ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 5 FEBRUARI

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 5 FEBRUARI"

Transcriptie

1 ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 5 FEBRUARI Staatssecretaris van Financiën tegen Coöperatieve vereniging Coöperatieve Aardappelenbewaarplaats GA" (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) BTW dienstverrichtingen" Zaak 154/80 Samenvatting Belastingbepalingen Harmonisatie van wetgevingen Omzetbelasting Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde Diensten Belastinggrondslag Rechtstreeks verband tussen de dienst en de in geld uitdrukbare en een subjectieve waarde vertegenwoordigende tegenprestatie (Richtlijn van de Raad nr. 67/228, artikelen 2 en 8, sub a; bijlage A, punt 13) In de zin van de Tweede richtlijn betreffende de harmonisatie van de wetgevingen inzake de omzetbelasting, is een dienst belastbaar wanneer zij overeenkomstig artikel 2 van die richtlijn onder bezwarende titel wordt verricht, terwijl dan de belastinggrondslag volgens artikel 8, sub a, zoals toegelicht in punt 13 van bijlage A, bestaat in de tegenwaarde van de dienst, dat wil zeggen in al hetgeen als tegenwaarde van de dienst wordt ontvangen. Er moet dus een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenwaarde, die moet kunnen worden uitgedrukt in geld en een subjectieve waarde moet vertegenwoordigen, aangezien de belastinggrondslag voor diensten de werkelijk ontvangen tegenprestatie is, en niet een volgens objectieve maatstaven geschatte waarde. Er kan mitsdien geen sprake zijn van een tegenwaarde in de zin van artikel 8, sub a, van de richtlijn, in het geval van een coöperatieve vereniging, exploitante van een bewaarplaats van waren, die aan haar leden geen bewaarloon in rekening brengt voor de verrichte dienst. In zaak 154/80, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Hoge Raad der Nederlanden, in het aldaar aanhangig geding tussen 1 Procestaal: Nederlands. 445

2 ARREST VAN ZAAK 154/80 STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN COÖPERATIEVE VERENIGING COÖPERATIEVE AARDAPPELENBEWAARPLAATS GA", Heinkenszand, en om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 8 van de Tweede richtlijn van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting Structuur en'wijze van toepassing van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 1967, blz. 1303), wijst te HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer), samengesteld als volgt: P. Pescatore, kamerpresident, A. Touffait en O. Due, rechters, advocaat-generaal: J.-P. Warner griffier: A. Van Houtte het navolgende ARREST De feiten De feiten, het procesverloop en de krachtens artikel 20 van 's Hofs Statuut-EEG ingediende schriftelijke opmerkingen kunnen worden samengevat als volgt: I De feiten en het procesverloop De Tweede richtlijn voor de harmonisatie van de omzetbelasting bepaalt in artikel 2: Aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen: a) de leveringen van goederen en diensten, welke in het binnenland door een belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht; b)...", en in artikel 8 : De belastinggrondslag is: a) voor leveringen en diensten: alles wat de tegenwaarde vormt voor de levering van het goed of voor de dienst, met inbegrip van alle kosten en belastingen, doch met uitzondering van de 446

3 STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN / COÖPERATIEVE AARDAPPELENBEWAARPLAATS belasting over de toegevoegde waarde zelf; b)...» In bijlage A tenslotte wordt onder punt 13, ad artikel 8, sub a, gepreciseerd: Onder,tegenwaarde' dient te worden verstaan al hetgeen als tegenprestatie wordt ontvangen voor de levering van het goed of voor de dienst, met inbegrip van bijkomende kosten (verpakking, vervoer, verzekering enz.), dat wil zeggen niet alleen de ontvangen bedragen, doch bijvoorbeeld ook de waarde van de in ruil ontvangen goederen of, in geval van vordering door of namens de overheid, het bedrag van de ontvangen vergoeding." De vraag van de Hoge Raad betreft de aard van een dienst die door een coöperatieve vereniging ten behoeve van haar leden wordt verricht en naar aanleiding waarvan door de Inspecteur der belastingen een aanvullende aanslag in de omzetbelasting is opgelegd. Bedoelde coöperatieve vereniging is ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting Zij exploiteert een koelhuis waarin zij voor haar leden aardappelen opslaat en op temperatuur bewaart. Elke aardappelteler die lid is van de coöperatie, heeft jaarlijks recht op opslag van kg aardappelen per aandeelbewijs tegen een door de coöperatie vastgesteld en na afloop van het seizoen te betalen bedrag. Hangende de verkoop van het koelhuis, heeft de coöperatie om redenen van financieel beleid in de jaren 1975 en 1976 ter zake van haar prestaties geen bewaarloon in rekening gebracht en ontvangen"; zij beschouwde derhalve haar prestaties in die jaren als niet tegen vergoeding verricht en dus als onbelast, en zij heeft haar aangiften voor de omzetbelasting dienovereenkomstig gedaan. De Inspecteur meende echter dat de coöperatie haar leden niettemin een tegenprestatie in rekening had gebracht, aangezien de waarde van hun aandelen als gevolg van het niet-heffen van bewaarloon was gedaald, welke tegenprestatie de Inspecteur waardeerde op het tot dan toe gebruikelijke bewaarloon van Fl. 0,02 per kg opgeslagen aardappelen; deswege legde hij een aanvullende aanslag op van Fl ,. De coöperatie ging van deze aanslag in beroep bij het Gerechtshof, daartoe stellende dat, waar het begrip vergoeding, zoals dat in artikel 8 van de Wet op de omzetbelasting is omschreven, een subjectief karakter draagt, zij haar prestaties zonder vergoeding heeft verricht nu zij deswege geen tegenprestatie had bedongen. Het Gerechtshof wees het beroep toe en vernietigde de aanslag, op grond dat niet was bewezen dat als tegenprestatie iets in rekening was gebracht of betaald, en dat de onderhavige prestaties dus niet tegen vergoeding waren verricht. Van deze uitspraak heeft de Staatssecretaris van Financiën zich voorzien in cassatie, als middel aanvoerende dat artikel 8 van de Wet op de omzetbelasting was geschonden. Overeenkomstig de conclusies van zijn advocaat-generaal Van Soest, heeft de Hoge Raad besloten de behandeling van de zaak te schorsen, en bij arrest van 25 juni 1980 de navolgende vraag aan het Hof van Justitie voorgelegd: Een coöperatieve vereniging naar Nederlands recht exploiteert in overeenstemming met haar statutaire doel een bewaarplaats voor aardappelen. Haar leden hebben jegens haar het recht en tevens de verplichting tot het jaarlijks in 447

