Onzakelijke geldleningen en de terbeschikkingstellingsregeling

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onzakelijke geldleningen en de terbeschikkingstellingsregeling"

Transcriptie

1 Onzakelijke geldleningen en de terbeschikkingstellingsregeling Yentl Delahaije Fiscale Economie ANR: Datum 18 April 2013 Begeleidende docent Drs. J.J.H. Gortzak Examencommissie Prof. dr. J.A.G. van der Geld Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 1

2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 4 Hoofdstuk 2 De zakelijkheid van een geldlening 2.1 Geldlening of kapitaalverstrekking? Schijnlening Deelnemerschapslening Bodemloze putlening Zakelijk handelen aan de hand van het at arm s length beginsel Conclusie 8 Hoofdstuk 3 De terbeschikkingstellingsregeling 2.1 Wat houdt de tbs-regeling in? Waarom is er een tbs-regeling? Het resultaat uit de terbeschikkingstelling Conclusie 10 Hoofdstuk 4 De onzakelijke geldlening 4.1 HR 9 mei 2008, BNB 2008/ Een zakelijk en een onzakelijk gedeelte HR 25 november De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting - 12 HR 25 november 2011, BNB 2012/ Afwaardering bij liquidatie HR 25 november 2011, BNB 2012/ De onzakelijke lening in de terbeschikkingstellingsfeer 14 HR 25 november 2011, BNB 2012/ Reacties in de vakliteratuur op de arresten van 25 November Eigen mening over de kritiek van P.G.H. Albert 17 op de arresten van 25 november HR 9 maart Conclusie 19 Hoofdstuk 5 De fiscale behandeling van geldleningen Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 2

3 5.1 De behandeling van een zakelijke geldlening De behandeling van een onzakelijke geldlening Conclusie 22 Hoofdstuk 6 Conclusie 23 Literatuurlijst 25 Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 3

4 Hoofdstuk 1 Inleiding Geldleningen zijn tegenwoordig een veelbesproken onderwerp. Om een onderneming te kunnen starten en investeringen te kunnen doen, is er geld nodig. Ervan uitgaande dat de aandeelhouders dit niet geheel zelf kunnen bekostigen, dient er geld geleend te worden. Dit geld kan op verschillende manieren worden verkregen. Denk onder andere aan een lening van derden, een banklening of een lening aan de eigen onderneming. Gezien de financiële crisis is het in deze tijd voor ondernemers moeilijk om een lening te krijgen bij de bank. Daarom wordt er steeds meer gekozen voor geldverstrekkingen door eigen aandeelhouders of andere verbonden personen. Hierbij krijgt men te maken met de terbeschikkingstellingsregeling (hierna: tbs-regeling). Verder speelt de vraag of de lening zakelijk of onzakelijk is. Dit is belangrijk met het oog op de afwaardering en de aftrek van rentekosten. Door middel van verschillende arresten 1 heeft de Hoge Raad het verschil tussen zakelijke en onzakelijke leningen duidelijker proberen te maken. In deze thesis zal ik de volgende probleemstelling behandelen: Wanneer wordt een geldlening als onzakelijk aangemerkt en wat zijn de gevolgen hiervan voor de toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling? In hoofstuk twee zal het verschil worden aangegeven tussen het verstrekken van vreemd vermogen(geldlening) en het verstrekken van eigen vermogen(kapitaalverstrekking). Hierbij zal worden aangegeven wanneer er herkwalificatie plaatsvindt. Ten slotte komt ook de zakelijkheid van een geldlening aan bod. In hoofdstuk drie wordt besproken wat de tbs-regeling van art Wet op de Inkomstenbelasting 2001 inhoudt en waarvoor deze dient. De onzakelijke geldlening zal in het vierde hoofdstuk aan bod komen. Hierbij komen tevens de arresten van 25 november 2011 aan bod. Tevens zullen reacties uit de vakliteratuur besproken worden. Er zal een onderscheid worden gemaakt tussen onzakelijke geldleningen in de vennootschapsbelasting en onzakelijke geldleningen in de terbeschikkingstellingssfeer. Er wordt dan ingegaan op de vraag of de afwaardering van een onzakelijke lening in de tbs-regeling ten laste van het resultaat mag worden gebracht. Ook wordt er uiteengezet op welke manier kan worden voorkomen dat een geldlening tot een onzakelijke geldlening wordt ge(her-)kwalificeerd. In het vijfde hoofdstuk wordt er besproken hoe zakelijke en onzakelijke leningen behandeld worden. In het zesde en laatste hoofdstuk volgt de conclusie van deze Bachelor Thesis. 1 O.a. de arresten van HR 25 november 2011 Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 4

5 Hoofdstuk 2 De zakelijkheid van een geldlening Om na te kunnen gaan of een geldlening zakelijk of onzakelijk is, dient eerst duidelijk te zijn in welk geval er sprake is van een geldlening. Er moet bij een geldverstrekking een onderscheid worden gemaakt tussen een geldlening en een kapitaalverstrekking. 2.1 Geldlening of kapitaalverstrekking? De Hoge Raad heeft aan de hand van verschillende arresten duidelijk proberen te maken wanneer er sprake is van een geldlening en wanneer van een kapitaalverstrekking. In deze arresten heeft de Hoge Raad aangegeven dat de civielrechtelijke vorm in beginsel ook beslissend is voor de fiscale gevolgen. 2 Civielrechtelijk is er sprake van een geldlening indien op de debiteur de verplichting rust om het geleende weer terug te betalen. Er is sprake van een terugbetalingsverplichting. 3 Bij een geldlening wordt er vreemd vermogen verstrekt, dit in tegenstelling tot een kapitaalverstrekking, waarbij er eigen vermogen wordt verstrekt. In de wet ontbreekt een duidelijke definitie van de kapitaalverstrekking. Daarom moet er voor het onderscheid tussen een geldlening en een kapitaalverstrekking goed worden gekeken of er sprake is van eigen vermogen of vreemd vermogen. Van Strien heeft het onderscheid tussen eigen vermogen en vreemd vermogen aangegeven. 4 Eigen vermogen wordt voornamelijk verstrekt door middel van aandelen en over dit vermogen hoeft geen rente te worden betaald. Met aandelen wordt via een stemrecht vaak zeggenschap in de onderneming verkregen. Een verstrekker van vreemd vermogen krijgt geen zeggenschap in de onderneming. Verder dient er bij het verstrekken van vreemd vermogen wel rente aan de verstrekker te worden betaald. Een tweede verschil tussen het verstrekken van eigen vermogen en vreemd vermogen zijn de zekerheden. Bij het verstrekken van vreemd vermogen wordt er vastgelegd op welke wijze en wanneer de terugbetaling plaatsvindt. Het verstrekken van eigen vermogen daarentegen, is vaak permanent. Er worden hierbij geen zekerheden verstrekt. Een derde onderscheid is het risico. Verstrekkers van eigen vermogen lopen een groter risico omdat bij het faillissement van een onderneming de verschaffers van vreemd vermogen voorrang hebben op de verschaffers van eigen vermogen. Fiscaal zijn er verschillende voordelen om voor een geldlening te opteren. Als een moeder geld verstrekt aan haar dochter kan ze, als het slecht gaat met de dochtermaatschappij, haar vordering op de dochter-bv afwaarderen. Hierdoor vermindert de fiscale winst van de moedermaatschappij. Verder kan de dochter de verschuldigde rente in aftrek brengen. De moeder moet deze rente dan wel tot haar winst rekenen. 2 HR 27 januari 1988, nr , BNB 1988/217 en HR 10 augustus 2001, nr , BNB 2001/ Art. 7a:1791 van het Burgerlijk Wetboek. 4 J. van Strien, Fiscale monografieën, Renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting, nr. 119, Kluwer: Deventer 2007, p. 16. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 5

6 Er zijn drie situaties waarbij er civielrechtelijk wel sprake is van een geldlening, maar fiscaalrechtelijk niet. Deze situaties zijn besproken in het Unileverarrest. 5 Dit zijn de schijnlening, de deelnemerschapslening en de bodemloze putlening. Als er sprake is van een van deze leningen, volgt er fiscaal gezien herkwalificatie. De geldlening wordt dan behandeld als een verstrekking van eigen vermogen. Bij het verstrekken van eigen vermogen is de rente niet aftrekbaar. Dit volgt uit art. 10, lid 1 van de Wet op de vennootschapsbelasting. In de volgende deelparagrafen zullen de drie uitzonderingen besproken worden Schijnlening De Hoge Raad heeft in het Unileverarrest bepaald dat er sprake is van een schijnlening als twee partijen doen alsof ze een lening met elkaar aangaan, maar in werkelijkheid gebruikmaken van een kapitaalverstrekking. 6 Doorslaggevend in dit geval is het oogmerk van de partijen. Vaak beogen partijen kapitaal te verstrekken, maar vanwege fiscale motieven doen ze net alsof ze een geldlening aangaan. Van Strien: Een schijnhandeling is slechts aan de orde, indien beide bij de overeenkomst betrokken partijen iets anders tot stand willen brengen dan zij pretenderen Deelnemerschapslening De tweede uitzondering die de Hoge raad noemde in BNB 1988/217, is de deelnemerschapslening. De Hoge Raad heeft in het arrest HR 11 maart 1998, nr , BNB 1998/208 drie cumulatieve voorwaarden geformuleerd waaraan een lening moet voldoen, wil er sprake zijn van een deelnemerschapslening. Er is sprake van een deelnemerschapslening indien de lening is verstrekt onder zodanige voorwaarden dat de schuldeiser met het door hem uitgeleende bedrag in zekere mate deel heeft in de onderneming van de schuldenaar. Allereerst dient de rentevergoeding die verschuldigd is, afhankelijk te zijn van de winst. Ten tweede moet de schuld zijn achtergesteld bij alle concurrente schuldeisers. Ten slotte mag de lening geen vaste looptijd kennen en moet deze slechts opeisbaar zijn bij faillissement, surséance van betaling of liquidatie Bodemloze-putlening De bodemloze-putlening is de derde geldlening die fiscaalrechtelijk wordt gekwalificeerd als eigen vermogen in plaats van als vreemd vermogen. In BNB 1988/217 8 heeft de Hoge Raad het volgende bepaald: 'Van deze regel is ook uitgezonderd het geval dat een belastingplichtige op grond van zijn positie als aandeelhouder in een vennootschap in welke hij een deelneming in de zin van artikel 13 houdt, aan deze vennootschap een geldlening verstrekt onder zodanig omstandigheden dat aan de uit die lening voorvloeiende vordering, naar hem reeds aanstonds duidelijk moet zijn 5 HR 27 januari 1988, nr , BNB 1988/ HR 24 juni 1964, nr , BNB 1964/ J. van Strien, Renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting, Kluwer: Deventer, 2007, p HR 27 januari 1988, nr , BNB 1988/217. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 6

