenlopen in de verschillende regelingen; yde financiële en sociale weerslag te analyseren van de harmonisering van die bepalingen; yde voorstellen tot convergentie te ordenen, rekening houdend met hun sociale en financiële gevolgen en na eventueel overleg/advies met alle betrokken regelingen; yde beste oplossingen voor te stellen, na eventueel overleg/advies met alle betrokken regelingen. Wat betreft de interne vereenvoudiging van de toekenningsvoorwaarden: yde denkpistes voor mogelijke oplossingen te onderzoeken; yde financiële en sociale weerslag van die mogelijke oplossingen te analyseren; yde oplossingen aan te wijzen die het meest in aanmerking komen om aan het politieke beleid voor te stellen. Het doel van het project is een verhoging van: yde toegankelijkheid van het recht (gelijke en soepele toekenningsvoorwaarden); yde transparantie van de regelingen (uniforme toekenningsvoorwaarden); yde stabiliteit van het recht (geen onderbrekingen en geen bevoegdheidsoverdracht); yde gelijkheid van het recht (geen verschillende behandelingen meer); yde evenredige lastenverdeling tussen de afzonderlijke regelingen. Overeenkomstig zijn verbintenis, heeft de Rijksdienst in 2010 een inventaris opgemaakt van alle bepalingen die verschillen tussen de regelingen. Hij analyseerde ook de financiering van de verschillende stelsels. Daarop onderzocht hij de incoherenties binnen de werknemersregeling.

54 Fase 1: eerste helft 2010: inventaris van de verschillen en knelpunten tussen de regelingen en van de incoherenties binnen de werknemersregeling Stap 1: werknemersregeling zelfstandigenregeling Stap 2: werknemersregeling openbare sector + RSZPPO Stap 3: werknemersregeling restregeling gewaarborgde gezinsbijslag en residuaire rechten Stap 4: budgettaire interferenties tussen de regelingen Stap 5: interne incoherentie werknemersregeling en toepassingsproblemen toekenningsvoorwaarden voor rechtgevende kinderen (zonder aandoening) toekenningsvoorwaarden bij plaatsing in een instelling groeperingsregels, in casu bij gelijkmatig verdeelde huisvesting juridische lokalisatie van de rechtsactoren Fase 2: 2010: technische analyse van de vaststellingen door Werkgroep van het Beheerscomité Groenboek: overzicht van vastgestelde verschilpunten, anomalieën en incoherenties oktober 2010 Beheerscomité van de Rijksdienst 18 maart 2010 Minister van Sociale Zaken Fase 3: Quo Vadis?: uitwerking van concrete voorstellen? Groenboek Witboek: - concrete voorstellen - aanvaardbaar evenwicht: budgettaire neutraliteit behoud bestaande rechten

55

56 De RKW als kinderbijslagfonds

57

58 In 2010 betaalde de RKW zelf bijna 1,03 miljard EUR aan gezinsbijslagen voor gezinnen. De gezinnen voor wie de Rijksdienst de kinderbijslag betaalt zijn vaak minder draagkrachtig. Voor hen betekent de maandelijkse kinderbijslag een essentiële bijdrage in de opvoeding van hun kinderen. Zijn sociale rol indachtig, gaat de RKW proactief op zoek naar het hoogst mogelijke bedrag dat hij hen kan uitbetalen en informeert hij hen spontaan over hun mogelijk recht op een sociale toeslag of over de voordelen van de afstand van het recht door de voorrangsgerechtigde rechthebbende aan een andere rechthebbende van wie de socio-professionele situatie toelaat om hogere kinderbijslag toe te kennen. Enkel de RKW betaalt kinderbijslag aan: Een kinderbijslagfonds yde gezinnen van werknemers van wie de werkgever ambtshalve aangesloten is bij de RKW (horeca, diamantsector, ); yde gezinnen van voormalige NMBS-werknemers; yde gezinnen van wie het recht een residuair karakter heeft (gezinnen van studenten, personen met een handicap, kinderen met een handicap die recht hebben voor zichzelf en huispersoneel); yde gezinnen van werklozen die sinds 1990 nooit in de privésector gewerkt hebben; yde gezinnen van (wezen van) voormalige personeelsleden van de Staat, Gemeenschappen, Gewesten en autonome overheidsbedrijven; yde gezinnen in het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag; yde gezinnen van wie het recht een internationale dimensie vertoont; yde gezinnen van de personeelsleden van de overheidsinstellingen die de betaling van de kinderbijslag toevertrouwden aan de Rijksdienst. 59

59 Aantal bijslagtrekkende gezinnen per categorie (op 31 december 2010) Op 31 december 2010 betaalde de RKW bijna 1,03 miljard EUR aan gezinsbijslagen (ruim 50 miljoen EUR meer dan in 2009) voor gezinnen (een toename met of + 2 %). 60 In absolute cijfers is de toename van het aantal gezinnen het sterkst bij de categorie werknemers ( , waarvan bij de rechten met een residuair karakter), vervolgens bij de categorieën gewaarborgde ( ), internationale (+ 443) en de overheidssector (+ 435). In relatieve cijfers is de toename het sterkst bij de gewaarborgde (+ 15,72 %), minder uitgesproken bij de categorieën internationale (+ 4,15 %) en werknemers (+ 2,30 %, evenwel met een toename van 8,25 % bij de residuaire rechten), en nagenoeg een status quo bij de overheidsdiensten (+ 0,44 %).

60 met een grote diversiteit aan gezinssituaties Dossiers beheerd door de Rijksdienst (werknemersstelsel) en de kinderbijslagfondsen: reden van recht (op 31 december 2010) De gezinnen voor wie de Rijksdienst de kinderbijslag betaalt in het werknemersstelsel, bevinden zich vaak in een atypische socio-professionele situatie (werkloosheid, invaliditeit, ). Dat uit zich zowel in de reden van het recht als in de betaalde schaal. Voor de gezinnen die in zulke situatie verkeren, betekent de maandelijkse kinderbijslag een essentiële bijdrage in de kosten voor de opvoeding van hun kinderen. 61 Meer dan de helft van de gezinnen voor wie de RKW de kinderbijslag betaalt in het werknemersstelsel, ontvangt die op basis van een andere situatie dan tewerkstelling. In 2010 vertegenwoordigden werklozen 38,86 %, gepensioneerden 1,73 %, arbeidsongeschikten 13,10 % en wezen 4,99 % van de gezinnen die kinderbijslag ontvingen van de RKW. 41,33 % van de gezinnen kreeg kinderbijslag op grond van arbeidsprestaties, een groot verschil met de andere fondsen, waar dat percentage 76,91 % bedroeg. De RKW betaalt dan ook veel meer verhoogde schalen dan de kinderbijslagfondsen (37,31 % tegenover 12,97 %).

61 Dossiers beheerd door de Rijksdienst (werknemersstelsel) en de kinderbijslagfondsen: betaalde schalen (op 31 december 2010) Gewaarborgde gezinsbijslag: een doeltreffend vangnet De sociale rol van de Rijksdienst als kinderbijslagfonds komt ten volle tot uiting in het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag, waarvoor de RKW als enige bevoegd is. Dat stelsel werd in 1971 ingevoerd voor gezinnen die in geen andere Belgische, buitenlandse of internationale regeling recht hebben op gezinsbijslagen en vormt zo een doeltreffend vangnet voor de sociaal meest kwetsbare gezinnen, die anders uit de boot dreigen te vallen. Op 31 december 2010 kregen gezinnen gewaarborgde gezinsbijslag. Nieuwe aanvragen gewaarborgde gezinsbijslag In 2010 werden nieuwe aanvragen voor gewaarborgde gezinsbijslag ingediend bij de diensten Gewaarborgde Gezinsbijslag. Dat is een toename met aanvragen of 26 % in vergelijking met Op basis van de elementen in de aanvraag wordt eerst nagegaan of er mogelijk een recht bestaat op gewaarborgde gezinsbijslag (= toelaatbaarheid) en er dus een verder onderzoek nodig is. Blijkt een andere instelling bevoegd te zijn, dan wordt de aanvraag doorverwezen. Is er geen recht, dan wordt de aanvraag geweigerd. Van de toelaatbare aanvragen werden er doorverwezen (13,24 %) en vergden aanvragen een verder onderzoek (86,76 %). 62

62 Van de aanvragen voor verder onderzoek werden er verwerkt, wat leidde tot goedkeuringen (59,57 %), doorverwijzingen (17,30 %) en weigeringen (23,13 %). De belangrijkste redenen van weigering waren het niet vervullen van de verblijfsvoorwaarden (32 %) en het niet tijdig verschaffen van inlichtingen nadat een herinnering werd gestuurd en de Rijksdienst zelf al het nodige heeft gedaan om de nodige informatie te verkrijgen (18 %). De andere redenen van weigering (50 %) betroffen vooral te hoge of niet-controleerbare inkomsten, kinderen die geplaatst of niet ten laste waren van de aanvrager, te laat ingediende aanvragen, Evolutie van de aanvragen voor gewaarborgde gezinsbijslag Op 31 december Aanvragen voor onderzoek naar toelaatbaarheid * * * * Aanvragen voor verder onderzoek Effectief verder onderzochte aanvragen Goedkeuringen na verder onderzoek 138 (= 17 %) (= 40 %) (= 54 %) (= 46 %) (= 58 %) (= 57 %) (= 60 %) Weigeringen en doorverwijzingen na verder onderzoek Gezinnen die maandelijks betaald worden (op 31 december) * niet gerepertorieerd 671 (= 83 %) (= 60 %) (= 46 %) (= 54 %) (= 42 %) (= 43 %) (= 40 %) *

63 Het beheer van een kinderbijslagdossier: van onderzoek tot opvolging De behandeling van een kinderbijslagdossier omvat vier belangrijke fasen: yhet onderzoeken van de aanvraag; yhet toekennen en betalen van de hoogst mogelijke gezinsbijslag; yhet opvolgen van de bestaande rechten; yhet opvolgen van de betalingen (provisionele betalingen en terugvorderingen). Doorheen die verschillende fasen staan voor de medewerkers van de Rijksdienst twee doelstellingen centraal: yhet proactief opsporen van de potentiële rechten van de gezinnen; yhet correct en tijdig uitbetalen van de gezinsbijslagen waar de gezinnen recht op hebben. De gezinnen moeten daarbij zelf zo weinig mogelijk stappen ondernemen. Onderzoeken van de aanvraag In 2010 ontving de RKW nieuwe aanvragen, een toename van of 9 % ten opzichte van De Rijksdienst onderzoekt elk van die aanvragen op een potentieel recht op kinderbijslag of kraamgeld in een van de kinderbijslagstelsels (het stelsel voor de werknemers, het stelsel voor de zelfstandigen, het stelsel voor het overheidspersoneel, het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag of een buitenlandse regeling). Daarop wijst de RKW de aanvraag toe aan een van de stelsels en bepaalt de bevoegde instelling. Indien hij zelf niet bevoegd blijkt, stuurt de Rijksdienst de aanvraag automatisch door naar de bevoegde instelling en brengt het gezin daarvan op de hoogte. Bij het onderzoek naar een mogelijk recht zoekt de RKW eerst spontaan alle ontbrekende informatie op in de beschikbare elektronische gegevensbanken en in het Rijksregister. De gezinnen zelf worden slechts in laatste instantie ondervraagd, als blijkt dat de nodige gegevens nergens anders verkregen kunnen worden. Zo hangen de gezinnen voor de uitoefening van hun rechten niet af van hun kennis van de kinderbijslagregelgeving of van het verstrekken van hun gegevens. 64

64 In 2010 werd het onderzoek naar een mogelijk recht op gezinsbijslagen bij 99,80 % van de onderzochte aanvragen afgerond binnen de maand; een veel hoger percentage dan de verbintenis in de bestuursovereenkomst voor 2010, nl. 80 %. Het onderzoek resulteerde in 0,04 % van de gevallen in een weigering en in 12,96 % in een doorverwijzing naar een ander stelsel of een andere instelling. Voor de overige 87 % werd bepaald welk bedrag toegekend en betaald kon worden. Snel toekennen en stipt betalen van de hoogst mogelijke gezinsbijslag Na het onderzoek naar een mogelijk recht en de eventuele doorverwijzing naar een ander stelsel of een andere instelling, wordt onderzocht welk bedrag toegekend en betaald kan worden. In 2010 werd dat onderzoek in 62,86 % van de gevallen afgerond binnen de maand, in 81,74 % binnen de 2 maanden en in 88,83 % binnen de 3 maanden (de verbintenis in de bestuursovereenkomst voor 2010 was respectievelijk 65 %, 75 % en 85 %). In afwachting van het resultaat van het onderzoek, ontvangen de meeste gezinnen provisioneel de basiskinderbijslag. De Rijksdienst gaat steeds proactief op zoek naar het hoogst mogelijke bedrag dat betaald kan worden. Zo worden kinderen in nieuw samengestelde gezinnen zo gunstig mogelijk gegroepeerd volgens hun rang en leeftijd om een hoger bedrag aan kinderbijslag te kunnen uitbetalen. Gezinnen worden ook spontaan geïnformeerd over het mogelijke recht op een sociale toeslag en over de voordelen van de afstand van het recht door de voorrangsgerechtigde rechthebbende aan een andere rechthebbende van wie de socio-professionele situatie toelaat om hogere kinderbijslag toe te kennen. In 2010 werden gezinnen ingelicht dat de afstand van het recht of een hergroepering van de kinderen voor hen een financieel voordeel kon betekenen of dat ze mogelijk recht hadden op een sociale toeslag. De kinderbijslag wordt elke maand zo stipt mogelijk betaald. De invoering van de vaste betaaldatum in 1989, een doorgedreven informatisering en een verbetering van de procedures hadden als resultaat dat 98,21 % van de gezinnen op de 10de van de maand betaald werden in