4 ARREST VAN ZAAK 154/80 bewaring geven van kilogram aardappelen per in hun bezit zijnd, door de vereniging uitgegeven, aandeelbewijs, zulks tegen een door de vereniging telkenjare vast te stellen en na afloop van het seizoen te betalen bewaarloon. Krachtens besluit van de vereniging wordt in enig jaar geen bewaarloon geheven. Kan in een dergelijk geval sprake zijn van een tegenwaarde als bedoeld in artikel 8, aanhef en letter a, van de Tweede richtlijn?" Het verwijzingsarrest is ter griffie van het Hof ingeschreven op 2 juli Het Hof heeft, of rapport van de rechter-rapporteur en de advocaat-generaal gehoord, besloten zonder instructie tot de mondelinge behandeling over te gaan. Bij beschikking van 19 november 1980 heeft het Hof krachtens artikel 95, paragraaf 1, van het Reglement voor de procesvoering, de zaak naar de Tweede kamer verwezen. II Schriftelijke opmerkingen, ingediend krachtens artikel 20 van 's Hofs Statuut-EEG A Opmerkingen van de Nederlandse regering De Nederlandse regering betoogt dat de bewoordingen van artikel 8, aanhef en sub a, van de Tweede richtlijn reeds een indicatie geven voor het ruime kader waarin de richtlijngever de belastinggrondslag heeft willen plaatsen, en dat de bewoordingen van bijlage A, punt 13, duidelijk in het licht stellen dat de richtlijngever die grondslag een zodanige omvang heeft willen toekennen, dat daaronder niet enkel een ontvangen bedrag dient te worden begrepen. Een andere opvatting zou overigens betekenen dat andere vormen van honorering niet in de heffing van omzetbelasting zouden kunnen worden betrokken. Te denken valt hier met name aan verrekening van wederzijdse vorderingen, aan prestaties die worden vergolden met materialen, prestaties waarvoor de tegenprestaties worden voldaan in de vorm van geldswaardige papieren, en prestaties waarvoor een recht wordt verkregen. De Nederlandse regering verwijst naar een reeks uitspraken van de Tariefcommissie, waarin met betrekking tot elk van de evengenoemde omstandigheden werd beslist dat degene jegens wie werd gepresteerd, een tegenprestatie had verricht. Voorts meent de Nederlandse regering dat zij een in rekening gebracht zijn" en een voldaan zijn" niet noodzakelijk enkel aanwezig acht indien enig stuk is uitgereikt waarin een crediteur zijn vordering ter kennis van de debiteur heeft gebracht, of indien een vordering daadwerkelijk is ontvangen. Ter ondersteuning van deze opvatting verwijst zij naar andere beslissingen van de Tariefcommissie en naar een arrest van de Hoge Raad. In het onderwerpelijke geval heeft de coöperatieve vereniging ter zake van het geven van gelegenheid tot opslag van aardappelen aan haar leden anders dan gebruikelijk in de jaren 1975 en 1976 geen bewaarloon in rekening gebracht of ontvangen, als onmiddellijk gevolg waarvan de waarde van de aandelen van die leden daalde, welk offer naar de mening van de Nederlandse regering de 448

5 STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN / COÖPERATIEVE AARDAPPELENBEWAARPLAATS tegenwaarde vormt voor de door de coöperatie verrichte prestatie. Blijkens deze bepalingen is er slechts sprake van een belastbare dienst indien hij is verricht onder bezwarende titel, en wordt de belastinggrondslag gevormd door de tegenwaarde van de dienst, dat wil zeggen al hetgeen als tegenprestatie wordt ontvangen. Tussen de dienst en de ontvangst van de tegenwaarde moet dus een rechtstreeks verband bestaan. Voorts valt uit een en ander af te leiden dat de tegenwaarde in een geldbedrag moet kunnen worden uitgedrukt, welke uitlegging wordt bevestigd door artikel 9 van de Tweede richtlijn, volgens hetwelk het belastingtarief wordt vastgesteld op een percentage van de belastinggrondslag. Deze belastinggrondslag is de daadwerkelijk ontvangen tegenwaarde of tegenprestatie of, anders gezegd, de subjectieve" waarde, en niet een objectieve" of liever normale" waarde, dat wil zeggen een volgens objectieve criteria geschatte waarde. In verband hiermee meent de Nederlandse regering dat de aan het Hof gestelde vraag bevestigend moet worden beantwoord. B Opmerkingen van de Commissie 1. De Commissie herinnert aan het voornaamste doel van de Eerste richtlijn voor de harmonisatie van de omzetbelasting, namelijk de nationale stelsels van omzetbelasting te vervangen door een gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, waarvan de structuur en toepassingswijze zijn vastgelegd in de Tweede richtlijn. De Commissie gaat dan over tot een diepgaande analyse van artikel 8, gelezen in samenhang met artikel 2 en in het licht van bijlage A, punt 13, van deze Tweede richtlijn. De Commissie beijvert zich vervolgens haar stelling te bewijzen, vooreerst door erop te wijzen dat zij voortvloeit uit de afwijkende definitie van de belastinggrondslag bij invoer van goederen, want in dit geval wordt verwezen naar het begrip normale waarde", omschreven in verordening nr. 803/68 van de Raad van 27 juni 1968 inzake de douanewaarde van de goederen (PB L 148 van 1968, blz. 6). Ook bij leveringen van goederen wordt in twee bijzondere gevallen genoemd in artikel 5, lid 3, sub a, van de Tweede richtlijn, namelijk 1) het door een belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een goed dat hij voor zijn privé gebruik bestemt of dat hij om niet verstrekt, en 2) het voor bedrijfsdoeleinden in gebruik nemen van een goed door een belastingplichtige, dat door hemzelf of voor zijn rekening door een derde is vervaardigd de belastinggrondslag gevormd door de normale" waarde, en dit als kennelijke uitzondering op het voor leveringen en diensten algemeen geldende beginsel van de subjectieve" waarde. Dat de Tweede richtlijn, aldus de Commissie, als maatstaf van heffing in het binnenlands verkeer in het algemeen uitgaat van de subjectieve" waarde, vindt zijn verklaring in het karakter van de belasting op de toegevoegde waarde. Deze is een belasting op het verbruik, en dit betekent dat de werkelijke uitgave van de verbruiker moet worden belast. Eerst bij afwezigheid van een door de eindverbruiker betaalde prijs kan er reden zijn de normale" waarde als maatstaf van heffing te nemen. De Tweede richtlijn 449