7 geweest, voor het geheel of voor een gedeelte geen waarde toekomt omdat het door hem ter leen verstrekte bedrag niet of niet ten volle zal kunnen worden terugbetaald, zodat het geheel of gedeeltelijk zijn vermogen - voorzover dat niet bestaat uit aandelen in de dochtervennootschap - blijvend heeft verlaten. Hieruit blijken drie criteria waar een lening aan moet voldoen, wil deze als bodemloze-putlening worden aangemerkt. Ten eerste gaat het om een lening waarbij op het moment van de geldverstrekking al duidelijk is dat het geleende niet kan worden terugbetaald. 9 Ook moet de lening verstrekt zijn onder omstandigheden waaruit blijkt dat aan de vordering voor het geheel of voor een gedeelte geen waarde toekomt, omdat het uitgeleende bedrag niet (geheel) zal kunnen worden terugbetaald. Ten slotte dient de belastingplichtige de lening te verstrekken in zijn hoedanigheid als aandeelhouder in een vennootschap waarin hij een deelneming houdt in de zin van art. 13 Wet op de vennootschapsbelasting. In bovenstaande drie gevallen wordt er dus geherkwalificeerd. De civielrechtelijke geldlening wordt fiscaalrechtelijk niet gekwalificeerd als vreemd vermogen, maar als eigen vermogen. Het gevolg hiervan is dat de rente op leningen niet aftrekbaar is bij de crediteur. Verder mag bij de schuldeiser een eventueel afwaarderingsverlies niet in mindering worden gebracht op de winst Zakelijk handelen aan de hand van het at arm s length beginsel Indien er sprake is van een geldlening, speelt nog de vraag of deze zakelijk of onzakelijk is. De zakelijkheid zal worden besproken aan de hand van het at arm s length beginsel. Het at arm s length beginsel houdt in dat gelieerde partijen onderling moeten handelen onder zakelijke voorwaarden. Dit wordt verwacht met het oog op fiscale doeleinden. Partijen moeten op zulke wijze handelen, zoals ze dit ook met een onafhankelijke derde zouden doen. 11 Hierbij moet er onder andere gekeken worden naar de looptijd van de lening, de verstrekking van zekerheden en het aflossingsschema. Wanneer er hierbij niet zakelijk wordt gehandeld, en er dus sprake is van een verkapte winstuitdeling of een informele kapitaalstorting, moet de rente gecorrigeeerd worden op basis van art. 8b Wet VPB Er kan dan worden gecorrigeerd zonder dat het karakter van de geldverstrekking wordt aangetast. Indien de onzakelijke voorwaarden niet meer zodanig gecorrigeerd kunnen worden zodat de leningvoorwaarden alsnog zakelijk worden, is er sprake van een onzakelijke lening. Deze zal worden besproken in hoofdstuk 3. Bij een geldlening onder zakelijke voorwaarden is in beginsel de betaalde rente aftrekbaar en de ontvangen rente belast. Als duidelijk wordt dat de schuldenaar niet in staat is om het geleende terug te betalen, kan de schuldeiser de vordering afwaarderen ten laste van zijn fiscale winst. 2.3 Conclusie 9 HR 29 oktober 2004, nr , BNB 2005/ J.L. van de Streek & S.A.W.J. Strik, Cursus Belastingrecht, Vennootschapsbelasting, Studenteneditie Art. 8b, lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 7

8 Een geldverstrekking kan worden gekwalificeerd als eigen vermogen of als vreemd vermogen. Civielrechtelijk is er sprake van een geldlening(vreemd vermogen) als er sprake is van een terugbetalingsverplichting. Er zijn drie uitzonderingen waarbij er civielrechtelijk wel sprake is van een geldlening, maar fiscaalrechtelijk niet. Dit zijn de schijnlening, de deelnemerschapslening en de bodemloze putlening. In deze drie situaties wordt de geldlening niet gezien als een verstrekking van vreemd vermogen, maar als een verstrekking van eigen vermogen. Dit gebeurt aan de hand van herkwalificatie. Een geldlening is zakelijk indien partijen handelen zoals ze ook met een onafhankelijke derde zouden doen. Indien er sprake is van onzakelijke voorwaarden, moeten deze gecorrigeerd worden. Kan er niet meer zodanig gecorrigeerd worden dat de leningvoorwaarden alsnog zakelijk worden, is er sprake van een onzakelijke geldlening. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 8

9 Hoofdstuk 3 De terbeschikkingstellingsregeling Om te kunnen beantwoorden wat de fiscale gevolgen zijn van de kwalificatie van onzakelijke geldleningen voor de toepassing van de tbs-regeling, dient er eerst duidelijk te zijn wat er onder de tbs-regeling verstaan moet worden. Daarom zal nu eerst art van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 besproken worden. 3.1 Wat houdt de terbeschikkingsregeling in? Volgens art Wet IB 2001 dient er bij de terbeschikkingstelling sprake te zijn van het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden. De terbeschikkingstellingsregeling maakt deel uit van het resultaat uit overige werkzaamheden. Uit Art Wet IB 2001 blijkt dat resultaten uit werkzaamheden die géén belastbare winst of belastbaar loon genereren, aangemerkt worden als resultaat uit overige werkzaamheden. Dit resultaat mag verminderd worden met de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12%. 12 Uit art Wet IB 2001 blijken er drie gevallen waarin er sprake is van een werkzaamheid. Ten eerste(lid 1) is er sprake van een werkzaamheid als vermogensbestanddelen ter beschikking worden gesteld aan een vennootschap waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon, een aanmerkelijk belang heeft. 13 Verder is art Wet IB 2001 van toepassing indien vermogensbestanddelen ter beschikking worden gesteld aan een samenwerkingsverband waarvan een verbonden vennootschap deel uitmaakt. 14 Uit art. 3.92, lid 3 volgt nog een derde situatie waarin er sprake is van een werkzaamheid: wanneer er ter beschikking wordt gesteld aan een vennootschap waarin een niet onder art. 3.91, tweede lid, onderdeel b, begrepen bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de belastingplichtige of van zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, indien het een in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling is. Art. 3.92, lid 2 Wet IB stelt vervolgens dat met het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een in het eerste lid bedoelde vennootschap gelijk wordt gesteld het aangaan of het hebben van een schuldvordering op een in lid 1 bedoelde vennootschap. De belastingplichtige wordt voor het resultaat uit de terbeschikkingstelling belast. 3.2 Waarom een terbeschikkingstellingsregeling? De tbs-regeling is een anti-misbruikbepaling. Het doel van de regeling is het voorkomen van arbitrage tussen de boxen en een beter evenwicht in de fiscale behandeling van IB-ondernemers en aanmerkelijkbelanghouders. 15. Zonder de tbs-regeling zou het onder de Wet IB 2001 voor dga s 16 mogelijk zijn geweest om progressief belast winstinkomen om te zetten in lager belast box 3-inkomen. De dga heeft namelijk de keuze om vermogensbestanddelen die worden gebruikt 12 Art. 3.99b, Wet IB Art lid 1 sub a, Wet IB Art lid 1 sub, Wet IB Secretaris Weekers van Financiën in een brief aan de Eerste Kamer, 9 september Directeur-grootaandeelhouders. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 9

10 in zijn onderneming, buiten de winstsfeer te laten. De IB-ondernemer heeft dit recht niet. Aanmerkelijkbelanghouders, of met hen verbonden personen, stellen vermogensbestanddelen ter beschikking aan hun vennootschap. Het ter beschikking stellen van een vermogensaandeel zou normaliter in box 3 vallen. De belasting in deze box bedraagt 30% 17. De vermogensrendementsheffing gaat er vanuit dat men over zijn vermogen een fictief rendement van 4% wordt behaald, waardoor de effectieve heffing uiteindelijk 1,2% is 18. De kosten voor het vermogensbestanddeel, zoals rente of huur, zouden dan aftrekbaar zijn tegen het tarief in box 1 of in de vennnootschapsbelasting. Dit is veel hoger dan de belasting in box Door de tbs-regeling valt het vermogensbestanddeel in box 1, waarvoor een progressief tarief geldt dat kan oplopen tot 52%. Hier mag de terbeschikkingsvrijstelling van 12% van worden afgetrokken 20. Tegen datzelfde progressieve tarief mogen de kosten voor het vermogensbestanddeel in mindering worden gebracht. 3.3 Het resultaat uit de terbeschikkingstelling. Hoe het resultaat uit een werkzaamheid berekend moet worden, blijkt uit art Wet IB Het resultaat is het bedrag van de gezamenlijke voordelen die, onder welke naam en in welke vorm ook, worden behaald met een werkzaamheid. Deze beschrijving komt overeen met de totaalwinstgedachte van art. 3.8 Wet IB Het enige verschil is dat de voordelen bij de totaalwinst behaald moeten worden uit een onderneming. Het jaarwinstbegrip van art Wet IB 2001 is hierbij ook van toepassing. 3.4 Conclusie De tbs-regeling is ingevoerd met als doel belastingarbitrage tussen de verschillende boxen te voorkomen en om een beter evenwicht te bereiken in de fiscale behandeling van de IBondernemers en aanmerkelijkbelanghouders. De tbs-regeling komt aan de orde als er ter beschikking wordt gesteld aan een vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden. Wanneer hier sprake van is, wordt uitgelegd in art Wet IB. Door de tbs-tegeling vallen vermogensbestanddelen die in box 3 geplaatst worden en vallen onder een effectieve heffing van 1,2%, nu in box 1, waardoor er belast wordt tegen een hoger tarief van maximaal 52%. Tegen dit tarief mogen de kosten van het vermogensbestanddeel en de terbeschikkingstellingsvrijstelling worden afgetrokken. 17 Art Wet IB % over 4% = 1,2%. 19 Een aftrek tegen maximaal 52% in box 1 en 25% in de vennootschapsbelasting. 20 Art. 3.99b, lid 2 Wet IB Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 10

11 Hoofdstuk 4 De onzakelijke geldlening Als een lening niet valt aan te merken als een schijnlening, deelnemerschapslening of bodemloze putlening, hoeft alleen nog maar het zakelijke gehalte te worden getoetst. Uit hoofdstuk 2 bleek dat dit eerst dient te gebeuren aan de hand van het at arm s length beginsel. Als de leningvoorwaarden niet in overeenstemming zijn met dit beginsel, dienen deze te worden aangepast. Indien dat niet zodanig mogelijk is dat de lening alsnog zakelijk wordt, is er sprake van een onzakelijke geldlening. Deze zal in dit hoofdstuk besproken worden aan de hand van verschillende arresten. Er moet gelet worden op het onderscheid tussen een onzakelijke lening en een lening onder onzakelijke voorwaarden. Een lening onder onzakelijke voorwaarden kan zakelijk worden gemaakt door de leningvoorwaarden te wijzigen, bijvoorbeeld door de rente te verhogen. 4.1 HR 9 mei 2008, BNB 2008/191 In het arrest HR 9 mei 2008, nr , BNB 2008/ 191 ging het om een aantal aandeelhouders die de overige aandeelhouders van de BV(X BV) wilden uitkopen. Om dit te kunnen doen richtten zij een overnamevennootschap op. Deze vennootschap ging een lening aan bij BV X om de overname van de aandelen te kunnen financieren. De overnamevennootschap beschikte echter zelf niet over de financiële middelen om de geldlening terug te betalen en beschikte daarmee dus niet over zekerheden. De terugbetaling was afhankelijk van het op gang komen van een dividendstroom vanuit X BV. Het plan slaagde niet en de overnamevennootschap kon de geldlening niet terugbetalen. Hierop wilde X BV de lening afwaarderen ten laste van haar fiscale winst. De inspecteur weigerde dit verlies in aftrek te laten brengen. De Hoge Raad stelde: Indien en voor zover een geldverstrekking door een vennootschap aan een aandeelhouder plaatsvindt onder zodanige voorwaarden en omstandigheden dat daarbij door die vennootschap een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, moet behoudens bijzondere omstandigheden ervan worden uitgegaan dat die vennootschap dat debiteurenrisico in zoverre heeft aanvaard met de bedoeling het belang van haar aandeelhouder in die hoedanigheid te dienen. Een eventueel verlies op de geldlening kan in zoverre niet in mindering op de winst van die vennootschap worden gebracht. Het enkele feit dat geen sprake is van een meerderheidsaandeelhouder, leidt niet tot een ander oordeel. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 11