65 Opvolgen... van de bestaande rechten Bij actieve dossiers wordt periodiek of bij wijziging in de gezins- of de beroepssituatie nagegaan of de voorwaarden nog vervuld zijn om het bestaande recht verder toe te kennen. Indien nodig, wordt het recht gewijzigd of geschrapt. Gezien het unieke karakter van een belangrijk deel van de gezinnen dat betaald wordt door de Rijksdienst (veel gezinnen van werklozen, de gezinnen die gewaarborgde gezinsbijslag ontvangen, ), zijn onderzoeken van bestaande rechten veel frequenter en dikwijls complexer dan bij dossiers waarvan het recht gebaseerd is op arbeid, omdat bepaalde voorwaarden, onder meer op het vlak van inkomsten, vervuld moeten zijn en dus gecontroleerd moeten worden. Het aantal herbeoordelingen in dossiers blijkt uit het aantal wijzigingen en uit het aantal afgeleverde brevetten (een indicator voor het aantal doorverwezen dossiers). In 2010 werden wijzigingen uitgevoerd na een herbeoordeling van het recht op basis van ontvangen informatie en werden brevetten afgeleverd. De turnover, als indicator voor de rotatie van de dossiers, bedroeg 25,74 %. van de betalingen Dankzij een doorgedreven gegevensuitwisseling en de voortdurende uitbouw van gekwalificeerde elektronische gegevensstromen 16, kan de Rijksdienst, net als de kinderbijslagfondsen, op elk moment nagaan of wijzigingen in de gezins- of professionele situatie het recht op kinderbijslag beïnvloeden. 16 Zie ook pp De toekenning van kinderbijslag is echter een complex gegeven waarbij vele actoren betrokken zijn. Het is dan ook niet uit te sluiten dat er eens onterecht kinderbijslag wordt uitbetaald. Het onverschuldigd betaalde bedrag moet dan teruggevorderd worden bij het gezin. De Rijksdienst biedt elk gezin dat geconfronteerd wordt met een terugvordering, de mogelijkheid een aanvraag in te dienen om af te zien van de terugvordering. Als blijkt dat het gezin te goeder trouw was bij het ontstaan van de schuld, dat de gezinsinkomsten een bepaald bedrag niet overschrijden en de terugvordering vanuit sociaal oogpunt niet aangewezen is 17, dan kan de Rijksdienst volledig of gedeeltelijk afzien van de terugvordering van de onverschuldigde betaling. In 2010 werden zo 26 gunstige beslissingen genomen voor een totaalbedrag van ,11 EUR. 17 De voorwaarden om af te zien van terugvordering worden bepaald in het Handvest van de Sociaal Verzekerde. 66

66 Het aantal rechtszaken als indicator voor een goed beheer De Rijksdienst spant zich voortdurend in voor een uniforme toepassing van de regelgeving en een gelijke behandeling van alle gezinnen. Als gezinnen niet akkoord gaan met een beslissing van de Rijksdienst over hun recht op gezinsbijslag, kunnen zij een beroep indienen bij de arbeidsrechtbank. De RKW staat in voor de gerechtskosten, tenzij de rechter oordeelt dat het om een roekeloos of tergend geding gaat. Op 31 december 2010 waren 860 dossiers aanhangig bij de rechtbank. In 2010 werden 246 nieuwe zaken ingeleid en werden 268 zaken afgehandeld. De meeste rechtszaken worden door de gezinnen aangespannen en gaan over beslissingen om de kinderbijslag te stoppen, te verminderen of terug te vorderen. De rechtszaken die door de Rijksdienst voor de rechtbank gebracht worden, handelen over de terugvordering van onterecht betaalde gezinsbijslagen (27 nieuwe dossiers in 2010). 67

67

68 Evolutie van de kinderbijslagbedragen in HET WERKNEMERSSTELSEL Basiskinderbijslag voor bedrag % maandloon bedrag % netto maandloon (minimumloon) % netto maandloon (gemiddeld maandloon in de bouw & metaal) 15 BEF 1,00 % 85,07 EUR 6,87 % 4,89 % BEF + 20 BEF 2,34 % 85,07 EUR + 157,41 EUR 19,57 % 13,94 % 15 BEF + 20 BEF + 40 BEF 5,02 % 85,07 EUR + 157,41 EUR + 235,03 EUR 38,54 % 27,45 %

69

70 HET FONDS VOOR COLLECTIEVE UITRUSTINGEN EN DIENSTEN (FCUD)

71

72 In onze maatschappij, waarin talrijke ouders uit werken gaan, is kinderopvang die aangepast is aan de verschillende gezinstypes van fundamenteel belang. Al bijna 40 jaar speelt de Rijksdienst als beheerder van het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (FCUD) een significante rol op dat vlak. Het Fonds ondersteunt immers de toegang tot sommige opvangdiensten voor kinderen van werknemers. Het doet dat door middel van subsidies aan opvangprojecten. Het FCUD zet zijn opdracht voort Het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (FCUD) werd opgericht binnen de Rijksdienst bij de wet van 20 juli 1971, onder meer met de bedoeling de toegang tot bepaalde diensten van kinderopvang te vergemakkelijken voor werknemersgezinnen die kinderbijslag ontvingen. Na verschillende opdrachten en doelstellingen, komt het FCUD sinds 1998 via een patronale bijdrage van 0,05 % tegemoet in de financiering van de loon- en werkingskosten van projecten voor buitenschoolse opvang 18, flexibele opvang 19, urgentieopvang 20 en de opvang van zieke kinderen Voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar. 19 Opvang voor 7 uur s morgens en na 18 uur s avonds op weekdagen voor kinderen van 0 tot 12 jaar. 20 Opvang voor kinderen van 0 tot 3 jaar van werklozen die opnieuw gaan werken (de eerste 6 maanden), werklozen die een opleiding volgen of werklozen die gaan solliciteren. 21 Voor kinderen van 0 tot 12 jaar. De artikelen 83 en 84 van de programmawet van 24 december 2002 wijzigden de subsidiëringsmethode van het FCUD: het Fonds zou niet langer tussenkomen in de loon- en werkingskosten van de opvangstructuren, maar een forfaitair bedrag toekennen per dag opvang, een subsidiëringsysteem op basis van het aantal opgevangen kinderen dus. 73

73 De Vlaamse regering tekende in 2003 echter beroep aan bij het Arbitragehof 22 tegen die nieuwe bepalingen, omdat zij van oordeel was dat buitenschoolse kinderopvang onder de exclusieve bevoegdheid valt van de gemeenschappen. In zijn arrest van 16 juni 2004 beschouwde het Arbitragehof de tegemoetkoming van het FCUD in de opvangkosten evenwel als aanvulling op de kinderbijslag, een federale bevoegdheid. Het Arbitragehof oordeelde echter wel dat het subsidiëringsysteem van het FCUD geheroriënteerd moest worden: de financiering moest de vorm aannemen van een socialezekerheidsuitkering voor elk kind in plaats van een subsidie voor de opvangstructuren. De wet van 21 april 2007 voerde een nieuw forfaitair subsidiesysteem in op basis van prestaties. Dat betekent concreet dat de subsidie rechtstreeks gekoppeld wordt aan het aantal aanwezigheidsdagen. Een samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en de gemeenschapsinstanties moet echter nog altijd de uitvoeringsmodaliteiten vastleggen. Tijdens de onderhandelingen over de staatshervorming begin 2008 werd evenwel een wetsvoorstel geformuleerd om het FCUD op te heffen en de financiële middelen over te dragen naar de gemeenschappen. Het voorstel voorziet wel in de continuïteit van de financiering van de projecten die momenteel door het FCUD gesteund worden. De representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties blijven net als de gezinsorganisaties betrokken bij het beheer. De overdracht van het FCUD aan de gemeenschappen volgens het wetsvoorstel van 5 maart 2008 ging echter niet door wegens de val van de regering. Ondertussen ijvert het Beheerscomité van de Rijksdienst ervoor om de subsidiëring van de opdrachten van het FCUD te herwaarderen, met de nadruk op de urgentieopvang, de flexibele opvang en de opvang van zieke kinderen, in navolging van het arrest van het Arbitragehof van 16 juni Het FCUD zet intussen zijn opdracht voort volgens de verbintenissen aangegaan in de bestuursovereenkomst De voorloper van het Grondwettelijk Hof.

74 Het FCUD en zijn projecten Het FCUD onderzoekt de subsidieaanvragen die de projectpromotoren indienen. Het gaat na of de toekenningsvoorwaarden vervuld zijn en betaalt driemaandelijkse voorschotten in het betrokken kwartaal en de rest van de subsidie in de loop van het volgende jaar, na een administratieve en financiële controle. In 2010 subsidieerde het Fonds locaties (368 projecten), die dagelijks gemiddeld kinderen van werknemers opvingen in de buitenschoolse opvang, 894 kinderen in de flexibele opvang en 257 in de urgentieopvang. Daarbij komen nog opvangdagen van zieke kinderen. 23 Het FCUD in cijfers In 2010 bedroegen de inkomsten van het FCUD ,37 EUR. De opdrachtenuitgaven bedroegen ,70 EUR. Het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven vertaalde zich in een negatief saldo van ,33 EUR. Het financiële evenwicht kon dus niet behouden blijven in Dankzij de gecumuleerde positieve saldi van de voorbije jaren ( ,89 EUR) blijft de financiële horizon echter helder. In het geval van een overdracht van de opdrachten van het FCUD naar de gemeenschappen, zullen zij over een performant instrument beschikken, zowel voor de toekenning van de subsidies als voor de controle van de uitgaven van de opvangdiensten Voor een gedetailleerde lijst van de gesubsidieerde opvangprojecten, zie rubriek publicaties - FCUD: Projectenregister.

75

76 DE RKW informeert en communiceert met...

77

78 De gezinnen een kwaliteitsvolle dienstverlening met een lage toegangsdrempel aanbieden en het grote publiek inzicht verschaffen in de complexe kinderbijslagregelgeving, vergt een transparant en effectief communicatie- en informatiebeleid. Kinderbijslag volgens mijn gezinssituatie Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers KINDERBIJSLAG DE GEZINNEN EN DE SOCIALE SECTOR via folders over de verschillende bijslagen en toeslagen VOLGENS MIJN GEZINSSITUATIE Door de gezinnen proactief te informeren over hun recht op gezinsbijslag wil de Rijksdienst waarborgen dat zij zonder enige voorkennis van de kinderbijslagreglementering hun rechten volledig kunnen uitputten. De folders informeren de gezinnen beknopt en in een heldere taal over de verschillende bijslagen en toeslagen. Kraamgeld. Een kleintje op komst? U gaat een gezin vormen? Wat zijn de gevolgen voor uw kinderbijslag? 79 De informatie over de kinderbijslagregeling wordt opgesteld vanuit de informatiebehoeften van de gezinnen en wordt aangeboden via een brede waaier van media. KRAAMGELD Een kleintje op komst? Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers U GAAT EEN GEZIN VORMEN WAT ZIJN DE GEVOLGEN VOOR UW KINDERBIJSLAG?

79 Een toeslag op uw kinderbijslag? Ik ga hoger onderwijs volgen wat met mijn kinderbijslag? Kinderbijslag voor geplaatste kinderen IK GA HOGER ONDERWIJS VOLGEN. KINDERBIJSLAG VOOR GEPLAATSTE KINDEREN W AT MET MIJN KINDERBIJSLAG? Een kind met een handicap of aandoening: een toeslag op de kinderbijslag? Je recht op kinderbijslag als jonge schoolverlater 80 EEN KIND MET EEN HANDICAP OF AANDOENING: EEN TOESLAG OP DE KINDERBIJSLAG?