6 ARREST VAN ZAAK 154/80 sluit wel voor bepaalde leveringen aan bij dit criterium, maar niet voor dienstverrichtingen. Of de normale" waarde moet worden aangehouden, hangt ook af van de vraag, of dit noodzakelijk is om concurrentievervalsingen of ongerechtvaardigde belastingvoordelen te vermijden. Uit de twee bovengenoemde bijzondere gevallen alsmede uit punt 6 van bijlage A blijkt dat men zich inspant tot een zo neutraal mogelijke belastingheffing te komen, nu eens door het gebied van de belastingheffing uit te breiden, dan weer door geen aftrek van voorbelasting toe te staan. Zo men derhalve aanneemt dat in het onderhavige geval de bewaardiensten om niet zijn verricht en dus geen belastbare handelingen zijn, dan zou men ook moeten aannemen dat de coöperatie geen recht heeft op aftrek van de BTW die drukt op de goederen en diensten welke voor deze niet-belastbare bewaardiensten zijn gebruikt. Het Gerechtshof heeft evenwel deze subsidiaire stelling van de Inspecteur verworpen, terwijl de Hoge Raad ze in het geheel niet behandelt. Ter afronding van haar betoog voert de Commissie aan dat de ter uitvoering van de Tweede richtlijn vastgestelde Nederlandse Wet op de omzetbelasting van 1968 eveneens de subjectieve" waarde als belastinggrondslag neemt; op dit beginsel maakt de wet slechts enkele uitzonderingen voor leveringen, maar niet voor diensten. Maatstaf van de belastingheffing is volgens artikel 8 van de wet de vergoeding", gedefinieerd als het totale bedrag dat of voor zover de tegenprestatie niet in een geldsom bestaat, de totale waarde van de tegenprestatie welke ter zake van de levering of dienst in rekening wordt gebracht", of, als meer wordt voldaan, al hetgeen wordt voldaan". Het verschil tussen leveringen en diensten komt ook tot uitdrukking in de door de wet gegeven definitie van diensten: alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen, welke tegen vergoeding worden verricht" (artikel 4, lid 1). De woorden welke tegen vergoeding worden verricht" ontbreken in de definitie van levering van goederen, aangezien sommige leveringen ook belastbaar zijn wanneer zij niet tegen vergoeding worden verricht. Dienovereenkomstig bevat de definitie van belastbare feiten in artikel 1 van de wet niet de beperking onder bezwarende titel" en wijkt zij dus enigszins af van de definitie in de Tweede richtlijn, waarin die beperking uitdrukkelijk is opgenomen. Dit verschil verklaart wellicht waarom de Hoge Raad in zijn prejudiciële vraag niet tevens de term onder bezwarende titel" uit artikel 2 van de richtlijn heeft overgenomen. 2. Om te kunnen antwoorden op die vraag, waarmee de Hoge Raad bedoelt te weten te komen of de door de coöperatieve vereniging verrichte bewaardiensten aan de BTW zijn onderworpen, is het, aldus de Commissie, beslissend of die diensten onder bezwarende titel" zijn verricht en of belanghebbende voor die diensten een naar subjectieve" criteria in een geldbedrag uitdrukbare tegenprestatie heeft ontvangen. Op het eerste gezicht kan de in casu verrichte dienst moeilijk als een dienstverrichting onder bezwarende titel" worden beschouwd: er is immers geen tegenprestatie voor ontvangen. Het zou dan dus gaan om een dienstverlening om 450

7 STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN / COÖPERATIEVE AARDAPPELENBEWAARPLAATS niet, zoals blijkbaar ook het Gerechtshof meende. De Commissie gaat niettemin in op het betoog van de Inspecteur, volgens welke de tegenprestatie van de leden tegenover de coöperatie hierin bestond, dat zij genoegen namen met een waardedaling van hun aandeelbewijzen ten belope van het in de jaren 1975 en 1976 niet geheven gebruikelijke bewaarloon. Volgens de Commissie lijkt het moeilijk met zekerheid vast te stellen welke invloed het jaarlijkse besluit over het bewaarloon op de waarde der aandelen heeft, want die waarde kan in de ene dan wel in de andere zin nog door tal van andere factoren worden beïnvloed. Het besluit om geen bewaarloon te heffen, is stellig een uitzonderlijke maatregel, maar het is niet voldoende reden om van een tegenwaarde en een belastbare dienst te spreken. Bovendien past de opvatting van de Inspecteur die een als normaal" te beschouwen bewaarloon heeft bepaald niet in het systeem van de richtlijn, die uitgaat van de subjectieve waarde. Een volgende vraag is of de waardevermindering van de aandelen werkelijk een tegenprestatie van de leden is voor de verrichte bewaardiensten. Vooreerst lijkt het niet toelaatbaar handelingen van een coöperatie te beschouwen als handelingen van haar leden, omdat in het systeem van de richtlijn de coöperatie als belastingplichtig wordt beschouwd. Vervolgens moet er een rechtstreeks verband bestaan tussen het aanvaarden van de waardedaling der aandelen en de tegenprestatie daarvoor, namelijk het bewaren van aardappelen. Maar men kan noch voor het aan het besluit voorafgaande, noch voor het daarop volgende seizoen met zekerheid vaststellen dat alle bewaardiensten werden verricht voor leden die ten tijde van het besluit lid waren en die deswege, volgens de opvatting van de Inspecteur, door dat besluit een waardedaling van hun aandeelbewijzen hebben ondervonden. Blijft tenslotte nog de vraag in welk geldbedrag die tegenprestatie moet worden uitgedrukt. De Inspecteur heeft de tegenprestatie uiteindelijk berekend door uit te gaan van een meer gebruikelijke prijs" voor de bewaardienst. Deze maatstaf is niet enkel vrij willekeurig, maar bovendien in strijd met het systeem van de Tweede richtlijn, doordat daarmee aansluiting wordt gezocht bij een normale" waarde. Tenslotte vraagt de Commissie zich af, of het toelaatbaar is, zonder uitdrukkelijke verplichting of machtiging in de Tweede richtlijn, alleen voor coöperatieve verenigingen en soortgelijke ondernemingsvormen af te wijken van het beginsel van de werkelijk ontvangen tegenwaarde en het prijs- en exploitatiebeleid van deze coöperaties aldus aan bijzondere fiscale criteria te onderwerpen die niet voor andere ondernemingsvormen gelden. Tekst en systeem van de Tweede richtlijn bieden hiervoor immers geen aanknopingspunt (en hetzelfde geldt trouwens voor de Zesde richtlijn). De Commissie meent daarom dat in de door de Hoge Raad geformuleerde casus niet kan worden gesproken van een aan de belasting over de toegevoegde waarde 451