12 Met de woorden indien en voor zover geeft de Hoge Raad aan dat de lening ook gedeeltelijk zakelijk en gedeeltelijk onzakelijk kan zijn. Hoe de geldlening in dit geval behandeld wordt, zal in de volgende paragraaf ter sprake komen. Het feit dat er geen leningsovereenkomst was opgemaakt, er geen aflossingsschema was vastgesteld en er nooit zekerheden waren verstrekt, waren voor de Hoge Raad genoeg redenen om vast te stellen dat er een debiteurenrisico werd gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Belanghebbende mocht het afwaarderingsverlies dan ook niet in aftrek brengen op zijn winst. De onzakelijke lening lijkt veel op de bodemloze putlening. Bij de bodemloze putlening staat bij het aangaan van de lening al vast dat er niet kan worden terugbetaald. Ook wordt deze lening fiscaalrechtelijk als kapitaalverstrekking gekwalificeerd. De onzakelijke lening blijft daarentegen fiscaalrechtelijk een lening. Verder is bij het aangaan van een onzakelijke lening nooit direct bekend dat deze niet zal worden terugbetaald Een zakelijk en een onzakelijk gedeelte Zoals al eerder is aangegeven blijkt uit de woorden indien en voor zover in de uitspraak van de Hoge Raad in het arrest BNB 2008/191 dat een lening gesplitst kan worden in een zakelijk en een onzakelijk gedeelte. 22 Het onzakelijke gedeelte van de lening zal niet in aanmerking komen voor afwaardering. Het zakelijke gedeelte mag wel worden afgewaardeerd ten laste van de fiscale winst. 4.3 HR 25 november 2011 Na het arrest BNB 2008/191 was er nog veel onduidelijkheid over de onzakelijke geldlening. Hierbij ontstonden er vooral veel vragen over het afwaarderen van leningen. Door middel van verschillende arresten op 25 november 2011 heeft de Hoge Raad meer duidelijkheid proberen te verschaffen. Deze arresten zullen hierna besproken worden De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting HR 25 november 2011, BNB 2012/37 In het arrest BNB 2012/37 23 gaat het om de vennootschap A BV. Deze is op 30 december 1999 door belanghebbende opgericht en direct samengevoegd in een fiscale eenheid. Hierbij is belanghebbende de moederaatschappij. Belanghebbende heeft vervolgens op 30 december 1999 haar effecten verkocht en geleverd aan A BV. Deze verkoop werd gefinancierd door middel van een rekening-courantverhouding tussen belanghebbende en A BV met een rente van 5%. Op 31 december 1999 is de fiscale eenheid beëindigd. In februari 2001 hebben beide partijen de rekening-courantschuld omgezet in een geldlening. Deze dient binnen tien jaar te worden afgelost 21 J.L. van de Streek en S.A.W.J. Strik, Studenteneditie , Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting). Hoofdstuk e4 22 J.L. van de Streek en S.A.W.J. Strik, Studenteneditie , Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting). Hoofdstuk e4 23 HR 25 november 2011, nr. 08/05323, BNB 2012/37. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 12

13 en de jaarlijks verschuldigde rente over de lening is 5%. A BV heeft de rente in 2000 en 2001 niet kunnen betalen. Op 20 december 2001 is de feitelijke leiding van beide BV s naar de Nederlandse Antillen verplaatst. A BV had op dat moment een negatief eigen vermogen van Belanghebbende heeft haar vordering op A BV daarom afgewaardeerd in Volgens de inspecteur heeft belanghebbende deze vordering onterecht afgewaardeerd. Het Hof heeft de inspecteur hierbij in het gelijk gesteld. Volgens het Hof ontbeerde de geldverstrekking alle zakelijkheid. Belangrijk hierbij was dat er geen zekerheid is bedongen en dat er geen aflossingsschema is overeengekomen. Voor de beslissing van het Hof speelde ook mee dat de inkomsten die A BV uit de effecten genoot, onvoldoende waren om de verschuldigde rente te voldoen. Het Hof is tot de conclusie gekomen dat belanghebbende een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Van bijzondere omstandigheden is volgens het Hof geen sprake. 24 Belanghebbende geeft aan dat de lening alsnog als zakelijk kan worden gezien als de rentevergoeding wordt verhoogd. Dit is echter niet het geval omdat A BV bij het afgesproken rentepercentage al niet in staat is de rente te betalen. Er is daarom sprake van een onzakelijke lening en de afwaardering mag niet in aftrek worden gebracht op de fiscale winst. Om na te gaan of er sprake is van een onzakelijke lening volgt de Hoge Raad alle benodigde stappen, waarvan de meeste al zijn behandeld in deze thesis. Bij het aangaan van een lening moet er direct en voor de lening als geheel worden beoordeeld of er sprake is van een onzakelijke lening. Ten eerste moet er gekeken worden of de geldverstrekking een kapitaalverstrekking of geldlening is. De civielrechtelijke vorm is hierbij beslissend. Uit BNB 1988/217 bleken drie uitzonderingen: de schijnlening, de deelnemerschapslening en de bodemloze-putlening. Als deze uitzonderingen niet van toepassing zijn, is er fiscaalrechtelijk sprake van een geldlening. Hierna rest nog de vraag of deze lening zakelijk of onzakelijk is. De zakelijkheid van een lening moet worden beoordeeld op het moment van het verstrekken hiervan. Latere omstandigheden kunnen er nog voor zorgen dat een zakelijke lening verandert in een onzakelijke lening. Als de rente bij een geldlening niet in overeenstemming is met het at arm s length beginsel, zal er voor de fiscale winstberekening wel uit moeten worden gegaan van een zakelijke rente. Als de onzakelijke rente zodanig gecorrigeerd kan worden dat er alsnog sprake van een zakelijke lening, mag een eventueel verlies op de lening worden afgewaardeerd en is de betaalde rente aftrekbaar. Volgens de Hoge Raad mag de rente echter niet zodanig worden gecorrigeerd dat de geldlening in wezen winstdelend wordt. Wat de Hoge Raad hier precies mee bedoelt is niet bekend. Indien de rente niet meer zodanig gecorrigeerd kan worden zodat de leningvoorwaarden alsnog zakelijk worden, moet worden verondersteld dat bij de verstrekking van de lening een debiteurenrisico wordt gelopen dat een derde niet zou lopen. Er moet dan van worden uitgegaan 24 HR 25 november 2011, LJN BN3442, BNB 2012/37, r.o Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 13

14 dat de belanghebbende dit risico heeft aanvaard met de bedoeling het belang van de met haar gelieerde vennootschap in de hoedanigheid van aandeelhouder, dan wel dochtervennootschap, te dienen. 25. Er is dan sprake van een onzakelijke lening. Dit leidt ertoe dat een eventueel verlies op de lening niet in aftrek mag worden gebracht op het resultaat van belanghebbende. De rente die bij een onzakelijke lening in aanmerking moet worden genomen, wordt gesteld op de rente die de debiteur zou moeten betalen indien zij met een borgstelling van de concernvennootschap onder dezelfde voorwaarden van een derde zou lenen. Verder stelde de Hoge Raad dat als een lening onzakelijk is, dit ook geldt voor de rentevordering. Dit betekent dat deze ook niet kan worden afgewaardeerd. Als de onzakelijkheid van een lening is vastgesteld, kan deze niet meer gedeeltelijk als zakelijk worden aangemerkt. Er moet voor de lening als geheel worden beoordeeld of er sprake is van een onzakelijke lening. Dit moet direct bij het aangaan van de lening worden gedaan. Hiermee komt de Hoge Raad terug op BNB 2008/191, waar de splitsing wel nog mogelijk was Afwaardering bij liquidatie - HR 25 november 2011, BNB 2012/38 Bij dit arrest ging het om een lening van moeder aan dochter. Moeder leent in 1988 geld uit aan haar Duitse dochter, waarin zij een deelneming heeft. Bij de geldlening gelden de volgende voorwaarden: de jaarlijkse rente bedraagt 4%, de eerste 5 jaar hoeft niet te worden afgelost en de lening is in bepaalde gevallen direct opeisbaar. Er zijn geen zekerheden gesteld. De dochter lijdt vervolgens alleen maar verliezen en wordt geliquideerd. Hierdoor kan een deel van de schuld niet worden terugbetaald. De vraag is nu of belanghebbende het verlies daaruit in aftrek kan brengen op de fiscale winst. Belanghebbende heeft in haar aangifte vennootschapsbelasting 2001 een liquidatieverlies als bedoeld in art. 13d Wet VPB 1969 opgenomen. De inspecteur heeft het verlies niet in aftrek toegelaten. Volgens het Hof 26 heeft belanghebbende bij het aangaan van de geldlening een debiteurenrisico aanvaard dat een derde niet zou hebben genomen. Dit zou belanghebbende hebben gedaan op grond van aandeelhoudersmotieven. Het opgeofferde bedrag mag niet worden verhoogd omdat belanghebbende haar vordering niet heeft kwijtgescholden. De Hoge raad heeft geoordeeld dat een verlies op een onzakelijke lening toch in aftrek kan worden genomen indien de dochter geliquideerd wordt. 27 Het opgeofferde bedrag wordt verhoogd met het verlies op de vordering, dit gebeurt op grond van art. 13d Wet VPB De onzakelijke lening in de terbeschikkingstellingsfeer HR 25 november 2011, BNB 2012/78 In het arrest BNB 2012/78 28 heeft de Hoge Raad geoordeeld hoe er moet worden omgegaan met een afwaarderingsverlies op onzakelijke leningen in de inkomstenbelasting. In casu heeft 25 HR 25 november 2011, nr. 08/05323, BNB 2012/ HR 25 november 2011, nr. 10/05161, BNB 2012/38, r.o HR 25 november 2011, LJN BR4807, BNB 2012/38, r.o Hoge Raad 25 november 2011, nr. 10/04588, BNB 2012/78. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 14