80 De folders hebben door de jaren heen een ware evolutie doorgemaakt qua toegankelijkheid en taal. Zij volgden de veranderende maatschappelijke realiteit op de voet. Zo bestond in het begin van de jaren 90 enkel een folder over het kraamgeld: via brochures over de kinderbijslagregeling Aan de hand van vulgariserende brochures wil de RKW vooral de sociale sector die de gezinnen bijstaat, een klare kijk geven op de kinderbijslagregeling. Het stelsel van de kinderbijslag voor werknemers 81

81 Deze brochure geeft een beknopt overzicht van de kinderbijslagwetgeving en de verschillende kinderbijslagstelsels binnen de Belgische sociale zekerheid. Een rubriek met frequently asked questions biedt de lezer een antwoord op een aantal veelgestelde vragen rond kinderbijslag. Daarnaast geeft de brochure ook een overzicht van de bedragen die in de kinderbijslagregeling worden betaald en een beknopt overzicht van de belangrijkste statistieken. Praktische gids voor de OCMW s De Praktische gids bestemd voor de OCMW s is een gebruiksvriendelijke gids over de gewaarborgde gezinsbijslag opgesteld voor de maatschappelijk werkers van de OCMW s. De meeste gezinnen die gewaarborgde gezinsbijslag ontvangen, krijgen immers hulp van het OCMW. via een laagdrempelige website Op zijn website of speelt de RKW via een handig vragenscenario in op alle persoonlijke situaties (bv. zwangerschap, adoptie, kind met een handicap, weeskind, ) en wordt een antwoord gegeven op vragen over wie in welke situatie recht heeft op kinderbijslag. De gezinnen worden er ook geïnformeerd over de kinderbijslagbedragen. Via de handige online rekentool kunnen de gezinnen trouwens zelf in enkele muisklikken het bedrag berekenen waarop ze recht hebben. Wie specifieke vragen heeft over zijn kinderbijslagdossier, vindt op de website de contactgegevens van de RKW en van de andere kinderbijslagfondsen. Verder biedt de site online toegang tot de verschillende aanvraagformulieren en de diverse publicaties van de RKW. 82

82 De RKW-site heeft ook een nieuwsrubriek, waarin de gezinnen in een heldere taal geïnformeerd worden over recente wijzigingen in de kinderbijslagreglementering en over belangrijke studies. In 2010 werd keer bezocht, een stijging van een kleine 10 % tegenover via beurzen Door actief aanwezig te zijn op bepaalde evenementen, wil de RKW tegemoet komen aan de informatiebehoeften van het grote publiek. In 2010 namen de provinciale bureaus van Brugge en Hasselt met een eigen infostand deel aan de Babybeurzen van Kortrijk en Hasselt. Zij gaven er de bezoekers gepersonaliseerde uitleg over hun kraamgeld en kinderbijslag, gaven aanvraagformulieren en folders mee en legden ter plaatse ook dossiers aan. via samenwerking met andere instellingen Om de burgers optimaal te kunnen informeren, werken de instellingen van de federale overheid samen. De RKW verleent zijn medewerking aan overheidssites en -publicaties die informatie aanbieden over de kinderbijslag. Zo werkte de RKW intensief mee aan de vernieuwde portaalsite be/burger, waar de burger een antwoord vindt op al zijn vragen over de Belgische sociale zekerheid. De RKW beheert trouwens zelf de informatie over kinderbijslag op de portaalsite, zodat die altijd correct en actueel blijft. In 2010 ging het nieuwe luik Leaving Belgium online, waar burgers die in het buitenland gaan werken, wonen of studeren snel kunnen opzoeken welke Belgische socialezekerheidsrechten ze behouden. DE KINDERBIJSLAG- FONDSEN De RKW informeert de kinderbijslagfondsen over de wijzigingen in de regelgeving en harmoniseert de werkprocedures, zodat de complexe en snel wijzigende regelgeving correct en uniform wordt toegepast en aan de gezinnen hun legitieme recht op kinderbijslag wordt toegekend, waarbij de administratieve last voor hen maximaal wordt herleid. Praktische richtlijnen Bij de invoering van nieuwe maatregelen of aanpassingen aan de bestaande kinderbijslagregelgeving verschaft de RKW de kinderbijslagfondsen systematisch praktische richtlijnen via omzendbrieven en dienstbrieven. 83

83 In 2010 verspreidde de RKW 6 dienstbrieven en 5 omzendbrieven, met o.a. richtlijnen over de adoptie door partners van hetzelfde geslacht, de nieuwe Europese socialezekerheidsverordening, Die praktijkgerichte voorschriften zijn het resultaat van intensief overleg tussen de Rijksdienst en de kinderbijslagfondsen. Modelformulieren en -brieven De Rijksdienst stelt de kinderbijslagfondsen modelformulieren en -brieven ter beschikking om in een klare en begrijpelijke taal de informatie die alleen bij de gezinnen ingewonnen kan worden, te vergaren. De formulieren worden permanent vereenvoudigd en geactualiseerd en op hun relevantie en noodzaak getoetst. Daarnaast stelt de RKW modelbrieven op die de kinderbijslagfondsen helpen hun beslissingen consistent en begrijpelijk te motiveren aan de gezinnen. De modelbrieven worden bij elke wijziging aan de regelgeving bijgewerkt.... MET DE SECTOR, DE WETENSCHAPPELIJKE WERELD EN HET BELEID De RKW verzamelt jaarlijks relevante statistische gegevens bij de kinderbijslagfondsen. Die gegevens worden geïntegreerd in het Statistiekportaal en geanalyseerd en geduid in een reeks statistieken en periodieke studies. Zo biedt de RKW de sector, de wetenschappelijke wereld en de beleidsmakers een uitgebreid palet aan statistisch materiaal, als objectieve basis voor een verantwoordelijk en toereikend sociaal beleid. Daarnaast stelt de Rijksdienst de systematisch geactualiseerde rechtsdocumentatie ter beschikking via het Juridisch Bulletin. 84 Tot slot verleent de RKW ook adviezen aan de minister van Sociale Zaken over de ontwerpen van wet of besluit tot wijziging van de kinderbijslagregeling en formuleert hij op eigen initiatief voorstellen tot aanpassing van de regelgeving.

84 Statistiekportaal Het Statistiekportaal biedt, via de website van de RKW, een unieke gecentraliseerde toegang tot een schat aan kinderbijslagstatistieken. Het portaal bevat alle cijfers vanaf Het Statistiekportaal omvat twee subportalen: Dashboards en Interactief portaal. In het Dashboardportaal heeft de bezoeker de keuze uit vijf rubrieken: Kinderen, Gezinnen, Fondsen, Stelsels en Uitgaven. Binnen die vijf rubrieken kan hij kiezen uit een overzicht van de tabellen en grafieken voor een bepaald jaartal of voor de langetermijnevolutie. Statistieken De statistieken van de RKW bieden een duidelijk en helder inzicht in de demografische evoluties en in de profielen van de rechthebbenden, bijslagtrekkenden en rechtgevende kinderen. In 2010 verschenen de volgende statistieken: Halfjaarlijkse statistieken Deze publicatie - voorheen de Halfjaarlijkse mededeling - werd in 2010 volledig gerestyled, zodat de lezer gemakkelijker en sneller de informatie vindt die hij zoekt. De Halfjaarlijkse statistieken geven twee keer per jaar een gedetailleerd overzicht van het aantal kinderen en gezinnen in het werknemersstelsel en in het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag. Daarnaast bevatten zij ook gegevens over het aantal kinderen en gezinnen die door de RKW betaald worden voor rekening van derde instellingen. 85 Voor de gevorderde gebruiker werd het Interactief portaal ontwikkeld. Daar kan hij op basis van zelfgekozen criteria een ruim en gedetailleerd aanbod aan tabellen opvragen.

85 Statistiek van de rechthebbenden van vreemde nationaliteit die in België verblijven met hun gezin (Tellingen 2010) Deze tweejaarlijkse statistiek telt het aantal rechthebbenden van vreemde nationaliteit die met hun gezin in België verblijven, en hun rechtgevende kinderen binnen het werknemersstelsel. Daarbij wordt zowel de evolutie van de aantallen tegenover de vorige telling als de evolutie sinds het begin van de tellingen in 1977 onderzocht. Daarnaast komen ook de evoluties van de verschillende landen afzonderlijk aan bod. Zo wordt onder meer gekeken naar de vijf meest voorkomende nationaliteiten en naar de aantallen van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Het laatste deel focust op de gewaarborgde gezinsbijslag voor personen met een vreemde nationaliteit. Op 31 december 2009 verbleven rechthebbenden van vreemde nationaliteit in België met rechtgevende kinderen. De aantallen zijn voor de tweede telling op rij gestegen en dat na een continue daling sinds De kinderbijslag in de overheidssector (Tellingen 2010) Deze publicatie bundelt de statistieken van de kinderbijslag in de overheidssector. Eerst worden de verschillende instanties die binnen de overheidssector kinderbijslag betalen apart geanalyseerd. Daarna wordt een totaalbeeld gegeven van het aantal kinderen, gezinnen en de uitgaven binnen die overheidssector. Zo werd in 2009 binnen het overheidsstelsel in totaal EUR aan kinderbijslag betaald voor

86 kinderen. Tot slot worden de gegevens van het overheidsstelsel geplaatst tegenover de verschillende kinderbijslagregelingen. Op die manier biedt de studie een totaaloverzicht van de kinderbijslagsector in België. Daaruit blijkt dat het aandeel rechtgevende kinderen van het overheidsstelsel in ,81 % bedroeg van het geheel. Statistiek per kinderbijslagfonds (Tellingen 2010) In deze jaarlijkse statistiek wordt een statistisch profiel geschetst van alle kinderbijslagfondsen in het werknemersstelsel. In de statistiek worden de kinderbijslagfondsen met elkaar vergeleken aan de hand van een aantal parameters: de grootte van de fondsen, de kinderbijslagschalen die ze uitbetalen, de leeftijd van de rechtgevende kinderen, het aantal geboortes, de geografische spreiding van de fondsen en de uitgaven aan kinderbijslag. Vervolgens wordt per kinderbijslagfonds een profiel opgesteld. Daarnaast worden de meest markante vaststellingen belicht. Zo groepeerden de 5 grootste fondsen in ,81 % van de rechtgevenden op kinderbijslag, de tien kleinste fondsen hadden een aandeel van slechts 8,19 %. Al geruime tijd ziet de regeling een convergentiebeweging van een groot aantal kleine fondsen naar een beperkt aantal grote fondsen. Die tendens werd bevestigd in Kinderen opgevoed buiten het Rijk (Tellingen 2010) Deze jaarlijkse statistiek beschrijft de kinderbijslag die binnen de werknemersregeling betaald wordt voor kinderen die in het buitenland worden opgevoed en van wie de rechthebbende een vreemde nationaliteit heeft. De studie maakt een onderscheid op basis van het recht, dat ontleend kan zijn aan een Europese Verordening, een bilaterale overeenkomst of een ministeriële of algemene 87

87 afwijking. De studie belicht zowel het aantal rechtgevende kinderen, het aantal rechthebbenden als de uitgekeerde bedragen. Net als de voorgaande jaren, steeg in 2009 het aantal rechthebbenden en het aantal rechtgevende kinderen in het buitenland. Die stijging is het gevolg van de toename van het aantal kinderen dat opgevoed wordt in een land van de Europese Unie (94,85 % van alle kinderen die recht geven in het buitenland). Het aantal rechtgevende kinderen opgevoed in landen buiten de Europese Unie daalt verder. De uitgaven voor de kinderen in het buitenland vormen 1,45 % van de totale uitgaven in de werknemersregeling. 98,26 % daarvan wordt betaald aan kinderen binnen de Europese Unie, hoofdzakelijk aan Frankrijk. Maatschappelijke veranderingen De rijke diversiteit aan rechthebbenden (Tellingen 2010) Maatschappelijke ontwikkelingen hebben geleid tot een grote diversiteit aan gezinssituaties. De kinderbijslagwet voor werknemers heeft specifieke regelingen uitgewerkt naargelang de gezinssituatie van de rechthebbende, zijn verwantschap met het kind en zijn beroepsstatuut. De telling geeft een beeld van de verschillende soorten rechthebbenden die het recht op kinderbijslag openen in een gezin. Niet alleen de ouders kunnen immers deze rol vervullen, maar ook stiefouders, grootouders, broers of zussen en pleegouders. Daarnaast wordt ingegaan op een aantal maatschappelijke gezinsevoluties, zoals het toenemende aantal echtscheidingen, en de impact daarvan op de verschillende categorieën van rechthebbenden. 88