8 ARREST VAN ZAAK 154/80 onderworpen dienst, aangezien de betrokken dienst niet onder bezwarende titel, in de zin van artikel 2 van de Tweede richtlijn, doch om niet is verricht, nu de coöperatieve vereniging voor de door haar verrichte diensten geen tegenprestatie heeft bedongen en ontvangen, of althans van haar afzonderlijke leden geen tegenprestatie heeft bedongen en ontvangen waarvan de werkelijke waarde overeenkomstig artikel 8, lid 1, sub a, juncto punt 13 van bijlage A van genoemde richtlijn zou kunnen worden bepaald. III Mondelinge behandeling Ter terechtzitting van 18 december 1980 zijn mondelinge opmerkingen gemaakt en vragen van het Hof (Tweede kamer) beantwoord door de Nederlandse regering, te dezen vertegenwoordigd door M. Borchardt als gemachtigde, en de Commissie, te dezen vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur M. Fischer als gemachtigde. De advocaat-generaal heeft terzelfder terechtzitting conclusie genomen. In rechte 1 Bij arrest van 25 juni 1980, ingekomen ten Hove op 2 juli daaropvolgende, heeft de Hoge Raad der Nederlanden krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 8 van de Tweede richtlijn van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting Structuur en wijze van toepassing van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (richtlijn nr. 67/228; PB 1967, blz. 1303). 2 Deze vraag is gerezen in een geschil tussen de Staatssecretaris van Financiën en een landbouwcoöperatie die een bewaarplaats voor aardappelen exploiteert. Het geschil betreft het feit dat de coöperatie, die besloten had in de jaren 1975 en 1976 aan haar leden geen bewaarloon in rekening te brengen voor de opslag van hun aardappelen, van mening was dat over deze zonder vergoeding verrichte diensten geen omzetbelasting is verschuldigd. 3 De belastingdienst evenwel meende dat de coöperatie haar leden wel degelijk een tegenprestatie in rekening had gebracht, bestaande in de waardedaling van hun aandelen als gevolg van het niet heffen van bewaarloon over de twee betrokken jaren, en legde, na die tegenprestatie te hebben gewaardeerd op het gebruikelijke bewaarloon, een aanvullende aanslag op. 452

9 STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN / COÖPERATIEVE AARDAPPELENBEWAARPLAATS 4 De coöperatie ging van deze aanslag in beroep bij het Gerechtshof te 's-gravenhage, daartoe stellende dat, waar het begrip vergoeding zoals omschreven in artikel 8 van de Wet op de Omzetbelasting, een subjectief karakter draagt, zij haar prestaties zonder vergoeding heeft verricht nu zij deswege geen tegenprestatie had bedongen. 5 Het Gerechtshof wees het beroep toe, waarop de Staatssecretaris van Financiën zich van deze uitspraak heeft voorzien in cassatie. 6 Om het geschil te kunnen beslissen, heeft de Hoge Raad de navolgende vraag gesteld : Een coöperatieve vereniging naar Nederlands recht exploiteert in overeenstemming met haar statutaire doel een bewaarplaats voor aardappelen. Haar leden hebben jegens haar het recht en tevens de verplichting tot het jaarlijks in bewaring geven van kilogram aardappelen per in hun bezit zijnd, door de vereniging uitgegeven, aandeelbewijs, zulks tegen een door de vereniging telkenjare vast te stellen en na afloop van het seizoen te betalen bewaarloon. Krachtens besluit van de vereniging wordt in enig jaar geen bewaarloon geheven. Kan in een dergelijk geval sprake zijn van een tegenwaarde als bedoeld in artikel 8, aanhef en letter a, van de Tweede richtlijn?" 7 Met deze vraag wenst de Hoge Raad in feite te weten te komen, wat de juiste interpretatie is van de term tegenwaarde" in artikel 8, sub a, van de Tweede richtlijn. 8 Het antwoord dient te worden gezocht in het licht van alle bepalingen van de Tweede richtlijn tezamen. 9 Vooreerst zij vastgesteld dat bedoelde term voorkomt in een voorschrift van gemeenschapsrecht, dat ter bepaling van zijn inhoud en strekking niet verwijst naar het recht van de Lid-Staten; hieruit volgt dat de uitlegging van de term in zijn algemeenheid niet ter beoordeling van iedere Lid-Staat kan worden gelaten. 453

10 ARREST VAN ZAAK 154/80 10 Bovendien heeft de gemeenschapswetgever er zorg voor gedragen de term tegenwaarde" te verduidelijken in bijlage A die ingevolge artikel 20 van de Tweede richtlijn een integrerend deel daarvan vormt, onder punt 13, ad artikel 8, sub a, en wel aldus, dat onder tegenwaarde' dient te worden verstaan al hetgeen als tegenprestatie wordt ontvangen... voor de dienst, met inbegrip van de bijkomende kosten (verpakking, vervoer, verzekering, enz.), dat wil zeggen niet alleen de ontvangen bedragen, doch bijvoorbeeld ook de waarde van de in ruil ontvangen goederen of, in geval van vordering door of namens de overheid, het bedrag van de ontvangen vergoeding". n Vervolgens zij erop gewezen, dat artikel 8, sub a, dat de grondslag van de belasting over de toegevoegde waarde definieert en bepaalt dat deze voor diensten bestaat uit alles wat de tegenwaarde vormt voor de dienst" dit nader toegelicht zoals hiervoor weergegeven, moet worden gelegd naast artikel 2, volgens hetwelk enkel aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen de diensten welke in het binnenland door een belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht". 11 In de zin van de Tweede richtlijn is een dienst dus belastbaar wanneer zij onder bezwarende titel wordt verricht, terwijl dan de belastinggrondslag bestaat in al hetgeen als tegenwaarde voor die dienst wordt ontvangen. Er moet dus een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenwaarde. Dit nu is niet het geval wanneer de tegenwaarde zou bestaan in een niet nader bepaalde waardedaling van de aandelen van de leden van de coöperatie, want die waardedaling kan niet worden beschouwd als een vergoeding die door de dienstverlenende coöperatie wordt ontvangen. 12 Uit het gebruik van de uitdrukkingen onder bezwarende titel" en hetgeen als tegenwaarde wordt ontvangen", blijkt voorts, in de eerste plaats, dat de tegenwaarde van een dienst moet kunnen worden uitgedrukt in geld, hetgeen overigens wordt bevestigd door artikel 9 van de Tweede richtlijn, bepalende dat het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde wordt... vastgesteld op een percentage van de belastinggrondslag", dat wil zeggen op een bepaald gedeelte van hetgeen de tegenwaarde van de dienst vormt, en dit impliceert dat die tegenwaarde moet kunnen worden uitgedrukt in een geldbedrag; en in de tweede plaats, dat de tegenwaarde een subjectieve waarde is, aangezien de belastinggrondslag voor diensten de werkelijk ontvangen tegenprestatie is, en niet een volgens objectieve maatstaven geschatte waarde. 454