15 belanghebbende 50,05% van de aandelen in Beheer BV. De overige aandelen zijn in bezit van een houdstervennootschap van de echtgenote van belanghebbende. Beheer BV houdt 75% van de aandelen in E BV. Vlak na oprichting van Beheer BV(in 2003) verstrekt belanghebbende een geldlening aan Beheer BV. Hierbij wordt een rente van 5% per jaar overeengekomen. Onder bepaalde omstandigheden kan deze rente jaarlijks worden aangepast. Om deze geldlening te kunnen verstrekken, is belanghebbende zelf een lening aangegaan bij de houdstervennootschap van zijn echtgenote. Op dezelfde datum heeft de houdstervennootschap van de echtgenote van belanghebbende een geldlening aan Beheer BV verstrekt. Beheer BV heeft het geld uit deze leningen gebruikt om zelf een geldlening te verstrekken aan E BV. Ook ING Bank heeft een lening verstrekt aan E BV. Als zekerheid heeft ING Bank een pandrecht op onroerende zaken en vorderingen op derden bedongen. Als gevolg van het faillissement van haar grootste klant is E BV op 12 augustus 2004 failliet verklaard. Belanghebbende wilde samen met zijn echtgenote een doorstart maken met de bedrijfsactiviteiten van de klant van E BV, en heeft daarom zijn vordering op Beheer BV kwijtgescholden. De belangrijkste reden voor deze kwijtschelding lag echter bij de mogelijkheid van het realiseren van een fiscaal verlies. Mag belanghebbende dit verlies wel ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheden brengen? Deze vraag kwam bij het Hof terecht. Het Hof heeft, rekening houdend met de omstandigheden, geoordeeld dat belanghebbende bij het verstrekken van de geldlening aan Beheer BV een debiteurenrisico heeft aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. In dit geval heeft belanghebbende het risico als aandeelhouder aanvaard, waardoor er sprake is van een onzakelijke geldlening. Dat de geldlening in dit geval is verstrekt door een aandeelhouder aan haar vennootschap, en niet andersom zoals in BNB 2008/191, is volgens het Hof geen reden om deze zaak anders te beoordelen. Vervolgens heeft het Hof geoordeeld dat de vordering onder de tbs-regeling van art Wet IB 2001 valt. Om het resultaat te bepalen dat voortkomt uit de vordering, dient er te worden gekeken naar het winstregime. Op basis van het winstregime mag een afwaardering op een onzakelijke lening niet ten laste van de fiscale winst worden gebracht en naar analogie van dit regime dient de invloed van onzakelijk handelen te worden geëlimineerd. Hieruit kan worden geconcludeerd dat belanghebbende het kwijtscheldingsverlies ten onrechte ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheid heeft gebracht. 4.4 Reacties in de vakliteratuur op de arresten van 25 november 2011 Noot P.G.H. Albert bij BNB 2012/37 P.G.H. Albert (hierna: Albert) heeft vooral kritiek op het feit dat de Hoge Raad een rentecorrectie boven een correctie van het debiteurenrisico plaatst. Als een lening onzakelijk is moet er eerst worden geprobeerd de rente te verhogen op basis van het at arm s length beginsel. Is dit niet zodanig mogelijk dat de lening alsnog zakelijk wordt, dan spreekt men van een onzakelijke lening. Volgens Albert maakt de Hoge Raad hier een fout. De Hoge Raad doelde bij het arrest Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 15

16 BNB 2012/37 namelijk op een ODR-lening 29. Een onzakelijke lening houdt echter veel meer in volgens Albert. De grens ligt volgens hem waar de rente in wezen winstdelend moet worden vastgesteld om de lening at arm s length te maken. De rente mag niet zodanig worden aangepast dat de rente in wezen winstdelend wordt. 30 Die grens ligt daar omdat anders het karakter van hetgeen partijen zijn overeengekomen, zou worden aangetast. Een belangrijkere reden die de Hoge Raad niet aangeeft is volgens Albert dat als die grens er niet zou zijn, de afwaardering van iedere onzakelijke lening(behalve de bodemloze-putlening en deelnemerschapslening) ten laste van de winst zou kunnen worden gebracht. Er is bij een lening van moeder aan dochter immers altijd sprake van zakelijke omstandigheden. Door de vergoeding winstdelend te maken zou er zonder deze regel dan altijd kunnen worden afgewaardeerd. Het is hierbij niet van belang of in zo n geval een onafhankelijke derde de lening ook zou verstrekken. Het feit dat de leningsvoorwaarden zodanig kunnen worden vastgesteld dat er een at arm s length -vergoeding uitkomt is voldoende. De rente die niet at arm s length gemaakt kan worden, is een ODR-lening. De afwaardering op een ODR-lening mag niet ten laste van de winst worden gebracht. De reden dat de Hoge Raad een rentecorrectie boven een correctie van het debiteurenrisico plaatst, vloeit volgens de Hoge Raad voort uit het at arm s length beginsel. Art. 8b Wet VPB 1969 bepaalt dat als moeder en dochter andere voorwaarden overeenkomen dan onafhankelijke derden zouden doen, de winst wordt bepaald alsof voorwaarden tussen onafhankelijke derden zouden zijn overeen gekomen. De Hoge Raad is van mening dat de rente wel een voorwaarde is die crediteur en debiteur kunnen overeen komen, maar debiteurenrisico niet. In dat geval is rente een leningsvoorwaarde en debiteurenrisico niet, waardoor een rentecorrectie voorgaat op een debiteurenrisico. Albert geeft aan dat hij liever had gezien dat er een eenzijdige correctie bij de crediteur plaatsvond in plaats van een rentecorrectie bij zowel crediteur als debiteur. Volgens hem komt het probleem van de onzakelijke lening vooral naar boven op het punt van de afwaardering. De vraag speelt of de oorzaak van het verlies op een lening aan de crediteursrelatie of aan de aandeelhoudersrelatie moet worden toegeschreven. Als de Hoge Raad geen hiërarchie had aangebracht tussen een rentecorrectie en een correctie van het debiteurenrisico zou volgens Albert een praktischer en werkbaarder systeem zijn ontstaan omdat er: geen ODR-rente bepaald hoeft te worden, de winstbepaling van de debiteur onaangetast blijft bij een discussie over de vraag of de crediteur/aandeelhouder haar vordering op de debiteur/deelneming mag afwaarderen én de winstbepaling van oudere jaren niet hoeft te worden opengebroken. Bovendien zou hiermee worden vermeden dat het aftasten van de grenzen van het at arm s length beginsel wordt gestimuleerd. 31 Wanneer is er nu sprake van een ODR-lening en wanneer van een onzakelijke lening die net geen ODR-lening is? Volgens Albert is er waarschijnlijk sprake van een ODR-lening als de debiteur 29 Een lening met een niet-rentecorrigeerbaar onzakelijk debiteurenrisico. 30 Besproken in het arrest BNB 2012/ HR 25 november 2011, nr. 5 08/05323, BNB 2012/37, m.nt. P.G.H. Albert. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 16

17 betrekkelijk kort na het aangaan van de lening in financiële problemen komt. De Hoge Raad heeft dan wel geoordeeld dat de onzakelijkheid bij het aangaan van de lening getoetst moet worden, maar volgens Albert werkt dat in de praktijk anders. Vaak wordt een ODR-lening pas als zodanig gekwalificeerd op basis van de informatie achteraf. Ten tweede is de kans op een ODR-lening groot als de leningverstrekker een vermogensbestanddeel aan de gelieerde debiteur verkoopt tegen schuldigerkenning en de debiteur niet of nauwelijks over eigen vermogen beschikt. Dit deed zich voor in BNB 2008/191. Bij een discussie over de vraag of de crediteur/aandeelhouder haar vordering op de debiteur/deelneming mag afwaarderen én de winstbepaling van oudere jaren niet hoeft te worden opengebroken. Bovendien zou hiermee worden vermeden dat het aftasten van de grenzen van het at arm s length beginsel wordt gestimuleerd. 32 Noot P.G.H. Albert bij BNB 2012/38 Volgens Albert was het standpunt van het Hof in deze casus onhoudbaar omdat dit ertoe zou leiden dat een onzakelijke lening slechter wordt behandeld dan een zakelijke lening en een bodemlozeputlening. Het feit dat de Hoge Raad heeft toegestaan het verlies af te trekken, is dan ook terecht. Albert geeft aan dat er naar aanleiding van dit arrest en het arrest BNB 2012/78 nog 2 vragen spelen. De eerste is of er al op het moment van de afwaardering van een ODR-lening een informele kapitaalstorting plaatsvindt. Hier is volgens Albert geen sprake van omdat de afwaardering door de crediteur de terugbetalingsverplichting van de debiteur niet aantast. De tweede vraag die men zich kan stellen is wat de gevolgen zijn van een kwijtschelding van een ODR-lening omhoog. Volgens Albert vindt er geen winstuitdeling plaats op het moment van de verstrekking van een ODR-lening van vennootschap aan aandeelhouder. Dit is alleen het geval als bij de verstrekking direct duidelijk is dat de lening niet terugbetaald kan worden. 4.5 Eigen mening over de kritiek van P.G.H. Albert op de arresten van 25 november 2011 De Hoge Raad heeft in BNB 2012/37 aangegeven dat de rente niet zodanig mag worden gecorrigeerd dat de geldlening in wezen winstdelend wordt. Hierbij heeft ze niet aangegeven waarom dat niet mag. P.G.H. Albert geeft aan dat de belangrijkste reden hiervoor is dat zonder deze grens de afwaardering van iedere onzakelijke lening, met uitzondering van de bodemlozeputlening en de deelnemerschapslening, ten laste van de fiscale winst zou kunnen worden gebracht. Ik denk dat Albert hierin gelijk heeft. Als deze grens er niet zou zijn, zou de rente op iedere onzakelijke geldlening zodanig gecorrigeerd kunnen worden zodat deze alsnog zakelijk wordt. Verder geeft Albert aan dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen een ODR-lening en een onzakelijke lening. Hierbij heeft hij kritiek op het feit dat de Hoge Raad een rentecorrectie boven een correctie op het debiteurenrisico plaatst. Als de Hoge Raad dit niet had gedaan, zou er 32 HR 25 november 2011, nr. 5 08/05323, BNB 2012/37, m.nt. P.G.H. Albert. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 17

18 volgens Albert een praktischer en werkbaarder systeem zijn ontstaan. Ik ben het hiermee eens. Er zou zonder deze hiërarchie immers niet te hoeven vastgesteld wanneer een rente in wezen winstdelend wordt. Als al blijkt dat belanghebbende bij het verstrekken van de geldlening een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, is de hoogte van de rente niet meer zo van belang omdat er dan al sprake is van een ODR-lening. Verder wordt nu vaak de grens opgezocht, tegen welke rente is de lening nog at arm s length? Door geen gebruik te maken van de hiërarchie zal dit niet meer gebeuren omdat het debiteurenrisico dan net zo belangrijk is als de hoogte van de rente. In 2012 volgde er nog meer jurisprudentie over onzakelijke geldleningen. Deze arresten zullen in de volgende paragraaf aan bod komen. 4.6 HR 9 maart 2012 De Hoge Raad heeft op 9 maart 2012 twee arresten gewezen. In het eerste arrest 33 drijft belanghebbende sinds 1988 een eenmanszaak. In 2001 verstrekt hij een geldlening aan G BV. De aandelen van deze BV zijn in handen van een zakenpartner van belanghebbende. Belanghebbende brengt in zijn IB-aangifte over 2001 een afwaardering op de vordering op G BV ten laste van zijn winst. Ditzelfde doet hij voor de jaren 2002 en In juli 2005 legt de inspecteur navorderingsaanslagen op over de jaren Volgens Rechtbank Arnhem is het door belanghebbende aanvaarde debiteurenrisico onzakelijk, waardoor de afwaarderingen niet aftrekbaar zijn. Dat de vorderingen onder de tbs-regeling vallen doet hier niet aan af. Volgens het Hof is er sprake van onzakelijke leningen. Dit omdat er onder meer geen invorderingsmaatregelen zijn genomen, er geen aflossingen en rentebetalingen zijn verricht en er na de jaarlijkse afwaardering van de vorderingen steeds weer nieuwe leningen werden verstrekt. Belanghebbende heeft hierbij een debiteurenrisico gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Het Hof geeft verder aan dat er geen ruimte is voor de afwaardering omdat de waarde in het economische verkeer van de vordering niet lager was dan de nominale waarde. Volgens de Hoge Raad heeft de inspecteur de afwaardering van de leningen ten laste van het inkomen in box 1 terecht geweigerd. Onzakelijke leningen van een aanmerkelijkbelanghouder aan zijn BV s HR 9 maart 2012, BNB 2012/133 Bij BNB 2012/133 verstrekte belanghebbende geldleningen aan BV s waarin hij een aanmerkelijk belang had in de zin van art. 4.6 Wet IB. Belangrijk hierbij was dat er onder andere geen zekerheden waren verstrekt, er nooit aflossingen en rentebetalingen zijn verricht en er geen invorderingsmaatregelen zijn getroffen. Door de belastingdienst is er aan belanghebbende een navorderingsaanslag en een boete opgelegd. De Rechtbank en het Hof gingen hiermee akkoord. Het Hof ging er vanuit dat belanghebbende een debiteurenrisico heeft aanvaard om 33 HR 9 maart 2012, nr. 11/01963, BNB 2012/638. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 18