88 Focusstudies De RKW publiceert jaarlijks een aantal focusstudies, die dieper ingaan op bepaalde evoluties in de kinderbijslagsector of die specifieke thema s of doelgroepen in kaart brengen: De kinderbijslag voor invalide rechthebbenden In deze studie wordt de focus gericht op de invalide (= arbeidsongeschikte) werknemers en hun rechtgevende kinderen in het werknemersstelsel. In het eerste deel wordt een historisch overzicht gegeven van de kinderbijslagwetgeving voor kinderen van invaliden. Daarna wordt nagegaan welke groepen van invaliden in de werknemersregeling voorkomen en wordt de evolutie beschreven van de totale aantallen en van de groepen afzonderlijk. Tot slot wordt het profiel geschetst van de groepen invaliden en hun kinderen aan de hand van diverse kenmerken (leeftijd en rang van het kind, aandeel kinderen met een aandoening, geografische verdeling,...) en wordt hun profiel vergeleken met het globale werknemersstelsel. Kinderbijslag in de strijd tegen armoede in Europa Naar aanleiding van de conferentie Who cares? Roadmap for a recommendation to fight child poverty in Marche-en- Famenne op 2 en 3 september 2010, onder het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie, realiseerde de Rijksdienst in samenwerking met het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) van de Universiteit Antwerpen, de universiteit Luik en de FOD Sociale Zekerheid de studie Kinderbijslag in de strijd tegen armoede in Europa. In het eerste deel van de studie wordt de Belgische kinderbijslagregeling vergeleken met de regelingen in de andere landen van Europa. Het tweede deel gaat dieper in op de armoedeindicatoren binnen de Europese context en op de relatie kinderbijslag-kinderarmoede. In het laatste deel wordt, op basis van het MIMOSIS simulatiemodel van de FOD Sociale Zekerheid, de impact op de armoede van wijzigingen in de sociale toeslagen in detail in kaart gebracht. Juridisch Bulletin Het Juridisch Bulletin, toegankelijk via geeft duiding bij nieuwe wetgeving, samenvattingen en commentaren bij belangrijke vonnissen en arresten, de krachtlijnen van omzendbrieven van de minister of de RKW, Van de belangrijke vonnissen en arresten kan ook de integrale tekst geraadpleegd worden. Voor de gerechtelijke wereld vormt die integrale versie een belangrijke meerwaarde, zeker van vonnissen en arresten die nergens anders gepubliceerd 89

89 worden. Er wordt dan ook een inspanning gedaan om die beroepsgroep maximaal te informeren door de rechtspraak systematisch op te volgen. Bovendien kan via links naar de websites van het Belgisch Staatsblad, de Kamer, de Senaat, het Grondwettelijk Hof, de tekst van de rechtsbron in extenso geraadpleegd worden. Ook de omzendbrieven kunnen in een pdf-versie gedownload worden. Geïnteresseerden kunnen via de website intekenen op de maandelijkse elektronische nieuwsbrief met het laatste nieuws over de kinderbijslag. Eind 2010 waren er 537 abonnees, 38 meer dan in Beleidsadvies- en ondersteuning Door zijn brede praktijkervaring en diepgaande kennis van het kinderbijslagstelsel vormt de RKW een bevoorrechte partner van de beleidsmakers voor de uitbouw van de kinderbijslagregeling. Op vraag van de minister van Sociale Zaken geeft de RKW zijn advies over de ontwerpen van wet of besluit tot wijziging van de kinderbijslagregeling. Daarnaast formuleert de Rijksdienst op basis van een permanente evaluatie van de effectiviteit van de regeling en van de maatschappelijke evoluties op eigen initiatief voorstellen aan de minister van Sociale Zaken tot aanpassing van de regelgeving. Die voorstellen worden stelselmatig op hun praktische uitvoerbaarheid getoetst. In 2010 verstrekte de RKW 2 adviezen en formuleerde hij 3 voorstellen, o.a. over een algemene afwijking voor gedetineerden in de gevangenis van Tilburg. Over elk voorstel of advies werd een impact- en een budgettaire raming gemaakt. Tot slot voert de RKW ter ondersteuning van het beleid ook financiële en impactramingen uit, op vraag van onder meer de minister van Sociale Zaken en de FOD Sociale Zekerheid. In 2010 ging het onder andere om tal van ramingen in het kader van het project Quo Vadis, kinderbijslag? Zie ook pp

90 De weg naar kennis: van FamiDoc tot FamiPedia De mijlpalen op de weg naar kennis papier FamiDoc FamiPedia 91 Jaar na jaar timmert de RKW verder aan de weg naar kennis. De kinderbijslagregelgeving is erg uitgebreid, complex en kent een lange wordingsgeschiedenis: ze gaat terug tot het begin van de 20ste eeuw, terwijl de basiswetgeving dateert van de samengeordende wetten van 4 augustus In het begin moesten de professionelen uit de sector het stellen met papieren kopieën van de wetgeving en de omzendbrieven. Al vrij snel konden ze echter beschikken over een stelselmatig bijgewerkte documentatie waarin alle beschikbare rechtsbronnen per artikel samengebracht werden. In 2005 lanceerde de RKW dan de publieke website die de belangrijkste kinderbijslagwetgeving, uitvoeringsbesluiten en richtlijnen bevatte.

91 De Rijksdienst is ervan overtuigd dat eenvoudige, gecentraliseerde, gestructureerde, voor iedereen toegankelijke en systematisch bijgewerkte informatie bijdraagt tot een uniforme en correcte toepassing van de regelgeving door de kinderbijslagfondsen en de openbare instellingen die zelf de kinderbijslag betalen. Vanuit die overtuiging streefde de RKW ernaar een waar kenniscentrum op te zetten: het toekomstige FamiPedia. FamiPedia: what s in a name? De professionelen en het grote publiek zullen het kennisplatform kunnen consulteren onder de naam FamiPedia, waarin Fami verwijst naar familie en Pedia naar pedagogie en naar het Griekse encyclopedie, naar analogie met de uiterst populaire vrije online encyclopedie WikiPedia. FamiPedia wil zich inderdaad profileren als encyclopedie van de kinderbijslag. Kennis: hoe? De Rijksdienst koos ervoor een kennisplatform te ontwikkelen met twee luiken: een thematisch luik en een regelgevend luik. De twee luiken worden inhoudelijk verbonden via links. In het luik Thema s wordt de kinderbijslagregelgeving praktijkgericht en gebruiksvriendelijk gepresenteerd in meer dan 70 thema s: kraamgeld, adoptiepremie, student, leerjongen of -meisje, persoon aan wie de gezinsbijslag verschuldigd is, eenoudergezinnen, betalingswijzen en -termijnen, formulieren, elektronische fluxen, 92 Het luik Reglementering bevat naast de zuivere reglementering (wetten, uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven) ook praktische richtlijnen van de Rijksdienst, zoals dienstbrieven en informatienota's. Het luik biedt ook plaats aan de Europese verordeningen en de internationale overeenkomsten en richtlijnen.

92 Kennis: voor wie? FamiPedia richt zich in de eerste plaats tot de professionals uit de kinderbijslagsector: de dossierbeheerders van de gezinnen. Vanuit zijn streven naar zowel een open communicatie als naar informatiesymmetrie, zal de RKW FamiPedia echter ook ter beschikking stellen van de gezinnen, de juridische en de wetenschappelijke wereld en de sociale sector. Het kenniscentrum zal verschillende informatieniveaus bevatten, aangepast aan de verschillende doelgroepen: van de complexe reglementering tot de praktische aspecten rond een bepaald thema. Zo krijgen de gezinnen zelf toegang tot alle documentatie waarop hun recht op kinderbijslag gebaseerd is en kunnen ze op een transparante manier hun recht evalueren. Kennis: wanneer? In 2010 werd vooral gewerkt aan de implementatie, de stabilisatie en de performantie van het content management systeem Hippo-CMS, waarmee het kenniscentrum bevoorraad wordt. 68 interne experts inzake kinderbijslag en een redactieteam zorgen voor de inhoudelijke kwaliteit van FamiPedia. De lancering van FamiPedia is gepland in

93

94 HET GELD VAN HET WERKNEMERSSTELSEL IN

95

96 De opdrachtenrekeningen De opdrachtenrekeningen omvatten alle inkomsten en uitgaven in verband met de opdrachten van de Rijksdienst. De belangrijkste zijn het betalen van gezinsbijslagen en het verdelen van de financiële middelen tussen de kinderbijslagfondsen ter dekking van de gezinsbijslagen die ze uitbetalen en van hun administratiekosten. Inkomsten RSZ - globaal beheer Sinds 1995 maken de financiële middelen van de RKW deel uit van het globaal beheer van de sociale zekerheid. Dat betekent dat de financiering van de Rijksdienst afhankelijk is van zijn behoeften, en niet langer een vast percentage bedraagt van de RSZ-bijdragen, zoals voordien het geval was. De sommen die de RSZ aan de RKW stort in het kader van dat globaal beheer zijn de voornaamste bron van inkomsten. In 2010 bedroegen die inkomsten EUR. Hoofdelijke bijdragen Sommige werkgevers moeten nog hoofdelijke bijdragen betalen voor hun personeel dat niet onderworpen is aan de sociale zekerheid. Die regeling is echter aan het uitdoven, aangezien alle werknemers die aangeworven werden sinds 1 januari 1999 onderworpen zijn aan het gewone stelsel waarin werkgevers sociale bijdragen storten voor hun personeel. In 2010 vertegenwoordigden de hoofdelijke bijdragen nog ,73 EUR. Terugbetalingen door derden 97 Steeds meer derde instellingen vertrouwen het beheer van hun kinderbijslagdossiers toe aan de Rijksdienst. In 2010 betaalden die derden ,76 EUR terug aan gezinsbijslagen die de RKW voor hun rekening betaalde (tegenover ,99 EUR in 2008 en ,93 EUR in 2009).

97 Omdat bpost, waarmee de RKW samenwerkt voor de betaling van de gezinsbijslagen, sinds 1 januari 2010 geen kosten meer aanrekent voor circulaire cheques en internationale mandaten, werden geen betalingskosten meer aangerekend in In 2008 en 2009 bedroegen die nog respectievelijk ,50 EUR en ,25 EUR. Interesten In 2010 bedroegen de totale opdrachteninkomsten ,49 EUR. 25 Verdeling van de totale opdrachteninkomsten in 2010 Uitgaven Betaling van gezinsbijslagen: werknemersregeling en stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag De RKW en de kinderbijslagfondsen betaalden in 2010 voor ,15 EUR aan gezinsbijslagen aan de gezinnen in het werknemersstelsel en in het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag. De financiële rekeningen brachten in ,87 EUR aan interesten op. De verwijlinteresten voor rekening van de derde instellingen en de gerechtelijke intresten bedroegen 6.894,19 EUR. Diverse inkomsten De diverse inkomsten bedroegen in ,94 EUR. Daarin zijn onder meer de terugvorderingen van gerechtskosten opgenomen. De bijbehorende betalingskosten bedroegen ,44 EUR, tegenover ,85 EUR in 2008 en ,07 EUR in Zoals hiervoor vermeld rekent bpost aan de Rijksdienst immers geen betalingskosten meer aan. Daarnaast zien ook de kinderbijslagfondsen en de NMBS hun betalingskosten dalen (minder circulaire cheques en internationale mandaten, onder meer met de invoering van SEPA) Het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten werd niet opgenomen in deze cijfers, zie daarvoor pp

98 De niet-invorderbare gezinsbijslag beliep ,88 EUR. 26 De medische onderzoekskosten voor kinderen met een aandoening, die terugbetaald worden door de FOD Sociale Zekerheid, bedroegen in ,05 EUR. De kosten voor geschillen en de diverse uitgaven beliepen ,56 EUR. Betaling van gezinsbijslagen voor rekening van overheidsinstellingen (derden) In 2010 nam de Rijksdienst de kinderbijslagdossiers over van de Artesis Hogeschool. Voor de 141 derden samen betaalde de Rijksdienst in ,76 EUR aan gezinsbijslagen, een stijging met ,83 EUR in vergelijking met De niet-invorderbare gezinsbijslag wordt ten laste genomen van het reservefonds van de Rijksdienst en is dus niet ten laste van het Globaal Beheer. Omdat bpost geen kosten meer aanrekent voor circulaire cheques en internationale mandaten, zijn er in 2010 geen betalingskosten meer voor de derde instellingen. In 2009 bedroegen die betalingskosten nog ,25 EUR. Financiering van de administratiekosten van de kinderbijslagfondsen en van de NMBS De vrije kinderbijslagfondsen In 2010 bedroeg de toelage die de Rijksdienst op basis van de werklast betaalde aan de vrije kinderbijslagfondsen ,84 EUR. De responsabiliseringsenveloppe 27 werd vastgesteld op ,67 EUR, wat een sterke toename betekent ten opzichte van de ,30 EUR in Het aandeel van de responsabiliseringstoelage in de globale enveloppe steeg immers van 10 % in 2009 tot 15 % in Zie ook pp Ook de kosten van de medische onderzoeken en de kosten van de beroepsprocedures bij de rechtbank ( ,06 EUR), en de verwijlinteresten, voornamelijk verschuldigd conform het Handvest van de Sociaal Verzekerde ( EUR), werden terugbetaald aan de fondsen. De totale financiering door de Rijksdienst in de administratiekosten van de vrije fondsen bedroeg dus ,57 EUR. De bijzondere kinderbijslagfondsen De twee bijzondere fondsen, opgericht voor de werkgevers van de havenbedrijven en de binnenscheepvaart, krijgen hun reële administratiekosten terugbetaald, voor zover die kosten niet hoger liggen dan het bedrag dat daarvoor ingeschreven werd op hun begroting. 99