11 STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN / COÖPERATIEVE AARDAPPELENBEWAARPLAATS 14 Mitsdien is een dienst, waarvoor geen bepaalde subjectieve tegenwaarde wordt ontvangen, niet een onder bezwarende titel" verrichte dienst en is hij dus niet belastbaar in de zin van de Tweede richtlijn. 15 Hieruit volgt dat er geen sprake kan zijn van een tegenwaarde in de zin van artikel 8, aanhef en sub a, van de Tweede richtlijn (nr. 67/228) van de Raad van 11 april 1967 in het geval van een coöperatieve vereniging, exploitante van een bewaarplaats, die aan haar leden geen bewaarloon in rekening brengt voor de verrichte dienst. Kosten 16 De kosten door de Nederlandse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer), uitspraak doende op de door de Hoge Raad der Nederlanden bij diens arrest van 25 juni 1980 gestelde vraag, verklaart voor recht: Van een tegenwaarde in de zin van artikel 8, aanhef en sub a, van de Tweede richtlijn van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting Structuur en wijze van toepassing van het gemeenschappelijk stelsel van belas- 455

12 CONCLUSIE VAN DE HEER WARNER ZAAK 154/80 ting over de toegevoegde waarde (richtlijn nr. 67/228; PB 1967, blz. 1303), kan geen sprake zijn in het geval van een coöperatieve vereniging, exploitante van een bewaarplaats, die aan haar leden geen bewaarloon in rekening brengt voor de verrichte dienst. Pescatore Touffait Due Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 5 februari De griffier A. Van Houtte De president van de Tweede kamer P. Pescatore CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL J.-P. WARNER VAN 18 DECEMBER Mijnheer de President, mijne beren Rechters, Ik kan dit niet anders zien dan als een zeer eenvoudige zaak, waarin ik terstond conclusie kan nemen. Ik ben het volstrekt eens met de conclusie van de Commissie. De kern van de zaak is mijns inziens, dat er hier niets is wat zou kunnen worden beschouwd als bezwarende titel" in de zin van artikel 2, sub a, van de richtlijn, niets wat kan worden aangeduid als de tegenwaarde" in de zin van artikel 8 namelijk de tegenwaarde van de ten behoeve van de leden der coöperatie verrichte dienst, en niets waarvan men kan zeggen dat het door de coöperatie is ontvangen" in de zin van punt 13 van bijlage A. In elk geval kan de waardedaling van de aandelen, die de leden voor lief hebben moeten nemen, niet als zodanig worden omschreven. Mijns inziens kan men enkel maar vaststellen dat de leden niets hebben betaald en dat de coöperatie dus niets heeft ontvangen. Een casuspositie zoals de onderhavige zou enkel kunnen vallen onder een bepaling die berust op de fictie, dat er een tegenprestatie is waar er geen is. 1 Vertaald uit het Engels. 456

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989*

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* SKATTEMINISTERIET / HENRIKSEN ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* In zaak 173/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Højesteret, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF VAN 1 APRIL

ARREST VAN HET HOF VAN 1 APRIL ARREST VAN HET HOF VAN 1 APRIL 1982 1 Staatssecretaris van Financiën tegen Hong-Kong Trade Development Council (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) Teruggave

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 *

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 * K" LINE AIR SERVICE EUROPE ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 * In zaak C-131/91, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 25 oktober 2012 (*)

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 25 oktober 2012 (*) ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 25 oktober 2012 (*) Btw Richtlijn 2006/112/EG Artikelen 306-310 Bijzondere regeling voor reisbureaus Vervoerdienst die door reisbureau handelend in eigen naam wordt verricht

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 20 januari 2005 *

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 20 januari 2005 * HOTEL SCANDIC GÅSABÄCK ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 20 januari 2005 * In zaak C-412/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door Regeringsrätten

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 10 januari 2014 nr. 09/01485 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 maart 2009, nr. 07/00372, betreffende

Nadere informatie

61991C0020. Conclusie van de advocaat generaal. Downloaded via the EU tax law app / web

61991C0020. Conclusie van de advocaat generaal. Downloaded via the EU tax law app / web Downloaded via the EU tax law app / web @import url(./../../../../css/generic.css); EUR-Lex - 61991C0020 - NL Belangrijke juridische mededeling 61991C0020 Conclusie van advocaat-generaal Jacobs van 27

Nadere informatie

( Richtlijnen van de Raad 77/388, artikel 13, B, sub d, punt 1, en 78/583, artikel 1 )

( Richtlijnen van de Raad 77/388, artikel 13, B, sub d, punt 1, en 78/583, artikel 1 ) Downloaded via the EU tax law app / web @import url(./../../../../css/generic.css); EUR-Lex - 61987J0207 - NL Avis juridique important 61987J0207 ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 14 JULI 1988. - GERD

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 8 november 2012 (*)

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 8 november 2012 (*) ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 8 november 2012 (*) Zesde btw-richtlijn Artikel 17, lid 5, derde alinea Recht op aftrek van voorbelasting Goederen en diensten die zowel voor belastbare als voor vrijgestelde

Nadere informatie

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Arbeidsrechtbank te Brussel, in het aldaar aanhangig geding tussen

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Arbeidsrechtbank te Brussel, in het aldaar aanhangig geding tussen JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1991 BLADZIJDEN I-1401 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 20 MAART 1991. ERMINIA CASSAMALI TEGEN OFFICE NATIONAL DES PENSIONS. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TRIBUNAL

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 07/08/2014

Datum van inontvangstneming : 07/08/2014 Datum van inontvangstneming : 07/08/2014 Vertaling C-334/14-1 Zaak C-334/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 9 juli 2014 Verwijzende rechter: Hof van beroep te Bergen (België)

Nadere informatie

(verzoek van het VAT and Duties Tribunal, Manchester, om een prejudiciële beslissing)

(verzoek van het VAT and Duties Tribunal, Manchester, om een prejudiciële beslissing) Downloaded via the EU tax law app / web Zaak C?40/09 Astra Zeneca UK Ltd tegen Commissioners for Her Majesty s Revenue and Customs (verzoek van het VAT and Duties Tribunal, Manchester, om een prejudiciële

Nadere informatie

De Hoge Raad der Nederlanden,

De Hoge Raad der Nederlanden, 2 januari 1980. nr. 19.623 DG. De Hoge Raad der Nederlanden, Gezien het beroepschrift in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

(" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN).

( ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN ). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN). ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 APRIL 1980. UNA COONAN TEGEN INSURANCE OFFICER. (" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 07/06/2013

Datum van inontvangstneming : 07/06/2013 Datum van inontvangstneming : 07/06/2013 c. -A601A3-0) Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer c "~" - I: Luxemboure Nr. 11/05307 Entrée 2 8 MARS 2013 1 maart 2013 Ingeschreven in het register van het Hof

Nadere informatie

Vindplaatsen Rechtspraak.nl. Uitspraak

Vindplaatsen Rechtspraak.nl. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:5 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 06-01-2017 Datum publicatie 06-01-2017 Zaaknummer 15/03526 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:2209, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie

(verzoek om een prejudiciële beslissing,

(verzoek om een prejudiciële beslissing, ARREST VAN HET HOF VAN 3 JULI 1974 1 Reiniera Charlotte Brouerius van Nidek tegen Inspecteur der Registratie en Successie (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Gerechtshof 's-gravenhage)

Nadere informatie

Date de réception : 16/12/2011

Date de réception : 16/12/2011 Date de réception : 16/12/2011 Vertaling C-560/11-1 Zaak C-560/11 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 7 november 2011 Verwijzende rechter: Commissione tributaria provinciale di

Nadere informatie

Fiscaal Portaal Gemeenten

Fiscaal Portaal Gemeenten Procedurenummer(s) : C-231/87 en C-129/88 Uitspraakdatum : 17-10-1989 Publicatiedatum : 17-10-1989 HOF VAN JUSTITIE EU Arrest om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 4, lid 5, van

Nadere informatie

HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Derde Meervoudige Belastingkamer;

HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Derde Meervoudige Belastingkamer; Belastingkamer: Nummer: 883/79 HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Derde Meervoudige Belastingkamer; Gezien het beroepschrift van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. voorheen de vennootschap

Nadere informatie

61995J0167. Trefwoorden. Samenvatting. Downloaded via the EU tax law app / web

61995J0167. Trefwoorden. Samenvatting. Downloaded via the EU tax law app / web Downloaded via the EU tax law app / web @import url(./../../../../css/generic.css); EUR-Lex - 61995J0167 - NL Avis juridique important 61995J0167 Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 6 maart 1997. - Maatschap

Nadere informatie

61986J0289. Trefwoorden. Samenvatting. Partijen

61986J0289. Trefwoorden. Samenvatting. Partijen pagina 1 van 6 Avis juridique important 61986J0289 ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 5 JULI 1988. - VERENIGING HAPPY FAMILY TEGEN INSPECTEUR DER OMZETBELASTING. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974.

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. B. N. O. WALRAVE, L. J. N. KOCH TEGEN ASSOCIATION UNION CYCLISTE INTERNATIONALE, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE EN FEDERATION ESPANOLA CICLISMO. (VERZOEK

Nadere informatie

1 van 5 20/11/2008 15:04 Beheerd door Avis het juridique Publicatiebureau important 61992J0313 ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 2 JUNI 1994. - STRAFZAAK TEGEN VAN SWIETEN BV. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE

Nadere informatie

ZVK. ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 november 2006*

ZVK. ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 november 2006* ZVK ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 november 2006* In zaak C-300/05, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland)

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer) 5 juli 1993 *

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer) 5 juli 1993 * BESCHIKKING VAN 5. 7.1993 ΖΑΛΚ T-S4/91 DEP komst van een advocaat soms zijn nut hebben voor het verloop van de precontentieuze procedure, toch zijn de honoraria voor de in de precontentieuze fase verrichte

Nadere informatie

BENELUX ~ A 2009/1/10 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Arrest van 20 april 2010 in de zaak A 2009/1. Inzake. BOUSSE-GOVAERTS e.a. tegen COLORA BOELAAR

BENELUX ~ A 2009/1/10 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Arrest van 20 april 2010 in de zaak A 2009/1. Inzake. BOUSSE-GOVAERTS e.a. tegen COLORA BOELAAR COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2009/1/10 Arrest van 20 april 2010 in de zaak A 2009/1 Inzake BOUSSE-GOVAERTS e.a tegen COLORA BOELAAR Procestaal : Nederlands Arrêt du 20 avril 2010 dans l affaire

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 20 juni 2013 (*)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 20 juni 2013 (*) Page 1 of 7 ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 20 juni 2013 (*) Zesde btw-richtlijn Artikel 4, leden 1 en 2 Begrip economische activiteiten Aftrek van voorbelasting Exploitatie van fotovoltaïsche installatie

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer) 22 juni 2016 (*) Prejudiciële verwijzing Belasting over de toegevoegde waarde Voorbelasting Aftrek

ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer) 22 juni 2016 (*) Prejudiciële verwijzing Belasting over de toegevoegde waarde Voorbelasting Aftrek ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer) 22 juni 2016 (*) Prejudiciële verwijzing Belasting over de toegevoegde waarde Voorbelasting Aftrek In zaak C-267/15, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 27 september 2012 (*)

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 27 september 2012 (*) ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 27 september 2012 (*) Btw Vrijstelling van verhuur van onroerend goed Verhuur van commerciële ruimten Aan deze verhuur verbonden diensten Kwalificatie van handeling voor

Nadere informatie

Arrest van 25 juni 2002 in de zaak A 2000/3 ------------------------- Arrêt du 25 juin 2002 dans l affaire A 2000/3 ------------------------------

Arrest van 25 juni 2002 in de zaak A 2000/3 ------------------------- Arrêt du 25 juin 2002 dans l affaire A 2000/3 ------------------------------ COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF A 2000/3/7 Arrest van 25 juni 2002 in de zaak A 2000/3 ------------------------- Inzake : VLAAMS GEWEST tegen JECA N.V. Procestaal : Nederlands Arrêt du 25 juin 2002

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 1 juli 2004 (1)

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 1 juli 2004 (1) BELANGRIJKE JURIDISCHE KENNISGEVING Op de informatie op deze site is verklaring van afwijzing van aansprakelijkheid en een verklaring inzake het auteursrecht van toepassing. ARREST VAN HET HOF (Eerste

Nadere informatie

Jurisprudentie van het Hof van Justitie 1995 bladzijden I-3551

Jurisprudentie van het Hof van Justitie 1995 bladzijden I-3551 Jurisprudentie van het Hof van Justitie 1995 bladzijden I-3551 ARREST VAN HET HOF (VIJFDE KAMER) VAN 26 OKTOBER 1995. S. E. KLAUS TEGEN BESTUUR VAN DE NIEUWE ALGEMENE BEDRIJFSVERENIGING. VERZOEK OM EEN

Nadere informatie

Samenvatting van het arrest

Samenvatting van het arrest 1 van 7 20/11/2008 14:41 Zaak C 128/04 Strafzaak tegen Annic Andréa Raemdonck en Raemdonck-Janssens BVBA (verzoek van de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde om een prejudiciële beslissing) Wegvervoer

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te

Nadere informatie

Arrest van 19 december 1997 in de zaak A 96/ Arrêt du 19 décembre 1997 dans l affaire A 96/