19 aandeelhoudersmotieven. 34 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft vervolgens geoordeeld dat belanghebbende een debiteurenrisico heeft geloopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen en dat belanghebbende dit risico heeft aanvaard om aandeelhoudersmotieven. Hieruit concludeerde de Hoge Raad dat er sprake is van onzakelijke geldleningen en dat de inspecteur een afwaardering ten laste van het inkomen uit werk en woning terecht heeft geweigerd. Zakelijkheid zonder zekerheden? HR 13 januari 2012, BNB 2012/107 Bij HR 9 mei 2008 was het feit dat er geen zekerheden werden verstrekt voor de Hoge Raad genoeg reden om te stellen dat belanghebbende een debiteurenrisico had gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Uit HR 13 januari blijkt echter dat er zonder zekerheden toch sprake kan zijn van een zakelijke geldlening. Om duidelijk te maken waarom de Hoge Raad nu anders heeft beslist, zal dit arrest kort besproken worden. Belanghebbende heeft alle aandelen in A BV. A BV houdt alle aandelen in B BV. Vervolgens verstrekt belanghebbende een lening aan beide BV s om ze door een moeilijke tijd heen te helpen. Hierop waardeerde belanghebbende zijn beide vorderingen af ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur stelde dat er sprake was van een onzakelijke lening en dat afwaardering dus niet toegestaan is. Volgens het Hof was belanghebbende er bij het verstrekken van de lening van overtuigd dat er voldoende zekerheid bestond dat de BV s de lening zouden kunnen terugbetalen, ook zonder het stellen van zekerheden. Er is volgens het Hof dan ook geen sprake van een debiteurenrisico dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen en mag de lening worden afgewaardeerd. De Hoge Raad oordeelde dat het niet uitmaakt dat er een lage rente overeen is gekomen. Volgens het at arm s length beginsel moet er dan immers worden uitgegaan van een zakelijke rente. Er is geen sprake van een onzakelijke geldlening. Het feit dat er geen zekerheden zijn verstrekt, geen aflossingsschema is overeen gekomen en dat de rente werd bijgeschreven doen niks aan dit oordeel af volgens de Hoge Raad. 4.7 Conclusie Met het arrest BNB 2008/191 en de aanvulling van de arresten van 25 november 2011 heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt wat er onder een onzakelijke geldlening moet worden verstaan. Aan de hand van het stappenplan bij BNB 2012/37 kan er eenvoudig worden nagegaan of er sprake is van een geldlening, en zo ja, wanneer deze onzakelijk is. Bij een onzakelijke geldlening mag het verlies hierop niet in aftrek worden genomen op de vordering. Dit mag wel in een situatie tussen moeder en dochter, waarbij de dochter geliquideerd wordt (BNB 2012/38). Het verlies komt dan in mindering op het opgeofferde bedrag. Wel mag bij een onzakelijke geldlening de betaalde rente worden afgetrokken. Ten slotte is duidelijk geworden dat bij het aangaan van een lening direct moet worden bepaald of deze onzakelijk is. Als bepaald is dat de geldlening onzakelijk is, kan deze niet meer worden opgesplitst in een zakelijk en een onzakelijk 34 HR 9 maart 2012, nr. 11/01963, BNB 2012/133, r.o HR 13 januari 2012, nr. 10/03654, BNB 2012/107. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 19

20 deel. In BNB 2012/78 is bepaald dat een onzakelijke lening die valt onder de tbs-regeling, niet anders behandeld wordt dan een onzakelijke lening als in BNB 2012/37. Het verlies hierop is net als bij een onzakelijke lening die buiten de tbs-regeling valt, niet aftrekbaar van de fiscale winst. Uit BNB 2012/107 bleek dat er niet direct sprake hoeft te zijn van een onzakelijke lening als er geen zekerheden worden gesteld. Als er op het moment van het verstrekken van de geldlening voldoende zekerheid bestaat dat de lening zal worden terugbetaald, is een zekerheidsstelling niet persé nodig. Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 20

21 Hoofdstuk De behandeling van een zakelijke geldlening De fiscale behandeling van geldleningen Men spreekt van zakelijkheid als er bij een geldlening at arm s length wordt gehandeld door beide partijen. Dit houdt in dat er gehandeld moet worden onder zakelijke voorwaarden. Zoals al eerder gezegd, moet er hiervoor worden gekeken naar onder andere het aflossingsschema, de looptijd van de lening en het verstrekken van zekerheden. Indien er sprake is van zakelijke voorwaarden, mag de debiteur de rente die hij over de geldlening betaalt in aftrek nemen op zijn fiscale winst. De rente is bij de crediteur belast, waardoor er een evenwicht ontstaat. Ten slotte mag de crediteur de vordering afwaarderen ten laste van zijn fiscale winst als blijkt dat de lening niet terug betaald kan worden. Nu komt het geval ter sprake waarbij er een lening wordt verstrekt aan een verbonden persoon of aan een samenwerkingsverband of vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft. Er wordt nog steeds zakelijk gehandeld. De terbeschikkingstellingsregeling komt nu aan de orde. Ook nu kan de debiteur de betaalde rente aftrekken en is deze bij crediteur belast. Ook kan een eventueel verlies op de vordering weer ten laste van het resultaat van crediteur worden gebracht. Het enige verschil met het verstrekken van een geldlening door niet-verbonden personen is dat de lening door de tbs-regeling in box 1 wordt belast in plaats van in box 3. Er is dan sprake van een hoger tarief. Wel kan de crediteur gebruik maken van de tbs-vrijstelling. 36 Hierdoor wordt het resultaat niet tegen maximaal 52% in de heffing betrokken, maar tegen maximaal 45,78%. Als er sprake is van een onzakelijke leningvoorwaarden, betekent dit niet meteen dat de lening geheel onzakelijk is. Eerst moet er gekeken worden of een derde bijvoorbeeld bereid zou zijn geweest de lening te verstrekken tegen een hoger rentepercentage. Als dat het geval is, dient te rente te worden gecorrigeerd naar een zakelijke rente en is er alsnog sprake van een zakelijke geldlening. 5.2 De behandeling van een onzakelijke geldlening Er is sprake van een onzakelijke lening als een partij bij het verstrekken van de lening een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Dit bleek uit het arrest BNB 2008/191. Een lening met een onzakelijke rente die niet meer at arm s length kan worden gemaakt, is een onzakelijke lening. De Hoge Raad heeft beslist dat de rente op een onzakelijke geldlening moet worden gesteld op de rente die een onafhankelijke derde in rekening zou brengen als de lening was verstrekt aan de debiteur met een borgstelling door een concernvennootschap, waarbij de overige voorwaarden van de lening gelijk zijn. Zowel uit het arrest BNB 2008/191, als uit de arresten van 25 november 2011 blijkt dat de rente op een onzakelijke lening niet ten laste mag worden gebracht van de fiscale winst. Ook is een afwaarderingsverlies niet aftrekbaar van de fiscale winst. Dit geldt zowel voor geldleningen in de vennootschapsbelastingen als geldleningen in de tbs-sfeer. 36 Art. 3.99b Wet IB Bachelor Thesis Fiscale Economie, Tilburg University Page 21

De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling

De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling Erasmus Universiteit Rotterdam Erasmus School of Economics Bachelorscriptie NADRUK VERBODEN De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling Naam Wopke

Nadere informatie

De onzakelijke lening:

De onzakelijke lening: Na de baanbrekende arresten in 2011 en 2012 over de onzakelijke lening, is er de afgelopen jaren nog veel (verfijnende) jurisprudentie verschenen. De auteur behandelt deze jurisprudentie en verwacht dat

Nadere informatie

Bachelor Thesis. Onzakelijke geldlening en de tbs-regeling:

Bachelor Thesis. Onzakelijke geldlening en de tbs-regeling: Bachelor Thesis Onzakelijke geldlening en de tbs-regeling: Welke criteria gelden er om een geldlening als fiscaal onzakelijk te kwalificeren en kan de fiscale behandeling bij de directeur groot aandeelhouder

Nadere informatie

Onzakelijke leningen. dr. Ruud van den Dool

Onzakelijke leningen. dr. Ruud van den Dool Onzakelijke leningen dr. Ruud van den Dool Onzakelijke leningen Bewijslastverdeling Hoogte en behandeling rentevergoeding afwaarderingen Criteria Internationale (mis)match Leningkwalificatie + behandeling

Nadere informatie

De onzakelijke lening leer, noodzaak of een brug te ver?

De onzakelijke lening leer, noodzaak of een brug te ver? Inkomstenbelasting & vennootschapsbelasting Bachelor thesis Fiscale Economie Faculteit: Economie & Management Tilburg University Joris Steunenberg 510258 Begeleidende docent: drs. J.J.H. Gortzak Inhoudsopgave

Nadere informatie

De onzakelijke lening opzij

De onzakelijke lening opzij De onzakelijke lening opzij Door: M.R. Haanraadts Studentnummer: 325456 Begeleider: M.H.M. Smeets Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 1.1 Aanleiding tot het onderzoek... 1 1.2 Probleemstelling... 2 1.3 Methode

Nadere informatie

De onzakelijke lening in de inkomstenen vennootschapsbelasting

De onzakelijke lening in de inkomstenen vennootschapsbelasting De onzakelijke lening in de inkomstenen vennootschapsbelasting De praktische problemen en oplossingen Auteur: Ani Hovanesian ANR: S456393 Opleiding: Master Fiscaal Recht Scriptiebegeleider: prof. dr. J.A.G.