99 In 2010 bedroeg de totale financiële tussenkomst van de RKW in de administratiekosten van de bijzondere fondsen ,31 EUR: ,86 EUR voor hun reële administratiekosten en 2.886,45 EUR voor hun reservefonds. In 2010 bedroegen de totale opdrachtenuitgaven ,63 EUR. 28 Verdeling van de totale opdrachtenuitgaven in 2010 De beheersrekeningen De beheersrekeningen omvatten alle opbrengsten en kosten die verband houden met het beheer van de Rijksdienst. De NMBS De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), die als werkgever aangesloten is bij de RKW, is gemachtigd zelf de kinderbijslag te betalen aan haar actieve werknemers. De NMBS krijgt daarvoor een toelage voor haar administratiekosten, berekend op basis van de werklast. In 2010 bedroeg die toelage ,91 EUR. Opbrengsten De beheersopbrengsten komen voort van drie bronnen: yde vergoeding betaald door de overheidsinstellingen voor het beheer van hun kinderbijslagdossiers: ,45 EUR; yde tussenkomst van het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (FCUD) in de beheerskosten van de RKW: ,50 EUR; yde intresten op de huurwaarborg: 2.961,09 EUR Het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten werd niet opgenomen in deze cijfers, zie daarvoor pp

100 In 2010 bedroegen de totale beheersopbrengsten ,04 EUR. Verdeling van de totale beheersopbrengsten in 2010 Kosten De beheerskosten zijn samengesteld uit: ylonen en sociale lasten: ,66 EUR. ywerkingskosten (voornamelijk administratieen informaticakosten): ,63 EUR. yafschrijvingen van gebouwen, terreinen en roerende goederen: ,39 EUR, of een vermindering van ,97 EUR ten opzichte van Die daling is te verklaren doordat onder meer een deel van het meubilair en materieel volledig afgeschreven zijn. In 2010 bedroegen de totale beheerskosten ,68 EUR. Verdeling van de totale beheerskosten in 2010 RESULTAAT In 2010 vertegenwoordigden de opdrachteninkomsten en de beheersopbrengsten een bedrag van ,53 EUR. 101 De opdrachtenuitgaven en de beheerskosten vertegenwoordigden ,31 EUR. De situatie eind 2010 vertoonde dus een positief resultaat van ,22 EUR.

101

102 HET BEHEER EN DE MEDEWERKERS: DE SLEUTEL TOT EEN KWALITEITSVOLLE DIENSTVERLENING

103

104 De Rijksdienst ziet zijn opdrachten de laatste jaren gestaag evolueren, zowel op het vlak van het werkvolume als wat de vereisten betreft. Daarnaast zal de RKW de komende jaren geconfronteerd worden met een wissel bij het Algemeen Bestuur en met een pensioneringsgolf. Tot slot is er de politieke context die een eventuele splitsing van de kinderbijslag op de agenda heeft geplaatst. Die evoluerende context, zowel intern als extern, stelt de Rijksdienst voor belangrijke uitdagingen, maar biedt tegelijk ook nieuwe opportuniteiten. Om die aan te kunnen, moet de RKW kunnen beschikken over voldoende en competente medewerkers. De medewerkers zijn het meest kostbare kapitaal van de Rijksdienst: zonder competente en geëngageerde medewerkers is geen kwaliteitsvolle en klantvriendelijke dienstverlening aan de gezinnen mogelijk. De Rijksdienst kan er trots op zijn dat de medewerkers waarden als vertrouwen, wederkerigheid, integriteit, betrokkenheid en fierheid hoog in het vaandel dragen. Het Beheerscomité, het dagelijks beheer en de bestuursovereenkomst Het Beheerscomité Het Beheerscomité staat in voor het algemeen beheer van de Rijksdienst. Het komt eenmaal per maand samen. Het Beheerscomité is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties. Daarnaast zijn afgevaardigden van gezinsorganisaties, vrouwenbewegingen, sociale organisaties en van de Vereniging der Kassen voor Gezinsvergoedingen vertegenwoordigd. De minister van Sociale Zaken en de minister van Begroting worden beiden vertegenwoordigd door een regeringscommissaris. 105

105 HET BEHEERSORGAAN Samenstelling van het Beheerscomité op 31 december 2010 * VOORZITSTER Mevr. Bea Cantillon LEDEN Vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties De h. Werner Abelshausen Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO) Mevr. Anneleen Bettens Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO) De h. Luc Coulier Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO) Mevr. Patricia Despretz Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO) De h. Karel Ghesquière Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO) De h. Gonzales Stubbe Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO) De h. Guy Vankrunkelsven Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO) Vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties Mevr. Estelle Ceulemans Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) De h. Romain Maes Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) De h. Koen Meesters ** Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) Mevr. Marie-Hélène Ska Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) De h. Daniel Van Daele Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) De h. Hugo Van Lancker Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) Mevr. Celien Vanmoerkerke Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) Vertegenwoordigers van andere organisaties Mevr. Françoise Claude Femmes prévoyantes socialistes Mevr. Françoise Dastrevelle Ligue des Familles De h. Michel Delforge Vereniging der Kassen voor Gezinsvergoedingen Mevr. Esther Deman Socialistische Vooruitziende Vrouwen Mevr. Cécile De Wandeler Mouvement féministe d action interculturelle et sociale Vie Féminine Mevr. Anne-Marie Drieskens Gezinsbond VZW Mevr. Elke Verdoodt Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging (KAV) REGERINGSCOMMISSARIS De h. Jean Ieven REGERINGSCOMMISSARIS VAN BEGROTING De h. Eddy Van Der Meersch ADMINISTRATEUR-GENERAAL De h. Johan Verstraeten ADJUNCT-ADMINISTRATEUR-GENERAAL Mevr. Anne Ottevaere SECRETARIS Mevr. Mieke Serlippens 106 * Voor de huidige samenstelling van het Beheerscomité, zie (Wie zijn wij?) ** Benoemd ter vervanging van mevr. Ann Van Laer, met ingang van 3 mei 2010.

106 Het dagelijks beheer Het dagelijks beheer is in handen van de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal, die samen het Algemeen Bestuur vormen. De administrateur-generaal, de adjunct-administrateurgeneraal en de leden van de Directieraad staan in voor een optimale aanwending van de middelen van de RKW en de efficiënte aansturing van de verschillende diensten. GEZINNEN Betaaldiensten HR Organigram RKW BEHEERSCOMITE ALGEMEEN BESTUUR CONTROLE Bemiddeling Interne audit Coördinatie en Strategie Interne Dienst voor Preventie en Bescherming Informatieveiligheid ONDERSTEUNING KENNIS Financiën Omkadering Monitoring Sociale controle Research Juridische afdeling 107 Controle fondsen Vertaaldienst FCUD Kenniscentrum FamiPedia Communicatie Grafische ondersteunig ONDERSTEUNING UITRUSTINGEN CIV Contractenbeheer Gebouwen Uitrustingen Procurement Logistiek

107 Het draaiboek: de bestuursovereenkomst De doelstellingen en verbintenissen van de RKW zijn net als bij de andere openbare instellingen van sociale zekerheid opgenomen in de bestuursovereenkomst afgesloten tussen de RKW en de Staat. Door de bestuursovereenkomst beschikt de RKW over een aangepast, modern werkkader dat een functionele administratie en een efficiënt kostenbeheer bevordert. Daarnaast waarborgt de overeenkomst een kwaliteitsvolle dienstverlening aan de gezinnen. De bestuursovereenkomst legt de doelstellingen vast die de Rijksdienst moet bereiken en de financiële middelen die de Staat daartegenover stelt. Door het KB van 3 april 1997 kreeg de RKW ook een grotere autonomie op het vlak van personeelsbeleid. Aanwervingen gebeuren volgens een zelf opgesteld personeelsplan dat goedgekeurd wordt door het Beheerscomité, en niet langer op basis van een door de Koning goedgekeurd personeelskader. Tevreden medewerkers: het meest kostbare potentieel De opdrachten van de RKW breiden permanent uit. Om een antwoord te bieden op die constante groei en om zijn werking te optimaliseren, heeft de Rijksdienst in 2009 en 2010 zijn departementen en diensten gereorganiseerd, waarbij in de eerste plaats een betere omkadering werd voorzien. Binnen dat bestek werden verschillende betrekkingen van niveau B en niveau A1 en A2 met bijhorend niveau van verantwoordelijkheid gecreëerd. Daarnaast werd de groep directieleden significant versterkt. Het nieuwe personeelsplan , goedgekeurd door het Beheerscomité op 13 april 2010, verscheen in het Belgisch Staatsblad op 5 mei Het voorziet in het personeel dat zowel kwalitatief als kwantitatief noodzakelijk is om alle opdrachten van de RKW naar behoren te kunnen uitvoeren. Concreet stelt het personeelsplan 939 statutaire FTE en 57 contractuele FTE vast voor Integratie, vorming en ontwikkeling De Rijksdienst is zich ervan bewust dat zijn medewerkers het meest kostbare potentieel zijn. Immers: zonder competente en geëngageerde medewerkers geen kwaliteitsvolle en klantvriendelijke dienstverlening aan de gezinnen. Investeren in de aanwerving en begeleiding van zijn personeel is dus voor de Rijksdienst heel vanzelfsprekend een eerste prioriteit. 108

108 De Rijksdienst zet dan ook ononderbroken de selectieprocedures voort om het ontbrekende personeel aan te werven. Daarnaast verbindt hij zich ertoe nieuwe medewerkers van bij hun indiensttreding een continu ontwikkelingstraject aan te bieden, zodat zij zich gemakkelijker kunnen integreren in hun nieuwe functie. De nieuwe cel Interne Opleiding bij het departement Gezinnen vormt een passend antwoord op die verbintenis. De cel zorgt ervoor dat nieuwe medewerkers ingewijd worden in de complexe kinderbijslagregelgeving en de gebruikte informaticatoepassingen. Ook andere medewerkers die behoefte hebben aan een doorgedreven technische opleiding, zullen in de toekomst bij de cel terechtkunnen. Naast een opleiding bij hun indiensttreding, kunnen nieuwe medewerkers rekenen op de kennis en knowhow van hun meer ervaren collega s binnen de dienst. Om die kennisoverdracht een meer formeel en permanent karakter te geven, werd begin 2010 een basisstudie uitgevoerd rond de invoering van een peterschapsysteem. Daarbij werd rekening gehouden met de huidige turnover van het personeel en met de verwachte pensioneringen in de periode Zoals de andere instellingen wordt de Rijksdienst immers geconfronteerd met een snelle veroudering van zijn personeel: 16 % van de medewerkers gaan de volgende 5 jaar met pensioen en 34 % binnen de 10 jaar. Maar niet alleen het aantrekken en integreren van nieuwe medewerkers is belangrijk. Het is minstens even belangrijk om te investeren in hun toekomst binnen de instelling. De medewerkers worden dan ook voortdurend aangemoedigd om hun kennis uit te breiden, nieuwe competenties te verwerven en te evolueren in hun loopbaan. Zo werden in 2010 drie medewerkers die slaagden in het overgangsexamen naar niveau A, bevorderd tot het niveau A. 23 medewerkers die slaagden in het overgangsexamen naar niveau B, werden bevorderd tot het niveau B. Twintig andere medewerkers zijn hun aanpassingsperiode van zes maanden naar niveau B gestart op 1 december Vier medewerkers van niveau D ten slotte zijn geslaagd in het overgangsexamen naar niveau C. Daarnaast namen 112 medewerkers in het kader van hun loopbaantraject deel aan een gecertificeerde opleiding. 77 van hen slaagden en kregen zo recht op een premie voor competentieontwikkeling. Tot slot kunnen de medewerkers ook extern deelnemen aan opleidingen van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid (OFO). In 2010 volgden 39 medewerkers 109