Arrest van 19 december 1997 in de zaak A 96/ Arrêt du 19 décembre 1997 dans l affaire A 96/ BENELUX-GERECHTSHOF COUR DE JUSTICE BENELUX A 96/4/8 Inzake : Arrest van 19 december 1997 in de zaak A 96/4 ------------------------- KANEN tegen GEMEENTE VELDHOVEN Procestaal : Nederlands En cause : Arrêt

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 99/00565

ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 99/00565 ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0357 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 19-02-2001 Datum publicatie 04-07-2001 Zaaknummer 99/00565 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

Arrest van 15 december 2003 in de zaak A 2002/2 BENELUX-MERKENBUREAU VLAAMSE TOERISTENBOND. Procestaal : Nederlands

Arrest van 15 december 2003 in de zaak A 2002/2 BENELUX-MERKENBUREAU VLAAMSE TOERISTENBOND. Procestaal : Nederlands COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2002/2/6 Arrest van 15 december 2003 in de zaak A 2002/2 Inzake : BENELUX-MERKENBUREAU tegen VLAAMSE TOERISTENBOND Procestaal : Nederlands Arrêt du 15 décembre 2003

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 16 januari 2014 (*)

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 16 januari 2014 (*) ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 16 januari 2014 (*) Belasting over toegevoegde waarde Handelingen van reisbureaus Verlening van korting aan reizigers Bepaling van heffingsmaatstaf voor diensten in het

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8442 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 01/3644

ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8442 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 01/3644 ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8442 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 03-10-2002 Datum publicatie 08-10-2002 Zaaknummer 01/3644 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ZAAK NO. 143/79. Eiser Margaret Walsh. Gedaagde National Insurance Officer

ZAAK NO. 143/79. Eiser Margaret Walsh. Gedaagde National Insurance Officer ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 22 MEI 1980. MARGARET WALSH TEGEN NATIONAL INSURANCE OFFICER. ("SOCIALE ZEKERHEID - MOEDERSCHAPSUITKERINGEN"). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 02/02/2016

Datum van inontvangstneming : 02/02/2016 Datum van inontvangstneming : 02/02/2016 Vertaling C-690/15-1 Zaak C-690/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 december 2015 Verwijzende rechter: Cour administrative d appel

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 23 april 2015 (*)

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 23 april 2015 (*) ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 23 april 2015 (*) Prejudiciële verwijzing Fiscale bepalingen Zesde btw-richtlijn Artikel 11, A Bestemming van een goed die wordt gelijkgesteld met een levering onder bezwarende

Nadere informatie

ARREST van 12 mei 1997 in de zaak A 96/ ARRET du 12 mai 1997 dans l affaire A 96/

ARREST van 12 mei 1997 in de zaak A 96/ ARRET du 12 mai 1997 dans l affaire A 96/ HET BENELUX-GERECHTSHOF LA COUR DE JUSTICE BENELUX A 96/1/7 ARREST van 12 mei 1997 in de zaak A 96/1 -------------------------- Inzake : BEVIER VASTGOED B.V. tegen GEBR. MARTENS BOUWMATERIALEN B.V Procestaal

Nadere informatie

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. LJN: BO3637, Hoge Raad, 09/00760 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-04-2011 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Omzetbelasting; art. 5, lid 3, en art. 13, B, aanhef en

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

RAADSINFORMATIEBRIEF 17R.00447

RAADSINFORMATIEBRIEF 17R.00447 RAADSINFORMATIEBRIEF 17R.00447 Van : college van burgemeester en wethouders Datum : 27 juni 2017 Portefeuillehouder(s) : wethouder Haring Portefeuille(s) : Financiën Contactpersoon : W. Lam Tel.nr. : 8318

Nadere informatie

http://eur-lex.europa.eu/lexuriserv/lexuriserv.do?uri=celex:61992...

http://eur-lex.europa.eu/lexuriserv/lexuriserv.do?uri=celex:61992... 1 van 5 20/11/2008 15:07 Beheerd door Avis het juridique Publicatiebureau important 61992J0394 ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 9 JUNI 1994. - STRAFZAAK TEGEN MARC MICHIELSEN EN GEYBELS TRANSPORT SERVICE

Nadere informatie

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen HOGE RAAD nr. 31/695 ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 13 oktober 1995 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden Hoge Raad der Nederlanden D e r d e K a m e r nr. 24.702 12 oktober 1988 AHN Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de vennootschap onder firma X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Arrest van 12 februari 1996 in de zaak A 94/

Arrest van 12 februari 1996 in de zaak A 94/ BENELUX-GERECHTSHOF COUR DE JUSTICE BENELUX A 94/3/12 Arrest van 12 februari 1996 in de zaak A 94/3 --------------------------- Inzake : LESLEE SPORTS IMPORTING LIMITED tegen SNAUWAERT N.V. Procestaal

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8940 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 00/2559

ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8940 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 00/2559 ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8940 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 28-11-2000 Datum publicatie 04-07-2001 Zaaknummer 00/2559 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 234 28 887 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de in beginsel tijdelijke invoering van een omzetbelastingregeling

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

Rolnummer 5855. Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T

Rolnummer 5855. Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T Rolnummer 5855 Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13, tweede lid, van de wet van 3 juli 1967 betreffende preventie van of de schadevergoeding

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 16 mei 2013 (*)

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 16 mei 2013 (*) ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 16 mei 2013 (*) Belasting over de toegevoegde waarde Richtlijn 2006/112/EG Artikel 66, sub a tot en met c Vervoer- en verzenddiensten Verschuldigd worden Datum van ontvangst

Nadere informatie

ARREST van 20 oktober 1997 in de zaak A 96/ ARRET du 20 octobre 1997 dans l affaire A 96/

ARREST van 20 oktober 1997 in de zaak A 96/ ARRET du 20 octobre 1997 dans l affaire A 96/ BENELUX-GERECHTSHOF COUR DE JUSTICE BENELUX A 96/3/10 ARREST van 20 oktober 1997 in de zaak A 96/3 ------------------------- Inzake : COTRABEL BVBA tegen LAUTE DIRK Procestaal : Nederlands En cause : ARRET

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF 17 november 1993 "

ARREST VAN HET HOF 17 november 1993 COMMISSIE / FRANKRIJK ARREST VAN HET HOF 17 november 1993 " In zaak C-68/92, Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur T. F. Cusack en E. Buissart, lid van

Nadere informatie

Bij besluit van 4 maart 2010 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 4 maart 2010 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. LJN: BP2096, Raad van State, 201003640/1/H2 Datum uitspraak: 26-01-2011 Datum publicatie: 26-01-2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij besluit van 5