Nadere informatie

Kluwer Online Research

Kluwer Online Research Vakblad Financiële Planning Terbeschikkingstelling: een update Kluwer Online Research Auteur: Drs. J.E. van den Berg[1] Tussen november 2011 en mei 2012 zijn enkele belangrijke uitspraken en arresten verschenen

Nadere informatie

Elsevier Belastingcongres 2009

Elsevier Belastingcongres 2009 Elsevier Belastingcongres 2009 Reorganisaties Prof.mr. Gerard Meussen Radboud Universiteit Nijmegen/BDO 26.11.2009 G.T.K. Meussen 1 Inkomstenbelasting, leningen in box 1 of gefacilieerd in box 3 De terbeschikkingstellingsregelingen

Nadere informatie

Onzakelijke lening. Nog steeds niet alles duidelijk. Tilburg University. Masterthesis Fiscale Economie. Door : Hanife Senal

Onzakelijke lening. Nog steeds niet alles duidelijk. Tilburg University. Masterthesis Fiscale Economie. Door : Hanife Senal Tilburg University Onzakelijke lening Nog steeds niet alles duidelijk Masterthesis Fiscale Economie Door : Hanife Senal Studentnummer : 730835 Examencommissie : Drs. F.J. Elsweier Prof. Dr. J.A.G. van

Nadere informatie

De afwaardering van de onzakelijke lening in de terbeschikkingstellingsregeling

De afwaardering van de onzakelijke lening in de terbeschikkingstellingsregeling De afwaardering van de onzakelijke lening in de terbeschikkingstellingsregeling Rowin van Loon ANR 856049 Vennootschapsbelasting & Inkomstenbelasting Fiscale Economie Faculteit: Economie en Management

Nadere informatie

Onzakelijke geldlening

Onzakelijke geldlening Onzakelijke geldlening Afstudeerscriptie Fiscaal Recht aan de Universiteit van Tilburg Naam: Remco Siegers Studentnummer: 261339 Begeleider: de heer prof. dr. P.H.J. Essers Voorwoord In de dagelijkse praktijk

Nadere informatie

De (her)kwalificatie van een fiscaal onzakelijke geldlening

De (her)kwalificatie van een fiscaal onzakelijke geldlening De (her)kwalificatie van een fiscaal onzakelijke geldlening Auteur: J. de Pagter Universiteit van Tilburg Bachelor Fiscale Economie Studentnummer: u1244027 Thesisbegeleiders J.A.G. van der Geld J.J.H.

Nadere informatie

De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting

De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting Auteur: P.M.J. de Jong Opleiding: Master Fiscaal Recht Universiteit: Universiteit van Tilburg Administratienummer: 838253 Afstudeerdatum: 14 december

Nadere informatie

De onzakelijke lening

De onzakelijke lening C. Olmtak LL.M. KPMG Tax & Legal Services Curaçao, 17 augustus 2011 De onzakelijke lening Vennootschappen hebben een continue financieringsbehoefte in het kader van de uitoefening van hun ondernemingsactiviteiten.

Nadere informatie

De onzakelijke lening

De onzakelijke lening De onzakelijke lening Zal er ooit een duidelijke grens getrokken worden? November 2016 Auteur: S.S.G.M. Milder Studentennummer: 315988 Studierichting: Bsc. Fiscale Economie Examencommissie: Drs. J.J.H.

Nadere informatie

Hoe in 2017 optimaal geld uit uw BV halen? DEEL 9 DEEL 9. Lenen van de BV

Hoe in 2017 optimaal geld uit uw BV halen? DEEL 9 DEEL 9. Lenen van de BV Hoe in 2017 optimaal geld uit uw BV halen? DEEL 9 DEEL 9 Lenen van de BV HOOFDSTUK 1: BEGRIP Wat bedoelen we hier met lenen? Met lenen bedoelen we, dat u geld of andere goederen ter beschikking krijgt

Nadere informatie

De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting

De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting Master Thesis De onzakelijke lening in de vennootschapsbelasting Auteur: Jiske Bruggeman Anr: 492608 Opleiding: Fiscale Economie Datum: 27 februari 2013 Examencommissie: prof. dr. J.A.G. van der Geld drs.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Begrip. Onzakelijke rente. Onzakelijke lening/onzakelijk debiteurenrisico

Hoofdstuk 1: Begrip. Onzakelijke rente. Onzakelijke lening/onzakelijk debiteurenrisico Hoofdstuk 1: Begrip Wat bedoelen w e h i e r m e t lenen? Met lenen bedoelen we, dat u geld of andere goederen ter beschikking krijgt van en ter beschikking stelt aan uw BV. In dit hoofdstuk spreken we

Nadere informatie

De onzakelijke lening in de TBS-regeling

De onzakelijke lening in de TBS-regeling De onzakelijke lening in de TBS-regeling Auteur: J.J. (Joost) Bom Universiteit van Tilburg Master Fiscaal Recht Studentnummer: s289330 Examencommissie mr. M.J. Hoogeveen prof. dr. A.C. Rijkers Afstudeerdatum:

Nadere informatie

De onzakelijke lening

De onzakelijke lening Tijdschrift voor Fiscaal Ondernemingsrecht, De onzakelijke lening Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: TFO 2014/134.1 Bijgewerkt tot: 15-07-2014 Auteur: Prof. mr. dr.

Nadere informatie

De onzakelijke lening uitgekristalliseerd?

De onzakelijke lening uitgekristalliseerd? De onzakelijke lening uitgekristalliseerd? Document: Bachelor scriptie Naam: C.A. Baart Studierichting: Fiscale economie Studentnummer: 325760 Datum: Juli 2013 Begeleidende docent: J. Van den Berg Inhoudsopgave

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:7982

ECLI:NL:RBZWB:2014:7982 ECLI:NL:RBZWB:2014:7982 Instantie Datum uitspraak 26-11-2014 Datum publicatie 22-12-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 60 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Nadere informatie

Bachelor thesis Fiscale Economie Naam Michelle Witlox Opleiding Fiscale Economie ANR S Begeleider Drs. P.J.J.M. Peeters Hoogleraar Prof. Mr.

Bachelor thesis Fiscale Economie Naam Michelle Witlox Opleiding Fiscale Economie ANR S Begeleider Drs. P.J.J.M. Peeters Hoogleraar Prof. Mr. Bachelor thesis Fiscale Economie Naam Michelle Witlox Opleiding Fiscale Economie ANR S725327 Begeleider Drs. P.J.J.M. Peeters Hoogleraar Prof. Mr. E.C.C.M. Kemmeren Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 De inleiding

Nadere informatie

Onzakelijke lening. Openstaande vraagpunten in de Wet IB 2001 en Wet Vpb 1969

Onzakelijke lening. Openstaande vraagpunten in de Wet IB 2001 en Wet Vpb 1969 Onzakelijke lening Openstaande vraagpunten in de Wet IB 2001 en Wet Vpb 1969 Bachelor thesis Fiscale Economie Naam: Caitlin Bax SNR: u1266265 ANR: 397399 Begeleider: G.C. van der Burgt Afsluiting: 8 mei

Nadere informatie

De schuldvordering ex artikel 3.92, lid 2, onderdeel a, ten eerste Wet Inkomstenbelasting 2001 naar box 2?

De schuldvordering ex artikel 3.92, lid 2, onderdeel a, ten eerste Wet Inkomstenbelasting 2001 naar box 2? ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM NADRUK VERBODEN Faculteit der Economische Wetenschappen Masterscriptie Fiscale Economie De schuldvordering ex artikel 3.92, lid 2, onderdeel a, ten eerste Wet Inkomstenbelasting

Nadere informatie

Genoteerd. Juni 2014 - nummer 99. Problematiek met betrekking tot de kwalificatie van een (on)zakelijke lening

Genoteerd. Juni 2014 - nummer 99. Problematiek met betrekking tot de kwalificatie van een (on)zakelijke lening Genoteerd Juni 2014 - nummer 99 Problematiek met betrekking tot de kwalificatie van een (on)zakelijke lening In deze uitgave Inleiding Kwalificatie van een geldverstrekking als eigen of vreemd vermogen:

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 Vonnisnummer : 1993-040 (op CD rom Jurdoc 1994-040) Datum : 27 april 1994 Rechters : mrs. Warnink, Moltmaker en Ilsink Middel : winst Artikel : 6 Belastingjaar

Nadere informatie

Geherkwalificeerde geldleningen in de inkomstenbelasting

Geherkwalificeerde geldleningen in de inkomstenbelasting Geherkwalificeerde geldleningen in de inkomstenbelasting Naam: Sjoerd Kuipers Collegekaartnummer: 9959203 1 1. Inleiding 2. De huidige aanmerkelijkbelangregeling in de inkomstenbelasting 3. De behandeling

Nadere informatie

De onzakelijke lening in concernverband

De onzakelijke lening in concernverband De onzakelijke lening in concernverband Masterthesis Fiscale Economie Universiteit van Tilburg Naam student: R. Meijer Studierichting: Fiscale Economie Administratienummer: 450182 Datum: 29 november 2012

Nadere informatie

Zakendoen met uw eigen bv in De kansen en mogelijkheden. whitepaper

Zakendoen met uw eigen bv in De kansen en mogelijkheden. whitepaper 28.06.16 Zakendoen met uw eigen bv in 2016 De kansen en mogelijkheden whitepaper In dit whitepaper: Als directeur-grootaandeelhouder bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen

Nadere informatie

De winstbepalingsvraagstukken van de onzakelijke lening

De winstbepalingsvraagstukken van de onzakelijke lening ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie De winstbepalingsvraagstukken van de onzakelijke lening Auteur: Shanna Cai Opleiding: Bachelor Fiscale Economie Studentnummer:

Nadere informatie

VENNOOTSCHAPSBELASTING Afwaarderingsverlies op geldlening aan gelieerde vennootschap terecht in aftrek gebracht; geen onzakelijke lening

VENNOOTSCHAPSBELASTING Afwaarderingsverlies op geldlening aan gelieerde vennootschap terecht in aftrek gebracht; geen onzakelijke lening VN 2010/35.11 Hof Arnhem, MK II, 27 april 2010, nr. 09/00092 (Spek, Kooijmans, Boxem) Regeling Art. 8, lid 1, Wet VPB 1969 Essentie VENNOOTSCHAPSBELASTING Afwaarderingsverlies op geldlening aan gelieerde

Nadere informatie

Bachelor Thesis. De vergelijking tussen een onzakelijk, terbeschikkinggestelde geldlening en een tante Agaath lening. : Y.G.M.E.