109 verschillende standaardopleidingen bij het OFO. De meest gevolgde opleidingen behoren tot de domeinen Talen en PCvaardigheden. De voorbereidingen in 2010 voor maaltijdcheques in 2011 In 2010 werden de nodige juridische en budgettaire voorbereidingen getroffen, waardoor de Rijksdienst als een van de weinige federale overheidsinstellingen vanaf 1 juli 2011 maaltijdcheques zal toekennen aan zijn medewerkers. Dankzij dat nieuwe sociale voordeel zullen alle medewerkers genieten van een reële stijging van hun koopkracht, die hen toelaat in alle flexibiliteit en onafhankelijkheid een maaltijd naar keuze te gebruiken tijdens de werkdag. Met de invoering van de maaltijdcheques geven het Beheerscomité van de RKW, het Basisoverlegcomité en het Beheerscomité van de Sociale Dienst onmiskenbaar blijk van hun erkenning voor de dagelijkse inzet van de medewerkers. Kankeropsporingsonderzoek Bekommerd om het welzijn en de gezondheid van zijn medewerkers, lanceerde de RKW in 2010 een kankeropsporingscampagne in samenwerking met het gespecialiseerde Bordet Instituut. De onderzoeken sporen huid-, borst-, baarmoederhals-, prostaat- en dikkedarmkanker op. Daarnaast kunnen aanvullende onderzoeken voorgesteld worden naargelang de leeftijd en eventuele klachten en risicofactoren (bv. roken). De Rijksdienst draagt de kosten van de consultatie en van de aanvullende onderzoeken en de verplaatsingskosten naar het Bordet Instituut. Vitruvius Het is belangrijk dat de medewerkers zich in hun dagelijkse inspanningen gesteund weten door geïnspireerde leidinggevenden. Vitruvius is een leiderschapsontwikkelingsprogramma van de FOD Personeel en Organisatie. De FOD P&O wil met Vitruvius een nieuwe mensgerichte leiderschapsstijl ontwikkelen binnen de hele federale overheid, waarbij de mens echt centraal komt te staan binnen de organisatie. Twee directieleden van de RKW namen deel aan de tweede cyclus van Vitruvius ( ) in het kader van het Lead-project (zie verder). Voor de derde cyclus ( ) schreven vier directieleden zich in. 110

110 Een nieuwe RKW, met nieuwe uitdagingen en nieuwe opportuniteiten De Rijksdienst ziet zijn opdrachten de laatste jaren constant evolueren. In 2011 zal de RKW daarnaast geconfronteerd worden met een wissel bij het Algemeen Bestuur: de huidige administrateur-generaal, die de Rijksdienst bijna 26 jaar leidde, gaat met pensioen. Tot slot is er de maatschappelijke context waarbinnen een eventuele splitsing van de kinderbijslag op de politieke agenda staat. De evoluerende context, zowel intern als extern, stelt de Rijksdienst voor belangrijke uitdagingen, maar biedt tegelijk ook nieuwe opportuniteiten. Daarom nam de RKW zijn verbintenissen inzake HR op in zijn derde bestuursovereenkomst Concreet verbindt de RKW zich ertoe om: yhet leadership af te stemmen op de in aantal en complexiteit toenemende opdrachten via een voortzetting van het Lead-project; ybekwame en geëngageerde medewerkers aan te trekken en te integreren via het Employer branding-project. Lead en Employer branding Het Lead-project (Leadership Evolution through Assessment and Development) werd opgestart in 2008 en had als doelstelling de leiderschapscompetenties en managementvaardigheden van de directie en het middenkader te versterken. Concreet ging de Rijksdienst in zijn bestuursovereenkomst de verbintenis aan om het Lead-project voort te zetten door individuele trajecten uit te werken om de competenties van de leden van de directie en het middenkader te ontwikkelen, maar ook door na te denken over de manier om het project te vertalen naar de teamleiders van morgen. Via het Employer brandingproject wil de Rijksdienst anderzijds de aantrekkelijkheid van de instelling verhogen en werken aan de zichtbaarheid en aan het interne en externe imago van de RKW. De sociale rol van de Rijksdienst en de normen en waarden eigen aan de organisatie zullen daarbij primeren. 111

111 Gezien de grote onderlinge afhankelijkheid van beide projecten, besliste de Rijksdienst om de uitvoering ervan te kaderen in een globaal project dat beantwoordt aan de volgende vragen: Welke visie hebben we voor de RKW voor de volgende jaren? Welke prioritaire rollen zullen de directieleden morgen moeten spelen? Welke specifieke competenties moeten ze daarvoor ontwikkelen en hoe? Hoe werven we medewerkers aan die de visie en de waarden van de instelling delen? Met de hulp van de FOD P&O, die een gedegen ervaring heeft opgebouwd in de ondersteuning van dergelijke projecten, trekt de RKW dat globaal project op rond de drie groepen actoren die essentieel zijn voor de organisatie: de shareholders (de toezichthoudende minister en de leden van het Beheerscomité), de klanten (de gezinnen van wie de Rijksdienst de kinderbijslagdossiers beheert, de kinderbijslagfondsen, ) en het personeel. De drie groepen werden ondervraagd over hun huidige perceptie van de RKW en hun behoeften en verwachtingen voor de RKW in de toekomst. In dat kader werden in 2010 al de volgende acties ondernomen: yde voorzitster en een representatief aantal leden van de diverse afvaardigingen in het Beheerscomité konden aan de hand van een vragenlijst opgesteld door de FOD P&O hun visie geven; yalle medewerkers konden in oktober 2010 deelnemen aan een tevredenheidsenquête opgesteld en verwerkt door de FOD P&O; yde verschillende diensten van de RKW vulden een autoevaluatieformulier in over hun klantenbenadering. Verder werd door de FOD P&O een PEST-analyse (Politieke, Economische, Sociale en Technologische analyse) uitgevoerd om de strategie van de RKW te voeden met relevante externe input. Droom mij een nieuwe RKW De eerste resultaten van de verschillende analyses werden in november 2010 voorgesteld op een directieseminarie, in aanwezigheid van het Beheerscomité en met als thema Droom mij een nieuwe RKW. Tijdens dat seminarie werd op interactieve wijze gewerkt rond inspirerend leiderschap, stijlbreuken en branding, werden strategische assen uitgetekend waarrond de Rijksdienst in de toekomst wil werken, kritische succesfactoren bepaald en werd een eerste aanzet gegeven tot een operationeel actieplan. Het uiteindelijke doel van het project is dat de Rijksdienst in de toekomst de optimale dienstverlening aan de gezinnen kan blijven waarborgen en voor potentiële medewerkers een employer of choice wordt. 112

112 FIERHEID INTEGRITEIT INZET SOLIDARITEIT toekomst INTERESSE VERTROUWEN RESPECT WEDERKERIGHEID sociale rol BETROUWBAARHEID RKW STEUN kwaliteit EERLIJKHEID BETROKKENHEID 113

113 Onze medewerkers volgens leeftijd volgens geslacht volgens taalrol ,08 fulltime equivalents (FTE).

114 volgens niveau volgens statuut volgens arbeidsstelsel

115

116 Good public governance: jaarrapport van het Auditcomité

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Voor inlichtingen: RKW Departement Ondersteuning Research en Financiën Trierstraat 70-1000 Brussel e-mail: research@rkw.be www.rkw.be

Nadere informatie

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG 2017/1

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG 2017/1 A. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET Voor de kinderbijslagbedragen is de spilindex 101,02 (Basis 2013 = 100) van toepassing vanaf 01/06/2016. De grensbedragen voor de bestaansmiddelen zijn aangepast vanaf 01/06/2017

Nadere informatie

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG A. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET Schaal tegen spilindex 119,62 (Basis 2004 = 100) van toepassing op 01/07/2015 Aanpassing: Aanpassing van de grensbedragen voor de inkomsten of sociale

Nadere informatie

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG A. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET Schaal tegen spilindex 119,62 (Basis 2004 = 100) van toepassing op 01/07/2014 Aanpassingen: 1. Aanpassing van de grensbedragen voor de inkomsten

Nadere informatie

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG 2017/1

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG 2017/1 A. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET Schaal tegen spilindex 103,04 (Basis 2013 = 100) van toepassing op 01/06/2017 Aanpassing van het barema aan de nieuwe spilindex I. BASISKINDERBIJSLAGEN 1. GEWONE KINDERBIJSLAG

Nadere informatie

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG

BAREMA VAN DE KINDERBIJSLAG A. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET Schaal tegen spilindex 101,02 (Basis 2013 = 100) van toepassing op 01/06/2016 Aanpassing van het barema aan de nieuwe spilindex I. BASISKINDERBIJSLAGEN 1. GEWONE KINDERBIJSLAG

Nadere informatie

Gezinsbijslag in 15 vragen

Gezinsbijslag in 15 vragen Gezinsbijslag in 15 vragen 1. Wat is gezinsbijslag? Gezinsbijslag omvat: - het kraamgeld dat eenmalig wordt uitbetaald bij de geboorte - de adoptiepremie die eenmaal wordt uitbetaald bij de adoptie - de

Nadere informatie

Situatie van de kinderbijslag aan de vooravond van de splitsing. RKW - Studiedag 29 maart 2012

Situatie van de kinderbijslag aan de vooravond van de splitsing. RKW - Studiedag 29 maart 2012 Situatie van de kinderbijslag aan de vooravond van de splitsing RKW - Studiedag 29 maart 2012 Splitsing volgens de 6e staatshervorming 2 - Overdracht van de bevoegdheid aan de gemeenschappen Voor Brussel:

Nadere informatie

STATISTISCH OVERZICHT 30 JUNI 2016

STATISTISCH OVERZICHT 30 JUNI 2016 FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE KINDERBIJSLAG STATISTISCH OVERZICHT 30 JUNI 2016 Gedetailleerde gegevens STATISTISCH OVERZICHT NR. 3 Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Voor

Nadere informatie

FOCUS De sociale toeslagen in het stelsel voor kinderbijslag voor werknemers. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

FOCUS De sociale toeslagen in het stelsel voor kinderbijslag voor werknemers. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers FOCUS 2011-1 De sociale toeslagen in het stelsel voor kinderbijslag voor werknemers Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 26 48 Fax: 02-237 24 35 E-mail:

Nadere informatie

DEMOGRAFISCH VERSLAG

DEMOGRAFISCH VERSLAG RKW KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS GEWAARBORGDE GEZINSBIJSLAG DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2009 - STATISTISCHE REEKSEN 2008 Tellingen 2008 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Nadere informatie

Departement Controle

Departement Controle Trierstraat 70 B-1000 Brussel Departement Controle CO 1377 Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 08.12.2008 uw ref. contact Hugo Bogaert attaché telefoon 02-237 23 61 02-237 21 11 Betreft: Herziening

Nadere informatie

Bijlage bij bericht 6 H-HR/ e bijvoegsel bij ARPS-Bundel 522. Uitreiking: typelijst 25/003

Bijlage bij bericht 6 H-HR/ e bijvoegsel bij ARPS-Bundel 522. Uitreiking: typelijst 25/003 Bijlage bij bericht 6 H-HR/2007 70e bijvoegsel bij ARPS-Bundel 522 Uitreiking: typelijst 25/003 Reserve: 20 ex BEDRAGEN VAN DE GEZINSPRESTATIES TOEPASSELIJK VANAF 01.05.2006 TOT 30.09.2006 Spilindex Coëfficiënt

Nadere informatie

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 september maandelijkse bedragen in EUR)

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 september maandelijkse bedragen in EUR) Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 september 2008 - maandelijkse bedragen in EUR) I. Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders 1. Gewone kinderbijslag (artikel 40): eerste

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van 13 januari 2003;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van 13 januari 2003; TC/03/14 BERAADSLAGING NR. 03/10bis VAN 4 FEBRUARI 2003, AANGEPAST OP 19 JULI 2005, M.B.T. EEN AANVRAAG TOT MEDEDELING VAN SOCIALE GEGEVENS VAN DE RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS (RKW) -

Nadere informatie

INHOUD WOORD VOORAF 5

INHOUD WOORD VOORAF 5 INHOUD WOORD VOORAF 5 Bouwen aan de toekomst: investeren in onze kinderen en ervoor zorgen dat elk gezin de kinderbijslag krijgt waar het recht op heeft 5 DE BOUWSTENEN VAN 2006 7 De tweede bestuursovereenkomst:

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN 1ste SEMESTER 2015

DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN 1ste SEMESTER 2015 FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR KINDERBIJSLAG DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN 1ste SEMESTER 2015 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 151 30.06.2015 Verantwoordelijk uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Voor

Nadere informatie

FOCUS 2009-3. Typegezinnen in de kinderbijslag: kenmerken, evoluties en bedragen. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

FOCUS 2009-3. Typegezinnen in de kinderbijslag: kenmerken, evoluties en bedragen. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers FOCUS 2009-3 Typegezinnen in de kinderbijslag: kenmerken, evoluties en bedragen Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 26 48 Fax: 02-237 24 35 E-mail: research@rkw-onafts.fgov.be

Nadere informatie

DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2003 -

DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2003 - RKW KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS GEWAARBORGDE GEZINSBIJSLAG DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2003 - STATISTISCHE REEKSEN 1993-2003 Uitgave 2004 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Nadere informatie

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 januari maandelijkse bedragen in EUR)

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 januari maandelijkse bedragen in EUR) Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 januari 2008 - maandelijkse bedragen in EUR) I. Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders 1. Gewone kinderbijslag (artikel 40): eerste

Nadere informatie

FOCUS De toeslag voor gehandicapten in het kinderbijslagstelsel voor werknemers - kenmerken en evoluties

FOCUS De toeslag voor gehandicapten in het kinderbijslagstelsel voor werknemers - kenmerken en evoluties FOCUS 2008-3 De toeslag voor gehandicapten in het kinderbijslagstelsel voor werknemers - kenmerken en evoluties Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 26

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2010

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2010 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2010 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 142 Verantwoordelijk uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag

Nadere informatie

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 mei (maandelijkse bedragen in EUR)

Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 mei (maandelijkse bedragen in EUR) Gezinsbijslag (schaal van kracht vanaf 1 mei (maandelijkse bedragen in EUR) I. Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders 1. Gewone kinderbijslag (artikel 40) eerste kind 86,77

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2009

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2009 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2009 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 140 Verantwoordelijk uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2012

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2012 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2012 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 145 Verantwoordelijk uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2011

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2011 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2011 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 144 Verantwoordelijk uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag

Nadere informatie

Brevet van rechthebbende

Brevet van rechthebbende Identificatie van de volgende instelling Kenmerk van de werkgever Brevet van rechthebbende Identificatie van het oorspronkelijke fonds Naam van de beheerder verantwoordelijk voor het dossier e-mail : tel.