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:1064

ECLI:NL:GHSHE:2017:1064 ECLI:NL:GHSHE:2017:1064 Instantie Datum uitspraak 17-03-2017 Datum publicatie 10-05-2017 Zaaknummer 16/00056 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 *

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 * ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 * In zaak C-206/00, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG van het Tribunal administratif de Châlons-en-Champagne (Frankrijk), in

Nadere informatie

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer;

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I Griffie 3050/81 Type: ev HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; GEZIEN het beroepschrift van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 22 september 2004 (23.09) (OR. fr) 12609/04 FISC 163. VOORSTEL de Commissie d.d.: 20 september 2004 Betreft:

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 22 september 2004 (23.09) (OR. fr) 12609/04 FISC 163. VOORSTEL de Commissie d.d.: 20 september 2004 Betreft: RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 22 september 2004 (23.09) (OR. fr) 12609/04 FISC 163 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 20 september 2004 Betreft: Voorstel voor een beschikking van de Raad waarbij Frankrijk

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

niet verbeterde kopie

niet verbeterde kopie Rolnummer 4452 Arrest nr. 65/2009 van 2 april 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 150 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing vanaf het aanslagjaar

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 152 Wet van 14 maart 2002 tot wijziging van titel 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (regels verrekenbedingen) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

ARREST. Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom. Procestaal: Nederlands ARRET. Organisation Benelux de la Propriété intellectuelle

ARREST. Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom. Procestaal: Nederlands ARRET. Organisation Benelux de la Propriété intellectuelle 1 COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2010/7/8 ARREST Inzake: Intres Belgium Tegen: Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Procestaal: Nederlands ARRET En cause : Intres Belgium Contre:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:7752

ECLI:NL:RBDHA:2017:7752 ECLI:NL:RBDHA:2017:7752 Permanente link: http://deeplink. Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 06-07-2017 Datum publicatie 20-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 5490 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:1999:AA1367

ECLI:NL:GHARN:1999:AA1367 ECLI:NL:GHARN:1999:AA1367 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 27-09-1999 Datum publicatie 24-02-2011 Zaaknummer 96/0706 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

Van: W. Lam Tel nr: 8318 Nummer: 17A.00761

Van: W. Lam Tel nr: 8318 Nummer: 17A.00761 VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS & RAADSINFORMATIEBRIEF Van: W. Lam Tel nr: 8318 Nummer: 17A.00761 Datum: 26 juni 2017 Team: Vastgoed Tekenstukken: Ja Bijlagen: 1 Afschrift aan: wethouder Haring,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 22/07/2016

Datum van inontvangstneming : 22/07/2016 Datum van inontvangstneming : 22/07/2016 Vertaling C-327/16-1 Zaak C-327/16 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 juni 2016 Verwijzende rechter: Conseil d État (Frankrijk) Datum

Nadere informatie

BENELUX ~ A 2006/2/11 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. ARREST van 19 maart 2007. Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT

BENELUX ~ A 2006/2/11 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. ARREST van 19 maart 2007. Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2006/2/11 ARREST van 19 maart 2007 Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT Procestaal : Nederlands ARRET du 19 mars 2007 En cause METABOUW BOUWBEDRIJF

Nadere informatie

Rolnummer 3134. Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T

Rolnummer 3134. Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T Rolnummer 3134 Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, 2, van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst, vóór de opheffing

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 3 mei 2016 in zaak nr. 15/6422 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 3 mei 2016 in zaak nr. 15/6422 in het geding tussen: ECLI:NL:RVS:2017:659 Instantie Raad van State Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 15-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604395/1/A2 Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

D E H O O G E R A A D D E R N E D E R L A N D E N,

D E H O O G E R A A D D E R N E D E R L A N D E N, 21 October 1959. F. No. 14043. D E H O O G E R A A D D E R N E D E R L A N D E N, Gezien het beroepschrift in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-hertogenbosch van 6 Maart 1959

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

61999J0398. Trefwoorden. Samenvatting. Downloaded via the EU tax law app / web

61999J0398. Trefwoorden. Samenvatting. Downloaded via the EU tax law app / web Downloaded via the EU tax law app / web @import url(./../../../../css/generic.css); EUR-Lex - 61999J0398 - NL Avis juridique important 61999J0398 Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 16 januari 2003. -

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:BX9444

ECLI:NL:HR:2013:BX9444 ECLI:NL:HR:2013:BX9444 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 12-04-2013 Datum publicatie 12-04-2013 Zaaknummer 12/01372 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Cassatie Omzetbelasting.

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Justitie Onderwerp Verzoek om een prejudiciële beslissing: Bundesfinanzhof - Duitsland. Zesde BTW-richtlijn Artikelen 6, lid2, eerste alinea, suba, en 13, B, subb - Gebruik voor privé-doeleinden

Nadere informatie

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 9.8.2017 COM(2017) 421 final 2017/0188 (NLE) Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2014/797/EU waarbij de Republiek Estland wordt

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 13/08/2015

Datum van inontvangstneming : 13/08/2015 Datum van inontvangstneming : 13/08/2015 Vertaling C-365/15-1 Zaak C-365/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 14 juli 2015 Verwijzende rechter: Finanzgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

Aanwijzing bezwaarschriften omzetbelasting bij privégebruik auto als massaal bezwaar

Aanwijzing bezwaarschriften omzetbelasting bij privégebruik auto als massaal bezwaar Aanwijzing bezwaarschriften omzetbelasting bij privégebruik auto als massaal bezwaar Besluit van 29 maart 2017, nr. 2017/36822. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. In dit besluit

Nadere informatie

Uittreksel van het arrest van het Hof van Justitie, AETR, zaak (31 maart 1971)

Uittreksel van het arrest van het Hof van Justitie, AETR, zaak (31 maart 1971) Uittreksel van het arrest van het Hof van Justitie, AETR, zaak 22-70 (31 maart 1971) Légende: Volgens de overweging 87 van het arrest, in een situatie zoals deze betreffende de onderhandeling van de Europese

Nadere informatie

In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd:

In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd: Drie musketiersverliezenstrijd koepelvrijstelling In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd: Moet artikel 13 A lid 1 letter f van de Zesde Richtlijn

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201109405/1 /V4. Datum uitspraak: 20 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 30/06/2016

Datum van inontvangstneming : 30/06/2016 Datum van inontvangstneming : 30/06/2016 Vertaling C-303/16-1 Zaak C-303/16 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 mei 2016 Verwijzende rechter: Conseil d État (Frankrijk) Datum

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 23/07/2013

Datum van inontvangstneming : 23/07/2013 Datum van inontvangstneming : 23/07/2013 Vertaling C-338/13-1 Zaak C-338/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 20 juni 2013 Verwijzende rechter: Verwaltungsgerichtshof (Oostenrijk)

Nadere informatie