Bachelor Thesis. De vergelijking tussen een onzakelijk, terbeschikkinggestelde geldlening en een tante Agaath lening. : Y.G.M.E. Bachelor Thesis De vergelijking tussen een onzakelijk, terbeschikkinggestelde geldlening en een tante Agaath lening. Naam : Y.G.M.E. (Ynte) Rasenberg Studierichting : Fiscale economie Administratienummer

Nadere informatie

Onzakelijke leningen in gelieerde verhoudingen

Onzakelijke leningen in gelieerde verhoudingen Onzakelijke leningen in gelieerde verhoudingen R.G. Broft Afstudeerrichting: Fiscaal Recht Onzakelijke leningen in gelieerde verhoudingen Kan de niet toegestane afwaardering van de onzakelijke lening,

Nadere informatie

Het leerstuk van de onzakelijke lening omlaag en de toepasbaarheid van dit leerstuk op borgstellingen

Het leerstuk van de onzakelijke lening omlaag en de toepasbaarheid van dit leerstuk op borgstellingen Het leerstuk van de onzakelijke lening omlaag en de toepasbaarheid van dit leerstuk op borgstellingen Naam: Niels Tilborghs Administratienummer: 170945 Universiteit: Universiteit van Tilburg Studierichting:

Nadere informatie

Het belang van een goed juridisch document

Het belang van een goed juridisch document Het belang van een goed juridisch document Ontbijtbijeenkomst Zwolle, 24 november 2011 Nanda van Bergen, Sanne van der Meulen en Silvia Martens-Pels Inleiding In de praktijk worden afspraken niet of nauwelijks

Nadere informatie

De fiscale gevolgen van de onzakelijke lening opzij in de terbeschikkingstellingssfeer

De fiscale gevolgen van de onzakelijke lening opzij in de terbeschikkingstellingssfeer De fiscale gevolgen van de onzakelijke lening opzij in de terbeschikkingstellingssfeer Naam student: Joost Grieving. Anr student: 291629. Naam begeleider: Mevrouw mr. dr. N.C.G. Gubbels. Naam tweede lezer:

Nadere informatie

De onzakelijke lening

De onzakelijke lening ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Fiscale economie De onzakelijke lening Het criterium van de in wezen winstdelende lening Auteur: Pieter Verbeek Studentnummer:

Nadere informatie

De onzakelijke geldlening

De onzakelijke geldlening De onzakelijke geldlening Kwalificatie- en winstbepalingsproblemen bij gelieerde geldverstrekkingen met een onzakelijk debiteurenrisico binnen de huidige fiscale wetgeving en jurisprudentie. Masterscriptie

Nadere informatie

Het leed dat een onzakelijke lening heet

Het leed dat een onzakelijke lening heet Universiteit van Tilburg Economics and Business Administration Bachelorthesis Het leed dat een onzakelijke lening heet Door: K.F. Yan Adres: Daltonerf 5-05 5014 HZ Tilburg Telefoonnummer: 06-14154147 Administratienummer:

Nadere informatie

AFWAARDERINGEN OP ONZAKELIJKE GELDLENINGEN

AFWAARDERINGEN OP ONZAKELIJKE GELDLENINGEN UNIVERSITEIT VAN TILBURG Nadruk verboden Faculteit der rechtswetenschappen AFWAARDERINGEN OP ONZAKELIJKE GELDLENINGEN Jan de Groot Studentnummer: 105272 Scriptiebegeleider: drs. F.J. Elsweier Rijssen,

Nadere informatie

Afstudeerdatum : 27 augustus 2008 Examencommissie : prof. dr. J.A.G. van der Geld drs. C.A.T. Peters

Afstudeerdatum : 27 augustus 2008 Examencommissie : prof. dr. J.A.G. van der Geld drs. C.A.T. Peters Afstudeerscriptie Fiscaal Recht Door : Charlotte Dunselman Adres : Amselweg 14a 46446 Emmerich am Rhein (Duitsland) Telefoonnummer : 06-52051626 Studentnummer : 614320 Begeleider : drs. C.A.T. Peters Afstudeerdatum

Nadere informatie

ONZAKELIJKE LENINGEN IN DE

ONZAKELIJKE LENINGEN IN DE 528 Weekblad fiscaal recht. 6950. 19 april 2012 ONZAKELIJKE LENINGEN IN DE TBS-SFEER PROF. DR. MR. E.J.W. HEITHUIS 1 1 Inleiding Het zal niemand zijn ontgaan dat de Hoge Raad op 25 november 2011 op afstand

Nadere informatie

26 maart 2014. Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs

26 maart 2014. Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs Seminar Transacties tussen de DGA en zijn BV in een fiscaal perspectief 26 maart 2014 Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs Jolanda van

Nadere informatie

De fiscale werking van de onzakelijke lening opzij m.b.t. tot het afwaarderingsverlies en liquidatieverlies

De fiscale werking van de onzakelijke lening opzij m.b.t. tot het afwaarderingsverlies en liquidatieverlies De fiscale werking van de onzakelijke lening opzij m.b.t. tot het afwaarderingsverlies en liquidatieverlies Naam : Ashanti Eustace Erasmus Universiteit Bachelor Fiscale Economie Begeleider: Rolph van Ovost

Nadere informatie

Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee!

Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee! Met geld van uw bv kunt u belastingvrij genieten! Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee! Een directeur-grootaandeelhouder is in de unieke positie om zaken te doen

Nadere informatie

Fiscale consequenties. onzakelijke leningsvoorwaarden

Fiscale consequenties. onzakelijke leningsvoorwaarden Fiscale consequenties onzakelijke leningsvoorwaarden Masterthesis Fiscale Economie Universiteit van Tilburg Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen Naam: Adres: R.S. Kool Hogeschoollaan 146, 5037 GD,

Nadere informatie

Advieswijzer. Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden. 28-06-2016 Denk ondernemend. Denk Bol.

Advieswijzer. Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden. 28-06-2016 Denk ondernemend. Denk Bol. Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden 28-06-2016 Denk ondernemend. Denk Bol. Als directeur-grootaandeelhouder bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen

Nadere informatie

Masterscriptie Fiscaal Recht. De onzakelijke lening onder de bijzondere omstandigheden

Masterscriptie Fiscaal Recht. De onzakelijke lening onder de bijzondere omstandigheden Masterscriptie Fiscaal Recht De onzakelijke lening onder de bijzondere omstandigheden Voorwoord Voor u ligt de masterscriptie De onzakelijke lening onder de bijzondere omstandigheden die is geschreven

Nadere informatie

Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden. 23 juli 2014

Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden. 23 juli 2014 Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden 1 Doe er uw voordeel mee! Een directeur-grootaandeelhouder is in de unieke positie om zaken te doen met zijn eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk

Nadere informatie

Nieuwsbericht 24 maart 2014. BOF: ook voor aandelen in vastgoed-bv

Nieuwsbericht 24 maart 2014. BOF: ook voor aandelen in vastgoed-bv BOF: ook voor aandelen in vastgoed-bv Hof Den Haag heeft onlangs een voor de fiscale praktijk zeer belangrijke uitspraak gedaan en beslist dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet (BOF)

Nadere informatie

De onzakelijke lening. Leuker kunnen we het niet maken

De onzakelijke lening. Leuker kunnen we het niet maken De nzakelijke lening Leuker kunnen we het niet maken Cervus, maart 2012 Fiscale kwalificatie leningen Civielrechtelijke vrm, echter BNB 1988/217; BNB 1998/208, BNB 2003/231 Schijn en wezen: (terugbetalingsverplichting

Nadere informatie

(onzakelijke) lening in de tbs art. 3.92

(onzakelijke) lening in de tbs art. 3.92 (onzakelijke) lening in de tbs art. 3.92 Auteur : S.D. (Sander) Jongerius ANR : 437569 Jaar : 2011 Opleiding : Master Fiscaal Recht Universiteit : Universiteit van Tilburg Examencommissie: mr. M.L.M. van

Nadere informatie

Groninger Fiscale Eenheid Hoorcollegeaantekeningen Vennootschapsbelasting

Groninger Fiscale Eenheid Hoorcollegeaantekeningen Vennootschapsbelasting Groninger Fiscale Eenheid Hoorcollegeaantekeningen Vennootschapsbelasting Dit product wordt aangeboden als aanvulling op de verplichte stof voor het vak. De carrièrecommissie accepteert geen enkele verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Accountantskantoor de Bot B.V.

Accountantskantoor de Bot B.V. Gebruikelijk loon voor de DGA, hoe te bepalen? Door de jaren heen zijn er diverse uitspraken door rechters geweest inzake de gebruikelijkloonregeling. Mede door aanpassingen en besluiten van de wetgever

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord... 1. 1. Lenen van en aan de BV... 3. 2. Wat is een onzakelijke lening?... 15

Inhoudsopgave. Voorwoord... 1. 1. Lenen van en aan de BV... 3. 2. Wat is een onzakelijke lening?... 15 Inhoudsopgave Inhoudsopgave.. Voorwoord... 1 1. Lenen van en aan de BV... 3 1.1. Rechtspersoon... 4 1.1.1. Voorbeeld fiscale gevolgen bij drie mogelijke opnames... 5 1.1.2. Van en aan de BV... 5 1.1.3.

Nadere informatie

ECLI:NL:PHR:2013:BW6552 Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 11/02248

ECLI:NL:PHR:2013:BW6552 Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 11/02248 ECLI:NL:PHR:2013:BW6552 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak 15-03-2013 Datum publicatie 15-03-2013 Zaaknummer 11/02248 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Hoe wordt het voordeel van de personeelslening bij de dga belast?

Hoe wordt het voordeel van de personeelslening bij de dga belast? Hoe wordt het voordeel van de personeelslening bij de dga belast? Naam: Léonie Stooker Studierichting: Fiscale economie Administratienummer: 383787 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding... 4 Hoofdstuk 2

Nadere informatie

Dubbele winst bij verliezen Rechtpraak Hoge Raad biedt nieuwe kansen over de grens

Dubbele winst bij verliezen Rechtpraak Hoge Raad biedt nieuwe kansen over de grens Dubbele winst bij verliezen Rechtpraak Hoge Raad biedt nieuwe kansen over de grens Op 1 maart van dit jaar heeft de Nederlandse Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan in een Nederbelgische situatie.

Nadere informatie

De renteaftrekbeperkingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

De renteaftrekbeperkingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 De renteaftrekbeperkingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Naam: Samantha Mutsaers Administratienummer: 408313 Studierichting: Fiscale Economie aan de Universiteit van Tilburg Datum: Februari

Nadere informatie

Beleggen met geleend geld van de BV

Beleggen met geleend geld van de BV Beleggen met geleend geld van de BV Overtollige middelen van de BV kunnen beter niet binnen de BV worden belegd, maar in privé. De BV betaalt namelijk 35% vennootschapsbelasting over de beleggingsresultaten,

Nadere informatie

Voorwoord. Lijst van gebruikte afkortingen HOOFDSTUK 1: INLEIDING 1

Voorwoord. Lijst van gebruikte afkortingen HOOFDSTUK 1: INLEIDING 1 INHOUDSOPGAVE Voorwoord V Lijst van gebruikte afkortingen XIII HOOFDSTUK 1: INLEIDING 1 1.1 Totaalwinst, transfer pricing mismatches en art. 10b Wet VPB 1969 1 1.2 Probleemstelling 3 1.2.1 Aanleiding voor

Nadere informatie

De onzakelijke lening: hoe nu verder?

De onzakelijke lening: hoe nu verder? Weekblad voor Fiscaal Recht, De onzakelijke lening: hoe nu verder? Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: WFR 2014/724 Bijgewerkt tot: 27-05-2014 Auteur: prof. mr. dr. P.G.H.

Nadere informatie

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1.