Nadere informatie

Dit document wordt u aangeboden door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid

Dit document wordt u aangeboden door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Dit document wordt u aangeboden door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Het kan vrij verspreid worden op voorwaarde dat de bron en het URL vermeld worden Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Sint-Pieterssteenweg

Nadere informatie

Een overzicht per entiteit van de kinderbijslag voor kinderen met een aandoening.

Een overzicht per entiteit van de kinderbijslag voor kinderen met een aandoening. Een overzicht per entiteit van de kinderbijslag voor kinderen met een aandoening. Focus: 2016 3 Sinds 50 jaar wordt een bijkomende bijslag voorzien voor kinderen met een aandoening. In de loop van de jaren

Nadere informatie

Business-rules: Wanneer en welke gegevens over betaling van kraamgeld, adoptiepremie en kinderbijslag in het Kadaster inbrengen?

Business-rules: Wanneer en welke gegevens over betaling van kraamgeld, adoptiepremie en kinderbijslag in het Kadaster inbrengen? Bijlage 1 bij dienstbrief 997/52bis Business-rules: Wanneer en welke gegevens over betaling van kraamgeld, adoptiepremie en kinderbijslag in het Kadaster inbrengen? Situatie (Voorafbetaling) kraamgeld

Nadere informatie

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG Barema Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG 1. BASISBEDRAGEN 1.1 Premies Eénmalig KRAAMGELD 1 ste geboorte 1.223,11 2 de geboorte en elk der volgende 920,25 Elk kind uit een meerlingenzwangerschap

Nadere informatie

Bedragen kinderbijslag

Bedragen kinderbijslag Bedragen kinderbijslag 1/06/2016 KINDERBIJSLAG 1. BASISBEDRAGEN 1.1 Premies Eénmalig KRAAMGELD 1ste geboorte 2de geboorte en elk der volgende Elk kind uit een meerlingenzwangerschap 1.247,58 938,66 1.247,58

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 2 juni 2005;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 2 juni 2005; SCSZ/05/91 1 BERAADSLAGING NR. 05/032 VAN 19 JULI 2005 M.B.T. DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING AAN DE RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS EN DE

Nadere informatie

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG

Barema. Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG Barema Kinderbijslag voor werknemers KINDERBIJSLAG 1. BASISBEDRAGEN 1.1 Premies Eénmalig KRAAMGELD 1ste geboorte 2de geboorte en elk der volgende Elk kind uit een meerlingenzwangerschap 1.223,11 920,25

Nadere informatie

Juridisch bulletin. Wetgeving

Juridisch bulletin. Wetgeving Juridisch bulletin Wetgeving 2008 www.rkw.be Inhoud 1 Wetten 4 1.1 Programmawet (I) van 8 juni 2008, BS van 16 juni 2008 (Jaarlijkse leeftijdsbijslag) 4 1.2 Wet houdende diverse bepalingen (I) (1) van

Nadere informatie

KINDERBIJSLAG VOOR ZELFSTANDIGEN STATISTISCHE REEKSEN UITGAVE 2007

KINDERBIJSLAG VOOR ZELFSTANDIGEN STATISTISCHE REEKSEN UITGAVE 2007 STATISTISCHE REEKSEN UITGAVE 2007 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 BRUSSEL Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Voor alle inlichtingen

Nadere informatie

Statistiek per kinderbijslagfonds

Statistiek per kinderbijslagfonds Statistiek per kinderbijslagfonds Dienst 2010 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Inlichtingen bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) Departement

Nadere informatie

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2014

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2014 Anneleen Bettens Adjunct-adviseur Competentiecentrum Werk & Sociale Zekerheid T +32 2 515 09 27 F +32 2 515 09 13 ab@vbo-feb.be CIRCULAIRE Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2014 19 februari 2014

Nadere informatie

Algemene inhoud. DEEL 1 Inkomens 1. DEEL 2 Fiscaal 43

Algemene inhoud. DEEL 1 Inkomens 1. DEEL 2 Fiscaal 43 Algemene inhoud DEEL 1 Inkomens 1 1. Overzicht actuele wetgeving 1 2. Inkomen, sociale zekerheid of sociale bijstand 3 3. Tegemoetkomingen aan personen met een handicap 4 3.1. Toelichting over de regelgeving

Nadere informatie

INHOUD VOORWOORD 7 KINDERBIJSLAG: MEER DAN OOIT DE TOEKOMST VAN DE SOCIALE ZEKERHEID 7

INHOUD VOORWOORD 7 KINDERBIJSLAG: MEER DAN OOIT DE TOEKOMST VAN DE SOCIALE ZEKERHEID 7 INHOUD VOORWOORD 7 KINDERBIJSLAG: MEER DAN OOIT DE TOEKOMST VAN DE SOCIALE ZEKERHEID 7 EEN FORMELE VERBINTENIS: EEN KWALITEITSVOLLE DIENSTVERLENING AAN DE GEZINNEN 7 Voorbij de administratieve vereenvoudiging:

Nadere informatie

Departement Controle. Betreft: Eenoudergezinnen - Verhoging van de maandelijkse toeslag - Verhoging van de inkomensgrens

Departement Controle. Betreft: Eenoudergezinnen - Verhoging van de maandelijkse toeslag - Verhoging van de inkomensgrens Trierstraat 70 B-1000 Brussel Departement Controle CO 1375 Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 06.10.2008 II/C/CO1375/BH uw ref. contact Hugo Bogaert attaché telefoon 02-237 23 61 02-237 21

Nadere informatie

FOCUS De kinderbijslag voor invalide rechthebbenden. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

FOCUS De kinderbijslag voor invalide rechthebbenden. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers FOCUS 2010-1 De kinderbijslag voor invalide rechthebbenden Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 25 33 Fax: 02-237 24 35 E-mail: research@rkw.be Website:

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/08/002 BERAADSLAGING NR. 08/002 VAN 15 JANUARI 2008 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN BEPAALDE PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

De administrateur-generaal. Betreft: Handvest van de sociaal verzekerde - Informatie- en motiveringsplicht

De administrateur-generaal. Betreft: Handvest van de sociaal verzekerde - Informatie- en motiveringsplicht Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 08.04.2005 uw ref. contact Anne-Michèle Wauthier attaché telefoon 02-237 23 56 02-237 21 11 Betreft:

Nadere informatie

ZiekteUitkeringenType PrimaireArbeidsongeschiktheid(Werknemer) Invaliditeit(Werknemer) NietVergoedePeriode(Zelfstandige) VergoedePeriode(Zelfstandige) Na1JaarPrimaireOngeschiktheid(Zelfstandige) ZiekteKrediet(Ambtenaar)

Nadere informatie

Juridisch bulletin. www.rkw.be

Juridisch bulletin. www.rkw.be Juridisch bulletin www.rkw.be Dienstvoorschriften 2008 Inhoud 1 Ministeriële omzendbrieven 3 1.1 Ministeriële omzendbrief nr. 601 van 30 januari 2008 (Artikel 76bis, 1, KBW. Bedragen van de gezinsbijslag

Nadere informatie

FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR KINDERBIJSLAG DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN 2 DE SEMESTER 2014

FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR KINDERBIJSLAG DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN 2 DE SEMESTER 2014 FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR KINDERBIJSLAG DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN 2 DE SEMESTER 2014 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 150 Verantwoordelijk uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Voor alle inlichtingen,

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Geografische spreiding van de kinderbijslag 2011 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Voor inlichtingen: RKW Departement Ondersteuning Research en Financiën Trierstraat

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel uw ref. contact Hugo Bogaert attaché telefoon 02-237 23 61 02-237 21 11 Betreft: Verwerking van de RIP-

Nadere informatie

BREVET VAN RECHTHEBBENDE: INSTRUMENTEN VOOR GEGEVENSOVERDRACHT

BREVET VAN RECHTHEBBENDE: INSTRUMENTEN VOOR GEGEVENSOVERDRACHT BREVET VAN RECHTHEBBENDE: INSTRUMENTEN VOOR GEGEVENSOVERDRACHT Identificatie van de volgende instelling Kenmerk van de werkgever Brevet van rechthebbende Identificatie van het oorspronkelijke fonds Naam

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 15.05.2008 II/C/999/146 onze ref. uw ref. contact Inge Vandenbosch attaché telefoon 02-237 25 29

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2012

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2012 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2012 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 146 Verantwoordelijk uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag

Nadere informatie

FOCUS De evolutie van gemiddelde maandelijkse kinderbijslag in het stelsel voor werknemers van 1997 tot 2010

FOCUS De evolutie van gemiddelde maandelijkse kinderbijslag in het stelsel voor werknemers van 1997 tot 2010 FOCUS 2011-2 De evolutie van gemiddelde maandelijkse kinderbijslag in het stelsel voor werknemers van 1997 tot 2010 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237

Nadere informatie

Jaarverslag. Verantwoordelijke uitgever: Tania Dekens, administrateur-generaal FAMIFED Trierstraat 70-1000 Brussel

Jaarverslag. Verantwoordelijke uitgever: Tania Dekens, administrateur-generaal FAMIFED Trierstraat 70-1000 Brussel Jaarverslag 2014 Verantwoordelijke uitgever: Tania Dekens, administrateur-generaal FAMIFED Trierstraat 70-1000 Brussel INHOUDSTAFEL Inhoudstafel... 1 1. FAMIFED in de kijker... 3 Woordje... 3 Heel wat

Nadere informatie

Meer weten over kinderbijslagen

Meer weten over kinderbijslagen Troonstraat 125-1050 Brussel Tel. 02 507 89 37 - studiedienst@gezinsbond.be Meer weten over kinderbijslagen 1. Waarvoor dient de kinderbijslag? De kinderbijslag is een tussenkomst van de overheid om deels

Nadere informatie

Statistiek per kinderbijslagfonds

Statistiek per kinderbijslagfonds Statistiek per kinderbijslagfonds Telling 2009 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknmers Informatie verkrijgbaar bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW)

Nadere informatie

Om recht te hebben op die toeslag, mogen uw belastbare beroepsinkomsten en/of uitkeringen als alleenstaande maximum EUR per maand bedragen.

Om recht te hebben op die toeslag, mogen uw belastbare beroepsinkomsten en/of uitkeringen als alleenstaande maximum EUR per maand bedragen. FISC brief 1: provisionele ambtshalve beslissing tot toekenning Volgens onze gegevens is X / bent u sinds... zes maanden werkloos / ziek. is X sinds... gepensioneerd. ontvangt X / u sinds... een faillissementsverzekering.

Nadere informatie

Bijlage 2: vragen - antwoorden

Bijlage 2: vragen - antwoorden Bijlage 2: vragen - antwoorden Voorafgaande opmerking: Het fonds kan altijd trachten met andere elementen in het dossier vast te stellen dat de sociaal verzekerde wist of redelijkerwijs moest weten dat

Nadere informatie

Graag had ik cijfers verkregen betreffende de terugvordering van uitgekeerde kinderbijslag met uitsplitsing van de gegevens per jaar.

Graag had ik cijfers verkregen betreffende de terugvordering van uitgekeerde kinderbijslag met uitsplitsing van de gegevens per jaar. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 96 van ORTWIN DEPOORTERE datum: 20 oktober 2016 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Kinderbijslag - Terugvorderingen Graag had ik cijfers verkregen

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/08/182 BERAADSLAGING NR 08/065 VAN 4 NOVEMBER 2008 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Betaling van kinderbijslag voor werknemers Gewaarborgde gezinsbijslag. Mieke SERLIPPENS Jurist bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Betaling van kinderbijslag voor werknemers Gewaarborgde gezinsbijslag. Mieke SERLIPPENS Jurist bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Betaling van kinderbijslag voor werknemers Gewaarborgde gezinsbijslag Mieke SERLIPPENS Jurist bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Sociale Praktijkstudies nr. 10002 Stof bijgehouden tot

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever: Tania Dekens, administrateur-generaal FAMIFED Trierstraat Brussel

Verantwoordelijke uitgever: Tania Dekens, administrateur-generaal FAMIFED Trierstraat Brussel Verantwoordelijke uitgever: Tania Dekens, administrateur-generaal FAMIFED Trierstraat 70-1000 Brussel INHOUDSTAFEL Inhoudstafel... 1 1. FAMIFED in de kijker... 3 Woordje... 3 FAMIFED binnen de sociale

Nadere informatie

Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de kinderbijslag.

Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de kinderbijslag. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 643 van CHRIS JANSSENS datum: 12 mei 2015 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Kinderbijslag - Controles Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming

Nadere informatie

Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers ek se n Het kinderbijslagstelsel van de zelfstandigen 1992-2008 De stati Telling 2009 e r e h c stis Statistische Reeksen - Kinderbijslagstelsel voor de

Nadere informatie

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2013 S.2013/004 AB/LP/S.5000 CI13-004N.AB. 11 januari 2013. Samenvatting

CIRCULAIRE. Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2013 S.2013/004 AB/LP/S.5000 CI13-004N.AB. 11 januari 2013. Samenvatting Anneleen Bettens Adjunct-adviseur AB/LP/S.5000 CI13-004N.AB CIRCULAIRE Sociale uitkeringen Bedragen per 1 januari 2013 11 januari 2013 Samenvatting Sedert 1 december 2012 is het bedrag van bepaalde socialezekerheidsuitkeringen

Nadere informatie

Vlaamse en Brusselse kinderbijslagen

Vlaamse en Brusselse kinderbijslagen Troonstraat 125 1050 Brussel Tel. 02 507 88 77 studiedienst@gezinsbond.be www.gezinsbond.be/gezinspolitiek Januari 2014 Vlaamse en Brusselse kinderbijslagen Samenvatting standpunt van de Gezinsbond De

Nadere informatie

STATISTIEK VAN DE OVERHEID

STATISTIEK VAN DE OVERHEID STATISTIEK VAN DE OVERHEID Dienstjaar 2009 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Voor inlichtingen: RKW Departement Ondersteuning Research en Financiën Trierstraat

Nadere informatie

Toeslag op de kinderbijslag

Toeslag op de kinderbijslag Toeslag op de kinderbijslag De gegevens die u op dit formulier invult, worden verzameld voor de vestiging van het recht op kinderbijslag en de betaling ervan. Ze worden beschermd door de wet verwerking

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Geografische spreiding van de kinderbijslag 2010 1 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Voor inlichtingen: RKW Departement Ondersteuning Research en Financiën Trierstraat

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 20.12.2005 uw ref. contact Johan Buyck Attaché telefoon 02-237 29 33 02-237 21 11 Betreft: Flux

Nadere informatie

De administrateur-generaal,

De administrateur-generaal, Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal, Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 26.09.2008 II/A/997/73/agy onze ref. uw ref. contact Annik Garigliany attaché telefoon 02-237

Nadere informatie

Groeipakket geeft vliegende start aan jonge gezinnen

Groeipakket geeft vliegende start aan jonge gezinnen PERSMEDEDELING VAN JO VANDEURZEN, VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN 28/05/2016 Groeipakket geeft vliegende start aan jonge gezinnen De Vlaamse Regering heeft vandaag het concept voor

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 2 juli 2007;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 2 juli 2007; SCSZ/07/133 1 BERAADSLAGING NR. 07/045 VAN 4 SEPTEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS TUSSEN ENERZIJDS DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID EN ANDERZIJDS DE KINDERBIJSLAGFONDSEN

Nadere informatie

Betreft: Toepassing van artikel 44bis KBW ingeval van plaatsing van het kind met een beschermd recht

Betreft: Toepassing van artikel 44bis KBW ingeval van plaatsing van het kind met een beschermd recht Trierstraat 70 B-1000 Brussel dienst Controle Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 21.12.2012 uw ref. contact Peter Savat Guy Tillieux sociaal inspecteurs telefoon 02-237 21 07 02-237 23 60

Nadere informatie

De statistiek per kinderbijslagfonds

De statistiek per kinderbijslagfonds De statistiek per kinderbijslagfonds Jaar 2013 Verantwoordelijke uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED) Voor alle inlichtingen kunt u terecht bij: FAMIFED Departement Ondersteuning

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over de toepassing van het gewijzigde artikel 48 KBW en de toepassing van de 240-uren norm

Vragen en antwoorden over de toepassing van het gewijzigde artikel 48 KBW en de toepassing van de 240-uren norm Vragen en antwoorden over de toepassing van het gewijzigde artikel 48 KBW en de toepassing van de 240-uren norm Ontstaan van een recht in de werknemersregeling als gevolg van een wijziging in de socio-professionele

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID. Directie-generaal Sociaal Beleid. Domein Regelgeving Kinderbijslag. Ministeriële Omzendbrief nr.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID. Directie-generaal Sociaal Beleid. Domein Regelgeving Kinderbijslag. Ministeriële Omzendbrief nr. 1 FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID Directie-generaal Sociaal Beleid Domein Regelgeving Kinderbijslag Ministeriële Omzendbrief nr. 599 Omzendbrief aan de Mevrouwen Ministers, aan de Heren Ministers,

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2014

DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2014 Federaal Agentschap voor Kinderbijslag DEMOGRAFISCHE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2014 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 149 Verantwoordelijk uitgever: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Voor alle

Nadere informatie

996/124 - Bijlage 2. Antwoorden. Er moet een huisbezoek worden aangevraagd.

996/124 - Bijlage 2. Antwoorden. Er moet een huisbezoek worden aangevraagd. Vragen van KBF ontvangen per mail 1 Wanneer een gezin ingeschreven staat volgens de KSZ op een adres met de melding Gemeenschappen. Dat veronderstelt dat het gezin niet op een gewoon adres verblijft, maar

Nadere informatie

Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers

Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers HAL FJ AAR L IJ K S E ME DE DE L ING Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN TWEEDE HALFJAAR 2004 HALFJAARLIJKSE MEDEDELING NR 130 Verantwoordelijk uitgever

Nadere informatie

Betreft: Toeslag op de kinderbijslag. Mevrouw, mijnheer,

Betreft: Toeslag op de kinderbijslag. Mevrouw, mijnheer, dienst datum onze ref. uw ref. contact telefoon telefax Betreft: Toeslag op de kinderbijslag Mevrouw, mijnheer, Werklozen, gepensioneerden, invaliden, gehandicapten, zieken en eenoudergezinnen kunnen recht

Nadere informatie

Kinderbijslagfonds UCM

Kinderbijslagfonds UCM Kinderbijslagfonds UCM Maandelijkse verhoging van de kinderbijslag voor eenoudergezinnen De regering heeft beslist om de kinderbijslag te verhogen voor eenoudergezinnen waarvan het brutomaandinkomen niet

Nadere informatie

Juridisch bulletin. Wetgeving

Juridisch bulletin. Wetgeving Juridisch bulletin Wetgeving 2006 www.rkw.be Inhoud 1. Wetten... 4 1.1. Wet van 7 maart 2006 tot wijziging van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers en van de wet van 27 december

Nadere informatie

FOCUS 2013-1. De kinderbijslag voor kinderen met een aandoening: tien jaar na de hervorming. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

FOCUS 2013-1. De kinderbijslag voor kinderen met een aandoening: tien jaar na de hervorming. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers FOCUS 2013-1 De kinderbijslag voor kinderen met een aandoening: tien jaar na de hervorming Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70 1000 Brussel Tel.: 02-237 26 51 E-mail: research@rkw-onafts.fgov.be

Nadere informatie

Gelet op de aanvraag ingediend door de RKW bij brieven van 28 februari 1995 en 15 juni 1995;

Gelet op de aanvraag ingediend door de RKW bij brieven van 28 februari 1995 en 15 juni 1995; TC/95/24 BERAADSLAGING Nr. 95/48 VAN 12 SEPTEMBER 1995 BETREFFENDE EEN AANVRAAG VAN DE RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS (RKW) TOT MACHTIGING, ALSOOK VOOR ALLE KINDERBIJSLAGFONDSEN, VOOR HET

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2011

DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2011 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers DEMOGRAFISCHE EN FINANCIËLE STATISTIEKEN EERSTE HALFJAAR 2011 HALFJAARLIJKSE STATISTIEKEN NR 143 Verantwoordelijk uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag

Nadere informatie

GROEP S - SVZ CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING

GROEP S - SVZ CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING { GROEP S - SVZ CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING Het socialeverzekeringsfonds van GROEP - S is een onmisbare schakel tussen de overheid en de burger. Het staat samen

Nadere informatie

Hierbij vindt u het verslag van de inspecties die plaatsvonden in uw centrum op 23 mei 2017.

Hierbij vindt u het verslag van de inspecties die plaatsvonden in uw centrum op 23 mei 2017. Aan de Voorzitter van het OCMW van Knokke-Heist Kraaiennestplein 1 bus 2 8300 Knokke-Heist Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Aantal 2 OCMW / STOF-SCP / 2017 Betreft: Geïntegreerd

Nadere informatie

DEMOGRAFISCH VERSLAG

DEMOGRAFISCH VERSLAG RKW KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS GEWAARBORGDE GEZINSBIJSLAG DEMOGRAFISCH VERSLAG - 2002 - STATISTISCHE REEKSEN 1992-2002 Uitgave 2003 Editeur responsable: Office national d'allocations familiales pour

Nadere informatie

STATISTIEK VAN BEPAALDE CATEGORIEËN VAN RECHTHEBBENDEN OP KINDERBIJSLAG IN HET STELSEL VOOR WERKNEMERS. Tellingen 2004

STATISTIEK VAN BEPAALDE CATEGORIEËN VAN RECHTHEBBENDEN OP KINDERBIJSLAG IN HET STELSEL VOOR WERKNEMERS. Tellingen 2004 STATISTIEK VAN BEPAALDE CATEGORIEËN VAN RECHTHEBBENDEN OP KINDERBIJSLAG IN HET STELSEL VOOR WERKNEMERS Tellingen 2004 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL Verantwoordelijke

Nadere informatie

DE KINDERBIJSLAG IN DE OVERHEIDSSECTOR. Tellingen 2007. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL

DE KINDERBIJSLAG IN DE OVERHEIDSSECTOR. Tellingen 2007. Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL DE KINDERBIJSLAG IN DE OVERHEIDSSECTOR Tellingen 2007 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Nadere informatie

BIJZONDERE STATISTIEK VAN DE WERKNEMERS VAN VREEMDE NATIONALITEIT DIE IN BELGIË VERBLIJVEN MET HUN GEZIN. Telling 2004

BIJZONDERE STATISTIEK VAN DE WERKNEMERS VAN VREEMDE NATIONALITEIT DIE IN BELGIË VERBLIJVEN MET HUN GEZIN. Telling 2004 BIJZONDERE STATISTIEK VAN DE WERKNEMERS VAN VREEMDE NATIONALITEIT DIE IN BELGIË VERBLIJVEN MET HUN GEZIN Telling 2004 Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Trierstraat 70-1000 BRUSSEL Verantwoordelijke

Nadere informatie

DMFA. automatisch onderzoek van het recht, provisionele betalingen en brevet. DMFA - Juni

DMFA. automatisch onderzoek van het recht, provisionele betalingen en brevet. DMFA - Juni DMFA automatisch onderzoek van het recht, provisionele betalingen en brevet DMFA - Juni 2004 1 DMFA? de wet van 26.07.1996 tot administratieve modernisering e-government van de sociale zekerheid de driemaandelijkse

Nadere informatie

FAMIFED. Federaal agentschap voor de kinderbijslag GEOGRAFISCHE SPREIDING VAN DE KINDERBIJSLAG

FAMIFED. Federaal agentschap voor de kinderbijslag GEOGRAFISCHE SPREIDING VAN DE KINDERBIJSLAG FAMIFED Federaal agentschap voor de kinderbijslag GEOGRAFISCHE SPREIDING VAN DE KINDERBIJSLAG 2013 Geografische spreiding van de kinderbijslag 2013 Verantwoordelijke uitgever: Federaal agentschap voor

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 07.08.2006 uw ref. contact Annik Garigliany attaché telefoon 02-237 23 58 02-237 21 11 Betreft:

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/07/175 BERAADSLAGING NR. 07/066 VAN 4 DECEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/08/192 BERAADSLAGING NR 08/071 VAN 2 DECEMBER 2008 BETREFFENDE DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS VERVAT

Nadere informatie

Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België

Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België Inhoud Algemeen 2 Gezin 2 Medische zorg 3 Nabestaanden 3 Werkloos 4 Ziek of arbeidsongeschikt 5 Zwangerschap en bevalling 5 Zo blijft u op de hoogte

Nadere informatie

De administrateur-generaal

De administrateur-generaal Trierstraat 70 B-1000 Brussel De administrateur-generaal Afzender RKW Trierstraat 70 B-1000 Brussel datum 18.12.2009 uw ref. contact Hugo Bogaert adviseur telefoon 02-237 23 61 02-237 21 11 Betreft: Artikel

Nadere informatie

Statistiek per kinderbijslagfonds

Statistiek per kinderbijslagfonds Statistiek per kinderbijslagfonds Jaar 2012 Verantwoordelijke uitgever: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers Inlichtingen bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) Departement

Nadere informatie