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1. Opgave 1 Activa Fiscale Werkelijke Passiva Fiscale Werkelijke boekwaarde waarde boekwaarde waarde Alternatief per goed Bedrijfspand 250,000 350,000 Kapitaal 337,500 667,500 getal 2 (x3) Voorraad 200,000

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Voorwoord bij de vierde druk /V. Lijst van afkortingen / XIII. Hoofdstuk 1 Inleiding /1

INHOUDSOPGAVE. Voorwoord bij de vierde druk /V. Lijst van afkortingen / XIII. Hoofdstuk 1 Inleiding /1 INHOUDSOPGAVE Voorwoord bij de vierde druk /V Lijst van afkortingen / XIII Hoofdstuk 1 Inleiding /1 1.1 Het onderwerp / 1 1.2 Historisch overzicht / 2 1.3 Een eerste verkenning van het begrip totale winst

Nadere informatie

IB winst Uitwerkingen Jaarwinst

IB winst Uitwerkingen Jaarwinst IB winst Uitwerkingen Jaarwinst pnt Eind vermogen voor verkoop 194.558 Correctie ivm toepassing HIR 22.500 2 alles of niets minder afschrijving 3.713 2 bij correctie commerciele fiscale afschrijving 18.787

Nadere informatie

Onzakelijke lening Toetsen van de feiten en omstandigheden

Onzakelijke lening Toetsen van de feiten en omstandigheden Onzakelijke lening Toetsen van de feiten en omstandigheden Coen Twigt 328128 Fiscale Economie Erasmus School of Economics Begeleider: drs. M.H.M. Smeets Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2

Nadere informatie

Interne rente bij de vaste inrichting

Interne rente bij de vaste inrichting 3 Internationaal Belastingrecht en Dividendbelasting Master Internationaal en Europees Belastingrecht Universiteit van Amsterdam Interne rente bij de vaste inrichting Het in aanmerking nemen van interne

Nadere informatie

Voor eventuele vragen over fusies en splitsingen kunt u zich richten tot ons kantoor. T 070 3115411 Info@delissenmartens.nl

Voor eventuele vragen over fusies en splitsingen kunt u zich richten tot ons kantoor. T 070 3115411 Info@delissenmartens.nl Deze hand-out betreft de sheets van een lezing die is verzorgd ten behoeve van het BRA Eindejaar seminar Fiscale kringen op 10 december 2015. Gezien de aard betreft dit geen volledige behandeling van het

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 februari 2013, nummer AWB LEE 11/2397, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 februari 2013, nummer AWB LEE 11/2397, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Leeuwarden nummer 13/00331 uitspraakdatum: 8 januari 2014 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep

Nadere informatie

2014 -- Vennootschapsbelasting -- Deel 3

2014 -- Vennootschapsbelasting -- Deel 3 Programma voor vandaag Verliesverrekening (art. 20) Handel in verlies BV s (art. 20a) Coöperatieregeling (art. 9-1-g en 9-2) Deelnemingsvrijstelling (art. 13) Liquidatieverlies Winstdrainage (artt. 10a,

Nadere informatie

ECLI:NL:PHR:2011:BN3442

ECLI:NL:PHR:2011:BN3442 ECLI:NL:PHR:2011:BN3442 Instantie Datum uitspraak 25-11-2011 Datum publicatie 25-11-2011 Zaaknummer 08/05323 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie Parket bij de Hoge Raad

Nadere informatie

Een onderzoek naar de gevolgen van de invoering van artikel 15ad Wet op de Vennootschapsbelasting 1969

Een onderzoek naar de gevolgen van de invoering van artikel 15ad Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 Een onderzoek naar de gevolgen van de invoering van artikel 15ad Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 Master thesis Fiscaal Recht Artikel 15ad Wet Vpb 1969; een verbetering of niet? Auteur: Sandra (M.F.J.H.)

Nadere informatie

Collegeaantekeningen Belastingrecht 2 Week 2

Collegeaantekeningen Belastingrecht 2 Week 2 Collegeaantekeningen Belastingrecht 2 Week 2 2017-2018 Belastingrecht 2 - HC 3 13 september 2017 Deelnemingsvrijstelling (art. 13 Wet VPB) BV M (moedermaatschappij) heeft 100% aandelen in BV D (dochtermaatschappij).

Nadere informatie

Reorganiseren in zwaar weer. Mr drs S.A.W.J. Strik Hoofd Vaktechniek Directe Belastingen, Ernst & Young

Reorganiseren in zwaar weer. Mr drs S.A.W.J. Strik Hoofd Vaktechniek Directe Belastingen, Ernst & Young Reorganiseren in zwaar weer Mr drs S.A.W.J. Strik Hoofd Vaktechniek Directe Belastingen, Ernst & Young overzicht Afwaarderen intercy vordering Financiële reorganisatie Verkoop dochter na reorganisatie

Nadere informatie

FISCALE EINDEJAARSTIPS [1/7]

FISCALE EINDEJAARSTIPS [1/7] FISCALE EINDEJAARSTIPS [1/7] Fiscale eindejaarstips Ondernemers met een BV Met het einde van het jaar in zicht, is dit een goed moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Voor

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 24 maart 2009, nr. CPP2009/170M, Stcrt. Nr. 68 De staatssecretaris

Nadere informatie

Onzakelijke geldlening

Onzakelijke geldlening Onzakelijke geldlening Sana Ameziane 16 november 2016 Welke positie nemen de wet- en regelgeving in bij het bepalen van de fiscale gevolgen van onzakelijke geldleningen tussen gelieerde partijen? Auteur

Nadere informatie

Bachelor Thesis. De onzakelijke lening

Bachelor Thesis. De onzakelijke lening Bachelor Thesis De onzakelijke lening Naam : Erkan Er Studierichting : Fiscale Economie Administratienummer : s915916 Datum : 26 april 2010 Begeleider/ coördinator : prof. dr.j.a.g.van der Geld Coördinator

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 950 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014) Nr. 4 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 12 juni 2014 Het

Nadere informatie

Gegevens belastingplichtige. Naam. Adres Postcode Plaats Telefoon. Inspectienaam Boekjaar van.. t/m

Gegevens belastingplichtige. Naam. Adres Postcode Plaats Telefoon. Inspectienaam Boekjaar van.. t/m Gegevens belastingplichtige Naam Adres Postcode Plaats Telefoon Inspectienaam Boekjaar van.. t/m Regeling functionele valuta van toepassing dit boekjaar? Ingangsdatum Valutacode Factor Koers Vpb aangifte

Nadere informatie

Onzakelijke garanties en borgstellingen

Onzakelijke garanties en borgstellingen Onzakelijke garanties en borgstellingen Rechtbank Arnhem dd 5 augustus 2008, nr AWB 08/1406, LJN BN3301 Hof Arnhem 15 maart 2011, nr 10/00431, LJN BP9846, NTFR 2011/850 met noot Horzen, V-N2011/28.1.2.

Nadere informatie

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel FISCALE JAARREKENING DECEMBER UUR

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel FISCALE JAARREKENING DECEMBER UUR SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel FISCALE JAARREKENING DECEMBER 2015 11.00 13.30 UUR SPD Bedrijfsadministratie Fiscale jaarrekening December 2015 B / 10 2015 NGO-ENS B / 10 Vraag 1 (4 punten) In

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting. Toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Belastingdienst /Directie Vaktechniek Belastingen.

Vennootschapsbelasting. Toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Belastingdienst /Directie Vaktechniek Belastingen. 1 Vennootschapsbelasting. Toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Belastingdienst /Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 25 maart 2013,nr. BLKB2013/110M. De Staatssecretaris

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

Edelhoogachtbare dames, heren,

Edelhoogachtbare dames, heren, Edelhoogachtbare dames, heren, Onder verwijzing naar uw schrijven d.d. 23 juli 2012 treft u in het navolgende de cassatiemiddelen en de daarbij behorende toelichting en concludering aan. De machtiging

Nadere informatie

OKTOBER 2016 TAK NIEUWSBRIEF

OKTOBER 2016 TAK NIEUWSBRIEF OKTOBER 2016 TAK NIEUWSBRIEF Algemeen Verzekeringscontrole Het was een ramp in Zuid-Oost Brabant na de storm die hier gewoed heeft. Er waren mensen niet goed of helemaal niet verzekerd voor deze schade.

Nadere informatie

FISCALE EINDEJAARSTIPS [1/6]

FISCALE EINDEJAARSTIPS [1/6] FISCALE EINDEJAARSTIPS [1/6] Fiscale eindejaarstips Ondernemers met een BV Met het einde van het jaar in zicht, is dit een goed moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Voor

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur).

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur). Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 13/01158 en 13/01159 uitspraakdatum: 24 februari 2015 nummer / Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

Nadere informatie

De Hoge Raad doet het zelf af

De Hoge Raad doet het zelf af De Hoge Raad doet het zelf af Bachelorscriptie over de onzakelijke lening in de Vennootschapsbelasting Tilburg, april 2015 Naam M.T.M. Hennevelt Anr 836684 Studierichting BSc. Fiscale Economie Examencommissie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2003:AH9296

ECLI:NL:GHARN:2003:AH9296 ECLI:NL:GHARN:2003:AH9296 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 19-06-2003 Datum publicatie 07-07-2003 Zaaknummer 01-01586 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Cassatie:

Nadere informatie

Bachelorscriptie Fiscale Economie VERMOGEN GAAT VREEMD. - Payback time? Naam: S. Kroon. Studentnummer: 312203. Begeleider: drs. M.

Bachelorscriptie Fiscale Economie VERMOGEN GAAT VREEMD. - Payback time? Naam: S. Kroon. Studentnummer: 312203. Begeleider: drs. M. Bachelorscriptie Fiscale Economie nadruk verboden VERMOGEN GAAT VREEMD - Payback time? Naam: S. Kroon Studentnummer: 312203 Begeleider: drs. M. Nieuweboer Rotterdam, 17 juli 2012 zich te rug be ta len

Nadere informatie

De flexibilisering van het B.V. recht

De flexibilisering van het B.V. recht Seminar De flexibilisering van het B.V. recht 6 juni 2012 Dagvoorzitter: Kees Goeman Sprekers: Dirk School Lisan Vermeer Govert Vorstenbosch Sirik Goeman 1 www.bgadvocaten.nl Bogaerts & Groenen advocaten

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Situatie na de invoering van artikel 15aj, lid 3, Wet Vpb 1969 met

Inhoudsopgave. Situatie na de invoering van artikel 15aj, lid 3, Wet Vpb 1969 met BACHELOR THESIS De gevolgen van de invoering van artikel 15aj, lid 3, Wet Vpb 1969 wat betreft het faillissement van een dochteronderneming binnen of buiten een fiscale eenheid Naam: Niels van Haperen

Nadere informatie

Het leerstuk van de onzakelijke lening en de ongebruikelijke terbeschikkingstellingsregeling

Het leerstuk van de onzakelijke lening en de ongebruikelijke terbeschikkingstellingsregeling ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Erasmus School of Economics Masterthesis Het leerstuk van de onzakelijke lening en de ongebruikelijke terbeschikkingstellingsregeling Naam student: D.C.J.

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

Checklist Dga en zijn bv Haal het beste uit de fiscale positie van de dga

Checklist Dga en zijn bv Haal het beste uit de fiscale positie van de dga Checklist Dga en zijn bv Haal het beste uit de fiscale positie van de dga 1. Wie is directeur-grootaandeelhouder? De directeur-grootaandeelhouder (dga) is enerzijds directeur van een bv en anderzijds aandeelhouder.

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

Fiscale kwalificatie van eigen vermogen

Fiscale kwalificatie van eigen vermogen ERASMUS UNIVERSITY ROTTERDAM ERASMUS SCHOOL OF ECONOMICS BSC FISCALE ECONOMIE Fiscale kwalificatie van eigen vermogen Fiscaalrechtelijke gevolgen van een civielrechtelijke benadering ABSTRACT: Dit onderzoek

Nadere informatie